׉?4ׁB! #בCט ? ?{u׉׉	 7cassandra://g64grsCwzYl5_Y-GlVG3SwaauACWvNe5f7xbjMxHE40 	`׉	 7cassandra://oCR-cr9UibGlxhxo6ni_5QKvNNNc6JNVudPEo4ICPJYͮ`t׉	 7cassandra://bN_wNDd9gkIe-H_4ytDvFgWpLEo508RhysmSL3btImY7` g+~[q6׈Eg+~[q6׉E %Stationslocaties
Nederland 2024/2025
׉	 7cassandra://bN_wNDd9gkIe-H_4ytDvFgWpLEo508RhysmSL3btImY7` g+~[q6g+~[q6~{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://Zas-m-2N-5Rq_IjTueYxNrkGH3LQw2E5Gj4W-crYt6M )`׉	 7cassandra://udSY1HWUVr5obQFaOA9AvdTh9Epd-7bCQWmyYCaxiFo͟$`t׉	 7cassandra://tSihO7_iZVEHsm1F4fgp46T9BovcDc1w51vUNtXfhRw0c` g+~[q6ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://csItIyVZMQMaxwW39V_oMGnR9wwutz3AEW4HOAhiTZw `׉	 7cassandra://a71XlhPTlVG5kjTbZIECFWFtQewwdJcjUzLZYoxDAxAqS`t׉	 7cassandra://ufvr9g5kyQIeSLE_C7NjIPx6EL0kPYn9r377nNmJFxA"` g+~[q6׉EMovares in het
stationsgebied
Katalysator voor duurzame ontwikkeling
Hoogwaardige en duurzame architectuur
Movares ontwerpt architectuur en hoogwaardige, stedelijke
ruimtes die aansluiten bij de ambities van gemeenten en
spoorse partijen. Het station is een onmisbaar onderdeel van
de duurzame ontwikkeling van onze samenleving. Vanaf de
vroege planfase werken we klimaatbewust en zoveel
mogelijk CO2- en energieneutraliteit. Dit maakt onze
ontwerpen veilig, comfortabel én duurzaam.
Slimme oplossingen voor schaarse ruimte
Movares bedenkt slimme oplossingen voor gebouwde
voorzieningen zoals multimodale HUBS en fietsenstallingen.
Dat doen we ook voor de inrichting van stationsomgevingen
en maken daarbij optimaal gebruik van de schaarse ruimte.
Winst van de integrale aanpak van Movares is: aantrekkelijke
stationsgebieden voor wonen, werken en recreëren.
Soepele samenwerking en stedelijke vitaliteit
Samen met opdrachtgevers en stakeholders werken we aan
hetzelfde doel: stations die stedelijke vitaliteit stimuleren en
een prettige reiservaring bieden. Wij hebben veel kennis van
mobiliteit en stedelijke ontwikkeling. Zo kunnen we
stationsgebieden transformeren tot toekomstbestendige
mobiliteitsknooppunten.
Werken bij Movares?
Heb jij affiniteit met stations en wil jij ook deel uitmaken van ons team met bevlogen mensen die geloven
in duurzame oplossingen? Neem contact met ons op en transformeer mee met Movares!
׉	 7cassandra://tSihO7_iZVEHsm1F4fgp46T9BovcDc1w51vUNtXfhRw0c` g+~[q6׉EFVoorwoord
“Je kwam de stad binnen als een God
In 1963 werd het prachtige, in Beaux-Arts-stijl
ontworpen, Penn station in New York vanwege
stagnerende reizigersaantallen gesloopt om plaats te
maken voor een compacter station met meer ruimte
voor kantoren en commercie. De kritiek op de niet
erg geslaagde transformatie was enorm en je kunt
nu wel zeggen dat het een van de grootste blunders
in de geschiedenis van stationsontwikkelingen is.
en nu sluipt men de stad binnen
als een rat”*
E
en bizar verhaal dat nu bijna onvoorstelbaar lijkt. In
Nederland is het de afgelopen decennia steeds vanzelfsprekender
geworden dat stations, naast economische
motor van de stad, als hedendaagse kathedralen een bron van
burgerlijke trots zijn. Iets wat ik als Rotterdammer van harte
kan beamen.
Ook de huidige transformaties van de Spoorzone in Tilburg
maar ook het stadsdeel Spoordok in Leeuwarden waar we
met Vakwerk aan werken zijn hiervan mooie voorbeelden. In
Tilburg is het bijzondere station fraai opgeknapt en de omliggende,
verlaten spoorwerkplaatsen worden meegenomen in
de transformatie. De gemeente slingert de ontwikkeling nog
wat verder aan met de prachtige LocHal; so far so good.
De verdere transformatie van de Spoorzone komt, net als in
andere steden, helaas maar langzaam tot stand. Voor de ontwikkeling
van de stationsgebouwen zelf wordt de complexiteit
door de overheid en spoorse partijen tegenwoordig goed
aangevoeld. Er bestaan talloze draaiboeken voor en de juiste
partijen worden op tijd met elkaar aan tafel gezet. Een paar
honderd meter verderop moeten de ontwikkelaars en architecten
het doen met veel minder steun van de overheid en
spoorse partijen, vaak met een even complexe set eisen en een
veel hardere economische realiteit.
Het slagen van ontwikkelingen op dit soort complexe locaties
is vaak afhankelijk van een klein aantal mensen bij gemeente
of rijksoverheid die in dit soort situaties de zin en onzin van
elkaar kunnen scheiden. Ambtenaren die gehele ontwikkeling
overzien, vakgebiedoverstijgend mogen werken, de politieke
realiteit kennen en vooral; de bevoegdheid krijgen om het
eindbeeld te bewaken. Mijn collega Francesco Veenstra pleit
mede daarom in zijn rol als Rijksbouwmeester al langer voor
meer stadsbouwmeesters die vanuit een onafhankelijke positie
overheden en besturen kunnen adviseren over ruimtelijke
vraagstukken.
Uiteindelijk gaat het erom dat de ontwikkelingen rond stations
niet een optelsom zijn de bijna oneindige lijsten technische
eisen, maar dat we bouwen aan stationsgebieden waar
we als inwoners blijvend trots op kunnen zijn. Plekken waar
we fantastisch kunnen wonen, werken, leren en in dit geval:
binnenkomen als een God in Tilburg en Leeuwarden!
Thomas van den Berghe, architect bij Vakwerk Architecten
* citaat van kunst- en architectuurhistoricus
Vincent Scully van de Yale-universiteit
Stationslocaties 2024/2025 - 3
׉	 7cassandra://ufvr9g5kyQIeSLE_C7NjIPx6EL0kPYn9r377nNmJFxA"` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://ql3Hv2pHlPGK6KBx_rrvnY0XVluY72DDvmaTVMW5JcM `׉	 7cassandra://XSI0DmRu9NCwg5llNd8gg0Iv0xXWIfc8y6s7rWzAow8Px`t׉	 7cassandra://d1_4kzwfePtuTa0dlPksyU1Dm7RFdcS_AkJAilckjs8` g+~[q6ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://rqtKG1TipT6enTPp8Jh1nov3kwn1tCikAIxEQbMCSws `׉	 7cassandra://oW_144ubw2fLFfzzW1BR5AI9UlK8MKLKIxLUjUNSC_ElL`t׉	 7cassandra://sd1qxOrMP6QJ2cLhJXr240WyA28DflBOjV2BBqM3yHw V` g+~[q6 /נg+~[q6 rA
9ׁHhttp://www.hori.nlׁׁЈנg+~[q6 h̑
9ׁH  http://www.vakwerkarchitecten.nlׁׁЈנg+~[q6 V
9ׁHhttp://www.diztrikt.nuׁׁЈנg+~[q6 <y̬9ׁH &http://www.collegevanrijksadviseurs.nlׁׁЈנg+~[q6 xws9ׁHhttp://www.raillighting.comׁׁЈנg+~[q6 wz9ׁHhttp://www.woningmakers.nlׁׁЈנg+~[q6 h̾V9ׁHhttp://www.hengelo.nlׁׁЈנg+~[q6 ̾]
9ׁHhttp://www.enschede.nlׁׁЈנg+~[q6 kZN9ׁHhttp://www.prorail.nlׁׁЈנg+~[q6 Zb
9ׁHhttp://www.nsstations.nlׁׁЈנg+~[q6 YX
9ׁHhttp://www.movares.nlׁׁЈנg+~[q6 eZ9ׁHhttp://www.denhaag.nlׁׁЈנg+~[q6 P
9ׁHhttp://www.tudelft.nlׁׁЈנg+~[q6 O
9ׁHhttp://www.almelo.nlׁׁЈנg+~[q6 Q̀
9ׁHhttp://www.crossmarkbreda.nlׁׁЈנg+~[q6 ~f9ׁHhttp://www.spoorbeeld.nlׁׁЈנg+~[q6 g
9ׁHhttp://www.amersfoort.nlׁׁЈנg+~[q6 m8K9ׁHhttp://www.appm.nlׁׁЈנg+~[q6 m8̉
9ׁHhttp://www.karresenbrands.comׁׁЈנg+~[q6 8R
9ׁHhttp://www.amvest.nlׁׁЈנg+~[q6 TՁ{9ׁHhttp://www.poortvanhoorn.nlׁׁЈנg+~[q6 fՁ̓9ׁHhttp://www.woningmarktbeleid.nlׁׁЈנg+~[q6 Ӂ<
9ׁHhttp://www.oss.nlׁׁЈנg+~[q6 qr̃9ׁHhttp://www.jagermedia.nlׁׁЈנfē{+Q    Ёl9 ׉SG
׉ׁ
default style נftF{+Q   ?P9 ׉S
G
׉ׁ
default style נfm{+Q   99 ׉SG
׉ׁ
default style נf
{+Q   ́39 ׉SG
׉ׁ
default style נf{+Q   89 ׉SG
׉ׁ
default style נf{+Q   =9 ׉SG
׉ׁ
default style נf{+Q   \59 ׉SG
׉ׁ
default style נfL{+Q   9 ׉SG
׉ׁ
default style נfY{+Q  	 99 ׉S G
׉ׁ
default style נfXmX0CU    v9 ׉S"G
׉ׁ
default style נfmX0CU   u9 ׉S&G
׉ׁ
default style נfmX0CU   v%9 ׉S*G
׉ׁ
default style נf 'nmX0CU   wB99 ׉S.G
׉ׁ
default style נf bmX0CU   w|9 ׉S0G
׉ׁ
default style נf mX0CU   xR9 ׉S2G
׉ׁ
default style נf mX0CU   y9 ׉S6G
׉ׁ
default style נf!mX0CU   y79 ׉S8G
׉ׁ
default style נf!R{mX0CU   yF<9 ׉S:G
׉ׁ
default style נf!$mX0CU  	 y79 ׉S<G
׉ׁ
default style נf!0mX0CU  
 y9 ׉S@G
׉ׁ
default style נf"mX0CU   y݁9 ׉SBG
׉ׁ
default style נf"NfmX0CU   y9 ׉SCG
׉ׁ
default style נg+~[q6 p̐9ׁHmailto:arthur@jagermedia.nlׁׁЈ׉EStationslocaties
Nederland 2024/2025
Magazine
Stationslocaties Nederland,
jaargang 2024/2025
Redactie en
advertentie-exploitatie
Jager Media
D.A. Arthur Jager
Postbus 2711
7301 EE Apeldoorn
M 06 - 223 91 776
E arthur@jagermedia.nl
Journalisten
Pieter Pulleman,
Marc van Rossum du Chattel,
Dianne Huijskens,
Ger Dreijer,
Sandra Put en
Johan Koning
www.jagermedia.nl
Presentaties van vestigingslocaties
in Nederland (binnenstedelijke
(stations)ontwikkelingen,
Haven(industrie)terreinen en
Logistieke Hotspots).
- Blending Media
- Monique Jager
Social Media Team
- Blending Media
Vormgeving
Studio Transparant
Fotografie
Jager Media
www.oss.nl
Volg ons ook online
via LinkedIn Zakelijk
www.woningmarktbeleid.nl
www.poortvanhoorn.nl
www.amvest.nl
www.karresenbrands.com
www.appm.nl
www.amersfoort.nl
www.spoorbeeld.nl
www.crossmarkbreda.nl
www.almelo.nl
www.tudelft.nl
www.denhaag.nl
www.movares.nl
www.nsstations.nl
www.prorail.nl
Deelnemers
in deze
uitgave
www.enschede.nl
www.hengelo.nl
www.woningmakers.nl
www.raillighting.com
www.collegevanrijksadviseurs.nl
vakwerk
Het magazine Stationslocaties
Nederland wordt duurzaam
geproduceerd.
www.diztrikt.nu
www.vakwerkarchitecten.nl
www.hori.nl
׉	 7cassandra://d1_4kzwfePtuTa0dlPksyU1Dm7RFdcS_AkJAilckjs8` g+~[q6׉EPartners bij ontwikkelen van stationslocaties
6 Coverpresentatie:
Stationslocaties
Nederland 2024/2025
Enschede en Hengelo ontwikkelen
samen hun spoorzone:
kloppend hart van Twente.
Lees het verhaal van de
wethouders Jeroen Diepemaat
en Gerard Gerrits.
inhoud
3 Voorwoord door Thomas van den Berghe,
architect bij Vakwerk Architecten. Zie ook hun
stationsprojecten ’Tilburg’ en ‘Leeuwarden’ op
pagina 67
10 Samenwerking NS Station en ProRail, de gehele
gebiedsontwikkeling financieren vraagt om
integrale aanpak
14 Almelo vol ambities met ruime, groene én blauwe
Spoorzone aan de slag
17 TU-Delft, Stationslocaties: pressure cookers voor
kennis en innovatie
20 Movares, aantrekkelijke stationsgebieden voor
wonen, werken en recreëren
24 Den Haag gaat pieken in het centrum
26 NS Stations, nabijheid vermindert de CO2-uitstoot
van mobiliteit
30 Amersfoort: groene poort naar Randstad
32 Bureau Spoorbouwmeester, studie Paris Proof
Stations schetst een (hoopvol) perspectief
34 Breda staat aan de vooravond van een grote transitie
38 De Strip moet het creatieve hart van Breda worden
42 Karres en Brands: de mens radicaal centraal
46 APPM, hoe ontwikkel je een aantrekkelijk en
toekomstvast stationsgebied?
48 Oss, stad met toekomst!
50 Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening, stationslocaties dé plek voor grootschalige
woningbouw
54 Uitvoering Poort van Hoorn gaat van start
56 Werken met de Bouwstenen van Woningmakers
Nederland
58 Raillighting, de Railpuck verlicht het spoor
op de juiste plek op het juiste moment
60 Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving,
geef stationsomgevingen ademruimte
64 Goed afstemmen levert tijdwinst op in Zwijndrecht
67 Vakwerk Architecten
68 HORI Sustainable Solutions
Stationslocaties 2024 /2025- 5
׉	 7cassandra://sd1qxOrMP6QJ2cLhJXr240WyA28DflBOjV2BBqM3yHw V` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://bRMBFqY5hsjAp0jvXmnoHnZuekiSsrRC40fVehGrZno 7`׉	 7cassandra://7xzAb9_gIv0wd6DIO3PpJ99uhRZAYt1geqCFizEe-_4v`t׉	 7cassandra://fGjfX9wHCUlo5r1tOsPNJoQisY7lqfjOr2li1BoYSI4#` g+~[q6ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://E9t53h4mwEo98rDFpupnKawHGx9RkKeBnX9qDJjSv_Y Ef`׉	 7cassandra://2wbF80ut-iixw6NC3eIfBxX0DkjTl8puiiS9vLNB3W0w`t׉	 7cassandra://zcN7Nvmqb_RJPcvYkV58cK1Z3xj6TDMPHIb9XUdJUJ0&` g+~[q6׉EHEnschede en Hengelo ontwikkelen
samen hun spoorzone:
kloppend hart van Twente
Een half uurtje fietste hij erover. Met een glimlach komt Gerard Gerrits het stadhuis van Enschede binnenwandelen.
De wethouder ruimtelijke ordening van de gemeente Hengelo is hier inmiddels kind aan huis en
enthousiast groet hij dan Jeroen Diepemaat, zijn Enschedese collega met dezelfde portefeuille. De laatste:
“Volkomen logisch dat we de samenwerking zoeken.”
Plangebied Spoorzone Hengelo-Enschede
Hengelo
Enschede
I
nstemmend knikt Gerrits zijn collega toe, terwijl hij luistert
naar de uitleg voor de samenwerking vanuit de grootste
gemeente van de twee (Enschede is de ‘hoofdstad’ van
Twente met 160.000 inwoners, Hengelo is met ongeveer de
helft de tweede stad van de regio): “De Universiteit Twente (UT,
red) ligt precies tussen beide steden in, die daardoor feitelijk
aan elkaar zijn gegroeid. Twente heeft de komende jaren een
gigantische opgave en dat hebben onze steden ook.” Gerrits
is vanuit Hengelo de aanjager van de Spoorzone. “Samen met
Jeroen, de regionale stedelijke investeringsagenda (RSIA) en
de drie steden – want we werken ook nadrukkelijk samen met
Almelo (75.000 inwoners, red).”
6 - Stationslocaties 2024/2025
Die laatste stad ligt iets noordelijker en ‘los’ van de andere twee
en komt verderop in dit magazine aan bod.
Over de grenzen kijken
“Vroeger werkten ze in Enschede in de textielindustrie met
de machines die ze in Hengelo maakten. De mentaliteit in
beide steden was anders, nu is die meer vergelijkbaar”, zegt
Diepemaat. “Er wonen hier veel mensen die hiernaartoe komen
vanwege de interessante plekken en de mooie kansen: culturele
voorzieningen en sportfaciliteiten, met FC Twente en het
FBK Stadion. En de universiteit, natuurlijk. De focus was altijd
wel naar één kant, Enschede. Die luxe hebben we niet meer. We
׉	 7cassandra://fGjfX9wHCUlo5r1tOsPNJoQisY7lqfjOr2li1BoYSI4#` g+~[q6׉ENieuwbouw langs de Laan Hart van Zuid bij station Hengelo
moeten over de grenzen heen kijken. Dat doen we nu met de
samenwerking met Hengelo, maar dat doen we natuurlijk ook
door over de landsgrens te kijken naar Duitsland.”
“Dat maakt het ook krachtig: we zitten hier samen aan tafel.
De sfeer is goed, het onderling overleg ook”, vult Gerrits aan.
“Dat is ook belangrijk voor de kracht van de regio Twente, we
kunnen gezamenlijk ook lobbyen richting Den Haag of Brussel.”
Diepemaat: “We willen er samen grofweg 15.000 woningen bij
hebben op relatief korte termijn.”
Nieuwbouw Bölke Next aan de Molenstraat in Enschede
Jeroen Diepemaat en Gerard Gerrits
“De Spoorzone wordt
een bruisende,
groene stedelijke corridor.”
Stationslocaties 2024/2025 - 7
׉	 7cassandra://zcN7Nvmqb_RJPcvYkV58cK1Z3xj6TDMPHIb9XUdJUJ0&` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://ZfVkMpdseQOKIrqrHZWTa7cdYFaNMmqvZ3r285LUxLg +>`׉	 7cassandra://ED2Jjfo8bY3II6tPZ5_NsICdNXnVUk9bN3JlqBUicyc͟`t׉	 7cassandra://cjNyNH-kEiyoEHZk7ykO3bBC1qhugKpvve45Vf13smQ18` g+~[q6ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://En9ItPqSK-rDLb9TttoNtQN9u-m5L3RXhPj_duWxu4o `׉	 7cassandra://lMBNqC--HnBYOMngEDJ0VMDiTviCFkiN1x9274R3YxA͌V`t׉	 7cassandra://sgNNV7SXPbxwMvNvboZnSI5129R48OuNuUrqz2xszWs+` g+~[q7 ׉E!Visualisatie van mogelijke uitwerking van het Stationsplein in Enschede.
Copyright Absent Matter 2024; Architect: de Architekten Cie. in samenwerking met Jan-Willem Baijense Architect
Het levendige skatepark naast station Hengelo
Groene, toptechnologische regio
De Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) strekt
zich uit tussen beide steden en omvat stedelijke
locaties, zoals Kennispark, Hart van
Zuid, Centrumkwadraat, Grolsch Veste en FBK
Stadion. Wonen, werken en recreëren staan
hier centraal, beide steden willen het ontwikkelen
tot een groene, toptechnologische regio.
De Universiteit Twente en haar spin-offs spelen
hierin een belangrijke rol. Een aantrekkelijk
en groen gebied, waar stedelijk leven naadloos
overgaat in het landschap, met betaalbare
woningen, werkgelegenheid en genoeg mogelijkheden
voor recreatie. Noodzakelijke faciliteiten
om jong talent binnen de Twentse grenzen
te krijgen én te behouden, weten beide
wethouders.
“Als je kijkt naar het gebied tussen beide
steden, dan ligt daar de ruimte om aan de
8 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://cjNyNH-kEiyoEHZk7ykO3bBC1qhugKpvve45Vf13smQ18` g+~[q6׉E	woning bouwopgave te voldoen, maar ook aan
de andere vraagstukken te beantwoorden. Om
het levendig te maken. Een groen gebied met
veel kwaliteit”, geeft Diepemaat een stukje
promotie van jewelste weg. Plannen zijn er te
over, zoals het uitbreiden van het Kennispark
in Enschede, met meer woningen en groen,
terwijl in Hengelo volop kansen liggen rondom
het station. De KMS-locatie, het voormalige
complex van fabrikant Stork, daar wordt
in de komende jaren onder handen genomen
en getransformeerd tot een plek om te wonen,
werken en recreëren. “De Spoorzone wordt een
bruisende, groene stedelijke corridor.”
Toekomstbestendige vijfde stad van
Nederland
Gerrits: “Als je het bij elkaar optelt, dan zijn we
de vijfde stad van Nederland. Ik fietste in een
half uur van Hengelo naar Enschede, maar als
je de andere kant op gaat, dan ligt daar Borne.
En we hebben Oldenzaal. Tel je alles bij elkaar
op, dan heb je een groot stedelijk gebied met
270.000 inwoners. Maar het gaat niet eens
alleen om de getallen, het gaat ook om de
voorzieningen. Wat is er nodig om toekomstbestendig
te zijn? Wat moet je ervoor doen om
te zorgen dat de bedrijven die hier nu zijn, er
over 20 jaar ook nog zijn? En dat ze voldoende
mensen hebben?”
“Hoezo moeten Hengelo en Enschede dan
aparte voorzieningen hebben? Je kunt net zo
goed bovenstedelijk gaan werken. Je hebt één
groot stedelijk gebied, dat praat veel gemakkelijker.
Dat is waar we op acteren. Het moet het
kloppend hart van Twente worden, een opgave
met een lange adem waar we samen bouwen
aan de toekomst van Twente. Ondanks dat de
overheid ons als krimpregio zag, zijn we de
laatste jaren blijven groeien. Daar moeten we
Het totaal vernieuwde marktplein in Hengelo
Overzichtskaart Spoorzone Hengelo-Enschede
op voortbouwen.” Diepemaat: “Ik ben ervan
overtuigd dat de samenwerking die we hier
hebben, maar ook met andere regionale partners,
ons veel meer brengt dan alleen maar
binnen de eigen grenzen te kijken. Zo houden
we de regio levend. En gelukkig zijn er al de eerste
successen te melden, met bijvoorbeeld de
ontwikkelingen rond Hart van Zuid in Hengelo
en het Centrumkwadraat in Enschede.”
“De Tukker staat bekend als wat terughoudend,
klappend met de handen in de zakken,
maar ik merk langzamerhand dat mensen
steeds meer trots worden op stad én streek.
Het enthousiasme is groot, dat is mooi”, besluit
hij.
<<
Stationslocaties 2024/2025 - 9
Het huidige Stationsplein in Enschede
׉	 7cassandra://sgNNV7SXPbxwMvNvboZnSI5129R48OuNuUrqz2xszWs+` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://F-U1aSZ3GiqsN2ziHRDZpap3b4mhcp8UgjCCbuPbAm4 g`׉	 7cassandra://eL-qgVbgmYkS3tw2v1YAXkATJIXPCbvpRsbkwlvQVpoy`t׉	 7cassandra://_IUnS8sbH99LI4VhDvWURIAp5MsSkZbJl3vOauYdLjY+h` g+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://BdnCTlhBP4qz2HWHfIGFb_2j_CrdCgjm-XdTUcPnD_o {`׉	 7cassandra://celDJQpbt2azDRjwrMdFF1Lw5rdW9-FM8QJXKd___rUz0`t׉	 7cassandra://5OnC_TH5-9nKnOFcfbZemJ4o17-J8EvpVyriKvP7znc(` g+~[q7׉E De gehele gebiedsontwikkeling
financieren
vraagt om integrale aanpak
Station Ede-Wageningen is grondig verbouwd. Op 23 februari 2024 werd het nieuwe station officieel in gebruik genomen. Fotografie: ProRail / Stefan Verkerk
10 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://_IUnS8sbH99LI4VhDvWURIAp5MsSkZbJl3vOauYdLjY+h` g+~[q6׉EDoordat het Rijk geldstromen steeds vaker
bundelt, bestaat het risico dat de financiering
van een deelproject in een spoorzone ‘over
het hoofd’ wordt gezien. Een integrale aanpak
van de businesscase en financiering bij een
gebiedsontwikkeling is daarom noodzakelijk,
vinden Sebastiaan de Wilde, directievoorzitter
van NS Stations en Karen te Boome, directeur
Stations van ProRail.
Sebastiaan de Wilde en Karen te Boome
“Onze missie is om goede stations neer te zetten
voor de reizigers. Het lijkt soms aantrekkelijk om
de kaasschaaf op een plan te zetten, maar wij
houden liever vast aan kwaliteit.”
H
et zijn vaak de gemeenten die gelden ontvangen van
het Rijk in het kader van de woningbouwopgave en
de bijbehorende infrastructuur en mobiliteit. “De toewijzing
van de gebundelde gelden is niet altijd duidelijk”, zegt
Te Boome. “Dan kan de situatie ontstaan dat projectonderdelen
anders worden gefaseerd, bijbehorende deelfinanciering
uit zicht raakt en als bijvoorbeeld het stationsgebouw en de
perrons aan de beurt zijn, daarvoor geen geld meer is.”
