׉?4ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://SPlX-UUsQI7oCO0nvJG32GTMSK2djeAVnB8WpXXT5us -x`׉	 7cassandra://_YyDbOCkhb6hQ3R8EEwGLU7O8E3B_Hc-GSk80oapjAAGS`R׉	 7cassandra://WraiNct1FrLyWtEI4iO8V1NhzNKm-B-WKlb4mRYpa8E`̴׉	 7cassandra://SthYi0nH_NmQRQv8gLVa9_MZjuAXXlHG1EfGlDkShag2x͠b/_~q5fט   u׈   frJ  ׈Eb/_~q5J׉EPREVIEW
׉	 7cassandra://WraiNct1FrLyWtEI4iO8V1NhzNKm-B-WKlb4mRYpa8E`̴b/_~q5Kb/_~q5JvבCט   u׉׉	 7cassandra://Z2ZR1pNzHOMsFgLUjkP1-6_UcADZUsonByMSlQDWCqs q`׉	 7cassandra://1MQSOEma8oz4bk5qjiuJ6lJ8bd5W6xfKC-YsSyrgG7cs
`R׉	 7cassandra://QCjC08UQ-siK2BAFYsMiFpz4UEQenXik5MjIBFN41d4`̴׉	 7cassandra://uJu7gY6NKZ9fxdxBLYUtRFOuf7yKQaiHAh40ylqAJC8 >͠b/_~q5iט  u׉׉	 7cassandra://JGMx4gimG8T0eSH0PKMLJs2qPRS15sTxEJKj_KKfHuM;` ׉	 7cassandra://4ix2xMieTeEoJBUfoq0mOK_6HSPeX8PDEM9dRKlG2iMb` R׉	 7cassandra://iOPwElTAoB_BBGJWsOggHgo4jcXphhMQPTJjQwnEuJ0	Q`̴׉	 7cassandra://iN-K7ay3-IJuU_CLOcJsOk7kwGkz-_WBqzOwaYW2J6U ͠b/_~q5j׉E׉	 7cassandra://QCjC08UQ-siK2BAFYsMiFpz4UEQenXik5MjIBFN41d4`̴b/_~q5L׉E bAdemloos vrij
René Vercoutre: Van poliopatiënt tot levensgenieter (deel 1)
Gerda van der Velden
׉	 7cassandra://iOPwElTAoB_BBGJWsOggHgo4jcXphhMQPTJjQwnEuJ0	Q`̴b/_~q5Mb/_~q5LvבCט   u׉׉	 7cassandra://qDJVoRMq4e3SeJ7uMFGXU8t_0jEWBUXhHc4rnepDnEI XL` ׉	 7cassandra://9gCeX07s7midx0YHjTTia_jTnV3sBAnKBnkcJZ274EU%h` R׉	 7cassandra://8pfy-ThHu8gIAud5Ps3cvjfUfCDS1ZUKQqWCwJxd_gM
%`̴׉	 7cassandra://CrOMR3q1B35Qx97JMjjA2ZIRfR-8MwbxCCVgVP2NEYQn ͠b/_~q5mט  u׉׉	 7cassandra://V5uwwXzlqEl8QvcGjlax6Mxg_1DI4YL-VtlTeNYs8A0 i-` ׉	 7cassandra://kKubqp8-sTr5IS-hlg0tMsypy7RF-hi4pR6DknSHvvgc` R׉	 7cassandra://g3civQIBXz7OwZ2S1uvOmQm9OheWpQ_sWKXdHszt-Dc`̴׉	 7cassandra://P3_f7Qr16FDovDJKehNLljUHtBJaphKwgo1qIKAX8T0! ͠b/_~q5nנb/_~q5r l̄9ׁHhttp://www.levenstekst.nlׁׁЈנb/_~q5q lx̄9ׁHhttp://www.levenstekst.nlׁׁЈ׉E;Dit boek is opgedragen
aan René, in liefdevolle herinnering
Ademloos vrij - René Vercoutre
- Van poliopatiënt tot levensgenieter (deel 1)
© 2020 Gerda van der Velden
1e druk, januari 2021
Redactie:
Vormgeving cover:
Daniëla Postma, www.levenstekst.nl
Daniëla Postma, www.levenstekst.nl
Foto’s: uit privé-collectie van René Vercoutre
Alle rechten zijn voorbehouden. Teksten uit deze uitgave
mogen gebruikt worden – mits u de titel van dit boek als
bron vermeld, samen met de naam van de auteur. Neem bij
twijfel contact op met de auteur, Gerda van der Velden.
׉	 7cassandra://8pfy-ThHu8gIAud5Ps3cvjfUfCDS1ZUKQqWCwJxd_gM
%`̴b/_~q5N׉EX
Hoofdstuk 1
13 Augustus 1956
Het was koud en nat, te koud en te nat voor de maand augustus,
en René had de wind tegen. Zijn blonde haren, vanochtend nog
zorgvuldig in een scheiding gekamd, wapperden nu alle kanten op.
Hij was net iets te netjes gekleed voor deze omgeving, maar ja, hij
was ook geen boerenjongen en kwam eigenlijk uit Den Haag.
Hoewel hij zich ellendig voelde, fietste René stug door. Hij was
zojuist bij de dokter in Holten op consult geweest en wilde zo snel
mogelijk terug, naar de boerderij waar hij logeerde.
Au! De landweg waar hij overheen fietste, zat vol met hobbels en
kuilen. Bij iedere steen die hij raakte met zijn fiets, schoot de pijn
door zijn lijf. Hij moest sowieso voorzichtig zijn. Door de regen
waren sommige plekken verraderlijk glad.
Al een paar dagen voelde René zich grieperig. En die ochtend
wilden zijn benen opeens niet meer bewegen, hij kreeg ze niet
van hun plek. Het leek op kramp – en voelde tegelijk toch anders.
René had de pijn verbeten en was oefeningen gaan doen. Met zijn
handen had hij zijn benen opgetild en bewogen tot hij ze weer kon
gebruiken. Eerst zakte hij nog wat door zijn knieën, maar dat ging
al gauw daarna beter; de kracht in zijn benen kwam terug.
Bij het ontbijt had hij dit aan boer Tuitert verteld, de boer bij wie
hij nu al voor de derde keer in de zomervakantie mocht logeren.
“Jij gaat naar de dokter,” had de boer resoluut gezegd.
5
׉	 7cassandra://g3civQIBXz7OwZ2S1uvOmQm9OheWpQ_sWKXdHszt-Dc`̴b/_~q5Ob/_~q5NvבCט   u׉׉	 7cassandra://ip9HI2DukfJBLA8AaXQdRABM18NNopE0ORNZf8YaHSc ͡` ׉	 7cassandra://cd7vJ2HU-EBabcscwW9dvR_FucL7ZaBSMtJxk_7SN6Q̈́` R׉	 7cassandra://bgUkZDUQsE_7DIRmaJzWW1iHp93e5lcmPqMi4VM6vFMG`̴׉	 7cassandra://TcYVKmKfEMLYGUC0dcS45xwm2D_Y38fSP4LKIz1OmdQ ͠b/_~q5sט  u׉׉	 7cassandra://lyzmjV3ysE3n6Y0492TzTo1tD_I-H71RvNKJzK0jknM ` ׉	 7cassandra://MHYmQ20f2foHwAR-N2m4rHdwsDAauIp0wtegg6vQZEU͊` R׉	 7cassandra://B0c5jNxVya9avDreAvRW6KcmYY-KHMpDYyGrakp_lgc`̴׉	 7cassandra://vw9W1QXkHADYcSThElGwo5aLePcgPWme3Dzq-WfKBVI  ͠b/_~q5t׉EEn hij stuurde René naar de huisarts in het dorp drie kilometer
verderop. Boer Tuitert was op dit moment ten slotte verantwoordelijk
voor de vijftienjarige jongen.
