׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://i5rjJtVdxBtyZuySjsrG79FDehe4mxNS3kqQzutGg7Y `׉	 7cassandra://sCsby_IQypW_a53ki6dUY4b4Egy95vk88d9s3YE0yCIH`R׉	 7cassandra://gDxHSjUiUlWf_iA5f08WmFo9BXIAobocRKHErsLef0k`̴i+i`cט   u׈   )~  ׈Ei+h`I׉Emaart 2026
׉	 7cassandra://gDxHSjUiUlWf_iA5f08WmFo9BXIAobocRKHErsLef0k`̴i+h`Ji+h`IvבCט   vu׉׉	 7cassandra://tu1waIGfr7odl0KX92ypqgjtd8VfW3rdai4Fq2cYdl4 `׉	 7cassandra://eI86qxSuOOqYXF47AyIGe_fKIkdoOcw3s1Mp8Rx6laMA`׉	 7cassandra://K7hAzL78fGOotA-mVeN-qAMAV-4FD7u3v-RKsywtxwk`i i+i`fנi+i`j G9ׁH "http://www.onlinetouch.nl/khorhurdׁׁЈנi+i`i O9ׁH  mailto:khorhurd@ajo-amsterdam.nlׁׁЈ׉E!Colofon
Khorhurd is een maandelijkse uitgave van Armeens
Apostolische Kerk Surp Hoki dat wordt samengesteld
door AJO Amsterdam.
Khorhurd streeft ernaar de gelovigen te informeren
over de Heilige Liturgie, kerkgeschiedenis en
symbolen. De algemene kennis te verbreden en de
preken toegankelijk te maken voor alle kerkgangers.
Dit redactieteam is opgericht door gelovigen voor
gelovigen. ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest
en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn
allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of
Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’
(1 Korintiërs 12:13)
Voor vragen, suggesties en/of bijdragen kun je
contact opnemen via khorhurd@ajo-amsterdam.nl.
Je kunt Khorhurd ook online lezen
www.onlinetouch.nl/khorhurd
Redactie
Seda Abgarian
Armenuhi Alaverdyan
Grigor Ayvazyan
Adrine Bandari - Markarian
Dajana Daniljan
Laetitia Demirbacak
Serge Demirbacak
Alwina Gulian
Vormgeving
Shake Moutafian
2 Khorhurd
Masis Kazorian
Raffi Kazorian
Ani Manukjan
Ana Mgrdichian
Ani Nazari
Suzi Sjabazjan
André Yaghyazaryan
׉	 7cassandra://K7hAzL78fGOotA-mVeN-qAMAV-4FD7u3v-RKsywtxwk`i i+h`K׉E I nhouds
o p g ave
Preken
Preek 1 maart 2026
Preek 8 maart 2026
Preek 15 maart 2026
Preek 22 maart 2026
Preek 29 maart 2026
4
8
12
16
20
i+h`Li+h`KvבCט   vu׉׉	 7cassandra://SNU8WJGhIKtOYoV8D8RNc4kB0iDQZyU-SqAIuy3qKSc ;`׉	 7cassandra://lzfI_Izh7p-TqXG265QcEwSlQRkDqoc-kKXrLfjQukgƆ`׉	 7cassandra://uYSMaU0B66cK49wi1XrUmFbBrLA2I0XSAOaNmszHwHg<@`i i+i`k׉E	+Preek
1 maart 2026
“Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U,
en ik ben niet langer waardig Uw zoon te worden genoemd.
Maak mij tot een van Uw loonknechten.”
– Lucas 15:19
De gelijkenis van de verloren zoon is een
van de meest diepgaande verhalen in het
Evangelie, die de waarheden over menselijke
zonde, berouw, vergeving en Gods oneindige
liefde onthult. In de gelijkenis symboliseren
de twee zonen de hele mensheid, met haar
twee fundamentele morele toestanden. De
jongste zoon, ongeduldig en onvolwassen,
eist zijn erfenis op, verlaat het huis van
zijn vader en verkwist zijn rijkdom in een
losbandig leven. Wanneer ontbering en
honger hem tot zijn dieptepunt brengen,
komt hij tot bezinning, beseft hij zijn zonde
en besluit hij terug te keren naar zijn vader,
zelfs bereid om de status van een dienstknecht
te aanvaarden.
De scène van de terugkeer onthult het
belangrijkste personage in de gelijkenis:
de vader, die God symboliseert. De vader
berispt of veroordeelt zijn zoon niet, maar
rent hem zelfs tegemoet, omhelst hem,
kust hem en herstelt zijn eerbied. Deze
houding laat zien dat voor God de voornaamste
zorg niet de afrekening van de
zonde is, maar de terugkeer en bekering van
de mens. “Hij was verloren en is gevonden.”
De geofferde os, ring, armband en sandalen
symboliseren de herstelde waardigheid van
de mens, zijn autoriteit over de zonde en
zijn vernieuwde leven. Aan de andere kant
vertegenwoordigt de oudste zoon een man
die wetsgetrouw en gelovig is, maar de geest
van vergeving en liefde heeft verloren. Hij
kan zich niet verheugen over de terugkeer
van zijn broer, omdat hij verteerd wordt
door zijn eigen rechtvaardigheid en jaloezie.
De vader herinnert hem eraan dat alles wat
hij heeft al van hem is, maar dat hij zich had
moeten verheugen omdat zijn broer uit de
dood tot leven is teruggekeerd.
Op deze manier waarschuwt het Evangelie
dat uiterlijke vroomheid zonder liefde iemand
kan afleiden van de ware wil van God. De
gelijkenis toont ook de diepe waarheid van
het menselijk leven. Zonde, in welke vorm
dan ook, belast het geweten en verwijdert
de mens van God. Berouw opent echter
altijd de weg terug. De verloren zoon,
hoewel onvolwassen en onervaren, vond
de kracht in zichzelf om terug te keren,
wat een bron van hoop is voor ieder mens.
Het is nooit te laat om je te bekeren.
