׉?4ׁB! $בCט { {u׉׉	 7cassandra://Cr2ryyw_5FcYPEwMn7YJc4kCl9YZFoEYYfWv7vbxh7c n`׉	 7cassandra://M5o62QATXkBwylrhk53ewoxwCtjYKuTgz4dpT8ZXaGs?`׉	 7cassandra://dz1CEkX-Gg5AU8uoIbnUeVJq4SkDXmxPJiVBpWclTGwA`j ׉	 7cassandra://I_hkzp8V_S99sATyvsjqOC85eCMoU9ODL_4xG4IvBfw ,4͠	c?\H$s,Tט   {u׈   frJ  ׈Ec?\H$s,׉E Klimaatbestendig bouwen in beeklandschappen
Ontwerpprincipes en spelregels voor gebiedsontwikkelingen in beeklandschappen in Noordoost-Brabant
׉	 7cassandra://dz1CEkX-Gg5AU8uoIbnUeVJq4SkDXmxPJiVBpWclTGwA`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://epL7LEnjwrXbCCH7YkkE7FJ_86C8LC24-zUWAymsMqQ` ׉	 7cassandra://lg4p-yhQI2JQd3wGKd5juqVlWYmhszMuJuBj-OrKJDo` ׉	 7cassandra://uElfR9cGbSEXICP3FZjGc2VnYzjvJASt6osa3kEXC-0` j ׉	 7cassandra://2qm7OfgvWt0k06LKVzQ0Y3cxmhibit1CWQT6FNtDSP0͠	c?\H$s,Vט { {u׉׉	 7cassandra://AAJWfYMiwNzEahnZEB9vq5H7pmw4c4pmSYM5BWI88y8` ׉	 7cassandra://JUQ6vrHmjbHhuAaHJ69sqggdHWnKz3bnjwo20Ux6JIE/` ׉	 7cassandra://FxPRaBdrjOcwdkLYwH2MN_Fuu5uR5i3g_JdQsZTKNx4` j ׉	 7cassandra://tSrltk1Zolm20mZ8HpE1QbAh6gWlxuYY4wSqaZhzFAoa͠	c?\H$s,W׉E .2 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://uElfR9cGbSEXICP3FZjGc2VnYzjvJASt6osa3kEXC-0` j c?\H$s,׉EXKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
3
Klimaatbestendig bouwen in beeklandschappen
Ontwerpprincipes en spelregels voor gebiedsontwikkelingen in beeklandschappen in Noordoost-Brabant
Regio Noordoost-Brabant
Programma Klimaatadaptatie
Project Klimaatrobuuste beeklandschappen
Over Morgen & Kruit|Kok Landschapsarchitecten
23 augustus 2021
׉	 7cassandra://FxPRaBdrjOcwdkLYwH2MN_Fuu5uR5i3g_JdQsZTKNx4` j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://epL7LEnjwrXbCCH7YkkE7FJ_86C8LC24-zUWAymsMqQ` ׉	 7cassandra://lg4p-yhQI2JQd3wGKd5juqVlWYmhszMuJuBj-OrKJDo` ׉	 7cassandra://uElfR9cGbSEXICP3FZjGc2VnYzjvJASt6osa3kEXC-0` j ׉	 7cassandra://K8DWq4mFQFNOAmfxOa7ucGLvahDqsAYtBZTS5-yc0lg͠	c?\H$s,Yט { {u׉׉	 7cassandra://LfwS2UMgMY0JPIuKLToe79E5LseB3AbQsSVue6W5WHM p` ׉	 7cassandra://kMtMTdyZOW-MxOMocGO0d3P8Tgvc9T86QnSxKlWyeJ0` ׉	 7cassandra://OhXrt5qYTRIAu5d3O39nRtOWDV540hlFKbKapA5lWFsm`j ׉	 7cassandra://Befz-76HiZc6ojPMBSSLVkaqnpxA9U8ayKUwObe2NJg`͠	c?\H$s,Z׉E .4 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://uElfR9cGbSEXICP3FZjGc2VnYzjvJASt6osa3kEXC-0` j c?\H$s,׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
5
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ....................................................................................................................................................................................................................
1.1 WERKEN AAN EEN KLIMAATPROOF BRABANT .........................................................................................................................................................
1.2
1.3
1.4
1.5
2
2.1
2.2
‘KLIMAATROBUUSTE BEEKLANDSCHAPPEN’ IN DE REGIO NOORDOOST-BRABANT ............................................................................................
DOEL EN FOCUS VAN DEZE STUDIE: GEBIEDSONTWIKKELING IN DE STADS- EN DORPSRANDZONE ................................................................
PLAN VAN AANPAK .......................................................................................................................................................................................................
LEESWIJZER ..................................................................................................................................................................................................................
UITGANGSPUNTEN .....................................................................................................................................................................................................
ELKE DRUPPEL VASTHOUDEN EN INFILTREREN WAAR DEZE VALT ........................................................................................................................
FUNCTIES PASSEN ZICH AAN HET BODEM- EN WATERSYSTEEM AAN ....................................................................................................................
2.3 WAT SCHOON IS MOET SCHOON BLIJVEN ................................................................................................................................................................
INTERMEZZO I: HET BEKENLANDSCHAP IN NOORDOOST-BRABANT ..................................................................................................................................
INTERMEZZO II: SAMENHANG TUSSEN LANDSCHAP, WATERSYSTEEM EN GEOMORFOLOGIE ........................................................................................
3
3.1
3.2
3.3
3.4
4
7
9
12
16
17
17
21
24
28
32
34
40
SPELREGELS VOOR KLIMAATBESTENDIG ONTWIKKELEN IN HET BEKENLANDSCHAP ....................................................................................
GEBRUIK DE KERNINSTRUMENTEN VAN DE OMGEVINGSWET OM KLIMAATADAPTATIE TE BORGEN IN BELEID EN UITVOERING ...............
DE EERSTE STAP: VERANKERING IN DE OMGEVINGSVISIES ....................................................................................................................................
VERBREED VAN ‘KLIMAATBESTENDIG’ NAAR ‘INTEGRALE DUURZAME GEBIEDSONTWIKKELING’ ...................................................................
BEPAAL HOE JE JE ALS OVERHEID IN GEBIEDSONTWIKKELING TOT INITIATIEFNEMERS WIL VERHOUDEN EN HANDEL DAAR NAAR ..........
47
48
51
53
56
UITDAGINGEN UIT DE PRAKTIJK: GEBIEDSONTWIKKELING THEEREHEIDE EN DE VELDSTRAAT ................................................................... 59
LITERATUUR .................................................................................................................................................................................................................
COLOFON ......................................................................................................................................................................................................................
68
69
׉	 7cassandra://OhXrt5qYTRIAu5d3O39nRtOWDV540hlFKbKapA5lWFsm`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://HmSU_KGJIQpSgLh2rIuQs9S1yG2xFZd66onpzlca554 t]`׉	 7cassandra://rx3LrfTAEXrg9XocZG_sipdZmEcLtZ5SvymSMmvB1AA`׉	 7cassandra://pfUtiUlqobokLiYSCmtqaB_AfPYhSwvTXSiF98iSKvUH`j ׉	 7cassandra://ivmBrfxeT3GA2N7gZMnkhF5WfMFVoQL8LDtLIiWLN00 6͠	c?\H$s,\ט { {u׉׉	 7cassandra://caJ2uhQLkvTI9QZPVo0IjkRbQ2YkeAPQCxZlJglHN-wL` ׉	 7cassandra://nf94EuTjdY-qFRUZmyFjozHlJ0IBF6SElQSXQA-K8i4`׉	 7cassandra://AI2rwClbhQWmwTNlnzOhf8ptvhoWyBXDIHr2y6FZLh8^`j ׉	 7cassandra://YS2qo5FqvGnZm9FzmR2U486r6XT541jLlpyo-kJwym84͠	c?\H$s,]׉E׉	 7cassandra://pfUtiUlqobokLiYSCmtqaB_AfPYhSwvTXSiF98iSKvUH`j c?\H$s,׉E :KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
7
1
INLEIDING
׉	 7cassandra://AI2rwClbhQWmwTNlnzOhf8ptvhoWyBXDIHr2y6FZLh8^`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://XqTVvMa8aTbDRObe54Z1oFju_L0dzr-A8QRqWYjYzUI 
w`׉	 7cassandra://afoBfWKoZ9ObSJeCFtWbIJN-aBB1kQazZyeVt8hZc9I 56`׉	 7cassandra://fAZCs-4g4elKQYlGSqsA0qliDCxHK_Vu9lqAyC1XZ3cY`j c?]H$s,_ט { {u׉׉	 7cassandra://R4bBbeRVv7f_meUyBP2Rzqo6fcf00oJZQ-Tkn5zcbkk `׉	 7cassandra://xYlKK3PUBMpnv-t9o8X_kbon3cRSkVINCN_YyvGuI0U֝`׉	 7cassandra://ezya0HF3bwH0AciFPF5Qwb4BdbMbnrt8XYwVJCvxYxQ;`j ׉	 7cassandra://AC6ath5BiUetH8O_yVDzuprlKPfWN-fvPbZUvwYxkjY 4͠	c?]H$s,`׉E 'Groene daken
Tiny forest
Groene wanden
׉	 7cassandra://fAZCs-4g4elKQYlGSqsA0qliDCxHK_Vu9lqAyC1XZ3cY`j c?\H$s,׉E/KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
9
1.1
WERKEN AAN EEN KLIMAATPROOF BRABANT
Werken aan een klimaatproof Brabant is een van de vier
pijlers van de Brabantse omgevingsvisie. Klimaatproof wil
zeggen dat de risico’s van weersextremen in 2050 aanvaardbaar,
draagbaar, en beheersbaar zijn. Zowel in de
Brabantse Omgevingsvisie (2018) als de Visie Klimaatadaptatie
(2020) is er veel aandacht voor het beeklandschap,
omdat een groot deel van Noord-Brabant karakteriseert.
De
urgentie is hoog. Het huidige watersysteem is kwetsbaar
geworden in het huidige klimaat. Er valt op jaarbasis
genoeg regen en dat blijft ook zo in alle klimaatvoorspellingen.
Naar verwachting zal de neerslag wel steeds grilliger
komen en met meer extremen. Steeds vaker zijn er
lange perioden dat er geen of nauwelijks regen valt, wat
leidt tot droogte. En als het dan regent, dan regent het
ook flink met als gevolg wateroverlast.
Een ‘klimaatproof Brabant’ kan alleen gerealiseerd worden
in samenhang met andere opgaven. Zo is er de samenhang
met andere duurzaamheidsopgaven zoals de
energietransitie, biodiversiteit en de circulaire economie.
Werkgelegenheid, milieuopgaven als stikstof en PFAS,
recreatie, toerisme, het toegenomen thuiswerken en de
behoefte aan voldoende goed en betaalbare woningen
hebben invloed op de leefomgeving. Deze opgaven kunnen
een klimaatproof Brabant zowel beperken als versterken.
De Omgevingswet nodigt uit om ‘klimaatproof’
onderdeel te laten zijn van een veilige en gezonde leefomgeving
en water en klimaatadaptatie te benaderen als
ruimtelijke opgaven.
Wadi
׉	 7cassandra://ezya0HF3bwH0AciFPF5Qwb4BdbMbnrt8XYwVJCvxYxQ;`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://Dq4W7p5KI--XapabV0J0GAtc8Lg-PDpSE6uvcaZ-Jvg }`׉	 7cassandra://LQk7c_dyU0rO8Y0u9ZlNs2fujF60JBaSMzXhnIsk57gi'`׉	 7cassandra://q_MlkmTIG1I0JyJWUBz4kd0G9Tv4B_ZIEtSZkyEzKtw Q`j ׉	 7cassandra://OhHGWrC7_QJaZ9ZrIqsLUF_0uLM1qsBRyPw5aKZSRG0 y͠	c?]H$s,bט { {u׉׉	 7cassandra://_NTrI7pOwV7hOh7pYZgrQz9J7aLKSiLtRnvtzZ1YC-s Ȏ` ׉	 7cassandra://R7fDQzHkPvUa9uZ9JPmsKEGCcl63OZwC68LiJPdoZIo~
` ׉	 7cassandra://eVOLzgNFC2ufnwIinB61f37eC8LsVutyL6v84KrfeOE`j ׉	 7cassandra://A0xkDqCwF2cWoIe3kX9soQUQpQWm5cxpxA5_N-ppOboN͠	c?]H$s,c׉E10 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Figuur 1: Schematisch 3D overzicht van het bekenlandschap. Dit overzicht is een uitbreiding van de figuur uit ‘Het verhaal van de Aa’, waarbij we de stads- en dorpsrandzone
toevoegen als extra landschapselement (Xi-ontwerp, 2020)
׉	 7cassandra://q_MlkmTIG1I0JyJWUBz4kd0G9Tv4B_ZIEtSZkyEzKtw Q`j c?\H$s,׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
11
Steden zijn kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering, zoals wateroverlast,
hitte, droogte en wind. Ook het bebouwd gebied in Brabant heeft
steeds meer te maken met deze effecten, zoals hittestress en wateroverlast.
Ook droogte kan leiden tot schade aan natuur, infrastructuur en huizen. Meer
ruimte voor groen en water in de stad kan voor minder overlast zorgen en
biedt tegelijkertijd veel mogelijkheden om steden leefbaarder en gezonder
te maken.
Tegelijkertijd staan veel gemeenten in Noord-Brabant voor grote bouwopgaven,
variërend van renovatie tot nieuwbouw en herinrichting. Tussen 2020
en 2030 moeten er 120.000 woningen worden gebouwd om aan de woningvraag
te voldoen; voor de regio Noordoost-Brabant is dat 30.000. Deze bouwopgave
wordt soms binnen het bebouwd gebied en soms aan de randen van
bestaande dorpen en steden ingevuld.
Overal waar aan de slag wordt gegaan, liggen kansen om in te spelen op de
gevolgen van klimaatverandering. Het klimaatbestendig en natuurinclusief
bouwen krijgt nationaal, provinciaal en in regio’s en gemeenten steeds meer
aandacht. Deze klimaatbestendige verstedelijking kenmerkt zich door het
“mantra”, minder verharding en meer groen. Vegetatie verbetert immers het
milieu, zorgt voor minder luchtvervuiling, dempt geluidshinder, zorgt voor
waterberging, infiltratie en extra verdamping, en verkoelt in warme perioden.
In dit onderzoek in het kader van het project klimaatrobuuste beekdalen richten
we ons op een specifieke, zeer dynamische zone van de overgang van
stad en dorp naar het buitengebied en het beekdal. Allereerst bepalen we de
definities van dit onderzoek en de dynamiek die in deze gebieden ligt.
Wat verstaan we onder het beekdal en de stadsrandzone? Wat speelt in deze
overgangszone nu en hoe kunnen we deze dynamiek gebruiken voor het ontwikkelen
van klimaatrobuuste beeksystemen en stedelijke overgangsgebieden?
׉	 7cassandra://eVOLzgNFC2ufnwIinB61f37eC8LsVutyL6v84KrfeOE`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://u9toXqYnEVkon7CoB_3s5WX7hRDSQilIxfd0P-Gj-Y8 ` ׉	 7cassandra://G_8YpDVgUsAsGSODsSBpiKdIlUe74TxxummmnuA1WDo͓`׉	 7cassandra://HJLAdFPfSUqYFY2wjlnAOwZyRhydWpnqA500vwGP8mk"x`j ׉	 7cassandra://9vDItkpykx_dXqM9emSRxQqjnTXRn1XHLI4sm8w3aAwm͠	c?]H$s,eט { {u׉׉	 7cassandra://ZxkZN6-9DOghCD8bcWbNNt3frXG7fW-G7KJxfYcOG14 `׉	 7cassandra://bT0reCERm21PGAY5P4JMXrSxv_6QMlmyy40zP33JgzUbr`׉	 7cassandra://moLMgW40aVdPl2hUhwVnUiHHKeRAfvx-u5KU-ysJuHY`j ׉	 7cassandra://1BcOPxlrN5_98_DTsj-rXZculIUG0LsREn7wPBcHNZA ߦ͠	c?]H$s,f׉E
12 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
1.2
‘KLIMAATROBUUSTE BEEKLANDSCHAPPEN’
IN DE REGIO NOORD OOST-BRABANT
InIn de regio Noordoost-Brabant werken 17 gemeenten en 2 waterschappen
samen aan een regio waar het goed wonen, werken en leven is, nú en in
de toekomst. Een van de programma’s is het programma Klimaatadaptatie,
waarbij wordt gezocht naar een klimaatbestnige en water robuuste inrichting
van Brabant. Dat programma behelst vijf projecten:
1) Klimaatbestendige beeklandschappen
2) Verdieping van de klimaatstresstesten
3) Klimaatbewustzijn
4) Klimaatadaptieve bedrijventerreinen
5) Bodem voor klimaat
Dit onderzoek is geïnitieerd door het project Klimaatbestendige beeklandschappen.
De ‘Reisgids: op weg naar klimaatrobuuste beeklandschappen’
(HNS, 2018) opgesteld door de provincie en waterschappen, is voor deze
projectgroep een belangrijk vertrekpunt. De Reisgids benadrukt dat de verhaallijn
van het Brabantse landschap begint bij het bodem- en watersysteem.
Het bodem- en watersysteem biedt veel perspectieven als basis voor de omgevingskwaliteit
voor de toekomst van de stads- en dorpsrandzones en is
geworteld in de lokale identiteit van een gebied. Dit is in de Omgevingswet
opgenomen als de ‘lagenbenadering’.
Eén van de onderzoeken die in het project Klimaatrobuuste beeklandschappen
is uitgevoerd, is het onderzoek naar de diverse perspectieven voor deze
beeklandschappen in 2050 (Klimaatrobuuste beek(dal)landschappen Noordoost-Brabant
in perspectief 2050, WUR 2021). Dit rapport borduurt voort op
het WUR-rapport ‘Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120’ en
werkt voor de Regio Noordoost-Brabant met name het leidende principe (2)
‘Optimaal benutten van water’ verder uit in drie verhaallijnen voor de beekdalen
Dommel, Aa en Raam. In deze verhaallijnen hebben de karakteristieke
aspecten van elk beekdal hun plek. Voor de drie beek(dal)landschappen van
de Dommel, de Aa en de Raam zijn kenschetsen gemaakt, en drie scenario’s
op basis van grootte van ingrepen beschreven. Voor elk beekdalsysteem zijn
drie scenario’s uitgewerkt:
De diverse visuele uitwerkingen voor de beekdalen van de Dommel, Aa en
Raam laten zien wat de ruimtelijke en hydrologische impact is van de drie
verhaallijnen. Ook toont het aan dat de beken belangrijke structuurdragers
in het Brabantse landschap zijn en dat hun klimaatrobuustheid vormgegeven
kan worden als motor voor bredere ontwikkelingen en belangen. De inzet is
dat de gemeenten, die deeltrajecten van deze beken op hun grondgebied
hebben liggen, hiermee rekening gaan houden in de uitwerking van hun Omgevingsvisies.
