׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://GR6fLrmjF3pa6tVvWmbbD91unBK1z5kjIwE6W0epqPI C`׉	 7cassandra://OCuuJi_2MVps2JAEh5C6H0OWG_AfCMVDylasrEpHyns]`S׉	 7cassandra://4NSDnhhhgBPJyFmqRMs7IrfT4fKWSf-8F4PGEW-DhSQ#`̵ ׉	 7cassandra://esUdaeAPpGVFcDQTnTMKTuBD_lZsjn7G9by_-T1Odk0 ̆͠\sh_ט   {u׈         ׈E\sh_׉E ;Koninklijk Actuarieel Genootschap
PROGNOSE
- TAFEL
AG 2018
׉	 7cassandra://4NSDnhhhgBPJyFmqRMs7IrfT4fKWSf-8F4PGEW-DhSQ#`̵ \sh_ԁ\sh_Ӂ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nygeVLqw84HvtNg-8TpszjOAFzmAH3Xb4EtO1iVg9mQ͹B`׉	 7cassandra://4Nwuo6LgZrIKFHMv4NU1C2eKH7rYv1Ee25qAppKYlLcS`S׉	 7cassandra://-W-l_QFng1vrNvI-fUOkBM6-XN-un6C9_9cOOGm0DcE`̵ ׉	 7cassandra://f5xq7cYWZ4vKzsV_Aby0Zd27loUqibUXz_mfNENaW4c͠u6͠\si_ט  {u׉׉	 7cassandra://RzD-TlTtZ4aeulghg-W8zFqGFWD1hnwWDDUThHQbSyQu\` ׉	 7cassandra://p50Km-dDNCUGCkhFZsELHCvMJasMLIkxqg9hmd95hE4` S׉	 7cassandra://3ipt_18KT5-QIQb9tti1Ok_ssFjOHIP3oj4U04VyJxY` ̵ ׉	 7cassandra://jGH3fmao753Tmb_h4a8-L7hqd_qBQ-fXR9WrpzqbWO0 /͠\si_נ\si_ =]9ׁHhttp://www.ag-ai.nlׁׁЈ׉E )PROGNOSETAFEL AG2018
12 september 2018
1
׉	 7cassandra://-W-l_QFng1vrNvI-fUOkBM6-XN-un6C9_9cOOGm0DcE`̵ \sh_׉E colofon
Uitgave Koninklijk Actuarieel Genootschap, Groenewoudsedijk 80, 3528 BK Utrecht
telefoon: 030 686 61 50, website: www.ag-ai.nl
Vormgeving Stahl Ontwerp, Nijmegen
Druk Selection Print & Mail, Woerden
Prognosetafel AG2018
2
׉	 7cassandra://3ipt_18KT5-QIQb9tti1Ok_ssFjOHIP3oj4U04VyJxY` ̵ \sh_ց\sh_Ձ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://eAXsCQofrbPNI2-D9NVSJwQSR2WSgCRZd6A4mSX77Sk ` ׉	 7cassandra://1ClmDH5_sJHB8kRZ8Gy7oj31HUEpPrvFEBIDbVPeW1k-$` S׉	 7cassandra://blurQnWwr1MfN9pTmhBm_wsGKKdDg2XfEz6VJXQvGcc`̵ ׉	 7cassandra://0RL-DMbkmW-bGrfXgflHGfDvuATX-kx0pZydvGQnxLQ(͠\si_ט  {u׉׉	 7cassandra://lsRGHfoSLmGERzqCoaTf86JE1D7BLMLQV3ytFn292yQ#` ׉	 7cassandra://ZLfxVtQvwE9o7XImCPO24d5KkVvpv-3rW_r3snR8tFU` S׉	 7cassandra://MQ4vmGRIchT6S3-AJ_liZA5nFpUz1i7kuSnPE9dB6z0` ̵ ׉	 7cassandra://2MDPtbmrz9sOkFEsAhE1Sp_T1_6eMfs3XtpPC9V6JKo͠\si_׉E1 VOORWOORD
De levensverwachting in Nederland is de laatste 50 jaar gestaag toegenomen. Deze
tendens heeft grote impact op de samenleving. Voor pensioenfondsen en
levensverzekeraars is het van belang continu inzicht te hebben in deze ontwikkeling om
gedane beloften na te kunnen komen.
Het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) ziet het als zijn rol de financiële sector inzicht
te verschaffen in deze ontwikkelingen met behulp van prognosetafels. De nieuwe
Prognosetafel AG2018 is gebaseerd op hetzelfde model dat de basis vormde voor de
Prognosetafel AG2016. Het is een volledig transparant model met een beperkt aantal
parameters zodat het goed uitlegbaar en exact na te bouwen is. Dit sluit aan bij de
doelstelling van het AG om kennis beschikbaar te stellen én toepasbaar te maken voor de
financiële sector.
In deze publicatie gaat de AG-Commissie Sterfte Onderzoek (CSO) nader in op de
totstandkoming en uitkomsten van de Prognosetafel AG2018. Als voorzitter van het AG ben
ik veel dank verschuldigd aan de leden van de CSO en aan de leden van de Werkgroep
Prognosetafels voor het vele goede werk dat is verricht.
