׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://1Lzv2USHOCH9Q6l82IpfttOyfP1bFUdEHBxcG0jsceo `׉	 7cassandra://56yu9XsUjrP9P5-DFSEvP1QJvQylcb9m6GOrudzyg7Mp8`S׉	 7cassandra://7nPls6-fdm5Qn2VyIE5SQzMwr2o0_Dn-F5xsHoRXdzM%`̵ ׉	 7cassandra://xkfnE2sMSjmX2qiAAcXkEcYH8e7Gy7csmDL0MT1dXfE L͠\o&d ^נ\o&d T V{k9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d U |g9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d V )~̃9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d W |{9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d X +|̋9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d Y wf9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d Z {i9 ׉S	G
ׁׁrנ\o&d [ i9 ׉SG
ׁׁrנ\o&d \ Y9׉H  https://www.publieksdiensten.nl/Gׁׁrנ\o&d ] ̺̉9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ\o&d b ̨59ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׈E\o&d <׉EinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
juni 2019
02
06
08
11
12
16
18
22
Innovatie is de enige constante
Arent van ’t Spijker over continue innovatie binnen een wendbare organisatie
Vijf redenen waarom datagestuurd werken niet altijd slaagt
Marjolein Geesing over de praktijkdilemma’s van datagestuurd werken
Alles transactie
Mariane ter Veen over het versterken van datazelfbeschikking door
de Common Ground
In wat voor wereld leven wij?
Xander Jongejan over begripsverwarring bij de systeem- en leefwereld
Dienstverlening is een vak
Bas Volleberg, Petra van Santen en Carla Jonker over de inzichten van
de Belastingdienst
Enthousiaste benadering zet mensen in beweging
Marcel Fluitman over de inspiratie van het A&O fonds Gemeenten
De kracht van segmenteren op betrokkenheid
Anne van de Meerakker over het bepalen van communicatiestijl en participatievorm
Colofon
Meld je aan als gratis (online) abonnee!
Ga naar
inGovernment.nl
en word online
abonnee!
׉	 7cassandra://7nPls6-fdm5Qn2VyIE5SQzMwr2o0_Dn-F5xsHoRXdzM%`̵ \o&d =\o&d <{בCט   {u׉׉	 7cassandra://025nLDXdmdPPGGSExxgs6VPDkg6LQp32CuMR9IKK41A `׉	 7cassandra://lWwVQK9zpGip0elm0OWrtSUJBRQYvkgHy3UaHDZh2q4H`׉	 7cassandra://zQrOCOWzFfs7ymqeVRZE6lCn371EflP4KIm3Wn16oj4C`j ׉	 7cassandra://9IvbIXP6RzD1xgGW4NBlYIiJinLD9CLdFIf3DNea2XY ѽ*͠	\o&d cנ\o&d a 4̮D9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
innovatie is de e
digitale
innovatie
=
veranderende
organisatie
Tekst: Arent van ’t Spijker, partner bij BlinkLane Consulting
Van innovatieve blockchain-technologie die in
Utrecht voor een eenvoudiger huishoudboekje
zorgt tot andere Lean Startup-producten, steeds
zie je dat het punt waarop zulke technologie een
bestaand proces verbetert, veel verder gaat als
ook de organisatie zich aanpast. Continue innovatie
wordt zo niet een mogelijkheid maar een must.
En een continu innoverende organisatie is een
wendbare organisatie.
׉	 7cassandra://zQrOCOWzFfs7ymqeVRZE6lCn371EflP4KIm3Wn16oj4C`j \o&d >׉Eenige constante
B
ig Data, artificial intelligence, blockchain, Internet of
Things – het zijn indrukwekkende technologieën die
in duizelingwekkend tempo de private én publieke
sector vernieuwen. In het laatste decennium zijn er wereldwijd
dan ook meer innovaties geïntroduceerd dan ooit in
zo’n veranderingsperiode. Stuk voor stuk zijn deze ontwikkelingen
al indrukwekkend, maar de gezamenlijke impact
ervan op onze omgeving is meer dan een optelsom van
losse delen. Ze veranderen onze samenleving onvermijdelijk
en dus ook hoe we werken bij bedrijven en overheden.
Innovatie is niet langer één ‘uitzonderlijke vondst’ die sporadisch
ontspringt aan uitvinders en onderzoekslaboratoria,
maar het doordringt de leefomgeving van directies en
beleidsmakers – en zorgt daar voor hersenbrekers. Want
organisaties blijken weerbarstig.
In 2017 bedacht Pieter in ’t Hout van de gemeente Utrecht
een eenvoudig plan om inwoners tegen dreigende armoede
te beschermen. Hij wilde via innovatieve blockchain-technologie
burgers helpen om hun huishoudboekje eenvoudiger
op orde te houden, om hun de nodige ellende te besparen
en de maatschappelijke kosten te reduceren. Zijn idee
kreeg bijval, maar in de praktijk bleek het nauwe samenwerking
te vereisen van SVB, Belastingdienst en gemeentelijke
sociale diensten met IT-teams en beleidsmakers. Het
was allesbehalve eenvoudig om dit overleg te regelen. Iedere
partij had een eigen belang én eigen beleidskaders en risicoprofielen.
Die op elkaar afstemmen en waar nodig veranderen,
bleek moeilijker te realiseren dan de innovatieve
blockchain-technologie. Alleen door het eindeloos geduld
en doorzettingsvermogen van enkele toegewijden is het
Huishoudboekje inmiddels een toonaangevende pilot qua
overheidsinnovatie. Maar ook nu nog is het team veel bezig
om barrières te slechten bij bestaande organisaties en om
nieuwe processen te faciliteren.
in het laatste decennium zijn
er wereldwijd meer innovaties
geïntroduceerd dan ooit in
zo’n veranderingsperiode
waarom de meeste innovaties falen
In zakelijk jargon betekent innovatie ‘introductie van vernieuwing
in de markt’. Toch denken de meeste mensen bij
innovatie vaak het eerst aan het bedenken van een nieuw
product of dienst. Er wordt veel aandacht besteed aan technologische
ontwikkeling en vroegtijdige feedback krijgen
van gebruikers. Zie ook het begrip Lean Startup voor deze
moderne ontwikkelingswijze van innovatieve producten.
Maar zelfs van alle Lean Startup-producten en -diensten
faalt het leeuwendeel. Niet omdat ze niet goed zijn of niet
aansluiten bij de gebruikerswensen, maar gewoon omdat
de organisaties waarin ze worden ontwikkeld slecht zijn in
verandering.
Moderne organisaties, zowel in de commerciële sector als
in de overheid, gaan ervan uit dat men stabiele organisaties
zo moet inrichten dat ze de beoogde taken met maximale
efficiency uitvoeren. Of het nu een verzekeringsbedrijf of
een directie werk & inkomen betreft, de organisatie dient
een ontworpen proces zo efficiënt mogelijk te doorlopen.
Innovaties die deze efficiency radicaal vergroten, worden
toegejuicht, maar zodra bestaande processen moeten worden
aangepast neemt het enthousiasme af. Niet omdat de
innovatie niet goed zou zijn, maar omdat verandering van
processen en organisatiestructuur complex en ingrijpend
is. Dus besteedt men relatief veel tijd aan incrementele verbeteringen
en weinig aan innovaties die verandering vragen.
Terwijl daar digitalisering juist waarde kan opleveren,
want digitale technologie faciliteert een geheel nieuwe
manier van kijken naar de problematiek waarvoor onze
dienstverlening een oplossing biedt.
