׉?ׁB! בCט  Bu׉׉	 7cassandra://6jEPtQGXO01Xuqm3J33gDpQp2Jcl5P897AvK0zIcBe0 `׉	 7cassandra://v-M_46_clDzUH4lfwWMcCUFJx7hr66c2tAJkDGb-vDssf`Q׉	 7cassandra://naToZuqbNFog3MmLbh7rMmP0R4tWqrlfPDfE-0UAn74*`̴ ׉	 7cassandra://NcOFjhpX48OAmBluvZC0NGwewsfup2Sw5DEfWWxtVjI~͠XiB䰆][׈EXiB䰆]\׉E CAPHRI School for Public Health and Primary Care
op één lijn 45
ambassadeurs
Join
our
family
Vakgroep Huisartsgeneeskunde | Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML)
׉	 7cassandra://naToZuqbNFog3MmLbh7rMmP0R4tWqrlfPDfE-0UAn74*`̴ XiB䰆]]XiB䰆]\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://kysIxbD05fck7XVxH2O0FZgG5LggB_UOWgK-hcKg8fc L`׉	 7cassandra://FKJIsxDPd0jt3Na3BWda_4dh2bBaznY4m0mkioz1--cI`Q׉	 7cassandra://t1AG-0kt6pWitJTDFa5BKurs0hL4r17js1-GLZymG7M`̴ ׉	 7cassandra://uhjEa6i-bZOfGSHxT6ccli2SkqWHUPNsawpNI9Z_MsIEL͠XiB䰆]^ט  Bu׉׉	 7cassandra://_cup3qMs6fUUlfXDhc75ce0yFqUdgeDrsj0RWIxz_Tc P` ׉	 7cassandra://wS3lcgDBS8ba1cwQKKjhMB_4gBjF4GYx6-agOOcHC70x`Q׉	 7cassandra://NBaPbRnv6XSp-Jz5E2oryQJpT8sQh08mWiGn5ldnURU"`̴ ׉	 7cassandra://Qg5ZsSN-ENZZXgcJJCTKtUaKkKS9v7W7Nxkfe4bNIboU̔͠XiB䰆]_נXiF䰆]ǁ +̍9ׁHmailto:op1lijn@hag.unimaas.nlׁׁЈ׉EColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2300
Hoofd/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Henk Goettsch, Hendrik Jan Vunderink,
Sjef Swaans, Luc Gidding
en Babette Doorn
Doelgroep
huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni,
afdelingen MUMC+ & overige relaties
E-mail
op1lijn@hag.unimaas.nl
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
Canon Business Services, Maastricht, CBS 9264
Fotografie
• Cover en pagina 24: ambassadeurs
Gemaakt door Fokke Eenhoorn
• Pagina 14 en 15: IFMSA
Gemaakt door Appie Derks (MUMC)
• Pagina 20: promotie Petra Erkens,
Gemaakt door Janneke Holten
(Canon Business Services, Maastricht)
Deadline volgend nummer
17 juni 2013
Algemeen
Van de redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter – Job Metsemakers
Broodje Verstand ‘Versterven’ – Mark Martens
Verslag sabbatical Australië – Geert-Jan Dinant
Join our Family: Maastrichts Mooiste – Babette Doorn
Stellen zich voor
Stephanie Lenzen – Promovendus
Jerome van Dongen – Promovendus
NHG congres: huisarts en acute zorg – Aankondiging redactie
Jos Kleijnen – Hoogleraar
Ies Dijksman – Promovendus
Onderwijs
Aios-co project – Nora Paulke en Niels Beurskens
Nascholing – Yvonne van Leeuwen
Avondje zelftesten met IFMSA – Babette Doorn
Onderzoek
Bruikbare wetenschap – Eefje de Bont en Jochen Cals
WESP-en
Esther van Cann en Jonah Knetemann: vage klachten
Maxime Rozestraten: communicatie
Denny Maessen: polyfarmacie
Nicolle Hesselmans en Anouk Kemper: schouderklachten
Promotie Petra Erkens – Luc Gidding
Aankondiging promotie Janaica Grispen – Redactie
Dikkere arts geeft minder vaak advies om te vallen – Sanne Uitentuis,
Robert Stoekenbroek en Anouk Barendregt
Zitten we op één lijn? – Sofie van Hoof
Huisartsopleiding
Uit het hoofd – Jean Muris
Ambassadeurs op pad – Stijn de Vries en Lilian Aarts
Grottentocht MOVAH – Eva van Sybille
Mieke Winten: Clinicus van het jaar 2011-2012
Meer doen met feedback! – Joris van Alebeek
Opleiders tweedaagse: Kapellerput 2013 – Sjoerd Hobma
In de leer: Time management- Sophie van der Voort
Oud huisarts in opleiding fietst tegen kanker – Marc Prudon
Niet uniek, wel bijzonder – Rhea Heeringa
Over samenwerking in de zorg – Felix Punt
Afscheid Paul Ram – Aankondiging redactie
De kern van het arts-zijn – Maartje Vinken
Kaderhuisarts Hart- en Vaatziekten – Hendrik Jan Vunderink
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Nieuw Medisch Centrum: Toekomstvisie in uitvoering – Loes van Bokhoven
Gezondheidsrechterlijke kwesties: Disfunctioneren – Arie de Jong
3
4
5
6
8
8
9
9
10
11
12
13
14
15
17
17
18
19
20
20
21
22
23
24
25
25
26
27
29
30
31
32
32
33
35
36
38
2
׉	 7cassandra://t1AG-0kt6pWitJTDFa5BKurs0hL4r17js1-GLZymG7M`̴ XiB䰆]`׉E	op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Van de redactie
Knipperlichtrelaties
Knipperlichtrelaties. Die hebben we volop bij
Huisartsgeneeskunde. Met studenten, met aios, met
collega’s en met partners in het veld. Moet de GGD zich
zorgen maken over deze wisselende contacten? Nee, wat
mij betreft. De meeste relaties zijn langdurig van aard,
al wordt er soms een relatiepauze ingelast. De meest
ideale relatie lijkt die van co naar wesp/gezp, naar aios,
naar eventueel medewerker naar vestigt zich als huisarts
in onze academische regio en wordt opleider en/of doet
mee aan onderzoek. Honderd procent ‘eigen kweek’. Hoe
langduriger de binding, hoe sterker de band, lijkt het. Wie
binnenkomt als aios, voelt zich ook meestal snel thuis. In
elk geval zolang de opleiding duurt. Het uitvliegen is een
ander verhaal: de een is al geland voordat het diploma op
zak is, de ander blijft enkele jaren waarnemen, soms op
meer dan een plek.
Zo beland ik bij onze alumni. We hebben er velen zien
uitvliegen. Maastrichtse huisarts alumni vind je letterlijk
overal, binnen en buiten onze (lands)grenzen. Soms valt
het te betreuren dat we de alumni uit het oog verliezen,
zelfs al wonen en werken ze in Limburg of Brabant. Dat
willen we veranderen. We willen met zoveel mogelijk
huisartsen een vaste relatie. Hiervoor gaan we een
aantal acties inzetten. Voor pas afgestudeerden, voor
waarnemers en voor gevestigden. Acties op personen
(bijvoorbeeld de inzet van Ambassadeurs of het opsporen
van alumni), op kleine groepen huisartsen (verschillende
activiteiten op maat in de regio) en op organisaties
(periodiek overleg met zorggroepen). We gaan nog beter
kijken waar onze aanwezigheid gewenst is en waar die
beter kan. Feedback is altijd welkom.
Mensen hebben verhalen. Die verhalen kunnen boeiende
artikelen opleveren. Dit keer hebben we een indrukwekkend
verslag van Maartje Vinken over haar verblijf in Zuid-Afrika.
Wie nog verder weg vloog, is Geert-Jan Dinant, hoogleraar
onderzoek. Hij zocht inspiratie en ontspanning in Australië.
Zijn enthousiaste verhaal met verrassende bevindingen
vertelde hij ook tijdens een ‘uitverkochte’ bijeenkomst van
Broodje, onze lunchbesprekingen. Een geheel ander Broodje
was van Mark Martens, specialist Ouderenzorg. Het thema
‘Versterven’ bij een Broodje. Het klinkt vreemd, maar het
was bijzonder leerzaam. Vandaar dat we hem vroegen om
zijn boodschap op te schrijven.
Over boodschappen opschrijven: de voormalige rubriek
‘Voor u geschreven in Maastricht’ van Jelle Stoffers, heet
vanaf nu ‘Bruikbare Wetenschap’. Eefje de Bont (AIOTHO)
en Jochen Cals (huisarts en onderzoeker) schreven de
eerste versie. Ze hadden mazzel, want veel output kwam
van henzelf.
Zoals altijd hebben we nieuwe medewerkers die zich
voorstellen en WESP-en die hun eindverslag samenvatten.
De eerste promotie van 2013 is ook een feit: Petra Erkens.
Op één Lijn komt zichzelf twee keer tegen: in Eindhoven
(Sofie van Hoof) en in Elsloo (Loes van Bokhoven). Het
zijn projecten onder de vlag van ZonMw binnen het
programma ‘Op één Lijn’.
De huisartsopleiding wordt ingeleid door de column van
het hoofd Jean Muris. Wat betekent de Toekomstvisie
Huisartsenzorg voor de opleiding? Daarnaast een
fraai verslag van de opleiders tweedaagse door Sjoerd
Hobma. En Rhea Heeringa, een aios die promoveerde
in de urologie voordat ze de huisartsopleiding instapte.
Gelukkig weer een bijdrage van Hendrik-Jan Vunderink.
Hij interviewde kaderhuisarts Robert Willemsen over zijn
bekwaamheden. Het ging er hart aan toe. Felix Punt liet
zijn gedachten gaan over ‘samenwerking in de zorg’ in
zijn gelijknamige column.
De MOVAH zat weer niet stil. Aios die de MOVAH enquête
over feedback nog niet ingevuld hebben: doen! Geen
tijd is geen excuus, aios Sophie van der Voort, leert
nog dagelijks bij als dokter in spe op het gebied van
timemanagement.
Vergeet even timemanagement. Kersverse huisarts Marc
Prudon vraagt uw aandacht voor kanker. In juni zal hij de
Alpe d’Huez beklimmen ter ere van zijn ouders, van wie
zijn vader deze ziekte niet overleefde.
Tot slot onze meesterlijke huisarts uit Goirle, Arie de Jong.
Hij neemt u mee in de wereld van disfunctioneren. Of
liever gezegd: hij probeert te zorgen dat iedereen eruit
komt of blijft (aandacht voor de KNMG richtlijn).
Geniet van de lente, we zien u graag terug in de zomer!
Babette Doorn
3
׉	 7cassandra://NBaPbRnv6XSp-Jz5E2oryQJpT8sQh08mWiGn5ldnURU"`̴ XiB䰆]aXiB䰆]`bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Co_KbY4pBc07IavfIRXZi1z5G1q5KskTZ1QZDmtn1jg Π` ׉	 7cassandra://l-DfWd6WUPSB0SKqLolmaP0ncj4xWkxZAkiir7qTQfMs`Q׉	 7cassandra://Qjb8t08cEoA9iRj1ZSeD1-uH3qEh5EExZBTcOCffKTY `̴ ׉	 7cassandra://-04LeZ2U_6Ui-uisUJSFXDmqOXBA5acfsXLwcRTSnsgUT͠XiB䰆]bט  Bu׉׉	 7cassandra://hVAnf6ULCAf8D9p_QbQ2gvvx1k15pb4JGsl7x65DBAg G`׉	 7cassandra://JRLbDp4yzm_ZwW4wbFSieXABawhXy-EbrebcThtBT5MfD`Q׉	 7cassandra://wJZFDnm_c0bVH1A9XbH1keSebZZT-oktMPSZbK9Hk2U`̴ ׉	 7cassandra://6cHPLtttPdMY3vKYkE0M2o1bQeT6XobWm_BGvXDrCOsS͠XiB䰆]cנXiF䰆]́  9ׁH )mailto:ria.lumeij@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Van de voorzitter
Toekomstvisie
DOOR JOB METSEMAKERS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
Toekomst, visie, ambities en (verborgen)
bedreigingen
Recent hebben we als huisartsen onder de titel
'Modernisering naar menselijke maat. Huisartsenzorg in
2022' de toekomstvisie huisartsenzorg vastgesteld. Het is
een belangrijk document, niet alleen vanwege de inhoud
maar ook vanwege het document zelf. We laten immers
als beroepsgroep zien dat wij vertrouwen hebben in de
toekomst, dat wij gedachten hebben over die toekomst
en de positie van de huisartsenzorg daarin. We geven
aan verantwoordelijkheid te willen nemen voor de
(toekomstige) ontwikkelingen in de zorg, zoals we dat nu
ook al doen. Ik denk dat we als huisartsen daarin redelijk
uniek zijn want ik kan zo gauw geen toekomstvisie
cardiologische, orthopedische of urologische zorg vinden.
Belangrijk vind ik dat de die kernwaarden – generalistisch,
persoonsgericht en continu – in stand blijven en een
toekomstbestendige invulling krijgen. Het is de moeite
waard om het hele document op www.tkv2022.nl te
lezen, want we zullen met elkaar deze ambities vorm
moeten geven.
Mijn collega Jean Muris beschouwt elders in dit blad
enkele ambities in relatie tot de huisartsopleiding.
Genoeg visie en ambities van de kant van de huisartsen
is mijn conclusie. En spoort die toekomstvisie nu met die
van de politiek?
In eerste instantie lijkt het antwoord volmondig JA. De
positie van de huisarts staat in het regeerakkoord en
iedereen lijkt ervan overtuigd dat de huisartsenzorg
cruciaal is voor een duurzame en betaalbare zorg.
Toch blijft het opletten op effecten die optreden
bij verschuiving van zorg uit de AWBZ. Bij de eerste
uitwerking van de Jeugdzorg nieuwe stijl bleek dat de
huisarts geen directe verwijzing naar een psychiater meer
zou mogen doen. Alles zou immers via het gemeentelijke
kanaal lopen. Gelukkig is dit voornemen, wat haaks staat
op onze visie en ambities, weer gewijzigd. Maar het is
opletten zoals ook bij de discussie over de GGZ zorg,
waar een ingewikkelde discussie over het verschil tussen
‘klachten en stoornissen’ loopt. Kernpunt is natuurlijk de
vraag wat uit welk potje vergoed wordt.
Daarbij is de POH GGZ goedkoper dan de huisarts, en de
huisarts goedkoper dan de psychiater. Maar we moeten
opletten dat niet voortdurend taken en activiteiten naar
de POH zorg verplaatst worden. Straks is de huisarts
een verwijzer in eigen praktijk, en is er wel sprake van
continuïteit van zorg binnen het team, maar is de
persoonlijke continuïteit van de huisarts verdwenen.
We hebben in het verleden de politiek wisselvallig en soms
onbetrouwbaar genoemd. Dat lijkt nu minder het geval.
Nu lijken de zorgverzekeraars die rol soms over te nemen.
Zorgverzekeraars hebben in het verleden sterk ingezet op
de inkoop van ketenzorg, waarbij de zorggroepen
(huisartsen!) forse inspanning hebben geleverd om een
goed doortimmerd zorgprotocol te beschrijven zodat
de patiënt optimale zorg krijgt (hoge kwaliteit tegen
beperkte kosten). De huisartspraktijken zijn er nu op
ingericht met uitbreiding van ondersteunend personeel.
En nu haken sommige zorgverzekeraars weer af in de
ketenzorgbekostiging en moet de huisarts de vergoeding
van zijn inspanningen weer anders declareren. En de
huisarts moet opletten en onderscheid maken tussen
patiënten op basis van hun verzekeraar. Niet de zorg staat
centraal maar de administratie. Dat een zorgverzekeraar
verwacht dat je voor bepaalde specifieke verrichtingen ook
de deskundigheid opbouwt en behoudt (zoals spirometrie
en ECG) is logisch, maar de bureaucratische stappen die
een zorgverzekeraar nu koppelt aan het M&I tarief voor
Stoppen met Roken is waanzin en remt de huisarts eerder
af dan dat hij stimuleert. Zorgverzekeraars hebben laten
zien goede partners te kunnen zijn, maar er zijn ook
tekenen dat onze belangen niet altijd parallel lopen.
Laten we onze ambities voorop stellen en beseffen dat
we die alleen waar kunnen maken binnen de juiste
randvoorwaarden, waar politiek en zorgverzekeraars een
belangrijke rol spelen.
4
׉	 7cassandra://Qjb8t08cEoA9iRj1ZSeD1-uH3qEh5EExZBTcOCffKTY `̴ XiB䰆]d׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Lunchbesprekingen
Bewust versterven als
zelfgekozen levenseinde
DOOR MARK MARTENS, SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE, VIVRE MAASTRICHT
Een korte weergave uit de KNMG-handreiking ‘De rol van
de arts bij het zelfgekozen levenseinde’ en de praktijk van
het verpleeghuis en hospice.
Bewust versterven is een term die gebruikt wordt voor het
zelfgekozen levenseinde door vocht- en voedingsonthouding,
veelal in gevallen waarin er sprake is van
‘voltooid leven’ of ‘lijden aan het leven’ en men geen ingang
voor een levenseinde middels euthanasie vindt of dit om
uiteenlopende redenen niet wenst. Het gaat om zo’n 2.500
geregistreerde gevallen per jaar.
In tegenstelling tot euthanasie of aanzetten tot c.q. hulp
bij zelfdoding valt deze vorm van zelfgekozen levenseinde
juridisch niet onder het Wetboek van Strafrecht en betreft
het hier een natuurlijk overlijden. Wanneer een patiënt
dit onderwerp ter sprake brengt, heeft een arts vanuit zijn
rol als goed hulpverlener de plicht om het gesprek aan te
gaan, hem te informeren over de voor- en nadelen en te
begeleiden bij de uitvoering. Het is de arts ook toegestaan
om zijn patiënt zelf op de mogelijkheid van bewust
versterven te wijzen. Zolang een patiënt de consequenties
van vocht- en voedselonthouding overziet en redelijkerwijs
de voor- en nadelen kan afwegen, is er geen reden om aan
de wilsbekwaamheid op dit vlak te twijfelen.
Idealiter zien we het traject van versterven door vocht- en
voedingsonthouding rustig en voorspoedig verlopen via
Volgende Broodjes
• Dinsdag 16 april
• Donderdag 25 april
• Dinsdag 7 mei
• Donderdag 16 mei
• Dinsdag 21 mei
de weg van dehydratie naar uremisch coma, waarin een
patiënt langzaam en vredig wegzakt. De praktijk laat
echter een zeer uiteenlopend beloop zien. Zo kan er een
sterke honger- of dorstprikkel ontstaan, die het voor de
patiënt moeilijk maakt om door te zetten, ondanks zijn
intense wens tot sterven. Het voert hier te ver om stil te
staan bij de fysiologie van de dorstprikkel in deze fase,
maar een belangrijke – en beïnvloedbare – factor speelt
de mondvochtigheid. Even belangrijk is ondersteuning
en afleiding, ofwel: psychosociale begeleiding. Mocht het
symptoom echt refractair worden, dan kan er intermitterend
gesedeerd worden om de zwaarste periode te overbruggen.
Bij een langduriger traject – door bijvoorbeeld toch nog
enige vochtintake – of een reeds marginale uitgangsconditie
kan snel een toestand van cachexie ontstaan, waarin
onder andere problemen als decubitus, pijn en existentiële
problematiek zich voortdoen, welke ieder hun specifieke
aanpak behoeven.
In plaats van een uremisch coma kan een uremie ook leiden
tot een delirant toestandsbeeld, welke op de gebruikelijke
wijze, i.e. met antipsychotica, te behandelen is of indien
refractair: via palliatieve sedatie.
Zoals in de gehele palliatieve zorg geldt ook hier dat
anticiperen, bij voorkeur multidisciplinair, het sleutelwoord
tot een waardig levenseinde is zonder steeds achter de
feiten aan te lopen wat symptoomcontrole betreft.
• Donderdag 30 mei
• Dinsdag 4 juni
• Donderdag 13 juni
• Dinsdag 18 juni
• Donderdag 27 juni
Van 12:30 tot 13:30 uur, in collegezaal B0.124, Debyeplein 1
Om op de verzendlijst te komen: mail naar ria.lumeij@maastrichtuniversity.nl
5
׉	 7cassandra://wJZFDnm_c0bVH1A9XbH1keSebZZT-oktMPSZbK9Hk2U`̴ XiB䰆]eXiB䰆]dbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://QDIXkOPgDEsFkB9vfFJwGXYtzZ9b2JWrQNJHostRz3I `׉	 7cassandra://73uhfmhpChMX2zEHhnPtP_Sqe3Qb6V6XE8leEzYILfAyL`Q׉	 7cassandra://gQWXoV-IvLNiInI-xcNS1bBqbe8aJFAzaEPfmUt6tLc!`̴ ׉	 7cassandra://Z-yLkZ36BLCNcLIbIJOGpjX7djzUvv0_FPfhtHETlwoaT͠XiB䰆]fט  Bu׉׉	 7cassandra://1QfbjEYCtt0-zV9hvY72bY3IxmJ4hwcPv495p4iRoDM k` ׉	 7cassandra://ZOKpzaxd776jmoVj2_zcaYC75PCTORJKwH6iOX11vos͈`Q׉	 7cassandra://IUnumKkb5hQAhRdkhCclNZHXxaXo6R139nUyNXOhClg$`̴ ׉	 7cassandra://Y_L0ZN7hM2y16Prla64_ysai8ZpSH9uISVfokf5UUY0YT͠XiB䰆]g׉EWop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Impressies van mijn sabbatical
Hoe (on)gezond zijn Australiërs?
DOOR GEERT-JAN DINANT, HOOGLERAAR ONDERZOEK VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
in Melbourne University (zie verder). Er is voorts
een cynische paradox aanwezig tussen genoemde
gezondheidsproblemen en de sportgekte die het land
beheerst. Bij nadere beschouwing lijkt de sportgekte te
worden gevoed door een kleine groep topsporters en
miljoenen Australiërs die uitblinken in het passief volgen
en fanatiek aanmoedigen van deze kleine groep.
Gezondheidsproblemen die het land bezighouden zijn
deels vergelijkbaar met die in andere welvarende landen.
Met de strengste anti-rookwetgeving ter wereld, is het
percentage rokers naar een internationaal laagterecord
van 15% gedaald (in NL 25%). Onderdelen van de wetgeving
zijn een volledig rookverbod in en nabij openbare
gelegenheden (inclusief alle terrassen en de eerste meters
nabij een terras), plain packaging (alle merknamen zijn
verwijderd) met in plaats daarvan afschrikwekkende
plaatjes op alle pakjes, een volledig advertentieverbod, het
volledige verbod om sigaretten uit te stallen en de hoge
prijs per pakje sigaretten. Daar staat helaas tegenover
dat het land een snel groeiend obesitasprobleem kent.
Naar schatting is meer dan de helft van alle volwassenen
(veel) te zwaar en obese ouders met desondanks slanke
kinderen komen haast niet voor. Als gevolg hiervan stijgt
o.a. het aantal diabetespatiënten snel en deze stijging
gaat de komende jaren door. Het laat zich raden welke
druk dit op de gezondheidszorg legt. Met deze trend
lijkt het land de USA achterna te gaan. In dat verband
vallen ook de toegenomen claimcultuur en het overal
waarschuwen voor risico’s op. Waarschijnlijk zijn veranderde
eetgewoontes, inclusief het steeds minder met elkaar aan
tafel gaan en daarmee het deels ontbreken van sociale
controle een belangrijke oorzaak van de obesitasepidemie.
