׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://KGZjezt-AVAL7jVpgbw2kyqAiCIdKF8Kmh4O59JjEA0 `׉	 7cassandra://hxvyf07Zuedna1AJOf9HGPO7kbGWylujKaZmt8InidU{`S׉	 7cassandra://6JCXCZmWTWe6py-yJBFbnqCxcr6aSJLPB_8M_YCH6vA('`̵ ׉	 7cassandra://rDkfSzjazkM7NaV_BT9HhH7KMBG87DR5sQNAeLf25Rk V͠_YpO#Gv׈E_YpO#Gv׉ENUMMER
JAARGANG 16 - SEPTEMBER 2020
E 12,50
4/5
Toxische druk:
optelsom van kleine verontreinigingen
Menno Holterman over
de impact van corona
op de watertechsector
Het ‘nieuwe normaal’
in stedelijk waterbeheer
Versnelling
waterbouwprojecten:
makkelijker gezegd
dan gedaan
׉	 7cassandra://6JCXCZmWTWe6py-yJBFbnqCxcr6aSJLPB_8M_YCH6vA('`̵ _YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AXAaIgjjkp9qsdO52E2YcELDXg31-Ft5zdUy4zTkYzA QC`׉	 7cassandra://mcuw4pKA04oeEAs7Pctlyka70Gr0vaAWSaHgmEaTW_E͵`׉	 7cassandra://_P56QajlcVi2ZM6uVNCdgUoj-Yjojzd7v4FoUWLbn3U:>`j ׉	 7cassandra://4i6IAnpRdGbbSAV4BtHJFGTaIwxoK01jGT_0yyhH6e8 ͌͠	_YpO#Gv נ  (7zy   4̤9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ c7zy   K̤+9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ k7zy  
 49 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ !7zy   K9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ A7zy   a9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ sc7zy   (o9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ 7zy   e9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ e,7zy   ̹9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ j7zy   39 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ Β7zy   (ǁ9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ 7zy   &Ɓ:9 ׉I_YpO#GvG׉ׁ
default style נ $7zy   iƁ9 ׉I_YpO#GvÁG׉ׁ
default style נ M7zy   (v9 ׉I_YpO#GvŁG׉ׁ
default style נ K7zy   9 ׉I_YpO#GvǁG׉ׁ
default style נ 7zy   9 ׉I_YpO#GvɁG׉ׁ
default style נ 7zy   (S9 ׉I_YpO#GvˁG׉ׁ
default style נ 7zy   9 ׉I_YpO#Gv́G׉ׁ
default style נ "17zy   ̮9 ׉I_YpO#GvρG׉ׁ
default style נ_YpO#Gvف ?̍9ׁHhttp://kolibricloud.comׁׁЈ׉E.KOLIBRI Cloud
Backend
KOLIBRI Cloud
WebApp
KOLIBRI Cloud
API
KELLER unlimited!
Al uw druk- en nivometingen beschikbaar in de KELLER Cloud
Gestructureerde data op elk moment veilig
opgeslagen en toegankelijk vanaf elk apparaat
met een browser en internetverbinding
„State of the Art“ beveiliging
LoRa & ARC-1 data direct opgeslagen in de
KOLIBRI Cloud. PC software (Datamanager)
niet meer nodig en onderhoudsvrij
Gebruik KELLER
KOLIBRI Cloud als opslaglocatie
Compatible met diverse KELLER IoT producten
en IoT protocollen: GSM, ARC, LoRa,
KOLIBRI Mobile App en Desktop App.
Programmeer en ontvang sensor en systeem
alarmmeldingen
Data is toegankelijk voor meerdere
gebruikers op hetzelfde moment
Visualiseer en bekijk opgeslagen
data in KOLIBRI Cloud
Flexibele toegang via standaard interfaces
tot uw eigen cloud services of lokale
databases
LoRa & ARC1 systemen geleverd.
Datatoegang zonder instellingen
Open source programma‘s en tools
met gedetailleerde documentatie
«ONE SOFTWARE»
Geen installatie noodzakelijk
data wordt getoond in browser
kolibricloud.com
׉	 7cassandra://_P56QajlcVi2ZM6uVNCdgUoj-Yjojzd7v4FoUWLbn3U:>`j _YpO#Gv׉ElInhoudsopgave
Versnellen waterbouwprojecten
strandt in procedures
19
Interview met
Menno Holterman
Menno Holterman gaat na de overname
van Nijhuis Industries alle
industriële activiteiten van het Franse
Saur leiden.
Minister Van Nieuwenhuizen beloofde investeringen in infrastructurele
projecten te versnellen om de effecten van de
coronacrisis tegen te gaan. Maar dat blijkt makkelijker gezegd
dan gedaan.
22
Klimaatadaptatie: pittiger
opgave dan gedacht
Het ‘nieuwe normaal’ in stedelijk water -
beheer: steeds extremere plensbuien.
Ons land moet als eerste ‘rainproof’
worden. Lukt dat ook?
Toxische druk
op de kaart gezet
Er is nu een kaart van Nederland die
de ‘toxische druk’ toont - ofwel de
optelsom van kleine verontreinigingen
in het oppervlaktewater.
Verder in dit nummer
Nieuws 6 - Personalia 9 - Column Bob Hachimi 13 - Circulair bouwen door waterschappen 15
Column Toine Poppelaars 18 - Fotoreportage rioolrelining Amersfoort 26 - Column Jac van Tuijn 35
Water Alliance en VN-Duurzaamheidsdoelen 36 - Cybersecurity: Hirschmann 38 - Cybersecurity: Hudson 40
Meten diepte en waterkwaliteit rivieren 42 - Afvoer reststoffen waterzuivering 44 - Bedrijvenregister 47
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
3
29
32
10
Renovatie voorzuivering
Andijk 1
In 2018 is gestart met een uitdagend
project: de renovatie van ‘de oude
dame’ - de ruim 50 jaar oude voorzuivering
Andijk 1.
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XXRJO99WkqxjVsP9xetqowIiHSMET9cD-olxe2-2TYE I`׉	 7cassandra://hfULMynrtil4U53KGvxw2jYb_i15xcQz0i2AJ5Tk2_8ͫ{`׉	 7cassandra://xE1F54sQk8t0a7TDBlfBFfuWFaXl1dWEOGV54cMLUYg7`j ׉	 7cassandra://noZTiHd8I8z7eUm2jDPMAWB9FB5W-7ffM-DC2DQZ8b0 dd͠	_YpO#Gvڗנ_YpO#Gv݁ ̰9ׁHhttp://optiwave.krohne.comׁׁЈנ_YpO#Gv 	̖9ׁHhttp://www.waterforum.netׁׁЈנ_YpO#Gv eʁ̏9ׁHmailto:redactie@waterforum.netׁׁЈנ_YpO#Gv 1~v9ׁHmailto:info@waterforum.netׁׁЈנ_YpO#Gv ̅9ׁHmailto:henno@waterforum.netׁׁЈנ_YpO#Gv߁ ށo9ׁHmailto:info@acquimedia.nlׁׁЈנ_YpO#Gvށ @k9ׁHhttp://www.wsrl.nl/vianen).ׁׁЈ׉EScherpe
focus op vloeistoffen
zelfs onder moeilijke omstandigheden
OPTIWAVE 1400 – 24 GHz FMCW radar niveautransmitter
voor water- en afvalwaterapplicaties
• Continue, contactvrije niveaumeting van afvalwater, slib of andere
vloeistoffen in open kanalen, opslagtoepassingen of pompstations
• Druppelantenne: scherpe focus, ongevoelig voor condensatie,
schuim of bewegende oppervlakte
• Robuust IP68 ontwerp, meetrange 0…20 m
optiwave.krohne.com
products
solutions
services
׉	 7cassandra://xE1F54sQk8t0a7TDBlfBFfuWFaXl1dWEOGV54cMLUYg7`j _YpO#Gv׉EOp naar ‘a toxic free environment’
De chemische industrie kijkt met spanning uit naar de in het
najaar te verwachten ‘Chemicals Strategy for Sustainability’.
Het is een belangrijk onderdeel van de Green Deal van de
Europese Commissie en ingegeven door het streven naar
een nul-emissie ‘for a toxic free environment.’ Ook voor
de watersector een zeer relevante ontwikkeling, blijkt uit
het artikel van Marga van Zundert in deze editie van
WaterForum. Zo geeft Annemarie van Wezel, hoogleraar
Environmental Ecology (UvA), aan dat het uitgangspunt in
de nieuwe strategie het totaaleffect van chemische stoffen
op mens en milieu wordt. Dit is ook een reactie op de
regrettable substitution. Stoffen worden verbannen vanwege
hun schadelijkheid en vervolgens vervangen door alternatieven
die al snel even kwalijk blijven. Een bekend voorbeeld
is GenX, dat minstens even schadelijk lijkt als voorgangers
PFOS en PFAO. Om het totaaleffect van verontreinigingen in
het oppervlaktewater, zoals meststoffen, bestrijdingsmiddelen
en medicijnresten, goed in kaart te brengen, stak Europa
de afgelopen jaren flink onderzoeksgeld in de ontwikkeling
van meetinstrumenten. Bovendien is er nu voor het eerst
een kaart van Nederland die de ‘toxische druk’ toont - met
de nodige kanttekeningen, zoals u in het artikel kunt lezen.
Daarnaast bevat deze editie tal van andere interessante en
lezenswaardige artikelen, waaronder het verhaal van Pieter
van den Brand over het ‘nieuwe normaal’ in stedelijk waterbeheer:
steeds extremere plensbuien. Vanwege de
klimaatverandering moet ons land als eerste rainproof worden.
De aanleg van wadi’s en extra waterbergingscapaciteit
is in volle gang. Maar waar staat neerslagbestendig Nederland
eigenlijk? En hoe hoog wordt het prijskaartje?
Verder hebben de vormgeefster en de redactie de afgelopen
zomer gebruikt om WaterForum Magazine in een nieuw
jasje te steken. Want er bestaat nu eenmaal zoiets als mode,
en ook de vormgeving van een tijdschrift moet natuurlijk met
de tijd meegaan. Zo zijn artikelen luchtiger opgemaakt en is
er meer aandacht voor beeld. Hierdoor ziet het blad in onze
ogen er een stuk helderder, overzichtelijker en frisser uit.
Hopelijk bent u er ook over te spreken. Laat ons dat vooral
weten!
Veel leesplezier
Adriaan van Hooijdonk
Hoofdredacteur Waterforum
Coverfoto
Het Rijk wil infraprojecten versnellen om de
door corona getroffen gww-sector te steunen.
Dat valt niet mee, maar ondertussen worden
verschillende projecten al voortvarend aangepakt.
Zoals de versterking van de Lekdijk
bij Vianen (zie ook: www.wsrl.nl/vianen).
Lees alles over de projectversnelling op
pagina 10 e.v. (foto: waterschap Rivierenland).
Colofon
WaterForum
Vakblad voor de watersector
Uitgever
AcquiMedia, Henk van der Brugge
Amstelwijckweg 15, 3316 BB Dordrecht
T +31 (0)184 - 48 10 40 E info@acquimedia.nl
Bladmanagement en advertentieverkoop
Henno Ploeg, henno@waterforum.net T +31 (0)184 - 48 10 46
Abonnementenadministratie
Waterforum Magazine wordt op aanvraag en tegen betaling van
abonnementsgeld (e 49,95 ex. BTW) toegestuurd aan relevante
doelgroepen. Aanvraag en/of mutaties via info@waterforum.net
Disclaimer
AcquiMedia heeft deze uitgave op de meest zorgvuldige wijze
samengesteld. AcquiMedia (hoofd)redactie en auteurs kunnen
echter op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volle digheid
van de gegevens. Uitgever, hoofdredactie en auteurs aanvaarden
dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard
dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die
gebaseerd zijn op informatie in deze uitgave.
Redactie
Hoofdredactie
Adriaan van Hooijdonk, redactie@waterforum.net
Eindredactie
Jeroen Bezem
Redacteuren
Esther Rasenberg, Pieter van den Brand, Marga van Zundert en
Jac van Tuijn
Vormgeving
D’sign Rotterdam
© AcquiMedia 2020
Auteursrecht op inhoud en vormgeving zijn voorbehouden aan de
uitgever. Gehele of gedeeltelijk overname van artikelen uit WaterForum
is slechts toegestaan met bronvermelding en na schriftelijke
toestemming van de uitgever.
www.waterforum.net
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
5
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9yLI23vSmXcv-RDaIo1hhKSii0n13BtCJVVsNYLA2z4 `׉	 7cassandra://iUB2jPVXmxD7uEZ9_nq8mGI0nsWKqqIiKHzOPYgHJhUC`׉	 7cassandra://hxud1T_s7lMpilsNH8c_opuPhrmJc0OC5ODkJU_c6bQ>`j ׉	 7cassandra://IoIW8-XkzcPOQLpcEbD_vo4QIhlzHxjD9fZx9QNB418 /0͠	_YpO#Gv׉EDijkgraaf Hein Pieper van Rijn en IJssel stelt
Nieuws
dat de Achterhoek afstevent op een klimaat dat vergelijkbaar is
met Zuid-Frankrijk (foto: Annemoon van Hemel).
Uiteenlopende
plannen voor
droogtebestrijding
gelanceerd
Deze zomer viel voor het derde jaar
op rij te weinig regen. De effecten op
de natuur zijn groot. Zo gaf dijkgraaf
Hein Pieper van waterschap Rijn en
IJssel in het AD aan dat de Achterhoek
afstevent op een klimaat dat
vergelijkbaar is met Zuid-Frankrijk.
Daarom opperde hij het idee om een
meer aan te leggen op de grens met
Duitsland. Hierin kan het waterschap
rivierwater opslaan om in tijden van
droogte te kunnen gebruiken. “Ideeën
van waterbeheerders zoals dit nieuwe,
nog niet eerder ingediende, plan van
Pieper zijn altijd welkom”, reageerde
deltacommissaris Peter Glas op WaterForum
Online. Hij voelt de urgentie en
wees op het Deltaprogramma Zoetwater,
waardoor de afgelopen jaren
al veel maatregelen zijn genomen. De
komende zes jaar wordt er door Rijk,
regionale overheden, drinkwaterbedrijven
en gebruikers ruim 800 miljoen
geïnvesteerd in droogtemaatregelen.
Grondwaterexpert Perry de Louw van
Deltares lanceerde in april het idee
om een deel van het rivierwater in de
ondergrond van de Veluwe op te slaan.
Volgens De Louw is het mogelijk om
met 0,5 procent van de rivierafvoer
300 miljard liter per jaar in de Veluwe
op te slaan. Het water uit de IJssel en
de Rijn moet omhooggepompt worden,
waarna het via infiltratievennen in de
bodem van de Veluwe kan sijpelen.
Ook Vitens broedt op plannen tegen
de verdroging. Het bedrijf kijkt nu naar
de mogelijkheden voor een ondergrondse
pijp die het water van de
IJssel naar de Achterhoek en Twente
moet brengen. Het idee maakt deel
uit van een groot onderzoek van de
provincie Gelderland, dat zich richt op
het behoud van voldoende drink- en
grondwater richting 2050.
De Kamerleden in de technische ruimte
van het Okura Hotel. Vlnr: Erik Ziengs (VVD),
Corrie van Brenk (50Plus), Ignaz Worm (Envaqua)
en SP’er Cem Laçin (foto: Twycer).
Drie leden van de Tweede Kamer
brachten op 21 augustus op initiatief
van Holland Water een werkbezoek
met het thema ‘Legionella’ in het Hotel
Okura Amsterdam. Centraal in de
discussie stond de kennis, kunde en
ervaring van de waterindustrie, tijdens
dit werkbezoek vertegenwoordigd
door Envaqua-directeur Ignaz Worm:
“We benadrukken ook zeker de vele
goede onderdelen van onze wetgeving,
maar het is overduidelijk én de hoogste
tijd dat de zaken die knellen worden
geëvalueerd, verbeterd en doelmatiger
verankerd worden.” President van
Aqua Europe, de heer Scharstuhl, gaf
de Kamerleden nadrukkelijk mee dat
de Nederlandse overheid niet moet
denken dat Nederland koploper is op
het gebied van legionellapreventie en
-bestrijding. SP-Kamerlid Cem Laçin
verwoordde de overtuiging van het
gezelschap als volgt: “Dit vraagt om
actie, legionella moet serieus terug op
de agenda en ik zal daar het initiatief
toe nemen.”
Kamerleden op werkbezoek
6 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://hxud1T_s7lMpilsNH8c_opuPhrmJc0OC5ODkJU_c6bQ>`j _YpO#Gv׉ENieuws
Dagelijkse coronamonitoring
rwzi’s is problematisch
De wens van minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid
om vanaf 1 september alle 323 Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties
dagelijks te monitoren op de aanwezigheid
van erfelijk coronavirusmateriaal, is vooralsnog onuitvoerbaar.
In augustus wist het RIVM met veel inspanningen
het aantal wekelijks (!) gemonitorde rwzi’s uit te breiden van
29 naar 80, maar verder dan de mededeling dat “het de
bedoeling is dat het aantal meetpunten vanaf september
wordt uitgebreid naar meer dan 300”, wil het instituut nu niet
gaan. Op 23 juni, vlak voor het zomerreces, stelde minister
De Jonge dat wat hem betreft vanaf 1 september op alle
323 Nederlandse rwzi’s dagelijks de hoeveelheid coronamateriaal
wordt gemeten. “Door alle rioolwaterzuiveringsinstallaties
dagelijks te monitoren, kunnen we op regionaal
en lokaal niveau oplevingen van het virus vroegtijdig
opsporen, zelfs voordat mensen klachten krijgen”, zei
De Jonge. De minister refereerde daarmee aan onderzoek
van kennisinstituut KWR, dat wereldwijd aandacht kreeg.
Sinds eind februari meet KWR in het rioolwater van zeven
steden, Schiphol en Terschelling de concentratie erfelijk
materiaal van het coronavirus.
Door regelmatig te meten, zag het sinds de start van de
coronacrisis op de verschillende locaties curves ontstaan,
die bleken te correleren met het aantal registraties bij de
GGD en met het aantal ziekenhuisopnames. Opvallend
was dat de rioolwatercurve ongeveer een week eerder
‘reageerde’ dan de andere twee. Dit maakt het riool tot
early warning-systeem.
De deadline van 1 september is inmiddels verstreken en het
is duidelijk dat de wens van de minister voorlopig niet wordt
vervuld. Al op 8 juli lieten de Nederlandse waterschappen
weten dat zij niet alle rioolwaterzuiveringsinstallaties dagelijks
gaan monitoren. Dat zou onder meer te kapitaalintensief zijn.
Het RIVM stelt dat de 80 wekelijkse monsternames, waarmee
toch het rioolwater van circa 10 miljoen Nederlanders
wordt gemonitord, niet voldoende zijn om harde conclusies
te kunnen trekken.
Eén van de rioolwaterzuiveringsinstallaties
die al geruime tijd worden bemonsterd voor het RIVM,
is rwzi Den Bosch (foto: Jac van Tuijn).
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
7
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://uqC5qReKdvsB_GXmBAW8tU7LFJz6wFF7mz0aai0HzQE `׉	 7cassandra://CfmbtscIX-Dqb9LPjS49qDIajxS03rPCF86GDEMv640ͻA`׉	 7cassandra://Y5WvCAj8PGChiytjAXLjLlxOu7V_li2NafEZ7DsCkPo:~`j ׉	 7cassandra://d-WHi2E085Y57LO7i8onkXqGDTQFvdBNPB25t3aL0vY a4f͠	_YpO#Gvנ_YpO#Gv 
9ׁHmailto:info@vanheckgroup.comׁׁЈנ_YpO#Gv ̺9ׁHhttp://www.vanheckgroup.nlׁׁЈ׉E}SAMEN KIEZEN
VOOR DE BESTE OPLOSSING
Van Heck helpt en begeleidt u bij ieder vraagstuk op het gebied van
waterbeheersing en -verplaatsing. Dit doen wij wereldwijd en op elk
gewenst moment; onze grote diversiteit aan materieel is 24/7
beschikbaar en direct inzetbaar.
Welke vraag u ook heeft, samen met u vinden wij de meest geschikte en
complete oplossing. Of het nu gaat om een tijdelijke omleiding, een
calamiteit, een op maat gemaakt noodplan of een structurele oplossing.
Met onze no-nonsense mentaliteit komen we snel en grondig tot het
beste resultaat.
- BETROUWBARE PARTNER
- 24/7 SERVICE WERELDWIJD
- SNELLE REACTIE EN ACTIE
- MAATWERKOPLOSSINGEN
- SAMENWERKING EN ADVIES
- BREED AANBOD VAN CAPACITEITEN
- INNOVATIEF
- MILIEUBEWUST
Van Heck B.V.
Ambachtsstraat 2
8391 VK Noordwolde
The Netherlands
Tel.: +31 (0)561 43 17 39
Internet: www.vanheckgroup.nl
E-mail : info@vanheckgroup.com
׉	 7cassandra://Y5WvCAj8PGChiytjAXLjLlxOu7V_li2NafEZ7DsCkPo:~`j _YpO#Gv׉EtPersonalia
Dijkgraaf Lambert
Verheijen van waterschap
Aa en Maas kondigde in
augustus aan dat hij na
15 jaar het stokje overdraagt
aan iemand anders.
Zijn officiële pensioen datum
ligt eind april 2021, maar
het moment van zijn afscheid
zal hij samen met zijn
bestuur kiezen. De sollicitatieprocedure voor zijn opvolger
is inmiddels gestart. In 2005 startte Verheijen als dijkgraaf
bij Aa en Maas en hij zit nu in zijn derde ambts termijn.
Vanaf 1987 was hij lange tijd lid van Provinciale Staten van
Noord-Brabant, en vanaf 1992 was hij ook gedeputeerde.
Van 2015 tot 2019 zat hij namens de PvdA in de Eerste
Kamer (foto: Wim Roefs/Aa en Maas).
