׉?ׁB! בCט  Zu׉׉	 7cassandra://WeqLh65F-TsDKLmYqvDr1Hi3t-SreFs_LY0nKRa6IJ0 `׉	 7cassandra://xyDic7Yzni9NSgKfO9--XGZTefKOmanEZivCmDLoAjwO`\׉	 7cassandra://Tux55r1SYu63rpLAQBv7fFaIi2FeaBT7uZyz2tLVq2w`̹׉	 7cassandra://ILMvHNrIHDttQ2d_As3eWqG2ymHv378HxMGpr8uUk1E^͠`Q~>Gי	 ׉S G
`n\:V dddd׈E`Q~>׉E ICTRECHT
IN DE PRAKTIJK
jaargang 9 nummer 1 januari 2021
Grip op leveranciers in
de zorg
Wat betekent Strong
Customer Authentication
voor uw webshop?
Legal tech voor iedereen?
׉	 7cassandra://Tux55r1SYu63rpLAQBv7fFaIi2FeaBT7uZyz2tLVq2w`̹`Q~>`Q~>ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://KtOTYvJazZWjS7eyThL3rXigwYrLh6lntWSLsV5Piug `׉	 7cassandra://AJhszdCcHOoxXtk7DStDPugMtmW3rnuq-FZ-BtwfBrE)`\׉	 7cassandra://N4RwfbtGuQVOc488Z8YOY5qcRKaNcRjzWChYCh08sXw `̹׉	 7cassandra://46QEPPliA6giBYyb9nP-QfHHEgFF0OX58tzoOavMrIkOH͠`Q~>Jט  Zu׉׉	 7cassandra://tG2IAimnpH-0NfD26vxrs8T2ER6GS8ncLPI3DUb9Eg4 z` ׉	 7cassandra://PzGdsnJ2MD7ak76H0baRETfXux_pNwS0w3cupgre77AA:`\׉	 7cassandra://WRAfLoC5GwAxhdtqL-3cfFldsABMMefnzkLCZRg-3dI`̹׉	 7cassandra://36HeSvYG51k9KqyP1BkJVgkA9fCjMYb-vmnELPX9QGU|~@͠`Q~>K נ`Q~>e f
̉9ׁHmailto:info@leonardfaustle.nlׁׁЈנ`Q~>d fӁ̅9ׁHmailto:eline@elinepellis.comׁׁЈנ`Q~>c f̛9ׁH !mailto:t.vanschijndel@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>b f}
9ׁHmailto:n.bakker@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>a fe~9ׁHmailto:n.waaijer@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>` f@̢9ׁH  mailto:m.vanderspoel@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>_ fs9ׁHmailto:k.groot@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>^ fs9ׁHmailto:j.bailey@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>] fҁ̠9ׁH  mailto:j.remmelzwaal@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>\ f}9ׁHmailto:i.overing@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>[ f̜9ׁH !mailto:f.biegstraaten@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>Z fd̄9ׁHmailto:e.flierman@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>Y f@̑9ׁHmailto:e.streefkerk@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>X Rx
9ׁHmailto:b.devos@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>W RӁx
9ׁHmailto:b.devos@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>V R̅
9ׁHmailto:b.hetharia@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>U R̇9ׁHmailto:a.siepman@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>T Rez9ׁHmailto:a.vanrijn@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>S RA̆
9ׁHmailto:a.schurink@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>R R
}
9ׁHmailto:s.demon@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>Q RӁ̅
9ׁHmailto:k.monster@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>P Rd
9ׁHmailto:s.ras@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~>O Rw̍9ׁHmailto:a.engelfriet@ictrecht.nlׁׁЈי	 ׈SG
`m/lԳC% ̃Łנ`Q~>N @b9ׁHmailto:info@ictrecht.nlׁׁЈ׉EHeeft u uw juridische zaken goed geregeld?
Zeker op het gebied van ICT en privacy is dit geen eenvoudige zaak.
Voorkom juridische ICT- of privacyproblemen en laat ICTRecht u deskundig en praktisch adviseren.
Dat
hoeft helemaal niet duur te zijn: naast maatwerk leveren wij standaardproducten en
juridische generatoren.
ICTRecht is een flexibel en creatief juridisch adviesbureau. Wij bedienen zowel de grote als
de kleine klant. Onze adviezen zijn begrijpelijk, concreet en geven blijk van technische kennis.
Onze mensen zijn dan ook juridisch en technisch thuis in onze niche.
Wij kunnen u van dienst zijn met:
Juridische documenten - Juridisch advies - Juridische detachering
Trainingen - Boeken
Meer informatie over hoe wij werken? Bezoek ictrecht.nl
׉	 7cassandra://N4RwfbtGuQVOc488Z8YOY5qcRKaNcRjzWChYCh08sXw `̹`Q~>׉E	NIndex
Grip op leveranciers in de zorg: leveranciers-management conform NEN 7510
Wat betekent Strong Customer Authentication voor uw webshop?
Wet- en regelgeving
De voor- en nadelen van de SGOA-procedure
Autoriteit Persoons-gegevens teruggefloten in de zaak “VoetbalTV”
Digitalisering in de zorg: 2020 en 2021
Consumentenrecht van update voorzien: Wat verandert er voor de verkoper?
Is het vergeetrecht in de vergetelheid geraakt?
Internetrechtspraak
Legal tech voor iedereen?
4
7
10
12
14
17
20
22
24
30
Gezamenlijke noot bij Rechtbank Amsterdam 14 november 2018 en Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2020 33
Van onze blog
ICTRecht Academy
Colofon
Dit is een uitgave van ICTRecht B.V.
020 663 1941, info@ictrecht.nl.
Dit tijdschrift verschijnt vier keer per
jaar. Proeftijdschrift is op aanvraag
beschikbaar. Abonnementsprijs is
€ 135,- excl. btw per jaar (papieren
editie), inclusief verzendkosten in
Nederland. Voor een jaarabonnement
(digitale editie) betaalt u € 67,50
excl. btw.
Aan deze uitgave werkten mee:
Arnoud Engelfriet Algemeen directeur
en Opleidingsdirecteur
a.engelfriet@ictrecht.nl
Steven Ras Algemeen directeur
s.ras@ictrecht.nl
Kors Monster Directeur ICTRecht
Security
k.monster@ictrecht.nl
Sten Demon Manager ICTRecht
Detachering
s.demon@ictrecht.nl
Alisa Schurink Marketing adviseur
a.schurink@ictrecht.nl
Anouk van Rijn Juridisch adviseur
a.vanrijn@ictrecht.nl
Ardine Siepman Juridisch adviseur
a.siepman@ictrecht.nl
Beryl Hetharia Juridisch adviseur
b.hetharia@ictrecht.nl
Bram de Vos Juridisch adviseur
b.devos@ictrecht.nl
Britt Telleman Opleidingscoördinator
b.devos@ictrecht.nl
Eline Streefkerk Juridisch adviseur
e.streefkerk@ictrecht.nl
Esther Flierman Juridisch adviseur
e.flierman@ictrecht.nl
Fleur Biegstraaten Juridisch adviseur
f.biegstraaten@ictrecht.nl
Itte Overing Juridisch adviseur
i.overing@ictrecht.nl
Jay Remmelzwaal Juridisch adviseur
j.remmelzwaal@ictrecht.nl
Jorden Bailey Juridisch adviseur
j.bailey@ictrecht.nl
Kim Groot Juridisch adviseur
k.groot@ictrecht.nl
Milan van der Spoel Juridisch adviseur
m.vanderspoel@ictrecht.nl
Nicole Waaijer Marketing adviseur
n.waaijer@ictrecht.nl
Niek Bakker Juridisch adviseur
n.bakker@ictrecht.nl
Tessa van Schijndel Juridisch adviseur
t.vanschijndel@ictrecht.nl
Eline Pellis Grafisch ontwerper
eline@elinepellis.com
Leonard Fäustle Stills & Motion
Foto’s ICTRecht
info@leonardfaustle.nl
35
38
׉	 7cassandra://WRAfLoC5GwAxhdtqL-3cfFldsABMMefnzkLCZRg-3dI`̹`Q~> `Q~>ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://mI9tkoybZKCDVTBBtsD7qWraihRsBX4dFGpPIbyn29A ` ׉	 7cassandra://H4JW8W5Qr-timdwZ5tZNZh7RdLtfNTkAr_LuvCBJgE0t`\׉	 7cassandra://PcESnFnr9TxIDvOLQC52gvplpm-2LWlujyF7wexFIrI h`̹׉	 7cassandra://LtTbvBG8WFu8g-h22GpRUQBxEqJO1kPVE721oHqEsocpL͠`Q~>fט  Zu׉׉	 7cassandra://5_QfEpTp0ZoPcWbpMkCHS09hGSctKfBdnzDb9TL0gEs ]` ׉	 7cassandra://9pD0D7-OWrsroYcBYpMBR8kEQOdeNuWMCtGwuqcbf_cfq`\׉	 7cassandra://KfjBau1zzqPdvJwTCvlT0SSQE0j_IdgAKiwUqVnTzr8]`̹׉	 7cassandra://mkTAmqPBdQdhMkK4FELFr-Q553zDXOXmLTQhzcRvC0ozyb͠`Q~>gי	 ׉SG
`nf c(/ ̆Uddי	 ׉SMG
`n!h SÁA׉EKors Monster
Directeur ICTRecht Security
Itte Overing
Juridisch adviseur
E-health
Grip op leveranciers in
de zorg: leveranciersmanagement
conform
NEN 7510
Veel zorgaanbieders zijn hard onderweg om zelfs hun primaire proces, het leveren
van zorg, digitaal te laten verlopen. Gedwongen door tekorten en de pandemie wordt
er flink gesubsidieerd en geïnvesteerd in digitalisering binnen de zorg. De absolute
noodzaak van het digitaal uitwisselen van patiëntgegevens werd ineens schrijnend
zichtbaar tijdens de eerste lockdown. Voor minister Van Ark reden om flink aan
de slag te gaan, het wetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg
verwacht zij begin 2021 aan de Tweede Kamer toe te sturen.
Wat heb je als gemiddelde zorgaanbieder al in gebruik
aan ICT begin 21ste eeuw? Allereerst een zorginformatiesysteem,
het bronsysteem waarin de dossiers
van patiënten of cliënten worden bijgehouden. Dan,
meestal daaraan gekoppeld, een declaratiesysteem
waarmee gedeclareerd wordt. Verder, hardware en
software in het kader van het leveren van specialistische
zorg al dan niet met gebruik van AI, verschillende
zorgplansystemen, een applicatie voor veilig mailen,
infrastructuur ten behoeve van het uitwisselen van
medische gegevens met andere zorgaanbieders,
koppelingen met webdiensten van bijvoorbeeld
Vecozo en ga zo maar door. De ICT-diensten kunnen
op locatie staan/draaien, maar vaker zal gebruik
gemaakt worden van de cloud, of anders gezegd:
een extern (gevirtualiseerd) datacenter.
Al deze systemen helpen zorgaanbieders anno 2021
om goede zorg te kunnen leveren. Maar je bent er als
zorgaanbieder ook afhankelijk van. En niet alleen van
de systemen, in het verlengde daarvan, ook van de
leveranciers van die systemen. Spannend? De zorgaanbieder
blijft immers zelf verantwoordelijk voor
het leveren van goede zorg. De zorgaanbieder moet
ervoor zorgen dat hij in ieder geval de regie houdt.
4 ICTRecht in de Praktijk
Een van de belangrijkste onderwerpen daarbij is
informatieveiligheid. Verplichte kost in de zorg in
dat kader, is de implementatie van NEN 7510 (en
NEN 7512 en NEN 7513). Al sinds 2013 vindt ook de
Autoriteit Persoonsgegevens (toen nog CBP) dat NEN
7510 geïmplementeerd moet worden als er medische
persoonsgegevens worden verwerkt. Ook voor het
gebruik van zorginformatiesystemen en elektronische
uitwisselingssystemen geldt dat er moet worden
voldaan aan de genoemde normen bij het gebruik van
die systemen. En zodra het genoemde wetsvoorstel
wet wordt, is te verwachten dat het voldoen aan de
norm in steeds meer gevallen verplicht wordt.
Als je het hebt over regie, dan springt een onderwerp
uit de NEN 7510 in het oog: het leveranciersmanagement.
Omdat er in de praktijk steeds meer uitbesteding
(al dan niet in de cloud) plaatsvindt, en dit wat ons
betreft dus een van de kernonderwerpen van de NEN
7510 is, geven wij u graag meer inzicht in wat NEN
7510 precies vereist als het aankomt op leveranciersmanagement.
Norm
voor informatiebeveiliging in de zorg
NEN 7510 bestaat uit twee delen. Het eerste deel
׉	 7cassandra://PcESnFnr9TxIDvOLQC52gvplpm-2LWlujyF7wexFIrI h`̹`Q~>!׉E(NEN 7510-1+A1) gaat niet in op maatregelen om
informatie te beschermen, maar beschrijft hoe het
managementsysteem voor informatiebeveiliging
zou moeten worden ingericht.
Managementsysteem
Het managementsysteem voor informatiebeveiliging
wordt ook wel aangeduid als het ‘ISMS’, wat een acroniem
is van Information Security Management System.
Met ‘systeem’ wordt niet gedoeld op een software tool,
maar op een gestructureerd geheel aan beleid, processen,
procedures en afspraken die zijn ingericht om de
doelstellingen met betrekking tot informatiebeveiliging
te behalen. De rode draad binnen dit systeem is de
‘plan-do-check-act-cyclus’; een procesmatige manier
van werken waarmee je de kwaliteit niet alleen op peil
houdt, maar ook doorlopend kunt verbeteren. Dat doe
je door de processen rond informatiebeveiliging zodanig
in te richten dat acties op basis van een bepaald
plan worden uitgevoerd. Vervolgens wordt periodiek
geëvalueerd of het plan naar behoren wordt uitgevoerd
en of daarmee de gestelde doelen worden behaald.
Waar nodig wordt bijgestuurd. Vervolgens worden de
geleerde lessen meegenomen in de nieuwe ‘plan’ fase,
enzovoort.
Leveranciersrelaties & NEN 7510
NEN 7510 heeft een hoofdstuk geweid aan leveranciersmanagement
in de context van informatiebeveiliging in
de zorg. De norm beschrijft twee beheersdoelstellingen
en koppelt daar in totaal vijf beheersmaatregelen aan.
Doelstellingen
NEN 7510 beschrijft de volgende beheersdoelstellingen
in het kader van leveranciersrelaties:
1. Informatiebeveiliging in leveranciersrelaties
De bescherming waarborgen van bedrijfsmiddelen
van de organisatie die toegankelijk zijn voor
leveranciers.1
2. Beheer van dienstverlening van leveranciers
Een overeengekomen niveau van informatiebeveiliging
en dienstverlening in overeenstemming met
de leveranciersovereenkomsten handhaven.2
Act
Bijsturen op basis
van de evaluatie.
Input voor volgende
'plan' fase.
Check
Evalueren: hebben
we de maatregelen
correct uitgevoerd
en sorteren zij
het gewenste
effect?
Plan
Wat zijn onze
risico's en welke
maatregelen gaan
we nemen?
Do
Implementeren en
uitvoeren van de
maatregelen.
Informatiebeveiliging in leveranciersrelaties
Bij de eerste doelstelling komt het erop neer dat er
risico’s voor de bescherming van informatie ontstaan,
wanneer leveranciers toegang of beschikking krijgen
over bedrijfsmiddelen. Bijvoorbeeld een inhuurkracht
die een laptop van de zorginstelling ontvangt om haar
of zijn werk te doen. Maar ook het netwerk en computersystemen
zijn bedrijfsmiddelen waar zo’n inhuurkracht
toegang toe kan krijgen. En ook daar kan bewust of
onbewust iets gebeuren dat een risico vormt voor de
beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van
(zorg)informatie. NEN 7510-2 beschrijft drie maatregelen
om deze risico’s te beheersen.
Beleid voor leveranciersrelaties
Stap 1 om deze doelstelling te behalen is om beleid
te hanteren met betrekking tot leveranciers. De norm
schrijft voor dat de organisatie eisen opstelt en met de
leverancier afspreekt, waarmee de risico’s die samenhangen
met de toegang die de leverancier heeft tot
bedrijfsmiddelen, worden verkleind.
Beheersmaatregelen
Deel 2 van NEN 7510 (NEN 7510-2) beschrijft beheersmaatregelen
om de risico’s rond informatiebeveiliging
te beheersen en geeft best practices met betrekking tot
de implementatie van de maatregelen. De beheersmaatregelen
betreffen zowel technische als organisatorische
maatregelen en lopen uiteen van maatregelen
voor het opstellen van beleid en de aansturing daaromheen,
tot aan maatregelen rond het screenen en
opleiden van personeel, het beheren van autorisaties,
het toepassen en beheren van versleuteling, en het
uitvoeren van interne en externe audits. Een onderwerp
dat steeds belangrijker wordt is beschreven in
hoofdstuk 15: leveranciersrelaties.
Met andere woorden: zorg er niet alleen voor dat er
duidelijke regels zijn voor de eigen medewerkers, maar
leg die regels ook op aan leveranciers. Hiertoe zal dus
éérst in kaart moeten worden gebracht welke risico’s
er zijn, hoe groot de kans is dat de risico’s zich voordoen
en wat in dat geval de impact is. Vervolgens kunnen
maatregelen worden overeengekomen met de betreffende
leverancier om op een voor de organisatie
passende wijze met die risico’s om te gaan.
Beveiligingsaspecten in contracten
Als tweede stap om bedrijfsmiddelen die toegankelijk
zijn voor leveranciers te beschermen, schrijft NEN 75101.
NEN 7510-2:2017, §15.1.
2. NEN 7510-2:2017, §15.2.
5
׉	 7cassandra://KfjBau1zzqPdvJwTCvlT0SSQE0j_IdgAKiwUqVnTzr8]`̹`Q~>"`Q~>!ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://tpTpxoHnUk0cGCaRWRXU7ar02-5tyc2QP_Fr8oemtU0 ` ׉	 7cassandra://VOZqWVXxA3cVfrZ0UllybVyI6czWvGbPIji1Qt3M9qgs`\׉	 7cassandra://hFm2Et-T2BtvMMBiwOZz8OXOQ5jkQrfSOscI1zIJB5Q6`̹׉	 7cassandra://Etgn7IwduaB_oRJapu13mNHXsfNQDCq6kIybTZLdC3YYG ͠`Q~>jט  Zu׉׉	 7cassandra://mReABf3DsYaegFhfR6GU2Rdk-ATp8NB667hn8NnCY1s V%` ׉	 7cassandra://U1tZmHZnK6k7fa85WHXtCYVNWNd0hy8n--wIXKqmp6Akz`\׉	 7cassandra://9iUWCMIPWI8TenaUF70EXOvOZWyl0fSqoIH0zK06z7c*`̹׉	 7cassandra://pWErOAF2QSMcVUU8BwDj068_wS69zzNLL03Iy5WbVl8lL͠`Q~>k׉Et2 voor dat ‘alle relevante informatiebeveiligingseisen
behoren te worden vastgesteld en overeengekomen
met elke leverancier die toegang heeft tot IT-infrastructuurelementen
ten behoeve van de informatie van de
organisatie, of deze verwerkt, opslaat, communiceert
of biedt’. Oftewel: denk bij elke leverancier die toegang
heeft tot informatie of IT na welke beveiligingseisen
nuttig zijn en zorg dat de afspraken netjes worden
gedocumenteerd in een contract, zodat daar later
geen misverstand over kan ontstaan.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan een
beschrijving van de informatie of -systemen die toegankelijk
zijn, de classificatie die daarop van toepassing is,
afspraken met betrekking tot rapportage over naleving
van het contract, regels voor aanvaardbaar gebruik,
maar bijvoorbeeld ook de omgang met incidenten of
procedures voor het oplossen van conflicten.
ICT-toeleveringsketen
Net zoals leveranciers een risico vormen voor de
bedrijfsmiddelen van de organisatie, geldt dat ook
voor onderaannemers van de leverancier. Het is
daarom belangrijk om óók grip te houden op partijen
in de keten die minder zichtbaar zijn. Als derde stap
om bedrijfsmiddelen die toegankelijk zijn voor leveranciers
te beschermen, schrijft NEN 7510-2 daarom
voor dat contracten met leveranciers óók eisen moeten
bevatten om de risico’s in verband met de toeleveringsketen
van diensten en producten op het gebied van
ICT te beheersen.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan een
verplichting om eisen die de leverancier op zich neemt
door te leggen aan andere partijen in de keten. Gedacht
kan ook worden aan een proces om te monitoren en
controleren dat het geleverde aan de gestelde eisen
voldoet, of aan regels om informatie over toekomstige
kwesties in de keten door te geven.
Beheer van dienstverlening van leveranciers
De tweede doelstelling die NEN 7510 beschrijft met
betrekking tot leveranciersrelaties is erop gericht om
een vooraf bepaald niveau van beveiliging en dienstverlening
te handhaven, in lijn met de gemaakte afspraken.
Deze doelstelling draait dus niet in directe zin om het
beschermen van bedrijfsmiddelen van de organisatie,
maar meer om het in de gaten houden of de leverancier
doet wat hij beloofd heeft.
Monitoren en beoordelen dienstverlening
De eerste stap om de doelstelling te behalen, is door
regelmatig de dienstverlening van leveranciers te
monitoren, te beoordelen en te auditen. Hierdoor kan
ervoor worden gezorgd dat de gemaakte afspraken
worden nagekomen en dat eventuele problemen met
betrekking tot informatiebeveiliging tijdig en op de
6 ICTRecht in de Praktijk
juiste manier worden behandeld. Hiertoe dient een
proces te worden ingericht om leveranciersrelaties te
beheren, en om (onder andere) te verifiëren of wordt
geleverd wat is afgesproken conform de contracten, te
rapporteren over de dienstverlening, audits uit te
voeren en gesignaleerde problemen op te lossen.
