׉?4ׁB! #בCט ? ?{u׉׉	 7cassandra://BX5SeUMy9KRQCTl5JBQxYk7BOZclKshjKSNaSBMTUKA '`׉	 7cassandra://GLe5dpsvKXbtfCWIZxgL7j3psqQdMYtaixhuhvgmV3I͍`t׉	 7cassandra://jrZHMVv1NxFayw7RJxjnVgjqAnrlN9RUjzxv6zmsOOA+b` i$WUޡ"g/׈Ei$WUޡ"g/]׉ENEDERLAND 2025/2026
׉	 7cassandra://jrZHMVv1NxFayw7RJxjnVgjqAnrlN9RUjzxv6zmsOOA+b` i$WUޡ"g/^i$WUޡ"g/]~{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://sX_oVF_AA0KYJnAexJ-lllpVsg9GC19JpxqFPXwVs58 B`׉	 7cassandra://ZaIbxndpB4rf2KDV4b74tMuGzBFgzD4fWHc2YhweHqMjC`t׉	 7cassandra://Ko3LEumcRfEaYgqzvlV22rBMD5uQpO1RcTQQJdh92IY"` i$WUޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://KrU2omfpNZkxojNidXeaBbKfI9FzECtWCk872NYrhFk s^`׉	 7cassandra://XkSPZvO-ibdXNmvvh-o4vhNbnHuxktNlXRyPKeaOlNML`t׉	 7cassandra://JVrLjSG5z-hVcMl3NfHkpgdCJ2GpBoLZutszLr2XWUI` i$WVޡ"g/נi$WVޡ"g/ ^̋9ׁHhttps://www.systabo.nl/ׁׁЈ׉E )systabo.nl
makers van Omega
voor Metrohm
׉	 7cassandra://Ko3LEumcRfEaYgqzvlV22rBMD5uQpO1RcTQQJdh92IY"` i$WUޡ"g/_׉E
Nederland telt meer dan 3.500 bedrijventerreinen
die samen goed zijn voor ongeveer een derde van
ons bruto binnenlands product. Bedrijventerreinen
variëren van logistiek tot industrie, gemengd terrein
met verschillende soorten bedrijven en kennisparken,
waar gewerkt, geproduceerd, ontwikkeld en
geïnnoveerd wordt. Het zijn de motoren van onze
economie. Toch staan ze onder druk. Schaarse
ruimte, woningbouwambities, energietekorten en
stikstofregels zorgen ervoor dat bedrijventerreinen
steeds vaker onderwerp zijn van discussie. Met
Industrie- en Bedrijventerreinen Nederland willen wij
laten zien wat hun maatschappelijke én economische
waarde is, en hoe overheden, bedrijvenverenigingen
en marktpartijen samen kunnen zorgen dat die
waarde behouden blijft.
Een belangrijk uitgangspunt is dat bedrijventerreinen hun functie
moeten behouden. Bedrijven in de hogere milieucategorieën
horen niet tussen de woningen, maar op plekken waar ze kunnen
ondernemen zonder beperkingen. Gemeenten spelen daarin een
cruciale rol: door milieucategorieën te bewaken, ruimte te reserveren
voor industrie en ondernemers actief te ondersteunen bij
verplaatsing, herstructurering of verduurzaming.
Veel gemeenten werken inmiddels samen met bedrijvenverenigingen
om hun terreinen toekomstbestendig te maken. Denk
aan het delen van schaarse stroomcapaciteit, gezamenlijke energieknooppunten,
collectieve beveiliging en verduurzamingsprojecten.
Ook het vergroenen van bedrijventerreinen krijgt steeds
meer aandacht. Steeds vaker worden wandel- en fietspaden aangelegd,
zijn er buitenplekken waar medewerkers kunnen lunchen
en wordt gewerkt aan een prettige, veilige werkomgeving. Zo
wordt het bedrijventerrein niet alleen groener, maar ook socialer.
Dat alles vraagt om samenwerking én durf, waar gemeenten en
markt de handen ineenslaan bij de aanpak. Ontwikkelaars laten
zien dat herontwikkeling en circulariteit hand in hand gaan. En
aannemers tonen dat duurzaam bouwen meer is dan techniek:
het gaat om ontwerpen waarin mensen prettig kunnen werken
en bedrijven kunnen groeien.
Industrie- en Bedrijventerreinen Nederland wil al deze initiatieven
zichtbaar maken en kennisdeling bevorderen. Dit magazine
brengt bestuurders, ondernemers en ontwikkelaars samen
rond actuele thema’s als verduurzaming, ruimtelijke ordening
en circulaire economie met als doel onze bedrijventerreinen te
behouden als krachtige, toekomstbestendige motoren van werk
en welvaart.
Veel leesplezier!
D.A. Arthur Jager Crossmedia uitgever / directeur
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 3
׉	 7cassandra://JVrLjSG5z-hVcMl3NfHkpgdCJ2GpBoLZutszLr2XWUI` i$WUޡ"g/`i$WUޡ"g/_}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://NZLpV3eQTVU2QtrULcKuCN7ZBM3ifg91ER7-sX8aXeo 9`׉	 7cassandra://PbstMtI4RIG12a8Sk6WjxrqCNP8_1H4O07o8PaSeLOAi`t׉	 7cassandra://DtIoLZCfeaF7r6zufUplw1Q7xwmKyAWDn25rFlyt9wg#` i$WVޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://MWc9fdCkKVy24F6E9I602GwvSGjc3hqE9EaWQD1v24s @`׉	 7cassandra://CY7dpM1sdREbDqi9YZZWel1yEJvRyxQaRiCllEZhZUs|G`t׉	 7cassandra://qVxzjAnjFM4Rhq5nVm4X58nMBDMWbZVCCUeiSgeFc3g$` i$WVޡ"g/ *נi$WVޡ"g/Á hjR
9ׁHhttp://www.hormann.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ lj̈
9ׁH  http://www.verhoeven-leenders.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ ih9ׁHhttp://www.dijkhambouw.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ m̽K9ׁHhttp://www.systabo.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ E̽9ׁH /http://www.ondernemen010.nl/bedrijventerreinen/ׁׁЈנi$WVޡ"g/ bE`9ׁHhttp://www.schiesquare.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ Eb
9ׁHhttp://www.schiedistrict.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ D;
9ׁHhttp://www.stec.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ ́9ׁH (http://www.gelderland.nl/projecten/cleanׁׁЈנi$WVޡ"g/ u́y9ׁHhttp://www.trilux.com/industryׁׁЈנi$WVޡ"g/ ́^
9ׁHhttp://www.heembouw.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ QU̀9ׁH  http://www.prodeltarealestate.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ yUp
9ׁHhttp://www.flevokusthaven.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ iQ
9ׁHhttp://www.deventer.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ yp
9ׁHhttp://www.mansveldtotaal.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ k
9ׁHhttp://www.boveenendaal.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ A̢9ׁH 'http://www.logisticscapitalpartners.comׁׁЈנi$WVޡ"g/ _9ׁHhttp://www.bciglobal.comׁׁЈנi$WVޡ"g/ R
9ׁHhttp://www.tcvddool.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ ̔s9ׁHhttp://www.jagermedia.nlׁׁЈנi$WVޡ"g/ |U̬9ׁH )http://www.lelystadairportbusinesspark.nlׁׁЈנ80   ǁ:9 ׉SG
׉ׁ
default style נ8ܒ   ̪9 ׉SG
׉ׁ
default style נ9   :9 ׉S
G
׉ׁ
default style נ9CD   ><9 ׉SG
׉ׁ
default style נ9p   zl9 ׉SG
׉ׁ
default style נ9t   :9 ׉SG
׉ׁ
default style נ9ڿ   %<9 ׉SG
׉ׁ
default style נ9  	 cO9 ׉SG
׉ׁ
default style נ:2#  
 W9 ׉S"G
׉ׁ
default style נ:a!   h69 ׉S$G
׉ׁ
default style נ:   h5<9 ׉S&G
׉ׁ
default style נ:ˑ   jt69 ׉S(G
׉ׁ
default style נ:5   jX9 ׉S,G
׉ׁ
default style נ;/ؿ   l:9 ׉S0G
׉ׁ
default style נ;\i   l@:9 ׉S2G
׉ׁ
default style נ;ؿ   l|<9 ׉S6G
׉ׁ
default style נ;b   l89 ׉S:G
׉ׁ
default style נ;{   n<9 ׉S<G
׉ׁ
default style נ<   n1:9 ׉S>G
׉ׁ
default style נ<<   lnU9 ׉S@G
׉ׁ
default style נi$WVޡ"g/ z|9ׁHmailto:arthur@jagermedia.nlׁׁЈ׉ENEDERLAND
Magazine
Industrie- en Bedrijventerreinen
Nederland,
jaargang 2025/2026
Redactie en
advertentie-exploitatie
Jager Media
D.A. Arthur Jager
Postbus 2711
7301 EE Apeldoorn
M 06 - 223 91 776
E arthur@jagermedia.nl
Journalisten
Pieter Pulleman,
Marc van Rossum du Chattel,
Dianne Huijskens,
Ger Dreijer,
Sandra Put en
Johan Koning
www.lelystadairportbusinesspark.nl
Jager Media
Presentatie van vestigingslocaties
in Nederland:
Logistiek & Vastgoed
Havenlocaties
Stationslocaties
Industrie- en bedrijventerreinen
Website www.jagermedia.nl
Monique Jager
Social Media Team
Blending Media
Vormgeving
Studio Transparant
Fotografie
Jager Media
Volg ons ook online
via LinkedIn Zakelijk
www.tcvddool.nl
www.bciglobal.com
www.logisticscapitalpartners.com
www.boveenendaal.nl
www.mansveldtotaal.nl
www.deventer.nl
www.flevokusthaven.nl
www.prodeltarealestate.nl
www.heembouw.nl
www.trilux.com/industry
www.gelderland.nl/projecten/clean-energy-hub
www.stec.nl
www.schiedistrict.nl
www.schiesquare.nl
Deelnemers
in deze
uitgave
www.ondernemen010.nl/bedrijventerreinen/
www.systabo.nl
DIJKHAM
BOUW
www.dijkhambouw.nl
www.verhoeven-leenders.nl
www.hormann.nl
Het magazine Industrie- en
Bedrijventerreinen Nederland wordt
duurzaam geproduceerd.
׉	 7cassandra://DtIoLZCfeaF7r6zufUplw1Q7xwmKyAWDn25rFlyt9wg#` i$WUޡ"g/a׉EIndustrie- en Bedrijventerreinen Nederland
moeten hun maatschappelijke én economische waarde blijven behouden
NEDERLAND 2025/2026
Coverpresentatie:
Gemeente Rotterdam -
presentatie Spaanse Polder en
bedrijventerrein Noordwest;
investeren in de revitalisering
van het bedrijventerrein door te
intensiveren en verduurzamen
in de gebouwde omgeving en
buitenruimte.
6 Rotterdam - Spaanse Polder en bedrijventerrein
Noordwest.
10 STEC Groep - de ruimtelijke impact van
circulaire economie op bedrijventerreinen.
14 SchieDistric - Schiedam maakt vaart met
bedrijventerreinen van de toekomst.
18 SchieSquare - de herontwikkeling van het
voormalige Sandvikterrein tot spil in de
Mechatronics Innovation Campus Schiedam
(MICS).
22 Heembouw - In een krappe markt is het zaak
niet alleen te zoeken, maar vooral slim te vinden.
24 TRILUX - 5 tips voor logistiek en industrieel
vastgoed: haal het maximale uit de verlichting.
28 100 Clean Energy Hubs in 2030 - Als facility
center bij industrie, bedrijvenparken en
distributiecentra.
34 Lelystad Airport Businesspark: Een voorbeeldlocatie
voor duurzame en innovatieve
gebiedsontwikkeling.
36 Flevokust Haven - Enorme ontwikkelingen
in de Provincie Flevoland.
38 ProDelta verbreedt koers met mid sized
industrial vastgoed.
40 Veenendaalse bedrijventerreinen zijn de
toekomst.
44 Bouwen aan morgen op de plekken van vandaag.
Hoe creëren we ruimte voor de toekomst binnen
de bestaande omgeving?
48 MANSVELD Vastgoedonderhoud - Een duurzame
toekomst voor industrieel vastgoed.
50 Deventer - Als je hier woont, moet je hier
ook kunnen werken.
54 Dijkham Bouw - Machinefabriek Geurtsen vindt
lucht op het A1 Bedrijvenpark te Deventer.
58 Ingenieursbureau Verhoeven en Leenders werkt
aan uitdagende industriële projecten.
60 HÖRMANN - Degelijkheid opent de deur naar
échte duurzaamheid.
62 T.C. v.d. Dool - Tilt bedrijfsruimten naar hoog
niveau.
64 Buck Consultants International - Investeren
op bestaande bedrijventerreinen: goudmijn of
hoofdpijn?
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 5
׉	 7cassandra://qVxzjAnjFM4Rhq5nVm4X58nMBDMWbZVCCUeiSgeFc3g$` i$WUޡ"g/bi$WUޡ"g/a}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://d1Op14DI2JSzL8hukqjAWLx7lNT1kDRhCLn0FP4J0ro <G`׉	 7cassandra://waafPcH5iTtDAl94gEJTBoMEFSzvyRuBqXEGzQRLcxAvA`t׉	 7cassandra://Hfdqvb46GbRb9VybuEBguv7LeykN-SSFYUV5b24_f_A#` i$WVޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://JH09CUBbZoMPYpiJxi8o4yMy3bd3ZEYtIleQujtX4HE x`׉	 7cassandra://PTPCJYzNUoHcU55sEhnFNxllc9swKlOx8CWu3d1fTDEi.`t׉	 7cassandra://YD7afQK9VR_Fdh2PPBKwMmSA2Qi37jee7hZJrA_58ds!` i$WVޡ"g/׉EDe opgave
van de stad:
maak ruimte
voor werk
R
Foto: Hans Tak
In Rotterdam werkt de gemeente samen met
ondernemers, ontwikkelaars en kennisinstellingen
aan een toekomstbestendige economie. Doel: de
juiste bedrijven op de juiste plek krijgen, binnen
een stad waar de ruimte schaars is en de druk
op bedrijventerreinen toeneemt. In Spaanse
Polder en bedrijventerrein Noordwest zoeken
beleidsmakers en ondernemers samen naar
manieren om te investeren in de revitalisering
van het bedrijventerrein door te intensiveren
en verduurzamen in de gebouwde omgeving en
gezamenlijk te investeren in de buitenruimte. Niet
vanuit beleid alleen, maar vooral in de praktijk,
met concrete pilots en projecten.
6 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
oel van der Bolt, projectleider Bedrijfsruimte bij de gemeente
Rotterdam, schetst waarom iedereen om tafel zit: het vestigingsklimaat
voor bedrijven moet steviger worden ontwikkeld, met
de Spaanse Polder (inclusief Noordwest) als oefenruimte én voorbeeld.
De energie- en circulaire transitie vraag extra ruimte en Rotterdam
wil de (kennisintensieve) maakindustrie behouden “We willen dat er
voldoende bedrijfsruimte is, en van voldoende kwaliteit. Voor grote
gebruikers in hoge milieucategorieën tot en met de mkb’er in de spreekwoordelijke
garagebox in de stadswijk. Het volume aan werkruimte staat
al jaren onder druk, dat willen we stoppen”, zegt Van der Bolt.
Met Van der Bolt aan tafel zitten Gabor Everraert, teammanager
Ruimtelijke Economie bij de gemeente Rotterdam; Mees Verkerk,
projectmanager/accounthouder bedrijven Spaanse Polder en
Noordwest; Astie Bhattoe, programmamanager uitvoeringsprogramma
Spaanse Polder en Noord-West; Matthijs Zorn, vestigingsdirecteur
van Bidfood en Auke Brugmans, docent-onderzoeker bij het lectoraat
Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement van de Hogeschool
Rotterdam.
Marktpartijen zijn nodig
De inzet die Van der Bolt noemt, heeft bestuurlijke prioriteit. Van dit
college mag de hoeveelheid bedrijfsruimte niet afnemen en wil het
waar mogelijk toevoegen, zuinig zijn op bedrijven in de hogere milieucategorieën
en watergebonden activiteiten, en vooral: slimmer met de
schaarse meters omgaan. Sturen op het reserveren van hoge milieucategorieën
voor bedrijven die het nodig hebben,, intensiever grondgebruik,
betaalbaarheid en mengen van wonen en werken. “Maar dat kunnen we
niet alleen. We hebben marktpartijen nodig die willen meedenken en
meedoen”, aldus Van der Bolt.
Ambities concreet maken
Gabor Everraert, teammanager Ruimtelijke Economie, vat het als volgt
samen: “Het is mooi als je ambitie hebt, maar we willen vooral concreet
zijn. Daarom brengen we cases naar voren en vragen we aan de markt:
ondersteunt dit de boodschap, en hoe landt dit bij marktpartijen”, zegt
hij. Astie Bhattoe, programmamanager voor Spaanse Polder, heeft de
vertaling van visie naar praktijk op haar bord. “Er ligt een gebiedsvisie en
we hebben met de bedrijvenraad Spaanse Polder Noordwest (vergelijkbaar
met een wijkraad in een woonwijk -red.) een ambitiekaart gemaakt.
Mijn opdracht is die ambities concreet te maken in een uitvoeringsprogramma,
inclusief financieringsroutes en betrokken partners. Dat is geen
papieroefening: we organiseren ateliers met ondernemers, investeerders
en eigenaren. De vraag is simpel en lastig tegelijk: wat gaan we waar
׉	 7cassandra://Hfdqvb46GbRb9VybuEBguv7LeykN-SSFYUV5b24_f_A#` i$WUޡ"g/c׉EFoto: Peter Schmidt
doen, wie doet mee en wie betaalt wat”, zegt Bhattoe. Mees Verkerk
eveneens vanuit de gemeente betrokken, benadrukt dat de bedrijvenraad
hier het verschil kan maken. “De raad komt maandelijks bij
elkaar en adviseert ons. We hopen dat het samenwerken met deze
kopgroep van bedrijven ook andere bedrijven er toe beweegt mee te
krijgen in de gebiedsontwikkeling: ambassadeurschap, mede-eigenaar
zijn van maatregelen en projecten”, zegt hij.
Praktische handvatten uit onderzoek
Auke Brugmans, docent-onderzoeker gebiedsontwikkeling aan de
Hogeschool Rotterdam, schuift de onderzoeksbril naar voren. “We
zien landelijk dat ‘werk’ eindelijk weer op de kaart staat. Tegelijkertijd
worstelen gemeenten met het uitvoeringsinstrumentarium. Ons
onderzoek ‘Maak Ruimte voor Werk’ met de G4-steden en twee
“Collectieven starten is één;
ze volhouden en opschalen vraagt energie,
kartrekkers en spelregels.”
groei-gemeenten moet leiden tot praktische handvatten, zodat we
niet alleen ambities formuleren maar ze ook kunnen waarmaken”, zegt
Brugmans.
Elkaar helpen
Waar visie, onderzoek en beleid samenkomen, ontstaat de echte
test: de bedrijfsvloer. Daarvoor zit ook horecagroothandel Bidfood
aan tafel. Vestigingsdirecteur Matthijs Zorn beschrijft de opgave van
een groot distributiebedrijf dat dicht bij de stad en tegelijk aan de
Foto Joep Boute
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 7
׉	 7cassandra://YD7afQK9VR_Fdh2PPBKwMmSA2Qi37jee7hZJrA_58ds!` i$WUޡ"g/di$WUޡ"g/c}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://QYAcNzttTyXo3QDr3TZx3NOXm_IAamUgSGSnW02MAEY 9`׉	 7cassandra://XfNfoyQngvX75M6FYuM0-AsV6ENxM6zVs96RmzFE8fs͂9`t׉	 7cassandra://bwGESTOt8hD05NazMkksvcr8QeQSrRCCRrDsXvAJRxg&` i$WWޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://6PyMJFcBrnOu711funmaBrDJKc8ep4UKIhmTZ3vEjE8 }%`׉	 7cassandra://iOELrFc9N93lEsqdCGiQ9zfojznUR2iXwg1Un2dQGbox`t׉	 7cassandra://3M5HqUdqxdGPiqmMtROsi_GJkGUE-pRltTIhYD5Sad0$` i$WWޡ"g/ɒנi$WWޡ"g/΁ H'9ׁH /http://www.ondernemen010.nl/bedrijventerreinen/ׁׁЈנi$WWޡ"g/́ w"̠9ׁH !mailto:rj.vanderbolt@rotterdam.nlׁׁЈ׉EFoto: Peter Schmidt
snelweg moet zitten. “We rijden de stad in met
emissievrije voertuigen. Dat betekent forse laadinfrastructuur.
Die draait acht à negen uur per dag
voor onze eigen wagens, de rest van de tijd staat
het plein leeg. Kun je zo’n laadplein breder inzetten
voor de buren, zonder dat het ons bedrijf ontregelt”,
zegt Zorn. “Het gaat ook over netcongestie.
Als de buurman geen aansluiting krijgt, maar wij
capaciteit hebben, moet je elkaar kunnen helpen.”
Organisatiegraad opbouwen
Volgens Verkerk is dat precies het soort doorbraak
waar Spaanse Polder bij gebaat is. “We
onderzochten het delen van laadinfrastructuur en
energie: er zijn door onzekerheid over toekomstige
stroombehoefte weinig bedrijven met ‘stroom
over’ die zich willen vastleggen op het delen van
stroom. Het is daarom belangrijk dat een partij
als Bidfood bereid is over de kavelgrens heen te
kijken en een voortrekkersrol te nemen. Dat kan
een olievlekwerking hebben”, zegt hij. Collectieve
voorzieningen vragen ook om organisatie. Brugmans
ziet daar een weerbarstige praktijk. “Collectieven
starten is één; ze volhouden en opschalen vraagt
energie, kartrekkers en spelregels. Het is goed als
gemeenten die organisatiegraad helpen opbouwen,
maar ook ondernemers moeten instappen”, zegt zij.
Financiering
Financiering is de andere vaste component in
gebiedsontwikkeling. Everraert schetst drie geldstromen:
publieke investeringen in de buitenruimte,
private investeringen op het eigen plot en geld
voor gebiedsbrede ingrepen. “Juist die derde
categorie is moeilijk. Iedereen wacht op elkaar: wie
gaat eerst, hoe voorkom je freeriders, hoe bundel
je inzet? Je zoekt naar vormen die solidariteit organiseren
en risico’s eerlijk verdelen”, zegt hij.
SOFIE-fonds
Van der Bolt haakt aan met de instrumentenkant.
“We kijken naar een ondernemersfonds, scherper
inzetten van erfpacht en naar fondsen zoals SOFIE
voor betaalbare en collectieve werkruimte.
SOFIE is een gemeentelijke ‘bank’ die het laatste
gaatje dicht: met een lage rente of garantstelling
wordt commercieel geld vaak alsnog mogelijk.
Het gaat dan om bakstenen, niet om machines”,
zegt hij. “De woningmarkt en bedrijvenmarkt zijn
echt verschillende werelden. Bij woningen is de
afzet voorspelbaar, bij bedrijfsruimte veel minder;
investeerders beoordelen risico’s anders. Daar
moeten we nieuwe combinaties en afspraken voor
vinden.”
Sturingsplanologie
Everraert plaatst die zoektocht in het grotere
verhaal van sturingsplanologie. “We gaan toe naar
gerichte clustering: de juiste bedrijven op de juiste
plek. Bedrijven met veel verkeersbewegingen
of zware milieucategorieën horen niet tussen
woningen; bedrijven die goed in een stedelijke
plint passen, willen we juist dichter bij bewoners.”
Dat vraagt richting en soms ook ‘nee’ als een
aanvraag niet past bij de gewenste invulling van de
bedrijfsruimte, zegt hij. Zorn begrijpt de noodzaak
van regie, maar waarschuwt voor overkadering.
“Begeleiden, ja; vastspijkeren, nee. Je moet als
ondernemer kunnen bewegen. Wij hebben specifieke
condities – dicht bij de stad voor levering,
dicht bij de snelweg voor aanvoer – en die passen
nu eenmaal niet overal.” Stel kaders op basis van
condities, niet op basis van labels, zegt hij.
Gerichter sturen
Brugmans vervolgt: “We weten heel weinig van
niet-wonen. SBI-code, milieucategorie, aantal
werknemers: dat is te mager om fijnmazig te
sturen. Zonder goede data over bedrijfsprocessen,
logistiek en energieprofielen blijf je op hoofdlijnen
redeneren.” Everraert knikt. “Bij woningen kennen
we elke variabele. Bij werk durven we nauwelijks
in te grijpen omdat we het niet precies weten.
Foto: Joep Boute
8 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://bwGESTOt8hD05NazMkksvcr8QeQSrRCCRrDsXvAJRxg&` i$WUޡ"g/e׉EEn toch móét het; Nederland zit op slot, uitbreidingsruimte
is op, ook in Rotterdam. Als je binnen
bestaand stedelijk gebied wilt groeien, zul je
gerichter moeten sturen”, zegt hij.
Studenten
In samenwerking met de gemeente worden door
de Hogeschool Rotterdam structureel studenten
ingezet die afstuderen aan het Urban Lab Spaanse
Polder. Brugmans: “Als je het gebied en de bedrijven
echt kent, kun je gerichte interventies plegen:
niet breed overal een beetje, maar op strategische
kavels aanjagen wat het vliegwiel op gang brengt.
Dat is wezenlijk anders dan een modelmatige
scan op afstand”, zegt zij. Samenwerking met de
studenten is volgens Verkerk belangrijk om nieuwe
kennis en energie op te halen. Om de stakeholders
te kennen en ontwikkelingen op gang te brengen
trekt Rotterdam volgens Verkerk “samen op met
economie, beheer, veiligheid en politie. Als de
basis – netheid, veiligheid, openbare ruimte – niet
op orde is, investeert niemand.”
Betaalbaarheid
De tafel staat stil bij betaalbaarheid. Van der
Bolt: “Net als sociale woningbouw heb je ‘sociale
bedrijfsruimte’ nodig. Denk aan de loodgieter die
de stad draaiende houdt, maar geen top-huur
kan betalen. Door betaalbare werkruimte in de
stad te behouden en waar mogelijk te stapelen of
mengen, hou je op terreinen als Spaanse Polder
“Als je binnen bestaand
stedelijk gebied wilt groeien,
zul je gerichter moeten sturen.”
plek vrij voor bedrijven die daar echt moeten zitten.”
Bhattoe vult aan: “Daarom is SOFIE opgestart,
en zoeken we combinaties met ontwikkelaars en
beleggers die ook op bedrijfsruimte durven te
zitten. Met alleen woningbouwfondsen red je het
niet.”
De hamvraag blijft: hoe zorg je dat de puzzel niet
alleen klopt op papier, maar ook buiten de deur?
Everraert: “Door duidelijk te zijn over richting, en
tegelijk ruimte te laten voor ondernemerschap.
Door financiële instrumenten slimmer te stapelen.
Door collectieve voorzieningen te organiseren
waar het moet. En door partners uit te nodigen om
mee te doen.” Van der Bolt knikt. “We willen voor
ondernemers voorspelbaar zijn. Niet elke boodschap
zal iedereen altijd bevallen, maar duidelijkheid
geeft investeringszekerheid.”
Allemaal winnaars
Aan het einde van het gesprek tekent zich een
pragmatische consensus af. De stad kan en wil
meer sturen; ondernemers willen meebewegen als
de randvoorwaarden kloppen; kennisinstellingen
helpen met data, werkwijzen en ontwerpkracht.
Zorn verwoordt het vanuit de praktijk: “Wij willen
in Spaanse Polder doen wat we elders geleerd
hebben, maar dan beter. Als we elkaar helpen met
energie en logistiek, winnen we allemaal.”
Verkerk sluit af met een nuchtere wens. “Laat
Spaanse Polder Noordwest de plek zijn waar we
laten zien hoe het kán: een gebied waar we samenwerken
zonder te verzanden. Met een uitvoeringsprogramma
dat niet in de lade verdwijnt, maar op
straat zichtbaar is.”
“Werk hoort bij de stad”, zegt Everaert.” Brugmans
besluit: “Het gaat om het organiseren van vernieuwing.
Als we dat voor elkaar krijgen, is Spaanse
Polder niet alleen groener en productiever, maar
ook een blauwdruk voor andere stedelijke werkgebieden.”
Kortom, Rotterdam komt graag in gesprek
met bedrijven en projectontwikkelaars om te zorgen
dat we gezamenlijk invulling kunnen geven aan
het duurzamer benutten van bedrijventerreinen in
de stad.
Roel van der Bolt: rj.vanderbolt@rotterdam.nl
www.ondernemen010.nl/bedrijventerreinen/

