׉?<ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://nW_GWBTclsxuynUzrl7sLVEvl1AcNFu6tkBWQHJ3yZc `׉	 7cassandra://9ee2sAEr_WP3_0gA3RF9KBX3RYfzBaAuLuyYqJ82ZYc8`S׉	 7cassandra://-HWKyfuyak0u_IAOmI9VGSeW9gSkvnmPKvF9KWRnRk0
`̵ ׉	 7cassandra://TZ-1pu3ygTHeP9jonFKGoELGU1j_Tzi8u4i9fU35amY â͠cQ,\ט   {u׈   frJ  ׈EcQ,\׉E EDECEMBER 2022
JAARGANG 13 NR 2
Tijdschrift voor
LACTATIEKUNDIGEN
BVL
׉	 7cassandra://-HWKyfuyak0u_IAOmI9VGSeW9gSkvnmPKvF9KWRnRk0
`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ItiJMrAjisWK8M8BfuPeZGPgf_pQtPJPog0dx203V_c 6}`׉	 7cassandra://6ICd2t-cf1-bCxEXK1KAOnhOcfHnV8PGSG-lMeN6_EsQ`S׉	 7cassandra://2lhS2S25qZ3tTsIlUpYcKW7Q43YKHDX-P7fOM70ICvU`̵ ׉	 7cassandra://u8RvKa43aEU5J0AxzVH_HGWW8rw8Cio7KGJYOCjxPGU I ͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://2_NhZGdImpLUyQ0xxnISheBPDm82WuxC_89kKEvT86U ` ׉	 7cassandra://0iuGEBapmANkZJJGZBvfP12O_MUfrEKyrriHVWahS_sF`S׉	 7cassandra://huuKO8jqHjBThTvskWwWNCvcITxF6aEk2sZ3iKkmY2g`̵ ׉	 7cassandra://W-iXPy5v-NMrj-cSRYAUzWEGXmtiRapLXVKMPgcjFsAMr͠cQ,\׉E׉	 7cassandra://2lhS2S25qZ3tTsIlUpYcKW7Q43YKHDX-P7fOM70ICvU`̵ cQ,\׉E	BVL
Vanwege de redactie
Beste leden,
H
.et eindejaar is in zicht, de lichtjes maken de donkere dagen wat gezelliger, de kerstbomen
staan er weer. Bij de BVL kunnen we alvast tevreden terugblikken op het voorbije jaar, met als
hoogtepunt het congres op 17 november, waar we elkaar na twee jaar te moeten missen weer
live konden ontmoeten.
Donormoedermelk en moedermelkbanken, het is een actueel onderwerp, dat zelfs bij
politici op tafel ligt. Dr. An Eerdekens, kinderarts-neonatoloog en lactatiekundige, vertelt ons welk belang
donormoedermelk kan hebben bij premature kinderen en hoe dit in zijn werk gaat op de moedermelkbank
van het UZ Leuven. Hilde Curinckx kon tijdens het Elacta congres in Bremen in mei de moedermelkbank daar
ter plaatse bezoeken, zij deelt haar ervaring.
Borstvoeding blijven geven nadat moeders terug aan het werk gaan, het blijft nog voor veel vrouwen en hun
werkgevers geen evidentie. Maar waarom? Evi Geuten stelde die onderzoeksvraag en brengt de resultaten
van de ervaringen en noden van zowel werknemers die het werk hervatten na de moederschapsrust, als die
van werkgevers.
De oorlog in Oekraïne brengt het gevaar van een nucleair incident helaas hoger op de agenda. Om die reden
bracht de Infant & Young Child Feeding in Emergencies Core Group een handleiding uit met wat nu precies
de voedingsadviezen voor zuigelingen en jonge kinderen zijn in de 1e drie dagen na een nucleair ongeval.
Astrid De Brabandere vertaalde het voor ons. We hopen echter ten zeerste dit advies niet te zullen moeten
toepassen!
Veerle Van Bocxstaele volgde op het Elacta congres in Bremen de workshop “Hoe het zuigen van baby’s
te observeren en de beoordelen” van Véronique Darmangeat en brengt verslag uit. Als lid van BVL heb je
trouwens gratis toegang tot het tijdschrift van Elacta en kan je CERPS verdienen door te lezen. We vertellen je
meer hierover verder in dit tijdschrift.
We lezen tegenwoordig meer en meer hoe vrouwen hun bevalling als traumatisch kunnen ervaren en hoe
vrouwen hun recht op zeggenschap over hun eigen lichaam opeisen, ook tijdens de bevalling. Maar wat met
borstvoedingsbegeleiding? Kunnen bepaalde handelingen daar als grensoverschrijdend beschouwd worden?
Minke Siesling laat ons nadenken over de vraag of borstvoedingsbegeleiding beter hands-on of hands-off
verloopt.
Tot slot wensen we jullie een prettige eindejaar, gezellige feesten met vrienden en familie, rustige werkdagen
voor wie van dienst is en natuurlijk ook een heel gelukkig 2023!
3
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://huuKO8jqHjBThTvskWwWNCvcITxF6aEk2sZ3iKkmY2g`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PUQso7pYLaU7Khd07yjSRg7ugdSwk0bel2Cm3Eh3sbM `׉	 7cassandra://lkpftwLMseDZyArLnClizH_gBZiSFcOSe1MvDf0HZ_YM`S׉	 7cassandra://i6c_5klDqBLzDdObaXt3baLOcG5fsBRMevKPjihMYJI:`̵ ׉	 7cassandra://7LqeCev_uj0U62S-H372Xrif0fEbublaJLBc8JusJdg c>͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://Yj5o-Ar-ig4yEIz_8ooGWBNqmyJ_TzEj3G8xXXh4CkM T` ׉	 7cassandra://TVF797AMd8glrNC6zwbHpEhobEk1uUBNV91gUW7D9ck$`S׉	 7cassandra://NdTZOh_7uwiwn63Q5Knol5f2tJWcCN73892BABqMI5IA`̵ ׉	 7cassandra://PkzEMtEG02S9wfm3qRWv8BK5ZhtQ7xQX1MDM1M-rp-k>z͠cQ,\׉E I30
6
15
12
46
41
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
4
׉	 7cassandra://i6c_5klDqBLzDdObaXt3baLOcG5fsBRMevKPjihMYJI:`̵ cQ,\׉EBVL
Tijdschrift voor Lactatiekundigen
Inhoud
06 Donormoedermelk voor preterme pasgeborenen
12 Bezoek Human Milk Bank Bremen
15 BREASTFEEDING@WORK
30 Handleiding: borstvoeding na nucleair ongeluk in een kerncentrale
41 Workshop: Hoe het zuigen van een baby observen en beoordelen
46 Test je kennis en verdien gratis CERPs!
49 Column: Hands-off start borstvoeding
5
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://NdTZOh_7uwiwn63Q5Knol5f2tJWcCN73892BABqMI5IA`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VxynxvwSLcSxsBfnSyY3hP0sNSyWI7WMtgsfuUn4Gw8 ` ׉	 7cassandra://0sz2AF64GgFBS9FgvWkIaU2EAfDdQCdX2VHnljvYstwr>`S׉	 7cassandra://_KmJZXIb95uwDlMx8rAfzX7mYtLxqGBO174GQ0DkgLc^`̵ ׉	 7cassandra://3pY4sk6J8m8B-K3UJg9gNyANDoP9z3iwYbhyrbPYl1Ë́͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://S1-kcpoVF4_3e2f58Se5Zku7tdcI7VO7K7zlNcw0UuE |`׉	 7cassandra://Rutm4b93jGp2L90rc7UJJxcJOVEbSF9ucIidevTRqm0NF`S׉	 7cassandra://omWRz-GSkoClNV0RFeh23mCmoHveRsQfs-8nQIEfp50`̵ ׉	 7cassandra://j9Wk3BWb7xiQ6ewJXYACjcrSvJ3RvYlvCzwvWKbbCJA ͠cQ,\׉E:DONORMOEDERMELK
Donormoedermelk voor
preterme pasgeborenen
An Eerdekens
Kinderarts-neonatoloog, IBCLC, Dienst Neonatologie, UZ Leuven
Donormoedermelk heeft doorheen de eeuwen heen een plaats gehad bij het
voeden van zuigelingen. De laatste decennia is er een toegenomen wetenschappelijke
focus ontstaan op de rol van donormoedermelk in de zorg van preterme
pasgeborenen. Het beschermend effect van donormoedermelk op de ontwikkeling
van necrotiserende enterocolitis (NEC) bij very-low-birth weight (VLBW,
geboortegewicht < 1500 gram) pasgeborenen is inmiddels duidelijk bewezen.
Dit artikel schetst het gebruik van donormoedermelk in zijn historische context,
gaat dieper in op de plaats van donormoedermelk bij de zorg voor preterme
pasgeborenen en de noodzaak aan een goede regelgeving, geeft duiding bij een
aantal praktische aspecten om te eindigen met enkele socioculturele dimensies.
Donormoedermelk in zijn
historische context
Het gebruik van donormoedermelk werd
reeds beschreven bij de Oude Egyptenaren.
Kinderen van de farao’s werden gevoed
door koninklijke minnen. Deze vrouwen
werden grondig geselecteerd en kregen veel
respect. Bij de Oude Grieken en Romeinen
waren het vooral slavinnen die de kinderen
van welgestelde burgers voedden en ook in
de Middeleeuwen waren het vooral welgestelde
burgers die een min in dienst namen
voor het voeden van hun kinderen. De Reformatie
zorgde er echter voor dat borstvoeding
als een religieuze plicht werd gezien
en moeders die ervoor kozen om een min
in te huren werden als zelfzuchtig bestempeld.
Minnen werden daarom beduidend
minder tewerkgesteld. In de negentiende
eeuw kwam de eerste gepatenteerde kunstvoeding
op de markt. Hierdoor werd de
perceptie gecreëerd dat er een gemakkelijk
en goed toegankelijk alternatief voor borstvoeding
op de markt was en werd er nog
nauwelijks beroep gedaan op minnen voor
het voeden van zuigelingen. In de naoorlogBVL-TIJDSCHRIFT
VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
6
se jaren van de twintigste eeuw promootten
commerciële campagnes het gebruik van
kunstvoeding als alternatief voor borstvoeding
en borstvoedingscijfers kelderden. In
dezelfde periode ontstond neonatologie als
een medische specialiteit. Sommige artsen
die hier pionierswerk verrichtten, trachtten
de hoge sterftecijfers bij preterme pasgeborenen
te reduceren door het gebruik van
donormoedermelk, maar dit was nog geen
wijdverspreide gewoonte (Baumgartel,
Sneeringer & Cohen, 2016). Er wordt in de
volgende paragraaf dieper ingegaan op de
plaats van donormoedermelk bij de zorg
voor de preterme pasgeborene. De opgang
van de sociale media in ons huidige tijdperk
en de toenemende erkenning en kennis
in onze samenleving over het belang van
moedermelk heeft ertoe geleid dat er op het
internet allerlei privé initiatieven circuleren
waar moeders moedermelk kunnen doneren
en verkrijgen. Deze praktijken zijn zeer
onveilig omwille van het risico op bacteriële
en/of virale contaminatie en transmissie. Er
bestaat immers geen controle op het lege
artis screenen van de donoren en het transporteren
en stockeren van de donormoedermelk.
Het gebruik van donormoedermelk
׉	 7cassandra://_KmJZXIb95uwDlMx8rAfzX7mYtLxqGBO174GQ0DkgLc^`̵ cQ,\׉Ein deze context wordt dan ook ten stelligste
afgeraden door verschillende organisaties,
waaronder La Leche League International,
de European Milk Bank Association, de
Human Milk Banking Association of North
America en de United States Food and Drug
Administration (Gribble & Hausman, 2012).
De plaats van donormelk
bij de zorg voor preterme
pasgeborenen
De afgelopen decennia zijn de overlevingskansen
van preterme pasgeborenen in grote
mate toegenomen. Het is ondertussen aangetoond
dat moedermelk een belangrijke
rol speelt in de zorg van preterme pasgeborenen,
niet alleen omwille van het nutritionele
aspect, maar eveneens omwille van de
immunologische en endocriene eigenschappen
(Taylor, 2019). Het is voor moeders die
7
preterm bevallen echter vaak een uitdaging
om een goede eigen melkproductie te realiseren.
Het gebruik van donormoedermelk
kan hier dan tijdelijk een oplossing bieden
(Parker et al., 2016). Naast donormoedermelk
zijn er ook speciale kunstvoedingen,
aangepast aan de noden van preterme
pasgeborenen, op de markt gekomen. Het
is echter aangetoond dat er een 2.5 keer
groter relatief risico op het ontwikkelen van
necrotiserende enterocolitis (NEC) bestaat
wanneer een preterme pasgeborene gevoed
wordt met kunstvoeding in plaats van
donormoedermelk (Arslanoglu et al., 2013;
Quigley, Embleton & McGuire, 2019). Deze
studies zijn vooral uitgevoerd bij VLBW
pasgeborenen. Toch adviseren verschillende
gezaghebbende organisaties, zoals de
Wereldgezondheidsorganisatie, American
Academy of Pediatrics en European Society
of Pediatric Gastroenterology, Hepatology
and Nutrition om donormoedermelk te
gebruiken bij alle preterme pasgeborenen,
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://omWRz-GSkoClNV0RFeh23mCmoHveRsQfs-8nQIEfp50`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bZV3Jy45kajmcE7081jpnbXV3IViNnQkZ17KxFbsZF0 +`׉	 7cassandra://IijF8Y9ddq7Bd19qw-ya4acbW_3ytVgMDHIVtxih4Ws\`S׉	 7cassandra://9OoQ2dy2-9mTR4m1DO3IptCJpxJU_vzEm64Pxam3_s0`̵ ׉	 7cassandra://0JKiBICP3BuLI0-2JQzmc4xvYnHRFYdiGsHftCjjE-w ͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://kO7ilAziTsERVsMt0end9VWmxGsKoNzyuJ3rqLWEby4 `׉	 7cassandra://EA60QIkFcmBWw6u3EvorKSJ-xUEtdM0IdFDWptDcd3MS-`S׉	 7cassandra://Vt14uywt9WdHp7w-X2owqG52rfQertDoTIuwcQyu0B8`̵ ׉	 7cassandra://D4AGlznQXUUMH5cHlXn3t0m1kBpI3wQRFu6_Idmvg9M S(͠cQ,\׉E]HUMAN MILK BANK BREMEN
Bezoek human milk bank
Bremen
Hilde Curinckx, MSc, Vroedvrouw, IBCLC
Het Carl Gustav Carus universiteitsziekenhuis
in Bremen telt ongeveer 3000
bevallingen per jaar. Zij behaalden het
Baby Friendly Hospital (BFH) – label
reeds in 1996. Niettegenstaande ze het
BFH-label ten gevolge van een fusie (Gesundheit
NORD Klinikverbund Bremen)
theoretisch niet meer hebben, passen ze
het nog dagdagelijks toe in de praktijk.
