׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://nOVf9WrTfDu_jR-77AJU4wkEgwgqosyzQC34x637j4s +`׉	 7cassandra://J_t0_7XPCTbaGrAv5Wd122RJ1L7ccHV6nNsecfpg67cd8`S׉	 7cassandra://lqx6Nwce7S786pwyBzgFZRyEVIBXf-OLG10sPGQAIV8#`̵ ׉	 7cassandra://Gisep_AhRHBfEli4C45Cx85jk3XXzxod0KGNfQX-HTI Tʹ͠X>@y׈EX>@z׉E	PLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
DECEMB E R 2016
Virtual realitual rrea ityalitual
Blockchain
ilig
kchain
Informatieveiligheide eili
atie
an
v
ha n
e
n
ievei igh
Virtual RealityPrivacyrii a y
eGo ernment
Virtu au
Klantreizen
i tl R
i
ernme
m
Me
DiigitaleDDigitale infrastructuur
Menselijke maat
rnmen
infrast
nmen
men
r stru
Klantreis om de
wereld in
tachtig dagen
astru t
struc
r
y
c
ch
f mo ma
KlKKla
Collectivisering en
generieke infrastructuur
versnellen digitalisering
o
eGovernment
Klantreize
eGo
Go er
Privacy
ac
t
ernmmem
rnmen
Klan e en
Digitale inf
itl
al
MMenselijke maatmselijk
t
eGovernment
Go e
ernm
Collectivisering
cy
ring
ingingg
BBlockchain
InIInform tarm i
n
nformatieveilighei
Klantren eizen
ligh
e
Wat is de positie
van de overheid in
het privacydebat?
׉	 7cassandra://lqx6Nwce7S786pwyBzgFZRyEVIBXf-OLG10sPGQAIV8#`̵ X>@{X>@z{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wQHhiN1VYctNLUTfHezsyKTCLmkUNnxxZpdTnGaoS2E j`׉	 7cassandra://OaU0mPQFHvAbfyUVRLC8rfifT4DEAlYsgY49By9WvNUU`S׉	 7cassandra://GK73m3Ms0-IvTNWORZgph0WkWWTu0gp8WTahTxyE_HQ`̵ ׉	 7cassandra://dG_eJpEooA0JQF6Lo43amKRTNAO7Ec8cgJ05f0zW0i8yt͠X>A|ט  {u׉׉	 7cassandra://ibyrBwSSuz24JrxfLXL0dO7hRq_mz0tHmhZnrCQbmeI `׉	 7cassandra://aIoUWKUDNa3DcD8v4fUzfiDOqKJ8pizerxyau1MwA3cS`S׉	 7cassandra://oqwAFdsxoeeUGcatMiowYRjFoZBXjvqP20P2L1OAYnw`̵ ׉	 7cassandra://Bivd6Vy640tv6qHjl8T1cQ3kZYqqC9Fe05zfcpP9sQMxs
F͠X>A}׉EI N HOU D
EDITORIAL
03
04
08
10
12
15
16
18
20
23
24
26
29
30
34
37
38
Collectieve waarden
De menselijke maat bij de digitale overheid
In gesprek met Tof Thissen, directeur UWV Werkbedrijf
Welke inzichten bieden klantreizen?
Reis om de systeemwereld in 80 dagen
De klant op reis: en de medewerker dan?
Ander type overheidsmedewerker gevraagd
Klantreismethodiek in drie stappen
Op zoek naar de heartbeat van dienstverlening
HENK WESSELING
Referenda en het algemeen belang
Regie op de digitale infrastructuur
Balans van twee jaar Digicommissaris
Escalatiemodel voor projecten in crisis
Weten wat te doen bij ‘zwaar weer’
Collectivisering krijgt vaart
Wordt slimmer samenwerken vanzelfsprekend?
BOBOTAAL
Met je brommer het kanaal in
Ondanks groei is meer snelheid nodig
Europese Benchmark digitale Overheidsdienstverlening
Criteria effectief klantonderzoek
Is beter ook goedkoper, of goedkoper juist beter?
LINDA KOOL
Robots, big data en borstvoeding
Je hebt wél iets te verbergen
Hoe beschermt de overheid de privacy van burgers?
Verantwoord omgaan met privacy
Nieuwe wetgeving noopt organisaties tot ander beleid
ARJAN EL FASSED
Vijf vragen voor de nieuwe coalitie
De eerste ervaringen met ENSIA
Gemeenten nemen de proef op de som
׉	 7cassandra://GK73m3Ms0-IvTNWORZgph0WkWWTu0gp8WTahTxyE_HQ`̵ X>A~׉EI NHOUD
E DITOR IAL
COLLECTIEVE WAARDEN
40
42
44
46
48
50
Private oplossingen voor publieke
uitdagingen
Welke effecten heeft Smart Governance?
Blockchain biedt onbegrensde
mogelĳ kheden
Hoeveel overheid houden we nog over?
MAESSEN LEEST
Niet alles is te koop
Online participatie versterkt
beleidsvorming
Gemeente Losser vernieuwt beleid met online platform
Wat wil overheid met reality-crossovers?
Tijd
lijkt rijp voor Actieprogramma Virtuele Delta
Colofon
Ook al waan jij je onbespied, op internet ben je dat meestal niet.
Zowel gevraagd als ongevraagd worden je digitale sporen verzameld
en gedeeld door partijen waarvan je meestal geen weet hebt.
Door in te stemmen met gebruiksvoorwaarden en cookies ga je
hiermee akkoord. Dus is er formeel geen probleem, want je weet er
van. Toch kriebelt dat, want we lezen die voorwaarden in de
meeste gevallen niet echt. We hopen op goede intenties en vertrouwen
erop dat de overheid hier ook op toeziet. Maar is dat wel zo?
De publieke discussie over privacy beperkt zich vooral tot het
individueel handelen van personen. Maar vinden we het maatschappelijk
acceptabel dat (onbekende) partijen onbegrensde
gegevensverzamelingen over ons vastleggen en verkopen aan
bedrijven en overheden die hun beleid en beslissingen steeds
vaker hierop baseren? Lang leve de big data! Totdat deze zich
tegen ons keert. Het wordt tijd dat het bewaken van online privacy
als overheidstaak meer wordt gebaseerd op collectieve waarden,
in plaats van persoonlijke handelingsvoorkeuren die zijn
ingekaderd door onleesbare gebruiksvoorwaarden van bedrijven.
Tijd voor herbezinning, want digitalisering gaat over zoveel meer
dan automatisering en IT-infrastructuur alleen. Toch ligt daar binnen
de overheid volop de nadruk. Door slimmer samen te werken
en te collectiviseren vergroot de overheid haar digitale aanbod in
hoog tempo. Maar dit betreft vooral het op orde brengen van de
eigen winkel. Er is beperkt aandacht voor wat burgers verder
online uitspoken en hoe zij daarbij worden beschermd.
Misschien gaat het populaire principe van klantreizen hier verandering
in brengen? Met klantreizen verleggen we de focus van
binnen naar buiten. Daardoor beoordelen we de digitale overheid
steeds vaker vanuit een radicaal klantperspectief. Een perspectief
dat niet altijd rekening houdt met de onwrikbare spelregels van
een eigen systeemwereld. Want ook al doen veel professionals
daarbinnen hun best, dat wil niet zeggen dat hun inspanningen
om dienstverlening te optimaliseren door klanten worden opgemerkt
of gewaardeerd.
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Hoeveel interne systemen blijven er überhaupt over als blockchain,
online participatie en virtuele crossovers actiever worden
gebruikt? Stuk voor stuk trends die nieuwe spelregels introduceren
en een andere werkelijkheid afdwingen. Hoe de overheid zich
binnen deze nieuwe werkelijkheid dient op te
stellen? Zo menselijk mogelijk! Naarmate de
digitalisering transacties en processen
stroomlijnt, kan de dienstverlening zich
weer primair richten op relaties met klanten.
En die klanten zijn gewoon mensen,
zoals jij en ik. Dus ruim baan voor de menselijke
maat binnen de digitale overheid.
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://oqwAFdsxoeeUGcatMiowYRjFoZBXjvqP20P2L1OAYnw`̵ X>AX>A~{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0SiJpJ9r_VzcprpWU8NxZnPYyoFFcOMRp9mUeUl78ww ` ׉	 7cassandra://pgr2RYyafet66ZO5WuzUEImimVENMER3Dd6AGj637swZ`S׉	 7cassandra://O8p3h4fwHr1uuONEN49sNwLHG4YWpCr-Pd3r_OJfL4U(`̵ ׉	 7cassandra://h__TiyfEG6qsb5noifkUfKfGYsJ1oEehkYC2JXCXwCAsSH͠X>Aט  {u׉׉	 7cassandra://Ww5nY4vXC0OHVqjt2CDNt1Va9wGh2Cvlrjl6TxbicXU v`׉	 7cassandra://zRGfHzBhkuqr1IHptx4ziRZUZcEBPxAQcqR-AHfxXIcO`S׉	 7cassandra://KZthV2SBDllxnkW_oum2Tkc4jbd3_8umi6nXBeMSd7s`̵ ׉	 7cassandra://dQblq4NPiILqY9F1m0XvU6tp1VMuetMjZSKqq-0uJfY͘cP͠X>AנX>H 89ׁHhttp://Werk.nlׁׁЈ׉EI NTE R VI EW
DE MENSELIJKE MAAT BIJ
IN GESPREK MET TOF THISSEN, DIRECTEUR UWV WERKBEDRIJF
Toen Tof Thissen in mei 2015 als directeur van het UWV Werkbedrijf aantrad,
maakte hij direct duidelijk dat de menselijke maat in dienstverlening voor
hem centraal staat. Na jaren van bezuiniging en procesoptimalisatie, pleit hij
voor een empathische beweging. Een jaar na zijn aantreden maken we de
balans op. Werkt de persoonlijke benadering van het UWV Werkbedrijf?
Tekst: Otto Thors, Hoofdredacteur inGovernment
Beeld: UWV
oen Tof Thissen drie weken
directeur was, zag hij op Facebook
een bericht van een vrouw
die haar frustraties over het
UWV duidelijk had verwoord. Deze
schreeuw van onmacht resulteerde in
ruim tienduizend likes. De eerste reactie
van Thissen was: ‘met deze mevrouw
moet ik gaan praten, daar leer ik van.’ Hij
nodigde haar uit voor een gesprek dat
zowel voor hemzelf als voor de vrouw
verhelderend was. “Wat bleek? De dame
zat in een complexe situatie waardoor zij
niet direct geholpen kon worden, maar
dat was haar niet duidelijk gemaakt. Als
wij direct een gesprek met haar hadden
gevoerd, hadden we de onduidelijkheid
en haar frustraties kunnen voorkomen.”
T
I
T
Hoe combineer je digitale dienstverlening
met een persoonlijke benadering?
Thissen: “Dat zoek ik in de mix. De basis
dienstverlening is online en die moet je
blijven verbeteren. Maar online is vaak
ontoereikend als je je baan verliest. Mensen
slaat de schrik om het hart en vragen
4
van vraag en aanbod. De Werkverkenner
is onderdeel van de Werkmap en wordt
momenteel door vijfenzeventig procent
van de WW-cliënten ingevuld. Wij willen
weten of personen die bij ons terechtkomen
kansrijk zijn of niet. Door met online
instrumenten de startsituatie beter in te
schatten, kunnen wij onze persoonlijke
zich af welk perspectief ze nog hebben.
Het is onze taak om hen perspectief te
bieden en ook duidelijk te maken dat hun
sector (bijvoorbeeld de bankensector)
met krimp te maken heeft, maar dat zij
met hun competenties ook elders terecht
kunnen. We hebben daarvoor de Werkverkenner
ontwikkeld. Dat is een digitale
zelf assessment die snel een inschatting
maakt van iemands kansen om terug te
keren naar de arbeidsmarkt. Als daaruit
blijkt dat de persoon weinig kans maakt
om binnen een jaar weer aan het werk te
gaan, is een persoonlijk gesprek nodig.
Gelukkig is veertig procent van onze
klanten op eigen kracht binnen drie
maanden weer aan het werk. Het gros
van de vacatures wordt vervuld op basis
dienstverlening gericht inzetten op de
groep die daar het meeste baat bij heeft.
Overigens kunnen we dan ons hele apparaat
aan dienstverlening gerichter inzetten.
Vroeger organiseerden wij voor de
groep met de minste kansen alleen op
dinsdagmiddag een inloopspreekuur of
een groepsgewijze voorlichtingsbijeenkomst.
Sinds afgelopen mei kunnen mensen
met een WW-uitkering die dat nodig
hebben op alle werkpleinen in Nederland
een persoonlijk gesprek inplannen. Dit
kan ook doordat er meer budget beschikbaar
is.”
Wat houdt de ‘blended service’ in?
Thissen: “Werk.nl is ons basiskanaal,
maar de dienstverlening is niet alleen
maar online. Sommige mensen zijn beter
geholpen met een persoonlijk gesprek
door onze medewerkers. Dat kan ook een
workshop zijn of een online training.
Afhankelijk van de persoonlijke situatie
wordt bepaald welke aanvullende ondersteuning
het beste aansluit bij de klant.
Onze klanten ontvangen gemiddeld
zeven maanden een tijdelijk inkomen via
de WW. Door de gesprekcyclus hierop af
te stemmen, wordt de dienstverlening
effectiever. In het verleden, toen er nog
meer geld beschikbaar was voor re-integratietrajecten,
werden er ook trajecten
ingekocht voor mensen die al een goede
positie naar de arbeidsmarkt hadden.
׉	 7cassandra://O8p3h4fwHr1uuONEN49sNwLHG4YWpCr-Pd3r_OJfL4U(`̵ X>A׉ENDE DIGITALE OVERHEID
Tof Thissen: Ik raad iedereen aan om met enige regelmaat zelf de klantreis te ondergaan.
Gevolg daarvan was dat deze mensen
onnodig lang van de WW gebruik bleven
maken. Dat is weinig effectief. Positieve
ervaringen hebben we met het openstellen
van de netwerktrainingen voor meerdere
doelgroepen. We merken dat de weg
naar arbeidsmarkt voor alle soorten deelnemers
is verkort door netwerktrainingen
en beseffen nu dat het uitsluiten van
andere doelgroepen in het verleden
onverstandig was. In brede zin stappen
we af van een doelgroepbenadering en
kijken we weer meer naar het individu.”
Wat zijn de personele gevolgen van meer persoonlijke
ondersteuning?
Thissen: “Persoonlijke ondersteuning
stelt eisen aan de competenties van
UWV-medewerkers op de Werkpleinen.
Zij moeten per persoon kunnen schakelen
en door een goede intake de inzet van
de middelen bepalen. Focus ligt daarbij
minder op het uitsluiten van middelen,
en meer op het sturen van de klant in een
richting die het meest kansrijk is. Het
persoonlijk gesprek is daarbij onmisbaar
omdat iemand die zijn baan verliest een
moment van ‘rouwverwerking’ zal ervaren.
Daarbij moet je een empathische
beweging maken. Ik streef naar humanisering
van de relatie tussen overheid en
burger. We moeten mensen erkennen in
hun burgerschap. Je bent meer dan een
BSN-nummer. Onze adviseurs moeten
zich kunnen identificeren met hun klant.
Stel je eens voor dat jij dat bent, spiegel
jezelf eens in een gesprek. We zetten
daarom sinds kort een ander type training
in, waarbij onze adviseurs ook zelf
de online assessment moeten invullen en
׉	 7cassandra://KZthV2SBDllxnkW_oum2Tkc4jbd3_8umi6nXBeMSd7s`̵ X>AX>A{בCט   {u׉׉	 7cassandra://fwFC4E5IYYuyJX2y_bBxFPc-N0g1JeHf-l5SYlzuNVk `׉	 7cassandra://btg5XQZpNa5SuWSYIjdUKFGKiF6mPmr9WOW-seIT50sLY`S׉	 7cassandra://ejk7Sfvcf5DEPFIAvW5W7V4abkDTLLCtVBbaRZLmfsk`̵ ׉	 7cassandra://1Xrzueh8Debg-wIJpwN9lChTnNm78VBh_jIHBMej9Csǰ͠X>Aט  {u׉׉	 7cassandra://drC5S89kA2xyPSqsNgO95lrHfUHHXcCOZQmmE73phlQ i` ׉	 7cassandra://3QtCI9IxaE2zX9U3eCCiB0b2j9GrqNUGQ3wYWhvjtPs``S׉	 7cassandra://kM2ZCVFC4S8cYnRn14MHhqxsLhWxp45ucvwKmb2H8kg`̵ ׉	 7cassandra://zi2-IS3jn0AlfA721vKI35DtBgWqa9vmsJf9Ri6UjTUy}D͠X>Aנ  )邸S     {9׉H %http://www.anteagroup.nl/omgevingswetG׉ׁ
default style ׉E׉	 7cassandra://ejk7Sfvcf5DEPFIAvW5W7V4abkDTLLCtVBbaRZLmfsk`̵ X>A׉Ehet proces vanuit het klantperspectief
moeten ondergaan. Ik raad iedereen aan
om met enige regelmaat zelf de klantreis
te ondergaan. Er is op het gebied van
dienstverlening weinig bewijs wat echt
effectief is, maar ik ben ervan overtuigd
dat empathie beter werkt en dat dit kan
leiden tot minder kosten. Door meer te
investeren in een rijke intake tijdens het
eerste klantcontact, voorkom je langdurige
trajecten die meer kosten. In een
digitale overheid is de persoonlijke benadering
geen stap terug, maar een logische
stap vooruit.”
Werkt het UWV Werkbedrijf met klantreizen?
Thissen:
“Ja, op basis van klantreisonderzoek
hebben wij bijvoorbeeld onze brieven
aangepast. Als er een brief wordt
geschreven, moet de basis daarvan helder
en duidelijk zijn. Daarom hebben we
geïnvesteerd in een centraal brievenboek.
Schriftelijke communicatie vormt een
bepalend contactmoment in de klantreis.
Dat mag je niet aan de willekeur van een
individuele werknemer overlaten, maar
moet je centraal met voldoende kwaliteit
organiseren. Ook maken we gebruik van
het UWV-panel waarmee we permanent
klantonderzoek doen. Hiervoor hebben
Staat de persoonlijke benadering de handhaving
weleens in de weg?
Thissen: “Ik ben ervan overtuigd dat de
mensen intrinsiek gemotiveerd zijn en
weer aan het werk willen. Een signaal
voor actieve handhaving proberen we
aan het begin van ieder traject op te pikken
door een helder oordeel te vormen.
We zullen klanten die ten onrechte
gebruik maken van onze diensten, veelal
eerst waarschuwen voordat we een sanctie
opleggen. Een sanctie is enkel een ultimum
remedium. Het gros van de klanten
I
NODIG
houdt zich aan de verplichting. Zij begrijpen
dat het recht op uitkering ook enkele
plichten met zich meebrengt. Niet elke
overtreding is moedwillig. Ik heb klantervaringen
nodig om hierop scherp te
blijven. Daarom raad ik anderen ook aan
om regelmatig naar buiten te gaan. Blijf
feeling houden met de samenleving,
want je bent dienend aan die samenleving.”
I
E
zich
inmiddels vijfendertighonderd WWklanten
aangemeld die wij vier tot twaalf
keer per jaar bevragen over verschillende
onderwerpen. Daardoor kunnen wij continu
ons inzicht vergroten in de manier
waarop onze dienstverlening wordt ervaren.
Verder ga ik periodiek in gesprek
met onze cliëntenraden over verschillende
aspecten van dienstverlening. Hoe
schrijf je bijvoorbeeld een warme welkomstbrief
die een klant ook duidelijk op
zijn verplichtingen wijst? Juristen zien
dat vaak anders dan klanten. Rechtmatig
handelen kan op gespannen voet leven
met het streven naar meer klantvriendelijkheid
en een menselijk gezicht.”
Zit die samenleving wel te wachten op het
UWV Werkbedrijf?
Thissen: “Ik streef naar meer maatschappelijk
eigenaarschap van UWV Werkbedrijf.
De overheid is immers van ons allemaal.
Binnen die overheid hebben we
collectief belegd wat we individueel niet
voor elkaar krijgen. Als Eerste Kamerlid
zag ik afgelopen jaren het Malieveld in
Den Haag regelmatig vollopen met protesten
als er werd bezuinigd op de zorg.
Toen de bezuiniging op UWV werd aangekondigd,
was het oorverdovend stil.
Hoe kan het dat bijna niemand rept over
een instelling die honderdduizenden
mensen raakt? Het is mijn wens dat de
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen (Wet SUWI) is er
meer afstand gekomen. Ik mis die ondernemers
en sociale partners nu wel en zou
de banden met hen willen aanhalen. Ook
wil ik het landschap waarbinnen wij opereren
versimpelen. Er zijn nu vijfendertig
arbeidsmarktregio’s en er is veel overlap
tussen overheden en instellingen. Dat is
voor burgers onduidelijk. Waar moet je
wanneer heen? Ik ben bijvoorbeeld niet
de baas van de regionale werkbedrijven,
maar wel van de werkpleinen. Als ik dat
tegen een ondernemer zeg, zie ik de
vraagtekens op zijn gezicht staan. Alle
partners in dit domein zouden over hun
eigen schaduw heen moeten stappen en
schouder aan schouder moeten gaan
staan. Het UWV is de publieke arbeidsvoorzieningsorganisatie
die samen met
deze partners inhoud en vorm moet
geven aan de beweging op de arbeidsmarkt.
Ik wil daarom bijvoorbeeld ook
meer verbinding zoeken met het onderwijs
om de aansluiting op de arbeidsmarkt
te verbeteren. Niet iedereen kan
piloot worden. Er zijn ook andere beroepen
waar meer kansen liggen. We moeten
leerlingen helpen om juiste keuzes te
maken die betere kansen opleveren.
Welke beroepsopleiding leidt tot een
baan? Naar die verbinding moeten we
blijven zoeken.”
samenleving het UWV weer gaat zien als
iets dat van henzelf is. Als je dat wilt
waarmaken, moet je de dienstverlening
persoonlijker maken.”
Welke toekomstwensen heb je voor het UWV
Werkbedrijf?
Thissen: “Ik hoop dat het begrip voor het
UWV binnen de samenleving toeneemt.
Wij moeten ons zelf actief positioneren,
ook richting werkgevers. Ik heb hier op
Amsterdam-Sloterdijk geen banen liggen,
die hebben de werkgevers. Als gevolg
׉	 7cassandra://kM2ZCVFC4S8cYnRn14MHhqxsLhWxp45ucvwKmb2H8kg`̵ X>AX>A{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CaD33isfWdmC32D-fFQd1aifY5_tq5WhVC7wBkSeAGM ;` ׉	 7cassandra://27NWSelRuiXxUFBtUlT6tPs-1fsR7jish8zXqOu6tvk^\`S׉	 7cassandra://cdxynVRXn9o1Kq00wiMf7Kj46v4X7EbLtGj68vl1DiYN`̵ ׉	 7cassandra://lGJj-KUiAHospiqVkd1b25oUwwTwPeF_hfz0zYjv2jArL͠X>Aט  {u׉׉	 7cassandra://8rEgYQeL2H1VJoPAEQ4wL9SqJtXBORwxn1KKadjLaoU CL`׉	 7cassandra://NDGNevt8zwNlTb8_VIIPlsL7auKAhz4UmrngfnczTAoZ`S׉	 7cassandra://lTSfOzvPKaq17GJxCg2Zz2hqf0GCj05cM1tf-JyVP8UA`̵ ׉	 7cassandra://cthqKnHC89o6seaR7AM4rB_AfjGlTPF2YNjO9kiCifQW̴͠X>A׉EKL ANTR E IZE N
WELKE INZICHTEN BIEDEN
REIS OM DE SYSTEEMWERELD IN 80 DAGEN
De klantreis is een hype waar veel overheidsorganisaties mee werken. Hoewel
het principe van klantreizen niet nieuw is, is het de laatste twee jaar bezig aan
een flinke opmars bij overheidsorganisaties. Bijvoorbeeld bij gemeenten. Dat
is goed nieuws. Klantreizen bieden een fantastische manier van kijken, die
veel inzicht kan geven als je de juiste vragen stelt.
Tekst: Peter Keur, senior adviseur bij Morgens
D
DO
I
tot actie bij de klant. Hij ‘mot iets’. Van
anderen, vaak van organisaties. Dat kunnen
overheidsorganisaties zijn, maar dat
hoeft niet. Bij verhuizen heeft de
gemeente een rol (inschrijven in de Basisregistratie
Personen, wettelijk verplicht).
Maar ook het verhuisbedrijf heeft een rol
(dat is vrijwillig, je hoeft geen verhuisbedrijf
in te schakelen) en de internetprovider
(ook vrijwillig). Ten derde gaat het
om de reis van de klant langs meerdere
organisaties. Nu we weten wat een klantreis
is, kunnen we ons de vraag stellen
hoe dit bruikbaar is voor het verbeteren
van dienstverlening. Het antwoord is
simpel. Door de klantreis te volgen krijg
8
de informatie geeft geen antwoord op de
vragen die een klant de organisatie stelt.
