׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://PdHHnVpNL9cYRm-Wt6ARunV1QslBKTTHIp6rFuD6lw8 `׉	 7cassandra://rntZbkq283z9MDIiI0jttedpnqFtDVJqD3hqHL8otqYU`V׉	 7cassandra://gqceUD2_ZQfsfVRzqBFVMv8C0zHjSxInx_aMYPUNGDc7`̷ ׉	 7cassandra://wHGrL3W6zROS6FGyPtCzGaOLX2ZXVCL3jorovYRtbQY 
}J͠a[cpXJ*ט   u׈   frJ  נa[cpXJ* ep9׉Hhttps://verzin.be/Gׁׁrנa[cpXJ* v9׉Hhttps://penvlaanderen.be/Gׁׁrנa[cpXJ*ā eg9ׁHhttp://www.verzin.beׁׁЈ׈Ea[cpXJ*׉E… in de schrijfresidentie - Stef Duron -
5 juli tot 1 augustus ‘21
Dimitri Bontenakel,
bio
Dimitri Bontenakel (°1971) woont en
werkt in Antwerpen.
Hij schreef de romans De Berenrug
(Wereldbibliotheek, april 2020),
Schaduw en Vuur (2017),
De steek van de schorpioen (2013),
Mijn ontmantelde wereld (2007) en
Een zwerver met pleinvrees (2004).
Op 6 april 2020 - in hartje coronacrisis
- verscheen zijn vijfde roman
De Berenrug.
Samen met theatergezelschap Lucky
Leo en Annelies Verbeke schreef hij
het stuk Gewraakt voor het stadsfestival
Op Recht Mechelen.
Sinds december 2019 is hij hoofdredacteur
van het tijdschrift VERZiN –
www.verzin.be
Als beginnend auteur deed hij wat
velen hem hebben voorgedaan: hij
publiceerde in literaire tijdschriften, en
scoorde soms in schrijfwedstrijden en
soms ook niet.
Hij heeft een verleden bij de redactie
van het – intussen ter ziele gegane –
literaire tijdschrift Gierik & Nieuw
Vlaams Tijdschrift en was zeven jaar
lang bestuurslid van PEN Vlaanderen.
romanschrijver,
scenarist, hoofdredacteur VERZiN
“Schrijven over wat ik ken,
interesseert me niet.
Ik ga het graag verder zoeken.”
bron - Magazine ‘Verzin’ - juli 2020
1
© foto - Stef Duron
׉	 7cassandra://gqceUD2_ZQfsfVRzqBFVMv8C0zHjSxInx_aMYPUNGDc7`̷ a[cpXJ*a[cpXJ*בCט   u׉׉	 7cassandra://w3CVw7vwSuCNEbfMkyzDKcCzuAgzUKosxBxlud4f2Jg ` ׉	 7cassandra://ZRi3VS1wMtQwXuJHIhcGJ4uq44pR8I84nEMbUZiYov8s`V׉	 7cassandra://C1wTFClDxu6OHpz7RkLGOv0UdGJggPG7S4I6-z9y84Y `̷ ׉	 7cassandra://zcsOMqpTuHqaQXDS6BrRhMEx79IzVqBVGhaq3KFGkKk͉͠a[cpXJ*ט  u׉׉	 7cassandra://xx_CsyDDA0gtQRcf_hgGRBhK0EpGahz81X6uxPjgQsI E`׉	 7cassandra://A3N8ulbdmK79ynGDI__0VCRWMnb7PrJ_nL0LknEgSGsn`V׉	 7cassandra://LTb5_pfPBwul8d8FBZyH_WOASoIEx5L93-ZbrYKaEEA `̷ ׉	 7cassandra://ofOTqhNWSexqKdpNnEDm19bXn5KhLzFFt54Dt0VcbD4 D͠a[cpXJ*׉EHet is waarschijnlijk ook niet
de eerste keer dat u gebruik
maakt van een schrijfresidentie?
Toch
wel, het is mijn eerste keer in
Beauvoorde en de eerste maal dat ik
in een schrijfresidentie verblijf. Tot
2018 werkte ik nog en al was dit
deeltijds, dan nog zou ik daartoe mijn
vakanties hebben moeten gebruiken.
Die vakanties gebruikte ik liever om
te reizen dan mij ergens vast te
zetten voor die periode.
Ik ben voornamelijk werkzaam als
stafmedewerker van de scenaristengilde,
de belangenvereniging voor
Vlaamse TV- en filmscenaristen.
Ik zorg er voor de administratie en de
logistiek.
Voelt u zich productiever door
hier in afzondering te komen
werken?
Het is enigszins ‘dubbel’.
De verandering van omgeving maakt
wel dat je anders gaat denken over
he boek dat je aan het schrijven bent.
In vergelijking met thuis krijg je hier
nieuwe en andere invallen.
Ik woon wel in de groene rand van
Antwerpen, maar hier op het platteland
terechtkomen heeft een invloed
op mijn werk.