Gedurende meer dan 100 jaar was donormoedermelk
(DMM) een traditie in Duitsland.
Onderstaande lithografie is daarvan
een mooi bewijs.
Helaas op het einde van vorige eeuw, verkozen
meer moeders kunstvoeding (KV) boven
borstvoeding (BV). En toen in de jaren 80,
HIV ontdekt werd, verdwenen de moedermelk-donorbanken
helemaal.
Op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU)
in Bremen wist men niet alleen uit de
literatuur dat moedermelk veel voordelen
biedt voor de prematuur geboren baby. Ze
merkten dat ook in de praktijk. Vandaar dat
er in 2018 gestart werd met een project, dat
in 2021 resulteerde in de opening van een
moedermelk-donorbank.
Doelstelling
De doelstelling is om DMM te voorzien voor
de prematuren die verblijven op hun eigen
NICU, dus niet voor andere ziekenhuizen.
In de praktijk
In de praktijk schenkt men veel aandacht
aan prenatale educatie rond enerzijds
(donor) moedermelk en anderzijds prematuriteit.
Volgende
thema’s komen hierbij aan bod:
• De toekomstige moeder als potentiële
donor
• Het belang van (donor) moedermelk
gedurende de eerste levensdagen van
een prematuur
Voorwaarden om als donor in aanmerking
te komen:
• De donor beschikt over een overschot
aan moedermelk
Figuur 1: Lithografie om moeders aan te moedigen, hun overschot aan moedermelk te
doneren aan het Erfurt’s Regional Womans Hospital door Käthe Kollwitz 1926
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
12
• De donor is gezond
׉	 7cassandra://9OoQ2dy2-9mTR4m1DO3IptCJpxJU_vzEm64Pxam3_s0`̵ cQ,\׉Ek• De donor is schriftelijk en verbaal geïnformeerd
over het feit dat:
• zij een medische fiche invult die volledig
en correct is.
• zij de hygiënische richtlijnen begrijpt
en correct toepast
• het doneren van moedermelk geheel
vrijwillig is
• er serologische testen zullen uitgevoerd
worden ter opsporing van
overdraagbare aandoeningen (Bvb.
HIV, CMV,…)
• er geen financiële voordelen tegenover
staan
• ze niet onder druk gezet wordt om
te blijven lacteren enkel vanwege de
DMM
• de DMM enkel zal gebruikt worden
wanneer haar eigen baby stabiel is.
Selectieprocedure
Potentiële donoren zijn moeders waarvan
hun kindje(s) verblijven op de NICUafdeling
van het universiteitsziekenhuis in
Bremen.
Er wordt altijd een bloedname gedaan
waarvan de resultaten niet afwijkend mogen
zijn. Na schriftelijke toestemming wordt er
één week voor het geplande ontslag van de
baby een bloedname gedaan bij de donor.
Als de bloedresultaten niet afwijkend zijn,
zal enkel de DMM gebruikt worden dewelke
voorafgaand aan het ontslag is overgebleven.
Dus wanneer de donormoeder met
haar baby naar huis gaat, stopt de donatie.
Randvoorwaarden
voor donatie
• Er is voldoende reserve
• De donor is gezond en CMV-negatief
• Serologische onderzoeken zijn negatief:
HIV, Hepatitis C, LUES, CMV
• De gezondheid van hun baby is stabiel
13
Figuur 1: Werkplek onder laminaire luchtstroom
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
In 2021 werden er vier donoren gerekruteerd
en kregen er 21 prematuren DMM
toegediend volgens het single-donorprincipe,
dus elke baby krijgt altijd moedermelk
van dezelfde donor.
Contra-indicaties
voor donatie
• Roken en alcoholgebruik
• Voorgaand en/of huidig drugsgebruik
• Gebruik van grote hoeveelheden cafeïne
• Veganisme
• Piercings, tattoos of permanente
make-up aangebracht in de afgelopen
zes maanden
• Bloedtransfusies in de afgelopen zes
maanden
• Werkzaam als prostituee of wisselende
seksuele contacten
• Partner die HIV-positief is
• Partner gebruikt drugs
• Lactatieperiode langer dan 6 maanden
Infrastructuur
Ruimtelijke voorwaarden
• Afzonderlijke werkplek voor DMM en de
׉	 7cassandra://Vt14uywt9WdHp7w-X2owqG52rfQertDoTIuwcQyu0B8`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://eMP6Vx_ua1bttdJnHIUbnvKTZEJiV68O5lb4TUTv_6A $r`׉	 7cassandra://Nyci3znaOJBEFo3D7p3iYtyAHmJxflC03G9q6RgkAkwE%`S׉	 7cassandra://HHOqCCZo5pZHLVxx4TX0eQ-QDPwXLRdJw-2ftzEzNt4 `̵ ׉	 7cassandra://D3rct6YPV-uspcZ_VG4mv11Th5yEXtWxYLkfK8Oj9yQ N5(͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://bg71T34CuLgmoVg5h6Yzx0vZiXxviowr5rc0JFo86sU s` ׉	 7cassandra://Z3xN6ZTd8VdtdqcLGfZYchkDU93v3tNA8pU5G1kkhT0a'`S׉	 7cassandra://PPhdrSD6zv9eEFlL6kBJO1ZBx4xJBpvDfyB-RTq0LnYE`̵ ׉	 7cassandra://w2iyWobrFkaKrdVgSX0zWXpT441wFN_snLpna0gveA8͎͠cQ,\נcQ,\ ̽9ׁHhttps://www.frauenmilchbank.de/ׁׁЈ׉E1HUMAN MILK BANK BREMEN
moedermelk voor de eigen baby
• Duidelijk onderscheid tussen de zuivere
en de onzuivere werkplek
• Voor het bewerken van de DMM wordt
gebruik gemaakt van een werkplek onder
laminaire luchtstroom
Aparte koelkast
voor het bewaren van:
1. Verse, onbehandelde moedermelk alvorens
deze getest en verwerkt wordt
2. Het kort bewaren van de moedermelk
wanneer deze vrijgegeven is voor gebruik
Aparte
diepvries (-20°C)
voor het bewaren van:
1. Rauwe, onbehandelde DMM totdat deze
getest en verwerkt wordt
2. Microbiologisch geteste DMM in afwachting
van goedkeuring voor gebruik
3. DMM die vrijgegeven is voor gebruik
Figuur 3 & 4: Bewaren van moedermelk in de diepvries op -20°C
Conclusie
Na dit bezoek kan ik alleen maar besluiten dat het oprichten van een (donor) moedermelk-bank
niet zo moeilijk is en met beperkte middelen ook haalbaar moet zijn.
Onderzoek toont immers aan dat het risico op onder andere necrotiserende enterocolitis
(NEC) beduidend minder is bij prematuren die moedermelk toegediend krijgen. Zou het
geen goed idee zijn om enerzijds na te gaan wat de financiële impact is van NEC op ons
gezondheidssysteem en anderzijds de kostprijs van moedermelkbanken in bijvoorbeeld
elke provincie?
Meer info
https://www.frauenmilchbank.de/
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
14
׉	 7cassandra://HHOqCCZo5pZHLVxx4TX0eQ-QDPwXLRdJw-2ftzEzNt4 `̵ cQ,\׉EBREASTFEEDING@WORK
BREASTFEEDING@WORK
Kwalitatief onderzoek naar de ervaringen en noden van werknemers
en werkgevers voor een veerkrachtige werkhervatting
na moederschapsrust in combinatie met borstvoeding
Geuten Evi, vroedvrouw, lactatiekundige, MSc Verpleeg-en
vroedkunde, lector en junior onderzoeker
Resilient People UCLL.
Van Haeken Sarah, MSc Klinische psychologie, MSc
Management en Beleid van de gezondheidszorg,
PhD-student REALIFE Research Group (KU Leuven),
onderzoeker Resilient People UCLL.
Dejaeger Ilse, vroedvrouw, MSc Verpleeg-en vroedkunde,
lector en junior onderzoeker Resilient People
UCLL.
Goele Jans, vroedvrouw, MSc Gezondheidsvoorlichting
en -bevordering, PhD, lector en senior onderzoeker
UCLL.
Samenvatting
Werkhervatting na moederschapsrust is een
belangrijke oorzaak van vroegtijdig stoppen
met borstvoeding. Aan de hand van kwalitatief
onderzoek wordt getracht meer inzicht
te verkrijgen in de noden en barrières bij
borstvoeding en werkhervatting na moederschapsrust.
Zeven werkgevers en negentien
werkneemsters tewerkgesteld in het onderwijs,
de gezondheidszorg en maatschappelijke
dienstverlening namen hiervoor deel
aan focusgroepen en individuele interviews.
Twee thema’s komen naar voren uit de
thematische analyse. Bij het eerste thema
'Werkhervatting na moederschapsrust' komen
de subthema’s wetgeving en gemengde
gevoelens aan bod.
Het tweede thema 'Borstvoeding na werkhervatting',
een extra uitdaging beschrijft de
volgende subthema’s: 1) gebrek aan kennis,
informatie en een borstvoedingsbeleid op
de werkvloer, 2) bezorgdheden, 3) barrières,
4) nood aan borstvoedingsfaciliteiten,
5) nood aan begrip en ondersteuning en tot
slot 6) facetten van werkhervatting.
15
Inleiding
De transitie naar het ouderschap vormt een
uitdaging voor jonge gezinnen. Werkhervatting
na moederschapsrust zorgt voor
bijkomende druk tijdens dit transitieproces
(Dejaeger et al, 2021). Het verderzetten van
borstvoeding tijdens de werkhervatting
zorgt voor een extra dimensie. Gezien de
korte periode van moederschapsrust is het
voor vrouwen een uitdaging om de aanbeveling
van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WGO), om zes maanden uitsluitend borstvoeding
te geven, na te komen. Ongeveer
één vierde van de Europese kinderen krijgen
zes maanden uitsluitend borstvoeding.
In Vlaanderen is dat slechts 13%. (WHO,
2019; Theurich et al, 2019; Kind en Gezin,
2019). Werkhervatting na moederschapsrust
is een onmiskenbare oorzaak van het
vroegtijdig stoppen met borstvoeding. Bijgevolg
krijgt in België nog slechts 34.4% van
de baby’s borstvoeding op een leeftijd van
12 weken postpartum; het tijdstip waarop
veel vrouwen het werk hervatten (Kind en
Gezin, 2019).
Een groot aantal Belgische gezinnen (33%)
ervaren uitdagingen in het vinden van een
aanvaardbare work-life balance. Factoren
die de combinatie werk en gezin bemoeilijken
zijn: lange werktijden, onvoorspelbare
of moeilijkere uurroosters, lange verplaatsing
van en naar het werk, een veeleisende
of vermoeiende job en tot slot een gebrek
aan ondersteuning van werkgevers en
collega’s (Statbel, 2018). Deze werkgerelateerde
factoren zijn niet bevorderlijk voor
het verderzetten van borstvoeding tijdens
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://PPhdrSD6zv9eEFlL6kBJO1ZBx4xJBpvDfyB-RTq0LnYE`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iHlq3CDJHEkQTUweniukTIWC8YKdf4soH135q3oe5Dc 7R` ׉	 7cassandra://GiO9joNDR98OKB8h9YBffyH67IL6AnbeDXEjKWc65aEl`S׉	 7cassandra://kzyb79z7tPSWKQRAXTjChECXUVHT4mYjd-GAIByBVA8`̵ ׉	 7cassandra://iZcX9ioF4S1IilesARhQSnynGqz42A1unlMas0W5ruMͭ*&͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://OE8EY_d5G8yG3cGBSWUdprcU3EQqUq-RyRw3U79r9r8 	!`׉	 7cassandra://ziyRRTAYB6zbh1PFLTclylB1i7CIn1rf5k-uW1SrA3YUM`S׉	 7cassandra://_7-2XEcPfR1_PlnMvISsVDjb7z8d20BP6AamrG1Yapk`̵ ׉	 7cassandra://Zwz_vnnVoZniGn-3mjf3vbmnxx2Tx6j6OPf9C-ycR0E͠cQ,\׉EXGrote bedrijven
meer geneigd een
borstvoedingsbeleid
uit te werken
werkhervatting. Al tijdens de zwangerschap
ervaren vrouwen bezorgdheden over de
combinatie van werk en gezin, kinderopvang,
voeding en het achterlaten van hun
kind. Op basis van interviews met (toekomstige)
mama’s blijkt dat de ideale ondersteuning
bij werkhervatting van moeders
bestaat uit een uitbreiding van de moederschapsrust,
kennis over hun rechten en een
ondersteunende omgeving (Dejaeger et al,
2021). De World Alliance for Breastfeeding
Action (WABA) startte in 1992 met het
“Mother Friendly Workplace Initiative” om
wereldwijd bedrijven aan te zetten borstvoeding
na werkhervatting
te faciliteren.