Hoe komt dat?’ Hierbij is een onderscheid
te maken naar twee soorten vragen.
Vragen die klanten stellen voor, tijdens
of na het aanvragen van een product
of dienst. Dit zijn vragen van klanten die
betrekking hebben op hun eigen casus.
Bijvoorbeeld een vraag als: ‘Ik wist niet
aan welke vereisten de tekening voor
mijn terrasvergunning moest voldoen’.
Dit kun je prima ophalen met een onderzoek
naar klantervaringen. Iedere klant
kun je vragen naar de informatiebehoefte
die zij hadden. Daar kun je je informatieverstrekking
op aanpassen, bijvoorbeeld
e simpelste definitie van een
klantreis is de volgende. Een
klantreis is de reis langs organisaties
en diensten die een
persoon aflegt nadat hij een (levens)
gebeurtenis heeft meegemaakt. In deze
definitie zitten een paar belangrijke punten
besloten. Ten eerste dat de klant (burger,
klant, initiatiefnemer) iets overkomt
in de context van zijn leefwereld. Dat kan
een bewuste keuze zijn, zoals een bedrijf
starten of een onbewuste, zoals invalide
raken. Ten tweede leidt de gebeurtenis
je inzicht in dat wat de klant van waarde
vindt. De ´voice of the customer´.
INFORMATIEBEHOEFTEN
Veel verbeteraars van dienstverlening en
kenners van de overheid zijn besmet.
Besmet met ´hoe het werkt´. Dat is van
invloed op het moment dat je klantreizen
gebruikt om informatie te verzamelen
over verbeteringen in dienstverlening,
processen en ketensamenwerking. Een
veelgehoorde vraag is de volgende. ‘We
hebben veel informatie verzameld. Maar
door de informatie op de website te plaatsen.
In dit geval deed een voorbeeldtekening
op de website wonderen.
SYSTEEMDOMINANTIE
IInteressanter zijn de verwondervragen
die klanten zichzelf stellen. Vaak vermomd
in de vorm: ‘Ik snap niet dat jullie
het niet op die­en­die manier doen.’ Hieruit
blijkt de werkelijke behoefte aan
dienstverlening. Vaak horen we dat niet
echt, omdat we besmet zijn door die systeemwereld.
Dan denken we: ‘Ja, maar
dat is wel hoe het werkt, want…’ Wat er
gebeurt is dat de klant je confronteert
met een ‘inconvenient truth’. Alle systemen,
processen en inspanningen zijn er
tot dat moment op gericht om de dienst
op die manier te leveren. De klant zegt
eigenlijk: ‘Daar zit ik niet op te wachten.’
Dat doet zeer. Een voorbeeld: tijdens een
interview zegt een klant dat hij niet snapt
waarom hij een status op kan vragen. ‘Ik
bestel toch zeker geen postpakketje? Aan
die status heb ik niets. Ik weet heus wel
dat de vergunningaanvraag in behandeling
is. Liever zie ik dat ik jullie een appje
kan sturen dat ik die boom ga kappen.’
Auw. Daar sta je dan met je nieuwe zaaksysteem,
met statusinformatie.
KLANTPIJN
Wat hier gebeurt is het volgende. De eerste
klantpijn (ik heb te weinig informatie
over de procedure) is prima op te lossen
binnen de staande systeemwereld van de
organisatie. Namelijk informatie op de
׉	 7cassandra://cdxynVRXn9o1Kq00wiMf7Kj46v4X7EbLtGj68vl1DiYN`̵ X>A׉EzN
KLANTREIZEN?
website. Iedereen ziet en snapt dat, niemand
zal daarop tegen zijn. De tweede
klantpijn (‘Ik heb geen zier aan jullie statusinformatie,
geef mij een snel ‘ja, mag
wel’ aan via WhatsApp’) is wat lastiger
voor te stellen vanuit het perspectief van
de gemeente. We hebben de neiging dat
soort informatie naast ons neer te leggen
en de wens van de klant te bestempelen
als onhaalbaar. Op die momenten redeneer
je vanuit de systeemwereld en word
je als het ware ‘blind’ voor de leefwereld
van de klant.
Kortom: wanneer je met je dienstverlening
écht in wil spelen op de leefwereld
van de klant, moet je bereid zijn werkelijk
te horen wat de klant zegt. En daar ook
de juiste conclusies aan te verbinden.
Namelijk dat de klant wellicht helemaal
BASISVRAGEN
Voorbeelden van vragen die je kan stellen om de klantreis in kaart te brengen, zonder
je te laten hinderen door onmogelĳ kheden van de systeemwereld:
- Welke emoties ervaart de klant? Hoe wil hĳ dat we die negatieve emoties wegnemen?
-
Welke oplossingen draagt de klant zelf aan? Wat wil hĳ dat we kopiëren van anderen?
- Welke gedachten heeft de klant bĳ iedere stap in zĳ n reis? Kunnen wĳ voorkomen dat
die gedachten te negatief worden en hĳ een slechte klantervaring heeft?
- Welke contactmomenten ervaart de klant? Wat is het verschil met het proces zoals
we dat hebben ontworpen?
niet zit te wachten op de manier van
dienstverlenen, zoals binnen de huidige
systemen en processen mogelijk is. De
klant kan hele andere behoeften hebben
dan de behoeften waar de interne systemen
en processen in voorzien. Als je deze
mismatch wil overbruggen, moet je bij
voorbaat bereid zijn deze systemwereld
ter discussie te stellen. Als de uitkomst
van je klantreisonderzoek daar aanleiding
toe geeft. Laat je dus vooral niet leiden
door de onmogelijkheden van de
bestaande systemen. Maar ga, op aangeven
van de klant, radicaal te werk.
׉	 7cassandra://lTSfOzvPKaq17GJxCg2Zz2hqf0GCj05cM1tf-JyVP8UA`̵ X>AX>A{בCט   {u׉׉	 7cassandra://S3aFOPGOlu9IfO8QRK1aYovMmrUZvGeCm3rn9hibLA8 ?` ׉	 7cassandra://g6QBInCAADgQcVAwSXBfSe2kLHCCbfrMObgoeck0_fsZ`S׉	 7cassandra://STDku4JNEAem1r9AK_1kh_iCEc7JxiSOrsTMeAkTQjM`̵ ׉	 7cassandra://c0ZWwg3UYZxJUH9UWu7BD3swn83ekU8wg_eu5-qAScExnH͠X>Aט  {u׉׉	 7cassandra://G04dbqBpFdjgUrHboNCnKV3W69gZza_WklNVrDGcP9w :`׉	 7cassandra://dPxl0r6-tS6y9IgXyD5IzXGNRyWqUpfGXRwn0-k7xIkc`S׉	 7cassandra://-LV3ECPF-Ff3EGZ-GldLL-NJEY73L5uo6Y6UBt0NTsEd`̵ ׉	 7cassandra://ZgPpgyedCzLmSDgWeor5Uufv5NI3hKMooLWc9bJkreQͬL͠X>A׉E8KL ANTR E IZE N
DE KLANT OP REIS: EN DE
ANDER TYPE OVERHEIDSMEDEWERKER GEVRAAGD
In het begin van deze eeuw ontstaat in de Verenigde Staten het denken in
‘klantreizen’ als uitvloeisel van Customer Relations Management. De eerste
voorzichtige gedachten in de Nederlandse publieke dienstverlening ontstaan
in 2007/2008. Inmiddels lijkt de klantreis algemeen aanvaard als het ordeningsprincipe.
Het begrip Customer Journey is in. De klant gaat op reis, maar
wat betekent dat voor de medewerker?
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
Beeld: Geert Gratama
H
et is niet onlogisch om de
zoektocht van de burger naar
de gewenste dienst of product
als reis te beschrijven.
Tenslotte is dienstverlening voor een
belangrijk deel logistiek. Of de klant op
reis wíl, is nog een andere vraag. Ook
hier kan het perspectief vertekenen. Wij,
de overheid als aanbieder, hebben onze
zaakjes georganiseerd en dat veranderen
we niet. Dus moet de klant maar gaan
reizen. Nadenken over klantreizen betekent
niet noodzakelijk dat wij, als overheid,
meer klantgericht worden.
ROL MEDEWERKER
Medewerkers bij de overheid hebben
doorgaans een inhoudelijk specifieke
taak, die vrijwel altijd te maken heeft met
controle of toetsing op specifieke onderwerpen.
Taken zijn gecombineerd in
‘silo’s’ met specifieke taakgebieden.
Dáárom moet de klant reizen. Wij proberen
zijn tocht langs de verschillende stations
zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Stations die de overheid bepaalt en
bemenst. Maximale dienstverlening, een
zo kort mogelijke reis, vraagt standaardisering
van procedures en gegevensverzameling
en veralgemenisering van criteria.
Maar ja, daar staan specialisaties in de
weg en wetten, met name op het gebied
van privacy. Die ook nuttig zijn voor de
10
bescherming van diezelfde burger. Dan
kan de medewerker nog zo klantgericht
zijn, als hij niet in een systeem mag,
houdt het op.
Om het werken en ontwerpen vanuit
klantreizen effectief en efficiënt te laten
zijn, ontkomen we er niet aan een principiële
uitspraak te doen over de rol van de
medewerker. We blijven in de metafoor.
DE
ZIJ
KR
Is de medewerker een reisleider die klanten
adviseert te komen waar hij heen wil?
Of is de medewerker juist een buschauffeur
die standaard van A naar B gaat?
Wellicht een kaartjesverkoper, die zonder
commentaar levert wat gevraagd wordt.
Als die vraag niet is beantwoord, gaat de
klantreis niet soepel lopen. Immers, de
reis kan alleen voorspoedig zijn als de
klant op ieder station precies krijgt wat
hij nodig heeft.
DE ZELFREDZAME KLANT?
Uitgangspunt van veel organisaties is,
dat de klant zelfredzaam wil zijn en ook
in grote mate is. Dus worden processen
We kennen zoiets als praktische communicatieproblemen
als gevolg van taalniveau
en digitale vaardigheid. Voeg
daarbij de complexiteit van bepaalde processen
en het wordt duidelijk dat de reis
van de klant niet alleen om een spoorboekje
vraagt, maar ook om een degelijke
taalgids en een handboek ‘overheidslogica’.
In het samenspel tussen burger en
overheid kan de overheid gemakkelijker
invloed uitoefenen op rol en gedrag van
de eigen medewerkers dan op dat van de
klant. Helaas zien we het tegendeel
gebeuren. Gedreven door kostenoverwegingen
wordt van de klant steeds meer
zelfredzaamheid verwacht. En wat als je
zo ingericht dat de klant dat ook moet
zijn. Daarbij gaan we voorbij aan het feit
dat zelfredzaamheid een psychologisch
kenmerk is. Alleen al daarom is het risicovol
om zelfredzaamheid als beleidsuitgangspunt
te nemen. Niet alle burgers
zijn slim, integer of optimistisch. Niet alle
mensen zijn van nature zelfredzaam,
zeker niet in een bureaucratisch landschap.
׉	 7cassandra://STDku4JNEAem1r9AK_1kh_iCEc7JxiSOrsTMeAkTQjM`̵ X>A׉E
E
MEDEWERKER DAN?
de kaartjesautomaat niet snapt? Dan
komt er weinig terecht van je klantreis.
Veel standaardprocessen zijn te digitaliseren
en daardoor te vereenvoudigen
voor de klant. In de meeste gevallen zijn
dat korte klantreizen. Bij langere, meervoudige
of complexere processen is het
waarschijnlijk efficiënter om de klant een
reisleider toe te wijzen. Dát lijkt de meest
voor de hand liggende rol voor de medewerkers.
Alleen hebben we ze daar niet
voor opgeleid en geselecteerd.
TALENT EN COMPETENTIE
De meeste scholen op het gebied van
organisatiekunde en HRM zijn het er wel
over eens dat een scheiding tussen uitvoering
(de dingen doen) en beleid
(bedenken waarom we dingen doen) een
uitvloeisel is van het industriële tijdperk.
Toch heeft dat nog niet geleid tot een
andere rol voor medewerkers die klantcontacten
hebben. Die ‘verkopen de
kaartjes’ en hebben geen idee waarom
een bepaalde metro niet rijdt. Daar ‘zijn
ze niet van’. Dat is het gevolg van doorgeschoten
functiebeschrijvingen, functiescheiding
en hooggeachte inhoudelijke
competenties. Wij hebben onze medewerkers
helemaal niet uitgezocht op hun
talent, maar op hun vaardigheden.
Dat leidt er vrijwel zeker toe dat het werken
met klantreizen een knelpunt gaat
opleveren in de bemensing van de stations.
Aangezien het onpraktisch en
onwenselijk is om op grote schaal medewerkers
te gaan vervangen, zal er iets
anders moeten gebeuren: een andere
wijze van het beoordelen van de
geschiktheid van medewerkers. Talentmanagement.
En niet alleen de slimme
types ‘die het nog ver zullen brengen’.
Zo’n vorm van talentmanagement zegt
immers tegen al die andere medewerkers
dat zíj niet zo goed zijn en laat daarmee
een geweldig potentieel onbenut.
Er wordt wel gesproken over talent als
een vuurtje. Er is brandstof nodig (een
talent), een vuurtje (de uitdaging om te
mogen gaan doen waar je goed in bent)
en zuurstof (een organisatie die dat stimuleert
en mogelijk maakt). Of het wat
wordt hangt in belangrijke mate af van
de ruimte die de overheid zelf organiseert
om mensen de kans te geven.
ANDERS STUREN
Een motto dat hierbij kan werken is ‘Hire
for character train for skills’. Overheidsorganisaties
hebben veel medewerkers
die bijzonder geschikt zijn om de rol van
reisleider te vervullen, of te zorgen dat de
klant naar het volgende station kan. Wat
hen onderscheid is hun instelling, niet
hun opleiding. Om op basis daarvan
mensen in te zetten vraagt een andere
manier van sturen op HR. Niet op skills
en vaardigheden, maar op persoonlijke
motivatie en inzet. De rest leren ze wel.
Laten we hopen dat het werken met
klantreizen dat effect heeft. Niet alleen
aan de buitenkant een soepele procedure,
maar ook aan de binnenkant een organisatie
waar betrokkenheid en flexibiliteit
de norm zijn.
׉	 7cassandra://-LV3ECPF-Ff3EGZ-GldLL-NJEY73L5uo6Y6UBt0NTsEd`̵ X>AX>A{בCט   {u׉׉	 7cassandra://j96u4NBu784l8RuHbQTPUIZHyGo09SJO21BJ202nuts 6`׉	 7cassandra://pg5eM4xa4MAqrbVc0y51WRleSoNF8hIFFp4W2qROAsI``S׉	 7cassandra://LvapFi17jAz8IAGQNqQyyWmoCtDpZ77VlGCGewYzKy4Z`̵ ׉	 7cassandra://IVB_460s7Kxw5ChpIkU743vpndWFUfSJuwvKVrAQRkAL͠X>Aט  {u׉׉	 7cassandra://q6lNKS7xIK3T-dzOgz9sQxr2l_dt2Z7_w3Y6Aj88q18 ` ׉	 7cassandra://N9gk58w-GQqinSfQoIneK6H2NIdcYIZui-9IG3H-6KA_ `S׉	 7cassandra://YV0M7da49j_mEoNq0ReqwZxiHo-lk0hTRujcF3zEVs01`̵ ׉	 7cassandra://tMMQwqEAmautGzH2cBwbMCWLM1hSIfwRwafup_1y9ms_H͠X>BנX>H ^̋9ׁHhttp://www.kinggemeenten.nlׁׁЈ׉EKL ANTR E IZE N
KLANTREISMETHODIEK
OP ZOEK NAAR DE HEARTBEAT VAN DIENSTVERLENING
Dienstverlening aan laten sluiten bij de leefwereld van mensen. Dat is waar
veel gemeenten de komende jaren aan werken. Maar hoe pak je dat aan? Hoe
zorg je dat er echt veranderingen in de dienstverlening komen? Een methode
om aan deze ambitie praktisch invulling te geven, is klantreizen. In dit artikel
is een klantreismethodiek in drie stappen uitgewerkt.
Tekst: Leonie Brouwer, projectleider Kenniscentrum Dienstverlening bij VNG/KING
A
ls we met de gemeente in aanraking
komen en gebruikmaken
van diverse contactkanalen,
ervaren we op verschillende
momenten een bepaalde emotie of
beleving. Positief, neutraal of negatief.
De zogenoemde klantreis. De reis die
iemand doorloopt wanneer hij of zij een
vraag, probleem of idee heeft. Door via
de klantreismethodiek, vanuit het perspectief
van inwoners en ondernemers, te
kijken naar de gemeentelijke dienstverlening,
verbeter je alleen datgene waar de
klant echt op zit te wachten. Werken met
klantreizen betekent dat je niet continu
hoge cijfers hoeft te scoren. Zolang je
maar zorgt voor een goed begin, een
goed einde en een piek in de klantreis op
het moment dat de klant dat van belang
vindt.
KLANTREISMETHODIEK
Om gemeenten te helpen bij het in kaart
brengen van de klantreizen van hun
inwoners en ondernemers, heeft het Kenniscentrum
Dienstverlening van KING
een analyse- en verbetermethodiek ontwikkeld
waarbij de klant centraal staat en
direct wordt betrokken. Zo worden
belangrijke contactmomenten met een
hoge impact op de klantbeleving ontdekt,
potentiële verbeteringen in de dienstverlening
snel gelokaliseerd en kan de
gemeente in de processen beter inspelen
op de klantbeleving en klantverwachtingen.
De klantreismethodiek is gebaseerd
op design thinking en bestaat uit drie
hoofdfasen: define, design en deliver.
In Oss is gekozen voor de klantreis ‘ik wil zwerfvuil melden’ in plaats van de klantreis ‘ik wil een melding openbare ruimte doen.’
12
׉	 7cassandra://LvapFi17jAz8IAGQNqQyyWmoCtDpZ77VlGCGewYzKy4Z`̵ X>B׉EIN DRIE STAPPEN
FASE 1: DEFINE
De fase van define is de start van de
methodiek. Hier houdt een gemeente
zich met name bezig met het kiezen van
de klantreis, het organiseren van draagvlak
en het vergaren van klantinformatie.
Ten eerste is het handig om een klantreis
te kiezen waarbij sprake is van enig
volume. Dat wil zeggen dat er behoorlijk
wat inwoners of ondernemers zijn die
baat hebben bij het verbeteren ervan. Een
keuze voor een klantreis kun je op verschillende
manieren maken. Denk aan
een klantreis met de meeste impact op
inwoners of ondernemers; gedreven vanuit
het halen van bestuurlijke doelen;
vanuit bepaalde organisatorische knelpunten
of genoodzaakt door externe
invloeden, zoals een wetswijziging. Ten
tweede is het belangrijk om draagvlak te
creëren bij het management, de directie
en eventueel het college van burgemeester
en wethouders. De gemeente Alphen
aan den Rijn bijvoorbeeld zette de klantreis
in om de dienstverlening rond het
thema ‘evenementen’ gebruiksvriendelijker
te maken. Het leverde een lijst met
twintig verbeterpunten op. Daaruit bleek
dat meerdere afdelingen invloed hadden
op de klantreis en bleek ook dat andere
samenwerkingsverbanden nodig zijn.
Verschillende teams moesten nauw met
elkaar gaan samenwerken. Door hen
vroegtijdig te betrekken, was de acceptatie
van de uitkomsten beter.
PERSONA’S
Om de huidige en de gewenste klantreis
goed in kaart te brengen, gebruikt de
methodiek zogenaamde persona’s. Een
persona is de meest gemiddelde inwoner
of ondernemer die je je bij een klantreis
kunt voorstellen. Om deze persona te
creëren, gebruik je allerlei voor de klantreis
relevante informatie. Afhankelijk van
de klantreis kan dit informatie zijn uit
klantonderzoeken, peilingen en gebruiksstatistieken
die bij de gemeente al bekend
zijn. Dit geeft nog geen totaalbeeld en
daarom worden in deze fase per unieke
klantreis drie tot vijf interviews gehouden
met klanten die de reis recent hebben
doorlopen. Zo kan de klantreis ook in de
woorden van de klant worden opgeschreven.
FASE
2. DESIGN
In de designfase worden op basis van alle
verzamelde informatie en de gecreëerde
persona, de huidige en de gewenste
klant reis in de ogen van de klant in kaart
gebracht. De persona doorloopt tijdens
zijn klantreis een aantal fases. In elke fase
heeft de persona een bepaald doel en
heeft hij via verschillende ‘touchpoints’
E
W
contact met de gemeente. Zoals de website,
e­mail, telefonisch of persoonlijk aan
de balie of bij de persona thuis. Bij elke
fase van de klantreis ervaart de persona
ook een bepaalde emotie. Dit wordt de
heartbeat van de klantreis genoemd. Uit
deze heartbeat volgt een overzicht van
pijnpunten, mogelijke verbeterpunten en
aspecten die al goed gaan in de huidige
klantreis. Een klantreis formuleren
gebeurt in de woorden van de klant en in
de ‘ik­vorm’. Oftewel, vanuit de leefwereld
van mensen. Dat dit een andere
manier van denken vergt, blijkt uit de
veelvoorkomende klantreis rondom de
melding openbare ruimte. Hoe formuleer
je deze nu exact? Uit cijfers van de
gemeente Oss is gebleken dat mensen
vaak meldingen over bomen, kapotte
straatlantaarns en zwerfvuil doen.
Daarom kozen zij voor de klantreis ‘ik
ringen ook echt geïmplementeerd worden.
Wanneer alle verbeteracties zijn
gerealiseerd, wordt gekeken of de doorgevoerde
verbeteringen hebben geleid tot
betere dienstverlening. In de gemeente
Stichtse Vecht leverde de klantreis ‘ik wil
me vestigen als ondernemer’ onder meer
op dat er nu concreet wordt gekeken naar
oplossingen om de lange doorlooptijd
nadat een aanvraag is ingediend, te verkorten.
Een van de oplossingen waar aan
wordt gewerkt, is de zogenoemde eendaagse
beslissing. Dit houdt in dat iedereen
(inwoners en ondernemers) die een
aanvraag bij de gemeente indient, uiterlijk
een dag later weet of de aanvraag
kans maakt om te worden gehonoreerd.
Meer weten?
www.kinggemeenten.nl
wil zwerfvuil melden’ in plaats van de
klantreis ‘ik wil een melding openbare
ruimte doen’. Zo is de klantreis geformuleerd
vanuit de leefwereld van mensen,
in plaats vanuit de systeemwereld van de
gemeente.
FASE 3. DELIVER
De laatste fase in de methodiek is de deliverfase.
Als over de gewenste klantreis
overeenstemming is bereikt, kan een verbeterplan
worden gemaakt en kunnen
die verbeteringen worden uitgevoerd.
Hiervoor is het belangrijk dat er betrokkenheid
is vanuit verschillende disciplines
(ICT, communicatie, dienstverlening
en de betreffende vakafdelingen). Zo
wordt gezorgd dat verschillende verbete׉	 7cassandra://YV0M7da49j_mEoNq0ReqwZxiHo-lk0hTRujcF3zEVs01`̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PfZtmqFbrI99zLANMNmRlqD4YK2V99W3TE18GXYqBHg `׉	 7cassandra://VOC2nMYdd0IUjdxKRl2Jb5xx-r4ajm3qTorN3NGPCnkeL`S׉	 7cassandra://yvwQDk0tjro_PYQO98cW8fTdSZRo15w1hGH0HomcmI8&N`̵ ׉	 7cassandra://lj09Q9tp9stHyno9Yjhrt3fAtpKSwcYrO4ycDCsV0EMͰ&n͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://0Holvw1t_gwvJEvmPHS62fGnXpIiynDI9DKYBx6xvD8 y`׉	 7cassandra://c-8Vql2IZil1xJHjoO0koEh2U4PyljxKpT97QkDzCXw^`S׉	 7cassandra://Ql9Au-jo6yJcpskmn12HqQwL37ZOk2sU0WL_TYCGfRE`̵ ׉	 7cassandra://DCXN-jYRpT9nUb8N3zYMWWsXRVJyAkZvY7o5z1NRs04ͼ͠X>BנX>H   {9ׁH +http://www.binnenlandsbestuur.nl/kompas2017ׁׁЈ׉ESAVE THE DATE
Bekendmaking van de:
• Beste Bestuurder 2016
en de:
• Beste bestuurder in een kleine gemeent
• Jong bestuurstalent
• Beste bestuurde decentrale overheid
KOMPAS 2017
BESTE BESTUURDERS…
STAAN AAN WAL?
Donderdag 26 januari 2017, Provinciehuis Utrecht
De lokale democratie verandert. Burgers nemen er niet langer genoegen mee eens in de vier jaar gehoord te worden, maar willen continu bij het lokaal
beleid worden betrokken. Initiatieven daartoe springen als paddenstoelen uit de grond, met als voorlopig hoogtepunt Code Oranje. Onder deze naam heeft
een groep van enkele honderden burgemeesters, wethouders, raadsleden, actieve burgers, wetenschappers en ondernemers een initiatief gelanceerd voor
verandering van de politieke democratie.