•
beek(dal)landschappen in verandering
• beek(dal)landschappen inclusief
• beek(dal)landschappen van formaat
׉	 7cassandra://HJLAdFPfSUqYFY2wjlnAOwZyRhydWpnqA500vwGP8mk"x`j c?\H$s,׉E
KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
13
De Dommel
Figuur 2: De lagenbenadering (Ruimte met
toekomst, 2014) neemt het bodem en watersysteem
als uitgangspunt (Ondergrond), kijkt
vervolgens naar de infrastructuur boven en
onder de grond (Netwerken) en stemt daar
het landgebruik op af (Occupatie).
De Aa
De Raam
Figuur 3: De stroomgebieden van de drie
beeklandschappen van de Dommel, de Aa
en de Raam. Het stroomgebied van de Hertogswetering
in het noorden van de regio is
een polderlandschap (de Rooij et al., 2021).
׉	 7cassandra://moLMgW40aVdPl2hUhwVnUiHHKeRAfvx-u5KU-ysJuHY`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://6J3JmYtRjvm8B-xpGNiwyVkd6NtLr_xKyMAGNcCDvq0 `׉	 7cassandra://IkomP7fRgnJ5wPIEdWwfBFe6U8DLe30RUYSaY4ErZnonA`׉	 7cassandra://1AANjdYoVZSB-eZY18bccvGpgGwJbzAZCVffvaBAL2Q!z`j ׉	 7cassandra://xHVyfLXkTs59iMsoH5QhSfKRRJK-rcLYdXc87BU_a8I d͠	c?^H$s,iט { {u׉׉	 7cassandra://jwbk6kzh-qvOJzIBk26_s2G0nFV7inEJwQXsIzZ-Aek O>`׉	 7cassandra://U2j-tY2W945EOJnZYczMjOq_D-i_LkrrM68WK-er2eko`׉	 7cassandra://untGwUNH-fr28opQa3RCYuzTYEbSWXnCmm0LNBvVM7A$`j ׉	 7cassandra://EOzq_Hb5LoK2Lj7KUW8Zecua7Zpc54n_ZVpZUoEFB2o ǃ͠f c?^H$s,j׉EV14 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Perspectief beek(dal)
landschappen
In verandering
Inclusief
In het perspectief In Verandering staat de
huidige incrementele aanpak met behoud
van het huidige landschap, landgebruiksvormen
en kwaliteiten centraal. Tal van
initiatieven worden ontplooid, maar fundamentele
keuzen blijven vooralsnog uit.
In het perspectief Inclusief is natuurinclusief
en circulair de nieuwe norm.
Kleinschaligheid, vervlechting en diversiteit
zijn grondbeginselen.
Van Formaat
In het perspectief Van Formaat zijn fundamentele
keuzen gemaakt voor grootschalige
oplossingen en systeemveranderingen.
De
beekdalen en de hogere dekzandruggen
voeden optimaal het regionale
watersysteem. De landbouw is sterk geinnoveerd
naar circulair ingerichte landbouwsystemen
met high-tech oplossingen
en nieuwe teelten.
De Dommel
De Aa
De Raam
׉	 7cassandra://1AANjdYoVZSB-eZY18bccvGpgGwJbzAZCVffvaBAL2Q!z`j c?\H$s,׉E׉	 7cassandra://untGwUNH-fr28opQa3RCYuzTYEbSWXnCmm0LNBvVM7A$`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://ILEPWAA9fFRQ6DutduWVCJX919uiKxAcPwsK_VW2Zro 
` ׉	 7cassandra://HcH47zj0PTEiAs056R1XwM4G6Dd4K2dkB4NHxHg7LRc`׉	 7cassandra://aBzGcn17QxZkMthTiUlei-kA6Q7pr8UmL6aJRcNBI7E*_`j ׉	 7cassandra://OaKIrJ8GBDWzA860XA5iOMxBEDeN5yh_71sdnSzNzLY^͠	c?^H$s,lט { {u׉׉	 7cassandra://2cwjRgrZgEHSB341INWScEun-l5IZSvCbtZ_zt96PAM ѥ` ׉	 7cassandra://UpAl6IHH1WN_sDOf3Dmnh0iokBeQGDUslnHCqOOxGhA͹i`׉	 7cassandra://tQ7EswjV22W5Q2QK36ouh2PxiZTDPIu-ZrpqjBWoTBo.`j ׉	 7cassandra://ONq0Pq4EbTkgbwjHJ2ep6RaOC1T-4e94kFWDaxCae_gͅgt͠	c?^H$s,m׉E16 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
1.3
DOEL EN FOCUS VAN DEZE STUDIE: GEBIEDSONTWIKKELING
IN DE STADS- EN DORPSRANDZONE
De tot nog toe uitgevoerde onderzoeken binnen het project Klimaatrobuuste
beekdallandschappen richten zich op de grote systemen van de beken Dommel,
Aa en Raam. Er is behoefte om deze studies te concretiseren, zowel richting
het landelijk gebied (o.a. landbouwtransitie), als richting het bebouwd
gebied. In deze studie zoomen we in op gebiedsontwikkeling in de stadsrandzone
of dorpsrandzone op de flanken van het beekdal. Daarmee laten we
ontwikkelingen in het landelijk gebied grotendeels buiten beschouwing.
De overgangen tussen stad en dorp en het beeklandschap zijn geen harde
lijn, maar vormen een bredere zone die wordt gekenmerkt door een grote
dynamiek. Stadsranden worden steeds multifunctioneler en belangrijker
voor het functioneren van het stedelijk gebied en van het buitengebied. Deze
zone staat bloot aan veranderende ruimteclaims voor wonen, werken, landbouw,
en recreatie. Niet zelden is de kwaliteit van de stadsrand het resultaat
van technische afwegingen vanuit verschillende sectoren. Daarbij wordt
voorbijgegaan aan de betekenis die stadsranden kunnen hebben voor een
duurzame ontwikkeling van de regio en de kwaliteit van de leefomgeving in
een gemeente.
Door stadsranden te beschouwen als aparte ruimtelijke categorie ontstaat
een ander perspectief: de stadsrand als schakelgebied waar bovenlokale
vraagstukken voor energie en klimaat, voedsel en natuur, mobiliteit en leefomgeving,
afstemming stedelijke waterhuishouding en watersysteem in het
buitengebied bij elkaar komen.
Aan de hand van twee casussen onderzoeken we deze relaties. De twee casussen
zijn Theereheide (Sint-Michielsgestel) en Veldstraat (Heeswijk). Deze
casussen worden toegelicht in tekstblokken in hoofdstuk 4. De twee casussen
zijn gekozen omdat een groot deel van de gemeentelijke woningbouwopgave
gepland zijn in deze stadsrandzones. De casussen laten duidelijk zien dat de
aansluiting van het stedelijke rioolsysteem via overstorten overgaat in het
regionale oppervlaktewatersysteem, met een opgave voor zowel de hoeveelheid
water als voor de waterkwaliteit. Dat betekent ook dat hier verantwoordelijkheden
van de gemeente, het waterschap, de provincie, ontwikkelaars
en bewoners en bedrijven samenkomen. Dat leidt tot spanningen tussen,
maar ook tot kansen voor woningbouw en voorzieningen, financiën, klimaatadaptatie
en andere duurzaamheidsaspecten, zoals biodiversiteit, circulariteit
en energietransitie.
Naast het oplossen van deze aansluitingsknelpunten kunnen een integrale
aanpak van deze randzones ook zorgen voor robuuste landschappen van betekenis,
met een duidelijke identiteit, op basis van bestaande landschapskwaliteiten,
cultuurhistorie of door nieuwe identiteiten te creëren. Verweving en
versterking van verschillende functies in deze zone dragen bij tot samenhang
tussen stad, dorp en land. Toegankelijke groenstructuren zorgen voor verhoging
van de recreatieve waarden. Buffering van water in vegetaties dragen bij
aan de ontwikkeling van een biodiverse gradiënt op de beekdalflanken.
In deze zone is het essentieel om open ruimten te behouden tussen verstedelijkte
gebieden, zodat groen, rust en ruimte voor iedereen op redelijke afstand
beschikbaar blijft, maar ook ruimte voor agrarische activiteiten is of
flexibele ruimte voor de opvang van extremen in kader van de klimaatverandering.
In
deze studie richten we ons zowel op de inhoud als het proces van klimaatbestendig
ontwikkelen in de stadrandzones van het beeklandschap in Noordoost-Brabant.
׉	 7cassandra://aBzGcn17QxZkMthTiUlei-kA6Q7pr8UmL6aJRcNBI7E*_`j c?\H$s,׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
17
1.4
PLAN VAN AANPAK
Dit rapport is tot stand gekomen in 3 fasen:
1. Definitiefase (januari – juni 2020):
Aan de hand van 6 interviews met medewerkers van de waterschappen De
Dommel en Aa en Maas, de gemeenten Sint-Michielsgestel en Bernheze en
met projectontwikkelaar Heijmans is de scope en focus van dit rapport bepaald
en informatie verkregen over de twee casusgebieden.
2. Gebiedsateliers (september – december 2020):
In twee digitale gebiedsateliers – voor elke casus één – is de analyse van de
casus getoetst en verdiept.
In het gebiedsatelier Theereheide is van initiatief tot gebruiksfase verkend
welke knelpunten, hoofdrolspelers, hulpmiddelen en beleidskaders er zijn
om gebiedsontwikkeling klimaatbestendig uit te voeren.
In het gebiedsatelier Veldstraat is verdiept op het proces tussen de verschillende
actoren. Klimaatbestendig ontwikkelen heeft voor een groot deel al
vorm gekregen in het programma van eisen in de gebiedsontwikkeling, maar
om dat tot en met uitvoering en gebruik vol te houden blijkt een hele uitdaging.
3.
Rapportage (januari – september 2021):
De uitkomsten uit de gebiedsateliers zijn aangevuld met kennis over het
beekdallandschap en beschikbare ervaring rond klimaatadaptatie in gebiedsontwikkeling.
Het resultaat is dit rapport.
Dit rapport is een eindpunt en meteen ook weer een begin. Het is een hulpmiddel
voor gemeenten, waterschap en/of private partijen die aan gebiedsontwikkeling
werken in beekdallandschappen.
We geven met dit rapport richting en concrete handvatten voor die partijen
die met hun instrumenten en activiteiten invulling kunnen geven aan het klimaatbestendig
ontwikkelen in de overgangen van het stedelijk gebied naar
de beeklandschappen.
1.5 LEESWIJZER
Nederland kent een grote watertraditie. Door de jaren heen hebben we water
gebruikt om dit landschap te bouwen en te gebruiken. Bouwen aan water
heeft de cultuurhistorie van het landschap en daarmee de lokale identiteit
in Noordoost-Brabant mede bepaald. De hedendaagse wateropgaven geeft
ons de mogelijkheid om deze cultuurhistorische waarde te koesteren en uit
te bouwen voor de opgaven van de 21ste eeuw. Water is geen last, maar
juist een lust. De geruststellende gedachte is: er is heel veel bekend over de
werking van het bodem- en watersysteem, de invloed van klimaatverandering
erop en de maatregelen die je kunt nemen. Er is minder bekend over de
werking van die maatregelen in de tijd, omdat gebruik, beheer en onderhoud
van de voorzieningen invloed hebben op de werking van de maatregelen.
Om invulling te geven aan deze opgaven van de 21ste eeuw, werken we in
hoofdstuk 2 ontwerpprincipes uit. Deze ontwerpprincipes bestaan uit:
1) gedeelde ambities,
2) uitgangspunten en
3) principe-maatregelen.
In hoofdstuk 3 laten we zien hoe deze ontwerpprincipes in de praktijk worden
gebracht. Dat noemen we de ‘spelregels’. Figuur 4 laat de relatie zien tussen
deze spelregels en ontwerpprincipes. In hoofdstuk 4 passen we de principes
en spelregels toe op twee casussen en doen we verslag van de twee gebiedsateliers.
Twee intermezzo’s, tussen hoofdstuk 3 en 4 in, bieden diepgaander
begrip over de geschiedenis en werking van het bekenlandschap en wat de
samenhang is tussen landschap, watersysteem en geomorfologie.
׉	 7cassandra://tQ7EswjV22W5Q2QK36ouh2PxiZTDPIu-ZrpqjBWoTBo.`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://SuZrzX_r-X_z6A_BHSEhfA-cHPtYfbG1eACI64TNlcA `׉	 7cassandra://rhSDmzCfIO-HQ9rj86u0oLq17SG4rTZX7g_xzEmQQAM͠`׉	 7cassandra://m4ImUn8RYxwCeCPlLcPJENFCB1qC_rLny4sI1b2zKp8,`j ׉	 7cassandra://g3-CVN126DNh7GKIxXw78YeWdMs3jDGX7GadkOemXiQ ,G͠	c?_H$s,oט { {u׉׉	 7cassandra://PW5ypF1JWeIfxa_VxwgU_GAOUpmAegVP2Rd2-26wIr8 ?`׉	 7cassandra://YFOPFv2XMgdk3g7pUnPxDF6qVGRHWqw3LCnws3JyEIsG`׉	 7cassandra://7o0BYPFH2y_cSGowenQOCvAS0xLt9qilQbDbKGbnbDA$`j ׉	 7cassandra://RcTj6N7ElriNsNZ1N7oMfGq2ioyigZ1kpQkc0OBJZuM u͠	c?_H$s,p׉E18 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
De samenhang tussen de begrippen in figuur 4 werkt als volgt.
Allereerst is een gedeelde ambitie voor de stads- en dorpsrand noodzakelijk.
Vaak biedt de stadsrand een aantrekkelijke omgeving om te wonen of te
werken. Deze aantrekkelijkheid kan terugkomen in een gemeenschappelijke
identiteit voor een gebied of gebiedsontwikkeling. Denk aan de ‘Watermotor
Wijkervoort (paragraaf 2.3), de Blauwe Poort in Laarbeek, of ‘Wonen in het
beekdal’.
Op basis van een ambitie kunnen uitgangspunten worden verwoord hoe
om te gaan met het water. Deze uitgangspunten gelden universeel voor alle
beekdallandschappen in Noordoost-Brabant, waarbij accenten in de toe te
passen maatregelen kunnen verschillen op basis van de gebiedsambities en
de karakteristieken van het beekdallandschap.
De uitgangspunten worden concreet met principe-maatregelen. Principe-maatregelen
kunnen bijvoorbeeld de inzet van wadi’s zijn, het verhogen van
vloerpeilen of waterkerende constructies, en geven inspiratie aan de planvorming
en het ontwerp.
Spelregels geven tot slot een stok achter de deur in de complexe gebiedsopgaven
in de stadrandzones. De spelregels komen dus voort uit de vastgestelde
ambitiedoelen van een klimaatbestendige inrichting, idealiter vastgelegd
in omgevingsvisies en gevoed door de waterbeheerprogramma’s van de
waterschappen en provincie. Deze doelen worden voor een groot deel door
de gemeenten, initiatiefnemers en bewoners en bedrijven gerealiseerd. Voor
elke situatie is daarom maatwerk nodig, maatwerk in inrichting en maatwerk
in proces.
Figuur 4: Structuur van deze rapportgage:
Ontwerpprincipes en spelregels om te komen tot klimaatbestendige gebiedsontwikkeling in het bekenlandschap van Noordoost-Brabant
׉	 7cassandra://m4ImUn8RYxwCeCPlLcPJENFCB1qC_rLny4sI1b2zKp8,`j c?\H$s,׉E KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
19
Figuur 5: Illustratie van beekdal met flank en dorpsrand (Waterschap De Dommel, 2021).
׉	 7cassandra://7o0BYPFH2y_cSGowenQOCvAS0xLt9qilQbDbKGbnbDA$`j c?\H$s,c?\H$s,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://41jZRAtIq9gGm0-QFYj33ORVBrZjyfMoMQIFqvmVlGk o`׉	 7cassandra://f9_cR6MeN9W4JKYG7RX-AD47deoxI1lZEqi1Q8fddpEͿ`׉	 7cassandra://7ZD2ncbmDkt3WNHcgD9I0HC0S37v--JOCNIL7zYu76k8`j ׉	 7cassandra://Ojc4M15cdx920fDgRhNkhyVfUBQSLwIrMYHPZcb7khM 8͠	c?_H$s,rט { {u׉׉	 7cassandra://2KFdCQJkxjX9P2vITePlqtYLZqF6Bmmg_Pz_EW-4Sy4 :;` ׉	 7cassandra://xiZsknNV7IK5zVF_aPF8vBw3TQWqteyItZ2m6Uhlarw`׉	 7cassandra://fDWKjOV3mERFFzfl1bGe-A2AXzXgYtkVDYe9WsNbAhI`j ׉	 7cassandra://l3PBy7nPF59khURFALPmcHmRwVOtH1meWirlSpJdsMs4͠	c?_H$s,s׉E /20 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://7ZD2ncbmDkt3WNHcgD9I0HC0S37v--JOCNIL7zYu76k8`j c?\H$s, ׉E @KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
21
2
UITGANGSPUNTEN
׉	 7cassandra://fDWKjOV3mERFFzfl1bGe-A2AXzXgYtkVDYe9WsNbAhI`j c?\H$s,!c?\H$s, 
בCט   {u׉׉	 7cassandra://9fvBKaC5BsAo0DfNwmoZHpmu4f1UZKd_KAzjCPFb2As ` ׉	 7cassandra://tj00m9iIRwAgK94pQwR12Yz36TWHQjlNOkg4V0bFS8wͼ`׉	 7cassandra://rdrra5hNDBz52RANNCdUdRavQp3_ADS8p5-U-fEi0NI0=`j ׉	 7cassandra://A065OZZjwJM0MMJOeUgn2hJ8wRPvHg6Jdsn5zmYeFxQդ<͠	c?_H$s,uט { {u׉׉	 7cassandra://7qjjUCEtcDIcRVwtHaa6fktSXT_QOUKB7DsFMFuKTcE /`׉	 7cassandra://dfLtOs9w5W-_c6QQyWyuCPQ4jYHlAbyFgdVc5cNPKckݠ`׉	 7cassandra://G7Yn62FVjEE6FjXStyrpNGfSvjPXQMeJyAaXyJhUpLQ=`j ׉	 7cassandra://26GO1257FGFAWJB59WKiBxwiEnnCifaHvUIFkdQ5MBQ 8͠	c?_H$s,v׉El22 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Klimaatopgaven dwingen ons om zuinig met het schone water te zijn. Het bodem-
en watersysteem is nu onvoldoende in staat om extremen op te vangen.
Regenwater moet zoveel mogelijk opgevangen en geïnfiltreerd worden daar
waar het valt, om zo het grondwater aan te vullen en gewenste kwelstromen
op gang te brengen. Daar is ruimte voor nodig, die er niet altijd is. We kijken
daarom naar de juiste combinaties van water en landgebruik in het gehele
bekenlandschap. Dat doen we inclusief de ondergrondse waterbuffering en
waterstromen, en inclusief het verbeteren van de waterkwaliteiten van oppervlaktewater,
stedelijk water en grondwater. Gesteund door het nationale
beleid in de Nationale Omgevingsvisie en het Nationale Waterprogramma
wordt water in kwantiteit en kwaliteit meer leidend in de planvorming (zie
Figuur 4). Dit biedt inspiratie voor maatwerk in de ontwikkelingen in de stadsen
dorpsrandzones van het bekenlandschap in Noordoost-Brabant.
NOVI-afwegingsprincipes:
1.