Beheer van veranderingen in dienstverlening
De PDCA-cyclus die in het managementsysteem centraal
staat, werkt ook door in het leveranciersmanagement.
De wereld verandert, en zo ook de diensten die
de organisatie afneemt van haar leverancier. Die
veranderingen kunnen voortkomen uit (bijvoorbeeld)
het doorontwikkelen en verbeteren van de dienst,
het opvolgen van afspraken of bevindingen uit leverancierscontroles,
of veranderingen in de dienst die
voortvloeien uit nieuwe of aangepaste wetgevingsvereisten.
Maar het kan natuurlijk ook zijn dat de dienst
die initieel geleverd werd dusdanig goed beviel dat na
verloop van tijd méér diensten worden afgenomen (of
juist andersom: er worden minder diensten afgenomen).
Het is belangrijk om zulke veranderingen in de gaten
te houden en om erop in te spelen. Zulke veranderingen
kunnen immers risico’s met zich brengen. Door
regelmatig te beoordelen welke veranderingen er zijn
geweest, welke risico’s daaraan kleven en hoe groot
die risico’s precies zijn, kan tijdig worden bijgestuurd
om die risico’s tot een acceptabel niveau te beperken.
Tot slot
Het hoofdstuk over leveranciersmanagement in NEN
7510 biedt een hoop inspiratie en aanknopingspunten
waarmee organisaties ervoor kunnen zorgen dat hun
informatie beschermd blijft, óók wanneer er externe
leveranciers in het spel zijn. Tegelijkertijd kunnen
ook onderwerpen uit de andere hoofdstukken uit
NEN 7510 relevant zijn met betrekking tot leveranciers.
Een goed voorbeeld is het hoofdstuk over bedrijfs -
continuïteit: gezien de toenemende afhankelijkheid
van leveranciers zal een goed bedrijfscontinuïteits -
beheer óók leveranciers in scope hebben.
De normen uit NEN 7510 kunnen in de praktijk overweldigend
overkomen – zeker wanneer de lijst met
alle leveranciers wordt bekeken en men daarbij
bedenkt dat al die partijen periodiek beoordeeld en
gecontroleerd moeten worden. Houd in dat geval
altijd in het achterhoofd dat NEN 7510 tegenwoordig
risk based is. Focus dus op informatie en -systemen
die écht kritisch zijn, en besteed minder energie aan
kleine tools die weinig of geen risico met zich dragen.
Maar: zorg er wel voor dat je achteraf kunt onderbouwen
en aantonen waarom je deze keuzes gemaakt hebt en
op basis van welke inzichten en risico-afwegingen de
beslissingen zijn genomen.
׉	 7cassandra://hFm2Et-T2BtvMMBiwOZz8OXOQ5jkQrfSOscI1zIJB5Q6`̹`Q~>#׉EXAnouk van Rijn
Juridisch adviseur
Beryl Hetharia
Juridisch adviseur
E-commerce
Wat betekent Strong
Customer Authentication
voor uw webshop?
Veiligheid is een essentieel onderdeel van online betalingen. Online fraude komt
echter steeds vaker voor. Vanuit Europa wordt dan ook op allerlei manieren gekeken
hoe dit probleem kan worden teruggedrongen. Een van deze manieren is Strong
Customer Authentication (SCA), zoals vermeld in de tweede Payment Services
Directive (PSD2). Vanaf 1 januari 2021 moeten organisaties zich houden aan de SCA.
Wat is het en wat betekent het voor uw organisatie?
PSD2
De PSD2 is een Europese richtlijn voor het betalingsverkeer
van consumenten en bedrijven. Deze richtlijn
is in elke EU-lidstaat opgenomen in de nationale
wetgeving. In Nederland is de PSD2 geïmplementeerd
in het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het financieel
toezicht. Ook wordt de PSD2 verder uitgewerkt in
richtlijnen voor banken en andere bedrijven die
betaaldiensten aanbieden en hun toezichthouders.
Strong Customer Authentication
In de PSD2 wordt gesproken over ‘sterke cliëntauthenticatie’
(de SCA). Bij SCA draait het erom dat er zekerheid
bestaat dat de klant die een online aankoop doet en
hier ook voor betaalt, daadwerkelijk deze persoon is.
Wordt een creditcard gebruikt of een betaling via iDEAL
verricht, dan is het van belang dat de kaartgegevens ook
worden gebruikt door de kaarthouder. Hoe meer u
over iemand te weten komt, hoe zekerder u hierover
kunt zijn.
Er zijn in totaal drie manieren om iets over uw klant
te weten te komen. De PSD2 vereist dat u bij elektronisch
betalen en bankieren kiest voor tenminste twee
van deze controles. Daarbij kan het gaan om:
1. iets wat je bezit, zoals je telefoon, kenteken of
bankpas;
2. iets wat je weet, bijvoorbeeld een pincode,
wachtwoord of een geheim feit; of
3. iets wat je bent, denk aan je vingerafdruk,
gezichtsherkenning via Face ID of je stem.
In Nederland kennen we SCA eigenlijk al veel langer,
bij veel betalingen gebeurt dit namelijk al. Denk
bijvoorbeeld aan betalingen met de pinpas. Daarbij
gebruik je immers zowel je pincode als je bankpas.
Ook bij iDEAL betalingen gebruik je jouw geregistreerde
telefoon en je toegangscode. In het kader van PSD2
moet deze dubbele authenticatie nu dus ook gebeuren
bij betalingen met creditcards.
Uitzonderingen
De juridische wereld staat bekend om haar regels,
maar natuurlijk ook de uitzonderingen. Zo kent de
PSD2 ook een aantal uitzonderingen voor het gebruik
van SCA. Hieronder worden de uitzonderingen kort
uitgewerkt.
Betalingen geïnitieerd vanuit de verkoper
Wanneer een betaling wordt geïnitieerd door de
webshop, bijvoorbeeld via een automatische incasso,
dient alleen voor de eerste betaling aan SCA-verificatie
te worden voldaan.
Abonnementen of terugkerende transacties
Wanneer het gaat om terugkerende transacties met
een vast bedrag, zijn deze vanaf de tweede transactie
7
׉	 7cassandra://9iUWCMIPWI8TenaUF70EXOvOZWyl0fSqoIH0zK06z7c*`̹`Q~>$`Q~>#ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://FS_v2Fb5nPFyfFGsDBuLqDvJTM9R1jxnohOOIjE51sg u` ׉	 7cassandra://6OYZbOkloq2_x8kLFY0nnGDgU_wVGbKrTODdVKobFdE\`\׉	 7cassandra://5IF2kMu9kbRve0ZjW-QhJXVlevo0jKlwl4mYkpdiW2s%`̹׉	 7cassandra://Phw2LoZtlB5PxEfmj_93S9tFmN71xnKHtKBCSb0LwKYQE ͠`Q~>mט  Zu׉׉	 7cassandra://vQrp_21g7VNB7kvvdV19jJxXuULE4WvtFnUu6bkj0VI `׉	 7cassandra://1y43VMoqjoejDNzX_C3yjZNrRIyHnUC1XGSY2H8YvssU`\׉	 7cassandra://krhoJdrjeS5uCeyldvE1wHXjBlCI-Ie82ndhou3VNksP`̹׉	 7cassandra://nqGlpLW-NjHNJvHsPtpWAq5GDVQ1HRd424MgaOrkmJQ ͠`Q~>nנ`Q~>q 9ׁHhttp://ictrecht.nl/fgׁׁЈ׉Evrijgesteld van SCA. Vrij logisch ook, aangezien
abonnementskosten of terugkerende transacties
vaak automatisch worden afgeschreven. Indien het
te betalen bedrag verandert, zal SCA weer nodig zijn.
Transacties met een lage waarde
Transacties onder de 30 euro zijn vrijgesteld van SCA.
Deze vrijstelling is beperkt en SCA wordt door de bank
altijd vereist als een klant vijf van deze transacties
achter elkaar uitvoert of de som van de transacties van
de klant bij elkaar een waarde van meer dan 100 euro
bereikt.
Postorder- en telefoonorder-transacties
Deze transacties zijn vrijgesteld van SCA, omdat ze
niet worden beschouwd als ‘elektronische’ betalingen
en daarmee buiten het toepassingsgebied van de
richtlijn vallen.
Transactie met een laag risico
Daarnaast zijn transacties met een laag risico vrijgesteld
van SCA. De vraag is natuurlijk hoe je een betaling kunt
bestempelen als zijnde een ‘laag risico’. Dit bepaalt
de bank die de betaling verwerkt en dient te worden
gebaseerd op het gemiddelde fraudeniveau van de
kaartuitgever die de transactie verwerkt en de acquirer
(de verwerker van de transactie). Daarbij wordt gekeken
naar het aantal fraudegemiddelden van deze partijen.
Als de bank tot de conclusie komt dat dit een laag
risico oplevert, kan de transactie vrijgesteld worden
van SCA.
Interregionale transacties
De regels uit de PSD2 gelden niet wereldwijd. Betalingen
waarbij de uitgever of de acquirer niet in Europa
gevestigd is, worden ook vrijgesteld. Als de klant
echter buiten Europa is gevestigd, maar de uitgever
van de kaart en de acquirer wél allebei in Europa zijn
gevestigd, zal dit niet als een interregionale transactie
worden bestempeld en kan SCA erop van toepassing
zijn.
De witte lijst-handelaren
Doet een klant bijvoorbeeld regelmatig aankopen bij
uw webshop, dan heeft deze klant de mogelijkheid
om uw webshop toe te voegen aan de witte lijst.
Daarvoor kunnen de klanten zelf kiezen na het afronden
van een betaling. Ook in dat geval is er geen SCA meer
nodig voor deze vaste klant.
B2B-transacties
Voor specifieke betalingsproducten op het gebied
van zakelijke betalingen zijn ook uitzonderingen om
zo complicaties bij B2B-betalingen te voorkomen.
De gebruikte betaalmethode moet in dat geval een
betaalinstrument zijn dat is bedoeld om B2B-betalingen
uit te voeren.
Veiligheid versus privacy
Wanneer SCA wordt gebruikt, dan worden er persoonsgegevens
van klanten verzameld. In sommige gevallen
zelfs bijzondere persoonsgegevens. Een voorbeeld
hiervan is een Face ID. Daarbij speelt het recht op
privacy, zoals vastgelegd in de Algemene verordening
gegevensbescherming (AVG) een rol. De beveiliging
van deze persoonsgegevens dient gewaarborgd te zijn.
Daarnaast zal de klant voor het gebruik van deze
bijzondere persoonsgegevens expliciet gevraagd
moeten worden om zijn toestemming.
Wat dient u voor uw website te regelen?
Vanaf 1 januari 2021 dienen online betalingen te allen
tijde met tweestapsverificatie voltooid te worden. De
genoemde uitzonderingen daar gelaten. Voldoet een
betalingstransactie niet aan de voorwaarden van de
SCA, dan kan de bank de transactie weigeren.
Runt u een webshop? Kies dan voor een betaaltechniek
die voldoet aan de SCA-vereisten. In Europa wordt 3D
Secure als tweestapsverificatie het meest toegepast.
Dit komt doordat de twee grootste kaartaanbieders
van Europa, Visa en MasterCard, 3D Secure gebruiken.
Het is verstandig om daarnaast ook bekende betaalmethoden
zoals Google Pay of Apple Pay te ondersteunen.
Daarmee zullen uw klanten al snel aan SCA
voldoen zonder dat ze dat zelf doorhebben. Om deze
diensten te kunnen gebruiken moeten zij zich namelijk
al identificeren.
Uiteindelijk is het belangrijk dat webshops voldoende
onderzoek doen naar de geschikte SCA-methode
en deze voor 1 januari 2021 implementeren. Deze
dubbele controle is niet alleen bedoeld om fraude
tegen te gaan, maar zorgt er ook voor dat de algemene
veiligheid van online betalingen wordt versterkt!
8 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://5IF2kMu9kbRve0ZjW-QhJXVlevo0jKlwl4mYkpdiW2s%`̹`Q~>%׉EOpleiding
FG/DPO
De schakel tussen theorie
en praktijk binnen de
opleiding is essentieel
en maakt dat de opleiding
zowel relevant is voor
beginnende als ervaren
FG’s.
Specialiseer u tot FG/DPO
Start 25 maart 2021
ICTRecht Academy biedt u een opleiding tot Functionaris
Gegevensbescherming (FG) – ook wel bekend als Data
Protection Officer (DPO). In 12 trainingsdagen, verspreid
over vier maanden, doet u gespecialiseerde kennis op
over de Europese privacywetgeving (AVG/GDPR) en de
vertaling van deze wet naar de dagelijkse praktijk.
Wij stomen u klaar voor de positie van FG/DPO.
Deelnemer opleiding
FG/DPO september 2019
Schrijf u nu in via
ictrecht.nl/fg-opleiding
9
׉	 7cassandra://krhoJdrjeS5uCeyldvE1wHXjBlCI-Ie82ndhou3VNksP`̹`Q~>&`Q~>%ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://YcrPN5EMVQ8Ravy7YnPpk1Twi5EU8Rh5R7ZzMprSRbg +3`׉	 7cassandra://9uf22jQqHtwzfrWumEyY9RmeXWvz1olkZAoCVb44vs4e`\׉	 7cassandra://wggCyZvHcy99L3kp4EZg0-4SudstKo4ex3GWSH3hFBw^`̹׉	 7cassandra://5Jygxkx6dsLio241sCIdY457numIuBH7rEYaS3qgIi8h<͠`Q~>rט  Zu׉׉	 7cassandra://fiL5t1j7_IQbr47nKH5l4JwIIpw0ntq5EZUruk44nsk `׉	 7cassandra://lizYDCHBrMnd0QlYXzBI7yA5iPdmwp_ATqwV8rFQkp4j`\׉	 7cassandra://8xfnMF2ac2YCEWSMJ1eZWjkYl3IN255sKkoeqr7in90`̹׉	 7cassandra://etvLWdgaArzw85D79Lx79iBFiBTjhxQA_92jkHu3AHIk͠`Q~>sנ`Q~>~ ̣9ׁHhttps://bit.ly/3lQCkwCׁׁЈנ`Q~>} k̞9ׁHhttps://bit.ly/2UVjTLBׁׁЈנ`Q~>| M̘9ׁHhttps://bit.ly/2UI8iPZׁׁЈנ`Q~>{ >̝9ׁHhttps://bit.ly/3lOcsBCׁׁЈנ`Q~>z >̜9ׁHhttps://bit.ly/3pQkTipׁׁЈנ`Q~>y >̟9ׁHhttps://bit.ly/3pQlv7MׁׁЈ׉EBram de Vos
Juridisch adviseur
Wet- en regelgeving
EDPB Richtsnoeren inzake verwerkingsverantwoordelijke
en verwerker
In de periode van 7 september tot en met 19 oktober
2020 heeft de EDPB een consultatie gehouden over
nieuwe richtsnoeren met betrekking tot de begrippen
‘verwerkingsverantwoordelijke’ en ‘verwerker’. Hierover
waren in het verleden al richtsnoeren vastgesteld
door de Artikel 29 Werkgroep, maar deze dateren uit
2010 en zijn dus nog van vóór de invoering van de
Algemene verordening gegevensbescherming. In de
tussentijd zijn er allerhande nieuwe vragen ontstaan,
bijvoorbeeld rondom de gezamenlijke verantwoordelijkheid
(artikel 26 AVG) en de specifieke verplichtingen
die gelden voor de verwerker (artikel 28 AVG). In de
nieuwe richtsnoeren probeert de EDPB meer duidelijkheid
te bieden.
https://bit.ly/3nTML3s
Wetsvoorstel toetsing economie en nationale
veiligheid
Van 8 september tot en met 7 oktober 2020 is er een
internetconsultatie over de Wet toetsing economie en
nationale veiligheid gehouden. Het voorstel heeft tot
doel om te voorkomen dat de nationale veiligheid
wordt bedreigd door internationale investeringen,
fusies of andere economische activiteiten. De wet
richt zich primair op aanbieders van vitale infrastructuur
in Nederland en op ondernemingen die
zich toeleggen op sensitieve technologie. Deze bedrijven
worden verplicht om een melding te doen
aan de minister van Economische Zaken en Klimaat
bij activiteiten die gevolgen hebben voor de zeggenschap
over – of invloed op – de onderneming. Naar
aanleiding van deze melding wordt vervolgens een
risicoanalyse gemaakt. Indien blijkt dat de activiteiten
een risico opleveren voor de nationale veiligheid, kan
de minister een verbod opleggen, dan wel aanvullende
eisen of voorschriften stellen.
https://bit.ly/3lPi1zD
Implementatiewet richtlijn modernisering
consumentenbescherming
Van 23 oktober tot en met 22 november 2020 is er een
internetconsultatie gehouden met betrekking tot de
Implementatiewet richtlijn modernisering consumentenbescherming.
Het wetsvoorstel bevat onder andere
nieuwe transparantieverplichtingen voor onlinemarktplaatsen
en aanbieders van online zoekfuncties.
Zo worden marktplaatsen verplicht om consumenten
vóór het sluiten van de overeenkomst te informeren
over de hoedanigheid (handelaar of particulier) van
de persoon die een product of dienst aanbiedt. Ook
moeten aanbieders van online zoekfuncties informatie
beschikbaar stellen over hoe de rangschikking van
advertenties of zoekresultaten wordt bepaald. Verder
komen er onder meer regels om valse reviews van
online platforms te weren. De wet verplicht ondernemers
om maatregelen te nemen om nepreviews te
voorkomen. De genomen maatregelen moeten ook
inzichtelijk zijn voor de consument.
https://bit.ly/3mdEfeQ
Tijdelijke wet notificatieapplicatie COVID-19
Op 6 oktober 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd
met het voorstel voor de Tijdelijke wet notificatieapplicatie
COVID-19. Daarmee wordt een wettelijke
grondslag gecreëerd voor het verwerken van persoonsgegevens
via de CoronaMelder-app. Hoewel de applicatie
in het oorspronkelijke ontwerp al uitdrukkelijke
toestemming vroeg aan gebruikers voor het verwerken
van gegevens, concludeerde de Autoriteit Persoonsgegevens
eerder dat een wettelijke grondslag logischer
zou zijn. Dit mede vanwege de ingrijpende impact
van de applicatie. Op deze conclusie van de toezichthouder
kwam de nodige kritiek. Desondanks heeft
men besloten om de verwerking van persoonsgegevens
via de applicatie wettelijk te verankeren.
https://bit.ly/2ISWMhW
10 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://wggCyZvHcy99L3kp4EZg0-4SudstKo4ex3GWSH3hFBw^`̹`Q~>'׉EMediawet
Op 1 november 2020 is een gewijzigde versie van de
Mediawet in werking getreden. Daarmee wordt de herziene
Richtlijn audiovisuele mediadiensten (2010/13/
EU) in het Nederlandse wetgevingskader geïmplementeerd.
Via deze herziening worden de verschillen in
wetgeving voor lineaire mediadiensten (zendertelevisie)
en mediadiensten op aanvraag (zoals Netflix) grotendeels
gelijkgetrokken. Daarnaast worden online videoplatforms
(zoals YouTube) onder het toepassingsbereik
gebracht. Deze platforms moeten daardoor maatregelen
gaan treffen om te zorgen dat het voor gebruikers
duidelijk is als er in een video sprake is van reclame,
sponsoring of productplaatsing.
https://bit.ly/3pQlv7M
EDPB Richtsnoeren doorgifte persoonsgegevens
Op 11 november 2020 heeft de EDPB een consultatie
gestart voor nieuwe richtsnoeren over de doorgifte
van persoonsgegevens naar derde landen. De richtsnoeren
zijn opgesteld naar aanleiding van het recente
Schrems II arrest (ECLI:EU:C:2020:559). In dat arrest
werd het Privacy Shield (dat als juridische basis dient
voor veel gegevensuitwisselingen tussen Europa en
de Verenigde Staten) ongeldig verklaard. Ook benadrukte
het Europese Hof van Justitie dat men bij doorgifte
van persoonsgegevens niet zonder meer mag vertrouwen
op bijvoorbeeld de Standard Contractual Clauses
(SCC). Volgens het Hof moet voor iedere doorgifte een
risicoanalyse worden gemaakt. Afhankelijk van de
uitkomst kunnen er aanvullende maatregelen nodig
zijn om persoonsgegevens op een verantwoorde manier
te verwerken buiten de Europese Economische Ruimte.
In de nieuwe richtsnoeren geeft de EDPB handvatten
om partijen hierbij te helpen. De richtsnoeren bieden
een stappenplan, een overzicht van relevante informatiebronnen
en voorbeelden van aanvullende
maatregelen die genomen kunnen worden.
https://bit.ly/3pQkTip
Regeling veiligheid en integriteit telecommunicatie
Op 11 november 2020 is de internetconsultatie van de
Regeling veiligheid en integriteit telecommunicatie
gestart. In de regeling zijn aanvullende beveiligingsmaatregelen
opgenomen voor aanbieders van mobiele
telecomnetwerken in Nederland. De maatregelen moeten
de weerbaarheid van de netwerken vergroten in het
licht van actuele dreigingen, zoals spionage door statelijke
actoren uit het buitenland. Belanghebbenden
kunnen tot 16 december op de conceptversie reageren.
https://bit.ly/3lOcsBC
11
Codebesluit over voorstel wijziging eisen gegevensuitwisseling
Op
12 november 2020 heeft de Autoriteit Consument
& Markt een besluit genomen over de gegevensuitwisseling
tussen netbeheerders (onderling en met andere
partijen). Met het besluit worden ook de kwaliteitseisen
en de bewaartermijnen van opgeslagen gegevens
gewijzigd. Het besluit resulteert in wijzigingen in de
Netcode elektriciteit, de Meetcode elektriciteit en de
Begrippencode elektriciteit.
https://bit.ly/2UI8iPZ
Digital Services Act en Digital Markets Act
Op 2 december 2020 worden de conceptversies van de
Europese Digital Services Act en de Digital Markets
Act verwacht. Deze nieuwe wetgeving moet een duidelijk
en modern juridisch kader bieden voor online
dienstverlening. De huidige regels hieromtrent zijn
vastgelegd in onder andere de Richtlijn elektronische
handel (2000/31/EG). Deze dateert echter nog uit 2000
en sinds die tijd is er veel veranderd in het digitale
landschap. Hoewel de invulling van de Digital Services
Act en de Digital Markets Act op dit moment nog niet
volledig duidelijk is, zullen zij naar verwachting tot
belangrijke veranderingen leiden. De Europese Commissie
wil in ieder geval een eerlijker speelveld creëren
voor aanbieders van online diensten. Zo rapporteerde
verschillende media eerder (op basis van uitgelekte
documenten) dat er mogelijk een verbod gaat gelden
voor grote technologiebedrijven (zoals Google en
Apple) om eigen software en diensten vooraf te installeren
op hun apparaten. Ook krijgen online platforms
naar verwachting aanvullende verantwoordelijkheden
als het gaat om het bestrijden van illegale inhoud.
https://bit.ly/2UVjTLB
Wet kansspelen op afstand
De Wet kansspelen op afstand zal naar verwachting
op 1 maart 2021 in werking treden, zo blijkt uit een
nieuwsbericht op de website van de Rijksoverheid.
