׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://zt7PNw1pe66q8Va0Xij_a-9779Smh5N6Q1DfQs-shn8 `׉	 7cassandra://ZzOdSmwPDxBgcn7oYJjyjGuSWFq78eWYnI0mtpotvPk͏`׉	 7cassandra://mw5yVJkk5HwUi4jjNHe49U59fiCM6nPWzcqXsq2jgrI3`  ׉	 7cassandra://Iur1Zod7qrofUs5TLcQdghrDHM_UPlqSNJ4AnAJDBUE *͠eAX 6߃ט   u׈   *<  ׈EeAX 6߃׉E magazine
BIG
Editie 18 BIG
nov. 2023
in Pipelines
De Omgevingswet Pipeliner Nick Oude Vrielink
Porthos: op weg naar CO2-opslag Who’s next?
Aanvulzand bij Hoogspanningskabels Sleufloze technieken
׉	 7cassandra://mw5yVJkk5HwUi4jjNHe49U59fiCM6nPWzcqXsq2jgrI3`  eAX 6߃ŁeAX 6߃āבCט   u׉׉	 7cassandra://zO96Ao3rOl1yFdPxkhDJM3nCiOfexKTPTzyi-Q-UtV4 `	׉	 7cassandra://c91bT7mJzhUOhYVJrAIw3CUwwk1tqd12n2mEUlwJMeE $`׉	 7cassandra://I1z2qOajQmYQtm7Lw97rimtIGtnPSE78D_WZs8UYGe4OC`  ׉	 7cassandra://xhg9FvUnMnlYrVXmrLsMBQk7mlYBkZ2KGWS8p0dtnF8͠eAX 6߃׉E~COLUMN
De rol van de overheid
bij buisleidingen
Han Admiraal - Voorzitter BIG
Ik kan me nog herinneren hoe destijds het kwaliteitsdenken zijn entree maakte bij de overheid. Alles
werd ineens kwaliteit. Hierdoor ontstond een nieuw containerbegrip, waardoor we al heel snel de inhoud
kwijtraakten. Met duurzaamheid gebeurt hetzelfde als we niet uitkijken. Alles is inmiddels duurzaam of
moet duurzaam zijn. Daar komt bij dat we in het Nederlands alleen het woord ‘duurzaam’ hebben, waar
in het Engels gesproken wordt over ‘durability’ en ‘sustainability’. Het laatste is waar duurzaam met
name over moet gaan: over de vraag wat wij nú kunnen doen om de toekomst van komende generaties
veilig te stellen.
Als het aan de Europese Unie ligt, doen we dat
zeker niet langer vrijblijvend. De ESG’s komen
eraan, waarbij ESG staat voor Environment –
Social – Governance. Het zijn drie maatstaven die
al langer door investeerders worden gebruikt om
bedrijven de maat te nemen. Maar nu gaat ook de
EU verplichten om over de ESG’s te rapporteren in
jaarverslagen. Het is een verplichting die met name
grote bedrijven zal treffen. Maar er zit wel een
addertje onder het gras. De EU-Taxonomie wil de
waardeketens zichtbaar maken. Dat betekent dat
niet alleen grote bedrijven langs de ESG-maatlat
gelegd gaan worden, maar onder andere ook al
hun leveranciers, onderaannemers en adviseurs.
Daarmee wordt duurzaamheid ineens een stuk
minder vrijblijvend. Dat kan overigens zeker geen
kwaad en kan ook positieve effecten hebben.
Welke ondernemer durft op dit moment de stap te
zetten naar volledig elektrisch? De investering die
nodig is om dit te doen is groot en de vraag blijft
hoe snel je dit kan terugverdienen. Daarnaast krijg
je natuurlijk een vreemde marktsituatie als niet alle
bedrijven meegaan in die ontwikkeling. Dus enige
regulering, in ieder geval via de ESG, is dan wel op
zijn plaats.
Onlangs was ik op een bijeenkomst in Den Haag
met een twintigtal vertegenwoordigers van de
buisleidingensector en ambtenaren van drie
departementen; Infrastructuur en Waterstaat,
Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties. De kernvraag was:
wat is de rol van de overheid bij buisleidingen?
Een boeiende vraag die ook veel losmaakte bij
iedereen. Het werd duidelijk dat de overheid in
Nederland de buisleidingen aan het herontdekken
is. Het vraagt alleen wel om kennis op dit gebied.
Bemoedigend is dat Pipeliner voornemens is
binnenkort een seminar te organiseren voor
ambtenaren om hun die kennis aan te bieden. Wat
ook duidelijk werd, is dat we voorlopig niet verder
kijken dan de klassieke aanpak van buisleidingen.
Dat is al complex genoeg. Misschien kan de overheid
wel iets doen aan die complexiteit enerzijds en
anderzijds de regie pakken om duurzaamheid een
kans te geven. Hoe ze dat kunnen gaan doen? Daar
moeten we binnen het BIG in samenspraak met de
overheid maar eens een dialoog over starten.
2
׉	 7cassandra://I1z2qOajQmYQtm7Lw97rimtIGtnPSE78D_WZs8UYGe4OC`  eAX 6߃׉EFoto: Carel Kramer Fotografie
De Omgevingswet zorgt voor snelheid
en overzicht voor alle partijen
In Nederland werken we hard aan de missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Dat
vereist een goede energie-infrastructuur en het integreren van schone vormen van opwekking,
opslag en transport van energie in onze beperkte ruimte. Door de decentralisatie van energie komen
belangen van overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties op gebiedsniveau
steeds nadrukkelijker samen. Dat maakt projecten in de pijpleidingenbranche complexer en vraagt om
betere wet- en regelgeving, zoals vergunningen. Ymke van Atteveld, Vergunningmanager bij Arcadis
Nederland, kijkt uit naar de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. “We moeten verder met
ons land!”
SVB
Sinds 2012 is er een overheidsbesluit Structuurvisie
Buisleidingen (SVB). In dit besluit is vastgelegd welke
strook grond in Nederland is gereserveerd voor
ondergrondse buisleidingen van nationaal belang en
voor transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij
om ondergrondse buisleidingen voor het transport van
bijvoorbeeld aardgas, olieproducten en chemicaliën,
die provincie- en vaak ook landgrensoverschrijdend
zijn. De SVB geeft een hoofdstructuur van verbindingen
aan waarvan de ruimte moet worden vrijgehouden.
Belemmeringen
Ymke: “Die SVB-strook is heel helder vastgelegd op een
kaart van Nederland. Dit werkt in principe heel prima
voor degenen die daar vanuit hun werk bekend mee
zijn, zoals aannemers, ingenieursbureaus of vergunningverstrekkers.
Het is overzichtelijk en je ziet snel om welke
ruimte het gaat. Er zijn wel een aantal tekortkomingen.
De belangrijkste is dat de SVB een visie is waarmee het
Rijk ruimte reserveert voor het vervoer van gevaarlijke
stoffen in ondergrondse buisleidingen. Dat houdt in dat
een heel groot deel van de ondergrondse infrastructuur,
zoals elektriciteitskabels, hier niet onder vallen, want
dat zijn kabels en geen buisleidingen. Omdat we
in Nederland steeds meer overstappen van gas op
elektriciteit, wordt dit probleem steeds groter. De
opvolger van de SVB zal er een ruimere invulling aan
geven, wat bevorderlijk is voor het doelmatig gebruik
van de gereserveerde gronden.
Daarnaast merk ik regelmatig dat gemeenten, die
volgens dit overheidsbesluit moeten handhaven, niet
goed op de hoogte zijn hiervan en wat de impact is
op het gebruik van de openbare ruimte. De SVB is
in het leven geroepen om projecten van nationaal
belang met betrekking
tot
energievoorziening
niet
te remmen, maar als betrokken partijen niet goed op
de hoogte zijn, kan dat wel zorgen voor vertraging.
Bovendien wordt er regelmatig nog afgeweken van de
SVB-strook, bijvoorbeeld omdat er al gebouwd is op
de gereserveerde ruimte. In dat geval kan er wel een
aanvraag ingediend worden om het bestemmingsplan
te wijzigen, maar ook dit belemmert de snelheid van
projecten.”
De Omgevingswet
De Omgevingswet werd in 2016 in het leven geroepen.
Deze wet moet het beheer en de ontwikkeling van
de leefomgeving op lokaal niveau bevorderen. 
3
eAX 6߃ǁeAX 6߃ƁבCט   u׉׉	 7cassandra://_b3NCbase0tXm6Na78r1JgtcBryHOM6PpNAN05pHWl4 _`	׉	 7cassandra://Slnrj73qAwG7eHzBLHG9r6HYe9_iWMGLBRsI-PM6VxI /f`׉	 7cassandra://0kUo6ELwO78g3qtFXRCHFpxIuW0eUt98lk9u_4Zxmz0KT`  ׉	 7cassandra://nc7H0TNPsRKtvJLmvNg6dk-ndsme4CHkBdVS8LktiNA͟h͠eAX 6߃נeAX 6߃ ^MS9׉Hhttp://www.iplo.nlGׁׁrנeAX 6߃ ^aT9׉Hhttp://www.rvo.nlGׁׁrנeAX 6߃ ^u̖9׉Hhttp://www.rijksoverheid.nlGׁׁrנeAX 6߃ ^9׉H (http://www.aandeslagmetdeomgevingswet.nlGׁׁrנeAX 6߃ t̈9ׁHhttp://ruimtelijkeplannen.nlׁׁЈ׉EYmke van Atteveld
Ymke van Atteveld, werkt sinds eind 2019
bij Arcadis Nederland, officieel als Vergunningmanager,
maar zelf noemt zij zich het liefst
adviseur Vergunningen. Door haar juridische
achtergrond en haar jarenlange ervaring
bij Gasunie is Ymke inmiddels expert op dit
gebied en adviseert zij bij grote complexe
vergunningstrajecten met betrekking tot de
ondergrond.
Dit betekent dat er andere regels gaan gelden voor bouwwerken,
gebiedsontwikkeling en vergunningen. Ymke: “In feite regelt
deze Omgevingswet alles voor het beschermen en benutten
van de openbare ruimte waarin we wonen en werken. De wet
bundelt alle omgeving gerelateerde wetten en regels en maakt
onder andere hierdoor de regels inzichtelijker voor burgers. Voor
professionele partijen ontstaat er ruimte voor een strategische
aanpak met betrekking tot de vergunningsaanvragen. Het doel
is om versnippering van verschillende wetten voor ruimtelijke
ordening tegen te gaan. Met behulp van één digitaal loket zou het
gemakkelijker moeten worden om ruimtelijke projecten te starten.”
‘Structuurvisie’ wordt ‘Programma’
De Omgevingswet is opgesteld in 2016, maar de invoering is al
een aantal keer uitgesteld. Als alles volgens planning gaat, treedt
de nieuwe wet 1 januari 2024 inwerking. Het uitgangspunt voor het
opstellen van de Omgevingswet was niet het faciliteren van de
energietransitie, maar inmiddels is ook de regelgeving met betrekking
tot energietransport erin opgenomen. Met de invoering van de
Omgevingswet worden nieuwe beleidsinstrumenten geïntroduceerd.