4 Khorhurd
׉	 7cassandra://uYSMaU0B66cK49wi1XrUmFbBrLA2I0XSAOaNmszHwHg<@`i i+h`M׈Ei+h`Ni+h`MvבCט   vu׉׉	 7cassandra://eNUUCbt_Jt3Sj3reF0IpWAEuh9JoOx8gNwLIDvj31RI }`׉	 7cassandra://isfIfKaLAZrdGCMhaqukSwY_gcVlwSJcQVeZYfvKuLcͼ%`׉	 7cassandra://1P_Hi4FMd-xEQOx-DAqhqaKVIZqEan93KvdG3VjAsRM.2`i i+i`n׉E	Door middel van deze gelijkenis roept
de Kerk de mens op om eigen leven te
onderzoeken en te begrijpen welke weg
hij bewandelt: die van afdwaling of die van
terugkeer. De Kerk is als een barmhartige
vader die zijn verloren kinderen met open
armen ontvangt en hen leidt op het pad
van berouw, gebed en een nieuw leven.
Het ware christelijke leven manifesteert zich
in de harmonie van geloof, liefde en goede
werken. De gelijkenis van de verloren zoon
herinnert ons eraan dat God een wachtende
Vader is, geen rechter. Hij wacht tot de mens
een stap naar Hem zet. Het enige wat ons
rest, is die stap te durven zetten, terug te
keren, onze fouten te erkennen en met een
vernieuwd hart het Koninkrijk van God
binnen te gaan.
Evangelie: Lucas 15:1-32
De zorg om wat verloren is
1
achter om naar het verdwaalde dier op zoek
te gaan tot hij het gevonden heeft? 5
het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde
op zijn schouders 6
het schaap gevonden dat verdwaald was.”
7
En als hij
en gaat hij naar huis. Daar
roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt
tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde
zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan
over negenennegentig rechtvaardigen die
geen inkeer nodig hebben.
En als een vrouw tien drachmen heeft en er
één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt
het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze
het muntstuk gevonden heeft? 9
En als ze het
gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en
buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde,
want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt
was.” 10
Zo, zeg Ik u, heerst er ook vreugde
onder de engelen van God over één zondaar
die tot inkeer komt.’
Alle tollenaars en zondaars kwamen Hem
opzoeken om naar Hem te luisteren. 2
Jezus
Maar
zowel de farizeeën als de schriftgeleerden
zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man
ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3
vertelde hun toen deze gelijkenis: 4
‘Als
iemand van u honderd schapen heeft waarvan
er één verloren is geraakt, laat hij dan niet
de negenennegentig andere in de woestijn
Vervolgens zei Hij: ‘Iemand had twee
zonen. 12
11
De jongste van hen zei tegen zijn
vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit
waarop ik recht heb.” De vader verdeelde
zijn vermogen onder hen. 13
verzilverde de jongste zoon zijn bezit en
reisde af naar een ver land, waar hij een
losbandig leven leidde en zijn vermogen
Na enkele dagen
8
6 Khorhurd
׉	 7cassandra://1P_Hi4FMd-xEQOx-DAqhqaKVIZqEan93KvdG3VjAsRM.2`i i+h`O׉E	verkwistte. 14Toen hij alles had uitgegeven,
werd dat land getroffen door een zware
hongersnood, en begon hij gebrek te lijden.
15
Hij trok eropuit en verhuurde zich aan een
van de inwoners van dat land, die hem op
het veld zijn varkens liet hoeden. 16
Hij had
graag zijn maag willen vullen met de peulen
die de varkens te eten kregen, maar niemand
gaf ze hem. 17
Toen kwam hij tot zichzelf en
dacht: De dagloners van mijn vader hebben
eten in overvloed, en ik kom hier om van
de honger. 18
Ik zal naar mijn vader gaan en
tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd
tegen de hemel en tegen u, 19
ik ben het niet
meer waard uw zoon genoemd te worden;
behandel mij als een van uw dagloners.”
20
Hij vertrok meteen en ging op weg naar
zijn vader.
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem. 21
zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd
tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet
meer waard uw zoon genoemd te worden.”
22
Maar de vader zei tegen zijn knechten:
“Haal vlug het mooiste gewaad en trek het
hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en
geef hem sandalen. 23
Breng het gemeste kalf
en slacht het. Laten we eten en feestvieren,
24
want deze zoon van mij was dood en is
weer tot leven gekomen, hij was verloren
en is teruggevonden.” En ze begonnen
feest te vieren.
De oudste zoon was op het veld. Toen hij
naar huis ging en al dichtbij was, hoorde
hij muziek en gedans. 26
25
Hij riep een van
de knechten bij zich en vroeg wat dat te
betekenen had. 27
De knecht zei tegen hem:
“Uw broer is thuisgekomen, en uw vader
heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij
hem gezond en wel heeft teruggekregen.”
28
Hij werd woedend en wilde niet naar
binnen gaan, maar zijn vader kwam naar
buiten en probeerde hem tot andere
gedachten te brengen. 29
Hij zei tegen zijn
vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit
ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij
iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een
geitenbokje gegeven om met mijn vrienden
feest te vieren. 30
Maar nu die zoon van u
“Vader,”
is thuisgekomen, die uw vermogen heeft
verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor
hem het gemeste kalf geslacht.” 31
bij me, en alles wat van mij is, is van jou.
32
Zijn vader
zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd
We kunnen toch alleen maar feestvieren
en blij zijn? Want je broer was dood en is
weer tot leven gekomen, hij was verloren
en is teruggevonden.”’
Khorhurd
7
i+h`Pi+h`OvבCט   vu׉׉	 7cassandra://DoU0XDk9uwCAgjlVbyFYpGQ074fKz4vZGTiMoLF3EPk +`׉	 7cassandra://abcICc7GZzX0rf19iqcSCJ3ZnkhhQbE7W9ZMKb7h4rs;!`׉	 7cassandra://4D93PXCM2pEQzXpQ1ookeN3cLPT9lVXWvBGz8zdwVI44`i i+j`p׉E	OPreek
8 maart 2026
“Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar
als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste
is ook oneerlijk als het om veel gaat. Jullie kunnen
niet God dienen én de mammon.”