In de Belgische
wetgeving zijn een
aantal maatregelen
voor moeders terug
te vinden. Vrouwen
hebben recht op 15
weken betaald moederschapsrust,
waarvan
minimum één en maximum zes weken
op te nemen voor de geboorte. Na de wettelijke
moederschapsrust, hebben vrouwen
de mogelijkheid om bijkomend thematische
verloven, zoals ouderschapsverlof, op te
nemen. Daarnaast kan er gebruik gemaakt
worden van betaalde borstvoedingspauzes
tot negen maanden na de geboorte van het
kind, indien vrouwen in deze periode het
werk hervatten (FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg, s.d.). Specifiek
voor het onderwijs zijn er weinig tot geen
financiële consequenties verbonden aan
borstvoedingspauzes aangezien dit als
dienstactiviteit beschouwd wordt (Onderwijs
Vlaanderen, s.d.). De werkgever moet
een ruimte voorzien voor de zwangere
werkneemster waar ze kan rusten en waar
de werkneemster die borstvoeding geeft
haar kind kan voeden of moedermelk kan
afkolven en bewaren (FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg, 2013).
Wetgeving omtrent borstvoeding en werkhervatting
is een belangrijke leidraad voor
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
16
werkgevers. Ze hebben nood aan meer
kennis en opleiding omtrent evidence based
borstvoedingspraktijken en –beleid op de
werkvloer. Tevens is er nood aan een breed
draagvlak om een borstvoedingsbeleid uit te
werken. Maar er is een gebrek aan financiele
middelen en tijd, noch zijn er voldoende
mensen in de organisatie vertrouwd met
borstvoeding. Grote bedrijven met jonge
werknemers zijn meer geneigd om een
beleid hieromtrent uit te werken (Bradford
et al, 2017). Voorafgaand aan het huidig
onderzoek is een systematisch literatuuronderzoek
verricht naar de noden en barrières
van werkneemsters en werkgevers op vlak
van borstvoeding na werkhervatting en
dit specifiek binnen de domeinen gezondheidszorg,
onderwijs en maatschappelijke
dienstverlening. Dit zijn drie sectoren waar
in verhouding de meeste Belgische vrouwen
tewerkgesteld zijn (Statbel, 2019).
Het doel van dit verkennend kwalitatief
onderzoek is de ervaringen en noden van
zowel werkneemsters als werkgevers te
onderzoeken in de context van de combinatie
van werkhervatting en borstvoeding na
moederschapsrust.
Methodologie
Huidig onderzoek is tweeledig, waarbij
in een eerste fase focusgroepen (N=3) en
individuele interviews (N=8) werden afgenomen
bij aanstaande (≥20 weken zwangerschap)
en jonge (≤ 12 maanden postpartum)
moeders in de periode november 2019
en april 2020. In een tweede fase werden
focusgroep (N=1) en individuele interviews
(N=2) afgenomen bij werkgevers/leidinggevenden
in de periode oktober tot november
2020. Deelnemers werden gerekruteerd via
sociale media, interne communicatiekanalen
van hogeschool UCLL en de bestaande
partnerschappen. Daarnaast werden flyers
opgehangen in de kolfruimte en personeelscafetaria
van een Limburgs ziekenhuis en
de lectorenruimte van hogeschool UCLL.
Omdat in eerste instantie enkel vrouwelijke
׉	 7cassandra://kzyb79z7tPSWKQRAXTjChECXUVHT4mYjd-GAIByBVA8`̵ cQ,\׉EBREASTFEEDING@WORK
werkgevers werden gerekruteerd, werd in
een tweede rekruteringsronde een gerichte
mailing naar mannelijke werkgevers uitgestuurd
om een heterogene steekproef te
bekomen. De inclusiecriteria voor deelname
aan het onderzoek zijn: werkzaam zijn als
werkneemster of leidinggevende in de beroepssectoren
onderwijs, gezondheidszorg
en/of maatschappelijke dienstverlening.
Werkneemsters worden geïncludeerd als
ze zwanger zijn of als ze bevallen zijn en
borstvoeding geven. Verder zijn er geen inof
exclusiecriteria vooropgesteld.
Twee semigestructureerde interviewgidsen
werden opgesteld, een voor de werkneemsters
en een voor de werkgevers. In deze
interviewgidsen werden volgende thema’s
opgenomen: 1) zwangerschap, 2) werkhervatting
en 3) borstvoeding na werkhervatting.
Elk interview en focusgroepgesprek
werd opgenomen via Teams-opname of
dictafoon, vertrouwelijk bewaard en na
transcriptie en analyse verwijderd. Ten
gevolge van een technisch opnameprobleem
bij een van de individuele interviews van de
werkgevers werd bijkomend een bevraging
17
via mail gedaan naar deze leidinggevende
om de antwoorden op de vragen nogmaals
toe te lichten. De focusgroep en interviews
werden thematisch gecodeerd door één van
de drie onderzoekers in Excel. Nadien werd
een finale thematische analyse uitgevoerd
door de drie onderzoekers samen. Dit onderzoek
is goedgekeurd door de SociaalMaatschappelijke
Ethische Commissie
(SMEC) van KU Leuven.
Resultaten
Deelnemers
In totaal namen 19 werknemers (WN); negen
zwangere vrouwen (Zw) (21-39 weken
zwangerschap) en tien jonge moeders (Mo)
(3-14 maanden postpartum) deel. Zij waren
voornamelijk tewerkgesteld in het onderwijs
(N=14) (Tabel 1). In de tweede fase
namen 7 werkgevers (WG) deel, waarvan 4
vrouwelijke en 3 mannelijke leidinggevenden
(gemiddelde leeftijd 40 jaar). Zij waren
actief in onderwijs (N=3), gezondheidszorg
(N=2) en maatschappelijke dienstverlening
(N=2) (Tabel 2).
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://_7-2XEcPfR1_PlnMvISsVDjb7z8d20BP6AamrG1Yapk`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VNKbENXYmgwSB6kz2PLpiumM_x-5HYNX_nEzxm6tZlY E`׉	 7cassandra://54AsLBCFkC7k2u2Cqj_7Nm8vE6S-TMlzgsfU8KzxQK4N`S׉	 7cassandra://TV0vLpdkeNsQwltB7aXiXzYbLq9wTXR3yJdbTCyWNm4v`̵ ׉	 7cassandra://Xug3eN5ax0RGAFAls30egUc3w2-JY1zqne07DYwswTQ o͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://BPLUOfBUgWoraWhFmphlsm0-t4_9ikJgtONIokTSWe0 `׉	 7cassandra://xx9EBlgAbCF6Zrt6wPX6V8zM25fZGNWfxnS_zAxRsAsV`S׉	 7cassandra://lZRxfClmBNFbLiNZjSZndlFNV3uL5rOhPxSMXEKbjpIq`̵ ׉	 7cassandra://zKRMlg5Qo2KjXLxb5zFCJoo7ENwBTQAKiRE2YFxhAeMc͠cQ,\׉ETabel 1a. RESPONDENTEN – WERKNEMERS (WN)
Thema 1 Werkhervatting en moederschapsrust
1.1
wetgeving
De wetgeving omtrent moederschapsrust,
verlofstelsels, borstvoedingsverlof en -pauzes
is nauwelijks of onvoldoende gekend
door werkneemsters. Ze antwoordden vaak
in termen van “Ik denk …”
Tabel 1b. RESPONDENTEN – WERKNEMERS (WN)
“Ik denk als je 4 uur werkt dat je een half uurtje
pauze kunt krijgen maar ’t is niet bezoldigd,
niet betaald. En je krijgt er ook van geen
enkele andere instantie een uitkering voor. En
ik denk dat ze daar ook een geschikte plaats
voor moeten voorzien. En die hebben we.” –
Zw2, WN
Tabel 2. RESPONDENTEN – WERKGEVERS (WG)
Ook leidinggevenden zijn nauwelijks op de
hoogte over de wettelijke bepaling inzake
moederschapsrust, verlofstelsels, borstvoedingsverlof
en -pauzes. De personeelsdienst
is hierin helpend.
“ Dus echt zo die wettelijke reglementering
daarachter enz ken ik niet echt. [...] Ik hou me
echt bezig met het praktische in mijn team
en alles wat er mag van documenten en wat
mag en niet is allemaal voor Human Resources.”
– WG5
1.2 gemengde gevoelens
Thematische analyse
De thematische analyse resulteert in twee
grote thema’s, namelijk ‘werkhervatting
na moederschapsrust’ en ‘borstvoeding na
werkhervatting, een extra uitdaging’. Binnen
deze thema’s komen verschillende subthema’s
aan bod (Figuur 1).
Figuur 1a: Schematisch overzicht van de thema’s en bijhorende
subthema’s
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
18
Werkneemsters ervaren gemengde gevoelens
betreffende werkhervatting na moederschapsrust.
Tijdens de zwangerschap
gaan deze bezorgdheden over de vervanging
tijdens hun moederschapsrust, wat zorgt
voor schuldgevoelens ten opzichte van de
werkgever en collega’s.
“Ik denk vooral aan mijn collega’s. Wat moeten
die opvangen omdat ik er niet ben. Ik ben
studiecoach […] en ik moet zeggen ik zit als
sinds januari mijn leidinggevende te stalken
dat dat heel belangrijk is en die hebben ook
nog geen vervanging en dat houdt mij wel
wakker. Ja, ik voel mij schuldig.” - Zw3, WN
Wanneer de werkhervatting nadert treden
bezorgdheden op de voorgrond zoals het
kind achterlaten en de combinatie tussen
׉	 7cassandra://TV0vLpdkeNsQwltB7aXiXzYbLq9wTXR3yJdbTCyWNm4v`̵ cQ,\׉EBREASTFEEDING@WORK
borstvoeding en werkhervatting.
“[…] dat ik het heel moeilijk vond om terug
te gaan werken om hem naar de crèche te
brengen. Ja. Eigenlijk, ik ga, allez, ik had heel
veel zin om terug te gaan werken want ik doe
mijn job heel graag maar ik vond het moeilijk
om hem weg te brengen.” – Mo8, WN
Eenmaal terug aan het werk zijn moeders
blij om terug sociaal contact te hebben met
hun collega’s, maar blijven de bezorgdheden
van tijdens de moederschapsrust doorgaans
bestaan. Ze voelen aan hoe moeilijk
de combinatie van werk en gezin kan zijn,
ze willen niet uitvallen en voelen een grote
verantwoordelijkheid zowel naar hun gezin
als naar het werk.
“Ik had dat voor mijn zwangerschap nooit
gedacht dat dat zo'n opdracht zou zijn. Ge
gaat ervan uit ge hebt 15 weken zwangerschapsverlof
en nadien gaat ge terug aan het
werk. En dat is zo de norm en iedereen doet
dat dus ge moet dat ook maar doen.” […] “Nu
moet ik hier gaan kolven, terwijl ik gewoon
eten wilde geven aan mijn kind. Allé, ik dacht
dat de zorg aan haar hiermee ging inboeten.”
– Mo7, WN
Thema 2
Borstvoeding na werkhervatting, een
extra uitdaging
2.1 Gebrek aan kennis, informatie
en een borstvoedingsbeleid op de werkvloer
Er
is op de werkvloer onvoldoende kennis
over de wetgeving, borstvoedingsfaciliteiten
en voorzieningen die getroffen moeten
worden opdat vrouwen borstvoeding
kunnen continueren na werkhervatting.
Zwangere vrouwen en moeders voelen zich
onvoldoende geïnformeerd over de werkhervatting
in combinatie met borstvoeding.
Er heerst een nood aan informatie om de
combinatie werkhervatting-borstvoeding
voor te bereiden alsook praktisch mogelijk
te maken.
“Bij mij is dat (door de vroedvrouw) gewoon
heel kort vermeld van hoe langer ge borstvoeding
geeft hoe beter maar niet specifiek
over werk hervatten en de combinatie met
borstvoeding.” – Zw5, WN
“Ik denk dat dan vooral de mogelijkheden
toegelicht moeten worden. En misschien is
het wel interessant dat iemand van de organisatie
waar ge werkt, zegt 'kijk, die mogelijkheden
zijn er voor af te kolven en heel
die dinges. Hier is de kolfruimte. Die en die
dingen hebt ge ter uwer beschikking. […] Zo
da ge daar niet meer over hoeft nadenken.” –
Mo1, WN
Werkneemsters worden niet systematisch
door hun leidinggevende geïnformeerd over
de wettelijke mogelijkheden. Enkele werkgevers
bespreken het moederschaps- en/
of ouderschapsverlof wel met de zwangere
werkneemster, doch gebeurt dit niet gestandaardiseerd.
In deze gesprekken komen
thema’s zoals sociale omkadering, kinderopvang
en aanpassing van tewerkstellingspercentage
aan bod. Borstvoeding na werkhervatting
wordt nauwelijks tot niet besproken
tijdens deze gesprekken in de zwangerschap.
De personeelsdienst of arbeidsgeneeskundige
dienst zijn hierin helpend.
“De personeelsdienst natuurlijk he, om die
hele puzzel te leggen voor dat verlof nadien
want dat is inderdaad nog niet zo evident om
daar te vinden, wat kan er, wat kan er niet?
[…] Hoewel dat ik toch wel vind dat ik daar
nog redelijk veel zelf heb moeten uitzoeken.
Via de mutualiteiten, euhm, die heb ik dan
Figuur 1b: Schematisch overzicht van de thema’s en bijhorende subthema’s
19
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://lZRxfClmBNFbLiNZjSZndlFNV3uL5rOhPxSMXEKbjpIq`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://LK3XAnxwDchfi68yHtiHUUOCmdIi6kz_Mtw7lU7lDcg  ` ׉	 7cassandra://H_FBro7UWrzVkgdkZw6U0PV96-SZcEpxTCb-08jvwsIW`S׉	 7cassandra://LmmwPHChjTdJG5GMx0FDq-mNvIrBel7swS9JNRwZtjsY`̵ ׉	 7cassandra://bnrRGU8AnMY40YRevX1TkwHEXlCqnlIJ3fl3WiR_g-ci͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://1qMcqejxCPhuahV1JpdIGP2onE-6aUbqlLlr9RbQFV8 `׉	 7cassandra://uH0_n2KVM7kkzdRBpg3SoZpjfCqn3JxuG3sr8EYh-MQI#`S׉	 7cassandra://ckNT__Ws9JZb8DDl8SWStUqkBTUVdd41bYTh_t-Su0I`̵ ׉	 7cassandra://YHllHlOise6MFMHloN1HuEPPxxlwgr-j9CvikcugS9Q;͠cQ,\׉Eook nog wel eens een keertje gebeld. Euhm, ik
denk ook dat ik met de vakbond nog ne keer
gebeld heb, [… ] eigenlijk heb ik nagenoeg
alles, ale, is al het initiatief van mijne kant
moeten komen. - Zw7, WN
“Ja, ik denk een beetje gelijkaardig bij ons,
dat we ja, in eerste instantie dan eens kijken
van ja, wanneer zou ge dan in principe uitvallen,
wil je eventueel iets vroeger stoppen." [...]
