׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://aDqRdwXWigkGtnZbmoCxl0aWLU8I8xM6XSx6p-Y0uuQ `׉	 7cassandra://K2T4LrMG7rtxRt2ZjeDPkQFXhD08coVv0_nOsPFsZHIz`S׉	 7cassandra://EQBsNjGFcMsZ0lZdk6wo2zDeODs7TN6ItRTvqy7UWEY(:`̵ ׉	 7cassandra://S4ONlzmLPTNRys9e3fYIS6_-jrM49VKO4IgVNZyWp8k ͠^kPAG7ט   {u׈   g  ׈E^kPAG׉EGEBRUIKERSHANDLEIDING
׉	 7cassandra://EQBsNjGFcMsZ0lZdk6wo2zDeODs7TN6ItRTvqy7UWEY(:`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://PU-J1ayY6Mjas6C9YuUxmLJszlFlznYbHs338zTTJT8(<` ׉	 7cassandra://dRKE7S0yoI3E1D5M1n_be86Wi8AFLuiMDT3pDIJ005w` S׉	 7cassandra://RKhZZhnWWuvsJuhjJoYnwHUQVoDQq7gWXK8WZnwyzM82` ̵ ׉	 7cassandra://sa5Oq_lOeR0VIVybLpDY_v37n2k5wE7whJ_Qw3x9D10	 ͠^kPAG:ט  {u׉׉	 7cassandra://ux3YGhY7CDyL5obxiWuV8udwhohZOf5dDNveIwdz53A ` ׉	 7cassandra://HMracc29pu7B1q2CO9HRrxoQBvu9kf27eSL3rB3mArUn`S׉	 7cassandra://cV3WjXfKkzy2T7bMdDNWYteNh6Bu99uHZVepmmz_cIA`̵ ׉	 7cassandra://yjyAXuMqkQzzJL1rVEOKGe5mH3DLSRToH2AlS4TfOnY:&͠^kPAG;׉E  Versie 1 - 2020
Model 2019-2020
׉	 7cassandra://RKhZZhnWWuvsJuhjJoYnwHUQVoDQq7gWXK8WZnwyzM82` ̵ ^kPAG׉E
VOORWOORD
GOUPIL verwelkomt u graag als klant.
Deze handleiding is geschreven om u te helpen uw Goupil elektrisch voertuig te bedienen en te
onderhouden. Het bevat uitgebreide informatie over de werking van Goupil G4 modellen.
Voordat u uw voertuig voor het eerst in gebruik neemt raden wij u aan de tijd te nemen om de
inhoud van deze handleiding zorgvuldig te lezen. Als u alle onderdelen van de handleiding heeft
gelezen, gelieve deze bij het voertuig te bewaren voor toekomstige raadpleging van deze
handleiding.
Dit voertuig is ontworpen voor maximale prestaties en minimaal onderhoud. Naleving van
aanbevolen onderhoudsprocedures zal de levensduur verlengen.
Als onderdeel van ons beleid om onze producten continu te verbeteren, behouden wij het recht om
zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan te brengen in specificaties en apparatuur.
Onderhoudsprocedures zijn in deze handleiding opgenomen en moeten worden gelezen voordat u
uw voertuig in gebruik neemt.
De informatie in deze handleiding is geen vervanging voor interne voorschriften, veiligheidsvoorschriften,
verzekeringsclausules en landelijke voorschriften.
GARANTIEVOORWAARDEN
De garantie die geldt voor het nieuwe voertuig is de garantie afgegeven door de verkoper die
apparatuur of fabricagefouten omvat, alsvolgt uiteenzet:
NIEUWE UITRUSTINGSGARANTIE
Elk nieuw product wordt geleverd met een garantie van de verkoper tegen uitrusting- of fabricagefouten
die zich voordoen tijdens de in het verkoopcontract gespecificeerde periode. Onder deze
garantie is de verplichting en aansprakelijkheid van de verkoper beperkt tot reparatie of vervanging
van een onderdeel dat tijdens normaal gebruik en/of onderhoud beschouwd is als defect en
de redelijk geprijsde reparatie en/ of vervanging van de betreffende onderdelen gedurende de
garantieperiode, van de datum van levering, lease-aankoop of lease, onder voorbehoud dat de
opstartdatum van het voertuig door de koper bij de verkoper is geregistreerd.
Indien de opstartdatum niet bij de verkoper is geregistreerd, is de datum die als eerste
verkoopdatum, huurovereenkomst of huurovereenkomst is behouden, de datum waarop het
voertuig is verzonden vanaf de fabrieksplaats.
Deze garantie vervangt elke andere expliciete of impliciete garantie en verplichting en
aansprakelijkheid van de verkoper voor deze garantie, exclusief transport en andere kosten of
aansprakelijkheid voor directe, indirecte of opeenvolgende schade en vertraging door een fout.
De garantie wordt ongeldig geacht indien het voertuig buiten zijn capaciteit of in omstandigheden
die niet door de leverancier worden aanbevolen wordt gebruikt, of als onderdelen worden gebruikt of
technisch gewijzigd zonder voorafgaande goedkeuring van de verkoper.
3
׉	 7cassandra://cV3WjXfKkzy2T7bMdDNWYteNh6Bu99uHZVepmmz_cIA`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://n7bqE_sE4XCxfDDTl9TsAirWHCx2HNALrJblgCBZEFo >` ׉	 7cassandra://RPYPOuc_AwODmznGqEv7_HpQhwN9Pjbg5MShUxex1is}|` S׉	 7cassandra://P2CBHaI9yhzC4v1hUufDKc4ZEfZhXZRxJEJlX-0sLZs?`̵ ׉	 7cassandra://DrG4rJ3N6oSXNz_lVAn-C9Fj0AjMHBLMXPlcgDoxtjYI4͠^kPAG>ט  {u׉׉	 7cassandra://_B9bnGgStOe55br_4_RJAVMLGAzhUmK75O6B_OwQJ0c Q` ׉	 7cassandra://Cv2xh6TaeckonRcFk5t4txDoyzjw-jFIG-yyNZk6xYc}` S׉	 7cassandra://0TVYuAzLYbYA6CrRZS4pwKIurq_7EN43q0a4pgJ7kusH`̵ ׉	 7cassandra://3kmb4nXQO2Nh461ap6_fo8C_HsVoUDmCmGHXc1DOuqc>͠^kPAG?נ^kPAGB ̲s9ׁHhttp://V.4.INׁׁЈ׉E*INHOUD
I - VEILIGHEID ...................................................................7
I.1. Veiligheid heeft onze prioriteit ................................................ 7
I.2. Algemene punten ................................................................... 7
I.2.1. Informatie voor de chauffeur ................................................7
I.2.2. Eisen voor de bestuurder ......................................................7
I.2.3. Rijvaardigheidslessen ...........................................................7
I.3. Voor elk gebruik ..................................................................... 8
I.4. Belangrijk ............................................................................... 8
II - ALGEMENE INFORMATIE ..............................................9
II.1. ALGEMENE EIGENSCHAPPEN ................................................ 9
II.1.1. Dimensionale diagrammen * ...............................................9
II.1.2. Technische karakteristieken ................................................9
II.1.3. Prestaties ..............................................................................10
II.1.4. Toegestane hellingen ...........................................................10
II.1.5. Voertuig indentificatie ..........................................................10
II.2. INTERIEUR ............................................................................ 11
II.3. BUITENKANT ......................................................................... 13
III - DETAILS ......................................................................14
III.1. VERLICHTING/CLAXON ........................................................ 14
III.2. RUITENWISSER RUITENWASSER/ONTDOOIEN ..................... 14
III.3. HANDREM ............................................................................ 15
III.4. CONTACTSLOT ..................................................................... 16
III.5. PLAFONDVERLICHTING ........................................................ 16
III.6. BEDIENINGSKNOPPEN ......................................................... 17
III.7. BESCHERMINGSBAK (ACHTER DE VOORGRILL) .................... 18
III.7.1. Remvloeistof, Zekeringen, Ruitenwassertank....................18
III.8. VERLICHTING ....................................................................... 19
III.9. 12 V ACCESSORIES AANSLUITING........................................ 19
III.10. DISPLAY ............................................................................. 20
III.10.1. Schermpje (A) ....................................................................21
III.10.2. Display menu opbouw ......................................................22
III.10.3. Geschiedenis Registratie ..................................................23
III.11. ELECTRICAL BOX ............................................................... 25
III.11.1. Zekeringen en Relais .........................................................25
III.12. STOELEN ............................................................................ 26
IV - VOORZORGSMAATREGELEN .......................................27
IV.1. PRE-BEDIENINGS CHECKS ................................................... 27
IV.2. AANBEVELINGEN VOOR GEBRUIK ......................................... 27
V - RIJDEN ........................................................................29
V.1. STARTEN ............................................................................... 29
V.1.1. Rijden ....................................................................................29
V.2. ACTIERADIUS ........................................................................ 29
V.2.1. Einde van de actieradius ......................................................29
V.3. STOPPEN .............................................................................. 30
V.4.INVLOED VAN TEMPERATUUR OP DE ACCU (lithium) .............. 30
V.5. BEDRIJFSMODUS .................................................................. 31
V.5.1. Low speed modus ................................................................31
V.5.2. High speed modus ...............................................................31
V.5.3. Eco modus ............................................................................32
V.5.4. Dashboard schermpje ..........................................................32
4
׉	 7cassandra://P2CBHaI9yhzC4v1hUufDKc4ZEfZhXZRxJEJlX-0sLZs?`̵ ^kPAG׉EVI - OPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE AACU’S ................33
VI.1. OPLADEN VAN DE HOOFDACCU ........................................... 34
VI.1.1. Veiligheid .............................................................................34
VI.1.2. Oplaadproblemen ................................................................34
VI.2. DE LADER ............................................................................. 35
VI.2.1. Accu oplaad procedure .......................................................35
VI.2.2. Hoofdaccu oplaadstatus ....................................................35
VI.3. OPLADEN VAN LITHIUM ACCU’S .......................................... 36
VI.3.1. Accu oplaad status .............................................................36
VI.4. ONDERHOUD VAN DE ACCU’S .............................................. 38
VI.4.1. waterniveau van de hoofdaccu ..........................................38
VI.4.2. Ventileren van de oplaadruimte .........................................39
VI.4.3. Cleaning lead batteries .......................................................39
VI.4.4. Aftappen van de hoofdaccu ...............................................39
VI.4.5. Het voertuig stallen .............................................................39
VI.4.6. Opslag van de accu’s ..........................................................39
VI.4.7. Controle van de hoofdaccu .................................................40
VI.5. 12 VOLT HULPACCU ............................................................. 41
VII - SERVICE .....................................................................42
VII.1. BANDEN .............................................................................. 42
VII.1.1. Gebruik van een bandenreparatiebus ...............................42
VII.1.2. Opkrikken van het voertuig ................................................43
VII.2. SLEPEN ............................................................................... 43
VII.2.1. Het voertuig slepen ............................................................44
VII.3. RUITENWASSER .................................................................. 44
VII.4. ONDERHOUDS FREQUENTIE ................................................ 45
VII.5. ONDERHOUD BINNEN- EN BUITENKANT ............................. 46
VII.5.1. Onderhoud binnen- en buitenkant van het voertuig ........46
VII.5.2. Anti-roest bescherming .....................................................46
VII.6. RECYCLING ......................................................................... 46
VIII - FOUT CODES .............................................................47
IX - OPTIES .......................................................................49
IX.1. VERWARMING ...................................................................... 49
IX.1.1. Algemeen/soorten brandstof .............................................49
IX.1.2. Opstarten/Onderhoud .........................................................49
IX.1.3. Foutcodes inzien .................................................................50
IX.2. HOGEDRUK REINIGER .......................................................... 51
IX.2.1. 200L Hogedruk reiniger ......................................................51
IX.2.2. 500L tank/Hogedruk reiniger .............................................52
IX.2.3. Starten .................................................................................53
IX.2.4. Hogedruk reiniger systeem ................................................54
IX.2.5. Bewaterings systeem .........................................................55
IX.2.6. aftappen van de tank ..........................................................55
IX.3. CENTRALE DEURVERGRENDELING ....................................... 56
IX.3.1. Schakelaar in cabine: ..........................................................56
IX.3.2. Afstandsbediening: .............................................................56
IX.3.3. Deuren afsluiten ..................................................................56
IX.4. SLEEPMOGELIJKHEDEN ....................................................... 56
IX.5. HET TREKKEN VAN EEN AANHANGER .................................. 57
IX.6. ELECTRISCHE VERWARMING ............................................... 57
5
׉	 7cassandra://0TVYuAzLYbYA6CrRZS4pwKIurq_7EN43q0a4pgJ7kusH`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UqxWOHL6xupQmBKG7Tuy8dZs995pRAofBlBnS44Zr-8^,`׉	 7cassandra://RcLzb2HYrQ8roSX4bf-7qNOjrCdSTttwqAGGs-biCm4`S׉	 7cassandra://w8cafZemuE6H1Oa4I8fvKnCPlxSZpXjwEkG5i0nmpPQ`̵ ׉	 7cassandra://_9dol7wtwRwCfNXsqkAAqpljMwjygKz69k0Tp0YrcM0͠^kPAGCט  {u׉׉	 7cassandra://Gh5uKdrQ4A7mXhVYAcJl1BGoEXRXN3i_Z8dJjQ3KbMI ` ׉	 7cassandra://muO_qZJhxzTPtvpHKw5kRBWDKgoX7CXqtlJnqjiCdXcYB`S׉	 7cassandra://PeRoOHACWpxD_Pge7-VI_rsEXZGzCCxPZskI5KLydAcN`̵ ׉	 7cassandra://eyWBCFhAQ11zeHa8h8FRmgUr1KdjkZqmNiQN2KrOoDwF	,͠^kPAGD׉E6
׉	 7cassandra://w8cafZemuE6H1Oa4I8fvKnCPlxSZpXjwEkG5i0nmpPQ`̵ ^kPAG׉EI - VEILIGHEID
I.1. VEILIGHEID STAAT BIJ ONS VOOROP
We stellen uw veiligheid voorop.
Dit gedeelte bevat belangrijke informatie, aanbevelingen, voorstellen en voorzorgsmaatregelen die u
moet lezen en opvolgen voor uw veiligheid en de veiligheid van de passagiers.
Deze handleiding bevat de minimale informatie die nodig is om het voertuig te kunnen
bedienen.
Onderhoudswerkzaamheden dienen door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.
I.2. HOOFDPUNTEN
I.2.1. Informatie voor de chauffeur
U moet deze gebruikershandleiding lezen en begrijpen voor u het voertuig voor de eerste keer
gebruikt. U moet bekend zijn met de regels en normen die deze voertuigen en het gebruik ervan
regelen.
I.2.2. Eisen voor bestuurder
Alleen bestuurders die in het gebruik van dit voertuig zijn getraind, mogen het gebruiken. Deze
training omvat de kennis van de regels van uw werkgever, de verkeersregels, de instructies in deze
handleidingen en alle geldende voorschriften voor dit type voertuig.
