׉?4ׁB! בCט  Bu׉׉	 7cassandra://ndvt7eCB709_6m6kdg0THKhYfyIuwugFeled_a6zpU0 #`׉	 7cassandra://ccnmwbhEMuEJp0D_A0oKs8PWT3_K_Z2b9NpTG4fqs2AY`Q׉	 7cassandra://Ku7o7re2NJny9pUOa6np6SpoJDMJS6gG3L4eJ4Zx19Q#G`̴ ׉	 7cassandra://LItqHL1QFW5FPeZhQZ_nUretIX6pFTLoDpJP_VpnxkU y
͠[QP䰍W)L׈E[QO䰍W)*׉E CAPHRI Care and Public Health Research Institute
op één lijn 61
Passion beest
Vakgroep Huisartsgeneeskunde behoort tot de School CAPHRI van het MUMC+
׉	 7cassandra://Ku7o7re2NJny9pUOa6np6SpoJDMJS6gG3L4eJ4Zx19Q#G`̴ [QO䰍W)+[QO䰍W)*bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://YvhafIMSZ-2iRwIU5MzDQhqlWeoAeGAJaNveTUOhGxA t`׉	 7cassandra://4zYlllO1GvA-zy2jBxcA-L2rk_aKpWabIX2ZuqbMwaAB`Q׉	 7cassandra://d7nEXPCNceUWfuWPvrRLjg4JiCLxzuoKx-kMtibh9qE`̴ ׉	 7cassandra://DyPrkoq7yS-tgWSztSKgK9SvGEznwxQYfa3jGO_0QZEN>̘͠[QP䰍W)Pט  Bu׉׉	 7cassandra://IKdQPbTTsyDEVKGu_QzRZnwQrQ8omA18Tg8juz1YkBA `׉	 7cassandra://wgEoJqqhhCehEza1WN7Gk_dVmWO6gMUmGsCC0KYBD7wqV`Q׉	 7cassandra://XMOZKMVLhvipqpgKumymZY_H0kuBji0ImAz2xBtR_U4 `̴ ׉	 7cassandra://T9WOmGroDxnILbcOKc0VMqNQD0Vxs6D-boZVYwM-HvÁ̐͠[QP䰍W)Qנ[QP䰍W)O y9׉H &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlGׁׁrנ[QP䰍W)U )9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EaColofon
Oplage
2280
Hoofd/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Hendrik Jan Vunderink, Stephan van den Brand,
Eefje de Bont, Lisette Verheijen en Babette Doorn
Doelgroep
Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni,
afdelingen MUMC+ & overige relaties
E-mail
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
The Creative Hub – Maastricht University,
CBS 13093
Fotografie
Portretfotografie pagina 3, 4, 20, 22 en 28:
Canon The Creative Hub
Foto Jochen Cals pagina 6 en 12: Jonathan Vos
Made in Maastricht 19 juni: Philip Driessen
Made in Maastricht 12 juni: Joey Roberts
Deadline volgend nummer
26 oktober 2018
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoudsopgave
Algemeen
Van de redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter: huisartsentaal door de app? – Jean Muris
‘RNFM’: daar zit muziek in! – Babette Doorn
Huisarts & huisdier – Stephan van den Brand
Jochen Cals benoemd tot hoogleraar – redactie
Basisarts op de ambulance? – Huub Gubbels
Een nieuwe website en meer – Babette Doorn
Stellen zich voor:
Jolijn Bohnen, AIOTHO
Lennart van der Burg, AIOTHO
Monique van der Meulen, secretaresse huisartsopleiding
Hanny Prick, medewerker studentzaken Huisartsopleiding
Sarah Wijen, gedragswetenschapper huisartsopleiding
Onderzoek
Bruikbare wetenschap – Jochen Cals
OOK en de Witte Raven – Simon Kleijkers
Hulp bij palliatieve zorg – Marieke van den Beuken
WESP-en:
Jasmien Jaeken: Limited Joint Mobility en Diabetes
Iris Kurcaba en Christianne Smulders: Schouderpijn bij DM type II patiënten
July Kroeg: Voorschrijfgedrag huisartsen regionaal longformularium
Jasper van Geel: Aios en samen beslissen
Fatma Erkan & Darwin Röhlinger: De relevante barrières en behoeftes van huisartsen
in opleiding voor het toepassen van Samen Beslissen
Mathijs Peeters: financiële beloning stoppen met roken (CATCH)
Stage overig:
Fiorella Huijgens: Communicatie met laaggeletterden vaak lastiger dan gedacht
Huisartsopleiding
Hoofdzaken: Voorwaarts! – Bas Maiburg
Aios referatendag – Niels Beurskens
Equilibre: rubriek voor huisartsopleider – Marieke Kools & Arie de Jong
‘Diagnostiek en management van orofaciale pijn (OFP) en temporomandibulaire
disfunctie (TMD): een update’
Voetbalwedstrijd aios-opleiders – Gaston Peek
Weten is eten: menu met en slakkengang – Hendrik Jan Vunderink
Made in Maastricht
Voorlichting en werving; Elk kwartaal anders – Babette Doorn
Gezondheidsrechtelijke kwesties: Uw wil geschiede – Arie de Jong
Column – K.O.E.K. Wous
3
4
5
6
6
7
8
10
10
11
11
11
12
14
15
16
16
17
17
18
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
31
2
׉	 7cassandra://d7nEXPCNceUWfuWPvrRLjg4JiCLxzuoKx-kMtibh9qE`̴ [QO䰍W),׉EVan de redactie
Passion beest
The great migration. Ik schreef al eerder over. Niet zozeer
de grote uittocht voor de zomervakantie, maar collega’s
die vertrekken gezien hun leeftijd. De laatste weken was
het opnieuw raak: gemiddeld 2 keer per week een borrel. U
hoort mij niet klagen over de borrels, zeker niet die onder
werktijd. Wat minder leuk is, is dat er heel veel ervaring en
kennis in rap tempo verdwijnt. De babyboompensionado’s
in spe hebben hun piek bereikt. Een enkeling weet nog wat
werktijd erbij te rekken en dat vinden we helemaal niet
erg. ‘Weet je nog toen…?’ Ook studenten lijken verhalen
van vroeger niet erg te vinden. Het lijkt allemaal zo
vanzelfsprekend wat er is, maar dat is niet zo. Niet voor niets
dat afscheidnemers hard hun best doen om hun culturele
erfgoed over te dragen of ergens onder te brengen. Ik geef ze
groot gelijk. Ook bij een afscheid komt ons bijna 20-jarige
'Op één lijn' archief goed van pas! Het is een generatie die
veel heeft uitgedacht, opgezet en nagelaten. Dank allen.
Zonder anderen te kort te willen doen, wil ik één iemand
nog speciaal noemen. Iemand naar wie ik in de titel verwijs:
Yvonne van Leeuwen. Ze is al even met pensioen, maar
er was nog geen officieel afscheid geweest door allerlei
omstandigheden. Het officiële afscheid vond plaats op 27
juni. Vakgroepvoorzitter Jean Muris schrijft erover in zijn
stukje. Na afloop van de bijeenkomst kregen we een roos
met daaraan een mee-naar-huis-neem-bericht. ‘Education
should be passion based’ stond op het kaartje. Van Yvonne,
organisator en jarenlang hoofddocent van de kaderopleiding
Hart-en Vaatziekten, neem ik zo’n boodschap wel aan. Ze
liet al eerder kleinere tips achter in zogeheten ‘onderwijsjes’.
Haar passie werkt aanstekelijk en we proberen dat weer door
te geven aan anderen. U kunt ook meedoen, als u nog geen
opleider bent. Of houdt onze docentvacatures in de gaten.
Heel veel WESP-stukjes deze keer. Puffend brachten ze hun
stagetijd door op de warme wespenkamer. Ook veel nieuwe
medewerkers. Ze zijn niet allemaal nieuw, sommigen kennen
we nog als voormalig student, aios of medewerker elders.
Witte Raven en Bruikbare Wetenschap ontbreken eveneens
niet. De grondlegger van onze Bruikbare Wetenschap, Jochen
Cals, is inmiddels benoemd tot hoogleraar. Daar zijn we trots
op! Het gaat niet alleen goed met de onderzoekers, maar
ook met het netwerk van registrerende huisartspraktijken.
RNH heet nu RNFM Maastricht en als u nieuwsgierig bent,
leest u het hele artikel in dit blad. En de stijgende lijn is ook
terug te vinden in het artikel over onze communicatie- en
wervingsactiviteiten.
Huisarts en huisdier: we weten allemaal dat velen van jullie
minstens één huisdier hebben en daar gek op zijn. Wij zien
toch ook het bureaublad van uw laptop, ipad of smartphone?
En toch durft niemand voor ons te schrijven over deze ‘guilty
pleasures’. Waarom niet? Redactielid Stephan doet een
poging om u te inspireren en aanmoedigen dat wel te doen.
Interesse? Mail dan naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl en
verdien een beloning voor uw passiebeest.
Het gaat prima bij de huisartsopleiding. Er gebeurt van alles,
binnen (aios referatendag en terugkomdagen) en buiten
(voetbalwedstrijd, afstudeerdagen). Het gaat zo goed, dat
hoofd Bas Maiburg voorzichtig het woord ‘afbouwen’ in de
mond nam tijdens een praatje op de zomerstafdag.
Tot mijn grote spijt geen artikel van ‘In de leer’ columnist
Eleana Zhang, derdejaars aios. Drukte was voorheen geen
excuus voor haar om niet te schrijven, al zat ze aan de
andere kant van de aardbol. Maar nu is ze niet alleen net
verhuisd en aan het afstuderen als huisarts, maar ook
aan het promoveren en bijna-bevallen. We hopen dat ze
volgend jaar de leercirkel nog een keer rondmaakt in een
afscheidscolumn.
Weten is eten: menu met een slakkengang. Slow food op
verzoek van pensionado en voormalig redactielid Henk
Goettsch. Onze huidige redactie is na Stephan van den Brand
verder versterkt met collega taalliefhebber Lisette Verheijen.
Tot slot, zoals gebruikelijk, de column van Arie de Jong.
Zijn wil geschiede. Columnist T.E. Grijs heeft een waardige
opvolger gerkregen in de persoon van K.O.E.K. Wous.
Voor wie -net als ik- nog op vakantie gaat: geniet ervan. En
voor wie net terug is: veel leesplezier. Het wordt vanzelf Kerst.
Babette Doorn
3
op één lijn 61
׉	 7cassandra://XMOZKMVLhvipqpgKumymZY_H0kuBji0ImAz2xBtR_U4 `̴ [QO䰍W)-[QO䰍W),bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://5hxJbrjjWklxxVA9xXiE5t3ZAA2-2URFpHnDI0w05Is `׉	 7cassandra://_HhpqHhphtBnc3NYRCWDVb1VlwWpWi-r4p9FIx-5yf8͇|`Q׉	 7cassandra://Oy1mTZq3EfgOWwT9vW69dMy-3CkUFczEjSdGbN1rLYc%`̴ ׉	 7cassandra://vsvdsCsx1LbyKGpIVZs8-wFk2xHhgYEKL4Is8MUeY4w͐͠[QP䰍W)Vט  Bu׉׉	 7cassandra://6xhhNdepqESqXjfgmiZ1D8Rkwwnnx8RMOD__ylA1h1w <` ׉	 7cassandra://nACJ81mtcVVC7CxgDNd1e_F7U9sJxWXEsJxIk5HdME0r`Q׉	 7cassandra://yX_MUdic1lLH-N2jjPEF4TgQjWi6ZjknGvS1sDzCY3I"`̴ ׉	 7cassandra://Qqq0wOSg1Cm9hhX2Yd6jevz8cQfAlrPPW7lfgczvNYUͳJ͠[QP䰍W)Wנ[QP䰍W)S ̗9׉H #mailto:RNFM@maastrichtuniversity.nlGׁׁrנ[QP䰍W)\ gT9ׁHhttp://www.rnfm.nlׁׁЈנ[QP䰍W)[ ̸9ׁH #mailto:rnfm@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנ[QP䰍W)Z Q9ׁHhttp://www.rnfm.nlׁׁЈ׉Esop één lijn 61
2e uitgave 2018
Van de voorzitter
De meerwaarde van
taal-apps en training
DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
Eind juni was ik bij het afscheidscollege voor en door
Yvonne van Leeuwen. Ze was 32 jaar Universitair Hoofd
Docent bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht.
Na Vic Dubois en Paul Höppener, werd zij hoofd van de
huisartsopleiding Maastricht. Wie Yvonne kent, weet dat
zij niet houdt van lange terugblikken. Zij gaat voor focus
en inhoud. Om die reden stuurde zij mij tevoren haar
‘alternatieve’ CV. Tijdens haar ‘college’ ging ze hier dieper
op in. Het symposium was opgebouwd rond de thema’s
kaderen, feedback en ongelijkheid. Daarnaast kwam ook
de levendige belangstelling van Yvonne voor filosofie,
cultuurwetenschap, poëzie en sociologie in relatie tot
geneeskunde naar voren.
In deze column wil ik het door haar gekozen thema
ongelijkheid bespreken. De gezondheidsverschillen tussen
laag- en hoogopgeleiden (de politiek spreekt van praktisch
en theoretisch opgeleiden) zijn enorm: laagopgeleiden
hebben maar liefst 18 minder gezonde jaren, en leven
gemiddeld 7 jaar korter dan hoogopgeleiden. Ik zie het
ook terug in rapportages van de Provincie Limburg. Uit
de informatie op hun website blijkt, dat de gezonde
levensverwachting in Limburg gemiddeld 3 jaar onder het
Nederlandse gemiddelde ligt.
Yvonne verwees naar het boek “Oude en nieuwe
ongelijkheid” van Kees Vuyck die in 2018 de Socratesbeker
won. Vuyck beschrijft, dat steeds minder laagopgeleiden
kunnen terugvallen op mensen uit hun eigen omgeving
voor hulp bij onder andere administratieve zaken. Dit komt,
doordat steeds meer kinderen uit laag-sociale milieus
toegang verkrijgen tot middelbaar en sociaal onderwijs
en daarna uitvliegen. Collega professor Maria van den
Muijsenbergh gaf het probleem al aan in haar oratie
“Verschil moet er zijn”. Zij voorzag de tekst van haar oratie
van een samenvatting in 5 pagina’s in eenvoudig Nederlands.
Dit niveau, B1, begrijpt bijna iedere Nederlander die kan
lezen. Ook voor mensen met een hoger leesniveau leest
B1 prettig. Elke tekst is te schrijven op dit niveau, ook een
bijsluiter voor een medicijn. Een duidelijk leerpunt voor ons
allemaal. De vraag is nu wat dit betekent voor de eerstelijn?
Wat kan/doet de huisarts hiermee? Ik voorzie dat door de
digitalisering en het leervermogen van supercomputers, we
als huisartsen in de toekomst minder bezig hoeven zijn met
diagnostiek en beleid. We zullen meer worden aangesproken
4
op ons communicatievermogen en op de gidsfunctie voor
onze patiënten. Ik denk aan patiënten die op het spreekuur
komen, omdat ze niet begrepen wat de medisch specialist op
de poli heeft verteld. Ze vragen, of wij het nog eens duidelijk
kunnen uitleggen. Of wat te denken van patiënten die een
folder meekregen om ‘thuis eens rustig door te lezen’? Als
de arts niet weet, dat die patiënt laaggeletterd is, komt hier
natuurlijk weinig van terecht. Wat kunnen we doen?
We moeten eenvoudige taal in het consult gebruiken. De
teksten op onze praktijkwebsites kunnen we via een speciale
app controleren op leesbaarheid en begrijpelijkheid. Dit geldt
ook voor de ‘wachtverzachter’, het informatiescherm dat de
meeste huisartsen in hun wachtkamer hebben voor patiënten.
Samen met de apotheek zullen we ook moeten kijken hoe
we taal hanteren. “Driemaal daags gebruiken” wordt slechter
begrepen dan “3 keer per dag 1 pilletje doorslikken met een
slokje water”. Of de assistente die zegt “neemt u maar plaats
in de wachtkamer”. Meld liever: “gaat u maar zitten op een
van de stoelen in de wachtkamer om de hoek”.
Vuyck constateerde al, dat de sociologie van de buurt en
de interactie tussen hoog- en laaggeletterden is veranderd.
We zouden meer gebruik kunnen maken van buddy’s
die mensen begeleiden bij het aanvragen van visites of
bij elk ander contact met de huisarts. Van iedereen in de
huisartspraktijk mogen we verwachten, dat ze in staat zijn
het taalverschil te overbruggen. Onmacht, niet kunnen
verwoorden waarom je in de wachtkamer staat, kan al
snel tot woedende en schijnbaar onhandelbare patiënten
leiden. Indien gewenst zou een workshop ‘Begrijpen en
bereiken op maat’ voor het huisartsenteam beschikbaar
moeten komen. Deze training gaat uit van de recente
onderzoeksuitkomst, dat 36% van de Nederlanders lage
of beperkte gezondheidsvaardigheden heeft. Dit betekent
dat ruim 1 op de 3 moeite heeft met het begrijpen,
beoordelen en gebruiken van medische informatie. Je leert
via de workshop hoe beperkte gezondheidsvaardigheden
doorwerken in het contact met de patiënt, onder andere
via het Spel van Gezondheidsvaardigheden. Hiervoor wordt
een trainingsacteur van Pharos1 ingezet. Als huisartsen
kennen we de taal van de patiënt, maar taal-apps en training
hebben een duidelijke meerwaarde voor toegang tot zorg en
het werkelijke ‘verstaan” van kwetsbare mensen.
1 Zie elders het stageverslag van Fiorella Huygens
׉	 7cassandra://Oy1mTZq3EfgOWwT9vW69dMy-3CkUFczEjSdGbN1rLYc%`̴ [QO䰍W).׉E22e uitgave 2018
Nieuws uit het registratienetwerk
‘RNFM’: daar zit
muziek in!
DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER HUISARTSGENEESKUNDE
Historie
In 1988 werd het RegistratieNet Huisartsen (RNH)
opgericht. Dat werd gedaan door huisartsen die
al vroeg overstapten van de groene kaart op de
computer. Huisartsen die zijn aangesloten op het RNH,
registreren de gegevens van hun patiënten en relevante
zorggegevens zoals ziekte en medicatie1 op uniforme
wijze. Deze gegevens worden gepseudonimiseerd
opgeslagen bij de Universiteit Maastricht.
Het databestand is geschikt voor onderzoekers die meer
willen weten over de eerstelijnspopulatie. Veel publicaties
en proefschriften kwamen tot stand met behulp van de
RNH-data. Een aantal RNH-huisartsen promoveerde op
onderzoek gebaseerd op deze gegevens en de hypothesen
die op basis daarvan werden geformuleerd. Denk aan
onderwerpen als het vallen van ouderen of het gebruik van
slaap- en kalmeringsmiddelen. Na 30 jaar ligt er een schat
aan gegevens, een goudmijn voor onderzoek.
Naamswijziging
Engels is de voertaal in de onderzoekswereld, ook in
Maastricht. De staf binnen wetenschappelijke organisaties is
steeds vaker internationaal, ook binnen de UMC’s. Daarnaast
werken we samen met universiteiten in het buitenland. De
naam RNH is daarom recent gewijzigd in Research Network
Family Medicine (RNFM) Maastricht. Via www.rnfm.nl komt
u direct op de juiste informatie binnen op de website van
de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht. Daar is een
Engelstalige flyer te vinden en een animatie over het RNFM
Maastricht.
Deelnemende praktijken
Door technologische ontwikkelingen kan het registratienet
tegenwoordig uit bijna alle HIS-sen gegevens ophalen,
verzamelen en analyseren. Dit is fijn, want nieuwe praktijken
willen zich graag bij ons netwerk aansluiten. Deelname aan
het netwerk betekent registreren conform onze richtlijnen,
feedback daarop krijgen en je eigen gegevens vergelijken
met die van anderen in het netwerk. Goed registreren is
voor een huisarts belangrijk voor zijn praktijkvoering. Zeker
1 Niet vanaf het begin in 1988; medicatie als onderdeel van de
dataverzameling is er ongeveer 10 jaar later bij gekomen
als je kijkt wat andere partijen tegenwoordig willen weten.
Uniform registreren binnen praktijken wordt door deelname
aan het RHFM bevorderd.
Gebruik van de data
Tegenwoordig hanteren wetenschappelijke organisaties
steeds vaker het FAIR-principe. FAIR staat voor Findable,
Accessible, Interoperable, Reusable. Met andere woorden:
gegevens moeten vindbaar, toegankelijk, onderling
bruikbaar, nogmaals bruikbaar en duurzaam opgeslagen
zijn. Het MUMC+ heeft onder andere hiervoor een
samenwerkingsverband tussen azM en universiteit
ingesteld: Datahub. De metadata van het RNFM Maastricht
zullen daar straks ook te vinden zijn.
Het RNFM Maastricht is een goede afspiegeling van
de Nederlandse huisartsenzorg en representatief voor
Limburg. Het RNFM Maastricht wordt bijvoorbeeld door
het RIVM gebruikt als peilstation. Extra interessant voor
onderzoekers is de aanwezigheid van woonsituatie en
medicatievoorschriften in de dataset. Een onderzoeker
kan een complexe vraag voorleggen en snel een geschikte
dataset krijgen tegen een niet-commercieel tarief. Soms
is het nodig om aanvullend onderzoek te doen met echte
patiënten. Deze worden om privacy redenen altijd via de
eigen huisartspraktijk uitgenodigd.
Meer weten?
Wil u meer weten over
het RNFM Maastricht, of
deelnemen aan ons netwerk,
stuur dan een bericht naar
rnfm@maastrichtuniversity.nl.
Gratis rondkijken in het
openbare deel van ons
datawarehouse kan via de
site www.rnfm.nl.
5
op één lijn 61
׉	 7cassandra://yX_MUdic1lLH-N2jjPEF4TgQjWi6ZjknGvS1sDzCY3I"`̴ [QO䰍W)/[QO䰍W).bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://1UEMFkQh9faN4kr8Y3a__wLo3BbDgBTUtYKpGLQvruE G`׉	 7cassandra://sa5jesPZ35RuaMJKXKCL4Qk362wbK0MxcICHfuKRrs8o`Q׉	 7cassandra://XnzqVDS-AYxYAfDo6we6D0n436USgohbJppE2ASaWFA#`̴ ׉	 7cassandra://nD8zRgadl8DeUJPXX6o9g508j8cNHD1uxNh3Rmdl0H8 P͠[QP䰍W)Yט  Bu׉׉	 7cassandra://o-M_KBHLVuyS-kjZaS25-4Jf_MQ-5s-CdtJIK2tnZr4 6`׉	 7cassandra://KlXe-5UrCgtaCIE2nYz_W3IH-27i0H4LBvVQQc1HNZEq`Q׉	 7cassandra://ZgttJy7rPvBC0l3GJTLbhBvsmwo1QvYjjh_M8_KuMmI"[`̴ ׉	 7cassandra://rltPkbYpRNEbdKKEdcRdEan_DLTaON0WJxM1l4x6OZY ̐͠[QP䰍W)]נ[QP䰍W)a ǁ̭9ׁH  mailto:fronda@ambulancezorgln.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Huisarts & huisdier
Een hond om te
knuffelen!
DOOR STEPHAN VAN DEN BRAND, HUISARTS IN HEERLEN
Dit is Huck, van Huckleberry, maar gezien ons beroep ook
een beetje Huxtable.
Huck is een Welsh Corgi, een koninginnelijke hond, gezien de
voorliefde van koningin Elisabeth, en nog wel een Corgi met
een staart. De meeste soortgenoten worden namelijk zonder
staart geboren. Opvallender zijn de korte brede poten die
ervoor zorgen dat zijn achterwerk als een ware salsadanser
beweegt. Dit opvallende voorkomen maakt wandelen met
hem een bijzonder sociale bezigheid. Mensen spreken ons
aan of we niet te ver met hem gewandeld hebben, omdat
de poten zo zijn afgesleten. Maar het kan ook zomaar zijn
dat mensen van hun fiets stappen, of zelfs uit de auto
komen omdat ze hem willen aaien, wat onze verbaasde zoon
onlangs overkwam toen hij hem uit liet.
Huck zelf vindt het volkomen normaal dat men hem leuk
vindt. Hij weet dat elke voetganger en fietser een nieuwe
kans op bevestiging van zijn eigen gelijk is. Wanneer hij in
de gaten heeft, dat er iemand aankomt, gaat hij het liefst
zitten en wachten om die ander de kans te geven hem aan
te halen.
Want als hij iets waardeert, is het wel om geknuffeld
te worden. Zijn ochtend kan ook pas beginnen na een
uitgebreide begroeting waarbij hij luidruchtig piepend en
kreunend geniet van de handen die door zijn vacht gaan.
Ook voor het slapen gaan moet er even gestoeid worden.
Corgi’s lachen altijd en de meeste mensen lachen terug.
Het blijft dan ook leuk om de gezichten van mensen te zien
als ze hem in de gaten krijgen. Zelfs de oudste knorrepot is
niet bestand tegen zijn charmes. Daarom is onze Huck een
serotonine-machine: iedereen krijgt goede zin.
Benoeming
Huisarts Jochen
Cals benoemd tot
hoogleraar
Op 6 juni is huisartsonderzoeker Jochen Cals (1980)
benoemd tot hoogleraar 'Effectieve Diagnostiek in de
Huisartsgeneeskunde'. Cals promoveerde in 2009 cum
laude op onderzoek naar infectieziekten en het gebruik van
de CRP-sneltest. Hij is en blijft huisarts en praktijkhouder
in Sittard (met Anouk Machielsen en Sjoerd Hobma), de
bakermat voor zijn en onze Bruikbare Wetenschap. Jochen is
getrouwd met Birgit Berk en samen hebben zij 3 kinderen.
De inaugurele rede staat gepland voor 2019.
6
׉	 7cassandra://XnzqVDS-AYxYAfDo6we6D0n436USgohbJppE2ASaWFA#`̴ [QO䰍W)0׉E2e uitgave 2018
Traineeship ambulance
Basisarts op de ambulance?
DOOR HUUB GUBBELS, PROJECTONDERSTEUNING BASISARTS AMBULANCEZORG LIMBURG NOORD
Aanleiding
Al in 2016 kampte AmbulanceZorg Limburg-Noord met een
structurele onderbezetting van ambulanceverpleegkundigen.
Naast krapte op de arbeidsmarkt, duren opleidingstrajecten
van verpleegkundige tot ambulanceverpleegkundige lang.
Daarom heeft AmbulanceZorg Limburg-Noord het wervingen
selectiebeleid en het opleidingsprogramma aangepast.
Hierbij is ook gekeken wie in relatief korte tijd opgeleid zou
kunnen worden tot ambulanceverpleegkundige en wie voor
langere tijd inzetbaar is. Overeenkomstig de uitgangspunten
van de BIG-Picture1 zochten we verbinding met andere
partners in het zorglandschap.
Eén van de mogelijkheden was het werven van (basis)
artsen voor de ambulancezorgverlening. Een kersverse,
BIG-geregistreerde basisarts, kan versneld opgeleid
worden voor de taken die een ambulanceverpleegkundige
in de volle breedte uitvoert. Het gaat vooral om
verpleegkundige handelingen. Daarnaast verricht een
ambulanceverpleegkundige geneeskundige handelingen,
waarvan deels voorbehouden medische handelingen. Naast
verpleegkundige zorgverlening, doen we ook een beroep op
de wetenschappelijke kennis, vaardigheden en professionele
houding van de basisarts. Hierdoor biedt de functie voor
een basisarts genoeg uitdaging. Bovendien biedt het pas
afgestudeerde artsen kansen binnen de acute zorgverlening.
1 De BIG-Picture is een nieuwe kijk op zorgverlening en de mogelijke
rol en positie van ambulancezorg daarin. Het draait in de BIG Picture
om verbinding van zorg, om de vraag hoe we met elkaar betere en
efficiëntere zorg kunnen leveren.
Als ze zich verder bekwamen, kunnen zij opteren voor een
A(G)NIO-plek. Zo snijdt het mes aan twee kanten.
Traineeship voor de basisarts
AmbulanceZorg Limburg-Noord is met toestemming
van VWS, gestart met traineeships voor de BIGgeregistreerde
professional die wil gaan werken als
ambulanceverpleegkundige. Dat traineeship is opgebouwd
volgens het 70–20-10 principe. Er wordt vooral geleerd op de
werkplek (70%) waarbij leren van en met elkaar (20%) een
belangrijke plek heeft. Daarnaast zijn er 6 trainingsdagen
en één assessment dag (10%). Tijdens iedere training zijn er
praktijk- en voorbereidingsopdrachten.
Vorig jaar is de eerste basisarts opgeleid tot
ambulanceprofessional. Hij heeft nu een combicontract met
het ziekenhuis, waarin hij een opleiding tot SEH-arts volgt.
Een tweede basisarts is in 2018 gestart met het traineeship
en een derde heeft zich al gemeld. Een trainee zei: “Arts op
de ambulance is heel wat anders dan arts in een ziekenhuis.
Je wordt uit je comfortzone gehaald; het is een echte
uitdaging”.
Meer weten?
In ons evaluatierapport over de basisarts staat alles
over de achtergronden en de opleiding tot basisarts op
de ambulance. Wie open staat voor een uitdaging als
hulpverlener in de acute zorg: neem dan contact op met
AmbulanceZorg Limburg-Noord, Folker Ronda, afdeling P&O,
fronda@ambulancezorgln.nl
7
op één lijn 61
׉	 7cassandra://ZgttJy7rPvBC0l3GJTLbhBvsmwo1QvYjjh_M8_KuMmI"[`̴ [QO䰍W)1[QO䰍W)0bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://6XZjeQ-UVbTCVBPSLFlusb6T2AoNjvKBI5d6nkIIuq4 ` ׉	 7cassandra://KQoxgiys7TbWlqJWAgF0cp5ncXOHwjqoeFTm0FMuT3ct`Q׉	 7cassandra://XRelRStPJF302bdE98rDAyosJ182H4MiNtfqs3jUbWs`̴ ׉	 7cassandra://v8sHUDa-UGUmfq62JMRgbeOJf_nueeGgJ6iNCfeEDIwI͠[QP䰍W)bט  Bu׉׉	 7cassandra://_qGoJaOVHv4PeDpy5VWYnT451pPTIh7_sM-4eE8andQ I`׉	 7cassandra://bJkwjnRJ0TpTrlaDO-DQI90tgGXZS3MVpsrtv34qvRws`Q׉	 7cassandra://a2jGJsUvjgV_ACQPMA6g04EntEEDgjICVLYEg8UNGIY"`̴ ׉	 7cassandra://vf4S3Vwdxe8Lx--6WY2RsYgNJm4yCvyHMoZDtTCBBsM hT͠[QQ䰍W)cנ[QP䰍W)` Z 9׉H +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlGׁׁrנ[QQ䰍W)g 9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנ[QQ䰍W)f \9ׁHhttp://www.rnfm.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Communicatiezaken
Een nieuwe website
en meer
DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER HUISARTSGENEESKUNDE
Het voelt raar om in een papieren blad onze digitale
ontwikkelingen toe te lichten. Een papieren blad wordt
tegenwoordig ‘offline aanwezigheid’ genoemd. U kent de
termen misschien uit vragenlijsten waarin wordt gevraagd
naar uw offline koopgedrag. Of u ‘het’ nog wel doet. Het voelt
als de wereld op zijn kop. En dat is het ook. Nog wel.
Aan internet en email is iedereen wel zo’n beetje gewend.
Recent werd in de hele EU de AVG van kracht. Denk u
trouwens net als ik bij AVG ook nog ‘gewoon’ aan Artsen
voor mensen met een Verstandelijke Beperking?
Voorlopig zal de behoefte aan lezen op papier niet
verdwijnen. Op één Lijn bestaat volgend jaar maar liefst
20 jaar. Met dank aan de toenmalige vakgroepvoorzitter
prof. Harry Crebolder die daar het nut van in zag en het
mogelijk maakte. De populariteit is met de jaren alleen maar
toegenomen. Het blad is een herkenbaar onderdeel van onze
externe communicatie.
Daarnaast hebben we al vele jaren een website
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl. In 2012 werd deze
website vernieuwd en meer gericht op onze buitenwereld.
We hanteerden daarom de slogan ‘Join our Family’. De
vorige vakgroepvoorzitter prof. Job Metsemakers hecht
aan het begrip ‘Family’ (Medicine), gezien zijn vele
internationale rollen. Maar ontwikkelingen gaan snel.
Websites worden steeds minder op een desktopcomputer
en scherm bekeken. Denk aan het toenemend gebruik
van smartphones en tablets. ‘Mobile first’ is nu het credo.
Lezen op kleine schermpjes is niet fijn, zeker niet, omdat
onze ogen daardoor hard achteruitgaan. Omdat we steeds
kippiger worden, raken we digitaal steeds visueler ingesteld.
Dit verklaart mede het succes van Facebook, Instagram en
andere ‘social media’. Een groot deel van onze doelgroep
maakt gebruik van de sociale kanalen. Het werd tijd dat
Huisartsgeneeskunde aan die platformen ging deelnemen,
zeker als het gaat om werving van aios (en andere ‘klanten’).
Maar hoe doe je dat als non-profit instelling?
De behoefte om te onderzoeken wat werkt om nieuwe
doelgroepen aan te boren, ontstond pakweg 2 tot 3 jaar
geleden. Hoezeer we ons best deden, de aanmeldingen
voor de huisartsopleiding en de kaderopleiding Hart8
en
vaatziekten bleven ver achter bij de verwachtingen.
Verwachtingen worden steeds vaker eisen. Zonder betalende
klanten, geen onbeperkt bestaansrecht. Als vitale processen
bedreigd worden, dan heeft dat een sneeuwbaleffect,
ongeacht het seizoen. Houden we genoeg huisartsen in deze
regio? Behouden we onze goede docenten?
We besloten om meer ‘crossmediaal’ te gaan werken. Je kan
nog zo’n goede website hebben, maar als niemand weet dat
die er is of waar, dan wel er amper op kijkt, dan moet het
anders. Wat werkt wel en hoe? We zochten naar de juiste
mix van online- en offlineactiviteiten. Het werd een project
waar mijn collega Joost Dormans van de huisartsopleiding
en ik samen met de huidige voorzitter prof. Jean Muris een
conceptplan voor bedachten. Als samenwerkingspartner
werd Canon gekozen. Dat was eind 2016.
Een andere website moest er sowieso komen gezien de
huidige mobiele eisen. Een hippe consultant noemde dat
‘basishygiëne’. Al onze middelen (digitaal en niet digitaal)
werden bestudeerd op effect en bereik. Als nieuwe insteek
werd geadviseerd om met persona’s (dat zijn archetypes) te
gaan werken. We hielden denksessies waarbij de ouderwetse
papieren flipover zijn dienst meermalen bewees. Gaandeweg
ontstond het plan om met echte persona’s de potentiële
doelgroep op maat te gaan bedienen.
Intussen ging het gewone werk door. Ook de werving. We
bedachten een leuke ‘superheld’ postercampagne en er werd
volop aangeplakt en geflyerd door half Nederland. Geen
Calimero-aanpak, integendeel: onze posters waren veel te
groot voor de meeste borden.
Via LinkedIn kregen studenten en basisartsen ons steeds
beter in hun vizier. We voerden de campagne ook digitaal.
Onze volgers gingen snel en laagdrempelig allerlei
vragen stellen. Parallel organiseerde Huisartsopleiding
Nederland een speciale filmavond voor geïnteresseerden
in de huisartsopleiding. Het liep storm! Eindelijk waren
we volop in contact met heel veel jonge (bijna) dokters.
