׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://sb-qYzjr8JGCXlmggOqQP6sR9NrD_qXenFGbtQimU7k z`׉	 7cassandra://gZTPuw7EXQgQCNwJnUEnnPio6FH1tMD3bGgA_CoXRwos`S׉	 7cassandra://pj0Ed_VdaeneKYYDOGKRKsvsUe4lMG2sdgPqdcN-VbQ$`̵ ׉	 7cassandra://Gb60UYLH80wtTcwcdGLFxvd7Rs_1zdVNKWj1frklc1k ͠^(.P̚נ^(.Pā Y9׉Hhttps://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ^(.PŁ ̧̮9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^(.PƁ C>̣9 ׉SG
ׁׁrנ^(.Pǁ Ej9 ׉SG
ׁׁrנ^(.Pȁ VH̊9 ׉SG
ׁׁrנ^(.PɁ Nv9 ׉SG
ׁׁrנ^(.Pʁ [Ṙ9 ׉SG
ׁׁrנ^(.Pˁ Sb9 ׉SG
ׁׁrנ^(.Pс ˁY9ׁHhttp://shutterstock.comׁׁЈנ^(.PЁ ̨59ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׈E^(.P׉EinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
januari 2020
02
05
06
08
10
13
Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering
Gemeentesecretarissen Martiene Branderhorst (Gouda), Arne van Hout (Nijmegen)
en Peter Teesink (Amsterdam) over de opbrengsten van de gezamenlijke
gemeentelijke uitvoering
Weg met de targets!
Jos Maessen houdt een pleidooi om te wieden in het woud van targets,
key performance indicators, persoonlijke doelstellingen en resultaatafspraken
Positief sturen op cliënttevredenheid
Peter Liebrechts en Femke Melchels over de eigenzinnige aanpak van
zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe waarbij het oordeel van de eindgebruiker
bepalend is voor de inkoop van Wmo hulpmiddelen
Berichtenverkeer verbeteren in jeugd- en ouderenhulp
Karin van Gelderen over de werkwijze van het Ketenbureau i-Sociaal Domein
om vermijdbare administratieve lasten in de jeugd- en ouderenhulp te voorkomen
Gemeente Amsterdam beproeft digitaal stelsel
Omgevingswet in de praktijk
Peter Lans en Marianne Wouters over de Amsterdamse aanpak om
het digitaal stelsel Omgevingswet in de praktijk te brengen
Colofon
Meld je aan als gratis abonnee
1
Ga naar
inGovernment.nl
en word online
abonnee!
hindrik johannes de groot / shutterstock.com
׉	 7cassandra://pj0Ed_VdaeneKYYDOGKRKsvsUe4lMG2sdgPqdcN-VbQ$`̵ ^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://x11mGQOQK6IR67i7TyloWfQAtJCcSuwMEJtFdiUURYI n`׉	 7cassandra://T67MRKT9bSSxmhL0Uk90Chlva3u99My36BGzsrJHoQg`׉	 7cassandra://-YaqpQAmavKZZwpxmdc2wl6I2OVbsaM3P5lhpvkg_p8?`j ׉	 7cassandra://2EL5fNc1uwLFXEDs6XUJvPIvgmGL2IS_N4o6UJEHtug ͠	^(/Pґנ^(.P΁ -̸E9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
gezamenlijke gemeentelijke uitvoering
‘ laat vooral zien
dat het werkt’
Tekst: Quita Hendrison, redacteur bij VNG Realisatie
Beeld: Henri Kaper, communicatie medewerker bij VNG Realisatie
Nergens zijn er zo veel gemeentesecretarissen bij elkaar als tijdens de gecombineerde
VNG Bestuurdersdag en de Buitengewone ALV. Op 29 november schoof hoofdredacteur
Otto Thors aan tafel bij Martiene Branderhorst (Gouda), Arne van Hout (Nijmegen) en
Peter Teesink (Amsterdam). De gespreksonderwerpen: samen organiseren en de opbrengsten
van de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU).
D
e uitdaging van samen organiseren door gemeenten
is onlosmakelijk verbonden met de informatietechnologie.
Met thema’s die tien jaar geleden nog amper op
de kaart stonden. Peter: ‘Ik begon mijn loopbaan nog in het
internetloze tijdperk!’ Maar inmiddels hebben we ervaren
hoezeer de digitale ontwikkelingen in een stroomversnelling
zijn geraakt.’ Martiene: ‘De grote kansen liggen in het samen
organiseren van de informatieveiligheid en het ontwikkelen
van een digitale veranderstrategie. Hoe zorg je dat je je organisatie
daarop voorbereid hebt en houdt? Heb je een routekaart?
Dat is voor elke gemeentesecretaris de vraag.’
De drie treden vaker op de voorgrond, ook al vanwege hun
nevenfuncties in de Taskforce Samen Organiseren en het College
van Dienstverleningszaken. Maar ze benadrukken eendrachtig
dat het ze niet gaat om een prominente plek op het podium
van ‘beste gemeenten’. Arne: ‘We zijn niet bezig met een
voorbeeldgemeente te zijn, maar met hoe te zorgen dat er
meer gezamenlijk wordt gedaan.’ ‘En met de wisselwerking
opzoeken’, vult Peter aan. ‘Natuurlijk hebben we in Amsterdam
veel ontwikkelruimte, maar je kunt ook gemakkelijk
bevangen raken door de complexiteit van zo’n grote organisatie.
En niet meer weten wat “nice to have” en “need to have”
is. Dan is het wel fijn om met middelgrote en kleinere
gemeenten te praten over hoe zij de zaken oppakken.’ Bijvoorbeeld
in een gemeente ‘tussen servet en tafellaken’, zoals
Martiene Gouda omschrijft. ‘Wij zijn als middelgrote
gemeente vaak slagvaardiger, kunnen zaken sneller testen en
toepassen. Als je minder capaciteit hebt, word je creatief en
moet je scherpe keuzes maken. Waar het vooral om gaat is
dat je het helder hebt waar jij goed in bent – soms ben je een
slimme volger, soms een koploper. We moeten in onze gezamenlijke
aanpak de balans vinden tussen denken en doen,
zodat we optimaal gebruikmaken van elkaars inzichten en
toepassingen.’
