×‰?×�B!”×‘C’×˜š� Íü �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://lH3o3m0G9FAgpHuGBXhy3OU5DVXKVUCpvY_cBtutqMoÎ DÅÍ`�Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://X7vQklE5nJFXhWrCH48l9_rK0DnpK5Xnf9elDwvAOAsÍOšÍ`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://_PpO844HfBRwH-x_la1PXO7xg3fMoUXn7DVLdTokatMÍ‡Í`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://UUdp0eWeI4HKN8Hu2fvTr_Fv5WGRp3A1bFeAH_eEAlwÎ InÍˆÍ �ÍóÍñ�×aÌŸê„,wj…3pj×˜š�   �ÍüÍ—�u×ˆœ�×   àfrJ  ×ˆE�×aÌŸé„,wj…3pb×‰EÚ_â€¦ in de schrijfresidentie - interview Stef Duron -
4 tot 25 oktober â€™21
Luuk Gruwez,
prozaschrijver en essayist,
maar in de eerste plaats dichter
bio
Luuk Gruwez
Â°1953
Vlaams dichter, prozaÃ¯st en essayist
Na zijn middelbaar in het Damiaancollege te Kortrijk
bekwam hij er in de Kulak zijn diploma Germaanse filologie
en werd hij licentiaat in de Germaanse talen aan
de KUL-Leuven.
In het interview verneem je een deel van zijn levensloop,
over zijn geboortestad Kortrijk en zijn vertrek in
1976 uit Deerlijk naar het rustige Limburg waar hij tot
aan zijn loopbaanonderbreking in 1995 als leraar de
kost verdiende.
Het verwerven van een schrijversbeurs mondde uiteindelijk
uit in een fulltime-job als schrijver van dichtbundels
en proza met daarnaast ook columns in De Standaard
en in De Morgen.
Je komt er meer te weten over zijn zogenaamde
â€˜neoromantiekâ€™ waarbij hij de grote gevoelens over het
leven, ziekte, liefde, vergankelijkheid en dood onder de
aandacht brengt, doorweven met een flinke portie (zelf)
-ironie.
In 2004 kreeg hij het ereburgerschap van Deerlijk.
In 2009 kreeg hij de publieksprijs Herman Deconinck
voor zijn gedicht â€˜Moedersâ€™.
Hij behoort tot de meest gebloemleesde Nederlandstalige
dichters.
â€˜het is tussen twee stilten luid geweestâ€™
vers uit â€˜Tussen twee stiltenâ€™
waar J.C. Bloem het leven beschrijft ...
Â© foto - Stef duron
1
×‰	Ú 7cassandra://_PpO844HfBRwH-x_la1PXO7xg3fMoUXn7DVLdTokatMÍ‡Í`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3pc�×aÌŸé„,wj…3pb�ÍøÍ—×‘C’×˜š�   �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://puQOd6fYSivbEha04-5_tDQc57Jc-kjrlH1u2HN8Ts0Î iÉÍ`�Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://-P_bFlHxE_loEbmoia0ImlBS3epoQW-tdkArYCBHmMkÍƒtÍ`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://OxaA809zprUp_0ZO8DSGk8Sw_79YpAacAgLuwvv-a5IÍ&!Í`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://qwyUB8fX7EoYiBElnnsK6-MJknludFZRyJI-pHrh_OEÎ ~Í8Í �ÍóÍñ�×aÌŸê„,wj…3pm×˜š� Íü �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://7zPx3XIeDFeiTmlVIokI6qP5uJUpQC_br6AFfRfqdtoÎ aÛÍ` �Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://hYP5jgOoVmzfL_oMa8IqEUHI9HjqNDBLuG_KGM1lfEYÍŠ�Í`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://9-ie7jOEYKbPQTYzv9VkTUtimapGh2rvl8RkhEFoCA0Í'UÍ`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://tcDrgE9UniCpLtREC8imaeie_kZ5EpeNZxKaB12YpHMÍ>LÍÍ �ÍóÍñ�×aÌŸë„,wj…3pn×‰EÚÆBenieuwd naar je loopbaan lees
ik dat je als eerbetoon voor je
oeurvre bij het kransje van 3
ereburgers van Deerlijk behoort.