Het is tevens een oorzaak van het groeiende aantal
mensen met geestelijke gezondheidsproblemen, vooral
depressies. Beide ontwikkelingen zijn weerspiegeld in
het onderzoeksprogramma van onze zusterafdeling
6
Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
De basis van bovenstaande ligt ongetwijfeld in de afgelopen
tien jaar snel gegroeide welvaart in Australië. Het land
wentelt zich in een topeconomie en kan zich dankzij hoge
inkomens voor vrijwel alles hoge prijzen permitteren. Een al
heel lang uitstekend florerende mijnbouw draagt hier aan
bij. Overigens lijkt de succesvolle mijnbouw een serieuze
introductie van zonne-energie en windenergie te blokkeren
in een land waar de zon nota bene altijd schijnt en het
altijd waait. Voorts profiteert het land van de economische
crisis in Europa en de USA en de toenemende welvaart in
Aziatische buurlanden. De recent verworven rijkdom lijkt te
contrasteren met het grote aantal huizen dat overal te koop
staat. Ook verkeren veel huizen in staat van achterstallig
onderhoud. Het land kent sociale voorzieningen voor een
arme onderlaag, maar de inkomensgrens waaronder men
recht heeft op een uitkering van de overheid ligt lager
dan in NL. Mede als gevolg daarvan leven in de steden de
nodige (vaak verslaafde) mensen op straat. In tegenstelling
tot tien jaar geleden lijken welvarende mensen gevoeliger
voor uiterlijk vertoon, inclusief snobberig gedrag. Zo viel
ons in Tasmanië op dat veel mensen een speedboat bezitten
en daar vooral veel kilometers op de weg en vrijwel geen
op het water mee maken. De opvallend laag gebleven
benzineprijzen dragen aan dit gedrag bij en dat is tevens
te zien aan het veel drukkere en gevaarlijker verkeer dan
tien jaar geleden. Tegenover deze hier en daar zorgelijke
ontwikkelingen staat gelukkig nog steeds veel goeds. Zo
blijven de Australiërs zeer toegankelijk, open minded, serieus
geïnteresseerd in de ander en bijzonder voorkomend,
beleefd en erg prettig in de dagelijkse omgang met elkaar
en anderen. Ook maakt het land een meer mondiale indruk
dan tien jaar geleden. Illustraties daarvoor zijn dat de
oploskoffie na 200 jaar eindelijk wordt vervangen door
echte koffie en dat er minder dialect wordt gesproken.
In het centrum van Melbourne zijn ongeveer drie van de
׉	 7cassandra://gQWXoV-IvLNiInI-xcNS1bBqbe8aJFAzaEPfmUt6tLc!`̴ XiB䰆]h׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
vier mensen op straat van Aziatische afkomst. Een grote
meerderheid van de Aziaten heeft een baan of studeert en
integratieproblemen met deze bevolkingsgroepen lijken
niet te bestaan. Met de groei van het aantal immigranten
groeien vooral de grote steden mee. Melbourne heeft bijna
viereneenhalf miljoen inwoners en zal over een paar jaren
de grootste stad van het land zijn, Sydney jaloers achter
zich latend. Buiten het stadscentrum van Melbourne staat
nergens hoogbouw, dus wekt het geen verbazing dat de
stad een nog steeds groeiende oppervlakte van inmiddels
100 bij 50 km beslaat. Het land is meer dan groot genoeg
voor het laten groeien van steden, maar een zwak punt
is het niet meegroeien van de infrastructuur. In de grote
steden rijden volop bussen en trams, maar deze zijn traag
en ze rijden onvoldoende frequent om alle mensen van de
vele buitenwijken iedere dag van en naar het stadscentrum
te brengen. Buiten de steden is het minder druk maar daar
is het land volledig afhankelijk van autoverkeer. Treinen
zijn er niet (op slechts een vooral toeristische verbinding
na) en interlokale bussen rijden sporadisch, vaak niet meer
dan een keer per dag en niet iedere dag. De internationale
luchthaven van Melbourne kan alleen per auto of met de bus
worden bereikt en reizigers staan met regelmaat in de file.
dito verzekeringen. De premie die men voor een private
insurance betaalt, wordt deels in mindering gebracht op
de afdracht aan Medicare. Gek genoeg betalen sommigen
meer premie aan Medicare alleen dan aan Medicare plus
een private insurance.
Medische zorg in Australië
Iedere inwoner is verzekerd van en voor medische zorg
(huisarts en ziekenhuis en een groot deel van alle
voorgeschreven medicijnen) via Medicare (de verplichte
basisverzekering van de overheid). Daartoe wordt een vast
percentage (0,5%) van ieders inkomen afgedragen en is vrije
toegang tot alle openbare gezondheidszorgvoorzieningen
verzekerd. Er zijn echter veel eigen bijdrages van kracht.
Zo betalen patiënten de eerste 500 dollar (400 euro) van
een ziekenhuisopname zelf en geldt voor ieder bezoek
aan de huisarts een eigen bijdrage van 30-60 dollar. Het
laatste resulteert in veel onnodig out-of-hours bezoeken
aan eerstehulpafdelingen van ziekenhuizen, vooral door
kinderen met koorts (ik schat aanzienlijk meer dan in NL),
want deze consulten zijn gratis. Naast de openbare
gezondheidszorg bestaat er private medical care. Voor het
laatste kan men zich privé verzekeren. Voordeel van de
private sector is dat behandelingen sneller plaatsvinden,
nadeel is de beruchte selectie van medische problemen.
Zo is men voor grote en complexe ingrepen vaak beter
af in de openbare sector. Naar schatting 30-40% van de
bevolking maakt deels gebruik van private medical care en
Huisartsgeneeskunde in Australië
De positie van General Practice (huisartsgeneeskunde) is
deels vergelijkbaar met die van de huisartsgeneeskunde
in Nederland. Zo is het de eerste toegang tot vrijwel alle
andere (para)medische zorg en het vervult een krachtige
gatekeeper rol: zonder verwijzing van een GP (=huisarts)
heeft de patiënt geen toegang tot betaalde ziekenhuiszorg.
Er zijn ook belangrijke verschillen, zoals de hierboven
genoemde eigen bijdrage per consult (de GP stelt zelf
de hoogte vast), de vergoeding die de GP krijgt voor een
verwijzing en het ontbreken van een list system (inschrijving
op naam). Voorts bestaat een blijvend tekort aan huisartsen
in de outback en neemt het aantal huisartsen van
buitenlandse afkomst snel toe. Buitenlandse GPs mogen
zich niet vrij vestigen: er wordt ze meestal een plaats
toegewezen in een rural area. Alle studenten geneeskunde
lopen in het laatste studiejaar stage in rural areas, maar
dat laatste is wel een ruim begrip want lijkt al enkele
kilometers buiten de stad te beginnen. De huisarts krijgt per
verrichting een vast bedrag van Medicare (fee for service) en
vult deze inkomsten als bovenbeschreven aan. Er bestaat
geen abonnementshonorarium. Aan ouderen en (andere)
minder welgestelden wordt vaak geen eigen bijdrage
gevraagd. Huisartsen zijn in toenemende mate ontevreden
over de vergoedingen van Medicare, ondanks incentives
die ze krijgen voor initiatieven die tot kwaliteitsverbetering
leiden, zoals georganiseerde diabeteszorg. Ongeveer 98%
van de GPs is zelfstandig gevestigd. Steeds minder en op
dit moment nog slechts heel weinig GPs zijn in dienst van
door de overheid gerunde community health centres. Een
belangrijke trend is de oprichting van huisartsencoöperaties
waar 8-20 GPs samenwerken in een soort HOED-constructie.
De inkomsten van de coöperaties worden niet anders
gegenereerd dan die van zelfstandig gevestigde huisartsen,
maar een deel gaat naar een centraal, professioneel
management en de coöperatie mag inkomsten beleggen
en winst maken. Mede als gevolg van deze ontwikkelingen
is het aantal huisartsenpraktijken in Australië gedaald
van 8309 (in 2000) naar 7035 (in 2011), op een bevolking
van ongeveer 22 miljoen in 2011. Op dit moment is het
gemiddelde inkomen van een GP 200.000 dollar (160.000
euro) per jaar en dat is meer dan het gemiddelde inkomen
van een advocaat, dierenarts, architect, of accountant.
Er zijn overigens huisartsen die het dubbele verdienen.
De opleiding verspreidt deze informatie om artsen en
studenten voor huisartsgeneeskunde te interesseren
en legt uit dat het inkomen nog steeds lager is dan dat
van de gemiddelde ziekenhuisspecialist, maar dat een
meer flexibele levensstijl, socialere werktijden en volop
mogelijkheden om parttime te werken meer waard zijn dan
geld op de bank.
7
׉	 7cassandra://IUnumKkb5hQAhRdkhCclNZHXxaXo6R139nUyNXOhClg$`̴ XiB䰆]iXiB䰆]hbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://l0CLsBWhjzYWhG0cAbEnJ9JoRLQCKAytEtMyOmtIVGo ,`׉	 7cassandra://fqA3yIhHJUhfdJbuUH7nXwH7-_q0GluKrNgJlsLVVtI]`Q׉	 7cassandra://aBFfUY3tFqAoIc0Zze0v7IQK0vxKY_POYAyViSm6WE4`̴ ׉	 7cassandra://5oiprC95yoZ3fO6smnJVfW5m54giIp7rrimgroafafA͂ ͠XiB䰆]jט  Bu׉׉	 7cassandra://mPLVRiRMXwJWm-bzdWDCVco2dbPtEAtai1S2Ggk1twE ,b` ׉	 7cassandra://vflflnfuTG87Vt8pQIDZWZRV_lwhF3d9jIoIeUmebQ0_@`Q׉	 7cassandra://RF9uyadqu2OPe37CCXk4QdjDhnJ0arQw12EyHhFJhIQ`̴ ׉	 7cassandra://uAb_9f2AuXUo-l7a894vaQZP-c0o6JMPfx0jLN6W3IkyUD͠XiC䰆]kנXiF䰆]ʁ ߁̫9ׁHhttp://www.maastrichtmooiste.nlׁׁЈנXiF䰆]Ɂ Z9ׁH ,mailto:Babette.Doorn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E	op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Stelt zich voor
Stephanie Lenzen
PROMOVENDUS
Stephanie Lenzen
Mijn naam is Stephanie Lenzen. Ik ben geboren in 1986
en woon in Aken. Vanaf 1 mei 2012 ben ik werkzaam
als CAPHRI buitenpromovendus aan de Hogeschool
Zuyd binnen de kenniskring Autonomie en Participatie.
Ik zit altijd op maandag in Maastricht bij de vakgroep
huisartsgeneeskunde.
In 2009 ben ik afgestudeerd als ergotherapeute aan de
Hogeschool Zuyd. Sindsdien was ik werkzaam in een
eerstelijns praktijk in Duitsland, waarbij ik vooral gericht was
op het behandelen van ouderen, neurologische patiënten
en kinderen. Omdat mijn interesse naast het behandelen al
vroeg ook uitging naar onderzoek, ben ik in september 2009
met de masteropleiding 'Health Promotion and Education'
aan de Universiteit in Maastricht begonnen. In deze tijd
heb ik heel erg genoten van de combinatie van werken en
studeren. In september 2011 ben ik afgestudeerd en ben ik
begonnen om een artikel over mijn thesis te schrijven.
Samen met mijn collega Jerôme van Dongen werk ik nu
binnen het RAAK Pro Project 'Naar interprofessionele
zelfmanagement ondersteuning in de eerste lijn' waarbij
wij ons richten op het ondersteunen van eerstelijns
professionals bij het bevorderen van zelf-management bij
patiënten met complexe chronische aandoeningen. Dit
onderzoek is heel praktijkgericht en er bestaat een grote
samenwerking met verschillende disciplines uit de praktijk
en uit het onderwijs. Met name de link tussen onderzoek,
praktijk en onderwijs ervaar ik als een heel interessante
en leuke uitdaging. Met veel motivatie en plezier werk ik
daarom aan het project.
Naast mijn promotie vervul ik vanaf september 2012 binnen
de opleiding ergotherapie een aantal docententaken. Ik
ben zeer blij om hierdoor het raakvlak met ergotherapie te
kunnen blijven behouden.
Join our Family!
Maastricht Mooiste Dokters
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Noteer vast in jullie agenda’s: zondag 9 juni 2013. Dan
is weer de jaarlijkse hardloop wedstrijd in Maastricht,
getiteld ‘Maastrichts Mooiste’. Ondergetekende zal
genietend toekijken vanaf het terras en ondertussen op
de kostbaarheden van de hardlopers die zich in het zweet
werken letten. Wie mij gezelschap wil houden: dat kan,
maar nog leuker: loop mee met een van de teams van
Huisartsgeneeskunde (5 of 15 kilometer). We doen zeker
mee want er is al volop belangstelling (WESP-en, AIOS en
(huisarts)medewerkers).
Aanmelden voor HAG-team bij:
Babette.Doorn@maastrichtuniversity.nl
Meer informatie over de race: www.maastrichtmooiste.nl
8
׉	 7cassandra://aBFfUY3tFqAoIc0Zze0v7IQK0vxKY_POYAyViSm6WE4`̴ XiC䰆]l׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Stelt zich voor
Jerôme van Dongen
PROMOVENDUS
Mijn naam is Jerôme van Dongen. Ik ben geboren in 1986
te Geleen en woon in Meerssen. In 2005 ben ik gestart met
de bachelor Gezondheidswetenschappen in de richting
beleid en management aan Universiteit Maastricht. In
december 2009 heb ik de master Health, Policy, Economics
en Management afgerond. Na mijn scriptie heb ik in
opdracht van een woningcorporatie een enquête opgezet
en uitgevoerd naar de maatschappelijke waardes die
huurders hechten aan taken van de woningcorporatie. Hier
heb ik mijn eerste ervaring opgedaan in het verzamelen
en analyseren van gegevens en het bewerken van deze
resultaten tot een publicatie. Momenteel werk ik als
productiecontroller voor de afdeling Beeldvorming en
Laboratoria in het Academisch Ziekenhuis Maastricht.
In deze functie werk ik mee aan de kwaliteitsverbetering
van de registratie. Naast mijn werk ben ik sinds 2009
actief als bestuurslid van het WMO-platform (Wet
Maatschappelijke Ondersteuning) in Meerssen. In dit
platform vertegenwoordig ik het deel ‘Jeugd en
opvoedingsondersteuning’.
Samen met Stephanie Lenzen ben ik vanaf 1 mei 2012
gestart als CAPHRI buitenpromovendus bij de vakgroep
Huisartsgeneeskunde en het lectoraat Autonomie
en Participatie (ZUYD Hogeschool te Heerlen). Mijn
promotieonderzoek is onderdeel van een RAAK Pro project.
RAAK Pro staat voor 'Regionale Aandacht en Actie voor
Kennisinnovatie'. Het is gericht op verdieping van de
onderzoekspraktijk van hogescholen. Het doel van dit RAAK
Pro is om zorgprofessionals toe te rusten met methodieken,
interventies en technologieën om in de eerste lijn patiënten
met chronische, complexe aandoeningen te ondersteunen
bij zelfmanagement.
Mijn aandachtsgebied binnen dit project is de
interprofessionele samenwerking tussen de verschillende
disciplines in de eerste lijn. Momenteel zijn we in de eerste
fase van het onderzoek bezig boven water te krijgen wat de
huidige werkwijze is met betrekking tot interprofessioneel
samenwerken. We observeren hiervoor een aantal
interprofessionele teamoverleggen. Daarnaast willen we
weten wat de door de zorgprofessionals ervaren knelpunten
in deze samenwerking zijn. Hiervoor nemen we een aantal
individuele interviews af. Naast observaties en interviews
organiseren we een aantal focusgroepen, waarin de
deelnemers nadenken over mogelijke oplossingsrichtingen
voor de ervaren knelpunten in het interprofessioneel
samenwerken.
Samen met mijn collega Stephanie Lenzen en ons
begeleidingsteam, gaan we een hele drukke, maar vooral
leuke en leerzame periode tegemoet!
Jerôme van Dongen
NHG congres
Wanneer
HUISARTS EN ACUTE ZORG
22 NOVEMBER 2013 • MECC • MAASTRICHT
Waar
Thema
22 november 2013
MECC te Maastricht
‘Huisarts en acute zorg’
Scan deze code om de promofilm te bekijken.
9
׉	 7cassandra://RF9uyadqu2OPe37CCXk4QdjDhnJ0arQw12EyHhFJhIQ`̴ XiC䰆]mXiC䰆]lbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://hErq5GMcSoOtrZ8N-tVG6j4WKipWdAUNJWFeIZQuZf8 _`׉	 7cassandra://UepGomVOVegpe-M366hAmxnkSjFBRyn4my4ByKl8iNQo`Q׉	 7cassandra://eTfnhjxDl1liquIfcpNNdlFVmFKulnkcBw7OiUfLQZA+`̴ ׉	 7cassandra://kb6EXKdU9rIe3iGh0XrT0_niNDP_N1gJpf0d_dTA7iAlT͠XiC䰆]nט  Bu׉׉	 7cassandra://pO_J8VGKpdbxP5RnF2gG1xh5TI0H84OegyTQxIIi0Ko 6` ׉	 7cassandra://_IDPiJmRrq2Ds05Xj9jonAITJ7FIhQZTdQlDpg4OYCEn`Q׉	 7cassandra://R7ZrwPYb9vhPEXK60_xcnBl2u6lfm9WnI5t_xP6mtOI`̴ ׉	 7cassandra://2SE7L05SJSapfiB4Gla9qhONel0O6HF1Ru2-NraSSngP̘͠XiC䰆]oנXiF䰆]ρ z̑9ׁHmailto:i.dijksman@telepsy.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Stelt zich voor
Jos Kleijnen
BIJZONDER HOOGLERAAR
Inleiding
Officieel ben ik aangesteld per 1 juli 2011, maar praktisch
gezien ben ik begonnen in 2012. Mijn thuisbasis ligt
binnen het programma Implementation of Evidence
(van hoogleraar Trudy van der Weijden, red.). Ik ben terug
van weggeweest. Enkelen kunnen zich mij herinneren
uit mijn Maastrichtse tijd 1981 – 1993. Ik heb de studie
geneeskunde gedaan en daarna zes jaar bij de vakgroep
Epidemiologie gewerkt. Toen zijn we al begonnen
met systematische reviews. In die tijd ging dat over
alternatieve geneeswijzen, samen met Paul Knipschild
en Gerben ter Riet. In 1993 verhuisde ik naar het AMC in
Amsterdam naar de afdeling Klinische epidemiologie en
biostatistiek. Daar zette ik mijn activiteiten op het gebied
van systematische reviews voort, o.a. door het oprichten
van het Dutch Cochrane Centre. In 1998 ben ik naar
Engeland (York) verhuisd, om bij de University of York
het Centre for Reviews and Dissemination te leiden. Ik
woon nog steeds in Engeland, en run daar nu sinds 2005
een bedrijf met de originele naam Kleijnen Systematic
Reviews Ltd. Momenteel hebben wij 21 medewerkers, kijk
maar eens op www.systematic-reviews.com om te zien
waar we ons zoal mee bezighouden.
Wat zijn systematische reviews?
Het doel van een systematische review, een vorm
van literatuuronderzoek, is om een zo goed mogelijk
antwoord op een onderzoeksvraag te krijgen. Dit
doen we door alle relevante studies op te sporen, hun
kwaliteit te beoordelen, en hun bevindingen samen te
vatten, in woorden, en waar mogelijk ook door metaanalyse
(kwantitatief samenvatten van de bevindingen
van verschillende studies). Vervolgens wordt alles op
gestructureerde wijze opgeschreven, zodat de lezer alles
zelf kan controleren. In minder dan 20 jaar hebben (goed
uitgevoerde) systematische reviews zich ontwikkeld van
een nieuwigheid tot de gouden standaard over de stand
van zaken betreffende een onderzoeksvraag.
Veel proefschriften met een onderwerp dat voor
patiëntenzorg relevant is, bevatten tegenwoordig
minstens een systematische review.
Voor de liefhebber
Iedereen kan mijn hulp en/of advies vragen, gewoon
even contact opnemen. Ook ben ik van plan om veel
tijd te besteden aan het verder ontwikkelen van de
specifieke methoden van systematische reviews,
met speciale aandachtsgebieden van diagnostiek,
prognostiek/predictie, en indirecte vergelijkingen (mixed
treatment comparisons/network meta-analysis). Daarbij
valt verder te denken aan ontwikkeling van optimale
zoekstrategieën, kwaliteitsbeoordeling van studies,
methoden van heterogeniteits beoordeling, en methoden
van syntheses zowel kwalitatief als statistisch. Een
ander aandachtspunt wordt het verder ontwikkelen van
de methoden en rol van systematische reviews bij de
ontwikkeling van richtlijnen.
Praktisch
Zo’n zes keer per jaar kom ik een paar dagen naar
Maastricht, voor overleg met onderzoekers en
onderzoeksgroepen die ik help bij hun systematische
reviews. Het merendeel van het werk wordt echter
tussendoor gedaan, via email, telefoon of Skype. Binnen
HAG weet secretaresse Ine Siegelaer altijd wanneer ik
er weer zal zijn, en wanneer ik tijd heb voor afspraken
(ook ’s avonds, dan het beste ergens in de stad). Je kunt
natuurlijk ook een mailtje sturen om rechtstreeks een
afspraak te maken. Het liefst zoek ik mensen zelf op,
dan kunnen we direct naar een analyse op de computer
kijken, of een studie bespreken. En tenslotte wil ik
graag benadrukken dat ik alle onderwerpen (even)
interessant vind. Mijn wetenschappelijke interesse is in de
methodologie, en die is wat mij betreft even spannend als
de data kwalitatief of kwantitatief zijn.
Email: jos@systematic-reviews.com
10
׉	 7cassandra://eTfnhjxDl1liquIfcpNNdlFVmFKulnkcBw7OiUfLQZA+`̴ XiC䰆]p׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Stelt zich voor
Ies Dijksman
PROMOVENDUS
Ies Dijksman
Innovatie in de huisartspraktijk:
E-diagnostiek bij psychische stoornissen
E-zorg wint steeds meer terrein, ook in de
huisartsenpraktijk. Een bijzondere vorm van e-zorg
is e-diagnostiek bij psychische stoornissen. In 2010
startte TelePsy, een organisatie ter ondersteuning van
zorgverleners bij de (triage) diagnostiek van psychische
en psychosociale problemen, in samenwerking met
verscheidene huisartsen en GGZ-professionals, met
de ontwikkeling van een e-diagnostiek instrument.
Er werden twee monodisciplinaire projectgroepen
ingesteld, bestaande uit huisartsen en POH-GGZ.
Zij hebben in 2011 en 2012 een belangrijke bijdrage
geleverd aan de invoering en doorontwikkeling van
het instrument, de TeleScreen.
Uit onderzoek blijkt dat huisartsen in de meeste
gevallen goed de ernstig depressieve patiënten kunnen
onderscheiden van de niet depressieve patiënten, maar
moeite hebben met het herkennen van lichte of matig
ernstige depressieve symptomen. Wij merken in de
praktijk een grote behoefte van huisartsen aan informatie
over onderliggende persoonlijkheidsproblematiek,
psychosociale problemen maar ook informatie over
de “taboe” onderwerpen, zoals middelenmisbruik en
seksuele problemen. Dit is van invloed voor een optimale
verwijzing of behandeling door de huisarts.