2
gezamenlijke verhaallijn
Standaarden ontwikkelen voor informatiebeleid, informatietechnologie
en dienstverlening en invulling geven aan de
GGU – elke gemeente, en dus elke inwoner, betaalt daarvoor.
Hoe bepaal je of het voldoende oplevert? Wat Peter betreft
niet door er een rapportcijfer aan te hangen. ‘Maar wel door
met de goede dingen bezig te zijn. Het is toch moeilijk uit te
leggen waarom de kwaliteit en de registratie van persoonsgegevens
per gemeente verschilt. Of waarom we steeds
opnieuw moeten vaststellen of iemand is wie hij is. Mensen
de hulp bieden die ze van ons komen vragen – daar zijn we
voor als gemeenten, en niet om te registreren.’
‘soms ben je een slimme volger,
soms een koploper’
En hoe laten we zien of de stappen die we zetten de juiste
zijn? Arne: ‘Er zijn al werkende elementen, vaak door koplopers
ontwikkeld, en die moeten we voor het grote peloton
“openklappen”. In drie soorten: een concreet product zoals de
Verkiezings­app, een proces met ketenpartners waarin het
echt om samen organiseren gaat, en iets met veel impact –
bijvoorbeeld een groot project rond de Omgevingswet.’ Martiene:
‘Als je dat constant doet en vertelt waarom we dat doen,
creëren en versterken we de gezamenlijke verhaallijn. Waarbij
samen ook betekent dat we de expertise van de koepels en
vakverenigingen meenemen.’
keuzes
Minder dan vijf procent van de gemiddelde ICT­uitgaven per
inwoner gaat naar het samen organiseren. Geeft dat niet aan
׉	 7cassandra://-YaqpQAmavKZZwpxmdc2wl6I2OVbsaM3P5lhpvkg_p8?`j ^(.P׉E ‘het is toch moeilijk
uit te leggen waarom
de kwaliteit en de
registratie van
persoonsgegevens per
gemeente verschilt’
peter teesink,
arne van hout en
martiene branderhorst
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lJ_xbpeKfEuKyq2LMN6Fg8hVQkCvPxshGhHifyfr4U4 y`׉	 7cassandra://gLF1p-rM3VNHyBShNuz_82L9OKgeVYnBPnbY_e5eyA8c`׉	 7cassandra://ZX0oz6hOBLdJ0HS7pH3SItZEj2EMpSKP8mW-itfirVY: `j ׉	 7cassandra://lVRKHaWgXo_7sk9H3Cbe4_yrDhoPeMzfnz7iQuISg-Y |͠	^(0P֒נ^(0Pԁ ?E9 ׉S G
ׁׁrנ^(0PՁ 0 ̳D9 ׉S G
ׁׁr׉E<interview
elke gemeente de ruimte om eigen oplossingen te bedenken,
of om de eigen systemen – en daarmee de autonomie – te
behouden? Dat is ‘oud denken’, meent Martiene. Autonomie
zit überhaupt niet in systemen, niet in een standaardverwerkingsovereenkomst,
maar in de kleur van je maatschappelijke
beleid. ‘Over de centrale aanbesteding van de telefonie
hoor je toch ook niemand klagen. Integendeel, want iedereen
heeft daar financieel voordeel van.’
‘die hele verbreding naar de keten toe
komt ons allemaal ten goede’
Maar hoe weet je wat eraan komt en aan welke van de vele
projecten binnen de GGU je prioriteit geeft? ‘In Nijmegen is
daar een apart clubje voor. Zij zijn er bedreven in, maken
voortdurend afwegingen, en nemen de anderen daarin mee’,
vertelt Arne. Martiene: ‘Wij hebben daar geen aparte groep
voor, maar monitoren het via de vakverenigingen. En intern
kijken onze vakmensen, bijvoorbeeld de geo-experts, zelf
scherp naar de ontwikkelingen die hun vakgebied raken.’
Ook Arne benadrukt dat gebruikmaken van de kennis binnen
de koepelorganisaties en VNG Realisatie een goede
keuze is. ‘Zorg dat je weet welke netwerken er zijn, en bepaal
vervolgens zelf waar je instapt. En of je gaat volgen of vooroplopen,
afhankelijk van je eigen organisatieontwikkeling en
context. Geef jezelf intern rekenschap van de argumenten
voor je keuzes. En weet als gemeentesecretaris welke positie
je daarin kunt innemen.’ Dat kan best lastig zijn, vooral als je
– zoals de meeste gemeentesecretarissen – geen technische
achtergrond hebt en de discussie te eenzijdig over de techniek
gaat. ‘Want de ICT-vraag komt intern vaak terecht bij de
mensen die de huidige ICT-omgeving mee hebben ontwikkeld
en die niet los willen laten. Als gemeentesecretaris ben
je geneigd om daarin mee te gaan uit vrees dat de boel anders
instort.’ Peter stelt dat zijn directeuren wel halve i-directeuren
moeten zijn. ‘Ze hoeven niet per se diep in de technische
kant te kunnen duiken, maar ze moeten wel het goede
gesprek kunnen voeren over data en datagebruik. Over wat
dat betekent in hun domein, óók wat betreft de ethische kanten
daarvan. Digital rights, van wie zijn de data, wat is je
sourcing-strategie? Dat zijn de grote vraagstukken. GGU is
immers onderdeel van een grote beweging. Overigens ben ik
ervan overtuigd dat die hele beweging grotendeels vanzelf op
gang gaat komen. Simpelweg omdat het momentum daar is.’
