׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://0UtK8A2bZQfBGLmItzlesVtaMw5OhEmFYeBN5ntOYEc /m`׉	 7cassandra://so_qLSj3BdZWotFFokcCafaT9W_yMzHKOUFi1Aovh-Q͂p`S׉	 7cassandra://d3asxR485NPGCzcOhtFEmgZK75fC6q2_hr8lwzN3-zs(4`̵ f@meט   {u׈   }\  ׈Ef?me	׉Ejdeel 1
Bron en © De Beauvoordse dorpsgazette (2021) - Stef Duron - +32 478 41 28 63
De titel van dit verhaal kan wat misleidend zijn en de indruk geven dat ik
in mijn jeugd op het kasteel Beauvoorde woonde. Dat was natuurlijk niet
zo, maar vanaf mijn 6 jaar waren mijn jeugd- en familiejaren innig verbonden
met alles wat zich in en rond het kasteel en zijn park afspeelde.
Mijn ouders Willy en Jeannette Top–Stevens kwamen in 1945 vanuit Bulskamp
in Vinkem wonen. Mijn vader was schoenmaker, een beroep dat in
die jaren binnen een dorp nog een essentieel beroep was, gezien schoenen
toen nog geen wegwerpproducten waren en nieuwe schoenen nog
veel in het plaatselijke atelier werden gemaakt en hersteld. Daarnaast had
mijn moeder nog een kleine schoenwinkel. Ik werd daar in 1947 geboren,
een uitermate vruchtbaar naoorlogs kinderjaar in het toenmalige Vinkem/
Wulveringem met niet minder dan 16 geboortes!
Het kasteel Beauvoorde met enkele bijhorende bezittingen was bij het
overlijden van Jonkheer Arthur Merghelynck in 1908 door hem geschonken
aan de Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde, maar zijn echtgenote
Douairière Flyps kreeg tot aan haar dood in 1941 het vruchtgebruik
en bewoonde tot dan het kasteel samen met haar broer Honoré en
haar neef Léon Flyps. Deze laatste werd op zijn beurt in 1936 burgemeester
van Wulveringem.
Na het einde van de tweede oorlog begon de inrichting en “schuchtere”
openstelling van het kasteel als museum voor het publiek. Hiervoor werd
Lucien Lams, Ontvanger der Registratie en Domeinen te Veurne, als conservator
door de Academie aangesteld. Henri Houck (foto boven) die sinds
het begin 20ste
eeuw in het actuele Bryarde Huis woonde en kleermaker/
barbier was, werd als “conciërge/gids” voor de schaarse bezoekers aangesteld.
Als ik mij goed herinner werd toen ook reeds Julien Candaele,
die een kleine boerderij op het einde van de Uilstond in Vinkem bewoonde,
als tuinman aangesteld.
Beginjaren 50 begon het bezoekersaantal gestaag toe te nemen, waaronder
ook heel wat Franstaligen vanuit hun kustverblijf. Daarom werd naar
iemand gezocht die “in bijberoep” als conciërge/gids de taak van Henri
zou overnemen. Als eenvoudige mens heeft mijn vader altijd een grote
historische interesse gehad, sprak hij redelijk goed Frans en gezien elke
bijkomende frank voor het gezin welkom was, stelde hij zich hiervoor
kandidaat en werd door Lucien Lams aangenomen.
© foto boven - Henri Houck (dia-archief Lucien De Witte -
scan: Willy Baelen)
foto onder - Willy Top voor het kasteel Beauvoorde
Zo verhuisden wij in 1953 van de Gouden-Hoofdstraat in Vinkem naar de
Kasteeldreef Nr.1, waar het huis ook als schoenmakerij/winkel werd ingericht.
Tot 1967 hebben mijn ouders beide taken in cumul uitgevoerd.
Vanaf 1967 werd de schoenmakerij/winkel stopgezet en werd zowel het
onderhoud kasteel en park als de toeristenrondleidingen “alleen door
hen” uitgevoerd! Als gevolg van eerst een hartinfarct en nadien een hartstilstand
met gelukkig goede afloop, dienden vader Willy (foto onder) en
mijn moeder dit vele werk stop te zetten en verhuisden ze in 1975 naar
Nieuwpoort voor een welverdiende rust. Een pittig detail bij de verhuis
van Vinkem naar Wulveringem voor mij, was mijn gedwongen verwijdering
uit het kinderdansgroepje die de reuzin Belle van Vinkem op haar
uitstappen vergezelde. Er was in die tijd ogenschijnlijk wel wat rivaliteit
tussen de twee zusterdorpen!
