׉?ׁB! בCט  Bu׉׉	 7cassandra://0w5SPIBGbAGa6T-b21C17N78I8mrJ5Rwd3stk0kB6QI j`׉	 7cassandra://KAKRcYo2b-5e_fn9esDMAM7HTuuEpcdVzBtvZKhRXl4j`Q׉	 7cassandra://cbEUiAdIdZ53iW27qFyosNum_NKKPLN-dQeWO-RQ-ss(`̴ ׉	 7cassandra://uyr8K6rGDGlTIBnLOJhqETxkzWh5nZf8UvGJ9yN0BmI }p͠YR䰼׈EYR䰼׉ECare and Public Health Research Institute
op één lijn 57
practice what you teach
Speel de
HART- EN
e
r
o
VAATZIEKTEN
QUIZ
op pagina 6 & 7!
Vakgroep Huisartsgeneeskunde | Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML)
K
a
i
d
d
p
l e
i
n
g
H
a
r
te
n
V
aatz
ie
kt
e
n
׉	 7cassandra://cbEUiAdIdZ53iW27qFyosNum_NKKPLN-dQeWO-RQ-ss(`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://5DFNg-_mF-r2SzxAqSFueyfJcC0AaERgRTDIcDDK41A `׉	 7cassandra://PdpfNuswQosZpv8pHw9Vtap7myizpu_6lXUJA1mEy1QF`Q׉	 7cassandra://HGB__hObxMysLtnQ8HS_E_moDbUuXzg1mgZP270AH1gi`̴ ׉	 7cassandra://qprN0YE2co3MlWgDPDbf0UKtU8x5HzDLlLB5Vwkt1SgD̜͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://kKGs-flHxBfqU4DKrHRUrYMdc_RrzOZsC4rDeGgJ_Bo ` ׉	 7cassandra://AwFvxneDNynrCd5pEeM0_c_ViFxiVcnt8e7BB7EwNKYq`Q׉	 7cassandra://pDOSTvBIs8c7ksLwqpryQt59Q0pTCbMA4Fc2WpEz0wA s`̴ ׉	 7cassandra://ryLha0FOnHhEUeyBDaXoNUwqroh-TyuvFjt4p_e5-qE`ǰ͠YR䰼נYR䰼q 6v
9ׁHhttp://www.ericvanhorrik.nlׁׁЈנYR䰼p #̬9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2280
Hoofd/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Hendrik Jan Vunderink,
Sjef Swaans, Eefje de Bont
en Babette Doorn
Doelgroep
Huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni,
afdelingen MUMC+ & overige relaties
E-mail
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
Canon Design Studio, Maastricht, CBS 12160
Fotografie
• Pagina 3 gemaakt door Loraine Bodewes
• Pagina 4, 13 (Luc Maartens), 23 en 36
gemaakt door Johannes Timmermans
• Pagina 5 en 8 gemaakt door Appie Derks
• Pagina 10 gemaakt door Sietske Goettsch
• Pagina 13 (Suzanne Teunisse) gemaakt door
www.ericvanhorrik.nl
• Pagina 14 en 15 gemaakt door Joey Roberts
Deadline volgend nummer
23 juni 2017
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Algemeen
Van de redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter: Onderzoek dat ertoe doet – Jean Muris
Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten
Nieuwe ronde, nieuwe kansen – Yvonne van Leeuwen
De Hart- en Vaatziekten QUIZ
De nieuwe cursuscoördinator – Robert Willemsen
Uitgelijnd – Babette Doorn
‘Denkend aan Henk’ – redactie
Jo Baggen prijs 2016 – Martin Brassé
Clinicus van het jaar: Giel van Schoubroeck – Redactie
Stellen zich voor
Ineke Hussaarts, HAB jaar 3
Ruud Verhees, AIOTHO
Suzanne Teunisse, HAB jaar 2
Luc Maartens, HAB jaar 3
Claudia Bartholomeus en Elles van Poortvliet, onderwijsplanners
Korte lijntjes: boek verschenen – Redactie
Afstudeersessies december 2016
Onderzoek
Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals
Onderzoek doen kan je leren – Anouk Baghus
Health in slums – Onno van Schayck
WESP-en
Kinderen met koorts – Rachèl Verhoeven en Jolijn Bohnen
Gezonde Basisscholen en pesten – Eline Vere Urlings
D-dimeer test – Eline Meijs
ECG’s in het kader van CVRM – Niek van den Nieuwenhof
Huisartsopleiding
Hoofdzaken – Bas Maiburg
Equilibre – Marieke Kools en Paul Schrijver
In de leer: “Wie het oude niet eert, is het jonge niet weerd” – Koen van Helmond
Ontwrichte toestanden – Eleana Zhang
Wat niet weet, wat niet deert – TE Grijs
Korte Lijntjes: Inauguratie Jako Burgers – Redactie
Onbezorgd smullen van vlees, vis, groenten en fruit: kan dat nog? –
Hendrik Jan Vunderink
Weten is eten: Bodybuilding voor Senioren – Hendrik Jan Vunderink
“Practice what you preach” – Rhea Heeringa
Ervaringen van een HAB in een vluchtelingenkamp – Hendrik Jan Vunderink
Ex-aios: hoe vergaat het ze? – Gideon den Ouden
Gezondheidsrechtelijke kwesties – Arie de Jong en Jerôme van Dongen
3
4
5
6
8
9
10
11
11
12
12
13
13
14
14
15
16
18
19
20
20
21
21
22
24
Brengt de huisartsopleidingen van Nijmegen en Maastricht samen – LOVAH Eindhoven 25
Opleiders: het zijn net mensen – Laury de Jonge
26
27
28
29
30
31
32
33
33
35
36
2
׉	 7cassandra://HGB__hObxMysLtnQ8HS_E_moDbUuXzg1mgZP270AH1gi`̴ YR䰼	׉EVan de redactie
Practice what you teach
Op de redactievergadering voor dit nummer kregen
de redactieleden een bord snert voorgeschoteld door
Hendrik Jan Vunderink. Zomaar, omdat dinsdag 24 januari
een koude dag was. We aten er roggebrood met spek bij.
De soep had trouwens niets te maken met zijn nieuwe
rubriek ‘Weten is eten’. Met mond en buik gevuld, verliep de
vergadering vlotjes. Henk Goettsch: dit heb jij gemist. Niet
getreurd: we hebben een speciaal afscheidsartikel voor je
geschreven in dit nummer.
We kwamen op diezelfde vergadering terug op de
Masterclass Voeding van 16 december 2016 die wij hebben
bijgewoond als ‘schrijvende pers’. Als kook- en eetliefhebbers
herinnerden wij ons vooral de demonstraties van chefkoks
op die dag. Al deze opnames kunt u trouwens terugkijken
op het YouTube kanaal van de mediadienst Science Vision
van Maastricht University. Nu ben ik geen dokter, maar mijn
andere aanwezige collega’s zijn dat wel. Eén van hen, Rhea
Heeringa, nam de moeite om haar grief over de sprekers
met overgewicht op te schrijven onder de noemer ‘practice
what you preach’. Hierop zei een andere huisarts: “ik houd
spreekuur, geen preekuur”. Welk soort dokter bent u? Bent u
van voorbeeldig gedrag? Zijn dokters ook niet nèt mensen?
Deze discussie leverde mij wel de titel van dit redactioneel
op: ”Practice what you teach”. Ik kwam erop toen ik recent
de griep opliep. Zo’n ouderwetse griep met alles erop en
eraan. Op de universiteit leren we studenten en aios het
belang van zelfzorg. En wat doen we zelf? Inderdaad, ik
lag ook met ipad op bed. Of wat te denken van ons CATCH
project: stoppen met roken (tegen beloning!) voor bedrijven.
Het project komt veel in de lokale en landelijke media.
En welk bedrijf doet er niet mee denkt u? Inderdaad!
Ondanks dit geneuzel kwam toch deze Op één Lijn net
op tijd tot stand. Geen dun lentenummer zoals verwacht
tijdens de snertvergadering. Veel nieuwe collega’s stellen
zich voor. We hebben WESP-en en wetenschap. En de eerste
column van de nieuwe voorzitter: ‘Onderzoek waar je beter
van wordt’. Toeval? En Laury de Jonge constateerde ook al
dat huisartsen(opleiders) nèt mensen zijn.
We hebben de vaste rubrieken van aios in de leer, van
Eleana Zhang en Koen van Helmond. Dank Koen dat je een
selfie hebt gemaakt toen je door had, dat ik geen puf had
om een nieuwe foto te maken. Je wordt vast een goede,
begripvolle dokter! En we mogen weer genieten van de
wijsheid van de senioren: bodybuilding voor senioren, de
‘Weten is eten’ rubriek van Hendrik Jan Vunderink. Preken
voor eigen parochie noem ik dat. En meneer T.E. Grijs diept
weer herinneringen op uit zijn grijze cellen.
In de ‘middencategorie’ huisarts hebben we voor u twee
jonge vaders. Ten eerste oud aios Gideon den Ouden die
vertelt hoe het hem vergaat sinds zijn afstuderen als
huisarts. Geheel anders zijn de belevenissen van Martijn
Verhoeckx: hij ging kort voor Kerst 2016 twee weken helpen
in een vluchtelingenkamp op Lesbos, via de Stichting
Bootvluchteling. Deze kerstgedachte sluit aan bij de
activiteiten van Onno van Schayck in India. Met het geld
van een kerstcheque van onze vakgroep ging hij pionieren
in de sloppenwijken van India. Wat is nou een kachelpijp op
een gloeiende oven hoor ik u denken? Meer dan we soms
denken. Armoedige omstandigheden zoals op Lesbos en in
India nopen tot creativiteit en probleemoplossend gedrag.
Dat leren wij er weer van. Practice what you teach, learn
from practice.
Speciale aandacht voor de nieuwe ronde van de
Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten. U kunt het niet
missen. We proberen u lekker te maken met een quiz,
u te verleiden voor deze bijzondere nascholing waarin u
zich kunt verdiepen en bekwamen. Tot slot de vaste rubriek
‘Gezondheidsrechtelijke Kwesties’. Een mooi resultaat van
interne samenwerking tussen Huisartsbegeleider
mr. Arie de Jong en promovendus Jerôme van Dongen.
Wat mag er wel en wat mag er niet binnen de kaders van
het interprofessioneel overleg? In het kader van de zelfzorg
maak ik in april een verre reis, naar Nieuw Zeeland. Offline,
maar met mijn eigen papieren Kiwipedia dagboek.
Ik hoop u uitgerust terug te zien in de zomer!
Babette Doorn
3
op één lijn 57
׉	 7cassandra://pDOSTvBIs8c7ksLwqpryQt59Q0pTCbMA4Fc2WpEz0wA s`̴ YR䰼
YR䰼	bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://hY2CSVT-DQqQLXiJ24SnQYeaHDCP_Dtxo9mlNr_Sq2w S` ׉	 7cassandra://OnuHWHGDC6934mJG71J5Pi20vGdHh1pliLZvb_DaTfQ`Q׉	 7cassandra://Xb-fqv5zkVd-e-2z3dBfCYI_JFLLdKIucXU-s6jPk_g#`̴ ׉	 7cassandra://efYfnNqC13oSojl2x5_OrpZvPUIJI6W-ZuHr0f2fW7Mee̐͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://7l8xGLsI2Uo4Gv7vP82WnV2Oi7Z4hG9tB3PfAvFIVbw `׉	 7cassandra://KBYsJ5Xu4izKnSoKr52tlNgKXV9EFvwBwKlDGsDEug0z,`Q׉	 7cassandra://ueOBCB50Jpr7_hPTX638OdE-_9TgHLuyfSXz4ewT2OM%(`̴ ׉	 7cassandra://Pj8K-zRdXmi1h0hi-xWYU14ryWPRnuUENYhjiv7fBTw͠YR䰼׉Eop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Van de voorzitter
Onderzoek waar
je beter van wordt
DOOR JEAN MURIS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
De financiële crisis van 2008 had in het hele land en zeker
ook in Limburg en Zuidoost Brabant een flinke impact op
de lokale economie en de gezondheid van de burgers. De
Provincie Limburg investeert de laatste jaren veel in het
bevorderen van de werkgelegenheid. Zij stimuleerde de
samenwerking van partijen en investeerde ook in nieuwe
verbindende ideeën. Er werd ingezet op gemeenteoverstijgende
voorzieningen in de vorm van campussen.
De Sociale Agenda Limburg bepaalt de richting voor
een vitaler Limburg om in 2025 de eerste achterstanden
in gezondheid en participatie van Limburgers ten
opzichte van de rest van Nederland ingelopen te hebben.
Hoewel Limburgers, als het gaat om gezondheid en
participatie, er gemiddeld genomen op vooruit gaan, is
er nog een structurele achterstand ten opzichte van het
Nederlands gemiddelde. Daarnaast blijken Limburgers
met een lage sociaaleconomische status gemiddeld 6
tot 6,5 jaar eerder te overlijden dan Limburgers met een
hogere sociaaleconomische status. De ambitie is om
hier een trendbreuk te realiseren. Samenwerking van
kennisinstellingen, zorgverleners, burgers, overheid en
bedrijfsleven is voor preventie en duurzame gezondheid
essentieel. Te denken valt o.a. aan de Academische
Werkplaatsen ( Publieke Gezondheid, Ouderenzorg,
Duurzame Zorg) maar ook aan de onderzoekschools van
onze Faculteit (FHML), Mosae Vita, de Maastricht Studie
en de huisartsen en hun zorggroepen.
De vakgroep Huisartsgeneeskunde onderhoudt banden
met alle hierboven genoemde partijen en ondersteunt de
ontwikkelingen ten behoeve van een betere ouderenzorg,
anderhalvelijns zorg en interprofessioneel opleiden en
leren. Wij willen dit niet vanuit een ivoren toren doen,
maar via samenwerking. Voor dat laatste is deze regio
bijzonder geschikt: de geografie (één universiteit, 3 ROC’s en
1 Hogeschool dichtbij elkaar), de proeftuinen (Anders Beter,
MijnZorg, Blauwe Zorg), het project “De Gezonde Basisschool
van de toekomst” en de broedplaats Heerlen vormen een
dankbare en vruchtbare bodem voor doorontwikkeling en
het bereiken van de hierboven genoemde ambities
voor 2025.
Nu ook de Gezondheidsraad dit jaar het rapport “Onderzoek
waar je beter van wordt” heeft uitgebracht, komt een aantal
lijnen nog sterker bij elkaar in Zuid-Limburg. Het volgende
toekomstscenario wordt in dit rapport geschetst: het
Universitair Medisch Centrum ontwikkelt zich tot de motor
van onderzoek en innovatie van zorg en preventie in de
volle breedte, met een sterk regionale functie. Dit impliceert
een scherpe wijziging van de huidige koers die moet wordt
gevaren door de UMC’s. Deze was voorheen vooral gericht
op topklinische zorg en onderzoek. Het rapport pleit er juist
voor dat de UMC’s steviger moeten inzetten op onderzoek
naar kwaliteit en doelmatigheid van zorg en preventie.
UMC’s investeren hiertoe substantieel menskracht en
(eerste geldstroom) middelen in hun samenwerking met de
aanbieders van intra- en extramurale zorg en preventie in
de regio, met patiënten, gemeenten, GGD, hogescholen etc.
Ze ontwikkelen zich tot een belangrijke dragende kracht van
een regionaal netwerk met verleners van zorg en preventie.
Om relevante vraagstellingen en maatschappelijke opgaven
de ruimte te geven, bepalen beroepsbeoefenaren, patiënten
en beleidsmakers in dit netwerk welk onderzoek prioriteit
verdient. Zo kunnen onderzoeksresultaten goed in de praktijk
van zorg en preventie worden toegepast. Onderwerpen als
ziektelast, zorgkosten en prevalentie worden mede bepalend
voor de keuzes van onderzoeksvragen.
Wat betekent dit voor de huisartsgeneeskunde en de
vakgroep Huisartsgeneeskunde? De Nederlandse huisarts
wordt opgeleid tot een hoog kennisniveau, is communicatief
sterk en heeft een duidelijke taakopvatting: het bieden van
laagdrempelige huisartsenzorg op generalistische, continue
en passende wijze. De huidige opleiding voorziet goed in de
competentiegebieden: medisch handelen, communicatie,
samenwerken en wetenschap en onderwijs. De vakgroep
richt zich op al deze gebieden en stimuleert samenwerking
tussen opleiding en onderzoek. Op het terrein van het
onderwijs liggen de uitdagingen bij het interprofessioneel
onderwijs; op het terrein van onderzoek liggen talloze
onderwerpen en noden in de provincie Limburg. Samen
optrekken met de huisartsen, de kaderopleidingen, de
zorggroepen en stafleden van de vakgroep is ons doel. We
doen al veel onderzoek op de genoemde terreinen, maar
voor de verdere ontwikkeling van de wetenschapsagenda
hebben we jullie aller inbreng hard nodig. Laat ons weten
hoe we kunnen ondersteunen en verbinden.
4
׉	 7cassandra://Xb-fqv5zkVd-e-2z3dBfCYI_JFLLdKIucXU-s6jPk_g#`̴ YR䰼׉E<1 e uitgave 2017
De kaderopleiding hart- en vaatziekten
Nieuwe ronde,
nieuwe kansen
DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, UNIVERSITAIR HOOFD DOCENT
Eind 2006 begon ik, op verzoek van Job Metsemakers,
aan het ontwerp van deze kaderopleiding: een groot
blanco blad. Goed om een writer’s block van te krijgen.
Maar in september 2007 lag er toch een tweejarig
curriculum dat deelnemers zou gaan vormen tot hartvaat-expert,
goed uitgerust voor onderwijs, overleg
met specialisten, Standaarden-Commissies etc.
Wie zou dat willen? Dat werd meteen duidelijk: ambitieuze
mensen, niet bang voor (nog) wat meer werk en met
een grote liefde voor het hart. Vlak voor de start was een
‘cadeautje’ uit de hemel gevallen: een huisarts in opleiding
die daarvoor een paar jaar de opleiding tot cardioloog had
gedaan: Karen Konings. Ze wilde wel meedoen! Ze werd
mede-coördinator en deelnemer tegelijk. Ze is nog steeds
kroondocent.
Vanaf het begin zinderde het. Met gretigheid werd
geleerd. Het was een hele toer om docenten uit te leggen
wat voor soort toehoorders ze zouden krijgen. Achteraf
waren ze steeds verbaasd over dit bijzondere ‘publiek’, dat
hen overlaadde met vragen. Maar juist door dit vraag en
antwoord-spel ontstond de ‘body of knowledge’ van de
kaderopleiding. Terugkijkend ben ik heel tevreden over wat
we hebben neergezet. Je ziet mensen in twee jaar groeien in
expertise, onderwijs-vaardigheden en zelfverzekerdheid.
Je ziet vooral de kritische blik scherper worden ten aanzien
van alles wat gezegd en geschreven wordt.
Wat nog beter kan? Een aantal zaken. Bijvoorbeeld, men
zou nog meer kunnen uitstijgen boven wat Karen altijd
noemt: cijferfetisjisme. Relativeren van risicotabellen en
afkappunten. En meer accent op maatwerk bij preventie:
levensstijl en familie – en gemeenschapscultuur. De
verhalen over burgerinitiatieven in zijn dorp door de
wethouder van Laarbeek, is – wat mij betreft – een
hoogtepunt! In totaal zijn nu 4 groepen van gemiddeld 18
mensen opgeleid. Ook uit Den Helder, Appingedam en –
echt waar! – uit Willemstad, Curaçao. Rond 60% is actief
buiten de eigen praktijk. Nog altijd komen de ‘klaren’ twee
maal per jaar in Roermond bij elkaar voor eigen scholing.
In de tweede groep, K2, zat Robert Willemsen. Hij was nog
huisarts in opleiding, maar had ook al een paar jaar als
longarts in opleiding achter de rug. Hij ging als een speer,
en nu, na een proefschrift over acute hartklachten, zal
hij mijn taak overnemen. Daar ben ik heel gelukkig mee.
Zijn expertise en flair zullen velen inspireren. Met Karen
zal hij een mooi duo vormen. Anneke Germeraad verlaat
met mij het podium. Karin Aretz neemt haar plaats in. We
wensen hen vooral genieten toe van deze gretig lerende,
boeiende mensen.
V.l.n.r.: Karin Aretz, Anneke Germeraad, Yvonne van Leeuwen en Robert Willemsen
5
de kaderopleiding hart- en vaatziekten | op één lijn 57
׉	 7cassandra://ueOBCB50Jpr7_hPTX638OdE-_9TgHLuyfSXz4ewT2OM%(`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://fOW9hpnwAPFV3rhKqEnRkyVsLTBVQ08gjEMUD3idfz4 p'`׉	 7cassandra://qeuBHD4sqbuifUsvPoVIHZrCVaE9d05Z8e26NVMF93sm@`Q׉	 7cassandra://faonY3-0yYb7HTjLSTi8vbYHrmzQG6wqTzwk5wYxSos'`̴ ׉	 7cassandra://Z3LMRDnRoFQ1bV0krLJ2R610y9KiF8Eycriz3RMg6XI d͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://8vL1tIWHgvrV5wePY-UfKb8nj_OsYa673wSF9tuujiA D`׉	 7cassandra://XM8OrG4YJkM0ir3Vcd-R9ccPjKj66j5TlPZMCwe32wIa`Q׉	 7cassandra://GR06ellKAI3L1NLxxS3RHb8JqUvV0SeokGfB490XfSE#U`̴ ׉	 7cassandra://X7gTiR6W8YVGFdyv1oHup2tKl5170qI1dusns5oaQ0k 	͠YR䰼נYR䰼r ̂9ׁHhttp://goo.gl/kX180tׁׁЈ׉Em1
Al eeuwen worden er gevallen
gemeld van een gebroken hart met fatale
gevolgen. Eén aandoening past het best
bij een dergelijk verhaal van ‘sterven van
verdriet’. Deze aandoening is:
A Takotsubo cardiomyopathie
B Ventriculaire aritmie door
Torsade de pointes
C Het Brugada syndroom
2
Een artsenbezoeker wil u ervan
overtuigen dat statines gecombineerd
met cholesterolopnameremmers beter zijn
dan statines alleen, bij patiënten met een
doorgemaakt acuut coronair syndroom.
