׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://Zl0qS2eB0ZNMin6jy50evFnN9MPWKVH4_y4WP-EQciY ;i`׉	 7cassandra://lFiWqe-pPR4skyQyQiaiLJf6MK1oaXsD6o3XX8352Qom9`S׉	 7cassandra://iB_vU4KMMpzBWHHTlz_ypboMymMjkaVeOFoF6PpsxwA$`̵ ׉	 7cassandra://sz80QaGEmNLKa2n6oPgxG-VGgQafck-s3DuqfxUkhVA **͠XhWba׈EXhWba׉EPLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
MA A RT 2017
Robotisering
g
Pacy
Webcare
Social advocacy
Onlife
Webcare
Digitale ethiek
Robotisering
Sociale pla ormenSil l tf
In hoeverre staan
big data en privacy
op gespannen voet?
Digitale Ethiek
D
k
Digitale Aenda 202
Big data
Gegensbesch
Digitaliserin
Samen Oraniseren
Samen Organ
Pacy
Social advocac
Webcare: vooralsnog
blĳ ft het een
menselĳ ke taak
Digitale Agenda
2020 stimuleert
Samen Organiseren
׉	 7cassandra://iB_vU4KMMpzBWHHTlz_ypboMymMjkaVeOFoF6PpsxwA$`̵ XhWbaXhWba{בCט   {u׉׉	 7cassandra://uskyOVOjPZC0OdggN7DwLEjl1L0Du3DhHcTce3jP87g `׉	 7cassandra://sdrlggDpLL9UHdf1PeDRpgiSaVeGHVLl6jDsGvwihSEZ`S׉	 7cassandra://CpIhgxk3jCHAZnpkjIT2qE0fN8oKa8xBNynSjkV0C_o`̵ ׉	 7cassandra://hW-io2nEKV7la__d8eWywMvETN6scf8M62N8lNb12Gk #1t͠XhWbaט  {u׉׉	 7cassandra://M2EU1la3omPRE_n6zsvM1h5eY7itNY1WRXuLCfdrers `׉	 7cassandra://gNztppg1WTtLUcEPp2f-PFLeQGHf2ffRd8DHxqJHbJ0^`S׉	 7cassandra://Bhior1B8-9R2d4LrOqFUbGdLxnY6UDVwr6lm8LGem-o&`̵ ׉	 7cassandra://ZyaqQ8RbMVHBNH1okSvT2TpAsOzqaV9pp83d_1e1aOM 
F͠XhWba׉EI N HOU D
EDITORIAL
03
04
06
07
08
09
10
11
13
14
16
17
20
22
25
26
28
Onlife
Gemeenten gaan voor samen doen wat samen kan
Ingrid Hoogstrate over meerjarenstrategie Digitale Agenda 2020
‘Gemeenten zijn uiteraard nauw betrokken’
Bas Eenhoorn over doorontwikkeling GDI
‘De warme kant van dienstverlening blijft
belangrijk’
Irma Woenstenberg over het thema Dienstverlening
‘We willen het vooral samen doen’
Pieter Jeroense over het thema Samen Organiseren
‘Bewustwording blijft het belangrijkste thema’
Frans Backhuijs over het thema informatieveiligheid
‘Datagedreven werken is een grote belofte’
Tom Kunzler over het thema datagedreven werken
‘Het gaat er niet om dat je achter elke innovatie
aanholt’
Frank van Erkel over het thema innovaties
ARJAN EL FASSED
Hoe ruwe data te ontsluiten?
Sturen op kwaliteit in het sociaal domein
Belangrijke stap naar realisatie Digitale Agenda 2020
Digitale ethiek, wat is dat eigenlijk?
Over morele grenzen en het juiste handelen
Big data en privacy op gespannen voet
Tweestrijd in de informatiesamenleving
Plannen voor een digitaal Nederland
Welke beloften bevatten de verkiezingsprogramma’s?
Juridische instrumenten bij dataverzamelingen
Wat kunnen overheden leren van zorginstellingen?
LINDA KOOL
De onschuld voorbij
Welke kant wil de overheid op?
Rol automatisering en robotisering neemt snel toe
Digitalisering: op weg naar Utopia?
Neemt overheid haar verantwoordelijkheid?
׉	 7cassandra://CpIhgxk3jCHAZnpkjIT2qE0fN8oKa8xBNynSjkV0C_o`̵ XhWba ׉EI NHOUD
E DITOR IAL
ONLIFE
HENK WESSELING
31
32
34
36
38
40
42
44
47
48
50
Dienstverlening in tĳ den van
populisme
Webcare blĳ ft (nog) een menselĳ ke
taak
Onderzoek naar Nederlandse situatie in 2016
Nieuwe kansen dankzĳ online
ambassadeurs
Versterk online impact en vergroot het merkbewustzijn
Waarom sociale platformen vaak
mislukken
Bouw je een huis of beheer je een tuin?
BOBOTAAL
De nieuwe mainstream
Let’s reinvent government
Experimenteren kan je leren
Evalueren van ICT-projecten bĳ de
overheid
Meer vorm dan inhoud?
Gemeenten verkennen data science
Data Lab levert lessons learned op
MAESSEN LEEST
Reinventing organizations
Flitsen of wegwĳ zen?
Hengelo kiest voor dienstverlening als formule
Colofon
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Wat het nieuwe kabinet voor de digitale overheid in petto heeft,
blijft op dit moment nog even gissen. Maar op basis van verkiezingsprogramma’s
mogen we verwachten dat de bestuurlijke
aandacht voor digitalisering verder zal groeien. Het besef dat
digitalisering verder strekt dan bedrijfsvoering alleen en aandacht
vraagt voor nieuwe ethische dilemma’s, neemt toe. En dat
is hoog nodig!
Digitale ethiek wordt binnen de overheid een steeds prominenter
thema, een thema waar de hele organisatie mee in aanraking
komt. Welke morele grenzen stellen we aan digitalisering? Het
samenspel tussen medewerkers, systemen en robots is volop in
beweging. Inwoners bewegen zich zowel offl ine alsook online,
zeg maar Onlife! In hoeverre is de menselijke maat in de digitale
wereld nog leidend? Meer dan de trendwatchers ons willen doen
geloven! Uit recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat webcare
voorlopig empathisch mensenwerk blijft omdat het duiden van
sentimenten aandacht vergt. Iets wat bij de huidige generatie
robots nog in de kinderschoenen staat. Die menselijke kwaliteiten
zijn ook leidend bij de inzet van online ambassadeurs, die het
bereik van je organisatie op social media stimuleren. Hetzelfde
geldt voor het implementeren van sociale platforms, die veelvuldig
mislukken omdat we deze te systemisch benaderen, zonder
afdoende rekening te houden met menselijke motieven.
Kunnen we al deze digitale transities wel bijhouden op basis van
de huidige werkwijzen en wetgeving? De Europese Algemene
Verordening Gegevensbescherming die vanaf 2018 van kracht
wordt, legt nieuwe accenten die moeten worden doorvertaald
naar de Nederlandse situatie. Met de opkomst van datalabs en
het toenemend gebruik van big data-oplossingen veranderen de
vraagstukken op het gebied van privacybescherming en gegevensbewerking.
Welke eisen moet je bijvoorbeeld stellen als jouw
data door marktpartijen wordt beheerd en bewerkt?
Wat onze werkwijzen betreft kunnen gemeenten inspiratie putten
uit de Digitale Agenda 2020, waarbij de focus ligt op het samen
organiseren. Kern hiervan is dat gemeentelijke innovaties en verbeteringen
op het terrein van dienstverlening en bedrijfsvoering,
die door gemeenten zelf zijn ontwikkeld, uiteindelijk door meer
of alle gemeenten worden gebruikt.
Doelstelling is dat gemeenten er in 2020
klaar voor zijn om op een fl exibele en
moderne manier met de samenleving te
interacteren, waarbij de informatievoorziening
hen optimaal ondersteunt. De tijd
zal het leren, maar ook hier geldt het
aloude gezegde: alleen ga je sneller, maar
samen kom je verder.
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://Bhior1B8-9R2d4LrOqFUbGdLxnY6UDVwr6lm8LGem-o&`̵ XhWba!XhWba {בCט   {u׉׉	 7cassandra://vfenbkfzbnGbQPBFJem8zFC19Ku7sz_7-qSms85vq6E .`׉	 7cassandra://WMtibepVZOKuNTje7PN0qiM7BbHcvSpxoXPJ8nM5bAE͂`S׉	 7cassandra://1RTtc11u4yCPrM9CjnWAZOxSD7kFNP_sjxiA3C4S8Tk':`̵ ׉	 7cassandra://XfwBkf4UrqsCJyx5CGIYEcuXe0TS9xzA3Gfu8ok31GQ :͠XhWba"ט  {u׉׉	 7cassandra://0SyrH1QHTewPc5dPz-7s3vco5y1H7QwOQVcZSRGeWt8 X`׉	 7cassandra://XbW9EZIWoZctcqyC8muULkbOHFBOPjr6QU0Xe6JxbqY͎`S׉	 7cassandra://R7ECE67rfp87RePkoFLujIYj3_SbBl3bUdQz3_wvsDY+`̵ ׉	 7cassandra://bVmp4XcbV3o0QQZYtjvM7xXnAAyW5OVbQM1ntueKy0U ͠XhWba#נXhWba ^̎9ׁHhttps://www.da2020.nl/ׁׁЈ׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
GEMEENTEN GAAN
VOOR SAMEN DOEN
WAT SAMEN KAN
RESULTAAT MEERJARENSTRATEGIE DIGITALE AGENDA 2020
De samenleving verandert en dat heeft zĳ n weerslag op de overheid. Gemeenten
startten daarom in 2015 het VNG-programma Gemeente 2020. Voor de
informatiekundige component kwam er een apart programma: de Digitale
Agenda 2020. (DA2020) De ondersteuning daarvan ligt grotendeels bĳ het
Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), onderdeel van VNG. Wat
is er inmiddels bereikt? En wat is de relatie met de door gemeenten ingezette
beweging van Samen Organiseren?
Tekst: Ingrid Hoogstrate, programmamanager Digitale Agenda 2020, KING
en aantal jaar geleden realiseerden
gemeenten zich dat hun
toenmalige manier van werken
en informatievoorziening niet
toekomstbestendig was en dat het anders
moest. In dat kader werd besloten tot de
meerjarenstrategie Digitale Agenda 2020.
Kern van die Digitale Agenda is dat
gemeentelijke innovaties en verbeteringen
op het terrein van dienstverlening en
bedrijfsvoering, die door gemeenten zelf
zijn ontwikkeld, uiteindelijk door meer of
alle gemeenten worden gebruikt. Het is
een aanpak die ook terugkomt in het
voorstel Samen Organiseren, dat in de
laatste Buitengewone Algemene Ledenvergadering
van de VNG (november
2016) is aangenomen.
KRACHTEN BUNDELEN
In de nieuwe aanpak bundelen gemeenten
de krachten, waarbij VNG en KING
faciliterend optreden. KING ondersteunt
gemeenten bij innovaties en bij het werken
in pilots, verkenningen en onderzoeken.
Daarnaast worden gemeenten
4
E
ondersteund met producten en diensten
op het terrein van gezamenlijke inkoop,
standaardisatie en implementatie. Nieuw
is de bestuurlijke inbedding van deze
werkwijze. Gemeenten gaan samen innoveren
én samen sturen en uitvoeren. De
doelgroep van de Digitale Agenda
bestaat uit gemeentelijke managers en
professionals uit diverse domeinen én uit
bestuurders en gemeentesecretarissen.
Bestuurders zijn nodig omdat veel
bestuurlijke en organisatorische vraagstukken
een belangrijke informatiekundige
component hebben. De gemeentesecretarissen
zijn, als ‘verbindende schakel’
tussen bestuur en uitvoering, cruciaal
voor het verder brengen van deze andere
manier van werken.
DENKEN EN DOEN
De Digitale Agenda 2020 heeft drie ambities,
die gemeenten helpen om op de veranderende
samenleving in te spelen:
open en transparant in de informatiesamenleving;
werken als één effi ciënte overheid;
massaal digitaal - maatwerk lokaal.
CONGRES OP 5 APRI L
Gemeenten kiezen voor ‘samen doen
wat samen kan’ en bundelen hun krachten
in onder meer dienstverlening en
ICT. Deze en andere onderwerpen
komen aan bod tĳ dens het congres
‘Digitale Agenda 2020 – Samen Organiseren’
op woensdag 5 april in Utrecht.
Meer informatie is te vinden op de website
https://www.da2020.nl/congres.
Onder deze ambities hangen zes thema’s
met bijbehorende projecten. Zoals het
optimaliseren van het gebruik van de
Generieke Digitale Infrastructuur (GDI),
het verbeteren van dienstverlening aan
inwoners en ondernemers, datagedreven
werken, samen organiseren en het verder
brengen van innovatie en onderzoek.
Voor alle thema’s is een doespoor en een
denkspoor ontwikkeld. In het doespoor
worden, met gemeenten, specifi eke toepassingen
ontwikkeld en geïmplemen׉	 7cassandra://1RTtc11u4yCPrM9CjnWAZOxSD7kFNP_sjxiA3C4S8Tk':`̵ XhWba$׉E<teerd. In het denkspoor wordt verkend
wat de volgende stap kan zijn van zo’n
toepassing. Beide sporen beïnvloeden
elkaar. Zo kunnen met praktische projecten
concrete stappen worden gemaakt,
terwijl tegelijkertijd het einddoel niet uit
het oog wordt verloren.
PARTNERPARTIJEN
Vanuit KING wordt er niet alleen samengewerkt
met gemeenten, maar ook met
tal van partners. Zo wordt deel uitgemaakt
van een innovatienetwerk met
partijen als Democratic Challenge, Initiate,
kennisinstellingen en de Digitale Steden
Agenda. In het verlengde daarvan
wordt een opschalingsnetwerk gerealiseerd,
om ervoor te zorgen dat wat
gemeenten samen ontwikkelden door
meer gemeenten gebruikt wordt. Voor
die opschaling worden verschillende
strategieën gehanteerd. Zoals het gezamenlijk
inkopen, het maken van afspraken
met softwareleveranciers over standaarden
en door het aanbieden van landelijke
webdiensten aan alle gemeenten.
H
GEME
Zoals de Digitale Aangifte Overlijden en
de Verhuisservice met behulp van MijnOverheid,
twee voorzieningen die alle
gemeenten in de nabije toekomst kunnen
gebruiken.
Het doel van de Digitale Agenda 2020 is
dat gemeenten hun werk écht anders
moderne manier met de samenleving te
interacteren, waarbij de informatievoorziening
hen optimaal ondersteunt. Het is
de rol van het programma om gemeenten
daarbij te ontzorgen en te ondersteunen.
Meer weten?
https://www.da2020.nl/
doen. Dat zal in 2020 niet klaar zijn, want
in deze snel veranderende wereld zullen
gemeenten zich altijd moeten blijven aanpassen.
In 2020 moeten gemeenten er wèl
klaar voor zijn om op een fl exibele en
׉	 7cassandra://R7ECE67rfp87RePkoFLujIYj3_SbBl3bUdQz3_wvsDY+`̵ XhWba%XhWba${בCט   {u׉׉	 7cassandra://67CbMWw6OeNfgp6GC7UXAUNMQZmhUbmftzaEq4V_FlQ `׉	 7cassandra://SJ7gO8uD3c2oXu1FAOdSSTAxydncOcAziU6n0qzi7DU^B`S׉	 7cassandra://nYHqspV3K8qCXIi8WSZSWjQRubT0g76s_rP4efc_N9k`̵ ׉	 7cassandra://p672j1CxRpHRG61PvROfE7nhNO_Y4qz91fLPX5D_IFE zad͠XhWba&ט  {u׉׉	 7cassandra://l32uPPVSpsAam9JpzaBsMIuM2cYbMU_6O4gbdX3a0Dk `׉	 7cassandra://SiXieB_ectDePgGpSQaFNjTThuCBVaX3BUUGNxi2TZoXU`S׉	 7cassandra://i7M-xyos9TdbuorgHQBvdiDgutw_FdXj82oriCBumEs`̵ ׉	 7cassandra://DLKeD_1y8H_pKcfzXe1oikBZKHeDIC9VD686IlO08FU =8d͠XhWba'׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Bas Eenhoorn: ‘Gemeenten zijn
uiteraard nauw betrokken bij de
doorontwikkeling van de GDI’
Digicommissaris Bas Eenhoorn is door het
kabinet aangesteld als overheidsbrede regisseur
voor de (door)ontwikkeling van de generieke
digitale infrastructuur (GDI):
“Met de GDI kan de overheid als één
overheid werken en dat is wat inwoners
en bedrijven verwachten. Het maakt het
mogelijk dat gemeenten hun dienstverlening
op een hoger niveau brengen. Dat
gebeurt al volop. Gemeenten gebruiken
bijvoorbeeld DigiD, de basisregistraties
en in toenemende mate de Berichtenbox.
Er is zelfs al een gemeente die
werkt met de standaarden van eIDAS,
zodat burgers uit andere EU-lidstaten
met hun eigen nationale identificatiemethode
kunnen inloggen.”
“We hebben een aantal uitdagingen in
de GDI. De eerste is duurzame financiering.
Er is een structurele en duurzame
financiering nodig om de voorzieningen
te onderhouden en door te ontwikkelen.
GENERI EKE DIGITALE INFRASTRUCTUUR
De generieke digitale infrastructuur (GDI), een verzameling voorzieningen waar bijvoorbeeld
DigiD, de basisregistraties en de Berichtenbox bij horen, is een vitale infrastructuur
voor de Nederlandse overheid. De GDI is randvoorwaardelijk voor het digitaliseren
van de dienstverlening en wordt door gemeenten en andere overheden in hun
primaire processen gebruikt. Veel voorzieningen van de GDI zijn inmiddels gereed. Het
programma Digitale Agenda 2020 ondersteunt gemeenten bij het optimaal gebruiken
van deze basisvoorzieningen in hun processen. Ook wordt er samen met gemeenten
onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is.
Het kabinet heeft bepaald dat de financiering
uit doorbelasting gaat komen en
dat zijn we nu aan het uitwerken.
Gemeenten zijn hierbij betrokken. Ze
praten er over mee in het Nationaal
Beraad en adviseren de Ministeriële
Commissie Digitale Overheid over dit
onderwerp. De tweede grote uitdaging is
alles wat te maken heeft met identificatie
en authenticatie. Er zijn verschillende
manieren om in te loggen en daar
moet één stelsel voor komen. Zodat
inwoners en ondernemers straks kunnen
kiezen met welk middel ze willen inloggen
op een overheidssite. Ook dit onderzoeken
we samen met gemeenten.”
“Gemeenten zijn als grootverbruikers
van de GDI uiteraard nauw betrokken bij
de doorontwikkeling ervan. Zoals bij het
geschikt maken van interactie met de
Berichtenbox. Het is van belang dat
gemeenten ervaringen opdoen met de
mogelijkheden van de GDI en dat ze dat
samen doen. Het programma Digitale
Agenda 2020, de ondersteuning die
KING daarbij geeft en de aanpak van
Samen Organiseren, geven daar een
belangrijke impuls aan. Samen met grote
uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst,
gebruiken gemeenten de GDI
het meest. De doorontwikkeling van de
GDI, de financiering en de ontwikkeling
van een stelsel van identificatie en
authenticatie gaat dan ook logischerwijs
in nauwe samenwerking met gemeenten.
Een derde ontwikkeling die ik daarbij
wil noemen, is datagerichte sturing.
Dat zal steeds belangrijker worden: dat
gemeenten met behulp van data hun
beleid vormgeven. Bijvoorbeeld in het
sociaal domein en de leefomgeving. Ook
daarvoor vormen de voorzieningen van
de GDI een vitale infrastructuur.”
6
Beeld: Tom Jansen Fotografie
׉	 7cassandra://nYHqspV3K8qCXIi8WSZSWjQRubT0g76s_rP4efc_N9k`̵ XhWba(׉EvDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Irma Woestenberg: ‘De warme kant
van dienstverlening blijft belangrijk’
Irma Woestenberg is gemeentesecretaris van
’s-Hertogenbosch. Een gemeente die volop
bezig is met digitalisering van haar dienstverlening.
Zo vindt de als landelijk aangeboden
voorziening Digitaal Aangifte Overlijden haar
oorsprong bij deze gemeente:
“Veel administratieve processen die bij
dienstverlening horen zijn bij alle
gemeenten hetzelfde en daar kunnen we
standaardiseren en digitaliseren. Daar
wordt onze dienstverlening sneller en
doelmatiger van, maar dat is niet het hele
verhaal. Want als je gaat samenwerken en
standaardiseren dan kun je als gemeenten
samen je dienstverlening naar een hoger
niveau tillen. Iets wat je als afzonderlijke
gemeente niet voor elkaar kunt krijgen,
kan dan wél. Bijvoorbeeld bij inkomensvoorziening.
Nu kost het veel tijd om alle
DIENSTVERLENING
Veel onderdelen van het programma Digitale Agenda 2020 gaan over dienstverlening.
Dienstverlening aan inwoners en ondernemers is een belangrijke taak van gemeenten.
Veel randvoorwaarden voor dienstverlening zijn voor gemeenten hetzelfde. Digitale
Agenda 2020 ondersteunt gemeenten om voor digitalisering van deze processen veel meer
samen te doen. Bijvoorbeeld door online diensten voor producten en diensten te ontwikkelen
waar alle gemeenten gebruik van kunnen maken. De eerste collectieve webdiensten
komen inmiddels beschikbaar, voor het doorgeven van een verhuizing en - voor begrafenisondernemers
- het digitaal aanmelden van een overlijden. De Monitor Doelgerichte Digitalisering
laat zien hoe een gemeente ervoor staat, ten opzichte van andere gemeenten, en
geeft tips hoe gemeenten hun digitale ambities kunnen verwezenlijken. Digitale Agenda
2020 helpt gemeenten ook bij het gebruikersgericht inrichten van hun website.
relevante gegevens bij instanties op te
vragen. Als we dat samen organiseren,
dan kunnen we koppelingen leggen met
hun systemen, zodat we veel sneller alle
relevante gegevens hebben.”
“We hebben als gemeenten een dubbele
uitdaging om deze verbeteringen te realiseren.
De eerste uitdaging ligt op het
vlak van samen organiseren: gaan het
ons daadwerkelijk lukken om met elkaar
de gemeentelijke dienstverlening te
standaardiseren en te verbeteren? De
tweede uitdaging ligt in het sterk houden
van onze ICT. We zullen serieus werk
moeten maken van onze positie: niet
meer 388 keer afspraken maken met
leveranciers, maar veel meer werken als
één opdrachtgever. De ondersteuning
vanuit het programma Digitale Agenda
2020 is daar heel belangrijk in.”
“Gemeenten digitaliseren hun dienstverlening,
maar daarnaast blijft de warme kant
van dienstverlening heel belangrijk: het
menselijk en persoonlijk contact. Dat blijft
nodig voor de groep mensen die niet digitaal
vaardig is, maar ook voor processen
die je niet of niet helemaal digitaal kunt
doen. Zoals het begeleiden naar werk. Het
is mijn stelling dat we juist door het
grootschalig digitaliseren van onze administratieve
processen tijd overhouden om
onze energie te steken in het goed onderhouden
van warme contacten. Dat is
essentieel voor de relatie van de gemeente
met haar inwoners en ondernemers.”
׉	 7cassandra://i7M-xyos9TdbuorgHQBvdiDgutw_FdXj82oriCBumEs`̵ XhWba)XhWba({בCט   {u׉׉	 7cassandra://lOZwpvZ5VXzc_JqGfVBIY5ooosJZnNrauOeO_80Yi58 n`׉	 7cassandra://0JEFYOQWgQdX3w9Pi5kN8tOOmCjT3J46UC8Oa56w5UQV`S׉	 7cassandra://BhWRWJKYDbNy2WSaWWf7Mk-ZpEPLmsjacxZES7IkrBAS`̵ ׉	 7cassandra://0s_vEH5q8p_mitLNs-37LBTw47IXwZC7Q9GvnGNyWtA d͠XhWba*ט  {u׉׉	 7cassandra://W5jamJXnvI7EpQ4LOKQ7fce2jPvzuKRyjA07SZSs2UE `׉	 7cassandra://qkJ86fUZxY5mf7oXgm818Xt0KV81fN-FjXPfsTLeDc0Y`S׉	 7cassandra://GKRP9_0svP2eN-6uuEhgPzg0HaOBUi5da0_NArbSXBg`̵ ׉	 7cassandra://degA81cAB-gKLAbiZDHbzGpIo_X-jak_UaJcPComCuY >d͠XhWba+׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Pieter Jeroense: ‘We willen het vooral
samen doen’
Pieter Jeroense is gemeentesecretaris van
Alphen aan den Rijn:
“De recente buitengewone Algemene
Ledenvergadering van de VNG was een
belangrijk moment in het verder brengen
van samenwerking tussen gemeenten.