Eén voorbeeld hiervan is het Programma Energiehoofdstructuur
(PEH), de opvolger van de Structuurvisie Buisleidingen (SVB).
PEH
Figuur: Delta Rhine Corridor
Het Programma Energiehoofdstructuur vervangt en actualiseert dus
de inhoud van de bestaande Structuurvisie Buisleidingen. Naast het
feit dat de naam verandert, zijn er ook inhoudelijk enkele wijzigingen.
In het PEH speelt de energietransitie een grotere rol dan in de SVB.
Zo wordt in het PEH gesproken over de ‘ondergrondse infrastructuur’
in plaats van ‘buisleidingen’. Dit betekent dat het PEH een veel
grotere reikwijdte heeft. Daarnaast wordt meer gekeken naar de
hele nationale infrastructuur met betrekking tot alle energiebronnen.
Dus niet alleen naar de bestaande energiebronnen zoals gas, maar
ook naar wind- en zonne-energie.
Ga voor meer informatie over
PEH en de Omgevingswet naar:
www.iplo.nl
www.rvo.nl
www.rijksoverheid.nl
www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl
Wijzigingen in energietransport
Mede door de gascrisis vorig jaar zijn een aantal ontwikkelingen met
betrekking tot de energietransitie in een sneltreinvaart gekomen. Zo
is het verbruik en dus ook het transport van aardgas afgenomen en
het verbruik van elektriciteit toegenomen. Energie uit wind en zon
kan op veel verschillende plekken worden opgewekt. Ook waterstof
wordt belangrijker. De productie van hernieuwbare energie is
weersafhankelijk en kent dus meer schommelingen dan bij fossiele
4
׉	 7cassandra://0kUo6ELwO78g3qtFXRCHFpxIuW0eUt98lk9u_4Zxmz0KT`  eAX 6߃׉Eenergiebronnen. Overschotten moeten worden opgeslagen
in batterijen of omgezet worden naar waterstof. En als er
geen wind of zon is, zullen centrales op bijvoorbeeld groene
waterstof moeten bijspringen. Hier is goede infrastructuur
voor nodig, het vraagt ruimte voor
kabels, leidingen,
batterijen en duurzame energiecentrales. In de SVB uit 2012
is uiteraard al rekening gehouden met de energietransitie,
maar in het PEH wordt uitgebreider gekeken naar hoe er nog
meer ruimte kan komen voor deze ontwikkelingen en hoe
procedures hierin eenvoudiger kunnen.
Burgerparticipatie
Ymke vertelt wat volgens haar andere wijzigingen zijn
in de Omgevingswet ten opzichte van huidige wet- en
regelgeving. “Kijk, vergunningen blijven vergunningen.
Sommige gebieden waar je voorheen een vergunning voor
moest hebben, zijn nu niet ineens vergunningsvrij. Wel
is het uitgangspunt voor procedure anders en gaat naar
“regulier, tenzij” dit zou moeten leiden tot versnelling van de
procedures. En er zijn ook meer vergunningen aangemerkt
als meldingen. Dit gaat bijvoorbeeld over graven op dieptes
zonder risico. Hier moet je nog wel aantonen wat de impact
is, maar er is geen vergunning nodig. Dit soort dingen
versnellen de procedures echt. Dat is fijn.
De toevoeging van burgerparticipatie is een andere grote
verandering. In de Omgevingswet is opgenomen dat de
initiatiefnemer van een project verplicht invulling moet geven
aan burgerparticipatie. Dat is heel goed. Alleen voorzie ik
hier wel wat moeilijkheden, want de verantwoordelijkheid
van de invulling wordt bij de vergunningsaanvrager gelegd.
Dit kan tot gevolg hebben dat partijen het niet eens zijn over
de manier waarop burgerparticipatie is vormgegeven en dan
zal de aanvraag voor de rechter verschijnen. Wat betekent
dat de procedure toch weer langer zal duren.”
Kaart van Nederland
Een andere onzekerheid ziet Ymke in het feit dat het systeem
zo is ingericht dat je op de kaart van Nederland per plek kunt
kijken wat de vergunning status is. “Dat is heel handig als een
burger wil zien wat de regels zijn in diens straat of tuin, maar
als ik een traject van enkele honderden kilometers moet
bekijken dan kan ik dat nu in een bestemmingsplan in één
overzicht zien. In de voorbeelden van de omgevingsplannen
die nu op ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar zijn, wordt er
niet met een kleuren legenda gewerkt en is het lastiger te
beoordelen. Ik hoop heel erg dat ze daarvoor toch kiezen
om aan te sluiten bij de huidige legenda indeling van een
bestemmingsplan. Want voor professionals is overzicht van
een heel tracé noodzakelijk. Wij hebben er niets aan om
slechts op één plek de status te kunnen bekijken.”
Transparantie
Ymke heeft vertrouwen in de Omgevingswet en het PEH,
ondanks enige onzekerheid. “Ik hoop dat de inwerkingtreding
echt per 1 januari 2024 ingaat want we hebben in Nederland
veel behoefte om door te gaan. De nieuwe wet is een kans
om de besluitvorming te versnellen door de overheid meer
ruimte te geven, daar ben ik persoonlijk blij mee. Op deze
manier beperken we het aantal overheidspartijen die ergens
over mee moeten beslissen. Soms is het gewoon effectiever
als de Rijksoverheid beslissingen neemt, zolang er maar
goede inhoudelijke advisering, onderbouwing én voldoende
transparantie is. Daar heb ik wel vertrouwen in.”
We moeten door
Ymke vervolgt: “Als de wet ingevoerd is, zullen er vast nog
wel zaken zijn die niet goed werken, maar dat heb je altijd.
Een wet is altijd in ontwikkeling. Er zullen kinderziektes zijn,
maar die kun je er binnen een jaar of 5 met een herziening
weer uithalen. Dus ik vind dat we er maar mee moeten
gaan werken, bouwend en ontwikkelend Nederland heeft
behoefte aan duidelijkheid. Er zijn al zoveel projecten in
voorbereiding die al volgens de eisen en voorwaarden van de
nieuwe wet zijn voorbereid. Als er nu weer uitstel zou komen,
moeten deze weer allemaal herschreven worden en dat kost
enorm veel tijd en geld. Ik ben zelf betrokken bij de Delta
Rhine Corridor waarbij de aanleg van gelijktijdig meerdere
buisleidingen en gelijkstroomkabels
wordt
onderzocht.
De verkenning en de kennisgeving hiervan zijn al gedaan
volgens de Omgevingswet. Als deze niet ingevoerd wordt
volgend jaar, moeten we alles weer omzetten naar de huidige
wetgeving en dat zou veel onnodig werk en kosten met zich
meebrengen. De wet moet nu ingevoerd worden: anders
komen er zoveel vertragingen, dan zet je heel Nederland op
slot. En dat is niet goed: we moeten door!”
5
Foto: GW Leidingtechniek BV
eAX 6߃́eAX 6߃́בCט   u׉׉	 7cassandra://P6Oe9CCH66XN3o2a768FbEgQjmLs9Winr80LgK0s0v0 jM`	׉	 7cassandra://kGJhTsItuh19Rw31rKGHE-FJjFeca7V5gagCkWSZM4A Y`׉	 7cassandra://Rd9rI2bOugJMMNUUKOxd_p92XLlegD-zbRJJ2WMLGQYb`  ׉	 7cassandra://Cv_-y98vHqhTJaJ6BTf86F1vjfCMuLFx36B1-FAbfTc ̼͠eAX 6߃נeAX 6߃ ^t̌9׉Hhttp://www.porthosco2.nlGׁׁrנeAX 6߃ ^w9׉Hhttp://www.denys.comGׁׁrנeAX 6߃ ^9׉Hhttp://www.upagroup.nlGׁׁrנeAX 6߄  ^9ׁHhttp://www.upagroup.nlׁׁЈנeAX 6߃ ^w9ׁHhttp://www.denys.comׁׁЈנeAX 6߃ ^x̌9ׁHhttp://www.porthosco2.nlׁׁЈ׉E yPorthos:
op weg naar CO2-opslag
Ga voor meer informatie naar:
www.porthosco2.nl
www.denys.com
www.upagroup.nl
Foto: TAQA
׉	 7cassandra://Rd9rI2bOugJMMNUUKOxd_p92XLlegD-zbRJJ2WMLGQYb`  eAX 6߃׉EHet is een duidelijke opgave: tegen 2050 moet
Nederland klimaatneutraal zijn, en daarvoor moet de
uitstoot van broeikasgassen drastisch omlaag. Een
van de voornaamste broeikasgassen is koolstofdioxide
(CO2). In het Nederlandse klimaatakkoord is daarom
nadrukkelijk gekozen voor afvang, transport en opslag
van CO2, bekend als CCS (Carbon Capture and Storage).
Porthos, een project waarbij CO2 van de industrie in de
Rotterdamse haven wordt getransporteerd en opgeslagen
in lege gasvelden onder de Noordzee, is hiervan een mooi
voorbeeld. Porthos heeft in oktober 2023 de definitieve
investeringsbeslissing (FID) genomen. De bouw start in
januari 2024, dus er worden nu allerlei voorbereidingen
getroffen. Zo worden de buizen voor de onshoreleiding
geleverd en de laatste vergunningenprocedures afgerond.
Erwin van der Neut van Amsterdam Engineering (AE)
en Bas Bothof, Ramon Grotens en Marc van Lith van
Rotterdam Engineering (RE) werkten vanuit moederbedrijf
Universal Pipeline Association (UPA) aan Porthos. Ze
deden dit in opdracht van en in samenwerking met Denys,
de aannemer voor de onshoreleiding van Porthos.
Voor een deel van de industrie is CCS op dit moment de
snelste manier om CO2-uitstoot substantieel te reduceren
tegen relatief lage kosten. Met CCS kan de industrie de impact
van hun productie op korte termijn verminderen én gelijktijdig
werken aan innovaties van hun productieprocessen.
Een mooi voorbeeld hiervan is Porthos: Port of Rotterdam
CO2 Transport Hub and Offshore Storage. Dit initiatief
gaat vanaf 2026 CO2 van de industrie in het Rotterdamse
havengebied transporteren en opslaan in lege gasvelden
onder de Noordzee. “Het transporteren en verpompen van
CO2 is niet nieuw, maar een project als dit was voor het
havengebied, het bouwteam en voor ons wel een primeur”,
stelt Bas Bothof, tekenaar/constructeur bij Rotterdam
Engineering.
Porthos is een samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam,
Gasunie en EBN. Deze staatsdeelnemingen spelen een
belangrijke rol in het Nederlandse energielandschap.
Zij
willen een actieve bijdrage leveren aan de vermindering van
de CO2-uitstoot in Nederland en een actieve rol spelen in
de energietransitie. Binnen Porthos brengen zij hun eigen
ervaring en expertise in: Havenbedrijf Rotterdam vanuit
de lokale situatie en markt, Gasunie met de ervaring van
gasinfrastructuur en -transport, EBN met haar deskundigheid
op het gebied van de diepe ondergrond en offshore
infrastructuur.