Ja, dat klopt, al zijn we ondertussen
met vier: er is een zanger bijgekomen
m.n. Niels Destadsbader.
Al ben ik in Kortrijk geboren â€“ toen
was er in Deerlijk nog geen materniteit
â€“ bestaat er nog enige wrevel
omdat ik, waar ik ook kom, overal
verkondig dat ik van Deerlijk ben.
De eerste acht maanden van mijn
leven bracht ik in Kortrijk door.
Daarna verhuisden we naar Deerlijk
en bleef ik er tot 1976 gedomicilieerd.
Ik studeerde in Leuven en
kwam regelmatig nog mijn ouders
bezoeken in Deerlijk.
Daarna ben ik naar Hasselt verhuisd.
Heel toevallig â€¦
Toen ik mijn diploma van Germaanse
Filologie op zak had, heb ik zowat
over het hele land gesolliciteerd,
behalve in Zuidwest Vlaanderen.
Niet dat ik echte nestvlieder
ben. Ik begon eigenlijk wat last te
krijgen, niet zozeer met dit gedeelte
van West-Vlaanderen. Ondertussen
is dit al heel wat veranderd.
Ik begon last te krijgen als adolescent
van het feit dat er eigenlijk
vooral prestaties van je verwacht
werden. Het zuiden van WestVlaanderen
werd toen smalend â€˜het
Texas van Vlaanderenâ€™ genoemd.
Het mercantiele was er sterk aanwezig.
Ik kon daar eigenlijk niet
mee om. Ik behoorde niet tot de
wereld van commercie. Ik had daar
geen enkele aanleg voor.
Nu moet ik voor de 80ste
keer een
boutade van Hugo Claus aanhalen,
die altijd zei: â€œHet allerergste dat je
over een jongeman uit WestVlaanderen
kunt zeggen is: â€œâ€™t Is
een goeie jongen, maar â€™t is geen
commerÃ§ant.â€�.
Ik heb trouwens mijn geboortestad
Kortrijk zoâ€™n beetje als de pispaal
van al mijn ongenoegen gebruikt.
Daarover schreef ik het gedicht:
â€˜Kom lieve bommen, val op Kortrijkâ€™,
wat totaal verkeerd begrepen
is geweest. Het stadsbestuur van
Kortrijk dacht ik de lof zong van de
bommen die destijds tijdens de
tweede wereldoorlog op Kortrijk
zijn gevallen, wat hÃ©lemaal niet het
Nederlandse Taal en Letteren.
Enig idealisme is mij niet vreemd
en koos ik weloverwogen voor de
literatuur.
Dat had twee redenen: ten eerste,
mijn ouders waren allebei op een
maand tijd jong gestorven.
51 en 54 jaar jong. Zij hadden
dus dat pensioen niet gehaald.
Daardoor zag ik het nut niet in om
aan pensioenopbouw te doen.
Ik had het gevoel dat ik na mijn
54ste
Na mijn studies in 1976 ben ik
geÃ«migreerd naar Limburg. En
Limburg noemde ik dan â€˜het land
van de wangenâ€™, omdat ik vond dat
er daar minder prestatie van je geÃ«ist
werd. Toen waren de mensen
in Limburg niet zoâ€™n strebers als in
West-Vlaanderen. Ze hadden een
veel minder ingevuld profiel.
En dat beviel me wel. Dat stemde
mij rustiger.
Mag ik er dan van uit gaan dat
je verhuis naar Limburg een
bewuste keuze is geweest?
Dat ik daar beland ben, is geen
bewuste keuze geweest. Het is zo
dat ik overal gesolliciteerd heb. Er
zijn verschillende dingen uit de bus
gekomen. Ik ben uiteindelijk in het
kunstonderwijs beland in Hasselt,
aanvankelijk als leraar Nederlands
tot 1995.
Ik stond graag voor de klas.
Toen bestond er een fonds voor de
2
in een soort extra-time van
het bestaan aan â€™t leven was.
