׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://B6xGQSY5-79ME6opyzQxPcjHctJdq52PftQ3PLdHvOU `׉	 7cassandra://ZEt5B68cxAKY-GXjm6XjfbnbSRuOgaTnwcQnq1Bi2Ig}`S׉	 7cassandra://sbmFK41hTHPqWvgFro7mwqy_oVaPJcRIKb2u7KBSf6U,`̵ ׉	 7cassandra://pDZg_HvBmpia4yTI75ig2_l83EcuyCQPS38kidHIJqQ 
͠b#GZ!}0׈Eb#GZ!}0P׉E CAPHRI Care and Public Health Research Institute
op één lijn 70
#BlijeHuisarts
Vakgroep Huisartsgeneeskunde behoort tot de School CAPHRI van het MUMC+
׉	 7cassandra://sbmFK41hTHPqWvgFro7mwqy_oVaPJcRIKb2u7KBSf6U,`̵ b#GZ!}0Qb#GZ!}0P{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Ah8m1QokHIYMqG1vi5k9T4TKwcNtMlfgrkCKbtN1vY8 `׉	 7cassandra://SQ82AuCdlIbLWGfkX_D4GbO4suvEyv5aT1ZW7ufMrv0ͺ`׉	 7cassandra://0jVCpaOUvdAIFKhg62fEx1C-dhRKgLNnMD8YPgxRd4k5`j ׉	 7cassandra://Taa6Enkgm17iC2HOK6TK-5Uml0y4doAJmQk3FPU8P9g̠͠	b#GZ!}0נb#GZ!}0 0̬9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EZColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2700 exemplaren
Hoofd-/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen
en Babette Doorn
Doelgroep
Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg,
aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige
relaties
E-mail
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Deadline volgend nummer
1 november 2022
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
The Creative Hub – Maastricht University,
UM-220038
Fotografie
Kaft, pagina 3 en 11: FOTONIQUE ® | Nico Bastens
Photography
Pagina 17: George Deswijzen
Pagina 20 (boven): Jonathan Vos
Pagina 21, 28 en 29 (boven): Philip Driessen
Pagina 27: Maartje van Berkel
Pagina 28 (onder): Loraine Bodewes
Copyright
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Algemeen
Van de Redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter – Jean Muris
Afscheid van hoogleraar Geert-Jan Dinant – Mark Spigt
Een nieuwe crisis – Jeroen Smeets
Stellen zich voor
Lotte Lunenburg, medewerker studentzaken Eindhoven
Heike Gerger, postdoc onderzoeker
Petra Delahaije, medewerker studentzaken
Linda van Avendonk- de Bresser, HAB jaar 3 Eindhoven
Claudia Smeets-Garcia, medewerker studentzaken
Tim Schouten, junior onderzoeker
Jessica Ruisch, AIOTO ouderengeneeskunde
Kim van der Bolt, gedragswetenschapper huisartsopleiding
Suzanne van den Haak, gedragswetenschapper huisartsopleiding
Thanee Uittenhout, promovendus
Onderzoek
Promoties
Atriumfibrilleren bij ouderen: to screen or not to screen? – Nicole Verbiest-van Gurp
Welke invloed hebben opvattingen over leren en beoordelen op het
werkplekbeoordelen? – Laury de Jonge
Bruikbare Wetenschap /COVID studies – Jochen Cals
Nu OOK in het onderwijs aan de aios – Geert-Jan Dinant
Herstel na kanker (RCT) – Michelle Smits
NHG-congres 2022. Poten in de klein, kop in de cloud – Ivo Grosveld
Benoeming – Jerôme van Dongen wordt bijzonder lector
Landelijke campagne Gepaste zorg bij maagklachten – Jeannemieke Schade
3
4
5
6
7
7
7
8
8
8
8
9
9
9
10
11
14
13
12
16
17
17
WESP-en
Interventie therapietrouw Ziektelastmeter Chronische Aandoeningen – Kylian Hermkens 18
E-meedenkconsulten kindergeneeskunde – Juliette Klein Hesselink
Het leren van arts-patiënt communicatie in de huisartsenpraktijk – Levi Schuurman
Effectiviteit van Acupunctuur bij Chronische vermoeidheid – Daan van Ooyen
Onderwijs
Clinicus van het jaar – redactie
CAPHRI PhD Video Award voor Thanee Uittenhout
Opleiding Ouderengeneeskunde
Tapas – Mariëlle van der Velden-Daamen
Bijna rond, maar nooit af – Babette Doorn
In de leer: Begin de dag met een lach – Charlotte Coopmans
Benoeming hoogleraar Ouderengeneeskunde
50 jaar Verenso congres – Mathieu Prevoo en Shanly Seferina
KOO certificaat voor opleiders
Huisartsopleiding
Een prachtig vak – Matthijs Limpens en Ingrid van der Heijden
Made in Maastricht en Eindhoven – afgestudeerde huisartsen
SBOH academiseringsprijs 2022 – Pleun Beelen
Column: Een traan ten afscheid – Jeroen Smeets
Equilibre:– Gaston Peek en Marieke Kools
Weten is eten: Down memory lane – Hendrik-Jan Vunderink
2
2
18
19
19
20
20
21
22
23
23
24
25
26
27
30
31
32
34
׉	 7cassandra://0jVCpaOUvdAIFKhg62fEx1C-dhRKgLNnMD8YPgxRd4k5`j b#GZ!}0R׉ELVan de redactie
#BlijeHuisarts
De frequentie van ons blad is momenteel halfjaarlijks. Dat
was bij de oprichting in 1999 eens per kwartaal. Het waren
andere tijden, in veel opzichten. In het tweede nummer van
dat jaar kregen we twee nieuwe hoogleraren bij de vakgroep:
Geert-Jan Dinant en Onno van Schayck. Ik interviewde beide
heren en schreef het stukje ‘Onder professoren’. De quote
van Geert-Jan was de subtitel: ‘In het land der blinden… word
je al snel professor’. Dat kon je in 1999 nog zo opschrijven. Ik
doe dat overigens nog steeds.
In april nam Geert-Jan afscheid. Ik kon er niet bij zijn
omdat ik op reis was. Dat was mede de reden om het
verschijnen van deze editie uit te stellen tot de zomer. Zijn
afscheidslezing kende ik al, want die hadden we samen
geoefend. Het is net als bij het verschijnen van dit blad:
hartstikke leuk, maar ik ken het al. Verder is het een ‘beeldig’
nummer geworden. Ideaal voor een zomereditie.
Alle gekheid op een stokje: er gebeurt van alles om een
blad mee te vullen, maar het fysieke gebeuren is, op het
onderwijs na, nog niet ‘gewoon’. Bij studentenactiviteiten is
de opkomst lager dan voor de pandemie. Minder studenten
wonen op kamers en ‘men’ is het niet meer gewend. De
feestelijke afsluitingen van de huisartsopleiding worden als
vanouds op locatie georganiseerd.
Gelukkig waren er twee mooie promoties die fysiek
in de aula konden doorgaan: Nicole Verbiest-van Gurp
promoveerde op haar onderzoek naar atriumfibrilleren
(D2AF-studie). Laury de Jonge deed onderzoek naar onderwijs
en promoveerde op werkplekleren.
Mede door het schuiven met deadlines is het spannend
wat er wel of niet in het blad ging komen. Iedereen heeft
losseeindjesstress. We zagen veel nieuwe medewerkers
komen en WESP-en uitzoemen. Het gros van hen wisten we
te verleiden om een stukje en een foto in te sturen. Bruikbare
Wetenschap auteur Jochen Cals werd op de valreep verleid
met een raketje op een warme zomerse dag om alsnog een
stukje te schrijven. Hierdoor ontstond extra ruimte om de
benoeming van oud promovendus Jerôme van Dongen ook
mee te nemen, alsmede het artikel ‘Doen of laten?’ over
gepaste zorg bij maagklachten.
Uit beide vervolgopleidingen een katern met artikelen.
De opleiding Ouderengeneeskunde loopt goed. Hoofd
Mariëlle van der Velden schrijft net als het hoofd van de
huisartsopleiding, Matthijs Limpens, een eigen column.
Ondergetekende praat u bij over de grote lijnen. Aios
Charlotte Coopmans geniet in haar column van het leven.
Opleiders ontvingen een opleiderscertificaat. Een nieuwe
hoogleraar is al benoemd voordat de bestaande met
pensioen is. Bijzonder was het jubileumcongres van Verenso,
de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde. Uit
betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat een derde van
de feestgangers uit het zuiden kwam en dat de polonaise
door onze aios Shanly Seferina werd ingezet. De specialist
ouderengeneeskunde is niet enkel toekomstmuziek! Ze zijn
er en het worden er gelukkig steeds meer. #BlijeSO.
De huisartsopleiding opent met een fraai overzichtsartikel
door de hoofden: ‘Een prachtig vak’. Over de positieve
beweging die #BlijeHuisarts heet en wat de rol is van de
opleiding. We zijn steeds meer gaan opleiden. Hoe druk het
ook is, de meeste huisarten worden van opleiden extra blij.
Vijf afgestuurde groepen in beeld: #BlijeHuisarts. Huisarts
Pleun Beelen blikt terug op de SBOH academiseringsprijs die
zij in ontvangst mocht nemen voor haar onderzoek binnen
de MIRA-trial. Huisarts Jeroen Smeets beschrijft opnieuw een
gebeurtenis uit zijn werk, ditmaal een ontroerend verhaal.
Daarnaast schreef hij ook een artikel over de noodzorg voor
vluchtelingen. Equilibre sluit af met een bruisende en beeldige
blik op de opleiders trainingsdag in Urmond: alleen maar
#BlijeHuisartsen!
Die losseeindjesstress. Dat heerst momenteel, er zijn veel
piekmomenten. Vergeten wij niets? Doet iedereen wat hij of
zij belooft? Hebben wij wel iedereen gevraagd? Het is allemaal
niet zeker. Wat wel zeker is dat er momenteel voldoende stof
is om tenminste halfjaarlijks te verschijnen. Voor het ultieme
vakantiegevoel heb ik gepensioneerd redactielid Hendrik-Jan
Vunderink gestrikt voor een rubriek ‘Weten is eten’.
We laten de losse eindjes voor wat ze zijn. Wat niet komt,
schuift door, of wordt vergeten. Such is life zou hoogleraar
Harry Crebolder hebben gezegd. Een hele fijne zomer!
Babette Doorn
3
op één lijn 70
b#GZ!}0Sb#GZ!}0R{בCט   {u׉׉	 7cassandra://KzD5-uh66W7tz_5UHuiRXl-qTF9v5PtsUqXm3BjI4XY `׉	 7cassandra://Yea6NA47RsaVGMPtD50GI9WzR7QXCzdKWhyM1eQ_K74`׉	 7cassandra://7P16xsH6DxJnjvWwdSOMvncYYBdNjUHEkkqn9V3iGRA?`j ׉	 7cassandra://KhOTt7oGdGxmHQ5JKHmu3a6RBAU6OI1AraFKBE7ShPE Ź ͠	b#GZ!}0נb#GZ!}0 O9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Van de voorzitter
Onderzoek in de netwerken
brengt zorginnovatie
DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
Voortbordurend op het coalitieakkoord ‘Omzien naar
elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ wordt momenteel
bij de totstandkoming van een Integraal Gezondheidszorg
Akkoord volop nagedacht over oplossingen voor de
uitdagingen waar de gezondheidszorg en samenleving
op dit moment voor staan. Bij veel van deze oplossingen
speelt de huisarts een belangrijke rol. Al decennia
leveren huisartsen persoonsgerichte, continue
medisch-generalistische zorg van hoge kwaliteit.
Huisartsgeneeskunde is een vak met eigen epidemiologie,
diagnostiek en behandeling, gestoeld op degelijk
huisartsgeneeskundig onderzoek. De uitstekende
kwaliteit van de Nederlandse huisartsenzorg steunt op
een sterke wetenschappelijke basis. De huisartsenzorg
is daarmee een onmisbare en cruciale factor in het
(betaalbaar houden van het) Nederlandse zorgsysteem.
Voor toekomstbestendige huisartsgeneeskundige zorg en
om te kunnen voldoen aan de ambities uitgesproken in het
coalitieakkoord, is structurele financiering van de academische
huisartsgeneeskunde nodig.
Met het oog op het veranderende zorglandschap vraagt het
opleiden van de toekomstige huisarts om innovatie van de
opleiding. Ontwikkelingen rondom verplaatsing van zorg,
digitalisering, netwerkzorg en samenwerking met het sociale
domein vragen aanvullende kennis en vaardigheden van
huisartsen die aan de orde moeten komen in de opleiding.
Deze innovatie kan alleen gedaan worden wanneer er een
investering gedaan wordt in de huisartsopleidingen, zowel
voor aanpassing van het curriculum, als voor het opleiden van
extra huisartsen.
Huisartsgeneeskundig onderzoek vindt niet plaats in
ziekenhuizen maar, geïnitieerd vanuit de zeven academische
afdelingen huisartsgeneeskunde, in vele huisartsenpraktijken.
Dit vraagt ondersteuning en coördinatie. De hiervoor
benodigde structurele financiering van regionale academische
huisartsgeneeskundige infrastructuren ontbreekt
grotendeels. In deze werkplaatsen wordt het ontwikkelen van
veranderkracht, gericht op regionale zorginnovatie, geborgd.
We kunnen de zorgvraag niet beantwoorden door alleen meer
huisartsen op te leiden. We zullen steeds slimmer moeten
gaan werken en daarvoor is academisch onderzoek naar
zorginnovatie in onze netwerken van groot belang.
De kennis voortkomend uit wetenschappelijk onderzoek
wordt door het Nederlands Huisartsen Genootschap
vertaald naar richtlijnen en hulpmiddelen voor gebruik in de
huisartsenpraktijk. Onder andere de NHG-Standaarden en de
website Thuisarts.nl hebben in de implementatie van nieuwe
kennis zowel voor huisartsen als patiënten een belangrijke
toegevoegde waarde. Hierdoor komt nieuwe kennis zo snel
mogelijk op de plaats waarvoor hij bedoeld is: bij de patiënt.
Mijn oproep aan het Integraal Gezondheidszorg Akkoord is:
herontwerp van (regionale) zorgketens is nodig en daarbij
is de bril van academisch denkende huisartsen onmisbaar.
Versterk universitaire afdelingen huisartsgeneeskunde met
academische werkplaatsen, schep gelegenheid om onderzoek
in de eerstelijn te doen en voor het opleiden van huisartsonderzoekers.
4
4
4
׉	 7cassandra://7P16xsH6DxJnjvWwdSOMvncYYBdNjUHEkkqn9V3iGRA?`j b#GZ!}0T׉E	1 e uitgave 2022
Afscheid hoogleraar Geert-Jan Dinant
Hartverwarmend
DOOR MARK SPIGT, UNIVERSITAIR HOOFD DOCENT
Op donderdag 14 april 2022 nam prof. Geert-Jan Dinant
afscheid als hoogleraar huisartsgeneeskunde. GeertJan
heeft een lange staat van dienst. Vanaf 1986 is
hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg, de
latere Universiteit Maastricht (UM). Hij begon als
huisartsonderzoeker en sinds 1998 is hij hoogleraar
huisartsgeneeskunde.
Het afscheidscollege werd voorafgegaan door een speech van
de decaan van FHML, Professor Annemie Schols. Zij roemt zijn
prestaties, de vele projecten die hij heeft begeleid en de 33
promovendi die hij daarbij heeft gecoacht. Zijn bepalende rol
binnen de huisartsgeneeskunde in Nederland werd benoemd,
maar vooral de vele initiatieven in het kader van (na)scholing
van huisartsen buiten Nederland. Geert-Jan gaf vervolgens in
zijn afscheidsrede een uitgebreid overzicht van alle projecten
die hij gedaan heeft.
Na afloop was er een mooie, zonovergoten receptie op de
binnenplaats van de Minderbroedersberg. De hoeveelheid
belangstellenden annex cadeaus was hartverwarmend.
Geert-Jan stond te stralen terwijl één voor één jonge en
oude bekenden en vrienden hem kwamen feliciteren. Zijn
vrouw Gerda vlinderde tussen alle gasten door om iedereen
aandacht te geven en een praatje te maken.
Het programma werd na de receptie voortgezet op een
bijzondere locatie, het fraaie Chateau St. Gerlach. Voor GeertJan
en Gerda is dit een zeer logische locatie aangezien het
op een steenworp afstand van hun huis ligt (als je ver kunt
gooien tenminste).
De avond werd ingeleid door Geert-Jan zelf. Wiebelend staand
op een stoel, introduceerde Geert-Jan zijn gasten aan elkaar.
Het buffet was uitstekend verzorgd. Tussendoor waren er
verschillende sketches/speeches, zoals die van de ski-club.
