׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://j8vzGCuFjcGWuY4lKk4wTPESRI7agyFLtit7tOA1dtY w~`׉	 7cassandra://hO4L2rbffsm07UiN2meQ1v-nxskpk8tKEZ5zK3KfmkYx`S׉	 7cassandra://n8yR-n7TFoI0bbwOa-7TA6bnF80l2kVl54Ai_E25IeY&`̵ ׉	 7cassandra://jC6PSVmvT6alj-kNh8_XYZt4Tc9wusionNHy6IuMsog ͠`mڹ7<Tט   {u׈   RA  ׈E`mڹ7<T׉Edeel 4
tweelingbroers Herman en Eric
De oogsttijd was voor
ons steeds een boeiende
belevingstijd.
Wij mochten onder meer bij boer
Hauspie de oogst helpen binnenhalen.
Ik
herinner mij dat de zomers
meestal heel warm waren en dat
wij ons daarom heel vroeg - soms
tegen 6 uur - moesten aanmelden.
De ene kreeg de opdracht om van
op de wagen de schoven tot op de
tas te gooien, terwijl de ander ze
tot bij de tasser moest gooien.
© foto’s - dia-archief Lucien De Witte
(scan: Willy Baelen) -
(n.v.d.r.) ‘het inhalen van het vlas’
Hieronder laden Gerard en André Dequidt de
schoven van het veld op de wagen.
Na het maaien werden de vlasschoven gestuikt::
een zes– tot twaalftal schoven vormden
een kapelletje (stuik).
Na een zekere droogtijd werden ze op de wagen
gevorkt en met paardenkracht binnengehaald
en in schelven geplaatst. (foto onder)
Marcel Jansseune ment z’n paardenspan.
Pure paardenkracht trekt de maaimachine die
op haar beurt tegen een vast ritme de haverschoven
één per één uitwerpt.
Midden: platte boerenwagens voorzien van
houten wielen met ijzeren beslag
Ik ben niet heel fier op hetgeen ik
nu zal vertellen. Toen we de tarweof
gerstschoven naar de tasser
gooiden, dan konden wij het zo
timen dat die steeds met de stoppelkant
tegen zijn kaak terechtkwamen.
Tegen de avond keerde hij
met een rode, bebloede kaak naar
huis terug. Ik hoor het hem nog
zeggen: “Hoe is het toch mogelijk
dat Maurice zulke jonge snotneuzen
bijhaalt voor het werk. Ik ben
beschaamd in zijn plaats.” Ik moet
bekennen dat ik zelf ook beschaamd
ben dit neer te schrijven.
Ook bij Tuur Hoste werden wij
soms opgeroepen voor de oogst.
Ik weet dat wij ooit in staking zijn
gegaan. Ik moet erbij vertellen dat
Tuur ons enkele franken per uur
minder betaalde dan boer Hauspie.
Ik blijf verwonderd dat ons vader
daar enig begrip voor had.
Op een dag bleven we thuis en
Tuur kwam vragen waar we uithingen.
Toen hij vernam hoe de vork
aan de steel zat, was Tuur bereid
ons loon aan te passen en stapten
we samen naar zijn thuis.
1
׉	 7cassandra://n8yR-n7TFoI0bbwOa-7TA6bnF80l2kVl54Ai_E25IeY&`̵ `mڹ7<T`mڹ7<T{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SdieKGYUWcf3UKsmLQIeTD_nqdKQKLru9JYLeo3sVKc 0^` ׉	 7cassandra://FXP_ebzacC8KTGkVMQ6d28gwgU0O2mbHjq-QPJrR5F4͚`S׉	 7cassandra://hwMenTMxM68drBibRi4feb4KjRiamfyB-f4VFixLzLc*D`̵ ׉	 7cassandra://bHhJADZOHdmd84WXC9kWXweH4xsBz7vkitM1Li7jHrEf?͠`mں7<Tנ`mں7<T /P9ׁHhttp://bing.com/imagesׁׁЈ׉ENa de oogst mochten we van de
boeren de achtergebleven
“ouwtjes” op de velden oprapen.
Ons vader had tijdens de oorlog
een broodbakoven geïnstalleerd.
Boer Vandevelde had aan
vader geleerd hoe hij brood moest
kneden en bakken. De oven moest
uiteraard gestookt worden. Voor
mijn tweelingbroer Eric en ik was
het een geliefde hobby. Thuis hadden
we een lange haag die om het
paar jaar heel wat bussels hout
opleverde. Ideaal voor het stoken
van onze bakoven. Op zekere dag
waren wij “ouwtjes” gaan rapen op
het boerenhof van boer Vandevelde.
Plots kwam een jachtvliegtuig
aangevlogen en dook naar beneden.
Uit schrik sprongen we een
wilde ik starten bij de ploeg aan
huis.
Op zekere dag telefoneerde ik
naar priester Verhelle, stichter en
bestuurslid van de Hermesploeg.