Jan Hendrik Dronkers is 1 september gestart als
secretaris-generaal bij het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat. Hiervoor was hij onder meer directeur-generaal
Luchtvaart en Maritieme Zaken en plaatsvervangend
secretaris-generaal bij het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat. Ook werkte hij als directeur-generaal Rijkswaterstaat,
hoofdinge nieur-directeur van de directie NoordHolland
en plaatsvervangend directeur-generaal Mobiliteit bij
het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bij gelegenheid van zijn
afscheid als directeur van
drinkwaterbedrijf Brabant
Water ontving Guïljo van
Nuland uit handen van
Wim van de Donk,
commissaris van de Koning,
de provinciale onderscheiding
‘Hertog Jan’. Deze
kreeg hij op grond van zijn
grote inzet voor de drinkwater voorziening in Brabant
gedurende 28 jaar. Van Nuland is per 1 september opgevolgd
door Rob van Dongen, voormalig directeur van
Antea Groep (foto: Wim Roefs).
Simone Steendijk is 1 september begonnen als
secretaris-directeur van waterschap Hollandse Delta. Ze
werkte veertien jaar bij de politie, onder meer als districts chef
in Rotterdam-Rijnmond en korpschef van de regio Brabant
Zuid-Oost. Eerder werkte ze als terminalmanager bij ECT in
de Rotterdamse haven en bij de Koninklijke Luchtmacht als
logistiek manager. De afgelopen jaren was zij coach/consultant
in Canberra, Australië. Met de komst van een permanente
secretaris-directeur en het aantreden van Jan
Bonjer als de nieuwe dijkgraaf (sinds 1 mei), kwam er een
einde aan de interim-periode die startte met het plotse linge
vertrek van dijkgraaf Ingrid de Bondt in februari 2019.
Eric Jongmans heeft op 24 augustus, tijdens een bijeenkomst
van het dagelijks bestuur van waterschap Hollandse
Delta, officieel afscheid genomen als secretaris-directeur.
Bij die gelegenheid ontving hij de Waterschapspenning van
de Unie van Waterschappen uit handen van oud-dijkgraaf
Gerard Doornbos. Jongmans kreeg de penning voor zijn
verdiensten als secretaris-directeur van de waterschappen
Rivierenland en Hollandse Delta.
Marieke Schouten, wethouder in Nieuwegein, is in
juli verkozen tot nieuwe voorzitter van de bestuurlijke tafel
van Netwerk Water & Klimaat. Ze volgt Herman Geerdes
op, voormalig wethouder van Houten. Binnen het netwerk
werken 14 gemeenten, het waterschap, de provincie en de
veiligheidsregio samen aan het klimaatbestendig maken van
de regio Utrecht Zuidwest.
Dirk-Siert Schoonman
is 25 augustus geïnstalleerd
als nieuwe dijkgraaf van
Waterschap Drents Overijsselse
Delta (WDODelta)
door de commissaris van
de koning in Drenthe, Jetta
Klijnsma. Dat gebeurde
tijdens een bijzondere vergadering
van het algemeen
bestuur, vanwege de corona-maatregelen in Theater De
Spiegel in Zwolle. Schoonman is benoemd voor een periode
van zes jaar en volgt de in augustus vorig jaar overleden
Herman Dijk op. In de afgelopen periode heeft Piet Zoon de
functie van dijkgraaf waargenomen (foto: Freddy Schinkel).
Annemieke Nijhof start
1 oktober als de nieuwe
algemeen directeur van
Deltares. Nijhof volgt
Erik Janse op, die de
functie waarnam nadat
Maarten Smits deze vanwege
gezondheidsredenen
moest neerleggen. Nijhof
was als directeur-generaal
Water bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat (nu Infrastructuur
en Waterstaat) verantwoordelijk voor het waterbeleid
in Nederland. Ze was medegrondlegger van het
Deltaprogramma, de Deltawet, het Bestuursakkoord
Water en de Topsector Water. Vervolgens werkte ze in het
bedrijfsleven als president-directeur van advies- en ingenieursbureau
Tauw. Ze is sinds juni 2019 ook boegbeeld
van de Topsector Water & Maritiem en voorzitter van het
Netherlands Water Partnership (NWP). De directie van
Deltares bestaat per 1 oktober 2020 naast Annemieke Nijhof
uit Ron Thiemann en Erik Janse (foto: Deltares).
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
9
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://DwUYLVc4i-oIxaZnf3GyyWIk1r0Oe33O5dh_zs_N2Sw 8`׉	 7cassandra://LXDs6AM1Ux3XbvfUECWwAmX5mb3VWtqg4M4nA7Y3p2Yͬ`׉	 7cassandra://wq4q7OJ5wh6wlz0VB5YgNpnRA1IAFY_b7k1wtBjvPCA4`j ׉	 7cassandra://X_D0P1wlibuX3yC-7P3JDsqnv2IoiXtpm0dspFZq21Y Q0͠	_YpO#Gv׉EWaterbouw
Versnellen waterbouwprojecten strandt in procedures
Makkelijker gezegd
dan gedaan
Door Esther Rasenberg
Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat beloofde in april dat
zij investeringen in infrastructurele projecten zou versnellen om de effecten van de
coronacrisis tegen te gaan. Na de perikelen met stikstof en PFAS stond bij veel
bedrijven het water inmiddels aan de lippen. Maar bijna een half jaar later blijkt dat
het versnellen van grote projecten helemaal niet zo makkelijk is.
“Het is geen eenvoudige klus om
dijkversterkingsprojecten ineens te
versnellen”, licht Jorg Willems van het
Hoogwaterbeschermingsprogramma
(HWBP) toe. “Bij het opstellen van
goede plannen om de dijken te
versterken, wordt namelijk gefaseerd
gewerkt. Bij de Verkenning en het
Planontwerp is de betrokkenheid en
participatie van de omwonenden,
maatschappelijke organisaties en de
gemeenten van cruciaal belang.
Zonder deze betrokkenheid en inspraak
is het niet mogelijk een goede
dijkversterking uit te voeren.
We kunnen dus niet zomaar voorbijgaan
aan het doorlopen van zorgvuldige
participatie. Verder moet er
heel veel rekenwerk worden verzet om
tot een uitgekiend en passend ontwerp
te komen. Voldoende veilig, maar
tegelijk met een zo beperkt mogelijke
maatschappelijke impact.”
Op korte termijn is het versnellen dus
praktisch onmogelijk, maar op de
10 WATERFORUM NR 4/5
middellange termijn liggen er, volgens
het HWBP, wel kansen. Willems: “Voor
een periode van twee jaar kijken we of
we enkele projecten versneld kunnen
toevoegen aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma.
Daarbij willen
we een splitsing kunnen maken tussen
relatief eenvoudige en complexe delen
van dijkversterking. Daar waar het
relatief eenvoudig is (er wonen weinig
mensen en de opgave is technisch
relatief simpel), zouden we werk eerder
kunnen oppakken. We zitten als
programma nu nog in de analyse waar
en op welke manier dit zou kunnen.
Het opknippen en deels faseren van
dijkversterkingsprojecten vraagt om
zorgvuldige besluitvorming.”
Taskforce Infra
Sinds half april zoeken de gezamenlijke
brancheverenigingen uit de inframarkt
Techniek Nederland, Bouwend
Nederland, NLingenieurs, MKB Infra,
Vereniging van Waterbouwers en
Cumela samen met Rijkswaterstaat
in een taskforce naar geschikte
versnellingsprojecten. In een eerste
inventarisatie lijken alleen het inlaatwerk
op de Brouwersdam en de
vismigratierivier Afsluitdijk geschikt
om versneld uit te voeren. In een
werkdocument van deze Taskforce
staat tevens dat Rijkswaterstaat meer
ruimte nodig heeft op het gebied van
stikstof, budget en aanbestedingsmogelijkheden
om projecten te kunnen
versnellen.
Eind juli stuurden de brancheverenigingen
van de Taskforce een brief aan de
ministers Van Nieuwenhuizen, Hoekstra,
Wiebes en Koolmees, waarin zij
pleiten voor extra investeringen in de
infrastructuur. Zij verzoeken het kabinet
1,4 miljard euro extra in de begroting
op te nemen om mogelijke tekorten
op te vangen. Of de ministers gehoor
hebben gegeven aan dit verzoek is bij
het ter perse gaan van dit magazine
׉	 7cassandra://wq4q7OJ5wh6wlz0VB5YgNpnRA1IAFY_b7k1wtBjvPCA4`j _YpO#Gv׉ErWaterbouw
Werk in uitvoering
In het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma
(HWBP) voeren Rijkswaterstaat en de waterschappen de
grootste dijkversterkingsoperatie ooit uit. Meer dan 1100
kilometer aan dijken en 256 sluizen en gemalen moeten
tot 2028 aangepakt worden. Verspreid over bijna 300
projecten in het hele land, langs kust, langs meren en
langs grote rivieren.
Het HWBP heeft de afgelopen maanden een aantal
geplande projecten aanbesteed. Dit zijn projecten die de
komende jaren worden uitgevoerd. De bedrijven die de
aanbestedingen hebben gewonnen, zijn er dus zeker van
dat zij in de toekomst aan het werk kunnen, maar voor de
heel korte termijn bieden deze klussen geen oplossing.
Foto: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
Foto: Waterschap Drents Overijsselse Delta
Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK)
Dit project is na een aanbesteding op 22 juli definitief
gegund aan Van Hattum & Blankevoort en Boskalis
Nederland, bijgestaan door de ingenieursbureaus Witteveen+Bos
en Royal HaskoningDHV. In het project wordt
het achterland van de Hollandse IJssel beschermd door
tien kilometer IJsseldijk aan de zuidzijde van de Hollandsche
IJssel tussen Krimpen aan den IJssel en Gouderak
te versterken en verhogen.
Dijkversterking Zwolle-Olst
Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het
project dijkversterking Zwolle-Olst definitief gegund aan
Boskalis Nederland. De IJsseldijk tussen Zwolle en Olst
wordt versterkt om Salland en de stad Zwolle nog beter
te beschermen tegen overstromingen. Dertig kilometer
dijk langs de IJssel, tussen Olst en Zwolle, wordt de
komende jaren aangepakt.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
11
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PXWGRtjeOYFlyiHwYUNnerFozNqkzB-m58194sPksE4 t`׉	 7cassandra://Z-GDr13GSo_9IutL8-S5j2T9ERg8twJxgq7rLkKhZOk`׉	 7cassandra://qNeRaN29iqS6J2wXtrUHAGh6RYIsypWI8gUUcwMNLvk7`j ׉	 7cassandra://Is_bPSE0XZZV5Ik8IcTQVyrCOFpXQB28xdQHpPwFjpM,͠	_YpO#Gv׉EHWaterbouw
nog niet bekend. Wel duidelijk is dat
de financiën in dit geval slechts een
deel van het probleem zijn.
Woordvoerder Sonja van der Graaf
van het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat (IenW) blijft optimistisch en
geeft aan dat er achter de schermen
van alles gebeurt. Volgens haar nemen
de procedures soms wat tijd in beslag,
maar zij verwacht dat IenW dit najaar
met nieuws over concrete projecten
kan komen. Of minister Van Nieuwenhuizen
dan ook kan ingaan op het
verzoek van de markt op het gebied
van stikstof, budget en aanbestedingsmogelijkheden,
kan ze nog niet
zeggen.
Aanbestedingen
Steeds vaker zijn de complexe en
risicovolle aanbestedingen de reden
voor Nederlandse bouwers om niet
meer in te schrijven. Hoogleraar
aanbestedingsrecht Jan Hebly van de
Universiteit van Leiden waarschuwde
onlangs in Cobouw dat deze ontwikkeling
een risico is voor de Nederlandse
gww-sector. Dat Nederlandse
bedrijven niet meer inschrijven op grote
complexe aanbestedingen is, volgens
Hebly, een teken aan de wand.
Hij adviseert Rijkswaterstaat dan
ook om grote opdrachten kleiner te
maken en de risico’s niet volledig bij
de aannemers neer te leggen. “We
moeten de Nederlandse bouw- en
infrabranche koesteren, daar hebben
we allemaal belang bij. We kunnen ons
niet veroorloven dat we straks geen
grote werkgevers of eigen expertise
meer hebben”, aldus Hebly.
En is een aanbesteding uiteindelijk
gegund, dan is dat nog geen garantie
voor een gevulde orderportefeuille.
Veel aanbestedingen lopen anno 2020
het risico door de Raad van State te
worden afgekeurd. Bijvoorbeeld omdat
de wijze waarop Rijkswaterstaat zich
verantwoordt op het gebied van de
stikstofemissie en -compensatie in het
betreffende project niet afdoende is.
En als de Raad van State een negatief
oordeel uitspreekt, vertragen de
projecten alsnog.
Waterschappen
Ook voorzitter Rogier van der Sande
van de Unie van Waterschappen voorspelde
onlangs nog dat de weg naar
een stikstofvrije waterbouw lang is.
Maar hij ziet ook mogelijkheden.
Als waterschappen als ‘launching
customer’ optreden, kan dat de
transitie versnellen. Hij wijst daarbij
naar de stikstofvrije uitvoering van een
project om de waterkwaliteit bij de
Langeraarsche plassen te verbeteren.
Een aannemer graaft hier in opdracht
van het Hoogheemraadschap van
Rijnland 470.000 m3
bagger en grond
af met elektrisch materieel.
De Vereniging van Waterbouwers
kijkt intussen reikhalzend uit naar
nieuwe werkzaamheden. Veel orderportefeuilles
lopen richting het eind van
dit jaar en begin 2021 leeg. “Dat baart
ons grote zorgen. Onze leden kunnen
niet wachten om aan de slag te gaan”,
benadrukt Yves Marsé, adviseur markt
van de Vereniging van Waterbouwers.
Foto: Waterschap Drents Overijsselse Delta
Foto: Rijkswaterstaat/ Joop van Houdt
Stenendijk Hasselt
Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het project
dijkversterking Stenendijk Hasselt voorlopig gegund
aan Dijkzone Alliantie Stenendijk, bestaande uit Dura
Vermeer en Ploegam, in samenwerking met de
Gebroeders De Koning en Giken Europe. Zij worden
hierbij ondersteund door Fugro en Tauw. Het winnen van
deze Europese aanbesteding betekent dat deze partijen
de werkzaamheden samen met het waterschap gaan
voorbereiden en vervolgens gaan uitvoeren.
Sterke Lekdijk
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft
de versterking van de Lekdijk gegund aan drie partijen.
Mourik Infra, Van Oord Nederland en het Lek-ensemble
dat bestaat uit Heijmans Infra, GMB Civiel en de Vries
& van de Wiel. Het programma Sterke Lekdijk bestaat
uit zeven dijkversterkingen tussen Amerongen en
Schoonhoven en kent een lengte van 55 kilometer.
12 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://qNeRaN29iqS6J2wXtrUHAGh6RYIsypWI8gUUcwMNLvk7`j _YpO#Gv׉EqColumn
Persoonlijk contact
Door Bob Hachimi, voorzitter Platform Jonge Waterbouwers
Vanuit de overtuiging dat grote maatschappelijke opgaven
zoals waterveiligheid, energietransitie en duurzaamheid
alleen zijn te realiseren door samenwerking met alle betrokken
partijen, zet ik me als professional in de waterbouw
- ik ben tendermanager/tendercoördinator bij Van Oord in
Rotterdam - voortdurend in om deze samenwerking tot
stand te brengen. Sinds kort ben ik ook voorzitter van
het Platform Jonge Waterbouwers (PJW), een onderdeel
van de Vereniging van Waterbouwers. Als voorzitter is het
van belang om samen met de leden en opdrachtgevers
verbinding te maken en te houden, om zowel binnen als
buiten de vereniging contact te onderhouden. Zo kunnen
we rekening houden met elkaars belangen in relatie tot de
ontwikkelingen die er plaatsvinden.
De wereld is tenslotte volop in beweging. Onze doelgroep is
heel breed en onze leden zijn actief op verschillende fronten:
techniek, omgevingsmanagement, duurzaamheid etc. Het is
dan ook fijn dat we als jonge waterbouwers onze stem
kunnen laten horen. Die stem zal immers steeds belangrijker
worden en de invloed die we hebben dus ook. De afgelopen
jaren is er vanuit het bestuur en directie van de Vereniging
van Waterbouwers dan ook terecht meer aandacht gekomen
voor de Jonge Waterbouwers.
Maatwerk nodig
Extreme waterstanden en een stijgende zeespiegel, maar
ook verdroging zorgen voor grote maatschappelijke opgaven.
Toch gaat elke waterbouwer daar anders mee om.
Sommigen vinden dat we al op de goede weg zijn, anderen
zeggen dat de aanpak niet ver genoeg gaat. Zolang we
vanuit een intrinsieke motivatie met mogelijkheden blijven
komen, zullen we ontwikkelen en convergeren naar steeds
betere oplossingen. Persoonlijk geloof ik dat er steeds meer
maatwerk nodig is: iets wat op de ene plek werkt, kan op
een andere plek tot verstoring leiden.
Het zijn in elk geval opgaven die groot op de kaart staan
en waarmee we als sector prima aan de slag kunnen.
We zijn al stukken verder dan tien jaar geleden. Ik zie de
maatschappe lijke opgaven als een kans om meer in balans
te komen met elkaar en het milieu. Het gaat erom welk verhaal
je aan je kinderen wilt vertellen. Dus draag oplossingen
aan die toekomstbestendig zijn en pak het probleem zoveel
mogelijk bij de bron aan. Eén ding staat als een paal boven
water: hierbij heb je elkaar nodig - waterschappen, provincies
en Rijkswaterstaat, maar ook de collega-bedrijven.
Hybride concept
In deze coronatijd zien we hoe kwetsbaar we zijn als
maatschappij. Daarnaast hebben we kunnen ontdekken
dat op een andere manier werken zowel voordelen als
nadelen heeft. De nadelen van thuiswerken horen we al
jaren: minder zicht op de werkzaamheden van de medewerkers,
niet iedereen kan thuiswerken, er moet één lijn
getrokken worden en dus moeten we altijd fysiek op locatie
bij elkaar zitten. De voordelen leren we nu ook omarmen:
minder reistijd, rustiger werken, minder files en minder
uitstoot van broeikasgassen. Het is van belang dat we
maatwerk maken en dat kan prima met de online tools die
beschikbaar zijn.
In de ideale situatie zijn de bijeenkomsten dan ook een mix
tussen online en fysieke ontmoetingen. Zo kan je bijvoorbeeld
een spreker opnemen en dit bestand live streamen
of achteraf sturen naar personen die de bijeenkomst niet
hebben kunnen bezoeken. Dit scheelt voor iedereen reistijd.
Dit concept is ook hybride te maken door in een aantal
kleinere groepen bijeen te komen, samen te luisteren naar
de spreker en vervolgens met elkaar in gesprek te gaan.
Persoonlijk contact blijft een must. Dat onderschrijft het
belang van de vereniging en de bijeenkomsten die we
organiseren. Welke vorm we ook bedenken, ik kom graag in
contact met mensen en initiatieven die vanuit verschillende
expertises willen samenwerken aan dezelfde passie: een
bijdrage leveren aan de leefbaarheid en veiligheid van de
Nederlandse delta.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
13
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://al9D96SGcc8wx5jg4cxN1pRB26PZOVnnLBYZ8pZVvps D`׉	 7cassandra://dqQzWIjHOU5fYNvfp-zenRcyfxxg24V8F0-AG6Xihr0`׉	 7cassandra://9SAl9SK-tJAqtHNpdR_yyMjoQ5SR9SFeiBdx0zqqI1EG`j ׉	 7cassandra://lerXwQwstoaeqqLfg5b4Xxzd8cojmYLxdckR9BdTkEk VF͠	_YpO#Gvנ_YpO#Gv ̔
9ׁHhttp://www.hollandwater.comׁׁЈנ_YpO#Gv ̗9ׁHmailto:info@hollandwater.comׁׁЈנ_YpO#Gv yI9ׁHhttp://bifipro.comׁׁЈנ_YpO#Gv Nc9ׁHhttp://www.gmb.euׁׁЈ׉EGoede waterkwaliteit, veilige dijken,
goed onderhoud en hergebruik van grondstoffen.
Dat vraagt om duurzame oplossingen.
GMB realiseert complexe projecten met een
optimaal en duurzaam resultaat. Samen met u
bedenken we de oplossing. De manier waarop
we deze uitdagingen aangaan, is typisch GMB.
We ontwerpen, bouwen, onderhouden; we praten,
denken en doen als partners.
DE KRACHT
VAN GMB
Uitdaging verbindt
Onze oplossingen zijn adequaat, innovatief en
met zorg voor de omgeving. Het resultaat is een
project dat aan uw eisen voldoet. Waarmee we
misschien wel uw verwachting overtreffen.
Een resultaat waar we samen trots op zijn.
Meer weten over GMB?
Kijk op www.gmb.eu of bel 088 88 54 000.
Koeltorenwaterbehandeling
Bifipro® systeem voor
legionella en biofilm
preventie
Continue monitoring met
de bifipro.com software
en Silco® Sensor
Complete waarborging
koelwaterproces
Duurzame techniek van
koper- en zilverionisatie
Chemicaliën vrije
waterbehandeling
ROI < 5 jaar
Conform Nederlandse en
Europese wetgeving
Sinds 2013 bewezen
> 700 systemen o.a.:
Schiphol Group
Friesland Campina
Nederlands
Forensisch Insituut
Legionella Preventie
info@hollandwater.com
+31 (0) 343 475 090
www.hollandwater.com
Holland Water - Safe Water
׉	 7cassandra://9SAl9SK-tJAqtHNpdR_yyMjoQ5SR9SFeiBdx0zqqI1EG`j _YpO#Gv׉EJWaterschappen
Grote ambities bij de waterschappen
‘Circulair bouwen
vraagt om een andere
manier van denken’
Door Marjan van Wijngaarden - Beeld: Unie van Waterschappen
De waterschappen hebben grote ambities als het gaat om circulariteit. Ze tekenden
in 2017 het Grondstoffenakkoord en schreven mee aan de Transitieagenda Circulaire
bouweconomie. Ze staan dus achter de doelen om in 2030 voor 50 procent circulair
te zijn, en in 2050 voor 100 procent. Doelen afspreken is één, maar wat betekenen ze
en hoe bereik je ze in het dagelijks werk? De Unie van Waterschappen heeft daar wel
ideeën over.
