׉?4ׁB!בCט # #nu׉׉	 7cassandra://voUvSEkgkO2uxvRDmzdqXNfm4Yh3oWOSvqpJc_QJyp0 `
׉	 7cassandra://uoavMoBpJ9I0ohlSfxmhWfLN5Jjl3OeOpYIhgK9j2_4R`T׉	 7cassandra://UwP7tisjaCQkGyjvXMQzeZCgeaE4CKk8LwPGd6TaHn4`̵׉	 7cassandra://MYymDZenJ-ZbKAVyc460wHSZiRGGvRVX_IMu1WCovAc Bq͠bP5s`eט   #nu׈   @1  ׈EbP5s`K׉E׉	 7cassandra://UwP7tisjaCQkGyjvXMQzeZCgeaE4CKk8LwPGd6TaHn4`̵bP5s`LbP5s`KFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://0Lk1A_O6ySxfW7GTXJN1uk_ZgmQZVXfBgClodGlpArY `
׉	 7cassandra://3TgfVU0MkKhhaY4ATuPs2AD4v-tjmoGo2ghtw7Jw_Fwr`T׉	 7cassandra://0Bjrp_ueVd4095bI_WYzryC1W8bsssp3cB2G5N8ZzsE!#`̵׉	 7cassandra://QJY9Um3UuWzyOeisnSNqNcfjR8msxUfHmniza1MWmyY  ͠bP5s`hט # #nu׉׉	 7cassandra://V5-NyTCn-tDYYoPt39YLsmM9iK-qvW63uD3aTzfBUiM m` 
׉	 7cassandra://0NhM7jyJqg85x1c8jPr2LKtXTJCbzn-LFb_essBLhzA)r` T׉	 7cassandra://jhnw1J8HgcgcFkLJM3qjIWL-PbPQsiPVel7ClmNWJv4[`̵׉	 7cassandra://JH2EG55FBusmFop70AksB40yzC0S2FUYsWPk5Nuk5Zc? ͠bP5s`i׉E>Heel belangstellend en nieuwsgierig zijn de kleinkinderen van Roel Zuidema: “Hoe
was het om als jongen in een Jappenkamp te zitten?” Ook in gesprekken met zijn
kinderen komt de Tweede Wereldoorlog in Midden-Java aan de orde. En toch… het
blijven fragmentarische, incomplete verhalen.
Vijfenzeventig jaar na de bevrijding van Nederlands-Indië schrijft Roel Zuidema
daarom dit boek, “Omzwervingen van een kampkind”, en vertelt hoe hij het leven in
verschillende kampen als jongetje heeft ervaren. Ook de tijd die daaraan voorafging,
komt aan bod, evenals de periode die daarna volgde: wanneer de Nederlandse gezinnen
door extremistische, gewapende vrijheidsstrijders opnieuw in kampen worden
gedreven en zelfs meer dan ooit blootstaan aan levensgevaarlijke situaties.
In deze kampen zetten de volwassenen steeds alles op alles om hun kinderen toch
een veilig thuis te bieden. Met onvoorstelbare moed en wilskracht loodsen moeder en
tantes hen uitputtende appèls onder de bloedhete zon heen, bij zware corveetaken,
honger, ziektes en een nijpend gebrek aan leefruimte. Ze organiseren lessen op
geïmproviseerde schooltjes en vieren nog altijd zowel de verjaardagen als feestdagen.
En ook de humor blijft onverminderd voortbestaan.
Het contact met de buitenwereld wordt intussen steeds minder, de censuur neemt
toe, brieven komen nog slechts sporadisch aan. Mannen en vrouwen zijn al die tijd van
elkaar gescheiden, weten niet eens of ze elkaar ooit nog zullen terugzien …
En het jongetje dat Roel ooit was, vraagt zich stiekem af: “Zal ik straks mijn eigen
vader nog wel herkennen?”
׉	 7cassandra://0Bjrp_ueVd4095bI_WYzryC1W8bsssp3cB2G5N8ZzsE!#`̵bP5s`M׉EInhoud
Brief aan mijn kinderen en kleinkinderen
Hoofdstuk 1 Goede tijden 13
De brieven van moeder 13
De roeping van vader 14
Solo 15
De zending 22
De vakanties 25
De bezetting van Nederland 32
Hoofdstuk 2 Herinneringen aan 1942 33
Mijn geheugen ontwaakt 33
Oorlog op komst 35
Een drama 37
De oorlog 39
Rampokkers 40
De Japanse bezetting 41
De internering van vader 43
De geboorte van Coenraad 44
Japanners op bezoek 45
Klèdjò, mijn eerste kamp 47
Hoofdstuk 3 Soemowono
Vooraf 49
Het kamp 49
Barak G 51
De dagtaken 57
49
11
׉	 7cassandra://jhnw1J8HgcgcFkLJM3qjIWL-PbPQsiPVel7ClmNWJv4[`̵bP5s`NbP5s`MFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://Fc-uAUaNovH233_hT5uMJwy8Z9_J31J8NmhhzOlNgr0 -` 
׉	 7cassandra://UmSp4dX7lPdw04Vw5jyrQy9dWc-hHCdqj7CNFqj5eF0!` T׉	 7cassandra://XiE-tUqA6tp8nDHoX3B-hBHAgcwS8OGLsfZTJjkhwRo	`̵׉	 7cassandra://jVWcVNakvmtZ-AKldL2rcPEL-7NEgaHjSUoaDOHFoNI9? ͠bP5s`lט # #nu׉׉	 7cassandra://pZvZZhpRDFh4oUI9NfJ3-yEcX2QDySy1VBFGKRvXGss ` 
׉	 7cassandra://tXezuHYWIv_2GZrquPHgC2y39I_uE3dAx0fgAjk_Qac+`` T׉	 7cassandra://9YXq03JENWhOF8xFdVhst-hXmm8m4ctzCBLcU4SUcm85`̵׉	 7cassandra://JTC8d9qMuIrtSMZMUXP0QBTdrUmRia_VI7FGKboSjukCg ͠bP5s`m׉EDe maaltijden 57
De appèls 59
De spelletjes 60
De school 63
Het tafelkleed 64
Een jongenskamp 64
Tante Anna Boodt 65
Dood 66
Een trouwe vriend 66
Het vertrek 68
Hoofdstuk 4 Ambarawa 71
De aankomst 71
Overzicht van het kamp 73
De appèls 73
Het eten 76
Corvee 79
Kikkers 81
De mondharmonica 82
Katholiek 83
De “school” 84
Een vliegtuig 86
Poppeleis 88
Een spook 90
Ernstig ziek 91
De polikliniek 93