LET OP
Chauffeurs moeten wettelijk oud genoeg zijn om te rijden.
I.2.3. Rijvaardigheidslessen
De rijvergunning wordt aan de bestuurder afgegeven na dat deze door het hoofd van de vestiging is
beoordeeld op geschiktheid voor het besturen van het voertuig.
De beoordeling bevat:
- Een geschiktheidstest uitgevoerd door een beroepsarts.
- Een test op kennis en vaardigheden die nodig zijn om veilig te rijden.
- Een test op de kennis van instructies die op de plaats van het gebruik moeten worden nageleefd.
Kijk op de openbare weg naar de geldende wetgeving volgens het gekozen type goedkeuring.
LET OP
Voor meer informatie over de training van chauffeurs, neem contact op met een erkende
organisatie.
WAARSCHUWING
Dit voertuig mag niet op de openbare weg rijden zonder registratie of verzekering.
7
׉	 7cassandra://PeRoOHACWpxD_Pge7-VI_rsEXZGzCCxPZskI5KLydAcN`̵ ^kPAG ^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://we9A8ruLeq9XWNjOA2t_j5Cr3VybwJgmB8M9grFzfVs MC` ׉	 7cassandra://4qXMHHVyoKJ7J7Rtlyfivgkz4K3WzGXUwLmhVfQncsYM`S׉	 7cassandra://HhAqjnMZ7r78J6R8uhEbm3knsjy64GW3HZ7LrUQM0KM@`̵ ׉	 7cassandra://4uGEDbdORInTRb0X9yQTcf1fiFXWScjqAr3qbeivPekB(͠^kPAGFט  {u׉׉	 7cassandra://4Yr2zI5fjl_ESLYvfh9dhy3dADDz16MT5PhSkJggR0U `` ׉	 7cassandra://03O5hpeenXRJH8Xu5AfbMySJkeu3_nrKa-RQolcZ_bYZ.`S׉	 7cassandra://Ut0jlZ-9hV14E3KnhKRYO1nNGtAGtyOkfJOHDIVlWzEx`̵ ׉	 7cassandra://zKFKU02B81zGQUJFg_kvootVVrJ9pza8pWtH1zhGUHA͠^kPAGG׉E4I.3. VOOR ELK GEBRUIK
Om uw veiligheid en veiligheid van passagiers te waarborgen, moet u de volgende punten nakomen
voordat u uw Goupil bestuurt:
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Controleer of de lichten en de richtingaanwijzers correct werken.
Controleer de conditie en de druk van uw banden.
Controleer of de remmen goed werken.
Zorg ervoor dat uw ramen schoon zijn om een goed zicht te garanderen.
Zorg ervoor dat er geen objecten de pedalen kunnen belemmeren.
Pas uw spiegels aan.
Rijd niet als uw capaciteit verminderd is (medicatie, alcoholgebruik en/of drugs,
vermoeidheid).
Volg de verkeersregels.
Blijf binnen de snelheidslimieten.
- Wees bewust van de omstandigheden op het wegdek, de weersomstandigheden en pas uw
rijgedrag aan aan de lading die u vervoert.
OPGELET
De bestuurder is te allen tijde verantwoordelijk voor zijn/haar passagiers en de
veiligheid van het voertuig.
Zorg ervoor dat de passagier op de juiste plaats zit en een veiligheidsgordel draagt,
en houdt alle delen van uw lichaam binnen het voertuig wanneer het in beweging is.
OPGELET
Verleng accuduur.
Zet stroomverbruikende elementen zoveel mogelijk uit.
I.4. BELANGRIJK
De G4 is een elektrisch voertuig en zoals bij ieder elektrisch voertuig moet de gebruiker de accu aan
het eind van de dag opladen wanneer deze minder dan 50% opgeladen is. Langdurige opslag van
het voertuig met een te lege accu kan de accu beschadigen.
OPGELET
Het voertuig is niet geschikt voor gebruik op wegen met slecht wegdek of die overstroomd
zijn of ruw terrein.
Bij het niet naleven van deze aanbevelingen zal de garantie komen vervallen.
8
׉	 7cassandra://HhAqjnMZ7r78J6R8uhEbm3knsjy64GW3HZ7LrUQM0KM@`̵ ^kPAG׉E6II - ALGEMENE INFORMATIE
II.1. ALGEMENE KENMERKEN
II.1.1. Dimensionale diagrammen *
*In millimeter
II.1.2. Techinische kenmerken
OMSCHRIJVING
KENMERKEN
Goedkeuring
Electromagnetische compatibiliteit
Electrishe Veilgheid
Aantal personen
Draaicirkel
Transmissie
Voor
Remmen
Achter
Voor
Ophanging
Banden
Parallelisme (MEDIUM batteries, flat)
Electrisch systeem
Voltage
Nominal
Motor
vermogen
(S2 30 minuten)
Max vermogen 16.3 kW
Vermogen regelaar
Gewicht van de ACCU’S
(afhankelijk van type accu)
Oplaadtijd
Oplader
HF 48V 25A
48 V 450 A
LoodZuur
8 h 30
418 kg
7 h 45
492 kg
9 h 15
92 kg
3 h 30
Lithium
8.6 kWh 11.5 kWh 15.4 kWh 7.2 kWh 9 kWh 14 kWh
325 kg
148 kg 192 kg
4 h 15 6 h 30
Stroomvoorziening: 230 V~, 16 A Regulier stopcotact
Output (hoofd): 48 V DC, 25 A,
2200 W
Vooruit
Maximum snelheid
Temperatuur in bedrijf (Lithium)
9
Achteruit: 10 kmh
Rijden
Opslag
Output (Lithium): 48 V DC,
30 A, 2310 W
Low speed: 10 km/h
Eco Modus (Lithium): 40 km/h
High speed: 50 kmh
-20°C
-10°C
Achter
Afmeting
Druk
Afhankelijk van het type voertuig
R10-05
R100-02
2 (inclusief bestuurder)
3.9 meter
versnellingsbak + differentieel
Hydraulische remmen met Ø247 mm schijven
Hydraulische remmen met Ø230 mm drum
Mc Pherson type
Composiet veren + schokbrekers
155R13C 90q
2.5 bar (4.5 bar bij gebruik)
VOOR: 0 mm
48 V (12V circuit)
30 V
10 kW
׉	 7cassandra://Ut0jlZ-9hV14E3KnhKRYO1nNGtAGtyOkfJOHDIVlWzEx`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hR4xURlPErbegeBgwIxBYDNRKIeFw6fDk7bwAAKi_4Y '`׉	 7cassandra://QF6t_-rhxDZJkb5TgCfLNG7HKeWEX9NiLsdyLAsc3fEP`S׉	 7cassandra://rLTvS-veO3OxS-0Abp3vY_nR8OvLvdxlwrIwWWR2CckM`̵ ׉	 7cassandra://7yywul84xTNyIzV_QX4ADaBn0fJmPtVfH4D_olG8qfQƽ
͠^kPAGJט  {u׉׉	 7cassandra://iP7ME_1hUWValrnxV8PbclrVJpmwYnl3JUzNDNxxaDY Y4`׉	 7cassandra://j5tfFqR7cc1wWwprQjc7-7sJFyZieBQ6cP3qjx6qIGkC`S׉	 7cassandra://RzVobJP5g0DhoQh3J3ZEBiGBXfscBxpz5nqGGlkBhFw`̵ ׉	 7cassandra://TnkD4xGMGxrt693NngeIbZyL2FotvY_PVrZL0z-qGkM ͠^kPAGKנ^kPAGO ʁJ9ׁHhttp://www.polaris-wt.comׁׁЈנ^kPAGN XʁJ9ׁHhttp://www.polaris-wt.comׁׁЈנ^kPAGM W8I9ׁHhttp://www.polaris-wt.comׁׁЈ׉EII.1.3. Prestaties
Capaciteit accupakket (kWh)
Autonomie bij half opgeladen
8.6
tot 47 km
Lood Zuur
11.5
tot 63 km
15.4
tot 78 km
7.2
tot 40 km
Lithium
9
tot 72 km
14
tot 108 km
II.1.4. Toegestane hellingen(1)
Maximale helling onbeladen (%)
Maximale helling bij maximaal toegestane lading (%)
Maximale helling bij beperkt vermogen (%) (Lithium)
30
15
12
II.1.5. Voertuig Indentificatie
VASP VERSION
Fabricageplaatje in cabine onder
bestuurderstoel
GOUPIL INDUSTRIE
2100
3500
1
2
1100
1200
Tel : +33 5 53 79 39 39 Fax : +33 5 53 79 30 40 www.polaris-wt.com
N1-KS VERSION
N1-NKS VERSION
GOUPIL INDUSTRIE
POLARIS WORK & TRANSPORTATION
e9*KS07/46*6438
2100
3500
1
2
1100
1200
Tel : +33 5 53 79 39 39 Fax : +33 5 53 79 30 40 www.polaris-wt.com
1
2
e2*NKS*0706
2100
3500
1100
1200
Tel : +33 5 53 79 39 39 Fax : +33 5 53 79 30 40 www.polaris-wt.com
10
6 5 0 0 4 8 4 - 0 0
6 5 0 0 4 8 6 - 0 0
6 5 0 0 5 2 8 - 0 0
׉	 7cassandra://rLTvS-veO3OxS-0Abp3vY_nR8OvLvdxlwrIwWWR2CckM`̵ ^kPAG׉EII.2. INTERIEUR
(1). Ventilatieroosters
(2). Richtingaanwijzer/Claxon
(3). Stuur
(4). Voorwaartse aandrijving/
achteruitrijhendel/Ruitenwisser
(5). Bedieningsknoppen
(6). Temperatuur/ventilatieregelaar
(7). Display
(8). Opbergkastje/geluidsapparatuur*
11
(9). Speakers
(10). Contactslot met stuurvergrendeling
(11). Rempedaal
(12). Gas pedaal
(13). Handrem
(14). Dashboardkastje
(15). 12 V accessoire aansluiting
(16). OBD stekker + winterschakelaar
* Optioneel
׉	 7cassandra://RzVobJP5g0DhoQh3J3ZEBiGBXfscBxpz5nqGGlkBhFw`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://RNp2YliHOt9zekRT-opFYuTj_VTdl6oD_pzOfY0PvcY -`׉	 7cassandra://AHZJjuHr-mvEMOeMrtHv1TdkntjnQ8A7sj3iXEoW7p4"r`S׉	 7cassandra://K70im-QuhTJzRQauO5k2tuZSZcU61nGPlEJDP9Z6F5Ym`̵ ׉	 7cassandra://nF9hm8wdN-NnE6gTv8ML9wWIWSD-qvZEvE1VDMOB9-k{͠^kPAGPט  {u׉׉	 7cassandra://xNzkWatb-_dQsZnIOF21pyoibOgcd6zJuvgHoaUhJ8A  `׉	 7cassandra://_d-mVgJCGDnUPdiTMaNARNdiu61y8nBhyHndKsnl8hE;`S׉	 7cassandra://CaAWGVwcng2Qzmx-T7aAT0Iui6iaXRROqHpcJbwfr_Y`̵ ׉	 7cassandra://MQw3KCiYwFuH0wR-fBB88K0JeRw-eiUMa5Bk5BgjtDk ͠^kPAGQ׉E m(17). Zonneklep
(18). Achteruitkijkspiegel
(19). Plafondvelichting
(20). Deurhendel
(21). Raam Open/Dicht
12
׉	 7cassandra://K70im-QuhTJzRQauO5k2tuZSZcU61nGPlEJDP9Z6F5Ym`̵ ^kPAG׉EW(22). Parkeerverlichting
/ grootlicht
/ dimlicht
(23). Richtingaanwijzers
(24). Achteruitkijkspiegel
(25). Kentekenplaat
(26). Dagverlichting
(27). Centrale Accu Oplaadpunt (Hoofdaccu)
(28). Tractie accu
(29). Zijkant richtingaanwijzer
(30). Accu oplaadpunt
(31). Zekeringenkastje
(32). Noodstop
(33). Mistlamp
(34). Acheruitrijverlichting
13
׉	 7cassandra://CaAWGVwcng2Qzmx-T7aAT0Iui6iaXRROqHpcJbwfr_Y`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SnaSmXdnSHqZMotKQfEEzIHTsroyJf4QPlDILcHOmqI b#` ׉	 7cassandra://cRjPFSpw2b4fUVodsi4FnxY27pnqDTQXgSS6--nAPjUPT`S׉	 7cassandra://4np3vxitcgmtoAUgy1T-Mon8xEdJO04GxOIPbX9tRbw`̵ ׉	 7cassandra://SYUx0LcdhqAKuxQkdFJ8_kQc6wSkIS28YBIXQyG6iYA .8*͠^kPAGSט  {u׉׉	 7cassandra://F01Z-s6mb2pp9ZEiJnfBEHwX7R0662blg7mJesWhWhs `׉	 7cassandra://9j5xZ1SP3JV-KScPzWCbKcsvI0ZHlCIOwTW5x7A491IGu`S׉	 7cassandra://j8ZZT8DfyDZUGDyhXdbKEI1CgiCpoXrFLxzP9kI9hVEw`̵ ׉	 7cassandra://ClHDojL0N5N8JfokGWZeOJUrdu9GL644nslgr3dxsGQ͍D͠^kPAGT׉EIII - DETAILS
III.1. VERLICHTING/CLAXON
A
B
Voor- en achterverlichting
Draai ring ‘A’ in gewenste positie.
Mistlamp
Draai ring ‘B’ in gewenste positie.
Licht uit
dagrijverlichting
Dimlicht/Grootlicht
Claxon
Druk op het uieinde van de hendel
OPMERKING
De daglichtlampen gaan automatisch aan als de sleutel in het contact is geplaatst en gaan
automatisch uit als de positielampen zijn ingeschakeld.
III.2. RUITENWISSER/RUITENWASSER/ONTDOOIEN
F
Achter mistlamp uit
Voor mistlamp aan
Richtingaanwijzers
Beweeg de hendel naar boven
of beneden al gelang de richting
die u wilt gaan
Voorwaartse aandrijving
F
N
R
I
N Neutraal
II
A
R Achteruitaandrijving
Ruitenwisser: Draai ring A in de gewenste positie.
Ruitenwasser: Trek de hendel naar u toe.
Electrische voorruit ontdooien: Druk op de knop om automatisch ontdooien van 10 minuten
(schakelt auromatisch uit). Druk de knop nogmaals in om het ontdooien te stoppen.
14
F
N
R
I
II
F
N
R
I
II
׉	 7cassandra://4np3vxitcgmtoAUgy1T-Mon8xEdJO04GxOIPbX9tRbw`̵ ^kPAG׉EIII.3. HANDREM
Handrem (13)
Om de handrem los te laten, hef de hendel licht op en druk op de knop.
Breng de hefboom volledig naar beneden.
1
Handrem aan
0
Handrem uit
OPGELET
Zorg er altijd voor dat de handrem stevig aan staat wanneer u het voertuig verlaat.
Zorg ervoor dat de handrem stevig aan staat op heuvels en hellingen.