Regionale bijdrage
Zo’n 14% van de Nederlandse CO2-uitstoot vindt plaats in het
Rotterdamse havengebied. Het is daarom belangrijk dat deze
regio bijdraagt aan de nationale klimaatdoelen. Bedrijven die
de transitie naar biobased, hernieuwbare of circulaire cycli
nog niet gemaakt hebben, kunnen door Porthos toch hun
CO2-uitstoot verminderen. Dat betekent dat er een bijdrage
kan worden geleverd aan de klimaatdoelstellingen en de
energietransitie in Nederland, ook wanneer de alternatieven
nog in onvoldoende mate beschikbaar of ontwikkeld zijn.
Engineeringsuitdagingen
De Porthos-transportleiding waarin de CO2 op land vervoerd
wordt, is een stalen pijpleiding met een diameter van 42”
en bijna 30 kilometer lang. De leiding wordt grotendeels
geïnstalleerd in de bestaande leidingstrook langs de A15
via Botlek-Vondelingenplaat tot aan de Maasvlakte. De CO2
wordt vanaf hier via het te bouwen compressorstation per
geïsoleerde 16” grotendeels offshore hogedrukpijpleiding
naar een platform in de Noordzee getransporteerd, circa 20
kilometer uit de kust. Vanaf het platform wordt de CO2 in een
bestaand leeg gasveld geïnjecteerd.
Porthos contacteerde Denys voor de engineering en de
aanleg van de transportleiding op land. In het bouwteam met
meerdere partners ondersteunde Rotterdam Engineering
Denys in de engineeringsfase van het project. 
BIG NXT30
7
eAX 6߃ҁeAX 6߃сבCט   u׉׉	 7cassandra://JToIf4Jy9IQSKzQIBP6yZiiRtAyNIFWh-3M5C90ROjM ` 	׉	 7cassandra://7n0HbYSFMwT5pqI8apa9-hQgpWl_Ou0q1Gq1V1kY5II V`׉	 7cassandra://YLq4TXSN8FVFux8jJRvHCurN9iZXE3-YNvuE9Nxx_pYWj`  ׉	 7cassandra://T0CgiRvq7fKKpeGNWX0jr6e-21Ea-Z-OyVeEHOnp8dM͗f͠eAX 6߄׉E"Formeel is Rotterdam Engineering in dit project onderaannemer
van Denys, waarbij zij tijdens de engineeringsfase hebben
samengewerkt als projectpartners.
“De omvang van de Porthos-leiding is niet nieuw, en het
aanleggen van een leiding in het havengebied ook niet. De
combinatie van de omvang van het project in dit specifieke
gebied zorgt er echter voor dat alle engineersuitdagingen
voorbijkomen”, vertelt
Ramon
Grotens,
projectleider
bij
Rotterdam Engineering. “De Rotterdamse haven, het grootste
industriegebied van Nederland, is een zeer complexe omgeving.
Zowel bovengronds met allerlei fabrieken en industrieën, maar
zeker ook ondergronds vanwege alle leidingen die er liggen.
Daarnaast moeten we uiteraard rekening houden met alle
stakeholders en vergunningverleners. Het is een behoorlijke
uitdaging om dat allemaal ingepast te krijgen. Maar uit het mooie
samenspel tussen Porthos, de uitvoeringskennis van Denys en
de engineeringsexpertise van de UPA-Group kwamen mooie
oplossingen.”
Invoerstations
Via de verzamelleiding in het Rotterdamse havengebied
leveren bedrijven de door hen afgevangen CO2 aan. De
Porthos infrastructuur wordt opgezet als een open access
en non-discriminatoir systeem. “Het is dus geen rechte
leiding met een begin- en eindpunt: er zijn 11 invoerstations
waar bedrijven de door hen afgevangen CO2 leveren aan
de Porthos-transportleiding. Elk station is anders, dat is een
enorm puzzelwerk”, vertelt Erwin van der Neut, engineer bij
Amsterdam Engineering. “Dat is in die omgeving gigantisch
complex. In het havengebied is een hele tunnelconstructie
waar ons project dwars doorheen loopt. Daarmee rekening
houden is een ontzettend interessante uitdaging”, vult Bas aan.
Samenwerking
De complexiteit van de omgeving en de omvang van het project
zorgen ook voor uitdagingen op coördinerend niveau. “Voor
een gigantisch project als Porthos is het belangrijk om het op te
knippen in deelprojecten zodat het voor alle partners die eraan
werken behapbaar is. Niet alleen Amsterdam Engineering,
maar ook Ede-Wageningen Engineering en Ingenieurs op Zuid
(onderdeel van de UPA-Group) hebben meegeholpen om dat
voor elkaar te krijgen. We zijn erg trots op alle medewerkers die
keihard hun best hebben gedaan voor dit project. Daarnaast is
het mooi om te zien dat alle betrokkenen niet alleen worden
uitgedaagd, maar er ook veel plezier aan beleven”, vertelt Marc
van Lith, projectmanager bij Rotterdam Engineering.
Ramon beaamt dit: “Vanuit Rotterdam Engineering ben ik
een bepaalde werkwijze gewend, maar de samenwerking
met andere werkmaatschappijen binnen de UPA-group, en
zeker ook de andere partijen uit het bouwteam, maakt dat je
door andere inzichten soms wel uitgedaagd wordt om uit je
comfortzone te stappen. Dat inspireert.” Erwin: “Uiteindelijk zijn
we allemaal collega’s, maar zitten we verspreid door het land.
Het is dan een drempel om elkaar op te zoeken. Maar door
samen te werken aan zo’n project verdwijnt die drempel.”
“We werken op het project Porthos met een team van tien
tekenaar-constructeurs verspreid over de vier verschillende
bureaus binnen de UPA-Group. Ik heb nog niet eerder met
zo’n groot tekenteam gewerkt. Het is dan wel belangrijk
om met kaders te werken, anders krijg je tien verschillende
resultaten. Door bijvoorbeeld templates of werkwijzen uit
te schrijven ontstaat een synergie die leidt tot een uniform
eindresultaat. Daarnaast is er qua tekenwerk ook het een en
ander geautomatiseerd door middel van GIS data, dat is een
mooie ontwikkeling. Maar mijn persoonlijke streven was dat
we allemaal aan dezelfde tekening konden werken, en dat is
gelukt”, vertelt Bas trots.
Naast de inzet van de verschillende werkmaatschappijen van de
UPA-Group zijn ook teams van Bilfinger Tebodin ingezet in het
projectteam, evenals specifieke kennis vanuit Witteveen+Bos.
De integratie van medewerkers van Bilfinger Tebodin en
Witteveen+Bos in het projectteam was een mooie manier
om de slagkracht te vergroten voor deze uitdagende klus en
kennis onderling te delen. Daarnaast is ook de samenwerking
met het Denys projectmanagementteam als gespecialiseerde
partij voor de uitvoering én het directe en veelvuldige contact
met het Porthos projectmanagementteam van groot belang
voor een afgewogen en tijdig besluitvormingsproces tijdens de
engineering. Zeker gezien de omvang van het project en de
88
׉	 7cassandra://YLq4TXSN8FVFux8jJRvHCurN9iZXE3-YNvuE9Nxx_pYWj`  eAX 6߃׉EGRamon Grotens
beperkte tijd voor de detailengineering (ca. 3/4 jaar), voor ruim
30 km tracé door een gebied dat zeer intensief wordt ‘gebruikt’.
Een mooi voorbeeld
Naast CCS wordt ook gekeken naar mogelijkheden om CO2
nuttig te hergebruiken, oftewel CCUS (Carbon Capture, Usage
and Storage). Een kleine hoeveelheid CO2 van de Rotterdamse
industrie wordt al gebruikt door glastuinbouw in Zuid-Holland
om planten sneller te laten groeien. Porthos is uitverkocht en
richt zich op permanente opslag van CO2. Maar er zijn nieuwe
CCS-projecten in ontwikkeling die hergebruik in de toekomst
wellicht mogelijk maken. CCUS zou hiermee sneller toepasbaar
zijn dan bijvoorbeeld de elektrificatie van industriële processen
of het inzetten van ‘groene’ waterstof als energiebron. Ook is
CCUS goedkoper dan bijvoorbeeld woningen gasvrij maken of
elektrisch rijden.
“Het transporteren van CO2 naar een voormalig gasveld is
nieuw. Daardoor wordt dit Porthos-project door veel partijen
gevolgd, zowel in Nederland als internationaal. Het kan een
mooi voorbeeld zijn voor andere plekken en landen”, zegt
Erwin. Elders in de wereld is al meer dan 20 jaar ervaring met
CCS. Wat Porthos vooral bijzonder maakt is dat het één van
de eerste CCUS-projecten is die zich richt op de opslag van
CO2 van meerdere bedrijven en daarbij een open accessbenadering
hanteert. Het systeem wordt opgezet als een soort
nutsinfrastructuur en kan door verschillende bedrijven worden
gebruikt. Hierdoor zijn er flinke kostenvoordelen te behalen ten
opzichte van opzichzelfstaande projecten.
In december 2021 hebben Air Liquide, Air Products, ExxonMobil
en Shell de definitieve contracten met Porthos getekend
voor transport en opslag van CO2. De bedrijven gaan vanaf
2026 samen jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van hun installaties
in Rotterdam afvangen en aanleveren aan de Porthosinfrastructuur.
In totaal wordt er in 15 jaar tijd circa 37 Mton CO2
opgeslagen.
Porthos heeft in oktober de definitieve investeringsbeslissing
genomen. In 2024 start in Rotterdam de bouw van het eerste
grote systeem voor CO2-transport en -opslag in Nederland. Het
systeem is naar verwachting in 2026 operationeel.
Ramon is al ruim 12 jaar werkzaam bij Rotterdam
Engineering, waar hij de rol vervult van projectleider.
Porthos voert hij uit als technisch projectleider. De laatste
jaren heeft hij veel projecten gedaan in het Rotterdamse
havengebied, wat hij beschouwt als zijn achtertuin.
Bas Bothof
Ook Bas is werkzaam bij Rotterdam Engineering, als tekenaar/
constructeur. Binnen Porthos houdt hij zich bezig met alles wat
gaat over CAD- en GIS-data. Op dit gebied is hij de schakel
tussen het technisch team, klant en tekenteam.
Erwin van der Neut
Erwin is sinds zeven jaar werkzaam als engineer bij
Amsterdam Engineering, waar zijn primaire taken liggen
op technisch vlak. Op dit moment is hij lead engineer op
ongeveer de helft van de transportleidingen. Voorheen
hadden zijn werkzaamheden vooral betrekking op
warmteleidingen, Porthos is voor hem het eerste project
wat betreft CO2-leidingen.