Namens het bestuur van het AG,
drs. Ron van Oijen AAG
voorzitter
Prognosetafel AG2018
Voorwoord
3
׉	 7cassandra://blurQnWwr1MfN9pTmhBm_wsGKKdDg2XfEz6VJXQvGcc`̵ \sh_׉EPrognosetafel AG2018
4
׉	 7cassandra://MQ4vmGRIchT6S3-AJ_liZA5nFpUz1i7kuSnPE9dB6z0` ̵ \sh_؁\sh_ׁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VSqB44Uq9enObqaghVe7coNcxf2EFTxLRU6CVcs46QE d` ׉	 7cassandra://h_nPojW_dt1H7HF3Z8IJ77HbXHTH6KLRsDctjT6wMqg?`S׉	 7cassandra://ciy_-fdDrd1ZhZ1hdzUpQbft4uSD6D5fHIDUtBvw3X8`̵ ׉	 7cassandra://RI3NW7lzBqY2VMJP0O2WOfpGjF-iXkK5jrtqdwSgypE7͠\si_ט  {u׉׉	 7cassandra://06atTHxE-GGeaG1onuHoijdor9uPzMbN0easacD32lQ$I` ׉	 7cassandra://7tpWGD97mllC4UvPl1NkFzAvnPbVc9yf0Ao85Jkd2C0` S׉	 7cassandra://HeLLdZBKdI-shTcP8OVZ7q9BGCm472egdpr-8JtHytc` ̵ ׉	 7cassandra://opaJHx1gKO7iJ01317YNddn0xAKGZRuzJwc7hF9UVvA	:͠\si_׉E	2
VERANTWOORDING
Commissie Sterfte Onderzoek
Het volgen van de ontwikkeling van sterfte in Nederland en het prognosticeren hiervan, is
sinds jaar en dag een belangrijke taak van het AG. Dit komt tot uiting in de lange reeks
van periode- en prognosetafels die het AG heeft gepubliceerd. In 2011 heeft het bestuur
van het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) de Commissie Sterfte Onderzoek (CSO)
ingesteld met de opdracht tweejaarlijks een nieuwe prognosetafel uit te brengen voor de
inschatting van de toekomstige levensverwachting van de Nederlandse bevolking. In 2014
is een model geïmplementeerd dat, naast de sterfteprognose, ook de onzekerheid daarin
weergeeft (een zogenaamd stochastisch model). Dit leidde tot de publicatie Prognosetafel
AG20141. De Prognosetafel AG2016 is gebaseerd op hetzelfde model als de Prognosetafel
AG2014 met een aantal wijzigingen in de gebruikte data en de schattingsmethode. In het
bijzonder werd rekening gehouden met de correlatie tussen de sterfteontwikkelingen van
mannen en vrouwen. Na het verschijnen van de Prognosetafel AG2016 is een aantal zaken
nader onderzocht, maar dit heeft niet geleid tot aanpassingen in het model.
De CSO bestaat uit leden met een wetenschappelijke achtergrond, leden uit de pensioenen
verzekeringssector met een technische achtergrond en leden uit deze sectoren met een
beleidsmatige achtergrond. De CSO bestaat medio 2018 uit de volgende leden:
B.L. de Boer AAG, voorzitter
drs. C.A.M. van Iersel AAG CERA, secretaris
prof. dr. B. Melenberg
drs. J. de Mik CFA AAG
dr. H.J. Plat AAG RBA
drs. E.J. Slagter FRM
prof. dr. ir. M.H. Vellekoop
ir. R.E.J.M. Waucomont AAG
ir. drs. M.R. van der Winden AAG MBA
Werkgroep Prognosetafels
De CSO heeft eind 2012 de AG-werkgroep Prognosetafels ingesteld met de opdracht de CSO
te ondersteunen bij het ontwikkelen van de prognosetafels. De werkgroep bestaat medio
2018 uit de volgende leden:
W.G. Ouburg MSc AAG FRM (voorzitter)
F. van Berkum PhD
drs. K.K. Keijzer AAG
M.J.A. Klein MSc AAG
ir. drs. J.H. Tornij
W. van Wel MSc
M. van der Werf MSc AAG
M.A. van Wijk MSc AAG
K. Wittekoek MSc
1 – Prognosetafel
AG2014 van
9 september 2014.
Prognosetafel AG2018
De werkgroep heeft in het kader van haar opdracht diverse analyses uitgevoerd om tot de
Prognosetafel AG2018 te komen. Deze analyses hebben het inzicht vergroot, maar niet tot
aanpassingen in het model geleid. De CSO heeft de Prognosetafel AG2018, zoals
vastgesteld door de werkgroep, gevalideerd.
