׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://pOlMYmKEV-1gVGImgYIodgMW3lqxcmo27woN67TpLIc p`׉	 7cassandra://eOrq01yyHuoVofvEw9U358j6Xn7ea1u4eezu5DQ_bOE``S׉	 7cassandra://ZBhlLtqQQhiyq_-MG6kSay-Lo3iYJq5V6-gsCf2SfHE!C`̵ ׉	 7cassandra://nSBSSSjiMHm8QZRwogj8xJBRNFsHxnmp33Sw8DDqQbU (͠V7T,|y׈EV7T,|y׉EinGovernment
g
OVER DE ORGAN IS ATI E VAN DI E NST VE R LE N I NG
SE P TEMB E R 2015
Cybersecurity
Decenalisaties
Toeg
gelijkheid
li
j
i
O
Documentbeheer
Pacybescherming
yg
Cybersecurity
Smart cities
Smart cities:
Hoe slim willen
we worden?
Smart cities
y
Ctegie
Burgticipatie
iip
Open oerheid
Diensterlening
Participatie:
Geen doel maar een
ontdekkingstocht
Open oerheid
Serious gamin
Pi acy
hi
y
Ctegie
Wilsbekwaamhei
Smart cities
Pacybescherming
Open overheid:
Alles openbaar,
tenzĳ …
Diensterlenin
hi
׉	 7cassandra://ZBhlLtqQQhiyq_-MG6kSay-Lo3iYJq5V6-gsCf2SfHE!C`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://my9QZZzkQxPxxkyQdQDb23jkd5CEda_J_9eax41SsKE `׉	 7cassandra://dqKgUQLkqGgj5sRd1UDUivWKhIrKjo_OEeL5FhEn1v8Y`S׉	 7cassandra://lNilOGULNn7r1yIE_qwdltxrorMSGvVmPkm0kS6KnvsT`̵ ׉	 7cassandra://UsroooZ-Aae2JkPAxoCCuLZBMXzHb_CXFmAdOMpnq9s ̼͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://4ne9HY6wolIprZgYZc1Q1Y5QpPDONEaesWwwyNxG29o `׉	 7cassandra://bTt8-EOG4mTAcskKHXRjmJICUxE2v-jzozuZ43Yl3O0_
`S׉	 7cassandra://lBN4glG--jp7tzqjziYoXtllaxnPtbwokGj5n2uSHzE`̵ ׉	 7cassandra://m8biOPXeRrDYgLOqI62Ts_PaNY-4qfGOzA7YvV1w0xc #
F͠V7T,|y׉E*I N HOU D
EDITORIAL
03
04
07
08
10
12
14
17
18
20
22
24
27
28
30
Nieuwe impulsen
‘Burgers laten zich niet langer weerhouden om mee
te praten’
SCP-directeur Kim Putters over de veranderende lading van het begrip participatie.
BOBOTAAL
Woorden zonder betekenis
Participatie: meer dan horen wat er leeft
De kloof tussen gemeente en stakeholders bestaat in de praktijk nog steeds. Hoe kan die
worden overbrugd?
Hard op weg naar volwassenheid
De klant is steeds iets tevredener over de dienstverlening. Maar de digitalisering van de
overheid verloopt met horten en stoten.
Uitvoeringsagenda dienstverlening 2020
De burger centraal, de overheid digitaal en de kosten minimaal. Dat is het motto van de
overheidsbrede uitvoeringsagenda dienstverlening 2020.
Een blijvende hype
Jan van Ginkel en Maarten Hillenaar over pionierende smart cities. ‘Er is veel meer
gemeenschapskracht dan je vanuit de overheid ziet.’
LINDA KOOL
Onzichtbare keuzes in de slimme stad
Elke stad een smart city
Dankzij big data, brainpower en slimme systemen.
De belofte van smart cities
Steden die samenwerken binnen de Agenda Stad verkennen de route naar smart cities.
Besturen met beeld
Het einde van de beleidsnota is in zicht. Welkom in de pictocratie.
‘Het laatste wat we willen is de gemeenten
knechten’
Topambtenaar Peter Pennekamp spreekt zich uit over het toezicht op de drie decentralisaties.
‘De burger mag nooit de dupe worden van problematische bestuurlijke verhoudingen.’
HENK WESSELING
Sombermannen en lastige arrangementen
‘Ja’, zegt de bruid. Maar bedoelt ze dat ook?
Hoe weet je of een verwarde klant aan de balie wel wilsbekwaam is? De wet biedt weinig
houvast.
Niet zomaar een spelletje
Serious gaming kan helpen leren en veranderen. Games kunnen zelfs veel betekenen voor
de nieuwe gemeentelijke taken in het sociale domein.
׉	 7cassandra://lNilOGULNn7r1yIE_qwdltxrorMSGvVmPkm0kS6KnvsT`̵ V7T,|y׉EtI NHOUD
E DITOR IAL
NIEUWE IMPULSEN
32
35
37
38
40
42
45
46
48
50
De verloren vrĳ heid van het Internet
De overheid plukt gegevens van burgers van het Internet. Hoogste
tijd voor een fundamenteel debat over governance.
ARJAN EL FASSED
Weet wat je hebt
Heldere autorisatie maakt SUWInet
veilig
De (on)veiligheid van SUWInet was de afgelopen maanden
geregeld onderwerp van gesprek. De oplossing schuilt in een
verbeterde autorisatie.
Voor een open overheid
Maar hoe breng je die in praktijk?
Wĳ bepalen wat u wilt weten
De overheid bepaalt zelf welke informatie zij aan burgers en
bedrijven verstrekt. Maar een visie daarop ontbreekt.
Meldplicht datalekken komt eraan
Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten verplicht melding te maken
van datalekken. Dat betekent een forse inspanningsverplichting
voor de gemeentelijke organisatie.
MAESSEN LEEST
Beyond the wall of resistance
Nooit meer ‘fi le not found’
DUTO maakt overheidsinformatie duurzaam toegankelijk.
Delen is het nieuwe hebben
Nieuwe kansen voor het document management systeem.
Colofon
Modetermen zijn een graadmeter voor verschillende perioden
van ontwikkeling binnen de overheid. Eerst was alles
elektronisch, daarna werd het digitaal, nu worden we smart. De
begrippen lijken op elkaar maar hebben een andere inhoudelijke
lading. Bij de elektronische overheid is het productaanbod
geautomatiseerd. De digitale overheid verlegt de aandacht van
bits en bytes onder de motorkap naar informatisering en de
combinatie van gegevens. Nu wordt alles smart; overheid,
burgers en leefomgeving (‘cities’) werken samen binnen een
digitaal ecosysteem waarin iedereen en alles met elkaar is
verbonden. Smart plaatst eerdere termen als elektronisch en
digitaal binnen een ruimere context waarin toepassing, gebruik
en beleving centraal staan.
Toenemend begrip van de maatschappelijke impact van
digitalisering vergroot het besef van eigenaarschap, zowel binnen
als buiten organisaties. Digitalisering is steeds minder de
verantwoordelijkheid van een afdeling of projectteam en kent
vele ambassadeurs die de principes van een slimme overheid
uitdragen en toepassen. Naarmate deze ambassadeurs binnen
alle lagen van de organisatie voldoende ruimte krijgen om te
innoveren, wordt de slimme overheid ook voor burgers
zichtbaar. Als het tempo waarin overheden innoveren laag is, zijn
er altijd slimme burgers die de overheid een handje willen
helpen. Denk aan online participatie, mobiele toepassingen en
open data initiatieven. Dit vraagt om een open overheid die deze
hulp omarmt en aangrijpt om zichzelf en haar diensten te
verbeteren. Het tijdperk waarin burgers op initiatieven van de
overheid wachten loopt ten einde. Al was het maar omdat
slimme burgers over dezelfde – zo niet betere – kennis en digitale
hulpmiddelen beschikken dan de overheid. Binnen dat
samenspel zijn veel nieuwe impulsen te verwachten.
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen ook
ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Over nieuwe impulsen gesproken; inGovernment verschijnt
vanaf dit nummer onder de vlag van Binnenlands Bestuur. De
redactie blijft elk kwartaal de beste verhalen over de digitale
overheid met u delen. Onze digitale diensten gaan meer gebruik
maken van het platform van Binnenlands Bestuur. U als lezer kunt
daardoor eenvoudig doorklikken van de ene bron naar de
andere. Ook voor partners die inGovernment willen steunen, is
het aantal mogelijkheden om met ons samen te
werken uitgebreid. Versterking op
meerdere niveaus, waardoor
inGovernment ook de komende jaren een
smart platform voor de digitale overheid
blijft.
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://lBN4glG--jp7tzqjziYoXtllaxnPtbwokGj5n2uSHzE`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Fi9rUnl8T6BOqxdaAGZ1-MdK20W3CY-qAHLd5yDAV3A CM` ׉	 7cassandra://U84P-UzM-VAcSjoM4eq5t0rzGQnP1dGdxIaiZ_SNzj4ZX`S׉	 7cassandra://3B65q1M56WiLRdxCvySo2KhpFIpl4UL_OS0kcAToasE|`̵ ׉	 7cassandra://vcbWNg0lRQleS8PWMR-6jpnpIRfbqGgFOQRPyxOyUXMlT͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://ZWsLEdWciT6I9BFVw6gG8h2gSPcmvsy5EqTLlv94Fbc `׉	 7cassandra://8hLDnBv0AwW_ytoDABfntJaSaJL--QFqSU1M-bm3cbUj`S׉	 7cassandra://qKO7Dpt-ixdVEhONvx1dtRIXqyJqlYaqUHU7i2SefvU!`̵ ׉	 7cassandra://l6jpGLF2dbMsrabBTCQLunOa11RznCnRVa14cji49Gs 1nX͠V7T,|y׉E
I NTE R VI EW
‘BURGERS LATEN ZICH
NIET LANGER
WEERHOUDEN OM
MEE TE PRATEN’
KIM PUTTERS (SCP) OVER DE VERANDERENDE LADING VAN
HET BEGRIP PARTICIPATIE
Het was een hartenkreet, toen Kim Putters tijdens het VNG Congres in 2014
gemeentebestuurders opriep om het begrip participatie niet plat te slaan
maar beter te duiden. Ruim een jaar later praat inGovernment met de directeur
van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) om de balans op te maken.
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
im Putters steekt bevlogen van
wal: ’Ten opzichte van een jaar
geleden heeft participatie als
begrip meer lading gekregen.
Er heeft zowel in de landelijke als in de
lokale politiek veel discussie plaatsgevonden,
waardoor er een consistenter
beeld is ontstaan. Ook is de keerzijde
beter zichtbaar en zijn de consequenties
van participatie beter voelbaar geworden,
zowel voor burgers als voor
gemeenten.‘ Genoeg ontwikkelingen,
kortom, om eens de revue te laten passeren.
K
Het
SCP stelt dat participatie om enige
‘lenigheid’ vraagt. Wat bedoelt u daarmee?
In de politieke arena wordt participatie
gefragmenteerd besproken. In mijn
optiek staat de klassieke verzorgingsstaat
niet haaks op de participatiesamenleving.
De toenemende noodzaak tot participatie
is een logisch gevolg van demografische
verschuivingen in Nederland. Naarmate
4
dat besef toeneemt komt meer focus te
liggen op veerkracht in de samenleving.
Een op de vier Nederlanders doet al vrijwilligerswerk
en digitale participatie leidt
tot vernieuwende initiatieven. Als je dat
probeert te overzien, kun je stellen dat
Nederlanders soms wat mopperen terwijl
er over de hele linie genomen eigenlijk al
‘
VE
een participatiesamenleving zichtbaar is.
De overheid zou de successen beter zichtbaar
moeten maken zodat het begrip voor
deze transitie kan toenemen.
Wat zijn de effecten van digitalisering op
actief burgerschap?
Het SCP volgt het mediagebruik van
Nederlanders nauwgezet en constateert
inhoud op waarde te blijven schatten en
de grote lijn niet uit het oog te verliezen.
Houdt de overheid gelijke tred met het mediagebruik
van burgers?
De klassieke participatie­aanpak van de
overheid is traag, maar dat is aan het veranderen.
Het is onwenselijk als onze
instituties niet aansluiten op de digitale
dat de gemiddelde burger zich 21 uur per
week met media bezighoudt. Gevolg is
dat burgers beter geïnformeerd zijn voordat
zij naar de overheid gaan. De laagdrempeligheid
van nieuwe media versnelt
de oordeelsvorming en laat veel
ruimte voor de meest uiteenlopende
meningen. De overheid dient daarbij de
׉	 7cassandra://3B65q1M56WiLRdxCvySo2KhpFIpl4UL_OS0kcAToasE|`̵ V7T,|y׉Ewerkelijkheid. Er is nog veel koudwatervrees
en digitale initiatieven worden juridisch
betwijfeld omdat deze vanuit verouderde
denkkaders worden beoordeeld.
Dat is een mismatch. Afwijken van de
gebaande paden vergt ambtelijk lef, maar
ik zou zeggen: Ga het gewoon doen, pas
je gedrag erop aan, zoek samen met burgers
naar de grenzen van zelfredzaamheid.
Digitalisering dwingt tot veranderen,
de echte vraag gaat alleen nog over
het tempo waarin dat gebeurt.
Welk effect heeft digitalisering op de doedemocratie?
Ik
zie de doe-democratie niet als iets
nieuws. Het is meer een andere benadering
van het aloude participatieprincipe
in politiek en samenleving, maar het doet
een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid.
Gevolg is minder focus
op verantwoording, maar meer op verantwoordelijkheid
nemen. Dat niet alle burgers
daarin meekomen, was ook in het analoge
tijdperk aan de orde. Mensen worden
ouder, zijn gemiddeld beter opgeleid
en worden pas op latere leeftijd kwetsbaar
of ziek. Toch hebben instituties vaak
nog een oude definitie van solidariteit,
gebaseerd op oude demografische uitgangspunten.
De vraag hoe solidariteit
eruit ziet voor mensen die online niet
kunnen meekomen, is niet te beantwoorden
door terug te kijken naar het verleden.
De drop-outs van vroeger zijn niet
per se de drop-outs van nu. We moeten
herijken wie wel en niet meekomen in het
digitale tijdperk.
Hoe kan de overheid rekening houden met
digitale drop-outs?
Doe-democratie veronderstelt dat mensen
zelf beslissingen nemen, terwijl er
ook belanghebbenden zijn die niet meedoen.
Voor hen zijn nieuwe methoden
nodig die nog ruimte laten voor minderheidsstandpunten,
of het afwijken van
wat de buren zonodig wenselijk vinden.
Burgers hebben immers gelijke rechten.
Ik zeg niet dat we daarom aan de voorkant
initiatieven moeten afzwakken,
maar vind wel dat we daar oog voor
moeten hebben; zeker als een initiatief tot
conflicten leidt. Consequentie van een
dergelijke aanpak is dat overheden minKim
Putters: ‘De participatiesamenleving is voor mij geen doel maar een ontdekkkingstocht.’
der tijd gaan besteden aan het vooraf
afvangen van risico’s en meer gaan leren
door te doen. Dat vergt een andere houding:
Samen met inwoners op zoek gaan
naar nieuwe mogelijkheden, terwijl de
overheid enkel randvoorwaarden
benoemt om doelgroepen te betrekken en
het algemeen belang te bewaken.
Is er voldoende inzicht in doelgroepen en de
participatiebereidheid van inwoners?
Ik denk dat dit toeneemt. Wat je ziet
gebeuren is dat overheden steeds meer
manieren zoeken om ervaringen van
burgers te betrekken. In Rotterdam heeft
men bijvoorbeeld een keer de inzet van
politici laten beoordelen door een jury.
Ook via online platforms en apps kun je
mensen actief laten meepraten. Het zijn
juist de kleinschalige voorbeelden van
experimenten die het overheidswerk
dichter bij bewoners brengen. Of het nou
om de inrichting van je wijk gaat of over
de kwaliteit van het verpleeghuis. Meer
interactie leidt tot meer inzicht. Meer
inzicht in de beleving van een doelgroep
׉	 7cassandra://qKO7Dpt-ixdVEhONvx1dtRIXqyJqlYaqUHU7i2SefvU!`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vubkHiqfTKlUUI03nRhVg8y3QO480GUT0BwX17qoAGM ;`׉	 7cassandra://wGQlAXlpDG6ObAx3mAELI1XlSW6bEknSsALzqIO6JrMd`S׉	 7cassandra://LEm0HHHP6SFxSIZNX5HkqbhtEiqepfwnRFuigsgaKAs!`̵ ׉	 7cassandra://weaeT6rwoJzek30GSq_hE1l4WiO7Sx2iTaiO5arDQ90[X͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://oasTS-2JGib041ClEbdC-1c9G39kp06g3mgSbjvi9iM O`׉	 7cassandra://-qoI8KfcHUiv6cZ6rqewNzuDO5vff-JuVOpkYS4Anzgd`S׉	 7cassandra://nL8C-MZI_JLl1wN5R65yC9ikSDBliFti_nYgUTMw12w`̵ ׉	 7cassandra://sUgUEdq-MaOL7TZoB_Ec6ORbLBEazmqOcbqMIxgTMKk 4C̨͠V7T,|yנV7T,|y ہ̄9ׁHhttp://www.scp.nl/publicaties.ׁׁЈ׉Eis cruciaal om vanuit het juiste perspectief
te handelen. De kunst wordt om de
goede werkwijzen uiteindelijk duurzaam
in te bedden.
Welk perspectief op doelgroepen hanteert het
SCP?
Het SCP probeert over de volle breedte
lessen te trekken en duiding te geven aan
ontwikkelingen en trends. Mede vanwege
de decentralisaties van taken sluit
de inhoudelijke focus van het SCP nu
beter aan op gemeentelijke verantwoordelijkheden.
Denk aan thema’s zoals
zorg, werk, vrijetijd, sport, cultuur en
dergelijke. Het SCP creëert meer inzicht
in de ervaringen van burgers op basis
van representatieve metingen. Mede op
basis daarvan is een doelgroepsegmentatie
uitgewerkt van zes soorten burgers op
basis van sociaal-economische kenmerken.
Dat geeft een beeld van de groepen
die meer of minder makkelijk mee kunnen
komen. Deze segmentatie is voor alle
overheden bruikbaar en benoemt bijvoorbeeld
ook de digitale vaardigheden per
doelgroep. Inzet van dit soort indelingen
kan ertoe leiden dat er meer differentiatie
ontstaat in de aanpak van participatie,
waardoor de realiteitszin in het debat
wordt vergroot.
Welke veranderingen brengen de decentralisaties
tot op heden teweeg?
Ik zie dat de decentralisatie nieuwe solidariteitsvragen
oproept, die om nadere
verkenning vragen. De ontstane differentiatie
en fragmentatie zie ik als een positieve
ontwikkeling en het bewijs dat
gemeenten zelf op zoek zijn naar de beste
oplossingen voor specifieke bewonersgroepen.
Tegelijkertijd zien we de
afstand tussen groepen onderling groter
worden. Er is een relatie tussen opleidingsniveau,
politieke onvrede en de
afstand die men ervaart tot de samenleving.
Vooral onder laag opgeleide burgers
heerst vaker een anti-houding, ziet
men minder kansen, ervaart men grote
beslissingen niet in het eigen belang en
voelt men meer afzondering van maatschappelijke
trends. Hoger opgeleiden
hebben in het algemeen vaker een open
houding en zien meer kansen. Dergelijke
verschillen zijn op zichzelf niet erg. Het
6
sering versterkt beide mechanismen.
Door verantwoordelijkheid te nemen kun
je vooraf in dialoog beter doordenken
welke consequenties een maatregel heeft.
Door verantwoording af te leggen kun je
na invoering actief in de gaten houden
wat de effecten van die maatregel zijn en
hoe deze worden beleefd. Burgers laten
zich niet langer weerhouden om mee te
praten. De tijd waarin alles binnenskamers
wordt besproken is voorbij. Dit
dwingt ons om op alle niveaus verantwoordelijkheid
te nemen en verantwoording
af te leggen.
wordt pas een probleem als dit leidt tot
conflicten in de samenleving, als groepen
totaal langs elkaar heen leven.
Digitalisering leidt tot snellere mobilisatie
van groepen, maar niet per se tot snellere
groepsvorming. Er is pas sprake van
een groep in de samenleving als er naast
enkele van buitenaf benoemde kenmerken
ook identificatie met die groep
plaatsvindt. Digitalisering kan het proces
van identificatie versterken en daarmee
tegenstellingen tussen groepen in de
samenleving sneller zichtbaar maken.
Vergroot digitalisering het vertrouwen van
burgers in de overheid?
Onderzoek bevestigt dat mensen zich
sterker afkeren van elites. Kijk maar naar
de publieke opinie over de bankensector.
Toename van macht en misbruik van die
macht leidt tot toenemende twijfels bij de
bevolking over de goede bedoelingen
van bestuurders en politici. Een uitweg
ontstaat pas als een bestuurlijke elite en
de bevolking een wederzijds belang formuleren.
Dus niet over, maar met burgers
praten. Dat vergt een verandering die
van binnenuit door de huidige bestuurders
van instituties moet worden versterkt.
We kunnen tegenwoordig veel
sneller besluiten nemen op basis van signalen
uit de samenleving. Ideeën moeten
in alle openheid met elkaar gedeeld
zodat transparantie van handelen kan
worden nagestreefd.
Wat is volgens u het verschil tussen verantwoording
en verantwoordelijkheid nemen?
Het zijn mechanismen die elkaar niet
mogen tegenwerken. Als dat wel gebeurt,
dan werkt het systeem tegen je. DigitaliVerandert
de overheid wel snel genoeg?
Nee, maar dat is geen verwijt. Instituties
lopen immers altijd achter veranderingen
aan, maar moeten wel alert zijn om mee
te bewegen. Een overmatige focus op
verantwoording afleggen suggereert een
schijnveiligheid. Als in het oude systeem
van verantwoorden een sein op groen
stond, wilde dat ook niet zeggen dat
iedereen tevreden was. Met een nieuwe
aanpak kan direct worden bijgestuurd,
zonder te veel tijd te verliezen aan het
analyseren waarom de dingen zijn zoals
ze zijn.
Waar staan we over twintig jaar?
De maatschappelijke dynamiek gaat sneller
dan de politiek-bestuurlijke dynamiek.
Eigen initiatieven die van onderaf plaatsvinden
nemen toe en werken disruptief
ten opzichte van overheidsprocessen.
Door digitalisering zijn veel nieuwe vormen
van participatie in ontwikkeling. Je
ziet nu dat systemen vooral defensief reageren,
maar nog weinig proactief handelen.
Dat zal verder veranderen. Het is
zaak dat de overheid oog houdt voor
minderheidsbelangen en dat frustratie en
boosheid worden gekanteld naar medewerking
en tevredenheid. De participatiesamenleving
is voor mij geen doel,
maar een ontdekkingstocht. Het vraagt
om wat verbeeldingskracht en meebewegen.
Meer
weten?
www.scp.nl/publicaties. Kijk bij Hoofdzaken
van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014
p.31/32
׉	 7cassandra://LEm0HHHP6SFxSIZNX5HkqbhtEiqepfwnRFuigsgaKAs!`̵ V7T,|y׉EnB OB OTA AL
WOORDEN ZONDER
BETEKENIS
De eerste keer dat de focus kantelde viel het me eerlijk gezegd niet
zo op. Ik was tweede helft twintig en werkzaam voor een stichting.
Directeur N. stelde een nieuwe marsroute voor. Die liep
van projectmatig naar programmatisch werken. Het leek me aanvankelijk
een bijzaak. Totdat twee consultants langskwamen om
de strategie van onze stichting op te pompen aan de hand van
‘hogere doelen’. Voor advies en trajectbegeleiding ontvingen zij
dertigduizend euro. Directeur N. voldeed de factuur zonder
morren. Maar de nieuwe programmatische aanpak bracht onze
stichting helaas niet de gewenste resultaten.
‘
GE
Z
B
N. zag bij nader inzien dan ook meer kansen in een clusteroverstijgende
aanpak. Op basis van instructies van N. maakten collega’s
steeds verder uitdijende organogrammen op whiteboards.
Op een maandagochtend stond N. voor zo’n plaatje en presenteerde
de nieuwe opzet. ‘Het hele veld is nu georganiseerd’, zei
hij trots. Maar ook dat jaar hadden zijn medewerkers veel
moeite om aan de buitenwereld uit te leggen wat ze nu precies
deden.
N. bleef intussen kansen zien. Het derde jaar lagen die volgens
hem in een cross-sectorale benadering, waarin door gezamenlijke
inzet op een hoger schaalniveau de triple helix-aanpak zou worden
geborgd in de verbinding met de-vier-o’s. ‘Succes verzekerd’, zei N.
tijdens bureauoverleg. Het hele stichtingsbestuur dacht er volgens
hem intussen zo over. ‘Dit is de toekomst.’ Collega’s om
me heen knikten als makke schapen. Navraag leerde dat
bureauoverleg hun moment van de week was voor een mentaal
blokje om. Want N. kon processen op zo’n moment weliswaar
reorganiseren wat hij wilde, de aard van de dienstverlening zou
er naar hun stellige overtuiging uiteindelijk ‘in de praktijk’ niet
wezenlijk door veranderen.
Intussen zijn we zoveel jaar verder. En heb ik meer organisaties
gezien zoals de stichting van N. Je herkent ze dikwijls aan hun
modieuze namen. Was het een paar jaar geleden genoeg om
jezelf Valley, Alliantie of Proeftuin te noemen om subsidie te
scoren, nu loont het om een Agency, Quarter of Centre zijn. Aan
de oprichting van dit soort clubs ligt meestal een actuele, maatschappelijke
uitdaging ten grondslag. Daarna begint al snel de
institutionele overlevingsstrijd. Want hoe blijf je als organisatie
relevant? Hoe rechtvaardig je toegekende subsidies? Precies!