Heel ten onrechte blijkbaar. Ik heb
daarnaast ook grootouders die de
negentig halen, ondanks de consumptie
wat mijn opa â€˜knorâ€™ betreft.
Ondanks de consumptie van drie
flessen wijn per dag plus vijf pilsjes
en nog enkele borrels. Dus ik had
me ook aan hem kunnen spiegelen.
Ik heb niet zijn knorrig karakter
maar wel sympathie voor zijn excentriciteit.
Heb
je die schrijversbeurs verdiend
omwille van je succesvolle
poÃ«zie waarmee je ook die twee
prijzen behaald hebt.
Je moet starten met een werkplan
en dat is in je voordeel. Anderzijds
wordt er ook gekeken naar hetgeen
je reeds geschreven hebt. In
april-mei krijg je te horen wat toegewezen
wordt, hoe groot je beurs
zal zijn. En je kunt niet verwachten
dat de hele wereld van je houdt en
die commissie verandert ook ieder
geval was.
Voor mij persoonlijk was dit gedicht
wel van belang omdat ik van
dan af een soort scheiding heb
gemaakt tussen twee soorten werelden:
de eerste, de wereld van de
daad, de wereld waarin je iets moet
doen om iets te zijn en die wereld
noemde ik â€˜het land van de handenâ€™,
wat trouwens de titel is van
mijn laatste autobiografisch boek.
De doe-cultuur waar ik niet mee
om kon.
×‰	Ú 7cassandra://OxaA809zprUp_0ZO8DSGk8Sw_79YpAacAgLuwvv-a5IÍ&!Í`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3pd×‰EÚµjaar. Maar ik heb altijd geluk gehad.
Ik
ben eerder als dichter bekend en
wanneer mensen vragen of ik van
de poÃ«zie kan leven, dan kan ik
niet anders antwoorden dat ik leef
van vadertje staat.
Je hebt ook geluk gehad dat je
loopbaanonderbreking kon nemen.
achter
de hand.
Inderdaad, dat is zo â€¦
Als ik de lange lijst publicaties
zie, dan heb je wel tegen een
hoog tempo dichtbundels, poÃ«zie
en proza bij elkaar geschreven.
Van
nature ben ik extreem traag.
En dat komt goed uit wanneer je
poÃ«zie schrijft. PoÃ«zie is ook het
traagste van alle mogelijke genres.
Je leest dat niet als een thriller.
Ik vergelijk dat met de natuur, met
de bomen. Je hebt bomen die horizontaal
wortelen en bomen die
naar beneden wortelen. Daarbij is
poÃ«zie het genre waarbij je probeert
in de diepte te wortelen.
En dat impliceert een zekere stilstand.
Ik
vind dat eigenlijk een beetje rebels
omdat we leven in een wereld
die alsmaar meer gedreven wordt
door snelheid.
En als dichter stel je een daad die
totaal het tegenovergestelde is.
Wat goed is voor de lezer, niet.
En dat correspondeert perfect met
mijn aangeboren traagheid.
Onderaan een rapport van het eerste
klasje in het lager onderwijs
van de gemeentelijke jongensschool
van Deerlijik, schreef de
fantastische meester Degezelle
â€œLuuk is goed, maar traagâ€�.
Het was in die zin een wat tragische
lagere school, omdat de onderwijzers
er blijkbaar een punt
van eer maakten om jong te sterven.
Het
is ook de plaats waar het eerste
zaadje van mijn wens om poÃ«zie
te schrijven geplant is.
En wel om deze reden: in het derde
Je had een soort zekerheid
leerjaar presteerde ik voor alle vakken
goed.
Maar voor Ã©Ã©n bepaald vak was ik
slecht: moedertaal. Voor het onderdeel
opstel stond er een tekort en
mijn vader vond dit verschrikkelijk
en werd ik daarvoor berispt.
Om toen de toorn van mijn strenge
vader te vermijden heb ik er voor
gezorgd dat ik in de volgende jaren
evolueerde tot de primus van
de klas voor opstel.