Maar een verandering van het lokale politieke stelsel is niet voldoende. Ook de bestuurders zelf zullen moeten veranderen om opgewassen te zijn in hun
nieuwe rol in een nieuw lokaal bestuur. Hoe verandert het management van publieke organisaties daardoor? Welke competenties hebben bestuurders nodig
om de nieuwe politieke realiteit aan te kunnen? Moet de bestuurder leren meer aan de wal te staan dan op de brug? Op deze vragen proberen we samen
met u een antwoord te vinden tijdens de Binnenlands Bestuur nieuwjaarsbijeenkomst Kompas 2017.
Met onder meer: Willibrord van Beek, commissaris van de Koning in Utrecht; Bert Blase, waarnemend burgemeester van Vlaardingen en mede-initiator
van Code Oranje; Hans Engels, lid van de Eerste Kamerfractie van D66 en bijzonder hoogleraar ‘rechten decentrale overheden’ in Groningen en
Wim Daniëls, taalkundige.
Meld u nu aan op www.binnenlandsbestuur.nl/kompas2017
#BBdebat
׉	 7cassandra://yvwQDk0tjro_PYQO98cW8fTdSZRo15w1hGH0HomcmI8&N`̵ X>B׉Ente
H E N K WESSE LI NG
REFERENDA EN HET
ALGEMEEN BELANG
Als redelijke, weloverwogen, middle class professional of manager
baalt u natuurlijk ook van die door domme, irrationele,
emotionele en kortzichtige, zo niet misleidende argumenten
gedreven meerderheden bij recente referenda. De Brexit- en
Oekraïne-referenda staan immers model voor door populistische
sentimenten gedreven mobilisatie van meerderheden. Was
u vroeger nog wel voor een (bindend) referendum, nu twijfelt u
ernstig aan de vox populi. Of wellicht was u altijd al tegen referenda.
Belangrijke beslissingen lenen zich immers niet voor simplistische
ja – nee-vragen. Het algemeen belang vereist echt
ingewikkelde afwegingen die aan de ambtelijke professionals en
gekozen politici moeten worden overgelaten.
B
ZICH
SIMPLIS
Enig zelfonderzoek van u als redelijk wezen past wel. Allerlei
onderzoek wijst er op dat ons brein een paar reële risico’s oplevert
voor verstandige besluitvorming. Bijvoorbeeld het onderscheid
van Kahneman naar fast (intuïtief) en slow (weloverwogen)
thinking. Om het maar gewoontjes te zeggen: de nadelen
van ‘al te fast thinking’ leidt tot een zekere argwaan tegen al te
snel besluiten, in plaats van nog eens goed na te denken. Referenda
zijn vanuit dat oogpunt wel een risico.
Ons ‘redelijke’ denken is natuurlijk even intuïtief en ‘fast’.
Europa, internationale verdragen, vrijhandel, humanitaire
opvang zijn goed; vluchtelingen zijn in principe welkom. Wie
daar tegen is, treft ons in ons hart. Wat ons dwars zit is dat we
brede groepen niet meer aan die optimistische, tolerante, internationalistische
visie kunnen binden. Wat wij ‘redelijken’ als
algemeen belang ervaren, dat ervaren die (vooral) witte laag
opgeleiden als bedreigend. Dat betekent dat we geen redelijk
gedeeld algemeen belang meer kunnen ervaren. Niet in onze
zorgarrangementen, niet in onze arrangementen voor opvang
van vluchtelingen, niet voor internationale samenwerking en zo
verder.
Roel in ’t Veld en Albert Jan Kruiter spreken van ‘botsende
waardenrationaliteiten’. Bijvoorbeeld als het gaat om meer open
wereldbeelden tegenover versus gesloten wereldbeelden, meer
op basis van vertrouwen versus meer op basis van wantrouwen
of meer op basis van zelfregie versus op basis van solidariteit.
Overal in het land zie je nu initiatieven ontstaan met als doel om
die dreigende splijting te helen. Zelf zit ik ook in dat soort clubjes.
Vaak staan daarin meer procesmatige initiatieven centraal,
zoals ‘bottom up’ en ‘dialoog’. En vaak wordt de vormgeving
aan de eigen leefwereld benadrukt: energiecoöperaties, zorggemeenschappen
of bijvoorbeeld stadsdorpen.
Juist bij die grotere overkoepelende kwesties van (on)gelijkheid,
(on)beperkte opvang, (vrij) handel, zijn die botsingen steeds
grimmiger, in plaats van ‘lerend’. Centraal zou daar moeten
staan het zoeken naar compromissen, naar werkende oplossingen.
Dat eist inhoudelijk gedreven processen van overleg en
consultatie. Laat de dan resulterende alternatieve oplossingen
vooral onderwerp van referendum zijn. Dan is er sprake
geweest van slow thinking, van de zogenaamde ‘emotiegedrevenen’
én van de ‘zogenaamde redelijken’.
Henk Wesseling, Experticecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://Ql9Au-jo6yJcpskmn12HqQwL37ZOk2sU0WL_TYCGfRE`̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-uyE-RC3O98fnXMAwLaA9rjrwe0mR7Fz6PGvDYRjK6A '`׉	 7cassandra://oHk_S5NssPCo94UBN6rSztjda39z-dctSW2wCyg2zu8``S׉	 7cassandra://GIHN6S59TSp0WBUzUacYb9SN3IhZrxsuFNUKJo1u0Ik`̵ ׉	 7cassandra://K8RMsFFjWyU041Am-KrTmrHZ-dPY0vtDbUKey2vTSyY͂P͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://xu8VnAwCKcvVc5ggaOrD8exSbJmpJysOpfmb-uBNZMc 	`׉	 7cassandra://LjIbXryRVe2uOX-gbG-UEWwCEZd9Wt2IvjtyFwqByEkaS`S׉	 7cassandra://3tKfJXKh15oplmpuOJtPkiyqT0yZVyYsOAWO6uV0iDk`̵ ׉	 7cassandra://bYhVfpjI-uUKLVk4JuIg63KBTSfTzsAHeV-xBwGINLo͍p͠X>BנX>H ^̍9ׁHhttp://www.digicommissaris.nlׁׁЈ׉EDIGITALE I N FR A STRUC T UU R
REGIE OP DE DIGITALE
INFRASTRUCTUUR
BALANS VAN TWEE JAAR DIGICOMMISSARIS
Tweeënhalf jaar geleden besloot het kabinet tot instelling van een Nationaal
Commissaris Digitale Overheid. Daarmee volgde het één van de belangrĳ kste
aanbevelingen op van het adviesrapport ‘Geen goede overheidsdienstverlening
zonder een uitstekende Generieke Digitale Infrastructuur’. Volgens dit
rapport was het ‘twee voor twaalf’. De GDI ontbeerde een samenhangende,
meerjarige aanpak, heldere governance en duurzame fi nancieringsafspraken
om de publieke dienstverlening in stand te houden en op peil te brengen. Voor
nu en in de toekomst. Waar staan we nu? In dit artikel maken we tussentĳ ds
de balans op.
Tekst: Hans van der Stelt, directeur Bureau Digicommissaris
D
e GDI werd gedefi nieerd als
‘de bestaande en in ontwikkeling
zijnde voorzieningen,
standaarden, gegevens en
producten die essentieel zijn voor zowel
het functioneren van de overheid als voor
haar dienstverlening aan burgers, bedrijven
en instellingen’. Reden te meer, zo
was ook de conclusie van het kabinet, dat
de GDI een centrale, onafhankelijke en
stevige regie behoeft, met een bijbehorende
governancestructuur en een fi nancieringsarrangement
tussen medeoverheden,
zelfstandige bestuursorganen en het
Rijk. De Digicommissaris kreeg de
opdracht de interbestuurlijke besluitvorming
te organiseren, regisseren en de
ambities en acties van de overheid -
inclusief de fi nanciële doorvertaling -
samen te brengen in een meerjarig nationaal
‘Digiprogramma’.
BASIS OP ORDE
Afgelopen twee jaar stonden in het teken
van ‘de basis op orde’ brengen. Parallel
aan het opzetten van de interbestuurlijke
besturingsstructuur voor de GDI, met
daarin de Ministeriële Commissie Digi16
Loopt
de fi nanciële sturing in de pas met
de begrotingscyclus? Is er structureel
geld beschikbaar en sluit dit aan bij de
beleidsdoelstellingen, meerjarige kosten
van beheer en exploitatie, noodzakelijke
gebrekkige (fi nanciële) sturing en discipline
om fi nanciële spelregels consequent
te hanteren. Het kabinet besloot in maart
2015, op voorspraak van de Digicommissaris,
de op dat moment bekende structutale
Overheid voor de politieke sturing
op de GDI als geheel, het Nationaal
Beraad voor de top-ambtelijke sturing en
de Regieraden voor de tactische sturing
op clusters van de GDI, zijn de GDIvoorzieningen
nauwgezet in kaart
gebracht. We gingen te werk volgens het
‘credo’ dat inhoud, governance en fi nanciën
onlosmakelijk met elkaar verbonden
dienen te zijn. Stuk voor stuk kwamen de
GDI-voorzieningen aan bod. Waartoe
dient de voorziening? Hoe zit de besturingsstructuur
in elkaar: wie is politiek
verantwoordelijk, wie is beleidsverantwoordelijk,
opdrachtgever, beheerder?
DE
DIGIT
aanpassingen, et cetera? Een behoorlijk
monnikenwerk, zowel voor Bureau Digicommissaris
als voor alle overige direct
betrokkenen. Maar uiteindelijk een
vruchtbaar karwei: het geheel van GDIvoorzieningen,
de besturing daarvan en
de fi nanciële uitdagingen (we stuitten op
een fors structureel tekort bij een aantal
bestaande voorzieningen) kwamen
steeds scherper voor het voetlicht.
FINANCIERINGSAFSPRAKEN
De discussies over fi nanciële dekking
waren welhaast altijd incidentgedreven
en kwamen niet zelden voort uit een
׉	 7cassandra://GIHN6S59TSp0WBUzUacYb9SN3IhZrxsuFNUKJo1u0Ik`̵ X>B׉Ehand gelegd. Was het eerste programma
gericht op het bijeenbrengen van het aanbod
aan GDI-voorzieningen, de opzet
van de interbestuurlijke governance en
het verkrijgen van overzicht van en een
diepgaand inzicht in de fi nanciële beeld,
zo stond het tweede Digiprogramma al
veel meer in het teken van de digitale
samenleving en wat dit betekent voor de
ontwikkeling van GDI. Het derde Digiprogramma
bouwt hier op voort, agendeert
nadrukkelijk de verbinding en
interactie met de verschillende sectoren
en maakt een begin met het toepassen
van de duurzame fi nancieringsafspraken.
GDI VAN DE TOEKOMST
rele tekorten op de bekostiging van een
aantal bestaande voorzieningen op te lossen.
Dat leidde tot een meer kritische
betrokkenheid bij de GDI. Immers, de bij
alle partijen opgehaalde middelen werden
geboekt op de zogenaamde Aanvullende
Post bij het ministerie van Financiën.
Onttrekkingen aan deze post voor
de bekostiging van de GDI komen, onder
regie van de Digicommissaris, tot stand
via een interbestuurlijke afweging van
nut en noodzaak, in de regieraden en in
het Nationaal Beraad. Duurzame fi nancieringsafspraken
voor de GDI als geheel
bleven echter onontbeerlijk en het kabinet
vroeg de Digicommissaris daar voorstellen
voor uit te werken. Dit gebeurde afgelopen
zomer met de ‘Uitgangspunten
Duurzame Financieringsafspraken GDI’.
Hiermee is een belangrijke stap gezet om
daadwerkelijk tot structurele fi nanciering
van de GDI te komen. Geen ‘one size fi t
all’, maar uitgangspunten die rekening
houden met de aard van de voorzieningen
en de fase van de levencyclus waarin
zij zich bevinden. De Ministerraad stelde
de uitgangspunten op 8 juli jongstleden
vast.
STUREN OP VERBINDING
De GDI werd (en voor sommige partijen
ook nu nog) vooral gezien als een verzameling
losstaande, aanbod gerichte voorzieningen,
onvoldoende aansluitend op
de vraag vanuit sectoren, uitvoeringsorganisaties
en behoeften die burgers,
bedrijven en instellingen hebben ten aanzien
van de publieke dienstverlening.
Historisch verklaarbaar, maar ‘anno nu’
niet langer houdbaar.
Inhoud en reikwijdte van de GDI zijn
natuurlijk verre van statisch. Vanwege de
informatie- en technologiegedreven ontwikkeling
van de samenleving in het
algemeen en die van maatschappelijke
sectoren in het bijzonder, verlangt de GDI
periodiek onderhoud, doorontwikkeling,
vernieuwing en ook herbezinning van -
bijvoorbeeld - dienstverleningsconcepten
en beleidsuitgangspunten. Is de GDI van
nu ook de GDI van morgen, en welke
opties voor een effectiever, eenduidiger
politieke sturing van de GDI zouden bij
de vorming van een nieuw kabinet in
ogenschouw genomen kunnen worden?
Aan het derde Digiprogramma
(2017/2018) wordt momenteel de laatste
Het gesprek in de Regieraden en het
Nationaal Beraad wordt niet langer uitsluitend
gedomineerd door fi nanciële
problemen van individuele voorzieningen
en er ontstaat steeds meer ruimte
voor gesprek over de inhoud, de ambitie
voor de toekomst. De toekomst van de
GDI, als basis voor de publieke dienstverlening,
is door de ontwikkeling van
de informatiesamenleving bepaald geen
business as usual. De informatiesamenleving,
waar we middenin zitten, vraagt
om een heroriëntatie op de rol en werkwijze
van het openbaar bestuur en daarmee
ook op GDI. Mensen, bedrijven stellen
andere eisen aan de publieke dienstverlening,
zoals zij dat ook doen als
klanten van private ondernemingen. Zij
verwachten ‘centraal’ te worden gesteld,
bediend op een veilige, effi ciënte en
gebruiksvriendelijke manier, als het even
kan 24/7. En ook om in staat te worden
gesteld om zichzelf te bedienen, regie te
voeren over hun eigen gegevens of maximaal
gebruik te kunnen maken van open
data die met publiek geld worden gegenereerd.
De GDI is meer dan ‘effi ciënte
digitale overheidsdienstverlening’. Zij
gaat ook over defi niëren en borgen van
‘nieuwe’ publieke belangen, zoals informatieveiligheid
en privacy. De GDI van
de toekomst is vooral een nationale digitale
infrastructuur waar overheden, burgers,
bedrijven, instellingen met vertrouwen
gebruik van kunnen maken.
Meer weten?
www.digicommissaris.nl
׉	 7cassandra://3tKfJXKh15oplmpuOJtPkiyqT0yZVyYsOAWO6uV0iDk`̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SnAbfTqS7RuITd9xX-OOjpBKdrMkPwMh6LGW2pAcxvw ` ׉	 7cassandra://PRfjGpexzFFZsiPPk9qSnRbAIj-uJdkgoTW1B8FvG3cX6`S׉	 7cassandra://ff_TKDhd3DVak6a-3Ql4jc1gJgw-3CpaZB-1j119dY4`̵ ׉	 7cassandra://RPkBcSnVto3qg4dS_N1mBr6BiCuZqCpZpNZSkqvIAa0fR6͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://uRV703ldNundcI0KZQ12tHGGFH4z7fsBaSWI9GXW6q0 !{` ׉	 7cassandra://ShQvvlJbKgG8CWBqfQXpVIsYO_hNytHqtvsSZuw0KK4p`S׉	 7cassandra://7uahsIamQbrmaSovThT0PHu0ZfvfTRiBX2e0g7k7ccI `̵ ׉	 7cassandra://NeC5IJtbFD7QF-Fdu37YpZouFqggw4q7SAhtyniH-QE_L͠X>BנX>H ?
9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉E
VAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Escalatiemodel voor
projecten in crisis
Weten wat te doen bij ‘zwaar weer’
Er is veel geschreven over falende ICT-projecten bij de overheid en over de moeilijkheid
om projecten op drift tijdig bij te sturen of zelfs te stoppen. Het parlementaire onderzoek
van Elias noemt dit ‘doormodderen’ en spreekt de wens uit dat het normaler moet
worden om projecten te stoppen als daarvoor goede redenen zijn. De auteurs zijn
betrokken geweest bij diverse projecten die in zwaar weer kwamen en die uiteindelijk
succesvol zijn bijgestuurd danwel stopgezet. Door de zwaar-weerperiode te evalueren
hebben de auteurs een escalatiemodel afgeleid dat ook in andere projecten bruikbaar is.
Tekst: George Leih en Wijnand Heijnen, consultants M&I/Partners en
Edward Schaap, programmamanager I-Interim Rijk
M&I/Partners is het onafhankelijke
adviesbureau voor management en ICT
www.mxi.nl
H
et tijdig stoppen van projecten bij de overheid is
notoir moeilijk. In diverse publicaties wordt opgemerkt
dat niemand er belang bij heeft om te stoppen:
de leverancier wil door met geld verdienen,
ambtenaren willen hun carrière niet schaden en bestuurders
hebben beloften gedaan die ze willen nakomen. Negatieve signalen
worden niet gewaardeerd. De cultuur is er één van optimisme
en doorgaan tot het einde. Elias heeft hieraan één van
zijn bekende BIT-regels gewijd: ‘breng de technische, organisatorische
en bestuurlijke risico’s en risicomaatregelen in kaart
en elimineer ‘doormodderen’ op voorhand’. Maar het Elias-rapport
maakt niet duidelijk hoe de cultuur van het optimisme
doorbroken kan worden. Dit artikel geeft een handreiking hoe
dit op voorhand te doen.
Leren van praktijkvoorbeelden
De auteurs zijn betrokken geweest bij verschillende overheidsprojecten
die verzand raakten in slecht weer en daar niet tijdig uit
wisten te komen. In de meeste gevallen waren er meerdere ministeries,
uitvoeringsinstanties en leveranciers bij betrokken die
elkaar in een houdgreep hielden, zonder in staat te zijn de ander
tijdig los te laten. De spanning leidt dan als vanzelf tot wederzijds
onbegrip waardoor het lastig wordt om elkaar aan te spreken
op prestaties en risico’s zonder dat het wantrouwen wordt
Normal modus
• Sturen op hygiëne
factoren
• Bewaken risico’s en
afhankelijkheden
Escalatie modus
• Betrekken
stakeholders
• Informatiepositie
versterken
• Mitigerende
maatregelen
18
Crisis modus
• Ultieme maatregelen
• Analyseren
alternatieve
scenario’s
• Voorbereiden NoGo
besluit
Niveau van
betrokkenheid
en inspanning
׉	 7cassandra://ff_TKDhd3DVak6a-3Ql4jc1gJgw-3CpaZB-1j119dY4`̵ X>B׉Eversterkt. In een aantal gevallen is het gelukt om de impasse en
de cultuur van niet over stopzetten willen praten te doorbreken.
Deze ervaringen zijn verwerkt tot onderstaand escalatiemodel.
Gefaseerde escalaties
Kern van bovenstaand escalatieproces is dat er een gefaseerde
escalatie plaatsvindt op het moment dat zich een serieus probleem
voordoet. Bij die escalaties behoort een intensivering
van de managementaandacht op het project. In de ‘normal
modus’ is de managementaandacht relatief beperkt: er wordt
gerapporteerd over de hygiëne factoren en risicomanagement
verloopt op een ‘normaal’ pitje. Onder hygiëne factoren kan
worden verstaan alle basisvereisten voor een project, zoals een
deugdelijk plan, scope en rapportages over onder meer voortgang
en budget. Zodra een serieus issue is geconstateerd
wordt overgeschakeld op escalatiemodus, waarbij opschaling
plaatsvindt in ‘de lijn’ en waarbij ook andere ministeries of uitvoeringsorganisaties
betrokken worden. Hierbij is de intentie
dat er passende maatregelen worden getroffen, waarna afschalen
mogelijk is. Maar als de maatregelen onvoldoende effect
hebben kan nog een escalatieniveau hoger worden opgeschaald
(crisismodus) en, in het ultieme geval, het project worden
gestopt.
MAAK VOORAF GOEDE AFSPRAKEN,
DAT VOORKOMT PROBLEMEN
ALS JE IN EEN CRISIS BELANDT
Diverse voordelen
Het gebruik van dit model heeft diverse voordelen. Allereerst
helpt het model om waardevrij te praten over problemen en
escalaties, zeker in complexe situaties met meerdere instanties
die hun eigen belangen hebben. Daarnaast helpt het model om
de benodigde besturingsinspanning te reguleren: de sturing
kan in eerste instantie relatief normaal worden aangezet op
gemandateerd niveau terwijl de zwaardere besturingsinstrumenten
worden bewaard totdat ze echt noodzakelijk zijn. Tenslotte
helpt het model om snelheid te brengen in de besluitvorming.
Door vooraf het escalatieproces te defi niëren kunnen er
sneller besluiten worden genomen. Quote uit een evaluatie van
een recent gestopt project: ‘dit escalatiemodel had kunnen helpen
om de periode van optimisme te verkorten’.
Wat is er nodig?
Het geschetste model moet in de defi nitiefase van een project
nader worden uitgewerkt. Hierbij moeten criteria voor het
opschalen scherp worden gedefi nieerd, moeten de beheersmaatregelen
worden uitgewerkt en de verantwoordelijkheden
van betrokkenen in elke fase worden vastgesteld. Wij zien
hierin een rijkstaak. Het hebben van een standaardinstrumentarium
voor escalaties kan immers de communicatie over dit
soort situaties rijksbreed faciliteren. Daarnaast zal er per project
altijd een nadere concretisering nodig zijn van het instrumentarium.
Ieder project dient tijdens de defi nitiefase goede
afspraken te maken met betrokken partijen over de wijze
waarop escalaties gaan verlopen.
Om het escalatieproces ook daadwerkelijk in de praktijk te
brengen, is het nodig dat de signalering van escalatiesituaties
op orde is. Er mag geen discussie ontstaan over de noodzaak
om op te schalen, dan mist het model haar doel. Bij de start
van een project is dus commitment nodig om gedurende het
project de signalering ook daadwerkelijk toe te passen. Het
instrumentarium moet erin voorzien dat er heldere criteria
zijn, bijvoorbeeld het overschrijden van een vastgestelde drempelwaarde
in het risicoprofi el van het project. We zien hierin
een rol voor de project assurance die PRINCE2 beschrijft. Vanuit
de project assurance kan, op onafhankelijke wijze, het signaleringsproces
naar de besturingsorganen rond een project
goed worden vormgegeven.
Met een open en eerlijke toepassing van het model en de signalering
wordt het succesvol bijsturen of stoppen van projecten
makkelijker gemaakt. Transparantie over de voortgang en
de wel of niet geboekte resultaten is randvoorwaardelijk, evenals
besluitvaardigheid om daadwerkelijk naar een ander escalatieniveau
op te schalen. Dat vereist enerzijds durf, maar ook
een vertrouwensbasis waarin mensen open en transparant over
problemen in het project kunnen spreken.
Tot slot
In diverse andere sectoren is er veel ervaring opgedaan met crisismanagement.
Zo kent de veiligheidssector het zogenaamde
preparatieproces, waarin brandweer, politie en GGD zich nauwgezet
voorbereiden op mogelijke crisissituaties en waarin de
effectieve samenwerking van alle betrokken instanties bij een
crisis centraal staat. Het Rijk kan hier veel van leren. De preparatie
op crises in grote ICT-projecten verdient in onze ogen
meer aandacht. We denken dat het gepresenteerde escalatiemodel
hier een nuttige rol in kan vervullen.
׉	 7cassandra://7uahsIamQbrmaSovThT0PHu0ZfvfTRiBX2e0g7k7ccI `̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://pdvnMEMazsd0lItHjzhP0w9BJl233R0LUG9yrYxbxE0 w`׉	 7cassandra://x0mWM31ysti6rMzL-CJIM9no62RDScHU0GjIO83pfDwW`S׉	 7cassandra://Cm4uWsXkdgFacgMGW8NEQDyEYHFx411QwAus3dbTIEYx`̵ ׉	 7cassandra://ogXlsnSI1-Cq-5J8vH3Pj7s_B0GE402aiAH_XrnTVAE}P͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://cxCHY23pMLUoB-LDPEtNKWCLJPYxBfyQNwLzwyvbI4A ՠ`׉	 7cassandra://mvylgHwvAh9csSE8kMiKFVNuCp5U2JYmjoj4VPmrJW8X`S׉	 7cassandra://T-R-dPJARwudTtCtzwdaKPn3sMGFy5QCgm95Fhw-_ws`̵ ׉	 7cassandra://dK3Vwns9m2NkoGVYwNw-sAnFpJJLWS8ZTmw6FPnFPzs͎P͠X>B׉ECOLLEC TIVISE R I NG
COLLECTIVISERING
KRIJGT VAART
WORDT SLIMMER SAMENWERKEN VANZELFSPREKEND?