Dat is twee maanden later dan gepland. Minister
Dekker wil met deze nieuwe planning meer ruimte
geven aan alle betrokken partijen om zich voor te
bereiden op de nieuwe wetgeving. De opening
van de online kansspelmarkt staat nu gepland op
1 september 2021.
https://bit.ly/3lQCkwC
׉	 7cassandra://8xfnMF2ac2YCEWSMJ1eZWjkYl3IN255sKkoeqr7in90`̹`Q~>(`Q~>'ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://p2627a5LsBlF3R0QCqmk08jLEgdqzQKTc4A9tf1Rl1E Ss`׉	 7cassandra://9Ter1BWdK_ATjGbWQl0uEevgKFZm1Z1U4IfDFLq63lI_G`\׉	 7cassandra://uvxHSdbHdRvfLh4pdJGpJB1x_v01EIk04H2SBnW05NkJ`̹׉	 7cassandra://KuH62RXhwGlSFevgYigq8ZgvgZGoJRKTQvlJYi7Orzoux͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://iGL1Lsjk6KDiJyEFwFUzzuynQrXen6KD5T9i9n6Dc6o k` ׉	 7cassandra://xLdtTtWOK6bUBnGLjCFwYx5qth5kDhC0d6Lgwqi27fQn:`\׉	 7cassandra://XrPN2ij_B24sSxhgfkSWkbtXnw2nKjaU23I_6glqLQUp`̹׉	 7cassandra://aP8cTpNd3Mz0IZowTIFacfB1QEN_6LHlSI2NFQZp6r0F ͠`Q~>׉E%Esther Flierman
Juridisch adviseur
Overheid
Cloud
De voor- en nadelen van
de SGOA-procedure
Recent zijn de nieuwe ICT-branchevoorwaarden gepubliceerd. De opvolger van de
Nederland ICT Voorwaarden, de NLdigital Voorwaarden. In deze voorwaarden is
bepaald dat alle geschillen met een financieel belang van € 25.000 of meer alleen
aanhangig gemaakt kunnen worden bij Stichting Geschillenoplossing Automatisering
(SGOA).
Tijd voor een inkijkje, wat zijn de voor- en nadelen in
vergelijking tot een procedure bij de burgerlijk rechter?
Is het verstandig om op voorhand akkoord te
gaan met een arbitragebeding?
De geschillenregeling is vastgelegd in artikel 22 van
de NLdigital Voorwaarden. Alle geschillen worden
beslecht middels Arbitrage door SGOA op basis van
het arbitragereglement.
De kosten
De kosten bestaan uit administratiekosten en het
honorarium. De hoogte van de kosten is afhankelijk
van het financiële belang van de zaak (zie de tabel
hiernaast). Hierbij zij opgemerkt dat vooraf een urenbegroting
wordt gemaakt. Complexe zaken worden
begroot op tenminste 60 uur. Onder complexe zaken
wordt verstaan, zaken met een belang van tenminste
€ 50.000.
Ook de kosten van een gerechtelijke procedure zijn
afhankelijk van het financiële belang waarover de
kwestie gaat. Er wordt enkel griffierecht inrekening
gebracht en dus geen kosten voor het aantal te besteden
uren. Het verschuldigde griffierecht kent drie staffels bij
de sector civiel:
• Onbepaalde belang kost € 656;
• Een zaak met een financieel belang tot € 100.000
kost € 2.042;
• Een zaak met een financieel belang van meer dan
€ 100.000 kost € 4.131.
Voor beide procedures geldt dat de kosten vooraf betaald
moeten worden door de eisende partij. De kosten van
12 ICTRecht in de Praktijk
Belang
Van
€ 0
€ 10.001
€ 50.001
€ 1.000.001
€ 2.500.001
€ 5.000.001
€ >7.500.000
Uurtarief
€ 210
€ 220
€ 250
€ 275
€ 300
€ 325
€ 350
Administratiekosten
tot en met
€ 10.000
€ 50.000
€ 1.000.000
€ 2.500.000
€ 5.000.000
€ 7.500.000
€ 800
€ 1.000
€ 1.400
€ 7.100
€ 13.100
€ 14.350
€ 15.100
Belang
van € 50.000 of minder
tussen de € 50.000 en de € 200.000
tussen de € 200.001 en de € 500.000
tussen de € 500.001 en de € 5.000.000
tussen de € 5.000.001 en de € 30.000.000
tussen de € 30.000.001 en de € 50.000.000
van meer dan € 50.000.000
een civiele procedure zijn overzichtelijk en te overzien.
De kosten van SGOA zijn vele malen groter.
De kosten van de procedure komen voor rekening van
de verliezende partij. Een groot verschil tussen civiel
en SGOA betreft het feit dat in een SGOA-procedure
ook de kosten van ingeschakelde rechtshulp voor
rekening van de verliezende partij komen, terwijl in
civiele procedures slechts een klein deel hiervan zal
worden toegewezen op basis van vastgestelde staffels
׉	 7cassandra://uvxHSdbHdRvfLh4pdJGpJB1x_v01EIk04H2SBnW05NkJ`̹`Q~>)׉E“salaris gemachtigden” (uitzonderingen daargelaten,
zoals bij IE-zaken).
Hierbij wordt nog opgemerkt dat in een civiele procedure
procesvertegenwoordiging door een advocaat
verplicht is, terwijl partijen bij SGOA ook in persoon
kunnen procederen dan wel zich kunnen laten bijstaan
door een juridisch adviseur of advocaat.
De kosten van de SGOA-procedure zijn erg hoog.
Dit is een groot nadeel van de SGOA-procedure.
De duur van procedure
Zowel de SGOA-procedure als de civiele procedure
vangen aan met schriftelijke stukken van de eisende
partij. Hierop kan verweerder vervolgens schriftelijk
reageren en eventueel een tegenvordering indienen.
Vervolgens wordt een zitting bepaald en volgt er een
uitspraak. Indien onvoldoende informatie is uitgewisseld
om een einduitspraak te kunnen doen, kan worden
besloten tot nadere opdrachten, bewijsopdracht, getuigenverhoor,
deskundige bericht, nog een schriftelijke
ronde etc.
De SGOA-procedure is beschreven in het Arbitrage
reglement van SGOA. De civiele procedure is vastgelegd
in wet- en regelgeving, het wetboek van
rechtsvordering en het rolreglement.
De termijnen tussen de verschillende processuele
stappen zijn bij SGOA kort, meestal vier weken. In
civiele procedures is dit ook het geval alleen kan ieder
der partijen uitstel vragen, wat meestal ook wordt
verleend. Daarnaast kent de civiele procedure meer
mogelijke proceshandelingen dan de SGOA-procedure,
wat een langere doorlooptijd met zich brengt.
De gemiddelde doorlooptijd van een SGOA-procedure
is dan ook veel korter dan een civiele procedure. De
gemiddelde doorlooptijd betreft drieënhalve maand,
terwijl de gemiddelde doorlooptijd van een civiele
procedure 12 maanden bedraagt. Bovendien kan een
SGOA-vonnis niet aangetast worden door een vervolgprocedure.
Hoger beroep is niet mogelijk. Dus de zaak
komt tot een einde na uitspraak SGOA. Tegen uitspraken
in civiele procedures staat altijd hoger beroep
open en kan dus een vervolgprocedure volgen van
een jaar of meer.
De SGOA-procedure is relatief kort. Dit is een groot
voordeel.
De expertise
De arbiters van SGOA zijn allemaal experts binnen de
ICT-branche ofwel juridisch experts ofwel technisch
experts. De lijst van arbiters is openbaar en beide
partijen kunnen een arbiter voordragen voor
benoeming van de arbitragecommissie. Dit geeft
dus enige invloed op de commissie die de zaak zal
gaan beoordelen.
Rechters in civiele procedures hebben deze achtergrond
(meestal) niet. Een rechter zal ook geen oordeel kunnen
geven of een ICT-product, zoals een app, deugdelijk is
opgeleverd. Rechters zullen ter beantwoording van
dergelijke vragen experts uit de branche benoemen.
Dit is overigens in alle soorten zaken, zoals bouwzaken,
autozaken en dierenzaken. Ook zijn rechters
in het civiele proces lijdelijk. Dit betekent dat het aan
partijen is om de zaak goed voor het voetlicht te brengen.
Als feiten niet worden betwist worden deze dan ook
(meestal) als juist aangenomen. De vragen van de
rechter op zittingen zien veelal op de feiten, beide
partijen kunnen mondeling de zaak toelichten.
Partijen hebben op dergelijke zitting nogal eens het
gevoel dat de rechter de zaak niet begrijpt en daar dus
ook geen beslissing over zou kunnen nemen. Zo heb ik
in mijn praktijk veelvuldig gehoord dat de ICT-dienstverlener
zelfs moest uitleggen wat een IP-adres was.
De rechter stelt vragen en vraagt door doch het is aan
partijen om een en ander goed uit te leggen. Bij een
dispuut over ondeugdelijkheid van een product of dienst
zal dan ook bijna altijd na de zitting (comparitie van
partijen) nog een deskundige worden benoemd om dit te
onderzoeken en vast te stellen. De rechter volgt dit oordeel
en beoordeelt vervolgens wat dit juridisch betekent.
Zowel binnen de gerechtelijke procedure als binnen
de SGOA-procedure is expertise op het terrein van
ICT-gerelateerd zaken aanwezig of wordt in de procedure
gebracht middels benoeming van deskundigen.
Wat expertise betreft heeft de ene procedure niet per
se een voordeel ten opzichte van de andere procedure.
De betrokken partijen ervaren de expertise van de
arbiters zelf overigens wel als zeer positief, vooral de
ICT-dienstverlener.
Slotsom
Hoe men de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt, is
een kwestie van smaak. Over het algemeen zijn hoge
kosten toch iets wat partijen c.q. ondernemers wensen
te vermijden. Het probleem met contractsluiting op
basis van de NLdigital Voorwaarden is evenwel dat
partijen verplicht zijn de zaak te laten beslechten door
SGOA. Er is geen keuzenvrijheid. In veel zaken is deskundigheid
op ICT-gebied niet vereist. Persoonlijk
vind ik het onverstandig bij voorbaat de gang naar de
burgerlijk rechter uit te sluiten en raad ik aan bij contractsluiting
op basis van de NLdigital Voorwaarden
de geschillenregeling van artikel 22 buiten toepassing
te verklaren.
13
׉	 7cassandra://XrPN2ij_B24sSxhgfkSWkbtXnw2nKjaU23I_6glqLQUp`̹`Q~>*`Q~>)ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://NiC62XAjn2NaWyYv45PRhbv9513SsN5M51KesRHgfnE ` ׉	 7cassandra://FNMbKfHE-h9UGxhusleb3-1565WqFl2xJJ7S7BayjuAo`\׉	 7cassandra://WDSKt-EFgF6PboDNuocGtQV99SPO7Ywu_uKtpQEE9TE`̹׉	 7cassandra://zdIAPbBan1WstKcuW3kPnH6m4V75VqKgmxgrpJy13-AyL͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://ssWXhEPk0e7kKrc2z8YsqDa6S990M4NSUzDhMSrpwPo V`׉	 7cassandra://oWUUd1bHv0w0d4ZWoxl8xVWqMB1lcQyg7s3S1MsdWaki`\׉	 7cassandra://c58gozg2r60acig48fqUfHGEt5vA6G-by0g31YC6p4s`̹׉	 7cassandra://mlRYVLIuLF49PAZ4Kx_vb-k3KgcfrgbDdND9spTcMtk ͠`Q~>נ`Q~> ̘9ׁHhttps://bit.ly/2VfyodiׁׁЈ׉EJorden Bailey
Juridisch adviseur
Jay Remmelzwaal
Juridisch adviseur
Privacy
Autoriteit Persoonsgegevens
teruggefloten
in de zaak “VoetbalTV”
Op 23 november 2020 heeft de rechtbank Midden-Nederland een uitspraak1
gedaan
in de zaak “VoetbalTV”. De rechtbank oordeelde dat VoetbalTV een door de Autoriteit
Persoonsgegevens opgelegde boete van € 575.000 niet hoeft te betalen. De
Autoriteit Persoonsgegevens heeft, zo oordeelde de rechtbank, een verkeerd besluit
genomen ten aanzien van de grondslag ‛gerechtvaardigd belang’. Inmiddels is de
speeltijd van VoetbalTV verstreken, want het platform is in september 2020 failliet
verklaard. Dat neemt echter niet weg dat de uitspraak van wezenlijk belang is voor
de praktijk. In dit artikel nemen wij de uitspraak onder de loep.
VoetbalTV en de grondslag gerechtvaardigd belang
VoetbalTV was een online platform waarop amateurwedstrijden
werden uitgezonden. Ruim 500.000 gebruikers
konden deze beelden terugkijken, analyseren
en delen met anderen. Leuk als je op zondagmiddag
een hattrick hebt gescoord, en je je kunsten middels
beeld kunt etaleren. Maar waar beelden worden
gemaakt komt privacy om de hoek kijken. Meer specifiek
de AVG. Er stonden immers mensen herkenbaar op
beeld. Wat betekent dat er persoonsgegevens werden
verwerkt.
Om persoonsgegevens te verwerken heb je volgens
artikel 6 van de AVG een grondslag nodig, waarvan de
AVG er in totaal 6 kent. Toestemming is de bekendste
grondslag. Echter, gezien het juridisch en praktisch
onmogelijk is om van iedereen toestemming te vragen,
kom je al gauw uit bij de grondslag ‘gerechtvaardigd
belang’. Deze grondslag vraagt een belangenafweging
van de verwerkingsverantwoordelijke (is mijn belang
groter dan dat van zij wiens gegevens verwerkt gaan
worden) en vereist daarmee een gezonde dosis aan
inschattingsvermogen. Al eerder hebben wij een blog2
geschreven over de grondslag gerechtvaardigd belang.
1. https://bit.ly/3o6FRYA
2. https://bit.ly/3mmniit
14 ICTRecht in de Praktijk
In deze blog noemde wij het gerechtvaardigd belang
niet voor niets een oplossing voor privacy hordes,
omdat het soelaas biedt voor gegevensverwerkingen
waar andere grondslagen – juridisch en praktisch gezien
– onhaalbaar zijn. VoetbalTV beriep zich daarom
geheel begrijpelijk op deze grondslag. Dit was in strijd
met de AVG, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens.
Daarom besloot de Autoriteit Persoonsgegevens een
boete op te leggen.
De strikte uitleg van de Autoriteit Persoonsgegevens
De
Autoriteit Persoonsgegevens hanteerde altijd een
strikte uitleg van de grondslag gerechtvaardigd belang.
Zo staat in de normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd
belang’3
worden gezien als de visie van de Autoriteit Persoonsgegevens
– dat belangen pas gerechtvaardigd zijn als
deze in (algemene) wetgeving of elders in het recht zijn
benoemd als rechtsbelang. Uit rechtsoverweging 14
van onderhavige uitspraak blijkt dat de Autoriteit
Persoonsgegevens in dit kader het volgende tijdens de
procedure naar voren heeft gebracht:
van de Autoriteit Persoonsgegevens – wat kan
3. https://bit.ly/2KSeUcS
׉	 7cassandra://WDSKt-EFgF6PboDNuocGtQV99SPO7Ywu_uKtpQEE9TE`̹`Q~>+׉E0“Zuiver commerciële belangen en het belang
van winstmaximalisatie zijn niet specifiek
genoeg en missen een dringend ‘wettelijk’
karakter, zodat zij niet kunnen worden
aangemerkt als gerechtvaardigde belangen.
De kern van de activiteiten van eiseres bestaat
uit de verwerking van persoonsgegevens en
met die verwerking verdient zij geld. Zij heeft
daarmee een zuiver economisch belang bij
het verwerken van persoonsgegevens. Dit kan
volgens verweerder nooit een gerechtvaardigd
belang zijn."
De rechtbank kan zich echter niet vinden in deze
strikte uitleg van de Autoriteit Persoonsgegevens en
tikt de Autoriteit Persoonsgegevens dan ook op de
vingers. De toetsing van de Autoriteit Persoonsgegevens
gaat volgens de rechtbank uit van een verkeerde interpretatie
van de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’.
Rechtbank fluit de Autoriteit Persoonsgegevens
terug
De rechtbank overweegt aan de hand van rechtspraak
van het Europese Hof van Justitie waarom de Autoriteit
Persoonsgegevens een onjuist maatstaf hanteert. In
rechtsoverweging 14 refereert de rechtbank aan de
uitspraak Fashion ID4
, waarin drie voorwaarden naar
voren komen voor een geslaagd beroep op de grondslag
gerechtvaardigd belang. In het kort komt het erop
neer dat moet zijn voldaan aan de volgende drie voorwaarden:
1.
Heeft u een gerechtvaardigd belang (doel)?
2. Is de voorgenomen verwerking van persoonsgegevens
noodzakelijk om het doel te bereiken?
3. Weegt het belang van uw organisatie (of een
derde) zwaarder dan het privacybelang van de
betrokkene?
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft al bij de eerste
stap een streep gezet door het standpunt van VoetbalTV.
De Autoriteit Persoonsgegevens was immers van mening
dat VoetbalTV een zuiver commercieel belang
had bij de exploitatie van het platform. Zoals gezegd
kan een zuiver commercieel volgens de Autoriteit
Persoonsgegevens niet worden aangemerkt als
gerechtvaardigd belang. En een belang kan pas
gerechtvaardigd zijn als deze in (algemene) wetgeving
of ergens anders in het recht is benoemd als rechtsbelang:
een positieve toets.
4. https://bit.ly/2Vfyodi
15
׉	 7cassandra://c58gozg2r60acig48fqUfHGEt5vA6G-by0g31YC6p4s`̹`Q~>,`Q~>+ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://OVs6yzM-a-QpXeZQsQCFp0uktC2wgosoNTWdfsLSdaw ]8`׉	 7cassandra://HILxcwky4gYwwa3hMGgk8u9M5kdV00QE3UIwS2WqEYo``\׉	 7cassandra://TEvc5ZY9hi7QRWVt19HwWd4xw_bRW39S9WpIoHJgyNMw`̹׉	 7cassandra://2w7KPdnm8e2GxmtXvQc_eOQttXc1vKLMvKfGi-az04Mͩ͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://29pimaJp_vj9NvquOBsiTi81JaURken5LylZ8pHfs0s ` ׉	 7cassandra://bolMgErCF8y2SL57Malxw56pS1FNudkl4BWuEWTw100m/`\׉	 7cassandra://5SX2mAtMrVDGLNmFFqd-TJTJS6JnK4cmqeWAdJTBFnUG`̹׉	 7cassandra://TSWE3rtwFPrFRCGiCOBAnWm6aB-VqbazIojWJG6jNcUvEL͠`Q~>נ`Q~> [́D9ׁH )https://www.ictrecht.nl/academy/webinars/ׁׁЈנ`Q~> [h9ׁH !https://www.ictrecht.nl/juridischׁׁЈנ`Q~> [yJ9ׁH /http://heid.nl/documenten/brochures/2017/06/01/ׁׁЈ׉EDe rechtbank overweegt echter in rechtsoverweging
16 dat de vraag of een organisatie een gerechtvaardigd
belang heeft aan de hand van een negatieve toets
moet worden beoordeeld. Dit brengt met zich mee dat
ieder belang gerechtvaardigd kan zijn, zo lang deze
maar niet in strijd is met het recht. Dit is een ruime
interpretatie. De rechtbank vindt in overweging 47
van de AVG steun voor deze ruime interpretatie.
Hierin staat namelijk expliciet genoemd dat “direct
marketing” als voorbeeld kan dienen van een mogelijk
gerechtvaardigd belang. Bij “direct marketing” kan
ook geen rechtsbelang worden genoemd als basis.
Wat kunnen organisaties met de uitspraak?
Organisaties hebben op basis van onderhavige uitspraak
meer ruimte gekregen om persoonsgegevens te verwerken
op basis van de grondslag gerechtvaardigd belang.
De Rechtbank geeft met haar negatieve toets namelijk
een voorzet op maat aan organisaties die commerciële
activiteiten willen ontplooien. Dit neemt niet weg dat je
als organisatie nog steeds een goed verhaal moet hebben
om de grondslag gerechtvaardigd belang rond te
krijgen, waarmee de bal dus bij de organisaties zelf
komt te liggen.
