׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://a_qHsxji61jFLfjZzHNceDG1NzBl7gHD8fERV_hO3AQ |[`׉	 7cassandra://DYoBYNRFvZdFX--93vq_8eovMNLldtkF_dJaRYK6-MQb{`S׉	 7cassandra://RjsPKdJRehjjzM6OOTlDTPYOXDC7qVkyx4TY3yX5Ss0y`̵ ׉	 7cassandra://qJz2S1VylPWNJ-RnbF9zH6UYi0oaKvM9FCLFrR-mpZc ͠U޵O7׈EU޵O7׉E 5Witboek over
DIVERSITEIT
DIVERSITY MEANS PERFORMANCE
׉	 7cassandra://RjsPKdJRehjjzM6OOTlDTPYOXDC7qVkyx4TY3yX5Ss0y`̵ U޵O7ځU޵O7ف{בCט   {u׉׉	 7cassandra://b7C4UoWiQ2YgevXxwEtMUFU-yzXtEILKByO-ptcFnq8 `׉	 7cassandra://nAdjO851Oyr3wIAbHrFSw8oLrh8XHkNqnWxvnFn3I1ÈP`S׉	 7cassandra://rjO1q2g4wcU02FLjtd9Z_uN8y6e3Q9dvH3rUTE8cNIA.`̵ ׉	 7cassandra://YUGYbFMEY2NWOtx2la91PJPa4je8Pex5qbfIEJzCklw h$͠U޵P7ט  {u׉׉	 7cassandra://oyfiFe4kYJDaupHncTx1s9Dpx0sTN9MrxINyfXB41Wg `׉	 7cassandra://27x4TlxeunvA5Djje_RUYNedqqqs-MGkBZS4dPQ_jzgJ`S׉	 7cassandra://of7p51xVBP3EAUus5ir2CiFnelGOqdto3c03Wj3v0eQ`̵ ׉	 7cassandra://1rWZQowz4h1h6mXTpTo-6AwWobN_n5-zzJRQrkrN354:+͠U޵P7׉E׉	 7cassandra://rjO1q2g4wcU02FLjtd9Z_uN8y6e3Q9dvH3rUTE8cNIA.`̵ U޵P7׉E	1BECI | witboek over diversiteit
Voorwoord
De overheid heeft het vaak over diversiteit: ze moet
een concrete vorm aannemen, worden waargemaakt,
zich ontwikkelen. In dat kader werden in de
meest recente regionale politieke verklaring maatregelen
voorgesteld om diversiteit te bevorderen door
de doelgroep van personen uit sociaaleconomisch
achtergestelde wijken te integreren.
Die politieke benadering verklaart op zich al waarom
diversiteit zich niet voldoende ontwikkelt: een verschillende
mentale voorstelling. De economische
cultuur en de politieke cultuur zijn immers twee verschillende
zaken. Ze hebben beide hun eigen waarden,
normen en tekens, die een specifieke aanpak vragen.
De bedrijfscultuur is een zoektocht naar betere economische prestaties; het is een
sterke waarde die momenteel voor twee derde van de tewerkstelling in Brussel zorgt.
Verder moeten we weten wat diversiteit inhoudt om ze te kunnen ontwikkelen. Daarvoor
moeten we onze mentale voorstelling loslaten en ons openstellen voor die van
de andere - zo kan ze de onze ongetwijfeld verbreden.
Bedrijven die diversiteit hebben omarmd, hebben gemerkt dat ze een meerwaarde betekent,
zowel op menselijk als op financieel vlak. De cijfers van die bedrijven spreken
voor zich: teams samenstellen met mensen van beide geslachten, verschillende leeftijd
en cultuur, al dan niet met een handicap ... geeft de omzet een boost.
Elke vorm van diversiteit brengt zijn specificiteit met zich mee, die verschillend maar
complementair is, en zo wordt diversiteit een menselijke en economische rijkdom.
Jongeren komen met innoverende ideeën, ouderen dragen ervaring bij; personen
van vreemde afkomst hebben een biculturele mentale voorstelling, wat hen creatief
maakt; in gemengde managementteams vullen mannen en vrouwen elkaar aan
met hun verschillende, maar complementaire aanpak van situaties; personen met een
handicap hebben soms vaardigheden ontwikkeld die personen zonder handicap niet
bezitten.
Als een bedrijf teams heeft die zijn klantenbestand weerspiegelen, begrijpt het zijn
klanten bovendien beter en is het bijgevolg beter in staat om hen te benaderen. Dat
verhoogt het economische potentieel.
Als diversiteit goed beheerd wordt, vormt het een succesfactor. Bepaalde bedrijven
zijn echte voorlopers op dat vlak. Volgen we hun voorbeeld?
Thierry Willemarck
Voorzitter van BECI
1
׉	 7cassandra://of7p51xVBP3EAUus5ir2CiFnelGOqdto3c03Wj3v0eQ`̵ U޵P7U޵P7߁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HEzESK-VRBVh5zTh9paeGUfCuZQbfVWjCWkqjOBPMC4 `׉	 7cassandra://fDy8KRo9mkiNN4kr3HBfn9ePGIokZlP_r-vZpfHakXkD~`S׉	 7cassandra://SmT-tLuA9FQt1fNF8Q8OcB4l_nuXJshdqdJPeJFG_xgw`̵ ׉	 7cassandra://WE3DN88bepeXrNb7v3w7QW98RqMZu00CaVCmb5ieADAͧX͠U޵P7ט  {u׉׉	 7cassandra://lgCf7SoTcMA89k7tEgKJU4c47HanffNI-kPnbbT-3Oc 9`׉	 7cassandra://uGCVJT1QbkPZcE_5kprvbx7-dCeRJM1H_M19q2_rYVM8i`S׉	 7cassandra://nFzjkNhLsJ8-GsWVSXxL5U-Meb5vALzFAHWY7bOsaOg`̵ ׉	 7cassandra://D2vihtBM3Ik3Jj-H8aaKwrWWazBngSao4FtY0LTi0vM͠U޵P7נU޵Q7 ̲ׁE9ׁHmailto:er@beci.beׁׁЈנU޵Q7 0iM9ׁHmailto:ow@beci.beׁׁЈ׉E2Witboek
over Diversiteit:
Diversity Means
Performance
VERANTWOORDELIJKE
UITGEVER
Olivier Willocx
ow@beci.be
Louizalaan 500
1050 BRUSSEL
REDACTIECOMITE
Olivier Willocx,
Jan De Brabanter, Xavier Dehan,
Hayate El Aachouche,
Bouchra El Mkhoust.
In samenwerking met:
Souad Razzouk,
La Magie des Cultures asbl.
Commissie Diversiteit BECI
PRODUCTIE
Mediacoördinator:
Emmanuel Robert – er@beci.be
Grafische vormgeving:
Isabelle André
Druk: DB Group
Nederlandse versie:
Data Translation
Foto’s: Reporters,
behalve indien anders vermeld
September 2015
Deze publicatie bestaat ook in
het Frans.
Wij bedanken in het bijzonder de
bestuurders van BECI, aandachtige
eerste lezers van het Witboek, en
ook de beroepssectoren die met
hun kritische opmerkingen een
bijdrage leverden aan deze studie.
I.
Inleiding
II. Methodologie
III. Tewerkstelling in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
IV. Discriminatie op de arbeidsmarkt
4.1. Discriminatie en geslacht
4.1.1. Geslacht op de arbeidsmarkt
4.1.2. Overheidsmaatregelen
4.1.3. Interview met het bedrijf Microsoft: Els Overbergh
4.2. Discriminatie en leeftijd
4.2.1. Leeftijd op de arbeidsmarkt
4.2.2. Overheidsmaatregelen
4.2.3. Interview met het bedrijf Sodexo: Katleen Beyens
4.3. Discriminatie en vreemde afkomst
4.3.1. Afkomst op de arbeidsmarkt
4.3.2. Overheidsmaatregelen
4.3.3. Interview met het bedrijf Daoust: Jean-Claude Daoust
4.4. Discriminatie en handicap
4.4.1. Handicaps op de arbeidsmarkt
4.4.2. Overheidsmaatregelen
4.4.3. Interview Exki: Mevr. Andrea Leponce
8
9
10
12
12
13
15
16
19
20
21
22
23
24
27
28
31
31
32
33
Inhoudstafel
2
׉	 7cassandra://SmT-tLuA9FQt1fNF8Q8OcB4l_nuXJshdqdJPeJFG_xgw`̵ U޵P7׉E)BECI | witboek over diversiteit
V.
Het onderwijs: de basis van ongelijkheid
VI. De bedrijven:
tussen vraagstellingen en aanpassingen
VII. Discriminatie afbouwen om diversiteit
op te bouwen
7.1. Oorsprong
7.2. De troeven van diversiteit
7.3. Goede praktijken
VIII. Diversiteit elders ter wereld
8.1. Voorzien in specifieke wetten
8.2. Sociale clausules in overheidscontracten
8.3. Gerichte acties
8.4. Gesubsidieerde arbeidsplaatsen
8.5. Andere succesfactoren
8.6. Welke toepassingen in Brussel?
IX. Aanbevelingen
9.1. Diversiteit, een zaak van iedereen
9.2. Onderwijs en kwalificaties
9.3. Opleidingen en positieve discriminatie
9.4. Tewerkstellingsmaatregelen
9.5. Interregionale professionele mobiliteit
X. Algemene conclusie
XI. Referenties
34
36
38
38
40
41
44
44
46
47
48
49
49
50
50
51
51
51
52
53
56
3
׉	 7cassandra://nFzjkNhLsJ8-GsWVSXxL5U-Meb5vALzFAHWY7bOsaOg`̵ U޵P7U޵P7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1uh-2w3cJFPShUG_H6XxR3hnjHARyyTDng6BUqzhQXo h`׉	 7cassandra://89AX6L7l5eegYEXqSmnARWUSowRggy4Ntp6zGHVn29sv`S׉	 7cassandra://Bul-pSu-j-XA8tEQPoUDcIMvdDo3o_VzIY4HiWdkqEA#`̵ ׉	 7cassandra://LaVw0gYnUXrCoExmoCxI0x9RU-eIKrQr9DlAmS2xe4Y͠U޵Q7ט  {u׉׉	 7cassandra://_LnGSxo5X2r7mTDyX34J0USnmKiHfNmJ2kgkIT14b54 `׉	 7cassandra://F0xOVe2jcdYSI95LUwNXI3WJdaf6Mbc_1GmTFUID4PM]`S׉	 7cassandra://PTKdCPevQXUfoyMIgbj7ELtaDmbxAJERcMRJ1HjsEWc`̵ ׉	 7cassandra://VRTYWDdkyipWk1_AZgIi9s-qGmBJYuhd0mWyivYciOY͞^͠U޵R7נU޵R7 ;)̨
9ׁHhttp://www.inergie.com/bilanׁׁЈ׉E>Executive summary
Op de arbeidsmarkt heeft diversiteit betrekking op alle
groepen van de beroepsbevolking die niet op een evenredige
wijze vertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt1
en/of die
niet op een evenredige wijze vertegenwoordigd zijn op alle
niveaus van de onderneming.
Hoewel diversiteit
betrekking
heeft op vele kenmerken,
concentreert dit witboek zich op vier belangrijke punten:
geslacht, leeftijd, vreemde afkomst en handicap.
Al decennialang worden de grote verschillen op de arbeidsmarkt
benadrukt in tal van studies die uitgaan van de overheid
en van de academische wereld. Door deze verschillen is diversiteit
uitgegroeid tot een van de prioriteiten van de overheid.
Er werden directe en indirecte initiatieven genomen om de
diversiteit te ontplooien. Alle actuele en algemene tewerkstellingsmaatregelen
zijn indirecte maatregelen om diversiteit op
de arbeidsmarkt te bevorderen.
Voor de bedrijven blijven de lasten op arbeid echter zwaar
wegen. Ze vormen dan ook een struikelblok voor de
ontplooiing van de werkgelegenheid in het algemeen en zo
de diversiteit.
Verder remmen ook andere institutionele parameters de
ontwikkeling ervan af.
Het betreft meer bepaald openbare instellingen die ongelijkheid
bewerkstelligen, zoals het onderwijs, dat via zijn organisatie,
middelen en beleid verantwoordelijk is voor een enorm
groot aantal vroegtijdige schoolverlaters.
Vandaag heeft bijna de helft van de werkzoekenden in het
BHG (46%) geen diploma hoger onderwijs op zak: ¼ (25%)
van de werkzoekenden heeft de cyclus van het secundair
onderwijs niet afgerond en voor 20% is een diploma secundair
onderwijs het hoogste diploma.
De cijfers tonen aan dat de aderlating blijft duren. Momenteel
heeft bijna 50% van de jonge werkzoekenden de cyclus van
het secundair onderwijs niet afgerond: 49,6% in de categorie
jonger dan 25 is laaggeschoold en 26,7% in de categorie 2529
jaar.2
I. Vaststellingen
1. Geslacht
De gegevens in verband met geslacht tonen verschillen aan
die niet zozeer op het vlak van toegang tot arbeid liggen,
maar vooral op het vlak van professionele ontwikkeling. Het
zijn nog steeds meestal mannen die verantwoordelijke functies
waarnemen en daar bestaan diverse redenen voor: stereotiepe
aanwervingsgewoontes, vrouwen die aarzelen om door te
groeien naar verantwoordelijke functies enz.
1. Decreet van de Vlaamse Raad van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt
2. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2013. Precariteit bij jongeren. De positie van jongvolwassenen op de Brusselse arbeidsmarkt. Brussel. p. 11
3. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. Maart 2015. Focus: Welke tewerkstellingsperspectieven hebben hooggeschoolden in Brussel?
4. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel. p. 15
5. INERGIE. Bilan diversité 2014. Website op INTERNET. < http://www.inergie.com/bilan-diversite-2014>. Laatst geraadpleegd op: 05.03.2014.
6. Ibidem. p. 12
4
Deze situatie creëert een spanningsveld op de Brusselse
arbeidsmarkt, waar voor bijna 60% van de arbeidsplaatsen
(56,1%)3
een diploma hoger of universitair onderwijs vereist is.
In de twee andere gewesten is er meer vraag naar werknemers
met een lage en gemiddelde opleidingsgraad. De vraag naar
diploma’s hoger of universitair onderwijs bedraagt ‘slechts’
38,5% in het Vlaamse Gewest en 37,8% in het Waalse
Gewest.4
Daarom beveelt BECI aan om, afgezien van de diverse
oplossingen die worden uitgewerkt in deze publicatie, ook de
interregionale mobiliteit van de werknemers te bevorderen.
Want vandaag zien we de mobiliteit in de richting van
Brussel sterk toenemen (meer dan de helft van de Brusselse
arbeidsplaatsen wordt ingenomen door niet-Brusselaars),
maar dat is minder evenredig in de andere richting.
Afgezien van deze institutionele parameters tonen de hier
uitgewerkte analyses aan dat diversiteit een bron van economische
prestatie is. Diversiteit doet de omzet stijgen: een
studie uitgevoerd in Frankrijk toont aan dat 31% van de bedrijven
zich toegelegd heeft op diversiteit om hun economische
prestaties te verbeteren.5
׉	 7cassandra://Bul-pSu-j-XA8tEQPoUDcIMvdDo3o_VzIY4HiWdkqEA#`̵ U޵R7׉EBECI | witboek over diversiteit
VASTSTELLINGEN
• Het glazen plafond houdt stand,
• Een loonkloof van 10 tot 22%,
• Combinatie met andere kenmerken (afkomst,
leeftijd, handicap enz.) vergroot de moeilijkheden.
2. Leeftijd
Uit de gegevens blijkt dat de kans op uitstroom naar werk
afneemt met de leeftijd. Jongeren hebben het moeilijk
omdat ze niet genoeg kwalificaties of ervaring hebben, maar
personen van 45 jaar of ouder krijgen af te rekenen met structurele
moeilijkheden, ongeacht hun kwalificatie- of opleidingsniveau.
In Brussel is bijna een derde van de personen die
ingeschreven zijn bij Actiris (30%) ouder dan 45 jaar.
VASTSTELLINGEN
• Vanaf 45 jaar structurele moeilijkheden
in verband met toegang tot arbeid,
• Zware financiële lasten voor de bedrijven
voor oudere personen,
• De afgelopen tien jaar verdrievoudiging
van het aantal werkzoekenden ouder dan 50
3. Vreemde afkomst
Al ruim twintig jaar lang bestuderen onderzoekers de
significante verschillen op de arbeidsmarkt tussen personen
van vreemde afkomst en personen van Belgische afkomst.
De meest recente studies in opdracht van de overheid
bevestigen opnieuw significante verschillen.
VASTSTELLINGEN
• In Brussel is 25,5% van de Brusselse bevolking
tussen 18 en 60 jaar van Belgische afkomst en
65,9% van vreemde afkomst (hetzij met
vreemde nationaliteit, hetzij geboren met een
vreemde nationaliteit, hetzij met één ouder die
geboren is met een vreemde nationaliteit).
• Werkgelegenheidsgraad:
- 74% bij personen van Belgische afkomst,
- Tussen 38 en 53% bij personen van vreemde
afkomst.
• Symptomen van discriminatie op de arbeidsmarkt
- Horizontale etnostratificatie: verschillen op het
vlak van toegang tot arbeid,
- Verticale etnostratificatie: verschillen op het vlak
van professionele ontwikkeling.
VASTSTELLINGEN
• De werkgelegenheidsgraad van personen zonder
handicap bedraagt in België 66,4% die van
personen met een handicap 40,7%.
• In 80% van de gevallen ontstaat de handicap in
de loop van het leven.
• 41%: zoveel werkloze personen met een handicap
in België acht zich in staat om te werken.
II. Discriminatie afbouwen om
diversiteit op te bouwen
2.1. Ontstaan
Om discriminatie te doorgronden, moeten we een onderscheid
maken tussen de exogene en de endogene factoren.
De exogene oorzaken:
Er zijn twee soorten:
• De institutionele factoren die het gebrek aan diversiteit in de
hand werken (onderwijs …)
• De sociale factoren die aanleiding geven tot stereotypen,
vooroordelen en psychologische patronen in de volledige
samenleving. Deze factoren ontstaan en handhaven zich
aan de hand van sociale mechanismen van waardering en
ontwaarding:
- De mannelijke waardering van macht, de vervrouwelijking
en vermannelijking van de beroepen …
- Voor de leeftijd speelt ook de omkering van de “natuurlijke”
rollen mee, in die zin dat individuen, doorheen de
levenscyclus, gewend zijn geraakt om geleid te worden
door oudere personen (ouders, leerkrachten …). In het beroepsleven
gebeurt het vaak dat jongeren op hiërarchisch
vlak boven oudere personen staan. Het ongemak neemt
aan beide kanten toe en leidt tot meer moeilijkheden bij
aanwerving of ontslag.
- De maatschappelijke waardering van de culturele verschillen
ontbreekt te vaak in de communicatiekanalen, ook in de
media. Het spreekwoord “Een vallende boom maakt meer
lawaai dan een groeiend bos” is vooral waar voor personen
van vreemde afkomst.
En de vallende bomen werken de vooroordelen tegenover
deze personen op onevenredige wijze in de hand.
4. Handicap
Personen met een handicap kunnen daarmee geboren zijn
of die later gekregen hebben (degeneratieve aandoening,
verkeersongeval enz.).
Onwetendheid over de verschillende vormen van handicaps en
vooroordelen (lagere rentabiliteit, extra werk enz.) vormen een
struikelblok voor hun toegang tot arbeid.
5
׉	 7cassandra://PTKdCPevQXUfoyMIgbj7ELtaDmbxAJERcMRJ1HjsEWc`̵ U޵R7U޵R7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2vyJcVsn0y9ELj_PZE7e-IiedPDBvMuIjudIE8Pz8DA v` ׉	 7cassandra://zR8kaDfCKwaj_bsyhl6ApiuPCzavV2_-dZqr5nysKigxw`S׉	 7cassandra://G6z2L-_khxnKovQiDQBXCB85Dd07YvNn0oCMvziMdl0!"`̵ ׉	 7cassandra://CKVlU7WwKxqac6gXTnia4rTjzfO-9DzD_fiziJlqIcg͌4͠U޵R7ט  {u׉׉	 7cassandra://JgUUoeZ68fUoablathMy5LqhrfhUiOAmR8Wzyqe5tx4 C` ׉	 7cassandra://iNjbzMh1PDG6ynuevUsj2MDhtVGgE05SgGcvYA_m52Yt`S׉	 7cassandra://kBwuOoVsZJ0DlN_WZ27GUmsC7JlQEU9Re4ogmVNwvMo`̵ ׉	 7cassandra://kB9V-e5KBMxZ__MzuYmtBUxo03Ae3X8NLfjBrsZgZKI͛
0͠U޵T7נU޵V7 w
9ׁH !http://sociologie.revues.org/1200ׁׁЈ׉E>- Ook voor personen met een handicap kiest België nog
te vaak voor een gemedicaliseerde benadering, zoals de
Verenigde Naties benadrukken in hun verslag van oktober
2014. Deze benadering, die niet altijd gerechtvaardigd
is, doet het stereotype van “care” tegenover deze personen
toenemen. En toch zijn deze personen net zo
goed in staat om een rol te spelen in het leven, ook in
het beroepsleven, en ze zijn in het algemeen zelfs enorm
afgestemd op de wereld.
De endogene oorzaken:
De endogene oorzaken zijn de verpersoonlijking van deze
maatschappelijke factoren die uitgroeien tot “habitus”,
“buitengewoon gewoon”, dit is: “een geheel van duurzame,
verworven instellingen, dat be staat uit categorieën van
waardering en beoordeling en leidt tot sociale praktijken
aangepast aan de maatschappelijke posities. Habitus
wordt verworven in een zeer vroeg opvoedingsstadium en
via de eerste sociale ervaringen en weerspiegelt ook de eerder
afgelegde weg en eerdere ervaringen: habitus is het resultaat
van een progressieve inbedding van sociale structuren.
Dat verklaart waarom personen die zich in vergelijkbare
omstandigheden bevinden er dezelfde wereldbeschouwing
op na houden ...” 7
Het geschiedt “als bij wonder, zonder enige fysieke belemmering;
maar dat wonder is slechts mogelijk dankzij een instelling
die diep weggestopt aanwezig is en plots als een veer
opspringt”. 8
Om diversiteit mogelijk te maken, moeten we dus alle menselijke
niveaus (sociaal, politiek, economisch, media …) aanspreken
om de stereotypes uit de weg te ruimen, en niet alleen
op de arbeidsmarkt.
Maar habitus kan veranderen, op dezelfde manier als die
waarop hij ontstaan is: door inprenting en inbedding.
Inbedding kan verlopen via de pedagogische weg, zowel via
school als via werk (door seminars, opleidingen enz.), die de
schema’s van perceptie, appreciatie en actie zullen afbreken.
We moeten ook ernstig nadenken over de verspreiding van
negatieve vooroordelen en stereotypes door de media, die
mee de habitus creëren.
‘Habitus’ ontstaat ook door inbedding en het is ook mogelijk
dit door inbedding te doen verdwijnen. Diversiteit
de be drijfsstructuur binnenloodsen, in combinatie met een
geschikte begeleiding, zal ook bijdragen tot de opbouw van
positieve habitus voor diversiteit.
Dit kan gebeuren aan de hand van “positieve acties” op het
niveau van de human resources. In deze publicatie worden
hier diverse voorbeelden van uitgewerkt.
2.2. Troeven van diversiteit
Diversiteit is een kwestie van gelijkheid en ethiek, maar het is
ook een economisch antwoord.
Want de bedrijven die zich inzetten voor diversiteit weten
welk economisch potentieel dit kan opleveren en hebben
zelf kunnen ontdekken dat diversiteit hun economische
prestaties verbetert.
Deze economische prestaties zijn te danken aan diverse
methodes
2.2.1. Ontwikkeling van de human resources
Diversiteit ontwikkelen binnen de human resources levert het
bedrijf een schat aan talent op dat de resultaten zal versterken,
want elke vorm van diversiteit heeft zijn eigen kenmerken
die het geheel ten goede komen.
Een bedrijf dat beschikt over personeel met een uiteenlopend
potentieel kijkt verder dan het onwrikbare ‘eenheidsdenken’
dat de ontwikkeling van het bedrijf in de weg staat.
• Geslacht
De studies die het verband bewijzen tussen managementteams
die openstaan voor vrouwen en betere financiële resultaten,
zijn niet meer te tellen. Als voorbeeld halen we de bank
Crédit Suisse aan:
“Bedrijven met meer dan 15% vrouwen in de algemene directie
genereren een gemiddelde rentabiliteit eigen vermogen van
14,7%, tegenover slechts 9,7% voor bedrijven met minder dan
10% vrouwen in de algemene directie.”
Die prestaties zijn meer bepaald te wijten aan andere, maar
elkaar aanvullende bestuurlijke vaardigheden in termen van
geslacht, die goed zijn voor het bedrijf.9
• Leeftijd
Een bedrijf dat investeert in leeftijd bezit een kostbaar kenniskapitaal.
Een
oudere werknemer beschikt immers over iets wat een
diploma niet kan geven: ervaring. Die vormt een kapitaal aan
middelen om projecten te ontwikkelen: een oudere werknemer
heeft er al veel ontwikkeld of er veel zien ontwikkelen.
Hij weet uit ervaring wat werkt of wat niet.
Bovendien heeft hij al talloze situaties moeten oplossen en
vindt hij dus snel oplossingen voor problemen op het terrein.
Zo zal het bedrijf heel wat tijd uitsparen.
Er is vastgesteld dat het ongeveer veertien maanden duurt
voor een oudere werknemer al zijn kennis heeft kunnen overdragen
op een jongere. Een bedrijf dat een oudere werknemer
in dienst neemt, haalt dus veertien maanden “kenniskapitaal”
in huis.
Verder is ook aangetoond dat oudere werknemers beter kunnen
omgaan met stress: als er zich moeilijkheden voordoen,
reageren ze dankzij hun ervaring minder emotioneel. Dat is
bijzonder interessant, want stressbestendigheid heeft niet
alleen een invloed op de snelheid waarmee een taak wordt
uitgevoerd, maar ook op absenteïsme.
• Vreemde afkomst
Personen van vreemde afkomst hebben meestal biculturele
denkschema’s. Die bredere mentale kaart brengt creativiteit en
innovatie in het bedrijf.
Bovendien maakt personeel dat andere talen dan de landstalen
spreekt het mogelijk om eventueel de klanten beter te
ontvangen en te helpen.
De meest recente ‘taalbarometer’ vermeldt de top 8 van de
talen die in Brussel worden gesproken, in dalende volgorde
volgens belang: Frans, Engels, Nederlands, Arabisch, Spaans,
Duits, Italiaans en Turks.
Met personeel dat andere talen dan de landstalen spreekt, is
het mogelijk elk type van klant te ontvangen en kwalitatief
aan zijn behoeften te voldoen. Dat geldt zeker voor oudere
mensen die niet naar school zijn geweest in België.
• Handicap
In tegenstelling tot wat stereotiepe beelden laten geloven,
presteren mensen met een handicap, mits de nodige aanpassingen,
even goed als mensen zonder handicap.
Deze mensen hebben bovendien andere vaardigheden
6
׉	 7cassandra://G6z2L-_khxnKovQiDQBXCB85Dd07YvNn0oCMvziMdl0!"`̵ U޵T7׉EBECI | witboek over diversiteit
aangeleerd (naargelang de aard van de handicap) die mensen
zonder handicap niet hebben.
Zo hebben ze bijvoorbeeld vaker oog voor veiligheid op de
werkplek en kunnen ze zeer goed preventief optreden.
2.2.2. Klanten beter bereiken
Een bedrijf met medewerkers die op de klanten lijken (op het
vlak van geslacht, leeftijd, cultuur …) zal die klanten beter
begrijpen en dus beter kunnen inspelen op hun behoeften.
In Brussel ziet de clientèle er als volgt uit:
- 35% van de bevolking is ouder dan 45 jaar
- 65,9% van de Brusselse bevolking tussen 18 en 60 jaar is
van vreemde afkomst (hetzij met vreemde nationaliteit, hetzij
geboren met een vreemde nationaliteit, hetzij met één ouder
die geboren is met een vreemde nationaliteit)
- In België heeft meer dan 10% van de bevolking tussen 15
en 64 jaar een handicap of een chronische ziekte
De clientèle is de voornaamste bron van inkomsten. Dus een
bedrijf dat intern over alle talenten beschikt, is afgestemd op
het Brusselse potentieel.
2.2.3. Het risico op reputatieschade uitsluiten
Uit studies blijkt dat discriminatie niet altijd zichtbaar of bewust
verloopt, omdat ze gedeeltelijk berust op habitus: schema’s
van perceptie, appreciatie en actie die sociaal zijn opgebouwd
bij elk individu en die het aanwerfgedrag ‘sturen’.
Bij een klacht wegens discriminatie kunnen de directe en
indirecte kosten echter fors oplopen, want de wet legt de
bewijslast nu bij de werkgever, die moet bewijzen dat hij niet
gediscrimineerd heeft.
De kosten behelzen de gerechtskosten en eventuele
schadevergoeding, maar ook de kosten die voortvloeien uit
een slechte reputatie en die aanzienlijk kunnen zijn en lang
kunnen aanhouden.
Reputatieschade is dus een belangrijk gegeven en vereist
gerichte, preventieve acties.
2.3. Enkele goede praktijken
Diversiteit en geslacht: assertiviteitsprogramma
In vele bedrijven kunnen vrouwen aanspraak maken op een
assertiviteitsprogramma. Dergelijke programma’s hebben
niet alleen een positief effect op gedrag en communicatie,
maar hebben ook een uitwerking op de zelfdiscriminatie van
vrouwelijke medewerkers.
Het is immers algemeen bekend dat vrouwen zelfdiscriminatie
toepassen in verband met verantwoordelijke functies.
Dankzij die assertiviteitsprogramma’s gaan vrouwen zich
anders positioneren en worden ze ook anders gepercipieerd.
Daardoor voltrekt zich een natuurlijke en subtiele verandering
in het bedrijf en stromen vrouwen door naar verantwoordelijke
functies.
Diversiteit en leeftijd: experience@work
Dit is een platform waarmee oudere werknemers gedeeltelijk
tewerkgesteld worden buiten het bedrijf.
De expertise van oudere werknemers is algemeen bekend.
Toch kunnen bepaalde organisaties (vooral kmo’s) zich die
kosten niet veroorloven. Anderzijds hebben bepaalde bedrijven
oudere medewerkers in dienst van wie de talenten niet
ten volle worden benut.
Dit platform brengt bedrijven die op zoek zijn naar ouder talent
in contact met bedrijven die dat talent in huis hebben. De
oudere werknemers van deze laatste bedrijven kunnen, als ze
dat willen, externe opdrachten vervullen voor andere bedrijven.
Dan wordt er een dienstencontract opgesteld waarvan de
duur varieert: het kan gaan om een korte of middellange opdracht
of een opdracht voor onbepaalde duur.
Iedereen wordt er beter van: oudere werknemers herbronnen
zich aan het einde van hun loopbaan en kleine bedrijven profiteren
van een kenniskapitaal tegen een betaalbare prijs.
Diversiteit en vreemde afkomst:
intercultureel management
Algemeen geldt dat een goed diversiteitsbeleid nodig is om te
kunnen slagen, en dat is zeker waar voor intercultureel management.
Bedrijven waar intercultureel management een feit
is, hebben hun leidinggevenden in die zin opgeleid. Bijgevolg
beschikken ze over de nodige kennis om cultureel bepaald gedrag
te lezen en dankzij die kennis kunnen ze een homeostase
creëren die leidt tot goede prestaties.
Gedrag is immers sociaal bepaald en steunt op verschillende
normen, waarden en overtuigingen, net zoals de interpretatie
ervan. Zo kunnen misverstanden of onbegrip ontstaan, maar
dat valt te verhelpen met inzet van de nodige tools.
Diversiteit en handicap: een balpen om te spreken
De redelijke aanpassingen zijn talrijk en divers: van materiële
aard, van menselijke aard enz.
Een menselijke aanpassing voor een goede samenwerking met
een slechthorende medewerker is bijvoorbeeld een balpen die
in de lucht wordt gestoken tijdens vergaderingen. Er is maar één
balpen voorhanden tijdens dergelijke vergaderingen en alleen
wie de balpen vastheeft, mag spreken. Zo kan de slechthorende
medewerker zien wie aan het woord is en volgen via liplezen.
Behalve een betere communicatie tijdens de vergaderingen,
levert dit systeem natuurlijk ook kortere vergaderingen op,
want iedereen beperkt zich tot de essentie. Het voordeel is
tijdswinst voor iedereen.
III. Besluit
Bedrijven die openstaan voor diversiteit hebben ontdekt
welke menselijke en economische voordelen dit
oplevert.
En om diversiteit volledig tot ontwikkeling te laten komen,
moeten we ingrijpen op alle niveaus met specifieke
aandacht voor diverse pijlers:
- Onderwijs & taalgebruik
- HR: Opleidingen diversiteit
- Interregionale mobiliteit van de werknemers
- Lasten op arbeid
- Inzet voor diversiteit door elke minister binnen zijn of
haar bevoegdheden.
Deze algemene inzet zal wellicht iedereen ten goede
komen: bedrijven, werkzoekenden, werknemers en
overheden.
7. Anne-Catherine Wagner, “Habitus”, Sociologie [Online], Les 100 mots de la sociologie, online geplaatst op 1 maart 2012, geraadpleegd op 15 juli 2014. URL: http://sociologie.revues.org/1200
8. Ibidem. • 9. LAUWERS, Michel. Les femmes managers rapportent toujours plus gros. L’Echo. Zaterdag 10 januari 2015
7
׉	 7cassandra://kBwuOoVsZJ0DlN_WZ27GUmsC7JlQEU9Re4ogmVNwvMo`̵ U޵T7U޵T7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://_ajsuzv13bBN-ZYNrAF-eyxlc_pWPLJ0hAmQPYvIytQ m`׉	 7cassandra://8F-nkAUH9uk7udTaKUTwbw7XcLZZoaiGBjiGCijlyw8^l`S׉	 7cassandra://BhrNII2BwzdtuswfYhmPjNmCdMkd7ogrcXQ4Uk6ArAAf`̵ ׉	 7cassandra://87JmHJB9YFRqUkMI8KgIn6Jl1C539S6P66mjW-kRoBA͆͠U޵U7ט  {u׉׉	 7cassandra://7nVkEZg0__LADNhqrWcX_gykpVZK5rUKZQtJWVTkxVo o`׉	 7cassandra://JnIrRCa1w0Ujc2nkycyhe8LinweBB5xwdEl3lpgvUPU`F`S׉	 7cassandra://oZ2ivZuhX2lGUJkvJ56T29_8VW6Kj0EfpNlkD9hVMcY 3`̵ ׉	 7cassandra://66ofTPOH-RjSzEcn9vfmWoUobtY2KxZvpK0QXF95jnM͟"͠U޵V7׉EnI. Inleiding
De keuze voor een Witboek diversiteit vormt het sluitstuk van
een lang denkproces. Het doel is om naar analogie met de
demografische evolutie diversiteit op de arbeidsmarkt uit te
bouwen op een natuurlijke en positieve manier en daarbij af
te stappen van karikaturale standpunten op elk niveau.
De overheid, de bedrijven en de werkzoekenden waren
vragende partij voor een proces om positieve en respectvolle
hulpmiddelen te ontwikkelen die aangepast zijn aan zowel
de bedrijven als de werkzoekenden.
Dat was geen sinecure: het proces ging gepaard met
verschillende moeilijkheden.
