׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://XKgSLNlTB8jHgAuTYiDwec_29KADE1FsCyHuPDcWTzM 
`׉	 7cassandra://OSyWKdQ3kwaHLbxHpTuG3wIunmQe3NZawMElM4WmJeE`׉	 7cassandra://rXoBU1HGzqOsUOym-TciQXTfPZHjJ_p9nxamOGe1uEEGC`  j\^D^gט   u׈   S  ׈Ej\^D^M׉E magazine
BIG
Editie 23
jun. 2026
BIG
in Pipelines
Geopolitiek
Slimmer samenwerken in complexe hoogbouw
Leidinggeven in een veranderende sector: Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar
& Myrthe van Voskuijlen-Geers
WPC Hofstade
Pipeliner in beeld: Tom van Espen
Beeld: Litran
Digitale kwetsbaarheid
׉	 7cassandra://rXoBU1HGzqOsUOym-TciQXTfPZHjJ_p9nxamOGe1uEEGC`  j\^D^Nj\^D^MבCט   u׉׉	 7cassandra://-rr1ZY8YVMxpWjUz7yJYldm4_5tk6EU0rk6bqCwLsos R`	׉	 7cassandra://nxA7nYd0AJE8AyhFZLMvC4-NW2YYLF8JU2-p7xJLe54 "~`׉	 7cassandra://RPfJgyKkZhCvxDzQgcCHhYgdlPGuJXHcC9uINw40kCUS	`  j\^D^j׉E9VOORWOORD
Navigeren in een
veranderende wereld
Ferdinand van den Oever - Voorzitter BIG
De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Er was al
een oorlog gaande in Oekraïne, maar door de Israëlische
en Amerikaanse aanval op Iran is daar ook een uitslaande
brand in het Midden-Oosten bijgekomen. Dit conflict is
onvoorspelbaar door de opstelling van de Amerikaanse
president, de inmengingen van Rusland en het Iraanse regime
dat vecht voor zijn leven. Door de blokkade van de Straat van
Hormuz en de aanvallen op energie-installaties in de Golfstaten
wordt de aanvoer van onder andere olie sterk ingeperkt. Met
als gevolg allereerst het omhoogschieten van de prijzen van
olie en aardgas.
Deze torenhoge energielasten zijn vervolgens de oorzaak
dat de chemische sector de noodzakelijke investeringen in
verduurzaming niet kan bekostigen. De kloof tussen plannen
en realisatie groeit. Dit raakt niet alleen onze sector, maar ook
de bredere ambitie om te verduurzamen en energiezekerheid
te waarborgen. Dit terwijl voor een grotere onafhankelijkheid
van derden – lees eerst Rusland en nu de VS – juist die
investeringen broodnodig zijn.
Wat aanvankelijk leidde tot een ongekende versnelling
van projecten, zien we vandaag de dag een andere
realiteit: vertraging, onzekerheid en uitgestelde
investeringsbeslissingen. Onze sector bevindt zich daarmee
letterlijk tussen versnelling en vertraging. In dit magazine leest
u de visie van vier directeuren uit onze sector. Hun conclusie:
de impact is groot, maar niet eenduidig. “We zitten tussen
versnelling en vertraging in.”
Net als Imre Gmelig Meijling ben ik van mening dat
afhankelijkheid van derden zich niet alleen in de fysieke
wereld afspeelt, maar ook in de digitale. Steeds meer van
onze infrastructuur draait op data, software en cloudplatforms,
die in grote mate in handen zijn van buitenlandse
technologiebedrijven. Daarmee ontstaat een nieuwe
kwetsbaarheid: niet alleen de beschikbaarheid van energie,
maar ook de toegang tot systemen en data is afhankelijk
geworden van externe partijen en internationale wetgeving.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, is
dat geen theoretisch risico, maar een reële factor om rekening
mee te houden.
Wat ondanks alles overeind blijft, is het fundamentele belang
van onze sector. Ondergrondse infrastructuur vormt de
ruggengraat van onze energievoorziening en economie. Of
het nu gaat om aardgas, waterstof, CO₂ of warmte: zonder
leidingen komt de energietransitie simpelweg niet van de
grond. Tegelijkertijd wordt ook de digitale laag van die
infrastructuur steeds belangrijker. Monitoring, aansturing en
beveiliging zijn afhankelijk van betrouwbare IT-systemen en
data.
Daarom is het van groot belang dat we blijven investeren.
Niet alleen in projecten, maar als BIG ook in samenwerking,
innovatie en een helder gezamenlijk verhaal.
Foto: Koen Mol
2
׉	 7cassandra://RPfJgyKkZhCvxDzQgcCHhYgdlPGuJXHcC9uINw40kCUS	`  j\^D^O׉E~BIG News
BIG website in een nieuw jasje en terugblik naar de BIG Voorjaarsdag
BIG Voorjaarsdag 2026: duurzaamheid, verbinding en vooruitkijken
Op 12 maart vond in de indrukwekkende kapel van Hotel
Nassau in Breda de eerste BIG bijeenkomst van 2026 plaats.
Met duurzaamheid als centraal thema stond de dag in het
teken van kennisdeling, innovatie en samenwerking binnen
de ondergrondse infrasector.
Na de ontvangst met een lunch in de binnentuin opende
voorzitter Ferdinand van den Oever de middag met een
inspirerende boodschap: BIG wordt BIGGER! Niet alleen in
omvang, maar ook in kennis, verbinding en impact. Met plannen
voor mini-excursies, verdiepende workshops, een vernieuwde
website en een groter onlinenetwerk belooft 2026 een
dynamisch jaar te worden voor BIG in Pipelines.
De eerste presentatie deze middag ging over het project
Hytransport door Hanab Pipelines & Industry. Gerben Kamphuis
en Martin Boot namen de aanwezigen mee in de uitdagingen
én kansen van duurzaam werken aan een waterstofleiding
in Rotterdam. Van tenderfase tot uitvoering: hoe vertaal je
ambitieuze CO₂ doelstellingen naar concrete keuzes in de
uitvoering?
Daarna was het de beurt aan Pipeliner afgestudeerde
Kirsten Terlouw van MVOI. Haar presentatie gaf inzicht in
de verschillende standpunten rondom emissievrij materieel
binnen de ondergrondse infrastructuur. Hoe kijken aannemers,
opdrachtgevers en vergunningverleners hiernaar? En waar
liggen kansen om samen sneller stappen te zetten richting
emissieloos werken?
De middag werd afgesloten met een inspirerende blik op de
toekomst van sleufloze technieken. Jeroen Schreuder en Feitze
Veenstra lieten zien hoe slim omgaan met de ondergrond
kan bijdragen aan ruimte, veiligheid én duurzaamheid. Met
praktijkvoorbeelden, technische inzichten en aandacht voor
hergebruik van bestaande tracés ontstond een boeiende
discussie over de toekomst van onze infrastructuur.
De dag sloten we af met een gezellige netwerkborrel. Wij kijken
terug op een geslaagde en inspirerende aftrap van het BIG-jaar
en bedanken alle sprekers, aanwezigen én sponsor Hanab
Pipelines & Industry voor hun bijdrage aan deze mooie dag. 
3
Foto: Koen Mol
j\^D^Pj\^D^OבCט   u׉׉	 7cassandra://q5zIIKRm7zTIN-x86Fs28CkkpJ70szkDGTatAzYkjTQ "`	׉	 7cassandra://F4jQXy-CszKQYsUm3SKedjZE2MOLNgNAT-uV6x2FLSI 0`׉	 7cassandra://5792QwNX0glNzY1k1QMDP4Lrud_GXo_5GLYFYphi3LA\
`  j\^D^mנj\^D^s ̏9ׁHmailto:info@bigleidingen.euׁׁЈנj\^D^r ̏9ׁHhttp://www.bigleidingen.euׁׁЈ׉E.BIG News
BIG website wordt vernieuwd
Momenteel zijn we druk bezig om de BIG website in een
nieuw jasje te steken. Geen complete make-over, maar wel
een belangrijke stap om de website weer helemaal klaar
te maken voor de toekomst!
Door een zogeheten technische re-build is de basis van
de website vernieuwd en daarmee veilig, stabiel en future
proof voor de komende jaren!
Met deze vernieuwing is de basis van de website
toekomstbestendig, sneller en beter beveiligd.
Tegelijkertijd is ook de structuur onder de loep genomen.
De menustructuur is overzichtelijker gemaakt en de look
& feel heeft een frisse, eigentijdse update gekregen die
beter past bij de huidige uitstraling van BIG in Pipelines.
Deze stap zorgt ervoor dat we de komende jaren weer
vooruit kunnen: de website is klaar om verder door
te ontwikkelen en beter vindbaar te zijn voor onze
doelgroepen.
Vanaf juli is de vernieuwde website live. Neem dan vooral
een kijkje en ervaar zelf de verbeteringen. Feedback is
natuurlijk altijd welkom!
BIG Evenementencommissie
De BIG Evenementencommissie bestaat uit
enthousiaste mensen uit het vakgebied die samen vijf
keer per jaar inspirerende evenementen, workshops
en excursies voor leden en branchegenoten
organiseren.
BIG PR-commissie
De BIG PR-commissie bestaat eveneens uit
enthousiastelingen uit de branche en verzorgt
de inhoud en productie van het BIG Magazine,
waarin nieuws, interviews en ontwikkelingen uit de
buisleidingenbranche worden gedeeld.