– Lucas 16:10, 13
De gelijkenis van de “Onrechtvaardige
Rentmeester” is één van de diepzinnigste en
tegelijk moeilijkst te begrijpen gelijkenissen
van Jezus. Het verhaal gaat over een rijke
man, wiens rentmeester, aan wie het beheer
van het bezit van zijn heer was toevertrouwd,
onrechtvaardig handelde en het verkwistte.
Wanneer de heer hiervan op de hoogte raakt,
eist hij rekenschap en ontslaat hem van zijn
functie. Geconfronteerd met een onzekere
toekomst, neemt de rentmeester een sluwe
en vooruitziende beslissing: hij vermindert de
schulden van de schuldenaren van zijn heer,
in de hoop dat zij hem later zullen helpen.
Op het eerste gezicht is het verrassend
dat de heer de rentmeester prijst om
zijn onrechtvaardige handelen, maar
de slotwoorden van Jezus onthullen de
ware betekenis van de gelijkenis: niet de
oneerlijkheid wordt geprezen, maar de
wijsheid en het vermogen om op het juiste
moment te handelen. De woorden “maak
vrienden met behulp van de valse mammon”
en “Jullie kunnen niet God dienen én de
mammon” benadrukken dat materiële
goederen geen doel zijn, maar een middel
8 Khorhurd
om tot eeuwige waarden te komen.
Volgens de uitleg van de kerkvaders symboliseert
de onrechtvaardige rentmeester
de zondige mens, die in een toestand van
verwijdering van God leeft, maar tot het
einde van zijn leven de mogelijkheid heeft
om door berouw en bekering redding te
vinden. De daden van de rentmeester worden
voorgesteld als een symbolisch voorbeeld
van liefdadigheid: hij “verzacht de schulden”
met het bezit van zijn heer, wat in geestelijke
zin betekent: het verzoenen van zonden door
goede werken. Aangezien alle goederen
van de wereld aan God toebehoren, is de
mens geroepen deze niet te gebruiken voor
eigenbelang, maar ten dienste van anderen
en voor het heil van zijn ziel.
De gelijkenis herinnert ons eraan dat wij allen
rentmeesters van God zijn, niet alleen van
materiële rijkdom, maar ook van onze gaven,
vermogens en kennis. Elke gave is door God
toevertrouwd en moet dienen voor morele
doelen, niet voor egoïsme of eigenbelang.
De mens kan niet twee heren hebben:
wanneer rijkdom een doel wordt, verandert
׉	 7cassandra://4D93PXCM2pEQzXpQ1ookeN3cLPT9lVXWvBGz8zdwVI44`i i+h`Q׉Ede mens in de “mammon van onrecht”,
maar wanneer de mens het goede dient,
wordt de mens een middel tot redding.
Hedendaagse uitleggers benadrukken
dat Jezus met deze gelijkenis ook de
onverschilligheid van de “zonen van het
licht” bekritiseert: veel christenen zorgen
ijveriger voor hun materiële leven dan voor
hun geestelijke toestand. Het lezen van de
Bijbel, het gebed, het kerkelijk leven en het
onderhouden van de geboden worden vaak
naar de achtergrond geschoven, terwijl de
mens geroepen is met dezelfde wijsheid
en volharding zorg te dragen voor zijn
eeuwig leven.
De kernboodschap van de gelijkenis is dat
het leven tijdelijk is en dat ieder mens op een
dag rekenschap zal moeten afleggen van zijn
daden. Zoals de rentmeester verantwoording
moest afleggen voor zijn beheer, zo zal de
mens verantwoording moeten afleggen
voor zijn leven, woorden, daden en keuzes.
Tijdig tot bezinning komen, het erkennen
van fouten, liefdadigheid en oprecht berouw
kunnen de mens bevrijden van vele pijnen
en hem leiden naar de redding.
Khorhurd
9
i+h`Ri+h`QvבCט   vu׉׉	 7cassandra://org4B2aZCXT4ua2UqvEzKitOOsNJGbInNUq6E0ajHTM `׉	 7cassandra://JRsXAGjnpszyzjSPY3wvH04PX94IquzuzhwWZO1btVwͿO`׉	 7cassandra://P3NsUf3WQ4kLg3eVRvr9l3oaFcmCfggnBa01fuzBB4M.`i i+j`s׉E	In deze periode van de Grote Vasten roept
de Kerk op om afstand te nemen van valse
materiële zekerheden en te kiezen voor de
weg van geestelijke strijd. De ware waarde
van de mens wordt niet gemeten aan de
verzamelde rijkdom, maar aan geloof, liefde,
morele verantwoordelijkheid en goede
daden. Elke daad van liefdadigheid wordt
een voorspraak voor God en berouw en
boetedoening openen de weg naar het
eeuwige leven.
Evangelie: Lucas 16:1-31
Rijkdom en gerechtigheid
1
Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er
was eens een rijke man die een rentmeester
had en te horen kreeg dat de rentmeester
zijn eigendommen verkwistte. 2
heer schuldig?” 6“Honderd vaten olijfolie,”
antwoordde de schuldenaar. De rentmeester
zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga
zitten en maak er gauw vijftig van.” 7
Daarna
vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En
u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen
graan,” luidde het antwoord. De rentmeester
zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er
tachtig van.” 8
En de heer prees de oneerlijke
rentmeester omdat hij slim had gehandeld.
De kinderen van deze wereld gaan immers
slimmer met elkaar om dan de kinderen van
het licht. 9
Ook Ik zeg jullie: maak vrienden met
behulp van de valse mammon, opdat jullie
in de eeuwige tenten worden opgenomen
wanneer de mammon er niet meer is.
De rijke man
riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem:
“Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording
af van je beheer, want je kunt niet langer
rentmeester blijven.” 3
Toen zei de rentmeester
bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn
heer mij het beheer afneemt? Werken op het
land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik
me. 4
Maar ik weet al wat ik moet doen om
ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer
ik van mijn beheerderstaak ben ontheven,
mij bij hen thuis ontvangen. 5
Een voor een
riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich.