De mechanische handremhendel activeert de achterwielremmen.
OPGELET
Controleer bij het rijden of de handrem volledig omlaag is (lichtje moet uit zijn) om
oververhitting en schade te voorkomen.
Noodstop (33):
LET OP
Gebruik de noodstop niet om het voertuig uit te zetten. Het mag alleen gebruikt worden als
het voertuig is geparkeerd.
LET OP
Laat de stroomonderbreker tijdens het opladen AAN om de hulpbatterij op te laden.
15
׉	 7cassandra://j8ZZT8DfyDZUGDyhXdbKEI1CgiCpoXrFLxzP9kI9hVEw`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://R9YeEGVslzHn8m2vunhOkevBOkH0zPFZJsA2hvWBOaI >q`׉	 7cassandra://TEbhuitfGshJN-xg4YwlwdOXMOZV8zuUSVgtUzFBgT0;`S׉	 7cassandra://yy6f8vp11Ywrp3Ipx7aQt0Wo3ygvY_u8bjKeYNQxwvo!`̵ ׉	 7cassandra://jYs0u-e7XPTbP0UzUFZqYkerTZA_G5JGoQe08QR_ROgb͠^kPAGVט  {u׉׉	 7cassandra://27H87UrkJy7MMGrY5j4PvV7rCAh4b3mcWmdFRO6pa0k 	`׉	 7cassandra://vmsspqJ9OSUz8mVupATU5oxV3wNWIUL8tUIs4CvFq38+s`S׉	 7cassandra://rpPHnKfM88nJ9-hyFiibQsQlnYZMGMqsR4u1QCG22e4 `̵ ׉	 7cassandra://3zrDite2is9DirZUgNNEN9Qw7pHP4caiBDhsbMuA6AU̘̓͠^kPAGW׉EIII.4. CONTACTSLOT
(ST) ANTI-DIEFSTAL SLOT
Openen: Beweeg de sleutel lichtjes en draai het stuur.
Sluiten: Verwijder de sleutel uit de ontsteking en draai het
stuur tot het anti-diefstal slot klikt.
(A) ACCESSOIRES
Motor uitgeschakeld. Alle accessoires (radio, enz.) blijven aan.
(M) CONTACT AAN
Het contact staat aan, u kunt nu met het voertuig rijden.
De controlelampjes gaan aan.
De dagverlichting gaat aan.
LET OP
Schakel het voertuig nooit uit wanneer deze in beweging is. Wacht altijd tot het voertuig
volledig tot stilstand is gekomen.
Het contact schakelt automatisch ook de stuurbekrachtiging en de
rembekrachtiging uit.
III.5. PLAFOND VERLICHTING
Schakel de plafond verlichting naar de gewenste positie
0. Uit.
1. Niet toepasbaar.
2. Permanent aan.
16
׉	 7cassandra://yy6f8vp11Ywrp3Ipx7aQt0Wo3ygvY_u8bjKeYNQxwvo!`̵ ^kPAG	׉E<III.6. BEDIENINGSKNOPPEN
Gevarenlicht
Electrische verwarming*
Winter*
Verschillende opties* *
Waarschuwingssignaal vooruit
rijden*
Geluidssignaal HARD
(dag modus)
Geluidssignaal UIT
Geluidssignaal MEDIUM
(nacht modus)
Centrale deurvergrendeling*
Op slot
Openen
Schakelaar zwaailicht.
Werkverlichting*
* Optioneel
17
׉	 7cassandra://rpPHnKfM88nJ9-hyFiibQsQlnYZMGMqsR4u1QCG22e4 `̵ ^kPAG
^kPAG	{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MAjCyDKUPAnunzQLl4BaHi-xTPXdcq5wvDCcr2vu95g >`׉	 7cassandra://AhDbiz7MIdUlLGpK2DVTWy2eUyvENERSioi7roNFApYP`S׉	 7cassandra://NtitNZf6SIeaIiuM6aOEP6Eeauhy0qD7kZ7UZ2EukoM)`̵ ׉	 7cassandra://pqMBxYCnOMEJE8k1_u3MMYjd700ov1kV_5PHWO28k5kͮ͠^kPAGYט  {u׉׉	 7cassandra://3OMeCSUliXbt1IC_611n8fXRrk0rGm2IUobWfQi6CMA :` ׉	 7cassandra://LqCNSjqSYhaQWCKta3xWGLeLT3I9QNaZh7d96e_BhLALH`S׉	 7cassandra://_rnZc1lqGZ-GDxJK51nP-OVpyjmcPeS49GG2iSZsepI?`̵ ׉	 7cassandra://5vpnCERim5UtKwBlQZNiq6IP-lpmW6bL3VtpI4mxKdIFH͠^kPAGZ׉EIII.7. BESCHERMINGSBAK (ACHTER DE VOORGRILL)
III.7.1. Zekeringen en Relais
(35). Remvloeistoftank
(36). Zekeringen/Relaisbox
(37). Ruitenwasservloeistoftank
ZEKERING:
F101 30 A Lichten: zijlichten / codes /
Koplampen / mistlampen.
F102 30 A Autoradio / Ruitenwisser.
F103 10 A Achterverlichting.
F104 5 A Display.
F105 20 A Auto radio/Accessories/OBD.
F106 15 A Ruitenwasser.
F107 20 A Centrale deurvergrendeling*.
F108 15 A Dak.
F109 10 A Dagverlichting.
F110 5 A Contact/stuurbkrachtiging*.
F111 15 A Optioneel*.
F112 15 A Richtingaanwijzers.
RELAIS:
K101 Interval ruitenwisser.
K102 Centrale vergrendeling*.
K103 Electrische verwarming*.
K104 Lithium oplader*.
K105 Snelheidsbeperker
K106 Zwaailicht
* Optioneel
18
׉	 7cassandra://NtitNZf6SIeaIiuM6aOEP6Eeauhy0qD7kZ7UZ2EukoM)`̵ ^kPAG׉EIII.8. VERLICHTING
FRONT
Parkeerverlichting
Grootlicht/Dimlicht
Richtingaanwijzers
Dagrijverlichting
LATERAL
Zij-richtingaanwijzers
REAR
Remlicht
Achteruitrijverlichting
Mistlamp
Kentekenplaat verlichting
INTERIOR
Plafond verlichting
LET OP
Voor voertuigen met een achterklep geldt dat de achterlichten onzichtbaar zijn als de
achterklep naar beneden is. U dient in dat geval een waarschuwingsdriehoek te gebruiken
om de mede weggebruikers te waarschuwen.
Op de laadklep zitten twee reflectoren. Zorg ervoor dat deze schoon en dus goed zichtbaar
zijn.
III.9. 12V ACCESSORIES AANSLUITING
De accessoires aansluiting bevindt zich onder het dashboard.
Deze werkt alleen als de contact aan is en kan apparaten tot 100W voeden.
LET OP
Door het gebruik van ongeschikte stekkers kan de aansluiting beschadigen. Duw de stekker
volledig in de aansluiting om oververhitting te voorkomen.
Sluit de aansluiting af als deze niet in gebruik is.
W5W
P21
P21W
P21W
W5W
LED
T4W 12 V 4 W
H4 halogeen 60 / 55 W
PY21W Oranje lamp
LED
19
׉	 7cassandra://_rnZc1lqGZ-GDxJK51nP-OVpyjmcPeS49GG2iSZsepI?`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://mofaUFhuK_etyvhIMYU-TbocxZlPtX65GYBFz54hxLU `׉	 7cassandra://kMJtqSvokfsORU0AB9rqty6g_SSC9E8rcPkcGqM49ho@`S׉	 7cassandra://eaAkRb-vu_sn5wyVQMgAAsOBKmppwh4a2G7CqQ9qe2U`̵ ׉	 7cassandra://o5eH5LEZu_Q9-KlsNgihZCyylL6zVCfm5NQcuSqwW_8͏͠^kPAG\ט  {u׉׉	 7cassandra://kpOPzjqldNUGyxC7gen1D73d55V065YsRcNl_cbi49I 0`׉	 7cassandra://zJkTDscg1GVMkK8Q3HA--2fUDtaMV1_cQTEc7VZ2hWUKh`S׉	 7cassandra://bALs_p08S2skgiAaze-iujyc7hEFRJFxQNmyjmrcEv4/`̵ ׉	 7cassandra://TViVAG98rL53D-uK2bljDuRxMhvkBMmTD-LRscfpfS4͹$͠^kPAG]׉EIII.10. DISPLAY
(1). Hoofdmenu (ref. III.10.2)
(2). Scroll-up knop
Linker richtingaanwijzer
(3). Scroll-down knop/schakel naar
vereenvoudigd rijscherm (refer to V.5.4)
(4). Schakeling van hs - ls (refer to v.5)
Rechterrichtingaanwijzer
Dimlicht
dagrijverlichting
Grootlicht
Handrem aan of
waarschuwing voor te weinig
remvloeistof
Achtermistlamp
Storing electrische motor
Accu storing
Tractie accuniveau laag
20
׉	 7cassandra://eaAkRb-vu_sn5wyVQMgAAsOBKmppwh4a2G7CqQ9qe2U`̵ ^kPAG׉EIII.10.1. Scherm (A)
STOP indicator:
Voor uw eigen veiligheid geeft deze melder een signaal af als u onmiddelijk dient te stoppen met
rijden.
Onderhoud:
Deze melder geeft een signaal af als het voertuig onderhoud nodig heeft.
Rijd voorzichtig naar het dichtsbijzijnde onderhoudsstation.
Volgorde fout
Deze melder licht op wanneer een bepaalde snelheid wordt bereikt als de startvolgorde niet werd
nageleefd: hendel in neutraal, gaspedaal losgelaten, bestuurder zit in bestuurdersstoel en sleutel in
rijstand.’on’.
Verbruik meting:
Verdeeld in twee gebieden, geeft het aan of de accu’s energie leveren of energie terugwinnen (remof
vertragingsfase).
Aanhangwagen Storingsmelder:
Deze melder geeft aan wanneer uw aanhanger een storing heeft.
Eco modUS / Rij modus:
Zie V.5.
Electrotechnical system temperature indicator:
Geeft een signaal bij een te hoge temperatuur aan van de accu of motor.
U dient het voertuig onmiddelijk te stoppen.
21
׉	 7cassandra://bALs_p08S2skgiAaze-iujyc7hEFRJFxQNmyjmrcEv4/`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YJuqDQcbUWsB-CTX5c7d1WjDmD1vLI_75W0bXo2JNaU I`׉	 7cassandra://W-_cQhNznx0H2_9YWpwytkd238qs3B9lq-z5txEDu0c@*`S׉	 7cassandra://BOne8JyiNewA8I7_l3sQFBNJlEWEfPLglpHP1XrZ70MQ`̵ ׉	 7cassandra://Jzta-7Lq70GCG4RFdv6_3bGwYmAyevJaGXG0zLKcUVI͗$͠^kPAG`ט  {u׉׉	 7cassandra://BG0OvZbscHVYB43sriKd3yVZdFJ4tdfSvfAdv0hAT8k `׉	 7cassandra://NHLCJdmLyGa9JfNU3-v7yQIXVi_NvRq03ZYNZEdVHkMH`S׉	 7cassandra://E-2Smg9FMUbnuIE_0dDrFuSm7fpZVDOZPBRHa2czVW8`̵ ׉	 7cassandra://JabMa6AIURi---c1asQ0QI9aBH7GPljsK37KQWRvjQs͸͠^kPAGa׉ESIII.10.2. Display menu opbouw
III.10.2.1. Hoofdmenu
Dit biedt toegang tot 4 submenu’s: Beheerder, Geschiedenislogboek, Voertuiggegevens, Parameters.
Gebruik de knoppen 1 en 2 om te schakelen tussen de verschillende menu’s, gebruik knop 3 om te
bevestigen en gebruik knop 4 om terug te keren naar het vorige scherm. Als u op knop 4 drukt en
deze weer loslaat, gaat u snel terug naar het vorige menu. Als u op knop 4 drukt en deze ingedrukt
houdt, keert u terug naar het hoofdmenu.
Administrator:
Deze is niet toegankelijk voor niet gekwalificeerd technisch personeel en daarom afgesloten.
22
׉	 7cassandra://BOne8JyiNewA8I7_l3sQFBNJlEWEfPLglpHP1XrZ70MQ`̵ ^kPAG׉EGeschiedenis Registratie:
Lijst van alle opgetreden fouten. Wanneer het probleem is opgelost, selecteert u de fout met behulp
van knop 1 en 2 en verwijdert u deze met knop 3 (Reset).
Zie VIII voor de lijst met foutcodes.
Vehicle data:
Vehicle data
V average
Km traveled
Wh consum.
VIN
0000254253
Biedt toegang tot een reeks informatie over het voertuig, inclusief het VIN-nummer, referenties van
de verschillende voertuig-apps, gemiddelde afgelegde afstand per lading, de afgelegde afstand
sinds de laatste lading, de gemiddelde snelheid, verbruikte kWh en de teller (kilometertellers en
uur meter) en Monitor (biedt de spannings- en intensiteitswaarden en de motor- en controllertemperaturen
in realtime) submenu’s.
23
׉	 7cassandra://E-2Smg9FMUbnuIE_0dDrFuSm7fpZVDOZPBRHa2czVW8`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://kYdd-BfxMEe9zeYW5r7QgzYPLEyfzazha_5SV7f_OtQ GR`׉	 7cassandra://lFIt-F4P719zkt-qzrpTLx_vt_yyAHzgGtYWo4JF6QY%9`S׉	 7cassandra://5i06iZ203A2llRfdZ_vvV1mUivZ-JMzDb-caH8wGlWA`̵ ׉	 7cassandra://PThGT7IL4SPykv1l_PoPsyx7o2pnGvH2yakpIY3eesQgL͠^kPAGcט  {u׉׉	 7cassandra://mFF3N-XAsKoH4I1cCM8WurFOyo3yjCQCi0byazy548k Qt`׉	 7cassandra://i6ChB4mqTQtkjGmrLdxpOy24vehAOEQFhkMlgDnVf0IX`S׉	 7cassandra://DvSVfdL4IVK3-jge-SezcNCZp1fuJW_w5giB6JvKDSw`̵ ׉	 7cassandra://ubPZbJYY2sLTALX92rA9KtSxO7S2JQv5V4loqZKQIPwnh͠^kPAGd׉E Parameters:
Biedt toegang tot de submenu’s Taal (Frans, Engels), Snelheidseenheid (km/h, mph), Tijd (instelling
van datum, tijd en tijd) en Weergave (displayverlichting en contrast).
24
׉	 7cassandra://5i06iZ203A2llRfdZ_vvV1mUivZ-JMzDb-caH8wGlWA`̵ ^kPAG׉EIII.11. ELECTRISCHE BOX
(38). Electrische motor controller
(39). Line circuit onderbreker
(40). Voltage converter
(41). Zekeringen en Relais box
(42). Oplader (aan voorkant)
(43). Voorruitverwarmings relais (K208)
LET OP
Iedereen die elektrisch of niet-elektrisch onderhoud uitvoert aan de stroombatterijen
of onderhoud uitvoert in de buurt van de batterijen, moet hiervoor gecertificeerd zijn in
overeenstemming met de geldende voorschriften.
