׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://lDuxjlNlo4qxG71qCy5RLHXy8KLMIQnfrdkzV--W904 `׉	 7cassandra://kaAA_4twNtbW3nDgEsMuuNH90uznfmMek9-WWv05auoQZ`S׉	 7cassandra://XmX4V0Qkjihb5YmSGi3M72DkpcV9FIZK1EuX916sVgs`̵ ׉	 7cassandra://v_rOydMpb-i8PePPHKxQ5F3tPH-we74VH_bA85eya7A 
@̂͠a:,wj3[ט   {u׈   frJ  ׈Ea:,wj3[׉E EBVL
DECEMBER 2021
JAARGANG 12 NR 2
Tijdschrift voor
LACTATIEKUNDIGEN
׉	 7cassandra://XmX4V0Qkjihb5YmSGi3M72DkpcV9FIZK1EuX916sVgs`̵ a:,wj3[Ɂa:,wj3[ȁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4upf4RlQC6a33bmrVWCBAfbdwBbS3iOUUTIoSzfv8OI `׉	 7cassandra://eLNOY5toKQcqRZHZBcCL_zIhMQTw4jGsqyWUF6EiN_8P`S׉	 7cassandra://5XryKbZrXgn7oy1Qg41vxe-hFWgiK-v1Ys1_rppGYIUu`̵ ׉	 7cassandra://z2b-fNxffD9BbmTAmhm1_hBpAl6Ht1uOHovNv4ZRQro  ͠a:,wj3[ט  {u׉׉	 7cassandra://ZWkJOawLeiZOZtY5Ku278J4n6ToxAkznZdx8E-w3mng #` ׉	 7cassandra://8AnBlo0VRa7IA2gfdGzLY_NT604Kx_dmYLgpDnP_2JIA`S׉	 7cassandra://IeEt67rl0iHP68O6erAwwU-jxvALYEUegBxZO8p7psE`̵ ׉	 7cassandra://i5EZYZ9ceCTe3eEFZfwHibs88B90tIWUS6AWbZVF-pILr͠a:,wj3[׉E׉	 7cassandra://5XryKbZrXgn7oy1Qg41vxe-hFWgiK-v1Ys1_rppGYIUu`̵ a:,wj3[׉E
BVL
Vanwege de redactie
Beste leden,
I
n september vond het jaarlijks BVL congres plaats, omwille van corona voor een tweede keer online.
We brengen hier graag een overzicht van de interessante presentaties van Prof. Dominique Declerck
over ‘Borstvoeding en Mondgezondheid’, Dr. Ann Verschelde over ‘Maternaal druggebruik, neonataal
abstinentiesyndroom en de gevolgen voor de borstvoeding’, Dr. Tim Walrave over ‘Lactatie als bescherming
voor maternale postpartum depressie’ en Prof. Eline Tommelein over ‘Courante psychofarmaca
in zwangerschap en borstvoeding’. Dr. Walrave deelde bovendien een interessant artikel over postpartum
psychose met ons.
Er kwamen recent enkele veranderingen in het hercertificeren als IBCLC. Lies Versavel, IBLCE coördinator
voor België en Nederland, geeft ons een overzicht van de vereisten voor de hercertificatie.
De COVID-19 vaccinatie was één van de belangrijkste items van het voorbije jaar. Borstvoedende moeders
werd oorspronkelijk afgeraden om te vaccineren omwille van gebrek aan onderzoek over het effect op de
borstvoeding en op het kind dat borstvoeding krijgt. Inmiddels beschikken we over voldoende bewijs dat
vaccineren ook veilig is bij borstvoeding. Voor hun onderzoek naar antistoffen in moedermelk deden Joke
Muyldermans, Kirsten Maertens en Eline Tommelein een literatuuronderzoek. Zij delen graag hun bevindingen
en wij kijken uit naar de resultaten van hun onderzoek.
Lactatiekundigen op een NICU afdeling, wat is hun meerwaarde? Sarah Vandervelpen en Tony Waterschoot
bogen zich over deze vraag en delen hun ervaringen op de NICU van AZ St. Jan in Brugge.
Stoppen met roken is wenselijk, maar niet gemakkelijk. Naast professionele begeleiding bestaan er farmaceutische
hulpmiddelen om een rookstop te ondersteunen. In welke mate zijn deze hulpmiddelen veilig tijdens
de zwangerschap en de lactatie? Christel Geebelen bespreekt de beschikbare rookstopmiddelen in België en
hun toepassing.
Heeft toedienen van probiotica het potentieel om diabetes type 1 te voorkomen? Prof. Dr. K. Casteels,
kinderendocrinologe verbonden aan UZ Leuven en haar team werken mee aan een internationaal onderzoek.
Lees in dit artikel hoe jij als lactatiekundige je steentje kan bijdragen aan dit onderzoek.
Minke Siesling laat ons opnieuw op haar manier reflecteren over onze zorg aan ouders. Zij zet ons aan het
denken over de rol van vaders en meemoeders in het voeding geven.
Tot slot wensen we jullie veel leesplezier en een prettig en veilig eindejaar toe!
De redactie
3
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://IeEt67rl0iHP68O6erAwwU-jxvALYEUegBxZO8p7psE`̵ a:,wj3[ˁa:,wj3[ʁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://E-6ydo8tc4TTLfLvRL0uPYwNEWAa1aLKZSSEpQhlbUQ X`׉	 7cassandra://UQ2Elw5wsZcW1LA3rmzMMYXvwiQIwE6nVnvnOJrLvloNd`S׉	 7cassandra://tnSnYY9LXs-Qugysc2ov9wX4Zn6W0ygKjKMZaqWbsV0`̵ ׉	 7cassandra://VjtXwXfzt-4SeMt0eFHMOrLfHouH8Hhf2DylH3hFU3A iU0͠a:,wj3[ט  {u׉׉	 7cassandra://-FC1b1q-ELyLz_iYfEMiKMcVwO7E0TP9MwJlwXDGWXY ǎ` ׉	 7cassandra://EToGh3pvZaCgDYIkxwx7RFL5lzBd_L1j7IvWJGWMvFE+`S׉	 7cassandra://j0D2JvpzMttGbSDDwu_LsG5Cu3ztVh8ZVghBHky80W0E`̵ ׉	 7cassandra://JbkCe4-7eZj2qnj62s28VSKxqCKZKq3lozsYQS9FG-gLz͠a:,wj3[׉E u06
16
25
31
HERCERTIFICEREN
ALS IBCLC
42
21
EEN UPDATE
35
40
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
4
׉	 7cassandra://tnSnYY9LXs-Qugysc2ov9wX4Zn6W0ygKjKMZaqWbsV0`̵ a:,wj3[׉EyBVL
Tijdschrift voor Lactatiekundigen
Inhoud
06 BVL Congres 2021
16 Een dreigende postpartumpsychose bij een 35-jarige vrouw
21 Hercertificeren als IBCLC - een update
25 COVID-19 vaccinatie tijdens de borstvoedingsperiode:
een samenvatting van de literatuur
31 Lactatiekundigen op een NICU: een meerwaarde?
Ervaringen uit de Neonatal Intensive Care Unit (NICU)
van het AZ Sint-Jan te Brugge
35 Rookstopmiddelen tijdens zwangerschap en borstvoeding
40 Kan toediening van probioticum de ontwikkeling van diabetes type 1 voorkomen?
42 Voeding geven, het kan op zoveel manieren...
5
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://j0D2JvpzMttGbSDDwu_LsG5Cu3ztVh8ZVghBHky80W0E`̵ a:,wj3[́a:,wj3[́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://n_4yIqDQED-zJ9REb3lWcak4IVvwWeUYE9L6N5-xJOA `׉	 7cassandra://qE0SR6LhyOcP8xUSDVvhe0UpcxMzAWMKF8h-_dd_AAIg`S׉	 7cassandra://Ij1WTsOSiaHAMoAhjCtz2x5HR__oMEOF3E0l52P43WM `̵ ׉	 7cassandra://-8CRE6Pwkcncx2JFKevfhRq1QH4aprAAKAr42u5O1ug,͠a:,wj3\ט  {u׉׉	 7cassandra://50qNTnTaLWR1LMh5CXDdMsUBCS9ZbDjzS4MRk8-aTLk M`׉	 7cassandra://xX6ACYfYYnXm2RH3BD9InX_RwqHNk_BVfoHVHqi-0j0d1`S׉	 7cassandra://wFQC1ddskxHam2VXjKmwBj1GkpUyN2ltf21nQRWdgK4``̵ ׉	 7cassandra://Dc5s3J2hQknRCWr2UNIdE3MvddVR_DYJg4E_37nykW4 p͠a:,wj3\נa:,wj3\ "9ׁHhttps://gezondemond.beׁׁЈ׉E%BVL CONGRES 2021
Op donderdag 30 september vond het jaarlijkse BVL congres plaats in de Rode
Bol in Gent. Door de pandemie opteerden we opnieuw voor een online-formule
waarbij de sprekers deze keer hun presentaties live brachten, terwijl de deelnemers
online konden volgen en in interactie konden gaan via de chatfunctie. Het
bleek een geslaagde formule te zijn met het voordeel dat de lezingen ook later
nog herbekeken kunnen worden. Hier brengen we een overzicht van de verschillende,
zeer interessante presentaties.
