׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://Keu3-FoS3nnW6j7hBudAfjxBFs7qx_frBGxkKQZw9JE `׉	 7cassandra://Supa8sd9q_NiFXtkauVnNZYmR_Xrp6WlFTGmOlkvO28``S׉	 7cassandra://Rmo4urJT1qNhSNgmxLOAk_ch3CYkd9Yl8aK73t6cohE!p`̵ ׉	 7cassandra://PfZzgG5vglS2MvOjMivBzCwYWjaVD-3WIz5ZORpjcJk ե-͠Wg"V׈EWg"V׉EPLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
JUN I 2016
Berichtenbox
g
Scenarioplanning
Big data
Scenarioplanning Star-ups
g
ih
Taalvdigheid
il
g
Diensterleningit li
Op
Scenarioplanningnning
Star-ups
Innoatie
Leiderschap
eiderscha
Open oerheid
Leiderschap
h
Open oerheid
Big Data
Scenarioplanning
h
Gebruik van
digitale overheid
stagneert
Big data:
is de hype
voorbĳ ?
t t
pg Innoatie
BBerichxo
Innotie
p
Big data
S
id
B ihtbBerichtenbox
Taalvdigheid
p Open oerheid
Digitale dialoog
vereist klare taal
en helder beeld
Innoatie
Taalvdigheid
Open
Scenariopl
hid
Leidersc
g
Innot
Taal
pg Taalvdihid
g
Diensterlening Big data
g
d idhd Leiderschap
digheid
׉	 7cassandra://Rmo4urJT1qNhSNgmxLOAk_ch3CYkd9Yl8aK73t6cohE!p`̵ Wg"VЁWg"Vρ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://G3nslf1UEOjvKJRB_SptPfBgNW_2jTOdwVZh7ehe60k s`׉	 7cassandra://wSb3iUOQ0YC_oFgwTc_XjQn-pIkTNzaABWcb2z6DLOU[`S׉	 7cassandra://kTBuAC70A2QSZB2h7vQrLlFFc_M_qcJFjitI_bFcMdk`̵ ׉	 7cassandra://3PpjLHzpOQBffW7wmoiB_rm6o8L4vImKHdvTbQf3pdM ͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://5pn_cJgVdboYg6NpNfERYpQ1cxYKoGq1pHQrzMFhqek 3`׉	 7cassandra://MqoCNpCmYHpui0XpRzYf3M-qKqQbLZUlkoqemPnUhnkL~`S׉	 7cassandra://raGw61QdtK25vqe_Qj-EnzltXZr0hmFa0IG4OSnbE1Y`̵ ׉	 7cassandra://Hfalq3rhjKC3eRvoBjHb8csfI_RjorP-UhjYxHStu1c Y
F͠Wg"V׉EI N HOU D
EDITORIAL
03
04
07
08
10
12
15
16
20
22
24
26
28
30
32
34
37
38
41
Leefwereld gaat live
Big data is de hype voorbij
Nieuwe wetgeving leidt tot realistischer beeld
ARJAN EL FASSED
Transparantie is ook een toptaak
Open overheid weer een stap dichterbij
Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel
Zingeving vervangt informatiebeheer
Digitalisering biedt ambtenaar nieuwe kansen
Technologie als valkuil
Hoe houden we smart cities leefbaar
LINDA KOOL
De robotmaatschappij, dat ben jij
Dienstverlening weer hoger gewaardeerd
Terwijl gebruik digitale overheid stagneert
‘We moeten niet verbeteren, maar veranderen’
Annelice Kluin, directeur van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten, zwaait af
Een kwestie van balanceren
Opdrachtgeverschap binnen de overheid
Brabant gaat massaal digitaal
Hoe provincie de e-mail om zeep helpt
E-mail gemeenten slecht beveiligd
Verplichte standaarden vrijwel nergens toegepast
Op zoek naar de nieuwe informatiemanager
Digitale ambities stellen hogere eisen
Woorden die werken
Taal van nu essentieel bij digitale dienstverlening
Van boekenbank tot sociaal warenhuis
De nieuwe functie van de bibliotheek
Dienstverlening vereist dialoog
Nieuwe tweedeling tussen overheid en burger dreigt
BOBOTAAL
Twee poezen geven taalkundige kopjes
Betere buitenruimte door betere beheerinformatie
Horizontaal berichtenverkeer zorgt voor betrouwbare data
MAESSEN LEEST
De ondernemende staat
GEO
׉	 7cassandra://kTBuAC70A2QSZB2h7vQrLlFFc_M_qcJFjitI_bFcMdk`̵ Wg"V׉EI NHOUD
E DITOR IAL
LEEFWERELD GAAT LIVE
42
44
47
48
50
Betrokkenheid in plaats van
blauwdruk
Medewerkers ontwerpen organisatie samenwerkende
gemeenten
De beta-versie van bestuur
Welke lessen kan de overheid trekken uit start-ups?
HENK WESSELING
Blĳ met big data
Wordt het Ikhoven of Samendam?
Gemeenten verkennen toekomstscenario’s sociaal domein
Colofon
De invloed van digitalisering op de overheid wordt op verschillende
manieren beleefd. Volgens de één spoelt digitale transformatie
als een vloedgolf over ons heen terwijl banen verdwijnen
en organisaties overbodig worden. Volgens de ander kunnen we
dezelfde disruptieve beweging ook verwelkomen als een toekomstscenario
dat onbegrensde kansen biedt om op een andere
manier publieke waarde te creëren. Welke positie kies jij binnen
deze transformatie?
Zo stellen groeiende dataverzamelingen nieuwe eisen aan beheer,
beveiliging en gebruik. De wettelijke kaders verschuiven richting
een open overheid die hergebruik actief stimuleert. Dat veel systemen
vooralsnog niet vanuit deze ontwerpprincipes zijn ingericht,
legt de tegenstelling bloot tussen een systeemwereld van
beheer en de leefwereld van gebruik. Het is dan de vraag of je
oude systeemwaarden gaat verdedigen of ter discussie stellen.
Uit recent onderzoek blijkt weer eens dat digitalisering niet de
belangrijkste pijler voor klanttevredenheid is. Waar de tevredenheid
voor overheidsdienstverlening ook dit jaar verder is toegenomen,
stagneert het gebruik van digitale kanalen. Het meest
populaire voorkeurskanaal is e-mail, en laat dat nou net een
zwak beveiligd kanaal zijn dat steeds vaker wordt vervangen
door berichtenboxen die op hun beurt weer matig worden
gebruikt. Het is dan de vraag of je ingesleten gedag kan ontmoedigen
of mensen moet verleiden tot nieuwe wegen.
De manier waarop overheden communiceren is gebaat bij laagdrempeligheid
en klare taal. Toch typen overheden nog steeds
hele boekenkasten vol in een mobiele wereld waar video en
beeldtaal dominant zijn. Vraag is hoe lang deze enkelvoudige
focus op tekst wordt vastgehouden of ingewisseld voor een
brede contentstrategie waarbij primair via beeld en geluid wordt
gecommuniceerd op (digitale) platformen.
Coverbeeld: Shutterstock
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Zo maar drie vragen over positiebepaling binnen de digitale
transformatie. Best lastig kiezen als de veilige systeemwereld ons
het zicht ontneemt op de leefwereld van onze inwoners. Wordt
het zo langzamerhand geen tijd om vanuit toekomstbestendige
waarden te opereren? Om te anticiperen op de toekomst, moet je
eerst weten waar je nu staat. Zo lang je huidige
positie wordt gedomineerd door een
systeemwerkelijkheid, is elk toekomstscenario
voor digitalisering gedoemd
te mislukken. Digitalisering krijgt pas
impact als je uitgaat van werkelijke
behoeften in de leefwereld.
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://raGw61QdtK25vqe_Qj-EnzltXZr0hmFa0IG4OSnbE1Y`̵ Wg"VԁWg"VӁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HMZ2Z3-TBFzUUiAMCWgkKn0Y2MsbwQ3jbt4q0v_0wDM ` ׉	 7cassandra://5AJYKJI9feFr7Qku9vWY8wMAEuwvLbqH4QzocHc2mJ0Z`S׉	 7cassandra://GnU-uEppQtXtRmOhsIwxYnZfP2G64_9Y95CTsB6luRU6`̵ ׉	 7cassandra://Tje9HwOMnS3-axXtSl1aH3F1YBQqr4YBDkve4T2WkbQvoH͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://p-QAio0vW6s8vGG7ZL6WIGyUmPSN4V1rLD6R_jPREXA "`׉	 7cassandra://0anJm6Fz-_dqtju4oN8rQVBmPh3TvxuDq5e_KXjg6gIl`S׉	 7cassandra://byK3luRI9uVVrSQEssSbxduW_rB4w-_teBUDk65bDSs$`̵ ׉	 7cassandra://qYQxWngKlXsA6_C0CCFF55NEMNTFRCfuuZeqsS3GVeQ :j̢͠Wg"V׉EB I G DATA
BIG DATA IS
DE HYPE VOORBIJ
NIEUWE REGELGEVING LEIDT TOT REALISTISCHER BEELD
Big data leek een synoniem voor gouden bergen. Maar door nieuwe wetgeving
wordt de betekenis ervan behoorlijk genuanceerd. Een betoog over de
(on)mogelijkheden van big data aan de hand van de meldplicht datalekken en
het gebruik van data door inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Tekst: Nico van Eijk, directeur van het Instituut voor Informatierecht
W
VE
HOU
De waarde van olie wordt bepaald door
vraag en aanbod. Dat is met data niet
anders en het is goed om te zien dat er
een meer realistisch beeld is over het
belang ervan. De toegenomen inbedding
van het fenomeen via nieuwe regelgeving
draagt daaraan bij.
4
te verplichten maatregelen te nemen
tegen dit soort datalekken. Echter, het
probleem bleek niet te liggen bij de aanbieders
van telecommunicatienetwerken,
maar juist aan de randen ervan: de
gebruikers die hun servers, computers en
software niet goed beveiligen. Bedrijven,
e leven in een informatiesamenleving.
Door technologische
innovatie,
door explosieve groei in
communicatie komen meer en meer
gegevens beschikbaar. De behoefte om
deze data te verzamelen, te gebruiken en
te delen neemt exponentieel toe, ook bij
de overheid.
Big data, de verzamelterm waaronder dit
soort ontwikkelingen wel wordt gevangen,
staat midden in de belangstelling en
er worden euforische beelden geschetst
over wat er allemaal mee mogelijk is.
Toenmalig Eurocommissaris Neelie Kroes
beschreef in 2013 data als ‘the new oil’. In
2013 stond de olieprijs op bijna 100 euro.
Vandaag is die gedaald tot rond de 40
euro.
DATALEKKEN
De enige reden waarom banken werden
overvallen was omdat er geld in de kluis
lag. Die tijd ligt achter ons. Er is niets
meer te halen in een bankgebouw, de
kluizen zijn leeg, het geld is gedigitaliseerd.
De criminaliteit heeft zich overeenkomstig
verplaatst en richt zich op het
ontfutselen van toegangscodes (phishing)
en tot het grootschalig kraken en omzeilen
van beveiligingsmaatregelen om zo
grote hoeveelheden data te krijgen die
voor allerlei vormen van misbruik inzetbaar
zijn (creditcard-gegevens, Pa namese
en Luxemburgse bankgegevens, info op
datingsites, et cetera).
Oorspronkelijk bestond de naïeve opvatting
dat een en ander een halt kon worden
toegeroepen door telecomaanbieders
instellingen én overheden als beheerders
van grote hoeveelheden data zijn het eerste
doelwit.
NIEUWE WETGEVING
Sinds 1 januari is er nieuwe wetgeving
over datalekken van kracht. Op de naleving
ervan wordt toegezien door de
Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de
nieuwe naam van het College Bescherming
Persoonsgegevens (CBP). Deze
wetgeving verplicht tot het melden van
inbreuken op de beveiliging die leiden
tot ‘de aanzienlijke kans op ernstige
nadelige gevolgen dan wel ernstige nadelige
gevolgen heeft voor de bescherming
van persoonsgegevens’.
Datalekken zijn overigens niet alleen het
hacken van websites, maar ook het verlies
van usb-sticks met persoonsgegevens
valt onder de definitie. De wetgeving
gaat er verder van uit dat passende technische
maatregelen zijn genomen om
datalekken te voorkomen. Er rust hiermee
een zorgplicht op de betrokken partijen.
In het uiterste geval kan de AP een
boete opleggen van 820.000 euro.
In beleidsregels is door de AP nadere
invulling gegeven aan de nieuwe
bevoegdheden. Door de datalekkenregulering
wordt meer concreet duidelijk
wat de risico’s zijn voor bedrijven, instellingen
en overheden. Een actief beleid is
onvermijdelijk. Hardware en software
׉	 7cassandra://GnU-uEppQtXtRmOhsIwxYnZfP2G64_9Y95CTsB6luRU6`̵ Wg"V׉Emoeten worden geüpgraded
naar de norm van
‘passende technische maatregelen’
en doekjes voor het bloeden
zoals excuses aan gebruikers volstaan
niet meer. Maar zorgvuldig beleid met
betrekking tot datamanagement is eveneens
aan de orde. Verwijder en vernietig
wat niet strikt nodig is, hou de datakluizen
zo leeg mogelijk.
DO
C
B
NATIONALE VEILIGHEID
In een cartoon zegt een jongetje tegen
Obama: ‘Dad says you’re spying us online’,
waarop Obama antwoordt: ‘He’s not your
dad.’ De onthullingen van Snowden
geven niet alleen aan op wat voor schaal
data worden verzameld door overheden
een groot goed en inlichtingendiensten
dragen daaraan bij. Momenteel ligt een
wetsvoorstel voor een nieuwe wet op de
inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv)
ter advisering bij de Raad van State. Het
omvat twee grote veranderingen ten
opzichte van de huidige wetgeving, die
in het belang van nationale veiligheid,
maar ook wat voor gebruik en misbruik
daarvan wordt gemaakt of kan worden
gemaakt.
Het zeker stellen van de rechtsstaat is
beide zijn ingegeven
door de nieuwe mogelijkheden
om digitale informatie
te gebruiken. In de eerste
plaats wordt de wetgeving
technologieneutraal gemaakt. Zo laat de
bestaande Wiv alleen toe dat draadloze
informatie massaal wordt vergaard, de
nieuwe breidt dit uit naar vaste infrastructuur.
KRITIEKPUNTEN
Dat
het wetsvoorstel aldus ‘mass surveillance’
mogelijk maakt is een van de
belangrijkste kritiekpunten. Bovendien
richt de wet zich niet meer alleen op traditionele
telecommunicatie, maar vallen
ook sociale mediadiensten als Facebook
of Twitter en alternatieve communicatiediensten
(Whatsapp, Skype, et cetera)
onder de reikwijdte van de wet.
׉	 7cassandra://byK3luRI9uVVrSQEssSbxduW_rB4w-_teBUDk65bDSs$`̵ Wg"V؁Wg"Vׁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4N2NdXrmiS1kwCg0TRTR6PAwVcjcjx80wO5FGLu-E-8 m`׉	 7cassandra://x1AQU1IsF5304Qjr1hyohJiUggCEu9SCQ_iaWD-e5qgeh`S׉	 7cassandra://taNLJ3IyU33BK3VLa5ULApnbQ4odv_D7NBFUtiar0yIc`̵ ׉	 7cassandra://gRD-ICFvgrr4QcgklfC0N36Y8igCatf6JSM0v8UqX7w ,H͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://wx-Yt-mikGi4hZjSl2yvZi_T2t6P8MokMmO4fFia-8E `׉	 7cassandra://a4ULGIT1Gmle-gjVpPp6kjz0frofOJXXNMtl1Xu_VF4\?`S׉	 7cassandra://AsZCBs2dIaFn-pCX6zdBjHcCr-0Bxkg8mGCqZFTP9gY`̵ ׉	 7cassandra://JwzjZYdqLZ_wk1Ir6wdQL9FsbNV7LeZupQoF1odHKew L̘͠Wg"VڑנWg"V^ '/9ׁHhttp://heid.nlׁׁЈ׉EBij zulke verstrekkende bevoegdheden
hoort de hoogst mogelijke zorgvuldigheid
bij het inzetten ervan en zeer effectief
toezicht. De inzet van middelen, zo
schrijft de concepttekst voor, moet telkens
getoetst worden aan eisen van
noodzakelijkheid, proportionaliteit en
subsidiariteit. Een middel hoort daadwerkelijk
en effectief bij te dragen aan het
beoogde doel en telkens moet het minst
verstrekkende middel worden ingezet.
‘Mass surveillance’ zal bijvoorbeeld
alleen in bijzondere gevallen – als andere
minder vergaande maatregelen falen –
mogen worden ingezet omdat het primair
gaat om het verzamelen van gegevens
van onschuldige burgers. Maar ook
het stelselmatig verzamelen van gegevens
via openbare bronnen (Twitter/
Facebook) mag alleen met toestemming.
VERBETERING TOEZICHT
In een aantal recente uitspraken hebben
Europese rechters (het Hof van Justitie in
Luxemburg en het Europese Hof voor de
Rechten van de Mens in Straatsburg) duidelijk
een halt toegeroepen voor wat
betreft het ongebreideld inzetten van
digitale opsporingsmethodes.
Het zijn deze rechters die eveneens aan
de basis liggen van de tweede belangrijke
wijziging: de verbetering van het toezicht.
De bestaande Wiv kent alleen de
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten, CTIVD).
Deze commissie is beperkt tot het achteraf
beoordelen van door de minister
goedgekeurde maatregelen en het daarover
rapporteren.
De CTIVD heeft geen handhavingsbevoegdheden.
Dit is ten enenmale onvoldoende,
zo volgt uit Europese maar ook
nationale jurisprudentie. Het toezicht
moet effectief zijn en beoogde maatregelen
vooraf kunnen worden goedgekeurd
of verworpen.
DE
W
PR
NIEUWE BALANS
Dit is eigenlijk niets nieuws. Oorspronkelijk
was al geregeld dat de interceptie van
alle vormen van toenmalige grootschalige
communicatie vooraf de instemming
van de rechter moesten hebben: het briefgeheim.
Dit beginsel wordt in het voorstel
hersteld zij het dat er deels een
bevoegdheid komt bij de rechtbank Den
Haag (voor communicatie betreffende het
brongeheim van journalisten, het raadsman/cliënt
privilege voor advocaten en
voor het briefgeheim) en deels bij een
nieuwe toetsingscommissie (voor overige
toestemmingen). Dit is vragen om complicaties
en er is geen duidelijke reden
waarom niet in alle gevallen de rechter
bevoegd kan zijn.
Het voorstel voor een nieuwe Wiv beoogt
een nieuwe balans te vinden tussen informatievergaring
en de beperkingen alsmede
het toezicht daarop. Er valt nog het
nodige in de tekst te verbeteren en hopelijk
zal dat ook gebeuren: eerst maar eens
zien wat het advies van de Raad van
State brengt.
BIJZONDER BELANG
Laat duidelijk zijn dat de Wiv geen reden
is om ook elders binnen de overheid voor
Nico van Eijk: Big data ontstijgt de hype
6
gelijke mogelijkheden te pleiten. De
ruime bevoegdheden van de Wiv zijn
ingegeven door het bijzondere belang
van de nationale veiligheid. Dat is niet
sociaal domein (waartoe onder meer
jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning
en arbeidsparticipatie vallen). In het
kader van hun publieke taak hebben
overheden in de wet geregelde mogelijkheden
om persoonsgegevens te verwerken,
maar waar dat niet het geval is dienen
zij pas op de plaats te maken. Aan
burgers toestemming vragen wanneer er
geen wettelijk kader is helpt niet, omdat
burgers vrij toestemming moeten kunnen
geven en dat is bij overheden niet mogelijk
mede vanwege de afhankelijke/hiërarchische
relatie tussen overheden en
burgers.
CHECKS EN BALANCES
Big data ontstijgt de hype. Mogelijkheden
en risico’s worden steeds beter zichtbaar.
Nu klassieke beperkingen als technologische
complexiteit en kosten zijn weggevallen,
dienen nieuwe checks en balances
te worden gevonden. Overheden hebben
hier een bijzondere verantwoordelijkheid
omdat zij zowel verzamelaar en gebruiker
zijn, maar ook moeten instaan voor
de naleving van de rechten van burgers
inzake privacy en dataprotectie. Dat
overheden bewust of onbewust burgers
gaan bespioneren omdat de digitale
wereld dat zo gemakkelijk maakt draagt
sowieso niet bij aan de vaak toch al broze
vertrouwensrelatie tussen burgers en
overheden.
gelijk te stellen met reguliere strafvordering
of de handhaving van socialezekerheidswetgeving.
Andere overheden zijn
gebonden aan de gewone privacyregulering,
die zeer strikt is ten aanzien van het
gebruik van persoonsgegevens en in
beginsel geen ruimte laat voor ‘mass surveillance’.
Recent
onderzoek van de AP leverde op
dat gemeenten onvoldoende op de
hoogte zijn van wat voor regels gelden
voor het verwerken van gegevens in het
׉	 7cassandra://taNLJ3IyU33BK3VLa5ULApnbQ4odv_D7NBFUtiar0yIc`̵ Wg"V׉EAR J AN E L FA SSE D
TRANSPARANTIE IS
OOK EEN TOPTAAK
Gemeentelijke websitebouwers willen dat bezoekers een prettige
ervaring hebben en gruwen van een digitaal archief. Hergebruikers
van overheidsinformatie gruwen bij het verschijnsel
‘toptaken’. De kwaliteit van de informatiehuishouding is in
sterke mate bepalend voor dienstverlening en behoorlijk
bestuur, maar wie op zoek is naar data van lokale en decentrale
overheden moet nog steeds door een doolhof. Van slechts een
handjevol gemeenten is data te vinden via het portaal data.overheid.nl.
Een aantal gemeenten heeft weliswaar een eigen dataportaal
maar de daarop gepubliceerde data verschilt enorm,
zowel in categorieën, formaten als kwaliteit.
DE
I
Je moet het dus nog steeds hebben van de informatie die wordt
gedeeld via gemeentewebsites. Tegelijkertijd kiezen steeds meer
gemeenten voor een ‘toptaken’-website. Dat vormt een groot
obstakel voor transparantie. Het idee achter het toptaken-principe
is dat een groot deel van de gebruikers naar een gemeentewebsite
komt om een beperkt aantal ‘taken’ af te ronden. Echter,
hergebruikers van overheidsinformatie en vooral hergebruikers
van open data zijn juist op zoek naar digitale archieven.
Door het toptakenmodel heeft een groot aantal gemeenten
ervoor gekozen informatie gewoon van websites te verwijderen.
Ben je als hergebruiker op zoek naar historische data op een
gemeentewebsite, dan moet je die gemeente bellen of mailen.
Heb je pech, dan beschouwt een gemeente een informatie vraag
als een Wobverzoek en heb je nóg meer pech dan krijg je per
post een papieren mededeling dat de gemeente de elektronische
weg voor dergelijke verzoeken heeft afgesloten.
Overigens worstelen gemeenten hier zelf ook mee. Immers de
grootste hergebruikers van overheidsinformatie zijn overheden
zelf. Ze ondervinden dezelfde moeilijkheden om informatie te
vinden, te ordenen, te bewaren, beheren en ontsluiten, conform
huidige wetgeving, inclusief de Wet hergebruik overheidsinformatie
die sinds de zomer van 2015 van kracht is.
Naast toptaken zullen gemeenten een andere manier moeten
vinden om overige overheidsinformatie te ontsluiten. Ook in het
kader van een open overheid mag je van gemeenten verwachten
dat je informatie kunt vinden. Bovendien zullen gebruikers van
gemeentewebsites niet alleen zoeken via de zoekmachine van
de gemeente zelf maar komen ze vaker binnen via zoekmachines
als Google of via een pagina van Wikipedia.
In het Verenigd Koninkrijk werken gemeenten met een zogenoemde
Single Data List: een minimale lijst met datasets die alle
lokale overheden verplicht moeten aanleveren aan de centrale
overheid. Deze openbare lijst wordt jaarlijks aangepast. Hoewel
in Nederland de rijksoverheid inmiddels een eerste rijksbrede
data-inventarisatie heeft gedaan, zien we op lokaal niveau
steeds meer behoefte ontstaan voor decentrale data-inventarisaties.