‘Mee eens’, valt Martiene bij. ‘Ook middelgrote en kleine
gemeenten die je niet veel hoort, maken inmiddels gebruik
van de informatiebeveiligingsdienst [IBD]. Ze praten er misschien
niet over zoals wij, maar ze doen het allemaal gewoon.
En we merken allemaal wat het oplevert: doordat de IBD er is
exploderen je incidenten niet.’
keten
Peter brengt in dat al die ontwikkelingen niet alleen ten gunste
van de gemeenten zelf zijn. ‘Ook de zogenoemde verbonden
partijen, zoals zorgorganisaties en ministeries, zijn blij
met onze inbreng van kennis en ontwikkelingen. Die hele
verbreding naar de keten toe komt ons allemaal ten goede.’
Martiene: ‘We maken gebruik van wat er centraal wordt ontwikkeld,
maken het op maat voor de eigen gemeente, en
delen die kennis met de ketenpartners in het publieke
domein. De grotere maatschappelijke opgaven realiseren wij
als gemeenten immers niet in ons eentje.’
Vast staat, meent Peter, dat gemeenten door hun krachten te
bundelen een stevige gesprekspartner zijn geworden als het
gaat over de i-samenleving. ‘Bepaalde partijen, vooral de
commerciële, zijn verder dan wij. En andere publieke partijen
kunnen wij juist helpen om te versnellen. Wij kunnen
de verbinding maken. Onze rol is vooral ook om de ethische
waarden erin te brengen. Hoe maakt je verantwoorde keuzes?
Hoe betrek de je raad daarbij? Uiteindelijk wordt het
naast de bestuurlijke en managementdilemma’s ook weer
politiek. Dat is vaak ingewikkeld en zoals we al constateerden:
de thematiek is relatief jong. Maar door samen te organiseren
zetten we grote stappen, ook al is dat niet altijd even
zichtbaar in de veelheid van ontwikkelingen die op de
gemeenten afkomen.’ De drie herhalen het daarom nog maar
eens: ‘Wat echt helpt is het opbouwen van een track record van
geslaagde projecten waarmee de gezamenlijke uitvoering
voor alle gemeenten tastbaar wordt!’
Meer weten?
Dit artikel is eerder verschenen in VGS Magazine, winter 2019
4
׉	 7cassandra://ZX0oz6hOBLdJ0HS7pH3SItZEj2EMpSKP8mW-itfirVY: `j ^(.P׉Ejos maessen
weg met de targets!
De afgelopen veertig jaar heeft zich in ons land een
Anglo-Amerikaanse invasie voorgedaan. Eerst in het bedrijfsleven,
en daarna bij de overheid er dapper achteraan hijgend.
Wij zijn gaan sturen op targets, key performance indicators
(kpi’s), persoonlijke doelstellingen en resultaatafspraken.
Zo zijn er steeds meer loten en vruchten aan de
targetboom gegroeid.
De populariteit van targets is goed te verklaren. Het is makkelijk
afspreken en makkelijk afrekenen. Toch raak je echter
maar een stukje van de werkelijkheid, en wordt het te realiseren
doel vertroebeld door de wijze van meten en rapporteren.
Maar dat boeit de gemiddelde manager niet, die wil
‘graag weer eens lekker managen’ via prestatiedialogen die
veelal ontaarden in verantwoordingsgesprekken over de
laatste cijfers. Een soort kleuterschooltaal voor de complexe
werkelijkheid, dat is nu bij gesprekken over targets de voertaal
geworden.
Situaties
Targetsturing heeft andere gevolgen voor de organisatorische
dan voor de menselijke kant, namelijk de managers en
medewerkers. Wat betreft organisaties zijn er grofweg drie
verschillende situaties te onderscheiden.
Allereerst kan de organisatie zeer stabiel zijn. Geen veranderingen
in producten, geen verandering in klantenwensen,
en een stabiele productiemethode. In dat geval zijn targets
en kpi’s een uitstekend hulpmiddel. Deze situatie doet zich
in onze samenleving alleen minder vaak voor dan veel
managers willen geloven.
De meeste organisaties zijn meer of minder instabiel.
Daarom ontaardt targetformulering en -sturing in een
krampachtige poging om een bewegende wereld te bevriezen.
Dat organisaties in de uitvoering maar blijven worstelen
met dezelfde fouten, komt vaak hierdoor. Continuous improvement,
zoals dat in goed Nederlands heet, is dan gewenst
– maar dat verhoudt zich slechts zeer matig tot meetbare en
afrekenbare targets.
De derde categorie is innovatie. Daarbij leidt targetsturing
tot verstarring en risicomijdend gedrag.
Nieuwe wijn in oude zakken, en dat soort fraaie
verspilling van innovatiebudgetten.
Nadelen
Op managers en medewerkers hebben targets nogal een
dodelijk effect. Ze stimuleren tunnelvisie, want alles wordt
afgeschoten wat de targets bedreigt. Het leidt ook tot het
afnemen van de intrinsieke motivatie: feed them peanuts
and you get monkeys heet dat in ons Anglo-Amerikaanse
vakjargon. Men stopt met nadenken. En op de derde plaats
versterkt het de gerichtheid op de eigen doelen in plaats van
die van de organisatie. Men wordt afgerekend en beloond
op het eigen resultaat en niet op de gezamenlijke opgave.
Sommigen proberen dit laatste vraagstuk op te lossen door
samenwerkingsdoelstellingen op te nemen. Dat is wel erg
vermakelijk, maar totaal onmogelijk. Het negatieve bijeffect
van een instrument kan niet worden bestreden door het
instrument te gebruiken. De werking van feedback loops
heeft dat zo langzamerhand toch wel aangetoond, zou je
zeggen.
Werkelijkheid
En waarom schrijf ik dit nu eigenlijk? Welnu, ik zat van de
week bij een sessie over de veranderstrategie van Common
Ground. Een dapper initiatief waarover ik de komende tijd
wat meer zal gaan schrijven. Daar wordt ondermeer
gewerkt vanuit de gedachte van de maatschappelijke relevantie
van informatieproducten. Dat gaat over integrale
visie, samenhang in complexiteit, afdeling, dienst en clusteroverstijgende
problemen. De verzuchting in de zaal was dat
we al veertig jaar proberen samen te werken zonder veel
resultaat. En ook nu valt er nog geen echte beweging te zien.
