׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://4-AboOXbrLr72MrKk2I7lPtqomRg7TGMIhcevS6CwE0 L`׉	 7cassandra://2e-s45voiDPbp8HAuR_gaXpvvm7IDaMRiFUB7ohTYzs͖`S׉	 7cassandra://fSkGH0QpGUu606jUyBQKniBOyh-rNmm6e1jos3MU4H404`̵ ׉	 7cassandra://DjiZCPz8eaP-TYDEbmL_hE7dia-FAslget2ltAlVTIE 	c͠\n䰲נ\n䰲ہ a9׉H +http://www.publieksdiensten.nl/ingovernmentGׁׁrנ\n䰲܁ &9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲݁ O̛9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲ށ DO̜9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲߁ KR̙9 ׉SG
ׁׁr׈E\n䰲׉EjinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
september 2018
gebruiker centraal
internetombudsman
blockchain
online communicatie
legal delta
samen organiseren
klantreis
online communicatie
common ground
smart city
Kunnen gemeenten
Common Ground
samen organiseren?
legal delta
agenda digitale ove
klantreis
Legal Delta biedt
ecosysteem voor
technologie, recht
en bestuur
Welke prioriteiten
stelt de Agenda
Digitale Overheid?
klantreis
informatiesamenleving
agenda digitale overheid
nl digibeter
blockchain
fieldlab dienstverlening
nl digibeter
serviceformules
smart city
samen organiseren
fieldlab
smart city
׉	 7cassandra://fSkGH0QpGUu606jUyBQKniBOyh-rNmm6e1jos3MU4H404`̵ \n䰲\n䰲{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YLYP_t-wpnaJ1LVX38Cudv0XZLFX4d99tzuPlrakfL4 1`׉	 7cassandra://6XCvDI9Q7um6aqBuB7tMibEmhoucYRf9A0B2EtGzgaIU`׉	 7cassandra://e94EpO_YxFtZyBdJFpL0mWWEv5KHOY-Tst7SHq-lhcU7`j ׉	 7cassandra://-Dkn7L9h6upsPGmIcDe3kUwQhMnVieLdX1lBwmfK_Lo bv̦͠	\n䰲נ\n䰲 X=̥9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 X=̍9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 X[?̅9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 X<̐9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 Xz<̌9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 V9̖9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 V9̕9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 ̄9 ׉S	G
ׁׁrנ\n䰲 9 ׉S
G
ׁׁrנ\n䰲 ̭9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 =}.9 ׉SG
ׁׁr׉E
inhoud
03
redactioneel
Aandacht
De aandacht erbij houden is voor organisaties een hele opgave. Aandacht is schaars en
om focus aan te brengen moeten volgens Otto Thors echte keuzes worden gemaakt.
Hoe organiseer je focus in een organisatie?
interview
04
Agenda Digitale Overheid
Met de Agenda Digitale Overheid, oftewel ‘NL DIGIbeter’, geeft het kabinet invulling
aan het voornemen uit het regeerakkoord om een ambitieuze, brede agenda voor de
verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus tot stand te
brengen. Waarin verschilt deze nieuwe agenda van voorgaande visies? inGovernment
ging in gesprek met Katja Verhulst.
06
interview
Den Haag zoekt internationale internetombudsman
Onder de noemer ‘Legal Delta’ wil de gemeente Den Haag – ‘internationale stad van
vrede en recht’ – samen met kennisinstellingen en bedrijfsleven een nieuw ecosysteem
neerzetten op het gebied van technologie, recht en bestuur. Ook moet de gemeente
onderdak bieden aan een internationale internetombudsman. inGovernment in gesprek
met wethouder Saskia Bruines.
gebruiker centraal
09
Neem dienstverlening serieus
Tachtig procent van wat we bij de overheid doen, draait om dienstverlening. Edo Plantinga
vraagt zich af of de Agenda Digitale Overheid (ADO) dit voldoende onderkent. En nemen
we het ontwikkelen van gebruiksvriendelijke dienstverlening wel serieus genoeg?
10
artikel
Vertaal de klantreis in serviceformules
Een serviceformule geeft aan welke dienstverlening burgers en ondernemers wensen
op basis van een specifieke klantvraag. De gemeente Hengelo heeft vijf van die serviceformules
ontwikkeld en wil dit initiatief met zo veel mogelijk andere gemeenten
delen.
artikel
12
Dimpact wil Common Ground versnellen
De leden van Dimpact hebben het gedachtegoed van Common Ground tot onderdeel
gemaakt van hun strategische koers. René Bal, Claudia Vermeulen en Hugo ter Doest
leggen uit waar Dimpact innovatiekansen ziet voor de publieke dienstverlening en hoe
zij de Common Ground-beweging verder willen versterken.
14
interview
Common Ground als leidraad voor verandering
Constance Boogers is chief information officer en hoofd ontwikkeling Informatisering
en Automatisering bij de gemeente Nijmegen. Als lid van de Taskforce Samen Organiseren
streeft ze ernaar om vakgenoten online te betrekken bij de vernieuwing van de digitale
overheid.
opinie
17
Fieldlab Dienstverlening
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging Directeuren Publieksdiensten
organiseren eind september in Zwolle een Fieldlab Dienstverlening. Belangrijke
vraag: hoe ontwikkelt de gemeentelijke dienstverlening zich de komende jaren?
Jan Fraanje licht dit initiatief toe.
09
10
12
14
17
04
06
׉	 7cassandra://e94EpO_YxFtZyBdJFpL0mWWEv5KHOY-Tst7SHq-lhcU7`j \n䰲׉EYinhoud
re d a ction e e l
artikel
aandacht
18
Platform Forus brengt
blockchainoplossing
stap dichterbij
Als repetitief werk wordt geautomatiseerd
is er meer tijd over voor mensgericht
maatwerk. De gemeente Zuidhorn
zet met Platform Forus een eerste stap naar het
volledig automatiseren van aanvraag, toekenning en
afhandeling van het Kindpakket. Sofie Berns vertelt hoe
dit platform is opgezet en hoe het wordt toegepast.
18
20
artikel
De mens centraal
De burger informeren met op maat gesneden
informatie die hij snapt en waarbij
hij centraal staat – dat is in het kort
de kern van het programma Mens Centraal.
Dit nieuwe interbestuurlijke programma
wil ruimte creëren om initiatieven samen
te brengen, aan elkaar te verbinden, kennis te delen en
de onderlinge banden te versterken. Een bijdrage van
Kristel Dirkx en Han Rouw.
22
xander jongejan
Alles is taal
Xander Jongejan wil ons iets duidelijk
maken. Dat doet hij met zwarte tekens
die hij in een bepaalde volgorde zet. Een
poëtische benadering van een alledaags
informatieprobleem.
23 colofon
Ben je er de afgelopen zomervakantie in geslaagd om je
zinnen te verzetten? Heb je eindelijk dat boek gelezen of
die lastige klus afgemaakt? Het is misschien een rare
vraag, maar zeker nu je met je smartphone in heel Europa
data kan roamen, is het moeilijk om los te komen van ingesleten
routines. Even tussendoor je e-mail checken, een
bericht posten of een like uitdelen. Onderzoekers spreken
al van een aandachtscrisis: door de enorme fragmentatie
van informatie in het digitale tijdperk zijn we bijna verleerd
om ons zelf voor langere tijd echt te focussen op
een taak. Zeker als die taak een beetje saai is, want dan
vluchten we even in onze telefoon voor wat afleiding. En
dat loont direct want je appjes zijn zo ontwikkeld dat er
telkens iets nieuws te beleven valt als je terugkomt. De
aandachtseconomie draait op volle toeren.
20
22
De aandacht erbij houden is ook voor organisaties een hele
opgave. Hoe organiseer je focus in een organisatie? Het
vergt een delicaat samenspel tussen mensen die naar
buiten kijken (wat komt er op ons af) en mensen die dat
vertalen (wat gaan we daarmee doen). Om naar buiten te
kijken moet je op zijn minst een beetje geïnteresseerd zijn
in wat er om je heen gebeurt en onderscheid kunnen
maken tussen hoofd- en bijzaken. Om de vertaling te
maken richting de organisatie ligt afleiding op de loer in
de vorm van complexe processen en afhankelijkheden die
vertragingen kunnen veroorzaken. Het omzeilen van deze
interne afleiding vergt durf en stuurmanskunst. Zeker nu
steeds meer overheden de innovatie samen organiseren.
Samenwerking daagt het leiderschap binnen organisaties
uit. Hoe houd je grip op nieuwe ontwikkelingen en zicht
op je partners, zonder daarbij je eigen organisatie uit het
oog te verliezen? Aandacht is schaars, om focus aan te
brengen moeten echte keuzes worden gemaakt.
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid.
Niet een overheid die alles zelf doet en zich beroept
op vanzelfsprekend gezag. Wel een overheid die in
gezond contact staat met burgers en bedrijven. Een overheid
die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en
innovatie. inGovernment is het multimediale platform
voor de digitale overheid. Naast verhalen over dienstverlening,
digitalisering en gegevensmanagement wordt
aandacht besteed aan actuele thema’s zoals smart city’s,
blockchain en samen organiseren. We bieden naast
praktijkervaringen ook ruimte voor opinie en reacties.
Are you in?
Tijdens het Fieldlab Dienstverlening dat eind september
plaatsvindt hebben de deelnemers een week (!) de tijd om
ongestoord te werken aan de dienstverlening van de toekomst.
De organisatie wil koers zetten naar een nieuwe
digitale overheid die de mens centraal stelt. De verwachtingen
zijn hooggespannen, al was het maar omdat hiermee
de proef op de som wordt genomen van de beleidsmatig
bepleite vrije experimenteerruimte. Dat moet dan
wel iets opleveren natuurlijk! Nu maar
hopen dat de deelnemers zich niet
laten afleiden maar hun aandacht
erbij houden.
Otto Thors is hoofdredacteur
van inGovernment en zelfstandig
adviseur dienstverlening en
digitalisering @Thorsius
\n䰲ā\n䰲Á{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rRMU9Jc1XFpCJLH5WasOArb4v5IZwfzKgq9CdndjxXY :'` ׉	 7cassandra://v5kNxrer7BPyFvYjIqYr-EEyUhG4VSzCxSD0ZvnQnNMn`׉	 7cassandra://5GF09udm1JypZrIBWTwpMMqCHQAT3d3cgU5yivrJC5k3`j ׉	 7cassandra://SeX5mvUGBTjEHjz73Tz0QOmCGglMi7fusGnFNsIVEcw ,͠	\n䰲נ\n䰲 Djh̓9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	9ׁH +http://www.digitaleoverheid.nl/nldigibeter.ׁׁЈ׉Einterview
agenda digitale overheid
hoe wordt nederland digibeter?
Vlak voor het zomerreces verscheen de Agenda Digitale Overheid met als titel ‘NL DIGIbeter’.
Daarmee geeft het kabinet invulling aan het voornemen uit het regeerakkoord om een
ambitieuze, brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op
verschillende niveaus tot stand te brengen. Waarin verschilt deze nieuwe agenda van
voorgaande visies? inGovernment ging in gesprek met Katja Verhulst, plaatsvervangend
directeur Informatiesamenleving en Overheid bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Waarin verschilt NL DIGIbeter met eerdere visies van de
Rijksoverheid?