Door constant te sleutelen aan je eigen organisatie. Door continu
de focus te kantelen.
En wat is het dan handig dat er een exclusieve taal bestaat waarmee
je je visiedocumenten en voortgangsrapportages kunt vullen!
Een taal waarin al het kromme kan worden recht gepraat en
issues tot in het oneindige kunnen worden herbenoemd! Waarin
ambtelijke adviezen politiek kunnen worden gemarginaliseerd,
projectresultaten kunnen worden opgeblazen en daadkracht
kan worden geveinsd! Kortom, de taal van directeur N. die we
allemaal herkennen als Bobotaal. Het is de taal waarin alles wat
gezegd wordt belangrijk klinkt, zonder dat het iets hoeft te betekenen.
N.’s
worsteling met de dienstverlening van zijn stichting is weliswaar
vermakelijk, maar deze beschouwing verdient tevens
een serieuze ondertoon. Want wees eens eerlijk, gaat er in jouw
dagelijks leven als organisatieprofessional ook niet het nodige
aan Bobotaal over tafel?
Erwin van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://nL8C-MZI_JLl1wN5R65yC9ikSDBliFti_nYgUTMw12w`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://z9jfWXx4XJnlZ42DYSXdN7ZpzWo2XQXDGRMoxnYNwHw ; `׉	 7cassandra://LDer0bd9KHZzNFEnM1D4gLe_SwPxhrB2ej6xvOJv5a8f`S׉	 7cassandra://wYm_5FB431EdHbJitwZwFDx4nCqMrZuc8XGNTf-q_W4`̵ ׉	 7cassandra://L_O_hNMMN_wZX-q0yMyGEimG22imeBOv41PxWD0eYf8 
̄͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://G-fvZ0xeWs2H_TkDAq_W-vQzDoFPEj3MNoDX-hfKVOM `׉	 7cassandra://Z1Ez2aXOlP5uhNUNESIQ5oX2YN92AwjdlnCZ1Zhv6ggg
`S׉	 7cassandra://0pEHJ9DJTrx4HBkDkWve6UQxuQ234u5sp8jQPzuyfpcB`̵ ׉	 7cassandra://ml1cYh26aFr-UdU0iAmpmancV2za9mu2S2DZvGMScLg̓V`͠V7T,|y׉EaBU R GE R PARTICI PATI E
PARTICIPATIE: MEER DAN
METHODISCH WERKEN AAN PARTNERSHIP MET BURGERS
Gemeenten hebben de dialoog met inwoners en andere stakeholders hoog in
het vaandel staan. Daarmee willen zĳ de participatiemaatschappĳ vormgeven
en de eigen kracht van burgers meer benutten. Maar de kloof tussen
gemeente en stakeholders bestaat in de praktĳ k nog steeds en staat participatie
in de weg. Hoe kan die kloof worden overbrugd?
Tekst: Rob de Wllde, adviseur multi stakeholder processen bij Sigma - Real Time
chte participatie van burgers
blijkt op gespannen voet te staan
met ons systeem van indirecte,
vertegenwoordigende democratie.
Dat systeem leidt ertoe dat bestuurders
de bevolking niet echt vertegenwoordigen
en weinig afweten van wat
speelt in wijken, stadsdelen, dorpen en
steden. Bestuurders hebben hun eigen
rolopvatting (‘bij ons zit de kennis’) en
fungeren als gatekeepers met sanctiemacht:
ze fi lteren de burgerbelangen en
-kennis via hun (politieke) achterban.
Besluiten worden genomen via debat en
discussie, met vaak compromissen als
resultaat. Dat vermindert de gedragenheid
van beleid en besluiten.
Gemeenten proberen dat op te lossen via
grote en kleine bijeenkomsten met burgers:
burgertops, wijkschouwen,
inspraakavonden, burgerpanels, raadsronden,
forums, klankbordgroepen,
werk ateliers, rondetafelgesprekken,
E
focusgroepen, referenda en preferenda.
Maar ook die genereren niet de beoogde
participatie waarbij burgers vormgeven
aan het eigen leven met de gemeente als
facilitator. Die ontstaat pas als overheid,
inwoners en instituties echt werken als
gelijkwaardige partners en van elkaar
weten wat hen beweegt.
Hieronder vindt u – vanuit de ervaring
met Large Scale Interventions – vijf aanbevelingen
om de spanning tussen
directe participatie en de klassieke representatieve
democratie te verminderen en
bijeenkomsten veel werkzamer te maken.
1 ZORG VOOR INTEGRALITEIT EN
SYSTEEMDENKEN
De overheid deelt de gemeentelijke werkelijkheid
in naar beleidsvelden, die worden
vertaald naar portefeuilles en structuur
van de ambtelijke organisatie: ‘infra’,
‘economie’, ‘samenleving’ enzovoort.
Maar functionele grenzen verhinderen de
LARGE SCALE
INTERVENTIONS
Large Scale Interventions vormen een
methodische en systemische aanpak
voor het organiseren van duurzame veranderingen
met actieve deelname van
belanghebbenden uit het hele systeem
(organisatie of gemeenschap en zĳ n
omgeving). Het aantal betrokken personen
in het traject kan variëren van
enkele tientallen tot duizenden.
noodzakelijke integraliteit (‘Míjn portefeuille’,
‘míjn afdeling’, ‘míjn resultaat’) en
samenwerking. Werk integraal, in samen
met alle betrokkenen bij het vraagstuk,
niet alleen met degenen die inhoudelijke
(aspectmatige) kennis hebben. Stel de
sociale werkelijkheid als één systeem van
elkaar wederzijds beïnvloedende processen
en betekenissen centraal.
8
׉	 7cassandra://wYm_5FB431EdHbJitwZwFDx4nCqMrZuc8XGNTf-q_W4`̵ V7T,|y׉EN
HOREN WAT ER LEEFT
2 BETREK DE ‘JUISTE’ MENSEN
Verzamel alle betrokkenen en niet alleen
achterbanvertegenwoordigers, en vorm
samen met hen een gezamenlijk beeld
over het vraagstuk. Werk naar een overkoepelende
visie toe. Vraag niet: ‘Hoe
hoog moet een verkeersdrempel zijn?’,
maar: ‘Wat kan de wijk veiliger maken
voor kinderen?’ Dat vergt tijd, maar investeren
aan de voorkant genereert tijdwinst
en kwaliteit later in het proces. Nodig
mensen voor een participatiebijeenkomst
gericht en persoonlijk uit, en zorg voor
een representatieve groep. Vraag ook
betrokkenen die misschien niet automatisch
naar een bijeenkomst gaan.
3 WERK MET EEN PROCESTEAM
Vraag ‘aan de voorkant’ een aantal mensen
op persoonlijke titel om zonder last
of ruggenspraak mee te denken over proces
en ontwerp. Creëer hiermee een procesteam
van betrokkenen. Daarin komen
alle relevante perspectieven bij elkaar.
Bespreek met hen wat er allemaal samenhangt
met het vraagstuk, welke betrokkenen
moeten worden uitgenodigd, de
doelstelling van een bijeenkomst, vervolgstappen,
succesfactoren. Zo’n team is
een eerste stap richting partnership.
Ambtenaren en portefeuillehouders en
raden zijn deel van ‘het systeem’ en doen
DE JUISTE MENSEN
Aan de ‘Wallenconferentie’ in Amsterdam,
zo’n 10 jaar geleden, werd deelgenomen
door een afspiegeling van alle
stakeholders van het gebied: bewoners,
raamexploitanten, prostitués, horeca,
ambtenaren, raadsleden, totaal zo’n 150
mensen. Bij de vraag hoe de toekomst
eruit moest zien ging het onder meer om
veiligheid. Ambtenaren hadden veiligheid
vooral willen vergroten door meer camera’s
op te hangen, terwijl deelnemers aan
de conferentie veiligheid meer als sociale
veiligheid opvatten. Daar zijn in real time
afspraken over gemaakt.
INTEGRAAL EN SYSTEMISCH
Bij de voorbereiding van een conferentie over jeugdzorg in een middelgrote gemeente
constateerde het procesteam een aspectbenadering zonder visie, onvoldoende integraliteit
en samenwerking. Daarom zijn behalve geïnstitutionaliseerde jeugdzorg ook
mensen uit het onderwijs, welzijn, sport, cultuur en politie uitgenodigd. Na de conferentie
zochten de diverse stakeholders elkaar, spontaan of gepland, regelmatig op om
over samenwerking en casuïstiek te praten.
mee in dit team, ook zonder last of ruggenspraak.
Het team kan de gemeente
voortdurend blijven voeden. Zo creëer je
grotere verantwoordelijkheid en eigenaarschap
van stakeholders.
4 ZORG VOOR EEN DOORLOPENDE,
METHODISCH GEFUNDEERDE
PROCES-ARCHITECTUUR
Participatie is meer dan een eenmalige
bijeenkomst. Het is een doorlopend proces
met de dialoog als dominante
gespreksvorm. Het maakt in principe
weinig uit of bepaalde initiatieven van
‘onderop’ worden geïnitieerd of door de
overheid. Benadruk in beide gevallen de
wederzijdse afhankelijkheden en zorg
dat de uitkomsten niet in één subsysteem
(inwoners, gemeente) blijven hangen;
anders sterven ze in schoonheid. Betrek
S
V
PR
alle activiteiten uitdrukkelijk op elkaar.
Zo besloot de gemeente Zoetermeer om
via een Large Scale Intervention samen
met betrokkenen tot nieuw subsidiebeleid
te komen. De bestaande afwegingskaders
voldeden niet meer. Al snel
bleek in het procesteam dat subsidieaanvraag
en ­verlening vragen om een gezamenlijke
visie op het sociale domein en
nauwere samenwerking tussen alle stakeholders.
In een brede conferentie is eerst
over een visie en samenwerking gesproer
immers bij. Zorg dat denken en doen
niet worden gescheiden. Als de ‘juiste
mensen’ in een multi­stakeholderproces
samen een diagnose maken van het
vraagstuk, vervolgens een integrale visie
op de toekomst bedenken en dan bepalen
wie wat moet doen, zorgt dat voor een
soepel en gedragen proces.
Er hoeft ook veel minder te worden
geschreven. Plat gezegd: je hoeft door de
uitgetypte flip­overs van tafelgesprekken
alleen nog een nietje te slaan.
ken. Daarna krijgen ‘maatschappelijke
opgaven’ via stadsgesprekken vorm. Dit
gebeurt in werkconferenties, zodat de
aanpak van de subsidiëring onderdeel
werd van de aanpak maatschappelijke
opgaven, en er niet naast kwam te staan.
Een dergelijk systeem van interventies
kan uit verschillende grote en kleine bijeenkomsten
bestaan, die op elkaar voortborduren.
Zo ontstaat werkenderwijs
gedragen beleid.
5 WERK IN REAL TIME
Werk ten slotte binnen die procesarchitectuur
volgens het principe van real time.
Dit houdt in dat resultaten van bijeenkomsten
niet hoeven te worden gepresenteerd
of ‘verkocht’ aan anderen die
geen deel van het proces uitmaakten (bijvoorbeeld
de gemeenteraad). Ze waren
׉	 7cassandra://0pEHJ9DJTrx4HBkDkWve6UQxuQ234u5sp8jQPzuyfpcB`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://BafYbLQnFCQESBFJnZv6obm6Nj5VvYtDJ9ZGHmiWLZQ `׉	 7cassandra://j_Ui4cebPArtk1SmoApBjOs_JvMBH6bY092N5fW4mlYZ`S׉	 7cassandra://4hMbzIeC5AgLfmgKidjawMQtxt5OZbgFgdy25ekXQLI`̵ ׉	 7cassandra://h098yOZqD5Fey3XDiFqJW2PkRSsJQD_XyUbmFnVsruÌ͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://0WCJasC1xi47IVkylNJEkSG1gniUqHGpumh4818nXrI 
T`׉	 7cassandra://wZNjqLEolpqmZTG-oAgLrMJ0Ewc0tyMhB0Wzki7KOcMO`S׉	 7cassandra://3G_5XUtvhamZtf5Y5kqpHq4RltrsnuXvZVjeRKcniWc`̵ ׉	 7cassandra://Y21WQC0lV4eqYLz9ZbkDQjPq7Pbhb567WQHwKDPwhS4|$͠V7T,|yנV7T,|y uہ̡9ׁHhttp://tinyurl.com/ph38wwsׁׁЈ׉E'DI E NST VE R LE N I NG
HARD OP WEG NAAR VO
DIENSTVERLENING OVERHEID ONDER DE LOEP
De klant is steeds iets tevredener over de ervaren dienstverlening. Maar de
digitalisering van de overheid verloopt met horten en stoten. Dat blĳ kt uit
onderzoeksgegevens van I&O Research, in opdracht van de ministeries van
Binnenlandse en Economische Zaken in het kader van het overheidsbrede
programma Digitaal 2017.
Tekst: Peter Kanne, onderzoeksadviseur bij I&O Research
H
et lijkt op het eerste gezicht
een vrij bescheiden groei.
Sinds het onderzoek ‘Kwaliteit
van de overheidsdienstverlening’
in 2008 van start ging, steeg de
tevredenheid van burgers en ondernemers
van een 6,7 naar een 6,9. Maar die
groei is door de jaren wel lineair. En het
betreft overheidsbrede dienstverlening
naar aanleiding van in totaal zeventig
levensgebeurtenissen, variërend van
onderwijs en ondernemen tot familie,
zorg en wonen. Het gaat dus echt om de
volle breedte.
Toch blijft er juist ten aanzien van die
breedte nog wel iets te wensen over. De
waardering voor de individuele overheidsorganisatie
is met een 7,1 nog steeds
hoger dan die voor de samenwerkende
overheid: een 6,9. Klachten van ontevreden
burgers hebben ook vaak betrekking
op die samenwerking. Met name de
gegevensuitwisseling tussen de ketenpartners
is volgens degenen die een
onvoldoende geven vaak niet accuraat.
De overheid streeft ernaar om op te treden
als ‘één overheid’, maar dit wordt nu
door veel van haar klanten nog niet als
zodanig ervaren.
Een ander punt van zorg: ondanks de
gestegen overall waardering voor de overheidsdienstverlening
neemt de afstand
tussen mensen die (zeer) tevreden zijn en
de ontevredenen opnieuw iets toe. Terwijl
het aandeel zeer tevredenen sinds
2008 steeg van 29 naar 40 procent, bleef
10
het aandeel ontevredenen in dezelfde
periode vrijwel stabiel op circa een
zevende deel van de Nederlanders (13
procent in 2008, 14 procent nu). Het lukt
de overheid dus wel om zessen en zevens
om te zetten in achten en negens, maar ze
slaagt er vooralsnog niet in van de
meeste onvoldoendes een voldoende te
maken. Dit betreft dan ook vaker de complexere
vragen of de problemen die over
meer schijven gaan. Juist dan is de notie
van ‘één overheid’ zo belangrijk.
MENSELIJKER CONTACT
De overheid gedraagt zich steeds beter in
het dagelijks contact. Volgens de overheidsklanten
sluit de dienstverlening
doorgaans vrij goed aan bij hun behoefte,
wordt er meer dan voorheen verantwoordelijkheid
genomen door ambtenaren en
worden klachten meestal serieus onderzocht.
De overheidsdienstverlener probeert
het vaker op een normale, menselijke
manier te doen. Niet te formeel en
niet te juridisch.
De uitvoeringsorganisaties werken binnen
de Manifestgroep dan ook al langere
tijd samen aan verbetering van de dienstverlening.
De Nationale ombudsman
heeft sterk gehamerd op ‘behoorlijk
gedrag’ en adviseerde de organisaties:
streef naar een informele afdoening op zo
kort mogelijke termijn. En ook programma’s
als ‘Prettig contact met de overheid’
van het ministerie van BZK, ‘Overheidsbrede
Dienstverlening 2020’ en ‘hostmanWAARDERING
OVERHEIDSDIENSTVERLENING
op drie niveaus (rapportcijfer, 1-10)
7,1
7,0
6,9
6,7
6,6
6,5
6,4
2008
6,4
2009
Overheid als geheel
Bron: I&O Research
2010
2013
2014
Individuele organisaties De keten van organisaties
6,5
6,5
6,9
6,8
6,7
6,9
7,1
׉	 7cassandra://4hMbzIeC5AgLfmgKidjawMQtxt5OZbgFgdy25ekXQLI`̵ V7T,|y׉EOL
LWASSENHEID
VOORKEUR CONTACTKANAAL
(één antwoord mogelijk)
36
33
29
31
26
21
23
27 27
24
18 18 18
8
balie
Bron: I&O Research
shiptrajecten’ droegen eraan bij dat er
een sterkere focus op een menselijker
behandeling van burgers is komen te liggen.
Ook om juridische procedures te
vermijden. Toch zijn ook hier nog verbeteringen
mogelijk. Het blijft nog steeds
noodzakelijk burgers en ondernemers
beter te betrekken bij hun hulpvraag (niet
vóór ze, maar mét ze) en hen tussentijds
goed op de hoogte te houden.
MEER DIGITAAL
In het contact tussen burger en overheid
is een voorzichtige verschuiving waarneembaar
richting digitale kanalen. Er zit
schot in zowel het gebruik van digitale
kanalen als het aanbod ervan. Dit mag
ook wel aangezien het kabinet-Rutte II
zichzelf ten doel heeft gesteld dat in 2017
al het contact met de overheid online
moet kunnen.
We zien sinds 2008 een lichte afname van
het gebruik van telefoon en balie – al blijven
dit met respectievelijk 52 en 49 procent
de meest gebruikte kanalen. Het
gebruik van e-mail (nu 33 procent) en
internet (26 procent) is in deze periode
gestegen. Die trend komt terug in de
voorkeur die overheidsklanten over de
contactkanalen uitspreken: e-mail is nu
vrijwel even gewenst als balie of telefoon.
Het internet blijft daar nog bij achter,
maar het is bemoedigend dat een ruime
meerderheid van de burgers aangeeft dat
de overheidsdienstverlening wat hen
betreft uitsluitend digitaal zou kunnen.
Een ander aandachtspunt is MijnOverheid.
De persoonlijke portal voor overDE
KL
heidszaken
werd in 2014 nog maar door
22 procent van de overheidsklanten
gebruikt. Dat dat niet meer is, heeft
onder meer te maken met het aanbod.
Van alle uitvoeringsorganisaties zijn
momenteel alleen de Belastingdienst,
RDW, SVB en UWV erop aangesloten. En
van alle 393 gemeenten deden er in
augustus 2015 slechts 39 mee, terwijl juist
de gemeente een van de belangrijkste
schakels in de overheidsketen is.
PUBERTEIT
Het leidt tot de slotconclusie dat de
Nederlandse overheidsdienstverlening
Het is net als met kinderen in de tienerleeftijd:
ze zijn razend enthousiast en vol
goede bedoelingen, maar in de taken die
ze krijgen gaat van alles mis (of ze vergeten
het compleet te doen). Ze leren met
vallen en opstaan. Je verbaast je er steeds
weer over hoe goed en snel ze zich ontwikkelen.
Maar volwassen is de digitale
overheid nog niet.
Meer weten?
Zie: http://tinyurl.com/ph38wws
sinds 2008 is gegroeid en ondertussen
behoorlijk volwassen raakt. Maar ook
volwassenen hebben mankementen
waaraan gewerkt dient te worden. Op
digitaal gebied bevindt een groot deel
van de overheidsorganisaties zich nog in
de puberteit. Sommigen zou je jong-volwassen
kunnen noemen.
telefoon
2008 2009 2010 2013
e-mail
2014
11 10 9
internet
12
9
5 7 6 4 6
brief
sociale media
4 2 2 3
anders
3
5 7 5 7
geen voorkeur
21 22
׉	 7cassandra://3G_5XUtvhamZtf5Y5kqpHq4RltrsnuXvZVjeRKcniWc`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WGbrfPcZw0DRVQL27j5VX_K4PCg0a1Y0AV75Wirv0cE `׉	 7cassandra://n_orQt700gnJZcd8MZyAdiiq5jVSkeCgo2x7gBrBHbc``S׉	 7cassandra://oZoAX0T1MWrBMPVsKzITLHNw-eUNsanSlTi2IyX5jPc`̵ ׉	 7cassandra://zHxUHJ3NRmsMZwCSNRmxy0tnHC2DutQgfNNFUwwz6AsX͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://8afbaD01DGCPXLrV4dIkwR2qR9dejNF2fmSElX5tPBI `׉	 7cassandra://N6Uy_iQrjBv6ZlZ2apzaDAw__AKVQcSJKwJtvF52vGkO`S׉	 7cassandra://tnU3cv-_TYMKHwCWIzct6USJ5y3IZaO64RMWJOfjRR8?`̵ ׉	 7cassandra://RrMd4smgB0OXwvvssr-DulJcRXVz80wOGZft5nZM5Sg}\͠V7T,|yנV7T,|y ^̑9ׁHhttp://www.publieksdiensten.nlׁׁЈ׉E
DI E NST VE R LE N I NG
UITVOERINGSAGENDA
DIENSTVERLENING 2020
BURGER CENTRAAL, OVERHEID DIGITAAL, KOSTEN MINIMAAL
De burger centraal, de overheid digitaal en de kosten minimaal. Dat is het
motto van de nieuwe uitvoeringsagenda ‘Overheidsbrede dienstverlening
2020, van organisaties naar organiseren’. Het is een dynamisch programma
waarin door een brede coalitie wordt samengewerkt om zaken als de aanvraag
van paspoorten en het melden van een verhuizing door inzet van digitale
middelen te standaardiseren.
Tekst: Annelice Kluin, directeur VDP
Illustratie: Geert Gratama
H
et realiseren van effectievere
en efficiëntere dienstverlening,
dat is wat de uitvoeringsagenda
beoogt. Dat
gebeurt door processen van gemeentelijke
dienstverlening te standaardiseren en aan
te sluiten op generieke voorzieningen,
zoals bijvoorbeeld MijnOverheid.nl.
De innovatie van deze dienstverleningsprocessen
verloopt in vier fasen. Allereerst
starten pilots met een beperkt aantal
gemeenten, mede aan de hand van best
practices. Daarna vindt verdieping
plaats, waarbij meerdere gemeenten bij
het proces worden betrokken en de pilotgroepen
worden uitgebreid. Vervolgens
worden de nieuwe standaarden opgeleverd,
inclusief de instrumenten voor
implementatie. De laatste fase bestaat uit
een brede ingebruikname op landelijke
schaal.
Het is de ambitie van de samenwerkende
organisaties om de dienstverlening beter,
sneller en goedkoper te maken. Dit kan
het beste door het delen van kennis en
het realiseren van effectieve samenwerking
tussen gemeenten onderling en
samen met manifestpartijen en beroepsverenigingen.
Alle
pilots moeten daarom voldoen aan
vier criteria van het Kloosterhoeveberaad
(zie kader op volgende pagina): ten minste
zes organisaties doen mee (waarvan
vijf 100.000+ gemeenten), ten minste vijf
12
100.000+ gemeenten verklaren zich tot
snelle volger (ten behoeve van de opschaling
naar de standaard), er wordt
gebruikgemaakt van generieke voorzieningen
en er is sprake van een heldere
governance.
MEEST KANSRIJK
Om de ambities waar te maken is er een
programma samengesteld met de meest
kansrijk geachte projecten. In de eerste
plaats is dat de Landelijke Verhuisvoorziening.
Uitgangspunt is dat deze dienstverlening
100 procent wordt gedigitaliseerd
en goed en betrouwbaar moet zijn.
Voor iedere burger moet het straks mogelijk
zijn om zonder hulp van de lokale
overheid te verhuizen.
De meerwaarde van dit project is dat het
een generiek proces van verhuizen moet
opleveren in plaats van 393 unieke processen
die allemaal apart moeten worden
onderhouden. Overleg om deze voorziening
via MijnOverheid te laten verlopen
heeft tot nu toe nog geen resultaat opgeleverd.
Bezien wordt of het straks moge׉	 7cassandra://oZoAX0T1MWrBMPVsKzITLHNw-eUNsanSlTi2IyX5jPc`̵ V7T,|y׉E0
lijk is rechtstreeks in de Basisregistratie
Personen een digitale melding te doen.
Naast diverse gemeenten nemen ook
Logius en het ministerie van Binnenlandse
Zaken deel aan dit project. De
projectleiding ligt bij de gemeente Zaanstad.
UITVAARTONDERNEMERS
Een
tweede project is de dienstverlening
aan uitvaartondernemers. Momenteel
moeten die voor het doen van aangifte
van overlijden meerdere keren naar de
gemeente. Het doel is een landelijke
voorziening te creëren om zo op elk
gewenst tijdstip bij de gemeente digitaal
aangifte van overlijden te kunnen doen.
De projectleiding ligt bij de gemeente
Den Bosch, waar inmiddels al 98 procent
van de aangiften van overlijden digitaal
verloopt. Vanaf juli 2015 is de benodigde
digitale handtekening wettelijk toegestaan
en kan het aangifteproces volledig
digitaal plaatsvinden.
DE
VE
DI
De opdracht is om dit nu voor alle 393
gemeenten uit te rollen. Naast diverse
gemeenten nemen ook het CBS en het
ministerie van Veiligheid en Justitie deel
aan dit project.
DIENSTVERLENING AAN ZZP-ERS
Ook de informatievoorziening vanuit de
overheid aan zzp­ers kan worden verbeterd.