Die kunnen dan uiteindelijk de basis vormen voor een
Nederlandse Single Data List, waardoor de vindbaarheid en het
hergebruik van lokale data sterk kan toenemen.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://AsZCBs2dIaFn-pCX6zdBjHcCr-0Bxkg8mGCqZFTP9gY`̵ Wg"V܁Wg"Vہ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://f46a3qU77LBrQjudm4URgPVS5M5cqYf9MZXhaeVcr6U 1` ׉	 7cassandra://qbHRt9whKM7Ll4chs32MbU1BOpQY7Ip-Cs_mvb3Xb7U_`S׉	 7cassandra://M0P0sWTle6KBvpBgq3zUP0P7dfEhOV3RqaRQ33gnZzk]`̵ ׉	 7cassandra://rsxaNZMjRVK4F8Ex_MUh84Whdusyhlo99-SoJZK-Eicͧxl͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://RjvbEtzhJXQYFZ56gtnFgdJX2kGbPbiZS-gHsJJnF6U O`׉	 7cassandra://xiFryPSEDvqk1M3jGmFBfZlVCKDirjNUeHnsBEph0QUn`S׉	 7cassandra://_9grEGtr7neh8M5kyLHz7VKLU7zTw3D0iQdxCTMUO8s#T`̵ ׉	 7cassandra://b12I6gS6p0iqxr0CEsCca_C-621cnqcfUrBhYtHo0hg Fl͠Wg"V׉EO P EN OV ER H EI D
OPEN OVERHEID WEER
TWEEDE KAMER STEMT IN MET WETSVOORSTEL
Het initiatiefvoorstel van GroenLinks en D66 voor de Wet open overheid is
door de Tweede Kamer al met een ruime meerderheid aangenomen. Toch is er
nog veel discussie over. Minister Plasterk raadde het bĳ de behandeling af, de
VNG heeft grote bezwaren en de Eerste Kamer wil eerst een expertmeeting
om deskundigen en belanghebbenden te horen. Wat zĳ n los van de politieke
discussie de praktische consequenties van deze nieuwe wet?
Tekst: Adrie Spruit, proces- en informatiearchitect bij KING en zelfstandig adviseur
e De Wet open overheid, kortweg
de Woo, moet de Wet
openbaar bestuur, de Wob,
vervangen. In landen met een
democratische samenleving is openbaarheid
van bestuur een algemeen rechtsbeginsel.
De Wob geeft daaraan invulling.
De wet regelt het recht van de burger op
informatie van de overheid. Uitgangspunt
daarbij is dat overheidsinformatie
openbaar is tenzij uitzonderingsgronden
van toepassing zijn zoals vastgelegd in
de Wob of andere wetgeving zoals de
Wet bescherming persoonsgegevens
(Wbp).
DE
I
Als informatie openbaar is, in de betekenis
dat geen uitzonderingsgronden van
toepassing zijn, wil dat nog niet zeggen
dat die informatie ook voor iedereen
direct toegankelijk is, bijvoorbeeld op
internet. Daarom regelt de Wob dat iedereen
– met een zogenoemd Wob-verzoek –
openbare informatie kan opvragen bij
een bestuursorgaan. Er is dan sprake van
passieve openbaarheid, de overheid komt
in actie na een verzoek daartoe.
8
Actieve openbaarheid wordt met de
nieuwe wet versterkt door het verplicht
stellen van openbaarmaking van
bepaalde categorieën informatie en het
direct elektronisch verkrijgbaar worden
ervan. Ook moet de informatie machinaal
leesbaar worden en daarmee geschikt
voor hergebruik.
In de nieuwe Wet open overheid is het
niet meer mogelijk dat informatieverzoeken
worden geweigerd zonder dat expliD
De
overheid streeft al langer ook naar
actieve openbaarheid. Bestuursorganen
maken informatie van de overheid waarvoor
geen openbaarheidsbeperkingen
gelden dan ‘uit eigener beweging’ toegankelijk.
Het kabinet heeft die lijn al in
2013 geformuleerd als landelijk beleid in
de nog steeds actuele Visie open overheid.
De initiatiefnemers van het wetsvoorstel
willen diezelfde lijn nu ook vastgelegd
zien in wetgeving.
ACTIEVE OPENBAARHEID
Zo krijgt elke burger of elk bedrijf het
recht op toegang tot openbare informatie.
ciet wordt uitgelegd waarom het belang
om de informatie geheim te houden,
zwaarder weegt dan het recht op openbaarheid.
De wet verplicht de overheid
bovendien om sneller op informatieverzoeken
te reageren. Als de Wob wordt
vervangen door de Woo zal de dwangsom
verdwijnen die overheden nu nog
moeten betalen als er door hen niet tijdig
op een verzoek wordt gereageerd.
ONLINE REGISTER
Digitalisering biedt de overheid de kans
om de informatiehuishouding te moderniseren,
waarmee de behandeling van
informatieverzoeken eenvoudiger kan
worden afgedaan. Een belangrijke stap
daarin is het geleidelijk invoeren van een
openbaar online register van documenten.
Dit moet het voor burgers en bedrijven
makkelijker maken om, gerichter dan
nu mogelijk is, elektronisch verzoeken in
te dienen. Het informatieregister zal
uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding
van de wet in werking treden.
DIGITAAL BESCHIKBAAR
Als bestuursorganen omvangrijke hoeveelheden
informatie actief openbaar
moeten maken of alleen kenbaar in een
register, dan is internet daarvoor het
enige praktische kanaal. De informatie
moet dus allereerst digitaal beschikbaar
zijn, in formaten bovendien die de
׉	 7cassandra://M0P0sWTle6KBvpBgq3zUP0P7dfEhOV3RqaRQ33gnZzk]`̵ Wg"V׉E
USTAP DICHTERBIJ
buitenwereld kan lezen en voorzien van
diverse zogenoemde metagegevens.
Die metagegevens zijn onder andere
nodig voor het geautomatiseerd publiceren
van informatie en het kunnen vinden
van die informatie. Dat levert ook handwerk
op, omdat het beoordelen van die
informatie daarvoor nodig is.
Veel van de zo openbaar te maken informatie
zal afkomstig zijn uit archiefsystemen
en zogenoemde document management
systemen. Deze informatiesystemen
zijn over het algemeen (nog) niet gericht
op publicatie op internet en dienstverlening
naar de burger. Veel organisaties
zullen hun systemen en processen moeten
aanpassen.
BEVEILIGING
Extra beveiliging is een ander aandachtspunt.
Openbare en niet-openbare informatie
(zoals privacygevoelige informatie)
zitten vaak in dezelfde systemen. Het
eerste ontsluiten en tegelijkertijd het laatste
afschermen vergt dan extra maatregelen.
Ook is het nog onduidelijk in hoeverre
elke conceptversie van een document
in wording kan worden op -
gevraagd. Idem voor alle in- en uitgaande
e-mail, aangezien de nieuwe wet
niet ingaat op de vraag wat nog wel en
wat zeker niet opvraagbaar is. Dat geldt
ook voor de Archiefwet, maar die is niet
primair op de buitenwereld gericht en
daardoor minder snel onderhevig aan
juridische interventies. Door de kans op
dat laatste kan de wet makkelijk gedrag
uitlokken dat neerkomt op ‘het zekere
voor het onzekere nemen’ en alles maar
bewaren. Maar daarvan gaat de beheersbaarheid
van de ict van de overheid
zeker niet beter worden.
INFORMATIECOMMISSARIS
Een voorstel voor het aanstellen van een
informatiecommissaris om de benodigde
cultuurverandering te bewerkstelligen
heeft het niet gehaald. Met een amendement
is geregeld dat het aanstellen van
een informatiecommissaris pas geschiedt
na een toekomstige evaluatie van de wet.
Mocht de evaluatie uitwijzen dat er toch
een informatiecommissaris moet komen,
dan wordt deze alsnog bij wet ingesteld.
Dan wordt ook bepaald wat de taken en
bevoegdheden van de informatiecommissaris
zijn en waar deze wordt ondergebracht.
WACHTKAMER
Als
overheidsorganisaties terugdeinzen
voor de consequenties van een wet die
over meer openheid gaat, dan zegt dat
natuurlijk niet alleen iets over die wet.
De afgelopen tien jaar is hard gewerkt
aan digitalisering van de dienstverlening.
Vaak was er minder aandacht voor de
digitale variant van informatie- en
archiefbeheer, het vakgebied dat zorgt
voor het goed geordend bewaren van
informatie. De basis voor externe ontsluiting
is daardoor te vaak nog niet op orde.
Meer bestuurlijke focus daarop ligt voor
de hand, ook als de Woo nog even in de
politieke wachtkamer blijft.
׉	 7cassandra://_9grEGtr7neh8M5kyLHz7VKLU7zTw3D0iQdxCTMUO8s#T`̵ Wg"VWg"V߁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0ey037ieh0HDVR-FstROpW9oiwuFl8qBcp187Uq7zac y`׉	 7cassandra://FuBYcghMX2L4V148Pu4yNqH3W1PmoT4A3alhMPeZwTgW`S׉	 7cassandra://OyjAVdrW_G0SjlyPP2Nka_mnXdjIYqk3B4kPwnKyNE4`̵ ׉	 7cassandra://ZKmaHI7BLC5X55boW8LpUqPQOdRiFbO8w2jt928Lgkg8`͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://P9NSQ_vDE3Ju__iXok8lQSDOzxI9hr_kCqgUcU9FT-E `׉	 7cassandra://34WVrUdlDoAi5-gq8NNoeCiyUpHI4FmaPzT4AjHfV4Qm)`S׉	 7cassandra://nslh4u1mNjyT6uQtwaZTN0PE4CUl-Y2MFk0NNmLi6Eg `̵ ׉	 7cassandra://fqV6kFCYwetX_TAUAoGML_IFC1UZKHgb7zQN0t5aXwo 5l͠Wg"VנWg"Vb ~V9ׁHhttp://www.vicrea.nlׁׁЈ׉E	SPECIAL
Zingeving vervangt
informatiebeheer
Digitalisering biedt ambtenaar nieuwe kansen
De toenemende digitalisering eist zijn tol voor wat betreft de inzetbaarheid van ambtenaren.
Veel van hen vrezen de massaontslagen die gaan plaatsvinden in de periode 20172020.
Als tegenbeweging boycotten ze daarom massaal verdere digitalisering van hun
werk. Dit leidt tot gespannen situaties, terwijl digitalisering elke ambtenaar juist
inhoudelijke kansen biedt.
Tekst: Daniël de Klerk, innovatiemanager bij Vicrea
Beeld rechtsboven: Shutterstock
H
et zijn mei 2016 op het eerste gezicht wat loze kreten
maar toch ligt er een groot vraagstuk voor: wat
wordt de rol van de gemeenteambtenaar in de
komende decennia? Wat kunt u als ambtenaar verwachten?
Een perspectief geschetst vanuit een IT-dienstverlener
voor de overheid.
Voordat we kijken naar wat de digitalisering betekent voor de
ambtenaar anno 2016 is het goed om kort een blik in het verleden
te werpen. Iets meer dan honderd jaar geleden deed zich
namelijk een soortgelijke situatie voor onder fabrieksarbeiders.
Onder invloed van de productielijn ontstond er de vrees dat
‘vakmanschap’ zou uitsterven.
Voortaan zouden vakmensen als fabrieksarbeider door het
leven moeten, dagenlang staand aan een lopende band. Dit zou
leiden tot vervreemding en ontscholing met alle desastreuze
gevolgen van dien. Niets voor niets werd een gezaghebbend
onderzoek uitgevoerd in 1911 door een Delftse ingenieur naar
“Geschooldheid en techniek: onderzoek naar den invloed van
arbeidssplitsing en machinerie op de mate van vereischte oefening
en bekwaamheid der arbeiders”.
Handwevers
Weer iets minder dan honderd jaar voor het onderzoek van
1911 brak in het Engelse Lancashire een opstand uit onder
handwevers die door de opkomst van weefmachines hun bron
van inkomsten verloren. Deze opstand ging gepaard met de
vernieling van de weefmachines. Wat dit ons anno 2016 leert,
is dat de introductie van nieuwe technieken arbeidsverhoudingen
compleet op zijn kop kunnen zetten. De introductie
van kunstmatige intelligentie en daaraan gerelateerde ontwikkelingen
op het gebied van big data, robotisering en het internet
of things zijn wellicht nog veel bedreigender ontwikkelingen.
Juist omdat ze alle lagen van de beroepsbevolking raken.
Zo blijkt uit een onderzoek van Frey en Osbourne van de
10
׉	 7cassandra://OyjAVdrW_G0SjlyPP2Nka_mnXdjIYqk3B4kPwnKyNE4`̵ Wg"V׉E0universiteit van Oxford dat computers/robots in de komende
decennia 47 procent van de banen van de Amerikaanse
beroepsbevolking overnemen. Dit beperkt zich niet tot oudere
werknemers. Zelfs net afgestudeerden hoeven niet te verwachten
dat zij een carrière van 45 jaar tegemoet mogen zien in
hun werkveld. Tijdens hun werkend bestaan zullen zij de
komende jaren meerdere malen moeten worden omgeschoold.
Zingeving
De vraag die dan al snel ontstaat is: omgeschoold naar wat?
Toch blijkt dat dit niet de juiste vraag is. Zo staat in het onderzoek
van de Stichting A+O fonds Gemeenten naar ‘Digitalisering
en de toekomst van werk bij gemeenten’ dat de kennis die
vandaag geleerd wordt in de schoolbanken al hopeloos verouderd
is. Wat biedt dat voor een toekomstperspectief?
Gelukkig blijft de wetenschap niet steken in doemscenario’s.
Zo wordt aangegeven in diverse onderzoeken dat er wel degelijk
een manier is waarop de ambtenaar anno 2016 zich kan
voorbereiden op deze ontwikkelingen. Alhoewel het woord niet
letterlijk wordt gehanteerd, blijkt uit een studie van de universiteit
van Phoenix dat ‘zingeving’ centraal staat bij de ambtenaar
van de toekomst.
IEDERE AMBTENAAR WORDT
INFORMATIEMANAGER, MET
DAARONDER EEN LEGER VAN ROBOTS
Kunstmatige intelligentie is de komende jaren heel goed in
staat om routinematig werk over te nemen, waaronder het
beoordelen van eenvoudige aanvragen en het herkennen van
ingewikkelde patronen in big data. Toch zal het de komende
decennia de mens blijven die hier betekenis aan moet geven.
Vandaar het woord ‘zingeving’: zin geven aan informatie.
Competenties
Als deze eigenschap van ‘zingeving’ verder wordt ontleed, komt
een aantal competenties naar voren die belangrijk zijn. Voorbeelden
hiervan zijn: sociale intelligentie, adaptief denken,
interdisciplinair werken, intercultureel werken en virtueel
samenwerken. Een van de belangrijkste competenties die
genoemd worden in eent onderzoek van Davies, Fidler en Gorbis
is Cognitive Load Management. Dit is het vermogen om uit
alle informatie die ieder moment van de dag wordt verzameld
de meest betekenisvolle informatie te fi lteren en die in te zetten
in het dagelijkse werk. Dus eigenlijk lijkt het werk alleen
maar leuker te worden. Iedere ambtenaar wordt informatiemanager,
met daaronder een leger van robots variërend van
koelkasten tot zelfrijdende vuilophaaldiensten.
Terug naar de dagelijkse praktijk. Wat betekent dit voor u als
ambtenaar als u morgen weer aan het werk gaat? Het betekent
vooral dat u zin moet blijven geven aan het werk wat u doet.
En dat wat slimmer kan ook slimmer mag worden gedaan, zonder
dat dit een bedreiging is voor uw werk. Want uiteindelijk
zal een robot misschien zonder pauze dag en nacht vuil op
gaan halen, duizend aanvragen kunnen verwerken in de tijd
dat u er eentje doet of alle scenario’s voor gebiedsontwikkeling
kunnen doorrekenen terwijl u koffi e haalt.
Maar het zal de afweging van de ambtenaar blijven om dit alles
in de menselijke context betekenis te geven: zingeven aan
informatie. Het managen van informatie zou dan ook u voornaamste
focus moeten zijn ongeacht de plaats binnen het
organogram van uw organisatie.
Meedenken
Steeds meer gemeenten vragen in die context dan ook aan hun
IT-dienstverlener om niet alleen software te leveren maar om
ook mee te denken hoe zij hun processen kunnen rationaliseren.
Training en procesondersteuning krijgen dan ook steeds
meer hun plek in onze dienstverlening.
Het rationaliseren van processen helpt ook om een soepele
overdracht te bewerkstelligen naar het volledig uitbesteden
van functioneel beheer en hosting. Deze taken kosten gemeenten
veel tijd terwijl zij juist hun focus willen verleggen naar
een meer conceptuele benadering van informatiebeheer.
Mutatie-signalering in het stelsel van basisregistraties is hier
een goed voorbeeld van. Dat wil zeggen dat als iets wijzigt in
de ene registratie dit ook gevolgen heeft voor een andere
registratie.
Dankzij stelselregistratie wordt deze handeling die nog geen
twee jaar geleden volledig handmatig werd uitgevoerd bij veel
gemeenten al grotendeels geautomatiseerd. Het zetten van
stappen met slimme software en uitbesteding geeft ambtenaren
de noodzakelijke ruimte om zich voor te bereiden op hun
nieuwe rol als zingevers binnen het domein van informatiemanagement.
We zitten in een tijd van transitie waarin ambtenaren
zich voornamelijk moeten focussen op de kansen die ontstaan.
Door de juiste training en keuzes rondom automatisering
binnen gemeenten zult u als ambtenaar die kansen ook
daadwerkelijk kunnen verzilveren.
VICREA MAAKT DE WERELD SLIMMER
Meer informatie vindt u op www.vicrea.nl
׉	 7cassandra://nslh4u1mNjyT6uQtwaZTN0PE4CUl-Y2MFk0NNmLi6Eg `̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hxLpvtfWsLa8zGIxRHmiz84Xkfxx2-f7pWUUaH6XxO8 +`׉	 7cassandra://pOHpbOj6_PWzZDeAaOv3ptZAIzVRkArdjB6Pa1QPaKEf`S׉	 7cassandra://1TLKQtJANmko-ilaCmrAOnsnSe231XRuqQr4XvLJKUY`̵ ׉	 7cassandra://hxifdVZ-adBFKpmMe9iqkbx-9H_n9AHpeqaHSwPVI6Q t͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://KO_GgB_cvw7khbgS8vnVVy2mbKJ8fYjP1vmA31nomQI Ϥ`׉	 7cassandra://tb0bAVrrwkcQeXE9HVSb-_kp0MBUawZ_p3eHvlIFmbEo`S׉	 7cassandra://TCaRuq8kI-RQH5vLmPEJl4pGfhHkk1IMO0MAMx9JVYA$P`̵ ׉	 7cassandra://TahK9sIQ4p3hAOCXYR9wg3CIsU0gmxABl14_fmMhY2Y 9B̈͠Wg"V׉EfI N NOVATI E VERMO GE N
TECHNOLOGIE
ALS VALKUIL
HOE HOUDEN WE SMART CITIES LEEFBAAR?
De technische mogelĳ kheden die smart cities bieden zĳ n schier eindeloos.
Vraagstukken op het gebied van veiligheid of mobiliteit die altĳ d onoplosbaar
leken, kunnen nu alsnog worden opgelost. Maar wat betekent dat voor de
individuele vrĳ heid van de burger en diens privacy?
Tekst: Herman Timmermans en Kees Groeneveld, adviseurs bij KING
Beeld: Shutterstock
H
et tv-programma Tegenlicht
van 1 mei jongstleden behandelde
het ontstaan van smart
cities. Bij deze slimme steden
creëren nieuwe technologische mogelijkheden
perspectieven die de ontwikkeling
van de stad in een nieuwe fase brengen. Ze
combineren leefbaarheid met technologie.
Die ontwikkeling dwingt bestuurders,
beleidsmakers maar ook burgers tot het
herijken van hun positie: hoe gaan we
om met leefbaarheid, wat moeten we met
mobiliteit en bereikbaarheid, met economische
vitaliteit, met participatie, zelfredzaamheid,
veiligheid enzovoort. En wie
heeft en (nog belangrijker) krijgt het echt
voor het zeggen in de stad.
CONSTRUCTEN
Smart cities ontstaan niet vanzelf. Het zijn
constructen van mensen, bedrijven, organisaties,
belangen, groeperingen. Technologie
is één van de dragers van de smart city.
Juist dat gegeven heeft als gevaar dat de
‘analoge’ stad wordt vervangen door een
stedelijke command and control-omgeving.
Een omgeving waar de systeemwereld prevaleert
boven de leefwereld.
In zo’n omgeving kan iedere beweging,
ieder voorval en elke activiteit op een of
andere manier worden vastgelegd en
12
getraceerd. Willen we dat, of willen we
juist de nieuwe mogelijkheden gebruiken
om leefbaarheid, sociale en economische
ontwikkeling, veiligheid en samenleven
op een hoger plan te brengen? En wat
betekent dat dan voor individuele vrijheden
en privacy?
NIEUWE BALANS
Volledige technologie (be)sturing kan een
valkuil zijn. Om die te vermijden is het
meer dan ooit noodzakelijk om met alle
technische mogelijkheden die we hebben,
op zoek te gaan naar een nieuwe balans
tussen maatschappelijk belang en technologische
kansen en mogelijkheden.
Die balans zou tot uitdrukking moeten
komen in de visie en het beleid van het
bestuur. De verbetering van de leefwereld
zal voorop moeten staan en niet de
technology-push gedreven systeemwereld.
Veel voorbeelden van smart city-toepassingen
zijn vooral te vinden op het
gebied van veiligheid en handhaving.
Door toepassing van bijvoorbeeld
geluidssensoren kun je signaleren waar
grotere groepen mensen samenkomen en
wat de sfeer of stemming in zo’n groep
is. Een vergelijkbaar toepassingsgebied is
mobiliteit: verkeerstromen, beschikbare
parkeerplekken, enzovoort.
Weer een ander gebied is het milieu met als
voorbeeld de beperking van fi jnstof. Ook
kun je technologie inzetten wanneer er
droogte is in de zomermaanden, waarbij
parken en velden automatisch besproeid
kunnen worden of de verspreiding van pollen
wordt afgeremd. Het zijn toepassingen
waarbij moderne technologie bestaande
vraagstukken effectief en effi ciënt meehelpt
oplossen. Dat zien we als de eerste fase van
de toepassing van nieuwe technologie.
MANIPULEREN
Fundamenteler wordt het wanneer we de
informatie die uit al deze toepassingen
komt gaan gebruiken om patronen en
trends te ontdekken. Fundamenteler wordt
het ook wanneer we die informatie gaan
gebruiken om het gedrag van mensen te
beïnvloeden en beleid te ontwikkelen. Dat
kan met goede bedoelingen gebeuren,
maar wellicht onbewust schuiven we ook
dichter naar de grens van manipuleren.
De achilleshiel in dit geheel vormen de
data die worden gebruikt om bewegingen,
stromen en patronen in kaart te
brengen. Overheden zullen uit oogpunt
׉	 7cassandra://1TLKQtJANmko-ilaCmrAOnsnSe231XRuqQr4XvLJKUY`̵ Wg"V׉E	ivan privacy moeten oppassen met het
gebruik van data of het data ter beschikking
stellen aan derde partijen.
De opmerking, ook in Tegenlicht gemaakt,
dat de overheid alleen geanonimiseerde
data ter beschikking stelt aan marktpartijen
voor analyses, laat zien dat dan nog
weinig begrepen wordt van de digitale
wereld. Immers door geanonimiseerde
data te matchen met via andere weg verkregen
datasets is informatie niet langer
anoniem. In de digitale wereld is anonimiseren
vaak een illusie.
TOEPASSINGEN ONEINDIG
Het boeiende is dat het aantal combinaties
en daarmee de feitelijke toepassingen
vrijwel oneindig zijn. Bovendien wordt
de tijd tussen het bedenken van een toepassing
en het feitelijk realiseren steeds
korter. Dat heeft weer tot gevolg dat we
de impact en de gevolgen van gemaakte
keuzes in veel kortere tijd dan tot nu toe
gebruikelijk moeten beoordelen. En dan
hebben we het nog niet over het feit dat
technologie die eenmaal beschikbaar is
niet langer één eigenaar heeft.
Het gebruik van smartphones is een van
de voorbeelden, waarbij je ziet dat technologie
zeer snel wijdverbreid wordt
geaccepteerd en toegepast. Dat leidt tot
nieuwe vraagstukken voor gemeenten:
hoe kunnen we gebruikmaken van die
wijdverbreide toegepaste technologieën
om beleidsdoelstellingen met betrekking
tot het verbeteren van de leefwereld van
burgers te realiseren?
DE
V
TECH
STADSMUREN
In de vroege middeleeuwen beschermden
steden hun territorium door stadsmuren
te bouwen. Door de toepassing
van steeds krachtiger wapens en springstoffen
verminderde het nut van die
muren en werden steden gedwongen
zich op een andere manier te beveiligen.
De vraag die daarbij steeds vaker gesteld
welvaart, gelijke ontwikkelingskansen
voor iedereen, drastische verbetering van
het leefmilieu en het bevorderen van preventie
met betrekking tot veiligheid.
De ontwikkeling van een smart city
begint met het nadenken over het verbeteren
van de leefwereld van burgers. En
niet over het toepassen van technologie
omdat deze nu eenmaal voorhanden is.
werd was: wat moeten we echt beschermen
en hoe gaan we dat organiseren? Die
vragen zijn nog steeds aan de orde.
Hoe zorgen we ervoor dat we met alle
technologische mogelijkheden onze
beschaving, onze waarden, onze samenleving
verder ontwikkelen. De uitdaging
daarbij is dat we die vraagstukken gaan
oplossen die tot nu toe onoplosbaar leken.