De eerste moeilijkheid bestond erin greep te krijgen op een
in zijn geheel moeilijk vatbare realiteit. In het kluwen van de
juridische definities, de sociologische, de demografische, de
geografische en de menselijke realiteit moest er een raakvlak
en een concreet kader worden gevonden.
Het eerste overleg tussen bedrijven en diversiteitexperts gaf de
eerste richting aan. Het Witboek zou de grootste moeilijkheden
moeten aantonen en concrete, zowel voor de economische als
de politieke partijen haalbare acties moeten aanreiken.
Hoewel achter discriminatie een veel bredere realiteit kan
schuilgaan dan beschreven in dit Witboek, hebben de
betrokken partijen ook het kader vastgelegd dat het mogelijk
moet maken de belangrijkste elementen van discriminatie
aan te pakken, namelijk die welke de ergste problemen op
de arbeidsmarkt veroorzaken.
Op basis daarvan zijn vier vormen van diversiteit bepaald:
• geslacht
• leeftijd
• vreemde afkomst
• handicap
De tweede moeilijkheid bestond erin het stigmatiserende
effect te vermijden dat kan voortvloeien uit de bedoeling om
een vorm van anders-zijn (geslacht, afkomst, handicap enz.) te
vatten, zonder de betrokkenen vast te pinnen op dit anderszijn
en indirect bij te dragen aan een negatieve stigmatisering.
Dit gegeven heeft gedurende het hele proces meegespeeld in
de verschillende onderdelen.
De derde moeilijkheid bestond erin om processen met een
positieve gedachtestroom op gang te brengen en reële,
pragmatische en evenwichtige hulpmiddelen voor diversiteit
voor te stellen, zowel op menselijk als op economisch en politiek
vlak. Deze uitdaging werd aangegaan naarmate het ontwikkelingsproces
van het Witboek en het overleg tussen de sectoren,
de bedrijven en de betrokken partijen bij diversiteit vorderde.
De vierde moeilijkheid bestond erin een gezamenlijk project
op te stellen en een evenwicht en richtingen te vinden die
rekening houden met de verschillende verhoudingen tussen
de bedrijven, de werkzoekenden en de overheid. Ook deze
uitdaging werd aangegaan naarmate het proces vorderde.
Het ontwikkelingsproces verliep dus in verschillende stappen
en bracht een veelzijdig en bijzonder breed samenwerkingsproces
met zich mee.
De vier gediscrimineerde profielen worden weliswaar apart
voorgesteld, maar uiteraard kunnen deze kenmerken ook tegelijk
van toepassing zijn op personen.
In het bijzonder de factor geslacht, die betrekking heeft op
de helft van de personen op de arbeidsmarkt, moet samen
met de andere kenmerken worden bekeken.
Voor dit Witboek waren dus verschillende stappen nodig,
maar die hebben zowel op economisch als op politiek vlak
geleid tot een pertinente structuur.
Hoewel het zeker niet volledig is, belicht het toch de grote
moeilijkheden waarmee diversiteit algemeen te maken heeft en
bevat het aangepaste voorstellen voor beschouwing en acties.
8
׉	 7cassandra://BhrNII2BwzdtuswfYhmPjNmCdMkd7ogrcXQ4Uk6ArAAf`̵ U޵V7׉EII. Methodologie
Vertrekkend van deze stappen ontplooit het Witboek zich in
verschillende lagen.
Aan de hand van de meest recente empirische gegevens over
discriminatie wordt dit fenomeen in een eerste luik duidelijk
in kaart gebracht. Kwantitatieve gegevens over significante
verschillen lopen als een rode draad doorheen de volledige
structuur.
Deze schets diende als basis voor een eerste vaststelling die
werd voorgelegd aan de betrokken economische partijen.
Een tweede luik gaat over het kwalitatieve aspect en onderzoekt
het ontstaan van de verschillen op de arbeidsmarkt.
• De institutionele aspecten die direct of indirect
bijdragen aan discriminatie
• De sociale oorzaken
• De moeilijkheden voor de bedrijven
• De oorzaken van discriminerend gedrag
Een derde luik van het Witboek bevat gegevens die afkomstig
zijn van het overleg met de sectoren en de bedrijven. Hun
ervaringen op het terrein vormen een rijke bron aan relevante
data.
Er werden twee vormen van bevraging gebruikt:
• Een anonieme enquête leverde een steekproef van bijna 430
bedrijven op. De representatieve steekproef is volgens de
grootte van de bedrijven als volgt opgesplitst:
• 100 werknemers of meer
• 50 tot 99 werknemers
• 10 tot 49 werknemers
• Minder dan 10 werknemers
22,14%
9,09%
29,84%
38,93%
• De tweede vorm van bevraging gebeurde via rondetafels
en Commissies Diversiteit waarin de sectoren,
de bedrijven en experts op het vlak van diversiteit
vertegen woordigd waren.
Een staal van nagenoeg
430 ondernemingen
10
sectoren
Rondetafelgesprekken
en
Commissies
Door deze bevragingen hebben de betrokken economische
partijen een grote invloed kunnen uitoefenen bij het opstellen
en het uitwerken van de voorgestelde hulpmiddelen.
De praktijken die op het vlak van diversiteit zijn uitgewerkt in
andere landen in de wereld worden ook voorgesteld, hoewel ze
geen volledig beeld geven van de praktijken op internationaal
niveau. Ook een beschouwing van deze internationale hulpmiddelen
en hun nationale haalbaarheid wordt besproken.
Ten slotte wordt elke vorm van diversiteit geïllustreerd aan de
hand van een interview of een positieve actie in verband met
diversiteit.
Het volledige proces ligt aan de basis van dit Witboek, dat een
bouwplan wil vormen voor diversiteit.
9
׉	 7cassandra://oZ2ivZuhX2lGUJkvJ56T29_8VW6Kj0EfpNlkD9hVMcY 3`̵ U޵V7U޵V7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Tnsj1Q-hY20VZ5-jCf9j4Kr6aNKBwg2QA7Q1Cei_9vY <`׉	 7cassandra://Jf2sHcoiUk7bXQ61cJCiepAI5C4_4SJA0UCGpvdbjWAp`S׉	 7cassandra://1CiKHzM-Breqn9JG0gdEuTNj1CUqXkzdIFD6Mq63y6A!`̵ ׉	 7cassandra://RzhlPWm_VEaWpeL1j8aahld8iddlXRsBp6Nn4hTGI98S͠U޵W7ט  {u׉׉	 7cassandra://5Ej-wjRj-gvtl_zFa7Xk8zkiCt5rz5oa2oML0TJWQ40 !5`׉	 7cassandra://vo-ymQb_qhwQZZp0IFt5Hrve8SUnEpV_0G3OktTF1ZwN`S׉	 7cassandra://1355YnTuisPfRuhhGYx0eT060m9aOiR_a-IPJtjYI8Q`̵ ׉	 7cassandra://4GrGJ4QeX96XYPOabxNMv2cYmV7fZTuDfQJG8v9tEIk͒.͠U޵Y7 נU޵Z7	 
9ׁH 4http://www.actiris.be/marchemp/tabid/211/language/nlׁׁЈנU޵Z7 DY
9ׁHhttp://Werkgelegenheid.MaׁׁЈנU޵Z7 _
9ׁH 5http://www.werk.belgie.be/moduleDefault.aspx?id=21166ׁׁЈ׉E*III. Tewerkstelling in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geconfronteerd met
een nogal specifieke paradox. Hoewel het bbp er tot de hoogste
van Europa behoort, profiteren de Brusselaars niet voldoende
van deze rijkdom.
Die tweedeling is voornamelijk te wijten aan het grote aantal
pendelaars dat in Brussel komt werken en het gewest een stimulans
geeft, maar niet representatief is voor de socio-economische
situatie van de bevolking.
Bovendien stijgt de interne tewerkstelling weinig. Op vijf jaar
tijd is de loonarbeid slechts met 0,9% (+ 5 000 arbeidsplaatsen)
toegenomen.10
Die trage vooruitgang vormt ook een tweedeling met de demografische
groei, die uiteraard talrijke nieuwkomers op de arbeidsmarkt
brengt.11
3.1. De Brusselse bevolking
Sinds het begin van deze eeuw is de bevolking in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest spectaculair toegenomen; op tien jaar
tijd is de bevolking gestegen met 16,4%12
1 163 486 inwoners (op 1 januari 2014).13
en momenteel zijn er
We moeten deze cijfers over bevolkingsgroei samen bekijken
met het verschil tussen het aantal geboortes en sterfgevallen
en ook met de interne migratiestromen (het verschil tussen de
residentiële in- en uitstroom op het gewestelijke grondgebied).14
De bevolkingsgroei is in nationaal opzicht vrij significant; in
Vlaanderen bedraagt de groei slechts 6,4% en in Wallonië
5,8%. 15
Bovendien heeft de Brusselse jeugd ook kans op werk in Vlaanderen
en Wallonië, want volgens de gegevens zullen er daar
meer ouderen de arbeidsmarkt verlaten dan dat er jongeren
toetreden.
Meer dan de helft van de Brusselse arbeidsplaatsen wordt
ingenomen door niet-Brusselaars en voor bijna 60% van de
arbeidsplaatsen in Brussel (56,1%)19
universitair onderwijs vereist.
is een diploma hoger of
In de twee andere gewesten is er meer vraag naar werknemers
met een lage en gemiddelde opleidingsgraad. De
vraag naar diploma’s hoger of universitair onderwijs bedraagt
‘slechts’ 38,5% in het Vlaamse Gewest en 37,8% in het
Waalse Gewest.20
Verder bestaat er ook een spanningsveld tussen de Brusselse bevolking
en de Brusselse arbeidsmarkt. Hoewel er meer mensen
met een diploma hoger onderwijs zijn (34,9%) (in vergelijking
met de twee andere gewesten), is er ook een groot aandeel
laagopgeleiden.21
De verhouding mannen/vrouwen is relatief in evenwicht.
Een ander kenmerk van de Brusselse bevolking is de grote
diversiteit: volgens de cijfers
is
in
Brussel 25,5% van de
bevolking tussen 18 en 60 jaar van Belgische afkomst en 65,9%
van vreemde afkomst.16
3.2. Een veeleisende arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt in Brussel vertoont verschillende kenmerken
die spanning veroorzaken.
Er zijn meer dan 700 000 arbeidsplaatsen, waarvan 632 739
bezoldigd, goed voor 16,5% van de nationale loontrekkende
tewerkstelling.17
Het gaat in hoofdzaak (92,7%) om arbeidsplaatsen in de dienstensector.18
Momenteel
heeft een vierde (25%) van de
werkzoekenden slechts een diploma lager middelbaar onderwijs
en 20% heeft als hoogste diploma dat van hoger middelbaar
onderwijs.
10. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2013. Brussel. p. 13 • 11. Ibidem. • 12. Ibidem.• 13. FOD Economie, KMO, Middenstand en
Energie. Website op INTERNET. <http://bestat.economie.fgov.be/BeStat/BeStatMultidimensionalAnalysis?loadDefaultId=1310 • 14. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2013. Brussel. • 15. Ibidem. • 16. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische
monitoring. Brussel. p. 27 • 17. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel.p.16.
10
׉	 7cassandra://1CiKHzM-Breqn9JG0gdEuTNj1CUqXkzdIFD6Mq63y6A!`̵ U޵Y7׉EfBECI | witboek over diversiteit
Grafiek 1: Interne tewerkstelling en werkende beroepsbevolking in het Brussels Gewest (afronding 1 000) (2012)23
Met andere woorden: ongeveer de helft
van de werkzoekenden in het BHG (46%)
bezit geen diploma hoger onderwijs.22
Het zal dan ook niet verbazen dat
de werkgelegenheidsgraad hoger
ligt bij hoogopgeleiden (83,3%) en
lager bij laagopgeleiden (46,5%).
3.3. Verdeling van de
werkgelegenheid
per sector in het
Brussels Gewest
De werkgelegenheid in Brussel concentreert
zich voornamelijk in de private sector,
die goed is voor iets meer dan 2/3 van de
arbeidsplaatsen.
Bovendien draagt zijn positie als (regionale,
Belgische en Europese) hoofdstad bij tot
meer tewerkstelling bij de overheid. Die
vormt met 110 665 arbeidsplaatsen de
grootste arbeidspool.
De tweede sector met de hoogste arbeidsconcentratie
in het Brussels Gewest is de
handel, met meer dan 62 000 arbeidsplaatsen.
In Vlaams- en Waals-Brabant is
het zelfs de grootste arbeidssector.
De financiële en verzekeringsactiviteiten en
de menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke
dienstverlening komen op de
derde plaats van dominante sectoren voor
werkgelegenheid in het Brussels Gewest.
Winning van delfstoffen
en verwerkende nijverheid
Energie
Bouwnijverheid
Handel
Vervoer en opslag
Horeca
Informatie en communicatie
Financiën en verzekeringen
Vastgoedsector
Gespecialiseerde,
wetenschappelijke en technische activiteiten
Administratieve en ondersteunende diensten
Overheidsdiensten
Onderwijs
Gezondheidszorg en
maatschappelijke dienstverlening
Kunst, amusement en recreatie
Varia
Totaal
Tabel 1: Evolutie van het aantal bezoldigde arbeidsplaatsen per sector in het Brussels
Gewest (2008-2012)25
2008 2012
23.832
7.870
19.018
66.740
29.448
25.813
34.940
66.359
3.751
35.469
42.406
20.795
8.406
16.405
62.033
27.930
26.307
31.621
60.468
5.643
36.216
59.102
107.777 110.665
56.368
68.087
9.002
24.613
62.328
63.616
8.845
26.123
621.483 626.503
Variatie 2008-2012
a.w.
%
-3.037
536
-2.613
-4.707
-1.518
504
-3.319
-5.891
1.892
747
16.696
2.888
5.960
-4.471
-157
1.510
5.020
-12,7
6,8
-13,7
-7,1
-5,2
2,0
-9,5
-8,9
50,4
2,1
39,4
2,7
10,6
-6,6
-1,7
6,1
0,8
Bron: RSZ, berekeningen van het Brussels Observatorium voor Werkgelegenheid
18. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. 2014. Werkgelegenheid volgens sectoren. Website op internet. <http://www.werk.belgie.be/moduleDefault.aspx?id=21166>. Laatst geraadpleegd
op: 14-06-2014 • 19. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid.Maart 2015. Focus: Welke tewerkstellingsperspectieven hebben hooggeschoolden in Brussel?. p.1. • 20. Brussels Observatorium
voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel. p. 15 • 21. Ibidem. • 22. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. Statistieken van de Brusselse
arbeidsmarkt. Werkzoekende beroepsbevolking.Zie:http://www.actiris.be/marchemp/tabid/211/language/nl-BE/Statistieken-van-de-Brusselse-arbeidsmarkt.aspx • 23. Ibidem. • 24. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid.
2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel.
11
׉	 7cassandra://1355YnTuisPfRuhhGYx0eT060m9aOiR_a-IPJtjYI8Q`̵ U޵Y7U޵Y7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jhcCnbexcMO4edtQPNMMuWZ-Sy12Ye9Pp-Z4Yn_7gzA R_`׉	 7cassandra://XGkzdvSrXaUvxSVMUAu-KIYGMkh6SxlUmeIQwhjMu7Uf`S׉	 7cassandra://Kmh6U_1wYuWoZzeKHHDm4dPdOoQYkQsjJUhpy3zPOHU"`̵ ׉	 7cassandra://cmfXLcGcUfOQhdmNfza7bYYunM2PcRpwwA0wW44ABSQ}#͠U޵Z7ט  {u׉׉	 7cassandra://N9DPXFVxuQGWCDlBc1GrEVCcOm64zkV-nhQi_hPfoGA ,` ׉	 7cassandra://jmV0MVdAheq64U5VePdF85vOcAQyIxPgarc9e8vYpKo_P`S׉	 7cassandra://tMOyjk3Xm2LgwvQF2A204j9HaHF6AAkRJ0X-O25Z90U[`̵ ׉	 7cassandra://k0ubhp8wu_He-V0z_R072JLG5OCKXz4LL9lg3a0i1Tov͠U޵^7
נU޵_7 
9ׁHhttp://www.cairn.info/revueׁׁЈ׉E@IV. Discriminatie op de arbeidsmarkt
Discriminatie is gedrag dat gebaseerd is op een subjectieve
perceptie van anders-zijn en dat zich uit in een ongelijke behandeling,
met name op de arbeidsmarkt.
De perceptie van het anders-zijn is op zich niet negatief en
is zelfs volkomen normaal, aangezien ze altijd en overal
aanwezig is, ook bij mensen van hetzelfde geslacht, met
dezelfde cultuur, met dezelfde leeftijd, die tot hetzelfde gezin
behoren enz. Het is de manier waarop iemand tegen dit
anders-zijn aankijkt − negatief of positief − die een probleem
kan vormen. Als negatieve vooroordelen en stereotypes de
hoofdtoon voeren in de perceptie, dan zal daar uiteraard
negatief gedrag uit voortvloeien.
De oorsprong van die perceptie, en het daaruit volgende
gedrag, zal in dit rapport uitvoeriger worden bestudeerd en
geanalyseerd.
In eerste instantie zullen we de verschillende vormen van
discriminatie en hun verband met de arbeidsmarkt belichten.
De huidige wetgeving verbiedt discriminatie op basis van de
volgende criteria: nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur,
afstamming, land van herkomst of etnische origine, seksuele
geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, leeftijd,
geloof of levensbeschouwing, huidige of toekomstige
gezondheidstoestand, handicap, politieke overtuiging,
fysieke of genetische eigenschap en sociale afkomst.
Discriminatie kan dus verschillende vormen aannemen. In het
kader van dit Witboek concentreren we ons hoofdzakelijk op
de vier vaakst voorkomende vormen van discriminatie, namelijk
geslacht, leeftijd en handicap.
Hoewel we in dit project elke soort discriminatie afzonderlijk
behandelen, kunnen verschillende discriminerende kenmerken
natuurlijk ook samen voorkomen.
Zo neemt de discriminatie van vrouwen ernstigere vormen
aan als daar nog andere kenmerken bij komen zoals leeftijd,
afkomst of handicap.
4.1. Discriminatie en geslacht
Gendergelijkheid is een kwestie waar de overheid al lang
mee bezig is.
Het is een algemene kwestie die ruimer is dan het professionele
kader en doorheen het hele leven van een mens loopt:
op sociaal, familiaal, politiek, cultureel vlak enz.
Al die gebieden beïnvloeden elkaar onderling. Een positief of
negatief effect in een bepaald gebied zal de facto een effect
hebben op de andere gebieden (een kind, een promotie
enz.).
Daarom is het nodig de ongelijkheden te benaderen vanuit
het standpunt van sociale constructies en individuele keuzes.
Vandaag de dag hebben verschillende kwesties een invloed
op die van de gendergelijkheid:
• de loonverschillen
• de toegang tot hiërarchisch hogere functies
• de combinatie werk en privéleven enz.
Terwijl de loonverschillen en de toegang tot hiërarchisch
hogere functies kwesties zijn die enkel betrekking hebben
op het professionele niveau, is de kwestie van de combinatie
werk en privéleven breder.
Die kwestie stelt vragen bij de sociale constructie van het
rollenpatroon van vrouwen en mannen en bij de reproductie
van dat rollenpatroon.
Ze brengt ons ook bij de sociale constructie van macht en
verantwoordelijkheid op professioneel én op sociaal en
familiaal vlak.
Op familiaal vlak zien we dat, ondanks alle ondersteunende
structuren die momenteel voorhanden zijn en ondanks
overheidsmaatregelen (ouderschapsverlof, kinderopvang,
telewerken, glijdende werkuren enz.), er toch nog steeds een
sociale reproductie van de gezinspatronen is.
12
׉	 7cassandra://Kmh6U_1wYuWoZzeKHHDm4dPdOoQYkQsjJUhpy3zPOHU"`̵ U޵^7׉EBECI | witboek over diversiteit
Tableau 2: Verdeling van de bezoldigde werkgelegenheid volgens geslacht en gewest (2006 – 2011) 27
Brussels Gewest
2011
Mannen
Vrouwen
Totaal
319.857
312.882
632.739
Variatie 06-11
-0,6
8,8
3,8
Vlaams Gewest
2011
1.146.828
1.036.335
2.183.163
Variatie 06-11
0,7
9,4
4,6
Waals Gewest
2011
519.097
500.670
1.019.767
Variatie 06-11
1,4
11,4
6,0
2011
1.985.782
1.849.887
3.835.669
België
Variatie 06-11
0,7
9,8
4,9
Bron: RSZ, berekeningen van het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Uit de gegevens blijkt meer bepaald een onvoldoende
verdeling van de gezinstaken op het snijvlak van sociale
constructies en individuele keuzes. Dat leidt tot specifieke
verzoeken die vaker van vrouwen (dan van mannen) uitgaan
en die een grotere afwezigheid van vrouwen op de arbeidsmarkt
veroorzaken: ouderschapsverlof, aanpassing van het
werkrooster, parttime werken enz.
Die − terechte − verzoeken hebben een grote invloed op de
carrières: directe impact op het loon, impact op het pensioen,
het carrièreverloop enz. Dat brengt ons ook bij de economische
onafhankelijkheid van vrouwen, waarvan Europa in
zijn Europa 2020-strategie een prioriteit maakt.
Zo moet er worden nagedacht over het geheel aan private
en openbare acties in verband met geslacht, zodat het beleid
inzake evenwicht tussen werk en privéleven niet enkel
beperkt blijft tot het beleid in verband met vrouwen, maar
dat er geprobeerd wordt dit beleid toe te passen op de twee
geslachten, meer bepaald via stimulerende maatregelen.
4.1.1. Geslacht op de arbeidsmarkt
De analyse van de arbeidsmarkt volgens geslacht toont aan
dat vrouwen meer achterblijven op de arbeidsmarkt dan
mannen. Hun werkgelegenheidsgraad in Brussel bedraagt
58,3%, tegenover 72,5% voor mannen.26
De cijfers tonen niettemin aan dat zodra ze op de arbeidsmarkt
zijn, ze een evenredig deel van de bezoldigde arbeidsmarkt
innemen.
De gegevens over het Brussels Gewest geven het aan (zie
tabel 2):
> HET GLAZEN PLAFOND
Voor vrouwen bestaat er ook een ander gebrek aan evenwicht
op de arbeidsmarkt, namelijk een ondervertegenwoordiging
in hiërarchisch hogere functies.
We bevroegen de bedrijven in verband met de verdeling van
de functies tussen mannen en vrouwen.
Het zou nochtans voordelen opleveren om de terughoudendheid
in verband met gendergelijkheid te laten varen,
want de kwestie van gelijkheid daargelaten, blijkt uit talrijke
studies dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid
van vrouwen in de directie en economische prestaties.28
Een recente studie van de bank Crédit Suisse bevestigt die
analyse.
“Bedrijven met meer dan 15% vrouwen in de algemene directie
genereren een gemiddelde rentabiliteit eigen vermogen van
14,7%, tegenover slechts 9,7% voor bedrijven met minder dan
10% vrouwen in de algemene directie.” 29
Het eigen vermogen gaat er ook op vooruit als er vrouwen in
de raad van beheer zitten.
Het is ook beter in groepen met een vrouwelijke CEO; in 2013
bedroeg de rentabiliteit eigen vermogen 15,2% in dergelijke
groepen en 11,9% in groepen met een mannelijke CEO.30
Tabel 3: Leeft mijn bedrijf een evenwicht tussen mannen en vrouwen na?
Ja
In de laagst gekwalificeerde functies
In de hoogst gekwalificeerde functies
In managementfuncties
46,62%
53,85%
43,82%
Nee, de mannen zijn sterk
in de meerderheid
28,67%
26,57%
44,76%
Nee, de vrouwen zijn sterk
in de meerderheid
24,71%
19,58%
11,42%
% respondenten
100%
100%
100%
26. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel. p.12 • 27. Ibidem. p. 18 • 28. LAUFER Jacqueline & PAOLETTI Marion, “Spéculations
sur les performances économiques des femmes”, Travail, genre et sociétés 1/ 2010 (nr. 23), website op internet. <www.cairn.info/revue-travail-genre-en-societes-2010-1-page-167.htm>. Laatst geraadpleegd op:
05-06-2014. • 29. LAUWERS, Michel. Les femmes managers rapportent toujours plus gros. L’Echo. Zaterdag 10 januari 2015. • 30. Ibidem.
De resultaten tonen aan dat meer dan 43% van de bedrijven
voor de hiërarchisch hogere functies een evenwicht tussen
de geslachten naleeft en dat bij 44% dat nog niet gebeurt.
We vroegen de bedrijven ook naar hun moeilijkheden om
vrouwen te vinden voor hun raad van beheer: 24% bevestigde
die moeilijkheden en 47% bevestigde ze niet. Bijna 30 %
van de bedrijven sprak zich niet uit.
Grafiek 2: Mijn bedrijf ervaart moeilijkheden om vrouwen te
vinden voor de raad van beheer.
0%
Waar
Niet waar
Ik weet het niet
10%
20%
30%
40%
13
׉	 7cassandra://tMOyjk3Xm2LgwvQF2A204j9HaHF6AAkRJ0X-O25Z90U[`̵ U޵^7U޵^7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cW9W0Hk1YgYEALWErvN7bT9HpvkK4La1NIELQ1aXBcY &`׉	 7cassandra://S2w41dcNj6y9Yh1WYCV0Eh-ff4sOBE6sg3dm_6pAkUA^`S׉	 7cassandra://0FIhxDPwdI67Ns6Sn3dn18fRAJKzCvsa707MaW5v7b0`̵ ׉	 7cassandra://yZ3Amo0eEy7bkk0PoRGPFiLfOwXt4LvK894YpvDaZhA͛͠U޵_7ט  {u׉׉	 7cassandra://uXSbACa85J9mCzZTov1-BHud1WkZFzzJoPPPguNrTPY t` ׉	 7cassandra://Q1DYpOR9hURO7eycamyPw_-gdgSAg1qevuVAgEzVtHUNX`S׉	 7cassandra://T6pyhTImPJZkM0glOK814lh523kO_MAzwiyFwqJkEuE`̵ ׉	 7cassandra://qXMes3O6jEvFLyP_vLNROQOJDNOpJDDQZ14DX1lBMZ0H͠U޵a7׉E
wTabel 4: Loonkloof op basis van gemiddelde bruto-uurlonen en brutojaarlonen (2007 – 2011)34
2007
Loonkloof uurlonen
Loonkloof jaarlonen
12%
24%
2008
11%
23%
2009
11%
23%
2010
10%
2011
10%
23%
22%
Bron: Federaal Planbureau en ADS, Enquête naar de structuur en de verdeling van de lonen
Ook de prestaties voor wat de notering van de aandelen betreft
volgen dezelfde trend. In bedrijven met veel vrouwen in
de directie (meer dan 15%) stonden die op 2,62 keer hun
boekwaarde, tegenover 1,97 keer bij de andere bedrijven.31
De bedrijven varen er dus wel bij.
De genderkwestie moet echter vanuit verschillende hoeken
bekeken worden: zijn alleen mannen verantwoordelijk?
Pierre Bourdieu onderzoekt dit en stelt vast:
“... vrouwen zelf passen in elke situatie, en in het bijzonder in de
machtsrelaties waarin ze zich bevinden, denkschema’s toe die
het resultaat zijn van de inbedding van die machtsrelaties ...” 32
Voor een deel sluiten vrouwen zichzelf dus op in de bestaande
schema’s en hanteren bepaalde ‘normen’ in verband
met verantwoordelijke functies en meer bepaald met de vermannelijking
ervan.
Hun eigen houding in het bedrijf illustreert dat bijzonder
goed. Ze stellen zich minder vaak proactief op in verband
met verantwoordelijke functies, in tegenstelling tot mannen,
die dat heel natuurlijk doen.
Als ze een verantwoordelijke functie aangeboden krijgen,
vragen ze vaak bedenktijd.
Zonder de specifieke structuur van het bedrijf, dat er soms
een uitgesproken mannelijke visie op nahoudt in verband
met directiefuncties en promotie van vrouwen kan afremmen,
te willen minimaliseren, moeten we toch duidelijk rekening
houden met de zelfdiscriminatie van vrouwen.
Die zelfdiscriminatie is meer bepaald te wijten aan een inbedding
van stereotypes denkbeelden en vooroordelen tegenover
vrouwen, waardoor ze in hiërarchisch lagere functies
blijven hangen.
Om voor verantwoordelijke functies tot een evenwichtigere
vertegenwoordiging van beide geslachten te komen, moet er
op twee niveaus worden gewerkt:
• op het niveau van het bedrijf zelf, door de visie - met
name die van het management - te veranderen, en positieve
discriminatie toe te passen;
• op het niveau van het vrouwelijke personeel, om hen te
doen afstappen van hun vooroordelen ten opzichte van
zichzelf.
Ook met de inbedding van institutionele uitingen van onge -
lijkheid in de hele maatschappij moet hierbij rekening worden
gehouden.
Bovendien is het interessant om de oorsprong van de ongelijkheid
tussen vrouwen en mannen op zich te achterhalen;
dat is niet eenvoudig, maar vrouwen moeten daarvoor hun
relatie tot macht onderzoeken en mannen hun perceptie van
vrouwen in machtsposities.
14
׉	 7cassandra://0FIhxDPwdI67Ns6Sn3dn18fRAJKzCvsa707MaW5v7b0`̵ U޵a7׉EBECI | witboek over diversiteit
Grafiek 3: Verdeling van het aantal pensioengerechtigden volgens het pensioenbedrag en volgens geslacht (maandbedragen in
euro) (2008)35
0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
Vrouwen
Mannen
> LOONKLOOF
De loonkloof is een andere zichtbare ongelijkheid op de arbeidsmarkt.
Op
uurbasis bedraagt de loonkloof tussen mannen en
vrouwen, voor alle sectoren door elkaar, gemiddeld 10%. Op
jaarbasis wordt dat 22%.
Dat verschil geeft de ongelijke verdeling van vrouwen op de
arbeidsmarkt weer. Zij werken immers veel vaker parttime
dan mannen.
Dat is enerzijds te wijten aan de ongelijke verdeling van de
gezinstaken, maar anderzijds ook aan bepaalde jobs, meer
bepaald in de distributie- of schoonmaaksector.33
We vestigen ook de aandacht op de afwezigheid van gemengdheid
in de beroepen: die blijven zeer geslachtsgebonden
en vrouwen zijn vooral actief in beroepen die al sterk
vrouwelijk zijn.
> VROUWEN EN PENSIOEN
Vrouwen werken vaker parttime dan mannen, met de vooren
nadelen die daarbij horen. De nadelen zijn vooral van professionele
aard: carrièreverloop, impact op het loon, berekening
van het pensioen enz.
Bijgevolg vertonen de cijfers over de pensioenen van vrouwen
significante verschillen met die van mannen.
In de lagere pensioencategorieën zijn vrouwen sterk in de
meerderheid en in de hogere pensioencategorieën zijn
mannen sterk in de meerderheid.
Ook het feit dat ze meer achterblijven op de arbeidsmarkt,
slechter betaald worden dan mannen, minder doorstromen
naar hiërarchisch hogere categorieën en vaker parttime werken,
beïnvloedt onvermijdelijk de berekening van hun pensioen.
4.1.2.
Overheidsmaatregelen
Er zijn verschillende wetten in het leven geroepen om een
beter evenwicht op de arbeidsmarkt te creëren:
• De wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen
(2007) verbiedt en bestraft discriminatie op grond van geslacht.
•
De wet van 22 april 2012 (van kracht op 7/09/2012) legt
vanaf dan nieuwe verplichtingen op in verband met loon.
In bedrijven met meer dan 50 werknemers is de werkgever
verplicht om de twee jaar een analyse door te geven die
bewijst dat het loonbeleid genderneutraal is.
De ondernemingsraad of het CPBW (comité voor preventie
en bescherming op het werk) moet vervolgens beslissen of
er een actieplan moet komen.
De wetgever voorziet in sancties als deze bepalingen niet
worden nageleefd: geldboetes of administratieve boetes.
• De wet van 28 juli 2011 is bedoeld om de aanwezigheid
van vrouwen te garanderen in de raden van beheer van
autonome overheidsbedrijven, beursgenoteerde bedrijven
en de Nationale Loterij. Er moeten stappen worden ondernomen
om vanaf 2018 het naleven van deze wettelijke bepalingen
te garanderen.
31. Ibidem. • 32. BOURDIEU, Pierre, La domination masculine, Parijs, Editons du Seuil, 2002. p. 54 • 33. Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. 2014. De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België.
Rapport 2014. Brussel. p. 6. • 34. Ibidem. p. 7 • 35. Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. 2011. Vrouwen en mannen in België: Genderstatistieken en genderindicatoren. Brussel. p. 71
15
0,01 - 249
250 - 499
500 - 749
750 - 999
1.000 - 1.249
1.250 - 1.499
1.500 - 1.749
1.750 - 1.999
2.000 - 2.249
2.250 - 2.749
2.500 - 2.749
2.750 - 2.999
3.000 en meer
׉	 7cassandra://T6pyhTImPJZkM0glOK814lh523kO_MAzwiyFwqJkEuE`̵ U޵a7U޵a7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Z1Es5STzlPfZTHrrDsYK3ubJiiOY94obIXtk1YUHqUw '`׉	 7cassandra://WyuqRtPHvLY3F2msUgqG4jNHG2qcC01l32bQpjxW_k8j`S׉	 7cassandra://NjOSaAoqFJR02qLX_cVyZ9lBzqNwhxqjkSpIQ9vqgPE`̵ ׉	 7cassandra://n8PWgf2S5HzEkPRIrgEuXFLpShZu6fGynm-rKlrBLq4|͠U޵b7ט  {u׉׉	 7cassandra://GcaLlyUfPbUcmByx4SIyfvnLs8UH_6iJ09Rh1nDMNh8 !]`׉	 7cassandra://p4NEijRj-VdxZQ8UZuLxpiPlowa9BspFcwCIrQM9VqAb`S׉	 7cassandra://G6quDAdfZ-mjyUbtQyjNsb7HTD4_dpnFSx38J_q5UFw`̵ ׉	 7cassandra://aGaERGIMdQDidFxVSyfihs2GBN6AHESg8RvK0wzzY6As͠U޵b7׉E:INTERVIEW VAN ELS OVERBERGH
4.1.3. Interview met het bedrijf Microsoft:
Els Overbergh
DE VROUWEN HELPEN HUN MANNETJE TE
STAAN
Meer en meer bedrijven letten er op dat hun personeelsbestand
divers is naar geslacht, afkomst en leeftijd van de werknemers
en dat deze een correcte weerspiegeling vormt van
de maatschappij. Ook Microsoft België, met hoofdkwartier
in Zaventem, doet daarvoor de nodige inspanningen, zegt
HR-directeur Els Overbergh. “Als bedrijf kan je daar heel veel
positieve actie in ondernemen.”
Interview door Frédéric Petitjean
Sinds oktober 2012 is het Human Resources-beleid bij Microsoft
België, waar zo’n 375 mensen werken, de verantwoordelijkheid
van Els Overbergh. Deze economiste is al
zo’n tien jaar actief in allerlei Marketing,
sales en HR- functies, voorheen ook bij
het farmabedrijf Abbott Vascular en bij
biergigant ABInbev. In al die tijd heeft ze
het belang van diversiteit bij haar diverse
werkgevers alleen maar zien groeien,
zegt ze.
Op welke manier gaat Microsoft
met diversiteit om? Welke plaats
krijgt het in het personeelsbeleid?
“Microsoft is van oorsprong een
Amerikaans bedrijf en dat betekent dat
diversiteit sowieso al zeer hoog op de
agenda staat. Dat wordt ook zo door
het moederbedrijf actief gepromoot bij
de verschillende vestigingen wereldwijd,
dus ook hier in België. Een divers
personeelsbestand creëren is voor ons
bedrijf dus echt wel belangrijk.”