Foto: Jan van der Ploeg
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 9
׉	 7cassandra://3M5HqUdqxdGPiqmMtROsi_GJkGUE-pRltTIhYD5Sad0$` i$WUޡ"g/fi$WUޡ"g/e}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://sQlPLmgOIZecLnB6gIo4CsmorPKIDdEa-ghbnCzm8E8 `׉	 7cassandra://DdvdqXMSbf_-T_MS7ywvTlVkBcu4QqzeM8ZCbAWaSQU͎W`t׉	 7cassandra://WneChzMJAV_yfNLjjvWRJ7Jmqza1eyZd1raLaCu1qj4-R` i$WWޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://DzJXTx9nzwDJ7upg7oh5Ps7lrCCmwVOZmx3zIAsbwgI >`׉	 7cassandra://PaDq-0Uv9TZ1k3RFvSxq_D3g-ZpjYVG9gkpaVUuTxrEv`t׉	 7cassandra://u3QS73S95J59WYZdsT28sZxo-L_d_OkjcVlAu0L5oss!` i$WWޡ"g/ϒנi$WWޡ"g/ҁ x#9ׁH https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/10/13/bijlage-1-bij-kamerbrief-nationaal-programma-circulaire-economie-2025ׁׁЈנi$WWޡ"g/с v$9ׁH https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/09/26/bijlage-2-eindrapport-ruimtevraag-circulaire-economie-op-bedrijventerreinenׁׁЈ׉E Van keten tot kavel: de ruimtelijke
impact van circulaire economie op
bedrijventerreinen
Alkmaar: vestiging van recycle- en circulair sloopbedrijf GP Groot op bedrijventerrein Boekelermaar in Alkmaar
10 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://WneChzMJAV_yfNLjjvWRJ7Jmqza1eyZd1raLaCu1qj4-R` i$WUޡ"g/g׉ENederland staat voor een grote ruimtelijke opgave. Eén
van de grootste uitdagingen is de overgang naar een
circulaire economie. Die transitie raakt niet alleen productie-
en consumptiepatronen, maar stelt ook nieuwe
eisen aan onze bedrijventerreinen. In opdracht van de
ministeries van EZ en IenW onderzochten Stec Groep en
CE Delft wat deze transitie betekent voor de ruimte op
bedrijventerreinen (exclusief de industrieclusters)1. Hun
conclusie is duidelijk: overheden en bedrijven moeten nú
ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid, anders loopt
deze transitie vast. Dat vraagt om visie én tempo. Het
recent geactualiseerde Nationaal Programma Circulaire
Economie (NPCE 2025) onderstreept die urgentie2.
Circulaire economie: geen aparte sector, maar
systeemverandering voor alle bedrijven
De circulaire economie is geen aparte sector naast de bestaande bedrijvigheid.
Het is een systeemverandering die de hele economie en dus alle bedrijven in
meer of minder mate raakt. Steeds meer bedrijven passen hun bedrijfsmodel
al aan: van reparatie en refurbishing tot recycling en hergebruik. Inmiddels is 6
tot 10 procent van de Nederlandse bedrijven circulair actief; op bedrijventerreinen
ligt dat aandeel al rond de 15 procent, een verdrievoudiging sinds 2018.
De meeste circulaire dynamiek komt van bestaande bedrijven die hun processen
aanpassen, uitbreiden of intensiveren, zo blijkt uit het onderzoek van Stec
Groep en CE Delft. Nieuwbouw op nieuwe kavels is goed voor ongeveer 45%
van de circulaire ruimtevraag, maar het merendeel landt via herontwikkeling
of intensivering op bestaande terreinen. De transitie voltrekt zich dus vooral
binnen de huidige bedrijventerreinenvoorraad.
Drie ketens in beeld: bouw, kunststoffen en maakindustrie
Het onderzoek van Stec Groep en CE Delft zoomt in op drie ketens op bedrijventerreinen
met een grote ruimtelijke en milieu-impact: bouw, kunststoffen
en maakindustrie. Deze ketens zijn ook als prioriteit benoemd in het NPCE
2025. Per keten volgt uit het onderzoek het volgende ruimtelijke plaatje:
• Bouw: ruimtevraag van 520 tot 905 hectare tot 2050 (+5 tot +10%). Vooral
voor betonrecycling, houtbouw en circulaire bouwhubs.
• Kunststoffen: ruimtevraag van 75 tot 275 hectare extra (+5 tot +20%). Met
name voor sorteerinstallaties en mechanische kunststofrecycling.
• Maakindustrie: 460 tot 1.205 hectare extra (+5 tot +15%). Vooral voor reparatie,
refurbishment en metaalrecycling.
Indicatief vertaald naar de totale bedrijventerreinenmarkt in Nederland
komt dit neer op een uitbreidingsvraag van 4.000 tot 9.500 hectare netto tot
2050; een groei van 6 tot 15% ten opzichte van het huidige ruimtebeslag. De
circulaire ruimtevraag staat bovendien niet op zichzelf. De transitie is sterk
verweven met andere ontwikkelingen zoals digitalisering, energietransitie en
veranderingen in productieketens, zo blijkt uit het onderzoek. Circulariteit is
1) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/09/26/
bijlage-2-eindrapport-ruimtevraag-circulaire-economie-op-bedrijventerreinen
2) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/10/13/
bijlage-1-bij-kamerbrief-nationaal-programma-circulaire-economie-2025
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 11
׉	 7cassandra://u3QS73S95J59WYZdsT28sZxo-L_d_OkjcVlAu0L5oss!` i$WUޡ"g/hi$WUޡ"g/g}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://80Flgpl2D_or_Z_ViP8Suk3NfvVDhD4al5wRsSXA7RY `׉	 7cassandra://VBOg8QF70UtrVR6wh0kfYI_yqEFYOpP6P4n8MAzhfegu`t׉	 7cassandra://r6vSerqGUwf2tIUUJJIzEtCIMToIzLSjXPiCGshxK5I"` i$WWޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://WMrB22Iifbiq1rHrI0dJZsXX3eChnhCwlZebfv26xpc ;`׉	 7cassandra://L7xPhgb4195DN50iBOvGJH7XZZmBKf1fdgp9vOxGalEt`t׉	 7cassandra://h04CVDQH55-8V-DJNxRRqSwkiFFDAe1xgGzskPHDTDs$` i$WWޡ"g/ԓנi$WWޡ"g/ځ i9ׁH &https://vector.tno.nl/artikelen/ruimteׁׁЈנi$WWޡ"g/ف 	9ׁH Mhttps://www.ruimtelijkeordening.nl/actueel/nieuws/2025/04/30/locatiekenmerkenׁׁЈנi$WWޡ"g/؁ qQ9ׁHhttp://www.stec.nlׁׁЈ׉Eonderdeel van een bredere beweging waar bedrijven
op inspelen.
In het hoge scenario ontstaat een tekort aan
bedrijventerreinen van ruim 5.000 hectare. Het
tekort manifesteert zich in alle provincies, maar
de grootste tekorten zijn zichtbaar in Brabant,
Gelderland en Noord-Holland. De piek in ruimtevraag
wordt verwacht tussen 2030 en 2040,
wanneer lineaire productie nog niet is afgebouwd,
maar circulaire ketens al volop ruimte vragen voor
opbouw. Die ‘dubbele’ vraag maakt de komende
twintig jaar cruciaal. Bedrijven hebben tijdelijk extra
capaciteit nodig om oude processen af te bouwen
en nieuwe te laten groeien. Denk aan ruimte voor
retourstromen, sortering, demontage, reparatie en
tijdelijke opslag van materialen die in omloop blijven.
Circulaire economie betekent dus niet minder,
maar méér ruimte. De precieze impact is daarbij
wel te beïnvloeden en afhankelijk van de keuzes
die we in de circulaire economie maken.
Niet alleen méér ruimte, maar ook andere
mix aan locaties
De circulaire economie vraagt ook om een andere
mix van locaties. Naast reguliere productie- en
logistieke terreinen groeit de behoefte aan
campussen, broedplaatsen en strategisch gelegen
circulaire hubs waar vraag en aanbod van circulaire
materialen samenkomen. Vooral locaties met
onderscheidende kenmerken, zoals watergebonden
terreinen en terreinen voor milieubelastende
activiteiten (HMC), zijn schaars maar gewild. Juist
daar kunnen grootschalige en meer hinderlijke
(geur, stof, geluid, externe veiligheid) circulaire
activiteiten plaatsvinden. Naast de bereikbaarheid
via weg en water spelen een gezonde werkomgeving,
gedeelde voorzieningen en nabijheid van
geschoold personeel een steeds grotere rol bij de
locatiekeuze van circulair opererende bedrijven3.
De ruimtevraag van de circulaire economie is dus
zowel een kwantitatief als kwalitatief een uitdaging.
Beschermen en beter benutten van
bestaande terreinen cruciaal
Nederland is te dichtbevolkt en de ruimte is te
schaars om alle groei op nieuwe bedrijventerreinen
te realiseren. Een belangrijke opgave zit daarom in
het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinenvoorraad.
Veel bedrijventerreinen worden
nu nog suboptimaal gebruikt: lage bouwhoogtes,
versnipperde functies en kavels waar de bouwmarkt
of de sportschool waardevolle industriële
plekken verdringt. Juist daar liggen grote kansen
voor de circulaire economie. Door herontwikkeling,
intensivering en functiemenging kunnen bestaande
terreinen weer toekomstbestendig worden. Dat
vraagt om visie en regie: welke plekken behouden
we en gaan we beter benutten voor hoogwaardige
productie, recycling en maakindustrie?
Bestaande terreinen hebben bovendien een
belangrijk voordeel: ze beschikken vaak al over
zware netaansluitingen, goede ontsluiting en
voorzieningen. In tijden van netcongestie en andere
tekorten is dat goud waard. Veel circulaire bedrijven
zijn namelijk kapitaalintensief en honkvast;
verplaatsing is kostbaar en complex. Bescherming
Harderwijk: vestiging van Dolphin Metal Seperation op bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk. Dolphin
recyclet non-ferro metalen door reststoffen te scheiden en hoogwaardig te verwerken voor hergebruik.
Focus ligt daarbij op aluminium, roestvast staal en metalen mixen zoals koper, messing en zink. Dolphin
maakt van restmateriaal een hoogwaardig beginproduct voor de automobielindustrie, smelterijen en
andere eindverwerkers.
en versterking van bestaande locaties is daarom
cruciaal, zodat bedrijven zoveel als mogelijk
daar kunnen doorontwikkelen of zich vestigen.
Herstructurering en intensivering kunnen op reguliere
terreinen vaak 5 tot 10% extra ruimte opleveren,
maar dat vraagt om investeringen, capaciteit
en tijd. Zowel vanuit de markt als vanuit overheden.
Mooi is te zien dat deze noodzaak steeds
meer gevoeld wordt en politieke aandacht krijgt,
bijvoorbeeld in Brabant met recent (7 november)
aangenomen moties voor herstructurering en
bescherming van strategische watergebonden
locaties.
Plus gericht investeren in
nieuwe, strategische locaties met
toekomstwaarde
Het is verleidelijk om door alle belemmeringen
te denken dat er ‘toch niks meer kan’ en de stekker
te trekken uit de ontwikkeling van plannen
voor nieuwe bedrijventerreinen. Maar naast het
beschermen en beter benutten van bestaande
12 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://r6vSerqGUwf2tIUUJJIzEtCIMToIzLSjXPiCGshxK5I"` i$WUޡ"g/i׉E	Groningen: watergebonden locaties hebben een belangrijke rol in de circulaire economie
terreinen is het harde noodzaak om ook door
te gaan met plannen voor nieuwe terreinen. De
doorlooptijden zijn lang (7-15 jaar), terwijl de piek
in de ruimtevraag zich binnen tien jaar aandient.
Als gemeenten en provincies nu niet doorgaan
met het plannen van nieuwe bedrijventerreinen,
ontstaat straks een structureel tekort aan ruimte
voor de circulaire economie. Nieuwe terreinen zijn
bovendien nodig als schuifruimte om bestaande
terreinen te herontwikkelen en circulair-proof te
maken.
Ruimte is een strategisch goed
TNO4 verwoordde het onlangs treffend: ruimte ís
een strategisch goed. Bedrijventerreinen zijn geen
restcategorie, maar cruciale bouwstenen van ons
verdienvermogen. Net als energie of infrastructuur
bepaalt ruimte onze economische veerkracht.
Bedrijventerreinen zijn niet alleen locaties voor
bedrijvigheid, maar ook dragers van nationale
strategieën, zoals de circulaire economie. Dat besef
vraagt om ander beleid. Gemeenten en provincies
moeten ruimte voor bedrijventerreinen zien als
een investering in toekomstig verdienvermogen.
Net als infrastructuur of onderwijs is het een
publieke waarde. Wie nu ruimte strategisch inzet
– voor circulariteit, energiedelen, reststromen en
innovatie – bouwt aan het vestigingsklimaat van
morgen. Wie dat nu niet doet, betaalt hiervoor
straks de prijs.
Tijd voor actie!
De komende jaren zijn bepalend voor de voortgang
van de circulaire economie in Nederland,
met bedrijventerreinen als ruimtelijk brandpunt
van deze transitie. Het onderzoek van Stec Groep
en CE Delft laat zien dat versnelling mogelijk is als
overheden en bedrijven nu samen keuzes maken:
ruimte reserveren voor circulaire ketens, bestaande
terreinen slim herstructureren en gericht investeren
in nieuwe locaties met toekomstwaarde. Dat vraagt
om durf en samenwerking, maar vooral om het
besef dat ruimtelijk beleid geen bijzaak is. Het is
een strategische voorwaarde voor een concurrerende,
duurzame en circulaire economie. Vandaag
ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid is cruciaal
voor het verdienvermogen van morgen! 
www.stec.nl
Evert-Jan de Kort
Wim Eringfeld
3) https://www.ruimtelijkeordening.nl/actueel/nieuws/2025/04/30/locatiekenmerken-circulaire-bedrijvigheid-in-en-rondom-de-stad
4) https://vector.tno.nl/artikelen/ruimte-strategisch-goed/?utm_source=linkedin&utm_medium=social&utm_content=ISP
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 13
׉	 7cassandra://h04CVDQH55-8V-DJNxRRqSwkiFFDAe1xgGzskPHDTDs$` i$WUޡ"g/ji$WUޡ"g/i}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://acPizkw5DhRmog1qnfRIs6Nrz9XB50p2fejrKWfIfhE *=`׉	 7cassandra://M5lNrxwdgm3XUkYvfmOeNPQ8L4BRQKV8xbE2SpIg7uA͇`t׉	 7cassandra://iNW6GDOteT2tHgnnYnEX8iWhEkP9fvKo5xlaR-ULW2I*-` i$WWޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://GQJp9Uea_9kgYtFp4Y-XEkYnZ39N0Z3eLmPB5I6EUY4 w`׉	 7cassandra://9R1EredcV4gl4DfvJSshfAytJSTDQ5o32ydo4F_fTT0nz`t׉	 7cassandra://u-NcCpfGhYPjMQpS7dr48aIE3trFtDCWaGw1kr2orrk ` i$WXޡ"g/׉ESchiedam maakt vaart met bedrijventerreinen
van de toekomst
Nieuwe gronduitgiften, grondsaneringen, slopen, bouwrijp maken, bouwen en nieuwe bedrijven openen.
Het gebeurt allemaal gelijktijdig en in een rap tempo op de Schiedamse bedrijventerreinen Spaanse Polder
en ’s-Gravelandsepolder. Daar worden momenteel 80 verschillende projecten ontwikkeld op 145 hectare.
De bedrijventerreinen zijn onderdeel van de grotere gebiedsontwikkeling SchieDistrict.
14 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://iNW6GDOteT2tHgnnYnEX8iWhEkP9fvKo5xlaR-ULW2I*-` i$WUޡ"g/k׉EZ
o’n 10 jaar geleden slaagde de gemeente Schiedam, in een
baanbrekend project samen met de gemeente Rotterdam en
diverse overheidsinstanties, erin om de ondermijnende criminaliteit
in het gebied terug te dringen. ‘Die aanpak is heel succesvol
geweest’, aldus Liesbeth Roeles, projectmanager Gebiedsontwikkeling
Bedrijventerreinen SchieDistrict. ‘De gemeente Schiedam heeft toen
besloten om daar een economische opvolging aan te geven, door
de bedrijventerreinen onderdeel te maken van de gebiedsontwikkeling
SchieDistrict. Onze opdracht was om er duurzame, innovatieve
en toekomstbestendige bedrijventerreinen van te maken. En daar
zijn we vanaf 2018 voortvarend mee aan de slag gegaan. Het is een
bewuste keus om van de bedrijventerreinen een dynamisch stuk stad
te maken.’
Wat gebeurt waar?
De activiteiten op bedrijventerrein Spaanse Polder spitsen zich veelal
toe op Business-to-Consumer bedrijven. ‘Denk daarbij aan een bouwmarkt,
de automotive business of ondernemers zoals een tegelzetter.
Het is een mix van bedrijvigheid waar de stad behoefte aan heeft,
maar die soms nog niet helemaal de transitie heeft gemaakt naar
innovatieve business.’
De ’s-Gravelandsepolder valt uiteen in twee deelgebieden met
ieder een eigen profiel. Het eerste deel – de ontwikkeling van de
Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS) door ontwikkelaar
SDK Vastgoed - spitst zich toe op mechatronica, een interdisciplinair
vakgebied dat werktuigbouwkunde, elektrotechniek, informatica en
besturingstechniek combineert om slimme en efficiënte systemen te
ontwikkelen. Het andere profiel is circulaire economie & innovatieve
maakindustrie. ‘Wij hopen dat die twee profielen in de toekomst
heel goed samengaan en elkaar gaan versterken’, zegt Liesbeth.
Het is de ambitie om het aantal arbeidsplaatsen op dit bedrijventerrein
te laten groeien van de huidige 6.600 banen naar maar liefst
20.000. Een groei die van belang is voor versterking van de economie
in de hele regio.
Erfpacht
De gemeente Schiedam geeft de grond op de bedrijventerreinen
uit in erfpacht. De nieuwe contracten worden afgesloten voor een
Een nieuwe ontwikkeling aan Kommiezenlaan 30
Liesbeth Roeles en Lydia Buist
“Aan de oostzijde van het water komt een
langzaam-verkeer-route, met fietspaden die
aansluiten op de fietsroutes naar MiddenDelfland,
Rotterdam en Delft.”
duur van 99 jaar. Bedrijven moeten voldoen aan de criteria duurzaam,
transparant, innovatief en toekomstgericht. Ook moeten ze minimaal
1.250 m² grond afnemen, om versnippering van het vastgoed op de
bedrijventerreinen te voorkomen. ‘Met al gevestigde bedrijven die
niet voldoen aan dit profiel, gaan we in gesprek en zoeken we samen
naar een vestigingsplek elders in de polders of in de stad of wellicht
in de regio, waar hun bedrijvigheid beter past’, vertelt Liesbeth. ‘Zijn
de percelen te klein, dan onderzoeken we samen met de beoogde
erfpachter de mogelijkheid om met verschillende ondernemers op
één plot samen te gaan. Passen ze qua werkzaamheden wel nog
binnen het profiel, maar is hun gebouw niet meer van deze tijd, dan
moeten ze hun pand aantoonbaar verduurzamen. We gebruiken
daarvoor een digitaal instrument dat de duurzaamheid van een
gebouw berekent volgens de Gemeentelijke Praktijk Richtlijnen (GPR).
Voor iedere (her)ontwikkeling moet de erfpachter-in-spé ook een
Materialenpaspoort indienen.’
Transparant stenen stapelen
De gemeente Schiedam stelt hoge stedenbouwkundige eisen aan de
nieuw te bouwen bedrijfspanden. ‘Waar je vroeger als voorbijganger
geen idee had van wat er zich in zo’n bedrijfspand afspeelde, krijgen
we nu gebouwen met een open uitstraling en grote raampartijen. Zo
willen we veel meer zichtbaar maken van die interessante activiteiten
binnen’, vertelt Liesbeth.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 15
׉	 7cassandra://u-NcCpfGhYPjMQpS7dr48aIE3trFtDCWaGw1kr2orrk ` i$WUޡ"g/li$WUޡ"g/k}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://UiEeCgnrVVoadNRTOeSuaWByKpoTr2LkNfLJE4_7gzs x`׉	 7cassandra://Je1LtuwKGzap89-qveVw5_isBeefgNy0ZzaqxS4lxAEq`t׉	 7cassandra://ha2udOfj7GG1MlRbuOrfcth-6SSJ9BeIFh_9L47BKDI#` i$WXޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://jHzvJegllRidQvZ1sDeWinamukhrPDS8WYQvR30ugns `׉	 7cassandra://LKQO09HdCQUWu4_50Wd6Y3MgSJ9RvO_Uj1exfM2tAdUnr`t׉	 7cassandra://iIL14HfFB80FLOghZopp4uadMwakarRR0-tCy2XDQzE!` i$WXޡ"g/ޒנi$WXޡ"g/ /9ׁHhttps://mics.nlׁׁЈנi$WXޡ"g/  ̈9ׁHhttps://schiedistrict.nl/ׁׁЈ׉EGebouw Atlas aan de Schie
De openbare buitenruimte rondom al dit nieuwe vastgoed richt de
gemeente Schiedam opnieuw in met veel groen en aantrekkelijke
verblijfplaatsen. De Schie stroomt als een ruggengraat dwars door de
bedrijventerreinen heen. Negen meter vanaf de oevers wordt geen
grond meer uitgegeven. Liesbeth: ‘Aan de oostzijde van het water
komt een langzaam-verkeer-route, met fietspaden die aansluiten op
de fietsroutes naar Midden-Delfland, Rotterdam en Delft. De westelijke
oever richten we in voor voetgangers waar mogelijk fietsers te
gast zijn. We vragen ontwikkelaars van vastgoed aan de rand van de
Schie nadrukkelijk om de voorkant van het gebouw met de entree
aan de waterzijde te positioneren. Zo krijgen bedrijven een prachtige
‘etalage’ waarin voorbijgangers kunnen zien wat er binnen gebeurt. En
voor de medewerkers van zo’n bedrijf geeft dit veel meer verbinding
met buiten.’
Bouwen aan vertrouwen
Die nieuwe transparantie geldt niet alleen voor de gebouwen. ‘We
streven op onze bedrijventerreinen ook naar veel meer kennisdeling,
om zo van elkaar te kunnen leren,’ licht Lydia Buist toe, directeur
gebiedsontwikkeling SchieDistrict. ‘We stimuleren onze ondernemers
om een kijkje in elkaars keuken te nemen. Als er een vertrouwensband
ontstaat dan ga je veel eerder je kennis en technieken met
elkaar delen. Elke derde donderdag van de maand organiseren we
tussen 12 en 13 uur een Break to Innovate, een gratis lunch-event waar
iedereen welkom is. We nodigen telkens een interessante spreker uit,
gelieerd aan een van onze bedrijven. Het gaat vaak over uitdagende
opgaven waar veel bedrijven mee te maken hebben, bijvoorbeeld
op het gebied van innovatie of HR. De lunchbreaks worden goed
bezocht en er ontstaan interessante cross-overs. Ondernemers leren
van elkaar door met elkaar in contact te komen. En zo wordt stapje
voor stapje aan een ecosysteem gebouwd.’
Robot als toegangspoort naar campus
Pal langs de A20 staat sinds oktober 2025 een 16 meter hoge MICSrobot.
Deze, in het oog springende, reus symboliseert de activiteiten
16 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
Liesbeth Roeles
op de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (zie kader). In de
toekomst zal het gebouw Spectrum een andere blikvanger worden
op de campus. In dit megagrote pand aan de oever van de Schie
komen straks centrale “boardrooms”, vergaderkamers en gezamenlijke
ruimtes en voorzieningen waar iedereen op de campus gebruik van
kan maken. Jonge talenten kunnen er les krijgen op de allernieuwste
machines en apparatuur. ‘Nu zie je op scholen in de techniekruimte
vaak verouderde apparatuur’, vertelt Lydia. ‘Bij MICS worden studenten
straks opgeleid met de allernieuwste apparaten en snufjes om
ze goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt. En het mooie is dat
we dat van buitenaf dan allemaal kunnen zien en het niet meer weggestopt
is in een afgesloten ruimte.’
Op verkenning
Het belang van de campus voor de regio is ook opgemerkt door
de MRDH, Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De MRDH heeft
׉	 7cassandra://ha2udOfj7GG1MlRbuOrfcth-6SSJ9BeIFh_9L47BKDI#` i$WUޡ"g/m׉E
aDoekle Terpstra, o.a. oud-voorzitter van Techniek Nederland, aangesteld
als bestuurlijke verkenner. Terpstra richt zich op onderwijs en
bedrijfsleven met als doel dat zij zich langdurig duurzaam met elkaar
verbinden en investeren in deze gezamenlijke leer- en werkomgeving
op MICS. Om als regio internationaal concurrerend te blijven is het
nodig om nu te investeren in innovatie, talentontwikkeling en samenwerking.
Terpstra zal begin 2026 de resultaten van zijn verkenning
bekendmaken.
Perfect ontsloten
De Schiedamse bedrijventerreinen zijn uitstekend ontsloten, met
een ligging direct aan de A20/A4 en op loop- en fietsafstand van het
Station Schiedam Centrum, met trein-, tram-, metro- en busverbindingen.
In de toekomst komt daar mogelijk nog het nieuwe station
Kethel bij, ten noordwesten van Schiedam.
Lydia: ‘We willen hier, net als in Brainport Eindhoven, een regio creeren
waarin bedrijven goed samenwerken en elkaar versterken over
stads- en regiogrenzen heen. Dit is niet alleen een Schiedams feestje.
Het is hoog tijd dat de regio met elkaar optrekt en versterkt om slim
en accuraat in te spelen op veranderingen. Een loket van de high
tech-industrie dat als vliegwiel dient voor de regio is hard nodig voor
de toekomst van ons land.’
www.schiedistrict.nl
Hotspot voor mechatronica in Zuid-Holland
In Schiedam ontwikkelt SDK Vastgoed, samen met de gemeente,
de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). Een bedrijventerrein
van 42 hectare verandert hier stap voor stap in een
groene, toekomstgerichte campus waar bedrijven, kennisinstellingen
en talenten samenwerken rond mechatronica – het vakgebied
op het snijvlak van mechanica, elektronica en informatica.
Binnen de MICS Campuscoöperatie delen bedrijven faciliteiten,
ontmoeten ze elkaar en kennisinstellingen tijdens netwerk- en
kennisevents en werken ze samen aan innovatie en groei.
‘Bedrijven kunnen er uitbreiden en innoveren, professionals
blijven zich er ontwikkelen, en talent uit de regio vindt er aansluiting
bij de hightech maakindustrie’, zegt Niels Langenhuizen,
directeur SDK Vastgoed. ‘We bouwen met MICS voort op de
succesformule van de Brainport Industries Campus in Eindhoven.’