Mijn treinreis tot in Veurne en verder
met de bus en te voet tot hier doet
de omgeving als nieuw ervaren. Hier
doe ik mijn verplaatsingen te voet en
met de fiets. Dit alles heeft ongetwijfeld
een invloed op mijn schrijven.
Je koos voor de schrijfresidentie
in Beauvoorde.
Deze sprak mij wel het meeste aan.
Ik weet niet waarom. Misschien wel
door de aparte omgeving die bij de
Westhoek hoort: Ieper, Veurne, het
oude front, WO1, ...
Heeft de Westhoek iets te maken
met het werk dat u momenteel
aan het schrijven
bent?
Het is mijn bedoeling om één van
Daaruit groeien er vriendschappen
die bij Pen Vlaanderen o.a. leidden
tot de opdracht voor het schrijven
van het scenario voor een theaterstuk.
Het is een wisselwerking die
continu doorloopt.
2
mijn personages te situeren in deze
streek. Mijn nieuwe roman gaat
vooral over eenzaamheid. Binnen
een disfunctioneel gezin gaat het
over de rouwverwerking van een 30jarige
vrouw die als jong meisje haar
vader ziet vertrekken met de noorderzon.
Bij het begin van het verhaal
sterft haar zuster.
Het boek gaat dus over dat rouwproces
en die eenzaamheid die zij probeert
te verwerken door op het
platteland te gaan wonen en er aan
een project te werken.
Valt uw werk als hoofdredacteur
bij het tijdschrift Verzin
en het auteurschap goed te
combineren?
Dat groeit vanzelf. Er komt van alles
op je pad. Ik heb de klassieke weg
bewandeld. In de jaren ‘90 stuurde
ik kortverhalen naar literaire tijdschriften.
Dan volgden er enkele
publicaties en ging ik in op het aanbod
tot toetreden als redactielid van
het Gierik & Nieuw Vlaamse Tijdschrift
en was ik 7 jaar bestuurslid
van Pen Vlaanderen.
Zo maak je kennis met het literaire
landschap en door je interesse leer je
heel wat bij ...
Schrijven is een solitaire bezigheid:
je zit aan een tafel en je
werkt vooral van uit je eigen
hoofd.
Daarom is het prettig om daarnaast
een alternatief te hebben, zoals bijvoorbeeld
bij een redactie andere
dingen te doen.
Daarom is het altijd goed om eens
‘ja’ te zeggen. Daaruit vloeit er weer
iets anders uit, iets anders dan het
kluizenaarschap van het schrijven.
Er zijn schrijvers die voor het kluizenaarschap
kiezen om hun romans te
schrijven en verder niets. Goed voor
hun, maar dat is de weg die ik liever
niet bewandel.
Ik zou mijn baan kunnen afbouwen,
maar dan mis je die interessante contacten.
Het is een andere wereld.
Het zijn ook schrijvers, scenaristen
die voor TV en film schrijven.
Evengoed zijn zij met verhaalstructuren
en personages bezig en bestuif
je elkaar.
Hoe bouwt u als auteur een
verhaal op dat uiteindelijk tot
een compleet boek resulteert?
Om een voorbeeld te geven.
Mijn laatste boek ‘De Berenrug’
speelt zich af in het verleden - in de
19de eeuw - waar mensen vast zitten
op een eiland en er niet af kunnen.
Door foute handelingen verwoesten
ze de natuur met hetzelfde resultaat
als onze aarde er nu aan toe is. Het
is mijn bedoeling om de lezer met
een zekere allegorie te confronteren.
De
mensen hebben al heel wat uitgespookt
op onze planeet en … kunnen
er ook niet af. En misschien maar
best ook, want anders gaan we elders
weer alles vervuilen en vernielen.
Voor
dit thema is het beeld van een
eiland wel handig om het niet over
de hele planeet te moeten hebben.
Mijn liefde voor eilanden bracht me
op het idee om te schrijven over de
mensen die er moeten zien te overleven.
Ik
laat mijn personages en hét verhaal
- de synopsis - mee groeien en
evolueren.
In het verhaal over ‘De Berenrug’
hadden ze een boot nodig en door de
drang naar commercialisatie kappen
ze het hele eiland kaal …
Met alle gevolgen en conflicten van
dien.
Aan de lezer om te ontdekken …
׉	 7cassandra://C1wTFClDxu6OHpz7RkLGOv0UdGJggPG7S4I6-z9y84Y `̷ a[cpXJ*׉EHoe is uw week ingedeeld om
in het schrijfritme te blijven,
want je combineert het auteurschap
met een halftijdse
job?
Ik voel me aan de schrijftafel het
meest productief in de ochtend door
van 8 tot de middag te schrijven.
Daarna ga ik wat lopen of een eindje
wandelen en begin ik aan mijn dagtaak.
Om
mijn schrijfroutine zo min mogelijk
te onderbreken werkt deze manier
goed en is dit beter dan twee of
drie dagen per week werken en de
overige dagen te schrijven.
Wat zijn uw plannen voor de
toekomst?
