׉?ׁB! בCט  +u׉׉	 7cassandra://DObR2u2VbS9V8oIFdn8OyNHAfJ6IrpXnPhPR4oGmyXs 6`׉	 7cassandra://XzUcauRAHULz45Trvo_0LOzlo4FoHg41-8eQjzoyzBE](`W׉	 7cassandra://8gVxaILric481K4qKxMWzPY_V3tymYzDPgw8dbqwuew#`̷ ׉	 7cassandra://e0JStMsio2mO0SSSa0qfzSX7M229pA0CJljlNz3YTSo *͠^ܫ7RNט   +u׈   D!P\  נ^ܫ7RN U̬9ׁHhttp://www.vriendennsm.nlׁׁЈ׈E^ܫ7RN׉E f50
jaar
VERENIGING VRIENDEN
VAN HET SPOORWEGMUSEUM
Vrienden
Dienst
JUNi 2020 NR 25
www.vriendennsm.nl
׉	 7cassandra://8gVxaILric481K4qKxMWzPY_V3tymYzDPgw8dbqwuew#`̷ ^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://-Xz38tPpzCMRJYnbjT-_WzGPf52XzXJEUIBc76KmV3s 7`׉	 7cassandra://x6lSJfaaI38M2HVUGoX8iAtkCCMtP-nsR8qt_wr4vD4`׉	 7cassandra://YyGF66chYYR753IAG6E4T02eN12StYk34ZrmIQb1n-g6C`n ׉	 7cassandra://rejCMvwDWvH5bMMTyhFRRPbDxdIiibmyd5NFJ10v_dYͭ(͠	^ܫ7RNנ^ܫ7RNÁ ^_̨9ׁH !mailto:bianca@bsonline-offline.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ^P̐
9ׁHhttp://www.bsonline-offline.nlׁׁЈנ^ܫ7RN n̱9ׁHhttp://facebook.com/vriendennsmׁׁЈנ^ܫ7RN ^́
9ׁHhttp://www.vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ̧̢9ׁHmailto:redactie@vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ̦̵9ׁHmailto:webmaster@vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ̾b̩9ׁHmailto:facebook@vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ^̬9ׁHmailto:redacteur@vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ^9ׁH )mailto:ledenadministrateur@vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN ^e̬9ׁH  mailto:secretaris@vriendennsm.nlׁׁЈ׉EgIndex
Colofon
Van de redactie
De Vrienden hebben zich verbonden
aan het Spoorwegmuseum!
Vereniging Vrienden van
VERENIGING VRIENDEN VAN HET SPOORWEGMUSEUM
Opgericht 26 mei 1970
BESTUUR
R. Weurding - Voorzitter
P.W. van der Vlist - Secretaris
M.J.C Bogaard - Penningmeester
F. Heijnen - Lid
F. Storm van Leeuwen - Lid
E.J. Numann - Lid
J.G.P. Van Dorp - Lid
D.A.H. Brandwagt - Lid
SECRETARIAAT
Kamperzand 13
1274 HK huizen
secretaris@vriendennsm.nl
De restauratie van RD 7659
LEDENADMINISTRATIE
Van Hogendorplaan 23
3332 JD zwijndrecht
ledenadministrateur@vriendennsm.nl
REDACTIE
Peter van der Vlist
redacteur@vriendennsm.nl
FOTO’S IN DE VRIENDENDIENST
Peter van der Vlist
Tenzij anders aangegeven
Facebook
Martijn Bijvoet | facebook@vriendennsm.nl
Website
Piet Meijer | webmaster@vriendennsm.nl
Digitale Vriendendienst
Rick Meijer | redactie@vriendennsm.nl
Bankrekeningnummer NL24 FVLB 0699 3103 18
T.n.n. Penningmeester Vrienden Spoorwegmuseum
www.vriendennsm.nl
facebook.com/vriendennsm
ONTWERP
www.bsonline-offline.nl
bianca@bsonline-offline.nl
DRUK
Drukkerij de Gans
Amersfoort
2
Coverfoto: De kop van Sprinter 2133, het beoogde museumtreinstel
Amsterdam Dijksgracht; 6 mei 2020
foto Kees Mooy
Locomotief 1501 tijdelijk
naar Spoorwegmuseum
Sprinter tweewagenstel
naar het Spoorwegmuseum
De kolenwagen is weer terug
Revisie motoren Blauwe Engel
Nummerplaat 1303 naar
Spoorwegmuseum
Onze droom (vervolg)
Prikbord
Activiteiten rond het jubileum
van de Vereniging
Herinneringen….…
20
21
Ledenvergaderingen en Vriendendagen 26
Projecten
30
34
38
42
44
45
46
47
48
3
4
het Spoorwegmuseum bestaat 50 jaar 8
Stoomtrein Katwijk Leiden
18
׉	 7cassandra://YyGF66chYYR753IAG6E4T02eN12StYk34ZrmIQb1n-g6C`n ^ܫ7RN׉E3Van de redactie
Voor zover u het nog niet heeft gelezen: de
Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum
bestaat dit jaar vijftig jaar. In dit jubileumnummer
van de Vriendendienst wordt daar uitgebreid bij stil
gestaan. Voor mij is het trouwens ook persoonlijk
een jubileumnummer: het is de 25e
Vriendendienst
waaraan ik na mijn start als redacteur in maart
2008 met veel genoegen heb gewerkt.
De voorbereiding van deze Vriendendienst heeft
wel enige tijd gekost. Maar volgens mij is het
resultaat er wel naar, hoewel dat natuurlijk een
subjectief oordeel is. De verschijningsdatum van
het eerste nummer van dit jaar was gepland op 30
mei, op vier dagen na vijftig jaar na de oprichting
van de Vereniging. Dat was een leuk idee maar
toen bleek dat als gevolg van de corona-ellende
vele aspecten van die voorbereiding vertraging
gingen oplopen is noodgedwongen gekozen voor
een latere datum.
En dan de inhoud. Het is een stevig nummer geworden
met een variatie aan onderwerpen. Uiteraard
wordt teruggekeken naar de afgelopen vijftig jaar.
Daarbij is gebruik gemaakt van wat er in die jaren
is gepubliceerd. En daarbij is De Brugrail dan weer
van belang, het mededelingenblad dat sinds 1990
verscheen. Informatie over de vereniging, maar
ook over het Spoorwegmuseum was een paar keer
per jaar te lezen in het blad dat lange tijd onder
redactie stond van Franz Ongering en later Franc
Marquenie. Ook de jaarverslagen en verslagen
van de ledenvergaderingen werden in De Brugrail
gepubliceerd en voor de samenstelling van deze
Vriendendienst is daar uitgebreid gebruik van
gemaakt. Met Franz Ongering en Franc Marquenie
kijk ik terug op hun periode als redacteur van De
Brugrail. Met Adriaan Pothuizen heb ik het over zijn
periode in het bestuur van de vereniging.
Als redacteur kun je natuurlijk alleen maar blij zijn als
je recente ontwikkelingen in het museum nog kunt
‘meenemen’ in het op stapel staande nummer van
de Vriendendienst. Wat te denken van de komst
van locomotief 1501 naar het museum: vijftig jaar
geleden kwam de serie van zes locomotieven bij
NS in dienst. Weliswaar niet voor lange tijd, maar ze
waren wel uiterst belangrijk bij het verhelpen van
het toenmalige materieeltekort. En dan Sprinter
2133. Dit treinstel zal als alles goed gaat als
vertegenwoordiger van het 45 jaar
geleden
gepresenteerde materieeltype Stads Gewestelijk
Materieel (SGM) naar het museum komen.
En dan is er natuurlijk nog het nodige te melden
over de restauratie van de RD en de pro blematiek
rond het redden van het TEE-treinstel. Ook wordt
u geïnformeerd over de aanschaf van het historische
zijnummerbord van de 1303. U leest er
allemaal meer over in deze jubileumuitgave van
de Vriendendienst.
Tenslotte wil ik op deze plaats een hartelijk dankwoord
richten aan het bestuur van de Goede
Doelen Stichting Nh1816. Zij hebben de uitgave van
deze speciale Vriendendienst financiëel mede
mogelijk gemaakt.
Zoals altijd,
met redactionele groet,
Peter van der Vlist
Met Nicole Kuppens,
Peter-Paul de Winter
en Richard Weurding
wordt vooruitgekeken. Welke toekomst zien zij voor
onze vereniging?
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
3
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://VJuA0XFpYNDx8u96dS1PQEjL6M0ZXzEPxOubJix_18Q L`׉	 7cassandra://FQm7ePsEf1SPrwjhp3zynGpe7Fp9T3t32VUaj9rsqiM `׉	 7cassandra://2B9ytlKgSQ1XWtMOzhB8sJd5UCntR7G-kRWizS7nXDUK`n ׉	 7cassandra://tIEXDuOI8KOQxvAVRl6tsthLhA3nRE0bSbSviijCuN8 G(͠	^ܫ7RN׉EDe Vrienden hebben
zich verbonden aan het
Spoorwegmuseum!
Dat is wel duidelijk gebleken. In mijn rol van redacteur van de Vriendendienst spreek in
haar kamer in de kantoorvilla van het museum met Nicole Kuppens (directeur van het
museum), Richard Weurding (voorzitter van de Vereniging) en Peter-Paul de Winter
(Hoofd Collecties van het museum). Terugkijken op de vijftig jaar wordt elders in deze
Vriendendienst gedaan, in ons gesprek in een ‘anderhalve meter opstelling’ hebben we
het over het heden en kijken we naar de toekomst.
Nicole benadrukt meteen de toch wel bijzondere
situatie: “In het zicht van het 100-jarig bestaan van
het Spoorwegmuseum zal dit altijd een bijzonder
jaar blijven. Dat heeft natuurlijk alles te maken met
de corona crisis. We zijn op 12 maart dicht gegaan
en we verheugen ons enorm op 1 juni. Toch is
alles anders. We hebben alles ‘anderhalve meter’
gemaakt. We moeten met andere ogen naar
ons museum kijken. Hoe kun je de bezoekers toch
prettig laten verblijven. Toch is het goed dat we
1 juni heropenen hoewel iedereen wel vooraf een
kaartje zal moeten reserveren. Dat geldt voor
alle attracties en musea. We hebben vele dagen
gehad met zo’n vier of vijf duizend bezoekers. Die
dagen zullen we voorlopig niet meer kennen.
Overal ‘anderhalve meter’ in je museum heeft
heeft veel gevolgen”.
Nicole Kuppens; directeur Spoorwegmuseum
4
Gevraagd naar haar kijk op de Vriendenvereniging:
“Ik denk dat het Spoorwegmuseum een groot
aantal belanghebbenden heeft en dat binnen dat
scala van clubs die dicht tegen het museum aan
zitten, de Vriendenvereniging het belangrijkst is.
Die staat het dichtst bij ons. De Vrienden hebben
zich verbonden aan het museum. We delen de
grote liefde voor het erfgoed, bij ons dan specifiek
gekoppeld aan de treinen. Ik herken bij de Vrienden
׉	 7cassandra://2B9ytlKgSQ1XWtMOzhB8sJd5UCntR7G-kRWizS7nXDUK`n ^ܫ7RN׉EWdie betrokkenheid bij het erfgoed,
maar ook de betrokkenheid
bij de verhalen. De verhalen,
de kennis van de spoorwegen,
zijn bij de Vrienden vaak van
kwalitatief hoog niveau. Er
is
zoveel kennis en daarom zijn de
Vrienden goede gesprekspartners.
Het zijn dierbare ambassadeurs
die veel plezier halen
in het museum, maar die ook
plezier scheppen in het positief
bijdragen aan het museum. We
zien dat Vrienden vaak komen,
ze zijn trots op het museum,
natuurlijk zien we dat ook aan
bijvoorbeeld de vriendendagen.
Die betrokkenheid blijkt ook uit de financiering
van bijzondere projecten. Op dit moment is het
mooiste voorbeeld de restauratie van het rijtuig
Plan D, samen met de Goede Doelen Stichting
Nh1816 en de BankGiroLoterij. Vrienden helpen waar
dat kan, door betrokkenheid of door geld. Elkaar
helpen waar dat kan”.
Richard Weurding zit nu bijna vijf jaar in de club.
Er worden herinneringen opgehaald aan het
telefoongesprek dat Peter-Paul en ik hadden met
Richard bij Peter-Paul thuis. Dat was het begin van
de poging Richard te interesseren in een bestuursfunctie.
Richard: “Bijna vijf jaar inderdaad. Ik kan mij
het begin goed herinneren. Ik was wel een beetje
verrast, natuurlijk was ik bereid om in het bestuur
te gaan zitten, maar van een voorzitterschap was
nog geen sprake. Misschien was het een te grote
stap in een keer. Maar goed, ik ben in het bestuur
gekomen en heb toen eerst gekeken hoe we de
vereniging weer op de rit konden krijgen. Het was
geen hosanna verhaal. Er waren grote zorgen
om de bestuurlijke continuïteit, inderdaad werd
al enige tijd gezocht naar een andere voorzitter.
Ook ik heb aan die zoektocht meegedaan, maar
we hebben niet iemand kunnen vinden die paste
in het door ons bedachte profiel. Toen heb ik mijn
vinger opgestoken. We moesten werken aan
een plan waarmee we de vereniging uit het dal
Richard Weurding; voorzitter bestuur.
omhoog konden trekken, de basis goed krijgen. Als
een vereniging zoals de onze gericht het museum
wil steunen dan heb je leden nodig. Met een goede
basis met leden heb je waarborgen voor continuïteit.
Ook waarborgen voor inkomsten. De trend is
omgebogen, we hebben ingezet op betrokkenheid
van de leden. We hebben gewerkt aan verbetering
van de communicatie. Naast de Vriendendienst
hebben we nu ook andere (social) media. De
Vriendendienst hebben we bewust gehouden, dat
is een goede keuze geweest. De ledenwerving is
verbeterd, ook door het organiseren van diverse
activiteiten.
Daarnaast is de verbinding met het museum
sterker. We zijn nadrukkelijker betrokken, ik heb het
idee dat we een toegevoegde waarde hebben. We
kunnen zien dat we niet alleen projecten steunen,
maar dat we ook meedenken. We hebben veel
kennis waar het museum van kan profiteren. Daar
hebben we op ingezet. We hebben er nu een paar
jaar aan gewerkt om dat voor elkaar te krijgen. We
hebben het lek nog niet boven maar we hebben
wel een opwaartse trend ingezet.
We zijn er dus nog niet, maar we gaan de goede
kant op. Het ledenaantal liet een neerwaartse lijn
zien, die is nu omgebogen. Eerst stabilisatie, maar
ik zie nu ook een lichte stijging. In dit jubileumjaar
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
5
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://5VZzR4wdJT7Toavv_Ws8mysNorAn_qcS7lE0WiEuMt0 `׉	 7cassandra://iZ1P6EL7Fz6U7oju_4F6vagiAlnjnR3XfOAwMRaD-5QZ`׉	 7cassandra://oMEs7L8TT7Wl_oXaySxjZmnwW1wBwapH8gnXwRZ-54sGK`n ׉	 7cassandra://_KgvcRdZ9iPa4AGCcKE6U_3D5YYjHr-a56q354C20P8 '$͠	^ܫ7RN׉EPeter van der Vlist; secretaris bestuur en redacteur Vriendendienst
hadden we vele activiteiten op de kalender gezet.
Maar we zitten in een bijzondere tijd, zoals Nicole
al zei. We hadden ons zaterdag 16 mei anders
voorgesteld, de familiedag. Maar die gaan we
zeker inhalen, wordt nu mei volgend jaar. We
hebben het jubileumjaar bewust verlengd: we
gaan door tot midden volgend jaar.
Wat betreft de ledenaanwas: die gaan we verder
uitbouwen. We gaan starten met het werven van
bedrijven, beginnen met een bedrijven netwerk.
Een nieuw terrein dus waar we concrete stappen
hebben gezet. De toegevoegde waarde voor
het museum wordt hiermee verder versterkt. We
moeten zorgen dat de vereniging fit blijft. We
moeten zorgen voor de juiste mensen aan
boord voor de komende jaren, de verjonging en
vernieuwing doorzetten. Het is ook heel belangrijk
dat de mensen die in de vereniging zitten het leuk
vinden. Als ik dit bijvoorbeeld niet met plezier zou
doen zou ik er mee ophouden. Ook de band met
het museum is aanmerkelijk beter, daar ben ik
trots op. Ik hoop dat we in de situatie komen dat
we als vereniging ook een stukje professionele
ondersteuning vanuit het museum kunnen krijgen”.
Zelf kan ik als redacteur ook over een langere
periode in het bestuur meepraten. Ik denk dat er
ten opzichte van het verleden van een kentering
sprake is: er wordt wel degelijk in positieve zin over
ons gepraat, bijvoorbeeld bij aankondiging van
lezingen. Dan is er ook van buiten belangstelling
maar ja, je moet wel lid worden. Dat levert dus
zeker leden op. We hebben onze plannen voor
6
het bewaren van het TEE-materieel ‘onze droom’
genoemd. Alleen al het er over hebben heeft veel
los gemaakt, hoewel die droom nu even stil staat.
Hoe ziet Nicole de relatie met onze vereniging: “Ik
noem dan meteen de verbondenheid. Kenmerkend
is de liefde voor de spoorwegen. Dat kan zijn de
liefde voor een bepaalde materieelserie of een
bepaald tijdperk. Of het arbeidsverleden, veel
leden hebben gewerkt bij de spoorwegen. Je bent
specifiek lid van de vereniging vanwege de
liefde voor het spoor. Iets hebben met treinen.
De Vrienden komen echt voor het spoor naar het
museum, de familie komt ook voor andere zaken
dan het spoor, die komen ook voor een dagje uit”.
Als Richard naar de vereniging kijkt: “Dan zie ik
natuurlijk spoorwegliefhebbers. Het kan zijn dat ze
bij het spoor gewerkt hebben. Toch is er vaak een
bepaalde fascinatie. Ik sta soms verbaasd over
de uitgebreide kennis die aanwezig is binnen de
Vrienden. Nicole slaat de spijker op zijn kop als ze
zegt dat al die kennis zich hier verzamelt, hier in het
museum. De Vrienden zijn gefascineerd door het
railgebeuren. Maar er is ook een sterke band. Er is
enthousiasme voor het museum. Het is de basis
van de vereniging waar we zuinig op moeten zijn,
we moeten de Vrienden aan ons blijven binden”.