Daarbij kun je denken aan verdeling van
׉	 7cassandra://TCaRuq8kI-RQH5vLmPEJl4pGfhHkk1IMO0MAMx9JVYA$P`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ih5STRqtIcSY3WSmIcTs3lMQ2iwp1ACMgssnhjMMd5g %`׉	 7cassandra://8s5yYVbFWJ0c0c1c65JkOAarybTDP0zOUEN50aniK4Ml`S׉	 7cassandra://EC3SA1I4IhfudiMRvodS8_Wi529mDCzy6aY5ejUQdeQ$`̵ ׉	 7cassandra://0ncGfmG8xV-Grnisz44Xk0p-0gr5Uuj9mppyBMfzDK4 p1͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://ovo7pYvaAMVUfQkJjPRf9yyYWYJx1CWbmR8eYX3oTHE @`׉	 7cassandra://_feXuc80kTCojID3wQKyQn0PmWhythC1QWDgF6C8eIg]u`S׉	 7cassandra://OshXnAxd5vp08Ic50afnLC1QYyyXgMRrePjsTAVO01kI`̵ ׉	 7cassandra://90_-8WPl7pPjpZNJsQdnkjvsJmbtYPapIu3dqbEaK8c 	̪͠Wg"VנWg"V\ ̳&9ׁH &mailto:vacatures@binnenlandsbestuur.nlׁׁЈנWg"V[ Z9ׁH  http://www.binnenlandsbestuur.nlׁׁЈנWg"VZ h%9ׁHhttp://www.erasmusacademie.nlׁׁЈנWg"VY hw9ׁH .http://www.erasmusacademie.nl/procesmanagementׁׁЈנWg"VX h>9ׁH "http://www.erasmusacademie.nl/dataׁׁЈ׉ETijd voor verdieping
Erasmus Academie is sterk op het gebied van gespecialiseerde innovatieve opleidingen
voor professionals. Zo bieden wij in het najaar aan:
Data Analyse - Grip op Big Data | Start vrijdag 9 september 2016
Stel de juiste vragen aan uw data en kies voor de beste analysemethode.
www.erasmusacademie.nl/data-analyse
Procesmanagement | Start donderdag 15 september 2016
Een goed besluitvormingsproces draagt bij aan de kwaliteit van het inhoudelijke resultaat.
www.erasmusacademie.nl/procesmanagement
Kijk voor ons volledige aanbod op:
www.erasmusacademie.nl
ALTIJD DE JUISTE KANDIDAAT!
In 2015 hebben meer dan 400 overheidsorganisaties
gebruik gemaakt van Binnenlands Bestuur als hét
wervingsmedium. In totaal zijn 1.500 vacatures
vervuld. Plaats uw vacature bij Binnenlands Bestuur
en vind ook de juiste kandidaat.
Online vacature € 620,•
30 dagen in de vacaturebank
• Vermeld op de homepage en een
relevant vakgebied
• Vermeld in de vernieuwde App
• Statistieken
• Upgrade mogelijk naar een
vacatureblok/Spotlight vacature
Vacatureblok € 980,•
Vacatureblok (89x35 MM) onder de
indexpagina in het magazine
(inclusief opmaak)
• Social media
(Linkedin + Twitter + App )
• Vermelding in de vacature nieuwsbrief
• Online vacatureplaatsing
• Statistieken
Nieuw! Stages en Traineeships!
Werf nu extra voordelig uw jong talent € 250,www.binnenlandsbestuur.nl
Meer
informatie?
Neem contact op met Joyce Ng via telefoonnummer 020 - 573 3656
of per e-mail vacatures@binnenlandsbestuur.nl
Spotlight vacature € 980,•
Spotlight vacature: Logo + ankeiler
op de homepage vacaturebank en
dagelijkse nieuwsbrief
• Social media (Linkedin + Twitter + App )
• Vermelding in de vacature nieuwsbrief
• Online vacatureplaatsing
• Statistieken
׉	 7cassandra://EC3SA1I4IhfudiMRvodS8_Wi529mDCzy6aY5ejUQdeQ$`̵ Wg"V׉E)LI N DA KO OL
DE ROBOTMAATSCHAPPIJ,
DAT BEN JIJ
De prestaties van machines en software zijn indrukwekkend.
Google versloeg de menselijke wereldkampioen ‘Go’, IBM won
met Watson een horecaprijs voor innovatieve gerechten en de
zelfsturende auto maakt testritjes op onze snelwegen. Deze
snelle vooruitgang is mogelijk dankzij een samenspel van technologieën,
zoals big data, internet of things, platformen en kunstmatige
intelligentie. Software leert bijvoorbeeld van de enorme
hoeveelheden data die nu beschikbaar zijn en robots gebruiken
de rekenkracht in de cloud.
TECH
EEN
Door deze technologieën digitaliseren allerlei processen. Dat
gaat verder dan een bestaand proces effi ciënter maken. Vaak
veranderen processen en leidt digitalisering tot radicale hervormingen.
Denk in het verleden aan de muziek en foto-industrie.
Recent aan de taxi- en hotelbranche, die door platformen als
Uber en Airbnb op hun kop worden gezet. Overal ontstaan
slimme dataplatformen, waarbij software processen aanstuurt:
de landbouw, energie of de auto-industrie. Het boerenbedrijf
wordt een softwarebedrijf. Ook de overheid wordt een softwareorganisatie,
bestaande uit ingewikkelde, via netwerken verbonden
informatiestromen. Dat ze nog niet doordrongen is van wat
dat betekent, bleek uit het WRR-rapport iOverheid in 2011.
In het debat over slimme machines overheerst tot nu toe de
angst dat robotisering en digitalisering zorgen voor massaal
baanverlies. Het is tijd om die discussie te verbreden. We moeten
gaan kijken naar de betekenis van digitalisering voor organisaties
en vooral naar de keuzes die we hebben om technologie
in te zetten. Technologie dendert niet als een stoomwals over
ons heen, terwijl we machteloos aan de zijlijn staan. We geven
zelf op allerlei manieren – van technologieontwikkeling tot aan
de uiteindelijke inzet daarvan – mede vorm aan technologie.
Dat betekent ten eerste dat we technologie niet uitsluitend als
vervanger van de mens hoeven te zien. Technologie kan ook
samenwerken met de mens, en de mens verrijken. Zoals een chirurg
die via 3D-röntgenbeelden en een robotarm preciezer kan
opereren, of een kabelmonteur die via een slimme bril extra
informatie kan opzoeken, of hulp kan vragen aan zijn collega’s.
Hoe we technologie inzetten – voor empowerment of ter vervanging
– is dus ook een keuze.
Ten tweede betekent het besef dat we invloed uitoefenen op
technologie dat we zelf ook een verantwoordelijkheid hebben
om mee te denken: waar liggen er grenzen aan de inzet van
technologie. Stel dat blijkt dat een softwaresysteem in staat is
om rechterlijke uitspraken te doen. Willen we dat dan, of richten
we het systeem zo in dat een menselijke rechter altijd eindverantwoordelijke
blijft? En vinden we dat ook als software objectiever
en consequenter oordeelt dan menselijke rechters?
Een breed debat over de robotsamenleving vraagt daarom om
een nieuw soort burgerschap. Een technologisch burgerschap
dat iedereen uitdaagt én de middelen geeft om te participeren in
de robotsamenleving. Breed kennis maken met de mogelijkheden,
in staat zijn zelf technologie in te zetten, en na denken over
gevolgen, grenzen en verantwoordelijkheden. Gelukkig beginnen
er initiatieven op dit vlak te ontstaan: van leerlingen die zelf
knutselen met drones en op een intuïtieve manier leren programmeren,
tot aan bedrijven die in gezamenlijke innovatielabs
verkennen wat nieuwe technologie kan doen. Tijd dus voor een
update van de SIRE-campagne uit 2002; hoe draag je zelf bij aan
een plezierige (robot)maatschappij?
Linda Kool is senior onderzoeker Technology Assessment bij het
Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://OshXnAxd5vp08Ic50afnLC1QYyyXgMRrePjsTAVO01kI`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hcC_XgLAB9_Tqaf5QtFbLkdCZlmMmYIl8-WV8dgQbdo }` ׉	 7cassandra://kjTHlf5bqBdkZMbyyBYiwnYHbqylE43AjAWQwc099ogR`S׉	 7cassandra://fHYOw0qS3Ps-1ja40Nb4WloEtYw5Ey6L8DvdAO3Yicg`̵ ׉	 7cassandra://R8MgSLDJM-fX0ygbM_GVqolycZ1IZNyzWVzXBSdn8M0͐̐͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://8uoCDpwZfWDuxFNZG5vCbjW_qeo_UQhe1WLrNFsWphE (a` ׉	 7cassandra://zpR1ncLKeltfsMtiygXEZXDFpKJJc4uOqBiwEHcFGaMI_`S׉	 7cassandra://o9JV7nDdzRwGxctYlG6yisEP-X6WXarNc2IQk3Mu_lI`̵ ׉	 7cassandra://zkfEZB8KTRn9PhJcvrhYo3BSfznAu1RfwOXGICtbFagin͠Wg"VנWg"Va ^,9ׁHhttp://heid.nlׁׁЈ׉EDI E NST VE R LE N I NG
DIENSTVERLENING WEER
TERWIJL GEBRUIK DIGITALE OVERHEID STAGNEERT
De waardering voor de overheidsdienstverlening stijgt en diezelfde overheid
werkt volgens de de burger ook beter samen. Dit blijkt uit de nieuwe editie
van het meerjarige onderzoek van I&O Research. Minder goed nieuws is dat
het gebruik van de digitale overheid sinds 2013 stagneert.
Tekst: Peter Kanne, onderzoeker bij I&O Research en redacteur inGovernment
S
inds 2009 stijgt de waardering
van de overheidsdienstverlening
door ‘de keten’. Waar de dienstverlening
in 2009 nog met een 6,6
werd beoordeeld, geeft men in 2015 het
rapportcijfer 7,0 (zie figuur hieronder).
Deze waardering nadert hiermee de
waardering voor de individuele organisaties,
die sinds 2013 stabiel op een 7,1
staat. In eerdere onderzoeken trokken we
de conclusie dat het geheel minder sterk
was dan de som der delen. Immers: individuele
organisaties haalden de 7 wel,
maar als ze moesten samenwerken trad
er kwaliteitsverlies op. Doorverwijzingen
verliepen niet vlekkeloos, burgers moesten
steeds hetzelfde verhaal vertellen,
men werd soms van het kastje naar de
muur gestuurd. Hoewel dit nog steeds
voorkomt, is hier duidelijk verbetering
geboekt.
MINDER ORGANISATIES
Burgers hebben naar aanleiding van een
levensgebeurtenis te maken met minder
organisaties dan voorheen: in 2015 had
H
IS
men contact met gemiddeld 2,5 organisaties,
waar dat er in 2008 nog 3,3 waren.
De waardering voor de samenwerking
tussen deze organisaties vertoont over de
langere termijn ook een positieve ontwikkeling.
Men wordt bij de afhandeling van
een vraag of probleem beter op de hoogte
gehouden dan voorheen, overheidsmedewerkers
nemen vaker de verantwoordedat
het beter gaat met de menselijke kant
van de overheidsdienstverlening, wordt
dit jaar bevestigd. Belangrijkste verbeterpunten
zijn nog steeds: de burger het
gevoel geven dat hij echt centraal staat in
de dienstverlening en hem waar mogelijk
aangenaam verrassen.
7,0
6,7
7,1
6,9
6,6
6,9
6,7
6,8
7,1
6,9
7,1
7,0
2008
2009
2010
waardering voor de
indivuele organisaties
2013
2014
2015
waardering voor de keten
Waardering dienstverlening individuele organisaties en keten (rapportcijfer, 1-10)
Bron: I&O Research 2016
16
VERDIEPINGSONDERZOEK
Naast het kwantitatieve onderzoek naar
de kwaliteit van de overheidsdienstverlening
voerde I&O Research dit jaar een
kwalitatief verdiepingsonderzoek uit
naar de mate waarin de overheid opereert
als ‘één overheid’ en hoe wenselijk
dit is. Hiervoor werden experts en
gebruikers geïnterviewd en in het kwantitatieve
onderzoek is een aantal extra
vragen opgenomen.
Niemand is voor een overheid als ‘één
loket’. Een volledig samengaan van alle
dienstverlenende overheidsonderdelen,
of zelfs alleen de backoffices, zou kunnen
leiden tot een single point of failure-situatie:
lijkheid voor het oplossen van een probleem
en de dienstverlening sluit beter
aan bij de behoeften van de burger.
De vorig jaar gesignaleerde ontwikkeling
׉	 7cassandra://fHYOw0qS3Ps-1ja40Nb4WloEtYw5Ey6L8DvdAO3Yicg`̵ Wg"V׉ER
HOGER GEWAARDEERD
Prioriteitenmatrix totale overheidsdienstverlening
Sterke
punten
Handhaven
(digitale)
betrouwbaarheid
informatie 1x
aanleveren
vindbaarheid info
en hulp
keuzevrĳheid
contactkanaal
rechten en plichten
duidelĳk
centraal staan
invloed kunnen
uitoefenen
aangenaam verrassen
antwoord/oplossing
krĳgen
doorlooptĳd
klachten/ideeën serieus
nemen
op hoogte houden
verantwoordelĳk tonen
behoeftegericht
Sterke punten
Communiceren
Verbeterpunten
Lage prioriteit
één overheid
Impact
Prioriteitenmatrix totale overheidsdienstverlening
• De verticale dimensie (waardering) toont de tevredenheid: hoe
hoger het aspect, hoe hoger de tevredenheid over dit aspect.
• De horizontale dimensie (impact): invloed van het aspect op de
totaalwaardering; hoe meer naar rechts, des te belangrijker.
• Verbeterprioriteit: aspecten die zich in (of nabij) het kwadrant
het fenomeen dat het systeem vastloopt
als er op één plaats iets fout gaat. Het
handhaven van de verschillende uitvoeringsorganisaties
en backoffices wordt
overwegend als beter en flexibeler ingeschat.
Het
streven naar no wrong door (waar
men ook aanklopt bij de overheid, overal
krijgt men antwoord of wordt men op
een goede manier doorverwezen) wordt
door gebruikers én experts wel als een
wenselijke vertaling van de gedachte van
één overheid gezien. De backoffices werken
in dit ideaalbeeld goed samen en
gegevens worden foutloos uitgewisseld.
rechtsonder bevinden, dienen met voorrang te worden verbeterd.
Deze zijn belangrijk en worden laag gewaardeerd.
• De pijlen geven de meest opvallende veranderingen ten opzichte
van 2014 aan en waar de aspecten in 2014 stonden in de matrix.
Bron: I&O Research 2016
Dit is in de ogen van de gebruikers nu
nog niet het geval. De huidige overheidsdienstverlening
wordt door slechts één
op de zes Nederlanders ervaren als ‘opererend
als één overheid’. Hoewel dus
zeer laag gewaardeerd, wordt het door
burgers en ondernemers niet als zeer storend
ervaren (zie figuur hierboven).
GEBRUIK WEBSITES
De overheid streeft ernaar dat het contact
tussen burger en overheid in 2017 volledig
digitaal kán zijn. Dit lijkt nog ver
weg. We zien zowel gebruik van als voorkeur
voor de fysieke kanalen telefoon en
balie dit jaar weliswaar verder afnemen,
maar het gebruik van de overheidswebsite
(met webformulieren als belangrijke
schakel) neemt niet toe. Tegenover de
afname van de fysieke kanalen staat wel
een toename van het gebruik van e-mail
als contactkanaal (zie grafiek volgende
pagina).
Van de overheidswebsites is MijnOverheid.nl
de belangrijkste schakel in het
overheidsbrede programma Digitaal
2017. Bekendheid en gebruik van MijnOverheid
nemen de laatste jaren (licht)
toe: het gebruik van MijnOverheid naar
aanleiding van een levensgebeurtenis
Verbeterpunten
Hoge prioriteit
Waardering
׉	 7cassandra://o9JV7nDdzRwGxctYlG6yisEP-X6WXarNc2IQk3Mu_lI`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://oywgWdZSuH8qo-ardwRMsNEqG7lMOHVn0G99pn9ZPMs ?`׉	 7cassandra://8qHkjFLNQGtZKrnrOme8TFFr3yg33qyAooq4wsSXyo0K`S׉	 7cassandra://kAhsfZDFL260ilEXnDrYyA6-cml76WfJQoA56zyfSiA`̵ ׉	 7cassandra://MFwlnE-l2Y_s8VGZ-KJsZwVPz0Voxr2C8DPvYqnhH6c~͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://p4rGD1rPCggTxEUcqtbd01djH8v8xljqeZ7TGIPLzBg !`׉	 7cassandra://oBmZlV40XgZMoOkiCTX4llBG4Q2-XbmhyiqK7fQ0Wj8B@`S׉	 7cassandra://NmYu3AWOxMS1YuApsnaesxaHZIArxGQz1sDcf7zXzW8`̵ ׉	 7cassandra://scTA6VYnGp4DtTp9SkpEyLExPgB9xAJORar2Swg60-o 6@F͠Wg"VנWg"V` qr9ׁH %http://www.anteagroup.nl/omgevingswetׁׁЈנWg"V_ ̂9ׁHhttp://www.anteagroup.nlׁׁЈ׉EGebruik en voorkeur contactkanalen (percentages)
GEBRUIK (meer antwoorden mogelĳk)
steeg van 12 procent in 2013 naar 27 procent
in 2015. De bekendheid van 22 naar
50
60
10
20
30
40
0
2008
2009
2010
2013
2014
2015
VOORKEUR (één antwoord mogelĳk)
40
36
30
35
10
15
20
25
0
5
33
29
27
23
21
18
21
18
5
8
2008
11
7
2009
Bron: I&O Research 2106
OVER HET ONDERZOEK
Met het onderzoek ‘Kwaliteit van de overheidsdienstverlening’ wordt de tevredenheid
van burgers en ondernemers over het contact met de overheid naar aanleiding van
levensgebeurtenissen in kaart gebracht. In het onderzoek zijn 69 levensgebeurtenissen
opgenomen. Het onderzoek bestaat uit twee fasen: (1) een screening in het I&O
Research Panel. In totaal hebben 9.470 respondenten de screeningsvragenlijst ingevuld.
Uit de deelnemers van de screening is de definitieve steekproef voor (2) het
hoofdonderzoek getrokken. Hieraan werkten 2.385 respondenten mee. Het onderzoek
is in 2015 voor de zesde keer op deze manier uitgevoerd, in opdracht van de ministeries
van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken. I&O Research voerde het onderzoek
in 2014 en 2015 uit.
18
18
12
10
6
2010
9
6
4
2013
2014
2015
6
11
31
e-mail
27
24
26
22
23
25
telefoon
balie
websites
brief
PUSHSTRATEGIE
Om ervoor te zorgen dat burgers meer
gebruik gaan maken van de digitale overheid
is ook een pushstrategie nodig, waarbij
gebruikers met zachte dwang worden
verleid.
Een pushstrategie kan echter niet zonder
pullstrategie: uiteindelijk moeten burgers
en ondernemers zelf gaan merken dat het
online contact met de overheid werkt en
prettig verloopt. Dat zal meer digitaal
contact vanzelf bevorderen. Zoals een
van de experts het formuleert: ‘Als we
het online goed neerzetten, zal het het
fysieke kanaal vanzelf ontlasten.’
Te veel ‘push’ kan ook ergernis opwekken.
Zo zien we dat de waardering voor
de keuzevrijheid voor het contactkanaal
de afgelopen jaren is afgenomen. Dit
aspect is van een relatieve sterkte veranderd
in een relatieve zwakte. Weliswaar
wordt het niet als een heel storende
zwakte ervaren, maar het is wel een signaal
dat de kanaalsturing bij de overheid
niet ongemerkt aan mensen voorbij is
gegaan. Bij verdergaande digitalisering
kan dit negatief gaan opspelen.
Bij de experts is er overigens niemand die
pleit voor een volledig digitale overheid.
Zij vinden dat het contact met de overheid
ook op een fysieke manier moet
kunnen en gaan ervan uit dat dat ook in
de toekomst zo zal zijn.
Meer weten?
Lees hier het complete rapport:
http://bit.ly/24k9lkp
58
57
57
53
52
57
59
49
41
37
28
32
19
31
30
19
29
32
22
23
26
33
26
26
22
49
53
45
50
telefoon
balie
e-mail
website
brief
39 procent. Een verklaring voor de stagnatie
van het gebruik van de digitale
kanalen en bescheiden groei van MijnOverheid
moet niet (volledig) gezocht
worden bij de bereidwilligheid en vaardigheden
van burgers. Een ruime meerderheid
beschouwt zichzelf als digivaardig
en acht op de tien burgers kunnen
en/of willen digitaal contact hebben met
de overheid in het kader van de levensgebeurtenis.
Voor 10 tot 15 procent zou
dat een probleem vormen. De verklaring
ligt eerder bij het ontoereikende digitale
aanbod of de (on)bekendheid van de
mogelijkheden die dat biedt.
׉	 7cassandra://kAhsfZDFL260ilEXnDrYyA6-cml76WfJQoA56zyfSiA`̵ Wg"V׉EDe Omgevingswet
Eenvoudiger, sneller en beter…
Dat begint met een goede
implementatie
Antea Group
www.anteagroup.nl
De Omgevingswet; één wet voor de gehele fysieke
leefomgeving. Diverse overheden zetten nu al de
stap naar de implementatie. Maar wat betekent dat
voor de organisatie en de medewerkers?
Een goede implementatie is essentieel om ook écht eenvoudiger,
sneller en beter te werken. Antea Group ondersteunt overheden
bij deze trajecten. Onze meerwaarde? Expertise van zowel
organisatie als inhoud. Maatwerk, waarbij wij de interne klokken
gelijk zetten in het gedachtegoed van de Omgevingswet.
Kijk op www.anteagroup.nl/omgevingswet
voor de implementatietrajecten waar wij
op dit moment al mee bezig zijn.
Wij staan in de startblokken… u ook?
׉	 7cassandra://NmYu3AWOxMS1YuApsnaesxaHZIArxGQz1sDcf7zXzW8`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://r79A55JNtyX5vPxG3a--xkb_FAYMTW2e07kwNqShFCU a` ׉	 7cassandra://XxqtNlsOx-42c-x1Gw-lR46CeaAfx8s0bo28KqzwOgI[I`S׉	 7cassandra://vnkM6e9JgiT5C7VCjHNmGDY6MAlSYch2Rwi1oYhTLKA`̵ ׉	 7cassandra://pfOCKU6yhI_lZvUVp8QnGGMo0nxM4T1TrLawljedm3sqH͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://BEQBy90Zwox8hUZiXo24tANrKvpM9jRSetW6eexm17c I`׉	 7cassandra://NGfrnOb1W21YqAIW0FPsoRgoWdmK5sGIJbawv9bLGpUh`S׉	 7cassandra://249u2pajDeREijh7VZkw54SKeduxevL2xuZl4cNmMS8e`̵ ׉	 7cassandra://Wc5OiX2yk_6M8_A5o7Z4FuZe--S4y8r2N-KRJB7_PIo eP͠Wg"V׉E
I NTE R VI EW
‘WE MOETEN NIET
VERBETEREN, MAAR
VERANDEREN’
ANNELICE KLUIN, DIRECTEUR VAN DE VERENIGING
DIRECTEUREN PUBLIEKSDIENSTEN, NEEMT AFSCHEID
Op 8 juni nam Annelice Kluin afscheid als directeur van de Vereniging Directeuren
Publieksdiensten (VDP) om op 1 juli met pensioen te gaan. Ze maakt
de balans op aan de hand van een aantal haar typerende kernwoorden. ‘In
de toekomst kunnen we de overheidsdienstverlening nóg veel persoonlijker
maken.’
Tekst: Miguel Boerboom, redacteur inGovernment
DIENSTVERLENING
‘VAN ZORGEN VOOR, NAAR ZORGEN DÁT’
‘Dienstverlenend zijn ligt heel dicht bij mezelf. Het moet ook in
je genen zitten om iets te willen betekenen voor iemand anders.
Voor mij is het daarbij belangrijk dat mensen daadwerkelijk krijgen
wat ze willen, maar ook dat ze de vaardigheden ontwikkelen
om het een volgende keer zelf te doen. Wat dat betreft is de
dienstverlening van de overheid ook veranderd. Waar voorheen
de nadruk lag op “zorgen voor” is dat nu veel meer “zorgen
dat”.
Als het gaat om de organisatie van de dienstverlening hebben
we, mede door programma’s als Overheidsloket 2000 en Antwoord©,
ook een beweging gezien van aanbodsturing (onze
producten in afzonderlijke balies) naar vraagsturing (wat wil de
burger en de vorming van één balie). Maar dat vraagt nog altijd
veel aandacht en de VDP richt zich daar ook nadrukkelijk op,
want het denken vanuit de bureaucratie is hardnekkig. In de
toekomst kunnen we de overheidsdienstverlening nóg veel persoonlijker
maken.’