Foto: Koen Mol
Ook actief worden binnen BIG?
Wil jij je netwerk uitbreiden, nieuwe mensen leren
kennen en bijdragen aan de toekomst van de
buisleidingenbranche? Sluit je aan bij een van de
commissies, meld je aan voor een van onze evenementen
of deel een idee voor een artikel.
Ga voor meer informatie naar www.bigleidingen.eu
of neem contact op via info@bigleidingen.eu
4
׉	 7cassandra://5792QwNX0glNzY1k1QMDP4Lrud_GXo_5GLYFYphi3LA\
`  j\^D^Q׉E	De digitale kwetsbaarheid
van ondergrondse infrastructuur
Ondergrondse infrastructuur houdt ons land draaiende, maar hoe kwetsbaar is dit?
Pijpleidingen beschermen we onder andere tegen
corrosie en beschadiging. Met coatingsystemen,
inspecties en kathodische bescherming zorgen
we dat leidingen veilig blijven functioneren. Maar
achter die fysieke infrastructuur draait nog een
tweede systeem: dat van data, software en digitale
platforms. Systemen die een grote rol spelen in het
databeheer, de monitoring en de veiligheid van de
ondergrondse infrastructuur. Volgens Imre Gmelig
Meijling wordt juist dat systeem steeds belangrijker
én kwetsbaarder. Imre is commercieel directeur van
digitaal bureau 1xINTERNET en board member bij
de international Drupal Association, de organisatie
achter het open source contentmanagementsysteem
Drupal. Vanuit die rol ziet hij dagelijks hoe Europa
worstelt met een vraag die steeds urgenter wordt:
hoe afhankelijk zijn we eigenlijk geworden van
buitenlandse technologie?
“Op dit moment wordt er geschiedenis geschreven
op digitaal vlak,” zegt Imre. “Europa probeert minder
afhankelijk te worden van onder andere Amerikaanse
technologie. Dat is een grote verandering, want die
afhankelijkheid is in de afgelopen decennia alleen
maar gegroeid.”
Diepe afhankelijkheid
Veel Europese organisaties draaien hun dagelijkse
bedrijfsvoering op technologie van grote Amerikaanse
bedrijven zoals Microsoft, Google, Amazon en
Apple. Dat gaat verder dan alleen e-mail of software
op kantoor. Het raakt ook servers, cloudplatforms,
dataopslag en steeds vaker ook kunstmatige
intelligentie (AI). Volgens Imre is die afhankelijkheid
inmiddels structureel. “70 tot 80 procent van de
Europese cloudmarkt is in handen van Amerikaanse
bedrijven zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure
en Google Cloud. Europese organisaties betalen
jaarlijks ongeveer 265 miljard euro aan Amerikaanse
cloud- en softwarediensten.” Dat betekent dat een
groot deel van de digitale motor van bedrijven buiten
Europa draait.
Tegelijkertijd vloeit er ook veel geld uit de Europese
economie weg. Maar er is nog een ander risico:
controle. “Als je hele bedrijfsvoering draait op
technologie van één leverancier, ben je daar ook
afhankelijk van. In extreme gevallen kan dat betekenen
dat toegang tot systemen wordt geblokkeerd.”
Voorbeelden hiervan haalden de afgelopen jaren dan
ook het nieuws. 
5
Beeld: AI-gegenereerd
j\^D^Rj\^D^QבCט   u׉׉	 7cassandra://MTOtiuWItB6HqOQnhfQIpz_P8tYLP0SQ_LTZvgcAlrI R`	׉	 7cassandra://XyEs-bvZQKAPxzqKRIjd015QoiViaocwHLVUx0G1QnQ B`׉	 7cassandra://BjhiXjbSvLJlPnQpURulACO-WCLO5yO7p1KiqWOQnFUR`  j\^D^p׉EImre Gmelig Meijling
overheden, internationale organisaties, energiebedrijven,
telecombedrijven en infrastructuurbeheerders.
Imre Gmelig Meijling (51) is commercieel
directeur bij digitaal bureau 1xINTERNET.
Het bureau ontwikkelt digitale strategieën, websites,
platforms en AI-toepassingen voor organisaties zoals
Philips, Slachtofferhulp Nederland en Heineken.
Daarnaast is hij board member van de Drupal Association,
de internationale organisatie achter het open source
contentmanagementsysteem Drupal. Vanuit die rol volgt
hij de ontwikkelingen rond digitale soevereiniteit en de
Europese tech stack van dichtbij.
Wetgeving speelt ook mee
De afhankelijkheid wordt extra complex door internationale
wetgeving. Veel Amerikaanse technologiebedrijven
vallen onder de zogeheten CLOUD (Clarifying Lawful
Oversease Use of Data) Act. Deze Amerikaanse wet geeft
de Amerikaanse overheid in bepaalde gevallen het recht
om toegang te vragen tot data van bedrijven, zelfs als die
data in Europa staat opgeslagen. Dat botst met Europese
privacyregels, zoals de AVG (Algemene Verordening
Gegevensbescherming). Deze Europese wet bepaalt hoe
organisaties met persoonsgegevens moeten omgaan.
“Veel organisaties denken: als mijn data in Europa staat,
dan is het veilig”, zegt Imre. “Maar dat is niet altijd zo. Als je
werkt met een Amerikaanse leverancier, kan Amerikaanse
wetgeving alsnog van toepassing zijn.”
Geopolitiek wordt voelbaar
Dat dit geen theoretisch probleem is, blijkt volgens hem
uit recente voorbeelden. Zo verloor het Internationaal
Strafhof in Den Haag de toegang tot Microsoft 365 nadat
politieke spanningen waren opgelopen. “Zo’n situatie laat
zien hoe afhankelijk organisaties zijn geworden van digitale
systemen”, zegt hij. “Als toegang tot systemen wordt beperkt,
kan een organisatie letterlijk niet meer bij haar eigen data.”
Dat soort situaties komen nog niet massaal voor, maar
het risico groeit. Vooral organisaties met gevoelige
data of een publieke rol lopen extra risico. Denk aan
De Europese tech stack
Om minder afhankelijk te worden van buitenlandse
technologie wordt steeds vaker gesproken over een
Europese tech stack; Europa wil een digitale infrastructuur
ontwikkelen die minder afhankelijk is van Amerikaanse en
Chinese technologie. Dat betekent niet dat Europa alles zelf
moet realiseren. Wel wil de Europese Unie meer controle
krijgen over belangrijke digitale onderdelen, zoals beveiliging
van cloudopslag, data-eigendom en AI. Daarbij speelt ook
Europese wetgeving een rol. Denk aan regels zoals: AVG
(GDPR) - de Europese privacywetgeving, DMA (Digital
Markets Act) - regels voor grote techplatforms, DSA (Digital
Services Act) - regels voor online platforms en de AI Act -
nieuwe Europese wet die regels stelt voor de ontwikkeling
en het gebruik van AI-systemen. Deze wetten moeten
ervoor zorgen dat data beter beschermd wordt en dat
technologiebedrijven zich aan Europese regels houden.
Open source als alternatief
Een belangrijke rol in deze ontwikkeling is weggelegd voor
open source software. Dit is software waarvan de broncode
openbaar is en door iedereen kan worden bekeken en
aangepast. Volgens Imre kan open source helpen om
afhankelijkheid te verminderen. “Het voordeel van open
source is dat je niet vastzit aan één leverancier. Als een partij
stopt of prijzen verhoogt, kun je in principe overstappen naar
een andere partij die met dezelfde technologie werkt.”
Daarnaast zorgt open source voor meer transparantie. Omdat
de code openbaar is, kunnen ontwikkelaars wereldwijd
controleren hoe software werkt en fouten sneller opsporen.
Maar open source is geen wondermiddel. “Het werkt alleen
goed als er ook investeringen zijn, sterke communities en
organisaties die de technologie kunnen implementeren en
onderhouden.”
Digitale risico’s voor infrastructuur
Juist voor bedrijven in de infrastructuursector is digitale
afhankelijkheid een belangrijk onderwerp. Leidingen,
energienetten en waterinfrastructuur worden tegenwoordig
6
׉	 7cassandra://BjhiXjbSvLJlPnQpURulACO-WCLO5yO7p1KiqWOQnFUR`  j\^D^S׉Efcontinu gemonitord met sensoren en digitale systemen.
Daarbij wordt enorme hoeveelheden data verzameld, zoals
sensordata, assetinformatie, netwerkdata en klantgegevens.
“Die netwerken vormen de ruggengraat van onze
samenleving”, zegt Imre. “Als systemen of data afhankelijk
zijn van buitenlandse partijen, dan is dat een risico voor vitale
processen.”
Digitale soevereiniteit betekent in dit geval vooral dat
organisaties controle houden over hun systemen en data.
Dat wordt ook steeds belangrijker door nieuwe Europese
regelgeving. Zo verplicht de Europese NIS2-wetgeving
(Network and Information Security directive), die in 2024 van
kracht ging, organisaties in vitale sectoren om hun digitale
beveiliging beter op orde te hebben. Dat geldt onder meer
voor energie, water, transport en telecom.
Waar zitten de grootste risico’s?