Verantwoording
5
׉	 7cassandra://ciy_-fdDrd1ZhZ1hdzUpQbft4uSD6D5fHIDUtBvw3X8`̵ \sh_׉EPrognosetafel AG2018
6
׉	 7cassandra://HeLLdZBKdI-shTcP8OVZ7q9BGCm472egdpr-8JtHytc` ̵ \sh_ځ\sh_ف{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lzpXNuI5GRarsGOpZn5a80SEVWq22vOSnempL5s0HBk B` ׉	 7cassandra://EHkR2xEBDeSI8fQk2yu0IJDaheM2KqrDpayLbouG23I:{` S׉	 7cassandra://y8F33arVTd2lBxqMSGTWKnvJBKDrjCYgl22MtgJ7ke8`̵ ׉	 7cassandra://5KfBlPLtwjexjlWyQ1f19sc0BondGuvhvrfNubsVOCE<͠\sj_ט  {u׉׉	 7cassandra://T1Ow3DfVQz8U5bF0dccl-y1Pz6enYAVCQDP8GTHtXJ8 =#` ׉	 7cassandra://mrYpHYamRvrNFhOhjC2IGwEOM_UF10kHdDnqAQEuyFU?:`S׉	 7cassandra://KSYycUPQpfuSqQbUZ3XCzO0aiY7MPwCHxzhz53N3TRI`̵ ׉	 7cassandra://TOoiBLy637rv4j3ycJ4phll04ZLOPFcJwIBI6doyDts<2͠\sj_׉Ec3 INHOUDSOPGAVE
1 Voorwoord –3
2 Verantwoording –5
3 Inhoudsopgave –7
4 Samenvatting –8
5 Inleiding Prognosetafel AG2018 –10
5.1 Waarom maakt het AG een projectiemodel van sterftekansen? – 10
5.2 Hoe werkt het model? – 10
5.3 Wat is er gebeurd sinds het verschijnen van Prognosetafel AG2016? – 11
5.4 Definities van de levensverwachting – 11
5.5 Publicatie prognosetafels op de website van het AG – 11
6 Sterftedata en modelaannames –12
6.1 Nederlandse en Europese sterftedata – 12
6.2 Modelaannames – 15
6.3 Onderzoek – 17
6.4 Samenvatting wijzigingen en onderzoek Prognosetafel AG2018 – 18
7 Onzekerheid –19
7.1 Onzekerheid in parameters – 19
7.2 Effect van modelkeuze – 20
7.3 Alternatieve parametrisering van het model – 21
7.4 Tijdsconsistentie – 21
8 UITKOMSTEN –22
8.1 Waarnemingen ten opzichte van Prognosetafel AG2016 – 22
8.2 Van AG2016 naar AG2018 – 23
8.3 Toekomstige cohortlevensverwachting – 24
8.4 Prognose in perspectief – 24
8.5 Koppeling levensverwachting op 65 jaar en pensioenleeftijd in 1e en 2e pijler – 25
8.6 Effecten op voorzieningen – 27
9 Toepassingen van het model –29
9.1 Simulaties voor de levensverwachting – 30
9.2 Simulaties voor de verplichtingen – 31
9.3 Simulaties voor de levensverwachting over 1-jaars horizon – 33
9.4 Simulaties voor de best estimate over 1-jaars horizon – 35
10 Appendices –37
Appendix A – Technische beschrijving van het model – 38
Appendix B - Modelportefeuille – 47
Appendix C – Literatuur en gehanteerde data – 49
Appendix D – Verklarende woordenlijst – 51
Prognosetafel AG2018
Inhoudsopgave
7
׉	 7cassandra://y8F33arVTd2lBxqMSGTWKnvJBKDrjCYgl22MtgJ7ke8`̵ \sh_׉E	G4 SAMENVATTING
Met de publicatie van de Prognosetafel AG2018 presenteert het AG zijn meest recente
inschatting van de toekomstige sterfte voor de Nederlandse bevolking. Deze inschatting is
gebaseerd op zowel Nederlandse sterftedata als sterftedata van Europese landen met een
vergelijkbare welvaart als in Nederland. De Prognosetafel AG2018 vervangt de
Prognosetafel AG2016.
De belangrijkste kenmerken van de Prognosetafel AG2018 zijn:
• De Prognosetafel AG2018 is gebaseerd op een stochastisch model, waardoor het voor
pensioenfondsen en levensverzekeraars mogelijk is ook de onzekerheid rondom de
prognose in te schatten. Dit is belangrijk bij de prijsstelling van financiële derivaten en
de bepaling van aan te houden buffers in relatie tot sterfteonzekerheid.
• De Prognosetafel AG2018 is, naast de historische sterfte in Nederland, ook gebaseerd
op de sterfte in een aantal Europese landen met een vergelijkbare welvaart. Deze
combinatie van data zorgt voor een stabiel model dat minder gevoelig is voor
incidentele Nederlandse afwijkingen in een bepaald jaar.
• Met de Prognosetafel AG2018 kan een inschatting van de sterfte worden gegeven die
ver in de toekomst ligt. Het is mogelijk in de berekening van levensverwachtingen en
voorzieningen rekening te houden met de verwachte toekomstige ontwikkeling van de
sterfte.
Omdat de specificatie van het model niet is gewijzigd, is de verandering in Prognosetafel
AG2018 ten opzichte van Prognosetafel AG2016 geheel het gevolg van het toevoegen van
nieuwe sterftedata voor Nederland en Europa. De afgelopen twee jaren lieten met name
de hogere leeftijden meer sterfte zien dan verwacht op basis van Prognosetafel AG2016.
Dit verklaart de afname van de verwachte stijging van de levensverwachting op basis van
Prognosetafel AG2018 in vergelijking met Prognosetafel AG2016.
Levensverwachting bij geboorte in 2019
Periodelevensverwachting
Cohortlevensverwachting op basis van AG2016
Cohortlevensverwachting op basis van AG2018
Afname
Tabel 4.1 Levensverwachting bij geboorte
Conclusie is dat Nederlanders nog steeds ouder worden, maar dat de verwachte toename
is afgenomen in vergelijking met Prognosetafel AG2016. Op basis van de laatste inzichten
bedraagt de levensverwachting van een meisje, dat in 2019 wordt geboren, 92,5 jaar en
Prognosetafel AG2018
Samenvatting
8
man
80,6
90,4
90,0
0,4
vrouw
83,9
93,3
92,5
0,8
׉	 7cassandra://KSYycUPQpfuSqQbUZ3XCzO0aiY7MPwCHxzhz53N3TRI`̵ \sh_܁\sh_ہ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Tp8woyDUJXPN9dBbARUy2ZAdDrc7U5r0Xqmg92xrqOQ ` ׉	 7cassandra://wYc_m_IfuRGTJssqVrf86ydnBoib-R02lw_CCLgGOzM6
`S׉	 7cassandra://_ul4pOb_uaOXA0QWzvCbMqFsh51V5LINw-N9wL93EKc`̵ ׉	 7cassandra://KLYDVWMM1McVbH-f6BX_Bzlybl6FdTyy30Hz0Knx0L0:y2͠\sj_ט  {u׉׉	 7cassandra://D2RCChwSDw2Jf3Zi05dWkP3naYauB1UwJiz93sg944k n` ׉	 7cassandra://jhQB9rOQAUe1NUtfCDQ9v8HQ_rg6r5s-FADWZ_Af-O4S`S׉	 7cassandra://BpNLlFrc8mep3t-tTwkREihP4icJ2ZYz4FWvfGIErrgM`̵ ׉	 7cassandra://5ARY72PaUgZyA1PiKIhEIVujpf-6g27EU76hGJq7t2A9͠\sk_׉Evan een in 2019 geboren jongen, 90,0 jaar. Dit zijn zogenaamde cohortlevensverwachtingen;
deze houden rekening met verwachte toekomstige
sterfteontwikkelingen. Naar verwachting stijgt de levensverwachting van jongens en
meisjes die over 50 jaar worden geboren verder met circa 4 jaar. De afname van de
levensverwachting, zoals vermeld in tabel 4.1, ligt binnen aanvaardbare statistische
grenzen van de Prognosetafel AG2016 en is niet extreem.