MENSEN
‘PLEZIER HEBBEN IS DOORSLAGGEVEND’
‘We kunnen veel digitaliseren en standaardiseren, maar het zijn
uiteindelijk toch de mensen die het ‘m doen. In mijn werkzaamheden
voor de gemeenten Arnhem en Zoetermeer wilde ik het
concept van één balie vormgeven. Maar het gaat niet zozeer om
20
de concepten, het zijn mensen die het laten werken. In deze
opdrachten ging het om het afstappen van het technocratisch
aanbieden van je afzonderlijke diensten, naar het zien – ook letterlijk!
– van de behoeften van de klant. Als mensen zelf in verandering
komen, plezier hebben in hetgeen ze doen en ervaren
dat het veel leuker is om mensen echt te helpen, dan ontstaat er
energie. Ik heb in al die dertig jaar mijn enthousiasme over willen
brengen en veel energie gestoken in het enthousiasmeren
van mensen in het vernieuwende en veranderende vak. Ik heb
‘
NA
V
het zelf ook altijd belangrijk gevonden om met plezier te werken.
Als dat er niet meer was, bijvoorbeeld omdat het minder
pionieren was geworden of dingen zich gingen herhalen, stopte
ik. In mijn carrière heb ik dat meermaals gedaan. Bijvoorbeeld
in mijn begintijd als welzijnswerker. Het leverde soms onzekerheid
op voor de thuissituatie, maar het heeft me altijd weer
meer gebracht.’
׉	 7cassandra://vnkM6e9JgiT5C7VCjHNmGDY6MAlSYch2Rwi1oYhTLKA`̵ Wg"V׉EINNOVEREN
‘WE GAAN TE VEEL UIT VAN HET
BESTAANDE’
‘Nieuwsgierigheid, vraagtekens zetten, zoeken naar andere
wegen.’ Lachend: ‘Als huismoeder zocht ik al naar andere toepassingen
voor de wasknijper! We moeten ophouden om de
dienstverlening alleen maar te verbeteren, we moeten durven
veranderen. We gaan te veel uit van het bestaande. Ik hou ervan
om out of the box te denken en de vraag te stellen waarom we het
zo doen zoals we het doen. Vaak levert dat nieuwe paden op en
kom je tot innovatie. Binnen de VDP is dat echt onderdeel van
de werkwijze.
Daarbij past wel dat het niet alleen bij mooie verhalen en denken
moet blijven. Laten we het ook direct praktisch maken en
doen. Vooral de vraag naar de uitvoerbaarheid is voor mij van
groot belang. Anders dan in een gemeentelijke organisatie heb je
in de VDP geen last van bureaucratie en dat maakt het ook makkelijker
om vernieuwend te kunnen denken en doen. Dat maakt
onze vereniging, die niet eens zo groot is, wel erg krachtig.’
SAMENWERKEN
‘HET DRAAIT OM HET VERBINDEN VAN
MENSEN EN ORGANISATIES’
‘In onze wereld heb je een lange adem nodig en dat is eigenlijk
tegen mijn natuur in; ik ben echt een steenbok. Maar ik heb
geleerd er anders naar te kijken; je moet het veranderproces dat
je zelf hebt meegemaakt ook de ander gunnen en dat kost tijd.
Samenwerking is de rode draad in al mijn werk en dat doe je
vooral door te verbinden. Als directeur van de VDP verbind ik
natuurlijk naar buiten, naar andere organisaties. Maar ook naar
binnen, naar het bestuur die je betrekt en op de hoogte houdt;
naar de leden die ik allemaal persoonlijk wil leren kennen. Ik
wil weten wat in hun organisaties speelt, waar ze mee bezig
zijn. Dat maakt het namelijk mogelijk om mensen aan elkaar te
CV ANNELICE KLUIN
Als dochter van Indische ouders groeit Annelice Kluin in de
jaren ’50 en ’60 op in de regio Zwolle. Na het volgen van de
Sociale Academie had zij meerdere functies in het welzijnswerk.
Begin jaren ’90 stapte ze over naar een ‘nieuwe wereld’ die van
‘computer based training’ waar ze leiding gaf aan productieteams
en marketingmanager werd. In 1993 startte ze in de
gemeente Zwijndrecht als hoofd communicatie. In 1999 gaf ze
haar vaste baan op om programmamanager te worden bij de
gemeente Zoetermeer en daar de publieke dienstverlening te
reorganiseren tot een moderne, professionele en vraaggerichte
organisatie. Eind 2001 werd ze door de gemeente Arnhem
gevraagd als sectorhoofd publiekszaken. In die periode is zij
nauw betrokken bij het ontstaan van de Vereniging Directeuren
Publieksdiensten (VDP) waarvan ze in 2003 vicevoorzitter
wordt. Vanaf april 2009 wordt Annelice Kluin de eerste directeur
van de VDP. In de periode 2009-2015 was Kluin ook redacteur
van InGovernment.
Annelice Kluin: ‘De leden geven aan de VDP een warm bad te vinden.’
verbinden en zoals ik dat noem “bondjes te sluiten” die tot vernieuwing
leiden. Juist daar zijn we in de VDP heel goed in. We
zijn in de afgelopen jaren gegroeid van 35 naar 68 leden en binnenkort
verwelkomen we een waterschap, maar het verbinden
van mensen en organisaties is waar het om zal blijven gaan.’
‘
OP
N
LEIDING GEVEN
‘ IK WI L ANDEREN LATEN SCHITTEREN’
‘Mijn stijl is om anderen te laten schitteren: de vereniging, de
voorzitter, het bestuur, de leden. Dat is toch dat mensgerichte dat
in de genen zit en wat in mijn hele carrière erg belangrijk is
geweest. Als directeur stap ik niet zo vaak op het podium, het
gaat namelijk niet om Annelice Kluin. Maar op een of andere
manier is het Kluin-sausje wel herkenbaar. De leden geven vaak
aan de VDP een warm bad te vinden, waarin ze zich welkom en
vrij voelen om te halen en te brengen. En ook andere organisaties
werken graag met ons samen. Maar ondanks die stijl om anderen
in het licht te zetten, krijg ik de laatste weken vaak opmerkingen
in de trant van van: “Maar jij bént toch een beetje de VDP?” Dat
vind ik niet hoor, want je doet het altijd met elkaar!’
׉	 7cassandra://249u2pajDeREijh7VZkw54SKeduxevL2xuZl4cNmMS8e`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jp5m0RpudMrUhPmwUYR6xgi5zGFYLMdNEGCdFkae6sc ?`׉	 7cassandra://pqkx8XvQkgmuUTkgqcbln4D4uzX67U_lk8GzXF_hOjI^`S׉	 7cassandra://6aETFz1ZwMuI-1xLZyyMoDmJegd2XEahLdDKHX1O-LI`̵ ׉	 7cassandra://p-8qh-e69IJRHCSzyJbFGKNH-2gMtPfIRE4bf5hYFu0 X`͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://Tsjp8mSWLwIJ2QqND4v5s2qXjmzdzuC80Z5lFxaq8qo ` ׉	 7cassandra://-DmSjxwWEAxRFI9JdvcdhICgquvVal2aSkXjfa2phT8m`S׉	 7cassandra://o77FU1qDOQDB6KVyd1OBTnZtWrFj1hyYH6M055g-vjgu`̵ ׉	 7cassandra://cZIomMh2o0fTX0fcrTUgVTw_bxvhukpIny9AjfN1TvwD`͠Wg"V׉E
SPECIAL
Een kwestie van balanceren
Opdrachtgeverschap binnen de overheid
Ict-projecten bij de overheid liggen onder het vergrootglas. Er zijn tal van maatregelen
voor projectbeheersing die kunnen helpen bij het vergroten van de slaagkans. De specifi
eke context van de overheidsprojecten vraagt om met een aangepaste ‘bril’ naar deze
projecten te kijken en aanvullende of andersoortige maatregelen te treffen.
Tekst: Wijnand Heijnen en George Leih, principal adviseurs bij M&I/partners
D
22
e overheid heeft geen goede naam als het gaat om ictprojectmanagement.
De commissie-Elias concludeerde
eind 2014 al dat het sturingsinstrumentarium voor
ict-projecten bij de overheid niet toereikend was,
introduceerde basisregels en deed aanbevelingen voor onder
andere een betere projectbeheersing.
Vaak wordt het falen van ict-projecten gewijd aan de specifi eke
context waarin de overheid opereert. Of dat een volledige verklaring
biedt, is echter zeer de vraag. Uit onderzoeken in de
afgelopen jaren komt het beeld naar voren dat de kwaliteit van
de inrichting en uitvoering van het opdrachtgeverschap in
belangrijke mate het succes of falen bepaalt.
Projectdoelstellingen
Binnen de overheid spelen altijd meerdere belangen een rol.
Risico’s voor projecten ontstaan wanneer men te veel belangen
wil dienen en doelen te abstract formuleert. Een teveel aan
doelen maakt een project in feite doelloos. Bij het formuleren
van de doelstelling speelt mee dat ict-projecten in de overheid
vaak erg omvangrijk zijn. De kans dat zeer omvangrijke ict-projecten
mislukken is eenvoudigweg juist al vanwege die omvang
erg groot. Houd projectdoelen daarom eenvoudig en enkelvoudig.
Zorg voor een goede stakeholderanalyse en blijf gedurende
het gehele project alert op uitbreiding van de projectdoelen.
Niveau van opdrachtgeverschap
Het beleggen van het opdrachtgeverschap vindt normaal
gesproken plaats op het niveau van de directie De directie is
verantwoordelijk voor het verder vormgeven van het project en
de sturing hierop. In de praktijk echter is vaak sprake van het
‘door-delegeren’ van het opdrachtgeverschap naar een vakdirecteur
of afdelingshoofd.
In algemene zin is dit onwenselijk, vanuit de voor het welslagen
van projecten noodzakelijke geachte betrokkenheid van
het hogere management, maar ook om ervoor te zorgen dat
afstemming over het project en eventuele discussies over
prioriteitstelling telkens op het juiste niveau kunnen plaatsvinden.
Reële
argumenten om het anders te organiseren, zijn dat de
span of control van de directie de vereiste nauwe betrokkenheid
׉	 7cassandra://6aETFz1ZwMuI-1xLZyyMoDmJegd2XEahLdDKHX1O-LI`̵ Wg"V׉En
bij een project niet toelaat en dat een vakdirecteur of afdelingshoofd
hiertoe beter in staat zijn en beschikken over de
inhoudelijke kennis voor een betere invulling van het opdrachtgeverschap.
Zorg bij door-delegeren voor structureel en frequent
overleg met de opdrachtgever.
KRIJGT MEN UIT DE GANGBARE
‘STOPLICHT-OVERZICHTEN’ WEL
REALISTISCHE INFORMATIE?
Opdrachtgever versus eigenaar
Daar waar wetgeving en projecten worden uitgevoerd door bijvoorbeeld
ZBO’s, bestaat binnen en tussen organisaties onderscheid
tussen opdrachtgever en eigenaar. De eigenaar is met
name belast met de algemene, organisatorische vraagstukken;
de opdrachtgever met de taken die voortvloeien uit wetgeving
en de uitvoering van projecten. Daar waar eigenaar en
opdrachtgever binnen dezelfde organisatie werken, worden
deze rollen functioneel gescheiden.
In de afgelopen jaren heeft de overheid sterk ingezet op verdere
samenwerking voor onder meer shared services. Samenwerkingsverbanden
kunnen leiden tot extra complexiteit bij de invulling
van opdrachtgeverschap en governance. Het risico bestaat dat
de continuïteit en overall kwaliteit van de betreffende organisatie
voorrang krijgen boven het project waarop de opdrachtgever
stuurt. De afhankelijkheden in die organisatie wegen mee voor
het project en moeten deel uitmaken van overleg tussen
opdrachtgever-opdrachtnemer-eigenaar. Dit geldt met name
voor grote, risicovolle ict-projecten. Zorg bij deze projecten
daarom voor structurele en frequente afstemming in de driehoek
opdrachtgever-opdrachtnemer-eigenaar. Houd hierbij rekening
met de omvang, status en risicoprofi el van projecten.
Samenstelling stuurgroep
Een stuurgroep vertegenwoordigt normaliter drie projectbelangen:
opdrachtgever, senior supplier en senior user. Nu zijn er
nogal wat ict-projecten in de overheid waarbij het gebruik van
applicaties bij burgers, bedrijven of andere (lagere) overheden
ligt. In die projecten is het vormgeven van sturing namens een
senior user lastig te realiseren.
Vaak komt het erop neer dat een beleidsinhoudelijke afdeling
deze rol invult. Daarbij ontstaat echter het risico dat dit
samenvalt met het (al dan niet door-gedelegeerde) opdrachtgeverschap
bij dezelfde beleidsinhoudelijke afdeling. Zo wordt
het moeilijker specifi ek te sturen op het gebruikersperspectief
en potentieel ook de projectbeheersing namens de opdrachtgever.
Zorg voor betrokkenheid van de drie projectbelangen. In
situaties waarin bijvoorbeeld overlap ontstaat tussen senior
user en opdrachtgever, maak dit expliciet en pas functiescheiding
toe. In situaties waar geen directe senior user is, zorg
voor het betrekken van dit belang door middel van demonstraties,
presentaties en/of referentiegroepen.
Informatieverstrekking
Tot slot speelt informatieverstrekking een grote rol in het succesvol
managen van projecten. Krijgt men uit gangbare ‘stoplichten-overzichten’
wel realistische informatie? Een optimistische
inkleuring van voortgangsrapportages is algemeen
bekend, maar kunnen overheidsorganisaties ook wel voldoende
open zijn over tegenvallende resultaten? Is de cultuur voldoende
zakelijk om de dialoog tussen opdrachtgever, opdrachtnemer
en eigenaar scherp te kunnen voeren?
De inzet van (onafhankelijke) quality assurance kan bijdragen aan
de kwaliteit van de voortgangsinformatie en op belangrijke
go/no go-momenten specifi ek onderzoek doen naar de kwaliteit
van (tussen)resultaten. Quality assurance kan voor alle genoemde
aspecten een waardevolle rol vervullen. Zorg voor aanvullende
zekerheid bij informatieverstrekking over het ict-project en vul
dat bij go/no go-momenten aan met specifi eke onderzoeken.
Voor elk project dient een zakelijke rechtvaardiging te bestaan. In
een goede business case kan berekend worden of een investering
voor nieuwe (ict)middelen of vervanging ervan gerechtvaardigd
wordt. Zorg bij projecten met een maatschappelijke doelstelling
waarbij de meer fi nanciële baten moeilijk te becijferen zijn voor
een business case en bijbehorend batenmanagement op het
niveau van de maatschappelijke baten. Betrek in de business case
scenario’s en gebruik benchmarkgegevens voor ict-ontwikkeling.
Financiering
Een opdracht wordt, ook binnen de overheid, gegund op basis
van een offerte waarin een beschrijving van de projectresultaten
en een begroting wordt gegeven. De bijzonderheid is echter
binnen de overheid dat de rekening voor kostenoverschrijding
al snel terugkomt bij de opdrachtgever en daarmee het
fi nanciële risico voor de opdrachtnemer beperkt blijft.
Houd rekening met het gegeven dat de kosten gedeeltelijk
onzeker blijven. Voor de vraag of de kostenraming voldoende
realistisch is, kunnen onafhankelijke reviews op projectplan en
-begroting sterk bijdragen.
Software-ontwikkeling
Meer en meer wordt softwareontwikkeling gebaseerd op agile
modelling. Deze methodiek werkt vaak zo goed omdat de
opdrachtgever snel resultaat ziet van kort-cyclische ontwikkelfasen
en kan beoordelen of deze bijdragen aan de doelstellingen.
Zorg voor betrokkenheid van de opdrachtgever (ook bij
door-delegeren van het opdrachtgeverschap). Zorg daarnaast
voor demo’s/presentaties aan gebruikersgroepen (referentiegroepen).
Juist agile softwareontwikkeling leent zich erg goed
voor het geven van demo’s van tussenresultaten.
HOUD PROJECTDOELEN DAAROM
EENVOUDIG EN ENKELVOUDIG
׉	 7cassandra://o77FU1qDOQDB6KVyd1OBTnZtWrFj1hyYH6M055g-vjgu`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://W-pVdRnRNd1pCs7BrkmDl4U3NZN6rCIkspCYFupoP8k `׉	 7cassandra://oAvskPw1OP5Ta_ErnMiEdSXSLr4_qK9WVLw29tx-ZGA\0`S׉	 7cassandra://PGPaGsvK1guz7h-x2JWZ9B9V4m7DL25dIwMjMk5h7wk`̵ ׉	 7cassandra://gU0wbELWsO0w0hLTjaXikqPvxWikbUF7al0prc0ejhg͉]h͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://kY7JuUilMI2gQ3Bs12LfI-M8RBgQNWXLPPU2JlALCng `׉	 7cassandra://0RlPCEkhPWJwrvTfHJroo9XOqcC5a9R5V0YqbIPi7wga`S׉	 7cassandra://tOL4Wc9apFQuwSTQ0WGNjbnGWj2Wet9c_KMu9F6uuX0v`̵ ׉	 7cassandra://KqpxCgY0tZHNE5eS5g7RHa9jiLCNoYVOQ20RgfThPZk Td͠Wg"VנWg"Vf #1
9ׁHhttp://Bol.comׁׁЈנWg"Ve c49ׁHhttp://Bol.comׁׁЈנWg"Vd cpV9ׁHhttp://BOL.COMׁׁЈ׉EB E R ICHTE N B OX
BRABANT GAAT
MASSAAL DIGITAAL
HOE PROVINCIE DE E-MAIL OM ZEEP HELPT
Bij online dienstverlening moeten overheid en bedrijfsleven elkaar versterken,
zo is de gedachte van het landelijke programma Massaal Digitaal. Noord-Brabant
ging de uitdaging aan om het gebruik van de Berichtenbox voor Bedrijven
te stimuleren. inGovernment in gesprek met Paul Hogenhuis en Maarten
Post, samen vormen zij het projectteam Berichtenbox.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Beeld: Shutterstock
S
inds 2009 is de Berichtenbox
voor Bedrijven bij de provincie
Noord-Brabant in gebruik. De
box ondersteunt veilige communicatie
tussen bedrijven en Brabantse
gemeenten en de provincie. Het is een
instrument om de transitie van papier
naar digitaal te maken. GemeentebegroBOL.COM
ALS VOORBEELD
De tips van Massaal Digitaal zijn eenvoudig
te snappen en daardoor direct
bruikbaar voor alle overheden. In plaats
van een eigen strategie te formuleren
omarm je een werkende strategie van
Bol.com. Dit is een minder ambtelijke
benadering met resultaatgerichte
teams die sterk focussen op toepassing
en verbetering op korte termijn. Vanuit
de gedachte dat als de klant aangeeft
dat iets een verbetering is, dat de waarheid
is. Dus geen grote vergezichten,
maar kleine hoera-momenten. Bol.com
werkt zelf met drie websites waarop
meerdere teams op basis van clickgedrag
continue verbeteringen doorvoeren
en monitoren welk effect dat heeft. Verbeteringen
die werken gaan direct in
productie.
24
tingen en ruimtelijke plannen worden nu
digitaal aangeleverd in plaats van toegezonden
als printje dat wordt gescand en
daarna weggegooid.
Paul Hogenhuis: ’We doen mee met Massaal
Digitaal om behalve gemeenten ook
andere partijen zoals bedrijven te laten
werken met onze berichtenbox. De functie
is beschikbaar, maar het gebruik kan
worden versterkt. Door mee te doen hebben
wij meer zicht gekregen op manieren
om anderen te mobiliseren. Vroeger richten
wij ons vooral op bestaande gebruikers.
Door in gesprek te gaan met nietgebruikers
krijgen we nieuwe inzichten.’
MOTIEVEN
Massaal Digitaal hanteert een eenvoudige
vierdeling van motieven waarom
bedrijven wel of niet meedoen aan online
diensten: weten, willen, kunnen en moeten.
Op basis hiervan is Noord-Brabant
systematischer gaan kijken naar de
manier waarop de provincie andere
bedrijven en diensten kan stimuleren tot
gebruik van de berichtenbox.
Maarten Post: ’Uit onderzoek bleek dat
rond de 70 procent van de bedrijven simpelweg
niet weet wat de Berichtenbox is
en kan. Ook binnen de provinciale organisatie
bleek er onvoldoende bekendheid.
Bij de uitvoering van dienstverlening
verliepen vergelijkbare processen binnen
verschillende teams op andere manieren.
Dat is weinig consistent en hangt samen
met niet weten of niet willen.’
MOBILISEREN
Om de bekendheid met de berichtenbox
binnen de provinciale organisatie te vergroten,
worden nu kleinschalige presentaties
en instructies verzorgd. De vroegere
generieke aanpak waarbij algemene
memo’s werden verstuurd was te ongericht.
Er bleek meer voor nodig om mensen
te mobiliseren.
Paul Hogenhuis:’ We hanteren nu een
ketenaanpak waarbij we iedereen meenemen
in ons verhaal en de deelnemers zelf
laten ervaren hoe het werkt. Dit vergt
meer inspanning maar is veel effectiever.
Als je naast een medewerker gaat zitten,
kun je direct alle hoe-vragen beantwoorden
en voorkom je dat iemand vroegtijdig
afhaakt vanwege eenvoudig weg te
nemen bezwaren of onduidelijkheden.
Door een proces samen te analyseren vergroot
je bovendien je eigen inzicht in de
werking van een dienst, terwijl je direct
tips en aanbevelingen krijgt voor verbetering
en aanpassing van de berichtenbox.
Het mes snijdt aan twee kanten.’
׉	 7cassandra://PGPaGsvK1guz7h-x2JWZ9B9V4m7DL25dIwMjMk5h7wk`̵ Wg"V׉EVERPLICHT
Behalve gerichte instructie en ondersteuning
zijn soms ook steviger middelen
nodig om medewerkers en bedrijven
erbij te betrekken. Maarten Post: ’Ondernemers
zeggen vaak: maak die berichtenbox
maar verplicht, dan is het direct duidelijk.
Maar als een individuele medewerker
binnen de provincie die richtlijn
al dan niet opzettelijk onderuit haalt door
te communiceren via reguliere e-mail,
dan gaat het alsnog mis. Er is bij medewerkers
en bedrijven nog veel onwetendheid
over de onveiligheid van e-mail. Je
moet het belang van die veiligheid blijven
uitleggen, anders begrijpt men niet
welk doel de berichtenbox dient. Het is
een kwestie van en-en. We moeten ook
het e-mailreglement aanpassen om die
achterdeur dicht te zetten. Zakelijke
ongehoorzaamheid vraagt om disciplinaire
maatregelen, net zoals we dat nu al
toepassen bij incorrect privé-gebruik van
zakelijke e-mail. Een rijksbrede norm zou
kunnen helpen.’
GERICHT AANSPREKEN
In 2013 is onderzocht of alle Brabantse
gemeenten zijn aangesloten op de berichtenbox.
Een fictief filmbedrijf heeft toen
bij alle gemeenten een aanvraag ingediend.
Slechts 46 procent reageerde via de
berichtenbox. Paul Hogenhuis: ‘Dat is
veel te weinig en voor ons het startpunt
om het gebruik bij gemeenten verder te
‘
V
mobiliseren en met succes! Inmiddels
komen alle berichten bij Brabantse
gemeenten via de box echt aan. En recent
reageerde ruim 90 procent
op een enquête-verzoek
dat we hebben
verstuurd via de
berichtenbox.
PROCESSEN
Maarten
Post: ’We combineren nu veel
sterker een interne met een externe focus.
Binnen onze nieuwe ketenaanpak werken
we samen met de klant en doorlopen
we samen het proces terwijl we op een
formulier alle feedback direct invullen.
Door de berichtenbox vanuit het programma
Economie centraal te stellen,
hebben we dit initiatief organisatiebreed
gepositioneerd in plaats van als een
afdelingsspeeltje. Daarbij hebben we wel
ingezet op de procesinrichting in plaats
van op een productbenadering. Dat betekent
ook dat we de procesoptimalisatie
bij digitalisering van dienstverlening in
de gaten moeten houden. Als binnen de
organisatie de formulieren worden geactualiseerd,
bijvoorbeeld van papier naar
slim digitaal, moet direct ook de positie
van de berichtenbox hierin worden
bepaald.’
Post en Hogenhuis concluderen dat meedoen
aan Massaal Digitaal tot een andere
aanpak heeft geleid die beter aansluit bij
hun doelstellingen. Hogenhuis: ‘Als je de
aanpak te groot maakt, wordt het proces
te bureaucratisch. Juist door het klein te
houden, hebben we binnen het reguliere
beheerproces meters gemaakt. Onze tip?
Onderdruk de neiging om zaken omhoog
te managen voor besluitvorming, dat vertraagt
te veel. Kies voor een marketingaanpak
van verleiden en overtuigen, en
series van kleine, snelle stappen vooruit.’
Wat niet heeft geholpen is de overdracht
van provinciale taken aan drie omgevingsdiensten
die elk hun eigen proces
afzonderlijk inrichten. Gevolg was dat de
berichtenbox niet actief werd gebruikt.