drie plateaus van innovatie
Elke organisatie, ook de overheid, is van nature geneigd het
bestaande te verbeteren: gewoon blijven doen wat we altijd
al deden, maar wel met geavanceerdere technologie. Tot het
punt waarop blijkt dat met die technologie het bestaande
proces veel verder te verbeteren valt wanneer de bestaande
organisatie wordt aangepast. In het voorbeeld van de gemeente
Utrecht is het duidelijk dat het bij digitalisering
vooral gaat om het snel herkennen van potentiële armoedeproblemen
bij burgers, om de intake van mensen bij de
wijkteams te vereenvoudigen, om betalingsregelingen met
diverse instanties snel op te stellen en verschillende uitke\o&d ?\o&d >{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8XnwkR-IoRA3Mpph08gMJ2tHmiOgeuV3_kvdE4szXi0 !`׉	 7cassandra://RHHAN_9MNry7YuJD2Po3M6DrUppDsDvy5lvst8NfKJ0ͬ`׉	 7cassandra://EUfmu8Hz0I6DpNJXiBgpbWNHotisvhxJIweK5IneC5k4W`j ׉	 7cassandra://bA4IbvwTF3rb8tK_3uCaXMDLtpPgN2WRTKBVFs4k9Qg q͠	\o&d hנ\o&d f W9׉H #http://www.continuousinnovation.netGׁׁrנ\o&d g :̣I9 ׉S G
ׁׁrנ\o&d k 
79ׁH #http://www.continuousinnovation.netׁׁЈ׉Eartikel
ringen snel te coördineren et cetera. De onderstaande
matrix geeft voorbeelden van het innoveren op ‘plateau 1’,
waar de onzekerheid rond de nieuwe technologie laag is
en de innovatie plaatsvindt in de bestaande organisatie en
processen. Maar bij de blockchain-oplossing van Pieter in
’t Hout lag dat anders: hij mikte op een radicale proceswijziging,
waarin vooraf alle rekeningen van deelnemers
worden voldaan zodat schulden niet langer oplopen, waarin
betalingsregelingen achteraf absoluut worden vervuld,
waarin deelnemers niet meer met meerdere uitkeringsinstanties
hoeven te werken, maar zij steeds elke maand
op dezelfde dag alle bedragen ontvangen. Pieter in ’t Houts
innovatie maakt gebruik van zeer innovatieve technologie
die voor de gemeente Utrecht veel onzekerheid meebrengt
omdat ze daarmee nog onbekend is (niet omdat die technologie
nog onvoldoende werkt!). Maar bovenal introduceert
ze veel onzekerheid in de organisatie van het proces, omdat
dit radicaal anders is dan de gebruikelijke structuur. De
innovatie van Pieter in ’t Hout is een ‘plateau 3’-innovatie.
De hedendaagse digitale technologie is zo laagdrempelig
dat men vrijwel wekelijks nieuwe doeltreffende oplossin
maar zelfs van alle
lean startup-producten
en -diensten faalt
het leeuwendeel
4
׉	 7cassandra://EUfmu8Hz0I6DpNJXiBgpbWNHotisvhxJIweK5IneC5k4W`j \o&d @׉E	arent van ’t spijker:
een continu innoverende
organisatie is een
wendbare organisatie
lende belanghebbenden in de organisatie. Bijvoorbeeld
tussen de beleid makende en uitvoerende disciplines. Het
voorbeeld van Pieter in ’t Hout bevatte diverse staaltjes van
hoe de blockchain-oplossing indruiste tegen de bestaande
beleidsregels, terwijl de oplossing wel beter bijdroeg om
het probleem te verhelpen – tegen lagere kosten voor de
maatschappij.
proces
Aldus is digitale innovatie een alom aanwezig fenomeen.
och kunnen overheidsorganisaties niet simpelweg iedere
innovatie aangaan en hun processen en organisatie blijven
veranderen. De impact van die wijzigingen is te groot, gaat
ten koste van de dienstverleningskwaliteit en is bovendien
. De oplossing is dan ook om die impact op te vangen,
om een organisatie te creëren die continu kan innoveren.
’n organisatie is niet ingericht om de maximale efficiency
in de bestaande organisatie in plateau 1 te bereiken,
maar om doorlopend innovaties uit plateau 2 te absorberen
in plateau 1 en om ideeën in plateau 3 door te voeren naar
plateau 2. Dergelijke organisaties hebben steeds een aantal
innovatieve projecten in verschillende plateaus, en werken
aan de doorlopende aanpassing van de staande organisatie
aan de vernieuwing. De meeste nadruk daarbij ligt
niet op de technologie van de individuele oplossingen,
maar op de onderlinge samenwerking tussen de verschilEen
continu innoverende organisatie is een wendbare organisatie,
maar niet noodzakelijkerwijs radicaal anders dan
huidige organisaties. Het is vooral een organisatievorm
waarbij de blik naar buiten is gericht, met een continu goed
zicht op innovaties die op korte, middellange en lange termijn
zullen verschijnen. Waarin men medewerkers niet
(alleen) beloont op kortetermijn-efficiency en kosten, maar
ook op efficiënte aanpassing aan vernieuwing. Waarin men
snel besluiten neemt en investeringen doet in veel kleine
stappen, in plaats van met grootse meeslepende projecten.
En waarin de organisatie zichzelf afrekent op gecreëerde
waarde in plaats van op het uitgevoerde proces.
Meer weten?
De principes van de continu innoverende organisatie zijn
uiteengezet in het Continuous Innovation Framework, een
transparant proces waarmee de organisatie doorlopend innovaties
initieert, ontwikkelt, opschaalt en borgt binnen de
organisatie. De blauwdruk van dit proces is voor iedereen
vrij toegankelijk op www.continuousinnovation.net.
5
\o&d A\o&d @{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JJ5O3PRJFzNrcbrZm-rvVb2y76BxJ8iX2Bc0zCyu9kw JJ` ׉	 7cassandra://V-2xOoTVfPaPz3gNwN2wMq70FrlsLNcB2vGCcothXBk`׉	 7cassandra://C6lWV3aD-ihMPVDzPNUhWhYOBCBDO2HWXd8G61HSySM9`j ׉	 7cassandra://N-tMmfOGywvdUDgH7VAAAyUcKdYstZRIErU2ka__m4kC ͠	\o&d mנ\o&d l 8̶P9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
vijf redenen waarom
niet altijd slaagt
en tips om het wel voor elkaar te krijgen
Tekst: Marjolein Geesing, accountmanager bij CMotions
Veel organisaties beseffen het belang van data en de toegevoegde waarde ervan
voor hun bedrijfsvoering. Datagestuurd werken staat op de agenda, inzichten uit data
worden gebruikt in de besluitvorming en er wordt mee geëxperimenteerd in pilots.
Toch blijkt het in de praktijk lastig om structureel en succesvol datagestuurd te werken.
Hoe komt dat?
D
atagestuurd werken is een breed begrip. Je kunt er
vanuit verschillende perspectieven invulling aan
geven. Het uitgangspunt is om de toegevoegde
waarde van data te verzilveren. Door het koppelen van verschillende
databronnen ontstaan er, op basis van feiten en
cijfers, nieuwe inzichten wat betreft het verbeteren van
processen en het nemen van beslissingen. Een belangrijk
startpunt is het formuleren van een datastrategie. Hierdoor
ontstaat een gezamenlijke ambitie plus een visie op het
datagebruik in de bedrijfsvoering en hoe dit te verbeteren.
Zo krijg je helderheid over waar je op stuurt. Overigens
klinkt datagestuurd werken eenvoudiger dan het is. Het is
een nieuwe manier van werken voor een organisatie en
haar medewerkers – een transformatie of organisatieverandering.
Iets dat niet van het ene op het andere moment kan
worden gerealiseerd. En het vereist een gestructureerde
aanpak die per organisatie verschilt.
wat levert datagestuurd werken op?
Dankzij de digitalisering genereert de samenleving steeds
meer informatie (data). Overheden zijn ’s werelds grootste
dienstverleners en zodoende beheren ze grote hoeveelheden
data. Ondanks het feit dat de relatie tussen burger en
overheid eerder ‘geforceerd’ dan ‘vrijwillig’ is, verwacht de
burger van de overheid wel een professionele en efficiënte
bedrijfsvoering. Data kunnen hierin van grote toegevoegde
waarde zijn. De overheid staat daarbij voor een aanzienlijke
uitdaging. Aan de ene kant wil ze de burger een waardevolle
dienstverlening laten ervaren, en aan de andere kant
moet dat gebeuren binnen het kader van opgelegde besparingsmaatregelen
en van de privacywetgeving.
Zodoende draagt datagestuurd werken bij aan de onderbouwing
van strategie & beleid, de invoering van persoonlijke,
omnichannel-dienstverlening, het verbeteren van de moni6
toring,
sturing en verantwoording, alsmede de procesoptimalisatie,
innovatie, risicobeheersing en fraudebestrijding.
Hoe komt het dan toch dat datagestuurd werken nog niet
structureel geïmplementeerd wordt? Ondanks de pilots en
het belang van data is het voor publieke organisaties lastig
om structureel datagestuurd werken in de praktijk te implementeren.
We geven hier de vijf belangrijkste redenen
waarom dit niet lukt.
1 Er is geen gezamenlijk vertrekpunt
Het ontbreken van een heldere strategie, kaders en doelstellingen
voor de toepassing van data kan tot onduidelijkheid
leiden. Waarom doen we dit? Wat gaan we ermee bereiken?
Wanneer? En hoe meten we dat? Door het werken
in verschillende domeinen zie je initiatieven ontstaan die
naast elkaar uitgevoerd worden, maar onderling onvoldoende
verbinding hebben. Dit blijkt uit bijvoorbeeld de
parallelle aansturing van wettelijke taken, of uit een instabiel
meerjarenbeleid vanwege veranderingen in het politieke
landschap. Hierdoor is het lastig om op langere termijn
aparte domeinen open te breken en gezamenlijk een doelgerichte
koers uit te zetten.