Erik Stolper en Ruud Verhees gaven een prachtig inkijkje in
hoe het was om promovendus van Geert-Jan te zijn. Daarna
overhandigden zij namens alle 33 ex-promovendi een nepschilderij
als grap en daarna een heel mooi schilderij, een
echte Spigt.
Hoogleraar emeritus André Knottnerus was de laatste spreker
met een uitgebreide laudatio voor Geert-Jan. Er waren die
avond vele blije mensen rondom Geert-Jan en Gerda; samen
hebben zij een heel mooi feest gemaakt en beleefd.
Wilt u de bewerkte diareeks van het afscheidscollege met
daarin alle promoties ontvangen als pdf, stuur dan een mail
naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl
5
op één lijn 70
b#GZ!}0Ub#GZ!}0T{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CFnOMo5mxnY27NfOSfyC98jWxTaPb8PBBZyfmbZEbcU `׉	 7cassandra://UMRyxNJkXExqIuprP1NLSvZT_KXhl-oYhxQSItxhdHQ`׉	 7cassandra://PYWRDV_UmZ2djJBY5PdDmRzIuEH6aXT3YLDHZpntXpcC|`j ׉	 7cassandra://EK8Zz5YAxYi35WfILTSo7LkBib5vvSjDU9yyoJH8jFA 7͠	b#GZ!}0׉Eeop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Een nieuwe crisis
Noodzorg voor
vluchtelingen
DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID
Ergens op een woensdag in april werd het crisisteam
van RHZ/ZIO gebeld dat er de volgende dag tot 400
vluchtelingen uit Oekraïne in het MECC gehuisvest
werden. Met net twee jaar COVID achter de rug en ook
nog een watersnoodramp, was het crisisteam dus nog
volledig operationeel.1
Binnen een dag was er een medische ruimte ingericht. En,
niet geheel onbelangrijk, ook dokters om daar spreekuur
te doen. De voorwacht was het Rode Kruis, grotendeels
vrijwilligers. De eerste dagen waren er enkele tientallen
mensen. Zij waren vaak 10 dagen onderweg geweest, 4 dagen
door Oekraïne, 4 dagen aan de grens en daarna nog 2 dagen
reizen tot ze in Nederland waren.
We liepen meteen tegen problemen aan: veel mensen
hadden, begrijpelijkerwijs, geen medicatie mee, of hadden
medicatie nodig die hier niet als zodanig verkrijgbaar is. De
hulpvragen waren erg divers. Ik zag een koppel waarvan
de vrouw 38 weken zwanger was met vragen over de zorg
voor hun ongeboren kind, en voor straks na de bevalling.
Vragen over benzodiazepines, die in Oekraïne kennelijk veel
meer ingezet worden. Een buikgriepepidemietje onder de
vluchtelingen kon de GGD gelukkig snel de kop indrukken
samen met wat loperamide en ORS van ons. Tolken waren
binnen enkele dagen geregeld, zodat de spreekuren vlotter
liepen. Schijnend om te zien was dat de jonge kinderen (tot
een jaar of 4-5) het verblijf in het MECC ervaarden als een
soort vakantie. De oudere kinderen niet, die zagen er erg
bedrukt uit. Mensen verbleven enkele dagen tot een week in
het MECC, waarna ze naar meer definitieve opvanglocaties
gingen. Follow-up van (medische) zorgen was dus lastig. Alle
mensen die wij vanuit de medische dienst zagen waren erg
dankbaar voor de hulp die hen werd geboden.
1 Zie ook Op één Lijn editie 69
6
6
6
׉	 7cassandra://PYWRDV_UmZ2djJBY5PdDmRzIuEH6aXT3YLDHZpntXpcC|`j b#GZ!}0V׉E1 e uitgave 2022
Welkom!
Nieuwe collega's
stellen zich voor
Lotte Lunenburg
Medewerker studentzaken Eindhoven
Mijn naam is Lotte Lunenburg. Op
1 april begon ik als medewerker
studentzaken in Eindhoven,
Strijp-Z. De komende tijd zal
ik me gaan verdiepen in de
verschillende domeinen van de
huisartsopleiding om vervolgens samen met Claartje
Bongaerts, die onlangs wegens verhuizing haar werkplek
in Maastricht heeft verruild voor Strijp-Z, de locatie in
Eindhoven administratief te ondersteunen.
Ik begon als medewerker studentzaken van het Studenten
Service Centrum van de TU/e. Vervolgens werkte ik de
afgelopen 11 jaar bij de faculteit Sociale Wetenschappen
van Tilburg University, waarvan de laatste 5 jaar in
het team van Onderwijsplanning. Als key-user van
studenteninformatiesysteem Osiris ondersteunde ik vooral
docenten bij het inrichten van hun cursussen en toetsen, de
inschrijvingen op het onderwijs en was ik verantwoordelijk
voor de inrichting van de examenprogramma’s.
Ik hoop dat deze ervaringen mij een zetje in de goede richting
geven bij het uitoefenen van mijn nieuwe functie.
Samen met mijn man Peerke en onze 3 zoons Tijl (10), Faas
(8) en Abe (5) wonen we in het knusse en gezellige Wintelre
(google maar even). Naast de voetbal-, zwem- en pianolessen
van de jongens tennis ik zelf regelmatig en kan ik enorm
genieten van ons nieuwe huis en de tuin.
Ik ben op dinsdag, woensdagochtend en donderdag te vinden
in Strijp-Z, kamer 2.01.
Heike Gerger
Postdoc onderzoeker
Mijn naam is Heike Gerger. Sinds
15 mei werk ik als postdoctoraal
onderzoeker bij de vakgroep
Huisartsgeneeskunde in
Maastricht bij het project
‘Veerkrachtig samen beslissen’.
Sinds 2008 voerde ik veel (netwerk) meta-analyses uit en deed
vooral onderzoek naar de werkzaamheid van interventies, maar
verrichtte in de laatste jaren ook vaker kwalitatieve studies.
In Bielefeld (Duitsland) studeerde ik Psychologie en behaalde
in 2013 in Bern (Zwitserland) mijn PhD in Health Sciences.
Sinds 2014 werkte ik eerst zes jaar als onderzoeker bij de
afdeling Klinische Psychologie en Psychotherapie in Bazel
(Zwitserland). Daarna werkte ik 2,5 jaar bij de afdeling
Huisartsgeneeskunde in Rotterdam, waarvan het laatste half
jaar ook bij Huisartsgeneeskunde in Bielefeld.
Nu kijk ik ernaar uit om bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde
in Maastricht te gaan werken. Sinds 2015 woon ik met mijn
partner en twee kinderen (9 en 11 jaar oud) in Maastricht.
Daarvoor woonde ik zeven jaar in Zwitserland. Mijn
achtergrond en moedertaal zijn Duits.
Petra Delahaije
Medewerker studentzaken
Geen nieuw gezicht, wel
nieuwe klus
‘Hoe kan ik mijn leerwerkplan
updaten?’ ‘Help! Aios is ontkoppeld,
welke opleider kunnen we
benaderen?’ ‘Ik kan niet aanwezig zijn bij de koppelcarrousel,
ben nog in het buitenland dan, wat nu?’ ‘Hoe krijg ik als
nieuwe opleider toegang tot Canvas?’ ‘We zijn aan het
verbouwen in de praktijk, een aios komt nu echt niet uit.’
‘Welke opleiders moeten nog bezocht worden voor een
voortgangsgesprek?’ ‘Hoe krijg ik als plaatsvervangend
opleider mijn erkenning van de RGS?’
Sinds kort bestier ik het koppeldomein voor jaar 1 en 3 wat
eerder door Huub l’ Ortye jarenlang is gedaan. Huub is nu
met pensioen, nadat hij aan me de ‘kneepjes van het vak’
heeft overgedragen. Nou ja, dat hoop ik dan maar want het is
best complex om alle opleiders, maar ook docenten en aios zo
goed mogelijk te bedienen.
Vrijdag 10 juni 2022 is mijn eerste koppelcarrousel, daar heb
ik zin in! Ik ben sinds kort in Maastricht op het Debyeplein 1
op kamer A0.026 te vinden.
7
op één lijn 70
b#GZ!}0Wb#GZ!}0V{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tlXfKZGHHpl6teTObA5fw6PRYDY4Z7hH-L4FxXSCBE8 ژ`׉	 7cassandra://sonfElzJsUNl6r93aNnvq6HZzHohX8hrhYu2TV2LIGs`׉	 7cassandra://HA_P732M64pQtRJBoRzptSbo-yw3xyiHdBTzbHikA5cA`j ׉	 7cassandra://uAc-brL7IjM0LK6fpAxhNsfvOPaAUSZCy-FC8O9fz4w&͠	b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Linda van Avendonkde
Bresser
HAB jaar 3 Eindhoven
In maart ben ik gestart als
huisartsbegeleider aan de
huisartsopleiding Maastricht,
locatie Eindhoven. Samen met
Suzanne van den Haak begeleid ik
een derdejaars groep.
Ik ben inmiddels 9 jaar huisarts en 3 jaar kaderhuisarts
urogynaecologie. De eerste 7 jaar nam ik waar in diverse
praktijken, voornamelijk in de Kempische dorpen, waarna
ik praktijkhouder werd in huisartsenpraktijk Engelsbergen
in Eindhoven. Begin 2022 besloot ik om uit de maatschap
te treden vanwege rugklachten. Maar omdat mijn maten,
het team en de praktijk geweldig zijn, blijf ik er werken als
waarnemend huisarts. Het beste van dit alles is, dat er nu ook
ruimte kwam in mijn agenda om te gaan werken als docent.
Zowel mijn basisopleiding als mijn huisartsopleiding
genoot ik in Maastricht. De tweejarige kaderopleiding
urogynaecologie volgde ik in Nijmegen. De afgelopen 4
jaar heb ik al met veel plezier urogynaecologisch onderwijs
mogen verzorgen voor collega huisartsen, doktersassistenten
en aios van Maastricht en Nijmegen.
Samen met mijn man Rob en 2 kinderen, Joep 12 en Kato
10 jaar, woon ik in Bladel; alhoewel dit 26 kilometer onder
Eindhoven ligt, ben ik toch van plan regelmatig op mijn
speed-pedelec naar Strijp Z te fietsen.
Ik kijk ernaar uit om jullie allen (weer live) te mogen te
ontmoeten!
Claudia Smeets-Garcia
Medewerker studentzaken
Ouderengeneeskunde
Mijn naam is Claudia SmeetsGarcia
en sinds mei werk ik 4
dagen per week bij de opleiding
Ouderengeneeskunde van de
vakgroep Huisartsgeneeskunde
binnen FHML.
Door de snelle groei van Ouderengeneeskunde kwam er
ruimte voor een vacature als medewerker studentzaken, een
functie die ik maar al te graag wilde vervullen.
Tijdens mijn carrière werkte ik voornamelijk in de
internationale, commerciële sector.
Hierdoor deed ik veel ervaring op, op zowel organisatorisch,
administratief en (internationaal) customer relations gebied.
Vanuit die ervaringen breng ik een frisse, nieuwe blik mee en
ga mijn kennis en ervaring goed inzetten.
8
8
8
Door mijn Spaanse achtergrond hou ik van Spaans eten en
reis ik graag naar Spanje om familie en vrienden te bezoeken.
In mijn vrije tijd sport ik graag en geniet ik van de leuke
dingen in het leven samen met mijn gezin. Als geboren en
getogen Maastrichtse hou ik uiteraard van het bourgondische
leven.
Tim Schouten
Junior onderzoeker
Mijn naam is Tim Schouten, 28
jaar en sinds kort woon ik in
Maastricht. Per 1 februari werk ik
als junior onderzoeker voor het
platform-COVID trial onder leiding
van Mark Spigt en Jochen Cals.
Dit project is een platform trial naar medicatiegebruik tegen
een COVID-infectie in de huisartspraktijk. Hierbij is de focus
op het verminderen van de klachten die de patiënt ervaart
tijdens een COVID-infectie. Tijdens het project houd ik me
bezig met het statistische en methodologische deel, dus ook
de analyses van het project maar zal ook helpen waar ik kan
met andere zaken van het project. Daarnaast ben ik bezig
met simulaties van platform trials om te kijken of bepaalde
beslissingen in de methodologie beter kunnen worden
genomen.
Ik volgde de Health Sciences Research master aan de UM. In
mijn vrije tijd houd ik van sporten en koken.
Jessica Ruisch
AIOTO ouderengeneeskunde
Ouderengeneeskunde is voor
mij de perfecte balans tussen
stilstaan en doorgaan. Het biedt
mij de ruimte om stil te staan bij
geluk en verdriet van bewoners
en hun familie, een band op
te bouwen en daarmee passende patiëntgerichte zorg
te bieden. Daarbij is het vak dynamisch en constant in
ontwikkeling, de populatie wordt groter en de zorgdruk
hoger. Het meedenken op het gebied van ontwikkeling
en management van een organisatie, hoewel niet altijd
makkelijk, is een van de geweldige uitdagingen in het vak.
Als AIOTO heb ik de kans gekregen als promovendus
betrokken te zijn bij het TRADE-project (TRAuma and
DEmentia), een multicenter prospectief onderzoek naar de
diagnostiek en behandeling van posttraumatische stress
stoornis (PTSS) bij mensen met dementie. In het onderzoek
gebruiken we eerst een vragenlijst om de diagnose PTSS
bij deze populatie te kunnen stellen, nadien zullen we
de effectiviteit van Eye Movement Desensitisation and
Reprocessing therapy (EMDR) meten bij deze groep. Hierdoor
hoop ik de komende tijd overal te vinden zijn. Deelnemende
׉	 7cassandra://HA_P732M64pQtRJBoRzptSbo-yw3xyiHdBTzbHikA5cA`j b#GZ!}0X׉E`1 e uitgave 2022
centra van het onderzoek zijn namelijk; Cicero Zorggroep,
Envida, MeanderGroep, Mondriaan Ouderen, Sevagram en
Zuyderland Care. Daarbij zit ik op de terugkomdagen van de
opleiding op de universiteit in Maastricht en mag ik een half
jaar stagelopen bij de neurologie in het MUMC+.
Wie ben ik eigenlijk? Ik ben Jessica Ruisch, een 27-jarige
specialist ouderengeneeskunde in opleiding in Maastricht.
Momenteel ga ik richting het einde van mijn eerste jaar van
de opleiding. Buiten het bovenstaande enthousiasme voor
het vak, de patiëntenpopulatie en de wetenschap ben ik het
liefst te vinden op het voetbalveld of bij mijn opstartende
moestuin.
Neem gerust contact met me op als jullie geïnteresseerd zijn
in meer informatie over het vak, het onderzoek of tuiniertips
voor me hebben!
Kim van der Bolt
Gedragswetenschappelijk docent
huisartsopleiding
Mijn naam is Kim van der Bolt, 38
jaar en GZ-psycholoog. Per 1 mei
2022 ben ik gestart als docent GW
binnen de huisartsopleiding.
Sinds 2010 ben ik werkzaam in de GGZ en sinds 2016 als
GZ-psycholoog. In 2020 begon ik mijn eigen praktijk.
Daarvoor werkte ik zowel binnen de Basis GGZ als de
Specialistische GGZ, bij verschillende instellingen als ook bij
het Zuyderland ziekenhuis, op de PAAZ-afdeling en op de
afdeling medische psychologie en seksuologie. Aan het begin
van mijn carrière was ik als POH-GGZ aangesteld binnen
verschillende huisartsenpraktijken in de parkstad regio.
Ik woon samen met mijn vriend Jos en hond Joep in Nijswiller.
We maken graag lange wandelingen in de natuur als we niet
druk zijn met de verbouwing van ons huis. Daarnaast vind
ik het leuk om bezig te zijn met sporten, bakken en ga ik er
weleens met de motor op uit.
Ik kijk uit naar een fijne samenwerking en een inspirerende
nieuwe werkomgeving.
Suzanne van den Haak
Gedragswetenschapper
huisartsopleiding
Mijn naam is Suzanne van den
Haak en ik ben sinds maart 2022
gedragswetenschapper (GW-er)
in jaar 3 van de huisartsopleiding.
Samen met huisarts Linda van
Avendonk-de Bresser begeleid ik
een derdejaars groep aios.
Naast deze baan werk ik bij HSK (een landelijke GGZinstelling)
in Eindhoven als GZ-psycholoog, cognitief
gedragstherapeut en supervisor VGCt. Na mijn studie
psychologie, die ik volgde in Utrecht, ging ik aan de slag bij
HSK en vervulde daar verschillende taken en rollen.
Het afwisselen van cliëntenzorg en opleiden bevalt me zeer
goed. Ik draag graag kennis over en zie het als een cadeautje
dat ik mee mag kijken met het ontwikkelingsproces van de
opleideling.
Naast mijn werk ben ik sportief, kook ik graag, spreek ik met
vrienden af en zie en ontdek ik graag meer van de wereld.