Dat Nederlanders steeds ouder worden is ook te zien aan de cijfers in tabel 4.2.
Levensverwachting in 2019 op basis van Prognosetafel AG2018
0-jarige
65-jarige
verschil
mannen
90,0
85,3
4,7
vrouwen
92,5
88,1
4,4
Tabel 4.2 Cohortlevensverwachting voor leeftijden 0 en 65 op basis van AG2018
De verwachting is dat een nu 0-jarige jongen 4,7 jaar ouder wordt dan een nu 65-jarige
man. Voor vrouwen bedraagt het verschil 4,4 jaar.
Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen kunnen de Prognosetafel AG2018
gebruiken voor het vaststellen en toetsen van hun technische voorzieningen en premies.
De effecten zullen niet voor alle portefeuilles hetzelfde zijn. Met name de samenstelling
naar leeftijd en geslacht bepaalt de effecten voor een specifieke portefeuille. In zijn
algemeenheid kan worden gesteld dat bij een rekenrente van 3% bij portefeuilles met
relatief veel mannen, de technische voorzieningen eind 2018 ongeveer 0,9% zullen
afnemen en dat bij portefeuilles met relatief veel vrouwen de technische voorzieningen
ongeveer 1,2% zullen afnemen. Op geaggregeerd niveau is de Prognosetafel AG2018 in
termen van voorzieningen lichter dan de Prognosetafel AG2016.
Indien de Prognosetafel AG2018 gebruikt zou worden voor de eerstvolgende vaststelling
(eind 2018) van de AOW-leeftijd voor het jaar 2024, dan is op basis van de huidige
wetgeving de verwachting dat de AOW-leeftijd in 2024 ongewijzigd blijft op 67 jaar en
3 maanden, maar in de jaren erna door zal stijgen tot 68 jaar in 2029.
Prognosetafel AG2018
Samenvatting
9
׉	 7cassandra://_ul4pOb_uaOXA0QWzvCbMqFsh51V5LINw-N9wL93EKc`̵ \sh_׉EC5
INLEIDING
PROGNOSETAFEL AG2018
Met de publicatie van de Prognosetafel AG2018 presenteert het AG een inschatting
van de verwachte ontwikkeling van de overlevingskansen en de levensverwachting
in Nederland. Deze inschatting is gebaseerd op de meest recente sterftegegevens in
Nederland en in Europese landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau. Het
resultaat is een prognose van sterftekansen per leeftijd per toekomstig jaar voor
mannen en vrouwen.
Deze inleiding beschrijft waarom en voor wie de prognose wordt gemaakt, hoe het
model werkt en welke werkzaamheden zijn uitgevoerd sinds het verschijnen van de
Prognosetafel AG2016.
5.1 Waarom maakt het AG een projectiemodel van sterftekansen?
Het AG publiceert tweejaarlijks een prognosemodel waarmee de ontwikkeling van de
sterftekansen van de Nederlandse bevolking kan worden geprognosticeerd. Dit model is
relevant voor pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen. Het prognosemodel
is nodig voor de bepaling van de voorzieningen die pensioenfondsen en verzekeraars
aanhouden. Zo worden bijvoorbeeld pensioenen uitgekeerd zolang de deelnemer of
verzekerde leeft en dan is het van belang te weten hoe lang deze persoon naar
verwachting nog zal leven.
Het AG bundelt expertise uit de wetenschap en de pensioen- en verzekeringswereld om
deze sterfteprognose te kunnen maken. Het AG-model is volledig transparant: op basis
van de modeldocumentatie en de gebruikte data kan het model worden nagebouwd en
kunnen uitkomsten worden gereproduceerd. Het AG heeft dit model ontwikkeld voor de
gehele sector en daarom draagt het model bij aan uniformiteit in de markt.
5.2 Hoe werkt het model?
Sinds de publicatie van Prognosetafel AG2014 zijn de prognoses gebaseerd op een
stochastisch model. Hierdoor kan een beeld worden gegeven van de onzekerheid in de
ontwikkeling van de levensverwachting.
Het model maakt eerst een projectie van de Europese sterfte in landen met een welvaart
die vergelijkbaar is met de Nederlandse welvaart. Dit gebeurt door Europese trends uit het
verleden door te trekken naar de toekomst. Vervolgens wordt een projectie gemaakt van
het verschil tussen deze Europese sterfte en de sterfte in Nederland. Door de Europese
trend mee te nemen zijn er veel data beschikbaar. Dit zorgt voor een stabiele prognose
van de toekomstige levensverwachting.