Dit verschijnsel heeft meerdere oorzaken. Maar een dominante
factor is wel dat targets de innovatie verstarren en
managers straffen die willen samenwerken. Dus dames en
heren algemeen managers en bestuurders, het succes van
Common Ground (en bijvoorbeeld ook van veel dienstverleningsvraagstukken)
wordt bepaald door uw bereidheid om
enorm te wieden in het woud van de targets. Om ze met
wortel en tak uit te rukken zodat dit onkruid nooit meer zal
kunnen opkomen. Dus weg met die schijnzekerheid, en nu
opgewekt de weerbarstige echte wereld onder ogen
zien! Kan het ook nog eens leuk worden in die
vergader zalen.
Jos Maessen is programmamanager datagedreven
werken in de gemeente Rotterdam en schrijft
deze column op persoonlijke titel
5
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0mLGw8-r2mj3OGj3XZ1Q9RbMeyl0lV5oxeDxQWn78O0 7`׉	 7cassandra://K_-dvRSqCDcf5sgh-uRa9UV5vdnkx1yBP9aAEMe4XpY֪`׉	 7cassandra://30n6rxItmFhyLRVwekesOu9Imk8Z2TEqk6RYUXR1ntE@`j ׉	 7cassandra://dZtVQ0TlFSSFOc8NclYeR10HV3uRF5n_cKzmOuIcpPQ ͠	^(2Pڑנ^(0P؁ 0̐P9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
positief sturen op c
oordeel eindgebruiker bepalend vo
Tekst: Floor van Dijck, freelance journalist
Niet één maar drie zorgleveranciers, die niet concurreren op kosten maar op nauwlettend
gemonitorde cliënttevredenheid. In de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe
hebben ze eigenzinnig de uitvoering van Wmo-hulpmiddelen opnieuw geregeld.
Een succesvol voorbeeld van ‘omdenken’. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
D
e organisatie van hulpmiddelen binnen de Wmo is
voor veel gemeenten een hoofdpijndossier. Bij de zorgregio
Midden­IJssel/Oost­Veluwe (MIJOV), waarvan
Apeldoorn de grootste gemeente is, was dat niet anders. Het
aflopende contract met de vorige dienstverlener was een
urgente aanleiding én een kans om het helemaal anders aan
te pakken. Accountmanager Peter Liebrechts en contractmanager
Femke Melchels van de gemeente Apeldoorn
bedachten met het Projectteam Inkoop een verrassend
nieuw systeem. Waar het draait om de cliënttevredenheid,
de gemeente een stapje terug doet, met vertrouwen in de
experts en een maandelijkse monitoring.
Liebrechts: ‘We zijn vanuit ons doel terug gaan denken. Wat
willen we precies met deze tak van de Wmo: duurzame mobiliteit,
duidelijkheid en tevreden eindgebruikers.’ Melchels: ‘In
voorbereiding op de nieuwe aanbesteding zijn we in gesprek
gegaan met zowel inwoners als leveranciers. Om zo duidelijk
te krijgen: hoe doe je dat, sturen op cliënttevredenheid? En
hoe groot is de bereidheid van leveranciers om mee te doen
aan een nieuw systeem? De leveranciers die we geraadpleegd
hebben, gaven aan dat ze het spannend vonden, maar ook uitdagend.
Toen wisten we: we zitten op de goede weg.’
Wat bij voorbaat duidelijk was, is dat de zorgregio niet meer
van één aanbieder afhankelijk wilde zijn. Liebrechts: ‘Dan
ben je heel kwetsbaar, als die niet functioneert moet je
opnieuw het Europese aanbestedingstraject in. Vandaar dat
we met meerdere aanbieders tegelijk in zee wilden gaan.
Maar drie leveranciers vonden we het maximum, het contractmanagement
moet wel beheersbaar blijven.’
scoren op tevredenheid
Het nieuwe systeem van de zorgregio MIJOV werkt als volgt:
je koopt niet een specifiek hulpmiddel, maar je koopt per
categorie en inwoner voor negen jaar ‘mobiliteit’ in. Cliënten
die een nieuw traject ingaan mogen kiezen welke aanbieder
de dienst verleent. Als de cliënt niet kiest, wordt er gekozen
voor de aanbieder met het hoogste tevredenheidscijfer, de
voorkeursleverancier. De leveranciers krijgen zo een positieve
stimulans om hun dienstverlening te verbeteren, en
bovendien volgen er sancties bij onvoldoendes.
6
‘Wij als gemeenten moeten helemaal niet proberen om verstand
te hebben van het verstrekken van hulpmiddelen’,
vindt Liebrechts. ‘De gemeente gaat enkel over de vraag óf
iemand een hulpmiddel nodig heeft; de leveranciers gaan
vervolgens over de invulling ervan. We geven hun de rol van
experts en gaan niet op hun stoel zitten. Dit systeem kost de
gemeenten aanzienlijk minder mankracht, omdat we niet
meer tussen cliënt en leverancier in gaan zitten. Bovendien
stimuleert dit systeem de leveranciers om duurzaam te handelen
en kwaliteit te leveren. We werken in vertrouwen en
partnerschap. Het vertrouwen staven we met cijfers.’
maandelijks monitoren
De vraag rees wie de cliënttevredenheid ging meten. Om
WC-eend-taferelen te voorkomen, werd gekozen om een derde
partij aan te trekken. Liebrechts: ‘We wilden een objectieve
meting en kozen voor bureau Klantinfocus, met expertise in
het meten van klanttevredenheid. We hebben er heel bewust
voor gekozen om niet eenmalig een heel diepgravend tevredenheidsonderzoek
te doen, maar om maandelijks de vinger
aan de pols te houden.’