III.11.1. Zekeringen en Relais
ZEKERINGEN
F201 5 A 12 V ontsteking.
F202 15 A Thermische verwarming*.
F203 2 A BMS*.
F204 30 A Stuurbekrachtiging*.
F205 15 A Achteruit / Claxon / Remlichten
F206 30 A 12 V AV1.
F207 5 A 48 V ontsteking.
F208 25 A Electrische verwarming*.
F209 10 A Electrische verwarming*.
F210 5 A Electrische ventilator*.
F211 20 A Ontdooien.
F212 30 A 12 V AV2.
RELAYS
K201 Waarneming oplaadstekker.
K202 Controle relais.
K203 Stop.
K204 Achteruitrij lichten.
K205 Optie*.
K206 Electrische verwarming*.
K207 Omvormer
* Optionele uitrusting
25
׉	 7cassandra://DvSVfdL4IVK3-jge-SezcNCZp1fuJW_w5giB6JvKDSw`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://crWF8hWFag0l4MaOTLD_0r_Xri8kM-k9i25nG8TFSXs u`׉	 7cassandra://Oew9Ofs0JgJQcsvl8m2I1NY6odKl73zIHsC1G2S_mL8GD`S׉	 7cassandra://dSoSx_Q9XaFGGx_qcU8kbqWZhX0t6Ik7D2oq-FfGxco`̵ ׉	 7cassandra://6UpEC0zeWWge5F8T2fwJ7OH9byduG6m5MR7hDqmuD0s͡/0͠^kPAGfט  {u׉׉	 7cassandra://4Zjd8LccRjpqY6GAC8AuupJCZWDYiTpXb8NrGYkRBHw I` ׉	 7cassandra://p_IeWqXNrAwuN1fyQ1scgNLUFzATVgNI227RYGUVcQIT`S׉	 7cassandra://V2bnrA5vNV7kUv6Uez4fm2APh3qh9USFcS9UHzRKYLY`̵ ׉	 7cassandra://BMkE4veU98iTMqttHDNlu7l2JeEDkGFt8_pgKtNflGwE͠^kPAGg׉EIII.12. STOELEN
STOELEN AANPASSEN :
• Trek aan hendel A
• Zet de stoel in de gewenste positie
• Laat de knop los
HOOFDSTEUNEN AANPASSEN:
• Druk op knop B
• Zet de hoofdsteunen in de gewenste positie
• Laat de knop los
LET OP
Pas de stand van de stoel nooit aan tijdens het rijden.
VEILIGHEID
De bestuurdersstoel is uitgerust met een sensor die de motor uitschakelt wanneer de
chauffeur niet in de stoel zit.
Het voertuig is uitgerust met 3-punts veiligheidsgordels die gedragen moeten worden
wanneer het voertuig in beweging is.
LET OP
Het gebruik van een achterste optie (HP, Watering, Vacuüm, ...) vereist validatie van de
rijsequentie (zie p21 “sequentiefout”) minder dan twee uur voor gebruik.
26
׉	 7cassandra://dSoSx_Q9XaFGGx_qcU8kbqWZhX0t6Ik7D2oq-FfGxco`̵ ^kPAG׉EIV - VOORZORGMAATREGELEN
IV.1. PRE-BEDIENINGS CHECKS
Voer systematisch vóór elk gebruik een voertuigcontrole uit:
Identificeer apparatuur die niet werkt, lekken of fouten die onmiddellijke aandacht vereisen om het
voertuig veilig te laten rijden.
De onderstaande niet-limitatieve lijst met controles is opgesteld om de gebruiker in staat te stellen
alle controles uit te voeren voordat hij achter het stuur gaat zitten.
ACCU’S
•
De accu’s hebben regelmatig onderhoud nodig. Als de accu’s niet in overeenstemming met
deze handleiding worden onderhouden, kunnen ze worden beschadigd of kan dit leiden tot
onjuiste werking van het voertuig of brand veroorzaken (zie hoofdstuk V en VI).
CONTROLS
•
•
•
•
•
•
•
•
Controleer of alle bedieningselementen van het voertuig correct werken.
VEILIGHEID
Zorg dat alle veiligheids aspecten werken.
VERLICHTING
Zorg voor een correct werkende verlichting (zie III.9.).
REMMEN
Check remleidingen op beschadigingen.
Check uw remmen voordat u gaat rijden.
TYRES
Controleer of de banden de juiste spanning hebben (zie II.1.2).
Controleer de staat van de banden (slijtage indicatoren), of op schade of ongewenste
voorwerpen in de profielen.
Controleer of de wielmoeren correct zijn vastgedraaid (81 Nm).
LET OP
Controleer regelmatig het niveau van uw remvloeistof en uw ruitenwassertankje.
IV.2. AANBEVELINGEN VOOR GEBRUIK
RIJDEN
•
•
•
•
•
•
Vertraag bij het naderen van een kruising of een verkeerszone.
Pas uw rijstijl aan uw omgeving aan.
Rijd niet in een risicozone tenzij het voertuig hiervoor geautoriseerd en geïdentificeerd is.
Informeer uw manager als u een ongeval heeft of als er een probleem is met het voertuig.
Zorg bij voertuigen met kantelapparatuur, zoals een laadbak of platform, dat deze in
horizontale positie staat tijdens het rijden.
Zorg ervoor dat de deuren en poorten van uw voertuig gesloten en vergrendeld zijn voordat u
weer wegrijdt.
27
׉	 7cassandra://V2bnrA5vNV7kUv6Uez4fm2APh3qh9USFcS9UHzRKYLY`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VITXvCILZsq87UK2iaF_N2YNWh9w3fWSlD7rRHSGiyQ Ύ` ׉	 7cassandra://m9CmS26OHC6E62-imBejigWjJec44-OI5g2JuIIuu6USP`S׉	 7cassandra://8yObFWPlg6MBQ6PDA22Qcttgj1Csld4LIqKu55LwvioX`̵ ׉	 7cassandra://CyikfTlJFSco1KCMsw-TjCLFj_H7AAJEtVw7ecd1J5MG0͠^kPAGiט  {u׉׉	 7cassandra://J2Pz8MBl11nX4Te5f6fTHw7TJPI0AegCQOE3PqKg0eM ` ׉	 7cassandra://OeBus5P300MebeeBqzsjWVX-pWI02CZNMKOFJPBjQso`l`S׉	 7cassandra://1U2vtztKiuo2wK3fxcHVO9ZFCPJPeOYZHdSyv8dqZCIt`̵ ׉	 7cassandra://F1XN9zQ_49hat8b8SAyltCUZJ9_5V0as7QG2-7gvpXUq	 ͠^kPAGk׉EVLADEN EN LOSSEN
•
•
•
•
•
Laad nooit een pakket dat tijdens het rijden van het voertuig kan vallen.
Overschrijd de maximale belasting die door de fabrikant is opgegeven.
Wees extra voorzichtig wanneer de lading aan boord de hoogte, breedte of lengte van het
voertuig overschrijdt.
Verdeel de lading aan boord op de juiste manier en beveilig ze tijdens transport.
Vervoer niet meer dan 2 personen (inclusief bestuurder).
LET OP
Voordat u uw voertuig laadt, weegt u het voertuig om het maximale gewicht te controleren
dat u kunt laden om aan het toegestane bruto voertuiggewicht te blijven.
Het maximaal toegestane gewicht per as staat op het plaatje van de fabrikant. Dit moet
worden gerespecteerd om schade aan de voertuigstructuur te voorkomen.
ONDERDELEN EN ACCESSORES
Gebruik bij de installatie van reserveonderdelen, accessoires en/of apparatuur alleen onderdelen die
zijn goedgekeurd door de fabrikant.
LET OP
Het gebruik van onderdelen en / of accessoires die niet door Goupil Industrie zijn
goedgekeurd, maakt alle garanties ongeldig.
SWAP BODY VERSIE
Alleen apparatuur van Goupil is goedgekeurd voor de uitwisselbaarheid van apparatuur.
Controleer de bevestiging bij het installeren van accessoires en / of apparatuur.
Vervang het indien nodig.
NIET TOEGESTAAN
Het is u niet toegestaan om:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Bestuur het voertuig zonder een rijbewijs te hebben of om een onbevoegde persoon toe te
staan om het voertuig te besturen.
Draag een lading die het laadvermogen van het voertuig overschrijdt.
Rem plotseling, tenzij u een noodstop moet uitvoeren.
Rij met hoge snelheid door bochten.
Negeer verkeersborden.
Vervoer meer passagiers dan gespecificeerd voor het voertuig.
Rook in de buurt van een oplaadbare batterij.
Plaats metalen onderdelen op batterij-elementen.
Til het voertuig op met behulp van andere hijsmiddelen dan een krik.
28
׉	 7cassandra://8yObFWPlg6MBQ6PDA22Qcttgj1Csld4LIqKu55LwvioX`̵ ^kPAG׉EV - RIJDEN
V.1. STARTEN
•
•
•
•
•
•
Zorg dat de stroomonderbreker is uitgeschakeld.
Schakel het voertuig in met de contactsleutel.
Wacht tot het display oplicht.
Zet de vooruit-achteruit bewegingshendel in de gewenste positie.
Laat de handrem los.
Druk voorzichtig op het gaspedaal.
V.1.1. Rijden
Rijd slechts met één voet om te voorkomen dat de rem- en gaspedalen tegelijkertijd worden
ingedrukt, waardoor het voertuig tegelijkertijd versnelt en remt. Dit veroorzaakt voortijdige slijtage
van de remmen en alle transmissiedelen en vermindert het elektrische bereik van het voertuig.
MOTORREM
Het voertuig heeft een elektrische motorrem. Bij elke vertraging of daling wordt een stroom
geregenereerd in de tractiebatterij.
Het is echter raadzaam om het voertuig te vertragen tijdens het afdalen met behulp van de
mechanische remmen.
LET OP
De lithiumbatterij accepteert geen regeneratiestroom tussen 98% en 100% op de meter en
de remhulp is beperkt over dit meterbereik.
VEILIGHEID
U kunt alleen van rijrichting veranderen als het voertuig tot stilstand is gekomen.
V.2. ACTIERADIUS
Het bereik wordt aangegeven door de batterij-ontladingsindicator (BDI)
op het display plus een procentuele waarde voor alleen de lithiumbatterij.
De belangrijkste parameters die van invloed zijn op het elektrische bereik
zijn:
lage accutemperatuur, veel stops - start, steile wegen of paden,
“sportief” rijden, gebruik van elektrische verwarming, lage
bandenspanning en batterijstatus en veroudering.
Hoe een bestuurder rijdt, heeft een directe invloed op de levensduur van
de batterij. Agressief rijden kan de batterij onherstelbaar verouderen
en het elektrische bereik beïnvloeden. Agressief rijden kan een
energiebesparende modus activeren. Dit kan op zijn beurt leiden tot een batterijbesparende modus
en tijdelijke immobilisatie van het voertuig veroorzaken.
V.2.1. Einde van de actieradius
Rijd aan het einde van het elektrische bereik in de energiebesparende modus om de stroomafname
van de tractieaccu’s te beperken.
Als de indicator Laag niveau (rood) brandt, betekent dit dat de tractieaccu’s moeten worden
opgeladen om te voorkomen dat ze worden beschadigd.
29
׉	 7cassandra://1U2vtztKiuo2wK3fxcHVO9ZFCPJPeOYZHdSyv8dqZCIt`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://FkVSHbkprvS2W4_TtFdNtyVHFXYSNa8mSV0sQ4JqoZw X{` ׉	 7cassandra://xp7s3w_lRWahAJGPHtuorHbUBHLaPc97hnkFtfxJfOUQ`S׉	 7cassandra://7WXHIst40B0XV7aEpELS_KxTCsP_0Ah_jMQOzEbWDAQ`̵ ׉	 7cassandra://TCetdNudCQ1QN7K0ETrh_E5s85DPiijar7-ZdPlWxfEN8͠^kPAGmט  {u׉׉	 7cassandra://M8eJH4QGBuSMyr-erljIITR0lBTfDvs9Fh_Pb8UPpoE `׉	 7cassandra://QORrgky4yYcF62xN-ZvBimXErk-Z2RLryHkruAxbgh4LN`S׉	 7cassandra://1aCIiQZiKkLzxgcM2EQjOyTECfS1i5P__o21eugYdgU`̵ ׉	 7cassandra://Q7EK6EczJfo9YManXD9ykYo4f0q-EH-41FALEDxzkMg͡Zl͠^kPAGnנ^kPAGp K9ׁHhttp://h.DeׁׁЈ׉ELET OP
De prestaties worden automatisch beperkt als de batterij minder dan 10% is opgeladen.
Dit zal ook de hellingsgraad van het voertuig verminderen.
V.3. STOPPEN
•
•
•
•
Trek aan de handrem.
Zet de vooruit-achteruit bewegingshendel in neutraal.
Verwijder de contactsleutel.
Blokkeer het voertuig indien nodig.
V.4. INVLOED VAN TEMPERATUU OP DE ACCU (LITHIUM)
LET OP
Laat uw voertuig niet geparkeerd in de volle zon op de warmste momenten van de dag,
omdat de hitte de levensduur van de accu kan verkorten en de accu-garantie ongeldig kan
maken.
Bij temperaturen hoger dan 40 ° C kan het voertuig in gedegradeerde modus werken om energie te
besparen. Wanneer de accutemperatuur onder -20 ° C daalt of boven 45 ° C stijgt, zal het voertuig
niet starten.
Meter
Temperature
Onder -20°C
Van -20°C to 5°C
Van 5°C to 43°C
Van 43°C to 45°C
Boven 45°C
Colour coding:
De EV zal niet starten
Beperkte prestaties
Normale prestaties
De capaciteit van de tractiebatterij neemt af naarmate deze meer wordt gebruikt. Als u zich echter
aan de aanbevelingen voor gebruik houdt, verhoogt u de levensduur van de batterij en hoeft u deze
niet eerder te vervangen dan nodig is. Niet-naleving van deze aanbevelingen kan de garantie van de
tractiebatterij ongeldig maken.
van 100 % to 5 %
Van 5 % to 0 %
30
׉	 7cassandra://7WXHIst40B0XV7aEpELS_KxTCsP_0Ah_jMQOzEbWDAQ`̵ ^kPAG׉EV.5. BEDRIJFSMODUS
Uw voertuig heeft een aantal bedrijfsmodi die van invloed zijn op de maximaal haalbare snelheid en
het energieverbruik.
Rij modus
Low speed
High speed
Eco Modus (Lithium)
Bij de start, staat het voertuig altijd in de modus ‘Hoge snelheid’.
Om naar lage snelheid modus te wisselen, wacht tot het voertuig stilstaat en druk vervolgens op de
validatieknop op het display
V.5.1. Lage snelheid modus
In de modus ‘Lage snelheid’ is het voertuig beperkt tot een maximumsnelheid van 10 km/h.De
indicator voor lage snelheid verschijnt op het display.
