׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://WRWA5vo0joQ25qsY3aKvbQa05ov4e2QyymbmJ0OBFac }M`׉	 7cassandra://KM0LkTUiRkQbw3HTHQsHQEUkDyfOG_V-Lmj8d4X7I4Qm`S׉	 7cassandra://n2yWlpyt2FVhU6tIc1wVfMIoTpwsov85_qqzenm1-M8#`̵ ׉	 7cassandra://fK4LNZ6akhMdpOuak3gTKvpYzABaz2vCk_EWrq4CyhI ս͠dv
r+`>ט   {u׈   `n  נdv
r+`A  :9ׁH *mailto:laurens.vermeulen@kienhuishoving.nlׁׁЈ׈Edv
r+`<׉E#KienhuisHoving
informeert
Gaat na herstel de
contractuele vervaltermijn
opnieuw lopen?
In aannemingsovereenkomsten worden vaak vervaltermijnen opgenomen. Een veel voorkomende
vervaltermijn betreft de procesrechtelijke vervaltermijn. Een procesrechtelijke vervaltermijn houdt in dat
de opdrachtgever binnen de gestelde termijn een procedure tegen de aannemer moet starten. Laat de
opdrachtgever deze termijn verstrijken, dan neemt de arbiter/rechter de zaak niet verder in behandeling
omdat de vordering te laat is ingesteld. In dat geval stelt de opdrachtgever zich in de praktijk dikwijls op het
standpunt dat de vervaltermijn opnieuw is gaan lopen wanneer binnen de vervaltermijn herstelwerkzaamheden
zijn uitgevoerd. Zo ook in de uitspraak in kwestie (nr. 82216) van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen
(‘RvA’). De vraag is of deze stelling juist is.
Uitspraak RvA
Partijen hebben een koop-/
aannemingsovereenkomst
gesloten voor de bouw van een
woning. Op de overeenkomst
zijn de Woningborg Garantie- en
waarborgregeling van toepassing
verklaard. Nadat de woning in
2015 is opgeleverd, doet zich een
aanzienlijke zetting van de grond
voor, waardoor de niet onderheide
houten berging behorende bij de
woning verzakt. Gedurende de
contractuele vervaltermijn van vijf
jaar na oplevering voor verborgen
gebreken, doet de aannemer twee
herstelpogingen waaronder in 2017.
In 2022 starten opdrachtgevers een
procedure bij de RvA en vorderen
herstel. De aannemer stelt zich
onder andere op het standpunt dat
vervaltermijn van vijf jaar is
verstreken.
De arbiter oordeelt in deze kwestie
dat de contractuele vervaltermijn
voor verborgen gebreken opnieuw
is gaan lopen na het uitvoeren van
de herstelwerkzaamheden door de
aannemer. Dit brengt met zich mee
dat opdrachtgevers alsnog tijdig
binnen de nieuwe vervaltermijn van
vijf jaar de procedure zijn gestart en
dus ontvankelijk zijn.
Commentaar
Indien de aannemer herstel uitvoert
kan dat met zich meebrengen dat als
gevolg daarvan de vervaltermijn voor
bijvoorbeeld verborgen gebreken
opnieuw gaat lopen. Uit rechtspraak
van de RvA volgt dat aan de volgende
drie cumulatieve voorwaarden moet
zijn voldaan, wil de vervaltermijn
opnieuw gaan lopen:
I. het herstel moet door de
aannemer zelf (dus niet door
Deze column is geschreven door:
Laurens Vermeulen, advocaat aanbestedingsrecht en bouwrecht.
Zijn e-mailadres is laurens.vermeulen@kienhuishoving.nl, zijn telefoonnummer is 088 480 40 61.
Oosten
21
een derde) zijn verricht;
II. het herstel moet niet buiten de
(erkenning van) aansprakelijkheid
zijn verricht;
III. het herstel moet substantieel zijn.
Indien aan deze drie voorwaarden
is voldaan, dient de aannemer er
rekening mee te houden dat de
vervaltermijn opnieuw gaat lopen.
De nieuwe vervaltermijn vangt aan
na voltooiing van het herstel. De
nieuwe vervaltermijn geldt overigens
niet voor het hele werk maar
uitsluitend voor het gedeelte van
het werk dat hersteld is.
Conclusie
Het uitvoeren van herstel gedurende
de vervaltermijn kan met zich meebrengen
dat de vervaltermijn opnieuw
gaat lopen voor het gedeelte van het
werk dat hersteld is.
׉	 7cassandra://n2yWlpyt2FVhU6tIc1wVfMIoTpwsov85_qqzenm1-M8#`̵ dv
r+`=dv
r+`<{) !BIHO 2023 4 KIENHUISHOVING COLUMNdv
`nRJ