Kampuitbreiding 95
Pesterijen 97
Bomen kappen 98
׉	 7cassandra://XiE-tUqA6tp8nDHoX3B-hBHAgcwS8OGLsfZTJjkhwRo	`̵bP5s`O׉EXMoed 100
Omgaan met schaarste 102
Godsvertrouwen 104
Hoop en verlangen 106
De bevrijding 108
Hoofdstuk 5 Opnieuw oorlog
112
In vrijheid 112
Het kamp gaat open en weer op slot 114
De verdediging van het kamp 116
De verovering van de Benteng 118
De Verloren Vader 119
Onder de bedden! 122
De evacuatie 123
Het Ooglijdersgesticht 125
De kali 126
De fiets van de Canadees 128
De Prinses Beatrix 128
Ceylon 132
Hoofdstuk 6 De zeereis
135
De Indische oceaan 135
De Johan van Oldebarnevelt 137
De Rode Zee 139
Het Suez-kanaal 144
De Oude Wereldzee 146
Het vaderland 148
De familie 149
Wees niet bezorgd 151
׉	 7cassandra://9YXq03JENWhOF8xFdVhst-hXmm8m4ctzCBLcU4SUcm85`̵bP5s`PbP5s`OFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://ZLFxs3myXOSIbli7Kcrf8Rj2LJwpaE05X8PznIgQdkE` 
׉	 7cassandra://k08znsjgp1EniVl0EPTRKtkJH_onhQhQXPKLMM9U2go8` T׉	 7cassandra://YweSYymv3BCsIfC8_ai0JZaHsRl6HRBCGeGmU37EUjU`̵׉	 7cassandra://y3P03fTF7S7xwPi1P4_Z9HeA2jkGTqWCWy9JHgdR5q45 ͠bP5s`pט # #nu׉׉	 7cassandra://va3IwygpOqYCSB2YNPX73UehhjhkMVYiIElc531bbxU ` 
׉	 7cassandra://Q0ioaV6kF4N7ZS4C5imrY4dfgbQFP3Aib44bpAjcKZ8Jj` T׉	 7cassandra://bBJlO9V6_cOr_QvhlkbqqEcoQZxZ67-X3wWOKaEWgaAe`̵׉	 7cassandra://aykeo1tYtwJACbehi_0Pw2MfRXwPjbwsdICDR4iWz381 ͠bP5s`q׉EHoofdstuk 7 Thuis 153
De aankomst 153
Het ouderlijk huis van vader 156
Het ouderlijk huis van moeder 157
Naar Leeuwarden 157
Epiloog 159
Bijlage:
Verslag van de oorlogstijd
- Brief van moeder uit Ceylon aan de familie 165
Dankwoord 175
Verantwoording illustraties 176
׉	 7cassandra://YweSYymv3BCsIfC8_ai0JZaHsRl6HRBCGeGmU37EUjU`̵bP5s`Q׉E- 1 -
GOEDE TIJDEN
De brieven van moeder
Over mijn jeugdjaren op Java van 1937 tot april 1940 heeft mijn moeder
veel geschreven. Elke week stuurde ze een brief naar haar ouders in Nederland,
want ze wilde dat de stevige familiebanden die ze had zouden blijven
bestaan en niet zouden lijden onder haar langdurige afwezigheid door het
verblijf in het Verre Oosten.
Ze kon mooi en vlot schrijven. De teksten, op dunne velletjes lichtblauw
luchtpostpapier (“par avion”), kwamen dikwijls onder tijdsdruk uit haar
pen. ’s Maandags ging ze ervoor zitten en uiterlijk aan het eind van de
middag moest de brief af zijn en worden gepost om het vliegtuig te halen
dat éénmaal per week naar Nederland vertrok. Meestal bestond de brief uit
twee bladen, dus vier kantjes. Als er geen ruimte meer over was, werd de
kantlijn gebruikt. Dat scheelde portokosten.
Toen de oorlog in Nederland uitbrak (mei 1940) kwam de post uit Indië niet
meer aan en stopte moeder met schrijven. Moeders brieven zijn bewaard
gebleven en 20 jaar geleden tevoorschijn gekomen. Ik heb ze gerangschikt,
gekopieerd en gebundeld in een klapper onder de titel “De brieven van
moeder uit Solo, 1937 – 1940", totaal 500 pagina’s.
13
׉	 7cassandra://bBJlO9V6_cOr_QvhlkbqqEcoQZxZ67-X3wWOKaEWgaAe`̵bP5s`RbP5s`QFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://29HKJ3Q7xamdQrGzcKc-j8Wwz_KBKESMKRIWic19zyM ` 
׉	 7cassandra://1B2NuikFNUUMSeSw7ZT-SNd9rkrXhIVZfJwLlwPVa6Ub` T׉	 7cassandra://a-4ASvOb569t22PnR5IqrlMkRrxL0E5LaBqYe4iMJig3`̵׉	 7cassandra://Hi9T2K06wJ5LgwkJXTktenTg_JMphaEOMvVIaZeLf-A6 ͠bP5s`sט # #nu׉׉	 7cassandra://mfMp5b3LNtCkLid2jzD7Crv8IQ3OLYZrPcarcPSSWC0 ` 
׉	 7cassandra://d9T-LJ-vj-aJcQjNauIAuIAMx9xTcXHFUmEHt3wJMIkco` T׉	 7cassandra://fOjyxh7TDUM-GeDUvS5NWZFSdZonKt0tqKegKBzSeNU`̵׉	 7cassandra://paNaKErDB1hJ1-K2FdHrEACC-jgOJkh1mK6bukKFfvI. ͠bP5s`t׉EAlles uit die periode wat over mij en mijn twee oudere zussen te vertellen
was, staat in deze kostbare verzameling van herinneringen. Waar vind je
zo’n ononderbroken serie gebeurtenissen vastgelegd, herinneringen die
zonder de pen van moeder merendeels zouden zijn vergaan. De brieven geven
een beeld van ons gezinsleven in Indië en van de tijdgeest van die jaren.
Ik maak uit die beschrijvingen op dat ik een sportief, pittig en beweeglijk
ventje was, in mijn eentje vaak liep te zingen, soms ook streken uithaalde en
een gelukkige jeugd heb gehad.
Hoe waren we daar op Java gekomen? Dat heeft te maken met een roeping.