Peter-Paul over zijn rol als Hoofd Collecties: “Die is
soms uitdagend. Zoals gezegd, er is zo’n enorme
schat aan kennis en ervaring binnen de vriendenvereniging
voorhanden en dat maakt het inderdaad
uitdagend om iedereen tegemoet te komen
׉	 7cassandra://oMEs7L8TT7Wl_oXaySxjZmnwW1wBwapH8gnXwRZ-54sGK`n ^ܫ7RN׉Emet de wetenschap dat niet alles mogelijk is.
Soms zijn de Vrienden erg betrokken bij bepaalde
materieeltypes. En ja, dan komen er vragen in de
ledenvergadering waarom de 6300 zo is weggestopt
en waarom de 3700 niet meer gaat rijden. De
stoomvragen worden trouwens wel steeds minder.
Maar belangrijk is dat ik kan terug vallen op de
aanwezige kennis”.
Door Richard wordt de betrokkenheid van PeterPaul
en uw redacteur nog eens onderstreept:
“Er zitten hier wel twee mensen die belangrijk
hebben bijgedragen aan het bewaren van
cultureel erfgoed. Toen het bewaarbeleid anders
was dan vandaag de dag is er via de Stibans
materieel bewaard gebleven dat nu ingestroomd
is in bestand van het Spoorwegmuseum. En dan
hebben we het nog niet gehad over treinstel 252
dat nu nog in Blerick staat en nog naar het museum
moet komen. Nu kunnen we ons als vereniging ook
bekommeren om nieuwe projecten, zoals nu dan
de RD. We hadden natuurlijk ook onze droom: het
bewaren van twee TEE-rijtuigen. Laten we zeggen
dat dit project nu even op een zijspoor staat, maar
misschien wordt er straks een wissel omgegooid
om weer op het hoofdspoor te komen”.
Richard is er trots op met het bestuur te hebben
meegedacht over de toekomstplannen van het
museum: “Die moeten natuurlijk nog verder worden
uitgewerkt, maar de contouren zijn helder. Wij willen
als vereniging in de toekomst daar graag aan
blijven bijdragen, niet alleen in denkkracht maar
ook met beschikbaar stellen van middelen om
alles mogelijk te maken. Ons museum is een top-10
museum, we zijn er trots op dat we als vereniging
daar bij mogen horen en dat we in de toekomst
daar aan mogen blijven meewerken. Samen
staan we sterk. Voor mij was dat meedenken
aan het toekomstplan van het museum een
mooi voorbeeld van die samenwerking: Vrienden
betrekken bij de toekomst ontwikkeling”.
Wat die toekomst betreft ziet hij ook op educatief
gebied nog mogelijkheden: “Niet alleen op het
gebied van het echte railvervoer. Ook op het
Peter-Paul de Winter, Hoofd Collecties Spoorwegmuseum
gebied van de veiligheid. Misschien moeten gaan
nadenken over het beter zichtbaar maken van de
beveiliging, misschien wel een live verbinding met
een centrale verkeersleidingpost. De toekomst
naar binnen brengen in het museum. Misschien
met een interactief programma”. Nicole vult aan:
“We hebben al het Techlab, een heel sprekend
voorbeeld van het interactief bezig zijn: hoe
ontwerp je een trein. Maar nieuwe voorstellen zijn
altijd welkom”.
Naar aanleiding van de betrokkenheid van de
Vrienden bij het toekomstplan vult Nicole aan:
“Ik vond het doodnormaal dat de Vrienden er bij
betrokken werden. Je bent onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Je hebt elkaar nodig. We hebben het
vanmiddag duidelijk gehad over waar we nu staan
en waar we naartoe willen. Misschien wordt alles
nu bepaald door de ellende van de corona, maar
met name de periode daarna is van belang. Laat ik
afsluiten met alle Vrienden te bedanken voor hun
steun en voor hun betrokkenheid. Ik hoop daarop
ook in de toekomst te mogen blijven rekenen”. n
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
7
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://Fq3Xyzhn0KjtVHqsr5317YKwsgREHBr-ZcDIDRHbwEs E`׉	 7cassandra://cqSTVXOA2ZThYlSJ4m4ws_JaWRMmJ3zaczFFMi-SX0o:`׉	 7cassandra://MFsKnHkdzGEeMLJSlGHgnnZD95NxksVYcYl0aHy8cIgA[`n ׉	 7cassandra://kdncxtnCoEEABPyaMkRxyfUPFSlHBz7LwYF7QhyvRvQ ,y0͠	^ܫ7RN׉EVereniging Vrienden van
het Spoorwegmuseum
bestaat 50 jaar
Op 5 maart 1970 stuurt G.J. Dorren (toenmalig Directeur van de N.V. Limburgse
Trammaatschappij) een brief aan Mej. Asselberghs in het Maliebaanstation. Een
brief waarin wordt gemeld dat de laatste jaren van toenemende belangstelling voor
de huidige verkeers- en vervoersproblematiek sprake is. Bij diverse personen is de
behoefte ontstaan nauwer bij het Spoorwegmuseum te worden betrokken. ’Het is zinvol
het initiatief te nemen om in samenwerking met een aantal gelijkgestemde mensen
te komen tot de oprichting van een Vereniging van Vrienden van het Nederlands
Spoorwegmuseum’.
Briefschrijver neemt aan “dat de directie van het
museum met de initiatiefnemers van mening is
dat dit streven een goede zaak dient en het de
moeite waard is er de schouders onder te zetten”
om te vervolgen met: “wij veroorloven ons beleefd
uw hooggewaardeerde persoonlijke medewerking
te vragen om samen met enkele prominente
persoonlijkheden op korte termijn de oprichting
van bedoelde Vereniging te helpen realiseren”.
Op het lijstje van die prominente persoonlijk heden
staan behalve G.J. Dorren ook H.H.
Bettonviel
Mej. Asselberghs is enthousiast
over
het
initiatief.
Zij
neemt
contact op met mr. dr. Ch.J.M.A.
van Rooy, de Commissaris van
de Koningin in Limburg (daar
aangeduid als Gouverneur), met
de vraag zitting te nemen in het
bestuur van de op te richten
vriendenvereniging.
Bekend was dat hij zich met
kracht
had
ingezet
voor
de
verbetering van de treinverbinding
van Zuid-Limburg met het
noorden. Ook de heer De Rooy is
enthousiast en de oprichtings8
(voorzitter
van de Nederlandse Vereniging van
Modelbouwers), prof. ir. B. van Bilderbeek (hoogleraar
TH Delft), J.H. Broers (voorzitter NVBS),
K. Heeren (directeur Technische School ‘Don Bosco’),
A.J.A. Spoorenberg (zakenman), mr. L.C.H. Veger
(jurist), F.C. Wieder (voorzitter Tramweg Stichting),
ir. B. Wilton (industrieel), mr. D. van Setten (voorzitter
KNVTC), dr. W.T. Kroese (Koninklijke Textielfabrieken
Nijverdal, ten Cate), ir. J.L. Bonebakker, mgr. M.A.
Jansen (Bisschop van Rotterdam) en H.G. Hesselink
(directeur N.V. Vervoer Mij de Noord-West Hoek).
׉	 7cassandra://MFsKnHkdzGEeMLJSlGHgnnZD95NxksVYcYl0aHy8cIgA[`n ^ܫ7RN׉Evergadering (die op 26 mei plaats vindt) wordt al
door hem voorgezeten.
In augustus 1970 wordt de oprichting van de
vereniging formeel bekrachtigd. ‘Wij Juliana, bij de
gratie Gods Koningin der Nederlanden, hebben op
de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i. van
12 augustus 1970 goed gevonden en verstaan: de
overlegde statuten der navolgende verenigingen
te erkennen, te weten…”. En als vereniging nummer
20 wordt dan de Vrienden van het Nederlands
Spoorwegmuseum, gevestigd te Utrecht, genoemd.
Het initiatief van een aantal ‘prominenten’
had dus geresulteerd in de oprichting van een
vriendenvereniging die per Koninklijk Besluit officieel
werd erkend. Zo ging dat toen. Voordat in 1976
Boek 2 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek werd
ingevoerd gold op grond van de Wet Vereniging
en Vergadering dat een vereniging alleen rechtspersoonlijkheid
had wanneer de vereniging bij wet
of KB was goedgekeurd.
Van het nieuwe bestuur wordt meteen veel
verwacht en niet iedereen is tevreden. In een
opzeggingsbrief (de eerste?) van 12 september
1972 meldt een lid “aangezien mij gebleken is dat
uw vereniging geen enkele blijk van activiteiten
aan de dag legt, geef ik u hiermee mijn wens te
kennen het lidmaatschap met ingang van 1 januari
1973 te willen beëindigen”.
Uit correspondentie naar aanleiding van de komst
van de CC 5022 van de vroegere Staatsspoorwegen
op Java blijkt dat in de ledenvergadering van
1982 wordt gemeld dat bij de komst van deze
Mallet-locomotief de heer F.Q. den Hollander nauw
betrokken is geweest. De voorzitter schrijft hem
“u heeft bij het proces van verwerving, transport
enz. van deze locomotief een actieve rol vervuld
en het past ons u daarvoor een eresaluut te
brengen”. Dank van de heer Den Hollander volgt
in een persoonlijke brief van 6 juli 1982 waarin hij
voorzitter Van Rooy en via hem de leden van de
Vereniging dankt voor hun betrokkenheid. Er staan
veel bedrijven ‘van naam en faam’ op de lijst van
donateurs. Er gaan keurige brieven uit met de
uitnodiging de bijdrage te betalen Zo meldt DAF in
juni 1976 netjes dat de administratie de opdracht
heeft gekregen het bedrag van 50 gulden over te
maken op de girorekening van de vereniging. Er
zijn veel busmaatschappijen (DVM, FRAM, NZH, VAD,
VSL, Centraal Nederland, GSM) maar ook spoor gerelateerde
bedrijven als Articon, Strukton, Welzenes
en Logitech. De contributiebedragen zijn relatief
bescheiden van omvang en schommelen tussen
de 50 en 500 gulden. In december 1992 maakt de
KLM per brief duidelijk dat ze de contributie van 25
gulden “zeker zullen overmaken, maar vanaf heden
het lidmaatschap opzeggen”.
De Brugrail
Van groot belang voor de communicatie met de
leden van de Vereniging is het mededelingenblad.
In 1981 was al een proef genomen met ‘VNS Nieuws
nummer 1’, maar daar is het bij gebleven. Natuurlijk
was er wel de jaarlijkse ledenvergadering, maar
een vast orgaan met meer mogelijkheden tot
berichtgeving was er niet. Dat verandert in april
1990, dit jaar dus 30 jaar geleden, als de eerste De
Brugrail verschijnt. Een mededelingenblad met
bijzonderheden uit de vereniging en het museum.
De redactie van De Brugrail wordt gevoerd door
F.C.J.M. Ongering in Voorburg. Het blad beoogt de
band tussen bestuur en leden te verstevigen. De
door Ongering bedachte naam duidt daarop: een
brug tussen hen die de (historische rail) een warm
hart toedragen. Voorlopig verschijnt De Brugrail
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
9
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://3nMBGZ4gcHUYq4Z9VEaljjapqeR9RlMEMN6xFW9poc4 e`׉	 7cassandra://efCKzWO5Xr5rT3s4g2FSJ6QjcBIsdfYQmx0t0f_7F80`׉	 7cassandra://b6EewVBGMwobOsIsVRcev5EtaVpscvn0wssNUPq9UT8A`n ׉	 7cassandra://NasWif2iNnM6D3Or1z6Kr2c5MiV0E0Bk6IoWdBT6P5k #{(͠	^ܫ7RN׉Etwee keer per jaar. Hieronder een greep uit de
inhoud van de vele jaargangen.
In het eerste nummer lezen we de uitnodiging
voor de jaarvergadering, nieuws uit het museum
en niet te vergeten de aankondiging van een in
het spoorwegmuseum te houden voordracht. Het
voorwoord in de eerste De Brugrail is van mr. dr.
C.J.M.A. van Rooy, de voorzitter van de vereniging.
Gemeld wordt dat “na een lange tijd van onderhandelen
en afwachten” het zover is: de staf van
het museum is verhuisd. Sinds 1 november 1990
huurt het museum het vroegere onderkomen
van Logitech, een ‘eigen pand’ op de hoek van de
Maliebaan en de Johan van Oldenbarneveltlaan.
Op termijn zal ook de bibliotheek in dit pand een
waardig onderkomen vinden.
Het bestuur van de vereniging bestaat op dat
moment uit mr. dr. C.J.M.A. van Rooy (voorzitter), mej.
M.A. Asselberghs (secretaris); W. van Lint (penningmeester);
J.H. Broers, drs. C.J.W. Gravendaal, mr.
H.E. Koning, P.A. Kranenburg en mr. A.A. Wedzinga.
De leden blijven kritisch wat betreft de financiën: in
de rondvraag van de vergadering van 23 mei 1992
wordt opgemerkt dat er geen juiste verhouding is
tussen de inkomsten uit contributies en de uitgaven
voor De Brugrail. Gevraagd wordt of het blad wel
echt nodig is. De voorzitter antwoordt dat dit een
al eerder besproken onderwerp is en dat toen is
gebleken dat De Brugrail in een behoefte voorziet.
Het blad wordt ook vaak gebruikt als middel om
het verslag van de ledenvergadering aan de leden
te sturen. Zo is bijvoorbeeld het nummer van mei
1994 vrijwel geheel gevuld met het verslag van de
ledenvergadering van 14 mei 1993 die plaatsvond
bij Talbot in Aachen.
Ter gelegenheid van zestig jaar stroomlijn (de
dieseldrie kwam in mei 1934 in dienst) wordt in het
najaar 1994 een tentoonstelling georganiseerd:
“Gestroomlijnd”. Al in 1934 realiseerde de directeur
een, wegens de toen geringe plaatsruimte, kleine,
maar selecte tentoonstelling. Met hulp van de
artistiek adviseur ir. H.G.J. Schelling werd een fraaie
reclame-ansichtkaart ontworpen. Het motief van
deze kaart zou later worden overgenomen als logo
van onze vereniging.
De Vrienden kunnen in een avondontvangst op 11
juni 1991 kennis maken met het nieuwe restaurant
‘De Blauwe Engel’ dat ‘De Blauwe Roemeen’
vervangt. Het is samengesteld uit de stenen
goederenloods van 1875 uit Nijverdal en de houten
goederenloods uit 1912 uit Roermond. De 3737 staat
er nu trots onder een glazen kap.
10
In maart 1996 meldt de redacteur van De Brugrail
dat met vereende krachten de kosten van de
uitgave van het blad omlaag zijn gebracht. Dank
aan het museum dat de floppydiscs met de
teksten maakt waardoor de drukkosten omlaag
kunnen. Dank ook aan penningmeester Van Lint
die met zijn vrouw zorgdraagt voor verpakken
en verzendklaar maken van het blad. Ook deze
bijdrage werkt kostenverlagend.
In september 1996 is er in De Brugrail ruim aandacht
voor het overlijden van mr. dr. Charles J.M.A. van
Rooy (1912-1996) die vanaf het begin voorzitter
van de vereniging is geweest. Zijn gezondheids׉	 7cassandra://b6EewVBGMwobOsIsVRcev5EtaVpscvn0wssNUPq9UT8A`n ^ܫ7RN׉E	toestand maakte het hem onmogelijk aanwezig
te zijn bij de ledenvergadering in Boekelo op 20
april van dat jaar. Op 11 juni was hij, daartoe in staat
gesteld door zijn dochter uit Hilversum, nog wel aan
de Maliebaan aanwezig in een bestuursvergadering.
Op 1 augustus is de heer Van Rooy overleden.
De redactie vraagt zich in hetzelfde nummer af
wanneer het 1000ste lid van de vereniging zich zal
aanmelden. Het aantal leden is namelijk opgelopen
tot 980. Helaas stagneert de groei momenteel. Hoe
groter de vereniging hoe beter het Museum kan
worden gesteund in het realiseren van de diverse
plannen. Behalve de overlijdensberichten zijn er
ook bedankjes van hen “die door de ongunst der
tijden gedwongen moesten mededelen dat betaling
van de contributie te bezwaarlijk werd”. Een
aantal leden verhuisde zonder het nieuwe adres
door te geven. Ook zijn er leden die verzoeken om
de contributie te betalen “zonder taal of teken”
te geven naast zich neerleggen en dus moeten
worden geroyeerd.
Op 18 oktober 1997 nemen twee bestuursleden deel
aan de najaars-Vriendendag van de Federatie van
Vrienden van Musea die wordt gehouden in het
Moluks Historisch Museum in Utrecht. Bestuurslid
Ongering heeft bij die gelegenheid met veel succes
een kort overzicht gegeven van de doelstelling en
de activiteiten van de Vereniging van Vrienden
van het Spoorwegmuseum. Tot op vandaag is
onze vereniging nog steeds lid van deze Federatie.
Het ledenaantal komt boven de 1000: aan het begin
van 1997 telt de vereniging 996 leden. in de loop
van het jaar komen er 70 nieuwe leden bij, naast
een vermindering met 51 zodat er een toename
van 19 leden is. De vereniging telt op 31 december
1997 1015 leden. Wanbetaling is de belangrijkste
reden voor de beëindiging van het lidmaatschap.
Wordt er in 1999 weliswaar geen beroep gedaan
op de Vereniging inzake aankoop of restauratie
van museumstukken, wel wordt de hulp ingeroepen
voor de uitgave van het boekje over het
Maliebaanstation. Op 15 juni verzamelen verschillende
bestuursleden zich in het kantoorgebouw
om gezamenlijk de meer dan 1000 exemplaren van
het boekje Station Utrecht Maliebaan van conservator
Lex van Marion verzendklaar te maken. Het
boekwerkje verschijnt in het kader van de tentoonstelling
‘Stationsarchitectuur in Nederland’.
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
11
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://9k42aWcjB3sGWEHsJDd4gaagZ8JXWv1PviTgbDXXx0o n`׉	 7cassandra://JR4uUACCliCQwhy_9UIbPca3EAHWKj8qvG1ALeZhshc `׉	 7cassandra://jtbUpyw6FCUMEO0iZ-89GBZHNOPyUC-zOBP_q8bjPigF`n ׉	 7cassandra://J1bM6t7pxNuTo3GChLltFIGauSGRS8-A_Bg604MuPuI (,͠	^ܫ7RN׉E
In De Brugrail van oktober 2001 wordt aangekondigd
dat F.J.M. Marquenie bereid is gevonden het
redacteurschap van de heer Ongering over te
nemen. Zoals dat in het bestuur wordt gecommuniceerd:
“de heer Marquenie is een zeer serieuze
persoon met elektronische eigenschappen”.