De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn
Wie betrouwbaar is in het geringste,
is ook betrouwbaar als het om veel gaat,
en wie oneerlijk is in het geringste, is ook
oneerlijk als het om veel gaat. 11
Als jullie
onbetrouwbaar blijken in de omgang met
de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk
belangrijke dingen toevertrouwen? 12
En als
jullie onbetrouwbaar blijken met wat een
ander toebehoort, wie zal jullie dan geven
wat jullie zelf toekomt? 13
Geen enkele
knecht kan twee heren dienen: hij zal de
eerste haten en de tweede liefhebben, of
hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de
andere verachten. Jullie kunnen niet God
10
10 Khorhurd
׉	 7cassandra://P3NsUf3WQ4kLg3eVRvr9l3oaFcmCfggnBa01fuzBB4M.`i i+h`S׉E	dienen én de mammon.’
14
weggedragen om aan Abrahams hart te
De farizeeën, die geldzuchtig waren,
hoorden dit alles aan en ze haalden honend
hun neus voor Hem op. 15
Maar Jezus zei
tegen hen: ‘U wilt bij de mensen voor
rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw
hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien
staat, is een gruwel in de ogen van God.
De Wet en de Profeten gaan tot aan
Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk
van God verkondigd, en iedereen wordt
16
rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven.
23
Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig
gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in
de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde.
24
Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden
met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat
hem het topje van zijn vinger in water dopen
om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in
deze vlammen.” 25
bedenk wel dat jij je deel van het goede
al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl
Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend;
met klem genodigd binnen te komen.
17
Maar nog eerder vergaan hemel en aarde
dan dat er ook maar één tittel van de wet
wegvalt. 18
Wie zijn vrouw verstoot en met
een ander trouwt, pleegt overspel, en ook
wie trouwt met een vrouw die door haar
man is verstoten, pleegt overspel.
Er was eens een rijke man die gewoon was
zich te kleden in purperen gewaden en fijn
19
linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde.
20
Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor
de poort van zijn huis, overdekt met zweren.
21
Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er
overschoot van de tafel van de rijke man;
maar er kwamen alleen honden aanlopen,
die zijn zweren likten. 22
de bedelaar, en hij werd door de engelen
nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn.
26
Bovendien ligt er een wijde kloof tussen
ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil
gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie
naar ons kan oversteken.” 27
Toen zei de rijke
man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar
het huis van mijn vader stuurt, 28
want ik heb nog
vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat
ze niet net als ik in dit oord van martelingen
terechtkomen.” 29
Abraham zei: “Ze hebben
Mozes en de Profeten: laten ze naar hen
luisteren!” 30
De rijke man zei: “Nee, vader
Abraham, maar als iemand van de doden naar
hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.”
31
Op zekere dag stierf
Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes
en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook
niet laten overtuigen als er iemand uit de
dood opstaat.”’
Maar Abraham zei: “Kind,
Khorhurd
11
i+h`Ti+h`SvבCט   vu׉׉	 7cassandra://q6amtgxjU4wmADX2jDnmK-qPeU70Jyjb2ri1fWdN3Cw `׉	 7cassandra://SeX0B5lcF2X_59RDbH9Lkjk2VdG1QSSX4ev4CsS0MV4͹)`׉	 7cassandra://wP34p0H46RhbKHZtGuXiUWb_YcvSEXvPJRjw4S2Tv6Q6O`i i+j`u׉EPreek
15 maart 2026
“Hoewel ik God niet vrees en geen achting heb voor mensen,
zal ik deze weduwe wreken, omdat ze me steeds lastigvalt,
zodat ze me niet langer kan uitputten door steeds maar
weer terug te komen.”
– Lucas 18:6
Jezus’ gelijkenis over persoonlijk gebed is
een belangrijke leer voor het geestelijk leven
van de gelovige. De gelijkenis beschrijft
een weduwe die werd onderdrukt door een
onrechtvaardige man en naar de stadsrechter
ging in de hoop gerechtigheid te vinden. De
rechter was meedogenloos, vreesde God niet
en had geen respect voor de mensen, daarom
negeerde hij lange tijd de smeekbeden van
de weduwe. De vrouw wanhoopte echter
niet, raakte niet verveeld en bleef steeds naar
dezelfde rechter terugkeren. Uiteindelijk, moe
van het aanhoudende aandringen van de
weduwe, besluit de rechter haar rechten te
verdedigen, niet uit rechtvaardigheidsgevoel,
maar om zijn eigen gemoedsrust te bewaren.
Met deze gelijkenis benadrukt Jezus niet
alleen de noodzaak van gebed, maar vooral
het voortdurende en volhardende karakter
ervan. Als zelfs de onrechtvaardige rechter
uiteindelijk het pleidooi van de weduwe
heeft verhoord, hoeveel te meer zal een
barmhartige en liefdevolle God dan de
oprechte gebeden van Zijn kinderen verhoren.
Gebed wordt voorgesteld als spiritueel
leven, innerlijke vrede en de kracht om de
menselijke ziel ten goede te veranderen.
Jezus zelf is het perfecte voorbeeld van
gebed. Zijn hele leven was doordrenkt van
gebed: Hij begon zijn prediking met gebed,
werd gesterkt door gebed tijdens zijn
bediening en eindigde met gebed in de
Hof van Getsemane, waar hij zich onderwierp
aan de wil van de Vader. Op deze manier
toonde Hij aan dat gebed het fundament
is van een leven dat aan God is gewijd en
de bron van geestelijke kracht.
De tekst benadrukt dat bidden niet alleen
uit woorden bestaat, maar uit een daad van
het hart. God luistert niet naar de veelheid
aan woorden op de lippen, maar naar de
bereidheid, zuiverheid en oprechtheid van
het hart. Gebeden mogen niet gericht zijn
op kwade, egoïstische of schadelijke doelen,
omdat God liefde en goedheid is. Ware
gebeden komen voort uit geloof, nederigheid
en vertrouwen in God.
