׉?ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://NXGKT1Ao0hPySeF4Qp4a8xQ__KlFPIDQsQlaqW4zMec `׉	 7cassandra://G-zyjdhCIZ_0BA62u-Tzs09V6e2i2ehon2n2BBFKa8kQ`u׉	 7cassandra://szVjvgPAGaBlDtqA02cY9PGePk1VvB9dwqlKHxGS0Tg` es*d{ט   u׈   M^y  ׈Ees*dc׉E Uitgave van Radboudumc Centrum voor Oncologie
“De verwachtingen zijn
hooggespannen”
JEROEN JANSSEN
Een helende omgeving
voor patiënten
Krachtenbundeling
in Onco Oost
Hotline oncoloog en
apotheek verbetert
de zorg
׉	 7cassandra://szVjvgPAGaBlDtqA02cY9PGePk1VvB9dwqlKHxGS0Tg` es*ddes*dcבCט   u׉׉	 7cassandra://oXA_KpmMxy7Ovpro4Cr9cObqfdUP37vrum_xEl8VJ6o p`׉	 7cassandra://slYTMyTdcdMjXwWUKoLfFy4jUL33KR82zJcVHhV7m0U)`u׉	 7cassandra://b5bEK9CK4aioQf87ggTiVJcBuSV_iZTj1OIqTz-8_0sj` es*d׀ט  u׉׉	 7cassandra://uMulZLtayZp5Kx6F0r0Zb3KS_1DuVlkURtGzvfnsNV4 `׉	 7cassandra://TDxooCCmdnBtVUhR4c7WegbB7gNjL3PVTR9y-TSnA0oKC`u׉	 7cassandra://qxNZB85QSIwDEjYkutkW2-pnTnNqPcL2iOM3GOLz5fw` es*dׁנes*dׅ "̒9ׁHhttp://www.radboudumc.nl/reportׁׁЈנe^M)p    #BA9׉Hhttp://www.radboudumc.nl/reportG׉ׁ
default style נe_!)p   L"BB9׉Hmailto:oncologie@radboudumc.nlG׉ׁ
default style נe_l)p   "BA9׉H (https://www.linkedin.com/groups/4222228/G׉ׁ
default style נes*dׄ  ̋9ׁHmailto:oncologie@radboudumc.nlׁׁЈ׉Ecolofon
Redactieraad:
prof. dr. Bart Kiemeney
Carla Smits-Caris
Anneke Hulshoff MANP
dr. Ingrid Desar
prof. dr. Robert Takes
prof. dr. Camiel Rosman
prof. dr. Jan Bussink
prof. dr. Haiko Bloemendal
dr. Anniek van der Waart
drs. Marlies van der Meij
drs. Joost van Sluijters
Vormgeving en realisatie:
Capital Advertising
Tel: +31 - 73 613 30 30
Overname gegevens alleen toegestaan
met bronvermelding:
Radboud Report Oncologie
Correspondentieadres:
Radboudumc
Centrum voor Oncologie
Postbus 9101 (huispost 547)
6500 HB Nijmegen
Tel: +31 - 24 365 57 51
Email: oncologie@radboudumc.nl
www.radboudumc.nl/report
ISSN:
2468-3353
Een duurzaam magazine
Report bestaat enkel uit volledig
herbruik bare grondstoffen (het papier,
de inkt en hechtings materiaal), die
stuk voor stuk onderzocht zijn door
milieu-onderzoeks instituut EPEA. De
materialen zijn herbruik baar in nieuwe
producten of als voeding voor de
natuur.
׉	 7cassandra://b5bEK9CK4aioQf87ggTiVJcBuSV_iZTj1OIqTz-8_0sj` es*dg׉Evoorwoord
De luxe van hordes
De wereld lijkt in brand te staan. In Oekraïne wachten de in de haast tot
militair omgeschoolde leerkrachten en ICT’ers op het aangekondigde
lente-offensief. In Sudan is het zware leven nog uitzichtlozer geworden
door twee militairen met bedenkelijke ambities. In Jemen woedt al zo’n
zeven jaar een oorlog met immense humanitaire gevolgen. Maar die komt
al jaren niet eens meer op het 8-uur Journaal, net zoals het menselijk leed
in Afghanistan, Syrië en Democratische Republiek Congo ons netvlies niet
eens bereikt. Terwijl in Congo toch zo’n 5 miljoen mensen op de vlucht
zijn door 20 jaar gewapende conflicten. En veel dichter bij huis hebben
we onder meer de stikstof-, toeslagen-, aardbevingsschade-, opvang-,
huisvestings- en arbeidsmarktproblematiek. Ze vallen natuurlijk in het
niet bij de geopolitieke problemen elders in de wereld. Maar we mogen de
gevolgen voor de direct betrokkenen niet bagatelliseren.
Maar gelukkig is er altijd ook goed nieuws…
Ikzelf word binnenkort, eindelijk, opa. Hoe mooi is dat? En binnen de
gezondheidszorg begint een nieuwe wind te waaien, aangewakkerd
door het Integraal Zorg Akkoord. Uniek daarbij is dat alle stakeholders
hun handtekening hebben gezet onder vele afspraken over belangrijke
onderwerpen die de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar
moeten houden. Over de regionale samenwerking leest u in dit REPORT.
Zelf ben ik ook bijzonder gecharmeerd van de afspraken over preventie.
Eindelijk krijgt het onderwerp écht aandacht. Natuurlijk zijn er nog
immens veel hordes te nemen. Maar laten we met ons allen blij zijn dat
we die hordes mogen en kúnnen nemen. Voor hetzelfde geld zaten we
bloednerveus in een schuilkelder.
Bart Kiemeney
׉	 7cassandra://qxNZB85QSIwDEjYkutkW2-pnTnNqPcL2iOM3GOLz5fw` es*dhes*dgבCט   u׉׉	 7cassandra://qlxiSuChqEgzvaOuHdd1xBi29qSXCLZWf_OmePKA4Es B`׉	 7cassandra://Ud5bjb61ylzUrWH4E_Jy2F-RWDQlym7v0RpG-1SWMac=`u׉	 7cassandra://D7THQnkFPG9n_d5k1ZcNXyT16wRYYlc929oIF9udTPc` es*d׆ט  u׉׉	 7cassandra://rUFuxmwyVNBhbWTCHrMSLVLDp3ykRki_cbLp8Oe-izE 1`׉	 7cassandra://CGOSZDq8fFsBc0Yxf-VcSwOmmue_1bhvpw-896vKnGoX!`u׉	 7cassandra://uFjFtbl1RF1_411Hld2Bgm8ryhxftINReqNAC5bFWUY` et*dׇ׉EB“Een zeldzame
kanker krijgen
betekent nog te
vaak dubbel pech”
CARLA VAN HERPEN
Kort
Report
In elke Report berichten we breeduit
over grote onderzoeken, grote
doorbraken en grote inzichten. Maar
er is altijd ook kort, laatste nieuws.
Dat vindt u hier. Boeiende berichten,
vers van de pers.
04 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://D7THQnkFPG9n_d5k1ZcNXyT16wRYYlc929oIF9udTPc` es*di׉ERKoninklijke
onderscheiding voor
Carla van Herpen
Prof. dr. Carla van Herpen ontving
op Wereld Kankerdag uit handen
van de Nijmeegse burgemeester
Hubert Bruls een koninklijke
onderscheiding en mag zich nu
niet alleen hoogleraar zeldzame
kankers noemen, maar ook
Officier in de Orde van OranjeNassau.
De Kanselarij, die over
onderscheidingen gaat, stelt dat
personen die benoemd worden
tot Officier met hun bijzondere
verdiensten vaak een landelijke of
zelfs internationale uitstraling of
betekenis hebben. Dat klopt hier
zeker. Carla van Herpen werkt
veel en intensief samen met
organisaties die zich bezighouden
met kanker, zoals IKNL, KWF,
Hanarth Fonds, Radboud Oncologie
Fonds en patiëntenverenigingen
in binnen- en buitenland om
meer aandacht te vragen voor
onderzoek naar zeldzame kankers.