Thanee Uittenhout
Promovendus
Mijn naam is Thanee Uittenhout.
Sinds november 2021 ben ik
gestart als promovendus bij de
Vakgroep Huisartsgeneeskunde in
Maastricht onder begeleiding van
Trudy van der Weijden.
De komende jaren ga ik me bezighouden met mijn PhD.
Het onderwerp is het verbeteren van de gepersonaliseerde
behandeling in de oncologie. Hierbij willen we meer samen
beslissen met de patiënt op basis van informatie over de
behandelopties, gezondheidsstatus van de patiënt en zijn
doelen en voorkeuren. Dit project is gesubsidieerd door KWF
en zal plaatsvinden in het MUMC, Zuyderland MC, LUMC en
het UMCG, waarbij ik de eerste van drie promovendi ben die
aan dit project zal gaan werken.
Ik heb geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Daarna heb ik gewerkt als ANIOS Heelkunde in het HAGAziekenhuis
en in het LUMC. Toen kwam dit promotietraject op
mijn pad en was ik zo enthousiast, dat ik nu vanaf Oegstgeest
regelmatig naar Maastricht reis. Met mijn achtergrond in de
kliniek heb ik al wat informatie en kennis over de zorgpaden
en vind ik het leuk om deze kennis te kunnen combineren
met mijn onderzoek.
Ik geniet daarnaast van het ontdekken van Maastricht. In
mijn vrije tijd doe ik aan crossfit, sociale activiteiten, word
ik verblijd met de liefde van mijn twee katten en ben ik
sinds kort groene vingers aan het ontwikkelen in mijn tuin.
Daarnaast zit ik bij De Jonge Specialist in de ledenraad
en de basisartsencommissie en help ik de KNMG met het
organiseren van de carrièrebeurs 2022.
9
op één lijn 70
b#GZ!}0Yb#GZ!}0X{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-DW4hh6qZ5R8y82zv1cimViZOWsHt-bOHZGCKJGkNis /`׉	 7cassandra://v1KdmH7NKYxmix6WNwEpExfwQAMm9yH4xfPzsnDmU4A՚`׉	 7cassandra://c85O82FRJY_MRqxjd86mH5kmRa4Jt8ZE45F2Z8hHZdsA`j ׉	 7cassandra://tSZRlgEhOgKgqYQvGbqiG_fYrQJsAStXE-9KAaLgpqM I͠	b#GZ!}0׉E[op één lijn 70
1 e uitgave 2022
Promotie 25 maart 2022
Atriumfibrilleren bij ouderen:
to screen or not to screen?
DOOR NICOLE VERBIEST – VAN GURP, VOORMALIG AIOTO
Stelling:
‘Paroxysmaal atriumfibrilleren is als een zeepbel: lastig te
vangen en weg voor je het weet.’
Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis die niet altijd
klachten veroorzaakt. Bovendien kan AF afgewisseld worden
met een normaal ritme bij paroxysmaal AF. Daardoor kan
er tijd overheen gaan voor de diagnose gesteld wordt.
Onbehandeld kan het leiden tot een beroerte, hartfalen en
overlijden. Opsporing en behandeling zijn dus belangrijk. In
mijn promotieonderzoek onderzochten we of screening de
opsporing van AF verbetert.
Een Britse screeningsstudie ging ons voor.1 Hierin werd
screening vergeleken met gebruikelijke zorg; screening
bleek AF effectief op te sporen (1,6% vs 1,0%). Maar geldt
dat ook voor de Nederlandse situatie? In samenwerking met
Amsterdam UMC hebben wij de ´Detection and Diagnosis
of Atrial Fibrillation´ (D2AF) studie verricht. De opzet was
in de basis vergelijkbaar met het Britse onderzoek. We
breidden het uit door ook de testeigenschappen van drie
opsporingsmethoden te evalueren.
Opzet
In onze studie zaten ruim achttienduizend 65-plussers uit
96 huisartspraktijken. De praktijken werden verdeeld in
interventie- en controlepraktijken. De interventiegroep
onderzocht patiënten als ze – ongeacht waarvoor – op
het spreekuur kwamen (‘opportunistische screening’).
Praktijkmedewerkers voelden de pols en gebruikten twee
apparaten met AF-detectie functie: een bloeddrukmeter
(WatchBP Home A) en een 1-kanaals elektrocardiogram (ecg;
MyDiagnostick). Een verdenking op AF werd gecontroleerd
met een 12-kanaals ecg. De controlegroep verleende
gebruikelijke zorg. Na één jaar vergeleken we het percentage
mensen met een nieuwe diagnose AF in beide groepen.
Opbrengst van screening
Na analyse van onze data bleek dat er in beide groepen
evenveel AF was vastgesteld. De screeningsopbrengst was
1,6%, terwijl er in gebruikelijke zorg 1,5% werd vastgesteld.
Dit verschil van 0,1% is te klein om betekenis te hebben.
Verrassend genoeg was screening dus niet zinvol, in
tegenstelling tot de Britse uitkomsten van enkele jaren
geleden. Met name de controlegroep vond meer AF. Mogelijk
heeft dit te maken met de hoge kwaliteit van onze huidige
gezondheidszorg; wellicht worden de meeste diagnoses
10
10
10
al gesteld in cardiovasculaire risicomanagement (CVRM)
spreekuren.
De beste opsporingsmethode
Van de drie methoden die we in de spreekkamer toepasten,
was het 1-kanaals ecg-apparaat het beste. Dit apparaat miste
minder diagnoses dan de bloeddrukmeter en polspalpatie.
Bovendien gaf het de minste fout-positieve uitslagen. Pols
palpatie presteerde het slechtste.
Vertaling naar de praktijk en de toekomst
Opportunistische screening naar AF zoals wij die hebben
verricht, is niet zinvol. We raden daarom vooralsnog geen
screening op AF aan in Nederland. Verder onderzoek moet
uitwijzen of het in andere situaties wel nuttig is. Na een
voorselectie van mensen met een hoger risico zou screening
wel succesvol kunnen zijn.
Referentie
1. Fitzmaurice DA, Hobbs FD, Jowett S, et al. Screening
versus routine practice in detection of atrial fibrillation
in patients aged 65 or over: cluster randomised
controlled trial. BMJ 2007;335(7616):383. doi: 10.1136/
bmj.39280.660567.55 [published Online First:
2007/08/04]
׉	 7cassandra://c85O82FRJY_MRqxjd86mH5kmRa4Jt8ZE45F2Z8hHZdsA`j b#GZ!}0Z׉E1 e uitgave 2022
Promotie 28 maart 2022
Welke invloed hebben opvattingen
over leren en beoordelen op het
werkplekbeoordelen?
DOOR LAURY DE JONGE, HUISARTSONDERZOEKER
Stelling:
Opvattingen van gebruikers over beoordeling op de
werkplek beïnvloeden het gebruik en de uitkomst ervan.
Inleiding
Huisartsen in opleiding (aios) kunnen het meeste
leren op de werkplek zelf, in de huisartsenpraktijk.
Werkplekbeoordelingen nemen daarom een centrale plaats
in binnen de medische vervolgopleidingen. De effectiviteit
van deze werkplekbeoordeling hangt opvallend genoeg
niet zozeer af van de kwaliteit van de methode waarmee
beoordeeld wordt, maar wel van de manier waarop deze
methode gebruikt wordt. En dat hangt weer af van de
opvattingen van de opleider en de aios.
Werkplekbeoordelingen hebben twee functies. Op basis
van werkplekbeoordelingen kan de opleider gevraagd en
ongevraagd feedback geven. De aios kan hiervan leren
en zich verder ontwikkelen. Daarnaast kan een opleider
werkplekboordelingen gebruiken om beslissingen te nemen
over de prestaties en voortgang van de aios. Bijvoorbeeld
of een aios al in staat is om zelfstandig patiënten te
behandelen.
Werkplekbeoordelen is een complex proces binnen
een sociale context. Interacties tussen verschillende
betrokkenen van binnen en buiten de werkplek kunnen het
werkplekbeoordelen beïnvloeden.
Wij vroegen ons af welke invloed de opvattingen van
betrokkenen hebben bij het beoordelen op de werkplek.
Om deze vraag te beantwoorden heb ik, gesteund door
mijn promotieteam (dr. Angelique Timmerman, dr. Marjan
Govaerts, prof. dr. Anneke Kramer, prof. dr. Cees van der
Vleuten en prof. dr. Jean Muris) vier samenhangende studies
verricht aan de huisartsopleidingen van Maastricht, Nijmegen
en Leiden.
Spanningsvelden
Onze studies lieten zien dat er verschillende opvattingen
bestaan over werkplekbeoordelen. Daarbij zijn twee
spanningsvelden te onderscheiden. Ten eerste denken de
deelnemers aan ons onderzoek verschillend over de mate
waarin de aios zelf zijn leerproces zou moeten sturen.
Wie bepaalt wat geleerd moet worden? Bepaalt de aios
dit vooral zelf, of moet bijvoorbeeld de opleider of het
opleidingsinstituut dat doen?
Het tweede spanningsveld betreft de gewenste mate van
standaardisering van een beoordeling. Sommigen hebben
voorkeur voor een gestandaardiseerde beoordeling zoals via
cijfers. Anderen vinden gepersonaliseerde oordelen en een
beoordeling op maat veel belangrijker.
Bovendien vonden we de volgende overkoepelende factoren:
1. Betrokkenen bij het beoordelen op de werkplek hielden
vaak rekening met de verwachtingen van anderen;
2. Eerdere ervaringen en de neiging tot toevertrouwen
van taken en handelen speelden een rol bij het
werkplekbeoordelen.
Onze studies lieten zien dat de positie die gebruikers van
werkplekbeoordelingen innemen in de spanningsvelden
dynamisch is en kan worden beïnvloed door de hierboven
genoemde overkoepelende factoren.
Stelling:
Opvattingen van gebruikers over beoordeling op de
werkplek beïnvloeden het gebruik en de uitkomst ervan.
Laury geflankeerd door de paranimfen Marion van Lierop
en Ben van Steenkiste
In onze studies zagen we wat de invloed kan zijn van
verschillende opvattingen bij belangrijke strategieën bij
11
op één lijn 70
b#GZ!}0[b#GZ!}0Z{בCט   {u׉׉	 7cassandra://V58TzRMHuULwBMKVHLZ7fu0mJoYYUcEik6hsOjpeFpg ,` ׉	 7cassandra://kK4rGUSGju0fCg2U_jrpr_RY55eg3AWxnTPRylQEp5w`׉	 7cassandra://jGRKWvqo-gWPTkKH529svxGCVE0KzDeS1RIQvuQvHmY@`j ׉	 7cassandra://PNW08sLvzmq8T9-7NhjLsfJOMbyb0aLGw4IcPKLFtm48͠	b#GZ!}0נb#GZ!}0ʁ ms9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈנb#GZ!}0Ɂ 9ׁH 0http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/overׁׁЈנb#GZ!}0ȁ ؁|9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈ׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
het werkplekbeoordelen, namelijk het observeren van het
medisch handelen van de aios en het toevertrouwen van
klinische taken aan de aios.
Zo zal een opleider met eerdere negatieve ervaringen of een
geringe neiging tot toevertrouwen de leerkansen willen
reguleren. Pas als de opleider erop kan vertrouwen dat de
aios tijdig om hulp kán en zál vragen, ontstaat er ruimte voor
zelfregulatie door de aios.
Een toets vanuit de opleiding kan bij aios en opleider
leiden tot een voorkeur voor beoordeling met een
gestandaardiseerde scorelijst. Na het afronden van deze
toets komt er ruimte voor beoordeling en feedback op maat,
afhankelijk van de individuele aandachtspunten van aios of
opleider.
Bewustzijn, bespreken en afstemmen van opvattingen zijn
noodzakelijk voor een gedeeld begrip over werkplekbeoordelen.
Wat betekenen onze bevindingen voor de huisartsopleiding?
Om leerkansen optimaal te benutten, zouden aios en opleider
hun opvattingen over doel en inzet van beoordelingen op
de werkplek regelmatig moeten bespreken. Dat betreft
bijvoorbeeld het gebruik van observaties, als ook de
inschattingen over het toevertrouwen van taken aan de
aios. Scholing vanuit de huisartsopleiding kan helpen bij
het leren expliciteren en afstemmen van opvattingen van
opleiders, aios en docenten. Bij de ontwikkeling van een
nieuw toetsprogramma door de huisartsopleiding zouden
ook opleiders en aios betrokken moeten worden. Zelfs na de
implementatie zou regelmatig besproken moeten worden
of doelen en inzet van het toetsprogramma voldoende
afgestemd zijn.
Als u meer wilt weten kunt u de opname van de verdediging
bekijken, het proefschrift nalezen of de auteur raadplegen.
https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/events/
site-promotie-laurentius-pjwm-de-jonge
https://www.globalacademicpress.com/ebooks/laury_de_jonge/
l.dejonge@maastrichtuniversity.nl
Onderzoeksprogramma: doet u mee?
Herstel na kanker in
de huisartsenpraktijk
DOOR MICHELLE SMITS, PROMOVENDA
Ex-kankerpatiënten krijgen na de behandeling vaak te
maken met restklachten zoals vermoeidheid en hebben
behoefte aan begeleiding bij hun herstel. Bij huisartsen is
er veel behoefte aan goede methodes om ondersteuning
te bieden aan voormalige kankerpatiënten. In dit project
bieden we huisartsen een eenvoudige werkwijze om die
ondersteuning te bieden zonder dat het veel tijd kost.
Voor deze studie zijn we op zoek naar huisartsen en
praktijkondersteuners.
Tijdens dit onderzoek kunnen huisartsen en
praktijkondersteuners gebruik maken van een evidence-based
eHealth programma gericht op het herstel na kanker. Hierin
gaan patiënten zelf aan de slag met leefstijlverandering en
veelvoorkomende klachten na kanker, zoals vermoeidheid.
Als u mee wilt doen, dan wordt u ingedeeld in een van twee
groepen: de experimentele groep of controlegroep. Zit u in de
experimentele groep? Dan gaat u het eHealth programma
inzetten om uw patiënten te begeleiden in de periode na
kanker. De interventie omvat twee regulier declareerbare
consulten bij de huisarts of praktijkondersteuner. Hierin
bespreekt u de voortgang van de patiënt in het programma en
12
12
12
eventuele problemen die zij ervaren bij het implementeren van
leefstijlverandering. De patiënten werken zelfstandig met het
eHealth programma waarin feedback op hun zelfmanagement
is geïncludeerd. Huisartsen of praktijkondersteuners in de
controlegroep zullen tijdens het onderzoek enkel patiënten
includeren en bieden hen normale huisartsenzorg. De patiënten
in de controlegroep maken de vragenlijsten voor het onderzoek
online. Na één jaar worden de patiënten uit de controlegroep
alsnog actief op het online zelfhulpprogramma gewezen.
Na afloop van de interventieperiode geldt voor alle patiënten
dat er een biomedische meting dient te worden afgenomen.
Per praktijk wordt gestreefd naar een inclusie van ongeveer
10 patiënten. Onkostenvergoeding is beschikbaar.
Start studie: vanaf juni 2022 (later starten is ook mogelijk)
Heeft u interesse in deelname, neem dan contact op met de
onderzoekers via 045-5762384 of herstelnakanker@ou.nl.
׉	 7cassandra://jGRKWvqo-gWPTkKH529svxGCVE0KzDeS1RIQvuQvHmY@`j b#GZ!}0\׉E31 e uitgave 2022
Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten
Nu OOK in het
onderwijs aan de aios
DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR EN LID WITTE RAVENGROEP
Inleiding
Wie heeft weleens gehoord van het syndroom van
Shulman? Het is een zeldzame spierziekte waarbij
de spierfascie ontsteekt. De ziekte uit zich door een
symmetrisch pijnlijke zwelling van de ledematen die
geleidelijk hard en taai worden. Een van de Maastrichtse
aios presenteerde deze casus tijdens een sessie over
Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), op een
van de terugkomdagen in Maastricht. De betreffende
aios slaagde in de opzet van bedoelde sessie: na
het presenteren van de klachten en bevindingen bij
betreffende patiënt, gingen de collega-aios in de groep,
met een tijdens de voorafgaande sessie geleerde
zoekmethode aan de slag, op zoek naar de gezochte
aandoening. De casus was tevens een erg goed voorbeeld
van een OOK en van het doel van onderwijs over dit
onderwerp. Vanaf maart 2022 is het onderwerp een vast
onderdeel van het terugkomdagonderwijs in jaar 3. In
de ongeveer twee voorafgaande jaren werden de Witte
Raven (zie verder) een aantal keren ad-hoc gevraagd om
een sessie over OOK te verzorgen. Mede op basis van de
positieve evaluatie van de ad-hoc sessies werd OOK een
vast programmaonderdeel.
Wat is OOK?