Met welk getal biedt u het best weerstand
tegen de mooie folder en dito grafieken die
u voorgeschoteld krijgt?
3
Voor patiënten met lege artis
gediagnosticeerd hartfalen,
die als zodanig in het dossier
van de huisarts vermeld staan,
is de 5-jaars overleving:
A 80%
B 65%
C 50%
4
Naast ST-elevaties op het ECG,
bestaat er een ander kenmerkend,
bijna pathognomonisch ECG-verschijnsel
bij pericarditis. Dat verschijnsel is:
A Spitse T-toppen
B PTa-segment depressie
C Osborn golven
A Odds ratio
B Relatieve risico reductie
C ‘Number needed to treat’
Goede score bij de quiz?
Verdiep je in het hart! In de quiz heeft u
kunnen bewijzen hoe goed uw kennis is van
hart- en vaatziekten. Nu bent u klaar voor de
bijbehorende kaderopleiding!
Ook al ging de quiz vlekkeloos, er is nog veel
meer te leren. De kaderopleiding is bedoeld voor
huisartsen die hun deskundigheid op het gebied van
Hart- en vaatziekten (HVZ) willen vergroten. De
kaderopleiding leidt deelnemende huisartsen op tot experts
die worden opgenomen in het register van het College voor
Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden (CHBB).
Kijk voor ervaringen van collega’s die eerder de opleiding
hebben gevolgd en meer informatie over aanmelden op
de website http://goo.gl/kX180t of scan
de QR Code met uw telefoon.
6
de kaderopleiding hart- en vaatziekten | op één lijn 57
Antwoordsleutel
1: A - 2: C - 3: C - 4: B - 5: A -
6: C - 7: B - 8: A - 9: C - 10: B
׉	 7cassandra://faonY3-0yYb7HTjLSTi8vbYHrmzQG6wqTzwk5wYxSos'`̴ YR䰼׉EDe Hart- en Vaatziekten QUIZ
5
Bij het vermoeden op spierpijn
ten gevolge van simvastatine, is
verandering naar een ander statine
mogelijk. Welke van de onderstaande
drie opties verdient in dit geval de
voorkeur boven de andere twee opties?
A Fluvastatine
B Atorvastatine
C Lovastatine
6
Wanneer u de uitslag van een 24-uurs
bloeddrukmeting wilt gebruiken om het
hart- en vaatrisico af te lezen in de SCORE
risicotabel, dan gebruikt u als systolische
bloeddruk in de tabel bij voorkeur:
A Het 24-uurs gemiddelde van de
systolische bloeddruk
B Het 24-uurs gemiddelde van de
systolische bloeddruk + 5 mmHg
C Het 24-uurs gemiddelde van de
systolische bloeddruk + 10 mmHg
7
U diagnosticeert atriumfibrilleren
bij een 88 jarige patiënte met een
zeker valrisico. U wilt haar beschermen
tegen het optreden van een CVA.
De voorkeur gaat uit naar:
A Clopidogrel
B Orale antistolling
(vitamine K antagonist
of NOAC)
C Aspirine
8
Een jonge patiënte (26 jaar) heeft een
regelmatige smalcomplextachycardie
met retrograde P-toppen op het ECG.
Dit alles past het best bij:
9
Onstabiele ischemische cardiale
problemen onderscheiden zich van stabiele
ischemische problemen. Het belangrijkste
verschil wordt veroorzaakt door:
A Atherosclerotisch debris
in de kransslagader
B Spasme in de kransslagader
C Stollingsactivatie in de
kransslagader
10
Een bètablokker verlaagt de
bloeddruk vooral door:
A Vertraging van de hartslag en dus
verlaging van het hartminuutvolume
B Remming van het renineangiotensine-aldosteron
systeem
C Zowel A als B is juist
7
A AV-nodale re-entry
tachycardie
B Atriumflutter
C Atriale tachycardie
de kaderopleiding hart- en vaatziekten | op één lijn 57
׉	 7cassandra://GR06ellKAI3L1NLxxS3RHb8JqUvV0SeokGfB490XfSE#U`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://LzUQiaNApXOUy-Gi7T4xMz5uc-vVriYiQ-8cbxByLhw e`׉	 7cassandra://JPAzz-cUtrNQOyyK0zLNWAa3DCXb9wJGLqnFMc8Sqpgp`Q׉	 7cassandra://lyajHit4YK5lVU7SsjG7XDFcxXd4Efdmh7oSbu6d3YE"C`̴ ׉	 7cassandra://j7_v5D3h5gTr0X9X_r1ZNUnpx-KquS8Au1eBYU8MRhoj͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://lF393lwQ_stvV6RKLYeU_JQP2QP0A_6iAzR9VTCvoLg [`׉	 7cassandra://3EPgrSGYo3xpVjJvRxaHuY5WFCb9dNLdWKTelDxRWVUc`Q׉	 7cassandra://cAl7DU_DrZFohopQYcpYsoCyi0Ng8p5BDxUeCiJaXp4`̴ ׉	 7cassandra://8D1X3PppGcImwHaCVQa_GxQlOBae4HcsfXfms9Nale0̔͠YR䰼׉E
1 e uitgave 2017
Stelt zich voor
De nieuwe cursuscoördinator
DOOR ROBERT WILLEMSEN, HUISARTSONDERZOEKER
In 2008 vond ik na ‘wat omzwervingen’ in de tweedelijn
mijn plek in de huisartsgeneeskunde. Dankzij Gerrie
Waagenaar en Yvonne van Leeuwen vond ik bijna parallel
daaraan ook mijn weg naar de NHG Kaderopleiding Harten
Vaatziekten. Die weg voerde naar Roermond, waar het
allemaal gebeurt als het gaat om hart- en vaatziekten
in de eerstelijn. Aldaar bleek de slogan van de gemeente
(‘Roermond that’s all you need’) voor mij te kloppen.
Gedurende twee jaar werkten we met 20 enthousiaste
collega’s onder de bezielende leiding van Yvonne en
Karen Konings aan het predicaat ‘kaderhuisarts hart- en
vaatziekten’. De kaderopleiding bleek vakinhoudelijk het
beste te zijn. Toponderwijs, diepgraven in onderzoek en
kritisch kijken naar patiëntenzorg en richtlijnen - samen
met ruimdenkende en bevlogen collega’s uit het hele
land - vormden de ingrediënten daarvoor. En nu zijn we
9 jaar verder en gaat Yvonne met pensioen. Voor mij nog
steeds een grotere contradictio in terminis dan een rond
vierkant, maar het gaat er echt van komen. Eind 2017 start
de vijfde kaderopleiding hart- en vaatziekten, voor het
eerst zonder de ‘kader-moeder’ als coördinator. Ik ga dit
van haar overnemen. Gelukkig blijft kroondocent Karen
Konings wel. De ondersteuning krijgt dankzij de toevoeging
van Karen Aretz (zij ondersteunt ook de Kaderopleiding
Wetenschappelijk Onderzoek) aan het team nog een extra
injectie. Het gaat voor mij een enorme uitdaging worden
om de kwaliteit én sfeer die Yvonne heeft neergezet te
waarborgen. De aanhoudend goede evaluaties van de
opleiding maken dat consolideren mijn voornaamste doel
zal zijn. Het hoge onderwijsniveau dat Yvonne met Karen
heeft neergezet is onder meer te danken aan het selecteren
van docenten en het durven breken met docenten die niet
voldeden aan de wensen. Ik heb daarvan geleerd en zal
de kwaliteit ‘Leeuwensiaans’ hoog proberen te houden.
Ik hoop daarbij gebruik te kunnen maken van mijn eigen
netwerk als huisartsonderzoeker en kaderhuisarts harten
vaatziekten. En datzelfde netwerk gaat me hopelijk
helpen om de onderwijsmodule statistiek en epidemiologie
binnen de kaderopleiding verder te ontwikkelen. Verder is
de kaderopleiding altijd een plaats geweest voor overzicht,
‘boven-de-stof-staan’ en debat. Zonder die elementen zou
de kaderopleiding aan kwaliteit inboeten. Ook daar zal ik
dus aan de bak moeten. Alleen dan zullen ook toekomstige
kaderhuisartsen op weg van hun opleidingsdagen naar huis
bevestigend knikken, wanneer ze voorbij zo’n Roermondse
reclameposter wandelen.
8
de kaderopleiding hart- en vaatziekten | op één lijn 57
׉	 7cassandra://lyajHit4YK5lVU7SsjG7XDFcxXd4Efdmh7oSbu6d3YE"C`̴ YR䰼׉E1 e uitgave 2017
Uitgelijnd
Redactionele missers en respons
DOOR BABETTE DOORN, HOOFDREDACTEUR
Nu Henk is vertrokken uit de redactie, ben ik het laatste
(maar niet het oudste) redactielid dat erbij was vanaf het
begin in 1999. We maken het blad nog steeds met veel
plezier en zijn altijd trots op onze uitgaves.
Missers
Er zijn ook wel missers, die vallen mij vaak meteen als eerste
op, wanneer ik het papieren blad in handen heb. En geloof
me, ik vind dat nog steeds niet leuk. Bij de artikelen maken
we bijvoorbeeld 2 keer een kop: de chapeau en de titel.
Dat is het format. Als een van beide ontbreekt, dan verzin
ik de andere erbij. Soms gaat dat mis, zoals in het laatste
nummer. Op pagina 37 schreef ik boven het mooie artikel
van Abdelkader Bennaghmouch, huisarts in Roermond:
‘Dondersberg’. Met een s ertussen. Mijn fout liet ik weten
aan de collega’s die geboren of werkzaam zijn in Roermond.
En bij het schrappen in de eindredactie viel bij ‘Mijn Diabetes
Profiel’ (pagina 14) het cruciale stukje ‘via de POH’ weg. Dit
betrof de werving. De onderzoeker liet recent weten, dat de
werving overigens goed verloopt.
De afbeelding met de 3 cirkels bij Evidence Based Medicine
(op pagina 28) hadden we heel bewust geschrapt vanwege
de ruimte. Volgens auteur Niels Beurskens was dit beeld
essentieel en ik beloofde hem via deze rubriek een
herkansing aan. Bij deze:
Respons
We krijgen ook geregeld reacties van lezers, van jullie.
Complimentjes vervelen nooit, maar nog leuker vinden
we het, dat wanneer we een oproep doen aan de lezer,
dat er dan echt serieuze reacties komen. Zoals op de
oproep wie ons campagneteam wil versterken bij PR- en
voorlichtingsbijeenkomsten. Dank! Oud WESP-en reageren
ook geregeld. Dat is handig, want een groot deel wil huisarts
worden en via deze lijntjes blijven we in contact. Zo stuurde
een WESP een foto van haarzelf, terwijl ze ons blad las. Ze
had net gesolliciteerd en was in afwachting van de plaatsing.
Inmiddels is ze gestart als kersverse aios. En ik kreeg een foto
uit Turkije van aios, inmiddels huisarts Candan Kendir (artikel
pagina 8) waarin ze eindelijk de envelop met de papieren
exemplaren had ontvangen.
Bestellen van post is niet alleen daar een probleem. Ook bij
een van onze aios die in Rotterdam woont en mailde, dat
de bezorgers te lui zijn om een trap op te lopen en dan haar
post terugsturen met de vermelding ‘geen brievenbus’. We
besloten om het blad op te sturen naar de praktijk waar ze
in opleiding is. Helaas kregen we (nog?) geen respons van de
chef-kok van Beluga Hans van Wolde. Hij was spreker op de
Masterclass op 16 december waarover in dit blad 2 artikelen
staan. Hij begon over de beveroverlast en of er geen recept
voor was. Aangezien Hendrik Jan Vunderink en ik in de zaal
zaten en het laatste nummer met een beverstaartrecept
(pagina 36) bij ons hadden, zijn we zo vrij geweest om hem
persoonlijk een exemplaar te geven. De hoop, dat we van
hem ooit wat horen, heb ik helaas laten varen… Beste lezers:
blijf vooral reageren. We stellen het erg op prijs.
9
op één lijn 57
׉	 7cassandra://cAl7DU_DrZFohopQYcpYsoCyi0Ng8p5BDxUeCiJaXp4`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://NouJqZ050WprsqhF6MvwEeCKEQAXMA-aeWo_g8u4CUc `׉	 7cassandra://bh6cmFPPkIA3NxK8VziypZWxiSG5BsTHUTME3ZgmkKoj%`Q׉	 7cassandra://CkbmxE0QN5vbWxgmpcZeQ_Xu0DNyEkJqeL22_PxHeQY!P`̴ ׉	 7cassandra://sbB6cbUP-DgSm9Vyjq0wKOM21H5V_eyzi3N2BCQHlgY͛5̐͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://Hhd7b6sAAjL2e6sImFKKOR4IRoCkniPG8hsIQh83E60 `׉	 7cassandra://S2lsjB8fIVv5HRmBwG9D3ONCyej7J8mv0ryBMdNTGDIn`Q׉	 7cassandra://MlDs8wDsltyngkPfAFPlOMjXP4qve6HTwA14XNHC60E"`̴ ׉	 7cassandra://ZCptR3yL-FfvJE6MHf3Dz-RfYZIiiAF3kcr9yPgtPl4͉͠YR䰼׉EZop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Onze taal, onze Henk
‘Denkend aan Henk’
DOOR BABETTE DOORN, SJEF SWAANS EN HENDRIK JAN VUNDERINK, TREURENDE REDACTIELEDEN
Wie? Henk Goettsch. Begonnen bij de huisartsopleiding
Maastricht op 1 maart 1988, werkzaam als
gedragswetenschapper. Menig huisarts in opleiding
werd door hem gevormd. Vanaf het begin (1999) was hij
redactielid van Op één Lijn. Coauteur van ‘De Januskop’
(2002); een werkboek voor mannen voor de ontplooiing
van hun gevoelsleven. Zo’n man dus. Henk was altijd
betrokken bij de hele vakgroep Huisartsgeneeskunde, hij
kende alle collega’s in het gebouw Debyeplein 1. Kwam
trouw op de analoge fiets naar zijn werk, in weer en wind.
Met zijn leren schooltas. Wie had vroeger niet zo’n leraar
op de middelbare school? Maar die had waarschijnlijk niet
zo’n onafscheidelijke bruine koffiemok!
Henk bleef thuis vanaf 2017. Reden: pensioen. Op
dinsdagmiddag 21 februari jl. was zijn afscheidsbijeenkomst.
Al maanden van te voren kregen we een email van zijn
naaste collega Priska Israel met het verzoek om een
filmpje van maximaal één minuut op te nemen met een
‘herinnering aan Henk’. Het geheel werd, gemonteerd als
“tearjerker”, aangeboden bij zijn afscheid. Het resultaat is
onderdeel van ons Cultureel Erfgoed.
Bij zijn afscheid nam Henk na het openingswoord snel de
regie over. Wij gingen een vijf-gesprekkenmodel doen met
vaste Psychisch Blok-acteur Cees Rullens op een zeepkist in
de rol van patiënt. Mensen uit het publiek konden dokter
spelen. Soms raakte de problematiek van de patiënt aan die
van de dokter. En tussendoor was daar Henk, die samenvatte
en de koers bepaalde. Even serieus als altijd, maar met
een hoopvolle ondertoon. We blijven op de borrel tot het
laatste eind, tot het grote licht wordt aangedaan. Het deed
denken aan het einde van de zaterdagse dansavonden om
middernacht. Het feest zit erop, het TL licht is onverbiddelijk.
We moeten gaan. En Henk ook. Toch nog vlug een laatste
afscheidscadeautje in de vorm van een gedicht in zijn
favoriete rijmschema. Want taal was, zeg maar, zijn ding:
Ollekebolleke voor Henk
Gedreven zielknijper,
Vaardige peuteraar
Gaf ons zijn zaligheid
Als rolmodel
Sleet beste jaren als
Huisartsenknutselaar
Zonder te morren
Voor ons op Deb1
Denkend aan Henk. We gaan zijn taalgevoeligheid missen.
Of overgevoeligheid? Dat laatste in ieder geval aangaande
correct taalgebruik. De discussies daarover waren zeer
inspirerend. Het mooiste voorbeeld van wat taal kan: Henk
vond een krantenkop: “Priester op non actief”…
We gaan bij de redactie zijn rode potlood node missen…
Denkend aan Henk. Ook bij het maken van dit
voorjaarsnummer van Op één Lijn. In de hoop nog wat van
Henk te horen, gooien we lijntjes uit via zijn privé-mail.
Maar het blijft stil op die lijn. Henk lijkt er klaar mee. Wij
nog niet met Henk. We denken nog een tijd aan Henk.
Denken we.
10
׉	 7cassandra://CkbmxE0QN5vbWxgmpcZeQ_Xu0DNyEkJqeL22_PxHeQY!P`̴ YR䰼׉EJo Baggenprijs 2016
Oogarts
Marianne van den Maegdenbergh
DOOR MARTIN BRASSÉ, HUISARTS TE VLODROP EN VOORZITTER STOOHN
Op 7 december 2016 werd tijdens het oogheelkundig
symposium voor huisartsen in Eindhoven voor de
derde keer de Jo Baggen-prijs uitgereikt. De prijs
werd uitgereikt door Martin Brassé, voorzitter van de
“Stichting Onderwijs Oogheelkunde aan Huisartsen”
(STOOHN).
De prijs is vernoemd naar de grondlegger en initiator van
de eerstelijns oogheelkunde: Jo Baggen. Jo was huisarts
in Brunssum van 1961-1991 en promoveerde in 1990 op
oogheelkunde in de huisartspraktijk en werkte jarenlang als
bevlogen docent. Vanaf 1994 nam de STOOHN de organisatie
van dit onderwijs over. Bijna 1000 huisartsen en 500 aios uit
heel Nederland volgden een of meer van deze cursussen. De
STOOHN heeft de prijs ingesteld voor personen die zich – net
als Jo – op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt
voor de eerstelijns oogheelkunde.
Vorige prijswinnaars zijn Prof. W.P.M.A. (Wiel) Lamers,
emeritus hoogleraar oogheelkunde Maastricht en Paul
Bergmans, huisarts te Geleen en voormalig voorzitter van
de STOOHN. Op het drukbezochte symposium oogheelkunde
voor huisartsen op 7 december 2016 werd de prijs deze keer
uitgereikt aan Drs. Marianne C.A.J. Van den Maegdenbergh,
oogarts Zuyderland Eyescan Oogzorgkliniek SittardGeleen.
Tijdens de felicitatie toespraak werd zij geprezen
voor haar inzet voor de eerstelijns oogheelkunde. Als
huisoogarts is zij verbonden aan de STOOHN. Verder is zij
mede inhoudsdeskundige bij de graderscursus die door de
STOOHN i.s.m. Meditta tweejaarlijks wordt georganiseerd
voor de graders fundusfotografie. Ze heeft meegewerkt
aan meerdere boeken over oogheelkunde voor huisartsen:
het bekende “rode boekje” oogheelkunde en aan het boek
Oogheelkunde in de serie Praktische huisartsgeneeskunde.
De prijs bestaat uit een glazen schaal voorstellende een
vrije interpretatie van de oogfundus die gemaakt is door
de glaskunstenaar Helma Brassé uit Roermond.
We feliciteren Marianne nogmaals en hopen dat zij nog
lang verbonden mag zijn aan de STOOHN. We hopen dat
haar inzet een inspiratie mag zijn voor veel huisartsen om
zich te verdiepen in de eerstelijns oogheelkunde.
Clinicus van het Jaar: prijs beste huisarts
Giel van
Schoubroeck
Giel van Schoubroeck met zijn vrouw
Maandag 23 januari 2017 werden de jaarlijkse prijzen
voor beste Clinici van het Jaar 2015-2016 uitgereikt
door studentenvereniging MSV Pulse.
In de categorie coschap “Huisartsgeneeskunde en sociale
geneeskunde” werd huisarts Giel van Schoubroeck uit
Tilburg uitgeroepen tot beste huisarts werkplekbegeleider.
De praktijk aan het Korvelplein 10, de praktijk met collega
huisarts Jeroen Rovers, heeft maar liefst 80 (!) coschappers
een inspirerende stage geboden.
Redactielid en AIOTHO Eefje de Bont liep destijds haar
coschap in deze praktijk en herinnert zich deze plek als
levendig, leerzaam en plaats waar coassistenten met
veel enthousiasme worden ontvangen.
11
op één lijn 57
׉	 7cassandra://MlDs8wDsltyngkPfAFPlOMjXP4qve6HTwA14XNHC60E"`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://EbKT4sEmW6AwORnqoE8esbZygLeeTHijMF7dnxsGY1c P`׉	 7cassandra://WtULUGM2CFf1GjJCBHrjEmRNf84UM4OiQVlyQcIdPZEyG`Q׉	 7cassandra://E4PM8w9jsmUZCg9ccFuYaRruV9oqm1szILdA-Y1qhvg$n`̴ ׉	 7cassandra://639xF-Qrdv7kXkO1lpE-9vwsjlIqmVjONmQNqRzC1-Q͑K͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://FDsz8oVzIDMNf1MDKlCLMbuqek9aqPK-cRqoB73bMSs b`׉	 7cassandra://WAcA0kNzFeYIyW7edxejuAV23Xh_4Ck_5cqVoO0GLGse``Q׉	 7cassandra://wJw1K-Jle_1vm__57PvWTagOWbBFroEOOmvNfjcirqI`̴ ׉	 7cassandra://IG8uflLl3DhZ_r0lf5s72mEy55NBVm-O9KZvn1-EWbUso͠YR䰼׉ECop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Welkom!
Nieuwe collega's
stellen zich voor
Ineke Hussaarts
Huisartsbegeleider huisartsopleiding
Ik ben Ineke Hussaarts. Lang geleden vanuit de Randstad
via Wageningen naar Maastricht gekomen omdat de
onderwijsvorm mij aansprak.
Gedurende mijn opleiding genoot ik erg van de
kennismaking met Limburg: het leven en de natuur.