De grootste kwetsbaarheid zit volgens Imre niet in
één specifiek onderdeel, maar in de combinatie van
factoren. Denk aan toegang tot systemen, databeheer en
afhankelijkheid van leveranciers. “Als een organisatie volledig
afhankelijk is van één cloudprovider, kan dat verschillende
risico’s opleveren”, zegt hij. “Bijvoorbeeld als prijzen sterk
stijgen, zoals met VMWare (een Amerikaans softwarebedrijf
dat diverse producten uitbrengt die virtualisatie mogelijk
maken) is gebeurd; prijzen gingen met meer dan 1000%
omhoog. Of als toegang tot systemen wordt beperkt als data
juridisch onder buitenlandse wetgeving valt.”
Daarnaast spelen cyberdreigingen een rol. Ransomwareaanvallen
(software die toegang tot gegevens of systemen
blokkeert, versleutelt of publiceert totdat er losgeld wordt
betaald), datalekken of DDoS-aanvallen (Distributed Denial of
Service; een cyberaanval die een website of netwerk platlegt
door het te overspoelen met een enorme hoeveelheid
nepverkeer) kunnen digitale infrastructuur platleggen.
Waar begin je als organisatie?
Voor bedrijven in de infrastructuursector begint digitale
autonomie volgens Imre met een eenvoudige vraag: welke
processen móéten altijd blijven draaien? “Identificeer eerst
je vitale processen”, adviseert hij. “Denk aan waterbeheer,
energievoorziening of verkeerssturing. Bepaal vervolgens
welke systemen, data en leveranciers daarvoor nodig zijn.”
Daarna is het belangrijk om de hele keten in kaart te
brengen. Niet alleen de eigen IT-systemen, maar ook
leveranciers, netwerken en datacenters. Tot slot moeten
organisaties kijken naar zogenaamde single points of failure:
plekken waar één systeem of leverancier onmisbaar is. Als
dat punt uitvalt, ligt mogelijk de hele organisatie stil.
Strategische keuzes
Volgens Imre moeten organisaties in vitale infrastructuur
anders gaan kijken naar digitale technologie. Niet alleen
naar prijs of gebruiksgemak, maar ook naar controle en
continuïteit. Digitale autonomie betekent daarbij niet dat
organisaties alles zelf moeten doen. Wel dat ze controle
houden over de onderdelen die essentieel zijn voor hun
bedrijfsvoering.
“Digitale infrastructuur wordt steeds
meer gezien als vitale infrastructuur,
net zoals we leidingen beschermen
tegen corrosie, moeten we ook
nadenken over de bescherming van
onze digitale systemen.”
De komende tien jaar
Hoe de digitale wereld er over tien jaar uitziet, is moeilijk
te voorspellen. Amerikaanse technologiebedrijven zullen
waarschijnlijk dominant blijven in cloud en AI. Ook Azië
blijft een belangrijke speler. Toch verwacht Imre dat Europa
op bepaalde gebieden sterker wordt. Vooral bij websites,
digitale platforms en online toepassingen ziet hij ruimte voor
Europese alternatieven.
De belangrijkste verandering is misschien wel de manier
waarop organisaties naar technologie kijken. “Digitale
infrastructuur wordt steeds meer gezien als vitale
infrastructuur”, zegt hij. “Net zoals we leidingen beschermen
tegen corrosie, moeten we ook nadenken over de
bescherming van onze digitale systemen.”
BIG NXT30 7
Beeld: Adobe Stock
j\^D^Tj\^D^SבCט   u׉׉	 7cassandra://cAER35NyK9tZ3W86l3c_iTKTUPRP0rmANSr-nayHNtI 0`	׉	 7cassandra://nDTinx9JLytdxr4bomXCQf73LjlN03Y4jVY5AtbopsM `׉	 7cassandra://PVG1E01otqIrpcH4VbfFXoeNLRgX4wZCbrLnfNWVbYYS`  j\^D^t׉EVan afvalwater naar drinkwater:
Hofstade waterproductiecentrum (WPC)
Dit artikel is geschreven door Farys
Het waterproductiecentrum (WPC) in Hofstade bij Aalst
(België) werd recent bekroond met twee belangrijke
innovatie-awards: de Industrial Water Innovation Award
2025 én de Water Reuse Europe Innovation Prize
2025. Farys vat dit belangrijke project graag nog eens
samen.
Primeur voor Europa
Sinds juni 2025 levert het WPC Hofstade 50.000
liter per uur hergebruikt water rechtstreeks aan
het drinkwaternet. Het is daarmee het eerste
demonstratieproject in Europa voor ‘direct potable
reuse (DPR)’ of direct drinkwaterhergebruik van
gezuiverd stedelijk rioolwater. In 2026 schalen we de
productiecapaciteit op naar 100.000 liter per uur.
Robuust ‘multi-barrierproces’
Met dit project tonen we aan dat dit gezuiverd rioolwater
of ‘RWZI effluent’ (1 in onderstaand schema) een
bijkomende bron voor drinkwaterproductie kan zijn en
dat hergebruik dus de leveringszekerheid versterkt.
Om dit absoluut veilig te doen, doorloopt het water
meerdere opeenvolgende zuiveringsstappen of
‘barriers’, zodat het drinkwater geleverd in Aalst aan alle
drinkwaterkwaliteitseisen blijft voldoen.
88
Foto’s: Nuoro
׉	 7cassandra://PVG1E01otqIrpcH4VbfFXoeNLRgX4wZCbrLnfNWVbYYS`  j\^D^U׉E• RWZI effluent (1).
• Microzeven & ultrafiltratie (2 & 3): waarbij
zwevende deeltjes, algen en de meeste
bacteriën worden verwijderd.
• Omgekeerde osmose (4): via een nog
fijnmaziger membraan worden alle bacteriën,
virussen en alle opgeloste onzuiverheden,
metalen en kalk verwijderd.
• Desinfectie (5): met ultraviolette straling als
bijkomende veiligheidsstap of ‘barrier’.
• Actief koolfiltratie (6): als extra ‘barrier’ tegen
chemicaliën.
• Opslag (7): ondergrondse ASR buffer.
• Finale desinfectie (8): met ultraviolette
straling en vrij chloor.
• Multi-barrier process (9): waarmee we
gezuiverd stedelijk rioolwater of ‘RWZI effluent’
opzuiveren tot veilig drinkwater in Aalst.
Strikte monitoring en onderzoek
We volgen de waterkwaliteit continu op, met uitgebreide
microbiologische en chemische analyses - zowel online als
in ons drinkwaterlabo. We werken hiervoor ook samen met
kennisinstellingen zoals Universiteit Gent (UGent) en het
Duitse Technologiezentrum Wasser.
Aquifer Storage & Recovery (ASR) in testfase
We onderzoeken momenteel ook of we een deel van het
geproduceerde drinkwater veilig kunnen opslaan in de
diepe ondergrond als buffer voor droge periodes (7 in het
schema). Dit voorjaar voeren we de testen uit, samen met
de hydrogeologen van De Watergroep. Dit ASR project is
nog in testfase en staat voorlopig niet in verbinding met het
drinkwaternet. Het microbieel en geochemisch onderzoek
loopt samen met onze onderzoekspartners.
Samenwerking & kennisdeling
Het project is een gezamenlijke krachtinspanning van
Waterunie (Farys & De Watergroep), Aquafin, CAPTURE, UGent
(CMET), VITO en de Vlaamse overheid (Blue Deal/VMM).
“Met het WPC Hofstade tonen
we dat hergebruik van gezuiverd
rioolwater niet enkel technisch
haalbaar is, maar ook betrouwbaar
en schaalbaar. De awards
bevestigen dat we samen op
de juiste weg zitten richting een
waterzekere toekomst.”
9
j\^D^Vj\^D^UבCט   u׉׉	 7cassandra://7kKRPcfycBWJCIKhtuObHiy71HTbAfQN1oINNZdjwCo Q`	׉	 7cassandra://RTv8jxAGNIEDTvoAxbVvCBoD40Qhj1mCcQ-oTLVDJR0 O`׉	 7cassandra://YBSLC0KMM3BEZx_W_-QFvBHKeor51KRkK25U_yrH3sY\`  j\^D^v׉ETussen versnelling en vertraging:
wat geopolitiek betekent voor de pijpleidingsector
In gesprek met Paul Langbroek en Peter Veermeer (A.Hak),
Geert Dhont (Denys) en Venant van Esbroeck (Litran)
De wereld verandert ingrijpend. De oorlog
in Oekraïne, geopolitieke spanningen en
onzekerheid rond energievoorziening
laten hun sporen na. Ook in de
pijpleidingsector. Maar wat betekenen die
ontwikkelingen concreet voor projecten,
investeringen en de toekomst van
infrastructuur? Vier directeuren uit de
sector delen hun visie. Hun conclusie: de
impact is groot, maar niet eenduidig. “We
zitten tussen versnelling en vertraging in.”
Foto: Litran
Van crisis naar kansen
Geert Dhont (Denys) zag een omslagpunt
met de start van de oorlog in Oekraïne.
“De directe consequentie was dat
de energiecrisis leidde tot nieuwe
investeringen en het gaf ons als aannemers
projecten.” Het ging daarbij vooral om
infrastructuurprojecten die gericht waren
op het verminderen van de afhankelijkheid
van Russisch gas. Peter Veermeer (A.Hak):
“Direct na het uitbreken van de oorlog
zagen we een aantal urgentieprojecten,
met name rondom de import en het
transport van vloeibaar aardgas (LNG),
onder andere in Noord-Nederland en
Noord-Duitsland. Denk aan de aanleg van
tijdelijke LNG-terminals en de bijbehorende
leidingen om het gas snel in het bestaande
netwerk te krijgen. In korte tijd werden
vergunningen geregeld en projecten
gerealiseerd.”