Soms heeft de huisarts een knagend gevoel van onbehagen
en onmacht, een niet kunnen loslaten van de gedachte dat
een diagnose ten onrechte niet wordt gevonden. ‘Het kan
toch niet waar zijn dat deze patiënt niets mankeert. Wat zie
ik over het hoofd? Iets bijzonders, iets zeldzaams?’ Het betreft
hier klachten die geen SOLK zijn en die vaak resulteren in een
jarenlange zoektocht langs diverse ziekenhuisspecialisten.
Yvonne van Leeuwen, een van de vorige hoofden van de
huisartsopleiding Maastricht-Eindhoven, bedacht hier de
term Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK) voor.
Aansluitend heeft een groep van tien ervaren huisartsen en
twee internisten zich gebundeld in een OOK-expertisegroep
onder de naam Witte Raven. De groep ontvangt OOK-casus
van huisartsen in heel Nederland.
Het OOK-onderwijsprogramma
Het OOK-programma voor onze aios bestaat uit twee
interactieve sessies van ieder anderhalf uur. De docent(en)
zijn telkens één of twee leden van de Witte Ravengroep.
In de eerste sessie wordt het begrip OOK nader toegelicht.
Aansluitend wordt de OOK-zoekstrategie (een methodiek,
door de Witte Raven ontwikkeld, voor literatuursearch
13
op internet) besproken en volgt een aantal voorbeelden
van OOK-casus die door de Witte Raven werden opgelost.
Gedurende de gehele sessie is er ruimte voor inbreng van
eigen ervaringen en casuïstiek. Dat laatste staat centraal
in de tweede sessie: aois presenteren OOK-casuïstiek uit de
eigen praktijk (dit brengt enig huiswerk met zich mee) en
leggen betreffende OOK’s ter beoordeling en oplossing aan
de groep voor. We passen dan de in de eerste sessie geleerde
zoekstrategie toe bij de door aois ingebrachte casuïstiek. In
de tweede sessie is de rol van de docent(en) meer die van
moderator(en). Beide sessies zijn flexibel opgebouwd; iedere
inbreng van iedere aios is welkom. Tussen beide sessies zitten
bij voorkeur niet meer dan een aantal weken. De sessies
worden ingeroosterd voor de terugkomdagen in Maastricht
en Eindhoven.
Lees verder op:
www.witteraven.org
Op de website van de vakgroep is de OOK-brochure te
downloaden: www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/overons/brochures/
De
Witte Raven Groep is een werkgroep van huisartsen,
opgericht in 2016, die zich richt op het zoeken naar de oorzaak
van Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten (OOK), in de
veronderstelling dat het kan gaan om een zeldzame ziekte
of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek
loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een
eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van 4
zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek richt
de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van
huisartsen en het delen van hun kennis.
Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of
aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze
website: www.witteraven.org.
op één lijn 70
b#GZ!}0]b#GZ!}0\{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SQjZTult61SfSP8eZZj7665zJNha-jAqVB7Oj5aCxb8 `׉	 7cassandra://UqEhOD71b6kixo4QXWaVEDir3Lds_MG8gxAb5e2LdU8r`׉	 7cassandra://F2Ae-6KuXxRXKBkk2wkIJI28YNFlrN9Lrv5y3-R0e8sC`j ׉	 7cassandra://VNe0tANT19F2HFqYILSt8ngla0i01MGWjbWvFZyLCg4 -͠	b#GZ!}0 נb#GZ!}0 ̖9׉Hhttp://www.concrete-project.nlGׁׁrנb#GZ!}0 l+9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35484573/Gׁׁrנb#GZ!}0 >9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35484573/Gׁׁrנb#GZ!}0 9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35484573/Gׁׁrנb#GZ!}0 H9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35599366/Gׁׁrנb#GZ!}0 89׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35599366/Gׁׁrנb#GZ!}0  K9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35599366/Gׁׁrנb#GZ!}0 -9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35584871/Gׁׁrנb#GZ!}0 U9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35584871/Gׁׁrנb#GZ!}0 9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35584871/Gׁׁrנb#GZ!}0 H9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35570494/Gׁׁrנb#GZ!}0 $>9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35570494/Gׁׁrנb#GZ!}0 V9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35081649/Gׁׁrנb#GZ!}0Á N9׉H )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35081649/Gׁׁrנb#GZ!}0Ձ 59ׁHhttp://26.PMׁׁЈנb#GZ!}0ԁ 
߁(9ׁHhttp://R.RoׁׁЈנb#GZ!}0Ӂ {D9ׁHhttp://print.PMׁׁЈנb#GZ!}0ҁ ہ?9ׁHhttp://EGPM.BMׁׁЈנb#GZ!}0с Á19ׁHhttp://AA.BMׁׁЈנb#GZ!}0Ё #̖9ׁHhttp://www.concrete-project.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Bruikbare Wetenschap
Over spoed, UWI’s, vroege dementie,
werkplekleren en kalkscore
DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE
In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke
artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren
wij artikelen die bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse
praktijkvoering.
Huisarts
& Digitale zorg
de spoed, en met 1 loket worden deze ongetwijfeld overal eerst
naar de HAP getrieerd.
Huisarts
& Diagnostiek
Samen Beslissen
& interprofessioneel samenwerken
Innovatieve trials in
de huisartsgeneeskunde
De speerpunten van de vakgroep huisartsgeneeskunde
zijn Huisarts & Diagnostiek, Huisarts & Digitale Zorg,
Samen Beslissen & Interprofessioneel Samenwerken en
Innovatie trials in de huisartsgeneeskunde.
Zere plek op de juiste spoedplek
De meeste huisartsenposten in het zuiden huizen inmiddels
onder 1 dak met een spoedeisende hulp. Met de opkomst
van de brede spoedposten was ook de hoop en verwachting
dat patiënten op de meest geschikte plek behandeld konden
worden. De SEH van het VieCuri in Venlo is een groep waar veel
wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. Student Rens van der
Baaren keek onder begeleiding van SEH-arts Dennis Barten en
ondergetekende naar de invloed van de spoedpost op de mate
waarin snijwonden en traumata aan de extremiteiten meer in
de eerstelijn (huisartsenpost) behandeld konden worden door 1
spoedloket. Ze vergeleken daartoe de aantallen in het jaar voor
de implementatie van de spoedpost met het jaar daarna. Het
volume aan zorg voor geïsoleerde kleine wonden ging met 12,4%
omlaag na de opening van de brede spoedpost en de zorg voor
extremiteitsletsels maar liefst met 74,6%. Ondertussen nam
het aantal complexe trauma’s toe op de SEH en hadden meer
patiënten poliklinische nazorg nodig. Het laatste kun je – mits
op goede gronden gesteld – ook als proxy zien voor de ernst van
de letsels waarmee patiënten uiteindelijk op de SEH belanden.
De gegevens stammen uit 2015, dus het zou aardig zijn om te
weten of dit effect heeft doorgezet of op zijn minst kon worden
behouden in de loop van de tijd. Uit voorgaande studies weten
we dat juist mannen met kleine letsels vaker aanloper zijn naar
14
14
14
Zere plas
Promovendus Stefan Cox onderzocht met hulp van WESP-en
Minke van Hoof en Kelly Lo-A-Foe hoe vrouwen aankijken
tegen de zorg bij urineweginfecties. Ze ondervroegen
daarbij een kleine 1000 vrouwen die eerder een of meerdere
urineweginfecties hadden en publiceerden hun bevindingen
in BMJ Open. Als hen werd gevraagd om te prioriteren,
dan geven vrouwen aan de praktijk vooral te bezoeken om
bevestiging te krijgen van de diagnose (48%), voor pijnstilling
(32%), en een kuur volgde pas met 14%. Slechts 3% kreeg ooit
een uitgesteld recept van hun huisarts of de huisartsenpost.
Maar liefst 70% gaf aan best af te willen wachten zonder
antibiotica, zelfs bij een bevestigde diagnose. Toch lag dit
percentage het hoogst bij de vrouwen die minder frequent een
urineweginfectie hadden. Hoe dan ook goed om te beseffen
als we de imperfecte urinestick weer eens gebruiken dat veel
vrouwen niet per se antibiotica willen, maar ook met andere
vorm van klachtenverlichting geholpen zijn, zoals een NSAID.
Een uitgesteld recept kan daar mogelijk ook nog bij helpen.
Vroege dementie vroeg herkennen
Elke huisarts herinnert zich wel die patiënt met een vroege
dementie in de praktijk. Dementie op zo’n jonge leeftijd
(dit is voor het 65ste levensjaar) maakt indruk bij de hele
omgeving, inclusief de huisarts. Want niet zelden ging er wel
spreekuurbezoek aan vooraf, of niet? Onderzoeksters Stevie
Hendriks en Kirsten Peetoom koppelden met Huibert Tange
en Loes van Bokhoven 89 patiënten met vroege dementie
aan 162 zogenaamde gematchte cases in het Research
Network Family Medicine (RNFM). We wilden toetsen of de
klachtenpresentatie van de patiënten in de 5 jaar voorafgaand
aan de diagnose al afwijkend was. Cognitieve symptomen
kwamen bij de patiënten met vroege dementie al 5 jaar voor
de diagnose vaker voor, affectieve symptomen 4 jaar, sociale
symptomen 3 jaar, en gedragsymptomen 2 jaar voordien. Juist
bij deze jongere ouderen vallen ook problemen op het werk
onder de sociale symptomen. Functionele beperkingen traden
het jaar voordien frequenter op. De patiënten die uiteindelijk
de diagnose krijgen presenteren zich inderdaad dus anders.
Maakt het onze klus makkelijker in de spreekkamer? Ik vrees
van niet. Het RNFM bevat gegevens van 150.000 patiënten en
de onderzoekers zochten vanaf 2014 en konden uiteindelijk
‘slechts’ 89 patiënten detecteren die voor het 70ste levensjaar
de diagnose kregen. Het oppikken zal lastig blijven, zo
׉	 7cassandra://F2Ae-6KuXxRXKBkk2wkIJI28YNFlrN9Lrv5y3-R0e8sC`j b#GZ!}0l׉E1 e uitgave 2022
E
R
betogen de onderzoekers, ook omdat de symptomen in het
algemeen vaak voorkomen. Het presenteren met tenminste
symptomen uit 2 groepen maakt de kans op herkenning
wel groter. Bij stapelen van cognitieve, affectieve, sociale en
gedragsymptomen en/of functionele beperkingen op jongere
leeftijd mag de diagnose dus steeds hoger in de DD.
De meester-gezel observatie
Laury de Jonge is al jaren sectorhoofd onderwijs en de
drijvende kracht achter huisartsgeneeskunde in het
basiscurriculum in de geneeskunde opleiding. Hij promoveerde
28 maart op zijn proefschrift naar werkplekbeoordelingen.
In een artikel in BMC Medical Education neemt hij de
praktijkobservaties onder de loep. Die loep is een kwalitatieve
studie waaruit blijkt dat praktijkobservaties van artsen-inopleiding
vooral worden verricht omdat opleiders denken
dat dit van hen verwacht wordt, bijvoorbeeld door het
opleidingsinstituut of door de aios. Het gebruik van de
observatie zelf en goede doel daarvan wordt zelden besproken
behalve wellicht aan het begin van het traject. Het is een
lezenswaardig artikel voor de lezende opleider en kan meteen
voeding geven aan het leergesprek en het in praktijk brengen
van de observatie. Observeren we omdat we denken dat het
moet, of om te weten of de gegeven zorg veilig is? Of kan
het toch nog andere doelen dienen? U kunt het antwoord
waarschijnlijk wel raden.
Kalk in het systeem
Ongetwijfeld bent u de coronaire kalkscore al tegengekomen
in brieven van de cardioloog. Ook de synoniemen kalkscore,
calcium CT, CT coronairen komen regelmatig langs. Robert
Willemsen, kaderhuisarts hart- en vaatziekten, huisarts in
Maastricht en staflid bij de vakgroep huisartsgeneeskunde is
betrokken bij enkele onderzoeksprojecten die de rol van de
calcium-CT onderzoeken bij patiënten met stabiele angina
pectoris. Samen met het team in Groningen schreef hij
een review over de diagnostische en prognostische waarde
van deze test. Ze includeerden daarbij 42 artikelen en
definieerden obstructief coronairlijden als een stenose van
meer dan 50% in 1 van de coronairen. Ofschoon natuurlijk
veel data uit de tweedelijn komt – want daar wordt de
kalkscore veelal gebruikt – komt zeker duidelijk naar voren
dat een kalkscore van 0 bij patiënten met pijn op de borst
klachten en een laag-tot-gemiddelde-kans op obstructief
coronairlijden, de uiteindelijke kans op dat coronairlijden,
of een myocardinfarct, zeer klein maakt. Een uitstekend
diagnosticum en prognosticum dus bij patiënten met
thoracale klachten, met name om af te zien van verdere
diagnostiek? Het zal nog moeten blijken uit de lopende
studies in de eerstelijn, maar het ziet er veelbelovend uit.
Met de CONCRETE studie wordt onderzocht of een meer
betrouwbare en vroegtijdige diagnostiek en behandeling van
coronairlijden in de huisartsenpraktijk mogelijk is door de
huisarts toegang te geven tot de CT-kalkscore test. Mogelijk
doet u al mee. Voor meer informatie zie
www.concrete-project.nl
Referenties
• Supervisory dyads’ communication and alignment
regarding the use of workplace-based observations: a
qualitative study in general practice residency.
de Jonge LPJWM, Minkels FNE, Govaerts MJB, Muris JWM,
Kramer AWM, van der Vleuten CPM, Timmerman AA.BMC
Med Educ. 2022 Apr 28;22(1):330. doi: 10.1186/s12909-02203395-7
•
Minor traumatic injuries in the emergency department
pre- and post-implementation of an emergency care
access point.
van der Baaren R, Barten DG, van Osch F, van Barneveld
KWY, Janzing HMJ, Cals JWL.J Eval Clin Pract. 2022
May 22. doi: 10.1111/jep.13705. Online ahead of print.
PMID: 35599366
• Cross-sectional internet survey exploring women’s
knowledge, attitudes and practice regarding urinary tract
infection-related symptoms in the Netherlands.
Cox SML, van Hoof MWEM, Lo-A-Foe K, Dinant GJ, Oudhuis
GJ, Savelkoul P, Cals JWL, de Bont EGPM.BMJ Open. 2022
May 18;12(5):e059978. doi: 10.1136/bmjopen-2021-059978.
PMID: 35584871
• Pre-Diagnostic Symptoms of Young-Onset Dementia in
the General Practice up to Five Years Before Diagnosis.
Hendriks S, Peetoom K, Tange H, van Bokhoven MA, van
der Flier WM, Bakker C, Papma JM, Koopmans R, Verhey
F, Köhler S, de Vugt M.J Alzheimers Dis. 2022 May 13. doi:
10.3233/JAD-220215. Online ahead of print.PMID: 35570494
• The Diagnostic and Prognostic Value of Coronary Calcium
Scoring in Stable Chest Pain Patients: A Narrative Review.
Koopman MY, Willemsen RTA, van der Harst P, van
Bruggen R, Gratama JWC, Braam R, van Ooijen PMA,
Doggen CJM, Dinant GJ, Kietselaer B, Vliegenthart R.Rofo.
2022 Mar;194(3):257-265. doi: 10.1055/a-1662-5711. Epub
2022 Jan 26.PMID: 35081649
15
H
P
op één lijn 70
B
N
C
R
N
E
R
U
E
T
S
I
S
K
K
B
A
D
M
N
E
A
W
T
E
E
S
S
R
C
S
H
U
A
I
A
T
T
G
H
E
A
U
I
b#GZ!}0mb#GZ!}0l{בCט   {u׉׉	 7cassandra://3PW6iPG2xWaIvLogNBDcZzKzlX2RYHTdlbeoetxOQRY b`׉	 7cassandra://Tltjw59C3fV0aUWl9j32jErE_tCM5cbM-10YJiTqeRoM`׉	 7cassandra://TcBWDJgOH3_6gct9dm8yyzhlOCTHuDqbnkCXnHdzkN8E`j ׉	 7cassandra://GcMM__PqtWfjLOgh0D5Jvy7KqkBrvLvpqtpBCPbG-gI |͠	b#GZ!}0֖נb#GZ!}0́ 9׉H $https://doenoflaten.nl/maagklachten/Gׁׁrנb#GZ!}0΁ e9׉H Ahttps://www.mik-piwgroep.nl/nieuws/8-nieuws/135-jerome-van-dongenGׁׁrנb#GZ!}0ρ 	9׉H Ahttps://www.mik-piwgroep.nl/nieuws/8-nieuws/135-jerome-van-dongenGׁׁrנb#GZ!}0ہ 9ׁH $https://doenoflaten.nl/maagklachten/ׁׁЈנb#GZ!}0ځ ߁I9ׁHhttp://Thuisarts.nlׁׁЈנb#GZ!}0ف e9ׁHhttps://www.mik-piwgroep.nl/ׁׁЈ׉Ebop één lijn 70
1 e uitgave 2022
NHG-congres 2022
Poten in de klein,
kop in de cloud
DOOR IVO GROSVELD, STUDENT GENEESKUNDE UNIVERSITEIT
MAASTRICHT
Een pakkende titel die zowel de invasie en het doolhof
van eHealth toepassingen in de huisartsenzorg weergeeft,
als het belang van vasthouden aan basisprincipes van de
huisartsenzorg benadrukt.