In de wachtkamer van de huisarts zat een wat oudere, stevige
dame met afzakkende kousen. Ze was in het zwart gekleed en had
een zuur gezicht. En ze keek nog zuurder, toen René vrijwel direct
door de dokter naar binnen werd geroepen. “Het is een schande,”
snoof ze. Dat zo’n snotaap vóór haar aan de beurt was!
De huisarts was een man met grijze haren en een goudkleurig leesbrilletje,
waar hij constant overheen keek naar zijn patiënten.
Op zijn grote, bruine bureau lagen glazen injectiespuiten in een
metalen bakje. Die naalden waren lang en stevig. René hoopte
vurig dat ze niet nodig zouden zijn.
De dokter gebruikte de injectienaalden inderdaad niet. Hij tikte
met een hamertje op de knieën van René, stelde vragen en mat
met een kwikthermometer zijn temperatuur. De thermometer gaf
39,8 graden aan. René had dus hoge koorts. De stethoscoop voelde
koud op zijn blote borst. René kon een heftige rilling niet onderdrukken
en klappertandde van de kou.
“Kleed je maar weer aan,” had de arts daarna gezegd. Terwijl René
daarmee bezig was, hoorde hij de dokter telefoneren. De huisarts
gebruikte woorden die hij niet kende. “Wat betekent ‘paralytisch’
nou weer?” vroeg hij zich af.
Toen ze afscheid namen, keek de huisarts hem zorgelijk aan, maar
hij zei niet wat de jongen onder de leden had en René dorst er niet
naar te vragen.
“Jongeheer Vercoutre, u gaat nu eerst naar de boerderij terug en
vanmiddag naar het ziekenhuis,” was zijn boodschap.
Zodoende was René weer op zijn tweewieler gestapt, voor de terugtocht
naar de boerderij. René vond fietsen geweldig. Een van zijn
jongensdromen was het om ooit, als Nederlander van Franse origine,
de Tour de France te winnen. Nu hielp de gedachte daaraan
hem om vol te houden: “Een echte Tour-winnaar moet pijn kunnen
verdragen.” Toch was hij blij toen de boerderij in zicht kwam.
6
׉	 7cassandra://bgUkZDUQsE_7DIRmaJzWW1iHp93e5lcmPqMi4VM6vFMG`̴b/_~q5P׉E]Hij voelde zich uitgeput, nat en koud. De rug- en hoofdpijn verbijtend
kwam hij op het erf aan, buiten adem. Boer Tuitert nam de
fiets van hem over en gaf hem een snelle aai over de bol. De jongen
gloeide van koorts, maar rilde alsof hij het koud had.
“Ga maar snel wat spulletjes pakken voor het ziekenhuis,” bromde
boer Tuitert bezorgd. Verbaasd keek René hem aan.
“De dokter heeft me gebeld, en ik weet dat je naar het ziekenhuis
in Deventer moet. Ik zal je opa en oma uit Deventer waarschuwen
dat je daar naartoe gaat.”
“Maar ik wil helemaal niet naar het ziekenhuis,” sputterde de
jongen tegen. “Straks mis ik het Holtens Zomerfeest!”
De oudere boer schudde zijn hoofd: “Eerst beter worden, daarna
kom je hier weer terug! Ga maar wat kleren en je tandenborstel
pakken. De taxi komt over een uurtje. Hup, naar boven.”
En hij schoof René vriendelijk, doch beslist in de richting van zijn
kamer. René wierp een boze blik naar de telefoon, maar deed toch
wat hem werd gezegd. Al vroeg hij zich af waarom er een taxi was
gebeld. Zijn vader had een fabriek in parfums en essences en bezat
een auto, een Citroën – voor de zaak. René had dus wel vaker in
een auto gereden. Maar een taxi? Dat was wel heel bijzonder.
Hij keek rond in zijn kamertje boven de deel van de boerderij.
Nu niet zijn kop voor de derde keer stoten aan die houten balk,
flitste door hem heen; zijn hoofd voelde al pijnlijk genoeg.
Snel pakte hij wat spulletjes voor het ziekenhuis. Zich stevig vasthoudend
aan de leuning liep hij voorzichtig naar beneden – hij was
duizelig – de steile houten trap af.
In de keuken zaten de boer en boerin aan de keukentafel. René
ging bij hen zitten en wilde net vragen waar Dine, hun dochter, was
toen de claxon van de taxi weerklonk.
“Dat is snel,” merkte boer Tuitert op.
Het was een zwarte DKW3. Een Duitse auto. Drie jaar oud… uit
1953? vroeg René zichzelf af. Hoewel… zwart? Het rijden door het
regenachtige platteland van Holten had de taxi een modderachtig
kleurtje gegeven. De taxichauffeur keek niet blij; waarschijnlijk
moest hij straks de auto eerst gaan wassen. Hij stond al in de
7
׉	 7cassandra://B0c5jNxVya9avDreAvRW6KcmYY-KHMpDYyGrakp_lgc`̴b/_~q5Qb/_~q5PvבCט   u׉׉	 7cassandra://QUw-mz8FsM5sTXFhzKxtwvbw5CSZpmiFTULZ9QZfUoM `׉	 7cassandra://GL4mBPXPLteOdiY892falZJLaG8ai3uCJM6TimcjxZUZ_`R׉	 7cassandra://dbYkNi46_w3QmLNeHtZRwnRq8LTbcZD6gHd3EwMxfCM`̴׉	 7cassandra://YTwWteI1c1be4I_3isYrCmWkdCDFVlIkp_nc98YR-4sm&͠b/_~q5wט  u׉׉	 7cassandra://Y3PIp0RsP3_QTmcN5aXCWA20q4INlGMbnnDmKGRjJ_w 7` ׉	 7cassandra://CtumWUVkS0krxrb5dvqQc_HPU0DYFG3g4kCkRkSpsO8ͅ1` R׉	 7cassandra://LQ_4q6h-hxuzouq6pKDBus2cHVAXfnXZrHUx1ejXk38l`̴׉	 7cassandra://zbVqevfpt3kZ_fsGlL65524Qghe0vTn8LGFTdXaA1V8 ͠b/_~q5x׉Edeuropening, met de tas van René in zijn hand, en gebaarde met
de andere hand dat zijn passagier moest instappen. Toch nam René
de tijd om boerin Janna te omhelzen. “Goed naar de dokters en de
zusters luisteren, anders krijg je met de matteklopper,” dreigde ze
nog. René moest lachen om het dreigement. Hoewel hij het nodige
kattenkwaad had uitgehaald, had ze hem nog nooit een tik gegeven.
De boerin had hem als een van haar eigen kinderen behandeld, hij
voelde zich hier thuis. Méér thuis dan thuis, in Den Haag. Hij kon
niet zo goed met zijn Indische stiefmoeder, Mimi, opschieten.
“Ik zal gauw weer terug zijn,” mompelde hij een beetje warrig.
“Helpen met de koeien, de rogge – en met het zomerfeest.” Nog
steeds wilde hij liever niet vertrekken. “Ik zal mijn best doen en
luisteren,” beloofde hij met schorre stem.
De stevige omhelzing van de boerin deed hem pijn. Maar de moederlijke
liefde die eruit sprak, had hij nodig. Zijn stiefmoeder deed
niet zo aan knuffelen.