“Als waterschappen zien we uiteraard
ook dat grondstoffen uit natuurlijke
bronnen opraken. En dat het winnen
van grondstoffen vaak een negatieve
impact heeft op het milieu”, zegt
Henkjan van Meer, beleidsmede werker
Moderne Overheid bij de Unie van
Waterschappen. “Daarom is het belangrijk
dat we goed nadenken bij het
versterken van dijken en de renovatie
of nieuwbouw van gemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties
of andere
bouwwerken. Willen we bijvoorbeeld
wel iets nieuws bouwen, of kunnen
we nog repareren of hergebruiken?
En als we nieuw gaan bouwen, kunnen
we dan gerecyclede materialen en
grondstoffen gebruiken in plaats van
nieuwe?”
De waterschappen zitten nu in de fase
van experimenteren en uitproberen. Als
ze een project ontwerpen of aanbesteden,
vragen ze soms om na te denken
over circulaire oplossingen. Deze fase
duurt tot 2023. Vanaf dat moment
vragen de waterschappen standaard
naar de mogelijkheid van circulaire oplossingen.
In 2030 moet een aannemer
met circulaire oplossingen komen om
een aanbesteding gegund te krijgen.
Dat is afgesproken in de Transitieagenda
Circulaire Bouweconomie.
Maatschappelijke waarde
Circulair bouwen vraagt om een
andere manier van denken, zegt Van
Meer. “De transitie naar een circulaire
economie houdt ook in dat je soms
Henkjan van Meer, beleidsmedewerker
Moderne Overheid bij de Unie van Waterschappen
“Stel dat iets een euro meer kost om te maken, maar het levert
100 euro milieuwinst op. Dan moeten we dat toch doen?”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
15
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vQErSNwcdcxVEWp7ARSYqCIatcHdjLWJ7m4rfyDR0nM `׉	 7cassandra://RVpHGlDK1FHdneKD66_1Y1BfV8RJASFhYo7mf-sOzIIr`׉	 7cassandra://Ij0mMgbDvGqgyI6Qe26eeqYZaG8vqQLmHKhNl42fIWMA`j ׉	 7cassandra://2n8I4G_Q1btiUAy52wmhz6YMeAH3BYPW6VMv5FopEVo BN8͠	_YpO#Gvנ_YpO#Gv |9ׁHhttp://platformcb23.nlׁׁЈנ_YpO#Gv r9ׁH  http://circulairebouweconomie.nlׁׁЈ׉EIWaterschappen
Circulair bouwen bij de waterschappen - 1
Over de circulaire brug
In het gebied van waterschap Noorderzijlvest zijn veel
bruggen toe aan herstel of vervanging. En dat wil het
waterschap zo innovatief en circulair mogelijk doen. Voor
2023 worden er zeventien bruggen vervangen. Vorig jaar
is begonnen met de voorbereiding van de aanpak van het
eerste cluster van vier bruggen. Noorderzijlvest benadert
duurzaamheid in een project zo breed mogelijk. In het
geval van de bruggen ligt het accent op circulariteit:
materiaal hergebruiken, materiaal herbruikbaar maken en
modulair bouwen. Maar het waterschap kijkt ook naar zo
weinig mogelijk uitstoot door bouw en transport.
In een Europese aanbesteding vroeg het waterschap
aannemers onder andere om met reële maatregelen te
komen waarmee bij vervanging van een brug circulariteit
kan worden ingevuld. Ook werd gevraagd hoe die maatregelen
meegenomen en doorontwikkeld konden worden
naar de volgende te vervangen brug. De plannen werden
op kwaliteit beoordeeld. Naar de prijs werd niet gevraagd.
Ook werd ingezet op langdurige samenwerking met de
gekozen aannemer in bouwteamverband. Daardoor
kunnen de lessen uit eerdere vervangen bruggen meegenomen
worden in volgende projecten.
een oplossing krijgt die niet 100
procent is. Soms zullen we genoegen
moeten nemen met 80 procent. Voor
technische mensen is dat een moeilijke
boodschap. We zijn dat niet gewend.”
Waterschappen zijn ook niet gewend
om in de waardering van een product
het milieueffect mee te nemen. “En
dat moeten we wel doen”, bepleit Van
Meer. “Stel dat iets een euro meer kost
om te maken, maar het levert 100 euro
milieuwinst op. Dan moeten we dat
toch doen? We moeten daarom geen
business cases meer maken, maar
value cases. Dat betekent dat we
steeds meer in maatschappelijke
waarde gaan rekenen. Niet alleen in
euro’s.”
Aanjagen transitie
Van Meer vindt dat overheden zoals
de waterschappen een belangrijke
rol hebben in het aanjagen van de
transitie naar een circulaire economie.
“Als wij laten zien hoe belangrijk we het
vinden en als eerste op deze manier
gaan werken, doen andere partijen ook
mee. Dat banken bijvoorbeeld alleen
16 WATERFORUM NR 4/5
nog maar financieringen verstrekken
aan bedrijven met een circulair verdienmodel.
Zo wordt de hele samenleving
circulair. Je komt verder als je het
samen doet!”
Is hij niet te optimistisch? “Nee hoor.
Kijk bijvoorbeeld naar iets als thuiswerken
en videobellen. Het gebeurde
wel, maar het was geen gemeengoed.
Door de coronacrisis werkt opeens
iedereen thuis en overlegt via allerlei
applicaties. En dat gaat ook helemaal
prima. Als de urgentie hoog genoeg is,
kunnen dingen snel veranderen. Dat
gaat met circulariteit ook zo gebeuren.
Niet van vandaag op morgen, maar
wel over een paar jaar!”
Meer weten over
circulair bouwen? Kijk op
circulairebouweconomie.nl
of op platformcb23.nl
׉	 7cassandra://Ij0mMgbDvGqgyI6Qe26eeqYZaG8vqQLmHKhNl42fIWMA`j _YpO#Gv׉E
)Waterschappen
Circulair bouwen bij de waterschappen - 2
Baggerspecie wordt bouwstof
De buitenkant van dijken wordt de laatste decennia voorzien
van relatief dure betonnen elementen om ze bestand
te maken tegen golven. De productie van deze betonnen
elementen is niet duurzaam. De grondstoffen worden
namelijk over grote afstanden getransporteerd. Ook kost
de productie van de elementen veel energie. Als watergangen
worden gebaggerd, komt daar slib uit. Het afvoeren
en verwerken van dit slib is kostbaar. Bij waterschap
Scheldestromen ontstond het idee om dijkbekledingselementen
van baggerspecie te produceren. Zo krijgt het
afvalmateriaal slib een nuttige bestemming. Bovendien
worden de kosten voor een dijkverzwaring verlaagd.
Door baggerspecie uit de Schelde te benutten voor
dijkversterking, wordt flink bespaard op grondstoffen en
energie. De CO2-uitstoot daalt en lokale bagger hoeft niet
getransporteerd te worden naar depots. Duurzame dijken
met grondstoffen uit de eigen regio. Zo werkt Scheldestromen
met deze proef mee aan de ontwikkeling van
de circulaire economie. Het project is vorig jaar van start
gegaan en bevindt zich nog in de laboratoriumfase.
Circulair bouwen bij de waterschappen - 3
Groene daken van hygiënische doekjes
Eén van de taken van de waterschappen is het zuiveren
van rioolwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties. Als het
rioolwater binnenkomt bij een waterzuivering, komt het in
een rooster. Daar blijven de grove materialen in hangen:
het zogenaamde roostergoed. In Nederland wordt er
ieder jaar zo’n 20.000 ton roostergoed verzameld. Het
grootste bestanddeel ervan zijn hygiënische doekjes.
Omdat dit roostergoed niet te recyclen is, laten waterschappen
het verbranden. In 2017 vroeg het hoogheemraadschap
van Schieland en de Krimpenerwaard tijdens
de BlueCity Circular Challenge naar ideeën om dit roostergoed
nuttig te gebruiken. In deze challenge werken
teams van studenten en young professionals zes weken
lang aan een product dat is gemaakt van ogenschijnlijk
waardeloze reststromen. Studententeam BlueRoof had
het idee om van het roostergoed een substraat te maken
waarop plantjes kunnen groeien, geschikt voor groene
daken. De proefdaken zijn getest en goed genoeg bevonden
voor een duurproef op een echt dak. Deze proef
duurt drie jaar. Er wordt dan onder meer gekeken of het
materiaal niet langzaam uitloogt naar de lucht of het
water. De gemeente Rotterdam is bereid een dak van een
gemeentelijk gebouw in te zetten voor de proef. Uiteindelijk
wil BlueRoof jaarlijks circa 5000 ton hygiënische
doekjes verwerken.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
17
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-I_QYWd5bYdzsqt2rtwd17GKew_GZdVeL2_QSH7DKCc  `׉	 7cassandra://Rg8SNgOic5TEFIOg5d6GgyNhm9yKKveZjmVG3n1mNrA`׉	 7cassandra://s0F-oHL5VNwwUKBykUzhZjM5w-Q9i0QWo_qacekdDHA?L`j ׉	 7cassandra://n4esoRBDUbGTAMgOwSy4-Xrr14ZlPqEw_AE9d3uOdlo pn(͠	_YpO#Gvנ_YpO#Gv ̙9ׁHhttp://www.duurzaamgww.nlׁׁЈ׉EColumn
Gezond en groen
uit de crisis. Hoe dan?
Door Toine Poppelaars, dijkgraaf waterschap Scheldestromen
Door het coronavirus zou je het soms bijna vergeten, maar
dit is de derde klap in korte tijd voor de grond-, weg- en
waterbouwsector (gww) die eerder al hard is geraakt door
maatregelen rond PFAS en stikstof. Ik ben van mening dat
het mede de taak is van (overheids)opdrachtgevers als de
waterschappen om de (water)bouw de komende tijd er weer
bovenop te helpen.
De waterschappen zijn gezamenlijk de grootste opdrachtgever
in de waterbouwmarkt en hebben de afgelopen jaren
ingezet op goed contact met alle spelers. In het begin van
de coronacrisis hebben de waterschappen prioriteit gegeven
aan het door laten gaan van de waterbouwprojecten.
Dat is goed gelukt. De zorg voor waterveiligheid, voldoende
water en het zuiveren van afvalwater is gelukkig niet in
de knel gekomen. Maar alleen continueren is niet genoeg.
Waterschappen spannen zich ook in om projecten of
onderdelen van projecten waar mogelijk te vervroegen,
zodat opdrachtnemers aan het werk kunnen blijven.
Het is naar mijn mening daarbij van belang dat de maatregelen
die we als overheidsopdrachtgevers treffen om de
bouw vlot te trekken, tegelijk een positief effect hebben op
onze ambities rond het Klimaat- en Grondstoffenakkoord.
Dat hierbij soms enige terughoudendheid is aan marktzijde,
begrijp ik heel goed. Het is ook een flinke uitdaging om na
PFAS, stikstof en tijdens de coronacrisis, tijd en geld vrij te
maken om te innoveren en te investeren in nieuw materieel
en nieuwe technieken gericht op het bereiken van klimaatneutraliteit
en circulariteit. We zien dat grotere aannemers de
18 WATERFORUM NR 4/5
hiervoor benodigde investeringen doen en samenwerken in
het opbouwen van kennis en ervaring. Bij de waterschappen
wordt echter 90 procent van het reguliere onderhoudswerk
uitgevoerd door het midden- en kleinbedrijf. Die hebben
vaak minder mogelijkheden om zich op korte termijn aan te
passen aan deze nieuwe ambities. Er zijn al mooie voorbeelden
van grote projecten waarbij het wel lukt, zoals de Sterke
Lekdijk van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.
Binnen een innovatiepartnerschap wordt daar ingezet
op slimme, nieuwe oplossingen voor emissieloze dijkversterkingen.
Het Hoogheemraadschap van Rijnland bewijst
dat het mogelijk is om grote projecten uit te voeren zonder
stikstofuitstoot. Bij een project om de waterkwaliteit bij de
Langeraarsche plassen te verbeteren, gaat het waterschap
470.000 m3
bagger en grond uitstootvrij afgraven door de
inzet van elektrisch materieel door de aannemer.
De komende tijd gaan de waterschappen in gesprek met
de markt, de rijksoverheid, andere overheden en maatschappelijke
partners zoals NGO’s
en financiële instellingen. De gezamenlijke
ambities die we hebben
op het gebied van Duurzaam GWW
(www.duurzaamgww.nl) vormen het
uitgangspunt.
De vraag is wat we gezamenlijk
kunnen doen om de waterbouw
gezond en groen uit deze crisis te
krijgen. Dat het kan, geloof ik zeker.
׉	 7cassandra://s0F-oHL5VNwwUKBykUzhZjM5w-Q9i0QWo_qacekdDHA?L`j _YpO#Gv׉EMenno Holterman verwacht dat privaat en publiek op
de mondiale watermarkt verder naar elkaar toe gaan groeien.
Zeker op locaties met waterschaarste (foto: AIWW/NWP).
Watermarkt
Gesprek met Menno Holterman, ceo Nijhuis-Saur Industries
Fusion cooking: het beste
uit de Franse en Nederlandse
watertechkeuken
Door Jac van Tuijn
Het waren mooie wittebroodsweken voor Nijhuis Industries, na de overname door het
Franse Saur. Dat vindt Menno Holterman, die is aangesteld om vanuit Doetinchem alle
industriële activiteiten voor de Franse waterreus te gaan leiden. De verkoop betekent
geenszins een verlies voor de Nederlandse watertechnologiesector, legt hij uit in dit
interview met WaterForum.
De verkoop van Nijhuis Industries aan
het Franse Saur sloeg op 19 juni bij
de Nederlandse watersector in als een
bom. Het nieuws rond Nijhuis was
altijd dat juist zij een of ander buitenlands
bedrijf hadden overgenomen
en mede daardoor konden uitgroeien
tot een toonaangevend Nederlands
watertechnologiebedrijf dat over de
hele wereld industriële waterbehandelingsinstallaties
bouwt. Vorig jaar
schreef het bedrijf een omzet van 90
miljoen in de boeken. Het jaar ook
waarin het 115-jarig bestaan in Doetinchem
nog groots werd gevierd en alle
genodigden een kijkje konden nemen
in de productiehal waar de filters,
DAF-installaties, pompen, slibpersen
en sensoren worden geassembleerd
tot installaties die vandaaruit naar
de hele wereld worden verscheept.
Nog steeds meldt het bedrijf nieuwe
contracten en innovatieve doorbraken.
Waarom dan een overname? Samen
met cfo Ronald Ruijtenberg en de huidige
mede-investeerders had directeur
Menno Holterman kunnen wachten tot
er een koper langs zou komen met een
zak geld. Maar het team is daarvoor
nog te ondernemend en het besloot
met Saur het avontuur aan te gaan om
een nóg grotere internationale speler
te worden op de sterk veranderende
mondiale watertechnologiemarkt.
Hoe zijn de eerste weken bevallen?
“We hebben prachtige wittebroodsweken
gehad. Het is een hele eer dat
we een brug mogen slaan tussen het
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
19
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XDT4yGwS0qttGNYsNk2BxEtGlw8k1kpiOL5jKGGceHA `׉	 7cassandra://yD8KyBsHk3Vmq2fSoYwQk5u8i1TYm1aeHJUNGMQHdqA?`׉	 7cassandra://hM4h-04Ku0Ast3bv4z1AaNwr2RsKMqhOtjyCcmiKhzE:`j ׉	 7cassandra://OAO764RqwAZ3H3s50RKEULVoASsvHnftaanXg7htr8Q \$͠	_YpO#Gv׉EWatermarkt
Paspoort
Naam
Menno Holterman
Geboorteplaats Nieuw-Lekkerland
Leeftijd 50
Opleiding:
1987 - 1995
1981-1987
TU Delft Maritieme Techniek
Stedelijk Gymnasium Breda
Loopbaan:
2020 - heden Senior executive vice president Nijhuis-Saur Industries
2012 - 2020
ceo Nijhuis Industries
2012 - heden oprichter/ceo Naesta Holding
2011 - heden bestuurslid Netherlands Water Partnership
2020 - 2011
2007 - 2010
1998 - 2008
1997 - 1998
ceo Norit Clean Process Technologies
Chief Growth Officer, Raad van Bestuur Norit
Directeur Norit Haffmans
Heineken, Engineer SP Breweries, Papua New Guinea
goede van Frankrijk en van Nederland.
We kunnen nu voortaan in twee
keukens kijken. Dat heeft al direct een
aantal concrete kansen opgeleverd,
waarvan we het bestaan niet wisten.
En we hebben inmiddels al onze eerste
contracten kunnen afsluiten. Zoals
een O&M-contract voor een Spaans
farmaceutisch bedrijf. Het voordeel
van zo’n groot concern als Saur is dat
we nu een groot budget hebben om
langlopende build-operate-transfercontracten
te kunnen afsluiten, waarbij
we een veel grotere medefinanciering
kunnen inbrengen. Voorheen moesten
we dat geld iedere keer maar weer
zien op te hoesten.”
Hoezo een hele eer?
“Saur heeft in Frankrijk al een grote
markt, maar heeft de ambitie nog een
miljard euro extra omzet erbij te krijgen.
Die groei zal vooral vanuit het buitenland
moeten komen. Met het platform
in Doetinchem mogen wij met onze
internationale ervaring en ons wereldwijde
netwerk in meer dan 140 landen
aan die groei gaan bijdragen. Saur ziet
dat we een flexibele organisatie zijn
met een breed inzetbaar technologiepakket
waarmee we makkelijk kunnen
inspelen op de veranderende watermarkt.
Het gaat veel klanten niet langer
alleen maar om de kortste terugverdien
tijd en het minimaal voldoen
aan de milieueisen. Industriële klanten
kijken ook naar de toekomst. Voldoet
mijn waterbehandeling ook over 10
tot 15 jaar? Is er wel voldoende water
beschikbaar? Kan ik snel opschalen of
afschalen? Moet ik misschien meer gezuiverd
afvalwater gaan hergebruiken?
De flexibiliteit wordt belangrijker en
daarbij past een andere set watertechnieken.
Onze klanten waarderen de
toegevoegde waarde die wij kunnen
leveren. Het meezoeken naar verbeteringen,
minder energieverbruik, meer
milieuvriendelijkere chemicaliën, meer
terugwinnen van energie en grondstoffen,
samen werken met de lokale
overheid op een industrieterrein. Slim
ontwerpen, slim bouwen en slim beheren.
Dat wordt steeds belangrijker.
Saur ziet diezelfde trend.”
Wat is slim?
“Dat is bij ons vooral het modulair
bouwen van installaties die we online
kunnen monitoren, beheren en onderhouden.
Bij onze klanten komt de
kostprijs steeds meer onder druk of is
er niet voldoende kapitaal beschikbaar.
Daarom hebben we sterk geïnvesteerd
in de automatisering van onze
installaties en inmiddels volgen we er al
150 online, 24/7. Twee medewerkers
houden de onlinedata in de gaten en
kijken continu of de installatie soepel
loopt, of er efficiëntiewinst te behalen
is en de bedrijfsvoering misschien nog
kan worden verbeterd. Verder hebben
we geïnvesteerd in het uitbouwen van
onze verhuurvloot van meer dan 50
zuiveringsinstallaties. En in modulair
ontwerpen: we bouwen gestandaardiseerde
units in containers die we
generiek kunnen inzetten, zodat we
overal makkelijk bij kunnen en onderdelen
snel kunnen vervangen. Daarmee
houden we de onderhoudskosten
laag. Maar we hebben ze ook zo
ontwikkeld dat we ze makkelijk kunnen
aanpassen aan de omstandigheden bij
de klant.”
Waarom nu? Vanwege corona?
“De coronacrisis heeft de zaak versneld.
De eerste aanleiding is de veranderende
watermarkt en de conclusie
dat het concessiemodel, waarmee
branchegenoten Veolia en Suez lange
tijd veel geld hebben verdiend, zijn
langste tijd heeft gehad. Grote indus -
triële klanten zitten niet meer te
wachten op een 15-jarig contract
waarbij alleen de concessiehouder
geld verdient. Het delen van kennis en
opbrengsten wordt veel belangrijker,
wat ook aansluit bij de transformatie
naar de circulaire economie. Gedeelde
verdienmodellen. Daar hoort flexibiliteit
bij en daarvoor hebben wij als Nijhuis
Industries in de loop der jaren al een
ander businessmodel ontwikkeld, dat
veel meer is gebaseerd op samenwerking
en gedeeld eigenaarschap. Met
Saur langszij verwachten we daar nu
20 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://hM4h-04Ku0Ast3bv4z1AaNwr2RsKMqhOtjyCcmiKhzE:`j _YpO#Gv׉E"Watermarkt
veel sneller in door te kunnen groeien.
“In het smeden van die nieuwe gedeelde
verdienmodellen gaan onze lokale
teams en partners een steeds grotere
rol spelen. Zij kennen veel beter de lokale
watervraagstukken, de overheden
en de wensen van de klanten. De toekomst
is dus minder centraal en meer
lokaal. Dat betekent dat we sterk in
ons netwerk moeten blijven investeren
om die lokale aanwezigheid te kunnen
vergroten. Maar we kunnen niet alles
zelf en hebben een keuze moeten
maken. Dat is Saur geworden.”
Welke rol heeft corona gespeeld?
“De afgelopen maanden hebben we
door de coronapandemie minder
kunnen reizen. Zo konden onze mensen
bijvoorbeeld niet naar Bulgarije
voor de oplevering van een zuivering.
We zijn nu bezig om de bouwvertragingen
op te pakken en maken daarbij
gebruik van onze lokale teams. Corona
heeft nog eens duidelijk gemaakt hoe
belangrijk die lokale aanwezigheid is
voor een wereldwijd opererend bedrijf
als Nijhuis. Ook voor het verwerven
van nieuwe opdrachten. Het volstaat
niet meer om de naam van een lokaal
bedrijfje te kunnen toevoegen aan een
aanbesteding. “Je ziet ook de trend
dat centrale overheden hun economie
sterker gaan beschermen en bij grote
opdrachten eisen dat hun nationale
bedrijven kunnen meedoen. Corona
heeft duidelijk gemaakt dat geopolitiek
weer belangrijk wordt. Hoe de interne
Europese markt ingeklemd raakt
tussen de concurrerende grootmachten
met Trump, Xi Jinping en Poetin.