Bij de gekozen aanpak is de huidige inschatting dat in de toekomst de levensverwachting
blijft toenemen. De beweging van de levensverwachting is de optelsom van zaken die de
levensverwachting (positief of negatief) beïnvloeden. We houden er rekening mee dat er
steeds nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn die een verdere stijging van de
levensverwachting mogelijk maken. Dit kunnen bijvoorbeeld medische en technologische
ontwikkelingen zijn, of ontwikkelingen die te maken hebben met levensstijl en de
leefomgeving. De sterfteontwikkelingen die we in het verleden hebben gezien hadden ook
meerdere oorzaken, zoals bijvoorbeeld wijzigingen in rookgedrag, de verbetering in de
behandeling en preventie van hart- en vaatziekten en een toenemende aandacht voor
een gezonde levenswijze.
Prognosetafel AG2018
Inleiding
10
׉	 7cassandra://BpNLlFrc8mep3t-tTwkREihP4icJ2ZYz4FWvfGIErrgM`̵ \sh_ށ\sh_݁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZO21ZVl2y_34OyhX65kye1VavaCk6vK1phX74ndnyDI ` ׉	 7cassandra://BLaMD65iDntbHs886bsNdYS6TMeyQ2WM_29oumPU_HkRO`S׉	 7cassandra://BYn3YhpwLtJy9DG0ObqJxldz6KOgmGTFbv8PB2EgwDk`̵ ׉	 7cassandra://MV6c2wcjmc5NygZRmm4PnMS5qayJ5SLYLT_ZBL_OwRo5͠\sk_!ט  {u׉׉	 7cassandra://FiKYyB_JkWbKTuCrWN_NKjbwPdC0VhAwO_EiCK-un2s ` ׉	 7cassandra://zhc-h2kdeyfiVRIkDKaLYl0CKGRX8MEyTLeUsNlNMAoE`S׉	 7cassandra://xHt5f0fL5dTNpqHTN1KFSyj2cVtpzkYeYhf1SeAIMho`̵ ׉	 7cassandra://mhfnV26USJx67DHBn05VQFjLJQbRGqsnpemnPvCOG1k7͠\sk_"נ\sk_% H9ׁH 6http://www.ag-ai.nl/ActuarieelGenootschap/Publicaties.ׁׁЈ׉E5.3 Wat is er gebeurd sinds het verschijnen van Prognosetafel
AG2016?
Het model is niet veranderd: er zijn geen wijzigingen doorgevoerd in de modelspecificatie.
De wijzigingen in de prognose AG2018 ten opzichte van AG2016 zijn uitsluitend het gevolg
van het toevoegen van sterftedata over de afgelopen twee jaar aan de dataset die de basis
vormde voor de Prognosetafel AG2016 en het opschuiven van het startjaar van 2016 naar
2018. Er is wel onderzoek gedaan naar een aantal aannames. Dit onderzoek wordt nader
toegelicht in hoofdstuk 6.
5.4 Definities van de levensverwachting
Een klassieke definitie van levensverwachting is de zogenaamde periodelevensverwachting.
Deze periodelevensverwachting is gebaseerd op de sterftekansen in
een bepaalde periode, bijvoorbeeld één kalenderjaar, en gaat ervan uit dat sterftekansen
in de toekomst gelijk blijven. Bij de periodelevensverwachting worden voor de
sterftekansen die je over 1 en 2 jaar nodig hebt, de sterftekansen van dit moment
gebruikt. De periodelevensverwachting houdt dus geen rekening met toekomstige
verwachte ontwikkelingen in de sterftekansen. Deze definitie wordt vaak gebruikt om
ontwikkelingen in de tijd te kunnen vergelijken, maar kan absoluut niet worden gebruikt
om in te schatten hoe lang mensen naar verwachting nog leven.
De tweede definitie, de cohortlevensverwachting, houdt daarentegen wel rekening met
verwachte toekomstige sterfteontwikkelingen. Wanneer de cohortlevensverwachting bij
geboorte wordt berekend, zijn ook de sterftekansen nodig van een nu 0-jarige, een over
1 jaar 1-jarige, een over 2 jaar 2-jarige en zo verder. Bij de cohortlevensverwachting
gebruik je voor de sterftekansen die je over 1 en 2 jaar nodig hebt, de sterftekansen die
over 1 respectievelijk 2 jaar geprognosticeerd worden. De cohortlevensverwachting is dus
gebaseerd op de verwachte ontwikkelingen van de sterftekansen in de komende
kalenderjaren. Voor het vaststellen van de cohortlevensverwachting heb je een projectie
van sterftekansen nodig.
De cohortlevensverwachting is bij een verwachte daling van de sterftekansen dus hoger
dan de periodelevensverwachting. Waar in deze publicatie de term levensverwachting
staat vermeld, wordt de cohortlevensverwachting bedoeld. Waar nodig wordt expliciet
benoemd welke definitie van levensverwachting wordt bedoeld.
Op dit moment bedraagt de periodelevensverwachting bij geboorte 80,6 jaar voor mannen
en 83,9 jaar voor vrouwen. De cohortlevensverwachting bedraagt 90 jaar voor mannen en
92,5 jaar voor vrouwen, wanneer uit wordt gegaan van de projectie van de sterftekansen
op basis van de Prognosetafel AG2018. De cohortlevensverwachting is hoger omdat we
verwachten dat de sterftekansen af zullen nemen in de toekomst.
De hoogte van de AOW-leeftijd wordt bepaald op basis van een projectie van het CBS. Met
de meest recente inzichten vanuit het AG, dat gebruikt maakt van een eigen model en de
meest recente beschikbare data, is de verwachting dat in 2029 de AOW-leeftijd 68 jaar zal
bedragen. Dat is één jaar eerder dan op basis van de meest recente CBS-prognose kan
worden afgeleid (2030).