Nieuwe directeur
Karen te Boome is sinds oktober 2023 de nieuwe directeur
Stations bij ProRail. Daarvoor werkte ze onder meer als interimdirecteur
Asset Management en directeur Leefomgeving,
Stationslocaties 2024/2025 - 11
׉	 7cassandra://5OnC_TH5-9nKnOFcfbZemJ4o17-J8EvpVyriKvP7znc(` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://qRdGxDAAXvd5IdZb1cOX43dPG791icBgdQryI6CiKu8 (`׉	 7cassandra://im1UnhUnDe163s17oG4XLeCxbWwLmzwBQEAWB3jtTRco`t׉	 7cassandra://lU8PBTbgZ3fowqg1K90oJe9E5_zg98uQF2inENkU8js"s` g+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://9Nd-jX_H4fi66NsR8n2UNnaqHVkBus7skomdyKCN5so `׉	 7cassandra://bRhPBRcAZoWUNF1-JLehg0NI2VofDrGspoafa_Nadpsx`t׉	 7cassandra://l5ZwAVS9mCA1g5LtwIjbD1uozdgid4x8lUp9cn-dbsg#` g+~[q7׉E>Bouwkuip achter station Groningen met de nieuwe perronpleinen en spoordekken. Fotografie: ProRail / Stefan Verkerk
“Het wordt steeds complexer: je moet veel
mensen ‘meenemen’ om het goed te doen.
De omgeving, met bewoners en ondernemers,
is steeds meer betrokken – en terecht.”
Juridische Zaken en Vastgoed bij ProRail. “Vanwege die ervaring
dacht ik dat ik al veel wist, maar ik leer nog iedere dag bij.
De relatie met het Bureau Spoorbouwmeester is bijvoorbeeld
nieuw voor mij. Al met al is het leerzaam, interessant en bovenal
heel leuk.” Sebastiaan de Wilde bekleedde diverse directiefuncties
bij NS Stations en is er sinds januari directievoorzitter.
Ervaring uit de praktijk
De Wilde: “De financiering is een zorg gebaseerd op onze ervaringen
in de praktijk. Een spoorzone bestaat uit verschillende
onderdelen met verschillende financiering en verschillende
stakeholders. Daarom is het belangrijk om een gebiedsontwik12
- Stationslocaties 2024/2025
keling als één project aan te pakken die je van begin tot eind
wilt realiseren. Je moet opletten dat het geheel is gefinancierd,
anders is, zoals Karen al aangaf, het geld op als onderdelen nog
gerealiseerd moeten worden.” Behalve het financiële aspect
speelt ook de slag om de vierkante meter mee, meent De Wilde.
“Dat is nog een reden om de integrale businesscase samen te
ontwikkelen omdat keuzes voor het ene deelproject het andere
deelproject duurder kunnen maken, en vice versa. Dat is veel
werk, maar het is ook ontzettend leuk om samen mee bezig
te zijn.”
Continu het optimum vinden
Het ontwikkelen van stationsgebieden is in toenemende mate
een ingewikkeld verhaal. Dat komt door alle verschillende
opgaven, belangen en stakeholders die er samenkomen. Het is
een OV-knooppunt, er zijn vaak kantoren, winkels en horeca en
de woningbouw in veel stationsgebieden neemt toe. De Wilde:
“Het wordt steeds complexer: je moet veel mensen ‘meenemen’
om het goed te doen. De omgeving, met bewoners en ondernemers,
is steeds meer betrokken – en terecht. Bij de publieke
partners hebben we soms te maken met meerdere betrokke׉	 7cassandra://lU8PBTbgZ3fowqg1K90oJe9E5_zg98uQF2inENkU8js"s` g+~[q6׉E
nen, die elkaar ook nog eens opvolgen in de tijd. Zo werkt het
systeem nu eenmaal, maar de belangen bij, en ook de kijk op,
een project veranderen ook in de tijd. Gelukkig is de samenwerking
en de communicatie tussen ProRail en ons zeer goed is. We
werken in toenemende mate als een geheel waarbij we continu
het optimum vinden, in het belang van de reiziger.”
Multifunctioneel ruimtegebruik
Na het voltooien van de Sleutelprojecten zijn NS Stations en
ProRail nu volop bezig met diverse andere grote en kleinere stations.
De huidige integrale gebiedsontwikkeling heeft te maken
met een enorme woningbouwopgave. De Wilde: “De woningbouw
stuit daarbij op het station en andersom. De vraag is: hoe
help je elkaar?” Te Boome: “Multifunctioneel ruimtegebruik is
een deel van het antwoord, bijvoorbeeld een ondergrondse
fietsenstalling, waardoor er op het maaiveld ruimte ontstaat.
Steden zitten nu ook in een fase dat ze kiezen voor kwalitatief
ruimtegebruik met meerdere functies, op sociaal-maatschappelijk
gebied maar ook op economisch gebied. Tegelijkertijd
moet het stationsgebied natuurlijk ook aantrekkelijk en veilig
zijn.” De Wilde: “Onze missie is om goede stations neer te zetten
voor de reizigers. Het lijkt soms aantrekkelijk om de kaasschaaf
op een plan te zetten, maar wij houden liever vast aan kwaliteit.”
Te Boome: “Kwaliteit is ook belangrijk voor het beheer
en de operatie. En, zoals een collega van mij het verwoordde:
stations gaan lang mee en moeten mooi oud kunnen worden.”
“Multifunctioneel ruimtegebruik is een
deel van het antwoord, bijvoorbeeld een
ondergrondse fietsenstalling, waardoor er
op het maaiveld ruimte ontstaat.”
Er is op allerlei niveaus in verschillende gremia al veel overleg
tussen de partijen, legt De Wilde uit. “Punt is dat tien jaar
voordat een project in de uitvoering gaat, het geld al wordt
toegekend. Tegen de tijd dat je daadwerkelijk begint, ziet de
wereld er vaak heel anders uit. Nu is er ook nog eens minder
geld beschikbaar en dat is een gegeven waarmee je moet dealen.
Tegelijkertijd is een bezuiniging een drijfveer om het nog
slimmer te doen. Samen hebben we veel kennis en ervaring in
huis, dus daar zetten we ons vanzelfsprekend voor in. Maar om
dat succesvol te kunnen, moeten we het van start tot finish
integraal aanpakken. Neem het station daarom mee in de
plannen voor het gebied. We moeten het met elkaar doen. Het
Rijk bundelt het geld en dat is prima. Maar wij moeten het met
alle betrokkenen goed verdelen. Dus niet alleen naar het integrale
ontwerp kijken, maar ook naar het integrale budget. Ieder
voor zich werkt niet.”
<<
Artist impression door Karres+Brands van de noordzijde van station Zwolle. Rechts de Passerelle: de duurzame houten loopbrug die momenteel in aanbouw is.
Stationslocaties 2024/2025 - 13
׉	 7cassandra://l5ZwAVS9mCA1g5LtwIjbD1uozdgid4x8lUp9cn-dbsg#` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://5WHbtCodcVks5VJuslBwhzJ0lG4lDPEiU-0LbmRKUQU <`׉	 7cassandra://05BsupE_S2wJf_XGNMFyYdEES6pTEcgTZ_dxKkXy_Ec͒`t׉	 7cassandra://U1sdZ1EhIlmBrt4oBcsCSVVtvxXrAwGpD1WNxvT1LSk,~` g+~[q7	ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://OBv7BXx6yTKgihrypfdRkGn9WJDZmKLhGecgtpuq1zo <o`׉	 7cassandra://IGiNw5JG9UiQDOC2S5Nd1HMxkPSvVPRIV3eSQKId8h8~`t׉	 7cassandra://PkiBXUOSTSBWyg6nlZBXVf7vACRYXRejTs9KfS6GZdQ&` g+~[q7
׉EaAlmelo vol ambities met ruime, groene
én blauwe Spoorzone aan de slag
Almelo Centraal is de Almelose Spoorzone met een intens, divers en groen programma.
Dat het interview met wethouder Arjen Maathuis en ontwikkelmanager Robert Lautenbach juist hier
in het stadhuis op de hoogste (19e!) verdieping plaatsvindt, is meer dan logisch. Niet alleen staat de
maquette van de nieuwbouwplannen rondom het station van Almelo hier, vanaf deze hoogte hebben we
ook uitzicht over de omgeving. Een bijzonder fraai uitzicht, mogen we wel zeggen. “Het valt meteen op, hè,
hoe we hier de stad ontwikkelen en hoe groen het hier is”, stelt Arjen Maathuis met een glimlach vast.
W
e krijgen uitzicht op recente vernieuwing
in de stad, maar ook op
de spoorzone waar de komende
jaren veel staat te gebeuren. Recent is al een
uitbreiding van het ROC geopend, over enige
tijd komt de nieuwe rechtbank in aanbouw
aan de andere zijde. Iets verderop is er de ontwikkeling
van industrieel erfgoed Indië, een
unieke woonlocatie met water en groen, pal
aan de centrumhaven. De wijk is erg populair
14 - Stationslocaties 2024/2025
en trekt mensen uit het hele land. Het lijkt een
voorbode voor de kwaliteit van de ontwikkelingen
in Almelo Centraal; de naam voor de
ontwikkelingen in de Almelose spoorzone.
Drie ontwikkelgebieden
Het 60 hectare grote gebied omvat drie
ontwikkelgebieden en drie stadsprojecten.
Westerdok, Achter de Molen en Kerkelanden
zijn de drie ontwikkelgebieden die bij het plan
horen; de stadsprojecten zijn intercityknoop
Almelo, Laan van De Hoop en Kanaalpark.
Almelo wil in de komende jaren flink groeien:
er moeten in totaal zo’n 4.000 woningen bijgebouwd
worden. Zeker 1.000, en misschien
wel het dubbele, komen in Almelo Centraal
terecht. “Daar is zeker ruimte voor, met de
geweldige voordelen van de aanwezige infrastructuur
en de kwaliteit van het water”, stelt
de wethouder.
׉	 7cassandra://U1sdZ1EhIlmBrt4oBcsCSVVtvxXrAwGpD1WNxvT1LSk,~` g+~[q6׉E	.“We gaan niet alles in één keer doen, maar
gaan in verschillende ontwikkelgebieden werken.
Daarbij vinden we samen ontwikkelen
erg belangrijk: er komen immers niet alleen
nieuwe mensen wonen en ondernemen, de
bestaande bewoners en ondernemers blijven.
Het gaat om hun spoorzone, vanzelfsprekend
willen we daarom samenwerken.”
De wethouder schetst enthousiast de plannen
voor de uitbreiding van het aantal woningen
per gebied. “In de wijk Achter de Molen komen
er 450 en Westerdok krijgt een uitbreiding van
zeker 550 woningen. Dat zijn dan al de eerste
1000 in de Spoorzone. Daarbij is er ruimte om
er nog eens minimaal eenzelfde aantal bij te
voegen rondom het station en de bestaande
herstructureringswijk Kerkelanden.”
Waterstad van Twente
Kenmerkend is dat met de toevoeging van
duizenden woningen, de Twentse stad de
groen-blauwe uitstraling blijft behouden. In
het plan is een centrale rol toebedacht aan het
Kanaalpark. Dat gaat ook de verbinding leggen
met de binnenstad en het grafelijk gebied.
Naast groen is ook blauw kenmerkend voor
Almelo; het blauw van water. “Almelo ligt
laaggelegen in Twente en dat maakt dat
hier de waterlopen samenkomen. Enschede
ligt op een stuwwal. Daar moeten ze water
vasthouden. Hengelo staat bekend om de
beken en Almelo is de waterstad van Twente.
Vanaf hier gaat het water naar de grote rivieren.
Dat water is een belangrijke ruimtelijke
Wethouder Arjen Maathuis bij de maquette van Almelo Centraal.
kwaliteit, die we in de Spoorzone-ontwikkeling
nadrukkelijk een rol willen geven. Het geeft
ook kansen om klimaatrobuuste en koele
woon- en werkomgevingen te realiseren. Al
met al een unieke kans om in het oosten van
het land rondom het water te kunnen wonen
en werken.”
Alles op loop- en fietsafstand
Robert Lautenbach vult aan: “Sowieso is
Almelo een bijzondere stad. In welke stad kun
je bijvoorbeeld in tien minuten van het intercitystation
naar een landgoed lopen, terwijl je
Het Kanaalpark maakt het heerlijk stedelijk wonen en ondernemen in het Westerdok.
“We bouwen voor onze
eigen inwoners, voor hun
kinderen, en we willen ook
talent aan ons binden.”
ook nog de binnenstad en een plezierhaven
passeert? Almelo heeft stedelijke voorzieningen,
met een bibliotheek, een nieuw zwembad
en winkels. Maar ook groen. En alles op loopen
fietsafstand.”
Stationslocaties 2024/2025 - 15
׉	 7cassandra://PkiBXUOSTSBWyg6nlZBXVf7vACRYXRejTs9KfS6GZdQ&` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://7HdqydXVv0Q0AOph-K_jvNrghhKmtGmhk3AonNO15yo `׉	 7cassandra://yvgxdZ0tF_WKl6K9S-B2W2WLUy_adDVCrkX7GJyB30c͝>`t׉	 7cassandra://Y3BbDtGRAkokTmGA3ozf6KqdJnHFob4jOOFW9B69FGY.` g+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://kIljn9aqkEKCCNM3r-laiIQW0R_ZA732gMuJZU1W2k8 [`׉	 7cassandra://OJwCfaTQxOgpCGz6OAIEZF5qX3uciJa1CPhRswCu1zg{`t׉	 7cassandra://7H1Ax0FW7upOOnVSy8VeS5xRz0An4M-qHRIULJM3Dq0'H` g+~[q7׉E	In de spoorzone tussen binnenstad, waterboulevard en centrumhaven ligt het Westerdok.
In de nieuwe nota Ruimte is Twente aangewezen
als een nieuwe verstedelijkingsregio.
De drie Twentse steden Enschede, Hengelo en
Almelo trekken samen op om ‘Den Haag’ het
belang van de regio duidelijk te maken. Arjen
Maathuis: “De vorige minister De Jonge heeft
de schaalsprong in de nota gezet en de huidige
minister Keijzer gaat die nu finaal maken.
De drie Twentse steden kennen nu een ruime
320.000 inwoners, daar moeten er rond 2050
zo’n 100.000 bij komen. Dat betekent dat er
ongeveer 70.000 woningen in de drie steden
bij kunnen komen.”
“We bouwen voor onze eigen inwoners, voor
hun kinderen, en we willen ook talent aan ons
binden. De economie in Almelo is de afgelopen
tien jaar sterk gegroeid, zoals in de hightech
sector. De uitbreidingsruimte voor het
bedrijfsleven is er ook het komende decennium
en dat laten we hand in hand gaan met
woningbouw.”
16 - Stationslocaties 2024/2025
Waarbij zeker wordt gekeken naar woningen
voor iedere beurs. “In bijvoorbeeld de
Kerkelanden zijn we mét inwoners al gestart
hun huizen te verduurzamen en te verbeteren.
Dat zetten we door in deze ontwikkeling.” In
Almelo staan relatief veel sociale huurwoningen.
Ook ná de nieuwbouwperiode, waar zeker
tien jaar voor is uitgetrokken, zal er volgens
Maathuis een evenwichtige mix in de woningvoorraad
aanwezig zijn. “Waarbij iedere wijk
een eigen karakter houdt.”
Snel handelen
In de Spoorzone ligt ook het intercitystation
met één centrale hoofdingang. “Dat willen de
gemeente en spoorse partijen graag veranderen:
van beide zijden van het spoor willen we
een voorkant maken. Die moeten de kwaliteit
van de stad laten zien en een mooie entree
bieden. Hoe we het station toekomstbestendig
gaan maken, werken we momenteel uit samen
met vervoerders, ProRail, Provincie en Rijk.”
“Het station blijft het middelpunt en de verwachting
is dat Almelo met een groeiende
economie de functie van één van de belangrijkste
knooppunten in het spoornetwerk van
Oost-Nederland verder zal uitbreiden. Zéker
als straks ook de Nedersaksenlijn – het traject
naar Groningen – hier in Twente aankomt”,
zegt Maathuis, wijzend op de maquette van
Almelo Centraal. “En het mooie is: we zijn hier
in Almelo ook nog eens heel snel. Links, rechts
en het midden zijn het eens over de hoofdlijnen
van onze plannen. We bouwen momenteel
harder dan de landelijke afspraken en
hebben de visievorming voor de spoorzone in
een jaar gedaan, wie doet ons dat na?”
<<
׉	 7cassandra://Y3BbDtGRAkokTmGA3ozf6KqdJnHFob4jOOFW9B69FGY.` g+~[q6׉EWStationslocaties: pressure cookers
voor kennis en innovatie
We staan in Nederland voor een aantal grote opgaven die allemaal
raken aan de (beschikbare) ruimte. Er wordt ook wel gesproken
over ‘de strijd om de ruimte’: geven we voorrang aan plek om te
wonen, het verduurzamen van de landbouw, de energietransitie,
of aan waterberging omdat het klimaat verandert? Of het nu gaat
om de circulaire economie, natuurdoelen of bereikbaarheid, alle
opgaven vergen ruimte. Logisch dus dat de toekomst van de fysieke
leefomgeving weer met stip bovenaan de maatschappelijke en
politieke agenda staat.
Gebiedsontwikkeling
De stapeling van ruimtelijke ambities in Nederland
leidt tot veel discussie, conflict en rechtszaken,
maar ook tot overleg, samenwerking, creativiteit
en innovatie. In gebiedsontwikkeling zetten
betrokken partijen in op het laatste. Overleg en
afstemming is immers nodig omdat onze ruimte
niet door één partij vrij in te delen is. Niemand
heeft dè ‘regie’. Elke vierkante meter in ons land
is al bestemd. We werken binnen wettelijke (soms
internationale) kaders en in ons polderland
hebben partijen elkaar nodig om een plan tot
uitvoering te brengen. Daarom vraagt gebiedsontwikkeling
zo vaak om samenwerking tussen
overheden, maatschappelijke partners, bedrijven
en burgers. Met goed overleg en veel creativiteit
Stationslocaties 2024/2025 - 17
׉	 7cassandra://7H1Ax0FW7upOOnVSy8VeS5xRz0An4M-qHRIULJM3Dq0'H` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://EsdIcNnbC0iElJAyxLhfbO7i1nPBDIeRDCpZBN08vAE `׉	 7cassandra://Kt4uTt9hE40hQyHd4MNWiEcVMudRrIIcOCqJGH3UCooqW`t׉	 7cassandra://kxG4QEJWqnZdKB8Fyzxyg54T7Wzmnr-iRUkivODE5WY#` g+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://8OnS5Xl55dU6n6iZMwma5CoIXAWTHc-STtIKQvX4Sdk Q`׉	 7cassandra://sPkLdWlTr7PpU6n7jl0mz9T8Z-9k9nRKoRaKZAFRS84i`t׉	 7cassandra://JgoJN1oRUXtBgK0ct2gAgnRShLihW48RSqNmoiPvy6Y` g+~[q7נg+~[q7 >&n9ׁH 2https://stichtingkennisgebiedsontwikkeling.nl/overׁׁЈ׉Emoeten zij tot ruimtelijke oplossingen komen, want we kunnen
het ons niet permitteren ondoordacht met de ruimte om
te gaan. Welke functies laten zich combineren? Hoe zetten we
ontwerpend onderzoek in? Om wat voor samenwerkingsvorm
en welk opdrachtgeverschap vraagt het? En hoe maken we een
plan financieel en juridisch haalbaar?
Stationslocaties
De hernieuwde aandacht voor het vak ruimtelijke ordening
en de gebiedsontwikkelingen die ermee samenhangen leiden
haast als vanzelf tot een nieuwe visies en plannen voor allerhande
stationslocaties. Stationsgebieden en spoorzones zijn
vaak knooppunten waar al vele functies samenkomen, maar
in evenzoveel gevallen kunnen het plekken zijn waar nog te
18 - Stationslocaties 2024/2025
weinig gebruik van wordt gemaakt. De potentie van deze stations
als draaischijven en ontmoetingsplaatsen in een grotere
regionale context blijft dan onderbenut. Meer dan ooit is het
daarom zaak om stationslocaties in het licht van grotere regionale
ontwikkelingen te plaatsen. De hoge ruimtelijke ambities
die in menig regio zijn geformuleerd vragen immers veel van
onze OV-knooppunten. Voor veel regio’s zullen investeringen op
en rond stationslocaties van groot strategisch belang blijken.
Regionale investeringsagenda (Ria)
De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG) heeft in 2020
het concept van de regionale investeringsagenda in de beleidspraktijk
geïntroduceerd. Gevoed door onderzoek heeft de
Leerstoel Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft dit instrument
׉	 7cassandra://kxG4QEJWqnZdKB8Fyzxyg54T7Wzmnr-iRUkivODE5WY#` g+~[q6׉EdHet doel is dat, na verschillende ronden van bovenstaande stappen,
er door regionale partijen gezamenlijk een realistisch uitvoeringsprogramma
geformuleerd kan worden.
Nieuwe vormen van samenwerking
De doorontwikkeling van stationslocaties is niet alleen een zaak
van een realistisch en gedragen regionaal ontwikkelperspectief
en voldoende middelen. Het vergt ook nauwe en langjarige
samenwerking tussen publieke, private en maatschappelijke
partners. Dat is deels uit noodzaak: partijen hebben elkaar simpelweg
nodig om tot uitvoering te kunnen komen. Maar het
is zeker ook omdat partners elkaar iets te bieden hebben. Als
publieke en private investeringen elkaar versterken kan dit
immers veel maatschappelijke meerwaarde opleveren. Er is om
deze redenen in het verleden al de nodige ervaring opgedaan
met publiek-private samenwerking (PPS). De lessen die hieruit
zijn getrokken vormen een goede basis voor nieuwe, toekomstgerichte
en waarschijnlijk bredere maatschappelijke allianties.
Successen uit het verleden bieden echter geen garanties. Er
komen in gebiedsontwikkeling vandaag de dag meer opgaven
en dus meer partijen samen (denk alleen al aan de energietransitie
en klimaatadaptatie). We zullen nieuwe vormen van
samenwerking moeten ontwerpen.
De Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling maakt in samenwerking
met de Technische Universiteit Delft de Leerstoel
Gebiedsontwikkeling mogelijk. Aan de faculteit Bouwkunde
in Delft worden wetenschap, praktijk en beleid met elkaar
te verbonden en het vak gebiedsontwikkeling ontwikkeld
en uitgedragen. Meer dan 50 praktijkpartners zijn aangesloten
bij de SKG en profiteren van de nieuwste kennis,
interessante bijeenkomsten, opleidingen en online content.
Meer weten?
https://stichtingkennisgebiedsontwikkeling.nl/over-skg/
uitgewerkt tot een werkwijze die verschillende overheden en
andere partners laat werken aan een gezamenlijk ontwikkelingsperspectief
voor een specifieke regio. De werkwijze bevat
een aantal stappen die in samenhang steeds doorlopen kunnen
worden.
1 Een beschrijving van de inhoudelijke ruimtelijke ambities
van regionale partijen in concrete programma’s, locaties en
netwerken (‘word’);
2 Een verbeelding tot een ruimtelijk perspectief, wat over
bestuurlijke grenzen heen partners bindt en richting geeft
(‘maps’);
3 Een bundeling en doorrekening van de ambities en het perspectief,
waardoor duidelijk wordt welke middelen nodig
dan wel beschikbaar zijn (‘excel’).
Stationslocaties 2024/2025 - 19
Gezamenlijke kennisagenda
Stationslocaties zijn van oudsher de pressure cookers van
gebiedsontwikkeling; daar komen veel zo niet alle opgaven
uit de ruimtelijke ordeningspraktijk samen. Daarmee zijn stationslocaties
een bron van kennis en inspiratie. Voor de wijze
waarop we ambities niet alleen kunnen stapelen, maar vooral
ook hoe we ze realiseren. Gelijktijdig zijn stationslocaties meer
dan ooit onderdeel van regionale – en soms ook (inter)nationale
– ontwikkelperspectieven. Met onze partners werken we bij
de SKG volop aan de kennis die nodig is om op stationslocaties
over bestuurlijke, publiek-private en andere grenzen heen tot
uitvoering te komen. Denkt u met ons mee?
<<
׉	 7cassandra://JgoJN1oRUXtBgK0ct2gAgnRShLihW48RSqNmoiPvy6Y` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://LqCaGhsDZMjNFLm7OgWHce9eakkCsQjBt7f50dimfbo `׉	 7cassandra://ZEnh4XfnQaHKFDl-cpOSUi4NTzN8dP_f6XMEj6F2OUY͕.`t׉	 7cassandra://hBE7P7ctn9L_k4XCMmrOItIYnxXEq2USwkDG_xEd8II+I` g +~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://3zQHKdj96Trgy-bDA5kMMt9xIvTEAK_sLmcP0_cfU_0 `׉	 7cassandra://lrALG1Vm7NTQFz_Dqjl6AI70K1lnee0a56nZF1OAVAQ`t׉	 7cassandra://NGS_hGCGplY7QlGdg5outgfwM2u2R78KwiGcGKRxrvE'` g +~[q7׉E	#Stationslocaties
Katalysator voor stedelijke ontwikkeling
Vrijwel alle gemeenten streven
ernaar om hun stationsgebied
zo in te richten dat
het fungeert als een indrukwekkend
entreegebied en
het visitekaartje van de stad
is. Stations zijn veel meer
dan alleen cruciale schakels
in het spoornetwerk. Ze zijn
onmisbare onderdelen van
de mobiliteitsketen en ontwikkelen
zich steeds meer
tot dynamische hotspots,
hubs en ontmoetingsplekken
die stadsdelen met
elkaar verbinden.
20 - Stationslocaties 2024/2025
M
ovares en de ontwerpers van
studioSK hebben een visie ontwikkeld
die hoogwaardige architectuur
mogelijk maakt, passend bij de ambities
van gemeenten en de wensen van spoorpartijen.
Het ontwerp van de openbare
ruimte en vergroening met landschappelijke
elementen spelen hierbij een belangrijke
rol. In de afgelopen tien jaar hebben we
stations en stationsomgevingen ontworpen
waar we trots op zijn. Al in de vroege
planfase houden we rekening met het veranderende
klimaat en werken we zoveel
mogelijk CO2- en energieneutraal. Met
het oog op het klimaat en onze gezondheid
maken we het openbaar vervoernetwerk
en het fiets-voetverkeer zo aantrekkelijk
mogelijk. Stationsomgevingen die
als aantrekkelijke magneetpunten in de
stad fungeren, stimuleren het gebruik van
fietsen en deelmobiliteit. Ze zorgen voor
een prettige start en thuiskomst van de reis.
