׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://dmhgOCo3Ut_w9CP2fdNTWoMznZIKAQGVkgXq8Z_PJQw l`׉	 7cassandra://eWn1cdmc1Url3m1LGLPve_R_vCOXRltBLD65uEsLBMgZ`u׉	 7cassandra://47k3bM2WXZZV9DvRliWvbFFd_z038WMNN9EnQ_IDpcM p` h߈/GvU>׌ט   u׈   ];  ׈Eh߈/GvU>r׉E Uitgave van Radboudumc Centrum voor Oncologie
“Kankeronderzoek
krijgt meer impact”
GUILLÉN FERNÁNDEZ
Eindelijk MRI-onderzoek
voor dense borsten
Preventie eierstokkanker
wereldwijd onderzocht
Een serie aanvallen
op de kankercel
׉	 7cassandra://47k3bM2WXZZV9DvRliWvbFFd_z038WMNN9EnQ_IDpcM p` h߈/GvU>sh߈/GvU>rבCט   u׉׉	 7cassandra://veUByAkx2jBnCBOqqWJ8StJqviuR39QwoHVJiul2sko {?`׉	 7cassandra://R67PBlYFUYiVG16vLJSjE83j5kyC5IlK1KPjgzsZeo42`u׉	 7cassandra://uXUjumwW3JLfv7ua6IwJ4-xq0lh7snnhtZrP5HAZazw` h߉/GvU>׏ט  u׉׉	 7cassandra://iBtDxAop-AqrumHDryVfP99lgBXX2i1CELwSLwIk_pg `׉	 7cassandra://WM1-nn31Bx39yK-nPVpmqGx3AckEjYmtULPMZm98XEkX`u׉	 7cassandra://YPUUCXudi2D34ObkigobtPGsqE62iMMMH10XIWXCH24` h߉/GvU>אנ7mQA    "EI9׉H  https://www.radboudumc.nl/reportG׉ׁ
default style נ7o.SQA   K HE9׉Hmailto:oncologie@radboudumc.nlG׉ׁ
default style נ7oUQA   "CD9׉H (https://www.linkedin.com/groups/4222228/G׉ׁ
default style נ7u-QA   Emk9׉H 3https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2502760G׉ׁ
default style נhߊ/GvU>ו !́
9ׁHhttp://www.BeterGezond.nlׁׁЈ׉Ecolofon
Redactieraad:
prof. dr. Bart Kiemeney, voorzitter
Carla Smits-Caris
Anneke Hulshoff MANP
dr. Ingrid Desar
prof. dr. Robert Takes
prof. dr. Camiel Rosman
prof. dr. Jan Bussink
prof. dr. Haiko Bloemendal
dr. Anniek van der Waart
drs. Marlies van der Meij
drs. Joost van Sluijters
Vormgeving en realisatie:
Capital Advertising
Tel: +31 - 73 613 30 30
Overname gegevens alleen toegestaan
met bronvermelding:
Radboud Report Oncologie
Correspondentieadres:
Radboudumc
Centrum voor Oncologie
Postbus 9101 (huispost 547)
6500 HB Nijmegen
Tel: +31 - 24 365 57 51
Email: oncologie@radboudumc.nl
www.radboudumc.nl/report
ISSN:
2468-3353
Een duurzaam magazine
Report bestaat enkel uit volledig
herbruik bare grondstoffen (het papier,
de inkt en hechtings materiaal), die
stuk voor stuk onderzocht zijn door
milieu-onderzoeks instituut EPEA. De
materialen zijn herbruik baar in nieuwe
producten of als voeding voor de
natuur.
׉	 7cassandra://uXUjumwW3JLfv7ua6IwJ4-xq0lh7snnhtZrP5HAZazw` h߈/GvU>t׉E	voorwoord
Een compleet nieuw medicijn
Het jaarlijkse congres van de American Society of Clinical Oncology
is vaak de plek waar voor het eerst opzienbarende resultaten van
een nieuwe kankertherapie worden gepresenteerd. Zo ook eerder
deze week in Chicago. En nog mooier, de deze week gepresenteerde
therapie kost geen tonnen per jaar per patiënt maar helemaal niets.
Tenminste als je als patiënt al een paar goede loopschoenen hebt. De
Canadees / Australische ‘CHALLENGE’ trial toonde voor het eerst in een
grootschalige gerandomiseerde opzet aan, dat darmkankerpatiënten
na operatie en aanvullende chemotherapie een betere kankerspecifieke
prognose hebben, wanneer ze deelnemen aan een drie jaar durend
beweegprogramma. Als u het artikel wil opzoeken: scan dan de QR-code.
We wisten natuurlijk al lang dat een betere leefstijl doorgaans leidt
tot een betere kwaliteit van leven, minder comorbiditeit en een lagere
sterftekans. Maar dat het ook de kans op levermetastasen verlaagt na
behandeling van darmkankerpatiënten is nieuw. Afgezien van slijtage
van je loopschoenen lijken er ook geen nadelen te zijn. Hoe anders dan
bij de gangbare medicatie. Logisch dus dat medisch-oncoloog aan Yale
School of Medicine Pamela Kunz zegt: “Exercise as an intervention is a
no-brainer and should be implemented broadly”.
Radboudumc organiseerde met
de Nederlandse Orthopaedische
Vereniging het eerste multidisciplinaire
botmetastasen symposium. Door
toegenomen langere overleving van
patiënten met uitgezaaide kanker
zal het aantal skeletgerelateerde
complicaties de komende jaren
toenemen. Waar de behandeling van
botmetastasen eerder in de laatste
fase van het leven plaatsvond, is door
de toegenomen overleving een andere
zorgvraag ontstaan
Maar nu? Moeten we deze trial gaan herhalen bij elke tumorsoort, en
elk stadium en na elk type behandeling? De CHALLENGE trial duurde
16 jaar, nog exclusief voorbereidingen, en kostte miljoenen! Of denken
we gewoon logisch na over de waarschijnlijk soort tumor-aspecifieke
mechanismen van bewegen en trekken we de CHALLENGE-resultaten
meteen door over de gehele oncologie of zelfs geneeskunde in zijn
algemeen? Het laatste natuurlijk. Immers, als leefstijl een pil zou zijn,
zouden we er iedereen mee behandelen. En als u niet weet hoe het aan
te pakken, dan hebben we daar samen met onze partners MUMC+ en
Vereniging Arts en Leefstijl een mooi programma voor. Kijk vooral op:
www.BeterGezond.nl.
Bart Kiemeney
׉	 7cassandra://YPUUCXudi2D34ObkigobtPGsqE62iMMMH10XIWXCH24` h߈/GvU>uh߈/GvU>tבCט   u׉׉	 7cassandra://co9dGEa6VRt8ar6Gx0MJ_PX1772I-czfOOdyWrJndyI `׉	 7cassandra://0cgWfMgt2gnOGCXoaHmd9oN_Kwzca2mYwbtxhO5iUvET`u׉	 7cassandra://Qtwky5ae6iRNTswJlQsuGjdPPo6YVm88vVM0ZxU_SkIs` hߊ/GvU>זט  u׉׉	 7cassandra://G7-eGGT0v68ZUpL5qf4lGKz4aF8JVlzdKo-7Ds3NXmY S`׉	 7cassandra://-hImVGiqEOnuQitZs1z7CmMk3KK7DOCCB4ZaIBevF4wk`u׉	 7cassandra://kqaz98bF7XYJZPAL_BZyVACkoOLiFE2DEbtrKJTpiPo ` hߋ/GvU>ח׉EBetere oncologische
zorg door innovatieve
datatechnologie
Kort
Report
In elke Report berichten we breeduit
over grote onderzoeken, grote
doorbraken en grote inzichten. Maar
er is altijd ook kort, laatste nieuws.
Dat vindt u hier. Boeiende berichten,
vers van de pers.
04 Radboud Report Oncologie
Binnen het Radboudumc draait een
pilot met een nieuw ICT-platform:
PLUGIN. De intelligente software
binnen dit platform herkent zélf
vanuit het patiëntendossier welke
patiënten hoofd-halskanker hebben.
PLUGIN kan deze dossiers vervolgens
automatisch anonimiseren en
doorsturen naar het Integraal
Kankercentrum Nederland
(IKNL). Chief Medical Information
Officer dr. Guido van den Broek,
hoofd-halschirurg binnen het
Radboudumc, legt uit wat daar het
evidente voordeel van is.
Guido van den Broek: “Laat ik eerst
uitleggen waarom we die gegevens
landelijk verzamelen. We werken
binnen de hoofd-hals-oncologie
altijd met multidisciplinaire
groepen van artsen. Bij ons zijn dat
een KNO-arts en onder meer een
patholoog, radioloog, MKA-chirurg,
een bestralingsarts en een medisch
oncoloog. Samen beheren zij de
kwaliteitsregistratie hoofd-halsoncologie.
In die registratie zitten 45
indicatoren die iets zeggen over de
kwaliteit die je als ziekenhuis levert.
Denk aan het aantal complicaties, de
tijd tot de start van de behandeling
en de overleving. Die gegevens
leggen we landelijk vast voor de
15 Nederlandse ziekenhuizen
die zich richten op hoofd-halsoncologie.
Twee keer per jaar komen
deze ziekenhuizen bijeen om de
resultaten op de 45 indicatoren te
bespreken, en met name ook om van
elkaar te leren. Een ziekenhuis dat
goed scoort op een indicator helpt
daarbij een ziekenhuis dat daarin
minder sterk is.”
Op dit moment wordt de data rond
patiënten met hoofd-halskanker
door IKNL nog handmatig uit de
digitale patiëntendossiers gehaald.
Daardoor worden deze gegevens
soms pas na anderhalf jaar zichtbaar
in het systeem. “Je kunt je
voorstellen dat, wanneer je als
ziekenhuis in een verbetertraject
׉	 7cassandra://Qtwky5ae6iRNTswJlQsuGjdPPo6YVm88vVM0ZxU_SkIs` h߈/GvU>v׉E0Met de vergrijzing van de bevolking zal in de komende jaren het aantal
kankergevallen nog verder stijgen. De belangstelling voor kanker ook.