Er zijn twee vormen van gebed: individueel
12 Khorhurd
׉	 7cassandra://wP34p0H46RhbKHZtGuXiUWb_YcvSEXvPJRjw4S2Tv6Q6O`i i+h`U׉Een gemeenschappelijk. Individueel gebed
is een persoonlijk gesprek van de mens met
God, terwijl collectief gebed een verzoek is dat
wordt gedaan door de eenheid van gelovigen
binnen de kerk. De kerk wordt voorgesteld als
de belangrijkste gebedsplaats, waar iemand
zich losmaakt van wereldse zorgen en deelgenoot
wordt van Gods genade. Wanneer
Jezus spreekt over zich terugtrekken in
afzondering en bidden achter gesloten deuren,
symboliseert dit de ziel van een mens, waar
hij of zij het lawaai van de wereld moet laten
verstommen en zich op God moet richten.
De tekst gaat ook in op de vraag waarom
het soms lijkt alsof gebeden niet worden
verhoord. Het antwoord is dat God altijd
luistert, maar Zijn antwoorden zijn niet
afgestemd op onze verlangens, maar op
onze redding.
Khorhurd
13
i+h`Vi+h`UvבCט   vu׉׉	 7cassandra://n_YnH8ZSJ3TCYoz_GETIU8KJbzBTsesFzx_pTEObcRU vo`׉	 7cassandra://LpSR1cmc3PsAYpNTH9LGECaEdxBgQs9koM0O4JkOSxkͼ`׉	 7cassandra://sdYiOnMS7V1pvzvjmzU2uusboGTqOIh-pZWA7waQzcU.`i i+j`x׉E	God heeft geen haast om de goddelozen
te straffen, omdat Hij hun bekering en
redding wenst. Dit is een uiting van
Gods liefde en geduld.
Gebed is een brug tussen mens en God, een
bron van hoop en vertrouwen die de mens
sterkt in beproevingen. Het moet gepaard
gaan met dankbaarheid, tevredenheid en
een zuiver hart. Iemand die bidt, richt zich
niet alleen op aardse behoeften, maar zoekt
eerst het koninkrijk van God.
Kortom, de gelijkenis van het onophoudelijke
gebed spoort ons aan om niet te wanhopen
en niet te stoppen met bidden, zelfs niet in
momenten van moeilijkheid, pijn en stilte.
Gebed is de adem van de ziel: net zoals
het lichaam niet zonder water kan leven,
zo kan de ziel niet leven zonder levende
gemeenschap met God. Het is het gebed, vol
liefde en geloof, dat een mens in leven houdt,
sterk maakt en hem dicht bij God brengt.
Evangelie: Lucas 17:20-18:14
De komst van de Mensenzoon
20
21en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is
het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het
koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’
22
Tegen de leerlingen zei Hij: ‘Er komt een
tijd dat jullie ernaar zullen verlangen een van
de dagen van de Mensenzoon te zien, maar
jullie zullen die dag niet meemaken. 23
Dan
zullen de mensen tegen jullie zeggen: “Kijk
daar!” of: “Kijk hier!” Maar doe dat niet en
schenk er geen aandacht aan. 24
Want zoals
de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene
naar de andere kant van de hemel flitst, zo
zal de Mensenzoon verschijnen. 25
Maar eerst
moet Hij veel lijden en door deze generatie
verworpen worden. 26
En zoals het eraan
toeging in de dagen van Noach, zo zal het
ook zijn in de dagen van de Mensenzoon:
27
ze aten, ze dronken, ze trouwden, ze werden
uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach
de ark binnenging en de vloed kwam die
iedereen verzwolg. 28
Of zoals het eraan
toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze
dronken, ze kochten, ze verkochten, ze
plantten, ze bouwden; 29
Toen de farizeeën Jezus vroegen wanneer
het koninkrijk van God zou komen,
antwoordde Hij hun: ‘De komst van het
koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen,
maar op de dag
waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende
het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen
allen om. 30
Zo zal het ook gaan op de dag
waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard.
31
Wie op die dag op het dak van zijn huis is
14 Khorhurd
׉	 7cassandra://sdYiOnMS7V1pvzvjmzU2uusboGTqOIh-pZWA7waQzcU.`i i+h`W׉E	moet niet beneden nog zijn bezittingen gaan
halen, en wie op het land is moet niet naar
huis terugkeren. 32
Denk aan de vrouw van
Lot! 33Wie probeert zijn leven veilig te stellen
zal het verliezen, maar wie het verliest zal het
behouden. 34
Ik zeg jullie, die nacht zullen er
twee in één bed liggen: de een zal worden
meegenomen, de ander achtergelaten.
35
Twee vrouwen zullen samen aan het malen
zijn: de een zal worden meegenomen, de
ander achtergelaten.’ 37
Ze vroegen Hem:
‘Waar, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Waar een lijk
is, daar verzamelen zich de gieren.’
Hij vertelde hun een gelijkenis over de
noodzaak om altijd te bidden en niet op te
geven: 2
die voor God geen ontzag had en zich van
de mensen niets aantrok. 3
Er woonde ook
een weduwe in die stad, die steeds weer
naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij
recht in het geschil met mijn tegenstander.”
4
Maar lange tijd wilde hij dat niet doen.
Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik
voor God geen ontzag en trek ik me van de
mensen niets aan, 5
toch zal ik die weduwe
recht verschaffen omdat ze me last bezorgt.
Anders blijft ze eindeloos bij me komen en
vliegt ze me nog aan.’ 6
Toen zei de Heer:
‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht
1
hij ook het recht. 7
Zal God dan niet zeker
recht verschaffen aan zijn uitverkorenen,
die dag en nacht tot Hem roepen? Hij hoort
hen immers geduldig aan. 8
Ik zeg jullie dat
Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar
als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof
vinden op aarde?’
