×‰?×�B!Ü ×‘C’×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://KS4dIY_oZRBXcc3HhSLaQbphDJidMOhMTjwZYFwMYAgÎ EÃÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://G37qJug33nGtyk99Ars_k2rrw4ScSJH0Zcmn0N1bvmAÍ[]Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://-NmnOMvJ8lJWb2unfamyNs8ZpfzbYNqssymTeJC5k2UÍ"÷Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://eDC2dTy3cAdQjP9fKHPt0cEJ4-s1dSuS5MKiHO9OIOoÎ QÌ‚Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòwë×˜š�   �ÍàÍ{�u×ˆœ�×   ¯*<û  ×ˆE�×eÙ†l–Zòw±×‰EÚ CJ UN I 2023
JAARGANG 14 NR 1
Tijdschrift voor
LACTATIEKUNDIGEN
BVL
×‰	Ú 7cassandra://-NmnOMvJ8lJWb2unfamyNs8ZpfzbYNqssymTeJC5k2UÍ"÷Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòw²�×eÙ†l–Zòw±�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://5klGKeymnHWd0useYbdjLhI7wth4vc-0Wj12yR5oAfMÎ *ÇÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://BNQ7oi84zabJ-Ww5XNRBUB1RmakQRE6yFcLb5VAGiLMÍ\©Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://ePddgbp3AIHXiJFSR4MLYJ6FiPy-ZYenrvbfvcfPfNkÍ Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://K4p58bg1D9sUkXYrhyyvEmV0G5Op8J2CCkMDN2k9CLQÎ ‘ÍOÚÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòwí×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://1gyChSnzK7zFu1ZM6uAa7JgHz_BcPWiZc5TTbpvURpoÎ ô†Í` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://BpthyIpFIpBKBE8S5b6qdWOg1f5oqLVLXGQa6I--FGIÍIÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://rqonPgTmsD6U8OKeEE2wSfV4DZl1s0eX5RejKXIN2AwÍšÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://2bRskyScu6dgN-tR7Chocpd0ImYqR10Zg5Kcfyhu1HMÍT<Ì¦Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòwî‘× ��×eÙ†l–Zòwñ� Í‰Í¨�Ì¤�9×�H½mailto:bvl.redactie@gmail.com×�×�Ðˆ×‰EÚROPROEP TOT PROJECTEN 2023
BEURS VOOR ONDERZOEK
IN VERLOSKUNDE
Objectief :
De ontwikkeling bevorderen van onderzoek
in VERLOSKUNDE om de perinatale
gezondheid te verbeteren
Om een project te fi nancieren:
â€¢ Onderzoeksproject buiten
bachelor of master opleiding
â€¢ Onderzoeksproject binnen het
kader van een bachelor of
master opleiding: thesis of
masterproef
UITSLUITEND VOOR
VROEDVROUWEN
Uiterste datum voor het indienen van
31/08/2023
Inschrijving via internet:
www.stichting-mustela.be
voor bijkomende informatie:
tel 02 467 61 01
Avec les professionnels de santÃ©, pour la petite enfance
×‰	Ú 7cassandra://ePddgbp3AIHXiJFSR4MLYJ6FiPy-ZYenrvbfvcfPfNkÍ Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòw³×‰EÚ
‡BVL
Vanwege de redactie
Beste leden,
H
Prettige zomer!
De redactie
3
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
.et is opnieuw een warme zomer, niets leuker dan genieten met een koel drankje en boeiende
lectuur onder de parasol! We presenteren daarom graag de zomereditie van het tijdschrift,
met een waaier aan interessante artikelen.
In het najaar is het uitkijken naar het BVL Congres op 9 november 2023 in Gent. Daarna
vindt voor het eerst in de geschiedenis het Internationale Elacta-Congres plaats in ons land.
Blokkeer alvast 17 en 18 mei 2024 in jouw agenda voor het tweejaarlijks congres te Luik!
Borstkanker is helaas een ziekte die veel vrouwen treft, ook op jonge leeftijd. Eugenie Mornie brengt ons
inzicht in de mogelijkheden om borstvoeding te geven bij vrouwen die borstkanker overwonnen.
De interessante lezingen door Prof. Ian Paul, Dr. Tim Walrave en Dr. Binu Singh van het jaarlijkse BVL congres
op 17 november 2022 werden samengevat door Christel Geebelen en Astrid De Brabandere.
De Milks â€™n Boobsbar op Pukkelpop was vorig jaar een groot succes, Evi Geuten, Manon Liebe en Sylvie
Vercammen nemen ons mee naar de festivalweide om de sfeer op te snuiven!
Twee kinderen, twee heel verschillende borstvoedingservaringenâ€¦. Mama Nele Peeters kroop in de pen en
deelt haar verhaal.
In mei vorig jaar publiceerden zowel ABM als Pamela Douglas nieuwe inzichten rond preventie en
behandeling van het mastitis-spectrum. Hun adviezen die daaruit voortvloeien komen niet steeds overeen.
Veerle Van Bocxstaele en Christel Geebelen namen de artikels onder de loep en brengen hiervan een
overzicht. Ook de aangepaste adviezen van Kind & Gezin, die momenteel al toegepast worden, delen we met
jullie. Op het jaarlijkse BVL congres op 9 november 2023 in Gent zal mastitis eveneens de hoofdrol spelen.
Er is steeds meer wetenschappelijke informatie over borstvoeding beschikbaar, ook voor moeders. Minke
Siesling stelt zich de vraag hoe ver we als lactatiekundige moeten gaan in de informatieoverdracht naar de
moeder en hoe dat het intuÃ¯tief voeden van de moeder beÃ¯nvloedt.
Schurft of scabiÃ«s, we denken er liever niet te veel over na maar het is een infectieziekte die aan een opmars
bezig is. Gelukkig kan het behandeld worden, ook bij moeders die borstvoeding geven. Astrid De Brabandere
brengt de essentie hiervan.
Ten slotte doen wij als redactieraad graag een warme oproep. Voor het tijdschrift zijn wij continu op zoek
naar nieuwe artikels, waarvoor we jouw hulp kunnen gebruiken. Daarnaast is de redactieraad ook op zoek
naar gemotiveerde medewerkers. Heb je interesse of wil je meer informatie, aarzel dan niet om ons te
contacteren via bvl.redactie@gmail.com !
×‰	Ú 7cassandra://rqonPgTmsD6U8OKeEE2wSfV4DZl1s0eX5RejKXIN2AwÍšÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòw´�×eÙ†l–Zòw³�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://-h5940SKL7exO0nh7_vBoBPQvOMswO3-dXjcA3N67G4Î &�Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://pjIP4vIZ1ajkAmxkBbMVw7Q3-0lfiYovrAMn-ouR7DoÍWÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://MIEbnYRrcPlX0jsu3_mntG5Ij6lX-O6Oma-VDcp1isAÍ^Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://hVm9AWSa5qQazyA8UCf6Ua3oSKbTdimdGtCnKjCIGowÎ dÍDÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòwò×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://TzU4qqmLDbgk54g7tI35zjEnM7tn2yv0IPLPm0lp8xsÎ ~ÃÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://c1aLv-22XfQCQk36ob523r3_Mm1L6zaUR9qAMhEiZNYÍ&¸Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://AFfMWbNCIXXwPUW1vZl8sTBNuRzDGGLQ_tw0bCsVG-MÍÇÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://jLGalnbn1NU9nMV71f56KMjN8uSHabnlam6nYLZU6ZYÍGÁzÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòwó×‰EÚ ~06
29
48
26
Verslag BVL congres 2022
16
53
50
scabiÃ«s
!OPROEP!
47
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
4
28
×‰	Ú 7cassandra://MIEbnYRrcPlX0jsu3_mntG5Ij6lX-O6Oma-VDcp1isAÍ^Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwµ×‰EÚøBVL
Tijdschrift voor Lactatiekundigen
Inhoud
06 Borstvoeding geven na borstkanker
16 BVL Congres 2022
26 Borsten op slot
28 Milk'n Boobsbar op Pukkelpop - #normalizebreastfeeding
29 Nieuwe inzichten hertekenen de preventie en behandeling van mastitits
en andere goedaardige borstproblemen bij borstvoeding
48 Kind en Gezin: Nieuwe adviezen rond mastitis-spectrum
50 Casus: ScabiÃ«s bij een borstvoedende moeder, wat nu?
52 Column: Voeden op gevoel
5
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://AFfMWbNCIXXwPUW1vZl8sTBNuRzDGGLQ_tw0bCsVG-MÍÇÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòw¶�×eÙ†l–Zòwµ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://SPp2qi57lujxcAfOay4Dtih2ZKGUcHNKvfi-684kEWUÎ ÖÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://ha7XYtObqZvjx8I_cuvk_wwYKm8kd4MOJ2Yijw19ac0Íc¸Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://0e5kZM3vq0c9ehXJw1OOrDgV8DbBttxeaxSNclMmnfQÍùÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://p1pPQQveFawA_dpPQctLWT9pFxRZDak_ErSg96CH-9oÍíZÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://Jr7DEOjLn3dkDAKVH_rayerOeKjbe4VNO40Feis4yioÎ kÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://KrywDxbuxLrPshsDR_KlO8gmE09_lYeW0tZADla-M8gÍcÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://MtASc8aljaVH2s9h02qXsPmcOsbpkPd7Hp23tWxt0lEÍÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://-gQBtzZY7fAVnEC7uEBv1O5A_XgSazHG2BQsBkj9hdkÎ ›Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×‰EÚ
4BVL CONGRES 2022
BVL Congres 2022
Astrid De Brabandere, verpleegkundige en lactatiekundige.
Christel Geebelen, verpleegkundige en lactatiekundige IBCLC.
Donderdag 17 november 2022 vond het jaarlijkse BVL congres plaats in Gent. Na twee
jaren online ontmoeten, konden we elkaar terug in levende lijve zien. Wie online meevolgen
praktischer vond, kon dat eveneens. Het hybride congres bleek een gesmaakt
concept. Ook dit jaar waren er lokale en internationale gasten. We brengen jullie graag
een kort overzicht van de lezingen met de visie van de sprekers.
Keynote speaker Dr. Ian M. Paul is hoogleraar kindergeneeskunde en gezondheidswetenschappen
aan het Penn State College of Medicine en hoofd van de afdeling kindergeneeskunde
aan het Penn State Hershey Children's Hospital. Hij bracht ons het resultaat
van zijn onderzoeken naar voeden op vraag, responsief voeden, kamer delen en slaap en
de Newborn Weight Tool.
Tim Walrave, psychiater met specialisatie zwangerschap gerelateerde psychiatrie en
opleider in Enschedee, bracht tijdens ons congres in 2021 al een boeiende lezing over
borstvoeding als beschermende factor voor maternale postpartum depressie. Dit jaar
nodigden we hem opnieuw uit om ons inzicht te geven in hechtingsproblematiek en de
invloed in het latere leven.
Dr. Binu Singh is kinderpsychiater en psychotherapeut gespecialiseerd in Infant Mental
Health en voorzitter van WAIMH Vlaanderen. Zij is verbonden aan UPC KULeuven. Zij
deelde inzichten in wat kinderen nodig hebben voor een kansrijke start.
Prof. Ian Paul,
MD-MSc, Chief Academic General Pediatrics Penn State College of Medicine, Hershey, PA, USA
Voeden op vraag, responsief voeden, kamer delen en slaap:
impact op de gezondheid van moeder en kind
Wat is de optimale slaapplaats voor
babyâ€™s met het oog op de gezondheid
van moeder en kind?
De meningen over het bed delen versus
de kamer delen met een baby verschillen
naargelang de focus ligt op borstvoeding
of op slaapveiligheid. Volgens de data komt
wiegendood in meer dan 90% van de gevallen
voor in de eerste 6 maanden en is er op
heden geen bewijs dat de kamer delen na
de leeftijd van 6 maanden preventief werkt
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
16
voor wiegendood.
Na 6 maanden ontwikkelen kinderen scheidingsangst
en dan kan het veranderen van
een routine een probleem vormen. Wachten
tot 1 jaar om kinderen op de eigen kamer te
leggen wordt niet ondersteund door wetenschappelijk
bewijs.
In het kader van het INSIGHT onderzoek
(Intervention Nurses Start Infants Growing
on Healthy Trajectories) naar preventie
van snelle gewichtstoename en obesitas
×‰	Ú 7cassandra://0e5kZM3vq0c9ehXJw1OOrDgV8DbBttxeaxSNclMmnfQÍùÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÁ×‰EÚbij kinderen, werden slaaproutines, -veiligheid
en -omgeving bevraagd (Paul et al.,
2017). 60% van de ondervraagden startte
met borstvoeding, 50% gaf nog steeds
voornamelijk borstvoeding aan de leeftijd
van 4 maanden en 33% aan de leeftijd van
9 maanden. De gezinnen konden verdeeld
worden in 3 groepen: de vroege onafhankelijke
slapers (die op een eigen kamer slapen
op een leeftijd jonger dan 4 maanden), de
late onafhankelijke slapers (die op een eigen
kamer slapen op een leeftijd tussen 4 en 9
maanden) en de kamerdelers ( op de leeftijd
van 9 maanden) .