1
׉	 7cassandra://d3asxR485NPGCzcOhtFEmgZK75fC6q2_hr8lwzN3-zs(4`̵ f?me
f?me	{בCט   {u׉׉	 7cassandra://grQZbhZLy4--Sk3bm3uN055MAsc5rokg3eRd1-Ca8fI `׉	 7cassandra://PSXcrGobarJy7c1McHP9WYYPL-OmV0H1ZUSveh4nYQo͎`S׉	 7cassandra://7KbLkfdD4K0UuRuYKWCWus_1ZUC0Yg2FudABfLkE7OM,Y`̵ f@meט  {u׉׉	 7cassandra://ENPG-R_DzJPsbdTMVgkpPn7RQ6GW6UBVySFpyawLA48 `׉	 7cassandra://1YMwxbUzSn-td64B_Sy54UqlWbveVPpBLPZSvTFnFcA͕O`S׉	 7cassandra://0eIGVZGnv9KwZhFTKt2N8lPv4cxP6TvvRxWeO9xyZV4+r`̵ f@me׉EOnze tuin sloot direct aan op het kasteelpark dat toen nog niet doorlopend
publiek- toegankelijk was, waardoor ik als zesjarige knaap plots
een “onmetelijke en kind-avontuurlijke” privé speeltuin ter beschikking
kreeg. Vanaf deze leeftijd leefde ik intens samen met de geluiden uit het
kasteelpark. Tijdens de mooie zomerdagen met het gehamer van een
specht tegen een boomstam, koekoekgeroep, duivengekoer, merelzang
en vinkengekwetter. In zwoele zomernachten met de brulkikkers in de
slotgracht achter onze tuin. Bij winterse storm was er het woeste windgedruis
door de kale boomkruinen en toverde soms een lichtstraal van autolichten
komende van boer Wackenier of Vandevelde, door de boomtakken
grillige spookpatronen op mijn slaapkamergordijnen.
Samen met Hugo Pyfferoen en andere leeftijdsgenoten zwierven we rond
in het kasteelpark waar we wat in het oog werden gehouden door Julien
en waar we van hem ook stiekem onze eerste sigaret kregen toen we een
jaar of elf waren.
Soms kreeg ik ook minder kind-leuke taken te doen zoals de jaarlijkse
aalbessenpluk in de toen nog bestaande grote moestuin achter het kasteelpark,
het uitschrapen van onkruid tussen de knobbelige stenen voor
de kasteelbrug of het helpen boenen van de houten kasteelvloeren. Als
jeugdige tiener werd ik ook dikwijls ingezet “als afsluiter” wanneer grotere
groepen door het kasteel gegidst werden door mijn vader. Voor de
jaarlijkse grote kasteelkuis en koperpoets charterde mijn moeder alle
tantes en werd er een lange dag duchtig en vrolijk gewerkt. Ik vermoed
dat de Academie hiervoor nooit veel zal betaald hebben!
Op de kasteelzolders en toren kende ik kinderlijke fantasieën over spoken
en ridders en was geïntrigeerd door de oude biljarttafel en een
vreemdsoortige piano. Pas veel later wist ik dat dit een pianola uit de
jaren 20 was die waarschijnlijk nog door mevrouw Flyps en meneer Léon
bespeeld is geweest. Ook toen ik mijn toelatingsexamens voor de Koninklijke
Militaire School voorbereidde, was de kasteelzolder een toevluchtsoord
om rustig te kunnen studeren.
Tot einde jaren vijftig, bij aanvang van de zomer, werd door Julien en
mijn vader een zwart geteerde houten schuit vanuit de stallingen in de
binnengracht gelegd. De schuit dateerde nog uit de jaren ver voor WOII
en werd gebruikt om kleine onderhouds- of herstelwerken uit te voeren
aan de kasteelmuren in de slotgracht. Zonder twijfel gebruikte de Douairière
ook de schuit om zich bij warm weer rond het kasteel te laten roeien.
Tientallen
keren roeide ik staande op het houten achterdekje van de
schuit de kasteelgracht rond. Hoewel ik nog niet kon zwemmen was dit
geen reden voor onrust bij mijn ouders toen.