Een generieke aanpak hierbij werkte niet,
vandaar dat we hen persoonlijk zijn gaan
aanspreken en ondersteunen. Bovendien
hebben we bedrijven die de berichtenbox
al wel gebruiken ingezet als ambassadeur
om van buitenaf druk te zetten op deze
organisaties en dat heeft geholpen.’
׉	 7cassandra://tOL4Wc9apFQuwSTQ0WGNjbnGWj2Wet9c_KMu9F6uuX0v`̵ Wg"V Wg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://BJhyORXAcLHxKllq5JQYZhOcn38kFMy-FCN7PnngmDs _`׉	 7cassandra://M6i-8Q2bSKmWF-bSTfNRFkxt5y_fqj0Y9yrhQITRL1EI`S׉	 7cassandra://PORaQkzYx5a9KwW_DfXFd6kWRE8212m1ioWq4TZeD6sK`̵ ׉	 7cassandra://k1FkEu7QHgCRV9XF_aq-Rpt0_OM1_svIEpqFWGQfnx4 9wX͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://4WWg1ASiUN8HPNgEitv1dI3AetwJZSIgovdaKPwuD-s #` ׉	 7cassandra://_wzfXHbO9T90kyLJXoNcidqRXBXJO6czPrwiJ0m-7cY\`S׉	 7cassandra://-36vMEJdamVlt_EzwNTpgO3ba5IFdBub_7xgSRNTXPA`̵ ׉	 7cassandra://W6XnkQ2xZEL6SmUANvjASaeBOKH0PUwQowwfMEUKXO4dc\͠Wg"VנWg"Vc ^qA9ׁHhttp://Internet.nlׁׁЈ׉EDIGITALE DI E NST VE R LE N I NG
E-MAIL GEMEENTEN
SLECHT BEVEILIGD
VERPLICHTE STANDAARDEN VRIJWEL NERGENS TOEGEPAST
E-mail is het voorkeurskanaal van veel burgers, zo blijkt uit het onderzoek
naar digitale dienstverlening elders in dit blad. Maar vrijwel geen gemeente
voldoet aan de verplichte beveiligingsstandaarden voor e-mail. Criminelen
hebben met hun phishing mails vrij spel. Terwijl de beveiliging eenvoudig is te
regelen.
Tekst: Sjoerd Hardholt, redacteur Binnenlands Bestuur
Beeld: Shutterstock
26
׉	 7cassandra://PORaQkzYx5a9KwW_DfXFd6kWRE8212m1ioWq4TZeD6sK`̵ Wg"V׉EU
it een door Binnenlands
Bestuur uitgevoerde steekproef
met e-maildomeinen
van vijftig verschillende
gemeenten blijken slechts drie van hen
aan de moderne standaarden voor veilige
e-mail te voldoen: Den Haag, ‘s-Hertogenbosch
en Woerden. Grote gemeenten
als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht
lukt dat niet.
Internet Society Nederland spreekt van
een ‘probleem’ en ‘een slechte zaak’. De
landelijke vereniging van internetprofessionals
stelt dat iedere organisatie met
een publieke taak in Nederland al lang
had kunnen en moeten voldoen aan de
minimale standaarden.
Door het niet toepassen van de standaarden
blijft het mogelijk om phishing mail te
versturen vanuit en naar de gemeenten
en zo argeloze ontvangers een bijlage of
link met malware te bezorgen. Er is geen
grote technische kennis vereist voor het
versturen van deze e-mails. Via Emkei’s
Fake Mailer, een eenvoudig programma
om e-mailadressen te vervalsen en te versturen,
kun je in een handomdraai een
e-mail met verzonnen naam en e-mailadres
in vrijwel alle gemeentelijke mailboxen
bezorgen. Criminelen kunnen dus
phishing mail zonder veel moeite goed
laten aankomen in de gemeentelijke
e-mailbox.
ABOUTALEB
Bovendien is het mogelijk om het
gemeentelijke e-maildomein te gebruiken,
waardoor iedereen zich voor kan
doen als vertegenwoordiger van de
gemeente. Eveneens met Emkei’s Fake
Mailer lukte om e-mails rond te sturen
met de naam en het e-mailadres
van Rotterdams burgemeester Ahmed
Aboutaleb.
Uit de steekproef blijkt ook dat bij vijfendertig
van de vijftig onderzochte
gemeenten het gemeentelijk e-mailadres
eenvoudig kan worden omgeleid naar
een ander adres. Zo kunnen e-mails van
en naar gemeenten bij kwaadwillende
personen terechtkomen. Voor webmail
bestaat er zelfs een grotere dreiging. Een
ambtenaar die weleens via wifi in de
trein zijn webmail checkt, is zonder adequate
beveiliging niet in staat om een
nepversie daarvan te onderscheiden. Als
gebruikersnaam en wachtwoord eenmaal
bekend zijn, heeft een aanvaller de volledige
beschikking over de mailaccount.
DOOR HET IJS
Bij de drie internetstandaarden DKIM,
SPF en DMARC die gelden voor het
terugdringen van phishing, spam en
virussen, zakten zevenenveertig van de
vijftig gemeenten bij de test door het ijs:
zij gebruiken deze niet. De drie standaarden
worden meestal gezamenlijk ingezet
om te controleren of afzender (e-mailadres)
en verzender (computersysteem)
van een e-mail bericht inderdaad klopH
GEME
pen,
en of de inhoud van het bericht
onderweg niet is veranderd. Ontvangers
kunnen zonder deze standaarden niet
controleren of een e-mail wel echt van het
gemeentelijke e-maildomein komt, waardoor
iemand zich bij ontvangers als een
ambtenaar of zelfs burgemeester van een
gemeente kan voordoen.
Ook een beveiligde gegevensuitwisseling
is voor een flink aantal gemeenten een
probleem, omdat er geen START-TLSstandaard
wordt aangehouden. Van de
vijftig geteste gemeenten zijn er om die
reden veertien die geen beveiligde verbinding
kunnen opbouwen. Hierdoor is
de communicatie per e-mail niet volledig
afgeschermd voor onbevoegden.
BLOKKEREN
Michiel Leenaars, directeur van Internet
Society Nederland, stelt dat gemeenten
door de juiste internetstandaarden te
hanteren de phishing mails allang hadBEHOORLIJK
LAKS
Leenaars zegt dat veel overheidsorganisaties
behoorlijk laks zijn als het op informatiebeveiliging
aankomt. ‘Ook als ze er
op worden gewezen door externe beveiligingsexperts
en organisaties als NCSC en
het Forum Standaardisatie. Die laksheid
wordt tot nu toe bestuurlijk niet afgestraft,
maar gaat wel ten koste van privacy
en veiligheid van burgers. En het
kan ook flinke economische schade voor
ondernemingen tot gevolg hebben.’
Volgens Leenaars zou elke organisatie
met een publieke taak in Nederland moeten
voldoen aan de standaarden die
Internet.nl test. Hij vindt het ‘gênant’ dat
op Den Haag na ook de grootste gemeenten
zakken voor de test. De beveiliging
van e-mail is volgens hem eenvoudig te
regelen. ‘Als het de gemeenten Heerlen,
Simpelveld, Nuth en De Friese Meren
lukt om er doorheen te komen, dan ligt
de lat echt niet te hoog.’
NANT
den kunnen blokkeren. ‘Zonder deze
standaarden kan iedereen zonder problemen
een niet van echt te onderscheiden
e-mail sturen namens een willekeurige
ambtenaar.’
Het probleem is volgens hem vooral dat
phishing wordt gebruikt als opstapje
voor grotere en complexere aanvallen.
Leenaars: ‘Zo werd er recent een OostEuropese
crimineel opgepakt die tientallen
miljoen verdiende met voorkennis
dankzij het onderscheppen van nieuwsberichten.’
Leenaars
illustreert wat er mis kan gaan.
‘Een Amsterdammer die vanaf zijn thuiscomputer
via e-mail persoonlijke informatie
uitwisselt met de gemeente, weet
niet zeker welke buitenstaanders zijn
e-mail allemaal onder ogen hebben
gehad.’
׉	 7cassandra://-36vMEJdamVlt_EzwNTpgO3ba5IFdBub_7xgSRNTXPA`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vO_idRC80RkvVa2mv2I15r-6g4-aTB2WnGst3yYtiiU U `׉	 7cassandra://0AQ6T6Nonw0Gj_mPfZqRh-fGvFksJqVVbjcuYL3LucgZG`S׉	 7cassandra://8jVTGUMn-0QCLC5kNbu4Kz6-kI_st-wU2GaiQlDviJU`̵ ׉	 7cassandra://fkOp0g8arb5SlXC4kCekW-awnaqzdE-PC1Xt6Kqj2nEͧ`͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://cBOqTOAy7zGYNYbx9Dh293LQVq0ETHvfD_BM7H5tsRg `G`׉	 7cassandra://jZ4fBYHcLEbmDY-yVOGKyZkE4bZeXacOryOy3n_ijC0_ `S׉	 7cassandra://fd53rppVtnKI3-lEWLT-0bc1ZTbq9zsO0kBB5vWjTvw`̵ ׉	 7cassandra://SnNIvdCqoCIFq4rCuzy4urXv7PELTXZ6Do-WAtN07-I  ̤͠Wg"VנWg"Vg )̣
9ׁHhttp://www.erasmusacademie.nlׁׁЈ׉ESPECIAL
Op zoek naar de nieuwe
informatiemanager
Digitale ambities stellen hogere eisen
Maakt de overheid de ambitie waar om vanaf 2017 alle communicatie digitaal af te handelen?
Deze doelstelling stelt informatiemanagers voor grote problemen. Hoe houden ze
het hoofd koel te midden van datalekken, gebrekkige beveiliging en systemen die niet
functioneren omdat werkprocessen niet goed zijn beschreven? Kennis van ict alleen is
onvoldoende om de uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.
Tekst: Ad Hofstede, directeur Erasmus Academie
Beeld: Shutterstock
W
anneer is een ict-implementatie een succes? Het
meest simpele antwoord is als het systeem
werkt. De werkelijkheid is echter anders. Door
aanvullende eisen vanuit de overheid of gebruikersgroepen
neemt de complexiteit van ict-systemen alleen
maar toe. En dus kans de kans op fouten en mislukkingen.
De informatiemanager (maar ook DIV-adviseur en de adviseur
informatievoorziening) loopt hier dagelijks tegenaan. Werkt
het document- en archiefsysteem? Is er afdoende bescherming
tegen cybercrimes en datalekken? Zijn burgers wel genoeg digitaal
onderlegd voor een online systeem? Lopen werkprocessen
en Ict synchroon?
Aan hem of haar de taak om een organisatie met nieuwe en
bestaande ict-systemen digitaal in balans te krijgen en te houden.
De informatiemanager is het ‘brein’ van de digitale organisatie.
Iemand die mens, machine (ict) en organisatie in lijn
moet zien te krijgen.
Ambitieuze doelstelling
Dat geldt vooral voor het programma ‘Digitaal 2017’. Een ambitieuze
doelstelling om al volgend jaar alle communicatie tussen
burger, bedrijven en bestuur digitaal mogelijk te maken.
Dus ’s avonds na het werk makkelijk en snel vanaf de bank die
gewenste parkeervergunning voor je nieuwe auto aanvragen
of een terrasvergunning voor je café. Het vergt nogal wat
inspanning van ict-professionals om dat ook goed voor elkaar
te krijgen.
Wil de informatiemanager een organisatie digitaal in balans
krijgen, dan is kennis van alleen ict niet langer afdoende.
De nieuwe generatie informatiemanagers of DIV-adviseurs is
28
Voor een succesvolle digitale organisatie is het essentieel om
de leidinggevende te overtuigen van het belang van een evenwichtige
ontwikkeling en uitvoering van ict-systemen.
Organisatiegevoeligheid benutten
Het is belangrijk om voldoende sensibiliteit te hebben voor
organisatorische processen en mensen. In organisaties kent
iedere discipline naast specifi eke kennis een eigen taal en
cultuur die het voor andere disciplines lastig maken de ander
te begrijpen. Die werelden moet je met elkaar in
ook een organisatieadviseur, mediator en strateeg en heeft
bovendien leiderschapskwaliteiten. Wat moet de nieuwe informatiemanager
allemaal kunnen?
Analytisch zijn
Het doel van een verandering moet duidelijk zijn en concreet
worden bepaald. Daarvoor is het nodig zowel de huidige situatie
(het vertrekpunt) te analyseren, te weten wat de beschikbare
middelen (resources) zijn en wat de mogelijke belemmeringen.
KENNIS
VAN ICT ALLEEN IS
NIET LANGER AFDOENDE
׉	 7cassandra://8jVTGUMn-0QCLC5kNbu4Kz6-kI_st-wU2GaiQlDviJU`̵ Wg"V׉E2overeenstemming kunnen brengen en waar mogelijk de Babylonische
spraakverwarring rond ict-projecten reduceren.
VOORAF IS HET VRIJWEL ONMOGELIJK
ALLE EISEN AAN ICT-SYSTEMEN
NAUWKEURIG TE BEPALEN
Beschikken over ‘multiple knowledge’
Het is essentieel om realistisch te kunnen beoordelen hoe de
afstemming (balans) van de vier dimensies: mens, taak, organisatie
en ict vormgegeven kan worden. Daarbij hoort ook de
bekwaamheid om de mogelijkheden en onmogelijkheden van
ict te kunnen beoordelen, kennis te hebben van de algemene
menselijke beperkingen, complexiteit te herkennen en zoveel
mogelijk mechanismen in te zetten om de complexiteit te
reduceren en beheersbaar te maken.
Verbindend leiderschap tonen
Wie grote ict-projecten begeleidt, moet mensen met meer en
minder technische vaardigheden en kennis met elkaar kunnen
verbinden, maar ook opdrachtgever en opdrachtnemers.
Samenwerken is de sleutel, omdat het vooraf vrijwel onmogelijk
is alle eisen aan ict-systemen nauwkeurig te bepalen en
bovendien de ontwikkeling van deze systemen als elk veranderingstraject
een leerproces is.
Wat instituties vandaag en in de toekomst nodig hebben zijn
‘nieuwe’ informatiemanagers. Professionals met leiderschapscapaciteiten,
die in staat zijn om voor balans te zorgen tussen ict
en organisatie van werkprocessen, tussen wat mensen willen en
kunnen. Organisatorische bewustwording en verandering maken
onderdeel uit van het takenpakket van deze ‘nieuwe’ informatiemanagers.
Waarde creëren voor gebruikers, daar gaat het om.
TIJD VOOR VERDIEPING
Meer weten? www.erasmusacademie.nl
׉	 7cassandra://fd53rppVtnKI3-lEWLT-0bc1ZTbq9zsO0kBB5vWjTvw`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Rsh7glPmfBdBn-Wmwgntp1SghaKzN5zBM7WU3W07XV4 `׉	 7cassandra://Lj9iFwoeZw-ypMJ0gMxhhcEbwIWp3DtrXF4u2JvplSQ\w`S׉	 7cassandra://XSgr6OzQ5WUMv7xXlZ4FGokYx2G5cHwEnz1_TDj-c5Q`̵ ׉	 7cassandra://staAZuTdTGFfHO8RYdEH5znUogJGDzw2uU4Rrr25zEM}JP͠Wg"V	ט  {u׉׉	 7cassandra://j-eLwaOQOC8oOzXwdhLSTaFDuHZmyfnndQrCOcMU79s cX`׉	 7cassandra://Rjl_5TFT51enPjB6Syn0NYwF4oanZUkIwEySubK5WXEK`S׉	 7cassandra://NwbOd3fr0yKDhKNRnWzZp1ftXhK2L1j3OMXcFmPjsc0`̵ ׉	 7cassandra://AW5gQ4YyoogxRI_MCnvOvqQO6jdEep8bSpg1-jBaMdI 9@̄͠Wg"V
נWg"Vr ^p9ׁHhttp://global-work-talk.euׁׁЈנWg"Vq ̄9ׁHhttp://www.vonkenendoen.nlׁׁЈנWg"Vp ہ̠9ׁHhttp://tinyurl.com/jxd8wn4ׁׁЈנWg"Vo m9ׁHhttp://oobrien.comׁׁЈ׉ETA ALVA AR DIGH E I D
WOORDEN DIE WERKEN
TAAL VAN NU ESSENTIEEL BIJ DIGITALE DIENSTVERLENING
Het digitaliseren van dienstverlening is bedoeld om burgers beter en efficiënter
te bedienen. Maar als de gehanteerde taal niet aansluit bij de taalvaardigheid
van de gebruikers, leidt dit makkelijk tot misverstanden of wordt de
dienstverlening terzijde geschoven. Hoe kun je ervoor zorgen dat de taal wél
werkt?
Tekst: Jeannette Paul, ondernemend professsional arbeid en gezondheid, en Frank Burggraaff,
programmamanager bij de Inspectie Leefomgeving en Transport
H
et lees-, kijk- en zoekgedrag
van mensen verandert. We
herkennen daarin twee
trends. Ten eerste de onstuitbare
opmars van beeldtaal en twitterteksten.
We raken gewend aan veel beeld
met korte teksten en het gebruik van
filmpjes. De website van de politie
(www.politie.nl) speelt hier goed op in en
won dan ook de publieksprijs voor de
beste website van het afgelopen jaar.
Een tweede belangrijke trend is de stijging
van het aantal mensen met een lage
Nederlandse taalvaardigheid. Op dit
moment heeft één op iedere negen burgers
moeite met lezen en schrijven (laaggeletterd).
Daarnaast beheerst een groeiend
aantal burgers een andere taal dan
het Nederlands. De taal van nu vraagt
om de juiste tekst en effectieve beeldtaal.
Hoe kan de overheid daar beter op inspelen?
METROSTATION
Wat
is de eerste en tweede taal van de
doelgroep? In Londen is per metrostation
(lees: per wijk) door Oliver O’Brien in
kaart gebracht welke eerste en tweede
taal wordt gesproken. Deze Tube Tongues
kun je bekijken op internet (zie verwijzingen
rechtsonder). Dat overzicht leidt tot
het besef dat ook wij in Nederland niet
een homogene doelgroep hebben die allemaal
dezelfde taal spreekt. Wat weten we
eigenlijk van de voertalen in de doelgroep
en hoe speel je als overheid hierop
in?
We zien een groot aanbod aan digitale
KEN HET TAALPROFIEL VAN J E DOELGROEP
Nederland heeft twee systemen om het niveau van taalvaardigheid aan te geven: het
Europees referentie kader (ERK) dat onderscheid maakt in beginnende gebruikers
(A1,A2), onafhankelijke gebruikers (B1, B2) en ervaren gebruikers (C1,C2) en de referentieniveaus
taal van Meijerink (1F, 2F, 3F en 4F).
Als het gaat om lezen en schrijven dan heeft landelijk gezien 10 procent van de Nederlanders
taalniveau A1/A2, 72 procent niveau B1/B2 en 18 procent niveau C1/C2. Over
het percentage laaggeletterden zijn meerdere cijfers in omloop. De Stichting Lezen &
Schrijven spreekt over 12 procent laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar. De Algemene
Rekenkamer komt op bijna 25 procent laaggeletterden (16 jaar en ouder).
Er zijn ook specifieke cijfers per gemeente en provincie beschikbaar in het rapport
‘Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland’ op http://tinyurl.com/gus3z22
30
dienstverlening in het Nederlands. Soms
in het Engels en bij hoge uitzondering in
een andere taal. Goede voorbeelden zien
we bij de Inspectie SZW met informatie
in zeventien talen en de gemeente
Amstelveen met een welkomstfolder in
het Japans.
VIJF TAALVAARDIGHEDEN
Digitale dienstverlening kan een beroep
doen op elk van de vijf taalvaardigheden:
lezen (informatie zoeken), schrijven (formulieren
invullen, e-mail schrijven,
online chat), verstaan (een tekstfragment
beluisteren) en spreken/een gesprek voeren
(Skype).
Het is belangrijk om rekening te houden
met het niveau waarop gebruikers deze
vaardigheden beheersen. Veel laaggeletterden
hebben moeite met lezen en schrijven,
maar kunnen prima een gesprek
voeren. Een anderstalige is misschien
geletterd en hoogopgeleid, maar toch niet
in staat om een Nederlandse voice-over
te verstaan.
Hoe check je of het taalgebruik binnen de
digitale dienstverlening past bij de doelgroep?
Natuurlijk heeft u uw testpanel.
Zijn daar voldoende laaggeletterden en
anderstaligen bij om representatief te zijn
voor uw gebruikersgroep? Experimenteer
eens met een nieuw testpanel op dit
specifieke aandachtspunt. Dienstverlening
die werkt voor mensen met een lage
׉	 7cassandra://XSgr6OzQ5WUMv7xXlZ4FGokYx2G5cHwEnz1_TDj-c5Q`̵ Wg"V׉E.N
taalvaardigheid werkt ook voor taalvaardige
mensen. Ook zij waarderen klare taal.
CONCRETE TEST
Een eenvoudige eerste screening is een
concrete test van de huidige dienstverlening.
Vraag gebruikers om het antwoord
op een specifi eke vraag op te zoeken en
een dienst af te nemen. Bijvoorbeeld: heb
je een vergunning nodig voor het plaatsen
van een betonnen schuur van drie
meter hoog? En: maak een afspraak voor
het aanvragen van een nieuw paspoort.
O
W
In individuele Thinking Aloud-sessies
wordt helder waar mensen vastlopen en
of dit aan het taalgebruik ligt. Betrek
hierbij ook de werking van de voorleesstaat
toch duidelijk op de website?
Naast het klantvriendelijk en effi ciënt
afhandelen van de vraag is het cruciaal om
de achterliggende oorzaken van deze sigen
vertaalvoorzieningen die op veel websites
beschikbaar zijn.
Ook zijn op internet diverse tools beschikbaar
om de toegankelijkheid en duidelijkheid
van het taalgebruik te checken.
Sta bij problemen in de digitale dienstverlening
eens stil bij de vraag: is het de
taal? Waarom komt iemand met een eenvoudige
vraag naar de balie? Hoe kan het
dat er zo veel wordt gebeld over één
bepaald onderwerp, terwijl andere thema’s
minstens zo complex zijn? Hoe vaak
denkt u tijdens een telefoongesprek: dat
nalen te achterhalen. Dan leer je als organisatie
en verbeter je je dienstverlening. In
deze veranderende wereld is aandacht
voor de taal van nu een continu proces.
EERSTE STAP
Veel organisaties zijn bezig met een project
Klare Taal om teksten te verbeteren.
Dat is een eerste stap. De taal van nu
vraagt om een goed evenwicht tussen
tekst, beeld en audio en hiermee om vakmanschap
bij uiteenlopende disciplines:
tekstschrijvers, grafi sche vormgevers en
multimediaspecialisten. De sleutel is
samenwerking tussen dit team van
makers en de gebruikers.
Meer weten?
De Tube Tongues van Oliver O’Brien zĳ n te
bekĳ ken op http://oobrien.com
Een tool om leesniveaus te meten is te vinden
op http://tinyurl.com/jxd8wn4
Meer over de kansen en risico’s van taal is te
vinden op www.vonkenendoen.nl en www.
global-work-talk.eu
׉	 7cassandra://NwbOd3fr0yKDhKNRnWzZp1ftXhK2L1j3OMXcFmPjsc0`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ficjUk_fzDsi1CeerJ2DvtqPLKgQsoKAzJadn_CvOIU O\` ׉	 7cassandra://PhSj_2W2X_cayoIRAvxMd2o4Er40SHZvQRiwnKX-e-U[`S׉	 7cassandra://1ERA-tXqEUTWHCQAIuAZoDpgStrA8sBlhGuQEkLP0AU`̵ ׉	 7cassandra://zNQsY22YA1qdkTb9xorj4kte9lK6Rz7Bn_oz4-JaEiwx^`͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://Nkh1coGQTLAHaIdeGCb6QdnRQwJYVPpeuQOP1NZh-nA C`׉	 7cassandra://pzhLg90QiDPq4Gln77u2YKnJrLKd-lgrbtmqJg3uG3Eu`S׉	 7cassandra://vfFbLdx0FGw-4gOQbZnGfhVDXhf2LJ-iCEZ6xjA0txc%K`̵ ׉	 7cassandra://r05Bn9MYmK-X6huVCSIoyaTgvNTIVEXRRacfBTB46ts $̜͠Wg"V׉E'SE R VICE PU NTE N
VAN BOEKENBANK TOT
DE NIEUWE FUNCTIE VAN DE BIBLIOTHEEK
Voorbij de tijd dat bibliotheken vanwege gestaag dalende aantallen uitleningen
werden opgeheven. Nu veel gemeenten moeten snijden in hun dienstverlening,
biedt de bibliotheek een laagdrempelig alternatief. ‘Gemeenten kunnen
nog veel beter gebruikmaken van de daar aanwezige kennis en kunde.’
Tekst: Martin Hendriksma, journalist
Beeld: Shutterstck
T
N
M
trok een streep door het plan. ‘Mensen
komen niet meer alleen om boeken te
lenen’, zei hij tegen NRC Handelsblad.