Combinatie van functies
gaan voor enkelvoudige
functies
2.
Kenmerken en identiteit
van een gebied staan
centraal
3.
Afwentelen wordt
voorkomen
A. Integreren
Bij herinrichting van een gebied of
aanleg van een maatregel wordt al
bij het ontwerpen bedacht hoe één
inrichting van een gebied of
maatregel meerdere doelen kan
dienen en de natuurlijke processen
in een gebied kan versterken.
B. Medegebruik
Ook wanneer er geen sprake is van
gebiedsontwikkeling, kunnen vaak
meerdere functies gebruikmaken
van dezelfde ruimte zolang nieuwe
initiatieven aan de
randvoorwaarden voldoen.
C. Voorkomen
Als meerdere functies niet binnen
de beschikbare ruimte te
combineren zijn, moet worden
gekozen welke functies voorrang
krijgen.
Afwegingsprincipes voor inrichting en gebruik fysieke leefomgeving
Uitwerking voor water:
Kunnen we deze uitgangspunten uit de NOVI en het Nationale Waterprogramma
hanteren bij het werken aan klimaatbestendige gebiedsontwikkelingen
in de stadsrandzones in Noordoost-Brabant? Dat kan, maar we geven
de voorkeur aan een eenvoudiger set van 3 uitgangspunten. We sluiten in
deze rapportage aan bij de uitgangspunten uit het pamflet “De watertransitie”
(2021, Visie uitwerking bestuursprogramma Bruggen bouwen met water
voor nu en later, WS de Dommel). Hierin worden drie heldere uitgangspunten
verwoord, die ook terugkomen in de 5 ontwerpprincipes van het rapport
Robuuste beekdallandschappen, beschreven in hoofdstuk 1.3. (WUR, 2021)
en in de spelregels in de vorm van bouwstenen uit het rapport “het verhaal
van de Aa” (Xi-ontwerp, 2020). Deze uitgangspunten zijn:
1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt
Het creëren van gezonde bodems met meer organisch stof en bodembiodiversiteit
is nodig voor waterconservering en een klimaatrobuust watersysteem.
Minder verharding en inzetten om regenwater naar het grondwater te
laten infiltreren in plaats van af te voeren. Dit betekent dus maximaal water
conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan
Op basis van de lagenbenadering de juiste functie op de juiste bodem en
locatie en op basis van de watersysteemanalyse de juiste ingrepen in het
watersysteem van grond- en oppervlaktewater.
Bij wateroverlast en overstroming regionaal watersysteem
2. Vasthouden
1. Bij
ruimtelijke
inrichting
rekening
houden met
water
5.
Bij watertekort
2. Zuinig zijn
met water
3. Vasthouden
Bij waterverontreiniging
2. Schoonhouden
3. Scheiden
4. Schoonmaken
Figuur 6: Afwegingsprincipes voor inrichting en gebruik van de fysieke leefomgeving
(Ontwerp Nationaal Water Programma, 2021).
In de volgende paragrafen werken we deze verder uit en laten we met voorbeelden
zien hoe deze uitganspunten toegepast kunnen worden in de gebiedsontwikkelingsprocessen
in de stad-en dorpsrandzones.
4. Slimmer
verdelen
Accepteren
van het
restrisico
3. Bergen
4. Afvoeren
3. Wat schoon is moet schoon blijven!
Het scheiden van waterkwaliteiten en het verbeteren van de waterkwaliteiten
in stappen, op de schaalniveaus van de kavel tot en met het landschap.
Met het scheiden van verschillende waterkwaliteiten kunnen droogteproblemen
worden beperkt.
׉	 7cassandra://rdrra5hNDBz52RANNCdUdRavQp3_ADS8p5-U-fEi0NI0=`j c?\H$s,"׉E׉	 7cassandra://G7Yn62FVjEE6FjXStyrpNGfSvjPXQMeJyAaXyJhUpLQ=`j c?\H$s,#c?\H$s,"
בCט   {u׉׉	 7cassandra://IjUUBGeZY-CnvOaBfUbcRssksjIgICMf93YLwPhQw7w So` ׉	 7cassandra://M0FeS_S9kekYTICEGra8qGXOOCEXf5JzehJTxbSMRYUX`׉	 7cassandra://JS7elZ-olUG_wfb_c8FKVhRhjY8xx-P8cRvngJX5lpk`j ׉	 7cassandra://QeXzAKh5xEFAlxDOPfXcunnofrbY1726gMwVGgEMxdUL͠	c?_H$s,xט { {u׉׉	 7cassandra://0kium2D2HMGSph2PYyQxhGDdtMBN77vek8iMHoNA4ko ``׉	 7cassandra://Q-n1XDeMs75O24Yzak3wHrF6OZwlubNsdgtPHv15pdoͭ`׉	 7cassandra://An98ZNaULB3PVw_SpuAUq1nZ38IThlSyUlsKpPFqT6c*`j ׉	 7cassandra://kWsmKTCLlwz-l92XTwXe2NTOAT0tCmpLz8R95ssuNSA aX͠	c?_H$s,yנc?`H$s,{ Hc9ׁHhttp://www.zlto.nl/ׁׁЈ׉E24 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
2.1
ELKE DRUPPEL VASTHOUDEN EN INFILTREREN WAAR DEZE VALT
Water is schaars. Dat besef begint steeds meer door te dringen. We moeten
zuinig omgaan met dat schaarse water en er zijn 4 manieren om dat te doen
(Figuur 5): meer infiltreren, minder onttrekken, minder afvoeren en minder
verdampen. In de 20ste eeuw zijn we doorgeslagen in het afvoeren van het
water. Uit literatuur blijkt dat het watersysteem in het bebouwde gebied niet
meer in balans is. Slechts een kwart van de neerslag wat in het bebouwde
gebied valt is beschikbaar voor grondwateraanvulling. De meeste neerslag
wordt direct via het rioleringsstelsel naar een zuivering afgevoerd en is dus
direct verdwenen. In de stadsrandzones liggen vaak de overstorten van deze
rioleringen, die daar voor overlast kunnen zorgen, zoals in de Veldstraat in
Heeswijk. Hier ligt een enorme kans.
Een uitgeputte bodem is een bodem met weinig organische stof, weinig bodemleven
en verdichting in de ondergrond door het gebruik van zware landbouwmachines.
Uitgeputte bodem geven direct effect bij extreme hitte en
droogte op de groenheid van planten en vertraagt het herstel van de planten
na een droge of juist natte periode. Planten op een gezonde bodem zijn sterker
doordat er sprake is van kleideeltjes, organisch materiaal en een goede
bodemstructuur. Het mes snijdt aan twee kanten, want ook de neerslag en
het grondwater worden beter vastgehouden.
We werken dit uitgangspunt uit in twee principe maatregelen:
1) een gezonde bodem en 2) infiltreren waar dat kan.
׉	 7cassandra://JS7elZ-olUG_wfb_c8FKVhRhjY8xx-P8cRvngJX5lpk`j c?\H$s,$׉E
BKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
25
PRINCIPE MAATREGEL 1: EEN GEZONDE BODEM
Het creëren van gezonde bodems met meer organisch stof en bodembiodiversiteit
is nodig voor waterconservering en een klimaatrobuust watersysteem,
zowel in het stedelijk gebied, in de randzones als in het beeksysteem.
Een klimaatadaptieve oplossing is het bodemleven te activeren, zodat de
bodemstructuur verbetert, er meer water in de bodem kan worden vastgehouden
en de infiltratie naar diepere lagen toeneemt. Een gezonde bodem
houdt water vast. Dat betekent dat men de vruchtbare bodem kan herstellen
door onder andere:
• Vermindering van stikstofuitstoot.
• Meer humus in de bodem door middel van compost en eventueel dierlijke
mest.
• Verbetering van het bodemleven.
• Introductie van wisselteelten in agrarische gebieden.
• Gebruik alleen biologische bestrijdingsmiddelen met mate.
• Beheer met materieel, die past bij de draagkracht van de grond (drassige
gronden vragen om lichter materiaal).
• Niet kerende grondbewerking toepassen
• Natuurlijker beheer van beplanting.
Deze maatregelen sluiten goed aan bij het project Bodem UP (www.zlto.nl/
bodemup). Doel van dit project is de verhoging van het organische stofgehalte
van de bodem, ter verhoging van de bodemvruchtbaarheid, CO2 opname
door de bodem en vochthoudend vermogen van de bodem.
Op kleine schaal kan eenieder de sponswerking van de bodem activeren. De
stadbewoner kan de stenen uit zijn tuin halen en vervangen door groen of
een groen dak installeren. Agrariërs kunnen de bodem weer watervasthoudend
en humusrijk krijgen. Gemeenten kunnen bij hun groenbeheer minder
maaien of afgevallen bladeren laten liggen. Ook op hogere schaal, bijvoorbeeld
in de beekdalen en de beeksystemen kan meer nagedacht worden over
het vasthouden van water door middel van bodem en vegetatie. Doorstroombossen
en doorstroommoerassen, die oorspronkelijk aanwezig waren in het
Dommelsysteem en in het Aasysteem, zouden weer in ere hersteld kunnen
worden. Waterschappen, provincies en terreinbeheerders kunnen daar samen
werk van maken.
In de stadsrandzones is het van belang dat nieuwe ontwikkelingen de sponswerking
verbeteren, en dus een klimaatrobuuster bodemopbouw, een natuurlijker
beheer waarmee ook meer biodiversiteit gecreëerd wordt.
Figuur 7: Een gezonde bodem bestaat uit zes elementen die in samenhang gestimuleerd
dienen te worden: beworteling, organische stof, bodemleven, bodemchemie,
waterhuishouding en bodemstructuur. Dit vormt de basis voor veel bodembeleid
in Noord-Brabant, zoals Bodem-UP en de bedrijfsbodem- en waterplannen in de
agrarische sector.
׉	 7cassandra://An98ZNaULB3PVw_SpuAUq1nZ38IThlSyUlsKpPFqT6c*`j c?\H$s,%c?\H$s,$
בCט   {u׉׉	 7cassandra://DBf5B2kLRG8hmO9s3aBE12fqnSOUxicrytDUclXGN0U (J`׉	 7cassandra://EjjNMs5Rob9OrsiuUc-qQadzr8lCn4X6L8s8RxwQ_eI͸`׉	 7cassandra://PzimyuqV3eTknSTWHC137zy8Uvy7K_o91CWg4x_50WA-`j ׉	 7cassandra://zVGga-dIWaL5WNRvGosZGqtk_pwx-NtStL1EdeBZY4Y l͠	c?`H$s,|ט { {u׉׉	 7cassandra://Y_-smHybwC4qefMY4yhthGdIhcXKXn2ZPcii-JEsSAg `׉	 7cassandra://jNffx2YwUDhbZqo88soGfap4OjAtnQmgHSMOkq8F33QY!`׉	 7cassandra://X32UK3L0I-frK5xCwmPTAaTwCzgkuZL7PUrSDFMbXyM_`j ׉	 7cassandra://1X0iGf0TBxfaaNqsVWgr5FZBh4OP4lxBgsM8-M3Z9JQ V͠	c?`H$s,}׉E	26 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
PRINCIPE MAATREGEL 2: REGENWATER INFILTREREN EN VERGROENEN
Het infiltratievermogen is in Noordoost-Brabant redelijk hoog, door de geomorfologie
van de grindbeddingen van Maas en de dekzandvlaktes en -ruggen.
Lokale leem- en rivierkleilagen geven variatie in de infiltratiecapaciteit. De
Gemeente Sint-Michielsgestel werkt met een afkoppelkansenkaart (Figuur
6). Deze kaart geeft aan waar regenwater kan infiltreren in de bodem, waar
bergen en afvoeren richting oppervlaktewater de voorkeur geniet en waar
afkoppelen en geen optie is. Dit werkt als een duidelijk instrument bij gebiedsontwikkelingen.
De
sponswerking van het stedelijk gebied kan enorm verbeteren door zowel
op de kleine schaal ingrepen te doen. Vergroenen waar mogelijk, is een van
de oplossingen om neerslag in het stedelijk gebied direct in de bodem op te
slaan, naast het aanleggen van gescheiden rioolstelsels waarbij het regenwater
zoveel mogelijk infiltreert in infiltratievoorzieningen als IT-riolen, wadi’s
en infiltratiekratten. Verharde vlakken kunnen omgevormd worden tot multifunctionele
waterpleinen en groene oases in de stad.
In de stadsrandzones kan ruimte gevonden worden voor een groen-blauwe
dooradering waarin stedelijk afgekoppeld water geborgen en geïnfiltreerd
kan worden. Als dat is doorgevoerd, kunnen riooloverstorten in samenwerking
met de gemeentes (verantwoordelijk voor stedelijk water en riolering)
worden beperkt. De druk op het riool is dan bij extreme buien verminderd en
dat levert een grote bijdrage aan de waterkwaliteit van de beken.
De groenblauwe dooradering bestaat dan uit ondiepe laagtes of greppels.
Het water verplaatst zich immers via de bodem en niet via de waterlijn.
Stadsbewoners kunnen water hergebruiken en overtollig neerslag in regentonnen
opslaan. Agrariërs kunnen water zuiniger aanwenden en hergebruiken.
Ook kunnen ze extra ruimte op de percelen creëren om water vast te
houden of lagere percelen gebruiken als extra berging, zoals in de Middeleeuwen
de bierbrouwers van elk dorp dit deden in Brabant.
Figuur 8: Afkoppelkansenkaart Sint-Michielsgestel. Op basis van informatie over de
bodem en het watersysteem kan worden aangegeven waar regenwater kan worden
opgevangen en geïnfiltreerd of afgevoerd naar oppervlaktewater en waar dat niet
goed mogelijk is.
׉	 7cassandra://PzimyuqV3eTknSTWHC137zy8Uvy7K_o91CWg4x_50WA-`j c?\H$s,&׉E KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
27
Figuur 9: Schematische weergave van vergroeningsmaatregelen in bebouwd gebied en de stads-/dorpsrandzone.
׉	 7cassandra://X32UK3L0I-frK5xCwmPTAaTwCzgkuZL7PUrSDFMbXyM_`j c?\H$s,'c?\H$s,&
בCט   {u׉׉	 7cassandra://usAtscejkMYwQzK7rrM_ufedTv0_RCbcIEQ4NrgwB3Q `׉	 7cassandra://gEUhlvK-Mjgz0_X923KTE8iFqEdD6zei87MAVVJuA6gw`׉	 7cassandra://zQqmBpg9ZKfv1_Vz9Xu9O9Guh8ljmXE1Av2qlShBaXw"`j ׉	 7cassandra://V0dpJ7bPOuZWZc253lTbkcfQY3r8M20sTH87HqJO4FQ l͠	c?aH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://4Tz9YOtc5TtF1XmBrLIpVmOedVex-M8xjirUvR7dyTY `׉	 7cassandra://UiqC3wQH1_Q-Lu2AGHs_hfcatIB3uB9CRSR5jTPmfCg~`׉	 7cassandra://uQlPThYJsVeyNQu-E7bMwOnKZhXFWVFT9wBTM6V3DPg!`j ׉	 7cassandra://F0KS9sPyBJqPrqIPiBTp0KK3Sw8u2ZXRDD0aKSYw9IA 	< B͠	c?iH$s,׉EB28 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
2.2
FUNCTIES PASSEN ZICH AAN HET BODEM- EN WATERSYSTEEM AAN
De abiotische laag van bodemopbouw en geomorfologische opbouw geven
de mogelijkheden en beperkingen aan voor een juist gebruik op een juiste
locatie. De inventarisatie van de verschillende lagen vanuit de methodiek van
de lagenbenadering is essentieel om met elkaar tot potenties van een locatie
te komen. In de bijlage van deze rapportage zijn in de vorm van een schetsboek
de basislagen van de twee casussen aangegeven. Zonder deze informatie
kan men niet een gezamenlijk planproces beginnen.
We werken dit uitgangspunt uit in twee principe maatregelen:
1) het werken vanuit een watersysteemvisie en 2) klimaatbuffers inzetten.
Figuur 10: Een voorbeeld van een klimaatbuffer, uitgewerkt in principe maatregel 4 op pagina 31.
׉	 7cassandra://zQqmBpg9ZKfv1_Vz9Xu9O9Guh8ljmXE1Av2qlShBaXw"`j c?\H$s,(׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
29
Watersysteemvisie Sint Oedenrode
Waterschap de Dommel heeft door middel van diverse projecten het
beekdal in en rond Sint Oedenrode toekomstbestendig gemaakt. Deze
projecten zijn gefaseerd uitgevoerd. Door de projecten op een kaart te
zetten ontstond het inzicht dat de projecten gezamenlijk van Sint Oedenrode
een klimaatbestendige en groene gemeente hebben gemaakt.
Door deze context wordt duidelijk hoe een individueel project bij kan
dragen aan het grotere geheel.
St Oedenrode ligt in een breed beekdal van de Dommel. Deze rivier kende
een zeer kronkelige meandering in dit vlakke beekdal. In de 18-19e
eeuw is de beek op twee plekken rechtgetrokken, waardoor er meerdere
“eilanden” in het beekdal ontstonden. De meanders werden van de
or de Dommel
rivier afgesneden. De gebieden tussen de oude meanders en de doorbraken
zijn nu ingezet om de waterberging in tijden van veel water te
realiseren en de wateropvang vanuit het stedelijk gebied. Bijzonder is
hierbij dat zowel natuurlijke oplossingen als moerassen en laagtes gecreëerd
zijn in het plan, maar ook technische hoogstandjes als een grote
waterbuffer onder kunstgrasvelden.
Door te werken met een watersysteemvisie is het systeemdenken geintroduceerd.
Gebiedsontwikkelingen blijven daardoor niet beperkt tot
de projectgrens of de sectorale opgave, maar kijkt naar de landschappelijk
context en het totaal aan maatschappelijke opgaven.
Sint Oedenrode
Centrum
P
P
P
P
P
P
Dommelrode
Vogelenzang
Figuur 11: De watersysteemvisie van Sint Oedenrode.
׉	 7cassandra://uQlPThYJsVeyNQu-E7bMwOnKZhXFWVFT9wBTM6V3DPg!`j c?\H$s,)c?\H$s,(
בCט   {u׉׉	 7cassandra://HG6Ur1ERSPFfBQ_HZc5XAx-LdaMOq7IpOF4XathUM0U f
`׉	 7cassandra://MyMKzGlsSldf2Utg1Qso1ykhFojcl6mDnZZrgg-Z1RQ`׉	 7cassandra://eutXj_2cHH6iGPLHeaSzuVwTkZB24qVNKHRtsiU-sDY/`j ׉	 7cassandra://60Lrz0a8C-zzwt1gWLfik_TnRM2Ixe19R132ZzRUl2g $͠	c?jH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://iSSUhStWYTdxIzEGWGlZwJGOpjctzidd9c8RYE21Ovs `׉	 7cassandra://D9zrCu0TGVFLk1JHzPsekDu6XxW6pGobFjoM6xR1Z2c͐!`׉	 7cassandra://iV9FNVptTkRZxi5IePeQIg3d5MSvbhfg6l6K2fx4Z58"]`j ׉	 7cassandra://g3cZmulFGQWBrJ6pU5_thwkcZKjSeYBm9Z77FQPA9Qsۧ͠	c?jH$s,נc?jH$s, 	9ׁHhttps://www.klimaatbuffers.nl/)ׁׁЈ׉Ed30 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
PRINCIPE MAATREGEL 3: WERKEN VANUIT EEN SYSTEEMBENADERING
De kunst is om het watersysteem van het beekstelsel in een groter verband
samen met de overige waterketens te bestuderen, zoals in Sint-Oedenrode is
gedaan (zie Watersysteemvisie Sint-Oedenrode). Het beekstelsel bestaat uit
een brongebied, boven- en middenlopen op de flank, en laaglandbeek (beekdal)
in de benedenloop. Belangrijk is te onderkennen op welke plek/hoogte
in het beeksysteem de gebiedsopgave van de stadrand ligt. De opgave in de
stads- en dorpsrandzone moet altijd in een groter verband bekeken worden
omdat water onderdeel is van meerdere waterketens, bijvoorbeeld stedelijk
water, agrarisch water en bedrijfswater.
Er zijn kansen op deze manier voor het versterken van de identiteit van de
stadsrandzone, door de stadrand in te zetten als belangrijk onderdeel van
het stedelijk watersysteem. De stedelijke randzones kunnen direct ook weer
dienen als waterbuffers in droge periodes, om het water en de groengebieden
in de stad van water te voorzien. Deze belangrijke functie van de stadsrandzone
wordt nog te weinig onderkend. Door de wederkerige relatie van
waterconservering in de omgeving van het stedelijk gebied ten behoeve van
tegengaan van verdroging in de zomer in het bewoonde gebied, ontstaat ook
een noodzaak als gemeente om ruimte te claimen in de stadrandzone, die
direct ook klimaatrobuust is.
Elke beek kent zijn eigen karakteristiek. Wat bovenstrooms gebeurt heeft direct
invloed op gebieden benedenstrooms. Om een veerkrachtig en robuust
systeem te ontwerpen dienen we invloeden en karakteristieken van de beek
goed te begrijpen. We zoeken antwoorden op vragen als: “Ligt het plangebied
in de boven- midden- of benedenloop van een beeksysteem? Is de beek
regenwater of grondwater gevoed? Wat zijn de invloeden bovenstrooms op
waterhoeveelheid en waterkwaliteit, bijv. agrarische gebieden, verstedelijkte
gebieden of natuurgebieden?
Ook de locatie in het beek segment is van belang voor de inzet van ruimtelijke
middelen om water vast te houden en te conserveren. In de bovenloop denken
we veel meer aan meestroommoerassen of beekbegeleidende bossen,
laken en vloeiweides, terwijl benedenstrooms meer aan drasse inundatiegebieden
en natte bossen. De middenloop kenmerkt zich met poelen, rabattenbossen
en vijvers.
Figuur 12: Kleinschalige maatregelen in beeksystemen. Dood hout aanbrengen of
laten liggen in een watergang draagt bij aan de structuur van de watergang en
daarmee de biodiversiteit. Bovendien kan het uitnodigen tot ‘spelen met water’,
waarbij de waterkwaliteit dan wel toereikend dient te zijn.
Figuur 13: Op oude kaarten uit de 19e eeuw zien we ook hoe langs de flanken
van beekdalen slootjes waren aangelegd, waarmee water werd verzameld om de
graslanden langs de beken te bevloeien (Kok et al., 2007). Rechts een hedendaagse
toepassing van een vloeiveld.
׉	 7cassandra://eutXj_2cHH6iGPLHeaSzuVwTkZB24qVNKHRtsiU-sDY/`j c?\H$s,*׉EIKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
31
Op de flanken van het beeklandschap is vasthouden en conserveren
van water belangrijk, dat kan door het verondiepen van waterstelsel,
verticale meandering in de waterbodem, het samenknijpen van de
waterlijnen, het creëren van langere lengte van waterlijnen en in het
creëren van natuurlijke obstructies, van bijv. omgevallen bomen, takkenbossen
of en technische oplossingen van (regelbare) stuwen.
In de casus Theereheide werd gedurende het ontwerpproces duidelijk
dat de doelen met betrekking tot de woningbouwopgave en de wateropgaven
niet te combineren waren of op zijn minst tot hoge kosten
leidden. Momenteel wordt gezocht naar functiecombinaties die wel
kunnen, met extensiever grondgebruik. Een voorbeeld daarvan zijn de
‘watertuinen’ en ‘natuurspeeltuin’ die aan de rand van de wijk Theereheide
zijn aangelegd.
In een klimaatbestendige stad/dorpsrandzone bepalen bodemopbouw
en het natuurlijke watersysteem het grondgebruik. Extra infiltratie van
water in de stadsrandzones geven nieuwe meekoppelkansen voor landgebruik.
Te denken valt aan kringlooplandbouw, inzetten op teelten die
passen, voedselbossen en vloeivelden, klimaatmantels en innovatieve
risico afgewogen grondgebruik.
PRINCIPE MAATREGEL 4: KLIMAATBUFFERS
Het begrip Klimaatmantel is in 2009 in Gelderland geïntroduceerd als bufferzone
rond de ecologische hoofdstructuur. In de Blauwe Omgevingsvisie 2050 van Waterschap
Vallei en Veluwe wordt het begrip opgerekt tot een zone van multifunctioneel
landgebruik, zoals natuur en natuurinclusieve landbouw, die als buffer dient tegen
klimaatveranderingen en die de biodiversiteit vergroot. Hier wordt regen- en grondwater
opgevangen en vastgehouden waardoor de beken jaarrond watervoerend kunnen
zijn. Het schone grondwater zorgt ervoor dat zich hier bijzondere, kwelgebonden
natuur kan ontwikkelen. In de landbouwgebieden kan met een fijnmazig systeem van
stuwtjes meer water worden vastgehouden.
Het begrip klimaatmantel kent nieuwe betekenis toe aan de stads- en dorpsrandzone.
De verbinding tussen de stad en het omliggende beeklandschap wordt hersteld.
De Coalitie Klimaatbuffers (https://www.klimaatbuffers.nl/) verzamelt goede voorbeelden,
ook voor de stads- en dorpsrandzone. Met het creëren van zogenoemde
klimaatbuffers rond bebouwd gebied kunnen de negatieve effecten van klimaatverandering
voor het stedelijk gebied worden verminderd, bijvoorbeeld hittestress en
verdroging. Door overtollig water vast te houden en te infiltreren ontstaat verkoeling
voor het stedelijk gebied. Een ander positief effect is dat er groene recreatiegebieden
rond stedelijke enclaves ontstaan.
Figuur 14: Schematische weergave van een klimaatbuffer in de dorpsrandzone. Door
te werken met kleine hoogteverschillen kan veel met water gebufferd worden. Een
voorbeeldtoepassing van dit principe is de Watermotor Wijkervoort.
׉	 7cassandra://iV9FNVptTkRZxi5IePeQIg3d5MSvbhfg6l6K2fx4Z58"]`j c?\H$s,+c?\H$s,*
בCט   {u׉׉	 7cassandra://ocrA9HiTfr8bTfbKbvI80C5ILMrWaxz9y2ba_8QuH9s )_`׉	 7cassandra://K2T6tHTiU8DM8WS42ekZD8rfomAZZuGnDYrhfFJs3KY͠`׉	 7cassandra://BioaqB8LnvabQZBehjE6X1VQ1tBUhaqjgZ6gx_mCuis'`j ׉	 7cassandra://N73itgnnqrbMXdZDw_P9KKNH0RDYKRmQ7kdCdhEj940 i1V͠	c?jH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://Ue7XkOUniqSocyzbkRfGMiuNWCWUOQN5GnJZXYM3lDY $`׉	 7cassandra://WUNsK_AcYgBcMMH4ragYXE3LYYG0UAkXGChYLi_fT9s~	`׉	 7cassandra://Y3C8hx0aLcOGqgIiRo3sDr3e5s-c_d7_bzOLjOsgGko%`j ׉	 7cassandra://jvW1AlY7i5IppTCNGSo-7fHpNkxGYRwpuJe402LHhp8 (en͠	c?jH$s,׉E
32 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
2.3 WAT SCHOON IS MOET SCHOON BLIJVEN
Het scheiden van waterkwaliteiten en het verbeteren van de waterkwaliteiten in stappen dragen
enorm bij aan het maken van een klimaatrobuust watersysteem, zeker voor wat betreft
droogte. Voor het grondwatersysteem de Centrale Slenk wat het westelijk deel van Noordoost-Brabant
bevat en zich verder naar het zuiden en westen uitstrekt, is een waterbalans
opgesteld die duidelijk maakt dat het watersysteem in onbalans is. De boodschap is dat er
voldoende water is of zou moeten zijn, maar dat slechts 10-15% van de potentiële grondwateraanvulling
daadwerkelijk benut wordt voor die grondwateraanvulling.
Het volledig benutten van dit potentieel zou te veel beperkingen opleveren voor de gebruiksfuncties
in het gebied. Het gaat erom te zoeken naar de juiste balans door slimmer met water
om te gaan. Een manier om dat te doen is ene genuanceerd inzicht in kwaliteiten en kwantiteiten
per waterketen. Een veerkrachtig systeem ontwerpen betekent dat we alle waterstromen
goed moeten kennen in kwaliteit, in kwantiteit en in dynamiek.
Watermotor Wijkervoort:
verbeteren van waterkwaliteit en leefbaarheid
Het waterpark rondom het Wijckermeer in de stadrandzone
van Tilburg verzamelt het water vanuit een bedrijvenpark
en laat deze vertraagd afvoeren en infiltreren
in het Wijkerbos of in de robuuste beekdalen van de
Leijen. In dit waterpark is het goed toeven. De oevers
worden verflauwd, de eilanden meer parkachtig ingericht.
Er ontstaan twee rondwandelingen, die met bruggen
op vlotterstuwen met elkaar verbonden zijn. Aan
de zuidoever van het Wijckermeer bij het Stadsboscentrum
komt een strandje.
De eilanden in het Wijckermeer zijn met elkaar verbonden
door middel van een brug met vlotterstuw. Hierdoor
kan het oppervlak van het Wijckermeer meedoen
in het opvangen van extreme situaties, als droogte en
heftige buien. De extra buffering van water in extreme
situaties op het Wijckermeer levert bij een berging van
10 cm extra berging l 16.000 m3 bergend vermogen.
Dat is gelijk aan 26,6 ha extra afgekoppeld verhard oppervlak.
Bij extreme droge periodes kan het grondwater
gevoede Wijckermeer als inlaat dienen t.b.v. moerasvegetaties
in het waterpark en de groenstructuren van het
bedrijvenpark.

Figuur 15: Water(on)balans Centrale Slenk. Te zien is dat slechts zo’n 10% van het gemiddelde neerslagoverschot
naar het grondwater gaat, de overige 90% voeren we af in het gebied van de Centrale
Slenk. Droge jaren versterken de verdroging. Bron: Waterschap de Dommel.
׉	 7cassandra://BioaqB8LnvabQZBehjE6X1VQ1tBUhaqjgZ6gx_mCuis'`j c?\H$s,,׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
33
PRINCIPE MAATREGEL 5: SCHEIDEN EN BENUTTEN VAN WATERSTROMEN
We onderscheiden onder andere de volgende waterstromen, van schoon naar verontreinigd,
(diep en ondiep) grondwater, kwelwater, dakwater, regenwater van verhard oppervlak,
grijs water, agrarisch water, afvalwater. Centrale ontwerpvraag is: “Hoe kunnen
we deze waterstromen benutten in opwaarderen van de kwaliteit en in het duurzaam
benutten in een waterketen? En welke verschijningsvorm moet dit in de stadsrandzone
krijgen?”
Door een goede en gedegen analyse van deze gegevens ontstaan mogelijkheden om
water beter te benutten en robuust in te zetten in het gehele beeksysteem. Een analyse
van de historische situatie op kaart en in het veld geeft inzicht in de potenties van het
watersysteem. Bij het waterschap zit in de hoofden van de oudere beheerders heel veel
lokale kennis over het hydrologisch functioneren van dit gebieden. Hetzelfde geldt voor
oudere deskundigen van het stedelijk water- en rioleringssysteem. In de analyse- en visiefase
is deze kennis van grote waarde.
Maar: het klimaat verandert en resulteert in extremer weer. Historische kennis dient dan
ook gecombineerd te worden met informatie uit de klimaatstresstesten, waar de effecten
van de toekomstige klimaatverandering in verwerkt zijn.
Figuur 16: Schematische weergave van de Watermotor Wijkervoort.
Figuur 17: Schematische weergave van hoe verschillende waterkwaliteiten opnieuw
kunnen worden benut.
׉	 7cassandra://Y3C8hx0aLcOGqgIiRo3sDr3e5s-c_d7_bzOLjOsgGko%`j c?\H$s,-c?\H$s,,
בCט   {u׉׉	 7cassandra://oqlnZlhhZ4ut44l5iJL3uRY9Nf0LVr3cbxBA01FnqJc5` ׉	 7cassandra://9RrdVdVHCHVu0VqFajLwjCPs4500SEacKObqQCZCqWA` ׉	 7cassandra://GSWYBLBND3C8xNT-hHTdxQJ9a2y60S7adLvrT0KuR_c` j ׉	 7cassandra://BtgPy_kjHhga0iO5IXfLto-FwQVm0qbT7Zlg8d13v-E|͠	c?jH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://Zp74y0C1ypR8LMmYGBUJ6v9Ay3_Gu91dHkLpXRQY3M4` ׉	 7cassandra://2GF7CSvSjkGcII0LbxBw9Px82iCmiX21kj8fM4oaDLo8O` ׉	 7cassandra://EKtyguLDMbIE6h0k2mkj5j8HHzzBXA7LCkI65gWgTU0N` j ׉	 7cassandra://gn0pttgHFrB1gUXay7s8F4TsIVlNWHfTArAsifm5E684͠	c?jH$s,׉E /34 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://GSWYBLBND3C8xNT-hHTdxQJ9a2y60S7adLvrT0KuR_c` j c?\H$s,.׉E dKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
35
INTERMEZZO I
HET BEKENLANDSCHAP IN NOORDOOST-BRABANT
׉	 7cassandra://EKtyguLDMbIE6h0k2mkj5j8HHzzBXA7LCkI65gWgTU0N` j c?\H$s,/c?\H$s,.
בCט   {u׉׉	 7cassandra://E6i0X58ghcKLuidURwkiTh2YhOuWu0O6_4ZcMX__MNw =` ׉	 7cassandra://EwaZNJdBmGrhjcx6IatrJSiRnhGZnOGtbHAX_U9lXx4ͼ|`׉	 7cassandra://Dl1J990scgFXMeCEygrO1K8mcR4Fky8QWMpjruhelfs)`j ׉	 7cassandra://w2frCwZEZXC0vhokBGHhTSVhTiIGSmE47cFC5EjWmZoq͠	c?kH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://CUP48a3-y8_oJbCEesbG0xL3oovYtaYEQV5yamsW5Kw K(` ׉	 7cassandra://PaotCs6s4bjSFG3WLsOszhG08tOUIBQuOjBfuCim9dM?w` ׉	 7cassandra://0FYfBHE7lT7MjvfXko_NcUFnSvP-VskCfRDM2UDBFI8*` j ׉	 7cassandra://cIsqAURLb1LlbczWVaBYJQ07FXjtADf_eGBn2b7I4xs &͠	c?kH$s,׉E$36 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Om klimaatbestendig te kunnen ontwikkelen in stads- en dorpsrandzones,
is een goed begrip van het bekenlandschap van belang. Noord-Brabant is te
karakteriseren als een bijzonder mozaïeklandschap, gebaseerd op een complexe
geomorfologische opbouw van dekzandruggen en beeksystemen, wat
door de eeuwen heen door de mens aangepast is aan de stand van de techniek
uit die tijd. Figuur 16 schetst het onderscheid in de ruimtelijke ordening
van beken, beekdalen, beekdallandschap en beeklandschap, in toenemende
ruimtelijke dimensies in de loop der tijd.
Uit historisch onderzoek valt af te leiden dat water leidend was in de ontwikkeling
van het landschap van Noord-Brabant. De ondergrondse watersystemen,
de geomorfologische en bodemkundige opbouw dicteerden en gaven
richting aan het gebruik van het landschap. Altijd vanuit het principe dat zoet
water kostbaar was.
In het ruimtelijk beleid van de afgelopen decennia nam water een minder
prominente plek in. Het is onderdeel geworden van het landschap, naast vele
andere functies. Water was daarbij niet alleen vriend, maar ook vijand. De
afgelopen decennia was de inrichting van het bekensysteem en het waterbeheer
vooral gericht op zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van
landbouw en verstedelijking. Water werd teruggedrongen in getemde beken
en sloten. Bouwen aan de ecologische hoofdstructuur in de jaren ’80-’90 van
de vorige eeuw zorgde voor het oprekken van de beek tot een beekdal met
ecologische verbindingszones.
De overstromingen rond ‘s-Hertogenbosch in 1995 waren een wake-up call.
De samenhang tussen beek en omgeving werd duidelijk en zichtbaar. Wat
bovenstrooms gebeurde was van invloed op de gebieden benedenstrooms.
De beek werd weer als watersysteem benaderd. In eerste instantie om binnen
de technische mogelijkheden op de lagere delen de waterproblematiek
van de bovenstroomse verstedelijkte delen op te lossen. Dat bleek niet zo
eenvoudig, omdat stedelijk water bergen in bijzondere laag gelegen kwelgebieden
benedenstrooms ten koste gaat van waardevolle kwelnatuur.
“Vasthouden – bergen – afvoeren” werd het mantra. Niet afwentelen. Elk
gebied, elk initiatief moet zijn eigen waterproblematiek oplossen, onderbouwd
door steeds betere rekenmodellen. Het Nationaal Bestuursakkoord
water richtte zich op het ‘op orde brengen’ van het watersysteem in 2015.
Het ging hierbij vaak om water technisch zo snel mogelijk kwijt te kunnen
in grootschalige waterbergingen. De nuance in verschillende typen water en
waterkwaliteiten was minder in beeld. We keken wel naar het beekdallandschap
als geheel, maar nog niet naar de diversiteit aan watersystemen die in
het beekdallandschap aanwezig waren.
Verschillende episodes van droogte en wateroverlast in de periode 2010 –
2020, aangewakkerd door een veranderend klimaat en nationale beleidsontwikkeling,
maken dat we op een nieuwe manier water en klimaatadaptatie
moeten integreren in ons landschap. Hoe het bekenlandschap vormgegeven
wordt binnen de dynamiek van de ruimtelijke ordeningsprocessen is een van
de grote opgaven. Niet alleen in het ontwerpproces om te komen tot, maar
ook in de claim van de beperkte ruimte. Waterschap Aa en Maas heeft als inspiratiedocument
een streefbeeld van de Aa uitgewerkt met maatregelen die
per plek kansrijk zijn (Het verhaal van de Aa, Xi ontwerp (2020), Figuur 10).
In dit streefbeeld sluit de toekomstige inrichting van het bekensysteem aan
bij de geomorfologie van het beeklandschap. Er is aandacht voor omgevingskwaliteit,
leefbaarheid en aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden.
Ondiepe, slingerende beken in de dalen, infiltratie van water in gezonde bodems
op de flanken, en bovenstroomse gebieden die als spons werken en
zoveel mogelijk water vasthouden, zorgen gezamenlijk voor de nodigde buffercapaciteit
zowel bij droogte als wateroverlast (figuur 2).
Deze bredere kijk, van beek naar beekdal naar beeklandschap, vraagt om een
nog intensievere samenwerking tussen overheden (provincie, waterschappen
en gemeenten) en lokale partijen zoals terreinbeherende organisaties en
ondernemers (bijvoorbeeld agrariërs) dan nu al het geval is. Een samenwerking
die integraal naar gebieden kijkt en de uitdagingen van een klimaatproof
Brabant daarin verweven. De regionale samenwerking in de Regio Noordoost-Brabant
is daarvoor bij uitstek geschikt.
׉	 7cassandra://Dl1J990scgFXMeCEygrO1K8mcR4Fky8QWMpjruhelfs)`j c?\H$s,0׉EHKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
37
Figuur 18: Dimensionering van het beeklandschap op basis van H+N+S (2018), aangevuld naar inzichten van Brown, Keath & Wong (2009). De jaartallen geven aan dat de focus
op de deelsystemen van het bekenlandschap in de loop van de tijd verandert van de beek naar het bekenlandschap.
׉	 7cassandra://0FYfBHE7lT7MjvfXko_NcUFnSvP-VskCfRDM2UDBFI8*` j c?\H$s,1c?\H$s,0
בCט   {u׉׉	 7cassandra://xShVJhojL8EtD2uZx08DJnzV2TfSIw9JJqW8VQzj9PM `׉	 7cassandra://p0LMAmvPFDtCW5JkrfsUwEBTSwZuG0Dmv3FkGgyrpwoqA`׉	 7cassandra://3IKJgIsemfj8vFPNKcgLLpALg-BivfRx4fsMM028Qn0$H`j ׉	 7cassandra://_qGIjxOlp7cKGYT0p31hmQGic0tzhWGYwMWpqEvTX9M ̰͠	c?kH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://grJLARGv8j2x4FaRR3U2ex5v5LS1nh7QE88KVEIHJco K`׉	 7cassandra://VWaT5y0b54VAElUejqqdeNdPGzrqnc9Zr5N_nhFQP84A`׉	 7cassandra://YS33sbmuhzadQzLQE9K0iDtS44rRRqWSX1FO2ibZ1_E`j ׉	 7cassandra://pV8thzJ_H5W0QDz4kaoWFyGH2ec5VX1xomF7iqM4ctQ ͠	c?kH$s,׉E38 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
- maximaal conserveren
- vergroting sponswerking
- functieverandering laagtes
- afkoppelen en infiltreren
- bufferen aan de randen
- ruimte voor water
- inzet op beleving
- hoge peilen als buffer voor horst
- optimaal stuurbaar watersysteem:
snelle afvoer mogelijk als het moet
- ruimte voor water
- stuurbaar, snelle afvoer als het moet
- risico-afgewogen grondgebruik
Figuur 19: Illustratie van het vasthouden en bufferen in bronnengebied en vergroten van sponswerking me daarbij het verhaal van de Aa (Xi ontwerp, 2020).
Waterschap Aa en Maas heeft op basis hiervan een streefbeeld voor 2050 uitgewerkt.
׉	 7cassandra://3IKJgIsemfj8vFPNKcgLLpALg-BivfRx4fsMM028Qn0$H`j c?\H$s,2׉E KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
39
Figuur 20: Verschil tussen beekdal en beekdallandschap in het Aa systeem (Xi-ontwerp 2020).
De rode stippen geven de locaties van de twee casusgebieden in Sint-Michielsgestel en Heeswijk.
׉	 7cassandra://YS33sbmuhzadQzLQE9K0iDtS44rRRqWSX1FO2ibZ1_E`j c?\H$s,3c?\H$s,2
בCט   {u׉׉	 7cassandra://oqlnZlhhZ4ut44l5iJL3uRY9Nf0LVr3cbxBA01FnqJc5` ׉	 7cassandra://9RrdVdVHCHVu0VqFajLwjCPs4500SEacKObqQCZCqWA` ׉	 7cassandra://GSWYBLBND3C8xNT-hHTdxQJ9a2y60S7adLvrT0KuR_c` j ׉	 7cassandra://BfF06loQXrHAIB9_kG28YF2RfGIyHAfSJQwRnme9A0sZ͠	c?kH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://mUredXrdLoD8KyVZ0aX7GJ1PrQHavaZYV9W6_W11YEo 	}`׉	 7cassandra://YCZfycGSB7Ii7jcx7cKs9CZ1YXA1YE8ayjJdhfEFbec7(`׉	 7cassandra://LEwYHHtVmpEPeKiQ6T48pYMTIpwWWeL3gxhb0NI-nuE` j ׉	 7cassandra://eS4d_hiIbrjLPHKAknKb8cgYKjaHX38zBJpg1tTqAsI4͠	c?kH$s,׉E /40 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://GSWYBLBND3C8xNT-hHTdxQJ9a2y60S7adLvrT0KuR_c` j c?\H$s,4׉E wKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
41
INTERMEZZO II
SAMENHANG TUSSEN LANDSCHAP, WATERSYSTEEM
EN GEOMORFOLOGIE
׉	 7cassandra://LEwYHHtVmpEPeKiQ6T48pYMTIpwWWeL3gxhb0NI-nuE` j c?\H$s,5c?\H$s,4
בCט   {u׉׉	 7cassandra://fRbvvXjDf7TppH_qBKU2nNyOpbiL14EKqVAKaDSvnTM _z`׉	 7cassandra://S6zaRCAGWAwmFbkfL6LCbx2tlcG2olTeA802LVsEVhgͥ`׉	 7cassandra://XqUyXMbCuDuhngXNI1jYTQ102qwk9JwL0PN3AUEbFTY+`j ׉	 7cassandra://sBiTJkruG1YS9SbkDhtYu3QAwdLYCxDkg9IxaDy-afo Qx͠	c?kH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://R92QXkgRqa03O6XKMqNwD3Is08Dj9xF7ksnz1jokako w` ׉	 7cassandra://2YYc2k0iOA8BSNcnUFxh4J31fettJUjnbgHhuVbdunMʮ`׉	 7cassandra://KNEuzDMxHN4Lc44iIYzVYYmY3lADkXtUYvNf2bFwx9M.``j ׉	 7cassandra://9OA8NS70USglKUwldcFA1CIxgFdl8cf42Cf2K3A2Zbks͠	c?lH$s,׉E	|42 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Noordoost-Brabant maakt deel uit van de Centrale of Roerdalslenk, een gebied
dat als gevolg van bewegingen in de aardkorst daalt ten opzichte van
zijn omgeving: de Peelhorst en het Kempisch Plateau. De Centrale slenk is in
de loop van de tijd opgevuld met sediment: grindhoudende grove zanden en
later, daarbovenop, fijn zand afgewisseld met dikke lagen leem. De bovenste
leemlaag, het zogenaamde Brabantse leem werd vooral door de wind aangevoerd
en afgezet in ondiepe, vochtige laagtes. Hier bovenop werd een pakket
matig tot zeer grof dekzand afgezet.
Dit dekzandpakket werd niet als een vlakke laag afgezet, maar afhankelijk van
de aanwezigheid van water ontstonden hoogteverschillen: op droge plekken
kon zand blijven verstuiven, op plekken die nat waren bleef het liggen. Zo zijn
grote en kleinere ruggen en welvingen in het landschap ontstaan.
Centrale Slenk en Peelhorst
Dekzandruggen zijn bepalend voor de loop van de beken. Water zoekt immers
de weg van de minste weerstand, van hoog naar laag. De gebieden tussen
deze dekzandruggen waren ten tijde van de afzetting van het dekzand
over het algemeen droog, waardoor het zand hier uiteindelijk als vlakte is
afgezet. Binnen de vlakte komen lokaal ruggen van een lagere orde voor. Dit
hele systeem van vlaktes en ruggen helt in e stroomgebieden van Dommel
en Aa af van zuidoost naar noordwest. De omgeving van Best ligt zo’n acht
meter hoger dan het vijftien kilometer verder gelegen Vught. Bij het warmer
worden van het klimaat en daarmee gepaard gaande stijgen van de grondwaterspiegel
raakte het dekzand begroeid. In restlaagten ontstond veen en vennen.
Door de leem in de ondergrond had dit veen nauwelijks contact met het
grondwater en de laagtes werden dan ook voornamelijk gevoed vanuit kwelbronnen
in de flanken van de hoge gronden, aangevuld met lokale neerslag.
Het grondwatersysteem op de Peel-Maashorst is anders dan in de Centrale
Slenk. Vanwege ondiep voorkomende, slecht doorlatende lagen (formatie van
Breda) is het freatische zandpakket dun (formatie van Oosterhout). In de Centrale
Slenk komt juist een diep doorlopend zandpakket (formatie van Sterksel
en Boxtel) voor met relatief weinig storende lagen. Op de breukzone zijn de
bodemlagen versmeerd. Hier wordt het grondwater tegengehouden
Figuur 21: Klimaatrobuuste beek(dal)landschappen Noordoost-Brabant in perspectief
2050 (de Rooij et al., 2021).
׉	 7cassandra://XqUyXMbCuDuhngXNI1jYTQ102qwk9JwL0PN3AUEbFTY+`j c?\H$s,6׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
43
door slecht doorlatend leem en kleischotten. Dit heeft geleid tot stagnatie
van grondwater en ijzeroervorming. Deze gebieden worden de wijstgronden
genoemd. Dit zijn gronden met een speciale vorm van kwel onder invloed van
de breuklijn. Hoger gelegen moerassige gronden op de Peel-Maashorst en
lager gelegen droge gronden in de slenk zijn hiervan het gevolg.
De theorieën over het ontstaan van de Brabantse beken zijn verschillend. Of
het nu gaat om natuurlijke afvoersystemen die in de loop van de tijd een dalvorm
hebben uitgesleten, of om door mensenhanden aangelegde systemen,
bedoeld om kwelwater af te tappen en te verdelen over de veengronden: feit
is dat er al heel lang een aantal min of meer slingerende waterlopen in het
studiegebied liggen. Uit onderzoek (Candel, 2020) blijkt ook dat de geomorfologische
ondergrond bepalend is voor de gedragingen en verscheidingsvorm
van onder andere de meandering van de beek.
In deze rapportage bekijken we twee beeksystemen, het Dommel systeem
en het systeem van de Aa. Dit zijn de beeksystemen waar de casus gebieden
Theereheide en Veldstraat in liggen. Dat betekent dat we het systeem van de
Raam hier buiten beschouwing laten.
Boeren en buitenlui
Dekzandruggen, vlaktes, leem, veen en beken vormen samen een uiterst
complex patroon, dat onder invloed van de mens nog ingewikkelder werd.
De wijze van omgaan met water bepaalde het gebruik van het landschap, er
ontstond geen bouwland zonder ontwateren en afwateren. Op wat hogere,
maar toch vochtige plekken in het landschap werden bouwlanden aangelegd.
Deze gronden lagen op de flanken van de beekdalen van de Dommel en de
Essche Stroom, én langs de noordflank van de Midden Brabantse Dekzandrug,
in het dal van de Aa. Aanvankelijk ging het om kleine, vaak geïsoleerde
akkers, afgewisseld met weilanden op de nattere gronden. Bij de akkers lagen
één of soms meerdere boerderijen. Op de daarvoor gunstige plaatsen
groeiden deze akkers in de loop van de tijd aan elkaar en tijdens de agrarische
hoogconjunctuur vanaf het einde van de 18e eeuw werden ze op grote
schaal opgehoogd met potstalmest en ontstonden de grote akkercomplexen
zoals de Theereheide bij Michielsgestel. De gehuchten bij deze grote akkers
groeiden uit tot grotere dorpen.
Het areaal bouwlanden stond altijd in een strikte verhouding met de hoeveelheid
grasland. Hoe meer gras, hoe meer stuks vee. Hoe meer vee, hoe meer
mest. Hoe meer mest, hoe hoger de opbrengst van de akkers. Graslanden
werden aangelegd op de veenbodems die waren ontstaan in de (geïsoleerde)
lagere delen in het landschap. Door ze iets te ontwateren en te bevloeien
konden de in de loop van vele eeuwen vastgelegde voedingsstoffen worden
gemobiliseerd. Hiertoe groef men ingenieuze stelsels van watergangen (beken
en laken), bouwde men stuwen en tapte warm en basenrijk kwelwater af
om dit over het land te leiden. Het grasland in de beekdalen leverde de boer
ook slibrijke grasplaggen op voor zijn akkers.
Water dat niet welkom was, bijvoorbeeld zuur water afkomstig van heidevelden
werd tegengehouden door de aanleg van dammen. De grootste arealen
grasland waren te vinden in de dalen van de Dommel en de Essche Stroom
en in het dal van de Aa. De dekzandvlakten zijn de plekken die het laatst ontgonnen
zijn. Hier lagen heidevelden, vaak heel nat. Ze werden begraasd door
vee en er werden plaggen gestoken als strooisel voor de potstallen. Samen
met de mest kwam dit uiteindelijk op de akkers terecht.
Toen de noodzaak van dit gebruik verdween, werden deze gebieden vanaf
het einde van de negentiende eeuw ontgonnen en ofwel als bos of als rabattenbos
ingericht, ofwel als landbouwgebied. De droge heidevelden op de
dekzandruggen zijn in de negentiende en twintigste eeuw, met uitzondering
van de Kampina, veelal bebost.
De activiteiten van de boeren en buitenlui heeft geleid tot een ooit heel gevarieerd
landschap. Een variatie die was gebaseerd op de enorme afwisseling in
de eigenschappen van de ondergrond. De gevarieerdheid van het landschap
maakte die ondergrondse eigenschappen bovengronds zichtbaar. Ruilverkavelingen,
diepe ontwatering, het vlak schuiven van “oneffenheden” en het
rechttrekken van beken en wegen heeft veel van die variatie tenietgedaan.
Toch zijn er in grote lijnen nog steeds duidelijk verschillen te ontdekken,
bijvoorbeeld tussen het agrarische landschap langs de Midden Brabantse
dekzandrug en dat langs de Dommel en de Essche Stroom. Op hun beurt
verschillen deze weer wezenlijk van het agrarische landschap van de jonge
heideontginningen.
׉	 7cassandra://KNEuzDMxHN4Lc44iIYzVYYmY3lADkXtUYvNf2bFwx9M.``j c?\H$s,7c?\H$s,6
בCט   {u׉׉	 7cassandra://bqdL4lVj8Ueb7MINVaNjDY1HhWFLSe5hkujGEcYiCj8 ` ׉	 7cassandra://x_lvp6_Lzz5O_Hl5DG162AZ13GEhv46TsiIpPyf-UMc|` ׉	 7cassandra://r2rH4_hLzkNSOO7VMm5wv75rHDzibgRJmB7RDOrUO2E`j ׉	 7cassandra://40BlUX8kUzMdF7VyG_5FI2i3CvJFgjvBa9rjV2vqWzg 4͠	c?lH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://NysSCCc5fUmw4tByb6VzsnfGHv4ccPyeO6yAyzzyvac3` ׉	 7cassandra://Ng0BfUzNiX7FYVwVU7XeNM7l9d7AnpiwmBrdrUQY1Q8
` ׉	 7cassandra://thR7u1hA7qona1Mmhhsb-KqpsKgevk5FuRoCQ6xLCvUZ` j ׉	 7cassandra://_gC7KKwwcCDtVsc5xihnw7ecIL4-286A5iQXFT1VauI}͠	c?lH$s,׉E 44 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Het ondergrondse watersysteem in het dekzandlandschap van
Brabant
De ondergrond van grind, zand en leem, en veen bepalen de infiltratiemogelijkheden
in het projectgebied.
Over het algemeen infiltreert het water goed op de dekzandruggen. Onder
deze ruggen zijn grotere grondwaterreservoirs aanwezig, die ook weer gevoed
worden door ondergrondse waterstromen uit het plateau van de Kempen.
Binnen de dekzandruggen treden ook leemlenzen op, die de waterhuishouding
lokaal sterk beïnvloeden.
Aan de voet van de dekzandruggen treedt bij voldoende kweldruk bronwater
uit. Onderaan de flanken van de dekzandruggen treedt kwelwater uit,
bijvoorbeeld bij Berlicum. Het grondwaterniveau in de dekzandruggen heeft
direct effect op de beek. Daarom is het van belang om regenwater op die
dekzandruggen te infiltreren naar het grondwater en niet af te laten stromen
naar de beek, rivier en uiteindelijk de zee.
Beekdalflanken kennen door hun bodemopbouw van droge voedselarme
zandgronden, naar meer voedselrijkere drassere en nattere beekdalbodem,
een grote gradiënt, die bij juiste inrichting en beheer grotere biodiversiteit
kan opleveren. Deze kwaliteit is van belang bij de klimaatrobuuste inrichting
van de stads- en dorpsrandzones op de flank van het beekdallandschap.
Figuur 22: Het ondergrondse watersysteem in het dekzandlandschap van Brabant. Voorbeeld komt uit Zuidoost-Brabant. De rode delen is bebouwd gebied, de gele gebieden
zijn de hoger gelegen zandruggen en de blauwe delen zijn de kwelgebieden waar beken stromen.
׉	 7cassandra://r2rH4_hLzkNSOO7VMm5wv75rHDzibgRJmB7RDOrUO2E`j c?\H$s,8׉E /KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
45
׉	 7cassandra://thR7u1hA7qona1Mmhhsb-KqpsKgevk5FuRoCQ6xLCvUZ` j c?\H$s,9c?\H$s,8
בCט   {u׉׉	 7cassandra://cS8jFvn-igEeS0HcNcRfVAdQCcWYnbDctW-JokR0Uss 	M`׉	 7cassandra://ThZ6Yc8xeuomCrAvIAKFrF0LgMtEcfFdrzpQUxrv7hw ^k`׉	 7cassandra://-zKpOzPYZOAe8k-QJajR9wugCUcHI5MsozNuP7iWJQ4b>`j ׉	 7cassandra://JeAQNeBCNZgO4P79kGQGF3QD9u18dSj--C_R_uC4eZ0 ͠	c?lH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://rOpTjvatablFL1Ai6_GGEznWnMgRBW7Y4Ew3e0gptJ8 2`׉	 7cassandra://w7Fxdqng_eR3S8dxnwoNMS_Bu5zRaxzl4WvtC46saYQ@`׉	 7cassandra://sEVi3OLsYZ5qi4DMiyEvHtIVxOK9ryLRW8MYBC7lWJM`j ׉	 7cassandra://OGP3NsM5O5F9J7ACG2kCSIDq6-MXUgsw6FXS7cRbiWQ4͠	c?lH$s,׉E /46 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
׉	 7cassandra://-zKpOzPYZOAe8k-QJajR9wugCUcHI5MsozNuP7iWJQ4b>`j c?\H$s,:׉E tKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
47
3
SPELREGELS VOOR KLIMAATBESTENDIG
ONTWIKKELEN
IN HET BEKENLANDSCHAP
׉	 7cassandra://sEVi3OLsYZ5qi4DMiyEvHtIVxOK9ryLRW8MYBC7lWJM`j c?\H$s,;c?\H$s,:
בCט   {u׉׉	 7cassandra://OQpwnBMIcvEcOOW2nMumDQ9TR8VbJA1atYRGzv7NBjc ` ׉	 7cassandra://qEkw7KfH-0Kh4TZD2phCFbrowt3Ufk9qydDW14Ltmsg8`׉	 7cassandra://nQzTp4rDG1kkhDNGaUFT51yNCRYGEJx6HMNWp7QUyeM0`j ׉	 7cassandra://LO744bnnTI8n2skdH8xCdOEJTdclhMkOi4qirzAvwCsͅP͠	c?lH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://99Xuy8kqR9PKUrcm-wQCi0OR83eHzjFV_Mk-Uws6q3M k` ׉	 7cassandra://n0kGdSKn0utdTWU-sz1eNskDvC-ue2-LDSsICFyZuWg͜`׉	 7cassandra://RxqBzYmupZGtyrGDEQmO742h2PnoWZzDldiGgdxs1RM(<`j ׉	 7cassandra://kjwbUhIeQI0a2ISuQ-Eos0zTdD4SA9gI907A48wS6OA )j͠	c?mH$s,׉E48 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Voor het klimaatbestendig ontwikkelen in de stads- of dorpsrandzone constateren
we drie grote uitdagingen. Deze zijn voortgekomen uit de interviews en
gebiedsateliers, die worden beschreven in hoofdstuk 4. Voor deze drie uitdagingen
destilleren we in dit hoofdstuk vier ‘spelregels’. Dat klinkt misschien
wat gebiedend. Wat we beogen is dat het met de ontwerpprincipes niet bij
goede voornemens blijft, maar dat dit ook in de praktijk gebracht wordt. Een
goede set spelregels helpt om het spel van gebiedsontwikkeling in beekdallandschappen
met alle belanghebbenden te spelen.
De uitdagingen zijn:
1. We stapelen ambities in plaats van te kiezen. De uitdaging ligt in
een gebiedsgerichte integrale aanpak, waarbij gebruikers op zoek
gaan naar het gezamenlijk benutten van kansen gebaseerd op het
koppelen van leidende principes met landschappelijke kwaliteiten
2. Hoe borgen we klimaatadaptatie in beleid en uitvoering in de geest
van nieuwe Omgevingswet? Wanneer is het goed genoeg en welke
maatregelen moeten we nemen?
3. Hoe komen we van een sectorale uitwerking van belangen tot een
integrale gebiedsontwikkeling.
Om de ontwerpprincipes en juiste maatregelen realiteit te maken in gebiedsontwikkelingen,
adviseren wij de partijen in Noordoost-Brabant tot de volgende
vier oplossingsrichtingen:
1. Gebruik de kerninstrumenten van de Omgevingswet om klimaatadaptatie
te borgen in beleid en uitvoering.
2. De eerste stap: verankering in omgevingsvisies.
3. Verbreed van ‘klimaatbestendig’ naar ‘integrale duurzame gebiedsontwikkeling’.
4.
Bepaal hoe je je als overheid in gebiedsontwikkeling tot initiatiefnemers
wil verhouden en handel daarnaar.
We lichten deze adviezen hieronder in de volgende paragrafen één voor één
toe.
3.1
GEBRUIK DE KERNINSTRUMENTEN VAN DE OMGEVINGSWET
OM KLIMAATADAPTATIE TE BORGEN IN BELEID EN
UITVOERING
Uit de gebiedsateliers kwamen verschillende wensen naar boven die betrekking
hebben op verschillende fasen van het gebiedsontwikkelingsproces.
Enkele uitspraken zijn: ‘borg klimaatbestendig ontwikkelen goed in de
omgevingsvisie’, ‘hanteer concrete normen’ en ‘betrek de gemeentelijke
beheerafdeling en toekomstige bewoners er op tijd bij’. Het is belangrijk te
beseffen dat klimaatbestendig ontwikkelen niet geborgd is door een watertoets,
een goed doordachte omgevingsvisie of een watersysteemanalyse. Samenhang
tussen de verschillende kerninstrumenten van de Omgevingswet
om van visie naar uitvoering te komen is nodig en daarmee een proces van
de lange adem. Deze samenhang wordt ook wel het werkend stelsel van de
Omgevingswet genoemd.
Figuur 20 geeft een overzicht van de kerninstrumenten van de Omgevingswet
en de samenhang daartussen. Om klimaatbestendig ontwikkelen als
nieuw normaal te beschouwen is het van belang dat op strategisch, tactisch
en operationeel niveau keuzes worden gemaakt over wat dit betekent.
De omgevingsvisie is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving met
strategische hoofdkeuzen voor de langere termijn. Hierin staan op hoofdlijnen
de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschreven, waarop vervolgens
ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van grondgebied zijn
gericht.
Een omgevingsprogramma is uitvoeringsbeleid waarin maatregelen zijn opgenomen
om doelstelllingen op het gebied van de fysieke leefomgeving te
bereiken. Het kan gericht zijn op een thema, een gebied of een omgevingswaarde.
Het doel van het omgevingsprogramma is om een onderwerp of
opgave uit de omgevingsvisie, of ander sectoraal beleid, concreet te maken
׉	 7cassandra://nQzTp4rDG1kkhDNGaUFT51yNCRYGEJx6HMNWp7QUyeM0`j c?\H$s,<׉E	KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
49
de smeerolie van het werkend stelsel van de Omgevingswet, omdat hiermee
de kaders van de visie en programma worden gebruikt als toets. Het beoogde
eindresultaat van het traject Verkennen initiatief is een omgevingsvergunning.
Figuur
23: Het werkend stelsel van de Omgevingswet
door deze uit te werken in doelstellingen en/of maatregelen. Het programma
is hierbij uitvoeringsgericht (waarbij wordt genoemd hoe strategische keuzes
worden gerealiseerd).
In het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving.
Het omgevingsplan gaat uit van activiteiten die op locaties mogelijk
zijn. In het omgevingsplan kan een vergunningplicht komen te vervallen, een
stelsel van meldingsplicht of informatieplicht in het leven worden geroepen,
of kunnen ambities op het gebied van milieu worden verankerd in omgevingswaarden.
Het
verlenen van een omgevingsvergunning leidt tot verandering in de fysieke
leefomgeving. Het is het vehikel om realisaties buiten het omgevingsplan
mogelijk te maken. Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend wordt
het initiatief verkend. Het basisproces Verkennen Initiatief maakt initiatieven
vanuit de samenleving mogelijk door ze vanuit een positieve houding (van
nee, tenzij naar ja, mits) en integraal te benaderen. Het verkennen initiatief is
Figuur 22 laat zien hoe ambities op een nationaal of provinciaal niveau uiteindelijk
doorwerken in een exploitatieovereenkomst of omgevingsverordening.
De voorbeelden van instrumenten zijn niet uitputtend bedoeld, maar geven
wel een indruk hoe zeer een lange adem nodig is. De figuur laat tegelijkertijd
zien hoe veel stappen ertussen, waar bij de overgang van de ene naar de
andere stap ook vaak een overgang van spelers en stakeholders hoort. Het
werken met deze instrumenten onder de Omgevingswet vereist daarom veel
proceskunst. Het vereist een manier van werken van:
• grof naar fijn, van een ambitie, definitie en ontwerp, werkvoorbereiding
tot realisatie en beheer, waarbij de inhoud steeds gebiedsgerichter wordt
uitgewerkt met het bodem- en watersysteem als basis;
• verschillende schaalniveaus, van nationaal, via een regio, gemeente, stad
of dorp naar een concreet gebiedsontwikkelingsproject op een of enkele
percelen;
• goede overdrachtsmomenten en -documenten;
• feedbackloops van uitvoering terug naar ambitie.
De Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten
beschrijft hoe de juridische instrumenten ingezet kunnen worden, inclusief
tekstvoorstellen.
׉	 7cassandra://RxqBzYmupZGtyrGDEQmO742h2PnoWZzDldiGgdxs1RM(<`j c?\H$s,=c?\H$s,<
בCט   {u׉׉	 7cassandra://7xMggUsqGLIes2vYS7g-siASnYWDiJ8H4WtvcPB-QQI `׉	 7cassandra://-xAlqQq1CBxtO4oONXDOuvaTlQ-vdHkLGaXfEvhl84QX|`׉	 7cassandra://iCkShRddA75oRqPbLvv0EVJ4wr5x_XdehsHxPHY9QkA\`j ׉	 7cassandra://LyzI9NI95z3T9Cd4zhH0CIb-qX-q87A7qWW7y-CNPxk M͠	c?mH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://N7VDn1ZTy2kQh1nZXMQoX-0TeG7_AiAMqpp9yn_DJa0 D`׉	 7cassandra://arQ2gDw0tfS2Tua3zENxHW8hkx1SPeZIa93-DsTBkOgv`׉	 7cassandra://124OHIounsL29wO6BY_vI3RF2bXZujq6chRy5_5ERP0`j ׉	 7cassandra://KUUkEeSkRfZuzRIHR4B6rkesWGf3cAYcrg7noTRQ4gw |͠	c?mH$s,׉E 50 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Figuur 24: Instrumenten die ingezet kunnen worden om gebiedsontwikkelingen klimaatadaptief te maken. Niet alle instrumenten zijn altijd nodig.
׉	 7cassandra://iCkShRddA75oRqPbLvv0EVJ4wr5x_XdehsHxPHY9QkA\`j c?\H$s,>׉E0KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
51
3.2
DE EERSTE STAP: VERANKERING IN DE OMGEVINGSVISIES
De oproep in deze rapportage is om bij gebiedsontwikkelingen meer rekening
te houden met het water- en bodemsysteem in een veranderend klimaat. In
zogeheten gebiedsateliers hebben we op projectniveau geëvalueerd wat er
goed gaat en wat beter kan. Een van de conclusies was dat er vóór een project
al keuzes, of juist geen keuzes worden gemaakt. De Regio Noordoost-Brabant
start daarom in 2021 met gebiedsateliers op de schaal van omgevingsvisies.
Voor veel mensen is klimaatadaptatie nog een onbekend of hooguit vaag begrip.
In Noordoost-Brabant wordt momenteel gewerkt aan een Klimaatonderlegger
(zie Figuur 23). Hiermee worden verschillende soorten informatie
gecombineerd tot een kaart die het begrip van het onderliggende water- en
bodemsysteem vergroot. Voor de concretisering van de Omgevingsvisies en
de verbinding van ruimtelijke opgaven met de kwaliteiten en condities van
het landschap in de genoemde gebiedsateliers, kan dit een bruikbaar hulpmiddel
zijn, evenals de landschaps- of watersysteemvisies (zie Intermezzo
Sint-Oedenrode).
Figuur 25: Klimaatonderlegger Waterschap Aa en Maas (Waardenmakers, in concept,
juni 2021), naar aanleiding van de ervaring die met een klimaatonderlegger in
Meijerijstad is opgedaan. Verschillende kaartlagen worden gecombineerd tot landschappelijke
eenheden. Dit is een hulpmiddel in gesprek met ruimtelijk ordenaars en
ontwikkelaars, om zo begrip te kweken voor de kwaliteiten, kansen en beperkingen
van het onderliggende landschap.
׉	 7cassandra://124OHIounsL29wO6BY_vI3RF2bXZujq6chRy5_5ERP0`j c?\H$s,?c?\H$s,>
בCט   {u׉׉	 7cassandra://wgAE1mXaZk4ay3vdON3LeTFrVnUzrULFWHexxGEZV1U g`׉	 7cassandra://eUMQnjQuBOIwmEa3mPJLCxjg7qACgXZC6HlkxqsOjkUC4`׉	 7cassandra://u-G2X4bt4Z38PCbiiqwYZHiNX0LJnaIrxxbXdDGTO8I`j ׉	 7cassandra://92v5Wn-u_H3uy74uKR1yJksv7Q6AAZ9_UxlAiFV8E2k ͠	c?mH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://2uvaTLoJ_X_BCffdpCt4zpuKHhIgNe06IIwrXUq7f8s Q` ׉	 7cassandra://YvJNd8VYKeE4OBFY9C8uc5egsdQJdlTHDOI8GQn48OYQ`׉	 7cassandra://KuM8jHgzSntdfcIWr7xEawD5tGcumPZRpX22IFh0lm01`j ׉	 7cassandra://JTXqinNcVW009sLsH2HdOrrhwOiNt5F_1cL4ttCbfk8͆t͠	c?mH$s,׉E 52 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Figuur 26: Proces gebiedsontwikkeling met momenten waarop klimaatbestendig ontwikkelen als onderdeel van duurzame gebiedsontwikkeling concreet gemaakt kan worden
(Over Morgen).
׉	 7cassandra://u-G2X4bt4Z38PCbiiqwYZHiNX0LJnaIrxxbXdDGTO8I`j c?\H$s,@׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
53
3.3
VERBREED VAN ‘KLIMAATBESTENDIG’ NAAR ‘INTEGRALE
DUURZAME GEBIEDSONTWIKKELING’
Wanneer klimaatadaptatie onderdeel is van de omgevingsvisie en het omgevingsplan,
komt de uitwerking op projectniveau aan de orde. In de casussen
werd duidelijk dat bepaalde doelen kwantitatiever moeten worden
geformuleerd, om er mee te kunnen ontwerpen. Ook lopen gemeenten, projectontwikkelaars
of bouwteams aan tegen het integreren van verschillende
doelstellingen. In de casus Theereheide leidden de gestapelde ambities
uiteindelijk tot een onuitvoerbaar plan. Integratie van doelstellingen dient
niet alleen in de technische planuitwerking te gebeuren, maar dient ook onderdeel
te zijn van het ruimtelijk besluitvormingsproces. Door integraal te
werken ben je niet alleen maar bezig om ‘normen af te vinken’, maar komen
kansen beter tot hun recht. Wonen in het beekdal kan bijvoorbeeld een heel
aantrekkelijk perspectief zijn. Maar hoe organiseer je dat integrale werken?
Een manier om hiermee in de planvormingsfase van gebiedsontwikkeling om
te gaan, is het toepassen van de methodiek van integrale duurzame gebiedsontwikkeling.
Figuur 24 toont opnieuw het gehanteerde proces van gebiedsontwikkeling,
met enkele processtappen toegevoegd om de gewenste concretisering
en afweging van doelstellingen te faciliteren.
De eerste 4 stappen uit het stappenplan worden hieronder toegelicht, omdat
hier de vragen vanuit de casussen over gaan:
1. Duurzaamheidsvisie: thema’s verkennen
In een duurzaamheidsvisie wordt het begrip duurzaamheid geladen. De gemeente
diept de onderwerpen die onder het begrip duurzaamheid vallen
samen met betrokken partijen uit. Het gaat dan om thema’s zoals duurzame
mobiliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en energie. Voor elk
thema wordt er gekeken naar de beleidsuitgangspunten, de unieke ruimtelijke
eigenschappen van de locatie, lokale opgaven en initiatieven, stakeholders
en het gebiedsprogramma (bijvoorbeeld woningbouwopgave). Vanuit het
thema klimaatadaptatie kan een watersysteemanalyse of de zogeheten Klimaatonderlegger
inzicht bieden in de lokale situatie.
2. Ambitie peilen
Per thema valt er nu iets te kiezen. Wat wordt het ‘unique selling point’, ook
vanuit klimaatadaptatie, voor het project en wat is minder relevant? Elke partij
mag haar standpunt innemen en ambities voor alle thema’s bepalen. Daarbij
geven ze ook aan welke rol ze voor zichzelf zien. De hoogte van de ambitie
helpt om maatregelen te kiezen die hierop aansluiten. Binnen elk thema zijn
er immers verschillende maatregelen te nemen.
3. Visie opstellen
Op basis van de thema’s en ambities ontstaat een beeld van het toekomstig
project. Dit geeft richting voor de verdere uitwerking, leggen we vast en
stemmen we af met stakeholders.
Belangrijk in dit proces is elkaar verstaan en begrijpen in combinatie met creativiteit.
Het gaat in deze fase om “omdenken” en strategisch denken in tijd
en gelegenheid. We zijn bezig met een integraal proces, het bouwen van een
robuuste en veerkrachtig beekdalsysteem en niet met de invulling van diverse
functies naast elkaar. Het proces is essentieel voor het vinden van een
gedragen duurzaamheidsvisie. Het is geen gemakkelijk proces, een klimaatbestendige
gebiedsontwikkeling vergt aanpassingsvermogen en flexibiliteit
van alle stakeholders. Door ontwerpend onderzoek, het visualiseren van de
impact van ideeën en het onderbouwen van ideeën met goede modelleringen,
kunnen we een visie op een bepaald gebied maken. De visie moet voor
een ieder helder zijn. Alle betrokkenen moeten weten waar het gebied zich
naar toe ontwikkelt en welk beheer en onderhoud hiervoor nodig is. De duurzaamheidsvisie
is het startpunt voor een concrete uitwerking van de thema’s
in bijvoorbeeld een Programma van Eisen voor een ontwikkellocatie.
׉	 7cassandra://KuM8jHgzSntdfcIWr7xEawD5tGcumPZRpX22IFh0lm01`j c?\H$s,Ac?\H$s,@
בCט   {u׉׉	 7cassandra://3J_1CTPxlviqzOZMcOUmOPw-FWgdr0coeJkig4JcrEA p`׉	 7cassandra://phcnGZQv9xWoW8VDWBx-tAcS0VXmLVtuqbCaZGY9HS4n`׉	 7cassandra://PjTlUkAQaC2xHIVWzD9mUfbXv78Kqic4gdJDaopmMng#b`j ׉	 7cassandra://Dar3hAlcK3jTe0vz0yptAUBeCIIOpuOb60-Te0sjb5A >#0͠	c?nH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://Scf3Mj-dt_hDEdoU5ThpCI4dQcTp06qWK3DlJJuxzuw `׉	 7cassandra://GoaVKFg-igh0F7SVojhFP2DhHdvAkox9lmtKVOih9hQk#`׉	 7cassandra://BcfpHDPWYFGEN0QHUteIdzOvT5KHtaO55jhMJkDJbB0`j ׉	 7cassandra://X4G1mm05tXhVWVIScB0Kgs7RYeKR_Dwk-I0Tc6CuCV0[N͠	c?nH$s,׉E54 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
4. Programma van eisen: randvoorwaarden bepalen.
Het traject kan vervolgd worden met randvoorwaarden
voor de gebiedsontwikkeling in de vorm van bijvoorbeeld
een selectieleidraad voor aanbesteding of als input voor
een kavelpaspoort of bouwenvelop. De eisen in het programma
van eisen voor de Veldstraat zijn hiervoor een
goed voorbeeld.
Figuur 275: Bouwstenen integrale duurzame gebiedsontwikkeling.
In stap 1 wordt verkend welke duurzaamheidsthema’s met welke
aspecten een rol spelen. In stap 2 wordt met behulp van een
spanningen- en synergiematrix verkend waar de opgaven elkaar
versterken of beperken (Over Morgen).
׉	 7cassandra://PjTlUkAQaC2xHIVWzD9mUfbXv78Kqic4gdJDaopmMng#b`j c?\H$s,B׉EtKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
55
Klimaatadaptatie in het Programma van Eisen in de Veldstraat (Heeswijk).