“Bij ons
is het
diversiteitsbeleid
momenteel vooral toegespitst op “gender”.
We proberen er, met andere woorden,
voor te zorgen dat we zeker ook
genoeg vrouwelijke collega’s onder onze
personeels leden tellen.”
ICT heeft inderdaad de naam een absolute
mannenwereld te zijn, klopt dat ook?
“Ja, dat is een beetje cliché, maar zoals veel clichés schuilt er
ook wel heel wat waarheid in, natuurlijk (lacht). De verandering
die we daar zouden willen zien, gebeuren inderdaad
nogal redelijk traag, dat zou gerust een stuk sneller mogen.
Het probleem begint natuurlijk al bij de instroom: meer
‘harde’, wetenschappelijke richtingen als wiskunde, chemie,
informatica trekken in de scholen nog altijd veel te weinig
meisjes aan. In vergelijking met veel andere landen doet
België het op dat vlak trouwens ook niet zo bijster goed.”
Bent u zelf al geconfronteerd geweest met het
beruchte glazen plafond?
“Hmmm (denkt even na)…nee, eigenlijk niet, ik kan dat niet
zeggen, nee. Bij geen enkele van mijn vorige werkgevers heb
ik zoiets ondervonden of aangevoeld op een bepaald moment.
Wat ik vaak wel en ook zelf gemerkt heb is dat je
als vrouw toch nog altijd meer geconfronteerd wordt met
de keuze gezin/kinderen of werk. Waardoor dat een soort
“natuurlijke” barrière kan worden voor je carrière. Maar bedrijven
kunnen daar zelf heel veel aan verhelpen en gelukkig
is Microsoft een van de bedrijven die dat ook doen.”
Hoe dan wel?
“Bijvoorbeeld door wat wij de “New World of Work”
noemen, of “het nieuwe werken”. Dat betekent dat je heel
flexibel en heel vrij bent om je eigen agenda samen te stellen
en je werk te regelen. Ik kan binnen bepaalde grenzen zelf
mijn uren bepalen en ik kan heel gemakkelijk van thuis uit
werken. Ik breng bijvoorbeeld ’s ochtends eerst mijn kinderen
naar de school en dan pas vertrek ik naar het werk.
Of als er bijvoorbeeld eens een onverwachte pedagogische
studiedag is en je vindt niet meteen
opvang of er zijn andere onverwachte
omstandigheden,dan kan je toch makkelijker
van thuis of een andere locatie
werken. Zo lang je je doelstellingen
maar haalt, want dat blijft natuurlijk
het belang rijkste criterium, wordt daar
bij Microsoft heel soepel mee omgegaan.”
Els
Overbergh,
HR Director Microsoft Belgium & Luxemburg
Ik kan me inbeelden dat zulk een
aanpak ook een goede reden is voor
jonge werknemers om specifiek voor
jullie te kiezen als werkgever. Niet onbelangrijk in de
huidige “war for talent” die er woedt.
“Oh, absoluut, en het is zeker ook een reden om te blijven.
Mensen besteden aan de cultuur en flexibiliteit van een organisatie
veel aandacht bij hun keuze om te blijven of te vertrekken
– niet enkel loon telt.
Op welke manieren leeft diversiteit nog bij Microsoft?
“Wel, we hebben onder meer streefcijfers over het aantal
vrouwen dat we graag op de werkvloer zouden willen. Bij
een vacature bijvoorbeeld gaan we echt wel controleren of
er voldoende dames op de “shortlist” zitten voor we de kandidaten
gaan uitnodigen voor een gesprek. Ook ons management
moet bijvoorbeeld voldoende representatief zijn naar
de man/vrouw verhouding toe, en we zijn op de goede weg
al moet ik meteen toegeven dat er daar nog wel wat werk
aan de winkel is.”
“Een tweede manier waarop je werkgever
je kan helpen, is heel simpel:
door gewoon te aanvaarden dat je
als mens en werknemer verschillende
fases in je leven doormaakt. En dat je
bijvoorbeeld als jonge moeder met een
baby van enkele maanden oud geen
zin hebt om lange buitenlandse zakenreizen
te maken en dat je carrière op
dat moment eventjes op de tweede
plaats komt. Zonder dat dat evenwel
iets hoeft te betekenen voor je ambities
op wat langere termijn. Die kunnen
nog altijd perfect intact zijn, hoor.”
16
׉	 7cassandra://NjOSaAoqFJR02qLX_cVyZ9lBzqNwhxqjkSpIQ9vqgPE`̵ U޵b7׉EBECI | witboek over diversiteit
Veel IT-spelers worstelen met diversiteit
Niet alleen Microsoft probeert de diversiteit binnen zijn rangen te stimuleren. In zowat alle grote
IT-bedrijven ter wereld is het een aandachtspunt.
De diversiteit naar geslacht en etniciteit bij de Amerikaanse internetreus Google is barslecht. Dat zegt niet een of
andere drukkingsgroep, maar het bedrijf zelf in een rapport dat het in mei vorig jaar vrijgaf.
Van de ongeveer 50.000 werknemers wereldwijd in het bedrijf is liefst 70% een man. Ongeveer 61% is blank, 30%
is van Aziatische afkomst, 3% is Hispanic en 2% is zwart.
Als je alleen naar de pure technologiejobs kijkt, wordt het probleem nog scherper gesteld, daar is 83% mannelijk en
60% blank. Zwarten zijn goed voor nauwelijks 1% van dit soort functies. Met 2% doen ook Hispanics het niet goed.
Ter vergelijking: volgens het US Department of Labor Statistics, maken zwarten en Hispanics in de V.S. gemiddeld 12%
en 16% van het personeelsbestand uit. Vrouwen zijn goed voor 47%.
Het probleem: onderwijs
Google wijst vooral naar het onderwijs als de grote oorzaak voor dit soort problemen. Nauwelijks 18% van de bachelordiploma’s
in computerwetenschappen gaat in de Verenigde Staten naar een vrouw. Voor zwarten en Hispanics is dat
minder dan 10%. Maar 5% stroomt verder door naar een mastersdiploma.
Google heeft verschillende diversiteitsorganisaties 40 miljoen dollar gegeven om de kloof te helpen dichten. Het
bedrijf zegt ook met zwarte hogescholen en universiteiten samen te werken om meer studenten voor een job bij het
bedrijf klaar te stomen.
Bij rivaal Apple is de situatie al niet veel beter. In augustus vorig jaar liet CEO Tim Cook weten dat, hoewel Apple niet
zo geweldig veel afwijkt van de rest van Silicon Valley, hij ontevreden is over de diversiteit in zijn bedrijf. Volgens een
intern onderzoek is 55% van de Amerikaanse werknemers van Apple blank. Verder heeft de iPhone-maker onder
anderen 15% Aziaten, 11% Hispanics en 7% zwarten in dienst. De verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke
werknemers is 70 tegen 30%.
Grote diversiteit = meer winst
Laatste voorbeeld: Facebook. Ook hier zijn het weer blanke mannen die oververtegenwoordigd zijn op de werkvloer.
69% van alle Facebook-werknemers is een man, 57% procent is blank. Net iets meer dan één op de drie is van Aziatische
afkomst. Slechts 2% is zwart.
Ook Facebook zegt dat het diversiteit onder zijn personeel wil vergroten. Dit vooral omdat het bedrijf wereldwijd actief is en
uit onderzoek blijkt dat teams met mensen van een verschillende etniciteit beter zijn in het oplossen van complexe vraagstukken.
Andere studies wijzen er dan weer op dat bedrijven met een grote diversiteit creatiever zijn en meer winst maken.
Facebook zelf lijkt dat ook te beseffen en is daarom een samenwerking aangegaan met organisaties die ICT onder
ondervertegenwoordigde bevolkingsgroepen wil stimuleren. Vorig jaar heeft het sociale netwerk zelfs een speciaal
strategic diversity team opgericht. Die moet er op korte termijn voor zorgen dat de selectieprocedures worden aangepast.
Volgens Facebook werpt dat nu al zijn vruchten af en is er in de recentste cijfers al een verbetering ten opzichte
van vorig jaar te zien.
17
׉	 7cassandra://G6quDAdfZ-mjyUbtQyjNsb7HTD4_dpnFSx38J_q5UFw`̵ U޵b7U޵b7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UrvBEWR5s5XwjFgvSsgWryWCC_4cT-cJrpzMD_7he2Y `׉	 7cassandra://vK8tOxRfW1HVvEisK-XMLJTqGnU3WFBrVgIuqPQ9dNIo`S׉	 7cassandra://XWAFBxSwyZF41-AndxrB4_adUe-7JajfNW5oFMLzFrM`̵ ׉	 7cassandra://HIqLML4Nl-4NXCCIxgjh9D9f5bhD_H5JwMWDSNra0iUS͠U޵c7ט  {u׉׉	 7cassandra://Rfbk2PZApRWiiw5ewjjH4FTHYilnvegtJajVlggdENQ b`׉	 7cassandra://mXLh7_ntYUwWbkxWVsysAyxLescizwqBtWkb5pcDRygV`S׉	 7cassandra://WhlWjJy4wH1f3eyVjsn2Q9OhGzOuUDykICo8Q06ds7U`̵ ׉	 7cassandra://KWk3XKhi26Hk45smE4qaZgHFXnK5x37ZkGEKjN6iEjY͍ F͠U޵d7׉EHebben de dames bij Microsoft steun aan mekaar? Of
stimuleert u dat bijzonder?
“We proberen toch proactief om de vrouwen onderling onder
mekaar te laten netwerken, ja. We voorzien daar echt wel specifieke
momenten voor, dat ze mekaar kunnen ontmoeten en
mekaar kunnen leren kennen. Men zegt wel eens dat vrouwen
meestal slechtere netwerkers zijn dan mannen, maar heel vaak
komt dat gewoon omdat we naast het werk ook nog eens het
huishouden moeten bestieren. Ik ben nu misschien wat aan
het veralgemenen, maar toch: veel vrouwen hebben meestal
gewoonweg geen tijd om te netwerken.”
Is er bij jullie ook een speciale aandacht naar wat betreft
de leeftijd van de werknemers?
“Microsoft bestaat toch al een hele tijd, dus ondertussen lopen
hier al vier generaties door mekaar. En het is natuurlijk wel zo
dat elke generatie zijn eigen gewoontes en zijn eigen doelstellingen
heeft. Voor de managers worden daar inderdaad
wel trainingen rond gegeven, ja. Iemand die bijvoorbeeld tot
Generation Y behoort zal er vaak immers heel andere ideeën
op nahouden op over werk, carrière en zelfontplooiing dan
iemand die tot de generatie van de babyboomers behoort.”
En naar afkomst toe? Wat allochtone werknemers
betreft bijvoorbeeld?
“Dat speelt eigenlijk toch wel wat minder, omdat in ICT het
vooral om de skills draait die iemand bezit. Er is in onze
branche een schaarste aan sterke technische profielen, dat
hoef ik u niet te vertellen: We kijken vooral naar wat mensen
kunnen en je herkomst of het land waar je vandaan komt,
speelt daarbij geen rol. Dus de echte focus bij ons qua diversiteit
is momenteel toch wel gender/geslacht.”
Zien jullie al positieve resultaten voor wat betreft het
diversiteitsbeleid?
“Wat betreft onze cijfers is het verband tussen de winst of
omzet die we maken en het aantal vrouwen dat we tewerkstellen
natuurlijk niet zo eenvoudig te maken. We proberen
natuurlijk met z’n allen zo goed mogelijk onze business te
laten draaien, zowel de mannen als de vrouwen.”
“Wat ik wel merk, is dat teams waarin een goed evenwicht
is tussen mannen en vrouwen, dat daar een andere…dynamiek
heerst, een goede dynamiek. Je voelt snel aan dat
teams waarin veel mensen met verschillende achtergronden
zitten, dat dat een rijkdom is. Mannen en vrouwen hebben nu
eenmaal verschillende karakters en sterktes en zwaktes en in
die teams worden die goed in evenwicht gehouden. En daar
profiteert uiteindelijk iedereen van – mensen leren continue
van elkaar”
Waren er ook obstakels die jullie moesten overwinnen
om dit beleid in te voeren?
“Een echt obstakel is misschien een groot woord, maar sommige
mannen vroegen zich toch wel een beetje af: what about
us? Zo van: worden wij nu op de tweede plaats gezet of zo?
En dan is het natuurlijk zaak dat je je politiek zo goed mogelijk
gaat uitleggen bij je mensen en dat je gaat vertellen dat het
ab-so-luut niet de bedoeling is om één geslacht te bevoor- of
nadelen, maar dat het een en-en-verhaal kan zijn. Dat sensibiliseren
is trouwens iets wat we voortdurend doen.”
Niet dat jullie het daar alleen om doen, maar dit is waarschijnlijk
ook wel een goede zaak voor jullie imago.
“Oh ja, absoluut. Microsoft is ook echt wel een heel innovatief
en modern bedrijf en dit soort zaken kadert daar perfect in.
We mogen daar gerust fier op zijn, denk ik. We hebben al
verschillende keren awards gewonnen voor beste werkgever
en dit soort zaken helpt daar ook zeker bij.”
Krijgen jullie ook reacties van klanten of leveranciers?
“Dat soort feedback is eerder beperkt, moet ik toegeven. Maar
wat bijvoorbeeld wel courant gebeurt is dat we onze best
practices delen met de HR-afdelingen van andere bedrijven.
Ik heb bijvoorbeeld laatst de personeelsdirecteur van De Lijn
horen spreken. Dat is natuurlijk een heel ander soort bedrijf
dan wij en ook eentje dat veel groter is, maar je merkt toch
dat ze er daar ook mee bezig zijn. Nee, ’t is echt wel een onderwerp
dat leeft in de zakenwereld en ik vermoed dat dat in
de toekomst alleen maar zal toenemen.”
Ja, hoe ziet u dit in de toekomst evolueren bij Microsoft?
“Wel, ik denk dat wij onszelf in de toekomst steeds in vraag
zullen moeten blijven stellen. En dat we steeds met een
antwoord zullen moeten komen op de vraag: hoe kunnen we
zo goed mogelijk de maatschappij waarin we leven, weerspiegelen
en tegelijkertijd zo goed mogelijk onze klanten helpen.
Dat moeten we doen met trainingen, netwerkmomenten,
speeches van ons management,…noem maar op. Dat management
moet er ook op letten dat de talenten van iedereen aan
bod komen en dat zij voor iedereen moeten zorgen. Ook daar
moeten ze in getraind worden en moeten ze alert voor gemaakt
worden. En de werknemers zelf gaan we daar op regelmatige
tijdstippen over blijven bevragen.”
Hebben jullie al prijzen of awards gewonnen rond jullie
diversiteitsbeleid?
“Ja hoor, we hebben bijvoorbeeld al verschillende malen de
Great Place To Work-award gewonnen. Dat is een internationale
prijs waarbij de werknemers zelf hun werkgever beoordelen.
Dat gaat natuurlijk over veel meer dan enkel maar
diversiteit, maar we weten dat we op het onderdeel “gelijkwaardige
behandeling van mannen en vrouwen” toch altijd
goed scoren.”
Om af te sluiten: hoe vermijden jullie dat een
diversiteitsbeleid omslaat in positieve discriminatie? Of
moet dat nu juist niet vermeden worden?
“Goh, ik vind dat het toch wel nodig is om een evenwicht te
bewaren, hoor. Als het wordt gezien als een obstakel, dan is
het belangrijk om dat obstakel uit de weg te ruimen. Ik zeg
niet dat het soms niet nodig is om een het beleid een duwtje
in de rug te geven, maar at the end of the day telt nog altijd
een ding: de beste persoon moet op de beste plaats zitten,
ongeacht of het een man of een vrouw is.”
18
׉	 7cassandra://XWAFBxSwyZF41-AndxrB4_adUe-7JajfNW5oFMLzFrM`̵ U޵d7׉E
BECI | witboek over diversiteit
4.2. Discriminatie en leeftijd
Grafiek 4: Mijn bedrijf merkt algemeen gezien op dat oudere
personen zich moeilijker kunnen aanpassen aan veranderingen
De vergrijzing van de bevolking maakt deel uit van de
Belgische conjunctuur. Dit fenomeen heeft een weerslag op
de maatschappij waarmee we dus rekening moeten houden.
0%
Bedrijven hebben er voordeel bij om oudere werknemers
tewerk te stellen en discriminatie tegen hen te bestrijden.
Diversiteit wat de leeftijd van werknemers betreft, maakt
de uitwisseling van kennis, vaardigheden, knowhow en
ook ervaring mogelijk, en daar vaart een bedrijf wel bij. De
ouderen kunnen ook bijdragen aan de opleiding en de professionele
evolutie van de jongeren. De werknemers worden
niet tegen elkaar uitgespeeld op basis van hun leeftijd, maar
werken samen om zo de efficiëntie te verbeteren.
Een dergelijke leeftijdsdiversiteit in de onderneming invoeren,
kan de algemene bedrijfsprestaties verhogen.
Verder is het dankzij diversiteit in het bedrijf mogelijk de
werktijden beter af te stemmen op de leeftijd en de dagelijkse
beslommeringen van de werknemers. (Voorbeeld:
o udere werknemers in dienst nemen om werknemers met
jonge kinderen de kans te geven hun werktijden aan te
passen aan de organisatie binnen het gezin.)
Hoewel professionele ervaring veeleer een troef is op de
arbeidsmarkt, vormt leeftijd vaak een struikelblok bij het
aanwerven van werknemers. Waarom?
De hogere loonkosten voor oudere werknemers vormen de
grootste hinderpaal om hen aan te nemen of om hen na een
bepaalde leeftijd of met een bepaald aantal jaren anciënniteit
nog in dienst te houden.
Bovendien bestaan er talrijke stereotypes en vooroordeWaar;
verduidelijk
Niet
waar
Ik weet
het niet
10% 20% 30% 40%
50%
60%
len over werknemers van een bepaalde leeftijd. Ze zouden
minder flexibel, minder productief en fysiek minder sterk zijn,
meer gezondheidsproblemen hebben of ook minder in staat
zijn om zich aan te passen aan veranderingen en nieuwe
technologieën dan jongere werknemers.
Die stereotypes en vooroordelen zijn een sluipend gif, want
ze zijn al aanwezig tijdens de selectie van de kandidaten en
hun uitnodiging (of niet) voor een sollicitatiegesprek.
In zijn enquête vroeg BECI de bedrijven of ze vonden dat
oudere personen zich moeilijker kunnen aanpassen aan
veranderingen.
Meer dan 60% van de bedrijven ontkent die moeilijkheid,
maar 23% bevestigt ze wel. Bijna 15% spreekt zich niet uit.
De diversiteitsbarometer heeft de leeftijdshandicap bij
sollicitaties geanalyseerd.
Daaruit blijkt het volgende:
“De oudere kandidaat heeft 7 à 8 procentpunt meer kans
op een discriminatienadeel. In dat geval wordt de oudere
19
׉	 7cassandra://WhlWjJy4wH1f3eyVjsn2Q9OhGzOuUDykICo8Q06ds7U`̵ U޵d7U޵d7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://eJknBuYdrcPeD-SpqellvPqFV8mrU71HgawrQdIasWs r`׉	 7cassandra://QP65_qfLGDdDkv8mH0Q28_q-6ojSovkayke8JCiO24U_/`S׉	 7cassandra://s47cLK9quHZXhnINA4SoVJCMJWIOzaTcYD1SRSYaHxs`̵ ׉	 7cassandra://EwhxcAtoQNvlFHh4mjAkNHEyLBR4tK_9L37pXheXDfY͌-͠U޵f7!ט  {u׉׉	 7cassandra://SyDaLue_KZlqAuk9PwdTipQXngVj2hq_LRwvzG29vlE ` ׉	 7cassandra://M4sSLZljhhiK1lwgAYp_kp03XKtZL_4vXeGLnW6iUzMT]`S׉	 7cassandra://mEgpaO2M79lOyU_h6t9kMTiGO47s12Q5EIhLbLz2qRI:`̵ ׉	 7cassandra://8N3YSX1n1ZLdvxPI4URhvc4LvoDoSQ8Pm1UcsxFXWMgU͠U޵i7#׉E5kandidaat niet uitgenodigd voor het sollicitatiegesprek, maar de
jongere kandidaat wel. Bovendien heeft de oudere kandidaat 4
procentpunt minder kans op een discriminatievoordeel. In dat
geval wordt hij wel uitgenodigd, maar de jongere tegenkandidaat
niet.”36
Verder kunnen ook bepaalde aspecten, die te maken hebben
met natuurlijke maatschappelijke constructies, de aanwerving
belemmeren of het ontslag versnellen van personen met
meer werkervaring.
Omdat de actieve bevolking tussen 25 en 49 jaar het sterkst
vertegenwoordigd is op de arbeidsmarkt en dus sneller
opklimt op de hiërarchische ladder, kan deze groep geconfronteerd
worden met een nieuwe levenscyclus. Het leven
van de mens is zo ingericht dat we het vanaf onze kindertijd
als normaal sociaal gedrag (‘habitus’37
) beschouwen
om onder het gezag van een ouder iemand te staan (ouders,
leraars, opvoeders enz.).
In het professionele leven kan deze cyclus als gevolg van
de hiërarchische evolutie van jongeren op zijn kop worden
gezet. Jongere mensen hebben een gezaghebbende functie
ten opzichte van ouderen, wat zowel de jongere als de
oudere werknemer als vervelend kan ervaren. De wrevel die
deze ongewone confrontatie opwekt, kan ontslagen versnellen
of aanwervingen belemmeren.
Bovendien kan discriminatie van oudere werknemers niet
alleen optreden tijdens de sollicitatie, maar ook dagelijks op
de werkplek via een ongelijke behandeling of een negatieve
houding.
4.2.1. Leeftijd op de arbeidsmarkt
Uit de gegevens van de overheid blijkt dat ervaren personen
een lager dan gemiddelde werkgelegenheidsgraad hebben.
De gegevens van de afgelopen tien jaar tonen een stijging
aan van het aantal werkzoekenden ouder dan 50.
“In deze periode is hun aantal in het Brussels Gewest meer dan
verdrievoudigd terwijl hun werkloosheidsgraad van 10% in
2002 naar bijna 20% in 2012 is gegaan.” 38
> WERKGELEGENHEIDSGRAAD
Hun werkgelegenheidsgraad is problematisch: op 5 jaar tijd
(tussen 2007 en 2012) is hun werkgelegenheidsgraad met
slechts 4% toegenomen.39
Dit lage percentage is ook te
wijten aan de combinatie van de lage instroom van nieuwkomers
in de categorie ‘werkende beroepsbevolking’ en de
hoge uitstroom in deze categorie (vervroegd pensioen, ziekte
enz.).
> WERKLOOSHEIDSGRAAD
In 2013 bestond bijna een derde van de ingeschreven
werkzoekenden bij Actiris (30%) uit 45-plussers. Daarmee
heeft Brussel de hoogste werkloosheidsgraad bij personen
tussen 45 en 60 jaar met een gemiddelde van 17,5%.
Verder geeft de socio-economische monitoring ook de moeilijkheden
van oudere personen weer. Voor meer dan 80%
van de 45-plussers vormt dit een groot obstakel, want zij zijn
meestal langdurig werkloos.41
Tabel 5: Werkgelegenheidsgraad volgens geslacht
en leeftijdscategorie in het BHG (2012)40
Van 45 tot 49 jaar
Van 50 tot 54 jaar
Van 55 tot 59 jaar
Van 60 tot 64 jaar
Totaal
Mannen
67,9
74,2
62,5
36,5
59,4
Vrouwen
61,4
56,5
45,7
20,7
48,6
Totaal
64,8
65,3
53,8
28,1
54,0
Bron: FOD Economie - ADS, berekeningen van het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
36. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2012. Diversiteitsbarometer: Werk.
Brussel. p. 49 • 37. Cfr. hoofdstuk ‘Discriminatie afbouwen om diversiteit op te bouwen’ • 38. Brussels
Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. Focus: De situatie van oudere werknemers op de Brusselse
arbeidsmarkt. Brussel. p. 1 • 39. Ibidem. p. 2 • 40. Ibidem. • 41. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013.
Socio-economische monitoring. Brussel. p. 196 • 42. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid.
2014. Focus: De situatie van oudere werknemers op de Brusselse arbeidsmarkt. Brussel. p. 3 • 43. Federale
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor
racismebestrijding. 2013. Socio-economische monitoring. Brussel. p. 196
We kunnen ook wijzen op een fenomeen van ‘dubbele moeilijkheid’
voor personen van vreemde afkomst in deze leeftijdscategorie
(grafiek hieronder).
Grafiek 5: IAB-werkloosheidsgraad volgens leeftijdscategorie
en gewest (2012)42
18
16
14
12
10
8
6
4
2
0
45-49 jaar
50-54 jaar
Brussels Gewest
Vlaams Gewest
55-59 jaar
Waals Gewest
België
Bron: FOD Economie - ADS, berekeningen van het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
60-64 jaar
20
׉	 7cassandra://s47cLK9quHZXhnINA4SoVJCMJWIOzaTcYD1SRSYaHxs`̵ U޵i7$׉E
BECI | witboek over diversiteit
Grafiek 6: Aandeel langdurige werkloosheid (meer dan één jaar) bij werklozen in het 4e kwartaal van 2008,
naar origine en leeftijdscategorie43
40%
45%
50%
55%
60%
65%
70%
75%
80%
85%
90%
Totaal
België
n 30
n 30-44
n 45+
n Totaal
46,5%
64,0%
83,2%
66,3%
Belg
42,6%
62,8%
82,2%
64,2%
UE-14
47,4%
65,1%
83,5%
66,1%
UE-12 Kandidaat
UE
43,7%
61,7%
83,0%
65,3%
51,6%
66,2%
85,2%
64,6%
Andere
Europeanen
46,5%
59,9%
74,1%
60,0%
Maghrebijnen
55,5%
58,2%
85,6%
67,6%
Andere
Afrikanen
46,0%
61,7%
74,4%
60,6%
Zuid/
Centraal
Amerikanen
45,4%
59,9%
76,9%
60,3%
45,4%
57%
76,6%
60,1%
Bron:
Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale beschreming. K.S.Z. Berekeningen: FOD WASO
Azialen
4.2.2. Overheidsmaatregelen
A. WETGEVING
Krachtens de wet kan een werkgever die een werknemer
discrimineert op basis van zijn leeftijd (zowel tijdens de sollicitatieprocedure
als wanneer hij aangeworven is) een wettelijke
sanctie oplopen.
Hoewel
de antidiscriminatiewet
voorziet in de gelijke
behandeling van werknemers, ongeacht hun leeftijd, komt
dit soort discriminatie toch voor.
In sommige gevallen staat die wet bedrijven toe onderscheid
te maken tussen werknemers op basis van hun leeftijd, maar
daar moet een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor
zijn.
Discriminatie verloopt echter meestal onzichtbaar, zodat het
moeilijk is dit fenomeen objectief in kaart te brengen.
B. STIMULERINGSMAATREGELEN
Er zijn al politieke hulpmiddelen in het leven geroepen om
de arbeidsparticipatie van oudere personen te verhogen. Het
betreft met name:
Ook de onwetendheid en kennis in verband met de steunmaatregelen
zouden moeten worden besproken.
• Het Activaplan: dit plan verleent werkgevers voordelen
zoals de verlaging of vrijstelling van werkgeversbijdragen
voor de sociale zekerheid en de activering van de werkloosheidsuitkering
of de maatschappelijke integratie die de
werkgever mag aftrekken van het te betalen nettoloon.
• Een werkhervattingstoeslag voor werklozen van 55 jaar en
ouder. Deze werkhervattingstoeslag is een vergoeding ten
laste van de RVA die bovenop het loon komt. De aanvraag
voor een werkhervattingstoeslag moet worden ingediend
bij de uitbetalingsinstelling.
• Verlaging van de sociale bijdragen voor de doelgroep van
werknemers van 54 jaar of ouder (RVA en sociaal secretariaat).
Het
geheel aan tewerkstellingsmaatregelen is zeer uitgebreid
en het zou beter zijn ze wat duidelijker te maken.
Bovendien zou de overheid al deze maatregelen regelmatig
moeten evalueren om na te gaan of ze nog beantwoorden
aan de realiteit van de arbeidsmarkt.
21
׉	 7cassandra://mEgpaO2M79lOyU_h6t9kMTiGO47s12Q5EIhLbLz2qRI:`̵ U޵i7%U޵i7${בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZabT9IMw9JG7qcuMEfPPigTk9LEGm-k1okwtEYuKW_Q `e`׉	 7cassandra://j02IqJ5hG4M0MfuPB2OMiFEWCoTUldl6-nzPACr_VuA[[`S׉	 7cassandra://wEl7bg3urqBqEUEl2sB0ommzrt9AQTAW-X2aO13t9nw`̵ ׉	 7cassandra://_SqfUbTI-RjEz53qe29yoWiBDFtIUs3E20q72Wt49Yos͠U޵j7(ט  {u׉׉	 7cassandra://xbGKkvZSS0jOeRjHxZfcrh-coyXCyNE8569ZVB6UmTQ _"`׉	 7cassandra://z0o87MSJ6w03fHbjEMSU3YOeABt-fBr-5SPujr5Lwc0W-`S׉	 7cassandra://9B-_rJIDRwy1940eqAjhgFfeDtnK3NA1_LCtrg9g_i4K`̵ ׉	 7cassandra://_5B5vk9FYeQWMnNT3yCDl21C3xNJ3F9Up86CkoJ7UJḾ͠U޵l7)נU޵m7- ;z9ׁHhttp://landschap.VaׁׁЈ׉E!INTERVIEW VAN KATLEEN BEYENS
4.2.3. Interview met het bedrijf Sodexo:
Katleen Beyens
Wat is uw functie in uw bedrijf?
“Human Resources Manager“
Als je een verhaal van uw bedrijf over Diversiteit zou
vertellen, wat zou je dan zeggen?
“Sodexo beschouwt elke medewerker als een uniek persoon,
ongeacht leeftijd, geslacht, opleiding, socio-economische
achtergrond, ras,
etnische
oorsprong,
taal,
nationaliteit,
geloofs overtuiging, seksuele geaardheid, fysische en mentale
mogelijkheden, …
Diversiteit zit verankerd in Sodexo’s bedrijfsfilosofie en is een
strategische as van ons bedrijf. Zo werken we aan de gelijkheid
tussen man en vrouw op alle niveaus, het welzijn van de oudere
werknemers, de integratie van personen met een beperking, de
samenwerking tussen werknemers van verschillende generaties,
gelijke kansen voor iedereen. Sodexo heeft de ambitie om
haar medewerkers te helpen bij hun evolutie binnen Sodexo en
hen aan te moedigen om mee te groeien met onze onderneming,
en dit voor zowel vrouwen als mannen. Sodexo wenst
55 -plussers zo lang mogelijk aan het werk te houden en zorgt
ervoor dat ze gemotiveerd blijven.“
Welke acties in verband met Diversiteit hebt u verricht?
Naar welk publiek toe? (Vrouwen, handicap, buitenlandse
afkomst, leeftijd, ...)
“Seniors: individuele loopbaangesprekken, jaarlijkse informatiesessies,
brochure 55+, screening “zware functies”, …
Intergenerations: netwerk ‘Young Sodexo’, opleiding I-gen,
ontwikkelen van ‘buddy program’ bij
medewerkers, …
integratie
nieuwe
Vrouwen: netwerk Women@Sodexo, werkaanbiedingen
herwerken (meer “vrouwvriendelijk”), mentoring, actief talent
management, flexibiliteit waar mogelijk, brochure zwangere
vrouwen, …
Handicap: voorzien van stageplaatsen, ontwikkelen van sensibileringssessie,
…“
Hebt u positieve effecten gezien? Indien ja, welke?
“Ja.
Positieve evolutie KPI voor gender, seniors, personen met
een handicap, … Wij zijn ervan overtuigd dat onze cultuur van
Diversiteit & Inclusie de rijkdom elk van onze medewerk(st)ers
vooropstelt en helpt zowel bij hun persoonlijke ontwikkeling als
bij de ontwikkeling en groei van ons bedrijf. En dit is een echt
competitief voordeel.
Via onze tweejaarlijkse toewijdingsenquête, zien we ook dat er
een positieve evolutie is qua tevredenheid omtrent ons diversiteitsbeleid
en –actieplannen.
Hebt u obstakels of moeilijkheden ondervonden? Indien
ja, welke?
“Bij de opstart van ons diversiteitsbeleid in 2007 waren we
‘ pionier’. Ondertussen zijn we erin geslaagd om diversiteit
& inclusie te verankeren in onze strategie, ons beleid en
strategische actieplannen.“
Kathleen Beyens,
Human Resources Manager Sodexo
Hoe eigenen uw medewerkers, in het algemeen, uw
acties in verband met de diversiteit (zowel het personeel
in het algemeen alsook degenen die profiteren van uw
acties)?
“Bij Sodexo worden al onze medewerkers geresponsabiliseerd,
inclusief de directie en het volledige management, via sensibiliseringssessies
voor Diversiteit & Inclusie. Ook elke nieuwe medewerker
wordt uitgenodigd om deze sensibiliseringssessie te
volgen. Zo hebben we een echt netwerk van ambassadeurs van
diversiteit & inclusie, want het succes van de realisatie van onze
strategie is de verantwoordelijkheid van iedereen.
We hebben een stuurgroep diversiteit die samengesteld is uit
medewerkers van alle niveaus, leeftijden, geslacht, …
We hebben een intern netwerk ‘women@sodexo’ en ‘young
sodexo’.“
Voorziet u in de toekomst andere acties?
“Ja, ons diversiteitsbeleid en –actieplannen worden opgesteld
over meerdere jaren en voortdurend opgevolgd en bijgestuurd.“
Wat is de mening van uw klanten / leveranciers over uw
bedrijfsdiversiteit?
“Zeer positief. We worden vaak gevraagd om toelichting te geven
bij onze aanpak en resultaten en samen met onze klant /
leverancier onze samenwerking te optimaliseren“
Hebt u certificaties, labels of Awards verkregen voor
jouw acties?
“Ja: Label Gelijkheid Diversiteit (2007 – 2010) ;
Brussels Label Diversiteit (2011 – 2013) ;
Active Ageing Award België én Europa (2012) ;
Cap 48 (2014).“
22
׉	 7cassandra://wEl7bg3urqBqEUEl2sB0ommzrt9AQTAW-X2aO13t9nw`̵ U޵l7*׉EBECI | witboek over diversiteit
4.3. Discriminatie en vreemde afkomst
In België is diversiteit vanuit het standpunt van de afkomst
bijzonder relevant, enerzijds wegens historische redenen en
de facto wegens demografische redenen.
Vijftig jaar geleden ging België immers bilaterale overeenkomsten
aan met Marokko en Turkije om werkkrachten naar
België te halen.