Daarnaast bedenken we slimme oplossingen
voor de toenemende vraag naar
woningen in binnenstedelijke gebieden.
Hierdoor functioneren stations steeds meer
als hubs met diverse logistieke functies.
Onze (circulaire) fietsenstallingen, zowel
boven- als ondergronds, maken dit plaatje
compleet.
D
e kracht van Movares ligt in het
samenbrengen van alle disciplines in
één ruimtelijk sterk en integraal ontwerp.
Deze ontwerpen worden verder technisch
uitgewerkt onder supervisie van onze
architecten en stedenbouwkundigen. Als
multidisciplinair ontwerp- en adviesbureau
hebben we alles in huis om samen met de
stakeholders stations te ontwikkelen tot toekomstbestendige
mobiliteitsknooppunten
en katalysatoren voor stedelijke vitaliteit.
Onze jarenlange kennis van de belangen
van partners, onze visie op stations, mobiliteit
en stedelijke ontwikkeling helpen ons
hierbij. We inspireren elkaar en bouwen
samen aan mooie, comfortabele en sociaal
veilige stations voor nu en de toekomst.
׉	 7cassandra://hBE7P7ctn9L_k4XCMmrOItIYnxXEq2USwkDG_xEd8II+I` g+~[q6׉E
Vroege planfase
Vooruitdenken is de sleutel tot toekomstbestendige
stations
Multimodale Knoop Eindhoven
Meer vervoerscapaciteit Brainport Regio
G
emeente Eindhoven, Provincie Noord-Brabant, het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat, ProRail en NS hebben het consortium
Movares, Stedenbouwkundig bureau KCAP en architectenbureau
Team V Architectuur opdracht gegeven voor de MIRT-verkenning
‘Multimodale Knoop Eindhoven’. Er is behoefte aan meer busvervoer,
meer spoor-/perroncapaciteit en meer voorzieningen voor fietsers,
voetgangers en deelmobiliteit. We onderzoeken, ontwerpen en adviseren
over de beste alternatieven voor het integrale station, voor alle
modaliteiten. Samen realiseren we een internationaal knooppunt dat
past bij de ambities van Brainportregio Eindhoven en waar regionale,
nationale en internationale verbindingen samenkomen in een hoogstedelijke
omgeving.
Venlo Integraal Toekomstvast
Duurzame oplossingen
H
et emplacement van Venlo is een cruciaal knooppunt waar de
Brabantroute, Maaslijn en de spoorlijn naar Duitsland samenkomen.
Gelegen in een dichtbebouwd gebied en aan de voet van het
Maasdal, kampt het emplacement met problemen zoals hittestress en
wateroverlast, die door klimaatverandering verergeren. Movares en
ProRail zijn de verkenningsstudie Venlo Integraal Toekomstvast (VIT)
gestart om duurzame oplossingen te vinden voor de thema’s ‘spoorse
infra’, ‘stations & transfer’ en ‘duurzaamheid’. De manier waarop we dat
doen is uniek. We hebben duo’s (Movares/ProRail) gevormd rond de
thema’s en zijn alle mogelijke knelpunten en oplossingen aan het
verkennen. De set met oplossingsrichtingen met daaraan gekoppeld
concrete situaties, is gepresenteerd aan het ministerie van IenW.
OV en Wonen Utrecht
Betere bereikbaarheid woon- en werklocaties
Utrecht
D
e regio Utrecht groeit snel, met toenemende vraag naar woon- en
werkruimte en drukte op wegen en openbaar vervoer. Movares
voert de MIRT-verkenning OV en Wonen uit om Utrecht Science Park
beter bereikbaar te maken, de druk op Utrecht Centraal te verlichten
en nieuwe woon- en werklocaties in Utrecht Zuidwest en Nieuwegein
bereikbaar te maken. In de eerste fase (zeef 1) hebben we kansrijke
oplossingsrichtingen uitgewerkt die in de beoordelingsfase (zeef 2)
verder zijn onderzocht. Er zijn nu vijf kansrijke oplossingen met onder
meer een mogelijke nieuwe (ondergrondse) tram, een extra busbaan
op Utrecht Science Park en aanpassingen aan bestaande lijnen. Samen
werken we aan goed bereikbare nieuwe en bestaande woon- en
werkgebieden.
Harmelen
Utrecht
Centraal
Utrecht
Lunetten
Utrecht
Science Park
Bunnik
Zeist
Bilthoven
Odijk
Montfoort
Houten
IJsselstein
Nieuwegein
Stationslocaties 2024/2025 - 21
׉	 7cassandra://NGS_hGCGplY7QlGdg5outgfwM2u2R78KwiGcGKRxrvE'` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://BD0QsaHhCQKv1Y-6mPCmI5W218ldhPu_oq8p8IVE24k @]`׉	 7cassandra://Ry3_2FfzaqnbiYKxdb6_VFEwnwE_2FAECbPlulGSidgr`t׉	 7cassandra://tKrRHv4BX5c4EdbRqBz9THMwOS99R-k8VTeXa1SZTM4%` g!+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://dv1WpFEElN0t7IGg7JrC8TLIorUQCHwQopT1P1To8aI +`׉	 7cassandra://Nq0EMPn2S3-K9jLFJHpwlDlOUagI3vZSzXJMY4jlkW8y`t׉	 7cassandra://Z4-IkeT42EdZwpxL28OSurND-h1pakg1tE9BLbtwB6U&?` g"+~[q7׉E	Ontwerp en realisatie
Aantrekkelijke stationsgebieden voor wonen,
werken en recreëren
Spoorzone Helmond
Duurzaam en innovatief
S
tation Helmond is een van de duurzaamste stations van
Nederland. Het stationsgebouw bestaat uit duurzame materialen
en heeft een groendak met sedumbeplanting. Dit zorgt voor een
aangename temperatuur in zomer en winter en voor de opvang van
regenwater. Dankzij zonnepanelen is het stationsgebouw grotendeels
zelfvoorzienend in energie. Tien jaar na oplevering is het nog altijd
een stedelijke hotspot en prettige verblijfsplek. Movares en studioSK
waren betrokken bij het hele traject, van de integrale stedenbouwkundige
visie voor de spoorzone tot het ontwerp van gebouwen, openbare
ruimte, spoorpassage en langzaamverkeersbrug. Uniek is dat
de gemeente Helmond zelf opdrachtgever was voor de volledige
realisatie van het stationsgebied en alle aanbestedingen verzorgde.
Station Uitgeest
Klimaatbestendig ontwerp
H
et stationsgebied van Uitgeest, onderdeel van het Programma
Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Amsterdam-Alkmaar, krijgt
een nieuw ontwerp met klimaatadaptatie als belangrijk thema.
Movares bracht voor ProRail de klimaatrisico’s in kaart, zoals
wateroverlast, hittestress, droogte, stormschade en overstroming. We
adviseerden over klimaatbestendige ontwerpkansen aan de hand
van onze QuickScan klimaatadaptatie. Dit heeft er bijvoorbeeld toe
geleid dat er met een zwaardere norm voor de hemelwaterafvoer
wordt gewerkt. Station Uitgeest behoort tot de Paris Proof Stations,
een initiatief van DGBC om energiegebruik en CO2-emissie te
verminderen. Ongeveer de helft van de constructie is in hout
uitgevoerd, wat de voetafdruk van de constructie bijna halveert.
Station Groningen Europark
Groen en Iconisch
S
tation Groningen Europark werd in 2013 uitgeroepen tot mooiste
gebouw, gesitueerd in een groene oase. Het resultaat van een
intensieve samenwerking tussen Movares en gemeente Groningen.
In het ontwerp is gekozen voor een hoogwaardige uitstraling en
verblijfskwaliteit, als aanjager voor de gebiedsontwikkeling. Het
station vormt nog altijd het brandpunt in het Europark, een stedelijk
gebied voor wonen, werken en recreëren. Het heeft een duidelijke
signaalfunctie, heldere routing, comfortabele verblijfsruimtes en
goede overstapmogelijkheden en is makkelijk bereikbaar voor
fietsers en voetgangers. Reizigers genieten vanaf houten banken en
natuurstenen perrons van het uitzicht op de groene stadstuin.
22 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://tKrRHv4BX5c4EdbRqBz9THMwOS99R-k8VTeXa1SZTM4%` g+~[q6׉E	Klimaatbestendig en toekomstvast
Wij gaan voor duurzaamheid en circulariteit
Station Dordrecht
Circulaire fietsenstalling
n Dordrecht wordt eind van dit jaar de eerste circulaire stationsentree
en fietsenstalling opgeleverd. Het ontwerp van studioSK en
Movares wordt gerealiseerd in opdracht van de gemeente Dordrecht
en ProRail. Het gebouw biedt plek aan circa 2000 fietsen, bijna drie
keer zoveel als nu. De stalling is compleet de- en remontabel. De
materialen zijn her te gebruiken en de stalling kan in haar geheel
verplaatst worden. Daarnaast is het ontwerp energieneutraal door
het gebruik van een zonnedak en carbon-based door toepassing
van houten bouwdelen De stalling vormt de vernieuwde ingang van
het station, als paviljoen in het Weizigtpark. Het open ontwerp past
perfect bij de locatie. In combinatie met nieuwe fietspaden is het een
grote verbetering van de openbare ruimte.
Station Utrecht Vaartsche Rijn
Stijlvolle entree naar de binnenstad
H
et is een levendig stuk stad met tram en trein op het dak: station
Utrecht Vaartsche Rijn, ontworpen door studioSK, Movares.
Het station is volledig naar wens van de gemeente ontworpen
als een stadspoort over het water van de Vaartsche Rijn. De
perrons voor de trein en de halte voor tram liggen 6 meter boven
straatniveau. Daaronder zijn stedelijke functies geïntegreerd, zoals
winkels, bewonersruimten, een parkeergarage en een bewaakte
fietsenstalling. De smalle onderdoorgang is vervangen door een
ruime passage waarin het water en de beide kades doorlopen.
Het station heeft een lichte, ruime opzet en alle plafonds van de
perronkappen zijn van hout. De perrons zijn bereikbaar via brede
trappen en transparante liften. Het resultaat: een levendig stuk stad
met tram en trein op het dak.
Historische Perronkappen
Innovatieve restauratietechnieken
B
ehoud en renovatie van historische perronkappen zijn essentieel
om de culturele waarde en functionaliteit van stations te waarborgen.
Met innovatieve restauratietechnieken versterkt Movares de
monumentale structuren en past ze aan de moderne eisen aan.
• Bij station Leeuwarden met kappen uit 1891 heeft Movares
meegewerkt aan het restauratieontwerp;
• Eerder werkte Movares al aan de restauratie van station
Groningen en recent waren we kernspeler bij de restauratie van
de120 jaar oude stationskappen;
• Voor station Alkmaar verzorgt Movares de renovatieengineering
van alle perronkappen.
Stationslocaties 2024/2025 - 23
I
׉	 7cassandra://Z4-IkeT42EdZwpxL28OSurND-h1pakg1tE9BLbtwB6U&?` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://MvzXCJWv-oJjlZObRXR6Jdi70E-m8BtBJDq4XvoU8Io %`׉	 7cassandra://IA6oNEbX1-sOl1H6P7pAvuBKeKG25W0JSODmI32aEQUm`t׉	 7cassandra://ZA2KAUV7b4NdTbT4-FJKtLBpzQCSslUIxyVZtdNenPk$` g"+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://vDlVBrHZjHQ-YaRneLgt-JYnpYKNoDK1-wtZ7LhKWh4 `׉	 7cassandra://T8JFrxXvG5b9IbF1OdFzfn76L-otlmMITPBaHNFK5fM͐f`t׉	 7cassandra://lmuXI6b8yCGSgc7UAXghYl8sOswaLhAz49LUty2DgoY*c` g"+~[q7נg#+~[q7 ̊9ׁHhttp://www.denhaag.nl/cidׁׁЈ׉EADen Haag
gaat pieken
in het
centrum
Het is een van de grootste binnenstedelijke
gebiedsontwikkelingen in Nederland. Het Central
Innovation District (CID) midden in Den Haag. In
twintig jaar ondergaat het gebied een grondige
metamorfose, met ruimte voor wonen, werken, leren
en meer leefbaarheid.
H
et is een ambitieus plan met indrukwekkende
cijfers. Het sleutelbegrip is:
de hoogte in. “Den Haag heeft geen
ruimte om uit te breiden, de enige serieuze
optie is dus om te verdichten.” Dat vertelt Mirko
Buining, de programmadirecteur. “In het voorjaar
van 2025 ligt er een volledig zogenaamd
toekomstplan voor Laakhavens Hollands Spoor,
één van de deelgebieden in het CID. En dat is de
Sfeerbeeld Waldorp Four (beeld: Paul de Ruiter Architects)
blauwdruk voor de andere toekomstplannen
in het CID voor andere deelgebieden: Centraal,
Beatrixkwartier en Laan van NOI.”
“De skyline van Den Haag gaat veranderen in
de toekomst.” Om de gewenste verdichting te
bereiken komen er torens van misschien wel
180 meter hoog. Net als in andere steden is
daarvoor een omslag in mobiliteitsdenken
Sfeerbeeld KJ Den Haag, nieuwe stadsentree Den Haag Centraal (beeld: Powerhouse Company)
nodig. “We zetten in eerst instantie in op voetgangers,
daarna op fietsers. Op de derde plaats
komt openbaar vervoer, en als laatste de auto.”
Het CID ligt tussen en rond de drie intercitystations,
Hollands Spoor, Centraal en Laan van
NOI. Door de ontwikkeling hier te concentreren
is de bereikbaar met OV gegarandeerd. En
veel bestemmingen liggen op loopafstand van
de stations.
24 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://ZA2KAUV7b4NdTbT4-FJKtLBpzQCSslUIxyVZtdNenPk$` g+~[q6׉E%Toch blijft er ruimte voor de auto, om naar het
gebied te komen. Zo komt er op termijn een
grote parkeergarage in Laakhavens die voorziet
in de parkeerbehoefte van dat gebied.
Om het OV te stimuleren komt er een nieuwe
HOV-verbinding tussen het centraal station
richting de Binckhorst, Voorburg en Rijswijk.
En station Laan van NOI gaat op termijn stevig
op de schop.
Buining noemt het CID een programma. “We
willen de huidige binnenstad verdubbelen.
Verdichten is eigenlijk meer woningen bouwen,
meer kantoren op dezelfde plek”, vertelt
de programmadirecteur. “Onze opgave
is vooral om die verdichting leefbaar te laten
zijn, met voldoende voorzieningen, groen en
duurzaamheid.”
In het gebied zijn bouwprojecten gaande die
zo’n tien jaar geleden bedacht zijn. Het zijn
solitaire projecten in de stad. “De gemeente
wil dit soort alleenstaande projecten niet
meer faciliteren zonder te weten hoe de
samenhang in het gebied eruit komt te zien.
En dus zijn we een drietal jaar geleden begonnen
met het maken van ontwikkelvisies, om de
kaders waarbinnen we uiteindelijk die projecten
willen laten landen goed vast te leggen.”
Een handicap lijkt dat de gemeente geen
grondposities heeft. Buining ziet dat anders.
“Uiteindelijk moeten de initiatieven vanuit de
markt komen. Ik denk dat Den Haag een mooi
voorbeeld is, hoe we in samenwerking met ontwikkelaars
een nieuw stuk stad vormgeven.”
De ambities zijn groot. Het CID zet indrukwekkende
cijfers op de kaart. Het aantal
woningen gaat in vijftien jaar van 26.500
naar 47.000. Dat biedt plek voor 35.000 extra
mensen, daarnaast komt er ruimte voor 8.000
extra studenten. Het aantal banen groeit met
25.000 naar ruim 80.000 En er komt nog eens
640.000 m2
kantoorruimte bij de al ruim 2
miljoen bestaande vierkante meters. Dat is
niet gek als je bedenkt dat de overheid een
belangrijke speler is in de kantorenmarkt,
met veel ministeries en overheidsinstellingen.
Tenslotte komt er nog 255.000 m2
maatschappelijke
voorzieningen en ruimte voor commercie
bij, vooral in de plinten.
Het eerste deelgebied dat in ontwikkeling
komt
is Laakhavens Hollands Spoor. Deze
herfst start de bouw van de Waldorp Four met
1175 woningen in vier woontorens met ruimte
voor sociale huur en studenten. Vlak daarna
start de bouw van de Grace. In twee torens
van 100 en 140 meter, komen 1.300 woningen.
Voor de helft sociale en middeldure huur.
Daarnaast is er ruimte voor voorzieningen en
kantoren. En krijgt de openbare ruimte rond
de Haagse Hogeschool campus een boost.
Sfeerbeeld Escher Gardens (beeld: KCAP)
Hoge woontorens vergen veel van wat zich
op de begane grond afspeelt, meent Buining.
“Het is belangrijk dat aan de kwaliteit van
de buitenruimte, van het openbaar gebied,
veel aandacht wordt besteed. Alleen dan kan
je het gebied echt verdichten.” En zo bruist
Laakhavens Hollands Spoor volgens Buining
straks van de energie. Het gebied verandert in
een levendige plek om te wonen, werken, studeren,
ontspannen en verblijven.
Om de leefbaarheid te vergroten is er veel
aandacht voor de plinten, waarbij de Haagse
Loper, bij het centraal station als voorbeeld
geldt. “Daar zie je al dat er van alles gebeurt.
Er zit een kapper, drogist, bakker, koffietentjes
en een supermarkt.”
Maar ook vinden we er studenten, die van alle
gemakken en woonruimte worden voorzien in
de campusomgeving. Grote universiteiten als
Stationslocaties 2024/2025 - 25
die van Leiden, Edinburgh en de TU Delft hebben
er dependances. Wetenschap, opleiding
en onderzoek dragen bij aan de I uit CID: innovatie.
“Er vindt veel innovatie plaats op specifieke
thema’s zoals de GovTech, LegalTech en
Cybersecurity in de stad van Vrede en Recht”,
zegt Buining.
Zo biedt Den Haag onder andere studenten,
de Rijksoverheid en woningzoekenden een
plek in het nieuwe hart van de stad, met een
veranderde skyline als hoogtepunt.
<<
www.denhaag.nl/cid
׉	 7cassandra://lmuXI6b8yCGSgc7UAXghYl8sOswaLhAz49LUty2DgoY*c` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://brZsCwmoXcueEG_0QWQamS3vzh6JeXRo-yn89jRLEeo r`׉	 7cassandra://5j36X3004ZDE9KVvOu0X_n_CxW1ZhorRynBX2Xyxx0o~`t׉	 7cassandra://RsJe-1JEf5xNtxH5ef3wWymRzRGa9V61NHy5myJTmJU('` g#+~[q7ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://GwGiV0Jd-5GlNc2tG_gwYDDUzormWj0rz5MFXXrgt4Q ;`׉	 7cassandra://X6zuMgy5yRq6aAHytNaGZh1XjQpY37OmvuH-N8AW4Gs^=`t׉	 7cassandra://uuDdUklT0WWohpkcXyB9O5uR7woVmK0viJqID7aZ2vI` g#+~[q7׉ENabijheid vermindert de
CO2-uitstoot van mobiliteit
Het oplossen van het woningtekort en het terugdringen van de CO2-uitstoot zijn grote uitdagingen waar
Nederland voor staat. Wonen kan niet zonder bereikbaarheid en bijna een kwart van de CO2- uitstoot van
een huishouden komt door mobiliteit. Aantrekkelijke en duurzame mobiliteit is belangrijk voor Nederland.
Gaan en staan waar je wil, is een keuze die miljoenen Nederlanders hebben dankzij het openbaar vervoer.
Deze duurzame mobiliteit is voor veel problemen in Nederland een onmisbaar deel van de oplossing. Want
reizen met OV is duurzaam, ruimte efficiënt en voor iedereen.
I
n 2022 bracht NS het advies uit aan het
Rijk om te bouwen op de best bereikbare
plekken als antwoord op het woningbouwvraagstuk.
‘Hoe maken we 1 miljoen nieuwe
woningen duurzaam bereikbaar?’. Hierin
werden gebieden aangewezen waar NS nog
ruimte heeft in de trein en waar grote investeringen
in nieuwe railinfrastructuur of nieuwe
stations niet nodig zijn. Dat is het geval in
de gebieden aan de randen van de Randstad
die in de concept Nota Ruimte de ‘Bandstad’
wordt genoemd.
Het advies van NS werd goed ontvangen en
veel van deze gebieden met ruimte in de trein
zijn door het Rijk aangewezen als verstedelijkingsgebieden.
Er
zijn nog wel knelpunten op het spoor
die opgelost moeten worden. Zo zijn het
Programma Hoogfrequent Spoor, het project
Zuidasdok en schaalspronginvesteringen in
de Randstad (Oude Lijn en doortrekken NoordZuidlijn)
nodig voor de bereikbaarheid van
Nederland nu en in de toekomst.
Mobiliteitsgedrag
In juni van dit jaar kwam NS met een nieuw
advies: ‘Nabijheid vermindert de uitstoot van
mobiliteit’. Om mensen in de verstedelijkingsgebieden
daadwerkelijk te laten kiezen voor
de trein, is het belangrijk om te bouwen in
hoge dichtheden, nabijheid te creëren en te
zorgen dat bestemmingen in de buurt van het
OV-knooppunt liggen. De ordening van werken,
wonen en vrije tijd bepaalt voor een groot
deel ons mobiliteitsgedrag.
Het bouwen in hoge dichtheden rondom
OV-knooppunten kan de CO2 uitstoot van
mobiliteit met 30% terugbrengen, ten opzichte
van bouwen op uitleglocaties of in minder
stedelijk gebied. Dat komt doordat mensen
die dichtbij voorzieningen wonen minder ver
26 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://RsJe-1JEf5xNtxH5ef3wWymRzRGa9V61NHy5myJTmJU('` g+~[q6׉E=nog ruimte in de trein maar niet gelinkt aan
verstedelijkingsregio
nog ruimte in de trein en gelinkt aan verstedelijkingsregio
bestaande knelpunten, schaalspronginvesteringen nodig
is nu ruimte maar op korte termijn
schaalspronginvestering nodig
Zuidasdok - als dit knelpunt niet wordt opgelost, kunnen
er na 2030 geen duurzaam bereikbare woningen in de
metropoolregio Amsterdam worden bijgebouwd
Overzicht van gebieden waar NS nog ruimte heeft in de trein.
reizen en dat meestal lopend en fietsend kunnen. Mensen die
dichtbij een station wonen, gebruiken de trein vaker. Iemand
die op een kilometer afstand woont van een groot treinstation
neemt de trein gemiddeld twee keer zo vaak als iemand die op
vier kilometer afstand van datzelfde treinstation woont.
De trein is de oplossing voor de langere afstand
Steden verdichten en willen duurzaam bereikbaar zijn met
vervoermiddelen die weinig ruimte nodig hebben. De trein
is het meest ruimte-efficiënte vervoermiddel voor langere
afstanden. Op een ‘weg’ van 3,5 meter breed kunnen per uur
19.000 mensen per trein reizen en slechts 2.000 met de auto.
De auto is van alle modaliteiten de grootste ruimtevrager en is
zeer bepalend in de openbare ruimte. Vergeleken met het jaar
2000 zijn er nu 25% meer auto’s per inwoner, zijn auto’s 20%
groter, zitten er in een rijdende auto ruim 10% minder mensen,
en rijdt elke auto 20% minder1
.
Fietsen en lopen zijn het meest duurzaam, de energieaandrijving
is vooral spierkracht en er zijn weinig grondstoffen nodig
om een fiets te maken. Maar fietsen en lopen zijn geen oplossing
voor de lange afstand. De trein is van het gemotoriseerd
vervoer de vervoerswijze met de minste CO2-uitstoot. Dat komt
doordat de meeste treinen in Nederland rijden op duurzaam
opgewekte stroom, er relatief veel mensen in een trein passen
en een trein lang meegaat. Busvervoer doet het ook relatief
goed doordat het in snel tempo aan het elektrificeren is. De
uitstoot van een auto op fossiele brandstof is het hoogst en
er zijn veel grondstoffen nodig om auto’s en autobatterijen te
produceren.
Stationslocaties 2024/2025 - 27
׉	 7cassandra://uuDdUklT0WWohpkcXyB9O5uR7woVmK0viJqID7aZ2vI` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://aGJXhK5cCCrMhzpospQ3Bts4KemWbzsd19FYrZVSstY f`׉	 7cassandra://SEXz7GqUXPklXxWwt7dY-DeSfxfgRL3uMQuw9tgqjAEd`t׉	 7cassandra://AuAF9YPodkab8l-R0xKManNt5ubDuY3Vi9-vpY0floM!` g#+~[q7!ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://FESmxQOYLhYq7DPzOINBqlQhfda7J5YR6iUPCkcmcb8 U`׉	 7cassandra://5OXbKtK28-iPjV7yBgTOJCdvc5Y4vfx1TRosbDVwVE0Z`t׉	 7cassandra://OOJ-Oo9xpl__kp8fJpE5xw2dBrkdrb-yd1ow5A7EQsA|` g#+~[q7"נg#+~[q7' DY9ׁHhttp://Stadszaken.nlׁׁЈנg#+~[q7& Gʁ9ׁH $mailto:odette.zwinkels@nsstations.nlׁׁЈנg#+~[q7% G̼9ׁH "mailto:marjolein.stamsnijder@ns.nlׁׁЈנg#+~[q7$ '9ׁHhttp://www.ns.nl/overׁׁЈ׉E=Drie adviezen
1. Bouw nieuwe woningen, voorzieningen en werklocaties in
hoge dichtheden op een aantrekkelijke manier. Op plekken
waar veel mensen wonen is meer draagkracht voor voorzieningen
en openbaar vervoer op korte afstand. De onderlinge
afstanden zijn beperkt, zodat verplaatsingen lopend of per
fiets gemaakt kunnen worden. Dat is goedkoop, gezond en
duurzaam. Gemeenten kunnen nabijheid creëren door goede
ruimtelijke ordening.
2. Zorg ervoor dat het openbaar vervoer de logische keuze is
voor de langere afstand door bestemmingen zoals werklocaties
en onderwijs binnen loopafstand van OV-knooppunten
te bouwen en woningen binnen fiets- en loopafstand.