8
׉	 7cassandra://dbYkNi46_w3QmLNeHtZRwnRq8LTbcZD6gHd3EwMxfCM`̴b/_~q5R׉EDaar reed hij dan, het boerenerf af, en zwaaide door het achterraampje
van de taxi als afscheid. Hij vond het jammer dat hij de
kinderen uit het gezin niet gedag had kunnen zeggen.
In een afgezet stuk wei zag hij een kalfje grazen dat hij gisteren
met boer Tuitert van de grote wei had gehaald. Al had het dier
mank gelopen, de boer had het niet kunnen vangen. Toen René het
weiland was opgelopen, was het kalf direct op hem toegelopen. Hij
had het opgetild en naar de boerderij gedragen en het beestje had
niet geprotesteerd.
De taxi moest even langzaam rijden om een diepe kuil te ontwijken.
Op dat moment keek het kalfje hem recht in de ogen. Alsof ze hem
iets wilde zeggen.
Intussen werden op de boerderij ernstige gesprekken gevoerd. Allereerst
met Dine, die zeven maanden zwanger was, maar ook met
de buren: René had veel met hun kinderen gespeeld. Als zij zich
niet lekker voelden, moesten ze dat gelijk vertellen, drukten hun
ouders hun kleintjes op het hart. Dat was heel belangrijk.
De huisarts had boer Tuitert direct gebeld, nog tijdens zijn consult
met René, met de mededeling dat René ernstig ziek was. Er heerste
een ziekte die vooral gevaarlijk was voor jonge kinderen. “Alsjeblieft,
laat onze kinderen gezond blijven,” klonk in stilte het gebed
van bezorgde ouders die avond – en nog vele avonden daarna.
Op zijn hoede keek René naar de twee verpleegsters die hem
hadden gesommeerd om zich van zijn kleding te ontdoen. Een bad
stond voor hem klaar. Normaliter vond hij dat heerlijk, maar nu
schreeuwde de puber in hem om privacy.
Waarschijnlijk had hij te lang getreuzeld; voor hij zich realiseerde
wat er gebeurde, waren de twee hem al aan het uitkleden en zat
hij in het sop. En helaas had de oudere verpleegster, type Kenau,
een stevige hand van boenen. “We zullen dat boerderijluchtje van
jou er weleens even afwassen,” was haar droge commentaar.
Een half uurtje later was René schoon geschrobt en gekleed in een
stijf gestreken ziekenhuispy jama.
9
׉	 7cassandra://LQ_4q6h-hxuzouq6pKDBus2cHVAXfnXZrHUx1ejXk38l`̴b/_~q5Sb/_~q5RvבCט   u׉׉	 7cassandra://j9ExZax4-8HVr9pNZXnZCV7sit8SMwdDOW7a7rcxEMo f(` ׉	 7cassandra://4HimGchKfhQYf8OdtIiPaFxmOKv1N54xOwlHG31Gy-cz` R׉	 7cassandra://xlzYwfxBEY21hL9_qtuMRM2c3JHrlOT2CPcIuNcw408s`̴׉	 7cassandra://H1Ekl2fkSpQwWPSdcTt5-U234AVJ1Zkv0UlIiZsGG08 ͠b/_~q5zט  u׉׉	 7cassandra://t-5T4xz6aq7u1przhMM5iaBg2VMCdo0J7U2JIw77zFM ` ׉	 7cassandra://-6ENGQx98bEOxe0zicQamQEemLvZcClvIr5gykkU-0o͐` R׉	 7cassandra://XRSkLItxyngWdljiakVbfMSe7U6-FbdVZ0YOiDmccl8`̴׉	 7cassandra://u-IwCRpOf3Un_tSNf0QrsQuaGLT5BkwHyhkqTxiKP3g ͠b/_~q5{׉E_Hij keek naar het bed. De lakens zagen er al net zo gestreken uit
als zijn pyjama en leken bovendien strak van de stijfsel te staan.
“Ga er maar lekker in, jongen,” sprak zuster Kenau. “We zullen
goed voor je zorgen.”
Het waren slechts tien stappen van de deur naar het bed. Moeizaam
strompelde René erheen. Al gauw viel hij uitgeput in slaap.
“Gauw beter worden… vakantie,” waren zijn laatste gedachten.
Twee uur later werd hij gewekt door een magere arts met zwart
stekeltjeshaar. De man droeg een bril met glazen waarvan René
zich, ondanks zijn ellendigheid, afvroeg of dat borrelglaasjes waren.
“Zijn die voor de jonge jenever?” vroeg hij, terwijl hij ernaar wees.
De vraag was eruit voor hij er zelf erg in had. Jammer genoeg had
de beste man geen greintje gevoel voor humor en sloeg zichtbaar
gepikeerd de lakens van het bed open. “Geen grapjes, snotjong,
doe je armen omhoog!” Zijn stem had een vreemd krakend piepje.
Zwijgend gehoorzaamde René. Wat een hork, dacht hij.
“Nu je rechterbeen!” commandeerde de arts.
Het lukte René niet.
“Linkerbeen!” luidde het volgend bevel. De benen van René bleven
krachteloos liggen.
“Ik kan het niet,” verklaarde René.
“Au!” De naald, waarmee de bebrilde stekelarts hem stak, voelde
hij helaas wel. Maar bewegen ging nog steeds niet.
“Ik weet genoeg,” zei de arts en de man vertrok weer, zonder
afscheid te nemen.
Die zie ik liever voorlopig niet meer terug, bedacht René en legde
zijn hoofd terug op het kussen. Hij had pijn, overal in zijn lijf maar
vooral in zijn hoofd en rug. Geen haar op zijn hoofd overwoog om
dat aan die arts te vertellen.
Opeens hoorde hij bekende stemmen. Hij keek naar de deur en zag
nog net de lange magere rug van die vervelende arts. De man stond
te praten… over hem. René sloot zijn ogen en spitste zijn oren. De
irritante piepstem was duidelijk hoorbaar.
10
׉	 7cassandra://xlzYwfxBEY21hL9_qtuMRM2c3JHrlOT2CPcIuNcw408s`̴b/_~q5T׉E“Ik wilde u laten weten dat ik enige testen bij uw kleinzoon heb
gedaan. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat zijn benen verlammingsverschijnselen
vertonen. Voorlopig houden wij hem geïsoleerd en
kijken hoe het verloop is. Houd u het bezoek kort!”
“Opa… Oma!” riep René blij verrast uit. Zijn ogen straalden van
blijdschap – en van koorts – toen zijn grootouders zijn kamer binnen
schreden. Ondanks hun tengere postuur straalden ze een vriendelijk
soort gezag uit. René wist dat ze beiden op sociaal en politiek
gebied zeer actief waren geweest. Opa Van Ruijven had zelfs
namens de SDAP als gedeputeerde in de Provinciale Staten voor
Overijssel zitting genomen. Hij werkte in die tijd als leraar voor de
koloniale land- en tuinbouwschool in Deventer. Oma was strijdbaar
geweest voor het vrouwenkiesrecht en hielp nog altijd mensen
waar ze kon. Wat was René blij dat hij hen zag.
Opa wist alles en van oma hield hij zielsveel. Dolgelukkig omhelsde
hij zijn oma die met haar hand over zijn haar streek. Niet in staat
om zichzelf te stoppen, begon hij te huilen.
“Och, jongen toch,” stamelde zijn oma. Ook zij had tranen in haar
ogen. René keek op en veegde zijn tranen snel af.