"En dat we dan ook eens efkes checken van
bij iemand die voltijds werkt, gaat ge voltijds
terugkomen, gaat ge ouderschapsverlof opnemen,
maar dat is ook iets wat ze nog in de
loop van kunnen beslissen". – WG3
Het sociaal netwerk alsook collega’s en
ondersteuningsgroepen voor borstvoeding
op sociale media kunnen een bron van
informatie vormen. De vroedvrouw kan een
belangrijk rol spelen in informatieverlening
over de mogelijkheden voor borstvoeding
na werkhervatting en samen met de moeder
een concreet plan van aanpak opstellen.
“en vanuit andere mensen die ik ken die het
bijvoorbeeld gedaan hebben zoals mijn zus
die heeft ook een tijdje gekolfd op het werk en
daar kon ik dan wel aan vragen hoe deed ge
da? Maar verder heb ik daar, ja, op facebookgroepen,
heb ik daar heel weinig informatie
over gehad.” – Mo8, WN
Leidinggevenden staan open voor een dialoog
om de verderzetting van borstvoeding
na werkhervatting te ondersteunen. Echter
verwacht de werkgever dat de vraag, alsook
het gesprek hiervoor aangevat wordt door
de werkneemster.
“Het is zeker iets wat ik zeker ook bespreekbaar
zou willen maken maar ik ga er dan
wel vanuit dat dat van de werkneemsters zelf
komt. Eh, het is nogal, opdringerig is misschien
het verkeerde woord, maar euhm, ik
ga ervan uit dat ze er zelf over beginnen als
zij bij mij in gesprek gaan daarover.” – WG2
Op het werk is er veelal geen borstvoedingsbeleid
of is het toch niet gekend/bekend bij
werkneemsters en werkgevers.
“Dat weet ik niet. Vanuit de school is er mij
niks verteld, zal ik het zo zeggen.” – Mo10,
WN
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
20
2.2 Bezorgdheden
Er zijn enkele opvallende bezorgdheden
bij werkneemsters. Vooreerst zijn ze zowel
tijdens de zwangerschap als naar aanleiding
van de werkhervatting bezorgd over de
praktische organisatie, die het nieuwe gezinsleven
met zich meebrengt, en bijkomend
hoe dit te combineren met borstvoeding.
“… dat is ook iets dat me tijdens de zwangerschap
heel erg heeft bezig gehouden, maar
hoe moet ik het het toch allemaal gaan doen?
En gaan ze rekening houden met mijn lessen
of niet, en, allé ja, er is zo niemand die het me
vertelt, ik ben er zo zelf naar gaan vragen,
maar niemand die zei, ja ma we kunnen zus
doen, of zo. En da vond ik heel, ja, beangstigend.
Zo van, ik zou heel hard mijn best doen
voor die borstvoeding, maar gaat da zo wel
lukken als ik een keer terug aan het werk
ben.” – Mo 1, WN
Vervolgens ervaren werkneemsters de
scheiding met hun kind bij naderende
en prille werkhervatting als moeilijk. De
kinderopvang wordt vaak als onvoldoende
ondersteunend ervaren. Moeders voelen
aan dat zij onvoldoende kennis hebben over
borstvoeding en niet altijd even coöperatief
zijn. Indien het kind niet aan de fles wil
drinken, kan dit het contact met de opvang
bemoeilijken.
“Een beetje meer kennis in de crèche af en
toe, vooral van borstvoeding. Het lijkt of ik de
enige ben, euh, er lopen nogal wat dingen mis
rond de borstvoeding. En ja, hij is een flesweigeraar
dus dat helpt er ook niet echt aan. Ik
krijg dan telefoon van een andere begeleidster
dat hij absoluut niet wil drinken en hoe
ik het ga oplossen op het werk. … of wat zij
moeten doen want ik ben een ongeruste moeder.
[…] Het is de samenwerking die niet altijd
zo vlot gaat, met hoe ze met hem omgaan of
hoe dat ze de fles geven of wanneer ze de fles
geven, euh, die dingen lopen wel wat moeilijk”
– Mo 8, WN
Werkneemsters benoemen vermoeidheid
als een belangrijke factor in hun werkhervatting.
Een aangepaste werkhervatting of
de nodige flexibiliteit kan tevens tegemoet
׉	 7cassandra://LmmwPHChjTdJG5GMx0FDq-mNvIrBel7swS9JNRwZtjsY`̵ cQ,\׉EhBREASTFEEDING@WORK
komen aan de vermoeidheid die moeders
ervaren.
"Dat vond ik het vermoeiendste eigenlijk, het
's nachts borstvoeding geven en dan eigenlijk
gaan werken. Als je middagdutjes ofzo weet
ik veel wat zou kunnen doen, of halftijds werken
zodat ge wel nog wat bij kunt rusten, dat
zou aangenaam zijn.” – Mo7, WN
Werkneemsters ervaren bezorgdheden of
schuldgevoelens ten aanzien van collega’s
indien zij kolfpauzes opnemen. Een gevolg
hiervan is dat collega’s taken dienen over te
nemen of werkneemsters het gevoel hebben
onvoldoende hun taken te kunnen uitvoeren.
“als
er collega's aan het kolven waren, dan
was dat een moment dat die niet beschikbaar
waren om ander werk te doen. En ik heb dan
wel van collega's die dat werk moesten overnemen
gehoord van 'ik zit er op zich niks mee
in om die persoon te vervangen, maar dan
zou ik het ook wel fijn vinden als die mij ook,
euh, als diegene die gekolfd heeft, mij daarna
ook ietske meer ondersteund in mijn werk.” –
Mo1, WN
Tot slot zijn lacterende werkneemsters
bezorgd over hun melkproductie en of ze
deze wel in stand kunnen houden na werk21
hervatting.
“Ik
had schrik of ik wel genoeg melk afgekolfd
kreeg.” – Mo 4, WN
2.3 Barrières
Tijdens de zwangerschap is er twijfel over
de haalbaarheid en praktische mogelijkheden
om borstvoeding verder te zetten na
werkhervatting. Door twijfel en onduidelijkheden,
maken een aantal werkneemsters
tijdens de zwangerschap reeds de keuze om
borstvoeding stop te zetten bij werkhervatting.
“Qua
voeding bij mij wel, ale, ik wil borstvoeding
proberen maar ik heb me al voorgenomen
dat, voor ik terug ga werken, ik dat wel
afgebouwd wil hebben…. Ik kan op het werk
eigenlijk niet afkolven dus. Euhm omdat ge
met die verzorgingen bezig bent en op dat
moment kunt ge uw werk gewoon niet achterlaten."
– Zw 1, WN
Na werkhervatting blijkt borstvoeding voor
lacterende werkneemsters pittig. Het is
praktisch gezien een hele uitdaging en lijkt
vaak niet mogelijk in de praktijk omwille
van de lokalisatie en uitrusting van het kolflokaal
(indien aanwezig), weinig flexibiliteit
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://ckNT__Ws9JZb8DDl8SWStUqkBTUVdd41bYTh_t-Su0I`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jsuQBy-26QvyEelN0QsKyv0CL1e6FjKFkyD0w-1_qaU /` ׉	 7cassandra://t0YHTxAj_MvYKUHgUx6xga98xFzjEI7zTiBIl1qYb70\@`S׉	 7cassandra://IOpyXhieTeIHgoyRObwzRJFD0MlYGjS-LaSXO2S3IJEh`̵ ׉	 7cassandra://Ue4Eyd9_oCSQ_WH67W-ZYoQp_z562qF_L3s8hCP50Jom͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://UgEiv5qb3--I0ApZGTusGKAUhth3M37glQRlAE0xcX8 @` ׉	 7cassandra://noAP4Z7pB0r2i86w6R_k_UcTDweB5Du7vB9WzZ8RUHU\`S׉	 7cassandra://bN4uC1WimSDjePUpm9VdI70EvPF5gGijQwAI0d2lg58z`̵ ׉	 7cassandra://0ZfPeaFSuSicfVFlA_DwSzlSeO67_na6aNbQF_fgmwspd͠cQ,\׉Ein invulling van het uurrooster, het werken
in shiften, overuren presteren en daarbij
komend de krappe kolftijd. Sommige zwangere
vrouwen en moeders zien op tegen
het meenemen van het kolfmateriaal. Ook
leidinggevenden erkennen deze uitdagingen
bij hun werkneemsters. Ondanks de mogelijkheid
tot kolfpauzes, bezorgen deze stress
bij de lacterende werkneemsters.
“Nu zie ik dat niet echt haalbaar want bij ons
is in de nabije omgeving van mijn werkplek
geen lactatieruimte dus mij lijkt dat praktisch
onhaalbaar om voor een half uurtje van de
werkvloer te gaan, af te kolven.”– Zw 9, WN
"Ja, we hebben vorig jaar, ja Juf X, die heeft
dan ook een tijdje hier afgekolfd enzo maar
ja, op den duur ging dat toch niet meer, ...
Dat bracht eigenlijk een stress op zich mee.
Ze wilde dat ook allemaal voor haarzelf op
die momenten geregeld krijgen want ze wilde
niemand ten laste zijn. Maar uiteindelijk ja, is
dat toch niet echt gelukt.” – WG4
Leidinggevenden ervaren voor zichzelf ook
praktische en organisatorische belemmeringen
op vlak van planning als het gaat over
kolfpauzes. Enerzijds zijn hun werkneemsters
tijdens een kolfpauze afwezig van de
werkvloer waardoor er geen continuïteit
is. Deze kortstondige vervanging tijdens de
kolfpauzes ervaren de leidinggevenden als
een belasting. Anderzijds is het een uitdaging
om kolfpauzes praktisch in te roosteren
op drukke momenten, zeker als er meerdere
werkneemsters zijn die in dezelfde periode
gebruik wensen te maken van kolfpauzes.
Dit maakt dat leidinggevenden soms beperkt
zijn in hun flexibiliteit ondanks hun
bereidheid.
“Ja bij ons wordt het ne puzzel eh. Elk moment
dat er gekolfd moet worden moet daar
iemand anders voor gezocht worden om in de
klas te gaan staan. [ ] Nu, ik zeg ook, van
dat zou voor mij kunnen, ik wil dat mee helpen
organiseren enzoverder. [. ] En dus ja, dat
zijn zo ja, hier zijn maar vijftien leerkrachten
eh dus dat is zo heel anders. [...] dat is misschien
op heel mijn carrière dat ik daar drie
keer ofzo, allez ja, iets voor moet regelen en
dan vind ik dat een klein moeite eigenlijk." –
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
22
WG 4
Eén leidinggevende geeft aan dat er nood is
aan inzet van extra personeel op momenten
dat lacterende werkneemsters kolfpauzes
opnemen tijdens de werkdag.
“Ja bij ons is dat enkel op te lossen met extra
personeel dus. Ja, allez, spijtig genoeg, ja dat
is een extra iemand. Het is ook niet mogelijk
om zolang ze BV geven een andere functie te
geven.” – WG4
Eenmaal terug aan het werk geven lacterende
werkneemsters aan dat er weinig
tot geen communicatie is met hun direct
leidinggevende en voelen ze zich eenzaam
in het kolven.
“ik voelde mij zo heel eenzaam in die kolfperiode.
Ik was alleen maar bezig werken-kolven,
werken-kolven, thuiskomen, huishouden,
borstvoeding, slapen, zo.” – Mo2, WN
Een werkgever benoemt ook deze eenzaamheid
in relatie tot de periode van kolven,
aangezien de lacterende werkneemsters
een deel sociale contacten met hun collega’s
missen doordat ze tijdens hun middagpauze
gaan kolven.
"Maar wat die zelf ook wel aangaf was nog
wel heel dikwijls mijn lunchpauze die der aan
was en ja dan hebt ge daar alleen uw boterhammekes
zitten opeten in da kolflokaal ipv
gezellig met uw collega’s in de docentenruimte
te kunnen zitten dus." – WG3
2.4 Nood aan borstvoedingsfaciliteiten
Werkneemsters hebben nood aan voorzieningen
(vb. een kolfruimte) en faciliteiten
(vb. kolfpauzes) op de werkvloer om de
combinatie borstvoeding en werkhervatting
mogelijk te maken. Een kolfruimte die uitgerust
is met de nodige voorzieningen om in
alle rust en privacy hun moedermelk op een
hygiënische manier te kunnen afkolven en te
bewaren is noodzakelijk.
“Ze zouden zo wel wat kunnen aanbieden […]
bedrijven zetten dan zo daar een kolfmachine
neer en zo een pakketje om melk in te doen.
Dat zou wel fijn zijn. […] daar zijn heel veel
moeders mee geholpen.” – Mo6, WN
Idealiter ligt deze kolfruimte in de buurt
׉	 7cassandra://IOpyXhieTeIHgoyRObwzRJFD0MlYGjS-LaSXO2S3IJEh`̵ cQ,\׉EBREASTFEEDING@WORK
van de werkplaats in tegenstelling tot wat
meestal gangbaar is dat er maar op één centrale
plaats op het werk ergens een ruimte
is. Daarnaast hebben ze nood aan voldoende
tijd om af te kolven.