Om CO2-uitstoot door mobiliteit te reduceren moeten niet
alleen woningen maar ook bestemmingen, zoals arbeidsplaatsen,
goed bereikbaar zijn. Daar is nog veel winst te
behalen. Het aantal arbeidsplaatsen is de afgelopen jaren
vooral toegenomen op autosnelweglocaties en op multimodaal
ontsloten locaties2
.
NS adviseert om er de komende jaren alles aan te doen om
meer banen, onderwijs, cultuur en gezondheidzorg bereikbaar
te maken met het openbaar vervoer.
De trein is de duurzaamste optie voor de langere afstand
Station Zwolle @Wouter van der Sar
3. Zorg er als gemeente voor dat het mobiliteitsplan en het
parkeerbeleid aansluit op een duurzaam verplaatsingspatroon
van huidige en nieuwe inwoners, op zo’n manier
dat stad en OV-netwerk ook bereikbaar zijn vanuit minder
stedelijk gebied.
Het is belangrijk om onze steden ook bereikbaar te houden
voor mensen uit gebieden zonder goede OV bereikbaar28
- Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://AuAF9YPodkab8l-R0xKManNt5ubDuY3Vi9-vpY0floM!` g+~[q6׉EBouw in hoge dichtheden rond OV-knopen.
heid. Stations kunnen daarin een belangrijke schakel zijn
en fungeren als poort naar de stad. Bijvoorbeeld door goede
parkeervoorzieningen te blijven aanbieden op stations in
minder stedelijk gebied.
Geef het station ruimte
Randvoorwaarde is dat er ruimte behouden blijft in stationsgebieden
voor de voetganger, de fietser, klimaatadaptatie, flexibiliteit
voor de toekomst en leefbaarheid voor iedereen.
Op de stations en in de stationsomgeving komen alle duurzaamheidsopgaven
samen. Door in de directe stationsomgeving
ruimte vrij te houden voor een fijn verblijfsgebied, een
prettig klimaat en voor toekomstige groei van de OV-knoop,
kunnen stations hun rol in de maatschappij blijven vervullen.
Nu en in de toekomst.
NB: dit artikel is gebaseerd op een advies dat NS eerder uitbracht,
dat advies is te lezen op www.ns.nl/over-ns/de-spoorsector/
regiodirecties
<<
Meer informatie?
Neem dan contact op met: Marjolein Stamsnijder –
Adviseur Strategie en Innovatie NS
marjolein.stamsnijder@ns.nl of
Odette Zwinkels – Planontwikkelaar NS Stations
odette.zwinkels@nsstations.nl
1) Stadszaken.nl
2) CLO - Openbaarvervoer-, auto- en multimodale ontsluiting
werkgebieden, 1996 – 2020
Stationslocaties 2024/2025 - 29
׉	 7cassandra://OOJ-Oo9xpl__kp8fJpE5xw2dBrkdrb-yd1ow5A7EQsA|` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://Bc8WP7252yriqVAkaHEi1rsTzu-6gIsCCRBaCSL5ET8 n#`׉	 7cassandra://n0TES0oEe0vk0xW15h7qsPH_UNI4SpimUvy_WXekZhM͆`t׉	 7cassandra://HA1wl9BlrM5rtsq4aGKN2p5ZlMGWV3ErQi6Y_YI1uCI'` g#+~[q7(ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://7Ud4pKtW4PLkHJV-pAlRcO48tg6O7CAetPomknK15MA `׉	 7cassandra://ZwXZGnMlP7ZqWr4Gt-03XJRLvQ7R-CpJSjCMueyy1DI͆`t׉	 7cassandra://0nD8fBtmM3P6K_5pFnEb7O4wjHZJTChhfHG7RooYg7s)<` g#+~[q7)נg$+~[q7+ 9ׁH 'http://www.amersfoort.nl/stationsgebiedׁׁЈ׉EAmersfoort: groene poort
naar Randstad
De gemeente Amersfoort heeft een veelzijdig centrum met veel
verschillende functies en het stationsgebied biedt ruimte aan
meerdere grote bedrijven. De Keistad richt zich in de daar met name
op instellingen die maatschappelijke vraagstukken willen oplossen.
Onder de noemer Earth Valley rolt Amersfoort voor hen de rode loper
uit met in de toekomst 100.000 m2
extra hoogwaardige werkruimte.
I
n een gezonde en levendige stad is ruimte
voor wonen én werken. In het publieke
debat lijkt het de afgelopen jaren vooral
over wonen te gaan, vanwege een schreeuwend
tekort aan betaalbare woonruimte. In
Amersfoort erkennen ze dat wonen veel aandacht
vergt, maar toch willen ze die andere
component bij de ruimtelijke ordening niet
uit het oog verliezen: werken.
Volgens Projectmanager Stationsgebied Arjen
Jansen mag ‘werken’ inmiddels wat meer op
de voorgrond komen. Twee jaar geleden was
hij al enthousiast over de ontwikkelingen
rond Amersfoort Centraal. Dat enthousiasme
is alleen maar groter geworden, nu er duidelijk
vooruitgang geboekt wordt. Onder andere
de fietskelder gaat definitief gerealiseerd worden
onder het stationsplein, de financiering
is rond. “Het project wordt binnenkort aanbesteed.
Dus dat is een stap verder,” vertelt hij.
“En wat nieuw is dat we het busstation, het
hele plein en de omgeving gaan vernieuwen,
als de fietsen onder de grond zijn.” Het wordt
een belangrijke kwaliteitsimpuls, waarbij vergroening
centraal staat. “Het verblijfsklimaat
voor de reizigers gaan we vergroten, zodat
het aangenamer wordt voor reizigers tijdens
hitte en regen.” Daar profiteren zowel de
Amersfoorters van, maar ook de werknemers
in het gebied.
Tegelwippen
Om te laten zien dat er echt wat gaat veranderen
is het team van Arjen kort geleden zelf
aan de slag gaan. Heel kleinschalig, maar met
een grote uitstraling. “We hebben allemaal
tegeltuintjes ingeplant. Om te laten zien dat
we niet alleen mooie plannen maken, maar
ook gewoon groene vingers willen hebben.”
En dus staken Arjen en zijn teamleden letterlijk
de armen uit de mouwen. Ze gingen
tegels wippen, zodat je de komende jaren al
iets van de groene gloed ziet, vooruitlopend
op de echte groene transformatie. Denken in
het groot, doen in het klein, dat past goed bij
Amersfoort.
Marco van Hoek is Programmamanager
Ruimte voor Economie. Ook hij benadrukt dat
Amersfoort een goede balans wil houden tussen
wonen en werken. Hij voorziet dat de regio
Amersfoort de komende twintig jaar gaat
groeien met 32.000 banen. De stad heeft een
regiofunctie, veel inwoners van omringende
gemeentes zijn voor werk van de stad afhankelijk.
Om
die banen te faciliteren is er onder andere
in het Amersfoortse stationsgebied 100.000
m2
extra kantoor- en werkruimte geprojecteerd.
Met als kwalitatief hoogtepunt een
nieuw WTC. “Een ontwikkelaar heeft een plan
ingediend. Dat plan is meegenomen in het
bestemmingsplan, dat wordt opgesteld voor
de omgeving van de wagenwerkplaats.” Een
WTC krijg je niet zo maar, daarvoor moet je als
ontwikkelaar en gemeente aan veel voorwaarden
voldoen. “De gemeente Amersfoort en de
initiatiefnemers voor het WTC moesten door
een groot aantal hoepels springen”, omschrijft
Marco. “Het wordt wel een WTC gericht op de
doelgroep, die wij omschrijven als Earth Valley,
de zakelijke dienstverlening, gericht op maatschappelijke
vraagstukken. En die maatschappelijke
vraagstukken kunnen gezondheid zijn,
kunnen leefomgeving zijn, mobiliteit of energie.”
Prettige
locatie
Mathilde van der Sanden is Accountmanager
Amersfoort Business Team. Zij en haar collega’s
onderhouden de contacten met het
bedrijfsleven in de Keistad. “Wij doen geen
actieve acquisitie meer, want we hebben op
dit moment geen ruimte. We hebben goede
contacten met makelaars en laten hen hun
werk doen.” Zij en haar team adviseren bij vestigingsvraagstukken
in Amersfoort. Ook helpen
ze bij het verduurzamen van bedrijven en
30 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://HA1wl9BlrM5rtsq4aGKN2p5ZlMGWV3ErQi6Y_YI1uCI'` g+~[q6׉E
bedrijventerreinen. En ze zijn de schakel tussen
het bedrijfsleven en gemeentelijke afdelingen.
Op de website Amersfoortbusiness.
com laat ze zien dat Amersfoort een hele prettige
vestigingsstad is.
Het team van Mathilde moet er voor zorgen
dat de bedrijven in de gemeente op een goede
manier kunnen ondernemen. “Maar ook dat
de juiste bedrijven hier zijn gevestigd”, vertelt
Mathilde. “Als je kijkt naar het onderwijsaanbod,
is het ook nog eens relevant dat we kijken
naar welke bedrijven nou eigenlijk goed passen.
Zodat onderwijsinstellingen ook goede
stageplekken hebben. Dat die jongeren die nu
nog op school zitten, hier straks kunnen werken
en ook kunnen wonen. Dat heeft allemaal
met elkaar te maken.”
Marco van Hoek, Arjen Jansen en Mathilde van der Sanden
Nu heeft het stationsgebied nog ruim 7.500
arbeidsplaatsen, maar dat moet dus op termijn
gaan verdubbelen. In het gebied zitten
aansprekende namen als Friesland Campina,
Dutch Metropolitan Innovation Centre, KPN,
Natuurmonumenten, Arcadis en het Huis
voor de Gezondheid met diverse gezondheidsfondsen
en patiëntenorganisaties, zoals Mind,
Longfonds en Diabetesfonds.
Die hebben verwachtingen voor de ontwikkeling
van het gebied. “Daarom hebben we twee
keer per jaar een klankbordoverleg. Sommige
bedrijven zijn gekomen met het idee dat het
stationsplein mooi groen wordt. Het is van
belang om deze bedrijven aangehaakt te houden,
want dat groene plein komt er echt.”
Arjen en zijn mensen kijken inmiddels ook
verder. Zo was het station in de jaren negentig
een zogenoemd sleutelproject, één van de eerste
stations die grootschalig werd aangepakt.
Maar inmiddels ervaart Amersfoort de gevolgen
van de wet van de remmende voorsprong.
En dus is de gemeente met NS en ProRail in
gesprek om ook het station en stationsgebouw
zelf aan te pakken. En dan zijn er nog
opties aan de zuidwest kant van het station.
Daar ligt een P+R, maar die ruimte zou in de
toekomst ook ontwikkeld kunnen worden.
Clubhuis
Dat is voor de verdere toekomst, dichterbij zijn
de ontwikkelingen rond de oude rechtbank.
Dat zou volgens Marco een laagdrempelige
netwerklocatie moeten worden. “Een bedrijfsverzamelgebouw
inclusief een clubhuis. Dat
mensen van heinde en verre en lokaal kunnen
zeggen, nou dat is mijn clubhuis.”
En dan benadrukt Marco nog maar eens de
grote voordelen van het stationsgebied van
Amersfoort, centraal gelegen, goed bereikbaar
per OV en auto, met de Randstad en Schiphol
op korte afstand. Maar dan met redelijke prijzen.
“Die prijzen passen bij instellingen die
hun budget maatschappelijk moeten verantwoorden,
zoals Natuurmonumenten.”
<<
www.amersfoort.nl/stationsgebied
Stationslocaties 2024/2025 - 31
׉	 7cassandra://0nD8fBtmM3P6K_5pFnEb7O4wjHZJTChhfHG7RooYg7s)<` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://uUhCpfZX2akHyWJYeI0AhvAnjp_gJjwUKi4y8YkwTiU `׉	 7cassandra://MrrRwY9_BoTH02nTEuJDcS28Uv69VmZfBXJfJbG_Lcod`t׉	 7cassandra://4weSjKNPSHysZFz1qSVVSAKJpiflIYxtYEGYMSShon0!` g$+~[q7,ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://JapHEwSzKA1I5vio7-vrs8vBat9s9Cbrrwx-0HMhSjU b"`׉	 7cassandra://et6rck3-K2bkxmih8duXOB_OKDHx1MoAZ-TMyWg0E_Qm`t׉	 7cassandra://bnpdVDy0Nd0-hJ4Lto1uzBWWvY5YJ4RGkWAp03uOxgI A` g$+~[q7-׉EStudie Paris Proof Stations
schetst een (hoopvol) perspectief
Station Harderwijk.
Bron: ProRail. Fotograaf Ossip van Duivenbode
Naast de Eurostar rijdt er bij NS, ProRail en Bureau Spoorbouwmeester nóg een trein naar Parijs. Naar de
klimaatdoelen van Parijs 2030 wel te verstaan. Die zijn behalve urgent ook niet mals. In 2030 zullen we met
z’n allen 55% minder CO2 uit moeten stoten. Twintig jaar later zal dat percentage op 95% moeten liggen.
Ook voor onze Nederlandse stations en de spoorsector als geheel betekent dat nogal wat. Maar hoe maak je
stations Paris Proof? En vooral: wat vraagt dat van het ontwerp en de bouw?
I
n samenwerking met de ontwerpers van
GROUP A gingen Bureau Spoorbouw meester,
ProRail en NS op zoek naar antwoorden.
Het doel: grip krijgen op de CO2-footprint en
benodigde CO2-budgetten van stations – zeg
maar de CO2-begroting waarbinnen een
gebouw moet blijven om de klimaatdoelen
te halen. De uitkomsten van het ontwerpend
onderzoek zijn bekend. Het goede nieuws: het
is mogelijk is om Paris Proof Stations te ontwerpen.
Natuurlijk
gaat dat niet zonder slag of stoot. De
opgave is fors en het vraagt veel van alle betrokken.
De Parijse doelen werken fundamenteel
door op programma’s van eisen, materiaalkeuzes
en ontwerpkeuzes. Bovendien kan het van
grote invloed zijn op de kosten, zeker wanneer
CO2 in de nabije toekomst wordt beprijsd. En
niet onbelangrijk: haast is geboden. Al was het
alleen omdat de plannen die we nu maken pas
over een aantal jaren gerealiseerd zullen worden.
Alles wat we nu aan plannen maken, zal
dus al Paris Proof moeten zijn.
32 - Stationslocaties 2024/2025
Uitstoot/GWPa en biogene opslag (per bouwsteen, per materiaaltoepassing)
׉	 7cassandra://4weSjKNPSHysZFz1qSVVSAKJpiflIYxtYEGYMSShon0!` g+~[q6׉ESchematische weergave van algemeen uitstootreductieprincipe: hoe eerder
de ingreep hoe groter de impact Schematische weergave van algemeen
uitstootreductieprincipe: hoe eerder de ingreep hoe groter de impact
Voor het onderzoek werden een aantal
bestaande en recent vernieuwde stations
geanalyseerd, waaronder Alkmaar Noord, EdeWageningen,
Uitgeest en Harderwijk. Mede
met dank aan de waardevolle input vanuit
ProRail werd van ieder station de totale CO2footprint
in beeld gebracht én die van de verschillende
bouwdelen. Denk aan perrons, overkappingen,
tunnels en pasarellen.
De analyse leverde waardevolle informatie op.
Voor toekomstige ontwikkelingen biedt het
een handvat om per onderdeel goede afwegingen
te maken, al sturend op het beschikbare
CO2-budget. Moet er nieuwbouw komen of kan
een bestaand gebouw met slimme ingrepen
behouden blijven? Is er een tunnel nodig of kan
het ook met een passerelle? Is een sporenkap
echt de beste optie of bieden perronkappen
een vergelijkbaar comfort?
Het onderzoek toont ook aan dat de grootste
impact gemaakt wordt wanneer je zo vroeg
mogelijk begin met het sturen op duurzaamheid.
Op zich is dat logisch, want hoe verder je
in een ontwikkel-, ontwerp- of bouwproces zit,
hoe kleiner de ruimte is om nog wijzigingen
door te voeren. Van opdrachtgevers vraagt dat
wel om ver voor de start van het ontwerpproces
de ambities scherp te hebben en duidelijke uitspraken
te doen over de CO2-plafondwaarden.
Sturing op CO2-budgetten biedt volgens het
onderzoek meer voordelen dan alleen het
halen van de klimaatdoelen. Automatisch betekent
het dat er veel meer biobased en gerecyclede
materialen zullen worden toegepast. Dit
heeft ook een positieve invloed op beleving en
gezondheid van de omgeving en de reizigers.
Bovendien is het een stimulans op de ontwikkeling
van kennis en nieuwe duurzame materialen.
Het aantal beschikbare biobased materialen
neem al toe. De verwachting is dat zich
dit de komende jaren verder zal versnellen. Net
als de innovaties in traditionele materialen die
nu nog een forse impact met zich meebrengen.
Zo gaan de ontwikkelingen in betoninnovatie
snel en wordt er steeds meer bekend over de
precieze biogene opslag van biobased materialen.
Naast materiaalinnovaties wordt er in
toenemende mate energiezuiniger gewerkt
en versnelt de transitie naar duurzaam opgewekte
energie.
Het onderzoek leidt tot een aantal concrete
aanbevelingen die samen voor de grootste
CO2-reductie zorgen. Dat begint met het hergebruik
van bestaande gebouwen en het zoveel
mogelijk beperken van sloop. Volgende stap
is het minimaliseren van de ingreep. Hou het
simpel, is het devies, en neem de tijd voor een
gedegen afweging over de configuratie van de
verschillende bouwstenen waaruit ieder station
bestaat. Deze CO2 uitdaging moet gezien
worden als een integraal onderdeel van de ontwerpopgave;
architecten zijn gewend om met
beperkingen te werken en deze om te zetten in
functionele en esthetische kwaliteit.
Als het onderzoek een ding duidelijk maakt,
dan is het wel dat de reductie van CO2 voor de
bouw en het ontwerp een echte game changer
gaat zijn. De consequenties zijn groot. Toch
stemt Paris Proof Stations hoopvol. Het onderzoek
laat overtuigend zien dat met behulp van
een aantal stevige ontwerpingrepen, duurzame
materiaalkeuzes en een goede weging van
ingrepen de Parijse doelen kunnen worden
Stationslocaties 2024/2025 - 33
gehaald. Die van 2030 dan wel te verstaan. Voor
de 95% reductie in 2050 hebben we nog wel
wat hordes te nemen. Maar: innovaties gaan
snel. Bovendien is het ontwerp zeer goed in
staat om binnen de beperking van CO2-budget
én met de inzet van duurzame materialen tot
functionele en ruimtelijke kwaliteit te komen.
We hebben dus veel te winnen om zo snel
mogelijk in Parijs te zijn.
<<
Download hier
het rapport
Paris Proof
Stations
׉	 7cassandra://bnpdVDy0Nd0-hJ4Lto1uzBWWvY5YJ4RGkWAp03uOxgI A` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://k3tlkheVq_Qa9K15IK1mdpuf5kKuGUc5lJ8ersBFhAs `׉	 7cassandra://rXAk0QEyeKvk6g3MbOseZ2YzORuOJCljGKV7eijcqwk̀`t׉	 7cassandra://0ZscIIKnUR7xd2t20NF34xKTGSESvI3_MPLYMVD-9jQ'` g$+~[q7/ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://02jTdMuau9N_S5jus7dx4Ij_GBhomNoHXYAE5SyYyhA `׉	 7cassandra://WCYMqA_hII8l264qrjqYN7vQ28QhUt8pGcKslZ733-Y͌H`t׉	 7cassandra://mipr3gsI10JNzMX9uXna5meHdB4dv3qtA7GxvyElKzc+` g$+~[q70׉E‘Breda staat aan de vooravond
van een grote transitie’
Met het voltooien van het Stationskwartier
afgelopen zomer sloot de
gemeente Breda een lange ontwikkelen
bouwperiode af. Wethouder Eddie
Förster ziet het bereiken van die mijlpaal
niet als een finish, maar als het startpunt
van iets nieuws. “Het is alsof je
halverwege een hardloopwedstrijd bent.
Je ligt op schema, maar je weet dat er
nog een pittig stuk komt.”
Gerechtsgebouw (TPJ Verhoeven Photography)
H
et nieuwe multifunctionele station en het gerechtsgebouw
zijn al een tijdje gereed. Dit voorjaar kwam ook
5 TRACKS gereed, een concept met een hotel, kantoren,
appartementen, een park en voorzieningen. Het zijn de meest
opvallende elementen in de metamorfose die het Bredase stationsgebied
onderging. Wethouder Eddie Förster is er trots op,
al geeft hij direct de credits aan zijn voorgangers. “Ik neem
slechts de complimenten in ontvangst.”
Grote transitie
Förster: “We hebben heel veel bereikt en nu staan we aan de
start van ’t Zoet.” Het terrein van voormalige suikerfabriek
ligt in het verlengde van het Stationskwartier aan de andere
kant van de rivier de Mark. “We staan aan de vooravond van
een grote transitie, vooral met de ontwikkeling van ’t Zoet. Het
wordt daar grootser en uitdagender. Het Stationskwartier was
de eerste stap in de verstedelijking waarbij Breda van een groot
dorp veranderde in een stad. Het schiep de contouren van de
verdichting en laat zien welke stappen de stad zette.”
Mooie architectuur
Jeroen Hoefsloot is programmamanager van CrossMark Breda,
waaronder alle gebiedsontwikkelingen in het spoorgebied vallen.
Hij zegt: “Toen de architect het station voltooide zei hij ‘nu
moet de rest van de gebouwen ook zo hoog worden’. Dat zagen
wij toen niet zo zitten. Nu zie je dat het naastgelegen 5TRACKS
iets hoger is geworden en het Gerechtsgebouw is weer iets
hoger.” Het vormt als het ware de aanloop naar ’t Zoet, zegt hij.
“Daar gaan we nog meer de hoogte in.”
Vogelvlucht station (TPJ Verhoeven Photography)
34 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://0ZscIIKnUR7xd2t20NF34xKTGSESvI3_MPLYMVD-9jQ'` g+~[q6׉EStationslaan (TPJ Verhoeven Photography)
“Breda ziet zichzelf
als een stad in een
park, dus het groen in
de verblijfsgebieden
moet van topkwaliteit
zijn.”
Eddie Förster
Förster: “Het Stationskwartier legt de kwalitatieve lat al heel
hoog. Als je straks naar ’t Zoet komt, kom je ook voor de mooie
architectuur.” Hoefsloot: “De kwaliteit van de openbare ruimte
is daarnaast heel belangrijk voor ons.” Dat klopt”, vindt Förster.
“Zeker in een verstedelijkt gebied. Breda ziet zichzelf als een
stad in een park, dus het groen in de verblijfsgebieden moet
van topkwaliteit zijn. Het fijne leven hier komt mede door het
hoge voorzieningenniveau en dat is iets waar we nog mee aan
de slag moeten voor ’t Zoet. Maar, we moeten ook realistisch
zijn. Niet alles wat we willen, zal kunnen.”
Verbindingen leggen
Het Stationskwartier levert inspiratie als het gaat om meervoudig
ruimtegebruik, meent Hoefsloot. “Daar stapelen we
functies, bijvoorbeeld met een park op het dak van een parkeergarage.”
Förster: “Ik zie op ’t Zoet geen grondgebonden
woningen komen. Het is belangrijk dat we in de gebouwen
het ontmoeten faciliteren door op verschillende niveaus, binStationslocaties
2024/2025 - 35
׉	 7cassandra://mipr3gsI10JNzMX9uXna5meHdB4dv3qtA7GxvyElKzc+` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://H0dHSxRsRvXwUXPE9Kh1XLHGU0tX_4S4SmFxLG3K4nw [`׉	 7cassandra://DvrhpUN0QYnr183T42qMUL65m1eQVKEhvtMrttyQjes}%`t׉	 7cassandra://lbnjne598lE-W-hGKxJr4uKv4JqneDG3lX6NiCXzAIk'` g$+~[q72ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://Zn-DJQArYm_YpGHYY_cC9Ri0o6a6Bw4PhLjSS0wBMjs '2`׉	 7cassandra://ZjiQJi71yej8kzeFStK6FDKGdQQP3qSxD88Jd-IzqKYww`t׉	 7cassandra://MMDt7T6ek-EqJYQD67zvXhAaGkNslStp8goSVEgxLnU&` g$+~[q73נg%+~[q75 f̠9ׁHhttp://www.crossmarkbreda.nlׁׁЈ׉EVogelvlucht Havenkwartier - ’t zoet Breda (Gemeente Breda)
Gerechtsgebouw en spoorpark (TPJ Verhoeven Photography)
nen en buiten, verbindingen te leggen. Breda
wil de stap naar hoogstedelijkheid maken,
maar niet ten koste van de leefbaarheid. Het
moet over dertig jaar nog steeds een fijne plek
zijn om te wonen, te werken of te verblijven.”
Hoefsloot: “Het oude stationsgebied was een
barrière tussen het noorden van de stad en
het centrum. Het nieuwe gebied brengt daarin
meer samenhang en dat is precies waarmee
we op ’t Zoet doorgaan. Die locatie vormt nu
ook een scheiding tussen het centrum en het
noordelijke deel van de stad.”
Spannende opgave
Al met al is het ontwikkelen van ’t Zoet om
meerdere redenen nog best een ‘spannende
opgave’, vindt Förster. “Het ingewikkelde van
stedelijke ontwikkeling is dat je iets moet voorspellen
dat niet te voorspellen is. Tegelijkertijd
maakt dat het ook leuk. Woonbehoeften veranderen
heel snel. We gaan bouwen voor een
generatie die nu nog niet eens nadenkt over
waar en hoe ze later willen wonen. En in Breda
hebben we de neiging snel tevreden te zijn.
Een 8,5 is al gauw goed, maar je moet volgens
36 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://lbnjne598lE-W-hGKxJr4uKv4JqneDG3lX6NiCXzAIk'` g+~[q6׉EU5 TRACKS (Synchroon)
‘‘t Zoet moet daarom
anders worden dan wat we
hebben. Daarvoor moeten
we groter durven denken.”
mij altijd voor die 10 gaan. Het is namelijk
niet vanzelfsprekend dat de mensen blijven
komen. ‘t Zoet moet daarom anders worden
dan wat we hebben. Daarvoor moeten we groter
durven denken. In Breda hebben we geen
voorbeelden, dus zoeken we elders inspiratie.”