Ook zagen we elke 10 weken weer alle coassistenten bij
hun afsluiting van het coschap Huisartsgeneeskunde door
ze een lunch te brengen en ze te voorzien van informatie,
door in gesprek te gaan en te flyeren.
׉	 7cassandra://XRelRStPJF302bdE98rDAyosJ182H4MiNtfqs3jUbWs`̴ [QO䰍W)2׉Es2e uitgave 2018
De multimediale aanpak gaf veel energie en de
inspanningen werden beloond met resultaten. Deze aanpak
konden we op andere terreinen ook toepassen, zoals voor
ons registratienetwerk (www.rnfm.nl).
Nu waren we wel multimediaal, maar nog niet crossmediaal.
Hoe kunnen we berichten elkaar laten aanvullen en
versterken? Hiervoor hebben we de al eerdergenoemde
persona’s nodig. We bedachten een pilot met 3 echte
persona’s: Kirstin (Ponse), Ruud (Verhees) en Ramon
(Ottenheijm). Dit zijn echte medewerkers met ieder een
eigen persoonlijkheid en netwerk. Twee huisartsen en een
aios (Ruud). U kunt ze vinden op de homepage van onze
nieuwe website die half mei de lucht in ging. Het idee is dat
anderen hen kunnen volgen via persoonlijke mediakanalen
zoals LinkedIn en Facebook. Zo kunnen bezoekers/
geïnteresseerden laagdrempelig in contact komen met
iemand die hen aanspreekt. Letterlijk, want de persona’s
zijn zelf actief met posten van berichtjes over dingen waar
zij mee bezig zijn. Wij bieden dus geen starre website meer
aan die bol staat van de teksten. Voor de dynamiek kunt u
beter onze social media kanalen volgen. Wilt u dat niet: geen
probleem. We blijven overal fysiek aanwezig waar mogelijk
en in december komt de volgende ‘Op één lijn’ weer uit.
Papier is geduldig. U ook?
Wat vindt Ramon er zelf van?
Toen ik gevraagd werd om ‘persona’ te worden voor de
vakgroep, heb ik wel even moeten nadenken. Het is leuk
en eervol om gevraagd te worden, ijdelheid is ook mij niet
vreemd. Mijn bedenking zat hem in moeten communiceren
via verschillende sociale media. Zo was ik bijvoorbeeld nog
niet actief op Facebook of Twitter. Duimpje omhoog of
duimpje omlaag, daar zit en zat ik niet op te wachten. Al snel
zag ik ook een groot voordeel. Ik kan nu sneller bepaalde
ontwikkelingen of activiteiten onder de aandacht brengen.
Zo heeft mijn eerste ‘post’ over de anderhalvelijnszorg
orthopedie meteen geleid tot reacties uit het land, waarbij
ik gevraagd ben om andere huisartsorganisaties te adviseren
op dit gebied. Toch maar een duimpje omhoog!
En Kirstin?
Op de vraag of ik persona wilde zijn, kon ik alleen maar
volmondig ja zeggen. Het is natuurlijk ontzettend leuk
om mijn vak (als huisarts en docent) te promoten.
Na een stoomcursus van Canon, was ik op de hoogte
van de ins en outs van social media. Maar ook de
achterliggende gedachte op welke manier je je boodschap
wil overbrengen. Maar toen kwam het: wat ga ik op
social media plaatsen? Willen mensen echt weten wat
ik allemaal doe? Trekt dat toekomstig collega’s over de
streep om huisarts of docent te worden? Gaandeweg
vind ik hier mijn weg in en merk ik vooral hoe leuk het is.
Louter positieve reacties worden gegeven en de reacties
van de toekomstig huisartsen blijven niet uit. We gaan de
komende maanden zien wat het ons oplevert, voor mij is
het in ieder geval een hele leuke ervaring!
Voetnoot redactie: Kirstin is daarnaast ook in het echt actief
voor de werving zoals bij de Pub Quiz in Maastricht waar zij
quizmaster was.
Meer lezen over Ruud,
Ramon en Kirstin?
Kijk dan op de vernieuwde website:
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
of ga direct naar hun persoonlijke mediakanalen:
Ruud
Facebook: /ruudverhees.hagmaastricht
LinkedIn: /ruud-verhees-hag
Kirstin: Facebook: /kirstinponse.hagmaastricht
LinkedIn: /kirstin-ponse-hag
Ramon: Facebook: /ramonottenheijm.hagmaastricht
LinkedIn: /ramon-ottenheijm-hag/
9
op één lijn 61
׉	 7cassandra://a2jGJsUvjgV_ACQPMA6g04EntEEDgjICVLYEg8UNGIY"`̴ [QO䰍W)3[QO䰍W)2bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://16r82Fx7VPX-8DF0m8bOa51Ij7orxCnuWXnO00hJm9Y ` ׉	 7cassandra://EnRuOIQvB3b0PKHr1_n_jqaKd26gGr4huhCD0jNVRXcl<`Q׉	 7cassandra://LDTLlMjEUHXR4z1Mp7yC7Qf2uQLhQrcbmzz-Kl5DvfM`̴ ׉	 7cassandra://H2-3-6DH9pfFuswWSsNA8eHOD4_xAb9w2BEjjlPl61ol͠[QQ䰍W)hט  Bu׉׉	 7cassandra://Yj1vTM7AKHEPFphrd3GT_VXBPE19iBwdIw40HN1otZM C` ׉	 7cassandra://QbYXDCDwziAlSyCGXtna4Nhi7qo_GzqkrUl8T3FIr5gs<`Q׉	 7cassandra://rondRSP6wpk4PmR2sxxvCHT3XBHcwJeLRXJo4BepSfw!5`̴ ׉	 7cassandra://TM4AJXTJtgWw9ZhMEDX6psMND4bscucgpz1Gm3wPxREqd͠[QQ䰍W)i׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Welkom!
Nieuwe collega's
stellen zich voor
Jolijn Bohnen
Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO)
Ik ben Jolijn Bohnen, 27 jaar en
afgelopen maart gestart als AIOTHO
bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde
in Maastricht. Momenteel werk ik één
jaar fulltime aan mijn onderzoek en
vanaf maart 2019 zal ik dit combineren
met de huisartsopleiding.
In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen
(RUG) doe ik onderzoek naar polyfarmacie bij 60-plussers
in de huisartsenpraktijk. Ik word begeleid door Trudy van
der Weijden (UM), Marjan van den Akker (UM) en Petra
Denig (RUG). Het belangrijkste doel van dit onderzoek
is de patiënttevredenheid omtrent hun medicatielijst te
verbeteren.
In deze Randomized Controlled Trial (RCT) bekijken we
de potentiële voordelen en bruikbaarheid van twee
‘hulpmiddelen’ ten opzichte van huidige zorg:
1. Een op richtlijnen gebaseerd computerprogramma
‘Clinical Rules Engine’ (CRE) dat problemen met
betrekking tot medicatievoorschriften signaleert,
gebaseerd op diagnoses, patiëntkarakteristieken,
laboratoriumuitslagen en medicatie.
2. Een gespreksinstrument ‘Outcome Prioritization Tool’
(OPT) waarmee patiënten kunnen aangeven wat hun
wensen en voorkeuren zijn. Deze visueel analoge schaal
bestaat uit vier universele gezondheidsuitkomsten:
‘langer leven’, ‘onafhankelijk zijn’, ‘minder pijn’ en ‘minder
andere klachten’.
Naast patiënttevredenheid zal worden gekeken naar het type
en aantal medicatie alerts van het computerprogramma,
veranderingen in medicatie voorschriften, therapietrouw en
kwaliteit van leven. De planning is maart 2019 te starten met
de interventie, waarbij we 10 huisartsenpraktijken in de regio
Limburg en 8 in de regio Groningen zullen rekruteren.
Mijn keuze om de huisartsopleiding te combineren met
wetenschappelijk onderzoek komt onder andere voort
uit mijn achtergrond als gezondheidswetenschapper en
10
opleiding tot arts-klinisch onderzoeker (A-KO). Bovendien
is mijn enthousiasme voor het onderzoek gegroeid tijdens
mijn wetenschappelijke stage (WESP) bij de vakgroep
Huisartsgeneeskunde. Ik ben ervan overtuigd dat ik de
competenties, die ik de komende jaren op zowel persoonlijk
als professioneel vlak zal ontwikkelen, later als huisarts kan
blijven inzetten.
In mijn vrije tijd ben in regelmatig te vinden in de Crossfit
box of op de racefiets en breng ik graag tijd door met familie
en vrienden.
Lennart van der Burg
Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO)
Mijn naam is Lennart van der Burg,
ik ben 29 jaar en sinds maart 2018
werkzaam als AIOTHO bij de vakgroep
Huisartsgeneeskunde in Maastricht.
Vier dagen in de week volg ik de
opleiding tot huisarts, waarvan één
terugkomdag voor onderwijs, en
één dag voor mijn onderzoek. Veel
ballen tegelijktijdig in de lucht, maar voor mij de perfecte
afwisseling van mijn werkweek.
Meer en meer wordt van de medisch professional
verlangd dat hij/zij alert is op arbeid als determinant
van gezondheid. Met andere woorden, we kunnen niet
alleen oog hebben voor het medische en zullen ook meer
aandacht gaan besteden aan (arbeids)participatie.
U denkt misschien: ook dat nog erbij? Er is al zoveel om aan
te denken in uw spreekkamer. Daarom probeer ik, onder
begeleiding van prof. Annelies Boonen (afd. Reumatogie)
en prof. Geert-Jan Dinant, in mijn huidige project te
voorspellen welke mensen risico lopen om in het komende
jaar langdurig te gaan verzuimen. In het bijzonder zijn wij
geïnteresseerd hoe dit zit bij mensen met klachten van het
bewegingsapparaat. Het doel is om deze personen tijdig
te identificeren om via preventie de indirecte ziektekosten
voor de maatschappij te verlagen. We hopen een klinische
beslisregel te ontwikkelen, vergelijkbaar met de Wellsscore
longembolie, die in de praktijk door ons en andere
׉	 7cassandra://LDTLlMjEUHXR4z1Mp7yC7Qf2uQLhQrcbmzz-Kl5DvfM`̴ [QO䰍W)4׉E61 e uitgave 2018
professionals kan worden toegepast. Wat deze interventie
precies moet zijn, is nog volop onderwerp van discussie.
In januari 2015 rondde ik mijn geneeskundeopleiding af in
Maastricht. Na een paar jaar met veel plezier uitgewaaid
te zijn naar Leiden, ben ik sinds oktober 2017 weer terug
in Maastricht. In mijn vrije tijd ben ik regelmatig op de
wielrenfiets, met hardloopschoenen aan of in het zwembad
te vinden. Daarnaast ben ik een fervent reiziger, kan ik erg
genieten van de kookkunsten van mijn vriendin of het lezen
van een goed boek.
Monique van der Meulen
secretaresse huisartsopleiding
Mijn naam is Monique van der Meulen
en als herintredende moeder was het
mijn grote wens weer terug te keren in
het arbeidsproces. In januari 2017 begon
ik als vrijwilliger bij de huisartsopleiding
in Maastricht. De open sfeer en de
directheid onder de collega’s maakten
het dat ik me direct thuis voelde.
Al snel kreeg ik steeds meer taken en uren toebedeeld,
wat uiteindelijk resulteerde in een vaste aanstelling
als secretaresse. Voor een aantal van jullie ben ik een
aanspreekpunt voor allerlei administratieve werkzaamheden
en secretariële en facilitaire ondersteuning. Sinds kort ben ik
verantwoordelijk voor de organisatie en het in goede banen
leiden van de feestelijke afsluitingen, dat is de dag waarop de
aios hun huisartsdiploma ontvangen. Ik werk op dinsdag en
donderdag en op woensdagochtend.
Ik woon in Maastricht en ben moeder van een zoon van 16
jaar, een dochter van 19 jaar en trots baasje van mijn trouwste
vriend: labradoodle Sjuul. Mijn vrije tijd besteed ik vooral aan
gezellige sociale activiteiten, zoals uit eten en/of borrelen met
de kinderen, vriendinnen en familie, naar de bioscoop, het
theater en concerten. Ik ga graag op vakantie en zo nu en dan
kan ik genieten van een stedentrip.
Hanny Prick
medewerker studentzaken Huisartsopleiding
Nee hoor, ik ben geen nieuwe
medewerker, maar ik ben toch gevraagd
om me weer voor te stellen. Onlangs
ben ik, na ruim 25 jaar op de derde etage
van het Debyeplein 1 gewerkt te hebben,
verhuisd naar de begane grond, naar de
Huisartsopleiding. Ik ben nu werkzaam
bij het domein toetsing en zal mij vooral
gaan bezighouden met de organisatie/administratie van de
consulttoetsen.
11
Sarah Wijen
gedragswetenschapper huisartsopleiding
Ondertussen ben ik niet meer echt een
‘nieuwe’ medewerker…
Ik ben in januari 2018 gestart als
gedragswetenschapper in een derdejaars
groep aan de huisartsenopleiding,
locatie Eindhoven.
De overige dagen van de week ben ik werkzaam
als GZ-psycholoog bij GGzE op een afdeling voor
jongvolwassenenpsychiatrie. Daarvoor werkte ik in
verschillende instellingen voor gespecialiseerde GGZ,
waaronder de verslavingszorg en de forensische psychiatrie.
Ik heb vooral affiniteit met persoonlijkheidsproblematiek
en (complex) trauma en ben me hierin door middel van
scholing verder aan het specialiseren. Naast mijn werk als
behandelaar, begeleid ik ook psychologen in het kader van
hun opleiding. Dit is erg leuk om te doen en vormt een
mooie brug naar mijn huidige twee functies.
Ik woon samen met mijn vriend in Eindhoven. In mijn vrije
tijd volg ik pilateslessen en ik onderneem graag dingen met
vrienden en familie.
Intussen is er al bijna een half jaartje verstreken bij de
huisartsenopleiding en ben ik onverminderd enthousiast!
Ik heb mijn draai gevonden in mijn nieuwe rol als
groepsbegeleider. In het team in Eindhoven voelde ik me al
snel welkom en voor de Maastricht-collega’s geldt hetzelfde.
Ik kijk uit naar het aankomende half jaar vol nieuwe en leuke
uitdagingen.
Eén van mijn taken zal zijn het meehelpen bij de implementatie
van het Codific systeem waarin de consulttoetsen in de
toekomst digitaal georganiseerd gaan worden.
Ik woon samen met mijn echtgenoot aan de rand van
Maastricht-West, dichtbij de Dousberg waar golfclub ‘De
Maastrichtsche’ haar domein heeft. Sinds een aantal jaren
probeer ik deze sport onder de knie te krijgen. Het eerste jaar
was ik voornamelijk boos op het balletje, dat maar niet de
swing maakte die ik in gedachten had. Maar nu ben ik helemaal
om: ik ben er zo vaak mogelijk te vinden om een rondje te lopen
en probeer ook aan clubwedstrijden mee te doen.
Ik deel kamer A0.042 met drie andere collega’s. Ik ga veel
samenwerken met aios en docenten. Loop gerust eens binnen
om nader kennis te maken als je in de buurt bent!
op één lijn 61
׉	 7cassandra://rondRSP6wpk4PmR2sxxvCHT3XBHcwJeLRXJo4BepSfw!5`̴ [QO䰍W)5[QO䰍W)4bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://jTL6mT7BNLgSP9Fy4dIxDrRwZ78TPsmcSJNFqChVgB0  ` ׉	 7cassandra://gZ1xuxiRIXRTkJX6hw6EmANcELuNbtXS8AEPiZwN9esͅ`Q׉	 7cassandra://EBDS2XKs4iw7vFtmsMbhOSC5PxBAWon3dj-0zAmGFAM%	`̴ ׉	 7cassandra://7u6pQg2zVgohN6WWYPXafos2RY-Vhirl1TkKWJh2V8Q͎Z̐͠[QQ䰍W)lט  Bu׉׉	 7cassandra://5EmCb7F6iSrcrWKQZibA7bUAZkNPSIXEnnTAhohatMs ` ׉	 7cassandra://wpi0GjoC9WDpaGwfqr-abKIjTLRRciW34MLLB9qO-nw~`Q׉	 7cassandra://ro8mRjbgb_n0jQzL4892bI0r9meEFP0t-iLeCH1UZPk!`̴ ׉	 7cassandra://-3vAZuphoOL8iEeos7eSqbSwXdw8aGUqqBTyVvdJEo8_̔͠[QQ䰍W)mנ[QQ䰍W)r N9ׁH !http://www.partnerwaarschuwing.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Bruikbare wetenschap
‘Diagnostiek is zinvol als we
begrijpen wat we doen.’
DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR AAN DE VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE
In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke
artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren
wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de
dagelijkse praktijkvoering.
Breekbare botten
Mensen van middelbare leeftijd en ouder willen nog weleens
een bot breken. Zo’n fractuur is op zich weer risicoverhogend
voor het krijgen van een nieuwe fractuur. Eigenlijk verdien je
dan een sticker ‘breekbaar’. In vele ziekenhuizen plakt men
die sticker er letterlijk op, want patiënten die een bot braken,
krijgen automatisch een oproep voor een osteoporose- of
fractuurpreventiepoli. Eén van de uitkomsten kan zijn, dat er
manifeste osteoporose is en dat bisfosfonaten geïndiceerd
zijn. Tineke van Geel bestudeerde een groot databestand
met 5011 patiënten > 50 jaar die een fractuur hadden en
daarvoor een fractuurpoli in Schotland bezochten. De zorg
die de mensen daar ontvangen is goed vergelijkbaar met de
Nederlandse situatie. Maar liefst 50,7% van de patiënten had
een indicatie voor een bisfosfonaat, bovenop de standaard
calcium met vitamine D. Tineke en haar team volgden de
patiënten en keken naar voorspellers voor zowel nieuwe
fracturen als mortaliteit. Het vrouwelijk geslacht, toenemende
leeftijd, een slechte T-score op de DEXA-scan en roken waren
de niet-verrassende, onafhankelijke voorspellers voor nieuwe
fracturen. Een alcoholinname van meer dan 5 glazen per dag
bleek ook voorspellend te zijn. Bisfosfonaatgebruik bleek juist
beschermend te werken. Bij de mortaliteit kwamen echter de
grootste bevindingen. Daar bleek dat bisfosfonaatgebruik de
mortaliteit verminderde over 96 maanden follow-up. Reden te
meer om goed te kijken hoe we de matige therapietrouw bij
bisfosfonaten kunnen optimaliseren.