‘Het is meer en meer een ontmoetingsplek
geworden en een plek waar mensen
op allerlei manieren informatie tot zich
nemen, digitaal en op papier.’ Behalve
negen volwaardige vestigingen krijgt de
Rotterdamse bibliotheek straks vijftien
zogenaamde ‘servicepunten’. Niet zozeer
het boek staat hier centraal, maar de
behoefte van de buurt. In wijken met veel
laaggeletterden en een heersend gebrek
aan computervaardigheid worden door
32
ONTLEZING
De bibliotheek loopt als een rode draad
door Varkevissers leven. Als middelbare
scholier leende hij er zijn favoriete thrillers
en natuur-wetenschappelijke boeken.
In de jaren negentig was hij een aantal
bestuurslid van de Zeister bibliotheek.
De ontlezing speelde al, toen. Dalende
bezoekcijfers werden vergeefs bestreden
met de verhuur van videobanden en de
fonotheek. Later volgden computers
waar je voor een gulden een kwartiertje
mocht internetten. De opmaat tot de nationale
kennisbank die de openbare bibliowintig
vestigingen van de Rotterdamse
bibliotheek moesten
van de gemeente op korte termijn
sluiten. Van 26 filialen
dreigde de Maasstad dit voorjaar terug te
gaan naar zes, passend in de landelijke
ontwikkeling waarbij het aantal bibliotheken
tussen 2012 en 2015 met bijna
driehonderd daalde van 1.073 tot 802.
Wie leent er immers, afgezien van middelbare
scholieren voor hun lijst, tegenwoordig
nog een papieren boek?
De nieuw aangetreden Rotterdamse
bibliotheekdirecteur, Theo Kemperman,
de bibliotheek speciale lees- en pc-cursussen
aangeboden, om zo de digitale
kloof tussen burgers te helpen slechten.
Bibliotheken in andere gemeenten helpen
ondernemers op weg, organiseren met
het UWV speed dates tussen werkgevers
en werkzoekenden of stimuleren de zelfredzaamheid
van burgers in het sociale
domein. ‘De nieuwe bibliotheek, zo vat
de Zeister wethouder ict en onderwijs
Johan Varkevisser het krachtig samen, ‘is
een sociaal warenhuis. En gemeenten
kunnen nog veel meer gebruikmaken van
de daar aanwezige kennis en kunde.’
theek nu is. Het totale aanbod van alle
bibliotheken is digitaal te raadplegen.
Met een paar drukken op de knop kun je
elk gewenst boek uit elke denkbare
bibliotheek in de buurt laten afleveren.
Maar dat gaat Varkevisser, lid van de
VNG-commissie Dienstverlening en
Informatiebeleid, nog lang niet ver
genoeg. Nu veel gemeenten moeten
bezuinigen en er nieuwe taken in het
sociale domein hebben bijgekregen, kan
een bibliotheek nuttig bijspringen. ‘Vergelijk
het aantal mensen dat een gemeentehuis
binnenstapt eens met het dagelijkse
aantal bezoekers van een bibliotheek’,
zegt Varkevisser. ´Die laatste
groep is hier in Zeist veel groter.´
Wanneer je als gemeente je burgers goed
wil bedienen, wil hij maar zeggen, kun je
bijna niet om de bibliotheek heen. Bovendien:
‘Bij een gemeentelijk loket kan een
burger met een specifieke vraag over bijvoorbeeld
schuldhulpverlening of een
ander gevoelig onderwerp zich makkelijk
door anderen bekeken voelen. Maar in
een bibliotheek is dat niet aan de hand.
Dat is een neutrale ruimte. Daar komt
iedereen om allerhande kwesties uit te
zoeken. En als je het niet kunt vinden,
helpt het personeel je graag een handje.’
ALGEMENE ZAKEN
Wat mogen gemeenten bij de ondersteuning
van burgers wel en niet van bibliotheken
verlangen? ‘Ik vind dat je je als
bibliotheek moet beperken tot
׉	 7cassandra://1ERA-tXqEUTWHCQAIuAZoDpgStrA8sBlhGuQEkLP0AU`̵ Wg"V׉ET
SOCIAAL WARENHUIS
informatieverstrekking over algemene
zaken’, zegt Varkevisser. ‘Dus ja, die
moeilijke vraag uit de digitale belastingaangifte
kun je als bibliothecaris best uitleggen,
maar voor het daadwerkelijk
invullen ervan moet je elders zijn. Net
zoals ik vind dat je voor vragen over uitkeringen
moet doorverwijzen naar de
regionale sociale dienst.’
Maar dat neemt niet weg, aldus Varkevisser,
dat je als bibliotheek ook veel zaken
in de gemeente kunt signaleren. ‘Als veel
bezoekers worstelen met een bepaalde
vraag, deugt het digitale invulformulier
waarschijnlijk niet. Dan kun je als bibliotheek
bij de overheid aan de bel trekken.
Of stel dat veel burgers aan de balie
komen met vragen over regionale recreatiemogelijkheden.
Dan is de gemeentelijke
informatieverstrekking hierover niet
goed. Over dit soort zaken moet je als
bibliotheek met de gemeente contact durven
zoeken.’
OGEN EN OREN
De bibliotheek, dus, als ‘ogen en oren’
van een gemeente; als de laagdrempelige
balie waar burgers makkelijker contacten
leggen. Maar hoe maak je het nut van de
bibliotheek meetbaar, om doemscenario’s
als aanvankelijk in Rotterdam te voorkomen?
Bij een teruglopend aantal uitleningen
zou de gemeenteraad de bibliotheek
immers als voor de hand liggende bezuinigingspost
kunnen zien. ‘Ga het gesprek
aan met de gemeente’, zegt Varkevisser
resoluut. ‘Spreid het aantal prestatiefactoren,
zodat je op meer dan alleen het aantal
uitleningen wordt afgerekend. Maak
ook de sociale waarde van een bibliotheek
voor de gemeente inzichtelijk.’
En ja, de afgewende sluiting van twintig
Rotterdamse fi lialen is daarbij een inspirerend
voorbeeld, vindt Varkevisser. Maar
toch ook weer niet helemaal. ‘Want ik
vind het tegelijk een beetje jammer dat het
daar in de discussie vrijwel niet meer over
boeken ging. Natuurlijk, het totale aantal
uitleningen loopt terug, maar het zijn er
landelijk gezien nog altijd heel veel [in
2014 ruim 78 miljoen, red.]. Mijn vrouw
bezorgt als vrijwilligster boeken bij Zeister
bibliotheekleden die zelf niet meer in
staat zijn naar het gebouw te komen. Het
zijn er misschien tachtig of negentig. Maar
ook voor hen blijven die boeken cruciaal
om hun leefwereld te verbreden.’
׉	 7cassandra://vfFbLdx0FGw-4gOQbZnGfhVDXhf2LJ-iCEZ6xjA0txc%K`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://d_3vBDgUZTT9JsQYKGE0RUnAgWFVdvUCGQhoIB1azI0 ` ׉	 7cassandra://4kcVmnWTV2J5XqqOeUZ43RG3quHGOM0Vzw4MQOoVgUQ[;`S׉	 7cassandra://iTbXVKeyc2nLvem6PtuY5ufQcg27MH4ZCy6X70n9X1M`̵ ׉	 7cassandra://ky4a7RmUgm157s0BVOvUClivGJii1dBWKnEcdXi2j04lT͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://k_AJITT0GjE_GOQbstL2S1ANbibSKVe4ubyHOHAa0EY t`׉	 7cassandra://gIdHXYc-ai0n8xUMo7h_6tzKfEqfG0N69KcF6suQ6ZY[`S׉	 7cassandra://IjxH0SL1ryNEP3loMKWTR2cHJHPc-TtqKFtkf6QM5A0`̵ ׉	 7cassandra://8xN9tG5Ve71aDaA_AiQaaEiiEYrKVzGgWv4Sfu1lDz0 &Z͠Wg"V׉E}DIGITALE DI E NST VE R LE N I NG
DIENSTVERLENING
VEREIST DIALOOG
NIEUWE TWEEDELING TUSSEN OVERHEID EN BURGER DREIGT
Waar Nederland vooroploopt in internetgebruik, gaat het contact tussen overheid
en burger nog vooral op de ouderwetse manier. De dwingende digitale
formulieren nodigen niet uit of leiden tot weerstand. Pleidooi voor een open
dialoog in plaats van een standaard upgrade.
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
e tweedeling van de maatschappij
werd lang in termen
van rijk en arm gedefinieerd,
met alle daaraan gekoppelde
aspecten: onderwijs, voorzieningen, cultuur
en adequate woonruimte. Door de
digitalisering lijkt deze tweedeling te verdwijnen.
Via het web is immers zo ongeveer
alle informatie toegankelijk, openingstijden
zijn geen probleem meer, net
zomin als afstand of bereikbaarheid.
D
DE
VE
Overheden schakelen dan ook massaal
over op het digitaliseren van informatie,
dienstverlening en transacties. Daardoor
wordt contact directer en efficiënter.
Het lonkende perspectief is de wereld
van de cijfers en de systemen. Al in 2015
was Nederland koploper in Europa voor
wat betreft het aantal internetaansluitingen:
90 procent van de Nederlanders
gebruikt dagelijks internet. In de categorie
65-75 jaar was dat ongeveer 75 procent.
De eenvoudige conclusie is dus dat
34
meeste contacten tussen burger en overheid
niet digitaal plaatsvinden.
ORDENING
In de wereld van systemen en regels
bestaat een vergaande en succesvolle
ordening. De cijfers wijzen uit dat digitalisering
de toekomst heeft, ook voor de
overheidsdienstverlening. Met de
beschikbaarheid van big data weten we
veel meer over de klant, en dus kunnen
we een aanbod op maat maken, eventuinternet
een prima middel is voor overheidsdienstverlening.
Op basis van de
cijfers lijkt alles dik in orde, in de wereld
van de systemen.
Maar in contacten tussen burger en overheid
liggen de aantallen beduidend lager.
Zo rond de 40 procent van de Nederlanders
gebruikt internet daadwerkelijk
voor transacties met overheidsinstellingen.
Dat betekent dus dat in de wereld
van alledag nog steeds verreweg de
eel via apps. Deze benadering is in elk
geval bedrijfseconomisch valide: de kosten
zijn beduidend lager dan andere vormen
van klantcontact. Iedereen een eigen
digitale kluis en klaar.
De eerste geluiden beginnen te klinken
dat de praktijk er anders uitziet. Zorgen
om internetveiligheid en privacybescherming
leiden soms tot een keuze om niet
de digitale snelweg op te gaan. Het aanbod
van dienstverlening is noodgedwongen
tamelijk standaard. Maar wat
gebeurt er als ik als burger niet in die
standaard pas? Daar kom ik pas achter
nadat mijn digitale poging schipbreuk
heeft geleden.
En dan moet ik alsnog een afspraak
maken, veelal via zo’n verwerpelijk telefonisch
keuzemenu waar ik uiteindelijk
altijd eindig bij het laatste cijfer: blijf aan
de lijn en wacht op een medewerker.
NIEUWE TWEEDELING
Het gaat hier niet alleen om dienstverlening,
maar ook om de participatiemaatschappij
in al zijn vormen. Een referendum
is uiteindelijk ook gewoon een simpel
ja/nee-vraagstuk. We weten nu wat
het antwoord is, maar waarom eigenlijk?
Complexiteit laat zich slecht vangen in 1
en 0 keuzes. Er begint een nieuwe
׉	 7cassandra://iTbXVKeyc2nLvem6PtuY5ufQcg27MH4ZCy6X70n9X1M`̵ Wg"V׉Etweedeling te ontstaan tussen de wereld
van de systemen en de werkelijkheid van
alledag.
We zien dat de praktijk steeds verder van
de digitale werkelijkheid af komt te
staan. De opkomst van de sharing-economy
is een voorbeeld, maar ook Airbnb.
Autonomie is hier het sleutelwoord, dingen
onder en met elkaar regelen buiten
het zicht van anderen, buiten de digitale
systeemwereld. De werkelijke afspraken
over zorg, betrokkenheid en ondersteuning
komen niet via internet tot stand,
maar door direct contact. Ondanks buurtapps
en digitale speelveldjes nemen de
kaartjes met vraag en aanbod bij de
supermarkten niet af.
FUNCTIONEEL ANALFABEET
Een ander fenomeen dat zorgen baart is
de 1,1 miljoen mensen in Nederland die
‘functioneel’ analfabeet zijn. Daarnaast
wordt geschat dat nog eens een kwart
van de bevolking een lage score heeft op
‘documentgeletterdheid’. Grote aantallen.
Als we ons realiseren dat digitaal
contact toch primair eenzijdig contact is,
mogen er weleens vragen rijzen over hoe
we omgaan met deze groep. Daarbij is
een aantal aspecten van belang.
De klassieke bureaucratie van specialisatie
en regelgeving werkt al decennia op
het principe van standaardvraagstukken.
Geredeneerd vanuit de overheid gaat dat
prima en laat het zich fantastisch vangen
in digitale systemen. De eigen overheidslogica
wordt digitaal vertaald in eigen
softwarepakketten: het stroomlijnen van
een (ongewijzigde) transactie. Dat levert
geen inhoudelijke verbetering op in de
dienstverlening, hoogstens een (voor die
overheid) grotere efficiëntie.
NU AL VEROUDERD
Ironisch genoeg is de wijze waarop de
overheidsdienstverlening wordt vormgegeven
eigenlijk nu al verouderd en sluit
die daardoor ook qua werkwijze niet aan
bij de digitale praktijk van alledag. De
primaire vorm van communicatie is nog
steeds die van taal en lezen. Dat was ook
al zo toen de ganzenveer het medium
was.
Doordat het accent van de dienstverlening
verschuift naar digitaal wordt laaggeletterdheid
een groter probleem. Het
voorlezen van de teksten helpt daarbij
niet echt. Gebruik van video’s, skype en
chatfuncties ligt veel meer voor de hand
en is waarschijnlijk effectiever.
En in steeds meer gevallen beginnen
platforms een belangrijke rol te spelen in
het directe contact tussen mensen. Daar
is de mogelijkheid van het delen van
ervaringen, onderlinge hulp en directe
respons aanwezig. Een kans om werkelijk
op gelijk niveau met burgers te communiceren
is om daaraan deel te nemen.
Autonomie is bij de burger, ondertussen,
de nieuwe norm. De mogelijkheden tot
individueel gedrag worden groter, mensen
eisen dus ook steeds meer vormen
van dienstverlening gebaseerd op hun
eigen voorkeur. Het dwingend maken
van systemen leidt vanzelf tot weerstand,
waardoor ze minder effectief worden.
Met als gevolg bewuste of onbewuste
ontduiking.
EIGEN PERSPECTIEF
Wat dan wel? Zoals zo vaak bij vernieuwing
worden ‘nieuwe’ oplossingen
gezocht vanuit het oude paradigma en
het eigen perspectief. Overal wordt
׉	 7cassandra://IjxH0SL1ryNEP3loMKWTR2cHJHPc-TtqKFtkf6QM5A0`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://eqMKHN1U9WrrWHPaXW6T4dg4R4WXU4nCIxvUHQFS6Sw _`׉	 7cassandra://Dau4w71xHDw7-xowRqdIA2xzz6X5h3ZX2Ug0TfRtEEUaO`S׉	 7cassandra://DVFlD6z-G6cMs7e3tyBq8dzRI6sLxVhC49N9P8l3Bs8`̵ ׉	 7cassandra://m7L80VNpBngWFRUvgyX-4xG6zJZ6_APsRkvjpM6OhmA `(B͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://MaEfHE_oszpzzLUTuDOm99mZqUe8bexmXPsgJUcKEik `׉	 7cassandra://a32XJ7rucBKb7Y8sQnVhojSUpWSpcbcRcEkKYTPVZJk_`S׉	 7cassandra://_Df8KsioyAGj5A9wBMFrgt9tF8gdwJ5cioV2325O6YM`̵ ׉	 7cassandra://ZmvP01zzAurbecV0jJUsgZHipwg5LstnQCuPVI6bdnE ̨͠Wg"VנWg"Vj E9ׁH %http://executiveeducation.nl/securityׁׁЈנWg"Vi HO9ׁHhttp://www.piaac.nlׁׁЈנWg"Vh ̑9ׁHhttp://www.cbs.nl/nlׁׁЈ׉Eeen vrolijk experimenterende overheid,
maar we zouden toch ergens in het midden
uit moeten kunnen komen.
Helaas blijkt het nog altijd razend moeilijk
om niet steeds alleen vanuit de eigen
bril te kijken. Een open dialoog met de
burger/inwoner/klant over hoe díe er
tegenaan kijkt is nog steeds niet gebruikelijk.
Terwijl het zeer zou helpen.
Betere dienstverlening en betere relaties
met de burger ontstaan niet door ze eenzijdig
te bedenken, maar door ze samen
betekenis te geven. Zo kan een nieuwe
tweedeling tussen overheid en samenleving
effectief worden bestreden.
inmiddels wel erkend dat het upgraden
van oude modellen niet toereikend is om
een antwoord te geven op de nieuwe ontwikkelingen.
Het digitaliseren van formulieren
is géén innovatie.
We moeten vaststellen dat de denk- en
ordeningsprincipes (strak reguleren; juridisch
volmaakt; de standaard als maat)
niet meer voldoen. Kenmerk van de
dynamiek van de internetsamenleving is
het werken via trial and error, de andere
kant van het spectrum. Ik pleit niet voor
Meer weten?
CBS-rapport ICT-gebruik in Nederland:
www.cbs.nl/nl-nl/nieuws
Laaggeletterdheid in Nederland:
www.piaac.nl
Maandag 12 september
High level view op Cyber Security
& Business alignment
Jan Veldsink MSC, Nyenrode Business Universiteit
MASTERCLASS SECURITY
BUSINESS ALIGNMENT 2.0
Alle aspecten in IT-security die relevant zijn voor het
hoger management van een (overheids-)organisatie
IT-security-incidenten beheersen
bijna dagelijks het nieuws. Vrijwel
geen enkele organisatie ontkomt
aan lekken, hacks, downtime of
andere kleine of grote crises.
Ook (gemeentelijke) overheden
hebben daarin een bijzondere positie
vanwege de vele vertrouwelijke
gegevens waarvan de privacy en
integriteit gekoesterd moet worden.
Maar hoe faciliteer ik als (overheids-)
bestuurder, gemeentesecretaris,
burgemeester dit totale beveiligingsDe
masterclass Security -
Business Alignment 2.0 geeft
antwoord op deze vragen voor
het hoger manage ment van een
(overheids-)organisatie.
Meer informatie/aanmelden: executiveeducation.nl/security
36
proces optimaal? Wat is mijn
verantwoordelijkheid als bestuurder?
Hoe pak ik Business Continuity
Management (BCM) aan in mijn
organisatie? Wat is de relatie tussen
privacy en security? En als het dan
fout gaat, is mijn crisismanagement
wel goed op orde?
Maandag 19 september
Informatiebeveiliging organiseren en
succesvol besturen
Johan Bakker MSc CISSP ISSAP, Unifi ed Vision
Maandag 26 september
Business Continuity Management:
waarde creëren, waarde behouden
Gert Kogenhop, bcm+
Maandag 3 oktober
‘ When the shit hits the fan!’
Crisismanagement op corporate niveau
Michiel Kuethe, In the Picture
Maandag 10 oktober
Compliance, regulations and legal:
de voetangels en klemmen van de
komende Europese Privacy-verordering
Mr. Peter van Schelven, BIJ PETER - Wet & Recht
Maandag 31 oktober
Het perspectief van de hacker
Patrick de Brouwer, Security Academy
SE URITY

׉	 7cassandra://DVFlD6z-G6cMs7e3tyBq8dzRI6sLxVhC49N9P8l3Bs8`̵ Wg"V׉EB OB OTA AL
TWEE POEZEN GEVEN
TAALKUNDIGE KOPJES
Laatst was ik getuige van een gesprek vol zuivere Bobotaal.
Iemand waande zich onbespied tijdens een onaangekondigde
handsfree belsessie. Het toonde mij eens te meer hoe diepgeworteld
de cultuur van dit abstracte taaltje is ingebed in onze
alledaagse omgang met elkaar.
Z
E
Ik bevond mij in een gezelschap van een paar man. Doel van de
vergadering was het samenstellen van een programma voor een
bijeenkomst. Er was al een zaaltje geregeld en de inhoud stond
in grote lijnen vast. Het ging nu om de poppetjes. Een aantal
sprekers was benaderd, maar sommigen nog niet. Iemand
besloot daarop om iemand te bellen. En zette de verbinding
spontaan op luidspreker, zodat ook wij mee konden luisteren.
Het daaropvolgende gesprek ontvouwde zich als een schaakspelletje.
Het begon met een standaardopening. Even een korte
schets van lopende ontwikkelingen. Hier en daar een issue
benoemen. De beller aan ‘onze’ kant bouwde bewust aan een
relaxed sfeertje, waarin hij zo dadelijk een verzoekje wilde doen.
Tussendoor pareerde hij handig een kritiekpuntje met een soepel
‘we verwachten een trechtering naar oplossingen’, waarop
de gebelde instemmend concludeerde dat ‘het bezwaar niet
onwerkbaar is’.
De inhoud van hun gesprek deed niet ter zake. Deze conversatie
had over elk onderwerp kunnen gaan en precies hetzelfde kunnen
verlopen. Voor mijn gevoel gaven twee poezen elkaar taalkundige
kopjes. De man aan de andere kant van de lijn formuleerde
traag en klonk zelfs een tikkeltje opgewonden toen hij
een paar belminuten lang over zichzelf praatte. En daarbij niet
zonder trots benoemde op welke dossiers hij ‘erbij betrokken
was’ en waar hij ‘zwaar inzat’.
Eén van de aanwezigen aan onze kant van de lijn stak afwezig
een stukje mandarijn in haar mond. Een ander greep zijn privételefoon
en regelde op afstand de zwemlessen van zijn kleuter.
De Bobotaal vulde intussen gemoedelijk de ruimte. Zo moest
iets even ‘hardop tegen elkaar aangehouden worden’.
En: ‘Combinaties zijn nu eenmaal lastig te managen op inhoud.’
Allemaal waar, dacht ik. Toen: ‘Het accent van de verdeling
behoeft nadere invulling.’ Ook: ‘Het doel is het vinden van een
akkoord over de aanpak.’ Het woordje ‘inderdaad’ bleek aan
beide kanten het ideale lijmmiddel om dit eclectische gesprek
bijeen te houden.
Na alle managerial smalltalk werd het verzoekje dan daadwerkelijk
geplaatst. Of hij binnenkort wilde komen spreken op ons
feestje. Daarop volgde een korte stilte waarin het benodigde
denkwerk plaatsvond. Gevolgd door een afgemeten: ‘Ik denk
dat we dat maar moeten doen.’
Tja, durf na zo’n heerlijke Bobotaalconversatie maar eens nee te
zeggen!
Erwin van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://_Df8KsioyAGj5A9wBMFrgt9tF8gdwJ5cioV2325O6YM`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://OxwX7DJn9I0BzC6xlw9TCCobPvJdghSoZ_a3gmLZpZk `׉	 7cassandra://yDPoR-PVp5CYXIOpbkbDsFSoVyWKSHDLEHp-uO6pz48R`S׉	 7cassandra://ES6XbdS5h-wvWJK3trIGH1HRkfCI_qRL_B6ajQwkWE8`̵ ׉	 7cassandra://LakX7ctYXMiI8PAVK33RNPU7nIw1ljHFum2tMbWguw0gB͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://oCQddfq8A9TapgPHt4_LxpNngUv7OecIox9oFRRdKgw <`׉	 7cassandra://nKhpkSltPzh1-rMAlApW2fcOb_5u4KetYXMlTZLMS7cT`S׉	 7cassandra://sP7PvbxajdEeByRWLgxk2kmtGPgTDtd6y2aYcuKEvSwk`̵ ׉	 7cassandra://nHKZrbdl3L3V3bJ780nAupcgm36uAdsM0SS6Vuhxr-Qu͠Wg"VנWg"Vk z9ׁHhttp://www.anteagroup.nlׁׁЈ׉ESPECIAL
Betere buitenruimte door
betere beheerinformatie
Horizontaal berichtenverkeer zorgt voor betrouwbare data
Voor de beheerder van de buitenruimte gaat het een en ander veranderen. Tot voor kort
zorgde hij zelf voor het inwinnen, verrijken en bijhouden van zijn Beheerdata Openbare
Ruimte (BOR). Maar met het nieuwe horizontale berichtenverkeer wordt hij ‘afnemer’ uit
de Basisregistratie Grootschalige Topografi e (BGT) van de GEO-afdeling. Wat zijn de uitdagingen,
waar zit de winst?
Tekst: Theus van den Broek, senior adviseur management openbare ruimte, Antea Group
D
oor koppelingen te leggen tussen datasets ontstaat
een wereld aan mogelijkheden. Een mooi voorbeeld
van een koppeling die grote voordelen oplevert, is het
horizontaal berichtenverkeer. Dit verzorgt de communicatie
tussen BGT- en Beheer-informatie. Het horizontaal
berichtenverkeer leidt tot meer betrouwbare data. Beheerders
van de openbare ruimte zijn vaak verbaasd welke inzichten dit
oplevert. Inzicht waarmee beter gestuurd en beheerd kan worden.