Kenmerken
De campus biedt flexibele, duurzame gebouwen met BREEAM
Excellent en energielabel A++++, en ligt strategisch aan de A20,
dichtbij station Schiedam Centrum en Rotterdam The Hague
Airport. Ook technische opleidingen zoals TU Delft, Hogeschool
Rotterdam en Techniek College Rotterdam liggen binnen handbereik.
Zo ontstaat een krachtige verbinding tussen onderwijs,
onderzoek en ondernemerschap.
Meer info: mics.nl
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 17
׉	 7cassandra://iIL14HfFB80FLOghZopp4uadMwakarRR0-tCy2XDQzE!` i$WUޡ"g/ni$WUޡ"g/m}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://8d_YUzXQMOFLwTLCziKUHO7LZBqd7JBj3-85RvvqQIs `׉	 7cassandra://h7buNALjiIzMjp10_7K6cOZihgYekLAKHB2qAinNqEk̓`t׉	 7cassandra://e2pOCert04PCn9Pnrx32u8q5CGCCZy7o01SdSrt-nlE*` i$WXޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://BwpKFPtGCmML_TUHYo4DPFjLjjPb0XUuXFpdIbMoojI `׉	 7cassandra://SqHCE5h7YH8GvJ0_ke7F8W-52scn6yxop00PY57PhkQ̀`t׉	 7cassandra://lLkux2XwhU8I0v_lAaZnzCedV-HrSL2DJg5wfPuEzYw*` i$WXޡ"g/׉EESchieSquare geeft
Schiedam nieuw elan
“We wilden meer dan een gebouw neerzetten. Dit moest een plek worden waar techniek, innovatie en
duurzaamheid elkaar versterken,” zegt Rob van den Broek van Delta Development. Samen met Roeland van den
Berg (VolkerWessels Logistics Development), Bart-Jan Luijk (Industrial Real Estate Partners) en Vincent Keiman en
Tom van Veen van Ooms Makelaars werkt hij aan SchieSquare: de herontwikkeling van het voormalige Sandvikterrein
tot spil in de Mechatronics Innovation Campus Schiedam (MICS).
18 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://e2pOCert04PCn9Pnrx32u8q5CGCCZy7o01SdSrt-nlE*` i$WUޡ"g/o׉ED
e herontwikkeling begon op het terrein
waar Sandvik jarenlang zijn Europese
distributiecentrum had. Na de verhuizing
van dat bedrijf naar Den Hoorn kwam de locatie
vrij voor iets nieuws. Delta Development en
VolkerWessels Logistics Development grepen
samen met Industrial Real Estate Partners en Ooms
Makelaars de kans om het verouderde complex te
vernieuwen. “De locatie waar we het over hebben,
dat is een plek waar Sandvik jarenlang hun hoofdDC
had voor Europese activiteiten,” vertelt Luijk.
“Dat was verouderd vastgoed, dus het lag voor de
hand om dat te herontwikkelen.”
De eerste gesprekken met Sandvik dateren al van
2019, nog voordat de gemeente het MICS-concept
vormgaf. “Nadat wij Sandvik hadden geherhuisvest
en met hen in gesprek gingen over de huidige
locatie, ging parallel de gemeente het MICS concept
uitwerken,” zegt Van den Broek. Dat kostte
tijd, maar leverde iets beters op: een project dat
ingebed is in een groter geheel. Wat begon als een
losstaande herontwikkeling groeide uit tot een
campusproject waarin overheid en marktpartijen
samenwerken aan één toekomstbeeld.
Op het voormalige Sandvik-terrein verrijst Schiesquare in het hart van MICS
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 19
׉	 7cassandra://lLkux2XwhU8I0v_lAaZnzCedV-HrSL2DJg5wfPuEzYw*` i$WUޡ"g/pi$WUޡ"g/o}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://A2kyC7BXBRqGIpqDQ1JnDm_LHXvxfzNitZILIvLHDps }`׉	 7cassandra://9T_zROY6NyTrrj68g9_qFQyrfLpiw_93xjF2UYFzN-Ý`t׉	 7cassandra://wWYTVm5uvJntIOBgO9WmAfyyGxZPTJ7Vswj_uWqGoA4'` i$WXޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://z18o1z9ma403EAnSk-JZ9DZ3s5jK87_77ZzUfuNpRIE `׉	 7cassandra://BK_GfOug33Z6EgwStQlawCGoL24HQSHGXSvUwT2Mb_Q~`t׉	 7cassandra://28U6JZAsrkrwPZmvvwHkdqII9MhF1WlSx2POyG-gGjI(` i$WXޡ"g/נi$WXޡ"g/ ̅9ׁHhttps://schiesquare.nl/ׁׁЈ׉EGemeente als partner
De MICS-visie bleek de katalysator voor samenwerking.
Waar logistieke projecten vaak snelheid
vragen, bood dit traject juist ruimte voor afstemming.
“De gemeente is daar natuurlijk een hele
belangrijke partij in,” zegt Van den Broek. “Je wil
uiteindelijk allemaal naar hetzelfde punt op de
horizon. Soms wil je het liefst snel naar het einde
van de tunnel, maar dat betekent niet dat je dan
het beste eindresultaat hebt.”
Roeland van den Berg vult aan: “Je kan niet zomaar
overal een campus creëren. De doelgroep moet al
aanwezig zijn. In deze regio is gewoon veel maakindustrie
aanwezig en met name in de mechatronica.
Daarom past dit concept juist in Schiedam.”
Campus als ecosysteem
De campus groeit niet op een leeg veld, maar
midden in een bestaand bedrijventerrein. Dat
vraagt precisie en overleg, zegt Van den Berg. “Het
interessante is dat MICS kavel voor kavel wordt
ontwikkeld, tussen de bestaande activiteiten door.
Dat maakt het complexer, maar ook realistischer.”
Binnen de campus draait alles om verbinding.
Bedrijven profiteren van elkaars nabijheid, onderwijsinstellingen
leveren talent en studenten doen
praktijkervaring op. Zo ontstaat een ecosysteem
waarin techniek, opleiding en ondernemerschap
elkaar versterken.
Flexibel en modulair
SchieSquare telt zo’n 24.000 vierkante meter
bedrijfsruimte, verdeeld over vier zelfstandige
of te koppelen units. Het ontwerp is modulair:
gebruikers kunnen functies combineren en later
aanpassen. Productie, magazijn, repairrooms en
kantoor liggen binnen één flexibel stramien.
“Ruim twintigduizend vierkante meter warehouse,
in units vanaf vijfduizend,” zegt Luijk. “Daardoor
kun je echt flexibiliteit bieden aan de gebruiker.”
Ook over parkeren is goed nagedacht. Bovenop
de expeditieruimtes ligt een parkeerdek voor
circa 260 auto’s. “Daarmee behalen we een hoge
efficiëntie,” aldus Van den Berg. “Het is een slimme
manier om ruimte te benutten in een stedelijke
omgeving.”
Duurzaam tot in detail
Duurzaamheid vormt de kern van het ontwerp.
Het gebouw krijgt een BREEAM Excellentcertificaat
en wordt ontwikkeld volgens de Cradle
to Cradle-principes van Delta Development.
“We laten het hele gebouw doorrekenen door
Wisebrick,” zegt Van den Broek. “Ze meten tot op
schroefjesniveau hoeveel CO₂ erin verwerkt zit.”
Die precisie helpt bij materiaalkeuzes en vermindert
de milieu-impact. Tegelijk sluit het aan bij
de groeiende eisen van gebruikers. “We merken
bij bedrijven dat het echt een vereiste begint te
worden,” zegt Keiman. “Wie jonge medewerkers
wil aantrekken, kan niet meer in een energieverslindend
pand werken.”
Luijk wijst op de zakelijke kant van duurzaamheid.
“Duurzaam bouwen is ook goed voor de
portemonnee. Je totale lasten liggen lager en het
pand behoudt zijn waarde. Dat is gewoon slim
ondernemerschap.”
Slim omgaan met energie
Ook de energievoorziening is vooruitstrevend.
SchieSquare beschikt over een royale stroomaansluiting
en gecontracteerd vermogen – een schaars
goed in tijden van netcongestie. “Dat hebben we
bijna geen enkel project meer, maar dit is een
bestaande aansluiting,” zegt Van den Broek. Toch
zoeken de ontwikkelaars verder.
Bedrijven worden gestimuleerd om energie slim
te gebruiken. Overdag heftrucks laden op zonnestroom,
accu’s wisselen, pieken vermijden. “Door
netcongestie gaan mensen anders doen,” zegt Van
20 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
den Broek. “En dat anders doen levert dan ook
nog eens geld op.”
Marktvraag en toekomstwaarde
De Rotterdamse regio kampt al jaren met een
tekort aan moderne bedrijfsruimte. Verouderde
panden remmen groei, terwijl nieuwbouwlocaties
schaars zijn. SchieSquare biedt een oplossing:
hoogwaardige, flexibele en duurzame ruimte voor
technische bedrijven. “Bij dit soort ondernemingen
is er gewoon een sterke vraag naar goede bedrijfsruimte,”
zegt Luijk. “Je bent bezig met de toekomst
van Schiedam,” vult Van Veen aan.
De sloop van het oude Sandvik-pand is in volle
gang. De bouw start naar verwachting in het
׉	 7cassandra://wWYTVm5uvJntIOBgO9WmAfyyGxZPTJ7Vswj_uWqGoA4'` i$WUޡ"g/q׉EKSchieSquare; duurzaam, flexibel en klaar voor de toekomst van de maakindustrie in Schiedam
tweede of derde kwartaal van 2026, met oplevering
een jaar later. “De sloop is begonnen, volgend
jaar kunnen we in principe starten met bouwen,”
zegt Van den Broek. Een eerste huurder heeft zich
al gecommitteerd, terwijl gesprekken met andere
geïnteresseerden lopen. “Zodra er activiteit op het
terrein is, groeit de interesse,” aldus Luijk.
Werken en leren in Schiedam
De campus moet uitgroeien tot een plek waar
mensen graag werken én leren. “Er wordt een
werkomgeving gecreëerd waar je als werknemer
graag wilt zijn, waar je trots op bent,” zegt Van den
Berg. De ligging langs de A20, vlak bij Rotterdam,
versterkt die aantrekkingskracht.
Binnen MICS spelen ook onderwijsinstellingen
een rol. “De aanwezigheid van kennisinstellingen
en de interactie met het bedrijfsleven door
bijvoorbeeld het creëren van stageplaatsen is een
vereiste voor een succesvolle campus,” zegt Van
den Berg. Zo ontstaat een sociaal en economisch
ecoysteem dat talent bindt en bedrijven laat
groeien.
SchieSquare is daarmee meer dan een modern
gebouw. Het is het kloppend hart van een
campus waar techniek, kennis en ondernemerschap
samenkomen – en waar de toekomst van
Schiedam vorm krijgt.
www.schiesquare.nl
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 21

׉	 7cassandra://28U6JZAsrkrwPZmvvwHkdqII9MhF1WlSx2POyG-gGjI(` i$WUޡ"g/ri$WUޡ"g/q}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://JiO1nXAd8Z1Ffx98OwxZ_6iE5BZtSXDBCmpnh9Pbvxg Y`׉	 7cassandra://WHgFhXAmi6gGa-Q4J-8wb72ZFpe16lEcteM3Y2Tl6cAu`t׉	 7cassandra://UOs3tX05E0fH_jO1FO6QJF20AwvOYRbDmjT2Xj75wms$` i$WYޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://gVAZuur1FwDCt2eCeJrvSHUcij9gPLDbPuqVe78PXe0 `׉	 7cassandra://FEa__-NOTfjEEz-b8v1EK65-nF_MIrQ5Yp07_KFo2Lwe`t׉	 7cassandra://NSFgDadgqpXBSQMm-fakPXvB4ulvdGnl-l20B0qCV5Mt` i$WYޡ"g/נi$WZޡ"g/ N̏9ׁHhttp://www.gronddatabank.nlׁׁЈנi$WZޡ"g/ Nv9ׁHhttp://www.heembouw.nlׁׁЈ׉E+Heembouw’s Robert Dolieslager:
“In een krappe markt is het zaak niet alleen
te zoeken, maar vooral slim te vinden”
Voor veel ondernemers die
willen groeien, nieuwbouwen
of uitbreiden, is het
vinden van een geschikte
bedrijfslocatie een steeds
grotere uitdaging. “Dat
betekent niet, dat er niets
mogelijk is,” zegt adjunct
directeur Ontwikkeling
Robert Dolieslager van
Heembouw. Met zijn
gespecialiseerde afdeling
Gebiedsontwikkeling, neemt
Heembouw het initiatief,
waar anderen vastlopen.
Heembouw biedt bedrijven die op zoek zijn
naar ruimte, drie verschillende routes naar een
nieuwe plek, elk met een eigen tijdspad en
aanpak.
Drie routes naar een nieuwe locatie
Greenfields: De klassieke optie – een kavel
op ongerepte grond. “Die zijn er nog wel,
maar overheden zijn terughoudend in het
initiëren van nieuwe bedrijventerreinen.
Volgens de Ruimtelijke Economische Visie
BROWNFIELDLOCATIE HYDRA UTRECHT
Heembouw heeft verschillende van dit soort locaties
herontwikkeld, zoals Hydra Utrecht op Lage Weide. Dolieslager:
“Dit oude opslagterrein, hebben we herontwikkeld tot een
duurzaam distributiecentrum. Geoptimaliseerd voor functionele
logistiek, met veel aandacht voor natuur en een biodiverse
invulling van de buitenruimte(s). Ook is hier een verbeterde
waterhuishouding ontworpen, om regenwater makkelijker op te
nemen. Zo ervaren de bewoners van de nabij gelegen woonwijk
geen overlast meer bij zware regenval.”
(2025) dreigt in grote delen van Nederland
binnen vijf jaar een tekort aan ruimte
voor nieuwe bedrijvigheid. Heembouw
anticipeert hierop met strategische
grondverwerving en herontwikkeling.”
Brownfields: Slimmer omgaan met
bestaande ruimte- verouderde of onbenutte
bestaande locaties of objecten. “Daar zetten
we al langer actief op in; we hebben een
aantal mensen exclusief voor ons aan het
׉	 7cassandra://UOs3tX05E0fH_jO1FO6QJF20AwvOYRbDmjT2Xj75wms$` i$WUޡ"g/s׉E]Voor ondernemers die willen
groeien maar geen ruimte
vinden, biedt Heembouw
met haar integrale aanpak de
oplossing. Met drie routes naar
een nieuwe bedrijfslocatie.
Van greenfields en brownfields
tot gebiedsontwikkeling.
Transformatie tot een toekomstbestendig bedrijventerrein
werk, om her te ontwikkelen terreinen
en leegstaande bedrijfscomplexen te
spotten. Voordeel van dit soort plekken
is, dat ze al de juiste bestemming
hebben, met een stroomaansluiting
en stikstofruimte. In onze Heembouw
gronddatabank vind je overigens de
data van dit soort plekken, net als van
beschikbare greenfieldlocaties.”
Gebieds- en grondontwikkeling:
Grootschaliger én toekomstgerichtagrarische
gronden omzetten naar
bedrijventerreinen, of, in het geval
van een grondontwikkeling, naar een
bedrijfskavel. “Dat kan niet zomaar
overal; er moet bijvoorbeeld een
aansluiting zijn op een bestaand
bedrijventerrein én het moet
passen bij de visie en plannen van
gemeente en provincie. Hier is ons
eigen architectenbureau Heembouw
Architecten van grote toegevoegde
waarde. Er loopt nu een aantal
trajecten, en provincies reageren
Een actueel voorbeeld van een gebiedsontwikkeling betreft een ontwikkeling
in Montfoort, een gebied van circa 14 hectare in de provincie Utrecht,
waar Heembouw werkt aan de transformatie van agrarische grond tot
een toekomstbestendig bedrijventerrein. Dolieslager: “Dit project sluit
aan op bestaande infrastructuur en wordt ontwikkeld met aandacht
voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, vergunningverlening en regionale
samenwerking.” Natuurinclusiviteit is voor Heembouw noodzaak -géén
bijzaak. Dolieslager: “Bij gebiedsontwikkeling is dit een integraal onderdeel
van het ontwerp. Denk aan biodivers groen, waterbuffering en gezonde
werkomgevingen — elementen die bijdragen aan brede welvaart. Zo bouwen
we aan morgen, op de plekken van vandaag.”
positief en soms ook verrast op
de gebiedsvisies van Heembouw
Architecten, met oog voor de omgeving,
natuurinclusiviteit en de wensen van
de betrokken overheden. Dit traject
duurt langer, agrarische gronden
laten zich niet zomaar omzetten in
bedrijventerreinen, maar biedt kans op
een strategische, duurzame plek.”
Oproep aan ondernemers en
gemeenten
Of u nu als ondernemer een nieuwe
locatie zoekt of als gemeente een gebied
wilt ontwikkelen: Heembouw biedt
innovatieve, praktische oplossingen
voor elk locatievraagstuk. Robert
Dolieslager: “Met onze kennis en
ervaring, gronddatabank en integrale
aanpak weten we complexe locaties te
transformeren tot toekomstbestendige
bedrijventerreinen, passend bij de visie
van de gemeente en regio. We helpen u
graag verder.”
Robert Dolieslager
adjunct directeur Ontwikkeling
Heembouw Bedrijfsruimten
Voorbeeld van een ontwikkelde brownfieldlocatie:
Hydra Utrecht | STELLAR Development |
Heembouw Architecten | Gebruiker Mainfreight.
(071) 332 00 50
www.heembouw.nl
www.gronddatabank.nl
׉	 7cassandra://NSFgDadgqpXBSQMm-fakPXvB4ulvdGnl-l20B0qCV5Mt` i$WUޡ"g/ti$WUޡ"g/s}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://aZHqrqrdHlBVYJymnNqEjSF0zqHO4j3s3m9W5soDwOM s`׉	 7cassandra://Dts-bIwwMAIKq3XJRLjt8VSDBGtTJOPe4QbLN0aOoJYy`t׉	 7cassandra://Mb9JLO0HhlJJCpKAnqbJbggGXHmUeRCOUFYpHOtTebE&` i$WYޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://j7djtlKOTi2vc22oxjX1Gg_x5mNQqp_HpN7oDLl9kn8 j`׉	 7cassandra://hWdLNmJjIOkLkUF-gPK9NUVj6nZGNDpBCzE2nbu_5Ak}P`t׉	 7cassandra://-2QRzsdkJyFsIPTJRuJ4rpW5sHDAAxPjZeUhDQswNkY(` i$WZޡ"g/׉E5 tips voor logistiek en industrieel
vastgoed: haal het maximale uit de
verlichting
In de logistieke en industriële sector speelt verlichting een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Het juiste
lichtconcept kan niet alleen de efficiëntie en veiligheid in een hal verbeteren, maar ook de basis leggen voor
een intelligente, duurzame en prettige werkomgeving. Bij nieuwbouw of renovatie is het daarom belangrijk om
verlichting vanaf het begin mee te nemen in het ontwerp. Ryan Willems, key accountmanager industrie bij TRILUX,
deelt zijn belangrijkste tips voor een toekomstbestendige verlichting in logistieke en industriële panden.
24 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://Mb9JLO0HhlJJCpKAnqbJbggGXHmUeRCOUFYpHOtTebE&` i$WUޡ"g/u׉E	Ryan Willems
Dankzij het grid-principe en slimme technologieën,
zoals sensoren en connectiviteitsmodules,
groeit de verlichting mee met de wensen van de
gebruiker en ontwikkelingen in de markt. De lange
levensduur tot wel 100.000 uur en de extreme
energie-efficiëntie maken het extra aantrekkelijk
voor zowel verhuurders als gebruikers.
2. Smart Lighting verlicht netcongestie
“‘Smart Lighting’ is tegenwoordig een echte nobrainer,”
vertelt Ryan. “Met ons eigen LiveLinklichtmanagementsysteem
stemmen we verlichting
exact af op de daadwerkelijke behoefte. Denk aan
armaturen die automatisch dimmen zodra er daglicht
binnenvalt, of alleen branden wanneer bewe1.
Kies voor een flexibel lichtsysteem
dat meegroeit
“Een nieuwe huurder wil vaak nét iets anders dan
de vorige: een andere inrichting, ander gebruik van
de ruimte, meer of juist minder licht. Daar moet je
op voorbereid zijn,” begint Ryan. “Bij het uitlichten
van een industrieel project werken wij vanuit een
‘grid-principe’ met flexibel aanpasbare lijnen. Zo
kan de verlichting eenvoudig worden aangepast
aan nieuwe wensen.”
Vanuit deze ontwerpfilosofie ontwikkelde TRILUX
het lichtlijnsysteem E-Line Pro, met maximale
flexibiliteit en modulariteit. De basisstructuur blijft
intact, terwijl modules, sensoren en afdekkingen
tot op de centimeter nauwkeurig verplaatst kunnen
worden. Het systeem kan volledig worden
afgestemd op de specifieke eisen van een magazijn,
productiehal of distributiecentrum, met een
breed aanbod aan lichtmodules en optieken, van
basisverlichting tot varianten voor visueel veeleisende
werkplekken.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 25
ging wordt gedetecteerd. Dat bespaart niet alleen
energie, maar ook kosten. Door daglicht- en bewegingssensoren
toe te passen, verleng je bovendien
de levensduur van de installatie en beperk je de
energievraag.”
Deze aanpak speelt direct in op het actuele probleem
van netcongestie en maakt zelfs een off-grid
realisatie efficiënter. “Het elektriciteitsnet raakt
steeds voller, en elke kilowatt die niet verbruikt
wordt, hoeft ook niet opgewekt en door het netwerk
getransporteerd te worden. Slimme verlichting
met geavanceerde sturing, zoals LiveLink, helpt
bedrijven hun energieverbruik te optimaliseren en
het net te ontlasten, terwijl medewerkers en huur׉	 7cassandra://-2QRzsdkJyFsIPTJRuJ4rpW5sHDAAxPjZeUhDQswNkY(` i$WUޡ"g/vi$WUޡ"g/u}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://zbP7Bdpfl0IrBrXQ77yPyhzoTIdUlrzqCJRYOzcsVf8 p`׉	 7cassandra://KONL_4rZE-Ai2-avIWXOoScpk1G0psZF_vQohqXuAzA``t׉	 7cassandra://_PNZbB6kocxXu-TUZ_ydnbA9aO_I5x212lQxQ8m_pZE` i$WZޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://uzYV_1c2Czz2iLjjSGDU9fvYg2Dv1PNe0eUsdLjZM0Q `׉	 7cassandra://5Jvya_vmwQ0iv48H5_V40uMgW23Q-JkqQWmEjUrs1qEo`t׉	 7cassandra://gMrxpP1dz79peZLJmTIyz0YDqMGmQfBGcod7DVLs41g!` i$WZޡ"g/נi$WZޡ"g/ }9ׁHhttp://www.trilux.com/nlׁׁЈ׉Eliseerd en waar optimalisatie mogelijk is. Vooral in
logistieke en industriële panden levert dit directe
operationele en financiële voordelen op.
3. Optolux®: Eén netwerk voor
licht én data
Ryan vervolgt: “Onze flexibiliteit reikt verder dan
verlichting alleen. Samen met FiberUnlimited
bieden we via onze lichtlijnen ook de basis voor
indoor connectiviteit: Optolux®. Dat betekent:
geen gedoe meer met vervuilende koperen UTPkabels
of aparte installaties. Het grid dat onze
armaturen vormen, gebruiken we om op basis van
Polymer Optical Fiber (POF) razendsnel internet
door het hele pand te leveren.”
Optolux®: licht én connectiviteitsoplossingen vanuit de TRILUX lichtlijnen
ders altijd verzekerd zijn van de juiste lichtkwaliteit,”
legt Ryan uit.
“In een magazijn of distributiecentrum kan dit
bijvoorbeeld betekenen dat armaturen in rustigere
gangen automatisch terugdimmen, terwijl het licht
weer volledig aanspringt zodra een heftruck of
medewerker een stelling nadert. Zo brandt verlichting
alleen waar en wanneer het nodig is, goed
voor de energierekening én voor een veilige werkomgeving,”
voegt hij toe.
Daarnaast maakt LiveLink het mogelijk om verlichting
centraal te monitoren en, indien gewenst, te
koppelen aan een Gebouw Automatiserings- en
Controle Systeem (GACS). Facility managers krijgen
zo in real time inzicht in het energieverbruik, welke
zones actief zijn, waar besparingen worden gereaSmart
lighting in actie: het licht schakelt in op basis van aanwezigheid van personen
POF biedt tal van voordelen: het is lichtgewicht,
eenvoudig te installeren en volledig compatibel
met de TRILUX-lichtinfrastructuur. Omdat POF
ongevoelig is voor elektromagnetische storingen,
blijft de dataverbinding stabiel en betrouwbaar,
zelfs in industriële omgevingen met veel machines
en apparatuur. Bovendien kan het netwerk moeiteloos
worden uitgebreid of aangepast, bijvoorbeeld
wanneer een hal wordt heringericht of nieuwe
apparaten worden toegevoegd.
“Voor vastgoedeigenaren is dit een unieke combinatie:
in één handeling zowel licht als connectiviteit
door het hele pand. Het systeem is ontworpen
26 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://_PNZbB6kocxXu-TUZ_ydnbA9aO_I5x212lQxQ8m_pZE` i$WUޡ"g/w׉Evoor snelle installatie en kan eenvoudig worden
geïntegreerd in bestaande lichtlijnen. De door
TRILUX ontwikkelde Optolux® IoT-modules maken
het mogelijk om wifi-accesspoints, camera’s en
speakers direct vanuit de lichtinfrastructuur te
voeden en van een dataverbinding te voorzien. In
een markt waarin snelheid en flexibiliteit steeds
belangrijker worden, is deze oplossing een grote
troef voor logistieke en industriële panden,”
besluit Ryan.
4. Maak data inzetbaar voor efficiency
“Onze bonus: data,” zegt Ryan. “Via de sensoren in
ons verlichtingsgrid kunnen steeds meer functies
worden toegevoegd of op een later moment geactiveerd,
zoals asset tracking. Bij een grote online
supermarktretailer in Geldermalsen hebben we
recent de tablets waarmee orders worden gepickt
voorzien van een tag. Zo weten zij altijd precies
waar een tablet zich bevindt, omdat de tag communiceert
met de sensor (met beacon functie) in
het verlichtingsgrid. Deze tablets kosten al snel
€1.200 per stuk, en dankzij dit systeem zijn er in
de eerste weken van gebruik al meerdere kwijtgeraakte
tablets teruggevonden.”
Naast asset tracking kan sensordata ook worden
gebruikt voor geavanceerde analyses van de hal.
“Heatmaps laten zien welke delen van het magazijn
intensief worden gebruikt en welke juist minder
druk zijn. Ook kunnen rijroutes van heftrucks en
medewerkers worden geanalyseerd, waardoor
logistiek verantwoordelijken een betere stockand-flow
kunnen realiseren. Zo kunnen processen
efficiënter worden ingericht, verspilling worden
beperkt en operationele kosten worden verlaagd,”
legt Ryan uit.
En dat is nog maar het begin. In de toekomst kunnen
dezelfde sensoren ook luchtvochtigheid, temperatuur
en andere data monitoren, zonder extra
bekabeling of hoge installatiekosten.
5. Kies voor licht als dienst: rendement
zonder zorgen
“Een verouderde verlichtingsinstallatie kost geld,
vaak zoveel dat een renovatie sneller rendeert
dan verwacht,” vertelt Ryan. “Een rendabele renovatie
vraagt niet alleen om een technisch perfect
geplande installatie, maar soms ook om financiering
op maat, zodat bedrijfskapitaal kan worden
ingezet voor activa die direct van toegevoegde
waarde zijn voor het bedrijfsproces.”
Met Light as a Service (LaaS) wordt een verlichtingsrenovatie
bovendien financieel aantrekkelijk.
“Vastgoedeigenaren kunnen kiezen voor kwalitatief
hoogwaardig licht zonder vast te zitten aan hoge
investeringskosten of jarenlange verplichtingen,”
legt hij uit.
Het principe van LaaS is eenvoudig: in plaats van
de verlichting aan te schaffen, wordt een vast
maandbedrag betaald voor licht als dienst. TRILUX
neemt de volledige verantwoordelijkheid op zich,
van ontwerp en installatie tot onderhoud, monitoring
en upgrades. “Zo is altijd de nieuwste technologie
beschikbaar zonder verrassingen in kosten of
prestaties,” vervolgt Ryan. Voor vastgoedeigenaren
betekent dit meer flexibiliteit en lagere risico’s, terwijl
huurders profiteren van duurzame, energiezuinige
verlichting die meegroeit met hun behoeften.
Kortom: tijd voor slimme keuzes
“De toekomst van industrieel en logistiek vastgoed
vraagt om flexibiliteit, snelheid en duurzaamheid.
Juist op die vlakken kan verlichting veel meer betekenen
dan vaak wordt gedacht. Bij TRILUX helpen
we graag vastgoedeigenaren, ontwikkelaars én
huurders om hun pand klaar te maken voor morgen,”
besluit Ryan.
www.trilux.com/nl