2 Verbindend leiderschap is zwak ontwikkeld
Het nut van datagestuurd werken wordt wel ingezien, maar
wie maakt het mogelijk? Om datagestuurd werken echt van
de grond te krijgen, heeft een organisatie visionaire medewerkers
nodig, soms ook wel ‘omdenkers’ genoemd. Mensen
die naast hun eigen werkzaamheden het potentieel van
data herkennen, en die zich binnen de organisatie hard
maken om dit te benutten en anderen te enthousiasmeren.
Vaak is er rondom data-analyse en data science onvoldoende
coördinatie en eigenaarschap van initiatieven, waardoor
men het wiel op meerdere plaatsen in de organisatie gaat
׉	 7cassandra://C6lWV3aD-ihMPVDzPNUhWhYOBCBDO2HWXd8G61HSySM9`j \o&d B׉Edatagestuurd werken
uitvinden. Daarom is er leiderschap nodig. Mensen die in
de organisatie een regie-rol op zich nemen met het doel om
het breed te laten landen en verankeren.
3 Versnippering van data belemmert samenwerking
Om wendbaar te zijn en snel te kunnen reageren op veranderingen
in wet- en regelgeving, is het nodig om kennis en
expertise te bundelen. Het succes van data-analyse zit hem
in de combinatie van business- en data-kennis, aangevuld
met de statistische vaardigheid om hieruit nieuwe inzichten
te distilleren. Vaak is er binnen een organisatie met
veel verschillende, op zichzelf staande afdelingen een versnippering
van data. Het beschermen van de eigen data
binnen een afdeling draagt niet bij aan het afdelingsoverstijgend
werken. Uiteindelijk gaat het, zeker in de perceptie
van de burger, om één organisatie. Zonder intensieve samenwerking
door alle de afdelingen heen, is het opbouwen
van kennis erg kostbaar en risicovol. Bovendien wordt het
dan lastig om gezamenlijk bij te dragen aan het gestelde
hogere doel van de organisatie.
4 Conservatief en risicomijdend gedrag leidt tot niets
doen
Publieke organisaties liggen – terecht – voortdurend onder
het vergrootglas van burgers en media als het gaat om dataverzameling,
informatiebeveiliging en privacy. Niemand
wil een big brother-overheid, en niemand streeft naar ‘etnisch
profileren’. Tegelijkertijd verwachten burgers een effectieve
en doelgerichte fraudebestrijding, een doelmatige
besteding van publieke gelden en een snelle, persoonlijke
behandeling die de communicatiekanalen overstijgt. Publieke
organisaties zijn van nature geneigd om te kiezen
voor de veiligste oplossing (niets doen), terwijl er voldoende
mogelijkheden zijn om data op een transparante en verantwoorde
manier in de bedrijfsvoering toe te passen.
5 Complexiteit van een publieke organisatie vertraagt
actiegerichtheid
Binnen een publieke organisatie is er vaak sprake van een
samenvoeging van diverse wettelijke en uitvoeringstaken.
Vanuit deze verschillende rollen ontstaat er vaak een grote
hoeveelheid vraagstukken en opgaven waaruit het niet altijd
gemakkelijk is om een keuze te maken. Het maken van
dergelijke afwegingen duurt in publieke organisaties gemiddeld
langer, aangezien er meerdere belangen op het
spel staan (denk hierbij aan privacy en ethiek). Er ontstaat
een bepaalde mate van terughoudendheid wat betreft grote
veranderingen en innovaties die niet direct aan de dagelijkse
werkzaamheden bijdragen. Het kort-cyclische karakter
van experimenteren staat hiermee eigenlijk op gespannen
voet, met langere beleidscycli binnen publieke organisaties.
hoe
te zorgen dat datagestuurd werken wel
slaagt?
Start met een heldere datastrategie die kan fungeren als
een gezamenlijk vertrekpunt voor de hele organisatie.
Breng in kaart hoe de data je gaan helpen om inzichten te
genereren die leiden tot een beter gebruik van middelen en
kanalen. Koppel de behoefte aan data science aan een concreet
maatschappelijk vraagstuk. Zo voorkom je het uitvoeren
van pilots puur om het pilots uitvoeren, en dragen de
data bij aan het beleid. Begin klein met gerichte experimenten,
om zo stap voor stap de mensen in de organisatie mee
te nemen en te enthousiasmeren. Directeuren van alle afdelingen
of domeinen moeten het onderwerp datagestuurd
werken omarmen, en er binnen hun eigen afdeling invulling
aan geven. Het draagvlak vanuit een directie is essentieel
om het datagestuurd werken van de grond te krijgen.
Hierbij is een samenwerking en uitwisseling van kennis en
data door alle afdelingen heen van belang. Vertrouw elkaar
en werk samen aan een centrale datacollectie – met transparantie,
privacy by design en onafhankelijkheid als ontwerpprincipes.
Het beheren en analyseren van deze data is
binnen een onafhankelijk team of stafafdeling te organiseren.
Hiermee maak je het mogelijk om, onafhankelijk van
de bedrijfsvoering en beleidswijzigingen, toch inzichten
uit data te verkrijgen. Zorg er vooral voor dat alles wat er gebeurt
in eenvoudige taal uitgelegd wordt, en dat alle inzichten
te herleiden zijn tot de bron.
7
\o&d C\o&d B{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WycvHA_lu18itlHU1nMlTsLDQILGVXybiI-gdNkzkVI ׭`׉	 7cassandra://H0E55sjYw37mRNkMFF7XQUIzIPxHHL54RR3YdqHUBIAͲn`׉	 7cassandra://B3OfYOjFFDTCUbsychzX-BMcRFnfWd0imeHOLK0KH408K`j ׉	 7cassandra://ZatWlW4bf6Raj0EsfAWCBsERpYnS-u0p5a1zPdJeOXM n:͠	\o!&d qנ\o&d p 4̻A9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
alles transactie
raakt infrastructureel
vertrouwen ingebakken
door losse interacties?
Tekst: Mariane ter Veen, director & lead data sharing bij adviesbureau INNOPAY
In april werd Alles transactie uitgeroepen tot het Managementboek van het Jaar. Hierin
voorspellen Chiel Liezenberg, Douwe Lycklama en Shikko Nijland (partners van adviesbureau
INNOPAY) de volgende internetfase, namelijk het ‘transactionele internet’. Ze
voorzien een verschuiving van institutioneel naar infrastructureel vertrouwen. Dit biedt
kansen om ontstane marktverhoudingen om te buigen naar een evenwichtiger situatie,
waarin eindgebruikers meer digitale zelfbeschikking krijgen.
och roept bredere databeschikbaarheid voor gemeenten
en overheidsdienstverleners ook vragen op.
Want zitten we met Common Ground wel goed qua
delen en veiligheid? En kan, als proces en data gescheiden
zijn, de regie teruggegeven worden aan de burger?
Transacties zijn er overal. Altijd wisselen hierbij twee actoren
waarde uit: de prestatie en tegenprestatie, ook wel levering
en betaling genoemd. Maar uitgewisselde waarde
heeft tegenwoordig vaak de vorm van ‘data-voor-data’, bijvoorbeeld
digitale diensten voor persoonsgegevens. Deze
uitwisseling kan plaatsvinden tussen personen onderling,
tussen de overheid en haar burgers, of tussen een bedrijf en
zijn klanten. Maar wat weten we eigenlijk van transacties?
En hoe vinden transacties plaats in een steeds verder digitaliserende
wereld?
vanwege het groeiende aantal
transacties dreigt het internet
door zijn hoeven te zakken
Een belangrijke rode draad in Alles transactie is ‘vertrouwen’.
Zonder vertrouwen, geen transacties. Door digitalisering
verandert de manier waarop transacties worden aangegaan,
en ook hoe het daartoe benodigde vertrouwen wordt
georganiseerd. Eerst bood het internet geen ideale bodem
voor transacties. Men kocht liever in de winkel dan online.
Maar het internet heeft zich de afgelopen decennia ontwik8
T
keld
tot een belangrijk handelskanaal, aangezien allerlei
platforms het benodigde vertrouwen alsnog konden regelen.
Platforms regelen immers ‘institutioneel vertrouwen’
voor de partijen in hun markt.
data als ruilmiddel
Een trend is handel op basis van data. In ruil voor persoonsgegevens
krijgen we alsmaar meer diensten ‘gratis’. Ondertussen
krijgen de aanbieders ervan steeds meer grip op ons
leven en op de samenleving als geheel. Een taxi bestellen,
een appartement boeken, contact houden met je vrienden:
al deze diensten worden nu gebaseerd op data, die bovendien
vaak in handen zijn van één of twee dominante marktspelers.