De roeping van vader
Mijn vader, predikant in Anna Paulowna, een dorp in de kop van Noord-Holland,
kreeg op een dag bezoek van een afvaardiging van de Gereformeerde
Kerk van Delft. Deze kerk beriep hem tot zendingspredikant op Java (Solo).
Het beroep kwam op hem af als een donderslag bij heldere hemel. Het was
een volslagen verrassing en doorkruiste zijn plannen. Hij was bezig aan zijn
proefschrift, “De filosofie van Occam”, een Middeleeuwse filosoof, en was
min of meer voorbestemd om hoogleraar en opvolger te worden van prof.
Vollenhoven aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Dat is hij 15 jaar later
alsnog geworden, maar dat kon hij toen niet voorzien.
Mijn vader was een zeer gelovig mens. Na dagen van twijfel, overleg en gebed
kwam hij meer en meer tot de overtuiging dat Gòd hem riep en dat hij niet
mocht weigeren. Hij stelde immers zijn leven enkel en alleen in dienst van
de Heer!
En zo nam hij samen met moeder een radicaal besluit. Hij haalde een streep
door zijn toekomstplannen en waagde de sprong: nam afscheid van zijn
gemeente, sloot zich aan bij het Zendingscentrum van Oegstgeest voor een
14
׉	 7cassandra://a-4ASvOb569t22PnR5IqrlMkRrxL0E5LaBqYe4iMJig3`̵bP5s`S׉Ekorte missionarisopleiding, leerde Javaans en maakte zijn proefschrift af.
Mijn ouders gingen met hun twee dochtertjes tijdelijk in Haarlem wonen.
Daar ben ik op 15 oktober 1935 geboren. Vader was uitzinnig van vreugde
en trots. Hij belde op naar Apeldoorn, naar opa en meldde het grote nieuws
met de woorden: "Geboren Rooie Roel! Een zoon!" Hij kon toen niet vermoeden
dat er nog vijf zonen en een dochter zouden volgen.
Solo
Eind november 1936 vertrok het gezin per boot naar Indië. Na aankomst in
Batavia reisden wij per trein naar onze bestemming in Midden-Java: Soerakarta,
ook wel Solo genoemd.
Van de eerste jaren in Solo kan ik mij slechts flarden herinneren. Het was
overdag warm tot zeer warm. Solo ligt in een uitgestrekt dal, waar de hitte
van de dag blijft hangen. ’s Morgens vroeg was het nog goed te doen maar ’s
middags, als de hitte op het hoogtepunt kwam, bleven we binnen en hielden
we siësta. Dan lag ik zweterig in bed te slapen of me te vervelen. Daarna
gingen we naar het zwembad, niet ver van huis.
Toen ik drie jaar was kon ik zwemmen, dat wil zeggen “dribbelen” met het
hoofd boven water, op zijn hondjes heette dat. De badmeester gaf zwemles,
maar ik weigerde daaraan mee te doen. Hij had een hengel, waarmee hij je
boven water kon houden, maar op mijn eerste proefles kreeg ik zoveel water
binnen dat ik er direct mee ophield. Ik oefende zelf wel, eerst in het “ondiepe”
maar dat je daar op de grond kon staan, vond ik zo kinderachtig dat ik
al gauw onder de als scheidingslijn gespannen draad door dook naar het
“diepe”.
Dat mocht natuurlijk niet. Maar ik zag Lucie, mijn oudste zus van de springplank
springen en dubbeltjes opduiken die vader in het water gooide. Dat
wilde ik ook. Ik wilde me niet laten tegenhouden. Ik wilde ook in het diepe,
15
׉	 7cassandra://fOjyxh7TDUM-GeDUvS5NWZFSdZonKt0tqKegKBzSeNU`̵bP5s`TbP5s`SFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://QJi2fBX1VkehqpY9l5E2_26pJQa7n7Ju82lBs2gkEoU J` 
׉	 7cassandra://FWCi9n2vVPpJ9i-F4VDVGpvIHQv6fscDS7-IZ7kP3Gck` T׉	 7cassandra://qaLue7H9rEMnrI_qN8hCoFGjv2e1zQsImNbYZub5VV8d`̵׉	 7cassandra://a8qJJXIVOC8vV-S0u5sM11KWDWeranq5sSDqLYK7rg4- ͠bP5s`vט # #nu׉׉	 7cassandra://eVDBLIDUpuJYFSB4nSevOVn60k_5BW0RnL85ZtAU958 &`
׉	 7cassandra://IsPOQlfkGh1xzfU02k1z0NGsIFMZ9cqVHkG9Y6BWbzQX
`T׉	 7cassandra://5bl0YZTNurTnm3nJ1DcqK9cSwnoFVyO65m-uRyIcbVMu`̵׉	 7cassandra://WqH2JzTMcoPY4vI-k1ZZ64P1srCXx5GFeiI1X5ecs00͠bP5s`w׉Enet als de anderen en ik vond het niet erg als ik een keer kopje onder ging of
een slok water binnenkreeg. Moeder die heel goed kon zwemmen en in haar
jeugd meermalen aan zwemwedstrijden heeft meegedaan lette op mij en
leerde mij de schoolslag (heel vervelend), en toen ik die onder de knie had
mocht ik in het diepe.
Een van de vroegste ervaringen die ik in mijn herinneringen terugvond, is
de regenbui. Bij de eerste druppels kwam het stof van de weg omhoog, ik
kon het opstijgende stof ruiken. Onmiddellijk daarna barstte de bui in alle
hevigheid los. Heel prettig was dat! De hitte van de dag maakte dan plaats
voor een weldadige koelte. De regenbuien op Java zijn meestal stortbuien,
in Nederland worden ze tropische buien genoemd. Ze waren doorgaans van
korte duur, maar verrukkelijk. Ik bleef dan het liefst buiten staan om kletsnat
te worden, het natte pak droogde vanzelf wel weer op. Eens ben ik tijdens
een stortbui onder de regenpijp gaan staan. Een beetje vies. Dat werd me
daarna zo streng verboden, dat ik niet waagde het nog eens te doen.
Wij speelden veel spelletjes: verstoppertje, hoedje klap, halma, mens erger
je niet, ganzenborden, memory. Verder de buitenspelletjes: touwtjespringen,
krijgertje renteng, patòlilli, knikkeren, bikkelen, hinkelen. Merkwaardig, veel
van die buitenspelletjes zie je hier niet. Misschien komt dat ook omdat wij
het grootste deel van de dag buiten doorbrachten.