Daarnaast levert het berichtenverkeer een tijd- en geldbesparing
op, omdat informatie wordt gedeeld en wijzigingen
slechts één keer hoeven te worden doorgevoerd.
Deze nieuwe manier van werken wordt mogelijk doordat er nu
een koppeling beschikbaar is tussen de geodatasets van BGT en
meervoudig
gebruiken
(mobiel) data
verwerken
BOR. Deze uitwisseling van informatie over objecten in de buitenruimte
noemen we het ‘horizontaal berichtenverkeer’. De
communicatie wordt mogelijk door gebruik te maken van de
StUF-Geo IMGeo berichtenstandaard.
Samen verantwoordelijk
‘De grootste winst is dat de data nu eenmalig ingewonnen
wordt voor de BGT’, zegt Wilma Teunissen, beheerder GBI bij de
gemeente Venray. ’Wijzigingen aan objecten worden doorgegeven
aan de BOR-beheerder. Die verrijkt de data met specifi eke
BOR-informatie, zoals inspectiegegevens, aanlegjaar of het
beheerregime. Omgekeerd, als er in de buitenruimte objecten
of gebieden wijzigen, informeert de BOR-beheerder de BGTbeheerder.
Dan voert die de relevante wijzigingen door in de
GBI
basis
eenmalig
inwinnen
GEO
objectgericht
ontwerpen
BGT
Figuur 1: Horizontaal berichtenverkeer tussen beheersysteem GBI en GEO/BGT
38
׉	 7cassandra://ES6XbdS5h-wvWJK3trIGH1HRkfCI_qRL_B6ajQwkWE8`̵ Wg"V׉E40%
37%
TIPS UIT DE PRAKTIJK
1. Onderschat het niet!
2. Schoon je beheersysteem vooraf vast op (achterstanden
wegwerken)
3. Wacht daarmee niet totdat je in de landelĳ ke voorziening zit
4. Moet je nog actualiseren? Leg dan eerst de koppeling en ga
dan aan de slag
5. Let op: zodra je de koppeling aanzet raak je historie van vervallen
vlakken kwĳ t
23%
6. Zoek balans tussen automatisch en handmatig oplossen
7. Betrek gebruikers zo vroeg mogelĳ k
gegevens tussen BGT en BOR
inrichting koppelvlak
proces tussen BGT en BOR
Figuur 2: Wat is uw grootste uitdaging in koppeling BGT en BOR?
BGT. In deze nieuwe manier van werken zijn we dus samen verantwoordelijk
voor actuele en betrouwbare informatie.’
Onderzoek van Antea Group onder haar gemeentelijke klanten
leverde een interessant beeld op wat de gemeenten als belangrijkste
uitdaging zagen rond het horizontaal berichtenverkeer.
Niet het technische aspect blijkt de meeste zorg op te leveren.
De organisatie van het proces staat op één, gevolgd door de
afstemming van de data tussen BGT en Beheer (zie boven).
Praktijkvragen
‘Dat organisatie als grootste uitdaging wordt genoemd, dat
herkende ik meteen’, stelt Mirian van Ansem, projectmanager
data bij Antea Group. ‘Het gaat erom antwoord te krijgen op
vragen als: “Er is een reconstructie geweest, waarbij de straat
opnieuw is ingericht. Tegelijkertijd is het gemengde rioolstelsel
uitgebreid met een regenwaterriool tot een gescheiden stelsel.
De revisietekening van de aannemer is inmiddels ontvangen.
Beschrijf de processen voor wegen, riolering en groen om GBI
weer actueel te krijgen.” Met deze praktijkvragen brengen we
processen vanuit de BGT – zoals omgaan met nieuwe, gemuteerde
en verwijderde objecten – in lijn met de mutatie en
exploratieverzoeken vanuit BOR.’
Intensieve slag
‘Vooraf moeten de datasets van BGT en BOR goed worden afgestemd’,
vertelt Luc Molendijk, coördinator Noaberkracht in de
gemeenten Tubbergen en Dinkelland, over zijn ervaringen. ‘Dat
is vaak een intensieve slag die je niet moet onderschatten. Op
Positieve ervaringen
De eerste ervaringen met horizontaal berichtenverkeer zijn
positief. Waren beheerders van de buitenruimte bij aanvang
nog huiverig voor wat er op hen afkwam, nu is dat veranderd
in enthousiasme en een proactieve houding. Ook is een hernieuwde
collegialiteit tussen BOR en GEO te zien. Dit biedt
mooie perspectieven voor het ABC van informatie: Actueel,
Betrouwbaar en Compleet.
UNDERSTANDING TODAY,
IMPROVING TOMORROW
Antea Group combineert optimaal beheeradvies met het managen
van data en geo-informatie. We bieden innovatieve oplossingen
voor het effi ciënt inwinnen, organiseren en ontsluiten
van data en geo-informatie. www.anteagroup.nl
het moment dat je het koppelvlak ‘aan’ zet, kun je anders veel
informatie kwijt raken. Objecten die verschillend in de BOR en
in de BGT staan worden overschreven of vallen uit. Vooraf hebben
we ons beheersysteem goed gescreend en opgewerkt. Maar
toch was het aanzetten een spannend moment. We zijn wel wat
objecten kwijtgeraakt, maar daar zijn oplossingen voor gevonden.
Grote winst voor ons zit in de stap naar doelgericht databeheer
en meer focus op onze kerntaak: beheren.’
GROTE WINST ZIT IN DE STAP NAAR
DOELGERICHT DATABEHEER EN MEER
FOCUS OP ONZE KERNTAAK: BEHEREN’
׉	 7cassandra://sP7PvbxajdEeByRWLgxk2kmtGPgTDtd6y2aYcuKEvSwk`̵ Wg"VWg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://xQ8L6wndQa4zSNtYDMZhrqkYta6zyDPg_nvTzgjY8Hw N` ׉	 7cassandra://TN8Jo0XXyE__IuiCKiHfY4XIkZBj9dyd_E67qvqWI9sTx`S׉	 7cassandra://Gy2x3uS_2HQh3Be21TrqYC8UaySQT0x-zvSBmbRGaAc5`̵ ׉	 7cassandra://KQZx_dmxqPcgCsN0HOveqFvdxzJgPnBhPwd343pNwHU DO.͠Wg"Vט  {u׉׉	 7cassandra://p7HKB1FHCsgDSUC2gKWF5lfLEoOTWF3wFKANgI6uoqc z`׉	 7cassandra://gyOmAw7ANuqmqDvhquOdlK_oNT_qn4j0naOh_O2uUhkc`S׉	 7cassandra://IZQoLIkijPRHOhC4y5nJveCb2xvG8HTQN1RTPNJubUE}`̵ ׉	 7cassandra://UGCGfH4BfwtkPz4Jt1HzEsHZMRUMzj91kQv3fCpyILk I͠Wg"VנWg"Vn 9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EM&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, opgericht in 1985 en ruim 80
professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten bij
projecten op het snijvlak van management en ICT. Wij werken aan opdrachten
met maatschappelijke meerwaarde in de lokale en landelijke overheid, de
zorg en het onderwijs.
M&I/Partners heeft ruime ervaring met ICT-governance binnen de overheid
en helpt u uw projecten en programma’s op koers te houden. Wij bieden, met
kennis en begrip van de overheidsomgeving, een hands-on ondersteuning en
quality assurance in uw projecten en programma’s.
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
Sparrenheuvel 32 | 3708 JE Zeist | 030 - 2 270 500
׉	 7cassandra://Gy2x3uS_2HQh3Be21TrqYC8UaySQT0x-zvSBmbRGaAc5`̵ Wg"V׉ExB O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, Directeur dienstverlening Gemeente Amsterdam
Wist u dat alle uitvindingen
die in de producten van
Apple zitten uit Amerikaanse
overheidsonderzoeksprogramma’s
komen? En dat op
deze innovatie door de Amerikaanse
overheid regie is
gevoerd en het zeker niet
allemaal is overgelaten aan
de vrije markt of kleine innovatieve
bedrijven? Daar gaat
De ondernemende staat van
Mariana Mazzucato (onder
meer) over. Aan de hand van
een fl ink aantal casussen
wordt uiteengezet dat de rol van de overheid (wereldwijd) bij
succesvolle grootschalige innovaties veel verder gaat dan het
wegnemen van faalfactoren van de markt. Dat er in werkelijkheid
– juist ook in Amerika – bij succesvolle innovaties sprake is
van een andere taakverdeling tussen privaat en publiek dan
meestal aangenomen of in het openbaar uitgesproken.
Innovaties vinden plaats in een ecosysteem waarin bedrijven,
fi nancieringsvormen, onderzoeksinstellingen, overheidsbeleidsregels
et etcera elkaar op allerlei onvoorspelbare manieren kunnen
beïnvloeden. Succesvolle innovatie betekent daarbij een
visionaire regierol van de staat. Een goede verdeling van de
taken tussen belangrijke spelers in het systeem. Waarbij de staat
die risico’s neemt die de private partijen niet willen nemen.
De auteur maakt een onderscheid tussen onzekerheid en risico’s
bij innovaties. In de onzekere fase is het niet helder of de innovatie
ooit zal slagen. In die eerste fase vervult de staat haar sturende,
stimulerende rol. Ze wijst geen winnaars aan, stuurt niet
op de concrete uitkomst maar zij laat kansrijke initiatieven
groeien met actieve steun en investeringen. De fase van risico’s
breekt vervolgens aan als inschatting van de slaag- of faalkans
in enigerlei mate mogelijk is.
Succesvolle innovaties worden gekenmerkt door een overheid
die met visie en beleid bepaalde ontwikkelingen in de beginfase
begeleid. En daarin langdurig (tientallen jaren) standvastig
beleid vertoond, zoals tijdens de ict-revolutie. Als dat niet
gebeurt (zoals met de duurzame technologie in de VS), dan
komt de innovatie niet van de grond. Soms maakt de staat ook
gewoon verkeerde keuzes. Maar zonder haar rol zouden grote
innovaties helemaal niet ontstaan.
En de rol van durfkapitaal? Durfkapitaal stapt in op het
moment van gecalculeerde risico’s. Durfkapitaal is ongeduldig
kapitaal. Het wil op een niet al te ver in de toekomst liggend
moment rendement opleveren.
Er moet een herwaardering tussen overheid en bedrijfsleven
plaatsvinden waarin beide de activistische (langdurige) rol en
kracht van zichzelf en de ander benoemen. De auteur pleit voor
het doorbreken van de mythe van de suffe overheid en het wakkere
bedrijfsleven. Dat zal de innovatie versterken. De staat
krijgt nu geen enkele winst terug van haar investeringen. De
auteur pleit daarom voor heroverweging van dat uitgangspunt.
Het verschijnsel van privatisering van winst en socialisering van
verlies doet zich niet alleen in de fi nanciële sector voor, maar
ook in het innovatiedomein.
SUC
D
V
De oorspronkelijke Engelse versie van het boek stamt uit 2014.
De cijfers zijn daardoor al wat ouder. Dat is jammer. Maar het
boek is hoogst actueel. Het boek geeft een goed inzicht in de
verschillende inzichten op het gebied van economisch beleid en
innovatie. Iedereen die zich door de Panamapapers verdiept in
belastingontwijking of die de discussie over de prijsstelling van
nieuwe medicijnen volgt kan uit dit boek veel overwegingen
halen om in de gedachenvorning mee te nemen.
Het boek zet aan het denken over de rol van de overheid bij
innovaties.
Mariana Mazzucato, De ondernemende staat, waarom de markt
niet zonder overheid kan (2015). Nieuw-Amsterdam
׉	 7cassandra://IZQoLIkijPRHOhC4y5nJveCb2xvG8HTQN1RTPNJubUE}`̵ Wg"V Wg"V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XUcUhpImrELcquHS2iRrd_6-_F0nNBMwnU3oYurfThU D`׉	 7cassandra://39txVzremiY4wTHgK187okO7tz5OjTLLHu1TMciSuqQc`S׉	 7cassandra://vD3-pnLDZ4dDG33mFI4eypMTb15gFnUS3kI-5K2lJV4C`̵ ׉	 7cassandra://-CZAIVbTpJYPUKnrdwniGiMCcziN9N6TnlxclF46uBk  T͠Wg"V!ט  {u׉׉	 7cassandra://bQTfQ4vr12wwjzKHxWKQcrH7mycVCqWNUow2ElMfxq0 a`׉	 7cassandra://UJP8wM-b47CXA66Bw3bzNPp2mwmsXStlOZk-qhui9cEc`S׉	 7cassandra://ua7hU2lDx1QMN-k9NFeHtpmkO9yMlxgPzwIOAPEGjLk`̵ ׉	 7cassandra://7MR5k0qcCQU2eVQE-Cqn4bqflQGiWCPO2eoWNsfOiMIiP͠Wg"V"׉ELE I DE R SCHAP
BETROKKENHEID
IN PLAATS VAN
BLAUWDRUK
MEDEWERKERS MAKEN ORGANISATIE-ONTWERP VOOR
SAMENWERKENDE GEMEENTEN
Medewerkers van de gemeenten Hoogeveen en De Wolden droegen actief bij
aan de ambtelijke samenvoeging van hun organisaties. Het resultaat is een
krachtige nieuwe organisatie met betrokken personeelsleden.
Tekst: Kim Speekhout, programmadirecteur Jeugdhulpregio Drenthe
A
ls je een nieuwe organisatie
moet ontwerpen en inrichten,
kun je de traditionele weg
bewandelen door een model
van andere gemeenten te kopiëren of als
management, top down, een nieuwe
‘hark’ te maken. Maar beter: ontwerp
samen met de medewerkers! Bij hen zit
immers de kennis en praktijkervaring.
Dat gebeurde bij de gemeenten Hoogeveen
en De Wolden die op 1 januari
vorig jaar ambtelijk werden samengevoegd.
Er staat nu een krachtige nieuwe
samenwerkingsorganisatie met betrokken
medewerkers.
Het geheim? Geen blauwdruk, maar een
organische, participatieve weg om vorm
geven aan de nieuwe organisatie, met
maximale betrokkenheid van medewerkers
en OR.
De actieve inzet van medewerkers bleek
het makkelijkste deel van de reorganisatie.
Veel spannender was het voor de leidinggevenden,
die echt op hun handen
moesten zitten en de inhoudelijke sturing
loslaten. Zij organiseerden een strak ontwerpproces
en moesten verder vertrouwen
op hun medewerkers en de uitkomsten
van het proces.
LEIDERSCHAPSTRAJECT
Loslaten moet je leren. Daarom is voorafgaand
aan het ontwerpproces geïnvesteerd
in het doorlopen van een leiderschapstraject
met het voltallige management.
Het proces werd methodisch
begeleid door een onafhankelijke externe
procesbegeleider. Zo werd de valkuil van
inhoudelijke sturing voorkomen.
De directie ging voor een bezielde en door
medewerkers gedragen samenwerkingsorganisatie
en gaf de opdracht de inrichting
ervan langs een organische weg, met
betrokkenheid van medewerkers en OR,
te realiseren. Bij de eenheid Dienstverlening
en Activering (met 110 fte verantwoordelijk
voor alle dienstverlening in
het sociaal domein) is gekozen voor het
participatief ontwerpen als weg om te
komen tot een nieuwe inrichting van de
organisatie. Kenmerkend voor deze aanpak
is dat medewerkers aan zet zijn en
iedereen mee mag doen. De besluitvormingslijn
is helder voor alle betrokkenen
42
׉	 7cassandra://vD3-pnLDZ4dDG33mFI4eypMTb15gFnUS3kI-5K2lJV4C`̵ Wg"V#׉Een het proces wordt strak geleid. Een, zo
zou later blijken, succesvolle aanpak.
Vanuit de gedachte ‘iedereen mag meedoen’
werd een ontwerpgroep gevormd
uit dertig enthousiastelingen. De groep
bleef open voor nieuwe aanhakers. Dit
vergrootte het vertrouwen en zorgde
ervoor dat er geen virtuele kloof ontstond
tussen deelnemers en niet-deelnemers.
VERBINDING
De
uiteindelijk naar vijftig deelnemers
gegroeide ontwerpgroep zorgde gericht
DE
ME
voor verbinding met hun eigen teams. Zij
haalden ideeën en meningen op bij hun
collega’s en deden verslag van de bijeenkomsten
van de ontwerpgroep. Zo werd
het een breed gedragen iteratief proces.
Ter ondersteuning zijn de uitkomsten
van de interacties ook visueel gemaakt en
opgehangen bij de koffi ecorners, zodat
het gesprek juist op de informele momenten
op gang zou komen.
Op één middag werd de dialoog georganiseerd
met de belangrijkste stakeholders.
Cliëntenraden kregen het woord, de
maatschappelijke context en vraagstukken
van het sociaal domein werden
geanalyseerd. Medewerkers bleken uitstekend
in staat uit de verhalen en gesprekken
de essenties te destilleren en formuleerden
op basis daarvan de kaders voor
de inrichting van de nieuwe eenheid.
Deze stap is cruciaal gebleken bij het framen
van de context en het helder krijgen
van de opgave van deze nieuwe afdeling.
DROMEN
In een tweede sessie mocht de ontwerpgroep
dromen over klantbenaderingen,
de ideale medewerkers, werkwijzen, systemen,
zelforganisatie en fl exibele samenwerkingsverbanden.
De creatieve werkvormen
maakten de geesten echt vrij, er
mocht helemaal losgekomen worden van
het hier en nu. Niets was te gek.
LUIS IN DE PELS
In groepen zijn vervolgens inrichtingsvoorstellen
uitgewerkt en aan elkaar
gepresenteerd. We organiseerden onze
luis in de pels door het uitnodigen van
andere (kritische) medewerkers, ORleden
en management. De verschillende
ontwerpen lieten evenwel grote overeenkomsten
zien: een gemeenschappelijke
backoffi ce, brede generalisten aan de
‘voorkant’ en fl exibel multidisciplinair
werken in de tweede lijn. Ook werd een
aantal randvoorwaarden voor een effectief
werkende eenheid benoemd, zoals
bijvoorbeeld het mogen proefdraaien en
experimenteren met fl exibele multidisciplinaire
teams.
Nu was de leiding aan zet. Zij toetste de
inrichtingsvoorstellen op haalbaarheid
van invoering op korte termijn. De ontwerpen
waren bezielde ideaalbeelden, er
was nog wel wat ontwikkeling nodig om
ook zover te komen. In plaats van in één
keer van de vloer op de zolder te springen,
stelden zij een groeimodel voor: een
startinrichting van de nieuwe eenheid
met heldere ontwikkelopgaven gericht
op geleide groei naar het voorgestelde
ideaalontwerp. Dat bracht meteen ook
ruimte om gaandeweg de reis, op basis
van voortschrijdend inzicht en een veranderende
omgeving, het eindplaatje nog
bij te stellen. Wendbaar en fl exibel.
Die ruimte leverde niet alleen mooie
beelden op van de toekomst maar bracht
ook plezier en verbinding tussen de deelnemers.
Waren we de vorige bijeenkomst
meer in het hoofd, hier kwamen we dichter
bij de bezieling. Er ontvouwde zich
een gemeenschappelijk beeld van wat de
eenheid wilde zijn; een lonkend perspectief,
vertaald in statements en plaatjes die
de nieuwe organisatie moesten kenmerken
en waar medewerkers positieve energie
van kregen. Dit perspectief is concreet
vertaald naar leidende ontwerpprincipes
(criteria) voor de inrichting.
ONTWERPPROCES IN
STAPPEN
Het samenwerkingsproces van Hoogeveen
en De Wolden werd doorlopen via
de volgende stappen:
1. Start met een leiderschapsontwikkelproces
en ontwikkel een participatieve
stĳ l en competenties, zorg voor
leiders die durven loslaten
2. Zorg voor een heldere en eenduidige
opdracht op inhoud en proces en zorg
voor een strakke deskundige procesbegeleiding
3.
Stel een open ontwerpgroep van
medewerkers samen en laat deze een
actieve verbinding zĳ n naar de eigen
teams
4. Haal in een interactieve bĳ eenkomst
met stakeholders de context naar
binnen, formuleer de kaders
5. Laat medewerkers dromen over de
ideaalsituatie (zo concreet mogelĳ k
maken) in een interactieve bĳ eenkomst
en haal hier ontwerpcriteria
uit (eisen aan de inrichting)
6. Laat in groepen verschillende schetsen/ontwerpen
maken en vind de
overeenkomsten
7. Zorg voor een transparant proces bĳ
het selecteren en beslissen
8. Formuleer ontwikkelopgaven (lonkend
perspectief) en zorg voor ruimte om te
experimenteren en te leren (behoud
fl exibiliteit en wendbaarheid)
GOED FUNDAMENT
Op een plenaire bijeenkomst zijn het
doorlopen proces, de verschillende voorgestelde
ontwerpen, de voorgestelde
startinrichting én de ontwikkelopgaven
toegelicht aan alle medewerkers en ORleden.
Dit
werd bijzonder goed ontvangen:
medewerkers herkenden wat zij hadden
voorgesteld als organisatie-ontwerp en
hun ambities voor de toekomst van de
eenheid. Medewerkers hebben veel vertrouwen
dat hiermee een goed fundament
is gelegd en zijn gemotiveerd om te
werken aan de opgaven die ze tot slot
zelf hadden geformuleerd. Met complimenten
van de ondernemingsraad!
׉	 7cassandra://ua7hU2lDx1QMN-k9NFeHtpmkO9yMlxgPzwIOAPEGjLk`̵ Wg"V$Wg"V#{בCט   {u׉׉	 7cassandra://E8nRHLNUkKosMF3KgXOg8jVs0GXS186IHiun6a1Xi_w ` ׉	 7cassandra://WN31pSDRwXCLs6W1QCPI_hRaDlUQOGN1IsRMulNZpSsW`S׉	 7cassandra://-D-mdQ-CNm9TgKvrCgo_wPiv0R05_pADa1_DVaB-etw`̵ ׉	 7cassandra://bA_lUOKUqOJ9YgDtbbnccLrltFArKCFA7yeJmVGoizsq
D͠Wg"V%ט  {u׉׉	 7cassandra://LO-wFa9RoiKbcCWe5A-K5AJ3l6qllY4kdlf1NC-AxJs 5`׉	 7cassandra://W2djD_g0dgvtcI4MQaz66Rj9_DeOk3rNxwEU4rLgDtY[`S׉	 7cassandra://OG6XhXCzF-hQogoU1I6pLRsCdvNe2_8P9g0KJCAJboM8`̵ ׉	 7cassandra://rQ8qelsRJuOAAirevtwFk1diBjIlBGxJ2rqP7EjsMtY p͠Wg"V&נWg"Vs ^܁R9ׁHhttp://Booking.comׁׁЈ׉EiI N NOVATI E VERMO GE N
DE BÈTA-VERSIE
VAN BESTUUR
WELKE LESSEN KAN DE OVERHEID TREKKEN UIT START-UPS?
Het succes van start-ups wordt bepaald door hun vermogen zich voortdurend
aan de snel veranderende markt aan te passen. Maar bij de overheid vormen
budget en planning nog het vertrouwde richtsnoer. ‘Deze tijd vraagt om
andere uitgangspunten: adaptie, agile, connected.’
Tekst: Marc Muntinga, directeur a.i. en strategy consultant
H
et is cool: gympies in de
boardroom. Het is vette technologie.
Er is eerst te weinig
en daarna veel geld. Velen
gaan failliet en enkelen groeien uit tot
serieuze bedrijven, en dan meteen internationaal.
U
raadt het al: start-ups. Startende ondernemingen
met vernieuwende en vaak
disruptieve ideeën op zoek naar schaalbaarheid
en herhaalbaarheid. En dit alles
bij voorkeur binnen zes maanden.
Bekende namen zijn bijvoorbeeld Uber
(taxi’s), catawiki (veilingen) Airbnb
(overnachtingen), Alphabet (Google) en
Booking.com (reizen).
Deze bedrijven werken allemaal met producten
die eigenlijk niet stabiel genoeg
zijn om in productie te nemen, het zijn
beta-versies. De producten zijn niet af. En
dat is precies de bedoeling. Ze gaan nooit
voorbij de bèta-versie komen, ze zijn permanent
bèta. Nooit af is de strategie.
Waarom? Omdat ze de gebruikers als het
belangrijkste onderdeel van de productie
zien. Gebruikers zijn een resource, onderdeel
van de start-up organisatie. Hoe
beter, sneller en inhoudelijker de relatie
met de gebruiker vorm krijgt, hoe efficienter
van de resource gebruik kan worden
gemaakt. En hoe beter het product mee44
beweegt
met de voortdurend veranderende
wensen. De productontwikkeling
is hierop aangesloten, realtime, direct en
dus altijd op tijd. En nooit af.