En wel in die mate dat mijn klasgenoten
in het middelbaar een beroep
op me deden om hÃ¹n opstel
te schrijven en ik me voor een opstel
- dat een 14 op 20 haalde -
liet vergoeden. Voor een opstel
van 16 op 20 was dit iets meer.
Er ontstond ook een soort handeltje
waarbij mijn taken voor wiskunde
tegen een goed opstel werden
ingeruild.
Je vader is enigszins de motor
van jouw schrijven geweest, als
ik het goed begrijp.
Inderdaad, hij moet wel gezien
hebben dat ik zijn richting als handelsvertegenwoordiger
niet zou
uitgaan. Hij werkte in het textielbedrijf
van zijn vader.
Het is een reflectie naar vroeger en
omdat ik dan toch een prestatie
moest leveren, koos ik voor het
alternatieve, nl. gedichten schrijven.
En ik was natuurlijk niet zeker of
dit geapprecieerd zou worden om
je bestaan te legitimeren.
Op een bepaald moment kwam ik
met mijn kop in de krant en mijn
vader zag dat het goed was.
Hij was niet zozeer geÃ¯nteresseerd
in het gedicht maar wel in â€˜die kop
in de krantâ€™.
Hij overleed in mei 1983.
Hij liet zelden of nooit zijn gevoelens
zien. Hij luisterde wel af en
toe naar mijn bezigheden. En daar
bleef het wel bij.
Bij het ontruimen van zijn huis
bleek hij een doos te hebben.
Daarin zaten alle recensies over mij
die verschenen waren. En meer
dan dat: mijn vader had bij sommige
gedichten fotoâ€™s gemaakt.
En ik vond dit zÃ³ geweldig ontroerend.
3
Later
had ik contact met winkeliers
die textiel kochten van het bedrijf
waarvoor mijn vader werkte.
Van hen vernam ik dat mijn vader
altijd positieve zaken over mij vertelde.
En mij heeft hij nooit iets
gezegd.
Herkenbaar voor die tijd â€¦
Over die tijd heb ik een gedicht
geschreven.
Zo zijn veel West-Vlamingen, denk
ik. In mijn eerste autobiografisch
proza uit 1998 â€˜Het land van de
wangenâ€™ doe ik nogal denigrerend
over althans de Zuid-WestVlamingen.
Met
de stijgende jaren voltrekt zich
een omgekeerde beweging waarbij
ik de noodzaak voel om naar de
bakermat terug te gaan.
Ooit liet ik me ontvallen dat de er
in West-Vlaanderen het meeste
aantal rolluiken is.
De West-Vlamingen willen betreffende
hun handel daar volledig
extravert mee naar buiten treden,
maar over het wezenlijke, over
zichzelf gesloten blijven
Die metafoor van de rolluiken vind
ik ook zo toepasselijk, maar ook
een dichter en schrijver werkt in feit
met beide categorieÃ«n. Wat geeft
hij prijs aan de buitenwereld, wat
houdt hij voor zichzelf.
Die balans moet in evenwicht blijven
om goede poÃ«zie te schrijven.
Mijn grootouders gaven meer blijk
van genegenheid tegenover literatuur
dan mijn ouders.
â€˜Het juiste woordâ€™ was en is nog
steeds een synoniemenwoordenboek
dat mijn grootvader Bing
(Urbain) uit Krombeke â€“ die grote
verwachtingen over mij had - mij
als verjaardagscadeau gaf met de
woorden: â€˜Luuk, ik geef je dit boek
voor je verjaardag. Hier staan Ã lle
woorden al in. Je moet ze alleen
nog in de juiste volgorde zetten.â€�
Wat als je schrijven zou zijn zoals
de boom waarvan de wortels
zich horizontaal spreiden?