Marc van Lith
Is ruim tien jaar werkzaam bij Rotterdam Engineering en
ondertussen net verhuisd naar de moedermaatschappij,
UPA (Universal Pipeline Association). Binnen Rotterdam
Engineering werkt hij als projectmanager voor
Porthos, met name in de engineeringsfase waarin hij
verantwoordelijk was voor het aansturen van het team.
BIG NXT30
9
9
eAX 6߃ԁeAX 6߃ӁבCט   u׉׉	 7cassandra://U0b72anz6IjBLrHLEozWb5CEfX19MKKqYSHoYAd3sxM v`	׉	 7cassandra://F8G0_YP5j5R6bY9g6wIeHV26dnCPAncExkFd-A2_8Rg lm`׉	 7cassandra://_tbiAt5R7T3_MCMl2ZsYCliA6y27aipEVxK3k7jI6Fod^`  ׉	 7cassandra://TUW8yvsblXqZyqRBqIECOP_fW0tvZajda3RFi9x_Nxo U
͠eAX 6߄׉EPIPELINER
Optimalisatie van aanvulzand bij
ondergrondse hoogspanningskabels
Foto: Kenneth Grypdon
Een belangrijk onderdeel van de Europese klimaatwet is de
energietransitie. Om de klimaatdoelstellingen te halen, spelen
de transmissiebeheerders van hoogspanningsverbindingen
een cruciale rol. Het creëren van ruimte voor de groei van
ons elektriciteitsnet is essentieel voor de energietransitie,
wat resulteert in een grote toename van ondergrondse
hoogspanningskabels. Om de warmte die deze kabels
genereren te kunnen afvoeren is aanvulzand nodig met een
hoge thermische geleidbaarheid.
De bestaande ondergrond heeft vaak een te lage thermische
geleidbaarheid om alle warmte af te kunnen voeren, waardoor
grondverbetering nodig is. In Nederland en België zijn
maar enkele zandgroeves die het juiste aanvulzand mogen
leveren, wat leidt tot hoge aankoopprijzen en een flinke
milieu-impact door de vele transporten. Kenneth Grypdon
onderzocht een goedkoper en duurzamer alternatief voor
het aanvulzand in zijn Master of Pipeline Technology thesis.
Hunkering naar kennis
Na twee eerdere masters zwoer Kenneth om zich nooit meer
aan een masterstudie te wagen. Tot de Master of Pipeline
Technology op zijn pad kwam. Vanuit een ‘onverzadigbare
hunkering naar kennis en hoop om die te stillen’ besloot hij
zich er toch aan te wagen. Zijn onderzoeksvraag ontstond
na verschillende brainstormsessies met professoren van
Universiteit Gent en begeleiders van Avans+.
Daarnaast
speelden ook zijn eigen inzichten mee, die hij opdeed in zijn rol
bij Denys als assistent-projectleider voor een project van TenneT,
de organisatie die het Nederlandse hoogspanningsnet beheert.
In dit project vormde de warmteafgifte van kabels een concreet
probleem, waardoor Kenneth de link legde met zijn thesis.
In zijn onderzoek is Kenneth op zoek gegaan naar een alternatief
voor het huidig toegepaste aanvulzand. Tijdens vooronderzoek
is gebleken dat specifieke boorresten (boorcuttings) een goede
samenstelling zouden kunnen hebben om als aanvulzand rond
hoogspanningskabels toe te passen.
Ouderwetse berekeningstechniek
Ondergrondse hoogspanningskabels moeten tijdens hun
levensduur voldoende warmte kunnen afgeven aan de
ondergrond. Dat betekent dat de grond rondom de kabels
een hoge thermische geleidbaarheid moeten hebben. De
thermische geleidbaarheid van de bestaande ondergrond is
vaak te laag, dus is er aanvulzand nodig. Het huidige aanvulzand
veroorzaakt veel CO2- en NOx-uitstoot, wat slecht is voor het
milieu. Er is dus een duurzamer alternatief nodig.
Het huidige probleem met het aanvulzand komt door oudere
berekeningen die aantonen dat de kabels te warm worden en
er dus aanvulzand met een hoge thermische geleidbaarheid
nodig is. Echter geven dynamische berekeningen, die rekening
houden met de hoeveelheid vermogen in verloop van tijd, een
10
׉	 7cassandra://_tbiAt5R7T3_MCMl2ZsYCliA6y27aipEVxK3k7jI6Fod^`  eAX 6߃׉Erealistischer resultaat en wijzen uit dat kabels nooit te warm worden. Deze
berekeningen zijn nog niet breed inzetbaar, dit komt door de complexiteit en
tijdsintensiviteit. Door verschillende experts wordt daarom gewerkt aan een
nieuwe berekeningsmethode, maar dit proces zal waarschijnlijk nog jaren
duren. Transmissiebeheerders blijven daardoor kiezen voor niet-duurzaam
aanvulzand. Tot de nieuwe methode voldoende draagvlak heeft, is er dus een
alternatief nodig die de milieukundige en financiële druk op projecten verlicht.
Kenneth Grypdon
Een mogelijk alternatief is het gebruik van boorresten (HDD-boorcuttings)
bij ondergrondse hoogspanningsprojecten. Boorcuttings komen vrij bij het
maken van een gestuurde boring, de grond die daarbij vrijkomt is een soort
zand. Bij een specifiek project is aangetoond dat deze boorresten geschikt
kunnen zijn. Echter, hebben boorresten een te hoog watergehalte en zijn ze
moeilijk te verwerken in de huidige vorm. Kenneth heeft met experimenten
uitgezocht of de verwerkbaarheid van de boorcuttings te verhogen is door
het toevoegen van toeslagstoffen.
Aan de slag met toeslagstoffen
Kenneth onderzocht drie toeslagstoffen. De eerste, Sooneck-Ton uit
een Duitse zandsteengroeve, toonde alleen bij hogere percentages een
aanzienlijke toename van de droge dichtheid, maar de verwerkbaarheid
en droge dichtheid waren problematisch bij het huidige watergehalte.
De tweede toeslagstof, een mix van kalk en Sooneck-Ton, gaf een kleine
verbetering
in
verwerkbaarheid en droge
dichtheid
bij
het
huidige
watergehalte, vooral de maximale droge dichtheid nam aanzienlijk toe. De
derde toeslagstof, een combinatie van MuDD-Dry en Sooneck-Ton, liet geen
verbetering zien bij beide watergehaltes, en de thermische geleidbaarheid
van het basismateriaal daalde door de invloed van MuDD-Dry vanwege het
zwelgedrag van MuDD-Dry.
Toekomstperspectief
Hoewel er geen direct bruikbare oplossing is gevonden voor het probleem,
zijn er wel waardevolle inzichten en resultaten opgedaan. De samenstelling
en eigenschappen van het basismateriaal uit boorresten maakt het
geschikt als aanvulzand. Sooneck-Ton zorgt voor een stijging van deze
eigenschappen mits het watergehalte van het aanvulzand laag genoeg is.
Er moet aanvullend dus nog een andere toeslagstof of methode gevonden
worden om het watergehalte te verlagen. Een andere belangrijke conclusie
is dat Sooneck-Ton, en de combinatie van Sooneck-Ton en kalk, gunstige
effecten hebben op de dichtheid en thermische eigenschappen van het
materiaal, bij het optimale watergehalte. Dat betekent dat Sooneck-Ton –
eventueel samen met kalk – toegevoegd kan worden aan bestaande 
Kenneth Grypdon werkt sinds 2019 bij Denys. Inmiddels
sinds een jaar als projectleider voor verschillende
projecten waaronder het REDIIGreen Connection to
Porthos project in Rotterdam, het Zuidwest-Oost 380 kV
project in Tilburg, Project European Hyperloop Center
Phase A in Groningen en contractmanager voor het
project WarmtelinQ Lot C in Den Haag.
Foto: Kenneth Grypdon
11
eAX 6߃ցeAX 6߃ՁבCט   u׉׉	 7cassandra://NehnbmYPf3KrWpS8y_-itSR6KoMiZ10Lgp02A38Ug0k ?\`	׉	 7cassandra://0JcwWs3dT_UYU_1vmWsxyEhaCCSfnbo9rvtmcwOHTdA `׉	 7cassandra://Hm--xUXBH6vkAhjMPVSzhx_OqzHqLeNqDpXAHBgBx2sK`  ׉	 7cassandra://l2crngPa5DiGokuVQTWkuEwgh89dk5eqyW1tX_ArGPo gB͠eAX 6߄נeAX 6߄ 
܁9ׁH  mailto:kenneth.grypdon@denys.comׁׁЈ׉Egrond om de eigenschappen ervan te verbeteren, zodat het als aanvulzand
gebruikt kan worden bij hoogspanningskabels.
Honger naar meer
Het onderzoek van Kenneth heeft belangrijke nieuwe inzichten gebracht, die
perspectief bieden voor de toekomst. Zo is Elia, beheerder van het Belgische
transmissienet, aan het onderzoeken of ze een vervolg kunnen geven aan het
onderzoek. Kenneth: “Dat Elia de inzichten uit mijn thesis waardevol vindt en
ermee verder wil gaan is een bekroning op mijn harde werk. Daar blijf ik uiteraard
ook graag bij betrokken.”
Hoewel Kenneth zijn masterthesis heeft afgerond en bij Denys werkt aan
verschillende projecten, blijft de honger naar meer. Toen hij de vraag kreeg om
bestuurslid te worden van Pipeliner, was hij dan ook direct enthousiast. “De
masterthesis was de ideale springplank om me hierbij aan te sluiten en mee te
denken over de toekomst van Pipeliner en de branche. Ik zou iedereen in het
vakgebied aanraden om een Pipeliner-opleiding te volgen. Je doet inhoudelijk
veel kennis op, breidt je netwerk uit en leert alle aspecten uit de kabel- en
leidingbranche kennen.”
Foto: meetopstelling thermische geleidbaarheid
Kenneth’s volledige masterthesis kan worden
opgevraagd via kenneth.grypdon@denys.com
Pipeliner viert feest!
Pipeliner viert dit jaar dubbel feest en daar staan we graag
bij stil. De opleiding Master of Pipeline Technology (MPT)
bestaat namelijk 20 jaar en de Beroepsopleiding viert haar
eerste lustrum. Om die reden organiseerde Pipeliner op 9
november een goedbezocht symposium voor alumni, (oud-)
docenten en geïnteresseerden.
Een paar feiten op een rij:
• Al in de jaren ’90 zag men de noodzaak in van een opleiding
m.b.t. pijpleidingen.
• In 2003 ging de eerste jaargang van de MPT-opleiding van
start en in 2005 volgde de accreditering door het NVAO.
• De hervorming van de MPT-opleiding van een 3-jarige naar
een 2,5-jarige opleiding vond in 2015 plaats.
• De MPT-opleiding kent inmiddels een 280-tal alumni,
waarvan een 40-tal deelnemers een MSc-titel heeft
ontvangen. De Beroepsopleiding kent een 70-tal alumni.
12
• Momenteel zetten circa 80 docenten zich in voor de MPTopleiding
en circa 20 docenten voor de Beroepsopleiding.