Nu is die vaak versnipperd en
bovendien sterk afhankelijk van het
belang dat afzonderlijke gemeenten aan
ding, ook diverse gemeenten doen mee.
Via de uitvoeringsagenda zal ook het
aanvragen van rijbewijzen worden
gestroomlijnd. Op dit moment moet
iedereen voor het aanvragen en afhalen
van een rijbewijs twee keer naar de
gemeente. Door het digitaliseren van de
aanvraag en het thuisbezorgen van het
document hoeft er straks geen fysiek
klantcontact meer te zijn. Naast diverse
gemeenten nemen ook de RDW en het
CBR deel aan dit project. De projectleiSAMENWERKENDE
ORGANISATIES
Het proces ‘Dienstverlening 2020’ is geïnitieerd door de Vereniging Directeuren
Publieksdiensten (VDP). Na de publicatie ‘Overheidsbrede dienstverlening’ is de uitvoeringsagenda
overgedragen aan VNG/KING en het ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Om de uitvoering te begeleiden is een uitvoerdersoverleg ingesteld,
waaraan wordt deelgenomen door de Manifestpartijen, de VDP, VNG/KING, de
NVVB en de projectleiders van de pilots. VNG/KING heeft een programmamanager
aangesteld om het geheel van projecten te coördineren.
Om het proces ook bestuurlijk draagvlak te geven is het ‘Kloosterhoeveberaad 2.020’
ingericht, waaraan wordt deelgenomen door gemeentesecretarissen vanuit de VGS,
VNG/KING, de Digicommissaris, Manifestpartijen, de Rijksdienst voor het Wegverkeer,
de Belastingdienst en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Als wetgeving moet worden aangepast, gaat dit via het Kloosterhoeveberaad. Als
andere vormen van ondersteuning nodig zijn, komt dit in het uitvoerdersoverleg.
kleine zelfstandigen hechten. Daarom wil
de overheid haar informatie voor zzp­ers
beter stroomlijnen, liefst vanuit het perspectief
van de zzp­er zelf.
Het doel is om ook het inschrijvingsproces
te centraliseren, mogelijk via een app.
De Belastingdienst heeft de projectleiding
is in handen van de gemeente Eindhoven.
WERKFRAUDE
Het
laatste project lag op het gebied van
werkfraude, daar waar voor gemeenten
in principe veel winst te behalen is. Met
dit project moest de inzet van traditionele
databronnen worden gekoppeld aan data
uit externe en nieuwe bronnen (waaronder
big data). Zo moest de fraude beter in
beeld te krijgen zijn en kon er in theorie
ook een preventiemodel worden ontwikkeld.
Vanuit het programmamanagement
is echter vastgesteld dat deze pilot niet
voldoet aan de criteria die vanuit het
Kloosterhoeveberaad worden gesteld.
Daarnaast blijkt in de praktijk dat werkfraude
zowel voor gemeenten als de
manifestpartijen niet de grootste prioriteit
heeft. Daarom is inmiddels besloten
deze pilot stop te zetten.
In de komende tijd zullen nieuwe projecten
worden gestart.
Meer weten?
www.publieksdiensten.nl
׉	 7cassandra://tnU3cv-_TYMKHwCWIzct6USJ5y3IZaO64RMWJOfjRR8?`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tWT8Oh6kg74ESkoI56S_3rVvKo1_v1vF8g8mDalCfs0 "`׉	 7cassandra://aC6RYOmpfj74DyWaDHxeLurlBiLpOSl4UV_xGwbYRBkZ`S׉	 7cassandra://Si3OkJxyibVj1dal7ITj-DEe6A6NixhtLdhXnLwwlYI,`̵ ׉	 7cassandra://-ib1NatZL19TDMVVRZSQXnFQPBD6Pxia6qyanz8Ea2M 4 ͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://lMZ7xgc-MlZz793tiiDtmOzbbc4mwErN8LjLT7Qsz-I c`׉	 7cassandra://gWbTRi55LxRoa4jaE7gBYfjvGKmMn5XzO6olasmdaCI^`S׉	 7cassandra://t1gVg9ZypS4V5scOlESo3ps5OmN_TFuMDZTRERB0Y1Ej`̵ ׉	 7cassandra://mYD6ECVXfPZJ68I3QLJyIsux_UptmxQa73ja09rnTH8 ̼͠V7T,|y׉E7S MART CITI ES
EEN BLIJVENDE HYPE
PIONIERENDE GEMEENTEN OVER HUN SMART CITIES
De term ‘smart cities’ duikt de laatste tĳ d steeds vaker op. Maar wat verstaan
we er eigenlĳ k onder? Staat de technologie centraal of de inwoners?
inGovern ment ging in gesprek met Jan van Ginkel, gemeentesecretaris en
algemeen directeur van Schiedam, en Maarten Hillenaar, door Den Haag
betrokken bĳ het smart city-traject dat de gemeente heeft ingericht.
Tekst: Frits de Jong
Foto’s: WEgovernment
A
lhoewel nog voorzichtig, groeit
het aantal Nederlandse
gemeenten dat zich wil profi leren
als smart city. Zoals Schiedam.
Volgens Jan van Ginkel, gemeentesecretaris
en algemeen directeur van die
gemeente, worden die gemeenten nu
vooral gedreven door een technologisch
optimisme. ‘Natuurlijk biedt de technologie
allerlei nieuwe mogelijkheden, maar
het hoofddoel van smart cities is het versterken
van gemeenschappen. Als je dat
als uitgangspunt neemt, kijk je op een
andere manier naar de technologische
mogelijkheden. Een city is wat mij betreft
pas smart als er sprake is van smart citizens
en smart communities. Gemeenschappen
gaan zelf aan de slag om hun eigen
vraagstukken verder te brengen waarbij
zij technologie, data en informatie actief
gebruiken.’
Van Ginkel realiseert zich goed dat dat
een andere manier van kijken, denken en
doen vereist. Ook binnen het eigen
gemeentelijk apparaat. ‘Als je door de
bril kijkt van communitybuilding, dan zie
je veel meer gemeenschapskracht dan je
vanuit het perspectief van de overheid
ziet. Een van de kerntaken van de overheid
is om verbindingen te leggen tussen
al die bloemen die al bloeien. De vraag is
vervolgens of je publieke en private partijen
en het maatschappelijk middenveld
met elkaar kunt verbinden. Ik verwacht
van onze ambtenaren dat ze naar buiten
gaan en kijken wat er gaande is. Dat zij
netwerken bij elkaar brengen om op die
manier vanuit de overheid de kracht van
het samenwerken te versterken. Die netwerken
zitten niet alleen in de traditionele
sfeer van de bewonersvereniging,
Jan van Ginkel (links) en Maarten Hillenaar in gesprek
14
׉	 7cassandra://Si3OkJxyibVj1dal7ITj-DEe6A6NixhtLdhXnLwwlYI,`̵ V7T,|y׉E
maar ook in de innovatieve bedrijven.
Daar heeft het idee van smart city, van
een smart community een rol in. Je kunt
technologie zo beter benutten bij het
oplossen van vraagstukken op het gebied
van, bijvoorbeeld, eenzaamheid of veiligheidsbeleving.’
BUITENBOORDMOTOR
Ook
de gemeente Den Haag houdt zich
bezig met het thema smart cities. In de
beleving van Maarten Hillenaar, als ‘buitenboordmotor’
door de gemeente Den
Haag bij de vormgeving van de Haagse
ambities betrokken, is smart city vooralsnog
met name een hypebegrip. ‘Maar
wat daaronder ligt en blijft, en waar het
in wezen om gaat, zijn de digitale componenten
van alles wat de gemeente toch
al deed.’
Daarbij constateert Hillenaar dat ICT door
gemeenten steeds vaker in het veld wordt
ingezet. ‘Dat gaat van de openbare verlichting
tot en met technieken die mensen
in staat stellen langer thuis te blijven
wonen. Maar het gaat ook over het slimmer
worden van de stad als zodanig. Het
slimmer maken van burgers, laten zien
wat je als stad doet met de belastinggelden.
Samenwerken met bedrijven en kennisinstellingen.
En burgers actiever
betrekken bij wat je aan het doen bent.’
VESTIGINGSKLIMAAT
In dat kader speelt de grote opgave waar
de gemeente Den Haag zich voor gesteld
ziet een voorname rol. ‘Er zijn hier in Den
Haag bij de rijksoverheid veel banen verloren
gegaan. In het kielzog daarvan verdween
ook de aan die banen gelieerde
werkgelegenheid. Dat betekent dat de
stad momenteel druk bezig is om het vestigingsklimaat
voor bedrijven en burgers
‘
D
verder te verbeteren om nieuw werk aan
te trekken. Met de smart city-aanpak
moet de concurrentiepositie hand in
hand met de kwaliteit van leven in de
stad een extra impuls krijgen. Het is niet
meer dan logisch dat Den Haag – stad
van vrede, recht en veiligheid – daar
insteekt op cybersecurity. Vervolgens
spelen er ook andere vraagstukken. Bijvoorbeeld
hoe wij duurzamer met enerrond
een bepaalde industrietak. En daarmee
zijn we niet klaar. Onze roadmap
bevat ook thema’s als zorg, onderwijs en
de publieke dienstverlening.’
BESTUURLIJKE BETROKKENHEID
Schiedam en Den Haag behoren tot de
weinige gemeenten die tot nu toe echt
actief bezig zijn met het smart city-concept.
‘Toch’, zo schetst Jan van Ginkel, ‘is
gie om kunnen gaan. Het vestigingsklimaat
dat wij nastreven betekent onder
meer dat je veilige bandbreedte en dataopslag
moet hebben. En daarbij moet je
natuurlijk ook de energievoorzieningen
goed regelen. In ons geval houdt dat bijvoorbeeld
in dat je bij deskundige partners
uit het bedrijfsleven en de wetenschap
de vraag neerlegt hoe we ervoor
kunnen zorgen dat we in de stad een veel
betere uitruil krijgen tussen energie die
wordt opgewekt door mensen zelf, en
wat er nodig is in bepaalde wijken of
S MART CITI ES
׉	 7cassandra://t1gVg9ZypS4V5scOlESo3ps5OmN_TFuMDZTRERB0Y1Ej`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bKpeIJ6iMKDsmnwAYRQI5KiOw-4d1TOXZgxfycK2ST8 C`׉	 7cassandra://AQXEycUgaf5hTNQIAztb5YGpJkhXj65BSdCL_DCtEu8ij`S׉	 7cassandra://KpU_4AQN7PiFs-THj6ddJe_r_7cWAZC_tJ37EhXbQ2kU`̵ ׉	 7cassandra://fhKWUgSGkOPxo89OpKjg3MtEO0aqO0tJG3thPpAe0qM ̈͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://VgaaIteXfNBcs0qkYQ0nTKPnZtQFFyMbN_EpVSxLcHo `׉	 7cassandra://-DNTBIArKx74hri1w7KSXaC-lE8lbSoyHrWJbvD18X0X`S׉	 7cassandra://Tug1Kz1j_nZs82WSXTPYAV9sxUkIx4n23mZbvcaSGdU`̵ ׉	 7cassandra://1rN1kngNA_oabu5ADN3qQaRI4vW6-mhh9HJEAEI7FME ̄͠V7T,|y׉Ehet een ontwikkeling die niet meer is te
stoppen. Technologie en digitalisering
zijn mondiale, autonome trends waar een
lokale bestuurder weinig tot geen impact
op heeft. Het zou enorm helpen als
bestuurders dat gegeven zouden omarmen
en een signaal zouden afgeven dat
zij ermee aan de slag willen. Bestuurlijke
tegenwind gaat mondiale trends, zoals
smart cities, echt niet tegenhouden.
Hooguit vertragen.’
Jan van Ginkel vindt het zorgelijk dat
thema’s als technologie en digitalisering,
bestuurlijk gezien, nog nauwelijks een
issue zijn. ‘Het zit hooguit in de sfeer van
moderne hebbedingetjes in plaats van
dat gezien wordt dat die thema’s ons
leven en onze samenleving drastisch veranderen.
Deskundigen zeggen dat binnen
vijfentwintig jaar 70 procent van de
wereldbevolking in steden woont. Ga
eens na wat dat betekent voor de ruimtedruk.
Een andere voorspelling is dat over
vijf jaar zo’n 50 miljard apparaatjes met
internet verbonden zijn, waar dat aantal
nu op 5 miljard ligt. Er is sprake van een
exponentiële groei van digitale technologie,
ook wereldwijd, en bestuurlijk daarvan
bewust worden lijkt mij gewoon buitengewoon
relevant. Die bewustwording
mis ik nu.’
EXTRA KANSEN
Maarten Hillenaar is niet verontrust over
het lage aantal bestuurders en gemeen‘WERKEN
AAN DE WAKKERE STAD’
In het eind juni verschenen boek ‘Werken aan de wakkere
stad’ gaat Jan van Ginkel in op de manier waarop
bestuurders, ambtenaren, professionals én burgers
erin slagen onderling een wezenlĳ k nieuwe verhouding
op te bouwen en met elkaar een wakkere stad in
te richten. ‘In plaats van smart city zouden we het ook
een wakkere stad kunnen noemen. Het gaat er steeds
om, vanuit de overheid gekeken, om slimme interventies
te bedenken die de wakkere stad verder kunnen
aanwakkeren. Wat kun je nou werkelĳ k doen om verbindingen
binnen de stad te bevorderen? Daar gaat
het boek over. Ik geloof er heilig in dat als je mensen,
organisaties, ideeën, gedachten of producten met
elkaar verbindt, dat één en één vanzelf drie wordt.
Verbinding is voor mĳ echte kennis.’
ten dat zich actief bezighoudt met smart
city-concepten. ‘Het is maar net wat je
vertrekpunt is. Den Haag was al bezig
met The Hague Security Delta en dit gaf
extra kansen. Het is ook niet iets totaal
nieuws wat we doen. Ik kan zo tien
voorbeelden geven van smart city-achtige
dingen die Den Haag in de afgelopen
jaren al gedaan heeft. Zo hebben we
hier het eerste energiezuinige gebouw
van Nederland gebouwd. Ook hebben
we negenduizend datasets vrijgegeven
en zijn we al langer bezig met mobiliteitsverbetering.
Het bestond altijd al,
alleen hoort daar nu het label smart city
bij.’
‘GEMEENTE ALS AANJAGENDE EN VERBINDENDE PARTIJ’
‘Een smart city is meer dan een stad vol slimme snufj es’, volgens
Ingrid van Engelshoven, wethouder Kenniseconomie,
Internationaal, Jeugd en Onderwĳ s in Den Haag. ‘Smart city
gaat over het stellen van slimme vragen waarop je gezamenlĳ k
een antwoord vindt. We laten het monopolie op beleid en uitvoering
los en geven samen met de toporganisaties uit onze
stad invulling aan maatschappelĳ ke vraagstukken.’
Dat betekent overigens niet dat Van Engelshoven het roer uit
handen geeft. ‘Integendeel, het is aan ons om het grote geheel
te overzien. We hebben als gemeente grote maatschappelĳ ke opgaven als voldoende
werkgelegenheid, goede bereikbaarheid, betaalbare zorg en goed onderwĳ s. En we
weten dat technische innovaties daaraan een bĳ drage kunnen leveren. Wat ons betreft
komen dus zowel de uitdagingen als de oplossingen voort uit een nauwe samenwerking
met onze partners. De gemeente is daarin de aanjagende en verbindende partĳ . Door
bĳ voorbeeld de aanpak van de hoge werkloosheid te verbinden aan de vraag naar technisch
geschoolde krachten. Als je dergelĳ ke verbindingen legt, ben je als stad slim bezig.’
16
FACILITERENDE GEMEENTE
Ondanks het feit dat Den Haag en Schiedam
het onderwerp smart city van verschillende
kanten benaderen, ervaren
Maarten Hillenaar en Jan van Ginkel dat
ze op één lijn zitten. Beiden zijn er ook
van overtuigd dat er geen weg terug
meer is. ‘Omdat deze ontwikkeling hoe
dan ook doorzet’, aldus Hillenaar. ‘Of dat
gebeurt gestuurd, of je kunt het over je
heen laten komen. Ik heb een sterke voorkeur
voor het laatste. Het betekent niet
dat je moet gaan zitten wachten. Het vereist
dat je moet weten waar je het stuur
even wat losser moet laten. En als er
andere partijen zijn die een goede rol
pakken, dan moet je als gemeente die
ruimte ook bieden. Voor mij is de
gemeente echt de partij die een en ander
faciliteert, die het mogelijk maakt, die het
platform organiseert en ondersteunt.’
Als het gaat om smart cities ziet ook Jan
van Ginkel de rol van de gemeente als
facilitator, als meebewegende instantie.
‘Het is niet een beweging vanuit de
gemeenschap, of een beweging vanuit de
overheid – het is beide bewegingen tegelijkertijd
inzetten. Afhankelijk van de
kracht van je stad en de kracht van het
ambtelijk apparaat doe je een beetje meer
links of een beetje meer rechts. Een treintje
rijdt maar op twee spoorstaven tegelijk.
Het gaat erom dat je elke keer een
stukje aan die rails bouwt. En dat is
afhankelijk van de stad, de context en de
fase waarin je zit.’
׉	 7cassandra://KpU_4AQN7PiFs-THj6ddJe_r_7cWAZC_tJ37EhXbQ2kU`̵ V7T,|y׉ELI N DA KO OL
ONZICHTBARE KEUZES IN DE
SLIMME STAD
Er wordt hard gewerkt aan de slimme stad, van Amsterdam
tot Boston en Koeweit-stad. De slimme stad belooft een
duurzame en comfortabele leefomgeving: zonder fi les, energieverspilling
of ongure steegjes. Maar wie bepaalt eigenlĳ k
hoe die stad er uit komt te zien? Welke afwegingen worden
daarbĳ gemaakt?
Vlak voor de zomerperiode bezocht ik het MIT Media Lab in
Boston. Verschillende labs werken daar aan oplossingen voor
de slimme stad. De ingenieurs spreken enthousiast over
waardevolle mogelĳ kheden. Het Senseable City Lab vertelt
bĳ voorbeeld over steden zonder stoplichten, waarin autonome
auto’s straks onderling bepalen wat de ideale snelheid
is om kruispunten over te steken. En over een slim riool dat
bĳ houdt welke bacteriën, biomarkers of virussen aanwezig
zĳ n, zodat een mogelĳ ke ziekte-uitbraak te spotten valt voordat
mensen daadwerkelĳ k ziek worden.
‘
IC
DE
‘Slim’ betekent meestal dat ICT – software, sensoren en het
internet – een digitale laag over de stad heen legt. Deze laag
zorgt voor continue gegevensstromen, waarmee gedrag van
bewoners, verkeersdeelnemers of inbrekers kan worden
gemonitord of (bĳ )gestuurd. Denk aan een slimme lantaarnpaal
die zelf bepaalt wanneer hĳ aangaat, die met lichtkleuren
de gemoedstoestand van voorbĳ gangers kan beïnvloeden
of met camera’s verkeersstromen monitort. Of een fl atgebouw
met centrale lichtregeling op basis van sensoren om
energie te besparen.
De projecten van MIT tonen de contouren van de toekomstige
infrastructuur van de stad. Maar de keuzes die achter de ICToplossingen
schuilgaan, onttrekken zich vaak aan het zicht
van stadsbewoners. Denk bĳ voorbeeld aan de fl at zonder
lichtknopjes: het systeem verkiest energie-effi ciëntie boven
persoonlĳ ke vrĳ heid. Misschien terecht, maar is dit niet een
politieke keuze, die nu door technologie-ontwikkelaars wordt
gemaakt? Hetzelfde geldt voor slimme monitoringtools: een
stad die zĳ n bewoners continu volgt, perkt vrĳ heden van burgers
in. Dat noopt tot refl ectie welke publieke waarden de
slimme stad borgt, en in hoeverre waarden als duurzaamheid,
gezondheid en privacy met elkaar kunnen worden verenigd.
De
laatste jaren is meer oog gekomen voor bottom-up-oplossingen,
gericht op burgerparticipatie. Maar ook hier worden
keuzes gemaakt. De Social Computing groep van MIT – juist
gericht op het versterken van menselĳ ke interactie door technologie
– ontwikkelt bĳ voorbeeld een nieuw deelsysteem
voor fi etsen, zodat de gemeente de fi etsen niet steeds hoeft
te herverdelen. De nieuwe software laat mensen dit zelf doen
via slimme incentives. Maar wie bepaalt de incentives? En
moeten de buitenwĳ ken altĳ d over voldoende fi etsen
beschikken? Of juist het centrum waar meer mensen zĳ n?
Dit soort keuzes zit altĳ d in software ‘ingebakken’. Het is tĳ d
om die keuzes expliciet te maken. Want dit zĳ n geen technische
keuzes, maar politieke keuzes, die een politiek debat
behoeven. Alleen zo verslimmen we de stad op een manier
die oog heeft voor de diversiteit van burgers en behoeften in
die stad.
Linda Kool is senior onderzoeker Technology Assessment bij het
Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://Tug1Kz1j_nZs82WSXTPYAV9sxUkIx4n23mZbvcaSGdU`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://e33Xj5MaNrzYdae-wryX_vsx_mmYyfHdJxriWLknGP0 `׉	 7cassandra://6PBFhIn85OqRZ2C5ELukJOzSuhcTWFr_LWGjNqWpHPk_w`S׉	 7cassandra://EUeqwAuhb5P-oVIJZxx-rsd_fTlBDCCEvXYR8Nx7CDk \`̵ ׉	 7cassandra://d1Zik_bXD_5yveaUfXfs_Ika7XOSDGu__18NV38Kx6k ̀͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://GNRGXW6fJtBmJm6uLuItkBcCORFPImjjqYu5sqAXwIQ `׉	 7cassandra://x36u6WGzUSycXWilHXohVDlgErQ11cRa9Jm2QwKTrEkvc`S׉	 7cassandra://uHl7-wI8yzq2-EAy_khgzfWnlA89_IHv6O9OtZaUsWM"`̵ ׉	 7cassandra://8Sv3HVUZ7Hf-RI3M9PBPYDYMN90oA2til1rDnrbpTIc 8̀͠V7T,|yנV7T,|y h	X9ׁHhttp://www.vicrea.nlׁׁЈ׉EzSPECIAL
Elke stad een smart city
Via big data, brainpower en slimme systemen
Slimme techniek brengt oplossingen binnen handbereik voor de actuele problemen van elke
gemeente. Mits alle stakeholders er tijdig bij worden betrokken en de juiste ‘decision-making data’
voorhanden is. Het concept ‘smart city’ biedt daarbij uitkomst. Maar hoe vat je dat in werkbare
bedrijfssystemen?
Tekst: Daniël de Klerk, innovatiemanager Vicrea
raag een Amerikaan waar Eindhoven ligt. Hij zal zeggen:
naast Amsterdam, net voorbij de wijk Utrecht.
Dit beeld wordt bevestigd door burgemeester Eberhard
van der Laan die op het Congres Digitale Steden
Agenda beschreef hoe hij ons land in het buitenland promoot
als één grote stad. Deze uitspraak illustreert hoe Nederlandse
gemeenten, groot of klein, allemaal met elkaar zijn verbonden.
Het beleid van de een raakt de ander. Waar grote steden moeite
hebben met de economische en sociale gevolgen van het groeiend
aantal inwoners, vechten dorpen tegen de leegloop en de
hoge kosten om voorzieningen op peil te houden.
V
SENSORTECHNOLOGIE VERGT
TEGENWOORDIG GEEN ENORME
INVESTERING MEER
Zo kent iedere gemeente uitdagingen op dezelfde thema’s,
maar wordt de pijn weer net iets anders gevoeld. De oplossing
schuilt in het concept ‘smart city’: het slim aanpakken van
problemen door optimaal gebruik te maken van beschikbare
data en ICT. Hoe kunnen gemeenten en provincies daar concreet
mee aan de slag?
Twee modellen
De hoge kosten weerhield steden wereldwijd ervan het concept
‘smart city’ meteen te omarmen. De eerste initiatieven werden
gekenmerkt door megalomane IT-projecten. Denk aan Londen
dat volhangt met sensoren of aan Rio de Janeiro waar de camera’s
in de beroemde ‘control room’ vrijwel de hele stad in de
gaten houden.
Een kleine tien jaar geleden kwam er een sociale tegenbeweging
op gang als reactie op deze technocratische aanpak. De
Making the world smarter
Vicrea biedt met de ‘Smart Solutions’-aanpak een unieke
dienst in Nederland waarbij alle onderdelen – van procesbegeleiding
en sensormeting tot eindoplossing – integraal
worden aangeboden. Meer informatie vindt u op
www.vicrea.nl
18
׉	 7cassandra://EUeqwAuhb5P-oVIJZxx-rsd_fTlBDCCEvXYR8Nx7CDk \`̵ V7T,|y׉E0stad Amsterdam investeerde geen miljoenen in infrastructuur
en techniek, maar concentreerde zich op het samenbrengen
van mensen, overheden en bedrijven. Veel sociaal kapitaal dus
en weinig geld. In laagdrempelige proeftuinen ontstonden
unieke projecten met resultaten waar de technocraten in Londen
en Rio de Janeiro het nakijken bij hadden.
Toch is ook de Amsterdamse aanpak niet zaligmakend. Zo zijn
Londen en Rio de Janeiro veel beter in staat om het ecosysteem
van de stad te monitoren. De mobiliteit kan er real-time
worden beïnvloed. De Amsterdamse aanpak mist daarvoor het
vereiste schaalniveau.
Smart Solutions-benadering
Het Amersfoortse IT- en consultancybedrijf Vicrea helpt steden
en provincies met de zogenoemde ‘Smart Solutions’-aanpak.