Had ik daarvoor gekozen dan zou
ik romans gaan schrijven zijn of
dingen die van een hoger bestsel×‰	Ú 7cassandra://9-ie7jOEYKbPQTYzv9VkTUtimapGh2rvl8RkhEFoCA0Í'UÍ`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3pe�×aÌŸé„,wj…3pd�ÍùÍ—×‘C’×˜š�   �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://JzrzWoSFV22-xJOaa5gYyk6r471z2dH4XviwJdABJaEÎ x¶Í` �Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://mvkbufTGl-DOAkP_CQnYcX4dkmRepmGjVL-vGolKrs8Íƒ´Í`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://fVDNGPnwhbDoyL9ptK7r7QgGkvD9OT6UlHSR-BC6cJsÍ%œÍ`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://YGj_ymOtqy31rtaqdaBnPK3TCKqo2UcQE8_tJB14XBkÍ><ÍØÍ �ÍóÍñ�×aÌŸë„,wj…3pq×˜š� Íü �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://lSKZp8BfrvxxtpWPCfG0o3tgAtw7oSZJwPxsCa6rV-UÎ `Í`�Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://_UJpjSeRGN6D3Su4OTL2PCPgLPKMvgvkZTkfenNodKsÍj³Í`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://2i5w8RqIkcyj5NLlOidoQ9zVJcTOJvkr-qJdHlNYdzAÍ!9Í`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://Q3L4a30PyfqsA5dD6tef5cILBoGZHIwEJwbqPPnB6ZoÎ î¤Í Í �ÍóÍñ�×aÌŸë„,wj…3pr×‰EÚªlergehalte waren.
Bepaalde dingen kan ik wel ventileren
in mijn proza, die niet zo geschikt
waren voor het genre poÃ«zie
dat ik schrijf.
Jouw relativeringsvorm uit zich
in een zekere vorm van zelfironie.
Wat moet ik daaruit verstaan?
Dat
heeft te maken met mijn houding
tegenover de zogenaamde
grote gevoelens en mijn betrokkenheid
bij de grote themaâ€™s van liefde
en dood.
Pathos is mijn vriend.
Zelfrelativering is belangrijk.
Heb je al ervaring met het werken
in schrijfresidenties? Ik
weet dat Beauvoorde je zeker
niet vreemd is.
Het is de derde keer dat ik hier
ongelooflijk graag kom. Nogmaals,
met het stijgen der jaren, naar de
regio waar ik eigenlijk mijn bakermat
heb. Die van mijn vaderszijde.
Mijn grootvader is van Krombeke.
En als lievelingskleinzoon hoorde ik
zijn verhalen uit zijn jeugd met inbegrip
van al zijn kwajongensstreken.
Het
boek â€˜Krombeke retourâ€™ kan je
van twee kanten lezen: als je het
omdraait is het â€˜Krombeke retourâ€™
en draai je het zo, dan is het
â€˜Deerlijk retourâ€™.
Dat zijn eigenlijk de twee armen
van de stamboom. Krombeke is via
vaders zijde en Deerlijk via de ouders
van mijn moeder.
Het vers â€œThe end is where we start
from â€¦â€� van de Engelse dichter
T.S. Eliot betekent dat er op het
eind niet veel verschil is tussen het
einde en het begin.
â€˜Tussen twee stiltenâ€™ omschrijft J.C.
Bloem in een vers het leven als
volgt: â€˜het is tussen twee stilten
luid geweestâ€™. Hij ziet het leven als
een moment tussen twee keer
niets.
Heeft je keuze om naar Beauvoorde
terug te keren te maken
met de werken die je schrijft?
Jazeker, vanuit Limburg kijk ik terug
naar mijn roots. Mijn laatste
bundel heet: Bakermat, waarin ik
terugga naar mijn kinderjaren. Mijn
huidige dichtbundel waaraan ik
werk heet â€˜Baltsâ€™, dat eigenlijk
voorafgaat aan de geboorte. Daarna
moet ik mysticus worden, denk
ik. (lacht)
In mijn boek â€˜In het land van de
handenâ€™ komt de wijde omgeving
aan bod, zoals Lo waar we geregeld
aan huisruil doen.
Broeder Godfried, de prior van de
Abdij van Westvleteren is een goede
jeugdvriend uit mijn studententijd
in het Damiaancollege in Kortijk,
waarmee ik heel goed kan
opschieten ondanks het feit dat hij
weet dat ik een notoir heiden ben.