Na omzwervingen in Tanzania en Guinee Bissau ben ik
uiteindelijk in 1988 huisarts in Ospel geworden. Daar woon
ik nu al bijna 30 jaar, heb er vier zonen groot gebracht en
in al die jaren groeide de praktijk van klein naar groot, met
steeds meer artsen, faciliteiten, personeel, zorgprogramma’s
en management.
Ik heb coassistenten in de praktijk begeleid, mijn collega
aio’s en twee jaar geleden raakte ik enthousiast voor
het onderwijs door een verpleegkundig specialist in de
huisartspraktijk op te leiden. In mei jl. ontdekte ik dat ik
te zeer vergroeid was met de praktijk en dat de uitdaging
om te solliciteren naar de functie als HAB Jaar 3 op het
goede moment kwam. Ik vind het heel bijzonder om als
ervaren huisarts uit mijn comfortzone te komen en bewust
onbekwaam te zijn. Het is een heel andere rol dan die in de
spreekkamer maar erg inspirerend. Behalve met mijn werk in
de praktijk heb ik mij ook bezig gehouden met bestuurswerk
binnen de LHV, het initialiseren van de HAP in Weert, het
opzetten van een zorgprogramma in onze groep. Ik ben
kaderarts bewegingsapparaat, ben geregistreerd als huisarts
met bijzondere bekwaamheid in de oogheelkunde en ben 9
jaar SCEN arts geweest.
In mijn vrije tijd sport ik graag en dat kan van alles zijn:
schaatsen, hardlopen, tennis, bergwandelen, fitness, skiën,
wielrennen en sinds kort heb ik paardrijles. (Wat is dat
moeilijk!!!)
Ruud Verhees
Arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO)
Ik ben Ruud Verhees, 28 jaar en in december 2016 in de
hoedanigheid van AIOTHO gestart op de onderzoekgang
van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. Recent rondde
ik het 2e jaar van de huisartsopleiding af en ik heb nu 9
maanden om fulltime verder te gaan met mijn onderzoek.
Onder begeleiding van prof. Geert-Jan Dinant, prof. André
Knottnerus en dr. Carel Thijs doe ik onderzoek naar het
verband tussen influenzavaccinatie bij 60-plussers en
sterfte. We weten, dat influenzavaccinatie bij ca. de helft
van de ouderen de griep kan voorkomen en dus effectief
is. Tot op heden is echter onvoldoende goed onderzocht, of
influenzavaccinatie ook sterfte onder ouderen voorkomt.
Hiernaar zijn vele studies verricht. Geen van deze studies
bevat echter een goede controlegroep, waardoor onduidelijk
blijft, of het verschil in sterfte daadwerkelijk toe te schrijven
is aan vaccinatie. Prospectief onderzoek op basis van goede
randomisatie met lange follow-up ontbreekt en het opzetten
van nieuwe gerandomiseerde onderzoeken wordt als
onethisch beschouwd.
In 1991/1992 werd in Maastricht een grote randomized
controlled trial (RCT) naar de effectiviteit van
influenzavaccinatie onder ouderen verricht. Mijn
promotieonderzoek biedt me de gelegenheid om deze
gegevens te gebruiken voor sterfteanalyse. Tijdens de
eerste twee jaren van mijn huisartsopleiding heb ik een
grote genealogische zoektocht uitgevoerd - van Rijksarchief
Limburg tot Centraal Bureau voor de Genealogie en alles
daartussenin - om deze trialgegevens aan te vullen met
sterftegegevens. Dit stelt mij nu in staat om o.a. na te gaan
of de sterfte binnen deze groep ouderen verband houdt met
influenzavaccinatie. Daarmee zouden deze studieresultaten
de huidige manier waarop naar de zin van vaccineren
gekeken wordt, kunnen beïnvloeden.
Promotieonderzoek aan de Vakgroep Huisartsgeneeskunde
sprak me om tal van redenen aan. Los van het feit, dat
het thema relevant is en de algehele populatie betreft,
biedt het me ook de mogelijkheid diverse competenties
te ontwikkelen die ik later in mijn carrière als huisarts wil
blijven inzetten.
12
׉	 7cassandra://E4PM8w9jsmUZCg9ccFuYaRruV9oqm1szILdA-Y1qhvg$n`̴ YR䰼׉E1 e uitgave 2017
Susanne Teunisse
Huisartsbegeleider huisartsopleiding
Luc Maartens
Huisartsbegeleider locatie Eindhoven
Ik ben pas 40 jaar geworden en werk inmiddels alweer
enkele maanden met veel plezier bij de vakgroep HAG
als huisartsbegeleider van het psychisch blok in jaar 2.
Mijn roots liggen in Eindhoven en Nuenen en ik heb zelf 11
jaar geleden de huisartsopleiding in Maastricht afgerond.
Daarvoor heb ik een jaar kindergeneeskunde gedaan in een
klein perifeer ziekenhuis maar ik merkte al snel dat mijn hart
lag bij het prachtige vak van de huisarts. Ik sta graag dicht
bij mijn patiënten en ben nieuwsgierig naar de mens achter
de mens. Trefwoorden hierbij zijn: compassie, verbinding,
aandacht en respect. Opleiden van jonge collega’s beschouw
ik als een waardevolle toevoeging en uitdaging!
Na het afronden van mijn opleiding heb ik eerst drie
maanden als huisarts gewerkt in Aruba om me daarna te
vestigen in Brabant. Op dit moment werk ik als waarnemend
huisarts in de regio Eindhoven/Helmond. Ik ben getrouwd
met mijn lieve man Eric en samen hebben we twee jongens
van 5 en 8 jaar oud.
Een van mijn passies is reizen en ontdekken van andere
culturen. Tijdens mijn basisopleiding heb ik onder andere
drie maanden Primary Care in Nepal gedaan en ben ik met
de rugzak door Thailand en Maleisië getrokken. Ook heb
ik Australië, Afrika en diverse bestemmingen in Europa
bezocht. Tegenwoordig doen we dat op kleinere schaal door
fijn op pad te gaan met onze geweldige camper. Daarnaast
houd ik van tuinieren, dansen, duiken, snowboarden,
paardrijden en het bezoeken van festivals. In de toekomst
zal ik vaak op woensdag en donderdag te vinden zijn op
onze locatie in Eindhoven.
Mijn naam is Luc Maartens. Ik ben huisarts in Eindhoven
sinds 1984. Een oude man dus met een hopelijk wat
minder verouderd gedachtengoed.
Toen ik wilde gaan studeren kon ik nog niet kiezen voor
Maastricht als medische faculteit. Uiteindelijk kwam ik voor
het eerst terecht in Maastricht toen ik startte met mijn
promotieonderzoek bij Andre Knottnerus in 1996. Daar werd
de basis gelegd voor mijn huidige activiteiten. Verandering
van spijs doet eten. Als je als jonge dokter in een beroep
stapt waar je gedurende de daarop volgende decennia een
redelijk vastgelegd toekomstperspectief hebt, wil je af en toe
weer eens een uitdaging zoeken. Nadat ik een aantal AIOS in
mijn praktijk had opgeleid besloot ik mijn onderwijskundige
activiteiten uit te breiden als HAB. Daar ben ik per 1 maart
2016 mee begonnen.
Ik heb samen met mijn vrouw Jolande 4 kinderen en ben
inmiddels bijna voor de vierde keer opa. Ik houd erg van
sport en probeer met name mijn duurprestaties met
hardlopen en fietsen op een acceptabel niveau te houden.
Ik ben medisch verantwoordelijk voor de afdeling tophockey
van Oranje Rood in Eindhoven en ga heel graag op vakantie
naar verre windstreken. Het wekelijkse contact met de
AIOS en de collega’s van de opleiding heeft een verfrissend
effect en werkt stimulerend op mijn huisarts-activiteit op
de andere werkdagen. Ik werk hoofdzakelijk op Strijp-Z in
Eindhoven, een schitterende nieuwe “Noord- locatie” van
de Maastrichtse opleiding met prachtige faciliteiten voor
optimale didactiek. Kortom: de nieuwe spijs smaakt mij
goed en blijkt een goede keuze.
13
op één lijn 57
׉	 7cassandra://wJw1K-Jle_1vm__57PvWTagOWbBFroEOOmvNfjcirqI`̴ YR䰼YR䰼bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://6jOSS99LAHtv0p1hMv48_AValwF_XE8kPNocYanraRc b`׉	 7cassandra://ju3p_gUdWLsd8JFPqYTp6m9HLewPZzVuy9dlVoCJJJEk]`Q׉	 7cassandra://dLWI5zxS4-HOCTolnlEvjtNCYcN1veIJQc097-m8IP4"Y`̴ ׉	 7cassandra://JLYziZtIekEjDtM6oRvPDUhAldd5jQhRNaG2snTYCAo͢`$͠YR䰼ט  Bu׉׉	 7cassandra://Ol7Re0voIe0zd4QaOmj1_1cbA6hUzRus_I7ws_YBlqM `׉	 7cassandra://J9TSFqxgejNW18bA4LMIuvTxXjP-a5cKizoKy1wpo7U[`Q׉	 7cassandra://HEfrrpnuIDPrVg8nktvsIq3b6vuSwFwj-VhwAVjbD14!`̴ ׉	 7cassandra://4oL4VuAtLOs31pDZJKJCz1HMypSbV3jNrfGpoHJKlpY  |͠YR䰼 נYR䰼t O9ׁH +mailto:hao-planners@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנYR䰼s ˁ9ׁH %http://www.prelum.nl/product/handboekׁׁЈ׉E
op één lijn 57
V.l.n.r.: Elles van Poortvliet & Claudia Bartholomeus
Elles van Poortvliet
Planner
Claudia Bartholomeus
Planner
Ik ben Elles van Poortvliet, 36 jaar. Vanaf 1 februari ben
ik officieel in dienst bij de Huisartsenopleiding waar ik,
samen met Claudia, inmiddels de planning verzorg.
Daarbij is het de bedoeling, dat we alles rond het onderwijs,
terugkomdagen, opleidersscholing, ruimtereserveringen
enz. zodanig in de agenda verwerken, dat niemand elkaar
in de weg zit, en dat iedereen weet waar hij wanneer
moet zijn. Voorervaring hierin heb ik opgedaan bij het
Onderwijsinstituut FHML waar ik coschappen heb gepland.
Dat ging echter volgens een veel vaster stramien, hier is de
planning wat vrijer en is soms wat improvisatie nodig.
Ik ben hier aanwezig op maandag, dinsdag en donderdag.
In mijn vrije tijd houd ik me graag bezig met mijn 2
kinderen, Janneke (6 jaar) en Bram (3 jaar). Wij houden allen
erg van dieren waardoor we een kleine kinderboerderij
thuis hebben: een hond, een kat, cavia’s, kippen en konijnen.
Verder speel ik nog piano (net een stuk van Einaudi
ingestudeerd) en vind ik het fijn om regelmatig uit eten te
gaan, al dan niet tijdens vakantie. De opstart is geweest, het
welkom was warm en inmiddels voel ik me al een beetje
thuis op het instituut.
Boek verschenen
Graag attenderen wij u op het boek “Handboek effectieve
communicatie in de huisartsenpraktijk”. Angelique Timmerman,
docent bij onze huisartsopleiding is co-auteur van dit boek.
Het boek is geschreven voor de praktiserende huisarts,
maar is zeker ook bruikbaar voor aios, docenten en opleiders
binnen de huisartsopleiding. Optimaal communiceren kan
het consult en de praktijkvoering veel doeltreffender en
plezieriger maken.
Meer informatie op: www.prelum.nl/product/handboekeffectieve-communicatie-in-de-huisartsenpraktijk/
14
Mijn
naam is Claudia Bartholomeus en ik ben sinds 10
januari 2017 werkzaam bij de huisartsopleiding in de
nieuwe functie van “planner”.
Dat plannen doe ik samen met Elles van Poortvliet, ook
nieuw in deze functie bij de huisartsopleiding. Hiervoor ben
ik (o.a.) werkzaam geweest als secretaresse afdelingshoofd
in het MUMC+, afdeling (vaat-)chirurgie. In deze functie
werd er ook veel gepland en was het één van mijn taken om
overzicht te hebben en allerlei activiteiten in te roosteren.
Dit is ook de kern van mijn huidige functie en ik zie het
daarom als een mooie uitdaging om er samen met Elles
één geheel van te maken.
Over mij persoonlijk: ik woon in Maastricht met m’n man
Jerôme en 2 kinderen, Lori en Niek. In mijn vrije tijd ga ik er
graag op uit en ontspan ik met familie en vrienden. Ik ben
werkzaam op dinsdag, woensdag (ochtend) en donderdag.
Ons gezamenlijk emailadres is:
hao-planners@maastrichtuniversity.nl
׉	 7cassandra://dLWI5zxS4-HOCTolnlEvjtNCYcN1veIJQc097-m8IP4"Y`̴ YR䰼!׉E1 e uitgave 2017
Pas afgestudeerd
Made in Maastricht
Afstudeersessie 6 december 2016
Afstudeersessie 6 december 2016 | V.l.n.r.: Elleke Cremers, Barbara Schiffelers, Femke Wouters, Rinske Hamers,
Veerle Driesens, Myrthe Kersemaekers, Marlous van de Sande
Afstudeersessie 13 december 2016 | V.l.n.r.: Ingeborg Heetman, Willemijn Zentjens, Jasper Vingerhoets ,
Dagmar Marcus, Ester Lemmink, Christianne Erens, Noud Dirckx, Sinh Din, Céline op den Kamp, Milou Schulten
Afstudeersessie 13 december 2016
15
op één lijn 57
׉	 7cassandra://HEfrrpnuIDPrVg8nktvsIq3b6vuSwFwj-VhwAVjbD14!`̴ YR䰼"YR䰼!bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://WiHTa48VRqEUhereaxfvFNgN290PnNW5GQq5_Ci287Q 4` ׉	 7cassandra://8RGzm6m_qKlzPG5eDEE3NiZZMM6RzNQsMriEFnq4JcMv`Q׉	 7cassandra://OO3506-kPdxLlSRqJPO2Y-HTBWlvCxCUhDDe-CInQpYf`̴ ׉	 7cassandra://j3azT59o7fSQFVU1COpDsns6z2OOwRFylvuAYitcllALV͠YR䰼#ט  Bu׉׉	 7cassandra://YBLv7NyHa9r7a5SXz4LaI1waHhNoLLNlYRlTqqznwJU `׉	 7cassandra://P265Jy7mI6kYSRpIvUs54YEcgQDifsU9-ayUUKX1J7kZ`Q׉	 7cassandra://vxNuXiTVbPENi34l3X45MfSHNMt-Tq0ObcPj0SkBWYU`̴ ׉	 7cassandra://XKgS3jP5EpR6TmmeTGkU37VQrRi3mga4cXX94VdDFsUmj͠YR䰼$׉Eop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Bruikbare wetenschap
Kort maar krachtig
DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN UNIVERSITAIR DOCENT VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE
In deze bijdrage vindt u een selectie wetenschappelijke
artikelen van Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren
wij artikelen die direct bruikbaar kunnen zijn voor de
dagelijkse praktijkvoering.
MDO: beter goed geleid dan
geregeld ontregeld
Interprofessioneel samenwerken is een hippe term die u
ongetwijfeld de komende jaren gaat terugvinden op de
agenda’s van beleidsmakers en verzekeraars. U zult ook
ongetwijfeld denken dat u dat al jaren doet, en dat klopt.
De meeste praktijken hebben multidisciplinair overleg,
vaak gericht op de ouderenzorg. Jerôme van Dongen en
zijn team hebben een aantal MDOs nauwlettend gevolgd
(met video opnames) en ook deelnemers geïnterviewd op
een gestructureerde manier. Ze wilden daartoe het proces
van interprofessionele samenwerking beter begrijpen door
de observaties tijdens de opnames te vergelijken met de
persoonlijke ervaringen van de teamleden. De observaties
(van de onderzoekers) toonden aan dat het uiteindelijke doel
van het MDO (het gezamenlijk ontwikkelen van een gedeeld
plan voor de besproken patiënt, met persoonlijke doelen
en acties) heel regelmatig niet werd gehaald. Opvallend
daarbij was dat de professionals dit zelf niet herkenden
en de bijeenkomsten ervaarden als gestructureerd en met
de patiënt centraal. Het onderzoeksteam stelt voor dat
de structuur van MDOs kunnen worden verbeterd door
een goede voorzitter. Daarnaast zeggen ze ook dat hun
bevindingen reden zijn om de verschillende deelnemers
eerst bewust te maken van zaken die verbeterd kunnen
worden, omdat de professionals deze zelf niet meteen zien.
Het is een stellige conclusie en de bevindingen zijn nou
niet meteen een pluim voor de deelnemende MDOs. De
eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het ook wel herken.
Vaak is het MDO ook een gelegenheid om elkaar even bij
te praten over zaken en patiënten. Dat geeft hectiek en
dat draagt niet bij aan een goede structuur. Wellicht is
het dan meer interprofessioneel samenzijn in plaats van
samenwerken. Gaat u ook eens opletten hoe dit gaat bij uw
volgende MDO?
Veilig darmkanker uitsluiten
Ondanks het bevolkingsonderzoek darmkanker en de iFOBT
test blijven we natuurlijk mensen met buikklachten op het
16
spreekuur zien. Het is niet eenvoudig om te bepalen wie
je voor een coloscopie moet sturen en wie vooral niet, met
name omdat de klachten van darmkanker, diverticulitis,
IBD en prikkelbare darm syndroom nogal overlappen. Jean
Muris was betrokken bij een nationale studie waarbij de
onderzoekers 18 verschillende diagnostische modellen
toetsten op een groep van 810 patiënten met persisterende
buikklachten uit de Nederlandse huisartsenpraktijk.
Deze patiënten ondergingen allen endoscopie en 37
bleken darmkanker te hebben. Van de 18 modellen (welke
bestonden uit bevindingen uit anamnese en lichamelijk
onderzoek, en sommige een fecaal occult bloed test) bleken
de meesten darmkanker aardig goed uit te sluiten met
negatief voorspellende waardes tussen de 93 en 100%.
Het beste model (NICE-1) bleek 59% van de patiënten met
darmkanker uit te sluiten met een negatief voorspellende
waarde van 100% bij een sensitiviteit van 96%. Dit
NICE-1 model heeft de volgende variabelen: leeftijd (met
grenswaarde bij 40 jaar en bij 60 jaar), geslacht, pre/postmenopauze,
diarree langer dan 6 weken, rectaal bloedverlies,
palpabele massa in de buik, palpabele massa bij rectaal
toucher en anemie. Met dit soort gegevens zou het dus
wel mogelijk zijn om een groot deel van de patiënten een
scopie te onthouden. Echter, zoals de auteurs ook terecht
stellen bestaat er juist de neiging (bij zowel huisarts als
patiënt) om laagdrempeliger coloscopie aan te vragen. Zo
toont onderzoek aan dat patiënten geneigd zijn dit invasieve
onderzoek te ondergaan bij een kans van minder dan 1%
op pathologie. Hoe dan ook stellen de auteurs terecht dat
dit soort modellen – waarop ook onze NHG Standaard is
gebaseerd – in ieder geval behulpzaam kunnen zijn om de
hoog risico patiënten te prioriteren. Dat kan bij toenemende
wachttijden voor coloscopie dan ook wel weer handig zijn.
Patroonherkenning-in-opleiding
Patroonherkenning is een term die nogal eens valt in de
huisartsopleiding. Elke huisarts herkent de waarde daarvan,
hoe ongrijpbaar het patroon of de herkenning ook soms
is. In het beoordelen van aios zijn patronen wellicht ook
belangrijk. Marjolein Oerlemans en haar team met veel
bekende namen van de huisartsopleiding deden kwalitatief
onderzoek onder ervaren huisartsopleiders en vroegen
hen of zij consistent gedrag herkennen bij aios tijdens het
observeren van meerdere consulten in de tijd. Tevens waren
׉	 7cassandra://OO3506-kPdxLlSRqJPO2Y-HTBWlvCxCUhDDe-CInQpYf`̴ YR䰼%׉E1 e uitgave 2017
de onderzoekers benieuwd of dit ook bij excellente en matig
presterende aios zo is. De lezende opleiders onder u zullen
nu al JA zijn aan het knikken want de ervaren opleiders
in deze studie bevestigden inderdaad dat een aios een
patroon kan vertonen in zijn consulten. De onderzoekers
deduceerden uit de interviews dat dit consistente gedrag
(ofwel patroon) zowel in de arts-patiënt interactie kan
optreden alsook op het gebied van medische expertise van
de aios. Voor de doorgewinterde opleiders is het hele artikel
het lezen waard. Ik ben vooral benieuwd welke effecten deze
bevindingen zullen hebben op de manier waarop we aios
en ook coassistenten beoordelen en toch ook op de manier
waarop we opleiden.
Maatwerk bij schouderpijn
Vraagt u wel eens een echo van de schouder aan? En
deed u dat 10 jaar geleden ook? Ik durf te beweren dat u
dat de laatste jaren vaker doet. Echografie is in opkomst,
ook doordat veel fysiotherapeuten het toepassen en
we daarmee ook op ons spreekuur te maken krijgen.
Kaderhuisarts bewegingsapparaat Ramon Ottenheijm
zette een unieke trial op om te bepalen of het inzetten
van echografie bij patiënten met acute schouderpijn
(<3 maanden) huisartsen kon helpen om gerichter de
juiste aandoening te behandelen met de beschikbare
behandelmogelijkheden (fysiotherapie, injectie, eventuele
verwijzing naar de orthopeed). Zo wil je bij een bursitis of
tendinitis calcarea liever een subacromiale injectie geven
en stuur je de patiënt bij een tendinopathie liever naar de
fysiotherapeut. In deze MUST studie waaraan huisartsen
uit de Westelijke Mijnstreek deelnamen werden uiteindelijk
129 patiënten geïncludeerd, waarvan er 111 konden worden
gerandomiseerd. Bij de helft kreeg de huisarts de echo
uitslag, bij de andere helft niet. Na 1 jaar bleek 60% van
de patiënten in de controlegroep hersteld. In de groep
waarbij de huisarts op basis van de echo uitslag maatwerk
kon bieden was 72,5% hersteld. Dat was niet statistisch
significant. Op basis van deze trial hoeft de huidige NHG
Standaard dus (nog) niet te worden aangepast. Het is wel
een fraai voorbeeld van een gedegen wetenschappelijke
evaluatie van de klinische waarde van een aanvullende
diagnostische test die al heel breed wordt ingezet in de
dagelijkse praktijk, maar waarbij in dit geval het effect
op harde uitkomstmaten voor de patiënt ontbreekt.