BVL Congres 2021
Borstvoeding en mondgezondheid
Prof. Dr. D. Declerck,
kindertandheelkunde en
bijzondere zorgverlening,
UZ Leuven
Een evenwichtige voeding
en gezonde eetgewoonten
vormen de basis voor
een optimale gezondheid,
een leven lang. Prof. Dr.
Dominique Declerck,
afdelingshoofd kindertandheelkunde
en bijzondere
zorgverlening aan
UZ Leuven, legt in haar lezing de link tussen
voedingsgewoonten in de eerste levensfase
en mondgezondheid.
Mondgezondheid is belangrijk voor de
algemene gezondheid en het welbevinden.
Tandcariës kunnen een behoorlijke impact
hebben. Een kind met tandcariës ondervindt
fysieke ongemakken, maar ook sociaal-emotionele
gevolgen. Pijn uit zich bij een jong
kind vaak in negatief gedrag, kieskeurig
zijn, niet willen eten, slecht slapen en
prikkelbaar tot agressief gedrag. Tandcariës
kunnen leiden tot infecties die antibioticagebruik
in de hand werken. Voor een kind
met cariës zijn pijnlijke handelingen vaak
noodzakelijk, waardoor een tandartsbezoek
als onaangenaam wordt ervaren.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
6
Tandcariës ontstaan door demineralisatie
van het harde tandoppervlak onder invloed
van een gedaalde zuurtegraad na voedselinname.
Demineralisatie vindt plaats ter
hoogte van de biofilm die de betrokken zone
van het tandoppervlak bedekt. Zodra de pH
terug stijgt, start remineralisatie: de mineralen
die uit het tandoppervlak vrij kwamen,
worden teruggeplaatst. Remineralisatie
duurt langer dan demineralisatie. Wanneer
er voldoende tijd is voor remineralisatie is
er een dynamisch evenwicht.
Micro-organismen aanwezig in de biofilm
zullen suiker omzetten in zuren en deze
zuren zullen het tandoppervlak etsen. Dit
zijn de zogenaamde ‘white spot lesions’ of
het begin van tandcariës. Om tandcariës te
voorkomen is het van belang om de biofilm
goed weg te poetsen. Dit gebeurt bij voorkeur
niet meteen na een maaltijd aangezien
de vrijgekomen mineralen dan samen met
de biofilm verwijderd worden en remineralisatie
niet kan plaatsvinden. Speeksel heeft
een bufferende werking, doch gedurende de
nachtrust produceren we minder speeksel.
Om deze redenen wordt aanbevolen om
tanden te poetsen meteen na het opstaan
’s ochtends en 2 uur na de laatste voeding
van de dag.
Borstvoeding is ontegensprekelijk de beste
voeding voor een baby. Ook voor de mond׉	 7cassandra://Ij1WTsOSiaHAMoAhjCtz2x5HR__oMEOF3E0l52P43WM `̵ a:,wj3[׉EYgezondheid is borstvoeding bevorderlijk.
Borstvoeding vermindert het voorkomen
van malocclusie in het melkgebit en is protectief
tegenover tandbederf tot 12 maanden.
Literatuur
toont wel aan dat het risico op
tandcariës toeneemt bij borstvoeding na de
leeftijd van 12 maanden.
Frequente voedingen en nachtvoedingen na
12 maanden verhogen het risico op tandcariës
aanzienlijk. Dit betekent zeker niet dat
borstvoeding moet stoppen. Wel moeten
ouders tijdig geïnformeerd worden over het
effect van frequente en nachtelijke voedingen
op de mondgezondheid en over het
belang van preventieve maatregelen.
Om een gezond gebit te behouden, ook bij
borstvoeding na 12 maanden, pleit
Prof. Declerck er voor om nachtvoedingen
tijdig af te bouwen en om extra aandacht te
besteden aan gezonde voedingsgewoonten
en mondhygiëne. Basisregels zijn hierbij een
goede reiniging met fluorhoudende tandpasta
2x per dag, een gezond voedingspatroon
bestaande uit 3 hoofdmaaltijden
en 2 tussendoortjes en het vermijden van
suikerrijke en zure tussendoortjes.
Prof. Declerck raadt volgende website aan:
https://gezondemond.be.
Maternaal druggebruik, neonataal abstinentiesyndroom
en gevolgen voor de borstvoeding
Dr Ann Verschelde,
kinderarts, diensthoofd pediatrie AZ St. Jan
Brugge Oostende campus Serruys
In België gebruikt tot ongeveer 20% van de
bevolking cannabis. De groep met het hoogste
risico zijn de kinderen bij wie de moeder
geen prenatale zorg volgden. Daarnaast
moet ook bij preterme geboorte en intrauteriene
groeiretardatie (IUGR) zonder
duidelijke oorzaak en bij cardiovasculaire
incidenten bij moeder of kind rekening gehouden
worden met druggebruik als mogelijke
oorzaak.
Het neonataal abstinentie syndroom (NAS)
is het ontwikkelen van ontwenningsverschijnselen
na de geboorte bij een neonaat
die in utero werd blootgesteld aan drugs.
Het gaat over een combinatie van neurovegetatieve,
cardiorespiratoire en gastrointestinale
symptomen.
Om te weten welke drug een moeder gebruikt,
levert een anamnese bij de moeder
vaak niet de juist informatie. Urine onderzoek
toont niet alle substanties. Daarom is
follow-up tijdens de zwangerschap essentieel,
zodat kan doorverwezen worden naar
gespecialiseerde centra en indien nodig
7
methadon kan opgestart
worden. Betere prenatale
zorgen geven een betere
postnatale uitkomst.
Bij de baby kunnen ook
bepaalde substanties opgespoord
worden, maar
ook dit levert niet altijd
resultaat op.
NAS kan problemen geven
met het centraal zenuwstelsel
(prikkelbaar,
hoge schrei, tremor, hypertoon, myoclonieen,
convulsies), metabool (zweten, koorts),
respiratoir (tachypnoe, neusvleugelen,
apnoe, verstopte neus, niezen, geeuwen),
gastro-intestinaal (braken, diarree, slechte
drinkgewoontes door excessief zuigen,
hyperphagia). Naast druggebruik kunnen
ook infecties, hypoglycemie, elektrolytenstoornissen
of hyperthyroïdie tot bovenstaande
symptomen leiden en moeten als
differentiaal diagnose overwogen worden.