De Autoriteit Persoonsgegevens dient zicht bij haar
beoordeling te laten leiden door de belangen die door
de verwerkingsverantwoordelijke naar voren worden
gebracht. Daarbij mag de Autoriteit Persoonsgegevens
niet vooraf – bij stap 1 uit de driestappentoets – bepalen
dat er geen gerechtvaardigd belang is, tenzij een belang
in strijd is met het recht. De Autoriteit Persoonsgegevens
zal dit moeten aantonen. Is het belang niet in
strijd met het recht, dan moet de Autoriteit Persoonsgegeven
een noodzakelijkheidstoets uitvoeren en een
belangenafweging maken (stap 2 en stap 3 uit de
driestappentoets). Commerciële activiteiten mogen
dus niet al vooraf – bij stap 1 uit de driestappentoets
– worden getackeld door de Autoriteit Persoonsgegevens.
Of VoetbalTV gebruik kon maken van de grondslag
gerechtvaardigd belang blijkt niet uit de uitspraak,
omdat de Autoriteit Persoonsgegevens dit – stap 2 en
stap 3 uit de driestappentoets – dus niet heeft getoetst.
Aan organisaties de taak om een gefundeerd verhaal
te hebben bij de (voorgenomen) gegevensverwerking.
In dit kader is het raadzaam om de driestappentoets
op papier te zetten, zodat u kunt motiveren waarom
gebruik kan worden gemaakt van de grondslag
“gerechtvaardigd belang”. Mocht er ooit discussie
ontstaan over de grondslag, dan heeft u uw papieren
motivering altijd achter de hand. Daarnaast kunnen
maatregelen worden genomen om belangenafweging
tussen de belangen van uw organisatie (of een derde)
en het privacybelang van de betrokkene(n) in het
voordeel te laten uitvallen van uw organisatie (of een
derde). Denk aan maatregelen zoals (1) het op de juiste
wijze informeren over de verwerking van persoonsgegevens;
(2) de persoonsgegevens niet inzetten voor
andere doeleinden; (3) de persoonsgegevens zo snel
mogelijk en op een veilige manier verwijderen; (4) een
onvoorwaardelijk recht van bezwaar aanbieden en
duidelijk onder de aandacht brengen; en (5) het nemen
van passende beveiligingsmaatregelen. Dergelijke
maatregelen kunnen in de driestappentoets worden
opgenomen. Vanzelfsprekend dienen de maatregelen
ook in de praktijk ten uitvoer te worden gebracht.
Of de Autoriteit Persoonsgegevens in hoger beroep
alsnog voor een rematch gaat tegen de uitspraak
moeten we afwachten. We houden de zaak in ieder
geval in de gaten.
16 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://TEvc5ZY9hi7QRWVt19HwWd4xw_bRW39S9WpIoHJgyNMw`̹`Q~>-׉EItte Overing
Juridisch adviseur
E-health
Digitalisering in de
zorg: 2020 en 2021
Dit is het een mooi moment om terug te blikken op wat 2020 ons allemaal heeft
gebracht en vooruit te kijken naar 2021. De lijn die al jaren zichtbaar is, is het
afgelopen jaar doorgetrokken: de zorg maakt een digitaliseringsslag. Komend jaar
zal er met het wetsvoorstel Elektronische gegevensuitwisseling in de Zorg (“Wegiz”)1
nog een schepje bovenop worden gedaan. Sinds afgelopen jaar heeft de patiënt
recht op elektronische afschrift en inzage van zijn medische gegevens. Als het
wetsvoorstel wet wordt, dan moeten zorgaanbieders ook verplicht elektronisch gaan
uitwisselen.
Zorg op afstand
Hoewel de hype rond digitalisering in de zorg al
aardig op gang was, hoorde wij laatst dat dit in de zorg
nog zo’n 15 jaar achterloopt ten opzichte van andere
sectoren, zoals de financiële sector. Een bijzondere
constatering, als je bedenkt welke ontwikkelingen
de digitalisering in zorg het afgelopen jaar heeft
doorgemaakt.
Als gevolg van de pandemie heeft de digitalisering
onder de noemer zorg op afstand of beeldschermzorg
een enorme vlucht genomen. Oplossingen voor zorg op
afstand schieten als paddenstoelen uit de grond en ook
ICTRecht heeft niet stilgezeten. We hebben afgelopen
jaar factsheets geschreven met nuttige informatie over
de juridische aandachtspunten bij zorg op afstand.2
Ook hebben we een video podcast gepubliceerd die
nog steeds gratis te bekijken is.3
De wetgever heeft
daarnaast wet- en regelgeving verruimd om mogelijkheden
te creëren om meer zorg op afstand te verlenen.
Zo is het eerste face-to-face contact tussen patiënt en
zorgverlener niet langer meer een voorwaarde om de
zorg vergoed te krijgen. De Nederlandse Zorgautoriteit
1. Zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/06/01/
elektronische-gegevensuitwisseling-in-de-zorg
2.
https://www.ictrecht.nl/juridisch-advies/zorg-ictrecht
3.
https://www.ictrecht.nl/academy/webinars/
webinar-zorg-op-afstand
(‘NZa’) heeft besloten om deze regel tijdelijk te verruimen.
Daarnaast heeft het Ministerie van Volksgezondheid
en Welzijn (‘VWS’) samen met de Vereniging van
Zorgaanbieders voor Zorg communicatie (‘VZVZ’)
een “corona-opt-in” ingesteld. Dit is een tijdelijke
veronderstelde toestemming van de patiënt om zijn
gegevens op te nemen in een elektronisch uitwisselingssysteem
als de patient niet eerder zijn toestemming
heeft verleend. Op de huisartsenpost en de spoedeisende
hulp is het tijdelijk mogelijk om de gegevens
te raadplegen van patiënten met een verdenking van
een coronabesmetting.
Elektronisch uitwisselen van patiëntgegevens
Wanneer een patiënt bij een zorgverlener in behandeling
is, legt deze zorgverlener medische gegevens
van de patiënt vast. Deze medische gegevens kunnen
relevant zijn voor andere zorgverleners. Hierbij is goede
en tijdige gegevensuitwisseling tussen zorgverleners
en met de patiënt onmisbaar voor goede zorg. Deze
uitwisseling kan enerzijds plaatsvinden omdat de
zorgverlener een behandelrelatie heeft met de patiënt
of anderzijds via een elektronisch uitwisselingssysteem.
ICTRecht heeft de ontwikkelingen van het laatste jaar
op de voet gevolgd en hier uitgebreid over geschreven
in diverse artikelen en blogs.
In het Wegiz zullen zorgverleners verplicht worden
gesteld om onderling gegevens elektronisch en gestandaardiseerd
met elkaar uit te wisselen. Minister
Ark verwacht begin 2021 het wetsvoorstel naar de
17
Tessa van Schijndel
Juridisch adviseur
׉	 7cassandra://5SX2mAtMrVDGLNmFFqd-TJTJS6JnK4cmqeWAdJTBFnUG`̹`Q~>.`Q~>-ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://ZzpShMypqkg6eR9SQPGtGrQKAu7LI0WvkNIDjB5HXX8 ` ׉	 7cassandra://oYlhEtuS4a05mU4ZjFDn4pQy1516sxSeT2QnAfsiUoE\`\׉	 7cassandra://pdzV1cWBfI9_7tylMKSOUrJXcqdoUJWrrFZWV5tpgEo`̹׉	 7cassandra://jbK5y2skqf2jhpHRJVcH7A8TuRUJ7KU0Cuct9hmkDE4` ͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://tlOrH4VH0Gai6oQ_6GA58x6Az_qfPqVWhJXGElvRYjM +`׉	 7cassandra://35v8m7fgfWsPUSDfXC82eJy2XBzH_bO98bWhvjO9sgM^i`\׉	 7cassandra://laCH2AbMD0uXygLOvFxBDUXOo5TMOV_WKnvZ2bZlOQ4`̹׉	 7cassandra://xdlZVhcK8jhJ34JnTCDgRtcsMdLMZlNk3Tr4D_yjDyk =|͠`Q~>נ`Q~> 9ׁHhttp://ictrecht.nl/zorgׁׁЈ׉E-Tweede Kamer te sturen. Het idee is om per gegevensuitwisseling
een standaard te formuleren die in een
Algemene Maatregel van Bestuur (‘AMvB’) verplicht
wordt gesteld. De minister wil naar een model toe
waar zo min mogelijk toestemming gevraagd hoeft te
worden.
Via een elektronisch uitwisselingssysteem
In de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens
in de zorg (‘Wabvpz’) en het Besluit
elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders
zijn regels opgenomen rondom het elektronisch uitwisselingssysteem.
Een deel van deze regels is op 1 juli
2017 al in werking getreden, terwijl het tweede deel
afgelopen juli in werking trad. Voor het beschikbaar
stellen van medische gegevens via een elektronisch
uitwisselingssysteem geldt dat de patiënt vooraf uitdrukkelijke
toestemming moet geven voor de opname
van zijn gegevens in het systeem. Daar is sinds dit jaar
bijgekomen dat de patiënt nu ook het recht heeft om
kosteloos elektronische inzage en afschrift te krijgen
van zijn medisch dossier en de logging daarvan. De
eis van de gespecificeerde toestemming is wederom
uitgesteld en wordt wellicht volledig geschrapt.
In het kader van een behandelrelatie
De uitwisseling van medische gegevens tussen zorgverleners
in het kader van een behandelrelatie kenmerkt
zich door de veronderstelde toestemming die wordt
geacht aanwezig te zijn, omdat de patiënt toestemming
heeft gegeven voor zijn behandeling.
Via een persoonlijke gezondheidsomgeving
Een ander pad dat de wetgever bewandelt is het stimuleren
van de inzage in het medisch dossier door de
patiënt. Middels een persoonlijke gezondheidsomgeving
(‘PGO’) of een ander portaal waarmee
patiënten hun gegevens kunnen inzien, kunnen ook
gegevens met patiënten worden uitgewisseld. Op deze
manier wordt voldaan aan de verplichting om de
patiënt elektronisch inzage in zijn medisch dossier te
geven. De Stichting MedMij is tot een afsprakenstelsel
gekomen dat waarborgen biedt in de bescherming en
beveiliging van de gegevensuitwisseling met patiënten.
Medische hulpmiddelen
De wetgeving rondom medische hulpmiddelen heeft
ons het afgelopen jaar flink beziggehouden. Begin dit
jaar schreven we over de druk die op de verschillende
partijen komt te liggen die zich bezighouden met medische
software. Fabrikanten en andere partijen, zoals
ook zorgverleners, moeten zich voorbereiden op de
nieuwe regels. Als een fabrikant een medisch hulpmiddel
op de markt wil brengen, heeft hij een CEmarkering
nodig. Niet CE-gemarkeerde medische
hulpmiddelen mogen niet door zorgverleners worden
gebruikt. Die CE-markering geeft aan dat de software
voldoet aan de wettelijke veiligheids- en kwaliteitseisen.
De risicoklasse van de software bepaalt wie de
CE-markering toekent.4
Kort daarna kwam de Europese Commissie met het
bericht dat de Verordening Medische Hulpmiddelen
(‘MDR’) met één jaar is uitgesteld. De Europese
Commissie voorziet dat de implementatie van de
MDR op dit moment een te grote belasting is voor
de betrokken partijen.
De MDR zal nu naar alle waarschijnlijkheid vanaf mei
2021 van toepassing worden. Dit betekent dat er voor
onder andere software veel gaat veranderen. De definitie
van een medisch hulpmiddel wordt aangescherpt,
waardoor een breder scala aan software als medisch
hulpmiddel wordt aangemerkt. Bovendien wordt een
nieuwe risicoclassificatie toegevoegd, waardoor
medische software in een hogere risicoklasse valt en
beoordeling door een externe partij, een zogenaamde
notified body, noodzakelijk is.
Al met al een aantal nieuwe ontwikkelingen die we
ook komend jaar op de voet zullen blijven volgen.
Op deze manier blijven we u ondersteunen bij het
vertalen van de wet- en regelgeving naar de praktijk,
het opstellen of beoordelen van documenten, het
voeren van onderhandelingen (al dan niet op de achtergrond)
en het leveren van continue ondersteuning
op afstand of locatie. Wilt u zelf meer kennis in huis
halen? Lees onze (blog)artikelen en/of volg een van
onze trainingen of webinars.
4. https://www.ictrecht.nl/blog/kunnen-notifiedbodies-de-werkdruk-door-de-verordening-over-medische-hulpmiddelen-aan
18
ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://pdzV1cWBfI9_7tylMKSOUrJXcqdoUJWrrFZWV5tpgEo`̹`Q~>/׉E.Gratis
webinar
Leveranciersmanagement
Binnen
de zorg is men hard
op weg om zelfs de primaire
processen - het verlenen
van zorg - te digitaliseren.
Deze digitalisering wordt
meestal ingekocht. Een
belangrijk onderwerp hierbij
is informatieveiligheid.
Verplichte kost in dat kader
is de implementatie van
NEN 7510. Een onderwerp
uit de NEN 7510 dat in het
oog springt is: leveranciersmanagement.
In
deze webinar van 1 uur neemt ICTRecht
u mee in het onderwerp leveranciersmanagement.
Aan de hand van praktijkvoorbeelden
en met gebruik van de
drie expertises: security, privacy & ICTen
gezondheidsrecht, geven wij u meer
inzicht in wat NEN 7510 precies vereist als
het aankomt op leveranciersmanagement.
Schrijf u gratis in en ontvang de webinar
direct in uw mailbox!
Inschrijven kan via:
ictrecht.nl/zorg-webinar
19
׉	 7cassandra://laCH2AbMD0uXygLOvFxBDUXOo5TMOV_WKnvZ2bZlOQ4`̹`Q~>0`Q~>/ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://TwOrupBcAV4UxZsmU4q2aFQI-WNzrD2yqjo80i4C_kY ` ׉	 7cassandra://WmwjbAMdacDOGEBX55N_KBQvIfkywTI528IS_AuFyeYl<`\׉	 7cassandra://O0e4zAElBMjS2mcWFdxV2vEswMFV1zvpB9t2EI89SOY	`̹׉	 7cassandra://0ufjyeHWQFCMiAFMsjGBMfEVaCOkx9XI07Ucd14CC_o{RL͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://zduAiwwBgCtzWnUn91lIvBCoC1H146QbIVEsK-4bF1k ` ׉	 7cassandra://hNTCFLuZbHQzAtuUR5QIzvgsdHwz6GjePA_btkjpjGsl3`\׉	 7cassandra://AAJAmOSTGbg3EBxT6wR6mRVQzVJZiJIHLzxgypB3Nh09`̹׉	 7cassandra://YPFC6f7Q8u7l8xqu1ewvxWgMCFkUAhPGoObLuNiAVekU ͠`Q~>׉ENiek Bakker
Juridisch adviseur
Noord-Nederland
E-commerce
Consumentenrecht
van update voorzien
Wat verandert er voor de
verkoper?
Momenteel zijn het voor webshops ongekende tijden. Waar vele bedrijven vechten
om het hoofd boven water te houden, zien internetwinkels in ons land sinds de
uitbraak van het coronavirus hun omzet explosief stijgen. Er is al lange tijd een
digitalisering van onze maatschappij gaande, maar tegenwoordig zit deze in een
hogesnelheidstrein. Nu de consument meer online aankopen doet dan ooit, komen
vernieuwingen in het Nederlandse kooprecht als geroepen.
Per 1 januari 2022 wordt het Nederlandse consumentenrecht
aangevuld en gemoderniseerd door de implementatie
van twee nieuwe richtlijnen: Richtlijn EU
2019/771 (hierna: Richtlijn verkoop goederen) en
Richtlijn EU 2019/770 (hierna: Richtlijn digitale inhoud
en diensten). Omdat consumenten in plaats van
tastbare objecten tegenwoordig steeds meer computerspellen,
e-books, streamingdiensten en andere digitale
diensten kopen, dient het consumentenkooprecht
hierop aangepast te worden. De richtlijnen vervangen
de verouderde Richtlijn consumentenkoop uit 1999
en zullen in Nederland spoedig hun toepassing vinden
door middel van de Implementatiewet richtlijnen
verkoop goederen en levering digitale inhoud. In dit
artikel zullen de grootste veranderingen ten gevolge
van deze update van het consumentenrecht besproken
worden.
Rijkweidte
Beide richtlijnen gaan uit van maximumharmonisatie
en zijn alleen van toepassing op overeenkomsten
tussen een professionele verkoper of leverancier en
een consument (B2C). Onder de Richtlijn verkoop
goederen valt naast de koop van ‘gewone’ zaken tevens
de koop van zaken met digitale elementen. Dit
betreffen zaken waarin digitale inhoud of een digitale
dienst is verwerkt of die daarmee op zodanige wijze
20 ICTRecht in de Praktijk
onderling verbonden is, dat het ontbreken daarvan
ertoe zou leiden dat de zaak zijn functies niet meer
kan vervullen (embedded software). Er valt hierbij
bijvoorbeeld te denken aan slimme huishoudelijke
apparaten of een smartwatch.
Onder de Richtlijn digitale inhoud en diensten vallen
overeenkomsten voor de levering van louter digitale
inhoud en digitale diensten. Met andere woorden
bevinden deze inhoud en diensten zich niet op
een fysieke drager. Bij digitale inhoud kan gedacht
worden aan computerprogramma’s en e-books.
Digitale diensten zijn bijvoorbeeld video- en muziekstreamingsdiensten.
Noodzakelijke
updates
De implementatie van de richtlijnen brengt verschillende
veranderingen met zich mee waar nieuwe overeenkomsten
vanaf 1 januari 2022 aan moeten voldoen.1
Met name de verplichting voor de verkoper om de
consument te voorzien van noodzakelijke updates
die nodig zijn om ervoor te zorgen dat software (en
bijbehorende beveiliging) in overeenstemming met
de overeenkomst blijft, zal merkbaar zijn in de praktijk.
Deze eis geldt echter enkel voor meegeleverde software
en niet voor alle goederen. Als men bijvoorbeeld een
digitaal leerboek aanschaft, heeft men logischerwijs
Milan van der Spoel
Juridisch adviseur
Noord-Nederland
׉	 7cassandra://O0e4zAElBMjS2mcWFdxV2vEswMFV1zvpB9t2EI89SOY	`̹`Q~>1׉Ebij het verschijnen van de nieuwe editie niet automatisch
recht op een ‘update’.
Hoe lang dient een verkoper aan deze eis te voldoen?
Een voor de praktijk belangrijke vraag, waar nog geen
duidelijk antwoord op is. Dit zal moeten blijken uit
rechtspraak. De richtlijnen stellen immers dat de
consument zo lang van updates dient te worden voorzien,
als hij redelijkerwijs mag verwachten.2
Door geen
termijn aan de updateverplichting te stellen, worden
de huidige conformiteitsregels in stand gehouden. Het
is aan de koper om de updates op tijd en correct te
installeren, mits de verkoper hiertoe correcte instructies
geeft. Wanneer de koper dit nalaat, kan hij de verkoper
wat updates betreft niet aanspreken op (non-)conformiteit.
Conformiteit
De
kern van beide richtlijnen ziet op het conformiteitsbegrip,
ook wel de wettelijke garantie genoemd. Delen
van deze nieuwe regelgeving zijn gelijk gebleven aan
de oude regelgeving of vormen een codificatie van
rechtspraak van de Europese Unie. Er zullen uitgebreidere
subjectieve en objectieve conformiteitseisen
worden gesteld. De subjectieve eis is dat een zaak,
digitale inhoud of digitale dienst moet voldoen aan
de vereisten die in de koopovereenkomst zijn overeengekomen,
zoals de hoeveelheid en kwaliteit.3
Daarnaast zijn ook de verwachtingen van de consument
op basis van de precontractuele informatie relevant. De
objectieve eis is dat een goed geschikt moet zijn voor de
doeleinden waarvoor goederen van hetzelfde type
gewoonlijk worden gebruikt.
De verkoper is aansprakelijk voor een conformiteitsgebrek
dat binnen twee jaar na levering kenbaar wordt,
of wanneer de overeenkomst een duurovereenkomst
betreft, voor de periode waarin de digitale inhoud of
digitale dienst moet worden geleverd. De consument
1. De nieuwe wetgeving is tevens van toepassing
op reeds bestaande overeenkomsten omtrent
digitale inhoud en digitale diensten, waarvan de
levering nog plaats dient te vinden na 1 januari
2022.
2. Er moet worden gekeken naar de levensduur
van de zaak, vgl. art. 7:17 lid 2 en 7:18 BW.
3. Een goed moet wat betreft de beschrijving, het
type, de hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit,
compatibiliteit, interoperabiliteit en andere
kenmerken voldoen aan de koopovereenkomst,
overweging 26 Richtlijn EU 2019/771.
4. Er is hier sprake van minimumharmonisatie,
lidstaten mogen de termijn zelfs verlengen tot
twee jaar, art. 11 Richtlijn EU 2019/771 en art. 12
Richtlijn EU 2019/770.
dient de verkoper binnen bekwame tijd op de hoogte
te stellen van het gebrek. In Nederland gaat een termijn
van twee maanden na ontdekking gelden. Voor de levering
van digitale inhoud en digitale diensten geldt een
dergelijke kennisgevingsverplichting niet.
Omkering bewijslast bij gebreken
Aangrenzend aan conformiteit, brengen de richtlijnen
een belangrijke wijziging mee ten aanzien van de duur
voor de omkering van de bewijslast. Oorspronkelijk
was deze termijn slechts zes maanden. In de Nederlandse
wetgeving wordt deze termijn na implementatie
verdubbeld. Indien een gebrek zich binnen één jaar
na aflevering manifesteert, vindt een omkering van
de bewijslast plaats. 4
Er geldt een vermoeden dat het
gebrek al aanwezig was ten tijde van de koop. Vervolgens
is aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen.
Deze termijn geldt zowel voor zaken als digitale inhoud
en digitale diensten. In het geval van een voortdurende
levering van digitale inhoud geldt een termijn van de
gehele contractsperiode.