10
׉	 7cassandra://YBSLC0KMM3BEZx_W_-QFvBHKeor51KRkK25U_yrH3sY\`  j\^D^W׉EPaul Langbroek (A.Hak): “Er was acute behoefte aan
alternatieven voor Russisch gas. Onder noodwetgeving
konden deze projecten versneld worden uitgevoerd. Dat liet
zien dat het ook anders kan.” Maar die versnelling bleek niet
structureel. “Het overige portfolio bleef gewoon weer onder
de reguliere regelgeving vallen”, vervolgt Paul. “En dan kom
je weer in de traditionele vergunningstrajecten terecht en die
zijn lang.”
De energietransitie op de rem
Waar de crisis in eerste instantie voor versnelling zorgde, zien
de heren inmiddels juist vertraging, met name in projecten
rond de energietransitie. “Er is een duidelijke investeringsgolf
geweest”, zegt Venant van Esbroeck (Litran). “Maar die is
inmiddels voorbij. We zien nu onzekerheid in beleid en
dat leidt tot uitstel of zelfs annulering van projecten.” Die
onzekerheid raakt de sector direct. “Zelf hebben we ook aan
den lijve ondervonden dat een groot project hierdoor geen
doorgang kreeg”, vertelt Venant. “En dat heeft alles te maken
met veranderende businesscases.”
“De investeringen in H₂ en CO₂ die een
aantal jaren terug enthousiast werden
aangekondigd, lopen vertraging op.”
GEERT DHONT
Geert ziet dezelfde ontwikkeling. “De investeringen in H₂
en CO₂ die een aantal jaren terug enthousiast werden
aangekondigd, lopen vertraging op.” De oorzaak van
de huidige vertraging ligt volgens de heren vooral in de
combinatie van stijgende kosten en onzekerheid over de
toekomst. Peter: “De energietransitie brengt extra kosten met
zich mee, terwijl traditionele energie nog steeds goedkoper is.
Dat maakt het voor afnemers lastig.”
Kosten, onzekerheid
en uitgestelde beslissingen
Een belangrijk gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen
is de sterke stijging van algehele kosten. Niet alleen
energieprijzen, maar ook materiaalprijzen en projectkosten
zijn enorm toegenomen. “De haalbaarheid van projecten
is veranderd”, zegt Venant. “De businesscase van
opdrachtgevers ziet er anders uit dan een paar jaar geleden.
Daardoor worden investeringsbesluiten uitgesteld of
heroverwogen.”
Dat beeld wordt breed herkend. “Het definitieve
investeringsbesluit wordt steeds verder vooruitgeschoven”,
aldus Venant. “We zijn soms al bezig met voorbereiding, maar
wachten nog op een financieel besluit.” Ook Peter ziet die
ontwikkeling: “Er zijn plannen gemaakt richting de toekomst,
maar je ziet dat partijen de afgelopen tijd op de rem trapten.”
Geert vat het kernachtig samen: “Als je kijkt naar wat er drie,
vier jaar geleden is aangekondigd en wat er daadwerkelijk
gebouwd is, zit daar een duidelijke kloof.”
“We zijn soms al bezig met
voorbereiding, maar wachten nog
op een financieel besluit.”
VENANT VAN ESBROECK
Een sector onder druk
Naast economische onzekerheid speelt ook regelgeving een
belangrijke rol. De heren wijzen op lange vergunningstrajecten
en juridische procedures die projecten vertragen. “De
regelgeving en inspraakmogelijkheden maken het moeilijk
om snel te schakelen”, zegt Peter. Geert vult aan: “Gebrek aan
duidelijk beleid en voortdurende bezwaarprocedures zorgen
ervoor dat projecten stilvallen. Dat heeft enorme gevolgen.”
Volgens Venant komt daar nog iets bij: strengere eisen in
bestekken en regelgeving. “De eisen die aan projecten
worden gesteld, hebben de afgelopen jaren geleid tot flinke
kostenstijgingen. Soms hebben wij als aannemer een andere
visie op wat de meest efficiënte oplossing is.” Die combinatie
van factoren; kosten, regelgeving en onzekerheid, zet druk op
de concurrentiepositie van Europa. “We zitten in een mondiale
markt”, zegt Geert. “Als energie hier duurder is en regelgeving
complexer, dan verplaatsen bedrijven hun activiteiten.”
Een kip-en-ei probleem
Een ander terugkerend thema in het gesprek is de
afhankelijkheid tussen infrastructuur en industrie. “Het is een
klassiek kip-en-ei verhaal”, zegt Geert. “Industrie wacht op
infrastructuur, maar infrastructuur wordt niet 
BIG NXT30
1111
j\^D^Xj\^D^WבCט   u׉׉	 7cassandra://n0p_TFNSG_yCzyekw2kLU0sb5CEK0AxskCEBf6pgC4E `	׉	 7cassandra://O0hBcpO_GSjX-3KJWZMgRqJCaQmWxwMEc-KkcxptW98 d`׉	 7cassandra://UX168_8NMDCk320WFUP5wiFy6itztRgwi8i-vPVKamAS`  j\^D^y׉E6Foto: Régine Mahaux
gebouwd zonder zekerheid over afname.” Het gaat daarbij om
nieuwe energie-infrastructuur, zoals netwerken voor waterstof,
CO₂-transport en warmtenetten. Zonder die leidingen kunnen
bedrijven niet verduurzamen, maar zolang bedrijven geen concrete
investeringsbeslissing nemen, blijven die netwerken uit.
Peter ziet daar een rol voor de overheid: “De enige partij die dit kan
doorbreken, is de overheid. Door garanties of subsidies te bieden,
kan zij de eerste stap mogelijk maken.” Maar dat vraagt om lef
en lange termijnvisie. “Een netwerk bouwen zonder zekerheid is
risicovol”, vult Geert aan. “Maar zonder die stap gebeurt er niets.”
De roep om duidelijk beleid
Als er één boodschap is die alle directeuren delen, dan is het de
behoefte aan consistent en langdurig beleid. “Duidelijk beleid is
essentieel”, zegt Venant. “Vooral op het gebied van regelgeving,
vergunningen en rechtszekerheid.” Geert gaat nog een stap
verder: “We hebben een energiebeleid nodig dat niet elke vier jaar
verandert, maar dat voor 25 of 50 jaar vastligt.” Paul wijst op de
paradox: “We hebben gezien dat het snel kan, maar we krijgen het
niet structureel georganiseerd.”
“We hebben gezien dat het snel kan,
maar we krijgen het niet structureel
georganiseerd.”
PAUL LANGBROEK
12
Foto’s: Litran
׉	 7cassandra://UX168_8NMDCk320WFUP5wiFy6itztRgwi8i-vPVKamAS`  j\^D^Y׉E	De onmisbare rol van infrastructuur
Ondanks de uitdagingen is de boodschap van de directeuren
uiteindelijk ook positief. De rol van pijpleidingen en ondergrondse
infrastructuur wordt alleen maar belangrijker. “Alles wat je onder
de grond transporteert, creëert rust bovengronds”, zegt Geert.
“Zonder ondergrondse leidingen kun je niet koken, wassen of
energie gebruiken.” Venant benadrukt de economische waarde:
“Infrastructuur is een hefboom voor de economie. Net zoals
havens en wegen dat zijn.” Ook Peter ziet perspectief. “We bouwen
vandaag aan de energiewegen van de toekomst. Als je kijkt naar
de plannen die er liggen, kunnen we niet anders dan daar positief
naar kijken.”
Blijven investeren in de toekomst
De sector staat voor grote uitdagingen, maar er zijn ook enorme
kansen. Innovatie en samenwerking worden daarbij cruciaal.
“Blijven inzetten op innovatie is essentieel”, zegt Venant. “Zeker in
een wereld die zo snel verandert.” En misschien nog belangrijker:
het verhaal van de sector zelf. “We werken aan een betere
toekomst”, zegt Geert. “Dat is ook een krachtig verhaal om nieuwe
mensen aan te trekken.” Peter sluit af met een bredere blik:
“Ondanks alle onzekerheid heeft onze sector een zeer positieve
toekomst. Wij bouwen aan iets wat onmisbaar is.”
“Ondanks alle onzekerheid heeft onze sector
een zeer positieve toekomst. Wij bouwen aan
iets wat onmisbaar is.”
PETER VEERMEER
Paul Langbroek
Tussen hoop en realiteit
De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben
de pijpleidingsector extra in beweging gebracht. Eerst versnelling,
daarna vertraging. Meer werk, maar ook meer onzekerheid. Wat
blijft, is het besef dat infrastructuur een sleutelrol speelt in de
toekomst van energie en economie. Om die rol waar te maken,
is meer nodig dan alleen technische kennis: duidelijke keuzes,
consistent beleid en samenwerking tussen alle partijen. Of zoals
treffend werd samenvat: “De plannen zijn er. Nu moeten we ze nog
uit kunnen voeren.”
Is sinds 2012 werkzaam bij A.Hak, sinds november
2024 als technisch en commercieel directeur. Ook is
hij voorzitter van de werkgroep Uitvoering NEN 3650
en docent van de Pipeliner opleiding bij Habeo+.