De vraag of gemeenten meer moeten samenwerken in hun bedrijfsvoering
wordt niet meer gesteld sinds zij met overgrote meerderheid de Digitale
Agenda 2020 goedkeurden. Nu is aan de orde hoe die samenwerking vorm
krijgt. Concrete voorstellen zijn in de maak om deze collectivisering vaart te
geven.
Tekst: Marieke Vos, journalist
C
ollectivisering is het nieuwe
sleutelwoord voor gemeenten,
VNG/KING en de VNG-commissie
Dienstverlening en
Informatiebeleid (D&I). Gemeenten willen
meer samen doen, dat geluid klinkt al
enige tijd. Maar wat betekent collectivisering
eigenlijk? Pieter Jeroense, gemeentesecretaris
in Alphen aan den Rijn en lid
van de VNG-commissie D&I: “Collectivisering
is een ingewikkeld woord voor
DIGITALE AGENDA 2020
In 2015 namen gemeenten op de algemene
ledenvergadering van de VNG de
Digitale Agenda 2020 aan. Dit is een collectieve
gemeentelijke aanpak op het
gebied van dienstverlening en informatiebeleid
met een meerjarige projectenagenda,
governancestructuur en financiering.
VNG en KING ondersteunen
gemeenten vanuit de Digitale Agenda
bij het zelf opzetten en uitvoeren van
collectieve projecten. De projectorganisatie
initieert zelf ook projecten, zoals
het standaardiseren van dienstverleningsprocessen.
Dat gebeurt in samenwerking
met gemeenten en betrokken
partijen als uitvoeringsorganisaties.
20
dingen samen doen en dingen slimmer
doen. We gaan als commissie en VNG/
KING iets op poten zetten waar 390
gemeenten enthousiast van worden,
omdat ze er als organisatie écht iets aan
hebben.”
Gemeenten zijn niet verplicht om dit te
doen. Ze kunnen eventueel hun eigen
software blijven gebruiken of met de specificaties
zelf een e-formulier maken.
De verwachting is dat veel gemeenten de
collectief ontwikkelde dienst gaan
H
GEME
WEBDIENSTEN
Er zijn al diverse voorbeelden van
gemeentelijke diensten en processen die
collectief, voor alle gemeenten, beschikbaar
zijn. Bekend zijn inmiddels de Digitale
Verhuisservice, waarmee inwoners
via MijnOverheid straks een verhuizing
kunnen doorgeven, en de Digitale Aangifte
Overlijden, waarmee uitvaartondernemers
online bij de gemeente een overlijden
kunnen aanmelden waarna de
gemeente het proces digitaal afhandelt.
Voor de Digitale Aangifte Overlijden zijn
specificaties ontwikkeld waarmee marktpartijen
een e-formulier (webdienst) bouwen.
Die webdienst wordt dan aan alle
gemeenten aangeboden om te gebruiken.
gebruiken. Jeroense: “De samenleving
wordt steeds digitaler en als overheid
moeten we daar in mee. Dat is al ingewikkeld
genoeg. Ik heb er baat bij als ik
gebruik kan maken van collectief ontwikkelde
voorzieningen, zodat mijn dienstverlening
publieksvriendelijker, goedkoper
en moderner - want digitaler -
wordt.”
ENORME BESPARING
Inmiddels worden meer diensten geselecteerd
om op deze manier collectief te ontwikkelen.
Het zijn diensten en processen
die bij elke gemeente hetzelfde zijn, zoals
het aanvragen van een uittreksel Basisregistratie
Personen en erkenning kind.
׉	 7cassandra://Cm4uWsXkdgFacgMGW8NEQDyEYHFx411QwAus3dbTIEYx`̵ X>B׉ECollectivisering is echter meer dan de
ontwikkeling van dit soort diensten, zegt
Jeroense. Het is ook gezamenlijk inkopen,
zoals bij de gedane gezamenlijke inkoop
mobiele telefonie. “Wij deden hier als
Alphen aan den Rijn aan mee en besparen
dankzij de collectieve inkoop nu ruim
twee ton per jaar.” Het maakt volgens
Jeroense duidelijk waarom collectiviseren
zo belangrijk is. Niet alleen verbeteren
gemeenten er hun dienstverlening mee
en trekken ze een been bij in de digitale
samenleving, het is in veel gevallen ook
goedkoper. “Als gemeenten dit soort
bedragen kunnen besparen in hun
bedrijfsvoering, dan houden we meer tijd
en geld over voor waar we als overheid
voor zijn: onze maatschappelijke taken.
Zoals die in het sociaal domein.”
EÉN INFRASTRUCTUUR
Naast gezamenlijke inkoop en het collectief
ontwikkelen van diensten zijn er
diverse andere onderwerpen die gezamenlijk
worden opgepakt. Zoals GIBIT,
ICT-inkoopvoorwaarden die door alle
gemeenten gebruikt kunnen worden (zie
kader). Ook wordt er gewerkt aan een
infrastructuur voor gemeenten (de GGI),
met daarin op dit moment onder meer
Govroam. Het betreft een wifinetwerk
waarmee ambtenaren bij elke aangesloten
overheidsinstelling veilig kunnen
H
W
inloggen op het netwerk.
VNG/KING is de partij die gemeenten
praktisch ondersteunt bij deze collectieve
aanpak. Larissa Zegveld, directeur van
KING: “Wij hebben sinds onze oprichting
in 2009 een palet aan diensten ontwikkeld.
Dat palet wordt steeds verder uitgebreid
met allerlei standaarden en diensten
die gemeenten kunnen gebruiken.
Het is duidelijk dat gemeenten meer
samen willen doen in hun bedrijfsvoeONDERSTEUNINGSSTRUCTUUR
De
commissie D&I heeft de onderliggende
structuur voor deze samenwerking
verder uitgewerkt in een voorstel
dat op de buitengewone algemene ledenvergadering
eind november is besproken.
Jeroense: “Er is een aantal dingen nodig
om de collectivisering echt te laten ‘vliegen’.
Zoals een ondersteuningsstructuur
in de vorm van een gezaghebbend
orgaan dat obstakels weg kan nemen en
prioritering aan kan geven in projecten
en trajecten. We moeten goede afspraken
maken over financiering en met alle
betrokken partijen afspraken maken over
wie wat gaat doen.” In de gekozen en al
een aantal jaren gehanteerde aanpak van
gemeenten en VNG/KING verandert
niet veel, vertelt hij: “Het mooie daaraan
is juist dat wat in een aantal gemeenten is
ontwikkeld en in de praktijk is beproefd,
door alle gemeenten gebruikt kan worden.
Dit werken vanuit de gemeentelijke
praktijk zal zo blijven.”
ORGANISATORISCH
Pieter Jeroense, gemeentesecretaris Alphen aan den Rijn: “Collectivisering is een ingewikkeld woord
voor dingen samen doen en dingen slimmer doen.”
Het klinkt mooi: meer samenwerken in
de bedrijfsvoering, op processen en diensten
die voor alle gemeenten hetzelfde
zijn. Maar in de praktijk is het niet zo
gemakkelijk gedaan. Jeroense: “In de
kern zijn weinig mensen tegen dit soort
samenwerking. Maar om dit met 390
gemeenten ingevoerd te krijgen is toch
best ingewikkeld. Het gaat namelijk
meestal om processen die al bestaan en
daar doe je een inbreuk op.” Hij geeft een
voorbeeld uit zijn eigen organisatie:
“Vanaf mijn werkplek kijk ik op onze
balies. Daar zijn mensen bijvoorbeeld rijring.
Samenwerken wordt vanzelfsprekend.
Ik verwacht daarom dat we de
komende tijd sneller collectief kunnen
ontwikkelen. We hoeven gemeenten er
veel minder van te overtuigen dat samen
doen de juiste weg is.”
׉	 7cassandra://T-R-dPJARwudTtCtzwdaKPn3sMGFy5QCgm95Fhw-_ws`̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://guaStS7eDOoBl_jM7MQS6yErKSp_zglLrszYeZDHtTs `׉	 7cassandra://Z4dZ6-ihGSrKvuUI9lI2cPSp6RRT_-GkNDknxAn_L24L\`S׉	 7cassandra://n2NFLVDuo_qJnyt-sobVkiZ5ctOsSwuAgc8U186xtZA`̵ ׉	 7cassandra://DO96lOvsA1D9F7r2_ma5X8FCJb7N2bqyIZ4kqM7C2EQ͝T͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://3BsdvulXcXUfWBtELswzL6piSPveM-fXlNAslHq8CPE `׉	 7cassandra://bhIRREDmwYCbjopGM8KCmbJa6lpy0BDOoHJe0MwrtaUc`S׉	 7cassandra://zbK9AJIByqIIAKRXaDSoxWj4U8N1dwv6HoiRANIUrbsr`̵ ׉	 7cassandra://kPqwQ5nMfkTmI8YCMdMR9Hu3l2bqlcquPM3U5jFATiwͻ̨͠X>B׉ELarissa Zegveld, directeur van KING: “Samenwerken wordt vanzelfsprekend.”
bewijzen aan het uitgeven. Dat is typisch
een dienst die voor alle gemeenten gelijk
is. En die je dus goed centraal kunt regelen.
Deels online, zodat mensen minder
of zelfs niet meer naar het gemeentehuis
hoeven te komen. Dat betekent dat hier
werk verdwijnt. Collectivisering heeft
organisatorische consequenties. Daar
moet je je wel bewust van zijn.” Hij
maakt zich er geen grote zorgen over,
want “je kunt hierop anticiperen. Door
mensen erop voor te bereiden dat ze
ander werk in de organisatie gaan doen.”
Alphen aan den Rijn is bezig met een toekomstvisie
waarin dit wordt meegenomen.
“We zeggen dat het voordeel van
C
OR
collectivisering is dat gemeenten meer
tijd krijgen voor maatwerk. Dat moeten
onze medewerkers dan wel kunnen.
Daar denken we nu over na, hoe we daar
GIBIT
Afgelopen jaar is binnen het programma Digitale Agenda 2020 door VNG/KING, in
nauwe samenwerking met gemeenten en leveranciers, de GIBIT (Gemeentelijke
Inkoopvoorwaarden bij IT) gerealiseerd. De reikwijdte betreft alle producten en/of
diensten die gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gebied
van ICT verwerven. De GIBIT is opgezet om de complete ‘life cycle’ van een te gebruiken
ICT-product/dienst te ondersteunen. Vanaf de selectie via eventuele ontwikkeling naar
implementatie, acceptatie, gebruik, support, onderhoud, uitfasering en exit.
22
Collectivisering en alle ambities die
gemeenten formuleerden in de Digitale
Agenda 2020 stonden tot nu toe vooral
hoog op de bestuurlijke agenda. Het
wordt tijd dat ze ook op de organisatorische
agenda’s van gemeenten komen,
zoveel is duidelijk. Jeroense: “Het is raadzaam
om college en raad mee te nemen
in de organisatorische consequenties van
collectivisering. Zodat gemeenten maatregelen
kunnen nemen in hun eigen
organisatie, waardoor ze maatwerk gaan
bieden. Want dan gaan gemeenten écht
profiteren van het feit dat we in de
bedrijfsvoering veel meer samen doen.”
bijvoorbeeld met omscholing op in kunnen
spelen.”
׉	 7cassandra://n2NFLVDuo_qJnyt-sobVkiZ5ctOsSwuAgc8U186xtZA`̵ X>B׉EB OB OTA AL
MET JE BROMMER HET
KANAAL IN
Onlangs stapten twee projectmanagers de kamer binnen. Beteutering
droop van hun beider gezichten. Kort daarvoor hadden zij een
drie uur durende bijeenkomst afgerond. Uit de lichaamstaal van
de Junior onder hen sprak ronduit ontgoocheling. Met hangende
schouders en een verbeten grijns om zijn mondhoeken,
kondigde hij aan een dubbele espresso te gaan halen ‘om weer
bij zinnen te komen’. De andere, een Dertiger, nam plaats op een
stoel en begon zijn frustratie van zich af te Appen, waarschijnlijk
met zijn vriendin. Nieuwsgierig bladerde ik intussen door
hun online agenda’s om erachter te komen wat de beide heren
doorstaan zouden kunnen hebben. Ik stuitte op een periodiek
terugkerend overlegje met liefst zes externen.
H
I
MET
‘Wat er net gebeurde, Erwin..’, zei de Junior, terwijl hij naast me
kwam staan en hardop zijn gedachten probeerde te formuleren.
‘We zijn nu met dit groepje een jaartje verder in het proces. En
zojuist is een nieuwe ambitie geformuleerd.’
‘Door wie?’
‘Door de focusgroep die de nieuwe kern vormt van de oorspronkelijke
kerngroep.’
‘Ga door.’
‘Deze focusgroep denkt nu aan een vervolgstap. Meer precies
aan de vorming van een kanaliseringsinstituut.’
Aan zijn stem was duidelijk te horen dat hij nog even moest
wennen aan de term.
‘En wat doet zo’n kanaliseringsinstituut?’ vroeg ik belangstellend.
De
Dertiger stopte met Appen en mengde zich in het gesprek.
‘Het kanaliseringsinstituut faciliteert een tweevoudige match.’
‘Ja, bij gebrek aan upfront middelen,’ vulde de Junior aan.
‘Dat is de bedoeling,’ zei de Dertiger.
‘Begrijp jij het?’ vroeg de Junior onzeker.
Ik vroeg hoe zo’n kanaliseringsinstituut er volgens het focusteam
van de oorspronkelijke kerngroep uit zou moeten zien.
‘Dat is nou het vreemde,’ merkte de Junior op. ‘Het kanaliseringsinstituut
is gewoon een man. Met een brommer.’
‘Met een brommer,’ herhaalde de Dertiger. ‘Om het aantal
beslissers terug te dringen.’
Ik herkende de metafoor onmiddellijk. Zo’n jaar of wat geleden
bewoog ik mij in het intermediaire veld. Ik bundelde toen
krachten als crosssectorale multiplier - natuurlijk met een hoop
subsidie in mijn binnenzak om uit te delen. De man-met-debrommer
werd in die dagen van stal gehaald als oplossing voor
processen die op een dood spoor zaten. Of, en dat leerde ik van
ervaren Haagse ambtenaren, als een proces ook weer niet per sé
tot een succes zou hoeven te leiden (knipoog, knipoog). Het
beeld van de man-met-de-brommer werkte toen al bij mij op de
lachspieren en ook in dit geval zag ik er weinig heil in.
De volgende keer zou hun vergadering met echte lijstjes gaan
werken, mompelde de Dertiger nog. Met namen en rugnummers
(ook zo’n cliché!). En dat is dus wat er aan de hand is.
Mannen op brommers rijden rondjes door de polder met in hun
hand lijstjes waarop rugnummers staan. Hun taak is om her en
der besliskracht te ontfutselen. Of ‘een stukje politieke dekking
te realiseren’. Dat was tien jaar terug zo en dat is nu nog steeds
aan de hand. Dat is ook waar de Junior - als hij zijn ontgoocheling
eenmaal voorbij is - over tien jaar waarschijnlijk een goed
boterhammetje mee zal verdienen...
Erwin van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://zbK9AJIByqIIAKRXaDSoxWj4U8N1dwv6HoiRANIUrbsr`̵ X>BX>B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://08XeDMPnHHy1fbVzhsW6L-6eLD74zm9oB35E_a-byLk k` ׉	 7cassandra://B5ttekBHn0Cst3sRdBpQ1gaz1bhLRxRCQ7tbH_yAeeA_`S׉	 7cassandra://ZEX1Lf7MAFMm5cJht5NjhqsgxAeYcUVhxXcPIJ3vkTsL`̵ ׉	 7cassandra://zqoq9a-ZMNcs39_8_UrejNoKilQ_N_sGNtH51pOe4UÀP͠X>Bט  {u׉׉	 7cassandra://hHU1z_QD1eczDo17rHFMEq3FsE6jVlaLT7CQvHzB0bQ @`׉	 7cassandra://5SLVW3G-9sSTtw2IPXjsV2XDo8s91L7RawWshaZKlY8V`S׉	 7cassandra://YonmN-JzHNIF0IpalaqIBThJ_VNIWqJpHOAhxVjo3tE`̵ ׉	 7cassandra://U92HBTk9NmUB7MZ-fcy1KVJ99g20vPIFd2JgPizMql4 ͠X>CנX>H
 ^̫9ׁHhttps://www.capgemini.com/ׁׁЈ׉EEGOVE R NMENT
ONDANKS GROEI IS MEER
EUROPESE BENCHMARK DIGITALE OVERHEIDSDIENSTVERLENING
Technologie maakt een fundamenteel onderdeel uit van ons dagelijks werk en
leven. Het verandert ook de wijze waarop publieke en private diensten worden
aangeboden, maar gaat tegelijkertijd veel verder. Radicale transformatie van
businessmodellen, interne organisatie en dienstenportfolio zijn nodig om
technologie succesvol te omarmen en te benutten. Ondanks essentiële verschillen
tussen private en publieke organisaties, geldt die noodzaak ook voor
overheden. Maar is die noodzaak wel voldoende duidelijk?
Tekst: Niels van der Linden, Managing Consultant & eGov Benchmark lead bij Capgemini
e jaarlijkse eGovernment
Benchmark, uitgevoerd voor
de Europese Commissie, evalueert
hoe digitaal overheden
zijn aan de hand van de prioriteiten uit
het Europese eGovernment Action Plan.
Hoewel in algemene zin vooruitgang
wordt geboekt op alle indicatoren, zou
het tempo opgevoerd moeten worden om
aan de toegenomen verwachtingen van
inwoners en bedrijven in Europa te voldoen.
Het rapport laat verder zien dat de
prestaties van de verschillende Europese
landen op het gebied van digitalisering
van publieke diensten, steeds verder uiteenlopen.
Een strook landen van zuidwest
tot noordoost Europa – de ‘Digital
Diagonal’ – ontwikkelt zich sneller dan
andere Europese landen, die bovendien
al een achterstand hebben. De resultaten
van het onderzoek zijn te vatten in drie
aanbevelingen die essentieel zijn voor de
digitale transformatie van publieke organisaties.
D
NIEUWE
TECHNIEKEN
Ten eerste: overheden kennen de behoeften
van burgers nog onvoldoende en
zouden nieuwe technieken als data analytics
kunnen gebruiken om de dienstverlening
beter bij de burger te laten aansluiten.
Er valt nog genoeg te verbeteren.
Zo zijn slechts 60 procent van publieke
diensten in Europa volledig online
24
beschikbaar. Terwijl in landen als Malta,
Oostenrijk en Estland nagenoeg alles
online beschikbaar is door een centrale
portal, staat de score bij Nederland op 68
procent. Ondanks dat er meer diensten
online worden gebracht, groeit de gebruikerservaring
niet navenant mee. In
Europa stokt de waardering op een 5,9
gemiddeld. Nederland doet het hier wel
beter met een gemiddelde score van 7,1.
Terwijl het aantal gebruikers van mobiel
internet explosief stijgt, is slechts één op
DE
C
DE
de drie publieke websites goed toegankelijk
via een mobiel. In Nederland ligt dat
op 43 procent. Bij grofweg drie van de
vijf publieke diensten wordt de Nederlandse
gebruiker goed ingelicht over de
duur van het proces, de responsetijden
en verdere stappen en mogelijkheid om
eventueel een klacht in te dienen. In
geheel Europa is dat 47 procent.
Op dit moment stuurt één op de twee
Nederlanders wel eens een online formulier
terug naar de overheid. Slimme datalands
Kroon nemen daarop een voorsprong
door ‘digitaal’ volledig te omarmen
en tegelijk dichter bij de burger te
komen. Tegelijkertijd zijn er over de
gehele lijn nog een aantal verbeteringen
mogelijk. Bijvoorbeeld wat betreft het
voorinvullen van online formulieren met
persoonlijke gegevens. Waar in Nederland
dat in driekwart van de gemeten
diensten het geval is, ligt dat voor heel
Europa op 49 procent. Het proactief leveren
van diensten (denk in Nederland aan
de kinderbijslag of gemeenschappelijke
analyse kan bijdragen aan verbeterd
gebruikersgemak en proactieve dienstverlening,
bijvoorbeeld door veelgezochte
informatie en diensten duidelijk te
positioneren op de homepage, of andere
diensten voor te stellen aan gebruikers
op basis van vergelijkbare profielen.
ZELF DIGITALER WERKEN
Ten tweede: digitale transformatie vereist
dat organisaties zelf digitaler gaan werken.
De gemeenten Molenwaard en Hol׉	 7cassandra://ZEX1Lf7MAFMm5cJht5NjhqsgxAeYcUVhxXcPIJ3vkTsL`̵ X>C׉E
vR
SNELHEID NODIG
inschrijving startende onderneming bij
Kamer van Koophandel en Belastingdienst)
vindt beperkt plaats (3 procent
versus 2 procent in respectievelijk Europa
en Nederland). Het gebruik van digitale
bouwstenen, zoals elektronische ID (in
Nederland: DigiD), groeit nauwelijks in
Europa (op 54 procent) en heeft ook in
Nederland nog voldoende potentie. Ter
vergelijking: in Denemarken zijn alle
diensten alleen nog maar online mogelijk.
OVER
DE GRENS
Ten derde: het verbeteren van de mogelijkheden
om over de grens te wonen, te
werken en te leven. Beschikbaarheid van
publieke diensten voor burgers vanuit
een ander land blijft de achilleshiel van
de Europese ‘digital single market’. In
Nederland is dat niet anders. Deze indicator
scoort 58 procent in Europa versus
63 procent in Nederland. ‘Bureaucratische
rompslomp’ is er vaak de oorzaak
van dat Nederlanders in de grensstreek
niet in Duitsland aan het werk gaan.
Ondanks uitspraken van het kabinet van
twee jaar geleden om daar wat aan te
gaan doen.
Nederland draait mee in de hogere regionen,
waarmee zeker niet gezegd is dat er
geen verbeteringen meer te behalen vallen.
De grootste uitdaging zit in de consistente
implementatie over departementen
en bestuurslagen heen. Een belangrijke
voorwaarde om digitale
transformatie te doen slagen, zijn de digitale
vaardigheden van de ambtenaren.
De Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)
waarschuwde al eens dat beperkte kennis
en vaardigheden van ICT bij ambtenaren
de voornaamste reden zijn voor moeilijke
implementatie van e-Procurement. Uit
onderzoek in het Verenigd Koninkrijk
bleek dat slechts 14 procent van ambtenaren
vindt dat er voldoende bekwaamheid
is om relatie met IT-bedrijven te managen.
Ook is gebleken dat ambtenaren het
lastig vinden om potentiële cybersecuriCautious
acceleration
of eGovernment
implementation
in Europe.
61% Absolute score EU28+
+8 Average growth EU28+
Accelerators: growth & absolute score above EU28+
Steady performers: absolute score above EU28+ & growth below EU28+
Moderate performers: growth & absolute score below EU28+ average
No data available
tyrisico’s te herkennen. Digitale transformatie
vereist vaardigheden van het leidinggevend
echelon, de ambtenaren zelf
(en zeker niet alleen de IT-ers!) en de
gebruikers van die diensten. U en ik. De
grootste uitdaging is niet zozeer het
voorspellen van de volgende technologische
trend, maar het vermogen om daarmee
om te gaan en de mogelijkheden te
benutten. Een digitaal vaardig ambtenarenapparaat
is de crux om het tempo van
technologische ontwikkelingen te kunnen
blijven volgen.
Meer weten?
https://www.capgemini.com/
egov-benchmark
׉	 7cassandra://YonmN-JzHNIF0IpalaqIBThJ_VNIWqJpHOAhxVjo3tE`̵ X>CX>C{בCט   {u׉׉	 7cassandra://p8nS5PvICWEOAcRQDioBFdANd6eBwcdX-xIL-eE8fwM `׉	 7cassandra://yEWn7MOwgJU0xXS5kDy_OJLGa935E4ABGhaC4pCDSMs]W`S׉	 7cassandra://ld5i7kVaRyVFKv3ITUYm48HgNt8Y7_NG6Ip5jqe255o`̵ ׉	 7cassandra://JIy_09uoe5bE5Ouph7rT1BlA-hNFvqiaVvTjSNz1c18pGH͠X>Cט  {u׉׉	 7cassandra://gP5wT2vhpxvLHCvxx1ziKj325X404rHdirheijBstS8 $`׉	 7cassandra://A_Adp6qZl3Urc9ZeYL6ysuXHNdxbjzTKe5i2NEAUWpgI`S׉	 7cassandra://fw1Yi_ZfT84yWXEG-7VP0G-OSmQrMli-v3kRFRkYWVA`̵ ׉	 7cassandra://4gCUJlQe41DuSfvW1HxtWnkkC4Gy_jHfPoACug3KSMM͓L͠X>CנX>H	 w9ׁHhttp://managementboek.nlׁׁЈ׉E+KL ANTON DE R Z OE K
CRITERIA EFFECTIEF
KLANTONDERZOEK
IS BETER OOK GOEDKOPER, OF GOEDKOPER JUIST BETER?