2
© foto boven - reuzin Belle van Vinkem en haar reuzenkinderen
met Maurits Dejonckheere op de speelplaats
van de kleuter– en lagere meisjesschool
met vooraan links Mia Craeye en Michel Top
(fotoalbum Palma Sampers - scan Herman Duron) -
- foto midden - Moeder Jeannette voedert de zwanen.
- foto onder - Jeannette en Willy aan de haard in het kasteel
׉	 7cassandra://7KbLkfdD4K0UuRuYKWCWus_1ZUC0Yg2FudABfLkE7OM,Y`̵ f?me׉EGrote spanning was er altijd wanneer het begon te vriezen, want dan werd de kasteelgracht een gedroomde schaatsvlakte
voor de dorpsjeugd. Het stuk onder de kasteelbrug was het kritieke punt om te weten of het ijs sterk genoeg
was. Dikwijls was Albert Degrieck hier de eerste durver die de doorsteek waagde, gelukkig altijd met goede afloop.
Ook was Albert Feys als wijze oudere man steeds van de partij om ons sierlijk achterwaarts onze naam in het ijs te
leren schaatsen. Tot aan onze jongvolwassen jaren werd er bij strenge winters soms ijshockey nagespeeld met behulp
van een kromme boomtak en een houtblokje, de “rijpere” jeugd was toen duidelijk nog snel tevreden…!
© foto’s winterpret (album Palma Sampers - scan Herman Duron)
© foto onderaan - dia-archief Lucien De Witte (scan: Willy Baelen)
Bij de evacuatie van het Engelse/Franse leger via Duinkerke en de stranden tot aan De Panne begin juni 1940 werden
grote hoeveelheden kogels en wat handwapens in de grachten rondom het kasteel gegooid. Midden jaren vijftig
stelden we vast dat vooral in de voorgracht nog veel hiervan in het slijk was blijven steken. Voor onze kinderhanden
was dit een boeiend zoekgebied voor de koperen kogels. Tussen een spleet van de straatstoep probeerden we, soms
met succes, de kogelkop van de huls af te stampen om dan het vrijgekomen kruit met een stekje en steekvlam in
brand te steken. In de huidige tijden zou hiervoor door omwonenden waarschijnlijk de 112 of DOVO opgebeld worden
en zouden we zwaar gekapitteld zijn door de politie! Eén keer werd veldwachter Cyriel Missinne erbij geroepen
toen Pol Feys bij zoekwerk in de achterste buitengracht een cilindervormig glad object in het slijk voelde. Er werd
gedacht aan een obus en dat vonden we toch wat gevaarlijk om zelf te bergen. Toen Pol onder het oog van Cyriel
“de obus” voorzichtig uit het slijk trok, bleek dit gewoon een lege wijnfles te zijn. Wat een anticlimax, waarbij door
Cyriel helemaal geen opmerkingen werden gemaakt over onze zoekactiviteiten.
In deze nog jonge tijd na het einde WOII simuleerden we ook soms gevechten rond en in de toen nog aanwezige
grachten van het kerkhof en de ruimte tussen het kasteelpark. Om het kanongebulder na te bootsen gebruikten we
oude verfpotten met een klein gaatje in de bodem. In de pot werd een stukje natte carbuur gelegd waarna het deksel
stevig op de pot werd gestampt. Dan met de voet op de horizontaal gelegde pot werd een brandend stekje tegen
het gaatje gehouden waarna het deksel met een luide knal van de pot vloog. Gelukkig voor ons is er nooit een pot
zelf ontploft onder onze kleine voet.
Aan de rechter parkingang stond aan de kant vlak naast onze tuin een
prachtige wilde kastanjeboom. Wilde kastanjes waren toen voor de jeugd
nog een verzamelobject en in het kastanje-seizoen was het soms een
sport om via steengooien de kastanjes te doen vallen. Uiteraard kwamen
ook nogal wat stenen in onze tuin terecht tot ergernis van mijn oudjes. In
juli 1955 raasde een windhoos over Beauvoorde waarbij een enorme kastanje-tak
afscheurde en dwars door ons pannendak op de bovenverdieping
tot stilstand kwam. De enorme regenval zorgde ervoor dat de grote
pan eieren die juist op tafel stond tot de boord met water vulde. Ik voel
nog de schrik die ik toen als achtjarige knaap hierbij ondergaan heb.