Ik kreeg een voor mij verrassend
antwoord: “Ik zal u eens iets vertellen,
wat ik eigenlijk niet zinnens
was aan u te vertellen. Gij vraagt
me zomaar om te gaan voetballen
in een nieuwe ploeg van de vierde
provinciale afdeling. Ik kan dat
toch niet zomaar toestaan. U zult
dit toch moeten begrijpen. Weet u
dat ik nog geen maand geleden
een bezoek kreeg van de leiding
van ‘den As’ (AS Oostende) die in
tweede nationale speelt met de
vraag om u af te kopen. Ik heb
verteld dat je nog zo jong bent en
dat we je eerst nog wat meer willen
opleiden.”
Sorry dat ik dit hier neerschrijf.
Na wat aandringen liet priester
Verhelle me uiteindelijk gaan.
Aan die jaren heb ik nog altijd zeer
aangename herinneringen. Weet
wel: ze zijn nooit gepromoveerd.
gracht in. Telkens wanneer we
terug aan het rapen waren, keerde
dat vliegtuig terug en herhaalde
zijn duikvlucht in onze richting.
Het vloog zo laag dat we duidelijk
de piloot achter de stuurknuppel
zagen zitten. Na een tijdje hadden
we het door. De piloot – blijkbaar
een Engelsman – moet het plezant
gevonden hebben om ons de stuipen
op het lijf te jagen. En toen
verdween het jachtvliegtuig. Wel
een schrikaanjagende ervaring.
Geloof mij …
Er zijn ook aangename
herinneringen …
Zo denk ik aan het ontstaan van de
voetbalploeg Vinkem-Wulveringem.
In die tijd was ik student aan het
O.L.V.-College te Oostende en had
ik het voorrecht te mogen spelen
bij de Hermesploeg aldaar. Bij de
start van de ploeg VinkemWulveringem,
net na mijn collegetijd,
was ik nog altijd lid van Hermes-Oostende.
De
overstap moest bijgevolg officieel
geregeld worden. Uiteraard
© foto Brits jachtvliegtuig - bing.com/images
2
Een match die me nog altijd is bijgebleven
was de ontmoeting op
eigen veld tegen Middelkerke. Het
eindresultaat was 1-13. Na de
match ben ik de scheidsrechter
gaan feliciteren. Uiteraard waren
we duidelijk zwakker maar die
‘triestige’ scheidsrechter had zó
opval lend tegen VinkemWulveringem
gefloten als het maar
kon. Ik vergeet het nooit.
Ik werd door de verzoeningscommissie
opgeroepen
om uitleg te geven
over de belediging aan het
adres van de scheidsrechter.
De
commissie zetelde in één van
de hotels op de markt te Veurne.
Ik gaf de uitleg dat ik de scheidsrechter
ook mag feliciteren, zelfs bij
een verlies. “Mijnheer, ik doe dat
toch altijd!”. De voorzitter bekeek
me langdurig en na een tijd liet hij
me verstaan dat ik toch beter wat
zou nadenken. Ik kwam er van af
met een berisping. Voor mij was
het een ervaring als een ander.
Ik vermoed niet dat ik na de match
Ook minder aangename
herinneringen komen
wel eens naar boven.
Dat brengt mij terug naar
de bevrijding na de oorlog 194045.
Ook
in Wulveringem-Vinkem was er
een Witte Brigade actief. Ik ben er
mij van bewust dat in heel wat gevallen
die brigade wel degelijk positief
werk heeft geleverd. Ook bij
ons werden er mensen opgepakt
en opgesloten in het klooster naast
onze deur om nadien overgebracht
te worden naar een centrale gevangenis
te Sint-Kruis Brugge.
Ook mijn vader werd aan huis opgepakt.
Hij moest zijn veldwachtersattributen
met o.m. zijn revolver
en matrak afgeven. Gelukkig werd
hij maar voor een nacht vastgehouden.
Door tussenkomst van een
gezaghebbend persoon bij de
hoofdbrigade te Veurne kwam hij
weer vrij. Hij is buiten gestapt als
vrij persoon. Zijn attributen bleven
achter. De dag daarop is een man
van de brigade als een hond met
de staart tussen de benen de revolver
en matrak komen terugbrengen.
Ik
heb moeder altijd horen zeggen
dat ze daarna vader als een gebroken
man had teruggezien. Inderdaad,
vader is nooit meer geweest
zoals vroeger. Die vernedering
was voor hem teveel geweest. Ik
kan dat uiteraard niet bewijzen
maar ik ben er nog altijd van overtuigd
dat hij de kanker die hij later
opliep, daar heeft opgedaan. Dat
vader niet goed was, had ik vernomen
toen ik in het militair hospitaal
te Gent voor enkele dagen werd
opgenomen. Ik kom daar later nog
op terug. Het thuisfront inlichten
over mijn opname in het hospitaal
zal ik nooit vergeten.
Over het morele peil van de Witte
Brigade van Wulveringem-Vinkem
zal ik geen oordeel vellen. Wel heb
ik er mijn mening over.
>> deel 5 in het zomernummer 2021 >>
de scheidsrechter nog veel ben
gaan feliciteren.
׉	 7cassandra://hwMenTMxM68drBibRi4feb4KjRiamfyB-f4VFixLzLc*D`̵ `mڹ7<T׈E`mڹ7<T`mڹ7<T{) +DG lentenummer 39 1 2021 Herman-Missinne-d4`mڶH