Ik roep al jaren dat de Nederlandse
watersector Europa moet zien als een
thuismarkt. Ik zie ook hoe Europese
landen successen boeken. Neem bijvoorbeeld
Spanje. Dat is erin geslaagd
om binnen 15 jaar een sterke contractingsector
op te bouwen die wereldwijd
succesvol is in het binnenhalen
van grote EPC- en O&M-opdrachten
voor de bouw van waterinstallaties.”
Hoezo geopolitiek?
“Wereldwijd opererende bedrijven
halen de grote klanten en grote
waterinfrastructuurprojecten binnen.
Er zijn maar weinig bedrijven die groot
genoeg zijn om dat aan te kunnen, dus
is er veel minder concurrentie. Maar de
aanbesteding is veel politieker. Neem
bijvoorbeeld de nieuwe hoofdstad die
Egypte momenteel bouwt, waar 54
regeringsgebouwen moeten komen
en waar zo’n 2 miljoen mensen zullen
gaan wonen. Wij hebben geprobeerd
het contract voor de waterinfrastructuur
te krijgen. Samen met enkele
publieke en private Nederlandse
partijen hebben we hier maandenlang
dag-en-nacht aan gewerkt en zijn we
talloze keren naar Egypte geweest.
Frankrijk en Duitsland dienden beide
een geïntegreerd plan in voor de hele
infrastructuur. Het Franse plan werd
door Macron gepresenteerd en het
Duitse plan door Merkel. Toch wilden
de Egyptenaren heel graag ook een
Nederlands plan. Maar uiteindelijk hebben
de Duitsers gewonnen en omdat
de Fransen het contract voor de energieleverantie
al hadden gekregen.
“Nederland heeft voor water nu
eenmaal geen Shell, Philips of ASML.
Daarom zouden we als Nederlandse
watersector moeten investeren in de
Europese watermarkt. Een thuismarkt
waarbinnen we veilig en vertrouwd met
elkaar zaken kunnen doen. Daarop zal
ook de nadruk liggen bij de uitbouw
van het industrieplatform.”
Heeft Nederland nu de boot gemist?
“We hebben geprobeerd in Nederland
de handen op elkaar te krijgen voor
een groot publiek-privaat waterbedrijf.
In 1999 is al een poging gedaan om de
waterpoot van het toenmalige Nuon te
koppelen aan Norit en Paques. Dat is
toen door de politiek tegengehouden.
Water mocht niet geprivatiseerd
worden. En dat geldt in Nederland
nog steeds. Op de wereldmarkt is een
privaat-publieke samenwerking heel
gewoon. Er zijn ook grote kansen,
bijvoorbeeld als het gaat om gezamenlijke
activiteiten op communale waterzuiveringen
waar ook bedrijfsafvalwater
kan worden verwerkt. Of omgekeerd,
dat bedrijven hun waterproductie opvoeren
om de lokale gemeenschappen
van drinkwater te voorzien. Ik geloof
zeker dat de publieke en de private
watersector steeds meer naar elkaar
toe gaan groeien. Vooral waar water
schaars is en de noodzaak van waterhergebruik
toeneemt.
“Een Nederlandse alliantie is niet
gelukt. Intussen moet wij verder. Blijven
groeien. We hebben met Saur onze
kwetsbaarheid verkleind en zijn wat
mij betreft als winnaar uit de eerste
coronagolf gekomen.”
De ondertekening van de overname en
de oprichting van het Industrieplatform met
ceo Patrick Blethon van Saur Group (foto: Saur).
De onbekendere Franse waterreus: Saur
Saur Group is een Frans bedrijf dat samen met Suez en Veolia behoort tot
de top drie van Franse waterbedrijven. Het is in 1933 opgericht door Pierre
Crussard onder de naam Société d’Aménagement Urbain et Rural (Saur) en
richtte zich aanvanke lijk vooral op het Franse platte land. Omdat het altijd
minder actief in het buitenland is ge weest, is het internationaal, in tegenstelling
tot Veolia en Suez, altijd minder bekend gebleven. Inmiddels telt
het bedrijf 9000 medewerkers en haalde het in 2019 een omzet van 1,497
miljard euro. Saur beheert ruim 4000 waterinstallaties, voornamelijk in
Frankrijk, maar ook in andere landen. In december 2018 kwam Saur Group
in handen van de Zweedse investeerder EQT.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
21
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SIqE5v8FQl3Ai18mPU-w5drNe8hkazT0DarKO8ictVg ̇`׉	 7cassandra://LMl5tS8vCz4Z7Seh1Ej6IUxHeMYSz-8xd3CAAnoareQܵ`׉	 7cassandra://PxCyUhuXWbGz2ApsfYMqfdRxE08D_6OfLFFF9pzZj0UA`j ׉	 7cassandra://gOmFsXwWRYP21w70G5FH3h-5rSNq6lSg9bISmdWBnHY (͠	_YpO#Gv׉EStedelijk waterbeheer
Klimaatadaptatie: pittiger opgave dan gedacht
Help,
de stad verzuipt
Door Pieter van den Brand
Het ‘nieuwe normaal’ in stedelijk waterbeheer: steeds extremere plensbuien.
Vanwege de klimaatverandering moet ons land als eerste ‘rainproof’ worden.
De aanleg van wadi’s en extra waterbergingscapaciteit is in volle gang. Maar waar
staat neerslagbestendig Nederland eigenlijk? En hoe hoog wordt het prijskaartje?
22 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://PxCyUhuXWbGz2ApsfYMqfdRxE08D_6OfLFFF9pzZj0UA`j _YpO#Gv׉EEnschede ligt op een stuwwal en kent een hoogteverschil van
zo’n veertig meter. De wateroverlast kan er na een wolkbreuk
soms zeer heftig zijn.
Stedelijk waterbeheer
Wethouder Jurgen van Houdt
(Enschede)
“De neerslag valt voor bijna 70% op
particulier terrein. Als daar
niets gebeurt, blijft het voor ons
dweilen met de kraan open.”
(foto: Snijders Fotografen)
Nederland zwelgt in zijn waterleed. De onafgebroken reeks
van acht smoorhete dagen eindigde afgelopen augustus
met verpletterend noodweer. De media brachten het waterballet
volop in beeld. Bewoners probeerden een borstcrawl
uit in hun ondergelopen straat. In een woning dreef een
koelkast door het souterrain. De pompen van de brandweer
moesten eraan te pas komen. “Zoiets heb ik nog niet eerder
gezien”, luidde het commentaar van een van de brandweerlieden.
En
zo maakt elke plek in het land wel zijn ‘ergste bui ooit’
mee. Ook voor Enschede is de aanleg van extra waterbergend
vermogen zeer urgent, weet wethouder Jurgen van
Houdt. “Onze ligging dwingt ons tot actie.” De Twentse
gemeente ligt op een stuwwal en kent een hoogteverschil
van zo’n veertig meter. Enschede ontbeert de grachten van
Amsterdam en er stroomt niet, zoals in Nijmegen, een grote
rivier langs. Juist dat verklaart de wateroverlast bij piekbuien.
Infiltratie van hemelwater is lastig, omdat in de ondergrond
ondoorlatende leemlagen zitten. Maar de stad is druk met
klimaatadaptatie. Naast talloze wadi’s is een ondergrondse
waterberging aangelegd ter grootte van drie Olympische
zwembaden (capaciteit: 7 miljoen liter).
Ook pakt Enschede het herstel van vroegere waterlopen
op. Actueel is het doortrekken van de Stadsbeek vanuit
de westkant van de stad richting het centrum. Doel is niet
alleen het regenwater in de lagergelegen woonwijken op te
vangen, maar ook de grondwaterproblemen te verminderen.
In straten met een zeer hoge grondwaterstand wordt
drainage aangelegd, die aansluit op de nieuwe Stadsbeek.
Dit systeem moet het grondwaterpeil verlagen, als dat te
hoog is, en bij een lage grondwaterstand juist hemelwater
infiltreren tegen de verdroging.
“Maar met maatregelen in de openbare ruimte zijn we er nog
niet”, zegt Van Houdt. “De neerslag valt voor bijna zeventig
procent op particulier terrein. Als daar niets gebeurt, blijft
het voor ons dweilen met de kraan open.” Met een
gedragscampagne wil de gemeente de bewoners van de
betreffende wijken stimuleren hun stoeptegels in te ruilen
voor plantjes, groene daken en regenwatervijvers aan te
leggen en hun regenpijpen van de riolering af te koppelen.
Rotterdam
Een stad met eveneens een scherpe focus op extreme
neerslag en wateroverlast is Rotterdam. Zo’n 85 procent
van de stad ligt onder het niveau van de Maas. Ruim 1100
gemalen zijn nodig om dat gebied droog te houden. Uit
de vele analyses, modelleringen, stresstests en de eigen
klimaateffectatlas blijkt dat er nog veel moet gebeuren, zegt
programmamanager Johan Verlinde van het Rotterdams
WeerWoord, het vorig jaar gestarte actieprogramma-inwording
van gemeente en regionale waterbedrijven. “Onze
stad is nog onvoldoende in staat extreme buien te verwerken,
als we kijken naar de wateroverlastmeldingen die we
krijgen. Op basis van een stresstest voor neerslag hebben
we bijvoorbeeld zo’n 15 duizend percelen geïdentificeerd
waar de vloer bij een heftige bui nat wordt. Tot 2022 willen
we de 2500 meest kwetsbare panden gaan aanpakken.”
Hoe? De gemeente wil de sponswerking van de stad
vergroten en minder verstening en meer vergroening.
Eén van de pijlers is de komst van meer opslagcapaciteit.
Sinds 2013 zijn negen Waterpleinen aangelegd. In de
grond onder deze speelpleinen zijn op het regenwaterriool
aangesloten infiltratiekratten met holle ruimtes aangebracht,
die het water tijdelijk vasthouden, zodat het langzaam in de
bodem kan wegzakken. Het grootste Waterplein onder het
Benthemplein bij het Zadkine-college kan 1700 kuub water
verstouwen. Het Sparta-stadion in Spangen beet het spits
af met de ‘urban waterbuffer’. Al het regenwater dat op het
Spartaplein en het stadion valt, wordt opgevangen in een
kratjesbuffer onder het plaatselijke Cruyff Court, door een
helofytenfilter gezuiverd en voor irrigatie van het voetbalgras
ingezet. “Kunstgras heeft veel meer water nodig dan een
normaal grasveld. Het veld mag niet te droog worden, om
verwondingen van spelers te voorkomen”, legt Verlinde uit.
Door het hergebruik bespaart de voetbalclub jaarlijks 15
duizend liter drinkwater. Een tweede stedelijke waterbuffer
is gerealiseerd in een groen dak op het voormalige gemeentearchief
in de wijk Middelland. “Regenwater is niet iets wat
per se snel weg moet. Wel merken we dat de nog altijd lage
prijs van drinkwater grootschalig hergebruik tegenwerkt.”
Kenmerkend voor de Rotterdamse aanpak, aldus Verlinde,
is het maatwerk per wijk. “Sommige wijken zijn 100 procent
sociale woningbouw. We sparren dan ook intensief met de
woningcorporaties die een bestand van zo’n 140 duizend
woningen hebben. We zien dat daar nog een grote kennisbehoefte
is. Vier van mijn collega’s zijn er één dag in de
week gedetacheerd. De samenwerking gaat niet over geld,
maar over weten wat er speelt en afstemmen over wat te
doen.” Het onderdeel ‘Rotterdammers in Beweging’ van
het Rotterdams Weerwoord richt zich op de inwoners.
Johan Verlinde
(WeerWoord Rotterdam)
“Regenwater is niet iets wat
per se snel weg moet, maar
de nog altijd lage prijs van
drinkwater werkt grootschalig
hergebruik tegen.”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
23
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://197QQmAI3cpFvXbr-qCuZoLhByyxzAEqS1AbjeULguM ki`׉	 7cassandra://TmTn0LrBkdsVz7aKyKaX8-GyeTNDp8kilsBL1my1ZTYۺ`׉	 7cassandra://1qBS8yGhgBQi3jcO1YdHNhKxUsYAysh4A6IrVikaVpk>`j ׉	 7cassandra://gYP9XyDCXJP1DtHygohd2rq39ZmOV0I_srMXZt2xgzU (͠	_YpO#Gw ׉E
Het moeraslandschap in de stad
Stedelijk waterbeheer
(Bron: Studio ArchitectuurMAKEN, Hosper landschapsarchitectuur
en stedenbouw, Sweco, GEP Regenwater)
De sociale huurwoning als
watermachine
Niet alleen de openbare en particuliere
terreinen, maar ook huizen en
gebouwen moeten zich aanpassen
aan de aanzwellende wateroverlast
door de klimaatverandering. Neem
de 2,2 miljoen sociale huurwoningen
die Nederland telt. Geef die een
voortrekkersrol in het klimaatbestendig
maken van ons land. Dat was de
leidende gedachte achter de studie
en publicatie ‘Stad X Klimaat - het
gebouw als watermachine’. Het onlangs
afgeronde onderzoek spitst toe
op vijf ontwerpvisies, van behapbare
‘quick wins’ tot grootse vergezichten.
In het oog springt een diepte-infiltratiesysteem,
ontworpen voor de
wijk Assendorp in Zwolle, dat al
het regenwater dat in een gesloten
bouwblok valt, in de bodem beschikbaar
houdt voor later gebruik. En
passant bewatert het hemelwater de
groene daken van de huizen en vult
het de grijswatertanks voor huishoudelijk
gebruik. Een nadeel van deze
zelfvoorzienende collectieve waterberging
is dat bewoners een deel
van hun privétuin op moeten offeren.
Een prikkelend toekomstbeeld is
het moeraslandschap in de stad.
Deze oplossing is bedacht voor de
inklinkende woonwijk Het Lage Land
in Rotterdam, waar het grondwaterpeil
net onder de oppervlakte ligt en
de bodem geen extra waterdruppel
meer kan absorberen. In de komende
decennia wordt er stapsgewijs
steeds meer water toegelaten in het
gebied, waardoor het tot moeraslandschap
transformeert en niet
meer lijdt onder extreme regenval.
Volgens projectleider Jutta Hinterleitner
van BNA Onderzoek is het
nog hele een uitdaging van droom
naar daad te gaan. De branchevereniging
voor architecten is samen
met de TU Delft de trekker van deze
studie. “Beleid wordt stap voor stap
gemaakt en is nergens operationeel.”
Als voorbeeld noemt Hinterleitner
de hemelwaterverordening waar
Amsterdam nu aan werkt. “In het
buitenland zijn al voorbeelden van
zo’n verordening. In Zwitserland
geldt voor nieuwe gebouwen de eis
dat een deel van het regenwater op
eigen grond wordt verwerkt en niet
naar het riool afgevoerd wordt. Dat
geeft een impuls om een gebouw als
watermachine in te richten. Je kunt
niet alles afwentelen op de openbare
ruimte. In sommige straten hier in
Amsterdam wordt elke vierkante
centimeter driedubbel benut. Daar
is geen ruimte meer. Ook gebouwen
zelf daarom moeten een rol krijgen
bij klimaatadaptatie. Er zijn volop
mogelijkheden. Wel is het nodig los
te komen van bestaande kaders. We
moeten meer gaan experimenteren.
Zo kom je erachter wat wel werkt en
wat niet.”
Jutta
Hinterleitner
24 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://1qBS8yGhgBQi3jcO1YdHNhKxUsYAysh4A6IrVikaVpk>`j _YpO#Gv׉E.Stedelijk waterbeheer
Frans van de Ven (Deltares)
“Je praat over een transformatieproces
dat niet op een achter namiddag
is gedaan. Nederlandse steden
zullen rond 2050 pas overal klimaatbestendig
zijn.”
Financiering
Met subsidies wil de gemeente hen verleiden hun daken te
vergroenen en stoeptegels in te ruilen voor groen. “We willen
inwoners bewust maken van de effecten van de klimaatverandering
op hun woon- en leefomgeving en hen aansporen
zelf bij te dragen. Samen bekijken we hoe we hun buurt
beter tegen weersextremen bestand kunnen maken.”
Toolbox
Bij Deltares bevestigt Frans van de Ven dat de regenval in
ons land steeds heftiger wordt. “Volgens de laatste neerslagcijfers
viel er op sommige plaatsen in Noord-Holland
in augustus zo’n 75 tot 80 millimeter op een dag”, zegt de
teamleider stedelijk waterbeheer bij het kennisinstituut en
universitair hoofddocent stedelijk waterbeheer aan de TU
Delft. Van de Ven stond aan de wieg van de vorig jaar
verschenen ‘Toolbox Klimaatbestendige Stad’ vanuit het
Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat,
die een veertigtal maatregelen met kostenplaatjes aanreikt
voor zowel de openbare ruimte als privéterreinen.
“De toolbox wordt in toenemende mate gebruikt, niet
alleen door gemeenten en waterschappen, maar ook door
landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en groenmensen”,
vertelt Van de Ven. “Onder meer bij het opzetten van
risicodialogen en het ondersteunen van gezamenlijke ontwerpprocessen.
Je ziet dat deze groepen ook voor zichzelf
willen verkennen wat ze in een gebied kunnen doen. In de
komende versie gaan we ook de baten van klimaatadaptatie
in beeld brengen.”
Een maatregel die meer aandacht verdient, aldus Van de
Ven, is waterberging in de aardebanen onder wegen, die ervoor
zorgen dat de krachten van het verkeer naar de ondergrond
worden afgedragen. “Daar is veel ruimte om water op
te slaan, zowel als piekbuffer en als droogtereservoir, zonder
dat de stabiliteit van de weg daaronder hoeft te lijden.”
Rond klimaatadaptatie is een brede beweging gaande, zegt
Van de Ven, maar het peloton is langgerekt. “De koplopers
gaan over tot implementatie, maar in de staart heerst nog
een afwachtende houding. Je praat ook over een transformatieproces
dat niet op een achternamiddag is gedaan. Nederlandse
steden zullen op de lange termijn rond 2050 pas
overal klimaatbestendig zijn. Uit recent onderzoek weten we
dat steeds meer bewoners het probleem met wateroverlast
in hun omgeving herkennen, maar dat ze hulp nodig hebben
bij de zoektocht naar passende maatregelen. De onbekendheid
met mogelijke oplossingen is bij hen nog groot, maar
men ziet in dat de oplossing een aanpak door de gemeente
en henzelf gezamenlijk vergt.”
De hamvraag blijft hoe je als gemeente de extra kosten
van de adaptatieoperatie financiert. Pas komend najaar, als
de gemeenteraad zich over de uitvoeringsagenda buigt, is
bekend wat het Rotterdams Weerwoord jaarlijks krijgt. “Het
hangt ervan af hoe de gemeente uit de coronacrisis komt”,
zegt Verlinde. Voorlopig draait het programma op de 2,45
miljoen euro die voor 2020 eerder in het coalitieakkoord is
gereserveerd. Om het collegetarget voor 2022 te halen, mikt
het stadsbestuur voorlopig op een reservering van jaarlijks
12,5 miljoen euro. De twee waterbuffers zijn met Europees
subsidiegeld gefinancierd. Enschede kreeg eerder dit jaar
1,3 miljoen euro uit het Deltafonds om de aanleg van de
Stadsbeek versneld uit te kunnen voeren. De eenmalige
subsidiepot van het Rijk was bedoeld om dit soort innovatieve
proefprojecten te steunen. “Zonder geld kun je niets
doen, dus zo’n subsidie is erg welkom”, zegt Van Houdt.
Naast deze subsidie en bijdragen van het waterschap en de
provincie betaalt Enschede de realisatie van de klimaatadaptatieopgave
grotendeels vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan.
“Wateroverlast is de aanleiding om aan de slag te
gaan, maar we zien dat andere partijen dan meeliften, van
de stadsverwarming tot de aanleg van fietspaden. Omgekeerd
komt het voor dat de wateropgave weer profiteert
van werkzaamheden van andere disciplines of partijen. We
kijken altijd naar de synergie met andere maatregelen en
ambities.” Enschede heeft de versnipperde uitvoeringsbudgetten
samengebracht, aldus Van Houdt.
Meeliften met de rioolvervanging is ook in Rotterdam
vanzelfsprekend, zegt Verlinde. De omgang met extreme
neerslag is een thema dat het stadsbestuur direct heeft gekoppeld
aan de zorgplicht voor hemelwater en is daarmee
tevens onderdeel van het gemeentelijk rioleringsplan. De
stad investeert dit jaar 76 miljoen euro in rioolvernieuwing.
De ambitie van het Rotterdams WeerWoord is om bij elk
rioolonderhoudsproject neerslagbestendige maatregelen
mee te nemen, zoals vergroening en waterbergingscapaciteit.
“We vervangen hier jaarlijks 40 kilometer aan riolering.
We pakken dan ook meteen de buitenruimte aan”, zegt
Verlinde.
De kernvraag bij klimaatadaptatie, stelt Deltares-expert Van
de Ven, is hoe schadegevoelig een stad is. “Van belang is
dat de kritieke infrastructuur niet uitvalt. Uit de stresstests
van gemeenten komt veel prioriteitsinformatie. Dat zorgt
ervoor dat de acute problemen bovenop de stapel belanden
en dat er sneller financiële middelen beschikbaar komen.
Net zoals er voor de filebestrijding opeens veel geld uitgetrokken
werd. Van meerkosten hoeft bij klimaatadaptatie
desondanks geen sprake te zijn, de uitzonderingen daargelaten,
als je het tempo van het groot onderhoud van de stad
slim kunt benutten. Meekoppelen en synergie zijn belangrijk.