Display
Hoge snelheid modus
In de hoge snelheid modus is het voertuig beperkt tot een maximumsnelheid van 50 km / u. De
indicator Hoge snelheid verschijnt op het display.
31
׉	 7cassandra://1aCIiQZiKkLzxgcM2EQjOyTECfS1i5P__o21eugYdgU`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Fv3bLjh9LT48PjHP3yywj9hSf8MhbgFFAHFr8twhZUA r6`׉	 7cassandra://X_YxH8iqKEPK0x_q94ID0Ah6faky0MqYM5xkjwwa3FAG`S׉	 7cassandra://ikgmmWxh3SdynK0SnpUwnM2E9YuTybmPJqXpl3x5incD`̵ ׉	 7cassandra://1ZIltMdQ-k4TBQm4PSUNkx1Drc18E8gEhfUVcXhRZtM͐͠^kPAGqט  {u׉׉	 7cassandra://fzGH9sFmq885fHO1bEACq_Ap8VSz-2IrSkb3sSmTZz8  ` ׉	 7cassandra://rH8ozNvybitsN1lwWn8gjJj9FAvnZiAx4A1tWbKMy5oRd`S׉	 7cassandra://sAau_0oDyrSktaDfmSJhe31Q8IP5OM-Tli3BkiPIIgU-`̵ ׉	 7cassandra://_NHjXDqyJmSQ6kev7Hv6omvuGUNqoYa-eYTJp9nZbOM͓͠^kPAGr׉EV.5.2. Eco modus
In Eco-modus is het voertuig beperkt tot een maximumsnelheid van 40 km / u. De indicatoren
voor de Fast- en Eco-modus verschijnen op het display. Eco-modus bespaart energie door de
maximumsnelheid van de motor te beperken.
LET OP
Dit zal ook de hellingsgraad van het voertuig verminderen maken.
Wanneer de acculading onder de 15% daalt in de snelle modus, neemt de Eco-modus het
automatisch over.
V.5.3. Dashboard schermpje
Wanneer het voertuig stilstaat, kunt u op de vervolgkeuzeknop drukken om de weergave op het
vereenvoudigde rijscherm in elke bedrijfsmodus te wijzigen. Alleen de snelheid en snelheidseenheid,
de rijrichting en een energiemeter blijven over.
32
׉	 7cassandra://ikgmmWxh3SdynK0SnpUwnM2E9YuTybmPJqXpl3x5incD`̵ ^kPAG׉ENVI - OPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU
Iedereen die elektrisch of niet-elektrisch onderhoud uitvoert aan de
tractiebatterijen of onderhoud uitvoert in de buurt van deze batterijen,
moet hiervoor gecertificeerd zijn, in overeenstemming met de UTE C
18-550-verordening.
Volg de gebruikersinstructies die worden weergegeven in de buurt van het
laadstation. Wacht op de nodige instructies van de experts voordat u verder
onderhoud aan de accu uitvoert.
Draag beschermende kleding en een veilgheidsbril.
Zorg dat u aan de hierna genoemde veiligheidseisen voldoet; NF C 15-100
§554, DIN VDE 0510, DIN VDE 0105 paragraph 1.
Niet roken.
Vermijd open vuur en roken bij de accu om explosiegevaar te vermijden.
Voorkom kortsluiting: explosie- en brandgevaar.
Voorzichtigheid! Omdat de metalen delen van accu-elementen altijd onder
spanning staan, nooit voorwerpen of gereedschap op de accu plaatsen.
Als accuzuur in contact komt met uw huid of ogen, spoel dan met veel water
en raadpleeg onmiddellijk een arts. Spoel kleding met zuur lange tijd in water.
Elektrolyt is zeer corrosief.
Zet de accu nooit ondersteboven.
De garantie is ongeldig in geval van niet-naleving van de bedieningsinstructies,
of reparaties met reserveonderdelen die geen originele onderdelen zijn, in
het geval van willekeurige interventies of in de toevoeging van “verzurende”
producten.
33
׉	 7cassandra://sAau_0oDyrSktaDfmSJhe31Q8IP5OM-Tli3BkiPIIgU-`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6XcYnxfJMZFGD-1bKcSV2ZZM0aTOD3Lf0jmg5kfR8Hc ` ׉	 7cassandra://M0WtgSt-YRhORJal3QOdux-bot9q2FrhjwqHFgv4DiMfW`S׉	 7cassandra://H9G2iTrB13lLytUdWB6sCVVlZb4KebvvJa_HrRBZm7M?`̵ ׉	 7cassandra://Kd2CGxWD9Oxq_SvIKLKLbaDefbGcv7Xn8-FoYiK1eyEZ6͠^kPAGtט  {u׉׉	 7cassandra://cQAN5HSjuXzPbnbIFM70JuJCpZY-VUzZABnQiBvY5xM n`׉	 7cassandra://DFcZMBGhRqZyJZYDc-ZIlZBKKYgWBtrIYNdzr-DCifUb`S׉	 7cassandra://3UtEzKU1sHEYnVyT0P0SHg2gCF1vb6rHaKIE2I7-l7w`̵ ׉	 7cassandra://wJtkj45GjgAFC786d6HiUYxpnoV1bAtFHycO3gkl7s0z0͠^kPAGu׉E	VI.1. OPLADEN VAN DE HOOFDACCU
VI.1.1. Veiligheid
Plaats nooit voorwerpen of gereedschap op de batterij. Dit kan de batterij beschadigen, kortsluiting
veroorzaken of een explosie veroorzaken. Volg bij het werken aan batterijen de geldende instructies,
zoals DIN VDE 0510, VDE 0105, deel 1 en VDE 0117.
De garantie is ongeldig bij niet-naleving van de gebruikersinstructies en / of bij reparaties met
reserveonderdelen die geen originele reserveonderdelen zijn, bij willekeurige interventies en / of
toevoeging van additieven aan de elektrolyt.
LET OP
i
Nieuwe lood-zuuraccu’s hebben hun volledige capaciteit na ongeveer 15 laad-ontlaadcycli.
Om de levensduur van de accu te optimaliseren, raden we aan om de batterijen op te laden
wanneer ze voor 70% tot 80% zijn ontladen en om de accu’s gedurende een periode van 48
of meer uur op te laden.
LET OP
• Het voertuig kan niet worden gebruikt als de stekker van de lader op het lichtnet is
aangesloten.
• Het stroomverbruik is hoog wanneer het voertuig wordt opgeladen: tot 16 A.
Controleer daarom of het laadsysteem in goede staat is en deze stroom zonder risico
enkele uren kan leveren (raadpleeg uw elektricien).
• Nooit op het lichtnet aansluiten met een kabelhaspel of contactdoos.
• Loodaccu’s mogen nooit worden ontladen boven de uitschakelspanning vanwege
een hoog risico op schade aan batterijelementen. In dit geval is de garantie ongeldig.
Gebruik wettelijke beschermingsmiddelen. Voeg nooit zuur toe, omdat dit de
batterijen kan beschadigen. Water mag alleen worden bijgevuld met gedemineraliseerd of
gedestilleerd water, na het opladen. Het gebruik van ander water kan de levensduur van uw
batterijen verkorten.
• Laad uw voertuig minstens één keer per maand op. We raden u aan om de oplader
permanent aangesloten te laten op de netvoeding om de batterij op te laden. Houd tijdens
koude perioden maximale lading om loodbatterijen te sparen en te voorkomen dat ze
bevriezen.
Het niet nakomen van deze instructies kan de garantie doen vervallen.
VI.1.2. Laadproblemen
Als de acculading wordt onderbroken (verbindingsprobleem met het elektriciteitssnoer,
temperatuurprobleem, enz.), Verschijnt er een bericht op het display en gaat het “fout met de
acculading” (rood) branden.
Om dit bericht te verwijderen, steekt u de auto weer in het stopcontact, wacht u 15 seconden en
haalt u de stekker uit het stopcontact.
Neem contact op met uw onderhoudscentrum of de afdeling Productondersteuning als dit vaak
gebeurt.
34
׉	 7cassandra://H9G2iTrB13lLytUdWB6sCVVlZb4KebvvJa_HrRBZm7M?`̵ ^kPAG׉EVI.2. DE LADER
(Laderstatus, zie II.3.)
De lader start automatisch op basis van een vooraf gedefinieerde cyclus,
wanneer de laadstekker op het lichtnet is aangesloten.
De technologie van de lader optimaliseert het opladen van de verschillende
accucellen met een gelijkmatige lading wanneer het voertuig lang wordt
opgeladen. Het is daarom raadzaam om het voertuig eenmaal per maand
langdurig (48 uur) te laten staan.
Deze onderhoudskosten verwijderen sulfaatkristallen en egaliseert de 24 cellen
van de accu.
De laadcyclus wordt bij elke acculading opgeslagen.
Hierdoor kan het klantenserviceteam eventuele laadfouten, problemen die zich
hebben voorgedaan en de accustatus registreren.
Om de accu opgeladen te houden wanneer het voertuig gedurende langere tijd
niet wordt gebruikt, moet de lader aangesloten blijven.
OPGELET
Het voertuig kan niet worden gebruikt wanneer deze is aangelsoten aan een stopcontact).
VI.2.1. Accu oplaad procedure
Voordat u de batterijen oplaadt:
•
Om de batterij op te laden:
•
•
•
Schakel het elektrische voertuig uit en verwijder de sleutel. Houd de
uitschakelschakelaar AAN (zie pagina 15).
Sluit de laadstekker aan op het lichtnet (zie II.3).
Wacht tot de batterij volledig is opgeladen (zie VI.2.2).
Trek de stekker van de lader uit het voertuig door deze een kwartslag
te draaien.
LET OP
Een volledige lading duurt 8 tot 12 uur, afhankelijk van de accu.
LET OP
Wanneer u het laden stopt voordat de automatische voortgang van de lader eindigt,
vermindert dit accucapaciteit en wordt er een fout in het geheugen van de lader
gegenereerd. Korte herhaalde oplaadbeurten (snel opladen) kunnen de cel garantie
ongeldig maken.
VI.2.2. Hoofd accu oplaadstaus
De voortgang van het opladen van de accu wordt
aangegeven door een meter op het scherm.
Deze meter is verdeeld in 3 secties die de 3 laadfasen
vertegenwoordigen.
Het display wordt uitgeschakeld wanneer de accu
volledig is opgeladen of tijdens de egalisatiefase.
35
׉	 7cassandra://3UtEzKU1sHEYnVyT0P0SHg2gCF1vb6rHaKIE2I7-l7w`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wFYQk2iSv7D1VA-lGVwWBWIrtU04rzSs5xWmu7xZDfE A#`׉	 7cassandra://EgLPs8Be1TOpH-GqHPMGV7fQPSflZejdePuFa2v25-sQw`S׉	 7cassandra://GNrYrnN0n06WM4wGD6hE-1nz1pn1Pai_8JUw41sdtrAm`̵ ׉	 7cassandra://-LvjzlMpNzqzq6AbninEMzaGitjIFPQErQB56Gosf6o͌(͠^kPAGwט  {u׉׉	 7cassandra://L7c1eBee2HCs9Ztbhja4c_HjLDsfsTCKVfoQ5xb8xjI i` ׉	 7cassandra://2CjzN9CDNfyc1ooZVII8NaN42-phxvlnfm0QqC2Ydzog\`S׉	 7cassandra://Wq3bb0ZyvX8bb4asbE1HJpkKgAwUjKNVTKSHDu_-lXs'`̵ ׉	 7cassandra://CZ7D0nvW8GRVAZpETMId4Ru8x5lA6m4Anrk5oe28vPA̓>͠^kPAGx׉EOPGELET
De BDI wordt opnieuw ingesteld wanneer deze hoger is dan 75%. Als het voertuig
bijvoorbeeld wordt opgeladen terwijl de initiële BDI 80% is; het display geeft bij het begin
80% aan, ook al is de batterij volledig opgeladen.
VI.3. OPLADEN VAN LITHIUM BATTERIJ
Voordat u de batterijen oplaadt:
•
Om de batterij op te laden:
•
•
•
Schakel het voertuig uit en verwijder de contactsleutel. Houd de
uitschakelschakelaar AAN (zie pagina 15).
Sluit de laadstekker aan op het lichtnet (zie II.3).
Wacht tot de batterij volledig is opgeladen (zie V.6.1).
Trek de laadstekker uit het voertuig door deze een kwartslag te
draaien.
OPGELET
Een volledige lading duurt 5 tot 10 bedrijfsuren, afhankelijk van de capaciteit van de batterij
en de laadstatus.
LET OP
Gedeeltelijke lading is toegestaan, maar de batterij moet volledig opgeladen worden,
tenminste elke 5 laadbeurten of eens in de 3 maanden.
HET NIET NALEVEN VAN DEZE REGEL HEEFT INVLOED OP DE GARANTIE VAN DE
BATTERIJ.
VI.3.1. Accu laad status
De voortgang van het opladen van de batterij wordt aangegeven door een meter, een procentuele
waarde en een schatting van het elektrische bereik op het scherm.
36
׉	 7cassandra://GNrYrnN0n06WM4wGD6hE-1nz1pn1Pai_8JUw41sdtrAm`̵ ^kPAG׉EAVoertuig immobilisatie
De onderstaande instructies worden gegeven om de prestaties van uw batterij na verloop van tijd te
behouden en moeten worden nageleefd. Het niet naleven van deze instructies kan de garantie van
de tractiebatterij ongeldig maken.
• Als de geplande immobilisatieperiode korter is dan een maand:
Er zijn geen specifieke aanbevelingen.
• Als de geplande immobilisatieperiode tussen een maand en drie maanden ligt:
U moet het voertuig opladen / ontladen totdat de vermogensmeter tussen 50 en 80% maximaal
aangeeft.
VI.3.1.1. Winter modus (7.2 kWh)
De wintermodus kan worden gebruikt om de lading voor lange opslagperioden te beperken. Druk
gedurende een lange periode van niet-gebruik op de knop op het dashboard en laad het voertuig
vervolgens op. Het laadniveau wordt automatischrestricted to 80 %.
LET OP
De batterij kan onherstelbare schade oplopen als deze gedurende langere tijd wordt
opgeslagen met een lading van minder dan 15% of een lading van meer dan 79%.
NIET-NALEVING VAN DEZE AANBEVELING MAAKT DE GARANTIE ONGELDIG.
LAAT EEN VOERTUIG NOOIT LANGER DAN EEN MAAND STILSTAAN MET EEN METER DIE
MINDER DAN 15% OF MEER DAN 79% AANGEEFT.
• Als de geplande immobilisatieperiode langer is dan drie maanden:
Voor perioden van immobilisatie die langer dan 3 maanden duren, raden wij u ten zeerste
aan om het voertuig om de 3 maanden volledig op te laden en te rijden totdat halfladen
wordt weergegeven om de levensduur van de batterij te behouden.
VEILIGHEID MET BETREKKING TOT DE TRACTIEBATTERIJ
• gebruik nooit een waterblusser of waternevel op de batterij. Gebruik een CO2-blusser die
droog poeder of schuim bevat.