De erfgenamen van het koninkrijk van God
9
Met het oog op degenen die zichzelf
rechtvaardig vinden en anderen minachten,
vertelde Hij de volgende gelijkenis. 10
‘Twee
mensen gingen naar de tempel om te bidden,
de een was een farizeeër en de ander een
tollenaar. 11
De farizeeër stond daar rechtop
‘Er was eens een rechter in een stad
en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet
ben als de andere mensen, die roofzuchtig
of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat
ik ook niet ben als die tollenaar. 12
Ik vast
tweemaal per week en draag een tiende van
al mijn inkomsten af.” 13
De tollenaar echter
bleef op een afstand staan en durfde niet
eens zijn blik naar de hemel te richten. In
plaats daarvan sloeg hij zich berouwvol op
de borst en zei: “God, wees mij zondaar
genadig.” 14
iemand die rechtvaardig is in de ogen van
God, maar die ander niet. Want wie zichzelf
verhoogt zal worden vernederd, en wie
zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als
Khorhurd
15
i+h`Xi+h`WvבCט   vu׉׉	 7cassandra://Djly0gzQPey9xBfxBw3OkfyKvmlbpdEyfJ2KR-uXiA8 "`׉	 7cassandra://dKpqMbJBc911HL3SQMK5jBeghevI5zeLjJVYaLzTRms`׉	 7cassandra://IZ83vZ6owF4WktCejQovL7V191ypQrulagbBNQ0-bkI<`i i+k`z׉E	Preek
22 maart 2026
De Zondag van de Advent herinnert ons aan de eerste komst van de Heer
Jezus Christus in de wereld en richt ons tegelijk op de oproep om ons voor
te bereiden op Zijn tweede, glorieuze komst. De diepe betekenis van deze dag
omvat het hele verhaal van de verlossing van de mensheid: van de bevrijding
uit de zonde tot de belofte van het eeuwige leven.
De Heer Jezus kwam naar de wereld om
de mens die door de zonde was gevallen
te herstellen. Hij kwam als de Barmhartige
Samaritaan om de geestelijk gewonden te
genezen, hen die van God waren afgedwaald
terug te brengen, het verloren schaap te
zoeken en de mens opnieuw te vestigen in de
liefde van God. Christus werd onze vreugde,
onze genezing, onze reinheid en het voedsel
van onze ziel. Door Zijn aanwezigheid ontving
de mens die in de duisternis leefde het licht,
de dove het gehoor, de stomme de spraak,
de verlamde het vermogen om te lopen,
en wie onder de heerschappij van de dood
leefde, ontving de hoop op leven.
Christus kwam om de onrustige ziel van de
mens tot rust te brengen, hem te bevrijden
uit de macht van het kwaad en hem te
leren wandelen op Gods weg in geloof,
gerechtigheid en heiligheid. Zijn verlossing
is niet beperkt tot één volk of één groep;
zij is aangeboden aan de hele mensheid.
Maar de Zondag van de Advent herinnert
ons er ook aan dat op de eerste komst van
Christus een tweede zal volgen. De eerste
keer kwam Hij in nederigheid, als het Lam;
16 Khorhurd
de tweede keer zal Hij komen in heerlijkheid,
als Rechter en Koning. Bij Zijn eerste komst
vergaf Hij de zonden; bij Zijn tweede zal Hij
de mens rechtvaardigen of oordelen naar de
weg van zijn leven. De eerste keer zaaide Hij
het Woord van God, de tweede keer zal Hij
de vruchten ervan oogsten.
Dit besef roept ons op tot voortdurende
waakzaamheid. De tweede komst van Christus
kan op elk moment plaatsvinden, en de mens
kent noch de dag noch het uur. Daarom is de
gelovige geroepen tot bekering, geestelijke
waakzaamheid en gebed. Als de Heer
onverwachts verschijnt, in welke toestand
zal Hij de mens dan aantreffen: in zonde, in
onverschilligheid, of op de weg van geloof
en liefde?
Klaar zijn voor de komst van Christus
betekent leven naar Zijn wil: afstand doen
van huichelarij, kwaad en zonde; de naaste
liefhebben, mededogen tonen met de arme,
en niet zoeken naar aardse roem maar naar
hemelse waarden. Ware bereidheid is alleen
mogelijk door ons volledig aan Christus over
te geven, want Hij is het die door de Heilige
Geest de mens verandert en vernieuwt.
׉	 7cassandra://IZ83vZ6owF4WktCejQovL7V191ypQrulagbBNQ0-bkI<`i i+h`Y׈Ei+h`Zi+h`YvבCט   vu׉׉	 7cassandra://d7S81rmHIo4ZZMy3GZvsAF3HOFeEomSOHMTLJnCDFpM ``׉	 7cassandra://HOli7yGghlQJHgB-ymeg1fyqAILV9omGkVGXEKiv8PEb`׉	 7cassandra://KzmidD1D0vmqj-kd19MvRRo7z3kt8ThvbBbSUMH_HKg2W`i i+k`|׉E
iDe Zondag van de Advent herinnert ons
ook aan het doel van de komst van de Heer.
Christus kwam als dienaar om ons te dienen
en ons een voorbeeld van nederigheid te
geven. Hij kwam als de “nieuwe Adam” om
te herstellen wat de mensheid door de oude
Adam had verloren. Door Hem werd de deur
van het paradijs geopend en werd de mens
opnieuw uitgenodigd tot het eeuwige leven.
Christus kwam niet alleen om de gevolgen
van de zonde uit te doven, maar ook om het
vuur van de zonde in het hart van de mens
te blussen en hem tot overwinnaar over de
zonde te maken. Hij kwam om de door zonde
verouderde mens te vernieuwen, de ziel te
verfraaien, de mens bruikbaar te maken voor
Gods werk en hem te richten op het eeuwige
doel.
Christus kwam ook om te sterven, zodat Hij
door Zijn dood leven zou schenken aan hen
die geestelijk gestorven waren. Hij is het die
de ziel kan doen leven, haar kan optillen uit
de doodskuil van de zonde en de mens kan
maken tot erfgenaam van het Koninkrijk van
God.