5.5 Publicatie prognosetafels op de website van het AG
Het AG heeft de prognosetafel AG2018, met daarin de technische beschrijving van het
prognosemodel, gepubliceerd op haar website, zie
www.ag-ai.nl/ActuarieelGenootschap/Publicaties. Ook staan daar Excelsheets met de
datasets die gebruikt kunnen worden om de schattingen van de parameters in het model
te reproduceren.
Prognosetafel AG2018
Inleiding
11
׉	 7cassandra://BYn3YhpwLtJy9DG0ObqJxldz6KOgmGTFbv8PB2EgwDk`̵ \sh_׉E
6
STERFTEDATA EN
MODELAANNAMES
6.1 Nederlandse en Europese sterftedata
Het huidige Prognosemodel AG2018 is gelijk aan het Prognosemodel AG2016. Dit betekent
dat, naast de sterfte in Nederland, gebruik wordt gemaakt van gegevens over de
sterfteontwikkeling in een aantal andere Europese landen. Vanaf 1970 is duidelijk waar te
nemen dat de verschillen in sterftekansen tussen deze Europese landen afnemen.
Daarnaast laat de periodelevensverwachting in deze landen decennialang een
vergelijkbare stijgende trend zien. Zie hiervoor de grafieken 6.1 en 6.2.
Vanwege deze duidelijke overeenkomsten is ervoor gekozen de Nederlandse projectie
mede te baseren op de ontwikkelingen in deze Europese landen. Zo wordt voorkomen dat
de prognose uitsluitend afhankelijk is van Nederlandse data waarin in het verleden
mogelijk specifieke fluctuaties zijn opgetreden die niet noodzakelijkerwijs iets zeggen over
toekomstige ontwikkelingen. De inschatting is dat de langetermijntoename van de
levensverwachting in Nederland nauwkeuriger te voorspellen is door een bredere Europese
populatie mee te nemen. Hierdoor neemt namelijk het aantal waarnemingen sterk toe:
van ruim 100.000 overlijdensgevallen per jaar in Nederland tot ruim 2.000.000
overlijdensgevallen per jaar voor de gehanteerde Europese landen. Hierdoor ontstaat een
robuuster model. De verwachting is dat de opeenvolgende prognoses stabieler zijn dan
wanneer alleen uit zou worden gegaan van Nederlandse data.
Europese sterftedata
Het prognosemodel maakt gebruik van Europese sterftedata van landen waarvan het Bruto
Binnenlands Product (BBP) boven het Europese gemiddelde ligt. Het BBP wordt gezien als
een maat voor de welvaart in een land. Er is een positieve relatie tussen welvaart en
ouder worden: hoe hoger het welvaartsniveau, hoe ouder men wordt. Nederland behoort
tot de landen waar het welvaartsniveau hoog is en waar het BBP boven het Europese
gemiddelde ligt. Op grond van dit criterium zijn de sterftedata van de volgende Europese
landen meegenomen: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, IJsland,
Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Waar in
deze publicatie Europa of West-Europa wordt genoemd, worden de hiervoor genoemde
landen bedoeld.
Gegevensbereik
Vanaf 1970 is een stabiele ontwikkeling te zien in de sterftekansen van zowel mannen als
vrouwen (zie ook grafieken 6.1 en 6.2). Voor de modellering worden de gegevens over de
waarnemingsperiode 1970 tot en met 2016 gebruikt. Voor Nederland zijn de meest
recente sterftekansen uit 2017 beschikbaar en daarom toegevoegd. Met het gekozen
tijdvak worden historische gegevens over een periode van 47 jaar (vanaf 1970) gebruikt.
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
12
׉	 7cassandra://xHt5f0fL5dTNpqHTN1KFSyj2cVtpzkYeYhf1SeAIMho`̵ \sh_\sh_߁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UJJQ0sQ2WjdSlEE2Skkm1h1VcLfZxc8DbWtDhVpiFCE ` ׉	 7cassandra://G18VWG0va3lwPHmAmBpK96OIPOGr4jWAzNm09UZriV4=`S׉	 7cassandra://fapYc3f-lygbyopYwunAa9Xk-L_3uNZqp63kn0Sye8w`̵ ׉	 7cassandra://twO_sekqZKBcCHf_QonvTu5a4i9H7glOlt1sesk_cmk͋i~͠\sm_&ט  {u׉׉	 7cassandra://hAt3vK2Dyokj-lVAp7pn8-RELIvlabGfaw9Afn-Uzro o` ׉	 7cassandra://h-wHqDxFqKud8-5nbRmHYnMryIIURcA7vBlpoDC0fLoNx`S׉	 7cassandra://FZHLNvpVtk823Dthbp-7bCNB_ophpQDeU1-iS_XhEy8`̵ ׉	 7cassandra://ktKwGdaqVXbw0YulBv_5fRgjlzwEsf8zcZdP1tSbvxAf͉͠\sm_'נ\sm_) Vk	9ׁHhttp://cbs.nl/nlׁׁЈ׉EFPeriodelevensverwachting bij geboorte mannen
60
65
70
75
80
85
1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010
België Denemarken
Frankrijk
Nederland
Zweden
Ierland
Noorwegen
Zwitserland
Duitsland
IJsland
Oostenrijk
Finland
Luxemburg
Verenigd Koninkrijk
Grafiek 6.1 Convergentie van periodelevensverwachting van een aantal Europese
landen, 0-jarige mannen
Periodelevensverwachting bij geboorte vrouwen
65
70
75
80
85
90
1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010
België Denemarken
Frankrijk
Nederland
Zweden
Ierland
Noorwegen
Zwitserland
Duitsland
IJsland
Oostenrijk
Finland
Luxemburg
Verenigd Koninkrijk
Grafiek 6.2 Convergentie van periodelevensverwachting van een aantal Europese
landen, 0-jarige vrouwen
Ten opzichte van de Prognosetafel AG2016 is twee jaar aan extra data aan de dataset
toegevoegd. Voor Nederland zijn dat de sterftekansen over de jaren 2016 en 2017. Deze
waargenomen sterftekansen in Nederland worden in grafieken 6.3 en 6.4 vergeleken met
de destijds verwachte sterftekansen op basis van de Prognosetafel AG2016. De horizontale
lijn op niveau 1 geeft de verwachting van het AG weer op basis van de Prognosetafel
AG2016. Wanneer sprake is van meer overlijdensgevallen dan verwacht, dan liggen de
gerealiseerde waarden boven deze lijn. Is sprake van minder sterfte dan liggen de
sterftekansen onder deze lijn. De staafdiagrammen geven de daadwerkelijke aantallen
sterftegevallen per leeftijd weer voor de jaren 2016 en 2017. Omdat de aantallen
overlijdensgevallen lager zijn voor de lagere leeftijden, zien we daar meer volatiliteit in de
uitkomsten.