Als zesdejaars geneeskunde student doe ik in mijn WESPstage
onderzoek naar de effectiviteit van digitale zorg in de 1e
lijn in Nederland.
Zoals ook de titel van het congres aangeeft is er momenteel
sprake van een echte ‘digihype’ in de gezondheidszorg. Zo
was het congres uiteraard niet alleen live, maar ook online
te volgen, waardoor het minder druk was dan andere jaren
(althans dat heb ik me door geroutineerde bezoekers laten
vertellen). Desalniettemin waren de zalen gezellig vol en
zat de sfeer er goed in. Ook op de beursvloer was het druk;
iedereen had veel te vertellen na een lange tijd van uitstel.
Ook voor mij voelde het als een hele happening na 2 jaar
digitaal onderwijs vanuit thuis; eindelijk weer eens in een
zaal zitten en luisteren zonder de mogelijkheid om een ander
tabblad open te zetten.
De huisarts in 2030: een digitale dokter?
Deze duidelijke openingsvraag veroorzaakte de nodige
reacties uit de zaal. De exponentiële groei van digitale tools
zoals apps, wearables en ook het beeldbellen is ontstaan door
de COVID-19 pandemie. Dat dit de rol van de huisarts heeft
veranderd, is duidelijk, maar is de huidige tech-influx wel
wenselijk en vooral ook zinvol? Het antwoord op deze vragen
bleef onduidelijk. Wat wel als een paal boven water staat, is
dat het vak van (huis)arts er in 2030 heel anders uit zal zien.
Digital care: hype or hope?
Om de after-lunch-dip te doorbreken is Mike Trenell, de
baas van Changing Health, uitgenodigd. Een prikkelende en
inspirerende keynote speaker.
Zo noemt hij de hype, die digitale innovatie momenteel heeft,
normaal. Hij illustreert dit aan de hand van de Hype Cycle:
de eerste hype-piek met hoge verwachtingen wordt vaak
gevolgd door teleurstelling in de innovatie, omdat deze niet
voldoet aan de opgeblazen verwachtingen die men had. Hij
gelooft dat deze ‘hype’ over kan gaan in ‘hope’.
Hij vergelijkt de huidige implementatie van eHealth met de
kreukelzone van een auto: het is essentieel voor de veiligheid,
maar het is nog veel belangrijker om te leren autorijden.
16
16
16
Dit laatste is een stap die nu vaak wordt overgeslagen.
Zorgverleners worden overspoeld met zorginnovaties zonder
keurmerk en zonder te hebben geleerd hoe deze het best
toegepast kunnen worden. Dat bleek ook uit de vele stands
met innovaties op de beursvloer die dag. Selectie van zinvolle
eHealth toepassingen en adequate training zijn nodig om
iedere digistarter (digibeten bestaan in dit tijdperk niet meer,
toch?) digivaardig te maken.
Il dolce far niente: de kunst van het nietsdoen
Aios chirurgie en tevens columniste van het NRC, Emma
Bruns, sloot een geslaagde middag af met een humoristische,
duidelijke boodschap: nietsdoen is ontzettend moeilijk, je weet
namelijk nooit wanneer je klaar bent. In plaats van innovatie
door middel van nieuwe technologie, apps of publicaties,
innovatie door na te denken over: ‘wat kunnen we weglaten?’.
Al met al een inspirerende middag, niet alleen voor het
onderzoek waar ik bij betrokken ben, maar ook voor mij als
persoon. Dit congres heeft mij aangezet tot nadenken: hoe
zou ik eHealth willen inzetten in mijn toekomstige loopbaan?
Ik ben in ieder geval enthousiast geworden van de
mogelijkheden van digitalisering (al zijn die niet altijd alleen
maar positief). Het is een boeiend en razendsnel innoverend
gebied met veel kansen.
׉	 7cassandra://TcBWDJgOH3_6gct9dm8yyzhlOCTHuDqbnkCXnHdzkN8E`j b#GZ!}0q׉E`op één lijn 70
Benoeming
Jerôme van Dongen is
bijzonder lector
Dr. Jerôme van Dongen, (Geleen, 1986) is per 1 september
2022 benoemd tot bijzonder lector Interprofessionele
Samenwerking in de Wijk. Van Dongen studeerde
gezondheidswetenschappen aan de Universiteit
Maastricht (UM). In 2017 promoveerde hij vanuit Zuyd, in
samenwerking met de vakgroep Huisartsgeneeskunde
van de UM, op een onderzoek naar interprofessionele
samenwerking in de eerste lijn. Zowel in het onderwijs,
onderzoek als in de praktijk is Van Dongen op
verschillende manieren bezig om interprofessionele teams
en samenwerkingsverbanden te ondersteunen bij hun
ontwikkeling.
Een bijzonder lectoraat is een kenniskring op een hboinstelling,
die het onderzoeksprogramma’s van één of
meerdere bestaande lectoraten aanvult. Lectoraten stimuleren
de ontwikkeling, overdracht en circulatie van kennis. Zij doen
maatschappelijk relevant toegepast onderzoek en zijn een
belangrijke spil in de driehoek onderzoek, onderwijs en
praktijk. Een bijzonder lectoraat wordt in samenwerking met
een bedrijf of instelling ingesteld.
Interprofessionele samenwerking
Het bijzonder lectoraat doet onderzoek naar manieren
waarop de interprofessionele samenwerking in de wijk kan
verbeteren. Onderzoeksvragen kunnen zijn: hoe begeleid,
coach en ondersteun je de interprofessionele samenwerking
in de wijk? Welke (organisatie)structuur, werkwijzen,
leermethoden, tools, hulpmiddelen, eHealth-toepassingen
of sociale technologieën kunnen hierbij ondersteunen? Een
andere vraag is: onder welke condities leidt samenwerking
tussen verschillende beroepskrachten tot aantoonbare
meerwaarde voor henzelf, burgers, cliënten en hun naasten?
Lees het hele artikel op: https://www.mik-piwgroep.nl/
nieuws/8-nieuws/135-jerome-van-dongen
Doen of laten?
Landelijke campagne
Gepaste zorg bij
maagklachten
DOOR JEANNEMIEKE SCHADE, HUISARTSDOCENT ERASMUS MC EN PROJECTCOÖRDINATOR
Een op de vier Nederlanders heeft weleens last van
maagklachten. Een groot deel daarvan bezoekt hiervoor
de huisarts. Vaak spelen leefstijlfactoren een rol bij de
klachten, maar daarvoor is onvoldoende aandacht. In
veel gevallen wordt overgegaan tot het voorschrijven van
medicatie of wordt verwezen voor een gastroscopie. Om
deze zorg te verbeteren start een landelijke campagne
‘Doen of laten?’ om patiënten beter te informeren en
overdiagnostiek en overbehandeling bij maagklachten
terug te dringen.
In samenwerking met Thuisarts.nl is een interactieve
keuzehulp voor patiënten ontwikkeld. De keuzehulp geeft
patiënten meer informatie over maagklachten, over hoe
de maag werkt en wanneer onderzoeken nodig zijn bij
maagklachten. Om deze onder de aandacht te brengen
kunnen huisartsen en apothekers gratis (digitale) flyers en
wachtkamerposters aanvragen. Voor huisartsen is er een
geaccrediteerde elearning over maagklachten beschikbaar.
Daarnaast is al het benodigde werkmateriaal voor een FTO
over maagklachten, gratis beschikbaar voor huisartsen en
apothekers.
Alle materialen staan op
https://doenoflaten.nl/maagklachten/
• Keuzehulp Maagklachten
• Flyers en posters, zowel digitaal als gedrukt
• FTO-modules
• E-learning
17
b#GZ!}0rb#GZ!}0q{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ibDtxia7YcsC_wLE39W0X70ko8dkngiSGMaELLhyT00 _c`׉	 7cassandra://3wTz9ZxbqWUZrimq3aY2RfANBOZIm9tf-G77HjD7oGw`׉	 7cassandra://N5vBu4WI6eFsDg148ZWbbJIHMXVmm26CgZKDVlA42Eo=`j ׉	 7cassandra://9Q1C4O_RP9UuzXPI8iT_py9ABU3I0EqrTpqaj6tekyA@͠	b#GZ!}0׉E
V1 e uitgave 2022
1 e uitgave 2014
WESP-student Kylian Hermkens
Interventie therapietrouw
Ziektelastmeter Chronische
Aandoeningen
BEGELEIDERS: ANNERIKA GIDDING-SLOK EN DANNY CLAESSENS
Vraagstelling
De Ziektelastmeter is een instrument dat zorgverleners kan
helpen om een persoonsgericht gesprek te hebben in het
kader van chronische zorg. Het daadwerkelijke gebruik speelt
een essentiële rol in de implementatie en de effecten bij
patiënten. In dit onderzoek wordt de interventietrouw aan de
Ziektelastmeter door zorgverleners beschreven.
Studiedesign
Na 12 maanden werken met de Ziektelastmeter zijn 8
praktijkondersteuners en 1 huisarts geïnterviewd. De
interviewguide was gebaseerd op het “conceptual framework
for implementation fidelity”. Transcripten werden gecodeerd,
waarna een thematische analyse uitgevoerd werd.
Primair resultaat en conclusie
Vanwege coronagerelateerde beperkingen en verhoogde
werkdruk, is er weinig met de Ziektelastmeter gewerkt.
Desalniettemin werden het invullen van de vragenlijst en
gebruiken van het ballonnenplaatje trouw uitgevoerd. Voor
het voeren van een gesprek over ziektelast, het opstellen
van persoonlijke behandelplannen, en het monitoren van de
voortgang, is aanvullende training/scholing raadzaam.
WESP-student Juliette Klein Hesselink
E-meedenkconsulten
kindergeneeskunde
BEGELEIDERS: JOCHEN CALS, DENNIS MURIS EN KEN PEETERS
Vraagstelling
Door de alsmaar stijgende zorgkosten wordt steeds meer
ingezet op substitutie van zorg, onder andere door het
gebruik van e-meedenkconsulten. Dit is een vorm van
asynchrone elektronische communicatie tussen huisartsen en
specialisten in de tweede lijn. In deze studie onderzochten we
of het gebruik van e-meedenkconsulten kindergeneeskunde
leidt tot minder verwijzingen naar de tweede lijn.
Studiedesign
Deze retrospectieve observationele studie analyseerde
236 e-meedenkconsulten kindergeneeskunde, ingestuurd
tussen maart 2019 en april 2021 door huisartsen uit de
Westelijke Mijnstreek en werden beantwoord door de
18
18
kinderartsen van het Zuyderland MC. We onderzochten onder
andere of huisartsen de patiënt hadden verwezen als het
e-meedenkconsult niet had bestaan en of de patiënt binnen
6 maanden na het indienen van een e-meedenkconsult werd
verwezen naar de tweede lijn.
Primair resultaat en conclusie
De e-meedenkconsulten kindergeneeskunde reduceren
ruim 35% van de verwijzingen naar de tweede lijn. 61% van
de patiënten kon zes maanden na het inzetten van een
e-meedenkconsult onder behandeling blijven bij de eigen
huisarts. E-meedenkconsulten lijken dus een substantieel
effect te hebben op de substitutie van zorg.
op één lijn 70
׉	 7cassandra://N5vBu4WI6eFsDg148ZWbbJIHMXVmm26CgZKDVlA42Eo=`j b#GZ!}0s׉E
s1 e uitgave 2022
WESP-student Levi Schuurman
Het leren van arts-patiënt
communicatie in de
huisartsenpraktijk
BEGELEIDERS: MICHELLE VERHEIJDEN EN ANGELIQUE TIMMERMAN
Vraagstelling
Het doel van de studie is om inzicht te krijgen in hoe aios
leren om vaardig (flexibel en creatief) met patiënten te
communiceren in de huisartsenpraktijk. Dit onderzoeken we
door de aios te bevragen over hun toegepaste communicatie,
hun reflecties hierop en tot slot door te vragen hoe ze door
de opleider in de huisartsenpraktijk en de huisartsopleiding
ondersteund willen worden in hun eigen leerproces.
Studiedesign
Ons onderzoek is een kwalitatieve exploratieve studie,
waarbij observaties van een spreekuur van de aios in de
huisartsenpraktijk gevolgd worden door een ‘stimulatedreflectie
interview’ bij acht aios huisartsgeneeskunde. In dit
interview vroegen we hen een waardevol moment voor wat
betreft communicatie te kiezen als startpunt, waarna we
dit fragment terugluisteren en we de aios vragen hierop te
reflecteren.
Primair resultaat en conclusie
Onderzoek wees uit dat de geïnterviewde aios door middel
van reflectie een cyclus met verschillende fases doorlopen,
wanneer ze communicatie leren: ze worden getriggerd
door een ervaring uit de praktijk, ze worden zich bewust
van deze trigger, er volgt een uitkomst en de aios besluit
te experimenteren met alternatieve communicatie.
Daarnaast gaven de aios aan dat de opleider in de klinische
praktijk een grotere rol speelt in de ondersteuning van hun
leerproces dan de huisartsopleiding. De aios hechtten veel
waarde aan continuïteit van observaties, gedetailleerde
feedback en de persoonlijke begeleiding van een supervisor.
WESP-student Daan van Ooyen
Effectiviteit van
Acupunctuur bij
Chronische vermoeidheid
BEGELEIDERS: GEERT-JAN DINANT EN ERIK STOLPER
Vraagstelling
Wat is de kwaliteit van de body of evidence omtrent de
effectiviteit van acupunctuur voor chronische vermoeidheid?
Studiedesign
Umbrella review met een systematische literatuur search
en gevolgd door een kwaliteitsbeoordeling via AMSTAR 2
(methodologie), PRISMA (rapportage kwaliteit) en GRADE
(zekerheid van de resultaten).
Primair resultaat en conclusie
5 systematische reviews en meta-analyses (SRs/
MAs) demonstreerden allen statistisch significante en
klinisch relevante verminderingen van vermoeidheid
op vermoeidheid-specifieke questionnaires wanneer
acupunctuur vergeleken werd met sham of andere
controlegroepen. Echter, de methodologische kwaliteit van
de primaire (RCTs) en geïncludeerde SRs/MAs voldeden nog
niet aan Westerse standaarden. Derhalve is de voorlopige
evidence veelbelovend, maar nog niet definitief.
19
19
op één lijn 70
b#GZ!}0tb#GZ!}0s{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qQVig9gto84tMF341Z7yXd3_P091zsjXeLhJO_ELNyg J`׉	 7cassandra://z6L0agx0b8byzwsxzGtXFGiVAhxQDBXPE5l5GITK-_M`׉	 7cassandra://jRyCqHStQyVUKBxkvVxBvZ8mgM1Zj2kiAOqannXWIFAB`j ׉	 7cassandra://zHFgs7Fv_IZqWa67Fz0pHRepcMprD9eKI8g-PGtY2jQ 6t͠	b#GZ!}0ޑנb#GZ!}0 _̚9ׁHhttps://lnkd.in/e7ecDEeMׁׁЈ׉Edop één lijn 70
1 e uitgave 2022
CAPHRI PhD
Video Award
voor Thanee
Uittenhout
Tijdens de CAPHRI Research Day heeft Thanee Uittenhout de
‘CAPHRI PhD Video Award’ gewonnen voor haar filmpje over
haar onderzoek naar gepersonaliseerde behandeling in de
oncologie.
Met de oproep “Jouw promotieonderzoek in de spotlight”
werden alle CAPHRI PhD-kandidaten uitgenodigd een
film in te sturen over hun promotieonderzoek. De
enige voorwaarden: de film moet geschikt zijn voor een
lekenpubliek en mag niet langer dan 3 minuten duren.
Alle ingezonden video’s werden getoond tijdens de PhD
sessie waarin het belang van wetenschapscommunicatie
centraal stond.
Een jury bestaande uit PhD kandidaten en senior
onderzoekers beoordeelden de video’s op inhoud,
begrijpelijkheid en engagement. De film van Thanee kwam
daarbij als beste uit de bus. De prijs is een bronzen penning
gemaakt door de kunstenaar Wil van der Laan.
Link naar Thanees film: https://lnkd.in/e7ecDEeM
Clinicus van het jaar verkiezing
Wie hebben gewonnen?