Nagenoeg allen komen uit het werkveld, zogenaamde
praktijkdocenten.
De afgelopen jaren besteedde Pipeliner veel aandacht
aan haar zichtbaarheid wat onder meer leidde tot ruim
2.000 volgers op LinkedIn. Deze zichtbaarheid rendeert
met 14 nieuwe deelnemers voor de MPT-opleiding, 17
aanmeldingen voor de Masterclasses van de MPT-opleiding
en 12 deelnemers voor de Beroepsopleiding! Gezien de
huidige initiatieven in de ondergrondse infrastructuur en de
verwachtte investeringen die de netbeheerders gezamenlijk
zullen doen de komende jaren is de zichtbaarheid van
Pipeliner nu en ook in de toekomst van grote waarde.
Het bestuur van Pipeliner zal zich daarom ook de komende
jaren met veel plezier en toewijding in blijven zetten voor
de zichtbaarheid van onze branche en het verzorgen van
opleidingen voor personeel in onze sector!
׉	 7cassandra://Hm--xUXBH6vkAhjMPVSzhx_OqzHqLeNqDpXAHBgBx2sK`  eAX 6߃׉E	PIPELINER IN BEELD
Mensen en techniek
samenbrengen
De fascinatie voor bouw en infra zit er al van jongs af
aan in en tegenwoordig vindt hij ook de menselijke
component heel interessant. “Mensen en techniek
samenbrengen, dat is mijn ding”, aldus Nick Oude
Vrielink. En dat is precies wat hij doet als Lead Engineer
Pipelines bij Bilfinger Tebodin.
Nick Oude Vrielink (32 jaar) is geboren en getogen in het
oosten van het land, in het pittoreske stadje Ootmarsum.
Nog steeds woont hij met veel plezier in deze regio.
Hoewel Nick opgroeide in deze sprookjesachtige
omgeving, werd zijn aandacht vooral getrokken door
grote bouwprojecten in zijn omgeving en daarbuiten.
Hoe groter, hoe mooier. Het leek hem enorm interessant
om mee te mogen werken aan dergelijke bouwprojecten,
met een grote impact op de omgeving en omwonenden.
Geen vreemde keuze dus om Civiele Techniek te gaan
studeren aan de Universiteit Twente in Enschede.
Diverse projecten
Tijdens zijn bachelorfase liep Nick stage bij Heijmans
in Den Bosch, waar hij leerde om werkprocessen te
verbeteren en aan te scherpen. Zijn scriptie schreef hij
vervolgens bij de Nederlandse Vereniging van Biomassa
Ketel Leveranciers, waar hij onderzocht hoe biomassa
kan bijdragen aan de energietransitie. Zowel inhoudelijk
als qua omvang twee behoorlijk verschillende projecten,
waar hij veel heeft kunnen leren. Na zijn studie kwam
hij via Brunel terecht bij Dynniq, waar hij ruim een jaar
werkte als werkvoorbereider voor projecten in openbare
verlichting en verkeersregelinstallaties. Hier was hij de
schakel tussen de mensen in het veld, leveranciers,
gemeentes en leidde hij verschillende projecten in
goede banen. Hele andere koek dus dan zijn huidige
functie, waar hij écht op zijn plek zit. Nick begon in 2017
bij Bilfinger Tebodin, waar hij zich heeft opgewerkt van
‘gewoon’ Engineer naar Lead Engineer Pipelines.
Learning on the job
“De functie bij Bilfinger Tebodin sprak me direct aan,
want je hoort mensen regelmatig zeggen: ‘pijpleidingen
in de grond stelt toch niet zo veel voor, je last een paar
leidingen aan elkaar en klaar’, maar dat is dus niet
zo! Ik ben begonnen op engineering, waar ik vooral
berekeningen toetste aan de norm. Langzaam breidde
dat zich uit naar andere werkzaamheden zoals het
selecteren en bestellen van materialen, veel schakelen
met stakeholders en het vooruitdenken over ontwerpen,
echt learning on the job dus. Die afwisseling houdt het
interessant en biedt uitdaging”, vertelt Nick. 
BIG NXT30
13
13
13
Foto: Bilfinger Tebodin
eAX 6߃؁eAX 6߃ׁבCט   u׉׉	 7cassandra://BDNCxsfCrVu1EWDCbIw5f3cjtYIUY3393_Qv6eenOS8 [`	׉	 7cassandra://Ok23vZb9o0sXrljQ652Q-vqEBI6IMw7ICKgS5pPxgCE :&`׉	 7cassandra://-90kzI1ZutuUTHC6wBK1uuYnnIaCkpAuVecKnWlGi9US`  ׉	 7cassandra://p4Osjh1rzuTVWVLNietGDuTLFTv9be32fSDma1kP-tẁ͠eAX 6߄	׉E
Veel belangen
Sinds vorig jaar werkt Nick aan een enorm groot project door
Nederland heen: het
Delta Rhine Corridor project.
Dit is een
verzameling van initiatieven om gelijktijdig meerdere ondergrondse
buisleidingen en gelijkstroomverbindingen aan te leggen. Het gaat
(vooralsnog) om de aanleg van maximaal zes buisleidingen voor
het transport van waterstof (door Gasunie), aardgas (door Gasunie),
CO2 (door Delta Rhine Corridor Partners), ammoniak, lpg, propeen
en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen (mogelijk door
Tennet). Voor ammoniak, lpg en propeen is nog geen initiatiefnemer
bekend.
Bilfinger Tebodin
Bilfinger Tebodin is een multidisciplinair
advies- en ingenieursbureau met 1.350
specialisten in 8 landen in Europa. De
organisatie creëert toekomstbestendige
en duurzame industrie en beheert
industriële projecten al meer dan 75
jaar op betrouwbare wijze. Bilfinger
Tebodin biedt advies-, ingenieurs- en
managementdiensten in een breed scala
van markten: Industrial, Energy & Utilities,
Chemicals & Petrochemicals, Oil & Gas,
Pharmaceuticals & Biopharma, Food &
Agro en Pipelines & Infrastructure.
Het project is zo groot en complex dat het het tracé door Nederland
heen is opgesplitst in drie delen. Voor één van de delen stuurt Nick
alle technische teams aan. Ook heeft hij veel gesprekken gevoerd
over de plannen en mogelijkheden met verschillende stakeholders,
waaronder gemeentes en waterschappen. Daarnaast stemt hij intern
veel af met de afdelingen omgevingsmanagement en planologie en
binnen zijn eigen afdeling stuurt hij ontwerpers en engineers aan.
Nick: “Ik heb met ontzettend veel mensen te maken en er spelen
veel belangen die wel eens met elkaar kunnen botsen. Dat maakt het
uiteindelijk dus één grote belangenafweging.”
Ook werkt hij aan verschillende waterstofnetwerken, die uiteindelijk
moeten leiden tot één groot waterstofnetwerk in Nederland. Dit is
opgesplitst in verschillende projecten. “Het verschil bij dit project
is dat de klant omgevingsmanagement en planologie zelf regelt,
hierdoor heb ik zelf minder contact met de stakeholders. Maar er zijn
in dit project wel veel technische uitdagingen, dus ik praat veel met
de opdrachtgever en stuur intern onze eigen mensen aan”, vertelt
Nick.
Dat samenbrengen van belangen en techniek is waar Nick het meest
energie van krijgt. Nick: “Ik vind techniek interessant, maar ik wil niet
de hele dag alleen maar bezig zijn met theorie en het maken van
berekeningen. Juist die verschillende belangen bij elkaar brengen en
vervolgens tot een technische oplossing komen, die daar goed bij
aansluit, dat is voor mij de uitdaging.”
Grote speler
Bilfinger Tebodin is al jaren één van de betrokken partijen binnen
de werkgroep ontwerp van de NEN3650-serie, in het verleden om
14
Foto: Bilfinger Tebodin
׉	 7cassandra://-90kzI1ZutuUTHC6wBK1uuYnnIaCkpAuVecKnWlGi9US`  eAX 6߃׉Ede norm tot stand te brengen en tegenwoordig om de norm
up to date te houden. NEN 3650-1 geeft veiligheidseisen die
met betrekking tot veiligheidsaspecten voor mens, milieu en
goederen aan het ontwerp, de aanleg, de bedrijfsvoering en de
bedrijfsbeëindiging van buisleidingsystemen worden gesteld.
Nick: “Bilfinger Tebodin heeft dus een significante impact
en ik ben trots dat ik bij zo’n grote speler in de Nederlandse
leidingwereld mag werken. Wat betreft energietransitie
is Bilfinger Tebodin betrokken bij veel projecten in o.a.
Rotterdam, de Eemshaven, Delfzijl en bij een groot gedeelte
van de waterstofprojecten, een aantal warmteleidingprojecten,
Porthos en Delta Rhine Corridor. Bij een significant aantal grote
duurzaamheidsprojecten in Nederland zijn we dus betrokken.”
“Ik vind techniek interessant, maar ik wil
niet de hele dag alleen maar bezig zijn met
theorie en berekeningen maken. Juist die
verschillende belangen bij elkaar brengen
en vervolgens tot een technische oplossing
komen, die daar goed bij aansluit, dat is
voor mij de uitdaging.”
Zelfontwikkeling
Naast al deze projecten zit Nick sinds vier jaar bij de
ondernemingsraad van Bilfinger Tebodin, hierdoor heeft
hij de organisatie goed leren kennen. Nick: “Binnen de OR
moet ik hele andere taken uitvoeren, en leer ik ook omgaan
en samenwerken met mensen in andere functies. Dat helpt
me uiteraard ook bij projecten. Toen ik net begon bij Bilfinger
Tebodin was ik heel meegaand, maar dat is in een project niet
zo handig. Je moet ook tegen dingen en andere meningen in
kunnen gaan, dat heb ik bij de OR wel geleerd. Wanneer er
bijvoorbeeld discussies zijn schrik ik daar tegenwoordig niet
meer van, maar tast ik eerst af waar het issue precies zit en
daarna ga ik nadenken over mogelijke oplossingen.”
Nick wil zichzelf graag blijven ontwikkelen, “Maar je hebt
eigenlijk ook geen andere keuze in deze industrie”, vult
hij lachend aan. Zo heeft hij al cursussen gevolgd over
projectmanagement, maar ook over warmtenetten. Eind dit jaar
Foto: Bilfinger Tebodin
gaat hij de Masterclass Pipeline Technology – Aanleg doen.
Nick: “Toen ik net begon in deze wereld bestond mijn werk
voor 80% uit aardgasleidingen van Gasunie, maar er komen
natuurlijk steeds meer leidingen bij. Dus je zal jezelf moeten
blijven ontwikkelen. Wat je in die tijd veel zag, was dat er vooral
veel onderhoud nodig was en leidingen vervangen moesten
worden. Nu moeten er compleet nieuwe leidingen worden
ontworpen en aangelegd, dat is echt een andere tak van
sport. Dat vraagt ook om andere kennis, mede daarom heb ik
gekozen om de module over aanleg te gaan volgen.”