Dat gebeurt door de kracht van data en IT te verbinden aan de
kracht van samenwerking: het beste dus van beide modellen.
Samenwerking is een belangrijke voorwaarde, aangezien de
vele uitdagingen van een smart city zich manifesteren in meerdere
domeinen en altijd uiteenlopende stakeholders raken.
Neem een thema als fi les. Niet alleen kosten die de individuele
burger tijd en geld, ook bedrijven zien een stijging van de verkeersdrukte
direct terug in hun bedrijfsresultaat. Bovendien
wordt ook de overheid op dit punt uitgedaagd: door de toenemende
geluidsoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen
komt de leefbaarheid binnen de stad immers in het geding. Zo
raakt één issue zowel meerdere stakeholders (overheid, burgers
en bedrijven) als meerdere domeinen: economie, mobiliteit en
milieu. En de gevolgen van dat ene issue zijn voor iedere stakeholder
weer anders.
Oplossing
De eerste noodzakelijke stap om tot een oplossing te komen is
het formuleren van een gemeenschappelijke probleemdefi nitie.
Daar is veel data voor nodig, big data. Die informatie wordt
gegenereerd via social media, bedrijfssystemen, sensoren,
machines en overheidssystemen. Het combineren en analyseren
van deze data leidt tot een goed inzicht in wat er op het
gebied van fi les precies gebeurt en wat de impact daarvan is op
de samenleving.
DE STIP OP DE HORIZON BLIJFT
LEIDEND, DE TECHNIEK BLIJFT
EEN MIDDEL
De volgende stap is het door alle stakeholders gezamenlijk defi nieren
van een toekomstvisie. Neemt het speelveld genoegen met
10 procent minder fi le en uitstoot? Of moeten er binnen de
gemeente over vijf jaar helemaal geen fi les meer bestaan? Deze
stip op de horizon is leidend, de techniek blijft een middel.
Breed gedragen doel
Met een door de stakeholders breed gedragen doel in het vizier
kan er worden gepionierd met technologie en sociale initiatieven.
Een andere optie is de best practice van een andere stad te
implementeren. Dit lijkt vaak de meeste gemakkelijke en daardoor
aantrekkelijke optie, maar de ervaring leert dat het lastig is
om een oplossing één op één over te nemen. De smart city-thema’s
mogen dan gelijk zijn, iedere gemeente is uniek en de
oplossing vraagt om maatwerk. Denk aan het verschil in taxiproblemen
tussen New Delhi en New rk: riksja versus yellow cab.
Van data naar waardevolle informatie
In de praktijk blijkt er bij veel overheidsorganisaties en bedrijven
sprake van een cruciaal data-defi cit. Een betere doorstroming
van de scheepvaart in kanalen en rivieren, bijvoorbeeld,
kan alleen worden gerealiseerd als je precies weet wie waar
vaart. Zonder dergelijke decision-making data is een oplossing
onmogelijk. Door deze additionele data te verzamelen ontstaat
een integrale oplossing voor de problemen van een smart city.
Met de inzet van geavanceerde sensorinfrastructuur kan vrijwel
alles in de fysieke ruimte worden waargenomen: van voetgangers
tot fi jnstof en van volle prullenbakken tot olietankers. Vanuit een
krachtige Azure cloudomgeving kan het resultaat vervolgens worden
ingezet in bedrijfssystemen of ter beschikking worden
gesteld aan app-ontwikkelaars via een API (Application Programming
Interface). Het gebruik van sensortechnologie vraagt tegenwoordig
geen enorme investering meer. Het real-time verzamelen,
combineren en analyseren van enorme hoeveelheden data
ligt daarmee voor elke gemeente binnen handbereik.
S MART CITI ES
׉	 7cassandra://uHl7-wI8yzq2-EAy_khgzfWnlA89_IHv6O9OtZaUsWM"`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://LY_aWiC5-VEhOaBnvP2BJ653DpIUDzW4BPD8K6oizzY )`׉	 7cassandra://rX3KmI7-6268P4u978kcHSZWltIbrkvmbWnHxAptY842A`S׉	 7cassandra://a2u9Pt4X7NQ0i_T3ShWQO3wxYk35FZrMhKmnFZGijRw{`̵ ׉	 7cassandra://QnzDM4tZrgDnmSP2IhBaNg_TcSZ41lud8LP4vh08uA8 q3d͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://J_a1e2Ss9FoDBUG55uVv3KqVjrQ0TuUoEVFYpOUOf-4 ` ׉	 7cassandra://8L8OodBmdZwCVpy0B99C0V_T4LKM2xYruYeQ9DjvNu0i`S׉	 7cassandra://khSjgmjcQiEllSImy_a6rWGA1XbFtP8rqhj269cv8lIk`̵ ׉	 7cassandra://h3aQ3A-EB5LNjKdoHEAhZPZEkVeTtHu2BYvsy-v1j9sDh͠V7T,|y׉EoSPECIAL
De belofte van smart cities
Invulling Agenda Stad vereist tempo
De smart city is hot. Welke stad wil er immers niet ‘slim’ zijn?
De ene stad is slim in duurzaamheid, de ander in transport,
weer een ander in verlichting. Steden die samenwerken binnen
de Agenda Stad verkennen gezamenlijk de koers.
Tekst: Evert-Jan Mulder, Principal Consultant bij PBLQ
20
׉	 7cassandra://a2u9Pt4X7NQ0i_T3ShWQO3wxYk35FZrMhKmnFZGijRw{`̵ V7T,|y׉E5D
e smart city lijkt meer dan de zoveelste trend of hype.
Experts voorspellen een derde industriële golf, een
next economy. Een centraal kenmerk is de brede toepassing
van nieuwe innovaties. Een belangrijke rol is
daarbij weggelegd voor moderne digitale technologie. Informatie–
en communicatietechnologie zit overal ‘ingebakken’.
Continu worden data verzameld, gedeeld en geanalyseerd. Er
wordt gesproken over een Internet of Things, en zelfs een Internet
of Everything, waarbij mensen, processen, data en objecten continue
met elkaar zijn verbonden.
Een smart city vergt de betrokkenheid en samenwerking van
een groot aantal partijen. Het gaat niet alleen om slimme technologie
en mensen die deze technologie ontwikkelen en toepassen,
het gaat vooral om slimme samenwerking tussen een
groot aantal partijen.
Daarom wordt ook wel gesproken over de ‘quadruple helix’,
oftewel de samenwerking tussen bestuur, burgers, bedrijven en
onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Een andere term die in
dit verband vaak wordt gebruikt, is ecosysteem. Een smart city
vraagt namelijk om voortdurende wisselwerking tussen private
en publieke domeinen. Op die manier worden kansen op kruisbestuiving
vergroot.
Smart burgers
De burger neemt een bijzondere plaats in binnen het concept
van de smart city. Vooral omdat de burger verschillende rollen
heeft. In de eerste plaats als eindgebruiker van een slimme app
voor energiezuinigheid, de snelste route of de beste gezondheid.
Het succes van het gebruik hangt af van de appreciatie
door de burger, waarbij het in de kern draait om profi jt, gemak
en vertrouwen. In de tweede plaats als co-producent. Burgers
kunnen op allerlei manieren input leveren voor nieuw beleid,
bijvoorbeeld door data te delen, te participeren in proeven
(living labs) of door zelf ideeën aan te dragen. Ten slotte kan de
burger object van registratie zijn. Dat wil zeggen dat zonder
dat het meteen zichtbaar is allerlei data van individuele burgers
worden verzameld. Aspecten van privacy en veiligheid
kunnen een belangrijke rol spelen als het gaat om draagvlak
van burgers.
Strategie
Politici en bestuurders die denken dat smart city een ‘quick fi x’
is, komen bedrogen uit. Het gaat om een veranderproces,
waarbij diverse partijen moeten worden betrokken en waarbij
iedere nieuwe stap ook weer voor nieuwe uitdagingen zal zorgen.
Smart city is dus geen doel op zichzelf, of een plaats in
een ranking. Smart city kan worden gezien als een ontwikkelingsstrategie.
Bij
het volgen van die strategie is er niet one best way. Uit
onderzoek tot nu toe blijkt dat iedere stad min of meer zijn
eigen manier heeft om uit te groeien tot een smart city. Deze
strategie is afhankelijk van de uitdagingen waar men voor
staat, de sociale en economische structuur van de stad, de
bestaande technische infrastructuur, en de politieke sturing.
Brengen smart cities alleen maar goed nieuws? Nee, zeker niet.
Er is wel degelijk een aantal nadelen aan te wijzen, zoals risico’s
voor veiligheid en privacybescherming. Ook de vraag of
iedereen kan participeren in deze ontwikkeling, is een belangrijk
punt van aandacht. Steden zullen voortdurend aandacht
moeten hebben voor deze issues binnen hun strategie.
Agenda Stad
Agenda Stad is de samenwerking van het Rijk, steden en stakeholders
gericht op het versterken van groei, innovatie en leefbaarheid
van Nederlandse steden. In Nederland zijn vooral de
grote vijf als smart cities actief, maar ook een stad als Assen
profi leert zich tegenwoordig als sensor city. In het landelijk
beleid inzake smart cities (geformuleerd in de Agenda Stad)
wordt aangegeven dat het voor Nederland van belang is dat
alle steden participeren in deze ontwikkeling, vanwege het
netwerkkarakter van onze steden.
Tegelijkertijd wordt benadrukt dat Nederland tempo moet
maken met deze ontwikkelingen, willen steden hun aantrekkelijkheid
behouden en concurreren met buitenlandse steden.
Samenwerking is dus cruciaal. Niet alleen strategisch, maar
ook heel concreet, vooral als het gaat om de technische infrastructuur.
Niemand zit te wachten op 393 verschillend vormgegeven
smart cities. Ook de verbinding met het beleid voor de
digitale overheid moet worden gelegd. Deze verbinding blijft
tot nu toe onderbelicht. Informatiemanagers van steden dienen
zich te realiseren dat de digitalisering van steden met
Smart Cities een nieuwe, beloftevolle, wending heeft genomen,
waar zij nadrukkelijk een rol bij vervullen.
Smart Rotterdam
In opdracht van de dienst Stadsontwikkeling van de
gemeente Rotterdam heeft PBLQ een visie uitgebracht op de
ontwikkeling van de stad Rotterdam als smart city. Doel van
de studie was om het begrip smart cCity te duiden en ontwikkelingen
te identifi ceren die voor Rotterdam van belang
zijn. Rotterdam wil onderzoeken waarin de stad zich kan
onderscheiden en ook de rolverdeling tussen partijen in
beeld krijgen, in het bijzonder de rol van de gemeente. De
studie heeft laten zien dat er al het nodige gebeurt in Rotterdam.
De resultaten vormen de aanzet voor een nader uit
te werken actieplan. Versterking is nodig waar het gaat om
samenhang en samenwerking, zowel met partners binnen de
stad alsook met andere Nederlandse steden en in internationaal
verband. Een duidelijke visie van het bestuur is daarbij
essentieel, burgers dienen meer inzicht te hebben in hun
directe omgeving en de rol van de gemeente moet vooral
facilitair en initiërend zijn.
S MART CITI ES
׉	 7cassandra://khSjgmjcQiEllSImy_a6rWGA1XbFtP8rqhj269cv8lIk`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Eig-Xn5WxtZcIwCMvd4O04l_r2_xQ-Y21rugpkgEM4c <` ׉	 7cassandra://r4ePYpv57hnZ_A8aaTwy58-yrDV6fS9E5HQj97fgbrM[P`S׉	 7cassandra://ZETzEOrBjUZql0BvKxvQBTCEU2vGy1bMR_7pj6i-zO4`̵ ׉	 7cassandra://nSDmKK8raXflT9EfjXfjaYE6NZeuK5Ssr1T6SaqjS0UX͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://994GeWSWdAjl_Ikv-Ojv3OlGdIopZENqdobcKMvXtqk g`׉	 7cassandra://umlcxXeIl9NGcz8tc0zqyT6pVLJY4x1_6s_PPS6Y5QsZ`S׉	 7cassandra://DHJ93lfZc1UxYDUpBSbNZ4vM3dLQJ_lEbMUvjPK4T_0[`̵ ׉	 7cassandra://EpVa0eb9MTCp8iL8ViT84rLnbqgnDdN6HxEiYnYisdo `͠V7T,|yנV7T,|y ^̧9ׁH  http://www.besturenmetbeelden.nlׁׁЈ׉ECONTENT S TR ATEGI E
BESTUREN MET BEELD
BELEIDSNOTA KAN VOORGOED PRULLENBAK IN
Het einde van de beleidsnota is in zicht. Niet alleen omdat de nieuwste generatie
werknemers steeds slechter leest. Vooral omdat de voortschrijdende
techniek een veel slimmere aanpak mogelijk maakt. Welkom in de pictocratie:
een revolutie in de manier van besturen, uitgelegd in negen stappen.
Tekst: Eelco Koolhaas, oprichter ‘Ministerie van Verhalen’ en ‘Bestuurscinema’.
Illustraties: Marcel van den Dop, eigenaar Marcello’s Art Factory
1. WETHOUDER OP PAD
Vlotte wethouders die veel buiten de
deur verblijven vormen een makkelijk
mikpunt voor kritiek. Werken ze eigenlijk
wel? Of laten ze zich slechts leiden door
hun eigen ijdelheid?
Toch berust dit cynisme op een misverstand.
Nieuwe denkbeelden ontstaan
immers vooral buiten het gemeentehuis,
op werkbezoek en op de plekken waar
het binnen de gemeente broeit. Door de
betrokken burgers daar actief aan te spreken.
Het maken van films brengt dat proces
voor alle betrokkenen dichterbij.
2. TEAM VAN BEELDWERKERS
In de pictocratie schuilt achter elke
bestuurder een team van beeldwerkers.
Niet alleen de traditionele communicatieadviseur,
maar ook beleidsmedewerkers
verruilen het ambacht van nota’s produceren
voor het monteren van beleidsfilms.
Alleen in de bijschriften kunnen ze
nog even hun oude stiel uitoefenen.
3. BUITENWACHT DOET MEE
Het besturen via beelden raakt ook de
buitenwacht. Met een tablet of smartphone
in de hand wordt het voor burgers
en bedrijven een koud kunstje om bij de
E
SLECHT
B
bestuurlijke beslissers in beeld te komen.
Niet alleen door hun onderwerp of kwestie
te pitchen voor de camera. Maar ook
door met ‘amateurs’ sociale scènes uit te
spelen en in beeld vast te leggen. Zo raak
je de harten van beslissende beleidsprofessionals
wél. Bewonersgroepen en
andere activisten nieuwe stijl grijpen
daarom steeds vaker naar de camera om
hun wensen kenbaar te maken. Omdat ze
zien dat het werkt.
4. LICHT IN TAAIE DOSSIERS
De pictocratie beïnvloedt ook het spel in
de ambtelijke netwerken. Rond taaie
bestuurlijke problemen raken de verhou22
5.
IMPULS VOOR KWALITEIT DEBAT
De pictocratie draagt ook bij aan de kwaliteit
van het debat. Bewonersgroepen
houden doorgaans van het innemen van
een stevige positie, die niet zomaar wordt
opgegeven. Door als bestuurder letterlijk
alle zienswijzen in beeld te brengen
wordt het geluid van de bewoners gerelativeerd.
Op speelse wijze worden ze
verleid om ook eens in de schoenen van
de ander te gaan staan.
En dan is dat speeltoestel dat voor hun
huisdeur verschijnt ineens geen bron van
overlast meer, maar een leuke en leerzame
plek voor kleuters of, wie weet,
hun eigen kleinkinderen.
dingen in de beleidsnetwerken snel verzuurd:
het schiet maar niet op.
Achter de tafel verstarren persoonlijke
verhoudingen met ramp zalige gevolgen
voor het vrije denken.
Het loont om een aanvullend informeel
beraad op te richten dat in relatief korte
tijd probeert om onderbelichte of omstreden
denkbeelden via films te vangen. En
daarover het gesprek te beginnen.
׉	 7cassandra://ZETzEOrBjUZql0BvKxvQBTCEU2vGy1bMR_7pj6i-zO4`̵ V7T,|y׉E]tiviteit kan zo toch worden verbeeld, en
vervolgens besproken.
9. BESLISSINGEN VERSNELLEN
Diezelfde bestuursexpositie leent zich er
ook voor om het beslissingsproces sterk te
versnellen. Kwesties die bijna schreeuwen
om actie worden letterlijk in beeld
gebracht. Denkbeelden uit de wandelgangen
worden zo concreet gemaakt. Een
selecte, met beslissingsmandaat toegeruste
groep wordt uitgedaagd om met hulp van
klassieke beslistheorie vaart te maken:
bedenk onder enige tijdsdruk twee soorten
beslissingen bij elk plaatje: ‘tevreden
stemmende’ en ‘optimale’ beslissingen.
6. CRITICI ALS INSPIRATIEBRON
Veel managers zetten in op vernieuwing
en verbetering. Maar de werknemers die
het moeten uitvoeren reageren vaak kritisch,
er ontstaat weerstand. ‘Doen we
het dan nu niet goed?’ Pictocratisch werken
draagt bij aan de gewenste veranderingen.
Interessant is namelijk dat de
‘gemaande’ uitvoerders vaak al lang
bezig zijn de gewenste verandering in de
praktijk te brengen. Buiten de schijnwerpers,
dat wel. Door een portrettenreeks
met bijschriften te maken, komen de kritische
uitvoerders juist als vernieuwers in
beeld. Zij worden min of meer geëerd en
daarmee een bredere bron van inspiratie.
Zo kan een bestuurlijk lastig dossier als
bewonersparticipatie voor iedereen toegankelijk
worden gemaakt.
7. EERST FIETSEN, DAN PRATEN
Een gemiddeld raadslid zucht onder stapels
slecht geschreven en in de regel te
dikke beleidsdocumenten. Een alternatief
voor het papier is een schouw waarin bijvoorbeeld
per fiets en met lokale gidsen
gekeken wordt naar de meest urgente
kwesties. Door besturen met beelden
kunnen zo de ogen worden geopend. En
meteen na afloop van de fietstocht kunnen
met de benen op tafel de ervaringen
worden uitgewisseld.
8. INGEWIKKELDE KWESTIES
TASTBAAR
Veel beleidsvragen zijn zo ingewikkeld
dat denkers en beslissers al snel de
bomen niet meer zien door het welbekende
bos. Een remedie is om in korte
keukentafelsessies allerlei aspecten op
ontspannen wijze te verkennen. En elk
aspect meteen en dus ‘live’ te vangen in
(digitale) tekeningen. Zo kan worden
gebouwd aan een ‘bestuursexpositie’ vol
rake beelden. Een moeilijk tastbaar te
krijgen onderwerp als bestuurlijke sensiHet
goede nieuws: de aloude bestuursapparaten
lijken soepeltjes bezig om zich
opnieuw uit te vinden. De techniek is er.
En de stap van het thuis op de bank
series ‘ bingen’ naar het beeld in de kantoren
brengen, is echt niet zo groot. De
volgende stap is wat ingewikkelder: zorgen
voor een meer theoretische inbedding
van deze visuele praktijken. Is beeld
democratischer dan teksten (ja); zijn
nota’s nog het geëigende middel om
geldstromen te borgen (nee); moeten
ambtenaren veel persoonlijker in beeld
komen (ja). Op deze manier wordt op een
visuele manier de zichtbaarheid van de
overheid verbeterd. Welkom in het tijdperk
van de beeldtaal.
Meer weten?
www.besturenmetbeelden.nl
׉	 7cassandra://DHJ93lfZc1UxYDUpBSbNZ4vM3dLQJ_lEbMUvjPK4T_0[`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5FZaG5WZb_fO2br686WO9LjmOanQnQAC1_Dr8DOzR1w ` ׉	 7cassandra://vLmYoJi8IzV2dvO_3etBQZtOlIau6flFpVWP6HlURaU_v`S׉	 7cassandra://sHvanAP1Oz3zxUu82UqQAhgWEv79oqnRDfYfYIJNWy8`̵ ׉	 7cassandra://V5U30TjtCfS4-_8s9-ATqxVLDP_SIJp55LW4tcLSXcUwT͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://AGFLsoG93K2vKjrYhjU2Y0y7EmyHr3dmAG2kabbNA2c [g`׉	 7cassandra://Wsn170DE6rVIgLWYiMCbmCzD1c473KMyQ_6JKPrJ_KwO`S׉	 7cassandra://dTP8-9DXyxr3lKwD5HY5DsdoKbPHlbNq8lMqjKSBkDU`̵ ׉	 7cassandra://ltyIMXM-B2KWRyJsZUKi8MksSP0skmISuCEK8-sVUAk |͠V7T,|y׉E	DECENTR ALIS ATI ES
‘HET LAATSTE
WAT WE WILLEN, IS
GEMEENTEN KNECHTEN
TOPAMBTENAAR PETER PENNEKAMP OVER TOEZICHT OP
DE DRIE DECENTRALISATIES
Sinds dit jaar zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en
inkomen en de zorg aan langdurig zieken en ouderen. Maar wie zorgt er voor
goed toezicht op die voormalige rijkstaken? De Inspectieraad, overkoepelend
orgaan van de vijf toezichthoudende instanties, vroeg topambtenaar Peter
Pennekamp om een visie. ‘Ga niet alleen of met de regio het wiel opnieuw uitvinden.’
Tekst:
Floor van Dijck, journalist
P
er 1 januari 2015 is de grote
decentralisatieoperatie van start
gegaan. De jeugdzorg, werk en
inkomen, en de zorg aan langdurig
zieken en ouderen werd door het
Rijk overgedragen aan gemeenten. Dat
betekent niet alleen een grote verandering
voor de betrokken werkvelden,
maar ook voor het toezicht daarop. En
dat toezicht, tja, dat lijkt in het lokale
bestuur vooralsnog een ondergeschoven
kindje. Hoe moet dat straks worden
vormgegeven?
Peter Pennekamp, voorheen directeurgeneraal
bij VWS en inspecteur-generaal
bij SZW en nu adviseur in rijksdienst en
lid van de topmanagementgroep van de
overheid, onderzocht de wensen en angsten
van de betrokken partijen en formuleerde
een visie waarin alle partijen zich
wonderwel globaal kunnen vinden.
Gemeenten moeten het toezicht op het
eigen beleid zélf gaan organiseren. De
overheidsinspecties houden alleen nog
toezicht op instanties als de wet dat
expliciet voorschrijft, in het geval van de
jeugdzorg bijvoorbeeld op de instellingen.
24
Hoe
is deze visie tot stand gekomen?
Met collega Jan van Dommelen van Sociale
Zaken en partners vanuit Binnenlandse
Zaken zijn we in gesprek gegaan
met gemeenten, patiëntenorganisaties,
betrokkenen, inspectiediensten en de
VNG. Kortom, met alle partijen die te
maken hebben met de decentralisaties in
lijkheid. Deze visie gaat er met name om
hoe het Rijk zich daarin moet opstellen.
Dat gaat om toezicht op de uitvoeringspraktijk
in den brede, niet op individuele
gemeenten. Het idee is dat er interdisciplinaire
teams komen onder eindverantwoordelijkheid
van de voorzitter van de
stuurgroep Toezicht Sociaal Domein.
‘
PR
het sociale domein. In het begin zat iedereen
op de kast – ‘Is dat toezicht wel
nodig?’, zo hoorde je vaak – maar we
hebben de partijen weten te verenigen
door op inhoud te sturen. Onze visie is
nog niet heel concreet, maar wel een
goed vertrekpunt.
Wat betekent die visie concreet voor gemeenten?
Het
laatste wat we willen, is gemeenten
knechten. Gemeenten maken nu juist hun
eigen keuzes, dat is hun verantwoordeHoe
kunnen de gemeenten zelf het toezicht
het beste organiseren?
Deze decentralisaties draaien om meer
dan alleen geld uitkeren, er moet ook
gemeentelijk verantwoording worden
afgelegd. Het is daarom zaak om vooraf
heel scherp te formuleren wat je doelen
zijn. Denk vóór het sluiten van de contracten
al na over informatieterugkoppeling:
hoe moeten de contractanten rapporteren
en welke informatie heb je
nodig om hun prestaties goed te kunnen
monitoren? Binnen gemeenten is de
׉	 7cassandra://sHvanAP1Oz3zxUu82UqQAhgWEv79oqnRDfYfYIJNWy8`̵ V7T,|y׉EN’
Tegelijk moeten we op de randvoorwaarden
blijven letten, en voorkomen dat er
door alle veranderingen een verwaarlozing
van taken plaatsvindt. Ken je die
scène uit Yes Minister, waarin een minister
op inspectie een perfect draaiend ziekenhuis
bezoekt, maar zonder patiënten?
Dat is een schrikbeeld. Een belangrijke
don’t: over-organiseer het toezicht niet.
Bij het afsluiten van een contract hoort
controle, maar ontwikkel de naleving
geleidelijk. Schakel consumentenpanels
in, doe klanttevredenheidsonderzoeken
en laat de informatiestromen lopen via
opdrachtgevers en cliënten. Worden mijn
doelen bereikt en wordt het contract
nageleefd? Vanuit de rijksinspecties kan
men dan bijvoorbeeld kijken naar de
wijze waarop in het land de klachten
worden behandeld.
Door de decentralisaties kunnen in het sociPeter
Pennekamp: ‘Benut als gemeenten ook elkaars ervaringen en zoek hulp.’
gemeenteraad verantwoordelijk voor een
goed toezicht. Zij kunnen daarbij de
gemeentelijke rekenkamers en onafhankelijke
niet betrokken partijen inschakelen.