Er bestaan scoring systemen om te beslissen
of bij NAS behandeling moet opgestart
worden. De meest gebruikte en gekende is
de Finnigan score. Hoewel dit instrument
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://wFQC1ddskxHam2VXjKmwBj1GkpUyN2ltf21nQRWdgK4``̵ a:,wj3[ρa:,wj3[΁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ERiB106BUqWWv5XbLe7qI_Eatpg5Mdn240degh8ZgnQ ` ׉	 7cassandra://7Kxy0CRvG4Ahv7ppE4DZHB6fcpft4OBMStHX_dTu_1Ai2`S׉	 7cassandra://yvAeh_YiEn4ieTbTDk7DU_5kq6xK958o-JvxSMUnTSc`̵ ׉	 7cassandra://DJulnShFwRbSFFBmkefgqaKlhBBJXUrVWonG0_SsSdQL͠a:,wj3\ט  {u׉׉	 7cassandra://ZRBxrcpOLSwMLGjMPh4IKWGqMz8BqebpyHK3K8jdSKc R)`׉	 7cassandra://vM3stBl8usagQ6_NqUmQeHn7J2NKAEPBXEjgF5pne2If`S׉	 7cassandra://UbR0bsq9kd5VpcDwHJdCe9Ykh_uYK2z2iZrUCUcU1Xk]`̵ ׉	 7cassandra://14w9EcdmQ1jgqncpWFYeQeEqwXVlasyVEH2BFvC9KUI͠a:,wj3\׉EBVL CONGRES 2021
eigenlijk gemaakt werd voor behandeling
na opioïden gebruik, wordt het ook voor andere
substanties gehanteerd omdat er geen
betere tool beschikbaar is. Andere tools zijn
minder handig in gebruik, gedateerd en
subjectiever te scoren.
Bij alcoholmisbruik kan NAS 1-2 dagen na
de geboorte optreden. Het kan enkel supportief
behandeld worden. Bij frequent
alcoholgebruik tijdens de zwangerschap is
het grootste risico foetaal alcohol syndroom
met aantasting van het centraal zenuwstelsel
met cognitieve en functionele schade,
groeiretardatie, cranio-faciale afwijkingen,
cardiale afwijkingen, renale afwijking en
visusstoornissen. Bij alcoholafhankelijkheid
wordt borstvoeding afgeraden.
Cocaïne-gebruik komt in alle lagen van de
bevolking voor. Het geeft een verhoogd
risico op abruptio placentae, intra-uteriene
groei retardatie (IUGR), prematuriteit, microcefalie,
nierafwijkingen en darmafwijkingen
t.g.v vasoconstrictie van de placentaire
bloedvaten. Er is bijgevolg ook verhoogd
risico op necrotiserende enterocolitis. Bij
de baby is er een verhoogd risico op hersenbloedingen,
cardiale afwijkingen, visusafwijkingen,
transiënte gehoorafwijkingen
en ontwikkelingsafwijkingen. Omwille van
een verhoogde kans op SIDS (sudden infant
death syndrome), wordt best een polysomnografie
gedaan. Het NAS begint op dag
1-2 en duurt 2-3 dagen, dus observatie
gedurende 7 dagen is aangeraden. Het probleem
is niet zozeer het wegvallen van de
substantie, wel de residuele aanwezigheid,
waardoor je een neuro-excitatorisch beeld
krijgt van een prikkelbaar kind met grove
bewegingen, slecht drinken, niezen, diarree,
koorts, extreme zuigreflex… Borstvoeding
wordt ten sterkste afgeraden omwille van
het risico op acute intoxicatie gezien de concentratie
in moedermelk tot 7,5 keer hoger
kan zijn dan in het bloed van de moeder.
Indien moeders toch willen borstvoeding
geven, moet er wekelijks urinecontrole van
de moeder gebeuren naast een klinische
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
8
controle van de baby.
Hoewel veel mensen denken dat cannabis
onschadelijk is, is dit niet zo. Het leidt tot
vasoconstrictie van de placentaire bloedvaten
en een lagere toevoer van nutriënten
met laag geboortegewicht en prematuriteit
tot gevolg. Bij gebruik van meer dan
éénmaal per week is er verhoogd risico op
SIDS. NAS symptomen kunnen tot 30 dagen
duren, maar meestal zijn de afkickverschijnselen
mild. Borstvoeding kan, tenzij er dagelijks
of meerdere keren per week gebruikt
wordt. De gevolgen op lange termijn zijn
geheugenstoornissen, gedragsstoornissen,
verslavingsproblematiek en mogelijk is er
ook een associatie met niet-lymfatische
leukemie.
Bij heroïnegebruik treedt bij 80% of meer
van de kinderen NAS op. Er moet minimum
een week geobserveerd worden, de eerste
symptomen verschijnen meestal binnen de
48u. Er is een verhoogde kans op neonatale
mortaliteit, prematuriteit en IUGR,
hartafwijkingen, ongecoördineerd drinken,
extreem gewichtsverlies en hypoglycemie.
Er is tevens een verhoogde kans op SIDS.
Borstvoeding wordt absoluut afgeraden.
Opioïden komen in grote hoeveelheden in
de moedermelk terecht en kunnen respiratoire
depressie veroorzaken. Bij abrupt
stoppen van borstvoeding kunnen er ook
ontwenningsverschijnselen optreden.
Bij methadongebruik kan bij 60-80% van de
kinderen op de 3e levensdag NAS optreden,
dus deze kinderen moeten ook geobserveerd
worden. Gastro-intestinale symptomen
zijn een indicatie tot behandeling. NAS
kan minder ernstig verlopen bij prematuren.
De intensiteit en duur zijn gecorreleerd
aan de maternele dosis. Veel methadon gebruikers
zijn echter poly-druggebruikers en
nemen naast methadon nog andere drugs.
Borstvoeding bij methadongebruik kan
omdat hiermee het NAS minder ernstig kan
verlopen. Het beschermt ook tegen excessief
gewichtsverlies.
׉	 7cassandra://yvAeh_YiEn4ieTbTDk7DU_5kq6xK958o-JvxSMUnTSc`̵ a:,wj3[׉EEcstacy/MDMA gebruik bij zwangeren komt
weinig voor, maar gezien er een hoger gebruik
is bij de jeugd kan dit in de komende
jaren ook bij zwangeren vaker voorkomen.
Gebruik van deze substantie leidt tot verhoogde
intra-uteriene vasculaire weerstand
met cardiovasculaire defecten, maar ook tot
musculoskeletale afwijkingen (klompvoeten),
prematuriteit, laag geboortegewicht,
dysmaturiteit, mogelijke verminderde leeren
geheugencapaciteiten en vertraagde
psychomotorische ontwikkeling. Er is zeer
weinig kans op NAS. Borstvoeding is toegelaten.
Behandeling
kan gebeuren op de afdelingen
neonatologie of pediatrie. De duur van opvolgen
en observatie hangt af van het type
drugs. Non-farmacologische behandeling
geniet de voorkeur. Hieronder verstaan we
een rustige omgeving, minimal touch, frequente
kleine hoeveelheden hypercalorische
voeding, inbusselen, cardio-respiratoire
monitoring, glycemiecontroles, rooming-in
en educatie van de ouders. Borstvoeding
kan TENZIJ bij een HIV+ moeder, codeïnegebruik
of actief drug- of medicatiegebruik
(tenzij methadon of buprenorfine). 30-91%
van de kinderen zullen een farmacologische
behandeling nodig hebben, op basis van een
Finnigan score van meer dan 3 x hoger dan
8 op 24 uur. Er is helaas weinig literatuur
met vergelijkende studies en bij polydruggebruik
zijn het vaak moeilijke keuzes. Bij
opioïden-gebruik wordt behandeld met
morfine, bij andere substanties met fenobarbital.
Fenobarbital werkt niet bij gastrointestinale
symptomen en bij convulsies.
Lactatie als beschermende factor
voor maternale postpartum depressie
Dr. T.R.W.M. Walrave,
psychiater en A-opleider Psychiatrie,
Mediant, GGZ instelling Oost Nederland
De geboorte van een baby kan een enorme
impact hebben op het geestelijk welbevinden
van een moeder. Door de plotse daling
van oestrogenen en progesteron kunnen
vrouwen die daar gevoelig voor zijn, erg
emotioneel reageren. Kijken naar de baby
kan eigen oude pijn opnieuw triggeren. Een
kind krijgen is dus niet altijd een roze wolk.
De hormonale kwetsbaarheid, weinig steun
ondervinden van de partner, een alleenstaande
moeder zijn, chronische stress en
slaaptekort zijn omstandigheden die een
enorme impact kunnen hebben.
1 op 8 vrouwen krijgen te maken met een
postpartum depressie (PPD). Het risico
neemt toe bij familiale belasting, een voorgeschiedenis
van psychische problemen,
een licht verstandelijke achterstand,
tienerzwangerschap, alleenstaand moederschap
en een huilbaby. Angstklachten in het
9
tweede trimester van de
zwangerschap blijken een
belangrijke voorspeller te
zijn.