Sindsdien vond er een uitgebreidere immigratie naar België
plaats, wat geleid heeft tot een bijzonder gediversifieerd demografisch
landschap.Vandaag bestaat ¼ van de bevolking
tussen 18 en 60 jaar in België uit personen van vreemde afkomst
en in Brussel is 65% van de bevolking van vreemde
afkomst.44
De socio-economische monitoring vermeldt:
“60,2% van de bevolking tussen 18 en 60 jaar is van Belgische
origine, dit betekent dat ze de Belgische nationaliteit bezitten,
als Belg zijn geboren uit ouders die als Belg zijn geboren. 25,3%
is van buitenlandse origine, dit wil zeggen dat ze hetzij een
buitenlandse nationaliteit bezitten, hetzij geboren zijn met een
buitenlandse nationaliteit, of dat één van hun ouders geboren
is met een buitenlandse nationaliteit.14,5% ten slotte is van onbekende
afkomst omdat het niet mogelijk is om de nationaliteit
of het geboorteland van de ouders te achterhalen.” 45
De drie sterkst vertegenwoordigde groepen van vreemde
afkomst zijn: “personen afkomstig uit de EU-14 (33,3%),
personen afkomstig uit de Maghreb (26,8%) en personen
afkomstig van een ander Afrikaans land (9,5%)”.47
Grafiek 7: Verdeling van de bevolking tussen 18 en 60 jaar volgens origine46
Bevolking van 18 tot 60 jaar
Belgische origine
3.774.490 (60,2%)
Vreemde origine
1.584.174 (23,3%)
UE-14 774.146 (12,3%)
UE-12 103.833 (1,7%)
Kandidat UE 123.666 (2,0%)
Andere Europeanen 83.993 (1,3%)
Maghrebijnen
Belg geboren
als Belg, ouder
251.083 (4,0%)
Andere Afrikanen 108.388 (1,7%)
Noord Amerikanen 12.588 (0,2%)
Zuid/Centraal Amerikanen 27.296 (0,4%)
Aziaten 98.139 (1,6%)
Oceaniërs 1.042 (0,02%)
44. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische monitoring. Brussel. p. 17. • 45. De monitoring
gebruikt de volgende categorieën voor ‘origine’: EU-14: Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Luxemburg, Ierland, Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Griekenland, Spanje, Portugal, Finland, Zweden en Oostenrijk. EU-12:
Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slovakije, Bulgarije en Roemenië. Kandidaat-EU: Macedonië, Turkije, Kroatië. Andere Europanen: Albanië, Andorra, IJsland,
Liechtenstein, Monaco, Noorwegen, San-Marino, Zwitserland, Rusland, Heilige Stoel, Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië, Bosnië en Herzegovina, Servië enz. Maghreb: Algerije, Libië, Marokko, Tunesië en Mauritanië.
Andere Afrikaanse landen: Burundi, Kameroen, Zuid-Afrika, Congo, Senegal, Rwanda enz. Noord-Amerika: Canada, Verenigde Staten. Centraal- en Zuid-Amerika: Cuba, Guatemala, Mexico, Nicaragua, Argentinië,
Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, Peru, Venezuela enz. Azië: China, Japan, Thailand, Maleisië, India, Indonesië, Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Israël enz. Oceanië: Australië, Nieuw-Zeeland, Samoa enz. • 46. Ibidem.
p. 25. • 47. Ibidem. p. 27
onbepaald
Andere
397.985
(6,3%)
6.269.742
Onbepaalde origine
911.078 (14,5%)
Belg geboren als
Belg één van de
ouders Belg geboren
de andere onbepaald
507.568
(8,1%)
5.525
(0,8%)
23
׉	 7cassandra://9B-_rJIDRwy1940eqAjhgFfeDtnK3NA1_LCtrg9g_i4K`̵ U޵l7+U޵l7*{בCט   {u׉׉	 7cassandra://OP7eJzvT0hC4Jt6pQmWSE8gmGbPeBEG1NkUXFsOkOKg ` ׉	 7cassandra://HeZCPoiZHasMxiVVe-t31Zm9cRgsAuVyIt0aZ-TFFHkU`S׉	 7cassandra://AFMmc4XuGK1hfGlhudhVziq0NaquUaOu7DbOyLZ4HdM`̵ ׉	 7cassandra://j4cfhV3Y5amZw_u4O0EKNI2PuoN5XJGOXpSqkaX0KHMo͠U޵m7.ט  {u׉׉	 7cassandra://PlCGDDaDzTigpmsw-AuwP-BYabUyYZpf5pH0uupFnMU '` ׉	 7cassandra://i60tnmBgXyPwgxIuw_xWcUeFQpMYfZ6-p-vIV0oIw_0U`S׉	 7cassandra://kXhxkN7-KE6d8OC2F6rb1C5DEHcEGUui3CurKzyII1Ms`̵ ׉	 7cassandra://XXZcMGbiR6kE7fRZA8p4rINX5HK88bgDGhYfsJEN85Qe_͠U޵u72נU޵x76 ہ
9ׁH 2http://www.brusselsstudies.be/medias/publications/ׁׁЈ׉EGrafiek 8: Verdeling van de personen van vreemde origine volgens origine en gewest.48
4.3.1. Afkomst op de arbeidsmarkt
den ze subjectief beschouwd als een geheel dat samenhangt
met de afkomst.
Zowel de overheid als universitaire onderzoekscentra hebben
al talloze studies gevoerd naar discriminatie.
Het vraagstuk van de discriminatie van personen met een migratieachtergrond
werd in België voor het eerst behandeld in
1997, in een studie van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB).
Die nationale studie maakte destijds gewag van een discriminatiegraad
in Brussel van ongeveer 34,1%.49
Daarna volgden nog talrijke studies, met name door academici,
en die bevestigden allemaal die trend, namelijk een ongelijke
behandeling van personen van vreemde afkomst ten
opzichte van personen van Belgische afkomst.
De perceptie dat personen van vreemde afkomst een homogene
bevolkingsgroep vormen, is de eerste misvatting die
moet worden rechtgezet. Personen van vreemde afkomst zijn
immers bijzonder gediversifieerd.
Achter die benaming gaat een diversiteit aan culturen,
levens opvattingen en geloofsbelevingen schuil.
Die bevolkingsgroepen gaan heel verschillend om met de
cultuur en/of de religie van hun afkomst: sommigen nemen
ze volledig aan, anderen helemaal niet, nog anderen slechts
gedeeltelijk ...
Mensen kunnen dus dezelfde religieuze achtergrond delen
(maar niet dezelfde culturele achtergrond) en hun spiritualiteit
toch anders of helemaal niet beleven, of er neutraal tegenover
staan.
Afkomst moet dus met de nodige omzichtigheid benaderd
worden en met openheid tegenover diversiteit binnen de diversiteit.
Het
is overigens geen sinecure om te bepalen welke aspecten
het zwaarste doorwegen bij discriminatie: de aspecten die te
maken hebben met cultuur of met religie, of misschien worBij
sollicitaties kunnen die twee aspecten apart of in combinatie
een obstakel vormen.
Aan de hand van de peilingen die de overheid heeft uitgevoerd,
is het niet mogelijk om objectief na te gaan of bepaalde
parameters zwaarder doorwegen dan andere; er zijn
talrijke stereotypes en vooroordelen en ze stoppen mensen
vaak in hokjes.
Het was echter wel mogelijk om discriminatie op basis van
vreemde afkomst te meten. De laatste overheidspeilingen
gebeurden via de socio-economische monitoring en via de
Diversiteitsbarometer.
Die laatste heeft de ‘discriminatiegraad’ volgens origine gemeten
en stelt: “Een kandidaat van vreemde origine heeft 6,6
procentpunt meer kans op een discriminatienadeel.”50
En ook nog: “Bijna 10% van het bevraagde HR-personeel zegt
dat de origine van de kandidaat invloed heeft op de uiteindelijke
selectiebeslissing. 5% geeft aan dat ook huidskleur meespeelt.
Ook na de uitnodiging voor een eerste sollicitatiegesprek speelt
origine of huidskleur dus een rol.” 51
De barometer vermeldt ook dat 45% van het HR-personeel
aangeeft dat religieuze uiterlijkheden een impact hebben op
de uiteindelijke selectiebeslissing. 8% geeft aan dat kandidaten
die behoren tot een etnische minderheid zich meer
zullen moeten bewijzen tijdens een sollicitatie.
A. TEWERKSTELLING VOLGENS AFKOMST52
De gegevens van de socio-economische monitoring bevestigen
de eerdere studies die discriminatie bekijken op basis
van afkomst. Uit de cijfers blijken significante verschillen in
werkgelegenheidsgraad:
“De werkgelegenheidsgraad van personen van Belgische afkomst
(74%) is hoger dan de werkgelegenheidsgraad van
mensen van buitenlandse afkomst.”53
48. Ibidem. p. 28 • 49. REA, Andréa et al. Februari 2009. “Brusselse jongeren: sociale ongelijkheid en culturele diversiteit”, Brussels Studies. Website op INTERNET. <http://www.brusselsstudies.be/medias/publications/
FR_79_EGB9.pdf>. • 50. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2012. Diversiteitsbarometer: Werk. Brussel. Brussel. p. 73 • 51. Ibidem. • 52. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en
Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische monitoring. Brussel. p. 53 • 53. Ibidem. p. 63• 54. Ibidem. • 55. Ibidem. p. 65.
24
׉	 7cassandra://AFMmc4XuGK1hfGlhudhVziq0NaquUaOu7DbOyLZ4HdM`̵ U޵u73׉EzBECI | witboek over diversiteit
Grafiek 9: Werkgelegenheidsgraad van personen van 18 tot 60 jaar volgens origine55
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
74,2%
66,0%
53,4% 52,4%
43,3%
38,1%
42,9%
46,3% 43,9%
39,7%
Bron: Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming. K.S.Z. Berekeningen: FOD WASO.
De tabel hierboven illustreert de significante verschillen
per afkomstgroep. De trends wijzen ook op een dubbele
moeilijkheid wanneer iemand verschillende discriminerende
kenmerken heeft. Dat is met name het geval voor vrouwen
van vreemde afkomst. De monitoring benadrukt:
“De laagste werkgelegenheidsgraden worden waargenomen
voor vrouwen met een origine uit kandidaat-lidstaten
en de vrouwen met een origine uit de Maghreb (respectievelijk
29,2% en 31,5%). De gegevens lijken aan te geven dat
vrouwen van buitenlandse origine worden geconfronteerd
met een ‘dubbele discriminatie’: het feit vrouw te zijn en van
buitenlandse afkomst.” 54
De enquête die BECI bij de bedrijven uitvoerde en die peilde
naar het percentage van hun werknemers van vreemde afkomst
toonde significante trends aan.
Uit de gegevens blijkt dat voor de laagst gekwalificeerde functies
27% van de bedrijven geen enkele persoon van vreemde
afkomst in dienst heeft en 17% van de bedrijven meer dan
50%. Bij 6% van de bedrijven ontbreekt ook diversiteit bij personen
van Belgische afkomst.
We zien eveneens dat 36% van de bedrijven werknemers
met diversiteitskenmerken tewerkstelt in de hoogst gekwalificeerde
functies.
Als we de cijfers combineren, blijkt dat 13,5% van de bedrijven
geen enkele werknemer van vreemde afkomst heeft (alle
niveaus door elkaar), wat wil zeggen dat 86,5% van de bedrijven
personeel met diversiteitskenmerken heeft. Uit de gegevens
leren we ook nog dat 38% van de bedrijven tussen 0
en 20% werknemers van vreemde afkomst tewerkstelt (alle
arbeidsplaatsen door elkaar).
Er is sprake van verticale etnostratificatie (aanwezigheid van
personen van vreemde afkomst op alle lagere hiërarchische niveaus)
bij 22% van de bedrijven met gediversifieerd personeel.
Horizontale etnostratificatie van de arbeidsmarkt − een oververtegenwoordiging
in bepaalde sectoren en een ondervertegenwoordiging
in andere − werd in onze enquête niet
gekwantificeerd, maar is wel al vaak onderstreept in andere
recente studies.
We hebben de bedrijven ook gevraagd naar hun voorkeur in
verband met aanwervingen:
Bijna 20% van de bedrijven antwoordde positief, meer dan
12 % sprak zich niet uit en 67% antwoordde negatief.
Grafiek 10: “Als de kandidaten evenwaardig zijn, neemt mijn
bedrijf liever Belgen aan dan buitenlanders of personen van
vreemde afkomst.”
0%
Waar
Niet waar
Ik weet het niet
10% 20% 30% 40%
50%
60%
70%
Tabel 6: Aandeel personen van vreemde afkomst in mijn personeelsbestand:
Geen
In de laagst gekwalificeerde functies
In de hoogst gekwalificeerde functies
In managementfuncties
27,74%
24,48%
51,28%
36,13%
23,08%
Minder dan 20% Tussen 20% en 50% Meer dan 50% Meer dan 90%
26,11%
22,61%
23,78%
12,59%
17,25%
12,35%
8,16%
6,29%
3,26%
4,9%
Totaal%
100
100
100
25
Totaal België
Belg
UE-14
UE-12
Kandidaat UE
Andere Europeanen
Maghrebijnen
Andere Afrikanen
Zuid/Centraal
Amerikanen
Aziaten
׉	 7cassandra://kXhxkN7-KE6d8OC2F6rb1C5DEHcEGUui3CurKzyII1Ms`̵ U޵u74U޵u73{בCט   {u׉׉	 7cassandra://U9ZFCcGmW7Gvo1YcRFPqmr9TINDUcaMEK0EgI6GWfag o@` ׉	 7cassandra://_64AYtstDmbiJullFxYUGfBTtlOn2iGCD6vYtfteGXYW`S׉	 7cassandra://BsxGXMOZiMfmecl9s8gK8z8FzD9uGTBLkWzavmGGm1QP`̵ ׉	 7cassandra://hZI1aQBVbeA51XJIiqBqxa5TwBEhOeYvMKZWk2kUZyce,͠U޵{78ט  {u׉׉	 7cassandra://tCT0n4gPSmCTT_BsXkLIlTwUXJ7f5woobPWhBMiwj68 b` ׉	 7cassandra://RENGXYAdUsb_dDFed6VPAUvtTJb6RhxyCo_DbCaQEkE^`S׉	 7cassandra://oCXsMuOD0uMwbXdGjfXAdr98w43ILi4OU5eDn7MhLuk`̵ ׉	 7cassandra://QmZGAilMBwummgxMPhVt5jjNgkyURy41EOmVVmW1EcQi͠U޵~7<׉E/B. WERKLOOSHEID EN AFKOMST
De gegevens over de werkloosheidsgraad wijzen eveneens op
significante verschillen.
In Brussel wijzen de trends op een hogere werkloosheidsgraad
bij personen van vreemde afkomst. Personen uit een kandidaat-lidstaat56
en
personen afkomstig uit de Maghreblanden
zijn met respectievelijk 31,1% en 31% het zwaarste getroffen.
Voor die twee groepen moeten ook twee andere feiten benadrukt
worden:
• De werkloosheidsgraad ligt bij vrouwen aanzienlijk hoger
dan bij mannen.
• Voor de hoogste leeftijdscategorieën ligt de werkloosheidsgraad
hoger dan voor de andere groepen.
De gegevens tonen eveneens aan dat wie verschillende discriminerende
kenmerken vertoont, zoals vrouw en van vreemde
afkomst of oudere leeftijd en van vreemde afkomst, dubbel
of zelfs driedubbel gediscrimineerd wordt. Personen die verschillende
discriminerende kenmerken tegelijk vertonen, krijgen
dus te maken met twee of zelfs drie keer zo dikke muren,
zowel horizontaal (toegang tot arbeid) als verticaal (toegang
tot hiërarchisch hogere functies).
Vanuit verticaal standpunt vormt het glazen plafond op zich al
een groot probleem voor vrouwen of personen van vreemde
afkomst, maar naargelang de combinatie van kenmerken
wordt dit nog twee tot drie keer dikker.
Grafiek 11: Werkloosheidsgraad van 18- tot 60-jarigen per leeftijdsklasse en volgens origine57
0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
Belg
n 18,19
n 20-29
n 30-54
n 55-60
8,2%
7,7%
5,2%
7,8%
UE-14
13,7%
15,6%
11,8%
14,9%
UE-12
8,5%
7,5%
7,6%
14,5%
Kandidaat
UE
16,8%
24,2%
23,5%
37,5%
Andere
Europeanen
14,6%
18,6%
15,5%
19,3%
Maghrebijnen
18,0%
28,3%
24,7%
32,0%
Andere
Afrikanen
11,1%
19,0%
17,7%
22,9%
Zuid/Centraal
Amerikanen
15,4%
14,0%
13,0%
21,7%
Aziaten
7,7%
10,1%
10,8%
13,8%
Bron:
Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming. K.S.Z. Berekeningen. FOD WASO.
C. LOON EN AFKOMST
Onderzoekers wijzen vaak op loonverschillen. De volgende gegevens
tonen aan dat personen van vreemde afkomst vooral
terug te vinden zijn in de lagere looncategorieën (behalve personen
afkomstig uit Noord-Amerika en Oceanië). Die tweedeling
is bijzonder groot bij de personen die afkomstig zijn uit
een kandidaat-lidstaat met + 26,4% vertegenwoordiging in
de lagere looncategorieën ten opzichte van het gemiddelde en
– 20,9% vertegenwoordiging in de hogere looncategorieën.59
Deze significante verschillen zijn enerzijds te wijten aan de
sectoren, de leeftijd en de anciënniteit en anderzijds aan het
glazen plafond dat personen van vreemde afkomst − net als
vrouwen − tegenhoudt in hun professionele ontwikkeling.
Die overeenkomsten dienden destijds om de migratie naar
België te stimuleren en werkkrachten naar België te halen.
We willen overigens benadrukken dat voor alle leeftijdscategorieën
de personen uit de twee groepen met de hoogste
werkloosheidsgraad, namelijk de groep ‘kandidaatlidstaten’58
en
de groep ‘personen uit de Maghreb’, afkomstig
zijn uit landen waarmee België vijftig jaar geleden bilaterale
overeenkomsten gesloten heeft (Marokko en Turkije).
56. Kandidaat-lidstaten: Macedonië, Turkije, Kroatië • 57. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische
monitoring. Brussel. p. 179 • 58. Kandidaat-lidstaten: Macedonië, Turkije, Kroatië • 59. Ibidem. p. 138
26
׉	 7cassandra://BsxGXMOZiMfmecl9s8gK8z8FzD9uGTBLkWzavmGGm1QP`̵ U޵~7=׉E:BECI | witboek over diversiteit
Grafiek 12: Opsplitsing van de lonen per loonniveau en origine 60
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Lage lonen
Midden lonen
Hoge lonen
Bron: Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming. K.S.Z. Berekeningen: FOD WASO.
4.3.2. Overheidsmaatregelen
A. WETGEVING
In België zijn er twee wetten die discriminatie verbieden.
• De antiracismewet van 1981, gewijzigd in 2007: deze wet
verbiedt en bestraft discriminatie bij arbeidsbetrekkingen op
grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst
of nationale of etnische afstamming.
• De antidiscriminatiewet (2007): deze wet verwijst naar discriminatie
bij arbeidsbetrekkingen op grond van leeftijd,
seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen,
geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal,
huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap,
een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.
Deze wetten hebben betrekking op directe discriminatie, indirecte
discriminatie of aanzetten tot discriminatie.
Bij een klacht ligt de bewijslast (de non-discriminatie) bij de
werkgever.
De wetgever heeft voorzien in strafrechtelijke sancties bij discriminatie.
B.
STIMULERINGSMAATREGELEN
Het overheidsbeleid inzake discriminatie bestaat uit maatregelen
die algemeen toegepast worden in andere landen,
namelijk ‘affirmative actions’.
Dit beleid wordt als volgt gedefinieerd:
Onder ‘affirmative action’-beleid verstaan we een vrij uitgebreid
geheel aan overheidsmaatregelen om bepaalde sterke trends
om te keren. Het gaat dan om trends die ertoe leiden dat bepaalde
minderheidsgroepen in een nadelige positie worden
gehouden, meer bepaald in verband met toegang tot arbeid.61
Het gaat algemeen over maatregelen van positieve discriminatie,
en in Brussel zijn dat in het bijzonder loonsubsidies, diversiteitsplannen
enz.
> Handvest, diversiteitsplan en label
In het Brussels Gewest is dit beleid ingevoerd via vier ordonnanties
(van 4 september 2008) die het diversiteitsbeleid omkaderen
voor alle betrokken partijen in de privé-, overheids- en
verenigingssector, behalve de OCMW’s.
Ze stellen drie acties voor: de ondertekening van een Handvest
Diversiteit, de opstelling van een diversiteitsplan en de oprichting
van een label (‘toegekend’ aan bedrijven die met succes
een diversiteitsplan hebben geïmplementeerd).
Net zoals in het Vlaamse Gewest leggen die ordonnanties een
diversiteitsplan op aan de openbare sector en voorzien ze in
subsidies voor de privésector als een diversiteitsplan is geïmplementeerd.
Ze
hebben doelgroepen ingevoerd om hr-consultants aan te
zetten tot ‘positieve discriminatie’. Het betreft werknemers
met een vreemde nationaliteit, jeugdige werknemers, ervaren
werknemers, werknemers met een handicap en laaggeschoolde
werknemers, met ook verdere aandacht voor gendergelijkheid.
Deze wetgeving vormde een ingrijpende maatregel, maar
beperkte de groep die slachtoffer is van discriminatie. Na de
wijziging die is aangebracht in het besluit van 7 mei 2009 (privésector)
is de categorie ‘werknemers van vreemde afkomst’
vervangen door ‘werknemers van vreemde nationaliteit’ en is
het begrip ‘laaggeschoolde werknemer’ toegevoegd.62
Niettemin is het legitiem om te betwijfelen dat de groep ‘laaggeschoolden’
een voldoende ‘functioneel equivalent’ vormt,
want we stellen vast dat zelfs hooggekwalificeerde personen
van vreemde afkomst − hoewel ze de Belgische nationaliteit bezitten
− vaak gediscrimineerd worden.63
De Raad van State maakte in zijn advies van 7 april 2009 ook
een opmerking over deze wijziging. Hij benadrukte dat de
nieuwe definitie beperkender is dan wat de ordonnantie van
4 september 2008 bepaalt en dat ze grondig moest worden
gemotiveerd in verband met de constitutionele principes van
gelijkheid en non-discriminatie. 64
60. Ibidem. p. 141 • 61. ADAM, Ilke. “Immigrés en minorités ethniques sur le marché de l’emploi. Les politiques publiques en question?”, in Marco MARTINIELLO et al. (dir), Immigration et intégration en Belgique Francophone.
Etat des savoirs. Louvain-la-Neuve, Bruylant-Academia, 2006, p. 188. • 62. RINGELHEIM, Julie & VAN DER PLANCKE, Véronique, Plans de diversité dans l’entreprise: action positive ou communication positive? Le cas
de la Région de Bruxelles-Capitale in Ch. Bayart, S. Sottiaux en S. Van Drooghenbroeck (dirs), Actualités du droit de la lutte contre la discrimination, La Charte/die keure, Brugge, 2010, 309-352. • 63. Ibidem. • 64. Ibidem.
27
Belg
EU-14
EU-12
Kandidaat EU
Andere Europeanen
Maghrebijnen
Andere Afrikanen
Zuid/Centraal
Amerikanen
Aziaten
Noord Amerikanen
Oceaniërs
׉	 7cassandra://oCXsMuOD0uMwbXdGjfXAdr98w43ILi4OU5eDn7MhLuk`̵ U޵~7>U޵~7={בCט   {u׉׉	 7cassandra://zxbrgwafFExjQE2ASDbuLyVwj-GQZOV3g7oLACx5unM `׉	 7cassandra://RoQGbUFq0_TFg2egX_XcdqixDzGAQRL0b2Y2U33qpdEa`S׉	 7cassandra://VxFevnmgfqdw2D0Lij7EVgvHM2HrDp9V1bDhHxajTTE`̵ ׉	 7cassandra://DCcm1x7mwtui0NuumizqN2ZKjcDgNgJ7vW-FOChx4KoͰ͠U޵7Bט  {u׉׉	 7cassandra://_rq5PuMfHIMhm3IIkXHpsbKetrY9krhs5Eab6wvi1aU 		` ׉	 7cassandra://R5hyS2uUj2mTHUQ3nqX_vmwKn8kR7Y_iIBfyJt5nfLYnX`S׉	 7cassandra://PookJ2p3XFr3bwMG-O5Glj6YHavj4_T-Vp3YxqeZQTA<`̵ ׉	 7cassandra://Z38jkJv-ndf7-nh-sjPzp_clsYErvoGMmE1l3xD86DAW[͠U޵7EנU޵7J pa
9ׁHhttp://www.iefh-action.be/ׁׁЈ׉E
INTERVIEW VAN JEAN-CLAUDE DAOUST
> Stimuleringsmaatregelen
Er bestaan twee soorten maatregelen voor loonsubsidie om
rekruteerders te helpen:
• algemene maatregelen
• gerichte maatregelen
De algemene maatregelen zijn bedoeld voor groepen die
structureel geconfronteerd worden met een hoge werkloosheidsgraad.
Het nadeel is dat ze heel talrijk zijn en dat ze op
verschillende niveaus inwerken (activering, verlaging RSZ,
doelgroepen enz.).
In het kader van de nieuwe regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid
zou een vereenvoudiging van de steunmaatregelen
voor werkgelegenheid een meerwaarde betekenen,
zowel voor de werkgevers als voor de werkzoekenden.
Alle algemene maatregelen kunnen dienen om personen
aan te werven met een profiel dat gediscrimineerd wordt op
de arbeidsmarkt. Sommige van die maatregelen richten zich
trouwens indirect op die profielen.
Verder bestaan er ook meer gerichte maatregelen voor personen
van vreemde afkomst, maar die zijn nog steeds weinig
bekend en er is geen evaluatie van die maatregelen op de
arbeidsmarkt beschikbaar.
Het betreft meer bepaald de maatregel voor bijdragevermindering
voor de doelgroep ‘jonge werknemers’.
Die is vooral, maar niet uitsluitend, bedoeld voor jongeren van
vreemde afkomst of jongeren met een handicap zonder diploma
secundair onderwijs. Hij geeft recht op een bijdra gevermindering
gedurende drie tot vier jaar, afhankelijk van het profiel.
In bepaalde gevallen is de combinatie met de Activa
Start-maatregel toegestaan, waarbij de RVA gedurende maximaal
zes maanden een deel van het nettoloon op zich neemt.
Ook die maatregel is vooral, maar niet uitsluitend, bedoeld
voor de hierboven vermelde profielen.
In verband met de verplichting van bedrijven met ten minste
50 werknemers om minimaal 3% jongeren onder 26 jaar in
dienst te nemen (in het kader van de startbaanovereenkomst),
tellen jongeren van vreemde afkomst of jongeren met een
handicap bovendien dubbel.
Tot nog toe is er nog geen vergelijkbare maatregel getroffen
voor personen van vreemde afkomst met een bachelordiploma
of een universitair diploma.
Jean-Claude Daoust,
gedelegeerd bestuurder
van Daoust.
4.3.3. Interview met het bedrijf Daoust:
Jean-Claude Daoust 65
“IEDEREEN MOET
DEZELFDE KANSEN KRIJGEN
OP DE ARBEIDSMARKT”
Al van bij de oprichting hecht Daoust bijzonder veel
belang aan verwelkoming en diversiteit. Dit bedrijf
draagt de menselijke en maatschappelijke waarden,
naast de kwaliteit van zijn diensten, hoog in het vaandel.
Doelstelling: een personeelsbestand dat een afspiegeling
vormt van de moderne maatschappij met
haar rijkdom en diversiteit. Jean-Claude Daoust, gedelegeerd
bestuurder, geeft wat meer uitleg.
Interview door Gaëlle Hoogsteyn
28
׉	 7cassandra://VxFevnmgfqdw2D0Lij7EVgvHM2HrDp9V1bDhHxajTTE`̵ U޵7F׉E~BECI | witboek over diversiteit
Wat is uw functie binnen uw bedrijf?
“Ik ben gedelegeerd bestuurder van Daoust, een familiebedrijf
dat mijn vader 60 jaar geleden heeft opgericht. Daoust
telt 250 interne werknemers. Onze kernactiviteit is het leveren
van uitzendkrachten, maar in de loop der jaren hebben
we ons dienstenaanbod uitgebreid naar andere aspecten van
human resources. We bieden bijvoorbeeld ook diensten met
dienstencheques (er zijn ongeveer 3 500 huishoudhulpen
aan de slag voor ons), outplacement, hulp bij personeelselectie
en jobcoaching aan. We proberen op de arbeidsmarkt
iedereen te begeleiden, van de jongsten tot de oudsten, zonder
te discrimineren op afkomst, geloof enz.“
Wat is de filosofie van Daoust
op het vlak van diversiteit?
“Bij uitzendwerk is altijd al veel integratie van mensen van
elke mogelijke afkomst komen kijken. Maar diversiteit is
meer dan enkel mensen van vreemde afkomst die werk
zoeken, het gaat ook over de gelijkheid tussen mannen en
vrouwen, jongeren en ouderen enz. We leveren inspanningen
om de principes van neutraliteit en non-discriminatie in al
hun vormen toe te passen op criteria zoals geslacht, leeftijd,
land van afkomst, ras, huidskleur, sociale afkomst, seksuele
geaardheid, handicap en geloof of levensbeschouwing.
We zijn er immers van overtuigd dat:
• iedereen die werk zoekt recht heeft op dezelfde kansen
op de arbeidsmarkt, ongeacht zijn afkomst, kenmerken of
bijzonderheden;
• het samenbrengen van personen met verschillende
persoonlijkheden en visies, met respect voor ieders waarden
en zonder te oordelen, verrijkend is voor iedereen;
• een proactief beheer van diversiteit waarbij zowel de
directie als alle medewerkers betrokken worden, een
positieve invloed heeft op de prestaties en het imago van
het bedrijf.“
Welke acties hebt u ondernomen
op het vlak van diversiteit?
“In ons vak zijn we altijd een kwaliteitsverbintenis aangegaan
met onze klanten: we gaan steeds op zoek naar de
best geschikte persoon voor een bepaald werk. Om iedereen
gelijke kansen te garanderen, hanteren we tijdens de selectieprocedure
een niet-discriminerende selectietest die enkel
gericht is op de evaluatie van vaardigheden en kwalificaties.
Maar die actie was niet echt ‘geregeld’, alles verliep nogal informeel.
Door de recente gebeurtenissen en de verschillende
schandalen in de pers, hebben we besloten om ons beleid
te formaliseren. Daarom hebben we een diversiteitshandvest
opgesteld. Al onze medewerkers hebben het ondertekend
en verbinden zich ertoe het na te leven.
We hebben ook een cel opgericht die moet waken over de
diversiteit binnen ons bedrijf. Die cel telt vijf mensen (de
directrice van de human resources, een externe consultant,
een interne uitzendconsulente, een vakbondsafgevaardigde
en het hoofd van onze afdeling Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen), die één keer per maand samenkomen om de
problematiek intern te bespreken. Wat is het gemiddelde
profiel van het personeel? Hoe ziet de leeftijdspiramide
eruit? Waren er klachten? Meningsverschillen? Hoe kunBotst
u op hindernissen, moeilijkheden? Zo ja, welke?
“Vroeger kregen we soms te maken met klanten die geen
uitzendkrachten met een donkere huidskleur of van vreemde
afkomst wilden, of met bedrijven die specifiek een man en
geen vrouw vroegen. Maar zoals ik net al zei, dooft dat
stilaan uit. We slagen erin onze klanten te laten inzien dat
de vaardigheden van de kandidaat belangrijk zijn, niet zijn
geslacht, huidskleur of leeftijd. We willen altijd de beste
kandidaat voor de vacature vinden. Uit ervaring weten onze
klanten dat onze aanpak de goede is, en die discriminerende
verzoeken zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik denk
in het bijzonder aan een bepaald bedrijf dat al twintig jaar
klant is bij ons en er destijds echt een discriminerend aanwervingsbeleid
op na hield. Nu zitten er bij datzelfde bedrijf drie
mensen van vreemde afkomst in het directiecomité.
Ik denk dat er mijlpalen en acties geweest zijn die de
bedrijven aan het denken hebben gezet, zoals het manifest
tegen discriminatie dat in 2007 gepubliceerd werd door het
VBO, waarvan ik toen voorzitter was. Dat manifest belichtte
op dat vlak voorbeeldige bedrijven, zoals Colruyt, en de voordelen
die hun houding hen opleverde. Positieve voorbeelden
werken aanstekelijk. Een personeelsbestand dat bestaat uit
personen die verschillend zijn maar elkaar aanvullen, kan het
bedrijf enkel ten goede komen. Dat creëert toegevoegde
waarde voor de onderneming. Als iedereen op elkaar zou
lijken, zou er veel rijkdom verloren gaan.“
Hoe gaan uw werknemers meestal
om met uw diversiteitsacties?
“Ik denk dat onze werknemers er trots op zijn te werken
in een bedrijf dat zo veel belang hecht aan diversiteit. Een
handvest ondertekenen mag dan op het eerste gezicht eennen
we dat aanpakken? Wanneer een uitzendkracht of een
dienstenchequewerknemer een klacht wegens discriminatie
indient, onderzoekt deze cel de klacht, gaat ze na of de
klacht klopt en welke maatregelen er moeten volgen. Als er
inderdaad sprake is van discriminatie proberen we de klant
ervan te overtuigen dat die houding niet in zijn voordeel is
en ook niet strookt met ons bedrijfsbeleid. Maar ondertussen
gebeurt dat steeds minder vaak.
Daoust is ook ISO-gecertificeerd en we hebben een afdeling
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, die overlegt
met de afdelingen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
van onze klanten en leveranciers.“
Hebt u positieve effecten vastgesteld? Zo ja, welke?
“Ja, ongetwijfeld. Een eerste concreet bewijs is de daling
van het aantal klachten wegens discriminatie. In 2014
kregen we één klacht op de 25 000 personen die we aan
het werk zetten. We merken ook dat onze klanten steeds
minder discriminerende reflexen vertonen bij aanwerving.
Ik ben overigens blij dat die trend niet alleen in ons bedrijf
merkbaar is, maar ook algemeen op de werkvloer. Door de
generatie-evolutie zijn de hr-consultants van vandaag jonge
mensen die altijd mensen van verschillende afkomst hebben
gekend, met hen gestudeerd hebben en die veel opener zijn
dan mensen twintig of dertig jaar geleden. Nu is discriminatie
net choquerend!“
65. Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Goede praktijken. Zie: http://www.iefh-action.be/
29
׉	 7cassandra://PookJ2p3XFr3bwMG-O5Glj6YHavj4_T-Vp3YxqeZQTA<`̵ U޵7GU޵7F{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XSIFgngfyPgPCqyRmkwMK50xK8iWVso0jV9ZhjqI1Qg l` ׉	 7cassandra://HMiErZUwBIbgd-q9lHiyV1ymcE4rpgtLymlmAs6BJxgg`S׉	 7cassandra://cR_gaNxbE3Q68hH6DAOwUQuXrU0Vqa7eAGdvbbcLxEs^`̵ ׉	 7cassandra://_K54KrWIVmxZhDfP9DZE2p1JZpFrjOMKHQeiMqZuOP4d͠U޵7Iט  {u׉׉	 7cassandra://mXJf8GvxJMzTYQBEelnXB1q--udHgqcSMnTDBADW4n0 	,`׉	 7cassandra://EKNJFnzziKw5cLnH_EOYekkIehgSxnydz-cJRM_ahP0Z`S׉	 7cassandra://oLEgJS-wEN45Qg4rcBMLU0n5QUb0f6PhJQNt20SOcnso`̵ ׉	 7cassandra://LLUdvnhoBSQ1ngcvtUCrwspRC9CFluzUuWy8vNULUgw~̎͠U޵7MנU޵7T B"
9ׁHhttp://europa.eu/rapid/pressׁׁЈנU޵7S o
8
9ׁHhttp://Metropool.nrׁׁЈנU޵7R 

9ׁHhttp://europa.eu/rapid/pressׁׁЈ׉EINTERVIEW DE JEAN-CLAUDE DAOUST
voudig lijken, maar het is meer dan een vodje papier. Onze
werknemers dragen met trots die positieve waarden uit. Als
een werknemer in een van onze jobcenters een discriminerend
verzoek van een klant zou krijgen, denk ik dat hij heel
afwijzend zou reageren en zou proberen de klant op andere
gedachten te brengen.