Zorg dus dat je van de gemeenteraad
weet welke informatie zij aangeleverd
wil krijgen en in welke vorm. Denk
ook na over wanneer je bijvoorbeeld
steekproeven gaat houden, en wie binnen
de gemeente het toezicht coördineert.
De rijksoverheid houdt in principe
geen toezicht meer op die lokale doelstellingen
en de individuele praktijk, dus
benut als gemeenten ook elkaars ervaringen
en zoek hulp. Ga niet alleen of met
de regio het wiel opnieuw uitvinden,
maar gebruik de intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden.
Hebt u do’s en don’ts?
De eerste do is: wees concreet. Zorg dat
de contractpartij vanaf het begin weet
wat je geleverd wilt: aan diensten, maar
ook aan informatie. Denk na over hoe je
de jaarreportages wilt ontvangen, vraag
de rekenkamers om suggesties. Tip twee:
wees zakelijk. Sluit harde contracten af
en neem controle op de naleving op in
het contract. Dat is een manier van denken
die bij fi nancieel ingestelde mensen
heel normaal is, maar aan de kant van het
sociale domein wat minder. Dat wordt
wennen aan de nieuwe situatie en dat
kost tijd. Dat is dan meteen een derde do:
néém die tijd. Het kost vaak wel één tot
drie jaar voor een verandering zijn beslag
krijgt.
ale domein grote verschillen tussen gemeenten
ontstaan.
Dat is prima. Situaties hoeven niet gelijk
te zijn, zolang ze maar gelijkwaardig zijn.
Als een gemeente zegt: jeugd heeft onze
hoogste prioriteit, daar willen we meer
geld aan besteden, dan mag dat. Bij een
verkeerd gemeentelijk besluit is het niet
de taak van de inspecties om in te grijpen.
Wel hebben ze afgesproken te kijken
naar de toegang tot de hulpverlening en
de kwaliteit van de zorg en ondersteuning
aan gezinnen met geringe sociale
redzaamheid.
Wat gebeurt er als de uitvoering van de
decentralisaties door gemeenten op welke
manier dan ook in de soep loopt?
Als blijkt dat de wethouder en de raad er
niet uitkomen en er ernstige problemen
ontstaan, dan kan er wellicht ruimte zijn
׉	 7cassandra://dTP8-9DXyxr3lKwD5HY5DsdoKbPHlbNq8lMqjKSBkDU`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8JYYjO-yGPwXBPSaHXG8fqW_ITCLK2k7zqxhpbFGAc4 `׉	 7cassandra://IuXZPVjOGmh444PIHMgEXIqr6Tj2jFhjH03rYFm5HQIb`S׉	 7cassandra://98zJUIjoCS8TXNQnLbHxCvrepNkYGKutxmKELxsLoe8`̵ ׉	 7cassandra://ZzJyeVsUyLvcoYP3DjSBwnPYMmI116h_9Cz-gq3_ujs X,2͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://CVVOwBiDjkJMT2jPsQ00qSkU1kePVZJ7qeN5nkVt-2g \<`׉	 7cassandra://TXTeieEj-LbfwY20vX0zw_hgWtPKtl_aZIuVPFLh6wYbS`S׉	 7cassandra://N5QC9HGU2yp7is0gpcTWe0rz2wa4R2x4aHyFUHDPq9YU`̵ ׉	 7cassandra://x5qFME0q87aF9y3cjITdckwql8E3U3Zg5v9r1uwz9oA ͠V7T,|yנV7T,|y |F9ׁH -http://www.binnenlandsbestuur.nl/abonnementenׁׁЈ׉Evoor ondersteuning vanuit het Rijk of
organisaties als de VNG. Zo heeft het
ministerie van VWS afgelopen najaar bijeenkomsten
gehouden rond adviezen
over toezicht op de Wmo-taken. Als blijkt
dat de gemeentelijke besluitvorming fout
zit, dan komen we op het vlak van intergemeentelijk
toezicht terecht. In de escalatieladder
is ingrijpen de allerlaatste
stap, waarop we nooit hopen terecht te
komen. Toch mogen we het belang van
de burger niet vergeten: die mag nooit de
dupe worden van problematische
bestuurlijke verhoudingen.
Nog lang niet alle gemeenten hebben een
ombudsman. Vindt u dat die verplicht zou
moeten zijn nu gemeenten meer verantwoordelijkheden
hebben?
Elke zichzelf respecterende gemeente
moet een instantie hebben waar de burger
met een vraag of klacht naartoe kan.
Dat kan bijvoorbeeld de burgemeester
zijn, maar een ombudsman is wel heel
handig, vanwege diens onpartijdigheid.
Wordt het, nu de rijksinspecties veel van hun
taken overdragen, geen tijd om in te krimpen?
Er
vervallen maar weinig rijkstaken. Op
veel instellingen in het participatiedomein
bestond al geen rijkstoezicht. Er
blijft behoefte aan instanties op rijksniveau
die gezaghebbende algemene uitspraken
kunnen doen, die gemeenten een
spiegel kunnen voorhouden. Wellicht
zullen de inspecties desgevraagd hun
kennis breder delen. Idealiter is zoveel
mogelijk van deze kennis openbaar.
Transparantie en toezicht zouden wat mij
betreft hand in hand moeten gaan.
Anderzijds: als er in een gemeente misstanden
zijn, dan is die gemeenten
natuurlijk wel de eerste die dat hoort.
Ik kan me voorstellen dat gemeenten wel
behoefte hebben aan een soort spoedcursus
rapporteren. Is die vraag al bij de inspecties
gekomen?
Nog niet. We hebben het er in het najaar
van 2014 wel met KING over gehad. Ze
kunnen dit soort informatie leveren aan
gemeenten. Maar we gaan die kennis
vooralsnog niet ongevraagd aanbieden.
Hoe zal het er over een jaar met het toezicht
op de decentralisaties voorstaan?
Binnenlandse Zaken zal begin november
een nieuwe werkvergadering beleggen
met alle betrokken partijen. Centraal
daarbij staat de vraag wat de ervaringen
zijn met het rijkstoezicht. Je ziet dat
gemeenten intussen zelf met heel innovatieve
oplossingen komen. Dat ze nu echt
beginnen met de vormgeving van het
toezicht. We verzamelen al die individuele
ervaringen van gemeenten, zodat we
over een jaar kunnen zeggen waar we
staan.
Binnenlands
Bestuur in
het nieuws!
• Wethouders vallen over integriteit
• Aboutaleb Superstar
• Ambtenaren kunnen moeilijk omgaan
met nieuwe bijstandsregels
• Provincies bulken van het geld
• PvdA-ers gaan de straat niet op
• Gemeenten kortwieken studiesteun
gehandicapten
Dit nieuws als eerste lezen?
Neem dan een GRATIS abonnement op Binnenlands
Bestuur magazine. Het magazine biedt nieuws,
achtergronden en opinie over bestuur en beleid van de
overheid en wordt door meer dan 100.000 ambtenaren
en bestuurders gelezen.
www.binnenlandsbestuur.nl/abonnementen
26
׉	 7cassandra://98zJUIjoCS8TXNQnLbHxCvrepNkYGKutxmKELxsLoe8`̵ V7T,|y׉EH E N K WESSE LI NG
SOMBERMANNEN EN
LASTIGE ARRANGEMENTEN
Je zou er somber van worden. Alex Brenninkmeijer betoogt in
De Groene Amsterdammer van 6 augustus dat de ‘checks and balances’
van politiek en rechtsstaat steeds minder werken. Dat komt
volgens de oud-ombudsman door het toekennen van verreikende
bestuurlijke bevoegdheden in kwesties als veiligheid. En
ook door het streven naar ‘onmiddellijke standpunten’ door
bestuur en politiek. Onder druk van de media is er volgens hem
sprake van een samenballing van (uitvoerende) macht, terwijl
daar steeds complexere kwesties aan de orde zijn. Neem de
sociale zekerheid waar niet alleen fraude maar ook een vergissing
bij het invullen van een formulier tot zware sancties voor
de burger kan leiden. Volgens Brenninkmeijer worden we voorbereid
op het idee dat het allemaal wat minder rechtsstatelijk en
democratisch kan.
En dan is er verderop in diezelfde Groene een betoog van publicist
Herman Vuijsje. De overgang naar een meer ‘faciliterende’
overheid maakt het volgens hem voor de burgers vaak moeilijker
hun publieke noden te lenigen in het woud van betrokken
instellingen. Hij haalt het onvermijdelijke voorbeeld van de
(thuis)zorg voor de eigen bejaarde moeder uit de kast. Je hebt
minstens het sociale kapitaal van hem en zijn broers en/of de
juiste regelaars nodig om die zorg te regelen. Dan wel de juiste
facilitator. We krijgen iets van een derdewereldland, volgens
Vuijsje, waar je met een grote mond, geld en vriendjes je
publieke dienstverlening kunt regelen.
Hebben we hier nu met klokkenluiders of sombermannen te
maken? Er zijn zeker ernstige vragen te stellen bij het onjuiste
gebruik van bestuurlijke macht en de onmacht om fouten te
erkennen. Er zijn mensen die tussen wal en schip belanden en
corruptie steekt van tijd tot tijd de kop op. Instituties kampen
soms met bureaucratische onmacht. De opgaven van de
publieke dienstverlening versterken ook de risico’s op incidenten
en de neiging tot ‘sterk bestuur’. Door veiligheidsvraagstukken
die beangstigen. Door individualiserende, exploderende
vraag naar dienstverlening, zoals bij jeugdzorg. Door hoge individuele
verwachtingspatronen ten opzichte van de kwaliteit van
die dienstverlening. Door calculerend gebruik en tegelijk het
niet accepteren van (vermeend) misbruik. Door schaarste aan
middelen bij toenemende mogelijkheden door innovatie.
Deze opsomming is niet uitputtend, maar tegelijk ook al decennia
reden voor een zoektocht hoe de dienstverlening op peil te
houden. Media zetten elk incident op de agenda. Mede daarom
kennen we het instituut ombudsman en wordt de rechterlijke
macht gewaardeerd. Hoezo dus machtsconcentratie? Gemeentelijke
overheden zijn in stelling gebracht en spelen in op specifi
eke omstandigheden als multiproblematiek. Dicht bij de burger
is het motto. Mensen maken meer individuele keuzes door
eigen bijdragen, door instrumenten als het pgb. We zoeken naar
effi ciëntie in innovatie door bijvoorbeeld versterking van preventie
en digitalisering. Er is aanscherping van controle en verantwoording,
zoals in privacygevoelige veiligheidskwesties met
verregaande bestuurlijke bevoegdheden.
Ook dit rijtje is niet uitputtend en het bevat geen tovermiddelen.
Verbetering van onze publieke arrangementen is voortdurend
hot. Dat geeft risico’s bij samenballing van bevoegdheden en
complexe netwerken, zoals Brenninkmeijer en Vuijsje aanduiden.
Zij stimuleren een scherpe blik, maar laten we intussen
vooral niet somberen en lustig doorzoeken naar goede dienstverlening.
Henk
Wesseling, Expertisecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://N5QC9HGU2yp7is0gpcTWe0rz2wa4R2x4aHyFUHDPq9YU`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-rpsCo2x1oeTCzzX47ASmQ_z_Bhw0VhUvKbqQsCrAY8 )!` ׉	 7cassandra://0SEhFVHb2aVd4OCB5Msn62XNJdFjWraeAvkxDCt0seIX`S׉	 7cassandra://1_XKjBz0KUzlI-jNvcCz3OJqWg-PbF-ze5u1TMiuKco`̵ ׉	 7cassandra://RBh3_prcMakmIuOqD7NhC4_a1jIYQ2l7t2e8T1aKYRsvdT͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://su8u3kVlyEMDTRRldd0Z15mHJZVfjMe0CyLOk8wDSiU DO`׉	 7cassandra://tuwExQICjjxiRryNvQ-iF74IdD-27ifcDnFQ-_2f_2MT`S׉	 7cassandra://2jt4kH7Iu_jjPQueumiGL7aViACjDBY6y3RjDqROhbU`̵ ׉	 7cassandra://4HUz0nsZIIewRrQSzfjlRjIKNfo0vsmNu8KE-60Hr6U Q|͠V7T,|y׉EW I L SB E KWA AMH E I D
‘JA’, ZEGT DE BRUID
MAAR BEDOELT ZE DAT OOK?
Een verwarde cliënt aan de gemeentelijke balie. Wil hij werkelijk wat hij zegt?
Of is hij in feite wilsonbekwaam? Lastige vragen voor de dienstdoende ambtenaar.
Ook de wet biedt weinig houvast. Temeer daar de wetgever de verantwoordelijkheid
voor de inschatting van wilsbekwaamheid legt bij de betreffende
balie medewerker
Tekst: Loes den Dulk, Directeur stichting Raad op Maat
V
HOE
M
Het kan natuurlijk dat de cliënt die zorg
echt niet meer nodig heeft. Maar het kan
ook zijn dat de cliënt aan je loket wilsonbekwaam
ter zake is. Dat hij niet in staat
is de gevolgen van zijn beslissing goed te
overzien. Wat betekent dat voor de
afspraken die je maakt met de cliënt? Wat
betekent dit voor jouw verantwoordelijkheid?
Regel je dat de zorg wordt stopgezet
of gaat de verantwoordelijkheid verder
dan dat?
Een ander voorbeeld. Ter voorbereiding
van een trouwplechtigheid ga je als ambtenaar
van de burgerlijke stand in het
gesprek met het aanstaande bruidspaar.
Tijdens dat gesprek bekruipt je het gevoel
28
inschatting dat mevrouw de keuze niet
overziet? Kun jij deze twee mensen wel
met elkaar in de echt verbinden?
VERANTWOORDELIJKHEID
De wetgever legt de verantwoordelijkheid
voor de inschatting van wilsbekwaamheid
bij de professional. De in de wet
genoemde professionals zijn de ambtenaar
van de burgerlijke stand, de notaris
en de hulpverlener. De notaris heeft de
plicht te controleren of de cliënt een wilsbekwame
keuze maakt, bijvoorbeeld bij
het opstellen van een levenstestament. Als
de cliënt wilsonbekwaam blijkt voor deze
beslissing, mag de akte niet passeren.
oor je Wmo-loket staat een
man. Hij vertelt een wat verward
verhaal over de zorg die
hij ontvangt. Je stelt wat vragen
ter verduidelijking, maar het lukt de
ander nauwelijks om zijn verzoek helder
over te brengen. Je twijfelt of die persoon
zelf begrijpt wat hij komt doen. Langzaam
wordt duidelijk dat de cliënt je verzoekt
de zorg die hij ontvangt, stop te
zetten omdat hij die zorg niet meer nodig
heeft.
dat de bruid niet snapt wat ze gaat doen.
Iedere vraag die je haar stelt, lijkt haar te
verwarren en alle vragen worden door de
aanstaande bruidegom beantwoord. Ze
begint te stralen als het gaat over het
trouwfeest na de plechtigheid maar het
doel van de plechtigheid lijkt haar te ontgaan.
De
kans bestaat dat deze mevrouw wilsonbekwaam
ter zake is, dat ze de belangrijke
beslissing waar ze voor staat, niet
goed kan overzien. Moet je iets met je
De arts dient de beslissing van een patient
te respecteren voor zover dat een
weloverwogen beslissing is. Daar waar
de cliënt niet in staat is tot een weloverwogen
besluit, heeft hij het recht op vertegenwoordiging.
Het is de verantwoordelijkheid
van de arts de vertegenwoordiger
van de cliënt te benaderen. De
ambtenaar van de burgerlijke stand is
verantwoordelijk voor het vaststellen van
de wilsbekwaamheid van de aanstaand
bruid en bruidegom.
De verantwoordelijkheid van de medewerker
van het Wmo-loket of degene die
in het kader van de Wmo de ‘keukentafelgesprekken’
voert, ligt echter minder
duidelijk. Voor diegene geldt dat – in het
geval dat hij had kunnen vermoeden dat
er sprake kon zijn van wilsonbekwaamheid
– de cliënt of diens vertegenwoordiger
daar achteraf alsnog een beroep op
mag doen.
DEFINITIE
Een definitie van het begrip wilsbekwaamheid
is niet in de wet te vinden
maar wel in de literatuur. ‘De cliënt is in
staat om op basis van voldoende relevante
informatie, afgestemd op zijn
begripsvermogen, een beslissing te
nemen over een bepaald onderwerp. Hij
overziet de aard en de gevolgen van de
beslissing’, stelden Biesaart en anderen in
1997.
Wilsbekwaamheid gaat dus over het
begrijpen van de informatie, het wegen
׉	 7cassandra://1_XKjBz0KUzlI-jNvcCz3OJqWg-PbF-ze5u1TMiuKco`̵ V7T,|y׉E	van de voor- en nadelen bij de besluitvorming
en het toepassen daarvan op de
eigen situatie. Het gaat, kortom, om beslissingsvaardigheid.
Duidelijk is ook dat
wilsbekwaamheid per beslissing zal moeten
worden bekeken. Van algemene wilsonbekwaamheid
kan geen sprake zijn.
De defi nitie is duidelijk genoeg, maar hoe
pas je die in de praktijk toe? Helder is in
ieder geval dat je de informatie zoveel
mogelijk moet afstemmen op het begripsvermogen
van de ander. Dat vraagt specifi
eke communicatieve vaardigheden.
En waar nodig bijscholing. Maar dan
nog: wanneer begrijpt iemand de informatie?
Hoe
vaak overkomt het je zelf niet dat je
denkt iets begrepen te hebben, maar dat
het al doende toch niet het geval blijkt.
Hoe controleer je op een zuivere en respectvolle
manier of je informatie is overgekomen?
Het mag geen overhoring
worden en je moet mensen ook de woorden
niet in de mond leggen. Niet eenvoudig
dus. Wanneer weet je of iemand de
informatie ook echt toepast in de eigen
situatie?
MORELE VERPLICHTING
Bestaat er een gevoel van twijfel bij de
wilsbekwaamheid van een cliënt, dan
heb je als ambtenaar de (morele) verplichting
daar iets mee te doen. Overleg
met een collega. Raadpleeg de criteria die
zijn opgesteld voor de beoordeling van
wilsbekwaamheid. Ga een extra gesprek
aan met de cliënt en bespreek waar je
dilemma zit. Vraag of de cliënt bij een
volgend gesprek iemand mee wil nemen
die met hem voor zijn belangen kan
opkomen. En adviseer de cliënt om
ondersteuning in te roepen van de cliëntondersteuner,
zoals geregeld in de Wmo.
Daar waar het gaat om een rechtshandeling
zoals het sluiten van een huwelijk,
mag het huwelijk alleen worden gesloten
als de ambtenaar van de burgerlijke
stand zich heeft overtuigd van de wilsbekwaamheid
van beide partners. Waar
nodig kan een onafhankelijk arts worden
ingeschakeld om de wilsbekwaamheid te
beoordelen, bijvoorbeeld via de Vereniging
van Indicerende en adviserende artsen
(VIA).
Bij andere beslissingen is de wet niet zo
helder. Dan heb je als ambtenaar de
morele plicht om voor de wilsonbekwame
cliënt op zoek te gaan naar een
vertegenwoordiger die de belangen van
de wilsonbekwame cliënt kan behartigen.
Daar waar een wettelijk vertegenwoordiger
in beeld is – of de cliënt heeft een
curator, mentor, of een bewindvoerder –
is het belangrijk dat deze als door de
rechter benoemde belangenbehartiger
aanwezig is bij het gesprek.
Zo kunnen Wmo-cliënt en bruid voor
ondoordachte beslissingen worden
behoed.
׉	 7cassandra://2jt4kH7Iu_jjPQueumiGL7aViACjDBY6y3RjDqROhbU`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7Cuty2HyASmS1366uFnGZwQcqrii5QHjuOhOxZtaWwg H`׉	 7cassandra://i4EfBPkUIUl-9gg6-F8yyZrqCH3kw_K2mS-zZcvgD8A_`S׉	 7cassandra://essbadcazDtOEajdtkn_6QWWpB1djOzvDBJJosnQkD8`̵ ׉	 7cassandra://qJqQ9k-b6AyrNGSCzfEkq-ihWWhNSm5Qd_cqWNyIjXg ԸX͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://XOhDmH8xno2R1zo4KwZ-lDvuIHJhCG3WugjBSoDCF9M (`׉	 7cassandra://xXAI6hG9nhlUruhkOQUgNOXKbkLPmDSaPWuBHwDpQOM\D`S׉	 7cassandra://LaG3zPBKyzDRTxJvi8r03FecVsqLZCP9lBftF0mx9n0`̵ ׉	 7cassandra://MKoNOwUDlgcQqIgBxmcTkeGzkKaGT51n9r3gaAFngVE $X͠V7T,|yĒנV7T,|y C9ׁHhttp://www.vng.nlׁׁЈנV7T,|y \9ׁHhttp://www.saganet.nlׁׁЈ׉ESE R IOUS GAMI NG
NIET ZOMAAR EEN
SPELLETJE
SERIOUS GAMING BIEDT DIEPER INZICHT EN VERNIEUWENDE
OPLOSSINGEN
Gaming is geen spelletje wanneer het wordt ingezet voor leren en veranderen.
Als vakgebied heeft het zich ontwikkeld tot een platform van methoden, theorieën,
technieken en praktijken voor organisatieverandering. Zouden games en
simulaties ook niet meer kunnen betekenen voor de nieuwe gemeentelijke
taken rond de transitie van zorg, jeugd en Wmo?
Tekst: Kees J.M. van Haaster, Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht
I
n het standaardwerk van Johan Huizinga,
Homo Ludens (1938), wordt
spel als een betekenisvolle, culturele
activiteit gezien voor het ontwikkelen
van vaardigheden die ook buiten de
context van het spel van belang zijn.
Dankzij het internet heeft spel voor leren
en interactie zich enorm snel ontwikkeld.
Jonge professionals in het gemeentelijk
domein zijn opgegroeid met games en
online simulatiespelen voor sociale interactie
en leren. Zij weten niet beter en kennen
de taal.
Vooral voor beleidsterreinen als infrastructuur,
veiligheid en organisatieverandering
worden games en simulaties al
veelvuldig met succes toegepast. Simulatiegames
kunnen worden gezien als arena’s,
waarin complexe vraagstukken met
een variëteit aan meningen, ervaringen
en doelen zo realistisch mogelijk worden
aangepakt. De spelervaringen zijn input
voor leergesprekken, reflectie en besluitvorming.
Voorbeelden zijn het Openbaarvervoersspel,
de Social Media Game en
de Burgermeestersgame.
VERSCHILLENDE GEZICHTSPUNTEN
Veel beleidsbeslissingen binnen gemeenten
vragen om het bij elkaar brengen van
verschillende gezichtspunten en meningen.
Deze dienen op een zorgvuldige
wijze tegen elkaar te worden afgewogen,
waarbij mensen zich vrij moeten kunnen
voelen om hun mening te geven en waarbij
zij zich gehoord voelen. In een simulatiegame
is dat mogelijk. Spel biedt de
mogelijkheid tot associëren: het zich met
anderen verbinden aan geschetste scenario’s
en het overbrengen van effecten
naar het leven buiten het spel. Maar spel
biedt tevens de mogelijkheid om afstand
te nemen van de opgedane ervaringen.
Wat er in een spel gebeurt, blijft binnen
de grenzen van een spel. Maar gesprekken
over de in het spel ervaren processen
bieden aanknopingspunten voor reflectie,
leren en besluitvorming. Kunnen we in
games en simulaties evidence-based praktijken
en kennis uit het verleden gebruiken
voor besluitvorming? Hoe kunnen
games en simulaties bijdragen aan
toekomst bestendige methoden en technieken
van kennisontwikkeling en uitwisseling?
Om dit type vragen gaat het
bij het overwegen of simulatiegaming
geschikt is voor gemeentelijk beleid.
BETROKKENHEID
Uit een dit jaar uitgevoerde reeks interviews
met sleutelfiguren uit de wereld
van gemeenten en game design blijkt dat
games de betrokkenheid bij probleem ­
30
׉	 7cassandra://essbadcazDtOEajdtkn_6QWWpB1djOzvDBJJosnQkD8`̵ V7T,|y׉Esituaties vergroten. De respondenten
gaven unaniem aan dat resultaten uit
games en simulaties leiden tot een dieper
inzicht in het probleem en tot nieuwe
ontwikkelings scenario’s en oplossingen.
Ander onderzoek toont aan dat deelnemers
aan gamesessies over een complexe,
sociale probleemsituatie tot veel meer
oplossingen en opties van samenwerking
komen dan collega’s zonder die ervaring.
In de online spelsessies namen de anonieme
spelers andere rollen aan dan hun
gebruikelijke. De rolbeschrijvingen met
expliciete informatie over voorkeuren,
denkkaders en rolopvattingen verleidden
de spelers tot ander gedrag dan dat uit
hun dagelijkse praktijk. Veel spelers
gaven aan dat zij daardoor nieuwe talenten
bij zichzelf ontdekten. Bovendien
blijkt uit dit onderzoek dat de betrokken
partijen de inzet van games voor sociale
probleemoplossing zien als een wenselijke,
haalbare en nuttige praktijk. Simulatiegames
helpen sociale partijen en professionals
op speelse manier diepgaand
na te denken over de achtergronden van
sociale problemen.
SOCIAAL WIJKTEAM
Op veel beleidsterreinen zijn groepen te
vinden met een sleutelrol in de interactie
tussen overheid, burgers, bedrijven,
instellingen en organisaties. Een voorbeeld
is een sociaal wijkteam met experts
die elk hun eigen competenties inzetten
om taken van zorg en welzijn zo goed en
effectief mogelijk uit te voeren. Zij treden
op als bemiddelaars en brengen de juiste
personen, kennis en ervaring bij elkaar
voor het oplossen van sociale problemen.