Waarom doet een publieke organisatie klantonderzoek? Grof genomen zijn er
efficiëntiegedreven en kwaliteitsgedreven organisaties, zowel in het private
alsook in het publieke domein. De eerste groep voert een besparing door en
hoopt dat de dienstverlening niet verslechtert. Een kwaliteitsgedreven benadering
streeft naar excellente dienstverlening, door continue verbetering op
basis van klantfeedback met kostenefficiëntie als mogelijk gevolg. Dit artikel
gaat in op de vraag welke criteria je kan hanteren bij klantonderzoek waarbij
de burger centraal staat en gaat in op de vraag of de onderzoeksmethodiek
Net Promotor Score hieraan voldoet.
Tekst: Frank Faber, onafhankelijk consultant klantonderzoek
S
imon Sinek (auteur van de ‘Gouden
cirkel’) laat zien dat succesvolle
organisaties beginnen te
vertellen waarom ze iets doen,
daarna hoe en daarna pas wat ze doen.
‘Daar doe je het voor!’, hoor ik professionals
vaak zeggen. Om mensen te helpen.
Als je de dienstverlening continue aanpast
aan de behoeften van burgers, is het
vaker ‘in één keer goed’ (minder onnodige
contacten van burgers met overheidsorganisaties),
minder ‘van het kastje
naar de muur’, minder klachten en procedures,
en kwalitatief betere besluiten
door adequate informatieverwerving. Op
weg naar excellente dienstverlening
nemen (onnodige) transactiekosten af en
de kostenefficiëntie toe. Deze causaliteit
(het ‘waarom’) maakt goed klantonderzoek
een noodzakelijk uitgangspunt voor
continu verbeteren.
Continu verbeteren krijgt vorm door burgers
in te schakelen bij het verbeterproces
(het ‘hoe’). Burgers serieus nemen en echt
luisteren. Door open vragen te stellen bijvoorbeeld.
Gesloten vragen gaan immers
uit van de denkwereld van dienstverle26
CHECKLIST
EFFECTIEF KLANTONDERZOEK
1. Is simpel met weinig vragen. Ga uit van ca 2 minuten invultijd
2. Vooral open vragen (respondenten serieus nemen door te luisteren)
3. Uitkomsten bieden een handelingsperspectief (via concrete innovaties of verbetersuggesties)
4.
Faciliteert continue verbeteren (door regelmatig onderzoek te herhalen, kort na het
dienstverleningscontact)
5. Stimuleert eigenaarschap van processen (afdelingen kunnen onderzoek zelf uitvoeren)
6.
Faciliteert het directe (telefonische) contact met respondenten
7. Is een bron van complimenten voor medewerkers
8. Maakt real-time rapportage mogelijk
9. Laat kleine procesveranderingen in de score cijfermatig zien
10. Toont cijfermatig de trendmatige kwaliteitsontwikkeling
ners. Die leveren weinig informatie op
over wat diensten (het ‘wat’) excellent
maakt.
VERBETEROPERATIES
Effectief klantonderzoek biedt een handelingsperspectief.
Het levert concrete
verbeteropties op. Grootschalige kwantitatieve
klanttevredenheidsmetingen van
organisaties voldoen hier niet aan. Zij
leveren een beperkte bijdrage aan het
verbeteren van de klantgerichtheid van
de dienstverlening. Een voorbeeld hiervan
is de Burgerpeiling (zeventig vragen)
van VNG/KING. Dit type onderzoek
wordt vaak uitgevoerd omdat prestatiecontracten
een zeven voor klanttevredenheid
eisen. Een uitzondering vormen de
(lange) vragenlijsten die ten grondslag
liggen aan het beleidsonderzoek van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties. Daaruit blijkt dat lan׉	 7cassandra://ld5i7kVaRyVFKv3ITUYm48HgNt8Y7_NG6Ip5jqe255o`̵ X>C׉E
dere typen onderzoek naast elkaar toe
zodat de validatie van inzichten wordt
versterkt.
VERTROUWEN OPBOUWEN
Dienstverlening is mensenwerk. De kwaliteit
van de relatie tussen professionals
en gebruikers van diensten is cruciaal
voor het resultaat. Vertrouwen van burgers
in de overheid is onderdeel van de
relatie. Derde generatie klantonderzoek
stelt deze relatie centraal en probeert het
vertrouwen te versterken, bijvoorbeeld
door persoonlijk (telefonisch) contact op
te nemen naar aanleiding van een NPSenquête
of door servicenormen proactief
te publiceren zodat burgers weten welke
kwaliteit dienstverlening zij mogen verwachten.
De
Net Promotor Score voor de publieke sector is voor alle diensten dezelfde en wordt vlak na het
klantcontact in circa twee minuten ingevuld. Het is een combinatie van een score en een open
vraagstelling.
delijk de klanttevredenheid over de
publieke dienstverlening in de periode
2008-2015 stabiel op een zeven ligt. Maar
dat is in feite een onvoldoende. Analyses
van het SCP laten zien dat bij een rapportcijfer
zeven ruim dertig procent van
de ondervraagden ontevreden is. Er gaat
dan (te) veel mis om kostenefficiënt te
zijn. Een bruikbaar inzicht en een aanbeveling
voor derde generatie klantonderzoek.
DERDE
GENERATIE
Bij dit type onderzoek maken burgers
onderdeel uit van de verbetercyclus,
zoals bij de Net Promotor Score (NPS)
voor de publieke sector. Ook het feedback
verzamelen via smileys (rood,
oranje, groen), klantreizen, focusgroepen,
spiegelgesprekken, statistisch onderzoek
S
D
KLE
voor toptakensites of usability-testen
scharen we onder deze derde generatie
klantonderzoeken. Deze worden vooral
ingezet ter verdieping van inzichten of
als toets bij nieuwe online toepassingen.
In de praktijk passen organisaties meerKLANTGERICHTE
CULTUUR
In het recente debat over publieke dienstverlening
maakt een efficiencygedreven
benadering plaats voor de nadruk op
kwaliteitsverhoging op basis van klantfeedback.
Steeds meer organisaties zien
dat verbetering ontstaat door continu
kleine stappen te zetten, en dat kostenefficiëntie
daarvan het gevolg is. Er ontstaat
daarmee een klantgerichte cultuur
als uitkomst van de invoering van effectief
klantonderzoek. Simpelweg door de
relatie centraal te stellen, echt te luisteren
en direct te verbeteren. De al eerder
genoemde NPS voor de publieke sector
voldoet goed aan de benoemde criteria
voor effectief klantonderzoek (zie: kader).
Bredere inzet van dit onderzoeksinstrument
zal de kwaliteitsgerichte focus bij
gemeentelijke dienstverlening de
komende jaren versterken.
Meer weten?
Dit artikel is gebaseerd op het boek ‘Klantgericht
reilen en zeilen’, Frank Faber, januari
2016 Verkrijgbaar via managementboek.nl
׉	 7cassandra://fw1Yi_ZfT84yWXEG-7VP0G-OSmQrMli-v3kRFRkYWVA`̵ X>CX>C{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PRAPci2moGoW_DV1-yxg8aKP5nq2-jyZMTBownDRiQE `׉	 7cassandra://ek6SMa6N-AoybKHehaillLvpClBt2eOZmc-hIyWd9c0F`S׉	 7cassandra://jhe-MF9oMTQ2D0lUGk7_ey5vTLPO_ZomIA6eWx8uNDs0`̵ ׉	 7cassandra://KiYHwI2-0MD8yq2K3xuLWDzqnBKHTP9VkMULxWE7qWs 2 X͠X>Dט  {u׉׉	 7cassandra://sHR-szbPIIvHoioJL4dOMYM9osOxnuFEAlT6X2INQ6I `׉	 7cassandra://CNHcqv5OHeGJz-AAV5irMfI8nKXqcvPCmBqMb0lfY6AX`S׉	 7cassandra://wZXnYULVkr1x-f75EwmL2r6KXwOOT3hAv3xxZOG-Ts4`̵ ׉	 7cassandra://ZwF2DMsZduzj6zPow1WB1UWLDhG2yR6FTh_MQaj48Tw̪͡͠X>DנX>H  9ׁH 8https://procedures.ematters.nl/2.5/InGovernment/form.jspׁׁЈ׉E PLATFORM VOOR DE
DIGIT ALE OVERHEID
Laat je inspireren!
Blijf op de hoogte van het meest actuele en inspirerende
nieuws op het digitale vakgebied.
Meld je GRATIS aan voor de wekelijkse nieuwsbrief
van inGovernment.
www.ingovernment.nl/nieuwsbrief
׉	 7cassandra://jhe-MF9oMTQ2D0lUGk7_ey5vTLPO_ZomIA6eWx8uNDs0`̵ X>D׉E%LI N DA KO OL
ROBOTS, BIG DATA EN
BORSTVOEDING
Ik ben net weer aan het werk na mijn zwangerschapsverlof.
Mijn bezigheden - voeden, troosten, luiers verschonen - stonden
in schril contrast met de vragen waar ik me op mijn dagelijkse
werk mee bezighoudt. Zoals: wat is de impact van robotisering,
big data en digitalisering? Welke banen nemen computers over?
Wat kunnen computers eigenlijk niet? De boodschap is steeds
dat technologie ons niet overkomt, maar dat we als maatschappij
keuzes moeten maken over de inzet van technologie. Willen
we bijvoorbeeld robots aan ons zorgbed? De afgelopen maanden
voelden deze discussies oneindig ver weg. Maar gaandeweg
begon ik in te zien dat wij - nu al - voor essentiële keuzes
staan over hoe wij willen samenleven met technologie. Twee
voorbeelden uit mijn verlofperiode.
Na de geboorte van mijn eerste, buikslapende, baby overwoog
ik een slim babymatras te gebruiken. Het matras monitort de
ademhaling van baby’s en geeft een alarmsignaal als er te veel
tijd tussen de ademhalingen zit. Een aanlokkelijk product voor
deze moeder, die wel duizend keer per nacht boven het wiegje
stond. Maar ik vermoedde dat ik niet blind op deze technologie
zou kunnen varen. Waarschijnlijk zou het slimme matras regelmatig
falen (zoals vrijwel alle ICT-producten), met valse alarmen
en extra stress tot gevolg. Bovendien bekroop mij het
gevoel dat slimme technologie hier een essentiële grens overging:
de band tussen moeder en kind. Ik besloot dat ik moest
leren vertrouwen op mijn eigen kind en moederinstinct, hoe
moeilijk ik dat ook vond. Vertrouwen op een slim matras leek
mij de verkeerde weg. Een soort schijnzekerheid: een snelle -
maar geen echte - technologische fi x.
Er was nog een soortgelijke keuze. Tijdens de kraamweek word
je geacht vitale informatie over je baby bij te houden. Zoals
gewicht, hoe laat en hoe vaak gevoed, hoe lang (bij borstvoeding),
hoeveel (als de borstvoeding niet ging), hoe laat verschoond.
Met maximaal twee uur aaneengesloten slaap geen
gemakkelijke opgave. De kraamverzorgster raadde mij de
‘SamenVoeden’ -app aan. Zo kon ik met één klik alles monitoren.
Al snel kreeg ik het gevoel dat ik meer met mijn telefoon en
de ‘data’ bezig was, dan met mijn baby. Het voeden ging goed,
dus waarom deed ik het eigenlijk? Wat leverde deze ‘big data’
-benadering op? Ik besloot opnieuw dat ik moest leren vertrouwen
op mijn baby en het proces van borstvoeding zijn gang
moest laten gaan. En ik ervoer dat kiezen voor technologie snel,
gemakkelijker en voor de handliggender was dan kiezen voor
het natuurlijke proces.
ZE
DE
GE
Zo leerde ik een belangrijke les. Wij zijn zo gewend aan technologie,
en worden zo verleid door haar ogenschijnlijk handige
oplossingen, dat we niet meer stilstaan bij wat technologie met
ons doet, en stilstaan of we dat wel willen. Zelf actief vormgeven
aan de robotsamenleving is dus geen gemakkelijke opgave.
Het vereist voortdurende kritische zelfrefl ectie op ons dagelijks
technologiegebruik én het overwinnen van onze eigen onzekerheden.
Linda
Kool is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://wZXnYULVkr1x-f75EwmL2r6KXwOOT3hAv3xxZOG-Ts4`̵ X>DX>D{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PO3oR6jAvaQi3f9M_B3HNemZ5dqGEoOQ5-O3a7MoVTk v`׉	 7cassandra://qW1zuoGZOzxVF7IvHntdAWniuABZgFoy8R1z5y4PDzgZ`S׉	 7cassandra://CSnciGj7gRbs6nmqQMEr46ga11IsQqHrAHKnxiK-sY0`̵ ׉	 7cassandra://p0kcQt7kT4fn7n9C8XkYqx71YciJoAphWZGKtVKYjMc͆Hh͠X>Dט  {u׉׉	 7cassandra://uwMvQYUoKqWoOZeSl8ekZ_VgDrEjD4KyzhMLcZqoEaQ <`׉	 7cassandra://zoHyGIQQx8OB6nip5FexEZFu2Q0uhCi0kYe49su1Z4sSq`S׉	 7cassandra://lEyCxXAqHdegknynn0--krw46wS2ZQ3z1DfX3PRz6TQ`̵ ׉	 7cassandra://ZTewRdXHDyBOR25e93GTd17Il34-tQkGqj8sRKNrKcǒ͠X>D׉EPR IVA C Y
JE HEBT WÉL IETS TE
VERBERGEN
HOE BESCHERMT DE OVERHEID DE PRIVACY VAN BURGERS?
Het boek ‘Je hebt wél iets te verbergen’ van journalisten Dimitri Tokmetzis en
Maurits Martĳ n heeft veel media-aandacht gekregen. Van DWDD, de Privacytest,
tot Koffi etĳ d. Overal mochten de heren aanschuiven. En terecht, want zĳ
zĳ n er goed in geslaagd om het thema privacy vanuit meerdere perspectieven
inzichtelĳ k te maken. Wat is de positie van de overheid in het oplaaiende privacydebat?
inGovernment in gesprek met twee van de meest gelezen auteurs
van het digitaal platform De Correspondent.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Beeld: De Correspondent/Pixabay
oe is privacy momenteel binnen
de overheid georganiseerd?
Martijn: “Het privacybesef,
dat je zorgvuldig omgaat met
andermans gegevens, zou dieper in het
wezen van overheden aanwezig mogen
zijn. Wij denken dat dit verantwoordelijkheidsgevoel
pas zal toenemen als het
besef ontstaat dat privacy over veel meer
gaat dan individuele rechten en persoonsgegevens.
Privacy is een voorwaarde
voor een gezonde democratie.”
DO
W
DO
Tokmetzis: “Data is natuurlijk geen geld,
maar we zouden er binnen het privacydebat
wel op eenzelfde manier mee om
moeten gaan. Denk aan een organisatie
die centraal regie voert en toezicht houdt
op datastromen en audits uitvoert. Een
deskundige autoriteit waar burgers als30
privacybescherming.
Uit de eerste evaluaties
blijkt dat de privacybescherming bij
de decentrale uitvoering van deze taken
eerder is verslechterd dan verbeterd. Dit
komt vooral doordat de focus bij de
decentralisaties op effi ciency lag en privacy
nauwelijks prioriteit kreeg. AmbteH
ook
overheden terechtkunnen met hun
vragen. Inmiddels hebben grote gemeenten
wel een eigen privacy-offi cer en
informatiespecialist. Kleinere overheden
kost het meer moeite om deze rol in te
vullen.”
Martijn: “Gemeenten hebben er enorm
veel taken bijgekregen waar veel data
mee gemoeid is. Denk aan de jeugdzorg,
ouderenzorg en de Wmo. Met de decentralisaties
is daar een fl inke verantwoordelijkheid
neergelegd op het gebied van
naren waarschuwen al langer voor de
negatieve effecten van de decentralisaties
op de gegevensverzamelingen, maar
de politiek zet deze beweging voort zonder
voldoende oog te hebben voor
nieuwe problemen die hierdoor ontstaan.”
Waarom
maken jullie onderscheid tussen privacy
in private en publieke ruimten?
Martijn: “Het huidige rechtssysteem
focust op je huis als private ruimte waarbinnen
je privacy goed is beschermd. In
de publieke ruimte is die bescherming
veel beperkter. Je kan er niet langer vanuit
gaan dat je anoniem door de publieke
ruimte kan bewegen. Zogenoemde trackers
merken de beweging van jouw
smartphone op en met al je mobiele
foto’s, adressen en correspondentie neem
je een deel van thuis onbeschermd mee
naar buiten.”
Tokmetzis: “Maar buiten komt ook steeds
verder naar binnen door de opmars van
het Internet of Things. Het juridische
onderscheid tussen private en publieke
ruimte heeft daardoor eigenlijk steeds
׉	 7cassandra://CSnciGj7gRbs6nmqQMEr46ga11IsQqHrAHKnxiK-sY0`̵ X>D׉E	Maurits Martĳ n (links) en Dimitri Tokmetzis schreven het boek ‘Je hebt wél iets te verbergen’.
minder zeggingskracht. Voor overheden
geldt deze vervaging net zo goed, aangezien
er gebruik wordt gemaakt van
publieke alsook private ICT-infrastructuur.
Daarbij komen verschillende rollen
kijken. Aan de ene kant is de overheid de
hoeder van de privacybescherming.
Tegelijkertijd is de overheid een netwerkbeheerder
die online diensten faciliteert.”
weten waar hun eigen data is opgeslagen.
Dat is niet alleen voor overheden
een probleem, maar zeker ook voor burgers
die willen weten welke informatie
die overheid over hen heeft. Je kan er nu
gewoonweg niet achter komen. Eerlijk
gezegd is dat ook een blessing in disguise,
want stel je eens voor dat je in een
maatschappij leeft waar met een druk op
PR
HA
Heeft de overheid voldoende regie op de data
gedreven samenleving?
Martijn: “Als het gaat over persoonsgegeven
kan je kritiek hebben op het gebrek
aan overzicht en regie bij de overheid.
Uit een door De Correspondent georganiseerde
expertsessie met gemeentelijke
informatiearchitecten bleek dat zowel
grote als kleine organisaties te kampen
hebben met het probleem dat zij niet
de knop alles is te achterhalen over jou
als persoon. Zo’n single point of access
zou die overheid hypereffi ciënt maken in
haar klantcontact. Maar als er bijvoorbeeld
over vijftig jaar een nieuw regime
aan de macht komt, dat deze kennispositie
misbruikt om bepaalde bevolkingsgroepen
eenvoudig te profi leren en te
benadelen, zie je het probleem ontstaan.
We moeten er rekening mee houden dat
het moraliteitsbesef van de overheid door
de jaren heen geen constante factor is.
Denk aan het gemeenteregister van
Amsterdam dat voor de Tweede Wereldoorlog
big data avant la lettre was, maar
tijdens de oorlog in handen van de
Duitse bezetter een database des doods
voor Joden werd. Tegen alle goede intenties
van de makers in.”
Welke privacyrisico’s kleven er aan gegevensuitwisseling
tussen overheden?
Tokmetzis: “De Belastingdienst gebruikt
kentekeninformatie die de Nationale
Politie verzamelt. De politie mag deze
informatie maximaal vierentwintig uur
bewaren, maar de Belastingdienst hanteert
voor deze informatie een veel ruimere
bewaartermijn. Door hergebruik
van data wordt in dit geval de politiewet
vervangen door een belastingwet.
Waarom zouden de strenge regels, waaraan
de politie zich dient te houden, niet
gelden voor de Belastingdienst? Het is
nogal wat dat je in potentie van miljoenen
Nederlanders weet wanneer ze waar
zijn geweest.”
׉	 7cassandra://lEyCxXAqHdegknynn0--krw46wS2ZQ3z1DfX3PRz6TQ`̵ X>DX>D{בCט   {u׉׉	 7cassandra://GM4eZXWB7gQbF8ErrpfacrNWQYcOOPRGK53RzJA8wYQ S`׉	 7cassandra://Wi2YViL3LBbZ6UYu53OK4YA1Th7tYp8qoHsfL9Rw0-U\`S׉	 7cassandra://XrXZJzyWR-YOX_vZkBEiUTfLH8NAFYqvoO-rXaNRdOE`̵ ׉	 7cassandra://XpOQuCRCks6HWXalHUBEOCnokgnywywZGIC5QCTu12Y͖T͠X>Dט  {u׉׉	 7cassandra://ZcPd0NlzHKmlu6I18_4jlrU8FOlWE8y355nhUZCSVsI `׉	 7cassandra://XY8jqjS2T5svf0LsrgCNyJ_PLVjyGShUPTSgv00qlt8Vv`S׉	 7cassandra://wv_cZEjf7wYxb_cppodBjxBDWlqm2ojohWXc0Bl4l9sy`̵ ׉	 7cassandra://WjhSeMtb5JPFLxYM6HWjzQ72Mn2MFthZlgNkn_L-99o͟T͠X>EנX>H s9ׁHhttp://DeCorrespondent.nlׁׁЈ׉E]Martijn: “Ook hier is er een gebrek aan
overzicht dat zich wreekt. De Belastingdienst
doet niets illegaals, het is handige
informatie van de politie, maar die gegevens
zijn met een ander doel verzameld.
Dit principe, waarbij een instantie data
gebruikt voor een ander doel dan waarvoor
de data oorspronkelijk wordt verzameld,
heet ‘Function Creep’. “
E
V
Tokmetzis: “Een toezichthouder als de
Autoriteit Persoonsgegevens (APG) zou
op dit effect moeten toetsen, maar door
een tekort aan mensen en middelen zijn
zij onvoldoende in staat om snel te schakelen
en door te pakken. Het kabinet stelt
het budget vast voor de APG en daaraan
is de relatief lage prioriteit af te lezen die
32
Is het moreel verantwoord als overheden data
van commerciële datahandelaren gebruiken?
Tokmetzis: “Er is een groot verschil tussen
data kopen of data krijgen. Wat nu al
gebeurt is dat opsporingsdiensten data
krijgen doordat ze deze actief opeisen.
Om criminaliteit en fraude te bestrijden
gebruiken overheden op grote schaal
hieraan wordt gegeven. Als je niet wilt
dat een waakhond zijn eigen baasje bijt,
dan houdt je hem in zijn kooi. Toch is een
bredere rol voor de APG als toezichthouder
nodig. Het zou goed zijn als er niet
alleen achteraf wordt opgetreden als het
misgaat, maar vanaf de start van een project
waarbij privacy een rol speelt wordt
meegedacht.”
data die zij verzamelen op basis van
steeds ruimere wetgeving. Ook hier ligt
Function Creep op de loer. Ook al zijn de
huidige bedoelingen van de opsporingsambtenaren
goed, dat is nog geen garantie
dat dezelfde informatie over enkele
jaren niet wordt benut door andere personen
met hele andere bedoelingen. De
discussie zou niet alleen moeten gaan
over het doel dat op korte termijn wordt
nagestreefd, maar zou ook aandacht
moeten besteden aan het potentieel (her)
gebruik. Neem bijvoorbeeld het Elektronisch
Patiëntdossier (EPD). Dat is in eerste
instantie opgezet om cliënten op basis
van gedeelde inzichten te helpen, maar
nu wordt het gebruikt ten bate van de
fraudebestrijding. Noodzaak voor het
alternatief gebruik van data wordt altijd
wel ergens gevonden en privacy verliest
het dan vaak van andere argumenten.”
Martijn: “Overheden zouden data kunnen
kopen, bijvoorbeeld om hun voorlichting
te versterken. Maar als die data
wordt gekocht om zwaardere beslissingen
op te baseren, ga je een grens over.
Als een overheid niet weet wat de bron
en achtergrond is van de gekochte data,
dan is deze data niet bruikbaar omdat de
beslissing dan niet meer is te verantwoorden.
Een uitzondering daargelaten hebben
gemeenten een slecht trackrecord op
het gebied van privacy en databeveiliging.
Misschien ben ik naïef, maar ik zou
zeggen: er komt geen nieuwe data bij,
totdat de privacy op orde is! De praktijk
is anders. Ook al wordt er tien keer onafhankelijk
van elkaar geconstateerd door
rekenkamers, onderzoeksbureaus en
journalisten dat hierin structureel verbetering
noodzakelijk is, toch worden
nieuwe big data revoluties aangekondigd
voordat de basis intern op orde is. Volgens
mij moet je eerst systemische problemen
oplossen voordat je nieuwe plannen
maakt.”
Is big data bij de overheid wel in goede handen?
Tokmetzis:
“Ik durf niet te zeggen dat de
overheid dit helemaal niet moet doen.
Maar ik zie wel dat er nog zoveel fundamenteel
misgaat dat ik twijfels heb. Big
data kost capaciteit, wil je dat verantwoord
kunnen benutten. Neem het eID׉	 7cassandra://XrXZJzyWR-YOX_vZkBEiUTfLH8NAFYqvoO-rXaNRdOE`̵ X>E׉EHstelsel. Dat is een gebed zonder eind,
duurt al jaren en het inbedden hiervan
mislukt.