Op de leeftijd van 4 maanden, was het aantal
uren slaap van de babyâ€™s bij de drie groepen
gelijkaardig. Op de leeftijd van 9 maanden
sliepen de vroege onafhankelijke slapers
40 minuten langer dan de kamerdelers en
26 minuten langer dan de late onafhankelijke
slapers. Op de leeftijd van 1 jaar was
er opnieuw geen verschil tussen de drie
groepen. Op 2,5 jaar zien we dat de groep
van vroege onafhankelijke slapers 45 minuten
langer slaapt dan de kinderen die de
kamer delen. Bovendien werd vastgesteld
dat de vroege onafhankelijke slapers een
meer consequente slaaproutine hadden, een
langere slaapduur, minder nachtvoedingen
en minder kans om voedend terug in slaap
gebracht te worden. Vroege onafhankelijke
slapers hadden ook een veiligere slaapomgeving
zonder bvb. kussens, knuffels of
troostdekentje; en belandden minder vaak
in het bed van hun ouders. Bij kamer delen
werden ook andere negatieve gevolgen
gerapporteerd zoals minder efficiÃ«nte slaap
bij de ouders, minder goede relatie tussen
partners en meer depressie. Slaaptekort
van de ouders wordt ook geassocieerd met
meer postpartumdepressie, hoofdtraumaâ€™s
door mishandeling, kindermishandeling en
ongelukken met gemotoriseerde voertuigen.
Goede slaappatronen in de vroege kindertijd
zijn geassocieerd met goede slaappatronen
in het latere leven. Slechte slaap kan dan
weer geassocieerd worden met obesitas in
het verdere leven.
17
Prof. Paul kon daaruit concluderen dat
gedurende lange tijd de kamer delen met de
baby negatieve gevolgen kan hebben zoals
minder slaap op korte en langere termijn,
minder slaapconsolidatie en meer onveilige
slaappraktijken. Hij adviseert de kamer delen
met het kind tot de leeftijd van 6 maanden.
De aanbevelingen naar ouders zijn om
de kinderen tussen de leeftijd van 4 en 6
maanden in de eigen kamer te laten slapen,
consequente slaaprituelen te zoeken, een
bedtijd tussen 19u-20u, de baby in bed
leggen wanneer hij slaperig maar nog steeds
wakker is en babyâ€™s de kans geven om zichzelf
te kalmeren en tot rust te komen. Babyâ€™s
langer wakker houden om hen langer te
doen slapen werkt niet.
Kan een borstgevoede baby overvoed
worden?
Prof. Paul ondersteunt borstvoeding op
vraag, op voorwaarde dat het correct gedaan
wordt. Wat betekent â€œop vraag voedenâ€�?
Hoe leg je dit uit aan ouders?
In de eerste 2 Ã  3 weken kan een baby niet
overvoed worden aan de borst. Om de melkproductie
op gang te brengen moet je vroeg
aanleggen en 8 tot 12 voedingen per etmaal
geven.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://MtASc8aljaVH2s9h02qXsPmcOsbpkPd7Hp23tWxt0lEÍÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÂ�×eÙ†l–ZòwÁ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://LlMzeSN-AESetliurfIw6Go1m9HnN-bvJkLu8Rv3X8oÎ ùÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://zKHKlnDPelkdVGlA7Be34J-dLTz2K0Z3aDhznklHTQMÍlžÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://sLQUVb6DugzGN2qm7Y4YhrkEhVXUMdT4cbyfUrkq6aYÍÁÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://wtrwvCVqGpcGIlI-jxymZEea2wZrXjnT33LXpmPQynkÍªÏ$Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://ya9uso4da3aA0PW8UDKKgwBHFyiE0DxfGcsZY8Tm4sMÎ û/Í` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://YdwNroz6qM2cijwcuB7sLJVHpS6xSL3OQwTkB1bpe2wÍj#Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://twGwBqRlBw8ZbhpZErRBoSSzc_fuahLXn-HSx24V8nsÍjÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://1X0qquWzZ76kx1Lx2viyjcb85AGkyhYtQQkOcvVR4-IÍ^MÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×‰EÚBVL CONGRES 2022
Als de baby langer dan 3 Ã  4 uur slaapt, is het
advies om hem te wekken, totdat de baby het
geboortegewicht terug bereikt heeft.
De samenstelling van moedermelk is zeer
variabel en verandert wanneer de baby
groeit. De samenstelling van moedermelk
verschilt naargelang er sprake is van een
pre-terme of terme geboorte en is ook variabel
naargelang het aantal weken postpartum,
de duur van de voeding, het moment
van de dag, voor- of achtermelk, het BMI van
de moeder of het dieet van de moeder. Een
onderzoek (da Cunha et al., 2005) naar de
relatie tussen het BMI van de moeder en de
samenstelling van de moedermelk, toonde
aan dat moedermelk van moeders met overgewicht
en obesitas, m.a.w. moeders met
een dieet met hoog vetgehalte, een hoger
vetgehalte en energieniveau vertoonde, in
vergelijking met moeders met een dieet met
laag vetgehalte.
Het is belangrijk
om responsief
te reageren
op hongersignalen
Prof. Paul haalt
de studie van
Kent et al.
(2006) aan,
die in de eerste
zes maanden
een groot
verschil vond
in moedermelkproductie
en intake op 24 uur, terwijl
het aantal voedingen gelijkaardig was. Het
vetgehalte van de moedermelk van verschillende
moeders kon erg variÃ«ren: bij de ene
moeder kon het vetgehalte tot 3 x hoger
zijn dan bij de andere moeders. Een derde
van de babyâ€™s kreeg geen nachtvoedingen
(tussen 22u en 4u), maar het totale volume
aan voeding intake over 24u was gelijk aan
die van kinderen die wel nachtvoeding kregen.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat
babyâ€™s die â€™s nachts niet meer drinken, meer
drinken overdag.
Een studie (Desai et al., 2014) bij ratten
waarbij obese ratten (gevoed met voeding
met een hoog vetgehalte, 60% kcal) en
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
18
controleratten (gevoed met een â€œnormaalâ€�
dieet, 10% kcal) elkaars jongen voedden,
kwam tot enkele interessante bevindingen.
De jongen van obese ratten, gevoed
door normale ratten, hadden een normaal
gewicht. De jongen van normale ratten,
gevoed door obese ratten, waren zwaarder
in gewicht. Hier werd aangetoond bij ratten,
dat maternale obesitas en een dieet met
hoog vetgehalte een duidelijke impact heeft
op de lichaamssamenstelling van het jong.
Terwijl het volume aan moedermelk gelijk
bleef, bleek een verschil in vetgehalte van de
moedermelk hiervoor bepalend.
Een studie over eten in afwezigheid van
honger bestudeerde kinderen tussen 3 en 5
maanden oud, waarvan 39% borstvoeding
kreeg (Bahorski et al., 2020). De kinderen
kregen hun gewone voeding en na 30 minuten
werd een tweede maaltijd aangeboden.
59% van de kinderen aanvaardde de tweede
maaltijd, ongeacht of ze fles- of borstvoeding
kregen. Genetische factoren spelen een
rol in de verschillen in honger- en eetlustregulatie.
In
de INSIGHT studie werd ook vastgesteld
dat er een verschil is tussen hoe gereageerd
wordt op een lastige of huilende baby in de
eerste 2 maanden (Savage et al. 2018).
â€™s Nachts wordt, in vergelijking met overdag,
veel sneller gereageerd met voeding geven
dan met andere zorg bieden. Moeders uit de
responsieve ouderschapsgroep gaven minder
vaak aan dat voeden de beste strategie
was om te reageren op lastig gedrag van de
baby, dan moeders uit de controlegroep.
Daaruit volgt het besluit dat het belangrijk is
om responsief te reageren op hongersignalen.
Bijgevolg is het belangrijk om moeders
hongersignalen te leren herkennen.
Richtlijnen rond fopspenen
Veel borstvoedingsadviezen (o.a. BFHI)
staan sceptisch t.o.v. het gebruik van fopspenen
bij borstvoeding en adviseren om
fopspenen af te raden of uit te stellen tot
borstvoeding goed op gang gebracht werd.
×‰	Ú 7cassandra://sLQUVb6DugzGN2qm7Y4YhrkEhVXUMdT4cbyfUrkq6aYÍÁÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÃ×‰EÚ¹Onderzoek van Kair et al. (2013) toonde
echter aan dat het beperken van fopspenen
als onderdeel van BFHI zonder beperking
van gebruik van kunstvoeding, net leidt tot
meer gebruik van kunstvoeding en minder
exclusieve borstvoeding. De Cochrane
Library (Jaafar et al. 2016) bestudeerde
het onderwerp ook en stelde dat het gebruik
van een fopspeen bij gezonde, Ã  term
geboren borstgevoede kinderen, van bij de
geboorte of nadat lactatie opgestart werd,
geen significant effect had op de prevalentie
of de duur van exclusieve of gedeeltelijke
borstvoeding, tot de leeftijd van 4 maanden.
Er is een gebrek aan gegevens over borstvoedingsproblemen
die moeders ervaren op
korte termijn. Er zijn ook te weinig gegevens
over de impact van het gebruik van
fopspenen op lange termijn op de gezondheid
van het kind.
De American Academy of Pediatric Dentistry
ondersteunt ouders in de beslissing om een
fopspeen te introduceren op basis van de
noden van hun kind en de voorkeur van de
ouders. Gedurende de eerste levensmaanden
kan een fopspeen een voordeel bieden
om premature kinderen te helpen om een
zuigreflex te ontwikkelen, voor comfort,
troost en voor een pijnstillend effect tijdens
kleine invasieve ingrepen. Bovendien is de
incidentie van wiegendood lager dankzij het
gebruik van een fopspeen en kan het duimof
vingerzuigen voorkomen.
Gebruik van een fopspeen na de leeftijd van
12 maanden, kan echter het risico op acute
otitis media verhogen. Het gebruik van een
fopspeen na de leeftijd van 18 maanden kan
de ontwikkeling van het orofaciaal complex
beÃ¯nvloeden en leiden tot een anterieure
open beet, een posterieure kruisbeet en
malocclusie. Inzicht hebben in de veiligheid,
de voordelen en de risicoâ€™s van het gebruik
van fopspenen is essentieel om ouders in
het gebruik ervan te adviseren.
Referenties
Zie pagina 25.
19
Kan supplementatie met kunstvoeding
of donormelk gegeven worden in de
eerste dagen zonder effect op de borstvoeding
op lange termijn?
Er is duidelijk bewijs dat bijvoeden zonder
gegronde reden afgeraden moet worden voor
ouders die borstvoeding willen geven omwille
van het negatieve effect op een succesvolle
borstvoeding.
Flaherman et al. publiceerde in 2013 de resultaten
van hun studie waarbij kinderen met
meer dan 5% gewichtsverlies in de eerste
36 uur, 10 ml kunstvoeding met een spuittje
bijgevoed kregen na de borstvoeding. Dit
werd stopgezet eens de melkproductie goed
op gang kwam. Deze praktijk resulteerde
in betere exclusieve borstvoedingsresultaten
aan 3 maanden dan bij de kinderen in
de controle groep. Prof. Paul en zijn team
(Flaherman et al., 2019) deed een opvolgstudie
met een grotere steekproef, die exclusieve
borstvoeding kregen. Bij kinderen met een
gewichtsverlies van meer dan of gelijk aan
75% op de Newborn Weight Tool, kreeg de
interventiegroep 10 ml kunstvoeding met
doorgedreven hydrolysaat na elke borstvoeding
per cup, lepel of spuitje, maar niet met
de fles. Deze bijvoeding werd stopgezet eens
de melkproductie goed op gang kwam. Bij de
controlegroep kregen de ouders de raad om
verder borstvoeding te geven, tenzij er ander
advies kwam van de zorgverleners. Beknopte
resultaten van dit onderzoek tonen dat er
geen verschil in borstvoedingsresultaten was
op de leeftijd van 6 maanden en 12 maanden.
Er was ook geen verschil in impact op de leeftijd
waarop gestopt werd met borstvoeding.
De praktijk had geen impact op het geloof in
eigen kunnen van de moeder, angst of depressie.
Er was geen impact op het microbioom.
Prof. Paul concludeert dat voor sommige
moeders in bepaalde situaties, een gestructureerd
programma van bijvoeding geen
negatieve impact heeft of zelfs kan bijdragen
tot het halen van het borstvoedingsdoel dat
de moeder voor ogen had.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://twGwBqRlBw8ZbhpZErRBoSSzc_fuahLXn-HSx24V8nsÍjÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÄ�×eÙ†l–ZòwÃ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://cPfulmSomTgado07wUx8CRku8-m9Z2IrAWPORliJfRoÎ ¥fÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://rm723YiHCS-IUKE4u5cfZ6SmGb1mc2qWBzOSJGZYeysÍgVÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://PCQ6FwBK97qpypTEXqw-93GrOQ-c7mNlh4koJbikmvAÍÖÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://rua_8nzQ60YzmXngosuDQaGqMHA-ZLmjoM-9xOCJyvQÍümrÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://SOZqAw4vctWnCaBlpJC_0-HOJiS_UQN2u1PUeNWlUkQÎ eÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://LGUuue21DSvdEWvI_K1O9qY4IBwIHH_p7huUUShWgAUÍQ¼Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://VjXgBgUTvMHIdR3c7YypTb2X5B-BUd1ixjxx6qpfvecÍ.Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://4mWXA3jz5VnkfrXyI6L8JWbiKy0LJAwjKaLnHOcnDMAÎ œ’ZÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×‰EÚ;BVL CONGRES 2022
Dr. Tim Walrave, Psychiater en A-opleider psychiatrie Mediant GGZ en UMC Groningen
Veilige en onveilige hechting
Het grote belang van een veilig begin
Het is goed te weten
dat je geen perfecte
ouder hoeft te zijn
om een veilige
hechting te creÃ«ren.