Je hebt dus veel ankerpunten
hier in de streek?
Een andere residentie in WestVlaanderen
ligt merkwaardig genoeg
in Zuid-West-Vlaanderen: het
Streuvelshuis, die me nauw aan het
hart ligt. Volgend jaar ga ik er
voor de vierde keer naartoe.
â€˜Het Lijsternestâ€™ ligt maar op 8 km
van mijn geboortehuis en samen
met mijn ouders, op de zondagse
ritjes met de auto, passeerde ik er
regelmatig langs. Omdat er toen
weinig of geen kinderliteratuur was,
ben ik in het werk van Streuvels
getuimeld, die ik meteen als mijn
grootste idool begon te beschouwen.
In
de postuum verschenen memoires
van Streuvels blijkt dat hij een
eerder verlegen man was en niet zo
nors als zijn reputatie toen was.
Een correctie van het beeld dat
toen heerste tijdens mijn jeugd in
Deerlijk en omgeving.
Daarover publiceerde ik in de Standaard
een artikel: â€œVerlegen als een
schijtende hondâ€�, woorden aan
hemzelf ontleend.
Het Streuvelshuis heeft, net als de
Beauvoordse residentie, ook een
sentimentele meerwaarde.
Mijn huidige residentie in de Westhoek,
en met name Krombeke, is
dan weer heel bijzonder voor me
omdat ik hier mijn roots van grootvaderszijde
heb. Die problematiek
van het oosten van het land (waar
4
ik woon) en het westen van Vlaanderen
(waar ik vandaan kom) is
zeer dominant in mijn werk doordat
ik aan beide landstreken bepaalde,
soms tegengestelde themaâ€™s
verbind.
Voorts is er nog een andere residentie
waaraan ik bijzondere herinneringen
heb overgehouden.
In 2001 ben ik de hele maand juli
te gast geweest in Villa Mont Noir,
het grote landhuis in Normandische
stijl, omgeven door een imponerend
park, waar de vermaarde
Franse schrijfster Marguerite Yourcenar
de eerste tien zomers van
haar leven heeft doorgebracht.
Die residentie is net over de FransBelgische
grens gelegen. Ik verbleef
er in het gezelschap van de
gerenommeerde Italiaanse auteur
Alessandro Barbero en de Roemeens-Franse
schrijfster Anca
Cristofovici.
De poÃ«zie bracht mij overigens wel
meermalen over de grens. Met de
vertaling ervan was ik een keer of
vier te gast in Zuid-Afrika en Mexico,
en een keertje in het Colombiaanse
MedellÃ­n.
En verder ook op plekken als Bologna,
Genua, Bremen, Frankfurt,
Parijs, Avignon, Lublin, Wroclaw en
zowaar ook Schiermonnikoog.
Voorts tourneerde ik als dichter
met Huelgas Ensemble van Paul
Van Nevel, zowel in Frankrijk als in
BelgiÃ«. En vorig jaar, net voor de
lockdown, trok ik met het Nederlands
Kamerkoor en diezelfde Paul
Van Nevel langs een zestal Nederlandse
steden in een programma
dat Amours Ã  la franÃ§aise heette en
erotische polyfone chansons van de
veertiende tot de zeventiende eeuw
omvatte die door mij van een hedendaags
pendant waren voorzien.
Dank
je wel, Luuk voor dit verrijkend
gesprek met heel wat
invalshoeken over het leven,
liefde en vergankelijkheid â€¦
Altijd welkom in Beauvoorde!
×‰	Ú 7cassandra://fVDNGPnwhbDoyL9ptK7r7QgGkvD9OT6UlHSR-BC6cJsÍ%œÍ`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3pf×‰EÚbOp mijn vraag naar een impressie over zijn verblijf in de
schrijfresidentie in Beauvoorde verwijst hij naar de inhoud
van een brief, gericht aan Sieglinde Steenkiste
(onthaalverantwoordelijke van kasteel Beauvoorde)
n.a.v. zijn verblijf tijdens de zomer van 2020, â€¦ waaruit ik
mag citeren.