Maar als je iets extra’s moet doen, is het uiteraard een heel
ander verhaal.”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
25
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://H2t6WHmgk3o0AF2ynPd1VgwoDtnMd5pMKtaSEMv0YEY B%`׉	 7cassandra://ML5Xx4vkBsvMeCnF8liapU6T2HxOfhIDecRT-wfZxAA`׉	 7cassandra://0GSlhFQQqga5dl-GKUXi5EQeC5IwA9rDQ2Sezf-Clo8F`j ׉	 7cassandra://viSNGFRlTXqc6fEVwDnPmYgEL6DQKka44Y-1skXIbpU  {0͠	_YpO#Gw׉E	2Rioleringen
Oude rioolbuis
krijgt verjongingskuur
Tekst: Adriaan van Hooijdonk, foto’s: M.J. Oomen
In mei 2020 startte rioleringsbedrijf M.J. Oomen Moerdijk,
een VolkerWessels-onderneming, met de renovatie van
de riolering in de gemeente Amersfoort. In totaal repareert
en renoveert het bedrijf daar dit jaar 10 kilometer aan
rioolbuizen. “Wij voeren hier al geruime tijd reinigings- en
inspectiewerkzaamheden uit. Daarom zijn wij goed bekend
met de staat van het riool”, vertelt Bram van Bekkum,
adviseur riolering bij M.J.Oomen. Zo brachten medewerkers
met een rioolcamerarobot de staat van de riolering in kaart.
Dat leverde een wisselend beeld op. “We signaleerden
meerdere scheuren. Ook was het beton op sommige
plaatsen beschadigd door gassen uit het rioolwater.”
Vanwege deze bevindingen is ervoor gekozen om die riolen
te herstellen door middel van relinen. “Daarbij brengen we
een op maat gemaakte glasvezelkous aan in het riool. Die
kous bestaat uit een een glasvezeldoek die is geïmpregneerd
met een op UV-licht reagerende hars en een folie
om de hars op zijn plaats te houden. Zo kan het riool weer
minimaal vijftig jaar mee. Daarmee is relinen een duurzaam
en kosteneffectief alternatief voor het vervangen van het
riool.”
Doordat de gemeente de betonnen rioolbuizen bij het relinen
niet hoeft te vervangen, levert dit ook aanzienlijke milieuwinst
op. Een ander groot voordeel is dat de straat niet is opengebroken
én dus niet opnieuw bestraat hoeft te worden.
Daardoor ondervinden omwonenden nu slechts beperkt
overlast van het werk. Voor de opdrachtgever is deze
methode bovendien financieel gezien aantrekkelijker dan
volledige vervanging.
Door gereguleerde verwarming met UV-licht, vindt een polymerisatie plaats, waardoor de hars uithardt. Aan de binnenzijde van het riool vormt zich een nieuwe,
naadloze buis die de belastingen van het oorspronkelijke riool kan overnemen. En dat zorgt voor versnelling. Zo vernieuwt M.J.Oomen ruim 10 km in een half
jaar met een minimum aan overlast. Dat is met reguliere vervanging niet denkbaar.
Een medewerker installeert valbeveiliging om te voorkomen dat hij in het riool
valt. Voor M.J. Oomen staat de veiligheid altijd voorop.
Voorbereiding op het intrekken van de kous in het riool. De liners komen
opgevouwen aan, in houten kisten die worden hergebruikt.
26 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://0GSlhFQQqga5dl-GKUXi5EQeC5IwA9rDQ2Sezf-Clo8F`j _YpO#Gv׉ERioleringen
De ingebrachte kous wordt op druk gebracht met lucht. Vervolgens wordt
de UV-trein met constante snelheid door de kous voortbewogen, waardoor
de kous uithardt.
De UV-trein wordt verwijderd en de put-buisverbinding wordt waterdicht
afgewerkt.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
27
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-pdfg3Ao-yG3DTqBh9_ZXzz50Ni00_DVTGvy2z9QZbk oW`׉	 7cassandra://6KU9BrvuKTkZCK0tKEJsuYoxyzaQdFRnXeVBeukiYtU1`׉	 7cassandra://iKNhD3Y0e24-OaFj5NRdc2d9Hw3D_A20aD15g0TG1oMB`j ׉	 7cassandra://K3q9sgMDFJQ7fJQLIQulmmJ76D1DhIkJwYyGjSLaPwE 6*^͠	_YpO#Gwנ_YpO#Gw 0n9ׁHmailto:sales@modelec.nlׁׁЈנ_YpO#Gw d
9ׁHhttp://www.modelec.nlׁׁЈ׉EBetrouwbare en veilige industriële datacommunicatie
oplossingen vragen om samenwerken
WESTERMO heeft een jarenlange geschiedenis in het ontwikkelen en produceren van betrouwbare industriële
netwerk oplossingen met een bijzonder lange levensduur. In een steeds sneller veranderende omgeving, met meer
connectiviteit, meer data en meer cyber dreiging zijn fl exibiliteit en aanpassingsvermogen van het netwerk vereist.
WESTERMO heeft een decennia terug WeOS geïntroduceerd, haar eigen robuuste besturingsplatform voor de gehele
netwerk switch lijn. Toekomstgericht met periodiek functionele uitbreidingen om adequaat kwetsbaarheden te
verhelpen, het productieproces 24/7/365 effi ciënt en veilig te laten functioneren. En MODELEC helpt je daar graag bij.
MODELEC, waarmee kunnen wij je helpen?
• Netwerk ontwerpen
• Confi gureren
• Afname testen FAT/SAT
• Ondersteuning op locatie
• Trainingen
Industrieel Ethernet switch, compact voor
laag 2 switching tot routing
Industrieel Ethernet extender switch, voor
bestaande 2 draads bekabeling
Industrieel Ethernet routing switch, krachtig
voor de meest robuuste vorm van ICT
www.modelec.nl
Tel. 0318-636262
sales@modelec.nl
׉	 7cassandra://iKNhD3Y0e24-OaFj5NRdc2d9Hw3D_A20aD15g0TG1oMB`j _YpO#Gv׉E
In gebieden met veel glastuinbouw, zoals het Westland,
blijkt de toxische druk in het oppervlaktewater zeer hoog (foto: Mieke Bos ).
Waterkwaliteit
Hoe schadelijk is een optelsom van kleine verontreinigingen?
Toxische druk
op de kaart gezet
Door Marga van Zundert
De zorg over de optelsom van vele kleine verontreinigingen in het oppervlaktewater
neemt toe. Hoe schadelijk zijn wat meststoffen, bestrijdingsmiddelen, wat sporen
industrie-chemicaliën en een vleugje medicijnresten? Voor het eerst is er een kaart van
Nederland die deze ‘toxische druk’ toont - met de nodige kanttekeningen.
“Waar voorheen het belangrijkste risico
voor mens en milieu een gevolg was
van lokale, relatief hoge concentraties
van een individuele stof, gaat het nu
veel meer om diffuus verspreide mengsels
van stoffen die elk afzonderlijk
een lage concentratie hebben, maar
tezamen een minstens zo schadelijke
uitwerking kunnen hebben”, zo waarschuwt
de Raad voor leefomgeving en
infrastructuur afgelopen voorjaar in het
rapport ‘Greep op gevaarlijke stoffen’.
De Rli pleit nadrukkelijk voor “het
monitoren van de toxische druk op
mens en milieu”.
Annemarie van Wezel, hoogleraar
Environmental Ecology (UvA) en lid van
de adviescommissie: “Uitgangspunt
voor het beleid wordt het totaaleffect
op mens en milieu. Dat lees je bijvoorbeeld
ook terug in de doelstelling van
de Green deal van de Europese Unie:
‘a toxic-free environment’.” Dit is ook
een reactie op de regrettable substitution,
vertelt Van Wezel. Stoffen worden
verbannen vanwege hun schadelijkheid
en vervolgens vervangen door
alternatieven die al snel even kwalijk
blijken. Een bekend voorbeeld is
GenX, dat minstens even persistent en
schadelijk lijkt als voorgangers PFOS
en PFAO.
Om het totaaleffect van verontreinigingen,
de toxische druk, goed in kaart
te brengen, stak Europa de afgelopen
jaren flink onderzoeksgeld in de
ontwikkeling van meetinstrumenten,
bijvoorbeeld via het onderzoeksproject
Solutions. Van Wezel: “Deze technologie
is er nu en implementatie ervan
loopt, ook in de watersector. Maar
toxische druk meten is zeker nog geen
routine en is ook nog niet verankerd in
wetgeving.”
Eerste plaatje
Het Planbureau voor de Leefomgeving
publiceerde dit voorjaar in de Nationale
Analyse Waterkwaliteit voor het eerst
een overzichtskaart van de toxische
druk in het Nederlands oppervlaktewater
(zie afbeelding op pagina 30).
Het Westland, maar ook de Flevopolder,
gebieden met veel glastuinbouw,
kleuren er rood op. De noordelijke provincies
springen er positief ‘blauw’ uit.
Het zuiden geeft een gemengd beeld.
Annemarie van Wezel
(UvA)
“Toxische druk meten
is zeker nog geen routine
en is ook nog niet
verankerd in wetgeving.”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
29
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XQe9AWeHmkgJ9bPEANoNMxUGtPypAosBeJL_myH9BF4 !`׉	 7cassandra://rULVwivsT30qzflLFtwfW4bhkvocwkvXsh58B4vMjgI`׉	 7cassandra://ZPqx76I_tfixz5YH3LVFe0j6-73yPmFParTYGoXaZLg7C`j ׉	 7cassandra://uQfKnKGijG_yYL8k22zT_y42JBhvi9QVl56TJ0fOIf0 L͠	_YpO#Gw׉EzWaterkwaliteit
Gevaarlijke cocktail?
Zorg is er niet alleen over het toenemend aantal microverontreinigingen
in het oppervlaktewater, maar ook
over interactie tussen de componenten die de toxische
effecten nog kunnen vergroten. De mix of ‘cocktail’
zou schadelijker kunnen zijn dan de optelsom van de
indivi duele effecten. De nu meest gebruikte msPAFmethode
voor toxische druk houdt daar geen rekening
mee. Leo Posthuma (RIVM en Radboud Universiteit):
“Voorbeelden van synergisme, en ook het tegenovergestelde
- antagonisme - in de toxicologie zijn er.
Maar ze zijn erg zeldzaam, zeker als je het hebt over
de concentraties die je normaal gesproken in het milieu
aantreft. Ongevallen kunnen daarop natuurlijk een uitzondering
zijn.” Dat msPAF geen rekening houdt met het
‘cocktaileffect’ noemt Posthuma daarom “verantwoord”.
Leonard Osté (Deltares) sluit zich daarbij aan. “Als je alle
huidige wetenschappelijke kennis overziet, is synergie in
ieder geval niet het grootste risico. Dat zit toch echt in het
grote en groeiend aantal verschillende stoffen in oppervlaktewater.
Synergie mag je in mijn ogen dan terecht
verwaarlozen in msPAF. Bovendien nemen bioassays dat
effect uiteraard wel mee.”
Leonard Osté, expert Waterkwaliteit en
sediment bij Deltares, had de totstandkoming
onder zijn hoede en zet
meteen een kanttekening. “De kaart
is vooral een indicatie van de huidige
toxische druk in Nederland. De resultaten
op verschillende locaties zijn niet
helemaal vergelijkbaar qua methodiek.”
De kaart blijkt ingekleurd op basis van
msPAF-waarden: meer-soorten
Potentieel Aangetaste Fractie. msPAF
varieert tussen nul en honderd
procent en geeft weer welk deel van
de waterorganismen nadelige gevolgen
ondervindt van de aanwezige
verontreinigingen. Uitgangspunt zijn
concentratiebepalingen van zo veel
mogelijk stoffen. Voor elke stof wordt
die concentratie vermenigvuldigd met
een bijbehorende toxiciteitsfactor die
weergeeft of inschat (afhankelijk van
de beschikbare wetenschappelijke
kennis) hoe schadelijk de stof is. Het
RIVM ontwikkelde een database waarin
de factor voor 12.000 bekende, veel
voorkomende stoffen is vastgelegd.
Vervolgens worden alle individuele
bijdragen opgeteld tot een totale toxische
druk, de msPAF-waarde. Osté:
“Het rekenwerk is niet echt ingewikkeld.
Maar het ontbreekt nog aan een
protocol. Hoeveel stoffen neem je
bijvoorbeeld minimaal mee? Meet je
er honderd of duizend? Reken je met
een gemiddelde jaarconcentratie of de
mediaan? En wat doe je met stoffen
die heel kort pieken? Er zitten nogal
wat keuzes achter. Hoe je daar mee
omgaat, dat moet allemaal nog wat
uitkristalliseren.”
Het PBL publiceerde in de Nationale Analyse
Waterkwaliteit voor het eerst een overzichtskaart
van de toxische druk in het Nederlands
oppervlaktewater. Gebieden met veel glastuinbouw,
zoals het Westland, kleuren er rood
op (bron: Nationale Analyse Waterkwaliteit,
Planbureau voor de Leefomgeving).
Kanarie
“De msPAF-methode is goed opgepikt”,
vindt hoogleraar Duurzaamheid
en milieurisico’s Leo Posthuma
(RIVM, Radboud Universiteit). Als
huidig coördinator toxiciteit binnen
30 WATERFORUM NR 4/5
de Kennisimpuls Waterkwaliteit was
hij verantwoordelijk voor de lancering
van de methodiek in 2016, onder
de naam Ecologische Sleutelfactor
Toxiciteit. “Inmiddels heb ik in zeker
veertig rapportages msPAF-bepalingen
teruggezien. Dat is groen en rijp door
elkaar, maar het onderschrijft de grote
behoefte aan een meetmethode.”
msPAF is echter maar de helft van
wat de sleutelfactor toxiciteit beoogt,
bena drukt Posthuma. “Zeg maar de
chemische helft. 12.000 stoffen is veel,
maar bij elkaar wordt vaak nog geen
halve procent van alle 140.000 in Europa
geproduceerde stoffen gemeten.”
Om een echt compleet beeld te krijgen
van de toxische druk, omvat de sleutelfactor
ook bioassays: metingen van
het effect van alle verontreinigingen op
waterorganismen en biodiversiteit. “Je
weet dan niet precies welke stoffen
verantwoordelijk zijn, maar je neemt
wel álle mogelijke invloeden mee. Ik
vergelijk het altijd met de kanariein-de-kolenmijn.”
Leonard
Osté (Deltares)
“Het rekenwerk is
niet echt ingewikkeld,
maar het ontbreekt nog
aan een protocol.”
׉	 7cassandra://ZPqx76I_tfixz5YH3LVFe0j6-73yPmFParTYGoXaZLg7C`j _YpO#Gv׉EWaterkwaliteit
Non-target screening
Om toxische druk te kunnen bepalen, is snelle identificatie
van nieuwe stoffen in het milieu essentieel. Het
speurwerk naar onbekende componenten - non-target
screening - is een tak van sport waarvoor ook drinkwaterbedrijven
veel belangstelling hebben. Zij willen hun
‘grondstof’ immers goed in de gaten houden. Bij Vitens
wordt het grondwater periodiek gescreend op nieuwe
stoffen. En wanneer er in bronnen eenmaal sporen
zijn aangetroffen, wordt onderzocht of er trends waarneembaar
zijn. Ook wordt onderzoek verricht naar wingebieden,
om op tijd eventuele naderende verontreinigingen
te detecteren. Bernard Bajema, projectleider op het
Vitens laboratorium: “We gebruiken vooral vloeistofmassaspectrometrie
om nieuwe componenten te ontdekken,
omdat die erg gevoelig is. Vinden we een onbekende
stof, dan willen we natuurlijk weten wat het precies is.
We raadplegen dan de grote bibliotheken, vaak in samenwerking
met universiteiten.” Dat kan een hele puzzel
zijn. Het kan immers om een pesticide of farmaceutische
component gaan, maar evengoed om een van de vele
natuurlijke humuszuren of afbraakproducten daarvan.
Bajema: “We concentreren ook monsters om in diverse
bioassays te onderzoeken of zo’n nieuwe component
biologische effecten heeft. Denk bijvoorbeeld aan de
Caluxtest voor oxidatief vermogen.”
Leo Posthuma (RIVM,
Radboud Universiteit)
“12.000 stoffen is veel,
maar bij elkaar wordt vaak
nog geen halve procent
van alle 140.000 in
Europa geproduceerde
stoffen gemeten.”
STOWA presenteerde in 2016 ook
een adviespakket voor bioassays,
een selectie van een tiental tests uit
de meer dan honderd beschikbare,
commerciële assays. Waterschappen
en waterlaboratoria hadden twijfels,
maar “de kogel is door de kerk”, aldus
Posthuma. “Met een msPAF-bepaling
voldoe je aan de eis in de Kaderrichtlijn
Water om een beeld te scheppen van
de ecologische waterkwaliteit, en bioassays
zijn vaak nog een tikje exotisch
in de huidige praktijk. En ook kostenoverwegingen
spelen uiteraard mee.”
Er wordt inmiddels gewerkt aan een
tweede versie van het bioassayadviespakket.
Posthuma: “De feedback
die we kregen, is daarin meegenomen.
We selecteren en valideren
tests die gevoelig zijn in milieurelevante
concentraties en letten op gebruiksgemak,
snelheid, high-throughput en
kosten. Sommige van de tests spitsen
zich ook toe op specifieke locaties.
In een landbouw- of kassengebied
zijn doorgaans andere stoffen bepalender
dan benedenstrooms van een
rioolwaterzuiveringsinstallatie.” Het
Hoogheemraadschap van Delfland ligt
in het rode gebied op de PBL-kaart.
“De waterkwaliteit is nog onvoldoende,
daar maken wij ons uiteraard zorgen
over”, reageert Marcel Belt, lid van het
dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap.
“Ook voor onze ambities
in biodiversiteitsherstel is het belangrijk
dat de toxische druk fors daalt.”
Delfland gebruikt data van het reguliere
meetnet en projectmatige metingen
om via msPAF de toxische druk te
monitoren. “Incidenteel voeren we ook
bioassays uit. Wij kijken of en hoe deze
ervaring in de toekomst kan worden
meegenomen. Dat doen we in overleg
met Kennisimpuls Waterkwaliteit.”
Eén getal
Een berekening plus een reeks assays.
De sleutelfactor Toxiciteit klinkt nog
niet als één handzame, heldere waarde
voor toxische druk die burgers en
beleidmakers graag zien. “Helaas, de
realiteit is complex. Bij toxische druk is
het nooit één meting en je weet het”,
reageert Stefan Kools, wetenschappelijk
onderzoeker en adviseur ecotoxicologie
bij KWR. “Wat een resultaat in een
bioassay precies betekent voor mens
en milieu is vaak al een complexe
vraag. En dan wil je ook nog liefst
direct weten welke stoffen erachter
zitten. Met die uitdaging worstelt de
hele wereld. De meetmethoden zijn
beduidend praktischer en robuuster
geworden de afgelopen decennia.”
Om toxische druk te meten moeten
eigenlijk twee werelden samenkomen,
aldus Kools. De chemie en de biologie.
De toenadering is er zeker, benadrukt
hij. “Dat zie je bijvoorbeeld in de ontwikkeling
van specifieke bioassays,
testen die zich richten op een bepaalde
subgroep aan stoffen, zoals
hormoonverstorende stoffen, PFAS of
dioxines. Maar er valt nog een slag te
maken. Belangrijk is dat we de komende
jaren veel resultaten en ervaringen
blijven uitwisselen.”
Ook Osté stelt dat je voorlopig niet
ontkomt aan een “batterij aan technologieën”
voor de meting van toxische
druk. “Dat is prijzig. Maar als je als
maatschappij zoveel stoffen gebruikt,
moet je ook de middelen vrijmaken om
de bijbehorende effecten te monitoren.”
Aan de andere kant, de razendsnelle
vooruitgang in ICT, micro-elektronica,
moleculaire technieken en
sensoren maken de ontwikkeling van
een goed meetpakket weer een stuk
makkelijker, besluit hij bemoedigend.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
31
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TDodGgb-3Xmh_W96spvnD1nlpRnZPinyjKpCPVr3dH0 _`׉	 7cassandra://VlWl2-lLyCbv3tNA8b9jbQUnn2pd5UM1g43JAMOEYUw`׉	 7cassandra://yVNVPP2bIeA3ZPkhWxJBft2cm0nY_88mRx8AquwGPRY@`j ׉	 7cassandra://kxJ1tlIZClPXlPzg5xC6jp8hmSlr5ziBQ19Mg9qivFs 4X$͠	_YpO#Gw
׉EBDrinkwaterzuivering
PWN en GMB renoveren gezamenlijk voorzuivering Andijk 1
De oude dame krijgt
een make-over
Door Adriaan van Hooijdonk
Drinkwaterbedrijf PWN en aannemer GMB zijn in 2018 in bouwteamverband gestart
met een groot, uitdagend project: de renovatie van ‘de oude dame’ - de ruim 50 jaar
oude voorzuivering Andijk 1. Kosten: 25 tot 30 miljoen euro. Tijdens de werkzaamheden,
waarbij ook asbest en chroom 6 moeten worden aangepakt, gaat de levering
van drinkwater gedeeltelijk door. Hoe pakt het bouwteam dat aan?
PWN’ers noemen de voorzuivering, in mei 1968 geopend
door prins Claus, intern soms liefdevol ‘de oude dame’.
En niet zonder reden. “Vanaf de opening 50 jaar geleden
heeft PWN continu onderzocht hoe we hier nog beter drinkwater
konden maken”, zegt Patrick Franken, teammanager
Installatie Onderhoud & Projecten bij PWN. “Daarom zie je
overal in de voorzuivering technische aanpassingen waarvan
de oorsprong en het doel tegenwoordig soms niet meer
volledig zijn te achterhalen.”
Andijk 1 speelt een cruciale rol in de drinkwatervoorziening
van circa 783.000 huishoudens en bedrijven in NoordHolland.
PWN neemt het IJsselmeerwater voor Andijk 1 in
vanuit een bekken. Daarna gaat het eerst langs een viswering.
Vervolgens pompen vier inlaatpompen het water via
een leiding naar zes microzeven om algen, wieren en schelpen
af te vangen. Na de zeven gaat het water met twee
leidingen naar mengbakken waar ijzerchloridesulfaat wordt
gedoseerd. Drie leidingen vervoeren het water naar drie
flocculatoren. De toegevoegde chemicaliën in de flocculatoren
hechten zich aan de organische stoffen die in de bassins
naar beneden zinken. Het residu dat in de goot verdwijnt,
passeert vervolgens twaalf zandfilters. Het voorgezuiverde
water uit Andijk 1 gaat dan naar de UV-installatie (voor de
verwijdering van medicijnresten en desinfectie), het koolfiltergebouw
en verschillende reinwatermicrozeven voor het na
een laatste desinfectiestap uiteindelijk in de waterleiding komt.