Het goede nieuws is dat
PPD goed behandelbaar
is. Hierbij krijgen
niet-medicamenteuze
behandelingswijzen, zoals
lichttherapie, individuele
psychotherapie en cognitieve
gedragstherapie de
voorkeur. Sertraline 50 mg
is eerste keuze als medicamenteuze behandeling
bij PPD en haloperidol 1 mg bij post
partum psychose (PPP).
Wanneer een vrouw de intentie heeft om
borstvoeding te geven en na een goede
voorbereiding en voorlichting een geslaagde
borstvoeding heeft, zal borstvoeding een beschermende
factor zijn. Anderzijds, wanneer
een vrouw met intentie om borstvoeding
te geven daar niet in slaagt of eerder stopt
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://UbR0bsq9kd5VpcDwHJdCe9Ykh_uYK2z2iZrUCUcU1Xk]`̵ a:,wj3[сa:,wj3[Ё{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qPye4vJ888wbgTdyIeGXZcrDpqH6m8qLVRTaprEr9OI IW` ׉	 7cassandra://5jHXO93OVCxsb7eR-dY82RzwvySQE2_b-2G1NQibh0c_`S׉	 7cassandra://gGDrgNBKbk2MgLZIMzmc_oIzu2_SAPGVP5o16gQZLyo`̵ ׉	 7cassandra://_xd6rIdgT0f2PJ7xik-10KgJfAlizg_o9llP8WFqEtQ͊,(͠a:,wj3\ט  {u׉׉	 7cassandra://AQ6kFDraYcZz29zrs8zWVez5gyBxEOliVeGUTmXm1LY f` ׉	 7cassandra://jik2u2Llh5GIhVDeHTHl-PnnxUV-yXIe9R9obbNYiIw\`S׉	 7cassandra://xdDMPDwBZCE2wx15WqgTnriYtL2Ilm4YvMpCCh0nyqQ`̵ ׉	 7cassandra://ssbM22B1i8_21521U_qe6B4nUtTIEjGWbvT9V_Cnf3g̬͠a:,wj3\נa:,wj3\# ؁9ׁHhttps://iblce.org/wpׁׁЈנa:,wj3\" ̴9ׁHmailto:Netherlands@iblce.orgׁׁЈנa:,wj3\! ̔9ׁHmailto:Belgium@iblce.orgׁׁЈ׉EPOSTPARTUM PSYCHOSE
qua maternale stemming en in de zorg naar
de baby een stijgende lijn waarneembaar. In
haar moederrol is zij steeds meer sensitief
en responsief naar haar zoon toe.
Tot 24 dagen postpartum gebruikt patiënte
quetiapine. De (zo nodig) lorazepam was alleen
de eerste week van opname nodig. Er is
daarna geen insomnia meer. Patiënte slaapt
goed, de stemming is significant verbeterd,
relationeel zijn er minder stressfactoren en
de uitbreidende weekendverloven verlopen
voorspoedig. Vijf weken postpartum gaat
patiënte, in stabiele toestand, met haar
zoon, met ontslag.
Beschouwing
In de beschreven casus was er sprake van
een dreigende postpartum psychose bij
een 35-jarige kraamvrouw, met in de voorgeschiedenis
verscheidene depressieve
episoden. De symptomen leken te beginnen
in de eerste dagen postpartum met piekeren
en huilbuien, om vervolgens zich uit
te breiden naar insomnia en waanachtige
onrust. Het gezin is daardoor overbelast. Er
is sprake van een beginnende postpartum
psychose. Patiënte wordt opgenomen op
de MBU ter stabilisatie en ontlasting van de
overbelaste thuissituatie. Op de MBU werd
de borstvoeding, op dringend maternaal
Referenties
Bauer, A. et al (2018). Familiality
of Psychiatric Disorders and
Risk of postpartum psychiatric
episodes: a population-based
cohort study. Am J Psych. 175:
783-791.
Bergink, V. (2016). Postpartum
psychosis: madness, mania and
melancholia in motherhood. (Am
J Psych). 1179-1188. Brockington,
I. (1996). Motherhood
and mental health. Oxford Univ
Press.
Bergink, V. et al (2015). Treatment
of psychosis and mania
in the postpartum period. Am J
Psych. 172:115-123.
Bergink, V. et al (2012). Prevention
of postpartum psychosis
and mania in women at high
risk. Am J Psych. 169:609-615.
Bergink, V. et al (2011). Prevalence
of autoimmune thyroid
dysfunction in postpartum psychosis.
Br J Psych. 198:264-268.
Honig, A. et al. (red.). (2018).
Handboek psychiatrie in het
ziekenhuis. Tijdstroom.
Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie
en Zwangerschap. www.
Ikpz.nl
O’Keane, V. (2006) Psychiatric
disorders and pregnancy. Taylor
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
20
& Francis Group.
Ramsauer, B. (2018) Mothers
with acute and chronic postpartum
psychoses and impact
on the mother-infant interaction.
Schizophrenia Research.
Elsevier.
Sharpe, M. C. (2014).
Medical Psychiatry. (22ste ed.).
Elsevier.
Wesseloo, R. et al.(Jan 2015)
Risk of postpartum relapse in
bipolar disorder and postpartum
psychosis: a systematic review
and meta-analysis. Am J Psych.
117-127.
verzoek, onder begeleiding van een lactatiekundige
afgebouwd. Onder het gebruik van
quetiapine verbeterde het beeld aanzienlijk.
Er zijn minder piekergedachten en er is
geen insomnia meer. Er zijn op de MBU geen
psychotische kenmerken waargenomen. Na
24 dagen postpartum, als de postpartum
psychose in remissie is gegaan, wordt de
quetiapine gestopt. De maternale stemming
is stabiel en de zorg voor de baby en de
hechting van moeder en kind verlopen voorspoedig.
Patiënte gaat in stabiele toestand
met ontslag van de MBU en er volgt poliklinisch
Interpersoonlijke Psychotherapie
(IPT), met als focus rouw. Hierop verbetert
haar stemming significant.
In deze casus was het in eerste instantie
van belang de acute dreiging van een beginnende
postpartum psychose weg te nemen.
Door een snelle herkenning van de vroege
symptomen van een postpartum psychose
kon een daadwerkelijk psychotisch beeld
voorkomen worden door een opname op de
Moeder Baby Unit. Met prikkelarme, structurerende
verpleging met antipsychotica,
ging de postpartum psychose in remissie.
Contactadres: T.R.W.M. Walrave, psychiater,
Mediant GGZ, Broekheurnering 1050, 7546
TA Enschede, Nederland.
Email: tr.walrave@mediant.nl
׉	 7cassandra://gGDrgNBKbk2MgLZIMzmc_oIzu2_SAPGVP5o16gQZLyo`̵ a:,wj3[׉EUPDATE IBCLC
Hercertificeren
als IBCLC – een update
Lies Versavel - IBLCE coördinator voor België en Nederland
Belgium@iblce.org of Netherlands@iblce.org
 Na je initiële certificering tot IBCLC dien je elke vijf jaar te hercertificeren om je IBCLC
accreditatie te behouden.
 Dit artikel geeft je een beknopt overzicht van de recent gewijzigde voorwaarden en
van de verschillende manieren om CERPs te verwerven.
Overzicht van voorwaarden voor IBLCE hercertificering
Voorwaarden bij
Methode voor
hercertificeren
Hercertificeren
via zelfevaluatie
én CERP’s
Wanneer?
5 jaar na je laatste
(her)certificering
elke hercertificering
NIEUW!
• 250 uur praktijkervaring
• Basiscursus reanimatie
• Inschrijven
voor de gekozen
hercertificeringsmethode
binnen de voorgestelde
termijn.
Voorwaarden per specifieke methode
75 CERP’s:
• Minimum 5 E-CERP’s
• Basiscursus Reanimatie (erkend
als 3 R-CERP’s)
• 67 CERP’s deels bepaald door de
IBLCE zelf
• 250 uur praktijkervaring
1 CERP = 1 uur navorming
Deze voorwaarden moeten
voldaan zijn voor elke
manier van hercertificeren
Hercertificeren
via examen
(blijft mogelijk elke
5 jaar ipv hercertiferen
via zelfevaluatie en
CERP’s)
 250 uur Praktijkervaring (NIEUW!)