Voor de nabije toekomst hoop ik nog
lang bij de scenaristengilde actief te
mogen blijven.
Daarnaast hoop ik tegen het einde
van dit jaar de eerste versie van mijn
nieuwe boek klaar te hebben en tegen
eind volgend jaar de laatste versie
zodat het in 2023 kan verschijnen.
Naast het schrijven van een theaterstuk
op kleinschalige basis blijf ik
actief bij Literair Vlaanderen en met
de redactie van ‘Verzin’ heb ik voldoende
te doen.
Voor de rest zie ik wel wat er nog op
mijn pad komt.
Interview
Stef Duron
Dimitri Bontenakel
Er waren natuurlijk de ommetjes
langs de slotgracht van het kasteeldomein
en de mossige graven op het
kerkhof, de wandelingen over velden
en graaslanden, flirtend met de
Franse grens, de fietstochtjes in en
rondom Beauvoorde, naar Bulskamp,
Alveringem, en verder – Veurne,
Koksijde, Oostende. Maar als ik
hier, op deze regenachtige augustusdag
in Antwerpen, terugdenk aan
mijn dagen in Beauvoorde, dan keren
mijn gedachten vooral terug
naar het keukenraam van de Wulveringemstraat
nummer twaalf, en het
uitzicht dat het me bood op de ruitertoren
van de Onze-LieveVrouwenkerk,
het loof van de linden,
de lucht die soms diepblauw en
soms antracietgrijs kleurde. Dit was
immers een schrijfverblijf en dus
moest er geschreven worden. Dat
schrijven gebeurde aan de keukentafel,
de vingers op het klavier, notities
en koffie binnen handbereik,
naar buiten starend met ietwat glazige
(en ongetwijfeld zeer onnozele)
blik tot de volgende zin zich aandiende.
Wat
Hollywood en Auntie Beeb ook
moge beweren, de doorsnee schrijver
leidt een behoorlijk sober be©
foto - Stef Duron
3
staan. Geen geëxperimenteer met
drank en kruidige rookwaren, geen
middernachtelijke gesprekken op de
daken van leegstaande kantoorgebouwen,
geen bijzondere ontmoetingen
met vreemden op een trein.
De doorsnee schrijver zet zijn wekker,
zet koffie en zet zich dan achter
de schrijftafel. Op het einde van zijn
dag heeft hij achthonderd of duizend
woorden geschreven waar hij
min of meer tevreden over is. Als
het een keertje meezit, kan dat oplopen
tot tweeduizend woorden. De
doorsnee schrijver behoeft dus geen
absint of opwindende gesprekspartner
om geïnspireerd te raken, hij
behoeft routine, een apert gebrek
aan afleiding, en voldoende zelfbeheersing
om aan die keukentafel te
blijven zitten. Dat is wat een geslaagd
schrijfverblijf in zijn mars kan
hebben.
Toen ik op vijf juli mijn intrek in de
schrijfresidentie nam, haalde ik vier
hoofdstukken uit mijn rugzak. Het
waren de vier eerste hoofdstukken
van mijn zesde roman-in-wording,
de vrucht van drie maanden schrijfarbeid.
Die eerste week voegde ik
daar nog een hoofdstuk aan toe en
haalde ik de kaap van vijftig pagina’s.
Woorden werden gevonden,
vooruitgang geboekt, vuisten victorieus
in de lucht gestoken. Tot op
een dag.
Lag het aan die narcoleptische haan
die me in het holst van de nacht
wekte met zijn hese gekraai? De
wolkenhemel die boven deze
Vlaamse velden veel hoger leek te
reiken? Lag het aan de stemmen die
door het keukenraam kwamen aangewaaid
– wielertoeristen op zoek
naar een terras, gezinnen op kasteelvisite,
boekenwurmen onderweg
naar ’t Ezelsoortje? Verandert
de bedrading van een schrijversgeest
wanneer hij zijn schrijftafel in
de polders neerpoot? Wellicht, want
aan het begin van mijn tweede week
besloot ik om alles wat ik geschreven
had bij het papier te zetten en
helemaal opnieuw te beginnen. De
volgende ochtend zette ik in alle
vroegte koffie, nam aan de keukentafel
plaats en schreef de allereerste
zin van pagina één.
Starend naar de ruitertoren aan de
andere kant van het keukenraam,
terwijl de eigenaars van het naburige
kunstatelier vruchteloze pogingen
ondernamen om hun kat naar
binnen te lokken, kreeg ik het verhaal
aangereikt dat mijn boek nodig
had. Eind juli nam ik afscheid van
Beauvoorde met drie nagelnieuwe
hoofdstukken onder de arm en vellen
vol beloftevolle notities voor de
twintig volgende.
Zo keert elke schrijver wel met een
andere buit uit Beauvoorde terug.
׉	 7cassandra://LTb5_pfPBwul8d8FBZyH_WOASoIEx5L93-ZbrYKaEEA `̷ a[cpXJ*a[cpXJ*) >DG herfstnummer 39 3 2021 schrijfresidentie Dimitri-Bontenakela[cfrJ£