Dat is nodig, zo benadrukt zij
keer op keer, want patiënten met
zeldzame kankers hebben helaas
een veel slechtere overlevingskans
dan patiënten met frequenter
voorkomende tumoren. Dat heeft
niet alleen te maken met een vaak
latere diagnose, maar ook met
het feit dat er minder adequate
therapieën voorhanden zijn en er
minder klinische studies worden
opgezet.
Alle aandacht voor zeldzame
kankers is essentieel en deze zeer
terechte onderscheiding kan daar
ook weer aan bijdragen.
Tijdige diagnose PHTS
erg belangrijk
PHTS is een zeldzame erfelijke
aandoening die slechts bij 1 op
de 200.000 mensen voorkomt.
“Vaak wordt het syndroom door
zijn zeld zaamheid laat herkend,”
weet klinisch geneticus Janneke
Schuurs van Radboudumc, dat het
Nederlands PHTS-expertisecentrum
is. “Die late herkenning is nadelig
voor de patiënt, omdat het syndroom
vaak gepaard gaat met goede- en
kwaadaardige tumoren. Je wilt de
diagnose dus vroeg stellen om deze
mensen vervolgens extra goed te
kunnen screenen. Vrouwen met
PHTS hebben een verhoogd risico
op borst- en baarmoederkanker en
voor mannen en vrouwen is er een
verhoogd risico op schild klierkanker
en darmkanker.” Schuurs benadrukt
daarom nog eens dat een vroege
diagnose van het PTEN hamartoom
tumorsyndroom, kortweg PHTS,
essentieel is en niet heel complex.
Schuurs: “Deze patiënten hebben
eigenlijk in alle gevallen een
vergrootte schedelomtrek. Als ze
daarbij ook bobbeltjes op de tong
krijgen en een vergrootte schildklier,
is het heel verstandig deze
patiënten door te verwijzen voor
genetisch onderzoek. Hoe eerder
we de diagnose kunnen stellen,
hoe eerder we kunnen screenen
op kwaadaardige tumoren en hoe
beter de kansen bij een behan deling.
Daarnaast kunnen we ook de familie
van de patiënten dan bij de controles
gaan betrekken. We hebben voor
mannen en vrouwen met deze
genetische afwijking strikte
controleadviezen die afgestemd zijn
op de leeftijd en het geslacht.”
DARE-NL
Nieuwe celtherapie en gentherapie
zijn veelbelovende behandelingen.
Veel patiënten zijn na de therapie
voor een langere tijd ziektevrij;
sommige mensen genezen zelfs
helemaal. Vooral voor patiënten die
niet veel behandelopties hebben,
kunnen deze therapieën een nieuw
perspectief bieden. De nieuwe
cel- en gentherapie strategieën zijn
echter weliswaar in studies vaak
veelbelovend, maar bereiken in te
veel gevallen de patiënt nooit. Dat
komt doordat kennis erover vaak
gefragmenteerd is over diverse
academische ziekenhuizen, doordat
de wet- en regelgeving rond deze
medicijnen vaak erg complex is, er
weinig ervaring met de registratie
is en er bijvoorbeeld ook een tekort
is aan specialistisch getraind
personeel. Al deze knelpunten
kunnen alleen opgelost worden als
de onderzoekers en producenten,
maar bijvoorbeeld ook de
industrie, patiëntenorganisaties,
zorgverzekeraars en de overheid
hun krachten bundelen. Dat
gebeurt nu onder de naam DARENL.
Immunoloog dr. Harry Dolstra
van het Radboudumc is één van
de initiatiefnemers en is er nauw
bij betrokken. Hij verwacht de
beschikbaarheid van celtherapie
en gentherapie te verbeteren. “Het
platform brengt alle kennis en
kunde op het gebied van cel- en
gentherapie samen in één nationale
infrastructuur. DARE-NL is een
kennisnetwerk, een platform voor
grondstoffen en technologieën,
en het zorgt ervoor dat patiënten
gebruik kunnen maken van cel- en
gentherapie.”
׉	 7cassandra://uFjFtbl1RF1_411Hld2Bgm8ryhxftINReqNAC5bFWUY` es*djes*diבCט   u׉׉	 7cassandra://yHEx6clcxZdMm2XyR_1kYKs9Q9r7oBujxSH_J_IoB3o GO`׉	 7cassandra://Vd31DI5wlgCWYTPkalDiKNfd4XdAo0AVKwMwzfCu37sW`u׉	 7cassandra://K7iwEm6TwOzNsawZnr5Izi9Dt8ePK9AikbuFafxzAlsk` et*d׊ט  u׉׉	 7cassandra://WxQgn3Lhpz0WsJIkyFbpBF9oXpw0_wk5wG4ttvGsbl8 `׉	 7cassandra://XVrb5x3MOiyj7QFfXaTvHGvXQvvKgORWVYTjwo_zC7Ubk`u׉	 7cassandra://M6n_nrLllWlY0L6IsCPz6mhRJSQ3ImbUL0Rsi1bND4w` et*d׋׉ENieuwbouw Radboudumc biedt oncologiepatiënten
Een helende
omgeving
We weten allemaal dat gebouwen je ziek kunnen maken; het ‘sick building
syndrome’. Radboudumc weet dat het omgekeerde ook kan. Het creëerde
met haar nieuwbouw een helende en stressverlagende omgeving. Overal
wordt de link met de natuur gezocht én gevonden. Daarnaast draagt
het gekozen kleurenpalet bij aan een natuurlijke oriëntatie en volg je
overal het ritme van de dag door de grote hoeveelheid daglicht die
binnendringt. In de nieuwbouw die vorig jaar gereed kwam, vinden we
alleen nog maar eenpersoonskamers, waardoor patiënten meer privacy
ervaren. Door alles wat uit het zicht kan blijven achter panelen weg te
werken, is rust gecreëerd. Dit allemaal helpt bij de genezing.
IRIS HOBO
Design manager
׉	 7cassandra://K7iwEm6TwOzNsawZnr5Izi9Dt8ePK9AikbuFafxzAlsk` es*dk׉EfGroen
Design manager Iris Hobo, die
eindverantwoordelijk was voor de
uitstraling van de nieuwbouw, weet
uit de literatuur dat ‘groen zien’
helpt bij het beter worden. Ze heeft
nadrukkelijk niet gezocht naar
exotisch groen, maar rond Nijmegen
gekeken wat er groeit en bloeit. We
zien daadwerkelijk planten en zelfs
bomen in de nieuwbouw. Maar op
patiëntenafdelingen kan het groen niet
zomaar naar binnen gebracht worden.
Hier prevaleert de hygiëne. Gelukkig
blijkt dat gevisualiseerd groen de
stress ook verlaagt. Dat is veelvuldig
toegepast en vaak gecombineerd
met natuurlijke materialen zoals
eikenhout. Wie rondloopt op de
patiëntenafdelingen ziet strakke,
rustige ruimtes, die nooit steriel ogen.
Kiertje
Bij het ontwerp van het nieuwe
gebouw hebben licht en zicht de vorm
van het gebouw bepaald. Overal kun
je naar buiten kijken en zelfs midden
in het gebouw wordt het licht naar
binnen gehaald via een Atrium. Licht is
belangrijk voor de oriëntatie. Daarom
zien we overal grote glaspartijen. Je
krijgt het gevoel van het dagritme. Het
is belangrijk voor patiënten dat hun
bioritme niet verstoord raakt bij hun
genezing. Daarnaast is frisse lucht
belangrijk voor het genezingsproces.
Daarvoor is een simpele, maar toch
unieke oplossing gevonden: in de
patiëntenkamers kan het raam op een
kiertje worden gezet. Doordat, waar
dat mag, ook veel echte planten zijn
geplaatst, wordt de lucht ook op die
manier verbeterd.