â€œâ€¦ Dat herhaaldelijke gependel tussen het westen en het
oosten van het land, tussen jeugd en verleden enerzijds en
gevorderde leeftijd en toekomst in het zicht van de eindmeet
anderzijds, is een constante waaraan veel meer betekenis
mag worden toegedicht dan aan een recreatieve,
haast toeristische, allerminst essentiÃ«le verplaatsing tussen
twee punten.
Ook als dichter, de hoedanigheid waarvoor ik wellicht het
bekendst ben, heb ik een bijzondere affiliatie met de Westhoek
ontwikkeld.
Niet enkel ben ik al decennia lang vrijwel elk jaar met poÃ«zie
present geweest tijdens de poÃ«ziezomers van Watou,
bovendien speelt de thematiek die ik hierboven heb geschetst,
ook in dat literaire genre een eminente rol.
De mens die met handen en voeten gebonden is aan de
oekaze die hem ertoe verplicht een handeling te verrichten
die hem in staat stelt een toegangsticket, ja, zeg maar een
vrijgeleide tot het bestaan te verwerven, speelt er een grote
rol in.
Ik ben dankbaar dat ik in Beauvoorde van een
nieuwe residentieplek heb mogen genieten.
Ik ben erin geslaagd hier af en toe te schrijven en heb per
elektrische fiets de streek verkend, die mij al enigszins vertrouwd
is doordat ook de gemeente Lo, hier vlakbij, een
nogal cruciale plaats in met name mijn laatste prozaboek
heeft gekregen.
Ik heb bovendien kennis kunnen nemen van het fascinerende
leven van de excentrieke jonkheer Arthur Mer-ghelynck
en met zijn kasteel dat ik, samen met mijn vriendin, grondig
heb bezocht.
EÃ©n foto uit een boek met betrekking tot de kasteelheer
bracht - prettige coÃ¯ncidentie - in mijn hoofd toevallig een
liaison aan het licht tussen de twee residenties die ik betrokken
heb of nog betrek: die met de toen 93-jarige Stijn
Streuvels op de brug naar de toegangspoort van het kasteel.
(foto rechts - Â© dia-archief wijlen Lucien De Witte)
Heeft de persoon van Merghelynck in de voorbije
dagen ook zijn weerslag gehad op wat ik
hier heb geschreven?
5
Ja en nee. In enkele van mijn epistels aan vrienden heb ik,
in bevlogen, misschien net iets te bevlogen of hyperbolische
termen, gewag gemaakt van zijn merkwaardige
persoonlijkheid. En hij heeft mij een mogelijk solied fundament
voor een goed huwelijk aangereikt: ook al ben je van
adel en word je naar de conventies van die stand geacht
met iemand uit diezelfde stand te trouwen, laat dat, en
geef er de voorkeur aan je in de echt te laten verbinden met
de vrouw die je elke dag je aperitiefje komt inschenken. In
Merghelyncks geval was dit de dertien jaar jongere Julienne
Flyps, die samen met hem onder een nog niet door vijftien
galeislaven te tillen zerk met haar man begraven ligt
op het kerkhof.
(Datzelfde kerkhof overigens, maar dat is echt een parenthese,
waar ook, begin dit jaar pastoor Terrie is komen te
liggen, de enigszins rebelse herder die tientallen jaren geleden
in een zeer zomerse schuur ooit een geslaagde poÃ«zieavond
heeft georganiseerd, waarop ook ik mijn poÃ«zie heb
mogen voorlezen.
Het graf van pastoor Terrie ligt, zeg maar in vogelvlucht,
dichter dan alle andere graven op het kerkhof bij de werkplek
in de schrijversresidentie, waar ik dit nu zit te schrijven.