Dat merkten we al bij de publiekslezing die Radboudumc en dagblad de
Gelderlander op wereldkankerdag organiseerden. De belangstelling was enorm
en het publiek in de collegezaal vrij grijs. Zij kregen antwoord op de vele vragen
die er leven rond de erfelijkheid van kanker.
Publiekslezing over erfelijke
kanker massaal bezocht
zit voor een van de indicatoren,
die informatie veel te laat komt.
Met PLUGIN zit daar geen dag meer
tussen,” vertelt Van den Broek.
“Daarnaast zorgt PLUGIN natuurlijk
voor een enorme efficiencyslag.
Het werkt sneller en goedkoper. Op
termijn zou PLUGIN zelfs proactief
kunnen worden en berichten
terug kunnen sturen. Het kan dan
bijvoorbeeld waarschuwen als een
behandeling buitengewoon lang op
zich laat wachten. Maar al met al
zijn we nu al enorm tevreden met
de pilot zoals we die hier binnen
het Radboudumc draaien. Dit is
een ICT-project, maar het levert
onderaan de streep betere zorg op.”
PLUGIN is een samenwerking
tussen het Expertisecentrum
Zorgalgoritmen, Dutch Hospital
Data (DHD) en Integraal Kankercentrum
Nederland (IKNL). Zij
werkten bij deze pilot samen met
het Radboudumc.
Nagenoeg iedereen krijgt vroeg of laat
te maken met kanker. Dat kan zijn
omdat je het zelf krijgt, één op de drie
mensen treft het, of omdat iemand
in je omgeving ermee te maken krijgt.
In Nederland worden jaarlijks 128.000
nieuwe gevallen vastgesteld, een
aantal dat door de vergrijzing naar
verwachting zal oplopen tot 200.000
in 2040, aldus epidemioloog Bart
Kiemeney tijdens de publiekslezing
die Radboudumc en dagblad de
Gelderlander op wereldkankerdag
organiseerden. Toch heeft hij ook
positief nieuws: in tegenstelling tot
wat veel mensen denken, neemt het
individuele risico op kanker niet toe.
Dat daalt zelfs iets. Bovendien wordt
kanker steeds minder vaak
een dodelijke ziekte.
Tijdens de keynote-lezing van klinisch
geneticus Marleen Kets kwam het
volledige spectrum van erfelijke
kanker aan bod. De aanwezigen
leerden dat je niet letterlijk kanker
erft, maar een erfelijk verhoogd
risico om de ziekte te ontwikkelen.
Ongeveer 5 tot 10% van de kankers
is toe te schrijven aan genetische
factoren, 10% aan virussen en
30% aan een ongezonde leefstijl.
De meeste gevallen ontstaan door
pure ‘pech’. Kelly Janssen, die leeft
met het Lynch-syndroom en onder
behandeling is bij het Radboudumc,
was tijdens de publiekslezing
aanwezig als speciale gast. In een
openhartig vraaggesprek deelde
ze haar persoonlijke ervaringen.
Haiko Bloemendal, voorzitter van
het regionaal oncologienetwerk
Onco Oost, belichtte de doordachte
oncologische samenwerking van de
ziekenhuizen in de regio.
De interactie met het publiek werd
gezocht in een panelgesprek waarbij
veel vragen aan de deskundigen
werden gesteld. En Bart Kiemeney
draaide de rollen ook om en bevroeg
het publiek met een quiz rond kanker.
Er valt nog veel te leren, bleek al
snel, want de verdeeldheid onder de
aanwezigen was groot. Deze middag
droeg daaraan bij.
Radboud Report Oncologie 05
׉	 7cassandra://kqaz98bF7XYJZPAL_BZyVACkoOLiFE2DEbtrKJTpiPo ` h߈/GvU>wh߈/GvU>vבCט   u׉׉	 7cassandra://izAoSacGhSRTdBgV9qQLKGypirH75yfdAk453xlCtro `׉	 7cassandra://ImKFn3GDe-HfhC2SAsLOuHJ5CeLxqkCTJTp0E6wohw4Qm`u׉	 7cassandra://bIB49knnCjQP9b4448IOk247xpPaI_0BjJZJPj4uzuQ` hߋ/GvU>ךט  u׉׉	 7cassandra://C-XkMgcebThwVNquBghopumlPlBKCA7e5WPVmRRAYl8 i`׉	 7cassandra://geik-UM_9yElRE9IPM5RfDwCXU3IVTvQHgMjQXE55GoZ`u׉	 7cassandra://IwVSPphn7fWR_epFrjL2MOu0lLNoxrtEMSpz12wbeHEq` hߋ/GvU>כ׉EnWetenschappelijk directeur Radboudumc
Guillén Fernández over nieuwe aanpak onderzoek
Kankeronderzoek
Radboudumc
krijgt meer impact
De universiteit is aan het veranderen. Niet alleen van
binnenuit, maar vooral onder druk van buitenaf. Waar
wetenschap ooit werd gezien als een vrijplaats voor
nieuwsgierigheid en kritische reflectie, wordt zij nu
steeds vaker beoordeeld op haar directe economische
en maatschappelijke nut. In beleidsdocumenten,
financieringscriteria en de publieke opinie klinkt
steeds luider de eis: wat levert het op? Universiteiten
worden afgerekend op de mate waarin hun onderzoek
maatschappelijke of economische impact heeft; denk
aan patenten, spin-offs en samenwerking met bedrijven.
Wetenschappelijk directeur van het Radboudumc,
prof. dr. Guillén Fernández, herkent die ontwikkeling
niet alleen, hij onderschrijft haar ook. Want alleen op die
manier kan onderzoek ook gefinancierd blijven worden.
PROF. DR. GUILLÉN FERNÁNDEZ
Guillén Fernández is wetenschappelijk directeur van het
Radboudumc en hoogleraar cognitieve neurowetenschappen
verbonden aan het Donders Instituut.
06 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://bIB49knnCjQP9b4448IOk247xpPaI_0BjJZJPj4uzuQ` h߈/GvU>x׉E	wWeinig
Fernández: “Wij produceren hier als wetenschappers
binnen het Radboudumc bijna 4000 papers per jaar. Dat
is enorm. Maar als we kijken naar de verandering die
dat teweegbrengt, in termen van een nieuw medicijn,
een nieuwe richtlijn, een nieuw product, of betere
kwaliteit van leven, dan is dat ineens weinig. We willen
en moeten veel meer impact hebben. Daar vragen de
maatschappij en de politiek om. En die vraag is reëel. Op
dit moment komen er jaarlijks ongeveer tien patenten
voort uit die 4000 papers. Innovatie wordt nog te vaak
gestuurd door bedrijven en niet door academisch
onderzoek. Ik snap dat de belastingbetaler daar moeite
mee heeft.” Radboudumc besteedt jaarlijks ongeveer 200
miljoen euro aan onderzoek. Dat is publiek geld. In een
maatschappij die onder meer ook wordt geconfronteerd
met vergrijzing, klimaatproblemen, oorlogsdreiging
en migratie, is het voor Fernández logisch dat mensen
daar vragen bij stellen. “Dat is begrijpelijk. En het
enige antwoord daarop is: meer maatschappelijke en
economische impact creëren. Dat doen we nu met onze
onderzoeksprogramma’s.”
Langdurig programma
Een belangrijk knelpunt was: onderzoekers werkten
vooral van subsidie naar subsidie, wat een focus op
korte termijn stimuleerde en lange termijnvisie in
de weg stond. Daarom introduceerde Radboudumc
een nieuwe functie: de Research Group Leader. Deze
onderzoekers worden structureel gefinancierd en werken
aan lange termijndoelen. “Zij hebben nu een stabiele
basis om aan complexe onderwerpen te werken die
impact gaan hebben,” aldus Fernández. “Niemand kan
binnen één promotietraject een compleet probleem
oplossen. Daarom moet je het opnemen in een langdurig
programma. Dat hebben we nu gedaan na een intensief
en lang proces. Deze onderzoeksprogramma’s zijn
opgesteld op basis van inzichten van de Britse econome
Lynda Gratton, die onderzocht waarom sommige
teams succesvoller zijn dan andere. Zij noemt drie
sleutelfactoren. Allereerst: een gemeenschappelijk
doel. Waar wil je over acht jaar staan? Daarnaast moet
het gaan over samenwerking in plaats van competitie.
Onderzoekers werken nu over afdelingsgrenzen
heen mee aan elkaars resultaten. En tot slot moet je
discipline-overstijgend denken: oplossingen niet alleen
zoeken binnen het eigen vakgebied, maar ook in andere
academische domeinen en daarbuiten. Zoals de industrie
en eerstelijnszorg.”
Radboud Report Oncologie 07
׉	 7cassandra://IwVSPphn7fWR_epFrjL2MOu0lLNoxrtEMSpz12wbeHEq` h߈/GvU>yh߈/GvU>xבCט   u׉׉	 7cassandra://dc6szv33OFf8FydumFQl1Fu4O8gTQNfbDQHUrIqKdK0 X`׉	 7cassandra://y4B8L0Vl4J_y3SYlAkWfCrZPaIDhUmj9rhvTvo3rgGkk`u׉	 7cassandra://eGAfac2A4PF4kUxA_kGQgDWXGDTc_p4sP9Anr_qAUD0"~` hߋ/GvU>םט  u׉׉	 7cassandra://9zdfPKOxxZi830_m8SCqDgGv1DCrgsJvNlBD2t_1rKQ l`׉	 7cassandra://CYgVRXxQMGGNZxCwsFSKzVan0sm4YcFUEyg7jWx9EcEX`u׉	 7cassandra://jRWJyEywF7gRjV3wqs5BMq2VKVHLC2vS-bGZzWcxjlsd` hߌ/GvU>מ׉E8De top
Radboudumc nodigde alle 180 onderzoeksgroepen
uit om programma’s
te ontwikkelen. Dat leidde tot 47 programma’s,
waarvan 14 zich helemaal
“Tijdens de Cancer Research
Retreat, 10 april jongstleden,
deelden alle onderzoekers die
zich met kanker bezighouden
binnen het Radboudumc onderzoeken
met elkaar om elkaar
daarmee te inspireren en de
onderlingen samenwerking
verder te stimuleren.”
of vrijwel helemaal op kanker richten.