Voor elke hercertificeringsperiode van vijf
jaar vereist IBLCE 250 uur praktijkervaring.
Deze kan verworven worden bij het adviseren
als lactatiekundige op gebied van onderwijs,
administratie, onderzoek, klinische praktijk
en/of belangenbehartiging. Deze uren worden
bekomen als vrijwilliger of tegen betaling,
of met een combinatie van beide.
21
Inschrijven voor het examen en
ervoor slagen
Om je te helpen bij de berekening van je
praktijkervaring kan je gebruik maken
van de ‘Lactation Specific Clinical Practice
Calculator’ die je op de IBLCE website kan
vinden. (https://iblce.org/wp-content/
uploads/2021/05/September_2019_FINAL_
Lactation-Specific-Clinical-Practice-Calculator.xlsx)
BVL-TIJDSCHRIFT
VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://xdDMPDwBZCE2wx15WqgTnriYtL2Ilm4YvMpCCh0nyqQ`̵ a:,wj3[݁a:,wj3[܁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WlVBWWycfB_VTMzVv36SOTh0bnjcpmhNEO9RKv7_ieo T~` ׉	 7cassandra://Z66D7EjKHeqmJd2igLQ2FdvysDphIQtgKdX8B2DeAi4_`S׉	 7cassandra://5QbY51L739gyBhG4WoYiMiaDTNlJUFyoXjouCMvcVPwW`̵ ׉	 7cassandra://gaYuzpBGxasM88Kv8Q2dpLHzLKP2ZQuwYcYhti5c6RI,͠a:,wj3\%ט  {u׉׉	 7cassandra://lGHWukcDsXoEafMdjGp7_KjzUCdtlgAGX0CF0yuzEDE ` ׉	 7cassandra://t4fjRlcEH24nUCehq_uFdP_HH6rtw4Xa7A3eCAEwYkg``S׉	 7cassandra://epUyq620IcsPVgPFvKo0_3h7Ma_oeGgV3Kcs4F5aXKMp`̵ ׉	 7cassandra://1rGItNo7A-66KCed4g9KVH1MDudP4-RGHRs0amhZE1Q͛8 ͠a:,wj3\&׉E Basiscursus reanimatie (NIEUW!)
Voor IBCLC’s die hercertificeren, vereist
IBLCE een basiscursus reanimatie in elke
hercertificeringsperiode van vijf jaar. Een
didactische en/of online basiscursus reanimatie
volstaat om aan deze vereiste te
voldoen.
Word je bij je hercertificering uitgeloot voor
controle, dan zal je certificaat opgevraagd
worden.
Gedurende de periode van vijf jaar mogen
IBCLC’s maximum 6 R-CERPs inbrengen
voor het afronden van één of meer van de
volgende reanimatiecursussen:
Vanaf de IBCLC hercertificering in 2022
blijft het examen een optie maar is het niet
langer een vereiste. Een zelfevaluatie en
vereiste gerichte permanente vorming is, in
de plaats van het examen, een optie bij elke
hercertificeringsperiode van vijf jaar.
Vanaf 2022 wordt de inhoud van de te
verwerven CERPs deels bepaald door vooraf
een zelfevaluatie te doorlopen. Het zelfevaluatiesysteem
is ontwikkeld om zelfreflectie
aan te moedigen en vervolgens te werken
aan een aangepaste navorming. Je zal nog
steeds de flexibiliteit hebben om je bij te
scholen volgens eigen interesses.
De zelfevaluatie is een gratis, online systeem
met circa 70 meerkeuzevragen dat een
persoonlijk professioneel ontwikkelingsplan
genereert en de domeinen definieert waarop
je dient te focussen bij het vormgeven
van je navorming. De zelfevaluatie wordt
afgelegd in 1 tijdsblok van 120 minuten
(2u). Deze zelfevaluatie kan slechts 1 keer
afgelegd worden per hercertificeringscyclus
van 5 jaar.
• Cardiopulmonale Resuscitatie
• Neonatale Resuscitatie
• Reanimatie bij kinderen
• Reanimatiecursus
• Uitgebreide EHBO-cursus
Voor elk van bovenstaande cursussen verwerf
je 3 R-CERPs tot een maximum van 6.
Heb je als IBCLC zelf een van deze cursussen
gedoceerd, dan ontvang je daar 6 R-CERPs
voor.
De R-CERPs verworven voor reanimatiecursussen
(max. 6) worden geteld als deel van
de in totaal 75 vereiste CERPs.
 Hercertificering via Zelfevaluatie (NIEUW vanaf 2022)
Eens er volledig zal overgeschakeld zijn op
het zelfevaluatiesysteem zal ongeveer de
helft van de vereiste CERPs gedefinieerd
worden door de domeinen uit je persoonlijk
professioneel ontwikkelingsplan. De resterende
CERPs kan je zelf kiezen.
2022 is de start van de transitieperiode.
IBCLC’s die in 2022 hercertificeren zullen
slechts 7 CERPs (10%) van het vereiste
totaal van 75 CERPs moeten verantwoorden
op basis van hun zelfevaluatie. Dit aantal zal
evolueren naar 20 CERPs (30%) in 2023 en
34 CERPs (50%) vanaf 2024.
De zelfevaluatie is momenteel enkel in het
Engels beschikbaar voor de IBCLC’s die in
2022 hercertificeren. Heel binnenkort zal ze
ook in de andere IBLCE examentalen beschikbaar
zijn. Je kan je zelfevaluatie afleggen
op elk moment van zodra je een e-mail
ontvangt met de melding dat jouw zelfevaluatie
beschikbaar is. IBCLC’s die in 2023 of
later hercertificeren, zullen in de komende
maanden per e-mail gecontacteerd worden
wanneer hun zelfevaluatie beschikbaar is.
Tips om op de hoogte te blijven van de meest recente wijzigingen
• Lees de laatste updates op de IBLCE website
• Volg IBCLC op Facebook en Instagram
• Geef updates van je e-mailadres en/of postadres steeds meteen door aan IBLCE
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
22
׉	 7cassandra://5QbY51L739gyBhG4WoYiMiaDTNlJUFyoXjouCMvcVPwW`̵ a:,wj3[׉EUPDATE IBCLC
 CERPs = Continuing Education Recognition Points
CERPs = Continuing Education Recognition Points – of studiepunten. 1u. navorming = 1CERP
Algemene voorwaarden voor de toekenning van CERPs zijn dat de inhoud van de navorming:
• op een niveau aangepast aan een IBCLC is;
• gebaseerd is op recent wetenschappelijke principes;
• deel uitmaakt van het IBCLC Gedetailleerd overzicht van onderwerpen.
Bijkomend omvat de navorming minimum 1 CERP binnen elk domein bepaald door je
zelfevaluatie (NIEUW!).
1. L(actation)-CERPs
L-CERPs worden toegekend voor navorming
rond lactatie- en borstvoedingsspecifieke
onderwerpen. Voorbeelden daarvan kunnen
zijn:
• Anatomie van de borst in relatie tot
lactatie
• Klinische vaardigheden voor IBCLC’s
• Klinische documentatie voor IBCLC’s
• Invloed van cultuur op borstvoeding
• Borstvoedingsmanagement
• Organisatie rondom borstvoeding
• Onderzoek naar borstvoeding
• Voeding tijdens de lactatie
2. E(thische)-CERPs
Ethische CERPs kan je krijgen voor opleidingsprogramma’s
of materialen met
betrekking tot professionele ethiek of ethische
thema’s die relevant zijn voor IBCLC’s.