“dat klinkt heel onnozel maar dit is ne super
grote campus, ik heb hier een fantastisch
kolflokaal gekregen, dat is beneden het EHBO
lokaal, […] maar dat is geen lokaaltje waar ik
gewoon effe snel naartoe kan lopen, […] dan
zou ik bijna tien minuten aan het lopen zijn
om daar te geraken, dan moet ik nog beginnen
en dan moet ik helemaal terug.” – Zw 7,
WN
Werkneemsters botsen echter op de afwezigheid
van een geschikt kolflokaal of waarbij
er minimaal aandacht was voor hun nood
aan privacy en hygiëne.
“Er was niet echt een kolfruimte voorzien,
maar terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. En
ze gaven aan, ge kunt daar gaan zitten, daar
is wel plaats, en ja ... Uiteindelijk hebben dan
een aantal collega's, die zijn naar de Action
gegaan en ja, anti-doorkijkfolie op de ramen
geplakt en de collega's hebben dan wel de
ruimte gemaakt eigenlijk. Dat vond ik wel
heel fijn, maar ja, vanuit de directie zelf was
dat zo helemaal niet het geval.” – Mo 3, WN
Bovendien erkennen werkgevers de nood
aan de toegankelijkheid van een kolflokaal.
Op de werkvloer trachten zij een ruimte
te voorzien waar werkneemsters kunnen
kolven hoewel een standaard kolflokaal niet
altijd voorzien wordt.
"Zij had ook de vraag rond ergens een afkolfruimte,
dat is niet standaard voorzien en dan
hebben we samen wat zitten nadenken over
een oplossing waar ze zich comfortabel mee
voelde en waar ze met voldoende privacy kon
zitten dus dat hebben we dan voor haar ook
wel mee in orde gebracht..." – WG 3
Werkneemsters vinden dat hun leidinggevende
kennis nodig heeft over borstvoedingsfaciliteiten
en dat ze het kolven op het
werk moeten faciliteren.
“Ik denk dat als de werkgever daar al positief
tegenover staat. Uiteraard is het uw eigen
keuze of ge borstvoeding geeft of niet, maar
weet dat als ge terug komt werken, wanneer
23
dat ook is ja, dat ge deze mogelijkheden
hebt.” – Mo 2, WN
2.5 Nood aan begrip en ondersteuning
Voorgaande thema’s maken reeds duidelijk
dat de werkhervatting in combinatie met
borstvoeding en kolven als uitdagend worden
ervaren. Vrouwen beschouwen echter
het verderzetten van borstvoeding als prioritair
ondanks de genoemde uitdagingen.
Steun, begrip en empathie van collega’s en
leidinggevenden, spelen een belangrijke rol
om de combinatie borstvoeding en werkhervatting
te kunnen behouden.
“Ik vond dat totaal niet erg om op het werk te
kolven. Ik had daar ook niet echt gène over. Ik
deed gewoon een ruime pull aan en stak dat
eronder. Wat ik wel vond, als de vergadering
uitliep, kolfde ik wel in de vergadering […]
omdat ik dacht ja, dat moet gebeuren en dat
gaat nu efkes voor op het werk.” – Mo 7, WN
Een aantal werkneemsters geven echter aan
dat ze een gebrek aan steun ervaren van
hun collega’s. Een mogelijke verklaring die
ze hiervoor geven is het gebrek aan kennis
of eigen ervaring met borstvoeding en werkhervatting.
“Mijn
collega’s wel, maar, niet allemaal met
evenveel begrip ofzo. Omdat ze dat zelf nooit
gedaan hebben. Maar het is niet dat die
zeggen, allez, de ene is al steunender dan de
andere, maar ze begrijpen het niet allemaal”
– Mo8, WN
Werkneemsters ervaren soms ook negatieve
opmerkingen van collega’s en uit de omgeving
over hun borstvoeding op het werk.
“En daar zijn soms echt wel venijnige opmerkingen
over gemaakt. Zo 'ge gaat uw melk nu
toch niet in de diepvries of in de frigo zetten
waar ons eten ook staat?' Nee, daar zijn echt
venijnige opmerkingen rond gemaakt vooral
door de mannen dan. De vrouwen bij ons
hadden zoiets van ah ja Als ze mij dan over
de gang zagen lopen met mijn tas, dan 'ah ja,
gaat ge weer produceren?'” – Mo4, WN
Leidinggevenden geven aan dat zij deze
empathische houding op de werkvloer door
collega’s en leidinggevende erkennen, en
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
foto: Cleo Schelfaut
׉	 7cassandra://bN4uC1WimSDjePUpm9VdI70EvPF5gGijQwAI0d2lg58z`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-6goj8L5hsejZeM7XVmsNb672PR9St5yoHGAI0FHJ14 ` ׉	 7cassandra://iw5xP_w16Ui5j7cKlUrlhqvPCz7s0hrjMfLXJdpoqTQY`S׉	 7cassandra://jmEXuSLy1XA9C6SsknMWqRT9XKVftdKNXpIbI5UyPZQ`̵ ׉	 7cassandra://eZqbhy6VyXQKB-mhmpmpNHYRvdp_zsol2xxjauY9t60m͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://EFQJfPshMldXo81tJoKXBjBS4Y190D9GCIqCIP6b7fA j` ׉	 7cassandra://vyM8_H9uBdSzhKO-aj-cDBeMGorT6tcToeqI_avltwog`S׉	 7cassandra://HeVCezYnD9X4-iS8MPneMtkIqQEJLVqCg02ahFNq2Nco`̵ ׉	 7cassandra://672LxgfucvpCukHwIAyga88r4F0wGIDengnG9Dw7bBYt͠cQ,\׉Eeen luisterend oor bieden indien nodig.
“De laatste werknemer die teruggekeerd was,
was heel emotioneel van ik moet mijn kindje
achterlaten en ik moet nu komen werken.
[…] Ale, we zijn een team van vrouwen, ook
veel moeders, dus we helpen elkaar daar wel
doorheen door die emoties.” – WG 1
"Ik denk gewoon als ge kunt terugkomen en
ge voelt vanuit uw collega’s en vanuit uw
bazen dan begrip voor de situatie en voor het
feit dat ge er terug wat in moet komen en dat
het terug een beetje uw evenwicht vinden is,
…"[…]"Euhm, dus ik denk gewoon het gevoel
dat ge terugkomt in een team dat wel wat
aandacht heeft voor u en begrip voor u heeft
dat dat wel nen hele belangrijke is.” - WG3
2.6 Facetten van werkhervatting
Werkneemsters hebben nood aan een flexibiliteit
op het werk en in roostering. Deze
flexibiliteit kan bijvoorbeeld ingevuld worden
door een geleidelijke werkhervatting,
glijdende uren en inspraak hebben in het
uurrooster. Als ze deze flexibiliteit krijgen,
wordt dat ook geapprecieerd.
"Op zich is het wel fijn als je er rustig kan inkomen
en dat je er niet wordt ingegooid." […]
't Zou handig zijn als het uurrooster, maar
dat is ook als je al werkt, er zeker op tijd is
dat ge u op tijd kunt daarop richten en dat
het niet direct al keihard volgepland wordt
zodat ik mij niet een maand op voorhand al
vollebak moet voorbereiden." - Zw 6, WN
Er zijn vragen met betrekking tot jobtime,
uitbreiding van de duur van verlofstelsels,
inclusief de mogelijkheid om langer borstvoedingspauzes
op te nemen. Idealiter zijn
aan deze uitbreiding geen financiële consequenties
verbonden.
“Als ge dan in de wetgeving zou, dat zou moeten
kunnen aangezien de who norm is tot 2
jaar. En dan denk ik 9 maand is maar kort en
er zijn natuurlijk mensen die heel snel terug
moeten gaan werken.” – Mo8, WN
Werkgevers beschouwen de huidige mogelijkheden
aan verlofstelsels als voldoende
maar zien uitbreiding van de duur van
moederschapsrust wel als een nood voor
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
24
sommige werkneemsters om hun borstvoedingsdoelen
te behalen. Idealiter zijn aan
deze uitbreiding geen financiële consequenties
verbonden.
“Misschien eerder dat die mogelijkheid er is
en dat die ook inderdaad niet teveel financiële
consequenties geeft. Want er zijn ook mensen
die, en die hebben we ook, die heel blij
zijn dat ze na 3-4 mnd terug kunnen komen
werken." – WG 3
Sommige werkgevers bieden hun werknemers
flexibiliteit aan in planning en uurroosters.
Dit is echter afhankelijk van de organisatie
en wordt door de werkneemsters
benoemd als een geste. Deze flexibiliteit
bevordert ook de combinatie van werkhervatting,
borstvoeding en het opnemen van
kolfpauzes.
“Het eerste jaar nadat ze terug komen
werken of toch tot hun kindje 1 jaar is, dat
ze (hoofdvroedvrouw) geen nachten geeft
aan die vroedvrouwen. Ondertussen is mijn
dochter al iets ouder dan 1 jaar heb ik nog
altijd geen nachten ingepland gekregen dus
dat is ook wel een groot voordeel en een geste
die zij doet. Dat staat los van de borstvoeding
maar het helpt natuurlijk wel al he, allez als
je borstvoeding geeft.” – Mo9, WN
Een aantal werkgevers geven aan dat zij
standaard werken met een flexibel uurrooster,
waardoor vrouwen de mogelijkheid hebben
om hun werkhervatting te plannen in
combinatie met borstvoeding en kolfpauzes.
Deze ‘glijdende uren’ geven de werkneemster
de vrijheid om kolfpauzes in te lassen
naar hun noden.
“Hier geldt in principe altijd, zolang de
dienstverlening verzekerd kan worden is alles
bespreekbaar. Gaan voeden thuis of op de
crèche, afkolven, werknemers kunnen ook een
uurtje weg voor bijvoorbeeld een afspraak of
onderzoek,…” – WG6
Tot slot zien werkgevers in telewerk een
goede opportuniteit om de combinatie van
borstvoeding en werkhervatting te faciliteren.
Het zorgt ervoor dat werkneemsters
vrijer zijn in het inplannen van hun werk en
het geven van borstvoeding doordat ze van
thuis uit werken en hierdoor ook het afkol׉	 7cassandra://jmEXuSLy1XA9C6SsknMWqRT9XKVftdKNXpIbI5UyPZQ`̵ cQ,\׉EBREASTFEEDING@WORK
ven langer kunnen volhouden. Werkneemsters
zien hier ook mogelijkheden in.
"...En ik hoop toch dat ze daar nu met de
ervaring van ja telewerken, en zowel de medewerkers
als de leidinggevenden ervaren nu
wel van, ja eigenlijk lukt dat ook wel. Dat zou
misschien ook wel naar de toekomst toe ook
wel dit gegeven kunnen vergemakkelijken eh.
Dat zij bijvoorbeeld eens wat vaker van thuis
uit kunnen werken en dan op die manier de
BV en het afkolven wel wat langer kunnen
volhouden.” – WG3
Discussie
Aanbevelingen
Op basis van focusgroepen en individuele
interviews werden de ervaringen en noden
van zowel werkneemsters als werkgevers,
in de context van werkhervatting en borstvoeding
na moederschapsrust, in kaart
gebracht. Twee thema’s komen naar voor
namelijk 1) werkhervatting na moederschapsrust
en 2) borstvoeding na werkhervatting,
een extra uitdaging. Uit het onderzoek
blijkt dat er een gebrek aan kennis is
met betrekking tot de wetgeving betreffende
borstvoeding en werkhervatting, zowel
bij werkneemsters als bij leidinggevenden.
De personeelsdienst vormt een belangrijke
schakel tijdens de zwangerschap om zowel
werkneemsters als direct leidinggevenden
te informeren over deze relevante wetgeving.
Daarnaast
heerst er een gebrek aan kennis,
informatie en borstvoedingsbeleid op de
werkvloer. Echter om borstvoeding op de
werkvloer te faciliteren is een uitgeschreven
borstvoedingsbeleid noodzakelijk en
dient dit ook kenbaar te worden gemaakt
aan leidinggevenden en werknemers. Uit
huidig onderzoek blijkt dat werkneemster
zich onvoldoende geïnformeerd voelen
en bovendien niet systematisch door hun
leidinggevende gewezen worden op de
mogelijkheden die er zijn met betrekking
25
tot borstvoeding na werkhervatting. Deze
bevinding is in lijn met studies van Al-Imari
et al. (2019) en McCardel et al. (2020). De
vroedvrouw is de zorgverlener bij uitstek
om de werkneemster te begeleiden en voor
te bereiden in de aanloop van de werkhervatting.
Reeds prenataal kan de vroedvrouw
informeren over de mogelijkheden, rechten
en plichten omtrent het continueren van
borstvoeding na werkhervatting. Samen
met de cliënt een plan van aanpak uitstippelen
over hoe de combinatie van werken en
borstvoeding praktisch te organiseren bijvoorbeeld
door het opmaken van een kolfschema.
Ook postpartaal speelt de vroedvrouw
een sleutelrol in het begeleiden en
ondersteunen van de lacterende werkneemster.
Ook op de werkvloer kan een lactatiekundige
een meerwaarde betekenen bij het
uitschrijven van een borstvoedingsbeleid
(McCardel et al, 2020). Dit wordt duidelijk
uit het onderzoek van Yimyam en Hanpa
(2014), dat aantoont dat er een verbetering
is van de cijfers van uitsluitend borstvoeding
op zes maanden na implementatie van
een borstvoedingsondersteunend model op
de werkvloer. Dit model bestaat uit het oprichten
van een intern borstvoedingscomité
(BVC) dat een uitgebreid borstvoedingsprogramma
voor op de werkvloer uitwerkt.
Dit BVC bestaat uit een wetenschappelijk
medewerker, een lactatiekundige, enkele
werkneemsters en werkgevers. Het programma
zorgt ervoor dat werkneemsters tijdens
de zwangerschap reeds geïnformeerd
worden over het belang van borstvoeding
en hoe dit te combineren met het werk.
Nadien worden de werkneemsters verder
opgevolgd tot zes maanden postpartum of
tot ze stoppen met borstvoeding.