De TeleScreen is een zelfdenkend systeem, waarbij alle
DSM-IV classificatiegebieden gestructureerd worden
uitgevraagd. Afhankelijk van de antwoorden van een
patiënt worden vervolgvragen gesteld en eventueel
specialistische vragenlijsten afgenomen. Op basis van de
testresultaten genereert het systeem hypotheses, welke
door een psycholoog telefonisch worden getoetst. Hierna
wordt het onderzoeksrapport digitaal naar het HIS van
de huisarts gestuurd. Op basis van het rapport kan de
huisarts zijn verwijzing en regiefunctie optimaliseren. Het
rapport kan vervolgens dienen als werkhypothese voor
het vervolgtraject.
Internetafname heeft als voordeel dat de patiënt in zijn
eigen tijd, vanaf elke locatie (mits verbonden met het
internet) en op elk moment, diagnostische vragenlijsten
en tests kan invullen. In het algemeen stellen mensen
zich openhartig op tijdens het invullen van online tests.
In verschillende onderzoeken is aangetoond dat mensen
minder sociaal wenselijke antwoorden geven via het
internet, waardoor meer en meer accurate informatie
vergaard kan worden (bijvoorbeeld bij suïcidale
gedachten). Naast tijdswinst levert dit veel aanvullende
informatie op die van belang kan zijn bij het bepalen van
het vervolgtraject. Het systeem kent ook nadelen. Zo is het
systeem niet geschikt voor crisisgevoelige patiënten, en
patiënten die de Nederlandse taal niet goed beheersen.
E-diagnostiek opent deuren voor diverse onderzoeksvragen.
In samenwerking met de vakgroep huisartsgeneeskunde
van de Universiteit Maastricht, voert ondergetekende
onderzoek uit naar deze e-tool. Het onderzoek wordt
gefinancierd door Stichting Robuust. Het afgelopen
jaar ben ik druk bezig geweest met een uitgebreide
procesevaluatie. Resultaten laten zien dat zowel patiënten,
huisartsen als POH’s enthousiast zijn over de TeleScreen.
In veel gevallen geeft het systeem een ander verwijsadvies
dan de huisarts of POH in eerste instantie had verwacht.
Zij kunnen zich echter meestal wel vinden in de resultaten
van het psychologisch onderzoek en het advies. Ik ga mij
de komende jaren bezighouden met de betrouwbaarheid
en validiteit, evenals de effectiviteit van het E-diagnostiek
systeem. Zowel binnen Maastricht University maar ook
bij de aangesloten huisartsen, POH’s, zorginstellingen
en vrijgevestigde therapeuten merk ik een grote
betrokkenheid bij het onderzoek. Ik kijk er naar uit om mij
de komende jaren verder te verdiepen in dit onderwerp.
Mocht u meer informatie willen of wilt u als huisarts/
POH een bijdrage leveren als verwijzer of anderszins,
schroom dan niet om mij te mailen of te bellen
(i.dijksman@telepsy.nl of 043-350 73 85).
11
׉	 7cassandra://R7ZrwPYb9vhPEXK60_xcnBl2u6lfm9WnI5t_xP6mtOI`̴ XiC䰆]qXiC䰆]pbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://ptBXNet1vWyUPx5gNjh84_Wcbf9L31Er171BY60gXeU ӑ` ׉	 7cassandra://OSHmGU3ErCJ8S3W0GhaqSl-4O5FH3NUKly5RT-1VGJE|m`Q׉	 7cassandra://5MjPKRXueidIs8nR2Ll7ObmIFpKtVzzvmZfOAoN9Ro4!`̴ ׉	 7cassandra://M0RXXS0WgsUZWfTLCgU2gRc8EC-5KWIZuUqLrxPygIk@eX͠XiC䰆]rט  Bu׉׉	 7cassandra://V4CMOdDYUfpnHL0UHJ8Ipr7NRgFmoskJ4kKn8lGRfQk `׉	 7cassandra://cSzT7u4isw7D2gu0rDllzsuJqBXDL85XxOO9BjvXeLsj>`Q׉	 7cassandra://YGknMBQuWInfX0C8JIKbxWtZohzjs0w2i6SiUUCLEuQ`̴ ׉	 7cassandra://UFdSkNyyMxUwQ2sHvnBhOBjU1ocqHNR7vnBOHhxn3dYdn̜͠XiC䰆]sנXiF䰆]΁ f̿9ׁH !http://www.huisartsgeneeskunde.nlׁׁЈ׉EAop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Aios-Co-Project
Opleiden als spiegel van
je eigen functioneren
DOOR NORA PAULKE EN NIELS BEURSKENS, DERDEJAARS AIOS
In navolging van de pilot in 2011 werden opnieuw 4 AIOS
benaderd om gedurende een periode van 10 weken een
coassistent in de praktijk te begeleiden. Voor een goede
start werden AIOS benaderd in het laatste stadium van
hun opleiding, met ruimte voor verdieping. Daarnaast
moest de huisartsopleider bereid zijn om deze extra
begeleidingstaak op zich te nemen, en ervaring hebben
met het opleiden van coassistenten. In november 2012
begonnen wij met veel enthousiasme aan dit project:
onderwijs geven of het begeleiden van een coassistent
zou een dimensie toevoegen aan onze opleiding!
Uiteraard niet helemaal in het diepe gegooid, maar onder
leiding van Laury de Jonge en Henk Goettsch voorzien
van uitgebreid informatiemateriaal en reflecterend
op de herinneringen aan onze eigen coschappen.
Gedurende het verdere traject volgden nog een aantal
lunchbijeenkomsten met Laury en Henk op onze eigen
terugkomdagen waarbij wij ervaringen uitwisselden en
reflecteerden over onze rol als opleider.
Ervaringen
De rol van opleider begint met het creëren van de goede
randvoorwaarden: het plannen van een kennismakinggesprek
en de officiële beoordelings momenten, bespreken
van leerdoelen en de momenten van aan- of afwezigheid,
het rondleiden en voorstellen van de coassistent in je
praktijk. Klinkt vanzelfsprekend, maar het moet wel
gebeuren, naast de alledaagse drukte. Daarnaast lag een
‘echte’ uitdaging in de spreekuurplanning. Zelf inmiddels
aanbeland bij een gemiddelde consulttijd van tien tot
twaalf minuten, was het nodig om extra pauzes in de
agenda te zetten om over de schouder van de coassistent
mee te kijken en patiëntencontacten na te spreken.
Bovendien moest er tijd gereserveerd worden voor het
invullen van beoordelingsformulieren en het nakijken
van 24 SOEPel verslagen! Hoewel wij zelf wellicht iets
minder patiënten zagen, voelde dat niet zo omdat de
begeleiding van een coassistent extra concentratie en
verantwoordelijkheid vergt. Zeker in het begin van het
coschap herhaal je vaak het hele lichamelijk onderzoek.
Ongeveer halverwege heb je een aardige indruk wat een
coassistent wel of niet kan, waardoor het bespreken en
afhandelen van het gesuperviseerde consult sneller gaat.
Wij vroegen ons af hoe kritisch of streng je moet zijn.
12
Moet je bijvoorbeeld na het beoordelen van de SOEPels
de coassistent bevragen wat hij of zij heeft opgezocht?
Hoe sturend moet je hierin zijn? In hoeverre bewaak
je en stel je de leerdoelen opgesteld aan het begin van
het coschap samen bij? Enerzijds heb je een intensief en
vriendschappelijk contact met de coassistent en anderzijds
moet je beoordelen en positief en negatief feedback geven.
Het was goed om te realiseren dat de coassistent zelf ook
verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen leerproces.
Het was geruststellend dat wij hem of haar niet ‘alles
moesten bijbrengen’. Daarnaast was het goed om met de
eigen opleider samen te beoordelen op welk niveau deze
coassistent functioneerde.
Iedereen vond het erg belangrijk om altijd ook zelf de
patiënt te zien en een hand te geven. De patiënt krijgt het
gevoel dat die door ‘de dokter’ is gezien en je kunt voor
jezelf beter een inschatting maken ‘ziek of niet-ziek’.
Het viel op dat de relatie met de opleider veranderde:
je bent immers zelf ook opleider. Hierdoor kun je je beter
verplaatsen in je eigen opleider, maar je communiceert
ook op een ander niveau met elkaar. Het bleek interessant
om leergesprekken met zijn drieën te voeren, of om
het leergesprek met de coassistent op te nemen en te
gebruiken voor het eigen leergesprek. In aansluiting daarop:
het kan nuttig zijn om goede afspraken te maken over de
eigen leergesprekken en je eigen vraagstukken, anders
neigen die verwaarloosd te worden. Ook bij ons bleek maar
weer eens: het opleiden van een coassistent werkt als een
spiegel van het eigen functioneren. Je kijkt kritischer naar
je eigen communicatievaardigheden, lichamelijk onderzoek,
aanvullend onderzoek en beleid. Een coassistent dwingt
je uit je comfortzone, en zet je aan het denken. Het is erg
leuk om naast het vrij solistische werk af en toe een stukje
gezelligheid te creëren, het is meer dan meekijken. Door je
eigen twijfels te bespreken en zelf ook ontbrekende kennis
op te zoeken blijf je zelf scherper. Het was ook goed om te
zien welke ontwikkeling wij zelf hebben doorgemaakt in de
afgelopen jaren!
Voorafgaand aan het coassistentschap hebben we
met elkaar doorgenomen wat wij als opleider aan de
coassistenten zouden willen meegeven: laten proeven
׉	 7cassandra://5MjPKRXueidIs8nR2Ll7ObmIFpKtVzzvmZfOAoN9Ro4!`̴ XiC䰆]t׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
aan de twijfels en onzekerheden van de eerste lijn; zonder
wervend te zijn, laten zien wat een uitdagend en mooi vak
we beoefenen; hoe belangrijk de zorg voor de patiënt is, en
het belang van een goede samenwerking tussen eerste en
tweede lijn. In de evaluatie waren de coassistenten positief
over de begeleiding door AIOS, en zijn de meeste van onze
eigen leerdoelen gehaald.
Afsluitend nog een aantal quotes door onze coassistenten
over hun ervaringen met dit project.
‘[…] Als coassistent sta je dichterbij de, vaak ook nog
jonge aios dan bij de huisarts. Daarnaast is de haio ook in
opleiding, je moet allebei af en toe iets opzoeken en soms
iets navragen bij de opleider. […]’
‘Als coassistent heb je contact met specialisten, maar
je eerste hechtingen, bloedgaasjes, maar toch vooral
patiëntcontacten en dus leermomenten, zijn vrijwel
altijd onder toeziend oog van je arts-assistent. Zij maken
je wegwijs in het ziekenhuisleven, zijn een makkelijker
aanspreekpunt voor vragen en staan een stuk dichter
bij je. Ze mogen bovendien misschien wel over minder
ervaring en kennis beschikken dan de specialisten, het
brengt als voordeel dat ook zij zich nog in leersituaties
bevinden waardoor je samen opzoekt, leert en ervaart
(mits je een goede AIOS hebt getroffen). Wat in mijn ogen
een zeer goede manier is om te leren. […] De grootste
waarde hiervan was voor mij dat de HAIO zijn afwegingen,
keuzes en twijfels met mij besprak. De patiënt wel-niet
insturen, antibiotica ja-nee? […] Kan een AIOS dan ook nog
wat van een coassistent leren? Ik hoop het wel. Door het
begeleiden, adviseren en de vragen van een coassistent
word je naar mijn vermoedens, als AIOS bewuster van
eigen functioneren, ‘waarom doe je dingen zoals je ze doet’.
Bovendien is de leercurve toch pas volledig voltooid na:
see one, do one, teach one.’
Nora Paulke en Niels Beurskens. Nora liep stage in Medisch Centrum West Kerkrade
en Niels bij praktijk Deckers in Haelen.
Nascholing
DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, NASCHOLINGSCOöRDINATOR VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
Eind januari verzorgde ik in Urmond een nascholing over
audiologie voor de WDH (Werkgroepen Deskundigheidsbevordering
Huisartsen en praktijkpersoneel) van de
Westelijke Mijnstreek. Twee uur verkeerden we in het land
der minderhorenden. Aan het einde begreep iedereen
dat een slechthorende niet het geluid, maar de stilte
opzoekt. Het was een geslaagde avond waaraan ook Conny
Polleunis, audicien, haar steentje bijdroeg en veel nieuws
inbracht over hoortoestellen en andere hulpmiddelen. Deze
avond was ook bedoeld als opmaat voor een tweedaagse
cursus audiologie op 17 en 18 april. Een cursus die een
huisarts volledig equipeert als eerstelijnsexpert audiologie.
Op de introductieavond bedachten we dat het mogelijk
moet zijn om tegen sterk gereduceerd tarief (150 euro) ook
de PO mee te nemen. We hopen op een goede opkomst.
Daarna volgt op 18-20 juni de beroemde Summercourse
palliatieve zorg. We hebben de cursus ingekort tot 3
dagen omdat iedereen steeds moeilijker weg kan uit de
praktijk, maar na die drie dagen weet men dan ook heel
erg veel! De cursus richt zich op bekwamen. In dit geval
rond pijnbestrijding in moeilijke gevallen, indicaties voor
specialistisch palliatief ingrijpen, levenseinde beslissingen
en nog veel meer. Zeker alle huisartsen die patiënten in een
hospice begeleiden, zullen blij zijn met deze drie dagen.
Zie verder onze site: www.huisartsgeneeskunde.nl.
Kijk onder aanbod en dan nascholing.
Tot schools!
13
׉	 7cassandra://YGknMBQuWInfX0C8JIKbxWtZohzjs0w2i6SiUUCLEuQ`̴ XiC䰆]uXiC䰆]tbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://5viEx0oDVW1Ie65twgKaM_SDmf1Y5WTXJCbEZBHBhYs =n`׉	 7cassandra://0B7kBLP5nXJ-cnql9AaBP4s5AX09GxTj5QQ90bMrTcsk`Q׉	 7cassandra://q2mOxvg9gEX8grdrPr-Ag2qINgtm70vGr1QZgHlqOrQ :`̴ ׉	 7cassandra://rLCa1IbY5GIfrErd1e7GQn6iyE7u_lf7kbkSP5xgnHU}T͠XiC䰆]vט  Bu׉׉	 7cassandra://vnRqd9k-8NZxjfBquoMgDGreBYZluyQPgsjxLr1qGSY `׉	 7cassandra://R2L-w_-nEbR_rWNJ-8UmTSFPP59He7zNnZpwj9VkIAoy`Q׉	 7cassandra://tibAc2y0BR8lOMUhwSSwpdKHTXlWM7WbWti89Ms_x_s$`̴ ׉	 7cassandra://q04ysRwN_-d8aU4VEG-UKUyEYkidcUr8x85B-K5URAg͔h͠XiC䰆]w׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Extra-curriculair
Avondje zelftesten met IFMSA
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Het is dinsdag 5 februari 2013. Om iets voor 18.20 uur loop
ik naar nivo 5 van het azM, naar de sfeerloze Greep-zaal.
Een handvol studenten van de organisatie staat bij de
ingang. Spreker Martine is al binnen, evenals fotograaf
Appie Derks. Langzaam druppelen de studenten de zaal
in. Tot mijn verbazing zit iedereen braaf vooraan. De
eerste drie rijen zijn gevuld. Ik neem plaats op rij vier.
Iedereen is vrijwillig aanwezig.
Martine steekt van wal, praat vlot en weet direct iedereen
te boeien. Tussendoor stelt ze vragen aan het publiek en
daarop volgt meteen respons. Studenten zijn gemotiveerd
en serieus, ook al hebben de meesten nog geen avondmaal
genuttigd. Af en toe worden de studenten uitgenodigd
om met hun buur in discussie te gaan over de voor- en
nadelen van bepaalde testen. Ook dan slaat de meligheid
niet toe. Zelfs de fotograaf mengt zich een enkele keer in
de discussie. Leerzaam voor iedereen. De avond wordt tijdig
en met tevredenheid afgesloten. De studenten praten na
en ik loop met Martine de duisternis in. De volgende dag
ontvang ik via Janna Weijers van de organisatie, een mail
van een van de aanwezige studenten van de avond ervoor.
Hieronder staat wat hij ervan vond.
Een van de deelnemers
Toen IFMSA Aches & Pains, een zelftestenavond zou
organiseren dacht ik in de eerste instantie aan enkele
zelftesten die iedereen kent, zoals de zwangerschapstest en
cholesteroltest. Maar deze avond leerde mij dat de wereld
van zelftesten veel groter is dan het in het eerste opzicht
lijkt. Van diverse bloedwaarden tot de aan- of afwezigheid
van bepaalde enzymen, alles is mogelijk. Natuurlijk tegen
significante bedragen.
In de eerste instantie gaan gedachten als 'als mensen het
willen weten dan is dat prima' en 'als er een markt voor is'
door mij heen. Maar gaandeweg tijdens de presentatie leerde
ik dat het niet zo simpel is. Mensen doen om uiteenlopende
redenen zelftesten. Zoals puur uit nieuwsgierigheid naar de
gezondheid en familieleden met bepaalde aandoeningen.
Wat mensen vaak vergeten, is dat zelftesten niet 100%
perfect zijn, sensitiviteit en specificiteit in medisch vakjargon.
Hierdoor kunnen mensen bij een vals positieve uitslag
onterecht ongerust worden en bij een vals negatieve uitslag
onterecht gerustgesteld worden. Dit werd zeer overzichtelijk
weergegeven tijdens de presentatie met schematische
weergaven hoe het kan dat bij bepaalde aandoeningen zoals
De International Federation of Medical Students
Association (IFMSA) is een internationale vereniging
van geneeskundestudenten. De Maastrichtse
tak organiseert op projectbasis activiteiten. Eén
projectkader is Medisch Onderwijs met een aantal
commissies waaronder Aches & Pains (‘Kleine
Kwalen’). Het reguliere curriculum besteedt hier wel
aandacht aan, maar de studentenvereniging zoekt
naar extra-curriculaire onderwerpen ten behoeve
van een aantal avondbijeenkomsten voor bachelor
studentengeneeskunde. Zo kwamen zij in contact met
de specialist op dit gebied: de huisartsgeneeskunde. De
eerste thema-avond op 5 februari 2013 werd verzorgd
door AIOTHO Martine Ickenroth over ‘Zelftesten’.
Martine volgt de opleiding tot huisarts (bijna klaar)
gecombineerd met promotieonderzoek (naar zelftesten).
14
׉	 7cassandra://q2mOxvg9gEX8grdrPr-Ag2qINgtm70vGr1QZgHlqOrQ :`̴ XiC䰆]x׉E	op één lijn 45
1 e uitgave 2013
HIV door de lage prevalentie er een groot aantal mensen
een vals positieve uitslag kunnen krijgen. En zich hierom
tot een arts wenden. Dit vergroot de (onterechte) medische
consumptie, wat momenteel een veelbesproken onderwerp
is. De overheid heeft enkel zogenoemde 'hoog risico testen’
zoals testen op kanker verboden, verder hebben bedrijven
nagenoeg vrij spel.
Tijdens en na de presentatie was er uitgebreid de ruimte voor
discussie waardoor wij als geneeskundestudenten werden
aangespoord om zelf na te denken hierover.
Bij mij rees onder andere de vraag hoe groot die onterechte
medische consumptie kan zijn. Zelftesten zijn in het reguliere
curriculum van Geneeskunde (nog) niet ter sprake gekomen,
terwijl het wel een van de onderdelen is in de tijd dat
mensen zich actiever bezighouden met hun gezondheid en
ervoor kiezen om eerst zichzelf te testen alvorens een arts te
consulteren. Ik vond het een zeer leerzame avond die een op
het eerste oog klein facet van de geneeskunde belichtte maar
waar toch een grote wereld achter kan zitten.
In april zal AIOTHO Eefje de Bont een IFMSA lezing verzorgen
Onderzoek
Bruikbare Wetenschap
DOOR EEFJE DE BONT, AIOTHO EN JOCHEN CALS, HUISARTS EN UNIVERSITAIR DOCENT
In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke
artikelen van Maastrichtse makelij. Zoals u voorheen van
Jelle Stoffers gewend was, selecteerden we vooral die
artikelen waarmee u mogelijk in de praktijk aan de slag
kunt. Alle bruikbare wetenschap voor de spreekkamer
voor u op één lijn.
COPD en stoppen met roken
Acute COPD exacerbaties gaan gepaard met een hoge
mortaliteit, vooral wanneer een ziekenhuisopname
noodzakelijk is. We weten echter weinig over welke
patiënten nu precies een hoger risico hebben op een
slecht beloop. Daniel Kotz onderzocht daarom samen
met collega’s van de afdeling longgeneeskunde welke
factoren voorspellers zijn van mortaliteit onder 260
gehospitaliseerde COPD patiënten met een exacerbatie.
Wat bleek? Oplopende leeftijd, mannelijk geslacht, eerdere
hospitalisatie voor een exacerbatie in de voorbijgaande
2 jaar, hartfalen, hypercapnie en een verhoogd ureum
gedurende de ziekenhuisopname bleken een significant
hoger risico op sterfte te geven in het jaar na de opname.
Met name de eerste factoren zijn natuurlijk geen verrassing.
Het helpt u echter mogelijk wel de kwetsbaarheid van
COPD patiënten in te schatten. Houd dus zeker uw oudere,
mannelijke patiënten in de gaten met een voorgeschiedenis
van hartfalen en eerdere exacerbaties! (Slenter, Kotz)
Van COPD is het een kleine stap naar stoppen met roken.
Voor een succesvolle stoppoging is motivatie van de
Eefje de Bont en Jochen Cals
patiënt onmisbaar. Er zijn verschillende manieren om deze
motivatie te bepalen, maar tijdens een vol spreekuur moet
dat instrument vooral kort en effectief zijn. Daniel Kotz
onderzocht de voorspellende waarde van de ‘single-item
Motivation to Stop Scale’ (MTSS), waarbij met één vraag
de motivatie bepaald kan worden. De MTSS bestaat uit 7
omschrijvingen over de huidige motivatie om te stoppen
met roken en de patiënt moet die omschrijving kiezen die
het beste bij hem past op dat betreffende moment. De
MTSS bleek de kans op een succesvolle stoppoging wel
goed te voorspellen: de kans dat iemand succesvol stopte
was bijna zeven keer zo hoog voor de hoogste mate van
motivatie ten opzichte van de minste motivatie. Wij kijken
uit naar de generaliseerbaarheid van dit instrument naar
andere populaties. Mogelijk ook een handig instrument
voor uw POH die stoppen met roken begeleidt. (Kotz)
15
׉	 7cassandra://tibAc2y0BR8lOMUhwSSwpdKHTXlWM7WbWti89Ms_x_s$`̴ XiC䰆]yXiC䰆]xbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://jQpIu8RGGNxNdcN_9Bb24SGCmhTfCxbix3uAggXWIHc M` ׉	 7cassandra://X74_Ebkd9E3Kg_4iW_0oob7XPc89xnuKDankNq1EvI0}`Q׉	 7cassandra://nwOrz1S4zLIaHyKbhr5aX-wiZ4aHVUjJ4lgPu62JVCA `̴ ׉	 7cassandra://KPtxflIS35QVRxTUiwz5URGnGNaRrQ6KCeYfB-gkEVA^T͠XiC䰆]zט  Bu׉׉	 7cassandra://4lKgpLJVeKDAWFpwBQfAT5jZM9aj840X-H5lGT6prFw `׉	 7cassandra://ASYCtNU_N3Zq3ieVlCJ74kyNEQgA66a2C2eK0ii6ObMb`Q׉	 7cassandra://BBEhRJd-z1-wBvJi3Ad6PhEDbePindKysSirw_L6bjgw`̴ ׉	 7cassandra://T9w-FCOFwaGncPYJaLaMvCfnt7w_Bhj9knH5L-petNw̤ͮ͠XiC䰆]{׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Training van communicatie in de spreekkamer
Goede communicatie in de spreekkamer is essentieel en
de manier waarop men leert communiceren tijdens een
opleiding dus ook. Hiervoor bestaan veel richtlijnen die
onder andere gebruikt worden tijdens de huisartsopleiding.