Cliën
De cliënttevredenheid over de zorgleveranciers wordt
gemonitord via GovMetric van bureau Klantinfocus. Zij
bevragen maandelijks de cliënten die contact hebben
gehad met de zorgleveranciers. De cliënt wordt simpelweg
gevraagd om de Wmo-leverancier te waarderen met
een smiley: was de dienstverlening goed, matig of slecht?
Er wordt een rapportcijfer gegeven met eventueel een
toelichting. De bevraging is anoniem, enkel de score voor
cliënttevredenheid wordt vastgelegd. Als de cliënt zelf
aangeeft contact te willen hebben, dan wordt dit genoteerd.
Uit de meetresultaten destilleert het onderzoeksbureau
maandelijks een cliënttevredenheidscijfer per
aanbieder. De cijfers zijn openbaar. Op basis van de hoogste
score wordt jaarlijks de voorkeursaanbieder bepaald.
׉	 7cassandra://30n6rxItmFhyLRVwekesOu9Imk8Z2TEqk6RYUXR1ntE@`j ^(.P׉E	cliënttevredenheid
oor inkoop wmo hulpmiddelen
Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe
Zorgregio MIJOV is een samenwerkingsverband van
negen gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem,
Heerde, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst en Zutphen). Het
regioteam voert taken uit op het gebied van inkoop,
monitoring, accountmanagement en contractbeheer, en
ondersteunt gemeenten ook bij de uitvoering van Jeugdhulp,
Wmo, Maatschappelijke opvang (MO) en Beschermd
wonen (BW).
De resultaten zijn tot nu toe veelbelovend. Melchels: ‘We
geven de eindgebruikers een stem, ze voelen zich gehoord.’
De leveranciers worden uitgedaagd om hun cijfers hoog te
houden. De leveranciers begonnen alle drie met een derde
van de cliënten, maar die verhouding is inmiddels verschoven.
Ook is er al stuivertje gewisseld tussen de twee aanbieders
die bovenaan stonden. ‘Het werkt echt’, constateert Liebrechts
tevreden. ‘De leveranciers gebruiken de cijfers om
mee te benchmarken – ze kunnen elkaars cijfers zien. In de
uitkomsten van de peilingen zit ook feedback voor de
gemeenten.’
’we geven de
eindgebruikers
een stem: ze voelen
zich gehoord’
femke melchels en
peter liebrechts
vrees voor haagse regeldrang
Naar aanleiding van een uitzending van Kassa over misstanden
bij Wmo­hulpmiddelen beraadt politiek Den Haag zich
op een strakker normenkader. Dat baart Liebrechts zorgen.
‘Meer regels zou funest zijn voor onze werkwijze. Wij hebben
juist minder regelgeving, maar wel een strakke monitoring
– en dat gaat enorm goed. Het zou doodzonde zijn als we
vanuit Den Haag aan banden werden gelegd.’
Want het systeem van de zorgregio MIJOV, juist georganiseerd
rondom de cliënttevredenheid, is misschien wel dé
oplossing voor de landelijke Wmo­misstanden. Liebrechts
wordt dan ook regelmatig benaderd door andere gemeenten
en zorgregio’s voor advies. Hij tipt: ‘Evalueer je huidige situatie,
denk goed na over wat je wilt realiseren en pas daar je
aanbestedingsprocedure op aan. Beperk je als gemeente tot
je kerntaken, en geef experts de ruimte
om te doen waar ze goed in
zijn – en houd ze strak aan
gemaakte afspraken. Dé
valkuil is om door te gaan
“omdat we het nu eenmaal al
jaren zo doen”. Wees niet
bang voor verandering: zie
een aflopend contract als
prikkel om de routine te
doorbreken en om
outside of the box te
denken.’
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iPzd_xuWwV71xLC4BdFJ0v0oo_bfpEHpFfTg-j1VW-k -`׉	 7cassandra://LJTyM3ZIDF9FvDQXcce0OGxVpMYU-4eRi7y1kE3hDGE`׉	 7cassandra://7uRKmoSxdW3u-aPysDBHeJfDYfuwG2WJ1HVEPyR_zRQ?\`j ׉	 7cassandra://hAQRnkYC0whpODNYKUg3L7gAr6y7PFnNiBZ7ktSlJoA \͠	^(3Pߓנ^(2P݁ -̄9׉Hhttps://i-sociaaldomein.nl/Gׁׁrנ^(2Pށ $̦B9 ׉S G
ׁׁrנ^(3P /̄9ׁHhttp://sociaaldomein.nlׁׁЈ׉Erartikel
berichtenverkeer ver
in jeugd- en ouderen
de kracht van beweging
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur van inGovernment
Na zich jarenlang in het bedrijfsleven te hebben beziggehouden met het ontwikkelen van
applicaties voor de decentrale overheid, is Karin van Gelderen in 2019 bij VNG Realisatie
aan de slag gegaan als projectdirecteur Ketenbureau i-Sociaal Domein. Dat bureau is
opgericht door het Ministerie van VWS, de VNG en de zorgbranche om vermijdbare
administratieve lasten in de jeugd- en ouderenhulp te voorkomen.
Welke probleem lost het Ketenbureau op?
‘Als inwoners zich met een zorgvraag via een formulier aanmelden,
moeten ze vaak onnodig lang wachten op antwoord.
Dat komt doordat de aanvraag vaak heen en weer wordt
gestuurd tussen ketenpartners wanneer de informatie onvolledig
is. Dit kan zelfs leiden tot “uitval” van een bericht met
als gevolg dat de inwoner geen reactie krijgt. Het is ons doel
de uitval van informatieberichten in de keten te minimaliseren,
en daar slagen we goed in. Door onze inzet is de kwaliteit
van de berichtenstroom verbeterd en de uitval geminimaliseerd.
Daardoor krijgt de inwoner nu veel sneller
helderheid over de toewijzing van een gevraagde ondersteuning.’