’s Avonds als het donker werd, kwamen de aangenaamste uren van de dag.
Om 6 uur viel de duisternis in en nam de hitte af. De avonden waren zwoel
tot koel, heerlijk. Dan zaten mijn ouders, mijn twee oudere zussen en ik
buiten in het donker op het terras met een lamp op een ronde tafel. Rondom
de lamp circuleerden larongs (vliegende mieren) die door de hitte van de
gaslamp hun vleugels verloren en verder te voet verder gingen in een lange
stoet langs de tafelrand, zonder ophouden. Soms kwamen ze als een wolk
16
׉	 7cassandra://qaLue7H9rEMnrI_qN8hCoFGjv2e1zQsImNbYZub5VV8d`̵bP5s`U׉EjHierboven: een familiefoto van eind 1937. De fotograaf wordt argwanend
aangekeken. Van de situatie op deze foto kan ik mij niets meer herinneren.
uit de lucht vallen. Ze waren moddervet en je kon ze bakken. Het waren de
prettigste uren van de dag. Jammer dat ik al zo vroeg naar bed moest.
Intussen was ons gezin uitgebreid met drie jongens, Tsjalling (1937), Pieter
(1939) en Douwe (1940). Met Lucie (1933), Minke (1934) en mijzelf meegerekend
vormden we een groot gezin met zes kinderen.
We kregen de kinderziektes allemaal tegelijk. Eerst mazelen, toen waterpokken
en een enkeling zelfs kinkhoest. Het was thuis dan net een ziekenhuisje
met moeder als verpleegster. Ze las ons voor uit “Jaap en Gerdientje”
en uit “Miezelientje en prinses Rosmarijn”. Ik was ook gek op de boeken “In
de Soete Suykerbol” en op “De avonturen van Bulletje en Boonestaak”.
17
׉	 7cassandra://5bl0YZTNurTnm3nJ1DcqK9cSwnoFVyO65m-uRyIcbVMu`̵bP5s`VbP5s`UFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://sogYSCRJ7rmHeEweSckUdCv24Tne7t0h0FmFTrL6q7s `
׉	 7cassandra://Ne6BWbNDucXl4OS37ZKi3SXzobFakVjOChNiO9Fh7g8h`T׉	 7cassandra://zH9ls_Aqc7U91T_ReMBZadf-6X78cg0GjjFm4zpeT7I`̵׉	 7cassandra://pgYrA4YLi-KXMMdTXDk99_f2WbUKJZp42mVHzaqnpqIL͠bP5s`zט # #nu׉׉	 7cassandra://RyMeA9lXmPsc3pJWKdlPpXEybm_3SVlw_exwgHGbelM ` 
׉	 7cassandra://C_hRO0HtoFt6vLfgcw4gBms-YNs-7W5Vxl9vXRW5hQwhZ` T׉	 7cassandra://NvAg8tx52ggA7B7VHlYafnieDnxoJoULzCRP9Pn4glUW`̵׉	 7cassandra://9HooZhmfXE5q2v2Ip87acrbtq1DwaJqA7pNgL5NxeFQ7 ͠bP5s`{׉EWij zijn vaak verhuisd. Mijn herinnering daaraan begint helder te worden
vanaf het moment dat we verhuisden naar een huis dat verbonden was aan
een Mulo- school met internaat. De leerlingen kwamen uit alle windstreken
van de archipel. De zendingsmensen die het huis bewoond hadden, waren
vertrokken en het vaderschap van het internaat werd waargenomen door
leraren van de christelijke kweekschool. Dit was slechts een tijdelijke oplossing,
het “Mulohuis” moest voor de school bewoond blijven en het internaat
moest een vader hebben. En zo kwamen wij daar.
De grote ommuurde achtertuin was mijn dagelijkse leef- en speelterrein.
Aan de rand van de tuin waren goedangs (bergplaatsen) gebouwd en in
het midden daarvan bevonden zich de keuken en de kokkie. Langs deze
gebouwtjes liep een betegeld en overdekt looppad, een emper. In die tuin
speelde ik met een bal en met mijn schietgeweer, reed ik op mijn fietsje,
speelde ik paardje met een zelf gevonden stok tussen mijn benen, of chauffeur
met een lawaaierige toeter, tetto bretto, tetto bretto. Dan reed ik rondjes
om de grote boom die in de tuin stond.
Het was de boom, die ik veel later (in 2001) met Ria op mijn vakantiereis
door Java terugvond, onveranderd, mijn belangrijkste herkenningspunt van
het huis.
de achterzijde van ons huis (2001)
18
׉	 7cassandra://zH9ls_Aqc7U91T_ReMBZadf-6X78cg0GjjFm4zpeT7I`̵bP5s`W׉E9Klèdjò, mijn eerste kamp
Op 23 december 1942 kregen we bericht dat we de volgende ochtend
klaar moesten staan voor vertrek naar een interneringskamp. We mochten
genoeg bagage meenemen. Het merendeel werd in hutkoffers ingepakt, de
overige bagage werd in koffers, grote draagtassen en handtassen meegenomen.
Alles wat nodig leek, werd ingepakt: kleren, huisraad, bestek, een
anglo (kooktoestelletje op kooltjes), papier, wat speelgoed, foto-albums, wat
voorleesboeken, een bijbel, een kinderbijbel en een paar liedboekjes.
Moeder heeft op de dag voor het transport, op 23 december 1942, vader nog
opgezocht bij de kloostermuur. Zij stond op straat en hij in de kloostertuin
achter de muur. Ze namen afscheid van elkaar in de veronderstelling dat ze
elkaar nooit meer terug zouden terugzien.
De volgende dag werden we vervoerd naar een buitenwijk van Solo. Daar
stond een al jaren niet meer gebruikt leegstaand schoolgebouw dat Klèdjò
heette. Alle blanke mensen van Solo werden daarheen getransporteerd.
Toen wij daar aankwamen, was het kamp al druk bezet. De situatie was
erbarmelijk. Er waren te weinig toiletten en enkele daarvan waren verstopt
en liepen over. Het spoelwater kwam op de stoep en de galerij terecht. Het
stonk. Voor de andere toiletten stond een lange rij wachtenden. Er liepen
mensen rond met dysenterie die nodig naar het toilet moesten. Wat een
ellende. Waar moesten ze heen?