De Zondag van de Advent stelt ons een
vraag: leven wij in onze ziel, of zijn wij dood?
De mens die berouw toont, wordt levend;
wie zich van God heeft verwijderd, blijft in
geestelijke dood. Daarom nodigt deze dag
ons uit om ons leven te herzien, tot bekering
18 Khorhurd
te komen en ons met vertrouwen voor te
bereiden op de glorieuze komst van de Heer.
Evangelie: Lucas 21:5-38
De komst van de Mensenzoon
5
Toen er gesproken werd over de tempel, over
de mooie stenen en wijgeschenken waarmee
hij versierd was, zei Hij: 6
‘Wat jullie hier zien
... er zullen dagen komen waarop geen steen
op de andere zal blijven; alles zal worden
afgebroken.’ 7
Ze stelden Hem toen de vraag:
‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren
en aan welk teken kunnen we het herkennen?’
8
Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden.
Want er zullen velen komen die mijn naam
gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De
tijd is gekomen.” Volg hen niet! 9
Als jullie
berichten horen over oorlog en opstand,
raak dan niet in paniek. Die dingen moeten
eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen
het einde.’ 10
Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal
tegen het andere ten strijde trekken en het
ene koninkrijk tegen het andere, 11
er zullen
zware aardbevingen komen en hongersnoden
en epidemieën alom, en er zullen aan de
hemel grote en verschrikkelijke tekenen
verschijnen. 12
Maar eerst zullen jullie worden
mishandeld en vervolgd en uitgeleverd
aan de synagogen, jullie zullen worden
opgesloten in de gevangenis en worden
voorgeleid aan koningen en gouverneurs
omwille van mijn naam. 13
Dan zullen jullie
moeten getuigen. 14Bedenk wel dat jullie
je verdediging niet moeten voorbereiden.
׉	 7cassandra://KzmidD1D0vmqj-kd19MvRRo7z3kt8ThvbBbSUMH_HKg2W`i i+h`[׉E
Want Ik zal jullie woorden van wijsheid
schenken die door geen van je tegenstanders
kunnen worden weerstaan of weersproken.
16
15
Zelfs je ouders en broers, verwanten en
vrienden zullen je uitleveren, en ze zullen
sommigen van jullie ter dood laten brengen.
17
Jullie zullen door iedereen worden gehaat
omwille van mijn naam. 18
je hoofd zal verloren gaan. 19
standvastigheid!
20
Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door
legertroepen omsingeld is, weet dan dat
de verwoesting van de stad nabij is. 21
Maar geen haar van
Red je leven door
zullen wankelen. 27Maar dan zullen ze op een
wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed
met macht en grote luister. 28
Wanneer dat
alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef
je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’
Hij vertelde hun ook een gelijkenis:
‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere
bomen. 30
Als je ziet dat ze uitlopen, weet
je dat de zomer in aantocht is. 31
Zo moeten
jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet
gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij
is. 32
Wie in
Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie
in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie
op het land is moet niet naar de stad gaan,
22
Wat zal het rampzalig
want in die dagen wordt de straf voltrokken,
waardoor alles wat geschreven staat in
vervulling zal gaan. 23
zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger
zijn of een kind aan de borst hebben! Want
het land zal in diepe ellende verkeren, en een
zwaar vonnis zal de bevolking treffen. 24
De
inwoners zullen omkomen door het zwaard
of overal heen in gevangenschap worden
weggevoerd, terwijl Jeruzalem vertrapt zal
worden door heidenen, tot hun tijd voorbij
is. 25
Hemel en aarde zullen
verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen
nooit. 34
Ik verzeker jullie: deze generatie zal
zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die
dingen gebeuren. 33
Pas op dat jullie hart niet afgestompt
raakt door de roes en de dronkenschap en de
zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag
jullie overvalt, 35
dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over
allen die waar ook op aarde wonen. 36
Wees
waakzaam en bid onophoudelijk dat je kracht
ontvangt om te ontkomen aan de dingen die
gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon
te kunnen verschijnen.’
Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en
de maan en de sterren, en op aarde zullen de
volken sidderen van angst voor het gebulder
en het geweld van de zee; 26
Overdag gaf Hij onderricht in de tempel,
maar ’s avonds vertrok Hij om de nacht door
te brengen op de Olijfberg. 38
37
onvoorspelbaar als een val die
29
Iedere ochtend
de mensen zullen
bezwijken van angst om wat er met de wereld
zal gebeuren, want de hemelse machten
Khorhurd
19
kwam het hele volk al vroeg naar de tempel
om naar Hem te luisteren.
i+h`\i+h`[vבCט   vu׉׉	 7cassandra://MgcmTcNgICOOWb79-4_rnIsjsIORcr7JFXR6ofXceoc `׉	 7cassandra://xG8b6XqkOWeXs1w5fGi4b8BWNhz1eez6R_uml_VDiCE͹`׉	 7cassandra://33dGLXkA6wttKvSMB6fwjzNSS-UjW-tnjCeyuMuifeE4`i i+k`~׉EPreek
29 maart 2026
De triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem is een van de meest
mysterieuze en ontroerende episodes in het leven van Christus. Het feest
van Palmzondag is niet alleen een historische herinnering, maar een levende
spirituele gebeurtenis die elk jaar opnieuw wordt beleefd in het hart van de
gelovige. Op die dag wordt de ziel vervuld van vreugde met een kinderlijke
eenvoud, omdat Christus’ intrede buiten de poorten van Jeruzalem is.
Hij wil de innerlijke wereld van de mens binnengaan, het middelpunt
van zijn leven worden.
Bij zijn intrede in Jeruzalem werd Christus door
de menigte begroet met de vreugdevolle
kreten “Hosanna”. De mensen voelden dat
degene die voor Hem stond geen gewoon
mens was. Zijn aanwezigheid veroorzaakte
een onverklaarbare innerlijke beroering in
de zielen van de mensen. Mensen spreidden
hun kleren voor Hem uit, als teken van hun
nederigheid en eerbied. Dezelfde menigte
die Christus met vreugde had aanvaard, zou
echter al snel hun geloof verzwakken door
angst voor gezag en menselijke zwakheid.