“Niet huilen, oma,” probeerde hij haar te troosten. “Het zal wel
een heel gemene griep zijn, maar ze gaan me beter maken.”
Hij overhandigde haar een nauwelijks gebruikte zakdoek, waarmee
ze haar tranen droogde.
“Welzeker,” sprak nu zijn opa. Zijn diepe en rustige stem kalmeerde
hen allemaal. “We wilden je nog snel groeten en gaan nu naar
huis zodat gij, jongmens, kunt gaan rusten en zodoende aan het
herstel kunt gaan werken. Wij zullen elkaar spoedig weerzien.”
Hierop omhelsde ook hij zijn kleinzoon en begeleidde zijn vrouw de
kamer uit. René keek hen na en zag dat oma onvast op haar benen
liep. Opa moest haar ondersteunen. Ze zou toch ook niet ziek worden,
dacht René bezorgd. De emoties hadden hem uitgeput en hij
viel direct weer in een diepe slaap.
Die avond werd René wakker in zijn kamer, hij was alleen. “Ik moet
naar de wc,” dacht hij warrig van de koorts. Maar zijn benen deden
niets meer. Hij probeerde dezelfde oefeningen te doen, waarmee
11
׉	 7cassandra://XRSkLItxyngWdljiakVbfMSe7U6-FbdVZ0YOiDmccl8`̴b/_~q5Ub/_~q5TvבCט   u׉׉	 7cassandra://DJ28QOzpq9aoP0LqzQSvi-jTmE-P1QxD-MENPNjqFt4 ӄ`׉	 7cassandra://rYthIcpJxbMvesCSO6mjTMaZjW3qVz6TV3GlPxrrqloO`R׉	 7cassandra://UXOzUZM1mMVPKx5SaYfQLkQG_ZmcxWihikwwCHV85x47`̴׉	 7cassandra://qslt9xRMj-2AdGuHq5SjnG8SZjScMBPglQqNnFbE5E0?J͠b/_~q5}ט  u׉׉	 7cassandra://6K5ExdRNhqBHKPblRAPV0Vdk2V9-YcuGQz7aIP7ttcs ʩ`׉	 7cassandra://eGEFzrCZ4N8QMoCkJMUou3a68Ha2HxgdiwlC1tNK1p8G`R׉	 7cassandra://Ipgh1DNbd6KCIhthoG9MKAmBhPWXSFEgfS6QQS8dP_g`̴׉	 7cassandra://wgW44LaJ8jyEV8Cn0P12UiT6e16uPZ8z2LS1pUkbBWẃ͠b/_~q5~׉Ehij die ochtend op de boerderij weer beweging in zijn benen had
gekregen. Het lukte niet meer. Hij kon alles voelen, maar zijn
benen lagen nu roerloos op het witte laken. De tien stappen naar
dit bed waren zijn laatste geweest.
In het Deventer ziekenhuis, terwijl een vijftienjarige jongen alleen
in een kamer lag, sloeg een ernstig virus toe. Het raasde door zijn
lichaam en verwoestte de voorhoorncellen die nodig zijn om spieren
aan te sturen. De jongen werd zieker en zieker. En verzonk in
ijldromen. Hij kwam terecht in de tijd dat papa vertelde dat zijn
mamma dood was en niet meer terugkwam.
“Mamma, mamma! Kom nou!” Wanhopig snikte de kleine peuter;
hij wilde de veilige armen van zijn moeder om zich heen voelen.
Zij zou hem troosten en zeggen dat hij een nare droom had en dat
alles goedkwam.
“Laat me niet alleen! Ik wil naar mamma toe,” huilde hij, ontroostbaar.
Maar zijn moeder was al meegenomen door mannen in zwarte
kleding met bleke, ernstige gezichten. Ze kwam niet meer terug.
12
׉	 7cassandra://UXOzUZM1mMVPKx5SaYfQLkQG_ZmcxWihikwwCHV85x47`̴b/_~q5V׉EDe koorts ging als een storm door de hersenen van René en deed
hem verward dwalen door zijn vroege jeugd. Opnieuw voelde hij
de wanhoop van papa die niet goed voor hem, zijn broertje en
zijn kleine babyzusje kon zorgen. Papa was een Fransman in een
door Duitsers bezet Nederland. Hij had niet de medicijnen kunnen
bemachtigen die zijn vrouw zouden kunnen redden. Hij sprak nog
nauwelijks Nederlands.
Opeens was daar Mimi, een Indische jongedame. “Dit is jullie nieuwe
mamma,” vertelde pappa tegen René en broertje Tatu.
“Neeeee!” schreeuwde de driejarige René uit. “Dat is mijn mamma
niet! Ik wil naar mijn eigen mamma toe!”
13
׉	 7cassandra://Ipgh1DNbd6KCIhthoG9MKAmBhPWXSFEgfS6QQS8dP_g`̴b/_~q5Wb/_~q5VvבCט   u׉׉	 7cassandra://PKug-Qyp9yxhoEJp0fzLiEve3Gar1AT1v7kBiYKctiw ` ׉	 7cassandra://YzeAY8a7k_4e5jZjJS25FM4pCuDEQr7lqpZYLnX_mSs͋` R׉	 7cassandra://Omyn8HKBmw4cceC6KxAHD8rnSf2agWBFXakekH5YFLg5`̴׉	 7cassandra://jXakPE31WG1qlp1ElAmTvItbP9VKnJckwQA1Yk-cDQQ ͠b/_~q5ט  u׉׉	 7cassandra://bdB8azFskpRxufUUhhvATzi_ONta9lmqfWFHvCzTnpg f` ׉	 7cassandra://zUytHFbrFajGFFUoKvbSyO08MVhxr5LBb-4cn5gqb6woA` R׉	 7cassandra://nOhe27InFAjSr-Z4uMyfLFAaRFhIt7E3XbRQKJCOFUc$`̴׉	 7cassandra://KtmuT20s8ENg0PKZyZOt-GomrvqjQDcQzqzogpJv4GUj ͠b/_~q5׉E?In zijn ijldromen beleefde René het verdriet, de wanhoop en de
onmacht uit zijn prille jeugd weer. Snikkend lag hij in bed.
Mimi. De kinderen van haar echtgenoot waren alle drie mooi om te
zien. Maar de kleine, tengere en ietwat schuchtere vrouw schrok
van de tierende peuter. Wat ze ook probeerde, dat kind bleef zich
verzetten tegen haar. Lang bleef ze niettemin haar best doen, want
haar echtgenoot was gek op zijn oudste zoon. René had echter een
koppig karakter en weerstond haar pogingen. Uiteindelijk richtte ze
haar aandacht op Tatu en Ninon.
Tatu, met zijn mooie ogen en volle wimpers, lachte Mimi toe. En
Ninon was nog zo’n jonge baby. Ninon zou Mimi vanzelf als haar
moeder zien. René bleef afstandelijk en zeer eigenwijs.
Opeens was René in zijn ijldromen in het Amersfoortse bos. Wat
was het er warm. Hij was zes jaar oud en de oorlog was voorbij.
De zomer was heet; het had al een hele tijd niet geregend. Er hing
een mist van stof over het land, bladeren verdorden.
René speelde in het bos, dat niet al te ver van huis vandaan lag.
Hij had een konijn in zijn holletje zien gaan; als hij dat zou kunnen
vangen, zou papa vast blij zijn. De oorlog was afgelopen. En er was
dan wel vrede – maar er was nog steeds niet al te veel eten.