In september 2002 kondigt het Museum aan
voornemens te zijn de komende tijd voor de
Vrienden enige activiteiten te organiseren. Gedacht
wordt aan rondleidingen door het depot
inclusief een lunch. Normaal is het depot een
gesloten ruimte waar zich veelal boeiende curiosa
bevinden. Gedacht wordt aan een start vanaf
1 januari: verzamelen om 10.30 u, daarna inleiding,
rondleiding en lunch in de Blauwe Roemeen. Einde
rond 13.00 u. Maximaal 15 personen kunnen zich
aanmelden.
De redactie van De Brugrail denkt dat omdat in
de loop van 2003 ons museum voor een periode
van ongeveer twee jaar dicht zal zijn er ook voor
De Brugrail weinig te vertellen zal zijn. De redactie
stelt daarom voor dat in deze ‘komkommertijd’ de
leden de kans krijgen iets te publiceren. Er zijn vast
wel leden met een ruime kennis van de historie
van het spoor- en tramwegwezen in binnen- en
buitenland. Op die leden doet de redactie een
vriendelijk (doch dringend) beroep hun kennis aan
het papier toe te vertrouwen.
In april 2003 doet de redactie verslag van de
georganiseerde activiteiten. De eerste lezing (door
Bert Steinkamp) was boeiend, vele facetten van
de relatie overheid-spoor werden belicht. En die
relatie was niet altijd ‘koek en ei’. Spreker en de
organisatie namens het museum hadden meer
belangstellenden verwacht dan de nog geen twintig
leden die de weg naar het museum wisten te
vinden. Voor april staat een lezing door Arno Ooms
op het programma, voorzitter van de Nederlandse
Vereniging van Spoorweg Philatelisten met als
onderwerp (hoe kan het anders) ’De Nederlandse
Spoorwegzegels’. Ons Spoorwegmuseum heeft
een van de grootste collecties postzegels op het
gebied van Spoorwegen binnen Europa.
Overdracht van de voorzittershamer aan Henk Koning
In september 2003 is er dan de aankondiging
van de sluiting per 7 september voor de lang
verwachte grootschalige verbouwing. De deuren
gaan voor zeker anderhalf jaar dicht. Het museum
gaat zich voorbereiden een nieuw attractie te worden
op de dagrecreatiemarkt. De sterke kanten
van het museum worden dan gecombineerd met
de beste eigenschappen van een attractiepark.
Treinen in een decor, publiek in wagentjes langs,
over en onder de treinen en acteurs die de bezoekers
vermaken met verhalen over verre reizen met
o.m. de Oriënt Expres. Het Maliebaanstation wordt
gerestaureerd en de attracties worden ondergebracht
in een nieuw gebouw van ruim 10.000 m2.
Het streven is het museum weer te openen in het
voorjaar van 2005.
12
׉	 7cassandra://jtbUpyw6FCUMEO0iZ-89GBZHNOPyUC-zOBP_q8bjPigF`n ^ܫ7RN׉EcDe Vrienden hebben ter gelegenheid van het
75-jarig bestaan van het Museum weliswaar een
cadeau toegezegd, maar dat is er nog niet van
gekomen. Besloten wordt om het cadeau voor dat
jubileum te combineren met het grote cadeau in
2005 ter gelegenheid van de (her)opening van het
Museum. Uiteindelijk is de keuze van beide ‘partijen’
gevallen op de inrichting van de bibliotheek. Voor
dit project heeft de ledenvergadering in 2004
100.000 euro beschikbaar gesteld.
Voor de Vrienden die de informatie via de
museumwebsite en De Brugrail nog niet voldoende
vinden biedt het Museum op 14 oktober 2004 de
gelegenheid de ontwikkelingen komen bekijken.
Er wordt een rondleiding aangeboden door het
Maliebaanstation en over de nieuwbouw van het
Museum. Niet voorzien was dat juist die dag een
OV-staking plaats vindt, ook de treinen rijden dus
niet. Gelukkig zijn er nog genoeg Vrienden aanwezig
om de rondleiding toch door te laten gaan.
Het jaar 2005 wordt een jaar van een grote sprong
voorwaarts dankzij verspreiding van de ledenwerf
folder via Koppeling, Rail Hobby en Railmagazine.
Naast 678 nieuwe leden staat beëindiging van 85
lidmaatschappen. Het jaar 2005 eindigt met 1790
leden! Een nooit eerder bereikt aantal.
In de bestuursvergadering in november 2006
wordt gesproken over het wel of niet doorgaan
met De Brugrail. Er zijn perikelen rond het redacteurschap
en de vraag is of het blad in deze vorm
moet doorgaan. Voor het laatst in 2006 verschijnt
het mededelingenblad onder de naam De Brugrail.
Vervolgens is er, als tijdelijke vervanging, een
zakelijke Nieuwsbrief uitgegeven. In maart 2008 is er
dan het eerste exemplaar van de door het Bestuur
nieuw gekozen vorm, met de naam Vriendendienst.
Voor de redactionele taken vindt het bestuur de
heer P.W. van der Vlist bereid. Beoogd wordt om in
2008 twee nummers uit te brengen.
Het magazine verschijnt een aantal jaren in
combinatie met de Dienstmededeling, het blad
dat intern het Museum werd gepresenteerd. Als
gevolg van een veranderde opzet van dit blad
kwam later het ogenblik dat de Vriendendienst ‘op
eigen spoor’ verder ging. En met de vaststelling dat
de huidige redacteur nog steeds met voldoening
twee keer per jaar de Vriendendienst verzorgt kan
deze terugblik op dertig jaar mededelingenblad
worden afgesloten.
Modellen als cadeau
In het oktobernummer van 1998 wordt uitgebreid
ingegaan op de opening van de HollandRailshow,
een multimediashow waarin modeltreinen een
rol spelen. Prachtige modellen die op onnavolgbare
wijze worden gepresenteerd. Toen in 1989
het museum werd heringericht ter gelegenheid
van NS 150 wilde de vereniging het museum graag
een mooi cadeau aanbieden. De directie wist toen
nog niet welk cadeau het best zou passen, dus
bleef het idee nog even op de plank liggen. Na
jarenlang brainstormen en zoeken werd het dus
de HollandRail Show, een modern gebouw op het
achterterrein van het museum dat met bijdragen
van NS en de Stichting VSB-fonds gebouwd kon
worden. Met een gift van 240.000 gulden van de
Vrienden konden bij Philotrain gebouwde modellen
(schaal 0) worden aangeschaft. Op een baan
van 300 meter rijden twee Regiorunners, een
Koploper (IC3), een locomotief serie 1600 met een
ACTS- en containertrein en natuurlijk de Thalys. Elke
20 minuten begint er een nieuwe show en kunnen
er 80 bezoekers de zaal betreden. Het 125 m2 grote
emplacement ligt aan het begin in een dikke mist
gehuld, de lichten gaan uit, het scherm zoeft omhoog,
de show begint……
Jaarvergaderingen
Een greep uit de vele jaarverslagen zoals die
werden gepubliceerd in De Brugrail.
De jaarvergadering in 1990 vindt op 12 mei plaats
bij de VSM in Loenen. De leden uit west- en zuid
Nederland wordt geadviseerd te reizen met D 345
Hoek van Holland-Berlijn die om 10.48 u in Apeldoorn
aankomt. Het gezelschap gaat dan naar Eerbeek
waar loc 64 415 zal omlopen. Vervolgens wordt
doorgegaan naar Loenen. Na een echte Veluwse
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
13
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://hLKpYlGIuhhP1-BXKAaAivKvqv7bUaMz5MsSJOOGVYE `׉	 7cassandra://kC4CvKSX5PK3gqm3u9GRh7Jz-lst4C-KhyMoqKmiEh8#`׉	 7cassandra://5u4_pP72Khm5zpv_ppsgWQnY24DvYmyMT0Oqn5FtrikF(`n ׉	 7cassandra://9qUht0PJaZ1brAlxSVQ2h7kuZlbiNzD9YkqA3bD9Mgw N$͠	^ܫ7RN׉Ekoffietafel is de vergadering in hotel Bosoord. Om
16.50 u is men weer terug in Apeldoorn.
Vanaf het begin is de heer De Rooy de voorzitter
van de vereniging. De bestuurs- en ledenvergaderingen
worden door hem met veel flair en
humor geleid. Zijn periode als voorzitter van de
Vereniging duurt op een paar dagen na 22 jaar.
In de ledenvergadering van 23 mei 1992 wordt de
heer De Rooy benoemd tot erevoorzitter. Zo kan hij
de vergaderingen blijven bijwonen. In die jaarvergadering
in Roosendaal wordt de heer H.E. Koning
de nieuwe voorzitter.
Daar de vereniging dat jaar 25 jaar bestaat zal
de jaarvergadering 1995 een ‘spoors’ tintje krijgen:
de vergadering wordt gehouden in de werkplaats
Tilburg. Ter gelegenheid van het zilveren jubileum
van de vereniging ontvangen alle leden een
kleuren reproductie van het mooie schilderij dat
de industrieschilder Nico Peeters uit Culemborg in
1993 van het revisiebedrijf Tilburg heeft gemaakt.
De jaarvergadering in 1997 vindt op 12 mei plaats
bij de NS in Onnen. Het vervoer van Groningen naar
Onnen zou plaatsvinden met een stoomtrein van
de STAR. Enkele dagen voor de vergaderdatum
kwam echter het bericht dat de STAR-rijtuigen de
NS-keuring niet hadden doorstaan en dus niet over
NS-sporen mochten rijden. Dankzij de hulp van de
VSM (dieselloc en enkele rijtuigen) die in de nacht
van 11 op 12 mei van Apeldoorn naar Groningen
reden konden de op het perron aldaar verzamelde
Vrienden toch naar Onnen worden gebracht. In
de jaarvergadering wordt voorgesteld om op de
perrons standaarden te laten maken en daarop
affiches (bijvoorbeeld van de Vrienden) tentoon
te stellen. De directeur antwoordt het plan op zich
aardig te vinden maar bij uitvoering ervan zouden
de posters door vocht kunnen worden aangetast.
In de jaarvergadering van 7 mei 1999 in Restaurant
Engels in Rotterdam wordt medegedeeld dat
“daar zij de leeftijd der zeer sterken heeft bereikt
mej. Asselberghs het wijs geoordeeld heeft haar
werkzaamheden als secretaris na veertien jaar
te beëindigen”. In december 1999 zal zij haar
functie neerleggen. Het tijdens de jaarvergadering
nieuwbenoemde bestuurslid mr. A.E.C. Pothuizen is
door het bestuur gekozen om mej. Asselberghs als
secretaris op te volgen.
14
׉	 7cassandra://5u4_pP72Khm5zpv_ppsgWQnY24DvYmyMT0Oqn5FtrikF(`n ^ܫ7RN׉EIn de rondvraag wordt gewezen op het feit dat bij
het passeren van het SS-veewagentje er geloei
van een koe opklinkt maar dat de koe zelf ontbreekt.
Voorgesteld wordt aan de firma Coberco
te vragen een koebeest te schenken om in het
wagentje onder te brengen. Dit voorstel levert een
groot applaus op. De directeur meldt echter dat
daarover binnen het museum discussie is omdat
men vreest dat de aandacht voor het museumstuk
zal verschuiven naar het namaakdier.
De jaarvergadering in 2000, nu ook ‘Vriendendag’
genoemd, wordt gehouden in de werkplaats
Leidschendam bij NS. Het personeel aldaar had in
de komst van de Vrienden aanleiding gezien de zaken
grondig aan te pakken en van 27 mei meteen
een ‘open dag’ te maken. De Vriendendag van onze
vereniging en de Open dag van de ‘Onderhoudsen
Servicevestiging (zoals de vroegere werkplaats
nu wordt genoemd) bleken goed samen te gaan.
Ook de jaarvergadering 2001 wordt aangekondigd
als Vriendendag en wordt gehouden op 29 juni in
de aula van het Industrion (Museum voor Industrie
en Samenleving) in Kerkrade. Aansluitend is er
een excursie met een stoomtrein van de ZLSM
naar Schin op Geul en Simpelveld. Speciaal voor
de Vrienden rijdt het blokkendoosstel van Utrecht
naar Kerkrade en terug en dankzij de vriendelijke
medewerking van het Spoorwegmuseum, de
Haarlemse werkgroep ‘Jaap’, de directie van NS en
die van de ZLSM kan het programma aantrekkelijk
en goedkoop gemaakt worden. Het aantal deelnemers
was een record: 200.
In diezelfde ALV van 29 juni 2001 herhaalt de
voorzitter nog eens het bestuursvoorstel om de
minimumcontributie per 1 januari 2002 fors te
verhogen: van 25 tot 35 gulden. In verband met
de invoering van de euro wordt het bedrag naar
beneden afgerond op 15 euro. De voorzitter voegt
toe dat veel collega verenigingen al een dergelijke
of hogere contributie kennen en dat veel van de
eigen leden eigener beweging een zeer gewaardeerde
hogere bijdrage betalen.
De jaarvergadering 2002 zal op 15 juni plaats
vinden. De vergadering zelf en de lunch zijn
in Medemblik en het vervoer ‘naar en van’ zal
natuurlijk plaats vinden per stoomtram van de
BV Exploitatiemaatschappij Museumstoomtram
Hoorn-Medemblik. Naar aanleiding van het verslag
van de conservator, de heer Van Marion, worden
vragen gesteld. Het wordt een imposante lijst van
meer of minder interessante onderwerpen, variërend
bijvoorbeeld van de vraag naar de toekomst
van de 3737, wat het Museum voor kinderen biedt,
de mogelijkheid van het gebruik van de loods in
Roosendaal en de toegankelijkheid voor gehandicapten
van enkele rijtuigen. Interessant is de vraag
naar de mogelijkheid van een pendeltreindienst
naar het Museum waarop wordt geantwoord dat
dit dienstregelingtechnisch niet mogelijk is. Op de
suggestie een postzegel uit te geven vanwege
het 75-jarig bestaan van het Spoorwegmuseum
reageert de voorzitter. Het is hem uit eigen ervaring
bekend dat dit een moeizame zaak is.
Aansluitend op de jaarvergadering van 25 juni
2005 biedt de voorzitter voor de deur van de zaal
de directeur ‘de inrichting van de bibliotheek’ als
cadeau aan. De voorzitter en directeur vragen
vervolgens mej. Asselberghs een aan haar
overhandigd pakket uit te pakken. Het blijkt een
koperen naamplaat te bevatten met de inscriptie
‘Asselberghs-Zaal’.
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
15
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://-iAopMZ0hNuaIsrbk8zDOIjmYz9EkG81NVskZPNObxs `׉	 7cassandra://_FPuhPMRytzIOi6boyVx2NFLcoZ0q9s2SQjb9_Mc-Ag`׉	 7cassandra://1_vTmoIDgyyMmL_A-X5MOs1iDvclCq2MANPIWxu-dn8B`n ׉	 7cassandra://Z3Y5aq2rHTT7nuYoyfpHmVRFRKIkbo8HGo4X3CF2cGM ! ͠	^ܫ7RN׉E9De bibliotheekruimte wordt vernoemd naar de
voormalige museumdirecteuren. Zichtbaar geroerd
bedankt mej. Asselberghs al degenen die
haar en haar vader op deze wijze willen eren.
In de ledenvergadering van 25 april 2009 wordt
het voorstel om de vereniging om te zetten in een
stichting verworpen. Zoals aangekondigd verbindt
het bestuur er consequenties aan en is sindsdien
demissionair. In de ledenvergadering van 8 mei
2010 in Utrecht is er een belangrijk agendapunt:
het daadwerkelijk aftreden van het bestuur. In
de nieuwsbrief die in januari is toegestuurd zijn
de leden geïnformeerd over de voorgenomen
samenstelling van het nieuwe bestuur van de
Vereniging. Als voorzitter wordt voorgesteld mevrouw
drs. K.M.H. Peijs, vele jaren lid van Provinciale
Staten van Utrecht, vervolgens lid van het Europees
Parlement en Minister van Verkeer en Waterstaat.
Zij is op dat moment Commissaris van de Koningin
in Zeeland. In 2005 opende zij het vernieuwde
Spoorwegmuseum. Mevrouw Peijs blijft tot 2014 in
functie.
In 2010 wordt weer een Vriendendag georganiseerd.
De vereniging bestaat 40 jaar en het bestuur
is van mening dat aan de Vriendendag om die
reden meer aandacht mag worden geschonken:
met DE3 114 wordt naar het zuiden gereden en een
bezoek gebracht aan Bombardier waar de nieuwe
Sprinters van NS in aanbouw zijn. In dit jubileumjaar
wordt door het bestuur een ‘herinneringspostzegel’
uitgegeven waarop de DE3 114 is afgebeeld. Op
4 november 2010 kan een trotse voorzitter het
‘eerste exemplaar’ overhandigen aan directeur
Van Vlijmen van het Spoorwegmuseum.
Tijdens de ledenvergadering op 14 mei 2011 in Goes
bij de SGB vertelt Peter-Paul de Winter (hoofd collecties
van het museum) met terechte trots dat het
museum vele prijzen heeft ontvangen. Dat zijn: ‘Het
leukste museum van Nederland’, ‘Het sterkste culturele
merk provincie Utrecht’ en de ‘Pingu Award’
voor het Thomas Weekend als beste internationale
marketing event. Er is een stijgende waardering bij
de bezoekers te melden. Het Spoorwegmuseum
komt vaak in het nieuws, zowel op TV als op de
radio en in de krant.
16
׉	 7cassandra://1_vTmoIDgyyMmL_A-X5MOs1iDvclCq2MANPIWxu-dn8B`n ^ܫ7RN׉EOp basis van de goede ervaring met de uitgifte
van de postzegel ter gelegenheid van het
40-jarig bestaan van de vereniging heeft het
bestuur besloten in 2011 een postzegel te doen
verschijnen met daarop locomotief NS 3737.
Aanleiding was de 100e
verjaardag van deze mooie
machine.
De folder van de vereniging was aan vernieuwing
toe. Er wordt een nieuw ontwerp gemaakt waarna
de folder wordt bijgesloten in de bladen ‘Op de
Rails’ van de NVBS en ‘Railmagazine’. Ook wordt in
het najaar van 2011 geflyerd tijdens de 1200-en rit
van de NVBS. Deze acties leveren in 2011 110 nieuwe
leden op. De resultaten ijlen in de eerste maanden
van 2012 nog na. Dankzij deze ledenaanwas
wordt het aantal opzeggingen redelijk gecompenseerd
en blijft het ledenaantal in 2011 vrijwel
gelijk. Passend in de herdenking van het 175-jarig
jubileum van de HSM in 2012 heeft het bestuur het
initiatief genomen een essaybundel (Ondernemen
op het Spoor) te laten verschijnen. Onder redactie
van bestuurslid Hugo Roos en medeauteur Guus
Veenendaal verschijnt een bijzonder fraai boekwerk.