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
13
׉	 7cassandra://fapYc3f-lygbyopYwunAa9Xk-L_3uNZqp63kn0Sye8w`̵ \sh_׉EWaargenomen/verwachte sterftekans, mannen
0,75
0,80
0,85
0,90
0,95
1,00
1,05
1,10
1,15
25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90
aantallen overlijdens 2016
realisatie/prognose 2016
2017
2017
Grafiek 6.3 Waargenomen sterfte gedeeld door verwachte sterfte op basis van
AG2016, mannen
Waargenomen/verwachte sterftekans, vrouwen
0,75
0,80
0,85
0,90
0,95
1,00
1,05
1,10
1,15
25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90
aantallen overlijdens 2016
realisatie/prognose 2016
2017
2017
Grafiek 6.4 Waargenomen sterfte gedeeld door verwachte sterfte op basis van
AG2016, vrouwen
Grafiek 6.3 laat zien dat bij mannen de waargenomen sterftekansen tussen 65 en 85 jaar
lager zijn dan verwacht op basis van de Prognosetafel AG2016. Vanaf 85 jaar zijn deze
hoger dan verwacht. Bij vrouwen is er vanaf 60-jarige leeftijd sprake van meer sterfte dan
verwacht, zie grafiek 6.4. De hogere sterfte is onder andere het gevolg van meer
overlijdensgevallen door griep. Tijdens het griepseizoen van 2016/2017 stierven in
Nederland bijna 8.000 personen meer dan verwacht (Teirlinck et al., 2017). Het is
waarschijnlijk dat deze ‘oversterfte’ samenhangt met de griep2.
2 – https://www.
volksgezondheidenzorg.
info/onderwerp/
influenza/cijferscontext/sterfte#nodesterfte-3
3
– https://www.
cbs.nl/nl-nl/nieuws/
2018/07/meersterfgevallen-inwintermaanden
Prognosetafel
AG2018
Niet alleen in Nederland is de sterfte door griep in recente jaren hoger dan gemiddeld,
ook in andere Europese landen is dit het geval3. Een sterke toe- of afname van de sterfte
in Nederland valt vaker samen met een sterke toe- of afname in andere Europese landen.
Dit is terug te zien in de staafdiagrammen in figuur 6.1. Daarin staan de aantallen
overlijdensgevallen per jaar voor Nederland en voor Europa. Te zien is dat voor mannen de
sterfte in de jaren 2015 en 2016 in de leeftijdscategorie boven de 65 jaar hoger was dan
in de jaren ervoor. Bij vrouwen is dit effect vooral te zien voor Nederland.
1.000
1.500
2.000
2.500
3.000
3.500
4.000
500
0
1.000
1.500
2.000
2.500
3.000
500
0
Sterftedata en modelaannames
14
׉	 7cassandra://FZHLNvpVtk823Dthbp-7bCNB_ophpQDeU1-iS_XhEy8`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://fIYV1CiFGmkvA4iJ5x-pjW_l5EasplVXXAaI9UEIuUQ ` ׉	 7cassandra://KJxZap5wbgjz0P3L8wB4ec2PyplC6d3QoA8faLOsXuwJ`S׉	 7cassandra://zdf5-sFfW2TsidwtfUO8dVR8RgLKHaA_oH_OUaGKnLI`̵ ׉	 7cassandra://VCd-lorUv5c_zSas4F923kkL71j0sH-4icychR4r_MI}$b͠\sm_*ט  {u׉׉	 7cassandra://BngzwiGOMud97Yd-QQAdSj459xyUgOxzv6FGSTD4--8 ` ׉	 7cassandra://8Eg7OVEoM2-svtbFBtbuZknc4_-mMkviabdit8_JM4wE`S׉	 7cassandra://n4wSlUot0boIfD5t7QlxZN4mEpLrNI97fpXIz7sdW-c`̵ ׉	 7cassandra://L64fBLBgC-N2znn5-eauy3TfB6LgG3bbxoX9qqMbm3U<̴͠\sm_+׉E
aantal overlijdens
aantal overlijdens
Nederland, mannen (1.000)
10
15
20
25
30
35
0
5
0 tot 65 jaar
65 tot 80 jaar 80 t/m 90 jaar
aantal overlijdens
Europa, mannen (1.000)
100
200
300
400
500
600
700
0
0 tot 65 jaar 65 tot 80 jaar 80 t/m 90 jaar
2012
2013
2014
2015
2016
100
200
300
400
500
600
700
0
0 tot 65 jaar 65 tot 80 jaar 80 t/m 90 jaar
Figuur 6.1 Aantallen sterftegevallen in Nederland en Europa voor de jaren
2012 – 2016
Bronnen voor data
Voor de data is gebruik gemaakt van de Human Mortality Database (HMD) aangevuld met
gegevens van Eurostat voor die jaren en landen waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn
in de HMD. Voor de Nederlandse data is voor het waarnemingsjaar 2017 gebruik gemaakt
van gegevens van het CBS. Waar nodig zijn Eurostat-data aangepast om consistentie met
de HMD te waarborgen. Dit speelt in 2016 bij sterftekansen voor overzeese gebieden van
Frankrijk, zie appendix C.