Referenties
• Interprofessional primary care team meetings: a qualitative
approach comparing observations with personal opinions.
van Dongen JJ, van Bokhoven MA, Daniëls R, Lenzen SA, van der
Weijden T, Beurskens A.
Fam Pract. 2017 Feb;34(1):98-106. doi: 10.1093/fampra/cmw106.
• Published diagnostic models safely excluded colorectal cancer in
an independent primary care validation study.
Elias SG, Kok L, Witteman BJ, Goedhard JG, Romberg-Camps MJ,
Muris JW, de Wit NJ, Moons KG.
J Clin Epidemiol. 2017 Feb;82:149-157.e8. doi: 10.1016/j.
jclinepi.2016.09.014
• Should we assess clinical performance in single patient encounters
or consistent behaviors of clinical performance over a series of
encounters? A qualitative exploration of narrative trainee profiles.
Oerlemans M, Dielissen P, Timmerman A, Ram P, Maiburg B, Muris J,
van der Vleuten C.
Med Teach. 2017 Mar;39(3):300-307. doi:
10.1080/0142159X.2017.1270427.
• Ultrasound imaging to tailor the treatment of acute shoulder
pain: a randomised controlled trial in general practice.
Ottenheijm RP, Cals JW, Winkens B, Weijers RE, de Bie RA,
Dinant GJ.
BMJ Open. 2016 Nov 21;6(11):e011048. doi: 10.1136/
bmjopen-2016-011048
17
op één lijn 57
׉	 7cassandra://vxNuXiTVbPENi34l3X45MfSHNMt-Tq0ObcPj0SkBWYU`̴ YR䰼&YR䰼%bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://0AZmN_HX1c1knbUFoXYKSMXdf3tX7LM1BtrJZKJbXvM Ȥ`׉	 7cassandra://IjZHc6869PaSzUW_8iz8alskXB0mA9ydlVdbpcYHL08lO`Q׉	 7cassandra://nY7oVj1MtcRiypvndGL0iBhYJhfCr14xFyt5hR3CJqg!@`̴ ׉	 7cassandra://y-9WCrhMphuVnzWOjkh5SL-dCrpdC7It41ZryMSfAKE͘̐͠YR䰼'ט  Bu׉׉	 7cassandra://JcEhjoK2UfpYV_QnIgEbdoKd6azQe6RuFD_kXfGeSPE `׉	 7cassandra://YJ2zqUhpS3pTwloR0y8Uv_xyP3k7vXhxfz_YZMavN8Mi`Q׉	 7cassandra://FB3UY6xk6qQuXjdIFBjQA8QblSrYM-6NHYeGoJdzxpI!+`̴ ׉	 7cassandra://1M0FDeepMQn2JivbApwDWKeZAIlLWnuIcHQWHionBBA *̌͠YR䰼(נYR䰼v 9'̔9ׁHhttp://www.healthinslums.nlׁׁЈ׉E
op één lijn 57
1 e uitgave 2017
Onderzoek doen kan je leren
Van idee naar een onderzoeksopzet
DOOR ANOUK BAGHUS, AIOTHO
Als kersverse AIOTHO heb ik in september deelgenomen
aan de Start Class van The International Primary Care
Research Training Curriculum. De cursus, die onderdeel
is van de NHG Kaderopleiding Wetenschappelijk
Onderzoek, is bedoeld voor (huis)artsen en anderen die
werkzaam zijn in de eerste en nuldelijn met nog weinig
onderzoekservaring. Er namen dan ook niet alleen jonge
onderzoekers deel, maar ook huisartsen met al tientallen
jaren praktijkervaring die in hun eigen praktijk een
project wilden opstarten.
Omdat ik nog maar twee weken was gestart met mijn
promotietraject, sloten de inhoud en het niveau van de
cursus goed aan en was de week een goede voorbereiding
om met mijn onderzoek van start te gaan. Alles wat nodig is
om van een idee naar een goede onderzoeksopzet te komen
kwam aan bod, zoals het opstellen van een onderzoeksvraag
en het vinden van een passende methode. Ondanks dat niet
alle onderwerpen die aan bod kwamen even relevant waren
voor mijn eigen onderzoek, vond ik het nuttig om brede
basiskennis over wetenschappelijk onderzoek op te doen.
Bovendien was er volop aandacht voor onze individuele
projecten, omdat de theoretische achtergrond door het
interactieve karakter en de kleinschalige opzet meteen
kon worden toegepast.
Het meest leerzaam vond ik om dagelijks een aantal
projecten in subgroepen te bespreken onder leiding van een
ervaren onderzoeker. Dit heeft me geleerd om kritisch naar
mijn eigen onderzoeksprotocol te kijken en mee te denken
met de projecten van anderen.
De sfeer was erg goed. Alle docenten en deelnemers waren
erg gemotiveerd en Karin Aretz en Geert-Jan Dinant hebben
vol enthousiasme de week in goede banen geleid. Ook het
internationale tintje van de cursus zal hebben bijgedragen:
er waren niet alleen deelnemers uit Nederland, maar ook uit
België, Duitsland, Indonesië, Brazilië en Uganda. Tijdens de
pauzes en een avondprogramma met een stadswandeling
en diner in Maastricht was er dan ook genoeg om over te
praten.
Ik kan alle startende onderzoekers aanraden om de cursus
te volgen. Het heeft mij enorm geholpen om goed van start
te gaan met mijn onderzoek en om in contact te komen met
andere onderzoekers. Binnenkort staat het tweede deel van
de cursus, de Advanced Course, op het programma, waarvan
wij als deelnemers zelf hebben mogen meedenken over
de inhoud. Ik hoop weer net zoveel waardevolle kennis en
vaardigheden op te doen als tijdens het eerste deel. Ook kijk
ik er naar uit om te horen hoe de andere deelnemers van
start zijn gegaan met hun projecten.
Informatie: www.familymedicinemaastricht.nl/what-we-do/
courses/researchtraining/
18
׉	 7cassandra://nY7oVj1MtcRiypvndGL0iBhYJhfCr14xFyt5hR3CJqg!@`̴ YR䰼)׉E	1 e uitgave 2017
Crossing borders
Health in slums
DOOR ONNO VAN SCHAYCK, HOOGLERAAR PREVENTIEVE GENEESKUNDE
Tijdens een eerdere kerstborrel bij Huisartsgeneeskunde
ontving Onno van Schayck (collega’s konden suggesties
aandragen) een bijdrage namens de vakgroep
Huisartsgeneeskunde voor zijn India pilotproject ‘Health
in slums’. Intussen is hij zover dat hij graag over de
voortgang rapporteert.
In de afgelopen jaren is er in sloppenwijken in Bangalore
in India gewerkt aan het vinden van een oplossing om
de blootstelling aan rook door het koken op open vuur te
verminderen. Blootstelling aan rook is volgens de WHO de
belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen die in sloppenwijken
wonen. Moeders ontwikkelen op jonge leeftijd COPD of
overlijden aan longkanker zonder ooit sigaretten gerookt te
hebben. In sloppenwijken kan men nauwelijks buiten koken,
vooral door ruimtegebrek. Daarom wordt binnen gekookt
en wordt men vele uren per dag aan rook blootgesteld.
In het verleden heeft de Indiase overheid geprobeerd om
ovens te maken en te distribueren maar dat is mislukt. De
ovens waren te duur voor sloppenwijkbewoners die vaak
niet meer dan 1 euro per dag verdienen. Bovendien waren
ze te klein voor de grote gezinnen in sloppenwijken en
pasten ze niet bij hun kookgewoonten. In een uitgebreid
proces van luisteren, feedback en creatief samenwerken
zijn nu oventjes ontwikkeld die weinig tot geen rook
produceren, zeer goedkoop zijn en voldoen aan alle wensen
en verlangens van sloppenwijkbewoners. De prototypen
zijn af en worden nu binnenkort getest in een grote
randomized clinical trial gesubsidieerd door NWO, waarbij
de helft van een sloppenwijk doorgaat met de traditionele
wijze van koken en de andere helft de oventjes krijgt. De
persoonlijke blootstelling aan fijnstof (PM2.5) en CO wordt
24 uur gemeten bij alle deelnemers en de longfunctie en
klachten worden bij kinderen en moeders meerdere malen
vastgesteld gedurende minimaal een jaar. Daarnaast wordt
bij alle deelnemers goed geëvalueerd hoe tevreden ze met
deze oplossing zijn. Radio 1 en het NOS journaal hebben
verslag gedaan van het in gebruik nemen van deze oventjes.
Op de foto zie je de opnamen van het NOS journaal.
Inmiddels heeft de regering in Delhi gevraagd of wij advies
willen geven ten aanzien van de luchtvervuiling. Delhi is
momenteel volgens de WHO de meest vervuilde stad in
de wereld.
Meer informatie vindt u op www.healthinslums.nl
Onno van Schayck (links\0 tijdens een interview door de NOS
19
op één lijn 57
׉	 7cassandra://FB3UY6xk6qQuXjdIFBjQA8QblSrYM-6NHYeGoJdzxpI!+`̴ YR䰼*YR䰼)bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://vnDTV2B7MWhDgFYjnSaHhRYaCOYAFBqeov_csaIsqzE &`׉	 7cassandra://JHGqyWe01hHH_eo3nMAitKHHMxInFdSuQP5fPfpwAqsq-`Q׉	 7cassandra://mc6cUG5zhecQpeVJ0McofjwbQ4VmzT0DPuzzhZurrYk!`̴ ׉	 7cassandra://19Gh-soEeYYmBfJWEYS0zki895zlxjNh4m_gUV4UCrQ͏̔͠YR䰼+ט  Bu׉׉	 7cassandra://k-voQvqL0BJ2tfVun6B4dbfSXYteGsWXE1gDCflG1jo G`׉	 7cassandra://CMe9P7LvvIrx5RdBcizyZZGlZJDq50Mz64MAQhxYvQsa`Q׉	 7cassandra://_ih5wXi9QEeF9i2PyEi3A6lkapIFZ8SJgibQiDTsvT4`̴ ׉	 7cassandra://ZnkHzN4ExFjRgyYWVD1ebnkD_QpoChfi4Vy2vtod3V0̜ͥ͠YR䰼,׉EV1 e uitgave 2014
2017
WESP-studenten: Jolijn Bohnen en Rachèl Verhoeven
Paracetamolgebruik
bij kinderen
BEGELEIDERS: JOCHEN CALS, EEFJE DE BONT EN KIRSTIN PEETOOM
Paracetamolgebruik bij kinderen met
koorts na bezoek aan de huisartsenpost
Vraagstelling
Uit de praktijk en literatuur blijkt dat ouders hun kind vaak
paracetamol geven wanneer het koorts heeft. Dit is echter
niet altijd nodig of aanbevolen. Onderzoek laat zien dat
onnodig geven van paracetamol nadelen kan hebben voor
het herstel en het effect op algemeen welbevinden van
een kind is nooit aangetoond. Richtlijnen adviseren daarom
enkel bij pijn en ongemak paracetamol. Onderzoek naar
paracetamolgebruik bij kinderen met koorts in de eerstelijn
is schaars. Er is nog nooit onderzoek gedaan naar het gebruik
van paracetamol bij kinderen met koorts na een bezoek aan
de huisartsenpost. Hier worden echter de meeste kinderen
gezien. Wij onderzochten dat wel.
Studiedesign
In deze studie hebben we 553 ouders van kinderen onder de
12 jaar met koorts twee weken na bezoek aan de
huisartsenpost gebeld. Tijdens dit telefonische interview
vroegen we naar paracetamolgebruik.
Primair resultaat en conclusie
83,8% van de ouders gaf hun kind met koorts paracetamol
na het bezoek aan de huisartsenpost. Gemiddeld werd in
twee weken 11 tabletten paracetamol per kind gegeven, met
uitschieters van 50 en 72 tabletten. Mogelijke verklaringen
voor het frequent geven van paracetamol zijn angst van
ouders voor ernstige complicaties en het vrij verkrijgbaar
zijn van paracetamol in winkels.
Bovendien hebben ouders het gevoel dat het algemeen
welzijn van hun kind verbetert door paracetamol te geven en
het idee dat ze daarmee iets kunnen doen voor hun kind. Het
geven van paracetamol kan een manier zijn om met een ziek
kind om te gaan in deze drukke, moderne maatschappij
Deze studie laat zien dat we in de spreekkamer niet alleen
dienen te letten op de juiste dosering paracetamol, maar ook
op de juiste indicatie (pijn en ongemak).
WESP-student: Eline Vere Urlings
Pesten
BEGELEIDERS: MAARTJE WILLEBOORDSE EN ONNO VAN SCHAYCK
Pesten is een groot probleem met ernstige gevolgen.
Er bestaan dan ook vele pestinterventies maar in geen
van deze interventies komt een gezonde levensstijl terug.
Tijdens ‘de gezonde basisschool van de toekomst’ (dGBvdT),
waarbij een gezonde levensstijl wordt gerealiseerd, namen
leerkrachten subjectief een afname in pesten waar. Wij
onderzochten daarom de invloed van dGBvdT op pesten.
Studiedesign
Door middel van semigestructureerde interviews en een
focusgroep met de directeur, projectleider en leerkrachten
20
van twee gezonde basisscholen zijn meningen over en
ervaringen met pesten op school in kaart gebracht.
Primair resultaat en conclusie
De deelnemers zagen een afname in frequentie en ernst
van pesten sinds dGBvdT. Dit leek te ontstaan door
de structuur en professionaliteit die de pedagogisch
medewerkers boden, een gevoel van samenhorigheid
tijdens de gezamenlijke lunch en afname van verveling
tijdens middagpauzes. Leerlingen lieten een verbeterde
mentaliteit zien ten aanzien van pesten, en de rol van
leerkrachten veranderde positief.
op één lijn 57
׉	 7cassandra://mc6cUG5zhecQpeVJ0McofjwbQ4VmzT0DPuzzhZurrYk!`̴ YR䰼-׉EWESP-student: Eline Meijs
D-dimeertest
BEGELEIDERS: JOCHEN CALS, EEFJE DE BONT EN ANGEL SCHOLS
Gebruik van de bij trombo-embolische
aandoeningen in de huisartsenpraktijk
Vraagstelling
Een D-dimeer point-of-care test (POCT) zou mogelijk een
waardevolle toevoeging kunnen zijn aan het diagnostische
arsenaal van de huisarts. Echter, alvorens de D-dimeer POCT
in de huisartsenpraktijk te implementeren, is het zinvol om
het huidige gebruik van de D-dimeertest in de diagnostische
keten rondom longembolie en DVT in kaart te brengen.
Studiedesign
Een retrospectieve dossierstudie in een specifieke
huisartsenpopulatie in de regio Sittard-Geleen;
alle patiënten die in 2015 een DBC-code longembolie of
DVT kregen of waarbij de huisarts een D-dimeer bepaalde
werden geanalyseerd.
Primaire resultaat en conclusie
Ongeveer een derde van de met spoed verwezen patiënten
naar de tweedelijn had een longembolie of DVT en bij
circa een derde hiervan had de huisarts voorafgaand een
D-dimeer bepaald. Van alle verwezen patiënten waarbij de
huisarts geen D-dimeer had bepaald, had bijna 75% van de
patiënten een longembolie of DVT.
WESP-student: Niek van den Nieuwenhof
ECG’s in het kader
van CVRM
BEGELEIDERS: JELLE STOFFERS, ROBERT WILLEMSEN, KAREN KONINGS
Vraagstelling
Wat is de kwaliteit van ECG beoordelingen door huisartsen
in het kader van cardiovasculair risicomanagement (CVRM)
en wat komt er uit deze ECG’s?
Studiedesign
Door middel van retrospectief dossieronderzoek bij 12
geselecteerde huisartsenpraktijken zijn er 852 in het kader
van CVRM en DM zorg gemaakte ECG’s verzameld. 300
daarvan werden door een panel van experts (cardiologen en
kaderartsen HVZ) geëvalueerd.
Primair resultaat en conclusie
Huisartsen achtten 53% van de totale 852 ECG’s normaal.
De meest voorkomende afwijkingen waren: verdenking op
oude infarcten en intraventriculaire geleidingsstoornissen.
Het panel was het in 67% van de 300 gevallen volledig
eens met de ECG interpretatie van de huisartsen. De meest
voorkomende misinterpretaties waren oude infarcten en
kamer hypertrofie. In 70% van de gevallen waren ze het
ook eens met het gevoerde beleid. Deze resultaten kunnen
gebruikt worden voor scholing.
21
op één lijn 57
׉	 7cassandra://_ih5wXi9QEeF9i2PyEi3A6lkapIFZ8SJgibQiDTsvT4`̴ YR䰼.YR䰼-bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://XyA-nzxw78QUldAuubm86kCqpX5puF9B4moFu6p3pGA [j` ׉	 7cassandra://ZhX1PqnId45QuAZM3LWXNyP4UpU4WA8bkpR27E-OsMIq`Q׉	 7cassandra://lifEtoBDDFLFYvcKQNVkrrst5O6Hm7a9dTZaOxbAGe4`̴ ׉	 7cassandra://VnBODQ9sfEn8FPhuKjcp-9zvqhQjzT9D5_eGlgHuv3ID͠YR䰼/ט  Bu׉׉	 7cassandra://SADAd3byUHRwxROQaeuIBvMUcjOK3GT9GpEw_FI8quo _`׉	 7cassandra://AMyM9KotBfQYvo0o6hxe6c5ELsEqWfpfqWAKNkiOzDE``Q׉	 7cassandra://HZ0Focitq-2SRDvLg8dPTlUlnGkQG_dirPl03HdS7kk@`̴ ׉	 7cassandra://0s20QZ0oT49wBD7Fq0cfxGoCmzdoC0JzvfINh3kvaa4q̌͠YR䰼0׉ETop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Hoofdzaken
Nieuwigheden
BAS MAIBURG, HOOFD VAN DE HUISARTSOPLEIDING
“Daar sta je dan. Je zag dit moment al zo vaak in je
dromen, daar is ’t dan. De dag die je wist dat zou komen
is eindelijk hier”. De eerste strofen van het Koningslied
passen wel bij mijn overgang naar het hoofdschap.
Per 1 januari was het zover: Jean Muris nieuwe
vakgroepvoorzitter, Bas Maiburg nieuw hoofd
van de huisartsopleiding.
En ja, je voelt je wel een beetje staan. Eigen kweek – ik werk
sinds 1991 bij de opleiding – en nu in een positie waarvan
ik lang vond dat je die beter bij een andere opleiding zou
kunnen gaan bekleden (“vreemde ogen”). Hoe is dat, als
je formeel eindverantwoordelijk bent voor de opleiding?
Hoe kijken je directe collega’s nu tegen je aan? Een beetje
kroonprins voel je je ook wel als je gevraagd wordt voor
zo’n functie.
Het Koningslied vervolgt met: “Ben je er klaar voor? Kun
je dat ooit echt zijn?”. Deze ietwat retorische vraag neemt
niet weg dat ik me er aardig voor toegerust voel. Zeker na
de afgelopen twee jaar de “hoofd-portefeuille” Personele
Zaken behartigd te hebben. De nodige landelijke hoofdenoverleggen
heb ik al meegemaakt en met Jean Muris heb
ik de afgelopen vijf jaar nauw samengewerkt in een soort
duo-hoofdschap.
De evaluatie na twee maanden is in ieder geval positief. Er
is al veel werk verricht, en de stemming en sfeer is goed.
Niet op de laatste plaats door de soepele samenwerking
binnen het managementteam van de opleiding. Met Gerrie
Waagenaar – naast curriculumcoördinator nu ook adjuncthoofd
van de opleiding – en Joost Dormans – coördinator
logistiek en plaatsvervangend hoofd – is het goed toeven
én werken. Samen met de overige coördinatoren wordt op
daadkrachtige wijze aan het optimaal aansturen van de
opleiding gewerkt.
Waar wordt nu zoal aan gewerkt? Op de eerste plaats loopt
het nodige beleid gewoon door, ondanks het aantreden
van een deels nieuw managementteam. De werkgroepen
blijven bezig met het vertalen van de nieuwe landelijke
thema’s en KBA’s van het landelijk opleidingsplan naar een
lokaal, Maastrichts en Eindhovens curriculum. De al eerder
gegenereerde ideeën over de integratie van de diverse
22
sectoren binnen de vakgroep worden verder uitgewerkt.
Ontwikkelingen staan nooit stil. Zo heeft de visie
op Eindhoven rond de jaarwisseling een update
gekregen. Streven naar een evenredige verdeling van
opleidingsplaatsen over Maastricht en Eindhoven blijft
van belang. Nieuw is dat we hierbij nu ook kijken hoe de
voorkeuren van aios voor de twee opleidingslocaties van
de huisartsopleiding Maastricht evolueren. En dat we
toewerken naar een Noord- en Zuid team van docenten,
afhankelijk van de locatie waar zij hun groepen begeleiden.
De allocatie (=plaatsing van aios na het succesvol
doorlopen van de selectieprocedure) speelt daarbij een
rol. De hele procedure heeft niet de verwachte optimale
verdeling en invulling van opleidingsplaatsen opgeleverd.
Het is hard werken om voldoende aios in opleiding te
krijgen. Desondanks toch enkele niet gevulde plaatsen,
waardoor de werving van aios nog steviger aangezet gaat
worden. Zo staat een duidelijkere positionering richting
aios van de beide opleidingslocaties hoog op de agenda, en
wordt er hard gewerkt aan de website en het inzetten van
andere sociale media. En gaan we ons sterker profileren
richting de groep basisartsen die in de diverse regionale
ziekenhuizen werkzaam zijn, en bezig zijn hun definitieve
keuze voor een vervolgopleiding te maken.