Leven met multimorbiditeit
De discussies over multimorbiditeit gaan vaak meer over de
verschillende aandoeningen zelf, dan dat het gaat over het
leven van die patiënten. Tiny van Merode en Marjan van den
Akker voerden een kwalitatieve studie uit onder Nederlandse en
Belgische patiënten met multimorbiditeit om hun ervaringen
te vangen, specifiek gericht op de behandellast (‘treatment
burden’). De onderzoekers interviewden 22 patiënten van
45-91 jaar oud. Zij vonden vele factoren geassocieerd met de
behandellast van hun chronische aandoeningen. Deze factoren
konden in 4 domeinen worden ingedeeld:
12
1. organisatie van zorg (wachttijden, communicatie met
hulpverleners, medische fouten, geen of onvoldoende
nazorg);
2. medicatie (bijwerkingen, interacties, vergoedingen);
3. de patiëntrol (acceptatie, afhankelijkheid, je eigen dokter
zijn, weerstand tegen doktersbezoeken, gevoel van
hopeloosheid);
4. impact op dagelijks leven (medicatie onderweg of op reis,
dieet, paramedische ondersteuning inpassen in dagelijks
leven, vergoedingenprocedures).
Nu zal niemand opkijken van de genoemde factoren, maar het
is wel nuttig om het artikel hierover te lezen. Juist omdat we
in de praktijk vaak de neiging hebben om de ‘disease’ voorop
te stellen en de ‘illness’ wat te vergeten. Het hebben van meer
dan één ziekte maakt het niet alleen voor dokters complex:
die ziektelast voor patiënten is nóg complexer.
SOA-nazorg
Huisartsen doen de meeste SOA-diagnostiek in Nederland.
Zij vinden dan ook de meeste gevallen van chlamydia in
Nederland. Op SOA-poli’s wordt bij een positieve chlamydia
of gonorroe test ook nog nazorg geleverd. Naast het advies
voor partnerwaarschuwing (kan eenvoudig anoniem via
www.partnerwaarschuwing.nl) krijgen patiënten ook de
uitnodiging om zich na een half jaar nogmaals te laten
testen. Dan blijkt 30% wederom positief. Julien Wijers bekeek
in de regio Maastricht en Heuvelland of patiënten die in
de huisartsenpraktijk een positieve SOA-test hebben, zich
opnieuw laten testen, al dan niet op vraag van hun huisarts.
In 48 huisartsenpraktijken waren er in 5 jaar tijd 622
positieve chlamydia-infecties. Een kwart daarvan onderging
binnen 1 jaar een hertest, bij gonorroe lag dat percentage
lager, namelijk op 15%. Wel kwamen patiënten met gonorroe
in 25% van de gevallen terug voor een test-of-cure binnen 3
maanden. Gezien de toenemende resistentie van de gonokok
is dat internationaal ook het advies. Bij chlamydia is het
juist níet aangeraden om binnen een aantal weken een
test-of-cure te doen, omdat de azitromycine prima werkt.
Daarnaast is er grote kans op een fout-positieve uitslag
door de originele infectie. Momenteel werkt de vakgroep
huisartsgeneeskunde samen met de GGD aan een project
om de SOA-nazorg in de huisartsenpraktijk te optimaliseren
door materialen van de SOA-poli door te ontwikkelen, en zo
huisartsen te ontzorgen.
׉	 7cassandra://EBDS2XKs4iw7vFtmsMbhOSC5PxBAWon3dj-0zAmGFAM%	`̴ [QO䰍W)6׉EO2e uitgave 2018
Pijn op de borst
Zoals eerder in Op één Lijn te lezen was, promoveerde Robert
Willemsen dit jaar cum laude op zijn proefschrift naar
pijn op de borst in de huisartsenpraktijk. Zijn team deed
ook onderzoek naar de percepties van huisartsen over de
incidentie en presentatie van patiënten met pijn op de borst:
hoe ze omgaan met klinische onzekerheid en welke gedachtes
ze hebben bij nieuwe diagnostiek in deze populatie. De
Nederlandse en Vlaamse huisartsen hadden het gevoel dat
de echte acuut coronaire syndromen onder patiënten met
pijn op de borst afnemen, terwijl de aspecifieke thoracale
pijn toeneemt. Huisartsen gaven aan dat de anamnese,
het lichamelijk onderzoek en hun eigen onderbuikgevoel al
snel een inschatting geven of de patiënt ingestuurd moet
worden. Laagdrempelig insturen zagen ze vaak als een deel
van de verantwoordelijkheid voor hun patiënt. Wat betreft
aanvullende diagnostiek waren veel huisartsen tevreden met
het huidige arsenaal. De overtuiging was, dat de klinische
presentatie het belangrijkste blijft. Eventuele sneltesten
moeten zich eerst bewijzen. Sommigen zagen dat wel zitten,
maar dan samen met een beslisregel. Juist in acute situaties
plaatsen veel huisartsen vraagtekens bij een rol voor het ECG,
terwijl het in minder acute situaties wel werd ingezet om
patiënten gerust te stellen.
1-2 doe maar een ECG
Dezelfde Robert Willemsen begeleidde samen met Karen
Konings en Jelle Stoffers, WESP studente Sofie Compiet
bij haar wetenschapsstage naar de interpretatie van
ecg's door huisartsen. Dit team legde negen casus voor
aan 50 huisartsen die ecg's maakten in de eigen praktijk,
8 huisartsen die dit niet deden, en 12 cardiologen. De
casus beschreven een scala aan aandoeningen zoals
atriumfibrilleren, bradycardie, stabiele angina pectoris,
acuut coronair syndroom, en screening na een plotse dood
van een familielid. Bij deze vignetten zijn ecg's volgens de
richtlijnen al dan niet geïndiceerd. De respondenten konden
bij een casusbeschrijving aangeven of ze een ECG zouden
maken en keken naar de door de respondenten beschreven
ECG afwijkingen. De diagnostische betrouwbaarheid van
de huisartsen ECG-beoordelaars was goed bij vermoeden
op AF, sick sinus, oud myocard infarct en een linker bundel
tak blok. Bij een linker anterieur fasciculair blok scoorden
de huisartsen beduidend minder: 11% van de respondenten
classificeerde dit correct. Nu hoor ik u denken: ‘Dat zou ik ook
niet herkennen’. Enige geruststelling mag zijn dat ook slechts
25% van de cardiologen deze afwijking herkende. Het is een
originele studie en het geeft stof tot nadenken. Huisartsen
volgden vaker niet de richtlijnen om een ECG te maken bij
ACS, sportkeuring, of bij plotse hartdood van een familielid
vaker niet. Ze gaven wel toe dat het ECG in deze gevallen ook
niet bijdroeg aan het beleid. Voor iedereen die meer wil leren
over ecg's kan ik het boek van Willemsen en Konings (Ecg's
beoordelen en begrijpen – de ECG 10+ methode) aanbevelen
en de serie (met vragen!) die maandelijks in Huisarts &
Wetenschap verschijnt. Diagnostiek is tenslotte enkel zinvol
als we ook begrijpen wat we doen.
Referenties
• Reduced mortality and subsequent fracture risk associated
with oral bisphosphonate recommendation in a fracture
liaison service setting: A prospective cohort study.
Van Geel TACM, Bliuc D, Geusens PPM, Center JR, Dinant
GJ, Tran T, van den Bergh JPW, McLellan AR, Eisman JA.
PLoS One. 2018 Jun 1;13(6):e0198006. doi: 10.1371/journal.
pone.0198006. eCollection 2018.
PMID: 29856795
• Patients with multimorbidity and their treatment burden
in different daily life domains: a qualitative study in
primary care in the Netherlands and Belgium.
Van Merode T, van de Ven K, van den Akker M.
In: J Comorb. 2018 Mar 8;8(1):9-15. doi: 10.15256/
joc.2018.8.119. eCollection 2018.
PMID: 29651408
• Test of cure, retesting and extragenital testing practices
for Chlamydia trachomatis and Neisseria gonorrhoeae
among general practitioners in different socioeconomic
status areas: A retrospective cohort study, 2011-2016.
Wijers JNAP, van Liere GAFS, Hoebe CJPA, Cals JWL, Wolffs
PFG, Dukers-Muijrers NHTM.
PLoS One. 2018 Mar 14;13(3):e0194351. doi: 10.1371/journal.
pone.0194351. eCollection 2018.
PMID: 29538469
• Competence of general practitioners in requesting and
interpreting ecg's - a case vignette study.
Compiet SAM, Willemsen RTA, Konings KTS, Stoffers HEJH.
In: Neth Heart J. 2018 Jun 7. doi: 10.1007/s12471-018-1124-2.
[Epub ahead of print].
PMID: 29882041
• Managing chest pain patients in general practice: an
interview-based study.
Biesemans L, Cleef LE, Willemsen RTA, Hoorweg BBN,
Renier WS, Buntinx F, Glatz JFC, Dinant GJ.
In: BMC Fam Pract. 2018 Jun 2;19(1):80. doi: 10.1186/s12875018-0771-0.
PMID:
29859536
Geplande promoties
Huisartsgeneeskunde Maastricht
• 10 oktober 2018 om 14.00 uur: Stephanie Lenzen
‘Self-management goal setting and action planning in
primary care.’
• 11 oktober 2018 om 11.00 uur: Ies Dijksman
‘TeleScreen as a novel internet-based tool for
classifying mental disorders presented in primary care.’
• 24 oktober 2018 om 12.00 uur: Kelemework Adane
Asmare (Kelem) ‘Tuberculosis in Ethiopian prisons.
Epidemiology, risk factors and best practices for
improving the case detection.’
• 24 oktober 2018 om 14.00 uur: Solomon Yesuf
Shiverav (Solomon) ‘Phone-based applications
improve maternity services in Ethiopia.’
13
op één lijn 61
׉	 7cassandra://ro8mRjbgb_n0jQzL4892bI0r9meEFP0t-iLeCH1UZPk!`̴ [QO䰍W)7[QO䰍W)6bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://BqW6r3-neuK2_WeHlrViT1ykfkv_YaGTIFjEuUEqpYo ,^`׉	 7cassandra://fTU1vmg0HzmOnFMtkwLOrv_MZV0n_1zU5xk_3vaMw48^`Q׉	 7cassandra://XgDDTpmE2N8EQmVCsjVTkTurmw95pzQmcEtogWSZFRk`̴ ׉	 7cassandra://dLeRwUWRDwpEs9BNGpuwaL9oDd5Kqlg0Kon9YpCWhPA̘͠[QQ䰍W)sט  Bu׉׉	 7cassandra://T46XFKSXD5lxiezd_zOYPmU7qhn7pWsdtInxm5fqFJ0 |m` ׉	 7cassandra://yJjNpsCbNdmyEgHtH56tLUrHiZ--WZBOcUqQZ4uc65MkF`Q׉	 7cassandra://n_MMcyv6n9AYpdKHzGDp3gSagcQRU2FShzWaitTc8uI`̴ ׉	 7cassandra://wp-F9Tsn5lVQOAyHvYpI3mmHEb8As1BxMpw53kV40gY͂1P͠[QQ䰍W)tנ[QQ䰍W)o Z9׉H *mailto:simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nlGׁׁrנ[QQ䰍W)p d9׉Hhttp://www.must-pc.nlGׁׁrנ[QQ䰍W)q 0j9׉Hmailto:must-pc@lumc.nlGׁׁrנ[QR䰍W)z nȁi9ׁHmailto:must-pc@lumc.nlׁׁЈנ[QR䰍W)y c9ׁHhttp://www.must-pc.nlׁׁЈנ[QR䰍W)x 7j9ׁHmailto:must-pc@lumc.nlׁׁЈנ[QR䰍W)w sg9ׁHhttp://www.must-pc.nlׁׁЈ׉E	op één lijn 61
2e uitgave 2018
Gewricht
OOK en de Witte Raven
DOOR SIMON KLEIJKERS, HUISARTS IN GEZONDHEIDSCENTRUM HOENSBROEK-NOORD
De Witte Raven is een groep ervaren huisartsen die zich
richt op het zoeken van de oorzaak van Onuitstaanbaar
Onverklaarde Klachten (OOK). De term ‘witte raaf’ is nog
wel enigszins bekend, maar de afkorting OOK een stuk
minder. Simon is het jongste lid van de Witte Raven groep.
Dank voor de vele reacties op de voorgaande casus. Het goede
antwoord is idiopathische intracraniële hypertensie.
Trefwoorden die ik gebruikt heb zijn ‘headache’, ‘papilledema’
en ‘vision loss’. Bij PubMed en Findzebra is de eerste hit
bovenstaande diagnose, bij google scholar de tweede hit.
De winnaar van de loep is huisarts Hanka Zwanikken!
Gefeliciteerd!
Nieuwe casus
Hierbij de uitdagende, nieuwe casus. Oplossingen
kunnen wederom verstuurd worden naar
simonkleijkers@gchoensbroeknoord.nl
Casus
Simon Kleijkers en winnaar van de vorige keer: Hanka Zwanikken
Een 50-jarige vrouw, in de voorgeschiedenis bekend
met roken, bezoekt het spreekuur van de huisarts met
sinds enkele maanden pijnklachten van digitus I van de
rechterhand (zie afbeelding). Zij is hierbij niet ziek en
heeft ook geen koorts. Wel bestaat er al jaren een op en
af gaande witte en pijnlijke verkleuring van de vingers.
Onder verdenking van een panaritium wordt patiënte
verwezen naar de eerste hulp. Hier toont labonderzoek
een anemie. Er wordt gestart met antibiotica aangezien
de SEH-arts ook denkt aan een panaritium. Vanwege
uitbreidende necrose vindt er na 1 maand uiteindelijk een
amputatie van digitus I plaats. Opvallend: onderzoeken
van de vaatchirurg zijn niet afwijkend.
Wat is jullie diagnose?
14
De Witte Raven groep in Maastricht bestaat uit de
volgende leden:
Harry Crebolder, Geert-Jan Dinant, Paul Höppener,
Simon Kleijkers, Raymond Leclercq, Yvonne van Leeuwen
en Erik Stolper.
Doel: zoeken naar de oorzaak van Onuitstaanbaar
Onverklaarde Klachten (OOK). De groep bestaat uit
huisartsen met een mix van ervaring, zowel klinisch als
wetenschappelijk.
Werkwijze: de groep krijgt door collegae of anderen
een papieren casus aangereikt die mogelijk verdacht
is voor een zeldzame aandoening, waarvan eerder
specialistisch onderzoek niets heeft uitgewezen. De
inbrenger heeft echter het stellige vermoeden dat de
oorzaak een zeldzame ziekte is. De wijze van zoeken,
gericht op zeldzame aandoeningen, leidt tot een advies
aan de inbrenger.
׉	 7cassandra://XgDDTpmE2N8EQmVCsjVTkTurmw95pzQmcEtogWSZFRk`̴ [QO䰍W)8׉E2e uitgave 2018
Wat is de klachtenlast van patiënten?
Hulp bij
palliatieve zorg
DOOR MARIEKE VAN DEN BEUKEN, HOOGLERAAR
PALLIATIEVE ZORG
Patiënten met een ongeneeslijke aandoening (kanker,
COPD, hart- of nierfalen) hebben vaak veel gelijktijdig
voorkomende klachten. Via een nieuw project, MuStPC1
geheten, willen we zorgverleners ondersteunen bij
de behandeling van deze klachten, met behulp van een
digitale tool. Het project is onderdeel van het ZonMwprogramma
‘Palliantie. Meer dan zorg’. Het signaleren
van de totale klachtenlast is een eerste stap.
Uw hulp is nodig
Van 10 tot en met 14 september en van 24 tot en met 28
september aanstaande vinden daarom twee landelijke
meetweken plaats. Meedoen kan op één of meer dagen.
Huisartsen, verpleegkundigen en praktijkondersteuners
worden gevraagd patiënten met een ongeneeslijke ziekte
te benaderen om eenmalig en anoniem een vragenlijst over
hun klachtenlast in te vullen.
Deze vragenlijst hanteert het ‘Utrecht Symptoom Dagboek’,
waarbij de patiënt de mate van zijn of haar klachten
aangeeft op een schaal van 0-10. Daarnaast worden enkele
achtergrondvragen gesteld.
Voor deelname kunt u patiënten benaderen:
• bij wie u niet verbaasd zou zijn wanneer uw patiënt over
12 maanden is overleden (de zogeheten surprise question)
• die ouder dan 18 jaar zijn
• met elke onderliggende ziekte (hartfalen, COPD,
nierziekten, oncologische ziektebeelden, neurologische
ziektebeelden, et cetera).
De vragenlijsten zijn op papier of digitaal beschikbaar.
Ingevulde vragenlijsten stuurt de patiënt zelf aan de
onderzoekers terug.
Waarom de MuSt-PC?
De huidige richtlijnen voor palliatieve zorg gaan vooral
over losse klachten. We weten inmiddels dat patiënten
met een ongeneeslijke ziekte vaak last hebben van meer
dan één klacht tegelijk binnen verschillende dimensies
van de palliatieve zorg (de fysieke, psychische, sociale en/
of de spirituele dimensie). Klachten en behandeling kunnen
1 Multidimensional Strategy for Palliative Care
elkaar onderling (negatief) beïnvloeden. Patiënten en
hun naasten geven aan dat klachten in de palliatieve fase
onvoldoende erkend en behandeld worden. Dat betekent
dat symptoombestrijding in deze fase dus complex en de
klachtenverlichting veelal niet optimaal is.
Deelname
Meer informatie over is te vinden op www.must-pc.nl.