De inbreng en inzet van dergelijke sleutelpartijen
is cruciaal voor het ontwerp
van een game en is essentieel voor de
transfer van resultaten uit spelsessies
naar de praktijk. Deze vertegenwoordigers
van een bepaald probleemveld zijn
nodig voor het uitwisselen van perspectieven,
maar ook voor het vinden van de
VE
N
juiste expertise, zo nodig van buiten het
eigen netwerk. Het ligt voor de hand om
daarbij een slim gebruik te maken van de
mogelijkheden van het internet en de
sociale media.
Online simulatiegames zijn hiervoor een
aantrekkelijk medium. De ervaringen uit
online simulatiesessies helpen enorm om
het leren en de besluitvorming in face-toface
overleg zo effectief mogelijk te
maken. Mensen komen gemotiveerd en
goed voorbereid ter vergadering en
besluiten worden gestaafd door resultaten
uit de gamesessies.
PASSEND ONTWERP
Wat maakt een simulatiegame tot een
succesvolle ingreep? Veel hangt af van
een passend ontwerp, waarbij alle relevante
informatie is gehaald uit de actuele
probleem situatie, en van het betrekOm
die processen te ondersteunen hebben
de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten en Saganet (de Simulation
and Gaming Association in the Netherlands)
vorig jaar een intentieverklaring
opgesteld. Een gevolg hiervan is een serie
seminars over Gaming in de Gemeentelijke
Context. Deskundigen en sleutelfiguren
uit gemeenten en game design
komen bij elkaar om kennis te maken met
wat gaming teweeg kan brengen en praten
over de mogelijkheden om gaming en
simulatie in te zetten voor actuele praktijkvraagstukken.
Het is de bedoeling dat
elk seminar leidt tot een design brief die
uitgangspunt is voor een op maat
gemaakte game.
Meer weten of deelnemen?
Kijk op www.saganet.nl en www.vng.nl
ken van de juiste partijen. Het integreren
van een simulatiegame vereist methodische
kennis en ervaring met het begeleiden
van spel- en veranderingsprocessen.
Er zijn heel veel specialisten op het
gebied van game design en game-uitvoering
die graag een bijdrage hieraan leveren,
maar de benodigde situationele kennis
en ervaring moet geleidelijk en gedegen
in eigen kring worden opgebouwd.
׉	 7cassandra://LaG3zPBKyzDRTxJvi8r03FecVsqLZCP9lBftF0mx9n0`̵ V7T,|yƁV7T,|yŁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://pmStdXF3ujUIY49lIICHK1bCf-W3YSNpiD8J50vxObU b` ׉	 7cassandra://j_PKLBkCiC3-k752ulYRJvbLzFMg8zouE7OakqjUVo8YJ`S׉	 7cassandra://bK0QCrNWDUOfEraOxL2ZmmUuEWEQRZn-Mf-U--xgrFs`̵ ׉	 7cassandra://YvwmiwhboC-QVi3zScm8vTlGZts0FBB2XIvC5Z1UdCQrX͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://qCuo2jMIdgXU10hujjHSlXeJJT-gFeOBr5kssCtoAsY 6`׉	 7cassandra://Hr_U7WaySR3HxU6lCzfkaYoa5dzDqrvm4ji-rn9q1iIa`S׉	 7cassandra://DJdjzWZZWG0H_iu1vLFcnX7gtrQbGCXf41NTLzzPiMg`̵ ׉	 7cassandra://PzA4ni4z__Td_GYxTri3t2N8lDPJxhQfdVJizkMW2oI \͠V7T,|y׉EPR IVA C Y B ESCH E RMI NG
DE VERLOREN VRIJHEID
GOVERNANCE OP HET INTERNET IS HARD NODIG!
De overheid plukt gegevens van burgers van het Internet en koppelt databestanden.
Bedrijven brengen surfgedrag in kaart. Het bezorgt ons bijna meer
kopzorgen dan vrijheid, gezien de slordige wijze waarop er met de privacy van
burgers wordt omgesprongen. Hoogste tijd voor een fundamenteel debat, ook
binnen de overheid.
Tekst: Erik Huizer, CTO bij SURFnet
H
et Internet heeft weliswaar
anarchistische trekjes, maar
een anarchie is het zeker niet.
Er is wel degelijk sprake van
organisatie, al is die losjes en bestaat er
geen Internet-politie of digitale overheid
die dingen voorschrijft of afdwingt. De
organisatie die verantwoordelijk is voor
de internetstandaarden (IETF), definieerde
het Internet in 1992 als ‘een netwerk
van autonome netwerken die op
vrijwillige basis aan elkaar zijn gekoppeld
en met elkaar praten op basis van
internetstandaarden’.
Het Internet bestaat dus met name omdat
iedereen zich aan de internetstandaarden
houdt. De afspraken die daarvoor nodig
zijn, vergen veel afstemming en overleg.
Die overleggen zijn wel degelijk goed
georganiseerd en worden gedaan in
zogenoemde multi-stakeholder fora.
Daarbij zijn ook gebruikers en bedrijven
stakeholders (belanghebbende partij) en
niet alleen overheden. In een dergelijke
omgeving heeft de overheid niet meer
macht dan andere stakeholders.
POSITIEVE KANTEN
Wat zien wij, in de westerse wereld, als
de positieve kanten van het Internet?
Toegang tot het Internet draagt bij aan
een opener maatschappij waarin niet langer
je afkomst bepaalt hoe ver je het in
het leven kunt schoppen, maar je eigen
intelligentie en werklust.
32
In de tweede plaats is de burger dankzij
het Internet mondiger geworden ten
opzichte van de overheid. Je kunt er niet
alleen veel informatie vinden over het reilen
en zeilen van de overheid, maar die
ook delen en bespreken met medeburgers.
De overheid wordt zo gedwongen tot een
steeds grotere mate van transparantie.
gen op. Meest in het oog springend is
misschien wel dat de burger op het net
kan worden geconfronteerd met afwijkende
meningen die helaas soms kunnen
doorslaan in bedreigingen. Soms zijn ze
zo ernstig, dat ze de individuele vrijheid
beperken om nog een mening te kunnen
geven.
VR
Het Internet is in de derde plaats ook de
plek bij uitstek om gelijkgestemden te
vinden. Of het nu gaat om mensen met
dezelfde hobby, dezelfde kledingstijl of
muzieksmaak, of dezelfde ziekte. Deze
gelijkgestemden organiseren zich en
dwingen leveranciers en overheden rekening
te houden met hun eisen en wensen.
Om al deze voordelen van het Internet te
benutten is het wel noodzakelijk dat we
het beter deel laten uitmaken van onze
opvoeding en onderwijs. Zo zullen we
kinderen moeten leren hoe om te gaan
met de schier oneindige hoeveelheid van
informatie die vaak niet geverifieerd of
geduid is.
BEPERKINGEN
Het Internet breidt onze vrijheid niet
alleen maar uit, het levert ook beperkinDaarnaast
zijn er bedrijven die vrijwel
alles van hun potentiële klanten willen
weten. Dit gebeurt niet alleen door grote
bedrijven als Facebook en Google; onderschat
niet wat veel kleinere bedrijven allemaal
al verzameld hebben. Neem het surfgedrag
van burgers dankzij de cookies die
we massaal accepteren. De tweets en
andere berichten op sociale media die met
text analytics worden geduid. Maar ook de
wijze van parkeren (voor wie betaalt met
zijn mobiel), het reisgedrag via de ovchipkaart
en de mobiele telefoon die met
wifi tracking kan worden gevolgd.
Los van elkaar hebben deze data geringe
betekenis. Slechts weinigen zullen ze
ervaren als schending van de privacy.
Maar gecombineerd leveren die diverse
bronnen een nauwkeurig beeld op van
iemands handel en wandel.
׉	 7cassandra://bK0QCrNWDUOfEraOxL2ZmmUuEWEQRZn-Mf-U--xgrFs`̵ V7T,|y׉E	D
VAN HET INTERNET
AFHANKELIJK
Een ander nadeel van Internet is dat we
er erg afhankelijk van zijn geworden. Wie
kan ons garanderen dat het altijd
beschikbaar is? Zoals we hebben gezien
is het een netwerk van autonome netwerken;
er is geen eigenaar die verantwoordelijk
is voor de beschikbaarheid en
betrouwbaarheid van het totale Internet.
Dat weten de mensen die kwaad willen
ook.
In de toekomst zullen steeds meer apparaten
aan Internet worden gekoppeld
(Internet of Things) en zal de burger er
daardoor ook steeds afhankelijker van
worden. Onze gezondheid, ons comfort
en onze veiligheid (dijkbewaking) wordt
in toenemende mate bepaald door allerlei
sensoren die zijn verbonden met diagnostische
en soms zelfs sturende systemen.
Mensen
zullen steeds meer wearable technologies
gaan gebruiken die steeds meer
gegevens over henzelf prijsgeven aan het
Internet. Dat dient vaak een goed doel,
maar het maakt ons tegelijk nog afhankelijker
van de technologie én een grotere
prooi voor misbruik.
SPIONERENDE OVERHEID
Niet alleen bedrijven, ook overheden
doen een duit in het zakje. De
bewindslieden van het ministerie van
Veiligheid en Justitie proberen onder het
mom van veiligheid over te gaan tot
massa-surveillance (zie bijvoorbeeld het
Voorstel van de Wet op de inlichtingenen
veiligheidsdiensten 20..). Ten opzichte
van het aantal overtreders en de zwaarte
van de overtreding, is de proportionaliteit
vaak ver te zoeken.
De Amerikaanse overheid zet, zo blijkt
uit de onthullingen van Snowden, ook in
op het bewust verzwakken van de toegepaste
technologieën. Zo probeert men
encryptie te verbieden en bouwt men in
systemen zogenaamde ‘achterdeurtjes’
in. Dat leidt onherroepelijk tot een minder
betrouwbaar Internet. Van die ingebouwde
zwakheden maken natuurlijk
niet alleen maar goedbedoelende overheden
gebruik.
Overheden houden er dus vaak een heel
andere omschrijving van privacy en vrijheid
op na dan burgers. En dat geldt
zowel voor westerse landen als voor regimes
waar burgers sowieso niets te vertellen
hebben. Een fundamentele vraag
daarbij is of een democratie kan bestaan
in een land waar de overheid haar eigen
burgers niet vertrouwt. Een privacyschending
die enkele jaren geleden was
voorbehouden aan verdachten van zware
misdrijven wordt nu, omdat het kan,
door de overheid toegepast op alle burgers.
Iedereen die daarbij ook maar een
beetje afwijkend gedrag vertoond, is dan
meteen verdacht. De burger is schuldig,
tenzij het tegendeel wordt bewezen.
׉	 7cassandra://DJdjzWZZWG0H_iu1vLFcnX7gtrQbGCXf41NTLzzPiMg`̵ V7T,|yʁV7T,|yɁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://mNomG8baWLosw3nuuieV1HI_0TAjLfd_WkDsAcijNj4 `׉	 7cassandra://mum56Xzi7acvZzkT9cpZnMh6_R1N7tpPFUg4UpUNfW4g9`S׉	 7cassandra://0ccJ_PbQGo16wFb9FEcKA1ElyrhZ8BD7t_8cP3mfOpI {`̵ ׉	 7cassandra://GOwIk4tPaplU_798BV6QiKeUvGWXmVvY7sxVVCdEFRk &^z͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://nQbdTE-mMz3CTtaKMjfIKx7uzDi8XQnsX8aWhbsrroM g`׉	 7cassandra://VZ1tjVp2ce1Kg9FflNFrQPoRD2JRgsZpRXQPDKD8jBAV`S׉	 7cassandra://AES7xjU6Ff5Vh9KPIlAWf9_2x2dO8WPIp9-iLvVVyik`̵ ׉	 7cassandra://4bv-CsnZ2cgdm4nwlUu2SPqhVz38vZsoZAjnFsp4Dn4 ̘͠V7T,|y̒נV7T,|y" R̽9ׁH "http://executiveeducation.nl/cloudׁׁЈנV7T,|y ߁$9ׁHhttp://wbs.nlׁׁЈ׉EGOVERNANCE
Een punt van aandacht in het bewaken
van Internetvrijheid is governance. Want
waar het offline maatschappelijk duidelijk
is wie de regels maakt en wanneer
regels worden overtreden en hoe er
wordt gehandhaafd, is dat op Internet
niet het geval. Voor Internet moet er een
internationale discussie tussen stakeholders
op gang komen, waar ook burgers,
consumenten, belangengroeperingen en
commerciële partijen bij worden betrokken.
Multi-stakeholder dus.
Daarnaast is het van belang dat we in
Nederland komen tot een fundamenteel
publiek en politiek debat over zaken als
de ontwikkeling van het Internet, de
afhankelijkheid van technologie, het koppelen
van bestanden, privacy, proportionaliteit
en vrijheid. Ook voor gemeenten
geldt dat zij zich niet aan een dergelijk
debat kunnen onttrekken. Wat mag je als
gemeente doen met data van burgers en
wat niet? Welke risico’s schep je voor
burgers als je hun data niet goed beveiligd?
Zaken die de VNG inmiddels al op
de agenda heeft staan, maar die een bredere
impact kennen dan de gemeentelijke
administratie en fraudebestrijding.
Het zou mooi zijn als we daar een visie
op kunnen ontwikkelen op basis waarvan
toekomstige regeringen toepasselijk
beleid, wetgeving en handhaving kunnen
ontwikkelen waarbij die proportionaliteit
voorop staat. Tenslotte reikt het Internet
verder dan de online wereld en is het al
lang een integraal onderdeel van onze
maatschappij.
Meer weten?
Dit artikel is geïnspireerd op het hoofdstuk
‘De anarchistische trekjes van het Internet’ in
het boek ‘Omstreden vrijheid’ uitgebracht
door de Wiardi Beckmanstichting. In het boek
gaan verschillende auteurs in op de vrijheidsdilemma’s
in de moderne samenleving.
Het boek is te bestellen via de website www.
wbs.nl
Maandag 9 november 2015
De ontwikkeling van cloud diensten
Pieter Hufen, Grexx
MASTERCLASS ARCHITECTUUR
VOOR DE CLOUD
Met de komst van de ‘Cloud’ is het IT-landschap fl ink veranderd.
Maar wat betekent dit voor u als IT-architect, IT-beslisser of business
manager? Met deze masterclass krijgt u een helder beeld over de laatste
Cloud ontwikkelingen en de impact hiervan op uw IT-architectuur.
Wat zijn de verschillende cloud
diensten, welke privacy perspectieven
spelen een rol en welke juridische
aspecten zijn van belang? Hoe hoort
cloud in een goede IT-strategie en
hoe is deze strategie toe te passen
op uw totale business bedrijfsvoering?
U krijgt ook een duidelijk stappenplan
voor een migratie naar de cloud
en inzicht in de organisatorische en
technische veranderingen.
In zes bijeenkomsten presenteren
AutomatiseringGids en Nyenrode
Business Universiteit een heldere
update over dit interessante en
snel veranderende vakgebied.
Nederlandse topsprekers geven
hun visie op het vak en vertellen
vanuit hun ervaring over de belangrijkste
principes en inzichten.
Aansprekend, concreet en helder.
Maandag 16 november 2015
De cloud in uw business…
een business architectuur benadering
van de cloud
Niels Klinkenberg, Niels Klinkenberg Advies
Maandag 23 november 2015
De cloud, een nieuw leveringsmodel,
een nieuw speelveld
Andres Steijaert, SURFnet
Maandag 30 november 2015
Cloud vanuit privacy en IT recht
perspectief
Louis Jonker en Elisabeth Thole, Van Doorne
Maandag 7 december 2015
Stappenplan migratie naar de cloud
Antoine de Wispelaere, Bauhaus ArtITech
Maandag 14 december 2015
cloud computing in de praktijk
Lambert Caljouw, Vopak
Meer informatie/aanmelden: executiveeducation.nl/cloud
34
׉	 7cassandra://0ccJ_PbQGo16wFb9FEcKA1ElyrhZ8BD7t_8cP3mfOpI {`̵ V7T,|y׉EAR J AN E L FA SSE D
WEET WAT JE HEBT
Voor elke publieke dienst waar een burger gebruik van maakt,
verzamelt de overheid informatie. Er bestaat inmiddels een verzameling
van duizenden databases. Terwijl overheden veel
weten over burgers, krijgen we van dezelfde overheid maar
weinig informatie terug. Onlangs publiceerde het ministerie van
Binnenlandse Zaken een eerste data-inventarisatie van de rijksoverheid.
Zo weten departementen niet alleen welke data ze
zelf verzamelen en beheren, maar kunnen ook andere onderdelen
van de rijksoverheid daarvan profi teren, net als burgers,
journalisten, bedrijven en app-ontwikkelaars. De vraag naar
overheidsinformatie helpt overheden prioriteiten te stellen bij
welke datasets als eerste open zouden moeten. Wanneer die
gegevens beschikbaar en toegankelijk worden als open data,
kan dat de samenleving een enorm maatschappelijk en economisch
rendement opleveren.
Een volgende stap is dat overheden schema’s opstellen voor het
ontsluiten van die data. Door tijdig kenbaar te maken welke
datasets beschikbaar komen, kunnen gebruikers, programmeurs
en bedrijven zich voorbereiden en toepassingen creëren, zodat
waarde kan ontstaan. Ook helpt dit, door feedback, bij het verbeteren
van de kwaliteit van overheidsinformatie. In de VS en
het Verenigd Koninkrijk is dit een beproefde manier waardoor
het hergebruik van open data een vlucht heeft genomen.
Het publiceren van de eerste rijksbrede data-inventarisatie is
een belangrijke mijlpaal. Nederland is hiermee het derde land
dat een dergelijke exercitie heeft gedaan. Als je echter beter gaat
kijken naar de uitkomst van de inventarisatie valt een aantal
dingen op. Er ontbreken drie ministeries. Er zijn slechts 944
datasets gevonden, waarvan de helft beschikbaar zijn. Zo’n 200
datasets zijn nog in onderzoek en 84 datasets staan in de planning
om open te gaan.
Het is echter onduidelijk aan de hand van welke criteria de
datasets zijn geselecteerd. Zo ontbreekt bijvoorbeeld het handelsregister.
Ook datasets waarvan wordt gezegd dat ze open
zijn, zijn slechts deels beschikbaar. Van bijvoorbeeld aanbestedingen
zijn slechts de meest recente 25 aanbestedingen beschikbaar.
Niets over gegunde opdrachten, laat staan over historische
gegevens. Ook het deels beschikbaar stellen van een dataset
wekt de indruk van transparantie, maar helderheid is nodig
waarom slechts een deel en niet de gehele dataset open kan.
Van de 84 datasets die gepland staan om open te gaan, worden
er volgens de planning 72 dit jaar opengemaakt. De rest in de
komende jaren. Volgens de inventarisatie zullen 112 datasets
blijvend gesloten blijven, maar er wordt niet uitgelegd waarom.
Opvallend vaak wordt ‘privacy’ als argument gebruikt om datasets
niet te openen. Van een deel kan de data gewoon geanonimiseerd
ontsloten worden. Tenslotte valt op dat veel datasets
waarvan wordt gezegd dat ze herbruikbaar zijn als open data
bestaan uit zoekmachines, pdf-bestanden en logs op kaarten. De
data is niet in een open, machine-leesbaar formaat beschikbaar,
waardoor programmeurs er weinig mee kunnen doen.
Desondanks is het een goed begin. Openheid is van belang over
wat een overheid verzamelt en beheert; over welke data open
kunnen en welke niet. Het is een doorlopend proces. Inmiddels
heeft ook de gemeente Utrecht een data-inventarisatie uitgevoerd.
Andere gemeenten en provincies zullen dit voorbeeld
gaan volgen. Dat kun je alleen maar aanmoedigen.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://AES7xjU6Ff5Vh9KPIlAWf9_2x2dO8WPIp9-iLvVVyik`̵ V7T,|y΁V7T,|y́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Tquct0nheTwEJ5JdmCDJrcD2ILO-KwFNdp1tg9_rpHE \`׉	 7cassandra://rEqD1Mw8ywXAAmZhFfdiH5ajapE6cvmCvWlELpSKf2Ym}`S׉	 7cassandra://9BFW-U__4TOi6zW627-gM3Yww1ig_H2Y2aqpb9S-ZZA! `̵ ׉	 7cassandra://wG38_3w1yno2V7ORUQJLXIozU-8gjVTjzjadKWpG97s V ͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://y0ruWmddX3fuu_ePHwt--CT74rFhjIghf8MEwCvNyoE ;` ׉	 7cassandra://khsdMdXt6FeME4oXILmLqcebKrs0aRTPxcH19N7hq4Me`S׉	 7cassandra://UmCzN9IBoIlSnqyq5Z2MWj3t5unFRuZm6FO6ajxq86M`̵ ׉	 7cassandra://Rv8yyyUqrNSxPEcR2bE3E_0KRfw4Ita02ZigFnVUuQMgL͠V7T,|y׉E׉	 7cassandra://9BFW-U__4TOi6zW627-gM3Yww1ig_H2Y2aqpb9S-ZZA! `̵ V7T,|y׉EC Y B E R SECU R ITY
C Y B E R SECU R ITY
ONGEOORLOOFDE TOEGANG IS HET ECHTE PROBLEEM
HELDERE AUTORISATIE
MAAKT SUWINET VEILIG
De (on)veiligheid van het SUWInet was de afgelopen maanden onderwerp
van gesprek. Het is niet de eerste keer dat de veiligheid van het
informatieplatform voor overheidsinstellingen als UWV, SVB en
gemeentelijke sociale diensten ter discussie staat.
Tekst: Henk Meeuwisse, Senior Management Consultant informatiebeveiliging bij Sogeti
ia SUWInet kunnen deze overheidsorganisaties gegevens
van burgers en bedrijven digitaal bij elkaar
opvragen en met elkaar delen. Met het doel ons
Nederlanders beter te helpen zodat we niet iedere
keer overal dezelfde informatie hoeven af te geven. Dit informatieplatform
bevat dus veel persoonlijke informatie.
Logisch dat de veiligheid van dit systeem kritisch wordt beoordeeld.
Zo trok de Commissie Bescherming Persoonsgegevens
(CPB) enige tijd geleden al aan de bel. Ook staatssecretaris
Klijnsma van Sociale Zaken & Werkgelegenheid riep gemeenten op
de beveiliging van SUWInet nu eindelijk eens op orde te brengen.
Eind juni schreef ze naar de Tweede Kamer dat het komende
inspectie-onderzoek moet uitwijzen of gemeenten voldoen aan
de gestelde beveiligingsnormen. De Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG) maakt zich eveneens hard voor een
gemeentebrede informatiebeveiliging met specifieke aandacht
voor de rol van SUWInet.
V
BETERE BEVEILIGING
Kortom, menigeen schreeuwt om betere beveiliging van het systeem.
Om betere technologie. Maar dat is niet het probleem. De
onveiligheid wordt niet veroorzaakt door de techniek. Ongeoorloofde
toegang is het echte probleem.
De beheerder van SUWInet, het Bureau Keteninformatisering
Werk & Inkomen (BKWI), heeft veel geïnvesteerd in technische
maatregelen die nodig zijn voor gedegen informatiebeveiliging.
Elke vorm van informatie kan worden afgeschermd. Het autorisatieniveau
bepaalt welke persoon toegang krijgt tot welke informatie.
Doelbinding is daarbij het motto; verzameling van en toegang
tot persoonsgegevens is alleen mogelijk voor welbepaalde,
uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden.
HOOFDGEBRUIKER
Het BKWI is slechts beheerder van SUWInet. Per (nieuwe)
groep gebruikers zoals een gemeente, UWV-instelling of
Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) wordt een
hoofdgebruiker bepaald. Deze hoofdgebruiker krijgt een aantal
rechten. Vervolgens is de hoofdgebruiker verantwoordelijk voor
wie binnen zijn of haar instelling toegang krijgt tot welke
informatie.
Daar gaat het meestal mis. De hoofdgebruiker geeft gebruikers
te veel rechten. Of geeft rechten aan ambtenaren die helemaal
geen gebruik mogen maken van SUWInet. Zelfs externen zoals
zorgverleners krijgen soms toegang. Het komt ook voor dat het
helemaal niet duidelijk is wie de hoofdgebruiker is. Soms is
zelfs de ICT-beheerder of een groep ICT-beheerders in staat
rechten uit te delen.
Van deze ICT-beheerders mag je niet verwachten dat zij in staat
zijn te beoordelen of toegang tot informatie past bij de taken en
verantwoordelijkheden van desbetreffende ambtenaren. Wie
denkt na of iemand überhaupt toegang mag hebben?
BEWUSTWORDING
Er is sprake van wat we met een mooi woord informatiebeveiligings-bewusteloosheid
noemen. Zorg ervoor, dat ambtenaren
meer bewust worden van het toekennen van rechten aan de
juiste personen. Leg uit, licht toe, geef voorbeelden en straf zo
nodig.
Neem hoe dan ook maatregelen waarmee bewusteloosheid
omslaat naar bewustwording. En zorg voor regelmatige controle.
Het BKWI heeft daarvoor meer dan voldoende rapportagemogelijkheden.
Geen enkel technisch goed beveiligd systeem
kan op tegen een slecht autorisatieproces.
Vanaf september worden alle gemeenten getoetst op zeven
beveiligingsnormelementen van de SUWIwet. Of een gemeente
slaagt, hangt wat mij betreft vooral af van een gedegen autorisatieproces.
Anders blijft dat beperkt tot papieren compliancy. En
zal het niet de laatste keer zijn dat de (on)veiligheid van SUWInet
in het geding is.