Voorbeelden daarvan zijn:
• Ethiek in de praktijk van lactatiekundigen
• Geïnformeerde toestemming
• Zorgprofessionals en de Internationale
code voor het op de markt brengen van
vervangingsmiddelen voor moedermelk
• Belangenvermenging
• Ken je grenzen, wanneer doorverwijzen
• Mensenrechten en keuze voor wel of
geen borstvoeding
• Omgaan met een collega die zich niet
houdt aan wetenschappelijke principes
en de meest recente informatie
• Copyright en intellectueel eigendom
3. R(elated of aanverwante)-CERPs
R-CERPS kunnen bekomen worden voor opleidingsprogramma’s
of materialen waarvan
het voornaamste leerdoel gerelateerd is aan
23
kennis of professionele ontwikkeling van
een IBCLC maar dat niet borstvoedingspecifiek
is. Voorbeelden daarvan zijn:
• Algemene anatomie
• Groei en ontwikkeling van kinderen
• Onderzoeksmethoden
• Culturele verschillen in gezondheidspraktijken
•
Cardiopulmonaire reanimatie
(max. 6 R-CERPs)
• Postpartumdepressie
• Counseling- en communicatievaardigheden
• Aanvullende therapie
(enkel introductiebijeenkomsten)
4. Onderwerpen die niet in aanmerking
komen voor CERPs
Cursussen/opleidingen met betrekking
tot onderwerpen die niet vermeld staan
in het ‘IBCLC Gedetailleerd Overzicht van
Onderwerpen’ komen niet in aanmerking
voor CERP-studiepunten. Voorbeelden van
onderwerpen waarvoor geen CERP-studiepunten
worden toegekend zijn:
• Computervaardigheden
• Business management
• Beha’s aanmeten (tenzij specifiek gerelateerd
aan lactatie)
• Motivatiesessies
• Instructieprogramma’s over complementaire
therapieën (bvb. een volledige
opleiding homeopathie)
• Specialistische medische vaardigheden
(bijv. foetale monitoring)
• Klinisch werk als lactatiekundige
• Pre- of postnatale groepen voor moeders
• Persoonlijke studie, waaronder het lezen
van vakbladen en het bekijken van video’s
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://epUyq620IcsPVgPFvKo0_3h7Ma_oeGgV3Kcs4F5aXKMp`̵ a:,wj3[߁a:,wj3[ށ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://40ROZwdqBHS9R18alyqdA_0Wo3E-nkjAiyI3lj5W2qk ` ׉	 7cassandra://cdCcQgx9prkiY4vQ_MEk45SBMohrcpdoneB587xXrdcV$`S׉	 7cassandra://IowXhEQDatUia1OMlkOFPNkK-usIS1h7OW-4Vv4wHHcg`̵ ׉	 7cassandra://1BG0crkgHjzW6H_v36agx261T7uWNQi92ITU3r0KDto͛$͠a:,wj3\)ט  {u׉׉	 7cassandra://QpN2A9fSlxR-8M2a_SpXzU2MPZPn_zObgI6Y8-UfcB0 `׉	 7cassandra://42QS7tmtxImqZsRNz0itW5V1Ka289QY7oJYd6624zPIc`S׉	 7cassandra://gj1t73o3NhsDev1A-cTCAYzoWIF9zovRIHLen5Li958A`̵ ׉	 7cassandra://s9saZMwM2eZ0FqI2kGIVnhFRoIhrcnX-07zetMkekVk !@͠a:,wj3\*נa:,wj3\/ ?9ׁHmailto:eline.tommelein@vub.beׁׁЈ׉E
`UPDATE IBCLC
Hoe kan je CERPs verwerven?
Er zijn verschillende soorten vormingsactiviteiten
die in aanmerking komen voor
CERPs.
1. Navorming
• Vorming die door een andere organisatie
wordt aangeboden
- 1 CERP voor elke 60 minuten
instructie (0.25 CERP voor 15 min)
- Als je zelf een presentatie geeft
tijdens een vorming, dan kan je
de eerste keer dat de presentatie
gegeven wordt een zelfde aantal
CERPs verwerven voor de voor
bereiding. Bvb. voor een vorming
van 60 minuten ontvang je als
spreker 2 CERPs.
• Interne vorming
• Losse studiemodule of e-learning
• Cursussen op hogeschool - of universitair
niveau. Max. 25 CERPs voor een
semester, van een specifieke cursus aan
een hogeschool of universiteit als onderdeel
van een graad/diploma
2.Publicaties
Onder bepaalde voorwaarden kunnen
CERPs toegekend worden aan publicaties
met lactatie en borstvoeding als onderwerp.
Meer info hierover in de Gids voor
CERP-studiepunten of de Individual CERPs
Guide, beschikbaar op de IBLCE website.
3. Klinische observaties
Observatie van IBCLC’s die reeds gehercertificeerd
zijn. Voor 120 minuten observatie
wordt 1 CERP toegekend.
Meer info hierover in de Gids voor
CERP-studiepunten of de Individual CERPs
Guide, beschikbaar op de IBLCE website.
4. Vrijwilligerswerk
Max. 2 L-CERPs voor elk volledig jaar
vrijwilligerswerk in het bestuur van een
niet-gouvernementele organisatie die borstvoeding
promoot en/of ondersteunt.
5. Leerweg 3 – Mentorschap
Neem je als IBCLC het mentorschap op binnen
een door IBCLC toegekend Leerweg 3
plan, dan kan je daar CERPs voor toegekend
krijgen.
Voor elk van deze activiteiten dien je bij
hercertificering de vereiste documentatie te
kunnen voorleggen.
In het geval er geen CERPs werden aangevraagd
door de organisator van de navorming,
kan je bij je hercertificering elk van
de bovenstaande gerealiseerde activiteiten
aanwenden als ‘Individuele CERPs’, mits een
correcte documentering ervan.
De einddatum om in te schrijven voor het
hercertificeren via zelfevaluatie en CERPs
voor 2022 is 30 september 2022.
Referenties
https://iblce.org/
IBLCE, Recertification Guide – Oktober 2021
(beschikbaar op iblce.org)
IBLCE, Gids voor CERP-studiepunten - september
2019 (beschikbaar op iblce.org)
Tips om je voor te bereiden op je IBCLC hercertificering
• Doe je online zelfevaluatie zodra je de melding krijgt dat die voor jouw beschikbaar
is
• Plan je navorming in functie van jouw persoonlijk professioneel ontwikkelingsplan
• Overweeg de verschillende mogelijkheden om CERPs te behalen
• Wacht niet tot de uiterste einddatum om je in te schrijven
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
24
׉	 7cassandra://IowXhEQDatUia1OMlkOFPNkK-usIS1h7OW-4Vv4wHHcg`̵ a:,wj3[׉E	NCOVID-19 VACCINATIE
Joke Muyldermans
Kirsten Maertens
Eline Tommelein
COVID-19 vaccinatie tijdens
de borstvoedingsperiode
EEN SAMENVATTING VAN DE LITERATUUR
Joke Muyldermans(1,2) - Kirsten Maertens(3) - Eline Tommelein(1)
1 Department of Pharmaceutical Sciences (FARM), Faculty of Medicine and Pharmacy, Vrije Universiteit
Brussel, Laarbeeklaan 103, 1090 Jette, Belgium
2 Midwifery Education, Department of Health, University College Brussels, Laarbeeklaan 119, 1090
Jette, Belgium
3 Centre for the Evaluation of Vaccination, Vaccine & Infectious Diseases Institute, University of Antwerp.
Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk, Belgium
Contact author: eline.tommelein@vub.be
Inleiding
In maart 2020 werd de uitbraak van
COVID-19 door de Wereldgezondheidsorganisatie
(WGO) gecategoriseerd als een pandemie
(World Health organization, 2020).
Hoewel COVID-19 bij heel wat patiënten
asymptomatisch blijft, kan het bij sommigen
evolueren van griepachtige symptomen naar
een longontsteking en/of acuut respiratoir
distress syndroom (ARDS). Er zijn echter
ook cardiovasculaire, renale, neurologische,
dermatologische en gastro-intestinale manifestaties
gemeld (Guan et al., 2020). Net als
bij andere populaties kunnen vrouwen die
borstvoeding geven in contact komen met
SARS-CoV-2 en COVID-19 oplopen.
Tegen eind 2020 werd een wereldwijde vaccinatiestrategie
ingezet. Al in oktober 2020
somde de Europese Commissie een aantal
belangrijke stappen op voor effectieve
25
vaccinatiestrategieën die de toegang tot
veilige vaccins in heel Europa garanderen
(European Commission, 2020). In meerdere
Europese landen kregen bewoners van
wooncentra, samen met zorgverleners prioriteit
voor vaccinatie. Deze strategie werd
ook in België toegepast. Zowel op mRNA
gebaseerde als op adenovector gebaseerde
vaccins werden destijds goedgekeurd en gebruikt
(Federal Government Belgium, n.d.).