Een zuigeling heeft een aangeboren tendens
om in stressvolle omstandigheden veiligheid
en emotionele rust te zoeken bij ouderfiguren.
Vanuit de overtuiging dat de ander in
principe goed wil doen, ontwikkelt zich een
basisvertrouwen. In de interactie met de
hechtingsfiguren ontstaat bij het kind een
bepaalde hechtingsstijl.
Een veilige hechting kan plaatsvinden wanneer
de ouder sensitief, responsief, coÃ¶peratief
en toegankelijk is. Er is een goede balans
tussen het verkennen van de omgeving en
het zoeken van de nabijheid van de ouder,
waarbij de ouder een veilige uitvalsbasis
biedt. De ouder
stimuleert het
exploratiegedrag
van het kind
en moedigt het
aan. Essentieel
hierbij is dat het
gedrag van de
ouder voorspelbaar
is. De ouder
is oprecht geÃ¯nteresseerd
en kan de emoties van het kind
voelen, benoemen en reguleren. In Vlaanderen
is 65% van de mensen veilig gehecht.
Een vermijdende hechting kan plaatsvinden
wanneer de ouderfiguur minder beschikbaar
en sensitief is. Het kind leert om
minder beroep te doen op de ouder en komt
minder tot ontdekken van de eigen gevoelens,
omdat ze minder verwoord worden.
Zorgen voor anderen, zichzelf tekort doen
en minder goed om hulp kunnen vragen is
kenmerkend bij een vermijdende gehechtheidsstijl.
Wanneer
het gedrag van de ouder onvoorspelbaar
is, kan een ambivalente hechBVL-TIJDSCHRIFT
VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
20
ting ontstaan. De ouder is met momenten
afwezig of prikkelbaar, doch overbezorgd
en overbeschermend op andere momenten,
soms wel en soms niet sensitief. Het kind
is angstiger en onzeker, ervaart scheidingsangst
en reageert vaak aanklampend, waardoor
de ouder zich dan weer overbevraagd
voelt.
Een gedesorganiseerde gehechtheidsstijl
komt voor wanneer een kind opgroeit met
ouders die soms een steun, maar ook een
bron van angst kunnen zijn. Het kind ervaart
een onoplosbare paradox: het wil nabijheid,
maar tegelijkertijd ook afstand bewaren. Er
kan een mengbeeld ontstaan van intense
gevoelens, veel twijfel, soms vermijdend en
soms impulsief gedrag.
Het ervaren van een gebrek aan moederliefde
en als kind weinig emotionele steun
en affectie gekregen hebben, zorgt ervoor
dat iemand zich niet gehoord en niet gezien
voelt. Dit kan op volwassen leeftijd zorgen
voor hunkering naar erkenning of juist heel
klein willen zijn en pleaser gedrag vertonen.
Om de eigen pijn te vergeten, stellen ze
roekeloos gedrag, gaan ze de pijn verdoven
met drank of andere verdovende middelen
of storten zich in het werk.
Kinderen van ouders met een angststoornis
hebben 3,5 keer vaker een angststoornis
vergeleken met leeftijdsgenootjes waarbij
de ouders geen angststoornis hadden. Een
angstige ouder wil continu de controle over
het kind houden. Het kind wat meer ruimte
geven en meer in contact komen met de
gevoelens van het kind en het vertrouwen
schenken, komt de hechtingsrelatie ten
goede.
×‰	Ú 7cassandra://PCQ6FwBK97qpypTEXqw-93GrOQ-c7mNlh4koJbikmvAÍÖÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÅ×‰EÚ`De behandeling van onveilige hechting
bestaat uit het creÃ«ren van rust en streven
naar acceptatie. De hechtingsrelatie met een
partner, familielid en vrienden kan enorm
helend werken. Het leren om voor jezelf te
zorgen en van jezelf te houden, geeft een
verbinding met je eigen gevoel en met de
ander.
Ouders blijken verrassend goed in staat om
te wisselen van opvoedingsstijl en zo tegemoet
te komen aan de behoeften van verschillende
kinderen. Een angstig kind wordt
wat meer gerustgesteld, terwijl een actief
kind net meer begrensd wordt. Dit blijkt
zeer gunstig te zijn voor de hechtingsrelatie.
Het is goed te weten dat je geen perfecte
ouder hoeft te zijn om een veilige hechting
te creÃ«ren. Een kind begrijpt dat de ouder
soms minder beschikbaar is. Het is zelfs heel
gezond om het niet perfect te doen. Zo bouw
je gedoseerd frustratietolerantie op die nuttig
is in het latere leven.
Prof. Ian Paul
MD-MSc, Chief Academic General Pediatrics Penn State College of Medicine, Hershey, PA, USA
The newborn weight tool (newt)
De newborn weight tool werd ontwikkeld
door Prof. Ian Paul samen met Eric Schaefer,
statisticus aan het Penn State College of
Medicine en met onderzoekers van het UCSF
en Kaiser Permanente.
Dr. Ian Paul leidt zijn lezing in met een
praktijksituatie over een Ã  term geboren
baby, via sectio op de wereld gekomen. De
borstvoeding gaat goed, lichte geelzucht,
stoelgang zoals verwacht maar wel 10% gewichtsverlies
op de derde dag postpartum.
Hij vraagt het publiek hoe we zouden reageren:
het ontslag 1 dag uitstellen en een dag
21
langer intramuraal opvolgen? Kunstvoeding
bijgeven? Donormoedermelk? Het follow-up
consult bij de pediater vervroegen? Een
lactatiekundige inschakelen?
Een gewichtsverlies van meer dan 10% zal
in praktijk vaak een indicatie zijn om bijvoeding
op te starten. De meerwaarde van
het gebruik van de Newt is, aldus Ian Paul,
enerzijds dat de tool in die eerste dagen na
de geboorte, in vergelijking met klassieke
groeicurven zoals die van de WHO, sneller
kan aantonen dat een baby genoeg melk
krijgt en dat bijvoeding niet nodig is en
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://VjXgBgUTvMHIdR3c7YypTb2X5B-BUd1ixjxx6qpfvecÍ.Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÆ�×eÙ†l–ZòwÅ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://6YXmDLTSu1YWX-FKmLzv6IrNNa7Jjup-tNuuzo8HaIQÎ }ÃÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://5kTV20taJCC475vaTAodGna4horvficepVvn-7PxBHoÍp@Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://m7xyU9rrFLfVlhVvfz0baREqvcHix1HGPy3e4AL9n7kÍÚÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://Oxeab1jcVpahYmhQWGDUBQndvrTeI0NzelFcansNIk4ÍuÌäÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://-SD_NLb7Vjp-EA5-n8dBA9gh05N9SY20hTCkevsPb3AÎ eÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://pM6oIFYU5uv6Yp8_RnE-9tXsAoGlWFNC12garkWez1YÍ\‘Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://TVrX8XpOdVoypNLI6iN8Rum_lrGw1ZHhX5IstHeQT1UÍ¼Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://Ih62IbGb0xBuqTYU2AJ3ZQa4brZcfc5vAbFnfVZ2HH8ÍÒ1fÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx‘× ��×eÙ†l–Zòx � ÍGÍs�Ìš�9×�H¸http://newbornweight.org×�×�Ðˆ×‰EÚBVL CONGRES 2022
Gewichtsverlies
na geboorte
(bij uitsluitend borstvoeding)
Geboortegewicht
terug bereikt
(bij borstvoeding, kunstvoeding
en combinatie)
Vaginale geboorte
Gemiddeld > 7%
>10% verloor >10%
gewicht
50% op dag 9
7% op dag 14
5% op dag 21
Geboorte via sectio
Gemiddeld > 8%
>25% verloor >10%
gewicht
50% op dag 10
24% op dag 14
8% op dag 21
Tabel 1: Gewichtsverlies na de geboorte en tijdstip herwonnen geboortegewicht naargelang
bevallingstype
anderzijds dat lactatieproblemen vroeger
ontdekt worden en dat er sneller hulp bij
borstvoeding aangereikt wordt.
De meerwaarde van de Newt is enerzijds
dat de tool sneller kan aantonen dat een
baby genoeg melk krijgt en bijvoeding niet
nodig is en anderzijds dat lactatieproblemen
vroeger ontdekt worden.
De Newt-nomogrammen werden gegenereerd
uit gegevens van een cohort van
161.471 gezonde zuigelingen geboren
tussen 2009 en 2013 in 14 Noord-Californische
ziekenhuizen. De pasgeborenen waren
als eenling geboren na minstens 36 weken
zwangerschap. Gegevens met betrekking
tot de bevallingswijze, voedingstype en
gewichten werden geÃ«xtraheerd uit de
elektronische dossiers van de hospitalisatie
na de geboorte. Van 108.932 pasgeborenen
werden gewichten geregistreerd terwijl ze
uitsluitend borstvoeding kregen. Van deze
pasgeborenen werden 83.446 vaginaal geboren
en 25.486 via keizersnede. Daarnaast
werden gewichten genoteerd van 7.075
pasgeborenen die uitsluitend met kunstvoeding
gevoed werden. Hiervan waren
4.525 vaginaal geboren en 2.550 via keizersnede.
Gewichten van pasgeborenen die
zowel moedermelk als kunstvoeding kregen
tijdens de hospitalisatie na geboorte werden
niet opgenomen in dit onderzoek.
Voor elk voedingstype en voor elke bevallingswijze
werden de percentielen 50, 75,
90 en 95 van gewichtsverlies in functie van
tijd na de geboorte bepaald. Voor pasgeborenen
die moedermelk kregen, werden perBVL-TIJDSCHRIFT
VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
22
centielen geschat van 6 tot 72 uur voor vaginale
geboorten en tot 96 uur voor geboorten
via sectio. De mediaan voor gewichtsverlies
bij kinderen met uitsluitend borstvoeding
lag op meer dan 7% bij vaginale geboorte
en meer dan 8% bij sectio. Meer dan 1 op 10
kinderen met een vaginale geboorte verloor
meer dan 10% gewicht na de geboorte. Van
de kinderen die geboren werden via sectio
verloor 1 op 4 meer dan 10% gewicht na de
geboorte (zie tabel 1).
Alhoewel de nomogrammen ontwikkeld
werden op basis van gegevens van een
cohorte uit Noord-CaliforniÃ«, zijn ze volgens
Dr. Paul ook bruikbaar voor populaties buiten
Noord-CaliforniÃ«. Hij deed een steekproef
en zette gewichten van pasgeborenen
uit Pennsylvania uit op de Newt. Alhoewel
de etnische afkomst en de voedingskeuze
verschilden van deze van de cohorte uit
Noord-CaliforniÃ«, was de curve van de kinderen
van Pennsylvania erg gelijkend.
In het protocol #3 â€œSupplementary Feedings
in the Healthy Term Breastfed Neonateâ€�
stimuleert de Academy of Breastfeeding Medecine
het gebruik van de Newt-nomogrammen
om het risico op onnodig bijvoeden te
verminderen. Sinds de lancering op www.
newbornweight.org in 2014 en de publicatie
van de paper in Pediatrics (Flaherman
et al, 2015), maken al 184 landen gebruik
van de website. 10% daarvan zijn Europese
landen. In BelgiÃ« wordt de Newt gebruikt in
ziekenhuizen in Oostende, Maaseik, Brugge,
Brussel en Antwerpen.
Nu er meer zicht was op het gewichtsverlies
in de eerste dagen na de geboorte, rees
de vraag wanneer een kind zijn geboortegewicht
terug bereikt moet hebben. Een
kind met een geboortegewicht van 4 kg dat
10% gewicht verliest, zal immers meer tijd
nodig hebben dan een kind dat 3 kg woog
bij geboorte en eveneens 10% afvalt. Meer
en meer stemmen gingen op om de Newt
uit te breiden tot de eerste 30 dagen na de
geboorte. Alhoewel er data voor gewicht
beschikbaar waren tot 30 dagen postpar×‰	Ú 7cassandra://m7xyU9rrFLfVlhVvfz0baREqvcHix1HGPy3e4AL9n7kÍÚÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÇ×‰EÚ:tum, waren er geen data over voeding na het
ontslag. De uitbreiding van de Newt tot 30
dagen na de geboorte maakt bijgevolg geen
onderscheid in voedingstype.
Na een vaginale geboorte had 50% van de
pasgeborenen het geboortegewicht terug op
dag 9. 7% bereikte het geboortegewicht op
dag 14 en 5% pas op 3 weken. Na een sectio
heeft 50% van de zuigelingen het
geboortegewicht terug op dag 10 na de
geboorte, terwijl 24% van hen het geboortegewicht
terug bereikt op dag 14 en 8% zelfs
pas op 3 weken. Het is dus niet zeldzaam
dat het geboortegewicht niet terug behaald
werd op 14 dagen, maar er is uiteraard wel
opvolging en begeleiding bij borstvoeding
nodig (zie tabel 1).
Dr. Binu Singh,
kinderpsychiater en psychotherapeut
Het geschenk van een kansrijke start
Prof. Singh stemt haar presentatie graag af
op de vragen vanuit het publiek, net zoals
wij onze zorgverlening moeten afstemmen
op de noden van het kind en hun omgeving.
In de praktijk komen we vaak angstige
ouders tegen, hoe komt het, hoe gaan
we daar mee om?
Angst en depressie bij jonge moeders
waren in het eerste jaar na de start van de
coronapandemie dubbel zo hoog in vergelijking
met de jaren voordien, voornamelijk
door alle onduidelijkheid. Bij de algemene
bevolking was dat op dat moment ook het
geval. Het is wel zo dat de cijfers voor angst
en depressie bij vrouwen tijdens de zwangerschap
veel hoger zijn dan in het algemeen.
Een Nederlands onderzoek toonde
aan dat 1 op 4 vrouwen in de zwangerschap
de klinische cut-off van depressie haalden.
Slechts 8% van deze vrouwen kreeg hiervoor
hulp. De cijfers in BelgiÃ« zijn gelijkaardig.
Het is dus een frequent probleem, maar
weinigen vinden de weg naar de hulpverlening.
Om deze vrouwen op te sporen werkt
een open vraag zoals â€œhoe gaat het met jeâ€�
niet. Je moet gerichte vragen stellen zoals
â€œervaar je meer stress, voel je je neerslach23
tigâ€�,
m.a.w. heel concrete vragen.
Alleen informatie geven helpt niet. Wat het
meest efficiÃ«nt is, is verbinding voelen met
de hulpverlener. Hoe meer vertrouwen de
cliÃ«nt heeft in de hulpverlener, hoe meer
vertrouwen hij/zij zal hebben in wat die
hulpverlener zegt. Dat bekom je door bij
jouw cliÃ«nt te zitten en echt te luisteren, met
jouw hart, niet met jouw hoofd. Als je te veel
luistert met jouw hoofd, vergeet je te verbinden.
De gouden vraag is nadien te zeggen
â€œwat heb jij
nodig?â€� in
plaats van de
positie in te
nemen dat jij
als hulpverlener
weet
wat de cliÃ«nt
nodig heeft. We moeten op maat van de
cliÃ«nt werken en zien welke interventie die
specifieke persoon nodig heeft.
Als hulpverlener van ouders met kinderen,
moeten de hulpverleners aan de ouders
bieden wat de ouders aan het kind moeten
kunnen bieden: verbinding, afstemming,
emotionele beschikbaarheid, zorgcontinuBVL-TIJDSCHRIFT
VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
De gouden vraag is
nadien te zeggen
"Wat heb jij nodig?"
×‰	Ú 7cassandra://TVrX8XpOdVoypNLI6iN8Rum_lrGw1ZHhX5IstHeQT1UÍ¼Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÈ�×eÙ†l–ZòwÇ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://qTyzPnWwuuSvfMtWJ-ym9ZUb5VCUc49a2Qsft8n4YDgÎ 'Í` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://DQ5vm3XE8eVNNiw2gvG4mQU5-tK9Eko2Zj8N84SgCgcÍmuÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://dooBi4CYnjW722FZ02O072heDeH_21nkQ3bl6K4RWgQÍ¬Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://VRYBdl8FdSwW_Y_zYsUe6mq_ebdHxak976rtlKDLRNYÍTbÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx!×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://rc8HWe2WT8Ur5OCh42-7ZCW3VGXJssMK77u8nnUehzUÎ DÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://6tpJ211niRL5lKR4xGHgFlmKJXMAeEAHvV5KLOzOTC4ÍW{Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://To3l5vJvdvFxJtOKuFsBtLT1TFRrqZgXXLgCU-zzY10ÍëÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://oueReRmGCh5HiLxonZljIg6JJkJ-Wmt_BVawPAd5t7MÍ]ðÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx"“× ��×eÙ†l–Zòx&� ÍiÍ�Ì��9×�Hºhttps://doi.org/10.1016/j.×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòx%� Í(Íz�ÌÀ�9×�HÚ !https://doi.org/10.1016/j.earlhum×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòx$� ÍiÍä�Ì��9×�Hºhttps://doi.org/10.1016/j.×�×�Ðˆ×‰EÚABVL CONGRES 2022
iteit, veiligheidâ€¦ Angstige ouders zijn het
meest gebaat bij een intensere relatie met
Ã©Ã©n hulpverlener, minder met een te grote
groep hulpverleners. Informatie geven is
goed als ze gedragen is door verbinding en
afstelling, zeker bij jonge ouders die in een
nieuwe stressvolle ontwikkelingsfase zitten.
Als ouders in eerste instantie niet weten wat
zij nodig hebben om minder stress te ondervinden,
dan zijn kleine stapjes aangewezen,
Ã©Ã©n stapje per keer voorwaarts naar ontspanning.
Het lichaam zelf tot rust brengen
kan hier ook bij helpen, zoals een ademhalingsoefening.
Angst is besmettelijk, maar
rust en regulatie zijn dat ook. Als je die rust
als hulpverlener inzet, dan zet je het over
op jouw cliÃ«nt. Als ouders tot rust komen
en in verbinding gaan, werkt hun ouderlijke
intuÃ¯tie ook veel beter. Als een ouder het
niet vindt, dan bekijk je het best samen:
"Wat denk je?â€�, â€œZou dit het kunnen zijn?â€�.
Dit is de chain of regulation: van hulpverlener
naar ouder naar kind. Het heeft geen zin
om over te nemen en aan de ouder te tonen
dat jij wel kan wat zij niet kunnen, tenzij het
kind echt in gevaar zou zijn. Overnemen is
zelfs schadelijk, want het geeft de ouder een
groter gevoel van falen en schuldgevoel.
Sommige ouders interpreteren de
Eerste 1000 Dagen heel letterlijk en
voelen zich schuldig als het niet loopt
zoals ze hoopten, hoe gaan we daar
het beste mee om?
De eerste duizend dagen in het leven van
een kind zijn van groot belang. In die periode
gebeuren er zeer belangrijke evoluties,
waar we ons als ouder bewust van moeten
zijn om er op een goede manier mee om te
gaan. Het is een grote â€œwindow of opportunityâ€�.
Anderzijds mag het niet leiden tot
perfectionisme waar alles goed moet gaan,
het betekent niet dat er niet eens iets fout
mag lopen, maar ook niet dat de periode
nadien minder van belang is. Hoe jonger de
leeftijd, hoe sneller de groei op dat moment
en hoe groter de impact van de omgeving.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
24
Die impact kan zowel positief als negatief
zijn: door tekorten kan je schade aanrichten,
maar als je de juiste zorg biedt, kan je goede
fundamenten meegeven en ook heel veel
herstellen als er in het verleden iets fout
gegaan is. Het is nooit te laat.
Met het juiste aanbod in de eerste duizend
dagen, creÃ«er je meer veerkrachtige mensen,
met minder kans op ziektes, betere
stressregulatie, kortom een kansrijkere
toekomst. Het is geen voorspeller van een
perfect leven, maar wel een voorspeller dat
als er uitdagingen op hun pad komen, zij
meer kans maken om er op een goede manier
uit te komen. Bij gebrek aan het juiste
aanbod in die eerste duizend dagen geldt
dat hoe sneller je erbij bent om te herstellen,
hoe beter dat lukt. Bepaalde schade kan
niet meer hersteld worden omdat het in een
kritische ontwikkelingsperiode gebeurd is.
Dan moet je zo goed mogelijk leren leven
met de schade die er is en soms is er
psychiatrische hulpverlening nodig.
Hoe kan je oververmoeide ouders
ondersteunen zonder scheiding van
hun kind?
Als ouders oververmoeid geraken door de
grote zorg van een kind, bijvoorbeeld bij
regulatieproblemen of medische ingrepen,
dan komt het proces van co-reguleren door
de ouders naar zelfregulatie door het kind
onder druk te staan. Als de ouder gedereguleerd
raakt, kan je niet even het ouderschap
stop zetten. Ouders gaan zich loskoppelen,
even niet voelen hoe slecht het met
hen gaat. Op dat ogenblik moet er gezocht
worden hoe bij die ouders het herstel kan
aangepakt worden. Niet door het kind enkele
nachten weg te nemen, maar wel door het
sociale netwerk rond de ouder in te schakelen
en samen na te denken wat helpend
is. Dit met de cruciale vraag aan de ouders
â€œwat wil jij echt?â€� en aan de helpers â€œwil jij
luisteren naar wat die persoon nodig heeft?â€�.
Het is ook zoeken naar hoe die ouder zijn/
haar slaapcyclus kan herstellen. Dit is geen
×‰	Ú 7cassandra://dooBi4CYnjW722FZ02O072heDeH_21nkQ3bl6K4RWgQÍ¬Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÉ×‰EÚèstandaardinterventie, maar wel met elke ouder
op zoek gaan wat voor hen kan helpen,
zoeken wat hen ontspant. Kortom, op zoek
gaan naar stressverlaging om op die manier
te herstellen. Hulp is noodzakelijk, hetzij uit
hun eigen omgeving, hetzij met professionele
ondersteuning zoals kraamhulp, een
vroedvrouw, een vrijwilligersdienstâ€¦
Na een onveilige situatie kan soms een
angstige symbiose ontstaan, waarbij ouder
en kind elkaar nog harder vastpakken, de
ouder het kind niet kan loslaten en het kind
de ouder niet kan missen. Ouder en kind
kunnen elkaar op die manier uitputten. Bij
borstvoeding kan de voeding niet overgenomen
worden en kan dit leiden tot een
emotioneel toxische borstvoeding. De druk
van â€œborstvoeding is goedâ€�, wordt een stress
factor. Als moeders gestresseerd zijn, gaan
stresshormonen mee in de moedermelk en
verstoren het microbioom. De hulpverlener
kan dit duo leiden tot een veilige symbiose
door aan stressverlaging te doen. Wanneer
de stress verlaagt, kan de ouder zelf oplossingen
vinden.
Slaapproblemen zijn een veel voorkomend
probleem. Slapen kent 3 aspecten: de biologische
rijping van het kind, de slaapdruk
(Hoe voel je je?? Ben je moe genoeg? Ben
je te moe?) en slapen als onderdeel van het
proces van co-regulatie naar zelfregulatie.
Samen kunnen deze aspecten bepalen of een
kind al dan niet gaat slapen. De gedragsmatige
aanpak van afstand nemen, ritme en
regelmaat, gecontroleerd laten huilen e.a.
kan pas goed werken als er voldoende basis
van zelfregulatie-ontwikkeling is. Een kind
dat stress ondervindt door de separatiemethode,
moet dat zelf kunnen reguleren,
want gestrest kan je niet slapen. Een kind
dat niet alleen kan slapen, zoekt misschien
nabijheid van een ouder omdat de zelfregulatie
nog niet ontwikkeld is. Slaapproblemen
zijn vaak een teken van andere problemen.
In Vlaanderen kijken we helaas nog te veel
naar het slaapprobleem vanuit het gedragsmatige
aspect, zonder het complexere
verhaal mee te nemen.
Referenties
Bahorski, J.S., SchneiderWorthington,
C.R.-, Chandler-Laney,P.C. Modified eating
in the absence of hunger test is associated
with appetitive traits in infants, Eating
Behaviors, Volume 36, 2020, 101342, ISSN
1471-0153, https://doi.org/10.1016/j.
eatbeh.2019.101342.
da Cunha, J., Macedo da Costa, T.H., Kiyomi
Ito, M., Influences of maternal dietary
intake and suckling on breast milk lipid
and fatty acid composition in low-income
women from Brasilia, Brazil, Early
Human Development, Volume 81, Issue
3, 2005, Pages 303-311, ISSN 0378-3782,
https://doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2004.08.004.
Desai,
M., K. Jellyman,J.K., Han, G., Beall,M.,
Lane, R.H., Ross, M.G., Maternal obesity
and high-fat diet program offspring
metabolic syndrome, American Journal of
Obstetrics and Gynecology, Volume 211,
Issue 3, 2014, Pages 237.e1-237.e13, ISSN
0002-9378, https://doi.org/10.1016/j.
ajog.2014.03.025.
Flaherman, V.J.; Aby,J., Burgos, A.E., Lee,
K.A., Cabana, M.D., Newman, T.B. Effect of
Early Limited Formula on Duration and
Exclusivity of Breastfeeding in At-Risk
Infants: An RCT. Pediatrics (2013) 131
(6): 1059â€“1065.
Flaherman,V.J. ,Cabana, M.D., McCulloch,
C.E., Paul, I.M. MSc Effect of Early Limited
Formula on Breastfeeding Duration in the
First Year of Life A Randomized Clinical
Trial. JAMA Pediatr. 2019;173(8):729-735.
doi:10.1001/jamapediatrics.2019.14
Jaafar S, Ho JJ, Jahanfar S, Angolkar M. Effect
of restricted pacifier use in breastfeeding
term infants for increasing duration
of breastfeeding. Cochrane Database of
Systematic Reviews 2016, Issue 8. Art.
No.: CD007202. DOI: 10.1002/14651858.
CD007202.pub4
Kair,L.R.; Kenron,D.; Etheredge, K.; Jaffe,
A.C., Phillipi, C.A. Pacifier Restriction
and Exclusive Breastfeeding . Pediatrics
(2013) 131 (4): e1101â€“e1107.
25
Kent JC, Mitoulas LR, Cregan MD, Ramsay
DT, Doherty DA, Hartmann PE. Volume
and frequency of breastfeedings and fat
content of breast milk throughout the day.
Pediatrics. 2006 Mar;117(3):e387-95.
doi: 10.1542/peds.2005-1417. PMID:
16510619.
Paul, I. Hohman, E. Loken, E. Savage, J. Anzman-Frasca,
S. Carper, P. Marini, M. Birch,
L. (2017) Mother-Infant Room-Sharing
and Sleep Outcomes in the INSIGHT Study.
Pediatrics. 2017 Jul;140(1):e20170122.
doi: 10.1542/peds.2017-0122. Epub 2017
Jun 5.
Savage JS, Hohman EE, Marini ME, Shelly
A, Paul IM, Birch LL. INSIGHT responsive
parenting intervention and infant feeding
practices: randomized clinical trial. Int J
Behav Nutr Phys Act. 2018 Jul 9;15(1):64.
doi: 10.1186/s12966-018-0700-6. PMID:
29986721; PMCID: PMC6038199.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://To3l5vJvdvFxJtOKuFsBtLT1TFRrqZgXXLgCU-zzY10ÍëÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÊ�×eÙ†l–ZòwÉ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://1Y4jGWChN4bD8Slo7MCNDdvB8fgNZW5P7ZblkDdOgeIÎ )¼Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://vFAfg5UNOplryRA4ZbM9aaucjgYE1G-ibz3v4H57ltMÍ[XÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://ihFooHhUU4kW6R-ISdS064eIuG3cvSd7TYjxo_WTvIcÍÓÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://dRQRDp2DuQErgouLmav7hxLlYpjsxlCIObuWQyEs4icÎ XÃÍôÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx-×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://_tAMUOVU9sB6jq0T-fmozVOZDS_amoVdm6KQ6kQb-x4Î éÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://W8QsasDVPYiYs_9w4sfT35qqNTO4P93D6RRMwULmjLIÍj¢Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://iwbvUzoOhE5m5hxl318c6neYGdXXsrLO1sWO_rDGz8EÍÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://0AOlN600LQ43gjdvx7jJmgZ12uV_siQE12-C2a3W5i0Î Y@,Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx.×‰EÚçMilk â€™n Boobsbar op Pukkelpop -
#normalizebreastfeeding
Geuten Evi, vroedvrouw, lactatiekundige, MSc Verpleeg-en vroedkunde, coÃ¶rdinator postgraduaat Lactatiekunde UCLL.
Manon Liebe, vroedvrouw, lactatiekundige IBCLC, docent postgraduaat Lactatiekunde UCLL.
Vercammen Sylvie, vroedvrouw, lactatiekundige IBCLC, docent postgraduaat Lactatiekunde UCLL
Samenvatting
De zomer van 2022, festivalzomer, Pukkelpop, â€¦ en de Milk â€™n Boobsbar van Hogeschool
UCLL. UCLL is al voor het zesde jaar op rij partner van Pukkelpop.
Het was na drie jaar van uitstel en afstel door COVID enorm fijn terug te zijn en wat een succes!
Meer dan 100 moeders zijn komen kolven, goed voor 228 kolfbeurten. De Milk â€™n Boobsbar is een
initiatief van de opleiding vroedkunde en draagt zo haar steentje bij op vlak van duurzaamheid.
Duurzaamheid vormt de basis voor de samenwerking tussen UCLL en Pukkelpop. Borstvoeding
levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de UN Sustainable Development Goals
(2016). Daarom is het belangrijk om borstvoedende moeders maximaal te ondersteunen, zodat
ze borstvoeding kunnen combineren met ontspannings- en werkactiviteiten. De Milk â€™n Boobsbar
startte als een klein project en groeide inmiddels uit tot een zeer gegeerd initiatief op de festivalweide
met haar derde editie. Pukkelpop was destijds, en is nog steeds, laaiend enthousiast met
dit initiatief want de vraag of en waar afkolven op de weide mogelijk is was een van hun FAQâ€™s.
We zijn ook een inspiratie voor gelijkaardige initiatieven zoals de Milkfactory op het festival van
Werchter. Deze kolfbar werd georganiseerd door UCLL-alumni vroedvrouw Hanne Manshoven in
samenwerking met de studenten vroedkunde van UCLL.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
28
×‰	Ú 7cassandra://ihFooHhUU4kW6R-ISdS064eIuG3cvSd7TYjxo_WTvIcÍÓÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÍ×‰EÚ'NIEUWE INZICHTEN MASTITIS
Nieuwe inzichten hertekenen de preventie
en behandeling bij mastitis en andere
goedaardige borstproblemen tijdens lactatie
Veerle Van Bocxstaele, IBCLC, MSc, vroedvrouw
Christel Geebelen, IBCLC, verpleegkundige
In het voorjaar van 2022 werd zowel in het tijdschrift â€˜Womenâ€™s Healthâ€™ als in het
tijdschrift â€˜Breastfeeding Medicineâ€™ een nieuwe benadering van de ontsteking in
de lacterende borst gepubliceerd. Beide publicaties hebben overeenkomsten
maar toch ook een andere benadering en reflectie. Gezien er nog geen algemene
consensus is en er nood is aan verder onderzoek om de aannames over ontsteking
in de lacterende borst te staven met wetenschappelijk bewijs, wordt de inhoud van
beide publicaties in dit artikel aangereikt.
Ontstekingen in de lacterende borst bekeken vanuit
het mechanobiologische model
In het voorjaar van 2022 publiceerde Pamela
Douglas, een Australische huisarts en onderzoekster,
in het tijdschrift Womenâ€™s Health
een reviewserie over de ontsteking in de
lacterende borst en ter hoogte van de tepel.
Douglas geeft aan dat ondanks meningsverschillen
over borstontsteking de Engelstalige
klinische protocollen tot nu toe gebaseerd
zijn op het pathogeen microbiotisch-model
waardoor er een overbehandeling is met
antibiotica en antischimmelmedicatie, alsook
medische interventies. In haar literatuuronderzoek
vertrekt Douglas vanuit het mechanobiologische
model en de complexiteitswetenschap
om een nieuwe benadering van
de classificatie, de preventie en de behandeling
van borstontsteking voor te stellen in
een drieledige publicatie (Douglas, 2022b).
Mechanobiologische benadering van
de lacterende borst
Het mammaire immuunsysteem
als complex adaptief systeem
Het immuunsysteem van de lacterende
borst mag gezien worden als een complex
29
adaptief systeem waarin meerdere bio-gedragsmatige
en fysiologische systemen zijn
genest die interacteren. Hierbij bevat elk
adaptief systeem een groot aantal op elkaar
inwerkende elementen en feedback-mechanismen.
Een kleine verstoring kan in de loop
van de tijd aanzetten tot sterkere en onvoorspelbare
effecten. Wanneer de vele op
elkaar inwerkende feedback-mechanismen
er niet in slagen om stabilisatie te bereiken,
ontstaan er gezondheidsproblemen.
Via de opname van plasmacomponenten
produceren lactocyten bestanddelen
voor een voedende en immuunfactorrijke
moedermelk. Het immuunsysteem van de
borstklieren beschermt zowel tegen endogene
weefselbeschadiging als tegen exogene
infectie, en dit zowel voor de borst als voor
de zuigeling.
Vanuit het complex adaptief systeemdenken
is een klinische ontsteking een immuunrespons
op fysiologische stress, die een
verstoring aanpakt om de homeostase in de
lacterende borst te herstellen. Verstoringen
in het immuunsysteem in de borst die leiden
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://iwbvUzoOhE5m5hxl318c6neYGdXXsrLO1sWO_rDGz8EÍÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÎ�×eÙ†l–ZòwÍ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://2_k6TWsEPifJLs5qvmr7DbFzHYJB3NOZLiE8Sv59KbMÎ Ë.Í` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://VNIx3kB4M4iYAGXQWAnb_pwjPEzzykuC4F8_pJNYONgÍa…Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://73cq8sjd7kZPimirTjb6PKgTohiqcc4CUf0SRLprsKUÍšÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://gqsBRfTv6596PkxTavEgM7WdmkWL7lYsuyoltpYXS7wÍTgÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx0×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://N-g7L8al25k8Qowad0N7Nk-kOxw6S8H6_eM3mh2biQMÎ �NÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://zBtlf9Hsg3yHFR9komR3j5YJF7LK1h-T5ke0LqWoSg8ÍalÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://D48eqfKfROgqqxflmWwM_3Du6tsv7by3-wJgKq3sQs8ÍÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://5kJdPEDpM8gcK8Kh9IO-foLNH4-nFc4wAxzB7QS9leUÎ Jf"Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx1×‰EÚÅtot een klinische ontsteking zijn het gevolg
van een complex netwerk van interacties
tussen twee belangrijke systemen, namelijk
dat van de mechanobiologie van de borstklier
enerzijds en dat van de moedermelk
anderzijds. De moedermelk zelf is samengesteld
uit meerdere complexe adaptieve systemen
waar onder het microbioom, somatische
cellen, oligosacchariden, exosomen en
metaboloom. Simplistische ingrepen op Ã©Ã©n
enkel systeem, bijvoorbeeld het masseren
van een harde zone in de borst, verhoogt
het risico op onbedoelde effecten zoals een
toename van de ontsteking of de vorming
van een abces. Maatregelen ter preventie en
behandeling van borstontsteking moeten
stabilisatie brengen door bepaalde opkomende
feedback-mechanismen te
downreguleren en andere beschermende
feedbackmechanismen net te stimuleren.
(Douglas, 2022a).
Mechanobiologie van de lacterende borst
De mechanobiologie bestudeert de rol van
mechanische krachten in het celgedrag en
de manier waarop cellen deze krachten
gewaarworden en erop reageren. Recent
onderzoek over de mechanobiologie van de
borst en de rol van mechanosensoren (druk
of reksensoren) in de lacterende borst bij
een immuunreactie, doet vermoeden dat
een verhoogde druk in de melkklieren en
melkkanalen de aanzet geeft tot complexe
ontstekingscascades (Stewart et al. in Douglas,
2022a).
Wanneer de druk in de melkklieren verhoogt
door melkopstapeling reageren de
lactocyten door calciumdoorlaatbare ionkanalen
te activeren. De lactocyten rekken
uit door reabsorptie van stoffen uit het
lumen van de melkklier, zodat een breuk van
de nauwe verbindingen tussen de lactocyten
wordt voorkomen.
Bij toenemende spanning op de verbindingen
tussen de lactocyten worden er chemische
signalen zoals cytokines afgescheiden,
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
30
die het immuunsysteem waarschuwen voor
een zich ontwikkelende cel- en weefselschade,
waardoor lokaal de bloeddoorstroming
en het aantal leucocyten toenemen.
Wanneer de melk dan niet wordt verwijderd
uit de kanalen door bijvoorbeeld de samendrukkende
kracht van stromale spanning of
door inefficiÃ«nt drinken aan de borst, zullen
de achterliggende melkkanalen en melkklieren
uitzetten naarmate er meer melk wordt
afgescheiden.
Wanneer de verbindingen tussen de lactocyten
en de basale membranen van de lactocyten
breken, zullen cellulair en moleculair
afval, leukocyten en interstitiÃ«le vloeistof in
het bindweefsel terecht komen. Het cellulaire
en moleculair afval en vocht komen
terecht in de geactiveerde en verwijde
lymfecapillairen. Er volgt een cascade van
hyperemie, stijging van interstitieel vocht
en dilatatie van lymfevaten. Er ontstaat een
duidelijk klinisch beeld van een ontstekingsgebied
met roodheid, stromale spanning
en gevoeligheid of pijn. Bij een ruptuur van
alveoli zal een gedeeltelijke involutie optreden
met een verminderde melksynthese tot
gevolg.
Bij de preventie en de behandeling van
borstontsteking is bijgevolg het vermijden
of elimineren van zeer hoge druk in de
melkcellen en melkkanalen van fundamenteel
belang om het aanpassingsvermogen
van het mammaire immuunsysteem te
optimaliseren.
Classificatiesysteem
Douglas (2022b) stelt een classificatiesysteem
voor dat bestaat uit twee hoofdcategorieÃ«n,
namelijk de acute goedaardige borstontstekingen
zoals stuwing, vernauwde
melkkanalen, flegmone en mastitis enerzijds
en de eindstadium goedaardige ontstekingen
anderzijds. Deze laatste worden verder
onderverdeeld in actief en inactief. Onder
de actieve eindstadium ontstekingen val×‰	Ú 7cassandra://73cq8sjd7kZPimirTjb6PKgTohiqcc4CUf0SRLprsKUÍšÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÏ×‰EÚ
°NIEUWE INZICHTEN MASTITIS
NIEUWE INZICHTEN BEHANDELING
Figuur links: Schema goedaardige lactatie gerelateerde borstontsteking
(Douglas, 2022)
Figuur onder: Klinische symptomen en tekenen als hulp bij de classificatie
van soorten ontsteking in de lacterende borst (Douglas, 2022)
len borstabces, fistel en sepsis en onder de
inactieve valt galactocele. De classificatie
gebeurt op basis van klinische tekenen en
symptomen volgens vier basiskenmerken,
met name de locatie van de ontsteking, de
aanwezigheid van roodheid, van pijn en van
systemische symptomen.
Vijf principes ter preventie en behandeling
goedaardige borstontsteking
Douglas (2022b) formuleert vijf principes
die bijdragen tot de preventie en de behandeling
van goedaardige borstontsteking.
De twee eerste principes zijn belangrijke
klinische strategieÃ«n en de volgende drie
principes zijn gebaseerd op het mechanobiologisch
model waarvan men mag verwachten
dat ze goedaardige borstontsteking
voorkomen of helpen genezen.
Principe 1
op regelmatige basis de borst legen
Het regelmatig samentrekken van de melkklieren
en het verwijden van de melkkanalen
gecombineerd met een vacuÃ¼m afgifte
van moedermelk ondersteunt het immuunsysteem
van de borst. Frequente lediging
voorkomt hoge spanning in het borstweefsel
en het risico op een eventuele ontstekingscascade.
Door de frequente samentrekkingen
van de melkklieren en de verwijding
van de melkkanalen ontstaan er asynchrone
31
en zeer onregelmatige drukgolven of trillingen
die werken als een soort pomp in de
borst. Dit fenomeen zorgt ervoor dat zowel
de veneuze als de lymfatische doorstroming
bevorderd wordt.
Principe 2
vermijden van mechanische druk die
hoge intraluminale druk veroorzaakt
Belang van correct aanhappen en drinken
Volgens het biomechanische model van het
zuigen van het kind is het noodzakelijk dat
de anatomie van de mond van het kind en
die van de borst op elkaar afgestemd zijn.
Is dit niet het geval dan kan er beschadiging
optreden aan het borstweefsel met
als gevolg pijn en/of schade aan de tepel,
onrust bij het kind aan de borst en tot slot
de ontwikkeling van een borstontsteking. Er
wordt aangeraden om het kind rechtstreeks
aan de borst te leggen zonder de tepel
eerst manueel te vervormen. De tong wordt
gezien als een orgaan dat van vorm kan veranderen
zonder dat het volume verandert.
De tongspier zou dus perfect in staat moeten
zijn om dit proces zelf te verwezenlijken.
Een vereiste hierbij is dat de conditie van de
zuigeling optimaal is. Door het aanpassen
van de tong aan de borst en tepel ontstaat
er een maximaal intra-oraal borstweefselvolume.
Hierdoor wordt de kracht gelijkmatig
verdeeld over het grootst mogelijke gebied
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://D48eqfKfROgqqxflmWwM_3Du6tsv7by3-wJgKq3sQs8ÍÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–ZòwÐ�×eÙ†l–ZòwÏ�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://pHIJmCpnQUBTrfGjsZ4zkqLBoFajDqK9MMKb2CQFl4IÎ jàÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://euB97IBP2G_x-bHpwQBGGvG1UJAQWIhLuD0xQ4cpyjkÍO
Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://vzRCjW5Mb7YNVK3a0IOURFe7bvthEoNWy-K7gItgxqMÍ½Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://osZCixN4z--sQxoWHPGUfQ-20OZYBPlQlGn9ebOMg8MÍg÷Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxK×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://GVzTCE3F2-_fqSh_SAwZULFnzvXhAxJk-BCnPMPV51cÎ '(Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://y2AQY63US3Hh-l4wOP4LcPhyOE6qggeYEFRfLxdp3EcÍP„Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://1ATeu_kaxqgc4Qovm467NTmXTqrNnN_bVnDwg9wCtFcÍÉÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://gw_NiGSwOQ5BJ_4HscJNi2s4cKdaqiHQ8NhG4k2MYcQÎ «öVÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxL‘× ��×eÙ†l–ZòxP� Í/Í?�ÌÍ�9×�H½mailto:bvl.redactie@gmail.com×�×�Ðˆ×‰EÚ|Referenties
Douglas, P. (2022a). Re-thinking benign inflammation
of the lactating breast: A mechanobiological model.
Womens Health (Lond), 18, 17455065221075907.
doi:10.1177/17455065221075907
Douglas, P. (2022b). Re-thinking benign inflammation
of the lactating breast: Classification,
prevention, and management. Womens
Health (Lond), 18, 17455057221091349.
doi:10.1177/17455057221091349
Douglas, P. (2022c). Re-thinking lactation-related
nipple pain and damage. Womens
Health (Lond), 18, 17455057221087865.
doi:10.1177/17455057221087865
Johnson, H. M., Eglash, A., Mitchell, K. B., Leeper,
K., Smillie, C. M., Moore-Ostby, L., . . . Academy of
Breastfeeding, M. (2020). ABM Clinical Protocol #32:
Management of Hyperlactation. Breastfeed Med, 15(3),
129-134. doi:10.1089/bfm.2019.29141.hmj
Mitchell, K. B., Johnson, H. M., Rodriguez, J. M.,
Eglash, A., Scherzinger, C., Witmer, K., . . . Academy
of Breastfeeding, M. (2022). Academy of Breastfeeding
Clinical Protocol #36: The Mastitis Spectrum, Revised
2022. Breastfeed Med, 17(5), 360-376. doi:https://
doi.org/10.1089/bfm.2022.29207.kbm
De basis voor het begrijpen van de kwaliteit
van de aanbevelingen van ABM protocollen
Sinds juli 2020 heeft ABM haar kwaliteitsbeoordelingssysteem
veranderd van OCEBM (Oxford Centre
for Evidence-Based Medicine) naar SORT (Levels of
Evidence, Strength of Recommendation Taxonomy).
De aanleiding voor de wijziging is het probleem
dat het OCEBM-systeem niet alle soorten studies
includeert. Hierdoor werden resultaten uit observationele
studies en uit meta-analyses van case
control studies niet betrokken bij het formuleren
van aanbevelingen. De studies over borstvoeding
gebeuren echter vaak via observationeel onderzoek
en niet via klinische onderzoeken. De complexiteit
van het OCEBM-systeem zorgt voor inconsistentie
bij het beoordelen van de onderzoeken. Tevens
blijkt de interpretatie van de scores moeilijk.
De SORT-schaal richt zich op de kwaliteit,
kwantiteit en consistentie van bewijs en stelt
auteurs in staat om individuele studies of
bewijsmateriaal te beoordelen. De taxonomie is
opgebouwd rond het raamwerk voor informatiebeheersing,
dat de nadruk legt op het gebruik van
patiÃ«ntgeoriÃ«nteerde resultaten die veranderingen
in morbiditeit of mortaliteit meten.
Sterkte van de aanbeveling
Een aanbeveling van A-niveau is gebaseerd op
consistent en patiÃ«ntgericht bewijs van goede
kwaliteit.
Een aanbeveling op B-niveau is gebaseerd op
inconsistent of patiÃ«ntgericht bewijs van beperkte
kwaliteit.
Een aanbeveling op C-niveau is gebaseerd op consensus,
gebruikelijke praktijk, mening, ziektegericht
bewijs, of case series voor onderzoek naar diagnose,
behandeling, preventie, of screening.
Kwaliteit meting patiÃ«ntgerichte resultaten
Niveau van bewijs van 1 tot 3 voor individuele
studies worden ook gedefinieerd om te bepalen of
in de studie de patiÃ«ntgerichte resultaten van goede
of beperkte kwaliteit is, en of de resultaten consistent
of inconsistent zijn tussen studies.
Niveau 1 = goede kwaliteit, patiÃ«nt gerichte resultaten
Niveau
2 = gelimiteerde kwaliteit patiÃ«nt gericht
resultaten
Niveau 3 = andere bewijsvoering
Consistentie tussen onderzoeken
De meeste studies vonden gelijkaardige of ten
minste coherente besluiten waarbij de verschillen
uitlegbaar zijn of er zijn systematische reviews of
meta-analyses van hoge kwaliteit en up-to-date die
de aanbeveling ondersteunen.
Inconsistentie tussen onderzoeken
Aanzienlijke variatie tussen onderzoeksresultaten
en gebrek aan samenhang of er zijn systematische
reviews of meta-analyses van hoge kwaliteit en upto-date
die geen consistent bewijs vinden ten
gunste van de aanbeveling.
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
46
×‰	Ú 7cassandra://vzRCjW5Mb7YNVK3a0IOURFe7bvthEoNWy-K7gItgxqMÍ½Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwß×‰EÚ¬!ARTIKELS!
Voor het tijdschrift zijn wij steeds
op zoek naar boeiende artikels.
Een leerrijke praktijksituatie of
een inspirerend borstvoedingsondersteunend
initiatief, een wetenschappelijk artikel
dat je aansprak en dat je wil samenvatten,
een onderzoek waar je zelf aan meewerkte,
alles is welkom!
Voor het aanbrengen
van kwalitatieve artikels
wordt een vergoeding voorzien.
!TALENT!
De redactieraad zoekt jouw talent.
Lees jij regelmatig wetenschappelijke
publicaties en denk je wel eens:
dit zou ik willen delen met collegaâ€™s?
Of kruip je graag zelf in je pen om een interessant,
vernieuwend of inspirerend artikel te schrijven?
Laat je het schrijven liever over aan anderen
en wil je helpen bij het aandragen van leuke ideeÃ«n
voor een artikel of bij het nalezen en reviewen
van aangeboden artikels?
Alle vormen van engagement zijn welkom!
Heb je interesse of wil je meer informatie,
aarzel dan niet om ons te contacteren op
bvl.redactie@gmail.com!
Als redactielid kan je rekenen op
een vergoeding voor het volgen van studiedagen
en congressen of aankoop van literatuur
die leiden tot een artikel
in het tijdschrift.
!WARME OPROEP!
47
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://1ATeu_kaxqgc4Qovm467NTmXTqrNnN_bVnDwg9wCtFcÍÉÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwà�×eÙ†l–Zòwß�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://Z80-SiQ3xbYqaaVoqzTwSxRiCzhxVU8p1ZAuns3c5AsÎ '‡Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://T1fmECMscDYculg9L8Mza76Z87e3nmIvapc7gUDJdW8ÍJ¹Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://l4WTMztj2c9hCNTwQ4GHvOND5Fvk20Rc4EW21fM2nQYÍEÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://Kedr0KFPlOJ11P-HYqzsJx8lXg-TK8_ol5Qxv20cTiwÎ h†HÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxQ×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://4-CMtv8HiGb97wEpCJBQ-45BRWQ_C8acuxupnipxL-cÎ ‘	Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://GamwMpmEYi8lEHHqCueMkJx07-W91KLHGCQY-loLUC8Íj>Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://kNIUNBbIYdWLB_-fsxZe0o-QatwyvUaF2cnjlTMgpWsÍ†Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://UXc3e6lfOTCD2OS7AYw6LaGCgXYV5SavfPheksLsKLUÎ a*ÍÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxR”× ��×eÙ†l–ZòxW� Í¶Í‚�ÌÃ�9×�H²http://14651858.CD×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–ZòxV� ÍÀÍ½�ÌÖ�9×�HÚ #https://doi.org/10.1002%2F14651858.×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–ZòxU� ÍÍc�Ì…�9×�H·Http://doi.org/10.1086/×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–ZòxT� ÌËÍ �v�9×�Hºhttp://www.kindengezin.be/×�×�Ðˆ×‰EÚÊMASTITIS - KIND EN GEZIN
Op basis van de nieuwe inzichten en na aftoetsen
van de wetenschappelijke onderbouwing
van de aanbevelingen uit het ABM-protocol in
overleg met Gezondheid en Wetenschap en Ebpracticenet,
paste Kind en Gezin zijn adviezen
rond preventie en behandeling van condities
behorende tot het mastitis-spectrum aan.
Ook de info op de website en in de brochure
Borstvoeding werd gewijzigd. Kind en Gezin
vraagt om oudere edities van de Brochure
Borstvoeding te verwijderen. De nieuwe brochure
is herkenbaar aan de gewijzigde coverfoto.
Referenties
bij 'Nieuwe adviezen rond mastitis-spectrum', Kind en Gezin (Opgroeien)
GEWIJZIGDE ADVIEZEN OP DE
WEBSITE KIND EN GEZIN
www.kindengezin.be/ thema/voeding/
borstvoeding/problemen-bij-borstvoeding-mama
REFERENTIE
ABM PROTOCOL
Katrina B. Mitchell, Helen M. Johnson,
Juan Miguel Rodriguez, Anne Eglash, Charlotte
Scherzinger, Kyle Widmer, Pamela
Berens, Brooke Miller, and the Academy
of Breastfeeding Medicine Academy of
Breastfeeding Medicine Clinical Protocol
#36: The Mastitis Spectrum, Revised
2022/ Breastfeeding Medicine May
2022.360-376. Http://doi.org/10.1086/
bfm.2022.29207.kbm
REFERENTIE
Anderson L, Kynoch K, Kildea S, Lee N.
Effectiveness of breast massage for the
treatment of women with breastfeeding
problems. JBI Database Syst Rev Implement
Reports. 2019;17(8):1668â€“1694
Angelopoulou A, Field D, Ryan CA, Stanton
C, Hill C, Ross RP, 2017. The microbiology
and treatment of human mastitis. Journal
Medical Microbiology and Immunity, 2018
vol 207 pag. 83-94
Chan MM, Nohara M, Chan BR, Curtis J,
Chan GM, 2003. Lecithin decreases human
milk fat loss during enteral pumping.