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 27
׉	 7cassandra://gMrxpP1dz79peZLJmTIyz0YDqMGmQfBGcod7DVLs41g!` i$WUޡ"g/xi$WUޡ"g/w}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://DVFHnAEdf6aljpXTfT_wjMnNJzJGNvSm08mjn4nw0Yk Ue`׉	 7cassandra://oMeTdq7S0qwDIrYfF3bwzKMiGfZ3wSYPUSa5lvfzHq4p+`t׉	 7cassandra://RZwuQ7KjD5FGZdznak7KS2RVgVeBzz7B-7b64TpDz5s%U` i$WZޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://6cO8JqMysxmV3UgefDEUGKzQ6FLEDl-Pifq1RtAEi14 `b`׉	 7cassandra://DFxJEZGwjlGqvGq1zXRMVtg-Vw2ef6MYk8v_GQKe10Qw`t׉	 7cassandra://XfAcE_t4T3TtKf_swYqJL3wgqkUvu9LmMXUuwIwnpkI)K` i$WZޡ"g/׉E100 CLEAN ENERGY HUBS IN 2030
Clean Energy Hubs als facility center bij
industrie, bedrijvenparken en distributiecentra
Alles onder één dak
Een Clean Energy Hub (CEH) is een
openbaar toegankelijke tank-,
laad- of bunkerfaciliteit met voor
de weg een mix van ten minste twee
hernieuwbare brandstoffen1
en/
of energiedragers waarvan er ten
minste één zero-emissie dient te
zijn en voor binnenvaart minimaal
één hernieuwbare brandstof en/
of energiedrager. Die hernieuwbare
brandstoffen en energiedragers
kunnen HVO100, bio-CNG en
bio-LNG (groen gas), (groene)
elektriciteit of (groene) waterstof
zijn, maar ook toekomstige
ontwikkelingen rond het gebruik van
bijvoorbeeld bio-methanol kunnen
hierin worden meegenomen.
H
et is belangrijk te weten dat iedere
energiedrager ook zijn eigen transitie kent
naar 100% groen. Afhankelijk van de lokale
omstandigheden kunnen verschillende koppelkansen
gelden. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie
met andere faciliteiten, zoals horeca, duurzame
truckwash, betaalbare overnachtingsplaatsen/
truckparkings, walstroom, vergaderruimtes, werkClean
Energy Hub van NXT Mobility in Alkmaar
plekken, openbaar vervoervoorzieningen, ontkoppelpunten,
voorzieningen voor pakketdiensten en
voorzieningen voor de binnenstedelijke distributie.
Daarnaast zullen ook digitaliseringsvoorzieningen
op orde moeten zijn ten behoeve van reserveringssystemen,
betalingssystemen etc. Iedere
CEH is maatwerk. Er is geen blauwdruk voor een
complete CEH.
28 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://RZwuQ7KjD5FGZdznak7KS2RVgVeBzz7B-7b64TpDz5s%U` i$WUޡ"g/y׉ETransitiepad
De ideale locatie van een CEH is gelegen bij de
ontsluiting van een bedrijventerrein of distributiepark,
tussen de hoofdweg en de betreffende locatie.
Wetende dat 95% van het goederenvervoer
van en naar deze locaties gaat. Hiermee wordt
tevens invulling gegeven aan de doelstelling van de
European Alternative Fuel Infrastructure Regulation
(AFIR) – de Verordening betreffende infrastructuur
voor alternatieve brandstoffen.
Clean Energy Hub van Greenpoint in Veghel
Anticiperen op nieuwe ontwikkelingen
De definitie van een CEH is in de loop van de jaren
op een paar punten aangepast. Net zoals er in de
energietransitie geanticipeerd moet worden op
ontwikkelingen, moeten wij dat als programma
ook! Onze doelstelling is honderd Clean Energy
Hubs in 2030. Nu zijn dat er al 65, verspreid over
heel Nederland. Steeds komen er weer een aantal
bij!
Kansen benutten
Het idee achter het maatwerk is, dat de CEH’s
met hun aanbod van alternatieve energiedragers
gaan bijdragen aan de verduurzaming van het goederenvervoer.
De combinatie van functies maakt
het mogelijk om het aanbieden van alternatieve
energiedragers nu al commercieel aantrekkelijk en
haalbaar te maken, ondanks het op dit moment
nog geringe aantal afnemers.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 29
׉	 7cassandra://XfAcE_t4T3TtKf_swYqJL3wgqkUvu9LmMXUuwIwnpkI)K` i$WUޡ"g/zi$WUޡ"g/y}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://venDXNb3jUDZ_AzgnuNmFj1_BmzxXPHJBdarSkHwpMk _`׉	 7cassandra://PIRNle1TgE4TICeFRoEvsxyp-BTRUaQzhxisMB32NuUm`t׉	 7cassandra://57Ts52eHPPO1ZzHRJGK0F7LlaMvhv-gOP5nbcOWlMBY!Q` i$WZޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://tj_5sYfPWrZSIETHQhRau9Ikbwgx7L0XCejnyJ58gW0 p `׉	 7cassandra://uMA9iIvKzlmyH9hCuSmpRdMIs5whTloL3i6abVHmXu4~E`t׉	 7cassandra://AiyZVMox7h4SvJton3MxAavbhnHot9TRiUtfJCE7XcI$` i$WZޡ"g/נi$WZޡ"g/ F̡9ׁH 4https://www.gelderland.nl/projecten/clean-energy-hubׁׁЈ׉EHet is belangrijk om te beseffen dat de grond in
Nederland schaars en duur is. Door een aantal
zaken samen te brengen creëer je een facility
center voor bedrijvenparken en distributiecentra.
Het is noodzakelijk de beschikbare ruimte zo
efficiënt mogelijk te benutten. Op zichzelf staande
oplossingen nemen uiteindelijk veel meer ruimte
in en zorgen voor inefficiënt gebruik van schaarse
ruimte. Daarnaast betekent het, dat er onnodig
(veel zoek-)verkeer op deze terreinen ontstaat,
wat leidt tot meer voertuigbewegingen, zwaardere
belasting van (kwetsbare) infrastructuur en
kunstwerken (zoals bruggen en viaducten) en een
grotere kans op onveilige situaties. Mede doordat
licht verkeer (voetgangers, fietsers, brommers/
scooters en personenauto’s) zich vermengt met
zwaar goederenvervoer op deze terreinen.
Omgevingsvisie
Provincies kunnen hierbij een belangrijke rol spelen
door het concept van CEH’s in hun omgevingsvisies
op te nemen. Deze worden nu opgesteld. Daarmee
kunnen provincies een efficiënter ruimtegebruik
door het combineren van functies stimuleren.
Het is belangrijk het kip-ei-probleem op te lossen,
dat al jaren speelt bij het verduurzamen van het
wegtransport. Zonder vraag geen aanbod en zonder
aanbod geen vraag. In dit programma zetten
we ons daarom in voor de komst van een landelijk
dekkend netwerk van CEH’s.
Clean Energy Hub Avia in Rilland
Zo creëren we de infrastructuur die transporteurs
nodig hebben voor het verduurzamen van hun
wagenpark. Met hen gaan we ook actief en vaak
één-op-één het gesprek aan over de kansen en
mogelijkheden om te verduurzamen. Op die
manier horen wij wat hen echt beweegt of waarover
zij zich zorgen maken. Deze signalen vertalen
wij richting beleidsadvies. Wij willen overheden en
bedrijfsleven graag helpen om samen te zorgen
dat de CEH’s op plekken komen die praktisch
en aantrekkelijk zijn voor transportbedrijven en
exploitanten.
Op de website https://www.gelderland.nl/
projecten/clean-energy-hub staat daarvoor een
nuttig hulpmiddel, de Locatietool. Ondernemers
en uiteraard ook andere geïnteresseerde partijen,
kunnen daarmee de kansrijke locaties in Nederland
voor de aanleg van een CEH bekijken en kwetsbare
natuur (zoals Natura 2000-gebieden) mijden.
Commercieel gevoelige informatie wordt niet op
de Locatietool gedeeld. Daarom is het verstandig
om contact op te nemen met de gemeente op het
moment dat de plannen een meer concrete vorm
gaan aannemen.
Doorbreken ‘kip-ei’’ probleem
verduurzaming goederenvervoer
Er schuilt een grote uitdaging in de ontwikkeling
van adequate infrastructuur om duurzame energie
efficiënt op te slaan en te distribueren. De initiële
kosten om te komen tot een voldoende dekkende
infrastructuur met bijbehorende vraag zijn
hoog. De Europese Unie streeft ernaar om tegen
2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn
(Europese klimaatwet Fit for 55). Deze ambitieuze
doelstelling vereist een grootschalige energietransitie
waarbij fossiele brandstoffen worden
vervangen door duurzame alternatieven.
In de transportsector, en met name de binnenvaart,
zijn aanzienlijke investeringen, maar ook
technologische innovaties nodig om deze energietransitie
mogelijk te maken. CEH’s kunnen hierin
een cruciale rol spelen. Het bekende ‘kip-ei’-probleem:
vervoerders aarzelen om te investeren in
schone voer- of vaartuigen zonder een voldoende
dekkend netwerk van energie-inname mogelijkheden,
terwijl energieleveranciers terughoudend zijn
om te investeren in infrastructuur zonder gegarandeerde
vraag. Om deze impasse te doorbreken,
worden pilotprojecten uitgevoerd en zijn subsidies
nodig om de eerste locaties te ontwikkelen. Maar
dit is niet voldoende om een blijvende transitie
voor elkaar te krijgen.
Haalbaar, schaalbaar en betaalbaar
Ons motto is, dat we de noodzakelijke verduurzaming
tot stand kunnen brengen als de keuzes
die gemaakt moeten worden haalbaar, schaalbaar
en betaalbaar zijn. Het programma CEH’s is een
30 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://57Ts52eHPPO1ZzHRJGK0F7LlaMvhv-gOP5nbcOWlMBY!Q` i$WUޡ"g/{׉Esamenwerking tussen de twaalf Nederlandse
provincies, het ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat en Rijkswaterstaat. Het initiatief maakt
deel uit van het BO MIRT-programma (Bestuurlijk
Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur,
Ruimte en Transport) Topcorridors en richt zich
behalve op het wegvervoer ook op de binnenvaart.
Het programma vindt zijn oorsprong bij de
provincie Gelderland. Het programmateam werkt
nu namens alle provincies en is losgemaakt van de
provincie Gelderland om op die manier ook haar
onafhankelijkheid te waarborgen. Bij ieder van de
twaalf provincies is er iemand actief binnen het
programma CEH. Dit is voor ons de linking pin naar
de vele andere beleidsterreinen die ook betrokkenheid
hebben (Mobiliteit/Verkeer & Vervoer,
Ruimte, Economie, Energie, etc.). We trekken
samen op, delen kennis en informatie en ontwikkelen
de visie en de te volgen strategie. Op dit
moment zijn wij druk bezig met het ontwikkelen
getankt of geladen kan worden. Denk bijvoorbeeld
aan kademuren, ontgassen, overnachtingsplaatsen,
walstroom en het bunkeren van schoon water.
Onderzoeksbureau Panteia stelde in 2024 een
Roadmap op voor de ontwikkeling van CEH’s
in de binnenvaart. Deze Roadmap schetst de
benodigde stappen om de transitie naar duurzame
energiedragers te ondersteunen. Het ontwikkelen
van een landelijk dekkend netwerk van CEH’s is
noodzakelijk om de beschikbaarheid en distributie
van alternatieve energiedragers te waarborgen.
Het gaat om ‘near zero’ (biobrandstoffen) en
zero-emissie energiedragers (batterij-elektrisch en
waterstof). Hierbij is intensief samengewerkt met
alle partners van de CEH’s.
De locaties van CEH’s worden strategisch gekozen
op basis van huidige en toekomstige behoeften.
Hierbij wordt rekening gehouden met marktsegFrançoise
van den Broek en Theo Heinink
De Roadmap legt hiermee een basis voor de
transitie naar een duurzame binnenvaart door
middel van een gestructureerde en flexibele uitrol
van CEH’s. De Roadmap is adaptief: technologische
ontwikkelingen zullen voortdurend gevolgd
moeten worden. Deze verbeteren de efficiëntie
en prestaties van CEH’s. Dit omvat geavanceerdere
en kosten-effectievere laad- en tankinfrastructuur,
evenals verbeteringen in schone aandrijftechnologieën
voor schepen. Het is van belang om de
ontwikkelingen te (blijven) monitoren, zodat
tijdig maatregelen getroffen kunnen worden om
het netwerk aan te passen voor een voldoende
aanbod van vulpunten, vanuit totale capaciteit,
dekkingsgraad van het netwerk en de mix van
verschillende energiedragers.
Clean Energy Hub DC Berkel Energy in Assen
van een eigen website voor de CEH’s. We hopen
dat deze nog dit jaar in de lucht is.
Verbindingen leggen
Als business developer van het programma CEH’s
is Theo Heinink de schakel tussen politiek en het
bedrijfsleven. Hij legt verbindingen tussen partijen
en zorgt samen met de provincies dat er op de
meest kansrijke locaties ontwikkelingen met CEH’s
kunnen plaatsvinden. De kennis die met dit programma
wordt opgedaan wordt ook gedeeld met
andere Europese landen met wie wordt samengewerkt
via de internationale goederencorridors,
zoals de Rhine Alpine Corridor, de Mediterranean
Corridor en de Nothsea Baltic Corridor.
Binnenvaart
Voor wat betreft de binnenvaart trekt Françoise
van den Broek de kar vanuit het programma.
Ook hier bestaan koppelkansen op locaties waar
menten zoals havengebonden locaties, scheepstypen
en routes, zodat de voorzieningen zich
bevinden op plekken waar de grootste impact kan
worden bereikt. Samenwerking en afstemming tussen
overheden, havenautoriteiten en marktspelers
is essentieel voor de succesvolle implementatie van
CEH’s. Het is belangrijk dat er voor de binnenvaart
niet één netwerk van CEH’s zal zijn, maar meerdere
netwerken.
Verschillende netwerken van energiedragers zoals
voor biobrandstoffen, LNG, methanol, elektriciteit
en waterstof hebben elk hun specifieke kenmerken
en vereisen elk hun eigen specifieke infrastructuur.
De Roadmap CEH’s Binnenvaart gaat in op de ontwikkeling
van deze netwerken voor elk van deze
energiedragers, met aandacht voor de unieke kenmerken
en vereisten van elke drager. Zo worden de
ontwikkelingen ten aanzien van ZES (Zero Emission
Services, elektrisch varen), RH2INE en Condor
(varen op waterstof) op de voet gevolgd.
Zoekgebieden voor CEH’s voor de
binnenvaart
Ten aanzien van de schonere brandstoffen HVO,
(bio-)LNG en methanol is een aantal zoekgebieden
gevonden: de AA-locaties. Deze zoekgebieden zijn
rond Maasbracht, regio Rotterdam/Drechtsteden,
regio Nijmegen, regio Amsterdam, Port of Zwolle
en North Sea Port. Er is al een aantal verkennende
haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Ten aanzien
van elektrisch varen Zero Emission Services (ZES)
en varen op waterstof (RH2INE en Condor) volgen
wij de ontwikkelingen. Ook het varen op methanol
en zogenaamde ‘flow batteries’ krijgen steeds
meer aandacht. Het is jammer dat overheden en
markt soms snel omschakelen, waarbij de eerste
transitiestappen en de eerdere valkuilen snel
vergeten zijn. Dit belemmert soms de kansen voor
in opstart zijnde alternatieven om volwassen te
worden en op eigen benen te leren staan.
Ga uit van feiten en cijfers
Om stappen te kunnen zetten met het verduurzamen
van het goederenvervoer over de weg en het
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 31
׉	 7cassandra://AiyZVMox7h4SvJton3MxAavbhnHot9TRiUtfJCE7XcI$` i$WUޡ"g/|i$WUޡ"g/{}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://x9S-vFc9KNVJNj9g6Gy-_2gYGKglhabDB5nyUgQyzrw `׉	 7cassandra://jvdZhxrbcZv0UOhNKtdgRo1PjS0K8BzwCC80m2EihZ4n`t׉	 7cassandra://DHj20Q7PfJuprrCRunpEkLsWAFlOj0naJq3TmePujuc#` i$W[ޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://0SOakhhmR3tztgN3MqGQPK9Tw93LEz2eqKerpyhbfW0 {`׉	 7cassandra://Ikk3v0hFaxtHuIw_vDtfg0Fjh15_riz7jpBvKy_nVh0l`t׉	 7cassandra://rL0ACq1BCUEqGzRw3nJHM770WzbS86ccAskFQAnALX4 ` i$W[ޡ"g/נi$W[ޡ"g0 D(9ׁH 4https://www.gelderland.nl/projecten/clean-energy-hubׁׁЈנi$W[ޡ"g0 	$9ׁH #https://f.vandenbroek@gelderland.nlׁׁЈנi$W[ޡ"g0  ̍9ׁHmailto:t.heinink@gelderland.nlׁׁЈ׉EGalternatieven goed door kunnen rekenen om te
bepalen wat in jouw situatie mogelijk is.
Vanuit ons programma hebben we niet alleen
intensief contact met de landelijke en regionale
overheden en vele marktpartijen maar zitten
we ook aan tafel bij internationale overheden
en programma’s om te pleiten voor uniforme
regelgeving en een gelijk speelveld. Tegelijkertijd
laten wij ons informeren over keuzes die elders
worden gemaakt om het goederenvervoer te verduurzamen.
Zo proberen we door kruisbestuiving
en kennisuitwisseling de noodzakelijke transitiestappen
voor elkaar te krijgen.
Elektrisch varen
water is het belangrijk om de trends en ontwikkelingen
in de markt te volgen. Er is niet één ‘silver
bullet’. Net als nu, hebben wij de overtuiging dat
er ook in de toekomst een mix van hernieuwbare
brandstoffen en energiedragers nodig zal zijn om
aan alle doelstellingen te voldoen. Dit heeft o.a. te
maken met de ritkenmerken (de afgelegde afstand,
Strategie CEH Binnenhavens
het vervoerd gewicht en het aantal deelritten,
maar ook of het langeafstandsritten zijn in het
buitenland (het landschap, de daar beschikbare
fysieke infrastructuur (zoals wegen en vaarwegen
en de beschikbaarheid van tank en laadinfrastructuur
voor hernieuwbare brandstoffen en energiedragers)).
Als ondernemer moet je verschillende
Well-to-Wheel en Tank-to-Wheel
Daarnaast is het belangrijk om in (inter-)nationaal
verband goede afspraken te maken. Het principe
Zero Emission als norm kan op twee manieren
worden uitgelegd. Volgens het Tank-to-Wheel
principe (alleen emissies vanuit ‘de uitlaat’) of het
Well-to-Wheel principe (ook de emissies die ontstaan
bij productie, transport, gebruik en recycling
van het voertuig en de energiedragers). Op welke
brandstof of met welke energiedrager je ook rijdt,
er komen op basis van het Well-to-Wheel principe
altijd emissies vrij. Door de juiste stappen te zetten
in het transitiepad, kunnen de beste keuzes
gemaakt worden.
Maak realistische afspraken
Sommige gemeenten willen alleen een vergunning
verlenen als een CEH alleen nog maar
32 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://DHj20Q7PfJuprrCRunpEkLsWAFlOj0naJq3TmePujuc#` i$WUޡ"g/}׉EYhernieuw bare brandstoffen en energiedragers gaat
aanbieden en fossiele brandstoffen afzweert. Het
resultaat is dat er voorlopig geen CEH komt, want
zonder fossiele brandstoffen is een CEH op dit
moment nog niet levensvatbaar. Biobrandstoffen
zullen ook een belangrijke rol spelen om de klimaatdoelstellingen
van 2030 en daarna in het transport
te kunnen halen. Omgekeerd kan het voor
ondernemers wel interessant zijn om nu alvast
vergunningen aan te vragen voor toekomstige
alternatieven. Dat scheelt straks tijd en moeite als
deze wel haalbaar en schaalbaar worden.
Laaghangend fruit
We doen er goed aan de kansen te pakken die
er liggen in plaats van af te wachten tot nieuwe
technieken doorontwikkeld zijn. Als voor de lange
afstand elektrisch of waterstof (nog) niet haalbaar
zijn is het verstandig om nu wel vast in te zetten
op de hernieuwbare brandstoffen. Wachten
levert ons nu niets op en geeft nog steeds een
onzekere toekomst. Zonder grote investeringen
te doen kunnen al forse stappen gezet worden
door gebruik te maken van biodiesel (HVO100) in
het bestaande wagenpark en groengas (bioCNG
en bioLNG). Bij gefaseerde vervanging van het
wagenpark worden op deze manier de benodigde
transitiestappen gezet, waarbij voorkomen wordt
dat partijen in fossiel blijven hangen.
Goede gesprekken
We zullen het nu en nog heel wat jaren, echt
moeten doen met de beschikbare mix aan
hernieuwbare brandstoffen en energiedragers.
Er is niet één alternatief, er zijn er meer en die zijn
allemaal nodig om stappen te kunnen zetten in
het verduurzamen van, in dit geval, het goederenvervoer.
Daarom is de inzet op haalbaar, schaalbaar
en betaalbaar. Het belang van die mix hoeven
wij ondernemers nooit uit te leggen. Die komen
weer met andere vragen. Over de haalbaarheid
bijvoorbeeld. Overheden hebben weer andere
vragen en wensen. Zij zien misschien kansen om
een bestaand tankstation uit te plaatsen uit de
kern van hun gemeente en meteen in te spelen
op de kansen om een aantal functies juist slim
bij elkaar te brengen. Dan moeten de snelheden
van de verschillende partijen wel met elkaar in
overeenstemming gebracht worden. Ook bij dat
soort gesprekken spelen we als provincies en
het programmateam een rol. Juist omdat we als
externe partij met veel kennis goed advies kunnen
geven en kunnen helpen om de neuzen dezelfde
kant op te krijgen.
Subsidies ten behoeve van
Haalbaarheidsonderzoeken van CEH’s
Medio 2026 ontvangen de leden van het programma
CEH’s (lees de provincies) via het Rijk
een bijdrage om een haalbaarheidsonderzoeken
uit te voeren. Dat kan zijn voor locaties aan de
weg, maar ook voor aan het water. Met deze
middelen kan voor 50% worden bijgedragen in
de kosten. Het resterende deel komt vanuit de
regio en het bedrijfsleven, zodat iedereen ook in
een ‘doe-stand’ komt te staan. De gelden worden
beschikbaar gesteld via de eigen provincie. In deze
haalbaarheidsonderzoeken kunnen koppelkansen,
specifieke behoeften en alle aanverwante zaken
worden meegenomen.
Voor vragen kan altijd contact worden opgenomen
met het programmateam: Theo Heinink
t.heinink@gelderland.nl Tel. 06 528 02 026 of
Françoise van den Broek f.vandenbroek@
gelderland.nl Tel. 06 528 02 524.
www.gelderland.nl/projecten/
clean-energy-hub

1) Onder hernieuwbare brandstoffen of biobrandstoffen
worden verstaan tweede generatie
hernieuwbare brandstoffen geproduceerd uit nieteetbare
organische biomassa die niet geschikt is
voor consumptie. Voorbeelden zijn afvalproducten
zoals gebruikt frituurvet, dierlijk vet en restafval
uit de voedselindustrie en groen gas, opgewerkt
biogas afkomstig uit mest, algen of rioolslib.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 33
׉	 7cassandra://rL0ACq1BCUEqGzRw3nJHM770WzbS86ccAskFQAnALX4 ` i$WUޡ"g/~i$WUޡ"g/}}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://dr16o6udUd0RoNeLHVVmoatEwpkgKJjUfN0U78P912w `׉	 7cassandra://zsfOznCqIEqB7TTXU2G_bXSsuRZhxx8uWJTdqAEEnTgq`t׉	 7cassandra://KheM8jApYQREc-4zcPQj52Rm_gHyFfy7sxVqBbN74R8#j` i$W[ޡ"g/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://GTdp7vdUfzKwokwo9IyjILp_0GJl6yjsS4vxG-Tr3IQ 5`׉	 7cassandra://0ITnI-LEQsQE1RgoSXUcJKBN1eCv0ZSxMSBNziQfbR8f`t׉	 7cassandra://-ygWm-lj4FjguZhAYPdrttcv4j3wE5TTltIHSMRFF0c%z` i$W[ޡ"g0נi$W[ޡ"g0 ,9ׁH )http://www.lelystadairportbusinesspark.nlׁׁЈ׉E
1LELYSTAD AIRPORT BUSINESSPARK:
Een voorbeeldlocatie voor duurzame
en innovatieve gebiedsontwikkeling
Waar veel bedrijventerreinen vooral gericht zijn op bereikbaarheid en omvang, onderscheidt Lelystad Airport
Businesspark (LAB) zich door een toekomstgerichte en duurzame aanpak. Hier wordt niet alleen ruimte geboden,
maar ook waarde gecreëerd. Toekomstwaarde. Voor bedrijven, medewerkers en de omgeving. Naast de
strategische ligging in het hart van Nederland, wordt dit aspect steeds belangrijker.
Proeftuin voor innovatie en
duurzaamheid
LAB is opgezet als proeftuin voor duurzame en
innovatieve gebiedsontwikkeling. De aandeelhouders
gemeente Lelystad, gemeente Almere en
provincie Flevoland, gaven ontwikkelmaatschappij
OMALA een duidelijke opdracht: maak van dit
gebied het werklandschap van de toekomst.
Dat gebeurt concreet met slimme oplossingen
voor energie, water, ecologie en welzijn. Zo
beschikt LAB over een innovatief vacuümrioolsysteem
waarmee bedrijven tot 95% minder drinkwater
verspillen. Grijs water wordt lokaal gezuiverd
en opnieuw beschikbaar gesteld. Daardoor hebben
bedrijven altijd toegang tot schoon water, iets wat
in de toekomst alleen maar belangrijker wordt.
Wat LAB bijzonder maakt, is dat duurzaamheid
hier niet als losse maatregel wordt gezien, maar als
integraal uitgangspunt bij elke beslissing. Van de
aanleg van infrastructuur tot de eisen voor bouw
en gebruik: alles is gericht op toekomstbestendigheid.
Bedrijven die zich hier vestigen, weten dat
ze onderdeel worden van een gebied dat voortdurend
vooruitkijkt en meebeweegt met nieuwe
ontwikkelingen.
Toekomstbestendigheid is sleutelwoord
De komst van grote internationale spelers, zoals
modeconcern Inditex, gaf het gebied een enorme
impuls. Inmiddels is Lelystad in trek bij bedrijven
die kiezen voor méér dan alleen een centrale
ligging. Toekomstbestendigheid staat centraal:
34 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
vestigen op LAB betekent ondernemen binnen
kaders die duurzaamheid als randvoorwaarde stellen.
Daarnaast biedt Lelystad meer dan alleen een
strategische locatie. Er is ruimte om te groeien,
een moderne infrastructuur en een arbeidsmarkt
met vakmensen die gewend zijn aan innovatie en
samenwerking. Ook de nabijheid van onderwijsinstellingen
en kennispartners draagt bij aan een
vruchtbare voedingsbodem voor ondernemerschap
en vernieuwing.
Bedrijven worden uitgedaagd mee te denken over
circulariteit, energie-uitwisseling en vergroening
van het terrein. Daarmee ontstaat niet alleen een
modern bedrijventerrein, maar een gemeenschap
waarin bedrijven elkaar versterken en samen
groeien.
׉	 7cassandra://KheM8jApYQREc-4zcPQj52Rm_gHyFfy7sxVqBbN74R8#j` i$WUޡ"g/׉E“Bedrijven die kiezen voor LAB,
maken een strategische keuze
voor de toekomst.” - Onno Zwart
Unieke kavel van 11 hectare beschikbaar
Op LAB is een topklasse perceel van 11 hectare
beschikbaar. Een buitenkans voor bedrijven die
de maakindustrie versterken en bijdragen aan de
brede welvaart in Flevoland. Er wordt nadrukkelijk
gezocht naar ondernemingen die samen willen
bouwen aan innovatie en actief meebewegen
met nieuwe ontwikkelingen. Bedrijven die daarin
vooruitlopen en lef tonen passen goed binnen het
profiel van LAB.
Duurzame energie als onderscheidend
vermogen
Een van de meest in het oog springende innovaties
is het gelijkstroomnetwerk. Met deze wereldwijde
primeur kunnen bedrijven lokaal opgewekte
zonne-energie efficiënt delen.
“Wij creëren hier een betrouwbare, betaalbare en
langdurig beschikbare groene energievoorziening,
onafhankelijk van derden.” - Dennis Meerburg,
gebiedsontwikkelaar duurzaamheid bij LAB
Het vooruitdenken gaat verder: in de toekomst
kan diezelfde energie benut worden voor de
elektrificatie van de luchtvaart. Lelystad Airport,
direct naast het businesspark, zal voor elektrische
vliegtuigen enorme laadcapaciteit nodig hebben.
Door zonne-energie van LAB te koppelen aan de
luchthaven ontstaat een slimme balans tussen
vraag en aanbod. Dit geeft bedrijven extra zekerheid
over hun energievoorziening.
Deze samenwerking illustreert de kracht van
het gebied: door verbindingen te leggen tussen
bedrijven, overheid en infrastructuur ontstaat een
duurzaam en flexibel energienetwerk. Een netwerk
dat niet alleen bijdraagt aan de transitie naar
schone energie, maar ook aan de betrouwbaarheid
van de bedrijfsvoering.
Werkomgeving die aantrekkelijk blijft
Naast logistieke innovaties en duurzame energieoplossingen
investeert LAB ook in de kwaliteit van
de werkomgeving. Groenstructuren zorgen voor
verkoeling op hete dagen, verbeteren de biodiversiteit
en vangen regenwater op. Het resultaat
is een aantrekkelijk en gezond werklandschap dat
medewerkers inspireert en bedrijven helpt hun
duurzame ambities waar te maken.
Het groene karakter van LAB draagt bovendien
bij aan het welzijn van werknemers, een steeds
belangrijker thema voor werkgevers. Een prettige
omgeving vergroot de aantrekkingskracht op
talent en versterkt de binding met het bedrijf.
Katalysator voor groei
De ontwikkelingen staan niet stil. Beslissingen
rondom de openstelling van de luchthaven en
een mogelijke komst van Defensie kunnen als
katalysator werken voor een nieuwe groeifase.
Samen met de verwachte bevolkingsgroei van
Lelystad en de toename van bedrijvigheid wordt
duidelijk: de regio staat aan de vooravond van een
forse economische impuls. De ambitie is groot,
maar realistisch. Lelystad - en LAB in het bijzonder
- beschikt over de ruimte, een stevig duurzaam
fundament en sterke samenwerkingen tussen overheden,
bedrijven en kennisinstellingen. Belangrijke
ingrediënten voor duurzame groei.
Een voorbeeld voor Nederland
LAB heeft al meerdere prijzen ontvangen voor haar
vernieuwende aanpak. Toch zit de grootste trots
niet in de bekroningen, maar in de rol als inspirator:
andere regio’s nemen de opgedane ervaringen
van LAB over. Daarmee is LAB niet zomaar een
bedrijventerrein, maar een voorbeeldlocatie voor
duurzame en innovatieve gebiedsontwikkeling. Het
is een blauwdruk voor hoe bedrijventerreinen in
Nederland toekomstbestendig ontwikkeld kunnen
worden en hoe je meer waarde toevoegt voor
mens en maatschappij.
www.lelystadairportbusinesspark.nl