U kunt zich aanmelden bij arts-onderzoeker Lotte van
der Stap: must-pc@lumc.nl of 071-5296703. Zij kan ook
uw overige vragen beantwoorden. Of bel het regionaal
consultatieteam palliatieve zorg: 0900-7255486.
We rekenen op uw hulp!
De MuSt-PC meetweken:
Kent u de klachtenlast van uw patiënten met een
ongeneeslijke ziekte?
Wanneer?
Door wie?
10 tot en met 14 september en 24 tot
en met 28 september 2018.
Artsen, verpleegkundigen,
verpleegkundig specialisten, physician
assistants, praktijkondersteuners in
heel Nederland.
Wat?
Doel?
Onderzoek naar klachten in
de palliatieve fase met een
patiëntvragenlijst.
Kom te weten welke klachten uw
patiënten met een ongeneeslijke
ziekte hebben en draag bij aan
zorgverbetering voor deze patiënten.
Voor wie?
Hoe?
Patiënten met een ongeneeslijke
aandoening, zie hiernaast de in- en
exclusiecriteria.
Geef uw patiënt een
patiëntinformatiefolder en vragenlijst
(digitaal/papier). Uw patiënt beslist of
hij/zij deelneemt en vult de vragenlijst
in, niet u.
Meer informatie www.must-pc.nl
Aanmelden?
Bij Lotte van der Stap (artsonderzoeker)
via must-pc@lumc.nl
15
op één lijn 61
׉	 7cassandra://n_MMcyv6n9AYpdKHzGDp3gSagcQRU2FShzWaitTc8uI`̴ [QO䰍W)9[QO䰍W)8bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://UtD09OMPk5SRlx7I4e-HjZjUS575ymcmX_n-w4F_bcQ nL`׉	 7cassandra://3ADn3eZPAHeUncBbFzgmPt9iCwgPszC6hXQzA3bhb_Mc`Q׉	 7cassandra://QSgiJvloGwP9xdsIQIqF-sP1wbyELka3mylwEd8kWa8`̴ ׉	 7cassandra://ZxPLrrGZReJl9JDpzraLy4HVVS4oS2hnpyjyqDn8UZU͔͠[QR䰍W){ט  Bu׉׉	 7cassandra://MPtXqLDZM8O24rLE-hWK1h330B4rjg9V9nm81nJTF84 Ć`׉	 7cassandra://QiqbmzgjuNLtjBl5hXsyGdFsQ9jEUXU6tJurYDs6tVIg9`Q׉	 7cassandra://kuZjFrtRiX3SpNle7yQ3QfnAT7pWMe_L7xreFdfajXE t`̴ ׉	 7cassandra://CGuqoUaFihJup7PHUQENVI6-K2q0bi4kaDvKQfeUUY0u ͠[QR䰍W)|׉E
V2e uitgave 2018
1 e uitgave 2014
WESP: Jasmien Jaeken
Limited Joint Mobility
en Diabetes
BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM, HUISARTSONDERZOEKER
Vraagstelling
Naast reeds bekende micro- en macrovasculaire complicaties,
blijken diabeten ook een verhoogd risico te hebben op
klachten van de bovenste extremiteiten, gekend als Limited
Joint Mobility (LJM). We onderzochten de prevalentie van
LJM en evalueerden of huisartsen en praktijkondersteuners
bekend zijn met deze complicatie.
Studiedesign
Een cross-sectioneel RNFM (Research Network Family
Medicine Maastricht) database onderzoek om de prevalentie
te analyseren. Tevens een vragenlijstonderzoek onder
huisartsen en praktijkondersteuners (regio Meditta, ZIO en
Huisartsen OZL) om de bekendheid met LJM te evalueren.
Primair resultaat en conclusie
Eén op de zes diabeten (16%) ontwikkelt een vorm van
LJM tegenover 11% onder niet-diabeten (P<0.0001).
Verder blijkt dat 70% van de huisartsen en 76% van
de praktijkondersteuners diabetes niet relateren aan
LJM. 25% van de huisartsen vindt dat er periodiek
gescreend moet worden op LJM, tegenover 63% van de
praktijkondersteuners.
WESP-en: Iris Kurcaba en Christianne Smulders
Schouderpijn bij DM
type II patiënten
BEGELEIDERS: RAMON OTTENHEIJM EN LOGIN ALABDALI
Vraagstellingen
Wat is de prevalentie van specifieke schouderaandoeningen
bij patiënten met type II diabetes en schouderpijn? Wat is de
diagnostische waarde van het lichamelijk onderzoek van de
schouder bij patiënten met type II diabetes en schouderpijn?
Studiedesign
Het betreft een tweefasen onderzoek onder een
dwarsdoorsnede van de doelgroep. In fase 1 van het onderzoek
ontvangen patiënten met type II diabetes, die op periodieke
controle bij de POH komen, een vragenlijst over klachten van
het bewegingsapparaat. In fase 2 krijgen geïnteresseerde
patiënten met schouderpijn langer dan vier weken, een
lichamelijk en echografisch onderzoek van de schouders.
Voorlopig resultaat
We zijn nog bezig met het includeren van proefpersonen.
Daarom moeten deze voorlopige resultaten met
voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Momenteel hebben
we 29 proefpersonen kunnen analyseren. Bij 96.6% (95% C.I.
90.0-100%) van de proefpersonen vinden we echografisch
specifieke pathologie. Calcifiërende tendinopathie en
tendinopathie zijn de meest voorkomende aandoeningen.
De supraspinatuspees is het meest aangedaan. Daarnaast is
BMI geassocieerd met subacromiale schouderaandoeningen
met een OR van 1.42 (95% C.I. 1.08-1.88). Gezien de kleine
steekproef kunnen we over de diagnostische waarde van
het lichamelijk onderzoek nog geen voorlopige resultaten
presenteren.
16
op één lijn 61
׉	 7cassandra://QSgiJvloGwP9xdsIQIqF-sP1wbyELka3mylwEd8kWa8`̴ [QO䰍W):׉E2e uitgave 2018
WESP: July Kroeg
Voorschrijfgedrag huisartsen
regionaal longformularium
BEGELEIDER: ANNA HUIZING (ZIO)
Vraagstelling
Wat is het effect van het implementeren van het regionaal
longformularium op het voorschrijfgedrag van huisartsen in
de regio Maastricht-Heuvelland?
Studiedesign
Descriptief onderzoek waarbij declaratiedata van VGZ
gebruikt zijn en in één huisartspraktijk een casestudie
is uitgevoerd waarbij afleverdata van de apotheek met
voorschrijfdata uit het HIS vergeleken werden.
Primair resultaat en conclusie
Bij 31% van de nieuwe voorschriften voor inhalatiemedicatie
werd in de regio in de periode kwartaal 4 2016 tot en met
kwartaal 4 in 2017 conform longformularium afgeleverd. De
implementatie van het longformularium lijkt een stijgende
lijn te vertonen, maar er zijn nog verbeterpunten. Uit de
casestudie is gebleken dat declaratiedata niet geschikt zijn
om het voorschrijfgedrag van huisartsen te monitoren.
Het afleverpercentage conform formularium bedroeg in
de betreffende praktijk 33% in kwartaal 1 2018, terwijl het
daadwerkelijke voorschrijfpercentage van de huisarts 88%
bedroeg. Dit verschil kan verklaard worden door een aantal
factoren. Allereerst werd bij 28% van de nieuwe recepten iets
anders afgeleverd door de apotheek dan voorgeschreven.
Daarnaast beperken verschillende factoren het in kaart
brengen van het voorschrijfproces: bij 17% was sprake van
een herhaalrecept en bij 14% een recept voorgeschreven door
een medisch specialist. Mogelijk verloopt de implementatie
bij huisartsen dus beter dan verwacht, maar meer onderzoek
is nodig om dit te bevestigen.
WESP: Jasper van Geel
Aios en samen beslissen
BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ANOUK BAGHUS & ESTHER GIROLDI
Vraagstellingen
Wat is het huidige niveau van Samen Beslissen van
huisartsen in opleiding (aios)? Hoe verhoudt het niveau
zoals dit door de aios gerapporteerd wordt met wat door
de patiënt gerapporteerd wordt? Wat is de invloed van
demografische karakteristieken van de aios/patiënt op het
niveau van het Samen Beslissen?
Studiedesign
Aios van verschillende opleidingsinstellingen in Nederland
zijn gevraagd om video-opnames van consulten aan te
leveren, welke gescoord zullen worden met de OPTION5. De
OPTION5 is een in Amerika ontwikkeld instrument waarmee
een onafhankelijk onderzoeker de mate van Samen Beslissen
in een consult kan scoren. Verder zijn de aios en patiënten
gevraagd de SDM-Q9 en de SDM-Q-doc in te vullen. De
SDM-Q9 en SDM-Q-doc zijn in Duitsland ontwikkelde
gevalideerde vragenlijsten waarmee arts en patiënt de mate
van Samen Beslissen kunnen rapporteren. Daarnaast hebben
we demografische gegevens verzameld van aios en patiënt
om te kijken of deze van invloed kunnen zijn op de mate van
Samen Beslissen.
Primair resultaat en conclusie
Uit de literatuur blijkt dat artsen lang niet zo goed zijn in
Samen Beslissen als dat ze zelf rapporteren en dit lijkt ook
op te gaan voor artsen in opleiding. Helaas zullen we nog
even moeten wachten op onze eigen resultaten.
17
op één lijn 61
׉	 7cassandra://kuZjFrtRiX3SpNle7yQ3QfnAT7pWMe_L7xreFdfajXE t`̴ [QO䰍W);[QO䰍W):bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://IiD8EsuRlGUib5zvDixpFBJCEctYuC3K7S9Eb6rBdhg ,`׉	 7cassandra://I8KiDbhmZIEuJ-v7v66olOTxzxZqW4Wq-c678oXWeq0kc`Q׉	 7cassandra://d36JKl6G41qWEcH7VQZ67sENUXYy8pouxd6KVtP0SCc `̴ ׉	 7cassandra://qSsKN5DGHRzBwx9GEoPdcZDxt7o8B7de-3hVhoLMUf0͂E"͠[QR䰍W)~ט  Bu׉׉	 7cassandra://Xw1Z1CUixFjvO44RrnTrsHWA1HEcJyzZLFepJeDNxPA oe`׉	 7cassandra://xniEDdOyTH1lQioukx5OBb3B_w9npKpi2NdXrsLqRasig`Q׉	 7cassandra://4d_hCeYDnCwxEot2uvnCfTcuja9Gk16w_U41BfVHOOs"`̴ ׉	 7cassandra://ioDKOLcVJyEEUuJp8djePWsPbDM3z8qzMF40aKrDek0 h͠[QR䰍W)׉EV2e uitgave 2018
1 e uitgave 2014
WESP-en: Fatma Erkan & Darwin Röhlinger
Aios en Samen
Beslissen
BEGELEIDERS: TRUDY VAN DER WEIJDEN, ANOUK BAGHUS EN ESTHER GIROLDI
Vraagstelling
Het bovengenoemde project is een deelonderzoek van een
groter onderzoek vanuit de Universiteit Maastricht dat
probeert het huidige onderwijsprogramma van de aios
huisartsgeneeskunde te verbeteren wat betreft samen
beslissen. Samen beslissen of SB is een onderwerp dat
steeds meer in de belangstelling staat. Gebleken is, dat er
veelal geen ‘beste’ optie is voor alle patiënten, omdat zij
kunnen verschillen in hun voorkeuren. Het is onduidelijk
hoe dit principe van SB het beste in de praktijk kan worden
toegepast, mede door onvoldoende inzicht in de barrières en
behoeftes van aios.
Studiedesign
Om achter de behoeftes van aios te komen, hebben wij door
het hele land consultopnames gemaakt en spreekuren van
eerste- en derdejaars aios bijgewoond. Aan de hand hiervan
hebben wij stimulated-recall interviews gehouden waarbij
aios moesten reflecteren op hun gedrag omtrent SB. Op deze
WESP: Mathijs Peeters
CATCH-project stoppen
met roken
BEGELEIDERS: FLOOR VAN DEN BRAND EN ONNO VAN SCHAYCK
Vraagstelling
We zijn momenteel bezig met een economische evaluatie
binnen het Continues Abstinence Through Corporate
Healthcare (CATCH) project met de volgende vraagstelling:
Is het toevoegen van een financiële beloning aan een
stoppen-met-roken groepstraining kosteneffectief bij
werknemers die roken?
Studiedesign
De economische evaluatie wordt uitgevoerd in de vorm van
een kosteneffectiviteitsanalyse (CEA) en kostenutiliteitsanalyse
(CUA). Dit zowel vanuit een maatschappelijk oogpunt als uit
het oogpunt van de werkgever.
18
Primair resultaat en conclusie
We zijn momenteel bezig met de analyses, daarom
kunnen we helaas nog geen resultaten presenteren. De
uiteindelijke resultaten zullen informatie geven over de
toepasbaarheid en kosteneffectiviteit van het toevoegen
van een financiële beloning aan een stoppen-metroken
groepstraining bij werknemers. Mogelijk kan dit
leiden tot aanbevelingen om een financiële beloning in
combinatie met een stoppen-met-roken groepstraining te
implementeren binnen bedrijven.
manier hebben we de barrières en behoeftes van aios in
kaart gebracht.
Primair resultaat en conclusie
Wij vinden het opvallend dat de meeste aios niet precies
weten wat SB inhoudt. Tijdgebrek wordt gezien als een
belangrijke barrière. Andere barrières zijn: niet weten
wanneer en hoe SB toegepast kan worden, lastige situaties
en consulten zonder open sfeer. Daarnaast worden
taalbarrières en mensen met een beperking genoemd. Er zijn
ook behoeftes naar voor gekomen. Aios vinden bijvoorbeeld
dat SB longitudinaal onderwezen moet worden en dat het
belangrijk is dat zij geconfronteerd worden met hun eigen
besluitvormingsgedrag. Kortom, er zijn veel factoren die
invloed hebben op het vermogen van de aios om goed samen
te kunnen beslissen in de dagelijkse praktijk. Het is belangrijk
dat de beïnvloedbare factoren de basis gaan vormen van
het trainingsprogramma, dat in een later stadium van het
hoofdonderzoek ontwikkeld zal worden.
op één lijn 61
׉	 7cassandra://d36JKl6G41qWEcH7VQZ67sENUXYy8pouxd6KVtP0SCc `̴ [QO䰍W)<׉E2e uitgave 2018
Stage: Fiorella Huijgens, derdejaars bachelor Gezondheid & Leven, VU Amsterdam
Communicatie met
laag-geletterden vaak
lastiger dan gedacht
BEGELEIDERS: JOLANDA VAN DER VELDEN (PHAROS1) EN PETRA VERDONK (VU)
Vraagstelling
In Nederland wonen 2,5 miljoen laaggeletterden. De
communicatie tussen hen en zorgverleners verloopt vaak
moeizaam met onder andere gezondheidsproblemen als
mogelijk gevolg. Daarom heb ik onderzoek gedaan om een
antwoord te vinden op de volgende vraag:
Verbetert de training ‘Effectief communiceren met
laaggeletterden’ ontwikkeld door Pharos de competenties en
het gedrag van eerstelijnszorgverleners met betrekking tot
laaggeletterdheid?
Studiedesign
Eerstelijns zorgverleners stuurde ik een online vragenlijst
om zicht te krijgen op het verschil in kennis, attitude en
1 Pharos expertisecentrum gezondheidsverschillen, Utrecht
communicatievaardigheden tussen degenen die de training
wel, en die de training niet gevolgd hebben. Ook het verschil
in hun gedrag, gerelateerd aan laaggeletterdheid wilde ik zo
in beeld brengen.
Primair resultaat en conclusie
De communicatietraining draagt bij aan het creëren
van bewustwording rondom laaggeletterdheid en
aan het zelfverzekerder worden in het herkennen van
laaggeletterden. Het gebruik van de teach-back methode
(terugvraagmethode) is laag in beide groepen en vereist
meer aandacht. Aanvullende e-learning en het verbreken
van het taboe rondom laaggeletterdheid zouden effectieve
communicatie kunnen bevorderen.
Annerika Slok-Gidding ontvangt van de organisatie haar prijs
Ziektelastmeter
COPD wint
Science Award
In de ‘Week van de longen’ werd op 11 april 2018 tijdens
een ceremonie de tweejaarlijkse ‘Netherlands Respitory
Society (NRS) Science Award’ uitgereikt. Een prijs voor een
buitengewone prestatie op het gebied van onderzoek
naar longziekten. De prijs werd gewonnen door postdoc
onderzoeker Annerika Slok-Gidding en Onno van Schayck
voor de Ziektelastmeter COPD.
19
op één lijn 61
׉	 7cassandra://4d_hCeYDnCwxEot2uvnCfTcuja9Gk16w_U41BfVHOOs"`̴ [QO䰍W)=[QO䰍W)<bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://bH0AfXfqhnz0uL-nu2hK54MggdLxJkd3uvwnDRqB_zo 0`׉	 7cassandra://cbMOfU5ryWTnerOx8QgK2didnbx_rz9BykqeVGZOJ7ku`Q׉	 7cassandra://celoyKsNuJYWTiryeJsnOQVpwq5EMNvXuxmbgYdzluw!`̴ ׉	 7cassandra://zPew9nWaIFebi_tOcSJDV2bET344oXJNGl1TMMPCSF0͊G̐͠[QR䰍W)݂ט  Bu׉׉	 7cassandra://EkXi3hwfziKQA6hnPG-YBl6d54qP0NFFP7iTJ5IZp8s ` ׉	 7cassandra://pffCXxQs3m9OYglMMlP4zZ_SVSgIBRfGYBPvcobYyUY{`Q׉	 7cassandra://8D7ff1Pjw-7bkwNAmtsTeiH2uMr8R_HV7DJvm8282_0"`̴ ׉	 7cassandra://ljeKBjqXKQP0hjeJXbZIHPuszK2ScRSkTyIekqqjE2E͊ ͠[QR䰍W)݃נ[QR䰍W)݁ 9׉H +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlGׁׁr׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Hoofdzaken
Voorwaarts!