Peter Veermeer
Is sinds oktober 2023 directeur Leidingbouw
en International bij A.Hak
Geert Dhont
Is sinds 2002 werkzaam bij Denys, sinds
mei 2025 als algemeen directeur.
Venant van Esbroeck
Is sinds 2003 managing director bij Litran.
1313
j\^D^Zj\^D^YבCט   u׉׉	 7cassandra://JH4GpxDz4FeSebk88mnGYXrbPF1BMhRnSUYre9aNvzc  `	׉	 7cassandra://IGjX0UQaw2zci8gAInsAKfNHOdfOdZlQ8p4J99091do 0`׉	 7cassandra://bIbOv20UTCz-GEHIOmaY7q6yUhyz4_h1Yp8tYkAUdVoP`  j\^D^{׉ELeidinggeven in een
veranderende sector
In gesprek met Myrthe van Voskuijlen-Geers en
Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar, directie Amsterdam Engineering
De buisleidingensector staat onder druk. Projecten
worden complexer, deadlines korter en de vraag naar
technische expertise groeit. Tegelijkertijd verandert ook
de manier van leidinggeven en cultuur op de werkvloer.
Bij Amsterdam Engineering staan sinds kort twee
directeuren aan het roer die die verandering van dichtbij
meemaken en mede vormgeven: Myrthe van VoskuijlenGeers
(39) en Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar (32).
Beiden groeiden binnen het bedrijf door en combineren
hun directierol nog altijd met projectwerk. Hun verhaal
laat zien hoe leiderschap, techniek en samenwerking
samenkomen in een vaak onzichtbare, maar essentiële
sector.
Van toeval naar passie
Opvallend is dat geen van beide dames bewust voor de
buisleidingensector koos. Kayleigh rolde er tijdens haar
studie civiele techniek min of meer toevallig in. “Ik zocht
een bijbaan en kwam via een detacheringsbureau bij
Amsterdam Engineering terecht. Dat is uiteindelijk mijn
eerste echte baan geworden.” Inmiddels, ruim tien jaar
later, is ze doorgegroeid van tekenaar naar projectleider
en sinds oktober 2025 naar directeur.
Ook Myrthe had een andere start voor ogen. Met
een achtergrond in bouwkunde verwachtte ze in de
architectuur terecht te komen. “Ik dacht dat het bij
ondergrondse infrastructuur over metro- en treinstations
zou gaan”, vertelt ze. “Tot ik tijdens mijn eerste gesprek
bij Amsterdam Engineering hoorde dat het om kabels en
leidingen ging.” Wat begon als een verrassing, groeide al
snel uit tot enthousiasme. “Het puzzelen, het technische
14
Foto: Links Kayleigh Hooijschuur-Vogelaar, rechts Myrthe van Voskuijlen-Geers
׉	 7cassandra://bIbOv20UTCz-GEHIOmaY7q6yUhyz4_h1Yp8tYkAUdVoP`  j\^D^[׉Een het samenwerken met verschillende disciplines: dat sprak me
meteen aan.” Die gedeelde ervaring van erin rollen en vervolgens
blijven, typeert de sector. “Het is niet per definitie sexy”, zegt Kayleigh
lachend. “Maar het professioneel puzzelen maakt het juist zo leuk.”
Samen aan het roer
Sinds oktober 2025 vormen Myrthe en Kayleigh samen de directie van
Amsterdam Engineering. Hun samenwerking is niet nieuw: ze werken
al meer dan tien jaar samen. “Dat helpt enorm”, zegt Kayleigh. “We
weten wat we aan elkaar hebben.”
De rolverdeling binnen de directie is bewust ingericht. Op basis van
een eerder opgesteld profiel van de directiefunctie verdeelden ze
taken en verantwoordelijkheden. “Het meeste is onderverdeeld,
maar sommige onderdelen pakken we nog samen op”, legt Kayleigh
uit. “We zitten nog in een leerfase.” Die complementariteit blijkt een
kracht. Waar Kayleigh sterk is in structuur en financiën, ligt Myrthes
kracht meer in relatiebeheer en acquisitie. “Ik ben geneigd overal
‘ja’ op te zeggen”, zegt Myrthe. “Dan is het fijn dat Kayleigh ook naar
capaciteit kijkt en me soms afremt.”
Andersom profiteert Kayleigh van Myrthes ervaring en kritische
blik. “Zij stelt vragen waar ik nog niet aan gedacht heb. Dat helpt
om besluiten beter te onderbouwen.” Beslissingen worden altijd
gezamenlijk genomen. “We zitten eigenlijk altijd op één lijn”, zegt
Myrthe. “En als dat niet zo is, praten we net zo lang door tot we er
samen uitkomen.”
Leiderschap in ontwikkeling
Hoewel ze al jaren leidinggevende rollen vervullen in projecten, is
de stap naar directie een duidelijke nieuwe fase. “Onze stijl is nog
in ontwikkeling”, zegt Kayleigh. “Maar we weten wel heel goed wat
we wel en niet willen meenemen van onze eigen ervaringen met
leidinggevenden.” Wat ze belangrijk vinden, is duidelijk: een stabiele
werkomgeving waarin hard gewerkt wordt, maar ook ruimte is voor
plezier. “Hard werken en plezier maken”, vat Kayleigh samen. “Dat is
echt onze cultuur.”
Daarnaast benadrukken ze het belang van samenwerken. “We willen
geen eilandjes”, zegt Myrthe. “We zijn één team, zowel intern als met
de klant. Uiteindelijk werk je samen aan hetzelfde doel.” Tegelijkertijd
brengt leiderschap ook uitdagingen met zich mee. Beide directeuren
noemen het voeren van moeilijke gesprekken als een leerpunt. “Ik
ben redelijk conflict vermijdend”, geeft Kayleigh toe. “Maar je moet het
soms gewoon doen.” Myrthe herkent dat. “Je wilt collega’s op gelijke
voet behandelen, maar soms moet je toch die zakelijke rol pakken.”
Een andere verandering is subtieler: de afstand tot collega’s. 
Foto: project Alton, Amsterdam Engineering
Amsterdam Engineering
Amsterdam Engineering is gespecialiseerd
in de engineering en ontwikkeling van
pijpleidingsystemen. Vanuit een praktische en
oplossingsgerichte aanpak werkt het team aan
uiteenlopende projecten in en rond de stad.
Samenwerking staat centraal, zowel intern als met
opdrachtgevers, met als doel tot uitvoerbare en
duurzame oplossingen te komen.
“Het is niet per definitie sexy, maar
het professioneel puzzelen maakt
het juist zo leuk.”
KAYLEIGH HOOIJSCHUUR-VOGELAAR
15
j\^D^\j\^D^[בCט   u׉׉	 7cassandra://7qCw4Ru4jz6b53JB2W3WbfKTDvDRqFSKW2MXWSAd4NI `	׉	 7cassandra://oXF9Ft6sC29GQfg_LEU0y8GxZC5FRdLZVBHiFGRERjo 2`׉	 7cassandra://BG-l7EvdGZ4cQXgi3AYjyxTih7fOxIYScEQu2Hp8gosP`  j\^D^~׉E“Je merkt dat mensen je anders gaan benaderen”, zegt Myrthe.
“Dat hoort erbij, maar het is wel iets waar je aan moet wennen.”
Complexere projecten, grotere druk
Inhoudelijk verandert de sector snel. Projecten worden steeds
complexer, zowel ondergronds als inpandig (lees hierover meer
in het artikel ‘Slimmer samenwerken in complexe hoogbouw’
op pagina 20). “De makkelijke en logische plekken worden nu
al gebruikt door de bestaande nutsen”, legt Kayleigh uit. “In de
ondergrond is in het verleden nooit rekening gehouden met
warmtenetten, waardoor ruimte schaars is.”
Daarnaast spelen maatschappelijke ontwikkelingen een grote
rol. De energietransitie, de groei van warmtenetten en de
toenemende vraag naar koeling zorgen voor extra complexiteit.
“Waar vroeger alleen warmte werd aangelegd, komen er nu
vaak ook koudeleidingen bij”, zegt Myrthe. “Dat betekent meer
systemen, meer eisen en minder ruimte.”
Ook de druk op projecten neemt toe. Deadlines worden korter
en verwachtingen hoger. “Soms krijgen we een aanvraag en
moet het binnen een paar maanden de grond in,” zegt Kayleigh.
“Dat is best intensief.” Hun aanpak: realistisch blijven en
transparant communiceren. “We beloven geen gouden bergen”,
zegt Myrthe. “Liever duidelijkheid vooraf, dan teleurstelling
achteraf.”
geven van goed advies.” Tegelijkertijd groeit de vraag naar die
kennis. Door veranderingen in de markt, zoals de grotere rol
van gemeenten in warmtenetten, verschuift ook hun positie.
“Klanten willen steeds meer ons advies in plaats van alleen
tekeningen”, zegt Kayleigh.
Cultuur en ontwikkeling
Binnen Amsterdam Engineering staat ontwikkeling centraal.
Veel medewerkers beginnen zonder specifieke ervaring in de
sector en leren het vak ‘on the job’. “Iedereen rolt er een beetje
in”, zegt Kayleigh. “En leert door te doen.” Kennisoverdracht
is daarbij een aandachtspunt. “We hebben nog veel kennis in
hoofden zitten”, geeft Kayleigh toe. “Dat willen we beter gaan
vastleggen.” De cultuur speelt daarin een belangrijke rol. “We
helpen elkaar”, zegt Myrthe. “En dat geldt ook richting klanten.