“Samen bepalen we nu ook wie zich
richt op welke beurzen, zodat daar
geen interne competitie meer is. En
we kijken veel eerder in het proces
hoe we onderzoeksresultaten naar
de markt kunnen brengen. Niet pas
achteraf bepalen voor wie het waardevol
is, maar die partijen al vanaf het
begin betrekken. Ook dat is nieuw én
kan zeer effectief gaan zijn.” De kwaliteit
en toepasbaarheid van het onderzoek
zijn aantoonbaar gegroeid, ziet
Fernández. En de basis was al stevig.
“Als we kijken naar het aantal keren
dat ons onderzoek wordt geciteerd,
wat een graadmeter is voor relevantie,
dan staan we in de Europese top 25.
Ook de Europese Commissie ziet dat.
Het Radboudumc ontvangt de meeste
EU-onderzoeksfinanciering van alle
Nederlandse umc’s. Dat komt vooral
doordat we goed zijn in samenwerking
en netwerkvorming.”
De grote vraag blijft: zal het Radboudumc
ook meer patenten genereren,
zoals de maatschappij verlangt?
Fernández: “Daar focussen we sterk
op, en ik verwacht het ook zeker.
Maar het vraagt een andere houding
van wetenschappers. Tot nu toe was
de focus vooral op publiceren. Maar
wat je publiceert, kun je niet meer
patenteren. Dat moet omgekeerd.
We trainen onze mensen daar nu op.
Bij technische universiteiten is dat
dagelijkse praktijk. Hier wordt dat de
norm. TU’s scoren goed in de publieke
opinie: ze lossen zichtbare problemen
op. Umc’s doen dat ook. Dat moeten
we duidelijker communiceren.”
Onder de röntgen opname van een
dense borst. Waar bij de bovenste
borst de kleine tumor goed te zien
is, verdwijnt bij de tweede borst het
beeld van een veel grotere tumor in
het wit van de melkklieren.
08 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://eGAfac2A4PF4kUxA_kGQgDWXGDTc_p4sP9Anr_qAUD0"~` h߈/GvU>z׉ERadioloog dr. Ritse Mann ziet jarenlang pleidooi gehonoreerd
Eindelijk MRI-onderzoek voor
vrouwen met dense borsten
Eind mei meldden de kranten dat het kabinet overstag was.
Het ging geld reserveren voor aanvullende MRI-scans bij het
screenen van borstkanker. Het gaat om scans bij vrouwen
met dicht borstklierweefsel, zogenaamde dense borsten, bij
wie een tumor te vaak wordt gemist tijdens het reguliere
bevolkingsonderzoek. Grote opluchting was er daarom bij
dr. Ritse Mann, radioloog binnen het Radboudumc, die zich al
jaren op alle manieren hard maakt voor dit aanvullend MRIonderzoek.
Mann: “We zagen eerder dat de Gezondheidsraad
negatief adviseerde over een dergelijke scan. We hebben
daar onmiddellijk tegen geageerd en wisten uiteindelijk de
hele Tweede Kamer mee te krijgen. Maar de minister legde
de motie naast zich neer. Nu lijkt de politiek dus een andere
keuze te maken, hoewel door de val van het kabinet nog niet
getekend is”. Ritse Mann legt graag nog eens uit waarom dat
echt alsnog moet gebeuren.
Moeilijker
Mann: “Bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker blijkt dat ongeveer
acht procent van de vrouwen zeer dicht borstweefsel heeft.
Dat wil zeggen, relatief veel klierweefsel en weinig vet. Dit type
borstweefsel maakt het moeilijker om afwijkingen op een mammogram
te herkennen. Bij deze groep wordt dan ook veertig procent
van de tumoren niet opgemerkt. Tegelijkertijd blijkt dat vrouwen
met zulke dichte borsten een twee tot drie keer hogere kans hebben
om borstkanker te ontwikkelen. De combinatie van een grotere
kans op de ziekte en een kleinere kans dat deze tijdig ontdekt wordt,
leidt ertoe dat zij 20% tot 40% meer risico lopen om aan borstkanker
te overlijden. Uit grootschalig onderzoek van enkele jaren
geleden kwam naar voren dat jaarlijkse scans honderden gevallen
van borstkanker eerder aan het licht kunnen brengen. Desondanks
is een dergelijke screening nog steeds niet breed ingevoerd, vooral
vanwege zorgen over de kosten van MRI-onderzoeken en het beperkte
aantal beschikbare plekken in ziekenhuizen.”
Cruciaal
Voor de tachtigduizend vrouwen met dicht
borstweefsel is een regelmatig MRI-onderzoek
cruciaal, zo stelt Mann, omdat een tumor op de
gebruikelijke mammografie niet altijd zichtbaar is.
Op zo’n röntgenfoto kleurt hun borstweefsel
immers even wit als de tumor. Ritse Mann: “We
hebben er allereerst voor gepleit dat vrouwen moeten
weten dat ze dense borsten hebben. Dat krijgen
ze nu bij het bevolkingsonderzoek nog niet te
horen. Vervolgens wil je graag dat deze vrouwen
een extra controle krijgen met de MRI. We
begrijpen dat dit extra geld kost en dat de capaciteit
beperkt is, maar je redt daar veel levens mee.”
Daarom hebben Mann en collega’s meegedacht
over hoe tegemoet kan worden gekomen aan de
genoemde problemen. Zij ontdekten dat een veel
kortere en dus goedkopere, scan van slechts 5 in
plaats van 20 minuten even effectief is.
5 minuten
Ritse Mann: “Bij vrouwen bij wie een knobbel in de
borst wordt gevoeld, is het belangrijk een volledige
scan uit te voeren. Maar wij hebben in een onderzoek
laten zien dat voor het bevolkingsonderzoek
bij een scan van 20 minuten niet meer tumoren
worden gevonden dan bij een scan van slechts
vijf minuten. Dat betekent minder belasting voor
de vrouw en beduidend lagere kosten. De tijd die
nodig is om vrouwen op de onderzoekstafel te krijgen
en er weer af, blijft tien minuten, maar als de
MRI-scan voortaan nog maar vijf minuten hoeft te
duren, kunnen we twee keer zoveel vrouwen scannen.
Ik adviseerde eerder aan vrouwen die wisten
dat ze dense borsten hebben, dat ze zich dan maar
om de paar jaar bij een commercieel MRI-centrum
moesten laten checken. Ik ben blij dat het er nu
toch op lijkt dat we deze vrouwen ook binnen de
reguliere gezondheidszorg een onderzoek aan
kunnen bieden.”
Radboud Report Oncologie 09
׉	 7cassandra://jRWJyEywF7gRjV3wqs5BMq2VKVHLC2vS-bGZzWcxjlsd` h߈/GvU>{h߈/GvU>zבCט   u׉׉	 7cassandra://6iDSRLLEyA6MXpSr-LK7ntbWZ8qzj8YZMI-NDKydL_8 o` ׉	 7cassandra://sITId1k8aQFhdXHlmammCvgSzERLOt_qdD0Ft7oisGk[=`u׉	 7cassandra://wOa1ezKotIALSbhqp8FwlKvm6UFh_wR0o-_fdQhdJBU` hߌ/GvU>סט  u׉׉	 7cassandra://691V4TyhZeIkAWcWF860znN8kJEJys0kLMfP9VWxGVM `׉	 7cassandra://SshiSUTMlaF11N7QIuUE05WRB2D4DE_i9N8tCpEssYsQe`u׉	 7cassandra://WNYZCIYkaE6PCj4bS5to5nuJ6JRa9yVOfzZawBFomVA` hߌ/GvU>ע׉EDr. Lisa van Hoogstraten ziet aanzienlijke verschillen
in blaaskankerzorg in Nederland
Variatie in blaaskankerzorg
heeft gevolgen voor patiënt
De afgelopen jaren onderzocht dr. Lisa van
Hoogstraten samen met collega’s de blaaskankerzorg
in Nederland. Voor haar promotie bracht ze de
blaaskankerzorg in kaart, met speciale aandacht voor
de variatie tussen ziekenhuizen, de naleving van
richtlijnen en de verschillen in behandelmethoden. Die
verschillen bleken aanzienlijk te zijn en hebben in veel
gevallen gevolgen voor de patiënt. Van Hoogstraten:
“De verschillen tussen ziekenhuizen zijn opvallend,
omdat de blaaskankerzorg in Nederland is gebaseerd
op internationale richtlijnen. In de data kunnen we
niet goed zien in hoeverre de wensen van de patiënt
invloed hebben gehad op de gemaakte keuzes. Dat kan
(deels) een verklaring zijn voor de gevonden variatie.
Maar er lijkt meer aan de hand te zijn, want je ziet de
verschillen ook op ziekenhuisniveau.”
Gevolgen afwijken richtlijn
Van Hoogstraten staat zeker niet met de vinger te wijzen:
“Er kunnen gegronde redenen zijn om van een richtlijn af
te wijken en ook de richtlijnen zelf zijn niet op elk punt
perfect. Voor een van onze studies luidt de conclusie
bijvoorbeeld dat sommige richtlijnen herzien moeten
worden. Maar het kan ook zijn, dat we ons juist beter aan
de protocollen moeten houden, omdat sommige patiënten
nu niet de optimale behandeling krijgen. Dat kan
gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor hun overleving.”
Van Hoogstraten geeft een voorbeeld: “Eén op de vijf
patiënten met blaaskanker die in de spierwand van
de blaas is gegroeid maar nog zonder uitzaaiingen op
afstand, krijgt nu geen tumorgerichte behandeling.