DOOR BAS MAIBURG, HOOFD HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT
Net als de hernieuwde erkenning als opleidingsinstituut
kwamen de uitkomsten van de NIVEL-enquête in april als
warme zonnestralen over ons heen. Met als kers op de
wervingstaart de toewijzing van maar liefst 45 aios voor
september. En ook in landelijke ontwikkelingen blazen
we ons partijtje mee.
We kunnen weer even vooruit. De teerling is nog niet
geworpen (zie de vorige Hoofdzaken) of de eerste nieuwe
aios-troepen marcheren er al overheen. Een uniek cohort
van maar liefst 45 aios! Het starten van twee grote groepen
in Maastricht en ruim anderhalve groep in Eindhoven
per september betekent dat de inzet van meer opleiders
nodig is en geworven moet worden voor nieuwe docenten.
Met plezier natuurlijk. De map met goede kandidaten uit
eerdere sollicitatierondes blijkt een nog steeds enthousiaste
gedragswetenschapper te bevatten, via mond-tot-mond
reclame of - zo u wilt - “headhunting” komen andere
kandidaten in het vizier en de vacature-site Academic
Transfer doet de rest. Bovendien is deze laatste vacature
(voor docent Acute Blok) bij ruim 900 huisartsen op de
digitale deurmat gevallen.
We waren ondertussen erg nieuwsgierig geworden naar
de landelijke NIVEL-enquête over de huisartsopleiding
onder alle aios huisartsgeneeskunde. De stand van het
land, met voor Maastricht – zo werd gefluisterd – gunstige
uitkomsten. En de uitkomsten mogen er zijn: bij ongeveer 2
op de 3 vragen is Maastricht terug te vinden in de top 3 van
best scorende instituten! Met dank aan de aios, voor hun
positieve beoordeling van onder andere de huisartsopleiders
uit jaar 1 en jaar 3 en gedragswetenschappers en
huisartsbegeleiders uit respectievelijk jaar 3 en jaar 1. Voeg
daar de hoge scores voor inspraak en veiligheid binnen de
opleiding bij plus de constatering dat de terugkomdagen
de praktijk goed ondersteunen, en er ontstaat een prettig
verteerbare mix van onderwijsactiviteiten van de kant van
de opleiding.
Zeker, er worden ook verbeterpunten aangereikt.
De begeleiding bij het opstellen van het individueel
opleidingsplan (IOP) door stage- en groepsbegeleiders in jaar
2 dient nog eens goed afgestoft te worden. Ook EleUM krijgt
niet echt de handen op elkaar (red.: inmiddels is de nieuwe,
sterk verbeterde EleUM-site in de lucht).
De resultaten van de NIVEL-enquête vormen ook
een onderdeel van de GEAR-audit1 die in juni op het
programma stond in Maastricht. Onder leiding van onze
kwaliteitscoördinator Marie-Louise Schreurs hebben
onze andere coördinatoren hard gewerkt aan het
becommentariëren van een reeks indicatoren over het
curriculum, de leeromgeving en toetsing. Samen met een
reflectie op de verbeterpunten van de vorige GEAR-ronde én
de aios-scores uit de enquête hangen deze resultaten nu te
rijpen in de ‘cloud’ van Huisartsopleiding Nederland. Zelf zijn
we goed te spreken over deze oogst.
Om in digitale sferen te blijven hangen: half mei is de
vernieuwde site van de vakgroep huisartsgeneeskunde
(www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl) de lucht in
gegaan. Een verademing voor wie zich snel wilt oriënteren
en niet door lange teksten wil blijven scrollen. Een met
Canon ontworpen format waar de frisheid vanaf straalt.
Puntige teksten, goed beeldmateriaal en geheel nieuw
gebruik van sociale media via persona’s. Type de URL in uw
browser en overtuig uzelf!
Sociale media kwamen ook aan de orde tijdens het thema
over PR en Werving in het hoofdenoverleg. Of beter gezegd,
niet aan de orde: géén van de instituten bleek deze middelen
in te zetten voor wervingsactiviteiten. Waar de handen in
dit kader meer en meer voor op elkaar te krijgen zijn, is het
anios-schap huisartsgeneeskunde. Met de LHV gaat gekeken
worden hoe we dit goed kunnen uitwerken en met de RGS
kijken we hoe dit kan leiden tot verkorting van de opleiding.
En dan denkt de opleiding landelijk ook mee over de verdere
implementatie van het Landelijk Opleidingsplan (LOP).
Donkere leerlijnwolken dreigden aan de lucht door druk
vanuit onder andere de CGS over toevoegen van leerlijnen
rond doelmatigheid, diversiteit en leiderschap. Door de
opleiding aangezette en door anderen onderschreven
conclusie: een bord met een spaghetti aan leerlijnen
1 Gecombineerde Evaluatie en Audit Ronde: een onderlinge
kwaliteitsaudit van de 8 huisartsopleidingen.
20
׉	 7cassandra://celoyKsNuJYWTiryeJsnOQVpwq5EMNvXuxmbgYdzluw!`̴ [QO䰍W)>׉E}2e uitgave 2018
bevordert de leer- en onderwijslust geenszins. Handhaaf
de huidige thema’s en KBA’s voor het toewerken naar de
competenties uit het competentieprofiel van de huisarts
(zie ComBel) en laten we actuele onderwerpen hierbij
onderbrengen. Een vertrouwd recept met hier en daar wat
frisse kruiden.
We gaan er, kortom, op vele manieren de komende tijd
op vooruit. Dat neemt niet weg dat we op korte termijn
afscheid moeten nemen van een aantal ervaren docenten.
Als u dit leest zijn Yvonne van Leeuwen, Ria Huygen en
Suzanne Teunisse definitief uitgezwaaid. Hun opvolgers
hoop ik u de volgende keer te mogen introduceren.
Referatendag 15 mei 2018
Wetenschappelijk
bewezen: doe het zelf!
DOOR NIELS BEURSKENS, COÖRDINATOR EBM
Op 15 mei was de eerste referatendag voor derdejaars
aios op locatie Eindhoven. Het was nu de beurt aan de
Maastrichtse aios om af te reizen naar het (zonnige!)
noorden van onze opleidingsregio. Helaas leek het reizen
naar Eindhoven een belemmerende factor voor het
formeren van een vakjury, die dit keer verstek moest laten
gaan. Aan de publieksjury dus de taak om de referaten te
beoordelen en de geldprijs toe te kennen aan het beste
referaat van de dag. Deze eer ging met stip naar het
referaat van Linda Vonken, Sandra Wuijten, Pieternel van
der Linden en Anne Nieuwelink over de behandeling van
IBS met pepermuntolie. Zij lieten zien, dat behandeling
met pepermuntolie buikklachten met 46% kan
verminderen, met als mogelijke bijwerking een frisse
adem. Tevens maakten zij van de gelegenheid gebruik om
het middel te testen op de aanwezigen. In hoeverre dit de
resultaten van de jury heeft beïnvloed en of hierbij sprake
is geweest van selectiebias, observatiebias, responsbias of
sponsoring door de farmacie blijft echter ongewis…
Door het grote aantal groepen (11 referaten) en een
harde eindtijd was het nodig om dit keer de duur van de
presentaties te beperken tot 10 minuten plus 10 minuten
discussie. Alle groepen hadden zich hier goed op voorbereid
en wisten uitstekend om te gaan met deze tijdslimiet. Of
was het toch het strakke dagvoorzitterschap van Hendrik
Jan Vunderink? Hoe het ook zij, de snellere doorloop hield
het levendig en afwisselend. Een mogelijk nadeel was echter
wel dat er minder gelegenheid was om de gebruikte studies
uitgebreid toe te lichten. Voor de beoordeling misschien wat
lastiger, maar de beste referaten wisten in beperkte tijd de
belangrijkste punten voor het voetlicht te brengen.
Van de diagnostische waarde van PSA-meting (is de
standaard nog up-to-date?) gingen we naar muziek als
21
interventie bij primaire insomnie (helpt een beetje, kan geen
kwaad) en de meerwaarde van antivirale middelen naast
prednisolon bij Bellse parese (te overwegen, met name bij
ernstige klachten). Voor een blokkade van het ganglion
stellatum bij overgangsklachten is vooralsnog toch echt te
weinig evidence en bij kinderen met astma heeft het geven
van extra vitamine D geen effect op het aantal astmaexacerbaties.
Voor de liefhebbers van Samen Beslissen:
continue behandeling bij onychomycose blijft de voorkeur,
maar pulse therapie lijkt een goede concurrent en geeft dus
ruimte voor shared-decision making. Bij referaat 8 lieten
de aios zien dat langwerkende PDE-5 remmers niet beter
werken dan kortwerkende. Een belangrijk leerpunt werd en
passant meegegeven: een kritische houding ten aanzien van
een expert opinion (in dit geval de cardioloog), en het zelf
opzoeken van de evidence kan je eigen beleid kan versterken,
werkt kostenbesparend, met behoud van effectiviteit! Het
betreft hier overigens erectiemiddelen.
De point of care Hb test bleek onnauwkeurig bij lage
waarden, maar wellicht wel nuttig voor het uitsluiten van
een anemie. Wat betreft zelftesten van chlamydia, deze zijn
minder betrouwbaar. Van de laatste groep kregen we het
advies om onszelf, als medewerkers in de zorg, tegen griep
te laten vaccineren om zo de mortaliteit bij patiënten te
verminderen. Dit referaat kreeg nog een speciale vermelding
van de aanwezige EBM docenten.
Zoals u hebt gelezen, waren de onderwerpen zeer
afwisselend en toepasbaar in de dagelijkse praktijk: een hele
dag vol met bruikbare wetenschap!
Op naar 30 oktober in Maastricht!
op één lijn 61
׉	 7cassandra://8D7ff1Pjw-7bkwNAmtsTeiH2uMr8R_HV7DJvm8282_0"`̴ [QO䰍W)?[QO䰍W)>bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://5GiGPeQNiaCemTurdiPojqqVdpZ8UBLasH_IP1Qo_Rg 	`׉	 7cassandra://lFNxyI6tuyuGdOrCahED4-ag5l3G_dfPkwRGPNwg4r8\`Q׉	 7cassandra://tjI-lBK1RSuYMn_FRSZmm0Uw3DyqJxFxrh--5veYphg`̴ ׉	 7cassandra://Gdv0JKTtNOeZZ2I03DTM-cFryr1sylxLXVAb6GXufvQ #̤͠[QR䰍W)݇ט  Bu׉׉	 7cassandra://dpasxohpo0chByRawFVgSzc-l318qn9xkYJHutRysgE ` ׉	 7cassandra://xgRNLP9eySx4NTxW8BQaH4kVYtvuCw1qmi8A814vUcEhq`Q׉	 7cassandra://ExNWN2xbhPwbHhUbtr7bbBSf5YMhg0LuKuJV4-T4e04`̴ ׉	 7cassandra://T7nxJJjgL3CfK3tldbYTXy7ibzFWmHKjzfU_ohLcqMYY/d͠[QS䰍W)݈נ[QR䰍W)݅ z9׉H 'mailto:s.van.aerssen.lardenoije@mumc.nlGׁׁrנ[QS䰍W)݋ *9ׁH 'mailto:s.van.aerssen.lardenoije@mumc.nlׁׁЈ׉E~op één lijn 61
2e uitgave 2018
Equilibre
Rubriek voor
huisartsopleider
DOOR MARIEKE KOOLS & ARIE DE JONG, HAO-COÖRDINATOREN
We doen het goed in Maastricht. Dat vinden wij niet
alleen, maar ook onze aios, zo blijkt uit de landelijke
NIVEL-enquête. Aios zijn bijzonder tevreden over onze
koppelingsprocedure. Landelijk scoren wij het hoogst
op de items:
‘Het koppelingsproces biedt ruimte aan..’:
• ‘kandidaten om zich te presenteren zoals zij dat zelf
willen’
• ‘de leerwensen van de kandidaten’
• ‘het vinden van een goede klik met de opleider’
• ‘inzicht in de leermogelijkheden in de praktijk’.
Interessant genoeg is er een groot verschil tussen onze
locaties Maastricht en Eindhoven als het gaat om de
transparantie in het koppelingsproces. Maastricht scoort hier
landelijk het hoogst, maar Eindhoven het laagst. Hoe komt
dat? Dit komt door verwachtingen in die regio waaraan wij
niet tegemoet konden komen zoals opleiders ‘aan hun kant
van Eindhoven’.
Dit benadrukt het belang van transparantie, toch al een
speerpunt van ons. Vandaar onze recente mailing met
het document “uitgangspunten opleiderscurriculum”,
met een overzicht van informatie gebaseerd op de meest
voorkomende vragen van opleiders. We doen nu een greep
uit de onderwerpen die ons momenteel bezig houden met
betrekking tot het curriculum.
HAO-curriculum
Maatwerk vinden we belangrijk. We springen in op de
leerbehoefte van onze opleiders. Daarom kiezen we ieder
jaar thema’s voor de eerstvolgende trainingsdagen zoals
in Urmond en de tweedaagse in Heeze. Dat maakt ons
flexibel. Het leuke daaraan is, dat we ook kunnen inspringen
op landelijke ontwikkelingen die jullie bezighouden, zoals
positieve gezondheid. Dat thema staat voor de tweedaagse
in november op de agenda.
Keerzijde van die aanpak is, dat we redelijk ‘ad hoc’ moeten
werken en vaak het wiel zelf moeten uitvinden door
nieuwe workshops te ontwikkelen. Landelijk is gelukkig
veel te halen, bij collega’s die ook trainingen voor hun
opleiders ontwikkelen. Hier maken we gebruik van bij
de langetermijnplanning. Ons voornemen is om een
vijfjarenplan op te stellen voor onze trainingsdagen.
22
׉	 7cassandra://tjI-lBK1RSuYMn_FRSZmm0Uw3DyqJxFxrh--5veYphg`̴ [QO䰍W)@׉E2e uitgave 2018
We streven naar ‘onderwijs voor hao’s, door hao’s’.
Enerzijds door jullie aangedragen thema’s, geformuleerd
als leerwensen in jullie IOP’s, anderzijds workshops door
jullie zelf ontwikkeld op basis van persoonlijke (medischeof
didactische) expertise. We sparren hierover met het
bestuur van jullie opleidersvereniging (LHOV-Maastricht).
We hebben alle groepsbegeleiders gevraagd om de thema’s
te inventariseren die in jullie recente IOP-workshop naar
boven kwamen. Hierop kunnen we trainingen prioriteren en
optimaal aansluiten bij jullie leerbehoefte.
Trainingsdag pluis/niet-pluis (PNP) en klinisch
redeneren
Eén van de genoemde onderwerpen was klinisch
redeneren en hoe daar meer zicht op te krijgen bij jullie
aios. En de vragen: hoe kan ik daar variatie en verdieping
in aanbrengen? De NHG-standaarden ‘doorwerken’ in
een leergesprek, stuit menigeen tegen de borst. Terecht
vinden wij, want het is droge kost en suboptimaal qua
leerrendement. Standaarden gaan pas leven als je er
casuïstiek bij betrekt. De aios voorbeelden laten zien bij
welke patiënt je bewust afweek van de standaard en
waarom, dat is een mentale kapstok die blijft hangen voor
de aios en later te gebruiken is.
De hao-trainingsdagen in Urmond op 29 en 31 mei stonden
in het teken van klinisch redeneren bij diagnostische
onzekerheid met als focus het pluis-niet pluis gevoel.
Huisarts Erik Stolper, die op dit onderwerp promoveerde,
maakte ons wegwijs in het bevragen van het pluis/nietpluis
gevoel en het toepassen ervan in het leergesprek
via de PNP-vragenlijst. Uit onderzoek van Erik naar
diagnostische leergesprekken bleek, dat daar nog winst
te behalen is. Met de PNP-vragenlijst en de voor jullie
bekende methoden ‘STAMPPOT’ en ‘One Minute Preceptor’,
hebben we mogelijkheden om variatie en verdieping in het
diagnostische leergesprek aan te brengen. De dag werd
positief geëvalueerd: men was blij met dit onderwerp op de
agenda, en met de concrete handvatten die er geboden zijn.
Wij zien dit graag terug in jullie leergesprekken met de aios.
Maatjesmiddag
Naast met jullie, hebben aios ook te maken met collegahuisartsen,
de zogeheten maatjes. Recent hebben we
weer scholingsmiddagen voor maatjes georganiseerd in
Eindhoven en in Urmond. Een ervaringsronde leverde veel
inzichten op zoals ‘mag ik formeel maar een halve dag
per week de opleider vervangen’? Via vragen gingen we
dieper in op het leerproces van de aios. Wij verwachten
van de maatjes vooral nabesprekingen van het spreekuur
in een taakgericht leergesprek. Op de maatjesmiddag
kwamen drie typen leergesprekken aan bod, het model van
gedragsverandering en hebben we de STAMPPOT-methode
getraind. Gezien de grote belangstelling, gaan we dit
voortaan twee keer per jaar organiseren.
Blijf elkaar en ons inspireren. Voel je uitgenodigd om je
collega’s iets te leren!