Remedies bij non-conformiteit
Ten slotte staan de consument volgens de nieuwe
richtlijnen verschillende remedies ter beschikking bij
non-conformiteit. De consument kan zich slechts op
non-conformiteit beroepen en de overeenkomst ontbinden
indien het gebrek niet gering is. In tegenstelling
tot bij betaling met een prijs, is ontbinding bij slechts
een gering gebrek van een digitale dienst of digitale
inhoud wel mogelijk indien de consument met
persoonsgegevens heeft betaald. De bewijslast van
conformiteit ligt bij de verkoper.
De consument heeft onder de Richtlijn verkoop goederen
recht op kosteloos herstel van het gebrekkige of
levering van het ontbrekende, prijsvermindering of
ontbinding. Ook volgens de Richtlijn digitale inhoud
en diensten dient de handelaar eerst te trachten het
gebrek weg te nemen. Enkel indien uit een verklaring
van een handelaar blijkt dat hij niet zal of kan nakomen,
het geschonden leveringsmoment essentieel is, het
gebrek zich opnieuw manifesteert, het gebrek van grote
ernst is of het wegnemen van de non-conformiteit
ernstige overlast zou opleveren, is prijsvermindering
mogelijk en eventueel ontbinding.
Conclusie
Om te blijven voldoen aan de meest recente wetgeving
voor consumentenrecht, is het dus belangrijk dat
leveranciers hun website en algemene voorwaarden
up-to-date houden en zelf ook bewust blijven van alle
wettelijke verplichtingen. Heeft u hulp nodig bij het
vernieuwen van uw algemene voorwaarden of website
om te blijven voldoen aan de meest recente consumentenrecht-wetgeving?
ICTRecht helpt u hier graag bij.
21
׉	 7cassandra://AAJAmOSTGbg3EBxT6wR6mRVQzVJZiJIHLzxgypB3Nh09`̹`Q~>2`Q~>1ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://rGAEfMsgWknmerHGbBv4LjeCfwvSuQUxaE8qPuoUF0c ` ׉	 7cassandra://9iMWgKY0jwM0lSW4TQf-KkYcORoKAd0XLZ0oaJys8aIj`\׉	 7cassandra://_2UJxTMieYONb0l1qrO9GygMm9-KSGsk6ePZsOLLpBs`̹׉	 7cassandra://s-BJRsBiR8B_-2_gWTBolKvaf0RFryDwMZSb-hBst2wx,͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://9h7LXKyMIU3JlavbVwhyOMETUQj-beSHSQadZ_MSBVU u` ׉	 7cassandra://OmVwWjFIY98-IoQ3x7KrYkddbSFv8eRWMZo2TRUIVwskt`\׉	 7cassandra://QCX788S6a76vTtUjybBaQBMf9DsisKNlMdF41XM1RIU[`̹׉	 7cassandra://LzNbh397bSLfGRXL6w96t5drDozmS0e_UGd3ysa_9FYQ ͠`Q~>נ`Q~> ́̦9ׁHhttps://bit.ly/3qLCPLFׁׁЈנ`Q~> ̡9ׁHhttps://bit.ly/3lX9qdNׁׁЈנ`Q~> ̔9ׁHhttps://bit.ly/37IckxTׁׁЈנ`Q~> ̩9ׁHhttps://bit.ly/39S9PMbׁׁЈ׉EEline Streefkerk
Juridisch adviseur
Privacy
Is het vergeetrecht in
de vergetelheid geraakt?
Het zwart maken van mensen, producten of bedrijven op internet is een trend die nog
steeds in ontwikkeling is. Het Ministerie van Justitie definieert naming & shaming als:
“Het publiek bekendmaken van negatieve informatie over eigenschappen van
producten en productieprocessen. Het doel is de reputatie van de aanbieder van het
product of de dienst te beïnvloeden en het gedrag van de consumenten te sturen.”1
Daarnaast worden er regelmatig pikante video’s gedeeld op internet en wordt er fake
news de wereld in geholpen. Er worden zelfs zelfmoordpogingen gepleegd n.a.v.
negatieve reacties op social media. Maar als een schadelijke boodschap eenmaal
gepubliceerd is op internet en is gekoppeld aan uw naam, is er dan nog een weg terug?
De oplossing
Op 13 mei 2014 was er een baanbrekend arrest van het
Europese Hof van Justitie met betrekking tot het vergeetrecht.2
Vanaf
dit moment werd de mogelijkheid
geschapen voor betrokkenen om aan zoekmachines
een verzoek te doen om bepaalde zoekresultaten, die
gelinkt worden aan hun naam, te verwijderen. Voor
het effectief inroepen van het vergeetrecht tegen zoekmachines
dient er een afweging gemaakt te worden.
Hierbij spelen drie verschillende belangen een rol:
1. Het commerciële belang van een zoekmachine om
de zoekresultaten te tonen;
2. Het belang van informatievergaring voor het
publiek;
3. Het privacybelang van de betrokkene die een
beroep doet op het vergeetrecht.
Hoe werkt dat dan bij Google?
Op een speciaal ingerichte website van Google kan een
betrokkene een verzoek doen om bepaalde zoekresultaten
te verwijderen.3
Vervolgens komt dit verzoek
binnen bij Google, die het verzoek beoordeeld. Hierbij
moet een afweging gemaakt worden tussen de drie
verschillende belangen. Deze afweging wordt in eerste
instantie door Google zelf gemaakt.4
Mocht het verzoek worden afgewezen, kan de betrokkene
een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Zij kunnen opnieuw een inhoudelijke
22 ICTRecht in de Praktijk
afweging maken en kunnen Google alsnog verzoeken
de zoekresultaten te verwijderen. Indien betrokkene
het niet eens is met de beslissing van Google of de
Autoriteit Persoonsgegevens, kan deze nog de weg
naar de rechter bewandelen.
Of toch niet?
Maar hoe effectief is het inroepen van het vergeetrecht
eigenlijk? Wordt er weleens een verzoek gehonoreerd
door Google of de rechter? Of is het arrest toch niet zo
baanbrekend als we in eerste instantie dachten?
Zoals hierboven uiteengezet dient er voor de honorering
van een verwijderingsverzoek van bepaalde zoekresultaten
een afweging te worden gemaakt. Als eerste
uitgangspunt geldt daarbij dat privacyrechten in
beginsel voorrang hebben. Dit uitgangspunt is echter
afhankelijk van “de aard van de informatie en de
gevoeligheid ervan voor het privéleven van de betrokkene
om over deze informatie te beschikken, wat met
name wordt bepaald door de rol die deze persoon in
het openbare leven speelt.”5
In dit kader gaat het er
1. https://bit.ly/39S9PMb
2. https://bit.ly/37IckxT
3. https://bit.ly/3lX9qdN
4. https://bit.ly/3qLCPLF
5. HvJ EU 13 mei 2014, zaak C-131/12, overweging 81.
׉	 7cassandra://_2UJxTMieYONb0l1qrO9GygMm9-KSGsk6ePZsOLLpBs`̹`Q~>3׉E=met name om wie de persoon is die het verzoek indient
en welke (maatschappelijke) functie hij of zij uitoefent.6
De minister-president moet bijvoorbeeld meer negativiteit
dulden dan een gemiddeld persoon, gezien zijn
publieke functie. Naast de rol die de betrokkene in het
openbare leven speelt, speelt ook een rol of de zoekresultaten
onnauwkeurig, ontoereikend, niet ter zake
dienend of bovenmatig zijn voor de doeleinden van de
verwerking. Bijvoorbeeld omdat zij niet zijn bijgewerkt
of omdat zij langer worden bewaard dan noodzakelijk
is, tenzij de bewaring ervan is vereist wegens historische,
statistische of wetenschappelijke doeleinden.7
Er zijn regelmatig betrokkenen geweest die hun heil
zochten bij de burgerlijke rechter. Uit de eerste uitspraken
die volgden na de uitspraak van het Europese
Hof van Justitie kan worden afgeleid dat er een bepaalde
terughoudendheid was in de beoordeling van de verwijderingsverzoeken.8
Zo
werd door de Nederlandse
rechter bepaald dat het vergeetrecht moet worden
gekwalificeerd als een ‘uitzondering op het algemene
uitgangspunt op het recht van Google Inc. op informatievrijheid,
waaraan strenge eisen worden gesteld.9
In een uitspraak die daarop volgt oordeelt de rechter
dat het verboden is voor Google om strafrechtelijke
persoonsgegevens te verwerken, tenzij er sprake was
van een uitzonderingsgrond in de destijds geldende
Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).10
De
rechter lijkt in de uitspraken die hierop volgen een
andere weg in te slaan. De definitie van strafrechtelijke
gegevens wordt beperkt uitgelegd, waardoor het verwerkingsverbod
niet op Google van toepassing is.
Er hoeft geen sprake te zijn ‘van een strafrechtelijke
veroordeling, maar wel van zodanige concrete feiten
en omstandigheden dat zij een als een strafbaar feit
te kwalificeren bewezenverklaring kunnen dragen.11
Een link naar een artikel werd niet aangemerkt als
een strafrechtelijk gegeven en de beschuldiging ervan
ook niet, waardoor de zoekresultaten zichtbaar mochten
blijven in Google.12
Ook werd bepaald dat tuchtrechtelijke
persoonsgegevens niet onder de definitie van
bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens zouden
vallen, en dat de verwijzing naar het strafrecht impli6.
Zie bijvoorbeeld Rb. Den Haag 19 april 2018 of
Rb. Midden Nederland 14 november 2018.
7. HvJ EU 13 mei 2014, zaak C-131/12, overweging
92.
8. Rb. Amsterdam 18 september 2014, Rb.
Amsterdam 12 februari 2015, Rb. Amsterdam
24 december 2015.
9. Rb. Amsterdam 12 februari 2015, r.o. 4.7.
10. Rb. Rotterdam 29 maart 2016.
11. Rb. Rotterdam 29 maart 2016, r.o. 4.8.
ceert dat het tenminste moet gaan om maatregelen
met een punitief karakter.13
Daarna volgt er een uitspraak van het Europese Hof
van Justitie, waarin voor opheldering gezorgd wordt
met betrekking tot het verwerkingsverbod voor Google.
Uit deze uitspraak volgt dat Google bijzondere persoonsgegevens
kunnen beroepen, indien zij zich onder
bepaalde omstandigheden kan beroepen op ‘redenen
van zwaarwegend algemeen belang’. Daarnaast volgt
uit deze uitspraak dat Google hierbij moet nagaan of
de opname van deze zoekresultaten strikt noodzakelijk
blijkt ter bescherming van het recht op vrijheid van
informatie van het publiek die mogelijk geïnteresseerd
is in toegang tot deze webpagina via een dergelijke
zoekopdracht. Ook wordt bepaald dat indien een
verwijderingsverzoek moet worden uitgevoerd, Google
niet gehouden is deze links te verwijderen voor alle
versies van zijn zoekmachine doch enkel voor alle
lidstaat specifieke versies van die zoekmachine.14
Opmerkelijk aan deze uitspraak van het Europese Hof
van Justitie is daarnaast dat Google in ieder geval
uiterlijk bij het verwijderingsverzoek de resultatenlijst
dusdanig dient te ordenen dat het algehele beeld dat
hiermee voor de internetgebruiker wordt geschetst
een afspiegeling vormt voor de actuele gerechtelijke
situatie, hetgeen onder meer vereist dat links naar
webpagina’s die daarover informatie bevatten als
eerste op deze lijst verschijnen.15
Conclusie
Het vergeetrecht is absoluut niet in de vergetelheid
geraakt. Er zijn veelvuldig rechtszaken aangespannen
die ons meer inzicht zouden moeten verschaffen in
de wijze waarop het commerciële belang van Google,
de informatievergaring voor de internetgebruikers en
het privacyrecht van betrokkene tegen elkaar zouden
moeten worden afgewogen. Door de laatste uitspraak
van het Europese Hof van Justitie heeft Google echter
niet alleen de verplichting om deze belangen zelf tegen
elkaar af te wegen, maar zou zij er ook nog voor moeten
zorgen dat de zoekresultaten worden gemanipuleerd.
Heel bijzonder, als je het mij vraagt.
12. Rb. Den Haag 12 januari 2017 en Rb.
Midden Nederland 20 februari 2017.
13. Rb. Amsterdam 19 juli 2018, r.o. 4.4 en
Gerechtshof Den Haag 24 december 2019.
14. Hof van Justitie EU 24 september 2019,
zaak C-136/17, r.o. 78.
15. Hof van Justitie EU 24 september 2019,
zaak C-136/17, r.o. 78.
23
׉	 7cassandra://QCX788S6a76vTtUjybBaQBMf9DsisKNlMdF41XM1RIU[`̹`Q~>4`Q~>3ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://svYRNcYIk50JNQxLygjNXigEo9zzzxE-Jkyj7kRvVXA q`׉	 7cassandra://nboTWT71NCaUUAx52DWIO4nQ80FdVxfHOEEjLGkj2BIb`\׉	 7cassandra://6ipqVpFMg7QKbjcdb6lUcvBqZUjQzzxyDS29JirBop4`̹׉	 7cassandra://_Vmss82G79IODYqn5B0ZrmO3zwVkiqOk4mYHzpEajEIm<͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://Cd1S5SQDrBtKSek1AUY4SZJFjTB-hgITZqPP6_FF_T4 '`׉	 7cassandra://qSTkYesGxwy5pmzZ3ZuUcx0K5x4W2IX63iXe25BnSkEm;`\׉	 7cassandra://RDcXhZfIoll-xeEKuiOvnpVXPiTdI1r8LjnVKQkZeqgG`̹׉	 7cassandra://6K-Uarxv9eDPyJGJI7vEQ4o53_dTHE6NcSIalr8W160h
͠`Q~>נ`Q~> ;̞9ׁHhttps://bit.ly/2K6UCf4ׁׁЈנ`Q~> ߁̢9ׁHhttps://bit.ly/2K1mHVgׁׁЈנ`Q~> ̟9ׁHhttps://bit.ly/37IhcmAׁׁЈנ`Q~> >Ӂ̞9ׁHhttps://bit.ly/39TP96kׁׁЈנ`Q~> >̻̤9ׁHhttps://bit.ly/3mZwfP6ׁׁЈ׉EiArnoud Engelfriet
Algemeen directeur /
Opleidingsdirecteur
Internetrechtspraak
Afwijzing verzoek op grond van artikel 17 AVG
(Rechtbank Amsterdam, 2 april 2020)
De rechtbank Amsterdam wijst een verzoek op grond
van artikel 17 AVG (recht op vergetelheid van een geanonimiseerde
uitspraak die betrekking heeft op verzoekster,
gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) af omdat
een juridische analyse van een rechtszaak niet aan
te merken valt als een ‘persoonsgegeven’ in de zin van
de AVG.
https://bit.ly/3m0WDqL
Inbreuk op Uniemerkrecht
(Gerechtshof Den Haag, 21 april 2020)
Het gerechtshof Den Haag oordeelt, na terugverwijzing
door de Hoge Raad, dat een houdster van een Uniewoordmerk
met succes een inbreukprocedure kan starten
tegen een domeinnaamhouder die de naam (Uniewoordmerk)
in de domeinnaam verwerkt. Hierdoor kan
de indruk gewekt worden dat de twee partijen een commerciële
band zijn aangegaan, die feitelijk gezien niet
bestaat. De domeinnaamhouder heeft inbreuk gemaakt
op het Uniemerkrecht van de Uniemerkhoudster.
https://bit.ly/3guQXny
Blue Ocean tegen X
(Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2020)
Er bestaat een overeenkomst (PSA) tussen twee
partijen ter ontwikkeling en exploitatie van een
applicatie op het gebied van Human Resource Management.
Partij X zou de architectuur en de ontwikkeling
van de applicatie verzorgen, terwijl Blue Ocean de
applicatie zou testen, verkopen en implementeren bij
eindgebruikers. Vervolgens is er een geschil ontstaan
over de inspanningsverbintenis van X, de partij die de
ontwikkeling van de applicatie zou verzorgen. De
implementatie van de door X geleverde software is bij
twee partijen niet goed verlopen en afnemers van de
software geven aan dat zij problemen ondervinden
met de gedemonstreerde software. Ter verdediging
stelt X dat er een verschil is tussen het design en het
24 ICTRecht in de Praktijk
gebruik van de applicatie, waardoor het mogelijk niet
aansluit bij de wensen en ideeën van Blue Ocean. Ook
voert zij aan dat Blue Ocean heeft gefaald om acceptatietesten
uit te voeren en hierdoor zelf ook een goede
werking van de applicatie heeft gehinderd. Blue Ocean
maakt een verwijt dat de applicatie op alle browsers
zou moeten kunnen draaien, maar gezien dit nooit
specifiek overeengekomen is (en IE10 door Microsoft
niet meer ondersteunt wordt) kan dit X niet verweten
worden. X mocht ervan uitgaan dat Blue Ocean
deskundig genoeg was om eventuele problemen op te
merken en te ondervangen. Zij kan de schuld niet
neerleggen bij X, omdat ze zelf tekort is geschoten.
Volgens het Hof kan er niet worden vastgesteld dat
X haar inspanningsverplichting, informatie- of waarschuwingsplicht
heeft geschonden en bekrachtigt het
vonnis van de rechtbank Amsterdam.
https://bit.ly/3lZMs5E
Undercover in Nederland’ niet verboden
(Rechtbank Amsterdam, 23 juli 2020)
De rechtbank Amsterdam beslist dat de televisieuitzending
‘Undercover in Nederland’ niet verboden
hoeft te worden, eiseres moet wel volledig onherkenbaar
in beeld verschijnen.
https://bit.ly/39Vrhz6
Inbreuk auteursrechten op foto
(Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2020)
Eiser is een fotograaf die zijn foto’s op verschillende
websites plaatst. Een van die websites wordt geëxploiteerd
en beheerd door gedaagde. Hij heeft de foto in
bewerkte vorm op meerdere plaatsen op zijn website
en de bijbehorende Facebookpagina geplaatst, waarbij
de naam van de fotograaf is verwijderd en het logo van
de website over de foto heen is geplaatst. Hiervoor heeft
eiser geen toestemming gegeven en geen vergoeding
ontvangen. Dat gedaagde de afbeelding zonder naamsvermelding
op Google had gevonden en niet wist dat
hij deze niet zomaar mocht gebruiken, doet niet af aan
׉	 7cassandra://6ipqVpFMg7QKbjcdb6lUcvBqZUjQzzxyDS29JirBop4`̹`Q~>5׉Ede inbreuk van het auteursrecht door gedaagde. De
inbreuk hoeft niet bewust plaats te vinden. Eiser krijgt
het gevorderde bedrag van € 360 per jaar toegewezen.
https://bit.ly/3mZwfP6
Rectificatieverzoek uitlating op Facebook
(Rechtbank Limburg, 18 augustus 2020)
Gedaagde heeft in januari 2020 een puppy aangeschaft
bij eisers. Vijf maanden later moet het dier vanwege
ernstige gezondheidsklachten worden ingeslapen.
Gedaagde plaatst na het overlijden van de hond een
negatief bericht over de ‘broodfokker’ waar de hond is
aangeschaft en roept onder andere mensen op om geen
hond aan te schaffen bij deze ‘malafide’ fokker. Het
bericht heeft 10 dagen op Facebook gestaan en is zo’n
21.000 keer gedeeld, waarna gedaagde het bericht heeft
verwijderd. De kern van dit geschil ziet op de uitlatingen
die gedaagde openbaar op social media heeft gedaan en
of deze onrechtmatig jegens de eisers zijn. De eisers zijn
niet gediend van dit bericht over hun handelspraktijken
en eisen dat gedaagde de term ‘broodfokker’ niet langer
zal noemen en dat gedaagde het bericht van social media
afhaalt. Daarnaast vorderen zij dat gedaagde een
rectificatie van het bericht openbaar op Facebook
plaatst, zodat de naam van de fokker niet langer negatief
wordt benoemd. De rechtbank oordeelt dat het gebruik
van de term ‘broodfokker’ onder de vrijheid van
meningsuiting valt en het verbieden van dit soort
uitlatingen in strijd met het recht uit artikel 10 lid 2 EVRM
zou zijn. Verder ziet de rechtbank geen risico dat gedaagde,
na verwijdering van het eerste bericht, nogmaals dit
soort berichten zal plaatsen over de situatie rondom de
pup. Tot slot oordeelt de rechtbank over de gevorderde
rectificatie (over het inmiddels verwijderde, maar vaak
gedeelde bericht): “temeer nu niet gezegd is dat dezelfde
personen een rectificatie zullen delen waardoor het
bereik en daarmee het effect van een eventuele rectificatie
zodanig gering is dat geen passende oplossing biedt.”
De vorderingen van eisers worden afgewezen.
https://bit.ly/39TP96k
Akte van overdracht IE-recht voldoende bepaalbaar
(Rechtbank Amsterdam, 4 september 2020)
In deze zaak heeft eiser voor gedaagde (bedrijf voor
online verbetering van levensstijl) software ontwikkeld.
In de samenwerkingsovereenkomst die partijen zijn
aangegaan is een bijlage (akte van inbreng) opgenomen
waarin de IE-rechten van eiser op gedaagde worden
overgedragen. Eiser stelt dat dit een tijdelijke overdracht
zou inhouden en de definitieve overdracht nooit heeft
plaatsgevonden, omdat de rechten uit de bepaling van
de overeenkomt onvoldoende nauwkeurig zijn beschreven
en eist een verbod voor gedaagde op het gebruik
van de IE-rechten. Duidelijk wordt dat het de intentie
was om de IE-rechten op de software over te dragen en
dat deze in de akte van overdracht voldoende bepaalbaar
omschreven zijn. De IE-rechten zijn rechtsgeldig aan de
gedaagde overgedragen.
https://bit.ly/37IhcmA
Recensies Google (Maps) onrechtmatig
(Rechtbank Amsterdam, 8 september 2020)
De voorzieningenrechter oordeelt dat recensies die
geplaatst zijn op Google (Maps) onrechtmatig zijn,
wanneer deze niet zijn gebaseerd op daadwerkelijke
ervaringen met het bedrijf waar de recensie over wordt
geschreven.
https://bit.ly/2K1mHVg
Verzoek tot verwijdering registratie bij Bureau
Kredietregistratie
(Gerechtshof Den Haag, 8 september 2020)
Uitspraak gerechtshof Den Haag. Verzoekster dient
een verzoek in bij de ING bank waarmee zij de bank
verzoekt om de betalingsachterstand - die zij eerder
heeft opgebouwd - te verwijderen uit het registratiesysteem
van het Bureau Kredietregistratie. Verzoekster
stelt dat er een belangenafweging gemaakt dient te
worden o.g.v. artikel 21 lid 2 AVG, omdat de registratie
o.g.v. artikel 6 lid 1 sub e of f AVG heeft plaatsgevonden.