Een andere bezorgdheid bij werkneemsters
heeft betrekking tot de kinderopvang
waarbij de kennis over borstvoeding en over
de omgang met moedermelk ontoereikend
is. Hierdoor wordt de kinderopvang niet
altijd als steunend ervaren. Een bijkomende
stressor is wanneer het kind bij werkhervatting
niet uit een fles drinkt. Dit kennistekort
in de kinderopvang wordt ook beschreven
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://HeVCezYnD9X4-iS8MPneMtkIqQEJLVqCg02ahFNq2Nco`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CE58oz46S7z05C5bjjszWONhH_ULAHVQjhUX6-Mn3V8 @` ׉	 7cassandra://9DWzA4bdjy_6Qd08tcVQZjkYiarEiO8cimMuylkAyuIl`S׉	 7cassandra://_vsHc4etuu06wWH2XMcSsgZ1dZe2bmf3eWZJW8uVduM`̵ ׉	 7cassandra://tuDQ8l_xuXMMtoAI493DjdvwUcOFIkHIa0-3O8ao1vwͤ$͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://hxhwfj2hwTECCZXUWo5aG5-fkMp3fXQvBicar0j6umE 'S`׉	 7cassandra://kBbgrFrTlRJlDtqzlFIinMZuofQVbXzTvClEBdJISlgkz`S׉	 7cassandra://PK_tkohDV8pe0_hFj9KOqRFIj8ZS5gy_RpSBH2o5w406`̵ ׉	 7cassandra://4lt3iqJwnGMnFnemO_niNl1kOPi7U4zYN6w4pAPq8b8 7&8͠cQ,\׉Ein het onderzoek van Lucas et al (2013).
Hier ligt een opportuniteit voor de lactatiekundige
om de kennis omtrent borstvoeding
en het omgaan met moedermelk van medewerkers
van de kinderopvang te verruimen.
Ze kunnen, net zoals op de werkplek, een
beleid specifiek voor de kinderopvang mee
uitwerken en ondersteunen. Ook het organiseren
van kinderopvang binnen de werksetting
draagt bij aan een borstvoedingsvriendelijk
beleid op de werkvloer. Het MOM@
work onderzoek van Dejaeger et al (2021)
bevestigt deze bevinding, alsook internationale
literatuur (Al-Imari et al, 2019; Valizadeh
et al, 2017).
Werkneemsters
hebben nood
aan flexibiliteit
op het werk en
in de roostering
Vervolgens focuste
dit onderzoek op de
barrières en noden
die werkneemsters
ervaren bij borstvoeding
na werkhervatting.
De nood aan een
geschikte kolfruimte,
voldoende tijd om af
te kolven en de bijhorende
flexibiliteit om dit in te plannen wordt
bevestigd door andere onderzoeken over
borstvoeding na werkhervatting (Al-Imari et
al, 2019; Leon-Larios et al, 2019; Paddock,
2017; Snyder et al, 2017). Ondanks dat de
overheid de werkgever oplegt een ruimte te
voorzien op de werkplek om te kolven en/
of voeden, is deze niet altijd aanwezig of onvoldoende
aangepast. Om borstvoeding na
werkhervatting te faciliteren kan rekening
gehouden worden met volgende factoren:
situering van de kolfruimte nabij de werkplek,
een uitgerust lokaal met een koelkast,
stromend water en comfortabele stoel en
de mogelijkheid om de ruimte af te sluiten
om in alle privacy te kolven is essentieel.
De aanwezigheid van kolfmateriaal kan een
meerwaarde zijn. Dit wordt bevestigd door
McCardel et al (2020) en Wambach en Britt
(2018). Daarnaast moet er voldoende ruimte
gecreëerd worden in het uurrooster zodat
de werkneemster voldoende tijd heeft.
Vanuit onderzoek wordt aanbevolen dat in
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
26
de tussentijd het werk wordt overgenomen
door een collega (Wambach & Britt, 2018).
Deelneemsters benoemen een nood aan
begrip en ondersteuning van hun werkplek
om van de combinatie werkhervatting en
borstvoeding een succesverhaal te maken.
Dit wordt bevestigd in de literatuur (Leon-Larios
et al, 2019; McCardel et al, 2020;
Omer-Salim et al, 2015). Steun specifiek
door andere werkneemsters die ervaring
hebben met borstvoeding na werkhervatting
wordt als waardevol ervaren (Al-Imari
et al, 2019; Dinour et al, 2015). Het organiseren
van moedergroepen binnen de werksetting
of het creëren van een netwerk van
collega’s die onderling ervaringen kunnen
uitwisselen, kan lacterende werkneemsters
ondersteunen.
Tot slot komen een aantal facetten van
werkhervatting aan het licht. Werkneemsters
hebben nood aan flexibiliteit op het
werk en in roostering. Deze flexibiliteit
kan bijvoorbeeld ingevuld worden door
een geleidelijke werkhervatting, glijdende
uren en inspraak in het uurrooster. Als
ze deze flexibiliteit krijgen, wordt dat ook
geapprecieerd. Deze bevinding is opnieuw
in lijn met recent onderzoek van McCardel
et al (2020) en Leon-Larios et al, (2016).
De direct leidinggevende kan een proactieve
rol opnemen door reeds tijdens de
zwangerschap in gesprek te gaan over de
mogelijkheden omtrent borstvoeding en
werkhervatting. In dit gesprek kan ook de
taakomschrijving, taakinvulling bij terugkeer,
work-life balance, borstvoedingspauzes,
shiften en dergelijke besproken worden.
Telewerk komt als een opportuniteit ter
sprake bij de werkneemsters en bij de werkgevers.
Het kan een optie zijn om de overgang
van moederschapsrust naar werkhervatting
makkelijker te maken. McCardel et al
(2020) bevestigen dit. Ook een bijkomende
uitbreiding van moederschapsrust zonder
financiële consequenties naar analogie met
het Scandinavische model wordt benoemd
als facilitator.
׉	 7cassandra://_vsHc4etuu06wWH2XMcSsgZ1dZe2bmf3eWZJW8uVduM`̵ cQ,\׉EKBREASTFEEDING@WORK
Sterkten en beperkingen
Dit verkennend kwalitatief onderzoek biedt
inzichten in noden van werkneemsters
en leidinggevenden binnen de setting van
gezondheidszorg, onderwijs en maatschappelijke
dienstverlening, om een veerkrachtige
werkhervatting na moederschapsrust te
bekomen in combinatie met borstvoeding.
Het is het eerste onderzoek over dit specifieke
topic binnen de Benelux en één van
de weinige binnen Europa. Daarnaast is het
standpunt van de werkgever in deze context,
noch setting nauwelijks onderzocht.
Door zowel zwangere en jonge moeders te
bevragen, kunnen we het risico op recall
bias uitsluiten.
We moeten echter wel rekening houden met
self-selection bias doordat respondenten
zichzelf konden aanmelden om deel te nemen.
Daarnaast richt dit onderzoek zich tot
de doelgroep van werkgevers en werkneemsters
binnen de domeinen van gezondheidszorg,
onderwijs en maatschappelijke dienstverlening
aangezien hier procentueel gezien
de meeste vrouwen werkzaam zijn. Toch
heeft geen enkele werkneemster uit de setting
van maatschappelijke dienstverlening
zich kandidaat gesteld tot deelname aan dit
onderzoek. Daarnaast hebben voornamelijk
werkneemsters en werkgevers uit het onderwijs
zich aangediend om deel te nemen.
Het merendeel van deze groep werkneemsters
werden gerekruteerd uit de eigen onderwijsinstelling
en de daarbij horende associatie.
Mogelijk hebben respondenten zich
aangemeld omdat ze zich verbonden voelden
met de onderzoeksinstelling. Ondanks
de rekrutering binnen zorginstellingen van
het stagenetwerk van de hogeschool, waren
participanten uit het domein van gezondheidszorg
ondervertegenwoordigd in deze
steekproef. De werkgevers waren voornamelijk
vrouwen en allen hadden zelf borstvoedingservaring.
Dit kan hun beeld over de
combinatie tussen werkhervatting en borstvoeding
kleuren. Daarnaast werd niemand
van personeelsdienst bevraagd, hoewel zij
27
wel een belangrijke stakeholder zijn in deze
context. Binnen het werkgeversluik van dit
onderzoek zijn
sommige delen
van interviews
verloren geraakt
door technische
problemen bij de
opname. Daardoor
werden sommige
resultaten aangevuld
met een
kleine bevraging
via mail.
Vanuit dit onderzoek
kan
gesuggereerd
worden dat er
Ook onderzoek
nodig naar rol die
kinderopvang,
zorgprofessionals
en sociaal netwerk
spelen in combinatie
borstvoeding en
werkhervatting
meer onderzoek nodig is binnen de sectoren
maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg
alsook bij leidinggevenden.
Tevens is verder onderzoek nodig naar de
rol die de kinderopvang, zorgprofessionals
en het sociaal netwerk van de werkneemster
kunnen spelen in de combinatie van
borstvoeding en werkhervatting. Tot slot is
het waardevol te onderzoeken welke beweegredenen
er zijn voor bedrijven om al
dan niet een gezins- en borstvoedingsvriendelijk
beleid te voeren.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://PK_tkohDV8pe0_hFj9KOqRFIj8ZS5gy_RpSBH2o5w406`̵ cQ,\cQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://b8O-U70ewrK05OyGp9eFM2nyZfm-nz0bTj9k9sNaJMw 4`׉	 7cassandra://QLrD-mzZtsVWZONr1GChJWj0OgVb4bTGLaOxS87cnBAXS`S׉	 7cassandra://SeNe-7nBGgqiFr6u5-JhiFQlcb8WvB3lD_nXXrwl0Ec`̵ ׉	 7cassandra://ikyvl6_MKQQAcam7kdmq-KKkrQb4w1n-4zRrSVDc-28͆I͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://mshva7mDrUDM6-5ZtYWGzTTyv9z6dAnAogAW5rBHgb4 `׉	 7cassandra://XHIBsmdp1jXpe09RGbfW7RHTIq4J-DK-DpmjfyAn184V`S׉	 7cassandra://3WG2k1KM0XmeAEStNJqJl1CaoWxh0jufZGDSQb_rsPE`̵ ׉	 7cassandra://Xc01fHFaxklVC3rw375Xlli9kHfo8WjRTfjUsmTd81Y F͟͠cQ,\׉EBesluit
De combinatie van borstvoeding en werkhervatting
wordt door vrouwen in het
onderwijs en de gezondheidszorg als uitdagend
ervaren. Zowel werkneemsters als
direct leidinggevenden zijn onvoldoende op
de hoogte van de relevante wetgeving en de
borstvoedingsfaciliteiten op de werkvloer.
Huidig onderzoek benoemt verschillende
suggesties die borstvoeding na werkhervatting
kunnen faciliteren. Een borstvoedingsbeleid
op de werkvloer is noodzakelijk maar
ontbreekt veelal. Ondanks dat werkgevers
hun bereidheid aangeven het proces te willen
faciliteren, stellen zich een aantal praktische
uitdagingen om werkneemsters systematisch
te laten afkolven op het werk. Vaak
is er geen aangepaste ruimte met de nodige
voorzieningen om in de nabijheid van de
werkplek op een rustige en hygiënische
plaats te kunnen kolven. Werkneemsters
hebben nood aan informatie omtrent de
voorbereiding en de praktische organisatie
en deze vindt bij voorkeur reeds tijdens de
zwangerschap plaats. Steun en begrip vanuit
de werkplek bevorderen de combinatie
van borstvoeding en werkhervatting, doch
voelen werkneemsters zich vaak eenzaam.
Werkhervatting veroorzaakt gemengde
gevoelens en moeders zijn bezorgd over
de praktische haalbaarheid en de impact
op hun melkproductie. Daarnaast vormt de
kinderopvang een bijkomende bezorgdheid,
zeker op het vlak van de omgang met hun
kind dat de fles weigert en het omgaan met
afgekolfde melk.
Referenties
Al-Imari, L., Hum, S., Krueger, P.
& Dunn, S. (2019). Breastfeeding
During Family Medicine Residency.
Family Medicine; 51(7),
587-592. DOI: 10.22454/FamMed.2019.759632
Bradford,
V.A., Walkinsaw, L.P.,
Steinmann, L., Otten, J.J., Fisher,
K., Ellings, A., O’Leary, J. & Johnson
D.B. (2017). Creating Environments
to Support Breastfeeding:
The Challenges and Facilitators of
Policy Development in Hospitals,
Clinics, Early Care and Education,
and Worksites. Maternal Child
Health Journal; 21, 2188-2198.
DOI: 10.1007/s10995-017- 2338-4
Dejaeger, I. Geuten, E. & Jans, G.
(2021). MOM@WORK: een inzicht
in de barrières, noden en drijfveren
van aanstaande en jonge (lacterende)
moeders bij hun terugkeer naar
het werk na moederschapsrust.
Tijdschrift voor Vroedvrouwen;
27(3): 166-173.
Dinour, L.M., Pope, G.A. & Bai,
Y.K. (2015). Breast Milk Pumping
Beliefs, Supports, and Barriers on a
University Campus.
Journal of Human Lactation;
31(1), 156-165. DOI:
10.1177/0890334414557522
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en
Sociaal Overleg (s.d.). Moederschapsverlof
& borstvoedingspauzes.
FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg, (2013).
Arbeidslplaatsen.
Kind en Gezin (2019). Het kind in
Vlaanderen. Brussel.
Leon-Larios, F., Pinero-Pinto, E.,
Arnedillo-Sanchez, S., Ruiz-Ferron,
C., Casado-Mejia, R. & Benitez-Lugo,
M. (2019). Female Employees’
perception of breastfeeding-friendly
support in a public university in
Spain. Public Health Nursing; 36,
370-378. DOI: 10.1111/phn.12590
Lucas, A., McMahon, P., Brewer
Asling, M., Knobloch, A., Kosh,
E. & Sims, K. (2013). Assessing
Child Care Providers’s Knowledge
and Attitudes Regarding
Support of Breastfeeding in a
Region with Low Breastfeeding
Prevalence. Journal of Human
Lactation; 29(4): 556-563. DOI:
10.1177/0890334413497259
McCardel, R.E. & Padilla, H.M.