×‰	Ú 7cassandra://2i5w8RqIkcyj5NLlOidoQ9zVJcTOJvkr-qJdHlNYdzAÍ!9Í`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3pg�×aÌŸé„,wj…3pf�ÍùÍ—×‘C‘×˜š�   �ÍüÍ—�u×‰œ”×‰	Ú 7cassandra://OI8ZuZe3QB14bhiBrjFrfGMY48BZ4YekbejIRiz0NtMÎ “qÍ`�Í¶Í×‰	Ú 7cassandra://B5M6x8NwFFcPjkEhGQyifGZgVhVk11altPScoY1GTacÍt×Í`�ÍVÍà×‰	Ú 7cassandra://tEak3EOrk7h_-t_vfNq9KVCwRiefuMBA59taqEXdFesÍ#ÖÍ`�Ì·Í ×‰	Ú 7cassandra://yRM2VYw6QzRq7NL4Ahd_1kDzOMnTQYrti-e7UHboP34Î nÍ„Í �ÍóÍñ�×aÌŸì„,wj…3pt×‰EÚ	Pastoor Terrie is, verneem ik, gestorven in zijn fauteuil, nog
rechtop zittend maar wel dood, in een woonzorgcentrum in
Veurne.
Hij wacht nog op zijn zerk.
Zijn graf ligt er intussen enigszins verkommerd bij: met veel
onkruid en een voorlopig kruis dat er schots en scheef bij
staat.
Maar maakt het iets uit? Schots en scheef is de
mens. En ik verwed er een paar verzamelde werken van
dichters op dat het zelfs scribenten die een poosje in de
eeuwigheid hebben geloofd geen moer uitmaakt hoe recht
het kruis staat dat zij soms al tijdens hun leven niet hebben
kunnen dragen.
Want dichters zijn prutsers en zelfs de beste prutsers onder
hen zijn nooit heel recht door hun bestaan gestapt.
De geniale Portugese dichter Fernando Pessoa heeft geschreven:
'Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen
voorkeur meer kan hebben.'
En een waardige zerk: die komt er binnenkort vast wel.)
Intussen ben ik wel ontgoocheld, moet ik toegeven, door de
staat van afbladdering van sommige gedichten in het dorp
(Veldeke, Van Maerlant, Hadewych, etc.) in de uitvoering
waarvan de verzenminnende pastoor zijn hand heeft gehad.
Als
Beauvoorde zich echt het imago van poÃ«ziedorp wil
blijven aanmeten, dan mag er best iemand zijn die zorg
draagt voor de sanering en de restauratie van een en ander
dat aan een gevel hangt of op een paneel staat afgedrukt.
Er staan ook nieuwe gedichten in Wulveringem, Vinkem en
Houtem verspreid, maar je vraagt je soms af op basis waarvan
die selectie is gebeurd. Ik weet het: ik mag een gegeven
paard niet in de bek kijken, maar het is louter uit betrokkenheid
dat ik dit signaleer.
Nee, ik heb hier, strictu sensu, niets geschreven dat een
uitgebreid exposÃ© over Merghelynck en zijn kasteel is. Maar
de geest ben ik trouw gebleven. Wel heb ik, religieuze ketter,
in opdracht van Poesia Divina en het Festival van
Vlaanderen, een psalm neergepend die 'Psalm voor afvalligen'
heet.
Ik neem aan dat Beauvoorde mij daar de nodige rust toe
verleend heeft.
Mijn psalm: is dat wel een psalm? Hij gaat over
een kleine jongen, die op zekere dag een andere kleine jongen,
God, naar de kroon wil steken.
Waar kun je die beter schrijven? Tussen kerkhof en kasteel,
tussen nederlaag en triomf? Ja, hier misschien: in Beauvoorde.â€�
Van
harte
Luuk
Â© fotoâ€™s OLV-Hemelvaartkerk en kasteel Beauvoorde - Katja Tytgat uit Veurne
6
×‰	Ú 7cassandra://tEak3EOrk7h_-t_vfNq9KVCwRiefuMBA59taqEXdFesÍ#ÖÍ`�Ì·Í �×aÌŸé„,wj…3ph×ˆE�×aÌŸé„,wj…3pi�×aÌŸé„,wj…3ph�ÍøÍ—)Ú 7DG winternummer 39 4 2021-schrijfresidentie Luuk-Gruwez�×aÌŸçàfrJÂ´v