Daarnaast heeft de allocatie van aios gevolgen voor
de organisatie van opleidingsgroepen in Maastricht
en Eindhoven. We willen complete (lees: driejarige)
opleidingstrajecten van praktijk- en instituutsonderwijs
aanbieden in Noord en Zuid. Logistiek gezien een
behoorlijke uitdaging!
Er is begin dit jaar meer veranderd dan het aantreden
van de nieuwe vakgroepvoorzitter en het hoofd van de
opleiding. Per 1 januari is nieuwe landelijke regelgeving
voor de huisartsopleiding van kracht geworden. De CHVG
heeft een nieuw kaderbesluit uitgebracht en ook het
Besluit Huisartsgeneeskunde is op de schop gegaan.
Belangrijke uitkomst hiervan is dat nog meer maatwerk
voor aios in de opleiding mogelijk wordt. Zo is in het
tweede jaar meer ruimte voor keuzestages en er lijkt meer
inhoudelijke diversiteit mogelijk in de verplichte klinische
stage van zes maanden. De CGS heeft het nieuwe landelijke
׉	 7cassandra://lifEtoBDDFLFYvcKQNVkrrst5O6Hm7a9dTZaOxbAGe4`̴ YR䰼1׉E1 e uitgave 2017
opleidingsplan goedgekeurd, waardoor de nieuwe aios
die in maart 2017 gestart zijn onder dit nieuwe plan met
thema’s en KBA’s gaan werken. Zij krijgen te maken met
de nieuwe programmatische toetsing: geaggregeerde
beoordeling van kennis- en consulttoetsen, KPB’s, Zelfie’s
en opleider- en mentorbeoordelingen.
De vertaling van de landelijke plannen naar lokaal is nog
een hele klus, waar we gestuurd door kwaliteitscoördinator
Marie-Louise Schreurs, projectmatig mee aan de slag
zijn gegaan. Niet alleen voor onszelf, want in november
van dit jaar volgt een visitatie van de RGS waarbij de
lokale plannen onder de loep genomen worden. Niet
minder dan een onvoorwaardelijke herregistratie van het
opleidingsinstituut voor vijf jaar is daarbij de inzet die
we nastreven.
Over de RGS gesproken, vanaf begin dit jaar gaan zij de
herregistratie-voorwaarde wat betreft praktijkaccreditering
handhaven. Onze HAO-coördinatoren Marieke Kools
en Paul Schrijver zijn in dat kader al begonnen om
de stand van zaken bij diverse opleidingspraktijken
opnieuw te inventariseren. Inzet is om het verlies aan
opleidingspraktijken door het eventueel niet voldoen aan
deze herregistratie-voorwaarde tot een absoluut minimum
te beperken.
Ook op het eerder genoemde vlak van Personele Zaken
zit de opleiding niet stil. Adriaan van de Sande gaat
begin maart als huisartsbegeleider aan de slag met zijn
eerste groep aios in Eindhoven. Cécile Henquet start op
hetzelfde moment als gedragswetenschapper met haar
eerste groep in Maastricht. Met Adriaan hebben we een
ervaren huisarts in ons team erbij gekregen en met Cécile
een ervaren psychotherapeut. Twee aanwinsten voor ons
docententeam!
De sollicitatieprocedure voor een nieuwe
huisartsbegeleider per mei is in volle gang, en de inkt van
de contracten van Oda Bauhuis (gedragswetenschapper,
start 1 mei) en Cristel Achterberg (gedragswetenschapper
per 1 augustus) is net droog. Beiden ervaren psychologen
en therapeuten, van wie we de komst als docent met veel
vertrouwen tegemoet zien.
23
Als nieuw hoofd van de opleiding wil ik graag een nieuw
accent toevoegen aan de missie van de huisartsopleiding.
Merkwaardig genoeg, in mijn ogen, ontbreekt daarin dat
de huisartsopleiding een “gezondheid-bevorderende”
organisatie is. Daarbij gaat het niet alleen over het opleiden
van aios als nieuwe “gezondheid-bevorderaars”. Ook dient
de opleiding als organisatie er oog voor te hebben dat
aios op gezonde wijze opgeleid worden en medewerkers
op gezonde wijze kunnen werken binnen de organisatie.
Ik denk daarbij, naast een gezonde verhouding van werk
en privé, aan zaken zoals voldoende afwisseling tussen
staan en zitten (oeps, hoe lang zit ik nu al aan dit stukje te
werken?), het nemen van pauzes en mail- en smartphone
hygiëne.
Het Koningslied eindigt met de regels: “Ik zal strijden als
een leeuw, tot het jou aan niets ontbreekt, hou je veilig
zo lang als ik leef “. Gaat wat ver als onderdeel van de
functieomschrijving van hoofd. Een poging tot gezond
houden, wil ik graag op mij nemen zolang ik hoofd ben.
op één lijn 57
׉	 7cassandra://HZ0Focitq-2SRDvLg8dPTlUlnGkQG_dirPl03HdS7kk@`̴ YR䰼2YR䰼1bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://keGBVHiYcKM6EcJS7JkJvcJFGSckmpziBRqAk4hOmBk a` ׉	 7cassandra://kNzJTTa627ZBcIt0p2rhITsOWSjrRIFGfJNQQmpqvw4w`Q׉	 7cassandra://K2yCbzFqh1hE_X2Z4rBXl5NGPppvgBWasuKWw14PS5c!`̴ ׉	 7cassandra://2yc2D_zgFREkwwMZemBobDvm6hjrLGJL-Y8bztd_zvoL͠YR䰼3ט  Bu׉׉	 7cassandra://9rvxrWt9mnwvDuqQ5Ng7atf965avwkX_m3vQh8Xv3a8 p`׉	 7cassandra://LqcrrWfq4ND1jo05bodki__nLN53oEZgW_TwlrsKAeAu{`Q׉	 7cassandra://VOd1qyalo5VjoV3EYNmPLY-DsA_Iu_AuJmEDLtp0RwQ#~`̴ ׉	 7cassandra://sWhFDpqVHeBXRT4VtUkWJJ-bI6Wl73LddPcr3mRAnsM͍̔͠YR䰼4נYR䰼} 9ׁH &http://www.facebook.nl/lovah.eindhovenׁׁЈנYR䰼| [9ׁHhttp://www.lovah.nlׁׁЈנYR䰼{ ̂9ׁHmailto:eindhoven@lovah.nlׁׁЈ׉EBop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Equilibre
Ons opleidersbestand:
een dynamisch gegeven
DOOR MARIEKE KOOLS EN PAUL SCHRIJVER, COÖRDINATOREN HUISARTSOPLEIDERS
Deze keer twee thema’s in onze rubriek: de plaatsing
van aios en feedback op de trainingsdag in januari.
De koppeling van aios aan opleiders is geen sinecure.
De aios, de hao en de opleiding hebben ieder hun eigen
belangen. Ook fietst er regelgeving doorheen waar we ons
aan moeten houden. Opleiders die teleurgesteld worden
omdat ze geen aios krijgen, denken “Waarom ik?”, en “Hoe
kan het, dat ze nog nieuwe opleiders aannemen, als ze er
toch teveel hebben?”. Bij deze een poging om die vragen
te beantwoorden en inzicht te geven in de dynamiek van
ons opleidersbestand. Begin 2014 schreef Stijn de Vries
hier ook al over in zijn ‘Lijn van Stijn’. Het ging toen om de
wisselvalligheid tussen vraag en aanbod: het ene moment
zijn er 14 opleiders tijdelijk zonder aios, terwijl enkele
maanden later iedereen voorzien is. In dat laatste geval
hopen we, dat er nergens een ontkoppeling plaatsvindt,
want dan hebben we geen opleider meer achter de hand.
Die golfbewegingen zijn er nog steeds: op het moment van
schrijven hebben we in de regio noordoost slechts twee
opleiders die onvrijwillig zonder aios zitten, waardoor ik
een probleem heb bij een mogelijke ontkoppeling in het
zuiden. Dit voelt erg krap. Daarentegen zijn er vanaf juni
negen opleiders zonder aios, en dat is, in ieder geval voor
mijn gevoel, teveel. Er zijn periodes waarin bijna al onze
opleiders actief zijn en dat wijst er op dat we niet standaard
te veel opleiders hebben. “Vroeger was dit anders”, denken
de oudere opleiders. Dat klopt. In de tijd van continuïteit in
het opleiden, zaten we in een groeiscenario: de opleiding
(lees: aantal aios-plaatsen) groeide en er werd continu heel
actief geworven om die vraag bij te benen. Omdat de groei
van het aantal aios harder ging dan de aanwas van nieuwe
opleidingspraktijken, moesten aios vaker dan nu verder
reizen.
Tegenwoordig zitten we in een consolidatiefase: De instroom
van het aantal aios is stabiel. Een even stabiel aantal
opleiders voldoet daarbij niet omdat:
• de variatie in waar de aios wonen groot is en behoorlijk
wisselt per startmoment (maart, juni, september en
december). In totaal kunnen we genoeg opleiders hebben,
maar een overschot in noord en een tekort in zuid. De
middenregio proberen we zo veel mogelijk mee in te
zetten, gericht op die noord-zuid variaties, maar daarmee
heb je nog steeds niet altijd alle aios bediend.
24
• opleiders met pensioen gaan of voortijdig stoppen,
waardoor opleidingspraktijken wegvallen,
• opleiders zelf vragen om tijdelijk niet op te leiden,
• aios met een parttime opleiding of tijdelijke uitval
vanwege zwangerschapsverlof, een opleider langer
dan 1 jaar bezig houden, we steeds meer op kwaliteit
focussen, wat o.a. inhoudt dat we een spreiding nastreven
van verschillende typen praktijken in onze regio’s.
Dit alles maakt dat we speelruimte nodig hebben en dat we
per periode bekijken of we voldoende opleiders hebben voor
de volgende koppelrondes. Zeker weten we dat pas, als we
weten waar de aios wonen, en daar zit een ander probleem:
in de regio’s Midden-Limburg en Noordoost Brabant zitten
de laatste tijd relatief minder aios. Ondanks dat we proberen
de pijn wat te spreiden, is daardoor de discontinuïteit van
het opleiden niet helemaal gelijk te verdelen en worden
opleiders in die regio’s vaker teleurgesteld dan we willen. We
hanteren zoveel mogelijk de reistijd van één uur voor de aios
om praktijken te kunnen includeren, maar ook hier is het
zoeken naar een balans.
Laat duidelijk zijn: we gebruiken aios niet om goede
opleiders te belonen en minder goede opleiders te straffen.
Opleiders voelen dat soms zo, maar zo gaan we niet met
hen om (ook al vinden sommige opleiders en aios dit best
een gedachte om serieus te overwegen). Als iets niet goed
is, vinden we, dat we dit duidelijk moeten maken, en dat
we samen moeten kijken hoe het beter kan. En je kunt
opleidersvaardigheden niet verbeteren, als we de aios weg
houden waarmee je dat juist zou moeten oefenen en laten
zien. Bovendien: welke criteria hanteer je om wel of niet die
aios toe te kennen? Een gedachtenoefening waar je niet uit
komt, want er zijn erg veel factoren die bijdragen aan de
kwaliteit van een opleider en diens praktijk.
Evaluatie trainingsdag voor opleiders
januari 2017
Door Paul Schrijver
We hebben de huisartsopleiders gevraagd om de
trainingsdag van januari te evalueren. De respons
was heel groot, waarvoor dank. Het was interessant om te
zien, dat er een verschil van waardering zat tussen jaar 1 en
׉	 7cassandra://K2yCbzFqh1hE_X2Z4rBXl5NGPppvgBWasuKWw14PS5c!`̴ YR䰼5׉El1 e uitgave 2017
jaar 3 opleiders betreffende de voordracht van
Peter Lucassen over SOLK. De jaar 1 opleiders waren
enthousiast, sommigen gaven wel aan dat het iets korter
had mogen zijn. Jaar 3 opleiders gaven vaker aan dat de
voordracht te lang was en sommigen onder jullie kenden
de voordracht al van andere bijscholingen. Al met al werd
de voordracht goed gewaardeerd. Ook de workshop SOLK
kwam positief uit de evaluatie. Over het algemeen werden
de rollenspelen en de aanwezigheid van aios zeer op
prijs gesteld. EBM, of liever gezegd Academisch Opleiden,
was de klapper van de dag! Nog nooit hebben we zulke
leuke reacties van opleiders gehoord. Een greep uit de
opmerkingen: ‘Verfrissend’ ‘Verrassend’ ‘Toepasbaar in de
praktijk’ ‘Snelle manier om een artikel te doorgronden’ en als
uitsmijter: ‘EBM gaat weer leven’! Academisch opleiden zal
dus zeker een vervolg krijgen.
Verder kwam naar voren dat kleine-groepen-onderwijs
erg op prijs werd gesteld. Hier gaan we dan ook zeker mee
door. De klimaatbeheersing was niet optimaal; dit hebben
we al teruggeven aan van der Valk, omdat we de locatie
voorlopig zullen handhaven. Erg prettig, zoveel evaluaties!
Daarmee kunnen wij weer verder om ook in de toekomst de
trainingsdagen nog uitdagender en praktischer te maken.
Eindhovengroep
Brengt de huisartsopleidingen van
Nijmegen en Maastricht samen
DOOR LOVAH EINDHOVEN
Twee opleidingen met een Eindhovense stroming, één
gezamenlijke locatie in Eindhoven, maar... nog twéé LOVAH
afdelingen met ieder hun eigen activiteiten in Nijmegen
en Maastricht. Vanuit de ‘Eindhoven groep’ ontstond
steeds meer vraag naar leuke activiteiten, nascholingen
en gezamenlijk onderwijs in en rondom Eindhoven om te
zorgen voor meer binding tussen deze twee opleidingen. In
augustus 2016 is een enthousiaste groep AIOS gestart met
de oprichting van LOVAH Eindhoven.
Op 14 oktober 2016 hebben we groen licht gekregen,
we vormen nu de jongste afdeling van de LOVAH! Een
unieke situatie, een afdeling vanuit twee verschillende
opleidingsinstituten. Een belangrijk streven van LOVAH
Eindhoven is om te zorgen voor een betere samenwerking
tussen Maastricht en Nijmegen, met daarbij onder andere
een betere stroomlijning van het onderwijs. Binnenkort
zal bijvoorbeeld de eerste gezamenlijke onderwijsdag
georganiseerd worden. Verder zetten we ons in om nieuwe
geneeskunde studenten enthousiast te maken voor de
huisartsenopleiding, met natuurlijk aandacht voor onze
dependance in Eindhoven. Ook willen we leuke activiteiten
en nascholingen in en rondom Eindhoven organiseren,
waarbij ook weer de cohesie tussen AIOS uit Nijmegen en
Maastricht nagestreefd wordt. Inmiddels hebben we een
aantal geslaagde activiteiten achter de rug: de pubquiz
met aanwezigheid van maar liefst een derde van alle
Eindhovense AIOS, de eerste nascholing over melanomen
en de LHK pubquiz, een gezellige voorbereiding op de
halfjaarlijkse kennistoets. Komende maanden staan nog
veel leuke activiteiten en nascholingen op het programma.
Zo zal er deze maand een gezellige activiteit georganiseerd
worden om de nieuwe AIOS welkom te heten, natuurlijk
zijn de overige AIOS ook welkom! Om al het bovenstaande
te kunnen bewerkstelligen, zijn we nog altijd op zoek naar
enthousiaste leden voor onze LOVAH afdeling. Suggesties
of ideeën zijn altijd welkom.
Contactgegevens
eindhoven@lovah.nl | www.lovah.nl
www.facebook.nl/lovah.eindhoven
25
op één lijn 57
׉	 7cassandra://VOd1qyalo5VjoV3EYNmPLY-DsA_Iu_AuJmEDLtp0RwQ#~`̴ YR䰼6YR䰼5bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://hmYZbOI1xyf4q5L7lsq0MYnHZth-1QTGUZ5ewpDhNM0 V` ׉	 7cassandra://9nZvvWwrrtNSdxVo8jK76IbzxztKOmmjLT2KLic7laYw`Q׉	 7cassandra://tLuKF2L1LNHBP6HA_7giUmubVOVZ7sERAuJZHMTL7Zg `̴ ׉	 7cassandra://xi5xKTSY6F16wnzvow4Ao7jALhVtGTFrrL2Wu5HP8TwSs̐͠YR䰼7ט  Bu׉׉	 7cassandra://pXZ3mIglK-Z0omV79Ii8doqVLLL6psBRxeXOjaTHASU 1`׉	 7cassandra://N1A_NvpSDoMmhQyh2lrafOdtok-D4ui6ZYU9sJxmC0kmM`Q׉	 7cassandra://eN_9ihem_i2iM9LK-95_cQ47oOz307Day4qJOzbN75Y!`̴ ׉	 7cassandra://A-rZ8iRXaw4gUbl_JV3I5vpoe19wz0QAoftvjlLLbMQx<̌͠YR䰼8נYR䰼w wC9ׁH /http://link.springer.com/article/10.1007/s10459ׁׁЈ׉Eyop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Onderzoek van onderwijs
Opleiders: het zijn
net mensen
DOOR LAURY DE JONGE, HUISARTSONDERZOEKER
“Aangezien de denkwijzen van mensen verschillen,
zodanig dat sommigen gemakkelijker dan anderen de
een of andere vorm van geloof omarmen, want wat de
een leidt tot gebed kan de ander tot spotternij leiden,
concludeer ik, dat iedereen vrij zou moeten zijn om voor
zichzelf de basis van zijn overtuiging te kiezen, en dat
geloof alleen zou moeten worden beoordeeld op de
vruchten die het voortbrengt.”
(Spinoza: Tractatus Theologico Politicus (1670))
Als begeleider van coassistenten of opleider van huisartsen
in opleiding heeft u er vrijwel dagelijks mee te maken: de
beoordeling op de werkplek. Werkplekbeoordelingen zijn
belangrijk om een aantal redenen. Ten eerste omdat een
beoordeling nuttige feedbackback kan genereren, wat het
leren van een (huis)arts-in-opleiding kan sturen. Van goede
feedback kan je immers (veel) leren: het kan wijzen op hiaten
in medische kennis of verbeterpunten in communicatieve
vaardigheden, kortom: op alles wat nog geleerd kan (of
moet) worden. Ten tweede kan een beoordeling gebruikt
worden om vast te stellen of een lerende “aan-de-maat” is.
Daarmee heeft een opleider-beoordelaar een belangrijke
rol in het adviseren of een lerende basis- of huisarts kan
worden. Uit medisch onderwijskundig onderzoek blijkt
dat de waarde van werkplekbeoordelingen niet zozeer
afhangt van de kwaliteit van de beoordelingsinstrumenten
of -methoden. De waarde hangt vooral af van de manier
waarop deze instrumenten gebruikt worden. En dat hangt
weer af van welke ideeën een opleider en lerende hebben
over leren en beoordelen op de werkplek.
Hier heb ik onderzoek naar gedaan. De deelnemers aan dit
onderzoek waren beoordelaars die werkzaam in de praktijk
of op de Universiteit waren, en huisartsen in opleiding. Hen
werd gevraagd om stellingen over werkplekbeoordelen te
sorteren. Een voorbeeld van een stelling was: “beoordelen
moet vooral het leren van de AIOS sturen”. Deze, en nog 47
andere stellingen, moesten worden gerangschikt naar de
mate waarin de beoordelaar het met de stelling eens of
oneens was. De uitkomst zal u niet verbazen: de deelnemers
verschilden in hun denkwijze. Door middel van factoranalyse
kon een aantal groepen opleiders onderscheiden worden.
Sommige opleiders vonden het prettig als een lerende zelf
zijn leren stuurde, ook als dat betekende dat hij zelf in hoge
26
mate bepaalde waarop hij beoordeeld werd. Voor anderen
ging dat te ver, zij vonden dat (ook) de opleider of het
opleidingsinstituut zou moeten bepalen wat geleerd moet
worden. Een tweede thema waarover opleiders van inzicht
verschilden was de mate van standaardisering van een
beoordeling. Sommige opleiders vonden het prettig om een
scorelijst te hebben waarin precies staat waar een lerende
aan moet voldoen. Anderen ervaarden ’de gedetailleerde
scorelijst als een keurslijf; een beoordeling zou aangepast
moeten kunnen worden aan de context van de beoordeling
of aan de leervraag van de lerende. Zijn die verschillende
denkwijzen een probleem? Of, om met Spinoza te spreken,
beïnvloedt dit de kwaliteit van de vruchten die worden
voortgebracht? Mijn antwoord : het hoeft geen probleem
te zijn. Maar dan zullen opleider en lerende wel moeten
spreken over verwachtingen en consequenties van gelijkeen
verschillende denkwijzen over werkplekleren
en-beoordelen. Het doel van zo’n gesprek zou zijn om te
komen tot een gemeenschappelijk denkwijze; met ruimte
voor eigenheid maar ook voor afstemming tussen de
verschillende betrokkenen. Tijd dus om een leergesprek te
wijden aan uw opvattingen over beoordelen en leren!
Bent u geïnteresseerd in meer details?
Het hele artikel staat online op:
link.springer.com/article/10.1007/s10459-017-9760-7
Voetnoot Sjef Swaans, HAB en redactielid
“ Het belang van de beoordeling op de werkplek kan niet genoeg
benadrukt worden. Mijn ervaring als HAB is dat de opleider het
meest van de AIOS ziet en daarom ook het best een beoordeling
kan geven. Op welke manier dat gebeurt is van secundair belang
en hangt ook af van de persoonlijkheid van HAO en AIOS.
Maar: van cruciaal belang is dat alle beoordelingen feitelijk
onderbouwd zijn. Dat aangegeven wordt op welke concrete
gedragingen of gebeurtenissen de beoordeling gebaseerd
is. Ook als de interpretatie van de observatie niet gedeeld
wordt, of als de norm waaraan het gedrag moet voldoen niet
erkend wordt , is toch het bespreken van de observatie de basis
van de beoordeling. Dat is dan het gesprek waaraan in dit
artikel gerefereerd wordt. Een eindbeoordeling bundelt diverse
werkplekbeoordelingen en compenseert dan voor de verschillen
in aanpak van de beoordelingen.”