Van hun diensten worden klanten steeds afhankelijker;
en om de alsmaar verder doorontwikkelende tools te
kunnen blijven gebruiken, geven ze nog meer data af. De
data-benefit balance lijkt zoek. Ondertussen nemen de aantallen
transacties exponentieel toe, en zijn we in de fase van
het transactionele internet beland.
het transactionele internet
De transactionele internetfase zal op korte termijn beginnen
met een spectaculaire groei van het aantal digitale
transacties. Hiervoor zijn er drie belangrijke aanjagers.
Ten eerste komen er omvangrijke nieuwe groepen actoren
online, zowel consumenten als bedrijven, die op zich al het
aantal transacties sterk verhogen. Denk aan de enorme toename
van het Aziatische internetgebruik. In landen als
China en India krijgen de komende jaren circa 1,2 miljard
mensen toegang tot het internet, waarop ze vervolgens
steeds meer sociale en economische activiteiten ontplooien.
׉	 7cassandra://B3OfYOjFFDTCUbsychzX-BMcRFnfWd0imeHOLK0KH408K`j \o&d D׉E mariane ter veen: ‘door
digitalisering verandert
de manier waarop transacties
worden aangegaan,
en ook hoe het daartoe
benodigde vertrouwen
wordt georganiseerd.’
\o&d E\o&d D{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4ne4rZc1M9BBVNkBVWGmkIqfy4PUlvDZS6SBtnMt5Wo `׉	 7cassandra://Hb8lO__j7kAiXZbtsWXbdeVXAXElfnRKuPu3ND9G0Rg͹`׉	 7cassandra://6ajtNZ8IjiH3Uq3edw8hOldDAXJdPfsDyqb25bw1Nw41`j ׉	 7cassandra://thDLIFDyc0HRQAs3OI8bXswLXKJGaZVuUDzSDuLL7vY C'͠	\o%&d zנ\o!&d s ̚9׉Hhttp://www.allestransactie.nlGׁׁrנ\o!&d t 9׉Hhttps://youtu.be/VFYtyPv3VBQGׁׁrנ\o!&d u t ̣9׉H ;https://verdraaideorganisaties.nl/introductie/samenvatting/Gׁׁrנ\o!&d v nՁU9׉H `https://www.andersvasthouden.nl/wp-content/uploads/2017/09/anders_vasthouden-inkijkexemplaar.pdfGׁׁrנ\o!&d w M59׉H `https://www.andersvasthouden.nl/wp-content/uploads/2017/09/anders_vasthouden-inkijkexemplaar.pdfGׁׁrנ\o!&d x 06@9 ׉S G
ׁׁrנ\o!&d y 2̮M9 ׉S G
ׁׁr׉Exartikel
Ten tweede stijgt het aantal transacties omdat er in de sharing
economy digitaal steeds meer peer-to-peer-uitwisselingen
digitaal worden gefaciliteerd. Dergelijke transacties
vonden voorheen vooral plaats in het interpersoonlijke,
niet-digitale domein. Het digitale alternatief verschaft echter
gemak, waardoor het eenvoudiger wordt dit soort transacties
online aan te gaan, ook als het om kleine bedragen
gaat.
De derde aanjager vormt het Internet of Things (IoT). Steeds
meer fysieke producten en apparaten krijgen een internetverbinding.
Hiermee komen er hele nieuwe groepen actoren
online. Gigantische aantallen auto’s, magnetrons, koelkasten
en lampen, om maar wat te noemen. Al deze things kunnen
in theorie transacties uitvoeren met andere actoren.
laat de burger meekijken en zo
mogelijk beslissen welke data hij
wel of niet wil delen met welke
overheidsorganisatie of partij
Bovengenoemde factoren veroorzaken alleen nog maar een
groei in handelstransacties. De multiplier bestaat uit de
vele datatransacties die aan elke transactie ten grondslag
liggen . Dit zijn alle losse interacties die bij de betrokken
partijen vertrouwen creëren. Hoeveel data worden er niet
uitgewisseld in het koopproces voordat je daadwerkelijk
een reis kunt boeken en betalen. Het zijn deze datatransacties
die de spectaculaire toename veroorzaken. Maar het
huidige internet ontbeert dit vertrouwen, waardoor het
niet a priori geschikt is als transactie-infrastructuur. Bedrijven
lossen dit op door er platforms bovenop te bouwen, die de
infrastructurele tekortkomingen moeten compenseren,
waarin er een paar Amerikaanse en Chinese partijen zeer
dominant zijn geworden. Deze aanpak lijkt voor de toekomst
echter onvoldoende. Sterker: vanwege het groeiende
aantal transacties dreigt het internet door zijn hoeven te
zakken, met serieuze risico’s voor alle betrokkenen.
datavoordelen terug naar burger
Hoe zorgen we dat we klaar zijn voor een wereld waarin
vrijwel letterlijk alles een transactie is? Hiervoor moeten we
overschakelen van institutioneel op infrastructureel vertrouwen.
Dit kan door customer in control centraal te stellen
als ontwerpprincipe van de infrastructuur. Alleen wanneer
vertrouwen ‘ingebakken’ is in de infrastructuur, zijn de
extra partijen (instituties, veelal platforms) die nu het vertrouwen
regelen niet langer nodig. Daarnaast moeten we
de data-benefit balance terugbrengen. In de praktijk komen
data op dit moment vooral ten goede aan de partijen die
hiervoor terdege zijn uitgerust, namelijk (overheids)organisaties
en hun platforms. Zij profiteren vooral van de op10
brengsten
die data genereren. De voordelen voor consumenten
van de mede door hen gegenereerde transactiedata
staan inmiddels in geen verhouding tot die van hun tegenpartijen.
De balans moet weer in evenwicht worden gebracht,
richting consument. Deze balans kan worden hersteld
door de consument de controle over ‘zijn’ data terug te
geven.
common ground
Wanneer we ons op overheidsdiensten focussen is Common
Ground een veelbelovende stap voorwaarts in het
doorbreken van de vertrouwensparadox en het terugbrengen
van de data-benefit balance richting burger. Common
Ground creëert een architectuur waarin de data organisatorisch
en technisch gescheiden worden van de processen.
Het loskoppelen van de data- en proces-lagen zorgt ervoor
dat data nog maar op één plek ‘leven’, waardoor ze ook
slechts op die plek gemanaged en beveiligd hoeven te worden
– én herbruikbaar zijn zonder onnodig gekopieer. Dat
maakt de weg vrij om deze data daarna ook breder te kunnen
inzetten, en ze zo te kunnen uitwisselen binnen gemeenteafdelingen,
tussen overheidsinstanties onderling,
of ze zelfs te kunnen delen met maatschappelijke instanties.
Dit zal nieuwe ontwikkelingen en de bijbehorende
vragen met zich meebrengen, zoals: hoe ontwerp je processen
waarbij de burger centraal staat? En hoe waarborg je inclusiviteit,
zodat alle burgers erin mee kunnen gaan?
consent–infrastructuur
Een belangrijke volgende stap is het – zo veel mogelijk –
teruggeven van het datamanagement aan de burger. Laat de
burger meekijken en zo mogelijk beslissen welke data hij
of zij wel of niet wil delen met welke overheidsorganisatie
of partij, en stel hem of haar in staat om hierbij de juiste benefits
te onderscheiden én te ontvangen. Om dit te realiseren
is er een door de overheid (of breder) gedeelde instemmings-
ofwel consent-infrastructuur nodig, waarin burgers
makkelijk kunnen aangeven wat ze wel of niet willen delen
en met wie. Als Common Ground werkelijkheid wordt en
de dataprocessen gescheiden zijn, moet er een infrastructuur
komen waarin burgers kunnen aantonen wie ze zijn,
én aan wie ze welke consent geven voor welke processen.
Een randvoorwaarde hiervoor is dat iedere burger gebruik
kan maken van een digitale identiteit. Daarnaast moet er
geregeld worden dat burgers op een uniforme manier toestemming
kunnen geven om hun data te gebruiken – de
gedeelde consent-infrastructuur. Het opzetten van zo’n infrastructuur
zou in de NL DIGIbeter agenda opgenomen
moeten worden om Nederland klaar te stomen voor het
transactionele internet.
Meer weten?
Het boek Alles transactie is nu verkrijgbaar via
www.allestransactie.nl.
׉	 7cassandra://6ajtNZ8IjiH3Uq3edw8hOldDAXJdPfsDyqb25bw1Nw41`j \o&d F׉Exander jongejan
in wat voor wereld
leven wij?