‘door
onze inzet is de kwaliteit
van de berichtenstroom verbeterd
en de uitval geminimaliseerd’
Hoe organiseer je zoiets samen?
‘Wij beoordelen de uitvoerbaarheid van oplossingen zoals
die zich in de keten bottom­up aandienen bij gemeenten en
zorgaanbieders. Daarnaast beoordelen we de uitvoerbaarheid
van nieuwe wetgeving, waarbij we kritisch kijken naar wie
wat vraagt en wie de opdrachtgever is. Wij werken daarbij
projectmatig en zorgen ervoor dat er altijd duidelijke doelstellingen
worden nagestreefd, gebaseerd op een echte
behoefte in het werkveld. Als je niet weet welke behoefte je
nastreeft, moet je er niet aan beginnen. Ik wil problemen
echt oplossen, en het proces daarnaartoe zo simpel mogelijk
houden. De oplossing is leidend en elke vraag wordt beant8
woord,
ook al hoort die formeel misschien niet direct bij het
Ketenbureau thuis.’
Wat levert dit voor gemeenten op?
‘Ondanks dat de decentralisaties al in 2015 hebben plaatsgevonden,
was er over het berichtenverkeer nog steeds niets
afgestemd of opgeschreven. Daarom ontwikkelen en beheren
wij standaard de administratieve protocollen. Dat zijn
beschrijvingen van het berichtenverkeer dat tussen ketenpartners
plaatsvindt. Wij hebben het informatiemodel hiervoor
gestandaardiseerd en het zo herschreven dat ook de
administratief medewerkers bij gemeenten het kunnen
begrijpen en gebruiken. Daarnaast is er een handleiding voor
als je iets niet snapt – wat nog wel eens gebeurt op de werkvloer.
Wij merken dat zorgprofessionals stress ervaren als
gevolg van administratieve lasten. Dat zit voor een deel tussen
de oren – ze zijn immers opgeleid om zorg te verlenen,
niet om formulieren in te vullen. Daar komt bij dat veel
administratieve processen zijn opgelegd door de eigen organisatie
in het kader van interne verantwoording. Aan die
complexiteit kunnen wij als Ketenbureau formeel weinig
doen, terwijl de zorgprofessionals ons ook daarop aanspreken.
Daarom wil ik onze doelstellingen verruimen en een
leergang opzetten om het probleem in de volle breedte te
kunnen oplossen.’
Hoe kun je ervoor zorgen dat een oplossing werkt?
‘Ik pas bedrijfsmatige principes toe in het publiek domein en
investeer daarbij vooral in de voorkant van het proces door
triage toe te passen. Binnen een week checken we – zowel
binnen het ketenbureau als daarbuiten bij een representatieve
groep gemeenten – via onze regioadviseurs de uitvoerbaarheid
van een nieuwe oplossing. Blijkt die onvoldoende te
׉	 7cassandra://7uRKmoSxdW3u-aPysDBHeJfDYfuwG2WJ1HVEPyR_zRQ?\`j ^(.P׉Erbeteren
nhulp
zijn dan leggen we deze terug bij het ministerie, en zo voorkomen
we dat onuitvoerbare opdrachten op het bordje van
de gemeenten terechtkomen. De aanpassingen die wij bijvoorbeeld
voorstellen om het berichtenverkeer te verbeteren,
hebben we tijdens regiobijeenkomsten voorgelegd aan 1.250
bezoekers. Op die manier verzamelen we een representatief
oordeel en kunnen we onze oplossing uitstekend legitimeren.’
‘als
je niet weet welke behoefte je
nastreeft, moet je er niet aan beginnen’
En wanneer zijn jullie klaar?
‘In 2023 mogen er in principe geen vermijdbare administratieve
lasten meer zijn. Het is ons doel om het berichtenverkeer
te verbeteren door het aantal keuzemogelijkheden te
beperken, declaratieperiodes af te stemmen en door de informatie
te standaardiseren. Dat vergt aanpassing van processen
en systemen bij de gemeenten. Ik krijg daar wel eens
bezwaren over, of “liefdesbrieven” zoals ik dat noem. Dan ga
ik in gesprek of spelen we een managementgame waarbij
mensen het proces zelf ondergaan en uit de eerste hand ervaren
wat er mis kan gaan – en dat werkt verhelderend. Ik probeer
minder tijd te besteden aan het praten over problemen
en meer aan het oplossen ervan, zodat zorgprofessionals echt
verbeteringen ervaren en inwoners sneller geholpen zijn.’
Meer weten?
Kijk op de website i­sociaaldomein.nl
‘ik probeer minder tijd te besteden
aan het praten over problemen en
meer aan het oplossen ervan’
karin van gelderen
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://x99M9GIjJcltj6ZOXG-RBGEGv9A8GYTfMPtW7Lqql_Q */`׉	 7cassandra://6SAft0ajeaOT205Eix2sWA1Z7IbF4Agu7JQwsD-7KVwͮ`׉	 7cassandra://DA8TTn0J6DQ7hqdlYpe9kzcZE55IlKu5ZwZTdSMa5gE5`j ׉	 7cassandra://o6vhPfYrI5tG8UJkWVNLylRXgA_392MbEzBOW4zOvw4  ͠	^(7Pנ^(3P &̦>9 ׉S G
ׁׁr׉E
Tartikel
gemeente amsterdam beproeft digitaal
‘het kan, maar het is e
Tekst: Jan Fraanje, redacteur inGovernment
‘Aansluiten, vullen, oefenen’ (AVO) is in 2020 voor alle overheden in Nederland het
devies bij de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2021. Maar gaat het ook
werken? Dat is de vraag die we stellen aan Peter Lans, ‘product owner’ Omgevingswet,
en Marianne Wouters, verantwoordelijk voor de digitalisering van de Omgevingswet
in Amsterdam. We spreken hen in het historische gebouw van de voormalige dienst
Publieke Werken, Afdeling Riolering en Bruggen’, waar zij gehuisvest zijn naast
diverse start-ups.