Op zijn plek
Dat weinig mensen zich bewust lijken te zijn van het belang
van de leidingindustrie, vindt Nick jammer. “Ik vind het altijd
een mooie eyeopener voor mensen om de risicokaart te
laten zien, waarop je een overzicht ziet van alle buisleidingen
met gevaarlijke inhoud. Mensen beseffen zich niet hoeveel
leidingen er in de grond liggen. Mocht er her en der iets
misgaan in dat netwerk, dan ligt een deel van Nederland plat.
Er komt natuurlijk niet vanzelfsprekend gas uit een leiding of
stroom uit een stopcontact. Het is de stille kracht die onder de
grond ligt en die iedereen nodig heeft, maar waar niemand zich
eigenlijk bewust van is”, vertelt hij.
Nick zit helemaal op zijn plek in de leidingenwereld en groeit
maar al te graag mee met alle ontwikkelingen. Hij wil met
techniek verbonden blijven, maar ook zichzelf ontwikkelen als
projectleider. Waar het hem precies heen gaat brengen weet hij
nog niet, maar er zijn ontwikkelmogelijkheden genoeg.
15
eAX 6߃ځeAX 6߃فבCט   u׉׉	 7cassandra://8eTm67-blYE2WOCtezv8D1hCLf4Gwa19kIDRPRUetTk U`	׉	 7cassandra://2vELar-MTHtr4ZxXb343ARbDeEJGrfxDwpjhSXYyKkU L)`׉	 7cassandra://rIh6w_TbA6hWTUfk8Jxl46_9XC6b5gZMhQJ0FEoUF1wZ`  ׉	 7cassandra://WgewP-x5ktjZmNlkJgzTMP0zdZI_bkpAtlb2G2_lBDY EK̀͠eAX 6߄׉EDit artikel is geschreven door Frank Harmsen
van Kouwenberg Infra B.V.
De rol van sleufloze
technieken in de energietransitie
Dit artikel is geschreven door Frank Harmsen van Kouwenberg Infra B.V.
Door de energietransitie gaan we de komende jaren
andere, duurzame energiebronnen inzetten waardoor de
energievoorziening drastisch zal veranderen. Om dit mogelijk
te maken, is het nodig om de bestaande infrastructuur
uit te breiden of te verzwaren. Denk aan het aanleggen
en vervangen van elektriciteits- en warmtenetten. Bij de
werkzaamheden die daarvoor nodig zijn, bieden sleufloze
technieken diverse voordelen. Bij deze techniek wordt het
maaiveld namelijk zo min mogelijk verstoord.
Kouwenberg Infra is als aannemer gespecialiseerd in diverse
sleufloze technieken zoals Open Front en Gesloten Front
Boringen. Maar naast deze technieken, is Kouwenberg Infra
altijd actief op zoek naar nieuwe, innovatieve methoden om
de opschaling van de energietransitie mogelijk te maken. Zo
ontwikkelde het bedrijf samen met zijn partners onder andere
de Nano-Drill, Micro-Drill en E-Power Pipe techniek en heeft
Kouwenberg Infra recent de eerste openfront boring met een
elektrisch powerpack uitgevoerd.
Aanleg warmtenetten
Het hergebruiken van warmte heeft met het oog op de
energietransitie grote potentie. Vandaar dat er steeds meer
warmtenetten worden aangelegd. Dit gebeurt vaak in drie
verschillende fases: de aanleg van leidingen om restwarmte
te kunnen transporteren naar een warmteoverdrachtstation,
de aanleg van distributieleidingen naar een distributiecentrum
en de aanleg van warmteleidingen naar woningen of bedrijven.
Deze netwerken lopen meestal door dichtbebouwd gebied
waarbij men tijdens de aanleg de bestaande infrastructuur en
16
Foto: Kouwenberg Infra B.V.
׉	 7cassandra://rIh6w_TbA6hWTUfk8Jxl46_9XC6b5gZMhQJ0FEoUF1wZ`  eAX 6߃׉Ehet dagelijkse leven zoveel mogelijk ongemoeid wil laten.
Door het inzetten van verschillende sleufloze technieken
kan Kouwenberg Infra een bijdrage leveren aan het
aanleggen van deze warmtenetten met zo min mogelijk
overlast voor de omgeving.
Transportleidingen
Bij veel industriële processen komt (rest)warmte vrij,
bijvoorbeeld bij chemische processen en het verbranden
van afval. Deze warmte verdween voorheen voornamelijk
in de lucht of werd afgevoerd middels koelwatersystemen.
Door middel van warmtenetten kan dergelijke restwarmte
naar huishoudens of bedrijven getransporteerd worden.
Om dit mogelijk te maken, moet de restwarmte eerst
getransporteerd worden naar een warmteoverdrachtstation
via transportleidingen.
Kouwenberg Infra is momenteel bij meerdere projecten
op de Maasvlakte betrokken voor de aanleg van de
transportleidingen. De leidingen worden hier aangelegd
binnen de bestaande infrastructuur, waardoor een
open sleuf te veel overlast veroorzaakt. Een sleufloze
boortechniek, biedt dan uitkomst. Met een Gesloten Front
Boring kunnen leidingen van grotere diameters over grotere
lengtes onder de grondwaterstand aangebracht worden
zonder dat het oppervlak hoeft te worden opengebroken.
Daarnaast garandeert deze techniek een nauwkeurige
plaatsbepaling. De positie van de boorkop wordt namelijk
door middel van een plaatsbepalingssyteem (laser of Gyro
Guidance System) continu gemonitord, waarbij in het geval
van afwijkingen kan worden bijgestuurd en de buis op het
ontworpen tracé komt te liggen.
Distributieleidingen
Wanneer de warmte door middel van een transportleiding
bij
van Nieuwegein een trambaan te kruisen. Aangezien het
ging om een druk stedelijk gebied, heeft Kouwenberg
Infra hierbij drie Open Front Boringen Ø530 mm (GVKbuizen)
uitgevoerd met een waterslot van ieder 40 meter,
waarvan één mantelbuis voor de waterleiding. In dit zeer
drukke stedelijke gebied moest de boorploeg in beperkte
ruimte eerst een pers- en ontvangstkuip maken. Daarna
is het boormaterieel gemobiliseerd en werd de boring
gerealiseerd.
“Het is mooi dat wij als Kouwenberg Infra
met onze sleufloze technieken bij kunnen
dragen aan de energietransitie”
- Sander Kouwenberg, Hoofd Bedrijfsbureau
Warmteleidingen
Tijdens de derde en laatste fase van de aanleg van
warmtenetten dient de warmteleiding naar een woning
of bedrijf te worden gelegd. Ook hier is een open
sleuf vaak niet wenselijk of mogelijk. Om hiervoor een
oplossing te vinden heeft Kouwenberg Infra, mede dankzij
samenwerking met Vattenfall, de Nano-Drill boortechniek
ontwikkeld. Dit is een innovatie waarmee een compacte
machine van de distributieleiding tot aan de gewenste plek
bij of onder de woning geboord kan worden. Het openhalen
van de voortuin of oprit zoals met een open ontgraving
het geval zou zijn, behoort daarmee tot het verleden. De
sleufloze boortechniek is daardoor zeer geschikt voor
het aanleggen van relatief korte ondergrondse leidingen
zoals warmteleidingen, waterleidingen, elektrakabels,
rioleringspijpen en glasvezelkabels.
een warmteoverdrachtstation is aangekomen, kan
deze verder worden geleid middels distributieleidingen.
Zo heeft Kouwenberg Infra mee mogen werken aan de
stadverwarming in Nieuwegein, waarbij distributieleidingen
naar verschillende distributiecentra in woonwijken werden
aangelegd. Daarvoor was het nodig om in hartje centrum
Het principe van de Nano-Drill komt voort uit de HDD
techniek. Recent heeft Kouwenberg Infra in Purmerend deze
boortechniek in praktijk gebracht. Daarbij zijn vier boringen
met de Nano-Drill uitgevoerd van circa 15 meter Ø76mm
(buismateriaal: OZY packs). Door middel van dergelijke
warmteleidingen wordt restwarmte via de warmtenetten
naar huishoudens of bedrijven getransporteerd. 
17
eAX 6߃܁eAX 6߃ہבCט   u׉׉	 7cassandra://JTOaccmh3rnMJS8OTdZCrQPUyl75XdmxRUcUykfBSJA {`	׉	 7cassandra://_Q_FJjAWIkDN9INE_XB-a_OpHkJlE_PZ-0vI7cnAzxA M`׉	 7cassandra://OXjjLOFQpnoRkng00SwlPginMM-uSilpz0xj33B_fao\`  ׉	 7cassandra://biwx2iNc_VrcQUImfEMZFQAECfqi8B_x5hw3BAYTvY4͠eAX 6߄נeAX 6߄ 9׉H Ohttp://www.bigleidingen.eu/nieuws/item/big-workshop-biedt-aanknopingspunten/%0DGׁׁr׉EJFoto: Kouwenberg Infra B.V.
Frank Harmsen
Frank Harmsen is ruim vijf
jaar werkzaam als Sales
Manager bij Kouwenberg Infra
B.V. Hij is verantwoordelijk voor het
onderhouden van bestaande en
potentiële klantrelaties en richt zich op
de wensen en behoeften van klanten.
Regelmatig bezoekt Frank branche
gerelateerde bijeenkomsten en beurzen
om op de hoogte te blijven van de
ontwikkelingen in de markt.
Aanleg en verzwaren elektriciteitsnet
Aangezien de vraag naar elektriciteit blijft stijgen, is het naast het
aanleggen van warmtenetten ook noodzakelijk om het elektriciteitsnet
(hoog- en middenspanning) te versterken en uit te breiden. Hiervoor
bieden sleufloze technieken wederom uitkomst. Naast het gebruik
van bestaande technieken, blijft Kouwenberg Infra zich inzetten om
nieuwe technieken te ontwikkelen. Zo heeft het bedrijf zich verder
ontwikkeld om de E-Power Pipe (EPP) techniek eigen te maken. De
E-Power Pipe is zeer geschikt voor langere, horizontale boringen van
een kleinere diameter met relatief weinig gronddekking. De boring
wordt volledig horizontaal op geringe diepte onder het maaiveld
aangelegd. Door de ondiepe ligging bij deze nieuwe boormethode
is de aangelegde kabel of leiding gemakkelijker te bereiken voor
bijvoorbeeld reparatie of herstelwerkzaamheden of voor het maken
van een koppeling met andere leidingen.
Kouwenberg Infra B.V.
Kouwenberg Infra B.V.
