׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://Z4Q3K1KlNwVmVXCYNnC11TIwpoxDEidBGFzTbxeBuJQ m`׉	 7cassandra://myILyHPSvHTYAdeu5seLor3wicFJJ6FHLin6GrY0UGkw`S׉	 7cassandra://1nRuT1ZHq0CefWUstbPI7t2vpdlhZfNGUMvdkdoFj80%`̵ f'G_L=ט   {u׈   ҷf  נf'G_L=ց )́9ׁH (mailto:marianne.tenfeld@kienhuislegal.nlׁׁЈ׈Ef'G_L=׉EColumn geschreven door:
Marianne ten Feld-Sprik,
advocaat bouw- en aanbestedingsrecht
marianne.tenfeld@kienhuislegal.nl
053 – 480 40 69
Regelmatig krijgen wij in onze praktijk vragen over de (on)geldigheid van inschrijvingen op RAWbestekken.
Vooral fouten in de RAW-inschrijfstaat zijn voer voor discussie. Onlangs moest de
voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam zich uitlaten over de vraag of een dergelijke
fout leidt tot ongeldigheid van de inschrijving.
(On)geldige inschrijving door
fout in RAW-inschrijfstaat?
Casus
De aanbestedende dienst organiseerde
een aanbesteding met als doel om een
RAW-raamovereenkomst te sluiten.
Aannemer X schreef in op de aanbesteding,
maar maakte een fout in de RAW-inschrijfstaat.
De percentages voor de staartposten
(uitvoeringskosten, algemene kosten,
winst en risico) corresponderen niet met
de daarbij ingevulde totaalbedragen per
staartpost en de aangeboden inschrijfsom.
In reactie op vragen hierover van de
aanbestedende dienst, gaf Aannemer X
aan dat hij de percentages per ongeluk
had gerelateerd aan de totale aannemingssom,
in plaats van aan het subtotaal. Hij
stelt dat het totaalbedrag per staartpost
wel klopt.
De aanbestedende dienst heeft de
inschrijving van Aannemer X als ongeldig
terzijde gelegd, omdat niet is voldaan aan
artikel 01.01.06 van de Standaard RAW
Bepalingen. Daarin staat (onder meer):
“Uitvoeringskosten, algemene kosten,
winst en risico en een eventueel door
de inschrijver gegeven korting worden
opgenomen na het subtotaal in de vorm
van een percentage ten opzichte van
het subtotaal (…) en met vermelding van
het daaruit volgend bedrag”. Aannemer X
legt zich er niet bij neer en start een kort
geding.
Beoordeling voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter stelt voorop
dat het gelijkheidsbeginsel en het
transparantiebeginsel meebrengen dat
een inschrijver zijn inschrijving niet mag
wijzigen of aanvullen. Dit is alleen anders,
wanneer de inschrijving een ‘klaarblijkelijke
Bouwen in het Oosten
19
eenvoudige precisering’ behoeft of als het
gaat om het rechtzetten van een kennelijke
materiële fout. Maar dit mag er niet toe
leiden dat een nieuwe inschrijving wordt
ingediend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat
de inschrijving van Aannemer X formeel
niet voldoet, omdat niet is voldaan aan
de vereisten van de RAW-systematiek.
Aannemer X betoogt dat sprake is van
een ‘geringe omissie’. Daarin volgt de
voorzieningenrechter de aannemer niet.
Uit de RAW Standaard volgt namelijk dat
voor de berekening van de aannemingssommen
per deelopdracht de percentages
op de staartposten mede bepalend
zijn voor de daadwerkelijk door de
aanbestedende dienst te betalen kosten.
Deze percentages zijn dus van belang
voor de beoordeling van de inschrijving.
Verder is niet objectief vast te stellen
hoe Aannemer X had willen inschrijven.
Onduidelijk is of hij had beoogd in te
schrijven met de in de inschrijfstaat
aangeboden percentages en lagere
totaalbedragen of juist had beoogd in
te schrijven met hogere percentages en
gelijkblijvende totaalbedragen. Herstel
is niet toegestaan, omdat dit resulteert
in een niet-toegestane wijziging van de
inschrijving. Aannemer X is dus terecht
uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.
Commentaar
Uit
deze casus blijkt maar weer hoe
precies het invullen van de RAW-inschrijfstaat
komt. Een fout(je) kan al snel
fataal zijn, te meer omdat de Standaard
RAW bepalingen specifieke voorschriften
bevatten waar de RAW-inschrijfstaat aan
moet voldoen. Wilt u hierover meer
informatie? Neem dan contact op met
Marianne ten Feld-Sprik van Kienhuis
Legal.
׉	 7cassandra://1nRuT1ZHq0CefWUstbPI7t2vpdlhZfNGUMvdkdoFj80%`̵ f'G_L=ҁf'G_L=с{) !BIHO 2024 3 KIENHUIS LEGAL COLUMNf'ҷf<