Rond
Over alles, werkelijk alles in deze
nieuwbouw is nagedacht. Zo liggen
spreek- en onderzoekkamers bijna
altijd aan de gevel, waardoor er
daglicht is. In deze kamers staat een
spreektafel die gedeeltelijk rond is,
waardoor de arts niet tegenover de
patiënt zit, maar zij samen om de
tafel zitten. Het lijken allemaal kleine
details en dat zijn het ook, maar samen
bepalen ze absoluut de sfeer. Niets is
aan het toeval overgelaten.
Radboud Report Oncologie 07
׉	 7cassandra://M6n_nrLllWlY0L6IsCPz6mhRJSQ3ImbUL0Rsi1bND4w` es*dles*dkבCט   u׉׉	 7cassandra://H7ftSJIPOqpsUoEsu2F0uj2owUwCiHXtLDnxc-4duIg `׉	 7cassandra://V7BY1C8B5d3V5K8PR6HXkpcICsho6YZ_Rcjz_5rI5so``u׉	 7cassandra://GmM3NW6vrG0lkaOS39EO0P7yE7RuicnzWxuUFc_G9uUI` eu*d׍ט  u׉׉	 7cassandra://wzpZcZlUeaqnAZvntydbMeJFmya0VgUmVfPvE4ul4Ng `׉	 7cassandra://vOKTJOtfQe7XgRGJ9Ewf43U4ET8o3WAIY40fpWE5JIcR`u׉	 7cassandra://SlGAzC0Jeg759zSG4xprTJ7UU76vieK74aFwF7I7tuk` eu*d׎׉EAl voor de bouw startte zijn er kamers nagebouwd
waar de processen konden worden nagespeeld.
Ontwerpfouten kwamen zo direct aan het licht en de
opmerkingen van de verpleegkundigen, artsen, expatiënten
en specifieke doelgroepen als slechtzienden
en rolstoelgebruikers werden meegenomen in het
definitief ontwerp.
Laag vijf
Onze speciale aandacht gaat uiteraard naar laag
vijf van de nieuwbouw, waar de afdeling medische
oncologie te vinden is. We zien ruim opgezette
patiëntenkamers met voor bezoekers een bank die
ook een bed blijkt te zijn, zodat een mantelzorger
kan blijven slapen. Het raam kan inderdaad open en
hoewel we weten dat er veel medische apparatuur
aanwezig is, blijft die onzichtbaar. We zien veel
aardetinten, die door de ontwerpers zijn ingebracht
om hier te aarden. Door de ruime opzet kan de
patiënt ook op de kamer revalideren. Verder vinden
we op deze laag ontmoetingsplekken. De ontwerpers
noemen het de Stepping stones in het helingsproces
van de patiënt. U mag denken aan een ruime lounge
waar je met meerdere mensen kan zitten, maar ook
samen kan eten en aan de buitenzijden twee kleine
huiskamers. We zien in de ene drie mensen een
spelletje spelen, in de andere kijkt men tv.
Glimlach
Als we de verschillende verdiepingen bezoeken, van
de kelder waar de medewerkers zich omkleden, tot
aan de stafafdelingen op de bovenste verdieping, valt
nog iets anders op. De natuurprinten die we overal
zien, die de stress moeten verminderen en de focus
en concentratie juist moeten vergroten, veranderen
met de verdiepingen mee. Op de begane grond vinden
we de waterlelies en grassen en de natuur loopt
door naar boven tot aan de kroon van de bomen.
Een ander detail, dat zeker geen rust geeft, maar wel
een glimlach, zijn de namen van de vergaderkamers
in het gebouw. Het zijn allemaal vogelnamen en
ze zijn toegekend aan de kamers op basis van de
hoogte waarop de vogels vliegen. Vogelaars weten dat
vergaderzaal ‘Arend’ zich dus hoog in het gebouw moet
bevinden.
08 Radboud Report Oncologie
Bedrog
Als we patiënten en bezoekers
aanspreken en bevragen naar hun
ervaring, dan zijn die zonder meer
positief. Men roemt met name de
warmte die het nieuwe gebouw
uitstraalt. Men waardeert het vele
groen en rept over tapijt en zachte
gordijnen. Het bijzondere is: die
zijn er niet. Natuurlijk hadden de
ontwerpers dergelijke materialen
graag toegepast, maar de hygiëneregels
van een ziekenhuis zijn
onverbiddelijk. Dus wordt er nu
gebruikgemaakt van gezichtsbedrog.
De tapijten zijn geprint op een
materiaal dat goed te reinigen is. En
de gordijnen lijken wel gemaakt van
zachte stof, maar ook dat is een print op
gladde stof die op hoge temperatuur te
wassen is.
De visie van Radboudumc is helder en
krachtig: ‘to have a significant impact
on health and healthcare‘. Artsen,
onderzoekers en verpleegkundigen
zijn daar dagelijks meer dan druk
mee. Het is fantastisch dat ze dat nu
in een omgeving doen die daar haar
eigen steen aan bijdraagt.
׉	 7cassandra://GmM3NW6vrG0lkaOS39EO0P7yE7RuicnzWxuUFc_G9uUI` es*dm׉EDrie vragen aan
Internist-hematoloog dr. Jeroen Janssen
Directe zorg is mooi, maar je
moet ook ontwikkelen naar de
toekomst
Jeroen Janssen kwam afgelopen jaar van het VU medisch centrum naar Radboudumc. Terug naar
zijn roots na bijna 40 jaar studeren en werken in Amsterdam. Als jongetje van twee lag hij in 1968
in het ziekenhuis en later zat hij hier op school. Nu is hij er twee dagen in de week en werkt hij
één dag thuis. Zijn focus ligt daarbij op onderzoek, maar hij wil ook een mentor zijn voor de jonge
ploeg van de afdeling Hematologie. “Daarnaast wil ik helpen met het ontwikkelen van nieuwe
onderzoeksprotocollen en de onderzoekers hier helpen om een internationaal podium te vinden.”
Drie vragen voor Janssen om zijn ambities in beeld te brengen.
(1)
Drie dagen klinkt weinig ambitieus
Wellicht de belangrijkste reden dát ik naar Nijmegen ben
gekomen, is dat ik hier drie dagen in de week kon werken.
Ik heb namelijk nóg een ambitie. Ik ben al vanaf 2010 aan
het broeden geweest op een app die de Succes-agenda vol
met briefjes vervangt die veel hematologen hadden. Sinds
2017 is daar de Hematology app voor beschikbaar. Een
gratis app met alle actuele informatie die je als hematoloog
vandaag de dag nodig hebt. Maar bijvoorbeeld ook
met risicocalculators en de meest actuele diagnostische
criteria. Ik werkte daar al één dag in de week aan, maar
wilde daar twee dagen van maken. Ik wil daar namelijk
een educatieve module aan toevoegen en interviews met
mensen die artikelen gepubliceerd hebben in de vorm
van podcasts. Daarnaast wil ik de ingewikkelde biologische
processen die aan de basis staan van hematologie en
bloedcelontwikkeling in beeld brengen met animaties.
Dat vraagt tijd en die krijg ik nu.
Maar een arts wil toch voor patiënten zorgen?
Dat wil ik graag, maar de zorg die ik lever is altijd heel
acuut en eist veel van je. Zoveel dat het onderzoek daar
vaak als eerste onder lijdt. Als arts heb ik met name
aandacht voor Acute Myeloïde Leukemie (AML) en daar
valt nog enorm veel te winnen. Op dit moment overlijdt
de helft van mijn patiënten nog. En boven de 65 bijna
iedereen. Ik kan me nu volledig gaan focussen op die
patiënten en hen beter proberen te maken, wat helaas te
vaak niet lukt, maar ik kan ook onderzoek opzetten om
(2)
straks honderdduizenden patiënten
beter te maken. Dat laatste doe ik
graag. We starten nu een hele grote
HOVON-studie, samen met de AML
Studien Gruppe uit Ulm en het SAKK
in Zwitserland. Daarbij vergelijken we
bij 650 patiënten de standaardbehandeling
met een behandeling waarbij
we ook Venetoclax toedienen. De
verwachtingen zijn hooggespannen.