Op 7 september overhandigt de voorzitter,
mevrouw Peijs, een exemplaar aan de heer Van
Vlijmen (directeur van het Museum) en mevr. Van
Vroonhoven (lid van de hoofddirectie van NS).
Op 25 mei 2013 wordt vergaderd bij NS. De vrienden
zijn te gast in ‘Trefpunt’ in het hoofdgebouw in
Utrecht. Bij het onderwerp begroting wordt opgemerkt
dat er zorg blijft over de drukkosten van
ons magazine Vriendendienst. Er is geen ervaring
met een ‘losse’ of afzonderlijke uitgave, tot nu toe
verschijnt er een gecombineerde uitgave met de
Dienstmededeling, het interne magazine van het
Museum.
Met trots wordt gemeld dat de bezoekersaantallen
toenemen, het museum staat op de 9e
In de vergadering van 26 september 2015 stelt
Richard Weurding zich voor die als opvolger van
mevrouw Peijs de voorzittershamer zal gaan hanteren.
In deze jubileumeditie van de Vriendendienst
schetst hij, samen met de directeur van het
Spoorwegmuseum de toekomst van de jubilerende
vereniging.
Met als voorbeeld de ook in het verleden al georganiseerde
activiteiten organiseert het bestuur sinds
een aantal jaren lezingen over interessante onderwerpen.
Het museum biedt de ruimte aan, veelal
de wachtkamer derde klasse. Met gemiddeld een
goede opkomst van belangstellende Vrienden
worden presentaties gehouden over de stoomlocomotievenserie
6300, de restauratie van de
elektrische locomotief 1201, de Maliebaanspoorlijn,
het goederenmaterieel in het museum, rijtuigen
Plan D en ‘Van sneue lijntjes’. Vermelding ver dient
zeker het gastoptreden van de heer Van Boxtel,
president-directeur van NS.
plaats. In
de ‘culturele top 150’ staat het Museum zelfs vijfde.
Er is energie gestoken in het organiseren van op
kinderen gerichte evenementen: de kinderclub
RailRookies (leeftijd 4-12 jaar), Chuggington en het
traditionele Thomas weekend.
Met deze laatste greep uit de geschiedenis van
onze vereniging, zoals die was te lezen in De
Brugrail, wordt dit historische overzicht afgesloten.
Duidelijk mag zijn dat de vereniging door de jaren
heen voor de Vrienden van het Spoorwegmuseum
veel interessante activiteiten heeft ontwikkeld. Het
is het vaste voornemen van het bestuur van de
Vrienden om de komende jaren op deze weg voort
te gaan. n
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
17
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://GPz94K_OVc4l0zk319RHaCCHONmbHIdnfNCLoPGYrgQ `׉	 7cassandra://0NyoRqVJ-X4QOtv999mRUt3wiixviwDpGmmTfEA1Rt8 `׉	 7cassandra://TwXHi3o2n38-1JaIe5P-Sod63vcEHIpC8quLXaM8qR0K`n ׉	 7cassandra://hTrxQsLYJ4McuhWmHNSmFsupzzxrPvdQZtF_0QYMmx4 !D͠	^ܫ7RN֑נ^ܫ7RN؁ 9ׁH &mailto:info@stoomtreinkatwijkleiden.nlׁׁЈ׉E	mStoomtrein
Katwijk Leiden
Locomotief 1 met trein; 23 augustus 2015 (foto Gerard de Graaf)
Het is de bedoeling dat de Algemene Ledenvergadering en de Vriendendag op
31 oktober worden gehouden bij de Stoomtrein Katwijk-Leiden, tot maart 2015
Stoomtrein Valkenburgse Meer geheten. Het is een smalspoorlijn rond het
Valkenburgse Meer, net buiten Katwijk. Op het lijntje wordt gereden met een
stoomtram, zoals die in het begin van de 20e eeuw in Nederland reed.
De Stoomtrein Katwijk Leiden is een activiteit van
de Stichting Nationaal Smalspoor (SNS) en de
Nederlandse Smalspoorweg Stichting (NSS). De
laatste is eigenaar van het rijdend materieel.
Behalve de stoomtrein exploiteren de stichtingen
ook het Nationaal Smalspoormuseum dat gevestigd
is rondom het station van de stoomtrein.
De Nederlandse Smalspoorweg Stichting (NSS)
werd in 1970 opgericht. Aan de wieg ervan stond
Jan Pellenbarg. De N.V. Leidsche Duinwater
Maatschappij (LDM) exploiteerde smalspoorlijnen
voor het vervoer van uiteenlopende materialen
en voor revisie van de aan de lijnen gelegen diepbronpompen
in het duingebied tussen Katwijk en
Wassenaar. De spoorwijdte was 700 mm en als
tractiemiddelen waren o.a. aanwezig een Ruston
& Hornsby dieselloc en een Spoorijzer railtractor.
Er bleek ongeveer 13 km rails te liggen; het spoor
reikte tot aan de Wassenaarse Slag. Pellenbarg
lanceerde het plan om deze banen door hobbyisten
te laten onderhouden, met als tegenprestatie
dat ze er incidenteel met eigen tractiemiddelen
18
op zouden mogen rijden. Dat plan werd positief
ontvangen door de directie van de LDM.
Via contacten met de afdeling Den Haag van de
Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in
het Spoor- en tramwegwezen (NVBS) werd een
groep vrijwilligers gevormd, die in april 1970 begon
met het onderhoudswerk van de banen. In het
achterhoofd speelde het idee om de banen ook
met stoomlocomotieven te gaan berijden. Die
droom werd werkelijkheid toen in 1972 de eerste
stoomtram van de NSS op de baan verscheen
waarmee op enkele rijdagen voor publiek werd
gereden.
Tot aan zijn overlijden in 1984 gaf Jan Pellenbarg
leiding aan de stichting. Hij kon nog net de ingebruikname
van een nieuwe werkplaats meemaken.
Er werd overeenstemming bereikt met
Staatsbosbeheer, de toenmalige beheerder, om
voorlopig nog het Katwijkse smalspoornet in de
duinen te mogen blijven berijden. Voorlopig, want
hoewel in 1984 nog toestemming was verleend
׉	 7cassandra://TwXHi3o2n38-1JaIe5P-Sod63vcEHIpC8quLXaM8qR0K`n ^ܫ7RN׉E9het aantal rijdagen tot negen uit te breiden, viel
in 1992 definitief het doek. Op 15 augustus van dat
jaar werd voor de laatste keer over de sporen in de
duinen gereden: 2200 passagiers toonden op die
dag hun belangstelling.
Na het besluit van Staatsbosbeheer dat het
toeristenlijntje niet langer door de duinen mocht
lopen werd nu samen gewerkt onder de naam
‘Stoomtrein Valkenburgse Meer’ (SVM). Door de
Provincie Zuid-Holland werd de locatie aan het
Valkenburgse Meer ter beschikking gesteld om
dit doel te realiseren. Vanaf 1993 wordt rond dit
meer gereden, langs de toenmalige vliegbasis
Valkenburg. Deze ronde wordt nog steeds gebruikt.
10 maart 2020
Sinds 1995 is het Nationaal Smalspoormuseum geopend.
Hierin staan diverse stoom- en diesellocomotieven
tentoongesteld, alsmede andere zaken
die met smalspoor te maken hebben. De collectie
beslaat 20 stoomlocs, en een ruime 80 motor-,
elektrischeeen
persluchtlocomotieven,
naast
250 stuks overig rollend materieel. Een pronkstuk is
het laatste stoomtramstel van de Gelderse Tram
(GTM), bestaande uit loc 13 ‘Silvolde’, rijtuig 48 en
goederenwagen 41. Ook loc 607 ‘Vrijland’ staat in
het museum en wordt momenteel bedrijfsvaardig
gerestaureerd. De spoorwijdte wordt aangepast
van 750 mm naar 700 mm door de nieuwe wielbanden
iets krapper op te krimpen.
Met ingang van het seizoen 2015 is de naam van de
museumlijn dus veranderd in Stoomtrein KatwijkLeiden.
De nieuwe naam is gekozen omdat, anders
dan bij Valkenburgse Meer, direct duidelijk is waar
de museumlijn zich bevindt: aan de rand van
Katwijk, op de gemeentegrens met Leiden. De lijn
heeft haar beginpunt op het voorterrein van het
museum, bij het tramstation. De rit begint met een
rit naar de Wassenaarse Wetering, aan de andere
zijde van het meer. Na het omlopen van de locomotief
rijdt de trein terug, passeert het museum
en stopt bij de remise. Vervolgens wordt de loc
opnieuw omgerangeerd en keert de trein terug
naar het museum. De lengte van het traject is circa
3,5 km.
Net als onze vereniging viert ook de Stoomtrein
Katwijk -Leiden een jubileum: vijftig jaar geleden
werd de Nederlandse Smalspoorweg Stichting
opgericht. Het jubileum zou het gehele jaar worden
gevierd maar ook hier heeft het Corona-spook
toegeslagen. Het lnternationales Feldbahntreffen,
een jaarlijks terugkerend internationaal festijn in
het eerste weekend van oktober waarvoor smalspoorliefhebbers
uit heel Europa naar Valkenburg
zouden komen wordt verplaatst naar 2021. Ter gelegenheid
van het jubileum verschijnt later dit jaar
een jubileumboek dat de geschiedenis beschrijft
en een overzicht geeft van de gehele collectie met
daarin veel uniek fotomateriaal. De Stoomtrein
Katwijk - Leiden heeft enkele bijzondere projecten
die zij dit jaar wil starten. Ook hoopt zij dat in 2020
een ander langlopend project haar beslag krijgt:
de terugkeer van twee door Du Croo & Brauns in
Weesp gebouwde Indonesische plantagelocomotieven.
Wie deze projecten wil ondersteunen
kan
contact opnemen via het e-mailadres
info@stoomtreinkatwijkleiden.nl.
Na onze ledenvergadering is er voor de Vrienden
gelegenheid een rit mee te maken, een bezoek te
brengen aan de werkplaats en het buiten museum
en natuurlijk verder te genieten op het mooie
terrein. n
(bron: Wikipedia; met dank aan G.W. de Graaf)
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
19
Locloods van de NSS; 23 juni 2018 (foto Gerard de Graaf)
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://Ow59kWng1qEkx4Wm8HU4Wyhpha2warYEr5i3dr7jlFw `׉	 7cassandra://mVEd3-eqpQl_eh5bpa0p-2EBT1J0SD2_iJDx83534w0 `׉	 7cassandra://itAcuqhuhKLg9a9nU5hx2aLw-IZdCsAgdcxnekgKPHsJ`n ׉	 7cassandra://QNfjpfrFvGeZT90epPC8cZKeE3OciVYAOBcxqEStzOI @ ͠	^ܫ7RN׉EActiviteiten rond het
jubileum van de Vereniging
Vriendendag en Algemene Ledenvergadering
verplaatst naar 31 oktober.
Door de maatregelen rond de bestrijding van het corona-virus moeten we helaas,
maar begrijpelijk, onze jubileumplannen aanpassen. Het bestuur heeft besloten dat
de viering van het jubileum als gevolg van de omstandigheden ‘verlengd’ wordt tot en
met de eerste helft van 2021. Hieronder informatie over de geplande activiteiten met
nadere bijzonderheden, voor zover nu bekend. Uiteraard blijft alles onder voorbehoud.
Via onze maandelijks verschijnende digitale Nieuwsbrieven en de website wordt u nader
geïnformeerd.
Op dinsdag 14 april stond de
lezing van Arjan den Boer over
de TEE op het programma. In
overleg met de spreker is deze
nu gepland op 20 oktober. De
Vrienden- en Familiedag in het
Museum wordt verplaatst naar
het voorjaar van 2021 waarbij
we natuurlijk ook hopen op mooi
weer. Bijzonderheden worden
tegen die tijd nader bekend
gemaakt. Het programma blijft
er op gericht de familie van de
Vrienden kennis te laten maken
met wat er allemaal in ons
museum te zien is. Uiteraard zal
het museum bijdragen aan het
succes van deze middag.
De op 27 juni geplande jaarlijkse
Vriendendag/ALV wordt verschoven
naar 31 oktober. Het
plan om te gaan rijden met het
mat’46 museumtreinstel 273
blijft bestaan. Of dat allemaal
door kan gaan als gevolg van
de corona maatregelen weten
we nog niet. We zijn te gast bij
20
de
Stoomtrein Katwijk-Leiden.
Uiter aard moeten we ook hier afwachten
in hoeverre de corona
maatregelen ons dan nog parten
zullen spelen. De belang rijke
vergaderstukken zijn vanaf eind
juni beschikbaar via de website
en voorafgaand aan de vergadering
ook via de post.
De presentatie voor de Vrienden
van Tuur Verdonck (conservator
van het Spoorwegmuseum)
rond het thema ‘Tosti’s, Truffels
en Treinen’, het motto van de op
18 juni geopende tentoonstelling,
is nu gepland op 23 september.
De in de 2e
helft september
voorgenomen excursie naar de
Bentheimer
Eisenbahn
wordt
verplaatst naar het voorjaar van
2021. Het is nog steeds de bedoeling
met onze trein naar Bad
Bentheim te rijden om daarna
door de BE verder te worden
getrokken met misschien een
interessante tussenstop op het
traject naar Coevorden. De organisatie
van dit gebeuren eist vele
overlegpartners. Daarom hebben
we gekozen voor verplaatsen
van deze extra ‘jubileumrit’
naar een later tijdstip. Nadere
bijzonderheden (zoals datum en
procedure van aanmelden) volgen
natuurlijk via de nieuwsbrief,
website en facebook. Verder is
het ook nog steeds de bedoeling
om de Vrienden uit te nodigen
om mee te gaan met proefritten
met de DE1. Zoals bekend heeft
de vereniging financieel bijgedragen
aan de revisie van de
dieselmotoren van de Blauwe
Engel. De motoren zijn of worden
terug geplaatst en bij de straks
noodzakelijke proefritten kunnen
de Vrienden als ‘natuurlijke ballast’
fungeren. Mogelijk dat dit
gebeuren nog dit jaar, mogelijk
in november, kan plaats vinden.
Over datum en aanmelding volgen
ook hier uiteraard nadere
bijzonderheden. n
׉	 7cassandra://itAcuqhuhKLg9a9nU5hx2aLw-IZdCsAgdcxnekgKPHsJ`n ^ܫ7RN׉EHerinneringen…….
Franz Ongering in de bibliotheek
van het Spoorwegmuseum
In gesprekken met oud redactieleden en een oud bestuurslid haal ik herinneringen op
aan hun actieve periode in de Vereniging. Met de start van de Vriendendienst in maart
2008 kwam er een vervolg op de vertrouwde De Brugrail, het al jarenlang bestaande
informatiebulletin voor de Vrienden met redacteur Franz Ongering en later Franc
Marquenie. Het gesprek dat ik heb met oud bestuurslid Adriaan Pothuizen is voor mij als
redacteur van de Vriendendienst des te interessanter omdat ik Adriaan ben opgevolgd
als secretaris van het bestuur van de Vrienden.
Franz Ongering wordt in oktober dit jaar negentig
en behoort tot de categorie ‘oudste leden’. “Een
jaar na de oprichting van de Vereniging Vrienden
van het Nederlands Spoorwegmuseum ben ik lid
geworden. En zoals dat dan gaat in zo’n vereniging,
je laat blijken wel wat te willen doen. En zo kwam
ik een aantal malen in de kascommissie”. In het
toenmalig bestuur was nog weinig interesse in
een eigen mededelingenblad. Franz: ”De secretaris
vermeldde in het jaarverslag dat er in onze vereniging
niet zoveel omgaat dat daarom een ons
geld kostend orgaan in het leven hoeft te worden
geroepen”.
Dat Franz was gepensioneerd was mej. Asselberghs
niet ontgaan: “Zij vroeg mij in 1989 een mededelingenblad
voor de leden op te zetten. Ik kreeg daar
zo’n veertien dagen bedenktijd voor en na die
periode belde zij mij op om te vragen wat ik had
besloten. Zo is het begonnen”. In april 1981 was wel
een nummer van VNS nieuws verschenen maar dat
kreeg mede door het overlijden van de toenmalige
secretaris geen vervolg. Franz is de bedenker van
de naam De Brugrail. Om zijn rol van redacteur
goed te kunnen invullen wilde hij deel nemen aan
de bestuursvergaderingen, als toehoorder. Franz
“Ik zat dan aan de bron en ik herinner mij dat de
heer Van Rooy, de voorzitter, regelmatig mijn
mening vroeg. Toen er een vacature in het bestuur
kwam schoof ik eigenlijk op naar die plek, zo is het
in het bestuur begonnen”. Ook de layout van het
fraai gedrukte blad is door hem ontworpen. De
eerste De Brugrail verscheen in april 1990, dit jaar
dus dertig jaar geleden.
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
21
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://dJqheFbcIXqmeyQnfatetZz0yVNHGW8j5vWh0xiCgMs `׉	 7cassandra://0xIA__Rvqk0KHaWYoC8K-BWT3yHXBztNswKQWmsikhQ `׉	 7cassandra://kLb6WIOb5GFSTRFfD84SHjhWAMigGSmCyeBV_2IUEngEn`n ׉	 7cassandra://xYQa4EJoaJoJ2WumHlP_T_4FXe6YQc410lDaCU10HEY͝͠	^ܫ7RN׉E>De binding van Franz met het museum bestaat
eigenlijk al veel langer. “In maart 1944 kwam ik
in het Rijksmuseum waar toen de linkervleugel
van het spoorwegmuseum was ondergebracht,
hemel, al weer meer dan 75 jaar geleden. Ik
maakte van dat bezoek een school opstel (twaalf
kantjes schrift) waarin ik (eigenwijs jongetje) al
enieg kritiek verwerkte”. Kort na de oorlog werd
hij ook lid van de Nederlandse Vereniging van
Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen,
beter bekend als NVBS. Vanaf april 1983 is hij nog
anderhalf jaar lid van het hoofdbestuur van deze
vereniging geweest. Franz: “In mijn jeugd had ik al
belangstelling voor spoor en tram. Zo maakte ik
ook al onderscheid in de lijnkleuren van de trams
die ik zag. Familiebezoekjes werden per rail gedaan
en ik bewaar bijvoorbeeld goede herinneringen
aan de Blauwe Tram van Den Haag via Leiden naar
Haarlem en Amsterdam. En dan vaak door per trein
van het Haarlemmermeerstation naar Uithoorn.