Moeder en tante Ans, die gezamenlijk optrokken, hadden een nog leegstaand
vertrek gevonden, misschien wel het smerigste dat er was. De ramen waren
kapot, de deuren stonden open en het ongedierte dat normaliter buiten
rondkruipt, zat binnen: kakkerlakken, torren, pissebedden, mieren die in
rijtjes achter elkaar aanliepen. Er hingen overal spinnenwebben. Toen wij
langs kwamen, haastten de spinnen zich uit hun web en zochten een goed
heenkomen.
47
׉	 7cassandra://NvAg8tx52ggA7B7VHlYafnieDnxoJoULzCRP9Pn4glUW`̵bP5s`XbP5s`WFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://enY0WiKoPYflGDxc-b5wkDwTkiddpJ6T8pvlpdFdQb4 G` 
׉	 7cassandra://72XjV7gpunhd64-Q0DFLyod0ex6zAco7XHgCANhtwyYZ` T׉	 7cassandra://aRHAuFIVEtjjl68VIG802-yLHhDj4oQz_KifjEdih8s`̵׉	 7cassandra://YVs22qGvQa7OpA1mQjJ8UwLPO1wSORyCDoi-1S4-aoI& ͠bP5s`}ט # #nu׉׉	 7cassandra://cqizbb8kDIUrj1SUc0iSmq5JXsTSwcjx-0hDo3gFARk H` 
׉	 7cassandra://WSwwuLUiu0Uh8RJ-cq1h4noXcZcPfvLO8IQYla7rqo8r~` T׉	 7cassandra://BwsY_LR5Unfw7q-xVEdX62SIQh3gjL10xPNBfNcZqjED`̵׉	 7cassandra://6Mb98kLjpO7XuGGXkzZiyi6opQHBAHDOKgDRhLedcoY4 ͠bP5s`~׉EIk moest ergens in de bende gaan zitten en op mijn plaats blijven, wachten
tot de kamer uitgemest en schoongemaakt zou zijn. Buiten spelen kon natuurlijk
niet.
Moeder en tante Ans gingen aan de slag, schoonmaken, vegen en schrobben
met de hulpmiddelen die ze maar konden vinden. Dat was hard werken en
boenen. En tussendoor moesten ze de kinderen, die uit hun doen waren,
rustig houden. De kinderen waren ontheemd, uit hun beschermde wereld
gehaald, ontworteld en zomaar ergens neergezet. Het was pure ellende. Ik
kon geen kant op, het was overal vies en vuil. Buiten liepen brakende mensen,
ziek, misselijk, in de rij staand voor de W.C.’s. Ik voelde me heel ongelukkig,
zo ongelukkig als ik nog nooit was geweest.
De volgende dag was het Kerstfeest. We hadden geen kerstboom, maar moeder
haalde een groene tak uit de bostuin en zette die in een pot. We maakten
kerstballen na en toverden sneeuwvlokjes tevoorschijn van watten. En, waar
we heel goed in waren, we zongen kerstliederen met het koortje van Zuidema’s
en Te Veldes. Het hele kerstrepertoire dat we kenden, zongen we uit.
Tot onze verrassing werden we na een week overgeplaatst. De Jappen hadden
inmiddels een beter kamp gevonden. We werden op transport gezet naar
Soemowono.
Later hoorden we dat vader die dag eveneens was gedeporteerd. Hij was met
de hele kloostergemeenschap overgebracht naar het massakamp in Tjimahi,
bij Bandung op West-Java waar ook de andere mannen van Solo waren geinterneerd.
De voorzichtige en bijzondere behandeling van de geestelijken
vonden ze niet langer nodig.
48
׉	 7cassandra://aRHAuFIVEtjjl68VIG802-yLHhDj4oQz_KifjEdih8s`̵bP5s`Y׉EHet vertrek
Het kamp Soemowono werd opgeheven. Het was maart 1944. Wij kregen
plotseling bericht dat we de volgende dag zouden vertrekken. We moesten
de hoeveelheid bagage die we wilden meenemen beperken want, zeiden
de Japanners, niet alles kon mee. Op de volgende ochtend stortten we onze
barang op de centrale verzamelplaats, het veld dat een etage lager lag en via
de trap te bereiken was. Wat we niet meenamen, bleef in de barak achter.
Daarna moesten wij, de bewoners van Barak G boven het veld wachten op
transport. We mochten daar gaan zitten maar onze plaats niet meer verlaten,
Barak G was niet meer toegankelijk. Daar zaten we dan, te wachten.
Intussen werd de bagage beneden ons al in vrachtwagentjes ingeladen. Tot
onze verbazing ging alles wat er lag mee, zonder enige controle of selectie.
En moeder zei: "Och, dan hadden we de kinderstoel ook wel mee kunnen
nemen." Maar ja, jammer, we hadden onze barak al verlaten.
Na enig nadenken trok tante Rie de stoute schoenen aan. Ze snelde tegen
de instructies in naar de verlaten barak, haalde de kinderstoel op en ging
onverstoord op haar plaats zitten, de stoel platgelegd voor zich vlak boven
de helling. De Jap had niets gezien. Na een tijdje gaf ze de stoel een duwtje
en daar donderde hij de helling af. Ik dacht: die gaat kapot. Hij rolde met
toenemende vaart en geraas door en kwam beneden op de berg goederen
tot stilstand. Onbeschadigd. Even later werd hij gewoon opgepakt en meegenomen.
Het was gelukt! Wat hadden wij een plezier.
Wij kinderen hadden inderdaad plezier, zelfs bij een deportatie, en we
beseften niet ten volle onder welke grote spanningen de ouderen gebukt
gingen. We voelden wel de druk, de spanning van de verhuizing en de soesa
daaromheen, de onzekerheid over waar we terecht zouden komen, maar we
hadden geen besef van de zware last die moeder te verduren had.