Het jaarlijkse kasteelhoogtepunt was uiteraard de samenkomst van de
Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde met diner en de academische
zitting “in” het kasteel. Hiervoor kwam traiteur Karel Reynaert met
een uitgebreid team koken “in de kasteelkelder” en werd het diner “in de
zaal” naast de kapel opgediend, met aansluitend academische zitting in
de zaal naast de bibliotheek. In de actuele museumfilosofie van het kasteel
is dit wellicht onvoorstelbaar.
Om als jeugdige knaap Ernest Claes, Gerard Walschap, Stijn Streuvels (links
op de foto), Karel Jonckheere … van dichtbij te kunnen aanschouwen en
beluisteren was voor mij als kind een hele sensatie.
3
׉	 7cassandra://0eIGVZGnv9KwZhFTKt2N8lPv4cxP6TvvRxWeO9xyZV4+r`̵ f?mef?me{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XAC-ajU9IPT_FiaFUi_haT67h6EEzhN3BhaY4OQjS8Q G`׉	 7cassandra://a69VTesEclB7-pT3cmHJXNcmqAU8V3UmVoqiLDCWtqwK.`S׉	 7cassandra://xyis1-iUtGdiKxz6lI8xDYHSl9hPNMjEaU4A-wM8FesM`̵ fAmeט  {u׉׉	 7cassandra://c72N1g1qtiFw-tpXNre_RTvMmvmHyf8i9GlxQetGNfc `׉	 7cassandra://U-swPQ-ApTOcPO2aPcMUGfiPEyHtzfX09Z0sTJwSI78̓g`S׉	 7cassandra://EZE2uDaSvGV6V4HOBcc9SMm7-dEax8qnv_IqQ6hc0Gc(Z`̵ fAme׉E%Begin deze zomer bezocht ik met enkele van mijn kleinkinderen
het kasteel. Het is mooi vast te stellen welke
menselijke en financiële middelen via Erfgoed Vlaanderen
tegenwoordig voor het kasteel terecht beschikbaar staan
tegenover de jaren waarin mijn ouders dit alles quasi
alleen moesten zien te rooien. Bij het betreden van park
en kasteel kwamen zoveel jeugdherinneringen bij mij
boven die ik uiteraard met mijn aanwezige nageslacht
probeerde te delen. In de toegangskoer van het kasteel
wilde een vrijwilliger van Erfgoed Vlaanderen mij wat
uitleg geven voor het kasteelbezoek. Toen ik hem meedeelde
dat dit niet nodig was gezien ik mijn jeugdjaren
in en rond het kasteel doorbracht, keek hij me bevreemd
en wat ongelovig aan. Ik realiseerde mij dat hij en waarschijnlijk
iedereen die in de laatste tientallen jaren in
Beauvoorde is komen wonen, opgegroeid of zich als vrijwilliger
voor het kasteel inzet, geen besef heeft van de
rol die het kasteel en zijn park speelden voor de dorpsjeugd
in de eerste decennia na het einde WOII.
Daarom probeer ik hier voor de Dorpsgazette met een
verhaal rond mijn verre jeugdherinneringen verbonden
aan het kasteel dit enigszins te verduidelijken, maar ook
om een lang geleden gemaakte belofte aan Stefaan uiteindelijk
eens in te lossen!
Michel Top
© foto - Stef Duron
4
׉	 7cassandra://xyis1-iUtGdiKxz6lI8xDYHSl9hPNMjEaU4A-wM8FesM`̵ f?me׉Edeel 2/3
Mijn jeugdherinneringen in het vorige
nummer van de Dorpsgazette
waren verbonden met het kasteel
Beauvoorde. Uiteraard waren er
nog vele andere jeugdbelevenissen
die zich doorheen het dorp en met
typische dorpsfiguren afspeelden.
Tot begin jaren zestig van de vorige
eeuw waren de dorpsgrenzen
ook zowat de belevenisgrenzen
van de dorpsjeugd, slechts sporadisch
onderbroken door een “ver”
schoolreisje naar de Vlaamse heuvels,
Brugge of Cap Gris-Nez, een
bezoek aan Veurne kermis of een
occasionele fietstocht tot aan de
Cabourgduinen. Ik herinner mij ook
geen dorpsfamilies die in die jaren
op vakantie gingen naar verre oorden
in België of daarbuiten. Een
daguitstap naar Expo 58
in Brussel, de Antwerpse Zoo
beurt tijdens onze prille jeugdjaren
in een wastobbe binnen of buiten
gebeurde. Pas einde jaren zestig
werd het dorp aangesloten op het
automatisch telefoonnet. Tot dan
wijls bevolkt met vrienden van mijn
ouders die soms met de neus tegen
het scherm stonden te roepen
wanneer de slechterik van dienst
terug zijn werk deed. Ook bij het
op TV uitgezonden prinselijk
huwelijk van Albert &
Paola in 1959 zat de kamer
diende men via een draaihendeltoestel
aan de centrale
van Leisele het oproepnummer
te vragen
voor een verbinding binnen
of buiten de telefoonzone.