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Op 10 februari 2022 was de uitreiking door
studentenvereniging MSV Pulse voor beste clinicus van het
jaar. De genomineerde huisartsen in de categorie ‘Beste
werkplekbegeleider bij het coschap’ waren:
• Sjama de Boer-Manichand
Huisartsenpraktijk de Boer, Eindhoven
• Dennis van Veenendaal
Huisartsenpraktijk van Veenendaal, Udenhout
• Marjolein Visser
Huisartsenpraktijk Visser en Hoffmann, Eindhoven
Op basis van studentevaluaties was Dennis deze ronde de
allerbeste begeleider!
Laury
Dennis
Een andere categorie waarin huisartsen meedingen, is die
van mentor in de masterfase. Hoe mooi dat deze prijs werd
gewonnen door niemand minder dan Laury de Jonge. Laury
is sectorhoofd onderwijs binnen onze vakgroep. Recent
promoveerde hij op een onderzoek van onderwijs over
werkplekleren. Elders in dit blad vindt u dat artikel.
20
20
20
׉	 7cassandra://jRyCqHStQyVUKBxkvVxBvZ8mgM1Zj2kiAOqannXWIFAB`j b#GZ!}0u׉Eop één lijn 70
Opleiding Ouderengeneeskunde
Tapas
DOOR MARIËLLE VAN DER VELDEN-DAAMEN, HOOFD OPLEIDING
Graag blik ik terug op de afgelopen twee jaar als hoofd
van de opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht.
Vanuit de jarenlange samenwerking met Jos Schols
gedurende mijn promotietraject kwam de vraag of ik
de vervolgopleiding tot specialist ouderengeneeskunde
mee vorm wilde geven. De functie als hoofd op me
nemen paste prima in het op zoek zijn naar een nieuwe
uitdaging. Onder het motto: “ik heb het nog nooit
gedaan, dus denk dat ik het wel kan” kom je vaak een
heel eind. Tot nu toe word ik ook nog steeds blij van
deze stap. Ik word continu uitgedaagd om, samen met
collega’s, onze visie op opleiden en ons vak uit te dragen
en neer te zetten. Samen met docenten en aios de ‘couleur
locale’ bepalen, met als uitgangspunt het landelijk
opleidingsplan geeft een mooie dynamiek.
Vanuit onze visie ‘voor en door de regio’ vinden we een
optimale samenwerking tussen verschillende specialismen
en disciplines van groot belang. Het enthousiasme vanuit
andere specialismen om een bijdrage te leveren aan de
opleiding is enorm. Mijn netwerk heeft zich de afgelopen
twee jaar dan ook flink uitgebreid. En dat voor iemand die
10 jaar geleden nog zei: “Netwerken, dat is niet aan mij
besteed, daar zoek je maar iemand anders voor…”. Een leuk
onderwerp voor intervisie.
Vanaf september starten we met het derde jaar van
de opleiding. Dat betekent dat we dan een volledige
opleidingscyclus rond hebben.
Behalve acteren op lokaal niveau gebeurt dit ook op
landelijk niveau. Als hoofd ben ik toegetreden tot
het bestuur van de Samenwerkende Opleidingen tot
specialisten Ouderengeneeskunde Nederland (SOON).
Dit is het samenwerkingsverband tussen de opleidingen
tot specialist ouderengeneeskunde. Deelnemen aan een
SOON-bestuur is wel even wennen. Dan besef je pas hoe
vertrouwd het is binnen je eigen opleidingsinstituut.
Voor de zittende bestuursleden die jaren als driekoppig
bestuur functioneerde en waar nu opeens twee nieuwe
bestuursleden (Groningen en Maastricht) bijkwamen, was
het ook omschakelen. Voor mij was het ontvangen van
veel nieuwe informatie, meebeslissen over onderwerpen
waar je de ins en outs niet volledig van kent en dan
vanwege corona ook nog digitaal vergaderen, niet echt
ideaal. Op een recente heidag (in Groningen) merk je hoe
belangrijk fysieke bijeenkomsten zijn om elkaar beter
te leren kennen. Het draagt bij aan meer openheid naar
elkaar. Ter voorbereiding voor een agendapunt mocht je
nadenken over welk gerecht jou het best omschreef. Lastig
om dat van jezelf te zeggen. Dus een hulplijn ingeschakeld,
zijnde mijn echtgenoot. Hij vond ‘tapas’ wel passend.
Gevarieerd en veelzijdig. Zeker herkenbaar! Nieuwe dingen
uitproberen. Dat is wat we bij de opleiding natuurlijk
continue doen. Creatief bezig zijn. Spanje, Italië, warme
landen, ik straal volgens mijn omgeving wel warmte uit, als
persoonlijkheid wel te verstaan. De keuzes van de collega’s
waren eveneens treffende beschrijvingen.
Ik daag jullie ook uit om eens na te denken over welk
gerecht jou het best beschrijft. Ben benieuwd of ik er
ergens iets van terug hoor. In de tussentijd blijf ik me
samen met het enthousiaste team ouderengeneeskunde
Maastricht inzetten om er voor de aios een onvergetelijke
opleiding van te maken.
21
b#GZ!}0vb#GZ!}0u{בCט   {u׉׉	 7cassandra://n_0vkFpkP-XpO8F7cWrub0_7dDetx4Acsw5FDSsUkmU `׉	 7cassandra://Rz8UESkhFiI51vLzH_3m3CGhXtxMQ5tQQBWQtNX7MIg`׉	 7cassandra://-hU9HiSLXX0oYlmpz1Tz0-fKUP5QDlM-ox0USf_il18E`j ׉	 7cassandra://sK2qPzeQRHJMdiU3vgM3wxfj_ZvH9Hy-iDWEXp8kldE p͠	b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Opleiding (tot specialist) ouderengeneeskunde
Bijna rond, maar
nooit af
DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER
In 2020 werd de opleiding tot specialist
ouderengeneeskunde in Maastricht opgezet. We kregen van
de RGS een erkenning voor onbepaalde tijd. Jaarlijks start
een nieuwe groep aios in september. Momenteel loopt het
tweede jaar bijna op zijn eind En zijn nieuwe aios voor de
start in september 2022 geselecteerd. Tijd voor een update.
RGS
We kregen in 2020 van de RGS een erkenning voor
onbepaalde tijd. Ruim een jaar na de start kregen
we een evaluatie. Deze was op 18 februari 2022. De
evaluatiecommissie constateerde ‘dat er in korte tijd veel is
bereikt en dat er een volwaardige opleiding is ontstaan waar
nog ruimte is voor verdere doorontwikkeling en verbetering’.
We kregen drie adviezen:
1. Communiceer duidelijk en overzichtelijk over organisatie,
planning en structuur van de opleiding naar aios en
opleiders.
2. Maak duidelijker hoe veiligheid van het opleidingsklimaat
geborgd is binnen het opleidingsinstituut, de
opleidingsinstellingen en de Universiteit Maastricht.
3. Maak de kwaliteitscyclus voor de opleiding zowel op
organisatieniveau als op het niveau van de opleiding rond
en maak duidelijker hoe informatie wordt verzameld
en geanalyseerd, hoe alle opleidingsactoren worden
betrokken, hoe het leidt tot een ontwikkelplan en hoe de
uitkomsten van de kwaliteitscyclus worden verwerkt in
het instituutsopleidingsplan.
Over twee jaar (mei 2024) zullen wij een
kwaliteitsrapportage indienen bij de RGS waarin wij onder
andere laten zien hoe bovenstaande adviezen zijn opgepakt.
Over vijf jaar vindt een volgend evaluatiebezoek plaats.
Aios
Op dit moment zijn er 23 aios in opleiding. Het derde en
tevens laatste jaar van de opleiding start in september 2022.
Voor ons een mooi moment omdat dan de opleiding ‘rond’
is, want af of klaar, dat is het nooit. De allereerste lichting
gaat ook dit onderwijs als eerste ‘consumeren’, evalueren en
helpen verbeteren. Half mei waren de selectiegesprekken
met de kandidaten die in september gaan starten. Naar
verwachting kan dan een groep van 10 nieuwe aios starten
waardoor het totale aantal aios op 33 komt. Inmiddels zijn
er ook weer fysieke voorlichtings- en wervingsactiviteiten
mogelijk. Het is voor iedereen nog even wennen, maar we
hopen dat dit snel weer nieuwe vruchten afwerpt.
22
22
22
AIOTO
Jessica Ruisch is de eerste AIOTO van de opleiding
Ouderengeneeskunde. Zij is in september 2021 gestart met
de opleiding en combineert dit met een promotietraject.
Elders in het blad in de rubriek ‘Stelt zich voor’ vertelt zij
wie ze is en wat ze doet.
Opleiders
Tot nu toe zijn 19 opleiders actief voor Maastricht. Een
paar keer per jaar hebben zij afstemmingsdagen inclusief
supervisie op het instituut. Afhankelijk van de nieuwe
aios en hun opleidingsplek zal dit aantal mogelijk verder
toenemen. Het accrediteren van nieuwe opleiders en
instellingen kunnen de instituten tegenwoordig zelf. Op
onze website onder opleiders staat een stroomschema met
acties voor wie erkend wil worden.
Staf
De opleiding groeit en daardoor neemt het aantal stafleden
ook toe, zoals extra docenten. Zij stellen zich voor in de
gebruikelijke rubriek elders in dit blad. Daarnaast is het
gelukt om een nieuwe medewerker studentzaken te vinden
die Caroline Geurten opvolgt; dat is Claudia Smeets-Garcia.
Beiden zitten naast elkaar op een kamer dus de lijnen
blijven gelukkig kort.
Hoogleraar Ouderengeneeskunde
Professor Jos Schols was al bekend als Maastrichtse
hoogleraar ouderengeneeskunde. Hij blijft nog een tijd
werkzaam tot aan zijn pensioen, maar gelukkig is er tijdig
een opvolger gevonden en benoemd per 1 januari 2022. Dat
is de eerste vrouwelijke hoogleraar Ouderengeneeskunde in
Nederland: Daisy Janssen (1979). Daisy is wetenschapsdocent
bij de opleiding. Op 2 december 2022 is haar inaugurele rede
in Maastricht.
Landelijk
De vijf opleidingsinstituten ouderengeneeskunde zijn
landelijk verbonden via SOON. Net als bij Huisartsopleiding
Nederland wordt ook hier een aantal zaken centraal
geregeld. In SOON verband bestaan diverse landelijke
commissies. Maastricht sluit steeds vaker aan bij deze
commissies (zoals landelijk curriculum, kwaliteit en selectie)
en helpt zo mee om beleid uit te denken en taken uit te
voeren.
׉	 7cassandra://-hU9HiSLXX0oYlmpz1Tz0-fKUP5QDlM-ox0USf_il18E`j b#GZ!}0w׉E	In de leer
Begin de dag met
een lach
DOOR CHARLOTTE COOPMANS, TWEEDEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE
“Oud worden is een zegen, het zijn valt soms vies tegen.”
Dit zinnetje heb ik mijn opa van 90+ het afgelopen jaar
meermaals horen zeggen wanneer ik hem sprak. Laatst
nog aan de telefoon, vlak voordat hij werd opgenomen in
het ziekenhuis met een falend hart en met een ontzettend
nare en heftige oorontsteking. Nu hoort hij sowieso al
slecht, dus hij hoorde niets van wat ik zei. Maar daar was ‘ie
weer en ik verstond hem luid en duidelijk.
Op zijn 90e verjaardag vroeg ik hem naar zijn geheim. “Hoe
word je zo oud en blijf je fit?” Zijn antwoord: “Sta iedere
dag op met een lach.” Wat een wijze les. Het deed mij
meteen denken aan een van de vele liedjes en versjes van
mijn opa die we vroeger zongen.
Begin de dag met een dansje
Begin de dag met een lach
Want wie vrolijk kijkt in de morgen
Die lacht de hele dag
Ja die lacht de hele dag!
Tegenwoordig zing ik dit liedje vaak in de ochtend voor
mijn zoontje van bijna twee. Dan krijg ik een grote lach en
een dikke knuffel! Hij heeft nog een heel leven voor zich,
dat van mijn opa is eindigend en dat valt hem zwaar. Ik
gun hem met heel mijn hart die lach, iedere ochtend van
iedere dag. Voor de rest van zijn leven….
Benoeming hoogleraar Ouderengeneeskunde
Klaar voor de
toekomst!
Daisy Janssen is per 1 januari 2022 benoemd tot hoogleraar
Ouderengeneeskunde aan de Faculty of Health, Medicine
and Life Sciences van de Universiteit Maastricht (UM). Met
de benoeming van dr. Daisy Janssen tot hoogleraar sorteert
de Universiteit Maastricht tijdig voor op de opvolging van de
zittende leerstoelhouder, prof. dr. Jos Schols.
De leerstoel ouderengeneeskunde is een belangrijke schakel
in het interdisciplinaire onderwijs en onderzoek op het
terrein van de zorg voor ouderen in een kwetsbare positie
binnen de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg
(AWO-L). De nieuwe leerstoel richt zich in het bijzonder op de
gepersonaliseerde zorg voor mensen met gevorderd chronisch
orgaanfalen. Daisy Janssen is als wetenschapsdocent
betrokken bij de opleiding Ouderengeneeskunde Maastricht.
Wanneer
De oratie is op vrijdag 2 december 2022 om 16.30 uur in de
aula van de UM op de Minderbroedersberg.
De oratie wordt voorafgegaan door een middagsymposium
georganiseerd door de Academische Werkplaats OuderenzorgLimburg
(AWO-L) en Ciro Horn. Het symposium heeft als titel:
Ouderengeneeskunde: klaar voor de toekomst!
23
op één lijn 70
b#GZ!}0xb#GZ!}0w{בCט   {u׉׉	 7cassandra://z7Xr3m8cx7F91WUUlhdJK-h1fNpE132y4ZPzhEnvGZ4 3`׉	 7cassandra://XQlGCrPZ_YAmhntOh6MQPmJ-if2bsZXIbtXOWhYtUM4`׉	 7cassandra://PQOkBF3BIa53X89au3DhAORElabF6DmK_6qNWFlB12EC	`j ׉	 7cassandra://7hu9jsFWUIHzFh8UYEg0px-BrWVtIG-RvIldL-ot40c (͠	b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
50 JAAR VERENSO
Een geslaagd jubileumcongres
DOOR MATHIEU PREVOO, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE
Op 1 en 2 juni was in Bunnik het jaarcongres van de
Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde
(Verenso); dit stond in het teken van vieren. Vieren dat we
al 50 jaar de richting aangeven wat Ouderengeneeskunde
betreft, vieren dat we dat al 50 jaar doen met bezieling,
door samen te werken, ons vak te promoten, leiderschap
te tonen. De belangrijkste boodschap die veel sprekers ons
meegaven was: Durf door te gaan met pionieren.
Het waren ook twee dagen van vieren dat we weer met
collegae bij elkaar konden zijn, elkaar de hand geven en
samen op de jarige vereniging toosten. Niet alleen met alle
leden, maar ook met de vele genodigden van ‘buiten het
vak’ en samenwerkingspartners uit het veld.
Op 1 juni startte het feestelijk middagprogramma waarbij
een pianist ons muzikaal door 50 jaar loodste aan de hand
van muziek: The Pianoman, ABBA, Leonard Cohen, Toto etc.
Het gaf een gevoel van gegroeid zijn naar een moderne tijd.
Twee ereleden vertelden over de ontstaansgeschiedenis en
de groei. Onze voorzitter, Jacqueline de Groot, richtte samen
met Marc Broekman, een (jong) lid van de congrescommissie,
de blik op de toekomst. Onze ambities staan in de nota
‘Specialist Ouderengeneeskunde 2030’ beschreven. Op beide
congresdagen vormde de inhoud het kompas.
Conny Helder, Minister voor langdurige zorg en sport,
richtte zich daarna tot 460 leden en sprak over haar
warme banden met de ouderengeneeskunde en hoe zij
ons graag ziet participeren in het nieuwe programma
‘Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ (WOZO).
Minister Helder nam daarna graag de wensen van
Specialisten Ouderengeneeskunde in ontvangst en
beloofde er serieus over na te denken hoe deze in te
passen in dit nieuwe programma.
Verassend en inspirerend was het beeld dat geschetst
werd door twee jonge Verenso-leden via een film van hun
werkplek. Vera van Atteveld en Doede Veltman brachten met
hun gedrevenheid en positiviteit veel energie over op de zaal.
Na deze terug- en vooruitblik werd er geborreld en
gedineerd. De eerste dag werd afgesloten met een
dansfeest met DJ. De opkomst was geweldig, zoals het
hoort op een jubileumfeest!
24
24
24
Ruim 600 deelnemers werden op dag 2 welkom geheten
door het Verenso-bestuur en haar medewerkers.
Onze eigen hoogleraar Jos Schols hield een prikkelende
plenaire start, via een terugblik met vragen en een
vooruitblik met twijfels. Er volgde een stevige en levendige
discussie en hij sloot af met alle egards richting de
50-jarige vereniging.