Multidisciplinaire nascholing chronische aangezichtspijn
‘Diagnostiek en management van orofaciale
pijn (OFP) en temporomandibulaire disfunctie
(TMD): een update’
Afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA)
Doelgroep:
Datum:
Locatie:
Kosten:
tandartsen, huisartsen en specialisten uit Limburg
vrijdag 23 november 2018 van 9.00-17.00 uur
Buitenplaats Vaeshartelt Maastricht
€75,Accreditatie
wordt aangevraagd
Info: s.van.aerssen.lardenoije@mumc.nl
23
op één lijn 61
׉	 7cassandra://ExNWN2xbhPwbHhUbtr7bbBSf5YMhg0LuKuJV4-T4e04`̴ [QO䰍W)A[QO䰍W)@bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://65d5AO1slm_uurl7jqsAwyJpqP6pk8W-olLio5dYF2k Y`׉	 7cassandra://LTOmYqvOvz6pk-TIc2PW3THk6x1cuKiEwwXgtcRbNDA|t`Q׉	 7cassandra://IoCHrxPNDtH0lnzxpVqgHPEDiZCfSn02LUfwbFTuAgE%`̴ ׉	 7cassandra://D0sk3-l_F5_dJOIOXh_-AQeLsevC4PALvguC9bfhVHM (`͠[QS䰍W)݌ט  Bu׉׉	 7cassandra://X_6Ho06lRZNrtxqbRJiJpJhckI6IzpjnF0KmG7N1knM `׉	 7cassandra://CDnUeUipDeywSH0kMeMRlb7osonRN7mcJFNUZW33wVox`Q׉	 7cassandra://0rlKS-ycttiyaGtCXP18LGO0WOzES86R41cevHjm8pQ#`̴ ׉	 7cassandra://VFu7EwHdWXwc2B_HT9iZOwowlooYuJZnCoHGVBxLKYk _̨͠[QS䰍W)ݍ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Voetbaltreffen opleiders- aios 8 juni 2018
Zo gewonnen,
zo geronnen
DOOR GASTON PEEK, ORGANISATIE
EN MARIEKE KOOLS, COACH OPLEIDERS
Op vrijdagavond 8 juni 2018 was het weer zover: het
jaarlijkse voetbalfestijn tussen de aios huisartsgeneeskunde
en de huisartsopleiders. Een beladen wedstrijd, met vooraf al
veel speldenprikjes op fysiek en vocaal niveau tussen beide
groepen. Er stond dan ook wat op het spel! De opleiders
hadden een titel te verdedigen, die zij vorig jaar, na vier jaar
zonder prijzen, eindelijk hadden veroverd.
Na afloop sprak ik met opleiderscoach Marieke Kools, de
hoofdcoach van het opleidersteam. Een terugblik op de
veelbesproken wedstrijd vanuit haar oogpunt.
Hier sta je weer met de beker, hoe voelt dat?
Geweldig! Het was weer een spannende wedstrijd, een
enorme euforie na vele tenenkrommende momenten. Het
team heeft zich kranig (en krakend) verweerd tegen een sterk
en vitaal aios-team. Na afloop is de ontlading dan ook groot.
Jullie begonnen niet best, wat gebeurde er?
Al na 30 seconden raakte onze aanvoerder en sterspeler
Gaston geblesseerd door een uitstekend polletje, een
enorme aderlating voor het team! Nog geen minuut later
moest ook onze flankbestrijker René met een ernstige
kuitblessure het veld verlaten. Het duurde dus even voordat
ik de organisatie weer op orde had. Bovendien misten we
opeens twee wisselspelers. Dit deed natuurlijk een enorm
appèl op het uithoudingsvermogen van mijn spelers, vooral
tegen de fitte aios, gemiddeld toch 20 jaar jonger.
Kun je ons iets meer vertellen over de doelpunten?
Gelukkig is voetbal een teamsport en kan de keeper er dus
ook niks aan doen… Door matig verdedigen bij hoge ballen
kwamen de aios met geluk op voorsprong. De 2-0 viel nog in
de eerste helft, een mooi bekeken schot van de opkomende
middenvelder.
Houdbaar voor de keeper?
Neen absoluut niet! Keeper Stephan dook voor iedere
bal alsof z’n leven ervan af hing! Eind tweede helft is hij
zelfs nog als stormram in de spits gaan staan. De inzet en
verbetenheid was er.
Wat heb je in de rust gezegd?
Dat blijft binnen de kleedkamers. Maar je zag mijn woorden
24
1 Met dank aan de onoplettende aios. Gefeliciteerd, volgend jaar
revanche!
terug in de tweede helft, in de inzet en agressie bij mijn
spelers. Pepijn Aarts en Sander Jongschaap zaten er kort op,
zeer huisartsopleider-waardig! Daarnaast zag ik Freek en
Peter meer diepgang zoeken op de flanken. Koen (voormalig
HAB) en Martijn (alias De Kromme) speelden een stuk
balvaster en Björn kwam ook steeds meer in zijn spel.
En dit wierp zijn vruchten af?!
Jazeker! Na de aansluitende 1-2 werd het gauw 1-3 voor aios,
maar door een prachtige afdruk van Micha zeilde de bal in de
linkerbovenhoek. Onhoudbaar voor de keeper: 2-3!
Welk tactisch plan heeft uiteindelijk voor de overwinning
gezorgd?
We hadden veel meer balbezit en we hebben goed druk
gezet op de verdediging van de aios. Echter, door gebrek aan
wisselmogelijkheden (en het geringe leeftijdsverschil) sloeg
uiteindelijk de vermoeidheid toe op de stramme kuitjes van
mijn mannen. We creëerden kansen maar konden deze niet
afmaken. Eindstand op het veld: 2-4 voor de aios.
De derde helft echter hebben we dit weer ruimschoots
ingehaald: met heerlijke broodjes gezond bereid door Miets
Schepers, fris bier (met dank aan Huub Schepers), een lekker
lentezonnetje en het enthousiaste publiek werd er gezellig
na-geborreld. Uiteindelijk verlieten de opleiders als winnaars
de velden van WDZ in Bocholtz!
Dit begrijp ik niet, winnaars? Met deze eindstand?
Jazeker, mèt de beker1!
׉	 7cassandra://IoCHrxPNDtH0lnzxpVqgHPEDiZCfSn02LUfwbFTuAgE%`̴ [QO䰍W)B׉EWeten is eten
Menu met een
slakkengang
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS-DOCENT EN REDACTIELID
File op de A2. Het scherpe oog van mijn kleindochter
ontwaart al van verre de niet te missen grote gele M
naast de weg. Een uur later is de file opgelost en bezweer
ik mezelf en mijn kleindochter voor de laatste keer: “dit
was de laatste keer!”
Tegen grote gele M’s en andere schreeuwerige
uithangborden, is in 1986 in Italië de slowfood beweging
opgericht, door Carlo Petrini, ter gelegenheid van de
plaatsing van zo’n grote gele M naast de Spaanse Trappen in
Rome. Misschien had hij geen kleindochter, maar het concept
spreekt mij wel heel erg aan: het koesteren, beschermen en
propageren van duurzame, lokaal geteelde producten. Een
boodschap die zich in de praktijk niet zo makkelijk in daden
laat omzetten. Want de aanbevolen producten zijn er in
twee hoedanigheden. De meeste gepropageerde lekkernijen
bevolken de ‘Ark van de Smaak.’ Ze vormen een lijst van
zo’n 1750 artikelen wereldwijd. Binnen dat reservoir worden
streekproducten aangemerkt als ‘cultureel erfgoed en drager
van biodiversiteit, die op authentieke wijze geproduceerd
worden.’
In Nederland zijn nu ongeveer 150 producten met een
toelatingsbewijs voor de Ark van de Smaak, waaronder de
Oosterscheldekreeft, Friese droge worst, Goudse oplegkaas,
de platte Zeeuwse oester, Westlandse tafeldruiven en, jawel,
Limburgse stroop.
De boodschap is niet makkelijk te verkopen. Misschien helpt
het al richting een beter, verantwoorder consumptiepatroon,
dat bijvoorbeeld de Van der Valk-restaurants zich zijn gaan
inlaten met lamsschouders, varkensnekken en zeebaars in
plaats van schnitzels, biefstuk en zalm. Met andere woorden:
voor een merkbare verandering in het consumptiepatroon
kom je er niet door de zeldzame Lakenvelder koe heilig te
verklaren of het gebruik van Limburger stroop te propageren.
Door dat wel te doen loopt de Slow Food beweging het
gevaar als elitair afgeserveerd te worden. Kijk maar eens
hoe bij sommige handelaars in ambachtelijke, duurzame of
anderszins onberispelijke producten de klandizie per Range
Rover arriveert voor de weekendboodschappen…
Het symbool van de slowfood beweging is, niet erg
origineel, maar wel vanzelfsprekend, de slak. En die wordt
in Limburg en Noord-Brabant op meerdere plekken, dus
lokaal, duurzaam geteeld. Daarom een recept, en dan eens
wat anders dan die gloeiend hete kauwgom, pruttelend in
de knoflookboter in eigen huisje. Neem de tijd, agendeer
eens een lange lunch en geniet van deze Omelette
Bourguignonne.
RECEPT
Open een blik slakken van 125 gram
uitlekgewicht, spoel ze goed af en snij
ze in 2 of 3 stukjes. Smelt 25 gram boter
en fruit ze hierin, samen met 2 teentjes
gehakte knoflook, zout en peper. Neem
de pan van het vuur en roer er 30 gram
gehakte walnoten en 2 eetlepels fijngehakte
peterselie door.
Klop 5 eieren los met zout en peper, en giet
voorzichtig in een andere bakpan, waarin
al boter gesmolten is. Laat even stollen, en
roer dan het slakkenmengsel er doorheen.
Laat de omelet op het vuur, totdat de
bovenkant nog wat sappig is. Houdt de
pan schuin, vouw dubbel met behulp van
een pannenkoekenmes en laat op een
voorverwarmde schaal glijden.
Kleine hapjes nemen, mooi brood erbij,
een fonkelend glas Chianti en een goed
gesprek: Carlo Petrini zal meegenieten!
25
op één lijn 61
׉	 7cassandra://0rlKS-ycttiyaGtCXP18LGO0WOzES86R41cevHjm8pQ#`̴ [QO䰍W)C[QO䰍W)BbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Q3TVlMXI3_YvaCAMBAxsee1Zplbi2B5YJ-0-XMjv-VY Lr`׉	 7cassandra://EsLtcut2G0wBsIQYplTNGkxHLKqegu_hEe2tjr8Q7f0Y `Q׉	 7cassandra://PoXwYJQePo_DstwunC6-PWl-NRS4597JUI5z4dCSvcYL`̴ ׉	 7cassandra://cGy2JKhPdBGbBQGTyu1W0INoLp-or4GltyDDAOyuyGk I͠[QS䰍W)ݐט  Bu׉׉	 7cassandra://aeUVicwBTMFxQu7VREPWoiaTs3CzxSZog9TvuvAUMAc N`׉	 7cassandra://apnZ0wdByHov_TyPwQVEvBTbcMpXtwNBHh0okCUsS9w͉"`Q׉	 7cassandra://B7Uu-NDLRCMQh4eshgNfhDEM3pNAiI6r_o6txc1Sm0E*k`̴ ׉	 7cassandra://pMWH9VzokWYJr-0qUafYXss6b5weUVwuSDnxhoArYak $ _͠[QU䰍W)ݑנ[QU䰍W)ݓ %9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
De afgestudeerden in beeld
Made in Maastricht
Afstudeersessie 19 juni 2018 | V.l.n.r.: Stephan van der Brand (HAB), Monique Poortvliet, Paul Roos, Janine van ‘t Wout Hofland, Géraldine Jansen,
Wout Deblois, Cynthia Worms-Janssen, Ellen Schoorel, Verena Lambermont, Matthijs van Gink, Lizzie Vuurman en Ria Huygen-Kools (GW-er).
Afstudeersessie 13 december 2016
Afstudeersessie 12 juni 2018 | V.l.n.r.: Lieke Jansen, Richard Eliëns, Leonie de Bock, Teun Gubbels, Angelique Smulders, Lieke Delemarre,
Annelies Pastoors, Tirza Wagenvoort, Dagmar Hendrix en Marit Dirkx.
Afstudeersessie 13 december 2016
26
׉	 7cassandra://PoXwYJQePo_DstwunC6-PWl-NRS4597JUI5z4dCSvcYL`̴ [QO䰍W)D׉EVeel
opleidingsplekken
Laat
zien wie je echt bent!
Twijfel niet langer!
Afwisselende
baan
Voorlichting en werving
Elk kwartaal
anders
DOOR BABETTE DOORN, TEAM WERVING
We schreven er al eerder over: het belang van
zichtbaarheid van de huisarts(geneeskunde) tijdens
de opleiding tot basisarts. Niet met de boodschap dat
iedereen huisarts moet worden, maar wel dat iedere arts
(in opleiding) weet wat een huisarts is en doet. Dat kan
op heel veel manieren.
De vakgroep huisartsgeneeskunde ‘levert’ verschillende
docenten aan het basiscurriculum. Zowel binnen de
bachelor als in de master. Van een relatief eenvoudige,
uitvoerende rol tot het maken en bedenken van onderwijs.
Juist als studenten nog heel veel in de theorie zitten, is een
praktijkervaring een enorme inspiratiebron, het motiveert
ze om te leren. Meelopen (dag of avond op de HAP) met
een huisarts is een prachtige gelegenheid om uit te leggen
wat je ziet, doet en hoort en hoe je met weinig toeters en
bellen een feilloze diagnose weet te stellen. Dan snapt de
student, waarom het huisartsenvak niet makkelijk is, maar
misschien wel het mooiste. ‘Magisch!’ zeiden sommige
bachelorstudenten.
Buiten het curriculum om, doen we ook mee aan activiteiten
van Medische Studenten Vereniging Pulse. Eind mei stonden
we op hun Medische Carrièredag met een standje met
voorlichtingsmateriaal, waarbij aios Nina van de Rijdt en
Siamack Sabrkhany de vragen van studenten beantwoordden.
Daarnaast werden we uitgenodigd om een workshop
over huisartsgeneeskunde te geven. We kregen ruim een
uur de tijd en de inhoud was vrij. Huisartsgeneeskunde is
populair, er was massaal ingetekend. Huisarts Jonas Göbbels
uit Maastricht en ik deden samen de workshop. Jonas
vertelde over zijn ervaringen en ik kon wat zeggen over de
driejarige huisartsopleiding. Wat we vooral deden: vragen
beantwoorden, in gesprek gaan. Hartstikke leuk.
Word Huisarts!
We zoeken 40 aios voor de Huisartsopleiding
Eindhoven/Maastricht start maart 2019
Scan de QR-code of
Joost 06-41144460 of Babette 06-40427811
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
Bezoek onze nieuwe website:
Baangarantie
Goed
salaris én een
privé leven
Opvallend vind ik dat studenten tegenwoordig hardop
‘durven’ te zeggen dat ze huisarts willen worden en ook
waarom. Studenten oriënteren zich ook steeds eerder op hun
latere beroepskeuze zo lijkt het. Ze stelden goede vragen,
waren voorbereid en geïnteresseerd.
Een week later was er weer een speeddate avond met
specialisten. Namens huisartsgeneeskunde deed Jean Muris
mee. En op het moment van schrijven zijn we activiteiten
voor de facultaire introductie eind augustus aan het
bedenken. Omdat we al jaren meedoen, kunnen we ook de
studenten volgen in hun ontwikkeling en zij ons. Uiteindelijk
heeft ook dit allemaal bijgedragen aan de succesvolle
werving voor de huisartsopleiding. Begin juni maakten we
kennis met de nieuwste groepen aios, deels ‘eigen kweek’,
deels van buiten. Half juni studeerden weer 2 groepen aios
af tot huisarts (zie ‘Made in Maastricht’). Ervaren huisartsen
worden weer opleider, het stokje wordt doorgegeven.
De dokters van de toekomst. Ze
hebben er zin in. Net zoals de eerste
lichtingen die begonnen te studeren
in Maastricht, de mensen die nu
net met pensioen zijn of gaan.
De ervaren dokters krijgen op
hun beurt weer energie van
de nieuwe lichtingen. De
cirkel is en blijft rond. Van
jong tot oud, zoals de
huisartsgeneeskunde
zelf.
Speeddaten met Jean Muris (rechts)
27
op één lijn 61
Solliciteer
v NU!
an 1 juni 2018 t/m
31 juli 2018
׉	 7cassandra://B7Uu-NDLRCMQh4eshgNfhDEM3pNAiI6r_o6txc1Sm0E*k`̴ [QO䰍W)E[QO䰍W)DbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://UuVTH4mEHaNJisWjXlrvkdbbicqWy5s8mXZltfx05O0 CG`׉	 7cassandra://qTY9C1A9Xcn8OJUIwfoi4UZyREuD_-NdPn7sRK3BVtsmY`Q׉	 7cassandra://wy_8kjwwCrGeBKm2GUmyStdQpk8_OBgeGEVSZzYHuLk r`̴ ׉	 7cassandra://v4CF3QXO1mmwVPByU1oVzC6BFyyFzFpoct_de2vfq20͘W̐͠[QV䰍W)ݔט  Bu׉׉	 7cassandra://aTGrWxqp8KTeyPGqXsCcXlkfwYXwTmdKnee3XJj3Tn8 ` ׉	 7cassandra://fH0KsfFmyL4tG0as19sj6fO0dH0NnV1GC2prehpb308S`Q׉	 7cassandra://cUxnqrdLLOWAAVXtY5rTHC2s1xzo8a7UyOGl0DeKMb4`̴ ׉	 7cassandra://9ww4RlNy7ZEba-Vk1SgBILA9OtURjMxcA3QQhoRQOYo,H͠[QV䰍W)ݕ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Gezondheidsrechtelijke kwesties
Uw wil geschiede?
DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE EN JURIST
Over (kwetsbare) ouderen, machtigingen, schriftelijke
wilsverklaringen, levenstestamenten en advanced care
planning.
Inleiding
De hele ‘Wet op de Geneeskundige
Behandelingsovereenkomst’1 (WGBO) is gebaseerd
op de autonomie van de patiënt: artikel 450
lid 1, “Voor verrichtingen ter uitvoering van een
behandelingsovereenkomst is de toestemming van de
patiënt vereist.” Kwetsbare groepen zoals minderjarigen
en wilsonbekwamen2 zijn extra beschermd. Vanaf de
leeftijd van 12 jaar, mag er, naast de gezaghebbende ouders,
meebeslist worden als men dit weloverwogen kan doen. Als
er schade op zou kunnen treden bij de minderjarige, mag
de BIG-geregistreerde behandelaar de minderjarige volgen,
onder uitsluiting van de gezaghebbende ouders. Vanaf 16
jaar is iemand voor de WGBO meerderjarig en beslist een
persoon zelf, tenzij wilsonbekwaam.