Via focusgroepen onderzocht Wemke Veldhuijzen waar
deze richtlijnen over art-patiënt communicatie aan
zouden moeten voldoen, volgens huisartsbegeleiders,
gedragswetenschappers, huisartsen in opleiding en
medisch studenten. De karakteristieken waaraan men
belang hecht, bleken vooral af te hangen van de ervaring
van diegene die de training volgt en het doel van de
training. Zo geven de auteurs als voorbeeld dat medisch
studenten voldoende hebben aan simplistische modellen
over arts-patiënt communicatie, maar dat dit model tijdens
de huisartsopleiding niet afdoende is. (Veldhuijzen)
Maar waarom en hoe kiezen huisartsen voor een bepaalde
communicatieve vaardigheid? Ook dat onderzocht Wemke
Veldhuijzen in het kader van haar promotie onderzoek.
Huisartsen blijken hun techniek constant aan te passen aan
de omstandigheden en aan het doel dat ze willen bereiken.
Voor de (leer)praktijk betekent dit dat trainingen niet
alleen algemeen communicatieve vaardigheden moeten
behandelen, maar ook gericht moeten zijn op specifieke
situaties. (Veldhuijzen)
Antibiotica en kinderen
De wachtkamers van de praktijk, maar ook zeker de
huisartsenposten zitten vaak vol met snotterende
en koortsige kinderen. We worden hierbij geacht om
antibiotica beperkt voor te schrijven. Daaraan is het
laatste decennium weinig veranderd. Hoe hebben we het
dan eigenlijk gedaan de laatste jaren? Ondergetekenden
onderzochten samen met de afdelingen GGD en Medische
Microbiologie de trends in antibioticavoorschriften bij
kinderen tussen 2000-2010 op basis van het Registratie
Netwerk Huisartspraktijken (RNH). Eén op de zes
kinderen ontving de afgelopen 10 jaar minimaal één oraal
antibioticum per jaar. Dit aantal nam tussen 2000-2005
significant toe en nam vervolgens tussen 2005-2010 weer
significant af (p<0.001). Mogelijk dat de invoering van
het pneumokokkenvaccin in 2006 daarin een rol heeft
gespeeld. Jongere kinderen ontvingen meer antibiotica,
alsmede kinderen met een chronische ziekte zoals astma.
Dat klinkt alleszins herkenbaar. (de Bont)
Plakken of hechten?
Omdat snijwonden vaak in de huisartsenpraktijk worden
behandeld en internationale protocollen schaars zijn
schreven ondergetekenden ook een bijdrage voor het
British Medical Journal over de behandeling van simpele
traumatische snijwonden. In tegenstelling tot wat veel
artsen denken, leidt lijmen in vergelijking tot hechten tot
een even goed cosmetisch resultaat bij wonden kleiner
dan 5 cm. Verder kost het minder tijd, is het goedkoper,
en doet het minder pijn. Wel kan zo’n geplakt wondje iets
16
sneller loslaten (een risico verschil van slechts 2.4%, 25 van
de 381 gelijmde wonden lieten los tegenover 9 van de 401
gehechte wonden). (Cals, de Bont)
Maar er is meer….
Marika Burda promoveerde recent en publiceerde een
studie naar de validatie van adviezen die diabetici kunnen
helpen om succesvoller te zijn in het vinden en behouden
van een baan. De volgende stap is deze tips te integreren
in de praktijk om zo zelfmanagement van diabetici op de
werkvloer te kunnen verbeteren. (Burda)
Gaby Ronda, Loes van Bokhoven en Trudy van der Weijden
onderzochten welke mensen eerder geneigd zijn om
thuis zelf een chlamydia test te doen. Dat bleken eerder
jongeren te zijn, mensen die hun risico op chlamydia hoger
inschatten of eerder chlamydia hadden en diegenen die
een sterkere morele verplichting voelden. Toekomstige
interventies zouden gebruik kunnen maken van deze
psychosociale kenmerken. In de spreekkamer zouden
we ons vooral kunnen richten op voorlichting over de
foutpositieve- en negatieve uitslagen van zelf-testen. In het
geval van Chlamydia mag het advies gerust zijn: zelftest
niet doen! (Ronda).
Referenties
• Slenter RHJ, Sprooten RTM, Kotz D, Wesseling G, Wouters EFM, Rohde
GGU. Predictors of 1-year mortality at hospital admission for acute
exacerbations of chronic obstructive pulmonary disease. Respiration
2013; 85: 15-26.
• Kotz D, Brown J, West R. Predictive validity of the Motivation To Stop
Scale (MTSS): A single-item measure of motivation to stop smoking.
Drug Alcohol Depend 2013; 128: 15-19.
• Veldhuijzen W, Ram PM, van der Weijden T, van der Vleuten CPM.
Communication guidelines as a learning tool: An exploration of user
preferences in general practice. Patient Educ Couns 2013; 90: 213-219.
• Veldhuijzen W, Mogendorff K, Ram P, van der Weijden T, Elwyn G,
van der Vleuten C. How doctors move from generic goals to specific
communicative behavior in real practice consultations. Patient Educ
Couns 2013; 90: 170-176.
• De Bont EGPM, van Loo IHM, Dukers-Muijrers NHTM, Hoebe CJPA,
Bruggeman CA, Dinant GJ, Cals JWL. Oral and topical antibiotic
prescriptions for children in general practice.
Arch Dis Child 2012; doi:10.1136/archdischild-2012-303134.
• Cals JWL, de Bont EGPM. Minor incised traumatic laceration. BMJ 2012;
doi: 10.1136/bmj.e6824.
• Burda MH, van der Horst F, van den Akker M, Stork AD, van der
Weijden T, van Attekum T, Ploeg M, Winkens B, Knottnerus JA.
Supporting people with diabetes mellitus in applying for and
participating effectively in paid work: validation of successful
diabetes-related behaviors by experiential experts and professional
care providers. J Occup Environ Med 2012; 54: 1491-9.
• Ronda G, van Bokhoven L, van der Weijden T. Psychosocial
determinants of the intention to use a chlamydia home self-test:
awareness of risk behaviour and test accuracy are important elements
of educational interventions. Sex Health 2012; doi: 10.1071/SH12061.
׉	 7cassandra://nwOrz1S4zLIaHyKbhr5aX-wiZ4aHVUjJ4lgPu62JVCA `̴ XiC䰆]|׉E	op één lijn 45
1 e uitgave 2013
WESP-student: Esther van Cann en Jonah Knetemann
Vage klachten
BEGELEIDERS: LOES VAN BOKHOVEN
Jonah Knetemann
Esther van Cann
Achtergrond
Onverklaarde klachten komen veel voor binnen de
huisartsenpraktijk, waarvan moeheid één van de meest
voorkomende is. Ongeveer 40% van deze patiënten blijft
klachten houden, maar komt niet terug naar de huisarts na
een eerste bezoek. Mogelijk vindt een deel van de patiënten
een manier met de moeheid om te gaan. Deze succesvolle
zelfmanagementstrategieën kunnen een basis vormen voor
adviezen die de huisarts kan geven.
Doel
Het doel van dit kwalitatieve onderzoek is om inzicht te
krijgen in de succesvolle zelfmanagementstrategieën die
patiënten gebruiken om met hun vermoeidheid om te
gaan. Hierbij kijken wij naar patiënten die moe blijven en
patiënten die geen klachten meer hebben en of ze wel of
niet zijn teruggeweest naar de huisarts.
Methode
We hebben 750 vragenlijsten verstuurd aan patiënten
die een jaar geleden met nieuwe vermoeidheidsklachten
bij de huisarts zijn geweest. Op basis van de ingevulde
vragenlijsten hebben wij 12 patiënten geselecteerd en
geïnterviewd.
Resultaten
De resultaatverwerking is nog bezig. Er zijn enkele
succesvolle strategieën die nu al opvallen.
• Actief blijven in balans met rust nemen;
• ‘Nee’ kunnen zeggen;
• Luisteren naar je lichaam.
Patiënten geven daarnaast aan dat adviezen van
huisartsen, die niet aansluiten bij het referentiekader van
de patiënt, als ongepast worden ervaren.
Conclusie
Onder voorbehoud zijn er verschillende adviezen die
huisartsen kunnen geven.
Bespreek met de patiënt de balans tussen rust nemen
en actief blijven, waarbij je als huisarts zo goed mogelijk
aansluit bij het referentiekader van de patiënt.
WESP-student: Maxime Rozestraten
Communicatie
BEGELEIDERS: WEMKE VELDHUIJZEN, ESTHER GIROLDI
Maxime Rozestraten
Achtergrond
Relevantie:
In het kader van informatie verzamelen in de
huisartspraktijk, draagt de anamnese voor 60-83% bij aan
het stellen van een juiste diagnose.
Breedsprakige en chaotische patiënten vormen een veelvoorkomende
en lastige situatie die het hele spreekuur
beïnvloeden doordat het consult uitloopt of het irritatie
opwekt bij de huisarts. Echter is er nauwelijks literatuur
beschikbaar over hoe het beste informatie kan worden
verzameld bij deze patiënten.
Doel
Communicatiestrategieën van ervaren huisartsen in
kaart brengen om efficiënt informatie te verzamelen
bij de breedsprakige en chaotische patiënt met als
onderzoeksvragen:
17
׉	 7cassandra://BBEhRJd-z1-wBvJi3Ad6PhEDbePindKysSirw_L6bjgw`̴ XiC䰆]}XiC䰆]|bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Xf6PrItmsP_1sNNeQno1eL0JLLpb6Zn4UE4qIlk-jPA `׉	 7cassandra://xwVK6v1jiisVwInYoC6IOkBz4btDAfJ5pV2ADFd01lUan`Q׉	 7cassandra://aN5zvg5XVJ1eHz-xQ6SDcwvmZQ299HjLZBVZCLvuFHw`̴ ׉	 7cassandra://zL1bWJraBcUmEl1_ne4xYEx4ka9UbKBcqVUMOoC_OwE}+X͠XiC䰆]~ט  Bu׉׉	 7cassandra://84IhCCZttIvsyEdd_cyRDZAgUfPxBaEDNp7P5SKVhg4 AR`׉	 7cassandra://nQZfb6QSlzX5_C00m3AnkQUxtTyYZE8PUnjvrNr4GaEl_`Q׉	 7cassandra://x1jucEI4k7Ep8hJQi9AUG1jxLdir2k_ptXrKVadE_tA`̴ ׉	 7cassandra://Up4REaJEsin_ZxrnWuQyX1-aB_SK6McRghEyoL85Ipo͉Q̜͠XiD䰆]׉Ek1 e uitgave 2013
• Welke problemen ervaart de huisarts met informatie
verzamelen bij de breedsprakige en chaotische patiënt?
• Welke oplossingen past de huisarts toe voor de
problemen met informatie verzamelen bij de
breedsprakige en chaotische patiënt?
Methode
Wij deden een kwalitatief onderzoek (thematische netwerk
analyses) waarbij we enerzijds bestaande stimulated recall
interviews met 15 huisartsen over 23 patiënten, waaronder
6 breedsprakige, heranalyseerden en anderzijds zelf
stimulated recall interviews met 6 huisartsen afnamen
over 9 breedsprakige patiënten.
We selecteerden 1-2 consulten per spreekuur, in overleg met
de huisarts, gebaseerd op de definitie van breedsprakige en
chaotische patiënten.
Resultaten
In het begin van het consult ervaart de huisarts de
volgende problemen:
1. Patiënt kan moeilijk klacht/beleving formuleren.
2. Patiënt kan hulpvraag moeilijk formuleren.
3. Patiënt presenteert meerdere klachten en ideeën door
elkaar heen/springt van ene naar andere klacht.
Gedurende het consult ervaart de huisarts de volgende
problemen:
4. Patiënt blijft praten/patiënt onderbreekt arts.
5. Patiënt gaat associërend over op niet relevante
informatie/springt van ene naar andere klacht.
6. Patiënt geeft antwoord dat geen antwoord is op de
(open) vraag.
7. Patiënt uit nieuwe klachten gedurende/aan eind consult.
De oplossingen die door ervaren huisartsen worden
gegeven, worden in het artikel besproken dat deel zal
uitmaken van het proefschrift van Esther Giroldi.
Conclusie
Ervaren huisartsen ervaren de breedsprakige en chaotische
patiënt zelf ook als een lastige situatie. Ze kunnen
vaak vooraf aanwijzen welke patiënten dit gedrag
zullen vertonen. Ervaren huisartsen gebruiken bij deze
patiëntengroep verschillende communicatiestrategieën om:
1. Het belangrijkste probleem/problemen te identificeren.
2. De patiënt ook bij het bespreken van dat probleem te
houden.
Deze communicatiestrategieën vormen een goed startpunt
voor het ontwikkelen van communicatieadviezen om
efficiënt informatie te verzamelen bij de breedsprakige en
chaotische patiënt.
WESP-student: Denny Maessen
Polyfarmacie
BEGELEIDERS: MARJAN VAN DEN AKKER, JELLE STOFFERS EN DONNA BOSCH-LENDERS (PROMOVENDUS)
Achtergrond
Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de
stijging van multimorbiditeit is polyfarmacie (langdurig
gebruik van 5 of meer medicijnen) een toenemend
gezondheidsprobleem in de huisartsenpraktijk.
Polyfarmacie leidt o.a. tot verminderde therapietrouw. Eén
van de factoren gerelateerd aan therapietrouw is kennis die
patiënten hebben ten aanzien van hun medicatie.
Denny Maessen
Doel
1. In kaart brengen van het medicatiegebruik van
polyfarmaciepatiënten.
2. Het inzichtelijk maken van kennis van de indicatie van
voorgeschreven medicatie, die polyfarmaciepatiënten
hebben.
3. Identificeren van factoren die gerelateerd zijn aan deze
kennis.
18
op één lijn 45
׉	 7cassandra://aN5zvg5XVJ1eHz-xQ6SDcwvmZQ299HjLZBVZCLvuFHw`̴ XiD䰆]׉E1 e uitgave 2013
Methode
In deze cross-sectionele analyse wordt informatie van 754
polyfarmaciepatiënten meegenomen. De POH verrichtte
een huisbezoek om het medicatiegebruik en de kennis
van de medicatie te inventariseren. Juist benoemen van de
anatomische tractus werd als goede kennis gekwalificeerd.
Om te onderzoeken welke variabelen samenhangen met
medicatiekennis zijn er multivariate statistische analyses
uitgevoerd.
Resultaten
Polyfarmaciepatiënten gebruiken gemiddeld negen
voorgeschreven medicijnen en een zelfzorgmiddel. Van de
voorgeschreven middelen is 51% cardiovasculaire medicatie.
Kennis van de indicatie van de medicatie is teleurstellend.
Slechts 15% van de patiënten weet de indicatie van al hun
voorgeschreven medicijnen en maar 49% weet de juiste
indicatie van minstens driekwart van hun medicatie te
benoemen. Factoren die gerelateerd zijn aan slechtere
kennis zijn groter aantal medicijnen en leeftijd boven de 80
jaar. Vrouwelijk geslacht en het samenwonen met anderen
lijken gerelateerd aan betere kennis. Opleidingsniveau van
de patiënten hangt niet samen met kennis van de indicatie.
Conclusie
Polyfarmaciepatiënten hebben een teleurstellende kennis
van de indicatie van hun medicatie.
Vooral de meest kwetsbare patiënten zijn zich minder
bewust van de indicatie van hun medicijnen.
WESP-student: Nicolle Hesselmans en Anouk Kemper
Schouderklachten
BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM PROJECTTEAM: JOCHEN CALS, ALBINE MOSER, ROB DE BIE, GEERT-JAN DINANT
Achtergrond
Het diagnostisch proces van schouderklachten is complex
en de prognose is ongunstig: na één jaar is 40% nog
niet genezen. Uit onderzoek blijkt dat het niet mogelijk
is een patho-anatomische diagnose te stellen op basis
van anamnese en lichamelijk onderzoek. In 80% van de
gevallen betreft het een subacromiale aandoening, waarbij
echografie een accuraat diagnostisch middel is. Ondanks de
beperkte waarde van de echo volgens de NHG-standaard,
stijgt het aantal echografie aanvragen.
Doel
Een beter inzicht verkrijgen in het perspectief van de
huisarts op het diagnostische proces van schouderklachten:
1. Welke classificaties gebruiken huisartsen?
2. Welke problemen ervaren zij in het diagnostisch
proces?
3. Hoe gaan ze met deze problemen om?
Methode
Data verkregen uit semigestructureerde interviews met
18 huisartsen werden geanalyseerd door coderen en
categoriseren volgens de constant comparative method.
Resultaten
Vanuit de data zijn drie hoofdcategorieën ontstaan:
1. Grote variëteit aan diagnostische classificaties.
2. Wisselende invloed van eigen ervaringen en
NHG-standaard op het diagnostisch proces
3. Diagnostische onzekerheid resulteert niet in een
eenduidig aanvullend diagnostisch beleid.
Uitkomsten konden niet gerelateerd worden aan
bepaalde artskenmerken.
Conclusie
De NHG-standaard, die een eenvoudige diagnostische
aanpak van schouderklachten adviseert, lijkt van beperkte
waarde bij de knelpunten die huisartsen ervaren in het
diagnostische proces. Zowel bij huisarts als patiënt is er
op enig tijdstip behoefte aan een specifiekere diagnose.
Verder onderzoek is nodig naar een juiste oplossing voor
deze complexiteit, mogelijk in de vorm van het integreren
van echografie in het diagnostisch proces.
Nicolle Hesselmans en Anouk Kemper
19
op één lijn 45
׉	 7cassandra://x1jucEI4k7Ep8hJQi9AUG1jxLdir2k_ptXrKVadE_tA`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Xm9gRfleSBhQZmsRrvod6m99oOMhS1-_JuHMAkJYP08 &`׉	 7cassandra://C93aRC9Ws1CBS_b15vqFT4QxrRAi_MlKm8hixzBdqRkq`Q׉	 7cassandra://W7BkJQVTQDsJaxBucavCxeii9jIfMYbQTpAR1VIk18c%O`̴ ׉	 7cassandra://r61I1IqRRU_2XPD3fFQ95zu0k18YEeaojDDRzg6jl4c̠͗͠XiD䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://zDM9WIQRJACDE6dQ4BH8X5OIIJWMVUAcRL4lx6XBl7U ` ׉	 7cassandra://xLrEjeNqdKn6Q18UlXVc_829ub7mf5Awxv5vTDd2jrQk&`Q׉	 7cassandra://4Hckdb-UEj_Q8cq_qRvYuWgn8Yjy7LK5SW5-27SshWo`̴ ׉	 7cassandra://CWNfI66T-k-t-YtzOoOYaj5P8VQ23ONZ5O16v0CUojMY͠XiD䰆]׉E	Longembolie voor huisarts?
Promotie Petra Erkens
DOOR LUC GIDDING, REDACTIE
Op 20 februari jl. verdedigde ons vakgroeplid Petra Erkens
haar proefschrift: ‘The role of primary and secondary care
in the management of pulmonary embolism. A shifting
paradigm?’ in het openbaar in de Maastrichtse aula op de
Minderbroedersberg.
Petra Erkens (Sittard, 1981) werkte, na het succesvol
afronden van het HBO-Verpleegkunde, zes maanden
in een ziekenhuis in Pretoria, Zuid-Afrika als vrijwillig
verpleegkundige. Na thuiskomst werkte zij tegelijkertijd
als onderzoeksverpleegkundige bij Cardiologie in het
Academisch ziekenhuis Maastricht en doorliep zij de
Master Epidemiologie. In 2008 slaagde zij voor deze
masteropleiding waarna zij bij onze vakgroep haar
promotieonderzoek startte. In 2010 verbleef zij in dat
kader zes maand in Ottawa, Canada. In 2012 kreeg zij een
postdoctorale positie binnen CAPHRI aangeboden.
Haar proefschrift betreft het management van
longembolieën (LE). In de laatste jaren is er, in landen
met hoogontwikkelde eerstelijnszorg zoals Nederland,
een verschuiving zichtbaar van bepaalde zorgprocessen
en behandelingen van de tweede naar de eerste lijn.
Hoewel diagnostiek en behandeling van LE primair nog
tweedelijns zorg betreft, is het aannemelijk dat dit in
de toekomst steeds meer huisartsgeneeskundig zal
worden. Vanwege het levensbedreigende karakter van
LE, is het belangrijk dat de eerstelijn adequaat LE kan
diagnosticeren en behandelen.
Petra Erkens (midden) met haar paranimfen
Erkens onderzocht ondermeer het gebruik van de
combinatie van de klinische beslisregel van Wells voor LE
in combinatie met een point-of-care D-dimeer test om
veilig longembolie uit te kunnen sluiten in de eerste lijn.
Haar conclusie is dat deze combinatie veilig en efficiënt is.
Ook inventariseerde zij de veiligheid van poliklinische
behandeling van hemodynamisch stabiele patiënten
met een LE met als conclusie dat het merendeel van
deze patiënten inderdaad poliklinisch behandeld kan
worden indien zij een laag risico op mortaliteit, veneuze
tromboembolieën en grote bloedingen hebben.
Proefschrift Petra Erkens
Promotie
aankondiging
Op woensdag 12 juni 2013 promoveert Janaica Grispen
op haar onderzoek naar ‘Zelftesten’. U leest meer over
dit onderzoek in het volgende nummer.
20
op één lijn 44
45
׉	 7cassandra://W7BkJQVTQDsJaxBucavCxeii9jIfMYbQTpAR1VIk18c%O`̴ XiD䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Huisarts en Leefstijl
Dikkere arts geeft minder
vaak advies om af te vallen
DOOR SANNE UITENTUIS, ROBERT STOEKENBROEK EN ANOUK BARENDREGT, DERDEJAARS GENEESKUNDESTUDENTEN AMSTERDAM
(AMC EN UVA)
In het voorjaar van 2012 werd de vakgroep huisartsgeneeskunde
Maastricht benaderd om mee te werken
aan een onderzoek ‘Huisarts en Leefstijl’ in het kader van
het Honours-programma (een extra curriculair leertraject
voor getalenteerde en gemotiveerde studenten) van
het AMC, onder begeleiding van dr. Anton Kunst
van de afdeling Sociale Geneeskunde AMC. Het ging
om onderzoek naar de relatie tussen de leefstijl van
Nederlandse huisartsen en hun leefstijladviezen. Hiervoor
verstuurden de studenten een digitale enquête, ook in
onze regio.
Stelt u het zich eens voor: u komt bij de huisarts, een
man van om en nabij de 130 kilo. Als hij klaar is met het
lichamelijk onderzoek gaat hij zitten, slaakt een vermoeide
zucht, veegt het zweet van zijn voorhoofd en kruist zijn
armen rond zijn dikke buik. Hij zegt: "Ik kan geen oorzaak
voor uw klachten vinden, maar het zou geen kwaad kunnen
als u een paar kilo verliest". Zou u hem serieus nemen? En
zou hij zich er ongemakkelijk bij voelen dit advies te geven?
Hoewel de meeste artsen wel doordrongen zijn van het
belang van leefstijl in de preventie van ziekten zijn er
duidelijke verschillen in de aandacht die artsen hieraan
besteden tijdens het consult. Onderzoeken in de Verenigde
Staten en Canada hebben aangetoond dat er een
duidelijke associatie is tussen de leefstijl van de arts en
de frequentie waarmee leefstijladviezen gegeven worden.