De ING betwist dit en stelt dat de registratie op grond
van een wettelijke verplichting heeft plaatsgevonden
(art. 6 lid 1 sub c AVG); de ING heeft de kredietregistratie
uitgevoerd o.g.v. de wettelijke plicht die voortvloeit
uit de Wet financieel toezicht. Het Hof gaat hier niet in
mee en stelt dat er geen sprake is van een wettelijke
verplichting voor deze vorm van gegevensverwerking.
De overige grieven van verzoekster houden overigens
geen stand en ING wordt in het gelijk gesteld. Een
maand geleden oordeelde het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
nog dat deze kredietregistratie door financiële
instellingen (banken) wel onder artikel 6 lid 1 sub c AVG
vallen en dat de verzoeker daarom geen recht op
bezwaar uit artikel 21 AVG toekomt.
https://bit.ly/2K6UCf4
Eisers tegen YouTube
(Rechtbank Amsterdam, 9 september 2020)
Eisers (een programmamaker en huisarts) plaatsen op
YouTube een tweetal interviews op het YouTube-kanaal
Cafe Weltschmerz (burgerjournalistiek platform). In
deze interviews spreekt de huisarts zich uit als voorstan25
׉	 7cassandra://RDcXhZfIoll-xeEKuiOvnpVXPiTdI1r8LjnVKQkZeqgG`̹`Q~>6`Q~>5ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://xPaKTUzIk6zPv7SMf3AKfXvRgo5yN9Gh3pHdyQdQyMI =`׉	 7cassandra://P9SEbELB6Wof3JaF_4oXXRPmabWkUMQFJkAfHnpAUb0o!`\׉	 7cassandra://Dp_8mSBcfaGywcismKy0U-otCDI5TgJBkqV7KwHv_EA`̹׉	 7cassandra://tAbgpgHKibSg7pc-DvZuDi4NcAqW9La-xMWbRA8mAJMk<͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://PhZI42IQrVadOOxXcC4s-xwsY9MbXrxEjPcDmi97HiI W`׉	 7cassandra://23Zpn7ZmBQXlpBfDyuw0eZwvLRthIGJZUkxhMevTx3Yhl`\׉	 7cassandra://YFrPVFzJRucAPVxJEOQTDgP6FLmmcaKqEFZpNwuN6IU`̹׉	 7cassandra://ovYUthTGjXhGkWYfPOYHZuvzmSdqZPQGEfNvIAz7yqYdv͠`Q~>נ`Q~> ̥9ׁHhttps://bit.ly/2VVSBoPׁׁЈנ`Q~> ̝9ׁHhttps://bit.ly/3qFiqaQׁׁЈנ`Q~> >̢9ׁHhttps://bit.ly/3gtNWUtׁׁЈנ`Q~> >2̩9ׁHhttps://bit.ly/2VSQNNvׁׁЈנ`Q~> ̤9ׁHhttps://bit.ly/37TR0FQׁׁЈנ`Q~> >Ё̨9ׁHhttps://bit.ly/36ZGoWEׁׁЈ׉Eder van het geneesmiddel Hydroxychloroquine, dat
volgens hem ingezet kan worden tegen de bestrijding
van COVID-19. De video’s worden door YouTube
verwijderd, omdat zij in strijd zijn met de Servicevoorwaarden
van het platform. YouTube heeft deze voorwaarden
in mei 2020 aangevuld met het ‘Beleid tegen
misleidende medische informatie over COVID-19’.
Eisers zijn het niet eens met de verwijdering van hun
video’s van het platform. Zij stellen dat het beleid van
YouTube in strijd is met de visie van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) en het Nederlandse RIVM en
dat het beleid niet vaststaat. Daarnaast zou de verwijdering
van de video’s een onaanvaardbare beperking
van hun recht op vrijheid van meningsuiting zijn en
zou YouTube censuur plegen. Nu er nog geen duidelijkheid
is over de werking van het geneesmiddel, is het niet
de taak van YouTube om daarover te oordelen, aldus
de eisers. YouTube geeft aan dat zij verantwoording
afdragen voor de content die op het platform wordt
geplaatst en stelt dat de verwijdering van de video’s
gerechtvaardigd kan worden met een beroep op de
huidige Servicevoorwaarden. De rechtbank oordeelt
dat de interviews van eisers als desinformatie kunnen
worden aangemerkt, nu de werking van het betreffende
geneesmiddel niet is bewezen en er aan de toelating
van geneesmiddelen strikte eisen gesteld worden.
De visie van de huisarts over het geneesmiddel vormt
geen onderdeel van het debat en informeert de kijker
onjuist. YouTube had het recht om de video’s te verwijderen,
mede vanwege de bekendheid van het platform.
De vordering van de eisers worden afgewezen. Zie ook
de noot op pagina 33.
https://bit.ly/36ZeJVF
Inbreuk privacy werknemer bij verwijtbaar
handelen
(Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 september 2020)
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ontbindt arbeidsovereenkomst
op verzoek werkgever, nadat werknemer
verwijtbaar heeft gehandeld. Dat de werkgever, om tot
deze conclusie te komen, een inbreuk op de privacy
van de werknemer heeft gemaakt weegt niet op tegen
de handelswijze van de werknemer.
https://bit.ly/2VSoCy2
HvJEU doet uitspraak over netneutraliteit
(Hof van Justitie van de EU, 15 september 2020)
In deze uitspraak legt het Hof van Justitie voor het eerst
de verordening van de Unie uit waarin de “neutraliteit
van het internet” is verankerd. Het Hongaarse telecombedrijf
Telenor rekende een ‘nultarief’ voor bepaalde
diensten. Zelfs nadat de databundel op is, kan door
abonnementhouders van deze diensten gebruik worden
gemaakt. Alle overige diensten worden vertraagd of zelfs
geblokkeerd. De Hongaarse media-autoriteit oordeelde
eerder al dat deze handelswijze in strijd is met de
verordening. Nu vindt ook het Hof dat dit soort abonnementen
het recht van gebruikers op een vrij en open
internet in gevaar brengen en dat een internettoegangsdienst
geen beperking van de uitoefening van de rechten
van eindgebruikers zoals in Verordening 2015/2120, mag
opleveren.
https://bit.ly/2VXvOZK
Auteursrecht op database
(Rechtbank Den Haag, 16 september 2020)
Scientia is een Engelse leverancier van software om roosters
te generen voor hogescholen en universiteiten. Voor
de software maakt zij gebruik van twee databases (ESDB
en RDB). Eveoh is een Nederlandse onderneming en
ontwikkelt, implementeert, integreert en host software
ten behoeve van onderwijsinstellingen. Bij klanten van
Eveoh die de software van Scientia afnemen, leest de
software van Eveoh de data van de databases ESDB en
RDB uit. De software van Eveoh is complementair aan
die van Scientia, Eveoh stelt dat Scientia op de hoogte is
van deze werkwijze en kan op basis van een specialistenrapport
aantonen dat zij de instances slechts host en
niet kopieert. Maar Scientia is van mening dat Eveoh
door een koppeling te maken naar de databases inbreuk
maakt op haar auteursrechten. Scientia kan onvoldoende
onderbouwen waarom het gebruiken van de bij een
afnemer opgedane kennis over de tabellen auteursrechtinbreuk
oplevert. De stelling van Eveoh dat de databases
niet auteursrechtelijk zijn beschermd en als dat al zo
zou zijn, zij een beroep kunnen doen op artikel 45m uit
de Auteurswet kan Scientia ook niet direct weerleggen.
De vordering van Scientia wordt afgewezen.
https://bit.ly/374u1st
Apollo maakt inbreuk op auteursrecht
softwareontwikkelaar Jelurida
(Rechtbank Amsterdam, 22 september 2020)
De rechtbank Amsterdam oordeelt dat Apollo Fintech
inbreuk maakt op het auteursrecht van softwareontwikkelaar
Jelurida (ontwikkelaar van Nxt Software)
door een cryptomunt aan te bieden die is gebaseerd op
de Nxt software, omdat een deel van de broncode is
gekopieerd. Jelurida stelt de software enkel beschikbaar
onder voorwaarden. Apollo heeft deze voorwaarden
niet in acht genomen door de software zonder
inachtneming van de licentie van Jerurida te
verstrekken. Apollo wordt bevolen een brief te sturen
26 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://Dp_8mSBcfaGywcismKy0U-otCDI5TgJBkqV7KwHv_EA`̹`Q~>7׉EYnaar haar zakelijke afnemers waarin zij hen verzoekt
om de Apollo Software opnieuw te installeren,
waarbij zij de voorwaarden van Jerudia actief moeten
accepteren.
https://bit.ly/36ZGoWE
https://bit.ly/37TR0FQ
Microsoft blokkeert (voorlopig) terecht toegang tot
OneDrive
(Rechtbank Midden-Nederland, 8 oktober 2020)
Kort geding. Eiser wordt op verdenking van het bezit
van kinderpornografie door Microsoft de toegang
ontzegd tot zijn OneDrive-account. Microsoft geeft
in eerste instantie niet prijs waarom de toegang is
geblokkeerd, maar tijdens het kort geding wordt duidelijk
dat hij met een opgeslagen foto in zijn OneDrive
de servicevoorwaarden van Microsoft zou hebben
geschonden. Microsoft mag de bestanden uit de drive
niet verwijderen; in de bodemprocedure moet worden
beslist of de man weer toegang krijgt tot zijn OneDrive.
https://bit.ly/2VSQNNv
Stichting Viruswaarheid vs. Facebook
(Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2020)
Stichting Smart Exit (belangenbehartiger van onder
andere horeca in coronatijd) en Stichting Viruswaarheid
(strijdend voor een democratische rechtstaat in
coronatijd) starten een rechtszaak tegen Facebook
die hun Facebookpagina’s ‘Nee tegen 1,5 meter’
en ‘Viruswaanzin’ heeft verwijderd. Facebook zou
hiermee inbreuk maken op de vrijheid van meningsuiting,
vereniging en betoging van de eisers. Vanwege
de horizontale werking van vrijheid van meningsuiting
gaat die vlieger niet meteen op en daarnaast heeft
Facebook een maatschappelijke plicht om zich te
houden aan overheidsrichtlijnen. Het debat over wat
wel en niet passend is in coronatijd is nog gaande.
https://bit.ly/3gtNWUt
Duurovereenkomst mag niet zomaar worden
beëindigd
(Rechtbank Amsterdam, 26 oktober 2018)
Kort geding. NPS levert software en diensten op het gebied
van outsourcing en heeft een Value Added Reseller
overeenkomst gesloten met gedaagde: ontwikkelaar en
leverancier van software. Gedaagde zegt de overeenkomst,
na onduidelijkheden over en weer, met NPS op.
NPS stelt dat dit onrechtmatig is en stelt dat voor het opzeggen
van een duurovereenkomst een zwaarwegende
grond nodig is. De rechter oordeelt dat gedaagde te snel
Celstraf en tbs voor bedreiger prinses Amalia
(Rechtbank Overijssel, 3 november 2020)
Een 32-jarige oud-militair is dinsdag veroordeeld voor
het bedreigen van prinses Amalia. De man bedreigde
prinses Amalia en een vriend van haar via Instagram.
Hij dreigde onder meer seksuele handelingen te plegen
en over te gaan tot (dodelijk) geweld. De verklaring van
verdachte dat hij niet wist dat hij de berichten naar het
echte account van Amalia stuurde, acht de rechtbank
ongeloofwaardig. De verdachte verklaart immers dat hij
op het internet gezocht heeft naar het echte account van
Amalia. De rechtbank is van oordeel dat verdachte een
ongezonde obsessie heeft voor het Koningshuis en in
het bijzonder voor prinses Amalia. De rechtbank vindt
dit zorgelijk, kwalijk en onacceptabel en veroordeelt de
32-jarige tot een gevangenisstraf van drie maanden en
tbs met dwangverpleging van maximaal vier jaar.
https://bit.ly/3qFiqaQ
Rectificatie dekenstandpunt
(Raad van State, 4 november 2020)
Als reactie op een tuchtklacht uit 2017 heeft de deken
een zogenoemd dekenstandpunt uitgebracht. Appellant
heeft op grond van artikel 16 AVG verzocht om
rectificatie van het dekenstandpunt, omdat volgens hem
het volgende daarin ontbreekt: “op vervolging aangiftes
“2009” was reeds in raadkamer Rechtbank-Breda 13
januari 2010 ter verdediging aangevoerd “advocaat met
fiscaal adviseur des cliënte”; in diens cassatieschriftuur
door [advocaat] domweg weggelaten, hetgeen in executiegeding
[advocaat] deed schorsen als raadsman.”
Dit verzoek van appellant is door de deken afgewezen.
“Advocaat met fiscaal adviseur des cliënte” betreft
volgens de deken geen persoonsgegeven, waardoor
hij op grond van artikel 16 van de AVG niet kan rectificeren.
De rechtbank oordeelde dat de deken het
verzoek om rectificatie terecht heeft afgewezen, maar
dat dit op onjuiste gronden is gedaan. De Raad van
State verklaart het hoger beroep van appellant nietontvankelijk,
verklaart het hoger beroep van de deken
gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
https://bit.ly/2VVSBoP
heeft opgezegd, mede vanwege de tussentijdse rechtsovergang
die heeft plaatsgevonden bij NPS. Daarbij oordeelt
de rechtbank dat de gevolgen van de fouten van de
rechtsvoorganger van NPS niet bij NPS kunnen worden
neergelegd.
27
׉	 7cassandra://YFrPVFzJRucAPVxJEOQTDgP6FLmmcaKqEFZpNwuN6IU`̹`Q~>8`Q~>7ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://1TSAXMc1T-4I6jxOKsJE1MNxZLvszr-Jj3u_OfK0zIE ſ`׉	 7cassandra://L1c8ts_FkuGw6TGRdcZG4e4ajb7iGzHQKZpN7A3KNj4u`\׉	 7cassandra://qnUitt3KoieoLtspS2zX0OEjvS-QBQvpHVcckWRfYJU`̹׉	 7cassandra://uejQmIkwstrG3GWplu2Iy7kqU3rz2BFVQRW_tCqJQV0hv͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://lCKKGazJZmQJTMo2gmvl7sUzY8N1KCg4pWnqMWn5d2A =`׉	 7cassandra://mGIOLF30voiDmZUXlgTwvU5RTIVQpuJc9OCZVksvG7oC#`\׉	 7cassandra://adMQ9In2izjf90d6tiuatkP9iEjc-Z_VrgBpnLqyJDU`̹׉	 7cassandra://ZdzNZFlfUUuKQG--_x6RGm3gQiJ_SfRwKxgfwPptX0EC͠`Q~>נ`Q~> ̻̠9ׁHhttps://bit.ly/37J324CׁׁЈנ`Q~> >b̤9ׁHhttps://bit.ly/39VspmoׁׁЈ׉EEisers tegen GOOGLE LLC
(Rechtbank Noord-Nederland, 5 november 2020)
Eisers (ondernemers die actief zijn (geweest) op de
vastgoedmarkt in Groningen) verzoeken de rechter om
verwijdering van URL’s die verwijzen naar web- en
bronpagina’s. Als in de zoekmachine van Google gezocht
wordt naar de namen van eisers, worden zoek resultaten
zichtbaar die verwijzingen bevatten naar publicaties
op web- of bronpagina’s betreffende onder meer artikelen
op de website www.sikkom.nl en www.wikipedia.org
en verwijzingen naar een aflevering van het programma
“Foute Boel” op SBS en een aflevering van het programma
#BOOS op BNNVARA. Eén van de eisers is namelijk
samen met ‘Spot In’ op 2 maart 2018 door ROOD
(jongerenorganisatie van de SP) verkozen tot “Huisjesmelker
van het Jaar 2018”. Eisers hebben beiden via
een advocaat met behulp van een online formulier van
Google verzocht om URL’s te verwijderen van de zoekresultatenpagina
die getoond worden bij een zoekopdracht
op de namen van eisers. Google heeft deze verzoeken
afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat
niet is gebleken dat de publicaties waarnaar de zoekresultaten
verwijzen, vol onjuist heden staan. Daarnaast
oordeelt de rechtbank dat berichtgeving door Sikkom,
BNNVARA en SBS een waarschuwingsfunctie heeft en
deze berichtgeving deel uitmaakt van een (lokaal)
maatschappelijk debat over onder meer de huursector
en dat eisers publieke figuren zijn op de Groningse
vastgoedmarkt. Volgens de rechtbank dienen eisers om
deze reden te dulden dat hun handelen in de media ter
discussie kan worden gesteld. Volgens de rechtbank is
daarnaast door eisers niet voldoende gemotiveerd waarom
de URL’s onvindbaar gemaakt of verwijderd moeten
worden. Ook is volgens de rechter onvoldoende uiteengezet
waarom het belang van eisers bij verwijdering zou
prevaleren boven het economisch belang van de exploitant
van de zoekmachine en het gerechtvaardigde
belang van de internetgebruikers. De verzoeken tot
verwijdering van de URL’s worden door de rechtbank
afgewezen.
https://bit.ly/3gtSpXf
Orange România tegen de Roemeense
gegevensbeschermingsautoriteit
(Arrest van het Hof (Tweede kamer), 11 november 2020)
Orange România is een aanbieder van mobiele
telecommunicatiediensten op de Roemeense markt.
Aangezien de activiteit van de vennootschap de
verwerking van persoonsgegevens omvat, is Orange
România ingeschreven in het Register inzake de
verwerking van persoons gegevens van de nationale
autoriteit voor het toezicht op de verwerking van
persoonsgegevens (de ANSPDCP). Op 28 maart 2018
heeft de ANSPDCP aan Orange România een boete
28 ICTRecht in de Praktijk
opgelegd voor het verzamelen en opslaan van kopieën
van identiteitsdocumenten van haar klanten zonder
dat zij hiervoor uitdrukkelijke toestemming hadden
gegeven. Het Tribunalul Bucureș̦ti (de rechter in eerste
aanleg, Boekarest, Roemenië) heeft het Hof van Justitie
verzocht om de voorwaarden te specificeren waaronder
de toestemming van de klanten voor de verwerking van
persoonsgegevens als geldig kan worden beschouwd.
Het Hof concludeert dat het contract voor het leveren
van een telecommunicatiedienst die een clausule
bevat waarin staat dat de klant heeft ingestemd met het
verzamelen en opslaan van zijn identiteitsbewijs, niet
kan aantonen dat deze klant op geldige wijze toestemming
heeft gegeven als het vakje met betrekking tot
deze clausule door de verwerkingsverantwoordelijke
is aangevinkt voordat het contract werd ondertekend.
De toestemming moet volgens het Hof vrij gegeven,
ondubbelzinnig, geïnformeerd en specifiek zijn. Indien
deze toestemming in een schriftelijke verklaring wordt
gegeven die ook betrekking heeft op andere zaken,
moet deze verklaring in een begrijpelijke en gemakkelijk
toegankelijke vorm en in een heldere en duidelijke
taal worden omschreven.
https://bit.ly/2VVUh1B
Appellante tegen minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap
(Raad van State, 18 november 2020)
In verband met een geschil op de voormalige school van
de minderjarige zoon van appellante, verzocht zij de
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om
inzage in het dossier van haar zoon. Dit verzoek is
door de minister gedeeltelijk toegewezen. Tegen deze
gedeeltelijke toewijzing is appellante in bezwaar
gegaan. Dit bezwaar is door de minister ongegrond
verklaard. Vervolgens heeft de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State op 5 februari 2020
geoordeeld dat de minister ten onrechte geen inzage
heeft gegeven in de persoonlijke beleidsopvattingen van
ambtenaren. Dit heeft ertoe geleidt dat de minister op
grond van artikel 15 lid 1 en lid 3 AVG onder weglakking
van persoonsgegevens van derden alsnog inzage heeft
gegeven in het dossier. Appellante is opnieuw in beroep
gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State en betoogt dat de minister onvoldoende
gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling
van 5 februari 2020. Appellante stelt dat er meer
notities zouden moeten zijn dan de minister heeft
overgelegd en dat de minister in de overgelegde stukken
meer weggelakt heeft dan alleen persoonsgegevens.
De Afdeling is van oordeel dat het betoog van appellante
dat de minister niet alle persoonsgegevens heeft verstrekt,
faalt. Volgens de Afdeling heeft appellante niet aannemelijk
gemaakt dat de minister niet alle stukken heeft
׉	 7cassandra://qnUitt3KoieoLtspS2zX0OEjvS-QBQvpHVcckWRfYJU`̹`Q~>9׉E&verstrekt en had zij dit eerder in de procedure kunnen
aanvoeren. Over het standpunt van appellante dat de
minister onterecht passages heeft weggelakt, zegt de
Afdeling dat het gaat om persoonsgegevens van derden
en dat appellante gelet op artikel 15 lid 1 AVG hier geen
recht op heeft. Op grond van artikel 4, aanhef en onder
1, van de AVG valt hieronder ook informatie waarmee
een derde direct of indirect kan worden geïdentificeerd.