Renovatie om meerdere redenen
De renovatie heeft meerdere redenen. Zo groeit de vraag
naar water in de provincie Noord-Holland. Bovendien blijft de
capaciteit van de in 2014 geopende waterzuivering Andijk 3
32 WATERFORUM NR 4/5
achter bij de beoogde levering die was voorzien in het
ontwerp. Daarom besloot PWN Andijk 1 te renoveren om de
leveringszekerheid van drinkwater tot 2035 te garanderen.
PWN en GMB zijn in 2018 in bouwteamverband gestart met
het project. Beide partijen trokken vanaf het begin samen
op en dachten continu vanuit elkaars belangen om een zo’n
goed en succesvol mogelijk resultaat te bereiken. “Wanneer
je in bouwteamverband samenwerkt, is de engineer ook de
aannemer”, licht Franken toe. “Ingenieurs- en adviesbureaus
zijn in vergelijkbare projecten de engineers. De aannemer
moet vaak meer tijd uittrekken om het ontwerp te beoordelen.
In bouwteamverband staat de aannemer zelf aan de lat.”
“Samen brachten we eerst de staat van de installatie in
beeld”, vertelt Herbert Grolleman, projectleider bij GMB.
“Denk hierbij aan pompen, microzeven, afsluiters en de
elektrotechnische installatie. Dat was niet altijd eenvoudig,
omdat er soms weinig documentatie beschikbaar was.
Daarom voerden we ook meerdere visuele inspecties uit.”
Samen maakten de partijen per onderdeel de afweging om
bijvoorbeeld te reviseren of volledig te vernieuwen. De staat
van de verschillende onderdelen van de installatie bleek veel
slechter dan aanvankelijk was verwacht. Dat komt onder
meer omdat er de laatste jaren niet veel is geïnvesteerd in
de afgeschreven installatie. Bovendien had PWN er niet op
gerekend dat Andijk 3 niet aan de capaciteitsverwachtingen
zou voldoen.
Drinkwaterlevering moet doorgaan
Eind 2019 kwamen de partijen samen tot een ontwerp. De
werkzaamheden zijn momenteel in volle gang. Inmiddels
zijn de eerste vier microzeven van totaal zes in setjes van
׉	 7cassandra://yVNVPP2bIeA3ZPkhWxJBft2cm0nY_88mRx8AquwGPRY@`j _YpO#Gv׉EGDrinkwaterzuivering
Herbert Grolleman (links) en
Patrick Franken bij ‘de oude
dame’. De ruim 50 jaar oude
voorzuivering Andijk 1
wordt gerenoveerd terwijl
de levering van drinkwater
gedeeltelijk doorgaat.
Andijk 1 krijgt volautomatische
procesvoering Plenty
Een van de meest in het oog springende vernieuwingen
van Andijk 1 is de volautomatische procesautomatisering.
PWN en Dunea ontwikkelden samen jaren geleden het
zogenoemde Plenty-concept. Dit omvat alle functionele
eisen - tot in de kleinste details vastgelegd - die aan de
procesautomatisering worden gesteld om onbemande
procesvoering onder reguliere omstandigheden mogelijk
te maken. Het omvat de volledige automatisering van de
voorzuivering, waarin alles functioneel tot in de kleinste
details is vastgelegd. De bedrijfsvoerders grijpen alleen
nog handmatig in bij calamiteiten en afwijkingen, die niet
door de procesautomatisering worden opgevangen.
Het systeem wordt gevoed door een model dat de vraag
van drinkwater perfect voorspelt. De veldlocaties waar
voorheen mensen te vinden waren, functioneren met
Plenty volledig onbemand. Op basis van vooraf ingestelde
parameters blijven de verschillende onderdelen van de
voorzuivering te allen tijde de drinkwaterproductie verzorgen.
“Wanneer er vroeger een storing was, moesten we
de bedrijfsvoerder soms ’s nachts uit bed bellen om op
locatie te komen”, zegt Patrick Franken, teammanager
Installatie Onderhoud & Projecten bij PWN. “Dat is straks
niet meer nodig. Bij een storing kan de bedrijfsvoerder het
probleem ook thuis via de laptop verhelpen.”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
33
_YpO#Gv_YpO#Gv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vUM5Jt6mjJGJhxUlz6JoWdaRiCGkbtqX5a1Z81RTZdo `׉	 7cassandra://zJtow717Q4mfRinnAzDA4Czc9g5JdMNkr6S-EbXGZ5w.`׉	 7cassandra://EvhQx-4QOnh5XWUgNmUsQBwawEEWdIt9dvu5zS-rsRc@3`j ׉	 7cassandra://w74SAG7pqPiRWNYv_OwuqSaXeiDg5FNV6jCaX3MhfPE $͠	_YpO#Gw׉EDrinkwaterzuivering
twee vervangen. “Dat bleek nog een hele uitdaging”, blikt
Grolleman terug. “Zo hebben we het dak van het gebouw
waarin de microzeven staan, opengemaakt, de bestaande
zeven eruitgehaald en door nieuwe zeven vervangen. De
eerste vier nieuwe zeven zijn nu in gebruik. De resterende
twee volgen snel.” Daarnaast is het staalwerk in de flocculatoren
gestraald en geconserveerd. Ook zijn de zandfilters
gerenoveerd door nieuwe filterdoppen en kleppen aan te
brengen, het beton te repareren en nieuw leidingwerk te
plaatsen.
Een van de grote uitdagingen in het project is dat de waterlevering
vanuit Andijk 1 gedeeltelijk moet blijven doorgaan.
Aanvankelijk was het idee om de voorzuivering in de
komende winter volledig uit te zetten, maar daar zijn de
partners uiteindelijk van afgestapt. “De voorzuivering heeft
twee straten, waarvan er één is uitgezet om onder andere
de leidingdelen te vervangen, te stralen en te conserveren”,
licht Franken toe. “Verder heeft GMB de hal waar de microzeven
staan, opgedeeld in zes afzonderlijke ruimtes met een
tussengang. Zo bleven de andere zeven werken tijdens de
vervanging. Ook is lokaal afzuiging geplaatst en zijn ruimtes
gecreëerd om de renovatiewerkzaamheden naast de productie
van water te kunnen uitvoeren. Zo blijft er constant
water geleverd vanuit Andijk 1 om te kunnen voldoen aan de
vraag naar water.” Inmiddels is tweederde van de werktuigbouwkundige
scope van het project afgerond. Beide partijen
verwachten dat de nieuwe elektrotechnische installatie in
oktober is opgebouwd met nieuwe laagspanningsruimtes,
schakelkasten en nieuwe bekabeling.
De werkzaamheden bij voorzuivering Andijk 1 zijn in volle gang.
Jacob van Veen, werknemer van aannemer GMB aan het werk in Andijk 1.
Asbestsanering en chroom 6
PWN en GMB wisten van tevoren dat ze op veel plaatsen
in de voorzuivering asbest zouden tegenkomen. Daarom
zijn specifieke maatregelen genomen om het asbest zo
veilig mogelijk te saneren. De aanwezigheid van chroom
6 op het leidingwerk was niet voorzien - na het aantreffen
daarvan zijn alle werklocaties onderzocht. GMB heeft voor
dit project een plan ‘Veilig werken met chroom 6’ opgesteld.
Dat beschrijft alle maatregelen, onderzoeken en de
verwerking van chroom 6. GMB-medewerkers gebruikten
onder meer volgelaats ademhalingsmaskers om de oude
chroom6-verflagen van de leidingen te verwijderen en een
nieuwe coating aan te brengen. Ook controleerden ze de
leidingen op wanddiktes, met als resultaat dat veel leidingen
zijn vervangen.
Franken van PWN kijkt vooralsnog terug op een succesvolle
samenwerking. “Binnen een korte periode voerden we een
tot nu toe succesvol project uit. En dat terwijl de productie
van drinkwater, ook tijdens de afgelopen superhittegolf,
gedeeltelijk door moest gaan.” Ook Grolleman van GMB is
zeer positief over de samenwerking. “Door vanaf de start in
bouwteamverband samen te werken, hebben we vanaf het
begin oog gehad voor onze gezamenlijke belangen. Om zo
een succesvol project uit te voeren.”
34 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://EvhQx-4QOnh5XWUgNmUsQBwawEEWdIt9dvu5zS-rsRc@3`j _YpO#Gv׉E/Column
De droogte en
mijn supermarkt
Door Jac van Tuijn, waterjournalist
Tijdens de droge weken in augustus
liep ik naar de supermarkt en zag ik op
de stoep een bladertapijt zoals je dat
normaal alleen in de herfst ziet.
Ha, dacht ik, de bomen reageren op de
droogte. Ze laten hun bladeren vallen,
een eeuwenoud mechanisme dat laat
zien hoe klimaatadaptief de natuur is.
Maar wat doet de mens? Die gaat juist
meer water gebruiken. Zwembadjes in
de tuin vullen. Golfbanen groen houden.
Zelfs waterschappen gaan meer water
gebruiken om met grondwater hun
beken nat te houden, zodat zeldzame
vissoorten kunnen overleven.
Was de droogte wel echt zo erg als de
media ons de afgelopen zomer hebben
doen geloven? Natuurlijk roepen Vitens
en Brabant Water dat we ons drinkwater
niet moeten verspillen. Daar is het
te kostbaar voor. Maar is het niet ook
zo dat natuurorganisaties op zanderige
heidevelden de opkomende vegetatie
weghalen? Dat doen ze om te voorkomen
dat de heide overwoekerd
raakt. Maar maakt dat het landschap
niet juist gevoeliger voor droogte?
Hoe weinig klimaatadaptief zijn we
bezig als we de heide conserveren en
de droogte van alles de schuld geven?
Ook de enorme stortbuien haalden de
media. Miljoenen kubieke meters water
vielen er en die zijn zó naar de zee
weggestroomd. Waarom houden de
waterschappen dat water niet vast,
vroeg iedereen zich af. Als Nederland
niet zo dichtbevolkt zou zijn, was dat
geen probleem geweest. Als je kijkt
naar de grote stuwmeren in ZuidEuropa,
dan is dat daar allang de
dagelijkse praktijk. Maar in de lage
landen valt water nu eenmaal minder
makkelijk vast te houden en liggen
overstromingen direct op de loer.
Dijkgraaf Hein Pieper van Rijn en IJssel
kwam in het nieuws met een dapper
plan om samen met Duitsland een
groot meer aan te leggen. Zoals ZuidHolland
het zoete Brielse meer al heeft,
zo zou ook de Achterhoek in de zomer
de beschikking moeten kunnen hebben
over een groot zoetwaterbekken.
Voor de hoge zandgronden is het linksom
of rechtsom. Ofwel gaan boeren
andere gewassen telen en natuurorganisaties
hun gebieden anders
inrichten, zodat de watervraag daalt.
Ofwel moeten de waterschappen grote
bergingen inrichten.
Maar is er geen derde weg? De afgelopen
drie droge zomers hebben laten
zien dat er een automatische reflex
is naar grondwater. En dat kan best,
zolang het in de natte maanden maar
weer wordt aangevuld. Het gaat om
de balans. Grondwater is in hoge mate
klimaatadaptief. Het vult zich weer aan.
Zeker in Nederland. Maar het aanvullen
wordt door ons tegengewerkt. Die
zware zomerse buien kunnen niet in
de bodem infiltreren, maar worden via
riool en drainagestelsels zo snel mogelijk
naar de zee afgevoerd. Dus als we
het grondwater zien als een spons die
we in de zomer kunnen inzetten voor
onze waterslurpende maatschappelijke
activiteiten, dan moeten we in onze
steden veel meer wadi’s en doorlaatbare
verhardingen gaan aanleggen.
Het afkoppelen van regenwater van
het riool heeft nog heel veel meer voordelen
en ik snap eigenlijk niet dat de
waterwereld het afkoppelen niet veel
doortastender oppakt.
Terug naar de supermarkt. Twee
jongens deelden er gratis kranten uit,
maar mijn voorganger weigerde de
krant. Immers, zo zei hij, in de krant
staan alleen maar leugens. Dat kwam
hard aan. Dagelijks doe ik mijn stinkende
best mijn stukken zo goed mogelijk
te onderbouwen. Hoezo leugens?
Ja, het klopt dat de media hits, clicks
en kijkcijfers willen scoren om de
adverteerders te behouden.
Tegelijk wordt het journalistieke werk
heel moeilijk gemaakt door het vele
geroeptoeter om media-aandacht te
krijgen. Wat er de afgelopen zomer
over de droogte is gezegd, ook door
experts en bestuurders, daar word
ik erg triest van. Kunnen we het
populisme niet buiten de watersector
houden en alleen naar buiten treden
met inhoud en minder bezig zijn met
de eigen drang om te scoren?
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
35
_YpO#Gvā_YpO#GvÁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WwkSORoU5q-8yB6n5yb2cpASjH9Vz_md6-3y1xzVSdc 
`׉	 7cassandra://rBLpfgXnGgpDL0WNRLSLAMCepn9Z5rOuiz0PJ7HdZMIޤ`׉	 7cassandra://mXq_8Lw5bYyTn8cVQiDDV031mF02TKa3f9dWOc4GJoo@>`j ׉	 7cassandra://wg6973AwXdlx9FJe_LIOF7W2PsK6b6vFyUuCdqPgnPk $͠	_YpO#Gw׉EDuurzaamheidsdoelen
Hein Molenkamp, directeur Water Alliance:
‘Watertechbedrijven zijn
niet bewust bezig met
de VN-Duurzaamheidsdoelen’
Door Jeroen Bezem
“De discussies over de VN-Duurzaamheidsdoelen spelen zich vooral af op
overheids- en beleidsniveau”, zegt Hein Molenkamp, directeur van Water Alliance,
de netwerk organisatie van de Nederlandse watertechnologie. “Onder onze
mkb-achterban wordt die SDG-kretologie niet veel gehanteerd.” Toch voorziet
de VN bij de realisatie van die doelen een belangrijke rol voor het bedrijfsleven.
Kan Water Alliance als intermediair de handschoen oppakken?
In september 2015 namen de 193
lidstaten van de Verenigde Naties de
Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling
aan. De 17 Sustainable
Development Goals (SDG’s) in deze
agenda richten zich onder meer op
het uitroeien van extreme armoede en
honger, universele gezondheidszorg,
kwaliteitsonderwijs, schoon water en
sanitatie en een groene economie.
Bij het bereiken van deze duurzaamheidsdoelen
(die uiterlijk in 2030
gerealiseerd moeten zijn) ziet de VN
niet alleen een centrale rol weggelegd
voor overheden en maatschappelijke
organisaties, maar met name ook voor
ondernemingen.
Veel grote multinationals - waaronder
ook Nederlandse, zoals Philips en
Unilever - hebben zich inmiddels aan
SDG’s gecommitteerd,
maar voor kleinere ondernemingen
ligt dat minder
voor de hand. In de watertechnologiesector
blijkt dat
duidelijk, stelt Hein Molenkamp
vast. Als directeur
van Water Alliance verkeert
hij regelmatig in (internatio36
WATERFORUM NR 4/5
nale) kringen waar de duurzaamheidsdoelen
op de agenda staan, maar
onder zijn eigen achterban leeft het
allemaal veel minder. De watertechbedrijven
zijn vooral bezig met de eigen
bedrijfsvoering. Eigenlijk is dat niet zo
erg, weet Molenkamp, want laat daar
nu nét de expertise van Water Alliance
liggen: de vertaalslag maken van het
beleid naar de markt. Molenkamp:
“Als je als bedrijf een technologie hebt
ontwikkeld waarmee je schoon water
uit vuil water kunt maken, dan ben
je in feite bezig met de invulling van
SDG #6 (schoon water en sanitatie,
red.). Maar in het businessplan van je
bedrijf staat dat niet zo. Een individueel
bedrijf dat in een innovatietraject zit, is
niet bewust bezig met internationale
duurzaamheidsdoelen, maar indirect
natuurlijk wel.”
Triple helix
“Eigenlijk zijn wij als Water Alliance een
typisch voorbeeld van een ‘triple helix’organisatie:
we verbinden overheid,
kennisinstituten en bedrijven”, vervolgt
hij. “Maar onze focus is wél het laten
groeien en internationaliseren van de
Nederlandse watertechnologiebedrijven.
In de dagelijkse contacten met die
bedrijven praat je nauwelijks over die
SDG’s, maar uiteindelijk is er wel een
directe lijn te trekken tussen hun business
en de invulling van die SDG’s.”
Molenkamp gebruikt nadrukkelijk de
meervoudsvorm, want hij stelt dat de
Nederlandse watertechsector zich echt
niet alleen op SDG #6 hoeft te richten.
“Er zijn veel meer duurzaamheidsdoelen
die veel hebben te maken met de
beschikbaarheid van schoon water.
Lang niet alle aan ons verbonden
bedrijven zijn bezig met drinkwater of
afvalwaterzuivering. Een deel richt zich
bijvoorbeeld op industrieel proceswater.
Die watertechbedrijven hebben
in feite te maken met andere SDG’s.
Maar uiteindelijk gaat, wereldwijd,
de beschikbaarheid van schoon water
ook meteen over het voorkomen van
armoede en conflicten en heeft het een
directe relatie met gezondheid.
Op overheidsniveau leidt de invulling
van die SDG’s tot een missiegedreven
aanvliegroute, zoals je ziet bij de
recente aanpassing van het Nederlandse
Topsectorenbeleid. Daar kan
de watertechnologiesector zeker de
vruchten van plukken. Maar een water׉	 7cassandra://mXq_8Lw5bYyTn8cVQiDDV031mF02TKa3f9dWOc4GJoo@>`j _YpO#Gv׉E(Duurzaamheidsdoelen
De WaterCampus biedt alle ruimte aan toegepast onderzoek en productontwikkeling
op het gebied van watertechnologie (foto: Daniël Hartog).
Het ecosysteem WaterCampus
WaterCampus Leeuwarden is het knooppunt van de
Nederlandse watertechnologiesector, en heeft de ambitie
deze sectorverbindende rol ook internationaal te vervullen.
Het ‘innovatie-ecosysteem’, zoals Hein Molenkamp het
noemt, is gebaseerd op drie pijlers. Naast Water Alliance,
de netwerkorganisatie die met de bedrijven de Nederland
se watertechnologie internationaal probeert te
vermarkten, zijn dat het wetenschappelijke kennisinstituut
Wetsus en het Centre of Expertise Water Technology
(CEW). Daarvan is Wetsus de oudste. Dit kennis- en
onderzoeksinstituut is in feite een faciliterende organisatie
waarin 23 nationale en internationale kennisinstituten en
universiteiten en meer dan 100 bedrijven hun bijdrage
leveren. “Wetsus zit aan de voorkant van het innovatietraject”,
zegt Hein Molenkamp. “Daar vindt de ideevorming
plaats en is men op zoek naar nieuwe doorbraaktechnologie.”
De
derde pijler, het CEW, is het kennis- en innovatiecentrum
voor toegepast onderzoek en productontwikkeling
op het gebied van watertechnologie. Het CEW bundelt
expertise van onderwijs, onderzoek, overheden en ondernemingen.
Hierbij wordt ook samengewerkt met
het Centrum voor innovatief vakmanschap Water CiV en
het Waterapplicatiecentrum. Met het fundament van die
drie pijlers is de WaterCampus in staat samenwerking te
organiseren tussen (inter)nationale bedrijven, kennisinstellingen
en overheden in de watertechnologiesector.
Daarnaast biedt het een unieke onderzoeksinfrastructuur
en is het een ontmoetingsplaats van wetenschappers
en bedrijven uit heel Europa. De innovatiecapaciteit van
WaterCampus is in de eerste plaats gericht op watertechnologie,
maar ook thema’s als bodemvruchtbaarheid, herbebossing,
schone energie, etc. krijgen - steeds vaker -
de aandacht. “Watertechnologie is nadrukkelijk ‘enabling’
voor vele andere sectoren”, aldus Molenkamp.
WaterCampus Leeuwarden
is gebaseerd op drie pijlers.
techbedrijf denkt niet: ‘op welke SDG
zal ik me eens gaan richten?’. Ze zijn
bezig met hun eigen bedrijfsvoering,
hun eigen marktsegment en hun eigen
producten en dat is natuurlijk niet meer
dan logisch. Daarom is het aan ons,
de triple helix, om dat goed met elkaar
te verbinden.”
Maatschappelijke vraagstukken
“Water Alliance heeft een transitierol”,
stelt Molenkamp vast. “Zowel van markt
naar beleid als van beleid naar markt.
Daarom is het goed dat we deel uitmaken
van het innovatie-ecosysteem
dat de WaterCampus in Leeuwarden
is. We kunnen daar maatschappelijke
vraagstukken adresseren en dat leidt
uiteindelijk tot innovatieve technologieën
die naar de internationale markt
kunnen worden gebracht. Dat traject
- van maatschappelijk vraagstuk naar
innovatieve, vermarktbare technologie
- wordt aangejaagd door de overheidsmiddelen
die in de WaterCampus zijn
gestoken. Veel van de nieuwe technologieën
die we met bedrijven naar
de markt brengen, dragen bij aan de
oplossing van maatschappelijke problemen,
zoals via de SDG’s. Daardoor
is het voor overheden interessant om
dat proces te ondersteunen, want het
geeft invulling aan het beleid.
“We leggen de overheden overigens
wel regelmatig uit dat ze niet moeten
rekenen op ‘instant succes’. Het kan
soms wel tien jaar of langer duren
voordat een innovatief idee ook daadwerkelijk
uitmondt in een bruikbare
technologische oplossing. Die wij als
Water Alliance vervolgens internationaal
kunnen etaleren.”