Van 23 tot 06 uur
of de Gentse Floraliën was zowat
het maximum en nadien onderwerp
van vele verhalen. Daar tegenover
stond dat we ongehinderd over het
ganse dorpsgrondgebied konden
rondzwerven om onze jeugdfantasie
en kattenkwaad te beleven.
De technologische moderniteit
heeft in de achterliggende dorpen
rond Veurne ook zeer laat zijn intrede
gedaan. Zo werden de dorpen
pas beginjaren zestig
voorzien van leidingwater,
waardoor de zaterdagse waswas
de centrale ook gesloten en
bijgevolg geen telefoon. Bij zwaar
nachtelijk onweer rinkelde de telefoonbel
soms spookachtig door het
huis als gevolg van de bliksem
rond de bovengrondse telefoondraden,
wat samen met het dondergerommel
mij als kleine knaap bijkomend
schrik bezorgde, een beetje
Halloween voor zijn tijd!
In 1958 kwam een van de eerste
televisietoestellen van het dorp in
huis. Slechts beperkte uitzendingen
op drie kanalen, Rijsel, Brussel
Vlaams (BRT) en Frans (RTB), maar
toch zo gelukkig om te kunnen
kijken naar de ridderavonturen van
Ivanhoe, Schipper naast Mathilde
en later Bonanza. Op Rijsel waren
er regelmatig catchwedstrijden.
Onze “beste kamer” was dan dik5
vol
met mooi opgeklede dames uit
de buurt, precies of ze echt op de
ceremonie in Brussel aanwezig waren!
Voor de actuele “coole” multimediageneratie,
zonder twijfel onbegrijpelijk
belachelijk.
Er passeerden in mijn prille jeugdjaren
ook typische “leurders” door
het dorp, zoals “Balon” die met zijn
houten stokbeen weggelopen leek
uit een oude zeeroverroman. Hij
was ooit een smokkelaar aan de
Belgisch/Franse grens en verloor
zijn been bij een douaneachtervolging.
Met de dorpskermis leurde hij
met een mand garnalen en stockvis
de vele cafés af. In de zomer keken
we uit naar de passage van ijscrèmeventer
Raoul op zijn moto met
prachtig beschilderde sidecar. Ge׉	 7cassandra://EZE2uDaSvGV6V4HOBcc9SMm7-dEax8qnv_IqQ6hc0Gc(Z`̵ f?mef?me{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1h7UdJQx_y5mzZwy-PWXAki84flB5MR_WProCgwwMkk `׉	 7cassandra://-Og-3CjIt72_drjkT2D5PIhVLtQ1iRd81xqIHZe-rLM͋`S׉	 7cassandra://VabliRgv3WNF3yJnW01w4lH1zP1mujsB3vFJoQu57c8*`̵ fAmeט  {u׉׉	 7cassandra://3Y04X-8eE8Jy4ya1RWvTAjbJNhussvTmDShNIxrfusY n4`׉	 7cassandra://WSwDLWOXCX2ngLHsWB9_297YcfjtjIB7xuZF6tjoNH0z`S׉	 7cassandra://rpZQk4PFNR_RPGWEAxSYZLvERuk_FHlWYejew3IMF2E&`̵ fBme׉ECraeye, gangen bouwen tussen de
strobalen in de schuur van Silvère
Bonte, kogels zoeken in de kasteelgrachten
… De ijzeren wieltjes van
onze rolschaatsen (foto) maakten
veel lawaai op het betonnen wegdek
van de toen praktisch verkeersvrije
Izenbergse baan, wat kwaadheid
veroorzaakte bij Jef Goderis
kleed in een smetteloos wit jasje en
uitgerust met een blinkende koperen
hoorn waarmee hij zijn aanwezigheid
kenbaar te maken. Zelfs nu,
meer dan zestig jaar later, kan ik
dit geluid nog perfect voorstellen.