Het voorstel Samen Organiseren is
er met ruime meerderheid aangenomen.
We zijn het voorstel nu met een aantal
gemeentesecretarissen, met ondersteuning
van de VNG, aan het uitwerken.
Wij gaan ervoor zorgen dat het idee van
Samen Organiseren bij alle gemeentesecretarissen
landt en dat er bij VNG een
governancestructuur met bijbehorende
financiering komt, in de vorm van een
College van Dienstverleningszaken. Dat
kan straks gaan sturen op waar gemeenten
op samenwerken. We gaan door met
de ingezette aanpak van standaardisatie
en versnelde uitrol van projecten, zoals
SAMEN ORGANISEREN
Gemeenten willen meer samen organiseren, dat hebben ze op het recente VNG-congres
duidelijk uitgesproken. Veel gemeentelijke processen zijn hetzelfde en daarom willen ze
meer samenwerken. Zo kunnen ze effectief gebruikmaken van dezelfde dienstverlening
en infrastructuur, van elkaar leren en elkaar versterken. KING en gemeenten werken aan
de gemeentelijke Digitale Agenda 2020 en daarbinnen aan een gezamenlijke infrastructuur
voor gemeenten: de GGI. Deze infrastructuur, die is aangesloten op de generieke
digitale infrastructuur van de overheid, stelt gemeenten in staat om veilig en goed te
werken, zelfstandig en in samenwerking. Onderdelen van deze GGI, die stapsgewijs
wordt gerealiseerd, zijn een gemeentelijk overheidsnetwerk voor veilige en betrouwbare
verbindingen en de invoering van govroam voor veilig inloggen op wifinetwerken van
deelnemende overheidsorganisaties. Ook gezamenlijke inkoop past hierbij.
de Digitale Verhuisservice en andere
online diensten. En we gaan kijken waar
we nog meer kunnen standaardiseren.”
“De Gemeentelijke Gemeenschappelijke
Infrastructuur (GGI) is een belangrijke
randvoorwaarde voor Samen Organiseren.
We hebben een goede en vooral veilige
digitale infrastructuur nodig om
goed te kunnen samenwerken en te
innoveren. Tegelijkertijd moeten we het
hoofd bieden aan bedreigingen, zoals
cyberaanvallen. Het is best ingewikkeld
om dat als gemeente allemaal zelf te
organiseren. Daarom willen we het
samen doen. Ik zeg met nadruk samen,
want de vraag om het meer samen te
doen komt vanuit gemeenten, zij trekken
dit. Dit gaat ervoor zorgen dat
gemeenten veiliger gegevensverkeer
hebben, een veiliger IT-infrastructuur,
dat we kosten besparen, de gegevensuitwisseling
op orde is en we aan de privacy-eisen
voldoen. En dat we meer grip
hebben op de IT-markt, omdat gemeenten
samen sterker zijn en op sommige
gebieden als één opdrachtgever gaan
optrekken.”
“Gemeenten kiezen er met Samen Organiseren
voor om niet te beginnen met
allerlei nieuwe projecten, maar om
bestaande projecten te versnellen en
breed in te voeren. Het wemelt in het
land van goede ideeën en innovatieve
projecten waarvan het zonde is dat we
die niet met elkaar delen. Als de basisinfrastructuur,
de GGI, op orde is dan kunnen
we deze initiatieven sneller verder
ontwikkelen en standaardiseren, zodat
alle gemeenten ze kunnen gebruiken.”
8
׉	 7cassandra://BhWRWJKYDbNy2WSaWWf7Mk-ZpEPLmsjacxZES7IkrBAS`̵ XhWba,׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Frans Backhuijs: ‘Bewustwording
blijft het belangrijkste thema’
Frans Backhuijs is burgemeester van Nieuwegein
en voorzitter van de Visitatiecommissie
Informatieveiligheid:
“Informatieveiligheid is een belangrijke
randvoorwaarde voor het uitvoeren van
de ambities van de Digitale Agenda
2020. Als deze veiligheid niet op orde is,
dan willen inwoners en ondernemers
geen digitale zaken doen met de overheid.
Als overheid beschikken we over
veel en vaak gevoelige informatie. Die
moet je goed beveiligen. Dit realiseren
gemeenten zich goed, zo merken wij in
de gesprekken die we voeren. We zien
dat ze dat in toenemende mate oppakken
in de driehoek informatieveiligheid -
privacy - integriteit.”
“We horen van gemeenten dat onze
komst helpt om het onderwerp weer
eens stevig aan te pakken. De thema’s
die spelen en hoe ver ze zijn met informatiebeveiliging,
verschilt per
INFORMATIEVEILIGHEID
Gemeenten beschikken over veel gegevens van inwoners en ondernemers. Een deel daarvan
is gevoelige informatie. Bijvoorbeeld inkomensgegevens en informatie over gezinssituaties.
Inwoners en ondernemers moeten er van op aan kunnen dat hun informatie bij
de overheid in veilige handen is. Dat maakt informatieveiligheid een speerpunt voor
gemeenten. De informatiebeveiligingsdienst (IBD) is het aanspreekpunt voor gemeenten
als het gaat om informatieveiligheid. Zij ondersteunt gemeenten met kennisproducten
en advies, helpt bij incidenten en is de schakel tussen gemeenten en het Nationaal Cyber
Security Centrum. De Visitatiecommissie Informatieveiligheid is onderdeel van het programma
Digitale Agenda 2020 en ondersteunt gemeenten in het op orde krijgen en houden
van hun informatieveiligheid, door hier op bestuurlijk niveau het gesprek over aan te
gaan. De commissie bezoekt in twee jaar tijd honderdentwintig gemeenten. De gesprekken
zijn vertrouwelijk en moeten gemeenten verder helpen.
gemeente. Daar passen wij ons gesprek
op aan. We komen tot verbeterpunten,
bijvoorbeeld over de technische maatregelen
en de organisatorische inbedding.
We komen gelukkig zelden tegen dat de
chief information security officer (CISO)
in een hoekje van de organisatie is weggestopt,
maar er is niet altijd een directe
lijn tussen de CISO en de gemeentesecretaris
en het college. Dat zou wel moeten,
want informatieveiligheid is een
verantwoordelijkheid van het college.
Ook belangrijk voor de inbedding van
informatieveiligheid is, dat dit is belegd
op alle afdelingen. Zodat elke afdeling
een aanspreekpunt heeft en er korte lijnen
zijn met de CISO. Wij raden dit aan
en gemeenten die het doen zijn er
enthousiast over.”
“In de ruim anderhalf jaar die we nu als
Visitatiecommissie bezig zijn, zien we
dat gemeenten het beïnvloeden van houding
en gedrag als het meest ingewikkeld
ervaren. Ze gaan daar op verschillende
manieren mee om. Sommige
gemeenten maken veiligheidsbewustzijn
een onderwerp in de cyclus van functioneringsgesprekken,
andere werken met
mystery guests of ludieke acties.
Bewustwording blijft het belangrijkste
thema bij informatiebeveiliging. Niet
alleen bij professionals, maar zeker ook
bij bestuurders. Dat een gemeente veilig
omgaat met data van inwoners en
ondernemers is een verantwoordelijkheid
van het college en daardoor een
onderwerp voor de gemeenteraad.”
׉	 7cassandra://GKRP9_0svP2eN-6uuEhgPzg0HaOBUi5da0_NArbSXBg`̵ XhWba-XhWba,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UYtRivyj8V9aognqe8rvCS29roU13pEz6Ym9SrLuHek "`׉	 7cassandra://_zTIDv2RGff_S3KQEs-CE3N6wNPzJy6wXNQN2kBFNQ4S`S׉	 7cassandra://zsT07jj1dLUHyVsSq6gmom3Nu5bnzcecI48Y1TzXkZU'`̵ ׉	 7cassandra://m15wIT49JCA2AFBKicXJGFS1odyS83p4OW4k923Dbsc͹h͠XhWba.ט  {u׉׉	 7cassandra://t3pyrdpxkveSvgVAb45010cPM7CqvNNngMAMsWb-UkM J`׉	 7cassandra://4WHuokzI_4oMYCFziV1XlntWIafivHeY5YQJ2FZ8LFUUy`S׉	 7cassandra://kzHCFUYbxvrb-HUnFfG0nq9u97REKvNrp62O_ZQcgMoP`̵ ׉	 7cassandra://LjcU7rzfUyR7JNDQGmt7Uoh_tgVl_gqTk7vkk0CPXAU͸>d͠XhWba/׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Tom Kunzler: ‘Datagedreven werken
is een grote belofte’
Tom Kunzler werkt voor de Open State Foundation
en voor KING, waar hij zich bezighoudt
met het project Open Raadsinformatie:
“Je kunt pas datagedreven werken als je
weet welke data je in huis hebt en deze
toegankelijk maakt. Voor de medewerkers
in de gemeente en aan inwoners en bedrijven.
Ik vind dat de overheid alle data die
ze heeft zoveel mogelijk moet vrijgeven,
binnen de grenzen van de privacywetgeving.
De data is immers met publiek geld
verzameld, bewaard en verrijkt, dus
waarom zou niet iedereen die mogen
gebruiken? Bedrijven kunnen er toepassingen
mee maken waar mensen wat aan
hebben, bijvoorbeeld een overzicht van
vrije laadpalen. Burgers kunnen beter participeren
als ze data hebben over bijvoorDATAGEDREVEN
WERKEN
De informatiesamenleving genereert een gigantische hoeveelheid data. Data die
gemeenten kunnen gebruiken voor het verbeteren van beleid, dienstverlening, handhaving
en interne bedrijfsvoering. Maar ook om hun transparantie te vergroten, bijvoorbeeld
door inzage te geven in het politieke proces. De mogelijkheden zijn eindeloos,
maar de vragen ook. Want hoe verzamel en analyseer je data op een goede
manier? Welke data kun je openstellen? Waar moet je rekening mee houden, ook als
het gaat om privacy? Het zijn vragen waar het gros van de gemeenten mee zit.
beeld het beheer van de openbare ruimte
– dan zien ze wat de kosten zijn en kunnen
ze creatieve voorstellen doen. Open
Raadsinformatie laat onder andere het
stemgedrag van raadsleden zien, waardoor
bij verkiezingen raadsleden daarop beoordeeld
kunnen worden in plaats van alleen
op hun verkiezingsbeloften.”
“De eerste stap naar datagedreven werken
is weten wat je zelf aan gegevens in
huis hebt. Negentig procent van de
gemeenten kan geen antwoord geven op
welke data ze beheren. Van een
gemeente heb ik gehoord dat hun ambtenaren
per dag gemiddeld een uur bezig
zijn met zoeken naar data die ergens
intern beschikbaar is. Soms worden
onderzoeken dubbel besteld, omdat
afdelingen niet van elkaar weten welke
onderzoeken al op de plank liggen. Als je
je informatiehuishouding op orde hebt,
dan heeft dat voordelen voor je interne
organisatie en kun je deze ook inzetten
voor datagedreven sturing of big data
analyses. De eerste stap is daarom het
inventariseren van de aanwezige data,
de tweede stap is nadenken over hoe je
data slimmer kunt organiseren en structureren,
zodat het voor iedereen vindbaar
en bruikbaar is. Daar hoort bij dat
je bij de creatie van data al nadenkt over
openbaarmaking en data zo opslaat dat
privacygevoelige gegevens er makkelijk
uit te halen zijn, zodat je deze data zonder
grote aanpassingen openbaar kunt
maken.
Datagedreven werken is een grote
belofte. Je zult je eigen data op orde
moeten krijgen wil je dit goed kunnen.
En delen met de buitenwereld, zodat zij
dingen met deze data kunnen doen waar
ook de gemeente zelf van profiteert.”
10
׉	 7cassandra://zsT07jj1dLUHyVsSq6gmom3Nu5bnzcecI48Y1TzXkZU'`̵ XhWba0׉EDIGITALE A GE N DA 2 0 2 0
Frank van Erkel: ‘Het gaat er niet om
dat je achter elke innovatie aanholt’
Frank van Erkel houdt zich al 25 jaar bezig
met innovatie bij de overheid, onder meer bij
Rijkswaterstaat en de gemeente Amsterdam.
Hij is eigenaar van ChangeLab:
“Ik geloof dat de overheid veel meer toegevoegde
waarde voor de maatschappij
kan hebben als ze beter aansluit bij wat
de maatschappij nodig heeft. Dat betekent
niet meer van hetzelfde doen, maar
anders. De overheid zou eigenlijk continu
connected moeten zijn met wat er
in de samenleving speelt. Daar is kennis
en kunde voor nodig, zodat je innovaties
kunt duiden op hun toegevoegde waarde
voor de maatschappij. Die kennis en
kunde moet je zelf in huis hebben, want
DE
C
DE
anders word je een speelbal van de
markt. Er zijn veel experimenten met
innovatie en technologie binnen de
overheid. Het is goed dat de Digitale
“Het gaat er niet om dat je achter elke
innovatie aanholt. Belangrijk is dat je als
overheid de kennis in huis hebt om
innovaties op hun potentieel maatschapINNOVATIES
De
samenleving verandert snel: technologische en sociale innovaties volgen elkaar in
rap tempo op. Gemeenten zullen daar op moeten inspelen. Niet alleen in hun dienstverlening
maar op allerlei domeinen. Innovaties kunnen het publieke domein immers
ingrijpend veranderen. Een bekend voorbeeld is de zelfrijdende auto: die zal grote
impact hebben op de inrichting van de openbare ruimte. Gemeenten zijn geen technologische
bedrijven die vooraan lopen bij innovatie. Maar ze moeten wel weten wat er
speelt, wat er aan komt en welke impact dit kan hebben. Het programma Digitale
Agenda 2020 ondersteunt gemeenten bij het onderzoeken en toepassen van innovaties.
Onder meer met kennisbijeenkomsten en met de Pilotstarter, waar gemeenten
samen met anderen ontdekken wat bepaalde innovaties kunnen betekenen.
Agenda 2020 deze met elkaar verbindt,
zodat overheden van elkaar kunnen
leren.”
pelijk belang of bedreiging te duiden. En
een organisatie hebt die open staat voor
innovatie en daar wendbaar en snel op
kan inspelen. Dat betekent veel minder
beleidsplannen en veel meer in het hier
en nu opereren. Kijk naar hoe Amsterdam
met Airbnb omgaat. Dat is in vier
jaar tijd vier keer aangepast, omdat de
situatie veranderde. Daar moet je als
organisatie mee om kunnen gaan. Doordat
beleidsplannen en wetgeving snel
achter feiten aanlopen, wordt sturen via
waarden en globale kaders belangrijker:
wat vinden we samen belangrijk in de
maatschappij?”
“Een mooi voorbeeld vind ik Kopenhagen.
Het gemeentebestuur wil een duurzame
stad koppelen aan leefbaarheid en
economische groei. Ze geven innovatieve
bedrijven op het gebied van bijvoorbeeld
duurzame lichttechnologie
ruim baan en willen als lead buyer optreden,
maar vragen dan wel dat die producent
zich in de gemeente vestigt. Naast
het stimuleren van duurzame productie
en innovatie en het bereiken van duurzame
doelstellingen creëert het daarmee
ook werkgelegenheid. Dat gaat veel verder
dan het hapsnap subsidiëren van
groene daken. Dit is slim met innovatiestrategie
omgaan.”
׉	 7cassandra://kzHCFUYbxvrb-HUnFfG0nq9u97REKvNrp62O_ZQcgMoP`̵ XhWba1XhWba0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://b4kgZmAbnbkbrLZBhe7UN0wRomWVdBA9G8U7fVb19ws ` ׉	 7cassandra://Zipwp7jbzGaVAoBGhyrUnpSvU9s-qsgquIaMDc1jTqE,5` S׉	 7cassandra://ci5hXzF-TumxZtgqjmCGsFnBjEwo-HGWodLOm2spS2M `̵ ׉	 7cassandra://D-W0zvYGyXaLb3IRcUlhxmSqT-o22NiFzs7-xZMhccQ#6͠XhWba2ט  {u׉׉	 7cassandra://Qtzl8zygh8ArYICYm26UVCNE0T2caVTmZ8z7g_ilFNg K9`׉	 7cassandra://iUG47JgVi70p0Jv5Ys8XyTLvWR8VdUuYSPrmoONz7lIXS`S׉	 7cassandra://YipPoFPmhdSisG-b9yJDVKcky0cygtG793_pConIlukS`̵ ׉	 7cassandra://T9KpMOQE-0mvBvsmxeb1a5EB728dVbqezLm--QVcFGU ̘͠XhWba3נXhWba   z9ׁHhttp://WWW.HOTITEM.NLׁׁЈ׉E HOT ITEM #3
VERANTWOORD OMGAAN MET
PRIVACY IS GEEN PROBLEEM
MAAR EEN OPLOSSING.
Zetspiegel =
186 x 257
TIJD VOOR EEN SCHERPE BLIK
KIJK OP WWW.HOTITEM.NL
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://ci5hXzF-TumxZtgqjmCGsFnBjEwo-HGWodLOm2spS2M `̵ XhWba4׉E
AR J AN E L FA SSE D
HOE RUWE DATA
SLIM TE ONTSLUITEN?
Lange tijd werd gedacht dat wanneer de overheid ruwe (open)
data beschikbaar stelt, de rest vanzelf volgt. Als gebruiker weet
je met ruwe data dat je de volledige dataset in handen hebt.
Maar steeds vaker lopen gebruikers van open data tegen grenzen
aan.
Het is belangrijk dat overheidsinformatie betrouwbaar en
authentiek is, maar met alleen ruwe data stimuleer je nog geen
hergebruik. Een veelgehoorde klacht van ambtenaren is dat een
dataset weinig wordt gebruikt, op het moment dat deze met
moeite is ontsloten. Het gevolg is teleurgestelde gebruikers en
ambtenaren.
is en de hergebruiker begrijpt dan ook beter wat wel en niet
haalbaar is.
Hergebruikers van data weten vaak feilloos aan te geven tegen
welke belemmeringen en frustraties zij aanlopen en meestal
bereiken hun klachten de betreffende overheden ook. Het is dus
zaak om de conversatie aan te gaan. Soms kan de overheid volstaan
met een betere duiding van de data. Een andere keer zal
de data, in overleg met de hergebruiker, op een andere wijze
gestructureerd of ontsloten moeten worden.
MET
J
Overheidsinformatie wordt vanuit een wettelijke taak verzameld,
bewaard of ontsloten. Deze informatie wordt zelden verzameld
met het idee dat anderen ook nog eens baat zouden
kunnen hebben van deze gegevens. Informatie wordt gebruikt
in ambtelijke processen en moet voldoen aan allerlei interne
regels, waar een buitenstaander vaak geen weet van heeft.
Als inwoners een wijkbegroting willen maken, of de ‘right to
challenge’ willen uitoefenen om een publieke taak zelf te kunnen
uitvoeren, dan is het vaak erg lastig om de juiste informatie
te vinden. Niet iedereen is een fi nancieel expert en kan begrotingen
lezen. Bovendien wordt de benodigde informatie niet per
buurt of per wijk weergegeven.
Het is wellicht niet realistisch om van overheden te verlangen
dat zij voortaan overheidsinformatie met de bril op van een
eindgebruiker creëren en beschikbaar stellen. Maar wat dan
wel? Overheden kunnen in overleg met hergebruikers bezien
welke data al beschikbaar is en welke data op een verbeterde
manier ontsloten kan worden. Door overleg wordt het voor
overheden duidelijk naar welke data een hergebruiker op zoek
Het kan ook voorkomen dat data gewoonweg niet beschikbaar
is. Dit betekent niet dat overheden geen ruwe data meer
beschikbaar moeten stellen of data pas moeten vrijgeven wanneer
de data perfect herbruikbaar is. Integendeel, om de kwaliteit
van data te verbeteren en de conversatie aan te gaan hoe
open data verbeterd kan worden, is het ontsluiten van ruwe
data een essentiële stap. Want juist door het hergebruik van
ruwe data ontstaat inzicht in belemmeringen en kwaliteitsverbeteringen.
Arjan
El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://YipPoFPmhdSisG-b9yJDVKcky0cygtG793_pConIlukS`̵ XhWba5XhWba4{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YR3voAs1TSSchjC23lCEqfiyF74LpKQAoxOGinaT6jA C` ׉	 7cassandra://t8TYBC_EdCmng78z8OYN4lTSjX-HYD6NYb3ScKnU3TMb
`S׉	 7cassandra://HUAzSMUm3CJeR3td8DtuPpDnEnPNcyBF1ZZx50ByOzM`̵ ׉	 7cassandra://zWxtzJNuZHU3Q6U5PwPAw-tRdgPm1XNj2f9UNqz0D-YYV`͠XhWba6ט  {u׉׉	 7cassandra://oHZt9DYC8-ljvKuo-n0culWQ239h7ymKsR7dkuQCAYw `׉	 7cassandra://bXSTulNCVHjcgMiu4WWzljAwlYM7-G7Vzdc4SdtHmvE_`S׉	 7cassandra://PDHsCxTqWnFoc04vF2tEnfzkshlaORpK5x_XfkBehLE]`̵ ׉	 7cassandra://UJMlTHFhvel3DfkRIQvgcqusp6asqYhXyZjSNsgaKUE ͠XhWba7נXhWba  h9ׁHhttp://www.hotitem.nlׁׁЈ׉EV A N O N Z E KE NNIS P A R T NE R
Sturen op kwaliteit in het
Belangrijke stap naar realisatie Digitale Agenda 2020
De transitie van productieverantwoording naar prestatiesturing in het sociaal domein is
al jaren in volle gang, maar er zijn nog twee uitdagingen die moeten worden getackeld.
Ten eerste: hoe meet je prestatie c.q. kwaliteit in relatie tot gedrag en ontwikkeling van
mensen? Ten tweede: hoe leg je de prestatie vast zonder de registratielast nog verder op
te laten lopen?
Tekst: Jack Mooyer, Performance Management Consultant, Hot ITem
H
et verantwoorden en bekostigen op basis van productie
is een inspanningsverplichting. Het zegt iets over
wat je als zorgverlener hebt gedaan, niet wat je hebt
bereikt. Wat je hebt gedaan, kun je in cijfers uitdrukken:
P maal Q. Meten heeft betrekking op het kwantificeren
van verschijnselen. Het aantal begeleidingen en activiteiten
dat uitgevoerd is, kan objectief geteld worden. Zorgprocessen
zijn echter voor een groot deel maatwerk en fingerspitzengefühl.
Er dient dan ook een menukaart van een beperkt aantal
mogelijke activiteiten bepaald te worden voordat je de inspanning
kunt meten.
Wat je hebt bereikt, wil je natuurlijk ook graag kwantificeren.
In een voetbalwedstrijd meet je het resultaat door het aantal
doelpunten of gewonnen wedstrijden te tellen. Maar resultaat
is in het sociaal domein meestal niet zo eenvoudig en objectief
te kwantificeren. Het is net zo subjectief als de vraag of je
goed hebt gevoetbald.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren gaan niet over de inspanning die verricht
is, maar over bereikte resultaten. Output is een vorm van prestatie-indicatoren.
Dit zijn directe doelen die je met een
bepaalde inspanning (P maal Q) wilt behalen. Voorbeelden hiervan
zijn verleende diensten, besparing en substitutie.
De output beïnvloedt, vaak indirect, de outcome. Dit zijn de
‘doelen achter het doel’. Deze zijn vaak gerelateerd aan de strategische
en maatschappelijke doelstellingen van financiers en
verantwoordingspartijen. Denk daarbij aan zelfredzaamheid,
participatie en veiligheid. Wij adviseren om eerst gezamenlijk
de outcome te bepalen. Immers, we doen het uiteindelijk voor
onze cliënten en de maatschappij. Pas daarna bepaal je de output.
Een strategiekaart/doelenboom is een handig hulpmiddel
om de causale relaties tussen output en outcome inzichtelijk te
maken.
14
Nadat de output en outcome zijn bepaald en geprioriteerd,
volgt de stap om voor elk doel kritische prestatie indicatoren
(KPI’s) uit te werken. Let op: output KPI’s kunnen doorgaans
eenvoudig gekwantificeerd worden, maar outcome KPI’s zijn
vaak kwalitatief en niet eenvoudig te kwantificeren.
ZORGPROCESSEN ZIJN VOOR
EEN GROOT DEEL MAATWERK EN
FINGERSPITZENGEFÜHL
Registreren
Voor het monitoren van de prestatie-indicatoren is het een uitdaging
om het registreren zo gebruikersvriendelijk mogelijk te
maken. De registratielast in het sociaal domein nadert immers
zijn grenzen. Hoe vaak hoor je niet de verzuchting: “Ik kom
helemaal niet meer aan mijn werk toe.” Wanneer je wilt sturen
op kwaliteit, is een nulmeting op nieuwe indicatoren nodig,
gevolgd door een frequente herhaalmeting. Bestaande cliëntregistratiesystemen
zijn gefocust op het registeren van productiecijfers.
Mogelijkheden voor het registreren van prestaties
dienen zelf toegevoegd of apart gecreëerd te worden. Ook de
werkwijze moet worden aangepast. Behalve extra registraties,
is een cultuuromslag naar continu leren benodigd. Dit betreft
een fundamentele omslag van een lineaire naar cyclische werkwijze,
waarin herhaaldelijk geëvalueerd wordt. Daarbij is het
ook zaak om de uitnutting van de te verwachte zorgkosten
voortdurend te monitoren.
In veel gevallen wordt er nog niet geregistreerd tijdens het verlenen
van zorg, maar achteraf. Thuis, op een trage en niet
gebruikersvriendelijke computer als de dag er al op zit. Vooral
als de zorgverlener geen toegevoegde waarde inziet van al dit
registreren, wordt dit als een opgelegde last ervaren.
׉	 7cassandra://HUAzSMUm3CJeR3td8DtuPpDnEnPNcyBF1ZZx50ByOzM`̵ XhWba8׉Esociaal domein
Praktische oplossingen
Uitvoering
Het tot een minimum beperken van de registratielast lijkt wellicht
een onmogelijke uitdaging. Toch zijn er wel degelijk praktische
oplossingen om het registreren, weliswaar niet leuker,
maar wel makkelijker te maken.
Veel registraties zijn niet strikt noodzakelijk voor het uitvoeren
van de zorgtaken, maar zijn opgelegd door steeds wisselende
wet- en regelgeving en verantwoordingseisen. Deze
registraties worden in het beste geval op een onlogische plek
in de bestaande cliëntregistratiesystemen geïncorporeerd. Nog
vaker worden deze buiten de bestaande registraties in losse
systemen opgenomen en meestal werkt dit niet op een mobiel
apparaat.
Het bouwen van een webgebaseerde invoerschil bovenop de
verschillende registratiesystemen, zodat de zorgverlener één
logische invoermodule voor zich krijgt, doet wonderen. Dit is
wel vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Veel cliëntregistratiesystemen
zijn verre van open en transparant dus het in- en uitvoeren
van gegevens op een andere manier dan via de
bestaande gebruikersinterface is geen sinecure. Daarbij dient
de veiligheid en privacy te allen tijde te worden gewaarborgd.
Het is raadzaam om bij de aanschaf of contractverlening van
ICT-systemen over deze ´openheid´ eisen te stellen. Daarnaast
is het cruciaal om bij het ontwikkelen van zo´n invoerschil vanuit
het proces en de behoeften van de zorgconsulent te redeneren,
en niet het bestaande systeem als uitgangspunt nemen.
Zo´n invoerschil hoeft niet helemaal opnieuw opgebouwd te
worden. Er zijn confi gureerbare bouwpakketten in de markt,
maar de tool dient gemodifi ceerd te worden naar het zorgproces,
en niet andersom.
In de praktijk ontbreekt kenniservaring in het sociaal domein.
Het opstellen van de juiste registraties en KPI’s is een vak
apart. Cruciaal hierin is de ketenalignment tussen visie, doelstellingen,
KPI’s, ICT en medewerkers.
Een aanpak die bewezen is in de praktijk, volgt drie stappen.
Ten eerste: bepaal vanuit strategie en visie de doelen waarop je
als organisatie wilt gaan sturen. Denk daarbij steeds aan de
toegevoegde waarde vanuit die strategie en visie. Vraag hiervoor
input en feedback van fi nanciers, samenwerkingspartners
en verantwoordingspartijen. Ten tweede: werk, samen met de
zorgverleners, de KPI’s uit voor deze doelen. Als je de werkvloer
niet bij de ontwikkeling betrekt, zal het nooit lukken de kwaliteit
transparant te maken. Werknemers zullen in dat geval hun
gedrag en prestaties niet veranderen en de performance van de
organisatie blijft hetzelfde. Ten derde: zorg voor de inrichting
van de schil, zodat alle betrokkenen middels een dashboard of
rapportages kunnen monitoren op de KPI’s.
Als prestatiesturing integraal en gefaseerd wordt aangepakt
dan is het een haalbare uitdaging, die uw organisatie een strategische
voorsprong geeft en letterlijk op de kaart zet.
Hot ITem gelooft in wendbare organisaties
die zijn voorbereid op de
toekomst en zich snel kunnen aanpassen
aan nieuwe ontwikkelingen.
Hot ITem - www.hotitem.nl
׉	 7cassandra://PDHsCxTqWnFoc04vF2tEnfzkshlaORpK5x_XfkBehLE]`̵ XhWba9XhWba8{בCט   {u׉׉	 7cassandra://gGMChYKwKIhUyJrMPQTN5ebyHIvI2RbnC5ceeE14ZKk 5` ׉	 7cassandra://6sZVhEczdUQvLoAdcRSdbWt3BUpgZY9iTRhcfZ5wtjE^`S׉	 7cassandra://7gdt5BzKCws8c-5kRKY04vlkB3eg6c5ha1FIWHJaYjY`̵ ׉	 7cassandra://CcU9MrbRUPWtZrPRzdglwOiaqoCh6LcGKbxUD6Y8DPoXT͠XhWba:ט  {u׉׉	 7cassandra://Wa-iV_XFraHYAyPYJ9mXgeiuvioKrRWG_KYq4ZW3Cns ` ׉	 7cassandra://xNuPZYqbE9SjXpen8wwURqdoQzqXmSpeBYVZJzZxfcA^`S׉	 7cassandra://Jhd0OKu5uSbdd4ZHbIh_RkAZ7HB9Iex7bHXgesw6iWg(`̵ ׉	 7cassandra://quCGzNI-E7ktzpf0Uc9Z6rzUcfmi9FTvXvGV1FQnFtExT͠XhWba;׉EDIGITALE ETH I E K
DIGITALE ETHIEK,
WAT IS DAT EIGENLIJK?
OVER MORELE GRENZEN EN HET JUISTE HANDELEN
We kunnen zeggen dat de discussie over digitale ethiek gaat over de vraag welke morele
grenzen we stellen aan het gebruik van de gegevens die we ter beschikking krijgen. En of
we in de systemen beperkingen willen inbouwen om te zorgen dat die gegevens al op
voorhand aan bepaalde criteria voldoen. We hebben het er wel over, maar wat bedoelen
we eigenlijk met digitale ethiek?
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
A
H
D
HAD
Dat het onderwerp nu ineens weer opduikt in relatie tot digitalisering,
heeft te maken met het feit dat we kennelijk ervaren
door de steeds digitalere wereld in een nieuwe context te raken.
Anders gezegd, we ervaren kennelijk dat onze al lang geïnternaliseerde
ethische principes in de wereld van de digitalisering
niet vanzelfsprekend zijn.
16
lgemeen wordt ethiek gezien als een tak van de filosofie
die zich bezighoudt met ‘de kritische bezinning
over het juiste handelen.’ Dat juiste handelen vindt
zijn praktische weerslag in de moraliteit, het systeem
van gedrag en regels waarin wij goed en verkeerd gedrag
onderbrengen.
Het juiste handelen van mensen is al sinds eeuwen een onderwerp
van gedachtenvorming. Mag je iemand de kop afhakken
en onder welke omstandigheden is dat dan moreel verantwoord.
Of anders gezegd: wanneer is dat ethisch juist? Inmiddels
hebben we, geheel onbewust, een flink pakket ethische
waarden geïnternaliseerd die ons gedrag vanzelfsprekend sturen
en beïnvloeden. Gaandeweg zijn de meeste daarvan ook
verankerd in wetgeving, zodat we ze zelfs geobjectiveerd hebben.
Daarmee zijn ze als het ware uit ons actieve bewustzijn verdwenen.
We hoeven er zelf niet meer over na te denken: het is
immers zo.
Of de angst bestaat dat de digitalisering tot een autonoom systeem
wordt, wat amoreel (= zonder moraliteit, zonder goed of
kwaad) opereert en daarmee, zonder acht te slaan op menselijke
ethische overwegingen, tot effecten leidt die wij als mens
onwenselijk vinden. In dat verband is het interessant dat
onlangs een grote groep internationale wetenschappers heeft
gepleit voor een morele codering van Artificiële Intelligentie.
Een zelfdenkende drone voert zijn opdracht ook uit als daarbij
onschuldigen omkomen. Wat is dan eigenlijk onschuldig?
Het lastige van big data en digitalisering is niet van te voren
weten welke gegevens of effecten ons over de morele grens trekken.
Dat weten we pas als we ze zien en er over na kunnen denken.
Voor filosofen en psychologen een interessant veld. Hoe ga
je om met iets dat je weet, maar eigenlijk niet had willen weten?
Het lijkt allemaal nieuw, maar er zijn al parallellen in de
geschiedenis bekend. De uitvinding van het gifgas of de mitrailleur.
Ook die hebben geen eigen wil en geen geweten en zijn op
zichzelf slechts instrument. Ze kunnen ten goede of ten kwade
worden gebruikt. Dat is afhankelijk van je eigen perspectief. Als
we van daar uit kijken naar het vraagstuk van ethiek en digitalisering,
levert dat in elk geval een richting op: het is de mens die
bepaalt hoe gegevens gebruikt worden. Die vraag moet eigenlijk
van te voren worden beantwoord, anders kun je niet toetsen.
Het inbouwen van zekerheden in het systeem is geen oplossing,
want ook het systeem kan ten goede en ten kwade worden
gebruikt. Aangezien goed en slecht in belangrijke mate subjectief
en afhankelijk van omstandigheden zijn, moet er dus een
visie zijn. Van mensen, over wat we nu eigenlijk willen. Dat
gesprek moet wel gevoerd gaan worden, anders komen we in
een situatie terecht waar we dingen doen omdat het kan. Dan
hoeven we de ethische discussie alleen nog maar na afloop te
voeren. Dat is te laat, dan is het kwaad al geschied.
׉	 7cassandra://7gdt5BzKCws8c-5kRKY04vlkB3eg6c5ha1FIWHJaYjY`̵ XhWba<׉EB I G DATA EN PR I VA C Y
BIG DATA EN PRIVACY OP
GESPANNEN VOET
TWEESTRIJD IN DE INFORMATIESAMENLEVING
Big data en privacy wedijveren om de gunsten van de dataleverancier, ook wel
de burger genoemd. De één met mooie ronkende diensten die je leven makkelijker
maken, de ander met de preek en een beroep op wat je te verliezen hebt.
De toedracht van deze tweestrijd bepaalt in hoge mate de manier waarop de
samenleving zich ontwikkelt. Daarmee is het ‘Chefsache’, en wel nu.
Tekst: Nathan Ducastel en Theo Hooghiemstra, managers advies bij PBLQ
Privacy is hot. De Europese Algemene
Verordening Gegevensbescherming
(AVG) is aangenomen en is vanaf mei
2018 volledig van kracht in de lidstaten
van de Europese Unie. Dit zorgt ervoor
dat de privacyregimes van Europese landen
elkaar niet meer ontlopen. Overheden
staan aan de lat om hun dienstverlening
en processen zo aan te passen, dat
ze aan de verordening voldoen. In aanvulling
op de huidige Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp) moeten zij dan
voldoen aan het vereiste van accountability,
het implementeren van extra rechten,
zoals het ‘recht om vergeten te worden’
en dataportabiliteit. Ook dienen overheden
dan privacy-by-design toe te passen
en Privacy Impact Assessments uit te
voeren. Op niet naleving van de wet en
datalekken, staan hoge boetes.
De AVG geeft uiting aan een grondrecht,
(‘Iedereen heeft recht op bescherming
van zijn of haar persoonsgegevens’ - artikel
10 van onze Grondwet en 8 Handvest
van de grondrechten van de EU).
Bestuurders in het publieke bereik beseffen
zich dit terdege en zijn gecommitteerd
aan de implementatie van deze
opvolger van de Wbp.
Aan de andere kant van het strijdveld
bevindt zich de big data-samenleving.
Voor de context van dit artikel omvat big
data niet alleen grote datasets, maar ook
de exponentiele toename van gegevens.
Onder meer door sensordata en ‘slimme’
apparaten die data genereren en vaak
ook delen (Internet of Things). Maar het
betreft ook het toepassen van rekenregels
of algoritmen (al dan niet zelflerend) op
deze data om, op basis van patronen of
profielen, de gegevens tot informatie te
verwerken.
publieke bereik zijn enthousiaste pleitbezorgers.
De toepassing biedt perspectief
om de toenemende complexiteit van de
samenleving, binnen taakstellingen en
mandaat, het hoofd te bieden.
Dat de ontmoeting van deze twee grootheden
tot spanning kan leiden, is onbetwist.
Bij
big data is het onderscheid van belang
tussen collectieve doelen (zoals het voorspellen
van een epidemie) of personen
profileren en beoordelen op basis van
kansen en schijnzekerheden (inclusief
D
T
DATA IS GOUD WAARD
Deze informatie is letterlijk goud waard.
Bedrijven ontlenen hun bestaansrecht
aan het ´oogsten´ van gegevens. Overheden
gebruiken datalabs in allerlei soorten
en maten om dienstverlening te verbeteren,
fraude op te sporen, criminaliteit te
bestrijden en voorspellingen te doen of
beter beleid te maken. Bestuurders in het
fouten). Ten behoeve van collectieve doelen
is onomkeerbare anonimisering
mogelijk en daarmee de privacywetgeving
(Wbp en straks AVG) niet van toepassing.
Hoewel daarmee niet gezegd is
dat profilering met niet-persoonsgegevens
eventueel ook tot stigmatisering kan
leiden. Personen profileren en beoordelen
op basis van big data is gebonden aan de
׉	 7cassandra://Jhd0OKu5uSbdd4ZHbIh_RkAZ7HB9Iex7bHXgesw6iWg(`̵ XhWba=XhWba<{בCט   {u׉׉	 7cassandra://M54J9nKS5VfLA03NWC7RsGSY5Ns6WdO8ktfLbXptAk8 `׉	 7cassandra://FdAUckWpAyPqzidAZ-qDnuinXTMJc7tcywOC4WQ2KHgH`S׉	 7cassandra://vbk7f1Ls60tUD29o85-WIGJ4HSrRh3yzVQ5I6gFP4es`̵ ׉	 7cassandra://UaSTqiu-QEs1ROJKyxOHbYJxniD9cwoVgZC47aZj4tk ̸͠XhWba>ט  {u׉׉	 7cassandra://Z-8ZMIAo8NEPLla-ruyqbNuOXDS0L64L0eh9mEorKyI |`׉	 7cassandra://dvZpGvB9wayCGNwL1Scdv1ZxxteZv0JXWJrEME6TVo4]V`S׉	 7cassandra://-a6FA7JYogiHPMzc88DjoU4Wzdz1SIfEIlalUWQ6CdA`̵ ׉	 7cassandra://xil3cAlvMql_xR2BWxzSsSqfaIIK5fq9J6eBzv9wr3ḱ\͠XhWba?נXhWba ^J9ׁHhttp://www.pblq.nlׁׁЈ׉E	voorwaarden van artikel 22 AVG. Big
data om personen te profi leren is niet
alleen vanuit privacyperpectief bedenkelijk.
Ook vanuit pragmatisch en principieel
perspectief: het gaat om een kans,
geen feit, een schijnzekerheid met mogelijk
ten onrechte grote gevolgen voor het
betreffende individu.
Om personen te beschermen tegen bijvoorbeeld
profi lering, stelt artikel 22
AVG grenzen aan profi lering. Het
gebruik van big data zou vooral gericht
moeten zijn op collectieve doelen, zonder
daarvoor persoonsgegevens te verwerken.
Privacy is het grondrecht dat burgers
hun persoonlijke levenssfeer door
overheden beschermd weten. Omdat,
soms op de langere termijn, je wél degelijk
iets te verbergen hebt, zoals Maurits
Martijn en Dimitri Tokmetzis ook beargumenteren
in hun gelijknamige boek. In
het privédomein lijkt privacy soms lek.
18
Op basis van Facebook-profi elen, Twitter
timelines en andere social media, worden
zelfs de tot voor kort meest intiem
gewaande details, scheutig gedeeld.
DILEMMA
Privacy en het gebruik van big data voor
collectieve doelen, met behulp van
onomkeerbare anonimisering, is goed te
combineren. Privacy en gebruik van big
data voor persoonlijke profi lering is -
straks - gebonden aan de vereisten van
artikel 22 AVG. Een belangrijk begrip dat
dit juridisch mogelijk maakt, is ‘toestemming’.
Als een persoon toestemming
geeft, is gebruik van de persoonlijke
gegevens toegestaan. Toegestaan mits de
toestemming echt vrijwillig en voldoende
specifi ek is en mits daaraan geen rechtsgevolgen
voor deze persoon zijn verbonden,
zonder dat er sprake is geweest van
een menselijke tussenkomt, passende
beschermingsmaatregelen en de mogelijkheid
om het besluit aan te vechten. Dit
biedt mogelijk juridisch soelaas. De vraag
is in hoeverre er echt sprake zal zijn van
een vrijwillige toestemming als personen
sowieso geen echte keus ervaren, omdat
de gewenste dienstverlening meestal niet
toegankelijk is als er geen toestemming
wordt gegeven.
Deze (zogenaamde) toestemming gaat
soms/vaak erg ver. Er zijn veel bekende
voorbeelden, om er eentje te noemen: de
gegevens van de pop die praat met het
kind en door de ouders doorgestuurd
worden naar het ‘moederbedrijf’ voor
algemene doeleinden. De overheid kent
bijzondere bevoegdheden en beheert
daarbij grote hoeveelheden persoonlijke
gegevens. Verschillende experts wijzen
erop dat de overheid er niet klakkeloos
vanuit mag gaan dat zij de privacy niet
bedreigt.
׉	 7cassandra://vbk7f1Ls60tUD29o85-WIGJ4HSrRh3yzVQ5I6gFP4es`̵ XhWba@׉EAspecten uit ´1984´ of (recenter) ´The Circle´
komen zienderogen dichterbij. Big
data lijkt op gespannen voet te staan met
begrippen die aan de kern van onze
samenleving raken. Steeds vaker is een
ogenschijnlijk nauwkeurige voorspelling
op persoonsniveau te maken, voorspellingen
die valse zekerheden bieden. De
impact hiervan op bijvoorbeeld solidariteit,
een begrip dat centraal staat in de
vormgeving van onze huidige samenleving,
laat zich raden. Evenzo de impact op
het vormen van identiteit en eigenheid.
Tegelijkertijd is er een sterke intrinsieke
wens om de vruchten van big data te
plukken. De collectieve opbrengsten, soms
ook voor het individu, kunnen groot zijn
en hebben een sterke aantrekkingskracht.
Big data en privacy hoeven niet strijdig te
zijn op collectief niveau, maar op persoonlijk
niveau strijden zij een belangrijke
strijd met ongelijke middelen. Big
data appelleert aan directe ‘satisfiers’;
Privacy doet appel op de langere termijn.
Op waarden en normen die soms abstract
lijken, zij het in de aankomende privacywetgeving
wel met enige juridische verankering.
RICHTING
Het
is moeilijk voorstelbaar dat technologische
ontwikkelingen worden teruggedraaid,
of dat van de ene dag op de
andere een nieuwe maatschappelijke realiteit
ontstaat. Het is daarom ook van
belang om de initiatieven die worden
ontplooit, zoals de AVG, te omarmen.
Daarbij is het van belang om die niet
alleen naar de letter, maar ook naar de
geest uit te voeren.
H
M
D
De overheid in algemene zin, en bestuurders
in het bijzonder, hebben daarnaast
een voortrekkersrol te vervullen. Dat is
niet eenvoudig, omdat de overheid zelf
ook worstelt met het dilemma. In 2011
schreef de Wetenschappelijke Raad voor
Regeringsbeleid (WRR) over de iOverdaarbij
specifiek op het veiligheidsdomein.
Volgens de raad kan big data uitsluitend
vruchten afwerpen als de huidige
wet- en regelgeving wordt versterkt
om fundamentele rechten en vrijheden te
waarborgen. Hiertoe moet de aandacht
worden verlegd van het reguleren van
heid. Waarschuwend voor een ‘onbegrensde
iOverheid’ en wijzend op stuwende
(effectiviteit/efficiency, veiligheid)
en verankerende (privacy,
keuzevrijheid) principes. Vervolgens
kwam de WRR vorig jaar met een rapport
over big data. De WRR analyseert in
dit rapport hoe de Nederlandse overheid
big data kan gebruiken en richt zich
het verzamelen van data - het zwaartepunt
in de huidige juridische kaders -
naar de regulering van en het toezicht op
de fases van de analyse en het gebruik
van big data. Voor de vrijheid en de veiligheid
van de burgers doen zich in deze
twee fasen van big data-processen de
grootste kansen én risico’s voor.
Die voortrekkersrol bestaat eruit de ontwikkelingen
met elkaar in verband te
brengen. Te praten en te dromen over de
toekomst. Normen, waarden, grondrechten
en de uitwerking daarvan in het licht
van de informatiesamenleving opnieuw
te bezien. Met elkaar het debat te voeren.
Op basis van feiten, maar vooral ook op
basis van keuzes. Inzichtelijk maken wat
de impact van ontwikkelingen is en vervolgens
met elkaar bepalen welke richting
moet worden ingeslagen.
Meer weten?
www.pblq.nl
ALGEMENE VERORDENING GEGEVENS BESCHERMING
ARTIKEL 22
Geautomatiseerde individuele besluitvorming, waaronder profilering
1. De betrokkene heeft het recht niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op
geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, gebaseerd besluit waaraan voor
hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem anderszins in aanmerkelijke mate treft.
2. Lid 1 geldt niet indien het besluit:
a) noodzakelijk is voor de totstandkoming of de uitvoering van een overeenkomst
tussen de betrokkene en een verwerkingsverantwoordelijke;
b) is toegestaan bij een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling die op de
verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is en die ook voorziet in passende
maatregelen ter bescherming van de rechten en vrijheden en gerecht
vaardigde belangen van de betrokkene; of
c) berust op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.
3. bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de
betrokkene, waaronder ten minste het recht op menselijke tussenkomst van de
verwerkingsverantwoordelijke, het recht om zijn standpunt kenbaar te maken en
het recht om het besluit aan te vechten.
4. De in lid 2 bedoelde besluiten worden niet gebaseerd op de in artikel 9, lid 1,
bedoelde bijzondere categorieën van persoonsgegevens, tenzij artikel 9, lid 2, punt
a) of g), van toepassing is en er passende maatregelen ter bescherming van de
gerechtvaardigde belangen van de betrokkene zijn getroffen.
׉	 7cassandra://-a6FA7JYogiHPMzc88DjoU4Wzdz1SIfEIlalUWQ6CdA`̵ XhWbaAXhWba@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://EeYP_RHEjXF2qFBojwnX9V1q3aAKEs2UbmaKQ8g_DRQ ^`׉	 7cassandra://sRkOWrqFsoG6QZVackUakufxFg2ClsEG6S771W9jXJ0j`S׉	 7cassandra://cCyrkZqS6ZFIfAVd5q7JAbpCm-e9mhfk8fDgJJBXQ7Mq`̵ ׉	 7cassandra://RMsfGfJBCIHdexc4eTf8jxRH5-EJYWlbhFodAwrgpBU =\͠XhWbaBט  {u׉׉	 7cassandra://bGDAm9bmGxYhiW-0teMVqJBdpwvLDyi0mmbD8C-Pyv4 `׉	 7cassandra://r5i_TdDfs_YKMOn_8z47dEG_gpO0K4Och3BkokLpj-4^`S׉	 7cassandra://7v6ZL2d934R7ISUeuY6K4a-7URYjauCEKTueOoFSHOc`̵ ׉	 7cassandra://_bmWE8q2FjSgA2SJ6JgzpjrGzA6m7WCo-kUEJ4hqIgAl\͠XhWbaC׉EDIGITALISE R I NG
PLANNEN VOOR EEN
DIGITAAL NEDERLAND
WELKE BELOFTEN BEVATTEN DE VERKIEZINGSPROGRAMMA’S?
Verkiezingsprogramma zijn geen programma’s. Althans, niet zoals we die in
de ambtelijke praktijk kennen: in de tijd geplaatste elementen die richting een
concreet doel werken. Het doel van een verkiezingsprogramma is anders,
zeker bij traditionele partijen: de inhoudelijke afronding van een interne discussie,
profilering ten opzichte van andere partijen en inzet voor coalitieonderhandelingen.
Langs deze punten is in het kader van deze tekst naar de programma’s
gekeken van VVD, PvdA, PVV, D66, SP, CDA en GroenLinks, waarbij is
ingezoomd op de thema’s digitalisering en privacy.
Tekst: Peter Noordhoek, redacteur inGovernment
N
iemand is tegen goede dienstverlening
en bijna iedereen
hecht aan de eigen privacy.
Wie de media volgt, weet dat
het nogal eens misgaat met beide. Om
die reden zou je kunnen verwachten dat
verkiezingsprogramma’s een goede indicator
zijn voor wat er de komende jaren
te gebeuren staat. In deze vergelijking
van een aantal verkiezingsprogramma’s
zijn wel wat haakjes te vinden voor
komende ontwikkelingen, maar de oogst
is beperkt en wordt nogal eenzijdig opgediend.
Wellicht wordt dat bij de programma’s
voor de raadsverkiezingen anders.
Doorgaans zijn die concreter van aard.
Hier worden de trends op een rij gezet,
een aantal interessante elementen er uit
gehaald en een verwachting uitgesproken.
Begonnen wordt met een kleine
bespiegeling op de aard van verkiezingsprogramma’s.
PRIVACY
Als
het gaat om de vraag over welke
punten binnen partijen is gediscussieerd,
dan steekt er één punt bovenuit: privacy.
Het lijkt er op dat dit nogal spiegelbeeldig
is gedaan. Bij ‘progressieve’ partijen
is het uitgangspunt privacy en wordt
vervolgens de discussie gevoerd over de
vraag of en wanneer deze dan toch nog
valt in te perken. Bij de ‘conservatieve’
partijen is het net andersom. Daar is voor
de schrijvers van de programma’s veiligheid
het uitgangspunt en is er door
(vooral jongere) leden het perspectief van
privacy ingebracht. Programma’s moeten
kort zijn en dan is het soms ook wel interessant
wat niet in een programma
terechtkomt. Zo heeft een recent aangenomen
resolutie op een CDA-congres,
over de rol van algoritmes, het programma
niet gehaald. Even zo goed heeft
juist de achterban van deze partij ervoor
gezorgd dat er een meer positieve kijk op
digitalisering in het programma is gekomen.
Bij
andere partijen valt te zien hoe het
debat over meer of minder democratie,
verknoopt raakt met de beschikbare digitale
middelen. Tot afgelopen jaar was het
eigenlijk zo dat hoe meer ‘modern’ een
partij zich voelt, hoe meer het geneigd is
voor directe democratie te kiezen en
daarvoor ook digitale middelen in te zetten
(inclusief elektronisch stemmen). Met
20
׉	 7cassandra://cCyrkZqS6ZFIfAVd5q7JAbpCm-e9mhfk8fDgJJBXQ7Mq`̵ XhWbaD׉Ebde laatste ervaringen met referenda en de
opkomst van partijen als GeenPeil en
Forum voor Democratie, is daarover op
de verschillende partijcongressen een
nieuw debat begonnen.
PROFILERING
Elke partij wil zich in principe tonen als
een moderne partij. Alleen bij de PVV
past die aandacht voor digitalisering niet
op het bekende A4-tje. De Piratenpartij is
hier het andere uiterste. Alle acht punten
van het programma hebben met digitalisering
te maken. Bij de middenpartijen is
er sprake van een duidelijke volgorde,
lopend van progressief naar conservatief
(waarbij de SP zich conservatief toont).
D66 heeft het omvangrijkste programma
(+300 pagina’s) en binnen elk hoofdstuk
wordt het punt digitalisering wel aangereikt.
Geen modern concept ontbreekt:
big data, 3D-printing, supercomputers,
blockchain, et cetera. Tegelijk is D66
zeker niet uniek in het pleiten voor de
digitalisering als speerpunt voor de
Nederlandse economie. PvdA en VVD
zeggen in de kern hetzelfde, waarbij de
PvdA ‘publieke waarden’ als rode draad
neemt en de VVD ‘ondernemerschap’ als
thema pakt. Een partij als GroenLinks
maakt alles dienbaar aan de vergroening,
maar brengt ruwweg dezelfde digitale
middelen in stelling. Het CDA benoemt
‘creativiteit en innovatie’ als sleutelwoorden
en vertaalt dat onder meer in een
volledig dekkend mobiel netwerk, ook in
de randgebieden van Nederland.
Zo kiezen alle partijen hun eigen invalshoek
bij het laten zien dat ze staan voor
GroenLinks: Om de digitale communicatie van iedereen veilig te houden, maken alle
overheidsinstellingen beveiligingsproblemen in computersystemen altijd op verantwoorde
wijze openbaar.
VVD: Het recht op privacy is niet absoluut. Als iemand een terroristische daad of een
andere ernstige misdaad heeft gepleegd, of als er zeer sterke aanwijzingen zijn dat hij
dat gaat doen, verspeelt hij zijn recht op privacy.
SP: Een veilig en vrij internet begint met de zin: ‘laten we toe dat we altijd en overal
bespioneerd worden?’. De paragraaf gaat door met ‘baas over eigen data’. De digitalisering
en robotisering van de samenleving geeft nieuwe en vaak ongekende mogelijkheden,
waarvan we niet altijd kunnen weten of ze ook wenselijk zijn. We stellen een ethische
commissie in, om te voorkomen dat bij ontwikkelingen op deze terreinen de menselijke
maat en maatschappelijke belangen uit het oog worden verloren.
CDA: In de donkere hoeken van het internet hebben criminelen nu nog min of meer
vrij spel, omdat politie en Justitie onvoldoende zijn toegerust om deze vormen van criminaliteit
aan te pakken.
wordt het als gesproken over de positie
van de Autoriteit Persoonsbescherming,
waarbij een enkele partij concreet over
capaciteitsvergroting en budgetvermeerdering
spreekt. Het zijn SP en CDA
waarin de aandacht voor digitalisering
niet alleen het minste is, maar waar in
ook de donkere kant van digitalisering
het sterkst naar voren komt. Bij de SP is
daarbij achterdocht jegens de overheid
voelbaar. Bij het CDA gaat het om een
‘inhaalslag cybersecurity’.
voor de gevolgen van een falend informatiebeleid
bij een mogelijke aanslag. De
kans dat er bijvoorbeeld een staatssecretaris
‘voor informatie’ gaat komen, is niet
uit te sluiten. Bij een kabinet met vier of
meer partijen is het onvermijdelijk dat er
kabinetsposten bij gaan komen.
DE
I
‘de samenleving van nu’. Toch is ook
hier weer privacy, oftewel ‘cybersecurity’,
het punt waarop partijen zich
vooral onderscheiden. Zoals GroenLinks
het noemt: ‘het briefgeheim van de 21ste
eeuw’. Dit spitst zich toe op allerlei
informatiestromen. Het meest concreet
COALITIEONDERHANDELINGEN
Voor zover een punt de coalitieonderhandelingen
gaat halen, zal dat het punt van
de privacy zijn. Tegelijk is met het recent
aannemen van de ‘Aftapwet’ die slag al
voor een groot deel geslagen. Geen partij
zal zich verantwoordelijk willen weten
Lopend door de verkiezingsprogramma’s
valt buiten het domein van digitalisering
op hoe verschillend de programma’s dit
keer zijn, ook bij de bekende middenpartijen.
Hoe kunnen deze ooit tot een
akkoord komen? In de parlementaire
praktijk valt nogal eens te zien hoe van
digitalisering juist op dit punt wonderen
worden verwacht. Zal dat nu ook weer
zo zijn? Het ligt niet voor de hand. Interessant
is bijvoorbeeld dat het CDA, sterk
voorstander van belastingvereenvoudiging,
deze periode geen herziening van
het belastingstelsel verwacht vanwege
alle problemen bij de Belastingdienst.
Zoveel nuchterheid over de uitvoeringspraktijk
doet verstandig aan, maar laat
ook zien dat digitalisering als wondermiddel
voor de uitvoering niet meer zo
snel beschikbaar is.
D66: Nederland wordt in Europa de digitale koploper, met de beste digitale infrastructuur
en vaardigheden. Daarbij hoort een open, vrij en veilig internet.
PvdA: Voor een verbonden samenleving is het van groot belang dat technologische vernieuwing
worden ingezet om de kwaliteit van de samenleving als geheel te verbeteren.
׉	 7cassandra://7v6ZL2d934R7ISUeuY6K4a-7URYjauCEKTueOoFSHOc`̵ XhWbaEXhWbaD{בCט   {u׉׉	 7cassandra://a_L8hWW8QWqmWdXUw87I569Fv-qiQDX7XIATi5ubE04 y[` ׉	 7cassandra://Ho9RP-PGqcUKWJcvjazK35ZKUdGk6svuLl_mtdwAius^`S׉	 7cassandra://QUMcSlUuqcaUZrO2biJ8dA3ZLIYm7ilgMHDGXnPsE2k`̵ ׉	 7cassandra://-zv-B5s3Mc6Bgl-yf_1mwR7joNMU5MZnTdnkMC_f_E4tvX͠XhWbaFט  {u׉׉	 7cassandra://SX5iw7OUDYgJd17RWac9H8Uj7xqJ54BXM-HlN3sdYZw X`׉	 7cassandra://w6_igh_h9fYiqcwjji3MDS9N8pjLo46LpH93jY6jQOcUM`S׉	 7cassandra://Vb8vCIF8u5JIJa0a61S-R2N4IG14N59dMbNN6TOaQGo`̵ ׉	 7cassandra://68v5JQwX-s9tt9DGk46L0cq7S1emfPFPJRekq1x1m1k \͠XhWbaG׉EDATAVE R Z AME LI NGEN
JURIDISCHE INSTRUMENTEN
WAT KUNNEN OVERHEDEN LEREN VAN ZORGINSTELLINGEN?
Zorginstellingen zijn steeds vaker actief bij de ontwikkeling van eHealth-apps.
Dit vereist specifieke kennis van het intellectueel-eigendomsrecht, het ICTrecht,
het privacyrecht en het ontwikkelproces van dergelijke apps. In dit artikel
worden verschillende juridische instrumenten toegelicht die een rol spelen
bij het maken van afspraken over het verzamelen en gebruiken van (big) data.
In het bijzonder wordt de bewerkersovereenkomst besproken. Ook voor instellingen
buiten de zorg biedt dit een handig overzicht van checks and balances.
Tekst: Tinga Kleefman, bedrijfsjurist IE, ICT en Privacy bij UMC Utrecht
B
E
ALLE
De grootte van een verzameling data, of
de mogelijke koppelingen met andere
bestanden en welke entiteiten daar
gebruik van kunnen maken, hebben hun
weerslag op technische voorzieningen en
juridische instrumenten. Het juridisch
22
dienen de afspraken aan dit wettelijk
kader te worden getoetst. Een persoonsgegeven
is elk gegeven over een geïdentificeerde
of identificeerbare natuurlijke
persoon. Dit betekent dat informatie of
direct over iemand gaat, of tot deze perij
de ontwikkeling van apps is
een aantal zaken van belang.
Met welk type partijen de data
worden gedeeld, welke data
worden gedeeld, waar de data worden
beheerd en door wie en onder welke
voorwaarden (door derden) de data kunnen
worden gebruikt. In verband met het
generen en delen van grote verzamelingen
van data wordt vaak de term ‘big
data’ gebruikt. Dit is echter geen vast
omlijnd begrip. Het is wat mij betreft ook
niet zo relevant of een verzameling als
big data kan worden aangeduid. Wat wel
belang is dat de uit te wisselen data
expliciet wordt vermeld en of deze data
direct of indirect herleidbaar zijn tot de
persoon. De data dienen aan de privacywet-
en regelgeving te worden getoetst.
advies zal verschillen naarmate de data
extern worden beheerd en er bij de uitvoering
commerciële partijen zijn betrokken.
In de praktijk worden grote verzamelingen
data in verband met de technische
capaciteit en mogelijkheden bij
voorkeur door andere partijen verwerkt.
Hoe meer (type) partijen bij de verzameling
en het gebruik van persoonsgegevens
betrokken zijn, hoe veelzijdiger het
juridisch advies wordt.
WET- EN REGELGEVING
Wet- en regelgeving stellen eisen aan de
wijze waarop de privacy van de personen
die de data betreffen, dient te worden
beschermd. Zodra de data ’persoonsgegevens’
in de zin van de Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp) betreffen,
soon te herleiden is. Op het gebied van
bescherming van privacy geldt ook Europese
regelgeving. Per 25 mei 2018 geldt
hiervoor de nieuwe Europese privacyverordening,
de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG). Deze verordening
betreft Europese regelgeving op
het gebied van bescherming van personen
in het kader van de verwerking van
persoonsgegevens. De verordening is
dan rechtstreeks van toepassing in alle
EU-lidstaten. Desondanks hebben Europese
lidstaten al nationale wetgeving en
zullen de huidige nationale wetgevingen
mogelijk (nader) op de Europese regelgeving
worden aangepast. Aangezien de
nieuwe verordening al wel is vastgesteld,
dient bij de advisering met de toepassing
daarvan nu al rekening te worden gehouden.
Naast
wetgeving kent de praktijk de
zogenaamde ISO-normen voor informatiebeveiliging
van managementsystemen
en de Databankenwet worden gevolgd.
Deze ISO normen bieden partijen een
instrument bij de waardering van de
gevolgde procedures en getroffen beveiligingsmaatregelen.
Op de software die het
gebruik en beheer van de eHealth-app
wordt gebruikt, zal meestal het auteursrecht
van toepassing zijn. Auteursrecht
en Databankenrechten zijn voorbeelden
van intellectueel eigendom. Kennis op
׉	 7cassandra://QUMcSlUuqcaUZrO2biJ8dA3ZLIYm7ilgMHDGXnPsE2k`̵ XhWbaH׉E`N
BIJ DATAVERZAMELINGEN
deze rechtsgebieden is derhalve onontbeerlijk
bij het contracteren.
In dit artikel gaat het vooral over de
praktische toepassing van relevante
regelgeving, waarbij de nadruk ligt op
twee juridische instrumenten: Het Descamodel
en de bewerkersovereenkomst.
Deze instrumenten hebben vooral betrekking
op het verzamelen en bewerken van
data binnen een applicatie.
DESCA-MODEL
In contracten worden afspraken gemaakt
over de rechten ten aanzien van het gezamenlijk
verzameld materiaal. Een veelgebruikte
template bij onderzoek en binnen
de academische wereld, is het Descamodel.
Dit model is veelal verplicht bij het
maken van afspraken in het kader van
door de Europese Commissie verleende
subsidies, maar is ook geschikt voor generieke
afspraken inzake samenwerking. In
het kader van een samenwerking op het
gebied van een nieuwe eHealth-app, kan
in het Desca-model worden opgenomen
dat de tekstuele inhoud, inhoud van protocollen,
mogelijke algoritmes en kennis
van veilige marges bij de automatische
verwerking van meetresultaten door de
zorgverlener worden ingebracht. Ook kan
hierin met de ICT-dienstverlener worden
afgesproken dat de data die door het
gebruik van de eHealth-app worden gegenereerd
in hun onderlinge verhouding,
uitsluitend aan de zorgverlener toekomen.
Het Desca-model biedt geen standaardbepalingen
over de afspraken op het gebied
van het waarborgen van de privacy van
de bij de samenwerking betrokken persoonsgegevens,
anders dan door een
generieke geheimhoudingsbepaling. Een
bepaling omtrent geheimhouding alleen is
onvoldoende. Daarvoor is ook een bewerkersovereenkomst
noodzakelijk.
׉	 7cassandra://Vb8vCIF8u5JIJa0a61S-R2N4IG14N59dMbNN6TOaQGo`̵ XhWbaIXhWbaH{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ski8-LzxVuDFM56PfbtIrfNh0i5QFVpGQSPU3dYsrBo `׉	 7cassandra://4hWBap3dhp2xSlCl_7ACe6uI_KUBHW2ReN9H_EmqZzc^`S׉	 7cassandra://vjlLqZ7jc6a8MngGWmfL39P0U_MkZb7slzM1U-E-a_M`̵ ׉	 7cassandra://FHNXXrQ9Nh8g8Yl5c66wRSYh2jI8hLSmHXZuPt6KlJsp\͠XhWbaJט  {u׉׉	 7cassandra://aslDKSPLfD6YvFwkI--rcfEcHU_KHH7LexO1zhhCswk ~~`׉	 7cassandra://DAgTp4POkXUTuipfyKiu570YhW19BZPsIeW4HLGhHAAT`S׉	 7cassandra://5RWyi0lqoUOKcm22DBUog3VGfrwEpJ3FfEgjglx8Wsc`̵ ׉	 7cassandra://7mZ_U_6sYUkuCp1PomeoFeXaYsT45KxpxKuZlgTAvMg ̜͠XhWbaK׉EBEWERKERSOVEREENKOMST
Om aan de eisen te kunnen voldoen die
gesteld zijn in de wet- en regelgeving op
het gebied van de privacy, is het van
groot belang dat de te treffen technische
en organisatorische oplossingen zodanig
vertrouwen geven dat de risico’s voldoende
beperkt zijn. Het is daarom zinvol
dat op het gebied van de uitwisseling
van data de bedrijfsjurist, de privacyfunctionaris
en de ICT-afdeling met
elkaar nauw samenwerken. Het waarborgen
van privacy is niet uitsluitend een
taak die bij de bedrijfsjurist ligt, maar
dient een punt van aandacht voor de hele
organisatie te zijn. Om de veiligheidsrisico’s
in kaart te kunnen brengen, is een
’privacy impact assessment’ (PIA) nodig.
Er is sprake van ’bewerkingen’ wanneer
persoonsgegevens bijvoorbeeld worden:
• verzameld en opgeslagen;
• bewaard, bijgewerkt en gewijzigd;
• gedeeld met andere partijen;
• opgevraagd en geraadpleegd;
• gekoppeld aan andere databestanden;
• vernietigd.
DOELOMSCHRIJVING
De doelomschrijving in de bewerkersovereenkomst
beperkt de mogelijkheden
van bewerkingen van de data. Het is dan
ook verstandig om dit in een zo vroeg
mogelijk stadium te bepalen. Dit is een
verplichte voorwaarde. Er dient te worden
omschreven wat er met de data mag
en dient te gebeuren. Indien meerdere
partijen recht hebben op bijvoorbeeld
toegang tot de data, dient dit in de doelomschrijving
te zijn opgenomen. Indien
de database ten behoeve van onderzoek
wordt gegenereerd, is het verstandig om
de mogelijkheden van (toekomstig)
gebruik nauw met de betrokken onderzoekers
te bespreken. Het gebruik van de
database wordt beperkt door de specifieke
doelstelling. Het zijn immers ook de
patiënten die aan de geformuleerde doelstelling
hun toestemming verlenen.
LIJST MET DATA
Hoewel dit geen wettelijk voorschrift is,
is het raadzaam om aan een bewerkers24
BEVEILIGING
In
het geval van de beveiliging van de
data zou ervan uit moeten worden gegaan
overeenkomst de lijst met exacte data toe
te voegen. Zeker bij het gebruik van een
eHealth-app via een mobiel apparaat,
H
E
DE
kan veel data door de ICT-dienstverlener
worden verzameld. Bijvoorbeeld over de
wijze van gebruik, hoelang en op welk
moment van de dag wordt gebruikt en
welke pagina’s van een app worden
geraadpleegd. In dat traject kan de ICTdienstverlener
ook eigen commerciële
belangen hebben. De data van een
eHealth-app vertegenwoordigen (ook)
een commerciële waarde voor andere
partijen. Het is daarom verstandig om (in
de licentieovereenkomst) afspraken te
maken over de mogelijkheden van het
plaatsen van advertenties. Door het toevoegen
van de lijst met te verwerken
data, worden de rechten op de beschikbare
data transparanter en onderwerp
van gesprek tussen partijen.
dat de ICT-dienstverlener aantoont welke
maatregelen worden getroffen in het
kader van de veiligheid van de data. De
PIA is daarvoor een handig instrument.
Het is daarbij te adviseren dat de beschreven
maatregelen worden getoetst, bij
voorkeur door een derde partij. In veel
gevallen hebben ICT-dienstverleners een
derde partij al een audit laten uitvoeren en
zij zijn dan vaak ook al in het bezit van
een onafhankelijk rapport. Dit rapport zou
als bijlage van de bewerkersovereenkomst
kunnen worden opgenomen. Daarbij kan
worden opgenomen dat ieder jaar een
dergelijke audit wordt uitgevoerd en er de
verplichting is de getroffen maatregelen te
handhaven of te verbeteren.
Een checklist kan helpen bij het geven
van juridisch advies waar het gaat om de
verzameling en bewerking van (big) data
door een eHealth-app.
CHECKLIST
1. Welke data wordt er verzameld? Geef een overzicht van alle datavelden.
2. Met welk doel worden de data verzameld?
3. Wie zijn de partijen die bij de verzameling zijn betrokken en welke rol ver-vullen zij?
4. Op welke locatie worden de app en de data beheerd?
5. Op welke wijze worden de data verzameld? Geef daarbij de datastroom weer.
6. In het geval dat de wijze een nieuw te ontwikkelen app betreft, hoe wordt die ontwikkeld
en welke partijen zijn daarbij betrokken? Wie levert de software? Wie
beheert de data? Wie levert de tekst? Wie hebben de afbeeldingen gemaakt?
7. Hoe ontvangt de zorgverlener de data die met behulp van de app worden gegenereerd?
Hoe kunnen de data aan het Elektronisch Patiëntendossier worden toegevoegd?
8.
Welke andere partijen hebben toegang tot de data? Wie besluit of derden toegang
tot de data kunnen krijgen?
9. Over welke functionaliteiten dient de app te beschikken?
10. Hoe en door wie worden potentiële gebruikers, zoals patiënten, benaderd?
11. Wie betaalt waarvoor?
12. Wat is de uitkomst van de privacy impact assessment?
dat de ICT-dienstverlener de specialist is
met betrekking tot de mogelijkheden van
beveiliging. Het is daar om te adviseren
׉	 7cassandra://vjlLqZ7jc6a8MngGWmfL39P0U_MkZb7slzM1U-E-a_M`̵ XhWbaL׉E<LI N DA KO OL
DE ONSCHULD VOORBIJ
Onlangs werd ik geïnterviewd over een zeer akelig voorval.
Facebook vertoonde live hoe een 30-jarige vrouw in Zweden
werd verkracht door drie gewapende mannen, terwijl zij buiten
bewustzijn was. In eerste instantie werd gedacht aan een slechte
grap. Als kijkers doorhebben dat het echt is, stromen de reacties
binnen. Een van hen waarschuwt de politie. Die valt het
bewuste appartement binnen. De arrestaties zijn ook live te volgen.
Dan pas gaat de camera uit.
Had Facebook niet veel eerder in moeten grijpen? Meer verantwoordelijkheid
moeten nemen? En waarom doet de overheid
niets, vroeg de journalist mij. Ik gaf aan dat het een van de
zoveelste voorbeelden is anno 2017 dat ICT de onschuld voorbij
is. Digitale technologie heeft een fundamentele impact op ons
leven. Overal - van live video’s tot aan nepnieuws, van informatie
‘lekkende’ slimme poppen tot aan spionerende smart tv’s -
zet ICT publieke waarden onder druk. Privacy, veiligheid, vrijheid
van meningsuiting, autonomie, rechtvaardigheid komen
meer dan eens in het geding door digitale innovaties.
waarden in de nieuwe digitale samenleving vraagt om een veel
structurelere aanpak. Eerst is er een breed bewustzijn nodig dat
digitale technologie grondrechten raakt. Daaruit volgt het besef
dat bedrijven een zorgplicht hebben bij het ontwikkelen van
digitale technologie voor het beschermen van onze grondrechten.
Dat betekent dat overheid en toezichthouders zich razendsnel
moeten gaan verhouden tot de nieuwe digitale spelers en
(bestaande) wetgeving.
Volgens mij kunnen we veel leren van hoe de samenleving
omgaat met biotechnologie. Iedereen snapt dat biotech op ethische
grenzen kan stuiten en dus gelden in het innovatieproces
bijzondere eisen. Inmiddels is overduidelijk dat ICT evengoed
op ethische grenzen stuit en dus zullen we ook daar meer
behoedzaamheid in het innovatieproces moeten inbouwen.
En Facebook? Die zoekt zijn heil ondertussen in een technologische
oplossing: automatisch ongewenst materiaal opsporen.
Daarmee komt de volgende discussie alweer op. Wat is allemaal
ongewenst materiaal en bepaalt Facebook welke informatie
gecensureerd wordt?
W
VE
OFFLI
Hoog tijd dus om ICT op een andere manier te benaderen. Te
lang hebben wij het digitale domein beschouwd als iets bijzonders,
als losstaand van de echte wereld. Waar dit beeld destijds
voor diensten als Second Life en Habbo Hotel nog wel overeind
te houden viel, zijn we inmiddels volledig vergroeid met de
online en offl ine wereld: we zijn onlife zoals de Italiaanse fi losoof
Luciano Floridi het zo treffend uitdrukt. Daarmee belanden
we in een nieuwe fase van de digitale samenleving. Daar heerst
overal conceptuele verwarring over welke regels gelden. Is
Facebook nu een techbedrijf of mediabedrijf? De nieuwe techgiganten
zijn niet in één hokje te vangen en vervullen steeds
belangrijkere maatschappelijke functies. Zoals nieuws, vervoer
en kamerverhuur.
En dus was mijn antwoord aan de journalist dat het niet alleen
gaat om de uitwassen van live video. Het borgen van publieke
Linda Kool is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://5RWyi0lqoUOKcm22DBUog3VGfrwEpJ3FfEgjglx8Wsc`̵ XhWbaMXhWbaL{בCט   {u׉׉	 7cassandra://xgALb_NR5SSY1avqpA5XpReWU9Vq10Ekx0PepEnQWrY Q` ׉	 7cassandra://ipGRjMtahO6-A9OvNsitUTujFcSuVD9CnScD1XdPXwAV`S׉	 7cassandra://RUdv1QFuILy_4dqQO5ylIJkSx_1tRgw0DDxg-3XZ8Es`̵ ׉	 7cassandra://r-PxvzCdGnHWGCEfdU3cREodlO1D9kf-KSaSdqgZ3Qsf`͠XhWbaNט  {u׉׉	 7cassandra://7U3tQ59Y0zBoUJ9OzpbJh2ZHXPBYY-aWqku7lpjXNrU `׉	 7cassandra://u7-hO2mzxwup5G1jgBu_Umm5mXJDQaodZfudYxoyYHMU`S׉	 7cassandra://uCnU367Uk2cJQS3U4zzn2RU24ZkWHrCWxnPwAubMtcE`̵ ׉	 7cassandra://B5VJF3hfdIylLMiXajyQB6PpXF6D-1yVNw3DM5GSGbA ͠XhWbaO׉ER OB OTISE R I NG
WELKE KANT WIL DE
ROL AUTOMATISERING EN ROBOTISERING NEEMT SNEL TOE
Automatisering en robotisering rukken steeds meer op en zullen onder meer
een geweldige invloed hebben op onze arbeidsmarkt. De voorspellingen wanneer
het zover is, lopen uiteen tussen 2030 en 2040. De verwachting is dat
tussen de dertig procent en de vijftig procent van de huidige banen door automatisering
en robotisering verloren zal gaan. Wat betekent dat voor de wereld
van overheid en dienstverlening? En wie houdt zich ermee bezig?
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
n de afgelopen jaren zijn er in de
administratieve sector ruim meer
dan honderdduizend banen verdwenen,
voornamelijk bij banken en verzekeraars.
Bij overheden gaat dat minder
snel en is het minder zichtbaar, maar de
studies over de mogelijkheden van rationalisering
van de Belastingdienst spreken
boekdelen. Bij het volledig gebruikmaken
van alle mogelijkheden zouden daar theoretisch
vijftig procent minder mensen
nodig zijn.
I
Bij gemeenten bestaat eveneens een substantieel
deel van de werkzaamheden in
de backoffice uit administratieve handelingen.
Registreren, controleren en archiveren
zijn voor de hand liggende voorbeelden,
maar ook het verstrekken van
vergunningen en gemeentelijke producten
kan voor een belangrijk deel worden
geautomatiseerd. Met de opkomst van
big data en steeds intelligentere systemen
zal de vraag zich in de komende jaren
gaan voordoen waar we eigenlijk nog
mensen voor nodig hebben.
De bureaucratie is in belangrijke mate
een gestandaardiseerd systeem, met
objectieve grondslagen en standaardprocedures.
Daarmee leent de bedrijfsvoering
van de overheid zich uitstekend
voor een grootschalige toepassing van
automatisering en robotisering. We kij26
ken
belangstellend naar de ontwikkelingen
op het gebied van de zelfrijdende
auto en het leveren van pakketje via drones,
maar wat die ontwikkelingen kunnen
betekenen voor de dienstverlening is
nog geen onderwerp van studie. Als biometrische
identificatie eenmaal de norm
naar leiden, na te denken of wij dat
eigenlijk wel willen. Binnen zo’n kader
kan dan de techniek ontwikkeld worden
die ondersteunend is aan de manier
waarop de overheid zijn relatie met de
burger in wil vullen. Helaas ontbreekt
dat kader volledig.
N
IS
is, kan een paspoort eenvoudig uit een
machine rollen, voor zover dat dan nog
als papieren document nodig is. Het toekennen
van zorg(budgetten) en uitkeringen
kan voor negentig procent geautomatiseerd
worden en dat geldt ook voor
de daar achterliggende verantwoordingssystemen.
Dat
dat allemaal kán is wel duidelijk,
maar het ontbreekt aan een visie of het
ook zo moet.
DE MENSELIJKE MAAT
Nog te veel zijn deze ontwikkelingen
eigendom van vakmensen uit het domein
van automatisering en ICT. Daarmee lijkt
het een vraagstuk van de techniek. Maar
het is noodzakelijk om, voordat de technische
ontwikkelingen ons daar vanzelf
We raken daar aan een nieuwe discussie,
een discussie die gaat over de menselijke
maat. Want niet alles wat technisch kan,
is ook menselijk wenselijk.
Enerzijds omdat de uitbundige regelgeving
in Nederland altijd wel ergens een
uitzondering toelaat, een uitzondering
die vaak een subjectief oordeel vraagt.
Dat oordeel kun je niet automatiseren. Of
iets rechtmatig is, valt te toetsen. Maar je
hebt mensen nodig om te kijken of het
ook rechtvaardig is. Die vaststelling
vraagt om duidelijkheid in wat wij wel of
niet willen automatiseren.
Ook de spreiding van bijvoorbeeld asielzoekerscentra
over Nederland is niet
moeilijk te regelen. De voorwaarden voor
׉	 7cassandra://RUdv1QFuILy_4dqQO5ylIJkSx_1tRgw0DDxg-3XZ8Es`̵ XhWbaP׉E}OVERHEID OP?
locaties zijn vast te stellen, evenals de
logistiek. Zo heb je al snel objectief
geschikte plekken te pakken, waarbij je
misschien nog wel even met de bevolking
in overleg zult moeten.
Anderzijds kunnen er andere redenen
zijn om ‘overbodige’ banen toch in stand
te houden. Strikt genomen zijn receptiefuncties
moeiteloos over te nemen door
systemen en uiteindelijk door robots. Op
het vliegveld van Tokio is de reizigersinformatie
beschikbaar via een kloon van
R2D2. Maar je kunt ook besluiten dat een
mens gewoon prettiger is voor de gemiddelde
bezoeker, of beter past bij je imago.
DE GEKOOKTE KIKKER
Inmiddels is er een studie van de SER
van start gegaan om in kaart te brengen
wat robotisering en automatisering in de
Ook bezien vanuit de rol van de “eerste
overheid’ zijn er belangrijke discussieverschillende
sectoren kan gaan betekenen.
Dat is mooi en nuttig, maar het
wordt ook tijd dat gemeenten inzien wat
de consequenties kunnen zijn van deze
ontwikkelingen. Niet door in een glazen
bol te staren, maar door het gesprek aan
te gaan over de uitgangspunten waarmee
zij deze ontwikkeling tegemoet gaan treden.
Vanuit
werkgeversperspectief dienen
zich belangrijke vraagstukken aan. Blijft
er eenvoudig werk voor laaggeschoolden,
of moeten die elders iets zoeken?
Wat te doen met de mensen wiens werk
op termijn verloren gaat? Gaan die via
een sociaal plan de werkloosheid in, of is
er een andere mogelijkheid?
punten. Gaat dienstverlening over maximale
effi ciency of ook over een luisterend
oor en met menselijke aandacht? Welke
rol spelen gemeentelijke medewerkers in
de sociale cohesie van de samenleving en
moeten zij misschien daarom gewoon
blijven doen wat ze doen?
Het vraagt om een gesprek over principes,
niet over techniek. Dat gesprek is
ook uitstekend te voeren zonder dat we
precies weten wat de toekomst brengt.
Ook hier beginnen de digitale wereld en
de ethiek elkaar te raken: wat vinden we
eigenlijk goed om te doen? Zullen we het
daar eens over hebben.
Als al deze vragen genegeerd worden,
komt de overheid in de positie van de
gekookte kikker. Dan is de techniek zover
doorontwikkeld dat er geen besluiten
meer mogelijk zijn.
׉	 7cassandra://uCnU367Uk2cJQS3U4zzn2RU24ZkWHrCWxnPwAubMtcE`̵ XhWbaQXhWbaP{בCט   {u׉׉	 7cassandra://zpSDjUC1g5umgQPAwOc94HJ_hl4iBwZJNZ-_a7fs-1E ` ׉	 7cassandra://4tvQN5pHzkA18HaLAN57zRJD3hFc5oHd5TqYlqO-sdQ_`S׉	 7cassandra://1dtgBxXQk_4aYsHnxaSuFc4ppMSaHx_vL2UyQJkPH2I`̵ ׉	 7cassandra://edh6VhAQBCCSS-ggtrP0055xxP-b9P--L4rHC7ka3eYZE`͠XhWbaRט  {u׉׉	 7cassandra://cGgTBQjc9kT74xZQmi3-8uVj5CipXstUgMpAFT06R1k `׉	 7cassandra://lWyVuol5Fa49cCh5q-geyUZM_P-eb6-nciAKOh7jtUUc!`S׉	 7cassandra://NrLKr9LhoqQXtDOfX9dHAI3eXaynzy1-DZ6iALprClMm`̵ ׉	 7cassandra://5WRztiyJpxiVrbgf2dgBX4T7MbXqGB7MJ3DcxEkfg0A _p͠XhWbaSנXhWba j?
9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EV A N O N Z E KE NNIS P A R T NE R
Digitalisering:
op weg naar Utopia?
Neemt overheid haar verantwoordelijkheid?
Digitalisering en robotisering zijn geen toekomstmuziek meer. Naast dat daardoor minder tijd
besteed hoeft te worden aan allerlei uitvoerende taken, hebben deze ontwikkelingen ook een veel
breder effect op de samenleving. Het is alleen de vraag of de overheid daar voldoende aandacht
voor heeft. Het houdt niet over en ook de politiek staat er niet al te veel bij stil. In dit artikel
aandacht voor de ethische kant van digitalisering en robotisering en aandacht voor de verantwoordelijkheid
die de gebruikers hebben.
Tekst: Paul de Kort, partner en Rob Berentsen, senior adviseur bij M&I/Partners
rtifi cial intelligence, prescriptive analytics, neural
networks: stuk voor stuk ontwikkelingen die steeds
meer hun toepassing vinden in ons dagelijks leven
en ons leven makkelijk maken. Zo gaat uw auto zelfstandig
rijden, muziek naar uw smaak is geen probleem en
thuis regelt een slimme thermostaat zelf het klimaat en de verlichting
op basis van uw gedrag.
In de bedrijfssfeer is de meer traditionele digitalisering nog
volop gaande. In de meeste gevallen is er sprake van hulpmiddelen
om het werk gemakkelijker te maken. Alhoewel de vraag
naar kenniswerkers afneemt, omdat relatief simpele administratieve
taken niet meer door mensen wordt gedaan, blijft er
nog voldoende werk over. Veel kenniswerkers blijven hun baan
behouden doordat zij zich in het vak blijven ontwikkelen. Ook
de laatste jaren zie je dat de hoogopgeleide kenniswerkers minder
nodig zijn. De digitalisering stopt niet meer bij ondersteunen,
maar neemt het denkwerk over. Deze laatste ontwikkeling
gaat voor een doorbraak zorgen.
Zichtbaarheid van de gevolgen
Twintig jaar geleden waren de middeninkomens de hoeksteen
van de samenleving. Het waren de hoogtijdagen van de Whitecollar
worker, de mannen en vrouwen van de administratie.
Door alle branches heen is dit werk inmiddels verdwenen of is
aanstaande te verdwijnen. Het betekent dat veertig tot vijftig
procent van de complete organisatieomvang op zoek is naar
ander werk. Welke organisatie heeft nog data-invoerspecialisten,
postkamer-medewerkers of archivarissen nodig wanneer
informatie al in digitale vorm wordt ontvangen en netjes
wordt verwerkt?
28
A
Toch zien we nog relatief weinig van de gevolgen van digitalisering.
Waardoor komt dat? De digitalisering gaat sneller dan
iedereen denkt, maar de zichtbaarheid van de gevolgen wordt
verbloemd. Zij is sectorspecifi ek en afhankelijk van wie het werk
uitvoert. Een voorbeeld is de bancaire sector. Veel mensen die
daar werkzaam waren zitten nu zonder werk, maar grotendeels
iedereen heeft goede afvloeiregelingen. Die goede afvloeiregeling
maakt het mogelijk dat mensen van zestig jaar nog kunnen
overbruggen tot hun pensioen. Dat geldt niet voor medewerkers
van 55 of jonger. Die hebben het een stuk moeilijker.
HET BEELD IS VOORAL DAT
DIEZELFDE OVERHEID ZICH
DIGITALISERING LAAT OVERKOMEN
Naast dat zichtbaarheid sectorspecifi ek is, maakt het uit wie
het werk uitvoert. Zo wordt veel van het administratieve werk
uitgevoerd door vrouwen tussen de veertig à vijftig jaar in
parttimedienstverband. De gevolgen van het verlies van werk
wordt minder gevoeld als er nog een hoofdkostwinnaar is.
Vicieuze cirkel
Wat gaan mensen doen die geconfronteerd worden met het
verlies van een baan als gevolg van de digitalisering? Mensen
die hun baan verliezen kunnen tot de conclusie komen dat hun
vaardigheden niet meer worden gevraagd. Met omscholing
kunnen zij gaan werken in uitvoerende beroepen. Bijvoorbeeld
׉	 7cassandra://1dtgBxXQk_4aYsHnxaSuFc4ppMSaHx_vL2UyQJkPH2I`̵ XhWbaT׉Ein de ouderenzorg, in de horeca of in het magazijn achter webwinkels.
Banen die waarschijnlijk minder betalen ten opzichte
van hun vorige werkzaamheden en daarnaast ook ertoe leiden
dat mensen die al in deze beroepen werkzaam waren, meer in
de verdrukking komen. Daarmee komen mensen in een vicieuze
cirkel van steeds lagere fi nanciële waardering van arbeid en
grotere vermogensongelijkheid.
Meer mogelijkheden hebben de hoger opgeleiden. Zij kunnen
nieuwe markten zoeken, al dan niet in het buitenland, en werken
in beroepen waar wordt nagedacht over hoe computers
moeten denken. Hiervoor zijn wel aardigheden nodig die het
merendeel van de hoger opgeleiden niet bezitten, zoals een
zeer goed analytisch vermogen en uitmuntende wiskundige en
technische vaardigheden. Hiermee ontstaat er een steeds kleiner
wordende groep rijke hoogopgeleide mensen aan de andere
kant van het spectrum.
Transformatie arbeidsmarkt
Er is geen ontkomen aan: de steeds verdere digitalisering leidt
tot vermindering van banen en daarmee tot een lager inkomen
voor veel mensen. We moeten de inrichting en het functioneren
van onze samenleving hierop aanpassen. Een veel geopperde
oplossing is die van een basisinkomen: een onvoorwaardelijk
maandelijks inkomen waar mensen waardig van kunnen
leven. In een totaalpakket van maatregelen en aanpassingen in
onze samenleving is het basisinkomen zeker geen raar idee.
Het gaat er om dat alle mensen een waardig bestaan hebben.
In onze optiek omdat dat het weghalen van vermogen bij de
‘rijken’ en het geven aan de ‘armen’, al dan niet in de vorm van
een basisinkomen.
Het weghalen van vermogen bij de ‘rijken’ kan op verschillende
manieren. Het belasten van vermogen is er één van. Aan de
andere kant kan het eerlijker zijn om de robots te belasten die
het werk van mensen vervangen, zoals Bill Gates recent
opperde. Het is niet verstandig om menselijke arbeid te blijven
belasten, want dat jaagt de digitalisering juist aan.
Verantwoordelijkheid overheid
Veel bedrijven nemen wel degelijk hun verantwoordelijkheid.
Medewerkers die overtollig raken door digitalisering worden
begeleid naar ander werk en ondersteund met opleiding en
afvloeiregelingen. Maar in het groter geheel is dit lang niet
genoeg.
Er zit een limiet aan wat werkgevers kunnen doen voor hun
(oud-)medewerkers. Er moet op alle fronten van de samenleving
worden nagedacht over hoe waardig de transitie uit te voeren
naar de digitale samenleving. Dit betekent anders nadenken over
werk, opleiding en een waardig bestaan. Individuen of landen
kunnen dit niet zelfstandig oplossen. Er moet mondiaal worden
gekeken naar een set aan maatregelen en afspraken. Het is een
taak voor de politici om het klimaat te scheppen om tot keuzes
te komen. Het beheersen van de effecten van digitalisering is
duidelijk een overheidstaak, maar het beeld is vooral dat diezelfde
overheid zich digitalisering laat overkomen.
Het wordt tijd dat de overheid haar verantwoordelijkheid
neemt. Waar blijft bijvoorbeeld het ministerie van Digitalisering?
Het opzetten daarvan kan een eerste stap zijn om de
effecten van toenemende digitalisering in te schatten en vanuit
de politiek met richting en antwoorden te komen. Laten
we tot oplossingen komen ten bate van hele samenleving.
M&I/Partners is het onafhankelijke adviesbureau voor management en ICT
www.mxi.nl
׉	 7cassandra://NrLKr9LhoqQXtDOfX9dHAI3eXaynzy1-DZ6iALprClMm`̵ XhWbaUXhWbaT{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Da7Q1fJKJKQvwvM-w1IeMGFsGMSw69PJVWWh7u3Ef30 `׉	 7cassandra://JHPr7Ww3PZ-nayqJ9u3NKwlCVhaXVCPjvZZOcvV-fBQ]`S׉	 7cassandra://8AffpgtiPrfxqK6BT9sx4cueGe7h0_cTRKsso9CqX9U!o`̵ ׉	 7cassandra://09x3UOWr1GZu9XlLV3wusJhFFXqpowTjT_W6IE31zUY 'J͠XhWbaVט  {u׉׉	 7cassandra://c1fwqpmGIpG_WVf1FToNtcPmkH_ctID-9X9C_GpYxmE k`׉	 7cassandra://nmCV_QRgo3GacrirKN8H6mLdRJvwKGrWpUDDXfasPA0d)`S׉	 7cassandra://oypCJTG3rarhUzJWu8uV6EYDUsh3Iwj1yhgKv8INsn0,`̵ ׉	 7cassandra://AIp2yA7BnFWGelli8ptmXBvgwUkWQFAXVkYJ4WF77eQ ͠XhWbaWנXhWba ̳3*9ׁH &mailto:vacatures@binnenlandsbestuur.nlׁׁЈנXhWba   z9ׁH *http://www.binnenlandsbestuur.nl/vacaturesׁׁЈ׉EWALTIJD DE JUISTE
KANDIDAAT!
Online vacature € 620,•
30 dagen in de vacaturebank
• Vermeld op de homepage en een relevant vakgebied
• Vermeld in de vernieuwde App
• Statistieken
• Upgrade mogelijk naar een
vacatureblok/Spotlight vacature
Vacatureblok € 980,•
Vacatureblok (89x35 MM) onder de indexpagina
in het magazine (inclusief opmaak)
• Social media (Linkedin + Twitter)
• Vermelding in de vacature nieuwsbrief + App
• Online vacatureplaatsing
• Statistieken
In 2016 hebben meer dan 450 overheidsorganisaties
gebruik gemaakt van Binnenlands Bestuur als hét
wervingsmedium. In totaal zijn ca. 3.500 vacatures
vervuld. Plaats uw vacature bij Binnenlands Bestuur
en vind ook de juiste kandidaat!
www.binnenlandsbestuur.nl/vacatures
Spotlight vacature € 980,•
Spotlight vacature: Logo + ankeiler op de homepage
vacaturebank en dagelijkse nieuwsbrief
• Social media (Linkedin + Twitter )
• Vermelding in de vacature nieuwsbrief + App
• Online vacatureplaatsing
• Statistieken
Magazine vanaf € 2.220,•
Bent u op zoek naar de latente banenzoeker en/of
heeft u één of meerdere vacature(s)? Plaats dan
uw vacature(s) in het magazine en ontvang uw
online plaatsing gratis.
Meer informatie? Neem contact op met:
Marcel van der Meer of Jan Willem Hulst
via telefoonnummer 020 - 573 3621
of per e-mail vacatures@binnenlandsbestuur.nl
׉	 7cassandra://8AffpgtiPrfxqK6BT9sx4cueGe7h0_cTRKsso9CqX9U!o`̵ XhWbaX׉Ed
H E N K WESSE LI NG
DIENSTVERLENING IN
TIJDEN VAN POPULISME
Het lijkt nu niet meer onmogelijk, een politiek landschap van
regeringsleiders van Erdogan, Poetin, Trump, Orbán, Farage,
Wilders, Le Pen of Hofer. Erdogan en Poetin hadden we al een
tijdje, maar ook stabiele democratieën komen steeds meer in de
invloedssfeer van het populisme. Niet altijd direct aan de
macht, maar de gedoogconstructie van Wilders is maar een van
de varianten waaruit die invloed blijkt. Wat kan dat betekenen
voor de publieke dienstverlening?
Wat is dat eigenlijk, populisme? Als ik dit schrijf is Trump net
een paar weken president en ontvouwt zich een populistische
agenda zoals hij die al aankondigde in verkiezingstijd. Economisch
rechtse maatregelen zoals het aanpakken van Obamacare,
maar ook met klassiek linkse, bijna staatssocialistische maatregelen
gericht op meer banen door meer protectie. Naast economisch
rechts en links zijn politieke stromingen te typeren in termen
van (bijvoorbeeld culturele) vrijheden: liberaal versus autoritair.
Ook daar zie je bij populisten een mix van autoritair,
bijvoorbeeld naar migranten (wij - zij) en van liberaal (referendum;
volk laten spreken).
O
P
S
Die mix van links en rechts, van autoritair en liberaal, is ten eerste
kenmerkend voor populisten. Per landelijke portie populisme
verschilt die mix, maar die is altijd gericht op brede steun
door inspelen op bestaande onvrede met sociaal economische
wensdromen, op mobilisatie van emotionele binding, inspelend
op angst, op wij - zij en nationalisme. En zo wedijvert in Nederland
de populist Wilders (van origine economisch rechts) met
de SP (ten onrechte vaak als populistisch bestempeld) in fi nancieel
onverantwoorde voorstellen voor handhaving van de verzorgingsstaat.
En zo is in Nederland vrijheid van seksuele
geaardheid een populistisch speerpunt tegen de islam; in andere
landen een mobilisatiebasis voor nationale sentimenten tegen
verdorven zeden.
Het meest kenmerkend is ten tweede dat als zo’n populistische
variant zich eenmaal in het centrum van de macht heeft gevestigd,
daarna altijd het streven is de eigen aanwezigheid te verlengen
door desnoods de democratische checks and balances uit
te schakelen. Zie Erdogan, zie Poetin. Zij vertegenwoordigen
immers de wil van het volk en tegenstanders zijn dus niet het
volk. Dat is wat echt populisme echt gevaarlijk maakt.
Wat zou echte populistische invloed beteken voor de dienstverlening?
In een situatie van daadwerkelijk bezetten van regeringsmacht
weten we dat uit vele ervaringen. Het betekent
onder meer weinig doordachte ‘versterking’ van de dienstverlening
door het opmaken van alle mogelijke reserves om het oude
systeem maar te kunnen handhaven. Denk bijvoorbeeld aan het
handhaven van het verouderde zorgsysteem in Venezuela. Ook
leidt het in de meeste gevallen tot aantasting van de dienstverlening
voor hen die ‘zij’ zijn, bijvoorbeeld meer en andere procedures
voor asielzoekers. Over het algemeen betekent het ook
stagnatie van innovatie. Innovatie wordt wel nagestreefd, maar
alleen als controle op de resultaten bestaat. Denk aan de digitale
infrastructuur. Tot slot kan het leiden tot druk tot centralisatie
van macht in het regeringscentrum. Bijvoorbeeld door bindende
referenda.
In de Nederlandse verhoudingen van coalities (met recentelijk
ook gedogen en wisselende steun voor een feitelijk minderheidskabinet)
zal dat de inzet zijn van ‘Populisme en Co.’.
In meerdere Europese landen wordt het spannend de komende
maanden. En ook daarna.
Henk Wesseling, Experticecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://oypCJTG3rarhUzJWu8uV6EYDUsh3Iwj1yhgKv8INsn0,`̵ XhWbaYXhWbaX{בCט   {u׉׉	 7cassandra://sJ3sWHBts20Zf1iIzzW_7qC-N75Qa1j-LtIj-VT6HoY .` ׉	 7cassandra://PIrroeRhoAgmZpjjaWzwXSydFvKMJF7yntZdqJMi_QkS'`S׉	 7cassandra://gHBUVvkc1cBlWNWwlgkE9LsgA_erYBCJD1rRfd0ekDk`̵ ׉	 7cassandra://aQO1QQ0fH-4Q26rLwD44pDhB-vHBRWJJmthCbgNg4TU p`͠XhWbaZט  {u׉׉	 7cassandra://Lm7xfmvy73il-tWOnRXunfYZYoQgVDvaW8b5mTz0C28 4` ׉	 7cassandra://KWB9LXyZJBGxl2UVlBpGAeml0nhlna01dJmwSoh8PAoU`S׉	 7cassandra://IOwOc7RhcZcrfiDVyS1iLqgqYrfqes16i5-E3ZIM38wx`̵ ׉	 7cassandra://p8JIMpQTSG9XkErNVFUYrcrO5zxMvcknCR6ClFn7vC0 A>d͠XhWba[נXhWba ^9ׁHhttp://bit.ly/standׁׁЈ׉EWE BCAR E
WEBCARE BLIJFT (NOG)
ONDERZOEK NAAR NEDERLANDSE SITUATIE IN 2016
In het onderzoeksrapport ‘Stand van Webcare 2016’ is onderzocht hoe organisaties
in Nederland aan webcare doen, met welk doel en welke effecten zij
zien. In 2016 is specifiek gekeken naar de mate waarin en de manier waarop
organisaties zich ‘verdiepen’ in de klant, inwoners waarmee zij via social
media in gesprek zijn. Het onderzoek bevestigt dat webcare steeds meer een
geïntegreerde, doordachte en vooraf beschreven wijze van digitaal klantcontact
wordt, waarbij de mens uitvoerend is en vooralsnog ook blijft.
Tekst: Arne Keuning, strategisch adviseur digitaal klantcontact Upstream
T
en opzichte van het onderzoek
‘Stand van Webcare 2015’ is het
gebruik van platformen als
WhatsApp, Facebook Messenger
en Snapchat in 2016 alleen maar toegenomen.
Steeds meer organisaties, waaronder
gemeenten, zetten bijvoorbeeld WhatsApp
actief in voor webcare. De inzet van deze
nieuwe messagingplatformen is naast de
standaardmonitoring en webcare op platformen
als Twitter en Facebook. Deelnemers
aan het onderzoek verwachten dat
het gebruik van besloten platformen, het
sturen van privéberichten en daarmee het
één-op- één communiceren tussen klant en
organisatie, gaat toenemen.
E
W
OP
CUSTOMER SERVICE
Ook in 2016 was customer service voor de
deelnemende organisaties de belangrijkste
reden om aan webcare te doen. De afde(KCC),
was ook in 2016 bij organisaties de
meest genoemde plek voor webcare. Bij
diverse gemeenten adviseert en/of geeft
de afdeling communicatie antwoorden bij
reputatiegevoelige en politiek getinte
berichten. Het doen van webcare is, ongeacht
de plek in de organisatie, een samenwerking
tussen medewerkers van verschillende
afdelingen.
RESEARCH DOEN
In het onderzoek is ook gekeken naar de
uitspraak ‘ken je klant’, iets dat vaak
wordt geroepen. Maar hoeveel organisaties
nemen nu écht de tijd om interne en/
of externe gegevens te raadplegen voordat
wordt gereageerd op berichten van
inwoners?
In 2015 registreerde 64 procent van de
organisaties geen klantcontact via webcare.
In 2016 gaf een kleine meerderheid
van de organisaties, 52 procent, aan
klantcontact - dat via webcare binnen32
ling
customer service, en dan specifiek het
Contact Center of Klant Contact Center
׉	 7cassandra://gHBUVvkc1cBlWNWwlgkE9LsgA_erYBCJD1rRfd0ekDk`̵ XhWba\׉E	EEN MENSELIJKE TAAK
onderzoek is gebleken dat mensen die in
een bepaalde situatie spreken vanuit hun
eigen ervaring, vaker van sentiment veranderen
(in positieve zin) na contact met
een organisatie dan mensen die direct de
oorzaak van de situatie bij de organisatie
neerleggen. Deze laatste groep blijft vaak
onveranderbaar negatief. Voor webcareteams
betekent dit: scherp krijgen
waarom de klant contact zoekt door het
eerste bericht gedetailleerd op formuleringsniveau
te analyseren. Dit als aanvulling
op het doen van andere research
naar de klant.
WEBCARE WEET WAT ER SPEELT
Uit het onderzoek komt ook naar voren
dat meer dan de helft van de deelnemers
in beeld heeft welke thema’s, vragen en
onderwerpen er bij klanten spelen. Zij
zijn voorbereid, kunnen met preventieve
webcare vragen voorkomen of doorverwijzen
naar webpagina’s of FAQ’s waar
een uitgebreid antwoord staat. Webcare
kan hierbij een aanvulling zijn op de sturing
op toptaken, zoals die op bijvoorbeeld
gemeentewebsites wordt gehanteerd.
Ondanks
het feit dat steeds meer organisaties
zogenoemde bots inzetten, bijvoorbeeld
in Facebook Messenger, blijkt uit
het onderzoek dat maar drie procent van
de organisaties op dit moment gebruikmaakt
van bots en systemen voor automatische
beantwoording bij webcare. Zij
doen dit als aanvulling op en niet als vervanging
van ‘menselijke’ webcare.
komt - op te slaan in hun CRM-, Zaak- of
Klantcontactsysteem. Het gevolg van het
structureel vastleggen van klantcontact
via webcare, is dat er een vollediger
klantbeeld binnen deze organisaties ontstaat.
Ten aanzien van het vooraf raadplegen
door webcare van intern beschikbare
gegevens, zoals het CRM-systeem,
gaf 26 procent aan dit altijd te doen. Verder
maakte het onderzoek duidelijk dat
externe bronnen, zoals zoekmachines,
niet altijd worden ingezet om informatie
te verkrijgen. Bijna twintig procent van
de respondenten gaf aan dit altijd of
regelmatig te doen. De rest soms of nooit.
Er is nóg een manier om de klant beter te
leren kennen. Dat is te kijken naar de
manier waarop de vraag, klacht of
opmerking geformuleerd wordt. Uit
Het overgrote deel van de deelnemers
(negentig procent) is van mening is dat
over vijf jaar mensen nog steeds beter
webcare kunnen uitoefenen dan bots.
Webcare blijft een menselijke taak, waarbij
een systeem soms kan ondersteunen
bij het voorspellen van een antwoord.
Meer weten?
Stand van Webcare in Nederland
http://bit.ly/stand-van-webcare-2016
׉	 7cassandra://IOwOc7RhcZcrfiDVyS1iLqgqYrfqes16i5-E3ZIM38wx`̵ XhWba]XhWba\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0i0iV51SGNdH2Otl4ac0oO6-fv8nKjoIfrd4ZqAtqr0 
`׉	 7cassandra://-Q4oT7cYPvBmXeHAesgg7ep9-ItgY1QNPQtQC3tGBeAY`S׉	 7cassandra://LEq7xYXoFhIoRYmVuLEiTE4aJBEVpweiaYdKZj4-VQk`̵ ׉	 7cassandra://t8QYqViSKM_NMXwHO09XfcvIFAQvqEK2zzW-Hr4faVsޢX͠XhWba^ט  {u׉׉	 7cassandra://kXEU4sdCZpnoGADrOifAN19iW7M6-Jq-5iXxhPOa-c4 ` ׉	 7cassandra://pxYw0veL38zhQ6EpyCE6QfwzeUk7pnuKMSrbAGWGlWEc`S׉	 7cassandra://mQgAJBag-jaUqgL29XZXnuRDf8yKDVzU0x4HbD19Wx8z`̵ ׉	 7cassandra://0VodXmJ73KO8DvuoAYvY906ZEPWXVMxs7NlmNKueKWc rX͠XhWba_נXhWba ^̃9ׁHhttp://www.socialseeder.comׁׁЈ׉E	SO CIAL ADVO C A C Y
NIEUWE KANSEN
DANKZIJ ONLINE
AMBASSADEURS
VERSTERK ONLINE IMPACT EN VERGROOT HET MERKBEWUSTIJN
In de wereld van online media hebben de ‘traditionele’ marketingmethoden
niet meer dezelfde impact als voorheen. Toch wordt er nog steeds veel geld
geïnvesteerd in radio, televisie, kranten, flyers, posters en advertenties voor
online zoekmachines. Ondanks al deze inspanningen komt het merkbewustzijn
steeds verder onder druk te staan. Hoe zien jouw klanten of inwoners
jouw organisatie? Online ambassadeurs bieden nieuwe kansen.
Tekst: Patrick De Pauw, CEO bij Social Seeder
O
p basis van een enquete naar
enkele honderdduizenden
klanten, met de vraag waarom
ze hun vertrouwen aan een
organisatie geven, vermeldt 89 procent
van de ondervraagden dat dit voornamelijk
komt op aanraden van vrienden en
familie. Dat is opmerkelijk, temeer omdat
praktisch al het marketing- en communicatiebudget
wordt besteed aan kanalen
die zich vooral richten op de 11 procent
van mensen die voornamelijk niet via
vrienden en familie worden beïnvloed.
Het organisch bereik op Facebook is sterk gedaald
MOND-TOT-MOND
Mond-tot-mond is altijd al dé belangijkste
vorm van communicatie geweest.
Vroeger, vandaag en morgen. De basisgedachte
is dat mensen beïnvloed worden
in hun keuze door vrienden en familie.
Veel meer dan door radio, televisie, bannering,
SMS of noem maar op. Bovendien
wordt het bereik van organisaties op
sociale media steeds kleiner. Recent is
gebleken dat door de algoritmes van
Facebook de gemiddelde reach (het
bereik) van een organisatie op 3 procent
34
of minder ligt. Dat wil concreet zeggen
dat - indien een organisatie een bericht
plaatst en 50.000 ‘likes’ op Facebook
heeft, zij circa 1500 personen bereiken.
Om de andere 48.500 personen te bereiken,
moeten zij betalen. Daartegenover
staat dat een individu op sociale media
een veel groter bereik heeft.
RECRUTEREN
Iedere organisatie heeft interne én
externe ambassadeurs. Of het nu een
groot bekend bedrijf betreft, of een dienstenbedrijf,
een overheidsbedrijf, een
school of de lokale bakker. Het principe
van ambassadeurs gaat overal op. Het
verschil tussen fans of gemotiveerde
medewerkers en ambassasdeurs is maar
één vraag van elkaar verwijderd. Dit proces
begint met de vraag die van latent
positieve mensen actieve positieve
ambassadeurs maakt. Een relatief eenvoudige
vraag in de stijl van ‘het zou
geweldig zijn als jij onze berichten wilt
׉	 7cassandra://LEq7xYXoFhIoRYmVuLEiTE4aJBEVpweiaYdKZj4-VQk`̵ XhWba`׉EHet verschil tussen bereik met volgers of ambassadeurs
delen op persoonlijke titel’ kan al volstaan.
De recrutering van ambassadeurs
is overigens nooit gebaseerd op een beloning.
Ambassadeurs vraag je het liefst
om uit eigen wil bij te dragen. Anders
worden foute ambassadeurs gecreëerd
die aleen iets gaan delen omdat er ‘iets’ te
winnen valt. Je hebt liever honderd
actieve en échte ambassadeurs dan duizend
mensen die het doen omdat er iets
te verdienen valt. Oprechtheid is essentieel,
ook op sociale media. Concreet
begint elk ambassadeursprogramma met
het recruteren van de juiste mensen.
J
A
DOE
ACTIVEREN
Na het recruteren moeten de ambassadeurs
worden geactiveerd. De beste
manier om dit te doen, is via een eenvoudige
e-mail. Dus niet via een app-bericht.
Een app-bericht komt en gaat, maar gaat
vooral. Een e-mail is nog steeds de meeste
efficiënte manier om mensen te bereiken.
In een dergelijke e-mail wordt er vriendelijk
gevraagd om een bericht te delen (een
bericht per keer, niet meerdere). Maak het
je ambassadeurs te allen tijde gemakkelijk.
Ontzorg hen. Een leuk verhaal wordt
gedeeld als alles mooi voorbereid is. Een
mooie visual, een persoonlijk en interessant
verhaal. Ze kunnen het met een systeem,
zoals Social Seeder, posten op
diverse sociale media. Zoals Facebook,
Facebook. Blijven ambassadeurs zomaar
verhalen delen? Ja, maar niet zomaar. Er
zijn wel enkele voorwaarden. Ten eerste
moeten de berichten interessant zijn.
Negen van de tien berichten die je vraagt
om te delen, mogen niet gaan over een
product of een prijs. Mensen delen graag
en veel, maar ze zijn geen publiek uithangsbord.
Vertel liever verhalen rond
uw dienst, product of merk, niet over.
Ten tweede is het belangrijk dat leidinggevenden
het goede voorbeeld geven.
Medewerkers vallen stil als het management
of de directie niet meedoet. De volledige
organisatie moet overtuigd zijn
van de kracht van advocacy en dit mee
uitstralen, anders mislukt het gegarandeerd.
Schouderklopjes moeten er ook
LinkedIn, Twitter, Google+, Pinterest,
WhatsApp of Instagram. Zij hebben zelf
de keuze op welke sociale media zij het
willen delen en dan het liefst ingeleid mét
een persoonlijke boodschap.
DELEN
Uit ervaring blijkt dat een ambassadeur
een goed verhaal gemiddeld via drie
social mediakanalen deelt en daarmee
zo’n 320 personen rechtstreeks bereikt.
Vijf ambassadeurs bereiken in potentie
evenveel personen als het gemiddelde
organische bereik binnen 50.000 fans op
zijn. Een bloemetje op het bureau van een
actieve ambassadeur geeft al kippenvel.
Beloon ambassadeurs op hun inspanning
en niet op hun prestatie in termen van
het gerealiseerde bereik. Het is van
belang dat iedereen zich aangesproken
voelt om deel te nemen aan een dergelijk
programma, niet alleen de beïnvloeders.
ADVOCACY
Het ambassadeurschap kan worden ingezet
voor veel uiteenlopende doelen. In de
eerste plaats om het merkbewustzijn
meer impact te geven. Niet alleen bedrijven,
maar ook overheden hebben een
zekere merkwaarde die door de juiste
aandacht positief kan worden beïnvloed.
Daarnaast richten ambassadeursprogramma’s
zich op het aantrekken van personeel.
Medewerkers verspreiden graag
open vacatures. Het is de goedkoopste en
meest efficiente manier om nieuwe medewerkers
te werven. Een andere toepassing
is de promotie van evenementen. Een
evenement in de kijker zetten via volgers
en fans werkt geweldig en genereert een
hogere opkomst en impact. Ten slotte
levert het thought leadership. Schrijf
berichten voor directeuren en beleidsmakers,
met als doel dat ze deze zelf verspreiden,
waardoor hun positie als expert
over een bepaald thema wordt versterkt.
Denk aan de duurzame wethouder of de
smart cities-guru. De impact van advocacy
is in al deze gevallen groter dan de
attentiewaarde die klassieke massamedia
vandaag de dag genereren.
Meer weten?
www.socialseeder.com
׉	 7cassandra://mQgAJBag-jaUqgL29XZXnuRDf8yKDVzU0x4HbD19Wx8z`̵ XhWbaaXhWba`{בCט   {u׉׉	 7cassandra://gMK238zOi2AXKkTKijjN-EDyT119QvLPcMfzrM-CJMc ` ׉	 7cassandra://SgyjCpX80Oi_KEPmBzlX1UXVS-dadV7IfjLpTqLHTN4]`S׉	 7cassandra://M5qjz4QtakKlkx2-AoyXZ5-IkDrj9HM0XM6_RPQQ77Y&`̵ ׉	 7cassandra://auYSKD2DK3WMXrF_9z2BBGfGEa2GpNaTS8fAKklTAmcZoT͠XhWbabט  {u׉׉	 7cassandra://qKDUg27tF5NMYM-VwS5WbL3_qpDTsB1fhPKEJcbGksQ E`׉	 7cassandra://U0Ojl7s-VTiOG_R6GQrkyHL7CTjpGl3U0Z-Io85eKvkU`S׉	 7cassandra://kgRd5mtMcjmHX1-wWtcwlQmStCI-bTM1fHYx5oLaMTU`̵ ׉	 7cassandra://ugHRzpqPRRDn4pofkwyg74ECJN0O_VHPBnb43f1e8IUE\͠XhWbac׉ESO CIALE PL ATFORMEN
WAAROM SOCIALE
PLATFORMEN VAAK
MISLUKKEN
BOUW JE EEN HUIS OF BEHEER JE EEN TUIN?
Organisaties maken steeds vaker gebruik van interne sociale platformen om
de samenwerking te ondersteunen en te stimuleren. Toch blijkt de duurzame
inzet van dergelijke platformen vaak lastiger dan verwacht en niet vanzelf te
gaan. Denk aan de vele Yammer-achtige platformen die, na een veelbelovende
explosieve start, veelal als een digitaal braakliggend terrein achterblijven.
Waarom lijkt de adoptie maar niet te lukken? Om sociale platformen daadwerkelijk
succesvoller te laten zijn, is het noodzakelijk om kritisch naar fundamentele
(mis)opvattingen rondom de term adoptie te kijken.
Tekst: Guido Pater, social business consultant bij Pater Consultancy
V
andaag de dag worden sociale
platformen nog steeds gezien
en behandeld als ‘systeem‘.
Alles rondom de realisatie van
een sociaal platform, de projecten, de
implementatie, de theorieën over adoptie
of verandermanagement, is gebaseerd op
lineaire groei. Afgezien van een ingecalculeerd
dipje, ligt de focus vooral op de
‘schuine lijn omhoog’. Maar wordt daar
de plank niet volledig misgeslagen? Zien
we een sociaal platform te veel als een
huis dat neergezet wordt, in plaats van
een tuin die we met zorg aanleggen? Bij
de implementatie van een sociaal platform
is het vergelijk met de bouw van
een nieuwbouwhuis snel gemaakt. Zo is
er na een uitgebreide ontwerp- en bouwfase
een oplevermoment, het moment
waar het eindresultaat direct zichtbaar is.
De nieuwe bewoners kunnen hierna het
huis betrekken en, na wat inrichting,
direct gebruikmaken van alle faciliteiten
die het huis hen te bieden heeft. Als klap
36
op de vuurpijl heeft het huis de eerste
jaren weinig tot geen onderhoud nodig.
Bij de aanleg van de tuin is er vaak ook
een ontwerp- en aanlegfase, maar dient
de tuin vervolgens nog te groeien om
daadwerkelijk het eindresultaat te kunnen
aanschouwen. Er zal na de aanleg
vaak nog flink wat tijd en energie geïnvesteerd
moeten worden om figuurlijk,
en soms ook letterlijk, de eerste vruchten
te kunnen plukken. Misschien kan er niet
eens gesproken worden over een eindresultaat,
aangezien een tuin elk seizoen
specifieke aandacht behoeft.
GEÏDEALISEERD WERELDBEELD
Eén van de problemen die hieraan ten
grondslag ligt, is de wijze waarop het
project, en dan vooral de adoptiefase, van
een sociaal platform aangepakt wordt.
Vanuit de groeiende behoefte om alles
binnen afgebakende projecten te omvatten,
wordt er een project gestart waarbij
het platform eerst technisch gerealiseerd
wordt en er vervolgens een adoptiefase
wordt uitgevoerd. Deze adoptiefase is
dan vaak vooral bedoeld om de gebruikers
van het systeem bekend te maken
met de werking en het juiste gebruik
ervan. In dit (geïdealiseerde) wereldbeeld
worden de toekomstige gebruikers in een
aantal groepen gedeeld van zeer vooruitstrevend
(innovators) tot mensen die pas
laat aanhaken (laggards, in de innovatietheorie
van Everett Rogers). De vooruitstrevende
groep behoeft weinig uitleg of
overreding. Zij verwelkomen het nieuwe
systeem en zijn het voorbeeld voor alle
opvolgende gebruikers. De overige groepen
gebruikers zullen in toenemende
mate tijd, ondersteuning en overreding
nodig hebben om uiteindelijk met het
systeem te gaan werken. Uiteindelijk zal
er, na inspiratiesessies, diepgaande workshops
en bewezen best practices, het
ultieme einddoel worden behaald: een
grote groep aangehaakte medewerkers
׉	 7cassandra://M5qjz4QtakKlkx2-AoyXZ5-IkDrj9HM0XM6_RPQQ77Y&`̵ XhWbad׉EeDe verwachte adoptie
die het systeem ten volle benutten.
Elk individu zou in een grafiek over de
mate van adoptie een ‘schuine lijn omhoog’
laten zien. Als gevolg gaan teams en afdelingen
ook efficiënter met elkaar samenwerken
en laten een vergelijkbaar patroon
zien. Op het organisatieniveau zien we dat
er een transformatie plaatsvindt en een
groei in talloze social maturity modellen.
REALISTISCHER WERELDBEELD
Helaas gaat deze vlieger bij veel projecten
niet op. Als we kijken naar een individu,
dan is de werkelijkheid in veel gevallen
grilliger. Iemand die als innovator wordt
gezien, kan enthousiast betrokken raken
bij het project, maar door (persoonlijke)
omstandigheden minder aandacht hebben
bij zijn of haar dagelijkse werk. Of een carrièrestap
zetten en door veranderende
werkzaamheden het platform minder
nodig hebben. Daartegenover zijn er
medewerkers die in het begin weinig
betrokkenheid bij een project vertonen,
maar door (externe) invloeden inzien wat
het platform voor hen kan betekenen en
zich ontwikkelen tot rolmodellen. Als er
gekeken wordt op team-, afdelings- en
organisatieniveau kunnen veranderingen,
zoals een wijziging in de samenstelling
van teams, toenemend onderling wantrouwen
of een reorganisatie, negatieve effecten
hebben op het gebruik van een platform.
Omdat een sociaal platform zich
continue zal moeten aanpassen aan een
veranderende omgeving en behoefte, is het
simpelweg niet mogelijk om te spreken
over een geadopteerd sociaal platform.
ADOPTIE ≠ ACTIVATIE
Om sociale platformen succesvol(ler) te
laten zijn, is er een verandering in onze
manier van denken nodig. Het woord
‘adopteren’, dat staat voor ‘het aannemen
van een kind’, beschrijft een eenmalige
handeling met een permanent resultaat.
Eigenlijk niet zo treffend bij iets dat zich
continue moet aanpassen. Geheel in de
lijn van methoden zoals Agile, Scrum en
Lean zou de term ‘activatie’ een treffendere
zijn. Het woord ‘activeren’, dat staat
voor ‘werkzaam of werkzamer maken’,
beschrijft een handeling die keer op keer
een nieuw of ander resultaat oplevert.
Het begrip ‘adoptie’ staat niet gelijk aan
een begrip als ‘activatie’. In plaats van te
spreken over een afgebakende adoptiefase
binnen een project, zou een organisatie
er goed aan doen om de ontwikkeling,
gebruik en verbetering van een
sociaal platform te zien als continue proces.
Een continue activatie.
Om dit mogelijk te maken, is het allereerst
van belang om je zo te organiseren
dat er te allen tijde voldoende tijd, ruimte
en financiering beschikbaar is. Dus in
plaats van een projectbudget, zou er jaarlijks
budget gereserveerd dienen te worden
voor doorontwikkeling en opleiding.
In plaats van toegewezen projectleden,
die na het project weer verder gaan met
de dagelijkse werkzaamheden, is het
belangrijk een vast persoon (community
coach) te benoemen. Naast een mooie
benoeming zou de community coach vervolgens
voldoende tijd moeten krijgen
om (pro)actief aan de slag te gaan om
dagelijks het platform en zijn gebruikers
te ondersteunen. Tot slot zou het gesprek
over inzet en benutting van het platform
vaker op de bestuurstafel gevoerd mogen
worden.
De werkelijke adoptie
Ten tweede is het zaak om de valkuil om
theorie als waarheid te beschouwen, te
vermijden. Probeer theorie niet als waarheid
te gebruiken, maar te zien als inspiratie
en een mogelijke denkrichting.
Tot slot is het belangrijk te onthouden dat
er maar één constante is en dat is verandering.
Door veranderingen te verwelkomen
en te accepteren, is het mogelijk om
hier tijdig op in te spelen en een alsmaar
aanpassend sociaal platform te creëren.
Een platform dat blijvend toegevoegde
waarde biedt.
׉	 7cassandra://kgRd5mtMcjmHX1-wWtcwlQmStCI-bTM1fHYx5oLaMTU`̵ XhWbaeXhWbad{בCט   {u׉׉	 7cassandra://yhdeT74XT7ZDelIBzwIn_q-ICJL0XKjjn8XKQCS7Hlc Đ`׉	 7cassandra://TlpQUEv-_eJD7mXE3v-yP3chNe-ZP3Hm5jyxRFEVp7MME`S׉	 7cassandra://rdJs531Bi75hqshMMgc-65wQRxNq3v4EytYiJKv73nc!`̵ ׉	 7cassandra://HjZPVaofJ90bchYXd8BEzFuyrWOd5SPeDcnv5Gd-5iI &j͠XhWbafט  {u׉׉	 7cassandra://j8IV0u5LtWP1Jv3aVHKkhpIp1Cr6SMrdRoZWDKWal5Y 1!`׉	 7cassandra://-qFZ9nHrGVHRz2fNzdYgoS9QenPXcmh6QId7FV8huKcf	`S׉	 7cassandra://ngQMIKBYvGRIYJtjGRMLMsYtyqZv9yyXorUN5fYXKNk`̵ ׉	 7cassandra://Rtb8Fsx2D3ILLylnbT9AO7Qez5oX5jHieMkCfpq-Yyw -̨͠XhWbagנXhWba   z9ׁHhttp://TALENTFORGOVERNANCE.NLׁׁЈ׉EHoe kunnen we lokaal bestuur in
ontwikkelingslanden versterken?
Door in jonge talentvolle ambtenaren te investeren. Met de juiste
kennis en ervaring kunnen zij de leefomstandigheden in hun eigen
gemeenschap verbeteren en werken aan beter onderwijs, schoon
drinkwater, wegen en gezondheidszorg.
Talent for Governance biedt hen de mogelijkheid om deel te nemen
aan een praktijkgerichte training en stage in Nederland. Hier wisselen
zij ervaringen uit met collega's vanuit de hele wereld.
Help deze talenten om de leefomstandigheden in hun gemeente
te verbeteren. Stort op IBAN NL47ABNA 0441782043 t.n.v.
Talent for Governance of doneer online via onze site!
TALENTFORGOVERNANCE.NL
׉	 7cassandra://rdJs531Bi75hqshMMgc-65wQRxNq3v4EytYiJKv73nc!`̵ XhWbah׉EB OB OTA AL
DE NIEUWE MAINSTREAM
Klik jij ook soms een rondje door de werkagenda van collega’s?
Zo’n onderzoek van een paar minuutjes, waarin je erachter probeert
te komen wat zij nu eigenlijk doen gedurende de dag?
Vast wel. Ik doe dat zelf regelmatig. Meestal uit betrokkenheid.
Of gewoon voor de ontspanning. En af en toe omdat ik het leerzaam
vind.
Mij valt steeds weer op: je kunt een werkdag op veel verschillende
manieren besteden. Rode draad in veel agenda’s is evenwel
het grote aantal overlegmomenten. Want wat zijn we in dit
land dol op overleggen! Ik schat de kans groot dat ook jouw collega’s
hun tijd grotendeels besteden aan één of meer van het
volgende: bila, projectmanagersoverleg, kwartaalvoortgangsoverleg,
teamoverleg, werkoverleg, projectteamoverleg, kernteamoverleg,
werkgroepoverleg, denktankoverleg en platformoverleg.
I
I
B
Zit
hier niks bij van jouw gading? Geen probleem. Ook het
Engelse taalgebied biedt voldoende ruimte om je ei kwijt te kunnen
tijdens een gezamenlijke ontmoeting. Een kleine greep uit
de planning van een middelgroot Europees project leert ons op
welke manieren: General Assembly, Board Meeting, Steering
Committee, Stakeholder Group Meeting, Mid-term meeting. En
dan sla ik voor het gemak de geijkte workshops, conferences en
telco’s even over.
Een ervaren projectmanager schrikt natuurlijk niet van zo’n
lijstje. Die trekt iedere ochtend gewoontegetrouw zijn of haar
(mantel)pak aan, springt in een bolide van Duitse of Zweedse
makelij en sluit met Radio 1 op de achtergrond, aan in de dagelijkse
fi le. Op weg naar diverse vergaderzaaltjes. Ik ben hierop
geen uitzondering. Maar sinds kort ben ik alert. En een beetje
jaloers. Bij het bladeren door andermans agenda’s ben ik een
nieuw type overleg tegengekomen. De eerste keer dat ik het las
liet het me betrekkelijk koud. Eerlijk gezegd leek het me geen
blijvertje, eerder een grapje. Maar hardnekkig keert het terug in
al zijn glorie, nu al ruim een jaartje. Ik heb het hier over de Back
to Back.
Mensen om me heen bezoeken dit type overlegje graag - en
steeds frequenter bovendien. Laatst vertelde iemand mij dat hij
in Brussel “heel quick & dirty” Back to Back was gegaan. Het
werd toen even stil op de afdeling. Peinzende blikken alom.
Iemand vroeg om meer context. De uitleg die volgde maakte
zaken niet per sé overzichtelijker. Want veel concreter dan dit
werd het niet: “Back to Back is een opportunity om een project
extern te manifesteren in wat je vroeger een slipstream van een
andere meeting zou noemen.” Maar vergeet die slipstream,
want Back to Back is de nieuwe mainstream.
Ik zie de laatste tijd ook een tweede hardnekkige overlegvariant
opduiken: de Face to Face. Hoe dat in zijn werk gaat? Face to
Face gebruik je voor interne projectzaken. In één agenda zag ik
onlangs zo’n Face to Face-meeting gepland staan. Met 24 man,
dat dan weer wel. ‘Als alternatief voor een telco’ stond er netjes
bij.
Een voor de hand liggende vraag zou nu zijn: bestaat er ook
zoiets als een Back to Face? Of een Face to Back? Tijdens mijn
digitale speurtochtjes heb ik dit nog niet voorbij zien komen.
Maar ook in het vergaderlandschap is behoefte aan originaliteit
en vernieuwing. Dus we kunnen er domweg op wachten. Het
keuzepallet is schijnbaar oneindig. Uitsluiten dat er een wilde
exoot opduikt in mijn Outlook-omgeving sluit ik voor 2017 dan
ook niet op voorhand uit. Of ben jij me voor? Laat het mij vooral
weten.
Erwin van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://ngQMIKBYvGRIYJtjGRMLMsYtyqZv9yyXorUN5fYXKNk`̵ XhWbaiXhWbah{בCט   {u׉׉	 7cassandra://sQC41IioXvg6LdwgpsaOWJdHUOB_C2nQJdBXc__oG_A D`׉	 7cassandra://tNyVoqytr1BJIInTAaW9rix9yeiUgoIwCOdYJNuHXKwi`S׉	 7cassandra://JKVhUOJAdn8itEMPHM0ZUUjN7A_KMaTDX_-Ia-4W1DM2`̵ ׉	 7cassandra://WpKQNeKIDqkDu_ldYvkHnqcwt6MwE2HbH9vLDjk49TM Ï͠XhWbajט  {u׉׉	 7cassandra://P2G27mnKaoxhrMXyQ4ZftFEemVTBq7SmTOeL9VSiL3s `׉	 7cassandra://GJVUJaeeSwht3h8SDwjNAMDruOz_9JUiWxa6Oz08bPM_K`S׉	 7cassandra://fZssAAid_xH3opoTIwPzogDZ4bEwM8IgHOlwWYWACns"`̵ ׉	 7cassandra://AbZv4fbyQepOZByBTnznhVkFFVJf23fWO8oulnnpD-M 5`͠XhWbakנXhWba ̃9ׁHmailto:Hans.Verweij@ictu.nlׁׁЈנXhWba ^1F9ׁHhttp://www.ictu.nlׁׁЈ׉EE X PE R IME NTE R E N
LET’S REINVENT
GOVERNMENT
EXPERIMENTEREN KAN JE LEREN
Er wordt al jaren veel geschreven over de disruptieve impact van technologische
ontwikkelingen op de samenleving en de maatschappelĳ ke behoefte die
hieruit ontstaat, die op haar beurt weer de technologische ontwikkelingen
verder versnelt, en vice versa. Van deze op elkaar inwerkende trends worden
vaak voorbeelden uit de zakelĳ ke dienstverlening genoemd. Denk aan Airbnb,
Uber, Bitcoin of OpenBazaar, maar disruptieve voorbeelden uit de overheidssector
zĳ n er minder.
Tekst: Hans Verweij, directeur Projecten ICTU
Beeld: Getty Images, Shulz
H
et ontbreken van voorbeelden
uit de overheidssector is niet
zo vreemd, want binnen de
overheid zijn we nu eenmaal
eerder geneigd binnen de kaders van een
bureaucratie te denken en te handelen.
Voor innovatie is juist ‘out of the box’denken
nodig, weg uit de structuur,
regels en processen. De aloude verkokering
binnen de overheid draagt niet echt
bij aan organisatie-overschrijdende
samenwerking en co-creatie. Daarnaast
speelt door de structurele bezuinigingen
bij veel overheidsorganisaties onzekerheid
een rol, wat het delen van kennis
tussen elkaar en andermans organisatie
tot een ongemakkelijke dialoog maakt.
Kortom: de ingrediënten om slagvaardig
met elkaar en met plezier aan innovatie
te werken, zijn niet heel ruim voorradig
binnen de overheid.
Gelukkig zien we de afgelopen jaren ook
een andere ontwikkeling. Allerlei overheden
zijn, individueel of in klein (regionaal)
verband, begonnen met experimenten.
Zo bestaan er inmiddels vele ‘laboratoria’-initiatieven,
waarvan sommige ook
daadwerkelijk al gestart zijn. Kijk bij40
voorbeeld
naar blockchainpilots.nl of de
Blockchain Hackathon in Groningen
(blockchainhackathon.eu). Hier bruist het
van energie en zoeken mensen elkaar op.
Hier zijn ze uitgediscussieerd over uitgebreide
visiedocumenten, governance of
funding-vraagstukken. Men wil daadwerkelijk
aan de slag. Dat is een mooie
nieuwe ontwikkeling. Steeds meer mensen
realiseren zich dat in deze snel veranderende
tijd het verschil gemaakt wordt
door organisaties die minder belang
hechten aan overlegculturen waar vooral
gepraat wordt, terwijl de wereld om hen
DO
DE
heen dagelijks verandert. Zij zien in toenemende
mate het belang van het zetten
van kleine stappen en uitvoeren van
kleine experimenten. Experimenten leveren
resultaten, waarvan we kunnen leren
en zo weer verder ontwikkelen en experimenteren.
Hoe
komen we voorbij onze eigen schaduw?
Wij zitten in feite gevangen in ons
eigen systeem. Al jaren speelt er een
bestuurlijke discussie hoe we de huidige
digitale voorzieningen structureel gaan
fi nancieren. Door onvoldoende budgetten
wordt geld voor doorontwikkeling en
WAT IS DE ROL VAN DE OVERHEID?
Naast experimenteren stellen de maatschappelijke
en technologische trends de
overheid ook voor de vraag: wat wordt
de rol van de overheid hierin? Welke
principes zouden moeten gelden en gaat
de overheid hier een trekkende rol vervullen
of niet? Denk aan privacyvraagstukken
door het gebruik van big data in
combinatie met ‘internet of things’. Of
denk aan waardeuitwisseling in peer-topeer
netwerken, met gebruik van blockchainmethodieken,
zonder tussenkomst
van overheid en ‘trusted parties’.
׉	 7cassandra://JKVhUOJAdn8itEMPHM0ZUUjN7A_KMaTDX_-Ia-4W1DM2`̵ XhWbal׉Einnovatie afgeroomd om de groeiende
exploitatiekosten te financieren. Door
groei in gebruik, de hogere eisen aan de
quality of service (beschikbaarheid, veiligheid)
en het zwaarder optuigen van
allerlei rollen (opdrachtgever, beheerder,
auditor, toezichthouder) zal dit voorlopig
een bestuurlijk vraagstuk blijven. Hierdoor
kunnen geen mensen en middelen
worden vrijgemaakt voor de broodnodige
doorontwikkeling en innovatie. Terwijl
de overheidsdienstverlening veel
beter zou kunnen aansluiten bij de ‘echte’
behoefte van burgers en bedrijven. Neem
bijvoorbeeld de kinderopvangtoeslag. Dit
kan real time geregeld worden met
directe uitbetaling van toeslag aan
opvangorganisaties, met transparantie en
regie voor de burger, zonder privacyvraagstukken
of problemen rond het wellicht
nog niet weten van het huidige jaarinkomen.
De
taal die wij daarbij gebruiken kenmerkt
de afstand die is ontstaan tussen
wat ‘nu’ is, maar wat anders kan. Zo
spreken we van een generieke digitale
infrastructuur (GDI). Dit sluit aan bij een
beeld van de overheid met centrale administraties
en registraties, met voorzieningen
om data over en weer te pompen, en
een collectie van lokale kopieën waar je
‘U’ tegen zegt. Om dit aan de gang te
houden is een ‘infrastructuur’ nodig,
maar dit is niet het ‘netwerk’ als basis
voor de overheidsdienstverlening van de
niet al te verre toekomst. Een netwerk dat
uitgaat van een nieuw perspectief met
andere leidende principes, zoals eenmalige
creatie (stoppen met kopiëren van
data en data bij de bron) en rekentaken
naar de data (data assurance per transactie
in plaats van controle achteraf), waarbij
de gebruiker (de burger) echt centraal
staat. Met een andere opstelling van de
overheid: veel meer als dienstverlener in
plaats van uitvoerder van wetgeving.
ESTLAND ALS INSPIRATIE
Hoe kunnen we dit realiseren? Mijns
inziens zijn de bestuurstafels niet de plek
waar deze verandering vandaan gaat
komen. Impact ontstaat wanneer je door
experimenten en uitproberen aan kunt
tonen hoe de ‘nieuwe’ overheid er op termijn
uit kan zien, hoe je visie concreet
kunt maken door principes in praktijk te
toetsen op uitvoerbaarheid. Voorbeeld
van zo’n aanpak zie je terug in Estland,
waar ze hebben gekozen voor een opvallend
pragmatische benadering met veel
van de kenmerken zoals hierboven
genoemd.
Ik wil dan ook eindigen bij mijn verlangen,
een gedachte die ik en anderen koesteren,
namelijk:
Voor mensen en organisaties, die overtuigd
zijn dat de hedendaagse maatschappelijke
technologische ontwikkelingen
significante impact hebben op de
samenleving en het functioneren van de
overheid hierin, een omgeving en netwerk
te bieden, waar samen leren, samen
experimenteren en samen kennis delen
wordt gefaciliteerd en waar inspiratie
wordt opgedaan om gezamenlijk aan
organisatie-overschrijdende maatschappelijke
vraagstukken te werken.
Kortom, een plek wars van verkokering,
los van bestaande kaders en structuren,
waar mensen dromen, experimenteren en
elkaar vinden vanuit de ambitie om de
overheid opnieuw uit te vinden. Met
behoud of versterking van de waarden
die passen bij een democratisch
bestuurde overheid (zorgvuldigheid,
transparantie, betrouwbaarheid en redelijkheid/proportionaliteit).
Hoe we dat
gaan doen, is aan onszelf, en aan het netwerk
wat logischerwijze ontstaat bij dit
verlangen.
Meer weten?
www.ictu.nl
SAMENWERKING
GEZOCHT
Zoekt u of uw organisatie ook naar
samenwerking met anderen? Laat het
weten en reageer op dit artikel. Wie
weet kunnen we deze ontwikkeling met
elkaar groter maken. Door het vooral
samen te doen! - Hans.Verweij@ictu.nl
׉	 7cassandra://fZssAAid_xH3opoTIwPzogDZ4bEwM8IgHOlwWYWACns"`̵ XhWbamXhWbal{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8Qii7yAd6L-_J0z3-j_JCmCC9ZZukWiKvBzdpO8te7U )C` ׉	 7cassandra://QIungKybYQmo0vm7KLeWik1W_TWCsLu_Txh1MSUQy7U[)`S׉	 7cassandra://aT9uAzTW1LcYPuUO6Ma21TBGmeiPOtyy39N7JcwSYFgf`̵ ׉	 7cassandra://vt4jVm1uDpYYWktZ5wF63GXyU1-oHi-MZwRAvyhbqZgr`͠XhWbanט  {u׉׉	 7cassandra://8-VhIZhEAZYXwSenaKMAFRkWpKphX_5rj6rretyd0eY 9`׉	 7cassandra://VJyOYY1V_AgxGWiTncxj3tuNhVoML2PQWrUdw022f8M@`S׉	 7cassandra://r40lGb-H6_DEUoIghFZOqNfZZgv4Ja0LKvzJX_BVuRUM`̵ ׉	 7cassandra://U4jpe0IZijHGPubt4p7tAivv8XwxQQdw6pMSN79cmEw =̼͠XhWbaoנXhWba ^̝9ׁHhttp://www.it-manifest.nl/ׁׁЈ׉E@ON DE R Z OE K
EVALUEREN VAN
ICT-PROJECTEN BIJ
DE OVERHEID
MEER VORM DAN INHOUD?
Een onderzoek naar 88 evaluaties van ICT-projecten bĳ de overheid. Maar
bestaan ICT-projecten eigenlĳ k nog wel? En hoort evalueren niet bĳ projectmanagementmethoden
die langzamerhand worden verlaten voor meer multidisciplinaire
manieren van werken? We staan aan de vooravond van de
tweede golf van de digitale transformatie. De maatschappĳ vraagt dan ook
meer dan inzicht achteraf in de wĳ ze waarop belastinggeld wordt uitgegeven.
Tekst: Wouter Bronsgeest, duovoorzitter KNVI en onderzoeker aan de Universiteit Twente, Center
for eGovernment Studies (CFES)
Z
owel de Algemene Rekenkamer,
de Wetenschappelijke Raad voor
het Regeringsbeleid als het rapport
van het parlementair
onderzoek van de commissie-Elias naar
de ICT-projecten van de overheid geven
aan: Het gaat niet goed met de manier
waarop de overheid ICT-projecten uitvoert.
De commissie-Elias beschrijft tien
goed onderbouwde hoofdconclusies en
38 aanbevelingen. Opvallend is dat bij de
tiende conclusie (‘Het ontbreekt de rijksoverheid
aan lerend vermogen op ICTgebied’)
geen enkele aanbeveling staat.
Dat er geen aanbeveling gedaan wordt,
valt op. Zeker omdat over zowel faalfactoren
als slaagfactoren van ICT-projecten
wél veel bekend is.
ICT-PROJECTEN
Bestaan ICT-projecten? Er bestaan eigenlijk
alleen maar projecten met een ICTcomponent.
Zelfs het vervangen van het
mainframe is een businessproject en zal
altijd met vertegenwoordigers van de
42
business van een organisatie gedaan
moeten worden. In de wereld anno 2017
zijn ontwikkelingen en vakgebieden te
veel met elkaar verbonden om één aspect
te isoleren. In het onderzoek naar ICTprojecten
bij de overheid blijkt ook dat
juist de belangrijkste leerervaringen over
ICT liggen bij de aanpalende vakgebieden.
Bij de processen van de organisatie
zelf en bij het effect van de organisatie op
haar omgeving. Zo is het implementeren
van goede beveiliging van een informatiesysteem
mede afhankelijk van de wijze
van implementeren, gebruik, digibewustzijn
en de bijbehorende digivaardigheden
van gebruikers. Een succesvolle architectuur
is er eentje die door ICT’ers en businessverantwoordelijken
is opgesteld. De
fi nanciering van projecten kan alleen als
de waarde en de baten voor de organisatie
als geheel positief uitpakken.
DE KWALITEIT VAN EVALUEREN
De meta-evaluatie van 88 rapporten van
‘ICT-projecten’ bij de overheid heeft een
aantal zaken opgeleverd. Ten eerste bleek
dat veel evaluaties alleen kijken naar het
eindproduct óf het voortbrengingsproces
van het project. Een enkele evaluatie kijkt
naar de wijze waarop de mensen hebben
samengewerkt op meer interpersoonlijk
niveau. Een bewuste keuze om naar
eindproduct, het proces en de mensen te
kijken, is niet gevonden.
Ten tweede bleek dat de onderzoeksvraag
of probleemstelling van een evaluatie
vaak slecht is geformuleerd. Ruim 25
procent van de evaluaties begint zonder
vraagstelling. Met andere woorden: op
welke vraag geeft de evaluatie dan een
antwoord? Tel daarbij op dat in bijna dertig
procent van de rapporten ook de
opdrachtgever onbekend is, en de voor
de hand liggende vraag is dan: voor wie
wordt de evaluatie gemaakt en wie voelt
zich eigenaar van de aanbevelingen? Als
er al aanbevelingen gegeven worden,
want in iets minder dan de helft van de
evaluatierapporten zijn ook die niet
geformuleerd.
׉	 7cassandra://aT9uAzTW1LcYPuUO6Ma21TBGmeiPOtyy39N7JcwSYFgf`̵ XhWbap׉ETen derde is ook de aanpak van de evaluatie
niet altijd helder beschreven. Daardoor
is onnavolgbaar hoe de evaluatie is
uitgevoerd. Wel is duidelijk dat er bijna
altijd gebruikt wordt gemaakt van documentstudies
en interviews. Dit zijn passende
technieken voor het doen van een
onderzoek, maar er zijn momenteel
andere en modernere manieren van evalueren
mogelijk.
vinden, te starten met een goede vraagstelling
en te werken met moderne technieken
van onderzoek, evident. Nog
beter is om het niet meer over evalueren
te hebben, maar meerdere momenten van
refl ectie in te bouwen: vooraf, gedurende
en na afl oop van een project. Soms in een
formelere setting, soms juist informeel en
kort. Soms voor de baas, en soms voor
het team of voor jezelf.
‘
M
REFLECTEREN
De kwaliteit van de onderzochte evaluaties
kan op vele vlakken beter. Zo lijken
de aanbevelingen om breder te kijken,
een verantwoordelijke opdrachtgever te
Refl ecteren vergt harde én zachte competenties
en de vaardigheid buiten het
eigen vakgebied te kijken. Prof. dr. Rik
Maes spreekt dan ook over de Informatieprofessional
3.0: Iemand die het verstandige
gebruik van informatie belangrijker
vindt dan het produceren ervan.
Iemand die zich richt op waardecreatie.
Niet iemand van alleen verbinden, maar
die ook een strategische partnerrol speelt
en die exploreert en exploiteert. Iemand
die met de business en andere vakgebieden
in dialoog is. Nieuwe werkwijzen
van kort cyclisch samenwerken sluiten
daar al veel beter op aan. Maar ook dan
is de blik van buiten belangrijk. Belangrijk
om te zien of in het multidisciplinaire
samenwerken niet opnieuw patronen
ontstaan die doorbroken moeten worden.
Evaluaties kunnen met een aantal eenvoudige
ingrepen kwalitatief veel beter
worden uitgevoerd. Wil de overheid evaluaties
niet alleen voor de vorm, maar
juist vanwege de inhoud uitvoeren, dan
is het noodzakelijk meer te investeren in
het opleiden van Informatieprofessionals
3.0.
Meer weten?
http://www.it-manifest.nl/
׉	 7cassandra://r40lGb-H6_DEUoIghFZOqNfZZgv4Ja0LKvzJX_BVuRUM`̵ XhWbaqXhWbap{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lBWpV8XKpiTJkpdXvPkjOxJo3hepDM1PHPCOmoWKnh8 ,` ׉	 7cassandra://G-rOqqR0eiTZQUUJ0Enoos5Cacyl0x41aH6mg687mMg[`S׉	 7cassandra://XHq3qWUHXy9M_R1dUSjhRvT0t8nTUv7rD21FkTDy1tw8`̵ ׉	 7cassandra://29yx1UjU4IZY9HDpCf1dIV5dpW45Gm_NJxx73cczBtAvL͠XhWbarט  {u׉׉	 7cassandra://5UwGB_6kdqc7vGJxtgCbhwGCjRm40jaUsW0-FstMPbM `׉	 7cassandra://VBE88IjqFQO9dpn-aaHByjmKxRJvzQqEE3r8lAa3Rpcb`S׉	 7cassandra://wUmNHitWaeCmFC-P6qPrF84oMYgmGakvChc8AsoxJ3E"`̵ ׉	 7cassandra://OQHE_9fYBLbPXYrsfa3YsMKwVkHNMrpFyyqpMHpgLvg nL͠XhWbasנXhWba ^3̚9ׁHhttp://tinyurl.com/zzuplheׁׁЈ׉EUDATA SCI E NCE
GEMEENTEN VERKENNEN
DATA LAB LEVERT LESSONS LEARNED OP
Door de toepassing van big data kan het beleidsproces van gemeenten worden
geïnnoveerd en zijn gemeenten ook in staat om tussentijds real time
feedback te krijgen over de effectiviteit van dat beleid. Om gemeenten daarin
te ondersteunen, heeft KING de mogelijkheden verkend van een datagedreven
manier van werken. Data science, het verzamelen en analyseren van data,
speelt daarbij een voorname rol.
Tekst: Eric de Kruik, adviseur Sturingsinformatie bij KING
I
‘
DE
GE
dacht van de overheid te krijgen. Door
het missen van perspectief en diepte,
struikelen we bij en binnen de overheid
ondertussen over diverse grote en kleine
initiatieven.
Op zich is er niets mis met al die initiatieven,
maar soms lijkt het er op dat de
overheid er het zich wel erg gemakkelijk
van afmaakt. Geven we als overheid niet
veel te gemakkelijk op, door snel mee te
gaan met de ‘zienden’ onder ons? Door
44
VERKENNING DATA LAB
Uiteindelijk zullen gemeenten (en andere
overheden) toch zelf het speelveld van
data science moeten betreden. Gemeenten
zullen zelf hun leercurve omhoog
moeten zien te krijgen. Al is het alleen
maar om tenminste een meer gelijkwaardige
positie te hebben bij samenwerking,
inhuur en uitbesteding. Maar ook om zelf
de juiste vragen te leren formuleren en te
stellen, passend bij een veranderende,
meer datagedreven maatschappij.
n het land der zienden is éénoog
blind. Deze variatie op een spreekwoord
mag dan niet bestaan, maar
kloppen doet het wel. Steeds meer
organisaties en bedrijven maken grote
stappen op het gebied van big data en
data science. Zij worden daarmee degene
die met twee ogen de wereld van data
science aanschouwen, terwijl de overheid
vaak nog maar amper één oog heeft
opengedaan. Met dit ene oog worden wel
kansen gezien, maar ligt de focus nog te
vaak op de korte termijn. Alleen wat
direct voor het oprapen ligt, lijkt de aansimpelweg
in zee te gaan met de grote
jongens op het speelveld, mist de overheid
wellicht andere kansen. Natuurlijk
wil Google best samenwerken met de
grote steden van Europa, maar wiens
belang is het dan vooral? En tuurlijk, het
is goed te begrijpen dat het Centraal
Bureau voor de Statistiek druk aan de
slag is met hun Urban Data Centres en
dat gemeenten daar mooie kansen zien
liggen. Maar gaan gemeenten er zelf ook
echt voldoende van leren of laten zij het
spelletje daarmee volledig over aan anderen?
In
de afgelopen maanden heeft KING een
verkenning Data Lab uitgevoerd. Doel
van die verkenning was niet om de klus
voor gemeenten te klaren, maar wel om
te kijken wat er nodig is om gemeenten
zelf aan de slag te laten gaan met data
science. Het is de bedoeling dat gemeenten
op weg worden geholpen met hun
maatschappelijke vraagstukken. Dat alles
in de context van de toepassing van
nieuwe methoden en technieken van
data science. Maar welke stappen zijn
daarbij nodig, welke vragen moet je jezelf
stellen, welke technieken zijn beschikbaar,
welke (andersoortige /big) data
kun je gebruiken, hoe combineer je die
met gegevens in je eigen systemen? En
kun je het als gemeente zelf of heb je verdere
ondersteuning nodig van markt of
onderwijs? Hoe pak je dat dan aan en
waar liggen de kansen op succesvol
samenwerken? Onderling als gemeenten
en met andere spelers?
LESSONS LEARNED
Het enthousiasme van meer dan twintig
gemeenten om deel te nemen aan de verkenning
heeft duidelijk gemaakt dat
gemeenten de ambitie met betrekking tot
data science belangrijk vinden. Gelijktijdig
wijzen de lessons learned vanuit de
verkenning uit dat er nog de nodige vragen
moeten worden beantwoord om een
open speelveld te creëren en gemeenten
׉	 7cassandra://XHq3qWUHXy9M_R1dUSjhRvT0t8nTUv7rD21FkTDy1tw8`̵ XhWbat׉E"N
DATA SCIENCE
ook echt mee te laten spelen. Zo moet
data science geen hobbyproject worden
van een enkeling of kleine groep, maar
moet het vanuit de hele gemeentelijke
organisatie gedragen worden. Een andere
geleerde les is dat de wereld van big data
en data science vaak niet de ‘taal’ spreekt
van de klassieke wereld van informatie
en onderzoek. Op dat gebied zullen dan
ook nog de nodige stappen moeten worden
gezet.
Uit de verkenning is verder naar voren
gekomen dat er veel meer aandacht
nodig is voor ontsluiting van data uit de
eigen systemen. In dat proces is ook een
rol weggelegd voor leveranciers. Zij moeten
uitgedaagd worden om een bestendige
ontsluiting mogelijk te maken. Open
waar het kan en mag, zonder de
gemeente opnieuw afhankelijk te maken.
De verkenning heeft ook duidelijk
gemaakt dat er zonder ‘out of the box’ te
denken geen data science is. Het los durven
laten van klassieke opvattingen over
onderzoek is daarbij een must, maar
zeker niet eenvoudig. Ook is helder
geworden dat er bij veel gemeenten grote
behoefte is aan training en opleiding.
Andere leassons learned hadden onder
meer te maken met veiligheid, privacy,
inkoop en kijken naar externe bronnen.
Als er één ding duidelijk is geworden uit
de Data Lab-verkenning, dan is het dat
gemeenten samen moeten optrekken en
niet opnieuw de fout moeten maken door
alles over te laten aan de (grote) spelers
op het veld. Door samen op te trekken,
worden gemeenten wellicht ziende in een
land waar je beide ogen echt open moet
hebben en houden.
Meer weten?
http://tinyurl.com/zzuplhe
׉	 7cassandra://wUmNHitWaeCmFC-P6qPrF84oMYgmGakvChc8AsoxJ3E"`̵ XhWbauXhWbat{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IBY-H00ku-l0gh143rFdvGTsPwqQZV-MCWKUcRzqlYg `׉	 7cassandra://GL5h1O1MtOgKDlsl2uKTBc_F2czJCbPWX9qV86Y782Ma`S׉	 7cassandra://8XaDwWn7CkYwCd_yBbdBFz3DScwTSofAFKYVjNNz2HM#x`̵ ׉	 7cassandra://i7GjMRInTbDuNtt66g7X2Q1v34BfSobJi6cPr9eniRw {v&z͠XhWbavט  {u׉׉	 7cassandra://U8sXSXVCilS3MeZ2wJrzX2YmZJgQEPmuJqlSCUo-NZI `׉	 7cassandra://ovENHnTRzgJLAjeuKirzchlDjLTbYAv9SsSyIqAapyU^`S׉	 7cassandra://Z8kXd-aWA7iWZLq0iM_B7LqLnmjM-39T8MXdiUGoUbQ`̵ ׉	 7cassandra://NG_8aO6GiU8yuFsFQBN_RaVuGd39PebwMbvCqy8oNa0 (͠XhWbawנXhWba   z9ׁH .http://www.binnenlandsbestuur.nl/nieuwsbrievenׁׁЈ׉E OP DE HOOGTE BLIJVEN
VAN HET ACTUELE NIEUWS
BINNEN UW VAKGEBIED?
www.binnenlandsbestuur.nl/nieuwsbrieven
Meld je
GRATIS aan voor
de dagelijkse
nieuwsbrief van
Binnenlands
Bestuur
׉	 7cassandra://8XaDwWn7CkYwCd_yBbdBFz3DScwTSofAFKYVjNNz2HM#x`̵ XhWbax׉ES
B O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, directeur Dienstverlening gemeente Amsterdam
Van Frederic Laloux is de
uitgave ‘Reinventing organizations’.
Het uitgangspunt
in dit boek is dat de
huidige manier waarop we
in organisaties werken,
niet meer passend is. Reorganisatie
na reorganisatie
en verandertraject na verandertraject
vindt plaats,
maar de wijze van besturen
verandert nauwelijks.
Laloux heeft onderzocht of
een andere organisatievorm
mogelijk is. Hij vond een twaalftal succesvolle bedrijven
(waaronder Buurtwerk Nederland van Jos de Bok), die al anders
werken en toch succesvol zijn. Hij noemt deze organisatievorm
evolutionair-cyaan.
Laloux gebruikt het werk van Ken Wilber, die bewustzijn
omvattend in kaart probeert te brengen, als basis. Elke overgang
naar een nieuw menselijk bewustzijnsstadium, is een kantelpunt.
Een kantelpunt is bijvoorbeeld de overgang van jager/
verzamelaar naar agrarische samenleving. Op zo’n moment verandert
alles. Dus ook organisatievormen. Sommige organisatievormen
blijven ook in een andere bewustzijnsfase bestaan. Zo
bestaan conformistische organisaties, waarin formele functies
binnen een hiërarchie dominant zijn (zoals bij veel overheidsinstellingen),
al heel lang.
Wij leven in een transformatie. Volgens Laloux ontstaat er een
nieuwe organisatievorm die overeenkomt met Maslows niveau
van zelfontplooiing. Mensen overstijgen hun ego en leren te vertrouwen
op de overvloed van het leven, in plaats van op schaarste.
Dit soort organisaties leren de controle op mensen en
gebeurtenissen te verminderen; de evolutionair-cyane organisatie
doet zijn intrede.
Wat zijn de hoofdkernmerken van dit soort organisaties? Het
boek is te rijk en bevat te veel onderwerpen om dat goed samen
te vatten. Dus hieronder een aantal thema’s.
Zelfsturing. Verandering gebeurt continue en zelfsturing is cruciaal.
De organisatie wordt gezien als een ecosysteem. Zelfsturende
teams van tussen de tien en vijfentwintig mensen. Er is
geen middenkader, maar wel vaak een coach. Vertrouwen is de
kern en er wordt gedacht in rollen, in plaats van in functies.
Zelfsturing kent ook andere bedrijfsprocessen. Zoals beslissen
via een adviesprocedure. Iedereen kan een besluit nemen, maar
volgt daarvoor een vast proces van advies vragen aan alle
betrokken, extreem transparante communicatievormen en confl
ictoplossingsmethoden.
Een tweede hoofdkenmerk is streven naar heelheid. Mensen
komen niet naar een organisatie om het rationele deel van hun
zijn in te zetten (en delen als hun emotionele intelligentie thuis
te laten), maar worden gestimuleerd om als totale persoonlijkheid
een bijdrage te leveren.
Derde kenmerk is het evolutieve doel. Niet gericht zijn op zelfbehoud
(en concurrentie), maar op een hoger doel.
Werken cyane organisaties? De voorbeelden wel. Dat is altijd
het probleem met dit soort boeken. Beschrijven deze twaalf
casussen een nieuwe trend of is het boek over een paar jaar vergeten?
Wat naar mijn mening pleit voor het boek is dat een theoretisch
paradigma wordt gekoppeld aan een aantal spelende
thema’s. Zoals de transformatie van de maatschappij, de veranderende
rol van informatie of de discussie over de effectiviteit
van management. Tegelijkertijd geeft het ruimte. Ruimte voor
een nieuwe vorm, naast de bestaande vormen. Het kan een duiding
zijn. Het kan richting geven. Het kunnen ook de kleren van
de keizer zijn. Ik weet het niet. Maar het laat bij mij de vraag
achter: zou het kunnen dat…….? En dat vind ik eigenlijk wel
hoopvol.
Frederic Laloux, Reinventing organizations (2015, Het Eerste
Huis)
׉	 7cassandra://Z8kXd-aWA7iWZLq0iM_B7LqLnmjM-39T8MXdiUGoUbQ`̵ XhWbayXhWbax{בCט   {u׉׉	 7cassandra://F6I9B_298dLlc0w8Z46HFnJId5_AkXVj09Y63B1tdq8 $M` ׉	 7cassandra://Q6t9V0RrWjUi2JGy-gRJEkOKWE9FXT_oTtFKzJzeQV4[`S׉	 7cassandra://qEHTqyCn7DqNQPSS3Fw4qEnTkehd7BXXZ-_O1iYeJwk`̵ ׉	 7cassandra://4P1ockLFDAVFlNzcjfMI4c9RdSsiJI6aMRBVAgmwu_4 X͠XhWbazט  {u׉׉	 7cassandra://skVo3YRsybJdTSBO0CIz4ch43ewB3h1rY_mQ38qwg68 `׉	 7cassandra://BN6ZvTN8tAkRWBO4XoGI-bS4J970QKodlmAMdXCEJ78j`S׉	 7cassandra://q6Pnag4J8NXZ8u4rq8vS0wWUMRcIWgFGeu4G_Cty9mQ X`̵ ׉	 7cassandra://e3Dktxx6ejgMxF0HyI7h46hpReWXoXkU_uQ_R14p6PY d`͠XhWba{נXhWba ^^9ׁHhttp://www.hengelo.nlׁׁЈ׉EDI E NST VE R LE N I NGSFORMU LES
FLITSEN OF WEGWIJZEN?
HENGELO KIEST VOOR DIENSTVERLENING ALS FORMULE
Wat hebben Jumbo, Ikea en de gemeente Hengelo met elkaar gemeen? Meer
dan u wellicht zou denken. In Hengelo gaat dit jaar een nieuw concept van
start: dienstverlening als formule.
Tekst: Floor van Dijck, freelance journalist
D
e ene rol van de gemeente is
de andere niet. Sommige contacten
met burgers en bedrijven
moeten snel, automatisch
en simpel. Andere contacten vragen om
meer persoonlijk contact. Bij de gemeente
Hengelo kwamen ze tot de conclusie dat
dat gegeven een perfect uitgangspunt is
voor een nieuw plan van aanpak voor
dienstverlening. Een concept gestoeld op
inzicht in de wensen van de klanten, kennis
van het bedrijfsleven én een stukje
omdenken.
Hengelo was altijd een van de voorlopers
op het gebied van dienstverlening en na
de implementatie van Zaakgericht Werken,
vonden ze het tijd voor een nieuw
concept. Arjan Lenferink, programmamanager
Dienstverlening en Annette Jutte,
adviseur Dienstverlening, kregen daarom
vorig jaar de uitdaging om een nieuwe
strategie te bedenken. Eigentijds en toekomstbestendig.
Aanvankelijk was het
Visiedocument Dienstverlening het uitgangspunt,
maar ver kwamen zij daar
niet mee. De uitspraken in dat document
vonden ze veel te algemeen. Steeds rees
de vraag: ‘Wat moet een medewerker
hier nu mee?’ Jutte: “Met stellingen als
‘De burger centraal’ en ‘Digitaal, tenzij ...’
is iedereen het eens, maar deze uitspraken
helpen de medewerkers niet om de
dienstverlening te verbeteren. Kortom,
het moest concreter en praktischer.” De
oplossing vonden ze bij grote winkelketens.
48
VAN
ROL NAAR FORMULE
Zeg je Ikea, dan denk je aan het zelf in
elkaar zetten van meubels. Bij Jumbo geldt
dat de vierde klant in de rij gratis boodschappen
krijgt. Duidelijke formules, voor
zowel de klant als de medewerkers. Inspirerend,
vonden Lenferink en Jutte: “Met
een formule weten alle partijen wat er van
hen verwacht wordt. Natuurlijk, wij zijn
overheid, maar dat moet je er niet van
laten weerhouden om ook kennis uit het
bedrijfsleven toe te passen.” Vandaar dat
Lenferink en Jutte het formuledenken
naar Hengelo haalden.
Maar hoe bouw je een formule? De eerste
steen bestond uit het inzicht dat burgers
en ondernemingen, afhankelijk van de
context, verschillende rollen hebben ten
opzichte van de gemeente. Jutte: “De
burger of een onderneming kan onderdaan,
klant, partner of gebruiker zijn.”
Die rollen vragen elk om een specifieke
aanpak. Zo controleert de gemeente de
onderdaan, levert een product of dienst
aan een klant, werkt samen met de partner
om nieuwe producten en diensten te
ontwikkelen en verzorgt openbare voorzieningen
voor de gebruiker.” Uit die rollen
destilleerden Jutte en Lenferink verschillende
dienstverleningsformules. De
Handhaafformule, voor de burger als
onderdaan, de Cocreatieformule waarin
de gemeente partner is en de Beheerformule,
waar de gemeente zorgt voor een
schone en veilige stad.
׉	 7cassandra://qEHTqyCn7DqNQPSS3Fw4qEnTkehd7BXXZ-_O1iYeJwk`̵ XhWba|׉E?
FLITSEN OF WEGWIJZEN
De rol van de burger of ondernemer, als
klant van de gemeente, werd onderverdeeld
in twee formules. De eerste is de
‘Flitsformule’. Hier levert de gemeente
een standaardproduct. Een dienst die
altijd en overal geregeld en volledig afgehandeld
moet kunnen worden, zonder
menselijke tussenkomst. Zoals het doorgeven
van een verhuizing of het aanvragen
van de vergunning van een buurtfeest.
Snel en simpel. Voor een hulpvraag
die meer omvat dan één product en juist
om menselijke interventie vraagt, is er de
Wegwijsformule. Denk hier bijvoorbeeld
aan iemand die een rolstoel nodig heeft
of een ondernemer die zich in de
gemeente wil vestigen. In deze gevallen
moeten vaak meerdere zaken met de
gemeente geregeld worden. Waarschijnlijk
heeft de burger die vraagt om een rolstoel,
ook behoefte aan aanpassingen in
de woning. De ondernemer heeft een
heel pakket aan vergunningen nodig.
Kortom: bij de Wegwijsformule kunnen
er meerdere subvragen in één vraag zitten.
Het is wel zo handig als die als clusters
worden aangepakt. Bovendien is een
individuele benadering en persoonlijk
contact belangrijk. Lenferink: “Waarom
ga je als gemeente niet met een team naar
een nieuwe ondernemer toe? Of kom je
bij de zorgvrager thuis? Zo kun je samen
werken aan een plan en iemand zo compleet
mogelijk van dienst zijn.”
DE ZES P’S
Nadat Lenferink en Jutte de formules
hadden afgestemd, moesten deze vertaald
worden naar werkbare plannen en
uitgangspunten. Ook hier kwam kennis
uit het bedrijfsleven van pas. Jutte: “We
hebben de formules getoetst aan de zes
p’s uit de marketingmix: prijs, plaats,
personeel, product, proces en promotie.
Zo konden we de formules nog verder
duidelijk maken. Uiteindelijk hebben wij
voor alle p’s van een formule concrete
kenmerken kunnen bepalen waar een
product aan moet voldoen.”
Mogelijk de grootste uitdaging wacht nu:
alle vormen van gemeentelijke dienstverlening
moeten in de juiste formule worden
gestopt. Hiervoor spreken Jutte en
Lenferink graag de kennis en ervaring
van betrokken medewerkers aan. Best
een kluif, maar tegelijk ook een mooie
aanleiding om ‘om te denken’. Jutte: “Je
zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat een
uitritvergunning onder de Flitsformule
valt: een klant wil immers snel zo’n vergunning
aanvragen en persoonlijk contact
met de gemeente is niet nodig. Maar
bij het indienen van de aanvraag is het
vandaag de dag niet meteen duidelijk of
de vergunning verleend kan worden. Dit
gebeurt nu nog verderop in het proces
door een medewerker. Dan valt het volgens
de regels niet onder flitsfomule. We
gaan nu kijken naar oplossingen om de
systemen zó te koppelen, dat de uitritvergunning
wel in de Flitsformule kan. Deze
manier van kijken naar producten was
voor de medewerkers regelmatig een
eyeopener.”
KRITISCH KIJKEN
De nieuwe aanpak vraagt ook om een
verandering van houding en gedrag van
de medewerkers die de formules uitvoeren.
Lenferink: “We hebben interdisciplinaire
teams gevormd waarmee we kritisch
zijn gaan kijken naar de diensten, de
kanalen en de uitvoering van de taken.”
Jutte: “Het is leuk om te zien dat medewerkers
die ooit dachten op totaal andere
planeten aan het werk te zijn - bijvoorbeeld
Wmo en vergunningen - nu ontdekken
dat zij eigenlijk hetzelfde doen.
Opeens spreekt iedereen dezelfde taal.”
Lenferink: “In deze sessies ontdekken we
steeds weer dat het model klopt. Dat is zo
motiverend. Het ís er nog niet, we zijn
nog volop onderweg, maar het is tot nu
toe een erg mooie reis.” In Hengelo wordt
verwacht dat op korte termijn de eerste
effecten van de ingrijpende veranderingen
zichtbaar zijn. De eerste concrete stap
is er al: sinds januari is de gemeente Hengelo
bereikbaar via WhatsApp. Een uitbreiding
op de Flitsformule voor flitsend
snel antwoord op simpele vragen.
Binnen de gemeente Hengelo zijn interdisciplinaire
teams gevormd waarmee kritisch wordt gekeken naar
de diensten, de kanalen en de uitvoering van de taken
Meer weten?
www.hengelo.nl
׉	 7cassandra://q6Pnag4J8NXZ8u4rq8vS0wWUMRcIWgFGeu4G_Cty9mQ X`̵ XhWba}XhWba|{בCט   {u׉׉	 7cassandra://20jLBqnyAhztmv5qqvK34nvNhStzamwt7z50fa8ODjg D`׉	 7cassandra://rPIJC1rHayImxWsrA_T7UzQ783nRu_1Ea7LST4N6u1MT!`S׉	 7cassandra://PhhuwD2bdXVsiIIriNjf_uV2rxg_QouSCHbVuA33MXU`̵ ׉	 7cassandra://TGtErKK6flSooM3_0Gi8CUfK1vXpAkOwhXeVBEwqAHs \͠XhWba~ט  {u׉׉	 7cassandra://XXdHKqemaFWb66ba59c9IC0jWud1R3wSfz1Jna_PHTw "u` ׉	 7cassandra://Dau95do80sPUM9Wfma5adwQk9JWDdvCHT7nJaaSiyHE\>`S׉	 7cassandra://SFES8RdAbBWkOXRaRHyZhAIhJxdyPaN8-SNlcEF4Qt4E`̵ ׉	 7cassandra://640FNzlyHN_ZAVxZVtLllmomcckTa7SS1PihzVrQXJg B K͠XhWbaנXhWba  z9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉ETCOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 11, nummer 1 (maart 2017)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Frits de Jong
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Marketing
Lindsay Duijm
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is zelfstandig
adviseur
en ondersteunt de publieke
sector op het gebied van
dienstverlening en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster, spreker
en gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975) werkt
als directeur bij een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel expertise
op terrein van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken voortvloeiend
uit nieuw beleid,
nieuwe wetgeving en
nieuwe taken.
Jan de Kramer (1957) houdt
zich bij de AWVN bezig
met modernisering van
arbeidsverhoudingen en
duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Miguel Boerboom (1970) is
bestuurskundige en zelfstandig
adviseur in de
publieke sector met een
specialisatie op het terrein
van de elektronische overheid.
De laatste jaren is hij
verantwoordelijk voor
diverse grote programma’s
op het gebied van e-overheid
en dienstverlening
zowel bij de rijksoverheid
als bij gemeenten.
Peter Noordhoek (1957) is
adviseur, auditor en analist
op het brede terrein van
kwaliteit en toezicht. Hij
maakte in 1992 kennis met
de publieke dienstverlening
tijdens de introductie van
kwaliteitshandvesten in
Nederland. Sindsdien
schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede
mogelijk gemaakt door:
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://PhhuwD2bdXVsiIIriNjf_uV2rxg_QouSCHbVuA33MXU`̵ XhWba׉EM&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, opgericht in 1985 en ruim 90
professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten bij
projecten op het snijvlak van management en ICT. Wij werken aan opdrachten
met maatschappelijke meerwaarde in de lokale en landelijke overheid, de
zorg en het onderwijs.
M&I/Partners heeft ruime ervaring met ICT-governance binnen de overheid
en helpt u uw projecten en programma’s op koers te houden. Wij bieden, met
kennis en begrip van de overheidsomgeving, een hands-on ondersteuning en
quality assurance in uw projecten en programma’s.
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
Sparrenheuvel 32 | 3708 JE Zeist | 030 - 2 270 500
׉	 7cassandra://SFES8RdAbBWkOXRaRHyZhAIhJxdyPaN8-SNlcEF4Qt4E`̵ XhWbaXhWba{בCט   {u׉׉	 7cassandra://L7dzb8-gzn_jeHuqT9K0tZmzycAfnXSIA16s2LlRWMY `׉	 7cassandra://GV-lpNKnIzAgEJm6L3u4c3bnhOPCZGFKKGMdavuGLH8P`S׉	 7cassandra://WV7XlcUnx8O_aNlBIQnkLd-q_otuxANTKkWcIyy1FRs`̵ ׉	 7cassandra://_50npwEej331p6qJnaITPT-3oUZG7AjKdOR_BOqAZl4 
?B>͠XhWbaנXhWba   z9ׁH &http://www.centric.eu/digitalegemeenteׁׁЈ׉E VOORDEEL #1:
‘ Ruimte voor een
persoonlijke benadering
waar die het hardst
nodig is’
Noor Ferket
Directeur Centric Public Sector Solutions
www.cenric.eu/digitalegemeente
׉	 7cassandra://WV7XlcUnx8O_aNlBIQnkLd-q_otuxANTKkWcIyy1FRs`̵ XhWba׉Eg
XhWbaXhWba{)InGovernment 01 2017X+`O#