Alles lijkt op zijn plek te vallen
Dat klopt. De app is werkelijk een
succes en wordt wereldwijd 25003000
keer per maand gebruikt,
waarvan de helft in Nederland. Ik kan
hem met steun van de farmaceutische
industrie, die ik om unrestricted
educational grants vraag, verder
ontwikkelen. Tegelijkertijd kan ik
hier in Nijmegen nu meer onderzoek
doen terwijl ik minder werk en heb
(3)
ik hier twintig meter verderop een
‘top of the bill’ laboratorium zitten
waar ik me verder kan verdiepen in de
moleculaire basis van de hematologie.
Ik zit hier echt op mijn plek.
Radboud Report Oncologie 09
׉	 7cassandra://SlGAzC0Jeg759zSG4xprTJ7UU76vieK74aFwF7I7tuk` es*dnes*dmבCט   u׉׉	 7cassandra://J-i6vAdK5tbGEYvCoPUcnOTuW9SKcXAyx7CpFmTVKVc ܠ` ׉	 7cassandra://SPrdgRPv-Ue2zO37Yg6ceTcJYIKNkRW4SB8sKp3-O8o^`u׉	 7cassandra://wSqvFvagLQkkkV-yD_-B5MQgnaWqPA13LPEM-rKlJTU` eu*dבט  u׉׉	 7cassandra://l6IM5y-9F_Xjsv_FH_P2Alc207Bs3V2VxqA5AjWdM0c t`׉	 7cassandra://xGwcK-YxVT0ENsvOVOvI4XWMhnZeZM4Wl0qG-mXH-5gbk`u׉	 7cassandra://5JeuutX6K5FIk2vnxe7nMZKlDvGN8MfOGpu62OhwopI0` eu*dג׉EOnco Oost; krachtenbundeling voor de beste zorg
Ook voor onderwijs
en onderzoek biedt
krachtenbundeling voordelen
We zien steeds meer patiënten, steeds meer
innovaties en steeds gespecialiseerdere zorg. Dat
vraagt om een sterk regionaal oncologisch netwerk
waarbinnen intensief, open en gelijkwaardig
wordt samengewerkt. Dat netwerk is er nu: Onco
Oost. Bernhoven, Canisius Wilhelmina Ziekenhuis,
Jeroen Bosch Ziekenhuis, Maasziekenhuis Pantein,
Radboudumc, Radiotherapiegroep, Rijnstate,
Slingeland Ziekenhuis en Ziekenhuis Gelderse
Vallei begrijpen dat samenwerken het antwoord is
op de ontwikkelingen in de oncologie. Zij hebben
nu een samenwerkingsovereenkomst getekend.
In de komende drie jaar wordt de samenwerking
operationeel volledig ingevuld. Dat zal zorgen voor
betere zorg en meer onderzoek. Maar ook voor
verdergaande specialisatie. De eisen vanuit het
Integraal Zorgakkoord (IZA) worden hiermee adequaat
ingevuld.
Onontkoombaar
Tijdens het Comprehensive Cancer Network Symposium
in oktober 2022 was het algehele gevoel onder zowel de
kleine tweehonderd bezoekers als de zeven sprekers:
netwerkvorming in de regio op het gebied van oncologie
is onontkoombaar. Ook de grote lijnen over de weg daar
naartoe had eenieder scherp voor ogen. De basis voor
alles moet de verbinding op tumortypes zijn. Maar in oktober
werden ook alle hindernissen die genomen moeten
worden nog expliciet genoemd. Die gaan over juridische
verantwoordelijkheid, financiering, transparantie en met
name ook het delen van data. Prof. dr. Haiko Bloemendal,
internist-oncoloog en voorzitter van het Centrum voor
Oncologie van Radboudumc: “Die hindernissen zijn in de
tussentijd zeker nog niet allemaal weggenomen,
maar alle partijen zien de noodzaak en hebben
hun handtekening twee maanden later al gezet.
Nu zetten we de schouders eronder. Er ligt een
plan en ook een planning. In de periode ‘23-‘25
moet alles verder vorm krijgen. Maar ook nu al
zijn er tumorspecifieke netwerken in onze regio.
Denk aan het Longkankernet en het Schildkliercarcinoom
netwerk. Ook zijn er samenwerkingen
op het gebied van pancreascarcinoom, borstkanker
en darmkanker. En voor nagenoeg alle
tumorsoorten zijn er regionale multidisciplinaire
overleggen.”
Uitdaging
De uitdaging is helder: door de vergrijzing groeit
het aantal oncologische patiënten elk jaar met
twee procent, terwijl de capaciteit van de zorg
door personeelsgebrek afneemt. Nieuwe, vaak
dure geneesmiddelen zorgen daarnaast voor een
extra kostenstijging. In 2040 verbruikt de oncologische
zorg naar verwachting 14% van het totale
zorgbudget. Bloemendal: “Het antwoord daarop
is passende zorg die we leveren in netwerken.
Daarbij willen we optimaal transparant zijn.
We moeten in kaart brengen wie welke expertise
heeft en zorgen dat de zorgverleners vooral dát
doen waar ze écht goed in zijn. Dat betekent dat
ziekenhuizen zich verder zullen gaan specialiseren.
Voor patiënten kan dat betekenen dat ze
soms voor een deel van de behandeling naar een
ander ziekenhuis moeten, maar we zullen ook
niet aarzelen om juist de arts te laten reizen naar
de plek waar de patiënt is. We kiezen sowieso
voor waardegedreven zorg. Zorg georganiseerd
op basis van de behoeften en voorkeuren van de
patiënt zelf”.
10 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://wSqvFvagLQkkkV-yD_-B5MQgnaWqPA13LPEM-rKlJTU` es*do׉ENetwerken als Onco Oost hebben
betrekking op de tweede- en
derdelijnszorg. Bloemendal wil
daar de patiënten en eerstelijnszorg
vanzelfsprekend ook bij betrekken:
“We willen samen werken aan
de beste en toekomstbestendige
oncologische zorg”
PROF. DR. HAIKO BLOEMENDAL
Internist-oncoloog, voorzitter van het Centrum
voor Oncologie van Radboudumc en voorzitter
dagelijks bestuur oncologienetwerk Onco Oost.
Prioriteit
Bloemendal geeft aan dat de eerste prioriteit van Onco Oost
nu het afstemmen en verder ontwikkelen van zorgpaden
is. Waar nodig over de grenzen van ziekenhuizen heen.
“Hiervoor moeten we een regiobureau oprichten dat in staat
is voor elk tumortype het netwerk optimale ondersteuning
te bieden. Daarnaast werken we aan regionale samenwerking
op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en biobanken
en willen we vereenvoudiging van data-uitwisseling
tot stand brengen met alle ziekenhuizen in de regio,” zo
verklaart Bloemendal. “Met al die maatregelen samen gaan
we garanderen dat kankerpatiënten in Oost-Nederland de
beste oncologische zorg krijgen, ongeacht in welk ziekenhuis
ze hun zorgtraject zijn gestart. Komt een patiënt in één
van de ziekenhuizen voor een bepaald type kanker, dan
is de aanpak en behandeling hiervan in alle ziekenhuizen
hetzelfde. Het streven is uiteraard om oncologiepatiënten
zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te behandelen. In
veel gevallen kunnen patiënten behandeld worden in het
eigen vertrouwde ziekenhuis en zij zullen dan voor een
specifieke ingreep of behandeling naar een gespecialiseerd
ziekenhuis in het netwerk worden verwezen. Voor alle duidelijkheid:
dat gespecialiseerde ziekenhuis is niet automatisch
Radboudumc. We krijgen tal van specialisten in het netwerk
en iedere patiënt met kanker kan expertzorg krijgen. Door de
vergaande specialisatie kunnen we de volumenormen, die
ons terecht opgelegd worden, gemakkelijk halen.”