Bovendien worden de waarden van Daoust tijdens sollicitatiegesprekken
vaak als troef vernoemd. Onlangs hebben we
verschillende personen ontmoet die voor andere, meer commerciële
uitzendkantoren werkten, en die bij ons wilden
komen werken wegens onze waarden, zelfs als ze minder
zouden verdienen.“
Plant u nog andere acties in de toekomst?
“We gaan onze verschillende acties verder blijven uitwerken.
We mogen niet op onze lauweren rusten. Het kan altijd nog
beter en we moeten waakzaam blijven. De mens verkiest van
nature wat vertrouwd is, wat hij kent. We blijven onze klanten
dan ook verder bewust maken van de problematiek.“
Hoe reageren uw klanten/leveranciers op de diversiteit
in uw onderneming?
“Onze klanten zijn bedrijven of gezinnen die op zoek zijn naar
personen die aan een specifieke behoefte kunnen voldoen.
Op de arbeidsmarkt in Brussel en in Wallonië is de werkloosheidsgraad
heel hoog. Maar anderzijds bestaat er ook een
hele reeks knelpuntberoepen waarvoor maar moeilijk goede
kandidaten te vinden zijn. Door in geen enkele stap van de
selectieprocedure te discrimineren, komt een veel breder scala
aan mogelijkheden vrij en vergroot dus de kans om iemand te
vinden die perfect beantwoordt aan de wensen van de klant.
Zolang de resultaten positief zijn, kunnen ze alleen maar tevreden
zijn. We hebben hier nooit een directe enquête naar uitgevoerd,
maar we hebben klanten die zelf een diversiteitshandvest
hebben en ons vragen dat na te leven. Dat bewijst dat ook
zij gelijke kansen voor iedereen ter harte nemen. Zo verstevigt
onze klantenrelatie met die bedrijven nog verder. Van onze
leveranciers krijgen we geen opmerkingen.“
Hebt u prijzen gekregen voor uw acties?
“In 2008 hebben we het label ‘Clusterdiversiteitsplan’ gekregen
voor elk van onze dertien kantoren in Vlaanderen. Dat
label bevestigt dat ons interne selectiebeleid en de relaties
met onze uitzendkrachten niet-discriminerend zijn en dat we
ook de uitzendkrachten onderling gelijk behandelen. In 2013
kregen we voor het Brussels Gewest het ‘Label Diversiteit’.
In Wallonië bestaat er momenteel geen enkel labelsysteem,
waarschijnlijk omdat het probleem er zich minder voordoet
dan in Brussel of in de grote Vlaamse steden. Voor ons diversiteitsplan
zijn we ook al drie jaar op rij genomineerd voor de
HR Excellence Award.“
Is er volgens u een rol voor de overheid weggelegd om
discriminatie te voorkomen?
“Ongetwijfeld. Eerst en vooral moet er kwalitatief onderwijs
komen voor iedereen. Ik schrik telkens van de scores in de
PISA-studies. Het is niet normaal dat jongeren die tot hun
achttiende naar school zijn geweest niet correct kunnen
lezen en schrijven. De begeleiding op school is duidelijk niet
voor iedereen gelijk. Maar iemands professionele toekomst
hangt er wel van af.
Verder zou de overheid ook het goede voorbeeld moeten geven
en zelf personen van allerlei afkomst, geloof of huidskleur
in dienst moeten nemen. Maar precies in de openbare
diensten zijn die het schaarst. Als de Belgische maatschappij
mensen van vreemde afkomst wil integreren, dan mag dat
niet beperkt blijven tot de bedrijven. Het voorbeeld moet van
bovenaf komen.“
Hoe ziet u de toekomst van de diversiteit in België?
“De evolutie van de afgelopen jaren stemt me positief. Ik
vind dat rassendiscriminatie over het algemeen sterk afgenomen
is. Maar een antidiscriminerend beleid voeren, blijft
niet beperkt tot personen van vreemde afkomst. We moeten
ook aandacht hebben voor het evenwicht tussen leeftijden,
meer vrouwen in directiecomités of in functies met veel
verantwoordelijkheid krijgen, gebouwen aanpassen aan
personen met verminderde mobiliteit ... Er is nog veel werk
aan de winkel voor de gelijkheid van kansen echt een feit is.“
Het BOOST-project
Naast zijn activiteiten bij Daoust werkt Jean-Claude Daoust, in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting, ook aan
het zogenaamde ‘BOOST’-project. Dat project richt zich op talentvolle jongeren die zonder steun riskeren hun potentieel niet
volledig te benutten.
BOOST heeft tot doel de vaardigheden van die jonge talenten te versterken zodat ze zich ten volle kunnen ontwikkelen op
school en op persoonlijk vlak. BOOST wil dat die jongeren, naargelang van hun talenten en hun interesses, doorstromen naar
hogere studies of een beroepsopleiding en die tot een goed einde brengen. Het is de bedoeling om met BOOST in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest meisjes of jongens uit financieel kwetsbare gezinnen te ondersteunen.
De steun die elke jongere krijgt, wordt gespreid over vier jaar en omvat:
• deelname aan workshops en activiteiten die de persoonlijke ontwikkeling bevorderen, in het kader van verschillende thema’s:
studiekeuze, mondelinge en schriftelijke vaardigheden, beroepen en ambachten, hogere studies, sociale regels
• een laptop
• een beurs van 500 euro/jaar
• indien nodig individuele schoolondersteuning
30
׉	 7cassandra://cR_gaNxbE3Q68hH6DAOwUQuXrU0Vqa7eAGdvbbcLxEs^`̵ U޵7N׉Ewitboek over diversiteit
4.4. Discriminatie en handicap
De term ‘handicap’ dekt een brede lading, want een beperking
kan velerlei oorzaken hebben: een fysieke, psychische of
zintuiglijke handicap, een chronische ziekte, een verstandelijke
handicap, fysieke of mentale schade als gevolg van een
ongeval enz.
Het Centrum voor gelijkheid van kansen dringt aan op een
brede en sociale benadering van ‘handicap’. Dan wordt elk
element dat een individu belet volledig deel te nemen aan
het maatschappelijke leven beschouwd als een handicap.
Discriminatie op basis van een handicap is bekend. Personen
met een handicap die dit vermelden in hun curriculum vitae
lopen 4 procentpunt meer kans op een discriminatienadeel
dan een persoon zonder handicap.66
Overigens zegt 70% van het hr-personeel dat de gezondheidstoestand
van de kandidaat meespeelt tijdens de selectieprocedure.67
Uit
de screening van de BECI-enquête blijkt dat bijna 29%
van de bedrijven personeel met een handicap in dienst heeft
en 71% niet.
We vroegen de bedrijven ook of ze over de nodige middelen
beschikken om hun infrastructuur aan te passen aan personen
met een handicap: 45% van de bedrijven antwoordde
bevestigend, 40% ontkennend en 15% sprak zich niet uit.
4.4.1. Handicaps op de arbeidsmarkt
Eurostat, het bureau voor de statistiek van de Europese Unie,
peilde onlangs in de Europese Unie naar de werkgelegenheidsgraad
van personen met een handicap.
Terwijl in 2011 in de EU28 de werkgelegenheidsgraad van
personen zonder handicap (van 15 tot 64 jaar) 66,9% bedroeg,
was dat voor personen met een handicap 47,3%.
België zit onder het Europese gemiddelde. De werkgelegenheidsgraad
van personen zonder handicap bedraagt bij ons
66,4%, die van personen met een handicap 40,7%.
Zweden (66,2%) en Luxemburg (62,5%) zijn de landen waar
het arbeidsbeleid voor personen met een handicap het beste
werkt.
Hongarije (23,7%) en Ierland (29,8%) behoren tot de
slechtste leerlingen van de Europese klas.
Ook voor toegang tot onderwijs en levenslang leren zijn de
cijfers slecht. De participatiegraad voor die cyclussen bedraagt
6,9% voor personen met een handicap, tegenover
9,8% voor personen zonder handicap.68
Nog enkele interessante cijfers69
:
• 1 Europees gezin op 4 heeft te maken met een handicap.
• In 80% van de gevallen treedt handicap later op in het
leven.
• 15%: het percentage mensen in België met een handicap
en met een werkgerechtigde leeftijd.
• 41%: het aantal inactieve Belgische personen met een handicap
dat zichzelf in staat acht om te werken.
• 91%: het aantal Belgische bedrijven dat tevreden is met
hun gehandicapte werknemers.
Grafiek 13: Toegang tot werk, levenslang leren en sociale integratie in de EU28, volgens handicaptoestand (%)70
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
Tewerkstellingsgraad
(15-64 jaar)
Toegang tot
levenslange vorming
(25-64 jaar)
Gehandicapte personen
Niet-gehandicapte personen
Risico op armoede
of sociale uitsluiting
(16 jaar en meer)
66. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2012. Diversiteitsbarometer: Werk. Brussel. p. 91• 67. Ibidem • 68. Europese Commissie - Eurostat: Persbericht 2/12/2014 (184/2014): Situation des personnes
handicapées dans l’UE: Moins d’1 adulte handicapé sur 2 avait un emploi dans l’UE28 en 2011 (Situatie van personen met een handicap in de EU: Minder dan één op twee volwassenen met een handicap in de EU28
had werk in 2011). Zie: http://europa.eu/rapid/press-release_STAT-14-2283_fr.htm • 69. BECI. Juni 2015. Bekwaamheid sterker dan handicap. Brussel Metropool.nr.5. p.44 • 70. Europese Commissie - Eurostat: Persbericht
2/12/2014 (184/2014): Situation des personnes handicapées dans l’UE: Moins d’1 adulte handicapé sur 2 avait un emploi dans l’UE28 en 2011 (Situatie van personen met een handicap in de EU: Minder dan één op twee
volwassenen met een handicap in de EU28 had werk in 2011). Zie: http://europa.eu/rapid/press-release_STAT-14-2283_fr.htm.
31
׉	 7cassandra://oLEgJS-wEN45Qg4rcBMLU0n5QUb0f6PhJQNt20SOcnso`̵ U޵7OU޵7N{בCט   {u׉׉	 7cassandra://42ZA6o69Bf9e2lAwwX75jFo0P7TNYMOjxyn1ZVbrV9o `׉	 7cassandra://-LAuCvJb7xSqx-F-X6NC9614ipWFXktv-UxGcOOC30wfH`S׉	 7cassandra://0aRu7R3_LVQOCJAOU6fx7wfRIMN9aH0czV4d0wwmWBIn`̵ ׉	 7cassandra://L1leUlvDuYAiEOaruZHzonigqBYCgRyvCbHTqMf4kPg͒͠U޵7Uט  {u׉׉	 7cassandra://ZgzBkVBfOEUjbKkoMSWsD1OftWRWocZHNoOBGiGZ-xc ` ׉	 7cassandra://sBiB34qCzcXOQ9ZpWfF25DELixOpoVobvjMZn3YRroAj`S׉	 7cassandra://lj9689AZUgVaYuwvZbz_XZIIHZbU25u7etxZJOlZlbw`̵ ׉	 7cassandra://JpvSCbQI6Yq-3zDfJj8ZXItkt2-OjjLnGWfC_mjQGHAe͠U޵7V׉E{Bovendien ondertekende België op 30 maart 2007 het verdrag
inzake de rechten van personen met een handicap, dat
op nationaal niveau in werking trad op 1 augustus 2009.
De Verenigde Naties overhandigden België in oktober 2014
hun waarnemingsrapport. Daarin werd gewezen op verschillende
overtredingen die overeenstemmen met de waarnemingen
van Eurostat.
De Verenigde Naties betreuren dat personen met een handicap
worden voorgesteld als personen met een gebrek en
niet als burgers die ten volle deelnemen aan het maatschappelijke
leven.
Ze betreuren in hun rapport ook dat in verband met toegankelijkheid
de nadruk vooral ligt op personen met een fysieke
handicap en dat er niet genoeg aandacht gaat naar toegankelijkheid
op auditief, visueel, intellectueel en psychosociaal
vlak.
Het zal niemand verbazen dat België voor de toegang tot
werk een onvoldoende krijgt, net als voor de aanwezigheid
van inclusief onderwijs.
De Verenigde Naties vonden ook dat de voorstelling in de
media problematisch is.
Algemeen gesproken moet België dus nog veel inspanningen
Voor een handicap kan het ontbreken van ‘redelijke
aanpassingen’ wettelijk gezien als discriminatie
gelden. Dat kan een kost meebrengen
voor de werkgever, ook al voorziet de COCOF
(Franse Gemeenschapscommissie) een financiële
tegemoetkoming (in termen van begeleiding of
ontwikkeling van infrastructuur), en kan de toegang
tot de arbeidsmarkt voor werknemers met
een handicap belemmeren.
In 2004 is
in
alle federale overheidsdiensten
en instellingen van openbaar nut een diversiteitsplan
ingevoerd. Dat beoogt een verhoogde
participatie van personen van vreemde afkomst,
vrouwen en personen met een handicap bij de
federale overheid.
De FOD Personeel en Organisatie (P&O) is belast
met de follow-up van dit plan. De dienst
heeft een cel Diversiteit opgericht die initiatieven
voorstelt en uitwerkt om de tewerkstelling
van personen met een handicap en het
aanbrengen van redelijke aanpassingen te
bevorderen. Er is een netwerk van verantwoordelijken
opgericht in alle federale
overheidsdiensten.
Het Koninklijk Besluit van 5 maart
2007 regelt de aanwerving van
personen met een handicap bij
het federaal administratief openbaar
ambt. Het stelt een bijzondere
(maar niet bindende) lijst van
personen met een handicap op.
Die moeten dezelfde selectieproeven
ondergaan als personen zonder
handicap. Ze kunnen naargelang
van hun handicap echter
wel gebruik maken van redelijke
aanpassingen die hen in staat
stellen de proeven in dezelfde
omstandigheden af te leggen als
leveren op het vlak van voorstellingen en acties in verband
met handicaps.
4.4.2. Overheidsmaatregelen
A. WETGEVING
De nationale antidiscriminatiewet van 2007 op grond van
een handicap heeft het begrip ‘handicap’ niet beperkt. Ze
heeft het begrip niet ingesloten in een statuut of een officiële
erkenning. Het begrip heeft niet enkel betrekking op de
personen die in contact staan met de openbare instellingen
voor personen met een handicap. Het Hof van Justitie van
de Europese Unie daarentegen heeft met zijn arrest Chacón
Navas uit 2006 een gezaghebbende uitspraak gedaan.
Het Hof oordeelde dat het begrip ‘handicap’, in de zin van de
Europese richtlijn, dient te worden opgevat als “een beperking
die met name het gevolg is van lichamelijke, geestelijke of
psychische aandoeningen en die de deelneming van de betrokkene
aan het beroepsleven belemmert”. Het Hof benadrukt:
“Een beperking kan dus slechts als een ‘handicap’ worden opgevat
indien het waarschijnlijk is dat zij van lange duur is”.
De lange duur die bepaald is voor de handicap differentieert
hem de facto van de zwakke ‘gezondheidstoestand’ die van
korte of middellange duur is.
32
׉	 7cassandra://0aRu7R3_LVQOCJAOU6fx7wfRIMN9aH0czV4d0wwmWBIn`̵ U޵7W׉EDISCRIMINATIE EN HANDICAP
BECI | witboek over diversiteit
de andere kandidaten.
Het Koninklijk Besluit bepaalt dat vanaf 2010 in de federale
overheidsdiensten personen met een handicap 3% van het
personeelsbestand moeten uitmaken. Een commissie moet
toezien op de naleving van die nieuwe wetgeving.
B. Stimuleringsmaatregelen
Personen met een handicap worden gewoonlijk als minder
productief, minder autonoom en minder efficiënt beschouwd
dan valide personen. Al die zaken vormen in de ogen van
werkgevers een zeker nadeel. Die vooroordelen kunnen een
invloed hebben op de selectie van werknemers, zowel bij de
uitnodiging (of niet) voor een sollicitatiegesprek als bij de
uiteindelijke keuze van de werkgever.
Om de moeilijkheden van de human resources te overbruggen,
heeft de overheid verschillende maatregelen in het leven
geroepen, meer bepaald:
• Op federaal niveau voorziet de collectieve arbeidsovereenkomst
nr. 26 betreffende het bezoldigingspeil van de mindervaliden
die in een normaal arbeidsregime zijn tewerkgesteld
in een financiële bijdrage aan het loon en de sociale
lasten van personen met een handicap. Die overeenkomst
bepaalt dat, om het verschil in rendement van een werknemer
met een handicap te compenseren, een werkgever
een loonsubsidie kan krijgen van maximaal 50% van het
minimumregelingsloon dat is vastgesteld door het paritair
comité, of bij ontstentenis daarvan door het gebruik. De regionale
en communautaire integratiediensten betalen deze
tegemoetkoming uit.
• Op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan
de werkgever voor de aanpassing van de arbeidsplaats
een financiële tegemoetkoming van de COCOF krijgen.
De werkgever ontvangt de tegemoetkoming die de reële
kosten voor de aanpassing van de arbeidsplaats met het
oog op de handicap dekt. Als de aanpassing bestaat uit de
aankoop van gespecialiseerd materiaal, dekt de tegemoetkoming
enkel het verschil tussen de kostprijs van dit soort
materiaal en het standaardmateriaal.
• De werkgever kan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
ook nog een ‘integratiepremie’ krijgen. De werkgever ontvangt
die om de lagere productiviteit van sommige werknemers
als gevolg van hun handicap te compenseren. De premie
bestaat uit de terugbetaling van een deel − maximaal
65% − van het loon dat ten laste valt van het bedrijf. De
looptijd bedraagt één jaar en is verlengbaar als het rendementsverlies
blijft bestaan.73
71. Zaak C-13/05 Chacón Navas, Hof van Justitie van de Europese Unie • 72. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 2009. Discriminatie van personen met een handicap. Brussel. p. 4. • 73. FOD
Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. 2005. Wegwijs in de redelijke aanpassingen ten behoeve van personen met een handicap op het werk. s.l.
4.4.3. Interview Exki: Mevr. Andrea Leponce
Wat is uw functie binnen uw bedrijf?
“Talent Manager, verantwoordelijke voor het beleid inzake
ontplooiing en opleiding van mensen.“
Als u het verhaal van uw bedrijf in verband met diversiteit
zou moeten vertellen, wat zou u dan zeggen?
“Bij de lancering van EXKi in 2001 sprak er niemand over
diversiteit. Het concept bestond toen nog niet. Het enige wat
wij wilden doen, was divers personeel aanwerven.
In 2004 ontvingen we het cv van een dove persoon ... Dat
was nieuw voor ons ... we waren er niet echt op voorbereid.
Maar omdat we iemand zochten voor de productie, wilden
we het wel proberen. Gaandeweg werd diversiteit vanzelf
iets blijvends, want het past binnen een groter geheel, namelijk
duurzame ontwikkeling. Als ik respect heb voor het milieu
en belang hecht aan eerlijke handel, dan heb ik ook respect
voor mensen. Diversiteit krijgt dan zin en wordt ervaren als
een menselijke verrijking.“
Welke acties hebt u ondernomen op het vlak van diversiteit?
Voor welke doelgroepen (vrouwen, handicap,
vreemde afkomst, leeftijd enz.)?
“Vreemd genoeg voeren we weinig acties. De stafleden geven
het goede voorbeeld door diverse personen aan te werven.
Zolang er diversiteit is, moeten we niets pushen. We willen
geen quota halen. Er zijn andere vormen van diversiteit mogelijk.
We leggen onze managers uit dat een winnend team er
een is met uiteenlopende sterktes (analytische denkers, empathische
personen, doeners, commerciële types enz.).“
Hebt u positieve effecten vastgesteld?
“• Bij doven zijn bepaalde andere zintuigen veel beter ontwikkeld
dan bij horenden. Meestal zal een dove persoon veel
sneller een diefstal in een restaurant opmerken.
33
• De meeste doven kunnen liplezen, maar dan moet de gesprekspartner
zich goed positioneren en zijn rug niet naar
de dove persoon draaien. Je verstaanbaar maken en je
ritme aanpassen aan de andere creëert een toegevoegde
waarde van solidariteit binnen een team.“
Botst u op hindernissen, moeilijkheden? Zo ja, welke?
“Niet echt. Ik kan er geen bedenken.“
Hoe gaan uw werknemers meestal om met uw diversiteitsacties
(zowel het personeel in het algemeen als
diegenen die voordeel halen uit uw acties)?
“Aangezien we geen acties voeren, kan ik daar moeilijk op
antwoorden. Ik kan alleen zeggen dat de teams daar heel
positief en natuurlijk mee omgaan.“
Plant u nog andere acties in de toekomst?
“We denken na over welke aanpassingen we moeten doorvoeren
voor ouder wordende werknemers.“
Hoe reageren uw klanten/leveranciers op de diversiteit in
uw onderneming?
“Ze lijken op ons, ik denk dat ze zeggen dat het bij de stijl
van Exki hoort.“
Hebt u certificaten, labels, awards of andere onderscheidingen
gekregen voor uw acties?
“In 2007: ondertekening van het diversiteitshandvest –
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
In 2008: prijs CAP48 voor Maatschappelijk betrokken
onderneming in de categorie Werk kmo.
In 2010: prijs voor Franstalige onderneming van het jaar“
׉	 7cassandra://lj9689AZUgVaYuwvZbz_XZIIHZbU25u7etxZJOlZlbw`̵ U޵7XU޵7W{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lP2jfpQvNcVIfjv-J-FRfAiQZwgBWUzc3fnUlTzdDQQ Xk`׉	 7cassandra://wBaYfb9WWYa8ud0tjdZyIvfcCzrFGQFb89ClJ-Y8GNE͈`S׉	 7cassandra://biJZzZ-nS1kdQrQYIvvAbvqmaTuYLfa3XcdQIxp-w5w)`̵ ׉	 7cassandra://Uw-XCEupQ5nTrbZ8ZNEuxzbvGbj0bENO4MxqxOFvWwg>͠U޵7Zט  {u׉׉	 7cassandra://pKXqQJ8hnKkynGtiGPfDxM0ZO8B50c7ejYQWPspv6ks v` ׉	 7cassandra://Idlla_ie2y5g1CFhBp8T3E197NzMROEVKtc2UI4zczY^`S׉	 7cassandra://ekpCz8VLugiq1-HmbMjht2i2_PoN5lQW3Cu5C9oTQUE`̵ ׉	 7cassandra://-vTpy5yNaLYo38r8o42ekM0DOCJjsdm-89ZqHvi4i3M]q8͠U޵7^נU޵7e 
9ׁH 4http://www.enseignons.be/actualites/2013/08/07/echecׁׁЈנU޵7d Z4
9ׁHhttp://Enseignons.beׁׁЈ׉E6V. Het onderwijs: de basis van ongelijkheid
De verschillende elementen die eerder zijn aangehaald, geven een
beeld van de discriminatie op de arbeidsmarkt.
Om echter een vollediger beeld te schetsen, is het nodig eerst de
discriminatiemechanismen die uitgaan van openbare instellingen
te belichten.
Ons onderwijs in het bijzonder werkt ongelijkheid in de hand en
bezondigt zich uit hoofde van zijn institutionele opbouw elke dag
massaal aan ongelijkheid.
Al decennialang is er sprake van drie belangrijke structurele problemen:
•
Elk jaar een hoog percentage mislukkingen op school, dus elk
jaar een groot aantal zittenblijvers. In 2011 bedroeg dit in Brussel
18%.74
• Een hoog percentage jongeren dat het secundair onderwijs verlaat
zonder diploma.
Momenteel heeft ¼ (25%) van de werkzoekenden enkel een
diploma lager middelbaar onderwijs en 20% heeft als hoogste
diploma dat van hoger middelbaar onderwijs . Met andere woorden:
ongeveer de helft van de werkzoekenden in het BHG (46%)
bezit geen diploma hoger onderwijs.
Uit de cijfers voor de jongeren blijkt dat de aderlating blijft duren:
momenteel heeft bijna 49,6% van de jonge werkzoekenden
(jonger dan 25) enkel een diploma lager secundair onderwijs op
zak. Dezelfde situatie treffen we aan bij 26,7% van de jongeren
in de categorie 25-29 jaar.
Daar komen nog de jongeren bij die in het buitenland laaggekwalificeerd
onderwijs hebben doorlopen dat niet erkend
wordt in België (7,3% in de categorie jonger dan 25 en 12,1% in
de categorie 25-29 jaar).75
• De OESO-cijfers bevestigen bovendien dat leerlingen uit het
Franstalige onderwijs, zelfs als ze geslaagd zijn, algemeen lager
scoren dan het gemiddelde in de 64 OESO-landen. De meest
recente PISA-studie uit 2012 bevestigt die trend. Dat is niet het
geval in Vlaanderen, dat beter scoort: hoger dan het gemiddelde
in de OESO-landen.
Het Franstalige onderwijs is dus een fabriek die ongelijkheid produceert.
Het vervult zijn functie van sociale hefboom niet en zal dat
ook niet doen zolang de overheid geen structurele maatregelen
doorvoert om het onderwijs grondig te hervormen en er een sociale
hefboom van te maken.
Daarnaast wordt Brussel gekenmerkt door een ruimtelijke tweedeling
in achtergestelde wijken en bevoorrechte wijken. Die socio-spatiale
scheiding vinden we ook terug in het onderwijs, dat
algemeen onder te verdelen valt in volkse scholen en elitaire scholen.
Het ‘inschrijvingsdecreet’ is een poging om deze realiteit ‘in
Grafiek 14: Stelt u algemeen gezien bepaalde lacunes vast in
de opleiding van jonge afgestudeerden?
0%
Waar;
verduidelijk
Niet waar
Ik weet
het niet
te perken’, maar schiet zijn doel gedeeltelijk voorbij omdat het de
geografische nabijheid bevoordeelt.
Een falend onderwijssysteem is niet alleen een ramp voor individuele
jongeren, maar ook voor de hele maatschappij, die niet naar
behoren kan profiteren van alle talenten die Brussel op alle vlakken
(wetenschap, economie, politiek enz.) tot een centrum van
uitmuntendheid zouden kunnen verheffen.
De ongelijkheid op de arbeidsmarkt is dus eerst en vooral het resultaat
van een structurele sociale constructie die zich voortdurend
herhaalt.
Deze vaststelling, lacunes in de opleiding van jonge afgestudeerden,
wordt ook benadrukt door de bedrijven.
Bijna 50% van de bedrijven bevestigt dat ze bepaalde lacunes
vaststellen in de opleiding van jonge afgestudeerden.
Bedrijven wijzen ook op de gebrekkige kennis van het Nederlands,
dat onmisbaar is op de Brusselse arbeidsmarkt.
Toch kan de stelling van het tekort aan opleiding de discriminatie
niet volledig verklaren, aangezien zowel mensen met een diploma
als laaggeschoolden getroffen worden.
Uit de tabel hieronder kunnen we het volgende afleiden: “De
laaggeschoolde werklozen met een vreemde origine zijn
minder vaak langdurig werkloos. Vooral bij de categorieën
‘andere Europeanen’ (15 procentpunten), ‘andere Afrikanen’ (16
procentpunten), ‘Zuid- en Centraal-Amerikanen’ (15,1 procentpunten)
en ‘Aziaten’ (15,1 procentpunten) is het verschil het grootst.
Bij hooggeschoolden zien we het omgekeerde. Daar zien we
een hoger aandeel langdurig werklozen met origine uit EU-12 (7,6
procentpunten), uit Maghreb (5,9 procentpunten), uit andere Afrikaanse
landen (8,4 procentpunten), uit Zuid- en Centraal-Amerika
(4,8 procentpunten) en uit Azië (2,9 procentpunten).” 76
Nochtans valt ons onderwijs gemakkelijk te verbeteren, zonder er
onredelijk veel budget voor uit te trekken.
Het adviesbureau McKinsey is gespecialiseerd in onderzoek naar
onderwijs en heeft de sleutel tot het succes van de best presterende
onderwijssystemen kunnen achterhalen.78
10%
20%
30%
40%
50%
34
׉	 7cassandra://biJZzZ-nS1kdQrQYIvvAbvqmaTuYLfa3XcdQIxp-w5w)`̵ U޵7_׉E BECI | witboek over diversiteit
Die systemen, die de best presterende ter wereld zijn, steunen op
vier pijlers:
> BEKWAME PERSONEN MOTIVEREN OM LERAAR
TE WORDEN EN TE BLIJVEN
Via zijn onderzoek heeft het adviesbureau McKinsey kunnen aantonen
dat de kwaliteit van het onderwijzend personeel een sleutelfactor
tot succes is; die verklaart, veel beter dan de grootte van de
klassen, het niveauverschil tussen leerlingen.
De meest essentiële kwaliteiten zijn: een goede kennis van het
onderwezen onderwerp, motivatie om te onderwijzen, communicatievaardigheden
en emotionele intelligentie, probleemoplossend
denkvermogen, het vermogen en de wil tot zelfkritiek gedurende
de hele carrière, bereidheid tot teamwerk enz. Onderwijzen is dus
een belangrijk en veeleisend beroep. Die vereisten moeten naar
waarde worden geschat.
De best presterende systemen zoeken hun toekomstige leraren onder
de beste studenten en bieden hen een aangepast loon aan dat
in de lijn ligt van het loon van andere afgestudeerden.
> VOORTDUREND DE PEDAGOGISCHE PRAKTIJKEN
IN DE KLASLOKALEN VERBETEREN
Kwaliteitsvol onderwijs is de som van alle onderrichtpraktijken.
Om het lerarenkorps hulpmiddelen aan te reiken om individueel
te kunnen presteren, hebben de onderwijsinstellingen de volgende
stappen ontwikkeld:
• Werken aan de praktische vaardigheden tijdens de lerarenopleiding.
•
In elke onderwijsinstelling systematisch een mentorsysteem voor
nieuwe leerkrachten invoeren.
• In elke onderwijsinstelling een structurele cultuur van teamwerk
invoeren. Voorbereidingen in groep, brainstorming en mentorschap
enz. zijn stuk voor stuk succesfactoren.
• Goede praktijken uitwisselen tussen leerkrachten, scholen en
scholengroepen.
• Geld uittrekken voor onderzoek naar pedagogische innovatie.
> KWALITEITSVOLLE DIRECTIETEAMS INVOEREN
De directie speelt een centrale rol in de factoren die de slaagkans
van de leerlingen bepalen en een kwaliteitsvol directieteam kan
helpen om de resultaten van de leerlingen met 10 tot 20% te verbeteren.79
In
de beste onderwijssystemen ter wereld verloopt de selectie en
vorming van de schooldirectie heel zorgvuldig.
Een succesvolle directie heeft drie duidelijke missies voor ogen:
• Erop toezien dat de pedagogische praktijken van de leraren verbeteren
•
Een voortdurende samenwerking tussen collega’s, tussen de ouders
en de opvoeders enz.
• Zorgen voor een kwalitatieve werkomgeving voor de leraren en
de leerlingen
> STREVEN NAAR HET SUCCES VAN ELKE LEERLING OM
HET ALGEMENE SUCCES VAN HET SYSTEEM TE VERHOGEN
Elk kind moet toegang krijgen tot kwaliteitsonderwijs.
De best presterende systemen bepalen eerst hun prestatiedoelen
en treden dan op twee niveaus op om elke leerling te helpen slagen:
ofwel op schoolniveau, ofwel op leerlingniveau.
• Op schoolniveau worden er verschillende middelen ontwikkeld:
er worden prestatierapporten opgesteld om het bewustzijn van
de leidinggevenden (directie en inrichtende macht) aan te wakkeren,
gedifferentieerde financiering van scholen met leerlingen uit
een kansarm milieu en versterking of vervanging van een slecht
functionerend directieteam.
• Op leerlingniveau: snelle, individuele tussenkomst door gespecialiseerde
leraren.
Al die programma’s samen leiden tot positieve resultaten en de landen
die ze toepassen, behoren tot de best presterende.
Uit studies blijkt dat het toepassen van die programma’s, ongeacht
de beginsituatie van een onderwijssysteem, in amper zes jaar
tijd een significante verbetering oplevert.
Grafiek 15: Kloof langdurige werkloosheid (meer dan één jaar) bij werklozen in het 4e kwartaal van 2008 ten opzichte van
personen van Belgische origine naar origine en opleidingsniveau (in procentpunten)77
10
-10
-5
0
5
-15
-20
EU-14
n Lager
n Secundair
n Hoger
-1,2
1,6
1,9
EU-12
-5,9
2,0
7,6
Kandidaat
EU
-4,2
-1,5
1,5
Andere
Europeanen
-15,0
-1,8
2,6
Maghrebijnen
-1,5
2,9
5,9
Andere
Afrikanen
-21
-2,1
8,4
Zuid/Centraal
Amerikanen
-15,1
-2,2
4,8
Aziaten
-15,1
-1,2
2,9
Bron:
Datawarehouse Arbeidsmarkt en sociale bescherming, K.S.Z. Berekeningen: FOD WASO.
74. Enseignons.be asbl. 2013. Le Taux d’échec varie selon le basin scolaire. Website op internet. <http://www.enseignons.be/actualites/2013/08/07/echec-scolaire-bassin>. • 75. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid.
2013. Precariteit bij jongeren. De positie van jongvolwassenen op de Brusselse arbeidsmarkt. Brussel. p. 11 • 76. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid
van kansen en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische monitoring. Brussel. p. 200 • 77. Ibidem. • 78. McKinsey & Company. 2007. “Les clés du succès des systèmes scolaires les plus performants”. Brussel. • 79.
Waters, Tim, “School leadership that works”, 2003; Robinson, Viviane, “School leadership and student outcome”, 2007.
35
׉	 7cassandra://ekpCz8VLugiq1-HmbMjht2i2_PoN5lQW3Cu5C9oTQUE`̵ U޵7`U޵7_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://htsYL7K-oD6kj7WsMChqUKqnN5IaQ6Pp5suhns5s1o0 `׉	 7cassandra://D8dHZeQaTR5-la65uJgDrs1stNaoshcdha735RE40ZMZ`S׉	 7cassandra://G_s74ve103gq1l10PXxEk29op2Rmysn8EUwj_Brrypc`̵ ׉	 7cassandra://faLOEZySltc2BGnddXOrQLpZEz7SmgvVKPMr8vGgtvM͒͠U޵7cט  {u׉׉	 7cassandra://ir6EcTN-x7mlLgj4LUJSSX9uoNSojfp8wPpXnTEJ5jk h`׉	 7cassandra://aV2hp7QKYXnezYse83NnLgK2m0IYx-l6c6O2_WUKXwQU`S׉	 7cassandra://9snNBL-HQUaT1-4Fl3EZEgg4lehskjbVrZrd7FXrxZo#`̵ ׉	 7cassandra://s3S_FhAsVfYKndgnh9hs2qThuFKwN05xgAryAPFaI50v͠U޵7g׉E
*VI. De bedrijven: tussen vraagstellingen
en aanpassingen
Diversiteit vormt een schakel in een groter weefsel: de human
resources. Met name politieke maatregelen dragen bij tot de
constructie van dit weefsel.
Een zwakke schakel die de uitbreiding van diversiteit belemmert,
zijn de lasten op arbeid voor werkgevers in België.
Het gevolg daarvan is een specifiek gedrag bij aanwervingen,
bijvoorbeeld werkgevers die om de kosten te drukken liever
allround werknemers in dienst nemen dan verschillende personen
voor telkens een specifieke taak.