Kouwenberg Infra B.V. is specialist op
het gebied van sleufloze technieken ten
behoeve van ondergrondse infrastructuur
en flora en fauna. Voor zowel
No-Dig Award
Met de EPP-techniek heeft Kouwenberg Infra vorig jaar voor Tennet,
in samenwerking met NRG en DENYS, vier strengen van 2x 400
meter en 2x 2.000 meter geboord waarna een HDPE-mantelbuis
werd teruggetrokken. De aanleg hiervan was onderdeel van de
realisatie van een 150kV ondergrondse kabelverbinding tussen de
verdeelstations in Tilburg-Noord en Best. Wereldwijd werd voor het
eerst een dergelijke horizontale boring uitgevoerd over een afstand
van 2.000 meter op circa 2 meter diepte, normaliter worden kabels
op een diepte van 5 tot 25 meter aangelegd. Met dit project heeft
Kouwenberg Infra laten zien dat het in de praktijk mogelijk is om zo’n
afstand in één keer te boren. En deze primeur is niet onopgemerkt
gebleven. Voor de uitvoering van de EPP-boring heeft Kouwenberg
Infra in 2022 samen met Tennet, NRG en DENYS de NSTT No-Dig
Award en de No-Dig publieksprijs gewonnen.
Open
Front, Gesloten Front, Pipecracken, NanoDrill
en Micro-Drill. Wanneer de aanleg
niet volgens de traditionele technieken
haalbaar is, is men bij Kouwenberg Infra
aan het juiste adres.
18
18
Emissieloos boren
Naast de Nano-Drill en E-Power Pipe techniek, heeft Kouwenberg
Infra recent ook een eerste boring (lengte van 18 meter, Ø125mm,
HDPE, dubbele spoorkruising) met de nieuwe elektrische powerpack
uitgevoerd. Hiermee wordt elektriciteit omgezet in hydraulische druk,
in plaats van het gebruik van een dieselmotor. De data afkomstig van
de eerste boring helpt Kouwenberg Infra om het elektrisch boren
verder te optimaliseren waardoor het bedrijf in staat is om in de
toekomst volledig emissieloos te boren.
׉	 7cassandra://OXjjLOFQpnoRkng00SwlPginMM-uSilpz0xj33B_fao\`  eAX 6߃׉EVBIG-News
Nieuw bestuurslid Matthijs van den Hatert
en terugblik ESG-workshop
BIG-leden aan de slag met ESG
Ruim twintig leden namen op 8 mei deel aan de ESG Workshop.
Tijdens de workshop werd gefocust op de impact van ESGcriteria
op het werkgebied van BIG-leden en hoe de sector zich
kan aanpassen aan de komende regelgeving.
Deelnemers werden verwelkomd door voorzitter Han Admiraal
en vice-voorzitter Jan Parys, die uitleg gaven over de ESG-criteria.
ESG staat voor Environmental, Social en Governance, dit zijn
milieu-, sociale en bestuurscriteria voor de activiteiten van een
bedrijf die gevolgen kunnen hebben voor de samenleving of
het milieu. Er werd uitgelegd dat ESG-criteria al veel bedrijven
aangaan en dat vanaf 2026 ESG-regulering vanuit de EU wordt
ingevoerd. Dat zal gevolgen hebben voor bedrijven en hun
subsidies. Eerst zullen grotere bedrijven verplicht worden, maar
uiteindelijk
zal ook het MKB aan ESG-voorwaarden moeten
voldoen. Deelnemers deelden casussen waaruit bleek dat ESG
geen nieuw onderwerp is, maar dat er wel uitdagingen zijn, zoals
het gebrek aan laadinfrastructuur voor elektrisch
materieel.
Tijdens de interactieve sessie werd gepleit voor samenwerking,
alliantiecontracten en geleidelijke stappen om ESG te integreren.
Tot slot werd benadrukt dat ESG gezien moet worden als een
checklist voor procesverbetering en dat er ruimte moet zijn voor
lerende processen. ESG is van belang voor de lange termijn.
Volgens de aanwezigen is er nog veel winst te behalen, vooral
op de gebieden Social en Governance. Samenwerking en
alliantiecontracten zijn essentieel voor duurzaam succes. De
overheid moet niet alleen op de laagste prijs aanbesteden, maar
duurzaamheid prioriteit geven.
Lees hier het hele verslag van de ESG Workshop.
Illustratie: Berend Vonk
Welkom nieuw bestuurslid
Matthijs van den Hatert
Een jaar geleden namen we afscheid
van BIG-bestuurslid Harry Kamping en
gingen we op zoek naar een waardige opvolger. Die
vonden we in Matthijs van den Hatert, Manager OTW
(Operationele Techniek, Werktuigbouw) bij Gasunie en
tevens collega van Harry.
Binnen de Gasunie stuurt
Matthijs een grote groep
pipeline engineers aan. Samen zijn zij bezig met de
energietransitie in Nederland, het ontwikkelen van het
waterstofnetwerk, het warmtenetwerk in West-Nederland,
offshore-projecten en daarnaast houden ze uiteraard het
bestaande netwerk beschikbaar en betrouwbaar.
De rol als bestuurslid bij BIG past goed bij Matthijs:
“Het is voor mij een mooie kans om mijn netwerk op
te bouwen, maar ook om mijn kennis en kunde te
delen. Buisleidingen zijn misschien niet het meest sexy
onderwerp, maar als je kijkt naar de rol van buisleidingen
in de energietransitie is het een supergave uitdaging om
meer mensen enthousiast te maken voor deze branche
en ontwikkelingen.
Daarnaast is het een mooie manier om een bijdrage te
leveren aan verduurzaming. Wat dat betreft zou ik BIG
lezers dan ook willen meegeven dat we allemaal wat meer
de handen uit de mouwen mogen steken en wat verder
kunnen kijken dan de eigen werkzaamheden. Alleen zo
krijgen we de energietransitie voor elkaar en kunnen we
de klimaatdoelen behalen.”
BIG NXT30
19
eAX 6߃߁eAX 6߃ށבCט   u׉׉	 7cassandra://-tlyxEeNp8ssVc5A0SVM8IMKEUcVYQKOO_p0pwiX2Vc A`	׉	 7cassandra://IBOcewRhSJlzsuIPglbEcEZmpu63Ti1IoKUU44oZSbQ [!`׉	 7cassandra://g8M67SzxN5tX5IwkPnzoIfE2qhSqCXJQrd7GVN0Oo9ka`  ׉	 7cassandra://kx3QE-EsSRFGBREM21GgEOQrhrZ5r_xg93LPStbWcE0 A̈͠eAX 6߄׉E+Who’s Next?
In de wereld van buisleidingen, waar complexe ondergrondse
netwerken een slagader vormen voor steden en industrieën,
is het van essentieel belang om kennis door te geven aan
de volgende generatie professionals. Senior professional
Wil Kovács, voormalig Manager Beheer Ondergrond bij
Gemeente Rotterdam en young professional Mikey Broere,
beginnend ontwerpleider
bij
het
ingenieursbureau van
diezelfde gemeente, gingen hierover in gesprek. Ze delen
hun inzichten, ervaringen en visies op de toekomst van de
buisleidingbranche.
Rijkswegen van de ondergrond
Wil Kovács is al sinds 1982 werkzaam bij Gemeente Rotterdam,
waar hij vanaf het begin actief is geweest in de ondergrond
van de stad. Vanaf 2006 tot 2021 vervulde hij de rol Manager
Beheer Ondergrond, waarbinnen ook het leidingenbureau
valt. Dit bureau fungeert als beheerorganisatie en heeft de
bevoegdheid voor alle kabels en leidingvoorzieningen in de
ondergrond van Rotterdam.
In gesprek met senior professional
Wil Kovács en young professional Mikey
Broere van Gemeente Rotterdam
Van minimale kennis naar deskundige
Gedurende zijn carrière heeft Wil ontelbare inzichten opgedaan
over de technische en operationele aspecten van buisleidingen.
Hij herinnert zich de impact van de NEN 3650-serie goed,
die de veiligheidseisen voor buisleidingsystemen definieert.
Voor hem was het fascinerend om te zien hoeveel processen,
economische en maatschappelijke aspecten betrokken zijn bij
het beheer van buisleidingen. “Ik vond het enorm stoer om dat
document op mijn bureau te hebben liggen”, vertelt hij met een
glimlach. Hij beschouwt buisleidingen als de ‘rijkswegen’ van
de ondergrond en benadrukt het belang van zorgvuldig beheer
en expertise om deze systemen effectief te laten functioneren.
Onderbelicht onderwerp
Mikey Broere: “Binnen de opleiding Civiele Techniek, die ik
volgde aan Hogeschool Rotterdam, was kabels en leidingen
een onderbelicht onderwerp, dus ik kwam binnen met minimale
kennis. Bijna alles wat ik weet op dat vlak heb ik bij Gemeente
Rotterdam geleerd.” Zijn grootste inzicht in de afgelopen jaren
heeft te maken met het alsmaar groeiende belang van kabels
en leidingen voor de samenleving en toekomstige opgaven.
Betrouwbare basis
Wil: “Ondanks de veranderingen en ontwikkelingen in de
afgelopen twintig jaar, zijn de fundamentele principes van de
buisleidingbranche grotendeels onveranderd. De expertise
en zorgvuldigheid die zijn toegepast vanaf de ontwikkeling
van het havenindustriecomplex en de groei van de stad in
de jaren zestig, zeventig en tachtig, vormen nog steeds de
basis. Rotterdam heeft altijd de kwaliteit hoog in het vaandel
gehad.” Een uitdaging die Wil ziet, is de schaarste aan
vakbekwame mensen en het vergrijzende personeelsbestand.
Er is een groeiende vraag naar buisleidingen en ook grotere
20
Foto: Gemeente Rotterdam
׉	 7cassandra://g8M67SzxN5tX5IwkPnzoIfE2qhSqCXJQrd7GVN0Oo9ka`  eAX 6߃׉E
Foto: Gemeente Rotterdam
leidingen, die ontwikkeling vraagt ook om voldoende personeel
en het behouden en overdragen van hoogwaardige kennis en
expertise. “Wat dat betreft verkeren we in een luxe situatie
in Rotterdam, vanwege het eigen ingenieursbureau en de
aantrekkingskracht die dat bureau heeft voor jonge talenten,
in combinatie met het enorme volume aan buisleidingen in de
stad”, vult hij aan. Maar ook in de rest van Nederland komt er
veel werk aan, mede door de energietransitie. Wil benadrukt
dat managers en leidinggevenden (potentiële) werknemers de
garantie moeten geven dat hun toekomst in dit domein zeker
is. Wil: “Zo lang we maar zorgen dat we genoeg intelligente
mensen binnenhalen om de theorie te absorberen, dan komt
die ervaring vanzelf wel.”
Uitdagingen en kansen
Met de verschuiving naar stadswarmte, glasvezel, 5G en
gescheiden rioolstelsels
(afval- en hemelwater) wordt de
ondergrond steeds voller, niet alleen in Rotterdam, maar ook
in de rest van het land. Mikey benadrukt de uitdaging om de
ondergrondse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten, zonder
de stad te verstoren. Het invullen van de beschikbare ruimte
vereist innovatieve oplossingen zoals sleufloze technieken; het
aanleggen van kabels en leidingen waarbij het maaiveld niet
of zo min mogelijk verstoord wordt, bijvoorbeeld gestuurde
boringen (HDD-boringen). “Een andere uitdaging die speelt in
mijn vakgebied is die van verouderde afvalwaterpersleidingen
die aan het einde van hun levensduur komen. Het inspecteren
en vervangen van deze leidingen binnen de stedelijke
omgeving is een flinke klus. Je moet dan allereerst een studie
doen naar de daadwerkelijke staat van de leiding. Als dan blijkt
dat de leiding aan het einde van zijn levensduur is, moet je
een oplossing zoeken om hem te vervangen en/of renoveren
binnen de ruimte en complexiteit van de stad. Ik zie dat dat
persoonlijk als een leuke uitdaging voor de toekomst”, vertelt
Mikey.