Om uit deze impasse te geraken is nederigheid
nodig, zodat de discussie helder
kan worden gevoerd. Big data doet forse
beloftes, maar zorgt ook voor veel hype.
DE
I
De kans is vrij groot dat je er niet uit gaat
halen wat er op voorhand wordt beloofd.
Mijn advies? Probeer als overheid niet
haantje de voorste te zijn.”
Martijn: “Wat wij bespeuren bij overheden
is een groot en bijna heilig geloof in
big data en datagedreven besluitvorming.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken
dat het een oplossing is op zoek
naar een probleem. Maatschappelijke
problemen zijn vaak onoverzichtelijk en
niet in één keer op te lossen omdat je met
mensen te maken hebt. Belofte van big
data is dat hiermee die complexiteit
wordt gereduceerd. Er is veel mogelijk,
maar houd je beloftes realistisch. De keiharde
bewijzen van overheden die met
big data potten breken, zijn mij nog niet
onder ogen gekomen.”
meerdere belangen. Die nuance gaat weleens
verloren in het big data geweld.”
Martijn: “De onderzoeker Evgeny Morozov
heeft goede inzichten hierover
gedeeld. Hij stelt dat organisaties door
grootschalige data-analyse de waaromvraag
niet meer stellen. Je kan met big
B
PR
DI
data bijvoorbeeld hele sterke correlaties
vinden waarmee je wel een probleem
(zoals obesitas) in kaart brengt, maar de
ruimte hebben (ongeacht waar zij zich
fysiek bevinden) waar zij onbespied kunnen
lezen, leren, praten en zich informeren.
We leven in een wereld waarin alles
wat we online bekijken, doen en lezen
wordt geregistreerd en steeds vaker
gemanipuleerd. Je kan je afvragen in hoeveel
vrijheid jouw opinievorming nog tot
stand komt.”
Tokmetzis: “Privacy dekt als term de
lading niet, omdat het onderliggende
probleem niet alleen gaat over iets te verbergen
hebben. Het gaat over hoe met
onze informatie wordt omgegaan, onder
welke voorwaarden en hoe die manier
ervoor zorgt dat collectieve waarden
onder druk komen te staan. Iets te verbergen
hebben is een individueel probleem
(en een primaire behoefte), maar
die collectieve waarden zijn natuurlijk
een collectief probleem.”
‘Met al je mobiele foto’s, adressen en correspondentie neem je een deel van thuis onbeschermd mee
naar buiten’
Meer weten?
Het boek ‘Je hebt wél iets te verbergen’ is
verkrijgbaar via DeCorrespondent.nl
Tokmetzis: “Dit komt ook doordat de
overheid een andere, meervoudige rol
heeft. Bedrijven die willen dat de overheid
meer disruptief wordt, gaan weleens
aan deze complexiteit voorbij. De overheid
is geen pizzakoerier, kamerverhuurder
of muziekdienst, maar dient altijd
oorzaak van dat probleem (een slecht eetpatroon
vanwege armoede) niet meer
onderzoekt. Je reduceert een probleem
tot de mogelijke oplossingen (meer sporten)
die het datamodel jou te bieden
heeft. De overheid dient dus kritisch te
blijven kijken naar onderliggende problemen
en contextuele samenhang, zodat
datamodellen de waarheid niet enkel
reduceren tot maakbare oplossingen.”
Krijgt privacy als thema voldoende aandacht
van de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s?
Martijn:
“Privacy gaat geen verkiezingsthema
worden, tenzij er opeens een
gigantisch datalek komt of een grote partij
vak voor de verkiezingen zelf wordt
gehackt. Toch verdient privacy een betere
plek dan nu. Mijn idee van privacy is dat
burgers in een democratie hun eigen
׉	 7cassandra://wv_cZEjf7wYxb_cppodBjxBDWlqm2ojohWXc0Bl4l9sy`̵ X>EX>E{בCט   {u׉׉	 7cassandra://frB7BrGx1XKynWjadL3j7A88vW2z3k2Y3fUIrdNhxdA G` ׉	 7cassandra://J52eIqpmESZqw1SmwcCeQwaQ4XA6KgIxQz0h8DJFOBga|`S׉	 7cassandra://uUgFv2NHCr3mi7uhGnj8zgk9oLlS7Mh5HjUISXiGmvcI`̵ ׉	 7cassandra://W0Xojzvqt5Q9OMLfV3PqCA8fOJp57swRHi9P2XSqlv8X T͠X>Eט  {u׉׉	 7cassandra://lmt2mWjUlXt2qG5wgB93nO5zvmojOhqLTCzguVD2oZk o|`׉	 7cassandra://xYcJIGd_Lzw5H5sOYcF4WwKqZ3kr1DBHFgn4UJfMVvgSI`S׉	 7cassandra://SUPjRybUl1PFYnucoSJE9wAxwHGE3QuPH-NOyp-KL6U>`̵ ׉	 7cassandra://zAnVZbp6_buE2RDCdVgi7qCda4A4u4M8Zis9_zFeoLM͵=͠X>EנX>H  h9ׁHhttp://www.hotitem.nlׁׁЈ׉EBVAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Verantwoord omgaan met
Nieuwe wetgeving noopt organisaties tot ander beleid
De aandacht voor het onderwerp privacy is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Door
veranderende wetgeving en hypes als big data en Internet of Things neemt de noodzaak
tot het verantwoord omgaan met persoonsgegevens verder toe. De consument wordt
individueler en beter geïnformeerd dan ooit. Hij wil als uniek individu worden benaderd
en verwacht dezelfde service over verschillende communicatiekanalen heen. Tegelijkertijd
verwacht hij dat er op een zorgvuldige wijze wordt omgegaan met zijn gegevens; met
regie over persoonlijke data.
Tekst: Willem Duvalois, business manager Hot ITem
B
egin 2016 is door de EU-lidstaten de Europese privacywetgeving
bekrachtigd. Deze regelgeving gaat verder
dan we in de Wet bescherming persoonsgegevens
gewend waren en organisaties hebben de verplichting
om hier met ingang van 25 mei 2018 aan te voldoen. Dit lijkt
ver weg, maar er is veel werk aan de winkel voor nagenoeg
iedere organisatie die persoonsgegevens verwerkt en gebruikt.
Ongeoorloofd gebruik
In de praktijk gaat er veel mis, of doen we zaken die eigenlijk
niet (meer) mogen. Denk bijvoorbeeld aan het delen van persoonsgegevens
met externe partijen (zoals partnergemeenten)
zonder dat daar afspraken over zijn gemaakt of zonder dat de
klant daar toestemming voor heeft gegeven. Maar ook het
gebruik van persoonsgegevens voor andere doeleinden dan
waarvoor ze verkregen zijn, bijvoorbeeld het niet anoniem koppelen
van websiteklikgedrag aan callcentergedrag. Dit soort
analyses worden weliswaar uitgevoerd om de klantenservice te
verbeteren, maar zijn niet toegestaan zonder expliciete toestemming
van de klant. Wifi-tracking, waarbij mensen aan de
hand van het wifisignaal van hun mobiele apparaat worden
gevolgd, is ook zo’n mooi voorbeeld. Het wordt veelvuldig toegepast,
maar het mag niet of alleen onder hele strikte voorwaarden.
Onderscheidende
factor
Veel overheidsorganisaties zien privacy als een probleem, een
lastige hobbel die moet worden genomen. Van oudsher proberen
zij deze te vermijden, bijvoorbeeld vanwege vertragingen
op de uitvoering van beleid of omdat een scenario-uitwerking
dan niet gerealiseerd kan worden. Het wordt tijd om deze
denkwijze los te laten. Verantwoord omgaan met privacy kan
juist een onderscheidende factor zijn. Helder en transparant
34
communiceren over hoe je omgaat met persoonsgegevens sluit
aan bij de consument van vandaag. Het wordt gewaardeerd en
verhoogt de transparantie en klanttevredenheid. Maar hoe pak
je dat aan?
Privacy Governance Framework
De sleutel tot succes is zorgen voor een duurzame basis. Start
met het uitwerken van een Privacy Governance Framework en
maak hier iemand verantwoordelijk voor op senior managementniveau.
Dit kan de Chief Data Officer (CDO) zijn of een
privacy board. Hierbij is het van belang om te zorgen voor een
nauwe samenwerking met security, maar ook met de afdeling
die verantwoordelijk is voor data governance en datakwaliteit.
Benoem ook een Privacy Officer die binnen de organisatie
werkt aan het opbouwen van bewustzijn rondom privacy en
dat ook bij samenwerkingspartners doet.
VEEL OVERHEIDSORGANISATIES ZIEN
PRIVACY ALS EEN LASTIGE HOBBEL DIE
MOET WORDEN GENOMEN
Privacy Impact Assessment
Om vast te stellen of er op de juiste wijze wordt omgegaan
met persoonsgegevens in bestaande en nieuwe processen en
diensten, is het raadzaam om een Privacy Impact Assessment
(PIA) te ontwikkelen. Zorg dat deze goed aansluit bij de organisatie
en voer deze uit op alle processen en plekken waar persoonsgegevens
worden vastgelegd en gebruikt. Verwerk alle
׉	 7cassandra://uUgFv2NHCr3mi7uhGnj8zgk9oLlS7Mh5HjUISXiGmvcI`̵ X>E׉Eprivacy
constateringen en benodigde maatregelen in een plan van aanpak.
Sommige zaken kunnen niet op korte termijn worden
opgelost en mogelijk loop je als organisatie daarmee een risico,
maar als je kunt aantonen dat je hier serieus aan werkt, helpt
dat enorm als de toezichthouder langskomt.
Voor nieuw beleid of nieuwe diensten is het essentieel om de
ontwikkelprocessen en besluitvorming zodanig aan te passen
dat het assessment vroeg in het proces wordt gedaan. Dit
voorkomt dat deze stranden nadat de ontwikkelfase is afgerond.
Privacy by design is inmiddels een must en niet meer
weg te denken in het standaard ontwikkelproces.
Pseudonimiseren
Voor veel toepassingen geldt dat je als organisatie niet zozeer
op zoek bent naar wie iets doet, maar naar het gedrag van een
bepaalde groep. Daarvoor zijn dan ook niet de gegevens van
een individueel persoon nodig. Een goede oplossing hiervoor is
pseudonimisering. Daarmee is het mogelijk om, met bescherming
van de privacy, het gedrag van groepen personen te analyseren
en klantprofi elen op te stellen. Voorbeelden waarbij
pseudonimisering al wordt toegepast zijn parkeeranalyses,
onderzoeken in het sociaal domein, wifi -tracking en fraudepreventie.
PRIVACY
BY DESIGN IS INMIDDELS
NIET MEER WEG TE DENKEN IN HET
STANDAARD ONTWIKKELPROCES
Hot ITem gelooft in wendbare organisaties
die zijn voorbereid op de
toekomst en zich snel kunnen aanpassen
aan nieuwe ontwikkelingen.
Hot ITem - www.hotitem.nl
׉	 7cassandra://SUPjRybUl1PFYnucoSJE9wAxwHGE3QuPH-NOyp-KL6U>`̵ X>EX>E{בCט   {u׉׉	 7cassandra://sTI2mupdAdvMyG_xnMpoAoh-a5kkhJdyyMQajlHit0g `׉	 7cassandra://kCXGJ3S-4yPr5vM_h3bwka1uQ3hA-liyUuCzCzyYDvAe`S׉	 7cassandra://2NXk7Mm_ZFDGVzSQhwIqkJzaszmCWwHHDgZZpnpPwyU'i`̵ ׉	 7cassandra://IS65ztSopy2xInQViEE1YNa5IDL6PGcvIOvWRDKi9WE ͠X>Eט  {u׉׉	 7cassandra://3poR5C4mCMDiD4hos5tAK94M4e5SuxWA9-LN5tq6YDM `׉	 7cassandra://GzFweCydlecHLA3_xLrl2pRYFP4PmkqxHsRq7xoOdKUd`S׉	 7cassandra://etLFWmFhfkuvJsovRv-t_fOSdnydtwn-_WMn4fWiC1A`̵ ׉	 7cassandra://G6ehj0bWCXR14cz-m73s9b4uLAG-E-JZvHNq4BAq0Tcҁ̘͠X>Eנ -S     y9׉Hhttp://www.vicrea.nlG׉ׁ
default style נX>H 
HB9ׁHhttp://health.govׁׁЈ׉EX400+ meter
(gem. 422,5 m)
400 meter
Uw beleidsuitgangspunt is dat jeugd van 6 - 11 jaar binnen 400 meter
een speelplaats moet kunnen bereiken. Op basis van de gegevens van
Neuron Speelmonitor kunnen wij de huidige situatie voor u vaststellen,
bijvoorbeeld: 78% van de jeugd van 6-11 jaar heeft daadwerkelijk
speelruimte binnen 400 meter van de woning. Of omgekeerd: De
gemiddelde afstand voor de jeugd van 6-11 jaar tot een speelvoorziening
is 422,5 meter.
Maar u wilt weten wat u moet investeren om 100% van de jeugd binnen
de norm te bedienen of om de afstand voor alle jeugd terug te dringen
naar maximaal 400m. Maar u wilt wellicht ook weten wat het betekent
voor uw meerjaren kosten als u de afstand in uw norm verhoogt naar
500 meter. Spelen met beleid!
78%
22%
afstand tot speelplaats 6 - 11 jaar
SMART
SOLUTIONS
Play monitor …..
a smart solution
׉	 7cassandra://2NXk7Mm_ZFDGVzSQhwIqkJzaszmCWwHHDgZZpnpPwyU'i`̵ X>E׉EtAR J AN E L FA SSE D
VIJF VRAGEN VOOR
DE NIEUWE COALITIE
Over enkele maanden vinden verkiezingen voor de Tweede
Kamer plaats. Politieke partijen publiceren op dit moment verkiezingsprogramma’s
en kandidatenlijsten. Toch is het goed om
alvast vooruit te kijken naar een nieuwe coalitie. Een belangrijke,
maar door sommigen gezien als apolitieke vraag is: Wat
zou een nieuwe coalitie kunnen verbeteren op het gebied van
transparantie en open data? We schetsen een denkrichting aan
de hand van vijf vragen.
1. Krijgt iedereen daadwerkelijk het recht op toegang tot digitale
overheidsinformatie in een open machine-leesbaar formaat?
Hoewel
sinds 2015 de Wet hergebruik overheidsinformatie van
kracht is, blijkt de praktijk nog altijd weerbarstig. Het aantal
beschikbare datasets groeit traag en van een proactieve houding
is overheidsbreed nog geen sprake. Willen we daadwerkelijk de
economische en maatschappelijke vruchten kunnen plukken
van open data, dan moet de beschikbaarheid, vindbaarheid en
toegang tot die data worden vergroot, alsook de kwaliteit worden
verbeterd.
H
TIJ
I
2. Wordt centraal uitgevraagde informatie van decentrale overheden
ook centraal ontsloten?
Het ‘Huis van Thorbecke’ voldoet niet meer in deze tijd. Kiezers
zien diverse overheidsorganisaties als een en dezelfde overheid,
maar vaak zien deze overheidsorganisaties dat zelf nog niet.
Veel overheidsinformatie, bijvoorbeeld bij gemeenten, kan eenvoudig
worden gecollectiviseerd. Toch komt dit maar moeizaam
tot stand. Het wordt tijd daar dwingende afspraken over te
maken, bijvoorbeeld via een enkelvoudige datalijst. Daarin kunnen
centraal en collectief standaarden worden afgesproken
waarmee de schaalbaarheid van het hergebruik van open data
een enorme vlucht kan nemen.
3. Worden de gegevens van openbare registers als het Handelsregister
en het Kadaster voor iedereen gratis opengesteld?
Al sinds 2009 wordt er geprobeerd om het Handelsregister open
te krijgen. Nu ook VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland
van mening zijn dat deze registers gefi nancierd moeten
worden uit algemene middelen, lijkt niets meer in de weg te
staan om dit voor eens en altijd goed te regelen in een nieuw
regeerakkoord. Het is niet meer van deze tijd dat ZBO’s
publieke informatie monopoliseren.
4. Zal de nieuwe coalitie investeren in meer open technologische
processen, zoals het Witte Huis heeft gedaan met bijvoorbeeld
18F?
Opgericht in 2014 heeft 18F binnen de kortste keren de problemen
met health.gov opgelost. Dit team opereert als startup binnen
de overheid om digitale problemen snel en effectief op te
lossen met behulp van Agile softwareontwikkeling, designs
waar mensen centraal staan, open source software en data-driven
besluitvorming. Ik vermoed dat het UWV, de Sociale Verzekeringsbank
en de Belastingdienst fl ink geholpen zouden zijn
als ook in Nederland zoiets zou bestaan als 18F.
5. Wordt het open data beleid voor de gehele Rijksoverheid
belegd onder de verantwoordelijkheid van de minister-president?
Daadkracht
heeft meer nodig dan alleen coördinatie. Op dit
moment is open data bij veel ministeries nog op basis van vrijwilligheid
georganiseerd. Dat moet veranderen. Anderen hebben
een zogenoemd ‘ministerieel topteam’ voorgesteld. Zo’n
team, voorgezeten door de minister-president, kan dan zorgen
voor de nodige urgentie en afstemming om echt de kansen van
open data te verzilveren.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://etLFWmFhfkuvJsovRv-t_fOSdnydtwn-_WMn4fWiC1A`̵ X>EÁX>E{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bGjQP9-0xgq1_qw43PNe64sCZ2fnEMDzx4Q3ccJMAW0 `׉	 7cassandra://wRTh0EJ-qragOs6GytGsZTSX47s-fZstxGdxu8E_i6c_Q`S׉	 7cassandra://jmIQMfrvb4c1MD4P3pIX9pYi_tOQ14l7d5-2aTvQ4Ww&`̵ ׉	 7cassandra://1iO3MM5i9ZrJ1IEOU2frP3p84KjdSjxHLk4qQjd4da4mX͠X>Eט  {u׉׉	 7cassandra://vLwQleS7mpSLbT70wBFyxVRWBBfJS3EMZxJACSp-Th4 
`׉	 7cassandra://9vuXQEU5iao7oswRleHMVl6T4Z0RxK_VVfD7BpNk3GYM`S׉	 7cassandra://rd4IOjR4nLGzfYKBEdgTsMUCFjnHpuGeTegoLhKTDVY`̵ ׉	 7cassandra://8kENvFHDplvo1Vt1W1zdnf_zyCp2MQoOFAdcwJwcpSc͚Ř͠X>EőנX>H ^O9ׁHhttp://www.ensia.nlׁׁЈ׉EvI N F ORMATI E VE I LIGH E I D
DE EERSTE ERVARINGEN
MET ENSIA
GEMEENTEN NEMEN DE PROEF OP DE SOM
In 2017 krijgt elke gemeente met ENSIA te maken, een afkorting die staat voor
Eenduidige Normatiek Single Information Audit. Doel van ENSIA is om het toezicht
door de gemeenteraad op informatieveiligheid, en de verantwoording
hierover aan het Rijk, te versterken. Zeven gemeenten, waaronder Arnhem,
Edam-Volendam en Tiel, hebben de afgelopen maanden een pilot met ENSIA
doorlopen. In dit artikel delen zij hun eerste ervaringen en geven tips.
Tekst: Wilma van Hoeflaken, journalist
O
p dit moment hebben informatiesystemen,
zoals DigiD,
de Basisregistratie Personen
(BRP) of Suwinet, elk hun
eigen toezichtsvorm. ENSIA bundelt het
toezicht op die verschillende informatiesystemen.
Zo wordt er gebruikgemaakt
van één vragenlijst, die gebaseerd is op
de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse
Gemeenten, een instrument waarmee
organisaties kunnen ‘meten’ waar zij
staan met betrekking tot informatieveiligheid.
ENSIA
voorziet in een behoefte bij
gemeenten. Dat vindt ook Remco
Rekoert, privacy- en informatiebeveiligingsadviseur
bij de gemeente EdamVolendam.
“Ik weet zeker dat we hiermee
de informatieveiligheid op een
hoger niveau krijgen en de BIG nog beter
kunnen implementeren.” Ook Ron Borst,
IT-auditor bij de gemeente Arnhem, is
tevreden over de eerste resultaten met
ENSIA. “Eigenlijk leg je hiermee een strik
om alle beheersmaatregelen die in de
gemeentelijke organisatie zijn genomen,
maar die in het kader van informatiebeveiliging
nog niet eerder met elkaar in
samenhang zijn gebracht”, aldus Borst.
Wat betreft Youri Lammerts van Bueren,
adviseur informatiebeveiliging bij
bedrijfsvoeringsorganisatie West Betuwe,
waarvan de gemeente Tiel deel uitmaakt,
heeft ENSIA zeker impact op de gemeenWAT
IS ENSIA?
ENSIA is een project van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie van Infrastructuur
en Milieu en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De basis van ENSIA is de
Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten. In 2013 hebben de gemeenten
afgesproken dat zij BIG gaan implementeren en een paragraaf over informatieveiligheid
in het jaarverslag opnemen. Daarnaast hebben zij de Rijksoverheid verzocht het
toezicht te harmoniseren . Hiervan is ENSIA het resultaat. Een pilot met ENSIA heeft in
de afgelopen maanden gedraaid in de gemeenten Arnhem, ’s-Hertogenbosch, EdamVolendam,
Het Bildt, Tiel, Zaanstad en Zeewolde.
38
telijke organisatie.” Dat is altijd het geval
als er iets nieuws op je af komt. Maar als
je het goed organiseert, heb je er veel profijt
van. ENSIA zorgt er onder meer voor
dat er vanuit de verschillende systemen
minder vragen over informatieveligheid
worden gesteld en bovendien geeft het
een goed, integraal beeld van hoe je er als
gemeente voorstaat op het gebied van die
informatieveiligheid.”
VRAGENLIJST
De bundeling van het toezicht op de verschillende
informatiesystemen, wordt
nog het beste gesymboliseerd door de
ene vragenlijst waarmee ENSIA werkt.
De invulling daarvan vereiste bij een aantal
pilotgemeenten wel wat aanpassingen
en tijd. Bij de gemeente Edam-Volendam
bijvoorbeeld. “Binnen onze gemeente
maken wij gebruik van ISMS (Information
Security Management System) en
dat systeem was en is voor ons leidend.
Gelukkig konden we de vragen vanuit
ENSIA exporteren naar dat systeem. Het
kostte wel de nodige tijd, met name procesmatig.”
Ook in Arnhem was de invulling
van de vragenlijst bij tijd en wijle een
zoektocht. Ron Borst: “De vragenlijst was
niet het probleem, maar het was soms
wel lastig om te achterhalen welke func׉	 7cassandra://jmIQMfrvb4c1MD4P3pIX9pYi_tOQ14l7d5-2aTvQ4Ww&`̵ X>E׉E	N
tionarissen bepaalde vragen moesten
beantwoorden.”
SLIM ORGANISEREN
Hoewel door ontdubbeling van de
bestaande verantwoordingen het totaal
aantal vragen met vijftien procent is afgenomen,
kan Lammerts van Bueren zich
toch nog voorstellen dat een gemeente
schrikt van de omvang van de vragenlijst.
“Mijn tip is om het slim te organiseren
en in kaart te brengen wie wat doet.
Bij ons zijn die rollen per norm al aardig
verdeeld. Iemand voor Burgerzaken,
voor DigiD, voor de Basisregistraties
Adressen en Gebouwen (BAG), voor het
sociaal domein. Dat maakt het gemakkelijk
om snel te schakelen, ook al omdat
het mijn directe collega’s zijn en zij wisten
dat dit eraan kwam. Bijkomend voordeel
is dat ENSIA slim in elkaar zit. Zo
kun je rollen aanmaken waarmee je
iemand autoriseert voor vragen die voor
hem of haar relevant zijn. Verder hebben
alle vragen een labeltje. Klik je op zo’n
labeltje, dan krijg je alleen de vragen die
voor jou van toepassing zijn.”
Een andere tip die Lammerts van Bueren
gemeenten mee wil geven, is om een kick
off bijeenkomst te organiseren. “Daarmee
zorg je dat de betrokkenen op de hoogte
zijn. Binnen onze organisatie staat een
dergelijke bijeenkomst gepland voor volgend
jaar, als ENSIA ook daadwerkelijk
van start gaat. Zorg verder dat duidelijk
is wie het gehele proces coördineert. In
de meeste gevallen zal dat toch de Chief
Information Security Offi cer (CISO) zijn.
Die moet de spin in het web zijn.” Ook
AL
E
Borst en Rekoert pleiten ervoor om het
eigenaarschap binnen de gemeentelijk
organisatie goed te beleggen. Borst:
“Beleg het bij iemand die in ieder geval
goed weet hoe de gemeentelijke informatiebeveiligingsorganisatie
in elkaar zit.”
DRAAGVLAK
Naast het goed beleggen van eigenaarschap
is volgens Remco Rekoert ook
draagvlak en commitment noodzakelijk.