Een tijdje nadat ik dit had opgeschreven, vond ik een boekje van moeder
met gedateerde aantekeningen over het kamp. Het leek een onbeduidend
notitie boekje, beduimeld, 12 cm. lang en 8 cm. breed, met afscheurbare
68
׉	 7cassandra://BwsY_LR5Unfw7q-xVEdX62SIQh3gjL10xPNBfNcZqjED`̵bP5s`ZbP5s`YFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://IuKE6o3aBEXj_6Oe4zqQwLkHZz-VTkeJn_A-NLf_P3Y `
׉	 7cassandra://4HZDlNR4Mhe3OLRfjoKfYQoUtVArDCc-lwPDp-O_BKoLy`T׉	 7cassandra://ZVzL0560qtTFHDm1CtgtOvrVSHIMmDIlH4t3zCGyTkI!`̵׉	 7cassandra://g75E6Vy7SlazL1wg187TCeaglel-XQDHxvqCEZPxeoY z͠bP5s`΀ט # #nu׉׉	 7cassandra://i66b_YUOC9rqcxQ5AS3GD4RgNvTwQBINZeRgnaon-Rs @` 
׉	 7cassandra://RIwSDhKhrG2uBrxb-R1NmEOtZa5KeN_6LNTtoOFTtgw,` T׉	 7cassandra://fznCufjQrtra5W_vF8fexbmD1cnIley4yxfg1O0dk1Q:`̵׉	 7cassandra://GZM2Q606BJy8tT0bG_RxvZKb51m3eOrxQVBI2i7qV3E8 ͠bP5s`΁׉Efblaadjes. Het lag in een kartonnen doos met een
Japans persoonsbewijs en andere uit het kamp
bewaarde herinneringen. In dat boekje heeft
moeder minutieus bijna onleesbare aantekeningen
gemaakt over de periode van januari 1943
(Soemowono) tot eind 1944 (Ambarawa).
mp
ft
943
Toen was het vol.
De Japanners hebben dit boekje bij de huiszoekingen
niet ontdekt.
oeEen
zeldzame vondst. De aantekeningen waren gedateerd. Woorden die ik
niet kon lezen, heb ik met een loep ontcijferd. Toen zag ik het grote verschil
tussen mijn beschrijving van de verhuizing en de werkelijkheid zoals door
moeder vastgelegd.
Ik citeer moeders aantekeningen van de laatste week:
2 maart 1944. Coen naar ’t ziekenhuis.
6 maart Tsjalling ziek 40.8, naar ’t ziekenhuis, Minke 38.4.
7 maart. Minke ook naar ’t ziekenhuis. Binnen alles met bezemen gekeerd
en ontsmet met lysol en creoline.
69
׉	 7cassandra://ZVzL0560qtTFHDm1CtgtOvrVSHIMmDIlH4t3zCGyTkI!`̵bP5s`[׉E9 maart. Kinderen goed. ’s Avonds bidstond, Annie Boodt.
13 maart. Plotseling huiszoeking. ’s Middags bericht van vertrek. Kinderen
met barang uit het ziekenhuis gehaald. Gepakt avond en nacht tot 2 uur.
14 maart. Om 4 uur weer opgestaan. Verder gepakt en koeliewerk verricht
door alles naar buiten op ’t veld te slepen. Een kleine 30 kollies, uitgezonderd
de rugzakken en handtasschen. Ongeveer om 10 uur vertrokken per
bus naar Ambarawa. Goed aangekomen met alle barang en hier voor ons
negenen een kamer gekregen. Wat fijn. Kinderen vrij goed. Coen schattig.”
Wat een week. Sjouwen en verstouwen. Ik zie ook dat moeder ons niet belastte
met de ellende en de zorgen die er waren. Ik wist er niets van. Ze klaagde
niet, ze pakte aan.
70
׉	 7cassandra://fznCufjQrtra5W_vF8fexbmD1cnIley4yxfg1O0dk1Q:`̵bP5s`\bP5s`[FnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://ocWxgUFikguccNLRZN7YdOHw7iAxiu6BOm6WyK3r5ok M` 
׉	 7cassandra://7oc27O0pGm4So8wQ6GS2TIktgJgLlZjZ0nueX1w15tgH5` T׉	 7cassandra://z5xZkxZieD9_XobX4SE1NskxTgUFAkDFisPMhDVIv0U`̵׉	 7cassandra://8HCZ6aUVUf5JkEkMxZfUWKsdvSNtuMvix-1aPxiJqLQ2 ͠bP5s`΃ט # #nu׉׉	 7cassandra://_13VAYIqEGkImMeHeDL9U3lzlk2bzDXm6evAEHpxDWM `
׉	 7cassandra://icIeyqdPV90_Sfe-pV-gm-w2SvkgH13liZ2Ys9ku2xQgO`T׉	 7cassandra://iG86vYXZGSDfHnDpG9GNmEOMfxiwPgjrQ32pHQVKgys`̵׉	 7cassandra://p9yy457vpwWwEgWx9gJHW8bVI7YHlAJLhvxXua89je4V͠bP5s`΄׉E- 4 -
AMBARAWA
De aankomst
We kwamen aan bij de ingang van het kamp. Het kamp staat bekend
als Kamp 6, het grootste interneringskamp van Ambarawa. Er stond bij de
poort een portierswoning waarin de Japanners huisden, onze kampbewakers,
de machthebbers. Na geregistreerd te zijn mochten we doorlopen
naar barak 10. Deze barak, helemaal achter in het kamp stond nog leeg, we
moesten zelf maar een plek zoeken. Het was een groot kamp, een massakamp,
er waren ruim 2000 mensen in ondergebracht.
Moeder had ons streng opgedragen elkaar een hand te geven en elkaar te
blijven vasthouden. Moeder liep vooraan, Lucie sloot de rij en tante Rie had
Coen op de arm. Het was een paar honderd meter lopen.
Wat mij opvalt in dit deportatieverhaal is dat ik niet schrijf over mijzelf,
maar over ons. “Ik” kwam niet in Ambarawa aan, maar “wij”. Dat had te
maken met overleven.
Wij droegen elk een klein rugzakje. Dat had eveneens te maken met voorzorg
om te overleven. Al voor de oorlog begon, waren die rugzakjes ontworpen, met
de naaimachine in elkaar gezet en van het meest noodzakelijke voorzien
(naam, adres, noodrantsoentje, verbanddoosje) voor het geval we elkaar
71
׉	 7cassandra://z5xZkxZieD9_XobX4SE1NskxTgUFAkDFisPMhDVIv0U`̵bP5s`]׉Ekwijt zouden raken. Dat hadden
moeder en tante Ans zo bedacht.
In de rugzak zat ook het inentingsboekje
met de bloedgroepinformatie.
Elkaar kwijtraken moesten we
onder alle omstandigheden proberen
te voorkomen. Wij verlieten het
ene kamp, we arriveerden met een
massa mensen tegelijk in het andere
kamp en moeder had ons op het hart
gedrukt dat we elkaar, wat er ook gebeurde, moesten vasthouden: loslaten
was streng verboden. We vormden een ketting, een gesloten eenheid, en we
leerden dat blijvende verbondenheid voor ons van levensbelang was, een
voorwaarde voor overleven.