Het beoogde innovation district is zo’n voorbeeld
van inspiratie van elders. “Dat moet
straks als een aantrekkelijk lint door de stad
slingeren. Wonen, werken, onderwijs en recreatie
komen er samen. Hoogwaardig en hoog
technisch.” Hoefsloot: “Het moet een zichzelf
versterkend ecosysteem worden.” Förster: “Ja,
het is belangrijk in deze tijden van arbeidskrachten
schaarste dat je mensen een aantrekkelijk
gebied biedt om te wonen. Dat is ook
goed voor de werkgevers.”
5TRACKS atrium (Synchroon)
Internationaal knooppunt
Breda is samen met de provincie eigenaar van
’t Zoet en de samenwerking loopt naar volle
tevredenheid. Förster: “De provincie is heel
betrokken. Het geeft ook extra slagkracht richting
het Rijk, bijvoorbeeld bij het verkrijgen
van bepaalde subsidies. Voor de provincie zijn
de ontwikkelingen in Breda belangrijk, omdat
het een schaalsprong wil maken met de stad
als internationaal knooppunt in het westen
van de provincie.”
Het Toekomstperspectief voor ’t Zoet is vastgesteld.
“Het is ons kompas maar het kan
gaandeweg de reis veranderen. We vragen
de markt om met ons mee te denken en ons
scherp te houden. Wij zoeken partijen die pasStationslocaties
2024/2025 - 37
sen bij onze doelen: het moet anders en het
moet architectonisch van topniveau zijn.” In
2030 moeten er op ’t Zoet in de eerste fase
1.700 woningen staan en nog eens 1.235 in het
Havenkwartier en op de locatie van de voormalige
snoepfabriek Faam.
<<
www.crossmarkbreda.nl
׉	 7cassandra://MMDt7T6ek-EqJYQD67zvXhAaGkNslStp8goSVEgxLnU&` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://NLJY-3tT_yx1d_pOfiDe9vgj7kCXJL_kyhjwLAouBAw 6`׉	 7cassandra://IK-KqmE1MHUuVl1whLUwoclE9bv6kUj-Qj-6QhcV2IQr`t׉	 7cassandra://y5fxoEszU1lUOBqTfwCxZb169D6EZqhV7ejNpNdF2Fw$]` g%+~[q76ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://3M87yGmzhLLHYDfirb7Z9MAKZnn-wujIYNQwBZnAZ5U q`׉	 7cassandra://t_XUhYP038La9F-YDT4wc-vzjjwZftgpE2CyzP1YlNUv`t׉	 7cassandra://WIBzlWPyQw9qDdNyigQUnOOSS-CidklV16KiKYtInls'N` g%+~[q77׉EBoulevard
Backer+Rueb
Na een lange aanloop gaat de
schop dit najaar eindelijk de
grond in voor de eerste fase van
het realiseren van de Strip in het
Bredase Crossmark. Gemeente
Breda, ontwikkelaars Amvest en
Consortium Spoorzone Breda
delen de ambitie om van de Strip
hét Creative District van Breda te
maken. “Het draait om verbinden
en ontmoeten.”
De Strip moet het creatieve
hart van Breda worden
D
e Strip is een aaneengesloten strook van ongeveer twaalf
hectare en is de eerste realisatiefase van Crossmark
Breda. Het industriële verleden vormt de identiteit van
het nieuwe woon- en werkgebied. Een deel van de karakteristieke
bedrijfshallen en kantoren blijft behouden en speelt een
belangrijke rol in de ontwikkeling die ruimte biedt aan cultuur,
horeca, kantoren, ateliers en expositieruimten. Er komen circa
zevenhonderd woningen in het gebied dat bestaat uit twee
delen: Backer+Rueb en KlaversJansen.
Dit jaar in de verkoop
Het Backer+Rueb-gebied omvat verreweg het grootste deel van
de plannen en is een ontwikkeling van Amvest. De projectontwikkelaar
kocht het gebied, dat tussen de noordelijke rondweg
en de rivier de Mark ligt, in 2017 aan. Leonore Reijnen, directeur
Projecten bij Amvest: “Alle seinen staan nu op groen. De eerste
fase van de woningen gaat dit jaar in de verkoop en de eer38
- Stationslocaties 2024/2025
ste gesprekken over de commerciële ruimten lopen.” Er komen
ongeveer 500 stadswoningen en appartementen, aangevuld
met ateliers en ambachtelijke werkplaatsen, expositieruimtes
en kantoren. Reijnen: “Het betreft voor een derde grondgebonden
woningen, maar wel volgens een stedelijke typologie.”
Parkeren voor ondernemers en bewoners gebeurt ondergronds.
Voor ieder wat wils
In de ‘kleine’ Backer+Rueb-hal komt een ‘industriële’ constructie
van hout van drie verdiepingen met in totaal 2.700 m2
Reijnen: “Bij uitstek geschikt voor een co-working concept.” Het
bestaande kantoorgebouw meet circa 2.000 m2
m2 daarvan krijgt een nieuwe kantoorfunctie. Het heeft een
eigen entree, maar kan met een loopbrug onderdeel uitmaken
van de achtergelegen hal. De planning is om dit deel in 2027
op te leveren. De grotere hal wordt getransformeerd tot een
passage die dient als verbinding tussen de Speelhuislaan en
BVO.
BVO en 900
׉	 7cassandra://y5fxoEszU1lUOBqTfwCxZb169D6EZqhV7ejNpNdF2Fw$]` g+~[q6׉E xKaro van Dongen, Carla Kranenborg-van Eerd en Leonore Reijnen
(van Links naar rechts)
N
Stationslocaties 2024/2025 - 39
׉	 7cassandra://WIBzlWPyQw9qDdNyigQUnOOSS-CidklV16KiKYtInls'N` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://Nu6ckhjHYRAOtBbPr2c0OfVAAPNrwLy9e1qs8ZvU_w4 cS`׉	 7cassandra://Y2n7wiLV1Vi1GXyBB2ekaMTFDpuJYSyhKwFVB1NRLz4͊`t׉	 7cassandra://Mh_23VPQGmaMEMbX8zvucL9v1_CiQrFnhJo5bTHMkHs*M` g%+~[q79ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://cvNNIBlhHZ0jCcP_rwoo30wWlu14IFncAX3Q2NJyQcA `׉	 7cassandra://hNBDAJUCmq456GsfjibDkqXun8GUdo3n8-yvEH_XqBA͆	`t׉	 7cassandra://J4oW0cf1ph_zMqj7I-V_Yi0rrO8FhU4edXlVRHKYf5g(` g%+~[q7:נg&+~[q7@ z̷9ׁH  http://www.klaversjansenbreda.nlׁׁЈנg&+~[q7? fg9ׁHhttp://www.amvest.nlׁׁЈ׉E	“Een creatieve mix van
betaalbare woningen en
werkplekken, sfeervolle
ontmoetingsplekken en
culturele trekpleisters.”
opvallende gebouw is wellicht de Blikvanger
met een gevel van cortenstaal. Dat materiaal
refereert aan de historie van conservenfabrikant
Klavers-Jansen.” In de Blikvanger komen
54 sociale- en 10 middensegment huurappartementen.
In de verhoogde plint komt
ook een cultureel/maatschappelijke ruimte
van 600 m2
BVO. De start van de bouw van de
Blikvanger is eind van dit jaar voorzien. Ook
de andere gebouwen krijgen een bijzondere
verschijningsvorm met verwijzingen naar het
industriële verleden en omvatten 16 middenhuur-
en 82 koopappartementen. De koopappartementen
in dit deel van de Strip gaan
vanaf oktober in de verkoop. De bouw van dit
deel start medio volgend jaar. “Er is al een cultuurcluster
op het terrein. We trekken daarom
goed samen op met partijen als Podium Bloos
en de Stokvishallen.”
Parkeren zal voor de bewoners van de huurwoningen
en bezoekers van KlaversJansen
grotendeels plaatsvinden op een mobiliteitshub
op een paar honderd meter afstand. “Dat
vraagt om een goede voorziening, een goede
de Blikvanger - KlaversJansen
de Belcrumhaven. Deze hal biedt mogelijkheden
voor exposities en meetings en er is een
horecafunctie voorzien. Het pand biedt ruimte
aan informele activiteiten tussen bewoners en
bedrijven in het gebied. De Lamonthallen, op
het meest westelijke deel van het Backer+Ruebterrein,
bieden samen ongeveer 4.500 m2
de Limonadefabriek - KlaversJansen
BVO.
Reijnen: “Die verkopen we in delen aan creatieve
ondernemers die zelf de ontwikkeling
en realisatie van hun bedrijfsruimte op zich
nemen en daarmee kunnen inzetten op een
sterke eigen identiteit. Zo is er voor ieder wat
wils.”
Levendige stadsbuurt
KlaversJansen ligt tussen de Speelhuislaan
en Belcrumweg en moet een levendige stadsbuurt
worden met 165 huur- en koopappartementen
en 1.750 m2
culturele/maatschappelijke
ruimten. “Een creatieve mix van betaalbare
woningen en werkplekken, sfeervolle ontmoetingsplekken
en culturele trekpleisters”, legt
bestuurder Karo van Dongen van woningcorporatie
Alwel uit. Alwel en Winters bouw &
ontwikkeling vormen samen het Consortium
Spoorzone Breda (CSB). CSB is de ontwikkelaar
van dit gebied. Van Dongen: “Het meest
40 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://Mh_23VPQGmaMEMbX8zvucL9v1_CiQrFnhJo5bTHMkHs*M` g+~[q6׉ETWorkspace Backer+Rueb
routing én om gewenning”, legt Van Dongen
uit. “Deze wijk lijkt niet op wat elders in de
stad gebeurt. Het is zaak om geïnteresseerden
daarover aan de voorkant goed te informeren,
evenals over de evenementen die hier zullen
plaatsvinden.”
Creativiteit en technologie
Wethouder Economie Carla Kranenborgvan
Eerd hoort alle toelichting tevreden aan:
“Deze ontwikkeling sluit aan op onze economische
visie en op de kunst- en cultuurvisie.
Creativiteit en technologie moeten in dit
gebied samenkomen. Vanuit de gemeente
ondersteunen we dat door te helpen bij het
opzetten van een ecosysteem dat zorgt voor
verbinding en ontmoeten faciliteert.” De veelzijdige
mix aan bewoners en gebruikers geeft
‘dynamiek en zuurstof aan nieuwe ideeën’
en voedt het ecosysteem, vult Reijnen aan.
Kernwoorden zijn voor haar: ambacht, noviteit
en levendigheid.
Uitdaging
Reijnen: “Aan het vinden van de juiste ondernemers
voor de commerciële ruimtes besteden
we veel aandacht.” Van Dongen: “Er is een
aantal interessante initiatieven met toegevoegde
waarde die onderdeel willen zijn van
het Creative District. Maar die willen weten
wie er nog meer aansluiten voordat ze ‘ja’ zeggen.
Het zoeken naar een combinatie van partijen
die elkaar versterken is een uitdaging.”
Reijnen: “Wij geloven in de potentie en het is
“Het Creative District
is een mooie stedelijke
ontwikkeling met een
perspectief dat Breda nog
niet heeft.”
aan ons om dat duidelijk te maken aan geïnteresseerde
ondernemers, en om de juiste voorwaarden
te scheppen.” Er is een breed geformuleerd
creatief profiel opgesteld dat onder
meer rept over (creatieve) makers, toegepaste
kunst, (vernieuwende) media, mode en innovatieve
podiumkunst. Kranenborg-van Eerd:
“Breda heeft een kunstopleiding, een gameopleiding
en meerdere technische opleidingen.
Als je die samenbrengt, moet dat mooie
dingen opleveren. We hebben dus zeker de
ingrediënten.”
Showcase
Reijnen: “Wat er nog was aan erfgoed hebben
we behouden en ingepast. Maar we hebben
ook bewust ruimte opengelaten in de plannen.
Deze kunnen we in de toekomst invullen,
afhankelijk van de behoefte.” Die vrije ruimte
is ook belangrijk voor het ecosysteem, legt
de wethouder uit. “Je hebt ruimte nodig om
adaptief te kunnen zijn. En we moeten niet
bang zijn voor ‘tijdelijkheid’ als we creativiteit
willen aanjagen. Je moet flexibel zijn.” Het is
ook belangrijk om in het gebied aan te sluiten
op de woonbehoefte van de toekomst, vindt
wethouder Kranenborg-van Eerd. “We gaan
hier zeker de hoogte in. Woonruimtes kunnen
wellicht kleiner zijn wanneer mensen de
ruimte buiten met elkaar kunnen delen.” Van
Dongen: “Het Creative District is een mooie
stedelijke ontwikkeling met een perspectief
dat Breda nog niet heeft.” Kranenborg-van
Eerd kijkt al verder vooruit, richting de toekomstige
ontwikkeling van het terrein van
de voormalige suikerfabriek: “De Strip is een
mooie showcase voor de ontwikkelingen op ’t
Zoet.”
Kranenborg-van Eerd: “We hebben hier samen
een mooie stap gezet. Bourgondisch en gezellig
zijn, is voor een stad als Breda niet meer
voldoende. Dit is een hele gave locatie: bruisend,
hoogstedelijk, creatief en innovatieversterkend.
Het heeft een rauw randje dat
essentieel is voor een relevante toekomst. Dat
moeten we omarmen.”
www.amvest.nl
www.klaversjansenbreda.nl
<<
Stationslocaties 2024/2025 - 41
׉	 7cassandra://J4oW0cf1ph_zMqj7I-V_Yi0rrO8FhU4edXlVRHKYf5g(` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://jQN3Y4-pJlD0kd3MdKSaYlPbF9z_0238klLCVqpECr4 `׉	 7cassandra://V-Hx7N0L6SqTPBAD7Yd2scAirdT0vB28yifcoejXpI4j`t׉	 7cassandra://YOcspIItTYvL48OJnBkPrxjbXeCqykicBRgfkvHV-jE#F` g&+~[q7<ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://sTMyba1XbXIb4moFinAm9LsAaZJYrZfyDcK5_S97YxU `׉	 7cassandra://AD9Ddqm7_1eY8DRURjziCHISuKPmoUURd-7-wBUWwVY~<`t׉	 7cassandra://zDNM2WSLPCUNaIFdb1K9jXfw4ttoOU2jtdAIbnnTP5c(`` g&+~[q7=׉EKarres en Brands:
de mens radicaal centraal
De ontwerpers van Karres en Brands stellen bij hun werk de cultuur en de mens radicaal centraal, en
dat werkt verrassend goed. Het uiteindelijke plan voor een spoorzone of stationsgebied is altijd het
resultaat van een proces waar iedereen bij betrokken wordt. De ontwerpers vinden het daarnaast heel
belangrijk dat iedereen betrokken blijft.
Transformatie Berlijnse spoorzone van Köpenick. Naadloze overgang Stad en station
42 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://YOcspIItTYvL48OJnBkPrxjbXeCqykicBRgfkvHV-jE#F` g+~[q6׉EE
én van de partners van het bureau is
Jasper Nijveldt, hij vertelt enthousiast
over de projecten die hij onderhanden
heeft, vooral bij stations. Zoals het stationsgebied
van Zwolle. “Daar zijn we inmiddels
tien jaar bezig en de resultaten worden nu
zichtbaar.” Jasper doelt daarmee onder andere
op de passerelle, een brug die de twee delen
naast het station met elkaar verbindt. Maar
het begrip brug doet het ontwerp flink te
kort. Het is een meanderend landschap op
hoogte, met een verrassend ontwerp en een
nog verrassendere materiaal keuze. “De brug
is volledig van hout, en zelfs de liften zijn van
hout”, legt Jasper uit. “De passerelle heeft niet
zomaar een leuk vormpje, door de krommingen
krijg je als je er overheen loopt heel subtiel
steeds een ander deel van de stad te zien.
Het eerste dat je ziet is de oude kerk. Als je een
Passerelle, Houten loopbrug over het spoor
Door: Ontwerpteam onder leiding van Karres en Brands (Gemeente Zwolle, Prorail, IPV Delft en Miebach).
Bouw door Dura Vermeer en Schmees & Lühn
stukje verder loopt zie je de 19e-eeuwse stad,
en daarna draai je weer een stukje door en zie
je de nieuwe stad.”
Karres en Brands ontwerpt stationsgebieden
die bij de stad passen, die het karakter van de
stad weergeven en een eigen kenmerkende
identiteit hebben. Zo stuit je bij station Berlijn
Köpenick direct op sportvelden. “In de uitvraag
van het project stond dat de sportvelden er
weg moesten, maar wij kozen er voor om ze
juist prominent in beeld te houden. Sport is
identiteit.” Ook in Hoorn krijgt het stationsgebied
een volstrekt eigen karakter, het Museum
Stroomtram ligt midden in het gebied. Met
een transparante gevel worden de machtige
machines onderdeel van het openbaar gebied.
“We hebben het museum letterlijk in de etalage
gezet.”
Ook in Doetinchem Spoorzone legt het bureau
de relatie met de cultuur van de Achterhoek.
“We zetten Noaborschap, circulaire economie
en een ‘handen uit de mouwen mentaliteit’
centraal. Zodra je het station uitstapt moet je
dit ervaren.”
Stationslocaties 2024/2025 - 43
׉	 7cassandra://zDNM2WSLPCUNaIFdb1K9jXfw4ttoOU2jtdAIbnnTP5c(`` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://q6N_AssH9lxGiafFdV1HHrXDss_W8yo7tJRd_TCFwgk `׉	 7cassandra://jUbWZAPGsGt_CE8sGwwTry6awArLVPHSUuf2Qsarwp8o`t׉	 7cassandra://FA1P8LgALzhclh7nHQmpjEnFiJ1TzkOLeKIPmKZFUAU#`` g&+~[q7Aט ? ?{u׉׉	 7cassandra://u2Hiq6gdSElRo35VNufqZhH4GZpiaVbKhsGUQfLW_jM n`׉	 7cassandra://WkmISZJvXEOi9jdWMbe-tqMPrxS6Nai1eruHd2SsLzQv`t׉	 7cassandra://3J0Tl5JOVRjiZZVQQ9llH33-5ljPtpCrCPrcF3oNp6I$` g&+~[q7Bנg&+~[q7D ̝9ׁHhttp://www.karresenbrands.nlׁׁЈ׉E“Onze filosofie is dat we
een stuk stad ontwerpen,
waar toevallig ook nog een
station in zit.”
Karres en Brands heeft zijn kantoor in
Hilversum in industrieel erfgoed. Met een vestiging
in Hamburg en ruim vijftig man personeel
is het grote groep experts. “We zijn landschapsarchitecten,
stedenbouwkundigen en
architecten. Onze filosofie is dat we een stuk
stad ontwerpen, waar toevallig ook nog een
station in zit. Je moet veel functies mengen
op een beperkt stuk grond.” Het bureau legt
geen puzzel met de diverse functies maar gaat
juist heel erg op het gevoel en de emotie zitten
en vervolgens ontwerpen ze op ooghoogteperspectief.
Van het eerste moment worden
belangrijke spelers in het gebied betrokken
bij het ontwerpteam, zoals Prorail en NS. “Zo
Bouwen aan een productieve Spoorzone Doetinchem.
kunnen we er voor zorgen dat naast de emotie,
het functioneren van het station zelf voor de
reiziger ook top wordt. Stad en station moeten
naadloos in elkaar over lopen.”
Maar belangrijker nog dan die belangrijke stakeholders
zijn de omgeving van het gebied en
de mensen die in de stad wonen. Zij worden
intensief bij het ontwerptraject betrokken.
“Wat is jouw ultieme droom voor het station
over twintig jaar? We gaan zelfs zover dat we
ook naar basisscholen gaan, om met kinderen
te praten over de toekomst van hun stad.”
In hun ontwerpen houdt het bureau heel
nadrukkelijk rekening met kinderen, maar ook
44 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://FA1P8LgALzhclh7nHQmpjEnFiJ1TzkOLeKIPmKZFUAU#`` g+~[q6׉E{Poort van Hoorn. Nieuwe Stoomtramboulevard
met mensen in een rolstoel. Ook zij moeten
die ooghoogtefilosofie kunnen ervaren, net zo
als iemand van 1 meter 80. Belangrijk is niet
alleen om in de beginfase bewoners te betrekken,
minstens even belangrijk is om ze aangehaakt
te houden. Het bureau steekt daar veel
energie in.
Terug naar die indrukwekkende passerelle
over het spoor. Ten zuiden van het station ligt
Hanzeland, een wijk midden in de stad maar
nauwelijks bereikbaar. Met extra verbindingen
ontstaan er veel meer mogelijkheden,
meer energie en meer investeringen. De passerelle
is een van die nieuwe verbindingen.
“We willen mensen verleiden om langer op de
passerelle te verblijven, om alle delen van de
stad te zien en het hele park te ervaren. Het
hele landschap is letterlijk doorgetrokken, een
verbinding voor groen en dieren.” En dus zijn
er bankjes en uitgebreide borders met planten
en bomen. Die staan op een dikke leeflaag,
voor een gezonde en duurzame toekomst. Over
de brug loopt een klein beekje, deels gevoed
met regenwater. “Het is zuiver water, bijna net
zo schoon als drinkwater.” Dat stroompje verbindt
de brug met de omgeving, zo komt een
deel van het water uit in de nieuwe vijver voor
het stationsgebouw.
De keuze voor hout is ook gedaan vanuit de
wens om duurzaam te zijn. En de constructie
blijft gegarandeerd minstens honderd jaar in
perfecte staat. “Hout is ook veel warmer, het is
aanraakbaar en veel menselijker.”
De portfolio van het bureau is groot, met kleine
projecten en grote projecten, van wereldsteden
tot gezellige provinciestadjes, van
Melbourne tot Veenwouden. Maar hoe groot
het project ook is, de menselijke maat is leidend,
oftewel de mens en cultuur staan radicaal
centraal.
<<
“Hoe groot het project
ook is, de menselijke
maat is leidend, oftewel
de mens en cultuur
staan radicaal centraal.”
www.karresenbrands.nl
Stationslocaties 2024/2025 - 45
׉	 7cassandra://3J0Tl5JOVRjiZZVQQ9llH33-5ljPtpCrCPrcF3oNp6I$` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://sYoOVBe-2yH4EmFxxY9_XtGIivgqrjKUiJ7zjcquWwI `׉	 7cassandra://LWZpRAbli50jX4UHCjpdJZq5OI9uc_4PfoAWaMeb2X4̈́\`t׉	 7cassandra://abAv9dotRTrkqDPoWtAQ9km6Qynsbs5UNcPcKYP54Rg(m` g&+~[q7Eט ? ?{u׉׉	 7cassandra://x6C_323-4pBu5nb0FTQFhJ0y2cDwFGran7S8efZYgnU Se`׉	 7cassandra://bco-HOEI-7KCLv2AYQ_zWezI2C9Q0EG_C_82T35hvMA͑ `t׉	 7cassandra://wHU8_ihwY8cnVWzYdJVEaDm3SdMa3tkttWs7FYsdL8A+` g&+~[q7Fנg'+~[q7J Lw9ׁHmailto:venne@appm.nlׁׁЈנg'+~[q7I Xށ\9ׁHhttp://www.appm.nlׁׁЈ׉EHoe ontwikkel je een aantrekkelijk
en toekomstvast stationsgebied?
Stationsgebieden zijn in toenemende mate ontwikkelingsgebieden waar veel samen komt. De ambities
zijn hoog, ruimte en middelen over het algemeen beperkt en er spelen uiteenlopende opgaven en
belangen. Kortom, integrale stationsgebieden kenmerken zich door toenemende complexiteit en
uitdagingen. Hoe realiseer je ondanks de uitdagingen toch een aantrekkelijk gebied en succesvolle
OV-knoop? Wat komt daarbij kijken en hoe pak je dat aan?
E
en ingewikkeld vraagstuk, waar APPM
zich dagelijks mee bezig houdt, samen
met vakgenoten uit heel Nederland.
Onlangs organiseerde APPM een inspiratiesessie
met samenwerkingspartners en vakgenoten.
In dit artikel gaan we – in het verlengde
van die inspiratie – in op drie perspectieven:
De ideale stationsomgeving, werken met ontwikkelmodellen
en bouwen aan een effectieve
samenwerking.
De ideale stationsomgeving
Voorheen waren stations vooral station.
Inmiddels zijn stationsgebieden veel meer dan
mobiliteitsknopen. Het station wordt in toenemende
mate vervlochten met een gemengd
woon-, werk- en voorzieningenprogramma.
Het zijn prettige, schone en veilige plekken om
tijd door te brengen, waarbij de ruimtelijke
kwaliteit een belangrijke rol speelt. Daarnaast
heeft het stationsgebied ook een belangrijke
rol in de positionering en de identiteit van de
stad, denk bijvoorbeeld aan het beeldbepalende
station Rotterdam Centraal.
De vraag is in hoeverre gesproken kan worden
over ‘de’ ideale stationsomgeving. Elke
stations omgeving is uniek. Het heeft verschillende
typen reizigers en gebruikers, ligt in een
specifieke omgeving met een unieke geschiedenis
en kent een eigen maat en schaal.
Ruimtelijk-functionele analyses en verdiepende
gesprekken met diverse stakeholders zijn
nodig om de kernwaarden te identificeren en
deze vervolgens ruimtelijk en programmatisch
uit te werken. Jeroen van Schooten (Team
V Architecture) formuleert het als volgt: “In
stationsgebieden wordt wachten verblijven”.
Andries Geerse (WeLoveTheCity) legt nadrukkelijk
de koppeling met de geest van de stad:
“Het ideale station verbindt de genius loci (de
spirit van een plek) aan nieuwe oplossingen die
nodig zijn om onze stationsgebieden levendig,
groen en veilig te houden.”
Daarnaast is de ruimtelijke kwaliteit onderhevig
aan nieuwe trends en ontwikkelingen.
Dit betekent dat voldoende flexibiliteit
Stationsgebieden: van functionele mobiliteitsknopen tot prettige, groene en veilige plekken om te wonen,
werken en verblijven.
geborgd moet zijn en het ruimtelijk ontwerp
kan meegroeien met de wijzigende (reizigers)
behoeften. De in hoog tempo toegenomen
populariteit van deel-/OV-fietsen is hier een
mooi voorbeeld van. Dit heeft de voorbije vijftien
jaar een enorme vlucht genomen en is
inmiddels niet meer weg te denken uit het
stationslandschap. Datzelfde geldt voor de
opkomst van allerlei speciale fietsen die een
eigen stallingsbehoefte hebben. In een ideale
stationsomgeving wordt ook daar rekening
mee gehouden.