Hoe hebben jullie het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) in
de praktijk gebracht?
Peter: ‘Begin vorig jaar hebben drie directeuren vanuit vergunningen,
informatievoorziening en ruimtelijke ontwikkeling
geconstateerd dat allerlei componenten worden ontwikkeld
voor de nieuwe Omgevingswet, die onlosmakelijk met
elkaar zijn verbonden. Het is dan essentieel om de producten
samen te ontwikkelen en de afhankelijkheden regelmatig te
testen. Ik ben als “product owner” aan de slag gegaan en heb
een team geformeerd waarin alle disciplines vertegenwoordigd
zijn. We werken agile in sprints van twee weken en
betrekken onze leveranciers van juridische vragenbomen en
software actief bij het proces.
We werken vanuit vier hoofdlijnen: vergunningsvrije bouwwerken,
binnenplanse vergunningen, buitenplanse vergunningen
en gebiedsontwikkeling. We hebben ons in eerste
aanleg gericht op veelvoorkomende werkzaamheden, om te
beginnen met het realiseren van een proces voor een aanbouw.’
‘we
werken agile in sprints van twee
weken en betrekken onze leveranciers
van juridische vragenbomen en software
actief bij het proces’
Marianne: ‘In samenwerking met de VNG zijn we gestart
met een DSO­praktijkproef, Op basis van het Omgevingsplan
hebben we toepasbare regels gemaakt waarmee de aanvrager
kan toetsen of een activiteit vergunningsvrij is. We
hebben de keten doorlopen van oriënteren op basis van juridische
regels, checken op basis van toepasbare regels tot het
indienen op basis van indieningsvereisten. Het was niet eenvoudig,
maar toch is het gelukt om het werkend te krijgen.’
‘alle vragenbomen worden opgeslagen
in een register en zijn raadpleegbaar’
peter lans
Hoe werkt het DSO in de praktijk?
Marianne: ‘Een aanvrager heeft de mogelijkheid om in te
loggen via het landelijke portaal van het DSO. Uitgangspunt
is dat alles wat bekend is niet meer wordt gevraagd. Die
informatie hebben we namelijk al en dit maakt het voor de
aanvrager een stuk eenvoudiger, zo blijkt uit onze testen.
10
׉	 7cassandra://DA8TTn0J6DQ7hqdlYpe9kzcZE55IlKu5ZwZTdSMa5gE5`j ^(.P׉El stelsel omgevingswet in de praktijk
een enorme bult werk’
We testen namelijk de nieuwe producten, we vragen wat de
potentiële aanvragers ervan vinden en passen het vervolgens
aan. Ook is het systeem dynamisch. Enerzijds worden vragen
geschrapt als de beantwoording niet meer relevant is. Anderzijds
kunnen aanvragers “spelen” met hun aanvraag: zo kan
een uitbouw van vier meter breed vergunningsplichtig zijn,
terwijl een uitbouw van drie meter vergunningsvrij zou kunnen
zijn. Een aanvrager kan er dan voor kiezen om binnen de
marges van het bestemmingsplan te blijven, om de uitbouw
zo sneller te kunnen realiseren. Met de komst van de Omgevingswet
brengen we via het DSO heel veel regels bij elkaar.
Het roept wel de vraag op hoe we omgaan met vergunningen
en toestemmingen die niet binnen de Omgevingswet vallen
– moet de aanvrager dan naar twee loketten? Omdat we redeneren
vanuit de gebruikers en aanvragers komen dit soort
vragen op.’
Is de invoering van het DSO voor alle gemeenten hetzelfde?
Peter: ‘Alle gemeenten moeten zich verdiepen in de nieuwe
methodiek. Natuurlijk hoeven we niet allemaal het wiel
opnieuw uit te vinden. We werken samen met de VNG, met
de G4 en met de G40. De VNG heeft een “casco” voor het
Omgevingsplan ontwikkeld en geeft ondersteuning aan de
gemeentes voor het maken van toepasbare regels zoals een
webinar en een handreiking. Alle vragenbomen worden
opgeslagen in een register en zijn raadpleegbaar. Leveranciers
zijn nu aan de slag om zich op de invoering van de
Omgevingswet voor te bereiden. Alle gemeenten zullen zich
moeten verdiepen in de nieuwe methodiek en zullen deze
hanteerbaar moeten maken voor de eigen inwoners. Leren
van elkaar is dan essentieel, maar de gemeenten zijn niet
allemaal gelijk, dus je moet elkaar opzoeken op de punten
waar je elkaar kunt versterken. Daarnaast moet er op centraal
niveau regie gevoerd worden ten aanzien van aansluiting
werk
tijd
11
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://App16YtXYGZfi4DasIcY0_FUEO4ldWQqKDMmv2IEdIE f`׉	 7cassandra://8uYzAU9FjcR0s7ePdmkmmfccfGkFdmlxzQxDRYJEMzc͛`׉	 7cassandra://SHXD1jU0sbNF6FFuyvZ9OFD-E0n_AGeuy8ewh2rvrBA+T`j ׉	 7cassandra://wImoGzzA3BYZKye3SsD9th20t4_oKUOkmZXgGDMeK70 (x͠	^(8Pנ^(7P o9׉H 7https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/digitaal-stelsel/Gׁׁrנ^(7P n9׉H 7https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/digitaal-stelsel/Gׁׁrנ^(7P -F99׉Hhttps://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ^(7P 63:ā9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^(7P 9׉H #http://pre.omgevingswet.overheid.nlGׁׁrנ^(7P ,"̍.9 ׉S G
ׁׁrנ^(7P 2 ̐29 ׉S G
ׁׁrנ^(8P 	2+9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ^(8P 
܁̤9ׁHmailto:vdp@publieksdiensten.nlׁׁЈנ^(8P 
̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ^(8P 	|؁̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈנ^(8P ̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈ׉Eartikel
van gemeenten en andere overheden. Dat er nog een enorme
bult werk te doen is, zal duidelijk zijn. Er moet op alle fronten
echt een tandje bij.’