• Open nooit de batterij.
• Boor nooit in de accubak.
• Verander nooit elektrische systemen zonder toestemming van de fabrikant.
• Voer altijd de aanbevolen inspecties uit.
• Ga nooit naar de zone die wordt aangegeven door een gele driehoek en een zwarte
bliksemschicht.
• Volg altijd de instructies op het dashboard.
• Blijf nooit in het voertuig als u rook ziet.
• Het niet naleven van deze veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig letsel.
37
׉	 7cassandra://Wq3bb0ZyvX8bb4asbE1HJpkKgAwUjKNVTKSHDu_-lXs'`̵ ^kPAG^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Rj_c8hVm1ZiReLDzs3flJXNBVRbX-nYZTT_3k1BvG4g ,>`׉	 7cassandra://9wyifKGE1S88gx6-2DQdaUkehyJkT9svoWE72Nax8AEM`S׉	 7cassandra://pdtQIHDKVIvSuDNvppJgINTlY5eGLW-IZi24sKYAGYs`̵ ׉	 7cassandra://fB_yASkRRDcldP-hle90OmVU2L2cFCXg5vJ6bYvrRX8t ͠^kPAGzט  {u׉׉	 7cassandra://es1PQI-ZB_312_-hQ64JNLkmiLAVx_AAafoy9KMM8OU `׉	 7cassandra://3KGVmvIB0fWHioF-bq2F9HZUmhKdzBdbVQsknSjof48Z`S׉	 7cassandra://CSVJMGOekQfn6qb9_owYsg_jdJ3CvDMpYp2WQurfxGk`̵ ׉	 7cassandra://6WLbfripC2VQUP140anX5KHXFmnP3PVygvqGnv9FlTU͠^kPAG{׉EVI.4. ONDERHOUD VAN DE ACCU
VI.4.1. Waterniveau van de Loodzuur accu
Controleer regelmatig of de niveauvlotters op hun
hoogste positie zijn na elke vulling.
Pas indien nodig het elektrolytniveau van elke cel
elke 10 ladingen aan.
Gebruik het bijgeleverde vulpakket:
• Plaats de fles gedemineraliseerd water bovenop
het voertuig.
• Open de dop van de fles (A).
• Verbind de vulslang met het voertuig (B).
• Open het fles ventiel (C).
• Ontkoppel de verbinding als circulator (D) stopt
met draaien.
LET OP
Pas het elektrolytniveau van elke accucel elke 10 ladingen aan.
LET OP
Vul elektrolyten enkel NA het laqden bij met gedemineraliseerd of gedistilleerd water om te
voorkomen dat het overstroomt tijdens het laden.
Waterniveau vlotters
Float does not emerge
= poor level
Flotteur n'émerge pas
= niveau insuffisant
Schwimmer nicht sichtbar
= Füllung unzureichend
Zweven niet naar voren
= niveau ontoereikend
Flottör visas inte = för låg
nivå
Flotar no surge
= nivel insuficiente
Flutuar não emergem
= nível insuficiente
Galleggiante non emerge
= livello insufficiente
Flotteur émerge
= niveau suffisant
Float emerge
= correct level
Schwimmer sichtbar
= Füllung ausreichend
Zweven naar voren
= niveau voldoende
Flotar surge
= nivel suficiente
Flutuar emergem
= nível suficiente
Galleggiante emerge
= livello sufficiente
Flottör visas
= korrekt nivå
LET OP
Controleer regelmatig of de filter niet verstopt is en de slang niet geknikt is.
38
׉	 7cassandra://pdtQIHDKVIvSuDNvppJgINTlY5eGLW-IZi24sKYAGYs`̵ ^kPAG׉EVI.4.2. Ventileren van de oplaadruimte
Zorg voor goede ventilatie van de ruimte waarin voertuigen worden onderhouden en gestald, in
overeenstemming met de brandvoorschriften en om gevaar te voorkomen.
Ventilatie is nodig om waterstofdamper te verwijderen uit ruimten waar de accu’s worden
opgeladen. Volg hierbij de wettelijke regelgeving.
VI.4.3. Het reinigen van de hoofdaccu
Maak de accu’s schoon met een borstel en maak gebruik van een bicarbonaatoplossing. Spoel
na met schoon water. Droog de accu’s en breng een anticorrosief middel aan op de nokken en
aansluitingen. Zorg ervoor dat de nokken en kabels correct zijn vastgezet en geen sporen van
sulfaat hebben.
LET OP
Gebruik nooit een hogedrukreiniger om batterijen schoon te maken.
VI.4.4. De loodbatterij leegmaken
Omdat water rond de cellen van de batterijbox kan stagneren, is
het belangrijk om de batterijbox regelmatig leeg te maken met
behulp van een zuigapparaat zoals een peervormige zuigbol
(optioneel verkrijgbaar).
Raadpleeg de geldende wetgeving en normen met betrekking tot
het neutraliseren en verwijderen van het afvalwater.
Het dragen van een veiligheidsbril en kleding is verplicht.
Volg de veiligheidsrichtlijnen en normen NF C 15-100 §554,
DIN VDE 0510, DIN VDE 0105 deel 1.
VI.4.5. Het voertuig stallen
Al het voertuig langdurig niet gebruikt wordt, laat u de stekker van de lader in het stopcontact zitten.
De lader controleert en regelt de lading om optimale capaciteit te behouden.
VI.4.6. Opslag van de accu’s
Bewaar de accu’s in een droge en vorstvrije ruimte. Als de accu’s langdurig ongebruikt blijven, moet
u de stekker van de oplader uit het stopcontact verwijderen.
Als het niet mogelijk is om de accu’s volledig op te laden, voert u een maandelijkse lading uit.
39
׉	 7cassandra://CSVJMGOekQfn6qb9_owYsg_jdJ3CvDMpYp2WQurfxGk`̵ ^kPAG ^kPAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1or2yOQLJGPUL6wh3QWAApmf8sOlPWszo68dytrw0O0 	`׉	 7cassandra://9WAYoYUTPaIdrKGc-mp4hh_TikJzj8gkLsdxcUtR0y0JR`S׉	 7cassandra://CsugCnnXztTf4ZTlLI2c0zj9cRwlO8YZbFs5A5ghBoA`̵ ׉	 7cassandra://3kvadR-VDzuAzxI6JZAK0m4CqbPPRwKEMl9hC-xFU1Qͻd4͠^kPAG}ט  {u׉׉	 7cassandra://7P9MWX_IXyMY5SP8PrSRHkshg_fGRzu-8tM6W5edplQ +c` ׉	 7cassandra://9VCCHB_rUQt1ZHJ2q9HLdqvKO_WlLLpIkmVCqFA2T1gB`S׉	 7cassandra://sHveQSJjC69OV0jc6kRwup3tItfkWNJPEpdVi6PUwLI`̵ ׉	 7cassandra://bneT6qMOPf2cVEEDtgVcyBoXEmaSRbgaX6PcfDdZdRE\\0͠^kPAG~׉EVI.4.7. Controle van de hoofdaccu
Draag altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril.
Werk volgens de veiligheidsnormen NF C 15-100§554, DIN VDE 0510, DIN VDE 0105 paragraaf 1.
Contoleer iedere maand de accuspanning.
De spanning moet 12 V/cel zijn en de
elektrolytdichtheid moet 1,30 kg/l zijn. De
metingen moeten 15 minuten na het einde
van de lading genomen worden. Met de
lader losgekoppeld.
Open de vulcellen.
Neem met behulp van de zuurmeter een
monster van een voldoende hoeveelheid
elektrolyt.
Lees de aangegeven waarde op de
zuurmeter en laat het onderhoudsboek
opnemen.
Spuit de elektrolyt terug in de cel.
Herhaal de procedure voor alle cellen.
LET OP
Indien er na de ladingscyclus een verschil in dichtheid (>0.3kg/l) optreedt tussen de cellen
en de waarden lager zijn dan 1.30kg/l, is een lading nodig om de elementen te balanceren.
Vervang de accucellen als dit niet mocht werken.
40
׉	 7cassandra://CsugCnnXztTf4ZTlLI2c0zj9cRwlO8YZbFs5A5ghBoA`̵ ^kPAG!׉EVI.5. 12 VOLT HULP BATTERIJ
Het voertuig heeft ook een 12-volt hulpaccu om alle elektrische accessoires te leveren.
Deze batterij wordt opgeladen door de tractiebatterij via een converter.
Deze batterij heeft geen onderhoud nodig.
Als indicator 1 op het display oplicht, is de batterij bijna leeg.
lET OP
Wanneer de tractiebatterij 0% wordt opgeladen, ontlaadt de 12 v-batterij en is het
onmogelijk om het voertuig te starten. Het is echter mogelijk om een batterijlader aan te
sluiten zonder de hulpbatterij te verwijderen.
LET OP
Het elektrische circuit van uw voertuig is ontworpen om te werken met standaard of
optionele uitrusting. Elektrische accessoires of apparatuur die niet door Goupil Industrie
zijn goedgekeurd, mogen niet op het voertuig worden geïnstalleerd. NIET-NALEVING VAN
DEZE AANBEVELINGEN VERVALT DE GARANTIE.
LET OP
De 12 volt hulpaccu bevat stoffen die schadelijk zijn voor het milieu, zoals zwavelzuur
en lood. De batterij moet worden weggegooid in overeenstemming met de wettelijke
voorschriften en mag nooit met het huisvuil worden weggegooid. Breng het naar een
speciaal verzamelpunt.
ZEKERINGEN
ZEKERINGEN
F001 60 A Control.
F002 125 A Micro station*.
* Optioneel
41
׉	 7cassandra://sHveQSJjC69OV0jc6kRwup3tItfkWNJPEpdVi6PUwLI`̵ ^kPAG"^kPAG!{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MxXUTw8I_6WyxlQVG8G2tqq1Xm4BclTZ7vtjM4EhOxM 7`׉	 7cassandra://v2vtPtXOiqCUd9WbmxIXBEkWyL-o2rlZ-0gYKLgf-7YH`S׉	 7cassandra://VEVzk0rb-9I8mpMEaG3kc13Z9LG_fN0eax431QxbhMc`̵ ׉	 7cassandra://OsznBQbRjXUu8Fzcp_FyOmL_4IPYOM2FtMKhQ2OOGa8͆͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://4vUseOvUxp4O055HjP2FvJNw0gTBhXbFkbJ8kB6RYQo `׉	 7cassandra://HvFnX0iZ4U-n0e5WaEQce0IB2CoO2zvyVYYYUIhzkvwG`S׉	 7cassandra://5d29qzv4J29HkuPT_UcjGjMT0IN2sGaSVAU0SG4TQy0`̵ ׉	 7cassandra://Zy9pxo3VXri58UhpCKH53dw9IyX6QV8w4EF5jqh60WE BO͠^kPAG׉EVII - ONDERHOUD
VII.1. BANDEN
Type: 155R13C 90Q
Druk: 2.5 Bars
LET OP
Bandendruk controleren wanneer deze koud zijn. Bij vervanging van de.
banden moet rekening gehouden worden met de lading- en snelheidsindexen.
Controleer en stel de druk minstens een keer per maand bij.
Onthoud dat drukmeters niet helemaal nauwkeurig zijn en gekalibreerd moeten worden.
Controleer visueel op inkepingen, blaren en schade aan de flanken. Controleer de diepte van het
loopvlak met gebruik van een profielmeter.
Maak het ventiel schoon, plaats een ventieldopje en controleer op eventuele lekken (vooral na het
oppompen van de band).
Verwijder steentjes en andere voorwerpen uit het loopvlak.
VII.1.1. Gebruik van een banden reparatie spray
Wanneer u het vreemde voorwerp wat een gat in de band heeft veroorzaakt heeft verwijderd moet
u de banden reparatie spray goed schudden en deze verticaal houden terwijl u de spuitknop zo lang
mogelijk indrukt: de spuitbus moet helemaal in de band worden geleegd. De inhoud van de fles
moet ervoor zorgen dat de band volledig opgepompt wordt.
Rijd vervolgens langzaam met uw voertuig om het product gelijkmatig in de band te verdelen.
Het gat wordt zo snel gedicht.
42
׉	 7cassandra://VEVzk0rb-9I8mpMEaG3kc13Z9LG_fN0eax431QxbhMc`̵ ^kPAG#׉EVII.1.2. Opkrikken van het voertuig
Om een lekke band te vervangen, neemt u de 4 T-fleskrik (optioneel) en plaatst u deze zoals
hieronder wordt weergegeven:
LET OP
Let er bij het verwisselen van het wiel op dat u de wielmoeren met het aanbevolen koppel
aandraait (81 N.m).
VII.2. SLEPEN
Gebruik de trekhaak aan de voorzijde van het voertuig, onder de bumper, om het voertuig te slepen.
Het voertuig mag alleen worden getrokken zonder extra belasting en de uitgeoefende kracht op
de haak mag niet meer bedragen dan 1050 kg. Voordat u het voertuig sleept, ontgrendelt u de
stuurkolom, zet u de rijrichtingschakelaar in de stand N. Het voertuig moet ‘s nachts worden
verlicht. De geldende sleepvoorschriften moeten worden nageleefd.
43
׉	 7cassandra://5d29qzv4J29HkuPT_UcjGjMT0IN2sGaSVAU0SG4TQy0`̵ ^kPAG$^kPAG#{בCט   {u׉׉	 7cassandra://YCuH7ZF4uU0wRkUak7rDcO0wbOyVMWo216Esc4J7Xd4 /`׉	 7cassandra://6lmw9a0aIu8UdnUjzjJMtF3slWs6S0E8Q8bhaTNvGW07`S׉	 7cassandra://POiVR1nx4MtIwX2Te4p2nCXO13jnO1CbA1nv5UzeDSo`̵ ׉	 7cassandra://mMwvCrshnN3Yb2hpPNPt5e1kU4cOoI8q95Jm3qljKUc͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://jSeZhouhq__aT8kBrS_xffrO4qsFnfM9Czd_PhahYtM S` ׉	 7cassandra://_38uJQnYjS79-LBAPQeadG9Etpj1mYtbb-0FtVA_ly4U`S׉	 7cassandra://pB0R8zTIUOTW_ai8lM_QQYOTGpevZ-udPKc5jjXeaqk`̵ ׉	 7cassandra://FXHfHQ2xTEjFL8-4A-17iYTSrJU6l4FpyCJw-9xzpeU ~'͈͠^kPAG׉EVII.2.1. Het voertuig opslaan
Zet het voertuig altijd op de handrem bij opslag.
(1). Strop
(2). Houtblok
VII.3. RUITENWASSER
De tank met ruitensproeiervloeistof bevindt zich achter de voorbumper. Vul de tank met een
alcoholvrije ruitensproeieroplossing.
44
׉	 7cassandra://POiVR1nx4MtIwX2Te4p2nCXO13jnO1CbA1nv5UzeDSo`̵ ^kPAG%׉EoVII.4. FREQUENTIE ONDERHOUD
Onderhoud jaarlijks of nadat de opgegeven afstand is afgelegd (wat het eerst komt).