Volgens Andries Geerse (WeLoveTheCity) werd
de afgelopen decennia regelmatig overwogen
om de ruimte voor fietsparkeervoorzieningen
te verminderen, terwijl inmiddels blijkt dat er
juist meer ruimte nodig is. Met die ervaring
beveelt hij aan: “Ruimte laten om stations is
noodzakelijk om toekomstige onvoorziene ontwikkeling
op te vangen.”
Ontwikkelmodellen als basis voor een
toekomstvast station
Om tot een toekomstbestendig plan te komen,
is het belangrijk om alle opgaven en belangen
op de juiste manier een plek te geven in het
toekomstige stationsgebied. Bij het ontwerpen
van een toekomstvast station werkt het goed
om met zogenaamde ‘ontwikkelmodellen’ te
werken. In deze ontwikkelmodellen krijgen
alle bouwstenen van een toekomstig station
een plekje. Daarbij gaat het om bouwstenen
als de perronconfiguratie, de transfervoorzieningen,
de stationshal, de fietsenstalling, het
busstation, de logistieke ruimten, de K+R en de
plek voor trein vervangend vervoer.
Ook in Eindhoven zijn al diverse lessen geleerd
als het gaat om het bouwen aan een effectief
ontwikkelmodel. Robbert de Mug (programmamanager
gemeente Eindhoven) deelde zijn
ervaring: “In Eindhoven komen veel ‘ruimtevragers’
samen in een hele kleine ruimte in het hart
46 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://abAv9dotRTrkqDPoWtAQ9km6Qynsbs5UNcPcKYP54Rg(m` g+~[q6׉E?Station Bijlmer ArenA wordt straks het kloppende hart van het nieuwe Amsterdam Zuidoost. APPM werkt hierin samen met De Zwarte Hond.
van de stad. Uit een studie naar allerlei modellen
werd al snel duidelijk dat een busstation
onder de grond veel ruimte schept voor andere
functies op maaiveld. Momenteel wordt er in
het verlengde van deze zoekrichting gezocht
naar de optimale variant. Daarbij is de interactie
met het vastgoedprogramma op en rond
het station een belangrijk aandachtspunt.”
Bouwen aan een effectieve
samenwerking
Om tot een toekomstbestendig stationsplan
te komen, is – naast de inhoud – een
goede samenwerking tussen alle betrokken
partijen minstens zo belangrijk. Daarbij
is het van belang om te zorgen voor een
logische governance-structuur. Een logische
governance-structuur biedt helderheid voor
de betrokken overheden (gemeente, provincie,
Rijk), de spoorse partijen, eigenaren, (toekomstige)
gebruikers en andere belanghebbenden.
Hiermee komen verschillende perspectieven
en belangen op tafel. Van daaruit kan
er samen gebouwd worden aan een gedragen
plan voor de desbetreffende knoop. Door ervaringen
vanuit verschillende ‘werelden’ uit te
wisselen, leren we van elkaars lessen en kunnen
we gezamenlijk werken aan een optimaal
stationsgebied.
Huib van der Kolk (projectmanager gemeente
Leiden) geeft aan dat ook bij de Leidse stationsomgeving
diverse spelers betrokken zijn die
allemaal een eigen belang en eigen wensenlijstje
hebben: de gemeente, de provincie,
NS, Prorail en het Leids Universitair Medisch
Centrum (LUMC). “Om te komen tot een succesvolle
samenwerking is het zaak om in een open
samenwerking alle belangen serieus te nemen
en samen op zoek te gaan naar een oplossing
die hier recht aan doet. Houd de lijntjes kort
en zorg dat je als projectleider enige mate van
onafhankelijkheid kunt waarborgen.”
En uiteraard speelt de rol van de reiziger,
inwoner en/of toekomstige gebruiker een
fundamentele rol in het komen tot een toekomstbestendige
knoop. Tegelijkertijd kan het
best complex zijn om de juiste vorm hier voor
te vinden.
In Eindhoven is bijvoorbeeld aan reizigers op
het station gevraagd ‘wat zij zouden veranderen
als ze de baas van het station zouden zijn’.
Dit leverde waardevolle inzichten op voor de
verdere uitwerking van de Knoop. Zo bleek uit
reacties van de reizigers een sociaal veilig station
en een groene stationsomgeving met stip
op één te staan. Dat is dus iets waar bij het
ontwerp van een nieuw station veel aandacht
voor moet zijn.
In Leiden heeft Huib van der Kolk (projectmanager
gemeente Leiden) ervaring met een
andere, unieke vorm van participatie: “Naast
de formele partijen is de omgeving vanzelfsprekend
ook een belangrijke stakeholder. In Leiden
heeft men er onder andere voor gekozen om –
in aanvulling op de ‘usual suspects’ – een burgerraad
te raadplegen, bestaande uit een gevarieerde
mix van mensen. Dit levert verfrissende
standpunten en ideeën op én geeft mensen
het gevoel dat er naar ze geluisterd wordt: een
voorwaarde voor draagvlak uit de omgeving.”
Mensenwerk
Het geheim om te komen tot zowel een toekomstbestendige
als een gedragen stationsomgeving
zijn de mensen. Het zijn uiteindelijk
mensen die het verschil maken én er straks
gebruik van moeten maken. Dit betekent dat
investeren in een langdurige en goede samenwerking
van groot belang is. Daarbij zijn
onderlinge relaties en een langjarig stabiel
projectteam cruciaal. Maar ook bij het ruimtelijk
ontwerp maakt oog voor de menselijke
maat uiteindelijk het verschil. Zo geeft Pepijn
van Wijmen (APPM) aan dat: “Succesvolle stationsgebieden
alleen in een plezierige samenwerking
met alle partners tot stand komen.
Het is en blijft mensenwerk!”.
APPM en stationsontwikkeling
APPM werkt op tal van plaatsen in Nederland
aan gebiedsontwikkelingen in stationsgebieden.
Centraal in onze aanpak staat het
bij elkaar brengen van alle betrokkenen, om
tot een gezamenlijk gedragen plan te komen.
Waarbij we altijd proberen ‘net even anders te
kijken’.
<<
Ga naar www.appm.nl voor meer informatie
of neem contact op met Michiel
Venne [venne@appm.nl].
Stationslocaties 2024/2025 - 47
׉	 7cassandra://wHU8_ihwY8cnVWzYdJVEaDm3SdMa3tkttWs7FYsdL8A+` g+~[q6g+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://TC_tJ9q8jginAjv5JoFHmEWPOJpWgst-CaxqIw76nbw C`׉	 7cassandra://kIIeB7wPwGz4bcZsuAgK0-urc9kgcH8ARneeHuayjy0̀`t׉	 7cassandra://PPG0TRHG3F5Qr7D7Rwz5TNZh93g1yioQsvu3zUc-Eww&` g'+~[q7Hט ? ?{u׉׉	 7cassandra://4ouJGPnEmDgFck5punPwCfa8eQmTqNaFPHHccbsWfQc ?~`׉	 7cassandra://z-W-_V9PaunyoI3qypg1otLQUqMVINoZ0NYarjuz8hM͂P`t׉	 7cassandra://5s3_Kdr80eq5Z4Tmfvg2rUehnFS5wZlCBGGzyYSH7B0%3` g'+~[q7K׉EOss, stad met toekomst!
Deze foto gebruiken we in de communicatie met onze inwoners. Het geeft een beeld van de spoorzone met daarin de actuele projecten
De Brabantse stad Oss groeit en zal dat de komende jaren blijven doen. Er wordt daarom fors geïnvesteerd
op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en vergroening. Zo komen er tot 2040 zo’n tienduizend
woningen bij en werd dit jaar een ontwikkelperspectief voor de Spoorzone gepresenteerd. De Osse
ambities sluiten goed aan op regionaal, provinciaal en landelijk beleid.
Z
o heeft het ministerie van Volkshuis vesting
en Ruimtelijke Ordening (VRO) sinds dit
jaar Oss expliciet in beeld als een potentieel
kansrijke locatie voor grootschalige woningbouw
na 2030. In de verstedelijkingsstrategie Brabant
2040 is nadrukkelijk een plek voor de Brabantse
stedenrij
ingeruimd, die wordt gevormd door
de zeven grootste steden van de provincie, waar
ook Oss toe behoort. En met de provincie NoordBrabant
werd een intentieverklaring gesloten
voor de ontwikkeling van het gebied tussen de
beide stations van Oss.
Spoorbarrière
Sinds de aanleg in 1881 is het spoor een drijvende
kracht achter de economische ontwikkeling
van Oss. Door de groei van de stad in de voorbije
anderhalve eeuw ligt de spoorlijn nu dwars door
de stad. Deze ‘spoorbarrière’ tussen het noorden
en het zuiden van Oss zorgt voor vertragingen en
48 - Stationslocaties 2024/2025
Het farmaceutisch cluster rond Pivot Park wordt uitgebouwd tot één van de meest innovatieve
campussen.
׉	 7cassandra://PPG0TRHG3F5Qr7D7Rwz5TNZh93g1yioQsvu3zUc-Eww&` g+~[q6׉E$Een grove schets van hoe het nieuwe
station van Oss er in de toekomst
mogelijk uit komt te zien.
(tekening: West8)
oponthoud. Er zijn verschillende oplossingen
te bedenken om de twee stadsdelen beter
met elkaar te verbinden en de verkeersdoorstroming
te verbeteren: dwarstunnels, een
verdiept spoor of een verhoogd spoor. Ook de
twee stations moeten vernieuwd worden.
Ontwikkelperspectief
Het Rotterdamse bureau West8 kreeg de
opdracht om, samen met gemeente, inwoners,
ondernemers en ontwikkelaars een ontwikkelperspectief
voor de hele spoorzone te ontwikkelen.
Dit ‘Ontwikkelperspectief Spoorzone
Oss’ werd in het voorjaar van 2024 opgeleverd.
Hierin zijn acht verbindende strategieën
geformuleerd voor de verdere ontwikkeling
van het gebied.
1. Ontwikkeling en verdichting van het
spoorzonegebied
Oss is een ‘mensenstad’ met vitale buitenruimtes,
actieve plinten met een mix van
functies en stedelijke voorzieningen zoals
een theater, museum, een golfbad en variatie
aan evenementen en festivals. Het bestaande
spoorzonegebied wordt levendiger en breidt
zich uit: de Wethouder van Eschstraat, Golfbad
locatie en Euterpepark worden onderdeel
van het nieuwe centrumgebied, waarbij de
Molenstraat ‘center of gravity’ zal zijn. Een stedelijk
milieu op basis van de ‘7 lagen stad’.
2. Integrale benadering opwaardering
bestaande wijken
Op naar een gezonde, vitale en toekomstbestendige
stad, door het verduurzamen van
bestaande woningen, sterk vergroenen van
de straten, introduceren van sociale programma’s.
Er wordt ingezet op educatie en bewegen,
verbeteren van zorg, het opwaarderen
van voorzieningen en, waar mogelijk, behoud
van erfgoed.
3. Groen als integraal onderdeel van alle
plannen
Een groen raamwerk voor de stad door lanen
en dreven te versterken, bijvoorbeeld in Raad -
huislaan, Molenstraat, Wethouder Van Eschstraat
en de ganzenvoet Schadewijk. Het
Elzenhoekpark wordt doorontwikkeld tot
stadspark. Volkstuinen worden in ere hersteld
en er wordt ingezet op sterke stad-land verbindingen.
Bij dit alles wordt telkens een klimaatadaptieve
benadering gehanteerd.
4. Hard werken zit in het DNA van Oss
Doorontwikkelen van de drie economische
clusters van Oss; Pivot Park, Moleneind en
haven Elzenburg. Het farmaceutisch cluster
rond Pivot Park wordt uitgebouwd tot één van
de meest innovatieve Brabantse campussen.
Ook in Euterpepark is nadrukkelijk oog voor
werklocaties.
5. Verbinding tussen noordelijk en zuidelijk
Oss versterken
Een aanvullend onderzoek is vereist om een
efficiënte en toekomstbestendige inpassing
van de spoorwegomgeving te kunnen realiseren.
Deze complexe opgave vraagt om een
integrale benadering. Essentieel daarbij zijn
de factoren geld en tijd, maar ook de ruimtelijke
en technische haalbaarheid spelen nadrukkelijk
een rol.
6. De verhalen van Oss als erfgoed
Monumenten behouden, de industriële erfenis
van Oss zichtbaar maken en – waar het
past – verloren erfgoed terugbrengen; op die
manier wordt het DNA van de arbeidersstad
Oss behouden. Daarnaast is het belangrijk
de stedenbouwkundige en architectonische
beeldtaal van de jaren ’20 en ’30 te bewaken.
7. Oss uitstekend bereikbaar houden
Het creëren van een aaneengesloten, goed
toegankelijke stad voor de eigen inwoners
en de regio. Dat doen we door barrières te
slechten en in te zetten op duurzame vormen
van mobiliteit. Gebruik maken van de sterke
OV-positie en de buitenruimtes afstemmen
op fietsen en wandelen. De auto wordt geconcentreerd
aan de randen van het centrumgebied.
De fiets komt op ‘pole position’.
8. Optimaliseren functionaliteit
rangeerterrein
Het vrijspelen van een stationslocatie door het
binnenstedelijk rangeerterrein in de toekomst
te verplaatsen richting de haven. Hierdoor
wordt de functionaliteit en frequentie van
het rangeerterrein voor haven Elzenburg versterkt.
De
start is gemaakt! In de periode tussen 2024
en 2040 zal de stedelijke ontwikkeling van Oss
een verdere vlucht nemen. De stad zal groeien
in inwonersaantal en in arbeidsplaatsen.
Belanghebbenden in het gebied Oss Centraal
worden actief betrokken bij de ontwikkelingen,
bijvoorbeeld door het stadsdebat stedelijke
ontwikkeling dat in januari 2024 plaats
vond. Zo doen ze er in ‘mensenstad’ Oss alles
aan om de inwoners te betrekken en hen een
duurzame, gezonde en veilige leefomgeving
te bieden. Met en voor de toekomst!
<<
Stationslocaties 2024/2025 - 49
׉	 7cassandra://5s3_Kdr80eq5Z4Tmfvg2rUehnFS5wZlCBGGzyYSH7B0%3` g+~[q6Ág+~[q6}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://bx_K0E0Kr7dlHkyVmAz1qD26GlDIsvGr6w3G4JyFnTo ui`׉	 7cassandra://MiW12VY2qpA7K2XAsjVr2Wxwhp88Hx5IQpJqGOLulfMx1`t׉	 7cassandra://yzGOqSoaDe16OKBETqmh3O9Frw_Zvlnn2yYrXATE_gQ$` g'+~[q7Nט ? ?{u׉׉	 7cassandra://acy4eW6NmO4lDf65Oi1nbKIkgOcQcFBZyty3Zq5kFfU p`׉	 7cassandra://KXce2RDrepKHLXwVu4nS5vyz0MNNfd6W9vLmGQmgYjAr~`t׉	 7cassandra://OcomKQfTZye4nqs5WXttLergUCycjCk5LLY97wxrqUA#` g'+~[q7O׉EStationslocaties dé plek voor
grootschalige woningbouw
Het station als kathedraal
van de 21ste eeuw
Het Nieuwe Metterswane als blikvanger tegenover het station
Het kabinet stelde €7,5 miljard beschikbaar om de bereikbaarheid inclusief grootschalige woningbouw
in 17 stedelijke gebieden te versnellen. Daaronder vallen zes spoorzones. Dat is niet verwonderlijk.
Stationslocaties zijn ideaal voor een gecombineerde aanpak van de woningnood, leefbaarheid én mobiliteit,
zoals in Nijmegen gebeurt.
“D
it kabinet wil 100.000 woningen
per jaar bouwen om de
woningnood aan te pakken. We
gaan daarom met meer regie en meer tempo
meer huizen bouwen. Voor die grootschalige
woningbouw zijn er 17 NOVEX-gebieden aangewezen.
Dat zijn de stedelijke gebieden, waar
we met behoud van kwaliteit en de kracht van
de bestaande infrastructuur de steden verdichten”,
vertelt Hettie Politiek, programmadirecteur
Grootschalige Woningbouw bij het
ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening (VRO).
50 - Stationslocaties 2024/2025
‘Door de OV-knooppunten te ontwikkelen
tot aantrekkelijke centrumgebieden en deze
optimaal met elkaar te verbinden, kunnen
we bereikbaarheid en nabijheid vergroten
en bestaande ruimte en infrastructuur beter
benutten’, zo luidt het in de handreiking
Stedelijke knooppunten van het ministerie.
Stationsgebied het nieuwe centrum
De €7,5 miljard van het Rijk is als volgt verdeeld:
€2,7 miljard gaat naar de hoofdnetten,
€2,2 naar de OV-schaalsprongen, €1,1 naar
mobiliteitsmaatregelen en €1,5 miljard naar
woningbouwmaatregelen op korte termijn.
De bestaande afspraken van het vorige kabinet
zijn gericht op het bereikbaar maken van
400.000 nieuw te bouwen woningen.
Zes van de NOVEX-gebieden zijn spoorzones
(zie kader). Dat ligt voor de hand. Meestal is er
rond het spoor nog ruimte. Kleine maakindustrie
is er allang vertrokken of is dat van plan
te doen. Vaak vind je er ook allerlei onbestemde
terreinen die opgeteld geschikt zijn voor
woningbouw.
׉	 7cassandra://yzGOqSoaDe16OKBETqmh3O9Frw_Zvlnn2yYrXATE_gQ$` g+~[q6׉E9“Stedelijke gebieden, waar we met behoud
van kwaliteit en de kracht van de bestaande
infrastructuur de steden verdichten.”
“Maar vooral”, meent Bas Nagtegaal, regisseur Grootschalige
Woningbouw bij VRO, “is het verstandig om de bestaande
ruimte optimaal te benutten. Bovendien stimuleren we uiteraard
het OV-gebruik door in stationsgebieden te bouwen.”
“Terwijl het station vroeger aan de rand van het centrum lag
en het spoor de stad veelal verdeelde in een rijke en een arme
kant”, vervolgt Hettie Politiek, “wordt dat nu juist de verbindende
factor. En ontstaan er bruisende nieuwe centra om in te
wonen, te werken en zelfs te recreëren. Want leefbaarheid met
veel groen is een belangrijke voorwaarde. Feitelijk is het een
nieuwe visie op stedelijk leven, waarbij de OV-knooppunten de
ontmoetingsplekken van werkend Nederland zijn.”
Nijmegen uitblinker
Er liggen mooie plannen. En meer dan dat. Want de uitvoering
is op diverse plekken al in volle gang, zoals in Nijmegen.
Daarover praten we met Paul Matthieu, manager gebiedsontwikkeling
Stationsdistrict gemeente Nijmegen, en Bart Kooij,
manager stationsprojecten ProRail.
“Voormalig spoorbouwmeester Eric Luiten zei het al: in de
19e eeuw ontwikkelden steden zich rondom de kerk en in de
21ste eeuw rondom het station. En dat is precies wat hier in
Nijmegen aan de hand is”, vertelt Paul Matthieu. “We hebben
al een historisch centrum en krijgen er nu een modern centrum
bij. Maar wel met een vergelijkbaar historische opzet van singels
en meer autoluw, wat aansluit bij onze visie op mobiliteit.”
2.000 tot 4.500 appartementen
De verdichtingsopgave in de Nijmeegse Stationsdistrict is
gigantisch. In een straal van 500 meter vanaf het station komen
Veel groene leefruimte rondom de hoogste woontoren van Nijmegen, Duet. (VanWonen)
Stationslocaties 2024/2025 - 51
׉	 7cassandra://OcomKQfTZye4nqs5WXttLergUCycjCk5LLY97wxrqUA#` g+~[q6Łg+~[q6ā}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://8WSc74-VS9vpnjLpwGOg6gsz-dcnAXCSpYpY3O-i1rc L5`׉	 7cassandra://PH_qkqcaLI66kqv4sskYKPrwwbxBwGfHc54EAy2BNHc}j`t׉	 7cassandra://weMjPegubdqUjD9yi38PtkKsnHsWegZrz2PsfUDbF08&(` g'+~[q7Qט ? ?{u׉׉	 7cassandra://EHdJynwhDZB2qSlLkZM4h5w4hMPh5qFoESDo1Sw9VOY `׉	 7cassandra://6LfeQnqGjw9MgF1J2-oOxxxZqXwMhZX3AaKv5XRepYsw`t׉	 7cassandra://tuqfUwimx2Gt7OKrmgsc8t20LY4c1TUK0GbnhbQopJ8#s` g(+~[q7R׉E
{De hoogbouw van Het Nieuwe Metterswane gaat hand in had met vergroening van de leefruimte.
2.000 appartementen, binnen een kilometer
zijn dat er zelfs 4.500, waarvan een derde sociale
huur.
Waar het station nu nog een barrière is tussen
Nijmegen-Centrum en Nijmegen-West, vormt
dat straks juist de verbinding. De gemeente
maakte daarom ook afspraken met het ministerie
van Infrastructuur & Waterstaat (IenW)
en ProRail over een tweede stationsingang en
-hal.
Hoe zorgt de gemeente dat het een leefbaar
gebied blijft?
“Door het te benaderen als een nieuw centrumgebied”,
vervolgt Paul Matthieu. “Met volop
aandacht voor hoogwaardige verblijfsruimten,
veel groen en klimaatadaptatie. Zodat
mensen er prettig kunnen wonen en werken.
Zo komen er ook kantoren, maatschappelijke
voorzieningen, winkels en een spoorpark.
Kortom een heel nieuw stuk stad om het station
heen. Zeer leefbaar en groen, waarbij we
de automobiliteit afwaarderen. Vergelijk het
met de metamorfose van de Catharijnesingel
in Utrecht.”
Drie Stationsdistrict woonprojecten
Zomer 2026 wordt het eerste nieuwe woningbouwproject
in de Nijmeegse Stationsdistrict
opgeleverd. Dat is Het Nieuwe Metterswane:
Het Duet met 400 appartementen voor starters, studenten en senioren wordt, de grootste woontoren van
Gelderland.
een uitnodigend visitekaartje pal tegenover
het station. Een comfortabel wooncomplex
met 278 appartementen.
Daarna verrijst aan de westzijde, op de voormalige
UWV-locatie, het appartementencomplex
NimWest, bestaande uit 460 woningen
plus shortstay voor studenten. En tenslotte
plant Nijmegen, ook aan de westzijde, tegen
het Waalfront aan, de hoogste woontoren van
Gelderland: het Duet met 383 appartementen
voor starters, studenten en senioren.
Mobiliteitstransitie
En hoe zit het met de bereikbaarheid? Wie
nagenoeg op het station woont, pakt bij voorkeur
de trein, is de gedachte. Voor de sociale
huurwoningen hanteert de gemeente daarom
de centrumparkeernorm. En die is? “Nul”,
antwoordt Matthieu. “Om te voorkomen dat
nieuwe bewoners in de oude wijken om het
station gaan parkeren, voeren we daar betaald
parkeren in. Huidige wijkbewoners kunnen
een parkeervergunning aanvragen voor €1 per
maand voor de eerste en €20 per maand voor
de tweede auto.”
Wie toch met de auto wil, pakt een deelauto.
Zo komen er alleen al voor de 276 appartementen
van Het Nieuwe Metterswane 7 deelauto’s
beschikbaar die de VVE exploiteert. Ook krijgen
de complexen collectieve fietsvoorzieningen
en wordt de fietsparkeergarage bij het
station vergroot. Voor de koopappartementen
komen wel parkeerplaatsen beschikbaar in
diverse parkeergarages onder de complexen.
52 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://weMjPegubdqUjD9yi38PtkKsnHsWegZrz2PsfUDbF08&(` g+~[q6׉E{ProRail randvoorwaardelijk
Nijmegen krijgt er zodoende veel bewoners bij
die ook nog eens gestimuleerd worden het OV
te pakken. Dat trekt een wissel op het spoor
en Nijmeegse station. Werk aan de winkel dus
voor ProRail.
“Wij zijn inderdaad randvoorwaardelijk bij
deze metamorfose”, zegt Bart Kooij, manager
stationsprojecten van ProRail.
“Wij bieden het duurzame alternatief met de
trein. In Nijmegen hebben we daarvoor twee
projecten. Het Programma Hoogfrequent
Spoorvervoer, waarbij een compleet emplacement
wordt heringericht met een eilandperron
en nieuwe overkappingen. Dat is nu al in
aanbouw.
Het andere project is de nieuwe stationshal
met de extra ingang aan westzijde. Reizigers
komen straks via een andere trappenstructuur
de stationshal in. En wel in zo’n groten getale
dat we de stationshal ook moeten aanpassen.
Bovendien trekken we de voetgangerstunnel
door tot de westzijde en vormt het station
daadwerkelijk de verbinding. Dat zal zo rond
2030 gereed zijn. Alles uiteraard met behoud
van de monumentale status, want het station
is een gemeentelijk monument, een ontwerp
van Sybold van Ravesteyn.”
Integrale aanpak is nieuw
Zo komen woningbouw en mobiliteit in de
Nijmeegse Stationsdistrict in beleid en uitvoering
samen. “En dat is werkelijk nieuw”, meent
Paul Matthieu. “Vijf jaar geleden dachten we
echt nog niet op die manier. Waarbij gelden
voor mobiliteit worden afgestemd op die voor
stedelijke ontwikkeling en woningbouw.”
Dat vindt Bart Kooij ook wel een compliment
aan Nijmegen. “Bij een parkeernorm van nul
en dusdanige groene leefgebieden gelijk het
spoor als randvoorwaarde meepakken en daar
liefst ook mee beginnen, dat zie ik nog nergens
anders.”
Een hoogwaardige nieuwe stationsentree aan de westzijde: belangrijk voor alle nieuwe bewoners van de
nieuwe woningen (Office Winhov)
Complex krachtenveld
Die integrale benadering is niet zo eenvoudig.
Want hij leidt tot een complex samenspel van
vele publieke en private partijen.