De beschikbaarheid van nieuwe vaccins
tegen COVID-19 en de aanbeveling om zorgverleners
prioriteit te geven voor vaccinatie,
noodzaakten een advies over vaccinatie
tijdens de lactatieperiode, aangezien veel
van deze zorgverleners zich in de vruchtbare
leeftijd bevinden. Aanvankelijk raadden
meerdere overheidsrichtlijnen vaccinatie
tijdens de lactatieperiode af. Hierbij werd
geen rekening gehouden met de mate van
blootstelling aan het virus van een vrouw
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://gj1t73o3NhsDev1A-cTCAYzoWIF9zovRIHLen5Li958A`̵ a:,wj3[a:,wj3[{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rU0VubXQkfyH01mIczmwZEfNJUYVRsfn5P6fOJCf0uo >`׉	 7cassandra://m7hLkP7kiFHJOhhmSfCm0gbMS9YIlmF6LIKDe4aelLcV`S׉	 7cassandra://toA65rfjHn4y4E_BDMMZauxXhUPxfun3Y4_CeMlD4ck`̵ ׉	 7cassandra://aIFYiLOKPYEuVbOZYddrh5AXwQUOA1xnVU7ShA36WIY -͠a:,wj3\Iט  {u׉׉	 7cassandra://MzZYYRguVKnh1vVk6APH2xj7DU22BsvsSdcB6omAii0 /` ׉	 7cassandra://APIBQA9dFr0vNp812sUTn9aplBKedFjcrBCl5mze0-8o`S׉	 7cassandra://NX49BKfo-7pQ6rK4THJihkIOpUoaO4MoD1YB7Qb5Sycn`̵ ׉	 7cassandra://oWrXQAiCKRil0SMNHT7xG1aLmTyhFjpQd8wPlbPlYHg"͠a:,wj3\Jנa:,wj3\O J9ׁH "mailto:sarahvandervelpen@gmail.comׁׁЈנa:,wj3\N 9ׁHhttps://www.bvׁׁЈ׉EProblemen
met de
vertering
van melk?
Maagdarmkanaal
niet
volledig
ontwikkeld?
Moeilijke vertering
van lactose in de
moedermelk of
flesvoeding?
Borstvoeding stopzetten?
i Niet nodig!
Geef de baby gedurende enkele
dagen of weken LACTOSE-OK tot
het maagdarmkanaal voldoende
ontwikkeld is.
LACTOSE-OK is een voedingssupplement
dat exogeen lactase (bèta-Dgalactosidase)
aanbrengt. Dit verbetert de
vertering van lactose of melksuiker in melk
en melkproducten bij iedereen die moeilijkheden
ondervindt bij de vertering van lactose
(lactose-intolerantie).
Mag toegediend worden aan zuigelingen,
baby’s en kinderen. Ook bij premature
geboorte.
Hoe toe te dienen?
• Open de capsule.
• Giet uit op koffielepel gemengd met
wat water of moedermelk of voeg tot
aan de opgewarmde flesvoeding.
• Geef aan de baby.
Lactose-OK bevat 3300 FCC*
eenheden lactase per capsule en is verkrijgbaar
in doosjes van 75 capsules (CNK 1624-519)
en 150 capsules (CNK 2589-513).
* Food Chemicals Codex
Vragen? Neem gerust contact
op via info@revogan.be.
www.revogan.be
׉	 7cassandra://toA65rfjHn4y4E_BDMMZauxXhUPxfun3Y4_CeMlD4ck`̵ a:,wj3[׉ENICU-LACTATIEKUNDIGEN
Lactatiekundigen op een
NICU: een meerwaarde ?
Ervaringen uit de Neonatal Intensive Care Unit
(NICU) van het AZ Sint- Jan te Brugge.
Sarah Vandervelpen
NICU-verpleegkundige en
NICU-lactatiekundige AZ Sint-Jan
Brugge
Coauteur: Tony Waterschoot
hoofdverpleegkundige NICU AZ
Sint-Jan Brugge
Samenvatting
paper PG lactatiekunde
“Casuïstiek: Meerwaarde van Lactatiekundigen
op de Neonatal Intensive Care Unit”.
(De volledige paper vind je terug in het BVL
ledendeel via https://www.bvl-borstvoeding.
be/nl/inloggen of kan je opvragen via
sarahvandervelpen@gmail.com)
Moedermelk is de beste voedingsbron voor
extreme prematuren en zieke à terme neonaten.
Moeders van NICU baby's ondervinden
veel hindernissen bij de lactatie die
rechtstreeks een gevolg kunnen zijn van hun
specifieke situatie. De scheiding van moeder
en kind op een NICU bemoeilijkt de opstart
en het in stand houden van de melkproductie
aanzienlijk (Mercado, Vittner, & McGrath,
2019). Lactatiekundigen zijn opgeleid om op
een wetenschappelijk onderbouwde wijze
borstvoeding te promoten, te beschermen, te
ondersteunen en te verbeteren (Henderson,
2011). NICU-lactatiekundigen staan in voor de
educatie van moeders/ouders en het (para)
medisch team en zijn tevens verantwoordelijk
voor borstvoedingsbevorderende maatregelen
op een NICU zoals bijvoorbeeld het opmaken
van educatie-documenten over borstvoeding.
Zij bevorderen hierdoor de toediening van
31
moedermelk aanzienlijk waardoor de positieve
effecten van moedermelk versterkt worden
en de negatieve effecten van het toedienen
van kunstvoeding verminderd worden. Dit
positief effect is niet alleen te zien bij de zieke
neonaat maar ook op maatschappelijk en
ziekenhuisniveau zoals het verminderen van
NICU-gerelateerde kosten door positieve
gezondheidseffecten. Om deze lactatiekundige
steun optimaal te kunnen aanwenden
moet aan bepaalde voorwaarden op de NICU
voldaan worden, namelijk het voorzien van
voldoende tijd, personeel en kwaliteitsvol materiaal,
ruimte en privacy op de afdeling voor
de moeder, vrije toegang van ouders en het
toepassen en respecteren van een aangepast
voedingsbeleid.
Ervaringen van de NICU in het AZ
Sint-Jan Brugge
Uit de telefonische opvolging na ontslag
uit de NICU te AZ Sint-Jan te Brugge blijkt
dat kinderen 3 dagen na ontslag vanuit de
NICU, meer moedermelk krijgen sinds de
implementatie van NICU-lactatiekundigen
in 2017 en dat minder kinderen uitsluitend
kunstvoeding krijgen. Tijdens de Corona
pandemie in 2020 en de bijhorende striktere
bezoekregelingen kregen kinderen echter
minder moedermelk. Het aantal eenlingen
die 10 dagen na ontslag uit het ziekenhuis
nog exclusief borstvoeding krijgen daalt
lichtjes, doch er zijn meer eenlingen die
uitsluitend kunstvoeding krijgen. Medische
beslissingen alsook de keuze van de moeders
zijn mogelijke verklaringen. Verder
onderzoek is nodig om deze veranderingen
te verklaren.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://NX49BKfo-7pQ6rK4THJihkIOpUoaO4MoD1YB7Qb5Sycn`̵ a:,wj3[a:,wj3[{בCט   {u׉׉	 7cassandra://J8uf1n6Lpbwnxp7vXpXMzchTwsZhb6bObLsQW5st6bs s` ׉	 7cassandra://J_sfO1sbYwj2qbIQFOQDTkUbgJz9MtapV-Tu-Zbs_nEi`S׉	 7cassandra://Fr1IfA8mhyytc8nlLevCNwj8YGJtLUvW32ev_YE6Yzw`̵ ׉	 7cassandra://SKMsiEMJyDYlhxKf4x6-_JSEWrfz2MX8YS1vaofx-gI͠a:,wj3\`ט  {u׉׉	 7cassandra://hZEI9vn1mWvol6SjCZx2RtSF4o6PtKk0VO5BE35QYS0 2;`׉	 7cassandra://G81eJ8p5LtJRPg3-WXw9AAAyaidMzm7uCWoEv0J7nI0Y5`S׉	 7cassandra://UTB2cxsuMzWJ59FtTewHCFbBltcwlUUIeU4mX48ThhED`̵ ׉	 7cassandra://GnntX9ce7rRo-5ZZ9JZdh3cKLGLGP61_HLP20eHF6tg N98͠a: ,wj3\lנa: ,wj3\o ~9ׁHhttp://www.gppad.orgׁׁЈנa: ,wj3\n 9ׁH !mailto:freder1kstudie@uzleuven.beׁׁЈ׉E:ORALE TOEDIENING VAN PROBIOTICUM
Kan orale toediening van probioticum
aan baby's de ontwikkeling van
diabetes type 1 voorkomen?