Radboud Report Oncologie 11
׉	 7cassandra://5JeuutX6K5FIk2vnxe7nMZKlDvGN8MfOGpu62OhwopI0` es*dpes*doבCט   u׉׉	 7cassandra://qX4VOivp3mXSLYMwpZDEqHn5atuH_Q7zE7Dg3IOXBRM O$`׉	 7cassandra://qpwcXV-JhHqApkgIdhrTP2-JAze_EmAtdiQruBcYK8oTv`u׉	 7cassandra://6qy38boQF04QacyzhC2v-Sjv0AooitM2fdwxTllBvQk` ev*dהט  u׉׉	 7cassandra://Os8-uzA4VAhlc8QJD5za-x7UGiGBVQehhaFt_MKQgGw `׉	 7cassandra://OR_XqECvZfnrkak06kU9UEYSDy59KNILg0I9akeicDEe`u׉	 7cassandra://lu2AyaPc84DSWvm-Lug0fp8Og-aZVPLZARC5lkTUF-E` ev*dו׉E6Door reviews komt expertise breed beschikbaar
Hotline
oncoloog
en apotheek
verbetert
de zorg
In de oncologie gaat het om kwetsbare patiënten en vaak zware
medicijnen. Geen wonder dat de oncoloog regelmatig een beroep doet
op de ziekenhuisapotheker om de voor te schrijven medicatie optimaal
op de patiënt af te stemmen. Het contact tussen oncoloog en apotheker
is binnen Radboudumc de laatste zes jaar geoptimaliseerd met een
Oncovraagbaak; een digitale postbus en hotline, waar de vragen van de
oncoloog verzameld en beantwoord worden. En er gebeurt meer: de meest
voorkomende vragen zijn verzameld en de antwoorden daarop vertaald in
twee grote reviews in de Lancet Oncology. Zo kunnen ook oncologen in de
regio, in het land en zelfs in de wereld gebruikmaken van de expertise die
hier is opgebouwd.
Ziekenhuisapotheker Loek de Jong (l)
wordt als expert oncologische
geneesmiddelen veel geraadpleegd
door Ingrid Desar (r). Eline Giraud (m)
verzamelde de meest voorkomende
vragen om de antwoorden daarop breed
in het netwerk beschikbaar te maken.
12 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://6qy38boQF04QacyzhC2v-Sjv0AooitM2fdwxTllBvQk` es*dq׉E!Specialisatie
Ziekenhuisapotheker Loek de Jong:
“We zien binnen de opleiding van
ziekenhuisapothekers een duidelijke
verandering, waarbij men aan het
einde van de opleiding inhoudelijk
differentieert. Men kiest een
specialisatie, zoals bijvoorbeeld
medische oncologie. Doordat wij aan
onze kant dergelijke gespecialiseerde
ziekenhuisapothekers hebben en de
oncologen aan hun kant de weg naar
ons als geneesmiddelexpert gevonden
hebben, werkt de oncologievraagbaak
hier binnen Radboudumc perfect.”
Internist-oncoloog dr. Ingrid Desar:
“Of wij nu kiezen voor chemotherapie,
hormoontherapie, doelgerichte
therapie of immunotherapie; in alle
gevallen is er sprake van medicatie.
We kunnen nu digitaal, maar ook
telefonisch contact zoeken met de
apotheek als zich afwijkende of
complexe gevallen voordoen.”
Lever
Desar noemt als voorbeeld patiënten
met een zeer slechte nier- en/of
leverfunctie: “Chemotherapie wordt
door de lever gemetaboliseerd. Zo
wordt de therapie actief en gaat
deze zijn werk doen. Maar ook het
afbreken van de therapie gebeurt
in de lever of in de nieren. Mensen
met slecht functionerende nieren
of lever hebben bij sommige typen
chemotherapie daarom te voorziene
problemen. Dus als ik bepaalde
typen chemotherapie voorschreef
bij mensen met een slecht functionerende
lever, belde ik vroeger
automatisch de ziekenhuisapotheker
voor raad. Inmiddels hoeft zelfs dat
niet meer, aangezien deze informatie
nu beschikbaar is gemaakt in een
behandelprotocol dat rechtstreeks
afstamt van ons Lancet Oncology
review.”
Radboud Report Oncologie 13
׉	 7cassandra://lu2AyaPc84DSWvm-Lug0fp8Og-aZVPLZARC5lkTUF-E` es*dres*dqבCט   u׉׉	 7cassandra://jnP3hsLyBw0vjo0E73Ay3Hrzfmv2gLDrLmEu43zuyJQ 
`׉	 7cassandra://B9sK-QIkfqFPjA-Fg6sO0DbYVVsjC7xl0oVKaiJToI0N`u׉	 7cassandra://e-J-Ip9qqSVeMM9x3ZTR6Feh24BnCmNzMDqMLvjFHMM` ev*dחט  u׉׉	 7cassandra://bTZGnazPdPgB3BXZnZDgdDoWNijcq21HHyGcruv79s4 h`׉	 7cassandra://hfKpuaKiXxTW3HR4CkAVxL7pTf96Wo0kbfVobeepRBsW`u׉	 7cassandra://dTXI2azp4xzVjzYIKFtR_Fn9wRzSt7kchdprnb7ftrw` ev*dט׉EVHandvatten
Apotheker-onderzoeker Eline Giraud: “Er zijn natuurlijk
vragen zoals deze die we met grote regelmaat terug zien
komen binnen de Oncovraagbaak. Die vragen hebben we
verzameld en de antwoorden daarop gebundeld tot een
aantal handvatten voor oncologen. In het geval van patiënten
met lever- en/of nierfunctiestoornissen hebben we een
grote review geschreven met doseeradviezen.” Ingrid Desar:
“Achter ieder moederprotocol zit nu een link die verwijst
naar de tabel die bij deze lever- en nierproblemen hoort.
Ik kan dan zien of dat al voldoende informatie geeft om
vooruit te kunnen. Meestal is dat wel zo, maar soms heb je
twijfels en bel je alsnog even. Maar ook als ik behoefte heb
om gewoon even inhoudelijk te sparren bel ik. Je moet soms
risico’s nemen en dan wil je ook ruggespraak houden.”
Out of the box
De ziekenhuisapothekers hebben een reputatie waar het gaat
om ‘out of the box’ denken. Eline Giraud: “Een oncologische
patiënt werd behandeld met Vandetanib, waarvan bekend is dat
het kan zorgen voor een verlengd QTc-tijd interval en daarmee
potentieel ook voor ernstige hartritmestoornissen. Deze patiënt
ontwikkelde inderdaad een verlengd QTc-tijd interval en we
weten dat Vandetanib extreem lang in het bloed aanwezig blijft.
Wij hebben toen gekeken hoe we het enzym CYP3a4, dat ervoor
zorgt dat Vandetanib opgeruimd wordt, konden beïnvloeden
en Vandetanib zo snel mogelijk het lichaam uit konden
krijgen. Uiteindelijk hebben we een tuberculose geneesmiddel
gevonden dat dit als kenmerk heeft, waardoor na 5 dagen het
QTc-tijd interval van de patiënt al was genormaliseerd.
QTc-verlenging
Er zijn meer van dergelijke handvatten ontwikkeld op
basis van vaak voorkomende vragen, leren we van Eline
Giraud. “Oncolytica kunnen als bijwerking QTc-tijdverlenging
hebben, een vertraging van de elektrische
signalen in het hart. Dat kan in sommige gevallen leiden tot
hartritmestoornissen. Veel van de geneesmiddelen die in
de oncologie gebruikt worden kunnen QTc-tijd verlenging
veroorzaken, welke veel kankerpatiënten regelmatig
gelijktijdig gebruiken. Daarnaast zijn er bij kankerpatiënten
ook vaak andere risicofactoren aanwezig die het risico hierop
kunnen versterken. Die combi maakt dat zij een risicogroep
vormen voor het ontwikkelen van hartritmestoornissen.
Hier kwamen veel vragen over. We hebben daarom een
overzicht gemaakt van geneesmiddelen in de oncologie die
dit kunnen veroorzaken. Maar we hebben ook aangegeven
hoe je daar, als je zo’n geneesmiddel voorschrijft, mee om
moet gaan. We vertellen waar je aan moet denken bij het
voorschijven én monitoren.”