Die open houding maakt dat mensen graag met ons werken.”
Trots en toekomst
Beide directeuren kijken met trots terug op projecten waar ze
aan hebben gewerkt. Voor Kayleigh was het project Alton voor
HVC - aansluiting van de paprikaboer in het Alton gebied -
waarvoor 11 km tracé is gerealiseerd met diverse boringen, haar
doorbraak als projectleider. “Daar heb ik enorm veel geleerd.”
Myrthe noemt een project waarbij een warmtenet voor een
gemeente werd ontwikkeld. “Er werd eerst gezegd dat het
nooit gerealiseerd zou worden. En nu wordt het daadwerkelijk
aangelegd. Dat is heel mooi om te zien.”
“We beloven geen gouden bergen.
Liever duidelijkheid vooraf, dan
teleurstelling achteraf.”
MYRTHE VAN VOSKUIJLEN-GEERS
Voor de toekomst zien ze groei, maar wel gecontroleerd. “We
willen uitbreiden, maar vooral blijven doen waar we goed in
zijn”, zegt Kayleigh. “Technische kennis leveren en mooie
projecten realiseren.” Daarnaast verwachten ze dat hun rol
verder verschuift richting advies en kennispartner. “De markt
verandert”, zegt Myrthe. “En wij bewegen mee.”
De rol van kennis en advies
Technologische ontwikkelingen spelen een steeds grotere
rol. Denk aan de overgang van 2D- naar 3D-ontwerpen en
de opkomst van AI. Toch zien beide directeuren technologie
vooral als ondersteuning, niet als vervanging. “Het idee dat alles
goedkoper wordt door AI is een illusie”, zegt Myrthe. “Je hebt
nog steeds mensen nodig die controleren en beoordelen.”
Juist daar ligt volgens hen de kracht van hun organisatie: kennis
en advies. “Onze meerwaarde zit niet alleen in tekenen”, zegt
Kayleigh. “Maar in het begrijpen van wat er nodig is en het
16
Een onzichtbare, maar onmisbare sector
Tot slot willen ze vooral één misverstand wegnemen: dat hun
werk vanzelfsprekend is. “Mensen staan er meestal niet bij stil”,
zegt Kayleigh. “Totdat de straat openligt.” Volgens Myrthe zit
daar precies de uitdaging. “Het lijkt misschien simpel, leidingen
voor warmte, water en energie, maar daarachter zit een hele
complexe puzzel. En die wordt alleen maar ingewikkelder.”
Juist in die toenemende complexiteit ligt de essentie van het
vak: iedereen vindt warmte, water en energie belangrijk en
vanzelfsprekend, maar niemand wil het zien in hun dagelijks
leven of in hun woning. Alles moet weggewerkt worden
en dat is een uitdaging. Een opgave die vraagt om kennis,
samenwerking en steeds slimmere oplossingen.
׉	 7cassandra://BG-l7EvdGZ4cQXgi3AYjyxTih7fOxIYScEQu2Hp8gosP`  j\^D^]׉E	PIPELINER IN BEELD
De bouwplaats als
beste leerschool
In gesprek met Tom van Espen, construction manager bij Denys
Voor Tom van Espen (28) was de keuze voor een
carrière in de techniek bijna vanzelfsprekend.
Opgegroeid in een familie vol ingenieurs, lag een
studie in die richting voor de hand. Inmiddels werkt
hij als construction manager bij Denys en is hij
betrokken bij de aanleg van belangrijke CO₂- en
waterstofleidingen in België. Tegelijkertijd volgt hij de
Master of Pipeline Technology bij Habeo+. “Techniek
bepaalt wat mogelijk is, maar economie bepaalt
uiteindelijk wat er gerealiseerd kan worden.”
Ingenieur in hart en nieren
Tom groeide op in Haacht, nabij Leuven. “Ik kom
uit een echte ingenieursfamilie”, vertelt hij. “Mijn
grootvader, mijn vader, mijn ooms en zelfs enkele
neven zijn allemaal ingenieur. Dan krijg je de interesse
voor techniek bijna vanzelf mee.” Na zijn middelbare
school, ging hij studeren aan de KU Leuven. Daar
behaalde hij eerst een master Bouwkunde. Tijdens
die studie ontdekte hij dat naast techniek ook de
economische kant van projecten een grote rol
speelt. “Je kan technisch gezien veel realiseren,
maar uiteindelijk bepalen budgetten en economische
keuzes wat er daadwerkelijk gebouwd wordt.” Die
interesse bracht hem ertoe een tweede master te
volgen: Bedrijfseconomie, eveneens aan de KU Leuven.
“Voor mij was het belangrijk om die twee werelden te
combineren. Techniek en economie zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden in onze sector.”
De juiste match
Zijn eerste kennismaking met Denys kwam via een
stage tijdens zijn studie Bouwkunde, bij de afdeling
restauratie en renovatie. Hoewel hij het bedrijf
interessant vond, merkte hij dat dit type werk niet
helemaal bij hem paste. “In restauratie werk je vaak
lang aan kleine details. Er wordt veel tijd en geld
geïnvesteerd, terwijl ik het verschil niet echt zag.”
Na zijn afstuderen ging hij daarom aan de slag bij de
business unit Energy & Waterworks, waar onder meer
pijpleidingen worden gerealiseerd. Dat bleek een
betere match. “Hier zie je duidelijker het resultaat van
je werk. Je bouwt infrastructuur die essentieel is voor
energie en industrie.”
Techniek, organisatie en samenwerking
Sinds zijn start bij de business unit Energy & Waterworks
van Denys heeft Tom verschillende rollen doorlopen. Hij
begon als site engineer, groeide door naar site manager
en werkt tegenwoordig als construction manager.
“Als site engineer zit je meer in de voorbereiding en
technische ondersteuning. 
17
Foto: Denys
j\^D^^j\^D^]בCט   u׉׉	 7cassandra://0MekkwioGes6lh-mqbrREmCrX1LvGRBnJmWu5AVaLDo }`	׉	 7cassandra://DKhFVySqLlK-x22odhZQCkqxsdclf417LY7W-sktU_4 [`׉	 7cassandra://i97D2CVwNwzuFhVoBClfecpddaRTAgdNhxOh8YVG65M\`  j\^D^Ԁ׉E
Foto: Denys
Als site manager geef je dagelijks leiding op de bouwplaats.
En als construction manager krijg je verantwoordelijkheid over
grotere delen van een project of zelfs een volledig project.” In
zijn huidige rol coördineert hij de uitvoering op de bouwplaats:
van het aansturen van teams tot het bewaken van planning,
kwaliteit en veiligheid en het afstemmen met onderaannemers en
projectpartners. “Het is een combinatie van techniek, organisatie
en samenwerking met mensen. Die afwisseling maakt het werk
interessant. Elk project heeft zijn eigen uitdagingen.”
Werken aan het energienet van de toekomst
Momenteel werkt Tom aan twee grote projecten rond de aanleg
van CO₂- en waterstofinfrastructuur in België. Dat soort projecten
spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Een van de
projecten bevindt zich in de haven van Antwerpen. Daar wordt een
stalen leiding van ongeveer 25 kilometer aangelegd. “Daarnaast
zijn we recent gestart met de aanleg van een leiding van ongeveer
35 kilometer tussen de industriële clusters van de havens van
Antwerpen en Gent.”
Binnen deze projecten is Tom verantwoordelijk voor speciale
punten of sleufloze technieken. Daarbij gaat het om ondergrondse
kruisingen waarbij geen sleuf gegraven wordt, maar bijvoorbeeld
horizontaal gestuurde boringen of microtunnelling wordt toegepast.
“Die technieken gebruiken we wanneer we onder wegen,
spoorlijnen of andere infrastructuur moeten kruisen. Dat vraagt
veel voorbereiding en nauwkeurigheid, omdat je onder bestaande
infrastructuur werkt.”
Denys
Denys is een multidisciplinaire
groep gespecialiseerd in water,
energie, mobiliteit, bouwkunde,
restauratie en speciale technieken.
Door deze unieke diversificatie is
Denys een veelgevraagde partner
voor complexe bouwprojecten en
infrastructuurwerken in Europe en
Afrika.
Leren door te doen
Hoewel Tom nog relatief jong is, heeft hij al aan verschillende
projecten gewerkt. In het begin waren dat kleinere projecten, waar
hij veel verschillende aspecten van de aanleg van leidingen leerde
kennen. “Op die kleinere projecten was ik eigenlijk met bijna alle
onderdelen van het proces bezig. Daardoor kreeg ik in een korte
tijd een goed overzicht van hoe een pijpleidingproject in elkaar zit.”
Die brede basis helpt hem vandaag nog steeds. Maar volgens
Tom is er één manier van leren die misschien nog belangrijker is:
samenwerken. “Je leert enorm veel van collega’s, zeker op grote
projecten waar veel disciplines samenkomen. Maar eerlijk gezegd
leer je misschien nog wel het meeste van de mensen op de
bouwplaats zelf. Als je echt tussen de uitvoerende teams staat, zie
je hoe het werk in de praktijk gebeurt. Dat is de beste leerschool.”