De beslissing van de nieuwe regering om die kosten te verlagen
naar 25% is bijgevolg een stap in de goede richting voor
de ontplooiing van de human resources.
Op die basis werken bedrijven via hun personeel aan
diversiteit en verbinden ze zich bovendien daartoe, op
verschillende niveaus.
De integratie van diversiteit in de bedrijven kan vier
verschillende vormen aannemen, afhankelijk van het profiel
van het bedrijf.
De eerste vorm in verband met diversiteit die onderzoekers
waarnemen, is ontkenning van discriminatie80
, waarbij ervan
wordt uitgegaan dat die niet bestaat in de praktijk of dat
het bedrijf geen betrokken partij is. Dat is een standpunt dat
rekruteerders niet vaak tegenkomen en dat geen perspectieven
inhoudt voor diversiteit.
De tweede vorm van diversiteit in de bedrijven is de natuurlijke
implementatie van diversiteit in de teams. Dat type
bedrijf maakt niet noodzakelijk gebruik van de hulpmiddelen
voor diversiteit (plan, handvest enz.) of van specifieke acties
(opleidingen, diversiteitsmanagement, diversiteitsconsultant
enz.).
Diversiteit kan zich ook ‘onverwacht’ aandienen: het bedrijf
krijgt bij het humanresourcesmanagement te maken met onder
andere specifieke vragen of specifiek sociaal gedrag en
vraagt zich sterk af of die vragen terecht zijn.
In een dergelijke situatie reageren bedrijven meestal reactief.
De acties van de bedrijven richten zich vooral op “concrete
problemen in de organisatie, in een poging om disfunctionering
als gevolg van een steeds heterogener samengesteld
personeel te beperken en om spanningen ingevolge deze
heterogeniteit weg te nemen”.81
Bij die reactieve acties kunnen bedrijven zich machteloos
voelen tegenover concrete vragen; ze zoeken een evenwicht
tussen individuele vrijheid en de goede werking van het
bedrijf, zowel intern als ten opzichte van de klanten en externe
diensten.
Voor handicaps is het begrip ‘redelijke aanpassing’ opgenomen
in juridische teksten, wat wettelijk een zeker houvast
biedt.
In verband met cultuur of religie spreken we ook van ‘redelijke
36
׉	 7cassandra://G_s74ve103gq1l10PXxEk29op2Rmysn8EUwj_Brrypc`̵ U޵7h׉EBECI | witboek over diversiteit
aanpassingen’, maar die worden in bedrijven vaak informeel
ingevoerd.82
Als er zich echter moeilijkheden voordoen, die soms gewoon
op te lossen zijn via een cultureel bemiddelaar, kiest het bedrijf
soms toch voor de juridische weg. Iedereen is het er niettemin
over eens dat een wettelijk kader nodig is, maar niet
volstaat om kwesties rond diversiteit op te lossen.
Verder worstelen de bedrijven ook met diversiteit binnen
diversiteit, dat wil zeggen de vele gezichten van diversiteit
binnen eenzelfde cultuur of religie, of ook op het vlak van
handicaps, leeftijd enz.
Werknemers van vreemde afkomst tewerkstellen, vraagt een
diversiteitsmanagement dat heel erg verschilt naargelang de
personen, die gelovig kunnen zijn maar dat niet noodzakelijk
zijn, of die gelovig zijn maar niet praktiserend.
En als medewerkers met hun geloof naar buiten komen,
zijn er veel verschillende manieren om die spiritualiteit dagelijks
te beleven, afhankelijk van de geloofsstroming (voor
de islam: soennisme, sjiisme, soefisme enz.) of het religieuze
leerpad. De bedrijven worden dus geconfronteerd met zeer
uiteenlopende vragen of houdingen in de naam van eenzelfde
geloof, zonder dat ze in staat zijn te oordelen of die
religieus of juridisch gegrond zijn.
Er dienen zich dus brede sociale vraagstukken aan in de bedrijven,
met alle moeilijkheden en aanpassingen die dat kan
veroorzaken.
Die vragen doen zowel de rekruteerders als de werknemers
nadenken over wat de norm is.
Dat is op zich positief op het vlak van diversiteit.
“Diversiteit bestaat slechts in verhouding tot een al dan niet
bewust gehanteerde norm. Het komt er dus op aan om de
norm te herkennen, te bevragen en te veranderen.” 83
Gelukkig vindt diversiteit soms ook op een zeer positieve manier
ingang. In sommige bedrijven ontstaat dan een echte diversiteitsdynamiek
en komen er strategieën voor positieve discriminatie.
Die acties “mobiliseren de organisatie voor sociale
doelstellingen (maatschappelijke verantwoorde lijkheid en
bestrijding van discriminatie) maar creëren tegelijk interne
en externe toegevoegde waarde rondom deze diversiteit,
zoals bijvoorbeeld beter beantwoorden aan behoeften van
gebruikers en klanten, tegemoetkomen aan het tekort aan
arbeidskrachten, een meer gemengd karakter en een grotere
diversiteit introduceren voor bepaalde banen en in bepaalde
functies, bevorderen van creativiteit en innovatie”.84
Dergelijke bedrijven zijn niet alleen overtuigd van diversiteit,
maar beschouwen die ook als een sterke troef.
Ze laten zich ook begeleiden voor diversiteit en doen met
name een beroep op diversiteitsconsultants of voeren op
structurele wijze diversiteitsmanagement in.
Bedrijven hebben bijgevolg zeer uiteenlopende houdingen
en aanpakken in verband met diversiteit. Die diversiteit in
het zich toe-eigenen hangt samen met specifieke vragen die
bedrijven zich stellen, spanningen en aanpassingen.
Daarom moet de begeleiding absoluut op maat van het
bedrijf gebeuren.
80. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding & Business & Society Belgium. 2006. Onderneming & diversiteit: hoe staat het in de praktijk?, Brussel. p.11.
81. Ibidem.
82. ADAM Ilke & REA Andréa. 2010. La diversité culturelle sur le lieu de travail: pratiques d’aménagements raisonnables. Brussel.
83. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding & Business & Society Belgium. 2006. Onderneming & diversiteit: hoe staat het in de praktijk? Brussel.
84. Ibidem.
37
׉	 7cassandra://9snNBL-HQUaT1-4Fl3EZEgg4lehskjbVrZrd7FXrxZo#`̵ U޵7iU޵7h{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lmeCFLYSuwtf-0SOr3IxrVDsdtd9Xqouh-lqVjjdBD8 `׉	 7cassandra://ZLACsE7ZzbOoDBCunZUgem47v5yvcO1vlk-pscD9ViEn``S׉	 7cassandra://vSYKSiPueNm4LMXKUJd2UuV4B-Gr-Y3yCclYfYGzlFI"`̵ ׉	 7cassandra://V_PRo7nzBPr8T3ucpSCjW7EC162zF_QWdZrylzg8JjQ͠U޵7mט  {u׉׉	 7cassandra://XLLAgyalBcD0fRl_WYzgUPb3WpTL8_BZ_DzC9uwcZuE 5` ׉	 7cassandra://QMWmkAUsMkOJwv05T6cfL1-vznqpJ3TTPxmAJ2fhbl8T`S׉	 7cassandra://cgQqjwy3J0t9eBPsRHQtvIpkE7BEvJVVE78b9cJp2-A`̵ ׉	 7cassandra://OvBQ7rhcCpjB5rW9obcKbbA8DCPf8eCr_49rHb5hFAkIZ͠U޵7pנU޵7v Ew
9ׁH !http://sociologie.revues.org/1200ׁׁЈ׉EVII. Discriminatie afbouwen
om diversiteit op te bouwen
7.1. Oorsprong
Ongelijkheid en onrechtvaardigheid zijn dus structureel verankerd
in onze maatschappij en die onrechtvaardigheden nemen
recht evenredig toe met de kenmerken die personen dragen.
Maar achter de discriminerende mechanismen gaan verschillende
constructiemechanismen schuil.
Hoewel we discriminerende mechanismen vaak toeschrijven
aan seksisme dat ‘gewoon’ seksistisch is of aan racisme dat
‘gewoon’ racistisch is, dekken ze niet de hele lading van discriminatie,
ook al past een aantal discriminerende gedragingen
duidelijk binnen deze mechanismen.
De keerzijde van discriminatie moeten we bekijken vanuit het
standpunt van sociale constructies: “... het is nodig nota te nemen
en zich bewust te worden van de sociale constructie van
de cognitieve structuren die de handelingen ter opbouw van
de wereld en haar machtsverhoudingen regelen”.85
Het menselijke gedrag is het verlengstuk van de interne
inge steldheid, van de ‘habitus’, “een geheel van duurzame,
verworven bepalingen, dat bestaat uit categorieën van appreciatie
en oordeel en dat sociale praktijken met zich
meebrengt die aangepast zijn aan de sociale positie. Habitus
wordt verworven in een zeer vroeg opvoedingsstadium en via
de eerste sociale ervaringen en weerspiegelt ook de eerder afgelegde
weg en eerdere ervaringen: habitus is het resultaat
van een progressieve inbedding van sociale structuren. Dat
verklaart waarom personen die zich in vergelijkbare omstandigheden
bevinden er dezelfde wereldbeschouwing op na
houden ...” 86
38
Bijgevolg ontstaat elke menselijke interactie, ook op professioneel
vlak, vanuit habitus: schema’s van perceptie, appreciatie
en actie die zijn ingebed in het eigene van de personen
die met elkaar in interactie treden.87
De organisatie van human resources ontkomt niet aan de
invloed van habitus. Daarom gebeurt discriminerend gedrag
soms stilzwijgend, is het zelfs gedeeltelijk onhoorbaar in de
discriminerende interactie en merkt de persoon die dit gedrag
vertoont het zelf niet op.
Het geschiedt “als bij wonder, zonder enige fysieke belemmering;
maar dat wonder is slechts mogelijk dankzij een instelling die diep
weggestopt aanwezig is en plots als een veer op springt”.88
Hoewel discriminerend gedrag zich altijd op dezelfde manier
uit, dient de oorsprong ervan met chirurgische precisie te worden
achterhaald.
Het is de habitus die het gedrag bepaalt bij aanwervingen op
de arbeidsmarkt.
Hij zorgt ervoor dat voor hogere functies de voorkeur onbewust
naar mannen uitgaat.
Zonder het te beseffen zullen rekruteerders die werknemers in
dienst nemen die onder hun gezag zullen staan ook aarzelen
iemand te kiezen die ouder is dan zijzelf.
Persoonlijke instellingen zullen ook de keuze voor iemand met
dezelfde culturele achtergrond in de hand werken. Een ‘monocultureel’
levenspad kan ‘monocultureel’ sociaal gedrag −
en hr-praktijken − als gevolg hebben.
׉	 7cassandra://vSYKSiPueNm4LMXKUJd2UuV4B-Gr-Y3yCclYfYGzlFI"`̵ U޵7q׉EhBECI | witboek over diversiteit
Door dat levenspad zal bij sollicitaties ook de voorkeur
uitgaan naar mensen die over dezelfde fysieke, zintuiglijke en
psychische capaciteiten beschikken.
Als we de bedrijven vragen naar de drie belangrijkste factoren
die een belemmering vormen voor diversiteit, halen ze
trouwens verschillende elementen aan, en in het bijzonder de
habitus:
• het tekort aan kwalificaties (competenties)
• de habitus (gebrek aan informatie, onzekerheden,
hrm-gewoontes enz.)
• infrastructuurproblemen
En achter onze gewoontes zit dat wat we niet gewoon zijn.
Wat vreemd is, is beangstigend, en dat geldt ook voor human
resources.
Die angst kan talrijke en gevarieerde, individuele en universele
vormen aannemen en we moeten er de confrontatie mee aangaan
om ze te kunnen overwinnen.
We mogen ook zelfdiscriminatie niet vergeten: het andere luik
van discriminatie, dat rechtstreeks bijdraagt aan het proces.
Ook zelfdiscriminatie is gebaseerd op vooroordelen en
stereotypes en de betrokken personen (vrouwen, personen
van vreemde afkomst, personen met een handicap enz.)
moeten zich er bewust van worden om zich, in het bijzonder
met de hulp van een coach, te bevrijden uit die positie en zich
ten volle te ontplooien op de arbeidsmarkt.
In studies is immers aangetoond dat die groepen zelfdiscriminerend
gedrag vertonen en zo van de weeromstuit
zelfuitsluiting bewerkstelligen.
In verband met de gelijkheid tussen vrouwen en mannen
tonen gegevens meer bepaald aan dat vrouwen zichzelf op
verschillende manieren uitsluiten van hogere functies: door
er helemaal niet aan te denken, of door het wel te proberen
maar dan aarzelend enz.
Dat geldt ook voor personen van vreemde afkomst die soms
niet meer actief op zoek gaan naar werk of enkel solliciteren
op functies onder hun niveau. Die personen passen dezelfde
zelfdiscriminatie toe als vrouwen in verband met hogere
functies. En als de twee kenmerken tegelijk voorkomen, kan
de zelfdiscriminatie nog grotere proporties aannemen …
Ook voor handicaps en leeftijd speelt de manier waarop de
persoon daar zelf mee omgaat mee op de arbeidsmarkt.
Habitus zet dus aan tot discriminatie van anderen, maar ook
tot zelfdiscriminatie.
Maar habitus kan veranderen, op dezelfde manier als die
waarop hij ontstaan is: door inprenting en inbedding.89
Inbedding kan verlopen via de pedagogische weg, zowel via
school als via werk (door seminaries, opleidingen enz.), die de
schema’s van perceptie, appreciatie en actie zullen afbreken.
We moeten ook ernstig nadenken over de verspreiding van
negatieve vooroordelen en stereotypes door de media, die
mee de habitus creëren.
‘Habitus’ ontstaat onder andere door inbedding en het is
ook mogelijk hem door inbedding te doen verdwijnen. Diversiteit
de bedrijfsstructuur binnenloodsen, in combinatie met
een geschikte begeleiding, zal ook bijdragen tot de opbouw
van positieve habitus voor diversiteit. Daar is in het bijzonder
humanresourcesmanagement met ‘positieve discriminatie’
voor nodig.
Een aantal bedrijven heeft die acties ontwikkeld en die vormen
de lijst van goede praktijken hiernaast.
Grafiek 16: Volgens mij staan de volgende elementen de ontwikkeling van een ambitieuzer diversiteitsbeleid in mijn bedrijf in de
weg: (drie antwoorden mogelijk)
0%
Infrastructuur: niet aangepaste
gebouwen en kantoren
Vaardigheden: resultaten
bij de rekruteringstests
HRM: gewoonten bij aanwerving
Onzekerheid: angst voor het
onbekende, ongerustheid, vrees
Gebrek aan informatie
Weigerachtige vakbonden
Andere? Verduidelijk
5% 10% 15% 20% 25% 30% 35%
85. BOURDIEU, Pierre. La domination masculine, Parijs, Editons du Seuil, 2002. p. 62 • 86. Anne-Catherine Wagner, “Habitus”, Sociologie [Online], Les 100 mots de la sociologie, online geplaatst op 01 maart 2012. Zie:
http://sociologie.revues.org/1200 • 87. BOURDIEU, Pierre, La domination masculine, Normandië, Editons du Seuil, 2002. p. 59 • 88. Ibidem. • Ibidem.
39
׉	 7cassandra://cgQqjwy3J0t9eBPsRHQtvIpkE7BEvJVVE78b9cJp2-A`̵ U޵7rU޵7q{בCט   {u׉׉	 7cassandra://pjLvtNcsJLBns-yYdyMzTHRuh_vhGQKoJ2I6HXton7k R`׉	 7cassandra://uZk5JEK5ePPi-Km2wZON_CvoAnFZz8I4uzlUa_4CuOoz]`S׉	 7cassandra://LwdLATrx1fyi4fXoV2ZQPxzIBurW11g-dnX5BjAJcaI#O`̵ ׉	 7cassandra://piApKEqy9guw1bcICeKTc2n9yhIklnqb3_uU2pZQ5L4͵͠U޵7xט  {u׉׉	 7cassandra://OzT3EvUKlNgbQz0H6mWROTZkPWOfYuc0FyP7OORTpXs 9`׉	 7cassandra://7hOg5JwQItE4_YChdJuUMaP79G8KOpkqAcMDJAkfFXkv`S׉	 7cassandra://wDr39mTmPFYfaS6ihH9zRhH9EuGpyJ7aHBSKDdBWJ_M!`̵ ׉	 7cassandra://69xlVL8LMVwYliSwYVR6cgxuFl0kAF6JPBstbIrI95wͦL͠U޵7yנU޵7 I
9ׁH &http://www.goodwill-management.com/nosׁׁЈנU޵7 ̕Q9ׁHhttp://www.ediv.beׁׁЈ׉E7.2. De troeven van diversiteit
Diversiteit is een zaak van gelijkheid en ethiek, maar ze heeft
ook een economisch facet.
Uit de enquête van BECI blijkt dat meer dan 30% van de bedrijven
van plan is om op korte of op middellange termijn de
diversiteit in hun bedrijf te verhogen, 67% niet.
Nochtans zien bedrijven die diversiteit omarmd hebben maar
al te goed het economische potentieel en ontdekten ze dat
diversiteit hun economische prestaties ten goede komt.
Die economische prestaties vloeien voort uit verschillende methodes:
>
ONTWIKKELING VAN DE HUMAN RESOURCES
Diversiteit ontwikkelen binnen de human resources levert het
bedrijf een schat aan talent op dat de resultaten zal versterken,
want elke vorm van diversiteit heeft zijn eigen kenmerken
die het geheel ten goede komen.
Een bedrijf dat beschikt over personeel met een uiteenlopend
potentieel kijkt verder dan het onwrikbare ‘eenheidsdenken’
dat de ontwikkeling van het bedrijf in de weg staat.
• Geslacht
De studies die het verband bewijzen tussen managementteams
die openstaan voor vrouwen en betere financiële resultaten,
zijn niet meer te tellen. Als voorbeeld halen we de bank
Credit Suisse aan:
“Bedrijven met meer dan 15% vrouwen in de algemene directie
genereren een gemiddelde rentabiliteit eigen vermogen
van 14,7%, tegenover slechts 9,7% voor bedrijven met minder
dan 10% vrouwen in de algemene directie.” 90
Die prestaties zijn meer bepaald te wijten aan andere, maar
elkaar aanvullende bestuurlijke vaardigheden in termen van
geslacht. De visie en aanpak van situaties en de uitvoerig van
projecten verschillen meestal, maar vullen elkaar aan.
• Leeftijd
Een bedrijf dat investeert in leeftijd bezit een kostbaar kenniskapitaal.
Een
oudere werknemer beschikt immers over iets wat een diploma
niet kan geven: ervaring. Die vormt een kapitaal aan
middelen om projecten te ontwikkelen: een oudere werknemer
heeft er al veel ontwikkeld of er veel zien ontwikkelen. Hij
weet uit ervaring wat werkt of wat niet.
Bovendien heeft hij al talloze situaties moeten oplossen en
vindt hij dus snel oplossingen voor problemen op het terrein.
Er is vastgesteld dat het ongeveer veertien maanden duurt
voor een oudere werknemer al zijn kennis heeft kunnen overdragen
op een jongere. Een bedrijf dat een oudere werknemer
in dienst neemt, haalt dus veertien maanden “kenniskapitaal”
in huis.91
Verder is ook aangetoond dat oudere werknemers beter kunnen
omgaan met stress: als er zich moeilijkheden voordoen,
reageren ze dankzij hun ervaring minder emotioneel. Dat is
bijzonder interessant, want stressbestendigheid heeft niet
alleen een invloed op de snelheid waarmee een taak wordt
uitgevoerd, maar ook op absenteïsme.
• Vreemde afkomst
Personen van vreemde afkomst hebben meestal biculturele
denkschema’s. Die bredere mentale kaart brengt creativiteit en
innovatie in het bedrijf.
Bovendien maakt personeel dat andere talen dan de landstalen
spreekt het mogelijk om eventueel de klanten beter te ontvangen
en te helpen. De meest recente ‘taalbarometer’ vermeldt
De Rode Duivels, vandaag in de Top 5 van ‘s werelds best voetbalteams,
getuigen van de troeven van een multiculturele samenleving
de top 8 van de talen die in Brussel worden gesproken, in
dalende volgorde volgens belang: Frans, Engels, Nederlands,
Arabisch, Spaans, Duits, Italiaans en Turks.
Met personeel dat andere talen dan de landstalen spreekt,
is het mogelijk elk type van klant te ontvangen en aan zijn
behoeften te voldoen.
• Handicap
In tegenstelling tot wat stereotiepe beelden laten geloven,
presteren mensen met een handicap, mits de nodige aanpassingen,
even goed als mensen zonder handicap.
Deze mensen hebben bovendien vaker oog voor veiligheid op
de werkplek en kunnen ze zeer goed preventief optreden.
Werken met medewerkers met een handicap helpt verder ook
om de behoeften van klanten met een handicap beter te begrijpen
en erop te anticiperen.
> KLANTEN BETER BEGRIJPEN
“We understand the business case: in the marketplace, the
face of our 75 million consumers is changing and we must
resemble it; we need to understand the market and design
the relevant products or services, fitting with the needs of our
clients and consumers.” Jean-Michel Monnot, Managing Diversity,
Sodexo
Een bedrijf met medewerkers die op de klanten lijken (op het
vlak van geslacht, leeftijd, cultuur …) zal die klanten beter begrijpen
en dus beter kunnen inspelen op hun behoeften.
In Brussel ziet de clientèle er als volgt uit:
• 35% van de bevolking is ouder dan 45 jaar
• 65,9% van de Brusselse bevolking tussen 18 en 60 jaar is van
vreemde afkomst (hetzij met vreemde nationaliteit, hetzij geboren
met een vreemde nationaliteit, hetzij met één ouder
die geboren is met een vreemde nationaliteit)
• In België heeft meer dan 10% van de bevolking tussen 15 en
64 jaar een handicap of een chronische ziekte
Het geheel van deze bevolking is de clientèle van de Brusselse
bedrijven en vormt dus een bron van economische ontwikkeling,
op voorwaarde dat de bedrijven over teams beschikken
die in staat zijn deze klanten beter te begrijpen en te bereiken.
40
׉	 7cassandra://LwdLATrx1fyi4fXoV2ZQPxzIBurW11g-dnX5BjAJcaI#O`̵ U޵7z׉E!BECI | witboek over diversiteit
• Een forum om vragen en goede praktijken uit te wisselen
Alle tools zijn beschikbaar op: www.ediv.be
> OPLEIDINGEN IN VERBAND MET DIVERSITEIT
Opleidingen in verband met diversiteit hebben hun nut al genoegzaam
bewezen, onder andere op het vlak van geslacht,
leeftijd, cultuur en handicap.
Ze helpen de onbewuste mechanismen van discriminatie
beter te begrijpen en te zien, waardoor ze gemakkelijker te
ver mijden zijn.
Er bestaan verschillende modules naar gelang van de behoeften
en de diversiteitsgraad die een bedrijf wil bereiken:
• Diversiteitsmanager
• Handicap en bedrijf
• Geslaagd diversiteitsbeheer
• Neutrale recrutering
• Intercultureel management
• Diversiteit: de eerste stappen
• …
Ook sessies over bewustmaking en/of opleiding (afhankelijk
van de grootte van het bedrijf) voor de werknemers hebben al
hun nut bewezen. Ze helpen ook om de verschillende teams
met diversiteitskenmerken beter op elkaar af te stemmen en
zo de teams samen te brengen rond een collectief project: het
bedrijfsproject.
> HET RISICO OP REPUTATIESCHADE UITSLUITEN
Uit studies blijkt dat discriminatie niet altijd zichtbaar of bewust
verloopt, omdat ze gedeeltelijk berust op habitus: schema’s
van perceptie, appreciatie en actie die sociaal zijn opgebouwd
bij elk individu en die het aanwerfgedrag ‘sturen’.
Bij een klacht wegens discriminatie kunnen de directe en
indirecte kosten echter fors oplopen, want de wet legt de
bewijslast nu bij de werkgever, die moet bewijzen dat hij niet
gediscrimineerd heeft.
De kosten behelzen de gerechtskosten en eventuele
schadevergoeding, maar ook de kosten die voortvloeien uit
een slechte reputatie en die aanzienlijk kunnen zijn en lang
kunnen aanhouden.
Reputatieschade is dus een belangrijk gegeven en vereist
gerichte, preventieve acties.
7.3. Goede praktijken
Hierna volgen praktijken die bedrijven hebben toegepast.
Hoewel de opsomming niet volledig is, vermeldt ze toch
inspirerende praktijken voor bedrijven die diversiteit willen
i ntroduceren, ontwikkelen of vervolmaken.
Bedrijven beginnen vaak met één bepaalde vorm van diversiteit,
maar meestal volgt dan stilaan een natuurlijke solidariteit
met andere vormen van diversiteit.
7.3.1. Alle vormen van diversiteit door elkaar
> EDIV
‘EDIV’ is een tool voor onlineopleiding (e-learning) met tal van
voordelen:
• Gratis onlineopleiding over antidiscriminatiewetgeving
• 120 concrete gevallen, juridisch advies en raadgevingen voor
managers
> GEMENGDE SOLLICITATIEGESPREKKEN
Hr-medewerkers nemen met twee de sollicitatiegesprekken
waar, ofwel ontmoeten twee verschillende personen de kandidaat
op een verschillend moment. De hr-medewerkers kunnen
elk andere aspecten opmerken en een andere indruk krijgen
van de kandidaat.
De standpunten vullen elkaar aan en leveren vanzelf een objectief
beeld op.
Dat element speelt ook mee voor de doorstroom naar functies
met verantwoordelijkheid. Twee personen van een verschillend
geslacht voeren de acties en keuzes uit, wat een andere, maar
complementaire visie oplevert.
> GEMENGDE GROEPEN
Behalve bij selectie en rekrutering is er sprake van een
geslaagde diversiteit als de teams gemengd zijn op het vlak
van geslacht, leeftijd, cultuur, handicap, enz. Dat maakt dat de
verschillende teams elkaar verrijken.
Elk individu brengt zijn complementariteit en zijn meerwaarde
in de groep, die daardoor beter gaat presteren.
De jongeren profiteren van het kenniskapitaal en de ervaring
van de ouderen; de jongeren zorgen voor innovatie. De mentale
kaarten op het vlak van geslacht, cultuur enz. vullen elkaar
aan en bewerkstelligen een verrijking bij de teams onderling.
Elk individu laat het geheel profiteren van zijn particulariteit.
> EEN INTERNE (ZELF)DIAGNOSE
Alleen al door intern een horizontale en verticale diagnose uit
te voeren, wordt het mogelijk een visie op de medewerkers te
krijgen en oog te hebben voor de diversiteit in de teams.
De hr-medewerkers ontvangen deze diagnose, die een perspectief
opent waarmee de human resources diversiteit een
belangrijkere plaats kunnen geven in het bedrijf en andere
praktijken kunnen invoeren.
> GESPREKKEN BIJ HET VERLATEN VAN HET BEDRIJF
Het gesprek bij het verlaten van het bedrijf vindt plaats als
iemand ergens anders gaat werken of met (pre)pensioen
gaat. Dat soort gesprek is bijzonder interessant, want er kan
90. LAUWERS, Michel. Les femmes managers rapportent toujours plus gros. L’Echo. Zaterdag 10 januari 2015 • 91. Goodwill Management: Diversité du capital humain et performance économique de l’entreprise.
http://www.goodwill-management.com/nos-publications.html
Zie:
41
׉	 7cassandra://wDr39mTmPFYfaS6ihH9zRhH9EuGpyJ7aHBSKDdBWJ_M!`̵ U޵7{U޵7z{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2oNA6QMdAHqkdw3GMABHEmd9btklmardIOQlpH64GHk `׉	 7cassandra://w6OZz48UZdrNfAulvWsJYHFNbQtZj5i5cyrLOJKeXeUs`S׉	 7cassandra://Fy0Uwe5bnvBqrk9UG6A83eYVdmY9uHJfm80PoJxtNxo"`̵ ׉	 7cassandra://9G4jVTzGzjWBzVnxBCucxAXh1KXUfELjOz9fs2S9ifEͮW͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://vimcdL8d7fMxKFkkrsyxScmvmndiVm0wi8eRBIKPVLg K`׉	 7cassandra://OFp8mxlYn0Nb4UaLqcQABVIBZQkQC51V-WxakltUaOYl`S׉	 7cassandra://iPp7SFJOIB5ANVoesx2r4hqI_07Ip9jXS549j9STG9o`̵ ׉	 7cassandra://bSvO8AfX0hw956Ip1qdWVvf9Q3-POXtC6pqLX-S7Q6Eg͠U޵7נU޵7 I9
9ׁH Thttp://www.lecese.fr/sites/default/files/pdf/Avis/2007/2007_25_%20laurent_berail.pdfׁׁЈ׉Efeedback over de door te voeren aanpassingen op het vlak van
hr-beheer en van de ontwikkeling van het bedrijf naar boven
komen.
Mensen met diversiteitskenmerken kunnen tijdens dat gesprek
ook relevante feedback geven over de aanpassingen die nodig
zijn voor een betere integratie.
> VACATURES
Soms vermelden bedrijven iets over diversiteit in hun vacatures.
Vaak is dat een zin waarin iedereen wordt uitgenodigd om te
solliciteren, ongeacht leeftijd, geslacht, cultuur, handicap, enz.
> INTERN DIVERSITEITSNETWERK
Grote en kleine bedrijven passen diversiteit anders toe. Grote
bedrijven creëren vaak interne netwerken voor een leidinggevende
inzake diversiteit: de diversity manager.
Zo ontstaat er een netwerk in het bedrijf dat regelmatig
samenkomt om:
• Positieve en negatieve ervaringen uit te wisselen
• Te werken aan de punten die voor verbetering vatbaar
zijn
• Innoverende acties te vinden
• ...
> VRIJWILLIGERSWERK IN BEDRIJVEN:
WERKNEMERS VOOR TOEKOMSTIGE WERKNEMERS
Hierbij bieden werknemers per maand enkele uren van hun
tijd aan werkzoekenden aan. Behalve dat een werkzoekende
raad en begeleiding krijgt van een werknemer, maakt hij ook
rechtstreeks kennis met het bedrijfsleven, zijn realiteit, zijn
cultuur, zijn noden en vereisten, enz.
Bovendien kan de werkzoekende (iemand met een handicap,
een oudere persoon of iemand van vreemde afkomst) gebruik
maken van een sociaal netwerk (een positief element in zijn
zoektocht naar werk) dat hij door zijn vaak lange afwezigheid
op de arbeidsmarkt was kwijtgeraakt.
7.3.2. Diversiteit en geslacht
> ROLMODELLEN
Een andere methode die spontaan werkt, is de aanwezigheid
van in het bijzonder vrouwelijke rolmodellen in hiërarchisch
hogere functies.
Uit gegevens blijkt dat een vrouw in een managementfunctie,
zelfs al wordt er geen proactief beleid gevoerd, een vervrouwelijking
van de promotie in het bedrijf veroorzaakt.
We vereenzelvigen ons automatisch met mensen die op ons
lijken, van beneden naar boven, maar ook van boven naar beneden.
Stilaan is er op het vlak van diversiteit een positieve en
vlotte evolutie merkbaar in de teams.
> ASSERTIVITEITSPROGRAMMA
In vele bedrijven kunnen vrouwen aanspraak maken op een
assertiviteitsprogramma. Dergelijke programma’s hebben niet
alleen een positief effect op gedrag en communicatie, maar
hebben ook een uitwerking op de autodiscriminatie van
vrouwelijke medewerkers.
Het is immers algemeen bekend dat vrouwen autodiscriminatie
toepassen in verband met verantwoordelijke functies.
Dankzij die assertiviteitsprogramma’s gaan vrouwen zich anders
positioneren en worden ze ook anders gepercipieerd.
Daardoor voltrekt zich een natuurlijke en subtiele verandering
in het bedrijf en stromen vrouwen door naar verantwoordelijke
functies.
> NEUTRAAL BEZOLDIGINGSBELEID
Bedrijven die daar al ver in staan, zijn begonnen met een
screening van de bezoldigingen om een eventuele loonkloof
tussen de geslachten te meten. Bedrijven waar dat gebeurd
is, hebben een kader gecreëerd op basis van objectieve bezoldigingscriteria
(diploma, aantal jaren ervaring, anciënniteit,
enz.).
Zo kunnen ze zich overigens ook aanpassen aan de huidige
wetgeving die vanaf nu bedrijven met meer dan vijftig werknemers
verplicht om de twee jaar een analyse voor te leggen
waaruit blijkt dat ze een genderneutraal bezoldigingsbeleid
voeren.
> TELEWERKEN
Telewerken en glijdende werkuren zorgen niet alleen voor
meer evenwicht tussen werk en privé, maar geven vrouwelijke
werknemers bovendien de kans om te blijven werken en niet
te hoeven kiezen tussen werk en privé. Vrouwen, die meestal
ook zorgen voor het gezin, kunnen zo langer professioneel
actief blijven en doorstromen naar hogere functies.
7.3.3. DIVERSITEIT EN LEEFTIJD
> EXPERIENCE@WORK
Dit is een platform waarmee oudere werknemers gedeeltelijk
tewerkgesteld worden buiten het bedrijf.
De expertise van oudere werknemers is algemeen bekend.
Toch kunnen bepaalde organisaties (vooral kmo’s) zich die
kosten niet veroorloven. Anderzijds hebben bepaalde bedrijven
oudere medewerkers in dienst van wie de talenten niet
ten volle worden benut.
42
׉	 7cassandra://Fy0Uwe5bnvBqrk9UG6A83eYVdmY9uHJfm80PoJxtNxo"`̵ U޵7׉EBECI | witboek over diversiteit
Dit platform brengt bedrijven die op zoek zijn naar ouder
talent in contact met bedrijven die dat talent in huis hebben.
De oudere werknemers van deze laatste bedrijven kunnen, als
ze dat willen, externe opdrachten vervullen voor andere bedrijven.
Dan
wordt er een dienstencontract opgesteld waarvan de
duur varieert: het kan gaan om een korte of middellange opdracht
of een opdracht voor onbepaalde duur.
Iedereen wordt er beter van: oudere werknemers herbronnen
zich aan het einde van hun loopbaan en kleine bedrijven profiteren
van een kenniskapitaal tegen een betaalbare prijs.
> MENTORAAT
Mentoraat wordt vaak toegepast bij diversiteit op het vlak van
geslacht en/of leeftijd.
Wat geslacht betreft, werken bedrijven acties uit waarbij het
management elk jaar vrouwen volgt om hen te initiëren in verantwoordelijke
functies. Zo leren de vrouwen het vak en het
management krijgt zicht op de zich ontwikkelende talenten
met het oog op toekomstige verantwoordelijke functies.
Dit systeem bestaat ook voor leeftijd. De procedure is dezelfde:
de teams vormen een tandem. De ouderen geven hun kennis
en professionele ervaring door en de jongeren voeden het
team met innoverende en nieuwe ideeën.
7.3.4. Diversiteit en vreemde afkomst
> INTERCULTUREEL MANAGEMENT
Algemeen geldt dat een goed diversiteitsbeleid nodig is om te
kunnen slagen, en dat is zeker waar voor intercultureel beheer.
Bedrijven waar intercultureel management een feit is, hebben
hun leidinggevenden in die zin opgeleid. Bijgevolg beschikken
ze over de nodige kennis om cultureel bepaald gedrag te lezen
en dankzij die kennis een homeostase te creëren die leidt tot
prestaties.
Gedrag is immers sociaal bepaald en steunt op normen, waarden
en overtuigingen, net zoals de interpretatie ervan. Zo kunnen
er misverstanden of onbegrip ontstaan, maar dat valt te
verhelpen met inzet van de nodige middelen.