׉	 7cassandra://UmCzN9IBoIlSnqyq5Z2MWj3t5unFRuZm6FO6ajxq86M`̵ V7T,|yҁV7T,|yс{בCט   {u׉׉	 7cassandra://tFFC7iJfv0uRhGdf0kddcGfdnaEVhkbX_Q8NfER-oCc .` ׉	 7cassandra://6XIA8S1XqCPcPZWw3hzNpLCxWyU7tfh01rfSmTDzqQQQ`S׉	 7cassandra://HswugumYjnGhYqhIraDviHROcHHDLeNdcYFcHw_29k8\`̵ ׉	 7cassandra://eG05ihP_FlqRcJ5Am5g9NOlMqYRTEgyVVqvP9CniTAgjT͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://dc9Ig4yg2XR7SyYe_n0GY1H_8xWCfikmTEjWcBVWzXc 7`׉	 7cassandra://yCBIyftiaR0qutQC7ns_i1SENGx0m9GKuDlz48pwe3MM5`S׉	 7cassandra://0c6STxx2wlTkYU8QZx4gVkr2rgGxW0ZoM7bIj1gaE8s/`̵ ׉	 7cassandra://UXrdG7PTLqaYM5UN4pE40pWdMdEWnTNhYVIfOMNk0oI ̰͠V7T,|yԒנV7T,|y$ ^ہE9ׁHhttp://hengelo.nlׁׁЈנV7T,|y# ̑9ׁHhttp://www.open-overheid.nlׁׁЈ׉ECO P EN OV ER H EI D
VOOR EEN
OPEN OVERHEID!
MAAR... WAT LEVERT DAT NOU OP?
Principieel zijn we als overheid van iedereen, stelt Digicommissaris Bas Eenhoorn.
Maar hoe breng je die gewenste Open Overheid in praktijk? En wat
levert het op? Een inventarisatie aan de hand van de vier vormen waar een
Open Overheid uit bestaat.
Tekst: Mikis de Winter, eindverantwoordelijk coördinator van het Leer- en Expertisepunt Open
Overheid
S
PR
Anderen, zoals Digicommissaris Bas Eenhoorn,
zeggen: ‘Ik vind dat praktische
element prachtig, maar ook dat wij principieel
openbaar bestuur zijn. Principieel
zijn we van iedereen. Principieel is het
dus: open, tenzij.’
Weer anderen legitimeren hun drang
naar meer openheid door te verwijzen
38
nen zo beter inspelen op de behoeftes
van mensen. Door op sociale media te
laten zien wat ze doen, maken zij de
overheid toegankelijker en kan de overheid
zelf gebruikmaken van de ideeën en
vragen die uit de samenleving komen.
Een vaak gehoord voorbeeld van Open
Contact is de informele aanpak zoals die
ommige mensen maken veel
werk van Open Overheid omdat
het praktisch gezien wat oplevert.
De Amerikaanse president
Barack Obama benoemt in een adem verschillende
economische, maatschappelijke
en democratische baten: ‘Meer burgers
participeren, ook in het maken van
beleid. Meer ondernemers gebruiken
Open Data om te innoveren en nieuwe
bedrijven te starten. Er is meer helderheid
over belastinguitgaven. En meer
overheden stellen zich op als partner van
de maatschappij in de strijd tegen corruptie
en het vinden van nieuwe vormen
van goed bestuur.’
naar wet- en regelgeving zoals de Wet
openbaarheid van bestuur (Wob), de
richtlijn Hergebruik of recent aangenomen
Tweede Kamermoties die oproepen
tot het ontsluiten van Open Data. In de
praktijk zien we bijna altijd een mix van
bovenstaande motieven om met één of
meer van de vier vormen van Open
Overheid te starten: Open Contact, Open
Aanpak, Open Data en Open Verantwoording.
OPEN
CONTACT
Een overheid die Open Contact aangaat
is nabij, laagdrempelig, bereikbaar en
betrouwbaar. Publieke professionals kunwordt
gepropageerd door het programma
Prettig Contact met de Overheid
(www.prettigcontactmetdeoverheid.nl).
Dat betekent dat ambtenaren vaker bellen
voordat ze een juridisch doorwrochte
brief schrijven. Als de ambtenaren bellen
met een eerlijke en nieuwsgierige houding,
actief luisteren en doorvragen, dan
komen ze er vaak snel achter wat er precies
aan de hand is. Zo kunnen zij dure
en tijdrovende juridische procedures
voorkomen.
OPEN AANPAK
Een Open Aanpak leidt tot beter onderbouwd
en genuanceerder beleid en
slimme oplossingen. Uiteindelijk sluit het
beleid beter aan op de wensen van de
samenleving. Met een Open Aanpak kunnen
over heden een goed resultaat voor
alle partijen bereiken. Als zij vóór de
besluitvorming goed luisteren naar mensen
en hen begrijpelijk informeren, dan
kunnen zij rekenen op meer begrip en
betere interne processen.
Een best practice is de gemeente Tilburg
met MijnWOZ. Via MijnWOZ geeft de
gemeente inzicht in de opbouw van de
WOZ-waarde van huizen. Inwoners kunnen
hier hun gegevens controleren, hui׉	 7cassandra://HswugumYjnGhYqhIraDviHROcHHDLeNdcYFcHw_29k8\`̵ V7T,|y׉E;zen vergelijken en wijzigingen doorgeven.
Resultaat: betrokken inwoners en
een effi ciënt proces bij de gemeente. Met
veel minder bezwaarschriften.
OPEN DATA
Steeds meer overheidsorganisaties kiezen
ervoor om gegevens kosteloos, rechtenvrij,
openbaar, machineleesbaar en volgens
open standaarden beschikbaar te
stellen. Of omdat een gemeente, provincie
of waterschap simpelweg transparant
wil zijn. Overheidsdata zijn immers op
kosten van de burger verzameld, en moeten
dus ook voor hún doelen beschikbaar
zijn. Of om maatschappelijke en econoBOUW
MEE!
Nederland is aangesloten bĳ het Open Government Partnership (OGP), de brede internationale
beweging voor meer Open Overheid. In dit kader maakt Nederland een
nieuw Actieplan voor de periode 2016-2017. Nicole Donkers van het ministerie van
Binnenlandse Zaken: ‘Wĳ merken dat zich in de maatschappĳ en binnen de overheid
een beweging aftekent die aandringt op een Open Overheid. De ondersteuning van die
beweging wordt ingevuld door het Leer- en Expertisepunt Open Overheid. Sluit je aan
en bouw mee aan de Open Overheid door jouw visie te geven op de voorgenomen activiteiten
in de komende jaren. Meer informatie vind je op www.open-overheid.nl.’
mische activiteit te stimuleren. Eén van
de vele voorbeelden is OmgevingsAlert,
een toepassing die inwoners vertelt waar
in hun omgeving een verbouwing of een
wegopbreking plaats zal vinden.
OPEN VERANTWOORDING
Mensen willen weten wat de overheid
doet. Bijvoorbeeld wat er met hun belastinggeld
gebeurt en hoe ze dit kunnen
veranderen. Als overheidsorganisaties de
inkomsten en uitgaven actief openbaar
maken, zien burgers waaraan hun geld
wordt besteed en kunnen ze meedenken
over alternatieven. En in het concrete
voorbeeld van Hengelo (www.watdoethengelo.nl)
is ook heel helder benoemd
wat de gemeente anders kan doen.
O P EN OV ER H EI D
׉	 7cassandra://0c6STxx2wlTkYU8QZx4gVkr2rgGxW0ZoM7bIj1gaE8s/`̵ V7T,|yցV7T,|yՁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://33A0jjUkzam5PWV0rsjfNzwStGxwDdxSuLMpNI5IVeg Av` ׉	 7cassandra://87HJPohuqkHhhwSS84XFax5WJNgekXeJbPiY5c0jQoAW`S׉	 7cassandra://FRBrG8-UVWK5EeY60WvfLzr_0mpkQYYfERa9wVEr8EU`̵ ׉	 7cassandra://h_NKTUooUy9A0rYJytzd07UTKkvXWURnGd79upWj8zYv)\͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://GWjclu39rh3eCz96hvjtqN-ZvIqfeC57AfPXTYvkLlM `׉	 7cassandra://EpT1Gc-7EeFnF26UeBs6LnoNth9d5z705paPn43rimcH`S׉	 7cassandra://-grFdusZUI2i6zLi7njf2OLV86VPsIp2zn74PoWxi38`̵ ׉	 7cassandra://lWWCd8p1MZH3wHd27IbdIEcfcCgpgm-mH-47tZeJBkk )td͠V7T,|yؑנV7T,|y z1M9ׁHhttp://Overheid.nlׁׁЈ׉EO P EN OV ER H EI D
WIJ BEPALEN WAT U WILT
HOE INTERACTIEF IS DE OPEN OVERHEID?
De overheid stelt steeds meer informatie vrijelijk aan burgers beschikbaar. Zo
kan de burger beter volgen wat de overheid wil, weet en doet. Maar wie
bepaalt welke informatie wanneer en voor wie beschikbaar komt? Dat doet de
overheid zelf. Op het gevaar af dat de burger straks een compleet gevulde
gereedschapskist krijgt, maar slechts een schilderijtje op wil hangen.
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
O
penheid en transparantie dragen
bij aan een grotere
betrokkenheid van burgers bij
de samenleving. De beschikbaarheid
van overheidsinformatie stelt
de burger in staat beter te controleren
wat die overheid doet, wil en weet.
So far, so good. Het klinkt logisch en dat is
het, op een hoog abstractieniveau. Om
dat allemaal te bereiken is echter een
Herculische taak. Het lijkt alsof deze
goede intenties (weer) ten prooi vallen
aan ouderwetse regelzucht. Immers, het
is de overheid zelf die bepaalt dat zij
opengaat, wát er opengaat, en hoe dat
dan gebeurt. De wensen van burgers en
bedrijven lijken daarbij secundair.
DENKFOUT
Het is begonnen met ontevredenheid
over de Wob. Begrijpelijk, want een
omslachtige procedure die ook vaak nog
de vraag oproept: waarom is dit eigenlijk
niet openbaar? Nu ontstaat een nieuw
juridisch kader. De denkfout is dat openheid
en transparantie via juridische weg
kunnen worden afgedwongen. Dé overheid
bestaat niet, dus dé open overheid
ook niet. Het klinkt allemaal veelbelovend,
maar welke informatie moet er dan
waar beschikbaar komen? Het uitgangspunt
lijkt te zijn: alles is openbaar tenzij.
Dat betekent dat burgers en bedrijven
worden overvoerd met informatie.
40
Volgens oud recept: in de onvolprezen serie
Yes Minister verklaart de net benoemde
minister dat hij alles wil weten wat er op
zijn departement speelt. Alles? Alles! De
ervaren SG Sir Humphrey stelt zijn medewerkers
gerust. ‘We’ll do just that. Give him
everything, swamp him with information. He’ll
drown in two days.’
LEU
Is dat de macabere gedachte achter het
grootschalig ter beschikking stellen van
overheidsinformatie? U had het kunnen
weten, want het is gepubliceerd. Daar
hebben we recent bij de RDW mooie
voorbeelden van gezien. De herinnering
aan de apk-keuring is alleen nog digitaal
beschikbaar voor gebruikers van MijnOverheid.nl.
Aangezien veel burgers
hiervan niet op de hoogte waren, missen
zij dat bericht en vergeten zij de apk-keuring.
Gevolg is een fikse boete. Domme
burgers, ze hadden het kunnen weten,
toch? Vanwege alle tumult verstuurt de
RDW overigens weer ouderwets brieven
als tussenoplossing.
AANBOD CENTRAAL
Er is wel een idee, er komt nu ook een
wet, maar is er ook een plan? In een
gen of dat eigenlijk wel is waar de burger
op zit te wachten. Dat leidt tot eindeloze
selectiegevechten. Wat wordt er wel en
wat niet openbaar; beleidsnota’s over het
spanningsveld tussen privaat belang en
openheid, protocollen voor het achterhalen
van informatie die toch niet openbaar
wordt. Structuur, sturing en controle met,
voorspel ik, een droevig resultaat. Binnen
deze denklijn krijgt de burger straks wel
de informatie waarom niet is gevraagd,
maar niet de informatie die men wel zou
wensen. Een aanbodgerichte overheid is
niet per se een open overheid. Hoe had
het ook gekund?
BEHOEFTEN IN KAART
In de afgelopen jaren is aan de hand van
Wob-verzoeken en uitspraken van de
ombudsman te reconstrueren welk soort
radio-interview voor BNR werd minister
Plasterk van Binnenlandse Zaken
gevraagd wat de burger eigenlijk heeft
aan die informatie die ter beschikking
komt. ‘Nou, daar kan je bijvoorbeeld
leuke appjes van maken.’ Geheel in het
klassieke paradigma beginnen de ministeries
iets te doen, zonder zich af te vra׉	 7cassandra://FRBrG8-UVWK5EeY60WvfLzr_0mpkQYYfERa9wVEr8EU`̵ V7T,|y׉ELT
WETEN
informatie de burger zou willen hebben
waar hij nu niet zomaar bij kan. Begin
daar eens mee. Vraag aan journalisten of
burgers wat ze zouden willen weten en
beoordeel inhoudelijk of
je dat wilt prijsgeven
(let op de privacy).
Dan maak
je een selectie
van onderwerpen
en die zet je
online. Zo bouw
je verder.
Het ideaal is dat je
als burger kennis kunt
nemen van de
beschikbare informatie,
zodat je
op grond daarvan
de afwegingen van de overheid kunt
achterhalen. Dat stelt je in staat een volwaardig
gesprekspartner te zijn en,
natuurlijk, op grond van die feiten een
eigen mening te vormen. Ik zou wel
eens een onderzoek willen zien
dat duidelijk maakt wat de burger
nu eigenlijk echt wil
weten. Informatie is een ding,
een middel om ergens te
komen of iets te bereiken. Een
echte visie daarop ontbreekt
bij de overheid. We geven de
burger een compleet gevulde
gereedschapskist, maar stel dat
hij slechts een schilderijtje op wil hangen?
INTERACTIE
CENTRAAL
Als je goed nadenkt over de beweging
richting meer openheid, ontdek je nogal
wat fundamentele gebreken. Open Overheid
heeft lovenswaardige intenties. Je
moet ergens beginnen. Maar de digitale
snelweg neemt meer en meer de vorm
aan van een communicatiesysteem en is
allang niet meer een informatiebank. Het
is te hopen dat er nagedacht wordt én
gecommuniceerd over nut en noodzaak.
Wij maken deze informatie beschikbaar,
omdat we denken dat u daar wat aan
heeft. Klopt dat? Laat het ons weten. Een
interactieve open overheid. En die
appjes: vooral doen. Zodat je via een
app binnenkort kunt zien welke
gemeentelijke én particuliere
bomen er in heel Nederland
waar langs de weg staan. Kan
ik straks nazien dat de boom
voor de deur van Tante Truus in
Verweggeradeel een iep is van 20 jaar
oud. Altijd al willen weten.
O P EN OV ER H EI D
׉	 7cassandra://-grFdusZUI2i6zLi7njf2OLV86VPsIp2zn74PoWxi38`̵ V7T,|yځV7T,|yف{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MqFBlgI3NXNzDKxXhyToCGtopWfD4Pt0ZGGCi9P5ik0 ` ׉	 7cassandra://ej-ahOA1-8s4ho7t85NtrspQCE2c5jWO4QwplGVHlB4[8`S׉	 7cassandra://U6DdCTyuxPR24F8cLR55jAJSM-m_kako9Qf2NH6FXz8`̵ ׉	 7cassandra://pnQjFIgqIZctVBQJkV6kKCNUTm5MNmZsvhFu97aLVa4͊X͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://GaI6Nu1M9wKYeGq0bjxCdjCM4tnt5utF0r9VY8dnZZ0 `׉	 7cassandra://nkUxdIP91k-mRwj8e6E0LVjn8PCmsGj2fMdU7F6VKOAI`S׉	 7cassandra://Dty1uu87Do9pD004NGMyQRaOIsDbMtr9BlTp0wNisro`̵ ׉	 7cassandra://W1OSQ5LOFEIeNrq_Xvvep1-xKmLTmSAEkkw_eTuySec _h͠V7T,|yܑנV7T,|y '̈9ׁHhttp://www.IBDgemeenten.nlׁׁЈ׉EjC Y B E R SECU R ITY
MELDPLICHT DATALEKKEN
TELL ME, SHOW ME, PROVE ME!
Vanaf 1 januari 2016 wordt de wet ‘Meldplicht Datalekken en uitbreiding
bestuurlijke bevoegdheid Cbp’ van kracht. Hiermee loopt Nederland vooruit
op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die naar verwachting
eind 2017 in heel Europa zal gaan gelden. In bijna alle gevallen is de
gemeente wettelijk verantwoordelijk voor de gegevensverwerking. Wat houdt
deze meldplicht in en hoe kunnen overheden zich hierop voorbereiden?
Tekst: Saskia Laaper, zelfstandig privacy-adviseur en Programmamanager Informatie-uitwisseling
LIEC
C
entraal in de AVG staat het
begrip accountability. Accountability
gaat een stap verder dan
verantwoordelijkheid; het betekent
daadwerkelijke verantwoordingsplicht,
controleerbaarheid en aansprakelijkheid.
Het gaat erom dat de verantwoordelijke
in het hele proces van
gegevensverwerking in control is over de
persoonsgegevens die hij verwerkt. De
verantwoordelijke moet niet alleen kunnen
vertellen hoe het zit met de gegevensverwerkingen,
hij moet ook kunnen
laten zien en zelfs bewijzen dat alles
daadwerkelijk zo wordt uitgevoerd zoals
is beschreven. Kortom, van tell me naar
show me naar prove me.
ALOMVATTENDHEID
De wet Meldplicht Datalekken geeft ons
een eerste indruk van de alomvattendheid
van het begrip accountability in de
AVG en wat dit voor organisaties gaat
betekenen. Het doel van de wet is om de
gevolgen van een datalek voor de betrokkenen
zoveel mogelijk te beperken en
hiermee een bijdrage te leveren aan het
behoud en herstel van vertrouwen in de
omgang met persoonsgegevens. Het kan
bij datalekken gaan om digitale lekken
als gevolg van hacking maar ook om het
zoekraken van een usb-stick, een print
42
van een digitaal dossier of om verkeerd
geadresseerde e-mail.
Een datalek is geen ver-van-mijn-bedshow
maar een dagelijkse realiteit voor
talloze organisaties, zo ook voor gemeenten.
Het is dus niet de vraag óf gemeenten
hier na de DigiNotar-affaire opnieuw
mee te maken zullen krijgen, maar wanneer
het zal gebeuren, op welke schaal en
met welke gevolgen.
EXTRA MELDPLICHT
Het nieuwe artikel 34a van de Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp)
legt een extra meldplicht op aan verantwoordelijken
wanneer er met de verwerking
van persoonsgegevens iets is misgegaan.
Allereerst de verplichting om het
College Bescherming Persoonsgegevens
(CBP) direct in kennis te stellen wanneer
er aanzienlijke kans is op ernstige nadeE
B
A
B
lige
gevolgen voor de persoonlijke
levenssfeer van burgers. Ten tweede de
verplichting om ook de betrokken burEen
derde verplichting die voortkomt uit
de meldplicht betreft het bijhouden van
een register van alle inbreuken met aangers
direct in kennis te stellen wanneer
het datalek waarschijnlijk ongunstige
gevolgen heeft voor hun persoonlijke
levenssfeer.
De gemeente zal de betreffende burgers
onder andere meteen moeten informeren
over de aard van de inbreuk en de vermoedelijke
gevolgen en over de maatregelen
die de gemeente neemt om de
gevolgen te beperken. Het gaat daarbij
om een combinatie van algemene en
individuele informatievoorziening, zoals
een mededeling op de gemeentelijke
website, een individuele e-mail aan
getroffen burgers en het instellen van een
centraal contactpunt. Een verantwoordelijke
gemeente hoeft de betrokken burgers
echter niet te informeren als er passende
technische beschermingsmaatregelen
(zoals adequate versleuteling) zijn
genomen.
׉	 7cassandra://U6DdCTyuxPR24F8cLR55jAJSM-m_kako9Qf2NH6FXz8`̵ V7T,|y׉E	&N
KOMT ERAAN
zienlijke kans
op ernstig nadelige
gevolgen, alsmede
van de tekst en het tijdstip
van berichtgeving aan betrokkenen.
ZWARE BOETES
Deze inspanningsverplichtingen vragen
veel van de gemeentelijke organisatie,
zowel op het gebied van detectie van
beveiligingsinbreuken als op het gebied
van organisatie en communicatie. Op
overtreding van de wet staan zware boetes
(die kunnen oplopen tot meer dan
800.000 euro). Een afwachtende houding
is niet aan te bevelen aangezien de wetgever
naleving (compliance) actief gaat
afdwingen en het nieuwe jaar binnen de
kortste keren aanbreekt.
Meer weten?
Extra achtergrondinformatie vindt u in de
factsheet ‘Meldplicht Datalekken’ verkrijgbaar
via de website van de Informatiebeveiligingsdienst
voor gemeenten (IBD).
www.IBDgemeenten.nl.
STAPPENPLAN
Met de invoering van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet hebben gemeenten
nog voldoende uitdagingen bij de verwerking en bescherming van persoonsgegevens.
Het recent herhaalde onderzoek van de Inspectie SZW onderstreept dat. Hier komen
nu de extra verplichtingen van de wet Meldplicht Datalekken bij. Om zich tijdig voor te
bereiden moet iedere gemeente een stappenplan of roadmap opstellen. De volgende
stappen zijn hierbij denkbaar:
1. Het gemeentebrede bewustzijn dat een forse inhaalslag nodig is om compliant te
worden;
2. De aanstelling van een projectmanager en gemeente-brede multidisciplinaire taskforce.
Bijvoorbeeld de Functionaris Gegevensbescherming (FG), zoals genoemd in
art 62 Wbp;
3. Een data-inventarisatie middels de Privacyscan VISD en de Baseline Informatiebeveiliging
Nederlandse Gemeenten (BIG), met name de handreiking Dataclassificatie.
Plus een overzicht van álle gemeentelijke systemen waarin persoonsgegevens
worden verwerkt (van applicaties tot Excelbestanden) gerelateerd aan alle gemeentelijke
werkprocessen;
4. Een analyse van deze gegevensverwerkingen aan de hand van de vragenlijst van het
Meldingsformulier Wbp van het Cbp;
5. Een prioriteitstelling van de meest kwetsbare gegevensverwerkingen op basis van
de risicobenadering (risico = kans x effect);
6. De opstelling van een plan met mitigerende maatregelen, de opzet van een registratie
voor datalekken en een algemene procedure per gegevensverwerking hoe met
datalekken wordt omgegaan met daarin een communicatiehoofdstuk.
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://Dty1uu87Do9pD004NGMyQRaOIsDbMtr9BlTp0wNisro`̵ V7T,|yށV7T,|y݁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://eUgZ43XCdTf6WWEAXgCy8OysV5skyXxCbjePc58_5m8 `E`׉	 7cassandra://_9ZZ7N8ynwXSRxKajqy4006OR5hi9sgZS-i83PH-kHgW`S׉	 7cassandra://OOhwcHYbEVoa_tu6Dik0KwQPGl4qKxFh8rXa9Fdq4T8`̵ ׉	 7cassandra://NXIyb8MPWmOV8sBfaXIIT8yP2Ru-YYt5_zjUGu4yK9Y ,͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://-OLsPeSWAolo1jR8Fp-C3UXYXNg3EU52_nApKwnM58o w2`׉	 7cassandra://HbcTO-z92VP6WX0hnT-DeFXxG_0d0ksnsEnPStXHr2kbB`S׉	 7cassandra://SjH8H6XVa1GWPGGFlLMCfenE74DVsCDjfuFI1Pd7cBY`̵ ׉	 7cassandra://58wKQ8SPbLWMF-pub6k_0bvgFivoAMMDBdHpcZM-X1g ͠V7T,|yנV7T,|y' 1s"9ׁH 'http://www.ingovernment.nl/abonnementenׁׁЈנV7T,|y& ̾h9ׁH %mailto:klantenservice@ingovernment.nlׁׁЈנV7T,|y% 9B9ׁH 'http://www.ingovernment.nl/abonnementenׁׁЈ׉E1PLATFORM VOOR DE
DIGIT ALE OVERHEID
✔ kwartaalblad
✔ website
✔ e-nieuwsbrief
✔ events
✔ partners
Onlangs heeft Binnenlands Bestuur de titel inGovernment overgenomen.
inGovernment is een multimediaal platform gericht op het snijvlak van beleid
en ICT binnen de overheid. Dit titel is inmiddels acht jaar actief op de markt
en informeert professionals over relevante ontwikkelingen ten aanzien van
de digitale overheid en focust op inclusiviteit, interactie en innovatie. Naast
verhalen over smart cities, digitalisering en klantcontactcentra, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s zoals open data, cybersecurity en social media.
Neem een GRATIS abonnement via www.ingovernment.nl/abonnementen of
neem contact op met de klantenservice via 020 – 573 3600 of per e-mail:
klantenservice@ingovernment.nl
Digitalisering raakt alle beleidsvelden en beïnvloedt de werkwijze van alle
professionals. Deskundige toepassing van slimme innovaties versterkt de
maatschappelijke impact van de overheid
Otto Thors - hoofdredacteur
www.ingovernment.nl/abonnementen
׉	 7cassandra://OOhwcHYbEVoa_tu6Dik0KwQPGl4qKxFh8rXa9Fdq4T8`̵ V7T,|y׉EB O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, directeur dienstverlening Gemeente Amsterdam
Van de veranderingen bij
bedrijven en de overheid mislukt
70 procent. Wereldwijd
en nog steeds. Sinds een eerste
onderzoek uit 1995 is dat
cijfer nauwelijks verbeterd.