Sommige onderzoekers, waaronder de Canadese Erica
Frank gaan zelfs zo ver dat zij beweren dat het verbeteren
Gezond gewicht (BMI 18,5 ß 25)
Overgewicht (BMI ≥ 25)
ß Waarvan obesitas (BMI ≥ 30)
Rokers
Ex-rokers
Percentage huisartsen
65,6%
33,5%
5,4%
4,8%
31,8%
van de leefstijl van artsen een effectieve manier is om de
gezondheid van de bevolking te verbeteren.
Wij hebben onderzocht of de relatie tussen leefstijl van
artsen en het geven van adviezen over roken, alcohol en
afvallen ook in Nederland opgaat. Hiertoe hebben wij
een vragenlijst gestuurd naar ruim duizend huisartsen
in Nederland. Hierin hebben wij gevraagd naar lengte
en gewicht (BMI), de alcoholinname en het rookgedrag
van de huisarts en naar de frequentie waarmee de arts
leefstijladvies geeft. Dankzij de vele resultaten (418
ingevulde vragenlijsten) hebben wij een goed beeld
gekregen van de leefstijl van huisartsen. Zo bleek dat
huisartsen gemiddeld een stuk gezonder zijn dan hun
patiëntenpopulatie: ze roken minder, drinken minder
alcohol en hebben een lager BMI. Toch heeft 5,4% van de
huisartsen obesitas! Zie de tabel voor alle percentages.
Relatie tussen leefstijl en gegeven adviezen?
Ten aanzien van de relatie tussen de leefstijl van een
huisarts en de frequentie van het geven van leefstijladviezen
blijkt dat dikkere huisartsen hun patiënten minder vaak het
advies geven af te vallen. Als men de frequentie van het
advies af te vallen vergelijkt tussen twee huisartsen, allebei
1,80 meter, van wie er één 70 kg weegt en de ander 103 kilo
(zie afbeelding), dan geeft de dikkere huisarts gemiddeld
één op de tien dikke patiënten minder het advies af te
vallen. Zou het zo zijn dat dikkere artsen bang zijn dat hun
patiënt ze als hypocriet of ongeloofwaardig beschouwen als
zij het advies geven af te vallen?
Percentage bevolking NL
51,2%
47,2%
11,8%
27%
34%
21
׉	 7cassandra://4Hckdb-UEj_Q8cq_qRvYuWgn8Yjy7LK5SW5-27SshWo`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://emwucpMq8_01dhIwPeNiptT70eS1JmDzJgn7NpIelsQ 5`׉	 7cassandra://Mfq7JFI4ySN7FWyMBFyGz-F-WJmz9fze2gnWpAX2maUtc`Q׉	 7cassandra://hpAnGCY-Uc5-N1zk5ijyh5gWU7erCjOzKJ-IT8toQ84!`̴ ׉	 7cassandra://i9u1Bt9WjSTdIWGMqFvvyIr379ZY1vyC5s3jJVphEus̬̓͠XiD䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://uOXMetKmgM2SYThEqssqo25gnyZyFU92w_7VxsO97W0 ` ׉	 7cassandra://fmXcLXLNOFYzCIb8QmruvJ61z5JRD4kq-kebcZKzW90v`Q׉	 7cassandra://NkjPIyU84c_FTxsPM6LZQkwC65Bfv-HgkGxMQ5k0Tds!`̴ ׉	 7cassandra://hxgTmHFhfznhByL61icolg6Uq8AyPecQ91On8Tk4gBI\̔͠XiD䰆]נXiF䰆]Ё ߁h9ׁHhttp://www.tkv2022.nlׁׁЈ׉Epop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Ook al hebben huisartsen over het algemeen een
gezondere leefstijl dan hun patiënten, toch lijdt 33,5%
van de huisartsen aan overgewicht en is 5,4% van deze
huisartsen zelfs zo zwaar dat ze obees zijn.
Het zou interessant zijn te kijken wat het effect van
afvallen van de huisarts is op de frequentie waarmee
hij/zij het advies geeft af te vallen. En het zou natuurlijk
al gezondheidswinst op zich zijn als deze huisartsen
hun BMI lager weten te krijgen!
BMI 21
BMI 32.3
counsels 7/10 patients
counsels 6/10 patients
Versterken samenwerking met patiënten
Zitten we op één lijn?
DOOR SOFIE VAN HOOF, ONDERZOEKER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE
Sofie van Hoof
Op 17 januari jl. was het zover: de slotconferentie van het
project ‘Versterken van de samenwerking tussen patiënten
en de Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE)’. In
het Evoluon te Eindhoven kwamen deelnemers aan het
onderzoek en andere geïnteresseerden bij elkaar om de
resultaten te bespreken en om afspraken te maken om de
samenwerking te versterken.
Hoe zat het ook alweer? In dit project is onderzocht hoe
patiënten, zorgverleners, beleidsmakers en managers
en functionarissen van de zorginnovatieteams de
samenwerking tussen patiënten en SGE ervaren en wat
zou moeten veranderen om de positie van patiënten als
samenwerkingspartner te versterken. Binnen SGE wordt de
samenwerking met patiënten vormgegeven in een centrale
cliëntenraad, overkoepelend voor de stichting; in tien
klankbordgroepen, één per lokaal gezondheidscentrum, en
in vier zorginnovatieteams, behorende bij de verschillende
zorgprogramma’s die de stichting rijk is. Op papier leek
deze samenwerking goed maar in de praktijk bleek de
rol van de patiënten onduidelijk en ook te verschillen per
klankbordgroep bijvoorbeeld. Reden voor verbetering
omdat patiënten vanwege hun unieke perspectief bij
kunnen dragen aan het verbeteren van de zorg.
Door meer dan dertig interviews en zes focusgroepen
(monodisciplinair en multidisciplinair) is veel informatie
verzameld over goede en minder goede ervaringen met de
samenwerking en discussiepunten. De resultaten van deze
interviews en focusgroepen richten zich op thema’s die
hieronder besproken worden.
Tijdens de slotconferentie zijn de resultaten gepresenteerd
aan een gemêleerd publiek. De opkomst was erg goed,
ondanks de sneeuw en een griepepidemie. Kenmerkend
22
voor de grote betrokkenheid van patiënten, zorgverleners,
beleidsmakers en managers van SGE en andere
geïnteresseerden, die wij tijdens het hele project al
opgemerkt hadden. De volgende resultaten kwamen
naar voren uit het project en onderstaande afspraken
met betrekking tot de thema’s zijn tijdens het
parallelprogramma van de conferentie gemaakt:
Randvoorwaarden
Een eenduidig reglement over de werving van nieuwe leden
voor de patiëntengroepen ontbrak. Daarom is afgesproken
dat de centrummanager, die bij de klankbordgroepen
hoort, verantwoordelijk gehouden wordt voor de werving
van nieuwe klankbordgroepleden. De klankbordgroepen
leveren één afgevaardigd lid aan de centrale cliëntenraad.
Een nieuw lid wordt voorgedragen aan de patiëntengroep
en krijgt een proefperiode van drie maanden om te
ondervinden of het van beiden kanten een succes is.
Informatiestroom
Er bleek te weinig aan informatie-uitwisseling te worden
gedaan tussen de actieve patiëntengroepen onderling
en SGE. Daarom zullen de notulen van de vergaderingen
van de patiëntengroepen op intranet worden geplaatst
zodat ze openbaar zijn. Daarnaast moet er een vaste
ontmoetingsdag plaatsvinden eenmaal per jaar om de
patiëntengroepen en de stichting bij elkaar te brengen.
Inbreng in de beleidscyclus
Er was onduidelijkheid over welke inbreng patiëntengroepen
hebben in de beleidscyclus van SGE. Daarom is afgesproken
dat patiëntengroepen gevraagd en ongevraagd adviesrecht
hebben. Daarnaast moeten klankbordgroepen betrokken
worden in de gehele beleidscyclus.
׉	 7cassandra://hpAnGCY-Uc5-N1zk5ijyh5gWU7erCjOzKJ-IT8toQ84!`̴ XiD䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Visie op patiëntenparticipatie
Onduidelijk was welke visie SGE heeft op
patiëntenparticipatie. Een afspraak was daarom dat het
patiëntenperspectief leidend moet zijn in het beleid van
SGE. Er mag absoluut niet aan windowdressing worden
gedaan puur om de zorgverzekeraar gerust te stellen.
Relationele verhoudingen
Binnen SGE leek er te weinig binding te zijn tussen
de actieve patiëntengroepen. Daarom zal jaarlijks
een ontmoetingsdag georganiseerd worden voor de
actieve patiëntengroepen van SGE waarbij inhoudelijk
gediscussieerd wordt en gezelligheid centraal staat.
Organisatie van de vergaderingen
Tijdens het project werd duidelijk dat alle actieve
patiëntengroepen de vergaderingen op een andere manier
organiseren. Alle actieve patiëntengroepen moeten daarom
de vergaderingen aan de hand van dezelfde voorwaarden
organiseren en men wordt aangeraden aan een cursus
‘effectief vergaderen’ deel te nemen.
Door de grote betrokkenheid en inzet van deelnemers en
geïnteresseerden, was de slotconferentie een groot succes.
We zaten op één lijn. Er was vooral consensus over het feit
dat er binnen SGE al heel veel aan de samenwerking met
patiënten wordt gedaan, maar dat er nog wel het één en
ander aan verbetering te behalen is.
Graag willen we iedereen bedanken die zich heeft ingezet
voor dit project.
Uit het hoofd
‘Een vaste tweede huisarts’
DOOR JEAN MURIS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT
Jean Muris
De ambitie voor de toekomstvisie 2022 luidt: de patiënt
heeft te maken met niet meer dan twee huisartsen: de
eigen huisarts en een vaste ‘tweede’ huisarts. De huisarts
heeft wekelijks tenminste drie contactdagen. Bovendien:
de beroepsgroep neemt verantwoordelijkheid voor de
continuïteit en ontwikkeling van het vakgebied, doordat
elke huisartspraktijk structureel meewerkt aan onderwijs,
onderzoek of innovatie.
Dit is op te maken uit een dik boekje dat in de brievenbus
viel van de huisartsen in Nederland: Toekomstvisie
huisartsenzorg: modernisering naar menselijke maat.
Huisartsenzorg in 2022. Uitgegeven door NHG en LHV.
Wat betekent dit voor de huisartsopleidingen in Nederland?
We kunnen al langer observeren dat elke oudere voltijds
werkende huisarts bij zijn pensioen, de sleutels aanreikt
aan 2 jonge nieuwe collega’s. Op dit moment meer dan
10.000 huisartsen in Nederland en het Capaciteitsorgaan
heeft laten weten: leid 720 huisartsen op per jaar om deze
ontwikkeling voor te zijn. De genoemde drie contactdagen
lijken goed aan te sluiten bij het parttime gaan werken:
bij een tweede collega in de praktijk moeten patiënten
overschakelen van een bekende huisarts naar een
herkenbaar team van niet meer dan twee huisartsen.
Samen met de ‘vaste tweede’ huisarts waarborgt hij dus de
continuïteit van zorg voor de patiënt. Als opleidingen zullen
we hierop moeten inspelen: competenties als organiseren,
samenwerken en professionaliteit worden nog meer van
belang in een groter team. Moet je dat leren in de opleiding
of met veel schade en schande in de eerste jaren van
vestiging?
Ik denk dat de basis gelegd moet worden in de opleiding.
Misschien moet er een ‘nazorg’ traject hiervoor worden
ingericht om jonge huisartsen hierin (blijvend) te
ondersteunen. Veel jonge huisartsen zijn de eerste jaren
vooral bezig met waarnemen en maken zo de ambitie
van ‘vaste tweede huisarts’ niet waar. Een groter team
doet natuurlijk ook meer beroep op een goede (inter)
professionele communicatie; ook hier zal meer aandacht
voor moeten komen. Zeker als het als normaal wordt gezien
dat alle praktijken structureel meewerken aan onderwijs,
zal zowel tijdens als na de opleiding aan deze generieke
competenties moeten worden gewerkt op de werkplek zelf!
Echter, in de kwetsbare periode van de jonge huisarts
die bezig is met vestigen, een praktijk overnemen of een
vast verband aangaan, moet hij/zij kunnen rekenen op
een gestructureerd aanbod van bijvoorbeeld modules
praktijkmanagement of intervisie, maar ook adequate ICT
om de patiëntenstroom te kanaliseren. Maar de jonge klare
zal dit zelf moeten organiseren. De opleidingen zullen zeker
faciliteren in programma’s/modules, ruimte, docenten etc.
In 2022 is eenieder volwassen en zal eenieder zijn eigen
competenties moeten aanbrengen.
Meer lezen: www.tkv2022.nl
23
׉	 7cassandra://NkjPIyU84c_FTxsPM6LZQkwC65Bfv-HgkGxMQ5k0Tds!`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://36t8nwVQmpNJcey3nWIloVRc2_Q72LT95TsCobITlJY r&`׉	 7cassandra://Gh4WCtUQxhI1-if3B9vNFKzQbJJjS6SIsWm-LIBrZckr`Q׉	 7cassandra://_Zzif5gnRJKeCQljSJ4N3HDeuLVmjRdSdBtDIZqPRJw"h`̴ ׉	 7cassandra://HO3pGEdXts2bR_LmRW6vcGXHH84fDAuoRXzGI82dCZc|V̀͠XiD䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://CpFWCO3yXoQ2bBXg6T3ScQqoFINfbRcNXG1KWwAK7qE `׉	 7cassandra://06B-mL4_WNHbTs-wAClN6MSWFtowMtChdRnt-W_x8lEl`Q׉	 7cassandra://L_LgTp9EfJNtVhMjYBz2yXmoU2AIz51-jRUuvG-68OQ##`̴ ׉	 7cassandra://XnnTbE0hfL9wPR3eWJfBMaMKibR5YUqDZf-DKqEJ4KIph͠XiD䰆]נXiF䰆]ҁ .T9ׁHmailto:movah@lovah.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Waarschuwing
Ambassadeurs op pad
DOOR STIJN DE VRIES, OPLEIDERSCOöRDINATOR HUISARTSOPLEIDING EN LILIAN AARTS, ONDERWIJSCOöRDINATOR VAKGROEP
HUISARTSGENEESKUNDE MAASTRICHT
vlnr: Wim Heres, Ruud Heg, Paul Schrijver, John Stassen, Michiel Cornel, Marc America, Paul Beelen, Han Loozen, Emile Mom, Anniek Nilwik, Ad Stokmans
Het is even zoeken om een relatie te leggen tussen de
diplomatenwereld en het werven van opleiders voor
coassistenten en aios. De overeenkomst zit hem in het
gebruik van de term “ambassadeur”.
Als vakgroep huisartsgeneeskunde zoeken we naar
manieren om in contact te komen met de huisartsen in ons
werkgebied: Limburg en grote delen van Noord-Brabant.
Dit is niets nieuws: al vele jaren zijn collegae actief bij
het scouten en benaderen van huisartsen die mogelijk
interesse in onderwijs hebben. En recent is de website van
de vakgroep vernieuwd met het vakgroepmotto Join our
family. Het idee is om in contact komen en te blijven met
de huisartsen in de academische regio
(www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl).
Een ander plan is het inzetten van ambassadeurs. Dat
idee is geleend van de huisartsenopleiding in Leiden.
Met ambassadeurs bedoelen we huisartsopleiders die
voor ons de lokale oren en ogen zijn voor de werving van
nieuwe opleiders, zowel opleiders voor het basiscurriculum
(coassistenten) als voor de huisartsenopleiding (aios). Zij
zullen op plaatsen waar huisartsen elkaar ontmoeten
(zoals de HAP, HAGRO-vergaderingen en nascholingen)
persoonlijk en of met hun foto aanwezig zijn om vragen
van nieuwsgierig geworden collega’s te beantwoorden en
hun de weg te wijzen voor verdere informatie.
Daarnaast steken ze hun voelsprieten uit: zijn er nieuwe
vestigingen of mutaties? Collega’s met (ver)bouwplannen?
(altijd minimaal 2 kamers extra plannen), gaan mensen
associëren of een HOED vormen? We hebben hen gevraagd
om waar deze situaties spelen collegae te benaderen met
• Tilburg
• Eindhoven
• Helmond
• Geldrop
24
Ad Stokmans
Paul Schrijver
Wim Heres
John Stassen
• Kempenstreek
• Venray
• Venlo
• Roermond
de vraag of ze betrokken willen worden bij het onderwijs
van nieuwe huisartsen (onze opvolgers op termijn).
We hebben voor iedere huisartsenpost in ons gebied
een opleider gevraagd om deze rol op zich te nemen en
hebben van alle 12 collegae een uniforme portretfoto
laten maken. Huisartsenopleiding Nederland heeft de
kosten voor haar rekening genomen. In december 2012 was
onze startbijeenkomst tijdens de opleidersterugkomdag
in Urmond. Daarbij waren naast de ambassadeurs
ook Wil Keulers, Lilian Aarts en ondergetekende
aanwezig. Wil Keulers is een voormalig huisarts uit
Munstergeleen met veel ervaring in het enthousiast
maken van huisartsen voor een rol in het onderwijs.
Lilian Aarts is de onderwijscoördinator van de vakgroep
Huisartsgeneeskunde.
We hopen dat de ‘witte raven’ op de kaarten van de
diverse regio’s (=collegae die nog geen relatie hebben
met onze vakgroep) na dit stukje beter voorbereid zijn op
een eventueel contact met de ambassadeur. En als u nu
meteen denkt ‘dat opleiden is iets voor mij’, dan volgen op
het einde van dit artikel de namen van de ambassadeurs
en hun regio’s. (Hun beeltenissen sieren ook de kaft van dit
blad, redactie)
Om misverstanden te voorkomen: alle mensen die zich
nu al enthousiast bezighouden met werving van nieuwe
onderwijsgevers blijven daarmee ook doorgaan. Alle acties
sluiten prima aan bij de Toekomstvisie Huisartsenzorg op
weg naar 2022: ‘Elke huisartsenpraktijk werkt structureel
mee aan onderwijs, onderzoek of innovatie’.
Paul Beelen
• Weert
Frans Schmeetz
Han Loozen
Marc America
Michiel Cornel
• Sittard/Geleen Anniek Nilwik
• Maastricht
• Heerlen
Ruud Heg
Emile Mom
׉	 7cassandra://_Zzif5gnRJKeCQljSJ4N3HDeuLVmjRdSdBtDIZqPRJw"h`̴ XiD䰆]׉E	op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Activiteit MOVAH
Als volleerd speurders
door de mergelgrot
DOOR EVA VAN SEBILLE, TWEEDEJAARS AIOS EN SECRETARIS MOVAH*
In het vorige nummer schreven we over onze leuke
serieuze activiteiten, dit keer over onze leuke, maar
minder serieuze activiteit: een grottentocht (en geen
grotbiken zoals het oorspronkelijke plan was). Op een
sneeuwwitte frisse zaterdagmiddag in januari kwam
een gemixt clubje AIOS bij elkaar om de warmte (!) van
de grot bij Sibbe op te zoeken. Via een niets verhullend
bakstenen gebouwtje in het weiland leidde een lange
wenteltrap naar de enorme verborgen onderwereld van
de mergelgrotten, met maarliefst 700 kilometer aan
gangenstelsel. Een ‘avontuurlijke grottentocht’ stond op
het programma. En avontuurlijk was het zeker!
Bevlogen gids Vladimir doet wat geheimzinnig – één
van ons moet mee om de namenlijst te ondertekenen
– en de broodnodige helmen worden verdeeld.
Veiligheidsinstructies worden doorgesproken (zijn er
nog mensen met hartklachten?) en zelfs de noodkaart
die voor in zijn rugzak zit wordt besproken (deze code
leidt je naar de dichtstbijzijnde noodtelefoon). Als team
moeten we onderling taken toekennen (met cryptische
rolbeschrijvingen als ‘de lezer’, ‘de kapitein’) en twee
schamele olielampen worden uitgedeeld. Een speurtocht
door dit pikdonkere doolhof gaat van start. Het tempo zit
er goed in (complimentje van Vladimir). We ontcijferen
geheime aanwijzingen, volgen pijlen, kruipen door
holen en puzzelen door de grot. Dan komen we bij een
ondergrondse rivier (een beetje fantasie mag je hebben)
en moeten we door middel van een gammel bootje aan
de overzijde zien te komen.
Houten schijven met getallen worden op de juiste
volgorde geplaatst en de cijfercode die daaruit
voortvloeit, doet een cijferslotje openen. Al met al een
zeer avontuurlijke tocht! Na anderhalf uur speuren
worden voor de laatste keer de hoofden geteld (niemand
onderweg verloren, en ook daarvoor moet worden
getekend) en kunnen we in de plaatselijke kroeg – onder
genot van een warm hapje en drankje – terugkijken op
een zeer geslaagde tocht door ondergronds Limburg.
*MOVAH is de belangenvereniging van Maastrichtse AIOS
Huisartsgeneeskunde. Contact: movah@lovah.nl
Clinicus van het
jaar verkiezing
Mieke Winten is de beste
Huisartsbegeleider bij
het coschap 2011-2012
geworden. Ze was al vaak
genomineerd, maar won
nog niet eerder de gouden
stethoscoop. Het cijfer dat
haar studenten gaven:
een 9! De uitreiking vond
plaats op 7 december 2012.
25
׉	 7cassandra://L_LgTp9EfJNtVhMjYBz2yXmoU2AIz51-jRUuvG-68OQ##`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://oLA5BXq6yi3ZlZ1GjTdENC8TcB6tqpRMkgJMY_c0epI `׉	 7cassandra://h3v1b8AU_ng9R6EmLWV2BxyS7nk_K4bktMLg5OcZOuAd`Q׉	 7cassandra://mYUjtbR_E_XW8bMgViRYsXZp8rDDc8Y537IXvRbrl60`̴ ׉	 7cassandra://KuTek1AvBAaU2xG7tTwHGVRqmY1vVpx4jO5HE1Qoe98~T͠XiD䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://FIMRFMJBS8msOx1DqzzN2955pyyYQFNfGJVdwMSv5TE `׉	 7cassandra://l9IaGKicqk3GUQjaKTuFQuQskoEJQ76LxgEhpsN3FDI̓`Q׉	 7cassandra://y36QhhK1vp0oCgdolt05nDvqUrfEeX_HAM_ovX9nfdE$`̴ ׉	 7cassandra://MT8mpib4GV20yQueFOCrID6kTgXxjBS7fe4i8sB4FggeL͠XiD䰆]׉E
op één lijn 45
1 e uitgave 2013
'StapelGoede' voornemens 2013
Meer doen met feedback!
DOOR JORIS VAN ALEBEEK, TWEEDEJAARS AIOS
Welke goede voornemens wensen Maastrichtse AIOS
hun instituut toe voor het jaar 2013? Een preview op de
resultaten van de MOVAH Nieuwjaars enquête.
Mopperen en klagen kunnen wij AIOS als de beste als het
gaat om kwaliteit van onderwijs en voorzieningen. Of
het nu in de wandelgangen, tijdens de autorit met het
carpoolclubje of gedurende die belangrijke minuten in de
koffiekamer vóór het echte uitwisselen van ervaringen is…
Wij komen op voor ons persoonlijk traject om een goede
huisarts te kunnen worden. Elke koppelingsprocedure
en voortgangstoets leidt weer tot een stortvloed van
geluiden en gevoelens. Dit is geen nieuw fenomeen, maar
een logische traditie. Succes of juist tegenvallers op beide
Helaas hebben de Eyeworks camera’s uit het VUMC in
Amsterdam geen nieuwe bestemming gevonden in onze
Maastrichtse koffiekamer en gaat er voor het instituut
veel nuttige feedback verloren. Tijd voor een online
enquête, zo redeneerde MOVAH.