TE KOOP • KAVEL • RUIM 11 HECTARE • DIRECT BESCHIKBAAR
TOPKLASSE BEDRIJFSLOCATIE
OP LELYSTAD AIRPORT
BUSINESSPARK
Een kavel van 11 hectare,
ideaal voor bedrijven die een
positieve bijdrage leveren aan
brede welvaart, ruimtelijke
kwaliteit en duurzaamheid.
׉	 7cassandra://-ygWm-lj4FjguZhAYPdrttcv4j3wE5TTltIHSMRFF0c%z` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://Uk3unpZokMhXZrEtWNHVtd3hRpEslr8uM9ij5VM2LZI `׉	 7cassandra://WrWtCt0Fwb_M8Np0x-N8QZhswc4AEsE4WhLTRei3uDE|`t׉	 7cassandra://R1OVw04MvmPNRTq_h34hh6q79Z5u7WNKKf3Eyq2k_EQ%` i$W\ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://KHAc9oc5imaQ_U7oApJ_1lIBnGKqgmi0oR8bu30CrRo  `׉	 7cassandra://ScR8trNeWaE854D5GApfXsdqzuhJKapcaNJhPwvK5cgmn`t׉	 7cassandra://NBPXFfeW6_z27LLUBY7Ul17h9T4MqwIXZD-2ObuZEYc` i$W\ޡ"g0
נi$W\ޡ"g0 ![9ׁHhttp://www.flevokusthaven.nlׁׁЈ׉E
SSAMEN MAKEN WIJ
FLEVOKUST HAVEN
In het noorden van Lelystad verrijst het grootste bouwwerk van Nederland op dit moment: het
distributiecentrum van JYSK. Verderop bouwt een ander Deens concern, BESTSELLER, een enorm
toekomstbestendig DC en binnenkort volgen de plannen van bol. Deze drie grote namen vestigen op het
bedrijventerrein Flevokust Haven, mede vanwege de ligging en de unieke combinatie met de haven.
Hun komst betekent een enorme impuls voor de regio; dit brengt meer bedrijvigheid én werkgelegenheid
met zich mee. Wethouder Dennis Grimbergen: “Lelystad is dé logische keuze. Bedrijven op Flevokust
Haven, maar ook op de andere bedrijventerreinen in de stad, profiteren optimaal van de gunstige ligging ten
opzichte van de rest van Nederland en Europa. De voorwaarden om te bouwen zijn interessant en daarnaast
is er een goed ondernemersklimaat met kansen voor een duurzame toekomst. In Lelystad bouwen we vooral
samen. We investeren in groei, duurzaamheid en verbondenheid met de stad”.
Volop reuring op Flevokust Haven
Door de enorme impact van de DC’s met highbays, kun
je er letterlijk niet meer omheen. Het is een opvallende
verschijning, vlakbij de A6 in Lelystad. Flevokust
Haven wordt opgemerkt door diverse investeerders en
gebruikers, waardoor een diversiteit van bedrijven de
komende jaren actief is op het bedrijventerrein. Ook
zijn de plannen voor een tijdelijk hotel voor werknemers
van de bouwbedrijven die op Flevokust Haven bouwen,
vergevorderd.
Op dit moment zijn nagenoeg alle 160 hectare
uitgegeven en de kade wordt grotendeels verhuurd en is
in gebruik door TMA Multimodal. Flevokust Haven past
perfect bij hun ambities en biedt hen een strategische
locatie ten opzichte van Noord Nederland. Zeker met de
gebruikers die nu nog aan het bouwen zijn.
Unieke ligging, perfecte verbindingen
Om te beginnen is de ligging van Flevokust Haven uniek:
centraal in Nederland, aan het water met belangrijke
verbindingen met Amsterdam, Rotterdam, het noorden
van Nederland en Duitsland. Vlakbij het spoor, de
snelweg om de hoek en de luchthaven in de nabijheid.
Met bovendien de energiecentrale van ENGIE, de
Maxima-centrale, op steenworpafstand.
Daarnaast zijn de voorwaarden gunstig gebleken.
Sterker nog, er is geen ander bedrijventerrein in de
regio met dezelfde voorwaarden: zeer grote kavels,
een bouwhoogte tot maar liefst 40 meter en een hoge
milieucategorie. De voorwaarde die voor de meeste
kavels geldt: dat je als bedrijf havengebonden of haven
gerelateerd bent, gaf de doorslag voor de bedrijven die
zich vestigen. Samen met de mogelijkheid van de open
overslag van goederen, de import en export via de
׉	 7cassandra://R1OVw04MvmPNRTq_h34hh6q79Z5u7WNKKf3Eyq2k_EQ%` i$WUޡ"g/׉Egrote (zee)havens en de combinatie van de verschillende
vervoersstromen. En niet alleen de bedrijven op
Flevokust Haven profiteren hiervan; ook de bedrijven uit
andere delen van Lelystad en de regio maken gebruik van
de mogelijkheden om via het water te vervoeren. Of om
via de haven per vrachtwagen verder te vervoeren.
De nabijheid van de haven maakt een wereld van verschil.
“Tachtig procent van onze goederen komt per container. Dat
we letterlijk op loopafstand van de haven zitten, betekent
minder kilometers rijden, minder uitstoot en veel meer
efficiency,” vertelt Hector Valencia, operationeel manager
bij JYSK. Samen met de gemeente en andere partners in
het gebied worden nu al voorbereidingen getroffen voor
de grootschalige inhuizing van JYSK op de nieuwe locatie.
Deze wordt in de zomer van 2026 voorzien; er worden dan
10.000 zeecontainers in één maand verwacht.
Duurzaamheid hoog in het vaandel
In de nabije toekomst wil Flevokust Haven een
BREEAM-gecertificeerd bedrijventerrein zijn. Dit is
het wereldwijd erkende duurzaamheidskeurmerk voor
gebiedsontwikkeling. Voor ondernemers biedt dit
concrete voordelen. Vastgoed in BREEAM-gebieden
is doorgaans meer waard en trekt toekomstgerichte
investeerders aan. Vestigen op Flevokust Haven is
daarmee een strategische keuze.
Bij BREEAM gaat het om de materialen die worden
gebruikt, het hergebruik van grondstoffen en duurzame
alternatieven. Maar ook om bijvoorbeeld het creëren
van de juiste randvoorwaarden om toekomstbestendig
te zijn. Ook al is het geen voorwaarde, als er bedrijven
vestigen met dezelfde ambitie juicht de gemeente dit
natuurlijk wel toe. Zo is het ontwerp van het gebouw
van BESTSELLER de beste vertaling van de duurzame
ambities. “Er is zo goed nagedacht over het ontwerp, de
gebruikte materialen en de inpassing in het landschap.
Het is echt een prachtig ontwerp. Een aanwinst voor de
stad”, aldus Carolien Gase, acquisiteur van de gemeente
Lelystad.
Plannen en ambities
De komende jaren staan in het teken van ontwikkelen,
bouwen en vestigen. Het bedrijventerrein wordt optimaal
aangesloten op de uitvalswegen en de infrastructuur
op het terrein zelf wordt aangelegd. Met de komst van
de bedrijven krijgt ook de werkgelegenheid een flinke
impuls; er ontstaan allemaal mooie banen van allerlei
niveaus. Van instapfuncties tot serieuze carrièrekansen.
Daarvoor zoeken de bedrijven (nu al) actief de
samenwerking met elkaar, met betrokken partijen in de
regio en de gemeente Lelystad.
Ook zoeken ze de aansluiting met het onderwijs en het
lokale bedrijfsleven om vraag en aanbod op elkaar af te
stemmen voor nu en de toekomst.
Als gemeente creëer je de randvoorwaarden, zorg je
voor verbinding en faciliteer je waar mogelijk: uiteindelijk
moeten de bedrijven het zelf doen. Carolien: “Samen
maken wij Flevokust Haven.” Met dat in het achterhoofd
worden de voorbereidingen voor parkmanagement
getroffen. Zaken als collectieve beveiliging maar ook de
inrichting en het onderhoud van het bedrijventerrein
komen aan de orde. Kortom, de komende jaren maken
we Flevokust Haven klaar voor de toekomst.
Doordat de Markerwaard definitief niet werd ingepolderd,
ontstonden er kansen in het noorden van Lelystad. Door de
gunstige ligging aan het water én de twee diepe vaarroutes
werd vervoer over water mogelijk: Flevokust Haven
combineert een multimodale binnenhaven met een innovatief
bedrijventerrein. Ideaal voor import, export en logistiek. Met
XXL-kavels en een bouwhoogte tot maar liefst 40 meter is
Flevokust Haven dé plek voor (grootschalige) bedrijven die
op een duurzame manier willen groeien en ondernemen.
Daarnaast draagt Flevokust Haven bij aan het verminderen van
congestiedruk en zorgt het bedrijventerrein voor een boost van
de lokale en regionale economie en werkgelegenheid.
Building a future-proof
Business Park
www.flevokusthaven.nl
׉	 7cassandra://NBPXFfeW6_z27LLUBY7Ul17h9T4MqwIXZD-2ObuZEYc` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://PefHuT1TH9gCQtSayjoU59o0UAdZR5q3Di78QPOHkcw `׉	 7cassandra://EIeVKNsCqfU1cMlWfOHnLDXEPmUsHc3ovohoqCtioiẁ`t׉	 7cassandra://NKDAZrhdf4iWz1GC2nFe1RDZAU9ekvx-Q7K81NGoAN8(j` i$W\ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://j1VquFab8hcMsF-kOe52zDK3oyhdWKblwHUxbrvuUm4 Z[`׉	 7cassandra://vZnWtRpVHLa_61uUM7eRVpSTvCQVJIO4gu6WLoRsYm4w`t׉	 7cassandra://1TjDf2POtxkxg7AH8iEkbR1IxJYHZrNCF6MMBGvICQY'u` i$W\ޡ"g0נi$W]ޡ"g0 ̲9ׁH  http://www.prodeltarealestate.nlׁׁЈ׉E?ProDelta verbreedt koers met
mid sized industrial vastgoed
ProDelta is bekend als ontwikkelaar en belegger in logistiek vastgoed.
Sinds dit jaar richt het Rotterdamse familiebedrijf zich ook op zogenoemd
mid sized industrial vastgoed: moderne bedrijfsruimten voor mkbmaakbedrijven
en last mile logistiek. Het project aan de Konijnenberg in
Breda geldt als eerste voorbeeld van deze koerswijziging.
“D
e logistieke vastgoedmarkt staat
onder druk. Tegelijkertijd zien we
veel vraag naar industrieel vastgoed
voor het mkb. en naar (levensbestendige) woningen.
Affiniteit met de mkb-maakindustrie hebben
we zeker en in het verleden deden we ook al ontwikkelingen
in de woningbouw. Inzetten op deze
twee richtingen voelt voor ons als een natuurlijke
stap”, zegt adjunct-directeur Vastgoed Sander van
Zwienen. “Met onze visie op mid sized logistieke
vastgoed sluiten we aan op de wensen die leven bij
de hoogwaardige mkb- en maakbedrijven en last
mile logistiek dienstverleners.”
Langetermijnvisie
ProDelta Real Estate is sinds 1946 actief in logistiek
en industrieel vastgoed. Als ontwikkelaar én
belegger legt het bedrijf de nadruk op kwaliteit,
samenwerking en duurzaamheid. De logistieke
portefeuille omvat circa 600.000 m², waarvan een
derde geschikt is voor ADR-opslag. De focus ligt
op de regio Rotterdam en de provincies NoordBrabant
en Gelderland, maar ook daarbuiten is
ProDelta actief. Omdat het vastgoed in eigen portefeuille
blijft, kiest het bedrijf bewust voor degelijke
oplossingen die ook op lange termijn waarde
behouden.
Herontwikkelen als specialisme
Een belangrijk specialisme is de herontwikkeling
van bestaande bedrijventerreinen. Daarmee
sluit ProDelta aan bij de maatschappelijke opgave
om zorgvuldig met ruimte en milieu om te gaan.
“Het voordeel van oudere terreinen is dat ze
vaak gunstig liggen aan ontsluitingswegen en vaak
beschikken over water- en/of railverbinding én
een stroomaansluiting”, aldus Van Zwienen. “Maar
natuurlijk zijn niet alle oude terreinen geschikt
voor grootschalige herontwikkeling.”
Herontwikkeling Etten-Leur
Een lopend voorbeeld is de herontwikkeling van
het voormalige Adidas-pand aan de Hoevenseweg
in Etten-Leur, dat ProDelta in 2018 aankocht. Het
pand was bij de aankoop verhuurd, maar nu wordt
het terrein in fasen aangepakt. In de eerste fase
gaat het om een warehouse van ruim 12.000 m²
bvo, aangevuld met mezzanine en kantoorruimte.
De tweede fase omvat een warehouse van ruim
18.000 m² bvo, plus faciliteiten. Daarmee krijgt het
terrein een nieuw logistiek profiel, passend bij de
vraag uit de markt.
Flexibele units in Breda
Het project in Breda, op de plek van het voormalige
Mammoet-pand, laat zien wat ProDelta onder
mid sized industrial verstaat. Het plan voorziet in
bedrijfsunits voor het mkb, met bedrijfsruimten
vanaf 1.700 m², kantoren en mezzanines. Flexibiliteit
is daarbij het uitgangspunt: brandcompartimentering
maakt sprinklers overbodig en de indeling
kan eenvoudig worden aangepast. Van Zwienen:
“Bijzonder is dat we niet alleen ‘maaivelddeuren’
voorzien maar ook laad/losdocks.”
38 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://NKDAZrhdf4iWz1GC2nFe1RDZAU9ekvx-Q7K81NGoAN8(j` i$WUޡ"g/׉E	‘Het netcongestieprobleem
lossen we op met een
combinatie van zonnepanelen,
batterijen en een slim
energiemanagementsysteem.’
Netcongestie en duurzaamheid
De nieuwbouw in Breda wordt ontwikkeld volgens
de nieuwste normen voor kwaliteit en duurzaamheid.
Het complex krijgt een BREEAM-certificaat, is
gasvrij en voorzien van energiezuinige installaties
en wordt gebouwd met cement arm beton. Ook
is er aandacht voor klimaatadaptatie, met 800 m³
waterretentie op eigen terrein. Manfred van Ginkel,
technisch verantwoordelijk voor de nieuwbouwprojecten:
“De netcongestie was wel een uitdaging
die we hier moesten tackelen. We hebben een
gecontracteerd vermogen van 157 kW. Dat is twinSander
van Zwienen
tig kW per unit, terwijl we veertig nodig hebben.
We lossen dat – naast de netaansluiting – op met
een combinatie van zonnepanelen, batterijen en
een slim energiemanagementsysteem. Zo garanderen
we onze gebruikers de noodzakelijke stroom en
het is nog duurzamer ook.”
Welzijn en gezondheid
Naast energie en duurzaamheid staat ook het welzijn
van gebruikers centraal. Van Ginkel: “We gebruiken
bijvoorbeeld veel natuurlijke materialen, zoals
houten liggers en groene gevels. Er is veel daglichtManfred
van Ginkel
toetreding voorzien en we zorgen voor goede
ventilatie, verwarming en koeling.” Na de oplevering
voert ProDelta een thermografisch onderzoek
uit om eventuele koudebruggen op te sporen en
wordt ook de luchtdichtheid gecontroleerd.
Nieuwe standaard
Van Zwienen: “Het wordt echt heel erg mooi. We
beschouwen het als een voorbeeldcase van onze
visie op dit type industrieel vastgoed. Dit wordt de
nieuwe standaard waarmee we de komende jaren
nieuwe ontwikkelingen vorm geven. Afhankelijk
van het kavel zullen we wellicht wat moeten plussen
en minnen, maar ‘Breda’ is het uitgangspunt.”
Nieuwe locaties staan hoog op de agenda. Van
Zwienen: “We zoeken continu naar terreinen
vanaf twee hectare. Onze voorkeur gaat uit naar
brownfieldlocaties op bestaande bedrijventerreinen,
maar greenfield sluiten we niet uit.” Daarmee
blijft ProDelta trouw aan zijn langetermijnstrategie:
investeren in duurzaam vastgoed dat aansluit op
de vraag in de markt én op de maatschappelijke
opgaven van vandaag en morgen.
www.prodeltarealestate.nl

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 39
׉	 7cassandra://1TjDf2POtxkxg7AH8iEkbR1IxJYHZrNCF6MMBGvICQY'u` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://iO8FDb4PKqreJEV4wv-3VgWPUAQ3Mzn3UVwJ517z3Oo `׉	 7cassandra://Xm2rJAtlNWhWL_RkhcqjcSygk5CuLzfWK0yMlsmlgtYy&`t׉	 7cassandra://-nlk2CTL2Syawtwa2B8LA9ltyO9m_u58j87EkM7sdvk(` i$W]ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://pe_LdHB4PloN3aT_fgALwkfLiPYn64Sgycql5Z2CweU `׉	 7cassandra://Sc10gjP3khgIasuz-7aH03gSTjrqmePqzF4XT7tG4LśW`t׉	 7cassandra://W63jmKKym2LFGZ3cBzfrtSCJ7xnFaXToAC29g8o4GXM&` i$W]ޡ"g0׉E Veenendaalse bedrijventerreinen
zíjn de toekomst
Bedrijventerrein Ambacht Veenendaal Dronebotics
40 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://-nlk2CTL2Syawtwa2B8LA9ltyO9m_u58j87EkM7sdvk(` i$WUޡ"g/׉E>De Bedrijvenkring Ondernemend
Veenendaal (BOV) is koploper als het
gaat om innovatieve ontwikkelingen.
Zowel op het gebied van groen als
op beveiliging loopt Veenendaal ver
op de rest van Nederland vooruit.
Parkmanager Gerard van Barneveld (links) en Energiemanager Jaap Hazeleger
D
at BOV een geografisch informatiesysteem
(GIS) heeft is niet uniek. Hoe die gevuld
wordt is dat wel. Dat doet BOV onder
andere met drones en kunstmatige intelligentie.
Sinds een paar maanden heeft de kring één
drone operationeel op bedrijventerrein AmbachtNijverkamp.
In de loop van 2026 komen er drie
bij. Die opereren uit een dronebox op een van de
deelnemende bedrijven. De drones maken dagelijks
een rondje over de bedrijventerreinen en brengen
alles in kaart. Met behulp van AI worden afwijkingen
gesignaleerd. Zo ziet GIS scheuren in het
asfalt, maar ook herfstbladeren die zich ophopen.
Een afvoer die niet functioneert en dus veel water
op een plat dak, is een makkie voor dit systeem.
GIS signaleert ook verkeerd geparkeerde auto’s,
gedumpte lachgascontainers en pallets tegen
gevels. Het systeem leert elke dag bij, van wat de
drone ziet, en wat afwijkt van normaal.
Als zo’n afwijking gesignaleerd wordt, dan gaat
er automatisch een bericht naar de beheerder
van het pand of gebied. Die krijgt een foto, om
het probleem te laten zien. Aan het begin van de
avond maakt de drone een tweede ronde over het
bedrijventerrein. Dit is een aanvulling op de sluitronde
van beveiligingsbedrijf Schipper. De drone
en het GIS zien onder andere openstaande ramen,
poorten en hekken. Bij een afwijking gaat er direct
een bericht naar de meldkamer van Schipper.
Veiligheid
Als kers op de taart is er nog een derde moment
waarop de drone het luchtruim kiest: bij een
inbraakmelding bij een van de aangesloten bedrijven.
In dit geval vliegt de drone automatisch uit.
Aan boord heeft hij een normale camera, maar ook
een warmtecamera en een zoeklicht. Zonder interventie
van mensen vliegt hij naar het betreffende
object. Vanaf dat moment kan de beveiligingscentrale
meekijken. En die kan de beelden, indien
nodig, doorzetten naar de politie of brandweer.
Dan nog zijn de mogelijkheden van de drone
niet uitgeput. Zo moet op termijn het systeem
zelfstandig kunnen bepalen hoe dik een boom is,
dat is nuttig om te weten, zodat je weet of er een
kapvergunning nodig is. Al met al spaart de drone
manuren. Daar worden BOV en de deelnemers blij
van.
De drones maken dagelijks een
rondje over de bedrijventerreinen
en brengen alles in kaart.
Bij de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal
zijn ruim achthonderdvijftig bedrijven aangesloten.
Via een belastingconstructie op reclame,
voeden zij het ondernemersfonds, dat door BOV
beheerd wordt. De kring gaat over de vier grote
bedrijventerreinen in Veenendaal, Bedrijventerrein
De Faktorij en De Vendel, Ambacht-Nijverkamp,
Compagnie en Compagnie Oost, elk met twee
deelgebieden en tenslotte De Batterijen.
Via de BOV regelen de ondernemers praktische
zaken. Maar er wordt ook collectief ingekocht, wat
uiteraard belangrijke voordelen oplevert, bijvoorbeeld
op het gebied van beveiliging, postservice
en verzekeringen. En voor dat laatste helpt het
dat alle terreinen van BOV beschikken over het
Keurmerk Veilig Ondernemen – Bedrijventerreinen
(KVO-B), dit certificaat levert bij verzekeraars een
premievoordeel op.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 41
׉	 7cassandra://W63jmKKym2LFGZ3cBzfrtSCJ7xnFaXToAC29g8o4GXM&` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://btHRxLV3jjj5JTqDNZq5UEJ9nkSQPgy7PQ7IHgoI3dM <`׉	 7cassandra://IlhIurCtVMhZndL8Kmnsy9xWc65NqFZ8kp-fYlh24JYw'`t׉	 7cassandra://B6AYfBKZzTf5OGcKA1_xPmZK_8NrBNXVjG1H3DZZxWA'` i$W]ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://dPY9Jmp1q5rnrM3NWQ9hVvW3JrET5pHzcN7_pxVl3rA `׉	 7cassandra://H_VUzKDhG-p65PI0WiWQEaz1HWb54zGjxWA3e6Oa6Nw]`t׉	 7cassandra://QTNK1JNzoKOjMDOgPxYkN5NX2660wTwmJLUfmNstrxIw` i$W]ޡ"g0נi$W]ޡ"g0 ̕9ׁHhttp://www.boveenendaal.nlׁׁЈ׉EXVan links naar rechts: Gerrit Valkenburg, Gerard van Barneveld, Dick van Dam, Wim van Ginkel en Gerard Heuvelman
De kring kent een lange geschiedenis die teruggaat
tot halverwege de vorige eeuw. Toen was het nog
een fabrikantenvereniging. Zo’n vijfentwintig jaar
later werd er ook een vereniging voor het mkb
opgericht, en in 2008 start het ondernemingsfonds.
Via samenwerkingen en fusies komt het
uiteindelijk in 2018 tot één vereniging.
De drone en het GIS zijn uiteraard high-tech en
het gebruik ervan zeer vooruitstrevend. Juist
ook op iets ‘ouderwets’ als groenbeheer zijn de
ondernemers in Veenendaal landelijke koplopers.
Veranderende bestuurlijke inzichten stellen nieuwe
eisen aan het beheer van openbaar groen. Nog
niet zo heel lang geleden was een netjes gemaaid
gazon het uitgangspunt voor fatsoenlijk openbaar
groen. Maar tijden veranderen. Tegenwoordig
moet groen bijdragen aan een gezonde biodiversiteit
en aan de uitstraling van bedrijventerreinen.
Het welzijn van de werknemers heeft ook prioriteit.
Een fijne lunchwandeling door en langs mooi
groen, draagt bij aan dat welzijn. En dus moet het
groen op de Veenendaalse bedrijventerreinen
omgevormd worden.
Met al die doelen in gedachte doen ze het in
Veenendaal sinds kort helemaal anders. Het is
niet meer de gemeente die op zoek gaat naar de
goedkoopste hovenier om alles plat te maaien.
Het is BOV die vanaf nu via een slimme constructie
verantwoordelijk is voor het beheer van het groen,
maar belangrijker nog voor het omvormen en
uitbreiden van de groengebieden.
BOV en de gemeente zijn overeengekomen dat
een aparte groen-stichting verantwoordelijk wordt
voor het groen op de bedrijventerreinen. De
gemeente stelt jaarlijks een bedrag beschikbaar
en de bedrijvenkring wordt verantwoordelijk voor
de inhuur van hoveniers. De gestelde doelen kan
men alleen bereiken met een lange adem. En dus
zijn ze die overeenkomst aangegaan voor een
periode van tien jaar. Twee Veenendaalse hoveniers
zijn onderdeel van het plan, zij moeten het gaan
uitvoeren, de Koninklijke Ginkel Groep en Van Dijk
Groenvoorzieningen.
42 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://B6AYfBKZzTf5OGcKA1_xPmZK_8NrBNXVjG1H3DZZxWA'` i$WUޡ"g/׉E
Dronebox Dronebotics open
Met diverse kruiden en minder rigoureus maaien
moet de biodiversiteit versterkt worden, met meer
ruimte voor insecten, kleine dieren en vogels. Niet
alle grond is van de gemeente of van BOV, en
dus moeten de hoveniers andere grondeigenaren
stimuleren om mee te gaan in deze mooie ontwikkeling.
De hoveniers verwachten dat er binnen vier
jaar zichtbaar verschil is in de beleving van groen
op de bedrijventerreinen.
Netcongestie
Net als de rest van het land worstelt ook
Veenendaal met netcongestie. BOV laat haar leden
niet in de kou staan. Ook hier hoort Veenendaal
bij de voorhoede. Op verschillende vlakken wordt
gezocht naar creatieve oplossingen.
Om te beginnen is er de Energie Coöperatie De
Faktorij de Vendel. Netbeheerders werken met
piekbelasting, per kadastraal perceel. Dat beperkt
het optimaal benutten van de capaciteit van het
net. Het ene bedrijf gebruikt de meeste stroom
tijdens kantooruren bij de productie, terwijl de
buurman juist ’s nachts stroom nodig heeft voor
het opladen van vrachtwagens. Door het oprichten
van een coöperatie wordt dat bezwaar omzeilt,
en kan de capaciteit van het net optimaal benut
worden.
Deze constructie is elders in Nederland ook
bedacht. BOV gaat verder met het Lokaal
Energieteam Veenendaal (LEV). Daarin werkt BOV
samen met de gemeente en provincie. Ook netbeheerders
Stedin en Liander schuiven aan. In het
verleden werden problemen op diverse platforms
besproken. Door het bundelen van de krachten
wordt men slagvaardiger.
Dronebox gesloten
LEV is het kleine zusje van REB-Foodvalley. Het
Regionaal Energieteam Bedrijven in de Foodvalley
kampt met een lastig probleem, een deel van
de gemeenten ligt in Gelderland terwijl de rest,
waaronder Veenendaal in de provincie Utrecht ligt.
Het lokaal team heeft die handicap niet. LEV moet
een systeemarchitectuur creëren van energieopwekking,
het delen van energie en de opslag.
LEV beperkt zich niet tot de vraag hoe Veenendaal
meer stroom van het net krijgt. Het team heeft als
uiteindelijk doel dat Veenendaalse bedrijventerreinen
zelfvoorzienend worden op het gebied van
energie.
In het team zijn energieadviseurs actief, die in
overleg met bedrijven snel resultaat boeken bij
het besparen op energiekosten, bijvoorbeeld door
kritisch te kijken naar het gebruik van machines.
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 43
Binnen LEV wordt er gekeken naar manieren om de
belemmeringen rond energie het hoofd te bieden.
Zo wordt er geïnvesteerd in accu’s voor de opslag
van zelf opgewekte zonnestroom. Daarnaast wordt
er gekeken naar mogelijkheden op het gebied van
warmte- en koudeopslag in de bodem. BOV kijkt
niet alleen naar de toekomst, BOV is de toekomst.