De kerk was in die jaren niet alleen
letterlijk maar ook sociaal nog een
centraal punt in het dorpsleven.
Dagelijks passeerden de 4 nonnetjes
van het klooster in rij met zusteroverste
Klara (ma mère) op kop
en zuster huishoudster Antonia
achteraan, via de “nonnenwegel”,
klokvast minstens 4 X voor ons
huis. ‘s Morgens vroeg voor de
communie en mis, s ’avonds voor
het lof. Vier zwarte figuurtjes doorheen
alle kleuren van de seizoenswisselingen.
Het kerkkoor kende
een wisselende samenstelling onder
leiding van kosterin/organiste
Maria Hoste waarin we tot onze
jong volwassen leeftijd vanaf het
orgelhoogzaal achterin de kerk en
geschaard rond Maria, de latijn
gezongen kerkdiensten begeleidden.
Maria droeg hoeden
met een brede rand en zo
gebeurde het dat daarin tijdens het
zingen de kaartjes van onze studentenfuiven
terecht kwamen,
waarmee ze onwetend devoot vanaf
de hoogzaal de ganse kerk doorkruiste
voor de communie. Mijnheer
pastoor is dit ogenschijnlijk
nooit opgevallen.
Maria begeleide tientallen jaren
niet alleen de kerkdiensten maar
organiseerde
ook
soms
“variétévoorstellingen” met de kinderen,
waar wij allerlei door haar
6
georkestreerde liedjes of gedichten
brachten. Dit gebeurde in de goed
gevulde cafézaal van “het Gemeentehuis”
bij Jef en Maria Driesse, op
een geïmproviseerd podium,. Mijn
buurmeisje (en nu echtgenote)
Chris Cappelaere en vriendinnetje
Annie Van Hecke hebben op die
manier ooit alleen als twaalfjarigen,
slechts uitgerust met een melodica
en mondharmonica
een “avondvullend” programma
gebracht met bij
ieder lied passende kledij.
Binnen het hiervoor geschetste
kader groeiden wij duidelijk op met
beperkt comfort, zonder luxefranjes
en vulden we met veel fantasie de
buitenschoolse tijd met cowboy
spelen tussen de kerkhofgraven,
kikkers en stekvisjes vangen in de
nog onbezoedelde grachten, voetballen
in de weide van Albert
die op het veld werkte, gezien zijn
paard hiervan onrustig werd.
(nvdr: Jef zorgde met paard en kar
voor het ophalen van het vuilnis -
foto Lucien De Witte)
Op de binnengracht van het kasteel
en Bergenvaart konden we zonder
beperkingen met tientallen kinderen
ijsschaatsen, wat nu aan allerlei
“veiligheids- of natuurbeperkingen”
onderworpen is.
© foto’s
- Atomium: plus online
- oude telefoon: Pixabay
- Albert & Paola: Het Nieuwsblad
- postkaart: Stef Duron
- rolschaatsen: Pixabay
- Jef Goderis: Lucien De Witte,
scan: Willy Baelen
׉	 7cassandra://VabliRgv3WNF3yJnW01w4lH1zP1mujsB3vFJoQu57c8*`̵ f?me׉E	deel 3/3
Toen we een jaar of twaalf waren
werd de jonge seminarist Ignace
Becuwe die op “de Barque” in de
Moeren woonde, ingeschakeld om
de “mannelijke” dorpsjeugd christelijke
vakantievreugde te geven
via de oprichting van “het Patronaat”.
Er
waren zoektochten doorheen
het dorp, kleine fietstochten in de
omgeving, jeugdspelletjes en natuurlijk
ook voetbal.
Één herinnering staat mij hierbij
nog duidelijk voor de geest. Op
een dag fietste Ignace, gekleed in
zijn wapperende soutane, met Dirk
Huyghe, Herman Duron en mezelf
naar het vliegveld Raversijde om
er naar de vliegactiviteiten te kijken.
Er
was twijfel om te vertrekken
gezien onze nogal elementaire
fietsuitrusting en de stormachtige
westenwind, die ons bij het doorrijden
wel voortstuwde maar bij
terugkeer zwaar zou vallen.
onze jeugdjaren dikwijls een ondersteunende
rol bij het ijsschaatsen,
fietsen naar het zwembad in
Ieper, om het langst kopje onder
te blijven in een emmer water en
zo veel meer.