Prof. Dr. K. Casteels, kinderendocrinologe, algemeen
kinderarts
Veerle Vanhuyse, communicatie verantwoordelijke
Jasmin Paulus, studie coördinator
Brontë Vrancken, studie coördinator
Charlien Janssen, studie coördinator
Diabetes type 1
en screening
Diabetes type 1 is de meest voorkomende
stofwisselingsziekte bij kinderen en
jongeren. De oorzaak is een verkeerde
reactie van het immuunsysteem. De eigen
witte bloedcellen vallen de insulineproducerende
cellen in de alvleesklier aan
en vernietigen ze. Dat leidt tot een gebrek
aan insuline, waardoor de glycemie stijgt.
Patiënten met diabetes type 1 moeten
daarom levenslang insuline toedienen, via
pen of pomp.
In ongeveer tien procent van de gevallen
treft de ziekte kinderen die al een familielid
met diabetes type 1 hebben. Alle andere
gevallen, dus 90 procent, komen uit families
zonder familieleden met de ziekte. Dat
betekent dat diabetes type 1 iedereen kan
treffen.
De ziekte wordt vaak pas herkend als er al
ernstige en vaak levensbedreigende problemen
ontstaan zijn. Wordt een verhoogd
risico op diabetes type 1 bij kinderen echter
vroeg herkend, dan zijn de complicaties
en misschien ook het ontwikkelen van de
ziekte, te voorkomen.
Wij bieden alle ouders de mogelijkheid om
hun kind tot de leeftijd van zeven dagen
gratis te laten testen op een risico op diabetes
type 1 (Freder1k Studie). Daarvoor
zijn een paar druppels bloed al voldoende.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
40
Blijkt uit deze eenvoudige test dat er een
verhoogd risico bestaat, dan wordt aan de
ouders voorgesteld aan een preventie-onderzoek
deel te nemen, de SINT1A-studie.
In de SINT1A-studie wordt onderzocht of
de ontwikkeling van type 1 diabetes kan
worden voorkomen bij kinderen met een
verhoogd risico op type 1 diabetes door
orale toediening van het probioticum B.
infantis. Dit probioticum zou een positief
effect hebben op de darmflora en zo een
regulerend effect moeten hebben op het
immuunsysteem. In de studie willen wij
nagaan of een verkeerde immuunreactie,
zoals we die zien bij type 1 diabetes maar
ook bij andere ziekten, zoals coeliakie, op
deze manier kan worden vermeden en de
ziekte aldus kan worden voorkomen.
De SINT1A-studie is een placebogecontroleerde
dubbelblinde studie. Dat betekent
dat de helft van de deelnemende kinderen
het B. Infantis poeder inneemt, terwijl de
andere helft een placebo (een verpakking
met een niet-werkzame stof) krijgt. Zowel
de deelnemers aan het onderzoek als de
onderzoeksmedewerkers werken „blind“
mee, dat wil zeggen dat ze niet weten
welke verpakking B. Infantis bevatten en
welke placebo. Dat is van belang om de
werkzaamheid van de behandeling met
het probioticum betrouwbaar te kunnen
beoordelen.
Borstvoeding heeft heel wat positieve
effecten maar het is ook aangetoond dat
baby's die borstvoeding krijgen, minder
risico lopen om type 1 diabetes te ontwikkelen.
Moedermelk bevat immers heel wat
biologisch actieve stoffen, waaronder antilichamen,
cytokinen en hormonen, die het
׉	 7cassandra://Fr1IfA8mhyytc8nlLevCNwj8YGJtLUvW32ev_YE6Yzw`̵ a:,wj3[׉EAimmuunsysteem van zuigelingen kunnen
beïnvloeden. Er zijn verschillende hypothesen
voor het potentiële beschermende
effect van moedermelk tegen type 1 diabetes,
zoals bescherming tegen diabetogene
infecties (bepaalde virale infecties lijken
diabetes uit te lokken), een latere blootstelling
aan bepaalde voedingsantigenen zoals
koemelk, een gezonder microbioom, en een
betere maturatie van de darmen van de
zuigeling. Daarom zal in deze studie borstvoeding
worden aangemoedigd.
ONDERZOEKERS VRAGEN HULP VAN LACTATIEKUNDIGEN
BIJ REKRUTERING EN BEGELEIDING BORSTVOEDING
In een internationaal onderzoek waaraan
UZ Leuven meewerkt worden over een totale
looptijd van 3 jaar baby’s gescreend
op een risico op diabetes type 1. In heel
wat Vlaamse materniteiten worden ouders
actief aangesproken om hun kind te
laten deelnemen aan deze screening. Na
screening in de Freder1k studie worden
de ouders van hoog risico kinderen
gecontacteerd. Kinderen die voldoen aan
de juiste criteria krijgen de SINT1A studie
aangeboden. Kinderen die buiten de
criteria vallen, krijgen info over Innodia
of de Freder1k follow-up studie die zal
opstarten. Gezien het beschermende
effect op diabetes type 1 zal bij ouders die
deelnemen aan het onderzoek borstvoeding
aangemoedigd worden. Momenteel
ligt het aantal moeders die borstvoeding
geven en deelnemen aan het onderzoek
lager dan in de andere deelnemende landen.
Lactatiekundigen kunnen hun steentje
bijdragen op 2 manieren. Enerzijds
kunnen ze helpen om de studie bekend te
maken en om ouders aan te moedigen om
deel te nemen. Anderzijds kunnen ze ertoe
bijdragen dat, door het begeleiden van de
ouders met borstvoeding, meer moeders
nog steeds borstvoeding geven bij aanvang
van de studie en ook langer volhouden
tijdens de studie. Gezien het belang van het
onderzoek delen we graag bovenstaande
oproep van de onderzoekers met jullie.
NEEM CONTACT
MET ONS OP
Studiebureau endocrinologie,
UZ Leuven, Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
Telefoonnr.: 016/343801
E-mail: freder1kstudie@uzleuven.be
Website: www.gppad.org
41
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2021 JG 12 NR 2
׉	 7cassandra://UTB2cxsuMzWJ59FtTewHCFbBltcwlUUIeU4mX48ThhED`̵ a:,wj3[a:,wj3[{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tnjVVTw5v4YC1FqrwjHdrm-ZnVlOv-ZU3ECIZlcnYlM Eu`׉	 7cassandra://sczDapXQSg8D5feJiT1RxQYRqiifcvU8FGwDgvcKdWI;`S׉	 7cassandra://l6LMapaHkm1rYL5zZsNq4PflyoP2u4wHULHuK20T26c/`̵ ׉	 7cassandra://WQXbxRiRKlrNT2a_c05GvpOgA6d1jfypwKu4pHC5qp4 :͠a: ,wj3\|׉EoDank u...
BORSTVOEDING
VOOR EEN OPTIMALE
Voor de
mama’s
BORSTVOEDING EN WELZIJN
1 Verbetert en stimuleert de melkproductie, helpt te
recupereren na de geboorte dankzij de FENEGRIEK,
2 Ontspant en relaxeert, helpt het gevoel van welzijn en eenheid
te herstellen dankzij de PASSIFLORA
3 Vermindert de vermoeidheid dankzij de MAGNESIUM en
draagt bij tot de vitaliteit dankzij de ROZENBOTTEL.
Presentatie
Voedingssupplement/Drinkbare oplossing bestaat:
● In mono-dosis van 10 ml, doos van 14 mono-doses
(CNK 3760-782 ; €15,85 *)
Distributie in België door
NIET AANBEVOLEN BIJ ZWANGERE VROUWEN
*Indicatieve publieksprijs
׉	 7cassandra://l6LMapaHkm1rYL5zZsNq4PflyoP2u4wHULHuK20T26c/`̵ a:,wj3[׈Ea:,wj3[a:,wj3[{ׁ2  &BVL tijdschrift  DECEMBER 2021 Publieka:frJ´'