Om deze reden is de Afdeling van oordeel dat de minister
deze passages terecht heeft weggelakt. De Afdeling
verklaart het beroep ongegrond.
https://bit.ly/39Vspmo
VoeltbalTV hoeft boete Autoriteit Persoonsgegevens
niet te betalen
(Rechtbank Midden-Nederland, 23 november 2020)
VoetbalTV is een (inmiddels failliet) videoplatform
voor het amateurvoetbal. Op het platform kan men
amateurvoetbalwedstrijden terugkijken, wedstrijden
analyseren, gegevens verzamelen en deze delen met
anderen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is een
onderzoek gestart naar de mogelijke inbreuk op de
privacy van (minderjarige) spelers en toeschouwers
die te zien zijn op het platform. De AP concludeerde
dat VoetbalTV voor het maken van opnames en het
uitzenden van voetbalwedstrijden op grond van artikel
6, eerste lid, van de AVG geen geldige grondslag heeft
en dus de persoonsgegevens onrechtmatig verwerkte.
Na het door VoetbalTV ingestelde beroep niet tijdig
beslissen, heeft de AP aan VoetbalTV een boete opgelegd
van € 575.000. VoetbalTV is van mening dat het
opnemen en uitzenden van de wedstrijden valt onder
de journalistieke exceptie en dat zij een gerechtvaardigd
belang heeft om persoonsgegevens te verwerken.
De rechtbank oordeelt dat de journalistieke exceptie
niet opgaat. De beelden hebben volgens de rechtbank
te weinig nieuwswaarde, omdat het gaat om het uitzenden
van amateursport en- spel. Daarnaast is de
rechtbank van oordeel dat de AP uitgaat van een verkeerde
interpretatie van het gerechtvaardigd belang.
De AP heeft volgens de rechter bij het onderzoek niet
gelet op de noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit
en evenmin een belangenafweging gedaan.
Volgens de AP had VoetbalTV een zuiver commercieel
belang bij de exploitatie van het platform. Dit commerciële
belang kan volgens de AP niet worden aangemerkt
als gerechtvaardigd belang. De AP heeft vastgesteld dat
er geen sprake is van een gerechtvaardigd belang en
heeft vervolgens de verwerking van de persoonsgegevens
niet volledig onderzocht. Het HvJ heeft herhaaldelijk
bevestigd dat het lidstaten niet vrijstaat om een
beroep op het gerechtvaardigd belang op voorhand uit
te sluiten. De rechtbank komt tot de conclusie dat het
besluit van de AP niet voldoende zorgvuldig is geno29
men
en vernietigt het boetebesluit van de AP. Hierdoor
hoeft VoetbalTV de boete niet te betalen. Zie ook het
artikel op pagina 14.
https://bit.ly/37J324C
׉	 7cassandra://adMQ9In2izjf90d6tiuatkP9iEjc-Z_VrgBpnLqyJDU`̹`Q~>:`Q~>9ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://L0Mp4kcGGJN9GD2yGLjI1b-geDF32eYnbgyxCGqxZ_g ` ׉	 7cassandra://A_owqzW6ChgZB0gyIJL4sSvugxjBUHLZV2Bab8yKUY0o`\׉	 7cassandra://XiM4_lVcPPbq0bFwP2Y9dWKllq_Vi_dp2P1TG9h_OVs`̹׉	 7cassandra://3OSBiNO3kBBGx-hdUV7-tKSn19EXKBuint_bhSZ63s4ud.͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://rE5IsY9elMha4a294nTe-IHH1n0bVmEC5vfCTbQ0nKE U`׉	 7cassandra://3ljaukamjQTrp5JYcM4CdjyV22rOojlRaplIPyQnmlIK`\׉	 7cassandra://9d-7BrHj9OZBZRRMwWkILZVvDLg8Ca2DEkdLsSSFWIQ\`̹׉	 7cassandra://wShBKch8AjVjehD0Y2L6S3rHXzOOSHF9FvdA1wtY4z4~͠`Q~>׉ESten Demon
Manager ICTRecht
Detachering
Innovatie
Legal tech voor iedereen?
“Legal tech, dat is toch iets met smart contracts en blockchain?” Klopt, maar het is
ook veel meer dan dat. Er zijn inmiddels veel verschillende legal tech oplossingen
waarmee vrijwel iedere jurist of ondernemer zijn voordeel kan doen. Of het nu gaat
om efficiënter werken of juist om het verbeteren van de kwaliteit en continuïteit van
juridische bedrijfsprocessen, legal tech kan erbij helpen. Hoe dan? Dat leest u hier!
In vrijwel iedere sector zorgen nieuwe technologieën
voor talloze voordelen. Hetzelfde geldt voor de juridische
sector. Velen hebben een mening over wat het
begrip ‘legal tech’ nu precies betekent, maar voorlopig
wordt het in de praktijk gebruikt als een containerbegrip
voor alle technologie en software waarmee
juridische processen verbeterd kunnen worden. Het
is belangrijk om te begrijpen dat legal tech niet alleen
is bedoeld voor advocaten of grote ondernemingen.
Ook startups kunnen er veel voordeel uit halen,
helemaal nu vrijwel iedereen vanuit huis werkt.
Maar waar moeten we dan aan denken? Hieronder
leest u hoe legal tech kan ondersteunen bij een proces
waar iedere onderneming mee te maken heeft,
namelijk: contracteren.
Opzoek naar die ene bepaling in die oude
overeenkomst?
Het kopje van deze paragraaf is vast herkenbaar. In
plaats van het opstellen van een nieuwe overeenkomst
of bepaling, gaat u opzoek naar een voorbeeld van
jaren terug. In de tijd die het u kost om te achterhalen
waar u het voorbeeld ook alweer had opgeslagen,
had u makkelijk de nieuwe overeenkomst of bepaling
kunnen opstellen. Dit probleem komt niet alleen voor
bij juristen, maar bijvoorbeeld ook bij medewerkers
van HR- en Salesafdelingen die regelmatig met overeenkomsten
werken.
Met de juiste legal tech kunt u contracteren standaardiseren.
Met software als JuriBlox kunnen de laatste
templates en contractsbepalingen teruggevonden
worden in één systeem. Dit levert uiteraard tijdswinst
op en voorkomt fouten zoals oude klantnamen die
nog ergens rondslingeren in het document. Tevens
helpt het gebruik van legal tech bij het waarborgen
van continuïteit. Bijvoorbeeld wanneer tijdelijke
30 ICTRecht in de Praktijk
vervanging nodig is gedurende een zwangerschapsverlof.
Een collega of tijdelijke inhuurkracht heeft dan
direct alle informatie binnen handbereik en zo hoeven
processen niet stil te liggen.
Hoe vaak heeft u die overeenkomst al gecontroleerd?
Niet alleen juristen, maar ook veel ondernemers zien
dagelijks standaardcontracten langskomen. Denk in
dit kader bijvoorbeeld aan geheimhoudingsovereenkomsten
(NDA’s) en verwerkersovereenkomsten.
De inhoud van dit soort overeenkomsten zijn zeker niet
uniek. De meeste geheimhoudingsovereenkomsten
kennen dezelfde opzet en dezelfde afspraken. Toch
neemt u elke keer de hele overeenkomst door om eventuele
grote risico’s te mitigeren. Zou het niet ideaal zijn
als zo’n controle geautomatiseerd kan worden?
Dit is precies waar bepaalde legal tech ondernemingen,
zoals NDA Lynn, zich nu mee bezig houden. Door middel
van machine learning is software goed in staat om
standaardovereenkomsten te controleren. Zo hoeft u
geen aandacht te besteden aan alle standaardbepalingen,
maar kunt u focussen op de afwijkende afspraken
die daadwerkelijk risico’s kunnen opleveren. Conclusies
die dit soort review-bots opleveren, kunt u zelfs gebruiken
om te beslissen of de betreffende overeenkomst
afgehandeld moet worden door een ervaren of startende
medewerker.
Klaar met term sheets en documenten vergelijken?
Zodra u een overeenkomst heeft opgesteld of gecontroleerd,
is de volgende stap meestal het onderhandelen.
Zelfs wanneer de commerciële aspecten van een
overeenkomst al helemaal zijn afgerond, moet er regelmatig
nog onderhandeld worden over de juridische
aspecten van de overeenkomst. Dit spelletje zal niet
zomaar veranderen. Gelukkig kan het wel efficiënter
dan het bijhouden van alle wijzigingen in Microsoft
׉	 7cassandra://XiM4_lVcPPbq0bFwP2Y9dWKllq_Vi_dp2P1TG9h_OVs`̹`Q~>;׉EWord, waarna u alsnog een complete documentvergelijking
uitvoert omdat u de jurist van de wederpartij
niet vertrouwt. Met software voor online
onderhandelen ontstaat er nooit meer twijfel over
welke versie nu de laatste is en of de wederpartij alle
wijzigingen wel goed heeft bijgehouden. Daarnaast
kunt u real-time onderhandelen over iedere bepaling
zonder dat u de complete review en e-mail van de
wederpartij hoeft af te wachten.
Hoe regelt u die handtekening nu vrijwel iedereen
thuiswerkt?
Wanneer de onderhandelingen zijn afgerond, kan de
overeenkomst ondertekend worden. In deze tijd voelt
het behoorlijk knullig als je de CEO moet vragen om
thuis de overeenkomst te printen, deze te ondertekenen,
vervolgens te scannen en deze weer terug te sturen. Dit
kan natuurlijk makkelijker door gebruik te maken van
oplossingen voor digitaal onderteken, zoals Signhost.
U kunt nog meer voordeel halen uit oplossingen voor
digitaal onderteken, wanneer je deze koppelt aan een
contractmanagementsysteem. Zo kunt u de getekende
overeenkomst altijd terugvinden en kunt u grip houden
op bijvoorbeeld de looptijd van de overeenkomst.
Waar te starten?
Zoals aangegeven zijn er veel oplossingen om uit te
kiezen. Maar waar kunt u het beste starten? Het laatste
wat u wilt, is medewerkers die klagen over een
gekozen oplossing, waardoor deze vervolgens nooit
gebruikt wordt. Wilt u weten welke processen u kunt
verbeteren of welke legal tech het beste bij uw
organisatie past? ICTRecht helpt u graag met de volgende
werkzaamheden:
• Het inventariseren van de wensen en het analyseren
van de huidige processen binnen uw onderneming
of afdeling. Op basis van onze inventarisatie en
analyse kunnen wij adviseren over welke legal tech
oplossingen het beste bij u past.
• Indien gewenst helpen wij ook bij het implementeren
van de gekozen oplossingen, het managen van de
nodige veranderingen en het creëren van draagvlak
binnen de organisatie of afdeling. Weerstand vanuit
de medewerkers kan voorkomen worden door niet
te veel veranderingen en oplossingen tegelijkertijd
te introduceren en medewerkers te betrekken bij de
verschillende stappen in het proces.
• Bovendien kunnen wij u én uw collega’s trainen in
het gebruik van de gekozen legal tech oplossing.
31
׉	 7cassandra://9d-7BrHj9OZBZRRMwWkILZVvDLg8Ca2DEkdLsSSFWIQ\`̹`Q~><`Q~>;ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://CgPL5kYbgPqKBNRnklI-GNKD2xvZusy2Ccwg5BLgxNw `׉	 7cassandra://CxXbVocjlC4Bh_lnuCLs8xXxm4467BpihuE1Xh2tfrUQ`\׉	 7cassandra://4MfTuc-jhqBJCEJnTZDPBMy8I7pHJfsLiBI_72rRp2Q`̹׉	 7cassandra://ec4pSGIfze_buXxD3U9a88fzood8n2rEIUlLs66GrwQ͙͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://-u2oN-ht71KhkckDM_N0apRErqI8OnRZgXSbWWVrOfA /` ׉	 7cassandra://SKP8li2ur2NSUGgDBKJjGJiIWxQiJkPgznrpY5t1WFQg`\׉	 7cassandra://aHZu3ig3BcJQOd49DEujb-vIXiykNIgopgkZebpyUmwW`̹׉	 7cassandra://C1zcZp3MMMXOycPybETjMp6gNoyPexE2W-2DSPZQ6zQh,͠`Q~>ȑנ`Q~>΁ \̣9ׁHhttps://bit.ly/36ZeJVFׁׁЈ׉EICTRecht
Werving & Selectie
De perfecte match
tussen uw organisatie
en onze kandidaten
Als organisatie
op zoek naar
juridisch talent?
ICTRecht Werving & Selectie
fungeert als intermediair
tussen het bedrijfsleven
en werkzoekenden.
Wij matchen juristen op
het gebied van privacy, ICT
en security aan de juiste
organisaties.
Werving & Selectie via ICTRecht betekent:
1. Meer efficiëntie: direct in contact met
een geschikte kandidaat.
2. Vakkundige kandidaten: getest op
juridische inhoud en vaardigheden.
3. Deskundigheid voorop: met onze
ervaring in de juridische branche is
uw kandidaat snel gevonden.
Meer weten? Neem contact met ons op of
bezoek onze website: ictrecht.nl/werving
Fleur Biegstraaten
f.biegstraaten@ictrecht.nl
Ardine Siepman
a.siepman@ictrecht.nl
32 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://4MfTuc-jhqBJCEJnTZDPBMy8I7pHJfsLiBI_72rRp2Q`̹`Q~>=׉E7Arnoud Engelfriet
Algemeen directeur /
Opleidingsdirecteur
Noot bij ECLI:NL:
RBAMS:2020:44351
Hoever mag YouTube gaan in zijn strijd tegen misinformatie over corona? En staat het
verwijderen van video’s die niet aan de huisregels voldoen een open maatschappelijk
debat over het coronabeleid van de overheid en het RIVM in de weg? Interviewer Ab
Gietelink en huisarts Rob Elens hebben een kort geding tegen YouTube aangespannen
omdat de videoreus video’s van de twee had verwijderd omdat ze in strijd zijn met de
huisregels omtrent coronamisinformatie. De video’s prijzen het niet-werkende
hydroxychloroquine aan als COVID-19-medicijn.
De term censuur valt veel in dat verband. Formeel
kan dat niet. De term censuur betekent in het juridisch
jargon dat de overheid voorafgaand toezicht uitoefent
op uitingen, oftewel je mag pas iets publiceren na
goedkeuring. Ingrijpen achteraf (bijvoorbeeld strafrechtelijk
vervolgen voor smaad) is dus geen censuur.
Een private partij kan in die definitie geen censuur
plegen, om de simpele regel dat ze geen overheid is.
En dat is ook wel logisch: hoezo kan een private partij
eisen dat ik mijn uitingen voorafgaand aan hem
voorleg? Ja, als we dat zo afgesproken hebben – denk
aan werkgevers of opdrachtgevers die zoiets eisen.
Maar als je dat zelf afspreekt, dan is het wat raar om
vervolgens te klagen dat je privaat gecensureerd
wordt.
Bij partijen als YouTube wreekt zich het feit dat zij wel
private partijen zijn, maar zo machtig dat ze eigenlijk
als een soort van overheid te zien zijn. Je kunt nauwelijks
om ze heen. Ja, in theorie heb je andere sites, maar
noem er eens twee waar jij regelmatig kijkt? Dailymotion,
inderdaad. Op Vimeo staan ook films, maar
hoe vaak kijkt men daar nou echt?
Ik begrijp dus wel dat mensen zeggen dat het voelt als
censuur, zo’n grote partij die eigenlijk overkomt als
overheid en die dan zegt “deze onderwerpen mag je
niet meer bespreken”. Ik ben ooit afgestudeerd op de
stelling dat als een partij zó groot is dat er effectief
1. https://bit.ly/36ZeJVF
geen alternatieve platforms zijn (zeg maar, het marktplein
versus het industrieterrein als enige twee opties
voor demonstraties) dat die grote partij dan onder
dezelfde regels als de overheid moet vallen. Zoals het
EHRM dat formuleerde:
“Where, however, the bar on access to property
has the effect of preventing any effective exercise
of freedom of expression or it can be said that the
essence of the right has been destroyed, the Court
would not exclude that a positive obligation could
arise for the State to protect the enjoyment of the
Convention rights by regulating property rights.”
Dat zou betekenen dat deze partij geen inhoudelijk
beleid meer mag voeren over wat zij toelaat. Ik twijfel
of YouTube zó groot is – het gaat niet per se om het
publiceren van een video, en er zijn ook grote platforms
zoals Facebook of Instagram waar je terecht kunt om
een minstens zo grote doelgroep te bereiken.
YouTube had eerder dat jaar regels aangenomen die
stelden dat er geen content geplaatst mag worden die
tegen de voorschriften van de WHO of lokale gezondheidsinstanties
(zoals ons RIVM) in mag gaan. Een
van die regels stelt specifiek dat je niet mag claimen
dat er een bewezen geneesmiddel is. De video’s van
deze interviews werden verwijderd onder een standaardmededeling,
kennelijk vanwege overtreding
van die regel.
33
׉	 7cassandra://aHZu3ig3BcJQOd49DEujb-vIXiykNIgopgkZebpyUmwW`̹`Q~>>`Q~>=ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://zcVSc9ifmJwaSoZGhPiQQCCuiEK9s9zNBs-WZ1k2T5c `׉	 7cassandra://ZqMia6IRvDDuPZtPLaBN5OJzcgW07CvHFbxAFe4zTowe\`\׉	 7cassandra://8R58ytLqU_TYjnnRl91PW2Ainp8Kd2Rc0LHoD3PYU7s`̹׉	 7cassandra://1VJMTPD1Bl8bEsTXJhnrjDuhP1zmSF9ocw2Wqr_EV6UO͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://3v50gb3f-mWWf9oE790hDvvzyJ-LsKIvimofwVZnJUA ` ׉	 7cassandra://ICWFCHxbDATy6PTUq5AUnoyOX18p0IDdzQZL5eeUMyI]`\׉	 7cassandra://omgtbfS20JQZ8wpkXz57362Y14tIAMAq1pIsWp-aVIs`̹׉	 7cassandra://BxKQxNN0dTE9TFySutvYEjCB8JnmTsC4CtlorDnCJ5IN͠`Q~>Бנ`Q~>Ӂ ̦9ׁHhttps://bit.ly/33VdwgdׁׁЈ׉EDe kortgedingrechter oordeelt dat YouTube, als een
van de belangrijkste online videoplatforms ter wereld,
niet zomaar mag besluiten om “wel de content die
overeenstemt met de visie van de WHO en het RIVM
toe te laten en niet andersluidende, kritische content.
Daarmee zou de YouTube gebruiker die brede content
mag verwachten, slechts kennis kunnen nemen van
de mening van de groep experts die de WHO en het
RIVM adviseren, terwijl de wijze van bestrijding en
behandeling van COVID-19 wereldwijd nog volop in
onderzoek is en nog allerminst vaststaat”.
Dit mede omdat “ook de WHO en het RIVM hun
adviezen nog steeds [bijstellen]”. Dat is een wat ergerlijke
samenvatting van wetenschappelijk onderzoek
– helemaal omdat de rechter ook spreekt van “de visie
van de WHO”. Wetenschap is geen mening. Maar
goed, we hadden dus haast. En uiteindelijk ging het
niet over of je kritiek op de WHO of het RIVM mocht
hebben maar of je in strijd met hun wetenschappelijke
bevindingen mag vinden dat iets wél werkt.
De vervolgvraag is dan ook of de specifieke video’s
van de interviews weggehaald hadden mogen worden,
als je net hebt gezegd dat in brede zin ook andersluidende,
kritische meningen geuit mogen worden.
YouTube wijst daartoe op onder meer de Europese
afspraken tegen desinformatie en op het feit dat deze
video’s onjuiste, schadelijke en gevaarlijke informatie
bevatten.
De rechtbank besluit uiteindelijk dat de video’s weg
moeten omdat de informatie wordt gegeven door
een (huis-)arts en niet slechts een mening is maar
pretendeert een feit te zijn:
“Een arts die zonder sluitend bewijs en wetenschappelijk
onderbouwde tests claimt dat HCQ
of een alternatief middel – dat zonder recept te
verkrijgen is – werkt, licht het publiek onjuist voor.
Daarnaast kan het schadelijk en gevaarlijk zijn.
(…) Zoals het in de interviews door hem is verwoord,
vormt het geen onderdeel van het debat, hetgeen
YouTube wel zou hebben toegelaten, maar bevatten
zijn uitlatingen onjuiste informatie die mogelijk
schadelijk en gevaarlijk is. Juist als arts dient hij
zich dit te realiseren.”
De uitkomst is dus dat YouTube wel degelijk de video’s
weg mocht halen, zij het om een andere reden dan in
hun beleid stond.
In een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RBAMS:2020:49662
)
bevestigt de kortgedingrechter dat Facebook ook
berichten mag verwijderen als dat in strijd is met hun
huisregels. In die zaak wijst de rechter er fijntjes op
dat het hierboven aangehaalde arrest geen verbodsregels
voor platforms met zich meebrengt, maar alleen
een mogelijke plicht voor de Staat om nadere regels te
maken wanneer blijkt dat plaforms zoals YouTube en
Facebook het maatschappelijk debat al te zeer smoren
door hun machtspositie.
Indirect heeft de vrijheid van meningsuiting wel effect
op relaties tussen burgers onderling. In juridische taal,
deze werkt door in bijvoorbeeld de redelijkheid en
billijkheid of de maatschappelijke betamelijkheid.
Ook dan is het geen automatisme dat je dus alles moet
mogen zeggen, een toetsing blijft vereist. En in dit
geval valt die uit in het voordeel van Facebook:
“In het licht hiervan wordt wel het volgende
overwogen. Facebook handelt door haar COVID-19
beleid te hanteren voorshands niet in algemene
zin in strijd met hetgeen – naar huidige opvattingen
– maatschappelijk betamelijk is. Zij heeft een
maatschappelijke plicht om zich te houden aan
overheidsrichtlijnen, tenzij die evident onjuist
zijn. Dat is voorshands niet het geval. Het wetenschappelijk
en maatschappelijk debat over
COVID-19 en wat passende en doeltreffende
maatregelen zijn, is nog gaande.”