Leeftijd speelt hierbij een grote rol. Bij patiënten jonger
dan 75 jaar gaat het om 10%, bij ouderen om maar liefst
34%. Maar in beide groepen is de overleving beduidend
slechter dan bij wél behandelde patiënten in diezelfde
leeftijdsgroepen met vergelijkbare karakteristieken.
10 Radboud Report Oncologie
De keuze om wel of niet te behandelen verschilt
per ziekenhuis, en het lijkt er dus op dat een deel
van de patiënten mogelijk onterecht niet wordt
behandeld.”
Niet optimaal
“Bij patiënten met laag-risico niet-spierinvasieve
blaaskanker zien we iets vergelijkbaars,” stelt
Van Hoogstraten. “De internationale richtlijn
schrijft voor dat deze patiënten na de standaard
kijkoperatie, waarbij de tumor via de plasbuis
wordt verwijderd, binnen 24 uur een eenmalige
blaasspoeling met chemotherapie krijgen.
Behalve als er sprake is van contra-indicaties.
Ons onderzoek laat echter zien dat er grote
variatie is tussen ziekenhuizen in de toepassing
van deze spoeling. Wellicht komt dit door angst
voor complicaties, maar die lijkt niet terecht. Wij
onderzochten het risico op ernstige complicaties
en sterfte na een eenmalige spoeling namelijk en
dat bleek zeer laag. Daarom denken we dat ook
hier mogelijk een deel van de patiënten onterecht
niet optimaal behandeld wordt.”
Ruimte voor verbetering
Bij spierinvasieve blaaskanker wordt vaak de
blaas volledig verwijderd. Volgens de richtlijnen
moet vóór de blaasverwijdering chemotherapie
worden gegeven. Ook hierbij blijkt een enorme
variatie tussen ziekenhuizen in Nederland te bestaan.
Van Hoogstraten: “Dit lijkt invloed te hebben
op de overleving van de patiënt. De variatie
moet worden gereduceerd door betere naleving
van de richtlijnen voor patiënten met stadium
T3-4a blaaskanker. De literatuur laat immers duidelijk
zien dat er de mogelijke overlevingswinst is
voor deze groep als vooraf chemotherapie wordt
toegediend. Voor stadium T2-blaastumoren is
de situatie anders. Daar lijkt het juist verstandig
om de richtlijnen kritisch te herzien, omdat het
׉	 7cassandra://wOa1ezKotIALSbhqp8FwlKvm6UFh_wR0o-_fdQhdJBU` h߈/GvU>|׉EUwetenschappelijk bewijs voor het
toepassen van chemotherapie voor
de operatie bij deze patiënten niet
sluitend lijkt. Nieuw wetenschappelijk
onderzoek moet hier voor
een optimale richtlijn zorgen.”
BlaZIB
De onderzoeken uit het
proefschrift van Lisa van
Hoogstraten zijn uitgevoerd
binnen het landelijke, populatiegebaseerde
BlaZIB-cohort. Dit
cohort omvat alle patiënten met
hoog-risico niet-spierinvasieve
blaaskanker (T1, Cis) en nietgemetastaseerde
spierinvasieve
blaaskanker, gediagnosticeerd
tussen november 2017 en
november 2019. Gegevens over
patiënt- en tumorkenmerken,
behandelingen en followup
(tot tenminste 2 jaar na
diagnose) werden verzameld
door datamanagers van de
Nederlandse Kankerregistratie
(NKR) en geanalyseerd door de
onderzoekers.
Patiëntvriendelijker
Van Hoogstraten vergeleek niet
alleen de behandelingen tussen
ziekenhuizen, maar ook de behandelingen
zelf. “Chemoradiatie, een
combinatie van chemotherapie en
bestraling wordt steeds populairder
als blaassparende therapie bij
spierinvasieve blaaskanker,” zegt
ze. “Vaak bestaat de chemotherapie
uit 5-fluorouracil, wat intraveneus
wordt gegeven, of capecitabine, via
tabletten. Die tabletten zijn natuurlijk
patiëntvriendelijker, maar ook
betaalbaarder en minder belastend
voor de zorgverleners. De gelijkwaardigheid
van beide vormen van
het toedienen van chemotherapie
voor deze indicatie was echter
nog niet bewezen. Tot nu. Uit ons
onderzoek blijkt dat chemoradiatie
met capecitabine of fluorouracil
een vergelijkbaar toxiciteitsprofiel
heeft en geen verschil in overleving
laat zien. Er is dus alle reden
om vanaf nu voor de tabletten te
kiezen.”
Op basis van de studies beschreven
in het proefschrift en andere
studies binnen BlaZIB is een rapport
met aanbevelingen opgesteld om
de blaaskankerzorg te verbeteren.
Dit rapport is aangeboden aan de
wetenschappelijke verenigingen
betrokken bij de blaaskankerzorg
in Nederland. Lisa van Hoogstraten
verwacht dat de uitkomsten van
haar onderzoek door collega’s
worden opgepakt, waardoor de
blaaskankerzorg uniformer, beter
en patiëntvriendelijker zal worden.
Radboud Report Oncologie 11
׉	 7cassandra://WNYZCIYkaE6PCj4bS5to5nuJ6JRa9yVOfzZawBFomVA` h߈/GvU>}h߈/GvU>|בCט   u׉׉	 7cassandra://K6SSq8VcsBgFCAAJ5W9l0U5iJOjTNU4S2SwB-cf7Ui8 	`׉	 7cassandra://ouPLEdRoFtgAOb7tsERSnvhK8J0V9Be9YZwAGCqDcJsK`u׉	 7cassandra://QjSHr_Y4W8U5A0fNk8SB8bQvpJPzsnOaaZf33YUtX3Y` hU|b (ט  u׉׉	 7cassandra://3Eb3m5v2McKs6mGy8N_DcW9QBDsjw3Qj-8Sl5o1Vdgo zc`׉	 7cassandra://NwV1xCkWFel6WRYLoCXFMXkWThCNucG7bLJtCV3arm8B+`u׉	 7cassandra://zdL6LBxQWiRxQiAKx-1isiIfYQaESFkOp6uEcMUat-I`` hU|b (׉EDr. Joanne de Hullu gelooft in nieuwe aanpak voor vrouwen met
BRCA-genmutatie
Radboudumc
initieert wereldwijd
onderzoek naar
preventie van
eierstokkanker
Vrouwen met een BRCA1/2-genmutatie lopen tot wel 40% risico dat zich eierstokkanker bij
hen ontwikkelt. Zij krijgen het advies om, als de kinderwens vervuld is, rond hun veertigste
hun eierstokken en eileiders te laten verwijderen. Meer dan 90% van de vrouwen volgt dat
advies. Het voordeel ervan is evident, omdat de kans op kanker in de buik daarna niet groter
is dan bij andere vrouwen (ongeveer 1%). Het nadeel is echter ook helder: deze vrouwen raken
vervroegd in de overgang, met alle lichamelijke en psychoseksuele gevolgen die daarbij horen.
Gynaecologisch oncoloog dr. Joanne de Hullu: “Natuurlijk wil je bijwerkingen graag voorkómen
en we zagen daar ook mogelijkheden voor. Sinds 2001 werd het vermoeden namelijk steeds
sterker dat eierstokkanker niet in de eierstok ontstaat, maar in de eileider. Voor ons was dat ruim
10 jaar geleden de aanleiding om een studie op te zetten. Het liefst wilden we onderzoeken of het
even veilig is om alleen de eileiders te verwijderen, waardoor vrouwen geen kanker ontwikkelen
en niet in de overgang komen. Maar daar was de tijd toen nog niet rijp voor.”
12 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://QjSHr_Y4W8U5A0fNk8SB8bQvpJPzsnOaaZf33YUtX3Y` hUyb (׉EDR. JOANNE DE HULLU
Joanne de Hullu is gynaecoloog/
oncoloog in het Radboudumc en
hoofdonderzoeker van de TUBA en
TUBA-WISP II studie. De TUBA-WISP II
studie zoekt uit of het weghalen van
de eileiders met later weghalen van
de eierstokken (alternatieve methode)
even veilig als het tegelijk weghalen van
de eileiders en eierstokken (standaard
methode) bij vrouwen met een erfelijk
verhoogde kans op eierstokkanker.
Radboud Report Oncologie 13
׉	 7cassandra://zdL6LBxQWiRxQiAKx-1isiIfYQaESFkOp6uEcMUat-I`` hUyb (hUyb (בCט   u׉׉	 7cassandra://kvIead9fVgq1yTZ6PjgkahyRuvW6W0hVFEkNWx1BsxA ` ׉	 7cassandra://fZQlRbezzIRa3edFOFeMAOhw6xuT2Hc4s-13sQtFf3gt`u׉	 7cassandra://Qxp-2l2-TqkWaKxmDuuZPENVkL-OBsHwkhSM3jcIFVA` hߍ/GvU>רט  u׉׉	 7cassandra://jX1KHuYzzgAUyOHiLn0ipG9cwaHaIgbBoSwSURBkp1A 8`׉	 7cassandra://hI44NwDT4n_HTqRd8aQxQ9dBWnO2WhqFZlv1gtlkPXwR`u׉	 7cassandra://1luk0F7VzDr6mExwTiCHrKc6EkbWUTOv65pqibQiMxQ` hߍ/GvU>שנhߎ/GvU>׫ 7|s9ׁHhttp://www.tuba-wisp.nlׁׁЈ׉EGrote aantallen
Joanne de Hullu legt uit dat voor het aantonen van de veiligheid
grote aantallen nodig zijn. Dat was in 2015 niet haalbaar. “Maar we
hebben destijds vanuit het Radboudumc de TUBA-studie opgezet
waarmee we eerst maar eens wilden aantonen dat je met het eerst
verwijderen van alleen de eileiders en het pas vijf jaar later verwijderen
van de eierstokken een winst in de kwaliteit van leven kon boeken.