Misschien waren ze dan ook niet zo boos meer op hem, omdat hij
van alle gebakjes een hapje had afgebeten. De gebakjes hadden er
zo lekker uitgezien: hij had bedacht dat zijn snoeperij vast niet zo
zou opvallen, als ze er maar allemaal hetzelfde uitzagen. Jammer
genoeg klopte dat niet. Mamma Mimi had vertwijfeld geroepen:
”Wat moet ik met dit onhandelbare kind aan?” Zelfs papa was boos
op hem geweest. René moest het weer goedmaken!
Met zijn handjes stak hij daarom wat takjes aan die hij bij de
ingang van het konijnenhol neerlegde. Het doosje lucifers dat hij
daarvoor gebruikte, legde hij later dan wel terug in de keuken.
Echt roken ging zijn hoopje takken niet. Wel werden de vlammen
steeds groter. Geschrokken pakte de kleine René een grote tak om
het vuur uit te slaan. Het tegendeel gebeurde. De vlammen namen
alleen maar toe in omvang.
14
׉	 7cassandra://Omyn8HKBmw4cceC6KxAHD8rnSf2agWBFXakekH5YFLg5`̴b/_~q5X׉EvAngstig deinsde René naar achteren. Wat kon een zesjarig jongetje
hieraan nog doen? Hij rende via een omweg naar huis en belde bij
de voordeur aan. Zijn stiefmoeder deed verbaasd open. “Ik ben
ziek, ik heb buikpijn. Ik ga naar bed!” verklaarde hij en vluchtte
naar zijn slaapkamer. Vanuit zijn slaapkamerraam zag hij hoe een
groot stuk bos in vlammen opging.
Vlak na de oorlog waren de brandslangen niet meer in een al te
beste staat. De kinderen uit zijn buurt speelden in het water dat in
miezerige straaltjes uit de slangen spoot. Zo lek waren ze. Blussen
lukte daarmee nauwelijks. René voelde zich toen hij dit zag gebeuren
zo schuldig dat hij er echt ziek van was.
Die avond belden een politieagent en een brandweerman aan op
Soembastraat nummer 11. De brandweerman had nog de geur van
rook om zich heen. Of René misschien iets had te maken met de
bosbrand die nog niet geheel onder controle was? Dat kan niet,
stelde Mimi vast. René was ziek en lag op bed. Bovenaan de trap
zuchtte een zesjarig jochie, met trillende knieën van opluchting.
Langzaam keerde René terug naar 1956. Hij was aan het zuchten,
wilde opstaan, de zuster halen. Zijn lijf werkte niet mee, deed
niets meer. Zelfs zijn armen voelden nu zo zwaar aan. Met de laatste
restjes kracht riep René om hulp.
De oudere zuster kwam binnen.
“Ik ben zo bang. Laat me niet alleen!” smeekte hij.
De koorts woekerde zich een weg door zijn lichaam; het virus
verwoestte steeds meer. De verpleegster mompelde geruststellende
woorden en veegde zijn roodgloeiende gezicht af met een koud
washandje. Ze kon zo weinig voor hem betekenen. Er was niets te
doen tegen het poliovirus.
15
׉	 7cassandra://nOhe27InFAjSr-Z4uMyfLFAaRFhIt7E3XbRQKJCOFUc$`̴b/_~q5Yb/_~q5XvבCט   u׉׉	 7cassandra://-YN87unQbEPbSaccOVHwa8vlbht9HqXr-EZibIK4V6s ` ׉	 7cassandra://3IDZEUuq491mjB3Fy0CGK3iDxIqXr5x-IC0iHYAVPHU͊?` R׉	 7cassandra://Uqy1pETxFHV_NTmOUmVYTdoOFxCTXc3Ar3FGXdujy1g `̴׉	 7cassandra://vJrSAuP86V3ITO-Rs13QN6s0Xr3Zo2oS_eJid-nqoyk.` ͠b/_~q5ט  u׉׉	 7cassandra://TKlf5rLCZk4Ptbr6_mGEuCkmneeQCnBeNVrdrcxYY4k \` ׉	 7cassandra://KyDw3rkF7vFGNXH0K5KR6zXKPXJB3Y1HDK5wGbTckjI͈` R׉	 7cassandra://d6oHb0-GgwT8SlPKPJhVOs_7WsI-kJiAyvLAuTEk2ag[`̴׉	 7cassandra://xncYI0cw5x3RGQPLcmxf-eU1mdYy3XvuN0W7pezLASk# ͠b/`~q5׉EPolio blijft een punt van zorg
Schrijf je de naam van dit virus voluit, dan kom je uit op de
medische term: ‘poliomyelitis anterior acuta’. Ook wordt polio
wel ‘kinderverlamming’ genoemd omdat het virus aanvankelijk
vooral jongere kinderen trof. Inmiddels zijn de gevolgen van
deze ziekte niet of nauwelijks meer bekend bij de generaties
die opgroeiden vanaf de jaren zestig. Dat danken we aan de
vaccinaties – en met name het Salk-vaccin – die in Nederland
vanaf 1957 zijn ingevoerd. Toch leven alleen al in Nederland
nog zo’n 13.000 mensen die in het verleden polio hebben doorgemaakt
en hiervan de gevolgen iedere dag ondervinden.
Bij sommige polio-overlevenden gaat het om een sleepvoet of slappe
arm, maar er zijn ook mensen met blijvende ademhalingsklachten
– zoals René die volledig van kunstmatige beademing afhankelijk
was. Bovendien kunnen mensen die polio overleefden tientallen
jaren later alsnog last van het post-poliosyndroom krijgen: naast
vermoeidheid en het slechter verdragen van kou, is er dan een
teruggang in dezelfde lichamelijke functies die destijds in de acute
fase waren aangedaan. Soms moeten mensen zelfs opnieuw beademd
worden. Opeens blijkt hun herstel heel kwetsbaar en kan
zelfs volledig teniet worden gedaan.
Vermoedelijk is overbelasting hiervan de oorzaak. Over het algemeen
zijn mensen met (post)polio eraan gewend geraakt om de
grenzen van hun kunnen op te zoeken en/of er overheen te gaan.
Bij hen is het daarom heel belangrijk dat ze goed leren omgaan
met de energie die ze nog hebben: op tijd rust nemen, massages
en zorgen voor voldoende warmte kunnen hen helpen te herstellen.
Oefeningen en krachttrainingen daarentegen zijn voor mensen met
het post-poliosyndroom juist minder geschikt. Helaas herkennen
niet alle medici dit post-poliosyndroom. Daardoor krijgt een vrij
grote groep polio-overlevenden niet de juiste behandeling en wordt
ook op de verkeerde manier door medici benaderd.
16
׉	 7cassandra://Uqy1pETxFHV_NTmOUmVYTdoOFxCTXc3Ar3FGXdujy1g `̴b/_~q5Z׉EWat is polio?
Polio is een infectieziekte die vaak ernstige, blijvende gevolgen kan
hebben, tot de dood aan toe. De klachten variëren van griepachtige
verschijnselen tot hersenvliesontsteking; dit kan gepaard gaan
met zowel verlammingen als ademhalingsproblemen. Het poliovirus
was al bekend bij de vroegere Egyptenaren, maar het was de
Oostenrijkse arts en patholoog Karl Landsteiner die – samen met de
eveneens Oostenrijkse bioloog Erwin Popper – in 1908 de besmettelijkheid
van het virus wist aan te tonen.