Aquaman, een superheld uit de DC Comics, maakte zijn
debuut in 1941. Vorig jaar werd zijn verhaal opnieuw verteld
in een film met Jason Mamoa in de hoofdrol.
Atlanna, koningin van Atlantis (Nicole Kidman), is op de
vlucht voor het leger van Orin (Patrick Wilson). Orin wil
Ocean Master worden, zodat hij kan heersen over de hele
onderwaterwereld, én dan ook de bovenwereld kan vernietigen.
Zij ontmoet vuurtorenwachter Tom Curry
(Temuera Morrison), en ze krijgen samen een kind,
Arthur. Deze jongen (Mamoa) ontdekt gaandeweg dat
hij bijzondere gaven heeft. Hij kan communiceren met
dieren onder water, heel hard zwemmen en een prima
potje vechten. Ook boven water kan hij zich heel best
redden. Als afstammeling van een koningin van Atlantis
wordt er een beroep op hem gedaan om de oorlog te
stoppen. Dat lukt. Zijn belangrijkste gave blijkt te zijn dat
hij gescheiden werelden kan verenigen, onder en boven
water.
Sinds Verdraaide Organisaties van Marius Buiting en
Wouter Hart weten we dat wij de bovenwereld ook in
verschillende werelden hebben opgedeeld: de leefwereld
en de systeemwereld. Hun boek is goed aangeslagen.
Meer dan 50.000 exemplaren zijn ervan verkocht en ook
de termen zijn nu goed ingesleten. Werken vanuit de
bedoeling – natuurlijk is dat waar het om gaat. Regels en
procedures moeten behulpzaam zijn bij het zoeken naar
een oplossing van een probleem, niet belemmerend. Een
welkome boodschap die door meer organisatieadviseurs
wordt gepredikt. Wouter Hart doet er met Anders Vasthouden
een schepje bovenop. Meer verantwoordelijkheid
voor professionals, woorden naar mijn hart. Zo werken
we meer vanuit de bedoeling.
Van de indeling in verschillende werelden begin ik wel
last te krijgen. Onlangs hoorde ik een hoogleraar
Bestuurskunde vertellen over de ontwikkeling van de
overheidsrollen. Moeiteloos hanteerde hij de begrippen
systeem- en leefwereld. Alsof het vanzelfsprekend is dat
die twee werelden naast elkaar bestaan en dat er onderlinge
strijd is. De woorden overheid en systeemwereld
werden synoniem – daar groeit dan mijn verzet.
regels en procedures moeten
behulpzaam zijn bij het zoeken
naar een oplossing van een
probleem, niet belemmerend
Door steeds te benadrukken dat ‘wij vanuit de systeemwereld
werken en denken’ zetten we onszelf onnodig
buiten de leefwereld. Gemeenteambtenaren en bestuurders
staan niet buiten de leefwereld – ze zíjn de leefwereld.
Ze wonen in de wereld waarin ze werken. Ze zijn lid
van de lokale volleybalvereniging. Ze vragen zelf vergunningen
aan. Ze wonen naast klanten. De gemeente is een
deel van de samenleving.
De systeemwereld is onderdeel van de leefwereld, zoals
Atlantis onderdeel is van de aarde. Met dank aan Aquaman.
Tekst:
Xander Jongejan, manager dienstverlening
bij de gemeente Leeuwarden en schrijver
11
\o&d G\o&d F{בCט   {u׉׉	 7cassandra://if1896O894fWUJvAe6_EjSkkuepBU5B11S4-N0FuDBA n`׉	 7cassandra://cxcMjmA4ZRn-J3V1wwBczey5UD6WxWUcp3mtROH2g7I`׉	 7cassandra://hpyfCEOv7LTGns0sZcFiQeZ8mLItq9H9GObnT6HYMuU=2`j ׉	 7cassandra://oKoBt5VMy7NTgHk9bi7UM_83vX_kgkKrXhVcoOWjBnU ͠	\o'&d ~נ\o%&d } .̴L9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
dienstverlening
׉	 7cassandra://hpyfCEOv7LTGns0sZcFiQeZ8mLItq9H9GObnT6HYMuU=2`j \o&d H׉E is een vak
belastingdienst
en
Tekst: Marc van der Geest, tekstschrijver
Communiceren met de burger – de Belastingdienst weet dat het moet.
Maar hoe? Vaak lijkt het uit te draaien op hoe niet. Zoals pijnlijk duidelijk
wordt in het boek De brievenbus van mevrouw De Vries over een oude,
gehandicapte dame die gedurende acht jaar tweeduizend officiële brieven
van instanties ontvangt over busjesvervoer, thuiszorg, hulpmiddelen; met
instructies, formulieren, mededelingen en vragen. Hoe moet het dan wel?
Bas Volleberg, Petra van Santen en Carla Jonker delen hun inzichten.
D
at communicatie een vak is, beseffen tegenwoordig
velen. Het laatste congres van Gebruiker Centraal
trok ruim 500 bezoekers, en elke zichzelf respecterende
organisatie heeft inmiddels dienstverlening, klantcontact
of service design in haar strategie. Maar wat is de volgende
stap? Hier een aantal visies van betrokkenen.
totale klantreis in kaart
Bas Volleberg is coördinerend communicatiespecialist binnen
de Belastingdienst.
Hoe zie jij de dienstverleningsrol?
‘Bij de Belastingdienst is juridische juistheid cruciaal. Maar
voor belastingbetalers speelt er ook iets anders. Als zij zich
goed geholpen voelen, houden ze zich eerder aan de regels.
Dus investeren in goede dienstverlening loont. Je gaat
samen zitten om de totale klantreis in kaart te brengen.
Daarbij komen er vele belangen en zienswijzen samen, dus
dat vraagt om tact van de dienstverlener.’
als specialist dienstverlening
vertolk je de stem van buiten,
van burgers en ondernemers
Wat voegen dienstverleningsspecialisten toe?
‘Dienstverleners hebben vakkennis over het totale traject
dat klanten doorlopen – over het gedrag van verschillende
klantentypen, en over alle kanalen die we wel én nog niet
gebruiken. Met die kennis adviseer je integraal. Dus dat
vanaf moment dat je klanten zich gaan oriënteren totdat
ze beseffen: “ik doe het goed”.’
Botst die dienstverlenersrol niet met de communicatierol?
‘Dat geloof ik niet. De vakgebieden lopen enigszins in elkaar
over, de grens vervaagt soms. Maar zolang je die scheiding
niet te scherp maakt en verder on speaking terms blijft,
versterk je elkaar juist.’
paaltjesroute en stem van buiten
Petra van Santen is afdelingshoofd Digitaal bij de Directie
Klantinteractie & -services van de Belastingdienst.
Is er een duidelijke richting in de dienstverlening aan te
wijzen?
‘Het vak dienstverlening moet volwassen worden, met een
vaste plek aan tafel. Om te beginnen is een goede dienstverleningsdefinitie
onmisbaar. En dat is níét alleen maar
“klantenservice”. We moeten ons gaan richten op wat ik
“primaire dienstverlening” noem. Neem IKEA: je gaat erheen,
kiest je meubel en zet het thuis in elkaar. Je gaat alleen
terug om nóg een meubel te kopen. Als er een schroefje
ontbreekt, is de klantenservice er om je te helpen. Maar
de organisatie is vooral gericht op perfecte primaire dienstverlening:
voorkómen dat dat schroefje ontbreekt.
Dat dienstverleningsdenken heeft de overheid nog niet
echt. We focussen vooral op het secundaire proces. Maar de
focus moet op het primaire proces zijn: wat heeft de burger
nodig, wat is zijn doel, wat kunnen we aanbieden om dat
doel te bereiken?’
De dienstverlener moet het grotere geheel zien?
‘We weten uit de gedragswetenschap dat mensen van routine
houden. Maar dat is lastig bij overheidsprocessen: mensen
doorlopen ze niet vaak genoeg om de werking goed te
snappen. Hoe los je dat op? Ik vergelijk het vaak met een
paaltjesroute. Als jij in een nieuwe stad komt, en je volgt
zo’n route, dan hoef je niet die hele stad te kennen om je
13
\o&d I\o&d H{בCט   {u׉׉	 7cassandra://B2Cwtx-OgmJJWSV8yVGyeclDB5lW_5PWXxRoJY2J7jQ `׉	 7cassandra://kpfNGCUIpaqrvfsI9iqqaFwC0qDv7Tjxw9uelT-4RMAͳ)`׉	 7cassandra://-9drfkKMc4HJBDdurAjg29HVE2JjFmFo1c3gQyKy2b49`j ׉	 7cassandra://5bZBwD-8sJ4ptossoHIPzydk778dyNcBe_t7zQXsQ0s ͠	\o*&d נ\o'&d  !1{9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ\o*&d  	̩%9ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׉ERartikel
weg te vinden. Zet daarom als dienstverlener een paaltjesroute
uit, zodat de volgende stap helder is. Voor zo’n heldere
route moeten dienstverleningsspecialisten vanaf het
begin meepraten over projecten waarin klantcontact een
rol speelt.’
we moeten ons gaan richten op wat
ik ‘primaire dienstverlening’ noem
Hoe verhoud je je daarbij tot de andere bedrijfsonderdelen?