Vakanties waren eigenlijk altijd op plaatsen waar
rails lagen of gelegen hadden”.
Franz is al vele jaren gepensioneerd. “In 1952 ben ik
als werkstudent bij reisbureau Lissone Lindeman
begonnen, toentertijd het grootste reisbureau
van Nederland. Ik ben daar tien jaar gebleven. Ik
herinner me de periode in het filiaal te Leiden waar
toen het station werd vernieuwd. Op een dag ging
ik ’s ochtends ‘laag’ naar het werk, ’s avonds ging
ik ‘hoog’ weer naar huis. Vanuit het reisbureau
maakte ik op 7 januari 1958 ook de laatste rit van de
3737 naar het Spoorwegmuseum mee”.
Franz kwam in 1961 bij een dochter van NS te
werken: de NV Biljetten-Centrale: “Daar heb ik vier
maanden gewerkt als chef de bureau waarna ik
begin 1962 naar de ANWB overstapte, die dankzij
die Biljetten Centrale begon met ‘reizen’ in hun
eigen pakket. Mijn ervaring als docent en kennis
van het (spoor)reiswezen kon ik goed gebruiken
bij het lesgeven aan de reisbureau medewerkers.
Van 1976 tot 1989 was ik vervolgens docent aan
de bibliotheekacademie (Haagse Hogeschool) en
vakdocent vervoerwetenschappen”.
22
Een grote liefhebberij van hem is het verzamelen
van spoor- en tramkaartjes. Tot voor kort was
hij betrokken bij het ordenen van de collectie
spoorkaartjes van het museum, een onderwerp
waaraan al eens in de Vriendendienst aandacht
werd besteed. Hij is lid van de Transport Ticket
Society (TTS) en de Club of Ticket Collectors (CTC).
Behalve zijn nadrukkelijke rol bij De Brugrail is Franz
van 1992 tot 2010 ook bestuurslid geweest van de
Vereniging. Franz: “Aardig te vermelden dat ik nog
altijd (nu bijna 50 jaar) aanschaf-recensent ben
voor de Openbare Bibliotheken van boeken op
voornamelijk railgebied”. Ondanks de respectabele
leeftijd is Franz nog altijd lid van ROVER, waar
hij vanaf de oprichting actief lid is. Tot voor kort
maakte hij ook deel uit van de overlegcommissie
ROCOV van het gewest ’s Gravenhage.
Met het noemen van ons magazine zijn we eigenlijk
ook weer terug bij De Brugrail, het informatiebulletin
voor de Vrienden dat onlosmakelijk met Franz
Ongering is verbonden. Franz: “In oktober 2001 nam
Franc Marquenie met nummer 33 de redactie van
mij over. Wat meespeelde was dat het aanleveren
van de kopij elektronisch moest gaan gebeuren
en Franc had daar toen al grote ervaring mee. We
hebben een paar nummers van De Brugrail samen
gedaan waarna Franc het in december 2002 van
mij overnam. Nadat ook Franc wegens verhuizing
zijn redacteurschap moest opgeven verscheen
nummer 48 in september 2006 als laatste”.
Ik ontmoet Franc Marquenie in het restaurant in
het stationsgebouw van het museum. Hij volgde
Franz Ongering in september 2002 op als redacteur
van De Brugrail. Franc heeft een stapel meegenomen
van ‘De Brugrail’ die uw redacteur mag
meenemen. ‘Ik zit er niet elke dag in te lezen’. Een
waardevol stapeltje geschiedenis van natuurlijk
‘De Brugrail’ maar via de artikelen van Ongering
en later Marquenie natuurlijk ook van het Museum.
Op de vraag of de redactie van ‘De Brugrail’ een
vast aanspreekpunt had in het Museum antwoordt
Franc: “Nee, niet een vaste contactpersoon. Het
was steeds wisselend. Ik heb in het begin veel
׉	 7cassandra://kLb6WIOb5GFSTRFfD84SHjhWAMigGSmCyeBV_2IUEngEn`n ^ܫ7RN׉Esamen gewerkt met Lex van Marion, die was toen
mijn aanspreekpunt. Later werd dat Florian Hupkes.
Franc erkent dat zoals de situatie vandaag de
dag met de ‘Vriendendienst’ is geregeld natuurlijk
de voorkeur heeft. Hij heeft voorzitter De Rooy niet
meer meegemaakt: “In mijn tijd was Henk Koning
voorzitter. Dat was een wat formelere benadering:
in de u- vorm. Verder had Franc te maken met mej.
Asselberghs: “Ik kan alleen maar zeggen dat zij zich
overal heel erg bij betrokken voelde. Ik was nog niet
zo lang lid toen ik aanschoof in de bestuursvergaderingen.
Mej. Asselberghs deed toen de ledenadministratie.
Een kaartenbak met de namen en met
pen de contributiebetalingen”.
Paul van Vlijmen was de directeur van het museum:
“Hij was maar met een ding bezig, de verbouwing.
Lex van Marion was de conservator die in het
opzetten van het bewaarplan een belangrijke
rol heeft gespeeld”. Franc herinnert zich de verbouwing
van het Museum nog goed: “Er hebben
na de opening veel Vrienden hun lidmaatschap
opgezegd omdat men het museum veranderd zag
in een pretpark. Zelf kan ik er goed mee leven. Het is
een goede combinatie van museum en attracties.
Ik kom nog af en toe in het museum, mijn vrouw is
nogal ‘museumfreak’, dus (met een glimlach) dan
moet je wel”.
De teksten voor De Brugrail werden geschreven
met de typemachine. Die gingen dan via de penningmeester
naar de drukker. Daar werden ze
dan overgetypt. Vergeleken met nu natuurlijk een
wereld van verschil”. Op de vraag naar zijn betrokkenheid
bij de vereniging is het antwoord kort:
“Dat is het spoor. Treinengek mag je ook zeggen.
En met die benaming kon ik wel mee leven hoor”.
Voor wat betreft de inhoud van ‘De Brugrail’: “Als
redacteur ging je op zoek naar onderwerpen. Bij
het praten over de huidige Vriendendienst komt
het natuurlijk ook over de inhoud en de omvang.
Franc: “De informatie uit het Museum werd dan wel
aangereikt, maar veel veranderen aan die tekst
zat er niet in. Maar we zochten ook naar bijdragen
van de leden, men kon stukjes aanleveren”. Over
de omvang: “Het waren maar een paar bladzijden,
Franc Marquenie bij de C 723 in het Spoorwegmuseum
dus zo’n blad was gauw gevuld”. Franc had niet het
gevoel dat er kritisch werd meegelezen en mocht
dat zo zijn: er kwamen nauwelijks aanmerkingen.
Franc: “Als redacteur van het mededelingenblad
heb je een soort antennegevoel bij wat je en hoe
dan kon opschrijven, ik heb dat altijd zo beleefd”.
Wat betreft de illustraties in ‘De Brugrail’: “Ik herinner
me dat er vrij snel een paar fotografen zich
meldden. Zelf ben ik niet zo’n talent. En nogmaals:
het was niet zo moeilijk, het waren maar vier
bladzijden”. In maart 2006 verscheen de laatste
‘De Brugrail’. Het bestuur besloot dat er een vervolg
moest komen met een ruimere opzet. En het liefst
in samenwerking met het Museum. Het werd de
combinatie van de ‘Dienstmededeling’ (het interne
orgaan van het Museum) en de Vriendendienst,
het magazine van de vereniging. Franc: “Ik ben erg
tevreden over het blad, een mooie combinatie van
ontwikkelingen in het museum en de vereniging”.
En met dat compliment kon uw redacteur zich
tevreden stellen.
In het gesprek met Adriaan Pothuizen kijkt hij
terug op zijn periode als bestuurslid. Hij moest
eerst wel lid worden van de vereniging! Op de
vraag hoe hij dan als secretaris van het bestuur is
begonnen is de reactie: “Nou, heel simpel: ik werd
opgebeld door mej. Asselberghs. Ik werkte bij NS en
haar was aangeraden toen zij had aangegeven
te willen stoppen met haar taak als secretaris
‘maar eens te bellen met Pothuizen’, en dat deed
ze dus ook. Ik was alleen nog geen ‘Vriend’. In het
Spoorwegmuseum kwam ik van kinds af aan, maar
van een Vriendenvereniging wist ik het bestaan
niet af. Je gaat natuurlijk er wel over nadenken en
de conclusie was eenvoudig: ‘waarom eigenlijk
niet’. Ik vond het eigenlijk wel leuk en dat heb ik
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
23
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://oZrS4uuGd6CyCe8JgYCX7naucvjbEl8-UWsGeWHN67Q `׉	 7cassandra://ZxoMp0OYlKmCIEYwLm4aXYIySRa7gDS5BLu2F5hxeY0 `׉	 7cassandra://sKBCFC746uL9vvrVOsR4nYNtryNB-HV3vtCobrR9EUEB`n ׉	 7cassandra://B2T88thMYVNKo2ySBjlxZDFQH80fLyXuGfEvEy5kT_gͅ͠	^ܫ7RN׉Emej. Asselberghs laten weten. Het was in de ledenvergadering
in 1999 in Rotterdam dat ik bestuurslid
ben geworden en meteen door de toenmalig
voorzitter, Henk Koning, aangekondigd als opvolger
van mej. Asselberghs die in diezelfde vergadering
aftrad als secretaris. Ze bleef nog wel bestuurslid
trouwens.
Adriaan bekijkt het schilderij bij hem thuis aan de wand.
Het is gemaakt door Hans Kaas van een foto van J. Quanjer
van station Hilversum.
Aan de overdracht zat ook de verhuizing van de
vele dozen administratie vast, het archief van de
secretaris. Dat moest ik in mijn bezit zien te krijgen.
Alles was nog ‘fysiek’ door mej. Asselberghs heel
nauwkeurig bijgehouden. Ik heb alles bij haar thuis
opgehaald en mijn bescheiden auto vol geladen.
Het huis van mej. Asselberghs was trouwens ook vol
geladen, maar alles was snel en met gemak terug
te vinden, zo bezwoer zij mij”. Dat het veel mappen
en dozen waren kan ik bevestigen: ik kreeg bij mijn
aantreden als secretaris dezelfde hoeveelheid
door Adriaan thuis bezorgd.
Gevraagd naar specifieke herinneringen: “Ja, wat
zal ik zeggen. Ik heb de tijd meegemaakt van de
decentralisatie en de markttoetreding van de
nieuwe spoorbedrijven. De versplintering zag je
helaas ook terug bij de afname van het aantal
sponsoren. Connexxion of hoe ze allemaal mogen
heten, haakten langzamerhand wel af. Ook het ledenaantal
liep terug. Daarom besloten we in 2000
om een ledenwerfactie te starten”.
Voor die ledenwerving werd een plan gemaakt. Er
werden offertes voor gevraagd. Het was niet mis
hoor: 50.000 folders kostten toen zo’n 9300 gulden
aan drukkosten. En daarna moest je het nog zien
24
te verzenden. Er was een bestuurslid dat vond dat
dat geld maar aan andere dingen moest worden
besteed. Maar die is overstemd. Zo zijn er dus
50.000 besteld, maar waarvan er meteen 40.000
naar de Koppeling gingen. Dat was toen het personeelsblad
van NS. Kwamen er weer extra verzendkosten
bij want de Koppeling werd zwaarder. Die
verzendkosten waren alleen al 6600 gulden. Dus
kostte het werven van nieuwe leden ruim 15.000
gulden. Ik herinner mij dat we er wel zo’n 450 leden
bij kregen. Toen kon je van de toetreders al zeggen
dat de gemiddelde leeftijd vrij hoog was. Later dat
jaar hebben we ook de hobbybladen benaderd.
Op aanbeveling van mej. Asselberghs werden de
folders toen ook meegestuurd met het blad ‘Oud
Utrecht’. Zij dacht dat daar misschien ook nog
wel een markt voor nieuwe Vrienden was. Dat viel
tegen ten opzichte van de Koppeling.
Adriaan herinnert zich de Vriendendag 2001 om
twee redenen goed: “Die ledenwerfactie had effect
op die Vriendendag. We zouden naar Limburg met
gaan met drie blokkendozen van het Museum,
de motorwagen was toen in onderhoud en zou
hopelijk op tijd klaar zijn. Het aantal deelnemers
was zo groot dat we de Jaap van de Haarlemse
werkgroep moesten ‘lenen’. Achteraf was dat alleen
maar goed want de motorwagen van het
museummaterieel was defect. De Jaap moest
toen de tractie leveren. We zijn naar het Industrion
in Kerkrade gegaan en daarna door naar de ZLSM.
Het was trouwens aardig improviseren. Tot dan toe
hadden we bij de Vriendendag niet meer dan zo’n
100 belangstellenden. Dat kwam mooi uit, want in
het Industrion hadden we een zaal gehuurd voor
104 bezoekers. Maar er waren er nu veel meer, ruim
200. We moesten zelfs inschrijvingen weigeren,
bijvoorbeeld partners en andere introducees. De
trein had maar 220 zitplaatsen, geen staanplaatsen.
We hebben er toen zaalruimte bij gehuurd”.
Met gevoel voor understatement meldt Adriaan:
“Ja, was wel een aardig succes geloof ik.” Hij herinnert
zich dat dankzij de goede contacten met zijn
werkgever het dat jaar lukte om NS alle ‘rijkosten’
van deze Vriendendag voor haar rekening te laten
nemen.
׉	 7cassandra://sKBCFC746uL9vvrVOsR4nYNtryNB-HV3vtCobrR9EUEB`n ^ܫ7RN׉EZoals gezegd, er waren twee redenen waarom
Adriaan zich deze Vriendendag goed herinnert.
De andere is dat hij zelf niet mee kon. In het bedrijf
speelde in die tijd van alles, samen te vatten met
arbeidsonrust. Adriaan: “Gezien mijn functie bij
Personeelszaken indertijd kon ik niet mee met
de museumrit. Ik moest dat weekend in Utrecht
blijven. Gelukkig kon ik een jaar later wel mee
naar Medemblik. Ik herinner me trouwens dat als
resultaat van die ledenwerving we ook tal van
toen bekende NS-ers als lid konden verwelkomen,
bijvoorbeeld directeur Hasselman en Werkspoor
icoon Oudendal. Deze mannen konden ook in de
ledenvergaderingen zo af en toe nog eens iets
bijzonders melden over de bedrijven. Boeiend.
Adriaan heeft als secretaris van het bestuur natuurlijk
veel te maken gehad met de voorzitter. In
zijn tijd was dat Henk Koning. Kon hij Henk Koning
beïnvloeden? “Matig. Was wel zaak hem tijdig te informeren.
Agenda’s werden bijvoorbeeld door mij
voorbereid en dan moet je je voorstellen dat alle
bijzonderheden die gezegd moesten worden, dus
al opgeschreven stonden. De agenda’s werden
door mij wel ingekleurd, ja”.
In de vergaderingen werden de aanvragen van
het museum besproken. Tussen de vergaderingen
door werd er dan wel informeel afgestemd.
Adriaan: “Dat ging soms best wel lastig, soms
werd een aanvraag gewogen met de vraag wat
nou geschiedenis was en dus interessant voor het
museum en wat eigenlijk nog zo modern dat die
afweging eigenlijk niet hoefde te worden gemaakt.
Inmiddels was Florian Hupkes de conservator en
die kwam met de aanvraag een slaaprijtuig aan
te schaffen. Of wij daar aan wilden meedoen. Het
bestuur was toen wel duidelijk: ‘dat gaan wij niet
doen’ en de aanvraag werd bij meerderheid afgewezen.
Dankzij voortschrijdend inzicht werd het
rijtuig later toch aangeschaft geloof ik”.
De Vriendendag in Winterswijk herinnert Adriaan
zich ook nog goed: “We konden de kosten van
die dag aanzienlijk reduceren dankzij het feit dat
de directeur van het toenmalige Syntus zelf onze
extra trein heeft gereden. Syntus werd ook nog een
tijdje donateur. Zij hoefden twee jaar geen geld te
betalen, ze werden geacht geacht hun donatie in
nature te hebben voldaan door de kosten voor de
extra trein voor hun rekening te nemen”.
In 2005 was er weer een ledenwerfactie. Het museum
was heropend en het verwachte bezoekersaantal
werd ruim overtroffen. Adriaan: “We hadden
de directie steeds gesteund, maar ik herinner me
dat toch veel Vrienden hun lidmaatschap hebben
opgezegd: ze zagen niets in een ‘spoorwegmuseum-efteling’.
Toch eindigden we na weer
een ledenwerfactie in 2005 met ruim 1700 leden,
dat getal is nooit meer hoger geweest. Later was
er een duidelijke afname van het ledenaantal. Het
museum was ook wat commerciëler geworden.
Toen is ook binnen het bestuur en in samenspraak
met de directie nagedacht hoe het dan verder zou
moeten. Bedacht werd om de vereniging om te
zetten in een stichting. Zo konden we veel directer
doelgroepen benaderen met verschillende doelstellingen”
Uiteindelijk
is dat niet gelukt: in de ledenvergadering
was 90% voorstemmers nodig, het werd 87%.
Het hoofdmotief van de tegenstanders was angst
dat in een stichtingsvorm het museum samen
aan de Vrienden ‘zaken kon doen’ en de donateurs
als het ware buiten spel zouden komen te staan.
En hoewel het bestuur had aangegeven geen
consequenties te verbinden aan een ‘neen’ had
Adriaan in de vergadering gemeld dat dat niet
gold voor individuele bestuursleden. En dat hield in
dat Adriaan zijn functie neerlegde.
De opvolging van Adriaan werd vervolgens geregeld
in de bestuursvergadering waar ik voor de
eerste keer als redacteur van de Vriendendienst (in
oprichting) aanwezig was. De toenmalig directeur
Paul van Vlijmen liet de voorzitter duidelijk blijken
dat hij wel een geschikte opvolger voor Adriaan
wist. De heer Koning kon daar niet aan ontkomen,
uw redacteur ook niet. n
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
25
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://h3sM2qRCQIXGDTgkN7ds2C2FZsT1HhqBRU9GResxHRE ,``׉	 7cassandra://r6-RrnCaxisWxIXvkxKIEw1Cerfvw3MvGORrWyKJjoY	`׉	 7cassandra://QujSwI4Ycqy_GMdU-1ZygMKWLLr72OXv7T9sosFw8GUK`n ׉	 7cassandra://QrMDk6FPrnL2QrwdwtI_xh4gz7WLcPzoMB9_aFTS1IM ͠	^ܫ7RN׉ELedenvergaderingen
en Vriendendagen
Uiteraard zijn er sinds de oprichting van de vereniging ledenvergaderingen geweest.