Er zijn drie typen van het virus. In alle varianten is het een redelijk
stabiel virus, maar het kan slecht tegen chloor en formaline. Bij
voorkeur vestigt het polio-virus zich in het maagdarmstelsel, waar
het zich ook vermenigvuldigt; op die plek kan het virus in het lichaam
niet al te veel schade aanrichten. Mensen kunnen zodoende
besmet zijn en het polio-virus doorgeven aan anderen, zonder zelf
klachten te hebben! Zodra het virus via keel of bloed in het zenuwstelsel
terechtkomt, wordt het gevaarlijk en kan het zelfs de dood
tot gevolg hebben. Wanneer de ziekte eenmaal heeft toegeslagen,
is geen enkele behandeling meer mogelijk. De enige manier om je
tegen polio te beschermen, is daarom preventief vaccineren. Heb
je al polio, dan ben je daarmee te laat.
Zijn er redenen om van vaccineren af te zien? Jazeker. Wanneer
sprake is van verminderde afweer of allergieën, is het van groot
belang om uit te zoeken of inenting wellicht beter kan worden uitgesteld,
vanwege eventuele bijwerkingen. En uiteraard moeten de
vaccins van goede kwaliteit zijn en in alle zorgvuldigheid worden
toegediend.
Lopen we tegenwoordig nog risico?
Waakzaamheid is nog steeds geboden. De huidige situatie in Nederland
is vergelijkbaar met 1971, toen er voor de tweede keer
een uitbraak van polio was. Landelijk was de vaccinatiegraad toen
91,5 procent, nu ligt dat eveneens rond de 90 procent. Omdat het
merendeel van de bevolking was ingeënt, was er destijds een vals
gevoel van veiligheid. In 1978 raakten opnieuw mensen besmet,
17
׉	 7cassandra://d6oHb0-GgwT8SlPKPJhVOs_7WsI-kJiAyvLAuTEk2ag[`̴b/_~q5[b/_~q5ZvבCט   u׉׉	 7cassandra://rL3sUwOyMOHX773YRcCAX6dF9bFkWYtrR_s-wtY__Zk ` ׉	 7cassandra://tUo7tALp3HDDZV87XqWb8z_1CIkJBHUAgcOwF9Oai6MT` R׉	 7cassandra://hAA2S6RR2XDDv9iUOrwkUvinK3-wkv47wMpdDuXA-Wk`̴׉	 7cassandra://_h7QycRjMKDPAXu9IaqgwHl3QZhWSIfZRZ8IFp5d6CQw ͠b/`~q5ט  u׉׉	 7cassandra://Id_I3U1VMVGACboopbDwgSj-lKKkU1zA6R2OVqCaeII W` ׉	 7cassandra://-6G0KzE9kpKMIWRt0RpqKGAqlDdufAsIONhh4TvVCE8͌` R׉	 7cassandra://jfHAOKsPA2qx_--rWDB3uHYajEiUTXkUqxLj_wWWroU 9`̴׉	 7cassandra://-L-BC0KlGEUDY1tTTwxIIgWSEWoYB1S-MqelZPVnLTg@ ͠b/`~q5׉Ein totaal 110 waarvan 80 te maken kregen met verlammingsverschijnselen.
In 1992 tot 1994 maakte een vierde uitbraak bovendien
voor het eerst veel oudere slachtoffers, dat wil zeggen: patiënten
die ouder waren dan twintig en daardoor ook ernstigere klachten
kregen.
Momenteel komt polio alleen nog voor in Afghanistan, Nigeria en
Pakistan. Zolang het virus echter niet volledig de wereld uit is,
kunnen mensen nog altijd besmet raken, vooral in gebieden waar
de vaccinatiegraad laag is. En dergelijke gebieden zijn ook in
Nederland te vinden. In 1971 waren het vooral religieuze redenen
die mensen weerhielden om zich in te laten enten, tegenwoordig
zijn er steeds meer mensen met andere principiële bezwaren tegen
vaccinatie.
Met dit boek over René hoop ik mensen ervan te kunnen overtuigen
dat ze niet te lichtvaardig over wel of niet inenten moeten denken.
De groepsimmuniteit in ons land die door vaccinatie is ontstaan,
geeft nog steeds geen garantie op individuele bescherming voor
mensen die niet tegen polio zijn ingeënt. Zodoende zou je weleens
méér met je leven kunnen spelen – of het leven van je kinderen –
dan je nu beseft, wanneer je van vaccinatie afziet.
Gerda Vercouvre (december 2020)
18
׉	 7cassandra://hAA2S6RR2XDDv9iUOrwkUvinK3-wkv47wMpdDuXA-Wk`̴b/_~q5\׉EMet dank aan…
Graag bedank ik in dit boek zowel het Prinses Beatrix (Spier)
Fonds als het Nederlandse Rode Kruis, die het steeds weer mogelijk
maken dat patiënten als René een zo normaal mogelijk leven
kunnen leiden. Wanneer je gezond bent, is het je bijna niet voor
te stellen hoeveel verschil het werk van dit soort stichtingen
uit maakt in de levens van mensen met allerlei gezondheidsbeperkingen.
Maar hopelijk ben je je daarvan na het lezen van René’s
verhaal (nog meer) bewust geworden – en gaat dit soort organisaties
misschien zelfs steunen, als je dat niet al deed.
Het Prinses Beatrix Spierfonds
Het Prinses Beatrix Fonds werd opgericht in 1956 om in Nederland
de gevolgen te verlichten van de verschrikkelijke polio-epidemie,
die overal ter wereld grote schade aanrichtte. Vooral kinderen
werden het slachtoffer, vandaar dat het fonds aanvankelijk nog
de naam Fonds ter bestrijding van Kinderverlamming droeg – al
kregen ook volwassenen te maken met de gevolgen, als patiënt of
als ouder van een patiënt. In 2012 werd de naam veranderd in Spier
Fonds. Mede dankzij de bijdragen van dit fonds kregen patiënten
als René de kans om uiteindelijk in vrijheid een ‘normaal’ leven te
gaan leiden. In de jaren ‘50 en ‘60 waren de sociale voorzieningen
niet te vergelijken met de huidige tijd en heeft het Prinses Beatrix
Spierfonds ontzettend veel gedaan om poliopatiënten met raad en
daad bij te staan. Zo werd de televisie op zaal 3A van het Zuidwal
Ziekenhuis – in een tijd dat mensen thuis nog nauwelijks een televisie
hadden staan! – voor René (en alle andere kinderen daar) een
venster naar de wereld buiten het ziekenhuis. De televisie bood
afleiding en hielp hen om even niet meer te hoeven denken aan
hun ziekte. Ook zamelde het Fonds geld in, zodat het ziekenhuis
in september 1958 een polio-auto in gebruik kon nemen: door de
luchtvoorzieningen in de auto konden mensen met ademhalingsproblemen
voortaan even weg uit het ziekenhuis. Het Fonds droeg
tevens bij aan de luchtleidingen, aansluitingen en de compressor in
19
׉	 7cassandra://jfHAOKsPA2qx_--rWDB3uHYajEiUTXkUqxLj_wWWroU 9`̴b/_~q5]b/_~q5\vבCט   u׉׉	 7cassandra://0b7Stq_7Srz4fTQigg3LUcQl-YdoIjZSFs4Yc2qquM8 >`׉	 7cassandra://qWvimTJYXpN4QgTsdeVneDJ_nDN-n20QOyyWXhPGAwMt`R׉	 7cassandra://2Q5QVb2VgoBQpGrAxy7BRPb0HKZPqTy_n1OP869w_gU}`̴׉	 7cassandra://GCodCGLLSWZWAQdeZFOC9NfRSf3iEfqYW9pktIchLoI:͠b/`~q5ט  u׉׉	 7cassandra://UTNVwd-5r9NdHuMgtIsOlLl0e_8obRCLVRUFd23oyu8 ` ׉	 7cassandra://9VHODievoEN1zbFo1Du25b5abEZpUif8by_T0qjmScMO` R׉	 7cassandra://ycebtPtmTPYzvMzHFVWnPAH1GxwN1n00TOn38Mf2olo`̴׉	 7cassandra://_4IkkNZMYFmAwLdfnco5JxUKOnyMM139mekTr6WO9iU$ ͠b/`~q5׉Ehet huis van René en Akkie: zodat wonen met
thuisbeademing überhaupt mogelijk werd. En
het betaalde de aanpassingen voor de kunstmatige
beademing in René’s eigen bus – zodat
Akkie en hij vrij waren om te gaan waar
ze wilden, zonder de voortdurende angst dat
er plotseling niet meer genoeg lucht voor
René beschikbaar zou zijn. Tegenwoordig
richt het fonds zich met name op onderzoek
bij spierziekten en beheert speciaal aangepaste
vakantiehuizen voor mensen met een
spierziekte of bewegingsstoornis.