Een door hem tot kano omgebouwde
droptank van een gevechtsvliegtuig
tijdens WOII mochten
wij op het Zwaantje in de
Bergenvaart (foto) gebruiken. Zonder
te kunnen zwemmen haalden
we hiermee achteraf bekeken soms
waaghalzerij uit, maar geen enkele
ouder maakte zich hierover toen
ongerust.
Maar o wonder, tijdens ons verblijf
in Raversijde nam de wind plots
heel snel af zodat we fluitend de
terugweg konden affietsen.
Persoonlijk had ik echt korte tijd
het geloof dat Ignace via zijn
priesteropleiding op goddelijke
meteovoorspraak kon rekenen en
vertelde dit ook met veel overtuiging
aan mijn ouders.
Albert, de nonkel-vrijgezel van
Paul en Fernand Feys speelde in
Samen met neef Fernand ondernam
hij een fietsreis van Bordeaux
via Biarritz naar Lourdes en terug
door het bergachtige centraal
massief naar België. Zonder internet,
GPS en met de eenvoudige
fietsen van die tijd een waar huzarenstukje.
(© foto Fernand Feys: Fernand,
samen met z’n nonkel Albert onder de Eifeltoren
in Parijs)
Zijn oude moto die al jaren onder
het stof stond intrigeerde zijn
technisch aangelegde neef Fer7
nand,
die de moto van Albert cadeau
kreeg. De grote uitdaging
voor hem was om de motor terug
aan de praat te krijgen. Op een
rustige zondagnamiddag bij afwezigheid
van zijn ouders, was het
grote ogenblik voor een test aangebroken.
We moeten toen een
jaar of zestien geweest zijn. In de
Dorpstraat ter hoogte van de
markt werd Fernand gezeten op
de moto door ons met een aan׉	 7cassandra://rpZQk4PFNR_RPGWEAxSYZLvERuk_FHlWYejew3IMF2E&`̵ f?mef?me{בCט   {u׉׉	 7cassandra://s3C8n8qVk-27C6j2-jB63mhJVD6vxqYFoOLf5N4j2aM Ƙ`׉	 7cassandra://PX5zA9XaTaw_jOdJWOuR-P1lgUyml78C0ledWTwuP-M͎`S׉	 7cassandra://7-6FL5qa5grkTWcMvcm6PK7q8tpo7C9FusPvwXLmQmw*-`̵ fBme"ט  {u׉׉	 7cassandra://sO8onBeDOTOjEPNxFayAZXwx7gtoVT9Bl4rCky8MtXk (`׉	 7cassandra://HWbSshOyJ6YnAK1kq1dO3_K4moTX6skOLQbdmITqoSIC`S׉	 7cassandra://Ne1Q38TYWTqdehh3sKb38x4O5PfqFEy_ixkUZn1-qHMg`̵ fBme#׉Eloop voortgeduwd toen plots de
motor aansloeg en hij in volle
vaart wegscheurde, de Kasteeldreef
in, om in de bocht te eindigen
tegen het uitstalraam van bakker
Gilbert Cappelaere. Grote consternatie
alom, gelukkig zonder
veel schade en voor Fernand
slechts met wat kopschrammen.
Het was nonkel Albert die de jongens
verdedigde bij hun ouders en
bemiddelde bij bakker Gilbert voor
de schade.
Toen dorpsgenoot Ferdinand
Bouckhout als missionaris naar
Hong Kong vertrok besloten Walter
Vandamme, Herman en Johan
Duron, Luc De Witte en ikzelf om
als Driekoningen het dorp rond te
gaan ter ondersteuning van zijn
missiewerk.
Voor het bezoek aan de omliggende
boerderijen mochten we de
Peugeot van burgemeester Vandamme,
toen ook Volksvertegenwoordiger,
met zoon Walter aan
het stuur gebruiken.
De dag was lang, gevuld met Driekoningengezang,
ondersteund
door menige borrel van onze geduldige
toehoorders.
Zo gebeurde het dat de achterste
nikkelen bumper van de auto bij
een parkeermaneuver onzacht tegen
een betonnen paaltje botste
met een deuk als gevolg. Laat op
de avond, bij het bezinnen rond
menig glas bier in café Gemeentehuis
besloten we alsnog zelf de
bumper te herstellen. Luc stelde
voor om dit in de garage van zijn
vader, meester De Witte, uit te
voeren.