CONTROLS/REPARATIES
400HRS
5000km
6
Controleer het elektrolytniveau van de acu’s.
ACCU’s
(HOOFD)
accu (lithium)
Reinigen van de accu’s met een vochtige doek.
Reinigen en vastdraaien van accu’s (zelfde voor hulpaccu).
Diagnostich.
Controleer de stuurkogels en veringskogelgewrichten.
STUUR /
ASSEN
Controleer de stuur- en ophangkogelgewrichten.
Controleer de aanslag van de voorbuitenmoer.
Controleer de spanning van het stuurwiel.
ontroleer de kogelgewrichtspeling van de ophangince.
Controleer de remvloeistof.
Vervanging remvloeistof.
Controleer de remmen.
REMMEN
Controleer de remkabels op beschadigingen.
Controleer het remsysteem
Controleer de remleidingen.
FRONT: Controleer de remschijven.
ACHTER: Controleer de remtrommels.
ELECTRISCHE
MOTOR
Controleren/aandraaien van aansluitingen
Controleer de bandenslijtage
BANDEN
Controleer de druk
Controleer of de wielmoeren zijn vastgedraaid
Controleer het oliepeil van de assen
TRANSMISSIES
Controleer de aansluiting van de transmissiemoer
Reductie tandwielasafvoer
*
•
•
Alleen bij regelmatige controle
van de assen.
•
•
•
•
•
•
Maandelijks
Maandelijks
Maandelijks
Maandelijks
4.5 bars
81 Nm
SAE 80W90, API GL5
175 Nm
SAE 80W90, API GL5
(410 mL ±20 mL)
25 Nm
Visuele inspectie
•
•
•
•
•
•
•
•
30 Nm
DOT 4 SAE H-542 brake fluid
DOT 4 SAE H-542 brake fluid
800HRS
10,000km
12
20,000km
18
Iedere 10 ladingen
Maandelijks
Maandelijks
•
50,000km
24
MAANDEN MAANDEN MAANDEN MAANDEN
Gedistileerd of gedeminiraliseerd
water
AANBEVELINGEN
Δ 5mm
max.
10mm
145mm
LET OP
Aangezien remvloeistof redelijk agressief kan zijn dient u de kunststof onderdelen
te beschermen wanneer u de remvloeistof controleert of bijvult.
Veeg vloeistofsporen en sprays weg en spoel het kunststof na met
schoon water en zeep.
45
׉	 7cassandra://pB0R8zTIUOTW_ai8lM_QQYOTGpevZ-udPKc5jjXeaqk`̵ ^kPAG&^kPAG%{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7R7De-am3u2EByxQK9NviSZTDZ_QdDCBMw-vhB1CJxM ` ׉	 7cassandra://VMaOG6mEfB24i5Y7wMbn-kopzl4ozMQq9U1r54qm6Tw``S׉	 7cassandra://oVbD_TVrYtBexcNrTBQmrViEKTCEQTbtG0F3dr5094c|`̵ ׉	 7cassandra://-YeCTLaLvTuOTxZ2QYc1z_Bz9He0vq_mfAru7kX5KXsZ}D͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://14OgETjUzEeCKYmq6JnZ0x9OK28j6vDDENTKzGvacdk D` ׉	 7cassandra://JV020k4FZYi4ZGqbOnF3t7kOrDWfjR9VjhvOH7HoaYsqy`S׉	 7cassandra://NjK6K45T7wsV0oGpNn5SPi521e1PBMJmeRLUzoV5ZWQ"`̵ ׉	 7cassandra://pHrHQgiGLMXB1K2AIjmNV3mzIKLZW9Et5aaVFLk7u8A͗͠^kPAG׉E`VII.5. ONDERHOUD BINNEN- EN BUITENKANT
VII.5.1. Onderhoud binnen-en buitenkant
Om de buitenkant van het voertuig in goede staat te houden, is het belangrijk om deze correct te
onderhouden. Parkeer het voertuig indien mogelijk in een garage of onder dekking. Wanneer het
voertuig buiten moet worden geparkeerd, parkeert u het in de schaduw.
WASSEN
Spoel oppervlakkig vuil af met water en een spons. Breng een zeepoplossing of een mild
reinigingsmiddel aan dat geschikt is voor het wassen van de carrosserie van het voertuig. Grondig
spoelen.
LET OP : KUNSTSTOF ONDERDELEN
•Gebruik geen producten die zuur, alcohol, keton, koolwaterstoffen,
chlorideproducten of ether bevatten.
•Gebruik een zachte zeepoplossing met een zachte doek.
LET OP
Gebruik nooit water op elektrische onderdelen (motor, accu’s, stroomonderbreker, oplader,
enz.). Dit zal onherstelbare schade veroorzaken.
LET OP
Hogedrukreinigers kunnen alleen op het carrosserie worden gebruikt.
(afstand minstens 1 meter.).
LET OP
Was het voertuig niet terwijl u de accu oplaadt.
VII.5.2. Anti-roest bescherming
Uw Goupil heeft bescherming tegen roest. Er moeten echter enkele voorzorgsmaatregelen worden
genomen om eventuele roestproblemen te voorkomen.
FACTOREN DIE ROESTVORMING BEVORDEREN
Roestvorming wordt versneld in sommige gebieden, b.v. in gebieden met relatief hoge
luchtvochtigheid, in vervuilde gebieden of in gebieden waar op wegen vaak wordt gestrooid.
Het aanzetten van modder in de carrosseriepanelen, in holtes en andere onderdelen.
Schade aan het lakwerk en andere beschermende coatings wanneer deze zijn geraakt door
bijvoorbeeld steenslag.
BESCHERM UW VOERTUIG TEGEN ROEST
Controleer regelmatig het lakwerk om kleine schades op te sporen en hertsel zo snel mogelijk
het beschadigde lakwerk. Controleer de onderkant van het chassis en verwijder opgehoopt zand,
modder en andere stoffen. Indien nodig, onmiddellijk reinigen.
VII.6. RECYCLING
Onderdelen die versleten zijn en vervangen moeten worden dienen bij een gespecialiseerd bedrijf te
worden ingeleverd. Aan het eind van de levensduur moet het voertuig naar een erkend recyclingsbedrijf
gebracht worden.
46
׉	 7cassandra://oVbD_TVrYtBexcNrTBQmrViEKTCEQTbtG0F3dr5094c|`̵ ^kPAG'׉EVIII - FOUT CODES
ID
38
39
45
42
41
44
43
46
47
17
18
23
24
21
22
15
16
31
32
33
34
35
31
32
14
26
27
12
13
28
49
37
69
29
68
25
71
72
36
73
82
47
47
47
89
87
91
92
93
74
98
00
47
help message
controller
main contactor welded
main contactor did not close
pot low overcurrent
throttle wiper low
throttle wiper high
low brake sensor
high brake sensor
eeprom failure
sequencing fault
severe undervoltage
severe overvoltage
undervoltage cutback
overvoltage cutback
sin cos fault
controller overtemp cutback
controller severe undertemp
controller severe overtemp
main open/short
driver2 open/short
driver3 open/short
driver4 open/short
pd open/short
main open/short
embrake open/short
precharge
digital6 overcurrent
digital7 overcurrent
controller overcurrent
current sensor
motor overtemp
parameter change
motor open
external supply out of range
motor temp sensor
vcl run time error
+5v supply
os general
canbus timeout
encoder fault
stall detected
bad calibration
emergency reverse
emergency reverse hpd
sro fault
motor type
supervision
motor characterization
pump
vcl os mismatch
em brake set
encoder los
watchdog not enabled
illegal model number
isolation monitor
51
55
56
59
64
65
66
2018
2001
2002
2003
2016
2017
2006
2007
2008
2009
2021
2029
1003
1004
1005
1006
1007
1008
1009
100a
100b
100c
100d
100e
100f
1010
1013
1014
1015
1016
1018
1019
1020
1100
1500
1501
1503
3bb9
3bba
3bc9
3bca
3bd9
3bda
3be9
indicator
ID
help message
user fault variateur
throttle switch
water battery fault
dir switch
severe
handbrake
lithium battery
bms comm
charger
eeprom ko
logic failure #1
can bus ko charger
watchdog
logic failure #2
checksum ko
missing phase
overcurrent
high temp.
mismatch voltage
logic failure #3
clk battery off
lithium bms (7.2 kwh)
overtemp cell
undertemp cell
max current
max charge current
0% gauge
undervoltage cell
overvoltage cell
winter or ecu
bms init
undertemp charge
max regen current
neg charge
no regen
interpack comm
power relay
max current charge
max max current
thermistors
bms temp sensor
overtemp bms
current measure
charger
charger current
charger current
charger can comm
lithium bms (9.2 / 13.8kwh)
custom error 1
custom error 2
voltage sampling
communication cell
can bus error
value overflow
undervoltage
indicator
׉	 7cassandra://NjK6K45T7wsV0oGpNn5SPi521e1PBMJmeRLUzoV5ZWQ"`̵ ^kPAG(^kPAG'{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vZ4LfOgDf3JdtuM4gPVVLHl61AvPTNtNRzMyYthKoiw v`׉	 7cassandra://ppfEmvZmQfI8_obtoajfDYCcDJxzmM2GqNfeYw6N4uM'``S׉	 7cassandra://24zoKY1pfpSWT4yjbuQpLL6_ws_pKz5QrKXbLfUhQKc`̵ ׉	 7cassandra://XRYES-9nSb9Bc5qr-kfGZChU2CFyBPa5_d1InXy3TZMD+P͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://2GhE6MSyPkpD7MPx2dPsCE6PFaJsWtXcbvDKYfYSsEE `׉	 7cassandra://FZ7CY3FacQtJ5hTvF2tJcODdupuSnZorGuCa_IqI8XgHp`S׉	 7cassandra://jeRdlJdIbbLXCONA_uh0VwladiIBRtc73mdWjqu_FD8`̵ ׉	 7cassandra://SMddU99i6hSR6LUMj048J7mL7-GnrpPseVdq2kEg25Q͗z͠^kPAG׉EID
3bea
3beb
3bec
3bed
3bee
3bef
3c09
3c0a
3c19
3c39
3c3d
3c3e
3c3f
3c40
3c41
3c42
3c43
3c59
3c5a
3c5b
3c68
3c69
3c70
3c79
3c7a
3c7b
3c89
3c8a
3c8b
3c8c
3c8d
3c99
help message
cell overtemp +
cell overtemp -
cell overtemp
overvoltage
emgcy stop discharge
emgcy stop charge
bbs overtemp
heaters - overtemp
ecu overtemp
critical custom
cell low cap
cell temp sensor
heaters temp sensor
slave unavailable
slave undetected
battery charger
output feedback
relay failure
cell hard fail
cell communication
current sensor
communication bus
power connection
power temp sensor
passive balancing
active balancing
external memory
non volatile memory
firmware
hardware
firmware runtime
insulation error
indicator
48
׉	 7cassandra://24zoKY1pfpSWT4yjbuQpLL6_ws_pKz5QrKXbLfUhQKc`̵ ^kPAG)׉EIX - OPTIES
IX.1. BRANDSTOF VERWARMING
IX.1.1. Algemene brandstof
De brandstofverwarmer gebruikt een ketel die wordt gevoed door een extra tank.
Een bedieningsdeel (6) in het midden van het dashboard wordt gebruikt om de verwarming in of
uit te schakelen en de temperatuur (sensor (7)) en bedrijfsmodus (verwarming of ventilatie) in te
stellen.
Aanbevolen brandstoffen:
- Diesel.
-
-
-
Class EL stookolie (class L verboden) als per standaard DIN 51603.
Biodiesel als per standaard DIN EN 14214.
Er mogen toevoegingen worden gebruikt.
LET OP
Extra dieselverwarming verwarmt alleen de cabine. Gebruik de elektrische ontdooifunctie
van het voertuig om de voorruit te ontwasemen.
LET OP
Tijdens bedrijf kunnen luchtkanalen heet genoeg worden om brandwonden te veroorzaken.
LET OP
Gebruik de dieselverwarmingsfunctie niet in gesloten ruimtes (bijv. Garage) vanwege het
risico op vergiftiging en verstikking.
IX.1.2. Opstarten / Service
(1). Sub-menu
(2). Sub-menu symbool
(3). Tijd
(4). Direct startknop
(5). Controle knop
49
׉	 7cassandra://jeRdlJdIbbLXCONA_uh0VwladiIBRtc73mdWjqu_FD8`̵ ^kPAG*^kPAG){בCט   {u׉׉	 7cassandra://2uF2IvIbmykWMdgNwf3_2efJM16uNEyvqqo7Du4hxwA `׉	 7cassandra://axZqY7UH5fjbVxJU28ddvS7Y-C9um2wPKCdd7er9p9QN`S׉	 7cassandra://wmV0URXIja0vZaph1V8zPXmNMNnrArCiJBwt1bL6rJk`̵ ׉	 7cassandra://TVAPywdNBGvR5SuUS8YGBxRVDs20s0LrYQARXSzCESo͎͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://pwhI83fuFaUfPRlvMfGVoTPNb4CcrrQ9oTP_M5qbvZo ZR`׉	 7cassandra://0nkIYcNqXQGNKzDfvj6mc1Td3seBrtvQQpBOaWU-II4Bn`S׉	 7cassandra://wT0HtsO6ZfgFkOAglNXyEGVE53l-TBNlQiuDfzlGcJo-`̵ ׉	 7cassandra://e5gkfXEZlQ3SJXvuykOymgFUhKteHVrZQwCd2GIIqHA͠^kPAG׉EOpstarten van het systeem:
-
Vul de tank.
-
-
-
-
druk knop 4 in.
Druk knop 5 in om het verwarmingsniveau te kiezen (kort drukken).
Druk knop 5 in om de gewenste tempertuur in te stellen. Druk nogmaals knop 5 in ter
bevestiging.
Na een paar seconden zal de vewarming opstarten.
De brander werkt niet in de ventilatiemodus en de verwarmingsfunctie circuleert alleen aangezogen
lucht.
De verwarmingsfunctie moet minimaal 15 tot 20 minuten per maand worden gebruikt.
Vervang het vuilfilter (4000276) dat zich onder de ketel bevindt, ten minste eenmaal per jaar of
wanneer het wordt geblokkeerd.
We raden aan dat de apparatuur en het filter jaarlijks worden gecontroleerd door een erkende
technicus.
FILTRE À IMPURETÉS
LET OP
Bij het ontluchten van de brandstof moeten verschillende opeenvolgende starts worden
uitgevoerd om de leidingen te vullen.
Na 7 mislukte pogingen vergrendelt de ketel. Het moet worden gereset op zekering F202
(zie III.11.1.) En vervolgens opnieuw worden opgestart.
IX.1.3. Vertonen van fout codes
Wanneer er een fout optreedt, verschijnt een foutcode in Txx of Fxx op het scherm en knippert de
lichtindicator op knop 4 rood.
Raadpleeg de handleiding of neem contact op met een gecertificeerde technicus voor meer
informatie.