> RUIMERE TOEGANKELIJKHEID
TOT STUDENTENJOBS EN STAGES
Bedrijven die daar werk van hebben gemaakt, gebruikten een
tweeledige aanpak: ook jongeren van wie de ouders geen
werknemer van het bedrijf zijn en personen met diversiteitskenmerken
kunnen een studentenjob komen uitoefenen.
Dat is een win-winsituatie voor de jobstudenten en voor het
bedrijf. Het is immers bewezen dat een studentenjob de toegang
tot de arbeidsmarkt beduidend bevordert. 92
Samen met stages openen studentenjobs dus de deur naar
de arbeidsmarkt, zowel voor de toekomstige werknemers als
voor de bedrijven. Die krijgen immers toegang tot een pool
van kandidaten, met jongeren die het bedrijf, zijn behoeften
en zijn cultuur kennen.
> LAAGGESCHOOLDE WERKNEMERS
VERTROUWD MAKEN MET INTERCULTURALITEIT
Veel jongeren zijn langdurig werkloos en kennen een sterke
sociale achterstand als gevolg van de socio-spatiale tweedeling
in Brussel. Bepaalde bedrijven hebben bijgevolg programma’s
ontwikkeld om nieuwe werknemers in staat te stellen zich
de algemene sociale regels en gebruiken toe te eigenen. Die
programma’s kunnen mensen met diversiteitskenmerken ook
helpen om hun biculturele schema’s beter met elkaar te verbinden.
Daarnaast
maken die programma’s werknemers bewust van
92. Zie rapport « Le travail des étudiants » van de Conseil économique et social (RF), 2007. Voir:
http://www.lecese.fr/sites/default/files/pdf/Avis/2007/2007_25_%20laurent_berail.pdf
de bedrijfscultuur, die voor elk bedrijf uniek is, net zoals elke
bedrijfstak zijn eigen cultuur heeft (de cultuur van de medische
sector, de vakbonden, de politiek enz.).
Zo krijgen werknemers hulpmiddelen aangereikt om zo goed
mogelijk hun nieuwe functie uit te oefenen.
Als er moeilijkheden opduiken bij de hr-procedures is het
mogelijk een beroep te doen op culturele bemiddelaars
7.3.5. Diversiteit en handicap
> OPLEIDING VIA INTRANET
Intern ontbreekt vaak de tijd om alle personeelsleden een
opleiding te geven en te begeleiden in verband met omgang
met medewerkers met een handicap (slechtzienden, slechthorenden
enz.).
Bedrijven kunnen een praktische handleiding voor intern gebruik
raadplegen waardoor medewerkers enerzijds inzicht
krijgen in het diversiteitsbeleid van het bedrijf en anderzijds
meteen de middelen aangereikt krijgen voor omgang met
mensen met een handicap.
Voorbeeld: contact met een slechthorende (vaak via liplezen):
geen hand voor de mond houden, de persoon niet de rug
toekeren aan het einde van een zin, enz.
> LUIK ‘VEREISTE AANPASSING(EN)’
Wat handicap betreft, vragen bedrijven in hun vacatures om
te vermelden welke aanpassingen eventueel nodig zijn bij de
sollicitatie en het in dienst nemen van een kandidaat met een
handicap.
Zo kunnen zowel de kandidaat als de hr-medewerker zich
concentreren op de vereiste kwalificaties en vaardigheden
voor de vacante functie.
Op die manier voelen kandidaten zich ook meteen welkom,
waardoor het risico op zelfdiscriminatie afneemt.
> EEN BALPEN OM TE SPREKEN
De redelijke aanpassingen zijn talrijk en divers: van materiële
aard, van menselijke aard enz.
Een menselijke aanpassing voor een goede samenwerking met
een slechthorende medewerker is bijvoorbeeld een balpen die
in de lucht wordt gestoken tijdens vergaderingen. Er is maar
één balpen voorhanden tijdens dergelijke vergaderingen en
alleen wie de balpen vastheeft, mag spreken. Zo kan de slechthorende
medewerker zien wie aan het woord is en volgen via
liplezen.
Behalve een betere communicatie tijdens de vergaderingen,
levert dit systeem natuurlijk ook kortere vergaderingen op,
want iedereen beperkt zich tot de essentie. Het voordeel is
tijdswinst voor iedereen.
43
׉	 7cassandra://iPp7SFJOIB5ANVoesx2r4hqI_07Ip9jXS549j9STG9o`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tWxWVUSXmBAKRkDOUaxqVCjj0i98GU4U4D5u6lOG-Tc C'`׉	 7cassandra://WNWskQmA_PT9n9hKKiCrSDNEqP9_gT49qusbI6uYShow`S׉	 7cassandra://utpv9ueYQEcos57fPcjbJoRzVwZFKMMESeZDp5kOLsM%`̵ ׉	 7cassandra://98X3PCXFxTTXbBIiSnEAFh7k_ZT56q5yIObAWE4yYP09͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://OJRxjLKO5HTkp1znNFR-79FwoYvBxfPeEioOQXDihzU ̛`׉	 7cassandra://VinaR5w9AlnHg_9HAcl8xGiMdEyurQp0yooyWOsW9YQn+`S׉	 7cassandra://jmFPKJ0S6AmbjROz67h_fdKdqdyjjcCj2y4GzMmet6kU`̵ ׉	 7cassandra://2-AiJrRkqbq_qBJ8gELhpNKsPexBYvA3_OOPxmHjSzk͖n͠U޵7׉EVIII. Diversiteit elders ter wereld
Er zijn vijf landen die op wereldvlak een voortrekkersrol vervullen
op het gebied van diversiteit, namelijk Nederland,
Groot-Brittannië, Zweden, de Verenigde Staten en Canada.93
In die vijf landen worden verschillende maatregelen voor
positieve discriminatie toegepast, en daarvoor worden vier
verschillende hoofdmethodes gebruikt. Eerst wordt er voorzien
in specifieke wetten die de werkgevers verplichten hun
personeelsbestand en hun arbeidsprocessen door te lichten,
zodat ze acties kunnen ondernemen om eventuele problemen
op te lossen. Vervolgens worden de sociale clausules in
overheidscontracten bekeken als effectieve en efficiënte middelen
om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan.
De derde praktijk betreft de ontwikkeling van overheidsacties
om via gerichte interventies de participatiegraad op de
arbeidsmarkt van gediscrimineerde groepen te verhogen. Ten
slotte zijn gesubsidieerde arbeidsplaatsen nog een andere
vorm van positieve discriminatie die de verschillende landen
uit de studie toepassen.
8.1. Voorzien in specifieke wetten
Ondanks hun specifieke
en 1995 in Canada, de Wet stimulering arbeidsdeelname
minderheden (SAMEN) van 1997 in Nederland, de Equality
Act van 2010 in Groot-Brittannië en ten slotte de Diskrimineringslag
van 2008 in Zweden.
In Canada en Groot-Brittannië geldt de wetgeving enkel voor
werkgevers uit de openbare sector. In de Verenigde Staten,
Nederland en Zweden gelden de verplichtingen vanaf een
bepaald aantal werknemers voor elke werkgever, in om het
even welke sector.
Met de Employment Equity Act (1986, 1995) wil Canada de sociale
ongelijkheden op de arbeidsmarkt proactief aanpakken.
Die wet verplicht werkgevers ertoe om acties voor gelijkheid
in verband met tewerkstelling op te zetten door obstakels
voor de carrière van personen uit gediscrimineerde groepen
op te sporen en weg te nemen, en om plannen voor gelijkheid
op te stellen. Die plannen omvatten kwalitatieve doelen
(aanwerving, promotie, opleiding enz.) en kwantitatieve
doelen (als bepaalde groepen ondervertegen woordigd zijn)
die voor korte en lange termijn moeten worden uitgewerkt.
sociaal-historische context hebben
de vijf landen uit de studie allemaal voorzien in wetten
die de werkgevers verplichten hun personeelsbestand en
hun manier van functioneren door te lichten om eventuele
discriminerende praktijken op het spoor te komen en
aan te pakken. Het betreft de Civil Rights Act van 1964 in
de Verenigde Staten, de Employment Equity Act van 1986
Het hoofddoel is het aantal personeelsleden uit de betrokken
groepen doen stijgen. Er moet een kalender worden
opgesteld in verband met de toepassing van de maatregelen,
de regels en de praktijken. De werkgevers moeten hun
personeelsbestand doorlichten (informatie verzamelen om
ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen na te gaan)
alsook hun manier van functioneren, om eventuele obstakels
voor de carrière van de betreffende groepen op het spoor
93. Crosby, A., “Etude comparative sur les modèles de politique publique relatifs à la notion “d’action positive” en matière de politique de discrimination et de diversité sur le marché de l’emploi”, GERME ULB, 2013.
44
׉	 7cassandra://utpv9ueYQEcos57fPcjbJoRzVwZFKMMESeZDp5kOLsM%`̵ U޵7׉EBECI | witboek over diversiteit
te komen. De analyses en opgestelde actieplannen vormen
samen dossiers die de werkgevers moeten bewa ren. Ze
vormen ook het voorwerp van rapporten die volledig en juist
moeten zijn en voorgelegd dienen te worden aan the Queen’s
Privy Council for Canada. Werkgevers die zonder geldig excuus
die verplichting niet nakomen, riskeren een geldboete.
De Equality Act die in Groot-Brittannië van kracht is
sinds 2010 omschrijft de zogenaamde public sector equality
duty die alle overheidsinstellingen verplicht elke vorm van
discriminatie te weren en gelijkheid van kansen en een goede
verstandhouding tussen de personen uit de betreffende
groepen en de anderen te bevorderen. Elke overheidsinstelling
moet één keer per jaar informatie publiceren over de
personen met een kenmerk dat als beschermd beschouwd
wordt (grotendeels dezelfde als bij ons) en die het voorwerp
uitmaken van het huidige beleid en de huidige praktijken
ter bestrijding van discriminatie. Bovendien moeten ze hun
doelstellingen − die nauwkeurig en meetbaar moeten zijn −
uitwerken en publiceren.
De Equality and Human Rights Commission is de bevoegde instantie
die toeziet op die verplichtingen. Als ze vermoedt dat
de equality duty niet wordt nageleefd, kan de commissie dat
bespreken met de betreffende overheidsinstelling zodat die
laatste de nodige maatregelen kan treffen. Ze kan ook een
officiële waarschuwing uitvaardigen. Dan krijgt de overheidsinstelling
een bepaalde termijn om haar verplichtingen na
te komen. Als na het verstrijken van die termijn de situatie
ongewijzigd is gebleven, kan de Commissie de zaak doorverwijzen
naar het gerecht.
In de Verenigde Staten legt de Civil Rights Acts (1964) alle
federale agentschappen, vakbonden en arbeidsbureaus (ongeacht
het aantal werknemers) en ook alle privébe drijven,
de staten en de plaatselijke overheidsagentschappen (met
minimaal 15 werknemers) de verplichting op om employment
records bij te houden. Dat zijn rapporten over hun
personeelsbestand. Als die bedrijven minimaal 100 personen
tewerkstellen, zijn ze verplicht om die rapporten jaarlijks over
te maken aan de Equal Employment Opportunity Commission
(EEOC), in de vorm van een standaardformulier (‘EEO-1’).
Ondeugdelijke rapporten kunnen leiden tot geldboetes
of strafrechtelijke sancties. Daarnaast moet die commissie
waken over de naleving van het non-discriminatiebeginsel
door op onafhankelijke wijze elke beschuldiging van discriminatie
te onderzoeken. Als de commissie oordeelt dat de
onderzochte zaak aannemelijk lijkt, kan ze een juridische
procedure inzetten.
De Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden
voorzag in Nederland van 1997 tot 2004 in een wettelijk
kader dat alle openbare en privébedrijven met minstens
35 werknemers verplichtte een personeelsregister bij
te houden (met de namen, de initialen, het geboorteland,
het geboorteland van de ouders, de functie in het bedrijf en
het soort contract). De werknemer kon echter weigeren erin
opgenomen te worden.
De werkgever moest jaarrapporten opstellen die een reeks
gegevens en maatregelen in verband met zijn personeelsbestand
vermeldden alsook de reeds genomen en de geplande
maatregelen om de arbeidsparticipatie van minderheden te
verhogen.
Die rapporten moesten ook kwantitatieve doelstellingen
vermelden en moesten worden overhandigd aan de plaatselijke
arbeidsbureaus. Als de wet niet werd nageleefd of
de rapporten niet conform waren, kon de arbeidsinspectie
45
David Blunkett, de voormalige (blinde) Minister van Binnenlandse Zaken en
daarna van Werkgelegenheid in de regeringen van Tony Blair, in Groot-Brittannië
eventueel een onderzoek instellen. Het percentage ingediende
rapporten lag vrij hoog (70% gedurende de laatste jaren
dat de wet van kracht was), gezien het feit dat er niet echt
sancties volgden. De wet werd afgeschaft op 1 januari 2004.
In Zweden verplicht de Diskrimineringslag (2008) de werkgevers
te werken volgens doelstellingen die stroken met de
verplichtingen en bepalingen van die wet. Ze moeten actieve
maatregelen nemen om gelijkheid te verkrijgen en discriminatie
tegen te gaan. Gelijkheid is een principe dat moet
worden gehanteerd bij sollicitaties, maar is eveneens het
principe dat moet worden toegepast op de verdeling van de
geslachten over de verschillende functies en werknemerscategorieën.
Er
moeten opleidingen of andere geschikte maatregelen worden
ontwikkeld om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen
te bevorderen. Als er geen gelijkheid bereikt wordt, moet
de werkgever dat verhelpen door personen uit de ondervertegenwoordigde
groep aan te trekken. De werkgever moet
de werking van het bedrijf, de praktijken en de loon kloof
tussen mannen en vrouwen om de drie jaar onderzoeken en
analyseren, zodat hij kan bijsturen.
Bedrijven met meer dan 25 werknemers zijn verplicht om
een rapport op te stellen met de resultaten van die analyses
alsook een plan om tot gelijk loon voor vrouwen en mannen
te komen, met een raming van de nodige tijd en financiële
׉	 7cassandra://jmFPKJ0S6AmbjROz67h_fdKdqdyjjcCj2y4GzMmet6kU`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://g0Ri_SuaXroWwKexksJR6iAuSk9Si-phl2zZUUGot7U |`׉	 7cassandra://FT7EBINVDXXytkZbq4lYdxxzSQZVJ0a_4zukIDBlvhoa`S׉	 7cassandra://oAxWs3ukqVTDf7wqFeL3c4_aSjbZsD9tbJutmp3xw4o`̵ ׉	 7cassandra://ZHnlg-UdUlF-KNsQyl0I-R7a_-9z7i3pZmcF2hKJV28͡͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://vgMJE8dWxMCqx9XxIwkiBTBUymlaR0X9qC_5dp1U5m8 a`׉	 7cassandra://BkpISCgFWpR7Jd7apsVJGeotasTh_MmPenU1sH-2Fagg`S׉	 7cassandra://9Q4pwRwKRb-zv44v3OPdDh0CMq3t_J2XqnzJHFMqwhw`̵ ׉	 7cassandra://lSU0Y_2MZ0sSgxY5qUZf0QWz1M86_A12g6zRNvIwZDsͻ^͠U޵7׉EWmiddelen om de vastgelegde doelstellingen te halen. Dat
plan moet worden voorgelegd aan de Ombudsman. Het is
in de eerste plaats de bedoeling dat de bedrijven hun verplichtingen
spontaan nakomen, maar een financiële sanctie
is mogelijk.
8.2. Sociale clausules in
overheidscontracten
Deze praktijk is in verschillende landen ingevoerd, met grote
verschillen afhankelijk van de context. De sociale clausules
verplichten privébedrijven die een overeenkomst met de
overheid willen aangaan, om voorwaarden tegen discriminatie
of voor diversiteit na te leven.
Die clausule moet vervuld zijn, hetzij vooraleer het bedrijf
zich kandidaat stelt door in te schrijven op een aanbesteding,
hetzij op het ogenblik dat het bedrijf geselecteerd is, hetzij
bij ondertekening van het contract. Tussen de bestudeerde
landen zijn er onderling veel verschillen in verband met de
uitvoering van die sociale clausules in overheidscontracten.
Deze verplichting
verschilt
in
het
bijzonder
afhankelijk
van het aantal werknemers of de omzet waarover met de
overheidsinstelling werd onderhandeld.
«Walk a Mile in her Shoes»: een initiatief dat in mei 2015 in
Toronto voor de gelijkheid tussen vrouw en man opkwam
De inschrijvers op de aanbesteding zijn onderworpen aan
een autoriteit die oordeelt over hun conformiteit. Ze moeten
bovendien aan de hand van actieplannen of analyses van hun
personeelsbestand bewijzen dat ze acties tegen discriminatie
willen voeren. Ondanks bepaalde verschillen die te maken
hebben met de specifieke nationale context, heeft dit soort
projecten een positief effect gehad op het gebied van diversiteit.
In
de Verenigde Staten richt het Office of Federal Contract
Compliance Programs (OFCCP) zich tot privébedrijven met
minimaal 50 werknemers die voor $ 50 000 aan contracten
met de federale overheid hebben lopen. Ze zijn verplicht
een affirmative action program op te stellen. Dat programma
houdt in dat het bedrijf mogelijke problemen met de participatie
van vrouwen en minderheden in het personeelsbestand
van het bedrijf identificeert en oplossingen voorstelt. Het
OFCCP voert conformiteitsonderzoeken uit in de bedrijven
en die kunnen van de lijst van federale contractanten worden
geschrapt als ze niet conform zijn. De bedrijven moeten
standaardrapporten, de ‘EEO-1’ (cfr. hierboven), invullen en
er kunnen eventueel geldboetes of strafrechtelijke sancties
volgen.
Het Federal Contractors Program verplicht elk Canadees
bedrijf met minimaal 100 werknemers dat een contract met
de federale overheid wil aangaan of een offerte wil voorleggen
van $ 200 000 of meer, om zich in te zetten voor
gelijkheid in verband met arbeid volgens de wettelijke bepalingen.
Als ze in aanmerking willen komen, moeten bedrijven
eerst en vooral een Certificate of Commitment ondertekenen.
Dat is een contract met juridische waarde waarmee het bedrijf
zich ertoe verbindt de verplichtingen van het Federal
Contractors Program na te leven.
Deze bedrijven worden onderworpen aan een conformiteitsonderzoek,
waarbij ze hun recht om in te schrijven op een
aanbesteding of de kans op toekomstige overheidscontracten
of offertes voor bestellingen van meer dan $ 25 000 kunnen
kwijtraken. Dit programma beslaat slechts een klein deel van
de Canadese arbeidsmarkt, want vele privébedrijven vallen
onder het gezag van provinciale rechtsgebieden.
Ursula Burns, CEO van Xerox: een voorbeeld voor vrouwen en
voor minderheden
46
׉	 7cassandra://oAxWs3ukqVTDf7wqFeL3c4_aSjbZsD9tbJutmp3xw4o`̵ U޵7׉EBECI | witboek over diversiteit
In Groot-Brittannië bestaan sociale clausules in overheidscontracten
al meer dan dertig jaar op het lokale overheidsniveau.
De geselecteerde inschrijvers moesten bewijzen dat
ze de wetgeving in verband met gelijkheid naleefden, maar
het effect van die maatregel werd enkel gemeten op basis
van conformiteit met de wet en niet op basis van tewerkstelling
van minderheden.
In 2006 is dan op nationaal niveau een proefproject gelanceerd
bij het Department for Work and Pensions (DWP). Dat
proefproject was tweeledig. Enerzijds moesten de bedrijven
die geselecteerd waren voor een contract met dit ministerie
verschillende plannen voorleggen: een plan voor gelijkheid,
een plan tegen pesten, een plan voor opleidingen over diversiteit
en ten slotte een diversiteitsplan van de leveranciers.
Anderzijds moesten ze gegevens over hun personeelsbestand
verschaffen om het aantal personeelsleden van een etnische
minderheid, het aantal vrouwen en het aantal personen met
een handicap aan te tonen.
8.3. Gerichte acties
Dit soort acties verwijst naar overheidsacties om de participatie
van doelgroepen op de algemene arbeidsmarkt of in een
specifieke sector te verhogen.
Verschillende actoren spelen een rol bij dit soort maatregelen,
zoals het arbeidsbureau, dat de schakel vormt tussen
werkzoekenden en werkgevers, particulieren die zich erop
toeleggen om werkzoekenden in contact te brengen met het
arbeidsbureau en met de arbeidsmarkt door hen informatie
en eventueel de nodige opleidingen te geven, en ook werkgevers
uit de privésector of kmo’s.
Behalve voor Zweden gaat het meestal om tijdelijke programma’s.
Die kunnen eventueel verlengd worden en werken met
cijfermatige doelstellingen of zelfs quota die de doelgroepen
moeten halen.
Aan de hand van die cijfermatige doelstellingen kunnen de
actoren van de verschillende projecten zichzelf evalueren,
hun vooruitgang volgen of hun methodes wijzigen om de
doelstellingen te halen. Het is dus een positief hulpmiddel
om na te gaan in hoeverre hun basisdoelstellingen bereikt
zijn.
Die maatregel strookt met het wettelijke kader dat stelt dat
dergelijke acties tijdelijk moeten zijn.
Het idee achter die programma’s is de duurzame integratie
van de doelgroepen op de arbeidsmarkt te bevorderen, maar
we stellen helaas vast dat die acties niet altijd de beoogde
stabiliteit creëren. De sleutelfactoren voor dit soort gerichte
acties zijn organisatie, communicatie en een centraal referentiepunt.
De doelgroepen en de beoogde doelstellingen
moeten zowel duidelijk als welomschreven zijn en bekend bij
alle betrokkenen.
Het MKB-convenant dat in april 2000 in Nederland het licht
zag, is een schoolvoorbeeld van een gerichte actie voor deze
problematiek. De MKB-Nederland (de vereniging van Nederlandse
kmo’s), het arbeidsbureau, de minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en de minister voor Grotestedenen
Integratiebeleid hebben twee overeenkomsten opgesteld,
het ‘MKB-Convenant’ en het ‘Minderhedenconvenant’, met
als doel in de kmo’s het aantal werknemers uit minderheidsgroepen
te verhogen en de werkloosheidsgraad in die
groepen te verlagen.
In Nederland mikte het MKB-Convenant op een verhoging, in de kmo’s, van het aantal werknemers uit minderheidsgroepen.
47
׉	 7cassandra://9Q4pwRwKRb-zv44v3OPdDh0CMq3t_J2XqnzJHFMqwhw`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://U1ONymFdP-2LMA3bRiAA1EXtRrod088fd26lYZ9gCag \`׉	 7cassandra://whjuXZ2lebsrSKzhqpmz-dqzFbJDMRTbkahJlOg2yRks`S׉	 7cassandra://vTXlts4zxrRUBglHDN_ooZa9_uAiECNQ4azGlvY2008!`̵ ׉	 7cassandra://9Nr1RdA9qkpdOH98qOFfWy54wNrDFJeqNCxD_KpIbHA͢͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://U40eaoBinLZh_goRtkDnPsF03GenFOb516iZEsVNYlc 0`׉	 7cassandra://GzEGSu0J50XivGmMOD52gJeiJe_Cgx8cbJmWvedjbaoiV`S׉	 7cassandra://cGerOAymAscFuLqeIMNX0NLwn3DyirxYMWPNZDbQqu4}`̵ ׉	 7cassandra://RxNTI8pDCqRXsAqEOG1a5Cmy2nxzasPdkWU1SiB_H7Y}͠U޵7׉E<De cijfermatige doelstelling streefde naar de aanwerving van
60 000 personen uit etnische minderheidsgroepen vóór het
einde van december 2002. Er werd een massale publiciteitscampagne
opgezet (brochures, nieuwsbrieven, telefonische
oproepen enz.) naar de bedrijven toe om hen te informeren
over de doelstellingen van het programma.
Het arbeidsbureau opende een telefooncentrale voor de
werkgevers waar ze vacatures konden doorgeven en binnen
72 uur te horen kregen of er kandidaten waren voor de
beschikbare arbeidsplaats. De resultaten van het convenant
waren meer dan bemoedigend.
In Groot-Brittannië
voerde
het Department
for Work
and Pensions (DWP) in 2002 het Ethnic Minority Outreach
programme (EMO) in om werklozen te begeleiden naar de
arbeidsmarkt. Het programma werd verlengd tot september
2006. Het EMO richtte zich specifiek op personen uit etnische
minderheidsgroepen om hun integratie op de arbeidsmarkt
te bevorderen door hen ofwel werk te bezorgen, ofwel
dichter bij de arbeidsmarkt te brengen.
Er werden drie soorten diensten ingevoerd in de vrijwilligerssector
en de communautaire sector. Het betrof een proces
van bewustmaking in de etnische gemeenschappen, bewustmaking
van de werkgevers en ten slotte opleiding in het kader
van positieve discriminatie. Het is bij een proefproject
gebleven, maar het programma kende toch een zeker succes
op het vlak van het behalen van de basisdoelstellingen (via
het programma vonden 13 000 personen werk en talrijke
personen zijn dichter bij de arbeidsmarkt gekomen dankzij
de opleiding die ze kregen).
We moeten niettemin vermelden dat er bij de uitvoering van
het EMO een aantal moeilijkheden opdoken. Er waren nogal
wat communicatiestoornissen tussen de verschillende actoren
van het project, waardoor er frustraties ontstonden en
de goede werking van het programma vertraging opliep (de
inschrijvers waren niet gewend om met de arbeidsdienst te
werken, de werknemers van de dienst kregen niet genoeg
informatie, er waren administratieve en bureaucratische problemen
tussen de verschillende afdelingen van de arbeidsdienst
en het DWP, de contractanten werden betaald volgens
de behaalde resultaten en die resultaten waren niet duidelijk
genoeg omschreven enz.).
In 1995 lanceerde Zweden een wetsvoorstel voor gendergelijkheid
in de universiteiten: er werden 31 arbeidsplaatsen
voor hoogleraren gecreëerd die bij voorkeur naar vrouwen
moesten gaan. Dat fenomeen kreeg de naam ‘Thamhoogleraarschap’
mee. De betrokken universiteiten moesten
een reeks maatregelen voor positieve discriminatie doorvoeren
om een evenwicht tussen vrouwen en mannen te bevorderen
(een arbeidsplaats moest worden toegewezen aan
een kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht, op
voorwaarde dat die kandidaat voldeed aan de gestelde vereisten,
zelfs als een kandidaat van het andere geslacht beter
gekwalificeerd was).
De universiteiten moesten plannen voor de onderlinge verdeling
en invulling van de nieuwe arbeidsplaatsen opstellen,
in samenwerking met de verschillende nationale raden voor
wetenschappelijk onderzoek. De wetenschapsfaculteiten
en wetenschappelijke domeinen waar het aantal vrouwen
relatief laag lag, kregen prioriteit. De loonkosten voor die
nieuwe arbeidsplaatsen werden verdeeld over de overheid,
de onderzoeksraden en de betreffende universiteit.
Bezoek van het prinselijk echtpaar aan de school voor migranten van Tensta,
in de omgeving van Stockholm
8.4. Gesubsidieerde arbeidsplaatsen
Dit soort steun houdt in dat iemand anders dan de werkgever,
meestal de staat, geheel of gedeeltelijk het loon van de werknemer
betaalt. Die arbeidsplaatsen zijn meestal niet specifiek
voor een bepaalde doelgroep bedoeld, maar vormen toch
vooral een jobaanbod voor jongeren en personen die behoren
tot etnische minderheden. Het gaat om tijdelijk werk dat
dankzij de werkervaring die de personen uit de doelgroep zo
kunnen opdoen, moet dienen als springplank voor een meer
duurzame integratie op de arbeidsmarkt.
In Zweden zijn de step-in jobs en de new start jobs voorbeelden
van dergelijke gesubsidieerde arbeidsplaatsen. De step-in
jobs richten zich specifiek op nieuwe migranten omdat ze zo
werk kunnen combineren met Zweedse lessen. Om recht te
hebben op de subsidies moeten de werknemers voldoen aan
specifieke criteria, namelijk een nieuwkomer zijn, maar de
werkgever moet het dossier ook voorleggen aan de overheid,
die op basis van een test beslist de subsidie al dan niet toe
te kennen.
Tot de doelgroep voor de new start jobs behoren jongeren,
buitenlanders, ouderen en personen met een handicap, die
allemaal langer dan twaalf maanden werkloos zijn. Dit soort
tewerkstelling geeft de werkgever recht op subsidies die hij
automatisch ontvangt, zonder een dossier in te dienen.
Nederland heeft de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW)
en het Besluit in- en doorstroombanen (ID-besluit). Die maatregelen
verlenen gemeenten subsidies waarmee ze een deel
48
׉	 7cassandra://vTXlts4zxrRUBglHDN_ooZa9_uAiECNQ4azGlvY2008!`̵ U޵7׉EBECI | witboek over diversiteit
Als de beleidvoerders verdeeld zijn tussen de verplichting
om actie te ondernemen en het respect voor hun kiezers,
dan zijn de genomen maatregelen vaak te vaag om de zaak
echt vooruit te helpen. De ambiguïteit is dan merkbaar in
de definitie van benadeling, de personen die slachtoffer zijn
van die benadeling of in de definitie van gelijkheid en de te
nemen maatregelen. De kans bestaat dat de verschillende
maatregelen voor positieve discriminatie nadeel ondervinden
van dat soort ambiguïteit.
Andrew Crosby herneemt de stelling die andere sociologen
voor hem ook al verkondigden door het principe van de
‘ stoelendans’ uit te leggen. Dat principe stelt dat personen die
behoren tot etnische minderheden en ondervertegenwoordigd
zijn op de arbeidsmarkt, als ze erin geslaagd zijn binnen
het bedrijf op te klimmen tot een verantwoordelijke functie,
gemakkelijker mensen uit dezelfde groep zullen aannemen.
8.6. Welke toepassingen in Brussel?
Alle hierboven vermelde maatregelen worden toegepast in
landen die hun eigen cultuur en wetgeving hebben.
België, en in het bijzonder Brussel, beschikt al over een reeks
hulpmiddelen die lijken op die waarmee andere landen diversiteit
proberen te bevorderen. Een aantal daarvan zijn echter
voor verbetering vatbaar.
Dankzij de uitgevaardigde wetten (naar het voorbeeld van
andere landen in de wereld) op federaal niveau en in Brussel
bestaat er nu een strikt kader dat discriminatie verbiedt.
Overigens beschikken de overheidsdiensten en de privésector
nu over talrijke hulpmiddelen om diversiteit in hun sector te
verbeteren.
van de loonkosten kunnen financieren van een werkgever
die een langdurige werkloze in dienst heeft genomen.
De wetteksten bepalen dat het gaat om tijdelijk werk dat
de werkzoekende de kans moet bieden om opnieuw in te
stromen in de arbeidsmarkt en door te stromen naar een
niet-gesubsidieerde baan met een contract van onbepaalde
duur.
Etnische minderheden zijn oververtegenwoordigd in dit soort
tewerkstelling, ook al vormen zij niet de specifieke doelgroep
van die maatregelen. Dergelijke gesubsidieerde arbeid was
enorm succesvol bij deze bevolkingsgroepen.
8.5. Andere succesfactoren
Naast de verschillende soorten voorgestelde steun moeten
we bij het uitvoeren van die maatregelen ook rekening
houden met een reeks factoren die de gevoerde acties tegen
discriminatie op de arbeidsmarkt sterk beïnvloeden.
De economische groei wordt naar voren geschoven als een
bepalende factor voor de participatiegraad op de arbeidsmarkt
van personen die behoren tot etnische minderheden.
Politieke wil en politiek engagement zijn een tweede
factor om rekening mee te houden bij onderzoek naar de
acties die in de verschillende landen zijn gevoerd. Zonder
de politieke wil om discriminatie op de arbeidsmarkt te
bestrijden, is geen enkele maatregel voor positieve discriminatie
mogelijk.
Het gaat dan meer bepaald om alle algemene steunmaatregelen
in verband met werkgelegenheid. Die maatregelen
voor gesubsidieerde arbeidsplaatsen hebben op internationaal
niveau hun deugdelijkheid bewezen.
Bepaalde parameters vereisen niettemin aanpassing om
doeltreffend te kunnen zijn.
Bedrijven kunnen niet alleen een beroep doen op structurele
lastenverlagingen, maar ook op verlagingen van de werkgeversbijdragen
en op maatregelen voor activering van de
werkloosheidsuitkeringen. Die zijn toepasbaar op talrijke
profielen, verschillende leeftijdscategorieën, uiteenlopende
diploma’s enz. Bovendien is het mogelijk bepaalde maatregelen
te combineren, andere dan weer niet.
Het zou goed zijn die maatregelen te harmoniseren en te
vereenvoudigen om ze meteen duidelijker en eenvoudiger te
maken voor de rekruteerders.
BECI past de gerichte acties, die in andere landen ook een
succesfactor bleken, in een andere vorm toe, namelijk via de
promotie van diversiteit tijdens de Job Days.
Verder biedt BECI actieve maatregelen − alweer een succesfactor
− aan, zoals opleidingen, ter beschikking stellen
van consultants inzake diversiteit, ontmoetingen tussen
bedrijven, campagnes en artikelen om mensen bewust te
maken van de problematiek enz.
Om diversiteit te ontwikkelen, raadt BECI echter aan de aanbevelingen
hieronder toe te passen.
49
׉	 7cassandra://cGerOAymAscFuLqeIMNX0NLwn3DyirxYMWPNZDbQqu4}`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iOkC0lTv2fGG2XCIvful2K-oQ-R7YvtMdEgt6bJMQ8Q /`׉	 7cassandra://lQ86_8j1FWHqrD1t-neQc2Ce-_QAT_iO1u3m3RHX6mo[S`S׉	 7cassandra://r64GDf39DiYH43D3d_kEDXUhmgNwP89B2z964WJv1kU	`̵ ׉	 7cassandra://jvcV459XTSOG2idt8PCnV5OdbSMUAz_KB5-B9E9Qqz0͓͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://ASi5bEQ7LWQwnR5QnTwtQGpR5_8bDvuq-t030r7A4NM D` ׉	 7cassandra://1Ha6k0-6fhSjQYbADYQmajyez7rqxI4_N2Nh-U-m4moP`S׉	 7cassandra://XgCTshElmiTSfJxuhQcGwNE7WStP2VfXS4-A3DZaA3E`̵ ׉	 7cassandra://Or5OysOkn5OD_lGGxkxrZ-KUk4lLRp7GuNO1feYoF1MM:͠U޵7׉EIX. Aanbevelingen
Diversiteit op de arbeidsmarkt kan een succes zijn en is
mogelijk als alle openbare en private actoren zich ervoor
inzetten op alle gebieden van het menselijke leven, namelijk
in de politiek, de media, de cultuur, het verenigingsleven, de
economie, de academische wereld enz.
Enkel als diversiteit een zaak van iedereen wordt, van hoog
tot laag, kan discriminatie stilaan afnemen.
Verschillende domeinen verdienen extra aandacht.
9.1. Diversiteit, een zaak van iedereen
Het is een vergissing geweest om de politieke acties voor gelijkheid
van kansen en diversiteit te beperken tot de professionele
wereld.
De arbeidsmarkt is immers geen domein dat volledig solitair
en afgesloten van de rest functioneert en geregeld wordt.
Het domein van de arbeid behoort tot het sociale weefsel en
functioneert in interactie met alle andere domeinen: de politiek,
de cultuur, het verenigingsleven, het gezin, opleiding en
vorming, de media enz.
Het weerspiegelt de facto de hele maatschappij. Stereotypes,
vooroordelen en ‘habitus’ zijn stuk voor stuk universele
maatschappelijke uitingen die altijd en overal aanwezig zijn.
Om diversiteit tot een succes te maken, moeten de gevoerde
acties aansluiten bij de maatschappij in haar geheel.
De symptomen van de algemene inbedding van discriminatie
in de hele maatschappij zijn talrijk. Als klanten weigerachtig
of ronduit negatief staan tegenover bediening door of
50
contact met bepaalde profielen van personen, dan ligt het
probleem niet enkel bij één kant en moet meer dan alleen
maar de arbeidsmarkt aangepakt worden.
Daarom raadt BECI aan om net als in Vlaanderen een inclusief
en gecoördineerd gelijkekansenbeleid te voeren dat elke
minister in zijn bevoegdheden opneemt.
Een minister van Gelijke Kansen die de acties van alle ministers
coördineert en verschillende initiatieven invoert (affirmative
actions enz.).
We wijzen er ook op dat de antidiscriminatiewetten weliswaar
nodig zijn omdat ze een strikt kader creëren, maar dat
ze om veranderingen teweeg te brengen niet echt doeltreffend
en praktisch zijn.
Als discriminatie wordt ervaren als een collectief fenomeen dat
de vorm kan aannemen van een geïnstitutionaliseerde praktijk,
blijkt de bestrijding van discriminatie door middel van sancties
weinig efficiënt en ontoereikend. Zodra discriminatie de kop
opsteekt als een structureel fenomeen dat verankerd zit in de
mentaliteit van personen, vormen een bewustmakingsbeleid en
een beleid van ‘positieve discriminatie’ opties om het probleem
uit te roeien.94
Bovendien is het niet altijd haalbaar om alles te proberen op
te lossen via juridische weg. Enerzijds zorgt dat voor verstarring
en verlamming en anderzijds brengt dat de werkgevers,
maar ook de slachtoffers van discriminatie, in een impasse.
Er is dus op alle gebieden werk aan de winkel om op het vlak
van gelijkheid van kansen tot volledige maatschappelijke maturiteit
te komen en diversiteit te bevorderen op alle niveaus
van de maatschappij.
׉	 7cassandra://r64GDf39DiYH43D3d_kEDXUhmgNwP89B2z964WJv1kU	`̵ U޵7׉E}BECI | witboek over diversiteit
9.2. Onderwijs en kwalificaties
9.3. Opleidingen en positieve
discriminatie
Het Franstalige onderwijs dient grondig te worden aangepakt.
In zijn huidige vorm produceert het structureel discriminatie.
De
vermelde cijfers over mislukkingen op school blijven al
decennialang ongewijzigd; alleen een nieuw systeem dat kan
inwerken op structureel niveau zal in staat zijn om de cijfers
in positieve zin om te buigen. Franstalig België zou inspiratie
kunnen putten bij andere landen in de wereld die hun onderwijs
hebben hervormd, waardoor het slaagpercentage nu
fel verbeterd is.
De meest recente studie van McKinsey toont aan dat het mogelijk
is de cijfers om te buigen in amper zes jaar tijd, door de
nadruk te leggen op vier luiken:
• bekwame personen motiveren om leraar te worden en
te blijven;
• voortdurend de pedagogische praktijken in de
klaslokalen verbeteren;
• kwaliteitsvolle directieteams invoeren;
• streven naar het succes van elke leerling.
Andere, meer gerichte acties moeten die institutionele hervormingen
aanvullen. Het is met name nodig om:
• Het klassieke onderwijs meer open te stellen voor kinderen
met een handicap om diversiteit als iets ‘natuurlijks’
en niet meer als een randfenomeen te integreren.
Momenteel zitten slechts 2 069 kinderen met een handicap
in het gewone onderwijs via het Integratiedecreet.
België overtreedt daarmee het VN-verdrag inzake de
rechten van personen met een handicap, dat werd
bekrachtigd in 2006. Hiertoe moet ook de toegankelijkheid
van de menselijke en materiële structuren
verbeteren.
• De pedagogische teams (leraars, schooldirectie) op te
leiden in verband met diversiteit.
• Zorgen voor een betere tweetaligheid bij de werkzoekenden.
•
Opleidingen in verband met diversiteit: als gevolg van de
wijzigende maatschappij en demografie moeten human
resources over alle mogelijke middelen beschikken die
afgestemd zijn op de sociale realiteit.
• Iedereen die instaat voor human resources moet regelmatig
opleidingen in verband met diversiteit volgen
om niet terug te vallen in onbewuste reflexen en alle
talenten te benutten.
• Positieve discriminatie: voorbeelden van positieve discriminatie
(aanwervingsmethodes die diversiteit bevorderen)
die in dit witboek zijn ontwikkeld zijn talrijk, maar
niet exhaustief. De cel diversiteit van BECI kan bedrijven
ook andere specifieke maatregelen op maat van het bedrijf
aanraden.
9.4. Tewerkstellingsmaatregelen
> LASTENVERLAGING
Voor de bedrijven wegen de lasten op arbeid zwaar. Ze vormen
dan ook in het algemeen een indirect struikelblok voor
aanwervingen.
Voor de enquête over diversiteit vroeg BECI aan de bedrijven
om twee maatregelen uit te kiezen die ze nodig achten om
diversiteit te bevorderen. De keuze viel voornamelijk op pedagogische
begeleiding, consultancy en fiscale stimuleringsmaatregelen
als positieve hulpmiddelen.
Die lastenverlaging, vooral voor oudere werknemers, moet
op harmonische wijze worden geïntegreerd in de zesde
staathervorming, die het beleid inzake activering van de
werkloosheidsuitkeringen en inzake verlaging van de RSZbijdragen
regionaliseert.
> VEREENVOUDIGING EN HARMONISATIE
In het kader van de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid
raadt BECI aan om ook de financiële steunmaatregelen
aan bedrijven betreffende activeringsmaatregelen
en verlaging van de RSZ-bijdragen te vereenvoudigen en
te harmoniseren.
Grafiek 17: Ik vind dat er nieuwe steunmaatregelen moeten komen om diversiteit in het bedrijf te bevorderen: (twee antwoorden
mogelijk)
0%
Pedagogie
(preventie; vorming ...)
Consultancy (in diversiteit,
change management ...)
Belastingvoordelen
Neen
Andere? Verduidelijk
10%
20%
30%
40%
51
׉	 7cassandra://XgCTshElmiTSfJxuhQcGwNE7WStP2VfXS4-A3DZaA3E`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://u8WqEd0PgQNOPUkKJ_3yegZdzeHIcFRem5LargOBkzo *)` ׉	 7cassandra://3PgTfrPtBxqKZkFHG3q3hXLEIBOW1HswKQwf3ab2kYofi`S׉	 7cassandra://wW4GCHIcxyZVVaNSFUIQrn-IJBGuyQFqD_17-eY85T8`̵ ׉	 7cassandra://347KOeGrZAK3TcwRKTx4gNqKANQ3wz6vsOg7Zz6fwDUc͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://-1_G18AgTav6a-s6DZ_dIXPgnZ75HYDxzWfCY-Xh3bs +`׉	 7cassandra://e7JkdJXmvaeRZ5iIntkVEqP6nwMjhVoZsB6fo3YGR-Q_-`S׉	 7cassandra://O_3UITCXtsj4KVq_McTRD1WdCbib-yMYyS_s_usaG9Y`̵ ׉	 7cassandra://igVgEGNIohSFTcDroJ6bcmw6ZOilTCrmUFxSCR-9jKY͍͠U޵7׉EDie zijn momenteel zeer uitgebreid en moeilijk begrijpbaar
voor de bedrijven.
> DE WETGEVING AANPASSEN
De Vlaamse wetgeving als voorbeeld nemen voor de Brusselse
door op wetgevend niveau de doelgroep ‘werknemers van
vreemde nationaliteit’ te vervangen door ‘werknemers van
vreemde afkomst’ bepaald door het besluit van 7 mei 2009
van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de
diversiteitsplannen en het diversiteitslabel. Die aanpassing zou
beter moeten aansluiten bij de Brusselse sociologische realiteit
en aan het daadwerkelijke profiel van de gediscrimineerde
personen. Momenteel schiet die wetgeving gedeeltelijk haar
doel voorbij als gevolg van de beperking in de wetgeving.
Andere parameters kunnen zich op een positieve manier op
personen van vreemde afkomst richten, zonder te stigmatiseren.
Het betreft in het bijzonder de verwijzing naar de ‘moedertaal’
van personen van vreemde afkomst. Dat gegeven is
gemakkelijk in te voegen in een cv of een vacature.
Zo zouden vacatures mensen kunnen aanspreken die behalve
een van de twee landstalen ook nog een andere taal − hun
moedertaal − beheersen.
> DE WERKLOOSHEIDSVALLEN WEGWERKEN
Personen met een handicap verliezen hun recht op een uitkering
als ze werk vinden. Als ze opnieuw een uitkering willen
krijgen, moeten ze nog een keer alle erkenningsprocedures
doorlopen. Die vragen niet alleen veel tijd, maar zijn op zowel
administratief als menselijk vlak zwaar.
BECI raadt aan om eenvoudigweg het recht op de uitkering
op te schorten zolang de persoon aan het werk is en het
automatisch opnieuw toe te kennen als de persoon zijn werk
of zijn werkloosheidsuitkering verliest.
BECI raadt ook aan om voor personen met een handicap de
wachttijden voor enerzijds de toekenning van een uitkering
en anderzijds tewerkstellingsmaatregelen te verkorten. Het
toekennen van tewerkstellingsmaatregelen aan de werkgever
vindt immers vaak zeer lang na de aanwerving plaats,
wat een enorme hinderpaal is voor de bedrijven, vooral voor
contracten van korte duur.
Overigens is, net als bij andere werkloosheidsvallen, het verschil
tussen een uitkering voor een persoon met een handicap
(en parallelle tegemoetkomingen) en een loon soms niet
heel groot.
> ANDERE
• Socioprofessionele integratietrajecten uitstippelen en
opleidingen aanbieden die afgestemd zijn op de gezochte
profielen op de arbeidsmarkt.
• Meer directe socioprofessionele integratietrajecten en
opleidingen aanbieden voor knelpuntberoepen, waarvoor
geen hogere opleiding vereist is.
In het bijzonder de werkzoekenden hier beter over inlichten.
Uit studies blijkt immers dat discriminatie afneemt in
knelpuntberoepen, ongeacht of er al dan niet een hogere
opleiding voor nodig is.
• Werkzoekenden stimuleren om talen te leren tot ze
tweetalig zijn, in het bijzonder door gratis cursussen aan
te bieden.
• Diversiteit integreren in het lessenpakket van de hogescholen
en universiteiten voor bepaalde richtingen: human resources,
management enz.
• De werkzoekenden beter informeren over privédiensten
voor werving en selectie (interim enz.).
• Selectieproeven objectief beoordelen. Een aantal zouden
monoculturele culturele referenties kunnen bevatten, wat
personen met biculturele denkpatronen of percepties ‘indirect’
zou kunnen benadelen als gevolg van hun antwoorden.
“Discriminatie
kan voortvloeien uit de selectieproeven zelf. Deze
kunnen cultuurgebonden elementen bevatten (die niets te
maken hebben met de beoordeling van vakbekwaamheid en
vaardigheden), waardoor personen met een vreemde etnische
of nationale afkomst automatisch worden uitgesloten.” 95
Een objectieve studie over de selectieproeven zou nuttig zijn
op de arbeidsmarkt.
9.5. Interregionale professionele
mobiliteit
De professionele mobiliteit van werkzoekenden verhogen
zou zowel de werkzoekenden als de werkgevers ten goede
komen.
In het Brussels Gewest ligt het percentage jongeren zonder
diploma secondair onderwijs immers hoog en zijn er niet voldoende
arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden.
In de twee andere gewesten zijn er echter meer arbeidsplaatsen
voor mensen met een lage en gemiddelde
scholingsgraad. De vraag naar diploma’s hoger of universitair
onderwijs bedraagt ‘slechts’ 38,5% in het Vlaamse Gewest
en 37,8% in het Waalse Gewest.96
De interregionale professionele mobiliteit verhogen kan bijgevolg
interessant zijn voor iedereen.
Die mobiliteit betreft verschillende hoofdlijnen:
• Ook de interregionale coördinatie inzake opleiding/werkgelegenheid
stimuleren om doeltreffende opleidingen te
ontwikkelen die ook tot werk in de twee andere gewesten
kunnen leiden.
• Het structurele overleg tussen de overheidsinstellingen
voor arbeidsvoorziening van de verschillende regio’s (Actiris,
VDAB, Forem) en de opleidingscentra, OISP-centra enz.
stimuleren.
• Interregionaal transport uitbouwen: wegens de regionalisering
van mobiliteit en openbaar vervoer raadt BECI aan de
politieke hindernissen uit de weg te ruimen zodat de privésector
zelf het transport van de werknemers kan regelen. De
voornaamste faciliteitenzone moet absoluut in de richting
van de rand gaan omdat het Brusselse economische gebied
de grenzen van het gewest ruim overschrijdt.
Werkgevers en werkzoekenden zouden dan gemakkelijker
hun gezamenlijke doelen kunnen bereiken.
94. ADAM, Ilke, “Immigrés et minorités ethniques sur le marché de l’emploi. Les politiques publiques en question?”, in Marco MARTINIELLO et al. (dir), Immigration et intégration en Belgique Francophone. Etat des savoirs.
Louvain-la-Neuve, Bruylant-Academia, 2006, p. 185 • 95. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding & Business & Society Belgium. 2006. Onderneming & diversiteit: hoe staat het in de praktijk? Brussel.
p. 20 ; • 96. Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014. De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Situatie 2012. Brussel.
52
׉	 7cassandra://wW4GCHIcxyZVVaNSFUIQrn-IJBGuyQFqD_17-eY85T8`̵ U޵7׉EPresentatie van het Witboek voor Diversiteit, op 17 juni, op de zetel van AG Insurance. Van links naar rechts: Hayate El Aachouche (BECI), Thierry Willemarck (Voorzitter van BECI),
Antonio Cano (CEO van AG Insurance), Kathleen Beyens (Human Resources Manager Sodexo) en Jean-Claude Daoust (gedelegeerd bestuurder van Daoust)
X. Algemene conclusie
Discriminatie is overal, in alle aspecten van de menselijke
activiteit. Ze is «buitengewoon gewoon»97
oorsprong in zowel directe als indirecte factoren.
en vindt haar
Als een van de oorzaken die indirect bijdragen aan het
ontbreken van diversiteit, kunnen we meer bepaald ons
onderwijs aanhalen, dat op zich een echte ‘fabriek’ van
discriminatie is. Niet alleen zijn er elk jaar velen niet geslaagd,
maar het onderwijs is ook bijzonder ongelijk: er is immers
een tweedeling tussen scholen die naar succes leiden en
scholen die naar mislukking leiden.
Het zal dan ook niet verbazen dat elk jaar een groot aantal
leerlingen het onderwijs verlaat zonder diploma secundair
onderwijs, wat resulteert in ¼ van de werkzoekenden die
geen diploma hoger secundair onderwijs heeft. Verder ligt
het algemene niveau van ons onderwijs onder het gemiddelde
van dat van de andere OESO-landen.
Die realiteit van de werkzoekenden creëert een spanningsveld
met de realiteit van de behoeften van de arbeidsmarkt,
waar in bijna 60% (56%) van de gevallen een diploma hoger
onderwijs vereist is.
Bovendien vormt de gebrekkige kennis van het Nederlands
een groot nadeel op de Brusselse arbeidsmarkt.
Verder is de basis voor diversiteit vrij ongunstig voor de
bedrijven: zware lasten op arbeid. Dat vormt een kwantitatieve
beperking voor de uitbouw van de human resources.
Met die elementen moeten we dus rekening houden in
verband met maatregelen om diversiteit op de arbeidsmarkt
te bevorderen.
De diversiteit op de arbeidsmarkt kan nog veel verder worden
uitgebouwd. Dat blijkt ook uit de meest recente metingen
van de overheid en academische instellingen, die gegevens
uit eerdere studies over discriminatie bevestigen, namelijk de
moeilijkheden in verband met toegang tot werk en professionele
ontwikkeling bij bepaalde groepen.
De socio-economische monitoring biedt het voordeel
die discriminatie zeer nauwkeurig te meten, zowel op
macroniveau als op nationaal en regionaal niveau.
Zo blijkt de werkgelegenheidsgraad van personen van
Belgische afkomst (74,2%) beduidend hoger te liggen dan
de werkgelegenheidsgraad van personen van vreemde afkomst
(die afhankelijk van de afkomst blijft hangen tussen
38 en 53%).
De hogere werkloosheidsgraad en -duur van personen van
vreemde afkomst ten opzichte van die van personen van
Belgische afkomst wijzen ook op discriminatie. De werkloosheid
is bijzonder verontrustend voor groepen van Turkse of
Marokkaanse afkomst, die momenteel in alle leeftijdscategorieën
kampen met de hoogste werkloosheidsgraad. We
moeten ons daarbij des te meer vragen stellen omdat België
vijftig jaar geleden precies met Marokko en Turkije bilaterale
overeenkomsten is aangegaan om werkkrachten naar hier
te halen.
In verband met leeftijd blijken de loonkosten voor
45- plussers bijzonder zwaar te zijn voor de werkgevers. Door
maatregelen voor een grotere verlaging van de werkgeversbijdragen
voor 45-plussers zouden de cijfers de goede
richting kunnen uitgaan.
53
׉	 7cassandra://O_3UITCXtsj4KVq_McTRD1WdCbib-yMYyS_s_usaG9Y`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://noVJUyL0GV4xgYf5Lya2dvR30l68rzF_vP6wId6RYrY ` ׉	 7cassandra://s0g500ox4AQmfnEtackujFNV2-MSDMDycFqFMDJqa-0Y`S׉	 7cassandra://pV9SbIAdLbVLne-OsvhNb2ArmBK2GFOVy7G4c3UDRN0`̵ ׉	 7cassandra://Ntnh0Z4-VgJ3DKuvEBcOpwpHaVAtA2aXrg3UyGESvIMJ͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://fK7bpXRbkwdxX8HDx5p2aqseNt-N2c8rFM2KJ4ZFVSk N`׉	 7cassandra://mNFbXmCqpZe5TmIdSV7YkjJnYdwMiBr87GNenanVUVw\x`S׉	 7cassandra://qlMpcCbVkLRbT53CjEBl4uJmqGdJvja15WEbOKa7xrw`̵ ׉	 7cassandra://2h3ENVIvaTlb_OX19csIg595-9jaDZamc66qtd987mEͮ͠U޵7נU޵7 |x9ׁHhttp://www.laׁׁЈנU޵7 9ׁH 'http://press-release_STAT-14-2283_fr.htׁׁЈנU޵7 ̓9ׁHhttp://europa.eu/rapid/ׁׁЈ׉EDit soort discriminatie valt dus eenvoudiger op te lossen, via
financiële stimulansen, in tegenstelling tot andere soorten
discriminatie waarbij vooroordelen, stereotypes en a priori’s
dieper geworteld zijn.
Discriminatie op basis van geslacht uit zich nog altijd in
significante loonverschillen, maar ook in een ondervertegenwoordiging
in hiërarchisch hogere functies.
Uit de gegevens van de monitoring konden we ook afleiden
dat iemand die verschillende discriminerende kenmerken
vertoont, het extra moeilijk krijgt op de arbeidsmarkt. De
muren worden dan namelijk dubbel zo dik, zowel horizontaal
(toegang tot arbeid) als verticaal (toegang tot hiërarchisch
hogere functies).
Op het vlak van geslacht wordt het glazen plafond nog twee
tot drie keer dikker voor vrouwen die een combinatie met
andere kenmerken vertonen: vreemde afkomst, leeftijd,
handicap enz.
Met het oog daarop moeten we dus extra aandacht besteden
aan de politieke en private acties rond geslacht.
Voor de andere profielen kan de combinatie van discriminerende
kenmerken de zaken ook ernstig bemoeilijken op
de arbeidsmarkt: leeftijd en handicap, leeftijd en vreemde
afkomst enz. , en dat geldt voor beide geslachten
Met die combinatie moet ook rekening worden gehouden
tijdens de gevoerde acties.
Er zijn echter meerdere oorzaken voor deze discriminatie, en
het gaat niet alleen om zuiver racisme of een soort basaal
machismo. Hoegenaamd niet.
De oorzaak ligt op de kruising tussen het exogene en het
endogene.
We hebben kunnen vaststellen dat de exogene oorzaken
voortvloeien uit de staat (onderwijs enz.), maar ook uit de
maatschappij. Ze zijn terug te vinden in het hele sociale
landschap via mechanismen van sociale valorisatie en
devalorisatie (in de media, de politiek, op sociaal vlak, in het
verenigings leven, enz.) die discriminatie voortbrengen.
Ze worden endogeen en zitten in elke mens geworteld,
die ze uit via ‘habitus’ - schema’s van perceptie, appreciatie
en actie die sociaal zijn opgebouwd en die het gedrag in
verband met selectie, aanwerving en humanresourcesmanagement
‘sturen’.
Algemeen
gezien
zullen
significante
verschillen
inzake
ge slacht, afkomst, handicap en leeftijd enkel verdwijnen
dankzij twee methodes: inprenting en integratie. Inprentingsmethodes
verlopen bijvoorbeeld via opleidingen over diversiteit
en bewustmaking.
Integratiemethodes zijn vormen van positieve discriminatie,
waarvan we verschillende voorbeelden genoemd hebben in
dit Witboek.
Die acties zijn heel verscheiden, gebeuren zowel horizontaal
als verticaal en kunnen gebaseerd zijn op praktijken die
bedrijven hebben ontwikkeld en die in dit Witboek aan bod
kwamen.
Want dat kan lukken! Er zijn immers vele voorbeelden van
bedrijven die precies dankzij de integratie van diversiteit
economisch succesvol zijn.
Als we bedrijven vragen naar de redenen waarom ze
diversiteit hebben ontwikkeld, blijkt dat 52% er zich op
toelegde om zijn humanresourcesmanagement te verbeteren
en 31% om economisch succesvoller te worden.98
We halen hier in het bijzonder het voorbeeld aan van een bepaald
Zweeds hotel waar het aantal overnachtingen explosief
toenam als gevolg van de vele aanpassingen die het had
doorgevoerd voor onder andere blinden, slechthorenden en
personen met beperkte mobiliteit. Door personen met een
handicap in dienst te nemen, kon dat hotel zijn economische
creativiteit ontplooien en werd het het favoriete hotel van
personen met een handicap.
Talrijke studies bewijzen ook dat bedrijven met vrouwen in
het topmanagement economisch beter presteren. Dat komt
waarschijnlijk omdat de combinatie van de verschillende
maar elkaar aanvullende denk- en handelswijzen van
mannen en vrouwen in hogere functies bijdraagt tot een
echte complementariteit en de algemene prestaties van het
bedrijf verhoogt.
Ook multicultureel personeel vormt een bron van menselijke
én economische rijkdom. Bedrijven die dergelijke diversiteit
hebben gerealiseerd, stellen namelijk dat ze de behoeften
van hun klanten beter begrijpen en er dus ook beter op
kunnen inspelen. De algemene creativiteit van het bedrijf en
de algemene prestaties gaan er eveneens op vooruit dankzij
gediversifieerde teams.
Het DNA van diversiteit bevat vele chromosomen: angst,
onbegrip, spanningen, onverschilligheid, stereotypes,
habitus, maar ook hulpmiddelen, rijkdom, kansen, creativiteit,
prestaties enz.
Maar alleen als alle actoren (uit de politiek, de economie, het
verenigingsleven, de media enz.) zich achter de maatregelen
en de hulpmiddelen voor diversiteit scharen en de a priori’s
vergeten, kan dat uitmonden in succes en rijkdom op elk
vlak: menselijk, politiek en economisch.
97. Bourdieu • 98. INERGIE. Bilan diversité 2014. Website op INTERNET. <http://www.inergie.com/bilan-diversite-2014>.
54
׉	 7cassandra://pV9SbIAdLbVLne-OsvhNb2ArmBK2GFOVy7G4c3UDRN0`̵ U޵7׉EqXI. Referenties
• ADAM, Ilke. 2006. “Immigrés et minorités ethniques
sur le marché de l’emploi. Les politiques publiques en
question?”, in Marco MARTINIELLO et al. (dir), Immigration
et intégration en Belgique Francophone. Etat des
savoirs. Louvain-la-Neuve, Bruylant-Academia.
• ADAM, Ilke. 2006. “Les immigrés et leurs descendants sur
le marché de l’emploi. Qu’en savons-nous en Belgique
francophone (1989-2004)?” , in Marco MARTINIELLO
et al. (dir), Immigration et intégration en Belgique francophone.
Etat des savoirs. Louvain-la-Neuve, BruylantAcademia.
•
BECI. Juni 2015. Bekwaamheid sterker dan handicap.
Brussel Metropool nr 5.
• BOURDIEU, Pierre. 2002. La domination masculine,
Parijs, Editions du Seuil.
• Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding
& Business & Society Belgium. 2006.
Onderneming en diversiteit: hoe staat het in de praktijk?
Brussel.
• Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.
2009. Discriminatie van personen met een
handicap. Brussel.
• Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.
2012. Diversiteitsbarometer: Werk. Brussel.
• Europese Commissie Justitie. 2011. De zakelijke voordelen
realiseren met Europese diversiteitscharters. Diversiteit
op het werk managen. Luxemburg.
• Europese Commissie - Eurostat: Persbericht 2/12/2014
(184/2014): Situation des personnes handicapées dans
l’UE: Moins d’1 adulte handicapé sur 2 avait un emploi
dans l’UE28 en 2011. Zie: http://europa.eu/rapid/
press-release_STAT-14-2283_fr.htm
• Crosby, A. 2013. “Etude comparative sur les modèles de
politique publique relatifs à la notion “d’action positive”
en matière de politique de discrimination et de diversité
sur le marché de l’emploi”, GERME ULB.
• DEMONTY, Bernard. 30 juni 2011. “Le cv anonyme, c’est
joli, mais pas efficace”, La Libre. Zie: http://www.lalibre.
be/actu/belgique/le-cv-anonyme-c-est-joli-mais-pasefficace-51b8d5b3e4b0de6db9c1fe4d.
•
DE RUDDER, Véronique et al., 2000. L’inégalité raciste.
L’universalité républicaine à l’épreuve, Parijs, Presses
Universitaires de France.
55
׉	 7cassandra://qlMpcCbVkLRbT53CjEBl4uJmqGdJvja15WEbOKa7xrw`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ClH1jtZsHzvNrWQqAcZcBxw_b_ilFzqH7DABNyw52Hc ܋` ׉	 7cassandra://w_NxYA3wV18wU7KUawq75v-hfQ5TaAYGPtjP-1HTQkgXU`S׉	 7cassandra://_JnmGC3kfY8FKFKTq7Q-ZGbQABhacqJVAVv0OyZEtL0`̵ ׉	 7cassandra://e4XBnxcn_ldZKq57SBx-lBWu2EB6oxIPDIncNx-NwlgF͠U޵7ט  {u׉׉	 7cassandra://7A_2N-GBDKmii7WOMFRboli2YSP8C48jkKR16SPvUOA `׉	 7cassandra://NhVfnnWNrLKiD9731zvQnIguKLPIijsuBTtAcncpJsQ͜D`S׉	 7cassandra://0-p2ERl88CEzfFXgr98O7T-OYshCqPBKKaxlXlc4Eto6^`̵ ׉	 7cassandra://5qMskM8IbWqiUOG-tCBpb5if9STxYw729TXWGEIJVI0  ͠U޵7 נU޵7 lh9ׁHhttp://revues.org/1200ׁׁЈנU޵7 ̻9ׁHhttp://www.brׁׁЈנU޵7  ̌9ׁHhttp://www.afsp.info/ׁׁЈנU޵7 @c9ׁH 9http://www.werk.belgie.be/publicationDefault.aspx?id=3616ׁׁЈנU޵7 ܁l9ׁH 8http://ploi.belgique.be/moduleDefault.aspx?id=21166#AutoׁׁЈנU޵7 $9ׁH #http://statbel.fgov.be/fr/binaries/ׁׁЈנU޵7 \@9ׁH 4http://studies.be/medias/publications/FR_79_EGB9.pdfׁׁЈנU޵7 L̏9ׁHhttp://www.brׁׁЈנU޵7 }r9ׁH  http://cietes-2010-1-page-167.htׁׁЈנU޵7 ̨aA9ׁHhttp://www.cairn.info/revueׁׁЈנU޵7 #9ׁHhttp://www.brusselsstudies.be/ׁׁЈנU޵7 }̎9ׁHhttp://www.iefh-action.be/ׁׁЈנU޵7 }69ׁHhttp://www.inergie.com/bilanׁׁЈנU޵7 }k9ׁH &http://www.goodwill-management.com/nosׁׁЈנU޵7 }	m9ׁH 4http://www.enseignons.be/actualites/2013/08/07/echecׁׁЈנU޵7 ~\9ׁHhttp://Enseignons.beׁׁЈ׉E|• Enseignons.be asbl. 2013. Le Taux d’échec varie selon
le bassin scolaire. Website op internet. Zie: <http://
www.enseignons.be/actualites/2013/08/07/echec-scolaire-bassin>.
•
FASSIN Didier & FASSIN Eric. 2009. De la question sociale
à la question raciale, Parijs, La Découverte.
• Goodwill Management: Diversité du capital humain et
performance économique de l’entreprise.
www.goodwill-management.com/nos-publications.html
• INERGIE. Bilan diversité 2014. Website op INTERNET.
<http://www.inergie.com/bilan-diversite-2014>.
• Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
2011. Vrouwen en mannen in België. Genderstatistieken
en -indicatoren. Brussel.
• Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
2014. De loonkloof tussen vrouwen en mannen in
België. Rapport 2014. Brussel.
• Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
Goede praktijken. Website op internet. Zie: <http://
www.iefh-action.be/>
• Janssens, R. et al., “Het onderwijs in Brussel”, Brussels
Studies, januari 2009, http://www.brusselsstudies.be/
medias/publications/FR_73_EGB5.pdf
• Landrieux-Kartochian Sophie, “Femmes aux commandes,
entreprises performantes ?”, Travail, genre et sociétés 1/
2010 (nr. 23), p. 171-179
• Laufer Jacqueline, Paoletti Marion, “Spéculations
sur les performances économiques des femmes”,
Travail, genre en sociétés 1/ 2010 (nr. 23), p. 167-170.
Zie: <http://www.cairn.info/revue-travail-genre-en-societes-2010-1-page-167.htm>
•
LAUWERS, Michel. Les femmes managers rapportent
toujours plus gros. L’Echo. Zaterdag 10 januari 2015.
• McKinsey & Company, “Les clés du succès des systèmes
scolaires les plus performants”, 2007.
• Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014.
De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:
Situatie 2013. Brussel.
• Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2014.
De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:
Situatie 2012. Brussel.
• Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid.
2014. Focus: De situatie van oudere werknemers op de
Brusselse arbeidsmarkt. Brussel.
Zie: http://
• Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid. 2013.
Precariteit bij jongeren. De positie van jongvolwassenen
op de Brusselse arbeidsmarkt. Brussel.
• REA, Andréa et al., “Brusselse jongeren: sociale ongelijkheid
en culturele diversiteit”, Brussels Studies, februari
2009, website op internet. Zie: <http://www.brusselsstudies.be/medias/publications/FR_79_EGB9.pdf>
•
RINGELHEIM, Julie & VAN DER PLANCKE, Véronique,
Plans de diversité dans l’entreprise: action positive
ou communication positive ? Le cas de la Région de
Bruxelles-Capitale in Ch. Bayart, S. Sottiaux en S. Van
Drooghenbroeck (dirs), Actualités du droit de la lutte
contre la discrimination, La Charte/die keure, Brugge,
2010, 309-352.
• FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. 2012.
De arbeidsmarkt in België in 2012. Brussel. Website
op INTERNET. Zie: <http://statbel.fgov.be/fr/binaries/
analyse_fr_tcm326-238812.pdf>.
• Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en
Sociaal Overleg & Centrum voor gelijkheid van kansen
en voor racismebestrijding. 2013. Socio-economische
monitoring. Brussel.
• Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid
en Sociaal Overleg. 2014. Werkgelegenheid volgens
sectoren. Website op internet. Zie: <http://www.emploi.belgique.be/moduleDefault.aspx?id=21166#AutoAncher1>.
Laatst geraadpleegd op: 14-06-2014.
• FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. 2005.
Wegwijs in de redelijke aanpassingen ten behoeve van
personen met een handicap op het werk. s.l. Zie: http://
www.werk.belgie.be/publicationDefault.aspx?id=3616
• TANDE, Alexandre, “Cheval de Troie ou “écran de
fumée”: dans quelle mesure les plans de diversité de
la Région de Bruxelles-Capitale peuvent-ils empêcher
les discriminations ethniques et raciales sur le marché
du travail ?”, website van de Association française de
Science Politique, 2011, zie: http://www.afsp.info/
congres2011/sectionsthematiques/st22/st22tande.pdf
• VANDERMOTTEN, Christian et al., “De Brusselse economie”,
website van Brussels Studies, januari 2009.
Website op INTERNET. Zie: <http://www.brusselsstudies.
be/medias/publications/FR_76_EGB7.pdf>
• WAGNER, Anne-Catherine, “Habitus”, Sociologie [Online],
Les 100 mots de la sociologie, online gezet op 01
maart 2012. Website op INTERNET. Zie: http://sociologie.
revues.org/1200
56
׉	 7cassandra://_JnmGC3kfY8FKFKTq7Q-ZGbQABhacqJVAVv0OyZEtL0`̵ U޵7׉E׉	 7cassandra://0-p2ERl88CEzfFXgr98O7T-OYshCqPBKKaxlXlc4Eto6^`̵ U޵7U޵7{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iH2lHKSfD-3vIeonfDwnNlChMy4y38cphQLLA5nXP4I `׉	 7cassandra://O34hbFGrAAy4NnSc6NEie_VaXud-BlcxfE3HWdtU3ewh`S׉	 7cassandra://ASPKVG5RtKoV_KuxjAlzf0GkVBc6OajbJ_EjdUtkDKU#`̵ ׉	 7cassandra://3yGS8nxIRBF9MOBrw15WZOzAJdEFtIuvISZMbQ1hQHI͠U޵7נU޵7Ł c.q9ׁHmailto:bem@beci.beׁׁЈ׉EDiversiteit
de kracht achter uw onderneming!
De samenleving verandert, en uw onderneming verandert mee.
Om voorop te kunnen blijven in de uithoudingsrace van optimale
prestaties, moet u uw werknemers de nodige impuls geven
waardoor ze zich goed, aanvaard en gehoord voelen!
Wist u dat ...
managementteams die bestaan uit mannen en vrouwen
voor hogere omzetcijfers zorgen?
teams met een gemengde culturele achtergrond de interne
creativiteit, en zo ook de prestaties, verhogen?
de samenwerking tussen jong en oud in uw teams,
wijsheid en innovatie samenbrengt?
Gebruik de hulpmiddelen waarover u beschikt!
BECI staat klaar om u te helpen bij iedere stap van
de aanwerving, zowel voor, tijdens als na het proces.
Doe een beroep op de Cel Diversiteit van BECI – Onze adviseurs
luisteren naar uw behoeften en staan ten dienste van uw onderneming.
Contact: Bouchra El Mkhoust - 02 643 78 20 (bem@beci.be)
׉	 7cassandra://ASPKVG5RtKoV_KuxjAlzf0GkVBc6OajbJ_EjdUtkDKU#`̵ U޵7׈EU޵7ÁU޵7{Ϳ2015.09 witboek-diversiteit-webU޵I..,n