Bij het ter perse gaan van dit medium was de termijn
voor respondenten nog niet gesloten. Tot nu toe vulden
104 AIOS de enquête in van de 202 AIOS die via email zijn
benaderd. De volledige resultaten en analyse zullen in
een latere editie van ‘Op één lijn’ volgen. Hiervoor zal een
nauwe samenwerking tussen MOVAH en het instituut
worden gehanteerd. Wij vroegen AIOS ook welke goede
voornemens het instituut moet maken in het jaar 2013.
Negenenzestig goede voornemens werden op woensdag
27 februari jl. alvast overhandigd aan Jean Muris,
het hoofd van de huisartsopleiding Maastricht.
Welke goede voornemens moet het instituut maken?
Een greep uit de inzendingen…
• meer opleidingsplekken in de regio Eindhoven
• ben kritischer naar disfunctionerende opleiders
• meer sprekers van buitenaf, zoals vakinhoudelijke
specialisten (i.o.)
• laagdrempeligheid en collegiale/informele sfeer die er
al is, continueren
• meer terugkomdagen in het noorden
• stel hogere eisen aan de opleiding, het is geen
LOI cursus
• meer samenwerking bij het organiseren van stageplekken
• beleidsbepalers beter zichtbaar voor AIOS en meer
vragen om feedback
• minder schools onderwijs, meer PGO en medisch
inhoudelijk onderwijs
• zo doorgaan! Een goede op de persoon gerichte
opleiding, chapeau
• maak een echt ‘noord-spoor’
• meer ruimte voor beoordelen video’s in kleine groepen
Eén goed voornemen hebben wij in ieder geval namens
MOVAH zelf gemaakt: (nog) meer doen met feedback
in 2013!
Joris overhandigt StapelGoede Voornemens (ipv feedback) aan hoofd Jean Muris en adjuncthoofd Bas Maiburg
26
׉	 7cassandra://mYUjtbR_E_XW8bMgViRYsXZp8rDDc8Y537IXvRbrl60`̴ XiD䰆]׉E_op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Opleiders tweedaagse
Kapellerput 2013
DOOR SJOERD HOBMA, HUISARTSOPLEIDER IN SITTARD
Ik vind huisartsopleider zijn al zo mooi, en dan ook nog
naar Kapellerput, je vraagt je wel eens af: waar heb ik dat
aan verdiend? Het bleek alweer de vijfde keer te zijn dat de
huisartsopleiders niet één maar twee achtereenvolgende
terugkomdagen samen doorbrachten, waarvan de laatste
jaren in Kapellerput, een oud Jezuïetenklooster in het
Brabantse Heeze. Voor mij als tweedejaars opleider de
eerste keer, vorig jaar had ik om onduidelijke redenen
overgeslagen, maar, zo was me van veel kanten verzekerd,
het was heel erg leuk, en nuttig ook. Mijn verwachtingen
waren dan ook hoog gespannen. Helaas had ik me alleen
kunnen inschrijven voor het dagprogramma. Jammer, want
ik had het vermoeden dat de dag vast heel nuttig was, maar
vooral de avond heel leuk. Er werd gezamenlijk gegeten, en
dan ook vast iets gedronken. En als je dan in de stemming
kwam en toch niet naar huis hoefde... Zou het daarom ook
in Brabant zijn, waar de nachten immers lang zijn?
Op een gure februariochtend vertrok ik naar Heeze. Het
was druk geweest in de praktijk de dagen ervoor, niet
alleen omdat er twee dagen uitvielen, maar ook omdat
een griepgolf het land teisterde. Kon ik mijn collega’s wel
zomaar achterlaten voor een paar leuke dagen? En nuttig,
dat stelde me gerust. Het zat onderweg niet mee, al snel
kwamen de eerste filemeldingen, gelukkig bood mijn
routeplanner spontaan alternatieve routes aan. Dat hielp,
maar niet voldoende want het begon te sneeuwen, eerst
rustig maar even later was ik in een zeldzame sneeuwjacht
beland waar ik voorzichtig stapvoets doorheen moest
op de smalle Brabantse wegen. De sneeuw kolkte in de
voorruit, ik moest onvoorspelbaar naar links, naar rechts,
raakte iedere oriëntatie kwijt op de rotondes en tussen de
weilanden die allemaal op elkaar leken maar opeens was
daar toch het bord: Kapellerput. Hier was het dus, deze
mythische plek in de bossen. Het weer klaarde op en op
de parkeerplaats herkende ik de eerste opleiders die zich
verwachtingsvol in de richting van de oude kapel begaven.
Ik vraag me wel eens af op de terugkomdagen: als je nu
een foto zou maken van al die opleiders bij elkaar en deze
aan willekeurige voorbijgangers op straat laat zien met
de vraag wat het beroep van deze mensen is, zouden zij
het dan goed raden? Vrachtwagenchauffeurs, advocaten
of plastisch chirurgen, ja die haal je er zo uit maar de
gemêleerde groep huisartsen die opleider wordt...
Het zou een interessant experiment zijn. Veel tijd om rond
te kijken naar de collega’s was er trouwens niet want in
verband met de sneeuw was het programma iets veranderd
en na een haastige kop koffie werden we de grote zaal in
gedirigeerd.
Stijn de Vries, de aanvoerder van de opleiders, stond al
klaar en het was duidelijk dat hij er zin in had. Snel werd
het programma van de dag doorgenomen. Daarna werd
uitgebreid en nauwkeurig voorlichting gegeven over de
financiering van de drank in het avondprogramma, inclusief
een kleine fiscale tip. De stemming was hierna opperbest,
iedereen leek in de warmte de sneeuwjacht alweer
vergeten. De griepepidemie was al helemaal ver weg.
Alle opleiders werden verdeeld in kleine groepjes die
zich onder leiding van twee stafleden over het gebouw
verspreidden. De Kapellerput bleek vol te zitten met kunst,
twee beelden achter een vleugel, een leesbankje van
boeken, mooie schilderijen en ga zo maar door. Heerlijk,
zo’n plek. Heel wat inspirerender dan de attributen uit
de woondecoratiewinkel op onze vaste locatie van de
terugkomdagen in Vd Valk in Urmond. Ook stonden er
allerlei geestige spreuken in de wc, op deze manier nog
meer dan ooit een plaats voor reflectie. Jammer was wel
dat iemand met weinig fantasie maar ongetwijfeld wel
een managementopleiding alle zaaltjes een naam had
gegeven in het populaire jargon dat probeert mensen nog
productiever te maken dan ze al zijn: ‘de inspiratie’, ‘de
beleving’, ‘het enthousiasme’.
Ik zat in ‘de Passie’, een naam die hopelijk dateerde van na
het vertrek van de paters. Ik weet niet hoe het anderen
vergaat, maar bij mij slaat het dood als ik een zaal betreed
die ‘de Passie’ heet. Gelukkig ging de deur dicht en werd het
toch nog een leuke, nee, nuttige workshop. Eerst vignetten
bespreken, daarna transactionele analyse en toen ook nog
‘beoordelen’ aan de hand van een onduidelijke video van
een opleider die zelf duidelijk ook nog heel veel moest
leren. En tussendoor een lekkere lunch, het kon niet op.
De dag vloog voorbij en voor ik het wist moest ik alweer
naar huis. Jammer, want de stemming begon er goed in te
komen, dat merkte ik wel.
27
׉	 7cassandra://y36QhhK1vp0oCgdolt05nDvqUrfEeX_HAM_ovX9nfdE$`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://KYHAQ_e5otbLrjqPz2Sc2DgR6gXrH8x2Dg2e8VOKFj8 p8`׉	 7cassandra://T0_NYlsITE0eByh1WWb_oExhudzx8MWVNfi36Hi-im0ͅx`Q׉	 7cassandra://lMJcpc3kInhKCCnJIK5Vtjo1ydFRahkq9ABMzXiPA7c'R`̴ ׉	 7cassandra://--EsfvJcwsbFX89nUiXtwUnwUS-IORDy6nIRU-jrNmM~X͠XiD䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://4zqRdHWf_Ku4YuiedhGoYvyk1yqM6bT8HhkDguXC3B8 0^`׉	 7cassandra://ZF1k0Miw_zvcGytCCQOD86ENa65BSyh1WtcJmdZpmyc}`Q׉	 7cassandra://gUL8sXBWJ-ILMc3ScgmojTYFng2Yh2tWjcEWjjJvDr8#^`̴ ׉	 7cassandra://-qT_Sfo6w4RsIU1Qz9flLZr9j2pCwhy6Pylu2U8eX0Un(̜͠XiD䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
De volgende ochtend alweer vroeg op pad naar de
Kapellerput. Ik was benieuwd hoe de collega’s het er
af hadden gebracht. Dat viel erg mee, hoewel het in de
praktijk brengen van het motto ‘s avonds een vent,
’s ochtend een vent’ sommigen zichtbaar moeite
kostte. Ook rook ik regelmatig iets dat leek op de
ruitensproeivloeistof in de sneeuwjacht van de vorige dag.
De stemming was wat matter dan de ochtend ervoor. Zou
de griep ook hier hebben toegeslagen? Op fluistertoon
werd ik op de hoogte gebracht van de door sommigen
genuttigde consumpties, en het tijdstip waarop en de
toestand waarin enkelen hun bed hadden gezocht. Een
collega verklaarde onomwonden dat hij noodgedwongen
het ontbijt had overgeslagen en dat hij vooral kwam ‘om
sociale redenen’. Hoe ik dit met elkaar kon rijmen moest
ik zelf maar uitzoeken, voor hemzelf was dit blijkbaar
volstrekt logisch. De staf van de huisartsopleiding had slim
geanticipeerd op mogelijke eigen influenzaverschijnselen
na een avond intensief doorwerken, want in een wel
heel korte inleiding (‘deze workshop maken jullie zelf, de
opdracht staat op papier, verdeel je maar in groepjes van
vier’) werden we aan het werk gezet. Het werd desondanks
nog een nuttige ochtend en gezien mijn functie als reporter
keek ik ook regelmatig even goed om me heen hoe de
andere groepjes het er van af brachten. Ook daar werd
serieus gewerkt, al vermoed ik dat een groepje uit Heerlen
dat af een toe samenzweerderig naar elkaar toekwam en
dan weer verontwaardigd achterover leunde, het helemaal
niet over ‘de overdracht’ had, maar over het beleid van de
HOZL, maar eerlijk is eerlijk, dat weet ik echt niet zeker.
Weer kregen we een heerlijke lunch aangeboden.
Aangekondigd door een rooklucht door het hele gebouw,
bleek in de vrieskou buiten een barbecue te staan.
Dit was voor de maag van veel opleiders blijkbaar teveel
want er werd ongewoon gedrongen aan de saladebar.
Nog meer dan gisteren viel me op dat de verdeling van de
geslachten over de tafels niet willekeurig was: mannelijke
opleiders zochten elkaar op, en de vrouwen ook. Ook praten
ze anders met elkaar, de vrouwen serieus, de hoofden
bij elkaar, de mannen meer achterover, zakelijker. Mijn
hypothese: vrouwen wisselen persoonlijke zaken uit, en
tips over het combineren werk en privé, de mannen delen
informatie over de praktijk en sterke verhalen. In een korte
pilot onder enkele opleiders werd dit bevestigd maar zoals
altijd is meer onderzoek nodig.
De dag vloog voorbij met allerlei interessante zaken en nog
een nuttige lezing over triage en het werken op de post.
De verschillende regio’s kwamen afzonderlijk bij elkaar
om te praten over ‘opleiden op de huisartsenpost’, en toen
was het alweer tijd voor de afsluiting. Een kort slotwoord
en we konden weer naar huis. Opvallend hartelijk werd er
afscheid genomen. Het waren fijne dagen. Maar wat heeft
het opgeleverd? Op de terugweg besefte ik dat het leuk
was omdat het nuttig was, en nuttig omdat het leuk was.
Wie erbij is geweest, begrijpt dit wel, en een ander leg ik
dat graag bij gelegenheid uit.
Is er dan nog iets te verbeteren aan deze dagen? Ja, volgens
mij wel. De aanwezigheid van huisartsen-in-opleiding
was verfrissend, dat kan vaker en beter. We vergeten soms
hoe nuttig het is als iemand iets een keer goed uitlegt.
Zo kreeg ik tijdens de workshop een prima exposé over
transactionele analyse, daar heb je wat aan. En dan heb
ik nog twee suggesties. Ten eerste lijken deze dagen me
heel geschikt om niet alleen te leren en te oefenen, maar
ook om naar de grote lijnen en ontwikkelingen van de
huisartsgeneeskunde en de opleiding te kijken. Een soort
‘State of the Union’, maar dan niet door Barack Obama
maar door het hoofd van de opleiding want hoe nuttig
ook, als je te lang opleider bent, kan ik me voorstellen dat
het gevoel ‘dapper voorwaarts, maar waarheen?’ kan gaan
ontstaan. Ten tweede: kan iemand aan het management
van de Kapellerput in Gods naam vragen om die zielloze
namen van de deuren van de zaaltjes te krabben?
28
׉	 7cassandra://lMJcpc3kInhKCCnJIK5Vtjo1ydFRahkq9ABMzXiPA7c'R`̴ XiD䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
In de leer
Time management
DOOR SOPHIE VAN DER VOORT, TWEEDEJAARS AIOS
Stond ik laatst na een tijdrovend consult een patiënt de
hand te schudden, had hij nog één kort vraagje. Vooruit,
dacht ik, drie minuutjes extra moet kunnen. ‘Dokter, ik
voel af en toe een druk op mijn borst als ik me inspan, dat
kan geen kwaad neem ik aan?’ Argh. Iemand met pijn op
de borst laat je niet zomaar gaan natuurlijk, dus met een
zucht maakte ik rechtsomkeert en begon aan deel twee van
het consult. Maar ik deed het niet met zoveel plezier als ik
dat normaal doe. Dat komt doordat ik er slecht tegen kan
om uit te lopen. Nogal lastig, aangezien uitlopen bij dokters
net zo vanzelfsprekend is als de wachtrij bij de apotheek.
Moet ik dat maar accepteren of moet ik ernaar streven
altijd op tijd te zijn?
Ik vind het zo vervelend om uit te lopen omdat ik patiënten
wil laten zien dat ik hard voor ze werk. In mijn persoonlijke
strijd om geen arrogante arts te worden, wil ik laten zien
dat ik me voor ze uitsloof. Zeker in deze drukke tijd, waarin
zelfs de oudere patiënten volle agenda's hebben (maandag
gym, dinsdag handwerken, woensdag de kleinkinderen op
bezoek), zullen ze het vast waarderen als ik flink doorwerk
om hun afspraak op het beloofde tijdstip door te laten
gaan. Maar ook denk ik dat, als je op tijd bent, de patiënt
positiever binnenkomt en het consult een stuk soepeler
verloopt. Zie je gehaaste patiënt maar eens terug in de
wachtkamer te krijgen, omdat je nog ‘een crp-tje’ wilt laten
prikken door je assistente. Strakke timing is dus prettig voor
de patiënt en het maakt het vak voor mij leuker.
Niet uitlopen dus.
Maar kan dat wel? En is het eigenlijk niet onverantwoord
mezelf geen uitlooptijd te gunnen? Als arts heb je je tijd
hard nodig. Ik, als beginneling, pas, uit angst iets te missen,
nog netjes de rijtjes van de interne anamnese toe (tractus
circulatorius, respiratorius, digestivus). Omdat mijn ‘pluis/
niet-pluis’-gevoel nog onderontwikkeld is, wil ik alles van
de patiënt weten en betasten om mijn diagnostiek zo
sensitief mogelijk te maken. Wat erg veel tijd kost. Maar
ook als mijn interne anamnese straks meer chirurgische
vormen heeft aangenomen, blijft het lastig niet uit te
lopen wanneer je binnen 10 minuten een hoogbejaarde
dame moet uitkleden, op de onderzoeksbank moet tillen
en speculumonderzoek moet doen (en vice versa niet te
vergeten!). Als de diagnostiek daardoor betrouwbaarder
wordt, moet je zoveel tijd nemen als voor de klacht nodig is.
‘Helaas, vandaag nog geen diagnose want uw tijd is voorbij’
is ondenkbaar. Logisch dus dat goede diagnostiek, met de
10 minuten die we maar hebben, gepaard kan gaan met
uitlopen. Wel uitlopen dus.
Maar is het dan echt niet mogelijk om goede en
verantwoorde zorg te leveren zonder daarbij al te veel uit
te lopen? De perfectionist in mij wil die uitdaging zo graag
aangaan. Allereerst kan ik tijd winnen door uitlopen te
ondervangen met inlopen. Door een simpele à vue-diagnose
zoals een schimmelteen snel naar buiten te sturen, win
ik tijd om erna een ingewikkelder klacht onder de loep
te nemen (de praktijkondersteuners in mijn toekomstige
praktijk zullen mijn tijdsefficiënte eczeempjes dan ook
nooit inpikken!). En ik zal een beetje streng leren zijn.
Als een patiënt met een extra klacht komt en het is niet
urgent moet hij gewoon een tweede afspraak maken. Ik
kan natuurlijk ook een extra spreekkamer nemen en zorgen
dat patiënten al ontkleed zijn wanneer ik binnenkom. Of de
bloeddruk en pols al in de wachtkamer laten meten door
de assistente. Zelf kan ik de anamnese misschien tijdens
het lichamelijk onderzoek doen. En natuurlijk minder
koffiepauzes nemen…. Stop. Nu ga ik te ver.
Het is fijn voor een patiënt, als hij niet lang op de dokter
hoeft te wachten. Maar ik vrees dat hij er niet gelukkiger
van wordt, als ik hem slechts drie minuten zie nadat hij is
‘geprepareerd’ door de assistente. Als ik hem aankijk met
laagstaande oogleden vanwege het koffietekort, alleen het
hoognodige vraag en geen tijd heb om even te vragen hoe
het thuis gaat. Ondanks een perfect getimed spreekuur kun
je dat ook geen goede dokter noemen. Ik zal dan ook mijn
uiterste best doen mijn spreekuren strak te timen, maar ik
realiseer me, dat een beetje uitlopen ook iets essentieels
kan toevoegen aan mijn band met patiënten. En als ik dat
voor elkaar krijg, ben ik, denk ik, juist een goede dokter, die
een beetje wachten meer dan waard is.
Sophie van der Voort
29
׉	 7cassandra://gUL8sXBWJ-ILMc3ScgmojTYFng2Yh2tWjcEWjjJvDr8#^`̴ XiD䰆]XiD䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://-QLiqXFM62vFFrIBfJFirzvYWpZbsFd-4Y1vISUeMHc fs`׉	 7cassandra://-7cnmsgUI4ufvrvalwKXUHtiY72STaBrEiil9VEvuJYw]`Q׉	 7cassandra://32jUZJB3XB0RAwEnjFXx5ng3ltOvGgeu1JIyKcNmlAM%`̴ ׉	 7cassandra://r8wtzLpTycWjl_FZkPH7UXlnHlJMDdbmrMUW2RGEyaw͙``͠XiE䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://5gnBMaH1TLVG9UpjtIHX51CipcN0Wc31cQyPtq2h9fA w`׉	 7cassandra://8KBLXVhiVy43q-o4rsHab0fXC-A1BTZoqu8l4RKwn2Yh[`Q׉	 7cassandra://RomMss9IeyzBe2Uqejv-GrAMbU6Rs8CVL3iKH193oqQo`̴ ׉	 7cassandra://Zu_llekxt96MNh2inMlu0vIz6bRl2BDA6mBMWl7k5M0\rT͠XiE䰆]נXiF䰆]Ӂ _9ׁH $http://de-rappe-escargots.jouwweb.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Alpe d’Huzes
Oud huisarts in opleiding
fietst tegen kanker
DOOR MARC PRUDON, HUISARTS IN PANNINGEN
Gedurende mijn nog jonge leven ben ik al heel veel in
aanraking geweest met kanker, door mijn werk maar ook
helaas privé. Toek ik 9 jaar oud was, kreeg mijn moeder
voor het eerst borstkanker. Op die leeftijd weet je nog niet
goed wat kanker is en wat de gevolgen kunnen zijn. Maar
op het moment dat mijn moeder in het ziekenhuis lag
en moest strijden tegen deze ziekte, zag ik voor het eerst
artsen aan het werk en zei tegen mijn moeder: ‘dat wil ik
later ook doen, ik wil ook mensen beter maken.’
Helaas bleef het voor ons gezin niet bij dit eenmalige
contact met deze verschrikkelijke ziekte. Mijn moeder
heeft daarna nog tweemaal de strijd aan moeten gaan.
Opgeven was gewoon geen optie voor haar en niet voor
het gezin. Mijn broer en ik waren al heel jong getekend
door deze ziekte. Onze moeder leeft nog steeds en het is
een geweldige vrouw met doorzettingsvermogen, kracht
en liefde voor het leven en haar (klein)kinderen.
Mijn vader kreeg in 2007 prostaatkanker. Na jaren van
behandelingen in Maastricht, Heerlen en Rotterdam
kwam in maart 2012 het goede bericht: kankervrij
van prostaatkanker. Maar de vreugde was van korte
duur. In april 2012 kwam het bericht dat er maag- en
slokdarmkanker was aangetroffen met uitzaaiingen.
Deze strijd kon niet meer gewonnen worden en op 15 juli
2012 heeft kanker de strijd gewonnen en moesten twee
getekende zonen afscheid nemen van hun veel te jonge
vader (64 jaar). Helaas is dit geen verhaal op zich.
Een op de drie mensen krijgt tegenwoordig kanker.
Het treft helaas niet alleen ouderen, maar ook kinderen
en jonge ouders. Deze verschrikkelijke ziekte scheurt hele
gezinnen uit elkaar en maakt vele levens kapot. Wellicht
helaas ook in uw directe omgeving.
Speciaal voor al die mensen ga ik de strijd aan met mezelf
en ga ik op 5 juni 2012 meerdere malen de Alpe d’Huez
beklimmen. Mijn vader en ik keken elk jaar naar de Tour de
France en nu zal hij mee kijken hoe ik een van 'onze bergen'
ga beklimmen.
Ik heb niet de intentie om de sterftecijfers te kunnen
veranderen. Wel is alle ondersteuning welkom die wij
samen kunnen bieden om betere behandelingen, beter
onderzoek en zo betere zorg te krijgen voor alle patiënten
en hun families die met kanker te maken hebben. Ik ben
teamcaptain van mijn team, allemaal jonge mensen die in
hun omgeving te maken hebben (gehad) met kanker. Ze
weten dus als geen ander hoe het is om iemand te moeten
zien lijden, te moeten zien vechten en te moeten meemaken
hoe iemand probeert “niet op te geven”. Helaas is vaak het
gebrek aan doorzettingsvermogen en vechtlust niet de
oorzaak van het feit dat uiteindelijk na een lange strijd toch
afscheid genomen moet worden van dierbaren. Mijn team
bestaat uit allemaal ongetrainde fietsers die de Alpe d’Huez
gaan beklimmen voor KWF kankerbestrijding.
Kijk op onze site http://de-rappe-escargots.jouwweb.nl
30
׉	 7cassandra://32jUZJB3XB0RAwEnjFXx5ng3ltOvGgeu1JIyKcNmlAM%`̴ XiE䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Niet uniek, wel bijzonder
Gepromoveerde aios
DOOR RHEA HEERINGA, EERSTEJAARS AIOS
Ik ben een dokter die met mensen wil werken. Vandaar
dat ik de opleiding tot huisarts volg. Maar ik wil niet
alleen maar werken als huisarts. Ik wil dit combineren
met het verrichten van onderzoek. De liefde voor de
wetenschap heeft me al eerder gegrepen: ik ben in
2012 gepromoveerd in de urologie. Het doel van mijn
onderzoek was tweeledig: het beschrijven, ontwikkelen en
perfectioneren van nieuwe technieken die het mogelijk
moeten maken om blaassensaties te onderzoeken en
het bestuderen van de verschillen in blaassensaties bij
patiënten met een overactieve blaas (OAB) en gezonde
vrijwilligers. Hoewel anamnese een belangrijk middel is tot
het stellen van de diagnose OAB, ontbreekt het momenteel
aan een duidelijke terminologie voor het beschrijven van
normale en pathologische blaassensaties. Dit leidt tot
communicatieproblemen tussen patiënt en arts en kan
leiden tot foute diagnoses en behandelingen. Het bewijs
dat het verrichten van onderzoek van belang is, ook als het
lijkt te gaan om iets wat ogenschijnlijk duidelijk is.