Journal of Pediatric Gastroenteology and
Nutrition; 6:613â€“615; May 2003
Consales A, Cerasani J, Sorrentino G,
Morniroli D, Colombo L, Mosca F, Gianni
ML, 2021. The hidden universe of human
milk microbiome: origin, composition,
determinants, role and future perspectives.
European Journal of Pediatrics; 2022;
81:1811â€“1820
Crepinsek MA, Taylor EA, Michener
K, Stewart F, 2020. Interventions for
preventing mastitis after childbirth.
Cochrane Database of Systematic Reviews
https://doi.org/10.1002%2F14651858.
CD007239.pub4
Jahanfar S, Ng CJ, Teng CL. Antibiotics
for mastitis in breastfeeding women.
Cochrane Database of Systematic Reviews
2013, Issue 2. Art. No.: CD005458. DOI:
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
48
10.1002/14651858.CD005458.pub3
Kvist LJ, Larsson BW, Hall-Lord ML, Steen
A, SchalÃ©n C, 2008. The role of bacteria in
lactational mastitis and some considerations
of the use of antibiotic treatment.
International Breastfeeding Journal 2008,
3:6 doi:10.1186/1746-4358-3-6
Mitchell KB, Johnson HM, Rodriguez JM,
Eglash A, Scherzinger C, Cash KW, Berens
P, Miller B and the Academy of Breastfeeding
Medecine Clinical Procol #36: The
Mastitis Spectrum, Revised 2022. Breastfeeding
Medecine Vol 17; 5: 2022
Wilson, E; Woodd, S.L. en Benova L,
2020. Incidence of and risk factors for
lactational mastitis: a systematic review.
JHL 2020, Vol. 36(4) 673â€“686. DOI:
10.1177/0890334420907898
Zakarija-Grkovic I, Stewart F, 2020.
Treatments for breast engorgement
during lactation. Cochrane Database of
Systematic Reviews 2020, Issue 9. Art.
No.: CD006946. DOI: 10.1002/14651858.
CD006946.pub4
×‰	Ú 7cassandra://l4WTMztj2c9hCNTwQ4GHvOND5Fvk20Rc4EW21fM2nQYÍEÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwá×‰EÚ 949
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://kNIUNBbIYdWLB_-fsxZe0o-QatwyvUaF2cnjlTMgpWsÍ†Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwâ�×eÙ†l–Zòwá�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://okVIHFYP88wbOEuUUqbwOY_rZDAAAh7elEmckA992XQÎ Í` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://urrykTR4lnwvME8SBKs6AfFka0Dwq-sLXR2rMt_Vhf0Íl$Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://0aH_Ou5lfMKKR9zRDnrT4nAbGTmzMxnAZqWmq7Yre2wÍEÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://2BjHCGBoKp3nIiXigZH4rJzSZNCFVuvghgSvcqMsb7kÍSçÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxX×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://NHuPOE_USsWiUPDq2PyGCACcMMChWTNnUt_E_VKkM4oÎ UQÍ` �Í°Í×‰	Ú 7cassandra://IruD_gCFOBIZVbtHLa2p79hXJPpnUzGyepZjpCrQBdcÍb†Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://oHf2rTgwSgFll8kyAr9KoFvkdnsSoJlDuQbc0LBlPM0ÍÏÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://ZVMrez8tZRboOso2SNjNyyt9cYyAAe0eVNWs1zmfQjMÍo­Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–ZòxY’× ��×eÙ†l–Zòx]� ÍÍÊ�ÌÙ�9×�HÚ  https://doi.org/10.1371/journal.×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòx\� Í"Í:�[�9×�H²http://zondheid.be×�×�Ðˆ×‰EÚéCASUS SCABIÃ‹S
ScabiÃ«s bij een borstvoedende
moeder, wat nu?
Astrid De Brabandere, verpleegkundige, lactatiekundige
Bij een moeder werd tijdens de opname
omwille van de bevalling scabiÃ«s vastgesteld.
Zij en haar partner werden meteen
behandeld en kregen de standaard hygiÃ«nevoorschriften
mee om thuis toe te
passen. De behandeling moest na een week
herhaald worden. Voor de pasgeboren
baby kreeg de moeder vanuit het ziekenhuis
het advies om gedurende Ã©Ã©n week
haar melk af te kolven en met het flesje te
geven, om langdurig fysiek huidcontact
tussen moeder en kind, en bijgevolg een
besmetting van de pasgeborene, te vermijden.
Dit leidde tot de vraag of dit een
standaard advies is bij scabiÃ«s.
Schurft of scabiÃ«s is een besmettelijke
huidaandoening die door de schurftmijt
veroorzaakt wordt. Dit is een spinachtig
diertje dat niet met het blote oog te zien
is. Ze graaft gangetjes in de opperhuid en
legt daarin haar eitjes. Vaak ziet men deze
gangetjes niet zo duidelijk en gaat het meer
om een jeukende uitslag met rode puntjes.
Het belangrijkste symptoom is jeuk die
ongeveer 2 tot 6 weken na de besmetting
optreedt en meestal â€™s nachts het ergst is.
Je kan besmet geraken door langdurig, 15
minuten of langer, of regelmatig intensief
lichamelijk contact met iemand die besmet
is, zoals lichamelijke verzorging, seksueel
contact of door gezamenlijk gebruik
van bed en kleding (Agentschap Zorg en
Gezondheid). Er bestaat ook een meer
besmettelijke vorm van schurft (scabiÃ«s
norvegica), waarbij een kortdurend contact
reeds besmetting kan geven. De schurftmijt
nestelt zich bij voorkeur tussen de
vingers, aan de binnenkant van de polsen,
de buitenkant van de ellebogen, onder de
oksels, op de billen en dijen, rond de navel,
op de voeten en op de geslachtsdelen, ook
de borst (Gunning et al., 2019).
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
50
Schurft geneest niet vanzelf, maar is
makkelijk te behandelen. Hierbij moet
het lichaam ingesmeerd worden met een
crÃ¨me. Het Agentschap Zorg en Gezondheid
raadt een crÃ¨me aan op basis van
permethrine 5% of benzyl benzoaat 25%.
Een alternatieve behandeling kan met orale
ivermectine, maar dit is niet verkrijgbaar in
BelgiÃ« en moet ingevoerd worden. Salvastru
et al. (2017) vermelden ook malathion 0,5%
waterige lotion, ivermectine 1% lotion of
sulfur 6-33% crÃ¨me voor de behandeling.
Meestal is Ã©Ã©n behandeling voldoende. Bij
ernstige gevallen of bij twijfel over de correcte
uitvoering van de eerste behandeling
is een herhaling na 1 week aangewezen. Alle
huisgenoten, met symptomen of niet, moeten
behandeld worden. Daarnaast moet het
beddengoed en de kledij van de drie voorgaande
dagen op minstens 60Â°C gewassen
worden. Kledij, knuffels, schoenen e.a. die
niet op die temperatuur gewassen kunnen
worden, kunnen 3 dagen in een dichtgeknoopte
plastic zak bewaard worden.
Babyâ€™s jonger dan 2 maanden oud kunnen
niet met permethrine 5% behandeld worden.
Ivermectine kan volgens de meeste
richtlijnen vanaf een gewicht van 15 kg
gebruikt worden, hoewel Morris-Jones
(2020) aangeeft dat recente studies indiceren
dat ivermectine wel kan gebruikt
worden onder een gewicht van 15 kg. Hij
stelt wel dat bijkomende studies naar
werkzaamheid en dosering vereist zijn.
Voor deze kinderen is een behandeling
met benzyl benzoaat aangeraden. Dit kan
een magistraal bereide emulsie met 25%
benzylbenzoaat TMF zijn, maar sommige
bronnen raden aan om bij kinderen onder
de 2 jaar een concentratie van 10% te gebruiken
(Agentschap Zorg en Gezondheid).
Permethrine is veilig voor gebruik tijdens
×‰	Ú 7cassandra://0aH_Ou5lfMKKR9zRDnrT4nAbGTmzMxnAZqWmq7Yre2wÍEÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwã×‰EÚde borstvoeding (Salvastru et al., 2017; Weil
et al., 2021; CDC website). Thomas Hale
classificeert het als L2 (veilig). Permethrine
geniet de voorkeur voor behandeling van
moeders die borstvoeding geven. Weill et al.
(2021) raden aan om 8 uren na het aanbrengen
van permethrine geen borstvoeding
te geven. Het Bijwerkingencentrum Lareb
raadt aan om het gebied rond de tepel goed
schoon te maken voor de voeding om direct
contact van het kind met het geneesmiddel te
vermijden.
Benzyl benzoate 25% staat bij het Bijwerkingencentrum
Lareb in de lijst van meest
veilige behandelingen voor scabiÃ«s, maar zij
stellen wel dat het minder effectief werkt
dan permethrine. Lareb raadt hier eveneens
aan om het gebied rond de tepel goed
schoon te maken voor de voeding.
Ivermectine gaat in kleine doses over in de
moedermelk, maar hierbij werden geen ernstige
nevenwerkingen geobserveerd. Ivermectine
wordt door de American Academy
of Pediatrics, CDC en het Centre de RÃ©fÃ©rence
sur les Agents TÃ©ratogÃ¨ne (Weill et al., 2017)
als veilig beschouwd bij gebruik tijdens de
borstvoeding. Het Bijwerkingencentrum
Lareb en de website E-lactancia beschouwen
dit geneesmiddel eveneens als veilig.
Er zijn geen beschikbare studies over het
gebruik van Malathion in de zwangerschap
(Salvastru et al., 2017). E-lactancia en Lareb
classificeren Malathion als waarschijnlijk
Referenties
Agentschap Zorg en Gezondheid,
ScabiÃ«s (schurftmijt) (zorg-en-gezondheid.be),
geraadpleegd op
2/05/2023
Bijwerkingencentrum Lareb,
Welkom bij Bijwerkingencentrum
Lareb, geraadpleegd op
2/05/2023
CDC, CDC - Scabies, geraadpleegd
op 2/05/2023
Gunning K, Kiraly B, Pippitt K.
Lice and Scabies: Treatment
Update. Am Fam Physician. 2019
May 15;99(10):635-642. PMID:
31083883.
E-lactancia. Is this compatible
with breastfeeding?, geraadpleegd
op 2/05/2023
Morris-Jones R. Oral ivermectin
for infants and children under 15
kg appears to be a safe and effective
treatment for scabies. Br J
Dermatol. 2020 Apr;182(4):835836.
doi: 10.1111/bjd.18788.
Epub 2019 Dec 29. PMID:
31885077.
Salavastru CM, Chosidow O, Boffa
MJ, Janier M, Tiplica GS. European
guideline for the management
of scabies. J Eur Acad Dermatol
51
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
Venereol. 2017 Aug;31(8):12481253.
doi: 10.1111/jdv.14351.
Epub 2017 Jun 22. PMID:
28639722.
Weill A, Bernigaud C, Mokni M,
Gil S, Elefant E, Chosidow O
(2021) Scabies-infested pregnant
women: A critical therapeutic
challenge. PLoS Negl
Trop Dis 15(1): e0008929.
https://doi.org/10.1371/journal.
pntd.0008929
veilig, maar raden aan om het gebied rond
de borst schoon te maken voor de voeding.
Weill et al.(2021) stellen dat letsels van scabiÃ«s
zich vaak bij de borst en rond de tepels
kunnen bevinden. Dit leidt tot bezorgdheid
rond zowel de besmetting van moeder naar
kind als het gevaar van absorptie van scabicide
medicatie via de borstvoeding. Zij raden
daarom aan dat moeders met schurft hun
melk afkolven zolang zij niet efficiÃ«nt behandeld
werden.
Noch bij het Agentschap Zorg en Gezondheid,
noch op de website van de CDC of WHO
zijn er richtlijnen te vinden over het al dan
niet vermijden van borstvoeding bij een
besmette moeder.
We kunnen concluderen dat het verderzetten
van borstvoeding na een besmetting van
scabiÃ«s zeker aangeraden is. Bij een besmetting
van een moeder of kind dienen beiden
behandeld te worden. Bij een besmette
moeder kan huidcontact, en bijgevolg ook
rechtstreeks borstvoeding geven, vermeden
worden tot zij behandeld werd. Er zijn
behandelingen beschikbaar die compatibel
zijn met borstvoeding, met permethrine als
voorkeursbehandeling. Het reinigen van de
tepelregio na de behandeling vooraleer het
kind aan te leggen lijkt aangeraden. Zoals
altijd is het nuttig de situatie individueel te
bekijken en rekening te houden met factoren
zoals de plaats van de letsels en de
therapietrouw van de cliÃ«nt.