Het Nederlands Rode Kruis
Allereerst wil ik mijn dank uitspreken dat ik in dit boek de artikelen
uit het blad “Rode Kruis Koerier” (juli en november 1962) mocht
opnemen. Deze artikelen gaan over een vakantieweek voor beademingspatiënten.
Die vakantieweek was een onvoorstelbaar moedig
initiatief, in een tijd dat beademingspatiënten in het ziekenhuis
werden gehouden, dichtbij alle apparatuur en medici die ze wellicht
nodig zouden hebben; zij kregen toen nog niet de kans om
buiten het ziekenhuis een zo normaal mogelijk leven op te bouwen.
Ook voor Akkie en René was deze vakantieweek zó belangrijk. En
niet alleen de vakantie op zich (die onvergetelijk was, dankzij de
belangeloze inzet van zovelen). Voor René werd deze week letterlijk
weer een nieuwe stap terug naar een gewoon leven. Het was
dus mogelijk om met een zware handicap op vakantie te gaan, zelfs
als je beademd moest worden. Deze week organiseren vereiste de
durf om nog onbekende wegen in te slaan en daarmee een voorbeeld
te worden voor anderen. Gelukkig is het Rode Kruis nooit
bang geweest om te helpen. Toen niet... en nu niet. Samen met
talloze anderen wil ik graag mijn dankbaarheid hiervoor uitspreken.
20
׉	 7cassandra://2Q5QVb2VgoBQpGrAxy7BRPb0HKZPqTy_n1OP869w_gU}`̴b/_~q5^׉EBEen korte toelichting bij de foto’s
Bladzijde 8
Bij boer Tuitert op de boerderij. René houdt het kalfje vast. René
had warme herinneringen aan deze “werkvakanties”. Hij voelde
zich er heel gelukkig, hier kon hij zijn energie kwijt en hij voelde
zich er thuis.
Bladzijde 12
René met zijn biologische moeder, Theodora Vercoutre–Van Ruijven.
Zij werd ook wel Dora of Do genoemd. Rechts is René te zien, links
zijn broertje dat hij altijd ‘Tatu’ noemde.
Bladzijde 13
Marcel Yves Lucien Vercoutre en zijn derde vrouw Mimi. (René’s
vader werd twee keer weduwnaar.)
Bladzijde 19
Een plaatje van de ijzeren long, waarin ook René nog een paar
dagen heeft gelegen, voordat hij een poliomat kreeg
(bron: Wikimedia, Pearson Scott Foresman).
Bladzijde 25
Zuster van Oostende schept op: iedere dag werd de maaltijd op een
wagen binnengebracht en voor ieder kind ter plaatse op een bord
geschept.
Bladzijde 26
Monica, het ‘ziekenhuiszusje’ van René.
Bladzijde 31
Dokter Buijs aan het werk bij René.
Bladzijde 36
Verslaat hier de leerling zijn schaakmeester, dokter Van Eelen?
21
׉	 7cassandra://ycebtPtmTPYzvMzHFVWnPAH1GxwN1n00TOn38Mf2olo`̴b/_~q5_b/_~q5^vבCט   u׉׉	 7cassandra://hbihrRpLzyYtykL5g_t3qx1RQNXBrHSOsq2xxOBwBKk ` ׉	 7cassandra://O7MR4Zp1kpw4Zp-hndN5eFdk3SGqe_HeAcIx2Mck5uYI` R׉	 7cassandra://gAp8inywmfhXTw1VM_KKRSVxODwsyMqFr1vKroDXsZk`̴׉	 7cassandra://vPqO1AiUH98IHAcz9OFLgYSYq0TbBnKDrTQw6YN-IZk. ͠b/`~q5ט  u׉׉	 7cassandra://cS0GdeWPkqAgEEPeX4iklZRy6hxtnUfH7FS0UYXjsJQ ` ׉	 7cassandra://OyN8YFHmoiUE4Jnta7Tqozd4V7SKtMa-dnTnwAWHiwk;` R׉	 7cassandra://NwbiqRFJFmTSSspXpaTDoeONRbhUm2FfKN5txmmoz_8z` ̴׉	 7cassandra://jIcSYJC_uHKB92Fb0662EjFo8AH9V-KSdoKDfoXr3O8 ͠b/`~q5׉EBladzijde 38
Opa en Oma Van Ruijven zitten op het dakterras van het huis
vlakbij de Nedespa-fabriek (en vlakbij Den Haag Hollands Spoor).
Blz. 40
Briefje (op een correspondentiekaart) van oma Van Ruijven aan
René.
Bladzijde 45
Zelfs al lag je in het ziekenhuis, als jarige kreeg je cadeautjes!
Het leven ging door.
Bladzijde 46
Voor een kind is het belangrijk om kind te kunnen zijn, dat beseften
mensen ook in de jaren ‘50 al. En dus mocht het konijn toekijken
of je je bordje wel netjes had leeggegeten.
Bladzijde 51
Terwijl nog maar weinig mensen thuis een televisie hadden staan,
kreeg het Zuidwal Ziekenhuis dankzij het Prinses BeatrixFonds de
beschikking over een eigen toestel.
Bladzijde 54
Tot zijn grote verrassing krijgt René in het ziekenhuis bezoek van
zijn favoriete voetbalclub: ze geven hem de bal waarmee ADO in
1957 promoveerde naar de eredivisie, met hun handtekeningen
erop.
Bladzijde 58
Opa Bartheolemus Hermanus van Ruijven.
Bladzijde 60
Brief van opa Van Ruijven aan René
22
׉	 7cassandra://gAp8inywmfhXTw1VM_KKRSVxODwsyMqFr1vKroDXsZk`̴b/_~q5`׉EBBladzijde 63
De poliomaat, het beademingstoestel dat René - hij werd 75 jaar -
tot aan het einde van zijn leven is blijven gebruiken.
Bladzijde 65
René met zuster Trees.
Bladzijde 68
Monica, het ‘ziekenhuiszusje’ van René.
Bladzijde 71
En dan verschijnt Akkie in gewone kleding aan het bed van René.
Bladzijde 75
Zuster Akkie de Gast in uniform bij René.
Bladzijde 78
De luchtflessen. Zwaar, onhandig en... onmisbaar.
Bladzijde 79
Het leven is een feestje, maar je moet zelf de slingers ophangen.
René en familie De Gast.