50
׉	 7cassandra://wmV0URXIja0vZaph1V8zPXmNMNnrArCiJBwt1bL6rJk`̵ ^kPAG+׉EPIX.2. HOGEDRUK REINIGER
IX.2.1. 200L Hogedruk reiniger
LET OP
Wanneer deze wordt gebruikt in combinatie met andere apparatuur op het voertuig (bijv.
uitbreiding, 500 L tank, deuren, accu’s, enz.),is het belangrijk om de resterende lading te
controleren en het watervulniveau van de tank dienovereenkomstig aan te passen.
Zie aanwijzingen op het tarraplaatje. Overschrijding van de maximum lading maakt de
garantie ongeldig en kan het voertuig gevaarlijk maken voor gebruik.
(6).
+
-
(1). Vulgat
(2).
(3).
(4). Knop
51
Niveau
Drukklep
(5). Hendel
(6). Vat
(7).
(8).
Kartelschroef
Afvoerklep
׉	 7cassandra://wT0HtsO6ZfgFkOAglNXyEGVE53l-TBNlQiuDfzlGcJo-`̵ ^kPAG,^kPAG+{בCט   {u׉׉	 7cassandra://uNU_Q5uNuQx3AmQMez4HlyVdlUtj8-q0iIezmF-Pi5E `׉	 7cassandra://WijpV_Wx4oh-s-RIRrGdcbXJhOistLVtK3bJoi5gLQkH`S׉	 7cassandra://20BLNISAC-dHt0mvAq6t5mlDYELEro7O1-qKA3AYzho`̵ ׉	 7cassandra://tBef4pZIf6j6QAnDVUwhiplOfKQ-zHmpugliuOhyNRA ͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://YQrfaHDkma00Zljb598dLxn0-FIJMdGRcrO04aiFPnU `׉	 7cassandra://ScZ3CcvJNoo1YzRxAm6npQku3fTcXYur8iRR901bUTc*`S׉	 7cassandra://b_5PZL0W-5WvU4LiQttP4n5cgT2b-gVJ8FdUdoiXjnM_`̵ ׉	 7cassandra://kC_G7fYvOOdCDoX1sSHx15U8twzNcTUqkmupfbFedLEs(͠^kPAG׉EIX.2.2. 500L Tank/Hogedrukreiniger
LET OP
Wanneer deze wordt gebruikt in combinatie met andere apparatuur op het voertuig (bijv.
uitbreiding, 500 L tank, deuren, accu’s, enz.),is het belangrijk om de resterende lading te
controleren en het watervulniveau van de tank dienovereenkomstig aan te passen.
Zie aanwijzingen op het tarraplaatje. Overschrijding van de maximum lading maakt de
garantie ongeldig en kan het voertuig gevaarlijk maken voor gebruik.
SPROEIER
HOGEDRUK
REINIGER
KEUZE KNOP:
•HOGEDRUK REINIGER
•SPROEIER
+
-
(1). Vulgat
(2).
(3).
Niveau
Drukklep
(4). Knop
(5). Hendel
(6). Vat
(7).
(8).
(9).
Kartelschroef
Schroef
Afvoerklep
(10). Afvoerplug
52
׉	 7cassandra://20BLNISAC-dHt0mvAq6t5mlDYELEro7O1-qKA3AYzho`̵ ^kPAG-׉ERIX.2.2.1. Water niveau in de tanks
De tanks hebben capaciteitsmarkeringen zoals hiernaast weergegeven.
Een vlotter geeft de hoeveelheid water in de tank aan.
VLOTTER
VLOTTER
IX.2.3. Starten
Het gebruik van deze opties vereist dat u minder dan twee uur vóór gebruik op de bestuurdersstoel
zit, de keuzeschakelaar in neutrale positie.
53
׉	 7cassandra://b_5PZL0W-5WvU4LiQttP4n5cgT2b-gVJ8FdUdoiXjnM_`̵ ^kPAG.^kPAG-{בCט   {u׉׉	 7cassandra://joKJXQcsfXgDlQW-BNyFOlU3KZZzpM7Js2EPmTRS16o v` ׉	 7cassandra://589j9O_VDuYwrfZ8Whgzz-MKcHgFU_xhl1Fo8Oj7WwIW/`S׉	 7cassandra://W4tg0wKbFsWde825BBTpe4TdIsar_Jh-HcJSFfWNjvM&`̵ ׉	 7cassandra://sERyEN7ITTJ4i6AWfAgoWi8TUshG6MLMlHIvvqJFTVIͪ͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://fIBDPC4TPOH8Q4ys_qYQ_ziwLqAJS44O7uI6yOwM_Ws ` ׉	 7cassandra://0Ih44HigkelvcaTYCT6dUnImn6j2_wg1qh-QFVxB-0YTh`S׉	 7cassandra://sYe-eNVsuW9YsTbrhDPdnsGrXTnDlZo_VIpxFJuqrVU)`̵ ׉	 7cassandra://-NRrwVs-O2gtNkfZkjssEOXgU6ehYlEN2wpFwL1f-A8ͼR͠^kPAGנ^kPAG ʁy9ׁHhttp://beschadigen.lsׁׁЈנ^kPAG hyy9ׁHhttp://beschadigen.lsׁׁЈ׉EHIX.2.4. Hogedruk reiniger systeem
IX.2.4.1. Pomp starten/vullen
ABCDEVul
de tank half (niveau (2)) (vulgat 1).
Schroef de onderste drukklep (3) op de lans los.
Druk op knop (4) op het dashboard om de wasmachine te starten.
Bedien de lanspistoolhandgreep (5).
Sluit deze klep (3) geleidelijk als er een regelmatig straaltje water uit het lagedrukmondstuk
(bovenste mondstuk) stroomt.
LET OP
Giet nooit zomaar een product in de tanks, omdat dit de tanks, pompen en andere
aangrenzende onderdelen kan beschadigen.
LET OP
Gebruik van het voertuig zonder water in de tank kan de pomp beschadigen.ls de pomp
na 10 seconden nog niet is opgestart, moet u de schakelaar in de cabine onmiddellijk
uitschakelen om schade aan de pomp te voorkomen. Hierdoor vervalt de garantie.
LET OP
Het systeem is uitgerust met een laag niveau sensor die, wanneer de tank leeg is,
automatisch de toevoer van de pomp onderbreekt.
IX.2.4.2. Product toevoeging
-
-
-
-
Vul het vat (6) met het bewenste schoonmaakmiddel.
Schroef de klep (3) los om een lage druk te verkrijgen.
Knijp de hendel (5) in.
Pas de mix van het product aan met behulp van de kartelschroef (7).
LET OP
In de hogedrukpositie (klep (3) volledig vastgedraaid) werkt de productafzuiging niet.
LET OP
Bij het vervangen van de lanslang moet deze worden vervangen door een slang met een
binnendiameter van 8 mm.
54
׉	 7cassandra://W4tg0wKbFsWde825BBTpe4TdIsar_Jh-HcJSFfWNjvM&`̵ ^kPAG/׉ELIX.2.5. Sproei systeem
Pomp starten/vullen
A
ABCDB
B
B
Vul
de tank voor de helft (niveau (2) (vulgat 1).
Open de schroef (8) op het pomphuis totdat water door dit gat stroomt.
Draai de schroef (8) weer vast.
Druk op de pompstartknop (4) aan op het dashboard.
LET OP
iet nooit zomaar een product in de tanks, omdat dit de tanks, pompen en andere
aangrenzende onderdelen kan beschadigen.
LET OP
C D
Gebruik van het voertuig zonder water in de tank kan de pomp beschadigen.ls de pomp
na 10 seconden nog niet is opgestart, moet u de schakelaar in de cabine onmiddellijk
uitschakelen om schade aan de pomp te voorkomen. Hierdoor vervalt de garantie.
LET OP
Het systeem is uitgerust met een laag niveau sensor die, wanneer de tank leeg is,
automatisch de toevoer van de pomp onderbreekt.
IX.2.6. De tank leeg laten lopen
Open de aftapkraan (9) en plug (10). Breng voor tanks van 500 L het platform omhoog wanneer de
waterstroom is gestopt om de afvoer te voltooien.
LET OP
Leeg de tank altijd voordat u het platform optilt om schade aan het voertuig te voorkomen.
Hiermee komt de garantie te vervallen.
55
׉	 7cassandra://sYe-eNVsuW9YsTbrhDPdnsGrXTnDlZo_VIpxFJuqrVU)`̵ ^kPAG0^kPAG/{בCט   {u׉׉	 7cassandra://K0fLo2eddwP1xdlBdubNXdfpJanEvlmIen9iUVylS4k @+` ׉	 7cassandra://G0zd0-MJDg1hc_c9VwnTPmGFDFsB16Rk-FhSQ_zodpYC0`S׉	 7cassandra://GYUK4x9OAfIPf-WBUjUjv_AgHWJv0ARygqfo8DkvrKQ`̵ ׉	 7cassandra://VfxOS96FYbqkrh6dlnAdIavyTxeRu2zSVOZjN3aJQi4V̠͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://FqGFZ0XkJcRYRuLjk9wBIYRpcYPpps506ZTN0iI17WY ;Y` ׉	 7cassandra://dcI5HcToEZIhC3x1NB0xdvH1vULib9RkB0sv5HR2GcMH`S׉	 7cassandra://1xBmDYlVDVueQhPLSDrb52dvk1O_wvmWAliQszAz2aM`̵ ׉	 7cassandra://I_g99kcw8chBTGyzWJQmqoUTDDF-pcVmpDdpsJMhpmUQ,͠^kPAG׉EIX.3. CENTRALE DEURVERGRENDELING
IX.3.1. Schakelaar in de cabine
SLUITEN
OPENEN
Vergrendelt en ontgrendelt de cabine* en het busje*
IX.3.2. Afstandsbediening:
SLUITEN
OPENEN
Afstandsbediening werkt tot op 15 meter.
Het lampje brand één maal bij afsluiten.
Het lampje brand twee maal bij openen.
LET OP
Als het voertuig is afgesloten met behulp van de sleutel, kan het niet via de
afstandsbediening worden geopend.
IX.3.3. Afsluiten van de deuren
De autodeuren worden automatisch vergrendeld wanneer de snelheid 4 km / u bereikt.
Het openen van een deur van binnenuit schakelt de vergrendeling van alle deuren uit.
Vergrendelen werkt niet tenzij alle deuren goed gesloten zijn.
IX.4. KRIK OPTIES
Zorg ervoor dat zich niemand in de buurt van het voertuig bevindt voordat hijswerkzaamheden
worden uitgevoerd (platform, kip, enz.). Druk op de knop op de afstandsbediening van de cabine,
laat deze los wanneer het platform of andere opties volledig zijn opgetild om schade aan het
microstation te voorkomen. Gebruik in het algemeen altijd de krik wanneer de optie wordt verhoogd.
LET OP
Rijd nooit met geopende achterklep, want hierdoor worden de achterlichten en de
nummerplaat verborgen.
56
׉	 7cassandra://GYUK4x9OAfIPf-WBUjUjv_AgHWJv0ARygqfo8DkvrKQ`̵ ^kPAG1׉EIX.5. EEN AANHANGER SLEPEN
Een aanhanger slepen zorgt voor zwaardere belasting op alle voertuigonderdelen.
Daarnaast zorgt een aanhangwagen voor bepaalde voertuigreacties, zoals de kans op slippen bij
slecht wegdek.
Rijstijl en snelheid moeten daarom aan de omstandigheden worden aangepast.
Bij gebruik van een aanhangwagen is het volgende belangrijk:
-
-
-
-
-
-
-
Kies een trekhaak die geschikt is voor uw voertuig en uw aanhangwager.
Controleer vóór het rijden of de lichten op de aanhangwagen correct werken.
Niet plotseling versnellen en/of remmen.
Maak geen abrupte bewegingen van het stuur of plotselinge verandering van richting.
Laad de aanhangwagen zo dat goederen gelijkmatig over de assen verspreid zijn.
Volg de instructies van de aanhangwagenfabrikant.
Controleer of de aanhangwagen geschikt is voor het voertuig.
LET OP
Neem geen hellingen van meer dan 10% met een aanhangwagen.
Zorg het koppelstuk van de aanhanger goed passend is op de trekhaak van het voertuig.
Maximale verticale trekkracht op trekhaak: 100 kg
Maximale trekkracht voor koppelstuk: 8.24 kN
LET OP
Alle aanhangers zwaarder dan 250 kg moeten geremd zijn.
IX.6. ELECTRISCHE VERWARMING
Een driewegschakelaar op het dashboard regelt de ventilator of verwarming.
Verwarming
Uit
Blower
57
׉	 7cassandra://1xBmDYlVDVueQhPLSDrb52dvk1O_wvmWAliQszAz2aM`̵ ^kPAG2^kPAG1{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MfESVBLGT6vcmzqNBP1n6gn12QY7bdxuh1-wm709Hmc` ׉	 7cassandra://T1v-hLqBYseQCXy3SUFYNOGRZnQki1R8nN2KFjcaS6o[` S׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ׉	 7cassandra://Jo-C7yHW6USNl2EuoBmClKcPXvdFUucSdxdCM0_mJrM0 ͠^kPAGט  {u׉׉	 7cassandra://it8QJikFV0flm9aBM6q1QnfPh9tO_MyM5DEvpT2v1QYܭ`׉	 7cassandra://BXLwR078X6Os99opsSJ8VUuUz0mxR1O476kqnd0ztPM`S׉	 7cassandra://MFLlUS5U0o-FuuA_-bLClomlIL2Q96k1pWT42barbKY`̵ ׉	 7cassandra://Sjf9gwyMkOc9PuwLqlM0SJjlrSXpDWdcFrU2gJMbgQEZ͠^kPAG׉E׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ^kPAG3׉E׉	 7cassandra://MFLlUS5U0o-FuuA_-bLClomlIL2Q96k1pWT42barbKY`̵ ^kPAG4^kPAG3{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cxQ0opVExkgyD1TN9Gk2e3igy0ZtszkRodHvoY2PJNI`׉	 7cassandra://xMhjuP_oGY7WIl5AO0kT-7PZKHsqOi2pZ8l9_iVVqZk`S׉	 7cassandra://ym16cCAHI5fP983o0wLyH_BLqv20Ef-DKtzt0cNMY2E`̵ ׉	 7cassandra://WXW0QUK7x02WMipkMU-sGMgENDT8IU_MD_Syf0nIBAQXh2͠^kPAGנ^kPAG =$̶9ׁHhttp://www.goupil-nederland.nlׁׁЈ׉E Uw GOUPIL Dealer:
Producent: GOUPIL - 2445 Avenue de la Vallée du Lot 47320 - Bourran - Frankrijk
Importeur: Van Blitterswijk Eco-Mobiliteit BV - www.goupil-nederland.nl
versie 1-2020
׉	 7cassandra://ym16cCAHI5fP983o0wLyH_BLqv20Ef-DKtzt0cNMY2E`̵ ^kPAG5׈E^kPAG6^kPAG5{) %Handleiding Goupil G4 Model 2019/2020^kg