Ondanks enorme inspanningen
in het ontwikkelen van
methoden, het geven van
onderwijs en de berg aan literatuur
die er sindsdien over
is verschenen.
Het Engelstalige boek Beyond
the wall of resistance van de
Amerikaanse auteur Rick Maurer richt zich op het bestuderen
van weerstand. Het is een fenomeen dat we moeten begrijpen en
omarmen om een veranderingsproject te kunnen laten slagen.
Maurer constateert dat weerstand ten onrechte vaak negatief
wordt geduid. Het is juist een positief signaal. Weerstand kan
fouten voorkomen en in weerstand zit veel energie. Energie die,
mits benut, erg kan helpen bij het slagen van project.
Waarom gaat het zo vaak mis bij veranderingsprocessen? Maurer
onderscheidt vier hoofdoorzaken .
1.
Denken dat begrip voor de geplande veranderingen gelijk
staat aan steun.
2.
3.
4.
Het onderschatten van de betrokkenheid bij medewerkers
en management.
Het onderschatten van de impact die angst voor verandering
kan hebben.
Het onderschatten van wat vertrouwen hebben in de leider
voor een verandertraject betekent.
Maurer beschrijft vervolgens twee denkmodellen die het makkelijker
maken de veranderingsprocessen te ordenen. Allereerst
de circle of change. Deze kent zes stappen die, steeds repeterend,
in elke profi t of non-profi t organisatie bij elke verandering zijn
te herkennen. Kort samengevat zijn dat: in het duister tasten, de
uitdaging zien, de start, de uitrol, de resultaten en, tot slot, de
tijd om weer verder te gaan, op weg naar de volgende verandering.
In
de eerste deel van de cirkel moet een overtuigend en doordacht
verhaal worden gemaakt, waardoor medewerkers de
noodzaak van de verandering gaan voelen. (Dit gebeurt veel te
weinig en veel te marginaal, is Maurers stelling). Daarna is het
van belang om samen met medewerkers goed te starten en door
te pakken. (Sturen op halen van resultaten die gekoppeld zijn
aan de vernieuwing). Uiteindelijk moet een organisatie ook
weer verder gaan naar de volgende cyclus van verandering. En
dat betekent het afl eren van oude gewoonten, want alleen dan is
er genoeg ruimte voor de nieuwe.
Het tweede denkmodel gaat over weerstand. Maurer onderscheidt
drie vormen.
1.
Men begrijpt het niet.
2.
3.
Men wil de oplossing niet (bijvoorbeeld uit angst voor de
eigen toekomst).
Er is gebrek aan vertrouwen in leider en/of het management.
(Dat hoeft niet over de persoon van de leider te gaan,
maar kan ook komen door eerdere ervaringen met organisatie-eenheden).
Er
bestaan tussen deze drie vormen van weerstand geen duidelijke
grenzen. Meerdere vormen kunnen tegelijk bestaan en ze
vloeien daarbij in elkaar over.
Maurer constateert bij veranderaars een enorme focus op kennisoverdracht,
terwijl de andere vormen van weerstand (onwil
en een gebrek aan vertrouwen in de leiding) heel vaak voorkomen
en een grote impact hebben. Daarna volgt een aantal
hoofdstukken met praktische tips hoe de theorie uit het boek in
praktijk is te brengen. Daarin valt op dat veel van wat Maurer te
berde brengt niet schokkend nieuw is. Dat klopt, schrijft de
auteur. Het probleem is dat we de beschikbare kennis gewoon
niet goed gebruiken. En vooral dat maakt het boek lezenswaardig.
Pas
als weerstand door managers en leiders consequent wordt
geduid als een positief fenomeen, krijgen veranderingen een
grotere kans van slagen. Een goed leesbaar zelfhulpmanagementboek
met praktijkvoorbeelden waar Amerikanen het patent
op hebben.
Rick Maurer, Beyond the wall of resistance (2010). Bard Press
׉	 7cassandra://SjH8H6XVa1GWPGGFlLMCfenE74DVsCDjfuFI1Pd7cBY`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://GN4-u02QZwLlGRZHJyvULW-R4wgFffYTu2TJRHTWubA `׉	 7cassandra://6bp3eKHk4pDQGiyc4UjjUbyfLV1YFe4oTR_rSCtqQWcX`S׉	 7cassandra://gn6loceZc6ozl7ws4p8I-4L7CdkH8UCLZoMTee7C9xIr`̵ ׉	 7cassandra://pdONLrlJZBMqwOahOETmF7-wTBBlOq9kAXBdITfuMw4{\͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://MIXMovKjtUSfhXK7kVGZS9gDx4gcGXMHrn_9bu1oFD0 `׉	 7cassandra://4lLu18TUfleGcbATS8yOdFfT6NYwaanZ4mWQwAUNPD0j`S׉	 7cassandra://KfDWj2YKBPZ4L7nM-03xS1HPyE2q5gMTzDE93x8U9A0#`̵ ׉	 7cassandra://6bliH60paC23aWdnfjY1ZFg7ZD6cRvkgYorUjGq1UKQ 
,d͠V7T,|yנV7T,|y+ ̖9ׁHmailto:duto@nationaalarchief.nlׁׁЈ׉ETOEGAN KE LIJ KH E I D
NOOIT MEER
‘FILE NOT FOUND’
DUTO MAAKT OVERHEIDSINFORMATIE DUURZAAM TOEGANKELIJK
Een open overheid vereist dat digitale overheidsinformatie niet alleen openbaar
is maar ook duurzaam toegankelijk. Het Nationaal Archief ontwikkelt
DUTO, een instrument waarmee overheden kunnen bepalen hoe toegankelijk
ze zijn. En wat ze kunnen doen om dat te verbeteren.
Tekst: Erik Saaman, informatiespecialist en projectleider DUTO, Nationaal Archief
en open overheid deelt haar digitale informatie actief
met iedereen die daar recht op heeft. Dat vergt meer
dan alleen informatie op een server plaatsen en voor
iedereen open zetten. Informatie kan tegelijkertijd
openbaar én ontoegankelijk zijn. Bijvoorbeeld een webpagina
die niet vindbaar is met een zoekmachine. Een link naar een
bestand die na aanklikken ‘file not found’ oplevert. Een bestand
dat niet kan worden geopend omdat er geen software voor aanwezig
is. Regelgeving waarvan de oude versie niet meer
beschikbaar is (probeer dan als burger nog maar eens je recht te
halen). Of een dataset waarvan niemand begrijpt wat de gegevens
betekenen. Dat is geen open overheid, maar een obscure
overheid.
E
DUURZAME TOEGANKELIJKHEID IN
PRAKTIJK
Duurzame toegankelijkheid is een containerbegrip dat verschillende
eigenschappen van informatie omvat. Om te beginnen
moet overheidsinformatie vindbaar zijn via de technieken die
men nu al gewend is voor het open internet. Is informatie eenmaal
gevonden, dan moet deze ook opvraagbaar zijn vanaf de
werkplek van de gebruiker. Vervolgens moet de informatie ook
interpreteerbaar zijn, zodat applicaties de informatie kunnen
weergeven en de gebruiker weet wat de betekenis van die informatie
is. Ook moet de gebruiker ervan op aan kunnen dat de
informatie betrouwbaar is, niet per ongeluk of met opzet is
beschadigd of gemanipuleerd. Ten slotte mogen er geen beperkingen
zijn die maken dat bepaalde gebruikers niet makkelijk
over de informatie kunnen beschikken waar ze wel recht op
hebben.
46
Een open overheid vereist dat overheidsinformatie duurzaam
toegankelijk is. Dat betekent: vindbaar en bruikbaar voor iedereen
die daar recht op heeft, vanaf het moment van ontstaan en
voor zo lang als noodzakelijk. Zodat burgers en bedrijven zowel
nu als in de (verre) toekomst inzage kunnen krijgen in het handelen
van de overheid.
WERKPROCESSEN EN APPLICATIES
Overheidsorganisaties onderschrijven de noodzaak van toegankelijke
informatie. Toch loopt de praktijk achter, vergelijkbaar
met de aandacht voor informatiebeveiliging zo’n tien jaar geleden.
Burgers, bedrijven en medewerkers ervaren dagelijks hoe
moeilijk het is om over de informatie te beschikken die zij nodig
hebben. En de eisen die ze stellen worden alleen maar hoger
MET
S
O
onder invloed van de mogelijkheden die de techniek biedt.
Om informatie duurzaam toegankelijk te maken, moeten werkprocessen
worden aangepast. Maar zonder dat ambtenaren
daarvoor eindeloos veel moeten invullen, slepen, klikken enzovoort.
Die denken dan al snel: laat maar, ik mail het wel of ik
deel het via DropBox. Probeer die informatie later nog maar
eens te ontsluiten.
Ook de techniek vraagt aanpassingen. Digitale informatie wordt
met veel verschillende applicaties gemaakt, beheerd en ontsloten.
En deze veranderen allemaal ook nog eens in een hoog
׉	 7cassandra://gn6loceZc6ozl7ws4p8I-4L7CdkH8UCLZoMTee7C9xIr`̵ V7T,|y׉EK
O P EN OV ER H EI D
tempo. Een uniforme technische oplossing die jarenlang meegaat,
is daarom een illusie.
LANGE ADEM
Duurzame toegankelijkheid is een opgave van formaat die
samenwerking tussen veel partijen en een lange adem vergt.
Stap voor stap worden op verschillende plaatsen verbeteringen
gerealiseerd; binnen de ruimte, belangen en verantwoordelijkheden
van de eigen organisatie.
Sommige processen zijn kwetsbaarder dan andere. Bij politieke
besluitvorming, bijvoorbeeld, wordt in toenemende mate om
stukken gevraagd. Maar ook de uitvoering van grote hervormingen
haalt geregeld het nieuws.
Het verbeteren van duurzame toegankelijkheid hoeft niet ‘los’
te gebeuren. Het kan vaak worden ingepast in de check op
andere eisen, zoals die voor informatiebeveiliging. Ook kunnen
verbeteringen worden gecombineerd met veranderingen die
toch al aan de orde zijn.
Duurzame toegankelijkheid draagt vaak ook bij aan een effectieve
en efficiënte overheid. Zo kunnen de extra kosten voor
toegankelijkheid beperkt blijven.
Om gedurende dit geleidelijke en ingrijpende veranderproces
gezamenlijke keuzes te maken en op de uitvoering daarvan te
sturen, is een gedeeld eindbeeld nodig. Het Nationaal Archief
ontwikkelt daarvoor het normenkader Duurzaam Toegankelijke
Overheidsinformatie (DUTO). Dit wordt een praktisch hulpmiddel
waarmee overheidsorganisaties hun informatie stap
voor stap duurzaam toegankelijk kunnen maken. Door middel
van de DUTO-scan kunnen overheidsorganisaties bepalen hoe
toegankelijk hun digitale informatie is en welke maatregelen
mogelijk zijn om dat te verbeteren.
DUU
O
W
Het gebruik van DUTO zal worden ondersteund door een community
van gebruikers en experts. Het zal steeds worden aangepast
als praktijkervaringen, veranderende omstandigheden
en voortschrijdende inzichten daartoe aanleiding geven. Op
deze manier wordt DUTO een zich constant verbeterend instrument
dat zich in de praktijk heeft bewezen. De eerste conceptversie
van is nu klaar. Eind 2015 wordt DUTO gepubliceerd.
Meer weten?
Door middel van (online) discussies, (thema)bijeenkomsten, praktijktoetsen
en een openbare review kan iedereen bijdragen aan de ontwikkeling
van DUTO. Wilt u ook hieraan meedoen? Meld u dan aan bij
de LinkedIn-groep ‘DUTO’ of mail naar duto@nationaalarchief.nl.
׉	 7cassandra://KfDWj2YKBPZ4L7nM-03xS1HPyE2q5gMTzDE93x8U9A0#`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8S3UWzpdvG8GQuPnCeZx90X6MrenSkSCnlHgmjRfEkI `׉	 7cassandra://3o4pO96vSuLszslpdfEHa6BFAwT_m_AG8uypQdacfS8Sm`S׉	 7cassandra://IeRJBKpCIvWrJWmFRr68X9kHbhydkGEUab_QI-t4Hs8`̵ ׉	 7cassandra://A9yRke7Eu960Qp5JUPxc5eUat2Kyo_kJUB7k0tDzBts  X͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://dHgU4wxIQ5vpq0VTyI_ktyq50KJ9VnYONS5vywX3Z6w @`׉	 7cassandra://4dEPC8ZreISEsjRGq-zs1S3fd-A1DXA5TUH5mqo-uew]`S׉	 7cassandra://ImpEBwtk3Sm1Cp4Oq8TMLppssJQqgq6r8KwaTgTxdPYi`̵ ׉	 7cassandra://yaA8IXTGCx6gYWKLJOIGNSjWur7XJHumVsMZA_FkBCY {`͠V7T,|y׉E	EDOCUMENTB E H E E R
DELEN IS HET
NIEUWE HEBBEN
NIEUWE KANSEN VOOR HET DOCUMENT MANAGEMENT SYSTEEM
Het ziet ernaar uit dat de oude beloftes van document management systemen
(DMS) eindelijk kunnen worden waargemaakt. De software is verder ontwikkeld
en programma’s werken steeds soepeler samen. Eenvoudig documentbeheer
is nu binnen ieders handbereik.
Tekst: Harmen Lindeboom en Bart Groothuis, adviseurs bij M&I/Partners
oordat we verder gaan is het
handig vast te stellen wat we
onder een DMS verstaan. Denk
hierbij aan software waarin je
niet alleen documenten kan opslaan maar
ook de gegevens over die documenten:
de zogenaamde meta-data. Dat betreft
bijvoorbeeld het soort document, trefwoorden,
dossiernummers en status. Dit
geeft de mogelijkheid om allerlei gedrag
in en rond deze documenten te bepalen
zoals de toegang tot het document, de
versies ervan en de vindbaarheid.
Het systeem logt de gebruikershandelingen.
De documenten zitten in een
gestructureerde omgeving, wat maakt
dat ze ook voor software goed te vinden
zijn. Op die manier kunnen ook allerlei
geautomatiseerde handelingen op deze
documenten plaats vinden en kunnen de
documenten ontsloten worden via andere
applicaties.
V
OUDE REFLEX
Een oude reflex van veel DMS-leveranciers
was om daarmee alles naar zich toe
te trekken. De redenatie was als volgt:
alle processen maken gebruik van documenten,
alle documenten horen thuis in
het DMS, dus ook alle processen. Het
workflowmanagement dat de processen
digitaal kan begeleiden en het documentmanagement
gingen een huwelijk aan en
48
de term Enterprise Content Management
(ECM) was geboren. Hiermee wordt de
combinatie van DMS, workflowmanagement
en recordmanagement (digitaal archiveren)
bedoeld. De bedoeling was om
één omgeving te bieden waarin alle
bedrijfsprocessen hun plek konden vinden.
Dat leverde grote en vooral complexe
systemen op. Immers voor alles
diende een plek in het systeem te worden
gevonden.
ACCEPTATIE
De gebruiker stribbelde tegen. Het concept
van documentmanagement is vaak
abstract en was door gewone gebruikers
lastig te vatten. Het opslaan op een netwerkschijf
was eenvoudig en leverde het
kortetermijneffect dat veel gebruikers
zoeken. Dus waarom zou je het anders
doen? Je document registreren in een
DMS was meer werk, zeker als dit allemaal
losstond van de lokale opslag. Wat
ook niet hielp was dat het hoofd DIV (of
׉	 7cassandra://IeRJBKpCIvWrJWmFRr68X9kHbhydkGEUab_QI-t4Hs8`̵ V7T,|y׉EM
de archivaris) van de organisatie dezelfde
redenatie aanhield als de leverancier.
Namelijk dat alles draaide om documenten
en dat hij dus bij alle processen
betrokken moest zijn. Dat ging soms zo
ver dat hij vond dat alle proceswijzigingen
daarom ook door hem moesten worden
goedgekeurd. Deze situatie was niet
echt bevorderlijk voor de acceptatiegraad
van het toch al niet populaire DMS bij de
rest van de organisatie.
GEBRUIKSVRIENDELIJK
Daarnaast liet de software vaak te wensen
over in gebruikersvriendelijkheid.
Voortgekomen uit de post- en archiefhoek
waren veel DMS-en technisch van
opzet en zaten vol met functies en kenmerken
die vooral voor die beroepsgroep
belangrijk waren.
Het resultaat is dat dit soort systemen
met name bloeiden in de grotere, vooral
documentgestuurde organisaties. Je zou
denken dat de overheid als documentintensieve
organisatie daar ook zijn profijt
mee zou doen, maar dat proces kwam
maar langzaam op gang. Daar kwam bij
dat de wet geving achterliep op het digitaal
archiveren van documenten. Met
name de overheid diende de documenten
alsnog op papier te archiveren, ook al
was de rest van de omgeving wel digitaal.
NIEUWE
VERSCHIJNINGSVORMEN
Ondertussen is de wereld veranderd,
letterlijk. Zo heeft de techniek zich
verder ontwikkeld. We hebben vrijwel
overal toegang tot breedband netwerken.
De hardware is snel en betrouwbaar. De
software is verder ontwikkeld en
programma’s werken steeds soepeler
samen. De opkomst van service-oriented
architecture (SOA) en vergelijkbare
technieken maakt het mogelijk om de
functies van verschillende applicaties
naast elkaar te gebruiken. De
documenten in het DMS zijn te
gebruiken in een zaaksysteem, website
en CRM-pakket, zonder dat ze in die
applicaties zijn opgeslagen. Eenmalige
opslag, meervoudig gebruik is dus ook
buiten het DMS mogelijk. Hoewel de
ECM-platformen nog steeds heel groot
kunnen zijn, zie je ook steeds meer
kleinschalige software die weliswaar
minder veelzijdig is, maar wel
makkelijker en goedkoper te
implementeren. Dat betekent dat ook
kleinere organisaties nu eenvoudiger met
een DMS kunnen werken.
den groeit. Het gedrag verandert ook op
een andere manier. Waar vroeger het
delen van documenten de uitzondering
was, is het nu de regel.
BESCHIKBAARHEID
Daarnaast is software steeds makkelijker
beschikbaar. Dus als de organisatie niet in
de verwachte functies voorziet, zoeken
gebruikers zelf een weg. Ga maar eens na
hoeveel organisatie-overstijgende projecO
EEN
CLOUD
De
verschijningsvormen van ECM -systemen
zijn ook veranderd. De aloude fatcliënt
is nog steeds in gebruik, maar er
zijn ook web-interfaces. Apps, plug-ins,
integratie met het besturingssysteem en
Office-pakketten – het kan allemaal. Dat
betekent dat gebruikers steeds minder
vaak bewust een DMS gebruiken. Allerlei
tussenvormen van het DMS zijn sluipend
ingeburgerd geraakt. Het opslaan en
delen van documenten kan via DropBox,
WeTransfer en GoogleDrive, die dezelfde
basisfuncties als een DMS hebben, maar
zelden als dusdanig worden beschouwd.
De opkomst van mobiele devices maakt
dat gebruikers ongemerkt meer verschillende
vormen van digitaal werken zijn
gaan benutten. Het wordt daarmee moeilijker
om het overzicht te behouden en de
behoefte aan overzicht en snel terugvinten
daar gebruik van maken. Daarmee
staan de documenten opeens op allerlei
plekken buiten de directe invloed van de
organisatie. (Wie is de eigenaar? Wie kan
erbij? Wie ruimt op en archiveert?) Daarmee
lijkt ook de verhouding tussen gebruikers
en organisatie te veranderen. Waar de
organisatie vroeger de middelen bepaalde
en het gebruik voorschreef, verschuift het
uitgangspunt steeds meer naar het voldoen
aan de eisen van de gebruikers.
Het wordt voor gebruikers steeds logischer
en begrijpelijker om documenten in
een ECM-oplossing op te slaan. Het voordeel
van de eventuele extra handelingen
wordt duidelijk voor de gebruiker. En
naarmate de integratie steeds vloeiender
gaat, kunnen administratieve handelingen
van gebruikers ook steeds verder
worden geautomatiseerd.
׉	 7cassandra://ImpEBwtk3Sm1Cp4Oq8TMLppssJQqgq6r8KwaTgTxdPYi`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IWFzmpQ4BTax82lnJ_dmOsfSK7XsVF-DwMtTWT43P8Y `׉	 7cassandra://MH2gYzCKzoYxsrdntQOTf7C9BJmhB9zApTHb6TwGpVMZ\`S׉	 7cassandra://7s8tfjTTL7pZgb4bo23tP7-HFKWvI7QsJeSskBTlv04&`̵ ׉	 7cassandra://9mN8HWMglSWHPWv7roEaF4QT9AcqWCwxOf0ZCm3gPR4 W͠V7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://Eyw4XRnpjfMySacWNvIegl9d3hbsdSkcTpixfHFIbQc `׉	 7cassandra://Y28kBeMFrCj-jKVvnVyV30ojMdsImRqpoiW7b3UwH1g_`S׉	 7cassandra://vNp3XwfVYK2F0M6P9DjKHo92Z4QfyIrdWN3e-eVdloE`̵ ׉	 7cassandra://442vgzzgZpSI_w80S6Am0-xlF1ZU6bMgNc7egotVe7M C ?͠V7T,|yנV7T,|y* 1s9ׁHhttp://www.pblq.nl/imacׁׁЈנV7T,|y) 2X9ׁHmailto:imac@pblq.nlׁׁЈנV7T,|y( f9ׁHhttp://www.pblq.nl/imacׁׁЈ׉E{COLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 9, nummer 1 (september)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Peter Kanne
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Martin Hendriksma
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Joyce Ng, tel. 020-5733656
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
Marketing
Lindsay Duim
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is
zelfstandig adviseur
en ondersteunt de
publieke sector op het
gebied van dienstverlening
en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster,
spreker en
gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975)
werkt als directeur bij
een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel
expertise op terrein
van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken
voortvloeiend uit
nieuw beleid, nieuwe
wetgeving en nieuwe
taken.
Jan de Kramer (1957) )
houdt zich bij de
AWVN bezig met
modernisering van
arbeidsverhoudingen
en duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt
zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Peter
Kanne (1964) is
onderzoeksadviseur
bij onderzoeksbureau
I&O Research. Hij doet
onderzoek voor en
adviseert ministeries,
provincies, gemeenten
en (semi-)publieke
organisaties. Overheidsdienstverlening,
burgerparticipatie
en
politiek hebben zijn
speciale belangstelling.
Miguel Boerboom (1970)
is bestuurskundige en
zelfstandig adviseur in
de publieke sector met
een specialisatie op het
terrein van de elektronische
overheid. De
laatste jaren is hij verantwoordelijk
voor
diverse grote programma’s
op het gebied van
e-overheid en dienstverlening
zowel bij de
rijksoverheid als bij
gemeenten.
Peter Noordhoek (1957)
is adviseur, auditor en
analist op het brede
terrein van kwaliteit en
toezicht. Hij maakte in
1992 kennismaking
met de publieke dienstverlening
tijdens de
introductie van kwaliteitshandvesten
in
Nederland. Sindsdien
schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede mogelijk gemaakt door:
׉	 7cassandra://7s8tfjTTL7pZgb4bo23tP7-HFKWvI7QsJeSskBTlv04&`̵ V7T,|y׉E)
n
-
INFORMATIEMANAGEMENT
ACADEMIE
Certificaat
Schakelen
tussen beleid,
organisatie
en ICT?
Informatiemanagement
Academie
Hoe vertaalt u politieke en bestuurlijke belangen en nieuw geformuleerd
beleid naar de inzet van ICT? Hoe legt u knelpunten of ICT
ontwikkelingen uit aan het bestuur? Wat is goed opdrachtgeverschap,
hoe stuur je op informatieveiligheid en hoe word je een smart city?
De Informatiemanagement Academie (IMAC) van PBLQ biedt u
handelingsperspectief. Wij begeleiden u in het vinden van antwoorden
die werken in uw situatie. Dit doen we met opleidingen en persoonlijk
advies. Al ruim 10 jaar is IMAC gesprekspartner en opleider op het
gebied van informatiemanagement in de publieke sector.
Dit najaar starten de volgende opleidingen:
Meer informatie of inschrijven?
www.pblq.nl/imac
PBLQ
Van de Spiegelstraat 12
2518 ET Den Haag
T 070 376 36 36
E imac@pblq.nl
I www.pblq.nl/imac
׉	 7cassandra://vNp3XwfVYK2F0M6P9DjKHo92Z4QfyIrdWN3e-eVdloE`̵ V7T,|yV7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JFVVXqfCDoEaeA3_0ltXbBmM7_zbAIIPMzdEKhXCB1s `׉	 7cassandra://Oz1GuxCgMHyXUJs3AUgym1SGQ6i1DhLol8TxBKRy6U4O`S׉	 7cassandra://sJF6XM22qB4yQyOFPfGyN57r95pQmvtsUc74fZRO0WU`̵ ׉	 7cassandra://N5kAc3lSsk12z17hkwwHj-WV3g3umT2PiiqsEQhuoew }͠V7T,|y׉E ?OPLOSSINGEN DIE INFORMATIE
IN BEWEGING ZETTEN,
GEWELDIG TOCH!?
׉	 7cassandra://sJF6XM22qB4yQyOFPfGyN57r95pQmvtsUc74fZRO0WU`̵ V7T,|y׈EV7T,|yV7T,|y{)InGovernment 01 2015V.C./