Rhea Heeringa
Nu ik dit aan het schrijven ben, realiseer ik me dat deze
beschrijving jullie vast niet over de streep gaat trekken
om ook onderzoek te gaan doen. Wat het echter zeker de
moeite waard maakt is:
• Het indelen van je eigen tijd. Zolang je je aan de
deadlines houdt, kun je net zoveel koffiebreaks met
collega’s inplannen als je wilt. Dat waren er bij mij
minimaal 1-2 per dag.
• Het presenteren van je eigen onderzoeken op
internationale congressen. Ik kreeg de mogelijkheid om
naar een congres in Toronto te gaan en heb hier meteen
een rondreis in Oost Canada aan vast geplakt.
• Het verwerven van nieuwe vaardigheden. Niet alleen
op het gebied van het verrichten van wetenschappelijk
onderzoek, maar ook op persoonlijk gebied. Ik heb
bijvoorbeeld sinds het verrichten van mijn onderzoek
tegenwoordig iets meer geduld, aangezien afspraken
met copromotoren nog wel eens werden uitgesteld en
de Medisch Ethische Commissie het blijkbaar ook erg
druk heeft.
Rhea Heeringa ontvangt haar bul
Promoveren
Een eigen werkplek (een hok zonder daglicht gedeeld
met 2 collega’s), een computer en je onderwerp. Aan de
slag! Artikelen lezen, aanvragen voor de medisch ethische
commissie schrijven (niet mijn favoriete onderdeel),
proefpersonen rekruteren, data verwerken en artikelen
schrijven. Hoewel het me allemaal niet snel genoeg kon
gaan, was de periode van het verwerken van de verzamelde
gegevens en het schrijven van artikelen belonend. Eindelijk
zag ik het resultaat van mijn werk afgelopen maanden.
• Het bijdragen aan de medische kennis. Naast het
verliezen van die 's' in drs, het grote 'diploma' met
universiteitszegel, de reden voor een feestje en
alle bovenstaande redenen, natuurlijk een van de
belangrijkste drijfveren.
Inmiddels, nu ik als moeder aan de opleiding ben
begonnen, staat onderzoek verrichten voorlopig even op
een laag pitje. De verworven vaardigheden komen echter
nog dagelijks van pas, bijvoorbeeld bij het evidence based
handelen en het zoeken en lezen van literatuur over een
bepaald onderwerp. Een huisartspraktijk heeft een schat
aan gegevens die mooie en interessante kennis kunnen
opleveren. Nu alleen weer even de tijd vinden…
31
׉	 7cassandra://RomMss9IeyzBe2Uqejv-GrAMbU6Rs8CVL3iKH193oqQo`̴ XiE䰆]XiE䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://2Z5mV7EM1v3YyvvauNbxYYe3BzqEf50Tj4LVes_PQE0 E`׉	 7cassandra://wQqlVjvgyaGqUGEY_A-ElLy_X-VXql5y2amYSmlNj_ow`Q׉	 7cassandra://NTh_Y9C-GXB-BVPyYRKnUfPogjvgZJjvBnvmqx6RCcA$`̴ ׉	 7cassandra://2z_Fy_Us_PU-HqzMVvV4JpV28UelSRb8vAyu6GhUqIk͈Od͠XiE䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://wax8bMbHcSUvY-laKxE2xiw6TKDfq1G4vd_J9mWnabM `׉	 7cassandra://62r3b72c_mdmJx2GUKtw6DvjZAUG29Ro92WPYWS8RMU|[`Q׉	 7cassandra://qdrEEjh259QkLG4zpqVm-3pHHTISqSTVmGX9XDWxggQ$`̴ ׉	 7cassandra://1e5W5AGdLtpd6pK2NX60ddBXOr4XstEpFjPmhOS8dtMͱ ͠XiE䰆]׉E'op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Puntig
Over samenwerking
in de zorg
DOOR FELIx PUNT, GEDRAGSWETENSCHAPPER HUISARTSOPLEIDING
Felix Punt
Zondagmiddag: eenmaal in het kwartaal is het dan
‘columntijd’. Ik zet mij aan mijn bureau en verbeeld mij
even dat ik ‘AFT van der Heijden’ heet. Al twee maanden
weet ik dat deze column over paradigma's zal gaan, wat
ik hier maar ruim definieer als: heersend, gemeenzaam
onderschreven samenhangend wereldbeeld. Dat is een hele
mond vol, maar paradigma’s zijn als aangenaam warm
water: als je er maar lang genoeg in zwemt, heb je niet
meer in de gaten dat het je omringt. Pas als iemand ß al
dan niet vilein ß je wat koude druppels toewerpt, word je
je bewust van het verschil.
Diverse malen werd ik mij in de afgelopen maanden
bewust van zo'n verschil. Tijdens de afgelopen
kerstvakantie in Zwitserland trof ik in een van de
medegasten een gevierd alternatief therapeut. Enkele
bestanddelen van zijn medische paradigma kon ik
destilleren uit zijn behandeling van de plotselinge griep
van zijn vrouw. Om er eentje te noemen: ‘als je de grote
koorts hebt gehad, krijg je twintig jaar geen kanker’.
Aan de basis van zijn overtuigingen stond een groot
geloof in het zelfhelend vermogen van ons lichaam. Mijn
paracetamols werden dan ook vriendelijk als symptoom
bestrijdend afgedaan en daar wendde ik mij af. Maar
op Kerstavond revancheerde hij zich door de door mij
bezochte nachtmis royaal als 'humbug' af te doen.
Op de terugtocht overkwam ons in de couchette in de
trein een avontuur. Midden in de nacht schrok ik wakker
door een lichtstraal in mijn ogen en ik zag een man met
een zaklantaarn. Ik registreerde dat hij geen uniform
droeg en hij lachte naar mij. 'Alles in orde!' dacht ik en ik
wikkelde mij weer behaaglijk in. 's Morgens meldde mijn
vriendin dat haar rugzak op de grond stond en dat zij
haar creditcard miste. We waren dus bestolen door een
man die met een glimlach een brug had weten te slaan
tussen zíjn en míjn wereldbeeld. Doortrapt? Welzeker
ß maar ik ontwaarde tevens een op zich bruikbare
methodiek. De vriendelijkheid namelijk als overbrugging
tussen het ene en andere wereldbeeld.
Gewapend met deze nieuwe wijsheid leidde ik met
mijn collega het januari-overleg van de opleiders van
‘onze' aios-groep. Bij sommigen trof ik wat wrevel over
het feit dat aios soms nauwgezet hun diensten op de
post willen compenseren (hetgeen door de regelgever is
toegestaan). Deze observatie daagt mij uit om eens een
bilaterale bespreking te organiseren tussen de ‘oudere’
en de ‘jongere’ generatie artsen. Tijden veranderen, en
de paradigma's ook. Op vriendelijke wijze ß ik kan u
verzekeren dat het werkt ß zouden we respect moeten
blijven opbrengen voor elkaars wereldbeeld. Dan
schrikken we ook wat minder van elkaar.
Afscheid
dr. Paul Ram
32
Op vrijdag 13 september 2013 neemt de (dan) 65-jarige Paul
Ram, voormalig hoofd van de Huisartsopleiding Maastricht
afscheid. Op de dag wordt een symposium georganiseerd.
Het programma en de uitnodigingen zijn in de maak. In het
juli nummer zullen wij uitvoeriger stilstaan bij dit feit.
׉	 7cassandra://NTh_Y9C-GXB-BVPyYRKnUfPogjvgZJjvBnvmqx6RCcA$`̴ XiE䰆]׉EGop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Zes weken Zuid-Afrika
De kern van
het arts-zijn
DOOR MAARTJE VINKEN, DERDEJAARS AIOS-HUISARTSGENEESKUNDE
Samen met de huisarts specialisten in het Themba Hospital
Schrijven over de stage die wij als AIOS hebben gedaan in
Zuid-Afrika is geen eenvoudige opgave. Want hoe moeilijk
is het om te beschrijven wat we daar hebben meegemaakt!
Hoe kun je anderen de indrukken laten meebeleven die we
hebben opgedaan in een land dat zo verschillend is van het
onze. Waar waarden en normen, cultuur en opvattingen
letterlijk en figuurlijk een wereld van verschil zijn! Ik kon
me het niet voorstellen, totdat ik er kwam.
In juli en augustus vorig jaar zijn Christine Bruijnen en
ik als tweedejaars AIOS in het kader van de keuzestage
‘Reizigersadvisering’ naar White River afgereisd. Dat ligt
in Mpumulanga, de grootste provincie van Zuid-Afrika
in de buurt van het Kruger National Park. Een zeer onderontwikkeld
ruraal gebied. Doel was om in de praktijk kennis
te gaan maken met tropische ziektebeelden. En dat hebben
we geweten!
We hebben 6 weken op de afdeling ‘Family Medicine’ van
het Themba ziekenhuis gewerkt waar we onder supervisie
van de specialisten in dit ziekenhuis patiënten hebben
gezien met de meest uiteenlopende ziektebeelden.
Het ziekenhuis ligt midden in een gebied vol krottenwijken
waar verschillende stammen woonachtig zijn, vooral Zulu's
en Swazi's. Door de grote taalbarrière en de ziekten die wij
enkel uit boeken kenden, maar nog nooit eerder gezien
hadden doordat wij niet bekend zijn met de gevolgen van
extreem erbarmelijke leefomstandigheden, was het vooral
ook een enorme uitdaging om met de verschillen in cultuur
om te gaan. De verschillende stammen in de krottenwijken
hebben hun eigen geloof waar de reguliere geneeskunde
in het ziekenhuis nog dagelijks tegenop bokst. Zo is er de
heilige overtuiging in de geneeskundige kracht van de
‘traditionele geneesheren’ die hun praktijken uitvoeren
in kleine hutjes midden in de bergen en daar tegen hoge
prijzen allerlei brouwsels fabriceren en toedienen aan zieke,
onwetende mensen die daar vaak nog zieker van worden.
Zo vinden er bijvoorbeeld ceremonies plaats van jongens
die als 14-jarigen alleen de bergen worden ingestuurd
om daar een week te overleven, om hun mannelijkheid
te bewijzen en die vervolgens in groepen van 20 met
hetzelfde, onsteriele mes worden besneden… met alle
complicaties van dien!
En niet te vergeten de cultuur die bij de mensen heerst om
vooral niet te praten over HIV. Een groot taboe en verboden
voor dokters om deze ziekte als doodsoorzaak te noteren,
ook al lijdt 90% van de regionale bevolking aan HIV, AIDS
en alle bijkomende gevolgen. Hoe frustrerend ook om te
zien hoe kinderen al besmet ter wereld komen, terwijl
dit voorkomen had kunnen worden als hun moeders de
medicijnen hadden geslikt die ze gratis van de regering
krijgen. Maar helaas verkopen sommige moeders deze
medicijnen door aan handelaren die er drugs van maken.
Of de mensen die hun tuberculose verkopen aan anderen
en hun medicijnen niet nemen om de ziekte zo ernstig
te laten worden dat ze een jaar in een tbc-kliniek kunnen
worden opgenomen zodat ze daar eten en onderdak
krijgen… Verbijsterend om het korte-termijndenken van de
mensen te zien over deze zo ernstige ziektebeelden, vaak
uit pure armoede en onwetendheid, maar met zulke grote
gevolgen. Frustrerend was het dan ook om hiermee om te
gaan. In combinatie met de grote chaos in het ziekenhuis
was het gevoel van machteloosheid en wanhoop hier
vaak nabij. Want hoewel wij in het westen de ‘Eed van
Hippocrates’ afleggen, leek het alsof sommige dokters in
dit ziekenhuis hier nog nooit van hadden gehoord. Het was
frustrerend en onvoorstelbaar, dat er dokters in dat land
vertoeven die vooral arts geworden zijn om er zelf beter van
te worden, veel aanzien te verwerven en geld te verdienen.
Eén van de vele weeskinderen
33
׉	 7cassandra://qdrEEjh259QkLG4zpqVm-3pHHTISqSTVmGX9XDWxggQ$`̴ XiE䰆]XiE䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://-lHTIBqgW55nbldCNCFC9bj8CmX3Djqq40gdonyCjo4 `׉	 7cassandra://hsLas5zv7pP0On4iGZye5-_-jE43zHTz7OhTkbpE9Dk͌7`Q׉	 7cassandra://8WxX7Qtj1aCcxa_1ldRsGj_vTKUhh-amK4kYGUX4drs'`̴ ׉	 7cassandra://dAyp--mgyeJz0pVgQpHq9lZJctbBFB_zGz9XzOTNWwk̈́	̜͠XiE䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://Gi5GL8aEIEFzj8QwbGImC-Tz2j52BO3xmIp0MqUuesQ ` ׉	 7cassandra://xUwp5ccMyNeXShoBtAhwTmaJr7gMbZowt0M7hXhlyzkz`Q׉	 7cassandra://NSEiE0y0bCE9DfeUj57khtRWCpyXMolwiz0OdtCCIGM"`̴ ׉	 7cassandra://N182NdlIC8v4uRNVzMF0E8yv8H4bqA3i4uuZJhPJZL4]eP͠XiE䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Kinderen in de rij voor eten van “Hands at Work”
Wachtruimte in het ziekenhuis
Het klinkt heel zwart wit maar tijdens de overdrachten
stond ons meerdere malen het huilen nader dan het lachen
vanwege de afschuwelijke dingen die we meemaakten
als gevolg van de mentaliteit van sommige dokters.
Zo is er in een nacht een moeder met een eclamptisch
insult overleden omdat de dienstdoende anesthesist niet
bereikbaar was. Ook kwam het meerdere malen voor dat
de dienstdoende arts van de SEH niet aanwezig was omdat
hij geld aan het verdienen was in zijn privé praktijk. Op een
nacht is een baby overleden omdat de noodgenerator voor
de elektriciteit niet gemaakt was en er niemand geld wilde
besteden aan benzine in het tankstation aan de overkant
van het ziekenhuis.
Verschrikkelijk om de grote verschillen tussen arm en rijk te
zien. Te beseffen dat er in de hele provincie Mpumulanga
met 15 miljoen inwoners slechts 1 openbaar ziekenhuis
is met een CT-scan, terwijl er in de grote steden privé
ziekenhuizen zijn met de modernste high tech apparaten.
Dat patiënten geen geld hebben om bij het ziekenhuis
te komen en uren-, soms dagenlang moeten lopen om
de kliniek te bereiken om vervolgens niet met adequate
middelen behandeld te worden. Hoe tegenstrijdig was het
ook om te weinig hechtdraden op de OK te hebben, maar
wel terecht te komen in een van alle luxe voorziene, veel
te grote kamer, toen we kennismaakten met de directeur
van het ziekenhuis! Het was frustrerend om te beseffen
dat specialisten sommige arts-assistenten niet kunnen
aanspreken op hun disfunctioneren, puur en alleen omdat
ze dan als ‘racist’ bestempeld zouden kunnen worden,
met alle gevaren van dien. Want ook heden ten dage zijn
de invloeden van de vroegere ‘apartheid’ in Zuid-Afrika
overal merkbaar. Ik heb een groot respect voor de artsen
die in dit ziekenhuis op moreel en ethisch verantwoorde
wijze mensen behandelen. Want hoe moeilijk is het om de
geneeskunst uit te oefenen met de zo beperkte middelen
die in deze openbare ziekenhuizen ter beschikking staan! In
mijn ogen weten en kunnen deze artsen meer dan menige
specialist in het westen: ze moeten van alle markten thuis
zijn en ‘roeien met de riemen die ze hebben’, met heel veel
Patiente met TBC en haar X-Thorax
kennis, overtuiging en creativiteit. We zagen patiënten en
omstandigheden die een grote indruk op ons maakten. Het
is verschrikkelijk om kinderen letterlijk te zien creperen
door afschuwelijke ziekten die het gevolg zijn van de totale
chaos die in dit land heerst. Hoe schrijnend om de talloze
weeskinderen in de krottenwijken te zien wegkwijnen
zonder enige vorm van warmte of veiligheid, zonder eerlijke
toekomst. Schrikbarend om te horen en te zien hoeveel
verkrachtingen, mishandelingen en criminele activiteiten
plaatsvinden, ook en vooral bij kinderen. Hoe machteloos
je bent tegen criminele bendes die moorden en overvallen
plegen. Zeker is: je bent in dit land niet veilig. Het was
onverantwoord om als vrouwelijke arts ergens alleen te
zijn. Deuren en ramen moesten altijd worden gesloten,
waardevolle spullen mochten nooit in het zicht liggen en
je moest thuis zijn, voordat het donker werd. Het was niet
mogelijk om onbevangen over straat te lopen of tijdens een
pauze rustig even te eten en drinken. Hoe moet dat voelen
voor kleine, weerloze kinderen? Hoe schrijnend was het om
te zien hoe zij allerlei invasieve medische handelingen in
het ziekenhuis in hun eentje moesten ondergaan, zonder
aandacht voor hun emoties, zonder iemand die zich om
hen bekommerde. En hoe ontroerend was het voor ons om
met de NGO ‘Hands at Work’ mee de krottenwijken in te
gaan en daar de mensen te ontmoeten, te zien onder welke
armzalige omstandigheden zij moeten zien te overleven en
hoe ze desondanks kracht en vreugde uit hun leven weten
te halen.
Dan pas besef je hoe goed wij het in Nederland hebben,
dat zaken niet zo vanzelfsprekend zijn. Dingen die we in
Zuid-Afrika hebben meegemaakt, zijn vaak nu nog niet te
begrijpen, puur en alleen omdat onze referentiekaders zo
enorm van de werkelijkheid daar verschillen. Je moet je
grondig verdiepen in de complete geschiedenis, cultuur en
mentaliteit om dit enigszins te kunnen interpreteren. Het
heeft grote vraagtekens opgeroepen, maar ook antwoorden
gegeven! Antwoorden hoe we ons vak als arts kunnen
uitoefenen, en hoe ook niet. Antwoorden over waarden
en normen, het belang en de kracht van overtuigingen en
de waarde die hieraan kan worden toegekend. Het heeft
ons inzicht gegeven in de manier van leven en overleven,
en dan niet alleen van de wilde dieren die we er hebben
gezien. Het ging over de kern van het arts zijn, iets dat ons
op meerdere manieren duidelijk werd. Zuid-Afrika, een
land vol contrasten, was in vele opzichten een bijzondere,
diepgaande belevenis!
34
׉	 7cassandra://8WxX7Qtj1aCcxa_1ldRsGj_vTKUhh-amK4kYGUX4drs'`̴ XiE䰆]׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Met hart en ziel
Kaderhuisarts
Hart- en Vaatziekten
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS, REDACTIELID
Robert Willemsen
'Driemiljarddriehonderddrieenzestigmiljoenachthonderdveertigduizend.'
Zegge. Mocht u, graag in goede gezondheid, de tachtig
levensjaren halen, dan heeft uw hart bovenstaand aantal
keren uw bloed rondgepompt, als we ervan uitgaan, dat
het dat gemiddeld 80 keer per minuut deed. Liefst regulair
en aequaal. Een niet geringe prestatie, en het lukt ook
niet altijd probleemloos. Hart- en vaatziekten staan zelfs
in de top 3 van morbiditeit en mortaliteit in Nederland.
En natuurlijk speelt de huisarts een belangrijke rol bij de
primaire en secundaire preventie van die aandoeningen.
Dat is inmiddels zo’n veelomvattende klus, dat hulptroepen,
zoals bijvoorbeeld praktijkondersteuners, onontbeerlijk zijn
geworden. Maar wat moeten huisartsen en consorten nu
eigenlijk doen, en hoe?
Beantwoording van die vragen vereist de inzet van
een expert in de vorm van de Kaderhuisarts Hart- en
Vaatziekten. Hieronder een samenvatting van het domein.
Niet mis, zoals u kunt zien:
Allereerst de primaire preventie van hart- en vaatziekten
in de huisartspraktijk: een complex gebeuren waarbij niet
alleen medische en farmacologische kennis aan de orde is,
maar ook vermogen tot kritisch lezen van wetenschappelijke
literatuur, motivational interviewing, ICT-vaardigheden,
samenwerken met de praktijkondersteuner en
praktijkmanagement, reflectie op zin van screenen en op
thema’s als medicalisering en autonomie. Kortom: alle
taakgebieden uit het competentieprofiel van de huisarts
zijn hier aan de orde. De laatste decennia was sprake
van een dalende incidentie van hart- en vaatziekten.
Op grond van toenemend lichaamsgewicht is echter
weer een stijging te verwachten. Het aantal (groeps-)
voorlichtingsprogramma’s over gewicht en bewegen is
groeiend. Daarin gaat veel geld om. Het behoort tot de
taak van de kaderhuisarts om tot doelmatige keuzen en
adviezen te komen.
Dan de secundaire preventie: patiënten die een
cardiovasculair incident hebben doorgemaakt dienen te
worden begeleid. De ‘kwaliteit van leven’ is vaak in het
geding. “Welke behandeling is goed onderbouwd?
Wat is kosteneffectief? Wat zijn de ethische implicaties?”
De kaderhuisarts entameert deze discussie. De aanpak
van eerste hulp bij hart- en vaatproblemen is verankerd
in de protocollen van de huisartsenposten (HAPs). Door
huisartsen wordt jaarlijks getraind in BSL-vaardigheden.
Lastig blijft het herkennen van verraderlijke beelden
als: longembolie, Aneurysma Aortae Abdominalis,
een subarachnoïdale bloeding. Het is de taak van de
kaderhuisarts door onderwijs en (geschreven) klinische
lessen bij te dragen aan blijvende alertheid.
Door de effectieve behandeling van acute en aangeboren
vaataandoeningen komen chronische hart- en vaatziekten
meer voor. De vereiste competentie voor begeleiding is
nog geen gemeengoed, evenmin als terminale hartzorg.
De kaderhuisarts figureert bij richtlijnontwikkeling,
onderwijs en voorlichting. Hij speelt een voortrekkersrol
in samenwerking met paramedici. In Nederland zijn nu
35 van deze kaderhuisartsen geregistreerd, waarvan 8 in
Noord-Brabant en 6 in Limburg. Eén van die Limburgers
is Robert Willemsen. Na eerst in opleiding geweest te
zijn voor longarts maakte hij in 2008 de overstap naar
de huisartsgeneeskunde. Op zoek naar verdieping werd
hij in zijn eerste opleidingspraktijk gestimuleerd om een
kaderopleiding te gaan doen. Aios in Maastricht kunnen
al tijdens hun opleiding, onder voorwaarden, beginnen
met een kaderopleiding, en tijdens zijn 2e opleidingsjaar
begon Robert dus ook met de Hart- en Vaatziekten. Zijn
registratie verkreeg hij in maart 2012. Terzijde: op grond van
zijn voorervaring is hij natuurlijk ook Kaderhuisarts Astma/
COPD. Als opleidingsinstituut pikken we graag de graantjes
mee van ons zaaigoed: Robert verzorgt nu in meerdere
aiosgroepen onderwijsprogramma’s. Op onderwijsgebied
is hij verder actief tijdens de Startclass en tijdens de
landelijke aioscursus Ouderenzorg van de SBOH. Verder
maakt hij deel uit van het regionaal transmuraal team
voor hart- en vaatziekten en is hij aanspreekpunt voor alle
huisartsen in de regio in geval van relevante vragen. De
kaderopleiding zelf is voortdurend in ontwikkeling. Robert
zit in de stuurgroep ten behoeve van dit proces.