“Vanuit het Rijk”, vervolgt programmadirecteur
Hettie Politiek, “zijn we met twee ministeries,
VRO en IenW, verantwoordelijk voor
de rijksplanologische planvorming en de
woningafspraken in samenwerking met de
steden. Vanuit VRO zijn we vooral aanjagend
en toetsend. Daarbij proberen we bestuurlijke
dilemma’s te doorbreken en trajecten te
versnellen. Terwijl IenW opdrachtgever is van
ProRail. Aanpassingen aan het station en de
stationsomgeving zijn een samenspel tussen
NS, NS stations, ProRail, IenW, de provincie en
gemeenten. En dan zijn er nog talloze private
partijen en de Provincie Gelderland waarmee
we te maken hebben. Die versnipperde eigendomsverhoudingen,
verantwoordelijkheden
Versmalling van het Keizer Karelplein geeft extra groene ruimte voor fietsers en voetgangers.
De spoorzones in de NOVEXwoningbouwgebieden
•
Amersfoort
• Arnhem
•
Den Bosch
• Hoofddorp
• Nijmegen
• Zwolle
en belangen maken dat niemand eindverantwoordelijk
is en we toch met z’n allen tot een
goed eindresultaat moeten komen. Zolang
iedereen zich inzet voor het hogere doel, lukt
dat. Vooralsnog zijn alle betrokkenen voortvarend
aan de slag.”
Liever vandaag dan morgen
Ondertussen staat Nederland te trappelen om
nieuwe woningen. Ook in Nijmegen zijn de
bewoners enthousiast. De raad behandelde de
gebiedsvisie op 9 oktober. De bewonersparticipatie
is de afgelopen twee jaar afgerond. “En
we ontvingen ontzettend veel enthousiaste
reacties”, vervolgt Matthieu. “Bewoners willen
graag. Ze dringen erop aan dat de plannen nu
ook echt worden uitgevoerd.”
“Laten we daarom zorgen dat we er de vaart in
houden. Want voor de dringende woningopgave
gelden maar drie woorden: tempo, tempo
en nog eens tempo. Maar wel met goede
ruimtelijke kwaliteit, waaronder uitstekende
OV-ontsluiting, en oog voor de leefbaarheid.
Want we bouwen zo’n omgeving weer voor
de komende 50, misschien zelfs wel 100 jaar”,
meent Hettie Politiek.
<<
Stationslocaties 2024/2025 - 53
׉	 7cassandra://tuqfUwimx2Gt7OKrmgsc8t20LY4c1TUK0GbnhbQopJ8#s` g+~[q6ǁg+~[q6Ɓ}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://iEpAN34u3RdLLZ_c-LUUEHbxOpzw9viOzjRq6gGAGrQ `׉	 7cassandra://8sii4PMkLuKZz0Fj4JDp0SewmGanYGJmNEXDhfvKYAY͂`t׉	 7cassandra://hK-pl0PifdIap-nRFPpfk8hINoGIvAePut3ylwHXhPk%` g(+~[q7Tט ? ?{u׉׉	 7cassandra://m6nz-7bdg-WfEHKJ9ByYpmnZkeectjsMCdbm_ZTTgNE `׉	 7cassandra://Dd_ZtP9GkUZn1sqvTu437nq3-NdfcEGAvnORBKPtfQkͅ`t׉	 7cassandra://vFznnUWsD8hTq9YbuFINtJC85CKAG9brBCLb8OcsUTY)S` g(+~[q7Uנg(+~[q7Y ^̛9ׁHhttp://www.poortvanhoorn.nlׁׁЈנg(+~[q7X S"̦9ׁHmailto:poortvanhoorn@hoorn.nlׁׁЈ׉EUitvoering Poort van Hoorn
gaat van start
Na jarenlange gedegen voorbereiding is het in Hoorn tijd voor de uitvoering van de eerste projecten
binnen het stedenbouwkundig plan Poort van Hoorn. Daarmee krijgt de historische stad er in een
breed gebied rondom het station een groot stadsdeel bij. Hier wordt straks volop gewoond, gewerkt en
gerecreëerd. Ook wordt het stationsgebied als knooppunt voor trein, bus, fietser, voetganger en auto
verbeterd. Hoorn krijgt, zoals de gemeente het zelf benoemt, een meer grootstedelijke uitstraling.
“W
e gaan een mooi, nieuw, goed
functionerend stuk stad realiseren
dat goed aansluit op ons
prachtige historische centrum”, zegt wethouder
Axel Boomgaars. “In onze stad willen we
voor 2030 6.000 extra woningen realiseren.
Een aanzienlijk deel hiervan gaat landen in de
Poort van Hoorn. We willen het vooral voor jongeren
en jonge gezinnen mogelijk maken om
in Hoorn te komen, of te blijven wonen en te
genieten van al het moois dat onze stad te bieden
heeft. De toekomstige woningen en voorzieningen
in de Poort van Hoorn liggen dicht
bij het OV-knooppunt, de prachtige historische
binnenstad en het grootste stadsstrand van
Nederland. Wie wil hier nu niet wonen?”
Woonwijk Pelmolenpad
Poort van Hoorn bestaat uit verschillende projecten.
“In samenwerking met gebiedsontwikkelaar
BPD en woningcorporatie Intermaris
beginnen we eind 2024 met de bouw van de
eerste huurwoningen van de nieuwe woonwijk
Pelmolenpad”, vertelt Aart Jonker, programmamanager
Poort van Hoorn. “Dit wordt
een autoluwe woonwijk met in totaal ruim
600 woningen.” Naast de woningbouw wordt
in Pelmolenpad volgens Jonker bewust veel
aandacht besteed aan groen en ruimte voor
ontmoeting. De fietser en wandelaar krijgen
veel ruimte. “Het wordt een woonwijk die echt
past bij Hoorn.”
Dieuwertje de Vries, projectmanager Pelmolen
pad en Stationsgebied, legt uit dat bij
het ontwerp en de inrichting van Pelmolenpad
goed rekening wordt gehouden met het
Hoornse DNA.
“De historische binnenstad komt op verschillende
manieren terug in het ontwerp. Zo
komen er gebakken rode klinkers die in verschillende
metselverbanden worden gelegd,
zodat deze patronen passen bij onze bestaande
stad.”
De nieuwe woonwijk Pelmolenpad heeft het Hoornse DNA in zich. Dit gebouw verwijst naar de Mariakapel
– ontwerp Zecc.
‘In het ontwerp wordt rekening
gehouden met het DNA van Hoorn’
In opdracht van BPD ontwerpen de architectenbureaus
Groosman, Moke en Zecc de gebouwen
voor de nieuwe woonwijk. De architecten
hebben het ontwerp voor de woningbouw, die
varieert in bouwhoogtes, op dezelfde manier
aangepakt. De Vries: “In Pelmolenpad zien we
daardoor straks de trapgevel terug, als een
letterlijke vertaling van onze binnenstad. Een
gebouw staat bijvoorbeeld licht hellend naar
voren, zoals onze historische panden. Een
ander gebouw refereert met zijn ontwerp naar
de Mariakapel.” Jonker vult aan: “Het woningaanbod
in Pelmolenpad wordt bovendien heel
gedifferentieerd waardoor deze wijk aantrekkelijk
wordt voor verschillende doelgroepen.
Dat zorgt voor een echte stadse sfeer.”
Aantrekkelijk Stationsgebied
De gemeente Hoorn begint eind 2024 ook
met de selectie van een gebiedspartner voor
de ontwikkeling van het Stationsgebied. “Dan
publiceren we een uitvraag op TenderNed”,
aldus Jonker. Zodra een geschikte gebiedspartner
is gevonden, kunnen de plannen verder
worden uitgewerkt en verandert de gemeente
ook dit gebied in een levendige stadswijk.
“Het Stationsgebied is een belangrijk onderdeel
van Poort van Hoorn”, zegt Jonker. “Het
grenst direct aan onze historische binnenstad.
Het is het belangrijkste OV-knooppunt van
onze regio. Hier gaan we daarom niet alleen
500 nieuwe woningen en een groot aantal
voorzieningen realiseren. We verbeteren hier
ook het knooppunt voor trein, bus, fietser, voetganger
en auto. Dat doen we in samenwerking
met onze partners NS Stations, ProRail en de
Provincie Noord-Holland. Met elkaar zorgen
we voor een comfortabele overstap voor reizigers
en een fijne route naar de binnenstad
voor bezoekers.”
54 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://hK-pl0PifdIap-nRFPpfk8hINoGIvAePut3ylwHXhPk%` g+~[q6׉EDieuwertje de Vries geeft aan dat het huidige
Stationsgebied nu geen verblijfsfunctie kent.
“Je bent er even en gaat direct weer weg. Met
het toevoegen van woningbouw en commerciële
en maatschappelijke voorzieningen
wordt dit anders. We creëren een aantrekkelijke
omgeving met diverse functies, zodat mensen
er graag verblijven. Daarmee verweven we
het Stationsgebied met de binnenstad.”
BuitenStad Hoorn
De ruimtelijke procedure voor het project
BuitenStad Hoorn start naar verwachting voorjaar
2025. Op deze locatie werkt de gemeente
samen met de partijen STED Development, LVS
en M.J. de Nijs Projectontwikkeling aan een
aantrekkelijke woonwijk. Hier staat ‘stedelijk
leven in het groen’ centraal.
“Er komen in meerdere woongebouwen bijna
600 appartementen”, beschrijft Jonker. “Er zijn
groene hoven, binnenstraten en tuinen waar
ruimte is voor ontmoeting.” Extra bijzonder
is dat in BuitenStad Hoorn alle auto’s worden
geparkeerd onder een opgetild maaiveld.
“Daardoor wordt een volwaardig landschap
gecreëerd en ontstaat er genoeg buitenruimte.”
Aansluiten
op wensen en behoeften
Ook een belangrijk project in Poort van Hoorn
is een wooncomplex van Oosterbaan Projecten
BV met maximaal 140 huur- en koopappartementen
en studio’s voor jongeren, studenten
Het nieuwe Stationsgebied wordt een fijne plek om te wonen, werken en te verblijven en met goed openbaar
vervoer - impressie Karres en Brands.
en young professionals. Met deze ontwikkeling
en de ontwikkelingen van Pelmolenpad,
Stationsgebied en BuitenStad Hoorn krijgt de
Noord-Hollandse stad er ruim 1.800 woningen
bij. “We zijn trots dat Poort van Hoorn nu echt
tot uitvoering komt”, zegt wethouder Axel
Boomgaars. “Zo kan Hoorn blijven aansluiten
op de wensen en behoeften van de huidige
en toekomstige inwoners. Met Poort of Hoorn
houden we onze voorzieningen en economie
op een goed peil. En net zo belangrijk: we zorgen
ervoor dat onze stad levendig en aantrekkelijk
blijft.”
<<
BuitenStad Hoorn staat voor stedelijk leven in het groen – ontwerp SVP.
Meer informatie?
Neem contact op met Aart Jonker (gemeente
Hoorn) via poortvanhoorn@hoorn.nl
of 0229 – 25 22 00.
www.poortvanhoorn.nl
Stationslocaties 2024/2025 - 55
׉	 7cassandra://vFznnUWsD8hTq9YbuFINtJC85CKAG9brBCLb8OcsUTY)S` g+~[q6Ɂg+~[q6ȁ}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://3r8wwK66YmR9JKgC9IfneYR1Xr-gVkbnatz5sNHC-qc %@`׉	 7cassandra://Vy0Taw4rF4RpcoW467Drb3MRlLJtSNU0CmTqTFwbE_8z%`t׉	 7cassandra://-tYR2Kri4pROcUOjoML0flmstQmOjnh21AaKNvqsH1Q$` g(+~[q7Wט ? ?{u׉׉	 7cassandra://5KF-5TZl2cvjBZBFH3lO-7Maa9bhjIWaUKvPoMy8mg0 `׉	 7cassandra://MFrzU2vkefE3_5GiyxiMHtlz_OpSys80GP-LMcndUCkw`t׉	 7cassandra://GmeAnoIvNYRZMt7_LemEfYv5ChUYXGZ5VTpiGhXmNbA'n` g(+~[q7Zנg(+~[q7] ̫9ׁHmailto:martin@woningmakers.nlׁׁЈ׉EWoningmakers in steeds meer regio’s en gemeenten actief
Werken met de Bouwstenen
van Woningmakers Nederland
In Nederland is nog steeds sprake van een enorm tekort aan woningen. De cijfers zien er nog niet goed
uit. Er moet keihard worden gebouwd, maar: dat blijkt niet eenvoudig. Want in ons tamelijk kleine land
is woningbouw ingewikkeld georganiseerd. Een intensieve samenwerking tussen overheid en markt is
noodzakelijk om de énorme woningbouwambitie, vorig jaar nog concreet vastgelegd in Woondeals, te
verwezenlijken.
I
n diverse steden en regio’s in Nederland zijn inmiddels
programmamanagers van Woningmakers Nederland
aan het werk. Ze zijn ter zake kundig, kennen de dynamiek
van de markt en staan boven de partijen. De werkwijze
van de Woningmakers is in het algemeen gebaseerd op zes
Bouwstenen (modules) waarmee u uw voordeel kunt doen. U
kunt ze deels afnemen, of het gehele pakket benutten:
Bouwsteen nummer 1: Inspiratie & advies
Natuurlijk begint alles eerst met een goed,
oriënterend gesprek. Zeg:
inspiratie en
advies. Dan gaan we eerst eens om de tafel.
Bouwsteen nummer 2: Verkenning
Bij aanvang of intensivering van de samenwerking
tussen de overheid en de markt
helpt het om een gezamenlijk vertrekpunt
te bepalen. Samen op weg betekent: weten
waar u (en de andere partij) staat en waar u naar toe wilt.
Woningmakers heeft veel ervaring met startsituaties.
Bouwsteen nummer 3: Bouwberaad
Een Bouwberaad of de versnellingstafel is het
gesprek over de planlijst met alle betrokken
partijen. Woningmakers neemt de publiekprivate
planlijst van woningbouwmonitor
Domiportal als uitgangspunt. Voorafgaand
aan een Bouwberaad organiseren wij een
Reality Check. In het beraad zelf toetsen wij of de afgesproken
jaarproductie gehaald wordt. Zo niet, dan zoeken wij met de
markt én overheid naar versnellingsmogelijkheden in de vorm
van eerder starten, versnellen (of vertraging voorkomen), verdichten
of toevoegen van alternatieve locaties.
Bouwsteen nummer 4: Versnellingsinterventie
Hierbij wordt de oplossing bepaald vanuit
de gesignaleerde problematiek/patronen.
Belangrijk hierbij is dat zowel professionals
van de kant van de overheid als van de
kant van de marktpartijen (projectontwikkelaars
en corporaties) hun actieve bijdrage leveren. Patronen
die de vaart uit de woningbouw-processen halen vragen om
Versnellingsinterventies. Het zijn maatwerk-oplossingen om in
publiek-private samenwerking oplossingen voor (ingesleten)
patronen te bepalen.
Bouwsteen nummer 5: Kopgroep overleg
Dit is het periodiek overleg met vertegenwoordigers
van woningcorporaties, projectontwikkelaars
en nieuwbouwmakelaars.
Vinger aan de pols: gaat het goed? Waar
kunnen we verbeteren? Sturing geven aan
het proces. Omdat de markt onderling vaak niet goed georganiseerd
is en de gemeente niet met alle (meestal vele tientallen)
marktpartijen kan praten helpt het om een Kopgroep
van marktpartijen te organiseren. Hier stemmen zij af wat het
signaal namens de markt is.
56 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://-tYR2Kri4pROcUOjoML0flmstQmOjnh21AaKNvqsH1Q$` g+~[q6׉EImpressie Symposium Woningmakers WFR
Bouwsteen nummer 6:
woningbouwmonitor Domiportal
Domiportal is de aan de markt getoetste
woningbouwmonitor van de Woningmakers.
Dat is: meten = weten. Want een up-to-date
planlijst betekent: inzicht, en vormt de start
van een goed gesprek: waar staan we, waar
zitten de knelpunten en hoe kunnen we gaan versnellen? Een
heel belangrijk verschil met andere woningbouwmonitors: een
team accountmanagers heeft dagelijks contact met gebruikers
om ervoor te zorgen dat alle informatie actueel en volledig is,
en zij kunnen eventueel support verlenen. Zo weten we zeker
dat alle informatie klopt.
Geen ‘eigenprojectbelang’
De Woningmakers organiseren het overleg met marktpartijen,
zoals woningcorporaties, projectontwikkelaars en makelaars.
En vanuit de Woningmakers vindt samenwerking en uitwisseling
van gegevens plaats met de gemeenten en provincie. En
omdat de Woningmakers zelf geen commercieel belang in de
projecten hebben, vindt er zo een ander soort gesprek plaats,
waarbij de invulling van de regionale woningbehoefte als
geheel centraal staat.
Woningbouw is mensenwerk
Goede cijfers zijn onontbeerlijk om de woningbouw uit de problemen
te helpen, maar goed met elkaar omgaan vinden de
Woningmakers eigenlijk nog wel belangrijker. Iedereen beleeft
de problematiek vanuit zijn eigen optiek en met ervaringen
Meer weten?
Martin Bosch
M 06 143 88 221
E martin@woningmakers.nl
Stationslocaties 2024/2025 - 57
vanuit het verleden. Nieuwsgierigheid en het begrijpen van
elkaars context vormen de drijvende kracht om tot oplossingen
te komen. Dat schrijven we niet alleen op, maar we willen
in elkaar blijven investeren en de woningbouwbehoefte samen
realiseren.
Organisatie
Martin Bosch is vanaf de start van Woningmakers (2017) zowel
strategisch adviseur, programmamanager als netwerkmanager.
Hij is dé spin in het web als het gaat om de samenwerking
tussen ontwikkelaars, corporaties en makelaars. In elke stad
of regio is een programmamanager actief plús een data-team
met accountmanagers die Domiportal beheren en ontwikkelen.
<<
׉	 7cassandra://GmeAnoIvNYRZMt7_LemEfYv5ChUYXGZ5VTpiGhXmNbA'n` g+~[q6ˁg+~[q6ʁ}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://9nMgOErjBK-d1PIzOPYxHlGrwI2CU9tPVLXm0u4T5J4 l`׉	 7cassandra://9RqtDn5CTqYf3vaiIL_HhpuolZi62zjw5SyLsnYpKpsq`t׉	 7cassandra://YMgqwCaNjGDSNh6MNl3h_1B7BMcccI9xkYbB3J4Foa0$#` g(+~[q7\ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://hN0AJ1OXtUNHR0ED8hWu8M521I1BE1MwArbMtlNtrek `׉	 7cassandra://SzOeRVF68DpPThm1dEw94cOW0VZzeORAALKjLxgFCbAt`t׉	 7cassandra://Ln6OzZ0_C1vQhqI_ePJCkt6a_bOMsYH0RyszXa28qpQ"` g)+~[q7^נg)+~[q7a ʁ̐9ׁHhttp://www.raillighting.comׁׁЈ׉EDe Railpuck verlicht het spoor
op de juiste plek
op het juiste moment
Het verlichten van een spooremplacement, rangeerterrein of baanvak, gebeurt
traditioneel met armaturen op hoge masten of bestaande spoorconstructies, zoals
bovenleidingportalen. Het installeren van conventionele concepten kan duur en
tijdrovend zijn. Bovendien komt het licht niet altijd op de juiste plek én zorgen de
masten in woongebieden voor lichthinder. Met de Railpuck biedt RAILLIGHTING een
snel en makkelijk te installeren alternatief dat ook nog eens stukken goedkoper is.
e Railpuck is zo ontwikkeld dat hij precies in de zijkant
van een spoorstaaf past. Dankzij die positie valt het
lichtschijnsel precies op de plek waar je die wilt hebben,
namelijk op loop- of inspectiepaden naast het spoor.
D
Marco Rooks van RAILLIGHTING: “Bij licht van bovenaf bestaat
er een grote kans dat je te maken krijgt met schaduw, door bijvoorbeeld
een geparkeerde trein. Met de Railpuck heb je daar
geen last van omdat je het pad verlicht vanaf de zijkant. Je
maakt het dus voor iedereen veiliger.”
58 - Stationslocaties 2024/2025
LED-verlichtingslijn
De slimme verlichtingsoplossing is ontwikkeld door Marco
Rooks, Theo van der Velden en Martijn Broekhuis. De drie hebben
ervaring in de verlichtings- en/of railsector. Een probleem
bij ProRail zette Rooks aan het denken. “Ik had een offerte uitgebracht
voor een project volgens de traditionele werkwijze.
Maar dat paste daar niet: het zou te lang duren om alles te
installeren en bovendien te duur zijn. Op de weg naar huis
vroeg ik mij af of we niet iets konden verzinnen met de spoorrails.
Die liggen immers overal. Ik heb een achtergrond in de
׉	 7cassandra://YMgqwCaNjGDSNh6MNl3h_1B7BMcccI9xkYbB3J4Foa0$#` g+~[q6׉E‘Zodra ik in de praktijk laat zien hoe
simpel en goed het werkt, is iedereen
honderd procent om’
kabels zijn eenvoudig in te pluggen en verbinden de pucks met
elkaar en met de drivers. “Je brengt het systeem in no-time aan
en je hebt nauwelijks vermogen nodig. In Den Bosch legden we
vijfhonderd meter aan in een dag. Dat is heel snel voor een klus
als dit, en het is drie- tot vijfhonderd procent goedkoper dan
de bekende manier van werken. In Lelystad deden we een tracé
met vijf man in tien dagen. Met de traditionele aanpak was dat
zes weken werk geweest voor twaalf man, en met de inzet van
allerlei zware machines.” Bij het installeren van het innovatieve
systeem hoeft de bovenleiding niet spanningsvrij gemaakt te
worden. “Dat scheelt heel veel tijd in de werkvoorbereiding
en er is automatisch minder impact op de dienstregeling en
scheelt kosten.”
Extra energiebesparing
Er is slechts twee Watt per puck nodig. In Den Bosch legde partnerbedrijf
Tedel 138 pucks aan, goed dus voor 276 Watt aan
energieverbruik. Rooks: “Dat is net zoveel als één standaard
conventioneel armatuur.” Om de energiebesparing nog groter
te maken, ontwikkelde RAILLIGHTING een sensor: de Railsens.
“Die klik je net als de puck in de spoorstaaf. Door de sensor heb
je verlichting op de juiste plaats en alleen wanneer je het nodig
hebt. De sensor reageert alleen op passerende personen.” De
Railpuck en Railsens zijn sinds vorig jaar op de markt en werden
inmiddels succesvol toegepast bij enkele projecten. Rooks:
“Het is nieuw en als je het principe uitlegt, willen mensen wel
eens afwachtend reageren. Zodra ik in de praktijk laat zien hoe
simpel en goed het werkt, is iedereen meteen overtuigd. De
reacties uit de markt zijn dan ook allemaal positief.”
Ook interessant voor projectontwikkelaars
Het verlichtingssysteem voor het spoor lijkt in eerste instantie
vooral interessant voor spoorvervoersbedrijven als NS, spoornetbeheerder
ProRail en de spooraannemers. Theo van der Velden:
“Maar het is ook een interessante oplossing voor andere locaties
waar spoor ligt, bijvoorbeeld in de petrochemie, in de staalsector
of in havengebieden.” Ook voor projectontwikkelaars is
de Railpuck goed nieuws, vindt Van der Velden. “Stel je wilt een
woontoren ontwikkelen naast het spoor en je hebt te maken
met die hoge masten die voor veel lichtvervuiling zorgen, dan
kun je nu het gesprek aangaan met de spoorbeheerder.”
wisselverwarming. Dat is in de basis een aluminiumprofiel en
daar maakte ik een LED-verlichtingslijn in. Dat werkte boven
verwachting, en het idee werd erg positief ontvangen door
Prorail en NS, er was echter wel ruimte voor verbetering.” In de
coronaperiode kwam Broekhuis aan boord die nieuwe ideeën
inbracht. “Zo ontstond de huidige versie van Railpuck.”
Plug & Play-systeem
De Railpuck is een plug & play-systeem. De pucks krijgen hun
stroom uit een voedingspunt met twee drivers. De benodigde
Stationslocaties 2024/2025 - 59
De gepatenteerde Railpuck en de Railsens worden volledig in
Nederland gemaakt. Rooks: “We ontwikkelen nu een versie op
zonne-energie. Daarnaast denken we na over andere toepassingen,
zoals een explosieveilige versie, een go/no-go systeem voor
trein onderhoudswerkplaatsen en een beveiligingssysteem
voor perrons.” Inmiddels heeft RAILLIGHTING-distributeurs
in verschillende landen, waaronder België, Frankrijk, Spanje,
Engeland en Zweden. “Binnenkort hopen we een eerste proef
te doen in Amerika. De olievlek breidt zich gestaag uit.”
<<
www.raillighting.com
׉	 7cassandra://Ln6OzZ0_C1vQhqI_ePJCkt6a_bOMsYH0RyszXa28qpQ"` g+~[q6́g+~[q6́}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://fZ8XkXVpG5zvhXB1xZNThMPJlSbeToGoNyBNlvbFIdE `׉	 7cassandra://_cSndKct0KOe0-CtT9vWG2m3h3GDQS-M5j6vHlEeerkh_`t׉	 7cassandra://YnTL3gIEpKu6gGwuZ39TI-U03bxKeCTeY4r9mmj4pXI#` g)+~[q7`ט ? ?{u׉׉	 7cassandra://6O60AlRHJHiIrk_dM3kbaqyoup00osvxucVq4SHqAW4 S`׉	 7cassandra://5YPivyZKDaowtWlZf9eLQfVsazt63Gmv0YVEveWeQWwsD`t׉	 7cassandra://cynbC5gOiWvOcvcG1XjibHuy7vuY8GLRMxSbwpJWpro#z` g)+~[q7b׉E?Essay Wouter Veldhuis over ‘Verstandig verdichten’
Geef stationsomgevingen
ademruimte
Past alles wat we willen aan woningen, kantoren en groenvoorzieningen wel op de postzegel rond het
station? Nee, zegt Wouter Veldhuis, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. Hij schetst in dit essay de
knelpunten en aanbevelingen uit het advies ‘Verstandig Verdichten’ van het College van Rijksbouwmeester
en Rijksadviseurs (CRa) en Bureau Spoorbouwmeester. ‘Kijk breder dan de huidige postzegel’, zo luidt de
oproep hierin aan planmakers.