“Zo lang we maar zorgen dat we genoeg
intelligente mensen binnenhalen om
de theorie te absorberen, dan komt die
ervaring vanzelf wel.”
Meester-gezel
Mikey vult aan dat ze binnen het ingenieursbureau werken
volgens een meester-gezel principe: “Jonge professionals
lopen dan mee met een senior en sparren met elkaar over
hun inzichten. Seniors vallen vaak terug op eerder gebruikte
oplossingen en juniors kunnen daar op aanhaken met nieuwe
inzichten die ze vanuit hun opleiding meekrijgen. Daar
ontstaat dan vaak synergie. Daar leer je veel van. Ik zou jonge
professionals dan ook aanraden om altijd vragen te blijven
stellen en de ruimte te nemen om zichzelf te ontwikkelen. Ik
krijg zelf veel kansen om mezelf te ontwikkelen, zo heb ik
meerdere cursussen en ook de Pipeliner-beroepsopleiding
gevolgd.” 
21
eAX 6߃eAX 6߃בCט   u׉׉	 7cassandra://hnAHxpyKCw5Gm1tIlM4gFJvvlw0tNTBhLu1X3c04R5Q 7`	׉	 7cassandra://v2y2XkpJFsLWfZMjrIPwApxJdqWSWA_59hUVuFi1VGQ `׉	 7cassandra://d_qcXj7uQq1mGhk3eSe9v5M5ZzkXfiaBpo51VwT_dkQM`  ׉	 7cassandra://NyROJTM_adnmWW1Drx9HteLHYXHN-eJtUHQXKxEnfioͽh͠eAX 6߄נeAX 6߄ ̺9׉H  http://www.bigleidingen.eu/ledenGׁׁrנeAX 6߄ ̺9ׁH  http://www.bigleidingen.eu/ledenׁׁЈ׉EMikey Broere
Mikey Broere (26
jaar) werkt sinds vijf jaar
met veel plezier bij het ingenieursbureau
van Gemeente Rotterdam, in het team
Besturingstechnieken Persleidingen en Kabels
en Leidingen. Mikey begon zijn loopbaan bij de
Gemeente als projectengineer en momenteel
is hij in ontwikkeling naar ontwerpleider.
Zijn werkgebied omvat onder andere
persleidingen, niet-alledaagse rioolprojecten
en adviesvraagstukken met betrekking tot
kabels en leidingen. Hij vertegenwoordigt
een nieuwe generatie professionals die
essentieel zijn voor de toekomst van de
buisleidingbranche.
Wil voegt hieraan toe dat het vertrouwen hebben om kritische
vragen te stellen en te discussiëren over mogelijke oplossingen van
onschatbare waarde is. “Het is heel belangrijk dat juniors voldoende
zelfvertrouwen krijgen, zodat ze zich door kunnen ontwikkelen tot
een deskundige. Alleen dan behoud je ze in dit vakgebied. Het
ingenieursbureau is voor mij een soort technisch geweten. Daarom
hebben we afspraken dat deze expertise altijd geborgd moet
worden. Buisleidingdeskundigheid is een absolute prioriteit binnen
de gemeente en samenwerkingspartner Havenbedrijf Rotterdam.”
“Het is heel belangrijk dat juniors voldoende
zelfvertrouwen krijgen, zodat ze zich door
kunnen ontwikkelen tot een deskundige.
Alleen dan behoud je ze in dit vakgebied.”
De kracht van samenwerking
De samenwerking tussen de verschillende afdelingen van
Gemeente Rotterdam vormt een belangrijk onderdeel van die
buisleidingdeskundigheid. Mikey:
“Er
zijn
directe
lijnen tussen
Wil Kovács
Wil Kovács (64 jaar)
is sinds 1982 werkzaam
geweest bij Gemeente Rotterdam waar
hij zich vanaf het begin bezig hield met
de ondergrond van de stad. Sinds 2006
is hij werkzaam geweest als Manager
Beheer Ondergrond en werkte hij met een
team van experts aan het ontwikkelen en
implementeren van assetmanagement voor
de ondergrond als vitale infrastructuur.
de teams Stadsbeheer en Stadsontwikkeling, in dit geval dus het
ingenieursbureau waar ik werk en het leidingbureau waar Wil eerder
over vertelde. We hebben bijvoorbeeld maandelijks overleg over
uitdagingen en ontwikkelingen.” Wil vult aan dat Rotterdam trots
mag zijn op de buisleidingexpertise die binnen de stad aanwezig is.
De deskundigheid van Rotterdam wordt ook buiten de stadsgrenzen
erkend en ingezet in ambtelijke overleggen.
De toekomst is helder
In een wereld die steeds afhankelijker wordt van ondergrondse
infrastructuur, is de buisleidingbranche van vitaal belang. Wil
en Mikey maken duidelijk dat dat zowel uitdagingen als kansen
biedt. Het behoud van kennis, de ontwikkeling van jong talent en
de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden zijn
essentiële elementen om de toekomst van de buisleidingbranche
veilig te stellen. De doeltreffende aanpak en werkwijze van
Gemeente Rotterdam is een prachtig voorbeeld hiervoor. De branche
is klaar voor de volgende generatie want alleen met de juiste inzet,
nieuwsgierigheid en samenwerking zal de wereld van buisleidingen
kunnen doorgroeien en de stedelijke infrastructuur van de toekomst
ondersteunen.
22
׉	 7cassandra://d_qcXj7uQq1mGhk3eSe9v5M5ZzkXfiaBpo51VwT_dkQM`  eAX 6߃׉E,NIEUWE BIG PARTNERS
BIG wordt BIGGER
BIG is weer een aantal nieuwe BIG-leden rijker! Wij heten Amadys, TECCURO,
PRS International en Cryotainer Nitrogen Services van harte welkom!
Amadys is marktleider in het leveren van passieve apparatuur voor telecom, elektriciteit, water en
gas en is lokaal sterk vertegenwoordigd in België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland,
Denemarken, Oostenrijk en Slowakije. Amadys levert oplossingen voor end-to-end connectiviteit
voor de telecom-, infrastructuur-, energie- en datacentermarkten. Binnen de komende vijf jaar
willen het bedrijf hun klanten in 11 Europese landen voorzien van one-stop-shop oplossingen.
TECCURO levert pijpleiding gerelateerde diensten voor alle leidingeigenaren en aannemers
gedurende de gehele levenscyclus. Door haar technisch innovatieve oplossingen, teamwerk
en transparantie creëert TECCURO een veilige en gezonde omgeving voor iedereen.
TECCURO laat energie stromen.
PRS International is een betrouwbare dienstverlener in de sector van onshore en offshore
pijpleidingen, (petro) chemische industrie en raffinaderijen. Haar diensten omvatten onder andere
projectengineering, reinigen, piggen, filteren, inertiseren, hydrostatisch testen, pneumatisch testen,
ontwateren en drogen. Daarnaast is PRS gespecialiseerd in stikstof toepassingen voor pijpleiding
diensten
Cryotainer Nitrogen Services streeft er naar de beste dienstverlener te zijn op het gebied van
stikstof services in Europa. Deze services worden voornamelijk verricht door het verdampen
van vloeibare stikstof naar gasvormige stikstof met de inzet van verschillende type verdamper
units. Als een betrouwbare en flexibele partner biedt Cryotainer voor klanten een optimale en
veilige oplossing.
Meer weten over de diensten van onze nieuwe leden?
Check onze website: www.bigleidingen.eu/leden
23
eAX 6߃eAX 6߃בCט   u׉׉	 7cassandra://Gyqxyi1MOfDlS5DfVfPqsDRuFEAIYbP7-kUyS3cej_E `׉	 7cassandra://UfWnwWlMbw1BQR-8ePIKvVAic1B-5MG14JgGcNb9yPs̓`׉	 7cassandra://wjJHmtP2OKyakmLkRJEIHFm2fRtl4_UJqJGrHfv8UH4.``  ׉	 7cassandra://eWTx5TtJ-ORyUfpwsj_1IOJ76ampBvGzu2nZ-oHFtlc -g^͠eAX 6߄נeAX 6߄ ><9׉H %https://www.facebook.com/bigleidingenGׁׁrנeAX 6߄! <9ׁH #mailto:communicatie@bigleidingen.euׁׁЈנeAX 6߄  ^c9ׁHhttp://www.mail-succes.nlׁׁЈנeAX 6߄ ^̃9ׁHhttp://www.brutcommunicatie.nlׁׁЈנeAX 6߄ ^w[9ׁHhttp://www.talkabout.nuׁׁЈנeAX 6߄ ^;[9ׁHhttp://www.talkabout.nuׁׁЈנeAX 6߄ ^̟
9ׁH #mailto:communicatie@bigleidingen.euׁׁЈנeAX 6߄ ^k
9ׁHhttp://www.bigleidingen.euׁׁЈ׉EDe redactie
Jacqueline Hoogervorst
Uitvoerend secretaris,
BIG
Stanley Hunte
Manager Engineering,
Bilfinger Tebodin
Lode Maesen
Ontwikkelaar
Beleid Gas & Warmte,
Fluvius
Frederick de Sutter
Senior Productmanager,
FARYS
Maren Lipplaa
Tekenaar & Constructeur,
Amsterdam Engineering
4 apr. 2024
12 jun. 2024
26 sep. 2024
24 okt. 2024
28 nov. 2024
Colofon
Dit magazine is een uitgave van BIG.
BIG-redactie
Postbus 537,
5140 AM Waalwijk, Nederland
www.bigleidingen.eu
communicatie@bigleidingen.eu
Tel.: +31 (0)85 40 00 252
Tekst en coördinatie
TALK ABOUT PR & Communicatie
www.talkabout.nu
Grafische vormgeving
TALK ABOUT PR & Communicatie
www.talkabout.nu
Grafisch concept
Brût Communicatie
www.brutcommunicatie.nl
Drukwerk:
Mail Succes
www.mail-succes.nl
Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren?
Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde
gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
/bigleidingen
/buisleiding-industrie-gilde/
2024
Evenementen
BIG-Voorjaarscongres
BIG-Dag en ALV
BIG-Excursie
BIG-Jongerenevent
BIG-Najaarscongres
׉	 7cassandra://wjJHmtP2OKyakmLkRJEIHFm2fRtl4_UJqJGrHfv8UH4.``  eAX 6߃׈EeAX 6߃eAX 6߃) %BIG-Magazine nummer 18, november 2023eA*<2