Review
Ingrid Desar: “Je ziet dat de kennis die hier in huis is
opgebouwd op deze manier ook beschikbaar komt voor
andere ziekenhuizen. Niet alleen de ziekenhuizen in de
regio, waarmee toch al regelmatig overleg is, maar ook
ziekenhuizen in de rest van Nederland én het buitenland.”
De Jong: “Daarom blijven we kijken of we de antwoorden op
andere veel voorkomende vragen niet ook moeten bundelen
in een review. Bijvoorbeeld die over de interactie tussen
oncolytica en zelfzorg kruidengeneesmiddelen.”
14 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://e-J-Ip9qqSVeMM9x3ZTR6Feh24BnCmNzMDqMLvjFHMM` es*ds׉ETUNE
Kruiden
Ingrid Desar: “Wij hebben daar vaak vragen over. Bedenk:
sommige kankerpatiënten zijn de wanhoop nabij en krijgen
dan van iedereen dingen aangedragen die goed zouden
zijn: van vitamine C tot Sint-Janskruid of Echinaforce.
Ik krijg mensen op mijn spreekuur die een hele zak met
supplementen meebrengen die door derden geadviseerd
zijn. Aan ons dan de vraag of het samen kan gaan met de
chemotherapie.” De Jong: “Dat zijn complexe vraagstukken,
ook omdat er heel veel verschillende producten zijn.
En we weten dat we alert moeten zijn.” Desar: “SintJanskruid
bijvoorbeeld, kan bij de reguliere behandeling de
medicijnspiegels tot 30% verlagen en de behandeling dus
heel veel minder effectief maken. Maar het kan ook zijn dat
bijwerkingen versterkt worden door deze supplementen. In
de ‘about herbs’-app kunnen we al een indruk krijgen, maar
dit komt met regelmaat terug en ik hoop dus ook op een
review op dit punt.”
Oncolytica worden in veel
gevallen in een vaste dosering
voorgeschreven. Of patiënten nu
oud, jong, dik of dun zijn. Terwijl
we weten welke hoeveelheid we
in het bloed willen zien om goede
effectiviteit te hebben en onder
welke spiegel we willen zitten
om zoveel mogelijk bijwerkingen
te voorkomen. Binnen het door
KWF gesteunde TUNE project
worden geneesmiddelspiegels
in het bloed bij patiënten
bepaald om tot een optimale
dosering te komen. Ook voor de
berekeningen die daarvoor nodig
zijn is de ziekenhuisapotheker
de aangewezen deskundige.
De implementatie van deze
infrastructuur wordt vanuit het
Radboudumc nationaal uitgerold.
O-team
De Oncovraagbaak heeft zijn waarde bewezen in de
afgelopen jaren en zal dat blijven doen. Hoe goed
de huidige samenwerking tussen oncologen en de
ziekenhuisapothekers in Radboudumc is, ervoer De Jong
ook bij één van zijn initiatieven: het O-team. “Als apotheker
zit je vaak achteraan in het proces. Na een MDO komt er
dan na rijp beraad een recept dat daarna aan de apotheek
wordt aangeboden. Als laatste schakel. Maar dan heb je
soms allerlei vragen en wil je weten of men over zaken heeft
nagedacht. Je werkt reactief. Wij wilden met het O-team
proactiever zijn en eerder bij de behandeling betrokken
worden. Dus hebben we als apothekers gegevens in het
elektronisch patiëntendossier geselecteerd, die mogelijk
aandacht van de apotheker nodig hebben bij de medicatie.
We keken daarbij naar afwijkende labwaarden, zoals de
lever- en nierfunctie, in combinatie met het voorschrijven
van een kankermedicijn. Zo konden we op eigen initiatief
al adviseren. Maar de praktijk leerde ons dat we weinig
interventies hebben gedaan. We werden enkel bevestigd in
het feit dat de Oncovraagbaak werkt. Want we worden vaak
al geconsulteerd nog voor het recept wordt uitgeschreven en
zagen dat de tabel al heel goed gevolgd wordt. Dat is mooi.”
Pakweg 15 jaar geleden legde ziekenhuisapotheker prof.dr.
Nielka van Erp de basis voor de Oncovraagbaak door een
onderzoekslijn oncologie binnen de apotheek op te starten.
De intensieve samenwerking die daaruit ontstond leidde
zes jaar geleden tot de Oncovraagbaak. Ingrid Desar: “Die
brengt ons als oncologen betere zorg, efficiëntie, maar ook
eenduidigheid.”
Sint-Janskruid kan de
medicijnspiegel met 30%
verlagen.
Radboud Report Oncologie 15
׉	 7cassandra://dTXI2azp4xzVjzYIKFtR_Fn9wRzSt7kchdprnb7ftrw` es*dtes*dsבCט   u׉׉	 7cassandra://C353Tu5mJJACXc5klMESW2QnZcvMRqoLtjiXA_ipN_g k`׉	 7cassandra://4ZUi_EFRFQzm9hBCMiLzFn-WFGNaISctfPfxp30TSmsk`u׉	 7cassandra://kYkgqSjJENsmYH_4TmhDz5B5BYfd23_mVQXMmHTUdBg4` ew*dךט  u׉׉	 7cassandra://BAsJrIAf68LB6yv6Gc67A9mAbAoOvetTBv-XzgmJlqM r`׉	 7cassandra://t6WMWLdLDoQwXCU1DdYYn5-PEuYAsh38Sy5p2IPDe3IX`u׉	 7cassandra://yZZ_KdAsP2HbsqToqGG_cCHOCGDUya6M6DRJKFPabac` ew*dכנew*dם V̡9ׁHhttp://www.nazorgkeuzehulp.nlׁׁЈ׉EOnderzoek naar andere aanpak nazorg
patiënten hoofd-halskanker
Patiënt beslist over
controle afspraken
We weten van bijna alle hoofdhals-tumoren dat als ze na behandeling
terugkomen, dit bijna altijd binnen anderhalf jaar gebeurt. Daarom
onderzoekt arts-onderzoeker drs. Cecile van de Weerd hoe zinvol het is om
patiënten ook na die anderhalf jaar om de 3 tot 6 maanden terug te laten
komen voor controle. Dat gebeurt nu. Patiënten komen gedurende vijf jaar
na de behandeling volgens een vast schema op controle. “Dat kan stressvol
zijn voor patiënten en als je die stress kan voorkomen, zal de kwaliteit van
leven voor deze patiënten waarschijnlijk toenemen, zo is de gedachte,”
vertelt Van de Weerd.
Binnen haar promotieonderzoek vergelijkt ze patiënten die anderhalf jaar
na hun behandeling wél en niet op controle blijven komen. Patiënten mogen
hierbij zelf kiezen of ze willen doorgaan met de controles. Ze kijkt naar hun
kwaliteit van leven, naar hun angst dat de ziekte terugkeert en het verschil
in kosten, maar ook wordt in de gaten gehouden of tumoren mogelijk
later ontdekt worden als patiënten ervoor kiezen om met de standaard
controleafspraken te stoppen en alleen te komen bij klachten
of vragen.
Mogelijkheid bieden
Cecile van de Weerd: “We hebben in de landelijke data van de
kankerregistratie gezocht naar relevante gebeurtenissen waar wij patiënten
bij controles op onderzoeken. Dat zijn terugkerende tumoren in het
hoofdhalsgebied die we met enig succes kunnen behandelen. Daaruit komt
het beeld naar voren dat die tumoren eigenlijk alleen in de eerste anderhalf
jaar na de behandeling gevonden worden. Daarbij kent het gebied waar we
het over hebben heel veel functionaliteiten. Dus als daar, ook na anderhalf
jaar, iets zou groeien, dan merk je dat gauw. Dan word je bijvoorbeeld hees
of krijg je slikproblemen. Vooronderzoek heeft inderdaad geleerd dat de
zeldzame recidieven die na anderhalf jaar nog optreden vrijwel altijd door
de patiënt zelf gesignaleerd worden vanwege klachten en zelden of nooit
bij een routinecontrole door de arts gevonden worden voor er symptomen
zijn. Dat gaf ons het idee om de patiënt de mogelijkheid te bieden na
anderhalf jaar te stoppen met de periodieke controles. Men kan zichzelf
dan monitoren en een controleafspraak maken indien er klachten zijn die
kunnen passen bij een recidief of indien de patiënt om andere redenen
ongerust is. We garanderen dat de patiënt in zo’n geval op korte termijn
terecht kan op de polikliniek.”