׉	 7cassandra://tLuKF2L1LNHBP6HA_7giUmubVOVZ7sERAuJZHMTL7Zg `̴ YR䰼9׉E1 e uitgave 2017
In de leer
“ Wie het oude niet eert,
is het jonge niet weerd”
DOOR KOEN VAN HELMOND, TWEEDEJAARS AIOS
Het is de avond voordat ik aan mijn laatste opleidingsjaar
ga beginnen. Onder het genot van een glaasje whisky
maak ik de balans van het afgelopen halfjaar op. Ik
schrijf een halfjaar, want door mijn werkervaring op
de spoedeisende hulp heb ik vrijstelling gekregen
voor mijn acute zorgstage. Het was een half jaar in
het teken van de oudere medemens door stages in de
ouderenpsychiatrie en daarna in de revalidatie voor
ouderen. Vooraf zag ik er best wel tegen op, want
ouderen… ik had er eerlijk gezegd niet zoveel mee.
Sterker nog, de enige oudere waar ik wat mee heb is mijn
oma, een 93-jarige dame die ik eens in de twee weken op
bel om even bij te kletsen. Dat was tot voor kort mijn enige
referentiekader als het om ouderen ging en misschien is mijn
oma niet helemaal representatief voor haar generatie; daar
ben ik inmiddels wel achter. Zo woont zij nog zelfstandig
zonder thuiszorg, gebruikt ze slechts 1 aspirientje per dag,
fietst ze dagelijks twee keer twintig minuten op een roestige
hometrainer (die ik hoogstpersoonlijk 17 jaar geleden in
elkaar heb gezet) en leest ze twee kranten per dag. Toch
heeft mijn oma ook zo haar problemen natuurlijk, dat zal ik
niet ontkennen. Onlangs vertelde ze me nog dat ze een Ipad
air had gekocht, want de gewone Ipad die ze had werd toch
wat zwaar voor haar ietwat artrotische vingers. Tja, dat zijn
inderdaad lastige dingen natuurlijk.
Maar goed, zoals ik in de eerste alinea al stelde: “ik had
niet zoveel met ouderen” en de nadruk ligt daarbij op had.
Inmiddels, na een half jaar alleen maar patiënten van boven
de tachtig jaar, ben ik oprecht anders over ouderen gaan
denken. Ik ben er namelijk achter gekomen dat er maar bar
weinig ouderen zijn zoals mijn oma. De meeste ouderen
hebben namelijk geen Ipad en met slechts 1 aspirientje op
een dag komen ze ook niet weg. Wellicht hebben ze thuis
een hometrainer staan die wat minder roestig is, maar daar
houdt het dan ook wel mee op.
Als huisarts in opleiding zat ik overwegend ruim in mijn tijd
voor de patiënt en ik heb dan ook deze kans aangegrepen
om “de gemiddelde oudere” in Nederland te leren kennen.
Ik heb gemerkt dat een hoop ouderen tevreden zijn over
het leven dat ze nu leiden en dat ze meestal berusten in
de fysieke ongemakken die met de leeftijd komen. Helaas
heb ik ook een hoop ouderen gezien die het wat minder
hebben. Ze kampen met het gemis van een partner of
hebben geen familie in de buurt wonen die zomaar even op
de koffie komt. Sommigen zijn afhankelijk van anderen voor
bijvoorbeeld hun dagelijkse boodschappen of een bezoekje
aan de kapper, maar ze voelen zich bezwaard om om hulp
te vragen. Mijn ervaring in het afgelopen half jaar is dat
sommige ouderen zichzelf wegcijferen omwille van het
algemeen belang. Echter, zoals Albert Camus in zijn boek
“De Pest” al schreef, wordt het algemeen belang gevormd
door het geluk van ieder individu.
In deze column wil ik een kleine lans breken voor juist
díe kwetsbare ouderen in onze samenleving. Ze hebben
het namelijk echt niet altijd makkelijk. Ik nodig c.q. daag
iedereen uit om gewoon eens een keer met een oudere te
praten en te luisteren naar hun verhaal. Hoeveel moeite is
het om 1 keer per week een sociale visite en een ‘bakkie te
doen’ bij een kwetsbare oudere? Een klein gebaar met een
groots effect. Die ouderen… ik heb er wel wat mee!
27
op één lijn 57
׉	 7cassandra://eN_9ihem_i2iM9LK-95_cQ47oOz307Day4qJOzbN75Y!`̴ YR䰼:YR䰼9bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://cFbApiPYHYvS5kggx-9UuZs5hjCSqFovKz6s5rM4bKM o`׉	 7cassandra://4MmrmdLFZ3NNBpfkTs4mmkAXMkpQDTA9F7o4Gft_p6gp`Q׉	 7cassandra://2rRECYph1sf3O8kvF8RFT0EaSzMeEMjohOZd5fGkmKk `̴ ׉	 7cassandra://HF-G0cuzuaLzuoSmYNZhqMkS6q51JfCDJCCAmJp0n3E̓bL͠YR䰼;ט  Bu׉׉	 7cassandra://eag_UcyXTva7fUDwhY0i4Bwg5gDdNFormqlCnzvErqk bs` ׉	 7cassandra://LCZmMT4E2evNpRhuFwV65GhSVNoBleKBg7IgjQQlXRIsF`Q׉	 7cassandra://msljguj6DrA4aOBRGL9Op7JayqBJ2_KP6i95U_Rd3vA`̴ ׉	 7cassandra://jOPtAfR2FavO2TbDWsRfYFrHuJ0Ovlq9AUSAF4lO1lc>a͠YR䰼<׉E#op één lijn 57
1 e uitgave 2017
In de leer
Ontwrichte toestanden
DOOR ELEANA ZHANG, TWEEDEJAARS AIOS
Had je vroeger als kind ook het idee, dat je alles kon
worden, als je het maar graag genoeg wilde? Nou, ik wel.
Totdat ik er op mijn achtste achter kwam dat zangeres
worden nogal problematisch werd met mijn krakende
post-tonsillectomie klankkast. Of dat ik op mijn dertiende
een bril kreeg en dus vaarwel moest zeggen tegen de
vluchtige droom om piloot te worden. Niet dat ik er lang
om heb gerouwd maar het is grappig om te bedenken dat
zulke momenten er evengoed toe hebben geleid dat ik
vandaag de dag huisarts in wording ben.
Ook tijdens mijn SEH-stage had ik een soortgelijk moment.
Mijn eerste week op de SEH vloog voorbij: afwisselend, lekker
veel actie en van tijd tot tijd de nodige dosis adrenaline.
Maar dan volgt dag één van week twee…
De eerste patiënt van de dag: man, begin veertig, groot,
pezig en met een massa van zo’n dertig kilo per ledemaat.
En nu: schouder uit de kom. Zijn gezicht is verwrongen van
de pijn, en hij blijft maar schreeuwen tijdens het maken van
de röntgenfoto’s. Door de open, akoestische ruimte van de
SEH worden mijn gehoorbeentjes om negen uur ’s ochtends
dus al lekker losgetrild. Een bijzondere warming-up om de
dag mee te beginnen. “Eleana, jij wilde trauma’s doen, toch?”
vraagt mijn supervisor, nadat de foto’s zijn gemaakt en de
patiënt de nodige pijnstilling heeft gehad. Ik gooi de laatste
slok koffie achterover en snel naar Traumakamer 1, klaar om
aan de slag te gaan. Ik heb er zin in.
De SEH- arts staat bij het hoofd, houdt de patiënt op z’n
plaats en zegt mij aan de geluxeerde arm te trekken. Het
is negen uur ’s ochtends en ik als ochtendmens ben nu op
mijn best: met bovendien een paar jaar gedateerde karate
ervaring uit mijn studententijd ben ik ervan overtuigd, dat ik
die arm er wel weer ingetrokken krijg. Ik sluit mijn handen
en vingers om de onderarm van de patiënt en begin te
trekken. Ik zet me af tegen de ondergrond, hang met mijn
hele gewicht in de lengterichting van de arm, zet mijn kaken
op elkaar, knijp nog iets harder in de onderarm om mijn grip
niet te verliezen en trek alsof mijn leven ervan af hangt.
Geen beweging in die schouder. Ik hou vol. Mijn perifere
visus vervaagt, gevoelsmatig begint tetanie van mijn spieren
in te treden en mijn ogen puilen uit door de intracraniële
drukverhoging. Nog steeds geen verlossende klik. Ik ga door
28
maar krijg het warm en benauwd en bedenk nog net dat ik
beter een dunner shirt had moeten aantrekken of in ieder
geval mijn deo had moeten meenemen, wanneer de SEHarts
de veelbetekenende woorden zegt: “Eleana, je mag al
beginnen met trekken hoor…”. Als ik om me heen kijk,
zie ik de vriendelijke reus van een verpleegkundige naast
mij grinniken.
Er zijn collega-artsen die hun roeping al hebben gevonden,
toen ze nog rondliepen in hun rode Buurman en Buurman
laarsjes of toen ze een vogelbekdier moesten nadoen tijdens
de eerste balletles. Maar ik, ik ben er niet zo één. Ik moet
dingen dóen om te weten. En al doende weet ik dat werken
met grote botten niet mijn sterkste kwaliteit is (maar
gelukkig ook dat het huisarts-zijn wel mijn ding is!).
Later hoor ik – niet geheel tot mijn verbazing – dat de
zwaargewichten van de SEH de hoogste succespercentages
hebben met schouder- en heupluxaties, en reanimaties niet
te vergeten. Met mijn een meter zestig ga ik ze natuurlijk
never nooit evenaren, maar dat betekent niet, dat ik het
niet kan proberen. De komende maanden vraag ik tijdens
de koffiemomenten gewoon een groot stuk taart bij
mijn cappuccino.
׉	 7cassandra://2rRECYph1sf3O8kvF8RFT0EaSzMeEMjohOZd5fGkmKk `̴ YR䰼=׉El1 e uitgave 2017
Loyaliteiten
Wat niet weet, wat niet deert
DOOR T.E. GRIJS
Dinsdagochtend, de ochtend van de psychosomatiek
was ik dit spreekuur in de loop van de jaren gaan
noemen. Al voor negen uur had ik onbegrepen hoofdpijn,
onverklaarbare nekpijn en buikpijn zonder medisch
verklaarbare oorzaak gezien.
Een beetje moedeloos tjokte ik naar de wachtkamer en riep
mevrouw Berends. Ze zat in elkaar gedoken in een hoekje, ze
schrok op en liep vervolgens met een vinnige pas langs me
heen, de weg kende ze namelijk goed. Ze zat al, voordat ik
de deur van de spreekkamer gesloten had. In een keurig grijs
mantelpakje gestoken en vanonder een onberispelijk kapsel
keek ze me vanuit een spits gezichtje met een verwijtende
blik aan. Aan een vraag wat ik voor haar zou kunnen
betekenen kwam ik niet toe. Ze stak meteen van wal. Nee,
de pillen hadden weer niet geholpen, dat had ze ook wel
gedacht toen ze vorige week uit de spreekkamer wegging.
Zo ging het echt niet langer, ze had alle vertrouwen in de
Nederlandse specialisten verloren, maar bovenal in mij
en nu zou de orthopeed in Genk wel uitkomst bieden. De
afspraak was al gemaakt. Of ik maar even de verwijskaart
kon schrijven. Ik schreef en gaf de verwijzing, met een
diepe, hoorbare zucht. Met een tegelijk triomfantelijke en
neerbuigende blik verliet ze de kamer. “Grijze muis”,
dacht ik nog boos.
Ik heb haar niet meer gezien op het spreekuur, wel vier
maanden later haar echtgenoot Frans. Hij had maagklachten.
Het was allemaal druk in zijn schildersbedrijf, dat hij tien
jaar geleden van zijn vader had overgenomen. In het begin
was het allemaal prima gegaan, maar het laatste jaar ging
het moeilijk. Hij kon zich moeilijk concentreren en was op
het eind van de middag doodop. Hij weet dit alles aan de
moeilijkheden in de relatie met zijn vrouw. Na een lange
dag in het bedrijf was er ’s avonds geen rust voor hem
weggelegd. Niets deugde in de ogen van zijn vrouw, hij dacht
alleen maar aan werken, en wat leverde dat op, te weinig,
zo uitte ze zich geregeld. Een fatsoenlijke vakantiereis zat er
niet in, het oude gammele huis van zijn ouders hadden ze
al lang moeten inruilen. De puberzoon, zo verweet ze hem,
was onhandelbaar, hij had ook geen steun van zijn pa. Van
intimiteit tussen hem en zijn vrouw was geen sprake. “In de
diepvries kan het niet kouder zijn dan in haar onderbuik”,
verzuchtte Frans. Tja, ik kon het me voorstellen, maar ik
heb er wijselijk niets over gezegd. Frans vroeg tabletten om
zijn maagklachten te verminderen, “een van mijn schilders
helpen ze goed en ach, thuis, laat maar zitten en verder
onderzoek ook, zo’n vaart zal het niet lopen.” Ik schreef Frans
een zuurremmer voor en maakte een vervolgafspraak over
twee weken.
Ik zag hem pas twee maanden later, vermoeid ogend, bleek,
vermagerd. Onmiskenbaar helemaal mis. “Nee Frans, je krijgt
geen hogere dosering van de medicatie! Ik bel vandaag nog
de specialist.” Frans vond dat ik wel meteen kon bellen, hij
zou wachten. Dezelfde middag kon hij terecht.
Een week later had ik de MDL arts aan de lijn. Het was goed
fout met Frans, een pancreascarcinoom met ingroei in de
maagwand. Dat was de eerste reden van het telefoontje,
een tweede was dat Frans ieder verder onderzoek en
behandeling resoluut van de hand had gewezen, aan zijn
lijf geen verdere polonaise. Maar er was nog iets, van Frans
mocht de specialist geen mededeling doen aan zijn vrouw
en zoon over de aard van de ziekte. Toch wel bizar vond de
specialist, maar hij wilde het verder aan mij overlaten.
De volgende dag zat Frans al op mijn spreekuur. Niks
meer aan te doen, hij had het wel verwacht, twee pakjes
sigaretten per dag, een halve fles jenever, dat kon gewoon
niet goed blijven gaan, zo bekende hij. “Maar wat er precies
aan de hand is, dat blijft tussen ons beiden dokter, geen
woord over de ware aard van de ziekte naar mijn vrouw en
zoon, het is een grote maagzweer en de genezing zal wel
maanden op zich laten wachten en daar blijft het bij. Ik zou
haar medelijden niet kunnen verdragen en wat niet weet,
wat niet deert.”
Twee dagen later legde ik een visite af bij Frans. Op de gang
eiste zijn vrouw meteen, dat ik Frans dezelfde dag nog zou
laten opnemen in het ziekenhuis. Frans hield resoluut de
boot af, het zou beslist beter gaan als we de medicatie zijn
werk zouden laten doen. Mevrouw kon het er niet mee eens
zijn. Ik begreep haar, maar ik liet niets merken. Ik koos de
kant van Frans.
29
op één lijn 57
׉	 7cassandra://msljguj6DrA4aOBRGL9Op7JayqBJ2_KP6i95U_Rd3vA`̴ YR䰼>YR䰼=bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://t497kjLSwhyLuXwiElUSSDxIofsmBJy45g66GAhf8a0 S`׉	 7cassandra://UqPy8D3PYjGXGcj7MMhVcxhcB5GvH-bnPILs_C3YHuUaa`Q׉	 7cassandra://cXj1xQ9C3pp20BaUrC9f6eun-403BWUwCiy0YPMNcd0`̴ ׉	 7cassandra://9s3zPbaudiVFasEge7dEh4HAwokfTJGU8i5dpRFuIjY͞͠YR䰼?ט  Bu׉׉	 7cassandra://eA2723ACAhn8ZNLsO-WqBkU9hWkJzAsb3kB-nvYtdh0 ,` ׉	 7cassandra://ICQXY05OUDyqYP7Anx2PF5wOj5RKVcILVwqtGH_dxg8}`Q׉	 7cassandra://iEy6tjxiLbJnXnHsypdWMn9libwliOlgTOSwJRmyNNE#_`̴ ׉	 7cassandra://0z3a2qDfHeCJaSRyvytRTb2TjyCRFSiUt4hapfGl2kEQ̌͠YR䰼@׉E	kop één lijn 57
1 e uitgave 2017
De volgende ochtend belde de specialist met de
mededeling dat Frans in de vroege ochtend in het
ziekenhuis was overleden aan een inwendige bloeding.
De dienstdoende assistent had mevrouw verteld dat Frans
was overleden aan een bloeding in de buik, omdat de
al langer bekende kwaadaardige tumor in een bloedvat
was ingegroeid. Mevrouw was witheet, zonder verder een
woord te zeggen, vertrokken.
Met lood in de schoenen ging ik na het spreekuur op
huisbezoek. De zoon maakte de deur open, keek me met een
vernietigende blik aan en zei dat moeder geen prijs op een
gesprek stelde en wierp de deur voor mijn neus dicht.
Ik heb haar nog enkele malen in het dorp gezien, altijd
wendde ze haar hoofd af. Korte tijd later verhuisde ze
naar geboortedorp.
Jaren later las ik de krant over een rechtszaak tegen de
heer S. in Wintersveld. De man was aangeklaagd wegens
misbruik van zijn twee dochters op jonge leeftijd. De heer S.,
zo ging door mijn hoofd, ze heette toch Schermer met haar
meisjesnaam en kwam uit Wintersveld? Zou het…? Ik had de
naam van de heer S. aan mijn broer kunnen vragen, hij was
in die tijd raadslid in de gemeente waar Wintersveld deel
van uitmaakt. Ik heb het er met hem nooit over gehad.
Wat niet weet, …..
Symposium & oratie
Jako Burgers
16 juni 2017
‘ Persoonsgerichte zorg in richtlijnen:
contradictie of paradox?’
‘Persoonsgerichte zorg in richtlijnen: contradictie of
paradox?’ is de titel van de oratie van prof. dr. Jako Burgers
op vrijdag 16 juni 2017 in de Aula Minderbroedersberg 4-6 in
Maastricht. Dit is een openbare lezing . Voorafgaand aan de
oratie is er een symposium (op uitnodiging) over het thema.
Richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit de Nederlandse
gezondheidszorg. Mede dankzij de richtlijnen die zijn
ontwikkeld binnen het NHG-Standaarden programma,
floreert de huisartsgeneeskunde in ons land. Toch is er de
laatste jaren fundamentele kritiek, zodanig dat er zelfs
gesproken wordt van een crisis. De principes van evidencebased
medicine die ten grondslag liggen aan de richtlijnen
zouden leiden tot een technocratische en prestatiegedreven
geneeskunde die een persoonsgerichte, holistische
benadering in de weg staan.
Het symposium is op uitnodiging. De oratie (start 16.30
uur) is een openbare academische zitting. Deze lezing
wordt opgenomen en is naderhand -net als de oratietekstopvraagbaar
bij onze redactie.
30
׉	 7cassandra://cXj1xQ9C3pp20BaUrC9f6eun-403BWUwCiy0YPMNcd0`̴ YR䰼A׉En1 e uitgave 2017
Symposium
Onbezorgd smullen van vlees, vis,
groente en fruit: kan dat nog?
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID EN 60-PLUSSER
Een intrigerende vraag, vond ook onze hoofdredactrice,
en dus nam zij mij (als schrijvende pers) mee naar het
symposium over voeding nu en in de toekomst, dat
onder deze titel op 16 december 2016 gehouden werd in
Maastricht. We zagen een paar bekende collega’s in de
collegezaal.1
Na vele presentaties door professoren, voedingsdeskundigen,
koks en zelfs een entomoloog is mijn antwoord op de
beginvraag een volmondig ja!
Alleen dat “onbezorgd” is een rekbaar begrip, want je moet
wel op een aantal zaken letten, vooral als je al wat ouder
bent. Of als je huisarts bent van een oudere. Over voeding
voor ouderen en zorgbehoevenden werden veel, en zeker
ook voor huisartsen belangwekkende zaken verteld door
prof. dr. ir. Lisette de Groot, hoogleraar Voeding en Ouderen
uit Wageningen, en door prof. dr. Luc van Loon, hoogleraar
fysiologie van inspanning aan het MUMC+ te Maastricht.
Veel van de informatie komt uit hun gezamenlijke ProMuscle
studie. Van Loon liet zien, dat behoud van spiermassa
en –functie afhankelijk is van 2 anabole stimuli, die elkaar
beïnvloeden: eiwitintake (voeding) en spiercontractie
(beweging). Per dag heb je een turnover van spierweefsel
van 1 – 2 %, dus binnen 50 – 100 dagen hebben al je spieren
zich vernieuwd. Daar is veel eiwit voor nodig, zo’n 1,5 gram/
kg lichaamsgewicht/dag. En als de intake goed verloopt,
zijn de verorberde aminozuren al binnen 2 uur verwerkt in
nieuwe spiermassa: “je bent wat je eet (of wat je zojuist
gegeten hebt”).
De tweede anabole stimulus is spiergebruik, en wel
elke vorm van fysieke inspanning. Van Loon c.s. hebben
aangetoond, dat bewegen vóór de maaltijd, maar ook
daarna, ervoor zorgt, dat de aminozuren effectiever gebruikt
worden bij de spiereiwitsynthese. Er bestaat synergie tussen
de beide stimuli. Maar ook zonder fysieke inspanning
worden aminozuren nog verwerkt tot spier. De andere kant
van de medaille is, dat immobilisatie en insufficiënte voeding
heel snel leiden tot spieratrofie en krachtsverlies: 1 week
bedrust zorgt, zelfs bij een normaal voedingspatroon, voor
een spiermassaverlies van 1,4 kg. En in een onderzoek van De
Groot in Wageningen bleken ouderen zes maanden training
1 Een van hen, de pas afgestudeerde Rhea Heeringa, heeft ook een
artikel over dit symposium geschreven
nodig te hebben om die spiermassa weer terug te krijgen.