En dan gaat de rechtbank nog een stapje verder. Want
Facebook volgt de Europese aanbevelingen van de
overheid, en die aanbevelingen moet je dan juist zien
als een (softe) regulering van het spanningsveld tussen
de uitingsvrijheid, de volksgezondheid en de belangen
van Facebook en haar gebruikers. Daarmee doet
Facebook dus eigenlijk al precies wat ze moet doen.
En wat is nu het verschil met YouTube? Daar werd
vooral gezegd dat in het algemeen kritische uitingen
op overheidsbeleid en wetenschappelijke bevindingen
niet zomaar tegengehouden mag worden, maar wel
gevaarlijke uitingen afkomstig van een huisarts: die
nemen mensen eerder serieus. Dus dat voelt als een
specifieker geval dan deze uitspraak.
2. https://bit.ly/3gtNWUt
34 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://8R58ytLqU_TYjnnRl91PW2Ainp8Kd2Rc0LHoD3PYU7s`̹`Q~>?׉EQVan onze blog
Privacy
4 november 2020
Mag een werkgever
locatiegegevens
en urenstaten van
een werknemer
controleren?
Op 14 september 2020 heeft gerechtshof ’s-Hertogenbosch
uitspraak gedaan in een ontslagzaak waarin
privacy een belangrijke rol speelde. Een interessante
zaak, omdat deze laat zien hoe het Hof omgaat met
privacy in de werkgever-werknemers sfeer. Mag
de werkgever de locatiegegevens en urenstaten
controleren om ontslag rond te krijgen?
Aan het werk op de woonboulevard?
Wat was er aan de hand? De werknemer werkte
als servicetechnicus. Als servicetechnicus was hij
verantwoordelijk voor het onderhouden, storingsvrij
houden en aanpassen van sprinklerinstallaties.
Wekelijks moest de werknemer het aantal gewerkte
uren invullen op een urenoverzicht. De uren worden
bijgehouden in de ‘Nemo-app’. De servicetechnicus
moet op start drukken als hij begint met werken bij
de klant. Bij voltooiing dient de klant een handtekening
te zetten. De app registreert dan de gewerkte tijd.
Daarnaast zit er in elke bedrijfsbus een zogeheten
black box met een GPS-tracker. Hiermee kan de
locatie van de werknemer worden bijgehouden. In
geval van een storing bij een opdrachtgever kan de
afdeling planning de locatiegegevens gebruiken om
de dichtstbijzijnde servicetechnicus naar de storing
te sturen.
De werkgever ontdekte dat er een verschil was tussen
de werktijden van de Nemo-app en de gegevens
afkomstig van de GPS-tracker uit de bedrijfsbus.
Zo was de werknemer onder werktijd te vinden op
plaatsen waar geen klanten zijn gevestigd. Bijvoorbeeld
op de woonboulevard.
Informeren: werknemer wist van de black box
Als je als werkgever de locatiegegevens registreert
van de bedrijfsbus van een werknemer, dan verzamel
je persoonsgegevens. En wanneer je persoonsgegevens
verzamelt, moet je hierover volgens artikel 13
van de AVG informeren. Hoe je aan deze wettelijke
verplichting voldoet is vormvrij. Dit kun je bijvoorbeeld
doen via een interne privacyverklaring.1
Maar ook via
een personeelshandboek, arbeidsvoorwaardenreglement
of intern privacybeleid.
In dit geval maakte de werkgever gebruik van een
privacybeleid, waar de werknemer van op de hoogte
is gesteld. Het protocol volgsystemen waarin het
gebruik van de black box is geregeld maakt weer
onderdeel uit van het privacybeleid. Daarnaast heeft
de werknemer bij ingebruikname van de bedrijfsbus,
de autoregeling ondertekend. In artikel 6.4 van deze
autoregeling staat:
“6.4 GPS-systemen - In veel gevallen is de bedrijfsauto
voorzien van een GPS-systeem (black box). Teneinde
een evenwichtig beleid te voeren met betrekking tot
het gebruik van de GPS-systemen, waarbij zowel een
verantwoord gebruik van de GPS-systemen wordt
nagestreefd, alsmede de privacy van personeelslid
wordt beschermd heeft werkgever een protocol
met betrekking tot het gebruik van GPS-systemen
opgesteld. Ieder personeelslid is gehouden zich te
gedragen conform dit protocol. Dit protocol maakt
onlosmakelijk onderdeel uit van deze autoregeling
en wordt bij bestelling van de bedrijfsauto aan
personeelslid ter hand gesteld. Het protocol is tevens
na te lezen op het intranet.”
1. https://bit.ly/33Vdwgd
35
׉	 7cassandra://omgtbfS20JQZ8wpkXz57362Y14tIAMAq1pIsWp-aVIs`̹`Q~>@`Q~>?ZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://4kyab-08Q-azOyfc8wA9q4GelLC6agmijHaUUD9tSQo ` ׉	 7cassandra://kNfoEZLWB9lGe--AtRCPasyKOMtio0lIUm9PH1mfnXcb.`\׉	 7cassandra://4wwgEXKaUotc6LE2hk93skrS6IxNUyNxtwBIaDQAQncE`̹׉	 7cassandra://mtHueaTz2z8Y5vr82s0ov5n410s3oa54PS3KyBdMbkQT(͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://KwAwwgqrRPOaAffiWm5L-q7kAwBPIglKBwO2kiHzMnI E` ׉	 7cassandra://iHnLLRQGDAVEPDUezU2GHHlALvcdmXEU-lYhYsU2sPcV`\׉	 7cassandra://VtbqS0uEXD8bUB3Uzf4f2rFJ9ThWjwRegln9MVNE-FQ`̹׉	 7cassandra://_xh8eWeX5GYxp0SxGl9rZzyMMiyaK2NgoUUMQQMutPkX<͠`Q~>֒נ`Q~>܁ ̞9ׁHhttps://bit.ly/2W2Kl6lׁׁЈנ`Q~>ہ ҁ̞9ׁHhttps://bit.ly/37IVSgKׁׁЈ׉EHet Hof overwoog dat de werknemer bekend moet
worden verondersteld met het bestaan van de inhoud
van het protocol volgsystemen. De overweging van
het Hof laat zien dat het belangrijk is om werknemers
op de hoogte te stellen van de persoonsgegevens
die van hen worden verwerkt.
Of het Hof het gebruik van de locatiegegevens als
onrechtmatig had bestempeld als de werkgever de
werknemer niet had geïnformeerd is lastig te zeggen.
Maar dat het invloed kan hebben op de rechtmatigheid,
dat staat als een paal boven water. Het verwerken
van persoonsgegevens mag niet uit de lucht
komen vallen. Zorg er daarom als werkgever voor
dat je op de juiste wijze de werknemers informeert.
Proportionaliteit
Een andere belangrijke overweging van het Hof ziet
op de gefaseerde uitvoering van het onderzoek
naar de locatiegegevens afkomstig van de black box
en de urenstaat. In eerste instantie heeft de werkgever
alleen de locatiegegevens en de urenstaat
van week 9 onderzocht, in verband met de onregelmatigheden
die waren aangetroffen in een werkbon
van dezelfde week. Toen uit dat onderzoek bleek
dat de uren op de urenstaat niet overeenkwamen
met de locatiegegevens van de black box, heeft
Trigion het onderzoek uitgebreid naar de periode
vanaf 1 januari 2019. Pas toen ook uit dat onderzoek
bleek dat de werknemer stelselmatig meer uren
schreef dan hij werkte, is de werkgever, om er zeker
van te zijn dat het ging om bestendig gedrag, in haar
onderzoek teruggegaan tot april 2017.
De overwegingen van het Hof laten zien dat waarde
kan worden gehecht aan proportionaliteit. Oftewel,
gaat de inbreuk op de privacy van de werknemer niet
verder dan noodzakelijk en kan het niet een onsje
minder. In dit geval wilde de werkgever uitsluiten dat
het ging om incidenten. Een gefaseerde uitvoering
van het onderzoek zorgt ervoor dat rekening is
gehouden met proportionaliteit.
2. https://bit.ly/2LfldHr
3. https://bit.ly/2VSdVM5
4. https://bit.ly/3qJw1y6
Controle locatiegegevens in combinatie met
urenstaten in lijn met AVG
Het Hof oordeelt uiteindelijk dat de inbreuk op privacy
niet zodanig is geschonden dat dit onrecht matig is
geweest. Wat in de uitspraak niet naar voren komt, is
of de werkgever een Data Protection Impact Assessment
(DPIA)2
heeft (laten) uitvoeren, en welke grondslag
is gebruikt voor de gegevensverwerking.
Een DPIA is onder andere verplicht bij grootschalige
verwerkingen en/of stelselmatige monitoring van
persoonsgegevens om activiteiten van werknemers
te monitoren. Een DPIA is ook verplicht bij een grootschalige
verwerkingen en/of stelselmatige monitoring
van locatiegegevens. Een DPIA was hier op zijn plaats
geweest. Een DPIA is een uitstekend middel om de
risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen,
en maatregelen aan te dragen om de risico’s
zoveel mogelijk weg te nemen. In een DPIA kan bijvoorbeeld
worden bekeken welke grondslag voor de
gegevensverwerking in aanmerking komt. Komt de
grondslag gerechtvaardigd belang3
in beeld? Dan
kan in de DPIA een gedegen afweging plaatsvinden.
Maar denk bijvoorbeeld ook aan onderwerpen als
bewaartermijnen en beveiligingsmaatregelen die in
een DPIA kunnen worden belicht.
Onrechtmatig bewijs weegt mee
Het Hof overwoog ook nog dat onrechtmatig
verkregen bewijs ‘in beginsel’ meeweegt in de
ontslagzaak. Het algemene maatschappelijk
belang dat de waarheid aan het licht komt, weegt
in principe zwaarder dan het belang van uitsluiting
van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende
omstandigheden, kan bewijs worden uitgesloten.
Hoewel dit staande rechtspraak is van de Hoge Raad4
,
is het goed om deze overweging ook in deze zaak
terug te zien. Het gevaar ligt op de loer dat werkgevers
de afweging gaan maken om een onrechtmatige
inbreuk op de privacy van werknemers te
maken, omdat dit ertoe kan bijdragen dat een werkgever
een ontslag bij de rechter rond kan krijgen.
Een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens of
een bijkomende immateriële schadevergoeding voor
de werknemer wegens een inbreuk op de privacy zal
dit mogelijke gevaar recht moeten trekken.
Auteur
Jay Remmelzwaal
Juridisch adviseur
36 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://4wwgEXKaUotc6LE2hk93skrS6IxNUyNxtwBIaDQAQncE`̹`Q~>A׉E}Cloud
17 november 2020
Kansspelautoriteit
deelt terecht last
onder dwangsom
uit voor verboden
‘lootboxes’ in FIFAgame
De
Nederlandse Kansspelautoriteit heeft terecht
een last onder dwangsom opgelegd aan de bekende
gameontwikkelaars Electronic Arts Inc. en Electronic
Arts Swiss Sàrl voor het spel FIFA. Zo heeft de rechtbank
in Den Haag recentelijk bepaald. In 2019 legde
de Kansspelautoriteit de last onder dwangsom op
aan de makers van het populaire voetbalspel omdat
het spel verboden ‘lootboxes’ bevat. In een rechtszaak
tussen partijen werd de Kansspelautoriteit door
de rechter in haar gelijk gesteld.1
Illegaal kansspel
De lootboxes in FIFA, de ‘Packages’, zijn in strijd met
de wet omdat zij aangemerkt kunnen worden als
illegaal kansspel. Spelers hebben geen invloed op
de inhoud van de lootbox en het is een verrassing
wat de inhoud en waarde van de lootbox is. In de
lootboxes van FIFA zitten bijvoorbeeld voetbalspelers
die het elftal waarmee het spel wordt gespeeld, beter
kunnen maken. De inhoud kan een hoge waarde
hebben en deze is door spelers te verhandelen.
Hierdoor is er sprake van een overtreding van de
Wet op de kansspelen. Volgens de Nederlandse wet
mag een kansspel waarmee een prijs of premie te
winnen is, alleen worden aangeboden als daar een
vergunning voor is verleend.
Overheid
Ondertussen houdt de Kansspelautoriteit zich alweer
een aantal jaar bezig met lootboxes in games. Een
paar jaar geleden schreven we er ook al over2
: de
Kansspelautoriteit begon in 2018 met het controleren
van verboden lootboxes in games. In een eerder
onderzoek had zij al vastgesteld dat dergelijke lootboxes
in sommige games in strijd zijn met de Wet op
de Kansspelen (Wok). Na haar eerdere onderzoek
had de Kansspelautoriteit al contact opgenomen met
de gameontwikkelaars die de verboden kansspelen
in hun games geïntegreerd hadden. Die partijen
kregen een waarschuwing en het gebod om de lootboxes
uit hun games te verwijderen, of op dusdanige
wijze aan te passen dat deze niet langer in strijd zijn
met de Wok.
Geen gehoor aan de Kansspelautoriteit
Verschillende ontwikkelaars gaven gehoor aan de
oproep van de Kansspelautoriteit. De makers van
het spel FIFA deden dit niet. De Kansspelautoritiet
geeft daarom de last onder dwangsom op aan het
bedrijf, om af te dwingen dat de overtreding van de
Wok wordt gestopt. De Kansspelautoriteit geeft aan
dat zij de overtreding van de wet door dit bedrijf
extra ernstig vindt omdat veel minderjarigen en
jongvolwassenen toegang hebben tot Packs in FIFA.
Zij zijn extra vatbaar voor het ontwikkelen van een
gokverslaving.
Mogelijk zullen er in de nabije toekomst nog meer
lasten onder dwangsom worden uitgedeeld door de
Kansspelautoriteit, aan de gameontwikkelaars die
momenteel nog geen gehoor hebben gegeven aan
de oproep om de illegale lootboxes uit hun games te
verwijderen.
1. https://bit.ly/37IVSgK
2. https://bit.ly/2W2Kl6l
Auteur
Kim Groot
Juridisch adviseur
37
׉	 7cassandra://VtbqS0uEXD8bUB3Uzf4f2rFJ9ThWjwRegln9MVNE-FQ`̹`Q~>B`Q~>AZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://FLWp_5bd6qrBE-bKEv-InXFiCARc7Sz2s9cfJgc2VnU q` ׉	 7cassandra://YBfCtR6uB9lgeipTa6oayufww2EqlOrQeEo6v04Qwk4Mi`\׉	 7cassandra://0r94QCOaEHVP9R9ugB4t9MacdnePotyhs6ddFIXjBQQ`̹׉	 7cassandra://2RsQKaZ-vm8VQ7k4MbndrDxTo63ZM47a30QPtMzpPDwx͠`Q~>ט  Zu׉׉	 7cassandra://v92XRCYMBOxpaghUaAiRoO8bvDzDTuVSrLyoLV1yqmA z`׉	 7cassandra://losQQ1_VVxpe2baIvPDihmn2cOxJUUAuSptSdkBMpsQ>X`\׉	 7cassandra://9HhU9nKOWwpGWCW8Up2lN4iiQo2eN_0_PtBFnX8vcXs`̹׉	 7cassandra://cFgnL5KGV2O9aJ9hEEAfWECjZAw-7ISzbjmj-rGIar0R4͠`Q~>ޒנ`Q~> ]̋9ׁHmailto:academy@ictrecht.nlׁׁЈנ`Q~> с9ׁHhttp://ictrecht.nl/fgׁׁЈ׉EICTRecht Academy
Trainingsoverzicht januari - april 2021
4
Dinsdag 12 januari & 23 maart 2021
Contracteren: de verdieping (6 PO)
Contracteren in de ICT vereist bijzondere aandacht, met
name waar het gaat om software. Van ontwikkeling tot
licentie en distributie en omgang met open source:
software ligt immers aan de basis van vrijwel alle
ICT-dienstverlening. Voortbouwend op de basistraining
worden de algemene aandachtspunten uitgewerkt en
nieuwe aspecten, zoals Agile ontwikkeling van software,
geïntroduceerd. U gaat niet weg tot u al onze praktijktrucs
kent!
https://bit.ly/30SjKfv
Dinsdag 26 januari 2021
Contracteren: de basis (6 PO)
Contracteren ligt aan de wortel van een groot deel van
het ICT-recht. ICT-contracten kennen verschillende types,
van softwarelicentie tot resellerovereenkomst en van
algemene voorwaarden tot mantelcontract. Elk contract
vereist algemene aandachtspunten (onder meer kwaliteit,
aansprakelijkheid, intellectueel eigendom, datatoegang,
continuïteit en persoonsgegevens) en daarnaast specifieke
aspecten.
https://bit.ly/38zlrTB
Donderdag 28 januari 2021
FG Newsflash | Live webinar
De ontwikkelingen op het gebied van privacy volgen elkaar
in rap tempo op. Duizelt het u als FG ook wel eens en vindt
u het lastig om in alle drukte zelf op de hoogte te blijven?
Of wilt u juist graag bevestiging dat u op de hoogte bent
van de belangrijkste ontwikkelingen? Volg dan onze FG
Newsflash en word op de hoogte gebracht van de belangrijkste
actualiteiten die voor u als FG in de praktijk relevant
zijn.
https://bit.ly/38C57Bh
6
Donderdag 28 januari 2021
AVG rechtspraak update | Live webinar (1 PO)
Laat u gedurende een uur bijpraten over de belangrijkste
privacy uitspraken, de essenties hiervan én de vertaalslag
naar de praktijk. Deze live webinar wordt verzorgd door
twee van onze privacy adviseurs. De insteek is praktijkgericht
en wij bieden ruimte voor u om vragen te stellen.
https://bit.ly/36wxw9c
Dinsdag 9 maart 2021
Privacy en persoonsgegevens: de basis (6 PO)
Wanneer is de AVG van toepassing, wat is een persoonsgegeven
en waar moet u rekening mee houden op privacygebied?
In deze dagtraining wordt de AVG op hoofdlijnen
uitgewerkt om zo het kader voor een zorgvuldige omgang
met persoonsgegevens te kunnen realiseren.
https://bit.ly/36qauRG
Dinsdag 16 maart 2021
Privacy en persoonsgegevens: de verwerkersovereenkomst
(4 PO)
De verwerkersovereenkomst is de juridische borging in
de relatie tussen een verantwoordelijke en een verwerker
in de omgang met persoonsgegevens. Vaak wordt hierbij
een standaarddocument gebruikt. De uitdaging is dit te
laten aansluiten bij de werkelijke situatie en de daarnaast
bestaande documenten.
https://bit.ly/2GXGZxQ
Dinsdag 6 april 2021
Privacy en persoonsgegevens: de verdieping (6 PO)
Privacywetgeving kent open normen en grijze gebieden.
Als jurist moet u deze kunnen identificeren en op een
deskundige en begrijpelijke wijze naar de praktijk kunnen
vertalen. Hierbij is diepgravende kennis over de relevante
technologie van groot belang. Tijdens de training leert u
onder meer over binding corporate rules, de verwerkersovereenkomst,
registers en de Functionaris Gegevensbescherming
(FG).
https://bit.ly/3nfVXOZ
38 ICTRecht in de Praktijk
׉	 7cassandra://0r94QCOaEHVP9R9ugB4t9MacdnePotyhs6ddFIXjBQQ`̹`Q~>C׉EOICTRecht Academy
Praktische kennis opdoen over de Europese privacywetgeving
(AVG)? Wellicht zijn de themadagen
binnen onze opleiding tot FG/DPO dan iets voor u!
Op een themadag wordt één specifiek thema behandeld. De trainingen zijn los afneembaar
en ook een op maat gemaakt pakket van losse trainingen is mogelijk.
Bestemd voor FG’s/DPO’s en iedere andere (juridische/niet-juridische) privacy professional.
25 maart 2021
Themadag FG en privacywetgeving
8 april 2021
Themadag soft skills
15 april 2021
Themadag verantwoordelijke en verwerker deel I*
22 april 2021
Themadag verantwoordelijke en verwerker deel II*
29 april 2021
Themadag security
*Deze themadag beslaat twee dagen. Om aan deel II te
mogen deelnemen, dient deel I gevolgd te zijn.
Onze maatregelen tegen Covid-19
Wij volgen de berichtgeving rondom
Covid-19 nauwgezet. Indien trainingen
niet op locatie kunnen plaatsvinden,
stappen wij over op online.
Kijk voor meer informatie op
ictrecht.nl/fg-opleiding
Heeft u vragen of wilt u meer weten?
Neem contact op met onze opleidingscoördinator
Britt Telleman via e-mail: academy@ictrecht.nl of
telefoonnummer: 020 663 19 41.
12 mei 2021
Themadag inventariseren en registreren
20 mei 2021
Themadag rechten van betrokkenen
27 mei 2021
Themadag datalekken
3 juni 2021
Themadag online marketing en cookies
Britt Telleman
Opleidingscoördinator
39
׉	 7cassandra://9HhU9nKOWwpGWCW8Up2lN4iiQo2eN_0_PtBFnX8vcXs`̹`Q~>D`Q~>CZבCט   Zu׉׉	 7cassandra://guTyOueZpZvAwl8LV5nGEju5BPruZGNqDFne-IeaBqMjG` ׉	 7cassandra://h4eB7V3nHruju0VquBNMzq1G5P0QAsdzVhljTmMyDMYc`\׉	 7cassandra://wIaaYMVAyimt409JsO0S6kLh2te2lJ0NrtVeCguqJMI`̹׉	 7cassandra://B-F1gejWylgqjNyIgY0kj82XQ3kGt_6pUVfKBsOLhHc1F͠`Q~>׉E׉	 7cassandra://wIaaYMVAyimt409JsO0S6kLh2te2lJ0NrtVeCguqJMI`̹`Q~>E׈E`Q~>F`Q~>EZ, -ICTRecht in de praktijk-nummer 1-januari 2021`Q+E
, U