Juiste beslissing
“Controles zijn er om dingen te vinden die
we kunnen behandelen en dan een goede
uitkomst geven,” vertelt Van de Weerd. “Wat
we na anderhalf jaar vinden, zijn voornamelijk
uitzaaiingen en daar kunnen we meestal niet
veel aan doen. Daarom geven we patiënten nu
een keuze. Direct na de behandeling vertellen we
dat al. Patiënten vragen we ook om voordat de
keuze gemaakt gaat worden al eens zelf of met
anderen onze keuzehulp te gebruiken. Die staat
op www.nazorgkeuzehulp.nl en helpt mensen
bij het nemen van de voor hen juiste beslissing.
Daarna volgt dan het gesprek met de arts. De arts
kan in dat gesprek overigens ook aangeven dat
het voor een specifieke patiënt juist wél goed is
om op controle te blijven komen. Maar de patiënt
is in dit gesprek in ieder geval goed geïnformeerd
en kan een bewuste keuze maken. Wil de patiënt
geen reguliere controles meer, dan geven we
goed aan welke klachten kunnen passen bij een
recidief en waar men dus op moet letten.”
Minder stress
Van de Weerd betrekt in de komende jaren
tweehonderd patiënten bij haar onderzoek.
De verwachting is dat een groot deel van de
patiënten die de routinecontrole na anderhalf
jaar laat lopen minder stress en een hogere
kwaliteit van leven ervaart. Voor de zorg
betekent het ook iets. We zien dat er steeds
meer kankerdiagnoses worden gesteld en dat
patiënten een steeds langere overleving hebben.
Beide getallen zullen verder stijgen en dat
trekt een zware wissel op patiënten én op het
ziekenhuis. Het na anderhalf jaar vervangen van
de periodieke controles, door controle op afstand
en onderzoek op verzoek, is dus niet alleen een
antwoord op de stress die sommige patiënten
rond de onderzoeken ervaren. Het kan ook een
antwoord zijn op de zware belasting van de zorg.”
16 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://kYkgqSjJENsmYH_4TmhDz5B5BYfd23_mVQXMmHTUdBg4` es*du׉EEDe economie van de hoop
Column
Omdat het naar verluid duurzamer was en
we allemaal van het gas af moeten, besloot
ik in de aanbouw van ons huis geen radiator
maar een pelletkachel te plaatsen. Toen Poetin
Oekraïne binnenviel en de North Stream-leiding
explodeerde, trok ik me steeds verder terug in
de aanbouw: ik ging geen last van die stijgende
gasprijzen krijgen en gooide als tevreden stoker
elke twee dagen een zak pellets in mijn snorrende
kachel. Tot de pellets op waren. Wat bleek: half
Nederland stookt inmiddels pellets. De vraag
overtreft het aanbod ruim en de prijs van pellets
was sinds mijn laatste aankoop ruim verdubbeld.
Maar, zo zei mijn brandstofhandelaar, hij had nu
ook Zweedse pellets en die gingen 8% langer mee.
Dat klonk me als muziek in de oren. Tot ik hoorde
dat ze 10x duurder waren…
Ik ging met Belgische houtkorrels naar huis. Ik ben
niet gek. Nee, maar wij wel. In de afgelopen tien
jaar is de vijfjaarsoverleving bij kanker gestegen
met 8 procentpunt. Dat zal voor een groot deel
op het conto komen van vroege opsporing door
betere beeldvormende technieken en deels door
nieuwe behandelingen en medicijnen. Aan de
kostenkant zien we een heel ander beeld: de kosten
voor de geneesmiddelen zijn in dezelfde periode
vertienvoudigd naar bijna 3 miljard euro per jaar. In
de economie van de hoop worden steeds meer en
steeds duurdere medicijnen voorgeschreven, die in
veel gevallen nauwelijks bijdragen aan een betere
kwaliteit van leven of een langere overleving. Dat is
zorgwekkend. Bij mijn pellets troost ik mij nog met
de gedachte dat de winters steeds warmer worden.
Het IKNL voorspelt in haar recente rapport ‘Kanker
in Nederland’ echter een hoop vrieskou: door de
dubbele vergrijzing stijgt in de komende 10 jaar het
jaarlijks aantal kankerdiagnoses van 118 naar 156
duizend.
Ik heb inmiddels ontdekt dat ik
de thermostaat op mijn kachel
best wat lager kan zetten en veel
oncologen vermoeden dat het ook
met het medicijngebruik best een
graadje minder kan. Onderzoek heeft
inmiddels aangetoond dat de werking
van sommige dure kankermedicijnen
gelijk blijft als we de dosering
halveren of er een ontbijtje bij eten.
De farmaceutische industrie wil
dergelijk onderzoek niet uitvoeren,
maar onafhankelijke onderzoekers
hebben met hulp van VWS en
de zorgverzekeraars onder meer
vastgesteld dat 6 maanden toedienen
van trastuzumab exact even goed
werkt als een vol jaar toedienen. Dat
is goed nieuws voor de portemonnee,
maar gezien de indrukwekkende lijst
aan bijwerkingen ook goed nieuws
voor de patiënt.
We gaan, zo voorspelt IKNL, een
oncologische ijstijd tegemoet. Daar
past een kritische kijk op nieuw op
de markt gekomen kankermedicijnen
bij. Academische onderzoekers en
de farmaceutische industrie hebben
vaak een goed huwelijk. Het lijkt goed
om in dat goede huwelijk eens flink
te stoken.
Joost van Sluijters
Radboud Report Oncologie 17
׉	 7cassandra://yZZ_KdAsP2HbsqToqGG_cCHOCGDUya6M6DRJKFPabac` es*dves*duבCט   u׉׉	 7cassandra://IK153pYTtTAZIdL0jfHKNhj2_paeStwRRY1bQSLz_I0  `׉	 7cassandra://Hbj06YXWKoFU6WlcTuGSmzqLU2bT_1W8eqwXiI6TuK8K`u׉	 7cassandra://8A0YnsZd_CgrJ4kCru_23dC-M_TtiRg47RUXCJqbM7I` ew*dמט  u׉׉	 7cassandra://Vm_MUJOB4udUbbXbPVs2kePD15XTkfE6HYZQxx5TIRk K`׉	 7cassandra://dm1_gJ19pqUQW1PsojMOqTBEzxsCiMO7TgQRTS9crbAak`u׉	 7cassandra://-fuCIBwqvJI9a9XxH-iRQoR-tczqjx-qJeKQ3Yhc918` ex*dן׉EProf. dr. Jeroen Hasselaar, over palliatieve zorg:
“Ongeneeslijk
zieke mensen
hebben veel
meer nodig
dan een arts
bij het bed”
“Bij palliatieve zorg denken we te vaak aan artsen en medicijnen. Maar lijden en sterven
zijn geen specifieke medische zaken. Het is iets puur menselijks en juist daarom wil ik
veel meer aandacht voor de sociale aspecten van zorg en welzijn. Er moet echt heel veel
meer gebeuren dan wat een arts kan doen. Patiënten willen zaken afronden, contacten
herstellen en afscheid nemen. En hun naasten willen overzien wat de gevolgen zijn. Ik
wil gaan onderzoeken hoe we de formele en de informele netwerken rond de patiënten
veel beter met elkaar kunnen integreren. Daarmee wil ik voor de patiënten en hun
naasten het leven in die laatste fase draaglijker maken,” aldus prof. dr. Jeroen Hasselaar.