BESTUURSKUNDIG PERSPECTIEF
En dat is vanuit bestuurskundig perspectief
een interessant gegeven. Ook beleid
is nooit af. We gaan hier anders mee om
dan de start-up community met haar
Ons werk in het openbaar bestuur
beweegt weg van zekerheden. Planningen
zijn niet houdbaar, ze vragen om
continue bijstellingen. Efficiency en effectiviteit
als leidende principes doen onvoldoende
recht aan het complex van waarden
en de snelheid van ontwikkelingen
waarbinnen het openbaar bestuur werkt.
We bewegen toe naar een domein van
onzekerheid en continue adaptie.
N
ALLES
producten. Doordat de burger leert, en
anticipeert neemt de effectiviteit van
beleid af. Tot het moment dat er gerepareerd
moet worden om de effectiviteit te
verhogen. En door reparatie op reparatie
ontstaat er beleidsaccumulatie: steeds
meer beleid, steeds meer regels waarin
we langzaam verstrikt raken. De kern
van het verschil met de start-ups is dat
we achteraf repareren in plaats van realtime
mee bewegen en de burger coproducent
te maken.
GEVANGEN
Ons managerial denken en sturingsdenken
wordt nog steeds voor een belangrijk
deel bepaald door denkers als Fayol en
Taylor. Denkers uit de tweede Industriële
Revolutie van de tweede helft van de
negentiende eeuw. We lijken soms gevangen
te zitten in hun paradigma’s van efficiency
en effectiviteit. Deze werken goed
in een zekere omgeving. Maar in een
onzekere en veranderlijke omgeving
(complexiteit en chaos) met disruptieve
׉	 7cassandra://-D-mdQ-CNm9TgKvrCgo_wPiv0R05_pADa1_DVaB-etw`̵ Wg"V'׉E/innovaties vertraagt dit denken ons. Deze
tijd vraagt om andere uitgangspunten:
adaptie, agile, connected.
Hoe weet je zeker dat datgene wat je doet
in de beleidsontwikkeling relevant is, bijdraagt
en echt uitmaakt? En hoe weet je
dat het ook zo blijft? En als je erover twijfelt,
waarom blijf je het dan doen?
De vraag is eigenlijk: op welke (directe)
wijze heeft datgene wat je doet toegevoegde
waarde voor een burger of een
bedrijf. Als je de directe link niet kunt
leggen tussen je activiteit en de relevantie
voor de burger, dan ben je je eigen en
andermans tijd aan het verspillen. Als we
door de ogen van de gebruiker kijken
naar onze beleidsontwikkeling kunnen
we zien welke activiteiten toegevoegde
waarde creëren en welke activiteiten
waste zijn.
PIVOTEREN
Hoe vaak schrijven, vergaderen,
discussiëren we wel niet over zaken die
uiteindelijk niets bijdragen. De reactie is
dan vaak: we doen er niets mee, maar
we hebben er wel van geleerd. En leren
is natuurlijk een van onze belangrijkste
instrumenten. Maar waarom komt leren
zo vaak aan het einde van een proces als
een excuus in plaats van aan het begin
als een strategische keuze?
Bij pivoteren staat het centrum stil, alles
erom heen beweegt voortdurend. In het
basketball bijvoorbeeld gaat het om de
actie van een speler die met één voet op
een plek blijft staan, en met de rest van
het lijf en de bal beweegt. Afschermt, en
tegelijkertijd probeert een opening te vinden.
Voor
startups is pivoteren een ontwikkelingsstrategie.
Je probeert iets, en je past
aan. Je verandert voortdurend, beweegt:
producten, organisaties, strategie et
cetera zijn instrumenten. Je neemt er
afscheid van als het niet werkt. Door
pivoteren onderzoek je steeds opnieuw
of aannames kloppen. Niets wordt als
vanzelfsprekend aangenomen, alles
wordt voortdurend gechallenged en op de
grill gelegd. Maar je blijft geaard: één
onderdeel zet je vast.
Om dit te kunnen is het van belang dat je
niet te gehecht raakt aan je ideeën: het is
een proces waarbij darlings met regelmaat
de nek worden omgedraaid. Daarbij
wordt ook steeds gekeken of het met
minder kan. Hoe simpeler, hoe beter. Ook
hierbij veranderen initiële ideeën soms in
wel heel kale versies van zichzelf. Ze
nemen ongeveer zes maanden om naar
de markt te komen. Lukt het niet dan
pivoteren ze door naar nieuwe strategie.
Of beëindigen het initiatief.
En als je dan iets hebt, duik er dan niet
meteen in. Voel de temperatuur eerst met
een teen. Kijk wat er gebeurt. En als dat
goed voelt: duik!
ONEINDIGE MOGELIJKHEDEN
De maatschappelijke verhoudingen veranderen
in hoog tempo. Grenzen vervagen:
tussen beleidsdomeinen, tussen
bestuurlijke gremia, tussen landen. Technologie
is toegankelijk tegen lage prijs,
kennis is gratis verkrijgbaar en niet
gebonden aan tijd en plaats.
De mogelijkheden zijn oneindig. Het
lerend vermogen van de maatschappij is
nog nooit zo groot geweest. Ieder beleid
dat we maken is in feite een experiment.
We weten niet wat de werking is. We
kunnen het alleen ter plekke zien, en dan
pivoteren.
Waarom zijn we trots als we iets uitvoeren
dat conform van tevoren bedachte
planning van tijd en geld verloopt? Terwijl
we niet weten of het iets is waar de
burger op zit te wachten? Waarom gaan
de gesprekken tijdens onze projectgroepen
over de vraag of we op schema liggen
en op budget. En niet over of het nog
relevantie heeft wat we doen?
׉	 7cassandra://OG6XhXCzF-hQogoU1I6pLRsCdvNe2_8P9g0KJCAJboM8`̵ Wg"V(Wg"V'{בCט   {u׉׉	 7cassandra://K-lpLEYT42PnEYCI9FO1UCZ9y2PNixUamVKKKXB7v_U `׉	 7cassandra://6PFzzTVBshXu6_Cuc6WwT0GK0JPjd7Ah-A6vd7YPgh4fT`S׉	 7cassandra://2m_M8x4C4KEkcsIHMUPAY5U1kapKawyn913mvWmkuaM'h`̵ ׉	 7cassandra://ZIxd-w-usrdDsW9gyGtwk9Z87ujRVdIj22oDvma0rKM ͠Wg"V)ט  {u׉׉	 7cassandra://Da7Zo1Mi5tTyDcw5VCJ76TH-J3WPjVWROqtB90kcFoM `׉	 7cassandra://_VOQHU7CRrkLfXyIUkLPfPfN4I9T-PKijAxeo4-1GXwZ`S׉	 7cassandra://21CxgOiI4UkA6gvbx1QOOKwYDu7iIXJteuapso3L9DcH`̵ ׉	 7cassandra://d-tbJJOmAbS2YFT5PZbNnKy2YoJqQSncVWu3vwseEhw ͠Wg"V*׉EX400+ meter
(gem. 422,5 m)
400 meter
Uw beleidsuitgangspunt is dat jeugd van 6 - 11 jaar binnen 400 meter
een speelplaats moet kunnen bereiken. Op basis van de gegevens van
Neuron Speelmonitor kunnen wij de huidige situatie voor u vaststellen,
bijvoorbeeld: 78% van de jeugd van 6-11 jaar heeft daadwerkelijk
speelruimte binnen 400 meter van de woning. Of omgekeerd: De
gemiddelde afstand voor de jeugd van 6-11 jaar tot een speelvoorziening
is 422,5 meter.
Maar u wilt weten wat u moet investeren om 100% van de jeugd binnen
de norm te bedienen of om de afstand voor alle jeugd terug te dringen
naar maximaal 400m. Maar u wilt wellicht ook weten wat het betekent
voor uw meerjaren kosten als u de afstand in uw norm verhoogt naar
500 meter. Spelen met beleid!
78%
22%
afstand tot speelplaats 6 - 11 jaar
SMART
SOLUTIONS
Play monitor …..
a smart solution
׉	 7cassandra://2m_M8x4C4KEkcsIHMUPAY5U1kapKawyn913mvWmkuaM'h`̵ Wg"V+׉E-H E N K WESSE LI NG
BLIJ MET BIG DATA
Ja, ik ben best blij met de ontwikkeling naar wat we wel noemen
datagedreven sturing. Met bijbehorende aandacht voor dataverzameling,
databewerking en het zoeken van verbanden. Nu ja,
risico’s genoeg. Neem zoiets als HR-analytics met intensieve
dataverzameling over personeel. Wie bewaakt privacy, wie de
menselijke maat tegen illusie van maakbaarheid en misinterpretatie
met verkeerde personele maatregelen?
Toch ben ik blij, om twee redenen. Ten eerste levert datagedreven
sturing prachtige resultaten op. Voorbeelden genoeg: van
effi ciënter onderhoud door sensoren tot betere zorg door combineren
van data over resultaat. Mij gaat het hier om de tweede
reden. We kunnen wat meer nadruk op ‘de feiten’ wel gebruiken
bij het inrichten van onze publieke arrangementen.
TE
S
In een mooi stukje uit 2011 (te lezen op de website van het Montesqieu-instituut)
geeft Ruud Koole weer hoe de Amerikaanse
oud-president Bill Clinton naar aanleiding van uitspraken van
Sarah Palin (Tea Party) waarschuwde voor wat hij noemde ‘fact
free politics’. Koole stelt terecht dat het daarbij niet gaat om het
feit dat emoties en waarden drijvende krachten zijn in de politiek.
Het gaat in de politiek immers juist om het realiseren van
‘publieke waarde’. Maar het gaat ook en vooral om een open
houding in de besluitvorming voor ‘de feiten’ hebben en voor
de mogelijke weerlegging of nuancering van onze opvattingen.
De praktijk is anders. Minder Marokkanen? ‘Dan gaan we dat
regelen.’ ‘Make it go away’, hoorde ik laatst als reactie van een
minister op een ambtenaar die iets hem onwelgevalligs kwam
vertellen. Fact free polariseren staat voor het eigen gelijk, ongeacht
de feiten of mogelijke gevolgen.
Naast deze wat domme variant van gelijkhebberij is er de variant
die erin slaagt alle onderzoeksresultaten in het eigen ideeënbouwsel
in te passen. De complotdenkers en de ideologen die
op creatieve wijze de ontwikkelingen naar eigen believen interpreteren;
als hand van God, van het grootkapitaal et cetera.
Maar is die laatste variant niet juist een risico van big data?
Genereren van het eigen gelijk en de mogelijkheden tot manipulatie
door machtige instituten met veel data? In een onderzoek
naar datagedreven sturing voor de gemeenten Utrecht (te
lezen op de website van Berenschot) is het onderscheid
gemaakt naar open en gesloten omgang met data. Machtsconcentratie
bij gesloten beschikbaarheid en gebruik van data is
hoe dan ook te controleren, zoals bij geheime diensten voortdurend
aan de orde is.
Het aardige van big data is echter dat de nadruk ligt op veel
dataverzameling en op wat wel ‘inductief’ te werk gaan heet:
het zoeken naar verbanden. Een dialoog moet vervolgens duidelijk
maken of dat zinvolle verbanden zijn of dat er juist
andere hypotheses gelden. Wat voor dienstverlening vinden
mensen plezierig? Wanneer gaan ze zelf aan de slag met hun
problemen en wanneer stokt dat proces en beginnen burgers
overlast te veroorzaken?
De nadruk in het publieke domein moet natuurlijk liggen op het
‘open en samen zoeken’. Op transparantie, open data, inzicht in
de eigen gegevens. Big data bevordert door het zoekgedrag een
houding van openheid en dialoog. Tegen fact free politics, tegen
ideologische blindheid, tegen Big Brother.
Henk Wesseling, Experticecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://21CxgOiI4UkA6gvbx1QOOKwYDu7iIXJteuapso3L9DcH`̵ Wg"V,Wg"V+{בCט   {u׉׉	 7cassandra://q1xAsIjll3yk1xtzJ76PFM9l6Aw9Ef6dYOmnXFKffWg `׉	 7cassandra://1V_3Ud1O6cQALuTgLG25Jqo5s0TVNMmeIOnVY3QYE7sXj`S׉	 7cassandra://07J8kbCQ7Bl597UlndqtJYJccVEoi5s-7UROlPAY2fQs`̵ ׉	 7cassandra://lItm2TUfZPnkhLAlfjVLzfOkNi_jqArlnldmVnqMpaY X͠Wg"V-ט  {u׉׉	 7cassandra://xI7tqSkRhbhIZhsKGthtxkcXWh68mrTx-czRsKhnSqU `׉	 7cassandra://eYMcno62x5oLcvAl0cNB2kDhX6I4aTFg-rYCnd8CSeI_g`S׉	 7cassandra://Rvpt0Rbd_3CkPsmUoSlV-RW32wJBh3GD1drdoKUxCy4`̵ ׉	 7cassandra://yDZCJb9BCXZvUlejo1C5n0kcAdcNA-kNRlepTqStQ_0 ;x͠Wg"V.נWg"Vt ^Ɓ9ׁH /http://toekomst.nl/item/Scenarioplanning_121831ׁׁЈ׉ESCENAR IOPL AN N I NG
WORDT HET IKHOVEN
GEMEENTEN VERKENNEN TOEKOMSTSCENARIO’S SOCIAAL DOMEIN
Honderddertig gemeentelijke deelnemers kregen van Shell, Philips en Defensie
een kijkje in de toekomst. Het doel: zich beter kunnen voorbereiden op de
toekomstige ontwikkelingen in het sociale domein.
Tekst: Nanne de Jong, kwartiermaker Versterkt Partnerschap bij het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties, en Berend Buys Ballot, senior adviseur BeBright
D
e keuzes die we vandaag
maken, bepalen waar we over
vijftien jaar staan. Dit besef is
voor grote, internationaal
opererende bedrijven reden om zich continu
te verdiepen in de veranderingen die
zich voltrekken in onze samenleving.
We maken beleid vaak op gebeurtenissen
uit het verleden of heden, met scenarioplanning
maak je beleid gericht op de
toekomstige ontwikkelingen.
Tijdens het ontwikkelen van scenario’s
voor het sociaal domein – een project van
het programma Gemeenten van de Toekomst
van Binnenlandse Zaken en VNG,
inhoudelijk gefaciliteerd door BeBright –
hebben Shell, Philips en het ministerie
van Defensie aan meer dan honderddertig
deelnemers van gemeenten en maatschappelijke
organisaties hun aanpak en
beeld gedeeld: hoe kijken zij naar de toekomst
van onze samenleving?
Met deze deelnemers en de twee pilotgemeenten
Bergen op Zoom en Delft is vervolgens
de toekomstverkenning sociaal
domein gedaan en zijn er drie concrete
scenario’s ontwikkeld. Wat leren deze
scenario’s ons over de toekomst van de
gemeenten in Nederland?
21 KERNTRENDS
De drie scenario’s zijn opgebouwd rond
21 kerntrends in het sociaal domein.
Hiermee is in kaart gebracht wat de
48
belangrijkste ontwikkelingen zijn en wat
de grootste onzekerheden vormen. Op
basis van deze trends zijn via verschillende
werkvormen drie zeer verschillende
toekomstbeelden van onze samenleving
en in het bijzonder het sociaal
domein geschetst.
Het eerste scenario is Samendam: verbinden
en vernieuwen, uitgaande van informele
netwerken die de kracht van de
stad dragen. In het tweede scenario
(Ikhoven) is het motto samen voor ons
eigen: we doen het samen maar laten ons
leiden door de vraag what’s in it for me?
In het laatste scenario Staatsburcht regelt
de overheid alles wel voor ons, lekker top
down.
Ondanks de grote verschillen in de drie
scenario’s vormt de democratisering van
kennis en technologie, en daarmee de
democratisering van macht en invloed, in
onze samenleving een drijvende kracht
voor vernieuwing. Ongeacht de economische
ontwikkeling en ongeacht de rol die
solidariteit speelt in onze maatschappij.
Deze ontwikkeling lijkt daarmee een
robuust gegeven waar gemeenten en
partners vandaag vol op moeten inzetten.
Gemeenten staan voor een fundamentele
transformatie die ontstaat door de veranderende
houding en verhouding tussen
inwoners, bedrijven en de eigen organisatie.
Ruimte geven aan initiatieven van
burgers en bedrijven is een voorwaarde
tot succesvolle innovatie en vernieuwing,
zo blijkt ook uit tal van goede voorbeelden
uit het fysieke domein.
GELIJKWAARDIGHEID
De kracht van het ontwikkelen van toekomstscenario’s
zit ook in de gelijkwaardigheid
van de deelnemers. Ieders
inbreng is even waardevol, want niemand
heeft de kennis hoe de wereld er over
pakweg tien à vijftien jaar uit ziet. Met het
ontwikkelen van scenario’s worden
betrokken partijen uitgedaagd de dialoog
en debat aan te gaan en antwoorden te
formuleren voor de toekomstige opgaven.
Of dit nu binnen de eigen gemeente׉	 7cassandra://07J8kbCQ7Bl597UlndqtJYJccVEoi5s-7UROlPAY2fQs`̵ Wg"V/׉EN
OF SAMENDAM?
grenzen is met burgers, bedrijven en
maatschappelijke organisaties of in een
regio met andere gemeenten. Deelnemers
aan het traject verklaren dat ze door het
werken met scenario’s meer oog hebben
voor trends en ontwikkelingen. Zo werd
in een van deze gemeenten het bestuursakkoord
getoetst aan de scenario’s waardoor
de robuuste opties, beleidskeuzes
die in elk van de scenario’s waardevol
blijken, nu voorrang krijgen in de uitvoering.
Een ander voorbeeld vormt een
gemeente die scenario’s gebruikt om in
gesprek te gaan met inwoners, bedrijven
en maatschappelijke instellingen. Om op
basis van deze beelden van de toekomst
een door de stad gedragen agenda op te
stellen. Op deze agenda staan onderwerpen
als de inrichting van de binnenstad,
het scheppen van kansen op de arbeidsmarkt
en het geven van ruimte aan burgerinitiatief.
De scenario’s werken in dit
proces verbeeldend en verbindend.
VERANTWOORDELIJKHEID
In de scenario’s voor het sociaal domein
zijn de veranderende onderlinge verhoudingen
onderzocht en op verschillende
manieren uitgewerkt. Terugkerend thema
is het omgaan met verantwoordelijkheid.
Als gemeente verantwoordelijkheid dragen,
betekent niet dat je alles zelf moet
SCENARIO’S IN PRAKTIJK
Samendam: Gaat uit van lichte economische krimp. Sociale hervorming op basis van
wederkerigheid is het leidende principe. Gemeenten vormen een platform voor burgerinitiatieven.
Het rĳ k stelt zich faciliterend op, gemeenten dragen zorg voor een lokaal
vangnet.
Ikhoven: Gaat uit van forse economische krimp. Burgers nemen de regie, de overheid is
reactief en trekt zich terug op kerntaken (zoals het bieden van een vangnet voor kwetsbare
groepen). Het rĳ k neemt de touwtjes in handen, decentralisatie wordt deels
teruggedraaid.
Staatsburcht: Gaat uit van economische groei. De regio is de spil in het lokale en maatschappelĳ
ke netwerk, het rĳ k staat op afstand. Door schaalvergroting en samenwerking
nemen de regio’s veel taken van de landelĳ ke overheid over.
organiseren. Juist de ruimte die je geeft
aan initiatieven van burgers en bedrijven
– ook als dit tot ongelijkheid tussen
inwoners kan leiden – is het een voorwaarde
voor innovatie. Alleen gemeenten
die vertrouwen geven aan professionals
en organisaties creëren ruimte voor
vernieuwing. De scenario’s laten de
noodzaak zien van transformatie. Waar
inwoners, bedrijven en gemeente met
minder collectieve middelen meer
waarde creëren. Maar de keerzijde in de
verschillende scenario’s is een toename
van de verschil tussen arm en rijk,
gezond en ongezond, pro-actieve en
afwachtende inwoners. Immers niet
iedereen zal in de toekomst nog even snel
en slagvaardig zijn weg vinden. Met als
voornaamste uitdaging voor gemeenten:
weerstaan zij dan de vertrouwde refl ex
om problemen en taken weer terug te
pakken? Leren loslaten is een voorwaarde
voor innovatie.
Meer weten?
Kĳ k voor al het materiaal en animatiefi lms
van de scenario’s op http://gemeentenvandetoekomst.nl/item/Scenarioplanning_121831
׉	 7cassandra://Rvpt0Rbd_3CkPsmUoSlV-RW32wJBh3GD1drdoKUxCy4`̵ Wg"V0Wg"V/{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tV3KveOhsJe2Lyx0_N9knBx6hKvOAf4g4JZPm2lKgqA `׉	 7cassandra://QJL4bzgHPZDRA14yC4bgRiMa0yDTPOM0lVwVaU5Wz3UX`S׉	 7cassandra://TaPjl4KAuVGgNRKXtJgupihtFV5HNVEDDfcven9lnaA$`̵ ׉	 7cassandra://fd9TRLxdzBYFpPKOPfhsRnzcduGhjqh5p7pXnpHzt0Y c-͠Wg"V1ט  {u׉׉	 7cassandra://UlxJGRwrz66kN3EftgKoWotjqlZ6jii0nx6dqUBRnsM `׉	 7cassandra://EWOnRIbPNJo2S98x5C84mxxzaF-WR3RDaFTgAeW6jm8F`S׉	 7cassandra://K0BDugS-pwFoLHNhX1NCV0ceoXmsmgTrypvKVKslZGA2`̵ ׉	 7cassandra://pYb7gIjVZt7CL-9wFmP5k7Dufmj0wFj89eyzUqfvtNI ! R͠Wg"V2נWg"V{ .<"9ׁH &http://www.ingovernment.nl/nieuwsbriefׁׁЈ׉ECOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media.
inGovernment informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 10, nummer 2 (juni)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Peter Kanne
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Martin Hendriksma
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
www.ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.binnenlandsbestuur.nl/
ingovernment/abonnement
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
Marketing
Lindsay Duijm
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is
zelfstandig adviseur
en ondersteunt de
publieke sector op het
gebied van dienstverlening
en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster,
spreker en
gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975)
werkt als directeur bij
een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel
expertise op terrein
van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken.
Jan
de Kramer (1957)
houdt zich bij de
AWVN bezig met
modernisering van
arbeidsverhoudingen
en duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt
zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Peter
Kanne (1964) is
onderzoeksadviseur
bij onderzoeksbureau
I&O Research. Hij doet
onderzoek voor en
adviseert ministeries,
provincies, gemeenten
en (semi-)publieke
organisaties. Overheidsdienstverlening,
burgerparticipatie
en
politiek hebben zijn
speciale belangstelling.
Miguel Boerboom (1970)
is bestuurskundige en
zelfstandig adviseur in
de publieke sector met
specialisaties op het
gebied van de digitale
overheid, gemeenten
en implementaties. De
laatste jaren is hij verantwoordelijk
voor
diverse grote implementatieprogramma’s.
Peter
Noordhoek (1957)
is adviseur, auditor en
analist op het brede
terrein van kwaliteit en
toezicht. Hij maakte in
1992 kennismaking
met de publieke dienstverlening
tijdens de
introductie van kwaliteitshandvesten
in
Nederland. Sindsdien
schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede
mogelijk gemaakt door:
׉	 7cassandra://TaPjl4KAuVGgNRKXtJgupihtFV5HNVEDDfcven9lnaA$`̵ Wg"V3׉E )
n
-
PLATFORM VOOR DE
DIGIT ALE OVERHEID
Laat je inspireren!
Blijf op de hoogte van het meest actuele en inspirerende
nieuws op het digitale vakgebied.
Meld je GRATIS aan voor de wekelijkse nieuwsbrief
van inGovernment.
www.ingovernment.nl/nieuwsbrief
׉	 7cassandra://K0BDugS-pwFoLHNhX1NCV0ceoXmsmgTrypvKVKslZGA2`̵ Wg"V4Wg"V3{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cSEAosEfmWVOXPDqs99vm5w9nhes2izKRb6t4A3egkE` ׉	 7cassandra://Rv4l1cVwIMPml3BtqujmxZMm4zgrRS93p82u3zkueRk(` S׉	 7cassandra://RCixJ_6Xw8YXv39BA-X19LhswGzS3j1vuyvic9uDEp8`̵ ׉	 7cassandra://4T1EkhoeQH-nK6p47nE-n9TbY-tq4Zks4b2ot_SYC8w[͠Wg"V5נWg"Vv (,k
9ׁHhttp://mt-advert-juni-2015-.inׁׁЈנWg"Vu 9ׁHhttp://WWW.HOTITEM.NLׁׁЈ׉E HOT ITEM #7:
ER WORDT MEER VERDIEND
AAN DAN MET BIG DATA
Zetspiegel =
186 x 257
TIJD VOOR EEN SCHERPE BLIK
KIJK OP WWW.HOTITEM.NL
mt-ad
mt-ad
mt-advert-juni-2015-.indd 1
16-6-2015 16:46:56
׉	 7cassandra://RCixJ_6Xw8YXv39BA-X19LhswGzS3j1vuyvic9uDEp8`̵ Wg"V6׉E56
Wg"V7Wg"V6{)InGovernment 02 2016Wg7>cF