Er waren in totaal 5 zalen die elk een specifiek onderwerp
hadden: Expertmeetings over de toekomst van de
ouderengeneeskunde, de toekomst van de opleiding, het
belang van zorgtechnologie, bijzondere doelgroepen nu en
in de toekomst, omgaan met crisis (inclusief Wet Zorg &
Dwang-crises). Deze zalen werden peilers genoemd.
De expertmeetings boden de mogelijkheid tot verdieping.
Zeker gezien de grote opkomst is dit als een compliment
aan de referenten te beschouwen.
De dag werd afgesloten met een stimulerende speech
door hoogleraar Rudi Westendorp, werkzaam in Leiden
en Kopenhagen. Zijn hulde aan de vereniging sloot een
tweedaags jubileumcongres af dat op de eerste dag toonde,
dat we de zachte competenties beheersen en sterk zijn in
social skills en op dag 2 dat we de harde competenties ook
beheersen en goed zijn in translationeel denken.
Wat vonden de aios ervan?
Door Shanly Seferina, specialist
ouderengeneeskunde i.o.
Ook voor de AIOS-Specialist
ouderengeneeskunde was het
Jubileumcongres erg geslaagd te
noemen. Voor het eerst samen
tijdens een Verenso congres in
de post-strenge maatregelen en
post-lock-down periode. Beide
dagen was het prachtig weer.
We werden begroet door een volle parkeerplaats bij het
Postillion hotel in Bunnik. Eenmaal geparkeerd voelde je
al de hoge verwachtingen van iedereen. Ontvangst was
super, alles was goed geregeld. Glimlachende gezichten
bij de ingang, die je meenamen naar de grote zaal voor de
׉	 7cassandra://PQOkBF3BIa53X89au3DhAORElabF6DmK_6qNWFlB12EC	`j b#GZ!}0y׉Eop één lijn 70
Mathieu (middenvoor) omringd door tweedejaars aios Maastricht
gezamenlijke opening. Eenmaal in de zaal was het een en
al begroeting, bijkletsen, kennismaken. Het programma
zelf was verassend, prikkelend, zeer afwisselend en van
hoge inhoudelijke kwaliteit. Kort genoeg om energie over
te houden voor het diner en feest, maar ook uitdagend
genoeg om je enthousiast te maken voor dag 2.
De dag werd afgesloten met gezellig borrelen en lekker
dineren. Het feest was ook zeer geslaagd, druk bezocht met
als hoogtepunt met z’n allen in de polonaise.
Dag twee werd geopend door een inspirerend en prikkelend
praatje van professor Jos Schols, waarbij ondanks het
gefeest tot in de late uurtjes, iedereen klaarwakker op het
puntje van hun stoel zat. Alle ‘peilers’, zalen met thema’s,
werden goed bezocht. Applaus na applaus volgde elkaar
op, aan het eind van elk praatje in de volle, warme zalen.
Tijdens de pauzes was er tijd om bij te kletsen en bij de
kraampjes kon je je oriënteren in verschillende facetten van
het vak ouderengeneeskunde. Natuurlijk weer onder het
genot van een hapje, drankje en zelfs een ijsje.
De Algemene Leden Vergadering (ALV) van VASON
(Vereniging voor Artsen in opleiding tot Specialist
Ouderengeneeskunde) was een leuk, leerzaam en
inzichtgevend intermezzo op dag 1. Op dag 2 zorgde de
ALV van Verenso, ondanks de officiële onderdelen, ook voor
ruimte om in gemoedelijke sfeer kennis te maken met onze
toekomstige landelijke vakgroep.
Take home message is wat mij betreft: ervoor zorgen dat
we zichtbaar worden/blijven, zodat we met z’n allen dit
mooie vak kunnen blijven promoten. Op naar de volgende
50 jaar en beyond!
De geslaagden
KADEROPLEIDING OPLEIDEN (KOO)
Op 18 maart 2022 ontving een aantal opleiders
Ouderengeneeskunde hun certificaat voor de Kaderopleiding
Opleiden. De uitreiking was op het kantoor van de
koepelorganisatie SOON in Utrecht.
Het hoofd van de opleiding in Maastricht sprak de
geslaagden die voor Maastricht (nu heel Limburg)
opleiden toe.
Vlnr op de foto:
Sylvia Wolters (VOSON), Nicole Haarman (VOSON), Suzanne
Opheij-Parthemos (VOSON), Sytske de Jong (GRONINGEN),
Loes Dijkhuis (MAASTRICHT), Romy Schoonbroodt-Janssen
(MAASTRICHT), Jurriaan Bos (GERION), Naftha Jelluma (AVGopleiding)
25
b#GZ!}0zb#GZ!}0y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://3y_Naez4Yvq2aUDrkpYxQAbMaQsypvPM2H6AKeBMLfI g`׉	 7cassandra://HZZxNi9U7CjpDJmHWWmPf3uGUymsCQ1QGEkiGa1DBLM`׉	 7cassandra://9fQII_csnKRIERsFIwpi37kFiwjma7OIE1h4cf6n1Us>`j ׉	 7cassandra://HmqHvDcUEQalU75Lh5KudWhNl8uxps2ITJ9k6w0qnsg C͠	b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Uit het hoofd
Een prachtig vak
DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT
INGRID VAN DER HEIJDEN, PLAATSVERVANGEND HOOFD
De huisartsen zijn in de ban van acties en zitten vol ideeën
over hoe deze acties vormgegeven kunnen worden: van
stiptheidsacties en zondagdiensten tot een landelijke
grote actiedag op 1 juli. De actiebereidheid is groot.
Het huisartsentekort en de toegenomen werkdruk zijn de
belangrijkste factoren om onze stem te verheffen. Deze
problemen spelen niet alleen in de huisartsenzorg. De
jongere generatie heeft andere ideeën over de positie van
werk in hun leven. Op deze generatie heeft de Randstad
een grote aantrekkingskracht. En in heel Nederland zijn er
personeelstekorten in ongeveer alle sectoren. Dit betreft
niet alleen een tekort aan huisartsen, maar het hele team in
de huisartsenpraktijk: vervanging vinden bij uitval van een
doktersassistente is een uitdaging.
Het huisartsentekort en de toegenomen werkdruk vragen los
van elkaar aandacht, maar hebben zeker ook met elkaar te
maken. Al is het maar, dat als het tekort niet opgelost wordt,
de werkdruk nog verder zal toe nemen.
Rol van de opleiding
Het huisartsentekort is al langer in beeld. De huisartsopleiding
is de laatste jaren dan ook al flink gegroeid. In 2010 werden
landelijk 620 huisartsen opgeleid. Voor 2023 staan 920
landelijke opleidingsplekken gepland. In onderstaand figuur
is te zien dat de opleidingen hun best doen de opengestelde
opleidingsplekken te vullen. Deze groei kan alleen maar
geleidelijk vorm gegeven worden en is ook afhankelijk van
voldoende opleidingspraktijken, stageplaatsen en docenten.
Ook in onze regio is er in de afgelopen jaren een flinke groei
gerealiseerd. In 2017 hadden wij 18 groepen aios over 3 jaar.
Sinds 2022 starten zowel in Maastricht als in Eindhoven 4
groepen per jaar, dat worden 24 groepen aios over 3 jaar.
De aantrekkingskracht van de Randstad is een algemene
tendens. Dit maakt het voor de perifere huisartsopleidingen en
regionale huisartsenorganisaties en praktijken niet makkelijker.
Het blijft voor deze opleidingen een uitdaging de maximale
opleidingscapaciteit te benutten.
26
26
26
׉	 7cassandra://9fQII_csnKRIERsFIwpi37kFiwjma7OIE1h4cf6n1Us>`j b#GZ!}0{׉E
31 e uitgave 2022
Met alleen het verruimen van de opleiding wordt het tekort
aan huisartsen niet opgelost. De veranderende behoeften
van huisartsen en patiënten zal de manier van werken
beïnvloeden: meer tijd voor de patiënt, kleinere praktijken,
langere consulttijd, reële werktijden (3 dagen in de praktijk
betekent nu nog 38-40 uur), gedeelde verantwoordelijkheid.
Veel van deze wensen zijn niet alleen zorg-gerelateerd maar
algemene ontwikkelingen.
Er wordt vaak geroepen dat de nieuwe generatie geen
interesse heeft in praktijkovername, ze zouden te weinig
kennis hebben en de verantwoordelijkheid te zwaar vinden.
Meer onderwijs in praktijkmanagement wordt dan gezien als
de oplossing. Daar is landelijk dan ook hard aan gewerkt met
nieuwe onderwijsmodules praktijkmanagement.
In gesprek met de aios horen we ook andere geluiden. Ze
zijn zeker geen doemdenkers en zien de toekomst positief
tegemoet met allerlei nieuwe kansen.
Veel aios willen wel degelijk een praktijk overnemen. ‘Invloed
hebben op je eigen werk’, wordt daarbij als belangrijk
argument aangegeven. Wat opvalt is dat ze eerst goed willen
rondkijken. Regelmatig sluit de huidige praktijkvoering van
over te nemen praktijken niet aan bij de ideeën van de jonge
huisartsen. Dit wordt niet opgelost met meer onderwijs in
praktijkmanagement. Hierin hebben we als beroepsgroep een
taak op te pakken.
Als huisartsopleiding hebben we in het derde
opleidingsjaar veel aandacht voor hoe de aios wil
dokteren. In onderwijsonderdelen ‘Arts en maatschappij’,
interprofessioneel werken en intervisie ligt de nadruk op
de persoonlijke en maatschappelijke verwachtingen. Ook
is er aandacht voor vernieuwingen in het vak, eHealth,
brede gezondheidszorg concepten en nieuwe vormen van
ondersteuning in de praktijkvoering.
Beeldvorming
Niet alleen de huisartsopleiding maar de hele beroepsgroep
levert een bijdrage aan het beeld dat de aios van het beroep
krijgen. Als rolmodellen willen wij vooral uitdragen dat het
ondanks de eerdergenoemde uitdagingen nog steeds een mooi
vak is. De waardering door patiënten blijft onverminderd hoog.
Dit is ook door aios opgepakt: zij zijn een campagne gestart
om de positieve aspecten zichtbaarder te maken die online te
volgen is via #BlijeHuisarts.
Laten we de aios hierin volgen en met z’n allen vooral ook
de redenen blijven benoemen waarom wij dit prachtige vak
uitoefenen.
Made in Maastricht
21 december 2021, v.l.n.r.: Marloes de Kok, Geertje Diepens, Loes Driessen, Femke Deguelle, Dominique Beckers, Bauke Jansen, Evelien Vink,
Michelle Prevoo, Mitchell Gout, Chloë Brouns
27
op één lijn 70
b#GZ!}0|b#GZ!}0{{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IGNgrX9beWKHjnApqwpTMi-gQ6TQ1AC02TIqBVcDyzU /`׉	 7cassandra://aIDbLHsNS_LUdHJ2tXYiSmd4m4uM2Ky9bWtnlsiiBhwͼ`׉	 7cassandra://cbEeDttvmoPnkt7z2jADIRd-X5zPAvsNBWOx9nQwr8AA\`j ׉	 7cassandra://TX7Uuji1r2SZ679WXj8F4nIWvj7CPaVEhTqUDXCu0EY  ͠	b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Made in Maastricht
8 maart 2022, v.l.n.r.: Janine Penders, Dion Branje, Sophie Joosten, Rosan Luijcks, Yalda Haydary, Edmée Kerkhofs, Tom van der Sterren,
Leontien Boots, Peter Sievert, Vera Peters
7 juni 2022, v.l.n.r.: Amber Quanjel, Clint Boymans, Jip Mutsaers, Valerie Fijen, Kirsten Frusch, Nathalie Anthonissen, Linda Meertens,
Anne Jeurissen, Miriam Harings, Leslie in het Panhuis
28
28
28
׉	 7cassandra://cbEeDttvmoPnkt7z2jADIRd-X5zPAvsNBWOx9nQwr8AA\`j b#GZ!}0}׉E1 e uitgave 2022
Made in Eindhoven
22 maart 2022, v.l.n.r.: Ineke Hussaarts (groepsbegeleider), Kim Lambregts, Juliëtte Vervuurt, Judith Jacobs, Elke Verstappen,
Sanne Eyck, Maxime van Kemenade, Sarah Wijen (groepsbegeleider)
21 juni 2022, v.l.n.r.: Nathalie Beelen (HAB), Hester Bakers, Sarah Penninx, Froukje Andriessen, Jeantine Vons (GW-er), Stefan van Rooijen,
Pieter van Kempen en Maaike Diepens
29
op één lijn 70
b#GZ!}0~b#GZ!}0}{בCט   {u׉׉	 7cassandra://w0upnAQgoh60VRPGBqcI2zkEixiWy3p39qPrK3HIsZQ m`׉	 7cassandra://BkPwvj5BHsMwas59hVSHj6WfD-xRlabfPo-cGWp4Sh0ͰV`׉	 7cassandra://hP57tI4gKHiR_RsA9ZFG6VpJLqWbyOVL_CCDzr2zhtk7`j ׉	 7cassandra://jYLmDgffnaGVFsUPXMbZY4tU60SC2nMX6OQX-E7PATI f ͠	b#GZ!}0׉E
op één lijn 70
1 e uitgave 2022
SBOH academiseringsprijs
2022
DOOR PLEUN BEELEN, GEPROMOVEERD HUISARTS
Op 13 mei 2022 heb ik de SBOH Academiseringsprijs
gewonnen, een hele eer!
De academiseringsprijs is een prijs voor het beste
wetenschappelijke artikel geschreven door een huisarts
in opleiding. Ik heb de prijs ontvangen voor ons artikel:
“Levonorgestrel-releasing intrauterine system versus
endometrial ablation for heavy menstrual bleeding”. In dit
artikel worden de resultaten beschreven van de MIRAstudie:
een multicenter gerandomiseerd onderzoek met een
non-inferioriteitsdesign. 26 ziekenhuizen en omliggende
huisartspraktijken in Nederland hebben aan deze studie
deelgenomen.
In de studie wilden we onderzoeken of een strategie
startend met het hormoonspiraal minstens zo effectief
is als een strategie startend met endometriumablatie.
Vrouwen van 34 jaar en ouder met hevig menstrueel
bloedverlies werden gerandomiseerd naar een
behandelstrategie startend met het hormoonspiraal
(Mirena®) of een behandelstrategie startend met
endometriumablatie (NovaSure®). In totaal werden 270
vrouwen gedurende 24 maanden gevolgd, 132 vrouwen
in de hormoonspiraalgroep en 138 vrouwen in de
endometriumablatie groep.
We toonden aan dat beide strategieën tot een aanzienlijke
vermindering van menstrueel bloedverlies leiden met een
vergelijkbare tevredenheid en kwaliteit van leven. Bij het
spiraal was de gemiddelde hoeveelheid bloedverlies na
24 maanden echter iets hoger en de kans op aanvullende
ingrepen groter. Deze nadelen moeten worden afgewogen
tegen de voordelen van een spiraal zoals dat deze
gemakkelijk te plaatsen is in de eerste lijn, omkeerbaar is en
ook een anticonceptief effect heeft. Door de verschillen in
effectiviteit en behandelkenmerken van de hormoonspiraal
en endometriumablatie met een vrouw te bespreken kan zij
een weloverwogen keuze maken.
De resultaten van ons onderzoek zijn gepubliceerd in de
American Journal of Obstetrics and Gynecology (AJOG).
Veel dank aan iedereen die heeft bijgedragen aan dit
onderzoek.
30
30
30
׉	 7cassandra://hP57tI4gKHiR_RsA9ZFG6VpJLqWbyOVL_CCDzr2zhtk7`j b#GZ!}0׉E1 e uitgave 2022
Praktijkperikelen
Een traan ten
afscheid
DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID
Hij was 81 en sinds jaar en dag wat toen nog CARApatiënt
werd genoemd. Hij had de oorlog overleefd,
een heel trauma waar hij bijna nooit over sprak. Hij had
altijd gerookt, want dat deed iedereen toen. Op feestjes
stonden de sigaretten en sigaren in bekers op tafel. De
laatste jaren ging hij achteruit, had veel last van zijn
longen, nu COPD GOLD IV-D genoemd. Hij woog nog
geen 40 kilo meer, was altijd kortademig en de energie
om te leven met deze aandoening haalde zijn lichaam
deels uit de afbraak van zijn spieren. Zijn bed stond in
een zijkamertje van de flatwoning. Hij kwam er alleen uit
voor toiletbezoek, in het hoekje van de kamer stond een
postoel. De thuiszorg verzorgde hem twee keer per dag.
Als de thuiszorgverpleegkundige een luchtje ophad, dan
was hij de hele dag extra kortademig.