In dat TUBA-onderzoek, dat door KWF mogelijk werd gemaakt,
hebben we binnen Nederland 577 patiënten kunnen betrekken. Zij
kregen de keuze om alles ineens te laten verwijderen óf voor de
aanpak te kiezen waarbij de eileiders verwijderd werden en pas later
de eierstokken. De keuze werd niet door loting bepaald zoals in een
gerandomiseerde studie, want eerder hadden patiënten in groepsgesprekken
aangegeven dat ze zelf een keuze wilden maken. Dus de
patiënt kiest de behandeling die het beste bij haar past.” De onderzoekers
zagen dat de kwaliteit van leven duidelijk toenemen bij de
70% vrouwen die kozen voor het vijf jaar uitstellen van de eierstokverwijdering.
De onderzoekers volgen deze vrouwen nog steeds en
elke twee jaar wordt een vragenlijst verstuurd. Daarbij ontdekken ze
dat de verschillen in de loop der jaren wél kleiner worden.
Volgende stap
Joanne de Hullu was verheugd dat de aanpak inderdaad een verbeterde
kwaliteit van leven oplevert, maar begreep als geen ander dat
nu ook een volgende stap gemaakt moest worden: aantonen dat de
tweestaps-aanpak oncologisch net zo veilig is. “In 2016 was in Houston
in de VS de WISP-studie begonnen die vergelijkbaar was met
de Nederlandse TUBA-studie. Ook daar mochten de vrouwen zelf
kiezen welke behandeling ze wensten. We wilden de krachten graag
bundelen en hebben daarom contact gezocht en samen geconcludeerd
dat we gezamenlijk internationaal de veiligheid van de aanpak
moesten gaan onderzoeken. Dat is de TUBA-WISP II studie geworden.
Wij konden onze 577 patiënten daarin meenemen. In Houston
kon dat niet, omdat men daar andere criteria had gehanteerd voor
inclusie. In totaal hebben we 3000 patiënten nodig om uitspraken te
kunnen doen over de veiligheid van de nieuwe aanpak.”
De hele wereld
Door de publiciteit die De Hullu en collega’s kregen voor het onderzoek,
melden steeds meer gynaecologisch oncologische centra zich
om deel te nemen aan de TUBA-WISP II studie. De behoefte blijkt
wereldwijd enorm. KWF steunt ook dit onderzoek voor de komende
15 jaar en steeds meer landen sluiten aan. Het gaat inmiddels om
54 centra uit de hele wereld: uit Nederland, maar ook uit Australië,
Brazilië, Uruguay, Spanje, Italië, Noorwegen… “We zien dat iedereen
supergemotiveerd is voor de studie. De KWF-subsidie gebruiken
wij om de infrastructuur neer te zetten, maar deze centra doen het
allemaal op eigen kracht en vaak met eigen middelen. Het is heel intensief
al met al,” vertelt De Hullu. “Niet alleen de medisch ethische
kwesties in alle landen, maar ook de juridische contracten met alle
ziekenhuizen. Gelukkig hebben we hierin momenteel veel steun en
hulp van de afdeling Valorisatie. Maar het is belangrijk om iedereen
aan boord te krijgen, want zo halen we de 3000 patiënten die we
nodig hebben voor betrouwbare uitspraken.”
Multidisciplinair
Het onderzoek is zeer multidisciplinair. Niet alleen
gynaecologen maar ook klinisch genetici, statistici en
pathologen zijn betrokken. “De pathologen zijn essentieel,
want de eileiders die we eruit halen worden uiteraard
door hen onderzocht op kanker of voorstadia daarvan.
Indien een voorstadium wordt gevonden, dan adviseren
we om alsnog ook de eierstokken te verwijderen,” vertelt
De Hullu. “Daarnaast is er al jaren een zeer waardevolle
input van de patient advisory board (PAB) women’s cancer
van het Radboudumc en de Stichting Erfelijke Kanker
Nederland.” Wereldwijd zijn inmiddels 2200 van de 3000
patiënten geïncludeerd, wat resulteert in een enorme en
snelgroeiende database. Joanne de Hullu verwacht binnen
twee jaar alle patiënten te hebben geïncludeerd. Dat
betekent overigens niet dat we ook al snel uitkomsten
kunnen verwachten. “Elke patiënt heeft tien jaar followup
nodig, dus de definitieve resultaten laten nog twaalf
jaar op zich wachten helaas. Ik zie wel dat we tot nu toe
niemand hebben die na het verwijderen van de eileiders,
eierstokkanker heeft gekregen. Dat geeft geen garanties
want we hebben een lange follow-up nodig, maar daardoor
hebben we wél vertrouwen. We zijn hard aan het
nadenken hoe we verder gaan, als alle 3000 vrouwen zijn
geïncludeerd en we op de resultaten wachten. We streven
naar een TUBA-WISP III studie met nieuwe vraagstellingen.”
Aanvullend
onderzoek
Ondertussen gebruiken de onderzoekers TUBA-WISP II
en het netwerk dat ontstaan is ook voor ander aanvullend
onderzoek. Bijvoorbeeld naar de angstbeleving van
patiënten, maar ook naar de invloed die het ‘gehad hebben
van borstkanker’ heeft op de keuze die daarna gemaakt
wordt. “Daarnaast onderzoeken we of we bij de zoektocht
naar voorstadia van kanker in de eileiders, een heel bewerkelijk
proces, gebruik kunnen maken van deep learning.
Doordat we nu een internationaal netwerk hebben
van specialisten op dit gebied, komen ook veel verschillen
in beeld. In de VS wordt bijvoorbeeld bij de helft van
de vrouwen ook de baarmoeder verwijderd, terwijl dit in
Nederland uitzonderlijk is. Ook die onderwerpen
bespreken en onderzoeken we nu binnen het netwerk.”
De periode tussen het verwijderen van de eileiders en
eierstokken kan, als de onderzoeken zijn afgerond,
mogelijk verder verlengd worden. “Nu zijn we daar nog
angstig voor, maar als het onderzoek aantoont dat dit
veilig is, wordt een volgende stap wellicht zelfs, dat we de
eierstokken laten zitten,” stelt De Hullu. Dit is echter nog
toekomstmuziek…
Check ook de zeer informatieve website
www.tuba-wisp.nl
14 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://Qxp-2l2-TqkWaKxmDuuZPENVkL-OBsHwkhSM3jcIFVA` h߈/GvU>׀׉EFrancis Toonen neemt deel aan het TUBA-WISP II
onderzoek
De regie over
mijn eigen leven
“Uiteindelijk heb
ik in 2007 mijn
borsten laten
amputeren en
reconstrueren
en in 2015 mijn
eileiders laten
verwijderen”
“Zowel mijn tante als mijn moeder zijn overleden
aan eierstokkanker. Voor mij was dat een duidelijke
reden om me genetisch te laten onderzoeken.
Daarbij bleek dat ik inderdaad een BRCA1mutatie
heb. Ik besloot daarom zelf de regie te
nemen. Dat begon met preventieve screening,
maar dat heb ik als erg stressvol ervaren; zeker
toen men dacht een tumor te zien.”
“Uiteindelijk heb ik in 2007 mijn borsten laten
amputeren en reconstrueren en in 2015 mijn
eileiders laten verwijderen. De eierstokken waren
een ander verhaal. Die wilde ik zo lang mogelijk
behouden om de overgang zo lang mogelijk uit te
stellen. Daarnaast had ik last van endometriose,
met zulke hevige pijnen dat er soms een ambulance
aan te pas moest komen. Daarom werd mijn
hormoonhuishouding toen tijdelijk stilgelegd,
wat leidde tot hevige overgangsklachten.”
“De gefaseerde aanpak uit het TUBA-onderzoek
sloot goed aan bij mijn situatie. In 2020 zouden
mijn eierstokken verwijderd worden, maar dat
werd uitgesteld door corona. Uiteindelijk was ik
de eerste patiënt die na de lockdown in coronatijd
geopereerd werd. De operaties zelf vielen
Radboud Report Oncologie 15
reuze mee. En doordat ik voorlopig
hormonen blijf slikken, heb ik tot
nu toe geen last van de gevreesde
overgangsklachten die ik maar al te
goed kan herinneren: heftige emoties,
gewrichtspijn, hoofdpijn, zweten,
vergeetachtigheid...”
“Tijdens het hele traject heb ik veel
oprechte belangstelling en betrokkenheid
ervaren van Joanne de Hullu.
Steeds stelde ze de vraag: ‘Wat heb jíj
nodig?’ Ik ben blij dat er nu ook informatie
uit het onderzoek beschikbaar
komt. Met mijn levensstijl en de ingrepen
die nu gedaan zijn, hoop ik op
een comfortabele en gezonde manier
oud te worden.”
׉	 7cassandra://1luk0F7VzDr6mExwTiCHrKc6EkbWUTOv65pqibQiMxQ` h߈/GvU>ׁh߈/GvU>׀בCט   u׉׉	 7cassandra://EOLurKNdaK77ff3i5J5Wj6z88buQxxiPdUAZ0CAIdts ``׉	 7cassandra://pRjV2a-yAfg1HjjDKxV9nuK2N4Jxb44LH8v5MX2ugFg[`u׉	 7cassandra://WB0rAVsccSjpHKaESKVtFQh8eboPbrUKgZOVfkcOsXEQ` hߎ/GvU>׬ט  u׉׉	 7cassandra://7G0BJbrN4oJNu5Z67zw_1-Vv1vAsti1T24h9ZR-in_w `׉	 7cassandra://tnwY89IbBCSoZaQyIoHEZLEnc4qK63jr_VS_zbYq7pQh`u׉	 7cassandra://BNOs4Oc3z8JPXHje_bSyce4L2oHyGaoqHAlmgOfIShcw` hߎ/GvU>׭נ7vMQA   ցmi9׉Hhttps://youtu.be/kTTLktXFoYsG׉ׁ
default style ׉ETProf. dr. Peter Friedl wil kankercel
doden met
een aantal
niet dodelijke
aanvallen
Prof. dr. Peter Friedl brengt levende cellen in beeld. Hij
concentreert zich daarbij op de strijd die T-cellen aangaan
met kankercellen en de strategie van deze cellen om zich
hiertegen te wapenen. De inzichten die hem dat brengt,
lijken de weg te wijzen naar een heel andere aanpak van
de strijd tegen tumoren. We moeten niet alleen kijken of
een therapie werkt of niet werkt, maar ook op een veel
genuanceerdere manier op celniveau kijken of een aanval
op de cel voor een beschadiging van die kankercel zorgt.
“Als dat zo is, kun je met een combinatie van therapieën
en de eigen T-cellen, repeterend beschadigingen aan de
kankercel aanbrengen, waardoor die bij bijvoorbeeld een
volgende beschadiging in korte tijd, vernietigd wordt.”
16 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://WB0rAVsccSjpHKaESKVtFQh8eboPbrUKgZOVfkcOsXEQ` h߈/GvU>ׂ׉EFriedl wil de
kankercel met
meerdere
aanvallen ‘slopen’
Tik
De eigen T-cellen van mensen zijn vaak prima
in staat om kankercellen te herkennen in het
lichaam en deze ook aan te vallen. Die aanval is
meestal afdoende, waardoor geen tumoren ontstaan.
“Bij iemand van zestig is waarschijnlijk al
honderden keren een begin van kanker ontstaan
en door T-cellen en andere immuuncellen uit de
weg geruimd,” stelt Friedl. “Als de T-cellen er niet
in slagen, waardoor tumoren wél ontstaan, dan
is de T-cel nog steeds actief, maar blijkt die vaak
net niet in staat te zijn om de dodelijke tik aan de
kankercel uit te delen. Dat is het moment waarop
de medische wereld ingrijpt met bijvoorbeeld bestraling
en chemotherapie. Maar dat gebeurt dan
in zulke hoge doseringen, dat het eigen immuunsysteem,
de T-cellen, daarmee ook gevoelige
klappen oploopt.”
PROF. DR. PETER FRIEDL
In 2007 werd Peter Friedl benoemd tot
hoogleraar en afdelingshoofd van het
Laboratorium voor Celdynamiek.
Zijn onderzoek richt zich op de
visualisatie van interacties van cellen
met de extracellulaire matrix (ECM),
de invasie van tumorcellen en de
bewegingsdynamiek van immuuncellen.
Hij gebruikt daarbij celkweek-modellen
en geavanceerde beeldvorming.
Aanvullend onderzoekt hij deze
processen in diermodellen, waarbij
tumor- en immuuncelmigratie met de
microscoop in beeld wordt gebracht. Dit
verschafte onlangs inzicht in de dynamiek
waarmee T-cellen in interactie gaan
met doelwitcellen en de verschillende
manieren waarop tumorcellen kunnen
migreren.
Aanval
Peter Friedl ziet onder zijn microscoop hoe doordacht
de T-cellen hun aanval op de kankercellen
uitvoeren. “Wij willen dat deze cellen ondanks de
therapie hun werk kunnen blijven doen. Dat betekent
dat je naar lage of zelfs ultralage doseringen
zal moeten gaan bij therapieën. Doel is dan niet
om met die specifieke therapie de kankercel te
doden, maar om de kankercel te verzwakken, zodat
de T-cellen deze wél op kunnen ruimen. Wat
we dus in ons huidige onderzoek doen, is zoeken
naar een dosering en timing van deze medicijnen
die ervoor zorgt dat ze nog steeds wel degelijk de
kankercellen verzwakken, maar het immuunsysteem
in stand houden. Zo stapelen we effecten
en krijgt de T-cel de kans om de kankercellen te
doden.”
Beelden
Peter Friedl laat in beeld zien hoe de T-cellen
een aanval op een kankercel uitvoeren. Scan de
QR-code bij dit artikel en bekijk die indrukwekkende
beelden vooral ook zelf. “We zien dat de
T-cellen de DNA-structuur van de cel aanvallen.
Als de beschadiging groot genoeg is, leidt dat tot
de dood van de kankercel. Als dat niet zo is, herstelt
de kankercel zich en kan hij zelfs sterker en
resistent worden. We moeten dus een heel exacte
combinatie én timing van de aanvallen op de cel
plannen. Wij doorzien het fundamentele proces
nu. We weten hoe T-cellen omgaan met tumorcellen,
maar ook waar ze daarin tekortschieten.
In de komende twee jaar hopen we tot de ultieme
combinatie en de perfecte timing te komen.”
Kleine stap
Nu nog werkt Friedl met name met de
cellen van muizen en met melanomen.
Maar er is geen enkele reden
om aan te nemen dat de principes die
hij nu toepast niet bij mensen en bij
andere soorten van kanker werken.
Sterker: de eerste onderzoeken met
andere tumortypes zijn al opgestart.
Zo neemt Friedl nu ook borstkanker
mee in zijn onderzoek. “Deze
aanpak is niet exclusief voor één
soort kanker, maar zou in principe
op elke kanker toegepast moeten
kunnen worden, waarbij er minimale
verschillen in de aanpak zullen zijn.
De stap naar de kliniek zal daarna ook
klein zijn,” verwacht Friedl, “want we
werken hier niet met een nieuw medicijn,
maar met bestaande medicatie
en combinaties daarvan. En dan in
een veel lagere dosering. Kiezen voor
‘bestaand’ betekent hier ook kiezen
voor ‘betaalbaar’ en ‘veilig’. Maar het
maakt ook, dat de farmaceutische
industrie hier minder in geïnteresseerd
is, dan wanneer we een nieuw
medicijn zouden ontwikkelen.”
Effectief
De aanpak zou effectief moeten
zijn voor alle patiënten. Alleen voor
patiënten in de laatste fase zal deze
aanpak alleen levensverlengend
werken en niet genezend, verwacht
Friedl. Maar het gaat zeker ook om
een andere manier van kijken naar
de effectiviteit van therapie en T-cel.
“Op de beelden die wij hebben van
de kankercellen, zie je dat je klap na
klap na klap uit moet delen aan een
kankercel. Verzwakken, geen tijd
geven om te herstellen, verder verzwakken
en doden. Het gaat echt om
de gestapelde effecten en los daarvan
kunnen we de T-cellen nog versterken
en de verdediging van de cellen verder
verzwakken. Dat maakt dat ik hoopvol
ben. We schreeuwen nog niet van de
daken, maar deze aanpak kan een
doorbraak worden.”
Radboud Report Oncologie 17
׉	 7cassandra://BNOs4Oc3z8JPXHje_bSyce4L2oHyGaoqHAlmgOfIShcw` h߈/GvU>׃h߈/GvU>ׂבCט   u׉׉	 7cassandra://gSw-RWv1VPWuhjPIUSelmedjI8sMorPpTRkC6YLQyeo J~`׉	 7cassandra://y3wiTRmWwcESnODvywkQxrzx6fDRqyY2e6n4BvRlaVwC`u׉	 7cassandra://PXWjdMkM-PN_HGJIJddqVo2iy6L5I258hC5faC4MDRk` hߏ/GvU>ׯט  u׉׉	 7cassandra://suaY7lHeOUb2WjDYYbkky7zkG48AcEucTxY-GmEs5KY w`׉	 7cassandra://pya3SSTEs9-7lzxcbbe_zw5sM0Xq90EPUYP4NFzg6b4e!`u׉	 7cassandra://Z0QQLzW55qB0T8-hik0RpgBq6d_ZrW6dELvHXXXbY8A9` hߏ/GvU>װ׉EProf.dr. Camiel Rosman zet om gezondheidsredenen een
punt achter zijn loopbaan. Die begon in het Academisch
Ziekenhuis Groningen, liep via het CWZ en eindigde als
hoogleraar minimaal invasieve chirurgie in het Radboudumc
met als specialisatie slokdarmchirurgie. We stellen hem bij
zijn vertrek nog vijf prangende vragen.
De patiënt is
niet langer het
lijdend, maar
het meewerkend
voorwerp
18 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://PXWjdMkM-PN_HGJIJddqVo2iy6L5I258hC5faC4MDRk` h߈/GvU>ׄ׉E(2)
(1)
Wat heeft je naar het Radboudumc
gebracht?
Ik ben uit Groningen vertrokken omdat
ik simpelweg te weinig aan opereren toekwam.
En als jonge chirurg wil je meters
maken. Het CWZ was een ander verhaal. Ik
heb daar een fantastische tijd gehad in een
organisatie met ultrakorte lijnen, waar ik
als nieuwsgierige mens heel veel mogelijkheden
heb gekregen en kunnen benutten.
Maar uiteindelijk voelde ik ook daar de
beperkingen. Toen kwam de mogelijkheid
om naar het Radboudumc te gaan als
hoogleraar minimaal invasieve chirurgie;
minimaal snijden dus, zodat de patiënt zo
snel mogelijk herstelt van de ingreep. Ik
heb de destijds meest geavanceerde manier
van slokdarmchirurgie mee van het
CWZ naar het Radboudumc gebracht.
Wat bracht het Radboudumc jou?
Ik heb hier een onderzoekslijn mogen
opzetten. Dat was nieuw voor mij en
spannend, maar het is buitengewoon
goed gelukt, en daar ben ik trots op. Het
meest trots ben ik op de transformatie
van de conventionele slokdarmoperatie
naar de meest innovatieve ingreep die
wereldwijd wordt toegepast. We zien dat
desondanks 60% van de patiënten na een
slokdarmoperatie complicaties krijgt en
30% een longontsteking. Dat laatste komt
mogelijk doordat we bij de operatie via de
borstkas en het longvlies gaan. Samen met
Bastiaan Klarenbeek hebben wij in het
Radboudumc een techniek geïntroduceerd
die in Japan is ontwikkeld, waarbij de
tumor via de hals wordt benaderd in
plaats van via de borstholte. Deze techniek
laat het longvlies ongemoeid. Inmiddels
hebben we meer dan 100 patiënten zo
geopereerd, waarvan minder dan 10% een
longontsteking kreeg. ‘De ontwikkelingen
in dit innovatieve proces ga ik wel missen,
maar zal ik op de voet blijven volgen’.
Is er veel veranderd in jouw vak de afgelopen
jaren?
Absoluut. Toen ik begon was je algemeen chirurg. Ik
deed zowel het maagdarmkanaal als de traumatologie.
Inmiddels zijn alle chirurgen sterk gespecialiseerd. Waar
je vroeger alles alleen deed en volledig in het centrum
stond, is een operatie nu nadrukkelijk teamwork geworden.
Daarnaast en dat is een zeer goede ontwikkeling,
is de patiënt niet langer het lijdend voorwerp, maar het
meewerkend voorwerp. De patiënt speelt een steeds
grotere rol in zijn eigen behandelplan. Dat mag als een
holle frase klinken, maar binnen het Radboudumc is het
echt praktijk geworden. Ook binnen het wetenschappelijk
onderzoek zien we deze transitie steeds meer, het
Radboudumc loopt hierin voorop. Dat heeft mijn vak een
geweldige nieuwe dimensie gegeven.
Valt er dan echt iets te kiezen voor de patiënt?
Zeker. Als we het aan medisch specialisten overlaten,
kiezen zij, in het geval van kankerbehandelingen, doorgaans
voor de therapie die naar verwachting de langste
overleving biedt. Maar die keuze kan ook meer risico’s
met zich meebrengen en ten koste gaan van de kwaliteit
van leven. Dan word je een aantal maanden ouder, maar
is je kwaliteit van leven verminderd. Als de patiënt de
opties in gewone mensentaal krijgt uitgelegd, kan hij
of zij zelf een keuze maken. Bijvoorbeeld ook om niet te
opereren of vitale organen te kunnen sparen. Door verschillende
behandelingen te combineren, is hierin steeds
meer mogelijk, denk aan combinaties van chemotherapie,
radiotherapie, immuuntherapie en steeds minder
invasieve operaties. Er wordt veel onderzoek gedaan
naar welk type tumor het beste reageert op de verschillende
behandelingen, zo kun je ook steeds persoonlijker
behandelplan opstellen samen met de patiënt.
Is dat de toekomst van jouw vak?
Dat hoop ik. Optimaal behandelen betekent niet: er medisch
uithalen wat erin zit. Het betekent: luisteren naar
de patiënt en de behandeling daarop afstemmen. In deze
tijd laat de patiënt steeds duidelijker van zich horen, en
wij nemen die patiënt ook steeds serieuzer. Dat is geen
bedreiging voor ons vak, maar iets wat ons vak nog leuker
maakt.. En als we het over de toekomst hebben: ik ben ervan
overtuigd dat we alleen maar beter worden. Nederland
heeft een geweldige onderzoekscultuur, waarbij, in mijn
geval, slokdarmchirurgen elkaar vertrouwen en kennis
uitwisselen. Deze samenwerking tussen chirurgen uit
verschillende ziekenhuizen is uniek in de wereld en heeft
ons land al veel ‘gamechangers’ in de zorg voor patiënten
met slokdarmkanker opgeleverd. Ik ga mijn vak dan ook
zeker missen: de sfeer op de OK met een team van gefocuste
mensen en de dynamiek van de onderzoeksgroep
waarin elke vraag serieus wordt genomen.
(5)
(3)
Radboud Report Oncologie 17
19
(4)
׉	 7cassandra://Z0QQLzW55qB0T8-hik0RpgBq6d_ZrW6dELvHXXXbY8A9` h߈/GvU>ׅh߈/GvU>ׄבCט   u׉׉	 7cassandra://Uibf3dzeYiGBNzMtGoGcpnNptFiuzBjRd4lf4wua-ZI  `׉	 7cassandra://_dpmRhZqSIjAIhS3GHprK-1R7xOf8pO9NOYTJES53foOV`u׉	 7cassandra://xtIHXHtpQTdrgsy8FKy4h9Kw7TSSlvUKuI0NIEYbGr4X` hߏ/GvU>ײט  u׉׉	 7cassandra://RKpKU-lqDKzG0xgccEBj1tje51Nf63uCzDF0Stl8NPQ :c`׉	 7cassandra://UiDx9-mQuctc12zQp2y3tjeYEk8Hft25sBC-bH2Cs2kd`u׉	 7cassandra://WeMIYqO1hBRrezqzUShd-5IqF5bwNluA_w1WH4V59t8` hߐ/GvU>׳׉EOncoloog in opleiding dr. Sophie Horrevorts
en reumatoloog drs. Iris van Ingen:
We zoeken naar
een balans tussen
kanker bestrijden
en reumatische
klachten beheersen
Immunotherapie geeft doorgaans een krachtige impuls
aan het immuunsysteem van patiënten. Daarmee is
het een belangrijke troef in de strijd tegen kanker.
Door het immuunsysteem te activeren om kanker
aan te vallen, kan echter ook onbedoeld een ander
deel van het immuunsysteem worden geactiveerd;
namelijk het deel dat spier- en gewrichtsontstekingen
veroorzaakt. Hierdoor kan auto-immuunziekte
bij patiënten verergeren en bij anderen zelfs
ontstaan. Alle reden dus om breder te kijken en
auto-immuunziekte en kanker in samenhang te
onderzoeken. Dat doen arts-assistent/onderzoeker
dr. Sophie Horrevorts en reumatoloog drs. Iris van
Ingen. Zij runnen sinds een jaar samen de ‘immunotoxpoli’,
een in Nederland unieke plek waar patiënten,
reumatologie en oncologie samenkomen.
20 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://xtIHXHtpQTdrgsy8FKy4h9Kw7TSSlvUKuI0NIEYbGr4X` h߈/GvU>׆׉E2Onder de loep
Sophie Horrevorts: “Het immuunsysteem valt in principe
alles aan wat niet in het lichaam thuishoort. Kanker hoort
daar in sommige gevallen ook bij, maar heeft mechanismen
om onder de radar te blijven. We begrijpen steeds
beter wanneer immuuncellen kanker wél herkennen.
Vaak hebben ze daar echter een extra prikkel voor nodig.
Dat is waar immunotherapie in beeld komt. Daarmee
activeren we T-cellen om kanker aan te vallen. Maar die
activatie kan ook leiden tot aanvallen op gezond weefsel,
wat ontstekingen kan veroorzaken in bijvoorbeeld
de darmen, de lever en ook reumatische ontstekingen.”
Balanceren
Iris van Ingen: “We zien patiënten met reumatische
klachten zoals gewrichtsontstekingen, pijnlijke gewrichten
en spierontstekingen bij immuuntherapie.
Dat zijn ernstige klachten die de kwaliteit van leven flink
aantasten. Op onze poli zoeken we daarom continu naar
de juiste balans: we willen enerzijds de reumatische
klachten zoveel mogelijk beperken, en anderzijds de
immunotherapie niet te veel onderbreken. Vaak zetten
we daarvoor een aanvullende behandeling in. Maar
daarmee werken we elkaar soms ook tegen: vanuit reumatologisch
oogpunt wil je het immuunsysteem immers
juist remmen, terwijl je het vanuit oncologisch perspectief
juist wilt stimuleren. Sommige reumamedicatie
werkt gelukkig specifieker op de gewrichten en kan een
uitkomst zijn bij patiënten met reumatische klachten als
gevolg van immuuntherapie.”
Zoektocht
Wat beide artsen dus onderzoeken, is of er een middenweg
mogelijk is. Bijvoorbeeld door te kijken of de gebruikelijke
doseringen van Prednison bij reumatische
klachten verlaagd kunnen worden of sneller gestart
moet worden met gerichte reumamedicatie. Sophie
Horrevorts: “We proberen de immuuncellen die gezond
weefsel aanvallen af te remmen, zonder de werking van
de immunotherapie volledig te onderdrukken.” Iris van
Ingen: “Je kunt gewrichtsontstekingen eenvoudig behandelen
met Prednison, maar dan loop je het risico, dat de
immunotherapie aanzienlijk minder effectief wordt.
We willen daarom gerichtere reumamedicatie gebruiken
die het immuunsysteem minder breed onderdrukt dan
Prednison.” Lokale injecties blijken ook goed toepasbaar:
“Als iemand alleen last heeft van de knieën, kan ik daar
lokaal behandelen,” aldus Van Ingen.
Samen beslissen
Op de immunotox-poli zoeken
patiënt, reumatoloog en oncoloog
dus samen naar die perfecte balans.
Sophie Horrevorts: “Soms heerst
bij patiënten de gedachte dat als je
een levensbedreigende ziekte wilt
bestrijden, je de reumaklachten maar
voor lief moet nemen. Maar als je
iemand ziet die door een gewrichtsen
spierklachten nauwelijks nog kan
lopen, ben je misschien wel een leven
aan het verlengen dat nauwelijks nog
kwaliteit heeft. Daarom overleggen
we steeds met alle betrokkenen en leveren
we maatwerk, waarbij de wens
van de patiënt leidend is. Wij geven
daarbij zo goed mogelijk advies.”
Leren van de praktijk
Het CWZ verwijst inmiddels patiënten
door naar deze specifieke poli. Iris
van Ingen: “We streven nog niet
naar landelijke bekendheid, want
we doen vooral ervaring op. Met
andere ziekenhuizen delen we vooral
op afstand onze kennis.” Sophie
Horrevorts verzamelt ondertussen
als onderzoeker patiëntdata, in de
hoop nieuwe inzichten te krijgen
die tot effectievere behandelingen
leiden. “Dat is belangrijk, want
immunotherapie wordt steeds vaker
toegepast, ook bij mensen met een al
aanwezige auto-immuunziekte. Zij
werden vroeger vaak uitgesloten van
studies. Samen met hen kijken we
nu naar het risico op opvlamming,
waar dat zich kan voordoen en wat
de gevolgen zijn. Op basis daarvan
nemen we samen een weloverwogen
beslissing. Daarbij betrekken we
ook het verwachte succes van de
immunotherapie.”
De immunotox-poli is uniek in Nederland
en bestaat nu een jaar. Er worden hier
wekelijks patiënten gezien.
Radboud Report Oncologie 21
׉	 7cassandra://WeMIYqO1hBRrezqzUShd-5IqF5bwNluA_w1WH4V59t8` h߈/GvU>ׇh߈/GvU>׆בCט   u׉׉	 7cassandra://lV9KOnVGyo3sZfkgNr3LfjVHTW-XMDfSmCq6V-xmF64 ]`׉	 7cassandra://fp2rI8aKpt9-wiCTUNal7c8UOYP3GelDWIfaeDHcKBAz`u׉	 7cassandra://JJnGpxOmv9WTP_d2JRWmOqZ3hluypHlqgBny_s5I1qU(` hߐ/GvU>׵ט  u׉׉	 7cassandra://q1OTYOAxNKvXdLB-wpwOjlhw8Ou_b4OMxSPaOQZw4Uc d`׉	 7cassandra://4Oip-PlrbkNgTfqLMW4TspgZ8l79m0PtTno2lSFXAxIX`u׉	 7cassandra://c69fRevaVSWinhlw9ysMrIVN94_vn_sj1QzIxf0OanUn` hߐ/GvU>׶׉EDe Urologie binnen Onco Oost
Een schoolvoorbeeld
van
samenwerking
Al voordat Onco Oost werd opgericht om de
oncologische zorg binnen een netwerk verder te
optimaliseren, kwamen de urologen uit de regio bijeen
met hetzelfde doel. Uroloog dr. Toine van der Heijden
van het Radboudumc vertelt: "Al in 2023 zagen we
dat overleg met collega’s in de regio essentieel was
om de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en
betaalbaar te houden. We werden getriggerd door
volumenormen en de wens om de beste oncologische
zorg te bieden, zoveel mogelijk dicht bij huis. Zo blijft
expertzorg van gelijke kwaliteit voor alle patiënten
bereikbaar.”
22 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://JJnGpxOmv9WTP_d2JRWmOqZ3hluypHlqgBny_s5I1qU(` h߈/GvU>׈׉ESamenwerking
Van der Heijden legt uit: “We zagen bijvoorbeeld bij blaaskanker
een toename van het aantal patiënten, terwijl de diagnostiek,
behandeling en nazorg steeds complexer worden. Daar moesten we
een antwoord op vinden. Tegelijkertijd stimuleerde zorgverzekeraar
CZ ons om zorgpaden beter op elkaar af te stemmen, praktijkvariatie
te beperken, patiënten eenvoudiger naar elkaar te verwijzen,
onderzoeken te delen en transparanter te worden in onze werkwijze.
Dat alles vroeg om een veel intensievere samenwerking. Die is er nu."
Voorsprong
De voorsprong die de urologen in 2023 namen, hebben ze niet meer
losgelaten. Zo is op de website van Onco Oost een volledig overzicht
te vinden van alle urologische studies in de regio, evenals een
vademecum. Marloes Basten, procescoördinator bij het Centrum
voor Oncologie en betrokken bij het hele traject, licht toe:
"Wat je uiteindelijk wilt bereiken, is kwaliteitsverbetering. En je
wilt dat alle centra binnen Onco Oost dezelfde kwaliteit leveren.
Daarbij helpen onze tumortype-netwerken én de regionale
zorgpaden die we gezamenlijk uitwerken. Die hebben we gebaseerd
op de oorspronkelijke individuele zorgpaden van de deelnemende
ziekenhuizen. Hierdoor kunnen we binnen het netwerk nu overal
dezelfde kwalitatief goede zorg bieden. Ook de zorgpaden worden
binnenkort gepubliceerd op de website van Onco Oost."
Elkaar vinden
"In de regionale zorgpaden gaat het om diagnostiek, behandeling én
nazorg," vult Van der Heijden aan.
"Juist in die nazorg zien we nu nog veel verschillen, omdat er weinig
wetenschappelijk bewijs is over wat de beste aanpak is. Toch streven
we ook daar naar één norm. Wie opmerkt dat dit proces in elke regio
speelt, heeft gelijk. Maar het moet regionaal worden georganiseerd,
omdat het proces zélf essentieel is. We weten elkaar in de regio
hierdoor steeds beter te vinden en ook daar profiteert de patiënt van."
Onderzoek
Ook op onderzoeksgebied heeft de regionale samenwerking serieuze
vormen aangenomen. Basten: "We hebben alle lopende onderzoeken
in de regio verzameld en via de website van Onco Oost toegankelijk
gemaakt. Dit geeft een volledig overzicht van alle studies, inclusief
inhoudelijke informatie en contactpersonen. Het is daarnaast vooral
ook een plek waar artsen onderling onderzoeksinformatie delen. Zo
kunnen we patiënten daadwerkelijk gericht naar elkaar verwijzen.
Dat werkt in de praktijk uitstekend." Van der Heijden voegt toe:
"Ik verwacht dat we door deze intensieve samenwerking uiteindelijk
25% meer inclusies voor onderzoek uit de regio zullen realiseren."
Urologie binnen Onco Oost laat zien dat regionale samenwerking
serieus wordt genomen en resultaat oplevert. Dat betekent niet dat
alles vanzelf gaat. De gelijktijdig opgelegde volumenormen leiden
tot verschuivingen binnen het netwerk. Daar komen mensen en
middelen bij kijken, wat het gevoelig en complex maakt. Maar juist
dankzij de sterke samenwerking binnen het netwerk lijkt ook die
uitdaging haalbaar.
Radboud Report Oncologie 23
׉	 7cassandra://c69fRevaVSWinhlw9ysMrIVN94_vn_sj1QzIxf0OanUn` h߈/GvU>׉h߈/GvU>׈בCט   u׉׉	 7cassandra://uUiBxT2zI1iRLHygVBoNYslR7lKntieic-EZ_Sh4wn8 w`׉	 7cassandra://03kbvrsJkghDCojzqMAO742dwJRf-h63DDq9q5OAdt0a{`u׉	 7cassandra://3Dstr08VcXu580ldHXygWX3RvWHYDjGN0CnFtyOSdx0` hߐ/GvU>׸נ7w`CQA  	 pl9׉Hhttps://fuckingcic.nlG׉ׁ
default style נhߐ/GvU>׺ 
ׁU9ׁHhttp://fuckingcic.nlׁׁЈ׉ENiki is patiënt én fondsenwerver voor
onderzoek naar een
zeldzame kanker
Natuurlijk is het logisch dat oncologisch onderzoek
zich vooral richt op veelvoorkomende kankersoorten.
Maar het is ook oneerlijk. Wie de pech heeft getroffen
te worden door een zeldzame vorm van kanker, heeft
dubbel pech. Prof. dr. Hans de Wilt: “Voor patiënten
met myxofibrosarcomen, zeldzame tumoren in de weke
delen, is dat niet anders. Maar we willen ook voor hen
een therapie vinden die goed aanslaat, zelfs als de ziekte
al is uitgezaaid. We willen deze zeldzame kankersoort
beter begrijpen en zo nieuwe aanknopingspunten vinden
voor doelgerichte therapieën.”
Dr. Ingrid Desar: “Immunotherapie en doelgerichte
therapie worden bij veel kankersoorten met behoorlijk
succes toegepast. Maar bij zeldzame kankers wordt
hier nauwelijks onderzoek naar gedaan. Dat heeft twee
oorzaken: het is moeilijk om voldoende patiënten te vinden
én het is lastig om financiering rond te krijgen.” Hans de
Wilt: “Vaak moeten we patiënten met myxofibrosarcomen
twee keer opereren, omdat het moeilijk is om de grenzen
van dit type sarcoom te herkennen door de sprieterige
groei. We missen dan aangetast weefsel, waardoor
tumorcellen in het lichaam achterblijven. We
willen nu onderzoeken of we met de juiste
voorbehandeling betere resultaten kunnen
bereiken.”
Dr. Ingrid Desar: “We zien gelukkig dat er in
het schaarse onderzoek dat tot nu toe gedaan
is, specifieke kenmerken op de kankercellen
zijn gevonden waarop medicijnen kunnen
aangrijpen. Daarmee kunnen we aan de slag.
We gaan myxofibrosarcoomweefsels op deze
kenmerken onderzoeken en bestaande data
van het IKNL analyseren. Met meer inzicht in
het natuurlijke gedrag van deze sarcomen én
in de aanknopingspunten voor doelgerichte
of immunotherapie willen we de prognose
en de kwaliteit van leven van deze patiënten
verbeteren.”
Het Radboudumc is een expertisecentrum op
het gebied van sarcomen en doet specifiek
onderzoek naar myxofibrosarcomen. Met uw
donatie steunt u laboratoriumonderzoek naar
myxofibrosarcoomweefsel, om zo te zoeken naar
de meest geschikte therapie.
F*CKING CIC
Dubbel pech. Niki Lejeune (35) weet wat dat betekent.
Ze ging met knieklachten naar de huisarts en bleek
uiteindelijk een van de zeldzaamste vormen van kanker
ter wereld te hebben. Zo zeldzaam dat het slechts een
werktitel heeft: CIC DUX4. Niki: “Doordat de ziekte
zo zeldzaam is, wereldwijd zijn er maar zo’n honderd
patiënten, was er eigenlijk geen passende behandeling. De
chemo die ik kreeg sloeg niet aan en een beenamputatie
was onvermijdelijk.” Nog steeds is de kans op terugkeer
groot en zijn de overlevingskansen klein.
Daarom pleit Niki voor meer onderzoek.
En ze laat het niet bij woorden. Met tal van
acties (kijk op fuckingcic.nl) haalt ze geld
op voor het Radboud Oncologiefonds om
onderzoek naar deze zeldzame vorm van
kanker mogelijk te maken. Niki heeft al
ruim 27.000 euro opgehaald. Maar wie haar
verhaal leest, weet: dat moet meer worden.
׉	 7cassandra://3Dstr08VcXu580ldHXygWX3RvWHYDjGN0CnFtyOSdx0` h߈/GvU>׊׈Eh߈/GvU>׋h߈/GvU>׊)Radboud report nr 1 2025h߄8Q,$^~