Bladzijde 81
De brief die Akkie in de Kerstnacht van ‘59 aan René schreef om
hem moed in te spreken.
Bladzijde 83
René in diepe slaap, met de verlovingsring om zijn vinger; 1959.
Bladzijde 86
Een van de vele vrolijke bezoekjes van vrienden in Rijswijk.
Bladzijde 88
Een Fransman houdt van wijn.
23
׉	 7cassandra://NwbiqRFJFmTSSspXpaTDoeONRbhUm2FfKN5txmmoz_8z` ̴b/_~q5ab/_~q5`vבCט   u׉׉	 7cassandra://ug-oZa2LA98rXZkk6GGSCAy28l2ClElNgCGBh2fWbzY @r` ׉	 7cassandra://UhvPUzY57JAen0-i7uS_hGTKDkJBpYUMlPE1Ddyl_8wZ` R׉	 7cassandra://QZuuZ5Y_sQOBBElrl1gxuJnO0HoC0G89Pcl2Nq7vtfM`̴׉	 7cassandra://Q5n7teZ4baZYcIKooDJvZ7yp4UqdoHmScTSxt2RU-nk ͠b/`~q5ט  u׉׉	 7cassandra://-u32cp0wr1qbULK4I_CIJoV6O5axloFhwmFvMcFWrt4 fA`׉	 7cassandra://Ww4kTnIitvVoeHI8zUxPktu2c_pLQGRq4HDwpBcEuuQF`R׉	 7cassandra://titRW0zszsaabE5NQ50zrHLkIAoOyxE4lMHwJx_KjxA.`̴׉	 7cassandra://DOkbeC6L67xAJdPrcqzToSs3mL-PswlFNSpeu7_6G14͏͠b/`~q5׉EBladzijde 90
Als Mohammed niet naar de berg kan komen, dan komt de berg
naar Mohammed: vele vrienden kwamen bij René langs, toen hij
met Akkie in Rijswijk ging wonen.
Bladzijde 91
Een trotse opa Van Ruijven en René in de tuin van de Regentesselaan
in Rijswijk: het is zijn kleinzoon gelukt! René woont en leeft
zelfstandig, buiten het ziekenhuis.
Bladzijde 92
Uitstapje naar de Prins Bernard kazerne in Amersfoort, georganiseerd
door het Nederlandse Rode Kruis.
Bladzijden 93 en 94
Ook mensen met continue beademing hebben vakantie nodig. Een
artikel uit het tijdschrift van het Rode Kruis.
Bladzijde 95
Eindelijk kunnen René en Akkie óók samen op vakantie. Het Rode
kruis zorgt voor alles, ze kunnen ontspannen en zorgeloos zijn.
Bladzijde 99
Zodra René een eigen bus met luchtvoorziening had, werd ook een
weerzien in Holten met de familie Tuitert haalbare kaart.
Bladzijde 100
René maakte een uitstapje met vrienden naar Madurodam, dat toen
nog betrekkelijk nieuw was: deze attractie werd in 1952 geopend,
ter nagedachtenis van de oorlogsheld George Maduro.
Bladzijde 103
In een artikel komt niet alleen René’s passie voor het schaken aan
de orde, maar wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de wijze
waarop René toch weer zelfstandig kon gaan wonen.
24
׉	 7cassandra://QZuuZ5Y_sQOBBElrl1gxuJnO0HoC0G89Pcl2Nq7vtfM`̴b/_~q5b׉EBladzijde 108
Ah..... Paris: dankzij de bemoeienis van mevrouw Visser kon René
zijn familie in Frankrijk opzoeken; zij zocht nauwkeurig uit welke
voorbereidingen daarvoor moesten worden getroffen.
Bladzijde 110
Line Renaud, de zangeres met wie René ook later nog contact heeft
onderhouden (zie brief hiernaast).
Bladzijde 112
Een van de laatste foto’s van een gezonde René op de Eerste Technische
School, voordat het noodlot met de naam ‘polio’ toesloeg.
25
׉	 7cassandra://titRW0zszsaabE5NQ50zrHLkIAoOyxE4lMHwJx_KjxA.`̴b/_~q5cb/_~q5bvבCט   u׉׉	 7cassandra://YEN3pAbrfEOc7KAVo_f8rA1RhznA_jGsmCCTLgFGq8w Pf` ׉	 7cassandra://8KtytncU9VIRGrE59ehMQ1j1PzVmDk-f-MzeMLwvgxo]E` R׉	 7cassandra://ksE81RClPwTzlGi-42Su8uprBXI005fP2gip5BpGaiY`̴׉	 7cassandra://T3F8UcoSLdBjyBEAYexEb2zO58c-0_1P9pba-cbieIQ" ͠b/`~q5׉EfBladzijde 114
Genieten in de tuin, weer in controle zijn over eigen leven. Geen
patiënt meer, maar... René Vercoutre: leven, liefde, vrijheid.
Bladzijde 116
René: van poliopatiënt tot levensgenieter.
Overzicht op blz. 118
Op de babyfoto’s links is René 3 maanden oud; als hij (op de rechterfoto
bovenaan) tussen opa en oma inloopt ongeveer 9 maanden.
De foto met alpinopetje (linksonder) werd genomen in de winter van
‘43/’44. De portretfoto van zijn moeder, Theodora (Do) Vercouvre, tot
slot, is net voor de oorlog gemaakt. Zij was op dat moment nog niet
getrouwd.
Overzicht op blz. 119
Linksboven zie je René in/aan zee. Het is 1955. René verbleef tijdelijk
in het jongenshuis van het Leger des Heils in Haarlem, omdat het niet
goed boterde tussen zijn stiefmoeder en hem, maar woont nu weer bij
zijn familie thuis en is net begonnen aan de eerste technische school
in Den Haag.
Op de foto rechtsboven zie je het gezin Vercoutre in de achtertuin
van hun huis in Amersfoort. Zomer 1944. Dit is een moeilijke periode
voor papa Vercoutre die nog amper Nederlands spreekt. Het is oorlog,
zijn vrouw is gestorven in het kraambed en laat een ontredderd gezin
achter. Hij gaat dan ook op zoek naar een andere moeder voor zijn
kinderen.
De foto onderaan laat vermoedelijk René zien, als hij elf of twaalf jaar
oud is en in Veldheim (Zeist) zit, bij professor Lievengoed.
26
׉	 7cassandra://ksE81RClPwTzlGi-42Su8uprBXI005fP2gip5BpGaiY`̴b/_~q5d׈Eb/_~q5eb/_~q5dv)Preview Ademloos vrijOp zaal 3 in het Zuidwalziekenhuis in Den Haag vecht René Vercoutre voor zijn leven. Hij ligt in een ‘ijzeren long’ die hem van zuurstof moet voorzien en heeft in slechts drie vingers nog een beetje kracht. De rest van zijn lichaam is door polio volledig lam gelegd. En dat heeft grote gevolgen. Als de alarmknop maar iets gaat verschuiven, kan hij al niet meer om hulp vragen zodra hij het benauwd krijgt.
René overleeft het poliovirus ternauwernood. En tot welke prijs? Hij blijft volledig verlamd en totaal afhankelijk van een beademingsapparaat. René heeft echter ook een sterke wil en levendige geest. Als het herstel waarop iedereen hoopt niet intreedt en hij de dood van zeer dichtbij meemaakt, verliest hij niettemin alle hoop. En dan komt Akkie, een leerling-­verpleegster, op zijn afdeling werken. 
De verboden liefde wakkert de strijd aan voor vrijheid, met ongekende gevolgen…



b/]frJ\