Het laatste jaar van zijn leven werd de galerij van de flat
geschilderd, iets wat hem met dichte ramen voortdurend
dyspneu klachten gaf. Hij had veel slijm, kreeg dat niet kwijt
zoals hij zelf zei: hij hoestte het op en spuugde het uit in een
soort van gebitsbakje. Ik sprak vaak met hem over het leven en
over het levenseinde. Hij was bang om te stikken, begrijpelijk.
Vaak dacht ik: één goede griep en hij is er niet meer. Maar
telkens krabbelde hij met antibiotica en prednison toch weer
op. Wel werd hij steeds kortademiger. De longarts bezocht
hij al jaren niet meer. In een van de laatste maanden van zijn
leven ging ik samen met de longarts bij hem op visite, iets wat
hij enorm waardeerde.
Zij was 6 jaar jonger en altijd huisvrouw geweest, en had
last van fors overgewicht en diabetes. Ze noemden zichzelf
gekscherend ‘de dikke en de dunne’. Altijd een lach op haar
gezicht, altijd aan het zorgen voor haar man, haar alles.
Zij bewoog ook minder goed, steeds stijver van de artrose.
Het leven had hun geen kinderen geschonken, iets wat ze
accepteerden. Vroeger waren er minder kansen op het gebied
van infertiliteit.
Op een dag ging het niet meer, het was letterlijk ‘op’ bij hem.
Alle opties waren uitgeput, hij had al jaren zuurstof en hij
kon niet meer. We hadden eerder al afgesproken om dan
een pompje met morfine te starten, zodat hij zich minder
kortademig zou voelen. Ik gaf hem morfine subcutaan, en
sprak met de thuiszorg af die middag met de morfine-pomp
te starten. Toen de thuiszorg dit enkele uren later wilde
aanleggen, was hij zo benauwd dat ze mij belden. Ik kwam
aan en zag een man in acute nood, doodsnood. Zij hield zijn
hand vast. Hij kon niks meer zeggen, zo kortademig was hij.
Ze keken elkaar diep in de ogen. Ik voelde dat het einde nabij
was. Door zijn acute nood was het enige dat ik voor hem kon
doen midazolam intraveneus toedienen. Tijdens het toedienen
kwam er één traan in zijn ooghoek. Nog voordat de traan
halverwege zijn wang was, was hij overleden. ‘Het is goed
dokter, het is goed zo’, zei ze.
31
op één lijn 70
b#GZ!}0b#GZ!}0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bMuHpcJxTTSR2jdVb1YGeYZX59Wm4IF1QuQs3YJP_JE z`׉	 7cassandra://Khd99zRU-xRxCE-rHWaow--lQBaN_pTGIJWfIvoOieU`׉	 7cassandra://9hH2zeuQV7CPPU8aMRBSQIwKqnBdCHBbGKRcXB8zM5cK`j ׉	 7cassandra://UoY3D8PNC8LdGVbMD_f4IEPQKBt8nCAfWIUTXurS-ys ͠	b#GZ!}0׉E'op één lijn 70
1 e uitgave 2022
Equilibre
Hoe goed communiceer jij
als opleider?
DOOR GASTON PEEK EN MARIEKE KOOLS, OPLEIDERSCOÖRDINATOREN
Eindelijk, na 2 jaar weer een live trainingsdag! Op 14 en
16 juni kwam een groot deel van onze huisartsopleiders
samen in het Van der Valk hotel in Urmond.
Nadat de opleiders ervaren hebben dat een lat hooghouden
met twee vingers moeilijk is, en dat daarbij verbinding
de oplossing is tot succes, werd het thema van deze
trainingsdagen plenair geïntroduceerd door Marieke Strijker
en Paul Schrijver (daar issie weer!): ‘Hoe (goed) communiceer
jij met de patiënt én met de AIOS?’
De 4 fasen van het consult én het leergesprek werden
vervolgens geoefend in een communicatievaardigheden
carrousel. Ook werden eigen opnames hierover bekeken en er
werd geleerd door middel van geleide intervisie in de eigen
docentengroep. En last but nog least, er werd eindelijk weer
eens goed bijgepraat bij de borrel!
Genoeg gecommuniceerd voor nu, de beelden spreken voor
zich! Tot ziens weer op 4 en 5 oktober in Heeze!
32
32
32
׉	 7cassandra://9hH2zeuQV7CPPU8aMRBSQIwKqnBdCHBbGKRcXB8zM5cK`j b#GZ!}0׉Eop één lijn 70
33
b#GZ!}0b#GZ!}0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://xVeOsb1yN3lTZGGXe3iToDW0hfnjnh8LODWFvOSnTh0 `׉	 7cassandra://AMmnDfZwpbtWVS5C2H9G8DpV4kWBV3AvTb0ucX2HQms,`׉	 7cassandra://PUBeDjmvnxKe90JJPkzvMOwyRo4xWAJwXllCAg0M3t4E`j ׉	 7cassandra://xixZo2QFNnX2D9HUgB0s7gzh_9SFnK1slf95MdE2dd4 )(͠	b#GZ!}1 נb#GZ!}0 t 9׉H ;https://neuropathie.nu/voeding-holistische-benadering-pijn/Gׁׁrנb#GZ!}0 ̉)9׉H 2https://neuropathie.nu/neuropathie-door-arsenicum/Gׁׁrנb#GZ!}0 a19׉H 7https://neuropathie.nu/polyneuropathie-door-gifstoffen/Gׁׁrנb#GZ!}0 /L9׉H :https://neuropathie.nu/symptomen-ciap-soorten-neuropathie/Gׁׁrנb#GZ!}0 wQ9׉H 9https://neuropathie.nu/cannabis-bij-kanker-misselijkheid/Gׁׁrנb#GZ!}0 -9׉H 6https://neuropathie.nu/darmflora-het-beste-beschermen/Gׁׁrנb#GZ!}0 D#9׉H /https://neuropathie.nu/acute-insuline-neuritis/Gׁׁrנb#GZ!}0 2N9׉H 8https://neuropathie.nu/prikkende-voeten-bij-neuropathie/Gׁׁrנb#GZ!}0 99׉H 8https://neuropathie.nu/na-chemokuur-dove-voeten-en-pijn/Gׁׁrנb#GZ!}0 e&9׉H ;https://neuropathie.nu/mondbranden-of-tongbranden-erg-heet/Gׁׁrנb#GZ!}0 4:9׉H 9https://neuropathie.nu/ciap-diagnose-geleidingsonderzoek/Gׁׁrנb#GZ!}0 H!9׉H :https://neuropathie.nu/vroege-behandeling-crps-belangrijk/Gׁׁrנb#GZ!}0 O́D9׉H 2https://www.smulweb.nl/recepten/citroen/citroensapGׁׁrנb#GZ!}0 09׉H "https://www.smulweb.nl/recepten/uiGׁׁrנb#GZ!}0 [99׉H (https://www.smulweb.nl/recepten/knoflookGׁׁrנb#GZ!}0 %9׉H 'https://www.smulweb.nl/recepten/peper-0Gׁׁrנb#GZ!}0 j0.9׉H %https://www.smulweb.nl/recepten/mangoGׁׁrנb#GZ!}0 Q9׉H $https://www.smulweb.nl/recepten/olieGׁׁrנb#GZ!}0 Ё 9׉H %https://www.smulweb.nl/recepten/peperGׁׁrנb#GZ!}1  8|9׉H Jhttps://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=L%E2%80%99Herondelle%20K%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 i8p9׉H =https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Talagas%20M%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 8.9׉H <https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Mignen%20O%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 L29׉H <https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Mignen%20O%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 !La9׉H <https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Misery%20L%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 L|9׉H Ahttps://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=Le%20Garrec%20R%5BAuthor%5DGׁׁrנb#GZ!}1 ?t9׉H Mhttps://www.hopkinsmedicine.org/health/conditions-and-diseases/fish-poisoningGׁׁrנb#GZ!}1 19׉H Mhttps://www.hopkinsmedicine.org/health/conditions-and-diseases/fish-poisoningGׁׁrנb#GZ!}1 ?{9ׁH  https://www.hopkinsmedicine.org/ׁׁЈ׉Eop één lijn 70
1 e uitgave 2022
Weten is eten
Down
Memory Lane
DOOR HENDRIK-JAN VUNDERINK, GEPENSIONEERD REDACTIELID
Op het gevaar af beticht te worden van een “Heintje
Davids”, heb ik mij door de hoofdredactrice laten
verleiden om, ondanks roerende laatste woorden bij
mijn pensionering, u toch nog eens te trakteren op een
wetenschappelijk verantwoorde maaltijd.
Dat komt namelijk zo.
Op haar Zweedse thuisbasis (niet verder vragen) heeft uw
hoofdredactrice een buurman van Cubaanse afkomst. Een
beminnelijke man, die daar ook ‘s winters zonder problemen
gekleed gaat in slechts een katoentje en een paar slippers.
Verder zit hij onder de littekens van oude brandwonden, en
bij elkaar roept dat, bij zowel arts als leek, toch vragen op. Het
blijkt, dat hij in Cuba geleden heeft aan een zogeheten Fish
Poisoning, waarna zijn temperatuur- en pijnzin behoorlijk
verstoord zijn gebleven.
Toen ik dit verhaal hoorde, dook ik terug in de tijd naar
St. Eustatius, toen nog Nederlandse Antillen, waar ik lang
geleden een tijdje gewerkt heb als huisarts. Gezondheidszorg
werd en wordt daar geleverd vanuit het Queen Beatrix
Medical Centre, een klein eerstelijns kliniekje met 12 bedden.
Op het eiland is een groot Amerikaans op- en overslagbedrijf
voor olie gevestigd, en grote tankschepen varen af en aan.
Op zekere dag meldden zich 14 doodzieke Filipijnse zeelieden,
allemaal met fors diarree en braken, en een aantal ook met
sensibiliteitsstoornissen als tintelingen en doofheid in armen
en benen. Zij hadden kort daarvoor gesmuld van zelf gevangen
barracuda’s en leden nu dus aan fish poisoning. Als Hollandse
dokter moest ik dit even opzoeken, want het was duidelijk wat
anders dan de maag- en darmbezwaren zoals wij die kennen
na het nuttigen van een scholfiletje over de THT-datum.
Het bleek te gaan om ciguatera, een aandoening die
voorkomt in tropische en subtropische gebieden, en die
tijdens mijn studie niet was opgenomen in het standaardcurriculum.
Op St. Eustatius was ik snel bijgeschoold in
de vorm van praktijkonderwijs, maar gezien de veel te
lage vliegprijzen, en niet in de laatste plaats de snelle
verandering van ons eens zo gematigde zeeklimaat, is wat
extra informatie over dit ongemak, ook voor de Nederlandse
huisarts, nooit weg.
Ciguatera is een ziekte die ontstaat door vis te eten die
de gifstof ciguatoxine bevat. Die kan o.a. neuropathie
34
34
34
De symptomen van Ciguatera kunnen vrij snel ontstaan
en bestaan uit misselijkheid, braken en diarree, waarna bij
meer dan 80% neurologische symptomen optreden, zoals
neuropathie. De acute neurologische symptomen kunnen al
binnen een paar uur ontstaan. Het gaat dan onder andere om
paresthesieën:
• prikkelingen, tintelingen en doofheid. Deze beginnen
rond de mond en keel en verspreiden zich
• dysesthesie, beschreven als “paradoxical sensory
disturbance” of “reversal of temperature perception”,
komt frequent voor en is pathognomonisch. Zie de
Cubaanse buurman!
• pruritus
De ciguatoxine werkt in op de natriumkanalen van
perifere zenuwen, zodat de geleiding veranderd wordt. De
zenuwgeleiding kan maanden tot jaren verstoord zijn,
zodat ook de symptomen lang kunnen aanhouden. Helaas
is het toxine hittebestendig, dus ook goed doorbakken is
een barracudafilet een slecht idee. Er is geen effectieve
behandeling bekend, alleen symptomatisch. De zeelieden
zijn destijds dus allemaal aan een NaCl-infuus gelegd en ze
kregen anti-emetica. En natuurlijk een forse dosis TLC van
de liefdevolle Statiaanse verpleegsters. Na 4 dagen waren ze
daarmee allemaal zodanig opgeknapt, dat ze terug konden
naar hun schip.
Ondanks bovenstaande beperkten we ons op Statia toch
niet alleen tot geitenstoof. Met in het achterhoofd de lokale
wijsheid: ‘don’t eat fishes larger than a dinner-plate’ konden
we ruimschoots genieten van al het heerlijks dat daar uit zee
werd gehaald.
En dat genieten deel ik graag met deze zomerse visschotel
waar u zelf de witte stranden, blauwe zee en wuivende
palmbomen bij mag fantaseren.
veroorzaken. Deze gifstof wordt door een algensoort in
tropische wateren gemaakt, vooral in het Caribisch gebied en
de Stille Oceaan. Wanneer koraalvissen deze algen opeten,
wordt de gifstof opgeslagen in hun lichaam. Vooral roofvissen
aan de top van de voedselpiramide, zoals red snapper,
barracuda, makreel en amberjack, stapelen dan deze toxinen.
׉	 7cassandra://PUBeDjmvnxKe90JJPkzvMOwyRo4xWAJwXllCAg0M3t4E`j b#GZ!}0׉EHop één lijn 70
Caribische visschotel
Ingrediënten 4 personen
4 mooie vissen of 500 g kabeljauwfilets
1 eetl. limoensap
1 dessertlepel gedroogde oregano
1 ui
3 tenen knoflook
1 rode Spaanse peper
1 net rijpe mango
1 blikje tomatenstukjes
1 eetlepel tomatenpuree
1 klein blikje kokosmelk
1 laurierblad
3 eetl. olie
1 eetlepel boter
zout
vers gemalen zwarte peper
Neem 4 mooie vissen, dorade of zeebaars bijvoorbeeld,
maar voor de gratenhaters zijn filets ook prima. Snijd de
schoongemaakte en drooggedepte vissen aan 2 kanten in,
en wrijf in met limoensap, oregano, zout en peper. Laat 15
minuten intrekken. Pel en snipper de ui en de knoflook. Maak
de peper schoon en verwijder de zaadjes. Snijd de peper in
reepjes. Schil de mango en snijd het vruchtvlees in blokjes.
Bereidingswijze
Verhit de olie in een hapjespan of wok. Fruit de ui en
knoflook even aan op matig hoog vuur, doe er even later de
gesneden peper bij. Roer na 5 minuten de mango, tomaat,
tomatenpuree en kokosmelk erdoor en laat de saus circa 10
minuten pruttelen. Proef, en voeg zo nodig wat zout toe.
Laat 3 eetlepels arachideolie en een klont roomboter heet
worden in een grote lage pan en bak de vissen kort aan beide
kanten. Zet dan het vuur laag en laat met de deksel op de pan
nog een minuut of 5 à 10 stoven tot de vis gaar is.
Serveer met witte rijst, een avocado-tomatensalade en
gebakken banaan met geroosterde kokosrasp en honing.
Laat op de achtergrond een steelbandje spelen, of wat rustige
reggae, en je kunt je het vliegticket naar Curaçao besparen.
Literatuur
• Neurological Disturbances of Ciguatera Poisoning: Clinical
Features and Pathophysiological Basis
Killian L’Herondelle,1 Matthieu Talagas,1,2 Olivier
Mignen,3 Laurent Misery,1,2 and Raphaele Le Garrec1,
(2020 Oct; 9(10): 2291.
• Fish Poisoning https://www.hopkinsmedicine.org/
health/conditions-and-diseases/fish-poisoning
• Ciguatera fish poisoning
From Wikipedia, the free encyclopedia
• ‘Ciguatera, een zeldzame vorm van neuropathie’
dr. Jan M. Keppel Hesselink, en Drs. David J. Kopsky,
artsen Instituut voor Neuropathische Pijn,
versie oktober 2009
35
b#GZ!}0b#GZ!}0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SRWFk5xcLjsZOobFhJKPsP2rGug_5IGm3FpJf3cYGNY |`׉	 7cassandra://Ci6vM9EpOoe-9ZC1xlVAmZfcueGwKzzqhWyvD4bWB6k$S`S׉	 7cassandra://inECmZp72LNihwVH1xO90wRgblBusFNzEn4oz1MIFpA`̵ ׉	 7cassandra://IEKA8Hauwjw6zl5mtcJVnp4Gi5oKMLk-exbVYkz0Muw ͠b#GZ!}1נb#GZ!}1 h̿9ׁH &http://www.familymedicinemaastricht.nlׁׁЈנb#GZ!}1 h9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנb#GZ!}1 h̬9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E Op één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
www.familymedicinemaastricht.nl
36
36
׉	 7cassandra://inECmZp72LNihwVH1xO90wRgblBusFNzEn4oz1MIFpA`̵ b#GZ!}0׈Eb#GZ!}0b#GZ!}0{)Op één lijn 70Op één lijn 69b"frJԮ