35
׉	 7cassandra://NSEiE0y0bCE9DfeUj57khtRWCpyXMolwiz0OdtCCIGM"`̴ XiE䰆]XiE䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://xtpGr0tzBGMixjjI0zakhuCq65ijqnoLHzMixnHgJgE 5` ׉	 7cassandra://aGcjmTq1doDpgGnL2Fah1tMVi1UWYCcZgxZZOvV14Voz?`Q׉	 7cassandra://8iXyBHxLVJokeDmbNuAyEPVIUN729yni7jLGAV-YsYg `̴ ׉	 7cassandra://KyKz4L93-1ea2pJBzScuM-5z0qrLGZzVQW8DQKbXSKAGyT͠XiE䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://pY5h-W8RZcVTdh129wESp8goeetVFjeper5CycT_nzk ``׉	 7cassandra://29n8bVBLMk6WF4MTPb9q_2R7IS5FvChPJAn0TbGSsYUz`Q׉	 7cassandra://fukOLhIJQmcRAmXsOAEiUjUQSZ_0UQyf5H5l-stvRLM$`̴ ׉	 7cassandra://BgeXheU_Fi71hwRQ3gOwZZurgEMUIoT2MoYsmPewKiU͝T͠XiE䰆]נXiG䰆]ց ;9ׁH /mailto:Loes.vanbokhoven@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E`op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Omdat nog vele van zijn duizend poten ongebruikt waren,
is hij onlangs ook nog gestart met een promotietraject: een
onderzoek naar de beschikbaarheid en bruikbaarheid van
biomarkers ten behoeve van de differentiatie van de klacht
Pijn op de borst als hulpmiddel voor de huisarts.
Ik hoop van harte (!), dat die nog eens beschikbaar komen!
En natuurlijk ziet hij gedurende enkele dagen per week ook
de nodige snotneuzen, hoofdpijnen, SOLK’s, buikklachten
enz. als vaste waarnemer in een huisartspraktijk in
Maastricht. Hij heeft het hart tenslotte op de juiste plaats.
Het moet u duidelijk zijn geworden: het domein van
de Kaderhuisarts Hart- en Vaatziekten is groot en
veelomvattend. Maar problemen op dit gebied liggen
ons dan ook na aan het hart. Als huisarts heb je toch
hartgrondig de pest in, als je een myocardinfarct hebt
gemist, en het is je een pak van het hart, als de patiënt dan
met de hand over het hart strijkt en geen klacht indient.
Als huisarts heb je er hartzeer van, als je met lege handen
staat bij je patiënt met terminaal hartfalen, juist omdat je
zo’n hart voor de zaak hebt. In je intervisiegroep kun je dan
je hart luchten, omdat je van je hart vooral geen moordkuil
moet maken. Dit artikel moet niet te lang worden, maar ik
zou nog wel even kunnen doorgaan, omdat het hart ook in
onze taal een heel belangrijke plek inneemt. Fascinatie voor
het hart is van alle tijden en culturen, veel fabels doen de
ronde en die veroorzaken ook angst en onrust, niet alleen
bij patiënten, maar ook bij de dokters.
Het belang van de kaderhuisarts bij het hanteren van
die onrust is u ongetwijfeld duidelijk geworden. Mocht
u zichzelf niet voor de opleiding inschrijven, wat ik u
overigens hartelijk kan aanbevelen, dan hoop ik, dat u
zich bij de aanpak van de cardiovasculaire problemen in
uw eigen praktijk ruimhartig laat ondersteunen door uw
expert-collega die zich daarvoor met hart en ziel inzet!
Nieuw Medisch Centrum
Toekomstvisie in uitvoering
DOOR LOES VAN BOKHOVEN, HUISARTS IN ELSLOO
De academische huisartsenpraktijken uit Elsloo gaan
verhuizen. Op 11 maart werden de deuren van een
gloednieuw Medisch Centrum Elsloo geopend. In het
medisch centrum zitten naast de twee huisartsenpraktijken
ook een apotheek, verschillende paramedische disciplines
(fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, verloskunde,
diëtetiek, podotherapie) en een psycholoog. In het gebouw
vestigt Vivantes Zorggroep ook het nieuwe verpleeghuis
‘La Famille’ en, samen met woningbouwvereniging
Maaskant Wonen, achttien zelfstandige zorgwoningen, waar
intensieve zorg mogelijk is.
De nieuwbouw geeft ons niet alleen de broodnodige extra
vierkante meters werkruimte, maar biedt ook nog een paar
mooie kansen voor onze academische activiteiten.
Zorgvernieuwing: samenwerking in een
zorgnetwerk voor alle ouderen in het dorp
Nu we met verschillende zorgverleners onder één dak
gaan werken, biedt dit veel kansen om intensiever te gaan
samenwerken. De lijnen zullen kort zijn. Samenwerking
is ook hard nodig, want net als de rest van Zuid Limburg
zal het dorp sterk vergrijzen. We verwachten een
verdubbeling van het aantal 75-plussers binnen twintig
jaar. De huisartsen en een aantal paramedici hebben al
ervaring opgedaan met samenwerking in het Zorg uit
Voorzorgproject. In dit project werden ouderen gescreend
36
op kwetsbaarheid. Ouderen die kwetsbaar bleken, kregen
een multidisciplinair hulpaanbod dat aansloot bij de
wensen van de ouderen zelf. De ervaringen met Zorg uit
Voorzorg waren zo positief, dat we de samenwerking
graag wilden uitbreiden. Die kans hebben we gekregen
door een subsidie uit het ZonMW Op één Lijn programma.
Dit programma heeft tot doel om via praktijkprojecten te
leren wat de succes- en faalfactoren zijn om te komen tot
zorgvernieuwing die ook na afloop van de projectperiode
duurzaam kan blijven bestaan. Met de subsidie zijn
we bezig een zorgnetwerk in te richten gericht op alle
(kwetsbare) ouderen in het dorp. In het netwerk nemen
niet alleen de huisartsen en paramedici deel maar ook
Vivantes, met specialist ouderenzorg en thuiszorg, de
nieuwe apotheek en Partners in Welzijn. Voor de gemeente
Stein zijn we een pilot project waarvan zij willen leren ten
behoeve van hun nieuwe taak in de ‘kanteling’ van de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
We willen:
1. een integraal zorgproces rondom kwetsbare ouderen
ontwerpen, inclusief beter identificeren van kwetsbare
ouderen en herstructureren van de zorg over bestaande
domeingrenzen heen. Dit moet resulteren in meer
kennis bij professionals over elkaars expertise,
implementatie van screening op kwetsbaarheid en
zorgbehoefte t.b.v. het hele netwerk, een format voor
׉	 7cassandra://8iXyBHxLVJokeDmbNuAyEPVIUN729yni7jLGAV-YsYg `̴ XiE䰆]׉ENop één lijn 45
1 e uitgave 2013
efficiënt multidisciplinair overleg, onderlinge afspraken
over taakverdeling en -herschikking, consultatie en
verwijzing, functieprofiel van casemanager die optreedt
namens alle netwerkpartners.
2. randvoorwaarden voor samenwerking realiseren
door het opstellen van een organisatieplan voor een
toekomstbestendig multidisciplinair en doelmatig
zorgnetwerk waarin schotten tussen disciplines zijn
verdwenen en waarin bestuurlijke, juridische en
financiële afspraken zijn vastgelegd.
3. structurele financiering van het netwerk waarborgen
door een overzicht te maken van structurele
financieringsmogelijkheden van multidisciplinaire zorg,
inclusief de niet-patiënt gebonden overhead en de
financiële barrières voor taakherschikking.
4. de expertise van ouderen/mantelzorgers ten aanzien
van zorgbehoefte en –aanbod structureel inbedden
in het netwerk door initiëren van een denktank van
ouderen/mantelzorgers.
5. anticiperen op aansluiting bij het netwerk door andere
zorgverleners door een meerjaren beleidsplan te maken
voor gefaseerde uitbreiding van het netwerk.
Onze eerste tussenevaluatie door de begeleidende
‘samenwerkingsmonitor’ hebben we net achter de rug en
het oordeel was bijzonder positief. Dat is natuurlijk enorm
motiverend voor de komende maanden.
Proeftuin voor onderwijsvernieuwing
In de nieuwe praktijken hebben we meerdere spreekkamers
ingericht voor studenten. Hierdoor kunnen we ervaring
opdoen met het bieden van stages aan meerdere studenten
tegelijk. Aangezien het aantal studenten voor wie een
stageplaats moet worden gevonden de komende jaren
verder zal toenemen, is elke werkplek welkom.
Het totale complex Medisch Centrum Elsloo
De stage moet echter wel leerzaam blijven en liefst
studenten ook motiveren voor een baan als huisarts.
Bovendien moeten we ervoor waken dat patiënten en
huisartsen niet overvraagd worden door de aanwezigheid
van meerdere studenten tegelijk. Uitdagingen genoeg dus.
Hopelijk kan de basisartsopleiding in Maastricht profiteren
van onze ervaringen.
De nieuwe praktijk biedt ook een aantal mooie leerkansen
voor studenten. Zo hebben we veel ervaring met de inzet
van praktijkverpleegkundigen. Ons team is heel ervaren
en kan studenten veel leren, bijvoorbeeld op het gebied
van ouderenzorg, diabetes, COPD of cardiovasculair
risicomanagement. Bovendien kunnen ook studenten
profiteren van de korte lijnen met andere disciplines. Het
zou heel waardevol zijn als ze op de werkvloer ervaring
kunnen opdoen met interprofessioneel samenwerken met
andere zorgverleners. Nu de zorg steeds complexer wordt,
is het belangrijk dat de verschillende disciplines elkaars
vaktaal verstaan, weten wat ze kunnen en respect hebben
voor ieders bijdrage. Het wordt één van onze uitdagingen
om studenten en AIOS hiervoor goede oefenmogelijkheden
te bieden in de praktijk.
Nieuwsgierig geworden?
Op 27 april aanstaande is er een open dag voor alle
belangstellenden. U bent dus van harte welkom. Op 13
juni, als ook het verpleeghuisgedeelte en de zorgwoningen
helemaal klaar zijn, volgt de officiële opening. Ter
gelegenheid van deze opening organiseren we een minisymposium
voor genodigden, over samenwerking in de
zorg voor ouderen. Mocht u graag een uitnodiging voor dit
symposium willen ontvangen, dan kunt u dat nu al aan ons
laten weten.
Loes.vanbokhoven@maastrichtuniversity.nl
Hoofdentree Medisch Centrum Elsloo
37
׉	 7cassandra://fukOLhIJQmcRAmXsOAEiUjUQSZ_0UQyf5H5l-stvRLM$`̴ XiE䰆]XiE䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://sV6t5KUBio6PbuAuJSJ-II97QzCmHI2R_k3H9D10m6Y `׉	 7cassandra://0s5RiF_1UDxsc7K0wHGLs3aQ3yir4AbD9aCUnxZnUEwwB`Q׉	 7cassandra://QHWJmxssAs4xswKFajwgnhqfZMDqoOtn2-SlZrMrozc!`̴ ׉	 7cassandra://RE9tcWgu4-1q14bOLfvg5oPYrWZVUHP1LzvFx19Wv9Iv|T͠XiE䰆]ט  Bu׉׉	 7cassandra://_TfY6L-nwe3rJJP-sQ-hbHu3jaWL3T00ttig-QDGXdw U` ׉	 7cassandra://BA7rCMJFdPTVkQ1VIC7ADnQztd_SBB_gn1p_7EzyXxEh`Q׉	 7cassandra://TAlvNxGxqgiUoF0BxHvp7nXp4Lr4WgWerh9X1u-7tyM`̴ ׉	 7cassandra://42fg8ZCRqfc_VJb4nUO6dmg7ltbSEi9k1O5on_8sGxgUSZ͠XiF䰆]נXiG䰆]ށ 	9ׁH )http://Landelijke-Commissie-van-Advies.htׁׁЈנXiG䰆]݁ 	ԁP9ׁH Ahttp://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/ׁׁЈנXiG䰆]܁ 	ÁP	9ׁHhttp://ABS-artsen.htׁׁЈנXiG䰆]ہ 	P9ׁH Ahttp://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/ׁׁЈנXiG䰆]ځ 	9ׁH !http://Vertrouwenspersonen-LHV.htׁׁЈנXiG䰆]ف !L9ׁH Ahttp://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/ׁׁЈנXiG䰆]؁ 	p9ׁH 9http://Modelprotocol-vermeend-disfunctioneren-huisarts.htׁׁЈנXiG䰆]ׁ 	_P9ׁH Ahttp://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/ׁׁЈ׉Eop één lijn 45
1 e uitgave 2013
Gezondheidsrechterlijke kwesties
Disfunctioneren
DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE
Arie de Jong
Op het werk en aan de borreltafel gaat het vaak over
misstanden in de sportwereld. Dopingzondaars zoals
Lance Armstrong leveren uren televisie en uitgebreide
rapportages in kranten en tijdschriften. Vaak ver van mijn
bed. Geruststellend dat je als tourwielrenner nu begrijpt
waarom je er wat langer over doet dan voorheen om
de Mont Ventoux te beklimmen. We leven rustig met
de gedachten dat iedereen het wel wist of vermoedde.
Maar niemand deed zijn mond open: de omerta van het
wielrennen! Niemand deed wat. Nu de beerput opengaat,
bleek het hele systeem op de hoogte inclusief de UCI1.
De UCI die hematocrietwaarden boven de 50% een
gezondheidskwestie vond en een hematocrietvakantie
van 15 dagen inlaste2.
Gênanter wordt het wanneer in de wetenschap wordt
gefraudeerd. Diederik Stapel kon jaren zijn gang gaan en
maakte er goede sier mee. Een van de conclusies van de
commissie Levelt, die dit bedrog onderzocht, was:
“Belangrijker dan de fraude van Stapel is echter dat in
de wetenschappelijke wereld niemand aan de bel heeft
getrokken over rare dingen in Stapels publicaties, het hele
systeem, van laag naar hoog, heeft gefaald. Dat is onze
schokkende conclusie.”3 Veel verschil met de wielerwereld?
Met Ernst Jansen Steur is nu ook de medische wereld
internationaal in opspraak. Een verslaafde arts die in
zijn megalomanie mogelijk ook nog schade aan anderen
aangericht heeft. Ernst Jansen Steur is natuurlijk niet
de eerste arts die disfunctioneert en tegen de lamp
loopt4. Net zo min als Lance Armstrong de eerste
dopingzondaar zou zijn of Diederik Stapel de eerste
frauduleuze wetenschapper. Wat ze verbindt, is dat ze
jaren in hoog aanzien stonden binnen hun beroepsgroep,
daar openlijk erkenning voor kregen en zo lang hun gang
konden gaan. Macht? Hoe zit het dan met ons medische
1 Union Cycliste Internationale
2 De Wielermaffia, 2012, Tyler Hamilton en Daniel Coyle, hoofdstuk 3.
3 Falende wetenschap: De frauduleuze onderzoekspraktijken van sociaalpsycholoog
Diederik Stapel ,Commissie Levelt, Commissie Noort,
Commissie Drenth 28 november 2012
4 Neem alleen het nieuws van de laatste weken: het Ruwaard van
Putten ziekenhuis, eerst de cardiologen en nu de anesthesisten, zie
MC 68, no 6, 7 februari 2013, 306-309, een neuroloog in het Amphia
ziekenhuis in Breda, NOS 11-02-13.
systeem: is er ook sprake van collectief falen en hebben
we allemaal boter op ons hoofd? Bestaat er een medische
omerta? Wie wil klokkenluider zijn? Uit de bouw- en
vastgoedfraude weten we hoe het met zo iemand kan
aflopen5.
Is er een regeling?
Zijn er wettelijke regels? In de WGBO staat dat ‘je
de zorg moet betrachten van een goed hulpverlener,
handelen met de op hem rustende verantwoordelijkheid
voortvloeiend uit de voor hem geldende professionele
standaard6’.
Lance Armstrong en zijn collega’s hielden zich naar hun
mening ook aan de professionele standaard. EPO mag,
als je hematocriet maar niet hoger is dan 50%, en de UCI
gedoogde. In de bouwfraude was het verweer ook dat
iedereen het zo deed. Is dat de standaard? Er is nog een
KNMG gedragsregel waarin de verplichting staat dat de
individuele arts zich toetsbaar opstelt7. Dit is formeel
vastgelegd in het KNMG-Kwaliteitsmanifest (2002) en
verder uitgewerkt in het KNMG-standpunt functioneren
individuele arts (2005). In dat Kwaliteitsmanifest is een
definitie opgesteld wat disfunctioneren inhoudt:
‘een structurele situatie van onverantwoorde zorg, waarin
een patiënt wordt geschaad of het risico loopt te worden
geschaad, en waarbij de betreffende arts/medisch specialist
niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen’.
Disfunctioneren komt vaak duidelijk aan het licht
als artsen gaan samenwerken. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat de Vereniging Huisartsenposten
Nederland (VHN) en de Orde van Medisch Specialisten
(OMS) als eerste uitvoering hebben gegeven aan het
KNMG standpunt van 20058.
5 Ad Bos van Koop Tjuchem, 2011
6 Boek 7 BW, ‘de WGBO’ art. 453
7 KNMG gedragsregel, I.6 De arts is bereid zich te verantwoorden
en zich toetsbaar op te stellen. Leidraad bij deze toetsing is het
criterium ‘algemeen onder beroepsgenoten gebruikelijk’, zoals dat
onder meer geoperationaliseerd is of moet worden door de erkende
wetenschappelijke vereniging. (2002)
8 Onder andere met gesprekken over het individueel functioneren
(IFMS) en het opnemen van het IFMS in het nieuwe model
toelatingsovereenkomst
38
׉	 7cassandra://QHWJmxssAs4xswKFajwgnhqfZMDqoOtn2-SlZrMrozc!`̴ XiF䰆]׉E^op één lijn 45
1 e uitgave 2013
Met het protocol van de VHN als basis heeft de LHV
een eigen modelprotocol Vermeend Disfunctioneren
Huisarts gemaakt9. Alleen met dit protocol zijn we
er niet, dit protocol moet aan de situatie van het
samenwerkingsverband aangepast worden.
Uitgangspunten van het protocol vermeend
disfunctioneren huisarts
In het modelprotocol wordt een stappenplan gehanteerd
om tot een zorgvuldige procedure te komen bij vermeend
disfunctioneren. De opzet is om tot een landelijk
uniforme regeling te komen binnen samenwerkingsverbanden,
zoals HAGRO, maatschap, zorggroep of
kring. Achtereenvolgens worden onderstaande stappen
doorlopen waarbij op elk moment de procedure gestopt
kan worden als blijkt dat de betreffende huisarts
goed functioneert.
Stappen
a. Gesprek
b. Melden verantwoordelijk functionaris
c. Verbetertraject
d. Commissie van advies
e. Blijvend disfunctioneren
f. Maatregelen
g. Termijn
h. Evaluatie
i. Rehabilitatie
Het lijkt een open deur, maar het moet zover komen dat
collega’s die merken dat een betrokkene onverantwoorde
zorg biedt, zich verantwoordelijk voelen hierop te
reageren. De aangesproken huisarts kan zich wenden tot
een vertrouwenspersoon10, maar ook als je als huisarts
zelf problemen hebt met functioneren kan je contact
opnemen met die vertrouwenspersoon.
Verslaafde artsen kunnen terecht bij zogeheten ‘ABSartsen’11.
De volgende stap is een verbetertraject. Om
de beroepsgroep te ondersteunen, is een adviesorgaan
opgericht: de Landelijke Commissie van Advies12.
Deze commissie adviseert ook over maatregelen
bij persisterend disfunctioneren. Er wordt bij het
verbetertraject een tijdpad uitgezet en er volgt een
evaluatie na uiterlijk 6 maanden. Mocht achteraf blijken
dat er geen sprake was van disfunctioneren dan dient er
zo nodig rehabilitatie plaats te vinden.
Hiernaast alles nog eens in een schema.
9 http://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/
Modelprotocol-vermeend-disfunctioneren-huisarts.htm
10 De LHV heeft een pool aan vertrouwenspersonen zie de website van de
LHV, http://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/
Vertrouwenspersoon-1/Vertrouwenspersonen-LHV.htm
11 http://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/
ABS-artsen.htm
12 http://lhv.artsennet.nl/huisartsenzorg/Kwaliteit/Disfunctioneren/
Landelijke-Commissie-van-Advies.htm
Conclusie
Er is een protocol om bij disfunctioneren in een vroeg
stadium te kunnen ingrijpen en de externe partijen
zoals de Inspectie Gezondheidszorg, de Tuchtrechter
en de Zorgverzekeraar, niet betrokken te laten
worden. Het is wel zaak dat dit protocol daadwerkelijk
opgenomen wordt in de reglementen van de
samenwerkingsverbanden en aangepast wordt naar de
lokale situatie. Landelijk kan gebruikt gemaakt worden
van ondersteuning in de vorm van vertrouwenspersonen
en een Commissie van Advies. Dit alles in de hoop
dat er nooit een ‘medische commissie Levelt’ over ons
het oordeel zal hoeven te vellen dat ons hele systeem
van hoog tot laag heeft gefaald bij het bestrijden van
disfunctioneren.
Vermeend disfunctioneren
bespreken met betreffende
huisarts
Vermeend disfunctioneren
melden aan voorzitter
samenwerkingsverband
Voorzitter bespreekt
melding vermeend met
betreffende huisarts
Huisarts functioneert
(mogelijk) goed
Huisarts disfunctioneert
Evaluatie na x periode
Verbetertraject
Huisarts functioneert
goed
Huisarts disfunctioneert
Evaluatie na x periode
Commissie van Advies
CvA - Huisarts
functioneert goed
CvA - Huisarts
disfunctioneert
Evaluatie na x periode
Verbetertraject
Verbetertraject niet
succesvol
Verbetertraject succesvol
Maatregel o.b.v. advies
CvA
Evaluatie na x periode
39
׉	 7cassandra://TAlvNxGxqgiUoF0BxHvp7nXp4Lr4WgWerh9X1u-7tyM`̴ XiF䰆]XiF䰆]bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Z0XiFhTncRjk9SJAS9v3smflUF2_oSBwjdQg6uAtRY0 9`׉	 7cassandra://asYv034Gyi-AanOnt8cD5u_8vewECzoPZedDekJoQ7g+`Q׉	 7cassandra://iOakXGplTSHwwSrb7SsqpOE-HoY4C-5aGXNpSFZiN2I5`̴ ׉	 7cassandra://HDoZKkQW9TuDNzpvuP0SKQwJpRCs-P8tQWU3FXRY1LQbt͠XiF䰆]נXiG䰆]Ձ P9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנXiG䰆]ԁ P̊9ׁHmailto:op1lijn@hag.unimaas.nlׁׁЈ׉EOp één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@hag.unimaas.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
Based in Europe, focused on the world. Maastricht University is
a stimulating environment. Where research and teaching are
complementary. Where innovation is our focus. Where talent
can flourish. A truly student oriented research university.
40
׉	 7cassandra://iOakXGplTSHwwSrb7SsqpOE-HoY4C-5aGXNpSFZiN2I5`̴ XiF䰆]׈EXiF䰆]XiF䰆]bB,Op één Lijn 45Xi<q*