De barakken in het kamp waren loodsen van ongeveer 7,5 bij 60 meter met
veel deuropeningen en ramen die geopend en gesloten konden worden. De
open verbinding van de binnenruimtes met de buitenlucht is in de tropen
niet slecht en bij een bezetting met 200 tot 300 mensen zelfs gewenst. De
barak was door een aantal in de breedte geplaatste scheidingswanden in
grote slaapzalen verdeeld, elk met een eigen toegangsdeur aan beide zijden.
In het midden van de barak bevond zich een goedang (A), een opslagruimte.
De ruimte erboven was open, het voortdurende geroezemoes en lawaai van
de bewoners had overal vrij toegang, er vloog wel eens een vogel doorheen
en liep ook wel eens een rat over de balken. Niet zo prettig, maar het went.
Wij kwamen aan bij de barak die ons was toegewezen en moeder stevende
direct op de goedang af. Er stonden negen bedden, de ruimte was bedoeld
voor negen personen. Dat kwam goed uit! Het was precies genoeg voor ons
negenen. En het mooiste was: deze afgesloten ruimte bood privacy.
We hadden niet alle bedden nodig, Pieter en Douwe konden wel kop en
staart slapen, en aan het voeteneind werd een bakje getimmerd voor Coen.
72
׉	 7cassandra://iG86vYXZGSDfHnDpG9GNmEOMfxiwPgjrQ32pHQVKgys`̵bP5s`^bP5s`]FnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://CEBjiBmxR9hQbUktdQnUUPmlvv0kqeQwVCrUlOOIfeM 6y` 
׉	 7cassandra://koXBZQnA3mS1hX6rQTpqp7f11Y6je5LKHEg2J4w8iFo  ` T׉	 7cassandra://aaOsaVnzFnIvzc0EFhtm5hibxep_YB1I32YbEtg6tkk	`̵׉	 7cassandra://yDlWlvO0nLUJ-PR3cMlx_mkfle-xoUrBKr5CHVO8ERw ͠bP5s`Άט # #nu׉׉	 7cassandra://dV_XWaVOrLA7lfEvcKDmxSeO3NqRj82aRxUGu-WyaUM ` 
׉	 7cassandra://ZRBODIr_zzlotOtQj_U0hIC8mrpoHHwVXy6ZCpsD9fod` T׉	 7cassandra://zyQ0fkPplG3LS5Lf_jpi8597mDmowEhu_pRQ7kOXOEc`̵׉	 7cassandra://2k0sQ5nIbWMBgMjubvf5SOJI_qOWgvLcyQt8Dubp9188 ͠bP5s`·׉EEen spook
Ze was een mens
naast ons, vlakbij
ze was betrapt
bij het gedèk
op handelen stond straf
mishandelen
naar de gevangenis!
Wij vreesden
meelevend, wel wetend
de dood slaat nu toe
maar ze kwam terug
ontslagen
vrij uit haar kooi, als een vogel
terug naar het kamp, als verschrikker
wat vreselijk
geen gezicht!
ze was kaal
dat was niet zo erg
maar haar hoofd haar neus haar mond
bont blauw en zwart
en waar was haar oog
was het er nog
ik durfde niet te kijken
een spook
90
׉	 7cassandra://aaOsaVnzFnIvzc0EFhtm5hibxep_YB1I32YbEtg6tkk	`̵bP5s`_׉EHoop en verlangen
In welvaartsland kan men genieten van het “hier en nu”. Het is zonnig voor
wie zich in goede welstand bevindt en zich ervoor open stelt. “Geniet ervan,”
hoor ik dikwijls zeggen als ik met boodschappen de winkel verlaat. Dat is
ook een bijbelse aansporing. Zie bijvoorbeeld Prediker 9 vers 7: “Eet uw
brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart.”
In het interneringskamp was het “hier en nu” anders gekleurd. Het was vervuld
van zorgen, en niet aangenaam. De dood was zichtbaar dichtbij, men
kon er niet omheen, de maag schuurde en er waren vragen. Kwam er ooit
een eind aan de oorlog? Hoelang ging dit nog duren?
In het bestaan in de vrouwenkampen leefde ook altijd hoop. De hoop was in
de eerste plaats gericht op bevrijding. Alles trok naar dat moment. Die hoop
gaf steeds opnieuw kracht. Kracht om moedig door te gaan en vol te houden.
Daarnaast was er nog een andere hoop: de innige hoop op terugkeer van de
geliefde en vader. Leefde hij nog?
Brieven kwamen slechts sporadisch aan en de censuur werd steeds strenger.
De inhoud van de brieven was min of meer voorgeschreven en bestond op
het laatst slechts uit standaardzinnen (“Wij maken het goed”), alles in het
Maleis. Namen van bekenden werden opgeschreven (die leefden dus nog).
De adressering was ook volgens voorschrift, met vermelding van het persoonsnummer
van de geadresseerde en dat van de afzender.
Soms kwam een transport vrouwen en kinderen het kamp binnen, een
nieuwsbron die overvallen werd met vragen. Ook het omgekeerde deed
zich voor. Een vergeten groepje oude mannen dat abusievelijk nog in ons
kamp (Ambarawa 6) was achtergebleven, werd tenslotte overgeplaatst naar
het mannenkamp in Tjimahi. De mannen werden bij aankomst bestormd:
nieuws, nieuws.
106
׉	 7cassandra://zyQ0fkPplG3LS5Lf_jpi8597mDmowEhu_pRQ7kOXOEc`̵bP5s``bP5s`_FnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://C7cNlwy_D6dPkXrROFnMkbb-6XEGgUj_3uv_8J5rn1A |`
׉	 7cassandra://oNLprchafDI7QQaFTS5yq2dri19LixnY8S0C1Jj2YGoE`T׉	 7cassandra://IdI-hCJ9Lz86RJqZPe0RKBO93pJmmeX3mA-i2_1oS9o`̵׉	 7cassandra://WWSbb3jJRDMvS0Is8TglcaF035sKjdsHX4Ye_MfblQ8 <{>͠bP5s`Ίט # #nu׉׉	 7cassandra://LzeuqGFo5kYmbdux2AiWCezmeQ-0JJmk8QDLiK2ehm4 ` 
׉	 7cassandra://IM6gLH1qJyqeN6jBlyF4bgIuXRZfQD-ROPkhogj4s7cb` T׉	 7cassandra://UhqBCsSgMjns87yM9lBC_bo-g2-f6rKmBq6FA0v7_pgv`̵׉	 7cassandra://lMOcxdo74YSFi1UG-kmkFkmkHP7p03htu89xWFJxNIIA ͠bP5s`΋׉E107
׉	 7cassandra://IdI-hCJ9Lz86RJqZPe0RKBO93pJmmeX3mA-i2_1oS9o`̵bP5s`a׉EVader vroeg: "Kent u de Zuidema’s van barak 10? Weet u iets van mijn
vrouw?" Na even nadenken: "Bedoelt u die van dat grote gezin? Die is overleden."