Wat is de rol van de andere overheden?
Peter: ‘De verschillende overheden hebben vanzelfsprekend
allemaal een eigen rol, maar worden met de komst van de
wet gedwongen om op een andere manier met elkaar samen
te werken. Dat brengt dus ook buiten de eigen organisatie
afhankelijkheden en nieuwe processen met zich mee, onder
meer met de provincie, de waterschappen en de Omgevingsdienst,
maar ook met de buurgemeenten.
Het Rijk speelt een belangrijke rol bij de overdracht van
regelgeving naar gemeenten. De Omgevingswet houdt ook
een grote decentralisatie in, waarbij in de zogenaamde
“bruidsschat” rijksregels overgaan naar de gemeenten. Dat
betekent dat gemeenten zelf moeten nadenken wat ze met
die regels willen doen. De gemeente Amsterdam analyseert
op dit moment welke regels als eerste op de Amsterdamse
situatie toegepast moeten worden.’
‘de gemeentebesturen moeten bepalen of
ze zaken vergunningsvrij willen maken
of dat ze nadere regels willen stellen’
Hoe bepaal je welke regels je toepast of afschaft?
Peter: ‘Je moet het serieus bekijken. De gemeentebesturen
moeten bepalen of ze zaken vergunningsvrij willen maken
of dat ze nadere regels willen stellen. Dat hangt af van de
gemeente, en zelfs binnen de gemeente kunnen verschillen
optreden: de binnenstad vol monumenten vraagt om een
ander regime dan een buitenwijk. Het is ook een kans: de
strijdigheid tussen gemeente en rijksregels bestaat nu al,
door deze decentralisatie kunnen we daar iets aan gaan doen.
Dat is de lokale bestuurlijke afwegingsruimte die ontstaat.’
Marianne: ‘ Daarnaast moeten we rekening houden met
zogenaamde “instructieregels”: het Rijk kan daarmee min of
meer dwingend opleggen dat regels in het Omgevingsplan
moeten worden opgenomen. We zijn nog in afwachting van
de bijbehorende software voor het maken van de regels voor
een Omgevingsplan – dat is echt nodig om verder te kunnen.
Wat dat betreft: hoe sneller het er allemaal is, hoe beter.’
‘de strijdigheid tussen gemeente en
rijksregels bestaat nu al, door deze
decentralisatie kunnen we daar iets
aan gaan doen’
Gaat het de gemeente Amsterdam lukken om op 1 januari
2021 klaar te zijn?
Peter: ‘Het is natuurlijk veel werk. En er is nog niet aan alle
randvoorwaarden voldaan, denk aan de vereiste software­oplossingen
die weer afhankelijk zijn van de standaarden, zoals
STOP/TPOD voor plansoftware en dergelijke. Daarom is met
elkaar testen een voorwaarde om het Omgevingsloket werkend
te krijgen. Er wordt nu op een breed front gewerkt via
meerdere sporen. Aanvragers moeten op 1 januari 2021 hun
vergunningen kunnen checken en een aanvraag in kunnen
dienen. De medewerkers moeten de instrumenten hebben
om die vergunning te verlenen. Overzicht houden, regie
voeren, keihard werken en slim samenwerken binnen de
gemeente en tussen gemeenten, andere overheden en de
ontwikkelaars bij het landelijke digitale stelsel, is noodzakelijk
om het schip op 1 januari 2021 in de vaart te kunnen
brengen.’
Meer weten?
Over het DSO: ga naar aandeslagmetdeomgevingswet.nl/
digitaal­stelsel/.
Over de DSO­praktijkproef van de gemeente Amsterdam:
zie pre.omgevingswet.overheid.nl, locatie de Pijp
(bijvoorbeeld Tolstraat 59).
12
׉	 7cassandra://SHXD1jU0sbNF6FFuyvZ9OFD-E0n_AGeuy8ewh2rvrBA+T`j ^(.P׉Ecolofon
inGovernment is het online platform voor
de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment is als online magazine beschikbaar
via de website www.ingovernment.nl
en wordt verspreid via een online nieuwsbrief.
inGovernment verschijnt acht maal per jaar als
online magazine.
Jaargang 14, nummer 1 (januari)
issn: 2213-2228
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Partnerschappen
inGovernment is eigendom van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten.
De VDP nodigt partners in de publieke sector uit om
inGovernment coöperatief te realiseren. Ter aanvulling op nieuwsbrieven
en websites van vakverenigingen, kan inGovernment een
horizontaal platform bieden over alle betrokken domeinen heen
waarin onafhankelijk wordt gecommuniceerd richting een gezamenlijke
doelgroep. Partners ontvangen op basis van co-financiering een
positie in de redactieraad, mogelijkheid tot het leveren van inhoudelijke
bijdragen en verzending van het magazine aan de achterban.
U kunt uw interesse in het partnerschap kenbaar maken door een
e-mail te sturen aan vdp@publieksdiensten.nl
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als online abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.ingovernment.nl
13
^(.P^(.P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PV2nekpt9Zs3NA3x9hPXCKWG2ZN80MwjfW5ZnJAryao -`׉	 7cassandra://qK5darU8v9QTRJV21adBnJayIUvYGQObu5VgBsdzyD8d`S׉	 7cassandra://6tQGogYClmBdUOkNTvCP_WNxbQTIy7u_b9-NaxGQPAA$`̵ ׉	 7cassandra://JBasBCGtm0suIqh7saBoYOiV0YePCpo4vUhvAJ9dDZc C͠^(8Pנ^(8P  R9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁr׉E׉	 7cassandra://6tQGogYClmBdUOkNTvCP_WNxbQTIy7u_b9-NaxGQPAA$`̵ ^(.P׈E^(.PÁ^(.P{)InGoverment januari 2020 )Deze editie is verschenen in januari 2020^(+K3