Net zoals de apostel Petrus Christus zou
verloochenen, zo zouden de mensen zwijgen
in het aangezicht van de waarheid.
De intocht van Christus in Jeruzalem was
niet voor iedereen een reden tot vreugde.
De hogepriesters en schriftgeleerden
beraamden op dat moment al een plan om
Hem te doden, omdat Christus’ woorden de
waarheid openbaarden en valse vroomheid
veroordeelden. Deze intocht was het begin
van de weg die zou leiden naar het kruis
en Golgotha.
Met Christus’ intocht in Jeruzalem krijgt het
Paasfeest een nieuwe betekenis. Door zijn
kruisiging wordt de oude mens vernietigd en
door zijn opstanding wordt de nieuwe mens
geboren, bevrijd van zonde en de macht
van de dood. Het offer van Christus opent
de deur naar het eeuwige leven en roept
de mensheid op tot bekering, om het oude,
zondige leven af te zweren en het licht van
het Evangelie aan te trekken.
Palmzondag is het moment in het leven
van de Kerk waarop de gelovige Christus
bewust verwelkomt en met Hem begint te
wandelen. Aanvankelijk juichen we en zingen
we “Hosanna”, maar in het leven verzwakken
we vaak in ons geloof. De christelijke roeping
is echter om met Christus te wandelen, niet
20 Khorhurd
׉	 7cassandra://33dGLXkA6wttKvSMB6fwjzNSS-UjW-tnjCeyuMuifeE4`i i+h`]׉Ealleen op het pad van vreugde, maar ook op
het pad van pijn, helemaal tot aan Golgotha,
zodat we, staande bij het kruis, het wonder
van de opstanding mogen ontvangen. Zij
die in de opstanding van Christus geloven,
worden voortdurend vernieuwd en leiden
een leven dat door God gegeven is.
Palmzondag heeft ook een grote betekenis
voor families en generaties. Op deze dag
worden ouders opgeroepen om hun kinderen
geestelijk voor te bereiden op de kerkdienst
en hen te onderwijzen in reinheid, geloof en
gebed. De processie met olijf- en palmtakken
symboliseert de menselijke ziel, die het
nieuwe Jeruzalem moet worden, zodat
Christus daar kan binnengaan en zijn hele
leven kan zegenen en verfraaien.
Khorhurd
21
i+h`^i+h`]vבCט   vu׉׉	 7cassandra://QiQ82NQoqLx_rhmCwntbK_blFMjwv2SlJSIHIsTtgxw  `׉	 7cassandra://s48MdXMzF7OnMgm4DKu3wuvUohrscRjfMBTH8w1-BYM`׉	 7cassandra://Vx01TdFuKQxMYXTSmMoW4788-UV2J8DRRejcRqSslygH`i i+k`׉E	Evangelie: Lucas 19: 29-48
Intocht in Jeruzalem
29
berisp uw leerlingen.’ 40
Toen Hij Betfage en Betanië bij de
Olijfberg naderde, stuurde Hij twee van de
leerlingen vooruit 30
en zei tegen hen: ‘Ga
naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie
een vastgebonden veulen vinden, dat nog
nooit door iemand bereden is. Maak het los
en breng het hier. 31
Als iemand jullie vraagt:
“Waarom maken jullie het los?”, moeten jullie
antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’
32
De beide leerlingen gingen op weg en
vonden het veulen, precies zoals Jezus had
gezegd. 33
Toen ze het dier losmaakten,
vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken
jullie het los?’ 34
heeft het nodig.’ 35
Ze antwoordden: ‘De Heer
Daarna brachten ze het
veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels
over het dier en lieten Jezus erop zitten.
36
Onderweg spreidden de leerlingen hun
mantels voor Hem op de weg uit. 37
Toen Hij
op het punt stond de Olijfberg af te dalen,
begon de hele groep leerlingen vol vreugde
en met luide stem God te prijzen om alle
wonderdaden die ze hadden gezien. 38
Ze
riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in
de naam van de Heer! Vrede in de hemel en
eer aan de Allerhoogste!’ 39
Enkele farizeeën
in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester,
Maar Hij antwoordde:
‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden
de stenen het uitschreeuwen.’
Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen,
begon Hij te huilen om de stad. 42
Hij zei:
‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat
vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je
verborgen, ook nu. 43
Want er zal een tijd
komen dat je vijanden belegeringswerken
tegen je oprichten, je omsingelen en je van
alle kanten insluiten. 44
Ze zullen je met de
grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen,
en ze zullen geen steen op de andere laten,
omdat je de tijd van Gods ontferming niet
hebt herkend.’
Hij ging naar de tempel, waar Hij de
handelaars begon weg te jagen, 46
45
met de
woorden: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis
moet een huis van gebed zijn,” maar jullie
hebben er een rovershol van gemaakt!’
47
Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel.
De hogepriesters, de schriftgeleerden en
de leiders van het volk wilden Hem uit de
weg ruimen, 48
maar ze wisten niet hoe ze
dat moesten doen, want het hele volk hing
aan zijn lippen.
41
22 Khorhurd
׉	 7cassandra://Vx01TdFuKQxMYXTSmMoW4788-UV2J8DRRejcRqSslygH`i i+h`_׈Ei+h``i+h`_vבCט   u׉׉	 7cassandra://jx0VlupLDuKwaZbX6xdsbWPzxusP-50LdIFFHOWFcpk `׉	 7cassandra://UT8gr2vpx6AHmfAKkww9a6OPp5yO3VUwzJe3rqA3krc5`R׉	 7cassandra://bC7b2KGaEaYHIauj962hx8yYxFAU578R_uPMz69DT5wt`̴i+k`׉E׉	 7cassandra://bC7b2KGaEaYHIauj962hx8yYxFAU578R_uPMz69DT5wt`̴i+h`a׈Ei+h`bi+h`av)Khorhurd maart 2026i+h)~]