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
37
_YpO#GvƁ_YpO#GvŁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CXqAizVF26sQkfg7Lwy2HyTYvjL66RR-rIZBRPkoCQ4 `׉	 7cassandra://W9FxXdnbPxVK1jSwFxxJoZj7P5kbiyJZHPMnBSPl0KgV`׉	 7cassandra://H85MtU1vdHs5XwoBMZFBNdv85IjFb1oIAHTk2Bcdzfg:E`j ׉	 7cassandra://QThMqnpJC-JYPeU18zW09dkcz2Gt1FaRBDqFCRi5kd0 ͠	_YpO#Gwנ_YpO#Gw 19ׁHhttp://www.hirschmann.nl/hnsׁׁЈ׉EtCybersecurity
Hoe wapenen waterbedrijven zich tegen cyberaanvallen?
Cybersecurity is een kwestie
van gezond verstand
Door Joeri van der Kloet
Bedrijven die onder de kritieke infrastructuur vallen, zoals een groot deel van de watersector,
moeten aan strenge cyber-eisen voldoen. Hoe zorg je ervoor dat de installatie
veiliger wordt? Henk Geurts van Hirschmann Network Solutions betrekt zijn klanten
zoveel mogelijk in dat proces: “Cybersecurity is geen rocket science. Met gezond
verstand kom je al een heel eind.”
De fase dat vrijwel niemand zich druk maakte over cybersecurity
in de watersector ligt inmiddels achter ons. “Je zou
kunnen zeggen dat men in de branche van onbewust onbekwaam
langzaam naar bewust onbekwaam is geschoven”,
meent Henk Geurts, technical consultant bij Hirschmann
Network Solutions. “Procesbeheerders vragen zich tegenwoordig
niet meer af óf ze zich druk moeten maken om
cybersecurity, maar hoe ze het moeten aanpakken.”
Traditioneel is cybersecurity een taak die bij het domein van
de informatietechnologie (IT) hoort. Geurts: “Een procesautomatiseerder
in het operationele domein ziet cybersecurity
in de regel dan ook als een kostenpost. Je weet vaak pas
wat die kostenpost heeft opgeleverd op het
moment dat je installatie platligt en je losgeld
moet betalen.”
De gevolgen van een geslaagde aanval op
het IT-domein zijn echter niet te vergelijken
met een aanval op het domein van de OT
(operationele technologie). “In de drinkwatervoorziening
kunnen de gevolgen van een
‘breach’ immens zijn. Bij zo’n aanval kunnen
tienduizenden mensen en bedrijven in de
problemen komen.”
38 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://H85MtU1vdHs5XwoBMZFBNdv85IjFb1oIAHTk2Bcdzfg:E`j _YpO#Gv׉ECybersecurity
Ondanks het toegenomen bewustzijn zijn procesbeheerders
nog vaak niet bekend met de specifieke risico’s en gevolgen
van een mogelijke cyberaanval. “Die procesbeheerders zijn
gewend zich te verdiepen in een nieuw type filter, slimme
sensoren, of een andere techniek waarmee vaak kosten zijn
te besparen”, weet Geurts. “Cybersecurity is iets wat nog
relatief nieuw voor ze is.”
Geen overzicht
Bedrijven die eenmaal zover zijn dat ze maatregelen willen
nemen op het gebied van cybersecurity, weten vaak niet
waar ze moeten beginnen. “Maar het begint altijd bij het
netwerk”, weet Geurts. “Je moet precies weten hoe dat
in elkaar zit. In de praktijk blijkt de procesbeheerder dat
meestal niet precies te weten. Ze kunnen vaak tot in detail
vertellen hoe apparaat X aan het netwerk verbonden is en
hoe je daarbij komt, maar er is vaak geen goed overzicht
van het complete netwerk. Er zijn vaak alleen detailtekeningen,
maar het begint bij het grote geheel: welk apparaat
maakt waarvan deel uit, dat is de vraag.”
Bij het in kaart brengen van dat netwerk kunnen medewerkers
een grote rol spelen. Geurts: “Het is een goed idee
om het personeel zoveel mogelijk te betrekken en het
bespoedigt het proces aanzienlijk. Dat scheelt niet alleen
geld, maar het levert ook veel meer inzicht in het netwerk -
en dat is een goede investering.”
Hoognodige
Als het complete netwerk eenmaal in beeld is gebracht, kan
gewerkt worden aan een indeling in zones en verbindingen.
Geurts: “Daarbij maak je onderscheid in apparaten die absoluut
met elkaar moeten kunnen communiceren en apparaten
waarbij dat optioneel is. Je komt soms in situaties waar een
machine in een bepaalde afdeling verbinding maakt met een
compleet andere afdeling, terwijl daar geen noodzaak voor
is. In de operationele technologie hoor je vaak ‘als het werkt,
dan werkt het’ en daarmee houdt het op. Bij ons begint het
proces daar eigenlijk juist: wij willen die communicatie in het
netwerk beperken tot het hoognodige.”
Procesautomatiseerders zijn vaak huiverig voor veranderingen
in hun OT-domein, meent Geurts. “Er wordt enorm veel
tijd gestopt in het optimaliseren van dat proces en dan kan
het vervangen van een bepaalde regelklep daar al invloed op
hebben. Er wordt daar niet zomaar even ergens een kabeltje
uit getrokken. Men is veel te bang dat het proces daarna
minder efficiënt wordt. Daarom zie je in het OT-domein dat
alle nieuwe apparaten ergens in het bestaande netwerk
worden geknoopt, om maar niets te hoeven veranderen.
Het resultaat is echter dat na verloop van tijd al die apparaten
en installaties op dat grote, platte netwerk zijn aangesloten
en dat een geslaagde cyberaanval in dat geval je complete
OT-domein bedreigt, niet slechts de applicatie waarop de
aanval is binnengekomen.”
Niet ingewikkelder
De indeling in zones en verbindingen is volgens Geurts vaak
een kwestie van goed nadenken en je gezonde verstand gebruiken.
“Op basis van het eerder genoemde blokschematisch
overzicht kan je samen met de klant heel goed bepalen
welke communicatie tussen welke apparaten belangrijk is.
Die samenwerking is cruciaal. Je wilt niet dat zo’n klant op
een gegeven moment zegt: ‘jullie weten het allemaal zo
goed, doe het zelf maar.’ Je moet cybersecurity dus niet
ingewikkelder maken dan het is.”
Soms zijn complexe firewalls niet eens nodig: een simpele
hardwarematige segmentering is vaak al voldoende. Geurts:
“Ik neem daarbij als voorbeeld altijd het huis van je opa en
oma. Daar zaten vroeger twee zekeringen in de meterkast.
Eentje voor beneden, eentje voor boven. Als er dus boven
een lampje kortsluiting maakte, had de complete bovenverdieping
geen stroom. Veel slimmer is om een segmentering
aan te brengen. De wasmachine, de keuken: die krijgen
allemaal hun eigen zekering. Zo doen we dat in een netwerk
ook. Als je daarbij dan ook nog eens gebruikmaakt van
moderne ‘managed switches’ kan het apparaat alleen nog
contact maken met dat deel van het netwerk dat jij uitkiest,
ook al is er aan de fysieke kabel niks veranderd.”
2G
De aanleg van een een cybersecure netwerk gaat idealiter
volgens de IEC62443-norm (gericht op continuïteit en
digitale weerbaarheid), maar in de praktijk kan dat niet altijd.
Zo zijn er waterbedrijven die drinkwater winnen in tamelijk
afgelegen (natuur)gebieden. Naar die bron ligt een leiding
om het water te verpompen en een stroomvoorziening voor
de pomp die ter plekke het water oppompt. Die voorziening
dient echter op afstand gemonitord en aangestuurd te worden
en in een ideale situatie zou dat bekabeld plaatsvinden.
“Het is natuurlijk geen doen om vele kilometers glasvezel
door een natuurgebied te trekken, dus dat moet je toch echt
draadloos doen”, legt Geurts uit. “Daarbij wordt gebruikgemaakt
van 2G-, 3G- en 4G-apparatuur. Voor ons is het een
hele uitdaging om dergelijke verbindingen cybersecure te
maken. Toch moet dat, omdat juist die afgelegen gebieden
kwetsbaar zijn voor aanvallen.”
Kosten
Een veilig netwerk vergt een bepaalde investering. “Bedrijven
willen uiteraard eerst weten wat het gaat kosten. Daarnaast
wil men ook weten of het een eenmalige investering betreft
of dat er periodiek terugkerende kosten bij komen kijken.
In de cybercrimewereld ontstaan bijna dagelijks nieuwe
bedreigingen, waarvoor je je klant wilt beschermen.”
Uiteindelijk draait het erom dat een installatie blijft draaien.
Geurts: “Vaak realiseert men zich pas hoe essentieel een
installatie is op het moment dat hij niet meer draait.”
Meer info: www.hirschmann.nl/hns
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
39
_YpO#Gvȁ_YpO#Gvǁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TwFw-gH3KHSa4tOjrtspO0ukKupydjgQTyXNB8tjKWM )`׉	 7cassandra://JsKmXlGPxnURxU9vnPS4G8M8Hzhmr3wlgxvozkW4wJIͼ`׉	 7cassandra://KDuY_JsOpFE57wGbKAfk4Ifif1-9-bzds8eu8tJrFvE5`j ׉	 7cassandra://MA__uiwMn5P3yJcY7gOoqdd32mBuMlbcWFA9dKTl3iE  ͠	_YpO#Gwנ_YpO#Gw f9ׁHhttp://www.hudsoncybertec.comׁׁЈ׉E#Cybersecurity
Cybersecurity in tijden van corona
Ken je netwerk!
Door Joeri van der Kloet
Nu in veel bedrijven minder personeel op de werkvloer aanwezig is, is het risico dat er
minder inzicht en toezicht is op de cybersecurity binnen het bedrijf. Niet alleen omdat
fysieke toegang wellicht makkelijker is dan normaal, maar ook omdat er minder zicht
is op informatiestromen binnen de operationele processen.
“Als je ter plekke geen
zicht hebt op je proces,
kan je dan de informatiestromen
op processorniveau
nog wel vertrouwen?”
Sebastiaan Koning,
senior consultant bij
Hudson Cybertec, legt de
vinger op de zere plek:
minder personeel op de
werkvloer resulteert vaak in minder
inzicht in het proces. En dan gaat het
niet over de bovenliggende automatiseringslagen,
maar dieper in de
installatie: de processoren, ofwel de
PLC’s. “Juist die PLC is je laatste
redder in nood, waar je altijd op moet
kunnen vertrouwen. Als er een overstroming
plaatsvindt, een sluis een
noodstop moet krijgen, of er ergens
een chemische brand uitbreekt, moet
die automatiseringslaag feilloos werken.
Als die systemen gecorrumpeerd zijn,
heb je in zo’n situatie een levensgroot
probleem”, aldus Koning.
In tijden van corona
Goede cybersecurity zit hem niet
uitsluitend in de technische kant. Dus
alleen het plaatsen van firewalls is
zeker niet voldoende. De mens op de
werkvloer én de organisatie zijn, samen
40 WATERFORUM NR 4/5
met de techniek, de drie pijlers waar
cybersecurity op rust. In tijden van
corona zijn die twee niet-technische
pijlers anders dan anders. En dat kan
gevolgen hebben voor cybersecurity,
weet Koning: “Minder mensen op de
vloer betekent minder overzicht.
Zonder goede toegangsbeveiliging
kunnen mensen gemakkelijker binnenkomen
en minder snel worden opgemerkt.
Een crimineel met verstand van
zaken trekt ergens een camera of een
PLC los, sluit een laptop aan die zich
voordoet als die camera of PLC en hij
kan zo je bedrijfsnetwerk op.”
Bij een minder goede fysieke controle
wordt een sluitende cybersecurity,
vooral in de operationele omgeving,
belangrijker. Koning: “Door het thuiswerken
mis je de digitale bescherming
die je binnen de muren van je bedrijf
wel hebt. Ook al probeer je het thuiswerken
goed in te richten, je hebt er
toch minder controle op. In de praktijk
zullen mensen niet heel snel vanuit huis
inloggen op een installatie, maar toch
is dat niet ondenkbaar.”
Beperkt
Als installaties toch benaderd moeten
worden vanuit een ander netwerk,
moet dat veilig gebeuren. Koning: “Dat
hele protocol moet voldoen aan de
IEC62443-norm, de internationale
cybersecuritynorm voor Industrial
Automation & Control Systems (IACS).
Daarbij breng je op een slimme manier
segmenteringen aan in je netwerken
en systemen. Die richt je vervolgens
zo in dat als er een ‘breach’ plaatsvindt,
de schade beperkt blijft tot een
gedeelte van je installatie.”
Op afstand kunnen inloggen op het
netwerk hoeft niet per se een probleem
te zijn, maar alleen als voldaan
is aan een aantal voorwaarden.
“Werk daarbij met een protocol waarbij
degene die inlogt alleen de hoognodige
rechten krijgt binnen de gekaderde
systemen”, legt Koning uit. “Het is niet
slim om iemand op afstand op een
engineer workstation te laten komen,
waarbij alle PLC’s in de installatie
kunnen worden benaderd. Er is in het
operationele domein ook helemaal
geen reden om iemand op afstand bij
je PLC’s te laten.”
Ken je netwerk
Aan de andere kant is het zeker wel
nuttig om informatie op afstand te
kunnen uitlezen. Koning: “Dat geeft
veel mogelijkheden om processen in
de gaten te houden. Maar je kunt die
׉	 7cassandra://KDuY_JsOpFE57wGbKAfk4Ifif1-9-bzds8eu8tJrFvE5`j _YpO#Gv׉ECybersecurity
mogelijkheid ook gebruiken om het
netwerk zelf te monitoren. ‘Ken je netwerk’
zeggen wij bij Hudson Cybertec
altijd. Want hoe kun je op bepaalde
communicatie vertrouwen als je zelf
geen inzicht in die communicatie hebt?
Je hebt inzicht nodig in de onderlinge
componenten en op de manier waarop
die componenten met elkaar communiceren.”
In
de praktijk is dat in de IT (informatietechnologie)
beter geregeld dan in de
OT (operationele technologie). “Dat is
verklaarbaar”, vindt Koning. “Vanwege
de ‘legacy’ (veroudering van systemen,
red.) en de snelheid waarmee
ontwikkelingen in de OT plaatsvinden.
Maar wil je het veilig maken, zal je toch
echt moeten beginnen met je netwerk
goed in kaart brengen.” Dat er nu een
crisis aan de gang is, wil niet zeggen
dat deze tijd ongeschikt is voor het
aanscherpen van de cybersecurity,
integendeel. Koning: “Ik zou zeggen:
doe het juist nu, want heel veel zaken
en delen van de installaties zijn op dit
moment minder in bedrijf. Je kunt er
nu juist vaak beter bij dan onder normale
omstandigheden. Een deel van
het inventarisatiewerk kunnen we ook
middels online interviews al doen.”
OT-monitoring
Het is van groot belang, en niet alleen
nu, om precies te weten welke activa
er zijn en dat het netwerkverkeer
inzichtelijk is, zodat niets aan het toeval
wordt overgelaten. “Hiervoor maken
wij gebruik van onze OT-monitoringoplossing”,
legt Koning uit. “Deze
meet onder andere afwijkingen in het
netwerkgedrag binnen het OT-netwerk.
Deze gedetecteerde afwijkingen
kunnen duiden op een cyberaanval,
maar ook op ongeoorloofde toegang
tot systemen of zelfs ongeoorloofde
‘setpointwijzigingen’. De Hudson
Cybertec-oplossing voor OT-monitoring
is specifiek voor het OT-domein
ontwikkeld en verder geoptimaliseerd.”
Aan de hand van een voorbeeld bij
de waterschappen, maakt Koning
duidelijk hoe dat werkt. Het draait om
het verschil tussen ‘intrusion detection’
en ‘intrusion prevention’. “IT gaat altijd
voor prevention”, weet Koning.
“Maar daarmee leg je soms ook
je proces deels plat. Neem nu de
waterschappen: een gemaal gebruikt
in de regel tussen de 0 tot 80 procent
van het vermogen om water weg te
werken. Als een waterschap ineens op
100 procent van z’n vermogen begint
te draaien, legt een ‘prevention
systeem’ het gemaal plat, want er zou
een cyberaanval kunnen plaatsvinden.
Als je die monitoring te rigide maakt,
snij je jezelf in de vingers, want bij
hevige regenval moet dat gemaal toch
echt op 100 procent kunnen draaien,
ook al komt dat bijvoorbeeld maar
eens per jaar voor. Intrusion detection
gaat daar flexibeler mee om: die maakt
wel die melding, maar zorgt ervoor dat
als de procesoperator dat wil, het gemaal
toch op 100 procent kan draaien.
Detectie en alarmering dus, in plaats
van blokkering.”
Ketenveiligheid
Ondanks dat OT-cybersecurity nog
lang niet op het niveau is van ITcybersecurity,
ziet Koning wel ontwikkelingen.
“Bedrijven die hun IT- en
OT-kant goed op orde hebben, kijken
vaak ook al verder dan alleen hun
eigen installatie. Er zijn bedrijven die
zeggen: ‘Als je zaken met ons wilt
doen, zal jouw bedrijf ook conform IEC
62443 moeten functioneren.
Ketenveiligheid dus. Maar nogmaals,
het begint bij jezelf: ken je netwerk!”
Meer info:
www.hudsoncybertec.com
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
41
_YpO#Gvʁ_YpO#GvɁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Btsa5UkNR--05TYCSW5Sup-dHlnK8hYw1yA15RNXaGk $`׉	 7cassandra://Ya4ljiarcZSJcJOkjWloUNLpYFVnWbdkczGQ6G7faf8ͺr`׉	 7cassandra://QiE_FNW_vClj4R_mtsXuXpW6mpduw8O5pLFZFX-Ox2c4.`j ׉	 7cassandra://_hiwrQWN2P9bH2VXjYX5s-xTw6Bf9prcrEtfxcPJhU8  ͠	_YpO#Gwנ_YpO#Gw 1[9ׁHhttp://hal24k.comׁׁЈ׉E3Zowel voor het meten van de diepte als van de kwaliteit van het water in de rivier is Rijkswaterstaat afhankelijk
Innovaties
van steekproeven. Het Datalab van Rijkswaterstaat onderzocht met HAL24K of datascience-analyses meer inzichten
kunnen halen uit de beschikbare gegevens (foto: Erland Bakker/Rijkswaterstaat).
Inzet kunstmatige intelligentie bij meting diepte en waterkwaliteit in rivieren
Niet meer,
maar slimmer meten
Door Mark Brok
Meten is weten. Maar om meer te weten, is het niet altijd nodig om ook meer
te meten. Dat is de conclusie van een aantal proefprojecten bij Rijkswaterstaat.
Door de inzet van kunstmatige intelligentie haalt het Datalab van de dienst samen
met smart-infrastructuurspecialist HAL24K nu veel meer informatie uit de meetgegevens
over de diepte en de waterkwaliteit in rivieren.
Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor vaarwegen waar
dagelijks talloze schepen overheen varen, en voor de
kwaliteit van het water in de rivieren. Een deel van die
verantwoordelijkheid vertaalt zich in het verrichten van
metingen. Zowel voor het meten van de diepte als van de
kwaliteit van het water in de rivier is Rijkswaterstaat afhankelijk
van steekproeven. Het water is immers niet overal even
diep, de waterkwaliteit is op verschillende plekken afhankelijk
van externe factoren en het is niet mogelijk om dagelijks
de volledige bodem in kaart te brengen en elke druppel te
meten. Dat werken met beperkte data betekent wel dat het
risico op blinde vlekken ontstaat. En dat de gegevens niet
altijd compleet zijn.
Een manier om het probleem deels te ondervangen, is door
meer metingen te verrichten. Maar dat is niet altijd mogelijk
en vraagt om een extra investering van tijd en middelen.
Het Datalab van Rijkswaterstaat onderzocht daarom met
HAL24K of datascience-analyses meer inzichten kunnen
halen uit de beschikbare gegevens.
42 WATERFORUM NR 4/5
Inzicht in waterkwaliteit
Voor het bepalen van de kwaliteit van het water meet
Rijkswaterstaat handmatig honderden parameters, waaronder
de concentratieniveaus van chemische en organische
elementen die in de rivier voorkomen. Door data te analyseren
die over een periode van vijftien jaar zijn verzameld,
ontdekten de datascientists dat veel parameters een sterke
correlatie hebben. Dat betekent dat het niet nodig is alle
parameters elke keer te meten, maar dat deze in plaats
daarvan ook eenvoudig van andere kunnen worden afgeleid.
Zo zijn er minder metingen nodig en dat levert een
efficiencyvoordeel op.
Om een beter beeld te krijgen van de waterkwaliteit
met bestaande metingen, bouwden de dataspecialisten
van HAL24K en het Datalab daarnaast een innovatief
machine learning-model. Dit model kan op basis van wekelijkse
metingen op bepaalde locaties, accurate wekelijkse
voorspellingen doen over de waterkwaliteit op locaties waar
niet wekelijks wordt gemeten. Zonder extra metingen uit
׉	 7cassandra://QiE_FNW_vClj4R_mtsXuXpW6mpduw8O5pLFZFX-Ox2c4.`j _YpO#Gv׉EInnovaties
Hoe betrouwbaar en
nauwkeurig zijn de modelberekeningen?
In
een tijdsgewricht waarin zo’n
beetje alle modellen en modelberekeningen
in het openbaar ter
discussie worden gesteld - denk aan
de actuele discussies over stikstofdepositie,
of aan de modellen die
geluidsoverlast door luchthavens en
verkeerslawaai in beeld brengen - is
het legitiem om je af te vragen hoe
betrouwbaar de modelberekeningen
in deze projecten van Rijkswaterstaat
zijn. Ondrej Urban, senior data
scientist bij HAL24K, geeft antwoord
op die vraag: “De modellen in beide
MGD-projecten (minst gepeilde diepte,
red.) bereikten een ‘root mean
squared error’ (RMSE) van ongeveer
30 centimeter, dus gemiddeld is de
voorspelling ongeveer 30 centimeter
verwijderd van de meting, wat voor
zover wij weten een verbetering is
ten opzichte van bestaande voorspellingen.
Deze nauwkeurigheid
kan waarschijnlijk verder worden
verbeterd en we hebben een aantal
ideeën over hoe we dit kunnen doen.