18
׉	 7cassandra://i97D2CVwNwzuFhVoBClfecpddaRTAgdNhxOh8YVG65M\`  j\^D^_׉E“Het voelt soms een beetje als één
grote familie. Veel mensen kennen
elkaar, werken vaker samen en zijn
ook trots op wat ze doen.”
Bruikbaar onderzoek
Naast zijn werk volgt Tom momenteel de Master of Pipeline
Technology bij Habeo+. Hij zit in het laatste jaar van de opleiding.
Het idee om de studie te volgen kwam vanuit zijn werkgever.
Binnen Denys hebben meerdere collega’s de opleiding al
gevolgd. “Mijn leidinggevende stelde het voor en ik wist dat
andere collega’s er goede ervaringen mee hadden. Het leek me
meteen interessant.”
Voor zijn thesis onderzoekt hij hoe risico’s, planning en kosten
van projecten beter met elkaar gekoppeld kunnen worden. Dat
onderwerp komt rechtstreeks voort uit zijn dagelijkse werk.
“In de praktijk veranderen planningen vaak. Soms wekelijks of
zelfs dagelijks. Maar de kosten worden dan niet altijd opnieuw
volledig doorgerekend. Vaak wordt alleen naar de directe
kosten gekeken en minder naar de indirecte gevolgen.” In zijn
onderzoek probeert hij via een casestudie inzichtelijk te maken
hoe risico’s en veranderingen in planning beter gekoppeld
kunnen worden aan de projectkosten. “Als je planning en kosten
beter met elkaar verbindt, kan dat helpen om bewuster keuzes te
maken tijdens een project. Je krijgt sneller inzicht in de financiële
impact van wijzigingen.” Het doel is dat zijn onderzoek ook echt
bruikbaar is voor de sector. “Ik wilde geen studie doen die in een
kast verdwijnt. Het moet iets zijn waar projecten meteen iets aan
hebben.”
De toekomst onder de grond
Volgens Tom bevindt de pijpleidingsector zich op een interessant
kantelpunt. Enerzijds hebben projecten te maken met lange
vergunningsprocedures en beroepsprocedures die de
planning flink kunnen vertragen. Ook zorgt onzekerheid rond
regelgeving en beleid – bijvoorbeeld rond waterstof en CO₂ –
er soms voor dat investeerders terughoudend zijn om nieuwe
infrastructuurprojecten op te starten.
Tegelijkertijd ziet hij dat juist de huidige geopolitieke situatie het
belang van betrouwbare energie-infrastructuur onderstreept.
Bovengrondse installaties kunnen kwetsbaar zijn, terwijl
ondergrondse transport via pijpleidingen vaak een veilige,
efficiënte en betrouwbare oplossing biedt. “Pijpleidingen zijn
vaak de meest efficiënte manier om grote hoeveelheden energie
of grondstoffen te transporteren. Dat maakt dat onze sector een
belangrijke rol speelt in de toekomstige energievoorziening.”
Juist daarom, benadrukt hij, blijft het belangrijk dat kennis en
ervaringen binnen de sector gedeeld worden.
Een hechte sector
Wat volgens Tom de pijpleidingsector het meest typeert, is de
cultuur binnen de branche. “Het is een sector waar je zowel
op kantoor werkt als buiten op de bouwplaats staat. En waar
samenwerking heel belangrijk is. Het voelt soms een beetje als
één grote familie. Veel mensen kennen elkaar, werken vaker
samen en zijn ook trots op wat ze doen.”
Voor Tom ligt de komende jaren de focus op verder
groeien in zijn rol. Op termijn wil hij doorgroeien richting
projectmanagement en betrokken zijn bij grotere en complexere
projecten. “Ik wil blijven leren en mezelf blijven uitdagen”, zegt
hij. “Het geeft veel voldoening om samen met een team iets neer
te zetten dat echt impact heeft.”
BIG NXT30
19
19
Foto: Denys
j\^D^`j\^D^_בCט   u׉׉	 7cassandra://L68sQQlnV0jzFqYP_yxPOgRJVC7Iil2ItwYSfTfySsI _j`	׉	 7cassandra://VzbxFoWJCRazTtXVTGWtfTrdiSPgt74_MQVWpeA2DI4 `׉	 7cassandra://X7Wo7Wl-0hmo0OtebbAhE5kkGOTUGI5fkp4UnRI3BxYO`  j\^D^Ԃ׉EIn gesprek met Chris Westmaas (projectengineer A.Hak) en
Myrthe van Voskuijlen-Geers (directeur Amsterdam Engineering)
Foto: Amsterdam Engineering
Slimmer samenwerken
in complexe hoogbouw
De hoogbouw in Nederlandse steden verandert razendsnel. Waar gebouwen vroeger
relatief rechttoe rechtaan waren, zien we nu steeds complexere ontwerpen: torens
die draaien, verspringende verdiepingen, gemengde functies met wonen, werken en
horeca. Architectonisch indrukwekkend, maar onder de motorkap brengt het nieuwe
uitdagingen met zich mee. Zeker als het gaat om inpandige warmte- en koudeleidingen.
Volgens Myrthe van Voskuijlen-Geers, directeur bij Amsterdam Engineering en Chris
Westmaas, projectengineer bij A.Hak, vraagt die toenemende complexiteit om een
andere manier van samenwerken. “De traditionele werkwijze schiet simpelweg tekort”,
zegt Chris. “Het is wenselijk dat we veel eerder met elkaar aan tafel zitten.”
20
׉	 7cassandra://X7Wo7Wl-0hmo0OtebbAhE5kkGOTUGI5fkp4UnRI3BxYO`  j\^D^a׉EbComplexe gebouwen, beperkte ruimte
De complexiteit begint bij de gebouwen zelf. In grote
steden is ruimte schaars en duur, waardoor elke vierkante
meter optimaal wordt benut. Appartementen worden
kleiner, functies worden gestapeld en installaties moeten
in steeds minder ruimte worden ingepast. “Vroeger
had je vaak vrij eenvoudige gebouwen: recht omhoog,
met installaties die logisch boven elkaar zaten”, vertelt
Myrthe. “Nu zie je torens die draaien of verspringen. Dat
ziet er prachtig uit, maar maakt het voor ons een stuk
ingewikkelder.”
De complexiteit zit niet alleen in de vorm van het gebouw,
maar ook in de techniek. Warmte- en koudeleidingen zijn
bijvoorbeeld veel minder flexibel dan andere installaties.
“Je kunt ze niet zomaar even om een hoekje leggen”,
legt Chris uit. “Ze hebben ruimte nodig, moeten volgens
bepaalde eisen worden aangelegd en moeten ook nog
toegankelijk blijven voor onderhoud.” Daar komt bij dat
in moderne gebouwen steeds vaker meerdere systemen
samenkomen: verwarmen, koelen, ventilatie, elektra. “Alles
moet ergens een plek krijgen”, zegt Myrthe. “En dat terwijl
de ruimte juist steeds beperkter wordt.”
Hoe het nu vaak gaat
Ondanks die toenemende complexiteit verloopt het
ontwerpproces in de basis nog vaak op dezelfde manier
als jaren geleden. Een installatieadviseur maakt in
opdracht van de bouwer een eerste ontwerp voor het
leidingtracé. Dat vormt het uitgangspunt voor de verdere
engineering. Pas later in het proces worden andere
partijen, zoals de aannemer of het ingenieursbureau,
betrokken. “En daar gaat het vaak mis”, zegt Chris.
“Want dat eerste tracé is meestal bedacht vanuit één
perspectief: dat van de bouwer of installateur. Er wordt
nog onvoldoende gekeken naar uitvoerbaarheid of
onderhoud.”
De bouwer wil het gebouw zo efficiënt en kosteneffectief
mogelijk realiseren. De installatieadviseur denkt vanuit het
De sleutel: eerder samenwerken
Volgens beiden is de oplossing duidelijk: zorg dat de juiste
partijen eerder in het proces betrokken worden. “Het liefst
al in de ontwerpfase, of zelfs daarvoor”, zegt Myrthe. “Op
het moment dat de eerste ideeën ontstaan over hoe een
gebouw eruit gaat zien en hoe de installaties lopen.” Door
die vroege betrokkenheid kunnen belangrijke vragen
eerder worden gesteld. Is het tracé uitvoerbaar? Blijft alles
bereikbaar? Voldoet het aan de eisen van de beheerder?
“Je hoeft niet alles meteen op te lossen”, zegt Chris.
“Maar als je vroeg het gesprek aangaat, plant je wel een
zaadje. Mensen gaan anders nadenken en houden eerder
rekening met de consequenties.” 
ontwerp en de installatietechniek. De leidingbeheerder
kijkt juist naar de lange termijn: onderhoud, veiligheid
en betrouwbaarheid. En de aannemer kijkt naar de
uitvoerbaarheid. “Die belangen lopen helaas niet gelijk”,
zegt Chris. “Een bouwer wil een project opleveren, daarna
is het voor hem klaar. Maar een leidingbeheerder moet
er nog vijftig jaar bij kunnen.” Het gevolg: plannen die
op papier logisch lijken, maar in de praktijk niet werken.
Leidingen die niet passen, ruimtes die niet bereikbaar
zijn of oplossingen die technisch wel kunnen, maar niet
wenselijk zijn op de lange termijn. “Dan kom je in een
situatie waarin je zaken moet aanpassen”, vult Myrthe aan.