“Met name op strategisch niveau. DaarZicht
houden op de voortgang helpt
zeker.” Lammerts van Bueren raadt met
name aan om gebruik te maken van
ondersteunende producten. “Er zijn
genoeg mensen binnen gemeentelijke
organisaties die kennis willen delen. Je
hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.”
Meer
weten?
www.ensia.nl
mee geef je ook een signaal af aan de
mensen die het werk moeten doen. Zij
moeten de ruimte krijgen om hun werk
goed te doen, want het is niet iets wat je
er even tussendoor doet. Dan lukt het
niet.” Dat laatste beaamt ook Ron Borst.
“De invoering van ENSIA doe je niet
zomaar. In dat opzicht helpt het ook als
op vooraf vastgestelde momenten gekeken
wordt wat de stand van zaken is.
׉	 7cassandra://rd4IOjR4nLGzfYKBEdgTsMUCFjnHpuGeTegoLhKTDVY`̵ X>EǁX>EƁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://w80uSjIPwzGqCNo2BJVm24_BERUUxDplKV8UrX3n9qA ` ׉	 7cassandra://2RaNuRouMTh0FBonmOYHVXw0t6muzUHlNG5JNBHrhnoa`S׉	 7cassandra://EB77ie1bJ7Pqda7E_ItxIcRUs3XVpgojYZtAnF0y620>`̵ ׉	 7cassandra://gpdbxscUPTBMJIG6tYdQ-Xb0zkiF_uFqfXBudOmVywkX&P͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://ZUgmhc1ohe9sGLdDXCCpyf__MZfnHOIGO6Y8G0sXs94 `׉	 7cassandra://xg-tyueNI_I_vpffwFVsChklKFtPA1qnfHKG87Lo56gxo`S׉	 7cassandra://ApvCCEWf94wzhTE__g2AZKS1umxg727P-ZjGNcRIkDg#`̵ ׉	 7cassandra://ZWQqk5QLkRZHDZnqbFZB4CxH-ABqtTymgEO6asi5-U8ͻ͠X>FɑנX>I ~V9ׁHhttp://www.vicrea.nlׁׁЈ׉EVAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Private oplossingen voor
publieke uitdagingen
Welke effecten heeft Smart Governance?
Sinds de financiële crisis is een kleinere, goedkopere overheid het heersende adagium. We
gaan van een overheid die ‘zorgt-voor’ naar een overheid die ‘zorgt-dat’. Voor bijvoorbeeld
het digitale stelsel van de overheid betekent dit dat de verantwoordelijkheden en
taken in de dienstverlening, mede als gevolg van smart governance ontwikkelingen, tussen
overheid en private partijen in toenemende mate zullen verschuiven.
Tekst: Daniël de Klerk, innovatiemanager Vicrea en prof. Dr. Stan Geertman, Universiteit Utrecht
D
e zorg is een van de grootste maatschappelijke ‘zorg’punten
als het gaat om de overheidsuitgaven. De
overheidsuitgaven in de zorg lopen al vele jaren
extreem op, mede als gevolg van de toenemende vergrijzing
van de bevolking. Daarmee samenhangend blijkt vereenzaming
bij ouderen een steeds groter maatschappelijk probleem
te worden. Doordat de overheid zich steeds verder
terugtrekt en de volwassen kinderen door hun werk niet kunnen
voldoen aan de toenemende zorgvraag, dreigen ouderen
tussen wal en schip te geraken. Diverse Europese ICT-bedrijven
springen in dit gat en brengen applicaties op de markt die hier
iets aan proberen te verbeteren. Zo helpt bijvoorbeeld het
Duitse bedrijf Plege Protokoll gezinnen om de zorgplanning
onderling af te stemmen. De app biedt de mogelijkheid bezoekjes
in te plannen, te overleggen tussen potentiële bezoekers,
maar ook om bijvoorbeeld een reminder te sturen om te bellen
met de oudere hoe het gaat.
DE OVERHEID LIJKT
NADRUKKELIJK RUIMTE TE WILLEN
LATEN AAN EXPERIMENTEN
Een ander voorbeeld is de opkomst van bedrijven die applicaties
ontwikkelen om ouderdomsziektes, zoals dementie, eerder
te detecteren en online trainingen aanbieden om de hersenen
langer gezond te houden. Was diagnostisering in de verzorgingsstaat
decennialang vrijwel exclusief de taak van de over40
heid,
in de huidige samenleving verschuift een deel van deze
taak richting de private sector.
Een voorbeeld uit een andere sector is een applicatie waarmee
booteigenaren informatie kunnen uitwisselen met de autoriteiten
van een plezierhaven om bijvoorbeeld te kunnen inchecken. Hoewel
veel Europese plezierhavens eigendom zijn van de overheid,
die tevens als havenmeester optreedt, wordt deze digitale dienst
aangeboden door een bedrijf. Ook hier is sprake van een verschuiving
in taakopvatting tussen de publieke en private sector.
Wisselwerking
Vanuit het perspectief van smart governance is het interessant
om niet alleen te kijken naar de verschuiving van verantwoordelijkheden
en taken tussen overheid en private sector, maar
ook te kijken naar de wisselwerking tussen beide partijen. Bijvoorbeeld
als het gaat om de standaardisatie van data-uitwisseling
en het vereenvoudigen van de dienstverlening door
overheden aan burgers en bedrijven. Veel van dit soort initiatieven
komen voort uit het technologie- en subsidieprogramma
FIWARE. Het is een Europees initiatief om MKB-ers en onderzoeksinstituten
te stimuleren innovaties te ontwikkelen die
het stedelijk leven, de volksgezondheid en de economie stimuleren.
FIWARE bestaat daartoe enerzijds uit een verzameling
van technologische componenten waarmee applicaties kunnen
worden gebouwd, anderzijds uit verschillende subsidiebudgetten
voor de genoemde thema’s.
Met FIWARE wil de Europese Commissie voor marktpartijen de
randvoorwaarden scheppen om de vele voorliggende sociale,
economische, maatschappelijke en ecologische uitdagingen op
׉	 7cassandra://EB77ie1bJ7Pqda7E_ItxIcRUs3XVpgojYZtAnF0y620>`̵ X>F׉Eeen innovatieve wijze aan te pakken. Het grote verschil met de
Nederlandse digitaliseringsprogramma’s is dat deze aanpak
meer is gericht op het overnemen van overheidstaken dan op
het puur faciliteren ervan. Waar de Nederlandse digitaliseringsprogramma’s
zich richten op het vergroten van de effi ciëntie
van de dienstverlening door de overheid, richten deze Europese
programma’s zich op het creëren van randvoorwaarden om
taken van de overheid door private partijen te laten invullen.
Kortom, hier vindt een gedeeltelijke verschuiving plaats van
publieke taken naar private partijen. FIWARE kent daartoe op
dit moment circa honderd initiatieven. Vraag daarbij blijft wel
of deze initiatieven voor overname van overheidstaken ook op
de langere termijn zullen leiden tot bedrijven met een gezond
businessmodel.
Amsterdam Smart City
Niet alleen op Europees niveau, maar ook binnen onze nationale
context zijn er tal van initiatieven die een kweekvijver
willen oprichten voor startups. Zoals Amsterdam Smart City.
De gemeente Amsterdam is al jarenlang bezig om de voorwaarden
te scheppen voor burgers en bedrijven om innovatieve
oplossingen te creëren voor sociale, maatschappelijke, economische
en ecologische vraagstukken. Zo bieden diverse partijen
sensoroplossingen aan via apps die gericht zijn op het verbeteren
van de mobiliteit, of op het op gang brengen van de deeleconomie.
Dit staat in contrast tot vele overheidsgeleide programma’s
waarbij alle middelen werden ingezet en gericht op
één specifi eke oplossing. In de setting van Amsterdam is het de
markt die als selectiemechanisme fungeert om te komen tot de
beste oplossing. Enerzijds is dit een positief uitgangspunt
omdat in het verleden - op zijn zachts gezegd - zeker niet alle
ICT-projecten van de overheid zich hebben vertaald in werkbare
oplossingen. Anderzijds biedt deze werkwijze de winnende
marktpartijen signifi cante onderhandelingskracht ten
opzichte van de overheid als het gaat om implementatie van
oplossingen die zich bevinden in de overgangszone tussen
publiek en privaat.
Naast de lokale heeft ook de centrale overheid enkele kweekvijvers
opgericht die vrijwel volledig worden gefi nancierd én uitgevoerd
door aan de overheid gelieerde organisaties. Een
bekend voorbeeld hiervan zijn de initiatieven rondom smart
cities die vanuit Geonovum worden gevolgd en deels ondersteund.
Het merendeel van deze initiatieven komt niet voort
vanuit bedrijven, maar vanuit deelnemende gemeenten en universiteiten.
Ook hier is sprake van een grote mate van diversiteit,
hetgeen bij de grote digitaliseringsprogramma’s van de
overheid zeker niet het geval was. Ook valt op dat de vele initiatieven
niet gericht lijken te zijn op grootschalige uitrol. Veelal
gaat het om nogal experimentele projecten. Daarbij kan meteen
de vraag worden gesteld of deze initiatieven op de lange
termijn een bepaalde mate van volwassenheid zullen bereiken,
zodat ze daadwerkelijk kunnen bijdragen aan de aanpak van
sociale, economische, maatschappelijke en ecologische vraagstukken.
Experimenten
Concluderend
zien we dat in de verhouding publiek - privaat
allerlei verschuivingen in verantwoordelijkheden en taken
optreden. Daarbij laten de recente ontwikkelingen twee interessante
onderliggende veranderingen zien. Enerzijds is er
zowel in het private als publieke domein een grote mate van
diversiteit zichtbaar in de aanpak van vraagstukken. De overheid
lijkt nadrukkelijk ruimte te willen laten aan experimenten
en hoopt zo te komen tot ideeën voor werkende oplossingen
voor een specifi ek probleem. Anderzijds speelt zowel bij private
als bij publieke initiatieven het vraagstuk rondom de continuïteit
van de bedachte oplossingen een rol. Zo bieden innovatieve
oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken die door
bedrijven zijn ontwikkeld, hen wellicht een te grote onderhandelingskracht
richting de overheid. Iets dat mogelijk negatief
kan uitpakken. Ook bestaat het risico dat door overheidsorganisaties
bedachte innovatieve oplossingen niet tot wasdom
komen, omdat de desbetreffende overheidsorganisatie zich
niet als ondernemer wil, kan en/of mag opstellen. In beide
gevallen hebben deze smart initiatieven toch nog echt wat
governance nodig.
VICREA MAAKT DE WERELD SLIMMER
Meer informatie vindt u op www.vicrea.nl
׉	 7cassandra://ApvCCEWf94wzhTE__g2AZKS1umxg727P-ZjGNcRIkDg#`̵ X>FˁX>Fʁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JnJT1s10bZTd2cqAR48XruXpvG5Z0v4kwItt4WMXqFg I` ׉	 7cassandra://GeDI1MBVzAMk2C85tdAFcvbi9K8CY4Tx-KUorpLd1qIc`S׉	 7cassandra://j_Osmjccvv9iokrJOmtEfNhS1V1VuqNyDjR4imb6e2cB`̵ ׉	 7cassandra://93AtwDbL_i14MNC82uz7x8c-fPY2sJ3k8Eq662S_M2wZD͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://XTsO57XFag-J3O7WzdgKlDOzbeOKDA3VZ5jV7BMrAjo `׉	 7cassandra://d1iWYyvuQ1CwXY3OadeD0E1vqFThvkdrJ_2RRXVGWvs^`S׉	 7cassandra://InZkMs9YH-1sDwDoPT1VLDjwCx0S_kN6_8Zv2FInztA`̵ ׉	 7cassandra://Sfpktla95oharYIqbmI15QnGLQW0JXLszuZ-yIiWsBQ͵L͠X>F͒נX>I F9ׁHhttp://www.ictu.nlׁׁЈנX>I Y9ׁHhttp://A20dag.Pleio.nlׁׁЈ׉EB L O CKCHAI N
BLOCKCHAIN BIEDT
ONBEGRENSDE
MOGELIJKHEDEN
HOEVEEL OVERHEID HOUDEN WE NOG OVER?
Blockchain is een goede zaak, zullen veel ambtenaren kunnen zeggen. Maar
hoe leg je dit fenomeen uit, zodat je het zelf ook echt begrijpt? inGovernment
legt uit en laat tegelijk zien dat er forse tegenstrijdigheden in het debat over
blockchain kunnen ontstaan. Wordt het dan nog zo ingevoerd dat het potentieel
ervan benut wordt?
Tekst: Peter Noordhoek, redacteur inGovernment
S
tel je voor dat je een groep collega’s
vraagt om de tijd op hun
horloge of telefoon vijftien minuten
terug te zetten. De kans dat
ze dit niet direct doen, is groot. Toch
staan er geen sancties op het gezamenlijk
terugzetten van de tijd en is er geen wet
die ons verbiedt op eigen initiatief de
klok terug te zetten. Bovendien hoeft er
geen overheid aan te pas te komen om de
groep collega’s gedisciplineerd binnen
het systeem van tijdmeting te houden,
zoals we dat kennen. Tijd is een natuurkundig
fenomeen, maar de wijze waarop
we die noteren en er mee omgaan is veranderbaar.
Toch? Toch niet. In meerdere
opzichten raak je hiermee aan een
wezenskenmerk van ‘blockchain’. Er is
geen centraal gezag nodig of intermediair
(‘trusted third party’), er is geen toezicht
of handhaving nodig. Een klok is niet
veel meer dan een opeenvolgende onveranderbare
lijst van tijden, waarvan het
eigendom berust bij iedereen en niemand
(‘distributed ledger’), maar het werkt en
het werkt wereldwijd. Nu moet je altijd
oppassen met metaforen, maar blockchain
heeft veel te maken met de hierboven
genoemde kenmerken. In de vorm
van een definitie: bij blockchain is er
42
sprake van een autonoom grootboeksysteem,
leidend tot ‘bewijs van eigenaarschap’,
waarbij software-algoritmes
transacties betrouwbaar en anoniem vastleggen.
EIGENAARSCHAP
Het
sleutelwoord is hier ‘eigenaarschap’.
Dat eigenaarschap kan van alles zijn. We
kennen het als het eigenaarschap van
een bitcoin, maar in principe kan het
alles zijn dat zich digitaal laat vastleggen.
Via algoritmes kan je dit bewijs van
eigenaarschap uit de software filteren
(‘minen’) en dan heb je een bewijs dat in
principe betrouwbaarder is dan een
bewijs van eigenaarschap van bijvoorbeeld
een identiteitsbewijs van een overheid
of een testament van een notaris.
Een veelgehoorde uitspraak is: ‘Wat
internet was voor informatie, gaat blockchain
doen voor transacties’. Denk maar
eens terug aan uw eigen bureau voor- en
nadat het internet doorbrak: dat moet
heel wat (woorden)boeken, tijdschriften
en andere bronnen schelen. Welke
impact zal de blockchain op transacties
van u en uw (overheids)organisatie hebben?
Die impact is in potentie groot, erg
groot.
NUCHTER BLIJVEN
Toch blijft het zaak om nuchter te blijven,
zeker als we werken voor de publieke
zaak. Wat moet nu precies het advies zijn
als we bijvoorbeeld worden gevraagd om
de vraag te beantwoorden of we op bitcoins
over moeten gaan, of we moeten
gaan stemmen via blockchain, aan een
pilot mee willen doen, of überhaupt moeten
verklaren of blockchain een goede
zaak is? Blockchain is een goede zaak,
zullen veel ambtenaren kunnen zeggen,
maar ik kan het niet eens aan mijzelf uitleggen.
Toch moet het. Dat kan met metaforen
als hierboven of via de volgende
paradoxen.
PARADOX 1: FRAUDE
Bitcoin en blockchain worden nogal eens
in één adem genoemd. Dat is jammer. In
feite is de ‘coin’, de munt - de bitcoin -
maar één van de vele dingen die aan een
‘bit’ opgehangen kunnen worden, zoals
die ergens in de lijsten van een blockchain
voorkomt. Inmiddels neemt het
gebruik van bitcoins langzaam maar
zeker toe, ook binnen overheden. Zo
maakt de Zwitserse gemeente Zug betaling
in bitcoins mogelijk. Waarschijnlijk
volgen er meer. Op zich is dat volstrekt
׉	 7cassandra://j_Osmjccvv9iokrJOmtEfNhS1V1VuqNyDjR4imb6e2cB`̵ X>F׉E	veilig en fraudebestendig. Er is wel eens
bitcoinfraude gemeld, maar dat betrof de
wijze waarop de bitcoinmarkt was georganiseerd,
niet de blockchain zelf. Maar
er is ook een andere kant. Er is geen
‘bank die als ‘trusted third party’ de betalingen
bijhoudt, er is geen nationale bank
die de betrouwbaarheid test. Nu heeft
dat toezicht de laatste financiële crisis
ook niet kunnen voorkomen, maar toch.
W
S
V
PARADOX 2: STEMMEN
De techniek voor stemmen via blockchain
is al goed uitgedacht. Het geeft
geen problemen om thuis te stemmen en
voor de deadline je stem nog een paar
keer te wijzigen; de stem blijft altijd
naspeurbaar aan jouw persoon gekoppeld.
Maar wat moet de overheid maken
van een systeem dat zich onzichtbaar
voltrekt en niet te beïnvloeden valt? Het
is niet waarschijnlijk dat potlodenlanden
steeds weer een nieuwe fout maken -
alles duidelijk, herleidbaar, vindbaar,
onveranderbaar. Fantastisch, zeker als je
nerveus wordt van elke computer of
instantie.
Tegelijk klinkt het wel eng, dat blockchain.
En laten we wel zijn, ook onder
hoger opgeleiden is een grote groep digibeten.
Is het eng om met iets mee te gaan
dat je zelf niet kan begrijpen? Misschien
maar eerst een pilot. Oh, kan dat niet bij
Meer weten?
Dit artikel is gebaseerd op een presentatie
van de auteur tijdens de Dag van de Overheid
2.0, zie ook A20dag.Pleio.nl
ICTU heeft een whitepaper gepubliceerd over
wat blockchain inhoudt en welke kansen en
mogelijkheden het biedt voor overheidsdienstverlening,
zie ook www.ictu.nl
Nederland er snel toe overgaat, laat staan
het land van de gemiddelde dictator.
Blockchain is weliswaar zeer betrouwbaar,
maar vanuit overheidsperspectief
moeilijk controleerbaar.
PARADOX 3: DIGIVAARDIGHEID
Een wereld zonder moeizame controles,
zonder instanties of inspecties. Niet tien
keer een vergelijkbaar formulier invullen
blockchain? Dus dan moet het direct volledig
en wereldwijd, of dan maar liever
helemaal niet.
PARADOX 4: RECHTSSTAAT
Iets om over na te denken en misschien
wel de kern van de discussie over blockchain.
Als een economie voor de helft of
meer afhankelijk is van beleid en geld dat
door de handen van de overheid gaat,
dan kan blockchain niet om de overheid
heen worden georganiseerd. Dan ontmantelt
de blockchain de overheid om tot
een betere en rechtvaardige samenleving
te komen. Dus als we overstag gaan en
de blockchain breed toepassen, dan kijken
we tegen een heel andere samenleving
aan. Zijn we daar al aan toe?
׉	 7cassandra://InZkMs9YH-1sDwDoPT1VLDjwCx0S_kN6_8Zv2FInztA`̵ X>FρX>F΁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://r6mOg0eKsSTJZGHOqRZlBG0-6-Hfu7vNmEGR2mK5v-w `׉	 7cassandra://F4p4AfqRc5yML_q7H4imxFQPKairxCPpXRx6gOc2JEQ[`S׉	 7cassandra://WWybqvbyU0EpJ37xH84E1NWfJTzFc_Lc1YDSLcZ4MRQ`̵ ׉	 7cassandra://RTFBCfbly9B_r85BFp6vAHAUGTmrw3k-sdPvegBkOW8͵)͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://uUr1e9G6tij1oFHdPRIVuOjl-UgwsvAtHzt6bsjKle4 Vk`׉	 7cassandra://XwxNNToKLgmzmZ00xTJXH1wHw1Iogk0aMEuIOt6hiC4f"`S׉	 7cassandra://vYKu9TvqlHWHPAVHSDGkLVkMiOnbReF3UHsxYcAFyHw`̵ ׉	 7cassandra://plESbN6m5UQwHWuKumBrDTem6vX0HEGqpBCDYjwRPJo 5w͠X>FєנX>I  y9ׁHhttp://www.erasmusacademie.nlׁׁЈנX>I J9ׁH "mailto:elenbaas@erasmusacademie.nlׁׁЈנX>I b9ׁH (http://www.erasmusacademie.nl/incompany)ׁׁЈנX>I 
d9ׁH 3http://www.erasmusacademie.nl/informatiemanagement)ׁׁЈ׉EB O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, Directeur dienstverlening Gemeente Amsterdam
De afgelopen dertig jaar is
het marktdenken in alles
doorgedrongen. Een grote
triomftocht. Maar sinds de
fi nanciële crises van 2008 is
er een besef ontstaan dat de
markt is losgeraakt van de
moraal en dat we dat moeten
herstellen.
Sommigen wijzen op de
hebzucht. Dat moeten we in
toom houden. Sandel stelt
dat dat maar een deel van
het verhaal is. Zijn stelling is
dat de markten en marktwaarden
zijn doorgedrongen in plaatsen waar ze niet thuishoren.
Er
zijn twee argumenten tegen vrije marktwerking in niet-commerciële
onderdelen van onze samenleving.
Het eerste argument is eerlijkheid. Zijn er wel echt gelijke kansen
en is er dus een echte vrije wil of zijn sommige mensen in
zo’n positie dat ze wel moeten verkopen tegen een al dan niet
redelijke prijs?
Het tweede is het corruptieargument. Dit richt zich op het verhandelde
goed zelf en stelt dat sommige goederen niet verhandeld
mogen worden omdat daarmee menselijke waarden worden
aangetast.
De aanname van economen is dat bij transacties de immateriële
waarde van uitgewisselde handelswaar niet veranderd. Zij stellen
daarom dat geld nooit iets kan corrumperen. De veronderstelling
is dat een markt niets zal veranderen aan de waarde of
de betekenis van een goed.
Hier is discussie over mogelijk.
Introductie van marktprikkels verandert de instelling van mensen
en verdringt niet-commerciële waarden. Dit blijkt uit veel
onderzoeken. Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel is
te vinden in de sociale psychologie. Intrinsieke motivatie (zoals
morele overtuiging) wordt verdrongen door externe motivaties
(zoals geld). Geldaanbod vermindert daardoor de motivatie,
want een externe motivatie is altijd minder krachtig dan een
interne.
Een ander telkens terugkerend argument voor marktwerking is
dat altruïsme een schaars goed is wat niet onbeperkt gebruikt
kan worden. Maar is dat zo? De vraag is of morele waarden
gebruiksgoederen zijn die opraken of juist spieren die je moet
oefenen en dan sterker worden. Veel moraalfi losofen door de
eeuwen heen, hangen het laatste gezichtspunt aan.
Sandel gaat vervolgens een aantal maatschappelijke fenomenen
van de laatste dertig jaar bespreken. Aan de hand van concrete
casuïstiek zet hij je aan het denken over wat we nu eigenlijk
doen.
Dat de vrije markt op allerlei terreinen binnendringt waar ze
voorheen niet was en dat het openbare debat momenteel grotendeels
verstoken is van morele en sprirituele elementen, is geen
toeval. We zijn van een markteconomie in een marktgestuurde
samenleving terechtgekomen en daar is dit een gevolg van. Het
debat over het soort samenleving waarin we willen leven, moet
weer worden gestart.
Ik heb dit boek eigenlijk niet gelezen, maar herlezen. Ik had het
al eens eerder gelezen. Maar met Sandel’s college’s op tv en de
hernieuwde debatten over normen en waarden, leek het mij een
goed idee om het te herlezen. Het boek heeft een stijl van vragenstellen
die je aan het denken zet. En de schrijver maakt erg
duidelijk wanneer iets zijn mening is. Wat erg helpt in een debat
waarin je moet gaan nadenken over de vraag wat voor samenleving
we nu eigenlijk willen.
Michael J. Sandel, Niet alles is te koop (2012, Uitgeverij Ten
Have)
׉	 7cassandra://WWybqvbyU0EpJ37xH84E1NWfJTzFc_Lc1YDSLcZ4MRQ`̵ X>F׉E&Grip op
Informatie
Erasmus Academie, verzorgt al jaren met veel succes postinitiële
opleidingen op het terrein van informatiemanagement
en ICT. De focus ligt daarbij op het in evenwicht brengen van
drie cruciale componenten van zowel groot- als kleinschalige
IT-projecten: mens, organisatie en technologie.
Informatie is voor bedrijfsleven en overheid een cruciale
productie- en innovatiefactor. Doelmatige en doeltreffende
informatievoorziening is essentieel en één van de belangrijkste
randvoorwaarden voor het economisch succes van
organisaties.
Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie
hebben er toe geleid dat de mogelijkheden bijna
onbeperkt zijn en elkaar in grote snelheid opvolgen. Vele
nieuwe producten en diensten komen op de markt waardoor
het haast onmogelijk wordt het ‘kaf van het koren’ te scheiden.
Wat zijn nu de ‘echte’ vernieuwingen en trends en wat kan
onder de noemer ‘hype’ worden geschaard.
In het voorjaar van 2017 biedt Erasmus Academie een nieuwe
mastercourse aan op het gebied van informatiemanagement.
• Informatiemanagement | Start vrijdag 10 maart 2017
(www.erasmusacademie.nl/informatiemanagement)
Deze mastercourse Informatiemanagement richt zich vooral op
het proces van het vertalen van een (business) strategie naar
architectuur en de functionele eisen van ICT-toepassingen.
Deze mastercourse maakt u vertrouwd met de diverse gereedschappen
en methoden die u hiervoor binnen uw organisatie
kunt inzetten.
Wat leert u in deze Mastercourse Informatiemanagement?
-
hierbij een rol spelen;
-
U leert wat de essentiële stappen, taken en processen van
informatiemanagement zijn en weet welke beperkende factoren
U bent in staat de taal te speken (en begrijpen) van de
business, de ICT, leveranciers en partners in de procesketen;
-
U weet een relevante bijdrage te leveren aan effectief en
innovatief gebruik van ICT-toepassingen binnen de organisatie;
-
U bent in staat een essentiële bijdrage te leveren aan het
realiseren van de ambities van de organisatie ten aanzien van de
dienstverlening of bedrijfsvoering door gebruik te maken van innovatieve
ICT-toepassingen;
-
U bent vertrouwd met de afstemming (‘alignment’) van
(business)strategie met de toepassing van ICT;
-
doelgericht inventariseren en documenteren;
-
U kunt werkprocessen effectief in kaart brengen en de
informatiebehoeften vanuit de verschillende werkprocessen
U vertaalt de informatiebehoeften naar een informatiearchitectuur
en weet de mogelijkheden en complexiteit hiervan
zodanig te reduceren waardoor de organisatie tot een succesvolle
implementatie van de ICT-toepassing komt.
Deze open opleiding is desgewenst aan te passen in een op maat
gemaakte incompany opleiding. Op de website treft u meer
informatie aan over de diverse incompany thema’s die Erasmus
Academie aanbiedt (www.erasmusacademie.nl/incompany)
Voor meer informatie over deze Mastercourse
Informatiemanagement kunt u contact opnemen met Mariëlle
Elenbaas (Programmamanager) 010 4082126 of per email
elenbaas@erasmusacademie.nl
Bekijk ons volledige opleidingsaanbod op: www.erasmusacademie.nl
׉	 7cassandra://vYKu9TvqlHWHPAVHSDGkLVkMiOnbReF3UHsxYcAFyHw`̵ X>FӁX>Fҁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JT37VRrkJSxUbKSpRJZOsESli-wR9q8THzX4vt2qnBI I` ׉	 7cassandra://nKEbMmlClA4th_-N3jTzzdT0U6frBw9K0i3n3w3vuEY]r`S׉	 7cassandra://LO0eBr_eWW2GhIYoNIcOkh577itGuAh9Uln_pIBBFFQ`̵ ׉	 7cassandra://_BKu-D1MnGMlQs-xIaTZFwLJQy8IrIF5frdOfBBm7cIm
H͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://0sqJ3ereLJxW64C_3XA8wxv5Sg4IFO5LIai7CiLC0eA `׉	 7cassandra://5J7TcHnOBPzPe4GaX1IAVk_VPwkzTaF1ucuSf8wH0xsW`S׉	 7cassandra://0_3xaX7LglFXoreHXSeCuovSkErObvf49bbAm3TO5RkK`̵ ׉	 7cassandra://i_1-UYs5P4V7oSNkalnzCKstP3Z2uVG4amCa76FzQdETp͠X>FՑנX>H ^I9ׁHhttp://civocracy.orgׁׁЈ׉EmON LI N E PARTICI PATI E
ONLINE PARTICIPATIE
VERSTERKT
BELEIDSVORMING
GEMEENTE LOSSER VERNIEUWT BELEID MET ONLINE PLATFORM
In de Overijsselse gemeente Losser hoort online participatie sinds ruim een
jaar erbij. Net zoals je een paspoort online kunt aanvragen, moet het toch ook
mogelijk zijn om online te reageren op beleidsvoornemens? Maar een online
aanvraag is veel minder spannend dan het online luisteren naar wat er onder
inwoners leeft. Dat vergt een andere manier van werken en denken. Welke
lessen heeft Losser ons te leren?
Tekst: Leonie Kok-Tiddens, manager Nederland bij Civocracy
H
E
OP
OP
ondernemers belangrijk zouden vinden
bij de ontwikkeling van het centrum. Ook
voor het opstellen van het hondenbeleid
en voor het aanpakken van zwerfafval
werd het online platform ingezet.
Voor Losser gaf de stap om deel te nemen
aan een online platform hen onder meer
46
dat het proces goed verloopt en dat een
besluit goed gemotiveerd wordt. Dan is
het duidelijk dat inwoners serieus zijn
genomen en is ook duidelijk om welke
redenen de gemeente tot een bepaald
besluit is gekomen. Zo wordt op het platform
langzaamaan vertrouwen opgebouwd.
alverwege
2015 stond wethouder
Marcel Wildschut van
Losser voor de taak om het
centrum van de gemeente
opnieuw in te richten. Het plan daarvoor
had hij kunnen laten opstellen door een
beleidsmedewerker, in samenwerking
met een landschapsarchitect. Maar Wildschut
vond dit een uitgelezen gelegenheid
om een online platform in te zetten
en zo te weten te komen wat inwoners en
de mogelijkheid om onderwerpen al in
een vroeg stadium aan de inwoners voor
te leggen. Nieuw in dat proces was dat
de gemeente zich ook zou mengen in
online discussies. Dat was even wennen,
maar in de discussie over het te voeren
hondenbeleid reageerde de gemeente
regelmatig en werden twaalf bijdragen
gemarkeerd als ‘kwaliteitsbijdrage’. Als
gemeente kun je nooit iedereen tevreden
stellen, maar je kunt er wel voor zorgen
ERVARINGEN
De herinrichting van het centrum werd
in eerste instantie in zijn algemeenheid
voorgelegd op het online platform, maar
dat bleek te ruim. Waarschijnlijk wisten
de deelnemende inwoners niet goed wat
zij ermee aan moesten, maar toch kwam
er een aantal inhoudelijk goede reacties
binnen. In tweede instantie legde de
gemeente vijf concrete scenario’s voor.
Dat sprak meer aan en leverde ook
beduidend meer reacties op.
Het online platform werd ook gebruikt
om input op te halen over het door de
gemeente te voeren hondenbeleid. Dat
onderwerp werd gevolgd door tweeënnegentig
inwoners en leverde ruim vijftig
constructieve reacties op. Het onderwerp
‘aanpak van zwerfafval’ liep minder
goed. Wellicht had het onderwerp anders
kunnen worden neergezet, zodat het doel
duidelijker was geweest. Maar is de hoeveelheid
reacties altijd een maatstaf? Het
is mooi als er veel mensen meedoen,
maar niet ieder onderwerp zal alle inwoners
aanspreken. Het gaat er met name
׉	 7cassandra://LO0eBr_eWW2GhIYoNIcOkh577itGuAh9Uln_pIBBFFQ`̵ X>F׉Eom dat de inwoners de kans krijgen om
online mee te denken.
TOEGEVOEGDE WAARDE
In Losser zijn de reacties tot nu toe constructief
geweest en is het niet nodig
geweest om ongepaste reacties op het
platform te verwijderen. En ook wethouder
Wildschut is, na ruim een jaar pionieren,
nog altijd positief over deze werkwijze.
“Het is een nuttige aanpak gebleken
en het platform heeft zich het
afgelopen jaar in een goede richting ontwikkeld.
De toegevoegde waarde zit hem
in de kwaliteit van de bijdragen en het
bereiken van meer verschillende mensen,
buiten de ‘usual suspects’.”
H
KR
Ondanks het feit dat er meer verschillende
mensen worden bereikt, is het moeilijk te
nieuwe manier van werken en denken.
Voor gemeente en haar inwoners is dat
Meer weten?
civocracy.org
zeggen of alle doelgroepen worden
bereikt. Ook al omdat vooralsnog bij registratie
niet om gegevens als leeftijd en
geslacht wordt gevraagd. Het zorgt er wel
voor dat registratie laagdrempelig is. Op
dit moment heeft de gemeente Losser
ruim tweehonderdveertig volgers op het
online platform, beduidend meer dan dat
er gemiddeld op een inspraakavond
komen. Toch blijven ook offl ine bijeenkomsten
belangrijk, want met alleen een
online platform schiet Losser haar doel
voorbij en alleen offl ine is achterhaald.
Offl ine en online versterken elkaar.
Het in een vroege fase online betrekken
van inwoners en ondernemers is een
ONLINE PLATFORM
De gemeente Losser werkt met Civocracy,
een online platform dat alle aspecten
op onderwerpniveau bĳ elkaar
brengt: de informatie, de stakeholders,
de discussie en de bĳ eenkomsten. Al
deze onderdelen zĳ n interactief. Ook
kunnen bezoekers voorstellen doen voor
onderwerpen. Bĳ meer dan vĳ ftig ondersteuners
van een voorstel wordt het
onderwerp geopend voor discussie op
het platform.
wennen. Maar over een paar jaar weten
we waarschijnlijk niet beter en zal online
participatie, net zoals nu al in Losser
gebeurt, niet meer uit gemeenteland weg
te denken zijn.
׉	 7cassandra://0_3xaX7LglFXoreHXSeCuovSkErObvf49bbAm3TO5RkK`̵ X>FׁX>Fց{בCט   {u׉׉	 7cassandra://O2PymeLzVx055aZY-VGslPzc8aacTItZcY0dD-13UQo Q`׉	 7cassandra://fckZZBbPUlY9nPPj6j7MWe8v5sWgvlLTzSYp8iZNCw4d`S׉	 7cassandra://bGyX11aFhPT7yHU_lNb4lOQaUsBIJU5IgA22pqMuWkw`̵ ׉	 7cassandra://wiF_MpO61cGTP2DLNviwNTP3GnX8inX3rlfRSUXCrIw͓L͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://wj2H3hfcFFeDCHCvIG1m_WSq-YOV3qXireME4ZQv5yY d` ׉	 7cassandra://jn9Srx6kJpbxrwB1vXZQ1Hbfv8zgITJAZPKJbGPeimgi`S׉	 7cassandra://Kf9a_Ej2zU9MU-JQxxetlw54jNaZFlB12a8H43fhpGwG`̵ ׉	 7cassandra://AscCDleKFA4E171_eJKCPSqq2hyhZzZofMKXMj3VMGwy
H͠X>FّנX>I ^~9ׁHhttp://www.transreality.comׁׁЈ׉EVI R T UAL R E ALITY
WAT WIL OVERHEID MET
TIJD LIJKT RIJP VOOR ACTIEPROGRAMMA VIRTUELE DELTA
Naast de werkelijkheid die we sinds mensenheugenis hebben leren duiden,
leven we steeds vaker óók in parallelle, virtuele omgevingen. Duiding van die
virtuele omgevingen verloopt in de praktijk nog niet erg goed en de overheid
stelt zich intussen slechts weifelend en reactief op. Hoogste tijd voor een
‘ Nationaal Actieprogramma Virtuele Delta’.
Tekst: Ed Fennema en Harry van Boven, oprichters van transreality.com
okémon Go, het in juli van dit
jaar gelanceerde spel waarbij
gebruikers met behulp van Augmented
Reality en GPS virtuele
Pokémon moeten zoeken, vangen en trainen,
was direct na het verschijnen wereldwijd
al razend populair. Ook in Nederland.
Begin augustus werd Badplaats
Kijkduin door de gemeente Den Haag uitgeroepen
tot ‘Pokémon-hoofdstad van
Nederland’. Aanleiding was het grote aantal
zeldzame virtuele wezens dat in het
duingebied te vinden was. Die stap bleef
niet zonder gevolgen. De toestroom van
Pokémon-spelers bleek zo massaal, dat de
gemeente extra toiletten, vuilnisbakken,
hekwerken en handhavers moest inzetten
om de situatie in goede banen te leiden.
Na dreiging met een kort geding besloot
Niantic Labs, de maker van Pokémon Go,
de virtuele wezens uit het beschermde
natuurgebied te halen.
P
VIRTUELE WERELD
Welkom in het tijdperk waarin technologie
mensen in staat stelt de fysieke werkelijkheid
te vermengen met de ongelimiteerde
mogelijkheden van een digitale - en
steeds vaker ook virtuele - werkelijkheid.
Laten we eraan wennen dat volwassenen
per dag gemiddeld meer dan tweehonderd
keer per dag op hun smartphones
kijken en dat jongeren meer dan drie uur
per dag ‘in hun telefoon tot leven komen’.
Naast de fysieke werkelijkheid bevinden
de gedachten van mensen zich steeds
vaker, langer en ‘gelukkiger’ in een virtuele
vorm van werkelijkheid. Alleen al het
stijgend aantal verkeersongevallen in de
fysieke wereld - veroorzaakt door te veel
aandacht voor wat er op de smartphone
gebeurt - geeft aan dat de verleiding om je
geest te verplaatsen naar een andere, boeiender
werkelijkheid op geen enkel
moment moet worden onderschat.
Met de enorme populariteit van computergames
en de bijna lichamelijke integratie
van smartphones in ons leven, recent
aangevuld met de mogelijkheid die
smartphones om te toveren tot een 3D
Virtual Reality bril of een Augmented
Reality viewer, zien we zelfs dat de
fysieke werkelijkheid steeds vaker wordt
overlapt door een virtuele werkelijkheid.
Welkom in de tijd van reality-cross-overs.
We lichten enkele begrippen toe.
Virtuele werkelijkheid is een werkelijkheid
die weliswaar niet fysiek bestaat,
maar die dermate echt (in 3D beeld en
geluid) is opgebouwd dat de ontvanger
zijn ‘ongeloof tijdelijk uitstelt’ om zoveel
mogelijk van die extra werkelijkheid te
kunnen meekrijgen. Het meest bekende
voorbeeld hiervan is de aantrekkingskracht
van 3D computergames die door
hun graphics, geluiden, interactie en
kunstmatige intelligentie dermate echt
voelen dat gebruikers er al snel helemaal
in opgaan – en dan liefst zo lang mogelijk.
Virtual
Reality (VR) is een technologie
die er met behulp van een afgesloten 3D
bril voor zorgt dat iemand een werkelijkheid
ervaart die heel echt voelt.
Bovendien kunnen gebruikers met die
werkelijkheid interacteren.
Augmented Reality (AR) is een technologie
die ervoor zorgt dat de werkelijkheid
die we door een lens of camera
zien, wordt aangevuld met virtuele tek48
׉	 7cassandra://bGyX11aFhPT7yHU_lNb4lOQaUsBIJU5IgA22pqMuWkw`̵ X>F׉ET
REALITY-CROSS-OVERS?
sten, objecten of ‘karakters’. Dat zorgt
ervoor dat we van de kale werkelijkheid
meer te weten komen (de educatieve
toepassing), of er iets in kunnen doen
wat normaal niet kan (de speltoepassing
of de trainingstoepassing).
Transreality (TR) is een technologie die
reality-cross-overs technisch faciliteert
en er voor zorgt dat een fysieke werkelijkheid
synchroon of asynchroon wordt
vermengd met een virtuele werkelijkheid,
al dan niet getoond via VR of AR.
OVERHEID EN TRANSREALITEIT
De kracht van reality-cross-overs (transreality)
stelt de overheid voor nieuwe
vragen. Want wie spreek je aan als
gedrag in de fysieke werkelijkheid - een
natuurgebied in Den Haag - wordt veroorzaakt
door iets wat geen deel uitmaakt
van die fysieke wereld.
Praktisch: wie moet door de gemeente
Den Haag aangesproken worden? De
producent van Pokémon Go (die ‘Den
Haag’ eerst moet Googelen)? De smartphonebranche
(want die legt toch de
technische basis)? De burgers, die met
hun smartphone massaal de duinen
bezoeken (dat is openbaar, beschermd
gebied)? Of die vermaledijde virtuele
beestjes zelf (die verbaasd kijken hoe er
vanuit een andere werkelijkheid op hen
wordt gejaagd)? Hoe moet de overheid
omgaan met reality-cross-overs? Oftewel,
welke rol en positie heeft de overheid in
‘de virtuele levens’ van burgers, ook als
deze zich vermengen met het leven in de
fysieke, publieke omgeving? Wat zijn
eigenlijk de bevoegdheden van bijvoorbeeld
de burgemeester in deze ‘grenzeloze’
wereld?
Willem Pieterson, wetenschapper bij het
Center for e-Government Studies, signaleert
dat de overheid bij digitalisering
vooral denkt aan automatisering van
processen in hun dienstverlening.
Nieuwe thema’s die nu al op onze
samenleving afkomen (zoals big data,
Internet of Things, kunstmatige intelligentie
, AR, VR en robotics) lijken voorlopig
te worden ‘vergeten’.
Voor reality-cross-overs speelt dit niet,
ook al omdat deze direct ingrijpen op
dagelijkse gebeurtenissen in de publieke
ruimte en in het publieke debat. En
sowieso bieden reality-cross-overs voor
de overheid ook kansen, zowel in de rol
van eindgebruiker als in de rol van regiehouder
of spelverdeler. AR à la Pokémon
- en gamificatie van de publieke ruimte
in het algemeen - blijkt burgers, jong en
oud, letterlijk te kunnen mobiliseren en is
daarmee in potentie een prima instrument
voor publieke participatie, sturing
van ‘civic crowds’ en het opbouwen van
synergie tussen top down en bottom up
field intelligence. De intelligente voorloper
van Pokémon Go, een mobiel ARspel
genaamd Ingress, werd bijvoorbeeld
W
V
I
door één miljoen spelers wereldwijd
gebruikt om de locaties van culturele hotspots
en historisch erfgoed met foto-locatie
combinaties te verifiëren - later overigens
een prima basis voor de plaatsing
van Pokémon stops. De spelers van
Ingress werden tot deze verificatie verleid,
omdat zij die locaties ter plekke virtueel
konden claimen voor de eigen
groene of blauwe ‘faction’ (het eigen
team, zeg maar).
VR is niet specifiek bedoeld voor buitenhuis
gebruik, maar laat beleidsmedewerkers
bijvoorbeeld virtueel door hun stad
lopen. Alle geo- en sensordata die een
levende stad of regio ook virtueel kunnen
creëren, zijn immers al voorhanden, compleet
met 3D real time audio. Dat biedt
kansen voor crowdsourcing en gezamenlijke
gebiedsontwikkeling, alsook voor
VIRTUELE DELTA
De Rijksoverheid is vanaf de jaren ’90
zeer actief op het terrein van ICT en digitalisering.
Bekende nota’s uit die tijd zijn
het Nationaal Actieplan Elektronische
Snelwegen (NAP; 1994) en de Digitale
Delta (1999), waarin beschreven wordt
hoe ‘de elektronische snelwegen het
maatschappelijk en persoonlijk leven op
den duur ingrijpend gaan beïnvloeden’,
maar vooral ook de rol van de overheid
daarin. Inmiddels is het de hoogste tijd
voor de volgende stap: het ‘Nationaal
Actieprogramma Virtuele Delta’.
verkenning van stedelijke toekomstscenario’s.
Boeren wandelen virtueel over
hun met sensors uitgeruste akkers zoals
die er op dat moment bij liggen en kinderen
in het onderwijs verkennen hun
woonplaats via ‘Nederland in Minecraft’,
dat geheel is opgetrokken uit echte geodata.
Uw huis staat daar dus ook tussen!
TR in algemenere zin - het koppelen van
echt aan virtueel en vice versa - heeft een
enorme potentie om uitdagingen in de
publieke ruimte op te lossen. Nu het
omgaan met 3D visuele GPS-navigatie -
het eerste voorbeeld van TR op grote
schaal - in het rijexamen al verplicht is en
blockchains - de technologie achter bitcoins
- de handels- en betalingsdocumenten
van morgen zullen zijn, lijkt het tijd
om de lijn van TR door te zetten naar
opbouw van veilige en/of duurzame
ecosystemen in de publieke ruimte.
Meer weten?
Ed Fennema en Harry van Boven zijn auteurs
van het boek @Hearts @Minds #Transreality
www.transreality.com
׉	 7cassandra://Kf9a_Ej2zU9MU-JQxxetlw54jNaZFlB12a8H43fhpGwG`̵ X>FہX>Fځ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8s1_g4I3QMMu1s14BtDUve3w_sZ9UJv7Gl3v8RcsMPg G`׉	 7cassandra://q7xbemlWdFFzL0ILByeEYM5EnkduQs8_Anz_-GCx88oT.`S׉	 7cassandra://LWUIv40g1f0wGFhWFYLKckeTuOJ2ySvWfx626AJUEcs`̵ ׉	 7cassandra://d43uZawntTpmXOlGegvm7wEK4MUVmbpToWlk30EbYzg;͠X>Fט  {u׉׉	 7cassandra://K2kCHRMC34XGlGLnYRumEJB3--YJe7JfbYm3XxgN5_E &` ׉	 7cassandra://RHY_Z4eKgdPL_p7_AkCCuc-D4og8OZzELrH81khHwRU\H`S׉	 7cassandra://4onGXvk31vj8Ubq0KP8KErqSvtWgjBC0wkpIdrhlMfIu`̵ ׉	 7cassandra://QvYxVXje73P0_2R_eZhHEVI3NoPuYlghZlGQuOvM1E4  K͠X>GݑנX>I  y9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉ErCOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 10, nummer 4 (december)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Frits de Jong
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Joyce Ng, tel. 020-5733656
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
Marketing
Lindsay Duim
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is zelfstandig
adviseur
en ondersteunt de publieke
sector op het gebied van
dienstverlening en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster, spreker
en gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975) werkt
als directeur bij een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel expertise
op terrein van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken voortvloeiend
uit nieuw beleid,
nieuwe wetgeving en
nieuwe taken.
Jan de Kramer (1957) houdt
zich bij de AWVN bezig
met modernisering van
arbeidsverhoudingen en
duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Miguel Boerboom (1970) is
bestuurskundige en zelfstandig
adviseur in de
publieke sector met een
specialisatie op het terrein
van de elektronische overheid.
De laatste jaren is hij
verantwoordelijk voor
diverse grote programma’s
op het gebied van e-overheid
en dienstverlening
zowel bij de rijksoverheid
als bij gemeenten.
Peter Noordhoek (1957) is
adviseur, auditor en analist
op het brede terrein van
kwaliteit en toezicht. Hij
maakte in 1992 kennismaking
met de publieke
dienstverlening tijdens de
introductie van kwaliteitshandvesten
in Nederland.
Sindsdien schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede
mogelijk gemaakt door:
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://LWUIv40g1f0wGFhWFYLKckeTuOJ2ySvWfx626AJUEcs`̵ X>G׉EM&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, opgericht in 1985 en ruim 90
professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten bij
projecten op het snijvlak van management en ICT. Wij werken aan opdrachten
met maatschappelijke meerwaarde in de lokale en landelijke overheid, de
zorg en het onderwijs.
M&I/Partners heeft ruime ervaring met ICT-governance binnen de overheid
en helpt u uw projecten en programma’s op koers te houden. Wij bieden, met
kennis en begrip van de overheidsomgeving, een hands-on ondersteuning en
quality assurance in uw projecten en programma’s.
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
Sparrenheuvel 32 | 3708 JE Zeist | 030 - 2 270 500
׉	 7cassandra://4onGXvk31vj8Ubq0KP8KErqSvtWgjBC0wkpIdrhlMfIu`̵ X>G߁X>Gށ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6JR-IfdZk3Ve_I7AA_SOt7gmNrzHJy8i2PcL5EJKFn0 ` ׉	 7cassandra://gB4whND3b981vOwXCDohPnsPPKIMKtiOar78Xvs97Fc/v` S׉	 7cassandra://ZlxHV8UrhTpfxDmcTwNSZ9vE3Rh7UrYeyknTBSUqdCU`̵ ׉	 7cassandra://kwl_EyjoneCvUH2p-CG2cqfjwQnSBRa8eYt3da2z2iA##͠X>GנX>I   y9ׁHhttp://WWW.HOTITEM.NLׁׁЈ׉E HOT ITEM #14
GEEN TIJD VOOR
DATA GOVERNANCE?
HOEVEEL VERSIES VAN DE
WAARHEID HEEFT U IN HUIS?
Zetspiegel =
186 x 257
TIJD VOOR EEN SCHERPE BLIK
KIJK OP WWW.HOTITEM.NL
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://ZlxHV8UrhTpfxDmcTwNSZ9vE3Rh7UrYeyknTBSUqdCU`̵ X>G׈EX>GX>G{)Ingovernment 04 2016X><䰱Zw8