Citaat van Van Loon: “wat je in één week verkloot, kost zes
maanden om weer goed te maken!” De Groot liet in haar
presentatie zien, dat voedingsdeficiënties bij veel senioren
een probleem vormen bij het Gezond Ouder Worden. Dit
laatste gedefinieerd als voorkómen en terugdringen van
beperkingen in het functioneren. Naast voldoende eiwit
gaat het ook om voldoende vitamine D. In 2015 waren er
in Nederland drie miljoen 65-plussers, waarvan 95% thuis
woonde. De helft van hen heeft één of meer chronische
aandoeningen. In woon-, zorg- en welzijnsinstellingen
verbleven in dat jaar 140.000 senioren. Van die groep
lijdt 20% in meer of mindere mate aan ondervoeding! In
ziekenhuizen ligt dat percentage tussen 25-40%. Maar
ook die thuiswonende 95% zal niet nauwkeurig het door
de Schijf van Vijf voorgeschreven, meer mediterrane
dieet volgen, dus daar ligt zeker een taak voor de
huisarts(praktijk). Let er bijvoorbeeld eens op, of ouderen in
uw praktijk het suppletie-advies voor vitamine D volgen. Als
zij de benodigde 20 microgram/dag halen, geeft dat 20%28
% fractuurreductie bij valincidenten! Maar dat halen de
meeste niet, want uit voeding haal je zo’n 5 microgram, en
bij lekker weer nog eens 7 microgram door het zonnetje op
je huid. Dus suppleren: vrouwen van 50–70 jaar dagelijks 10
microgram, boven de 70 iedereen 20 microgram. Wat betreft
de voeding voor ouderen adviseert De Groot om het door
het Voedingscentrum voor een bepaalde leeftijd en geslacht
(internet: De Schijf van Vijf voor jou) geadviseerde menu nog
eens te verrijken met eiwit, bijvoorbeeld met eiwitshakes
van de drogist.
Samengevat luiden de adviezen van beide hooggeleerden
ten behoeve van behoud van spiermassa en –functie
bij ouderen:
• Blijf zo actief mogelijk, beweeg waar mogelijk
• Zorg voor meer eiwitrijke voeding
• Verdeel die over de hoofdmaaltijden
• Neem wat extra eiwit voor het slapen gaan
Of het allemaal zo makkelijk in praktijk te brengen is, weet
ik niet zeker, maar ik denk wel, dat het voor de gemiddelde
huisarts goed is om te weten. Vandaar, dat ik u er bij deze
deelgenoot van heb gemaakt.
PS: in de rubriek “Weten is Eten” meer praktische tips voor
een eiwitrijke voeding!
31
op één lijn 57
׉	 7cassandra://iEy6tjxiLbJnXnHsypdWMn9libwliOlgTOSwJRmyNNE#_`̴ YR䰼BYR䰼AbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://wevQ6xTYXv9oBgnSHL8zB_FCeSYvev0dnHZ2gitZVWQ ``׉	 7cassandra://iuX0cDs5VcMrJaBaZAie-oy_dW4QxYvW0l-X84RMxiYv`Q׉	 7cassandra://l4tBqhp_VWjcZVQ5e6UX_zu9KJMRV1c-VYb4l6wNZ2k$`̴ ׉	 7cassandra://v4At71Hfd3jwPTKqncHZlNER32aKcooosrmdib2OaGU zd͠YR䰼Cט  Bu׉׉	 7cassandra://pifxlNWlktEdgU5PEf7WI4LgUQ5nUs1P-C75fV0TlUw G` ׉	 7cassandra://JoYk4nfGfm0IUHpZAGZYOctKWVAmDVNhnJrHA--m5KEh`Q׉	 7cassandra://VhFoQI3cKCeLCAHNUrER9AupwebnCk6s7JojRH8fpDA`̴ ׉	 7cassandra://NcVEZS4BOCZni3e1BkoQrjGjXdmNd-AlFXTGHKRWIUQaL͠YR䰼DנYR䰼~ 9ׁH 3http://vandale.nl/opzoeken?pattern=rolmodel&lang=nnׁׁЈ׉Emop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Weten is eten
Bodybuilding
voor senioren
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID
Eiwitrijke voeding, was dat niet iets voor topsporters,
Schwarzeneggers en aanverwante types? Toch niet: tijdens
de groei hebben kinderen en jongeren relatief meer eiwit
in de voeding nodig, maar uit de ProMuscle studie van
MUMC+ en WUR blijkt onomstotelijk, dat ook bij het
klimmen der jaren een eiwitrijke voeding onontbeerlijk
is om een beetje op de been te kunnen blijven (zie mijn
artikel elders in dit blad). Het advies is een intake van
1,5 gram/kg lichaamsgewicht/dag. Voor een gemiddelde
oudere van 75 kg wordt dat dan 112,5 gram eiwit per dag.
Mijn volgende vraag, en natuurlijk ook de uwe, is meteen:
wat is dat dan, eiwitrijke voeding? En valt daar nog iets
smakelijks van te kokkerellen? Ik ben het gaan uitzoeken,
en de opbrengst viel me niets tegen. Niet verrassend (want
what’s in a name?) blijkt een ei het meeste eiwit per 100
gram te leveren: 27,3 gram! Dat komt voor een biologisch ei
uit de M-klasse neer op 6 gram, waarvan 2/3 voor rekening
komt van de dooier en niet van het wit...
Ook kipfilet (altijd biologisch!) scoort hoog, 21,5 gram eiwit
per 100 gram. Maar vis, en dan vooral zalm, scoort nog beter:
100 gram levert je 25 gram eiwit!
En vergeet de zuivel niet: melk bevat 2 hoogwaardige
eiwitten, wei en caseïne. Magere melk levert 3,9 gram eiwit
per 100 gram (een glas is 200 gram), maar de wei is de
grondstof voor al die poeiertjes en shakes die ik altijd alleen
associeerde met de sportschool(types).
Andere eiwitrijke voedingsmiddelen: peulvruchten,
quinoa, schaal- en schelpdieren en allerhande noten,
zaden en pitten.
Genoeg houvast dus om de keuken mee in te gaan, en als
oudere jongere had ik in een uurtje een smakelijke lunch op
tafel voor 2 personen: spinazie-omelet met gerookte zalm.
De omelet zelf levert in totaal 85,8 gram eiwit, dus 42,9 gram
per persoon, wat al iets meer is dan 1/3 van de dagelijkse
behoefte. Eigenlijk een heel goed idee voor de lunch na de
anabole stimulans van het eieren zoeken:
Vrolijk Pasen!
Maak een mise-en-place van:
- 4 eieren (24 gram eiwit)
- 200 gram verse spinazie (10 gram eiwit)
- 50 gram pijnboompitten (13,5 gram eiwit)
- 10 gram gesnipperde bieslook (0,5 gram eiwit)
(25 gram eiwit)
Kluts de eieren, breng op smaak met peper
en zout. Snijd de verse spinazie in reepjes en
bak de groente met wat olie in de pan tot ze
geslonken is. Schenk dan het eiermengsel erbij
en bak de spinazie-omelet in c.a. 5-10 minuten
gaar. Laat ‘m daarna een paar minuten afkoelen.
Snijd in de tussentijd de bieslook fijn, en geef
de pijnboompitjes een kleurtje door ze even
te roosteren.
Spreid een vel plasticfolie uit op het aanrecht
en laat daar voorzichtig de omelet op glijden.
Leg de plakken zalmfilet in het midden van de
omelet. Verdeel hier de cottage cheese overheen,
gevolgd door de fijngesneden bieslook en wat
pijnboompitjes.
Rol de omelet een beetje stevig op met behulp
van het folie, draai de uiteinden dicht en laat
hem body builden in de koelkast. Haal hem er
na een half uurtje uit, verwijder de folie, snijd
- 100 gram cottage cheese (12,8 gram eiwit)
- 100 gram gerookte zalm in plakken
in plakjes en serveer met wat tomaatjes en/of
een frisse salade (avocado is ook heel eiwitrijk!)
en wat lekker brood. En mocht je je willen
voorbereiden op Maastrichts Mooiste, drink
er dan een heerlijke eiwitshake bij uit de
sportschoolpot.
32
׉	 7cassandra://l4tBqhp_VWjcZVQ5e6UX_zu9KJMRV1c-VYb4l6wNZ2k$`̴ YR䰼E׉EX1 e uitgave 2017
Ingezonden
Practice what you preach
DOOR RHEA HEERINGA, WAARNEMEND HUISARTS
Na het symposium “onbezorgd smullen van vlees, vis,
groenten en fruit; kan dat nog?”, ben ik teleurgesteld
naar huis gegaan. De belangrijkste reden hiervoor:
het falen van een rolmodel. Volgens de van Dale is
een rolmodel: “iemand die op voorbeeldige manier
voldoet aan een wenselijk geacht rollenpatroon”1. Als de
meerderheid van de sprekers op een symposium staat
te verkondigen wat gezonde voeding is terwijl ze zelf
evident overgewicht hebben, dan vind ik dat op zijn
minst gezegd geen voorbeeldige manier. Het maakt
hun boodschap voor mij zelfs ongeloofwaardig.
Weten we niet al jaren dat na-apen een belangrijke factor
in opvoeding is? Het is een kwestie van volhouden: in de
winkel zeg je iedere keer bedankt na het afrekenen van je
boodschappen en warempel, op een dag bedankt je vierjarige
dochter uit zichzelf de winkelier als ze haar mandarijntjes
heeft betaald. Ik heb het gevoel dat we in ons werkende
leven minder bewust bezig zijn met dit rolmodelschap of het
effect van na-apen. Daar waar we weten dat rolmodellen ook
in de geneeskunde en rol spelen2, zijn er nog steeds artsen
die roken, overgewicht hebben of de hele dag op een stoel
zitten. Gelukkig zijn er in ons vak, in mijn ogen, wel degelijk
echte rolmodellen. Neem een huisarts die gaat wandelen met
patiënten tussen de middag of een huisarts die 15 minuten
per patiënt inplant omdat ze anders teveel stress ervaart.
Een cardioloog die zich bewust is van het effect van na-apen
en staand spreekuur houdt. Wat is het wenselijk geacht
rollenpatroon? In hoeverre moeten we verantwoordelijkheid
nemen? In welke mate kunnen we collega’s aanspreken op
ongezond gedrag? Ik heb geen antwoorden op bovenstaande
vragen maar vind het uitermate interessant en belangrijk
om hier wel over in discussie te gaan met elkaar. Ben ik een
goed rolmodel? Zeker niet altijd, maar ik ben me bewust
van het effect van na-apen. Dus ga ik te voet of op de fiets
mijn visites afleggen zodra dit ook maar een beetje kan qua
afstand en tijdsplanning en geniet ik van de glimlach van de
patiënten in het dorp waar ik regelmatig waarneem die de
‘wandelende dokter’ in de wijk inmiddels wel herkennen.
Ik ben een voorstander van “practice what you preach”.
Referenties
1 vandale.nl/opzoeken?pattern=rolmodel&lang=nn
2 Goed voorbeeld doet goed volgen: een zoektocht naar rolmodellen in het
praktisch klinisch onderwijs; J.H. Stegeman NTVG
Contextgeneeskunde, maar dan anders
Ervaringen van een HAB
in een vluchtelingenkamp
INTERVIEW DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIELID
“Mijn meest indrukwekkende consult was, denk ik, een
van mijn laatste consulten. Ik zag een meisje van 8 jaar
uit Congo met buikpijn. Ik vond na onderzoek eigenlijk
geen goede medische verklaring voor de buikpijn, dus
vroeg aan haar tante hoe het verder met het meisje ging.
Het bleek dat ze pas 3 dagen geleden met de rubberboot
waren aangekomen vanuit Turkije. De smokkelaar in
Turkije had een andere vluchteling op de boot met een
pistool gedwongen om de buitenboordmotor te besturen,
zo gaat dat altijd.
33
op één lijn 57
׉	 7cassandra://VhFoQI3cKCeLCAHNUrER9AupwebnCk6s7JojRH8fpDA`̴ YR䰼FYR䰼EbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://JaAiWDNe_iwRU2cy49Ivj0Vz0P7Ic4t03unbFBanXOo k`׉	 7cassandra://DNELIRNDi1TEMDGZy0JniZA9t4OTKny0IgwlUPoP59c̀`Q׉	 7cassandra://n6k98jMRQ1rvvRZjV7Jpzcm8m53VMX2UMjnPjzGnv2A#`̴ ׉	 7cassandra://BumGAQ7g8aHuxNbOvf5tSuWv1GSSSGfaYBm7thEutqo͢?̐͠YR䰼Gט  Bu׉׉	 7cassandra://KGAJhmVfzHwwtf0Z5zndMCLqQYCKUzdrtVAI5m6SdWQ `׉	 7cassandra://WiMnIxBBwImGo6Mq0eSGw9iX85A8jTGI6fWB5SzvA1cj4`Q׉	 7cassandra://eDTc9tLlm25CTj_iI5brrwJ-hiU5R4nzZwqPiIkwcsw `̴ ׉	 7cassandra://SPivQu_sNfUXVzgd-iE9G_rsg5SfjjYrsRdmhBExL88͙̘͠YR䰼HנYR䰼 ˁ9ׁH 0mailto:martijn.verhoeckx@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנYR䰼 g̣9ׁHmailto:reinatimmer@hotmail.comׁׁЈ׉Eop één lijn 57
1 e uitgave 2017
(maart 2016) zitten deze mensen zo goed als vast, want de
immigratiediensten werken erg langzaam: per week worden
ongeveer 100 vluchtelingen doorgeleid de EU in, maar in
diezelfde week arriveren er 150 nieuwe. Dus is het kamp met
ongeveer 5000 bewoners overvol, met getraumatiseerde
mensen zonder uitzicht en ondergebracht in erbarmelijke
omstandigheden, soms in containers, maar veelal in
koepeltentjes met dunne matrasjes op de grond. In december
dus, met ook op Lesbos nachtvorst en natte sneeuw.
De gevolgen laten zich raden: veel lichamelijke klachten
waaronder infectieziektes zoals scabiës, luchtweginfecties
en veel psychische problematiek: slaapstoornissen, PTSS,
paniekaanvallen, automutilatie, suïcidaliteit enz. Logisch dat
de spanningen er regelmatig hoog oplopen, wat soms leidt
tot opstootjes en verwondingen. De sfeer in het kamp is ook
vaak geladen, er is continu politieaanwezigheid en er is zelfs
een soort gevangenis op het terrein.
Kort na vertrek was haar jongere zusje overboord gevallen
en verdronken, omdat de bestuurder niet wist hoe hij
met de boot moest draaien. Mijn patiëntje tegenover
mij had dus haar zusje zien verdrinken. Geen wonder dat
ze buikpijn had. Zoveel is een mensenleven waard op de
grenzen van Europa.”
Met dit verhaal begon het gesprek, dat ik had met Martijn
Verhoeckx, huisarts en groepsbegeleider in het blok Acute
Zorg in jaar 2 van de huisartsopleiding. In december jl.
werkte hij 2 weken in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos
in Griekenland, voor de Stichting Bootvluchteling. Hij had
zich aangemeld na het lezen van de oproep die een half jaar
daarvoor circuleerde bij ons op het instituut. Het contact
met en de begeleiding door de Stichting verliepen heel goed
en professioneel. Bij aankomst op Lesbos kon Martijn zijn
intrek nemen in de villa die beschikbaar is voor de tijdelijke
medewerkers. Of villa… meer een studentenhuis: met z’n
vieren op één kamer in wankele stapelbedden. Maar geen
probleem, want het was een fijne, gemotiveerde groep van
ongeveer 20 artsen, (GGZ-)verpleegkundigen en psychologen,
ongeveer de helft uit Nederland, de rest uit Portugal, het UK,
de USA en België.
Deze groep verzorgde de eerstelijns spoedzorg tussen ’s
middags 4 uur en ’s ochtends 9 uur. Overdag was Médecins
du Monde verantwoordelijk. De zorg werd verleend vanuit
twee cabins midden in het kamp, steeds door een team van
1 verpleegkundige voor triage en crowd control, 2 artsen en
tolken uit het kamp zelf.
Toen Martijn er was, bestond de kampbevolking voor
ongeveer 50 % uit Syriërs, 15 % Irakezen, 15 % Afghanen, en de
rest mensen uit Iran, Myanmar, Eritrea, Congo, Sierra Leone,
Mali en Palestina. Een herkenbaar rijtje voor wie wel eens
naar het journaal kijkt. Sinds de deal tussen de EU en Turkije
34
Het patiënten aanbod is een beetje vergelijkbaar met dat op
de huisartsenpost in Nederland tijdens een avond-, nachtof
weekenddienst, maar er zijn ook veel verschillen. Je ziet
regelmatig mensen met on- of onderbehandelde chronische
ziekten of lichamelijke klachten ten gevolge van geweld in
het land waar men vandaan komt. Ook zijn er veel meer
psychische klachten en het is veel moeilijker om te zorgen
voor continuïteit van de zorg. Je moet veel improviseren, ook
met medicatie dus dat zijn vaak interessante uitdagingen. Bij
ernstiger casuïstiek worden de patiënten verwezen naar het
ziekenhuis in de hoofdstad Mytilini, zo’n 20 minuten rijden
verderop. Aan alles is wel te merken, dat de gezondheidszorg
op het eiland volledig overbelast is. Het ziekenhuis beschikt
bijvoorbeeld over maar één psychiater. Het geld, dat de EU
beschikbaar heeft gesteld voor de opvang, was in december
in ieder geval nog niet duidelijk aan verbetering van de
omstandigheden op Lesbos besteed.
Twee weken leverden een schat aan ervaringen en vaak
heftige indrukken op en soms gevoelens van machteloosheid
maar Martijn beschouwt het als een waardevolle tijd. Hij
heeft het gevoel toch iets tastbaars te hebben kunnen
doen voor de vluchtelingen. Hij overweegt ook zeker om
nog een keer terug te gaan. Wie overweegt om zelf ook een
bijdrage te gaan leveren kan voor
meer praktische informatie of
persoonlijke ervaringen contact
opnemen met Reina Timmer,
huisarts en medisch adviseur
voor Stichting Bootvluchteling
op Lesbos. Mail naar
reinatimmer@hotmail.com
of bel naar 0031-642268707.
Martijn Verhoeckx is uiteraard ook bereikbaar
voor het geven van verdere informatie via
martijn.verhoeckx@maastrichtuniversity.nl
׉	 7cassandra://n6k98jMRQ1rvvRZjV7Jpzcm8m53VMX2UMjnPjzGnv2A#`̴ YR䰼I׉EO1 e uitgave 2017
Ex-aios: hoe vergaat het ze?
Eindelijk een vaste stek
DOOR GIDEON DEN OUDEN, HUISARTS IN ROERMOND
Na een lange weg van herhaaldelijk uitloten voor de
basisopleiding Geneeskunde, een jaar Nederlands Recht,
HBO-Verpleegkunde en uiteindelijk het aanvechten van
het niet meer mee mogen loten via de hardheidsclausule
schrijven we juni 2014, eindelijk huisarts.
Een nieuwe, spannende levensfase. Zal er wel genoeg werk
zijn voor pas afgestudeerde huisartsen? Wordt het veel
diensten doen? Of worden het korte dagwaarnemingen?
Zal het me toch lukken een vaste stek te bemachtigen?
Tijdens de laatste weken van mijn opleiding deed zich de
kans voor een praktijk te gaan overnemen in Roermond.
Helaas bleek dit net te vroeg te komen en waren er
meerdere gegadigden waardoor uiteindelijk deze
mogelijkheid aan mijn neus voorbij ging. De vaste stek
moest even op zich laten wachten. Dan de overige opties
maar exploreren.
Via mijn laatste opleidingspraktijk kwam ik in contact
met Medisch Centrum Elsloo, waar ik een langdurige
ziektewaarneming kon doen. Gelijk een goede
binnenkomer. Aan het begin van mijn opleiding was ik
al eerder met mijn vrouw Mayke vanuit Maastricht naar
Geulle verhuisd. Elsloo lag hier letterlijk om de hoek. Wat
een geluk. In deze periode werd ook onze eerste zoon
Samuël geboren. Toen het einde van deze waarneming
naderde, deed zich de kans voor om als waarnemer
aan de slag te gaan in Lindenheuvel te Geleen, bij
huisartsenpraktijk Niessen. Ook direct voor langere tijd,
zelfs met optie tot associatie, voor 3 dagen in de week. De
overige dagen werden opgevuld met diensten en korte
waarnemingen op andere plekken in de regio, zijnde
Medisch Centrum Sittard Oost en Huisartsenpraktijk
Munstergeleen. Via een oproep op het prikbord van
de huisartsenpost Roermond kwam ik in contact met
Huisartsenpraktijk G.H.M. ten Oever te Roermond. Collega
ten Oever zocht een waarnemer en een mogelijke opvolger
voor zijn praktijk. Het eerste jaar van mijn opleiding tot
huisarts zat ik in een praktijk in Roermond, en in het
ziekenhuis daar deed ik ook mijn spoedeisende hulpstage.
Hierdoor voelde Roermond aan als thuiskomen. Er was
direct sprake van een goede klik, niet alleen met collega
ten Oever, maar ook met de assistentes en de rest van het
ondersteunende personeel. Begin 2016 startte ik tevens
met een mooi nieuw levensproject, de restauratie van
een monumentale hoeve in Amby, Maastricht. Een jaar
later, 1 januari 2017 volgde associatie, waarna in de nabije
toekomst ook overname van de rest van de praktijk gaat
komen.
Hoe het allemaal kan lopen in een korte tijd, na een lange
weg om huisarts te worden. En tijdens de afronding van dit
artikel werd ook nog onze tweede zoon, Elíjah geboren.