Hij werd medio vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar Social Empowerment in
de Palliatieve Zorg aan het Radboudumc. Een leerstoel die tot stand kwam dankzij de
stichting Agora.
18 Radboud Report Oncologie
׉	 7cassandra://8A0YnsZd_CgrJ4kCru_23dC-M_TtiRg47RUXCJqbM7I` es*dw׉EOWissel
Hasselaar: “De vraag is hoe we de zorg zo in kunnen richten
dat mensen in de laatste fase van hun leven voldoende
ondersteuning kunnen krijgen. Die vraag is urgent, want
we zien een toenemende vergrijzing en een toename van
levensbedreigende of chronische ziekten. Daar leven mensen
ondertussen steeds langer mee. Op die manier groeit de groep
mensen die in een palliatieve fase zitten enorm. Dat trekt een
wissel op de zorg, maar ook op de omgeving. Patiënten zijn in de
eerste plaats gewoon mensen die zorgen hebben over wat ze niet
meer kunnen, niet weten hoe het met de familie verder moet,
soms de moed verliezen en die ook praktische vragen hebben
over bijvoorbeeld hulpmiddelen. Artsen en verpleegkundigen
voeren het gesprek daarover maar weinig. De sociale aspecten
van palliatieve zorg zijn nog steeds te weinig in beeld.”
Thuis
Hasselaar ervaart dat artsen en verpleegkundigen de sociale
dimensie van de palliatieve fase wel zien, maar dat ze niet
de tijd en middelen hebben om daar daadwerkelijk op te
acteren. “Ik denk daarom dat we als ziekenhuis de verbinding
moeten gaan zoeken. Er moet niet alleen verbinding zijn
tussen het ziekenhuis en de eerste lijn, maar ook verbinding
met de sociale context. Want zeker in de laatste fase van de
behandeling gebeurt er steeds meer thuis. Mensen worden
daar behandeld en sterven daar ook. We moeten daarom
bijvoorbeeld proeftuinen in gaan richten waarbij gemeenten,
sociaal werk, wijkverpleegkundigen en de huisarts aanhaken
op het informele zorgcircuit. De zorg en het sociale domein
zijn nog steeds twee gescheiden werelden. De financiering
verloopt via verschillende wetten en kanalen, waardoor het
niet makkelijk is om samen te werken en een stukje van de
zorg over te hevelen. Maar het is absoluut noodzakelijk, want
anders komt alle druk bij de mantelzorgers te liggen.”
JEROEN HASSELAAR
Bijzonder hoogleraar Social
Empowerment in de Palliatieve Zorg
aan het Radboudumc. De leerstoel
kwam mede tot stand dankzij Stichting
Agora. Hasselaar (1976) studeerde
Gezondheidswetenschappen aan de
Erasmus Universiteit en Toegepaste
Ethiek aan de Universiteit Utrecht.
Hij promoveerde in 2010 op onderzoek
naar de praktijk van palliatieve sedatie.
Veel ongeneeslijk zieke kankerpatiënten verlaten in de laatste
fase van het leven het ziekenhuis met te weinig informatie.
En met onzekerheid over verdere behandeling of palliatieve
zorg. De communicatie tussen zorgverleners en daarmee
ook de geleverde zorg is vaak niet optimaal en dat leidt
soms tot vermindering van kwaliteit van leven en nieuwe
ziekenhuisopnames die te voorkomen waren geweest, weet
Hasselaar. “Ik leid daarom een groot internationaal onderzoek
dat beziet of we de palliatieve zorg uit het ziekenhuis meer
thuis toe kunnen passen, zodat patiënten langer thuis kunnen
blijven, met meer kwaliteit van leven. Je wilt voorkomen dat
ze weer terug moeten naar het ziekenhuis. Wij moeten de
back-up en het expertisecentrum zijn, maar het accent ligt op
de zorg thuis. Hoe die zorg eruit moet zien en hoe we de daar
benodigde samenwerking organiseren, is de kernvraag van
mijn leerstoel.”
Radboud Report Oncologie 19
׉	 7cassandra://-fuCIBwqvJI9a9XxH-iRQoR-tczqjx-qJeKQ3Yhc918` es*dxes*dwבCט   u׉׉	 7cassandra://UTAythZw9xMlJRV5P1_EAshGhpB3bVbZ6wk8pWNTXgU `׉	 7cassandra://2Q0v9rjoNdynA2r9C1R7H-QMeOuTk4K_GaD7Cy8YTB8j`u׉	 7cassandra://C_OOPT12NujR1OA-5lGDjYv38ODYpXsu9-bmzAlbklg `` ex*dס׉E
Radboud Oncologiefonds verzamelt donaties voor
Nieuwe therapie met
afweercellen tegen ziekte
van Kahler
De ziekte van Kahler (Multipel Myeloom) is een
kwaadaardige woekering van plasmacellen in het
beenmerg. Een beenmergkanker die helaas bij de
meeste patiënten niet genezen kan worden. De
meeste therapieën zijn niet specifiek gericht tegen
deze kanker en geven veel bijwerkingen. Daarnaast
wordt in veel patiënten de kanker vaak ongevoelig
voor de behandeling wat leidt tot een gemiddelde
vijfjaarsoverleving van slechts 50%. Dr. Harry Dolstra
werkt met zijn team aan een nieuwe therapie tegen
Kahler, die specifiek de kankercellen met zogenaamde
T-cellen zal aanvallen en voor een langdurige
bescherming kan zorgen om terugkeer van de kanker
te voorkomen.
Katja Cardol loopt naar Santiago
de Compostela
“Bij mijn vader is de ziekte van Kahler vastgesteld.
Een nare en minder bekende vorm van kanker waar
nog veel onderzoek naar nodig is. Om daarvoor het
geld te verzamelen, ben ik te voet over de eeuwenoude
pelgrimspaden naar Santiago de Compostela gelopen.
Bijna 1500 km lopen en ook een stuk met de trein.
Zo wilde ik in eerste instantie 3000 euro ophalen,
maar uiteindelijk is het bijna het dubbele geworden.
Dat is fijn en belangrijk. Op de site van het Radboud
Oncologie Fonds kun je mijn blogs lezen en ook zien
wat je zélf kan doen om geld voor onderzoek tegen
kanker op te halen.”
Dolstra: “Ons afweersysteem is erg goed
in het aanvallen van lichaamsvreemd
materiaal, zoals een bacterie of virus.
T-cellen kunnen ook kankercellen zien
als lichaamsvreemd en deze aanvallen.
Dit maakt T-cellen goede kandidaten
voor therapie in kankerpatiënten. Om
de T-cel beter te leren welke cellen hij
precies moet aanvallen, kunnen we deze
genetisch modificeren in het laboratorium.
Dit proces zorgt ervoor dat we ze goed
trainen. Daarnaast zorgen we ook dat er
meer cellen komen. Maar tijdens dat proces
verouderen de cellen ook en worden ze
minder effectief. Binnen het laboratorium
Hematologie hebben we daarom een
methode ontwikkeld om deze veroudering
tegen te gaan. We hebben ook sterke
aanwijzingen dat deze T-cellen voor een
langdurige bescherming zouden kunnen
zorgen om terugkeer van de kanker te
voorkomen. De methode waarmee we de
veroudering remmen is erg hoopvol. Binnen
het project werken we dus aan de minder
snel verouderende T-cellen als therapie.
Door het combineren van twee verschillende
verouderingsremmers verwachten we een
superieur T-celtherapieproduct die de strijd
aan kan gaan met Kahler.
Dankzij meer dan 400 donateurs is het
onderzoek inmiddels gestart in het vertrouwen
dat ook de laatste benodigde euro’s worden
opgehaald. U kunt daarvoor zorgen.
׉	 7cassandra://C_OOPT12NujR1OA-5lGDjYv38ODYpXsu9-bmzAlbklg `` es*dy׈Ees*dzes*dy)Radboud report nr 1 2023eqM^y<: