׉?4ׁB! בCט n nFu׉׉	 7cassandra://XoJbuw29Zd0FyLpR8DQaBTlu9TxvpAGinYOJRPf2h_8 `׉	 7cassandra://BJQ6wJ9UJDe0z0IX9ILAl9lj3M4MyRi_4ppycygXdikS`S׉	 7cassandra://kwpShouc-2QB01l7TtnLs9TOUb8UfcNKEYlHnBGO9ls =`̵ ׉	 7cassandra://OVZeedhpVrxNMGf2eL39DVK0CNgiL3cYEMLsa3bZGr0H͠YU׈EYU׉E september 2017
eenmalige uitgave
ALTIJD OP DE TANDEM
OPLEIDING EN WERKVELD
SCHOOLONTWIKKELING
DOOR ONDERZOEK
NIET MEER WEG TE DENKEN
PROFESSIONALISEREN
NATUURLIJK IN HET POS
DE OOGST
VAN 3 JAAR
‘VERSTERKING
SAMENWERKING’
׉	 7cassandra://kwpShouc-2QB01l7TtnLs9TOUb8UfcNKEYlHnBGO9ls =`̵ YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://HEtGPWLUr-I9nzOl_m68kCyI0kCwKQ-6WabrW47Yl2A `
׉	 7cassandra://q5a88mkX1p-mAG0-r_N2jWOCYzcDH_B2vEWMQ7yVics͋`׉	 7cassandra://8K5H5uKFj2AbuUwwzvVYg3t_TL8OfrSg48CJPF9lRKY-`i ׉	 7cassandra://xUJtgr8grdN8HpCbfLu3ggi8URs_t7IDelIMlenXzJ4 1͠	YU׉ExINHOUD
SAMEN OPLEIDEN
Voorwoord
Colofon
De penvoerders aan het woord
Els van der Pol & Ankie de Laat
Blik op het POS vanuit Fontys HKE
Astrid Venes
De coördinatie van het POS
Nina Plompen-van der Wijst
Toetreding regio Tilburg
Ronald Keurentjes & Céline Mercier
Ontwikkeling nieuwe curriculum
Caroline Wijsman
Profilering en minoren
Jan Beijers
Een leven lang samen beoordelen
Joost van Berkel
18
SAMEN PROFESSIONALISEREN
36
De startende leerkracht
Marie-Louise van Lieshout
& Claudia van Eggelen-Lammerding
Voortgezette professionalisering
Arjan van Eeten
Facts & figures
Kwaliteitszorg
42
44
38
Jos Montulet &
Marieke Schoenmakers
Mijn ervaring als werkveldexpert
Sjoerd Kivit
Noot van de redactie
Nawoord
48
49
50
3
3
4
Samen werken aan
leerkrachtvaardigheden
Jos Hardeman
8
10
12
14
Ontwikkelscan opleidingsschool
Marc Cobben
16
24
Facts & figures
Opleidingsschool
29
Werken aan inhoudelijke
samenwerking
Iris Windmuller & Marieke Spruijt
Het POS als netwerkorganisatie
Henderijn Heldens
20
& Annemarie van den Broek
26
22
Professionalisering in het POS
Hans Asbreuk
Samen kennis delen
Brigit van Rossum
Traineeship Xpect Primair
45
46
2
׉	 7cassandra://8K5H5uKFj2AbuUwwzvVYg3t_TL8OfrSg48CJPF9lRKY-`i YU׉E	RSAMEN AANPAKKEN
Beste lezer,
SAMEN ONDERZOEKEN
W
Onderzoekscultuur in de school
Linda Keuvelaar-van den Bergh
& Anje Ros
De ontwikkelscan ‘onderzoekscultuur’
in de praktijk
Anja van Wanrooij
Facts & figures
Academische Opleidingsschool
35
34
30
at leuk dat je dit magazine hebt opengeslagen. Dat betekent waarschijnlijk
dat je deel uitmaakt van het Partnerschap Opleiden in de School,
als student, leerkracht, directeur, teamleider, bestuurder of anderszins.
Een blad vol verhalen, dat wilden we maken, over samenwerking en de
opbrengsten daarvan. We blikken terug op het driejarige project ‘Versterking
samenwerking lerarenopleiding en schoolbesturen’ dat op 1 juli 2014 in het
POS van start ging. Wat is er in die drie jaar ontzettend veel gebeurd!
Nieuwe vormen van samenwerking zijn ontstaan en bestaande lijnen zijn
weer tot leven gebracht. Samenwerken doen we niet om het samenwerken.
We doen het omdat we er met z’n allen in geloven dat we alleen zo de beste
leerkrachten opleiden. Die overtuiging ben ik overal in het POS tegengekomen.
Het magazine is opgedeeld in
drie delen: samen opleiden,
samen onderzoeken en samen
professionaliseren. We hopen
dat je in ieder deel de energie
proeft van de mensen die
zijn geïnterviewd omdat ze
in het project een rol hebben
gespeeld, als deelprojectleider
of vanuit hun specifieke rol in
het POS. Hun verhalen laten
zien dat we met elkaar dingen
durven aanpakken en uitproberen, dat we willen leren van en met elkaar,
steeds met dat ene doel voor ogen: de beste professional op de beste plek.
COLOFON
Idee: Brigit van Rossum en Sietske Mol
Interviews en redactie: Sietske Mol
Fotografie: Angeline Swinkels
Vormgeving: Reclamebureau de Code
Drukwerk: Drukkerij Weemen, Gemert
Met dank aan alle geïnterviewden
voor hun enthousiaste verhalen, en
aan Esther Baginda en Anneke Wasser
voor hun onmisbare ondersteuning.
Enfin, tot zover alle inspanningen die we hebben geleverd tijdens het project
‘Versterking samenwerking’. Ze vormen een prachtige basis om in de regio’s op
verder te kunnen bouwen. We zetten geen punt, maar een komma! Al lezend
over wat al is teweeggebracht, krijg je hopelijk ook zicht op de toekomst
waaraan je zelf kunt meebouwen.
Heel veel leesplezier!
Brigit van Rossum, Signum Onderwijs
projectleider project ‘Versterking samenwerking lerarenopleiding
en schoolbesturen’
Versterking samenwerking
3
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://24N7-pTo8MTEDjQx24Fwnm57G7SH_eTbPLLBzQGKJHg `
׉	 7cassandra://bawgG84A5LYMomuM5Pqbw6DAFFXqcfOMqxWy8z_V0OAޕ`׉	 7cassandra://5uJsLDYru8lV8uVJtZfZ8Bd8WD3VJX5VZ_vl-g_W_UICD`i ׉	 7cassandra://RaHbJJxAbhWMHkhoLZmxpPJGgEA26fwtS7Qz43lwj08 ͠	YU׉E
SAMEN OPLEIDEN
ELS VAN DER POL
directeur Onderwijs en Ontwikkeling
Signum Onderwijs
WE STAPPEN ALTIJD
OP DE TANDEM.
STUURGROEPLID ELS VAN DER POL IS DIRECTEUR ONDERWIJS EN ONTWIKKELING BIJ SIGNUM ONDERWIJS,
DE PENVOERDER VAN DE ACADEMISCHE OPLEIDINGSSCHOOL BINNEN HET POS. ZE VROEG DESTIJDS
EIGENHANDIG DE SUBSIDIE AAN VOOR HET PROJECT ‘VERSTERKING SAMENWERKING’. ‘ONZE KRACHT IS DAT
WE ALTIJD OP ZOEK GAAN HOE WE DINGEN KUNNEN VERBINDEN ZODAT ZE ELKAAR KUNNEN VERSTERKEN.
DAARDOOR WORDT ÉÉN PLUS ÉÉN DRIE.’
4
׉	 7cassandra://5uJsLDYru8lV8uVJtZfZ8Bd8WD3VJX5VZ_vl-g_W_UICD`i YU׉E>ANKIE DE LAAT
bestuurder ATO-Scholenkring
Wat deed jullie destijds besluiten om de subsidie voor het
project aan te vragen?
‘We hadden al de ambitie om alle studenten van FHKE
samen op te leiden, we wilden het onderzoek beter
implementeren in de scholen en koppelen aan het opleiden
in de school, we hadden ambities op het gebied van
professionaliseren en een leven lang leren en maar een
klein beetje tijd, geld en ruimte. Het was een kans om de
ambities waar we anders tien jaar over hadden moeten
doen, in kortere tijd te realiseren. Veel ontwikkelingen zijn
in een versnelling gekomen. En het was een goed besluit
om Brigit aan te nemen als projectleider. Zij heeft binnen
het kader van OCW de onderwerpen die voor het POS van
belang waren op de kaart weten te zetten. We hebben
daardoor ook echt meer bereikt, daar ben ik van overtuigd.’
Waar doel je dan bijvoorbeeld op?
‘Ik denk aan de producten rondom de startende leerkracht,
de inzet en betrokkenheid van het lectoraat, de ontwikkelscans.
We zijn door de projectleider meegenomen in het
proces, en alle producten bevestigden steeds dat we met
elkaar goede dingen aan het doen waren. Anje Ros,
de lector, heeft samen met Linda Keuvelaar bereikt dat het
onderzoek een grote en stevige plaats heeft gekregen in
de opleidingsschool. Niemand kan daar meer omheen.
Ik denk dat onze kracht is dat we altijd op zoek zijn gegaan
hoe we dingen konden verbinden zodat ze elkaar kunnen
versterken. We zoeken altijd naar nieuwe kansen en meer
uitdagingen, zonder concurrentie. Daardoor wordt één
plus één drie.’
Versterking samenwerking
5
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://5sPl7xSll00RDGDr91JacsBPTW8J1j6u9D7PGXaK5PU }`
׉	 7cassandra://8UQTAZ4V4bnjYvyLUGBd-vBWRVFma6sLOChJo2wtue4p`׉	 7cassandra://5zJlXr3WNNpi38aKdXjzeLtC8qlnqyguKdSd9coQpbo:`i ׉	 7cassandra://e8XEpwi8RpD1_bdgWyCc1TDM5pYokBjsjfODJWfMGE4ُ͠	YUנYU km{9ׁH 8http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/stuurgroep.ׁׁЈ׉ETROTS BEN IK OOK DAT DE
DINGEN DIE WE BEREIKT HEBBEN,
ONZE EIGEN DINGEN ZIJN.
Hoe doen jullie dat?
‘Je hebt mensen nodig die die mindset hebben, die overtuiging
dat samenwerken en verbinden tot de hoogste opbrengsten leidt.
Je vertrouwt elkaar, je weet van elkaar welke visie je aanhangt.
We doen het als opleiding en werkveld samen. De kracht van
ons partnerschap is dat niet de pabo, maar de besturen in
het werkveld de kartrekker zijn. Daardoor krijg je een andere
dynamiek. We hebben bewust voor deze verantwoordelijkheid
en regie gekozen en de opleiding heeft dat altijd in vertrouwen
geaccepteerd. We kregen bij visitaties ook terug, en dat heeft
onze visie mede gevormd, dat we bij alle ontwikkelingen en op
alle niveaus zorgen dat er iemand van de opleiding en vanuit het
werkveld betrokken is. Daardoor versterk je elkaar. Ook als we
nieuwe dingen uitzetten, zorgen we dat we altijd op die tandem
stappen. Dat ‘samen’ is inmiddels zo vanzelfsprekend. Nieuwe
regio’s in het POS moeten daar in het begin soms aan wennen
maar ook daarvoor geldt: door samen de goede dingen te doen,
elkaar te ontmoeten, altijd in gesprek te blijven en successen
te vieren, is die samenwerking op een gegeven moment geen
issue meer.’
Het project is afgelopen, hoe gaat het nu verder?
‘Brigit heeft de dingen goed weggezet bij de stuurgroep,
de coördinatoren, de opleiding en de besturen, die ook veel meer
zijn aangehaakt dan voorheen. We zullen het met elkaar moeten
blijven onderhouden. Als de structuur en de werkprocessen goed
uitgezet zijn en iedereen pakt daarin zijn verantwoordelijkheid,
dan loopt het door. De coördinatoren zijn de verbindende schakel
tussen wat er binnen de opleiding, de stuurgroep, de besturen
gebeurt en wat er op de werkvloer gebeurt. Zij zijn de spin in
het web die beleid van boven naar beneden kunnen vertalen en
andersom. Maar het werkt pas als anderen het ook oppakken.’
Waar ben je het meest trots op, terugkijkend op de afgelopen
drie jaar?
‘Ik ben trots op de waardering die we gekregen hebben vanuit
het Steunpunt Opleiden in de School, de herkenning en erkenning
van de processen en producten. Zoals de producten voor de
startende leerkracht waar een heel groot deel van ons POS
gebruik van maakt. Ik ben ook trots op de manier waarop de
opleidingsscholen naar zichzelf kijken in zelfevaluaties en daar
continu verbeterplannen voor maken, en op de onderzoekscultuur.
Door instrumenten als de ontwikkelscan ga je evalueren en
reflecteren. Die maken je bewust waar je mee bezig bent en leiden
tot het gesprek over de manier waarop je het doet. Daardoor is de
kwaliteit van de individuele scholen toegenomen. Trots ben ik ook
dat de dingen die we bereikt hebben, onze eigen dingen zijn.
Dat het van binnenuit tot stand is gekomen en vanuit een
behoefte van ons partnerschap, niet als opdracht van buitenaf.
En natuurlijk op de betrokkenheid van de vele mensen in de
regio’s en besturen, en de input die zij geleverd hebben aan het
project. Knap hoe zij kartrekkersrollen hebben genomen.’
Wat zou je nog wensen voor het POS?
‘Voor de toekomst vind ik een spannende wel: hebben we
nog voldoende grip en kunnen we met elkaar de kwaliteit
waarborgen? De coördinatoren zijn belangrijk, om signalen
tijdig op te pakken. Een ander dilemma is dat we enerzijds de
leeromgeving van de studenten zo goed mogelijk willen inrichten
en zorgen dat ze op de beste opleidingsscholen stage kunnen
lopen, anderzijds zou het opleiden in de school meerwaarde
moeten bieden voor alle scholen. Die vraag houdt ons bezig:
hoe benutten we de expertise van alle scholen zodanig dat we
studenten goed voorbereiden op het onderwijs van de toekomst.’
Lees ook het interview met Els van der Pol en
coördinator Ronald Keurentjes (voorjaar 2016) op
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/stuurgroep.
6
׉	 7cassandra://5zJlXr3WNNpi38aKdXjzeLtC8qlnqyguKdSd9coQpbo:`i YU׉EProfessionalisering is een belangrijke pijler in het POS, kun je daar
iets over vertellen?
‘Eerst richtten we ons op studenten, toen ook op starters, nu zijn
we bezig met basis- naar vakbekwaam en met professionalisering.
We doen dat samen met Fontys Hogeschool Kind en Educatie.
Zij hebben bijgedragen aan flexibilisering van masteropleidingen
waardoor professionals nu een keuzemenu hebben, hun eigen
tempo kunnen volgen. De opleidingen zijn sterk afgestemd op
de praktijk, er is goed geluisterd naar elkaar. We zien ook dat
mensen er meer gebruik van maken. Er zijn zelfs mensen die een
tweede master gaan doen. En er is dankzij de samenwerking met
en flexibiliteit van Fontys een premaster ontwikkeld. Er ligt ook
een kans: ervaren onderwijsprofessionals zouden een rol kunnen
hebben in het opleiden op de pabo en in de mastertrajecten.’
STUURGROEPLID ANKIE DE LAAT IS BESTUURDER BIJ ATOSCHOLENKRING,
PENVOERDER VAN DE OPLEIDINGSSCHOOL BINNEN
HET POS. ‘KRACHTIG IS GEWEEST, DAT HET ECHT EEN PROJECT
WAS MET EEN BEGIN EN EEN EIND, MET EEN GOED PROJECTPLAN,
PROJECTLEIDING EN FINANCIERING, DEGELIJK INGEZET WAARDOOR
JE IN EEN STROOMVERSNELLING KUNT KOMEN.’
Hoe kijk je terug op het project ‘Versterking samenwerking’?
‘Ik zie op heel veel fronten ontwikkeling en vooruitgang,
vooral omdat er heel veel tools ontwikkeld zijn. Ik denk dat alle
ontwikkelscans een hele belangrijke bijdrage kunnen leveren
aan de doorontwikkeling en borging van het project. De scans
kunnen gebruikt worden als een groeimodel, iedereen kan op
elk willekeurig moment instappen. Door de fasering die in de
ontwikkelscans is aangebracht ga je met elkaar dezelfde taal
spreken. Je kunt deze als school op verschillende wijze gebruiken.
Herinner je je nog een eerste moment van succes binnen
het project?
‘Het hele stuk rondom de startende leerkracht, van start- naar
basisbekwaam, is een mijlpaal geweest. Dan heb ik het zelfs al
over het denkproces. Het ging nu niet meer over werkgeverschap
van een individueel schoolbestuur maar over een gezamenlijk
personeelsbeleid, dat gaat veel verder dan professionalisering.
Bijvoorbeeld wanneer je als schoolbesturen gezamenlijk
verantwoordelijk bent voor vervangers in een invalpool die hun
eerste ervaringen in het onderwijs opdoen.’
Wat maakt dat een partnerschap als het POS werkt?
‘Mensen kunnen elkaar vinden en ontmoeten, het gaat toch vaak
om elkaar kennen. Daardoor creëren we met elkaar ook een
sfeer van vertrouwen en openheid. Ik denk dat we een positieve
instelling hebben. We denken niet in problemen maar ook in
kansen, dat wordt breed gedragen, op alle lagen. Bijvoorbeeld
wanneer je als schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk bent
voor vervangers in een invalpool die hun eerste ervaringen in het
onderwijs opdoen. Wat overigens niet wil zeggen dat onze manier
van werken een blauwdruk is, zo werkt het niet.’
Versterking samenwerking
Hoe precies?
‘Zij staan met beide voeten in de praktijk en hebben veel kennis
die ze kunnen overdragen. Nu geven zij nog vooral gastcolleges,
terwijl je kunt kijken of je samen zo’n curriculum kunt vormgeven.
Daarmee bied je leerkrachten ook een carrièreperspectief.
Andersom mogen docenten van de pabo vaker in de klas komen
kijken en meedraaien. Het gaat voortdurend om de aansluiting
tussen theorie en praktijk, tussen opleiding en werkplek, en het
bieden van carrièreperspectieven. Dat kan ook iets doen met
de arbeidsmarkt. Het beroep van leerkracht heeft geen positief
imago. Als je weet dat je als leerkracht op termijn ook weer
starters kunt begeleiden en opleiden, heb je zicht op senioriteit,
dat doet iets met waardering en erkenning. Doordat we voor
starters de krachten hebben gebundeld, weten we elkaar ook
op dit gebied beter te vinden. Juist daarom denk ik dat het een
mijlpaal is geweest. Het ging verder dan samen opleiden.’
Wat zou jij wensen voor de toekomst van het POS?
‘Door geen concurrent van elkaar te zijn maar juist samen
verantwoordelijkheid te delen, heb je ook een beter antwoord
op vragen van de arbeidsmarkt. Daarbij blijft interessant:
wat kun je gezamenlijk doen en waarin kun je je onderscheiden.
Elkaar de ruimte geven maar ook afspreken wat we minimaal
gezamenlijk willen doen, zoals we nu doen in de nieuwe
samenwerkingsovereenkomst voor de opleidingsscholen.
Als stuurgroep moeten we zorgen dat de verbinding met de
regio’s goed wordt georganiseerd voor uitwisseling van visies en
praktijkervaringen.En er mag ruimte blijven voor innovatieve
projecten, daar word je altijd beter van.’
7
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://sEALoDfPnLmhwWa2TSaYhgjz53wKIaSGe44YcTrgtfE u`
׉	 7cassandra://uCPm-pNCVYrSS4CfxK830pXwKCcxv4jte7zRAXXFDLA;]`׉	 7cassandra://M5P318YIA8cYDuBKAym77ws8qIT9V_vz-nmZASzwbHs:`i ׉	 7cassandra://0Z5sn8w_BvkwTjvL7F-AvlgJP-QXBG9W9S-_cSgr5h0͠	YU׉E0ASTRID VENES
directeur Fontys Hogeschool
Kind en Educatie
HET IS EEN KWESTIE
VAN ELKAAR LEREN
KENNEN.
ASTRID VENES, DIRECTEUR VAN FONTYS HOGESCHOOL KIND EN EDUCATIE, IS SINDS
SEPTEMBER 2015 LID VAN DE STUURGROEP VAN HET POS. ‘HET WAS BEST EVEN ZOEKEN,
NAAR WAT HET POS IS EN DOET, NAAR MIJN EIGEN ROL EN HOE WE SAMEN AAN DE DRIE
PIJLERS AAN HET BOUWEN ZIJN.’ MAAR ZO LANGZAMERHAND IS ZE AARDIG INGEVOERD.
SAMEN MET JAN BEIJERS, BRIGIT VAN ROSSUM EN DE JURIST VAN FHKE HEEFT ZE HET
AFGELOPEN JAAR DE REGIE GEPAKT VOOR DE NIEUWE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST.
8
׉	 7cassandra://M5P318YIA8cYDuBKAym77ws8qIT9V_vz-nmZASzwbHs:`i YU׉ESAMEN IN ONTWIKKELING
Vanwaar een nieuwe
samenwerkingsovereenkomst?
‘In die overeenkomst maken we vooral
afspraken over hoe we samen opleiden.
Als het gaat om samen professionaliseren
en samen onderzoeken, willen we meer
vanuit de goede voorbeelden ontdekken
wat er kan en mag, vanuit de ambitie om
samen op trekken. Dan zeggen sommige
besturen ‘wauw, fijn wat er allemaal al is
ontwikkeld’, anderen zeggen: voor mij is
dat nog een brug te ver’. Ik vind dat prima.
Voor samen opleiden moet je wel, in het
belang van startende leerkrachten, goede
afspraken maken. We hebben een beperkt
aantal studenten, we willen allemaal
goede leerkrachten, hoe kunnen we
daar met elkaar voor zorgen. Natuurlijk,
het kiezen van opleidingsscholen is een
bestuurlijke aangelegenheid, maar weet
dat wij dat als opleiding graag in overleg
doen.’
Is het zoeken naar balans tussen samen
doen en zelf (laten) uitvinden?
‘In deze fase speelt heel erg dat de
dynamiek in de regio plaatsvindt en hoe
die dynamiek van de besturen onderling
zich tot elkaar verhoudt. Besturen snappen
dat je regionaal afspraken moet maken
met de hogeschool en met elkaar.
Dan heb je het ook over een rijk palet aan
opleidingsscholen voor studenten. Maar als
het gaat over ‘wat heb ik dan precies aan
de paraplu van het POS’ en ‘hoezo moet
ik mij verhouden tot een bestuur in een
andere regio’, daar zit het zoeken en de
meerwaarde zien van wat al ontwikkeld is.
De insteek is vooral een lerende cultuur,
en niet een mal waar je in moet passen.
En dat heeft tijd nodig.’
Ben je daar optimistisch over?
‘Ik denk dat het een logisch groeimodel
is. Dat je met elkaar zorgdraagt voor het
samen opleiden en daarna denkt: wat
zou het mooi zijn als we de professionals
daarna ook nog kunnen ondersteunen.
Zo is dat in Den Bosch ook gegaan.
Ik ben hartstikke enthousiast over alles wat
er ontwikkeld is in het POS en ik zie geen
reden waarom ook anderen niet zouden
vinden dat juist dat samen optrekken voor
iedereen beter is.
FHKE ziet daarvan zeker de meerwaarde.
We willen heel graag een bijdrage leveren
aan schoolontwikkeling. Natuurlijk is het
voor ons heel handig als we dat in alle
regio’s volgens eenzelfde set afspraken
kunnen doen. Ik ben de penvoerders
dan ook heel erkentelijk dat zij destijds
hebben gezegd: wij staan ervoor open
om de vijf regio’s te laten aanhaken en
daarmee dus ook te accepteren dat voor
elke deelnemende school het bedrag gaat
dalen. Ik vind het echt knap dat dat gelukt
is, dat zij zo loyaal zijn.’
Welke rol heeft de stuurgroep vooral?
‘In het nieuwe organogram bij de nieuwe
samenwerkingsovereenkomst staan de
basisscholen, besturen en FHKE bovenaan,
en niet meer de stuurgroep. Volgens mij is
dat een beter beeld. Het gaat uiteindelijk
om wat er gebeurt in die scholen, hoe
leiden we mensen op, de stuurgroep is
meer een netwerkbenadering: wat moeten
we samen onder de paraplu afstemmen.
Je moet sturen op de minimale eisen
waar we elkaar op aanspreken, om te
voorkomen dat het alle kanten uitwaait.
We zeggen nu ook: wie deelneemt aan de
stuurgroep moet er met mandaat zitten
van de achterban, je moet weten wat er in
de regio speelt. We zien daarom nu meer
bestuurlijk overleg in de regio. Ook de
coördinatoren zijn een belangrijke schakel.
Dat we duo’s van werkveld en opleiding
hebben geformeerd, is belangrijk geweest.
Ik ben eigenlijk heel tevreden over de
stappen die gezet worden.’
Wat wens je voor de toekomst?
‘Ik hoop dat we dit uitbouwen, leren van
elkaar, de paraplu van het POS zien als
kans om samen sterker te staan, waardoor
we meer kunnen bereiken met minder
inspanning. Zonder daarmee te denken
dat je kunt kopiëren. Not invented here
speelt bij POS heel erg. Mensen zijn bij
iets wat ze zelf uitvoeren ook graag
verantwoordelijk voor de ontwikkeling
ervan. Maar universele opbrengsten moet
je delen en zeggen: doe er je voordeel
mee. Bijvoorbeeld de producten voor de
startende leerkracht, heel mooi dat MarieLouise
daarover nu gesprekken voert met
besturen, daar wordt heel enthousiast
op gereageerd en dan zijn mensen
soms verrast dat het vanuit het POS is
ontwikkeld.’
Wordt er al voldoende gedeeld, vind jij?
‘Het is ook gewoon een kwestie van elkaar
leren kennen, daar begint samenwerking
mee. In die zin ben ik heel optimistisch,
want ik zie heel veel ontwikkeling en
mensen die elkaar weten te vinden en
helpen. We zijn wel aan het kijken hoe
we kennis en goede ervaringen nog
meer kunnen delen, daar is nog veel te
ontdekken. Het komt voort uit dat je
elkaar kent, ziet waar de vraagstukken
liggen en denkt: hé, daar kan ik iets in
betekenen. Dat is maatwerk; wat heeft een
bepaalde regio en een bepaald bestuur
nodig om een stap te zetten. Vaak is de
wil er wel, maar is het zoeken naar hoe je
dat doet.’
Waar ben je het meest trots op?
‘Ik werk al lang bij de pabo, en ik noem
opleiden in de school altijd als een van de
grootste veranderingen. Van studenten
los op schooltjes, individuele begeleiding
waarbij je als studieloopbaanbegeleider
af en toe met de mentor sprak maar de
directeur alleen een keer een hand gaf
en het verder eigenlijk helemaal niet met
elkaar had over wat speelt er binnen de
school. Heel erg gericht op dat individu
van de student, terwijl je nu veel meer met
elkaar bezig bent om samen als opleiding
de doorontwikkeling te maken.
Het opleiden in de school is het vliegwiel
voor onze vernieuwing. We zitten continu
bij elkaar aan tafel, weten wat er speelt,
wat we elkaar kunnen bieden. De kloof
tussen praktijk en theorie is kleiner
geworden.
Als je ziet hoe we als lerarenopleidingen
de relatie met werkveld vormgeven, hoe
we samen werken aan professionalisering
van mensen en loopbaanperspectieven
creëren, en een rijke leeromgeving voor
studenten… daar kunnen andere
opleidingen nog veel van leren. Ik denk
dat we daar echt trots op mogen zijn.’
Versterking samenwerking
9
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://t4CuXEgUwMDWtuF10yh1dvEmvYnykdiT1TWFPaRSlus Q` 
׉	 7cassandra://hh0qF-kVQkoA-ihMSAZOhgoNkuRHCHhi0g9MhFBrkQsͦ`׉	 7cassandra://5wAeV2AJZnwoqJ3AtiLTghjxTHKk6TSq61Kt0mLkCjM0`i ׉	 7cassandra://GqsOu4cSXaOG69rjt9kXqlsfQ11dKIlt72eH3vb2LPk͌b͠	YU׉ESAMEN LEREN
In 2016 ging de structuur van de
coördinatie in het POS op de schop:
elke regio kreeg een coördinatieduo
en er kwam een coördinator voor de
Academische Opleidingsschool, tevens
hoofdcoördinator. Hoe heb jij deze
verandering ervaren?
In het begin waren we best nog zoekende,
maar inmiddels merken we dat we meer
verbindingen zijn gaan maken.
We proberen veel meer dan voorheen
om hetzelfde te verstaan onder kwaliteit
van opleiden. Dat is een gedeelde
verantwoordelijkheid en doe je alleen al
DE COMMUNICATIE
IS OPENER.
NINA PLOMPEN-VAN DER WIJST IS OPLEIDINGSCOÖRDINATOR IN DE REGIO VEGHEL.
ZE VORMT EEN DUO SAMEN MET WERKVELDCOÖRDINATOR LAMBERT VAN DER VEN.
‘DE AFGELOPEN 3 JAAR HEBBEN WE DE WERKWIJZEN VAN DEN BOSCH EN VEGHEL
BETER OP ELKAAR AFGESTEMD, WE ZIJN MEER GAAN UITWISSELEN EN GAAN LEREN
VAN EN MET ELKAAR.’
Op welk vlak vond de uitwisseling plaats?
‘Aanvankelijk hebben we vooral
geïnvesteerd in instrumenten om te
werken aan de kwaliteit van opleiden
in de school. We hebben de rollen
onderzocht en gekeken waar mensen
samen optrekken, naar de manier van
opleiden, naar de rol van feedback.
We zijn samen professionaliseringsdagen
gaan organiseren voor basisschoolcoaches,
studieloopbaanbegeleiders, mentoren en
directeuren. Daarbij werd de expertise
van zowel werkveld als opleiding ingezet.
Een basisschoolcoach heeft bijvoorbeeld
een workshop gegeven over begeleiden
met spel, een ander over oplossingsgericht
coachen. Ik vind dat nog steeds een hele
mooie werkwijze. Er worden nieuwe
verbindingen gelegd, mensen zoeken
elkaar ook nadien nog op. Je leert van
elkaars manier van werken en van de
dialoog daarover. De massale opkomst
bij deze dagen zegt eigenlijk al hoe
waardevol mensen het vinden.’
door het gesprek erover aan te gaan.
Het duo van werkveld en opleiding
betekent voor mij dat we kijken welke
verbindingen we kunnen aangaan,
bijvoorbeeld met de veldkwaliteitskring
van FHKE in de regio Veghel, de intervisie
van basisschoolcoaches en studieloopbaanbegeleiders,
veranderingen
in het curriculum. We zoeken steeds de
juiste kanalen.’
Kun je een voorbeeld geven?
‘Gisteren tijdens ons breed coördinatorenoverleg
concludeerden we dat de dialoog
op directeurenniveau heel waardevol is om
opleiden in de school te verbeteren. Linda
Keuvelaar heeft naar aanleiding van de
ontwikkelscan AOS-ontwikkelgesprekken
gevoerd met schooldirecteuren. Ik ben
daar ook een paar keer bij aangesloten
en dan merk je dat kritisch naar je eigen
organisatie kijken zo belangrijk is.
Wat doen we al goed en waar kunnen
we nog een slag slaan. Ook de tijd nemen
10
voor dat gesprek wordt als heel waardevol
ervaren. Vanuit ons coördinatieduo
hebben we een interviewleidraad
opgesteld met onderwerpen voor
gesprekken met directeuren. Maar ook
de dialoog met bestuurders is van belang:
in hoeverre zijn zij betrokken bij het
opleiden in de school?’
Waar draait het precies om in die
gesprekken?
In de interviewleidraad hebben we vier
onderwerpen benoemd die aan bod
zouden moeten komen: de visie op
opleiden in de school; waar sta je als school
en hoe werk je aan een onderzoekende
houding, de ontwikkelscan, het rijke palet
aan opleidingsscholen dat we in de regio
willen en professionalisering op alle lagen
waarbij aanbod van opleiding en werkveld
kan worden uitgewisseld. Het zijn mooie
gesprekken die je dan met elkaar voert,
soms spontaan vanuit een vraag van een
bestuurder, soms tijdens een studiedag.’
Wat hebben de afgelopen 3 jaar nog
meer gebracht?
‘Ik denk dat we in de communicatielijnen
helderder zijn en dat we ze makkelijker
oppakken. Ik hoop dat dat nog meer
gaat inslijten, zeker op bestuursniveau.
Er zijn nauwe samenwerkingen
ontstaan tussen basisschoolcoaches en
studieloopbaanbegeleiders waarin we
kritisch naar elkaars werkveld kunnen
kijken en dit durven bespreken. We zien
de rol van de basisschoolcoach een mooie
groei doormaken, had die voorheen vooral
contact met de mentor en student, nu
wordt ook het gesprek met de directeur
aangaan over wat ertoe doet heel
belangrijk.’
Ik denk dat de communicatielijn naar
directeuren nog verstevigd kan worden.
Daar kunnen wij als coördinatoren ook
zeker een rol in spelen. We hebben
die directeuren keihard nodig bij
ontwikkelingen en innovatie, als facilitator
en als visionair. De basisschoolcoach kan
het niet in zijn eentje doen, juist die
directeur moet uitdragen dat de
school ertoe doet bij het opleiden van
toekomstige collega’s. Hoe mooi is het
wanneer we samen zien wat studenten
׉	 7cassandra://5wAeV2AJZnwoqJ3AtiLTghjxTHKk6TSq61Kt0mLkCjM0`i YU׉Ein de school, voor de school kunnen
opleveren. Als je het als school echt samen
doet, en steeds het gesprek aangaat
over het onderwijs van de toekomst:
wat hebben kinderen nodig en wat
moeten we onze studenten dan leren.’
Wat kan nog beter?
‘Ik ben heel positief. In het begin was ik
wat ongeduldig, het duurt een tijd voor
er beweging ontstaat en opbrengsten
zichtbaar worden, maar na 3 jaar durf ik
echt te zeggen dat we een kwaliteitsslag
hebben gemaakt. De communicatie is
opener en we zoeken elkaar op. Het is niet
meer de pabo en het werkveld, we zijn
samen de opleiders. Dat zie en voel ik ook
echt zo.’
Wat zou je wensen voor het POS?
‘Ik hoop dat we op de werkplek nog
vaker de professionele dialoog zullen
voeren. Daar zouden we meer ruimte met
elkaar kunnen pakken. Vaak is het een
kwestie van bewust inplannen. Er zijn
zoveel onderwerpen waarover je met
elkaar zou kunnen stoeien, als mentor,
basisschoolcoach, studieloopbaanbegeleider,
directeur, leerkracht, student.
Iedereen geeft er vanuit zijn eigen
goedheid handen en voeten aan, maar het
er met elkaar over hebben heeft grote
impact op de kwaliteit van begeleiden.’
NINA PLOMPEN-VAN DER WIJST
docent Fontys Hogeschool
Kind en Educatie Veghel
Basisscholen
Basisscholen
aangesloten bij de
Opleidingsschool
aangesloten bij de
Academische
Opleidingsschool
Opleiding
• Fontys Hogeschool Kind
en Educatie (HKE)
• Fontys Opleidingscentrum
Speciale Onderwijszorg (OSO)
• Lectoraat Leren en Innoveren
Coördinatie
Schoolbesturen
• Regio ’s-Hertogenbosch
• Regio Veghel
• Regio Tilburg
• Regio Eindhoven
• Regio Venlo
• Academische opleidingsschool
• Regio ’s-Hertogenbosch
• Regio Veghel
• Regio Tilburg
• Regio Eindhoven
• Regio Venlo
Stuurgroep
Visie en beleid
Vertegenwoordiging vanuit
partnerschap,
bestaande uit penvoerders, regio’s,
hoofdcoördinatie en opleiding
Partnerschap
Opleidingsschool
Partnerschap Academische
Opleidingsschool
Versterking samenwerking
11
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://8OYSsPYGs0kwABF46qIgyASC0dmEpSGO1BHXa7fuFkE ʊ`
׉	 7cassandra://AGKp659ZbYKSLhPqNyraSYKx-BAfhc0HouU057nZUx8ͽi`׉	 7cassandra://z2QXjbGUyWrXC9ooPjQh1G_0NcRmJHIbbiYbjWp6Uoc7f`i ׉	 7cassandra://4mwJf9X_zKKkuFxdTLZE2c2nj5AVa5_NHSVkKF5sl0cͯ͠	YU׉ERONALD KEURENTJES
teamleider Fontys Hogeschool
Kind en Educatie Tilburg
ER ZIT ZO’N
ENERGIE, GEWELDIG
OM TE ZIEN.
VOORDAT TEAMLEIDER RONALD KEURENTJES (FHKE TILBURG) COÖRDINATOR WERD, WAS HIJ
STUDIELOOPBAANBEGELEIDER. HIJ WEET NOG HOE HET WERKTE VOORDAT ZIJN REGIO
TOETRAD TOT HET POS: ‘DE BEGELEIDINGSKWALITEIT IS ECHT EEN NIVEAU HOGER.
DE STUDIELOOPBAANBEGELEIDER BEGELEIDT NU STUDENTEN UIT ALLE FASEN VAN DE OPLEIDING.
DIE KRIJGT STEEDS BETER IN DE GENEN WAT VOOR SOORT LEERKRACHT WE AAN HET OPLEIDEN ZIJN.’
Hoe is dat gegaan, toetreden tot het POS?
‘We hadden al een bestaand netwerk van ongeveer honderd
scholen. Die zijn allemaal geïnformeerd over de omslag die we
zouden gaan maken, bestuurders zijn daarbij betrokken. Scholen
die konden en wilden voldoen aan de convenantafspraken hebben
zich gemeld. Als coördinatoren hebben we gezegd: we willen
een kleurrijk palet aan opleidingsscholen. Inmiddels zijn het er
nu veertig, ieder met een onderwijsnest van minimaal zeven
studenten. Dankzij het project hebben we als coördinatoren bij de
toetredingsfase twee keer per jaar gesprekken kunnen voeren op
de scholen, een hele intensieve tijd, maar wel de moeite waard,
het gaat toch om elkaar leren kennen.’
Komen er nog opleidingsscholen bij?
‘Er zijn nog besturen die scholen mogen laten toetreden, maar dat
betekent ook dat de gemiddelde leergemeenschap op een school
kleiner wordt. Dat is nu een discussiepunt in onze regio: met
hoeveel scholen gaan we gezamenlijk die verantwoordelijkheid
voor het opleiden pakken. Ik vind zeven studenten per school best
weinig, ik denk dat tien een ondergrens zou kunnen zijn, omdat je
weet dat de aantallen door het jaar heen fluctueren.’
Hoe is de overgang naar het POS voor de scholen geweest,
denk jij?
‘Volgens mij is het voor de scholen die zijn toegetreden alleen
maar succesvol geweest tot nu toe. Natuurlijk zitten er verschillen
in de kwaliteit, maar dat mag ook. Als er echt geen groei is, dan
moet je daar iets mee. Hier en daar zien we dat wel gebeuren.
De voornemens en verbeterpunten zijn er, maar de daadwerkelijke
kwaliteitsslag wordt niet bereikt. De cruciale tandem is die van
de studieloopbaanbegeleider en de basisschoolcoach. Als die
niet goed functioneert, dan kan er zorg ontstaan. Daarbij is de
directeur een sleutelfiguur om die kwaliteit te bewaken. Als je wilt
dat er een onderzoekscultuur komt binnen je school, zijn die drie
mensen de spil.’
Wat maakt die tandem succesvol?
‘Ik denk dat het met name zit in het durven benutten van de
ruimte, ondernemerszin pakken. Als je gaat zitten wachten op
een stramien, dan gebeurt er niet veel. Er is geen kant-en-klaar
draaiboek. Natuurlijk heeft iedereen een jaarplanning, is er
intervisie, maar je moet er zelf naar op zoek gaan.
De directeur moet in de gaten houden hoe alle partners
functioneren, en zorgen dat studenten de vele mogelijkheden
zien om hun bijdrage te leveren aan de schoolontwikkeling en aan
vraagstukken binnen de school.’
Hoe hebben jullie het ervaren om aan te sluiten bij een netwerk
waar al veel ontwikkeld is? Kun je daarin nog voldoende je eigen
ding doen?
‘Ik heb er alleen de voordelen van gezien. In mijn beleving hebben
we ons niet geremd gevoeld en was het alleen maar fijn dat je
ergens op kunt terugvallen. Er is volop ruimte om dingen zelf
vorm te geven. Gezamenlijk spreek je een aantal kwaliteitscriteria
af, die zitten in de ontwikkelscan, een instrument om te laten zien
waar je de groei kúnt maken. Daarom maak je ook deel uit van
een partnerschap. Het gaat niet om waar je staat, als die groei er
maar is. Daar zit ook wel een zorg.’
Céline Mercier, vierdejaars student aan de pabo in Tilburg
(en bij het ter perse gaan van dit magazine inmiddels
afgestudeerd!): ‘Een groot verschil met toen ik begon aan mijn
studie, is dat ik toen alleen met eerstejaars studenten in een
onderwijsnest zat en nu in een grotere groep met stagiaires uit
alle jaren. Voor een eerste- of tweedejaars is het fijn om ook
ervaringen te kunnen delen met ouderejaars, voor ouderejaars
biedt het kansen om het voortouw te nemen en leiderschapskwaliteiten
te ontwikkelen. Ik heb bijvoorbeeld weleens
een intervisie geleid, vanuit één van de competenties die ik
12
׉	 7cassandra://z2QXjbGUyWrXC9ooPjQh1G_0NcRmJHIbbiYbjWp6Uoc7f`i YU׉EUSAMEN OPLEIDEN
ALS JE GAAT ZITTEN WACHTEN
OP EEN STRAMIEN,
DAN GEBEURT ER NIET VEEL.
Welke zorg precies?
‘Kwaliteit en verantwoordelijkheid daarvoor nemen, dat is nog
geen vanzelfsprekendheid. Iedere opleidingsschool zou op zijn
minst een PDCA moeten hebben aan het begin van het jaar.
En het is goed als anderen daar af en toe in meekijken.
Als coördinatoren zijn we wel bezig met de vraag welke rol wij
daarin spelen; is het onze taak om dat te monitoren? De scholen
zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van opleiden in de
school, je voelt je dan toch een soort controleur. Terwijl we weten
dat de gesprekken die we met directeuren voeren enorm worden
gewaardeerd. Die ontmoeting, het met elkaar spreken over
kwaliteit, kun je misschien ook anders organiseren. Het gaat erom
je rol te pakken.’
Waar ben je trots op?
‘Ik ben supertrots op de tandems van basisschoolcoaches en
studieloopbaanbegeleiders, op allerlei initiatieven die er genomen
worden, op de drive die er zit bij degenen die er iets van willen
maken en dat zijn er echt heel veel. Er zit zo’n energie, ik vind
dat geweldig om te zien. Een opleidingsdocent en een collega
uit het werkveld hebben nu twee jaar op rij in co-creatie de
basisschoolcoaches geprofessionaliseerd. Als je dan hoort dat
na afloop de netwerken vanzelf voortgaan, is dat echt iets om
trots op te zijn. De netwerkorganisatie van het POS doet op dat
niveau heel goed zijn werk. Waar ik minder zicht op heb, zijn de
mentoren, dat is uiteindelijk de grootste spil in de begeleiding
van studenten.
Ik ben er ook trots op dat er steeds meer samenwerking is tussen
het werkveld en de opleiding in het professionaliseren en in de
inductiefase. Wat we nog meer mogen benutten en waarvan ik
weet dat het potentieel er is, is dat we collega’s uit het werkveld
een steeds grotere rol laten spelen in het instituutsleren.’
Hoe zou dat eruit kunnen zien?
‘ik denk daarbij aan plekken in ons POS waar dat al wel zo
loopt, met bijdragen in het ontwerp van het onderwijs en
leerarrangementen op de pabo, en actieve deelname aan
bijvoorbeeld minoren. Ook het samen beoordelen: veldassessoren
die bij ons de competentie-examens mee afnemen en andersom,
collega’s van ons een rol gaan spelen in de begeleiding en
beoordeling op weg naar basisbekwaam en vakbekwaam. Ik vind
dat heel mooi, want dan krijg je een nog beter beeld wat het
betekent om vier jaar bij ons opgeleid te zijn en dan te mogen
starten in het onderwijs, waar je dan tegenaan loopt. Dat zet ons
als opleidingsdocenten nog verder op scherp.
Een ander mooi voorbeeld: we hebben verbouwd in Tilburg.
Eén van de uitgangspunten was dat we een plek wilden zijn waar
we elkaar vanuit het POS kunnen ontmoeten. Dus we hebben
gezegd: iedereen uit het werkveld kan bij ons gratis gebruik
maken van de gebruiksruimtes. De enige tegenprestatie die we
vragen is dat we weten wat je er doet en dat collega’s die interesse
hebben kunnen aanschuiven. Dit werkt, besturen organiseren er
regelmatig professionaliseringsactiviteiten voor hun teams,
en collega’s sluiten ook echt aan. Zo vindt steeds vaker de
ontmoeting plaats.’
moest aantonen. Een ander verschil is dat de studieloopbaanbegeleider
veel vaker op de school is. Ik merk dat de lijntjes korter
zijn, dat de slb’er beter op de hoogte is van ontwikkelingen op de
stageplek, en dat er meer contact is met de mentoren. Het is
makkelijker communiceren, je hoeft minder uit te leggen.
Doordat we met zowel de basisschoolcoach als de studieloopbaanbegeleider
als alle studenten kunnen sparren, krijg je een bredere
blik op dingen.’
CÉLINE MERCIER
vierdejaars student
pabo Tilburg
Versterking samenwerking
13
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://vRKLikJQFiEeeK923qUm2IT7A0GEc0oP-shbijYc6io S`
׉	 7cassandra://_OZGCh_hjFVYyQyN-FMV5RsYOkW3EHPq_vkzwwAyWhIE`׉	 7cassandra://UvFXceio1zoZuvHzn_0TjeCBQAIw1_W9-iYTfT_NrsIE`i ׉	 7cassandra://OkRoxy54rrooj2GBGKzr56--2A37MJTFZfV6vzXriYA "P͠	YU׉ESAMEN VERDIEPEN
DE ONDERZOEKSCULTUUR IN ON
HEEFT OOK EEN BOOST GEKREG
CAROLINE WIJSMAN IS TEAMLEIDER OP DE PABO
’S-HERTOGENBOSCH. ZE IS VANAF DE START VAN HET PROJECT
NAUW BETROKKEN. ‘IK DACHT: WAT FIJN, DIT GEEFT DE
MOGELIJKHEID OM MENSEN UIT ONS EIGEN TEAM, MENSEN
UIT HET WERKVELD EN MENSEN DIE OP EEN ANDERE MANIER
BETROKKEN ZIJN EENS WAT MEER TIJD TE GEVEN OM DINGEN
DIEPGAANDER UIT TE ZOEKEN. EN MET DE AANPAK VAN BRIGIT,
MET DE VERSCHILLENDE DEELPROJECTEN, KON DIE VERDIEPING
OOK DAADWERKELIJK BEREIKT WORDEN.’
Kun je zo’n moment noemen waarop iets in beweging kwam?
‘Toen Brigit en ik twee jaar geleden voor het eerst met Claudia
Lammerding aan tafel zaten om te praten over de startende
leerkracht, ontstond al snel het gevoel: hier kunnen we echt een
slag gaan slaan. Ik weet nog dat we de flyers van het leernetwerk
achterin de mapjes met de diploma’s hebben gestopt, en in
september hadden we de eerste groep al bij elkaar. Dat zijn
dingen, die zijn geweldig. Als Claudia niet vanuit het project was
gefaciliteerd, was het waarschijnlijk niet gebeurd. En nu, 2 jaar
later, hebben we in Tilburg ook een prachtig leernetwerk.’
Jullie zijn ook aan de slag gegaan met het nieuwe curriculum,
hoe is dat gegaan?
‘Onze wens was om bij het ontwerpen van de nieuwe
afstudeerfase het werkveld te betrekken, helaas is dat uiteindelijk
om redenen van tijd, drukte van alledag van de mensen die zich
hadden gemeld, niet gelukt. Er zijn gelukkig wel andere mooie
voorbeelden van geslaagde samenwerking. Op deze locatie
werken intern begeleiders samen met docenten mee in het
aanbod voor ‘Omgaan met verschillen’ in het tweede studiejaar.
Niet betaald maar omdat ze dat heel graag doen en het belangrijk
vinden. Vorig jaar was het een groot succes, studenten vinden het
ook heel betekenisvol. Op andere locaties lopen er ongetwijfeld
allerlei andere mooie initiatieven. En weet je wat zo mooi is,
bij de jaarlijkse conferentie van het Steunpunt Opleiden in de
School is het POS altijd ruim vertegenwoordigd in workshops en
presentaties. En dan hoor je van allerlei mensen, van Groningen
tot Vlissingen, de positieve reacties.’
14
Waarin onderscheidt het POS zich landelijk, denk jij?
‘Het lectoraat Leren en Innoveren van Anje Ros heeft heel veel
gedaan op het gebied van onderzoek en onderzoekscultuur,
dat heeft de naamsbekendheid van het lectoraat zeker
vergroot. Er zijn meerdere katernen gepubliceerd, nu ook
over de ontwikkelscan. Die is met stevige aansturing door
Anje en Linda ontwikkeld voor alle opleidingsscholen,
en met ondersteuning van Marc Cobben. Een van de mooie
dingen vind ik ook dat het praktijkgerichte onderzoek dat
onze studenten samen met leerkrachten en directeuren
in de scholen doen, ook zijn weerslag heeft op wat hier
gebeurt. We zijn net voor de tweede keer gestart met een
onderzoeksgroep van docenten zowel uit Den Bosch als
Veghel. De onderzoekscultuur in onze eigen opleiding heeft
dus ook een boost gekregen. Het enthousiasme van de mensen
is daarin het belangrijkst, ze doen het erbij omdat ze er zin in
hebben, zonder dat het gefaciliteerd hoeft te worden.’
Als je één ding zou mogen noemen waar het POS in uitblinkt,
wat zou dat zijn?
‘Enorm goede contacten tussen basisschoolcoaches en
studieloopbaanbegeleiders op de werkplek. Die tandem is heel
sterk. Waar je ook vertelt dat de studieloopbaanbegeleider
elke drie weken een dagdeel op de school werkt, wordt
gezegd: dat hebben jullie goed voor elkaar. De bijeenkomsten
voor de studieloopbaanbegeleiders en basisschoolcoaches
worden altijd heel goed bezocht en dan zie je dat dat hele
directe contact over de begeleiding, de studenten en de inhoud
het allerbelangrijkst is.’
Zijn er rollen die nog juist aandacht vragen?
‘Over de rol van de directeur moeten we nog doordenken
met elkaar. Je mist daar toch dat hele directe en regelmatig
voorkomende lijntje zoals bij de studieloopbaanbegeleiders
en basisschoolcoaches. Ook de rol van de teamleider mag nog
versterkt worden. Ik ben bezig geweest om mijn eigen rol wat
duidelijker neer te zetten, want ik vind dat ik een belangrijke
rol heb tussen wat hier op de opleiding gebeurt en op scholen
en bij besturen. Ik zie en hoor heel veel dingen, vanuit de
docentkant, de kant van de basisschoolcoach, de directeuren.’
׉	 7cassandra://UvFXceio1zoZuvHzn_0TjeCBQAIw1_W9-iYTfT_NrsIE`i YU׉E
Wat wens je het POS in de toekomst toe?
NZE OPLEIDING
GEN.
‘Ik hoop dat we de uitgangspunten die we met elkaar hebben zien
groeien, kunnen blijven hanteren: grotere en heterogene groepen
studenten op een school, met die tandem, en de basisschoolcoach
die echt ván die school is. Dat is echt een succesfactor, die kent
alle mentoren en de groepen. En ik hoop ook echt dat we een
daadwerkelijke uitwisseling gaan realiseren in het beoordelen
van de competentie van studenten en basisbekwaamheid van
leerkrachten. Dat wordt een soort gelijk oversteken situatie en
die vind ik nog wel spannend, of we die voor elkaar gaan krijgen.
Sowieso hoop ik dat steeds meer mensen de win-win situatie gaan
ervaren. Dat het niet meer om geld gaat per student. Want een
heel jaar twee afstudeerders in huis hebben, dat zou geweldig
moeten zijn.’
Dat is het nog niet?
‘Dat wordt nog niet altijd zo ervaren. Ik hoor regelmatig scholen
die zeggen: we krijgen het financieel niet meer rond om een
basisschoolcoach een hele dag uit te roosteren. Maar twee
afstudeerders kunnen soms ook hele weken voor de klas staan en
heel veel op de groep doen, dan maak je ook weer leerkrachten
vrij om andere dingen te doen. Dat is een win-win. Natuurlijk heb
je weleens een afstudeerder bij wie het niet vlekkeloos verloopt,
maar daar zijn we dan ook de begeleiders voor. Hopelijk neemt
het aantal pabo-studenten in alle regio’s de komende jaren toe,
want daarmee kun je de menskracht binnen je opleiding op peil
houden en kun je ook van de vraag van besturen voldoen om veel
meer scholen opleidingsschool te laten zijn. Ik denk dat wij daar
met elkaar een belangrijke rol in kunnen spelen en de positiviteit
van het POS moeten uitdragen; hier moet je zijn!’
CAROLINE WIJSMAN
teamleider Fontys
Hogeschool Kind en
Educatie ’s-Hertogenbosch
Is een partnerschap als het POS een pre voor een student?
‘Het POS geeft meer keuzemogelijkheden. Het is een wereld die
aan je voeten ligt, maar je moet als student die wereld ook willen
betreden. Ik denk dat wij daar als partnerschap nog wel stappen in
kunnen zetten. We stimuleren studenten nog te weinig om
verschillende plekken in het primair onderwijs te leren kennen.
Ik wil eigenlijk die kritische onderzoekende student hebben die uit
zichzelf vraagt of hij bij een ander onderwijsconcept kan kijken,
en dan zou dat ook in het speciaal onderwijs mogelijk moeten zijn.
Je horizon verbreden vind ik een hele belangrijke, daar moeten we
ze bij helpen. En we moeten ons realiseren dat leren soms ook
schuurt. Eigenlijk zijn de leermomenten die pijn doen, de
momenten die je je het langst zult herinneren en waar je het
meest aan hebt.’
Versterking samenwerking
15
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://EbzrJF_EGKRGBezVXvqzTzElwmwa6wPG4-9IwH7RKc4 `
׉	 7cassandra://L1p6RVLw8EAU3vWWheM-3uZXjwf4q8eHexaG57dDNZAX`׉	 7cassandra://ye0oKyLxAx1Jfu42lcXXimgp2gJgH8LH2uPohkDDiGc:`i ׉	 7cassandra://-j1td6ro0IjRmx6aci1j5jkddrmQIHaeWNznqVf9uv4͠	YU׉EJAN BEIJERS
procesmanager innovatie
Fontys Hogeschool
Kind en Educatie
HET VERSCHIL
TUSSEN DOORKABBELEN
EN DOORPAKKEN
VANUIT ZIJN FUNCTIE ALS PROCESMANAGER INNOVATIE BIJ FONTYS EN ZIJN ROL
ALS STUURGROEPLID HEEFT JAN BEIJERS MEDE INVULLING EN STURING GEGEVEN
AAN HET PROJECT ‘VERSTERKING SAMENWERKING’. MET HET PROJECT KWAM
OOK DE KANS OM HET WERKVELD MEDE-EIGENAAR TE MAKEN VAN WAT ER IN DE
PROFILERING, ONDERDEEL VAN DE LANDELIJKE KENNISBASES DIE NET WAREN
INGEVOERD OP DE PABO’S, GEBEURT.
Hoe zijn jullie daarmee aan de slag gegaan?
‘Het idee was om het werkveld te laten
aansluiten bij de ontwerpgroepen voor
het curriculum en ook in de uitvoering
samen te gaan werken. Binnen de
academische opleidingsschool hadden
16
we een soortgelijke wens voor onze
opleidingsminoren. Het is heel anders
uitgepakt. Misschien waren we te naïef,
maar het bleek toch lastig om in het
veld mensen te vinden die de expertise
hebben én breed zicht op wat de opleiding
׉	 7cassandra://ye0oKyLxAx1Jfu42lcXXimgp2gJgH8LH2uPohkDDiGc:`i YU׉ESAMEN INNOVEREN
inhoudt en die ook nog eens beschikbaar
te maken zijn om structureel mee te
werken aan het ontwerpen, laat staan
in de uitvoering. Dat is veel te ambitieus
gebleken. In begin hebben we er wel mee
geëxperimenteerd, dat waren waardevolle
sessies, maar het bleek niet haalbaar
om dit te verduurzamen. Het onderdeel
inhoudelijke samen-werking is toen op een
ander spoor gekomen en zich meer gaan
richten op de inhoudelijke samenwerking
binnen het werkveld.’
Hoe kijk je hier nu op terug?
‘De ambitie om het werkveld medeeigenaar
te maken van de inhoud van het
curriculum blijft bestaan. Het heeft ons
geleerd dat je er niet komt door alleen
met ontwerpen iets te proberen.
We moeten een fundamentelere oplossing
vinden, namelijk dat we toewerken naar
flexibele schillen. Op het moment dat
je dat hebt georganiseerd, dan komt
het eigenaarschap van zo’n curriculum
ook makkelijker tot stand. De conclusie
is dat we in de randvoorwaarden van
de samenwerking eerst nog een aantal
wezenlijkere zaken moeten realiseren,
voordat dit soort concrete doelen praktisch
uitvoerbaar worden. Voor het realiseren
van een flexibele schil heb je ruimte en
geld nodig en dan die zijn er, zeker nu
met teruglopende studentenaantallen,
de komende tijd niet. Maar we weten
dat we daarnaartoe willen bewegen: een
kernteam van vaste opleidingsdocenten
met daaromheen die schil van experts die
ook de voeten in de praktijk hebben staan.
Dat zien we in onze masters al wel
gebeuren, en met succes. Die wisselwerking
is heel krachtig.’
Jij hebt je ook beziggehouden
met professionalisering van de
studieloopbaanbegeleiders…
‘De rol van de studieloopbaanbegeleider is
geëvolueerd, van oorsprong was die vooral
gericht op coaching en begeleiding, en
minder vakinhoudelijk of onderzoekmatig.
Je merkt nu dat de opleidingsscholen en
de basisschoolcoaches iets anders vragen
van de studieloopbaanbegeleider, ze zitten
vaker bij intervisies of gaan in gesprek
met de directeur. Sommigen hebben om
die reden de rol teruggegeven, omdat
ze liever de een-op-een begeleiding van
studenten doen. Nu zie je daar weer een
verdieping bovenop komen, namelijk dat
de studieloopbaanbegeleider, zeker in de
academische opleidingsscholen, eigenlijk
ook als partner wordt gezien om de
onderzoekscultuur te versterken, en in de
onderzoeksgroep mee te doen. De rol wordt
pittiger en veelzijdiger. Ook de opleiding
zelf is aan het flexibiliseren, het palet van
studenten verandert, wat ook iets anders
vraagt van de studieloopbaanbegeleiders.
Wat dit in de nabije toekomst betekent,
gaan we de komende jaren verder
verkennen. Het begin is gemaakt.’
Wat zijn voor jou belangrijk momenten in
het project geweest?
‘Ik denk dat er naast het moment
waarop we de koers voor inhoudelijke
samenwerking hebben bijgesteld, en daar
heeft Brigit als projectleider een belangrijke
rol in gespeeld, er meer kritische momenten
zijn geweest waarop het verschil is gemaakt
tussen doorkabbelen en doorpakken,
waardoor iets een succes wordt.
Bijvoorbeeld toen we vaststelden: hé, nu
hebben we daadwerkelijk een profielschets
voor het niveau van basisbekwaam en dat
sluit aan bij het competentieprofiel dat
binnen de opleiding wordt gehanteerd.
Dat vond ik een belangrijke.
Ook de gesprekken met besturen, dat
bleek een aanpak waarop men zat te
wachten. De verduurzaming en verankering
daarvan, dat is het proces dat nu gaande
is. Langzaam ontdekken besturen; we
hebben hier een gezamenlijke kans
en die moeten we pakken. De nieuwe
samenwerkingsovereenkomst bouwt daar
mooi op voort. Maar zonder het project
waren we nooit op dat punt gekomen.
Het heeft ons echt een stap verder gebracht.
Een mijlpaal is ook geweest dat de regio
Tilburg ging meedoen. Ik ben de besturen
in de regio Den Bosch nog steeds heel
erg dankbaar dat zij bereid waren om de
subsidie te gaan delen met een grotere
groep.
Het opleveren van de ontwikkelscans zijn
voor mij, in het onderzoeken wat echt de
kwaliteit is van opleiden in de school,
ook wel mijlpalen geweest. En de
landelijke impact vind ik mooi om te
zien. Er is veel ontwikkeld binnen ons
partnerschap waar collega’s in het land
enthousiast over worden. Dat is iets om
trots op te zijn. We zijn zelf vaak kritisch,
hebben een cultuur gericht op verbetering,
maar er is genoeg te vieren.’
Hoe kijk je naar de toekomst?
‘Voordat het project van start ging,
hadden we al de strategische koers
bepaald en die vat ik zelf weleens samen
in: verbreden, verdiepen, verankeren.
Ik denk dat we met alle drie een slag
hebben gemaakt. Mijn wens is dat we
samen meer jongeren weten te
interesseren voor het beroep en ook een
meer diverse groep. Plat gezegd zijn het
nu toch de witte meisjes die naar de
opleiding komen. Daar doen we als POS
nog weinig aan, dat is vooral het probleem
van de opleiding. Op die thematiek zou ik
meer willen samenwerken, en dan ook
breder met oog op dreigend lerarentekort,
kwaliteit en diversiteit van het
personeelsbestand. Ik zou dat wat we nu
in de masters en alle voortgezette
professionalisering doen, goed willen
verbinden aan het POS. En tot slot hoop ik
dat we de ontwikkelingen in het primair
onderwijs, kindcentra, tienerscholen,
enzovoorts, goed kunnen verbinden met
opleiden in de school. Daar ligt nog een
uitdaging voor de toekomst. En dan zou
het mooi zijn dat we de tegemoetkomingsregeling
die OCW nu heeft voor
het opleiden in de school, ook na 2020
behouden. Die hebben we nog wel even
nodig om deze ontwikkeling door te
zetten. Uiteindelijk gun je alle kinderen,
leerkrachten en aankomende leerkrachten
dit soort begeleiding en kansen.’
Met de leerervaring die is opgedaan tijdens
het project gaan we vanaf november 2017
tijdens netwerkbijeenkomsten samen het
curriculum van 2020 ontwikkelen.
Versterking samenwerking
17
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://ZETbl-d4kUANgDaoKqj9go7yaRjOh6F7M224Ff7703g a`
׉	 7cassandra://vNcQTsi0JaBzsyepbk_kecpx8rq7nYrVlmDGlNDntr4Ͱ`׉	 7cassandra://qbhaei-cuH8RpQyFJfjBWGTJH6d3tQF-soC6Wly67Xg7`i ׉	 7cassandra://6JI4XNudKJisClOLcE4Siox3TFtCd8IBheMgQww20S8 &2͠	YU׉E#SAMEN ONTWIKKELEN
EEN LEVEN LANG
SAMEN BEOORDELEN
JOOST VAN BERKEL, DOCENT AAN FONTYS HOGESCHOOL KIND EN EDUCATIE, HOEFDE NIET
LANG NA TE DENKEN OF HIJ AAN DE SLAG WILDE GAAN ALS DEELPROJECTLEIDER ‘SAMEN
BEOORDELEN’. HIJ ONTWIKKELDE EEN TRAINING VOOR ASSESSOREN UIT HET WERKVELD EN
LEIDDE SAMEN MET TRAINERS JANNEMIEKE VAN HEMERT, SUZANNE KRATSBORN EN MARIELOUISE
VAN LIESHOUT ZO’N 60 ASSESSOREN OP UIT ALLE REGIO’S VAN HET POS. ‘ALS JE
HET HEBT OVER OPLEIDEN IN DE SCHOOL, DAN HOORT DIT DAAR ECHT BIJ. IK HEB HET EEN
VAN DE LEUKSTE DINGEN VAN DE AFGELOPEN JAREN GEVONDEN, HIER LIGT MIJN HART.’
Samen beoordelen is niet nieuw in het
POS, toch?
‘Al in de beginjaren van het opleiden in de
school, rond 2006, gaven professionals in
het primair onderwijs aan dat ze wilden
meekijken naar het niveau van studenten.
We hadden op de pabo in Den Bosch op
dat moment een tekort aan beoordelaars
en zijn toen gestart met het samen
beoordelen van stages in de praktijk.
Ik verzorgde trainingen en intervisie,
mensen vonden het heel leuk om te
doen. De fusie van de Fontys pabo’s tot
Fontys Hogeschool Kind en Educatie
had tot gevolg tot gevolg dat degene
die de stagebeoordeling deed, ook het
portfolio van studenten ging beoordelen,
waardoor de rol van de veldassessoren
zou gaan veranderen. Toen het project
Versterking samenwerking van start ging,
hebben we de ambitie uitgesproken om
30 professionals op te leiden voor die
dubbelrol. Zes van de twaalf al getrainde
veldassessoren gingen daar ook voor.
We zijn gegaan voor een leven lang
samen beoordelen.’
18
׉	 7cassandra://qbhaei-cuH8RpQyFJfjBWGTJH6d3tQF-soC6Wly67Xg7`i YU׉EMHoe ziet de training eruit?
‘Het traject bestaat uit trainingsbijeenkomsten en observaties, we oefenen de
methodieken met studenten en trainingsacteurs, zodat het zoveel mogelijk lijkt op de
werkelijkheid. Daarna bepalen we of iemand als onervaren assessor aan de slag kan.
Het echte werk begint pas daarna. Follow-up in de vorm van intervisie is
heel noodzakelijk, je leert het pas echt wanneer je met beoordelingssituaties
geconfronteerd wordt en met je medebeoordelaar kunt sparren.
De methodieken voor het beoordelen van studenten en leerkrachten zijn hetzelfde,
door die ervaring en intervisie kun je als beoordelaar in beide contexten gaan
opereren. We hebben daarvoor een assessorpaspoort ontwikkeld. Op dit moment is
dat nog een denkmodel, maar ik kan me voorstellen dat het ook een werkmodel gaat
worden, dat het een fysiek paspoort wordt.’
Wie volgden de training?
JOOST VAN BERKEL
docent Fontys Hogeschool
Kind en Educatie
’s-Hertogenbosch
‘Directeuren, basisschoolcoaches en ervaren leerkrachten. We hebben onze ambitie
uiteindelijk ruimschoots behaald en 58 professionals opgeleid, waarvan zeven ook al
basisbekwaam mogen beoordelen. De eerste ronde meldden zich vooral mensen uit de
regio Den Bosch aan, een aantal uit Veghel en minder uit Tilburg en Eindhoven.
De tweede ronde was er een gelijke spreiding over de regio’s, heel mooi om te zien.’
Wat moet een veldassessor eigenlijk kunnen?
‘We hebben een competentieprofiel opgesteld waarin eisen worden gesteld ten
aanzien van analyseren, oordelen, communiceren en beslissen. Iemand moet de goede
vragen kunnen stellen, een portfolio op waarde kunnen schatten, moet kunnen
inschatten dat een beoordelingssituatie iets anders is dan een begeleidingssituatie en
dat er bepaalde valkuilen zijn bij beoordelen. Hier is de training op gericht.
Mensen gaven ook terug in de evaluatie dat het echt gas geven was, dat het een
actieve training is, precies wat ik voor ogen heb.’
Terugkijkend op het deelproject, wat is je het meest bijgebleven?
‘Wat ik heel tof vind is dat de aanpak die ik al heel lang bij mijn eigen team toepas ook
werkt bij mensen die ik niet ken en uit verschillende contexten. Deelnemers zijn heel
enthousiast en gemotiveerd. Een mooi traject is ook de pilot die ik samen met Hans
Asbreuk bij Signum ben gestart voor het beoordelen van basisbekwaamheid. We zijn
gaan kijken: hoe bouwt een startende leerkracht zijn bekwaamheidsdossier op, hoe
werkt de samenspraak met starterscoaches, hoe werkt de beoordeling. Uiteindelijk
zijn negen leerkrachten beoordeeld. De ervaringen nemen we mee terug de opleiding
in, om zo samen de verantwoordelijkheid te nemen voor het curriculum en een
ononderbroken ontwikkeling van leerkrachten.’
Komt er een vervolg?
‘Mensen staan te trappelen, daar ligt het niet aan. Professionele ontwikkeling is voor
mensen de belangrijkste reden om dit te gaan doen. Basisschoolcoaches en
starterscoaches zeggen: doordat ik weet wat er in de beoordeling gebeurt, ben ik een
betere begeleider. Ik heb voor de toekomst wel de zorg of we in het POS de capaciteit
hebben om straks de enorme hoeveelheid leerkrachten te beoordelen op basisbekwaamheid.
Een uitbreiding van de assessorenpool is volgens mij noodzakelijk.
Ik hoop dat besturen, nu het project stopt, het in hun beleid gaan opnemen. Ik zie
uiteindelijk een assessmentcentrum voor me in Zuidoost Nederland met een heleboel
assessoren van opleiding en werkveld die met z’n allen studenten en leerkrachten
beoordelen. Ik denk dat besturen er hoe dan ook iets mee moeten.’
Dit deelproject wordt een jaar verlengd om het met elkaar goed te kunnen borgen.
Versterking samenwerking
19
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://CtLb4vb4lCMLUXyFwJQ7tmoWye_NuHGrtittWpgT3wk =n`
׉	 7cassandra://YLOzHOvSvxsi4azQkXzgXW3A6cjM7pjxf3GeyEUPTnEͼ`׉	 7cassandra://aVOgFI-n--usjz1pHKixznPbRNiqxPUwam1xYtl7z8w<#`i ׉	 7cassandra://LnBaERgcmSSYHpPxCOrq4ns7kczAM3rKZ4h8MEAD9e0 b͠	YU׉E	SAMEN WERKEN
IRIS WINDMULLER
docent master MLE en MLI
Fontys Hogeschool Kind en Educatie Eindhoven
MET VISSEN HAD DE WERKGROEP VIS NIETS TE MAKEN, AL
HAALDEN DE LEDEN ERVAN IN DE LOOP VAN EEN SCHOOLJAAR EEN
BIJZONDERE VANGST BINNEN. ‘WE WILDEN DE PARELTJES VAN
INHOUDELIJKE SAMENWERKING OPHALEN EN DAARMEE MENSEN
ENTHOUSIASMEREN.’ HET RESULTAAT IS ONDER MEER EEN
WAAIER VOL SUGGESTIES VOOR IEDERE ROL IN HET POS OM ZELF
INHOUDELIJK SAMEN TE WERKEN. IRIS WINDMULLER, DOCENT BIJ
FONTYS HOGESCHOOL KIND EN EDUCATIE, VERTELT.
WERKEN AAN INHOUDELIJKE
SAMENWERKING
Waaier
‘Onze bedoeling was om het eerste jaar de praktijk van inhoudelijk
samenwerken te onderzoeken en het tweede jaar aanbevelingen
voor beleid te kunnen doen. Doordat we zelf aan den lijve hebben
ondervonden hoe ingewikkeld inhoudelijk samenwerken, is dat
nog niet allemaal gelukt. We hebben nu vooral het voorwerk
gedaan, en een rijk palet aan voorbeelden opgehaald. Die zijn
opgenomen in de waaier. We hopen dat mensen ermee aan de
slag gaan, en dat er nog aandacht zal zijn voor ondersteuning
daarbij.’
Kans
‘De betrokkenheid van de partners in het POS bij opleiden van
studenten is heel hoog, juist daarom liggen er kansen om het ook
inhoudelijk in te steken. Volgens mij is dat de volgende fase, en
mensen lieten in de gesprekken ook blijken dat ze daaraan toe
zijn. Op die manier krijgt het curriculum écht gezamenlijk vorm.
De waaier benoemt activiteiten die dit denken ondersteunen.
De coördinatoren van het POS kunnen ook mede vormgeven
aan de versterking van inhoudelijke samenwerking in de
ontmoetingsmomenten die er nu al structureel plaatsvinden.
In de suggesties voor directies komt beleidsverankering terug
zoals: laat het thema jaarlijks in de gesprekscyclus aan
bod komen.’
De werkgroep geeft het stokje
door aan projectleider Peter van
Hulst die in het verlengde van
het project, met de waaier
in de hand, de borging van
inhoudelijke samenwerking
gaat overnemen en
de implementatie
in de regio’s gaat
doorzetten.
Trots
‘Ik vind het mooi dat we een concreet product opleveren, maar
het feit dat we in de dialoog met de mensen al iets
teweegbrachten vind ik het meest bijzonder. Dat zij door de
vragen die ik stelde aan het denken werden gezet.
Juist daarom vind ik procesbegeleiding zo
belangrijk. Ik ben ook trots dat we als werkgroep
zelf inhoudelijk hebben samengewerkt. Ik heb
hele waardevolle gesprekken over inhoud
gevoerd. We hebben elkaars werelden
daardoor beter leren kennen.’
20
׉	 7cassandra://aVOgFI-n--usjz1pHKixznPbRNiqxPUwam1xYtl7z8w<#`i YU׉EJE HEBT ZELF ALTIJD
INVLOED.
Ambities
‘Het is moeilijk te vangen wanneer die inhoudelijke samenwerking
versterkt wordt, het is vooral een mindset, een manier van werken.
Het heeft te maken met het werken binnen de basisschool, met de
onderwijskwaliteit, maar ook met het curriculum op de pabo en de
visie van je organisatie. Het zit overal en in alle lagen en dat was
ook de uitdaging: hoe krijg je dat overal met elkaar verbonden.
We wilden een tastbaar eindproduct opleveren waar iedereen
in het POS gebruik van kan maken. Daarnaast wilden we dat er
meer inhoud toegevoegd zou worden aan de bestaande lijnen en
georganiseerde netwerkbijeenkomsten. Dat mensen zich steeds
meer gaan afvragen hoe ze inhoudelijk samenwerken en dat
concreet gaan benoemen.’
IN OKTOBER 2015 VOEGDE MARIEKE SPRUIJT, MEERSCHOLENDIRECTEUR BIJ
STICHTING STROOMM, ZICH BIJ DE WERKGROEP VERSTERKEN INHOUDELIJKE
SAMENWERKING. BIJZONDER OMDAT DE SCHOLEN WAAR ZE WERKT GEEN
OPLEIDINGSSCHOLEN ZIJN. ‘IK ZAG HET ALS EEN KANS OM MIJN EIGEN KENNIS
EN NETWERK TE VERGROTEN EN EENS IN EEN HELE ANDERE KEUKEN TE KIJKEN.
IK WAS POSITIEF VERRAST DOOR DE SAMENWERKING DIE ER AL WAS EN WAT
ER EIGENLIJK ALLEMAAL AL GEBEURT.’
Olievlekwerking
‘We hebben hele grote verschillen gezien. Mensen die zeggen
‘dit is de voorwaarde voor mijn werk en ik ga zelf mijn contacten
zoeken en verbindingen leggen’ tot mensen die dat helemaal niet
doen. Juist de mensen die het van nature doen, kunnen anderen
aansteken, en zo een olievlekwerking creëren. Alles heeft met
elkaar te maken, dat vond ik mooi om te ervaren. Ik hoop dat
dat besef bij anderen ook steeds meer komt, dat je zelf altijd op
een bepaalde manier invloed hebt. Op het moment dat er een
startende leerkracht in jouw organisatie komt en jij vindt dat
diegene niet voldoet aan basisvoorwaarden, dan heb jij daar zelf
ook een rol in gespeeld én kun je initiatief nemen om er iets aan
te doen. Boor je netwerk aan, voer een gesprek. En andersom:
draag je expertise uit, dan kunnen mensen er ook gebruik van
maken. Dat is de versterking die je kunt leveren en daar zit de
crux; voel je niet geremd om dat te doen.’
Rijker
‘De verwachting dat mijn eigen netwerk zou worden vergroot,
is uitgekomen. Ik ben ook een paar keer met Brigit mee geweest
naar andere partnerschappen om over dit project te praten. Ik
vind dat geweldig, om van elkaar te zien waar je mee bezig bent,
het levert mij nieuwe inzichten op. Hoe leuk is het om te zien dat
iemand met dezelfde passie en dezelfde doelstellingen het heel
anders aanvliegt. Dan probeer ik zoiets ook eens uit, daar word
ik zelf rijker van. Ik ben er echt van overtuigd dat je zo veel meer
leert dan dat je een boek leest over hetzelfde issue.’
Energie
‘Ik heb ontzettend veel geleerd in onze werkgroep. Steeds weer
hoorde ik iets nieuws en was ik verbaasd. Wij komen allemaal
vanuit een totaal andere functie, organisatie, laag, ik heb daar
echt energie van gekregen. Die samenstelling, dat heeft Brigit heel
goed gedaan. Het heeft zijn vruchten afgeworpen doordat wij ons
zijn gaan realiseren: dit is het, dit is inhoudelijk samenwerken!’
MARIEKE SPRUIJT
meerscholendirecteur Stichting Stroomm
Versterking samenwerking
21
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://n-wH6GA2ui__suevFFfC0gj-iy1N5YVT2L1Tm65LSGI +c`
׉	 7cassandra://NJtiJEzdlxU8a01JmMX6A1Pb9LGtcuGj_J8bUrMPr3M`׉	 7cassandra://2q6D4LwsFR-gK1PJL7a-Sihuhyj94iRq1MICxbk9E1A@A`i ׉	 7cassandra://e2e6Vf2Qw7jyKtGyHNXOCgCDaiQG6cMLedD1M3od6yk ͠	YU׉E
qSAMENWERKING
KOST MOEITE.
IN FEBRUARI 2017 PROMOVEERDE DOCENT EN ONDERZOEKER HENDERIJN HELDENS BINNEN FHKE EINDHOVEN OP HET THEMA
‘SAMENWERKENDE LERARENOPLEIDERS’: WAT DOEN ZE, MET WIE DOEN ZE DAT EN WAT ZEGT DAT OVER DE KWALITEIT VAN DE
SAMENWERKING. HAAR BEVINDINGEN BLEKEN OOK VOOR HET POS, EEN NETWERKORGANISATIE PUR SANG, HEEL WAARDEVOL.
‘ALS JE DE KRACHT VAN RELATIES WILT BENUTTEN,
MOET JE JE ER ALLEREERST BEWUST VAN ZIJN.’
Hoe ben jij betrokken geraakt bij het project
‘Versterking samenwerking’?
Brigit kende mijn onderzoek en heeft me benaderd. De insteek
was: hoe kunnen we het netwerkbewustzijn in het POS vergroten?
Ik heb toen een workshop ontwikkeld voor directeuren in de
regio’s Den Bosch, Veghel en Eindhoven. Wat ik vertelde, bleek
heel herkenbaar. Als je kijkt naar je eigen team en samenwerking,
zie je verschillen tussen mensen. Sommigen blijven het liefst in hun
vertrouwde groepje, anderen gaan de boer op om met nieuwe
mensen samen te werken. Die laatste, zogenaamde ‘brokers’, zijn
in staat om de grenzen van hun eigen omgeving te overbruggen
naar een nieuwe omgeving. Voor samenwerking heb je beide
typen nodig, en kun je brokers gericht inzetten.’
Hoe is dit van toepassing op het POS?
‘Het POS is uniek in zijn samenstelling, de grootte is tegelijk een
valkuil. Je kunt niet iedereen overal bij betrekken.
De oplossing is dat je met subgroepen gaat werken. De uitdaging
is dat die hun werk kunnen doen en met elkaar verbonden
blijven, daar heb je brokers voor nodig. Die zijn er op elk niveau,
studieloopbaanbegeleiders doen dat bijvoorbeeld tussen opleiding
en praktijk, MLI’ers tussen scholen. Je zou kunnen nadenken
welke mensen binnen je scholen dat al doen of zouden kunnen
doen, en of je dat meer moet stimuleren. En ook: helpen we
iemand genoeg om als broker te functioneren: zijn er voldoende
gelegenheden waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Sowieso is een
belangrijke vraag om je voortdurend te blijven stellen: in hoeverre
benutten we de relaties voor de goede dingen en hoe kunnen we
daar nog meer uithalen?’
Wat maakt nou dat mensen samenwerken?
‘Je werkt niet samen om het samenwerken, je doet dat omdat
je er zelf beter van wordt. Voor sommigen is het daarnaast ook
belangrijk dat de ánder er beter van wordt, of je er als bestuur
beter van wordt. De samenwerking moet een doel hebben en het
moet bijdragen aan iets wat je zelf belangrijk vindt.
Anders gebeurt het niet, samenwerking kost veel moeite. Leren
in leernetwerken werkt bijvoorbeeld beter als je een duidelijke
leervraag hebt. Met weten van elkaar dat je met hetzelfde bezig
bent, ben je er nog niet, je moet erkennen dat je zelf iets te
22
׉	 7cassandra://2q6D4LwsFR-gK1PJL7a-Sihuhyj94iRq1MICxbk9E1A@A`i YU׉E[SAMEN VERDIEPEN
bieden hebt en de ander ook iets te bieden heeft.
Een facilitator helpt om goed inzicht te krijgen in wat je
aan elkaar hebt; dat soort verkenningen moeten goed
worden uitgevoerd.’
Wat doen we al goed in het POS?
‘Het POS is een heel groot netwerk waardoor je in potentie
een heel rijk sociaal kapitaal hebt. In scholen worden
de relaties heel goed benut, wat in de academische
opleidingsschool nog eens versterkt wordt doordat je
ook samen betrokken bent bij onderzoek en inhoudelijk
bouwen aan schoolontwikkeling.’
Waar liggen kansen?
‘Ik denk bijvoorbeeld in het verbinden van scholen met
elkaar, over de grenzen van besturen heen, bijvoorbeeld
op het gebied van schoolontwikkeling of onderzoek.
Door samen thema’s te kiezen krijgt het nog meer impact.
Datzelfde zou je kunnen doen rondom het ondersteunen
van startende leerkrachten. Een heel mooi voorbeeld is al
het startersnetwerk. De ervaringen die je daarmee opdoet
zou je kunnen benutten om ook zittende leerkrachten over
de grenzen van de scholen met elkaar te verbinden, op de
weg van basis- naar vakbekwaam. Het zijn allemaal
mogelijkheden om informeel met elkaar te leren en je als
professional te ontwikkelen op thema’s die voor jou van
belang zijn. Je zou de netwerkbijeenkomsten voor
directeuren kunnen intensiveren, en subgroepen kunnen
vormen rondom gedeelde leervragen op het gebied van
leiderschap. Het netwerk van MLE studenten in Den Bosch
zou je na afstuderen kunnen voortzetten en er andere
directeuren bij laten aansluiten. Daar zou de opleiding ook
een rol in kunnen spelen door de kwaliteit van de dialoog
mee te bewaken en input te leveren vanuit actuele
vraagstukken. Zo worden theorie en praktijk verbonden,
en help je elkaar in het netwerk.’
HENDERIJN HELDENS
onderzoeker en docent master MLI Fontys
Hogeschool Kind en Educatie Eindhoven
Het opzetten, begeleiden
en onderzoeken van een
bovenbestuurlijk netwerk van
directies en scholen die eenzelfde
thema gaan onderzoeken is
opgenomen in de verlenging van
dit project. Ook onderzoeken
we daarin de rol die de
masteropgeleide leerkracht
kan innemen.
Versterking samenwerking
23
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://mxUVeBROKxAAF1jZGHDSBosYLDBpvjg6wv2F3ZZdKYE |`
׉	 7cassandra://UMar0feX6FN3FFKeIRkE7mki78mvwVdqiHO7k5dDejgM`׉	 7cassandra://XzEKkEWNCsBFTcEhwcjnDSZYOw6wqP-4MFSRMMTA0G0?`i ׉	 7cassandra://jEBv5mD9osCjBa5zIKlsbC-2gbVMWi8JxxzBVP-PTE8 *P͠	YUנYU ̣̊9ׁH @http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/professionaliseren.ׁׁЈ׉EtHet Steunpunt Opleiden in de School gaf in juni 2016 het katern
‘Scan Opleiden in de school’ uit, geschreven door Marc Cobben,
Brigit van Rossum en Anje Ros. Je vindt hem op
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/professionaliseren.
MARC COBBEN
directeur Het Palet
‘s-Hertogenbosch
De scan ‘Opleiden in de school’ is
geboren vanuit de wens van het
werkveld om bewuster en planmatiger
bezig te zijn met de kwaliteit van het
opleiden in de school. Marc Cobben,
directeur van Het Palet in Den Bosch en
aangewezen om vanuit het werkveld
de ontwikkelscan mee te ontwikkelen,
had direct een beeld bij de aanpak: een
instrument waarbij de dialoog centraal
staat. ‘Er is bottom-up met input vanuit
het hele veld en in samenwerking
met lector Anje Ros een instrument
ontstaan, waarmee mensen zichzelf en
hun rol in de opleidingsschool kunnen
evalueren.’
SCAN OPLEIDE
DIALOOG O
24
׉	 7cassandra://XzEKkEWNCsBFTcEhwcjnDSZYOw6wqP-4MFSRMMTA0G0?`i YU׉ENSAMEN IN GESPREK
Wat levert die dialoog op?
Hoe ben je aan de slag gegaan?
‘Ik heb een laptop gekocht, want ik dacht: ik moet straks overal kunnen zitten, veel
mensen spreken en alles vastleggen. Ik ben veel gaan lezen, zoals het kwaliteitshandboek
van Fontys, aanvragen van scholen die wilden toetreden tot het partnerschap, heb veel
met Anje Ros en Jan Beijers om de tafel gezeten en heel veel input gevraagd uit het veld.
Bestuurders, directeuren, basisschoolcoaches, mentoren, studenten, eigenlijk alle rollen
in het POS gevraagd: stel, alle rollen in jouw opleidingsschool zouden iets mogen vinden
over de organisatie, zou dat je wat op kunnen leveren? En waar moet het dan over gaan.
Ik geloof erin dat je dit als een nieuwe auto aan de man moet brengen, je moet geloven
in je eigen product. Ook al heb je nog niets dan zeg je: hoe mooi zou het zijn als… dan
heb je een vertrekpunt.’
In april 2016 is de ontwikkelscan voor het eerst opengesteld, hoe ging dat?
‘We hebben de ontwikkelscan met veel publiciteit geïntroduceerd, posters, social media,
de eerste tien scholen die ‘m hadden ingevuld kregen een taart, dat was heel erg leuk.
Esther Baginda heeft als projectondersteuner achter de schermen hard gewerkt aan deze
actie. We hebben er veel positieve reacties op gehad van scholen. Ook het POS bordje voor
aan het gebouw en de rapportage die ze kregen met de post, dat heeft echt iets gedaan
in de school.
Daarnaast hebben we de scan ook ingebracht in alle netwerkbijeenkomsten, we hebben
masterclasses voor studenten georganiseerd, directeuren geïnformeerd. Het was ook een
kwestie van weten wat in welke regio speelt, waardoor je op maat kunt lanceren. Ik zie
dat mensen de ontwikkelscan dit jaar veel sneller zijn gaan invullen. Ze zijn gretig op de
rapportages, ik merk dat het meer leeft.’
Ben je tevreden over hoe het is opgepakt?
‘In 9 van de 10 gevallen is het instrument opgepakt zoals het is bedoeld, om de dialoog
te voeren. De schoolleider krijgt de rapportage opgestuurd, hij of zij bepaalt wat er mee
gebeurt. En hoe mooi is het dat directeuren in een bestuur dan met elkaar uitspreken:
wij vullen ‘m in, het is voor ons een voorwaarde. Dat zijn denk ik ook complimenten
naar het instrument. Maar ook vanuit de opleiding wordt het aangejaagd. In Tilburg
spoort Ronald Keurentjes de studieloopbaanbegeleiders aan om in de school naar de
ontwikkelscan te vragen en de dialoog te initiëren. Al is het maar met twee of drie
mensen. Ik doe het hier met alle studenten, dat is prachtig.’
‘Dat je heel concreet samen interventies kunt
bepalen die voor je school van belang zijn.
Het gaat ook bedrijfsblindheid tegen in de
cultuur van opleiden in de school. Je zet de
ontwikkelscan uit vanuit die onderzoekende
houding. Je bent gretig om te weten
hoe de beleving is ten aanzien van het
werkplekleren is in jouw organisatie. Vanuit
die onderzoekende houding reflecteren op
de organisatie en je daarbij niet persoonlijk
aangevallen voelen, dat is juist ook voor
studenten een vaardigheid om te zo te
kunnen oefenen.’
Wat heb je geleerd over het partnerschap?
‘FHKE is een groot orgaan met veel locaties,
maar als je met de goede mensen praat en
je maakt goede afspraken, is er heel veel
mogelijk. Dream big! Toen ik mensen ging
vertellen wat ik ging doen, zeiden ze: wat ga
je doen, dat is veel te abstract, te groot, te
log, teveel verschillende belangen. Ik vond
het wel meevallen. Als je aan de goede tafels
zit met de goede mensen blijkt het helemaal
niet zo groot en log. Als je het zelf ook maar
klein houdt, en beslissingen durft te nemen.’
Waar ben je het meest trots op?
‘Dat er bottom-up met input vanuit het
hele veld een instrument is ontstaan, en
dat mensen niet worden afgerekend op de
uitkomsten, maar dat ze daarmee kunnen
doorpraten met elkaar. Dat dat geadopteerd
is door Fontys, zowel in de kwaliteitskringen,
als in het beschikbaar stellen van hun digitale
omgeving waar mensen de ontwikkelscan
kunnen invullen.’
Wat hoop je voor hierna?
DEN IN DE SCHOOL:
OVER KWALITEIT
‘Ik hoop dat we met z’n allen borgen wat we
hebben neergezet en daarin samen
verantwoordelijkheid nemen. Als iedereen
daarin zijn eigen inspanningsplicht vervult,
dan zijn we er. Uiteindelijk moet de
ontwikkelscan structureel op de agenda
staan van iedere netwerkbijeenkomst. Het
komende jaar ga ik dit borgen, kijken wat er
nodig is om binnen 48 uur rapporten te
genereren voor scholen, trainingen verzorgen
voor degenen die dat moeten gaan doen.
Verder denk ik dat het ook aangezwengeld
moet worden door bestuurders, zoals de
teamleiders dat op hun locatie doen. Op die
manier moet je het samen levend houden.’
Versterking samenwerking
25
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://PQZub1d2QwK6UZOeOC81de9q52Q_HVKdY7ZTswM7mn0 N`
׉	 7cassandra://Iy04aEHNGuOEw2PhBmp67J3bIGO047aWVRGAE7BnFuU͚}`׉	 7cassandra://WZhEVEX64K5zqzfbgz9-2GXmFf-iFlCpsf82p3V0cUU6`i ׉	 7cassandra://NvCFHa0PqXW1AEIz8yRWunQJVCOHMBnrOKzh0jbDp0g X͠	YU׉ESAMEN ONTWIKKELEN
HET ONDERWIJS
HEEFT
ONDERNEMENDE
MENSEN HEEL
HARD NODIG.
ANNEMARIE VAN DEN BROEK IS DOCENT
ONDERWIJSKUNDE OP DE PABO IN EINDHOVEN,
JOS HARDEMAN IS DIRECTEUR VAN STICHTING
EDUVENTURE EINDHOVEN, GESPECIALISEERD
IN ONDERNEMERSCHAPSEDUCATIE. IN HET
KADER VAN HET PROJECT ‘VERSTERKEN
SAMENWERKING’ ONTWIKKELDEN ZIJ
DE LEERLIJN ‘ONDERNEMERSCHAP’
VOOR DERDEJAARS PABOSTUDENTEN.
‘ONDERNEMERSCHAP IS VOOR LEERKRACHTEN
EEN BELANGRIJKE VAARDIGHEID DIE HEEL
STERK HELPT OM BINNEN DE SCHOOL KANSEN
TE ZIEN, TE KIJKEN WAT ER NODIG IS EN
DAAR ACTIE OP TE ZETTEN: EEN GOEDE DRIVE
VOOR ONDERWIJSVERNIEUWING
BINNEN SCHOLEN.’
26
Wat houdt het vak ‘Ondernemerschap’
precies in?
Annemarie: ‘De hoofdtaak van een
leerkracht is het ontwerpen van
onderwijs dat aansluit bij leerlingen
in de klas. In het aanleren daarvan
gebruikten we in het verleden de
methodiek van ontwerpgericht onderzoek,
maar die was wat taai. We zijn toen
gestuit op Design Thinking for Educators,
een methodiek ontwikkeld door IDEO.
Die biedt meer mogelijkheden om in
interactie met de school en de eindgebruikers,
dus de leerlingen en leerkrachten, te komen
tot een passend ontwerp.’
׉	 7cassandra://WZhEVEX64K5zqzfbgz9-2GXmFf-iFlCpsf82p3V0cUU6`i YU׉E/ANNEMARIE VAN DEN BROEK
docent Fontys Hogeschool
Kind en Educatie Eindhoven
JOS HARDEMAN
directeur Stichting Eduventure
Eindhoven
Jos: ‘Het is een systematisch ontwerpproces.
Dat begint al bij de keuze van je
opdracht; je gaat niet iets maken wat je
zelf leuk vindt, maar vanuit een hiaat of
iets waar je in het onderwijs tegenaan
loopt. Het ondernemende aspect is:
hoe kan ik dat gaan oplossen?’
Annemarie: ‘Studenten gaan in het
3e
jaar naar de basisschool toe, halen
een ontwerpvraag op en werken dan
volgens een stappenplan naar een
ontwerpoplossing toe. Ze gaan daarbij in
gesprek met vakexperts van de opleiding,
maar ook externe experts en bedrijven
die met dezelfde thematiek bezig zijn
of die al een oplossing hebben voor het
probleem. We zagen in het verleden vaak
dat studenten iets moois ontwierpen, maar
het in de praktijk niet haalbaar bleek.
Dat vangen we met deze methodiek
op.’
Waarom is ondernemerschap
belangrijk?
Annemarie: ‘Het vak van leerkracht
trekt van oudsher mensen die
zekerheid zoeken. Dit heeft invloed
Versterking samenwerking
27
YUŁYUāFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://aTNGoHXujveyIiH6OG2ZJzj-FtJ9ndabsC-5aX-zRd8 v1`
׉	 7cassandra://217YsiwoMIUdSvs_Gh3ww1fyxUyJSvg9SrsapOupX4I;`׉	 7cassandra://XHqsWeMMXBV71WhzmMynv8YVyZm6ZFfH_uWVmuIUurU:`i ׉	 7cassandra://luTkgIHK-o41cZLkQrbarxCX048Kqdilo7nZZhNG3SM $͠	YU׉E"op het innovatieklimaat in scholen.
Studenten die van nature wel ondernemend
zijn, verlaten vaak voortijdig de
opleiding of gaan erna een andere kant
op. Wij zijn van mening dat het onderwijs
ze juist heel hard nodig heeft; misschien is
dat wel de belangrijkste doelstelling,
het behoud van ondernemende mensen.’
Annemarie: ‘Wat ik heel mooi vind om
te zien is dat de samenwerking tussen
studenten veel sterker wordt, doordat
ze samen overleggen, samen sparren
over wat ze aan het doen zijn. Het wordt
dus minder docent-gestuurd, wat het
ondernemerschap van de studenten ook
heel erg stimuleert.’
Jos: ‘Wat ik ook heel mooi vind, is dat het
docententeam steeds enthousiaster wordt,
dat is best een omschakeling geweest.’
Annemarie: ‘Inderdaad, zij krijgen steeds
meer vertrouwen in het loslaten van de
student. We hopen dat dit effect ook bij de
mentor ontstaat die de student begeleidt.
En dat we in samenwerking met scholen de
vragen steeds beter in beeld krijgen, zodat
studenten gericht naar een school toe
kunnen gaan en zich kunnen specialiseren.
Ik denk dat dat belangrijk is voor een
leerkracht. Leandros bijvoorbeeld, een
student die veel gamet en heel goed is in
programmeren, kon dat niet kwijt in het
onderwijs. Nu heeft hij zich ermee kunnen
profileren, en wordt hij ook op dat talent
aangesproken.’
Jos: ‘Het programma is erg gericht op
zelfstandigheid en eigenaarschap van de
student en faciliteert daardoor ook het
gepersonaliseerde leren; wanneer wil je
begeleiding, waar wil je meer aandacht
aan geven, en wat je sneller doen.
Die beslissingen kun je als student zelf
nemen. Dan gaat het ook echt bij jouw
talenten passen.’
Annemarie: ’Een mooi voorbeeld vind ik
Jessica, een studente die van nature heel
doelgericht is, die graag vanuit criteria
wilde werken en gericht was op zekerheid.
Zij zei: Ik wil dit leerarrangement
gebruiken om te zien of het ook anders
kan. Ze heeft de methodiek aangegrepen
om te ervaren wat dat met haar doet
en ze zei aan het einde: ik ben echt uit
mijn comfortzone gegaan, ik heb leren
vertrouwen op wat ik zelf belangrijk
vind in plaats van alleen maar de criteria
van anderen. Die wisselwerking en
balans tussen je eigen belang en wat de
opdrachtgever en opleiding willen, daar is
zij echt sterker in komen te staan.’
Jos: ‘Ook voor docenten is dit een leerervaring,
door zich meer als didactische
coach op te stellen en alleen bij te dragen
waar het nodig is en niet vooraf alles
in te vullen.
Waar zijn jullie het meest trots op?
Annemarie: ‘Een van de belangrijkste
opbrengsten van dit project is dat we een
digitaal werkboek hebben gemaakt waarin
studenten de stappen zelfstandig kunnen
doorlopen. Dat maakt dat wij als docenten
veel ruimte hebben om met ze in gesprek
te gaan over hun plannen.’
Jos: ‘Studenten leren meer klantgericht en
behoeftegericht ontwerpen, en worden
zich bewust dat ze iets toevoegen wat
waarde heeft.’
Annemarie: ‘Ik merk dat de vraagformulering
van scholen zich vaak richt
op de vorm, bijvoorbeeld ‘we willen
projectmatig werken met kinderen gaan
invoeren’. Studenten leren om naar die
vraag te kijken: is dit niet al een oplossing
en waarvoor is het dan een oplossing’.
Wat staat nog meer op de agenda?
Annemarie: ‘Naast het ontwikkelen
van een doorgaande lijn voor de rest
van de opleiding, is de belangrijkste
vervolgstap de stap naar het werkveld om
ook leerkrachten hiervan mee te laten
profiteren. Zij zien al dat oplossingen van
studenten meerwaarde kunnen hebben
voor de school, maar wat we eigenlijk
willen is dat die ondernemende leerkracht
in een schoolbestuur meer handvatten
krijgt om innovaties vorm te geven aan de
hand van zo’n ontwerpproces.
We benaderen nu de schoolbesturen in de
regio Eindhoven met de vraag hoe we hen
daarbij kunnen ondersteunen.’
Jos: ‘Alle basisscholen hebben de behoefte
om methodes los te laten in projectonderwijs
en toch naar een zeker leerrendement
toe te werken. Design Thinking
biedt de mogelijkheid om dat te doen,
doelgericht en met een stappenplan.’
WAT IK HEEL MOOI VIND OM TE
ZIEN IS DAT DE SAMENWERKING
TUSSEN STUDENTEN VEEL
STERKER WORDT.
28
׉	 7cassandra://XHqsWeMMXBV71WhzmMynv8YVyZm6ZFfH_uWVmuIUurU:`i YU׉EFACTS & FIGURES OPLEIDINGSSCHOOL 2014-2017
DEKKINGSGRAAD
PER LOCATIE
locatie Eindhoven (VT+DT) - 24,4%
locatie ‘s-Hertogenbosch (VT) - 98,4%
locatie Tilburg (VT+DT) - 66,4%
locatie Veghel (VT) - 100%
locatie Venlo (VT) - 100%
TOTAAL 77,8%
60%
60%
STREEFDOEL VOOR DEKKING
316
311
studenten
ingeschreven (mei 2017)
studenten geplaatst
RIJK PALET
OPLEIDINGSSCHOLEN
Besturen streven naar een rijk palet
van opleidingsscholen, dit komt ook
terug in het instrument bestuurlijke
betrokkenheid.
AANTAL OPGELEIDE VELDASSESSOREN
Doel: 30 assessoren opleiden
Opbrengst: 58 professionals uit alle regio’s (behalve Venlo) zijn
opgeleid, waarvan 7 voor het beoordelen van basisbekwaam
PERSPECTIEF OPLEIDER
(KWALIFICATIE)
Professionalisering
Per regio zijn basisschoolcoaches
en studieloopbaanbegeleiders
geprofessionaliseerd.
MASTER
6
NETWERKBIJEENKOMSTEN
VOOR BESTUREN
40
STUDIEDAGEN
VOOR BASISSCHOOLCOACHES EN
STUDIELOOPBAANBEGELEIDERS
12
MENTOREN
MIDDAGEN
MASTER
EXAMEN
WERKERVARING 12
WERKERVARING 11
WERKERVARING 10
WERKERVARING 9
WERKERVARING 8
WERKERVARING 7
WERKERVARING 6
WERKERVARING 5
WERKERVARING 4
WERKERVARING 3
40
NETWERKBIJEENKOMSTEN
VOOR DIRECTEUREN
WERKPLEKLEREN
In het visiedocument
werkplekleren
beschrijven we hoe we samen
zorgen dat de werkplek is ingericht
voor het leren van de student.
25
OPGELEIDE STARTERSCOACHES
600
MENTOREN
GESCHOOLD
BACHELOR
COMPETENTIEEXAMEN
3
COMPETENTIEEXAMEN
2
PROPEDEUSE
TOELATING
WERKERVARING 2
INITIËLE OPLEIDING 4
WERKERVARING 1
INITIËLE OPLEIDING 3
INITIËLE OPLEIDING 2
COMPETENTIEEXAMEN
1
INTAKE
ASSESSMENT
INITIËLE OPLEIDING 1
VOOROPLEIDING
Versterking samenwerking
GESCHIKT
KANSRIJK
startBEKWAAM
basisBEKWAAM
ASSESSMENT
BASISBEKWAAM
PERSPECTIEF WERKGEVER
(BEKWAAMHEID)
344
84
studenten
ingeschreven (mei 2017)
studenten geplaatst
503
334
studenten
ingeschreven (mei 2017)
studenten geplaatst
97 ingeschreven (mei 2017)
studenten
136
studenten geplaatst
(op Idee Academie Labyrint)
136
136
studenten
ingeschreven (mei 2017)
studenten geplaatst
vakBEKWAAM
ASSESSMENT
VAKBEKWAAM
29
YUȁYUǁFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://O1Vdj5wIa5G_whXAkGAEIikOYxB543z8Suogb98kuRM `
׉	 7cassandra://-RkTXWaA_PCoRXXBETFCaRv7V1YWaX-FSq5MrTKWJgwͩ`׉	 7cassandra://efbmPcvRIEvMBv3IeLBXIvvJyPD9rjv1dqgUNOR_958>`i ׉	 7cassandra://aBE3axa0mL7XcvQqrlHYt-GIoH6rtbzGKK1oZqhLypM  ͠	YU׉ESAMEN IN GESPREK
ONDERZOEK IN DE
SCHOOL HEEFT EEN
ENORME IMPULS
GEHAD.
30
IN 2015 WONNEN ZE DE NRO-VOR-PRAKTIJKPRIJS VOOR DE
MANIER WAAROP ZE ONDERZOEKSRESULTATEN VERTAALDEN IN EEN
HANDBOEK EN ONLINE STUDIEMATERIAAL. LINDA VAN DEN BERGH
EN ANJE ROS ZIEN HET ALS HUN MISSIE OM THEORIE EN PRAKTIJK
TE VERBINDEN OM DE ONDERWIJSPRAKTIJK VERDER TE HELPEN.
‘MENSEN GAAN ER PAS ECHT IETS MEE DOEN ALS ZE ER EEN
GOED BEELD BIJ HEBBEN. DE KUNST IS OM HET HEEL CONCREET,
PRAKTISCH EN HAALBAAR TE MAKEN.’
׉	 7cassandra://efbmPcvRIEvMBv3IeLBXIvvJyPD9rjv1dqgUNOR_958>`i YU׉ELinda en Anje voeren jaarlijks met iedere school binnen de Academische Opleidingsschool
een ontwikkelgesprek waarin de scan onderzoekscultuur wordt besproken
en een ontwikkelplan wordt opgesteld voor verbetering van de onderzoekscultuur.
De directeur komt een aantal keer per jaar naar de pabo om samen met
de student en de opleiding het onderzoek verder vorm te geven.
Daarnaast wordt twee keer per jaar tijdens onderzoeksbijeenkomsten
voor directeuren aandacht besteed aan onderzoekscultuur.
In 2017-2018 wordt tevens een AOS-congres georganiseerd
voor alle deelnemende scholen.
ANJE ROS
lector Leren en Innoveren
Fontys Hogeschool Kind
en Educatie
LINDA KEUVELAAR-VAN DEN BERGH
hoofddocent en onderzoeker
Fontys Opleidingscentrum
Speciale Onderwijszorg
Versterking samenwerking
31
YUˁYUʁFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://2dZFNPOD4qay4lC1J6ska7KmZegkdnY7Xav0isHDcQU Y`
׉	 7cassandra://OnO8Uua7lYi6PMH4Q6lXURf-2zcmp6hMo3FIAZYke0cͦ`׉	 7cassandra://Bl-clgpGObMPtDqwK9PRW8B0hiGUWk0pY6DgHK7arfU:#`i ׉	 7cassandra://88DM4lKizv_NjOwwcBnjd5bcwRbsV1U-mkl-nldu38A l͠	YU̑נYU 
ҁ9ׁH #http://www.instondo.nl/boeken/beterׁׁЈ׉EyMENSEN GAAN ER PAS ECHT
IETS MEE DOEN ALS ZE ER EEN
GOED BEELD BIJ HEBBEN.
Waar stonden jullie drie jaar geleden, bij aanvang van het project
Versterking samenwerking?
Anje: ‘We waren al bezig om de academische opleidingsschool
verder te professionaliseren en het concept dat we hanteerden te
verbreden naar de reguliere opleidingsschool. De scholen waren
enthousiast en gaven aan dat onderzoek in de school door een
student, samen met het team, bijdraagt aan de onderzoekende
houding van de leerkrachten: ze gaan echt anders met elkaar
om, ze werken meer samen, ze gaan minder uit van hun
onderbuikgevoel en zoeken meer naar onderbouwing.’
Linda: ‘We wilden ook meer zicht op het benutten van masteropleidingen
in de school. Die aandacht daarvoor was nieuw en
ik denk heel belangrijk, omdat op heel veel scholen leerkrachten
werken die een master hebben gevolgd.’
Anje: ‘Dat zij een rol krijgen in de onderzoeksgroepen was tot dan
toe helemaal niet vanzelfsprekend.’
Linda: ‘Die koppeling kan de waarde van wat we allemaal
doen in het werkveld vergroten. Tegelijkertijd betekent het dat
masteropgeleide leerkrachten meer hun positie binnen de school
krijgen. Het levert dus van twee kanten winst op. Ik merk nu dat in
steeds meer scholen goed wordt nagedacht over de samenstelling
van de onderzoeksgroep en dat kwaliteiten die aanwezig zijn in
het team meer benut worden.’
Jullie hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in dat
onderzoek in de school, geholpen door het project ‘Versterking
samenwerking’ en het NRO-project ‘Kennisbenutting in
Onderzoekende Scholen’.
Anje: ‘De besturen geven aan, en daar zijn we ook heel trots
op, dat onderzoek in de school een enorme impuls heeft gehad
binnen alle opleidingsscholen. Het is echt geïntegreerd, alle
schoolleiders onderschrijven het belang ervan en zij benutten het
model dat we hiervoor hebben ontwikkeld, met de dialoog- en
feedbackfunctie van onderzoek.’
Linda: ‘Er is vanuit de directeuren en coördinatoren nu de vraag
gekomen om één ontwikkelscan te maken waarin zowel opleiden
in de school als de onderzoekscultuur verwerkt zijn, want iedereen
vindt onderzoek in de school inmiddels belangrijk. Het is zeker
niet meer iets van alleen de academische opleidingsschool’
Anje: ‘Wat we zelf hebben geleerd en ook weer aan de
scholen hebben teruggegeven, is dat de organisatiestructuur
leidend is voor de ontwikkeling van je school als professionele
leergemeenschap. Het helpt als je de organisatie zo inricht dat
je het inhoudelijk overleg meer in kleine ontwikkelgroepjes
laat plaatsvinden, met minder focus op organisatorische zaken,
en leerkrachten stimuleert om daarin onderzoeksmatig en
planmatig te werk te gaan. Dat leidt tot meer betrokkenheid van
leerkrachten, meer samenwerking en goede dialoog over kwaliteit
van onderwijs. Meer scholen hebben het nu op die manier
georganiseerd en directeuren zien hoe zij dat kunnen stimuleren
en faciliteren door daarvoor een structuur op te zetten, en
studenten bij de ontwikkelgroepen te laten aansluiten. Dan gaan
alle groepen ‘vanzelf’ meer onderzoeksmatig aan de slag, echt
vanuit de ontwikkelpunten van de school of de stichting.’
Linda: ‘Je ziet dat er binnen besturen steeds meer bovenschools
wordt geregeld, wat leerkrachten uitnodigt om bij een andere
school te gaan kijken. Wij hebben dat ook als tip in onze
instrumenten opgenomen. Ik vind een mooi voorbeeld nog steeds
het project ‘Gluren bij de buren’ van basisschool De Bunders.’1
Anje: ‘Het overleg gaat nu ook meer over inhoudelijke thema’s.
Ook omdat ze geleerd hebben om meer de verdieping te zoeken
en met elkaar de dialoog aan te gaan. Als we met schoolleiders
spreken, dan merken we dat we steeds meer dezelfde taal
spreken. Zij weten waar je het over hebt als je praat over
onderzoek in de school. Je hoeft niet meer uit te leggen dat het
dan niet gaat om heel veel data en lange verslagen.
De schoolleiders zien onderzoek door leerkrachten steeds meer
als logisch middel voor schoolontwikkeling. In scholen die net
hiermee starten is dat vaak nog helemaal niet het geval.’
1 Lees ook de blog van Linda hierover op www.partnerschapopleidenindeschool.nl/blog/gluren-bij-de-buren
32
׉	 7cassandra://Bl-clgpGObMPtDqwK9PRW8B0hiGUWk0pY6DgHK7arfU:#`i YU׉EEn hoe worden mensen dan uiteindelijk toch enthousiast?
Anje: ‘We laten directeuren die er ervaring mee hebben het
verhaal vertellen.’
Linda: ‘Mensen willen toch weten hoe het in de praktijk werkt,
bijvoorbeeld hoe anderen het regelen met tijd.’
Anje: ‘Als een directeur dan zegt ‘tijd is helemaal geen issue op
onze school’ zijn mensen verbaasd.’
Linda: ‘Ik deel zelf bij de ontwikkelgesprekken die ik voer met de
scholen van de AOS ook de mooie voorbeelden van scholen met de
tip om daar eens te gaan kijken.’
Anje: ‘Leerkrachten spreekt het aan omdat ze het echt weer met
elkaar over onderwijs gaan hebben, wat wil je zien in de klas,
dat vinden ze belangrijk en leuk en leerzaam.’
Linda: ‘Gegevens bekijken en bedenken: wat betekent dat voor
mijn handelen in de klas morgen. Die stap is niet vanzelfsprekend
en wordt nu in de scholen heel bewust gemaakt en ook vaak in
dialoog met elkaar. Dat is óók onderzoek doen.’
Anje: ‘Schoolleiders worstelen met: hoe kan ik de kwaliteit
van mijn leerkrachten versterken, studiedagen hebben niet
de gewenste impact, hoe kan ik zorgen dat ze zelf meer gaan
ontwikkelen. Dit is daar een hele effectieve manier voor. En voor
besturen om scholen in beweging te krijgen. Uit ons onderzoek
komt ook dat die schoolleider een cruciale rol speelt, en dus
hebben bestuurders een rol om hen daarin te stimuleren en te
begeleiden. Daar richten we ons nu ook in toenemende mate op.
Een vraag die besturen nu ook bij ons neerleggen is: hoe kunnen
we zorgen dat ook niet-opleidingsscholen een impuls krijgen?’
Jullie steken als ambassadeurs van jullie vak heel veel mensen
aan, zo te horen!
Linda: ‘Als het even kan delen we onze kennis en ervaringen met
alle scholen. De instrumenten, boekjes, mooie voorbeelden en
artikelen op de website van het POS, dat helpt allemaal bij het
versterken van de samenwerking.’
Anje: ‘De kunst van onze impact is denk ik dat we het heel
concreet maken. En dat kunnen we doordat we zoveel
samenwerken met de scholen en samen met hen onderzoeken wat
werkt en wat niet.’
Linda: ‘Die leerkracht moet het doen, die moet een beeld hebben
bij wat je vertelt.’
Anje: ‘We zijn heel wetenschappelijk, en anderzijds ook heel
praktisch door concreet te maken hoe je het morgen kunt
aanpakken en wat bij jouw school past.’
Linda: ‘We werken ook altijd toe naar een product.’
Anje: ‘En we vieren het altijd als iets af is.’
Linda: ‘Met een etentje. We hebben er nu weer een te plannen
voor de TIB tool!’2
Is dat ook iets wat je als school zou moeten doen?
Linda: ‘Successen vieren? Jazeker!’
Anje: ‘Scholen zijn niet snel tevreden, dus je moet juist haalbare
doelen stellen en dat vieren, dat is ook een van onze tips voor
schoolleiders. Hoe helderder je doelen zijn, hoe beter je kunt
evalueren en vieren: terugkijken naar waar je vandaan komt en
wat je hebt bereikt.’
Linda: ‘Tijdens de ontwikkelgesprekken realiseren mensen zich
vaak hoe trots ze eigenlijk zijn op hun school, en dat ze een stap
hebben gemaakt. Dat is heel mooi om te zien.’
2 De TIB Tool ‘Beter onderwijs? Zoek het uit!’ is te bestellen via www.instondo.nl/boeken/beter-onderwijs
Versterking samenwerking
33
YU΁YU́FבCט   Fu׉׉	 7cassandra://PMVWiD0cGHQwdHONOzQ9wRo1akpOc38gknvy_uT9fLw : `
׉	 7cassandra://nfED7EvKRdrvKb3q6OHRXvFAf8GN9xV79Wn2xwPiTw8͞p`׉	 7cassandra://mgQJoyaAJrAI2P5_0-ScRxtfuAIvorTrQIPC3OTGeQc1`i ׉	 7cassandra://QaSqHneU_C56dAXJ4BvQPEmxb7GgOUShu3AgLGptNykͱc͠	YUϑנYU 	/9ׁH 8http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/onderzoekenׁׁЈ׉E
SAMEN ONDERZOEKEN
Kijk voor meer informatie over de scan onderzoekscultuur
op www.partnerschapopleidenindeschool.nl/onderzoeken.
Daar zijn ook de interventiekaarten te downloaden.
DE SCAN ONDERZOEKSCULTUUR
IN DE SCHOOL
ANJE ROS EN LINDA KEUVELAAR-VAN DEN BERGH ONTWIKKELDEN DE SCAN ‘ONDERZOEKSCULTUUR IN DE SCHOOL’. DE SCAN IS BEDOELD
VOOR SCHOLEN DIE ONDERZOEK IN DE SCHOOL WILLEN BENUTTEN OM ZICH ALS TEAM VERDER TE ONTWIKKELEN TOT EEN PROFESSIONELE
LEERGEMEENSCHAP. HET IS EEN ZELFEVALUATIE-INSTRUMENT: SCHOLEN KUNNEN DIT INSTRUMENT ZELFSTANDIG GEBRUIKEN OM DE
EIGEN FASE VAN ONTWIKKELING TE BEPALEN EN DOELEN VOOR VERDERE SCHOOLONTWIKKELING TE FORMULEREN. DE SCAN BESTAAT
UIT ACHT ASPECTEN, PER ASPECT WORDEN VIJF FASEN VAN ONTWIKKELING BESCHREVEN. OOK IS PER ASPECT EEN INTERVENTIEKAART
ONTWIKKELD MET IDEEËN VOOR INTERVENTIES OM HET BETREFFENDE ASPECT TE VERSTERKEN. DE SCAN IS MET NAME GESCHIKT
VOOR ACADEMISCHE OPLEIDINGSSCHOLEN, MAAR KAN OOK WORDEN GEBRUIKT DOOR ANDERE SCHOLEN DIE WILLEN STARTEN MET
ONDERZOEK IN DE SCHOOL. OP ACADEMISCHE OPLEIDINGSSCHOOL HET MOZAÏEK IN HEESWIJK-DINTHER HEBBEN ZE DE ONTWIKKELSCAN
ONDERZOEKSCULTUUR NU DRIE KEER INGEVULD, WAARVAN DE EERSTE KEER ALS ‘PROEFKONIJN’.
ANJA VAN WANROOIJ
basisschoolcoach en
onderbouwcoördinator
Het Mozaïek Heeswijk-Dinther
Anja van Wanrooij, basisschoolcoach:
‘In het begin moesten we de mensen
echt meenemen, inmiddels spreekt
iedereen dezelfde taal. We gebruiken de
ontwikkelscan om te zien in welke fase
we zitten en waar we verder kunnen
ontwikkelen, passend bij wat we al
doen voor schoolontwikkeling. Met de
scan alleen ben je er niet, je hebt ook
betrokken mensen nodig. Ik vind het
mooi dat een masteropgeleide leerkracht
bewust hier is komen werken om haar
expertise in te kunnen zetten en deel uit te
maken van een team dat het fijn vindt dat
ze meedenkt.
Onderzoekende houding
De ontwikkelscan is een momentopname,
het is belangrijk dat je ook daarna
kritisch blijft op je eigen ontwikkeling.
34
Een onderzoekende houding betekent
ook steeds nieuwsgierig zijn naar hoe
je het doet en kwaliteit borgen. Steeds
ontdekken we weer iets dat we anders
kunnen doen, beter.
Informeel leren
In een professionele cultuur heb je altijd
kartrekkers en meelopers. Mijn rol als
basisschoolcoach is verbindingen maken.
Juist een onderzoekende houding is
daarbij belangrijk, je moet zelf ook steeds
die vragen stellen; wat weet ik niet en wat
wil ik weten, en samen op zoek gaan naar
antwoorden. Zolang je vragen stelt, ben je
bezig te onderzoeken. En je moet zorgen
dat de communicatie op gang blijft, juist
ook informeel. Ze zeggen altijd: er wordt
het meest geleerd bij het koffieapparaat.
Dan moet je ook zorgen dat dat kan.’
׉	 7cassandra://mgQJoyaAJrAI2P5_0-ScRxtfuAIvorTrQIPC3OTGeQc1`i YU׉E|FACTS & FIGURES ACADEMISCHE OPLEIDINGSSCHOOL 2014-2017
ACADEMISCHE
2014
2015
2017
OPLEIDINGSSCHOLEN
11
18
25
AANTAL
PRESENTATIES VAN HET LECTORAAT
OVER ONDERZOEK IN DE SCHOOL
binnen het POS
buiten het POS
43
20
DOEL
75%
OPBRENGST
100%
van de scholen
heeft een
onderzoeksgroep
90%
wordt geleid door
een leerkracht op
masterniveau
2014-2015
Den Bosch
Eindhoven
Tilburg
Veghel
Venlo
2015-2016
Den Bosch
Eindhoven
Tilburg
Veghel
Venlo
12
BIJEENKOMSTEN OVER ONDERZOEK IN DE SCHOOL
VOOR DE ONDERZOEKSGROEPEN
FLIP-ON
Op de portal van Fontys
Hogeschool Kind en Educatie
is de Flip-On ontwikkeld om scholen te
ondersteunen in het doen van onderzoek.
Een light versie vind je op:
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/onderzoeken
(vink ‘De onderzoekscyclus’ aan).
Omgaan met Verschillen,
waaronder pedagogisch handelen/pesten
Opbrengstgericht werken
Educatief partnerschap, waaronder ouderbetrokkenheid
Overig
Versterking samenwerking
35
2016-2017
Den Bosch
Eindhoven
Tilburg
Veghel
Venlo
ONDERZOEKEN OP THEMA’S
van de scholen heeft
een onderzoeksgroep,
geleid door leerkracht
op masterniveau
56
OORSPRONKELIJK DOEL
een Academische
Kenniskring
een onderzoekscommissie
is
geworden
een
AOS
coördinator
15
PAPERS VOOR
CONFERENTIES
individuele ontwikkelgesprekken
op scholen
4
56
0NTWIKKELGESPREKKEN
AANTAL HULPKAARTEN VOOR
ONDERZOEK IN DE SCHOOL
PUBLICATIES OVER
ONDERZOEK IN DE SCHOOL
9
KATERNEN VOOR
PO-RAAD
YUсYUЁFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://6_3Qp52WNWTrgPf8_97WQa4efAq8IMSyWkPGUUozI0g S` 
׉	 7cassandra://mqNkH_IobxPrZbczE2-WLuFnhwjH2op9qYpCm9K__egͱ`׉	 7cassandra://vZOEz6SzqAwhH6OkAZsIP7cBJPgTUUOYsKWcJ_lQfuU3`i ׉	 7cassandra://eQLaR3uPX7qJZ4xZP2_81IiJ19yA-W_HzDlRY9RHrKEVn͠	YU׉EtSAMEN PROFESSIONALISEREN
‘JE MOET ZEKER GEEN EENHEIDSWORST WILLEN.’
PROFESSIONALISERING
IN HET POS
HANS ASBREUK
senior beleidsmedewerker
Signum Onderwijs
AL 6 JAAR IS HANS ASBREUK COÖRDINATOR BINNEN HET POS. ZIJN AANDACHTSGEBIED IS
PROFESSIONALISERING. BIJ DE START VAN HET PROJECT ‘VERSTERKEN SAMENWERKING’
SPRAK HIJ MET DE TEAMLEIDERS UIT DE REGIO’S OM ALLE INITIATIEVEN OP DAT
GEBIED TE INVENTARISEREN. OP BASIS DAARVAN IS SAMEN MET EEN REGIEGROEP EEN
PROFESSIONALISERINGSAANBOD GEREALISEERD. ‘IK WILDE DAT ER MEER SAMENWERKING
EN SAMENHANG ZOU ONTSTAAN.’
‘Ik ben dus zelf op pad gegaan en heb meegekeken bij de professionaliseringsactiviteiten
die er waren. In de loop van 2015-2016 zijn we in de regio’s Den Bosch en Veghel
begonnen met een nieuwe vorm van professionalisering voor mentoren naar voorbeeld
van Tilburg. Daar bleek uiteindelijk zoveel belangstelling voor te zijn dat het drie
trainingen zijn geworden en maatwerk voor een aantal besturen.’
Van aanbod- naar vraaggestuurd
‘We willen van aanbodgestuurd veel meer naar vraaggestuurd gaan, wat is je
ontwikkelvraag en hoe kunnen we daarop anticiperen. Bij alle professionaliseringsactiviteiten
spelen de vragen vanuit opleiding en werkveld een grote rol, niet alleen
tijdens de sessies maar ook bij de voorbereiding van de agenda. De coördinatoren
organiseren het aanbod in samenspraak met het werkveld. Vaak is er eerst behoefte om
te praten over hoe richten we het in, en komen we daarna toe aan een verdiepingsslag.
Op dit moment ben ik samen met coördinator Nina Plompen bij basisschoolcoaches en
studieloopbaanbegeleiders in onze regio’s de behoefte aan het peilen aan coaching naar
voorbeeld van Eindhoven. Die regio heeft een coach-de-coach formule ontwikkeld om
zo de kennis te verbreden. Zo willen we ook de regio’s Tilburg en Venlo meenemen in de
ontwikkeling van aanbod voor Den Bosch en Veghel.’
36
׉	 7cassandra://vZOEz6SzqAwhH6OkAZsIP7cBJPgTUUOYsKWcJ_lQfuU3`i YU׉EDE EIGEN ONTWIKKELKRACHT VAN HET
POS IS ZO GROOT DAT WE NOG STEEDS
BEZIG ZIJN OM TE ONTDEKKEN WAT WE
ELKAAR KUNNEN BIEDEN.
Eigen ontwikkelkracht benutten
‘De behoeften in de regio’s zijn heel verschillend en wisselend, afhankelijk van de fase
waarin men zit, dus het moet echt maatwerk kunnen worden. Je moet zeker geen
eenheidsworst willen en ook niet alle initiatieven willen controleren en in de hand
houden, maatwerk is gebaat bij eigen organisatie in de regio. Eigen ontwikkelkracht
benutten. Dat betekent dat we nu veel meer insteken op kleinschalig en lokaal niveau,
vooral als het gaat om de uitvoering. Ons professionaliseringsplan is een dynamisch
document. Het bevat onze visie en uitgangspunten en wordt daarnaast jaarlijks
aangevuld. Het geeft steun bij het netwerken, zoeken naar mogelijkheden om kennis
te verbreden, in verschillende regio’s worden verschillende accenten gelegd.’
Transitie
‘Toen ik samen met Linda Keuvelaar begon als coördinatieduo was onze belangrijkste
opdracht om beleid vanuit de stuurgroep te vertalen naar de werkvloer. We zijn aan
de slag gegaan met het accent op professionaliseren, organiseren en communiceren,
vervolgens hebben we verbreed en met het project hebben we een verdiepingsslag
kunnen maken. De visie op opleiden heeft zich nu sterk ontwikkeld, dankzij een
stel mensen dat elkaar in de samenwerking echt gevonden heeft, resultaatgerichte
projectleiding en doorzettingsvermogen, niet blijven praten maar gaan doen. We hebben
beleid ontwikkeld terwijl we ook experimenteerden in de praktijk, dat zijn trajecten met
vallen en opstaan. Wat ik nu ervaar is dat er een behoorlijke dynamiek is ontstaan;
we zien steeds weer dingen waar we iets mee willen. Je ziet dat er een bepaalde mindset
ontstaat. We zitten in een transitie naar een nieuwe professionele cultuur.’
Informeel leren
‘Neem nou de mentor, je ziet dat de begeleiding van studenten heel veel impact heeft
op hoe die tegen zijn eigen ontwikkeling aankijkt, en dat dit stimuleert om dit ook met
collega’s te gaan doen, kijken naar elkaar en reflecteren. Je hoort dat heel veel terug,
die invloed op de eigen ontwikkeling. Professionaliseren houdt meer in dan een training
volgen, er zijn veel vormen van informeel leren en die hebben veel effect.’
Toekomst
‘In de visie van het POS neemt het werkplekleren een belangrijke plaats bij het
professionaliseren. Daarom is het ook van groot belang dat niet alleen de student en
mentor van elkaar leren, maar dat bijvoorbeeld ook studieloopbaanbegeleiders hier
actief bij betrokken zijn. En omgekeerd worden experts vanuit het werkveld steeds vaker
betrokken bij het aanbod voor studenten. In de kindcentra zien we dat samenwerking in
een multidisciplinair team geïntroduceerd wordt. Dan is het logisch dat nagedacht wordt
over leren van en met elkaar door studenten in een gemengd leerteam.’
Mooi beroep
‘De manier waarop we de inductiefase
vormgeven met een inhoudelijk kader en
beoordelingskader is in Nederland een
voorbeeld. Het leuke is: starters zijn blij
met wat er gebeurt. Ze zeggen: ik weet
nu welke richting ik uit moet, bij wie ik
terecht kan met vragen, en ik ben blij dat
ik op een professionele manier wordt
beoordeeld op basisbekwaamheid.
Studenten en starters gaan het onderwijs
in met een bepaald ideaal, maar gaan te
vaak ten onder aan werkdruk. Dat is denk
ik de belangrijkste opdracht die we
hebben, om hen te ondersteunen en
ruimte te bieden aan hun bevlogenheid.
Als je een school binnenkomt en dat ziet,
is dat toch prachtig? Uiteindelijk zijn
kinderen zo ontzettend bij gebaat bij
goede professionals die met plezier naar
hun werk gaan. Als je daar energie uit
weet te halen, heb je een hartstikke
mooi beroep.’
In de afgelopen
drie jaar zijn alle
basisschoolcoaches en
studieloopbaanbegeleiders in
het POS geprofessionaliseerd.
Hier zijn wel verschillen per regio,
dit heeft onder andere te maken
met de fase van ontwikkeling.
In de regio Den Bosch/Veghel
heeft een groot accent gelegen op
professionalisering van mentoren,
in totaal zijn daar 73 mentoren getraind.
Versterking samenwerking
37
YUԁYUӁFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://CwXElUwRoOMuYe3xSLOhS4m0fKSwsYDojelP-Aiy6YU  S`
׉	 7cassandra://1Lw906lGXUyII7eNjTH2gcTeKzmbTJP92-6fSrX6VSkͻ`׉	 7cassandra://4HmRd9NLYKAtx1pcBCp1K4ZrhRE_46xJW50PuN6lr2c;"`i ׉	 7cassandra://e58zyX2wu4TJSUgUhIbbxW0IBKggBS_oOSC8Jm7o1Zk =͠	YU׉E&SAMEN STARTEN
STIMULEER EN FACILITEER STARTERS
OM TE WERKEN AAN HUN PROFESSIONELE
ONTWIKKELING.
CLAUDIA VAN EGGELEN-LAMMERDING GING VANUIT HET DEELPROJECT VERSTERKING SAMENWERKING AAN DE SLAG MET LEERNETWERKEN
VOOR STARTENDE LEERKRACHTEN, MARIE-LOUISE VAN LIESHOUT MET DE INDUCTIEFASE. ZE ZOCHTEN ZELF IN EEN VROEG STADIUM DE
SAMENWERKING. MARIE-LOUISE: ‘WE HEBBEN NU EEN MODEL DAT KLOPT VANUIT DE VISIE EN IN DE UITWERKING. EEN SCHOOLBESTUUR
BEPAALT DE INVULLING, DESGEVRAAGD HELPEN WE MEE OM HET UIT TE ROLLEN.’
Wat hebben jullie precies ontwikkeld?
Marie-Louise: ‘We hebben gekeken naar het begeleiden en
beoordelen van startende leerkrachten, maar ook, en dat is
bijzonder in Nederland, naar: waar gaat het precies over?
Zo zijn we heel expliciet tot de vier kritische beroepshandelingen
gekomen met het leernetwerk als onder-steuningsmogelijkheid.’
Claudia: ‘Het unieke eraan is dat je starters zo laag-drempelig
mogelijk met elkaar laat leren, dat ze elkaar gaan opzoeken en de
verbinding gaan vinden. De kernwaarden van het POS, verbinding,
dialoog en eigenaarschap, zitten er sterk in verweven, net als in
het competentieprofiel, het bekwaamheidsdossier, de training
voor de starterscoach en de manier waarop de starterscoach te
werk gaat.’
MARIE-LOUISE VAN LIESHOUT
senior education consultant
38
׉	 7cassandra://4HmRd9NLYKAtx1pcBCp1K4ZrhRE_46xJW50PuN6lr2c;"`i YU׉EMarie-Louise: ‘En zelfs de verdiepingsbijeenkomsten.
De deelnemers brengen daar een eigen leervraag in, daar gaan ze
mee aan het werk, al dan niet met een expert.’
Claudia: ‘Dat is dat eigenaarschap: waar ben je nu, waar wil je
naartoe, wat heb je daarvoor nodig, welke mensen in je netwerk
kun je daarvoor bereiken.’
Claudia, kun je iets meer vertellen over het leernetwerk?
Claudia: ‘Bij het leernetwerk gaat het vooral om kijken naar de
dagelijkse praktijk, hoe kan ik me van start- naar basisbekwaam
ontwikkelen, wat is dat precies, om welke competenties en
gedrag gaat het en hoe kan ik laten zien dat ik daarmee bezig
ben. En daarnaast hebben starters vaak hele basale vragen over
bijvoorbeeld hun rechtspositie, dan ga ik in mijn netwerk kijken
wie daar iets over kan vertellen. De inhoud van het leernetwerk
wordt bepaald door de vragen die de starters hebben, waarbij
je wel heel bewust moet werken aan dat eigenaarschap. Je ziet
dat ze de eerste twee bijeenkomsten achterover gaan leunen en
op jou als facilitator wachten, het is echt een omslag in denken,
om bewust jezelf als professional te blijven ontwikkelen. In
het leernetwerk in Den Bosch gaat het nu heel erg over het
bekwaamheidsdossier, omdat dat in die regio speelt.’
Marie-Louise: ‘Dan gaat het niet over allerlei bewijzen die er gelikt
uitzien, maar stukken, ideeën, filmpjes, beelden waar je trots op
bent en realiseert in de praktijk.’
Claudia: ‘Feedback die je krijgt. Ik hoor van de starters terug dat
ze nu echt de dialoog aangaan en heel bewust aan collega’s, aan
ouders en aan kinderen vragen: hoe kijk jij hiernaar, wat vind je
ervan, waarin kan ik mijzelf verbeteren en aanscherpen.’
Welke aanbevelingen willen jullie meegeven?
Marie-Louise: ‘Een leerkracht moet maar zien wat hij zelf aan
ondersteuning vraagt. Ik denk dat je daar als schoolbestuur beter
op kunt sturen, temeer omdat ik merk dat het gegeven van
start- naar basisbekwaam bij een groot aantal directeuren nog
onbekend is, en startende leerkrachten eerder geneigd zijn om te
overleven dan om ondersteuning te zoeken.’
Claudia: ‘Startende leerkrachten, of ze nou op een school
werken of vanuit een invalpool, moeten bijna dagelijks door
hun leidinggevende gestimuleerd en gefaciliteerd worden om te
werken aan hun professionele ontwikkeling. Dat vraagt ook een
omslag in denken bij directeuren. Het betekent: faciliteren en
agenderen van het informeel leren in de inductiefase.’
Marie-Louise: ‘Dit aspect laten we nu sterker aan bod komen in
onze gesprekken met besturen, in de bijeenkomsten. Het wordt
niet automatisch opgepakt.’
Hoe komt dat, denken jullie?
Claudia: ‘Informeel professionaliseren is nog minder gangbaar dan
formeel leren. Het staat nog in de kinderschoenen.’
Marie-Louise: ‘En het bekwaamheidsdossier dat landelijk wordt
geadviseerd en min of meer geëist, is nog geen vanzelfsprekend
gegeven. Langzamerhand zie je dat wel ontstaan bij besturen.’
Claudia: ‘Dit soort processen nemen veel tijd in beslag.
We wisten wel waar we heen wilden, en hoe de meest ideale
situatie zou zijn, maar dat overbrengen en van de ander maken
zodat die eigenaarschap kan pakken, dat heeft echt tijd nodig.
Je ziet dat het nu begint door te sijpelen en een plek krijgt.’
Versterking samenwerking
39
YUׁYUցFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://GenmuMfXk5dot2b_kfYdqCgiQeUyrgI3sFzzRtXRHYA `
׉	 7cassandra://w8RDsGDpJo0wnZAIWwI0U7IWwNLE04jR0ONx3f-MOB0ͻ	`׉	 7cassandra://0OFMUAQObCD9ncsieY2j5CqrUYFp0bk_9k99JPcOHKU:1`i ׉	 7cassandra://VBFvQERF61BiJIDyEPx0LZ2_lUlNnyCu3oHWUNMydfw ͠	YUؑנYU )9ׁH -http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/ׁׁЈ׉EHerinner je je een moment in het project waarop je dacht: nu
gebeurt er echt iets?
Claudia: ‘Ik vond de conferentie die we in maart 2017 hebben
georganiseerd, ‘Een kijkje in de schatkist’, heel mooi. Daar waren
veel mensen uit verschillende geledingen aanwezig. En natuurlijk
de conferentie bij de PO-Raad in 2016 en 2017. Dat zijn momenten
waarop mensen uit het hele land geïnteresseerd zijn en horen dat
ze het zelf kunnen gebruiken. Daar waren ze vaak blij verrast over:
kan ik dat zomaar downloaden en gebruiken?’
Marie-Louise: ‘Weet je nog op 7 april, dat moment dat Marco
Snoek, een lector, vertelde hoe het eigenlijk zou moeten en
wij keken naar elkaar en dachten: zo doen wij het! Dat was
echt super.’
Zijn jullie tevreden met de opbrengsten van jullie deelproject?
Marie-Louise: Onze opdracht was een aanpak te ontwikkelen
waarbij de persoonlijke ontwikkeling van de starter centraal
staat, de gewenste begeleiding binnen de visie van de school
als professionele leergemeenschap beschreven is en het geheel
binnen de kaders van de het ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap past. Met als doel dat de inductiefase van de
startbekwame leerkracht naar de basisbekwame leerkracht vanuit
de school als professionele leergemeenschap wordt vormgegeven.’
Claudia: ‘De mensen die we spreken, vinden het fijn en ervaren het
als houvast. Ze weten waarmee ze aan de slag kunnen. We zijn nu
heel erg aan het inzetten op de verbinding tussen schoolbesturen
en tussen de schoolbesturen met het partnerschap.’
Marie-Louise: ‘Dat is voor de starter heel belangrijk, die heeft
weinig mogelijkheden en loopt van hot naar her. Dan is het erg
fijn als besturen hetzelfde verstaan onder basisbekwaam en
dat je overal kunt rekenen op begeleiding. We weten dat die
starter dat nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen.’
Kan dat wat jullie hebben opgeleverd zo worden opgepakt
door een schoolbestuur?
Marie-Louise: ‘Ja. Maar het is best een ingrijpende verandering,
van niets naar aandacht voor een leven lang leren, en dan is
een warme overdracht heel fijn.’
Claudia: ‘Mensen moeten hun vragen kunnen stellen, zodat het
gaat aansluiten bij hun eigen context.’
Marie-Louise: ‘Met een gesprek en aanpassing zodat het eigen
wordt, valt het op zijn plek.’
Claudia: ‘Het mooie is dat het precies aansluit bij de kernwaarden
die we hebben in het partnerschap. Ook voor
besturen geldt dat ze daarin het eigenaarschap pakken, de
verbinding zoeken en de dialoog aangaan, ook met de starter.’
Marie-Louise: ‘Dat betekent ze de vraag stellen: hoe blijf jij je
een leven lang ontwikkelen als professional.’
Claudia: ‘Ik hoop dat, wanneer dit project is afgelopen en de
subsidie vervalt voor het organiseren van een leernetwerk,
besturen het belangrijk genoeg vinden om te investeren in de
begeleiding van startende leerkrachten.’
Marie-Louise: ‘Formeel is het een verantwoordelijkheid van
de schoolbesturen.’
Claudia: ‘Maar informeel voel ik ‘m wel. We hebben zoiets
moois neergezet, het kan toch niet zo zijn dat dat nu stopt.’
Marie-Louise: ‘We zijn er trots op en hebben het met heel veel
plezier ontwikkeld.’
HET POS HELPT
DE STARTER
OP WEG
MET 7 PRODUCTEN IS BINNEN HET POS EEN AANPAK ONTWIKKELD
VOOR DE BEGELEIDING VAN STARTENDE LEERKRACHTEN. ALLE
BETROKKENEN KUNNEN DE PRODUCTEN GEBRUIKEN OM HET ‘LEVEN
LANG LEREN’ NA HET BEHALEN VAN DE BACHELOR CONCREET,
HAALBAAR EN ZINVOL TE VERVOLGEN.
40
PEDAGOGISCH HANDELEN
IN KLASSENSITUATIES
1. Kritische handelingen en competenties, kenmerkend voor een
basisbekwame leerkracht:
2. Leernetwerk met bijeenkomsten, waarin starters met en van
elkaar leren met de dagelijkse lespraktijk als uitgangspunt
voor het gesprek
3. Starterscoach, geschoold om leerkrachten gedurende de
inductiefase te coachen
׉	 7cassandra://0OFMUAQObCD9ncsieY2j5CqrUYFp0bk_9k99JPcOHKU:1`i YU׉EaCLAUDIA VAN EGGELEN-LAMMERDING
beeldbegeleider/leerkrachtcoach
KC de Hoven Rosmalen
Meer weten over deze hulpmiddelen en de
totstandkoming ervan?
Lees het artikel ‘Help de starter op weg!’ op
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/
professionaliseren.
ONDERNEMERSCHAP
IN EDUCATIEF
PARTNERSCHAP
LEREN EN WERKEN
IN EEN PROFESSIONELE
LEERGEMEENSCHAP
OMGAAN
MET VERSCHILLEN TUSSEN LEERLINGEN
4. Verdiepingsbijeenkomsten, waarin starters samen met experts uit
het werkveld en docenten van de opleiding onderwerpen binnen
de kritische handelingen kunnen verdiepen
5. Bekwaamheidsdossier, waarmee de starter laat zien dat hij
de binnen de vier handelingen beschreven competenties op
basisbekwaam niveau beheerst en hoe die onderhouden worden
6. Assessment, voor de starter een heldere afsluiting van de
inductiefase en voor besturen een heldere vaststelling of het
niveau basisbekwaam is behaald
7. Gevalideerd observatie-instrument, zodat we binnen het POS de
eisen die gesteld worden aan een basisbekwame leerkracht
eenduidig formuleren en de leerkracht gericht kan werken aan
zijn ontwikkeling
Versterking samenwerking
41
YUځYUفFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://4xOADn19tG5JDiHkCcJYPowwXF4YbtbW67nPOun8K-c %`
׉	 7cassandra://N_XUz7eQ-di-IhZGNW9_Uwb80KnnM_8r8FOpXv1NfvMͳE`׉	 7cassandra://DOlPv3bb4WJLPjOE5OcM4L4TSsZ9O0V3nsVQAQn9I6A9+`i ׉	 7cassandra://cs9x8IOJIGN370QEHZX-GDevrUsxLvTHDZydxH3nnxw <͠	YU׉ESAMEN EEN LEVEN LANG LEREN
SAMENWERKEN
MOET JE OP
ALLE NIVEAUS
DOEN.
ARJAN VAN EETEN IS MANAGER VOORTGEZETTE PROFESSIONALISERING
BIJ FONTYS HOGESCHOOL KIND EN EDUCATIE. IN DE 15 JAAR DAT HIJ
ER WERKT, HEEFT HET PROFESSIONALISERINGSAANBOD EN DE WIJZE
WAAROP DIT TOT STAND KOMT EEN BEHOORLIJKE GROEI DOORGEMAAKT.
HET PROJECT ‘VERSTERKING SAMENWERKING’ HEEFT EEN EXTRA IMPULS
GEGEVEN AAN DE AMBITIE OM BINNEN HET POS SAMEN VORM TE GEVEN
AAN EEN LEVEN LANG LEREN.
ARJAN VAN EETEN
manager voortgezette professionalisering
Fontys Hogeschool Kind en Educatie
Waar staan jullie nu?
‘We zijn begonnen met het opleiden van de student in de bachelor,
inmiddels is daar de startende leerkracht bij gekomen, en nu ook de
leerkracht die zich als specialist wil ontwikkelen. Die doorgaande lijn,
en dat we dat samen met het werkveld doen vind ik een hele mooi
ontwikkeling. Je hebt elkaar nodig om goede leerkrachten op te leiden en
opleiden moet zo dicht mogelijk op het werkveld zitten. Dat betekent niet
dat je altijd moet doen wat de ander vraagt, maar je moet wel de dialoog
voeren, en naar de toekomst kijken. De samenleving en het onderwijs
vragen heel veel. Het voorbereiden van kinderen op die samenleving is
een enorme opgave waar je de beste mensen voor nodig hebt. We kennen
allemaal de kwantitatieve tekorten, maar we moeten ook zorgen dat we
geen kwalitatieve tekorten krijgen. Als iemand een master heeft gevolgd,
zal zijn werkgever moeten zorgen dat hij in een omgeving komt waarin
hij zich verder kan ontwikkelen.’
42
׉	 7cassandra://DOlPv3bb4WJLPjOE5OcM4L4TSsZ9O0V3nsVQAQn9I6A9+`i YU׉E
Hoe heeft het project de samenwerking op dit vlak gestimuleerd?
‘Het heeft in mijn ogen een sterke bijdrage geleverd aan de cultuur van samenwerken
tussen werkveld en opleiding, het voorwerk om te komen tot samenwerking op alle
niveaus. Uiteindelijk zal dat ertoe leiden dat ook leerkrachten meer volgens dit model
gaan denken. Niet iedereen heeft daar al de juiste beelden bij. Mensen denken nog
vaak: het kost veel tijd om samen te werken, wat schiet ik ermee op. Als je hen de
mooie voorbeelden laat zien én samenwerking van bovenaf stimuleert, gaat er iets
veranderen. Waar wij voorheen bij wijze van spreken een winkel hadden met posthbo
opleidingen, willen we nu laten zien welke mogelijkheden er zijn om jezelf te
ontwikkelen, vanuit je eigen ontwikkelvraag. En dan moet het voor een deel ook
gaan over: wat willen we samen.’
Wat betekent dat?
‘Met de nodige flexibiliteit en creativiteit kun je de samenwerking een stuk
sterker maken, als je zorgt dat wat je in de opleiding en nascholing doet, aansluit
bij de praktijk. Laatst vroeg iemand mij: kunnen wij een cursus volgen over
woordenschatontwikkeling? We zijn toen samen gaan praten met iemand van
de sectie Taal. De uitkomst is dat ze met meerdere collega’s een nascholing gaan
volgen om het taalbeleid binnen hun eigen school steviger neer te zetten, en daarin
ook woordenschat meenemen. Dan ben je bezig op het niveau van de school als
organisatie, dat is veel duurzamer dan wanneer je alleen op behoeftes van dit moment
inspeelt, dan ben je aan het winkelen.’
Als je terugkijkt op de afgelopen drie jaar, waar ben jij dan trots op?
‘Ik ben me door dit project nog eens bewust geworden dat we al ontzettend veel
doen, met begeleiding en afstemming. We zijn al 15 jaar aan het investeren in
samenwerking en dat kun je merken; aan de studenten, hoe partners reageren op
elkaar, er is heel veel draagvlak. Het project heeft voor een extra impuls gezorgd.
We staan nu op het punt om dat door te trekken naar een leven lang leren en
loopbanen van leerkrachten en directeuren. Samenwerken moet je op alle niveaus
doen, anders gebeurt het niet. En iedereen doet het op zijn eigen manier en vanuit
zijn eigen context. Er is door ons allemaal een hele mooie basis gelegd. Daar kunnen
we trots op zijn.’
Wat zijn jouw wensen voor de toekomst?
‘Er zijn denk ik nog veel meer mogelijkheden om te benutten. Zie de leraar niet als
iemand die vier jaar studeert en dan leraar is en klaar is, maar als iemand die zich zijn
leven lang ontwikkelt. En denk over de grenzen van je eigen organisatie heen. Het is
belangrijk om die beroepsgroep de goede dingen te laten ervaren die aansluiten bij
de praktijk en bij de ontwikkelingen binnen het onderwijs.’
Versterking samenwerking
43
YU݁YU܁FבCט   Fu׉׉	 7cassandra://7BwspEnO6AjW7cc_DYrsXi6GzulxT8FnH9NHeg2cA8E H`
׉	 7cassandra://9UYoxnHo2B_rNk8VLkI1v09c2ST3Z5f5UOTFUSty62MͱV`׉	 7cassandra://VkbtZqoFNfjzd2FnhmpKCpWesLivhtvY1uCJkbxMfWU8`i ׉	 7cassandra://gYNUjyYRFPnOX27pcQ7_-OtoogfzarylCdOY8b6zVEM ͒2͠	YUޒנYU T9ׁH 3http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/nieuwsׁׁЈנYU 9ׁH /http://WWW.PARTNERSCHAPOPLEIDENINDESCHOOL.NL/ZOׁׁЈ׉EFACTS & FIGURES KWALITEITSZORG 2014-2017
BINNEN HET PARTNERSCHAP OPLEIDEN
IN DE SCHOOL VERVULLEN WE MET Z’N
ALLEN MAAR LIEFST 14 ROLLEN. IEDERE
ROL BINNEN HET POS HEEFT ZIJN EIGEN
TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN
COMMUNICATIELIJNEN. ZE ZIJN VOOR ELKE ROL
BESCHREVEN OP EEN ‘ZO-WERKEN-WIJ-KAART’.
ZO WETEN WE PRECIES HOE WE (SAMEN)WERKEN.
WWW.PARTNERSCHAPOPLEIDENINDESCHOOL.NL/ZO-WERKEN-WIJ
SCAN
OPLEIDEN IN DE SCHOOL
360
FEEDBACK
op de kwaliteit van
samen opleiden
SCAN
ONDERZOEKSCULTUUR
VERDIEPING
+ 8 interventiekaarten
om te werken aan een
onderzoekscultuur in
de school
KWALITEITSREEKS OPLEIDINGSSCHOLEN
SCAN ONDERZOEKSCULTUUR
IN DE SCHOOL
Anje Ros en Linda Keuvelaar - van den Bergh
STARTENDE LEERKRACHT
De 4 kritische beroepshandelingen
+ competenties
We brachten in beeld welke rol een
bestuur kan nemen bij samen opleiden.
INSTRUMENT BESTUURLIJKE
BETROKKENHEID
Observatie-instrument voor
vaststellen basisbekwaam
Twee katernen Steunpunt
Opleidingsschool (2017)
875 TWEETS
246 VOLGERS
8 NIEUWSBRIEVEN
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/nieuws
NIEUWE PARTNERS
NIEUWE STRUCTUUR
NIEUWE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST (2017)!
Steunpunt
Opleidingsscholen
website
13.740 X
904
709
623
TOP 3
aantal keer bekeken
De 7 producten voor de startende
leerkracht
De onderzoekscyclus
Animatie ‘Een leven lang leren in beeld’
44
KIJKCIJFERS
onderzoeken
2.845 x
professionaliseren
4.241 x
scholen-en-partners
4.979 x
opleiden
4.015 x
׉	 7cassandra://VkbtZqoFNfjzd2FnhmpKCpWesLivhtvY1uCJkbxMfWU8`i YU׉ESAMEN DELEN
Het Partnerschap Opleiden in de School
is een van de 55 partnerschappen in
Nederland die zorgdragen voor het
opleiden in de school. De meeste daarvan
hebben gebruik gemaakt van de subsidie
voor het versterken van de samenwerking
(VSLS). Alle projectleiders kwamen jaarlijks
5 tot 6 keer bij elkaar met als doel
uitwisseling en kennisdeling. Op initiatief
van Brigit van Rossum zijn de projectleiders
in Zuid-Nederland (Hogeschool Zuid,
Avans Breda, De Kempel Helmond, en
Hogeschool Zeeland, Fontys Hogeschool
Kind en Educatie) daarnaast intensiever
kennis met elkaar gaan delen, onder
begeleiding van School aan Zet, later PBT.
De projectleiders en deelprojectleiders
bespraken er thema’s als: hoe maak je het
duurzaam, wat doe je als er veel verschil
in belangen is tussen besturen. Vanuit
het POS zijn 9 katernen geschreven voor
het Steunpunt Opleiden in de School1
,
zijn alle conferenties van het steunpunt
bijgewoond, zijn er inhoudelijke presentaties
gegeven en zijn alle instrumenten
gedeeld. Brigit: ‘Laatst vroeg iemand
mij: hoe komt het dat het POS zo’n sterk
merk is? Ik denk dat het enorm heeft
geholpen dat we steeds de buitenwereld
hebben opgezocht en onze opbrengsten,
die tenslotte zijn gemaakt met geld van
de minister, hebben gedeeld. Dat delen
was ook in ons eigen partnerschap heel
belangrijk, omdat we zo groot zijn.
De meeste van onze deelprojectleiders zijn
het land in geweest, zo zijn er presentaties
gegeven in Zeeland, Flevoland, NoordHolland,
en is er een tijdje uitwisseling
geweest met Groningen omdat zij graag
de instrumenten voor de startende
leerkracht wilden inzetten. De meest
recente samenwerking is met professor
Van der Grift (RUU) voor het samen
beoordelen, een stap is die nog geen enkel
partnerschap heeft gemaakt en die hij hier
graag wil onderzoeken.’
helemaal hoeft uit te vinden. Aan de
andere kant willen mensen heel graag
eigen handen en voeten geven aan de
instrumenten. Ook dat is belangrijk, want
uiteindelijk is het proces van samen doen
veel belangrijker dan de uitkomst. Samen
door dat proces heengaan, versterkt de
inhoudelijke samenwerking. Omdat alles
bij ons al zo moest worden vormgegeven
dat iedereen daar makkelijk zelf mee
verder kon en het zelf kon inkleuren, is het
ook makkelijker te gebruiken in andere
partnerschappen.’
‘Waar we in eerste instantie nog niet zo
ver mee waren, is het inhoudelijk
WE HEBBEN
STEEDS
ALLES
GEDEELD.
BRIGIT VAN ROSSUM
projectleider
Het POS staat inmiddels bekend om de
producten die de AOS heeft opgeleverd; de
ontwikkelscan, de scan onderzoekscultuur
en de tools die helpen om onderzoek in
de school aan te vliegen, en om de aanpak
voor starters. In het najaar van 2017
worden nog twee katernen opgeleverd
over de startende leerkracht. Brigit: ‘Het
kennisdelen houdt niet op. Ik geloof daar
heel erg in, laten weten wat je aan het
doen bent, zodat niet iedereen het wiel
samenwerken. We wilden eerst zelf
onderzoeken wat er al gebeurde op dat
gebied. Door eerst de weg aan te leggen,
kunnen we het nu op elk inhoudelijk
thema toepassen. Ik heb gezien dat andere
partnerschappen die begonnen vanuit de
inhoud moeite hadden om die te vertalen
naar een duurzame praktische
samenwerking. Ik vond het mooi om te
zien welke effect een bepaalde insteek tot
gevolg kan hebben.’
1
Namelijk 5 katernen voor de academische opleidingsschool, 1 katern voor de besturen, 2 katernen rondom de startende leerkracht en 1 katern
over kwaliteitszorg.
Versterking samenwerking
45
YUYU߁FבCט   Fu׉׉	 7cassandra://PZTfNt5uOHEbl8YpU2bqur60ZuZX2cJzpxrYNnwZyKU P`
׉	 7cassandra://OhQ_4aml1DNX12Ti4y0teudNU7TX7jhgRv-k8lS3xY8;`׉	 7cassandra://01oSzMUgQLYJvLOuYHdAPevPg-kVIOIqJZgbd3vW7Nk9,`i ׉	 7cassandra://NznOMQGV9jxGMLL6gzSFytLlaIO7IQfygUcG8usyaFIjd͠	YUנYU )9ׁH -http://www.partnerschapopleidenindeschool.nl/ׁׁЈ׉EiDE DEUR STAAT OPEN.
Jos nodigt mensen die geïnteresseerd zijn in
het traineeship van harte uit om een keer te
komen kijken.
‘HET IS EEN WERELD VAN VERSCHIL.’
Hoe kijk je terug?
‘Ik vind het een hele intensieve en vruchtbare periode geweest, ik ben er twee
jaar lang bijna elke vrijdag mee bezig geweest, en daarnaast met mensen zoeken,
programma’s afstemmen enzovoort. Het rendement is ongelofelijk en echt iets om
heel trots op te zijn. Als ik zie hoe de starters er in het begin bij zaten en nu, dat is
een wereld van verschil. Ze zijn zelfverzekerder, weten waar ze het over hebben, zijn
volledig eigenaar van hun eigen leerproces, heel bijzonder. Ze weten heel goed: hier
ben ik goed in, dit vind ik lastig, dit heb ik nodig en ik weet waar ik het kan vinden.
Ze zijn heel pro-actief, betrokken bij de ontwikkeling van hun school, kritisch, en
durven ook in hun team meer te zeggen en tegengas te geven. En teamleden komen
ook naar hen toe met vragen, ze worden als volwaardige collega gezien. Dat doet wat
met hoe zij in het vak staan en het biedt hen kansen om door te groeien.’
En het effect in jullie bestuur?
‘Het heeft even tijd nodig gehad voordat het traineeship ging leven, maar inmiddels
zeggen directeuren: ‘waarom hebben wij nog geen trainee?’. Er komt steeds meer
besef dat zo’n starter van grote waarde is om als school door te ontwikkelen; het
is een innovator in de school. Ook daar zie ik een enorme meerwaarde, een kans
om de kwaliteit van je onderwijs te verbeteren. Ook POS breed zie ik dat alles
wat gefaciliteerd wordt voor de starter steeds meer een plek begint te krijgen en
dat op dat vlak de samenwerking wordt gezocht. De modules die we samen voor
het traineeship ontwikkeld hebben, zijn nu ook in een minder intensieve variant
beschikbaar onder de naam ‘Startersblokken’. In de ontwikkeling van het derde
startersblok ‘Educatief Partnerschap’ is er een fijne samenwerking geweest met
Marie-Louise van Lieshout vanuit het POS. Aan de hand van deze startersblokken
kunnen starters binnen onze stichting kiezen wat bij ze past en werken we toch vanuit
dezelfde kaders.’
Hoe gaan de trainees nu verder?
‘Zij moeten nu zelf zorgen dat ze blijven werken aan die professionalisering, die
behoefte hebben ze ook echt. Zij pakken zelf de regie en zoeken kanalen en manieren
om binnen Xpect Primair bezig te blijven met innovatie. Ze melden zich bijvoorbeeld
aan als innovatiecoach, een rol die we vorig jaar binnen de stichting hebben
geïntroduceerd. Om daar samen met directeuren en bestuurders een bijdrage aan te
leveren en dat te zien ontstaan, dat is voor mijzelf een mooi leerproces geweest.’
IN SEPTEMBER 2015 GINGEN 8 STARTENDE
LEERKRACHTEN VAN XPECT PRIMAIR IN
TILBURG VAN START MET HET TRAINEESHIP.
AFGELOPEN JUNI RONDDEN 6 DAARVAN
DIT TWEEJARIGE TRAJECT AF. INMIDDELS
IS OOK EEN TWEEDE GROEP GESTART EN
IS ER HET VOORNEMEN VOOR EEN DERDE
LICHTING IN 2018. IN TOTAAL HEBBEN
DAN ZO’N 22 'HIGH POTENTIALS’ VAN DE
STICHTING XPECT PRIMAIR DE BESCHIKKING
OVER EEN INTENSIEF INDUCTIETRAJECT.
ERVAREN LEERKRACHT JOS MONTULET WAS
DE AFGELOPEN JAREN COORDINATOR VAN
HET TRAINEESHIP EN BEGELEIDDE ZELF DE
EERSTE GROEP. ‘HET IS EEN DUURZAME
INVESTERING IN JE PERSONEEL. JE HAALT
DE KRACHT NAAR BOVEN BIJ DE MENSEN
DIE VOOR DE KLAS STAAN, JE GROOTSTE
KAPITAAL.’
Lees ook de artikelen ‘Een kijkje in de keuken van het traineeship’ (november 2015) en
‘Dankzij traineeship sterker voor de klas’ (november 2016) waarin een aantal trainees
worden geïnterviewd over hun ervaringen: www.partnerschapopleidenindeschool.nl/
professionaliseren.
46
TRAINEESHIP XPECT
PRIMAIR
JOS MONTULET
beleidsadviseur onderwijs
Xpect Primair
׉	 7cassandra://01oSzMUgQLYJvLOuYHdAPevPg-kVIOIqJZgbd3vW7Nk9,`i YU׉ESAMEN LEREN
Juli 2015, een bloedhete zomerdag. Mijn eerste kennismaking met
het traineeship. Nerveus loop ik het Expertisecentrum van Xpect
Primair binnen, het bestuur waarvoor ik de komende twee jaar
aan de slag mag inclusief een opleidingstraject voor startende
leerkrachten. Na twee jaar invallen kijk ik uit naar een vaste
baan in het onderwijs. Mijn eigen klas, eindelijk! Maar er is ook
spanning. Kan ik dat wel? Wat gaat er allemaal op me afkomen?
En op deze warme zomerdag in juli; met welke anderen zal ik aan
dit traject gaan beginnen?
Juni 2017, twee zomers later, afronding van het traineeship.
Waar sta ik nu? Wat heeft het traject me gebracht? Hoe ben
ik als leerkracht veranderd? Ik mag het volgende week in mijn
eindpresentatie gaan vertellen. Maar ik hoef er niet lang over na
te denken. Ik heb de afgelopen twee jaar iedere vrijdag bewust
stil gestaan bij mijn ontwikkeling. Heb iedere acht weken mijn
opbrengsten gepresenteerd. En heb me door de weken heen heel
regelmatig gerealiseerd hoe ik als leerkracht ben gegroeid.
Het traineeship was een traject dat voor mij op het juiste moment
kwam. Het was een proces van mezelf leren kennen. Niet in mijn
eentje binnen de vier muren van de klas, maar wekelijks met een
groep gelijkgestemden, met een coördinator die de helikopterview
had en ons kritisch bevroeg. Het was leren gebaseerd op theorie,
maar altijd gekoppeld aan de praktijk. Iedere vier weken jezelf in
de klas filmen, waardoor ik leerde waar mijn valkuilen en krachten
lagen. Vieren als iets slaagde, maar ook reflecteren op de dagen
die niet lekker liepen. Mijn rol binnen de school is veranderd.
Van een nieuwkomer die bovendien starter was, ben ik
doorgegroeid naar kartrekker en initiator. Ik geniet van de groei
die ik heb doorgemaakt en die zichtbaar is bij de kinderen in mijn
klas. Zij weerspiegelen waar ik als leerkracht voor sta. Ik mijmer
over de toekomst… waar zal ik over vijf jaar staan?
25 juni 2017
MARIEKE SCHOENMAKERS
leerkracht De Stappen Tilburg
MIJN ERVARING
ALS TRAINEE
Versterking samenwerking
47
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://NESrZKdFNeR4z5QsDBALcdcVb13X46oZmmeBTzLz68A ` 
׉	 7cassandra://ke-CeBVMmvGKEZ75sMCi7ywOXWZQ7qSxht6FXOaF1x0͉`׉	 7cassandra://3Cbobvwct47wmBODhY763jcZiDXyCbF_za8gUs1DrCE+`i ׉	 7cassandra://BdfRe7mIE6iSo5jwVJYOICL7mzV6vD2n-etiV_1WItsͤl͠	YUנYU 	̑9ׁHhttp://www.meisjeopzee.nlׁׁЈ׉E	[Lees ook het interview met Frouke Boel,
basisschoolcoach op Kindcentrum ’t Schrijverke op
www.partnerschapopleidenindeschool.nl/professionaliseren.
DE KRITISCHE
DIALOOG HEB
IK ALS ZEER
WAARDEVOL
ERVAREN.
Afgelopen schooljaar heb ik een periode mee les gegeven op de
pabo in de propedeuse, bij het thema ‘Onderwijs’. Gedurende
twee maanden heb ik iedere woensdag een groep P-studenten
begeleid in het vormgeven van hun activiteiten voor de ‘kenniskermis’.
Aangezien ik in mijn dagelijkse werk lesgeef in de
onderbouw van de basisschool en mij gespecialiseerd heb in mijn
Master opleiding tot specialist jonge kind, ben ik in overleg met
de pabodocenten, studenten gaan begeleiden die stage liepen in
de onderbouw.
Het is mooi om aankomende leerkrachten iets te kunnen leren
over mijn eigen praktijk. Dingen die ik vanzelfsprekend vind,
worden door studenten ervaren als ‘aha erlebnis’. Ik heb gemerkt
dat ik studenten, door het geven van simpele tips, kan helpen om
zelf verder te gaan met het ontwerpen van een eigen activiteit.
Studenten gaven aan dat ze het prettig vonden om met iemand te
praten die direct verbonden is met de praktijk. Zij gaven mij terug
dat de tips, ideeën en feedback ook daadwerkelijk effect hadden
in hun eigen stagegroep. Ze vertelden mij dat de soms simpele,
maar praktische tips hielpen in het samenstellen van
hun activiteiten.
Ik heb zelf van de studenten ook veel geleerd. Originele ideeën,
waar ik soms wat sceptisch tegenover stond, werden leuk en goed
uitgevoerd. Ik heb ideeën van studenten meegenomen naar mijn
eigen groep en die toegepast. Met name op het gebied van ICT
heb ik zelf een aantal dingen bijgeleerd.
Door samen met de pabodocenten de lessen voor te bereiden en
resultaten te beoordelen, heb ik een goed beeld gekregen van hoe
de pabo werkt met competenties en kritische handelingen. Tevens
heb ik met docenten samengewerkt en met hen gesproken over
mijn ervaringen. We hebben tips en ideeën uitgewisseld over wat
ik bijvoorbeeld heel goed vind aan de opleiding, maar ook wat ik
als leerkracht mis bij leerkrachten die net afgestudeerd zijn.
Deze kritische dialoog heb ik als zeer waardevol ervaren.
Kortom, ik heb deze periode ervaren als een nieuwe uitdaging,
waar ik in de toekomst wellicht nog vaker iets mee wil doen.
SJOERD KIVIT
leerkracht unit 1-2-3, basisschoolcoach en
afdelingsleider Het Palet ’s-Hertogenbosch
48
׉	 7cassandra://3Cbobvwct47wmBODhY763jcZiDXyCbF_za8gUs1DrCE+`i YU׉ESAMEN NETWERKEN
REGIOBIJEENKOMSTEN
BESTUREN O.L.V.
TEAMLEIDER EN
STUURGROEPLID
LEERNETWERKEN
STARTENDE
LEERKRACHTEN
BASISSCHOOLCOACHES
EN STUDIELOOPBAANBEGELEIDERS
’S-HERTOGENBOSCH
STARTERSCOACHES
VENLO
TILBURG
SCHOOLDIRECTIES
POS
VEGHEL
EINDHOVEN
REGIOBIJEENKOMSTEN
COÖRDINATIE
WERKVELD/OPLEIDING
MENTOREN
ONDERZOEKSGROEP
ASSESSOREN
NOOT
VAN DE REDACTIE
Wat een energie, wat een opbrengsten, wat een prachtige verhalen. Dat is de indruk die bij mij achterblijft nadat ik de
afgelopen drie jaar het POS met tekst en advies heb mogen ondersteunen. Al samenwerkend met velen en schrijvend
voor onder andere de website, communicatiehandreiking, twitter en dit magazine leerde ik over inductiefases, brokers,
feedbackfuncties en ontwikkelscans. Er ging een wereld voor me open, een wereld die ook voor de mensen die er deel van
uitmaken niet een-twee-drie te doorgronden is. Dat vraagt om elkaar meenemen, om vertellen en luisteren, om verder
denken dan je eigen bureau, klas of organisatie. Precies wat de mensen in dit partnerschap zo goed doen. Door offline en
online hun vragen en voorbeelden te delen steken zij elkaar en anderen aan met de POS vibe. En die vibe is zelfs vanaf de
zijlijn voelbaar.
Sietske Mol, tekstschrijver en communicatieadviseur
www.meisjeopzee.nl
Versterking samenwerking
49
YUYUFבCט   Fu׉׉	 7cassandra://2COJRkbkE-FLzXB_9X3tvy2kBP8Te8oxWGYYumkB6lw `
׉	 7cassandra://wlSjfwlXadalFIG6bT6KDxfVVjK1ME_msKCyugxq8Q4Ժ`׉	 7cassandra://E8hlKKnyeWvFkPXAfQr_PDBYywOnIjX1pVc8AD9xoXQA`i ׉	 7cassandra://AnTV59iQME5g6eY-T3w145uqsLU61fi6Eu-GzppkOv0 j͠	YU׉E5ALLE KLEINE
BEETJES BIJ
ELKAAR MAKEN EEN
PARTNERSCHAP.
IN 2013 DEDEN DE PENVOERDERS VAN DE OPLEIDINGSSCHOOL EN DE ACADEMISCHE
OPLEIDINGSSCHOOL EEN SUBSIDIEAANVRAAG VOOR HET PROJECT ‘VERSTERKING
SAMENWERKING LERARENOPLEIDING EN BASISSCHOLEN’. HET DOEL VAN DE SUBSIDIE
VAN DRIE JAAR VOOR BEIDE WAS: HET VERSTERKEN VAN DE ALGEMENE SAMENWERKING,
HET VERSTERKEN VAN DE INHOUDELIJKE SAMENWERKING EN HET VERSTERKEN VAN DE
STARTENDE LEERKRACHT. OM OVERLAP TE VOORKOMEN EN WEDERZIJDSE VERSTERKING
TE BEVORDEREN WERD BESLOTEN OM ÉÉN PROJECTLEIDER AAN TE STELLEN, DAT WERD
BRIGIT VAN ROSSUM. ZE GAF RICHTING, BRACHT MENSEN BIJ ELKAAR EN STUURDE EEN
HEEL TEAM VAN DEELPROJECTLEIDERS AAN. BRIGIT: ‘IN HET EERSTE JAAR BEN JE AAN
HET INRICHTEN, IN HET TWEEDE JAAR AAN HET EXPERIMENTEREN, EN IN HET DERDE JAAR
KUN JE EEN WERKWIJZE NEERZETTEN WAARMEE JE VERDER KUNT.’
Versterking algemene samenwerking
‘Terugkijkend op het project voor
de opleidingsschool, denk ik dat het
geslaagd is. De fusie van de Fontys pabo’s
en uitbreiding van het POS versterkte
de noodzaak om rollen en taken in de
opleidingsschool te verhelderen zodat
andere regio’s daar ook op hun manier
mee aan de slag kunnen. Het werd
belangrijk om duidelijk te maken hoe
je samen zorgt voor kwaliteit, dat het
POS geen hiërarchisch aangestuurde
organisatie is maar een netwerk van
samenwerkende partners, en echt iets
van opleiding en werkveld samen, en om
gedeelde opvattingen te hebben over wat
een goede basisschoolcoach doet, een
goede studieloopbaanbegeleider en een
goede opleidingsschool zodat besturen
daar keuzes in kunnen maken. Die hebben
we in ons partnerschap immers de leiding
gegeven als het gaat om het vormen van
een rijk palet aan opleidingsscholen.’
Samen beoordelen
‘Waar we elkaar enorm hebben gevonden
50
in de algemene samenwerking is het stuk
samen beoordelen. We zijn er gaandeweg
achter gekomen dat er heel veel
verschillende fasen zijn in de loopbaan
van een professional waarin we samen
aan het kijken zijn naar de kwaliteit.
Bij de intake, competentie-examens,
start- en basisbekwaam, tot aan de
masteropleidingen. Overal zetten we nu
veldassessoren in. Het is samen een leven
lang beoordelen geworden.’
Inhoudelijke samenwerking
‘We hebben waar dat nog lukte in de
tijd samen het curriculum ontworpen en
een werkwijze uitgedacht om dit ook in
de toekomst te kunnen doen, zodat het
blijft aansluiten bij wat het onderwijs
van professionals vraagt. We hebben ook
voorbeelden opgehaald van inhoudelijke
samenwerking. Dan blijkt: de kracht
van inhoudelijke samenwerking is dat
mensen elkaar kennen en elkaars praktijk
op waarde schatten. Met de verzamelde
voorbeelden gaan we de toekomst in,
ze dienen als startpunt voor een dialoog
in iedere regio om te kijken wat er
mogelijk is en hoe we de inhoudelijke
samenwerking verder en vaker kunnen
vormgeven met elkaar. Dit is opgenomen
in de verlenging van het project.’
Academische opleidingsschool
‘Het project voor de academische
opleidingsschool was met name bedoeld
om de onderzoekende houding te
bevorderen op scholen en door onderzoek
schoolontwikkeling aan te jagen.
׉	 7cassandra://E8hlKKnyeWvFkPXAfQr_PDBYywOnIjX1pVc8AD9xoXQA`i YU׉EsNAWOORD
Ook hiervoor hebben we eerst paden
gecreëerd, daarna zijn tools ontwikkeld.
We zien dat onderzoeksgroepen in de
scholen nadrukkelijker een plek hebben
gekregen. Onderzoekscultuur is bij veel
scholen echt in het DNA gaan zitten.
Het project heeft geleid tot het verder
openstellen van de academische
opleidingsschool. Waar toetreden eerst
was voorbehouden aan een selecte
groep scholen, vanwege de capaciteit
van het lectoraat, hebben we nu gezegd:
als scholen de doorontwikkeling willen
maken dan moet dit kunnen. Als ze de
infrastructuur van het opleiden in de
school goed op orde hebben, en ze willen
door onderzoek schoolontwikkeling
aanpakken, kunnen ze nu makkelijker
doorstromen. Om dit op te vangen is
een coördinator aangesteld voor de
academische opleidingsschool. Ook is
er een onderzoekscommissie ingesteld
die kijkt naar de aanvragen van scholen
die academisch willen worden en naar
onderzoeksthema’s die overal spelen.’
Projectaanpak
‘Van begin af aan heb ik het ontzettend
belangrijk gevonden om niet het project
centraal te stellen, maar de opbrengsten.
Ik heb de landelijk gebruikelijke term
VSLS bewust nooit gebruikt, maar
wel termen als startende leerkracht,
veldassessor, inhoudelijke samenwerking,
onderzoekscultuur. Daar herkennen
mensen zich in, ook na dit project. Als je
een willekeurig iemand in het POS zou
vragen naar het project, zou het zomaar
kunnen dat hij niet weet waar je het over
hebt. Als je vraagt naar de instrumenten
die zijn ontwikkeld, kent iedereen ze.
We hebben ook gewerkt aan
communicatie, zoals een website en
nieuwsbrief, zodat we met elkaar
dezelfde taal blijven spreken.’
Vonken en vuren
‘Wat ik ook belangrijk heb gevonden,
is de olievlekwerking. Ik geloof erin dat
mensen op het moment dat ze ergens
iets met elkaar hebben uitgeprobeerd,
zij daar vanuit hun enthousiasme anderen
bij kunnen betrekken. Dat is volgens mij
de manier waarop je iets groter maakt, dat
je elkaar aansteekt met vonken en vuren.
Bijna alles in het project is eerst klein
getest en verbeterd voordat we ermee
verder gingen. We hebben ook steeds de
betrokkenen het verhaal laten vertellen.
Mensen vertellen vanuit hun passie.’
Nieuwe structuur
‘Om met elkaar grip te houden op alle
regionale initiatieven hebben we de
structuur van het POS anders ingericht.
Zo is iedere regio vertegenwoordigd in
de stuurgroep en heeft iedere regio een
coördinatieduo gekregen. Doordat de
coördinatoren ook met elkaar overleggen,
zorgen ze dat POS-brede aanpak
gewaarborgd blijft. De hoofdcoördinator
sluit altijd aan bij de stuurgroep.’
Borging
‘We hadden met elkaar ontzettend veel
geld te besteden. Dat is nog niet op.
Gelukkig maar, want de fase van het
borgen is nu pas aangebroken. Een groot
deel van de restsom zal voor de reguliere
opleidingsschool nog worden gebruikt
voor het verder verdiepen en verankeren
van inhoudelijke samenwerking en voor
de academische opleidingsschool aan
het onderzoeken van bovenschoolse
samenwerking en kennisdeling, en het
inzetten van masterstudenten in de
scholen. Ook het project van de startende
leerkracht krijgt een extra zetje mee,
zodat de leernetwerken in alle regio’s
een plek en vorm kunnen krijgen.
Het samen beoordelen, dat in de regio
Den Bosch is getest en succesvol bleek,
kan eveneens in andere regio’s een plek
krijgen. Ook het werken aan de dialoog
over kwaliteit via de ontwikkelscans mag
nog verder geborgd worden. Borgen
doen we ook op papier ook met de
nieuwe samenwerkingsovereenkomst
die begin 2017-2018 getekend wordt.
Alle instrumenten en werkwijzen die we
hebben ontwikkeld hebben een plek
gekregen in de bijlage die hoort bij deze
overeenkomst. Borging in de beschrijving
en in de beleving dus.’
Trots
‘Mensen zijn gecommitteerd aan
het hogere doel van het POS, en
iedereen geeft daar binnen zijn eigen
mogelijkheden invulling aan. Al die
beetjes invulling bij elkaar maken dat je
een partnerschap bent. Ik vind het mooi
dat mensen zich de dingen die ik heb
gefaciliteerd eigen hebben gemaakt.
En ik ben trots op de horizontale
carrièreperspectieven die het project
mensen heeft gegeven.
We hebben vanuit het POS ook ons
steentje bijgedragen aan de landelijke
ontwikkelingen, door het verzorgen van
presentaties op allerlei congressen en de
katernen die we hebben geschreven voor
het Steunpunt Opleidingsscholen: vijf
voor de academische opleidingsschool,
een voor de besturen, twee rondom de
startende leerkracht en een katern over
kwaliteitszorg. Ook daar ben ik heel
trots op.
Alle deelprojectleiders hebben met elkaar
onschatbare netwerken gebouwd, dat zijn
echt boundary crossers geweest. Ik vind
het heel mooi om te zien dat het voor hen
zo normaal is om bij elkaar binnen te
lopen en door stichtingen en aanstellingen
heen te werken. We zijn allemaal voor
hetzelfde doel bezig: goed opgeleide
professionals die elke dag kunnen
genieten van het verzorgen van geweldig
onderwijs in onze regio!’
BRIGIT VAN ROSSUM
projectleider
Versterking samenwerking
51
YUYUFבCט   nFu׉׉	 7cassandra://5vIK8THzQN2Kr_358EUdNVnFWemIp7zSskuBJzEuPWw (` ׉	 7cassandra://C4rotCUdwpIyBKwn8q6zcFwMNR5zc8KtTK8XO1nI3G0$`S׉	 7cassandra://NGi578W1HII8BgfSSmIn7-Ry01E0JKsdJPXnvSXYMe8D`̵ ׉	 7cassandra://SHHogtEHJUnHUtPtpSAXsZ2AYrnhC43OoWWwt4QIxRÄ́7
͠YUנYU F9ׁH ,http://www.partnerschapopleidenindeschool.nlׁׁЈנYU -9ׁH -mailto:info@partnerschapopleidenindeschool.nlׁׁЈ׉EhPostbus 104
5240 AC Rosmalen
(073) 850 78 50
info@partnerschapopleidenindeschool.nl
www.partnerschapopleidenindeschool.nl
@SamenOpleiden
samen leren creëren
EEN LEVEN LANG LEREN
DEEL 1
Mees,
eerstejaars
pabostudent
DEEL 3
Van startbekwaam
naar basisbekwaam
DEEL 5
Het partnerschap,
samen leren creëren!
DEEL 2
Op naar
DEEL 4
Mees wil meer.
startbekwaamheid!
׉	 7cassandra://NGi578W1HII8BgfSSmIn7-Ry01E0JKsdJPXnvSXYMe8D`̵ YU׈EYUYUF)Magazine Enfin De opbrengst van 3 jaar versterking samenwerking in het Partnerschap Opleiden in de School. Interviews, artikelen en facts & figures, ondersteund met prachtig beeldmateriaal. Y& p