In het programma van eisen voor Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef
rond de Veldstraat in Heeswijk – Dinther is veel aandacht voor groen en
wateroverlast:
• Eigenaren moeten 20mm bergen op eigen terrein
• Het gebied moet als geheel 60mm kunnen bergen
• Bij een bui die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100) moet het gebied
al het water zelf bergen, zonder dat het de huizen inloopt.
• In de Kamersche Hoef moeten minimaal 3 toekomstbomen worden
ingepast. Een toekomstboom is een (overwegend) solitaire boom
die een dermate goede conditie en standplaats hebben dat ze de
potentie hebben om monumentaal te worden. (beeldbepalend
door standplaats en omvang). Hiervoor kunnen de parkeerpleinen
worden benut, waar in elk geval bovengronds voldoende ruimte bestaat
voor grote bomen. De ondergrondse situatie moet geschikt
gemaakt worden voor de ontwikkeling van toekomstbomen.
• Er is gekeken naar overstromingsgevoeligheid vanuit de Aa, maar dit
blijkt niet relevant.
• Droogte komt in het programma van eisen niet voor. Wel lift droogte
mee op de eisen voor wateroverlast
• Hitte lift enigszins mee op de eisen voor groen en bomen.
• In de Veldstraat ligt achter de gemengde riooloverstort een zogenaamde
bergbezinkleiding (BBL). Door de ontwikkeling van Heeswijkse
Akkers en ervaren wateroverlast wordt de uitmonding van de
BBL na een variantenstudie verplaatst richting de Aa.
• De volgende kansen moeten worden onderzocht:
o Zichtlijnen en oriëntatie i.r.t. rand van de bebouwing →
aanhaking verblijf en recreatie.
o Centrale groene ruimte en kleine pleintjes→ dubbelfunctie
regenwater/infiltratie.
o Organische verkaveling, breed straatprofiel met landelijke
sfeer.
o Kijken of aanplant bomen mogelijk is op stroken met haaks
parkeren om hittestress te voorkomen.
׉	 7cassandra://BcfpHDPWYFGEN0QHUteIdzOvT5KHtaO55jhMJkDJbB0`j c?\H$s,Cc?\H$s,B
בCט   {u׉׉	 7cassandra://T_H-qxioi9Nof1LYogCJBs1j1f0kUj7pYLuU0f2czks k` ׉	 7cassandra://iRKunQB_HU0uiDKEmsaAZchALdR4htZO0vTjDH2Xysg`׉	 7cassandra://-ayoHH0NwxycnucfgzpG1SCEMg3tlvdki9EJq2v4jDk.`j ׉	 7cassandra://UfbYTwRK1wxDB5nLAKPF2jFMuxo1wLiZd_0A9aBb-xA͓,͠	c?nH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://6Y-RvNOpfQSlCyHctquMuML2GHzQ4fQX_dIlLwV9SbQ R*`׉	 7cassandra://MrULBRmLGyo99l-GzRlWCMljKTMUtyMQBwLseunQnvIC`׉	 7cassandra://Lj3LmOgTrWbgmxIoxejNUciWuyI11jU0sLuCPaKKWIkq`j ׉	 7cassandra://AQu4H52Qlr68XSto7a7P17sFWcBZdt-PSWcxmiud6Mg E͠	c?nH$s,׉E56 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
3.4
BEPAAL HOE JE JE ALS OVERHEID IN GEBIEDSONTWIKKELING
TOT INITIATIEFNEMERS EN ANDERE STAKEHOLDERS WIL
VERHOUDEN EN HANDEL DAAR NAAR.
“Het is verstandig om als overheden en marktpartijen scherp te gaan nadenken
over wederzijdse rolopvattingen. Zowel overheden als marktpartijen geven
aan dat samenwerking belangrijk en gewenst is; tegelijkertijd komt deze
samenwerking nog niet voldoende of niet goed tot stand. Het is goed om na
te denken over de vraag tot waar de overheid ‘regulerend’ is en vanaf welk
moment ‘samenwerkend’ – waarbij een deel van het antwoord ook besloten
ligt in de vraag hoe ‘de andere kant van de tafel’ invulling geeft aan haar eigen
rolopvatting.” (Klimaatadaptatie in bouwprocessen, Ministerie BZK, 2021).
In zowel de case Theereheide als de case Veldstraat speelde de vraag hoe om
te gaan met ‘de andere kant van de tafel’. Het besef in Nederland groeit dat
voor duurzame gebiedsontwikkeling de kennis en kunde van initiatiefnemers
en hun adviseurs en de verschillende rollen van ‘de overheid’ elkaar zouden
moeten versterken in plaats van tegenspreken. Zeker als die ontwikkelaars eigen
inwoners zijn. De overheid heeft daarbij een keuze hoe ze zich wil opstellen
ten opzichte van ontwikkelaars en andere stakeholders. Figuur 26 geeft
hiervoor 4 opties: passief, faciliterend, activerend of zelf deelnemend. Deze
keuze aan de voorkant afgewogen maken is belangrijk, want dit bepaalt in
belangrijke mate de instrumenten die een gemeente in kan zetten.
Wisselen van rol (Veldstraat)
“We stelden ons in eerste instantie uitnodigend op richting de ontwikkelaar.
Toen we zagen met welk ontwerp ze kwamen, hoe ze invulling
gaven aan de door ons opgestelde eisen, krabden we ons achter de
oren. Dit was niet wat we wilden. We hebben daarna een actievere rol
aangenomen. Dat was wel een lastig proces richting die ontwikkelaar.”
Er is dus een goede publiek-private samenwerking nodig. Voor veel gemeenten
is dit een uitdaging. Hoe stel je een goed programma van eisen op? Hoe
toets je een ontwerp daarop? Hoe houd je je rug recht als een ontwikkelaar
van de eisen af wil wijken? Hoe betrek je de kennis, informatie en bealngen
van andere stakeholders zoals de GGD, een bewonersinitiatief, maatschappelijke
organisaties en ondernemers? In dit proces hebben waterschappen
vaak het idee dat ze laat of niet betrokken worden, ondanks hun waardevolle
kennis van water en klimaat.
Voor een antwoord op deze vragen is het interessant te kijken naar ontwikkelingen
die in andere regio’s en nationaal bezig zijn. Zo wordt in Zuid-Holland,
Utrecht en de Metropoolregio Amsterdam gewerkt aan een regionaal
Convenant Klimaatbestendig bouwen. Dat Bouwconvenant werkt toe naar
een ‘regionaal gelijk speelveld’, waardoor het voor projectontwikkelaars niet
zou moeten uitmaken of ze in gemeente X of gemeente Y bouwen. ‘Shoppen’
wordt daarmee voorkomen. Bovendien kun je als ontwikkelaar sneller werken
als eisen en wensen regionaal vergelijkbaar zijn. Het is van belang om
dergelijke afspraken te beschouwen als een basisniveau en het niet ten koste
te laten gaan van overheden die ambitieuzere doelstellingen nastreven.
Er is een maatregelentoolbox beschikbaar voor heel Nederland. De ministeries
van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat ondersteunen
deze aanpak, bijvoorbeeld met de Handreiking decentrale regelgeving
klimaatadaptief bouwen en inrichten. De schaal én de governance van de
Regio Noordoost-Brabant zouden heel goed passen om dit ook voor deze
regio te organiseren. Een benchmark van hoe de zeventien gemeenten en
twee waterschappen nu invulling geven aan een klimaatproof Brabant zou
een goed vertrekpunt zijn.
׉	 7cassandra://-ayoHH0NwxycnucfgzpG1SCEMg3tlvdki9EJq2v4jDk.`j c?\H$s,D׉E KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
57
Figuur 28: Vier verschillende rollen die een gemeente in kan nemen in gebiedsontwikkeling. Afhankelijk van de rol komen andere instrumenten in beeld (Over Morgen).
׉	 7cassandra://Lj3LmOgTrWbgmxIoxejNUciWuyI11jU0sLuCPaKKWIkq`j c?\H$s,Ec?\H$s,D
בCט   {u׉׉	 7cassandra://IBdca8HR5RRFS-5PD-MUatzVYHFGrP9qZ-boO0_ygeg `׉	 7cassandra://fxI5KP6l0d-gtpOK0M64kWElzAPLTGnZuB78tjz2aAQ{`׉	 7cassandra://kiMCXKQa-EA-zKutTXccP8mySwt4n8PNWXVmkOAyPpY-`j ׉	 7cassandra://w9mVCjax9oQvMi7OU04Lch24FThb852lHmCOJABu3DA͟͠	c?nH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://9h-AQ7TTG9DGCMlYhsHKFAXIAl9PY1Jobrfersionmk `׉	 7cassandra://j01GvFcc8Xv6G_Qc1eOS-0IPWkiUI07M3ynEO_zXQ9E2`׉	 7cassandra://_WL1Ars-QVKucsBxsSe7OxvEYLEiFYGaHktUzkRMJEI`j ׉	 7cassandra://KyhRdCsCcxHt-dMG_w9l6HUTMDf5JYOQTVdinBBpvUk%4͠	c?nH$s,׉E׉	 7cassandra://kiMCXKQa-EA-zKutTXccP8mySwt4n8PNWXVmkOAyPpY-`j c?\H$s,F׉E KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
59
4
UITDAGINGEN
UIT DE PRAKTIJK
leren van gebiedsontwikkelingen in Sint-Michielsgestel
en Heeswijk
׉	 7cassandra://_WL1Ars-QVKucsBxsSe7OxvEYLEiFYGaHktUzkRMJEI`j c?\H$s,Gc?\H$s,F
בCט   {u׉׉	 7cassandra://BvgBC-8FcmmhnTHFPTquUyJRyciB3HoV2Lc3pbcUm7o B` ׉	 7cassandra://IavREAr6eqRlbincDtoeZ-GoWgv8bTs2dnXSUs3eoys~`׉	 7cassandra://msL8ei9NiUdGZCNtHQ-B-BhJI4T3ehNgu6S1lueauRY"`j ׉	 7cassandra://tNlCcUQwY_kqpC7af2mFhSHL9i6DUw6o3npYWCj804U R͠	c?nH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://URCvJZB9ESIvWUHvY4hh5auY3MBRJPdmgB4FS6Xrep8 `׉	 7cassandra://qRu0R8Dz8ebl6Qm9m2cp9p9WH0XglqPbI4Xp09YJXh0ͮ`׉	 7cassandra://lvL8dL1wPmHLNxFNJFZFgND_x9g3uf--fIE_VokzbZo*`j ׉	 7cassandra://mAE_oxeefmPogeFSo8BgW6U0it3rqOTBUXQIGB0LBjwp'̺͠	c?nH$s,׉E60 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
“Wie bedenkt er nou om te gaan
bouwen in zo’n laaggelegen gebied?”
Voor veel mensen die aan klimaatadaptatie werken is dit een bekende verzuchting,
uitgesproken tijdens een van de gebiedsateliers. Toch gebeurt dit
geregeld, omdat de vraag naar ruimte groot is vanuit verschillende opgaven.
Klimaatadaptatie kan niet los gezien worden van deze andere opgaven. Zoals
de wens voor voldoende betaalbare woningen, energietransitie, biodiversiteit
en circulair bouwen. Klimaatbestendig bouwen vereist een integrale
afweging. Deze studie roept professionals die aan klimaatadaptatie werken
daarom op: “sta niet aan de zijlijn, maar wees onderdeel van het proces van
gebiedsontwikkeling en breng daar je belang en kennis in”.
Na een ronde van interviews is voor elke casus een gebiedsatelier georganiseerd.
De verslagen van de gebiedsateliers zijn opgenomen als bijlagen.
In de gebiedsateliers stond de inhoud en het proces centraal. Op verzoek
van de betrokken gemeenten waren de gebiedsateliers niet ontwerpend
bedoeld, omdat het ontwerp zijn eigen dynamiek kende. Het doel was niet
om te interveniëren in de casussen, maar om ervan te leren voor andere
gebiedsontwikkelingen in Noordoost-Brabant.
De deelnemers aan de gebiedsateliers hadden behoefte aan oplossingen
rond deze uitdagingen. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de gemeenten, maar ook
waterschappen, provincie en ontwikkelaars om kunnen gaan met deze uitdagingen.
Figuur
29: Proces van gebiedsontwikkeling (Over Morgen).
׉	 7cassandra://msL8ei9NiUdGZCNtHQ-B-BhJI4T3ehNgu6S1lueauRY"`j c?\H$s,H׉EbKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
61
Uit de gebiedsateliers trekken we de volgende conclusies:
1
We stapelen ambities in plaats van te kiezen: een gebiedsgerichte
integrale aanpak waarbij alle gebruikers zich richten
naar het bodem- en watersysteem, en buiten eigen kaders
is noodzakelijk.
Niet alles kan overal. Toch zien we in de twee casussen dat ambities zich
opstapelen en dat het moeilijk kiezen is voor de ene of de andere ambitie.
Waterexperts hebben het gevoel langs de zijlijn te roepen, maar niet
in het centrum van gebiedsontwikkelingen te komen. Ondanks alle inbreng,
worden er keuzes gemaakt in de ontwerp- of uitvoeringsfase die
niet altijd klimaatadaptief zijn, waar het water niet als leidend principe
geldt. Een gebiedsgerichte aanpak is essentieel waarbij alle gebruikers
zich richten buiten de eigen grenzen om te komen tot integrale oplossingen.
2
Wanneer
is het goed genoeg en welke maatregelen moeten
we nemen? Hoe borgen we klimaatadaptatie in beleid?
“Geef me normen en euro’s en ik maak het voor je” zei een van de
deelnemers in de gebiedsateliers. Klimaatadaptatie is echter vaak niet
zo kwantitatief vormgegeven. Voor droogte en hitte zijn er geen harde
eisen. Voor wateroverlast, hydrologisch neutraal bouwen en hittebestendig
bouwen zijn er wel normen, maar deze normen houden onvoldoende
rekening met klimaatverandering. Bovendien vervalt onder
de Omgevingswet grotendeels het normatieve denken waarvoor het
randvoorwaardelijke denken in de plaats komt. Tot nu toe heeft het ontbroken
aan criteria of leidende principes vanuit een lagenbenadering
waarlangs ruimtelijke keuzes kunnen worden genomen in het besef dat
klimaatadaptatie een ruimtelijke opgave is en niet een sectorale water
& riolering-opgave.
Bij veel kleinere gemeenten is er ook onvoldoende tijd en kennis om
te bedenken welke maatregelen waar en wanneer nodig zijn. Dit hoeft
geen probleem te zijn, omdat die kennis bij marktpartijen vaak wel aanwezig
is. Maar: hoe zorgen we als gemeente dat die marktpartijen de
juiste maatregelen treffen? En hoe zorgen we dat alle hulpmiddelen en
kaders elkaar versterken? Hoe die kennis wordt ontsloten en effectief
ingezet kan worden, hangt af van de rol die een overheid inneemt ten
opzichte van initiatiefnemers. De komst van de omgevingswet brengt
daarin ook een nieuwe dynamiek. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden
om te gaan sturen op omgevingswaarden. Ook de taal verandert
met de komst van de nieuwe Omgevingswet: het gaat over een veilige
en gezonde leefomgeving. Daarmee wordt klimaatadaptatie nog nadrukkelijker
een ruimtelijke opgave.
3
Niet zelden is de kwaliteit van de stadsrand het resultaat
van een sectorale afweging van belangen.
We benaderen de opgave nog teveel sectoraal en bekijken alleen het
projectgebied, waardoor we kansen en de samenhang in de omgeving
missen, maar ook knelpunten elders veroorzaken. Systeemdenken en
integrale gebiedsontwikkeling zijn de sleutelbegrippen voor een verantwoorde
duurzame ontwikkeling van de stadsrand en het beeklandschap.
Klimaatadaptatie is – net als andere duurzaamheidsopgaven – een
maatschappelijke opgave waarin een ieder een aandeel kan leveren.
׉	 7cassandra://lvL8dL1wPmHLNxFNJFZFgND_x9g3uf--fIE_VokzbZo*`j c?\H$s,Ic?\H$s,H
בCט   {u׉׉	 7cassandra://p0fgyGqSfcyx6W-JaIM6rbdXNclSmKssfU8hCANtEPs "`׉	 7cassandra://jdI3__m0UnhhXlu8mQqkQQ72nR_1D-QZocYn-iKF20Aͤ`׉	 7cassandra://kDe_gpLQkUal0UcO_ArE3ofQgtQAB_Nbfz2txJG2dO01"`j ׉	 7cassandra://7X4O7pojd424G_SuYzpEo4sgekU5eKWrRqY_UL6SZSw 	R͠	c?oH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://BRorNumQ_GaZlIVAh3GTCQyIogNHE__VZqa5pnoQp9c `׉	 7cassandra://b8La8SvjN67g7NQXA4QQiwIFy_m9BIy_--2ctvE2Kv8Ͱ`׉	 7cassandra://58biCDIEbQlN1ze-RYx9UoxL1zD4npd30-zLFyasExc7`j ׉	 7cassandra://SfTasP7LKKJjU5MOO6AtDMY_vJYOufwQBq_JOWCsE8c R͠	c?oH$s,׉E62 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
CASUS 1: VELDSTRAAT
(HEESWIJK, GEMEENTE BERNHEZE)
deels op eisen rond bomen.
Het gebied
De Veldstraat en omgeving liggen direct ten westen van de bebouwde
kom van Heeswijk-Dinther. Momenteel heeft het een agrarische functie,
maar er staan twee woningbouwontwikkelingen op stapel: Kamersche
Hoef en Heeswijkse Akkers.
De opgave
In de Veldstraat komt een grote overstort uit. Deze overstort treedt geregeld
in werking, wat leidt tot klachten over wateroverlast, zwerfvuil en
stank bij bewoners. Figuur 21 geeft een schematische landschappelijke
schets van de Veldstraat en omgeving. Figuur 22 is een hoogtekaart,
waarin de overstort met een ster is aangegeven en het tracé van een
‘bypass’ van de overstort naar de Aa in blauw is ingetekend.
Hoe wordt rekening gehouden met klimaatadapatie?
De gemeente heeft in het programma van eisen veel aandacht voor
groen en wateroverlast, als onderdelen van klimaatadapatie. Zo moeten
private eigenaren 20 mm bergen op eigen terrein, en het hele gebied
moet 60 mm kunnen bergen. Bij T=100, ofwel een wateroverlastsituatie
die eens in de 100 jaar voorkomt, is de eis dat het water in het gebied
geborgen dient te worden en niet de huizen in loopt. Het gebied is geselecteerd
omdat niet duidelijk was wat de relatie was met mogelijke
overstroming uit de Aa onder invloed van klimaatverandering. Vanwege
de hoogteverschillen met het beekdal van de Aa bleek dit in de voorbereiding
op het gebiedsatelier echter geen opgave. Droogte wordt niet
als thema genoemd, maar lift deels mee op de eisen voor wateroverlast.
Hitte is ook geen apart thema in het programma van eisen, maar lift
Figuur 30: Landschappelijke schets
Veldstraat en omgeving (Heeswijk)
׉	 7cassandra://kDe_gpLQkUal0UcO_ArE3ofQgtQAB_Nbfz2txJG2dO01"`j c?\H$s,J׉EgKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
63
Conclusies uit het gebiedsatelier Veldstraat
Uit het gebiedsatelier met de gemeente komt het beeld dat het lukt om
eisen te stellen ten aanzien van klimaatadaptatie, zeker in Kamersche
Hoef, maar dat er nog wel vragen open liggen:
• We stellen normen, maar wanneer is het klimaatbestendig genoeg?