60 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://YnTL3gIEpKu6gGwuZ39TI-U03bxKeCTeY4r9mmj4pXI#` g+~[q6׉E
D
en Haag Centraal Station, een plek waar ik wekelijks
kom. De hoofdentree is al jarenlang afgesloten vanwege
een groot bouwproject. Noodgedwongen loop ik dus
via de zij-ingang naar buiten en ben direct op mijn hoede voor
de trams die links en rechts passeren. Overal waar ik kijk staan
hoge kantoor -en woontorens, die hier de laatste tien jaar zijn
bijgebouwd.
De begane grond is grotendeels ingenomen door fietsenstallingen,
bouwketen en laad- en losruimtes. Ik zoek slalommend
mijn weg tussen de vele fietsers en trams om deze hectische
plek zo snel mogelijk te ontvluchten. Als dat is gelukt, haal ik
opgelucht adem.
Het voorbeeld is exemplarisch voor de stormachtige gebiedsontwikkelingen
in stationsomgevingen. Een stapeling van
functies hoog in de lucht tot diep onder de grond op de relatief
kleine postzegels rond stations. Zeker bij grote bouwprojecten
leidt die complexe verdichting tot jarenlange overlast. En dat
heeft invloed op de leefbaarheid van stad en op de bereikbaarheid
van het station. De ademruimte voor de stad en het openStation
Driebergen Zeist. Fotograaf Tineke Dijkstra
Wouter Veldhuis (1971) is architect en stedenbouwkundige/directeur bij
MUST, een bureau gericht op de ontwikkeling van een rechtvaardige leefomgeving.
Hij is sinds 2020 Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving bij het
College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa). Veldhuis is samen met
Marianne Loof (Spoorbouwmeester) en Francesco Veenstra en Jannemarie de
Jonge (beiden CRA) auteur van het advies ‘Verstandig verdichten’. Samen met
Simon Franke schreef hij de publicatie ‘Onderweg naar de rechtvaardige stad’.
baar vervoer van morgen staat onder druk. Neem bijvoorbeeld
het Jaarbeursplein in Utrecht. Alles is bovenop elkaar gestapeld,
één grote massa beton. Dat geeft hittestress, op hete dagen
lopen de temperaturen op sommige plekken op tot wel 55,5
graden, zo blijkt uit analyses van datajournalist Jelmer Visser.
Ter vergelijking: dat is een temperatuur waarop chefs hun vlees
langzaam garen.
Begrijp me niet verkeerd, het CRa en ook Bureau Spoorbouwmeester
juichen knooppuntontwikkeling toe. Bewoners en
bezoekers zijn gebaat bij een goede afstemming tussen verstedelijking,
ov-mobiliteit en een goed bereikbare stedelijke
omgeving. En het principe van verdichten, dat voortbouwt op
het compacte stadbeleid uit de jaren 90, is in de basis duurzaam.
Door woningen, kantoren en voorzieningen in de buurt
van stations te bouwen, sparen we het buitengebied en stimuleren
we het gebruik van openbaar vervoer.
Maar ik denk dat we zijn doorgeschoten. De grote hoeveelheid
aan bebouwing die nu gepland wordt, laat weinig ruimte over
voor verblijfskwaliteit, klimaatadaptatie en verduurzaming.
Stationslocaties 2024/2025 - 61
׉	 7cassandra://cynbC5gOiWvOcvcG1XjibHuy7vuY8GLRMxSbwpJWpro#z` g+~[q6ρg+~[q6΁}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://x_RAIpsYx5dKXc27zDJl4n7m6-ChxOctvB6hzARAKkE `׉	 7cassandra://VUy7vWp5N_laRq4VSg1lVosazaxFSaYC-R1kNN7IT7Qu`t׉	 7cassandra://xCNXt1dra0Dpt52UmRH_dA8K74sFC_GAM4shyQy6i-w#` g*+~[q7dט ? ?{u׉׉	 7cassandra://ZiTF8z-69vnjf3uqNlUU3XGZlN8AZGD3cWRRw6KVxqw ?`׉	 7cassandra://x0QdQjz3zSdR_-qmGwCxUhblLYjPKfFj4GCWIYyWHWMu`t׉	 7cassandra://ROhLqiwvVQwlTR2zSBe3w4bwmbc4yg4Y3LvUGVMClAQ$` g*+~[q7e׉EHet kan ook anders. Rotterdam Centraal bijvoorbeeld is een
groot en druk station. Toch ervaar ik ademruimte in de stationshal
en op het stationsplein. Ik voel me welkom op het plein,
waar de voetganger centraal staat. Ook zie ik genoeg ruimte
voor klimaatmaatregelen, zoals meer groen.
Rotterdam Alexander vind ik ook een inspirerend voorbeeld.
Hiervoor worden momenteel verdichtingsplannen gemaakt,
die goed haalbaar lijken te zijn. Het station is recent gerenoveerd,
er zijn al winkelvoorzieningen en in de omringende wijk
kun je tussen de bestaande bebouwing eenvoudig woningen
bijbouwen. Daarnaast is er volop ruimte om meer groen en
waterberging aan het gebied toe te voegen.
De Spoorzone in Tilburg is ook interessant. De drukke ontsluitingsweg
die tegen de deur van de stationshal aan lag, is
onlangs getransformeerd in een goed oversteekbare straat met
eenrichtingsverkeer en er is ruimte gekomen voor een stationsplein.
Hier wordt ook volop gebouwd, maar wat verder van het
station af. En het gebied is niet helemaal voorgeprogrammeerd,
dat biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, aansluitend bij
veranderende inzichten en behoeften. Er zijn plekken voor reuring
en voor rust, van een Spoorpark tot culturele voorzieningen
en woningbouw.
Waarom lukt het hier wel? Wat zijn de succesfactoren? Ik zie
in deze voorbeelden drie aanbevelingen terugkomen uit ons
advies Verstandig verdichten.
Groningen Europapark
Vergroot de scope van de gebiedsontwikkeling
Het idee is gegroeid dat een stationsgebied niet verder reikt
dan circa 300 tot 600 meter. Maar binnen een straal van 1 tot 4
kilometer kun je met de fiets, tram of te voet nog steeds prima
het station als verbinding gebruiken. De afstand die reizigers
bereid zijn af te leggen hangt hierbij af van de grootte van de
stad en het type verbinding. Zo vind ik het zelf geen probleem
om 25 minuten te fietsen naar station Amsterdam Zuid omdat
hier heel veel intercity’s stoppen.
Kijk dus voorbij de postzegel waarop nu ontwikkeld wordt.
Soms kan de aanleg van een brug of een fietspad ervoor zorgen
dat een hele woonwijk makkelijker en sneller het station kan
bereiken, en liggen er in die wijk volop kansen voor verdichting.
Zo profiteren niet alleen de nieuwe gebruikers, maar ook
de huidige inwoners van de aanwezigheid van het station en
krijgen bestaande wijken een impuls.
Stel de kwaliteit van de publieke ruimte centraal
De stationsomgeving wordt nu vooral gezien als verkeersruimte.
Maar als je daar woningen gaat maken, moeten die straten
en pleinen ook een prettige verblijfplek zijn. Stel dus de kwaliteit
van de publieke ruimte centraal. Investeer in goede en aangename
routes voor fietsers en voetgangers. En maak direct
rond het station aantrekkelijke verblijfplekken.
Stations als Rotterdam Centraal en Groningen Europapark
laten zien dat er fijne stadspleinen en groene openbare ruimten
mogelijk zijn bij het station. Die verblijfskwaliteit is een
voorbeeld voor de nieuwe gebiedsontwikkelingen.
62 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://xCNXt1dra0Dpt52UmRH_dA8K74sFC_GAM4shyQy6i-w#` g+~[q6׉E	Rotterdam Centraal. Fotograaf Iris van den Broek
Maak de plannen Paris-proof en klimaatadaptief
Mondiale doelen zoals het terugdringen van de CO2uitstoot
komen onvoldoende terug in de huidige plannen.
Dat geldt ook voor klimaatadaptieve maatregelen.
De vaak stenige stationsgebieden zorgen voor hittestress.
Waterhuishouding is een uitdaging, en het belang van
biodiversiteit en een vitale bodem – ook in onze stadscentra
– wordt steeds duidelijker.
Voorkom dat we, net als binnen het stikstofdossier, oplossingen
voor ons uit blijven schuiven. Maak de plannen
Paris-proof en klimaatadaptief. En reserveer ruimte voor
de klimaatadaptieve maatregelen in en om stations.
Daarbij is het slim om op gebiedsniveau alle (klimaatgerelateerde)
opgaven te koppelen: van hitte, droogte,
water en bodemdaling tot weersextremen. In Zwolle is
het bewijs geleverd dat dit ook nog eens kan leiden tot
een unieke en zeer aantrekkelijke stationsomgeving.
Deze opgaven verschillen per gebied en per station. En
vaak zijn deze opgaven kwantitatief geformuleerd, zo
valt mij op. In het woningbouwdebat bijvoorbeeld wordt
vooral gesproken over aantallen bij te bouwen woningen.
Laten we dit nu eens omdraaien en de ruimtelijke opgave
voor stationsgebieden formuleren vanuit de kwaliteit
van de leefomgeving. En dan per locatie kijken wat er aan
verdichting mogelijk is. Maatwerk dus.
Rechtvaardige stad
Met maatwerk en een brede blik, kunnen we bovendien
ook inclusieve ambities waarmaken. De ontdekking van
stationslocaties als stedelijke hotspot, heeft namelijk
niet alleen tot hoge dichtheden geleid, maar ook tot
torenhoge prijzen voor piepkleine appartementen. Dat
strookt niet met de ambitie van veel gemeenten om werk
te maken van inclusieve en diverse steden, met woningen,
werkruimte en voorzieningen voor álle doelgroepen.
Met maatwerk en een groter plangebied, kunnen we ook
zorgen voor een rechtvaardige stad, een thema dat mij
nauw aan het hart gaat.
Kijk breder dan de huidige postzegel, zo luidt daarom
mijn oproep aan alle projectteams die nu werken aan
plannen voor stationsomgevingen. Zoom uit, zie de kansen
en zoek samenwerking met gebiedspartners voor een
echt duurzame ontwikkeling van stationsgebieden. In het
advies nodigen het CRa en Bureau Spoorbouwmeester
daarom alle overheden en ‘spoorse’ partijen uit om
samen haalbare oplossingen uit te werken. Met duurzame
mobiliteit, betaalbare woningbouw en duurzame
gebiedsontwikkeling waarvan een zo groot mogelijk deel
van de stad (en het land) kan profiteren.
<<
Stationslocaties 2024/2025 - 63
׉	 7cassandra://ROhLqiwvVQwlTR2zSBe3w4bwmbc4yg4Y3LvUGVMClAQ$` g+~[q6сg+~[q6Ё}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://QC0ru99s3NQ_ex2g_jPHcBUfEcOs3q2vt7aMXQmAoLM u`׉	 7cassandra://s6YG8Onc5fgfJpaRYpdDctyjMzJggM_h7YWCPf15EoY͍!`t׉	 7cassandra://FOpZxP3ro5A7Gpt3gh0vUKlKe6hKec87KzPe3bNXOCo- ` g*+~[q7gט ? ?{u׉׉	 7cassandra://Xvx9FrIDl5UTqPHGjEn_Sli1-Y13Ty7dal_6a2fDZs0 H`׉	 7cassandra://n3VyWiiEhsXDp4WurUUGzW_ED3cPgaADQ9teO91bFQU͍`t׉	 7cassandra://qppogd0yhZhfWkNH0jwj85vNDyBKfnamk_aufUkMQlA+K` g*+~[q7h׉EGoed afstemmen levert
tijdwinst op in Zwijndrecht
Na decennialang een ‘beheergemeente’ te zijn geweest, waar slechts sporadisch iets aan nieuwbouw werd
gedaan, maakte de gemeente Zwijndrecht vanaf 2018 de omslag naar ‘ontwikkelgemeente’. Er kwam een
Masterplan voor een groot gebied met verouderde woonwijken rondom het station. Zwijndrecht koos ervoor
om ontwerpen, onderzoeken en procedures tegelijkertijd aan te pakken. En dat levert een aanzienlijke
tijdwinst op.
“D
eze hele ontwikkeling rondom de
Spoorzone zijn we in 2018 gestart
in samenwerking met onze buurgemeente
Dordrecht”, vertelt programmamanager
Miriam Bode, die vanaf het allereerste
begin betrokken is bij het project. “Samen hebben
we veel gedaan om die Spoorzone in the
picture te krijgen. We zijn gezamenlijk opgetrokken
in de lobby bij het Rijk en de Provincie.
Gelijktijdig werkten we samen met de TU Delft
en maakten we veel vlieguren om iedereen
mee te krijgen in die ontwikkeling.”
Hoofdkantoor Woonkracht 10 vanaf de Koninginneweg
Parallel werken
In dit eerste jaar werd al besloten om er niet
één grote ontwikkelpartij van te maken voor
de gezamenlijke Spoorzone, maar om per
gemeente apart te gaan ontwikkelen. “Zo konden
we meer snelheid maken en pragmatisch
te werk gaan”, aldus Miriam Bode. “In onze
project-startup zijn we met alle disciplines
en ook de woningcorporatie, die veel eigendom
heeft in het gebied Stationskwartier, bij
elkaar gaan zitten. Bij zo’n aanpak komt alles
wat we moeten weten over het project, vanaf
het allereerste begin tot aan de uitvoering,
aan de orde. Toen we dat helder hadden zijn
we op verschillende niveaus gaan werken. In
wekelijkse sessies werd een haalbare verkaveling
uitgewerkt. Milieuonderzoeken liepen
gelijk op met de interne procedures bij beide
partijen. Zo lukte het ons om vrij snel, binnen
iets meer dan een jaar, met een Masterplan te
komen voor dit gebied.”
Met woningcorporatie Woonkracht10, de
grootste gebiedseigenaar in het Zwijndrechts
64 - Stationslocaties 2024/2025
׉	 7cassandra://FOpZxP3ro5A7Gpt3gh0vUKlKe6hKec87KzPe3bNXOCo- ` g+~[q6׉E	m“Met de ontwikkeling van de Bostuinen breiden we onze portefeuille uit met betaalbare, duurzame woningen in een veilige én groene woonomgeving”, aldus Liesbeth
Groeneveld van Woonkracht10.
De onthulling van het bouwbord voor de Bostuinen werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de gemeente, Woonkracht10 en buurtontwikkelaar en bouwer
Van Wijnen. Tijdens de ceremonie benadrukte Arjan van Meijeren het belang van samenwerking en participatie: “Dit project is een prachtig voorbeeld van wat we
kunnen bereiken wanneer we samenwerken. Door de buurt bij deze ontwikkeling te betrekken wordt De Bostuinen een plek waar iedereen zich thuis voelt.”
Stationskwartier, werd in 2019 een samenwerkingsovereenkomst
gesloten. Samen met Dordrecht werden subsidies
aangevraagd en er kwam een groot bestemmingsplan voor
het hele gebied, dat in 2021 gereed was. “Omdat wij voor het
Masterplan bijna alle onderzoeken al gedaan hadden, is dit
bestemmingsplan ook redelijk snel tot stand gekomen. Na de
inspraakprocedures werd het in 2022 door de gemeenteraad
vastgesteld en was het daarmee onherroepelijk.”
Enorme verdichting, met toch veel groen
Er worden ongeveer 300 woningen gesloopt in het stationsgebied.
Daar komen 1.200 nieuwe woningen voor terug. Deze
enorme verdichting gaat gelukkig niet ten koste van het groen.
“Daar zijn we echt trots op”, vertelt Robert Kreukniet, wethouder
ruimtelijke ordening, wonen en mobiliteit. “We gaan in dit
Stationskwartier naar een heel andere verkeersstructuur, met
meer ruimte voor het OV, fietsers en voetgangers. Hierdoor
moet de auto soms een omweggetje maken. Zo lukt het ons om
veel asfalt weg te halen, het woningaanbod flink te verhogen
en een samenhangend groenstedelijk gebied te ontwikkelen.”
Veerkrachtige wijken
Bij de samenstelling van de nieuwe woonwijken wordt
gestreefd naar buurten waarin verschillende groepen mensen
samenleven. “Een mix van vragers en dragers, maakt
een buurt veerkrachtiger”, legt de wethouder uit. “Voor dit
gemengd wonen, met jong en oud, gezinnen en eenpersoonsStationslocaties
2024/2025 - 65
huishoudens, moeten verschillende soorten woningen worden
gebouwd. Dat levert soms best wat discussie op, want voor een
woningcorporatie is het veel gemakkelijker, qua beheer, om
veel van hetzelfde soort woningen te hebben. We hebben daar
met woningcorporatie Woonkracht10 een goede tussenweg
Bostuinen, de groene vingers
׉	 7cassandra://qppogd0yhZhfWkNH0jwj85vNDyBKfnamk_aufUkMQlA+K` g+~[q6Ӂg+~[q6ҁ}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://MNNPHna_YUUu5p2UyD9yKozyerfz33RZgGdvBQNHCYA %[`׉	 7cassandra://9yYbsQg3jlhb0z_27yWSiBYciPHjXrKTQAc9ACtiCJY͋k`t׉	 7cassandra://zs6B0gOgFHgPf9KCe-MTkCBOjCb7YGF8O3DBFrPlJmI)0` g*+~[q7jט ? ?{u׉׉	 7cassandra://uayPT42N66R7HlDnsTIlHzoqSj2bd5jyUK7fgHDg_Z0 `׉	 7cassandra://8uMD620naEM6P1NMBQ2g1wQOP7k3iesdw38K0EtBcEóI`t׉	 7cassandra://ENIOx3wSRMnpmKO2Eyqi1YMCcjP_VzFZms7oJbv0kcE)` g*+~[q7kנg*+~[q7m l9ׁHhttp://www.diztrikt.nuׁׁЈ׉EBostuinen appartementen vanuit de Dr. Boutensstraat. De getoonde beelden betreffen artist impressions. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.”
in gevonden. Neem bijvoorbeeld de Indische
buurt waar nu de Bostuinen worden gerealiseerd:
de woningen hier waren voorheen 100%
bezit van de woningcorporatie. Nu wordt dat
bijna een 50%-50% verdeling, met 100 huurwoningen
(87 sociale huur en 13 vrije sector)
en 93 koopwoningen.”
Slopen en bouwen in een ‘treintje’
De eerste fase van de Indische buurt is in 2022
gerealiseerd, met de bouw van 29 woningen.
Miriam legt uit dat het idee was om in treintjes
te bouwen. “We zijn ruim op tijd begonnen
met mensen te verhuizen uit een deel van
de wijk. Zij kregen met voorrang een huurwoning
in de nieuwbouw van de wooncorporatie.
De woningen die daardoor leeg kwamen
werden, tot aan de daadwerkelijke sloop, tijdelijk
verhuurd. Deze tijdelijke bewoners wisten
natuurlijk dat ze er maar beperkte tijd konden
wonen. Ook deze aanpak leverde ons tijdwinst
op, waardoor komend jaar al de eerste nieuwe
woningen op deze plek zullen staan.”
Duurzaam bouwen
Het bouwen van de nieuwe, duurzame en
goed geïsoleerde woningen gebeurt grotendeels
in fabrieken. “Dit heeft veel voordelen”,
vertelt de wethouder. “In een fabriek kun je
veel efficiënter en sneller bouwen dan op een
buitenlocatie. Je hebt geen last van weersinvloeden
en het is veel duurzamer. Er zijn
beduidend minder voertuigbewegingen bij de
bouwlocatie en daardoor ook minder stikstofprobleem.
Zo’n woning wordt dan ter plekke
geassembleerd, maar dat gaat echt verbazingwekkend
snel.”
66 - Stationslocaties 2024/2025
De ontwikkeling van het Stationskwartier
is onderverdeeld in verschillende deelplannen,
die achter elkaar worden gerealiseerd.
• De woningen in het plan de Wijck nabij
station Zwijn drecht zijn inmiddels verkocht
en de bouw wordt gestart.
• Dit jaar nog worden de woningen in de
plangebieden Maasterras West door Vorm
en Blauwhoed in de verkoop gebracht.
• Ook het plangebied Bostuinen komt
vanaf volgend jaar gefaseerd in ontwikkeling.
•
Voor het plan Koninginneweg/Afslag,
dat ook het hoofd kantoor van woningcorporatie
WK10 bevat, zullen komend
jaar bouwvergunningen worden aangevraagd.
Wethouder
Robert Kreukniet: “Na zes jaar
planvorming is het goed om te zien dat
er nu eindelijk palen de grond in gaan en
bewoners straks nieuwe woningen kunnen
betrekken.”
Participatie
Vanaf het begin van het project zijn belanghebbenden
nauw betrokken bij de plannen.
“We hebben veel tijd gestoken in bewustwordingscampagnes
en marketing om de bewoners
al in een vroege fase mee te nemen in de
plannen”, vertelt Miriam Bode. “Er wordt regelmatig
een DIZTRIKT Café georganiseerd, om
mensen op een informele manier te betrekken
bij de verschillende ontwikkelprojecten
van het Stationskwartier. We organiseren dat
samen met ontwikkelaars op een centrale plek
in de buurt. Zo stimuleren we lokale betrokkenheid
en inspraak bij het vormgeven van de
leefomgeving.”
Sneller aan de slag met bouwen
De aanpak van het parallel schakelen van
processen wordt door het ministerie van
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nu
zeer gepropageerd. Zwijndrecht is een mooi
voorbeeld van hoe je de doorlooptijd van planontwikkeling
tot aan ‘start bouwen’ kunt
versnellen. Robert Kreukniet: “Wij hebben hier
in de praktijk gemerkt dat als je dat echt goed
parallel aanpakt, je best wel een paar jaar kunt
winnen. En dat is heel interessant! Natuurlijk
zijn er altijd aspecten waar je geen invloed
op hebt, zoals mensen die bezwaar aantekenen.
Het werken met een groot ontwikkelplan
helpt daar ook bij. Wij slopen hele wijken en
bouwen iets moois ervoor terug. Dan stuit je
op minder weerstand dan wanneer je bijvoorbeeld
midden in een bestaande wijk een hoog
appartementencomplex gaat bouwen. Dus de
combinatie van grote ontwikkelplannen en
parallel plannen heeft ons in Zwijndrecht veel
tijdwinst opgeleverd.”
<<
www.diztrikt.nu
׉	 7cassandra://zs6B0gOgFHgPf9KCe-MTkCBOjCb7YGF8O3DBFrPlJmI)0` g+~[q6׉Evakwerk
Het Combinatiegebouw
De Spoorwachter
Projectgegevens
Naam:
Locatie:
Opdrachtgever:
Jaar:
Status:
Programma:
Bijzonderheden:
Young Professional Campus
Spoorzone, Tilburg
Boven: Vogelvlucht en ooghoogteperspectief van de Spoorwachter
De Spoorwachter is een kantoorgebouw van ca. 3.550m2.
SDK Vastgoed en Gemeente Tilburg
2019 - heden
UO (De Spoorwachter),
VO (Het Combinatiegebouw
Totaal: 23.000m2
Onderwijs (5.000m2),
Studentenwoningen (15.000m2)
Kantoren (3.550m2)
Vanwege de fasering wordt de Spoorwachter
(de kantoren) los ontwikkeld.
Het ontwerp sluit qua vormgeving en materialisatie aan bij de
omliggende historische gebouwen van oude de NS-werkplaatsen.
Het gevelontwerp refereert op een eigentijdse manier aan het
gebouw van de oude wagenmakerij op deze plek.
De grote uitdaging in het ontwerpproces was om de zware
omgevingseisen; geluid, explosieveiligheid, brandveiligheid
(gevaar op plasbrand) te respecteren in een aantrekkelijk maar
ook kostenefficient ontwerp.
Projectgegevens
Naam:
Locatie:
Architect:
Opdrachtgever:
Jaar:
Status:
Programma:
Spoordok
Boven: Vogelvlucht Spoordok en impressie Arcadiapark met
“watermakerij”
Leeuwarden
Vakwerk Architecten i.s.m. ZUS [Zones
Urbaines Sensibles] en Rebel Group
Gemeente Leeuwarden
2022 - heden
Ontwikkelkader
Stedenbouwkundig ontwerp voor een
gebied van ca. 15 ha.
225.000 m2 BVO bebouwing (75% wonen,
25% overige functies).
Het gebied is verdeeld in vier zones met elk een unieke functiemix,
woningaanbod en karakter. Een wandeling door Spoordok voert je
straks langs het levendige Stationskwartier, de rustige hoven, een
wijds stadspark en een toekomstig innovatiedistrict gericht op water.
De nieuwe stadsontwikkeling Spoordok is geïnspireerd op de Friese
terp, hét icoon voor de ontstaansgeschiedenis van Leeuwarden. In
het plan is de terp vertaalt naar een eigentijds ‘terpdenken’ waarin
gezonde bodem, waterbeheer en gemeenschap centraal staan.
׉	 7cassandra://ENIOx3wSRMnpmKO2Eyqi1YMCcjP_VzFZms7oJbv0kcE)` g+~[q6Ձg+~[q6ԁ}{בCט   ?{u׉׉	 7cassandra://fr9-NkuNVtMe7tcl12jrrPZ8_zDZmXOcU5WHxcKKUtg :(`׉	 7cassandra://Z1tznsJjr7nq47fzX1c9hBWqZjTrFDHISidUR0Y6IEoQ`t׉	 7cassandra://1xtbxRzg-pt8I8jegJTpyH9nQ2ll6rSz6hSqYVYWo08` g++~[q7nנg++~[q7q BS9ׁHhttp://www.hori.nlׁׁЈנg++~[q7p :BT9ׁHmailto:info@hori.nlׁׁЈ׉EEnergy is everywhere
Bouwen met verstand vraagt om installatieontwerpen met visie.
Boen met ere
terpen met
Energie acquireren, conserveren, economiseren & recycleren. Zo
maakt Hori Sustainable Solutions elk gebouw optimaal duurzaam.
Hori Sustainable Solutions - Engineering excellence
Hori Sustainable Solutions B.V. I Stationslaan 10 I 3701 EP Zeist, Nederland I t +31 (30) 691 28 28 I info@hori.nl I www.hori.nl
׉	 7cassandra://1xtbxRzg-pt8I8jegJTpyH9nQ2ll6rSz6hSqYVYWo08` g+~[q6׈Eg+~[q6ׁg+~[q6ց~{)Stationlocaties 2024 -Partners bij ontwikkelen van stationslocatiesg}\2zh