‘Business is van het wat – wat voor resultaat wil ik bereiken?
Communicatie stelt vast wie de doelgroep is, kijkt naar
omvang en segmentering ervan, geeft modaliteiten aan
zoals een tone of voice, en adviseert hoe je boodschap te
verspreiden. En IT en Dienstverlening zijn samen van het
hoe: zij moeten kennis hebben van alle digitale producten,
samen oplossingen zoeken, weten hoe de burger zich
beweegt. Dat alles met het besef dat digitalisering niet
automatisch leidt tot een betere dienstverlening.
Als specialist dienstverlening vertolk je de stem van buiten,
van burgers en ondernemers. Andere collega’s moeten
daarvan het belang inzien. Maar daarvoor moet je zélf de
boer op, en niet te bescheiden zijn. Voortdurend aangeven
bij collega’s: Heb jij een probleem in je proces? Doen te weinig
mensen aangifte? Kom bij ons – wij maken dat in orde.’
Voor die positieversterking moet het vak dienstverlening wel
volwassen worden.
‘Iedereen knikt als je zegt dat dienstverlening beter moet.
Maar het fundament ontbreekt nog. We verwachten dat
een nieuwe baliemedewerker of redacteur die dienstverlening
gewoon beheerst, maar dat is niet zo. We zijn nu met
de Hogeschool Utrecht een traject gestart om te kijken
welke kennis en vaardigheden een dienstverlener zou moeten
hebben. Die kunnen bijvoorbeeld onderdeel worden
van een specialisatie bij opleidingen als communicatie,
journalistiek en vormgeving. Dat papiertje kan dan weer
een voorwaarde zijn bij het aannemen van nieuwe mensen.
Zo breng je klantgericht denken en werken écht over.’
communicatiestudenten zien
communicatie vaak als coole
campagnes en mooie merken
in sociale media
aparte studie dienstverlening
Carla Jonker is docente Communicatie aan de Hogeschool
Utrecht
Heeft dienstverlening een link met de huidige studie
Communicatie?
‘Er zijn veel aanknopingspunten. Wij leiden professionals
op om het hele proces te overzien. Wat wil de klant, wat
zijn de organisatiedoelen? Studenten moeten leren dat een
overheidsorganisatie een groot, complex systeem is.’
Maar niet elke communicatiestudent droomt van een
carrière als dienstverlener ...
‘Communicatiestudenten zien communicatie vaak eerst
als coole campagnes en mooie merken op de sociale media.
Maar je ziet ze wel steeds meer lol krijgen in dit soort
communicatie. In de huidige afstudeerrichtingen zit
dienstverleningsdenken ook verweven. Bij consumer communication
is klantgedrag bijvoorbeeld heel belangrijk.’
als belastingbetalers zich
goed geholpen voelen, houden
ze zich eerder aan de regels
En een aparte studie Dienstverlening – zit dat erin?
‘Het zou interessant zijn om, als aanvulling op andere
opleidingen, een hbo-master te creëren. Wat moet daarin
centraal staan? Perceptie van het interne en externe umfeld,
ketendenken, concepten als data-driven design. Maar vooral:
empathisch vermogen! Onderkennen dat niet iedereen
hetzelfde is, zien waar iemand vandaan komt. Zo voorkom
je dat je mensen steeds van het kastje naar de muur stuurt.
Maar ook empathie naar collega’s is essentieel. Zodat je écht
een brugfunctie kunt vervullen tussen klant, ICT en business.’
Meer
weten?
Stephan Steinmetz
De brievenbus van mevrouw De Vries – Gekmakende post van
onze (semi-)overheid
Atlas Contact, Uitgeverij (2013)
14
׉	 7cassandra://-9drfkKMc4HJBDdurAjg29HVE2JjFmFo1c3gQyKy2b49`j \o&d J׉E `Lees
inGovernment
Online!
15
Word
gratis
online
abonnee!
Ga naar
inGovernment.nl
en meld
je aan
\o&d K\o&d J{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1b7tBU428sa0N1xmKslRHEh3yBEgtX1XdIQ5gE0hhV0 F`׉	 7cassandra://-JQevRxpzi5FU630Qt_AJBv1P_YsrHAdMJLHwW88tEwͿo`׉	 7cassandra://8S2d5AQ-AWUpn-tQnQ4EZi2-ltFlBjkfStMg50qkjr46K`j ׉	 7cassandra://LyGkwrI_6oudhiEvcUwKSVEfmMAs9-atbMNIMsU-O28 b7͠	\o,&d נ\o*&d  7li9׉Hhttp://www.aeno.nlGׁׁrנ\o*&d  xa9׉Hhttp://www.aeno.nlGׁׁrנ\o*&d   ̩9׉Hhttp://www.aeno/subsidiesGׁׁrנ\o*&d  :̦M9 ׉S G
ׁׁrנ\o*&d  {9׉Hhttps://allesuitjezelf.nl/Gׁׁrנ\o,&d  ̭9ׁHhttp://www.aeno.nl/subsidies.ׁׁЈנ\o,&d  pd9ׁHhttp://www.aeno.nlׁׁЈנ\o,&d  ZƁY9ׁHhttp://www.aeno.nlׁׁЈנ\o,&d  w9ׁHhttp://allesuitjezelf.nlׁׁЈ׉Eartikel
‘enthousiaste benadering
zet mensen in beweging’
a&o-fonds gemeenten ondersteunt
veranderkracht gemeenten
Tekst: Marjan Arenoe, tekstschrijver
Veranderingen waarmee alle gemeenten te maken krijgen, zijn digitalisering,
nieuwe dienstverleningsconcepten en een andere omgang met mondigere
burgers. Deze kenteringen transformeren het gemeentewerk en worden door
het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds Gemeenten op de voet gevolgd. Voor
welke informatie, ondersteuning of inspiratie kun je bij dit fonds terecht?
H
et A&O fonds Gemeenten (hierna: A&O) helpt
gemeenten het verschil te maken in de samenleving,
met een breed palet aan kennis, netwerken,
ondersteuning en inspiratie om bij te dragen aan vitale en
wendbare gemeentelijke organisaties. De ontwikkelingen
hebben gevolgen voor zowel de gemeenten als hun medewerkers.
Zo is er behoefte aan andere vaardigheden en
gedrag. Marcel Fluitman, wethouder in de gemeente Zeist
en bestuurslid van A&O, ziet het dagelijks in de praktijk.
‘De relatie tussen burgers en overheid wijzigt zich. Het is
niet meer de overheid die bepaalt. Steeds meer zaken
gebeuren in co-creatie met burgers en in netwerken met
ketenpartners. Dat vraagt om anders werken, waarbij digitalisering
vaak een sleutelrol speelt.’
Ook organiseren verschillende beroepsgroepen in de
gemeentelijke sector zich in verenigingen en platforms.
Daarbij is het cruciaal om inhoudelijke kennis uit te wisselen
en vakkennis op peil te houden. Het fonds ondersteunt
gemeenten bij dienstverleningsoptimalisatie en de aanpassingen
die dit van medewerkers vergt. ‘Om die ondersteuning
voor gemeenten zo effectief mogelijk te maken, is
het van belang dat A&O en de Vereniging Directeuren
Publieksdiensten (VDP) samenwerken’, zegt Fluitman.
‘Publieksdiensten staan vol in de wind. Het fonds heeft de
laatste vier jaar verscheidene onderzoeken gedaan naar
digitaliseringseffecten op het werk van gemeenten. De
publieksdiensten kwamen daarbij naar voren als een functiegroep
die snel te maken krijgt met de ingrijpende gevolgen.’
Hiervoor heeft het fonds nu, samen met partijen zoals
de VNG en VDP, een programma ingericht. Het doel is
medewerkers te helpen om een duidelijk beeld te krijgen
van hun eigen mogelijkheden en vaardigheden, en zo te
onderzoeken wat voor werk daarbij zou kunnen passen.
Dat gebeurt aan de hand van gesprekken en bijeenkomsten
door het hele land, en ook via bijvoorbeeld een online-platform.
‘Individuele medewerkers dienen zelf besluiten te
nemen en stappen te zetten. Wij leggen via het fonds contacten
tussen de beroepsgroep en andere sectoren, zodat
men over en weer kan ontdekken wat men voor elkaar kan
betekenen.’