Hoe bepaal je dat?
• Hoe maak je resultaten meetbaar?
• Welke maatregelen zetten we waar en wanneer in? En wat zijn daarbij
goede functiecombinaties? Denk aan speelwadi, groenparkeren,
waterkerende verkeersdrempel, of een waterbergende weg.
• Hoe houden we onze rug recht in de onderhandeling met een ontwikkelaar?
•
Hoe kunnen we onze beheerders en de toekomstige bewoners op
tijd betrekken?
Figuur 31: Hoogtekaart Veldstraat en omgeving, inclusief trace van de bypass
van de overstort richting de Aa (blauwe lijn).
׉	 7cassandra://58biCDIEbQlN1ze-RYx9UoxL1zD4npd30-zLFyasExc7`j c?\H$s,Kc?\H$s,J
בCט   {u׉׉	 7cassandra://fubbzGsT0hyIFYyouz6S-ogtMhuMxGbogoJ5FeU_88I g?`׉	 7cassandra://rEyD9ALHNlygR4bC_Lu0yfPrWsUe18p4DppbkcXjU1Yͣ`׉	 7cassandra://nRv4ioMPoaxKEZZ_mcF-dY74Gf-zK_fkXW9O877Ef_0+!`j ׉	 7cassandra://8Zh9O9ZOaWMqTpkd4QrJhfrCiDbRVe_BquiL9WQuByo #wR͠	c?oH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://nitVtmDdp4RBONgUNHFLN85jUeB1_Gw41_h1ugoMMWQ Z `׉	 7cassandra://p4o6wAmqfoKoJvui8KMVKiOE_TRSR1B_ahI8TEy21tsx`׉	 7cassandra://8_qTQg3wyf1ipzpwg7yEv9cV3kC78V-G0iXxeZ21_5gP`j ׉	 7cassandra://i_Y5KZhQ_Klrld5vm4rjRZxgB6JrfQzfESIMK0JQJQkfZ͠	c?oH$s,נc?oH$s, u99ׁH !http://klimaatadaptatiebrabant.nlׁׁЈנc?oH$s, 	#̠9ׁHhttp://www.bouwadaptief.nlׁׁЈ׉E	/64 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
CASUS 2: THEEREHEIDE (SINT-MICHIELSGESTEL)
Het gebied
Sint-Michielsgestel is ontstaan aan de oostzijde van de Dommel, op het knooppunt van de Theerestraat,
de Nieuwstraat en de Schijndelseweg, het huidige centrum. Eind jaren ‘70 breidt Sint-Michielsgestel
grootschalig uit. Ten oosten van het centrum wordt de wijk Beekkant ontwikkeld,
aan de westzijde van de Dommel wordt verder gebouwd aan de wijk Theereheide. Die laatste
betreft een grootschalige ontwikkeling, waarbij het oorspronkelijke, kleinschalig agrarische gebied
transformeert naar een moderne, planmatig opgezette woonwijk.
De opgave
Vandaag de dag is de wijk Theereheide nog steeds aan ontwikkelingen onderhevig. Er vinden op
aantal plekken belangrijke ontwikkelingen plaats. Zo is het voormalige Sportpark Heidelust van
Sport Club Irene vrijgekomen door de verplaatsing van de sportvelden. Ontmoetingscentrum De
Huif staat leeg door de verhuizing naar de Meander. Basisschool De Bolster heeft meer ruimte
nodig en de sporthal aan de Eikenlaan is aan vervanging toe.
De wensen en mogelijkheden voor ontwikkelingen in de wijk Theereheide zijn eind 2019 en begin
2020 opgehaald en getoetst. Op basis hiervan heeft de gemeenteraad een ontwikkelvisie
vastgesteld. In deze visie staan vastgestelde scenario’s en ruimtelijke kaders voor vier gebieden:
Heidelust, De Bolster, Omgeving sporthal Eikenlaan, De Huif.
Hoe wordt rekening gehouden met klimaatadapatie?
Op de locaties in Theereheide waar ontwikkelingen plaats gaan vinden spelen verschillende wateropgaven,
zoals het vervangen van de riolering en het regenwater afkoppelen van het riool.
Bouwen zorgt ervoor dat het waterbergend vermogend van het terrein afneemt. Bovendien
liggen de gebieden waarop woningbouw gepland is op plekken die zijn aangeduid als reservering
voor waterberging. Wanneer stedelijke ontwikkeling plaatsvindt zal ophoging plaatsvinden,
waardoor er elders waterbergend vermogen moet worden gecompenseerd.
Figuur 32: Landschap rond Theereheide. De wijk Theereheide
ligt ten westen van het centrum van Sint-Michielsgestel.
Het is omgeven door de beekdalen van de Essche
Stroom (west) en de Dommel (Oost en Noord), het dorp
Sint-Michielsgestel, landgoederen aan de zuidkant en
agrarische percelen direct ten westen van de wijk (Gebiedsvisie
Halderse Akkers. 2020).
׉	 7cassandra://nRv4ioMPoaxKEZZ_mcF-dY74Gf-zK_fkXW9O877Ef_0+!`j c?\H$s,L׉E	KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
65
Een andere opgave is dat een ontwikkeling hydrologisch neutraal uitgevoerd
moet worden. Dat betekent dat bij een toename van verhard oppervlak
binnen het plangebied het daar van af stromende regenwater ook
binnen het gebied opgevangen dient te worden. De norm is 60 mm per
vierkante meter toename van verharding. Het grondwater in Theereheide
ligt hoog, waardoor de waterbergingsdiepte beperkt is. Hierdoor neemt bij
iedere extra vierkante meter bebouwing de benodigde waterberging toe.
Op bovenstaande wateropgaven is het ook belangrijk klimaatverandering
en de opgaven die daarbij komen kijken mee te nemen. De stresstest laat
zien dat wateroverlast in de toekomst heviger wordt en dat daarmee de
kans op overstroming toeneemt. Het is daarom van essentieel belang dat
dergelijke verwachte ontwikkelingen nu al meegenomen worden in de ontwikkelingen
in de wijk. De afkoppelkansenkaart van de gemeenten (Figuur
6) geeft aan waar water afgekoppeld en al dan niet geïnfiltreerd kan worden.
Conclusies
uit het gebiedsatelier Theereheide
Op 3 september 2020 hielden we na een inventarisatie en interviews een
gebiedsatelier met medewerkers van de Gemeente Sint-Michielsgestel en
Waterschap de Dommel over hoe klimaatadaptatie een plek krijgt binnen
de ontwikkelingen in Theereheide en waar de gemeente en het waterschap
dan tegenaan lopen.
De conclusies zijn:
• Keuzes vroeg in het proces werken lang door, terwijl de consequenties
van keuzes niet altijd duidelijk zijn op dat moment. Mensen die werken
aan de opgave van klimaatadaptatie zitten niet altijd aan tafel in die
zogeheten ‘pre-initiatief fase’ (zie Figuur 20).
• Keuzes zijn terug te voeren op meerdere doelstellingen voor een gebiedsontwikkeling.
Zo wil de gemeente geld verdienen aan de gronduitgifte,
duurzaamheidsambities realiseren en er moeten voldoende
betaalbare woningen komen.
• Er is veel informatie beschikbaar: stresstest, instrumentenkoffer van
waterschap de Dommel, websites als www.bouwadaptief.nl en www.
klimaatadaptatiebrabant.nl. Je ziet door de bomen het bos haast niet
meer.
• De doelen voor klimaatadaptatie zijn vaak niet zo hard als voor andere
doelen. Ook komen er – vooral bij kleinere gemeenten - niet altijd euro’s
of capaciteit mee om invulling te geven aan de ambities.
׉	 7cassandra://8_qTQg3wyf1ipzpwg7yEv9cV3kC78V-G0iXxeZ21_5gP`j c?\H$s,Mc?\H$s,L
בCט   {u׉׉	 7cassandra://4AQKrXHwhnOtJ7pezDqNmLS6YQCmhJHjx5Z9YG6KfzY 4R`׉	 7cassandra://GIUlqgCl2MZNMwrAO-xj56RJ4feZofOTZUZtD3PIFv8^`׉	 7cassandra://5Ge8gfb34sKeAEL133Twe-j_4q2AIWgb2f8Ppy4UcRM"`j ׉	 7cassandra://Q86uyaJt2JBev0VUfJRwSdj2p8Ug1EYlwBNWLeSvs-0͵\͠	c?oH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://ZNZPQt2DoFDTAkGkPeUvSdQYFnVV9L3CgFwe3sgX6Ts"t` ׉	 7cassandra://haUYIt4hhqVa_nB4xPtrifpaz5t0pmQIvwt1QjvyXiI	` ׉	 7cassandra://sI86CUoWQlChA843bxQplwkz9Nmat3uUypQvXIHJaSg` j ׉	 7cassandra://Xo1PlmsKFm1LmJaW2Q_zzJ45bvHrP14WiakYD1koBYc1͠	c?oH$s,׉EV66 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Wat is nodig om klimaatbestendig te ontwikkelen?
€’s en ruimteclaim
ontbreken in
stresstestinfo
Conflict in provinciale stukken:
zoekgebied verstedelijking én
wateropgave gebied.
Ongeveer versus precies.
Provincie RO
Omgevingsvisie, vooraf
prioriteren in een gebied.
Flexibel houden. Kun je een
financiële doorrekening
maken op gebiedsniveau?
Project
ontwikkelaar
Adviseur
Bouwconvenant interessant?
Kan voor klimaatadaptatie,
maar ook voor andere
duurzaamheidsthema’s.
Ontwikkelaars en
overheden wijzen
naar elkaar
Kaders niet
altijd ‘omarmd’
Legesverordening
eisen opnemen
Wethouder
Gemeenteraad
PvU, kun je
flexibel maken en
dynamischer, met
ruimte en euro’s
Duurzaamheid in
bestuursvoorstel,
specifiek maken voor
klimaatadaptatie
Benieuwd naar
integrale afweging
Theereheide (sociale
woningbouw)
stedelijk water
Stresstest
informatie
PvE generiek
Instrumenten
koffer Dommel
(voor nieuwe
plantoetsers)
Onbekendheid
Projectleiders
RO
Riolering
Groen
Verkeer
Wethouder
Barrière
Gemeenteraad
Watersysteemvisie. Vb
Dungense polder,
verschillende schalen.
Omgevingsplan geeft
nog meer ruimte dan
bestemmingsplan
Beoordelingstool
bestemmingsplan
(vb. Yorick,
Amsterdam)
HNO, watertoets
laat, voorbeeld
Vion.
Verkeer
Initiatief
Definitie
Ontwerp
Voor
bereiding
Rechte rug vanuit
gemeente richting
ontwikkelaars
Goed voorbeeld
Heesch‐West.
Opgave duidelijk
maken, betrokken
houden bij gebruik
Onbekendheid met
maatregelen en wat
dat betekent voor
beheer
Realisatie
Gebruik
Aannemer
Campagne: verhard geen
tuinen. Meenemen in de
opgave.  Project
Klimaatbewustzijn. Integratie
RO, communicatie en civiel.
Bewoners
(initiatief)
Watertoetser
Sleutelfiguren
Kaders
Hulpmiddel
Figuur 33: Resultaat van het gebiedsatelier: overizcht van barrieres, kaders, sleutelfiguren en hulpmiddelen om klimaatbestendig te ontwikkelen.
׉	 7cassandra://5Ge8gfb34sKeAEL133Twe-j_4q2AIWgb2f8Ppy4UcRM"`j c?\H$s,N׉E /KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
67
׉	 7cassandra://sI86CUoWQlChA843bxQplwkz9Nmat3uUypQvXIHJaSg` j c?\H$s,Oc?\H$s,N
בCט   {u׉׉	 7cassandra://3dd42sBy5OBfQk3gMgisvobuPqbR0yTH6phpKAH81Hg =A` ׉	 7cassandra://vdE-uHvKI8ev98LQ8Y5SNdUqR71XGoJBZrfLePj3GuIw`׉	 7cassandra://DQPQwnN78x4VoSRPBUN84PFXpmFx3YKiDpBSh81b63I`j ׉	 7cassandra://oqYl3hrmI0G_6zROLxh2nYwhZDvk6qkMQiNe5GDmgRE͈͠	c?pH$s,ט { {u׉׉	 7cassandra://XiYCaCjFNoebxHtv-U6LBVfxyYfxjr6zu0g8NvgFJ5g r`׉	 7cassandra://Vi6GIe02IJ6Vc8bkaUnMr6Vss6BBPjB06PJWhLO7UDc]`׉	 7cassandra://HuDI0FD_0s_tzQL8TF16K7PIz5Ae4IFOovv5kES_YEI`j ׉	 7cassandra://RR1yvVNBBsHw58qOHGoiZ7v6l1axCbTN0tLpfrs2yfYշ͠	c?pH$s,ƒנc?pH$s,́ !l9ׁHhttp://www.kruitkok.nlׁׁЈנc?pH$s,ˁ ̖9ׁHhttp://www.overmorgen.nlׁׁЈ׉E68 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
LITERATUUR
Klimaatbestendige gebiedsontwikkeling:
• Ministerie van Binnenlandse Zaken. (2020). Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten.
• Deloitte. (2020). Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen.
• Provincie Zuid-Holland. (2019). www.bouwadaptief.nl.
• Rainproof Amsterdam. (2018). Rainproof als standaard.
• Samen Klimaatbestendig et al. (2020). Ritsen: een gids met klimaatadaptieve instrumenten voor bouwen en ontwikkelen.
• Samen Klimaatbestendig et al. (2019). Roadmap klimaatrobuuste gebiedsontwikkeling.
Klimaatrobuuste beekdallandschappen:
• Brown, R. R., Keath, N., & Wong, T. H. (2009). Urban water management in cities: historical, current and future regimes.
Water science and technology, 59(5), 847-855.
• Candel, J. H. (2020). Ahead of the curve: channel pattern formation of low-energy rivers (Doctoral dissertation, Wageningen University and Research).
• H+N+S. (2018). Reisgids: Op weg naar klimaatrobuuste beeklandschappen.
• Kruit Kok Landschapsarchitecten. (2008). Catalogus Omgaan met water in het Groene Woud. ARC Studie Ruimtelijk Ontwerpen met water.
• Kruit Kok Landschapsarchitecten. (2020). Groen Blauwe Delta.
• Rooij, L.L. de, Sterk, M., Meij, M. van, Mourik, M. van, Hu, X., Voskamp, I.M., Timmermans, W., (2021).
Klimaatrobuuste beeklandschappen Noordoost Brabant -in perspectief, Wageningen Environmental Research.
• Ruimte met toekomst. (2014). De Lagenbenadering. http://www.ruimtexmilieu.nl/wiki/ontwikkelconcepten/lagenbenadering.
• STOWA. (2019). Praatplaat klimaatbestendig beekdallandschap.
• Verdonschot P. (2010) Het brede beekdal als klimaatbestendige buffer in de veranderende leefomgeving - Flexibele toepassing van het 5B-concept
in Peel en Maasvallei.
• Xi-Ontwerp. (2020). Het verhaal van de AA: samen maken we het AA-dal klimaatrobuust. Waterschap AA en Maas.
Omgevingswet
• Ministerie van BZK. (2020). Nationale Omgevingsvisie – duurzaam perspectief voor onze leefomgeving.
• Provincie Noord-Brabant. (2018). De kwaliteit van Brabant – visie op de Brabantse leefomgeving: Omgevingsvisie van de Provincie Noord-Brabant.
• Rijksoverheid. (n.d.) Website Omgevingswet. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet.
׉	 7cassandra://DQPQwnN78x4VoSRPBUN84PFXpmFx3YKiDpBSh81b63I`j c?\H$s,P׉EKLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
,
COLOFON
© Over Morgen | Kruit|Kok Landschapsarchitecten
Klimaatbestendig bouwen in beeklandschappen
Opdrachtgever
Regio Noordoost-Brabant
Ontwerpteam
Mariëlle Kok & Esther Kruit, Kruit|Kok Landschapsarchitecten
Maarten Verkerk, Over Morgen
Contactpersoon: Maarten Verkerk
Plaats en datum: Eindhoven, 23-05-2021
Projectnummer: L2006
Documentnummer: L2006 R001 v3
Tekst Mariëlle Kok, Maarten Verkerk
Illustraties Mariëlle Kok, Anastasia Demidova
Foto’s internet, Kruit|Kok Landschapsarchitecten,
Paulien Varkevisser (fotocollage pagina 8)
Opmaak & vormgeving Paulien Varkevisser| fotografie & vormgeving
Over Morgen
www.overmorgen.nl
Kleine Koppel 26
3812 PH Amersfoort
Kruit|Kok Landschapsarchitecten
www.kruitkok.nl
Eindhoven
Strijp-S SWA 4.013
Torenallee 45, 5617 BA Eindhoven
040-2516114
Oss
Raadhuislaan 2a, 5341 GM Oss
0412-624468
Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt
zonder
schriftelijke toestemming van de opdrachtgever,
Over Morgen en Kruit|Kok Landschapsarchitecten
Over Morgen en Kruit|Kok hebben bij hun werkzaamheden
de zorgvuldigheid in acht genomen die
van haar kan worden verwacht. Aan de getoonde
informatie in deze publicatie kunnen geen rechten
worden ontleend. Op de werkzaamheden van Over
Morgen en Kruit|Kok zijn de voorwaarden van toepassing
zoals vastgelegd in De Nieuwe Regeling 2005
(DNR 2005).
Over Morgen en Kruit|Kok hebben met zorgvuldigheid
de beelden in deze publicatie geselecteerd. Het
kan voorkomen dat niet alle rechthebbenden van de
gebruikte beelden zijn achterhaald. Belanghebbenden
worden verzocht contact op te nemen.
voorafgaande
69
׉	 7cassandra://HuDI0FD_0s_tzQL8TF16K7PIz5Ae4IFOovv5kES_YEI`j c?\H$s,Qc?\H$s,P
בCט   {u׉׉	 7cassandra://KkMfCKkdq3dt2q6ho8esYjFIg0ogKK_quZelquY_fBIWd` ׉	 7cassandra://x88RyA1HIxvrunJg2s1Lo_3Th5n95pA7ydCoHSutkxkf` ׉	 7cassandra://61rN0o8HYPqWM0xPMHXXVkdO-O1O6WpS5d4ys7qOZ7kc`j ׉	 7cassandra://MRnS3S_qBZjzfe3Erc-m_YjVDdkwMuN3uBp37qb732QC͠	c?pH$s,׉E ]70 KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN
Over Morgen & Kruit|Kok Landschapsarchitecten
׉	 7cassandra://61rN0o8HYPqWM0xPMHXXVkdO-O1O6WpS5d4ys7qOZ7kc`j c?\H$s,R׈Ec?\H$s,Sc?\H$s,R
) ?KLIMAATBESTENDIG BOUWEN IN BEEKLANDSCHAPPEN versie 2 23.08.2021 cOntwerpprincipes en spelregels voor gebiedsontwikkelingen in beeklandschappen in Noordoost-Brabant.c??frJ