Met die informatie heeft vader een aantal maanden rondgelopen.
Er was bij een enkeling ook hoop - tegen beter weten in - als het gerucht was
binnengekomen dat de echtgenoot was overleden. Zolang dat niet definitief
is vastgesteld, blijft er een sprankje hoop op leven bestaan.
In de belevingen van de kampmensen zat elke dag ook het vurig verlangen
naar een betere toekomst en voor velen een verwachting over het leven na
dit leven. Het “hiernamaals” leek soms niet ver weg. De geestelijke liederen
die wij dagelijks zongen, sloten frappant aan bij onze actualiteit en gaven
levenskracht.
Zo’n lied was bijvoorbeeld:
Als je in nood gezeten geen uitkomst ziet
wil dan nooit vergeten, God verlaat je niet.
De Bevrijding
Op een dag werden we opgeroepen voor een bijeenkomst op het Lido, de
grote verzamelplaats van het kamp. Er was geen appèl. Dat was iets bijzonders,
er hing iets in de lucht, dat voelden we. De dag tevoren was aangekondigd
dat onze rantsoenen zouden worden verdubbeld. Dat was verheugend
nieuws, een grote verbetering van onze nijpende situatie. Er gingen zoals
altijd geruchten over de oorlog, nu ook weer. Maar meestal bleken ze niet
waar en dan volgde een teleurstelling. Dat was al zo vaak gebeurd. Dat de
bevrijding misschien wel dichtbij was, durfden we niet openlijk uit te spreken
of hardop te denken, bang dat het wéér niet waar zou zijn en dat we dan
wéér een teleurstelling zouden moeten verwerken.
Het optimisme van zeven maanden eerder, toen het vliegtuig ons verrast
had, was al lang verdwenen. Na de hoopgevende overkomst van het vliegtuig
108
׉	 7cassandra://UhqBCsSgMjns87yM9lBC_bo-g2-f6rKmBq6FA0v7_pgv`̵bP5s`bbP5s`aFnבCט   #nu׉׉	 7cassandra://CkbkdqvS4Bz5vC8GAo0QRzyYfK_2rK3Vnzgd5WQI_NQ (D` 
׉	 7cassandra://euftZQHWPgmmGlw5A-T5xepeWdU0NMWvPIxog2OftC4n&` T׉	 7cassandra://nkkADg-Gyh8GKn07qUyxZuGz6jTeZtgBlu9Nqqe_l1s!`̵׉	 7cassandra://1sKJezidjYeUNrsv_VGuje0zKiU-HIpJMWSkgR9rA80/P ͠bP5s`΍׉Ewas de situatie in het kamp alleen maar verslechterd, de laatste maanden
zelfs ernstig. Er was ziekte, honger, hongeroedeem, iedereen was vermagerd
en verzwakt. In het kamp liepen wrakken rond, uitgemergelde stakkers,
verdoofde zielen.
We wisten niets van de stand van de oorlog. Er was in het kamp geen radio.
Er waren geen vrouwen die de kunst verstonden om met draadjes te prutsen
(wat in de mannenkampen wèl gebeurde) en op bepaalde golflengten
Engelse of Nederlandse berichten te ontvangen. Het kamp was hermetisch
van de buitenwereld afgesloten en de kampbewoners waren verstoken van
informatie over wat in de wereld gebeurde. We wisten niets van de atoombommen
die op Japan waren gevallen en ook niet van de Japanse capitulatie
op 15 augustus 1945. Het was intussen 24 augustus 1945.
Op het Lido verzamelden zich een 4000 mensen. Het was propvol. En daar
kregen we te horen dat de oorlog was afgelopen. Wie dit meedeelde, weet
ik niet goed, waarschijnlijk een Japanner met een tolk. Ik kon het als klein
jongentje in het gedrang en staande tussen de benen van de massa volwassenen
niet goed zien. Wat ik nog weet, is dat het groot nieuws was en dat
erbij gezegd werd dat het voor de Japanners droevig nieuws was. We werden
verzocht niet te juichen en het terrein in alle rust te verlaten en naar
huis te gaan.
Dat deden we, we hadden tijd nodig om ons te bezinnen - was het echt wel
waar? - maar toen de mensenmassa langzaam in beweging kwam om het
Lido te verlaten, zette iemand het Wilhelmus in en de menigte volgde. We
lieten ongeremd onze stem horen en zongen uit de grond van ons hart: “De
tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.”
Het was alsof een bom explodeerde van emotie en geluk. De menigte kwam
in extase, er was uitbundige blijdschap, het hield niet op - waar jaren naar
was uitgezien, op was gehoopt, de bevrijding, de vrijheid: het was er, het
was werkelijkheid. Hoeveel geluk kan een mens bevatten. We vielen elkaar
om de hals: Vrijheid! Vrijheid! Vrijheid!
109
׉	 7cassandra://nkkADg-Gyh8GKn07qUyxZuGz6jTeZtgBlu9Nqqe_l1s!`̵bP5s`c׈EbP5s`dbP5s`cFn)Preview OmzwervingenVijfenzeventig jaar na de bevrijding van Nederlands-Indië beschrijft Roel Zuidema hoe hij het ­leven in verschillende kampen als jongetje heeft ervaren. In deze kampen zetten de volwassenen steeds alles op alles,   met onvoorstelbare moed en wilskracht, om hun kinderen toch een veilig thuis te bieden.  Ze organiseren lessen op geïmproviseerde schooltjes en vieren nog altijd zowel de verjaardagen als feestdagen. En ook de humor blijft onverminderd voortbestaan.
Mannen en vrouwen zijn al die tijd van elkaar gescheiden, weten niet eens of ze elkaar ooit nog zullen terugzien … 
En het jongetje dat Roel ooit was, vraagt zich stiekem af: “Zal ik straks mijn eigen vader nog wel herkennen?”


b/#frJ[