(2020). Assessing Workplace Breastfeeding
Support Among Working
Mothers in the United States.
Workplace Health & Safety; XX(X).
DOI: 10.1177/2165079919890358
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
Omer-Salim, A., Suri, S., Pkrakash
Dadhich, J., Akbar Faridi, M.M. &
Olsson, P. (2015). Negotiating the
tensions of having to attach and
detach concurrently: A qualitative
study on combining breastfeeding
and employment in public education
and sectors in New Delhi, India.
Midwifery; 31, 473-481. DOI:
10.1016/j.midw.2014.12.008
Onderwijs Vlaanderen (s.d.) Borstvoedingspauzes.
Paddock,
J. (2017). Breastfeeding
Patterns Among Employees at a
Land Grant University. Workplace
Health & Safety;
65(12). DOI:
10.1177/2165079917701138
Snyder, K., Hansen, K., Brown, S.,
Portratz, A., White, K. & Dinkel, D.
(2018). Workplace Breastfeeding
Support Varies by Employment
Type: The Service Workplace
Disadvantage. Breastfeeding Medicine;
13(1), 510-514. DOI:
10.1089/bfm.2017.0074
Statbel (2018). Enquête naar
arbeidskrachten 2018 – Speciale
module over de combinatie werk
en gezin.
Statbel (2019). Werkenden volgens
sector.
28
׉	 7cassandra://SeNe-7nBGgqiFr6u5-JhiFQlcb8WvB3lD_nXXrwl0Ec`̵ cQ,\׉EVoor de
hele familie
P
De juiste
zonnebescherming
Hoge tolerantie voor baby’s en kinderen, geschikt vanaf de geboorte*
en voor zwangere vrouwen in geval van onvermijdelijke blootstelling
*Baby’s die de neonatologie hebben verlaten - Respect oceaan: filters overeenkomstig de Hawaïaanse regelgeving, zonder oxybenzone
en octinoxaat. Bio geüpcyclede avocado’s afkomstig van duurzame landbouw en verantwoorde bevoorradingsketen
R
’
E
S
E
A
C
N
T
A
O
C
V
E
O
C
Y
O
Ü
D
E
C
C
A
P
A
B
I
O
L
G
S
E
D
E
׉	 7cassandra://3WG2k1KM0XmeAEStNJqJl1CaoWxh0jufZGDSQb_rsPE`̵ cQ,\ÁcQ,\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://B_vyZs4kwGSEmlqIZAESjGHiPX9kzOyFxWuE4bTOo7w j`׉	 7cassandra://b_Szo91U3oNwpG1zljJcg7E4sNoPo7JfPpo0XwO1Lhkl`S׉	 7cassandra://C__OIwtbJu7ACI4kzJ-L7aQ4PPtT0GinMUZ4kCyvgIY&`̵ ׉	 7cassandra://uH7ZvrVgARE-Wg8oxnahSRuzw5iup6Rm2cAF-_Jjcb0}͠cQ,\ט  {u׉׉	 7cassandra://eEGBnGk5wSEAWlgh_y5UNhSai-YsmMfeZ571R0OohRM  z` ׉	 7cassandra://ItDrpb3CduRrf3kojcHF_g9mvjVxC9S4H7pFhhqsvk0f`S׉	 7cassandra://dcla7K5qAHZD6cTCHDLQcjpop4P1oO4YGE_YUWfLtJg`̵ ׉	 7cassandra://QI2n8Y-7zoNQcO6UGJj5MqrepeaUjQE7IO4gPpshj9M ,͠cQ,\נcQ,\ k'9ׁH /https://kayaconnect.org/course/info.php?id=4089ׁׁЈנcQ,\ v9ׁH 'https://iycfehub.org/document/practicalׁׁЈ׉EWAT NA NUCLEAIR ONGELUK
Borstvoeding de eerste drie
dagen na een ongeluk met
een kerncentrale.
IFE Core Group, vertaald en bewerkt door Astrid De Brabandere, verpleegkundige, lactatiekundige
Handleiding
Dit document werd ontwikkeld door de Infant Feeding in Emergencies (IFE) Core
Group1
, werkgroep rond Infant & Young Child Feeding in Emergencies (IYCF-E, Voeding
van zuigelingen en jonge kinderen in noodsituaties), in de context van chemische,
biologische, radiologische en nucleaire dreiging. Dit document is bedoeld voor
gezondheidswerkers en voor wie noodhulp plant. Het is een tijdelijk werkdocument,
bedoeld voor gebruik bij het opmaken van noodplannen en interventies voor geschikte
voeding van zuigelingen en jonge kinderen2
in de eerste drie dagen3
na een
nucleaire noodsituatie veroorzaakt door een ongeluk in een kerncentrale, binnen de
context van de huidige crisis in Oekraïne4
het geval van nucleaire oorlogsvoering5
. Dit document dekt niet de richtlijnen in
. Het document voorziet aanbevelingen voor
borstgevoede en niet-borstgevoede kinderen. De aanbevelingen voor borstgevoede
kinderen zijn toepasbaar voor zowel kinderen die exclusieve borstvoeding krijgen,
als voor kinderen met gemengde voeding (moedermelk en kunstvoeding) en voor
kinderen boven de 6 maanden die naast borstvoeding ook vaste voeding krijgen. De
aanbevelingen zijn gebaseerd op de best beschikbare kennis en na grondig afwegen
van de risico’s die geassocieerd zijn met inwendige besmetting van radioactief materiaal
in de eerste drie dagen na een incident in een kerncentrale èn het belang van
borstvoeding. De aanbevelingen van andere organisaties kunnen mogelijk hoofdzakelijk
focussen op het risico op blootstelling aan radioactief materiaal, zonder de
complete afweging met het risico op morbiditeit en mortaliteit verbonden aan geen
borstvoeding geven te maken. Deze aanbevelingen moeten gebruikt worden samen
met de beschikbare richtlijnen voor het algemene publiek, gezondheidswerkers en
beleidsmakers. Voor meer informatie, gelieve ife@ennonline.net te contacteren.
1 https://www.ennonline.net/life
2
Kinderen onder de 2 jaar
3
Caesium en radioactief jodium zijn de radioactieve materialen die een gezondheidsrisico inhouden na een nucleaire noodsituatie.
De impact van het vrijkomen van caesium wordt echter opgevolgd op de middellange tot lange termijn, waardoor
dit radioactief materiaal niet beschreven wordt in deze handleiding, die focust op de eerste 3 dagen na een ongeval in een
kerncentrale. Voor meer informatie over caesium, zie Appendix 2.
4
Deze handleiding is gebaseerd op een informatieblad dat ontwikkeld werd door de IFE Core Group, werkgroep rond IYCF-E
in de context van chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreiging, beschikbaar op aanvraag.
5
moretypes.htm#red
6
Voor meer informatie rond wat te doen in het geval van nucleaire wapens, een geïmproviseerd nucleair apparaat, een
apparaat dat blootstelt aan radiologische straling of een vuile bom, zie https://www.cdc.gov/nceh/radiation/emergencies/
Voor een infographic over de belangrijkste gevaren van een ongeval in een kerncentrale, zie https://www.cdc.gov/nceh/
multimedia/infographics/nuclear_power_plant_accidents.html
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
30
׉	 7cassandra://C__OIwtbJu7ACI4kzJ-L7aQ4PPtT0GinMUZ4kCyvgIY&`̵ cQ,\׉E1. In het geval van een nucleair ongeluk in een kerncentrale, zullen mensen
hoogstwaarschijnlijk bezorgd zijn rond het voorzetten van borstvoeding.
Wanneer een abnormale activiteit zich
voordoet bij een kerncentrale, kan radioactief
materiaal vrijkomen in de omgeving (WHO,
2011)6
. In deze situatie zullen borstvoedende
vrouwen mogelijk bezorgd zijn om potentieel
radioactief materiaal via de moedermelk
door te geven aan hun kinderen. Na het nucleaire
ongeluk in Fukushima, Japan in 2011
schakelden veel vrouwen over van borstvoeding
naar kunstvoeding, ondanks het advies
van de autoriteiten om verder borstvoeding
te geven (Ishii et al, 2016).
Borstvoeding voorziet zuigelingen van hydratatie,
comfort, voeding van hoge kwaliteit
en faciliteert hechting. Het beschermt hen
tegen ziekte en verzekert de beschikbaarheid
van voedsel. Deze bescherming en zekerheid
zijn essentieel in de context van conflict- of
rampsituaties, waarbij vaak een gebrekkige
toegang is tot drinkbaar water, elektriciteit,
voedselvoorraden en gezondheidszorg.
Borstvoeding geven kan ook van belang zijn
voor de gezondheid van de moeder en voor
haar capaciteit om zorg te bieden. Het is van
essentieel belang om zorgverleners duidelijke
en correcte informatie, geruststelling en
begeleiding7
te bieden. Zo kunnen zij geschikte
voeding voor zuigelingen en jonge kinderen
in het geval van een nucleaire noodsituatie
beschermen, promoten en ondersteunen.
Daarnaast moet ook voorkomen worden dat
vrouwen onnodig stoppen met borstvoeding8
2. De potentiële transfer van radioactief jodium naar zuigelingen via moedermelk
is enkel een bezorgdheid in extreme omstandigheden, zoals voor de lokale
populatie in de directe omgeving van gebieden die het meest getroffen zijn door
de radioactieve besmetting.
In het geval van een nucleair ongeluk in een
kerncentrale, zullen beschermingsmaatregelen
en andere nodige acties gecommuniceerd
worden die de groep mensen in een
specifieke zone in acht moeten nemen. Er
is geen bezorgdheid om radioactief materiaal
door te geven via moedermelk voor
moeder-kind paren die niet in die specifieke
zones wonen (WHO, 2022a). Het risico
is vooral gelimiteerd tot situaties met een
grote vrijstelling van radioactief materiaal,
meer specifiek een grote vrijstelling van
radioactief jodium (WHO, 2022a). Caesium
stelt ook een gezondheidsprobleem, maar
de impact van de vrijstelling van caesium
wordt gemanaged op de middel- tot lange
termijn, bijgevolg is caesium niet opgenomen
in deze nota, die enkel focust op de
eerste drie dagen na een ongeluk in een
kerncentrale9
.
Risicogebieden (die we noodzones en -afstanden
noemen)10
, beschermingsmaatregelen
en andere maatregelen zijn preventief
vastgelegd. Deze worden beschreven in de
noodplannen voor nucleaire en radiologische
noodsituaties van elke kerncentrale
(IAEA, 2013; IAEA, 2017; IAEA, 2021).
.
7 Voor informatie over begeleiding van IYCF-E op afstand, zie https://iycfehub.org/document/practical-guidelines-for-conducVoor
voorstellen van kernboodschappen voor ouders en zorgverleners, zie Appendix 1
ting-and/ en https://kayaconnect.org/course/info.php?id=4089
8
9 Voor meer informatie over caesium, zie Appendix 2
10
Noodzones en – afstanden zijn specifiek bepaald voor elke kerncentrale en worden beschreven in het noodplan voor nucleaire
en radiologische noodsituaties van elke kerncentrale. Noodzones zijn gebieden waar allesomvattende maatregelen die in
staat van paraatheid gebracht worden om snelle implementatie van dringende acties en andere maatregelen in het geval van
een nucleair incident mogelijk te maken. De noodafstanden zijn gebieden waarin actie mogelijks moet ondernomen worden
tijdens de interventie, maar waarvoor enkel beperkte maatregelen op voorhand voorzien worden. Voor meer informatie over
noodzones- en afstanden, zie: IAEA (2013) Emergency preparedness and response: Actions to protect the Public in an Emergency
due to severe condition at a light water reactor. Vienna. IAEA.
31
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://dcla7K5qAHZD6cTCHDLQcjpop4P1oO4YGE_YUWfLtJg`̵ cQ,\ŁcQ,\ā{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Zx66_GgGHwFHaFW2gIi1GNEUbsgcUYG5xQT6MkGmKbc c` ׉	 7cassandra://XEyrRmrdbnMKqjHQcuqEBfZL_-crw_60M6hSIsdyLaQG`S׉	 7cassandra://r82yVmGcIn5eyAa8END-vZSQLyNqKz22wvTQWlTufjkN`̵ ׉	 7cassandra://MLny3hOYwsIBFcFX9JyBr6qUb0sheQcedUS9VHmNQqwhQ͠cQ,\Xט  {u׉׉	 7cassandra://jGTujfVS3_TI_1Fc6OcISzJddbyZvfkx9X0-o3hoNT8 3`׉	 7cassandra://Woo8laGUmO62GhUzj6vtqpcvOtPzdBfWI6upIGxprrkB`S׉	 7cassandra://8UCh_dTACLxaV2pqcFFU9l1Gq2PG-gjL_ekbI-PbBKQs`̵ ׉	 7cassandra://_pyvO7J1vC1mArwq-oehHti1hldd_3lIyz8FDjnOEoY J͠cQ,\ZנcQ,\\ 879ׁH !https://www.elacta-magazine.eu/enׁׁЈ׉EGRATIS CERPs TE BEKOMEN
Test je kennis na het lezen
van het ELACTA tijdschrift en
verdien gratis CERPs!
De Belgische Vereniging van Lactatiekundige
is lid van ELACTA, de Europese
Vereniging van Lactatiekundigen.
Viermaal per jaar publiceert ELACTA een
tijdschrift in het Engels met interessante
lactatiekundige onderwerpen.
Je kan deze tijdschriften gratis downloaden
via het ledendeel van de BVL.
Zie hiernaast de covers met inhoud van de
3 tijdschriften van dit jaar.
Tevens kan je als lid van BVL gratis CERPS
bekomen door het invullen van een test
m.b.t. de literatuur in de tijdschriften.
Dit kan via volgende link:
https://www.elacta-magazine.eu/en-gb of
via de QR-code.
Klik op de website op de test die je wilt
maken. Je dient 20 meerkeuzevragen te
beantwoorden over de inhoud van de
desbetreffende tijdschriften. Je kan per test
in totaal 4 CERPs verdienen. Je dient een
score van minimum 80% te halen om het
certificaat met de CERPs te ontvangen. Dit
certificaat kan je dan direct downloaden.
Momenteel kan je CERPs verdienen door
onderstaande testen te doen.
Test L&B Issue 1+2 2022
Test L&B Issue 3+4 2021
Zorg ervoor dat je je gegevens correct invult.
Men kijkt na of je wel degelijk lid bent
van één van de aangesloten verenigingen
van ELACTA.
Heb je een score van minder dan 80% gehaald,
dan kan je de test opnieuw doen.
Veel leesplezier en succes met de test!
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
46
׉	 7cassandra://r82yVmGcIn5eyAa8END-vZSQLyNqKz22wvTQWlTufjkN`̵ cQ,\׉E 947
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
׉	 7cassandra://8UCh_dTACLxaV2pqcFFU9l1Gq2PG-gjL_ekbI-PbBKQs`̵ cQ,\ՁcQ,\ԁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YZ1gIIeijMgXSHYGolU5DR8nVZAQf9419wcVvphV-ww `׉	 7cassandra://f0HWwMZmIzIXTpstwZiC7Uw6JoR4bkfUTWZPmTuExmc```S׉	 7cassandra://VoOFFcy5fdzUr0Pta8vlqMkPYVlc-CGEGifI0OT4cZA!`̵ ׉	 7cassandra://ERnBsqDK4lCwet1k_Ga2VvHfKbws40Bg_kZkjAEcuso AB͠cQ,\]ט  {u׉׉	 7cassandra://CKrIpl4mF0X1TUP68K00xlLSgZTKGbfCikks7g4mU4o N` ׉	 7cassandra://_O4t4BceRJYwI_0wgoItECT-irbPEUuIAs1pdBSXulkj`S׉	 7cassandra://LVrtljM0Mk7FZgu2iDwsw7IKadfB5bUJQmtIpvRVeU4`̵ ׉	 7cassandra://AGmo1zBK9nuZt_H36btXf8ocTthFszvUDgIUvnELh4UN͠cQ,\_׉E׉	 7cassandra://VoOFFcy5fdzUr0Pta8vlqMkPYVlc-CGEGifI0OT4cZA!`̵ cQ,\׉ECOLUMN door Minke
Hands-off start borstvoeding
Minke Siesling, vroedvrouw/lactatiekundige bij vroedvrouwenpraktijk De Oever
De afgelopen maanden begeleidde ik een
vrouw die net bevallen was van haar eerste
kindje. Ze vertelde me dat ze een relatief
vlotte bevalling had met epidurale verdoving.
Na de geboorte lag haar dochter huid
op huid en vertoonde eerste hongersignalen.
Omdat ze kort daarna nog geen aanstalten
maakte om aan te happen, hielp de
vroedvrouw actief mee. Haar dochter huilde
veel tijdens de hands-on begeleiding en
weigerde de borst.
Ook in de dagen erna wilde haar baby niet
aan de borst drinken. Eenmaal thuis lukte
dat, met heel veel geduld en veel borstweigeren,
af en toe wel. Omwille van het vele
weigeren en onvoorspelbaar drinkgedrag
aan de borst begon de moeder na overleg
met aanleggen, afkolven en bijvoeden. Na
een drietal weken schakelde ze over naar
fulltime kolven. De onvoorspelbaarheid van
het verloop van de voedingen en dan vooral
het borstweigeren hadden haar fysiek
en mentaal uitgeput. Een paar weken later
stopte ze ook hier mee.
Tijdens de huisbezoeken was haar moeder
er soms ook. In het hele proces van borstvoeding
geven maakte zij zich, begrijpelijk,
zorgen over haar dochter. Dat ze te ver
over haar grenzen zou gaan en zichzelf zou
uitputten. Als vroedvrouw is het dan soms
zoeken om ook de pas bevallen moeder
voldoende aandacht te kunnen geven. Bij
het geven van advies probeer ik oma mee te
nemen voorbij angst om zo bij haar dochter
te horen wat zij nodig heeft. In deze casus
had deze vrouw het nodig alle opties om de
borst te geven te proberen en het tempo van
loslaten hierin zelf te bepalen. Het voelde als
een klein rouwproces, zo zei ze. “Dat snap
ik”, beaamde ik, “je wilde het heel graag
anders”.
Bij mijn laatste huisbezoek was ook oma
49
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
weer aanwezig. We hadden een ontwapenend
mooi en open gesprek over vrouw
zijn in deze maatschappij, nu en zoveel
jaar geleden. Moeder en dochter vertelden
dingen die ze elkaar nog niet eerder hadden
verteld. Hoe ze elk als jonge vrouw al veel
‘licht’ seksueel grensoverschrijdend gedrag
hadden ervaren. Of hoe ze, achteraf gezien,
nipt uit een bedreigende situatie hadden
kunnen ontsnappen. En hoe zij, wij, dit vaak
(moeten) accepteren. Alsof het iets is dat je
nu eenmaal meemaakt als vrouw.
‘Het is misschien een rare vergelijking’ zegt
de jonge kraamvrouw met tranen in haar
ogen als ze me bedankt voor de begeleiding.
‘Maar toen ik daar net bevallen lag, de
vroedvrouw in mijn borst kneep en mijn
baby er hardhandig tegenaan duwde, voelde
dat ook grensoverschrijdend. Voor mij en
voor mijn baby.’
In mijn ervaring in het opvolgen van een
pasgeborene na een (vlotte en fysiologische)
bevalling, gaan deze meestal in het
eerste tot tweede uur na geboorte aan de
borst. Waarna ze vaak in een diepe slaap
vallen en tijdens de zes tot twaalf uren die
volgen minder interesse lijken te hebben,
om vervolgens goed en frequent te beginnen
drinken.
Hands-on begeleiding bij de start van
borstvoeding kan, naast het uitlokken van
borstweigeren, ook als gevolg hebben dat
vrouwen deze handelingen ervaren als zeer
onaangenaam en zelfs invasief voor henzelf
en hun baby. Een begeleiding van borstvoeding
die, net als de bevalling ervoor,
hands-off verloopt, verhoogt de kans op een
spontaan en vloeiend verloop van de borstvoeding
nadien weer. Om mijn kinderen na
de periode van letterlijk voeden, figuurlijk in
rust te blijven voeden.
׉	 7cassandra://LVrtljM0Mk7FZgu2iDwsw7IKadfB5bUJQmtIpvRVeU4`̵ cQ,\ׁcQ,\ց{בCט   {u׉׉	 7cassandra://h17DJT6CSOkXlJ_slLWN8-dlHKqdcawP2DPTMjeqKCcpI` ׉	 7cassandra://RT2aJA6AxUL8HGIM9uB_NC2bmCdrqUDyS8E3i3Hw2Cw` S׉	 7cassandra://-CIqwdIfC-2pzIRHNRPuRqXvLerbhTVgy9326jTZ1D4
;` ̵ ׉	 7cassandra://UFEY0MwYYfmYJVUbclChedhPo7YH_YMYLcE-B4WHHTE͠cQ,\bט  {u׉׉	 7cassandra://D9IGUreQI10LisN2gNSU5NIHJO41tmRQf-yxcZ2xM0g ?`׉	 7cassandra://yjkC0sDUzzANufXceqd4Z5W36RjIm9trQAQxDdPmyBkGB`S׉	 7cassandra://2t98eFlcI795ENOLGz4Hi6r4-rZe9KzHboDmVQ2dMwY`̵ ׉	 7cassandra://6z7YjIdv5ij4n8DJ6nD0y_O0wQ-LgJqtVsBPa8Uivlwͦ̊͠cQ,\dנcQ,\m t̚9ׁHmailto:bvl.redactie@gmail.comׁׁЈנcQ,\l ̚9ׁHmailto:bvl.redactie@gmail.comׁׁЈנcQ,\k ̞9ׁHhttp://www.bvl-borstvoeding.beׁׁЈנcQ,\j ̵9ׁH !mailto:bvl.borstvoeding@gmail.comׁׁЈנcQ,\i ؁̢9ׁHhttp://www.vangrunderbeeck.beׁׁЈנcQ,\h ̞9ׁHhttp://www.bvl-borstvoeding.beׁׁЈנcQ,\g ̗9ׁHmailto:bvl.redactie@gmail.comׁׁЈנcQ,\f b̨9ׁHhttp://www.bvl-borstvoeding.beׁׁЈ׉E BMemo
BVL
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
50
׉	 7cassandra://-CIqwdIfC-2pzIRHNRPuRqXvLerbhTVgy9326jTZ1D4
;` ̵ cQ,\׉E
BVL
Colofon
Astrid De Brabandere
BVL-Tijdschrift voor Lactatiekundigen
wordt uitgegeven door de Belgische
Vereniging van Lactatiekundigen vzw.
Alle lactatiekundigen en lactatiekundigen
IBCLC kunnen lid worden van de BVL.
Personen en organisaties die de vereniging
willen steunen kunnen steunend lid
worden. Raadpleeg hiervoor de website
www.bvl-borstvoeding.be.
Alle leden ontvangen het tijdschrift.
Het tijdschrift wordt tweemaal per jaar
gepubliceerd.
Dit tijdschrift heeft tot doel de lactatiekundigen
en lactatiekundigen IBCLC op
de hoogte te houden van ontwikkelingen
op het gebied van lactatie en verwante
vakgebieden. Tevens is het tijdschrift een
middel om contacten onder de lactatiekundigen
en lactatiekundigen IBCLC te
bevorderen.
Christel Geebelen
Redactieadres
Maleizenstraat 23
3020 Herent
bvl.redactie@gmail.com
www.bvl-borstvoeding.be
Redactieraad
- Astrid De Brabandere, pediatrisch
verpleegkundige, lactatiekundige
- Christel Geebelen, sociaal verpleegkundige,
lactatiekundige IBCLC
- Veerle Van Bocxstaele, MSc, vroedvrouw,
lactatiekundige IBCLC
Lay-out
An Van Bocxstaele
Foto omslag
Sylvie Van Wonterghem
Druk
Drukwerk Vangrunderbeeck BVBA
www.vangrunderbeeck.be
Veerle Van Bocxstaele
Advertenties
Tarieven en praktische vereisten kunnen
51
Belgische Vereniging van Lactatiekundigen
vzw
Maatschappelijke zetel:
Maleizenstraat 23, B-3020 Herent
Secretariaat:
O. Raeymaeckersstraat 3A, B-3400 Landen
885.732.833 – RPR Leuven
KBC BE02 7350 1651 4640 BIC: KREDBEBB
bvl.borstvoeding@gmail.com
www.bvl-borstvoeding.be
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2022 JG 13 NR 2
aangevraagd worden op de redactie
bvl.redactie@gmail.com.
De redactie kan beslissen om advertenties
al dan niet op te nemen. Voor de inhoud van
de advertenties zijn zowel de BVL als de
redactie niet verantwoordelijk.
Inzenden artikels
Het artikel wordt via e-mail gestuurd naar
bvl.redactie@gmail.com. Bij het toesturen
van het artikel moet uitdrukkelijk vermeld
worden of het artikel al elders is aangeboden
voor publicatie. Een artikel voor
het voorjaarsnummer dient ingeleverd te
worden voor 15 maart en voor het najaarsnummer
voor 15 september. De redactie
evalueert of het artikel gepubliceerd wordt.
Indien een aanpassing nodig is, wordt
overleg gepleegd met de auteur. De redactie
behoudt zich het recht voor de tekst aan te
passen. De richtlijnen voor de auteur kunnen
aangevraagd worden bij de redactie.
De redactie is niet verantwoordelijk voor de
inhoud van de artikels. De beschrijving van
feiten, gedachten of opvattingen aangereikt
door de auteurs zijn enkel hun verantwoordelijkheid.
Copyright
toestemming
Uit dit tijdschrift mag gekopieerd worden
mits de vermelding van naam auteur, titel
artikel, BVL Tijdschrift voor Lactatiekundigen,
jaargang en nummer.
׉	 7cassandra://2t98eFlcI795ENOLGz4Hi6r4-rZe9KzHboDmVQ2dMwY`̵ cQ,\فcQ,\؁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YojWIFdlvw7_S9k-rnHYS4Op502xOZACN1iqgrNTpeA `׉	 7cassandra://qdzoilXT4LzlSEUbK4leKF9kywzDcEYUT3mEWMhmhHkV`S׉	 7cassandra://emSjxeoHkF7px-46t9aUdyOYIxYVyqcXR34CJS6Iob4`̵ ׉	 7cassandra://yiNk6_VCfr6QbXVILux-bokK0F_DOMbL3gCz-6oJGSc !͠cQ,\nנcQ,\p 5̴9ׁHmailto:ilse.saenen@bomedys.beׁׁЈ׉ELove
doesn’t need to hurt.
NEW
0% Lanoline
PROTECT - 100% VEGAN
Voor de verzorging van droge en gevoelige tepels bij borstvoeding
Multi-Mam, n°1* adviesproduct van materniteiten,
lactatiekundigen & vroedvrouwen
Direct
soothing
effect
KOMPRESSEN
100% NATUURLIJK
Voor de behandeling & herstel
van tepelkloven én
het voorkomen van infecties.
Verkrijgbaar in de apotheek
Vraag uw stalenpakket aan via ilse.saenen@bomedys.be
* Rondvraag omtrent Multi-Mam kompressen (door Bomedys)
׉	 7cassandra://emSjxeoHkF7px-46t9aUdyOYIxYVyqcXR34CJS6Iob4`̵ cQ,\׈EcQ,\ہcQ,\ځ{ׁ2ׁ> ׁ3 ''' '''   6BVL tijdschrift DECEMBER 2022 - versie website publiekTijdschrift najaar voor publiekcQ|frJO