×‰	Ú 7cassandra://oHf2rTgwSgFll8kyAr9KoFvkdnsSoJlDuQbc0LBlPM0ÍÏÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwä�×eÙ†l–Zòwã�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://ZQgIzqahLsWp9qcY0RFA87WI4ngErJpUvB-PEebehTAÎ ÌEÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://Wre8entB-aY81AXYhQjmig9o35IrZ2VO6bR4kT1xzjEÍf¥Í`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://KMgYy8Mdf8oeCHvO13EeKIftosGwTiNW4FL32ObXF5QÍXÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://sHjE_f5_TWCZTCsYjc-Ay25KLV_sPuHI2bSgTKa-6UwÎ ÆñÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx[×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://s0d2-Nj35oqw7K3RWhm3h0CNGU72a_RQMEqulmoRVw0Î æïÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://t-1ttQz9Q-JZy1JBb4k0Cm6OOAV_L-SQ-ObpGysszq8ÍCÖÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://I9MjwPMFBltqmfiqzyCX46_RGCY7RGMqrZRiLmES-hwÍÈÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://rSbK7rxRseUk3-7tCbowxubb4-NJSSNDI2wpT2tQxqwÎ ÄÅÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx^×‰EÚ	­COLUMN door Minke
Voeden op gevoel
Minke Siesling, vroedvrouw/lactatiekundige bij vroedvrouwenpraktijk De Oever
Er is steeds meer kennis en dus ook informatie
over borstvoeding, wat vooral goed
nieuws is: meer aandacht, meer kennis,
meer vrouwen die overtuigd zijn om borstvoeding
te geven. Toch merk ik ook een
keerzijde. Door al onze kennisoverdracht
gaan vrouwen borstvoeding geven soms
â€˜overdenkenâ€™. Ze proberen zoveel mogelijk
informatie tot zich te nemen. Ze lezen en
beluisteren alles wat ze er over kunnen
vinden. Als ze ons vragen stellen en wij hen
(goedbedoeld) nog meer theorie voorschotelen,
denken moeders dat â€œnadenken overâ€�,
dus vanuit cognitie omgaan met borstvoeding,
de juiste weg is. Wij tonen hen die
immers, wij weten het beste hoe het moet.
De kern van dit nodig hebben en vastgrijpen
van informatie lijkt me het gebrek aan ervaren
en opgroeien met. Wie van de vrouwen
die voor de eerste keer de borst gaat geven
heeft dit in haar leven al mogen zien bij
een andere vrouw? Wie van hen groeide op
in een omgeving waarin de borst gegeven
werd, een baby getroost aan de borst? Ze geven
niet alleen voor de eerste keer de borst,
het is vaak de allereerste keer dat ze dit van
dichtbij meemaken. Ze hebben geen enkele
basis om op terug te vallen. De onbewuste,
van generatie op generatie doorgegeven
kennis waardoor er vertrouwen is en er
loslaten kan zijn. Onze kennismaatschappij
is degene waar ze vertrouwd mee zijn. De
meeste van de vaardigheden die ze geleerd
hebben in hun leven was door informatieoverdracht.
Maar
borstvoeding geven is een ervaring,
een aanvoelen, een doen. Een proces van
uitwisseling tussen moeder en kind, dat ook
nog eens elke dag en elke voeding anders
is. En hoewel basiskennis absoluut helpend
is, zal deze theorie nooit helemaal overeenstemmen
met hun eigen ervaring. Daardoor
merk ik dat ze vaak onzeker worden, het
gaat niet zoals ze het geleerd hebben. Het
voelt niet zoals ze gedacht hadden dat het
ging zijn. Het is op dit punt dat hun cognitie
in conflict gaat met hun ervaring, hun
voelen. Omdat onze hele maatschappij op
cognitie draait, verliest het voelen. Dan
ploeteren ze door op ratio en proberen
antwoorden te vinden door alsmaar meer
vragen te stellen.
Als lactatiekundige vind ik het vaak een
uitdaging om balans te houden tussen het
geven van kennis en informatieoverdracht
en tegelijkertijd bewaken dat ik een vrouw
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
52
Enya Van Autreve Fotografie
×‰	Ú 7cassandra://KMgYy8Mdf8oeCHvO13EeKIftosGwTiNW4FL32ObXF5QÍXÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwå×‰EÚOniet overspoel met informatie. Ik wil namelijk
liefst dat ze op intuÃ¯tie en aanvoelen
de borst zal blijven geven. En ik wil zeker
niet dat ze die intuÃ¯tie door mij net minder
vertrouwt. Uiteraard zijn we lactatiekundige
om haar te helpen en oplossingen aan te
bieden. Ze zal ook niet geholpen zijn als we
op elke vraag antwoorden dat ze het zelf wel
zal weten. Het is dus een evenwicht zoeken
in voldoende positie innemen zodat zij zich
geholpen voelt en niet zoveel positie innemen
dat ze niet meer zonder ons en onze
kennis kan. Hoe minder afhankelijk daarvan,
hoe groter haar vertrouwen in haarzelf en
haar baby, hoe groter de kans dat ze de cognitie
kan loslaten en meer kan voelen met
haar lijf.
Of zoals de vrouw die vandaag glimlachend
met tranen in haar ogen tegen mij zei: â€˜Nu,
bij mijn derde die na negen maanden nog
minstens drie keer wakker wordt om te
drinken, heb ik geleerd niet meer op de klok
te kijken. Moe ben ik sowieso, ik heb geen
zin meer om ook nog na te gaan denken
over hoe moe ik ben. Daar word ik nog veel
vermoeider van.â€™
Het maakt me altijd blij als ik deze meer
ervaren moeder zoiets hoor zeggen tegen
die jonge eerste mama. Want uiteindelijk is
het dat wat zij nodig heeft. De geruststelling
dat het goed komt en, vaak sneller dan we
achteraf wensen, voorbijgaat.
53
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
×‰	Ú 7cassandra://I9MjwPMFBltqmfiqzyCX46_RGCY7RGMqrZRiLmES-hwÍÈÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwæ�×eÙ†l–Zòwå�ÍÀÍ{×‘C’×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://UaFb8oe_eKCqlC0ZZaD-N0u970b-xRUTMMfUTViE4OkÎ Î_Í`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://YnK3sTQNuJxe4d86rUy7NsHLtCdXzzgnFcKbabhk7ZIÍaÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://AJ7oTV2m745a8N0hgzYSBhrDej1mLJdoOQqjAy34E1EÍ$®Í`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://-f8P9Gx6-pd57Bks34xoEvUnaxsdIMA40w_6-lCn8E0Î 
ØÌ¶Í �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòx`×˜š� Íà �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://LlT6VypztH_JG6h8NO72H4gRujmdXrULjQn4SH_jUfwÎ øtÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://jNZGmereKJvZyMYR6NCyg4shaGR6eDYVwx2WgH_fWsAÍGQÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://uwacOU10fbxUIYZfixJqYr7idjTre5AC5vkEANME-ugÍÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://kYX1w_TmkuGHgNlCPoqoExqbA9PVKWOp97lqH_3XoagÎ 0-ÌŠÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòxa˜× ��×eÙ†l–Zòxj� ÍøÍt�Ìš�9×�H½mailto:bvl.redactie@gmail.com×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxi� ÍøÍä�Ìš�9×�H½mailto:bvl.redactie@gmail.com×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxh� ÍøÍ�Ìž�9×�H¾http://www.bvl-borstvoeding.be×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxg� ÍøÍü�Ìµ�9×�HÚ !mailto:bvl.borstvoeding@gmail.com×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxf� ÍÆÍØ�Ì¢�9×�H½http://www.vangrunderbeeck.be×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxe� ÍÆÍ”�Ìž�9×�H¾http://www.bvl-borstvoeding.be×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxd� ÍÆÍ‚�Ì—�9×�H½mailto:bvl.redactie@gmail.com×�×�Ðˆ× ��×eÙ†l–Zòxc� ÍÆÍb�Ì¨�9×�H¾http://www.bvl-borstvoeding.be×�×�Ðˆ×‰EÚ NBVL congres 2022
BVL
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
54
×‰	Ú 7cassandra://AJ7oTV2m745a8N0hgzYSBhrDej1mLJdoOQqjAy34E1EÍ$®Í`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwç×‰EÚ
ÏBVL
Colofon
Astrid De Brabandere
BVL-Tijdschrift voor Lactatiekundigen
wordt uitgegeven door de Belgische
Vereniging van Lactatiekundigen vzw.
Alle lactatiekundigen en lactatiekundigen
IBCLC kunnen lid worden van de BVL.
Personen en organisaties die de vereniging
willen steunen kunnen steunend lid
worden. Raadpleeg hiervoor de website
www.bvl-borstvoeding.be.
Alle leden ontvangen het tijdschrift.
Het tijdschrift wordt tweemaal per jaar
gepubliceerd.
Dit tijdschrift heeft tot doel de lactatiekundigen
en lactatiekundigen IBCLC op
de hoogte te houden van ontwikkelingen
op het gebied van lactatie en verwante
vakgebieden. Tevens is het tijdschrift een
middel om contacten onder de lactatiekundigen
en lactatiekundigen IBCLC te
bevorderen.
Christel Geebelen
Redactieadres
Maleizenstraat 23
3020 Herent
bvl.redactie@gmail.com
www.bvl-borstvoeding.be
Redactieraad
- Astrid De Brabandere, pediatrisch
verpleegkundige, lactatiekundige
- Christel Geebelen, sociaal verpleegkundige,
lactatiekundige IBCLC
- Veerle Van Bocxstaele, MSc, vroedvrouw,
lactatiekundige IBCLC
Lay-out
An Van Bocxstaele
Foto omslag
Enya Van Autreve Fotografie
Druk
Drukwerk Vangrunderbeeck BVBA
www.vangrunderbeeck.be
Veerle Van Bocxstaele
Advertenties
Tarieven en praktische vereisten kunnen
55
Belgische Vereniging van Lactatiekundigen
vzw
Maatschappelijke zetel:
Maleizenstraat 23, B-3020 Herent
Secretariaat:
O. Raeymaeckersstraat 3A, B-3400 Landen
885.732.833 â€“ RPR Leuven
KBC BE02 7350 1651 4640 BIC: KREDBEBB
bvl.borstvoeding@gmail.com
www.bvl-borstvoeding.be
BVL-TIJDSCHRIFT VOOR LACTATIEKUNDIGEN 2023 JG 14 NR 1
aangevraagd worden op de redactie
bvl.redactie@gmail.com.
De redactie kan beslissen om advertenties
al dan niet op te nemen. Voor de inhoud van
de advertenties zijn zowel de BVL als de
redactie niet verantwoordelijk.
Inzenden artikels
Het artikel wordt via e-mail gestuurd naar
bvl.redactie@gmail.com. Bij het toesturen
van het artikel moet uitdrukkelijk vermeld
worden of het artikel al elders is aangeboden
voor publicatie. Een artikel voor
het voorjaarsnummer dient ingeleverd te
worden voor 15 maart en voor het najaarsnummer
voor 15 september. De redactie
evalueert of het artikel gepubliceerd wordt.
Indien een aanpassing nodig is, wordt
overleg gepleegd met de auteur. De redactie
behoudt zich het recht voor de tekst aan te
passen. De richtlijnen voor de auteur kunnen
aangevraagd worden bij de redactie.
De redactie is niet verantwoordelijk voor de
inhoud van de artikels. De beschrijving van
feiten, gedachten of opvattingen aangereikt
door de auteurs zijn enkel hun verantwoordelijkheid.
Copyright
toestemming
Uit dit tijdschrift mag gekopieerd worden
mits de vermelding van naam auteur, titel
artikel, BVL Tijdschrift voor Lactatiekundigen,
jaargang en nummer.
×‰	Ú 7cassandra://uwacOU10fbxUIYZfixJqYr7idjTre5AC5vkEANME-ugÍÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwè�×eÙ†l–Zòwç�ÍÀÍ{×‘C‘×˜š�   �ÍàÍ{�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://uY9Mo0tDnOnSRn13hpC7XaorgvUcO-mRpO4AWQoBtzUÎ üÝÍ`�Í°Í×‰	Ú 7cassandra://kEYx995J_z2f8YPGOWvCvk0TckeUjIHi9XFLteIUHAsÍSdÍ`�ÍSÍß×‰	Ú 7cassandra://hNVh5bhDC0S1l2jXh_VEo_ux3LZnYHMsJMNm7d5ipbIÍÍÍ`�ÌµÍ ×‰	Ú 7cassandra://WifDWmkMspdfGDXBljrcEFmOGz8myWZVY9EjRS8rGLAÎ @ÍYÞÍ �ÍèÍñ�×eÙ†l–Zòxm×‰EÚo1
o o
u
o d
&
el
p
Onze
e
r m
d
d
e
N
Â°
ONMIDDELLÄ² KE
ABSORPTIE
ze h gn
DERMA
Onze unieke derma comfort toplaag
houdt urine en vloeibare stoelgang weg
van de huid en houdt het vast in de kern.
Zie het verschil
COMFORT
Toplaag
ANDER TOONAANGEVEND MERK
n
d
ui
et
h
o
e
h
d
g
n
×‰	Ú 7cassandra://hNVh5bhDC0S1l2jXh_VEo_ux3LZnYHMsJMNm7d5ipbIÍÍÍ`�ÌµÍ �×eÙ†l–Zòwé×ˆE�×eÙ†l–Zòwê�×eÙ†l–Zòwé�ÍÀÍ{ÌÌ×�2” Ú #BVL tijdschrift JULI 2023 - publiek�×eÙ¯*<û2Ù¤