Met de start van het mededelingenblad De Brugrail werden niet alleen de
aankondigingen, maar ook de verslagen van deze vergaderingen in het blad
gepubliceerd. Ook excursies, gecombineerd met de jaarvergadering, zijn er geweest.
Later werden dat de Vriendendagen. Ook hiervan kunnen we pas vanaf het begin van
De Brugrail in ‘woord en beeld’ van genieten. De traditie van jaarvergadering en
vriendenrit wordt hopelijk de komende jaren in ere gehouden. In deze collage
Vriendendagen door de jaren heen.
Talbot; 14 mei 1993
Bij NS in de werkplaats Tilburg; 9 juni 1995
Naar de MBS; Boekelo; 20 april 1996
Bij NS in de werkplaats Onnen; 12 mei 1997
26
Haarlem; 25 april 1998
׉	 7cassandra://QujSwI4Ycqy_GMdU-1ZygMKWLLr72OXv7T9sosFw8GUK`n ^ܫ7RN׉E Leidschendam; 27 mei 2000
Kerkrade; 29 juni 2001
Spoorwegmuseum; 3 mei 2003
Medemblik; 15 juni 2002
Winterswijk; 8 mei 2004
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
27
Spoorwegmuseum; 25 juni 2005
Rotterdam; 7 mei 1999
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://ZKyHLoRMeW3tb1TMZF-X92KbJd0kAauAvKfy08BxlE8 `׉	 7cassandra://NMbtMG0ehaFIrQgLzQ39IvUnbTuvxL-53SGwb3zCtaw`׉	 7cassandra://Yjr8ZEQ560-xwxhxR_6ynGw8DZYAuJgn7xAihyvczE4I6`n ׉	 7cassandra://DSMarCnM_FZdVv6xSKPMXsTqUTsmrX0jWCHaMAd8uNA t͠	^ܫ7RN׉ELedenvergaderingen
en Vriendendagen
Naar de SGB in Goes; 14 mei 2011
Naar Talbot Aachen; 22 oktober 2010
Trekduw met de 1202 en 1312; 2 juni 2012
Met DEloc en mat’24 naar de Maasvlakte; 25 mei 2013
(foto Harry Peters)
28
Achter de 1202 naar o.a. Almelo
Industrieterrein 14 mei 2014
׉	 7cassandra://Yjr8ZEQ560-xwxhxR_6ynGw8DZYAuJgn7xAihyvczE4I6`n ^ܫ7RN׉ENaar Hoek van Holland met de 273; 4 juni 2016.
Rit met DE3 114; 26 september 2015
Naar de SHM in Hoorn en Medemblik 10 juni 2017
Naar Corus in Beverwijk en rit met
de Buffel; 23 juni 2018
Achter de 1312 met Plan D en E; 22 juni 2019
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
29
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://ammMtEUYw8dKGeGssbYyAYW_Yb5ooSY_raYlhb7YXG8 p`׉	 7cassandra://eYbkZvm195eJC2Iu6M2xUSIwvewR9qc_drlOw7Y0Yrg`׉	 7cassandra://lfUwUJSFAiyCo4ksL9IPNFXoq2rX6O6sGzaxw7rIiQ4CR`n ׉	 7cassandra://6fjgC2_HEw0qxrjnesr-Py2vhpJEv4PoUeRxWrmHl4U T͠	^ܫ7RN׉EProjecten
Een van de doelstellingen van de vereniging is het vergaren van financiële middelen om
realisatie van projecten in het museum mogelijk te maken. Uiteraard zijn de inkomsten
uit de contributies hierbij een belangrijk middel, maar in sommige gevallen wordt ook
gezocht naar externe sponsoren. In de loop van de jaren zijn vele aanvragen ingediend.
Slechts zelden werd een aanvraag afgewezen.
Grote projecten in het verleden zijn bijvoorbeeld
geweest de steun bij het restaureren van het LTMtramrijtuig,
de aanschaf van de mooie modellen
voor de HollandRail Show en de inrichting van de
bibliotheek. Hieronder enkele voorbeelden van
gerealiseerde aanvragen van recentere datum.
Modellen (schaal 0) die werden gebouwd voor de HollandRail
Show die werd geopend in 1998
In de ledenvergadering van 2008 benadrukt de
directeur het streven naar een verdiepingsslag bij
de inrichting van de huisjes in Wereld 1. Reagerend
op het signaal van de penningmeester dat er nog
fondsen beschikbaar zijn en de begroting nog
moet worden behandeld vraagt hij ter plaatse een
bijdrage van € 62.500 voor de herinrichting van de
huisjes. De verraste vergadering gaat akkoord.
Treinstel 252 in Blerick op 3 mei 2019
In 2011 hebben de Vrienden hebben de Vrienden
met € 22.500 bijgedragen aan de betaling van de
factuur betreffende het herstel van de bekabeling
van het treinstel 252 (materieeltype mat’36) dat in
Blerick wordt gerestaureerd.
De Mannetjes
30
Met de afronding van de werkzaamheden op het
Werkterrein krijgt de bezoeker een kijkje achter
de schermen van een spoorwegemplacement
door de stoomjaren heen. De uitdaging was
om de bezoekers op een leuke, onderhoudende
manier iets mee te geven over wat er allemaal
gebeurde op zo’n werkterrein. De oplossing werd
gevonden in kleine werkmannen. Zij staan over
het hele werkterrein verspreid: machinist, stoker,
rangeerder, seinhuiswachter tractieopzichter
en depotchef. De spoormannen vertellen hun
׉	 7cassandra://lfUwUJSFAiyCo4ksL9IPNFXoq2rX6O6sGzaxw7rIiQ4CR`n ^ܫ7RN׉E	persoonlijke ervaringen, de bezoeker kan ze zelf
activeren door op een knop te drukken De beeldjes
zijn gemaakt door beeldhouwer Frans Gort.
Vanwege de praktische kant, maar ook vanwege
de kosten is gekozen voor kunststof beeldjes. De
mannen zijn ook ‘hufterproof’, in het binnenwerk zit
een grote pin die aan de onderkant met een moer
in de console geschroefd zit. De mannetjes staan
daardoor stevig op hun sokkel. De Vrienden van
het Spoorwegmuseum hebben gezorgd voor de
financiering van dit unieke project.
In de ledenvergadering van 25 mei 2013 wordt
speciale aandacht gevraagd voor de op stapel
staande tentoonstelling ‘Beladen treinen’. Het
Hoofd Collecties van het museum wijst de aanwezigen
op het feit dat in 2004 dankzij een bijdrage
van de Vrienden de nu voor deze tentoonstelling in
te richten goederenwagen kon worden verworven
en gerepatrieerd uit Roemenie.
In 2013 werd een aanvraag ingediend voor de ondersteuning
bij de restauratie van de 1125 en de 1302
waarvan de sierstrippen niet meer (in de goede
staat) aanwezig bleken te zijn. Ten aanzien van de
1125 was er nog een extra detail: sinds 1987 toont de
loc de sierstrips en de nummerplaten van de 1122.
Attributen trouwens die indertijd dankzij de Stibans
werden veilig gesteld toen de laatste 1100-en van
een botsneus werden voorzien. Reden genoeg om
de dus in een ‘identiteitscrisis’ geraakte museale
1100 haar originele nummer weer terug te geven.
Daarnaast was het de wens van het Museum
dat locomotief 1302 t.z.t. de blauwe kleurstelling
De te restaureren Conrad brug in de werkplaatst
(Foto Spoorwegmuseum)
aangemeten zou krijgen. Besloten werd om zowel
de nummerplaten voor de 1125 als de sierlijsten
van de 1300 in één project mee te nemen. Dankzij
de financiële bijdrage van de Vrienden was het
nu mogelijk zowel de ceintuur van de toekomstig
blauwe 1302 als de nummerplaten van de 1125 en
de 1302 te laten namaken.
Van 2 juli tot en met 20 oktober 2014 organiseerde
het Spoorwegmuseum een tentoonstelling over
het werk van Frederik Willem Conrad, een belangrijke
spoorwegpionier uit de begintijd van de
spoorwegen. Conrad maakte naam met zijn brugontwerpen.
Van de in totaal 98 ontworpen bruggen
werden er velen in model gebouwd. De modellen
in de collectie van het Spoorwegmuseum zijn topstukken.
Ze zijn gemaakt in de jaren ’40 van de 19e
eeuw. Deze mooie brugmodellen en het schaalmodel
(1:5) van de draaischijf konden dankzij de
bijdrage van de Vrienden worden gerestaureerd
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
31
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://ptdLZJ2j_2RzT0sd9GHxRmkaipcP3bKYQyE9duGHsqI ``׉	 7cassandra://raX9kurygKm7yzKNnafm19-HpUFNY9rkeg8VVvqbAZsc`׉	 7cassandra://F-FjOfWHOh3E2ejKYjYm2e5uLpnGvhWSb8ooXVAFJxoG|`n ׉	 7cassandra://B3GmpTYjSl44ujXMvS7hwJ9_MPXn6GZBWiRdxZGgQTw A\͠	^ܫ7RN׉EDe blokpost in de takels (foto Spoorwegmuseum)
De Arend naast de gerestaureerde blokpost (foto Edward Bary)
en maakten deel uit van de tentoonstelling over
Conrad.
In 1980 werd het gebouwtje van de opgeheven
blokpost Arnhemschestraatweg ter veiling aangeboden
en opgekocht door een aannemer in
Ubbergen die het als tuinhuisje gebruikte totdat
men besefte dat het niet zo goed meer paste in die
tuin. Het museum heeft het huisje overgenomen
De nieuwe modellenpresentatie is gebouwd in
de voormalige depots onder de loopbrug. Het
Museum heeft het plan opgevat de modellen professioneel
te laten fotograferen. Een deel van het
budget dat door de Vrienden beschikbaar is gesteld
voor de restauratie wordt hiervoor gebruikt.
Het is de bedoeling dat het resultaat beschikbaar
komt voor het publiek.
waarna het op het museumterrein nog dienst
heeft gedaan als snoepwinkeltje. Na veel research
bleek de technische inrichting te herbouwen met
nog beschikbare onderdelen uit het depot van het
museum. Dankzij een bijdrage van de Vrienden
kon het gebouwtje met hulp van een grote kraan
worden verplaatst naar zijn huidige standplaats,
bij de overweg. De inrichting werd gereconstrueerd:
in een bureautje is een interactief scherm
weggewerkt waarin filmpjes, interviews, foto’s en
animaties uitleg geven. Ook dit aanvullende project
werd gefinancierd door de Vrienden.
De Vrienden hebben een budget beschikbaar
gesteld voor de restauratie van bestaande modellen
en de aankoop van enkele nieuwe modellen.
32
In november 2017 kwam het Spoorwegmuseum in
het bezit van de bakopbouw van een 145 jaar oude
wagen van de voormalige Staatsspoorwegen (SS).
Deze wagenbak was bijna 75 jaar in gebruik geweest
als opslagruimte bij een particulier. Omdat
er uit de beginperiode van de Staatsspoorwegen
– maar ook in het algemeen uit de begintijd van
het goederenvervoer per spoor in Nederland –
heel weinig bewaard is gebleven heeft het spoorwegmuseum
de intentie om deze wagenbak op
termijn weer van een onderstel te voorzien en in
oude staat tentoon te stellen. De eerste stap was
het veilig stellen van de wagenbak. De Vereniging
Vrienden van het Spoorwegmuseum financierde
de verplaatsing van Andelst in de Betuwe naar
Utrecht.
׉	 7cassandra://F-FjOfWHOh3E2ejKYjYm2e5uLpnGvhWSb8ooXVAFJxoG|`n ^ܫ7RN׉EToen dwarsliggerwagen 29045 uit het materieelpark
van NS werd afgevoerd werd de karakteristieke
wagen gereserveerd voor het Spoorwegmuseum.
Het duurde nog ruim 10 jaar voordat aan de restauratie
van deze wagen werd begonnen. Vooral
door toedoen van spoorweghistoricus Karskens
waren intussen vele belangrijke wagenonderdelen
verzameld om de wagen in zijn oorspronkelijke
staat terug te kunnen brengen. Een aantal van
die onderdelen is zelfs ouder dan de wagen zelf!
Nieuw was uiteraard al het houtwerk, inclusief het
remmershuis dat naar de originele tekeningen
werd herbouwd. De gerestaureerde wagen kreeg
als revisiedatum 27.12.1978. Toen de museumwagen
er meer dan 35 jaar had opzitten was duidelijk dat
de wagen toe was aan een algehele opknapbeurt.
Dankzij de Vrienden van het Spoorwegmuseum
kon deze ‘grote herstelling’ worden uitgevoerd.
Aan de door de Vrienden gefinancierde revisie van
de motoren van de DE1 wordt in deze Vriendendienst
aandacht besteed. De motoren werden eind vorig
jaar met zorg weer terug geplaatst onder het rijtuig.
Het Spoorwegmuseum kon mede dankzij donaties
van Stichting Goede Doelen Nh1816 en de
Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum
een grote wens in vervulling laten gaan: het
restaureren van de RD 7659. De Vrienden stellen
een substantieel bedrag ter beschikking en op
5 juni 2019 konden de voorzitter van Stichting
Goede Doelen Nh1816 en Richard Weurding, voorzitter
van de Vriendenvereniging, de cheques
van respectievelijk 100.000 en 30.000 euro overhandigen
aan Nicole Kuppens, directeur van het
Museum. In de Vriendendienst zijn de leden van de
vereniging op de hoogte gehouden van de voortgang
van deze imponerende restauratieklus en
ook in dit jubileum nummer van de Vriendendienst
wordt ruim aandacht geschonken aan dit pronkstuk
dat straks kan worden bewonderd in het
Spoorwegmuseum. n
(foto Spoorwegmuseum)
(foto Spoorwegmuseum)
Richard Weurding en Peter van der Vlist overhandigen de
cheque aan Nicole Kuppens (foto Spoorwegmuseum)
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
33
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://3VSKu-LYSO6tgIm3CU3QuRAvUupVEvXrhBmxP9Z9QIY `׉	 7cassandra://auwoN4_5oSPoK1gAHWDCPrbBuhGMXa8VIdeknix7fBA`׉	 7cassandra://8ChhX9L4TiCBkuiHAk6fhcq_xA8Q8bkvbeeFJnp3BLYK`n ׉	 7cassandra://GfsV6Zk8rUeIUjKz115_GsjRntZ863WkfuwfLqY8yuY  ͠	^ܫ7RN׉EoDe restauratie
van RD 7659
(met dank aan Maykel Kastelijn)
Bijna in de loods in Blerick; 12 november 2019 (foto R. van Gent)
In de vorige editie van de Vriendendienst kon melding worden gemaakt van de
overhandiging van de cheque van de Vrienden als bijdrage aan de restauratie van de
RD. In Blerick werd vorig jaar een begin gemaakt met dit imponerende project.
In augustus werden de draaistellen
van de 7659 overgebracht
naar Duitsland. Bij de
controle van de staat waarin
ze verkeerden is gebleken dat
er toch wel het een en ander
moest gebeuren. De vele jaren
stilstand hebben de draaistellen
geen goed gedaan en een
aantal onderdelen moest nieuw
moet worden aangemaakt.
De bak van de 7659 heeft na
het vertrek van de draaistellen
enige tijd buiten gestaan op
34
bokken. Maar op 12 november
was het zo ver dat met hulp van
de twee (kleinere) kranen het rijtuig
de loods in Blerick kon worden
ingetrokken. In de speciaal
gebouwde tent werd met het
stralen van het rijtuig begonnen,
de werkplek was als het ware ingepakt
door de tentconstructie.
Helaas
bleek na het
stralen
en het daarvoor noodzakelijke
demonteren van vrijwel het gehele
interieur dat de wagenbak
er een stuk slechter aan toe
was dan verwacht. Zowel de
buitenwand als de dragende
stalen kokers van de bovenzijde
van het rijtuig waren door alle
jaren ophopen van water en vuil
geheel verroest. De lekrand boven
de ramen bleek eveneens
tot veel roestvorming te hebben
geleid. De lekkages door roestgaten
hadden ook tot schade
aan veel delen van het interieur
geleid. Bij demontage bleken
veel zaken onherstelbaar, zoals
de aanrechtblokken in keuken
en pantry maar ook vrijwel alle
׉	 7cassandra://8ChhX9L4TiCBkuiHAk6fhcq_xA8Q8bkvbeeFJnp3BLYK`n ^ܫ7RN׉EKlaar voor het vervolg van de metamorfose; Utrecht Spoorwegmuseum;
27 februari 2020 (foto Spoorwegmuseum)
wandpanelen. Maar van de
nood werd een deugd gemaakt!
Uit historisch onderzoek was
gebleken hoe bijzonder dit rijtuig
was bij indienststelling. Het kleurgebruik
in de wagen was uniek,
de afwerking lag in de richting
van een “American Diner” en
het moest een toonbeeld zijn
van het vernieuwde naoorlogse
spoorbedrijf.
Besloten werd alle delen die versleten
waren door nieuwe in oorspronkelijke
staat te vervangen.
De revisie uit de jaren ‘70 werd
daarmee ongedaan gemaakt
en het rijtuig zou nu geheel in
afleveringstoestand worden gebracht.
De telefooncel, origineel
interieur van keuken en pantry,
de met leerdoek beklede plafonds
in de restauratie afdeling,
dit alles zou dus nu terug komen.
De wandbetimmeringen werden
weer door originele platen
met mahonie fineer vervangen,
donker gebeitst en mat gelakt.
De banken krijgen de oorspronkelijke
lichtblauwe kleur terug.
Gelukkig was veel van het lastige
afwerkhout nog wel behouden
en ook dit werd in oude staat
hersteld.
De planning kwam door het
vele extra laswerk wel onder
druk te staan, zodat besloten
werd de opbouw in twee delen
uit te voeren. Eén helft werd als
eerste geheel gereed gemaakt
zodat het belangrijkste deel van
het interieur al opgebouwd kon
worden terwijl de andere helft
tijdens deze opbouw nog gelast
moest worden. Voor de opbouw
werd de hulp ingeroepen van de
vele vrijwilligers in Utrecht maar
daarvoor moest de wagen eerst
op transport.