Voor het waterkwaliteitsproject
hangt de prestatie sterk af van de
werkelijk gemeten parameter. Over
het algemeen presteren de parameters
die sterk seizoensgebonden
zijn - bijvoorbeeld hoog in de zomer
en laag in de winter - beter, maar er
zijn ook andere factoren. Gemiddeld
was de gemiddelde nauwkeurigheid
ongeveer 75% voor de parameters
waar het model iets heeft geleerd.
Het verbeteren van de prestaties
van de modellen, vereist meer werk.
Daarvoor zijn zowel input van specialisten
als meer data nodig.”
Voorspellingen en metingen van de minst gepeilde diepte. Gemiddeld is de voorspelling
ongeveer 30 centimeter verwijderd van de meting (bron: HAL24K).
te voeren, kan zo met behulp van data science een meer
continu beeld van de kwaliteit van het hele rivierenstelsel
worden verkregen.
Rivierdieptes voorspellen
Voor het meten van de zogenaamde minst gepeilde diepte
(MGD) in rivieren vertrouwt Rijkswaterstaat op de ruime
ervaring van de inspecteurs. Die schatten dagelijks in wat
de ondiepste punten van de rivier zouden zijn, om daar
vervolgens metingen te verrichten. En hoewel die kennis erg
waardevol is, kan data science ook hier van toegevoegde
waarde zijn en extra operationele efficiëntie, objectiviteit en
nauwkeurigheid bieden. Door gebruik te maken van data
afkomstig van dieptemetingen, waterstanden en rivierafvoer
over een afstand van meer dan 100 kilometer van de
Waal, kon in een eerste studie een machinelearning-model
worden ontwikkeld dat voorspelt hoe de rivierbodem zich
ontwikkelt. Dit stelt de inspecteurs nog beter in staat om de
meetlocaties per dag te bepalen. Recentelijk heeft HAL24K
in het kader van Rijkswaterstaats innovatieprogramma De
Digitale Rivier een vervolgonderzoek succesvol afgerond om
MGD-modellen met externe datasets verder te ontwikkelen,
zodat ze voorspellingen voor vier dagen vooruit kunnen
afgeven. Hierop kan bijvoorbeeld de scheepvaart de routes
en lading optimaliseren en veiliger navigeren.
Meer tijd over
Wat de projecten van Rijkswaterstaat en HAL24K bovenal
hebben aangetoond, is de potentie van het combineren
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
43
van domein-specifieke kennis en ervaring met data science.
Vooral in complexe omgevingen kunnen de disciplines elkaar
versterken. Met teams die vaak op volle capaciteit werken,
kunnen voorspellende, zelflerende en objectieve modellen
bestaande datastromen snel verwerken en inzichten vergroten
zonder meer te meten. Zo kunnen schippers vertrouwen
op nog nauwkeuriger informatie voor het navigeren door
verschillende rivierdieptes en hebben Rijkswaterstaatinspecteurs
nog beter inzicht in de waterkwaliteit in de rivieren.
Meer info: hal24k.com
Voor het meten van de minst gepeilde diepte (MGD) in rivieren
vertrouwt Rijkswaterstaat op de ruime ervaring van de inspecteurs.
Hier kan data science van toegevoegde waarde zijn (foto: Martin van
Lokven/Rijkswaterstaat/Ruimte voor de Rivier).
_YpO#Gv́_YpO#Gvˁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IACqEjS1JidlzxhoA9xOUKqXxawABXu6Eqses-mDxkg D2`׉	 7cassandra://NmuAoGj_3nZumVxjcf6JY9airCLlAYHyAzzRusCgRHg͎`׉	 7cassandra://WGxH55Uk4LxAWkLnqPII6H6HK9-GvokIlaktiHYa8Gg,r`j ׉	 7cassandra://3QtNRZBEI8OYqBbCY__ncU-ia0JfGK92xlIM4SyWYAU 4 ͠	_YpO#Gw׉EWaterzuivering
Dutch Spiral en VEGA ontfermen zich over reststoffen waterzuivering
Een schone zaak
Bij afvalwaterzuivering zijn alle ogen uiteraard gericht op het eindproduct,
het gezuiverde water. Maar tijdens de verschillende processtappen ontstaan
ook reststoffen, die moeten worden verwijderd. Waar moet een bedrijf bijvoorbeeld
heen met het achterblijvende roostergoed, slib en zand? Dutch Spiral biedt
een schone containeroplossing met geïntegreerde schroeftransporteur.
En de radarsensoren van VEGA houden het niveau in de gaten, zodat de container
tijdig gewisseld kan worden.
Zodra 70 procent van het maximale vulniveau is
bereikt, wordt de containerwissel voorbereid.
44 WATERFORUM NR 4/5
׉	 7cassandra://WGxH55Uk4LxAWkLnqPII6H6HK9-GvokIlaktiHYa8Gg,r`j _YpO#Gv׉EEWaterzuivering
Dutch Spiral, gevestigd in GrootAmmers,
biedt een oplossing voor het
veilig, schoon en geurarm afvoeren
van reststoffen uit waterzuiveringsinstallaties.
Het belangrijkste product
van het Nederlandse familiebedrijf
zijn hun asloze schroeftransporteurs.
Daarnaast biedt Dutch Spiral samen
met het Duitse bedrijf Huber SE op
het gebied van afvalwaterzuivering een
slimme oplossing voor roostergoed-,
zand- en slibbehandeling. Deze oplossing
wordt in vrijwel elke waterzuiveringsinstallatie
in Nederland toegepast.
Het gaat daarbij in principe om een
container die met een geïntegreerde
schroeftransporteur automatisch
wordt gevuld. In Nederland zijn tot op
heden al meer dan 230 van dergelijke
containers in gebruik. Hoewel er kan
worden gekozen voor kant-en-klare,
compacte oplossingen, kunnen de
containers ook worden aangepast aan
elke situatie ter plaatse.
Automatisch vullen
In deze automatisch vulbare containers
worden roostergoed, zand en slib
verder verwerkt. Zo is de ‘sludgetainer’
STC speciaal ontwikkeld voor
het transport van ontwaterd slib. Bij de
ontwikkeling van deze slibcontainer is
met name gelet op minimale geuroverlast.
Afhankelijk van het formaat kan
deze container maximaal 30 kubieke
meter slib opnemen. De Dutch Spiral
roostergoedcontainer RGC is daarentegen
speciaal ontworpen voor het
transport van roostergoed.
Het grote voordeel van de systemen:
bij de containers verloopt het vullen
autonoom - de vullingsgraad en dus
het transportvolume zijn op afstand
te regelen. De positionering van de
container wordt gewaarborgd door het
plaatsen van aanrijplaten. De container
wordt gevuld via een stortkoker of
schroeftransporteur. Aan het einde
daarvan, dus bij de ingang van de container,
bevindt zich een gasveerbediende
plaatafsluiter. De plaatafsluiter is
voorzien van een naderingsschakelaar
die de positie van de container en de
openstand van de schuif detecteert.
Onder de instort bevindt zich een
asloze schroeftransporteur van Dutch
Spiral, die wordt aangedreven door
een haakse tandwielkast.
Veilige stop
De vullingsgraad van de container
wordt bewaakt met behulp van een
niveaumeting. Dit is waar de sensoren
van VEGA om de hoek komen kijken,
die in dit geval een melding geven bij
een vullingsgraad van 75 procent.
Er is dan voldoende tijd om het
wisselen van de container te plannen.
“We werken al meer dan 16 jaar met
VEGA samen en hadden al goede
ervaringen met sensoren uit de serie
VEGASON, waarbij de meting op basis
van ultrasoon plaatsvindt”, aldus
Aart-Jan Brussee, commercieel
directeur bij Dutch Spiral.
Toen verleden jaar de compacte
radarsensor op de markt kwam,
was het bedrijf dan ook zeer geïnteresseerd.
“Met de introductie van de
nieuwe VEGAPULS-serie werd de
radartechnologie betaalbaar voor onze
systemen en we konden onze klanten
vanaf dat moment voor hetzelfde geld
een nog betere, betrouwbaardere
oplossing bieden. De overstap naar de
nieuwe sensoren viel ons dan ook niet
zwaar.”
De nieuwe serie compacte radarniveausensoren meet contactloos het niveau
in de containers. De VEGAPULS C 11 is zonder veel moeite te installeren.
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
45
_YpO#Gv΁_YpO#Gv́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://E1gqKu9i6rl3ssC0rMa2fRHFvH3s5CxrNJrX3XzuxvQ AW`׉	 7cassandra://bauLvdctOVCTANrWzq0MBeChCR_KvWGW7RjlRzJmboMͤ`׉	 7cassandra://MD4AGXXQzvGoYBoRWsRcAxZEROBMHITKYnJdtAoDADk2`j ׉	 7cassandra://_3mjvBihekdJmfM9U7wY-z6wz7psB-7B47ZZ_WBJZGA r;B͠	_YpO#Gw !נ_YpO#Gw> ee9ׁHmailto:info.nl@vega.comׁׁЈנ_YpO#Gw= R̝
9ׁH  mailto:contact.water.nl@suez.comׁׁЈנ_YpO#Gw< R̏
9ׁHhttp://www.water-benelux.comׁׁЈנ_YpO#Gw; >v9ׁHmailto:info@procentec.comׁׁЈנ_YpO#Gw: .E9ׁHmailto:info@nwp.nlׁׁЈנ_YpO#Gw9 e.J9ׁHhttp://www.nwp.nlׁׁЈנ_YpO#Gw8 R.̃9ׁHmailto:info@nijhuis-water.comׁׁЈנ_YpO#Gw7 R̘9ׁH  http://www.nijhuisindustries.comׁׁЈנ_YpO#Gw6 >.g
9ׁHmailto:sales@modelec.nlׁׁЈנ_YpO#Gw5 >_
9ׁHhttp://www.modelec.nlׁׁЈנ_YpO#Gw4 ef~9ׁHmailto:water@logisticon.comׁׁЈנ_YpO#Gw3 eVt9ׁHhttp://www.logisticon.comׁׁЈנ_YpO#Gw2 Rf̥9ׁH  mailto:bart.goossens@lanxess.comׁׁЈנ_YpO#Gw1 RVz9ׁHhttp://www.lpt.lanxess.comׁׁЈנ_YpO#Gw0 >fd
9ׁHmailto:info@landustrie.nlׁׁЈנ_YpO#Gw/ >Ve
9ׁHhttp://www.landustrie.nlׁׁЈנ_YpO#Gw. em
9ׁHmailto:infonl@krohne.comׁׁЈנ_YpO#Gw- ee
9ׁHhttp://www.krohne.comׁׁЈנ_YpO#Gw, R̀
9ׁHmailto:sales@keller-holland.nlׁׁЈנ_YpO#Gw+ >j
9ׁHmailto:info@imbema.comׁׁЈנ_YpO#Gw* >l
9ׁHhttp://www.imbema.comׁׁЈנ_YpO#Gw) eցj
9ׁHmailto:info@hillerzentri.deׁׁЈנ_YpO#Gw( eƁk
9ׁHhttp://www.hillerzentri.deׁׁЈנ_YpO#Gw' RցV
9ׁHmailto:info.nl@festo.nlׁׁЈנ_YpO#Gw& RƁZ
9ׁHhttp://www.festo.comׁׁЈנ_YpO#Gw% >ց
9ׁH %mailto:sales-benelux@envirochemie.comׁׁЈנ_YpO#Gw$ >Ɓ̉
9ׁHhttp://www.envirochemie.comׁׁЈנ_YpO#Gw# ew
9ׁHmailto:info@nl.endress.comׁׁЈנ_YpO#Gw" ey
9ׁHhttp://www.nl.endress.comׁׁЈנ_YpO#Gw! RZ
9ׁHmailto:info@deltares.nlׁׁЈנ_YpO#Gw  R[
9ׁHhttp://www.deltares.nlׁׁЈנ_YpO#Gw >U
9ׁHmailto:info@c-mark.nlׁׁЈנ_YpO#Gw >W
9ׁHhttp://www.c-mark.nlׁׁЈ׉EFRoostergoed, zand, slib. De reststoffen van waterzuiveringsinstallaties
stellen hoge eisen aan sensoren.
Slimme radaroplossing
Begin 2020 kwam er een nieuwe serie
compacte radarniveausensoren op de
markt. Het hart wordt daarbij gevormd
door een door VEGA nieuw ontwikkelde
radarmicrochip, die speciaal voor
de eisen in de niveaumeting is geoptimaliseerd.
Mede dankzij deze kleine
microchips zijn nu zeer compacte
sensoren mogelijk. Deze zijn bovendien
zo gunstig geprijsd dat ze in alle
toepassingen de tot nu toe gebruikte
ultrasoonsensoren vervangen.
De VEGAPULS-serie C 11, C 21 en
C 22 heeft een vaste kabelaansluiting
en is uitgevoerd in beschermingsgraad
IP66/IP68.
Niet alleen werken radarsensoren
onafhankelijk van temperatuurschommelingen,
gassen, vacuüm en
druk, maar ze zijn met name ongevoelig
voor verontreinigingen. Dat zijn
allemaal factoren die bij niveaumeetinstrumenten
op basis van ultrasoon
vaak tot storingen leiden en die
Aart-Jan Brussee maar al te goed
kent: “De contactloze meting is
simpelweg ideaal voor onze toepassing.
Normaal gesproken is het een
natuurlijk verschijnsel dat aangroei op
de sensor een nauwkeurige meting
sterk bemoeilijkt. En dan is er meestal
ook nog sprake van condensatie,
de aanwezigheid van waterstofsulfide
en extreme mechanische belastingen
door het roostergoed. Kortom,
allemaal omstandigheden die voor
radartechnologie pleiten.”
Een continue niveaumeting is ook
noodzakelijk omdat we te maken
hebben met een continuproces dat
24/7 doorloopt. De samenstelling
van de afvalwaterstroom is echter
niet altijd gelijk, omdat het van het gezuiverde
water afgescheiden materiaal
bestaat uit de meest uiteenlopende
reststoffen. Daarom is een nauwkeurige
niveau meting cruciaal, een
meting die betrouwbaar meldt
wanneer de container moet worden
geleegd.
46 WATERFORUM NR 4/5
En laat dat nu een ideale toepassing
zijn voor sensoren van de nieuwe
VEGAPULS-serie, aangezien deze hun
metingen doen bij een frequentie van
80 GHz en daardoor beschikken over
een uitstekende signaalfocussering.
Het radarsignaal kan vrijwel tot op de
millimeter nauwkeurig op het te meten
medium worden gericht. Daardoor
ontstaan er zelfs bij ingebouwde
obstakels of bij aangroei op wanden
geen stoorsignalen. Anders dan bij
ultrasoonsensoren is daardoor meestal
helemaal geen stoorsignaalonderdrukking
nodig. Bovendien zijn meeten
stoorsignalen beter te scheiden
- de meting wordt een veelvoud
eenvoudiger en nauwkeuriger dan bij
gebruik van andere meetmethoden.
In de containers wordt nu de volledig
ingekapselde VEGAPULS C 11
gebruikt. De sensor wordt eenvoudig
op de bovenkant van de container
gemonteerd en houdt zicht op het
gehele containervolume - dus tot
de bovenrand. Hierdoor kunnen de
beheerders van waterzuiveringsinstallaties
bij ongewone gebeurtenissen
snel reageren. Bovendien kan het
hele containervolume volledig worden
benut, omdat de nieuwe compacte
sensoren zonder blokafstand meten
tot aan de rand van de container,
iets wat met ultrasoonsensoren niet
mogelijk is. Voor de zekerheid is er ook
nog een naderingsschakelaar geïnstalleerd,
die meldt wanneer de container
helemaal vol is.
Veilig zicht op afstand
De nieuwe compacte VEGAPULSserie
is uiteraard niet alleen geschikt
voor gebruik in deze containeroplossing,
maar voor een breed scala aan
toepassingen in de afvalwaterindustrie.
Bovendien is de nieuwe serie sensoren
niet alleen vanwege de gunstige prijs
een echt alternatief voor ultrasoonsensoren,
maar ook vanwege de hoge
betrouwbaarheid en lange levensduur.
Aart-Jan Brussee vindt het met name
een groot voordeel dat de sensor
draadloos via bluetooth in combinatie
met de VEGA Tools-app eenvoudig
vanaf de smartphone of tablet kan
worden aangepast. Parametreren,
weergave en diagnose zijn daarmee
ook vanaf een afstand geen probleem
meer. Dit maakt het werk bij de vaak
zware en moeilijk toegankelijke omstandigheden
een stuk gemakkelijker.
“Hier zie je dat VEGA zich richt op
praktische relevantie. En dat is een
aanpak die ook in ons DNA zit. De
basis is gefundeerde knowhow en
expertise. Wat het verschil is met andere
fabrikanten? VEGA biedt altijd net
iets meer aan ondersteuning en hun
medewerkers weten waar ze het over
hebben”, besluit Brussee. De oplossing
met ultrasoon wordt nu weliswaar
nog steeds gebruikt op de oudere
containers, maar in de toekomst zal
uitsluitend worden gekozen voor de
compacte radarserie, in concreto voor
de VEGAPULS C11.
׉	 7cassandra://MD4AGXXQzvGoYBoRWsRcAxZEROBMHITKYnJdtAoDADk2`j _YpO#Gv׉EBedrijvenregister
C-mark B.V.
Munsterstraat 9, 7418 EV Deventer
www.c-mark.nl
info@c-mark.nl
T: +31 (0)88 - 831 05 00
Deltares
Postbus 177, 2600 MH Delft
www.deltares.nl
info@deltares.nl
T: +31 (0)88 - 335 82 73
Endress+Hauser BV
Nikkelstraat 6, 1411 AJ Naarden
www.nl.endress.com
info@nl.endress.com
T : +31 (0)35 - 695 86 11
EnviroChemie BV
Waarderweg 52 c, 2031 BP Haarlem
www.envirochemie.com
sales-benelux@envirochemie.com
T: +31 (0)23 - 534 54 05
Festo BV
Schieweg 62, 2627 AN Delft
www.festo.com
info.nl@festo.nl
T: +31 (0)15 - 251 88 90
Hiller GmbH
Schwalbenholzstr. 2, D-84137 Vilsbiburg (D)
www.hillerzentri.de
info@hillerzentri.de
T: +31 (0)318 - 73 14 00
Imbema Holland BV
Nijverheidsweg 5- 7, 2032 CN Haarlem
www.imbema.com
info@imbema.com
T: +31 (0)88 - 130 60 30
Keller Nederland
Leeghwaterstraat 25
2811 DT Reeuwijk
sales@keller-holland.nl
T: +31 (0)182 - 39 98 40
Krohne Nederland B.V.
Kerkeplaat 14, 3313 LC Dordrecht
www.krohne.com
infonl@krohne.com
T: +31 (0)78 - 630 62 00
Landustrie Sneek B.V.
LANXESS NV
Pieter Zeemanstraat 6, 8600 AD Sneek
www.landustrie.nl
info@landustrie.nl
T:+31 (0)51 - 548 68 88
Ketenislaan 2, bldg 7748/2, 9130 Kallo, BE
www.lpt.lanxess.com
bart.goossens@lanxess.com
T:+32 3 653 44 65
Logisticon Water Treatment B.V.
Energieweg 2, 2964 LE Groot Ammers
www.logisticon.com
water@logisticon.com
T: +31 (0)184 - 60 82 60
Modelec
Galvanistraat 38, 6716 AE Ede
www.modelec.nl
sales@modelec.nl
T: +31 (0)318 - 63 62 62
Nijhuis Water Technology
Innovatieweg 4, 7007 CD Doetinchem
www.nijhuisindustries.com
info@nijhuis-water.com
T: +31 (0)314 - 74 90 49
NWP (Netherlands Water Partnership)
Bezuidenhoutseweg 2
2594 AV Den Haag
www.nwp.nl, info@nwp.nl
T: +31 (0)70 - 304 37 00
PROCENTEC Nederland
Klopperman 16
2292 JD Wateringen
info@procentec.com
T: +31 (0)174 - 67 18 00
SUEZ Water NV
Willem Barentszweg 4, 5928 LM Venlo
www.water-benelux.com
contact.water.nl@suez.com
T: +31 (0)77 - 323 12 31
VEGA Meet- en Regeltechniek
Arnhemseweg 213-2
3817 CG Amersfoort
info.nl@vega.com
T: +31 (0)33 - 450 25 02
WATERFORUM SEPTEMBER 2020
47
_YpO#GvЁ_YpO#Gvρ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://gKZuO8DkZewXhg3pmG9EHf7Vru8MZOXCYyemd9mpGCM m*`׉	 7cassandra://YzgZUeDmVoc8tCTg5ThxvY0B_h1wUMLFECqC7byJ5dYZ`S׉	 7cassandra://qaZzbx9PWcP0zHR3Pss5gwYADMGYFr9r77FHA1TdZu4 k`̵ ׉	 7cassandra://YJUIgY99bcxtKi5HSp4OR5-KfKt-XBH20t_ufRJ1isY  ͠_YpO#Gw?נ_YpO#GwB {4`9ׁHhttp://www.aerzen.nlׁׁЈנ_YpO#GwA ~̺9ׁHmailto:ben.van.maanen@aerzen.nlׁׁЈ׉EHoe EFFICIËNT zijn uw blowErs
op dit moment?
lET’s Talk
ben van Maanen, sales Engineer
+31 683 077866
ben.van.maanen@aerzen.nl
echte efficiëntie betekent vandaag de dag dat de keuze van
de blowertechnologie precies moet worden aangepast aan de
belastingsprofielen in waterzuiveringsinstallaties. omdat de
belasting bij elk biologisch zuiveringsproces sterk fluctueert, ligt
hier het grootste energiebesparingspotentieel.
met onze performance³-productportfolio, bestaande uit Blower,
Hybrid en turbo, vinden we altijd de meest efficiënte en geschikte
oplossing voor u. met de nieuwe generatie G5plus
blowers en
turbo’s kunt u nu nog efficiënter werken. profiteer van tot 30%
energiebesparing! Let’S tALK! we zullen u graag adviseren!
www.aerzen.nl
׉	 7cassandra://qaZzbx9PWcP0zHR3Pss5gwYADMGYFr9r77FHA1TdZu4 k`̵ _YpO#Gv׈E_YpO#Gvҁ_YpO#Gvс{)WaterForum-4-5-2020_Y=ץ