Hoe we het klaarspeelden weet ik
niet meer, maar we kregen de auto
in alle stilte en bij slaaptijd van de
bewoners op de sterk neerwaarts
lopende garagevloer.
Toen we liggend onder de auto de
uitgeblutste bumper vastschroefden
werd in de nachtelijke stilte
plots op de garagepoort gebonkt
en herkende ik de stem van mijn
moeder die ongerust naar mij op
zoek was.
Bij het openen van de poort zag ik
liggend onder de auto mijn moeder
in rode peignoir en krulspelden
als een vertoornde engel hoog
boven mij uittorenen.
Ik was op dat ogenblik 19 jaar en
hoewel het dorpsnachtleven weinig
bedreigend was voor mijn zedelijk
welzijn, moest ik zonder
verwijl de matriarchale boosheid
voor het late uitblijven volgen.
Kan men zich dit nu nog met een
19-jarige voorstellen? Ik weet niet
meer of vader Vandamme ooit de
herstelwerken aan zijn autobumper
heeft gemerkt.
(foto, v.l.n.r.: Luc De Witte, Michel Top,
Herman Duron, Walter Vandamme en Johan
Duron)
De zaal werd ingericht met brandgevoelige
houtschors, jute en visnetten,
maar niemand maakte een
probleem van de brandende kaarsen
op de houten biertonnen.
De herinnering aan de voor ons
nieuwe spaghettisaus in een waskuip
gemaakt door Hugo Pyfferoen
is bijgebleven.
In het voor studenten woelige
1968 volgde nog een tweede
jeugdfuif waar de intense discussies
over de juist verschenen pauselijke
encycliek Humanae Vitae
bijgebleven zijn.
Dergelijke morele en filosofische
discussies tijdens het fuiven lijken
in de actuele tijdgeest zonder twijfel
surrealistisch.
(fuiffoto op volgende pagina)
Wanneer we nu nog occasioneel
vanuit Limburg naar de Westhoek
afzakken wordt altijd een bezoekje
aan het graf van mijn ouders in
Beauvoorde ingepland.
In oktober 1966 toen de eerste
naoorlogse dorpsgeneratie de volwassen
leeftijd had bereikt mochten
we van Maria en Jef hun café
Gemeentehuis inrichten voor een
eerste grote jeugdfuif.
8
De diepe stilte en verlatenheid,
zonder spelende kinderen in de
Dorpstraat is voor ons dan altijd
treffend, maar de vele (ver)nieuw
(d)e huizen en de nieuwsjes uit de
Dorpsgazette stellen ons gerust
dat het dorpsleven nog bloeit met
nieuwe jonge gezinnen, weliswaar
en gelukkig met een onvergelijkbare
welstand tegenover de meer
׉	 7cassandra://7-6FL5qa5grkTWcMvcm6PK7q8tpo7C9FusPvwXLmQmw*-`̵ f?me׉E}dan 50 jaar terug van onze dorpsjeugd.
Maar
toch, om het liedje van Louis
Neefs uit 1976 te parafraseren:
“mijn dorp in de (Kempen) Westhoek,
waar is nu de tijd, waar zijn,
al die jaren van uitbundigheid, van
klein tot groot kende toen iedereen
nog iedereen en was men
nooit alleen……”
© foto’s
dia-archief Lucien De Witte:
‘t Zwaantje - Gemeentehuis (nu: Driekoningen) -
jongerenfuif bij Jef en Maria Driesse-Vermeesch
- kleurenfoto’s driekoningenronde
scan: Willy Baelen
© zwart-wit-foto Driekoningen - Herman Duron
(album Palma Sampers)
© foto wind-sock via Pixabay
achter de toog, v.l.n.r.: Erik Vandamme, Johan Duron, Paul Vanacker, Herman Cosman, Freddy Dequeecker, Jean
Goens, Dirk Huyghe, waardin Maria Vermeesch, Luc De Witte
aan de hoek van de toog, v.l.n.r.: Michel Top, Domien Vanbleu
Bron en © De Beauvoordse dorpsgazette (2021) - Stef Duron - +32 478 41 28 63
9
׉	 7cassandra://Ne1Q38TYWTqdehh3sKb38x4O5PfqFEy_ixkUZn1-qHMg`̵ f?mef?me{) 5DG herfstnummer 38 3 2020-website Michel-Top-d1-d2-d3f9}\