Wat als je het zelf niet meer aan kan geven door (tijdelijke)
wilsonbekwaamheid? Of je hebt een wens met betrekking
tot het levenseinde en je wil dat vooraf vastleggen? Of je
hebt voor jezelf een grens tot hoever behandelaars mogen
gaan? Hoe geef je dat aan?
Niets geregeld, toch vertegenwoordigd
Als je niets hebt geregeld en je raakt wilsonbekwaam door
een ongeval of ziekte, dan heeft de wetgever in de WGBO
vastgelegd wie jou mag vertegenwoordigen en wie de
hoogste in rang is. Achtereenvolgens in volgorde van de
hoogste in rang:
• De wettelijke vertegenwoordigers, door de rechter
benoemd, de curator of de mentor (de curator mag naast
de zorg ook de zakelijke belangen behartigen)
• De persoonlijk schriftelijk gemachtigde (de door jou
zelf aangewezen persoon die naar jouw oordeel jouw
belangen het beste kan vertegenwoordigen)
• De niet benoemde vertegenwoordiger volgens de WGBO
–
Echtgenoot, geregistreerde partner of andere
levensgezel
– Vader, moeder, broer of zus of kinderen
Als er helemaal niemand is die in dit rijtje past, of diegene
is niet bereikbaar, of in noodsituaties, mag de BIGgeregistreerde
behandelaar handelen volgens de algemeen
geldende standaard. Dat is doen wat iedere professional in
die omstandigheden ook zou doen.
Er zijn grenzen aan wat en waarover vertegenwoordigers
mogen beslissen. Zeer persoonlijke zaken, zoals
orgaandonatie en euthanasie, zijn uitgesloten. Andersom is,
bij het maken van de nieuwe donorwet, wel bedongen dat
nabestaanden bezwaar kunnen maken tegen orgaandonatie
als de donor dit wel zo heeft aangegeven3.
Vertegenwoordigers en behandelaars worden geacht in de
geest van de wilsonbekwame te handelen. Omdat te kunnen,
zijn wilsverklaringen een handige en nuttige aanvulling.
Schriftelijke wilsverklaringen
Uit een onderzoek in 20154 bleek dat 80 % van de inwoners
van Utrecht geen testament heeft, landelijk lag dat
gemiddelde op 60%, met levenstestamenten liggen deze
percentages nog hoger. In 2018 bleek dat 75% er weleens van
gehoord heeft, maar slechts 18% weet wat het inhoudt; 6%
bleek een levenstestament te hebben en 15% was van plan
dit te gaan regelen.5
1 Voor juristen Boek 7, bijzondere overeenkomsten, titel 7 opdracht,
afdeling 5, de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling.
2 Wilsonbekwaam is iemand die niet in staat is tot een redelijke
waardering van zijn belangen die aan de orde zijn. Zie ook voor zeer
uitgebreide informatie: Wilsonbekwaamheid in de medische praktijk,
van Irma Heins en Adger Hondius (red.), De Tijdstroom, Utrecht, 2018,
ISBN 9789058980649.
3 Mits er een zwaarwegend belang is, zie ook Op een Lijn nummer 60,
april, 2018
4 Het is opvallend dat uitvaartorganisaties deze onderzoeken doen, dit
was een onderzoek van Coöperatie DELA met Hoekstra en Partners
notarissen in 2015
5 Yarden Afscheidsmonitor 29-01-2018
28
׉	 7cassandra://wy_8kjwwCrGeBKm2GUmyStdQpk8_OBgeGEVSZzYHuLk r`̴ [QO䰍W)F׉EmVaak is onbekendheid een reden om niets te regelen. Een
testament treedt in werking als men is overleden, een
levenstestament treedt in werking als men nog leeft, maar
niet meer zelf aan kan geven wat er moet gebeuren, als men
dus wilsonbekwaam is.
Het is voor iedereen verstandig om iets te regelen voor
het geval je het zelf niet meer kan aangeven. Voor
(kwetsbare) ouderen is het extra verstandig en voor BIGgeregistreerde
hulpverleners extra verstandig als men weet
hoe het verder moet bij wilsonbekwaamheid en met welke
vertegenwoordiger men moet overleggen. Wat mij betreft
behoort minimaal een schriftelijk persoonlijk gemachtigde
bij advanced care planning, liefst nog een levenstestament
met aanvullende aanwijzingen hoe de betrokkene
behandeld wil worden.
Voor handelingen en verrichtingen conform de WGBO
is een simpele, handgeschreven verklaring voldoende,
de zogenaamde machtiging6. Als daar een datum op
staat, er in staat wie de vertegenwoordiger is, wat de
vertegenwoordiger mag beslissen of waarvoor hij of zij
gemachtigd is en deze is ondertekend, zo nodig door beiden,
dan is dat voor zorg onder de WGBO voldoende. Wil je de
gemachtigde ook rechtshandelingen laten verrichten dan is
een notariële machtiging nodig (al dan niet gekoppeld aan
een levenstestament).
Verder kan iedereen een wilsverklaring opstellen met
wensen en verboden, de zogenaamde negatieve of positieve
wilsverklaringen die gebruikt kunnen worden in het geval
men wilsonbekwaam wordt. Ook aan wilsverklaringen zitten
inhoudelijke en procedurele eisen. Deze zijn te vinden op de
websites van diverse organisaties.
Wat betreft de inhoud:
• Een titel die aangeeft waar de verklaring over gaat
(euthanasieverklaring, behandelverbod)
• Naam en geboortedatum van de opsteller
• Ondertekening, plaats, datum en handtekening van de
opsteller
• Specificatie van de wilsverklaring (nadere uitwerking
van omstandigheden waarop de wilsverklaring van
toepassing is)
• Persoonlijke aanvulling (bijvoorbeeld wat deze persoon
verstaat onder ondraaglijk lijden)
• Dat de opsteller bewust is van en de consequenties
aanvaardt bij uitvoering van de wilsverklaring (uit vrije
wil en weloverwogen)
• Eventueel herroepen van eerdere verklaringen
• Eventueel een volmacht, wie als gemachtigde is
aangewezen
• Zorgen dat belanghebbenden op de hoogte zijn, zoals
de huisarts, andere zorgverleners en wie daarvoor
zorgdraagt.
Wat betreft de procedurele kant:
• Bij voorkeur heeft de patiënt de verklaring vooraf
besproken met de huisarts7
• De gemachtigde en de zorgverleners hebben een kopie
van de wilsverklaring (verantwoordelijkheid van de
patiënt)
• Het document moet actueel zijn, dus zo nodig
herbevestigen, als men jong en gezond is hoeft dat
niet jaarlijks, maar bij kwetsbare ouderdom is dat wel
verstandig. Bijstelling van het document mag ook. Ook
hier ligt de verantwoordelijkheid bij de patiënt, maar een
reminder mag altijd
6 Machtigingen kunnen ook verstrekt worden aan derden, bijvoorbeeld
verzekeringsmaatschappijen, of ARBO- artsen, ten behoeve van inzage
in het medisch dossier
7 KNMG, Handreiking Tijdig spreken over het levenseinde, ook als E-book
29
op één lijn 61
׉	 7cassandra://cUxnqrdLLOWAAVXtY5rTHC2s1xzo8a7UyOGl0DeKMb4`̴ [QO䰍W)G[QO䰍W)FbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://DjV4lpKtI6fweavuvyApW6fHZf9RJufXG6oigtRaOeg `׉	 7cassandra://G0ownO-DksD4XkbdILlEFTnFsuik3k5_IJCoj64bUMQg`Q׉	 7cassandra://-TFa-MYXBtpQgk25dovvE8_xvFWR7oiKiUALnKTJ4eI 4`̴ ׉	 7cassandra://Argqvv53Hx5mXo_LsnqzcO6nRQWqbt3tlkCGs9kL8j0ͬ͠[QV䰍W)ݗט  Bu׉׉	 7cassandra://QpPbItubvPHkvYkx_aCZQS8EihYJ15DGgVWMdAUAQW0 +` ׉	 7cassandra://aJCVLH5JnTw6lDKJx-8fGncW4Rd88MYXGkOSa_fc1T8m`Q׉	 7cassandra://VCC30vvrhEktnlTAhFFV1SCInXWoysQAJUcFwtpHJw0N`̴ ׉	 7cassandra://vLZKksX17omA5fVS5fO7QzrS6N1khl4RLeio1tTbGvsͦi̘͠[QV䰍W)ݘנ[QV䰍W)ݚ sہ9ׁH ,http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/ׁׁЈ׉Eop één lijn 61
2e uitgave 2018
Handreiking voor de huisartsenpraktijk:
• Scan de wilsverklaring in, in het HIS, en koppel aan
ICPC A20
• Maakt zo nodig een attentie- of memoregel aan
• Bewaar de originele, getekende, wilsverklaring in het
archief
• Zorg dat het bekend wordt op de HAP
• Bij verwijzing naar de tweede lijn, episode Wilsverklaring
meesturen
• Bericht aan HAP na overlijden van patiënt
Negatieve wilsverklaring
Een negatieve wilsverklaring houdt een weigering in van
de patiënt om behandeld te worden. In beginsel dienen
behandelaars deze verklaring8 te respecteren. Voorbeelden
van negatieve wilsverklaring zijn een niet-reanimeren
verklaring en een behandelverbod op bijvoorbeeld
langdurige beademing of opname in een ziekenhuis.
Positieve wilsverklaring
Een positieve wilsverklaring of verzoek tot een bepaalde
behandeling is het verzoek van een patiënt om bepaalde
handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld euthanasie), een
behandeling te starten (bijvoorbeeld altijd te reanimeren) of
voort te zetten (bijvoorbeeld door te gaan met beademing).
De behandelaar is niet verplicht deze verzoeken te volgen
en mag beoordelen of hij of zij aan deze verzoeken kan
voldoen. Als er sprake is van medisch zinloos handelen, mag
de behandelaar het verzoek negeren (wel onderbouwen).
Voorbeelden van positieve wilsverklaringen zijn de
euthanasieverklaring en de levenswensverklaring.
Een donorverklaring kan zowel positief als negatief zijn, al
naar gelang de keuze die gemaakt wordt om wel of geen
donor te zijn.
Advanced care planning
Van de huisarts wordt een proactieve en anticiperende
houding verwacht, zeker bij kwetsbare ouderen en bij
palliatieve zorg. Een levenseindegesprek (zie noot 7) is dan
een goed begin bij advanced care planning. Het voordeel
voor de huisarts is dat een eventuele vertegenwoordiger
vroegtijdig kan worden vast gelegd door de patiënt zelf.
Dat voorkomt gedoe als er meerdere vertegenwoordigers
binnen dezelfde rangorde zijn (meestal bij veel kinderen)
en ze niet op één lijn zitten. Daarnaast is het prettiger
werken als bekend is wat de patiënt wil, zodat er in de
geest van die patiënt kan worden beslist in het geval van
wilsonbekwaamheid. Leg dit dan ook zoveel mogelijk vast
in het dossier na het (levenseinde)gesprek. Door het vast te
leggen kan ook een eventuele vertegenwoordiger, die niet in
de geest van de patiënt handelt, aangesproken worden en zo
nodig worden genegeerd9.
Heeft u al aan uw eigen advanced care planning gedacht?
Wie van uw naasten is van uw wensen op de hoogte en wat
is er vastgelegd?
De brochure "Gezondheidsrechtelijke kwesties"
met alle eerder verschenen artikelen is te
vinden op de nieuwe website:
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/
over-ons/brochures/
8 De behandelaar moet dan wel op de hoogte zijn. Daarnaast kan
de behandelaar om gegronde redenen afwijken. Bijvoorbeeld
als hij twijfelt aan de echtheid van de verklaring, of als het een
ondeugdelijke verklaring is.
9 De WGBO stelt dat de vertegenwoordiger de zorg van een goed
vertegenwoordiger moet betrachten.
30
׉	 7cassandra://-TFa-MYXBtpQgk25dovvE8_xvFWR7oiKiUALnKTJ4eI 4`̴ [QO䰍W)H׉E2e uitgave 2018
Column
Het dier in de mens
DOOR K.O.E.K. WOUS
Gisteren was ik met mijn gezin en schoonmoeder in
Amsterdam. Naar de musical ‘The Bridges of Madison
County’. Eén van de acteurs is bevriend met onze dochter,
vandaar. Wellicht hebt u jaren geleden de gelijknamige
film met Meryl Streep en Clint Eastwood in de hoofdrol
gezien? Of zelfs het boek gelezen? Beide heb ik destijds aan
me voorbij laten gaan, dus liep ik, nietsvermoedend, het
DeLaMar Theater in om van de voorstelling te genieten. En
genoten heb ik! Met een kleine cast werd heel ingetogen,
met prachtig acteerwerk en goede muziek, het verhaal
verteld. Een vrouw blijft achter op de boerderij, omdat haar
echtgenoot met de kinderen op reis gaat. In die periode
komt er toevallig een vreemde aan haar deur om de weg te
vragen. Ze raken in gesprek en in de ban van elkaar. De vonk
slaat over en totdat haar man en kinderen terugkomen,
brengen ze enkele dagen met elkaar door. Ze zijn erg verliefd
op elkaar, maar de vrouw kan haar gezin niet in de steek
laten. Ze houdt te veel van hen. Haar man komt de affaire
nooit te weten. Zo kan liefde de liefde in de weg staan.
Dit verhaal bracht mijn gedachten terug naar een moeder
van niet één, maar twee tweelingen, die ze in nog geen
anderhalf jaar tijd had gekregen. Jaren geleden zat ze
tegenover me in de spreekkamer. Dankzij de hulp van alle
beschikbare grootouders en haar partner, redde ze het
de drukke eerste jaren. De kinderen gaan intussen naar
school en ze heeft haar werk weer parttime opgepakt. Na
wat omzwervingen kwam de ware aard van haar consult
naar voren. Ze wilde een SOA-test. Mevrouw was na (of
tijdens?) een met alcohol doordrenkt personeelsfeestje
vreemdgegaan met een collega. Ik zag oprecht berouw
tegenover me. Schaamte, maar ook de angst haar gezin te
verliezen, om haar man een ziekte te bezorgen, maar meer
nog de pijn die het hem en hun kinderen zou doen, als ze er
weet van zouden krijgen.
Pas geleden sprak ik een vrouw, die haar anticonceptie
wilde bespreken. Ze had klachten door de pil. Alle opties
passeerden de revue, inclusief een sterilisatie van haar
partner. Ik moet bekennen dat ik dat wel een faire deal vind.
De vrouw krijgt de kinderen en zorgt in de gezinsplanning
jarenlang voor de gewenste anticonceptie. Dan is het, in mijn
ogen, niet meer dan billijk, dat wanneer het gezin compleet
is, de partner de technisch veel eenvoudigere definitieve
anticonceptie regelt door zich te laten steriliseren. Dit
was dan wellicht wel zo, was het antwoord, maar ze kon
het onmogelijk ook van haar minnaar vragen. Een sterk
argument, vond ik…
Als pas getrouwde AGNIOS werkzaam in een klein perifeer
ziekenhuis, hoorde ik van een kinderarts, dat voor het
voortbestaan van de mensheid, het divers houden van onze
genenpool cruciaal is. Dus ook het wisselen van partner en
vreemdgaan. Echter, een stabiele relatie maakt de kans dat
de moeder haar kroost in veiligheid groot kan brengen het
grootst. Dat maakt dat er altijd een spanningsveld tussen
beide gegevens blijft. Een conflict tussen het dier in de
mens en de mens in het dier, zogezegd. Ik vond dat toen een
schokkende mededeling, maar hoe ouder ik word, des te
duidelijker ik zijn gelijk zie. Dat hij me dit destijds vertelde,
zorgt er nog steeds voor dat ik zonder te oordelen dit soort
gesprekken kan aangaan met vrouwen. Zij hebben geluisterd
naar het dier in de mens. Het dier, dat het voortbestaan van
de soort waarborgt.
Terwijl we na de musical naar buiten liepen, spraken mijn
kinderen, adolescenten, en schoonmoeder hun waardering
uit over het verhaal. Dat zoiets in werkelijkheid kan
gebeuren. En dat het conflict tussen onverenigbare liefdes zo
goed uitgewerkt was. U begrijpt, de ruim twee uur durende
terugreis, inclusief de onvermijdelijke file, vloog om.
Het was de laatste voorstelling van de musical ‘The Bridges
of Madison County’ in Amsterdam. In het najaar gaat hij
toeren door heel Nederland. Een aanrader!
31
op één lijn 61
׉	 7cassandra://VCC30vvrhEktnlTAhFFV1SCInXWoysQAJUcFwtpHJw0N`̴ [QO䰍W)I[QO䰍W)HbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://GrC7Osk553JvzqQE7jYLa2tcAuMRbGbSyIQ4p2O-QuI `׉	 7cassandra://PZMnLalkMX79xaHC5TfRtvypMAaqcCOPtauLXfvP1Bw+`Q׉	 7cassandra://HR4I3mUBTmF0B5VD5qL2OWnquZvrIhGfQmoNWdM91kA5`̴ ׉	 7cassandra://9P8W5qmaJVqBB4iyMgFsknzcfKQMnxcWMc_Buyt2JCg(͠[QV䰍W)ݛנ[QV䰍W)ݟ P̿9ׁH &http://www.familymedicinemaastricht.nlׁׁЈנ[QV䰍W)ݞ P9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנ[QV䰍W)ݝ P̬9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EOp één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
www.familymedicinemaastricht.nl
Based in Europe, focused on the world. Maastricht University is
a stimulating environment. Where research and teaching are
complementary. Where innovation is our focus. Where talent
can flourish. A truly student oriented research university.
׉	 7cassandra://HR4I3mUBTmF0B5VD5qL2OWnquZvrIhGfQmoNWdM91kA5`̴ [QO䰍W)J׈E[QO䰍W)K[QO䰍W)JbB)Op één lijn 61Op één lijn 61[Q{aE