“En dat gebeurt vaak laat in het proces, soms zelfs tijdens
de uitvoering. Dat kost tijd, geld en energie.”
“Vroeger had je vaak vrij
eenvoudige gebouwen: recht
omhoog, met installaties die logisch
boven elkaar zaten. Nu zie je torens
die draaien of verspringen. Dat ziet
er prachtig uit, maar maakt het voor
ons een stuk ingewikkelder.”
MYRTHE VAN VOSKUIJLEN-GEERS
21
j\^D^bj\^D^aבCט   u׉׉	 7cassandra://KExRq1M-xoiH0mY6DrJIx0yE8ydXLVotI6H48jhheVU r`	׉	 7cassandra://coE3scH7JVjwPOwyOBW2jOsW-J9mCjdJHNQBOsej5xE8`׉	 7cassandra://MLkqF3sfdxdXkJNiwYpIYmZw7O__FhEBM2t6oBH8x0MFR`  j\^D^Ԅנj\^D^Ԑ ̺9ׁH  http://www.bigleidingen.eu/ledenׁׁЈנj\^D^ԏ P]
9ׁHhttp://www.sterk.euׁׁЈנj\^D^ԍ ̔9ׁHhttp://www.dte-engineers.nlׁׁЈ׉EIn de praktijk zien ze dat dit gelukkig steeds vaker gebeurt, bijvoorbeeld bij
grote projecten in steden als Amsterdam. “We worden vaker gevraagd om
mee te kijken in een vroeg stadium”, zegt Myrthe. “En dat levert echt betere
ontwerpen op.”
Wat levert het op?
De voordelen van eerder samenwerken zijn onder andere dat er
realistischere ontwerpen worden gemaakt; tracés worden niet alleen
ontworpen vanuit esthetiek of gemak, maar ook vanuit uitvoerbaarheid en
onderhoud. Daarnaast wordt de doorlooptijd korter. “Je voorkomt dat je
later dingen moet aanpassen”, zegt Chris. “Dat scheelt enorm veel tijd.”
Ook financieel is het aantrekkelijk. Hoewel het inschakelen van extra
partijen in een vroeg stadium geld kost, verdient dat zich vaak terug. “De
kosten van al die aanpassingen achteraf zijn veel hoger”, aldus Myrthe. En
misschien wel het belangrijkste: de kwaliteit van het eindresultaat wordt
beter. “Je bouwt iets dat niet alleen werkt bij oplevering, maar ook daarna,”
zegt Chris.
Foto: Amsterdam Engineering
Myrthe van Voskuijlen-Geers
Myrthe van Voskuijlen-Geers (39) is directeur bij
Amsterdam Engineering. Met een bouwkundige
achtergrond startte zij ruim elf jaar geleden als
junior engineer en groeide door tot projectleider.
Sinds 2025 maakt zij deel uit van de directie.
Naast haar directietaken werkt zij nog actief aan
projecten, met een focus op inpandige warmteen
koude-installaties in complexe hoogbouw.
Waarom gebeurt het nog niet standaard?
Toch is een vroege samenwerking met alle partijen nog geen
vanzelfsprekendheid. Dat heeft verschillende oorzaken. Een belangrijke
factor zijn aanbestedingsregels, die het niet altijd toestaan om aannemers
vroegtijdig te betrekken. “Soms wil een opdrachtgever ons er wel bij
hebben, maar mag het simpelweg niet in de eerste fase van het traject”,
zegt Chris.
Daarnaast speelt contractvorming een rol. Afspraken die in een vroeg
stadium worden gemaakt, worden niet altijd goed vastgelegd. “Dan kom
je later in het proces en zegt iemand: het staat niet in het contract, dus
we doen het anders”, legt Myrthe uit. Ook wisselingen in teams kunnen
problemen veroorzaken. Mensen die later aansluiten, zijn niet altijd op de
hoogte van eerdere keuzes. “Dan begin je soms weer opnieuw”, zegt Chris.
Chris Westmaas
Chris Westmaas (47) is projectengineer bij A.Hak
en heeft bijna 25 jaar ervaring in de kabel- en
leidingenbranche. Hij vervulde uiteenlopende
rollen, van uitvoering en werkvoorbereiding tot
calculatie en engineering. In zijn huidige functie
richt hij zich op de verbinding tussen ontwerp en
uitvoering, met een sterke focus op technische
haalbaarheid en praktische toepasbaarheid.
22
Naar een nieuwe standaard
Om echt stappen te maken, is volgens beiden dus belangrijk om niet alleen
eerder samen aan tafel te zitten, maar vooral ook dat afspraken beter
vastgelegd worden. “Je moet zorgen dat kennis en afspraken door het
hele proces heen worden geborgd”, zegt Myrthe. “Van de eerste schets
tot en met de uitvoering.” De ontwikkelingen in de bouwsector maken die
verandering noodzakelijk. Nieuwbouwlocaties worden schaarser, projecten
complexer en de druk op ruimte en middelen groter. “De tijd van simpele
oplossingen ligt achter ons”, zegt Myrthe. “Als we dit goed willen doen,
moeten we het samen doen en vooral eerder beginnen.”
׉	 7cassandra://MLkqF3sfdxdXkJNiwYpIYmZw7O__FhEBM2t6oBH8x0MFR`  j\^D^c׉EBIG wordt BIGGER
BIG is weer een nieuw lid rijker! Wij heten DTE Engineers
en Sterk BV van harte welkom!
DTE Engineers
DTE Engineers is specialist in ontwerpen voor sleufloze technieken en de aanleg van kabels
en leidingen. Sinds de oprichting in 2015 heeft het bedrijf een solide portfolio opgebouwd
en een loyale klantenkring aan zich weten te binden. Met diepgaande kennis en technisch
vernuft is DTE Engineers een betrouwbare kennispartner binnen dit specialistische
vakgebied. Opdrachtgevers kunnen rekenen op doordachte, robuuste ontwerpen die
zorgen voor een soepele voorbereiding én uitvoering van projecten.
Ga voor meer info naar www.dte-engineers.nl
Sterk BV
Sterk is actief in de grond-, weg- en waterbouw en gespecialiseerd in funderingstechnieken,
damwanden, leidingwerk en waterbouwkundige constructies. Met een modern
machinepark en een praktische aanpak realiseren ze uiteenlopende projecten in Nederland
en daarbuiten. Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid staan daarbij centraal. Binnen de
projecten van Sterk zetten ze zich steeds meer in op duurzaam werken en de verdere
elektrificatie van het machinepark.
Ga voor meer info naar www.sterk.eu
Meer weten over de diensten van onze leden?
Check onze website: www.bigleidingen.eu/leden
23
j\^D^dj\^D^cבCט   u׉׉	 7cassandra://jaMUqxQL5Zje-dgnoWX11S0wCFDodcx_bkGI7Tys53U u`׉	 7cassandra://AyaUSmTIt0ES3b6be6Gj8nh4RhlbYu_POk7D3dpZ2GA͠`׉	 7cassandra://dt17rSr1TKjxMCaVhqJ8iOXKCmn5vf2LKDYttP0oAKk4F`  j\^D^Ԇנj\^D^Ԏ <9ׁH #mailto:communicatie@bigleidingen.euׁׁЈנj\^D^Ԍ ^c9ׁHhttp://www.mail-succes.nlׁׁЈנj\^D^ԋ ^m̃9ׁHhttp://www.brutcommunicatie.nlׁׁЈנj\^D^Ԋ ^1[9ׁHhttp://www.talkabout.nuׁׁЈנj\^D^ԉ ^̟
9ׁH #mailto:communicatie@bigleidingen.euׁׁЈנj\^D^Ԉ ^ׁk
9ׁHhttp://www.bigleidingen.euׁׁЈ׉EDe redactie
Jacqueline Hoogervorst
Uitvoerend secretaris,
BIG
Lode Maesen
Expert Strategie & BD,
Fluvius
Frederick de Sutter
Senior Productmanager,
FARYS
Maren Lipplaa
Tekenaar & Constructeur,
Amsterdam Engineering
Beau Baens
Construction Manager,
Denys
Colofon
Dit magazine is een uitgave van BIG in Pipelines.
BIG-redactie
Postbus 537,
5140 AM Waalwijk, Nederland
www.bigleidingen.eu
communicatie@bigleidingen.eu
Tel.: +31 (0)85 40 00 252
Tekst, coördinatie en vormgeving
TALK ABOUT PR & communicatie
www.talkabout.nu
Grafisch concept
Brût Communicatie
www.brutcommunicatie.nl
Drukwerk:
Mail Succes
www.mail-succes.nl
10 jun. 2026
17 sep. 2026
22 okt. 2026
12 nov. 2026
BIG Dag en ALV
BIG Najaarsbijeenkomst
BIG Jongerenevent
BIG Excursie
Disclaimer: data kunnen mogelijk nog wijzigen.
2026
Evenementen
Heb je vragen, wil je reageren of input aanleveren?
Neem contact op met onze redactie via communicatie@bigleidingen.eu
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde
gegevensbestanden of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
/bigleidingen
/buisleiding-industrie-gilde/
׉	 7cassandra://dt17rSr1TKjxMCaVhqJ8iOXKCmn5vf2LKDYttP0oAKk4F`  j\^D^e׈Ej\^D^fj\^D^e) !BIG-Magazine nummer 23, juni 2026jԛS