Verhulst: ‘Deze agenda staat natuurlijk niet op zichzelf. De
Nederlandse Digitaliseringsstrategie – Nederland Digitaal
– is een kabinetsbrede strategie voor álles wat met digitalisering
te maken heeft. Onze Agenda Digitale Overheid
richt zich daarbinnen specifiek op de overheid en haar digitale
contact met burgers en ondernemers. Het mooie van
deze agenda is, dat het een agenda van alle overheden gezamenlijk
is en ook de verbinding legt met belangrijke publieke
en private partners. Qua prioriteiten is het duidelijk
dat deze agenda zeer actiegericht is. Het is niet alleen een
visie, maar vooral ook een overzicht van wat we gaan doen.
Deze agenda bevat de uitgangspunten en acties om de ambities
van de overheid daadwerkelijk te realiseren. We
weten dat de ontwikkelingen op het gebied van digitalisering
razendsnel gaan. Daarom is deze agenda nadrukkelijk
een startdocument en niet in beton gegoten. De prioriteiten
liggen daarbij op vier hoofdvlakken: investeren in innovatie;
beschermen van grondrechten en publieke waarden;
toegankelijk en begrijpelijke diensten voor iedereen;
en persoonlijke dienstverlening.’
Op welke manier is er verder gebouwd op de inzichten uit
het rapport Maak Waar!
‘Het rapport Maak Waar! is opgesteld door de studiegroep
Informatiesamenleving en Overheid. Dit was een in 2016
door het vorige kabinet ingestelde studiegroep van topambtenaren,
wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven,
die in april 2017 haar eindrapport Maak Waar!heeft opgeleverd.
Sinds maart 2017 hebben we een nieuw kabinet
en voor het eerst ligt de verantwoordelijkheid voor de digitale
overheid bij één bewindspersoon, de staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De uitgangspunten
van Maak Waar!en de nieuwste inzichten uit
een reeks gesprekken met onder andere uitvoerders, wetenschap
en het bedrijfsleven zijn in de Agenda Digitale
Overheid vertaald naar actielijnen.’
4
Waarin verschilt de aanpak van de zogeheten Gideonsbende
van de staatssecretaris ten opzichte van een klassiek programmateam?
‘Staatssecretaris
Raymond Knops heeft in de Tweede Kamer
de Gideonsbende aangeduid als een “club dynamische,
jonge ambtenaren die de wereld van buiten en de wereld
van binnen de overheid met elkaar gaan verbinden”. Ze zijn
niet allemaal heel jong, maar ze zijn in ieder geval jong van
geest. Deze club helpt de staatssecretaris actief om op verschillende
onderdelen van de digitale overheid met out-ofthe-box-innovaties
en oplossingen te komen. Dat doen ze
niet in een ivoren toren aan de Haagse Turfmarkt, maar dat
doen ze door in contact te treden met mensen, organisaties
en bedrijven buiten de muren van het ministerie. Deze
groep richt zich op thema’s als innovatie, start-ups en
blockchaintechnologie, en werkt vooral vanuit het perspectief
hoe we dingen slimmer in de markt kunnen zetten.’
qua prioriteiten is het duidelijk dat
deze agenda zeer actiegericht is
Hoeveel ambitie mag de digitale overheid hebben, als we
bedenken dat falende ICT-projecten aan de orde van de dag
zijn?
‘We zijn in Nederland erg goed om onze eigen ambities te
matigen door te benadrukken hoe het in het verleden mis
is gegaan. We moeten juist lessen trekken uit onze fouten
in het verleden. We zullen als overheid realistisch moeten
zijn en moeten accepteren dat we werken in een hoger
tempo dat aansluit bij de ontwikkelingen van deze tijd. ICT
is hierbij al lang niet meer iets dat je in grote projecten bij
de IT-afdeling gaat neerleggen. De complexiteit van de
vraagstukken vraagt dat we als overheden gezamenlijk én
met leiderschap verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen
van maatschappelijke vraagstukken door middel van
nieuwe technologie. Digitalisering is meer dan bedrijfsvoering,
het is een onderwerp voor op de bestuurstafels.’
׉	 7cassandra://5GF09udm1JypZrIBWTwpMMqCHQAT3d3cgU5yivrJC5k3`j \n䰲׉E
digitalisering is meer dan
bedrijfsvoering, het is een
onderwerp voor op de
bestuurstafels
Gaat de Agenda Digitale Overheid een speelveld creëren
waarin de Rijksoverheid, mede-overheden en private partijen
beter samenwerken?
Hoe wordt in de Digitale Agenda gekeken naar veranderen,
experimenteren en fouten maken?
‘In de Agenda Digitale Overheid, NL DIGIbeter, worden
twee lijnen geschetst. Enerzijds wordt de basisinfrastructuur
op orde gebracht. We hebben in Nederland een goede
basisinfrastructuur met voorzieningen als DigiD en MijnOverheid,
waar we internationaal gezien best trots op
mogen zijn. We werken aan standaarden, afsprakenstelsels
en basisregistraties die een solide basis vormen om samen
met maatschappelijke partners onze overheid te verbeteren.
Aan de andere kant moeten we als overheid ook innoveren.
De maatschappij stelt steeds hogere verwachtingen
aan de overheid waar het gaat om digitale voorzieningen en
dienstverlening. Innoveren kunnen we als overheid in
onze huidige maatschappij niet meer alleen. Samen met de
markt en de wetenschap, via start-ups, en ook in andere
creatieve vormen van samenwerking gaan we oplossingen
zoeken. Door te experimenteren en te innoveren willen we
de dienstverlening aan burgers en ondernemers verbeteren,
en moeten we niet bang zijn om risico’s te nemen. Dit
nemen van risico’s en het durven experimenteren met
nieuwe technologie vereist soms nieuwe kennis van onze
ambtenaren. Om dit te bevorderen is bijvoorbeeld de Rijksacademie
voor Digitalisering en Informatisering Overheid
opgericht en wordt er onder topambtenaren gewerkt aan
het verbeteren van de IT-kennis.’
‘Mensen verwachten dat ze niet meer van het kastje naar de
muur gestuurd worden. We zetten in op een overheidsbrede
aanpak om ervoor te zorgen dat wat mensen verwachten
in hun contact met de overheid – gemak, vertrouwen en
een persoonlijke benadering – centraal staat. Daartoe werken
we aan gemeenschappelijke uitgangspunten en afspraken:
de interactiestrategie, noemen we dit. Hiernaast zorgen
we dat overheidsdienstverlening van verschillende
overheden steeds meer in één herkenbare stijl wordt aangeboden.
We noemen dit ‘integrale dienstverlening’. Tot
slot is de agenda tevens een open uitnodiging aan partijen
om mee te doen. Wij zoeken als overheid nadrukkelijk en
actief de samenwerking op met wetenschap, ondernemers
en maatschappelijke organisaties. Dit doen we om problemen
op te lossen en van elkaar te leren, en vooral door met
elkaar het gesprek te voeren over wat prioriteit moet krijgen.’
Meer
weten?
De Agenda Digitale Overheid is gepubliceerd op
www.digitaleoverheid.nl/nldigibeter.
mensen verwachten dat ze niet meer
van het kastje naar de muur gestuurd
worden
5
\n䰲Ɓ\n䰲Ł{בCט   {u׉׉	 7cassandra://NP1TTPtMCL_bwWqR3BEPDW_GqBLO27bib8cwtG_OQW8 d`׉	 7cassandra://DuHkQ0OFi6bJRU3Fkq_Z7OQNhMUlnGbD9qc59XkW6kUl`׉	 7cassandra://4W4L_0TzafdtW1ak5C-cNyuxHevFfridELKtuAkjxLw9`j ׉	 7cassandra://jv-_W-E2b14-IkArzKArwhqu7-dT0bpZ0hz7KC3FgLI ͠	\n䰲נ\n䰲 @$?9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
den haag zoekt interna
internetombudsman
saskia bruines over smart cities en legal delta
Digitalisering brengt nieuwe juridische en ethische vraagstukken met zich mee. Momenteel is kennis
en expertise op het gebied van digitaal recht schaars en verspreid over de wereld. Het oplossen van
die vraagstukken begint daardoor steeds verder achter te lopen bij het tempo waarin digitalisering
plaatsvindt. Het sterke profiel van Den Haag als internationale stad van vrede en recht en de aanwezigheid
van internationale bestuurlijke en juridische organisaties en kennisinstellingen maakt van
Den Haag de logische plek om ruimte te bieden aan innovatie en vernieuwing voor digitaal recht en
bestuur. Onder de noemer ‘Legal Delta’ wil de gemeente in samenwerking met kennisinstellingen en
bedrijfsleven een nieuw ecosysteem neerzetten, waarin meerdere functies worden gecombineerd.
Ook moet de gemeente onderdak bieden aan een internationale internetombudsman. Deze beweging
komt voort uit de smart city-strategie waaraan de gemeente werkt. inGovernment in gesprek
met wethouder Saskia Bruines over de ontwikkeling van recht en ethiek in de digitale wereld.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Wat is de positie van de internationale stad van vrede en
recht in het digitale tijdperk?
Bruines: ‘Eind mei vond in het Vredespaleis te Den Haag
een congres plaats over Accountability & Internet Democracy:
The Internet of Values. Vanuit de gemeente hebben wij dit
congres inhoudelijk en organisatorisch ondersteund. Ons
vertrekpunt was de vraag hoe we in het digitale tijdperk invulling
kunnen geven aan ons credo “internationale stad
van vrede en recht”. Het zal niemand zijn ontgaan dat, door
virtuele en digitale oplossingen, de wereld snel verandert.
Ons rechtssysteem is daar echter nog niet op ingericht en
dat leidt tot onduidelijke situaties met het oog op de aansprakelijkheid.
Waar staan we als overheid in de wetenschap
dat er overal kopietjes van persoonsgegevens worden
bewaard? Overal om ons heen neemt de roep om heldere
afspraken over wat wel en niet mag in de digitale wereld
toe. Dat leidt tot nieuwe complexe vraagstukken over aansprakelijkheid.
Als bijvoorbeeld een zelfrijdende auto een
ongeluk veroorzaakt, wie is dan verantwoordelijk? De autofabrikant,
de software-producent, de 3D-printer waar de
motor uit kwam of de overheid die de G5-systemen beheert?
Het zou goed zijn als er een instantie komt waarbij je
met dit soort vragen terechtkan, een soort internationale
internetombudsman.’
Hoort die internationale internetombudsman dan thuis in
Den Haag?
‘Dat is wel onze ambitie, ja. Het zou een eerste aanspreekpunt
moeten zijn voor mensen, bedrijven en organisaties
die een uitspraak willen krijgen over de aansprakelijkheid
van partijen in een digitale omgeving. Daaromheen zou
6
een breder netwerk van specialisten kunnen ontstaan die
het rechtssysteem toekomstbestendiger maken. Wij noemen
dat ecosysteem in Den Haag de ‘Legal Delta’. Dat is een
ecosysteem waarin innovatief internationaal recht wordt
toegepast en ook onderwijs en onderzoek plaatsvindt.
Onze stad kan daarbij als proeftuin fungeren. Daarmee creeren
we op stedelijk niveau oplossingen voor wereldwijde
uitdagingen. De kennis die we zo opdoen kunnen we actief
delen tijdens congressen, op basis waarvan onze lokale economie
ook nog meeprofiteert. Den Haag heeft hiervoor een
unieke uitgangspositie, met de aanwezigheid van een groot
aantal internationale organisaties op het gebied van vrede,
recht en veiligheid. In combinatie met de aanwezigheid en
nabijheid van kennisinstellingen, denktanks, onderzoeksinstituten
en diverse innovatieve bedrijven, heeft Den
Haag zonder meer de basis in huis voor een gezond ecosysteem
op het gebied van technologie, recht en bestuur.’
overal om ons heen neemt de roep
om heldere afspraken over wat wel
en niet mag in de digitale wereld toe
Hoe ver reikt die Legal Delta?