Kopzijde met weer nieuw aangebrachte
opstaptreden; 20 april 2020
Nieuwe dakrand met sierlijst en herstelde
dakgoten; 20 april 2020
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
35
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://qXbDiqzpGEZ_niq0rKZejwH-vNJjbVe9AbktdTGHCxw x`׉	 7cassandra://8EhQFQE_5Y26mjR6QCGk2ztiKTfu_gX2zVpKj8MgCPo`׉	 7cassandra://WcTkbp-IikVffkbjKl18_1JuziLUufIABw6Lfj0NLfwBR`n ׉	 7cassandra://OkwYPphKVV8CqAiDkUhOJKEgsx0fdt9KC63J6I8he-s h0͠	^ܫ7RN׉E Nog een kale ruimte; 20 maart 2020
Zijgang met nieuwe vloer; 23 januari
2020
Kasten pantry bij Lunenburg
Timmerfabriek, gereed voor inbouw;
17 maart 2020
Interieur op 29 mei 2020
36
׉	 7cassandra://WcTkbp-IikVffkbjKl18_1JuziLUufIABw6Lfj0NLfwBR`n ^ܫ7RN׉EEn zo werd op donderdagochtend
27 februari om zeven uur
begonnen aan een bijzondere
dag in het bestaan van de RD.
De voorbereiding van het laden,
om half tien gevolgd door het
echt op de trailer zetten en
vervolgens de reis naar Utrecht.
Omdat de RD in de schilderstent
bij het museum geplaatst moest
worden was het nodig dat het
Benelux stuurstandrijtuig na
het schilderwerk naar buiten
zou gaan voor het handmatig
afwerken van details. De RD
werd gelost op het spoor van
de tent. Als werkplaats voor de
nu komende weken werd de
motorpost langs het perron
gebruikt die achter de RD kwam
te staan.
Op donderdag 5 maart werd
het rijtuig op ‘blokkendoos’
nooddraaistellen gezet met
een stalen adapter er tussen.
Zo kon het rijtuig de tent ingerold
worden. Pas rond 12 juni
zou de RD weer op zijn eigen
draaistellen
worden
gezet.
Vrijwel meteen na aankomst
bij het Spoorwegmuseum zijn
de vrijwilligers begonnen met
het schoonmaken en herstellen
van de vele losse onderdelen uit
het interieur zodat ze later voor
de opbouw gereed lagen. Denk
daarbij aan het schoonmaken
van alle ramen, de vele aluminium
strips en vloerplinten, de
lampen enz. Ook de tafels werden
van nieuw linoleum voorzien
zoals ze oorspronkelijk hadden.
In de loop van maart was het
laswerk aan het rijtuig gereed
tot net over de helft van het
rijtuig. Aansluitend is dit deel met
daarbij de keuken, pantry en
restauratie afdeling gestraald
en in de grondverf gezet. Daarna
kon met de opbouw van het
interieur van dit gedeelte worden
begonnen. Intussen ging
het laswerk aan het casco aan
de andere zijde gewoon verder.
Bij de bagageafdeling moesten
alle weggeroeste geleiders van
de dubbele schuifdeuren worden
vernieuwd.
Vrijdag 8 mei was er een heugelijk
moment: het laswerk aan
de buitenzijde was gereed! Er is
enkele kilometers aan lasdraad
verwerkt om alles weer 100% in
orde te krijgen. Tijd voor pauze
was er niet, de maandag daarna
werd meteen het resterende
deel van het rijtuig gestraald
en in de grondverf gezet. Een
week daarvoor was toen ook al
een begin gemaakt met de plamuurwerkzaamheden
van de
buitenzijde waardoor er straks
niets meer van het uitgebreide
herstel van het plaatwerk zichtbaar
zal zijn.
Midden mei was aan de binnenzijde
vrijwel al het montage
houtwerk aangebracht. Aan dit
hout worden de plafonds en
wandbetimmeringen bevestigd
die elders werden hersteld of
nieuw gemaakt. Ook zijn alle
schuiframen
intussen
weer
werkend gemaakt. De meeste
waren in het verleden vast
gelast nadat ze niet meer goed
werkten vanwege roest.
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
37
Eind mei zijn de plafonds terug
geplaatst en is in hoog tempo
de rest van het interieur aangebracht.
De wanden werden met
leerdoek bekleed en op de vloer
nieuw linoleum aangebracht.
Eind mei was het belangrijke
moment aangebroken dat de
elders gefabriceerde interieurdelen
zoals de bar en de gehele
inrichting van de keuken en pantry
konden worden ingebouwd.
In de planning is opgenomen dat
pas een week voor de ope n ing
van de tentoonstelling ‘Tosti’s,
Truffels en Treinen’ (gepland op
18 juni) de RD kan worden gespo
ten in de beken de turquoise
kleur en voorzien van biezen
en op schriften. Die planning
kon, ondanks de vele onvoorziene
extra werkzaam heden en
dankzij de inzet van velen, toch
gehaald worden. ‘Onze’ RD 7659
zal ongetwijfeld een publiekstreffer
worden tij dens en ook na
de expositie. n
(foto’s bij dit artikel zijn van Maykel
Kastelijn, tenzij anders aangegeven)
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://w8KtQPtnMWBOtXuQzttmJMehabX5zZBJoATvUl1a59w 2`׉	 7cassandra://LCeSq6cm68KH3qr94A0cjXvVvSMTP_Z7AwVLAK0ilHg#`׉	 7cassandra://V-uhVkFFP7Kwq2J2_49e0KLHDuHQwwfrAKPedHm2O9wC`n ׉	 7cassandra://bN2XlAeJsTyolhimVZwXbgooc7xyw7nvZ233wj5eAUI $͠	^ܫ7RN׉ELocomotief 1501 tijdelijk
naar Spoorwegmuseum
Locomotief NS 1501 (ex 27003) bij de werkplaats Tilburg, 4 mei 1970.
Foto J.C. de Jongh (archief NVBS Railverzamelingen
Op 6 mei dit jaar was het 50 jaar geleden dat de eerste locomotief van de serie 1500 bij NS
werd afgeleverd. Ons Spoorwegmuseum wil aandacht schenken aan dit ‘jubileum’:
het plan is de loc tijdelijk in het museum te plaatsen. De 1501 werd bewaard dankzij
het initiatief van een groep Rotterdamse machinisten en opgeknapt door de leden
van de werkgroep 1501, samen met leden van de stichting Klassieke Locomotieven
(kortweg KLOK)
Doordat in Engeland de spoorlijn Manchester
- Sheffield (Woodhead-lijn, vernoemd naar de
tunnel halverwege de lijn) de enige lijn was met
1500 volt gelijkstroom moest er ook apart materieel
voor worden ontwikkeld. Het al in 1940 in dienst
gestelde prototype (genummerd LNER 6701) werd
na een aantal proefritten opgeborgen in verband
met de tweede wereldoorlog. Op 3 september
1947 werd de inmiddels LNER 6000 genummerde
loc op huurbasis naar Nederland overgebracht.
Zo kon de LNER de NS helpen met het uitvoeren
van de dienstregeling en NS de locomotief aan
praktijktesten onderwerpen, waar de LNER niet
38
aan toe kwam. Al snel kreeg de locomotief de
bijnaam Tommy.
Mede op basis van de in Nederland opgedane
praktijkervaring kwamen er behalve 57 locomotieven
van het later als EM1 bekende type ook 6-assige
locomotieven type EM2. Oorspronkelijk gepland 27,
maar tijdens de bouw werd besloten om het bij
zeven stuks te houden. De eerste locomotief, de
E27000 kwam in september 1954 in dienst, al vrij
snel gevolgd door de overige zes. De locomotieven
EM2 hebben van 1954 tot oktober 1968 dienst
gedaan op bovengenoemde Woodhead-lijn. Door
׉	 7cassandra://V-uhVkFFP7Kwq2J2_49e0KLHDuHQwwfrAKPedHm2O9wC`n ^ܫ7RN׉Eahet wegvallen van het kolenvervoer waren ze niet
meer nodig.
Naar Nederland
De NS was in het kader van Spoorslag ’70 dringend
op zoek naar nieuwe trekkrachten. Een medewerker
van British Rail wees NS op de zeven locomotieven
EM2. Op 20 augustus 1969 maakte een delegatie
van de NS een proefrit met de E27002 en op basis
van de resultaten besloot NS om de locomotieven
over te nemen. De E27002 vertrok als eerste naar
Nederland en op 7 oktober 1969 reed de locomotief
een proefrit Utrecht - Arnhem, waarna er nog een
aantal proefritten volgden. Bij NS wilde men de
eerste locomotief opgeknapt hebben in de zomer
van 1970. En het was 8 mei, nu dus iets meer dan
50 jaar geleden, toen de 1501 (de voormalige 27003)
werd afgeleverd en op 12 juni 1970 in dienst gesteld.
Revisie
De locomotieven kregen een grote revisie in
Tilburg. Die hield onder meer in de inbouw van
ATB en de in Engeland gebruikte vacuümrem
werd vervangen door de gangbare drukrem.
De stroomafnemers werden vervangen door in
Nederland gangbare type Faiveley AM-30 stroomafnemers.
De stuurstanden werden verplaatst van
links naar rechts, een eis die bij de latere serie 1600
van tafel ging. Aangebracht werden elektrische
treinverwarming, zandstrooiers, slipbeveiliging
en andere front- en sluitseinen. De draaistellen
werden versterkt en aangepast om de remblokken
te kunnen plaatsen De E27005 ging dienen
als plukloc voor de overige zes locomotieven. De
aanschaf en ‘bijhorende’ revisie voor de zes locomotieven
kwam uit op een bedrag van 1.788.000
gulden.
Technische gegevens
De locomotieven werden gebouwd door British
Railway Works te Gorton in 1953. Het elektrisch
deel werd gebouwd door Metropolitan - Vickers.
Zij |hadden een lengte van 17.983 meter en een
gewicht van 98 ton. De locomotief beschikte
over 6 tractiemotoren van het type MV 146, die
een vermogen leverden van 300 kW. Het totale
continuvermogen bedroeg 1.800 kW, met een
maximum van 2.058 kW. De overbreningsverhouding
is 17:64, de wiel diameter was 1.100 mm en de
minimale boogstraal was 120 meter. De maximale
dienstsnelheid was 135 km/h, hoewel zij ontworpen
waren voor 140 kilometer per uur.
Uitvoering
De locomotieven kwamen in Engeland in dienst
in het zwart, kort daarna overgeschilderd in het
‘Brunswick Green’. In 1960 werd de kleur lichtblauw.
De E27000, E27001, E27003 en E27005 bleven
groen en kwamen zo ook in Nederland aan. De
overige locomotieven waren blauw bij aankomst
in Nederland. Bij de NS kwamen ze in het bekende
geelgrijs op de baan.
Zij waren hiermee de eerste locomotieven in deze
kleurstelling. De nummers waren op de 1501 in
eerste instantie alleen op de zijkanten van de
cabines aangebracht, later kwamen de nummers
ook op het front. Zoals gebruikelijk was in Engeland,
waren de locomotieven voorzien van een naam, in
dit geval namen van verschillende godinnen. De
1501 (voormalige 27003) had de naam Diana.
Inzet
De 1500-en werden hoofdzakelijk ingezet op
de relatie Rotterdam (later Den Haag) -
Venlo
(- Keulen). De treinen bestonden in het begin uit
rijtuigen Plan D, Plan K en Plan N, aangevuld met
stalen D’s, later vervangen door het nieuwe ICR.
Ook waren de locomotieven onder meer te zien
voor D-treinen die vanuit Hoek van Holland reden.
Op deze manier kwamen ze ook in Utrecht en via
het rijden van goederentreinen naar Roermond of
Susteren ook in Maastricht voor het onderhoud.
Afscheid en afvoer
Met ingang van de zomerdienstregeling op
30 juni 1986 werden de locomotieven terzijde
gesteld. Er werd onder grote belangstelling een
aantal afscheidsritten gereden. Op 30 april 1986
was de Koninginnedagrit van de NVBS met de 1505
en zeven rijtuigen Plan E.
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
39
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://3cfb8MSBqsjyLoQCQUhTrWGY__T1N3j7bnINg1aJHuQ L`׉	 7cassandra://pivDMCZxUCgpO7lfzx81bxQVPcHpcjVhXYU_xhigc24ݵ`׉	 7cassandra://62WxCCR7wywRQxtULobmlTv2HcIkMOK4V-5iHsDaBQUD`n ׉	 7cassandra://R92R6wQOSFykyJ3LRauieE7-OTqGzDhtGeyYcaeJCDg f͠	^ܫ7RNנ^ܫ7RN ̨n̕9ׁHhttp://www.vriendennsm.nlׁׁЈנ^ܫ7RN <9ׁHhttp://A.J.M.BoׁׁЈנ^ܫ7RN y[9ׁHhttp://WWW.GOEDEDOELENNh1816.NLׁׁЈ׉EELocomotieven 1506
(voor trein 1556) en
1502 in Venlo;
3 september 1983
(foto A.J.M.Boer;
archief NVBS
Railverzamelingen)
Op 14 juni 1986 vond dé afscheidsrit der afscheidsritten
plaats, georganiseerd door de EM2 Locomotive
Society. Alle vier de locomotieven waren
in Tilburg nogmaals opgeknapt voor deze dag. De
ritten waren ingelegd door bijna het gehele land
en reden ook samen met SSN stoomloco motief
65 018. Hoogtepunt van deze rit was een line up
te Boxtel. Als eerste locomotief is ‘plukloc’ E27005
gesloopt. Als enige locomotief van de laatst overgebleven
vier locomotieven werd de 1503 eind
november 1986 gesloopt in Tilburg.
Als vervolg op de eerder door de Vereniging
uitgegeven speciale postzegels nu een
exemplaar met de 1501 als motief.
Museumlocomotieven
Er zijn drie 1500-en bewaard gebleven. De 1501 in
Nederland en twee anderen in Engeland. De 1502
staat bij de EM2 Locomotive Society in het Midland
Railway Centre Butterley in Derbyshire en staat
heden ten dage in het zwart te pronken. De 1505
staat in NS kleurstelling in het Greater Manchester
Museum of Science and Industry, gevestigd in het
oudste spoorwegstation van Manchester. Bij de
overdracht werd vastgelegd dat de locomotief
niet in een andere kleurstelling geschilderd mag
worden dan de NS huisstijl.
Werkgroep 1501
Locomotief 1501 was op 25 november 2006 te
gast in de Werkplaats Tilburg. De loc bracht
die dag twee 1100’n van de SGB in Goes naar
Tilburg ter gelegenheid van de presentatie van
het boek over de serie 1100.
De foto is gemaakt door Harry Peters. Bestelling
van het postzegelsetje kan gebeuren via onze
website www.vriendennsm.nl
40
De 1501 is in Nederland bewaard gebleven dankzij
het initiatief van een groep Rotterdamse machinisten
die de ‘werkgroep 1501’ oprichtte om de loc
te kunnen bewaren en te gebruiken voor speciale
ritten. Op 11 december 1986 werd de locomotief
gestald bij de lijnwerkplaats Feijenoord en in april
1987 definitief overgenomen van de NS. In het
museum depot in Blerick heeft de 1501 lange tijd de
toekomstige ontwikkelingen afgewacht. n
Gegevens met toestemming
ontleend aan Somda
׉	 7cassandra://62WxCCR7wywRQxtULobmlTv2HcIkMOK4V-5iHsDaBQUD`n ^ܫ7RN׉E Nh1816 FELICITEERT
DE VERENIGING VRIENDEN
VAN HET SPOORWEGMUSEUM
MET HET 50 JARIG JUBILEUM.
Stichting Goede Doelen Nh1816 heeft met trots
bijgedragen aan Treinen door de tijd en het
opknappen van het restauratierijtuig Plan D.
WWW.GOEDEDOELENNh1816.NL
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://Ar2laU-TwltK8zq9rdMoYvGJ16AxDYpgRMahZYpQe6k `׉	 7cassandra://Lb9iZkMdvqJjh5lYI6_F9JzPuPZhfv6AQ_eOtkOfJKU `׉	 7cassandra://sQgFwtm702-ZQuvu1b0JspPqP-1V78w83_XVnW4g2hoLL`n ׉	 7cassandra://Z_8KLZqZVuQxXYOJl_7GQBjosanQb7Ri8BcHzUQi1xI Ż ͠	^ܫ7RNנ^ܫ7RN vD;9ׁHhttp://C.CrׁׁЈ׉EMSprinter tweewagenstel
naar het Spoorwegmuseum
Begin april dit jaar werd bekend dat Sprintertweetje 2133 in de collectie van het
Spoorwegmuseum zal worden opgenomen. De buitendienststelling van dit inmiddels
45 jaar oude materieeltype is begonnen, gelijk opgaand met de komst van nieuwe
Sprinters.
Kenmerkend voor de ontwikkeling van de dienstregelingen
waren begin jaren ‘70 korte wachttijden
op stations door een hogere treinfrequentie,
korte halte afstanden in woon-werkgebied en de
daarbij horende korte reistijden, bijvoorbeeld de
Zoetermeerlijn en Nieuwegein. In september 1972
bestelde NS vijftien tweewagenstellen bij Talbot
in Aken, type Stads Gewestelijk Materieel, kortweg
SGM. De draaistellen werden geleverd door het
Zwitserse SIG in Neuhausen, de elektrotechnische
uitrusting door het Holec-concern. De tractiemotoren
kwamen van Société Oerlikon Paris, een
onderdeel van Brown Boveri & Cie. Het elektropneumatische
remsysteem werd geleverd door
Oerlikon. Om snel te kunnen optrekken werden alle
assen van een treinstel aangedreven worden door
een tractiemotor.
42
Het nieuwe materieel kreeg de naam ‘Sprinter’.
De eerste serie treinstellen werd niet alleen niet
voorzien van een overgang tussen de rijtuigen,
maar ook niet van toiletten. NS ging ervan uit dat
reizigers slechts voor een korte afstand van de
trein gebruik zouden maken. De vijftien treinstellen
kregen de nummers El2 2001 - El2 2015. Na hun
aflevering werden zij ingezet in een proefbedrijf
tussen Rotterdam Centraal en Hoek van Holland.
Nadat dit proefbedrijf succesvol was afgesloten,
werden tussen 1978 – 1980 zestig tweewagen stellen
geleverd met de nummers El2 2021 - El2 2080.