www.boveenendaal.nl
׉	 7cassandra://QTNK1JNzoKOjMDOgPxYkN5NX2660wTwmJLUfmNstrxIw` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://_MMMWFa_4ZL5NA5hPdollfHo5-LP9l00gEgI5ztBB7A ,`׉	 7cassandra://87UI6CAARsvPczxH3xkx5Tst6NCjXUx1aOgFv3zTrqM͏u`t׉	 7cassandra://C3h75iYbSEJywBMS9frW_6eeLI2nCztsbtYMg9_FGTU,` i$W]ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://UJZL2EoaD1xt1yXokEJuB_mxgJPSmn8JZWuVTq7_lQE `׉	 7cassandra://KJl5VrGmFSmAR2YAMcSW3ydLO66kJ1Bvf1Lrr2mvQUst/`t׉	 7cassandra://i1N2SRip2TG6k4bWpjMNNpLWJL5MvF92rLyj7eKRFSI$u` i$W]ޡ"g0׉EQBouwen aan
morgen op de
plekken van
vandaag
Gebiedsontwikkeling in transitie
Paul van Dijk, projectdirecteur bedrijventerrein Heesch West, ziet in
de praktijk hoe groot de complexiteit is. “We werken al bijna tien jaar
aan dit terrein, met drie gemeenten en een provincie. Ambitieus op
de thema’s energie, klimaat, natuur en water. Toekomstbestendige
ambities helpen helaas nog niet om te versnellen; in de formele
planprocedures ervaren we dat juridische plantoetsers/vergunningverleners
behoudend zijn en toetsen aan conservatieve kaders. Je wilt
vooruit, maar kunt niet altijd vooruit.”
Toch is de koers helder, zegt Van Dijk. “We gaan voor een toekomstbestendig
bedrijvenpark. Dat geldt voor de energieoplossing
en ook voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. We realiseren een
Hoe creëren we ruimte voor de toekomst binnen de
bestaande omgeving? Deze vraag stond centraal tijdens het
event ‘Over Morgen’, dat Heembouw op 25 november organiseerde.
Overheden, ontwikkelaars en gebruikers zoeken naar
manieren om ruimte, natuur en economie beter met elkaar te
verbinden. Jager Media sprak met de vier praktijkexperts die
vanuit gebiedsontwikkeling, beleid, gebruik en ontwerp hun
inzichten deelden op ‘Over Morgen’. Samenwerking, kennisdeling
en integraal ontwerp zijn onmisbaar om tot toekomstbestendige
werklocaties te komen.
landschapspark van 57 hectare met poelen, en herstel van landschapsstructuren.
Aandacht voor natuur gaat zo verder dan alleen verplichte
natuurmitigatie. In afstemming met het waterschap koppelen we
het gebied af van het bestaande met agrarische nutriënten belaste
watersysteem en benutten we lokaal wijstwater uit de ondergrond,
waardoor bijvoorbeeld amfibieën kunnen terugkeren.” Een aantal
in vestiging geïnteresseerde bedrijven toont belangstelling voor de
gebiedsambities en hoe ze hierin concreet kunnen bijdragen.
׉	 7cassandra://C3h75iYbSEJywBMS9frW_6eeLI2nCztsbtYMg9_FGTU,` i$WUޡ"g/׉E	Paul van Dijk, projectdirecteur
toekomstig bedrijventerrein
Heesch West
Lodewijk Hoekstra, medeoprichter
NL Greenlabel, tuinontwerper
en tv presentator
“De verduurzaming van bedrijventerreinen
is geen abstract beleidsdoel meer,
maar dagelijkse realiteit.”
Natuur als randvoorwaarde
Zijn verhaal toont aan dat duurzame ontwikkeling niet ophoudt bij
de kavelgrens. Juist die brede blik is waar Lodewijk Hoekstra van
NL Greenlabel voor pleit. Zijn organisatie maakt duurzaamheid van
gebieden meetbaar via onafhankelijke labels en data. “De verduurzaming
van bedrijventerreinen is geen abstract beleidsdoel meer,
maar dagelijkse realiteit. Toch ontbreekt het nog vaak aan landelijke
regie.” Hij pleit voor een integrale aanpak waarbij niet alleen energie,
maar ook gezondheid, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit
worden meegenomen. “Beleggers en gebruikers vragen er steeds
vaker om. En het niet meenemen is ook niet slim, want Europese
wetgeving rond waterkwaliteit en natuur dwingt tot actie. Net als de
stikstofuitspraak van de Raad van State in 2019 en de Kaderrichtlijn
Water, die strengere eisen stellen aan nieuwe en herontwikkelde
Stedenbouwkundig en landschapsontwerp Heesch West
Marco van Walraven,
CEO ID Logistics Benelux
Stefan Kolen, sr architect
en directeur Heembouw
Architecten
locaties. Duurzaam en natuurinclusief bouwen is geen extraatje, het is
een randvoorwaarde. De eerste stap is dat overheden het belang van
die integrale benadering erkennen. Gelukkig ontstaan er initiatieven
als ‘Werklandschappen van de Toekomst’, waarin we samen met NL
Greenlabel de kwaliteit van bedrijventerreinen meetbaar maken
via data en labeling. Daarmee kun je als ontwikkelaar of gemeente
concreet sturen.”
Gebruikersperspectief
Hoekstra’s pleidooi voor integratie biedt kaders, maar wat betekent
dit voor bedrijven op de werkvloer? Ook logistiek dienstverlener
ID Logistics denkt verder dan het gebouw alleen. CEO ID Logistics
Benelux Marco van Walraven: “Als logistiek bedrijf kijken wij naar de
volledige keten. Het begint tegenwoordig bij nieuwbouw bij de vraag:
hoeveel gecontracteerd vermogen is er beschikbaar om een operatie
te kunnen draaien? Die vraag bepaalt of een locatie überhaupt
toekomst heeft.” De onderneming ontwikkelt samen met partners
duurzame concepten die verder gaan dan CO₂-reductie alleen. “In
Medel werken we bijvoorbeeld aan een energyhub, waar bedrijven in
de omgeving gebruikmaken van elkaars restenergie. En in onze gebouIndustrie-
en bedrijventerreinen 2025/2026 - 45
׉	 7cassandra://i1N2SRip2TG6k4bWpjMNNpLWJL5MvF92rLyj7eKRFSI$u` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://_CI3lxN6YAdkLcuPIK7vICLOknQicz9SWvuui31mv_c QE`׉	 7cassandra://XKvWjjdigIV-o0cI1kRQdffMEjImKNQa_ceeqrnseQIf`t׉	 7cassandra://XzYxEmpmNpe5s-gpg_kG1wyTyFe5HvF7K94Q9F-t13o ` i$W]ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://L3o9Mc-Kb_rQouoaX8Scep_B1qDJRKvEX2wPaAf6uxw `׉	 7cassandra://eBJRKxpBUvlMoIuadvhaS9_DodtspFAel6cCiY86Y_k͂`t׉	 7cassandra://1fF7vbMSAKd1XEhUsuZepXq5962rSJD_XnnM8sBBFPs&` i$W^ޡ"g0׉EAfvalwater lokaal verwerken
Waterberging
Waterberging
Groen voorterrein
Opwekken van duurzame energie
Afvalwater lokaal verwerken
Hergebruik lokale grondstoffen
Duurzaam gebruik dak
Opwekken van duurzame energie
Zichtlocatie
Station duurzame brandstoffen
Opwekken van duurzame energie
Nieuw leefgebied flora en fauna
Waterberging
Groen voorterrein
Robuuste bosrand
Vleermuisroute
Hergebruik lokale grondstoffen
Duurzaam gebruik dak
Fiets- en wandelroutes
Nieuw leefgebied flora en fauna
Klimaatadaptief landschap
Waterberging
Nieuw leefgebied flora en fauna - natuurven
Robuuste singelbeplanting
Bloemrijke bermen
Bijenlint
Robuuste bosrand
Vleermuisroute
Vleermuisroute
Robuuste bosrand
Boomgaarden
Bloemrijke vochtige graslanden
Insecten en bijenlandschap
KruitKok Landschapsarchitecten
Heesch West in vogelvlucht: energie, groen en circulair
wen combineren we technologische innovaties met sociale functies.
We willen mensen enthousiasmeren voor werk in de logistiek. Dat
vraagt om gebouwen die prettig zijn om in te werken én goed zijn
ingepast in hun omgeving.”
Volgens Van Walraven is samenwerking hiervoor cruciaal. “Wij doen
dat graag met partijen als Heembouw. Zo kunnen we vanaf het
ontwerp nadenken over de rol van het gebouw in de regio. Een
distributiecentrum kan best een kwaliteit toevoegen aan het landschap,
mits je het goed aanpakt.”
Ontwerpen vanuit brede welvaart
Van Walravens oproep tot samenwerking sluit naadloos aan bij
de ontwerpfilosofie van Stefan Kolen, architect en directeur van
Heembouw Architecten. “Onze ontwerpen hebben invloed op verschillende
schaalniveaus; van regio en de directe omgeving tot kavel
en interieur. De vraag is hoe we die impact positief maken. Dat doen
we bij Heembouw vanuit de vier kapitalen van de brede welvaart. Zij
vormen ons maatschappelijk kompas en helpen ons om verder te kijken
dan de directe vraag of het korte termijn resultaat. Dat betekent
dat we ons bij ieder ontwerp afvragen: wat doet dit voor de natuur,
hoe raakt dit mensen in hun dagelijks leven, en welke waarde voegt
het toe aan de gemeenschap als geheel.”
Kolen verwijst naar de zogeheten lagenbenadering als ruimtelijk kader,
waarbij ontwerpers eerst kijken naar bodem en natuur, vervolgens
46 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
naar de aanwezige netwerken en pas daarna naar bebouwing. “Begrijp
je de natuurlijke en economische netwerken waarin een gebouw
functioneert, dan krijg je een beter ontwerp. We willen niet alleen
bouwen voor de functie, maar ook bijdragen aan menselijk, sociaal
en natuurlijk kapitaal.” Een voorbeeld is Haven 8 in Waalwijk, waar
Heembouw het landschap liet aansluiten op de ‘Naad van Brabant’,
het gebied waar zand en klei samenkomen, wat bepalend is voor de
natuurwaarde. “Door water vast te houden en natte natuur terug te
brengen, maken we de kwaliteit van het landschap weer zichtbaar
en beleefbaar. Tegelijk verhogen we de gebruikswaarde door ruimte
te bieden aan start-ups en aan te sluiten op al aanwezige recreatieve
netwerken. Zo ontstaan koppelkansen tussen natuur, maatschappij en
economie.”
Kansen en knelpunten
De praktijk laat zien dat investeren in kwaliteit en transitieopgaven
noodzakelijk zijn, maar dat regelgeving, kennis en kosten nog vaak
remmend werken. Van Dijk: “Overheden, vergunningverleners en netbeheerders
worstelen soms met beperkte capaciteit en kennis en zijn
ook daardoor juist behoudend. Daardoor komen vooruitstrevende
initiatieven lastig of niet los.” Kolen herkent dat. “Gemeentelijke
omgevingsvisies geven richting en sluiten aan op de nationale visie,
maar er ontbreekt vaak nog een praktische vertaling, Een eenduidige
waardering van toegevoegde waarde is daardoor nog niet altijd
mogelijk.” Hoekstra vult aan: “Wij helpen gemeenten en ontwik׉	 7cassandra://XzYxEmpmNpe5s-gpg_kG1wyTyFe5HvF7K94Q9F-t13o ` i$WUޡ"g/׉E“De toekomst ligt in verduurzamen én verdichten.
Meerwaarde creëren op dezelfde oppervlakte,
dat is de uitdaging.”
kelaars om die vertaalslag te maken, met meetbare instrumenten die
duurzaamheid tastbaar maken.”
Tegelijk groeit de urgentie, zegt Van Walraven. “Netcongestie en
arbeidskrapte dwingen ons om slimmer te werken en gebouwen
multifunctioneel te maken. Er ontstaan kansen voor gedeelde voorzieningen,
gezamenlijke energieopwekking en circulariteit. Maar het
moet wel betaalbaar blijven.”
Van greenfield naar brownfield
Een trend is de verschuiving van nieuwbouw op greenfieldlocaties
naar herontwikkeling van bestaande terreinen. “Brownfields bieden
de kans om de opgaven van morgen te realiseren, hoewel ook
deze locaties hun aandachtspunten hebben”, zegt Kolen. “Je kunt
verdichten, functiemengen en maatschappelijke waarde toevoegen.
Bovendien is de infrastructuur vaak al aanwezig.” Van Dijk ziet
dezelfde beweging. “Heesch West is weliswaar een greenfieldproject,
maar we hebben tegelijk aandacht voor hoe deze ontwikkeling ook
kan bijdragen aan vitaliteit van bestaande terreinen. De toekomst ligt
in verduurzamen én verdichten. (Regionale) meerwaarde creëren is
een kernopgave.”
Functioneel en economisch haalbaar
Bij verdichten is een zorgvuldige afweging noodzakelijk, wat functioneel
werkt en economisch haalbaar is. Wat nodig is aan fysieke
ruimte en wat op te lossen is met slimme technologie of gedrag. In
dat kader komt ook meerlaags bouwen regelmatig ter sprake, maar
volgens Marco van Walraven is dat voor de logistieke sector nog niet
realistisch. “Meerlaagse logistiek is technisch interessant, maar economisch
bijna niet haalbaar. Voor ons is het op dit moment verstandiger
om de hoogte in te gaan binnen één laag of juist efficiënter met de
beschikbare ruimte om te gaan.”
Samen de lat hoger leggen
Alle sprekers benadrukken dat voorbeeldprojecten de snelste
manier zijn om verandering te versnellen. “Laat zien dat het kan”,
zegt Hoekstra. “Dan willen anderen volgen.” Van Dijk: “De regio zit
op slot door ruimtegebrek, maar als we goed samenwerken, kunnen
we nieuwe kansen benutten. Bedrijven willen zich graag vestigen op
terreinen met kwaliteit en toekomstwaarde.” Kolen ziet dat terug
in de dagelijkse praktijk. “Opdrachtgevers staan open voor natuurinclusieve
ontwerpen, zolang ze inzicht krijgen in de effecten en de
businesscase. Het helpt als we kunnen laten zien dat een gebouw
met een hogere Floor Space Index (meer bruikbaar vloeroppervlak op
dezelfde kavel -red.) efficiënter gebruik van ruimte mogelijk maakt.
De onderliggende boodschap is helder: duurzame vernieuwing begint
met doen. Door kennis en expertise te bundelen, en samen te werken
aan voorbeeldprojecten, ontstaat de energie om vooruit te komen,
ondanks de beperkingen van wetgeving, ruimte of kosten.
En ontstaat ruimte voor toekomstwaarde – op de plekken van
vandaag.

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 47
׉	 7cassandra://1fF7vbMSAKd1XEhUsuZepXq5962rSJD_XnnM8sBBFPs&` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://ap0euQ8iX1dzv9a46QaPV58VNUhwE6WU2KcoXITcbg8 (`׉	 7cassandra://8hJhSAkWtttJxK5v1sBGdF718tfVcSQT54gPtDHUBrÀ=`t׉	 7cassandra://GF7fQlgjbwyw1lhynP8NsyEHqHkUeMLh1UO1b9ma4d8(` i$W^ޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://DwrC5n31ClNTggDdQCAsk8cvXCR56PzOB2E2-NA-b1I y`׉	 7cassandra://lImo-rcZ2cvc-CLMCOFL8xsFVuKG2NTs1YOzeetuTm0k`t׉	 7cassandra://WFiGVakVmpuk57-8OpLOQgcXCo2Tc-3W6h3T8C4lbcU!@` i$W^ޡ"g0נi$W^ޡ"g0" ̜9ׁHhttp://www.mansveldtotaal.nlׁׁЈ׉E
JEen duurzame toekomst
voor industrieel vastgoed
Toen Leo Timmers in 2007 de kans kreeg om Mansveld Schilders over te
nemen, twijfelden hij en zijn vrouw Luciënne Meijer geen moment: beiden
zeggen hun baan op en springen in het diepe.
I
n 1914 is het familiebedrijf Mansveld Schilders
opgericht maar na de derde generatie was
er geen geïnteresseerde opvolger binnen de
familie. Leo, destijds commercieel directeur van
een dakdekkersbedrijf, kende de familie Mansveld
als opdrachtgever. Toen Leo zijn (bonus)dochter,
Noëlle van Loon, in 2025 het bedrijf betrok, ontpopte
het zich wederom als familiebedrijf!
Waar de focus oorspronkelijk lag op schilder- en
spuitwerkzaamheden, hebben Leo en Luciënne het
bedrijf ontwikkeld tot een betrouwbare partner
die opdrachtgevers volledig ontzorgt in de revitalisatie
van vastgoed.
De samenwerking met vastgoedbeheerders, investeerders
en pandeigenaren is logischerwijs gebaseerd
op deskundigheid maar het onderscheidend
vermogen van Mansveld ligt bij het stevige fundament
van vertrouwen, transparantie en flexibiliteit.
Leo benadrukt dat deze hechte relaties cruciaal
zijn; het wederzijdse begrip van elkaars behoeften
leidt tot projecten die niet alleen succesvol zijn,
maar ook voldoening geven.
Koen Hegenbart, Asset Manager Benelux bij
Arrow Capital Partners - een private investeerder
gespecialiseerd in value-add logistiek en industrieel
vastgoed - bevestigt dat beeld. “Ze denken met
ons mee en bieden een veelzijdig dienstenpakket,
waardoor wij volledig worden ontzorgd tijdens
verbouwingsprocessen,” vertelt hij.
Onlangs heeft Mansveld van Arrow, en hun vastgoedbeheerder
Propertyview, opdracht gekregen
om het logistieke warehouse van Vinted in Breda
te revitaliseren. Het object in Breda betreft zo’n
20.000 m2 waar staalreparaties en spuitwerkzaamheden
aan de stalen gevel zijn uitgevoerd,
specialiteit van Mansveld. Maar ook schilderwerk,
asbestsanering en tot slot vervanging van kozijnen,
glas, aanrijpalen en signing.
Koen Hegenbart:
“We hebben de gevelrenovatie aan Mansveld
toevertrouwd omdat zij alle benodigde disciplines
onder één dak hebben om een complexe renovatieopdracht
zorgvuldig en professioneel uit te
voeren. De combinatie van vakmanschap en het
48 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
Leo Timmers
vermogen om onder grote tijdsdruk te leveren
maakte hen een logische keuze. Tijdens de uitvoering
bleek dat ook in de praktijk: ondanks de hoge
kwaliteitseisen, de strakke planning, en een actieve
logistieke operatie van onze huurder die ook tijdens
de renovatie moest doorgaan, wist Mansveld
zijn aandeel in de renovatie nauwgezet te sturen.
׉	 7cassandra://GF7fQlgjbwyw1lhynP8NsyEHqHkUeMLh1UO1b9ma4d8(` i$WUޡ"g/׉E
voor bedrijven om representatief te blijven, maar het draagt ook
bij aan de waarde van het terrein. “Wanneer een bedrijventerrein er
goed uitziet, straalt dat niet alleen professionaliteit uit, maar trekt het
ook nieuwe kansen aan,” zegt hij met enthousiasme.
In een tijd waarin duurzaamheid en kostenbesparing steeds belangrijker
worden, speelt Mansveld hier proactief op in. Renovatie blijkt
vaak duurzamer te zijn en resulteert in minder CO₂-uitstoot en afval
dan nieuwbouw. Door de levensduur van vastgoed te verlengen,
kunnen eigenaren hun rendementen aanzienlijk verbeteren. Leo
benadrukt dat verbouwingen meestal sneller en goedkoper zijn;
bovendien zorgen slimme, energiezuinige oplossingen ervoor dat
exploitatiekosten dalen.
Koen Hegenbart, Leo Timmers en Noëlle van Loon
De flexibiliteit van het team, evenals de samenwerking met andere
betrokken aannemers, projectmanagers en stakeholders, droeg eraan
bij dat de werkzaamheden voorspoedig, gecontroleerd en binnen het
gestelde tijdspad konden worden afgerond.”
De diensten van Mansveld zijn niet alleen gericht op het verlengen
van de levensduur van (industrieel) vastgoed, maar ook op het creeren
van een duurzame toekomst. De buitenzijde van panden krijgt
een nieuwe bescherming door middel van hoogwaardige coatings en
schilderwerk.
Voor de binnenzijde zorgen ze ervoor dat de functies voldoen aan de
hedendaagse duurzaamheidseisen, waarbij ze samen met hun vaste
partners onder andere installaties, vloeren en plafonds vernieuwen.
Leo legt uit dat revitalisatie op bedrijventerreinen de uitstraling en
functionaliteit aanzienlijk kan verbeteren. Het is niet alleen essentieel
Wanneer Leo kijkt naar de toekomst van vastgoedonderhoud, ziet hij
kansen die verder gaan dan een traditionele visie. “We willen onderhoud
niet simpelweg zien als een kostenpost, maar als een kans om
waarde toe te voegen,” legt hij uit. Flexibiliteit en snelheid zijn daarbij
essentieel. Renovaties kunnen vaak plaatsvinden zonder dat bedrijven
stilvallen, en het doel is om praktische en efficiënte oplossingen te
bieden met minimale overlast en maximaal resultaat.
Met deze visie en toewijding positioneert Mansveld Vastgoedonderhoud
zich als een essentiële speler in de sector, met een sterke focus
op kwaliteit, duurzaamheid en waardevolle samenwerkingen. Het is
duidelijk dat Leo Timmers en zijn team niet alleen de toekomst van
vastgoedonderhoud vormgeven, maar ook een positieve impact hebben
op de bedrijven die zij bedienen.
www.mansveldtotaal.nl

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 49
׉	 7cassandra://WFiGVakVmpuk57-8OpLOQgcXCo2Tc-3W6h3T8C4lbcU!@` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://zpdGdtBTaETNSpEG-BjuhMQQmNRzWWZZ_kgkpqiqm_M t`׉	 7cassandra://lK9b7eFow8qdxrRrO5M_q2g0Clq1gUByJ9jaJiZ5oX8mx`t׉	 7cassandra://ipHx_CuoPqvgjiv-L2U3xH8enrl282CnVY4OOT033t0#` i$W^ޡ"g0!ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://Yoc5XZJBXlnexHwKc5ernAN4lWQXvuETtKEc6xMMzeY `׉	 7cassandra://tRvTUp2Otjz4KyntpYaQtrN97k_SKtrOCsUWPJe8xpsf^`t׉	 7cassandra://zkN35ySjhw3ipdLzUPFegqF784tuSHmjanT-p3keSpo y` i$W^ޡ"g0#׉EWETHOUDER JAIMI VAN ESSEN VAN GROEIEND DEVENTER
“Als je hier woont, moet je hier
ook kunnen werken”
Deventer is een stad die groeit. De komende jaren komen er duizenden nieuwe woningen bij. Maar in Deventer
betekent bouwen altijd méér dan huizen neerzetten. De stelregel is eenvoudig: wie hier woont, moet hier ook
kunnen werken. “Elke 500 nieuwe woningen staan bij ons voor 350 banen,” zegt wethouder Jaimi van Essen.
“Zo houden we wonen en werken in balans. Dat principe is ons kompas.”
D
ie benadering maakt Deventer een
economische motor. Niet alleen vanwege
de ligging aan de A1 en de IJssel, maar
ook dankzij een van de grootste aaneengesloten
bedrijventerreinen van Nederland. En vooral door
een mentaliteit van samenwerken, innoveren en
vooruitdenken. Met ook de focus op duurzaamheid,
een onderwerp waar Van Essen veel belang
aan hecht.
Duurzame energie als voorwaarde
voor groei
Wie banen wil, moet zorgen dat bedrijven
energie hebben. Duurzame energie.
“Energiebeschikbaarheid is de nieuwe randvoorwaarde,”
zegt Van Essen. “Nieuwe kavels zonder
stroom? Die verkoop je niet. Daarom investeren
we net zo hard in energie-infrastructuur als in
grond.”
Dat leidt tot unieke projecten. Op het A1
Bedrijvenpark bundelden ondernemers hun vraag
en sloten samen met gemeente en OostNL het
eerste groepscontract in het gebied van Liander.
“Iedereen leverde iets in voor het collectief: tijd,
geld of moeite. Dat kenmerkt onze samenwerking.
Het resultaat is dat bedrijven nu toch een grootverbruiksaansluiting
hebben. Dat is bijzonder.”
De Energy Hub die hieruit voortkwam, koppelt
duurzame opwek, opslag en distributie op één
plek. “Dat is niet alleen technisch innovatief, maar
ook een landelijk voorbeeld van hoe je samen
oplossingen organiseert.”
Vooroplopen met waterstof
Daarnaast zet Deventer stevig in op waterstof.
“We ontwikkelen lokaal een waterstofnetwerk met
partijen als Firan, Essent, Nefit Bosch en de asfaltcentrale.
Het zou fantastisch zijn als we straks de
eerste aftakking krijgen van de landelijke backbone
tussen de Eemshaven, Zuid-Limburg en Rotterdam.
Dan mag ik samen met onze ondernemers letterlijk
de kraan open draaien.”
50 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://ipHx_CuoPqvgjiv-L2U3xH8enrl282CnVY4OOT033t0#` i$WUޡ"g/׉EVolgens Van Essen is dat geen verre toekomstmuziek.
“We hebben maakbedrijven die nú
behoefte hebben aan waterstof. Je kunt niet
alles elektrificeren. Als zij bereid zijn voorop te
lopen, hoort daar een gemeente bij die lobbyt en
faciliteert. Dat doen wij, samen met omringende
gemeenten in de Stedendriehoek DeventerZutphen-Apeldoorn.”
Balans
tussen wonen en werken
Deventer koppelt woningbouw en werkgelegenheid
bewust aan elkaar. Van Essen: “Gemeenten
die alleen woningen realiseren maar geen ruimte
reserveren voor bedrijven, zien de werkgelegenheid
teruglopen. Dan moeten inwoners de auto of
trein in. Dat willen wij voorkomen. Hier zeggen we:
groeien doe je samen, met woningen én banen.”
Daarvoor rekent de gemeente met een vaste ratio:
Wethouder Jaimi van Essen van gemeente Deventer
A1 Bedrijvenpark is één van de duurzaamste bedrijvenparken van Nederland
met een innovatieve energievoorziening
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 51
׉	 7cassandra://zkN35ySjhw3ipdLzUPFegqF784tuSHmjanT-p3keSpo y` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://CS1bB9AVCzNicl2EYzSsbSIVLzN7S9JWVAUZEyn9QL0 ʆ`׉	 7cassandra://FqZTzL9VuzU8YJ3i8ybcyF2HJ0LoWaGuE8rCipkJSzM_`t׉	 7cassandra://i_dffNPkevBIpYAorli72wDcoLXf2uFZ1KFaWA2gUbA#` i$W^ޡ"g0&ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://C4ysIomk6a8JaEd9CmPapXUBfYkrapGGx5P6FeM81cc !-`׉	 7cassandra://U_J4gSgQPKy_bMLRQrqCL_Jz1m5QMu_tkyVQSvxlJTki`t׉	 7cassandra://wVMvPdFhKQfmGj7E_Q7TA_8WoT6JV_sYTtO277VlnrM ` i$W^ޡ"g0'נi$W_ޡ"g0) N`q9ׁHhttp://www.deventer.nlׁׁЈ׉E ^In Deventer wordt stevig ingezet op waterstof
52 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://i_dffNPkevBIpYAorli72wDcoLXf2uFZ1KFaWA2gUbA#` i$WUޡ"g/׉E“Van oudsher waren we een Hanzestad.
Dat DNA zie je nu nog steeds terug.”
Ruimte voor het eigen MKB
Om die koppeling wonen-werken waar te maken, zoekt Deventer de
komende jaren 45 hectare extra bedrijventerrein. “Die ruimte reserveren
we vooral voor ons eigen mkb,” zegt Van Essen. “Circulair werken
vraagt nu eenmaal meer plek. Je moet materialen opslaan, uit elkaar
halen en hergebruiken. Daar hoort fysieke ruimte bij en die willen we
bieden.”
Strategische ligging blijft een troef
Deventer profiteert eigenlijk al eeuwenlang van zijn ligging. Dat deed
het al in de Hanzetijd en nu weer. De A1 is verbreed, de haven vervangt
steeds vaker vrachtwagens door schepen, en het spoor is een
knooppunt in alle richtingen.
Op het A1 Bedrijvenpark bundelen ondernemers hun krachten, waardoor ze nu via de
Energie Hub een grootverbruikaansluiting hebben
elke woning leidt tot een bepaalde ruimtevraag voor bedrijven. “Zo
blijft het evenwichtig.”
De drieslag bedenken, maken en vervoeren
Deventer heeft bovendien de drie-eenheid die een economie sterk
maakt. “We hebben het dan over bedenken, maken en vervoeren. In
Deventer hebben we de knappe koppen en denkkracht van Saxion
en ROC. We maken het hier, met bedrijven als bijvoorbeeld de toonaangevende
beddenfabrikant Auping en Machinefabriek Geurtsen
en ook mkb-maakbedrijven. En we vervoeren via de A1, het spoor en
de haven. Die drieslag bedenken, maken en vervoeren moeten we
overeind houden,” zegt Van Essen.
Het vraagt politieke moed om dat in balans te houden. “Extra ruimte
voor logistiek is geen populaire boodschap, maar wel nodig. Anders
verlies je de samenhang. Als je het ene versterkt, moet je het andere
ook ruimte geven. Logistiek is immers ook nodig om bijvoorbeeld
winkels te bevoorraden.”
“De nightjet uit Oostenrijk stopt hier. Treinen uit Zwolle, Arnhem,
Twente en Apeldoorn komen hier samen. We zorgen voor verbinding
tussen West- en Oost-Nederland en tussen het noorden en het
zuiden; met Duitsland ook. Dat maakt ons een logische plek voor
landelijke investeringen in bereikbaarheid, zeker ook op het spoor.”
Samen koers zetten
Alles draait om samenwerking. Ondernemers bundelen hun vraag,
onderwijs sluit aan, de gemeente faciliteert. “Dat is een gouden combinatie,”
zegt Van Essen. “Van oudsher waren we een Hanzestad. Dat
DNA zie je nu nog steeds terug.”
Voor hem is de ambitie duidelijk: een groeiende stad waar wonen en
werken hand in hand gaan. “Deventer is een stad waar je nog kunt
ondernemen én innoveren. Dankzij onze ligging, de samenwerking
en het lef van ondernemers. Samen zorgen we dat elke Deventenaar
niet alleen een huis, maar ook een baan dichtbij heeft. Zo kunnen
we de komende jaren groeien naar de 120.000 inwoners, die hier hun
boterham ook kunnen verdienen.”
Kijk voor meer informatie op www.deventer.nl
Het A1 Bedrijvenpark in Deventer. Foto: Bart Ros Fotografie iov gemeente Deventer

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 53
׉	 7cassandra://wVMvPdFhKQfmGj7E_Q7TA_8WoT6JV_sYTtO277VlnrM ` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://EnqmopZr-BIXne_MhvsqPtUNWzzp2K4x6IrtDDi5GO4 `׉	 7cassandra://QsoU-48amIL20MrfSQADI_l2vxWE-4_9TE-9hiiSPtgb`t׉	 7cassandra://QBWN630-ZIWR40ZhfxwDOEXzSBTiNwPXW_CAMe6aT58 ` i$W_ޡ"g0*ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://d0rnH3_iuyUlOLR1tdtbzYZ2xi-Mx4IUDAN90ZJPAII `׉	 7cassandra://Q6nk5nBjksL7Yws7mEQUD4eRN5Hx1bdkk2bfaHS0sE4r`t׉	 7cassandra://fBNynUnjnvsQugS2K6L5J8y0TO8nIKlqd6fVQSV4nn8$` i$W_ޡ"g0+׉E	9Machinefabriek Geurtsen vindt
lucht op het A1 Bedrijvenpark
“Wij zaten hiervoor aan de achterkant van het station.” Patrick Geurtsen wijst vanuit zijn hagelnieuwe kantoor
denkbeeldig richting de binnenstad van Deventer. Decennialang werkte de machinebouwer in een verouderde
tapijtfabriek midden in de stad. Nu staat Machinefabriek Geurtsen aan de A1, met lucht in de logistiek en ruimte in
het hoofd.
D
e oude plek werd een knelpunt. Smalle
straten, scholen om de hoek, vrachtwagens
die slalommen. Investeren in grotere
opstellingen lukte nauwelijks. Het machinepark
bleef modern, de omgeving remde. De druk van
buiten werd katalysator van binnen: weg uit de
woonwijk, op zoek naar een terrein dat meegroeit.
Twintig jaar voorbereiding
Bijna twee decennia sprak Geurtsen met ontwikkelaars
over woningbouw op de oude locatie.
Lang zonder resultaat. Beperkte speelruimte bij
de gemeente hield plannen tegen. “We zitten al
bijna 100 jaar in Deventer, maar we zitten klem,” zei
Geurtsen op een gegeven moment.
Die boodschap kantelde het gesprek. Er kwam
een ontwikkelaar met een haalbaar plan voor de
oude locatie met voldoende woningbouwvolume
om een serieuze stap mogelijk te maken. Corona
vertraagde de planning, maar blokkeerde het plan
uiteindelijk niet. De toon verschoof van afhouden
naar samenwerken.
Van kavel tot energiehub
Na jaren praten komt in 2023 de doorbraak.
Eindelijk ligt er een kavel die past: twee ontsluitingswegen,
een zichtlocatie langs de A1 en vooral
ruimte om te bouwen. Patrick Geurtsen herinnert
het zich precies: “In 2023 hebben we de optie
gekregen. Dit is voor ons wel een mooie kavel.”
54 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
De route naar de nieuwe plek loopt via een
perceel dat al bij Dijkham Bouw in beeld is. Wat
toeval lijkt, groeit uit tot samenwerking. Het
contact verloopt soepel; de intentie om samen te
werken ligt er vanaf het eerste gesprek. Dan dient
de netcongestie zich aan. Stroom wordt schaars,
zekerheid cruciaal. Juist daar biedt Dijkham Bouw
de sleutel: hier ligt nog vermogen klaar. “Het eerste
wat wij gedaan hebben is die stroom aanvragen,”
zegt Dijkham-directeur Marcel Huveneers. “Dat
hebben we nog net op tijd gekregen.”
Het sein springt op groen. Waar anderen stilvallen,
kan Geurtsen beginnen. “Dan kunnen we starten
met de bouw,” zegt hij. Binnen korte tijd rijst een
׉	 7cassandra://QBWN630-ZIWR40ZhfxwDOEXzSBTiNwPXW_CAMe6aT58 ` i$WUޡ"g/׉E:hal op die niet de machines huisvest, maar zich
aanpast aan hun ritme.
Energie delen als ontwerpprincipe
Op het A1-terrein krijgt het project nieuwe betekenis.
Bedrijven bundelen hun stroom in de Smart
Energy Hub: één contract, één verdeling. Software
bewaakt het evenwicht. “Bij pieken schakelt het
systeem eerst de laadpalen uit,” zegt Patrick
Geurtsen. Zijn fabriek werkt in dagdienst, dus de
nachten blijven vrij. Zonnepanelen voeden de
hub, batterijen kunnen daar later aan toegevoegd
worden. “We brengen onze aansluiting én onze
eigen opwek in,” vertelt hij. Zo wordt stroom delen
iets tastbaars – een samenwerking die letterlijk
energie geeft.
Ontwerpen vanuit de werkvloer
De nieuwe hal ontstaat aan tafel. Vanaf het
eerste schetsmoment zit Geurtsen samen met
Dijkham Bouw, DOC17, Bessels Architecten en later
Hollander. Geen dichtgetimmerd plan, maar een
bouwteam dat vanuit de werkvloer denkt. Eerst de
functies, dan de schil.
“Het logistieke deel en het productiedeel, daar
staat onze handtekening wel onder,” stelt
Marcel Huveneers. De praktijk stuurt het ontwerp.
Monteurs en teamleiders vertellen hoe de productie
loopt, waar ruimte nodig is en waar juist
rust. Hun ervaring bepaalt de lijn van de hal.
“Zo ontstaat een logische flow,” zegt Huveneers,
“een gebouw dat werkt zoals het bedoeld is.”
Duurzaamheid: BREEAM én WELL
Duurzaamheid blijft hier niet bij woorden.
Geurtsen kiest bewust voor twee certificeringen:
BREEAM én WELL. De plannen voldeden al grotendeels
aan de eisen, maar het team besluit door te
pakken naar het hoogste niveau. “Wij willen op
deze plek weer minimaal een generatie verder,”
zegt Patrick Geurtsen. “Dat begint bij een goed
gebouw, maar ook bij een prettig klimaat voor de
mensen die er werken.”
Patrick Geurtsen en Marcel Huveneers
BREEAM kijkt naar het gebouw zelf, WELL naar wat
het doet met de mensen. “Die combinatie maakt
het verschil,” zegt Marcel Huveneers. “Je voelt het
in licht, lucht en geluid – en in de trots van iedereen
die hier werkt.”
Verhuizing in fases
De overgang naar de A1 verloopt in fases. Machines
verhuizen één voor één, de productie draait
intussen door. Noodzakelijk voor de continuïteit.
Slechts één installatie gaat niet mee en krijgt een
opvolger. “Je moet continu investeren in deze
branche,” zegt Patrick Geurtsen. “Niet alleen
in techniek, maar ook in opleiding, kantoor en
software.”
De verhuizing is meer dan een adreswijziging. Ze
markeert een volgende stap: ruimte om te groeien,
dichter bij klanten en met zicht op de toekomst.
Specialist in maatwerk
In de nieuwe hal bouwt Geurtsen speciaalmachines:
maatwerk voor defensie, farmacie,
chemie en levensmiddelen. Geen standaardmodules,
wel terugkerende technieken. Servo’s,
hydrauliek, pneumatiek en robotica vormen de
vaste gereedschapskist. De besturing brengt
alles in beweging en bepaalt het ritme. Sectoren
verschillen, de bouwstenen blijven herkenbaar. Zo
ontstaat maatwerk met de snelheid van routine.
De verhuizing van Geurtsen staat voor meer dan
een nieuw pand. Het is het resultaat van vasthoudendheid,
slimme keuzes en partners die vroeg
aan tafel zaten. Een fabriek die ruimte vond door
samen te bouwen aan stroom en vertrouwen. Of
zoals Marcel Huveneers het zegt: “Ik vond het echt
wel een voorbeeld van hoe het moet.”

Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 55
׉	 7cassandra://fBNynUnjnvsQugS2K6L5J8y0TO8nIKlqd6fVQSV4nn8$` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://vRh1GIRlp43lMhVMSt_G7xkc-6fjY8qZybzw0gxadsU 	`׉	 7cassandra://kItUliDOg3I8wQg7YRtVFx3j3pnpf6oUm3b_thvw0GAjO`t׉	 7cassandra://S89JthZpE5YHtA-A7bqIMZ_nCKeJ7WM3OLiDwOW5ObI'` i$W_ޡ"g0-ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://-YyUNTnag9L0OsR1nvM37xK_0U7RCu4FChbhzwuDA58 `׉	 7cassandra://_c5iGRGdCWqx52t7Q5STK9zxDtBgo4pF9qn4EBPjelIk$`t׉	 7cassandra://8CGbqPEATb1SLe_cumEDFL9BAIxQdgEcY639qdx8JxQ$u` i$W_ޡ"g0.׉E PDijkham Bouw feliciteert
Machinefabriek Geurtsen
met hun prachtige nieuwe pand!
׉	 7cassandra://S89JthZpE5YHtA-A7bqIMZ_nCKeJ7WM3OLiDwOW5ObI'` i$WUޡ"g/׉E Naast dit prachtige pand voor
Machinefabriek Geurtsen, bouwen
wij nog veel meer mooie panden.
Bent u ook geïnteresseerd in zo’n
mooie ontwikkeling? Neem dan
contact op met Dijkham Bouw
DIJKHAM
BOUW
׉	 7cassandra://8CGbqPEATb1SLe_cumEDFL9BAIxQdgEcY639qdx8JxQ$u` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://zSRYYIFytw1gtGApRxBcH94T-aFRY8iC9coM92Belb0 k{`׉	 7cassandra://MW1WSJ3N9QXIkx1x1AdkrDDO7MvTLq6J_Sq_PiwsTdou`t׉	 7cassandra://CgobSQgmr89-8lU9j3jwRTfF7vOblINdsTH88_iyXsk#` i$W_ޡ"g00ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://LFjPHCXG4hx_eDlEgdItnHAiUDpEoHj1kPuVclNUCCI `׉	 7cassandra://Rv1tFU3pou-DdkBdP8LQaJxUsb-C7oRS4_2AlQvfsGcuE`t׉	 7cassandra://I6W3huSdQknZ_-K5qYb8BPGmo4dckQkV4cF9XwaDQHc#` i$W`ޡ"g03נi$W`ޡ"g06 ̼9ׁH  http://www.verhoeven-leenders.nlׁׁЈ׉EIngenieursbureau Verhoeven en Leenders
werkt aan uitdagende industriële projecten
Constructieve veiligheid, dát is de spil waar alles om draait bij ingenieursbureau Verhoeven en Leenders uit Volkel.
Of het nou gaat om staalconstructies voor industriële gebouwen, infrastructuurprojecten of een rigoureuze
verbouwing in de particuliere sfeer: ‘Veiligheid staat bij ons altijd op nummer 1,’ aldus directeur Patrick van
Asseldonk. ‘Dat zie je terug in onze werkwijze, onze constructies en onze processen. We hebben daar veel in
geïnvesteerd en het is goed te zien hoe iedereen daar nu, tot in de vezels van het bedrijf, van doordrongen is.’
H
et ingenieursbureau werkt in opdracht van
ontwikkelaars, aannemers en ook direct
voor eigen klanten. In 2024 maakte het
bedrijf een verdere veiligheidsambitie waar met
het bereiken van trede 3 van de Safety Culture
Ladder. ‘Het bewustzijn rondom veiligheidszaken
is enorm vergroot’, vertelt Patrick. ‘Dat zit hem
ook in zoveel kleine dingen. Waar we vroeger
de neiging hadden om binnen 24 uur na een
telefoontje in de auto te springen om alvast in
te gaan inmeten, bereiden we dat soort zaken nu
veel beter voor. We bellen eerst met de aannemer
om een goed idee te krijgen van de bouwplek
en of we overal goed bij kunnen. We nemen zelf
veel meer de regie op het gebied van veiligheid
op de bouwplaats met betrekking tot onze eigen
werkzaamheden.’
Het team van Verhoeven en Leenders bestaat
uit 35, veelal jongere medewerkers, inclusief een
groepje werkstudenten en stagiaires. Het bedrijf
kent drie ‘afdelingen’, ieder met een eigen direcInnovatieteams
Medewerkers
van verschillende afdelingen
werken bij ingenieursbureau Verhoeven en
Leenders samen in Innovatieteams. In deze
werkgroepen worden nieuwe ontwikkelingen
binnen het vakgebied op de voet gevolgd
en onderzocht op toepasbaarheid. Ieder jaar
komen er rondom diverse onderwerpen nieuwe
innovatieteams bij. ‘Op dit moment is de houtbouw
echt hot’, vertelt Ruud. ‘Daar hebben
we nu dus een innovatieteam op gezet, zodat
we ons daar verder in kunnen ontwikkelen.
Ook is er een team dat zich bezighoudt met
het toepassen van Artifical Intelligence in onze
werkzaamheden. Zo kunnen we onszelf steeds
weer naar een hoger niveau brengen. Een
ander voorbeeld zijn de interne trainingen over
parametrisch ontwerpen die alle medewerkers
nu volgen. Die zijn voortgekomen uit een innovatieteam
over dat onderwerp.’
teur: Leon Leenders is verantwoordelijk is voor de
organisatie en innovatie-gerelateerde zaken, Patrick
van Asseldonk voor het bouwkundige gedeelte en
Corné van Weert voor de civieltechnische kant.
Een goede naam
Het ingenieursbedrijf heeft in de afgelopen 30 jaar
een goede reputatie opgebouwd. Met jarenlange
samenwerkingsverbanden met grote klanten, o.a. in
warehousing en de productieindustrie. Patrick: ‘Een
bekende én betrouwbare naam is een groot goed.
Toen medeoprichter Henk Verhoeven dit jaar met
pensioen ging, hebben we dan ook besloten de
naam van ons bedrijf niet te veranderen.’
• Hoofdconstructeur: Verhoeven en Leenders
• Architect/Bouwmanagement: RHDHV
• Aannemer: Cornelissen aannemingsbedrijf
• Start bouw (fase 1): Maart 2025
• BVO begane grond: ca. 4.500 m²
• BVO verdiepingsvloer ca 2.100 m²
• Gebouwhoogte 15 m
• 608 ton staal
• Sprinklersysteem door het volledige pand
• Laadkuil met 9 docks
Peka Kroef, Odiliapeel
Uitdagende projecten bij Peka Kroef
Peka Kroef in Odiliapeel is een toonaangevende
fabrikant van gekoelde aardappelproducten, met
klanten in veel Europese landen. Al sinds 2006 is
Verhoeven en Leenders hun vaste constructiepartner
tijdens de vele uitbreidingen en verbouwingen
die het alsmaar groeiende bedrijf
meemaakte. ‘Dat zijn altijd uitdagende projecten,
omdat de productie gewoon door moet draaien,
terwijl er verbouwd of aangebouwd wordt,’ vertelt
Patrick.
Al sinds 2018 bestaan er plannen voor ‘Fabriek 3’
op het enorme bedrijfsterrein in Odiliapeel. Pas in
maart 2025 werd gestart met de bouw.
• Leidingbrug en palletbrug naar bestaande
Fabriek 2
• Brandcompartimentering tussen 3D-magazijn
en expeditie
• Expeditie met vakwerkspanten met vrije
overspanning van 25 m voorzien van kanaalplaatvloer
en druklaag met een veranderlijke
belasting van 12 kN/m²
• Operationeel: eind 2026
• Bouw in 2 fases
58 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://CgobSQgmr89-8lU9j3jwRTfF7vOblINdsTH88_iyXsk#` i$WUޡ"g/׉EIntracare, Veghel
Ruud van den Bogert en Patrick van Asseldonk
• Hoofdconstructeur en BIM-regie
engineerings- en uitvoeringsfase:
Verhoeven en Leenders
• Bouw management: Acuro B.V.
• Architect: Pepers Architecten
• Aannemer: Bouwbedrijf van de Ven
• Start bouw: April 2025
• BVO begane grond: ca. 6.000 m²
Patrick: ‘Veranderende inzichten, de coronacrisis en
onverwachte prijsstijgingen; dat alles zorgde voor
een lang voortraject, maar we zijn blij dat er nu
gebouwd wordt.’
Naast de bestaande productielocatie (Fabriek 2)
wordt een hal gebouwd van 200 meter lang, 50
meter breed en 15 meter hoog. Hierin komt een
volautomatisch, gekoeld hoogbouwmagazijn, met
in het voorste gedeelte een verdiepingsvloer voor
de verpakkingslijnen en daaronder het gekoelde
expeditie gedeelte. In een latere fase wordt
Fabriek 3 verder uitgebreid met een productiehal.
‘Voor de constructie van zo’n industrieel gebouw
werken we nauw samen met de architect RHDHV
en met Addverb, de leverancier van de geautomatiseerde
systemen die er later ingebouwd worden.
En natuurlijk ook met de aannemer, Cornelissen
uit Zeeland. Vanaf het begin trekken we samen op
in een bouwteam, waardoor we flinke efficiencyslagen
kunnen maken.’
Dynamisch samenwerken in nieuwbouw
Intracare
Dicht bij huis, aan de rand van Veghel, ligt
Intracare, een klant waar Verhoeven en Leenders al
ruim 20 jaar mee samenwerkt. Intracare houdt zich
bezig met de ontwikkeling, productie en levering
van producten voor de moderne veehouderij en
tuinbouw, waaronder hygiëneproducten, diergeneesmiddelen,
en voedingsstoffen.
• 335 ton staal
• Diverse functies, zoals: kantoor, productie,
warehouse en expeditie
• Prefab betonnen PGS-15 warehouse voor de
gevaarlijke stoffen met brandwerendheid van
120 minuten
• Sprinklersysteem door het volledige pand
• Bouwtijd: ca. 12 maanden
Het bedrijf kocht jaren geleden, tegenover hun
huidige locatie, een braakliggend terrein. Daar
wordt nu, aan de rand aan de A50, een geheel
nieuwe, klimaat-neutrale productiefaciliteit
gebouwd ter grootte van 15.000 m². Hierin zijn
laboratoria, cleanrooms, kantoren, opslag, productie
en distributie ondergebracht. Ook is er een
kantoorruimte gebouwd en een ondergrondse
betonnen bluswaterkelder voor de opvang van
sprinklerwater dat, na een calamiteit, eventueel
gevaarlijke stoffen kan bevatten.
Verhoeven en Leenders verzorgde voor dit grote
project ook de BIM-coördinatie.
‘Echt een mooi project, met veel uitdagingen’,
vertelt projectleider Ruud van den Bogert. ‘Het is
zo anders dan het bouwen van een DC, waar aan
het begin van het project de uitgangspunten voor
gewichten en belasting vaak al vrij helder zijn. Bij
een productielocatie als deze ligt dat echt anders.
Daar heb je met zoveel verschillende facetten te
maken, zoals de inrichting met de vele zware procesinstallaties.
Om de gebruiker van het gebouw
maximale flexibiliteit te geven is het belangrijk om
al in een vroeg stadium de uitgangspunten voor
de belasting van het gebouw zo goed mogelijk te
definiëren. En dan nóg worden er gedurende het
proces vaak nog zaken aangepast. Het komt neer
op heel nauw samenwerken met alle partijen die
betrokken zijn bij de bouw. Dat maakt het echt
dynamisch.’

www.verhoeven-leenders.nl
Feest!
Het ingenieursbureau bestaat 30 jaar. En dat werd, op zijn Brabants, uitbundig gevierd in 2025. Met
maar liefst drie evenementen.
In september togen alle 35 medewerkers naar de Ardennen voor een cultureel en sportief teambuildings
weekend. ‘We hebben een relatief jonge ploeg mensen en samen hebben we een super weekend
gehad, vol actie en plezier!’ aldus Ruud.
In oktober was er een receptie voor de zakelijke klanten op de bruisende Noordkade in Veghel.
Geen onbekende plek want op die locatie werkt het ingenieursbedrijf ook mee aan de constructieve
uitwerking van nieuwe woningen en een parkeergarage. Onder de ruim 160 gasten bevonden zich veel
architecten, aannemers en bouwbedrijven. ‘Zo werd het één groot ons-kent-ons netwerkfeest’, zegt
Patrick. Natuurlijk werd er ook stilgestaan bij het afscheid van medeoprichter Henk Verhoeven, die in
2025 met pensioen ging.
Begin november was er dan nog het afsluitende jubileumfeest voor alle medewerkers met hun partners.
‘We vinden het belangrijk om ook het thuisfront nadrukkelijk te betrekken bij de verdere ontwikkeling
van ons bedrijf’, aldus Patrick. ‘En hoe kun je dat nog beter doen dan met een leuk feestje?’
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 59
׉	 7cassandra://I6W3huSdQknZ_-K5qYb8BPGmo4dckQkV4cF9XwaDQHc#` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://Jsb98_qSY8btfLFS46hKjuCY-p4C-_nuribskb5UTsc V`׉	 7cassandra://NXM0ndSvNsD58I-dKRszSgYvXQeWDITL1sjPclKsp5M{`t׉	 7cassandra://F257XOaBskyDqlV_MD04YFVgqcDwjfXU7PMrs80_ao4)` i$W`ޡ"g05ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://t7jr0SRT8P2cL4UWhd4sAUFcrOUSdqyXdJcfNAXh29c I`׉	 7cassandra://c7GDfr4au2gB4ffgqe85Q4EvEsuyaKzT_manGriavdYy`t׉	 7cassandra://xf0xI7el_aFRtqY-77Uv_3_8MPVMnHKH1iagfOihbCY$` i$W`ޡ"g07נi$W`ޡ"g0: ȁr9ׁHhttp://www.hormann.nlׁׁЈ׉EHÖRMANN: “WAT NIET STUKGAAT, HOEF JE NIET TE VERVANGEN”
Degelijkheid opent de deur naar
échte duurzaamheid
Iedereen wil meer duurzaamheid. Niemand zit te wachten op meer kosten. Op bedrijventerreinen leidt dat tot een
simpele vraag: wat gaat lang mee zonder gedoe? Hörmann heeft daar een uitgesproken antwoord op.
“Onze producten vragen een hogere investering, maar leveren structureel de laagste kosten in gebruik op.”
zegt Bert Verrips, actief als Head of Sales B2B.
D
ie uitspraak van Bert Verrips is meer dan
een soundbite. Ze raakt aan de manier
waarop Hörmann al zijn producten benadert:
met technische degelijkheid als vertrekpunt.
Gedreven specialisten met een missie
Hörmann ontwikkelt en produceert alles in eigen
huis. Van sectionaaldeuren tot snelloopdeuren, van
motoren tot besturingen: elk onderdeel komt uit
één van de gespecialiseerde fabrieken wereldwijd.
Elke fabriek heeft zijn eigen focus, elk detail wordt
technisch uitontwikkeld. “Bij ons werken echte
techneuten met een passie voor producten” zegt
hij met een grijns. “Mensen die ’s avonds op de
bank bedenken hoe het nóg beter kan. Die liefde
voor techniek zie je terug in de levensduur van
onze deuren.”
Hörmann kiest voor maximale degelijkheid. Dikker
staal, slijtvastere onderdelen en motoren die moeiteloos
honderdduizenden cycli kunnen maken. Dat
doen ze niet omdat het mooier klinkt, maar omdat
het beter werkt. Met die benadering van het
woord duurzaamheid onderscheidt Hörmann zich.
60 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://F257XOaBskyDqlV_MD04YFVgqcDwjfXU7PMrs80_ao4)` i$WUޡ"g/׉EDuurzaamheid zit in wat je maakt
Hörmann voldoet aan alle bekende duurzaamheidslabels.
Groene stroom, zonnepanelen, normeringen
– het hoort erbij. Maar echte duurzaamheid zit
ook in de lange levensduur van de producten zelf.
Afval voorkomen begint bij onderdelen die langer
meegaan. Zoals de staalkabels in Hörmann-deuren.
“Veel andere merken verplichten bijvoorbeeld
vervanging daarvan na iedere vijf jaar,” zegt hij
“Ook als de kabels nog prima zijn. Dat levert
onnodig afval op.” Hörmann doet dat bewust
anders. De kabels zijn zwaarder uitgevoerd en gaan
aantoonbaar langer mee. Monteurs inspecteren ze
standaard tijdens onderhoud. “Blijkt alles nog in
orde? Dan blijft het gewoon zitten.”
Geen verborgen vervangingen
Hörmann hanteert dezelfde logica bij andere
onderdelen: van spiraalkabels tot rolhouders en
panelen. “Bij schade is een paneel vaak te herstellen
en opnieuw te monteren en hoeft niet altijd
direct vervangen te worden. In offertes staan dan
ook geen optische vervangingen verstopt. Onze
adviezen zijn gebaseerd op techniek en levensduur.”
Niet
uitsluitend de aanschafprijs , maar vooral de
gebruikskosten bepalen de echte waarde. “Onze
oplossingen zijn bedoeld voor professionele
partijen die betrouwbaarheid en lage downtime
belangrijk vinden.” Hörmann kiest voor TCO:
Total Cost of Ownership. “Een lage aanschaf lijkt
voordelig, maar tel onderhoud, vervangingen, verplichte
revisies, downtime en energie erbij op; dan
wint kwaliteit. Altijd.” Met duidelijke rekenvoorbeelden
laat Hörmann zien waar het verschil zit.
Voor locaties die continu draaien, is dat cruciaal.
Daar betaalt een deur die simpelweg blijft werken
zichzelf terug. Want stilstand is geen optie.
Service en onderhoud zonder
verkooppraatjes
Waar veel gebeurt, gaat ook weleens iets mis.
Denk aan een heftruck die tegen een deur rijdt of
botsingen door intern transport. Op zulke momenten
moet de service kloppen. Bij Hörmann wordt
Service uitgevoerd door eigen monteurs, aangevuld
met een landelijk netwerk van industriële partners.
Hörmann heeft een sterke landelijke dekking met
industriedealers die klanten ondersteunen bij
nieuwbouw, vervanging en service.
“Onze dealers kennen het merk, de locatie en de
klant. Regelmatige trainingen op het hoofdkantoor
in Apeldoorn houden die kennis actueel. Zo blijft
ongewenste stilstand beperkt en is de klant snel
geholpen.”
“En onderhoud draait bij Hörmann niet om extra
verkopen”, benadrukt hij. “Geen vervangingen
op leeftijd, geen checklisten die omzet moeten
genereren, het uitgangspunt is techniek. Een
onderhoudscontract geeft zes jaar volledige garantie
op een nieuw product. Monteurs adviseren op
basis van echte slijtage. Onze monteurs hanteren
een simpele regel: alleen vervangen wanneer het
technisch noodzakelijk is. Zo simpel is het.”
Volop inzetten op innovatie
Slim onderhoud begint bij slimme techniek. De
techneuten van het bedrijf blijven volop innoveren
om stilstand te voorkomen. Een voorbeeld van zo’n
slimme innovatie is de nieuwe Zipperdeur: de flexibele
snelloopdeur met rits-technologie. Rijdt een
heftruck het doek uit de rails, dan herstelt de deur
zichzelf. Eén druk op de knop en het doek sluit
zich automatisch in de geleider. “Geen wachttijd.
Geen busje op pad. Minder CO₂ en lagere kosten.”
Ook buiten het product om blijft Hörmann vooruitdenken.
Bedrijventerreinen worden duurzamer,
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 61
Hörmann en ST&D: één ingang,
meer expertise
Sinds juli 2025 maakt ST&D uit Apeldoorn
deel uit van Hörmann Nederland. Het bedrijf,
specialist in dynamische afsluitingen en entreebeheer,
is al bijna 30 jaar actief en staat bekend
om maatwerk, service en oplossingen voor
onder andere campings, vakantieparken en
parkeervoorzieningen. Met circa 30 medewerkers
en een sterke positie in de Benelux brengt
ST&D precies wat Hörmann zocht: een stevig
netwerk en veel praktijkkennis van toegangscontrolesystemen.
Hörmann
ontwikkelde de afgelopen jaren een
aparte productgroep voor toegangstechniek
– met onder meer slagbomen, pollers en
parkeersystemen. “We vullen elkaar aan, zowel
technisch als commercieel met als doel elkaar
te versterken zonder snelheid, flexibiliteit of
klantgerichtheid te verliezen.”
slimmer en strenger beoordeeld – door gemeenten,
provincies én opdrachtgevers. In tenders telt
niet alleen de prijs, maar vooral wat een deur kost
in gebruik. Daarom rekent Hörmann met TCO,
deelt praktijkvoorbeelden en maakt het verkoopteam
het verschil: met feiten, met verhalen van
klanten die dag en nacht doordraaien, en met
oplossingen waarin toegang, energie en logistiek
samenkomen. “Geen trucjes, wel toekomstbestendig.
Dat is eerlijker voor de klant en beter voor het
terrein.”
www.hormann.nl

׉	 7cassandra://xf0xI7el_aFRtqY-77Uv_3_8MPVMnHKH1iagfOihbCY$` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://j_PuR3kFpaufvYO9h6nLpvNCybHFCN5oe1nC9id5EIg `׉	 7cassandra://XuMOCOAFiP8WI5867iYal46eCS49a1IArn_fXvdcLAgoy`t׉	 7cassandra://od-LJ6bDOMV8KyKWkZVUEnEmqdq8N65QondwZxHUQVM#` i$W`ޡ"g0;ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://2tk75uVD8j8lorWXryCbojnQQopajgAeHguvva4D1S8 i`׉	 7cassandra://hpjkR_KXeKKlh2ygNTGH-cB4pEaLCYTkbHi17bSq8l0~`t׉	 7cassandra://G1DXghNmkRAV0YWfenOHdqDGylQ9XOQRGU5nlffU78U&` i$W`ޡ"g0<נi$Waޡ"g0? r9ׁHhttp://www.tcvddool.nlׁׁЈ׉E
Veel bedrijfshallen op
industrieterreinen stammen uit de
jaren 80 en 90 en vormen al snel
een bottleneck. Ze zijn vaak niet
hoog genoeg, slecht geïsoleerd en
flink gedateerd. Wie hiervan af wil,
staat voor de keuze: nieuwbouw of
renovatie? T.C. v.d. Dool bv heeft
een antwoord: dakverhoging en
slimme renovatie.
T.C. v.d. Dool bv tilt bedrijfsruimten
naar hoog niveau
H
et revitaliseren en verduurzamen van
bedrijfsterreinen is een flinke opgave.
“En dat is precies wat we doen”, zegt
Vincent van den Dool, directeur-eigenaar van
T.C. v.d. Dool bv, specialist in dakverhoging en
renovatie van bedrijfsruimten. “Veel bedrijfspanden
op bestaande industrieterreinen zijn laag en
voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd”, zegt
technisch-directeur en mede-eigenaar Marco van
Ardenne. “Het verhogen van het dak kan dan een
goede oplossing zijn.” Van den Dool: “Extra hoogte
maakt een pand meer geschikt voor uiteenlopende
bedrijfsactiviteiten, van logistiek en opslag tot
productie en assemblage.”
Hoogte is niet het enige wat ontbreekt aan deze
vaak verouderde bedrijfspanden. Ze ontberen ook
goede isolatie, moderne installaties en een representatieve
uitstraling. “Wij moderniseren en verduurzamen
bedrijfsruimten volledig met behoud
van de bestaande constructie en fundering.” En
dat is exact de meerwaarde van renovatie boven
nieuwbouw: voortbouwen op bestaand.
Renovatie kostenbesparend en duurzaam
De argumenten voor dakverhoging en renovatie
boven nieuwbouw zijn evident. “De kosten zijn
veel lager”, zegt Van Ardenne. “Ga maar na, de fundering,
constructie, het leidingwerk, aansluitingen,
alles blijft intact. We verbruiken daardoor veel
minder materiaal: 70% wordt hergebruikt. Dat is
62 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
ook duurzamer door minder CO2, dankzij minder
transport en minder productie. Er is ook geen stikstofprobleem,
want je situeert alles op dezelfde
locatie. En we bouwen sneller: in een derde van
de tijd.”
“Maar”, werpt Van den Dool op. “soms valt
nieuwbouw gunstiger uit. Dan zijn we daar ook
eerlijk over. We starten altijd met een nauwkeurige
schouw. Vervolgens berekent onze eigen construcWaalwijk
Van der Valk Shipyards
Zes meter dakverhoging: van 8 naar 14 meter
voor jachtbouwer Van der Valk. Volledig
nieuwe beplating en constructieve aanpassingen.
Zes meter in één lift was nieuw: T.C.
v.d. Dool bedacht hiervoor een oplossing ter
plaatse. Tevens volledige renovatie. Resultaat:
ook de grote jachten worden voortaan in z’n
geheel in dezelfde hal gebouwd.
YouTube: Van der Valk
verhogen en renovatie
׉	 7cassandra://od-LJ6bDOMV8KyKWkZVUEnEmqdq8N65QondwZxHUQVM#` i$WUޡ"g/׉E0YouTtube: Almere
Bolderweg 30
verhogen en renovatie
Vincent van den Dool en Marco van Ardenne
Almere Bolderweg 30
Voormalig distributiecentrum: in totaal 5.000
m2 gerenoveerd, waarvan 2.352 m2 dak met
4 meter verhoogd. Volledige technische
upgrade: klimaat, verlichting, energie. Betere
isolatie, sandwichpanelen, dak verstevigd
voor zonnepanelen. Resultaat: moderne,
toekomstbestendige bedrijfsruimte.
teur wat er mogelijk en nodig is. Dat beschrijven
we in een transparante offerte. Na akkoord produceren
we de staalconstructies in huis. Het gehele
bouwkundige traject coördineren we. Onze eigen
monteurs zorgen voor de realisatie ter plaatse,
overal in Nederland en België.”
Uniek vakmanschap
Dat T.C. v.d. Dool met veel eigen mensen werkt, is
niet verwonderlijk. Dakverhoging is specialistenwerk.
En het engineeren van het hele project blijft
in huis. Het bedrijf ontwikkelde hiervoor door de
jaren zelf unieke werkwijzen, gereedschappen en
hydraulische appratuur. Hoe werkt het?
Het bovenste deel van een gebouw wordt losgekoppeld,
de doorgezaagde kolommen worden met
hydraulische vijzels op oliedruk omhoog gedrukt
- tot zes meter in één keer- en voorzien van het
benodigde staalwerk. “Voor een jachtenbouwer
uit Monnickendam moest een hal van 9 meter nog
eens 3 meter omhoog. Daar maakten we een tijdelijke
verdiepingsvloer om van daaraf het dak verder
omhoog te duwen. Onder de vloer kon het werk
bovendien redelijk ongestoord doorgaan”, vertelt
Van Ardenne. Het toont de innovatieve kracht van
het bedrijf. Van den Dool: “We zijn gespecialiseerd
in maatwerk, waarbij geen project te complex is.
Dankzij onze jarenlange technische kennis, praktisch
inzicht en een flexibel team kunnen we snel
schakelen. Zodat onze oplossingen altijd aansluiten
op de specifieke wensen van de opdrachtgever.”
90 jaar expertise
De expertise van T.C. v.d. Dool komt voort uit
jarenlange ontwikkeling. In 1934 werd de provinciale
weg naar Delft aangelegd. Het tuinbouwbedrijf
van opa Van den Dool moest ervoor wijken. Hij
verzon hoe hij zijn druivenkas, met de staalconstructie
in delen, via rails kon verplaatsen. Al snel
vroegen collega-tuinders hetzelfde voor hen te
doen. Het was de start van T.C. v.d. Dool bv. In de
jaren 60 ging de kassenbouw vervolgens letterlijk
de lucht in, toen tuinders omschakelden naar telen
op hoge draad. Kassen werden steeds groter en
het verhogen werd vaak in combinatie met nieuwbouw
gedaan.
“En dat is wat we eigenlijk nog steeds doen: staalconstructies
begrijpen, berekenen, produceren en
monteren. Alleen dan groter, zwaarder en moderner.
En allang niet meer alleen in de kassenbouw”,
aldus Van den Dool. Inmiddels beschikt het bedrijf
over precisievijzels die tot 36 ton per stuk omhoog
duwen.
Compleet in renovatie en verduurzaming
Prima, dan staat het dak omhoog. Maar de gevel
moet ook weer dicht. Uiteraard is ook de afwerking
in goede handen. “We realiseren volledig
nieuwe beplating inclusief isolatie. Maar bijvoorbeeld
ook dakverzwaring, omdat bestaande daken
vaak niet stevig genoeg zijn voor zonnepanelen.”
En moeten er kolommen of deuren verplaatst of
verwijderd? Ook daarvoor is T.C. v.d. Dool het
juiste adres: compleet in renovatie en verduurzaming
van bedrijfsruimten.
Bekijk de projectvideo’s op het YouTube-kanaal. 
www.tcvddool.nl
YouTube: T.C. v.d. Dool
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 63
׉	 7cassandra://G1DXghNmkRAV0YWfenOHdqDGylQ9XOQRGU5nlffU78U&` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://xpY4JcIBaGRtMX115qMPA_tGLtI56b0NBQlpngbWFVs t`׉	 7cassandra://50osJsTPcwYqThT37alO7keA--RgDOHV7xt2HC6Vg8Iy`t׉	 7cassandra://DtRMuwp0UOeBq-TSjirYI_5lHNhRkDJ3JufbHdXDNFM%` i$W`ޡ"g0>ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://Bb_AWXtzah8Jol1Miy90rLn_v9fBOsGMUvGhxv_g_ek `׉	 7cassandra://eq0ExdYVuWpYcrXkHUU1jlkwofuhOFboNblUePtS-Scz`t׉	 7cassandra://Jixq7IdYrA-6X0a7pup9BdthEr_f-hSxJP4PBzPDQnQ&U` i$Waޡ"g0@׉E
IInvesteren op bestaande bedrijventerreinen:
goudmijn of hoofdpijn?
Nederland staat voor een enorme herontwikkelingsopgave. Terwijl de ruimte voor bedrijven steeds schaarser
wordt, liggen er duizenden hectaren bedrijventerreinen vol onbenut potentieel. Toch blijven veel initiatieven
steken in goede bedoelingen. Hoe komt dat – en belangrijker: hoe komen we wél in beweging? Overheid en markt
moeten elkaar versterken in het vinden van rendabele investeringen in toekomstbestendige bedrijventerreinen.
Herontwikkeling is geen soloactie van overheid of marktpartij, maar altijd een samenspel tussen publieke en
private spelers met wederzijdse afhankelijkheden gedurende het proces.
De landelijke urgentie en potentie
van herontwikkeling
Wie naar de ruim 70.000 hectare aan bedrijventerreinen
en 16.000 hectare zwaardere industriële
locaties van Nederland kijkt ziet een enorme bron
van werkgelegenheid en innovatieve bedrijven.
Dit is een belangrijk economisch fundament
waarop Nederland draait. De totale omvang van
het vastgoed op bedrijventerreinen in Nederland
bedraagt 273 miljoen vierkante meter. Maar onder
die robuuste laag schuilt een probleem: 20 tot 40
procent van de ruimte op een bedrijventerrein
wordt gemiddeld gekwalificeerd als verouderd of
inefficiënt benut. En dat aandeel groeit met de dag
Systabo - DC Waalwijk
omdat veel gebouwen het einde van de technische
en/of economische levensduur bereiken.
Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen
is een belangrijke en urgente uitdaging die voortkomt
uit de veranderende economische, ruimtelijke
en ecologische eisen van deze tijd. In elke stad
of regio zijn er wel (delen van) bedrijventerreinen
aan te wijzen die gedateerd zijn, kampen met
inefficiënt grondgebruik en/of onvoldoende aansluiten
bij wensen van moderne bedrijven. Nieuwe
uitleglocaties zijn schaars, terwijl de vraag naar
steeds duurzamere bedrijfsruimte stijgt. Daarmee
verschuift als vanzelf de focus van uitbreiding naar
inbreiding: de toekomst van de economie ligt niet
buiten de stad, maar ín de bestaande ruimte.
Succesvol gerealiseerde projecten illustreren wat
herontwikkeling kan opleveren: slimmer ruimtegebruik,
nieuwe banen, verduurzaming en kwaliteitsverbetering
van gebieden die decennialang
uit beeld raakten. Uit de Leidraad Herontwikkeling
Bestaande Bedrijfslocaties in 2024 door BCI opgesteld
voor het ministerie van Economische Zaken
en vijftien leidende vastgoedontwikkelaars- en
beleggers blijkt hoe groot de potentie is. Sinds
2016 zijn 116 herontwikkelingsprojecten gerealiseerd
(met minimale omvang van 15.000 m² bvo)
64 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
׉	 7cassandra://DtRMuwp0UOeBq-TSjirYI_5lHNhRkDJ3JufbHdXDNFM%` i$WUޡ"g/׉EBodem & Water
Ecologie
Energie
Bouwregels
Stikstof
Verkeer & Parkeren
Figuur 1 Herontwikkeling vraagt om een integrale benadering en duidelijkheid over de te doorlopen stappen
– samen goed voor 4,4 miljoen vierkante meter
nieuw bedrijfsvastgoed. De bebouwingsgraad op
deze bedrijfslocaties steeg gemiddeld met 92%,
zonder extra ruimtebeslag. In feite is door deze
projecten 320 hectare nieuw bedrijventerrein
uitgespaard.
Toch blijft het potentieel grotendeels onbenut.
Niet elk terrein waar veroudering zichtbaar is, kent
ook reële investeringskansen. Sommige gebouwen
zijn technisch nog te goed, of de concrete vraag
vanuit de markt is te beperkt. Maar de opgave
groeit, en daarmee de urgentie om te handelen.
De Ruimtelijk Economische Visie van het Rijk
bevestigt dat beeld. Daarin wordt de herontwikkelingsopgave
tot 2030 geschat op 10.000 tot 15.000
hectare. Toch is het contrast groot tussen ambitie
en uitvoering. Gemeenten erkennen het belang,
ontwikkelaars zien de kansen, maar de vaart zit er
nog niet in.
De barrières die herontwikkeling
belemmeren
Iedereen ziet de potentie, maar in de praktijk blijkt
de realisatie stroperig. De oorzaken liggen niet
alleen in het ontbreken van financiering of verlenen
van vergunningen en regelgeving, maar vooral
in organisatie en samenwerking tussen gemeente
en ontwikkelaar. Zonder een helder proces en
duidelijk eigenaarschap komen projecten niet van
de grond.
De meest hardnekkige barrière van herontwikkeling
is organisatorisch van aard. Veel herontwikkelingsprojecten
starten zonder duidelijke
rol ver deling of aanspreekpunt binnen de
gemeente. Beleidsafdelingen, vastgoedbeheer
en econo mische zaken werken daardoor langs
Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026 - 65
elkaar heen, terwijl initiatiefnemers – gevestigde
bedrijven of ontwikkelaars – op zoek zijn naar één
loket dat kan meebewegen. Het gevolg is trage
besluitvorming, onduidelijkheid over planregels en
toenemende frustratie en hogere ontwikkelrisico’s
bij investeerders.
Deze organisatorische onduidelijkheden werken
door in de planologische fase. De vaak sterk
gedateerde bestemmingsplannen op verouderde
bedrijventerreinen stammen vaak nog uit een tijd
dat er andere eisen aan bedrijfsmatig vastgoed
op bedrijventerreinen werden gesteld. De praktijk
leert dat het lang kan duren (soms jaren) voordat
een bestemmingswijziging is afgerond – een tijdshorizon
die voor private investeerders onhaalbaar
is als gronden zijn aangekocht waarover financieringsrente
betaald wordt.
De genoemde organisatorische onduidelijkheden
en planologische onzekerheden werpen een onnodige
extra financiële drempel op. Herontwikkeling
kost geld – veel geld. Grondaankoop, sloop, sanering,
bodeminvesteringen en rentelasten drukken
zwaar op de businesscase. Zeker bij kleinere kavels
is het risico dat de kosten aan de voorkant niet
opwegen tegen de toekomstige opbrengsten. Als
er vertrouwen is dat de lokale overheid meebeweegt
en de juiste ontwikkelkaders schept dan is
er veel meer mogelijk.
Kortom, herontwikkeling stokt niet op onwil,
maar op onduidelijkheid en onzekerheid. En die is
Herontwikkeling Hydra in Utrecht op industrieterrein Lage Weide
Ontwikkeld door Stellar Development en Heembouw
׉	 7cassandra://Jixq7IdYrA-6X0a7pup9BdthEr_f-hSxJP4PBzPDQnQ&U` i$WUޡ"g/i$WUޡ"g/}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://DhbRIpDraFPJF0lFZvQtYTARjEU2gagSBqlnlxeYcFo N`׉	 7cassandra://SwwV3qpDkpexiFV_0HNn4-pIRegvyvxIstM_lVB3nog{M`t׉	 7cassandra://N0WqH5cCZdOzbTlzSBJr-yjOrAs3mw7TdyNlV8ziPms$` i$fޡ"g0ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://t233d5u0aiN73C9jlstEc9ho-eYrvheqCJLIoVyGfpA `׉	 7cassandra://7kNDwfGvdM6Vzj2yq4suN3bBkiiWnzcU42dPNOTLhhQ͈`t׉	 7cassandra://xTbrvgIpCcTQiR9Vbupx0SjpHra6HlqxfAfE_FUez38,` i$fޡ"g0נ4    :f9׉H )https://www.logisticscapitalpartners.com/G׉ׁ
default style נ3    h9׉H (mailto:info@logisticscapitalpartners.comG׉ׁ
default style ׉Ealleen te doorbreken door beter samenspel tussen
overheid en markt – door te doen waar je goed in
bent, en de ander dat ook te laten doen.
Het belang van goed samenspel tussen
overheid en markt
Het goed organiseren van een publiek-privaat
samenspel is de kern van de Leidraad Herontwikkeling
Bestaande Bedrijfslocaties. De boodschap is
dat alleen door taakzuivere samenwerking projecten
van de grond komen. Gemeenten kunnen in
dit samenspel grofweg drie rollen vervullen. Elke
rol vraagt een andere houding, andere instrumenten
en een andere mate van regie. Succesvolle herontwikkeling
begint met het besef welke rol past
bij de situatie op het terrein en hoe die aansluit op
de dynamiek van de markt.
• De stimulerende gemeente neemt het initiatief,
brengt partijen samen en zet vernieuwing
bestuurlijk op de agenda. Zo weten marktpartijen
dat het terrein prioriteit heeft en durven zij
te investeren.
• De faciliterende gemeente creëert de condities:
actualiseren van bestemmingsplannen, snelle
procedures en ruimte voor maatwerk. Dat biedt
investeerders duidelijkheid en verkleint risico’s.
• De reactieve gemeente laat de markt leiden,
maar ondersteunt op verzoek initiatieven die
bijdragen aan publieke doelen met bijvoorbeeld
cofinanciering of snellere vergunningen.
De kunst is om de juiste rol te spelen op het
juiste moment – proactief waar regie nodig is,
faciliterend waar de markt het kan dragen. Zo
ontstaat een samenspel: de overheid schept de
Gemeente
Omgevingsplan
Participatie
Vergunningverlening
66 - Industrie- en bedrijventerreinen 2025/2026
condities, de markt investeert en realiseert de
vernieuwing.
Belangrijke voorwaarde is dat overheid en markt
open kaart spelen. De overheid moet helder zijn
over wat wél kan en wat niet – bijvoorbeeld bij
het aanpassen van bouwhoogtes, functiemenging
of parkeernormen – en toelichten waarom. De
initiatiefnemer moet transparant zijn over zijn
businesscase, acceptabele risico’s en eventuele
onrendabele top. Alleen zo ontstaat wederzijds
vertrouwen en kunnen belemmeringen worden
weggenomen.
Vijf randvoorwaarden voor een goed samenspel:
• Eén aanspreekpunt bij de gemeenten, met
mandaat om te schakelen
• Risico’s en uitdagingen van het project zo snel
mogelijk op tafel
• Transparante businesscases met inzicht in
maatschappelijke opbrengsten
• Flexibele planprocedures die meebewegen met
marktdynamiek
• Integratie van duurzaamheid, energie en
klimaatadaptatie vanaf het begin
Waar deze randvoorwaarden in hoge mate
aanwezig zijn, blijkt herontwikkeling niet alleen
vaker haalbaar, maar ook aantrekkelijk voor de
investerende partij en voor de gemeente die zijn
herontwikkelingsdoelstellingen kan realiseren.
Van brownfields naar brightfields
Herontwikkeling is geen goudmijn waar het
laaghangend fruit voor het oprapen ligt. Het zijn
complexe, langdurige trajecten waarin belangen,
Ontwikkelaar
Planontwerp
Financiering
Realisatie
regels en risico’s samenkomen. Hoofdpijn wordt
het als je het als initiatiefnemer helemaal alleen
probeert te doen, zonder actieve betrokkenheid
van de gemeente. Overheid en markt zullen elkaar
moeten versterken in het vinden van rendabele én
toekomstbestendige oplossingen. De sleutel ligt
niet in nieuwe extra regels of meer subsidies, maar
in gezamenlijk eigenaarschap en samen investeren
in economische vitaliteit, duurzaamheid en ruimtelijke
kwaliteit.
De Ruimtelijk Economische Visie van het Rijk maakt
duidelijk dat herontwikkeling een topprioriteit
is voor het nationale ruimtelijke beleid. Er is
simpelweg te weinig ruimte voor de aanleg van
nieuwe bedrijventerreinen. Het beter benutten van
bestaande locaties is daarom essentieel om economische
groei en verduurzaming te combineren.
Herontwikkeling vormt een cruciale schakel in de
groei en ombouw van de Nederlandse economie.
De opgave op een verouderd bedrijventerrein
vraagt niet om één groot masterplan, maar juist
om vele concrete projecten verspreid over het terrein.
De meeste plannen zullen worden ontwikkeld
en gefinancierd door bedrijven en investerende
partijen, die de vernieuwing daadwerkelijk realiseren.
De rol van de overheid is richtinggevend:
aangeven welke ontwikkelingen waar wenselijk
zijn, onder welke voorwaarden, en binnen welke
ontwikkelkaders. Zo ontstaat een samenspel waarin
publieke belangen en private investeringskracht
elkaar versterken. Wachten tot bedrijventerreinen
nog verder verouderen is geen optie met het oog
op de grote economische, ruimtelijke en maatschappelijke
uitdagingen.
Jordi Hubers
Senior Adviseur
Buck Consultants International

׉	 7cassandra://N0WqH5cCZdOzbTlzSBJr-yjOrAs3mw7TdyNlV8ziPms$` i$fޡ"g0׉E׉	 7cassandra://xTbrvgIpCcTQiR9Vbupx0SjpHra6HlqxfAfE_FUez38,` i$fޡ"g0i$fޡ"g0}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://3fbqwdphhaJJU_1uvyuJx6mzR_fkcJnJniDfqT78eAc `׉	 7cassandra://HwCLvOL01sdiIEM6Eb_0KB2VkunIn9Pafdhfj4Hq1Cg͉`t׉	 7cassandra://1mbSmlNq4vS3k3RVvjYkMUMxwGM50fpqNUMzaeescJ0,V` i$Waޡ"g0Eנi$Waޡ"g0G N!v9ׁHhttp://trilux.com/industryׁׁЈ׉E TDE EXPERT IN SLIMME
LICHTOPLOSSINGEN
VOOR LOGISTIEK & INDUSTRIE
trilux.com/industry
׉	 7cassandra://1mbSmlNq4vS3k3RVvjYkMUMxwGM50fpqNUMzaeescJ0,V` i$WUޡ"g/׈Ei$WUޡ"g/i$WUޡ"g/~{) *Industrie- en bedrijventerreinen 2025-2026 JOntwikkelingen van de regionale en lokale industrie- en bedrijventerreineni$WSHlj4R