Marcel Fluitman (bestuurslid A&O fonds Gemeenten): Steeds meer zaken
gebeuren in co-creatie met burgers en in netwerken met ketenpartners.
16
‘wij leggen via het fonds contacten
tussen de beroepsgroep en andere
sectoren, zodat men over en weer
kan ontdekken wat men voor elkaar
kan betekenen’
beeld: kees winkelman
׉	 7cassandra://8S2d5AQ-AWUpn-tQnQ4EZi2-ltFlBjkfStMg50qkjr46K`j \o&d L׉EHet fonds werkt in de dagelijkse praktijk samen met de andere
A&O-fondsen van Rijk, waterschappen en provincies.
Het idee is om deze samenwerking de komende jaren te
verbreden naar de woningcorporaties en energiesector
om de mobiliteit tussen sectoren te faciliteren. ‘Dit is een
logische beweging, gezien de energietransitie en woningopgave.
Daar is straks veel werk,’ zegt Fluitman.
enthousiaste aanpak
Medewerkers dienen te beseffen dat hun werk verandert
en dat ze erover na moeten denken wat dit voor hen betekent.
Jan Fraanje, directeur van de VDP, vindt samenwerking
met het A&O-fonds daarom belangrijk. ‘Sommige
mensen durven en doen alles, anderen hebben ondersteuning
nodig. Je kunt ze met een goede en enthousiaste aanpak
in beweging krijgen. Dat vraagt positieve aandacht en
ruimte voor ieder individu.’ Het fonds heeft onlangs een
online e-learning-omgeving opgezet (allesuitjezelf.nl) waar
medewerkers hun loopbaanontwikkeling kunnen bevorderen
zonder dat de werkgever meekijkt. De site bevat online
modules waarmee mensen hun talenten kunnen verkennen.
‘Het lijkt simpel, maar die instrumenten werken echt.’
Meer weten?
Kijk voor het complete aanbod van activiteiten en bijeenkomsten
op www.aeno.nl
Petra Kras, teammanager Burgerzaken Purmerend
‘veranderingsbereid zijn
is niet vanzelfsprekend’
‘We zitten volop in het verandertraject om Burgerzaken klaar
te stomen voor de veranderingen die op ons afkomen. Samen
met de groep hebben we een visie plus scenario’s ontwikkeld.
Aan veranderingsbereidheid moet je werken. We steken
overal ons licht op, bij andere gemeenten, bij de kennis van de
Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, en bij het A&Ofonds
Gemeenten. Hun kracht is dat ze inspelen op wat er
nodig is, op de vraagstukken die er liggen bij gemeenten. Het
aanbod sluit daar prima op aan. Bij het NVVB-congres bood
het fonds de medewerkers bijvoorbeeld een spel aan om zich
te beraden op de toekomst. “Hoe verandert het werk? Heb ik
de competenties daartoe in huis?” We zagen als leidinggevenden
hoe daarmee op een speelse, maar ook inhoudelijke
manier de discussie en het denken te stimuleren was. Zoiets
levert echt een bijdrage, mogelijk ga ik het voor mijn team
gebruiken. Sowieso stimuleer ik medewerkers om naar de
regiobijeenkomsten van het fonds te gaan, al kunnen ze
natuurlijk niet allemaal tegelijk.’
activiteiten a&o
Het fonds organiseert samen met gemeenten tal van activiteiten en bijeenkomsten. Het aanbod is te vinden op
www.aeno.nl. Voorbeelden zijn: leerateliers leidinggevenden Omgevingswet, medewerkersbijeenkomsten Burgerzaken,
de Meester in je werk-week, en de Summer school. De ESF-projecten Grip op groei, Grip op loslaten, Bruis (vitaliteit)
en Digiduurzaam zijn gericht op de duurzame inzetbaarheid en bewustwording van medewerkers. Gemeenten
die zelf aan de slag willen met vraagstukken, kunnen gebruik maken van de Innovatieve Agenda die samen met
gemeenten is opgesteld. De onderwerpen daarvan zijn organisatieontwikkeling (werken in netwerken) en bewust
inzetten van gemeentelijke rollen, ontplooiing van de medewerker met het accent op orga ni satiecultuur, en rol
leidinggevenden en medewerkers.
Kijk hiervoor op www.aeno.nl/subsidies.
17
\o&d M\o&d L{בCט   {u׉׉	 7cassandra://--44DPsvR5okNTquvMrcIet1nc_xq7x2Re6fzBYQ2m8 e1` ׉	 7cassandra://4MYdz-ARjGqgnkZiJ0I-tL3jPqOnMLaRih8Y0yHDirUͧ`׉	 7cassandra://JlVqk0CZVL_dhidzexP2BjqBryjSKRvsM0pmCK7IdRQ6`j ׉	 7cassandra://JTVhT50gTdFrTMqf5ey6D7vkmV7ZMH3exbWAMIhUmxw G͠	\o.&d נ\o,&d  1P9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
de kracht van se
betrokkenheid
communicatiestijl en participatievorm
Tekst: Anne van de Meerakker, onderzoeker bij Citisens, bureau voor online publieksonderzoek
Een gefundeerde communicatie- en participatiestrategie opstellen die rekening
houdt met de wensen en voorkeuren van verschillende inwoners? Ja, graag! Maar
hoe categoriseren we inwoners zowel op hun betrokkenheid bij de gemeente en
haar projecten als op hun vertrouwen hierin? Afgezien nog van onze communicatiestijl
en hun participatievorm. Het onderzoeks- en communicatiebureau Citisens aan
het woord.
H
et is inmiddels wel duidelijk dat dé inwoner niet
bestaat. Maar hoe kan, in een wereld waarin participatie
en betrokkenheid steeds belangrijker worden,
een gemeente haar inwoners dan wel bereiken? Nou, door
bijvoorbeeld slim gebruik te maken van de beschikbare
kennis over hun voorkeuren en wensen. Via een segmentatiemodel
dat inzicht biedt in de onderlinge verschillen
tussen groepen, zodat je een participatievorm en communicatiestijl
kunt kiezen die past bij de inwoners van je
gemeente. Want zij willen best betrokken worden, maar
dan wel op een manier die aansluit bij hun wensen. En op
een moment dat het hun uitkomt, via een thema dat hen
bezighoudt.
segmenteren op betrokkenheid
Het is voor een succesvolle participatie niet voldoende om
inwoners op alleen sociaal-economische en demografische
kenmerken te onderscheiden. Uit onderzoek blijkt juist
het vertrouwen in de gemeente en de betrokkenheid van
inwoners bij hun leefomgeving bepaalt de mate van hun
participatie bij gemeente-initiatieven of -projecten.
De betrokkenheidsprofielen van Citisens bieden inzicht in
deze twee aspecten, en koppelen de data over sociaal-economische
indicatoren aan de mate van het vertrouwen en aan
de betrokkenheid van inwoners. Daarmee ontstaat er een
segmentatiemodel dat acht groepen inwoners onderscheidt,
die onderling verschillen als het gaat om vertrouwen,
participatievorm, communicatiestijl en betrokkenheid.
18
׉	 7cassandra://JlVqk0CZVL_dhidzexP2BjqBryjSKRvsM0pmCK7IdRQ6`j \o&d N׉Eegmenteren op
De koppeling van deze profielen aan een volledige postcode
zorgt ervoor dat je ze letterlijk kunt lokaliseren. Je hebt
daarmee de mogelijkheid om per regio, gemeente, dorp,
wijk of buurt aan te geven welke groepen inwoners er
wonen.
De acht groepen zijn:
1 Kritische Vernieuwers
2 Stadse Nomaden
3 Geïnformeerde Gezinsdrukte
4 Gevestigde Beïnvloeders
5 Zelfbewuste Aanpakkers
6 Zorgzame Senioren
7 Honkvaste Buurtbewoners
8 Eigengereide Digitalen
Voor iedere groep wordt er nu een kenmerkend antwoord
geformuleerd wanneer aan hen wordt gevraagd om mee te
doen of mee te denken. Dit is te zien in de figuur hieronder.
je kan wel voorspellen, maar hoe werkt dat in
de praktijk?
Wij starten ieder traject met een strategische analyse van
de wijk, buurt of omgeving waar het om gaat. Zo krijgen we
inzicht in de betrokkenheidsstijl binnen het gebied. Wat zijn
de motieven van mensen om te participeren? En wat belemmert
ze? Hoe zit het met de interactie tussen de verschillende
groepen? Lopen er groepen de kans om niet gehoord
te worden wanneer er wordt gekozen voor de bekende
instrumenten zoals een inloopavond en wat kunnen we
daaraan doen? Dat zijn de vragen waar wij ons dagelijks
mee bezighouden. We bieden gemeenten handvatten om
mensen in beweging te krijgen, en adviseren over de tone of
voice, kanalen en middelen. Vaak zoomen we daarbij in op
de specifieke context en communicatievoorkeuren van de
verschillende groepen. We doen hier een greep uit wat we
al weten.