Begin jaren ’80 werd besloten 45 treinstellen van
de serie 2021 te verlengen met een tussenrijtuig en
15 nieuwe driewagenstellen te bouwen. Na de 60
driewagenstellen werden tussen 2007-2009 ook
׉	 7cassandra://sQgFwtm702-ZQuvu1b0JspPqP-1V78w83_XVnW4g2hoLL`n ^ܫ7RN׉EzTreinstel 2125 (zusje van de museum 2133) bij
Vught; 24 juni 2010
(foto A.J.M. Boer; archief NVBS
Railverzamelingen)
De (tijdelijke) proefneming in de 2133 achter
de deur van de machinist; 20 juli 2008
(foto C.Cremer; archief NVBS
Railverzamelingen)
de dertig over gebleven tweetjes in het Deense
Randers gereviseerd. De oudste treinstellen kregen
nu ook een bakovergang. De van de vervolgserie
overgebleven 2021 – 2035 werden bij hun revisie
vernummerd in de serie 2131 – 2145. Met dit nummeronderscheid
werd voor de materieelbijsturing
van NS het verschil duidelijk tussen ‘wel’ en ‘niet’
gereviseerd: onderling koppelen was vanwege
technische verschillen niet meer mogelijk. De 2023
werd de 2133 en dit treinstel gaat over naar de
museumcollectie.
De sprintertweetjes, ook de 2133, werden tussen
1996-1999 verbouwd tot ‘Citypendel’. Het interieur
kreeg een nieuwe kleur en de buitenzijde werd
helemaal geel. Afgezien van deze ook uiterlijk zichtbare
verandering is er nog een wijziging waarmee
de 2133 zich onderscheidde in het totale park
Sprinters, nu alleen in het interieur zichtbaar. Achter
de deur van de cabine werd een stukje balkon
gemarkeerd dat moest worden vrij gehouden voor
de machinist. Strepen op de grond die ook bekend
zijn in het huidige corona-tijdperk. De proefneming
heeft niet lang geduurd.
In december 2019 werden de eerste elf tweetjes
en vier drietjes terzijde gesteld. Het is de bedoeling
dat in 2020 verder wordt gegaan met de
seriematige afvoer van het inmiddels 45 jaar
oude materieeltype. Nadat al een groot aantal
Sprinters bezit genomen had van de sporen op
de Dijksgracht vond ook de ‘museumsprinter’
2133 hier zijn voorlopig laatste rustplaats, zo’n
41 jaar na de aflevering bij Talbot. Voorlopig, want
de overdracht aan het Spoorwegmuseum en
de overbrenging naar de Utrechtse Maliebaan
moeten namelijk nog worden gepland. Wel werd
de 2133 ter voorkoming van schade als gevolg
van vandalisme in de loop van mei overgebracht
naar de Watergrafsmeer waar het treinstel op
26 mei nog een keer extra door de wasmachine
werd gehaald. n
(bronnen: Wikipedia; website Martijn Haman)
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
43
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://NK9OukjtGemSdTToWSXDbjvO4Fzmy51Mc-PmVfTjz5A T`׉	 7cassandra://9937YNSisK0PfYrNK_x40KGJQoq2JsXNqm9rAglIR_I `׉	 7cassandra://1LQZOF63f-gZDFFfvsgHrLkwA5u1JNRpe8wLYCVQeZkR`n ׉	 7cassandra://4hNefxM0YznW1nQRFOXUNQLfA1jl0BmSA9dbHKpb4OI +4*͠	^ܫ7RNנ^ܫ7RN "̧9ׁHhttp://www.vriendennsm.nlׁׁЈ׉EDe kolenwagen
is weer terug
Weer terug, want de wagen kwam al in februari 1990 van de NS werkplaats Amersfoort
naar het Spoorwegmuseum. De 65248 is de laatste overgebleven wagen van een serie
van 5190 tussen 1938 en 1953 bij Werkspoor in Utrecht gebouwde open goederenwagens,
de 65248 van het museum dateert uit 1949
Dit wagentype is van staal en volgde de houten
goederenwagen (met een draagvermogen dat
varieerde van 20 tot 21,5 ton) op. De stalen wagens
kwamen in dienst als 20 ton wagens. Vanaf 1953
werden deze wagens, na enkele aanpassingen,
geschikt verklaard voor 28 ton. Aan beide zijden
zijn vier deuren in plaats van de gebruikelijke twee.
De type aanduiding is GTUW: een open wagen en
‘tipbaar’ (kantelbaar). Vermeldenswaard is dat
voordien alle open wagens gewoon de aanduiding
‘G’ hadden, NS gebruikte geen afkortingen
maar letteraanduidingen. Die waren weliswaar
soms logisch, maar heel vaak ook minder logisch
te verklaren. De aanduiding W verwijst naar het
remsysteem: Westinghouse. De wagen is 9 meter
lang en weegt 10.500 kg.
Een aantal maanden geleden kwam tijdens het
rangeren in het museum aan het licht dat de
44
Beide foto’s Spoorwegmuseum
bodem van de wagen volledig versleten was. De
kolen vielen door de gaten in de vloer in de ballast.
Dringend herstel was dus nodig en nog voor de
kerst van vorig jaar werd de wagen overgebracht
naar de firma Dubbeldam waar het herstel werd
uitgevoerd. Eerst werd de volledige vloer gedemonteerd
en de wagen schoon gemaakt. In een
straalcabine werden de oude verflagen en het
roest verwijderd. Op basis van fotomateriaal werd
de wagen hersteld en opnieuw in de verf gezet.
En als verrassing stond op 9 april de wagen weer
‘voor de deur’. Het lossen vond, met veel bekijks,
plaats op het spoor bij de overweg Zonstraat. n
׉	 7cassandra://1LQZOF63f-gZDFFfvsgHrLkwA5u1JNRpe8wLYCVQeZkR`n ^ܫ7RN׉ERevisie motoren Blauwe Engel
De dieselmotoren van de DEI 41 zijn dit jaar door de firma DSP gereviseerd. De
motorrevisie was mogelijk dankzij een bijdrage van de Vereniging Vrienden van het
Spoorwegmuseum.
Het was groot onderhoud om allerlei problemen
op te
lossen,
zoals
onvolledige
verbranding,
verlies van vermogen, startproblemen en ook
problemen om de motoren weer uit te zetten.
Sinds de buitendienststelling in juni 1985 hebben
de motoren geen revisie meer gehad, de laatste
grote revisie bij NS was in 1982. Naast de revisie van
de motoren is het rijtuig ook van asbest ontdaan.
Rondom de motoren en uitlaten was asbest verwerkt
vanwege de hitte die zo’n motor produceert.
Het verwijderen van de motoren was het ideale
moment om ook direct dit asbest te verwijderen,
de saneerders konden er op deze manier goed bij.
Dit was overigens geen reden tot zorg, er kwamen
geen asbestvezels vrij. Waar de motoren horen te
hangen waren nadat die verwijderd waren aan de
onderzijde van de 41 twee grote gaten zichtbaar.
Noodgedwongen werden daar hekken voor gezet
om te voorkomen dat kinderen onder het rijtuig
zouden kruipen.
Dezelfde firma DSP heeft de motoren na revisie
terug geplaatst, nieuwe uitlaten gemonteerd en
de aan de motor gekoppelde generator weer aangesloten.
Dat was een nauwkeurig werkje omdat
alles goed uitgelijnd moest worden. Als dat niet
goed gebeurt zal er een onbalans ontstaan in de
loop van de motor en vroeg of laat gaat de motor
dan kapot. Als alles klaar is, en ook alle andere
onderhoudsklussen zijn afgerond, kan de 41 weer
op eigen kracht rijden.
Voordat daar sprake van kan zijn moeten er
proefritten worden gereden om de motoren en
de verdere apparatuur te testen. Om de waardering
van het museum voor de bijdrage van de
Vrienden te onderstrepen wordt bij die gelegenheid
de mogelijkheid geboden deel te nemen aan
deze proefritten. Op het moment van verschijnen
van deze Vriendendienst zijn de details van deze
bijzondere gelegenheid nog niet bekend. Het is
nog wel de bedoeling in het najaar te gaan rijden
en het spreekt vanzelf dat dan de nadere bijzonderheden
bekend worden gemaakt op de website
van de Vrienden (www.vriendennsm.nl), via de
digitale Nieuwsbrief en Facebook. n
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
45
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   b+u׉׉	 7cassandra://MGjIE95cP2JNzHFj8-adBdvm6OplCKffRMf_6uDQGRI `׉	 7cassandra://6UJ-9I6emciljM4_eX7rYt6gEEvNHAeGe99v0W9tSHU`׉	 7cassandra://daYLum8zDvNeyqjjE41Y19Nd4DFngsl2qybB3UiwPTUF3`n ׉	 7cassandra://plab2v73-5A4UqhR-O25XdIEdNtWfkUhNCxU6hvRE34 HL	͠	^ܫ7RNנ^ܫ7RN ̚B9ׁHhttp://L.J.P.AlׁׁЈנ^ܫ7RN H9ׁHhttp://L.J.BiׁׁЈ׉ENummerplaat 1303
naar Spoorwegmuseum
Het bestuur heeft recent gesproken over de aankoop van een nummerplaat van de in
juni 1953 in Weesp verongelukte elektrische locomotief 1303. Na overleg met Peter-Paul
de Winter (Hoofd Collecties van het museum) is de verkoper benaderd om te bezien of
een nummerplaat voor het museum gekocht kon worden.
De aanbieder is geen spoorliefhebber maar een
handelaar, met gelukkig historisch besef. Zo was
hij bereid een cabinelamp aan het museum te
schenken in plaats van te verkopen aan de hoogste
bieder. Er was ten aanzien van de herkomst van de
toch wel bijzondere nummerborden van de 1303
wel enige aarzeling. Diefstal van de platen vanaf
de rampplek kan niet meer worden geverifieerd.
Waar ze in 1953 gebleven zijn, is niet te achterhalen.
Het verhaal gaat (en het bestuur heeft geen
redenen om daar aan te twijfelen) dat de platen
onlangs zijn opgedoken bij een Amsterdamse
antiquair. Daar zijn ze gekocht door een niet-spoor
lief hebber en op Marktplaats te koop aangeboden
waar ze zijn gesignaleerd door nauw betrokkenen
in het Spoorwegmuseum.
Nummerplaat
Locomotief 1303 na de botsing
(foto L.J.P.Albers)
Het jaar 1953 wordt voor NS gekenmerkt door
een aantal ernstige ongevallen die ruime (ook
kritische) belangstelling krijgen in de pers. Op
19 juni wordt Nederland opgeschrikt door de
ernstige botsing bij Weesp waar locomotief
1303 met sneltrein 21 achterop de stil staande
stoptrein 825 naar Naarden-Bussum botst. Bij
dit ongeval zijn twee doden en acht gewonden
te betreuren. Er was een storing geweest in de
beveiliging en bij het opheffen daarvan was
een ernstige fout gemaakt. De gloednieuwe
1303 wordt ernstig beschadigd en afgevoerd
uit het materieelpark. Dat gebeurt ook met
twee totaal verwoeste rijtuigen materieel ’46.
46
Op het verzoek van het Museum of de Vrienden
de aanschaf van dit historische bord voor hun
rekening konden nemen heeft het bestuur positief
beslist. De (beschadigde) zijplaat is verworven
voor het museum waar het verhaal van het spoorwegongeluk
in Weesp zal worden verteld met
gebruikmaking van de zijplaat van de 1303. Met als
achtergrond de museum 1312 kon op 18 mei voorzitter
Richard Weurding het bord overhandigen
aan Peter-Paul de Winter van het museum.
׉	 7cassandra://daYLum8zDvNeyqjjE41Y19Nd4DFngsl2qybB3UiwPTUF3`n ^ܫ7RN׉EOnze droom
(vervolg)
Het Zwitserse TEE treinstel Ram 501 wordt nog eens extra
gewassen vlak voor de eerste rit als TEE 31 (Edelweiss);
2 juni 1957 (foto L.J.Biezeveld; archief NVBS Railverzamelingen)
In november 2019 heeft een delegatie van het
bestuur en het spoorwegmuseum in Lelystad een
kennismakingsgesprek gehad met de vertegenwoordiging
van de Stichting TEE. Daar is op hoofdlijnen
gesproken over de plannen van de Vrienden.
Vervolgens hebben wij een uitgewerkt voorstel op
papier neergelegd en dat op 29 januari besproken
met de TEE-delegatie. Dit tweede gesprek vond
plaats in het Spoorwegmuseum. Het bestuur
van de Vrienden streeft naar een gezamenlijke
inspanning om het treinstel daadwerkelijk voor de
toekomst te redden en te gaan restaureren.
Ons voorstel is de restauratie op te pakken in twee
aparte projecten. Een project onder regie van de
Vrienden, gericht op het restaureren van twee
bakken. Daarnaast het project van de Stichting TEE,
gericht op het restaureren van twee of drie bakken
ten behoeve van het te realiseren museum in
Lelystad. Concreet is de Stichting TEE voorgesteld
dat de Vrienden van het Spoorwegmuseum twee
bakken in eigendom verwerven: een stuurstandrijtuig
en het restauratie/eersteklasrijtuig.
Vervolgens moeten er plannen uitgewerkt worden
om de restauratie ter hand te kunnen nemen. Daar
zijn uiteraard veel financiële middelen voor nodig.
Maar wij denken dat het TEE-materieel erfgoed is
dat niet in het Spoorwegmuseum mag ontbreken.
De directie van het Spoorwegmuseum heeft zich
volledig achter het plan geschaard dat via de
Vrienden de restauratie van maximaal twee bakken
ter hand wordt genomen en dat het uiteindelijk
de bedoeling is deze bakken over te dragen aan
het museum.
Het treinstel staat nu al lange tijd op de Dijksgracht,
de toekomst van deze standplaats is onzeker en
blootstelling aan het weer en vandalisme doen het
treinstel geen goed. De tijd dringt dus om allerlei
redenen. Volgens de Vrienden doet zich nu een
unieke gelegenheid voor om dit project daadwerkelijk
met elkaar te gaan aanpakken.
Gezien de tijd die verliep sinds de laatste bijeenkomst
in januari hebben wij aangenomen dat het
bestuur van de Stichting TEE het voorstel inmiddels
goed bestudeerd en besproken zou kunnen hebben.
Helaas hebben wij tot op het moment van
het afsluiten van de kopij van deze Vriendendienst
(medio mei) nog geen enkele reactie van het
bestuur van de Stichting TEE op ons voorstel ontvangen.
Zelfs
de herhaalde pogingen van de voorzitter van
onze vereniging om persoonlijk telefonisch contact
met de voorzitter van de Stichting TEE te leggen
zijn niet geslaagd. Dat is niet alleen jammer maar
ook enigszins verontrustend omdat het natuurlijk
belangrijk is te weten waar de Stichting TEE staat
na de laatste bespreking. Wij tasten volledig in het
duister over de redenen waarom de stichting TEE
niet onze handreiking zou willen oppakken. Wij hebben
hen inmiddels laten weten dat wij uit het feit
dat zij niet reageren afleiden dat er blijkbaar geen
behoefte is aan samenwerking met ons, althans
voorlopig.
Wij blijven namelijk openstaan voor verder overleg
met de stichting. Het bestuur van de Vrienden
hoopt dat op korte termijn alsnog uitsluitsel wordt
gegeven zodat wij weten of wij ons vanuit de
Vrienden sterk kunnen gaan maken voor de uitvoering
van ons deel van het voorstel het TEE-treinstel
te redden. Wij zijn er klaar voor en zijn bereid er de
schouders onder te gaan zetten!
VRIENDENDIENST - JUNI 2020 NR 25
47
^ܫ7RN^ܫ7RNb+בCט   +u׉׉	 7cassandra://TfdPYiHnr-YSWeL4jyNRRFSniAdXALK9sNYnvt5iMUA `׉	 7cassandra://L689vgyJTKn0bO8gdosHU5va9qDxe0oDqYspvMKnRG8w`W׉	 7cassandra://B7U3YZ1dHZdUTGsj_wU1W09ZB88BZHQ7PVkalmfC8gA&`̷ ׉	 7cassandra://0DNESeGflH7d03mHw5VeV5X0jUDnvsQ4y6g7EgTNIV0 \ͩJ͠^ܫ7RNנ^ܫ7RN PG9ׁHhttp://J.A.BoׁׁЈ׉EPrikbord
Het in Nederland bij Beijnes gebouwde rijtuig RD 7659 (materieeltype Plan D) is volgend jaar 70 jaar
geleden in dienst gekomen en heeft in zijn carrière bij NS vele uithoeken van Europa gezien. De combinatie
van bagage- en restauratieafdeling (met bar) in één rijtuig was nieuw en President Directeur F.Q. den
Hollander was er trots op dit paradepaardje van NS te presenteren. De 7659 is het enige rijtuig uit zijn serie
dat bewaard is gebleven. Het kwam na de buitendienststelling bij NS bij de Stoom Stichting Nederland
terecht en daarna in het bestand van het Spoorwegmuseum. Met de uitvoering van de lang gekoesterde
wens om het rijtuig in de oude toestand terug te brengen kon vorig jaar worden begonnen dankzij o.a.
de financiële steun van de Goede Doelen Stichting Nh1816, de BankGiroLoterij en de Vrienden van het
Spoorwegmuseum. In een bewonderenswaardig tempo werd de restauratie ter hand genomen met de
bedoeling de RD 7659 te kunnen presenteren bij de opening van de tentoonstelling ‘Tosti’s, Truffels en
Treinen’.
In Blerick in afwachting van de
metamorfose; 3 mei 2019
Onderweg naar de werkplek in Blerick;
12 november 2019 (foto R. van Gent)
Gestraald en in de menie;
14 december 2019
Na de verbouwing van het
restauratie gedeelte: “volle bak”
(foto: Het Utrechts Archief)
Bijna op de plaats van bestemming:
Spoorwegmuseum; 27 februari 2020
(foto Spoorwegmuseum)
De RD 7651 kort na aflevering; opstelterrein bij Utrecht CS;
(foto J.A.Bonthuis; archief NVBS Railverzamelingen;
ingekleurd door N. Spilt)
48
Model van de restauratie afdeling in
de RD; verzameling Spoorwegmuseum
Interieur restauratie afdeling RD;
(foto archief Brown Boveri)
De werkplaats In de Utrechtse tent;
24 maart 2020 (foto A. de Meij)
׉	 7cassandra://B7U3YZ1dHZdUTGsj_wU1W09ZB88BZHQ7PVkalmfC8gA&`̷ ^ܫ7RN׈E^ܫ7RN^ܫ7RNb+)Jubileumnummer Vriendendienst^ܫ5RXU 