‘Tijdens het congres over Accountability & Internet Democracy
zaten we met een internationaal gezelschap van vooraanstaande
experts om de tafel. Conclusie van die gesprekken
en discussies is dat aansprakelijkheid in het digitale tijdperk
heel relevant is, maar dat het definiëren van een vraag׉	 7cassandra://4W4L_0TzafdtW1ak5C-cNyuxHevFfridELKtuAkjxLw9`j \n䰲׉Etionale
Saskia Bruines is als wethouder in
Den Haag onder meer verantwoordelijk
voor de onderwerpen kenniseconomie,
internationale zaken, innovatiebeleid en
Smart City. Zij is bestuurlijk voorzitter
van de G5-samenwerking Nationale
Smart City Strategie, en recent ook
toegetreden tot de VNG Commissie
Informatiesamenleving.
stelling en het operationaliseren van een ecosysteem zeer
complex is. We zijn er nog lang niet! De grenzen van de
thematiek zijn nog niet in kaart gebracht. Dat komt door
het integrale karakter van de vraagstukken. Juristen beoordelen
deze anders dan ICT’ers. Bovendien leggen ze verschillende
accenten. Den Haag wil als gemeente initiërend
zijn bij een verkenning van de kaders waarbinnen de Legal
Delta zich beweegt. Dat is ook een beetje onze plicht, want
het klassieke verhaal over vrede en recht is op een gegeven
moment simpelweg niet meer actueel als de digitale wereld
daar geen onderdeel van is. We moeten daar opnieuw invulling
aan geven. Vandaar dat we, in samenwerking met
UNESCO en ITU, werken aan een opvolger van dit congres
in 2019. Het werkgebied is dit jaar verkend, en volgend jaar
moeten we de thema’s verder concretiseren.’
In hoeverre zijn de vraagstukken van de Legal Delta toepasbaar
op gemeenteniveau?
‘De vraagstukken zijn veelomvattend, maar houden het
meeste verband met de Smart City-initiatieven die wij als
gemeente ondernemen in samenwerking met andere steden.
Vorig jaar is de Nationale Smart City Strategie opgesteld,
met als intentie om de kwaliteit van leven in steden
te verbeteren via innovatieve oplossingen. De gemeente
Den Haag opereert daarbij als trekker in G5-verband,
samen met Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Eindhoven.
7
\n䰲ȁ\n䰲ǁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4Xpth2cLO8bdnQBlf1fJN_ij56Zx3O-EPfUvey5BWpo a`׉	 7cassandra://RlDJe71Lz-5LuuErCFPfgfRmV6kKcDtrEisWgX895Cw`׉	 7cassandra://l0UiBSkSSeP6ytXDes03Z3cHlhJhI3ypaH6y_vohnQU5`j ׉	 7cassandra://eaNcLju7UdH8N57LnjiO_i02T5FIHH-Gi_nn68ROQ0w O͠	\n䰲נ\n䰲 -"B9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	Ɓ̲9ׁHhttp://www.gebruikercentraal.nlׁׁЈ׉E+interview
Wat betreft Smart City’s zien wij een leidende rol voor onszelf
als steden, en concluderen dat investeringen in slimme
techniek noodzakelijk zijn om antwoorden te vinden op de
grote maatschappelijke uitdagingen. Daarbij legt elke stad
eigen accenten en zijn we complementair aan elkaar.
Utrecht richt zich op Healthy Urban Living, Eindhoven op
Smart Mobility. Circulaire economie ligt bij Amsterdam en
Sustainability bij Rotterdam. Den Haag is de trekker voor
Safety & Security, een dossier dat goed past bij de stad van
vrede en recht.’
Op welke manieren kan een Smart City samenwerken met
private partijen?
‘We moeten samen met het bedrijfsleven de discussie verbreden
door de juiste mensen bij elkaar te brengen. Overheden
en bedrijven maken momenteel een vergelijkbare
ontwikkeling door, waarbij het de vraag is hoe die twee zich
tot elkaar verhouden. Welke voorwaarden stellen we als gemeente
aan openheid en de toegankelijkheid van data.
Neem bijvoorbeeld de slimme lantarenpaal. De gemeente
wenst palen die verlichting bieden, maar ziet ook andere
toepassingsmogelijkheden zoals thermometers, microfoons,
beveiligingscamera’s en bewegingssensoren. De lantarenpalen
zijn aangesloten op een gemeenschappelijk
open dataplatform. Dat betekent dat er vanuit allerlei domeinen
databronnen aan kunnen worden gekoppeld. Uitgangspunt
is dat iedereen die iets aan deze paal kan toevoegen,
daarop moet kunnen aansluiten. Het mag geen besloten
systeem zijn, dus gaan we op zoek naar manieren
waarop je bedrijven toegang kan geven. Welke eisen kan je
dan stellen? Als overheid moeten wij voor de informatieveiligheid
zorgdragen. We moeten nu al met elkaar bespreken
hoe we het potentiële misbruik van de data uit deze lantarenpalen
kunnen tegengaan. We willen geen kant op waar
we later spijt van krijgen. Dus moeten we vroegtijdig die
discussie voeren, wat in dit specifieke geval al heeft geresulteerd
in de toepassing van het Warning Advice and Reporting
Point, oftewel WARP, dat is ontwikkeld door het internationale
agentschap GSMA. Met dit soort inzichten
willen wij de nationale Smart City-strategie voeden. Grote
steden hebben hiervoor voldoende ontwikkelkracht en
kunnen partijen bij elkaar brengen. Het is onze plicht om
ervaringen en kennis te delen en schaalbaar te maken voor
andere steden.’
Hoe concreet en herbruikbaar zijn de resultaten van de
Haagse Smart City-strategie?
‘Op basis van onze eigen ervaringen kunnen wij handvatten
bieden aan anderen. Denk in termen van aanbevelingen
waaruit blijkt hoe je met bepaalde vraagstukken om
kan gaan. Ik verwacht dus eerder een leidraad te kunnen
delen dan concrete producten. Daarvoor heb je namelijk samenwerking
met kennisinstellingen en bedrijfsleven
nodig. De uitkomsten van die samenwerking zijn per stad
verschillend, maar de aanpak, volgorde en benaderings8
wijze
kan overeenkomen en dus gedeeld worden. Grotere
gemeenten hebben de mogelijkheid om het voortouw te
nemen, het leergeld te betalen waar andere steden weer van
meeprofiteren. Die rol past ons wel. Tegelijkertijd vind ik
dat er wel wat meer landelijke aandacht mag zijn voor
Smart City’s. Dit is het moment om gezamenlijk door te
pakken en focus aan te brengen op relevante zaken, in
plaats van dat we van alles een beetje doen. Kijk naar een
thema als cybersecurity. Iedereen vindt dat superrelevant
en moet hier iets mee, maar een gezamenlijk stap naar
voren blijft tot op heden uit. We mogen er wel wat steviger
in gaan zitten. Het opstellen van de Nationale Smart City
Strategie is slechts een eerste stap. Meer actie en ambitie is
gewenst. We worden constant gevoed door kennisinstellingen
en zouden op basis daarvan gezamenlijk ons handelingsperspectief
moeten verkennen.’
grotere gemeenten hebben de
mogelijkheid om het leergeld
te betalen waar andere steden
weer van meeprofiteren
Zoek je daarbij ook aansluiting met onderwijsinstellingen?
‘Ja, de gemeente draagt bij aan HISDA, wat staat voor The
Hague International School for Legal Data Analytics. Sinds september
biedt HISDA een Engelstalige opleiding met Legal
Data Analytics als vak. Hier kunnen zowel internationale
rechtenstudenten als IT-studenten aan meedoen. Ook de
Universiteit Leiden biedt een Executive Master in Digital
Governance and Law aan in samenwerking met The Hague
Security Delta. Als stad stimuleren wij de ontwikkeling van
kennis die aansluit op nieuwe soorten werk die in de nabije
toekomst ontstaan. Bovendien zijn we druk doende om
start-ups en grote bedrijven met elkaar te verbinden. Het is
onze taak om verbindingen in het bedrijfsleven te faciliteren,
en ervoor te zorgen dat door opleidingen ons toekomstig
arbeidspotentieel het juiste talent heeft om een relevante
bijdrage te leveren. Slimme afstudeerders trekken
immers ook weer bedrijven aan, en dat is goed voor onze
stedelijke economie.’
Waar staat Den Haag als Smart City over tien jaar?
‘Ons doel is een stad waar voldoende hoog gekwalificeerde
kennis aanwezig is, waarmee we de voorhoede van bedrijven
en instellingen aan ons kunnen binden. De hele stad
kan daarvan profiteren. Ik denk dat we door zelf technologische
innovaties toe te passen uitdagingen slimmer kunnen
organiseren zodat Den Haag schoon, gezellig en bereikbaar
blijft. Ik zie kansen te over om onze stad te verbeteren.
Dat profiel past ons ook als internationale stad van
vrede en recht: samenwerken aan een slimme stad in een
betere wereld.’
׉	 7cassandra://l0UiBSkSSeP6ytXDes03Z3cHlhJhI3ypaH6y_vohnQU5`j \n䰲׉Egebruiker centraal
neem dienstverlening serieus
en bespaar miljarden
Tachtig procent van wat we bij de overheid doen
draait om dienstverlening. Onderkent de Agenda
Digitale Overheid (ADO) dit voldoende? En nemen
we het ontwikkelen van gebruiksvriendelijke
dienstverlening wel serieus genoeg?
In de ADO ‘zetten we de behoeften en rechten van burgers
en ondernemers centraal’. Daar zijn we het allemaal
over eens. Maar laten we vanaf nu eens niet in de aloude
valkuil stappen en ophouden met denken vóór de burger
of ondernemer (laten we ze voor het gemak hierna
‘gebruiker’ noemen). Het is immers verleidelijk om te
denken dat we zelf ook gebruikers zijn, en dat we dus
wel weten wat de behoefte is. Dat we wel weten welke
problemen andere mensen hebben. En welke diensten
we dus moeten ontwikkelen. Want deze valkuil kost de
belastingbetaler veel geld.
Bij de overheid onderkennen we te weinig dat we in een
risicovolle en innovatieve omgeving opereren. Met nieuw
beleid en digitale ontwikkelingen zijn we als overheid
immers vaak aan het pionieren. Heel vergelijkbaar met
de omgeving waarin start-ups opereren. Maar geen
start-up zal funding krijgen voor een ongetest, mooi idee
zonder bewijs of eerste klanten. Binnen de overheid
daarentegen tuigen we gerust iets als een lerarenregister
op, terwijl dan pas bij de lancering blijkt dat er zo veel
weerstand tegen is dat de boel toch maar afgeblazen
wordt. Even vergeten de leraren zelf erbij te betrekken?
Poef! – weer een paar miljoen in rook opgegaan.
Start-ups testen daarom hun hypotheses zo vroeg en zo
goedkoop mogelijk: ‘Wil iemand ervoor betalen? En is er
dus écht een behoefte?’ ‘Snappen gebruikers onze
dienst?’ ‘Lukt het ze om in te loggen?’ Bij de overheid nieten
we echter rustig vijftig pagina’s met ongeteste aannames
aan elkaar en noemen het dan een beleidsdocument.
‘Succes DUO! Bouwen maar!’
Het begin is er
Dit moet natuurlijk anders. De ADO suggereert een aantal
goede acties om dit gedrag te doorbreken (hoewel
mijn ‘aanname-alarm’ bij het lezen ook een aantal keer
afging). Het voornemen om bij het ontwikkelen van
dienstverlening de gebruikers al te betrekken, juich ik
toe. Ook ben ik blij dat de ADO stelt dat ontwerpprincipes
van Gebruiker Centraal overheidsbreed gehanteerd
zullen worden. Deze principes, ontwikkeld door professionals
in de dienstverlening, vormen een stap in de goede
9
Vier miljard pond bespaard in het VK,
nu nog in Nederland
Kortgeleden namen we met het actieteam van Gebruiker
Centraal deel aan een conferentie van de Government
Digital Service (GDS) in Londen. Als we daar in het hoofdkwartier
rondlopen, wordt het ons duidelijk dat UserCentred
Design daar in de haarvaten zit: eerst begrijpen,
dan ontwerpen, dan testen en weer herhalen. Met zijn
inmiddels 800 medewerkers heeft de GDS de dienstverlening
in Engeland sterk verbeterd. Waarmee ze en passant
vier miljard pond hebben bespaard. Dat lijkt een
hoog bedrag, maar zoals hun Head of Design Louise
Downe aangaf: tachtig procent van wat de overheid doet
is dienstverlening. Daarmee levert slechte dienstverlening
de grootste onnodige kostenpost op bij de overheid.
Tijdens de presentatie van de ADO stelde staatssecretaris
Knops zich bescheiden op en liet merken dat hij ook niet
alle antwoorden had. Dit is precies de open houding die
we nu in de overheid nodig hebben. Nu is het tijd om
daarop door te pakken – tijd voor een Nederlandse
Government Digital Service!
Meer weten?
Zie www.gebruikercentraal.nl voor meer informatie.
Edo Plantinga is mede-initiatiefnemer van Gebruiker
Centraal – het overheidsbrede kennisnetwerk voor een
gebruiksvriendelijke overheid – en schrijft deze column
op persoonlijke titel.
richting om aannames te blijven testen, te ontwerpen op
basis van feiten, om dit te blijven itereren, en om de
gebruiker daarbij centraal te stellen. Maar is het voldoende?
De ‘wij-kunnen-wel-denken-voor-de-gebruiker’denkfout
is immers een hardnekkige, die zich manifesteert
in zowel beleidsvorming als ICT-ontwikkeling.
\n䰲ʁ\n䰲Ɂ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://x8cj2XkBBgdqAzoZtHhe4jrOxU2FW_ykt0sDN2U-Omw _` ׉	 7cassandra://eE6HgtYXzkIZfH0K4FZh_knMTqazlcUbnzD0jzMkk_U;`׉	 7cassandra://n_6Yawd1FasCNpAB4wRe5xXDj1ZCUL3jjjEHbwbiB2c4~`j ׉	 7cassandra://P0_3SHLp5MHSLnyLt4TmfabMGmr_MhQ-GgPOQKeG3m4 '͠	\n䰲נ\n䰲 I9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	9ׁH +http://www.vngrealisatie.nl/serviceformulesׁׁЈ׉E
artikel
vertaal de klantreis
hengelo zet in op klantgedreven
Een serviceformule geeft aan welke dienstverlening burgers en ondernemers wensen
op basis van een specifieke klantvraag. De gemeente Hengelo heeft vijf serviceformules
ontwikkeld en wil deze aanpak, in samenwerking met VNG Realisatie, met zo veel
mogelijk andere gemeenten delen.
Tekst: Quita Hendrison, redacteur VNG Realisatie
D
e kracht van formuledenken is dat het de klant echt
centraal zet, en dat het herkenbaar en schaalbaar is.
‘Commerciële formules zoals die van Jumbo zijn
daar mooie voorbeelden van’, aldus Annette Jutte, innovatiemanager
dienstverlening bij de gemeente Hengelo. ‘De
formule van Jumbo heet “de 7 Zekerheden”, en alles wat de
supermarktketen doet, wordt aan die zekerheden getoetst.
Kort gezegd: de formules geven een gezamenlijk referentiekader,
een gemeenschappelijke taal van waaruit je handelt.
Maar een gemeente is natuurlijk geen supermarkt.
Gemeenten moeten rekening houden met alle doelgroepen
(“inclusief”), en inwoners en ondernemers komen vaak uit
noodzaak (“onmisbaar”) in contact met de gemeente. Daarbij
hebben gemeenten een divers product- en dienstenaanbod,
en is de klant minder eenduidig. Om maar eens wat te
noemen: een inwoner voelt zich echt geen “klant” als hij of
zij een boete krijgt. Gemeenten zullen het dus op hun eigen
manier moeten doen.’
de vijf formules voor gemeentelijke
dienstverlening
De gemeente Hengelo heeft vijf serviceformules ontwikkeld.
Vijf formules die hetzelfde onderliggende doel delen:
burgers zekerheden geven bij het afnemen en gebruiken
van gemeentelijke producten. Bij deze zekerheden horen
voor elke formule interne afspraken om die zekerheden
waar te maken.
in de praktijk
Om te laten zien hoe de formules in de praktijk werken,
volgt hier een schets van de klantreis van Jesse. Jesse wil
een café beginnen in de Hengelose binnenstad. Hij heeft al
een leuk pand op het oog. Maar voordat hij de deuren kan
openen, moet hij van alles regelen met de gemeente – niet
bepaald zijn core business. Van een bevriende horecaondernemer
uit een andere stad heeft hij gehoord dat het voortraject
vreselijk tijdrovend is. Alleen al het downloaden, invullen,
scannen en mailen van al die aanvraagformulieren!
En dan moet hij ook nog naar het stadskantoor om uit te
leggen hoe hij zijn café wil inrichten. Terwijl het wel zo
praktisch is als de ambtenaar bij hem op bezoek zou
komen, dan kan deze meteen zien om wat voor ruimte het
gaat. Met gezonde tegenzin neemt Jesse contact op met de
gemeente – hij moet immers wel. Daar wacht hem een aangename
verrassing.
voordat de aanvraag wordt ingediend,
adviseert de gemeenteambtenaar
de aspirant-ondernemer over wat er
precies nodig is
10
׉	 7cassandra://n_6Yawd1FasCNpAB4wRe5xXDj1ZCUL3jjjEHbwbiB2c4~`j \n䰲׉Ein serviceformules
dienstverlening
De afdeling Ruimte en Bouwen (verantwoordelijk voor de
vergunningverlening) en het programma Dienstverlening
hebben geconstateerd dat de Wegwijsformule perfect aansluit
op een horeca-aanvraag. Dat begint al bij het eerste,
vrijblijvende gesprek: niet op het stadskantoor, maar op de
beoogde horecalocatie. Voordat de daadwerkelijke aanvraag
wordt ingediend, adviseert de gemeenteambtenaar de aspirant-ondernemer
over wat er precies nodig is. Dat scheelt
een hoop tijd. Weet Jesse eenmaal wat hij moet aanvragen,
dan verloopt de rest van het proces bijna automatisch.
Het formulier voor de horeca-aanvraag staat digitaal op de
website en hoeft niet geprint te worden. Het digitale formulier
is bovendien ‘slim’: het laat alleen de vragen zien die
van toepassing zijn op Jesse’s situatie. Bovendien heeft
Hengelo de drank- en horecavergunning, de terrasvergunning
en de speelautomatenvergunning samengevoegd tot
één nieuwe gecombineerde horeca-aanvraag. Het persoonlijke
contact, het meedenken en de combinatie van meerdere
producten zijn dé kenmerken van de Wegwijsformule.
En daar blijft het niet bij. De vergunningverlener wijst ook
op een aantal algemene regels die nageleefd moeten worden,
zoals het naleven van sluitingstijden en het terrassenbeleid
(Handhaafformule).
het persoonlijke contact,
het meedenken en de combinatie
van meerdere producten zijn dé
kenmerken van de wegwijsformule
Na het vlot verlopen vergunningentraject gaat het café
open. Jesse heeft het erg druk en wil graag een nieuwe
leidinggevende op de vergunning laten bijschrijven. Dat
is snel geregeld. Omdat de gemeente alle informatie al
heeft, is het meteen duidelijk dat de beoogde leidinggevende
bijgeschreven kan worden (Flitsformule).
Nu Jesse’s café een tijdje open is, wil hij meer bezoekers
trekken. Een aantrekkelijke binnenstad met veel evenementen
kan hierbij helpen. Met een aantal collega-ondernemers
neemt hij contact op met de gemeente om gezamenlijk
een plan te maken (Cocreatieformule).
Tot slot zou de straat waar zijn café ligt wel wat schoner
mogen – de vuilnisbakken zitten overvol. Na een gesprek
met de gemeente worden de vuilnisbakken vaker geleegd
(Beheerformule).
wat werkt voor hengelo,
kan net zo goed werken voor
amsterdam en zierikzee
voor alle 380 gemeenten
Wat werkt voor Hengelo, kan net zo goed werken voor Amsterdam
en Zierikzee. Want dat is een ander sterk punt van
het concept serviceformules: het is eenvoudig op te schalen
naar alle Nederlandse gemeenten. Daarom trekken Hengelo
en VNG Realisatie de komende tijd samen op om het formuledenken
onder de aandacht van zo veel mogelijk gemeenten
te brengen. Leonie Brouwer, projectmanager Kenniscentrum
Dienstverlening van VNG Realisatie, legt uit:
‘De serviceformules en de samenwerking met Hengelo passen
perfect bij Samen Organiseren, de beweging binnen de
gemeenten waarin alles draait om samen ontwikkelen en
gebruiken. Voor alle gemeenten biedt formuledenken een
gedeelde taal en referentiekader. Tegelijkertijd is er genoeg
ruimte voor elke afzonderlijke gemeente om de kenmerken
van de formules aan te passen aan de eigen dienstverleningsagenda
en identiteit. Mét de gemeenschappelijke taal
van de vijf formules die voor alle gemeenten dezelfde zijn.
Een mooi instrument om samen te werken aan klantgedreven
dienstverlening vanuit het perspectief van inwoners
en ondernemers.’
Meer weten?
Kijk op www.vngrealisatie.nl/serviceformules
11
\n䰲́\n䰲ˁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5odM3Li_DTaDyCVq5t_6vGe6rWbtpLDfmMtCcSPSMhQ `׉	 7cassandra://A4xm7Sh25zhyUCEZ-303-lcIURaLC7ufw1NCeDRSy5A`׉	 7cassandra://ePMpqCRlcDZ_GD72ohcoC20GxE3wjPbGVGeqRAGfYRo?9`j ׉	 7cassandra://BXJ7nhyEEaMUd_OT1-MemDah8m9i4ylTRDmg_MCrxBU r͠	\n䰲 נ\n䰲 q9׉Hhttp://www.dimpact.nlGׁׁrנ\n䰲 I9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	q9ׁHhttp://www.dimpact.nlׁׁЈ׉Ebenut de ervaring van tien jaar samen
artikel
dimpact wil common
Dimpact is enthousiast over Common Ground. Het samenwerkingsverband ziet hier prachtige
innovatiekansen voor de publieke dienstverlening. Afgelopen juni hebben de bestuurders van
de 34 Dimpact-lidgemeenten het gedachtegoed van Common Ground omarmd en tot onderdeel
gemaakt van de strategische koers van het samenwerkingsverband. Hoe kan Dimpact de
Common Ground-beweging verder versterken?
Tekst: René Bal, directeur-bestuurder bij Dimpact, Claudia Vermeulen, manager innovatie, strategie en
governance bij Dimpact, en Hugo ter Doest, business-architect bij Dimpact
C
ommon Ground helpt bij het centraal stellen van de
klant. Want overheidsinformatie en -diensten worden
opnieuw geordend –rondom burger en bedrijf
die de regie over hun eigen gegevens krijgen. Zo ontstaat er
een transparantere overheid met een klantgerichte dienstverlening.
Publieke dienstverlening wordt beter als
gemeenten minder energie in de techniek hoeven te stoppen.
Het samen organiseren van voorzieningen maakt dit
mogelijk, en Common Ground biedt daartoe een leidraad
waardoor gemeenten wendbaarder worden. Dat is ook
nodig om sneller in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en
veranderende klantbehoeften. Met Common Ground worden
gemeenten onafhankelijker van ICT-leveranciers,
waardoor de ICT-markt in beweging komt en ook nieuwe
spelers het veld kunnen betreden. Om in deze context de
regie te voeren, hebben gemeenten elkaar nodig, en dus
blijft goed samenwerken een uitdaging. De gemeenten die
lid zijn van Dimpact kunnen daar nu, na ruim tien jaar
gezamenlijke regievoering, over meepraten.
publieke dienstverlening wordt beter
als gemeenten minder energie in de
techniek hoeven te stoppen
fieldlabs
De huidige voorzieningen binnen het Dimpact-samenwerkingsverband
gaan uit van een gelaagde informatie-architectuur
en een scheiding tussen interactie en registratie.
Doorontwikkeling van deze architectuur is nodig om honderd
procent Common Ground-bestendig te worden. In de
Fieldlabs wordt daar nu aan meegebouwd. Tijdens het eerste
Fieldlab heeft Dimpact in samenwerking met leverancier
Atos de e-Suite (een zaaksysteem met zero-coding proces
editor) aangesloten op het netwerk van Common Ground.
Dit netwerk maakt het mogelijk om gegevens bij de bron
op te halen en bij te houden. Het verhelpt veel problemen
12
Raymond Alexander licht Common Ground toe tijdens het
Dimpact congres 2018 ‘Samenwerking is de toekomst’
met ICT-koppelingen en versterkt het principe van eenmalige
opslag en hergebruik van gegevens. Hierdoor kunnen
gemeenten bijvoorbeeld eenvoudiger apps van derden op
de e-Suite aansluiten. Eind september is de volgende Fieldlab,
met twee andere initiatieven waaraan Dimpact deelneemt:
iSociaal en Kindpakket.
zaaksystemen
Dimpact verwacht dat Common Ground en Samen Organiseren
een einde zullen maken aan de traditionele zaaksystemen.
Het ligt voor de hand om de gegevenslaag uit deze
zaaksystemen te halen en onder te brengen in de gegevenslaag
van Common Ground. De procescomponenten van
een zaaksysteem kunnen steeds meer beschikbaar komen
als gezamenlijk georganiseerde landelijke voorziening. Dit
past ook bij het standaardiseren van gemeentelijke processen.
Maar voordat het landelijk gereed is, moeten gemeenten
de stap daarnaartoe kunnen zetten via tussentijdse oplossingen.
׉	 7cassandra://ePMpqCRlcDZ_GD72ohcoC20GxE3wjPbGVGeqRAGfYRo?9`j \n䰲׉Eground versnellen
werking en regie
Best practice WIM
Dimpact heeft praktijkervaring opgedaan met het
opensource-initiatief WIM, een gemeentelijke hergebruik-website.
Het is een voorbeeld voor gemeenten om
zo samen de regie te voeren en met opensource-techniek
te werken. In de techniek zijn interactie-laag en
content gescheiden – een van de uitgangspunten van
Common Ground. Daardoor gaan technische standaardisatie
en lokale vormgeving toch samen. De Dimpactgemeenten
beheren samen de website-standaard; ze
bundelen hun wensen en geven gezamenlijk opdracht
aan de (roulerende) onderhoudleverancier(s). Daarnaast
kan elke gemeente lokaal deelopdrachten in het leveranciersnetwerk
uitzetten. Alles wordt beschikbaar voor
hergebruik, al dan niet gratis. Zo is WIM open en leveranciersonafhankelijk
georganiseerd, terwijl gemeenten
gezamenlijk de regie hebben over dit initiatief.
samenwerking
Landelijke samenwerking is noodzakelijk om landelijk beheer
te regisseren. Gemeenten gaan de komende jaren
steeds meer van de lokale naar de landelijke voorzieningen
en dienstverlening. Landelijk beheer vraagt om gezamenlijke
regie, en daarom is er een nieuwe governance nodig om
landelijk grootschalig met elkaar te kunnen opereren. Ook
praktische inzichten zijn nodig om de landelijke ambitie
waar te maken. Dimpact regisseert nu bij 34 gemeenten het
gezamenlijk beheer voor diverse voorzieningen. Om het
landelijk beheer te organiseren, brengt ze die ervaring in
bij de Common Ground-beweging. Common Ground wordt
niet ontwikkeld door één organisatie, dus vraagt dit van de
spelers samenwerking binnen de digitale overheid. Dimpact
werkt niet alleen aan de opgave qua informatie-architectuur,
maar bouwt ook mee aan de landelijke samenwerking
die nodig is om Common Ground te realiseren. Een
initiatief dat Dimpact in dit kader mede heeft opgezet, is
het Kruispunt-overleg. Daaraan nemen de samenwerkingsverbanden
WiGo4IT, Beware, Dimpact, Dataland, GBI en
Birgit deel. Zij verkennen hoe ze elkaar kunnen versterken
in de landelijke opgave, en daarbij is Common Ground een
belangrijke stip op de horizon.
dimpact verwacht dat common ground
en samen organiseren een einde zullen
maken aan de traditionele zaaksystemen
13
ervaring benutten
De afgelopen jaren hebben de Dimpact-gemeenten in onderling
overleg hun dienstverleningsprocessen gestandaardiseerd
en deze van elkaar gebruikt.. Door zaakgericht te
werken worden processen in het samenwerkingsverband
geoptimaliseerd. Gemeenten voeren samen de regie over
de bedrijfsprocessen, koppelvlakken en standaarden. Met
een grafische proces editor (zero-coding) bouwen ze processen
die in de online-bibliotheek worden uitgewisseld. Hergebruik,
continue verbetering en leren van elkaar staan
centraal in de praktijk.
De Dimpact-gemeenten hebben nu samen diverse collectieve
voorzieningen georganiseerd die ze beschikbaar stellen
voor landelijk hergebruik. Zo kunnen alle gemeenten in
Nederland meedoen. Andersom zal Dimpact zich inzetten
voor het beheer van de landelijke voorzieningen die Common
Ground biedt wat betreft de dienstverlening die alle
gemeenten straks nodig hebben. Dimpact zet haar kennis
en ervaring graag in om innovaties schaalbaar te maken en
om regie en beheertaken samen met anderen in te richten.
Meer weten?
Kijk op www.dimpact.nl
René Bal in gesprek met Dimpact-leden over innovatie
\n䰲΁\n䰲́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://o5tcQBHxGB2iVETs2To9hdGYo7puErANAaGu30rIx10 ̤`׉	 7cassandra://MhTBpKn6ekptrIDXsKoXtJXKqMyihfqprwH8XD0fH6MI`׉	 7cassandra://QYqZAA3tL2EKzw8w5cVAN5xh-Xp6m96DXv4rFzGB1zU<`j ׉	 7cassandra://Bl454zGHlOszQdISGumUez7abD3r5RyPCNeVAQYGiRY 4͠	\n䰲נ\n䰲 L$9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
common ground als lei
‘ ik heb er alle vertrouwen in
dat dit gaat lukken!’
Constance Boogers is chief information officer (CIO) en hoofd ontwikkeling Informatisering
en Automatisering bij de gemeente Nijmegen. Als lid van de Taskforce Samen Organiseren
is het haar streven om vakgenoten online te betrekken bij de vernieuwing van de digitale
overheid. ‘Zeker omdat expertise schaars is, moeten we de manier om bij te dragen aan de
digitale overheid versimpelen.’ inGovernment in gesprek met Constance Boogers.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Hoe vult u de rol van CIO in?
‘Omdat vernieuwing naast de dagelijkse dingen plaatsvindt,
is het van belang dat ik als CIO benadruk dat we
taken slimmer kunnen doen. Vroeger stopten we een oplossing
in een apparaat of IT-systeem. Vandaag de dag is
het uitgangspunt om oplossingen kleiner en slimmer te
maken. Dat vraagt om systeemvereenvoudiging. Wij proberen
telkens na te gaan welke spullenboel we nodig hebben
om de informatie goed te gebruiken en te verwerken.
Dan komen er onderwerpen als veiligheid en privacy op je
pad, vandaar dat ik met een breed team van specialisten
samenwerk die goed zijn ingevoerd in dit soort complexe
onderwerpen.’
dat is mijn belangrijkste focus:
praktisch blijven en zaken simpel
houden
Welke focus hebt u op de veranderingen binnen de digitale
overheid?
‘Ik denk na hoe we straks virtueel werken in onze stad van
de toekomst. Hoe kunnen we met informatievoorziening
de dagelijkse dingen die mensen dan nodig hebben ondersteunen?
Ik vind alles in dat speelveld interessant en kan
mij als CIO overal “tegenaan bemoeien”. Bij nieuwe ontwikkelingen
stel ik meestal als eerste de vraag: “kan het
makkelijker en goedkoper?” Als je ergens induikt, merk je
dat het beantwoorden van die vraag nog niet zo simpel is.
Aan veel veranderingsvraagstukken zitten meer aspecten
dan je in eerste instantie voor ogen hebt. Denk aan beperkingen
in wetgeving of complexiteit door samenwerking
met partijen of bewonersbelangen. Achter elke vraag gaan
er tien nieuwe schuil. Het vergt inventiviteit en samenwerking
om deze vraagstukken te beantwoorden. Wat helpt is
als je mensen kan verbinden en samen gaat kijken of we
14
een complex geheel simpeler kunnen maken. Dat is mijn
belangrijkste focus: praktisch blijven en zaken simpel
houden.’
Lukt dat simpel houden ook binnen de koepelorganisatie
IMG 100.000+?
‘Ik denk dat tachtig procent van de Nederlandse gemeenten
hetzelfde doel nastreeft, maar elke organisatie heeft een andere
historie en kent een ander vertrekpunt. Dat maakt het
vaak moeilijk om praktisch samen te werken, ook al komen
onze opvattingen veelal overeen. We raken daarbij in een
spaghetti-achtige warboel, want onze diverse informatiehuishoudingen
zijn nou eenmaal anders opgebouwd. Oorzaak
hiervan is dat veel collega’s in de domeinen de uitzondering
op de regel te belangrijk maken. Het is mijn overtuiging
dat we eerst de tachtig procent waarover we het wel
eens zijn, moeten standaardiseren, en daarna pas kunnen
gaan kijken naar de uitzonderingen.’
Wat is de meerwaarde van Common Ground als gezamenlijk
denkmodel?
‘Common Ground is een helder informatiemodel, daarover
zijn de meeste gemeenten het wel eens. Om dit model toe
te passen, moeten we onze informatiehuishouding opknippen
in vijf basislagen. Het moment waarop een gemeente
dat doet en de huidige situatie ontvlecht en opknipt, moet
eenieder zelf bepalen. Elke gemeente kiest haar eigen moment
om deze beweging in te zetten. Het zou natuurlijk
makkelijker zijn als dat moment landelijk en centraal werd
afgedwongen, want dan ben je van een hoop discussies af.
Dat kan echter alleen als er een centrale club is die alles
regelt, maar die is er niet. Het is bovendien lastig voor
gemeenten om lopende contracten met leveranciers open
te breken. Dat leidt tot juridische problemen en dat kost
bakken met geld. Bovendien leert de ervaring dat gemeentebesturen
ook graag invloed willen houden op dit soort
grote dossiers.’
׉	 7cassandra://QYqZAA3tL2EKzw8w5cVAN5xh-Xp6m96DXv4rFzGB1zU<`j \n䰲׉Edraad voor verandering
Constance Boogers is chief information officer (CIO) en
hoofd ontwikkeling Informatisering en Automatisering
bij de gemeente Nijmegen. Als lid van het dagelijks
bestuur van vakvereniging IMG 100.000+ neemt zij
mede namens de VIAG deel aan de Taskforce Samen
Organiseren. Daarnaast is zij kernlid van het CIO-beraad
van 100.000+-gemeenten.
Hoe lang gaat het duren voordat de Common Ground een
feit is?
‘Ik denk dat dit wel een jaar of tien zal duren voor het enige
massa heeft bij alle gemeenten. Dat lijkt lang, maar het is
ook wel verstandig dat dit zo geleidelijk plaatsvindt. Een
big bang is niet haalbaar. De transitie heeft impact op de collega’s
die ermee moeten werken. Het vergt namelijk veel
menskracht om de Common Ground op te bouwen, en die
is schaars bij gemeenten en leveranciers. Bovendien staat
de tijd niet stil. Als komende jaren nieuwe innovaties ontstaan,
dan wil je dit kunnen incorporeren in het informatiemodel.
Modulair ontwikkelen biedt daarvoor mogelijkheden
en voordelen. Een ander aspect van modulair ontwikkelen
is dat je de taken kan verdelen. Om dubbel werk
te voorkomen moeten initiatieven op belangrijke onderwerpen
worden ingedeeld. Dus niet hetzelfde initiatief ontwikkelen
in samenwerkende gemeenten in het noorden en
dan tegelijk in het zuiden ook met hetzelfde bezig zijn.
Laten we profiteren van elkaars inzichten. Om dat in goede
banen te leiden, is er een programmatische aanpak nodig.
Mijn focus binnen de Taskforce is om de Common Ground
concreet te realiseren. We letten er daarbij op dat deze op
basis van open source wordt ontwikkeld en schaalbaar is.
Daarvoor moeten we de wensen en eisen vanuit de domeinen
vertalen naar het informatiemodel en de techniek.
Vanuit de vakverenigingen die ik vertegenwoordig proberen
wij bij dit proces te helpen door vanuit onze achterban
inhoudelijk te adviseren.’
Levert de consultatie van uw achterban tijdig en bruikbaar
resultaat op?
‘Jazeker. De afgelopen vergadering waren er bijvoorbeeld
33 items geagendeerd bij de Taskforce. Ik heb deze online
aan de achterban voorgelegd ter beoordeling en advies. Nu
doen we dat nog vooral vanuit de besturen en de kerngroep
15
\n䰲Ё\n䰲ρ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2Afj8KRGKIHvXaVK-1u5cSUXigYVlb531y0ocNq93GU :`׉	 7cassandra://67Ltijd6hpBs9ewbrcXgusHneLKEpOn-pxX5OJyxN4Y,`׉	 7cassandra://48zLSjSQVylEnNpdWUaBEeJ-P6oWXbJHj9ya7JZypeY7`j ׉	 7cassandra://VbCV2YST41cLNOi_XlgSbHQs1gTGTfiUCgckrYi3AXw ͠	\n䰲נ\n䰲  c9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	ہ9ׁH &https://werkenaaneenoverheid.pleio.nl/ׁׁЈנ\n䰲 ہG9ׁHhttp://borger.dkׁׁЈ׉E_interview
Ons vakgebied vernieuwt zich continu. Het wordt eenvoudiger
om hierop te anticiperen als gemeenten hetzelfde
werken. Vakverenigingen kunnen dit stimuleren, maar
iedere koepel zal een eigen vorm kiezen om kennis over
nieuwe innovaties te delen.’
wij proberen telkens na te gaan
welke spullenboel we nodig hebben
om de informatie goed te gebruiken
en te verwerken
van het CIO-beraad. We gebruiken daarvoor een handige
online-manier van annoteren. Deze werkwijze willen we
na de zomer verbreden via een website, zodat de vakgenoten
in heel Nederland vanuit hun expertise mee kunnen
denken. Daarbij maken we groepjes en wijzen we voortrekkers
aan bij thema’s en domeinen, zodat Common Ground
gaat groeien door de juiste kennis te ontsluiten. Het online
samenwerken kan als werkvorm ook bij andere vakverenigingen
worden geïntroduceerd – zo mogelijk verbonden
met mensen uit onze vakvereniging. Zo kunnen we een
landelijke community opzetten die nu voor Common
Ground wordt gebruikt, maar op een later moment ook
breder inzetbaar is.’
Is online samenwerken de sleutel tot succes voor de
Common Ground?
‘Ja, want het helpt om mensen breed te verbinden van
Opmeer tot Maastricht en van Goes tot Groningen. Verandering
moet niet afhankelijk zijn van een te kleine groep.
Zo lang we nadruk leggen op fysiek vergaderen op een
centrale locatie in het land, doe je een onbedoeld groot
beroep op de motivatie van vakgenoten uit Groningen of
Maastricht om mee te doen. Online is die extra horde niet
aan de orde. Dat online-aspect ben ik aan het entameren.
16
Wat draagt de gemeente Nijmegen bij aan de Common
Ground?
‘Wij gaan tijdens het Fieldlab dienstverlening de principes
van de Common Ground toepassen op een dienstverleningsproces.
Daarmee willen we meebouwen aan de NLxroad.
Concreet heeft de gemeente Nijmegen als speerpunt
de digitale identiteit, op basis van ons bestuurlijk gedragen
programma Open & Weerbaar. Digitale identiteit is in zo
veel processen van belang dat dit vraagt om prioriteit. De
ontwikkeling van een digitale identiteit vergt een samenspel
van veel partijen. Momenteel wordt binnen een identiteitslab
samengewerkt aan een oplossing waar wij als gemeente
ook aan bijdragen. Nijmegen heeft een van de onderdelen
hiervoor aangedragen – de IRMA-app die door de
Radboud Universiteit is ontwikkeld op basis van tien jaar
onderzoek. Deze toepassing zijn we nu aan het verrijken
met BRP-attributen en willen we testen op een oplossing
die handig is voor inwoners.’
Waar staan we over twee jaar?
‘Ik zou het geweldig vinden als we in de komende twee jaar
de helft van alle Nederlandse gemeenten aansluiten op de
Common Ground. Dan kunnen we gaan bouwen op basis
van hetzelfde model. We moeten op korte termijn de eerste
stappen zetten en oefenen. Dat hoeft niet in de volle breedte,
dus ik verwacht niet direct dat alle processen op basis
van Common Ground zullen werken. Aansluiten en bouwen
is de eerste stap.
Daarnaast verwacht ik dat we binnen een jaar weten hoe
we omgaan met de digitale identiteit. Dat is van groot
belang voor onze inwoners. Wij kunnen het proces van
authenticatie zo veel makkelijker maken, binnen de overheid
als ook daarbuiten bij banken en in het bedrijfsleven.
Als het identiteitslab slaagt, weten we rond het einde van
dit jaar hoe de basis eruitziet en kunnen we gaan doorontwikkelen.’
Wat
hebben we daarvoor nodig?
‘We zullen bij gemeenten mensen moeten vrijspelen om
nieuwe dingen op te bouwen. Dat kost extra inspanning,
want ondertussen moet de winkel open blijven. Ik zal blij
zijn als we mensen kunnen inzetten om te gaan bouwen
aan de Common Ground, zonder dat ze met de huidige
dienstverleningswinkel bezig zijn. Natuurlijk kost dat ook
inzet, maar laten we met een groep mensen die nieuwe
NL-winkel opbouwen, de basis ervoor leggen en dan doorpakken.
Dan zou ik heel gelukkig zijn, en eerlijk gezegd heb
ik er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken!’
׉	 7cassandra://48zLSjSQVylEnNpdWUaBEeJ-P6oWXbJHj9ya7JZypeY7`j \n䰲׉Eartikel
fieldlab dienstverlening
innovatie van project naar beweging
Van 24 tot en met 28 september organiseren De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
en de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) samen met hun partners een Fieldlab
Dienstverlening in Zwolle. We gaan een week lang werken aan betere dienstverlening.
Belangrijke vraag: hoe ontwikkelt de gemeentelijke dienstverlening zich de komende jaren?
Aan het eind van de week willen we een strategische agenda hebben met een aantal sporen.
Daarbij denken we aan dienstverlening, digitale identiteit, organisatie van klant contact en
interactie, implementatie en verandering, en de vormgeving van de ‘+1-gemeente’.
Tekst: Jan Fraanje, directeur van de VDP
D
e ‘+1-gemeente’ is de gemeente die je zou ontwerpen
als je helemaal opnieuw zou mogen beginnen.
Het denken begint ‘radicaal’ vanuit de klant, de
burger, de ondernemer. Hoe ziet dat eruit? En welke stappen
zetten we de komende jaren? Om dat te ontdekken,
werken we met klantreizen en serviceformules. We vragen
ons af hoe we de dienstverlening slimmer, beter en
sneller kunnen laten verlopen. Zodat het past in ons
nieuwe ‘Common Ground’-stelsel dat de data bevrijdt uit
de systemen. Werkende toepassingen, daar mikken we
op. ‘Eenmalig vastleggen, meervoudig gebruik’ is daarbij
het devies.
toegankelijk
Het programma sluit nauw aan bij de ‘Agenda Digitale
Overheid, NL DIGIbeter’ die staatssecretaris Raymond
Knops op 13 juli jl. in Zoetermeer gepresenteerd heeft.
Verbetering van de overheidstoegankelijkheid is een belangrijk
thema. Lukt het ons om samen met de mensen
van het programma ‘Informatie op Maat’ een plan uit te
werken met één digitale entree voor alle overheidsproducten
en -diensten? Lukt het ons om Mijnoverheid te
verbeteren, mede in relatie tot Mijngemeente? En lukt
het ons om te bedenken hoe we stappen kunnen zetten
naar een volwaardige digitale postbus voor alle burgers?
europa
We hoeven natuurlijk niet alles zelf te bedenken. Europa
wordt steeds belangrijker en dat bepaalt de verhoudingen
tussen overheid en burger. Nederland speelt evenals
andere Europese landen daarop in. Tijdens het Fieldlab
kijken we wat we van die landen kunnen leren. Kunnen
we het digitale stelsel uit Estland vertalen naar Nederland
als Nederlandse X-road (NLX)? Of het digitale portaal
‘borger.dk’ uit Denemarken? En uit Vlaanderen de modulaire
aanpak van werkprocessen en innovatief aanbesteden?
We gaan kijken of zulke slimme oplossingen toe te
spitsen zijn op de Nederlandse situatie, zodat we hier
sneller kunnen ontwikkelen.
agile
Het Fieldlab maakt het ons mogelijk om agile te ontwerpen.
Vaststellen waar we over vijf of tien jaar willen zijn,
wordt steeds moeilijker. Niets is zeker, dus regulier plannen
wordt lastig. Daarom is het op waarden sturen belangrijk:
de werkelijkheid verandert, maar waarden als
slimmer, sneller, veiliger en met respect voor de privacy,
gelden altijd. En zijn toepasbaar op iedere nieuwe ontwikkeling.