19
\o&d O\o&d N{בCט   {u׉׉	 7cassandra://j2H9CN4aX22Zi6WLIpmV5f6Hqm4OoVzKFe2q0Nd7Z4I ǋ`׉	 7cassandra://bocOrcthFKHqrFrsJRKY7CqPg7sIssSDOQC7WQkYwp8<`׉	 7cassandra://RpWATY6_yF8TxDKsyn9129iDT3jXl3PHqEJqYNILSoo;m`j ׉	 7cassandra://Ee7TWQhWDI9X-9VqY2TsbD91U0GCvFe3zVbwSySRzDE f͠	\o.&d נ\o.&d  6̪F9 ׉S G
ׁׁrנ\o.&d  
"ށ9ׁH !http://citisens.nl/download/1994/ׁׁЈ׉Eartikel
communicatie-voorkeuren
Om inwoners tot participatie te motiveren, moet de gemeente
ze eerst bereiken. Als de gemeente haar boodschap
bij een zo groot mogelijk publiek wil overbrengen, moet ze
eerst inzicht hebben via welke kanalen de inwoners hun
nieuws zoeken. De Eigengereide Digitalen geven aan Facebook
te gebruiken om op de hoogte te blijven van actualiteiten
en nieuws. Een socialemedia-campagne past dus
goed bij deze groep. Maar de Zorgzame Senioren of Honkvaste
Buurtbewoners gebruiken internet amper om maatschappelijke
ontwikkelingen en initiatieven te volgen. Voor hen is
het juist een goed idee om de advertenties in het huis-aanhuisblad
te behouden.
participatie is niet voldoende
om inwoners op alleen sociaaleconomische
en demografische
kenmerken te onderscheiden
onderwerp-voorkeuren
Bereiken van inwoners is de eerste stap, maar hen er daadwerkelijk
bij betrekken gaat verder. Daarvoor is onder andere
inzicht nodig in de onderwerpen die de verschillende
groepen aanspreken. Elke twee weken wordt ons panel van
ruim 50.000 Nederlanders bevraagd om meer te leren over
de onderwerpen waarbij inwoners betrokken willen worden
en over hun mening wat betreft actuele thema’s. Wil je
als gemeente aan de slag met duurzaamheid in de wijk?
Voor Honkvaste Buurtbewoners speelt dat thema de komende
jaren helemaal geen rol, terwijl Kritische Vernieuwers aangeven
dat het voor hen hét belangrijkste onderwerp was om
naar de stembus te gaan. En wat vindt het panel van die ‘klimaatspijbelaars’
van afgelopen maart? Volgens Stadse Nomaden
duidelijk een uiting van betrokkenheid, een opvatting
die past bij deze groep waarvoor het onderwerp duurzaamheid
belangrijk is; volgens Zelfbewuste Aanpakkers
vooral ‘lekker een dagje vrij’.
Zuidlaren: creatief participatietraject
afgestemd op de doelgroep
De gemeente Tynaarlo wil komen tot een nieuw ontwerp
voor het huidige dorpscentrum van Zuidlaren.
Met behoud van het historische karakter, maar ook passend
bij de wensen voor de toekomst. En dat het liefst
in samenspraak met inwoners, ondernemers en andere
stakeholders. De betrokkenheidsprofielen zijn bij de
start van dit participatietraject gebruikt om een goed
beeld te krijgen van de inwonerssamenstelling en de
dynamiek tussen de groepen. Het viel op dat er in Zuidlaren
vooral Gevestigde Beïnvloeders, Zelfbewuste Aanpakkers
en Drukke Gezinnen wonen. Zowel de kennis
van hun motieven als hun belemmeringen om mee te
doen, hebben geholpen bij het vormgeven van het participatieproces.
Gevestigde Beïnvloeders doen mee
wanneer ze daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen,
en het niet alleen draait om ‘meepraten’. En Drukke
Gezinnen zul je niet zien op de klassieke inloopavonden
vanwege tijdsgebrek, terwijl juist hun kinderen de toekomstige
bezoekers van het centrum zijn. Een avond
alleen met de gemeente overleggen hoe het centrum
eruit moet komen te zien? Dat is voor Zelfbewuste Aanpakkers
een afknapper, want zij gaan liever zelf aan de
slag en willen concrete resultaten zien van de inspanningen
in plaats van dat ze met de gemeente om tafel
gaan. Met die kennis in handen is er een participatieproces
ontworpen dat niet alleen uitgaat van fysieke
bijeenkomsten maar ook van online consultaties zodat
inwoners thuis mee kunnen denken. Door deelnemers
bij alle activiteiten te vragen naar hun postcode, is het
telkens duidelijk welke groepen meedoen en of de input
die wordt opgehaald voldoende representatief is voor
de plannen in een bepaald gebied. Zo wordt er direct
getoetst of er sprake is van diversiteit aan belangen en
wensen.
20
׉	 7cassandra://RpWATY6_yF8TxDKsyn9129iDT3jXl3PHqEJqYNILSoo;m`j \o&d P׉E'conclusie
Meer weten?
Al met al is het belangrijk om bij de start van een traject de
juiste afwegingen te maken. Vaak heeft een gemeente zelf
al een beeld van de bevolkingssamenstelling van een bepaald
gebied. Het is dan fijn als men daarin bevestigd
wordt, zodat er een optimale keuze gemaakt kan worden
bij de inzet van communicatiemiddelen. Of er komen verrassingen
aan het licht, bijvoorbeeld als er zich ergens ‘onzichtbare’
groepen bevinden. Een analyse met de betrokkenheidsprofielen
levert in beide gevallen informatie op
waarmee de communicatie adequaat kan worden afgestemd.
Met de juiste argumenten op de goede plek, en met
een toon die aansluit bij hun belevingswereld. Zo kom je
er wel – en hoe eerder hoe beter. Dus aan de bak met die
betrokkenheid!
Van de methode is een brochure gemaakt met daarin uitgebreid
de 8 profielen beschreven. Deze brochure is te
downloaden via: http://citisens.nl/download/1994/
zowel de kennis van hun motieven als
hun belemmeringen om mee te doen,
hebben geholpen bij het vormgeven
van het participatieproces
21
\o&d Q\o&d P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://k7QW3W15imbhoL019buqsTVx5Yscz-V4MAxxb9I22hA `׉	 7cassandra://lfSiJzJPo9jRi9uTnYFNgG9yltAmMtcSNNwHul3MnMQO1`S׉	 7cassandra://pgOdoHammB-QRfceGYeTWFnOdT-f1Pp18_5zCmNd8g4`̵ ׉	 7cassandra://YrbSNT5L1uv8FbwF6HPejIE3-TQ3CaG09fQluSpO54A͠\o.&d נ\o.&d  2E9 ׉S G
ׁׁrנ\o.&d  iO-9׉H  https://www.publieksdiensten.nl/Gׁׁrנ\o.&d  o69׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ\o.&d  ̢&9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ\o.&d  ̢09׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁr׉Ecolofon
inGovernment is het online platform voor
de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment is als online magazine beschikbaar
via de website www.ingovernment.nl
en wordt verspreid via een online nieuwsbrief.
inGovernment verschijnt acht maal per jaar als
online magazine.
Jaargang 13, nummer 2 (juni)
issn: 2213-2228
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via
www.ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Partnerschappen
inGovernment is eigendom van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten.
De VDP nodigt partners in de publieke sector uit om
inGovernment coöperatief te realiseren. Ter aanvulling op nieuwsbrieven
en websites van vakverenigingen, kan inGovernment een
horizontaal platform bieden over alle betrokken domeinen heen
waarin onafhankelijk wordt gecommuniceerd richting een gezamenlijke
doelgroep. Partners ontvangen op basis van co-financiering een
positie in de redactieraad, mogelijkheid tot het leveren van inhoudelijke
bijdragen en verzending van het magazine aan de achterban.
U kunt uw interesse in het partnerschap kenbaar maken door een
e-mail te sturen aan vdp@publieksdiensten.nl
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als online abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.ingovernment.nl
22
׉	 7cassandra://pgOdoHammB-QRfceGYeTWFnOdT-f1Pp18_5zCmNd8g4`̵ \o&d R׈E\o&d S\o&d R{)InGovernment juni 2019 &Deze editie is verschenen in juni 2019\oġ