De praktijk in Roermond
Gideon den Ouden, geboren 22-11-1978 te Tegelen
Getrouwd met Mayke Janssens
Twee kinderen, Samuël en Elijah den Ouden
35
op één lijn 57
׉	 7cassandra://eDTc9tLlm25CTj_iI5brrwJ-hiU5R4nzZwqPiIkwcsw `̴ YR䰼JYR䰼IbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://qoYpDGu4T0b61pADLZiqds78aO4CUgWDotoaY4QKLZQ  ` ׉	 7cassandra://cIQ9rJyh5XQ5CVheSkeTMPP6ufxWaPcJhqnUMkC82sAp `Q׉	 7cassandra://nD09Oj0O37TeSb8dZEDM145zT2aeEgGHoXEgSsjn270`̴ ׉	 7cassandra://LJa1dE5spLmBM-vueoq_6l5N9b0hMPU91O3UFQ3blJkn4T͠YR䰼Kט  Bu׉׉	 7cassandra://Xstk9bvd14_Uu_wzeN6FEHehk6Pln8Ao1BJE-2rNcbk ` ׉	 7cassandra://mxPZX6UE-bXV59DBOR_oc4ewIwOvhgqeB0AZbOubNKEk`Q׉	 7cassandra://h5r5G6J5ncQRuWyU9hrt4V2lVp2gDN1BeZvrTBAf_9o?`̴ ׉	 7cassandra://2r5I_B2nS9d--aCP86WyCOQcPGqGFLZQwe4g8OGU3hw5͠YR䰼L׉Eop één lijn 57
1 e uitgave 2017
Gezondheidsrechtelijke kwesties
Interprofessioneel teamoverleg
DOOR JERÔME VAN DONGEN, ONDERZOEKER BIJ ZUYD HOGESCHOOL EN VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE1
Interprofessioneel teamoverleg: wat mag wel1
en niet rond het delen van patiënt informatie?
Inleiding door Mr. Arie de Jong, huisarts in Goirle en jurist
In “Op één Lijn” nummer 51 heb ik
geschreven over het beroepsgeheim in
het doolhof van het sociale domein. De
overleg structuren zijn sindsdien niet
minder geworden. Iedere huisarts of
POH-S zit minimaal in een of meerdere
overleg structuren. Recent heeft Jerôme van Dongen,
gezondheidswetenschapper en onderzoeker (met name
naar Interprofessioneel teamoverleg), samen met Loes van
Bokhoven en mij een artikel geschreven, dat in de maand
februari is gepubliceerd in het tijdschrift voor verpleegkundig
experts: TvZ 1 (februari 2017). Gezien de relevantie van dit
onderwerp publiceren we dit artikel ook in “Op één Lijn”.
Achtergrond
Door een toenemende vergrijzing die
leidt tot een steeds groter wordende
groep van mensen die te maken hebben
met multimorbiditeit, neemt ook
het aantal complexe zorgvragen toe
(Campen van, 2011). Bovendien verandert
de kijk op wat gezondheid eigenlijk is. Niet langer is dat ‘de
afwezigheid van ziekte’. De nieuwe definitie van gezondheid
impliceert, dat er vanuit een breder perspectief naar de
patiënt wordt gekeken (lichaamsfuncties, mentale functies
en beleving, spirituele en existentiële dimensie, kwaliteit
van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en dagelijks
functioneren) (Huber et al., 2011). Zorg wordt dichter in de
buurt van patiënten georganiseerd, waarbij zorg en welzijn
goed op elkaar moeten worden afgestemd. Hierbij wordt
er vanuit de huisartspraktijk steeds meer samengewerkt
met zorgprofessionals van verschillende disciplines, maar
ook andere betrokkenen zoals, bijvoorbeeld, welzijnswerk
en woningbouwvereniging, wat ook wel interprofessionele
samenwerking wordt genoemd. Een belangrijke
schakel in die samenwerking is de verpleegkundige
1
i.s.m. dr. Loes van Bokhoven, huisarts in Elsloo en staflid vakgroep
Huisartsgeneeskunde UM
die als praktijkondersteuner samen met de huisarts
interprofessioneel teamoverleg initieert.
‘Korte lijntjes’ tussen zorgverleners worden daarbij als
succesfactor voor interprofessionele samenwerking
ervaren (Cobben, van Dongen, van Bokhoven, & Daniels,
2016). Door deze ‘korte lijntjes’ kunnen zorgprofessionals
op gemakkelijke wijze informatie uitwisselen, taken
verdelen, elkaar gericht bevragen en adequaat verwijzen.
Een diversiteit aan overlegvormen is de afgelopen jaren
ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn: het multidisciplinaire
overleg (MDO), Hometeam, Sociaal Team, Wijkteam, en
Interprofessioneel Teamoverleg. Al deze verschillende
overlegvormen hebben een gemene deler, namelijk
het afstemmen van zorg en delen van informatie
rondom de hulpvraag van de patiënt. TEKSTBOX 1 geeft
een beschrijving van de context van een dergelijk
interprofessioneel teamoverleg.
TEKSTBOX 1
Context Interprofessioneel Teamoverleg
Een interprofessioneel team in de eerstelijn bestaat
uit zorgprofessionals van verschillende disciplines,
bijvoorbeeld huisarts, POH-ggz, POH ouderenzorg,
maatschappelijk werker, fysiotherapeut, ergotherapeut
en wijkverpleegkundige. Het team bespreekt regelmatig,
bijvoorbeeld eens per maand, complexe zorgvragen. Denk
aan kwetsbare ouderen en mensen met multimorbiditeit.
Doel van het overleg is om samen te komen tot een
gezamenlijk, integraal zorgplan.
De voorzitter bereidt het overleg voor, maakt een agenda,
bewaakt de tijd en structureert de bespreking. De teamleden
brengen vooraf de te bespreken patiënten in, maar kunnen
ook tijdens het overleg ad hoc acute zaken inbrengen.
Bron: van Dongen et al. (2016)
Voor het afstemmen van zorg en het delen van informatie,
is uitwisseling van gegevens nodig. Voor het delen van
patiënt-gerelateerde informatie zijn verschillende wetten
en regels geldig. In dit artikel zetten we ze op een rijtje.
Wanneer mogen we als team van zorgprofessionals
36
׉	 7cassandra://nD09Oj0O37TeSb8dZEDM145zT2aeEgGHoXEgSsjn270`̴ YR䰼M׉E1 e uitgave 2017
patiëntgerelateerde informatie met elkaar delen?
Patiëntgerelateerde informatie mag door zorgprofessionals
niet zomaar worden gedeeld met anderen. Zorgprofessionals
hebben namelijk een wettelijke geheimhoudingsplicht
(KNMG, 2014). Op grond van artikel 88 Wet op de Beroepen
in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) en de
Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
(WGBO) hebben artsen, tandartsen, apothekers,
gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten,
fysiotherapeuten, verloskundigen en verpleegkundigen
een medisch beroepsgeheim. Voor verpleegkundigen
en verzorgenden zijn ethische uitgangspunten voor de
beroepsuitoefening, zoals geheimhoudingsplicht, verder
uitgewerkt in de “Beroepscode van Verpleegkundigen
en Verzorgden” (V&VN, 2015). Ook voor maatschappelijk
werkers is de geheimhoudingsplicht geregeld in de vorm
van een beroepscode. Voor Verpleegkundig Specialisten is
dit geregeld in een overgangsregel en Algemene Maatregel
van Bestuur (AmvB). Professionals in een team van BIGgeregistreerde
zorgprofessionals, die allemaal rechtstreeks
betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt, mogen
toestemming van de patiënt voor het uitwisselen van
informatie veronderstellen, tenzij uitdrukkelijk verboden
door de patiënt.
Echter, wanneer een van de aanwezige professionals niet
rechtstreeks betrokken is, of geen BIG-registratie heeft
(bijvoorbeeld een ouderenadviseur van de gemeente), moet
er volgens de wet toestemming worden gevraagd aan de
patiënt om informatie uit te mogen wisselen. De patiënt
(of diens vertegenwoordiger) kan de zorgprofessionals
van hun beroepsheim ontheffen door hen toestemming
te geven bepaalde informatie te delen met derden.
Volgens de wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dient
deze toestemming vrijwillig, geïnformeerd en doelgericht
gegeven te worden. Een patiënt kan slechts toestemming
geven, als deze vooraf is ingelicht over het doel van de
teambespreking, de inhoud en de mogelijke consequenties
van gegevensverstrekking. Deze toestemming mag
zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven door
de patiënt. Een schriftelijke toestemming wordt ook wel
een machtiging genoemd. Er is een aantal voorwaarden
waaraan een schriftelijke machtiging moet voldoen. Uit
de machtiging moet duidelijk naar voren komen welke
informatie mag worden verstrekt, aan wie de informatie
mag worden verstrekt en voor welk doel. Met andere
woorden: de machtiging moet duidelijk zijn geformuleerd
en zo specifiek mogelijk zijn toegesneden op het doel
(KNMG). Het is wenselijk om deze toestemming in
het patiëntendossier aan te tekenen of de schriftelijke
verklaring hierin te bewaren. Hiermee geeft de patiënt
toestemming aan het team dat betrokken is bij de
chronische zorg, zodat bij toenemende zorg behoefte die
zorg ook ingezet kan worden zonder dat het team iedere
keer weer opnieuw toestemming hoeft te vragen om
samen te overleggen.
Bij een team met professionals waarbij niet alle leden
een zorgrelatie hebben met de patiënt, mag er in principe
geen uitwisseling van informatie plaats vinden. Echter,
in sommige gevallen is het onmogelijk om toestemming
te vragen, bijvoorbeeld in het geval van zorgmijders. In
dergelijke gevallen is het vragen van toestemming en
vervolgens uitwisselen van informatie tussen partijen
ingewikkeld en is er sprake van bemoeizorg. Voor de
situaties die gedefinieerd kunnen worden als bemoeizorg,
is de handreiking “Gegevensuitwisseling in het kader
van bemoeizorg” door GGD Nederland, GGZ Nederland
en KNMG geschreven (GGD, GGZ, & KNMG, 2014).
Bemoeizorg wordt in deze handreiking omschreven als
het bieden van (ongevraagde) hulp aan (zorgwekkende)
zorgmijders met een (vaak) complexe problematiek,
waarbij verbetering van de kwaliteit van leven en reductie
van overlast als uitgangspunten dienen (GGD et al., 2014).
In de handreiking wordt beschreven, dat tot het tijdelijk
beperken van de rechten van de patiënt (waaronder het
uitwisselen van persoonlijke informatie met anderen
zonder diens toestemming) in de bemoeizorg alleen wordt
overgegaan, als daartoe een evident belang aanwezig
is. Het zal daarbij altijd moeten gaan om een dringend
gezondheidsbelang (vitaal belang) van de patiënt, al dan
niet gecombineerd met ernstige overlast die deze patiënt
voor anderen veroorzaakt.
37
op één lijn 57
׉	 7cassandra://h5r5G6J5ncQRuWyU9hrt4V2lVp2gDN1BeZvrTBAf_9o?`̴ YR䰼NYR䰼MbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://FclFUqMyX2AoSYz1qMYdtO0_uZsVmNkkyJJYMvW7xuU \` ׉	 7cassandra://VmZ1ihlS_FkYeQvfjuc8zbFFoH0g5cMJxxCFPvRKPW4s[`Q׉	 7cassandra://rAF4yNMkmL5acS_aYPdJVFrtB_ObkwdPQBanMxWKe4c,`̴ ׉	 7cassandra://EzkcbXchf2C-oI50YizXforYDIhEzvn7nJ487GAESKANhP͠YR䰼Oט  Bu׉׉	 7cassandra://RfFgRDWe9lIBjrMSzYaO9ABTgWqSOofdZXsbfdtKCyM G` ׉	 7cassandra://v0iGFpO2vWKdpBiK5_2GVHxquOExIxC_MiYVwtOxDu4S@`Q׉	 7cassandra://45ADtu-JdApJJbkB-ysisROwPo7LP4H-i43NPWahzmE`̴ ׉	 7cassandra://ilNFO3_jxjC_xFeme1Fw9iHObK-Uqt7p2GS8DB509KMͰ͠YR䰼P׉Eop één lijn 57
1 e uitgave 2017
In dergelijke gevallen is het van belang, dat de
zorgprofessional die een signaal opvangt, de
afweging maakt of er op basis van een van de
Legitieme Uitzonderingsregels toch informatie mag
worden uitgewisseld. Uitgangspunt binnen deze
uitzonderingsregels is, dat informatie mag worden
verstrekt, als er sprake is van een risico voor de gezondheid
of veiligheid van de patiënt zelf, of anderen in diens
omgeving, waarbij het belang van het doorbreken van
de geheimhoudingsplicht en het adequaat ingrijpen
zwaarder wegen dan de bescherming van de privacy
van de betrokken patiënt. In de wet zijn de volgende
uitzonderingen benoemd waarbij zonder toestemming
informatie mag worden uitgewisseld.
Legitieme Uitzonderingen
1. Een wettelijke verplichting
Bij een wettelijke verplichting om gegevens te
verstrekken is een zorgprofessional verplicht informatie
aan derden te verstrekken. Een voorbeeld hiervan is
de plicht voor de arts om bepaalde infectieziekten
zoals hepatitis A, B en C of cholera te melden bij de
gemeentelijke gezondheidsdienst (Wet Publieke
Gezondheid). Verder verplicht de Wmo 2015 de arts
informatie te verstrekken aan de gemeente, als
de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven
(ondubbelzinnig en doelgericht).
2 Conflict van plichten
Als toestemming verkrijgen niet mogelijk is en een
zorgprofessional ernstige schade aan de patiënt of aan
een ander kan voorkómen door informatie aan derden
te verstrekken, dan mag informatie met een beroep op
een Conflict van Plichten aan derden worden verstrekt
(KNMG, 2014). Voor zorgprofessionals die niet onder
de WGBO vallen moet er sprake zijn van een ‘vitaal
belang’. In TEKSTBOX 2 is een voorbeeld casus van een
bemoeizorgtraject beschreven, waarbij het team de
patiënt zonder toestemming toch mag bespreken.
TEKSTBOX 2
Voorbeeld uitzondering: casus bemoeizorg
Een praktijkondersteuner heeft van verschillende
familieleden en buurtbewoners het signaal gekregen dat de
(thuis)situatie van meneer X dermate ernstig is, dat hij een
gevaar vormt voor zichzelf en voor buurtbewoners. Meneer
is bekend met een drankverslaving en is in het verleden
hiervoor meerdere malen onder behandeling geweest. De
praktijkondersteuner brengt de situatie van meneer X en
bijbehorende problematiek in tijdens het interprofessioneel
teamoverleg en zoekt samen met het team naar een
geschikte oplossing. Gezien de ernst van de situatie heeft de
praktijkondersteuner voor het bespreken van de situatie van
meneer X geen expliciete toestemming kunnen vragen.
Van een conflict van plichten is slechts in zeer
uitzonderlijke gevallen sprake. Het moet gaan om
een noodsituatie. Deze zorgvuldige afweging dient
de hulpverlener zelf te maken. Hij of zij moet kunnen
verantwoorden waarom inbreuk wordt gemaakt op
de geheimhoudingsplicht ten opzichte van de patiënt.
TEKSTBOX 3 geeft een overzicht van de toetsingscriteria
die van toepassing zijn op het conflict van plichten
(V&VN. & NU’91., 2015).
TEKSTBOX 3
Conflict van plichten (toetsingscriteria van Leenen)
1. Het is niet mogelijk om toestemming te vragen dan wel
te verkrijgen. Alles in het werk gesteld om dit wel te doen.
2. De professional is in gewetensnood door zijn
beroepsgeheim te handhaven.
3. Het niet doorbreken van het beroepsgeheim kan voor een
ander (verdere) ernstige schade opleveren.
4. Het doorbreken van het beroepsgeheim kan (verdere)
ernstige schade aan een ander voorkomen.
5. Het geheim wordt zo min mogelijk geschonden.
6. De professional ziet geen andere weg dan doorbreking
van het beroepsgeheim om het probleem op te lossen.
7. Uit de jurisprudentie blijkt dat overleg met een collega
die niet direct betrokken is, eigenlijk ook als een
toegevoegd criterium gezien wordt.
3. Meldrechten
Een meldrecht kan worden gezien als een variant die ligt
tussen een wettelijke verplichting en een conflict van
plichten. Een voorbeeld hiervan is een vermoeden van
huiselijk geweld of ouderenmishandeling, waarvoor in
Nederland geen meldplicht, maar een meldrecht bestaat.
(zie figuur 1)
Welke informatie mogen we met elkaar delen?
Wanneer er volgens wet- en regelgeving informatie
mag worden gedeeld, of wanneer de patiënt hiervoor
toestemming heeft verleend, resteert nog de vraag welke
informatie mag worden gedeeld. De zorgprofessional die
informatie wil delen, of hierom wordt gevraagd, moet
kritisch bewaken dat alleen relevante informatie van
feitelijke aard wordt gedeeld ten behoeve van het bereiken
van het uiteindelijke doel. Hierbij moet er gestreefd worden
naar het zo min mogelijk verstrekken van aanvullende en
vaak niet relevantie informatie: Less is more!
38
׉	 7cassandra://rAF4yNMkmL5acS_aYPdJVFrtB_ObkwdPQBanMxWKe4c,`̴ YR䰼Q׉E1 e uitgave 2017
JA
Ja
Gegevens uitwisseling
in interprofessioneel
teamoverleg
Hebben alle teamleden een
wettelijke
geheimhoudingsplicht en zijn
ze rechstreeks betrokken* bij
de zorgverlening van de
patient?
echtstreeks
patiënt?
NEE
Nee
Wettelijk
voorschrift
*Rechtstreeks
betrokken
Alleen diegenen die
rechtstreeks bij de
uitvoering
van de
behandelingsovereenko
mst zijn betrokken
Bron: Wet bescherming persoonsgegevens
Meldrecht
**Criteria toestemming:
1: Vrijwillig
2: Patient is volledig geinformeerd
3: Doelgericht
Patiënt
eïnformeerd
Conflict van
plichten
Nee
NEE
Heeft de patient
toestemming**
tiënt
gegeven voor informatie
uitwisseling?
JA
Ja
Gegevensuitwisseling
toegestaan
Figuur 1: Flowchart gegevens uitwisseling interprofessioneel teamoverleg
Tot slot
Wanneer je als zorgprofessional patiënt-gerelateerde
informatie tijdens een interprofessioneel teamoverleg
wil delen met derden, behoort de patiënt hiervan op de
hoogte te zijn. Uitgangspunt hierbij is dat er niet over een
patiënt, of over een gezin wordt gecommuniceerd, maar met
een patiënt of gezin. Patiënt en/of mantelzorger kunnen
bijvoorbeeld worden uitgenodigd voor deelname aan het
teamoverleg. Als deelname niet mogelijk of gewenst is,
kan de zorgprofessional de patiënt tijdens een persoonlijk
gesprek informeren over het teamoverleg. Tijdens dit
gesprek geef je als zorgprofessional duidelijk aan welke
informatie je graag met welke disciplines of instanties
wil uitwisselen en wat hiervan concreet het doel is. Juist
wanneer de patiënt centraal staat en actief betrokken
en geïnformeerd wordt, zal toestemming vragen voor
het delen van informatie zelden een probleem zijn. In
uitzonderingsgevallen waarin toestemming vragen aan de
patiënt niet tot de mogelijkheden hoort, bijvoorbeeld in het
geval van bemoeizorg, kan een beroep worden gedaan op:
wettelijke verplichting, conflict van plichten of meldrecht.
Daarnaast dienen conform artikel 453 van de WGBO
zorgprofessionals altijd te (be)handelen volgens de principes
en professionele standaard van een goede hulpverlener. Tot
slot is het verstandig om als zorgprofessional altijd goed stil
te staan bij het doel van de informatie die je verstrekt, welke
informatie je verstrekt en welke eventuele gevolgen dit met
zich mee kan brengen.
Literatuur
• Campen van, C. e. (2011). Frail older persons in the
Netherlands. The Hague: The Netherlands Institute for
Social Research (SCP).
• Cobben, C., van Dongen, J., van Bokhoven, L., & Daniels,
R. (2016). Best practices interprofessionele samenwerking.
Tijdschrift voor praktijkondersteuning, 1(11), 6-11.
• GGD, GGZ, & KNMG. (2014). Handreiking
Gegevensuitwisseling in de bemoeizorg.
• Huber, M., Knottnerus, J. A., Green, L., van der Horst,
H., Jadad, A. R., Kromhout, D., . . . Smid, H. (2011). How
should we define health? BMJ, 343, d4163. doi: 10.1136/bmj.
d4163
• KNMG. (2014). Het beroepsgeheim in
samenwerkingsverbanden: Een wegwijzer voor
zorgprofessionals: Koninklijke Nederlandse Maatschappij
tot bevordering der Geneeskunst.
• V&VN. (2015). Beroepscode van Verpleegkundigen en
Verzorgden. Utrecht: V&VN.
• V&VN., & NU’91. (2015). Hoe ga je om met het
beroepsgeheim? Handreiking voor verpleegkundigen
en verzorgden. Utrecht: V&VN.
39
op één lijn 57
׉	 7cassandra://45ADtu-JdApJJbkB-ysisROwPo7LP4H-i43NPWahzmE`̴ YR䰼RYR䰼QbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://hkCLeGL9aWySjqxR37k-IzlC90ykGqo-e_Yef5zgt_k P`׉	 7cassandra://T-XrrQSnvRyPBb81iTqHvm4jIEicP_C_zVzrGtvTC4o*`Q׉	 7cassandra://wGPPRBqBHzhHV9ECb06RbcqRYsDbL6_eJsPrWz_ozRA`̴ ׉	 7cassandra://ktG-ST7jQ0TvZEn24hAwrAOLndYpTLI7PZ-oDBsfNf0 (͠YR䰼SנYR䰼z P̿9ׁH &http://www.familymedicinemaastricht.nlׁׁЈנYR䰼y P9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנYR䰼x P̬9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EOp één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
www.familymedicinemaastricht.nl
Based in Europe, focused on the world. Maastricht University is
a stimulating environment. Where research and teaching are
complementary. Where innovation is our focus. Where talent
can flourish. A truly student oriented research university.
׉	 7cassandra://wGPPRBqBHzhHV9ECb06RbcqRYsDbL6_eJsPrWz_ozRA`̴ YR䰼T׈EYR䰼UYR䰼TbB)Op één lijn 57YOyFۓd