Daarnaast moeten we kijken naar hoe we verbeteren
en ontwikkelen. Niet langer via een gedetailleerd
programma van eisen, aanbesteding en gunning. Maar
veel soepeler via co-creatie.
de ‘+1-gemeente’ is de gemeente die
je zou ontwerpen als je helemaal
opnieuw zou mogen beginnen
Daarom zou het goed zijn als Fieldlab Dienstverlening
gevolgd zou worden door een aantal nieuwe Fieldlabs.
Vooraf gepland, met een globale richting en strategische
agenda. Met sporen die we na ieder Fieldlab uitwerken en
in het volgende Fieldlab presenteren. Samen innoveren,
interbestuurlijk, met ketenpartners. En vanuit het perspectief
van klant, burger of ondernemer.
Meer weten:
https://werkenaaneenoverheid.pleio.nl/
17
\n䰲ҁ\n䰲с{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bXPIiH5uVu0OEnjC6kd3liM-DvSpgkKMMpvsTUo9c94 f`׉	 7cassandra://Js_f1sEDMMQb40RjAom9_RAbVSouhod0oQkb55zHww0 `׉	 7cassandra://rmKXrUropuc7TGMzLKlR06cBmPev1ZOmCyElmU-ixI49`j ׉	 7cassandra://K4QAzDqfFu-FXKdl_8j2Meu9qmXTbEHZ444SUJYZ8Hk w͠	\n䰲נ\n䰲	 2<9׉Hhttps://foundation.forus.io/nl/Gׁׁrנ\n䰲
 DE9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 	9ׁHhttps://foundation.forus.io/nl/ׁׁЈ׉Eartikel
platform forus brengt
stap dichterbij
kindpakket gemeente zuidhorn eerste toepassing
Zo’n negentig procent van de controles die een gemeente uitvoert, kunnen ook
automatisch. Daardoor komt er meer tijd beschikbaar voor de overige tien procent.
Zo biedt automatisering gemeentelijke organisaties de kans om processen te
verbeteren, zodat er weer meer tijd overblijft voor menselijk contact. De gemeente
Zuidhorn zet met Platform Forus een eerste stap naar het volledig automatiseren
van aanvraag, toekenning en afhandeling van het Kindpakket. Hoe is dit platform
eigenlijk opgezet en hoe wordt het toegepast?
Tekst: Sofie Berns, adviseur Digitale Innovatie bij Stichting Forus en Berenschot
P
latform Forus wil graag de uitvoering van gemeentelijke
diensten radicaal en kwalitatief vereenvoudigen,
versnellen en verbeteren. Het afzonderlijk aanvragen,
toekennen en afhandelen van diensten wordt overbodig
gemaakt door een openbaar decentraal platform gecombineerd
met een soevereine identiteit. Met Platform Forus
wordt er gestreefd naar een perfecte balans en interactie
tussen IT-systemen en mensen, waarbij het menselijk oordeel
bij controles leidend is, terwijl het systeem zorgt voor
een transparante en efficiënte afhandeling. De toepassing
hiervan kan de werkwijze van publieke organisaties sterk
beïnvloeden, aangezien men repetitief werk kan automatiseren
zodat er meer tijd is voor mensgericht maatwerk. Met
de middelenbesparing die dit oplevert kan men nieuwe
banen bekostigen die het menselijk contact verbeteren.
implementatiestandaard
Hoewel vele online-platformen in de private sector vraag
en aanbod van producten en diensten samenbrengen –
zoals eBay, Alibaba en Marktplaats.nl – vind je deze in de
publieke sector nog nauwelijks. Platform Forus is voor
overheden bedoeld en gebruikt blockchaintechnologie.
Door de decentrale organisatie ervan worden gegevens betrouwbaarder
en de gemeentelijke uitvoeringspraktijk efficiënter.
Omdat de inzet van het platform en de hier aangewende
toepassingen mogelijk grote invloed hebben op de
gemeentelijke taakuitvoering, wordt er een implementatiestandaard
opgesteld die de keuzemogelijkheden en implementatiegevolgen
voor de gemeentelijke organisatie benoemd.
Dit is essentieel voor het versoepelen van de te verwachten
impact voor de gemeente, en neemt eventuele
onduidelijkheid en onzekerheid weg. De implementatiestandaard
is een statisch model, maar wordt herhaaldelijk
verbeterd in ‘co-creatie’ met stakeholders.
18
techniek
Momenteel wordt Platform Forus ontwikkeld met een
zowel besloten als openbare decentrale blockchain back-end.
Met de Kindpakkettoepassing voor de gemeente Zuidhorn
wordt nu in de praktijk getest of de besloten variant goed
functioneert. Als dit aan de technische, organisatiekundige
en juridische randvoorwaarden voldoet, wordt het platform
eind 2018 gemigreerd naar de openbare decentrale backend.
Deze planning hangt ook samen met de roadmap van
bijvoorbeeld de gebruikte Ethereum Blockchain-technologie.
platform forus brengt fundamentele
wijzigingen aan in hoe publieke en
semi-publieke organisaties hun taken
uitvoeren
integrale projectaanpak
Het succes van zowel de besloten en openbare platformvariant
als de Kindpakkettoepassing zal blijken uit de praktijktoepassing
die nu in Zuidhorn plaatsvindt. Het eindgebruikersperspectief
is leidend bij de ontwikkeling, daarom
worden alle stakeholders betrokken bij de systeemontwikkeling.
Denk aan keuzes vanaf de front-ends van het systeem
tot aan het opstellen van een samenwerkingsmodel
voor het leveren van de opensource-programmeercode. Om
op deze manier te kunnen ontwikkelen, zijn het platform
en de Kindpakkettoepassing gebaseerd op de scrum-methode.
Dat houdt in dat men, in opeenvolgende scrum-sprints,
prototypes uitwerkt voor specifieke klantbehoeften aan de
hand van user stories. Opeenvolgende sprints breiden de
functionaliteiten uit en vormen samen het werkende platform-
en toepassingsprototype.
׉	 7cassandra://rmKXrUropuc7TGMzLKlR06cBmPev1ZOmCyElmU-ixI49`j \n䰲׉E!blockchainoplossing
impact
De impact van het werken met Platform Forus is zowel op
micro- als op macroniveau gericht. Op microniveau is de
Kindpakkettoepassing vooral voor burgers die hiervan al
gebruikmaken een verandering. Daarnaast leidt het vereenvoudigen
van de aanvraag, toekenning en afhandeling
van het Kindpakket ertoe dat de gemeente doelmatiger publieke
middelen kan inzetten. Platform Forus brengt fundamentele
wijzigingen aan in hoe publieke en semi-publieke
organisaties hun taken uitvoeren. De wijze verandert
waarop de overheid beslissingen neemt, omgaat met (financiële)
transacties en interacteert met burgers en leveranciers.
Hierdoor ontstaat er ruimte om gemeentelijke
diensten echt anders in te richten dan tot op heden het
geval is. Tot slot heeft de implementatiestandaard verschillende
beoogde gevolgen. Deze standaard dient om onzekerheden
te verminderen en de acceptatie van de oplossing te
stimuleren. Op microniveau heeft dit betrekking op de acceptatie
van de Kindpakkettoepassing, en op macroniveau
op die van Platform Forus. De opschaling op toepassingsen
platformniveau is bepalend voor het hergebruik van toepassingen,
gevalideerde gegevens, en informatie voor overheid,
burgers en leveranciers.
technische haalbaarheid
Het technische uitgangspunt is de Kindpakketoplossing in
de gemeente Zuidhorn, gebouwd als centrale website op
een traditionele back-end. Dat systeem levert vandaag al
meerwaarde doordat dit het gebruiksgemak voor de burgers
vergroot, de uitvoeringstijd van de gemeente aanzienlijk
verlaagt, en de organisatie helpt om echt anders te denken.
Er is sprake van verandering als het gaat om de gemeentelijke
rol in onze maatschappij, om de rol die
technologie daarbij speelt en om de inrichting van de organisatie.
Nieuw is dat de architectuur en logica van Platform
Forus en de Kindpakkettoepassing, zoals deze nu worden
doorontwikkeld, een stapsgewijze decentralisatie faciliteren
via het invoegen van een middenlaag: de Forus API. De
eerste stap in de decentralisatie is migratie naar een besloten
decentraal platform: alle logica wordt als smart contract
op een besloten Ethereum-chain uitgevoerd. Gegevens worden
op een besloten IPFS-node opgeslagen.
schaalbaarheid
Naast de Kindpakkettoepassing kan men Platform Forus
inzetten bij andere diensten waar decentrale automatisering
van repetitieve handelingen veel mogelijkheden biedt.
Te denken valt aan de dienstenuitvoering zoals de aanvraag,
toekenning en afhandeling van tegemoetkomingen,
subsidies en vergunningen. De uitvoering hiervan ligt in
binnen- en buitenland – bij gemeenten, provincies, de
Rijksoverheid en fondsen (zoals goede doelen). Breedschalige
inzet van Platform Forus heeft dus de potentie om niet
alleen de overheid te versterken in Nederland, maar ook
daarbuiten.
Meer weten?
Kijk op https://foundation.forus.io/nl/
19
\n䰲ԁ\n䰲Ӂ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5FGwvcCc5KAy9-mSDzSGTZFb3xOUsG4fbhFX1Glyaeg /`׉	 7cassandra://VgNSIV_MANJIyTcISmdrRL5RDCF3Xa5WLj3mv351jMUͮ`׉	 7cassandra://YAP-zqR1NpryF5znAxs-brVwZindMFS-W_ez8F-FShU0{`j ׉	 7cassandra://MQe6R7_yMTWw_lb4BtQVReJqC8bBeLkYJwPd6FQj2kA 8l͠	\n䰲נ\n䰲 B=9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 
K9ׁHhttp://borger.dkׁׁЈנ\n䰲 
>69ׁHhttp://gov.ukׁׁЈנ\n䰲 	r̔9ׁHhttp://Ondernemersplein.nlׁׁЈנ\n䰲 	r39ׁHhttp://heid.nlׁׁЈנ\n䰲 
]U9ׁHhttp://Overheid.nlׁׁЈנ\n䰲 
Ɂp9ׁHhttp://Rijksoverheid.nlׁׁЈנ\n䰲 
<ɁQ9ׁHhttp://Overheid.nlׁׁЈ׉Eartikel
de mens centraal
niet het eigen webportaal
De burger informeren met informatie die hij snapt en waarbij hij centraal staat
– dat is in het kort de kern van het nieuwe programma Mens Centraal. De intentie
is om de informatievoorziening en dienstverlening van de overheid zo in te richten
dat deze voor de burger op maat voelt.
Tekst: Kristel Dirkx en Han Rouw, programmamanager en programmasecretaris
bij het interbestuurlijke programma Mens Centraal
D
e gevolgen van gebrekkige of onduidelijke communicatie
bij dienstverlening aan de burger zijn
ernstig, zoals regelmatig blijkt uit schrijnende
voorbeelden die steeds vaker de media halen. Steeds meer
stakeholders en adviesorganen onderschrijven de maatschappelijke
urgentie van voor de klant meer op maat
gesneden informatie en dienstverlening. Ze erkennen de
noodzaak van een gezamenlijke en integrale aanpak van
de overheid, waarin de mens centraal staat.
Op diverse plekken binnen gemeenten, uitvoeringsorganisaties
en het Rijk wordt eraan gewerkt om niet de eigen organisatie,
maar de logica van de ontvanger leidend te laten
zijn in de communicatie en dienstverlening. Bijvoorbeeld
in gemeenten die hun dienstverlening hebben ingericht op
basis van uitgewerkte klantreizen of die experimenteren
met andere vormen van content, zoals in Rotterdam waar
beelden worden gebruikt in de gemeentelijke communica20
tie.
Een voorbeeld is ook de samenwerking tussen de Manifestgroep
en de Voorlichtingsraad in het maken van checklists
rond levensgebeurtenissen. Wat nog ontbreekt, is een
structuur (een plek) om dit samen te brengen, aan elkaar te
verbinden, te delen en de onderlinge banden te versterken.
Een plek waar goed geluisterd wordt naar de stem van de
gebruiker en waar de ervaring van de overheidsprofessional
die in contact staat met de gebruiker (aan de balie of in
de wijk) wordt benut. Het interbestuurlijke programma
Mens Centraal, dat per 15 augustus van start ging, gaat hiermee
aan de slag.
de gevolgen van gebrekkige of
onduidelijke communicatie bij
dienstverlening aan de burger
zijn ernstig
׉	 7cassandra://YAP-zqR1NpryF5znAxs-brVwZindMFS-W_ez8F-FShU0{`j \n䰲׉Eover mens centraal
Doel van het programma Mens Centraal is om de mens in
alle communicatie en dienstverlening van de gehele overheid
centraal te stellen. Op maat, vanuit het perspectief van
de ontvanger, digitaal waar het kan en met persoonlijk contact
waar dat beter is. Zodat we het als gezamenlijke overheden
voor iedereen zo duidelijk en eenvoudig mogelijk
maken. Mens Centraal fungeert als een platform en is bedoeld
om initiatieven overheidsbreed bij elkaar te brengen
en om met communicatie-expertise en onderzoek daar ook
actief aan bij te dragen. Het nieuwe Communicatie- en
Dienstverleningsberaad Overheid, waar directeuren Communicatie
en directeuren Dienstverlening van alle overheidslagen
aan deelnemen, speelt een belangrijke rol in het
maken van overheidsbrede afspraken.
doel van het programma mens centraal
is om de mens in alle communicatie en
dienstverlening van de gehele overheid
centraal te stellen
overheid als geheel herkenbaarder en
toegankelijker
De beweging naar meer aandacht voor de mens in de communicatie
is binnen de Rijksoverheid in 2014 in gang gezet
door de Voorlichtingsraad – het communicatieoverleg waar
alle directeuren communicatie van de departementen zitting
in hebben. Uit onderzoek onder gebruikers van overheidsinformatie
en -dienstverlening kwamen drie belangrijke
noties naar voren, die de basis vormen voor de aanpak
van de Voorlichtingsraad: als overheid moet je beter aansluiten
bij de context van de ontvanger, als overheid moet
je het geheel herkenbaarder en toegankelijker maken en als
overheid moet je beter aansluiten op bestaande netwerken.
mensen in een bepaalde situatie moeten doen en waarbij ze
worden doorgeleid naar het juiste loket. De checklists worden
gepubliceerd op Overheid.nl en Rijksoverheid.nl en
kunnen door middel van een API ook toegankelijk worden
gemaakt op andere platforms. De checklists komen tot
stand op basis van uitgebreid onderzoek naar de informatiebehoefte
van mensen die te maken hebben met bepaalde
levensgebeurtenissen. De volgende stap is het koppelen
van informatie aan transactie, zodat burgers niet alleen een
overzicht krijgen, maar vanuit dit overzicht ook worden
doorgeleid naar de plek waar ze de benodigde transactie
kunnen verrichten.
portaal als wegwijzer
In de Agenda Digitale Overheid wordt gesproken over de
modernisering van de overheidsportalen. De samenwerking
tussen de bestaande portalen Overheid.nl, Rijksoverheid.nl,
Ondernemersplein.nl en Mijnoverheid, die vorig
jaar is ingezet, biedt mogelijkheden. De volgende stap is nu
om gemeenten en uitvoeringsorganisaties erop aan te sluiten.
Uit diverse onderzoeken blijkt namelijk dat mensen
die online contact zoeken met de overheid, vooral kijken op
de website van hun gemeente of de relevante uitvoeringsorganisatie
(zoals Belastingdienst, DUO of UWV). Onderzoek
wijst ook uit dat het voor burgers en ondernemers onduidelijk
is waar welk overheidsportaal voor staat en wat je
er kunt doen. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat de algemene
overheidsportalen in een behoefte voorzien, met
name waar het gaat om de wegwijzerfunctie in het woud
van overheidsinformatie. Dit alles bij elkaar en de inzichten
die zijn opgehaald uit ons omringende landen, zoals het
Verenigd Koninkrijk (gov.uk) en Denemarken (borger.dk)
maken de verkenning rondom samenwerking en samenhang
van de portalen compleet.
onderzoek wijst ook uit dat het voor
burgers en ondernemers onduidelijk is
waar welk overheidsportaal voor staat
en wat je er kunt doen
van informatie naar transactie
De uitwerking van checklists rond levensgebeurtenissen,
een samenwerking tussen Manifestgroep en Voorlichtingsraad,
is een mooi voorbeeld van meer op maat gesneden informatievoorziening.
Inmiddels zijn checklists gemaakt
voor zo’n tien levensgebeurtenissen (zoals overlijden,
scheiden of werkloos worden), waarin wordt uitgelegd wat
21
\n䰲ց\n䰲Ձ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://t88HTYt_KiuL_Ts2LnPmYUXNgC4j7Cq92pWoy5rpdak Қ`׉	 7cassandra://8TX2_if1CGceMT3jEXd8r-teemz_XI45b7yBHhO70KE͙:`׉	 7cassandra://9Avk6tNG3LLQ8FuhddiBkt_0IB_T7Hn41HVJA32d-Ns/`j ׉	 7cassandra://xXmUruOc1W1kiDcFYf5Z1mTmbc0zf6ahgPUYdE_75f8 +͠	\n䰲נ\n䰲 J9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 !c\9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲# 9ׁH +http://www.publieksdiensten.nl/ingovernmentׁׁЈנ\n䰲" 
09ׁH +http://www.publieksdiensten.nl/ingovernmentׁׁЈנ\n䰲! 	|̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈנ\n䰲  Ł9ׁH +http://www.publieksdiensten.nl/ingovernmentׁׁЈ׉E
xander jongejan
alles is taal
Ik wil iets aan u duidelijk maken. De meesten van u ken
ik niet. Ik doe een aanname over de manier waarop ik u
kan bereiken. Want ik wil u bereiken. Ik wil u iets duidelijk
maken. Als ik dat bedacht heb, verzamel ik ongeveer
tweeduizend zwarte tekens en die zet ik in een bepaalde
volgorde achter en onder elkaar op een wit vel. Elk tekentje
is ongeveer even groot en heeft een eigen betekenis.
In combinatie met andere tekentjes maken ze een
nieuwe betekenis. De volgorde van de gecombineerde
tekentjes maakt op zichzelf ook weer een nieuwe betekenis.
Die ondersteunen het totaal aan betekenissen.
Als ik zeker weet dat dit de best mogelijke volgorde is
van de tekens, stuur ik het op naar een tussenpersoon.
Hij zorgt ervoor dat al die tekens op een groen papier
worden gezet. Opdat u weet van wie deze verzameling
tekens komt, is mijn portret erbij geplakt. Het groene
papier wordt toegevoegd aan andere papieren met
tekens. Samen geven ze weer nieuwe betekenissen.
De verzameling papieren wordt aan u verzonden en
door iemand in een blauw/oranje pakje op de mat bij
uw deur gelegd of in een verzamelbakje aan uw huis
gedeponeerd. U neemt het papier mee naar uw stoel.
u zit op uw stoel en houdt het groene
papier met uw handen op een bepaalde
afstand voor uw gezicht, zodat u de
tekentjes scherp kunt zien
U zit op uw stoel en houdt het groene papier met uw
handen op een bepaalde afstand voor uw gezicht, zodat
u de tekentjes scherp kunt zien. Misschien doet u een
speciaal instrument op uw hoofd om doorheen te kijken
naar de tekentjes. U bekijkt de tekentjes. Dat gaat niet
lukraak, u doet dat op een vooraf bepaalde manier. Ooit
is u geleerd dat u de tekentjes van links naar rechts en
van boven naar onder bekijkt. U begrijpt de betekenis
van de tekens. Mogelijk begrijpt u de betekenis van het
geheel aan tekens. Misschien leidt het tot een emotie.
Ergernis, verwondering, vrolijkheid. Dat bepaalt u zelf.
Ieder van u reageert op zijn eigen manier. Misschien lijken
sommige reacties op elkaar, maar exact gelijk zullen
ze niet zijn. U verschilt namelijk van elkaar. Hoe u de
betekenis van de tekens waardeert is persoonlijk. Het
hangt af van uw situatie en uw karakter. Wat wilt u met
deze tekens? Staat u open voor nieuwe betekenis? Welke
betekenis geeft u zelf aan de verzameling tekens? Wilt u
iets duidelijk krijgen?
Ik wil iets aan u duidelijk maken. De meesten van u ken
ik niet. Ik doe een aanname over de manier waarop ik u
kan bereiken. Want ik wil u bereiken. Ik wil u iets duidelijk
maken. Als ik dat bedacht heb, verzamel ik ongeveer
tweeduizend zwarte tekens.
Tekst: Xander Jongejan, manager dienstverlening bij de
gemeente Leeuwarden en dichter
22
׉	 7cassandra://9Avk6tNG3LLQ8FuhddiBkt_0IB_T7Hn41HVJA32d-Ns/`j \n䰲׉E
colofon
inGovernment is het multimediale platform
voor de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment bestaat als kennisplatform uit
een kwartaalblad dat ook als online magazine
beschikbaar is via de website
www.publieksdiensten.nl/ingovernment
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 12, nummer 3 (september)
issn: 2213-2228
Oplage: 7100
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via
www.publieksdiensten.nl/ingovernment
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Missie
Met kennis van dienstverlening aan burgers en bedrijven:
• zijn we motor voor vernieuwing van de publieksdienstverlening.
• organiseren we samenwerking met het Rijk en partners.
• verbinden we initiatieven en beïnvloeden landelijk beleid.
Activiteiten
• positioneren van strategische belangen overheidsdienstver lening.
• organiseren van het collectief van overheidsdienstverleners.
• kwartaalbijeenkomsten (interactie en inspiratie).
• kennisdeling.
• uitbrengen van publicaties en opinie vormende artikelen.
• monitoren uitvoerings programma.
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als nieuwe abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.publieksdiensten.nl/ingovernment
23
\n䰲؁\n䰲ׁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8nM-Hnl9y7N7azQaXDTU8QrXr8uFvBwnaLLt0-cVdSY |`׉	 7cassandra://hDwVuWyBVQtNSffR-UTa1MOA_tfln6mbnGm-pV7DrFIU`׉	 7cassandra://t8Tl0imam43vBkADIguK5h5NzlJVZhZBDY7wZlML2vM `j ׉	 7cassandra://mQwgzG0JVISXlZsVqyxoyX0iFLOmTx01zgvd9qdbHRw ͇͠	\n䰲&נ\n䰲 8E9׉H (http://www.gebruikercentraal.nl/festivalGׁׁr׉E kadvertentie
5 NOVE EER ES
EBRU AAL TI
ientallen workshops & sessies voor een gebruiksvriendelijke overheid
׉	 7cassandra://t8Tl0imam43vBkADIguK5h5NzlJVZhZBDY7wZlML2vM `j \n䰲׉E25
\n䰲ځ\n䰲ف{)InGovernment september 2018\n܁