De informatie uit deze bronnen wordt regelmatig aangevuld en soms ook met
terugwerkende kracht aangepast voor eerdere jaren. De gebruikte dataset, in de vorm van
sterfteaantallen en exposures voor zowel Nederland als de totale groep van West-Europese
landen, is terug te vinden op de website van het AG en bevat in totaal meer dan 100
miljoen overlijdensgevallen.
6.2 Modelaannames
Belangrijkste uitgangspunten van het model
• De ontwikkeling van de Nederlandse levensverwachting op lange termijn is gebaseerd
op de waargenomen ontwikkeling van de levensverwachtingen in Europese landen
met een BBP boven het Europees gemiddelde.
• Er zijn geen aparte cohorteffecten (waaronder de effecten van rookgedrag)
meegenomen, omdat dit de complexiteit van het model aanzienlijk vergroot.
• Voor hoge leeftijden worden de sterftekansen geëxtrapoleerd met behulp van de
methode van Kannisto.
• Er is uitsluitend gebruik gemaakt van publiekelijk beschikbare gegevens.
Het Prognosemodel AG2016 is gebruikt, waaraan alleen twee waarnemingsjaren zijn
toegevoegd.
Het Prognosemodel AG2018 is een multi-populatie sterftemodel zoals voorgesteld door
Li en Lee met een tweetrapsaanpak om de benodigde parameters te schatten (zie
appendix A). Daarbij wordt eerst per geslacht met het Lee-Carter model de Europese trend
geschat. Vervolgens wordt opnieuw het Lee-Carter sterftemodel gebruikt om de afwijking
van Nederland ten opzichte van de gezamenlijke trend weer te geven. Door het
combineren van data uit verschillende, maar vergelijkbare landen ontstaat een robuuster
model met stabielere trends en een geringere gevoeligheid voor de gebruikte
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
15
2012
2013
2014
2015
2016
10
15
20
25
30
35
0
5
0 tot 65 jaar
65 tot 80 jaar 80 t/m 90 jaar
aantal overlijdens
Europa, vrouwen (1.000)
2012
2013
2014
2015
2016
Nederland, vrouwen (1.000)
2012
2013
2014
2015
2016
׉	 7cassandra://zdf5-sFfW2TsidwtfUO8dVR8RgLKHaA_oH_OUaGKnLI`̵ \sh_׉E
kalibratieperiode. Bovendien houden we bij het schatten expliciet rekening met het feit
dat we sterftekansen nooit precies kunnen observeren; we hebben alleen de beschikking
over geobserveerde sterftefrequenties. Dit impliceert dus een zekere “meetruis” die we
ook wel Poisson-ruis noemen in verband met de verdeling die we voor het aantal
geobserveerde overlijdensgevallen veronderstellen.
Het model voor de ontwikkeling van de sterftekansen is gebaseerd op vier stochastische
processen:
a) de ontwikkeling van sterfte in Europa voor mannen;
b) de ontwikkeling van de afwijking van Nederlandse sterfte ten opzichte van Europa,
voor mannen;
c) de ontwikkeling van sterfte in Europa voor vrouwen;
d) de ontwikkeling van de afwijking van Nederlandse sterfte ten opzichte van Europa,
voor vrouwen.
Voor de Europese ontwikkelingen a) en c) wordt een random-walk-met-driftmodel
gehanteerd. Voor de Nederlandse afwijkingen b) en d) wordt een eerste orde
autoregressief proces zonder constante gebruikt. Dit laatste betekent dat de Nederlandse
sterfteontwikkeling naar verwachting op termijn de Europese trend volgt. De vier
processen worden gezamenlijk geschat om ook de correlaties tussen de verschillende
processen in te schatten.
Voor de Europese sterfte zijn data tot en met 2016 beschikbaar, voor de Nederlandse
sterfte zijn data tot en met 2017 beschikbaar. Voor het gezamenlijk kunnen schatten van
de vier stochastische processen moeten alle processen worden gebaseerd op dezelfde
historische dataperiode. Omdat alleen voor Nederland data over 2017 beschikbaar zijn en
niet voor de Europese landen, is de Europese ontwikkeling voor 2017 bepaald middels
extrapolatie van Europese data tot en met 2016 (zie appendix A).
De onderlinge correlaties tussen de vier verschillende grootheden zijn in figuur 6.2
weergegeven.
Europese
mannen
-0,27
(AG2016: 0,45)
0,45
Nederlandse
afwijking
mannen
0,93
0,40
-0,23
(AG2016: -0,21)
Europese
vrouwen
0,54
Nederlandse
afwijking
vrouwen
Figuur 6.2 Onderlinge correlaties tussen ontwikkeling Europese sterfte en
ontwikkeling Nederlandse afwijking, mannen en vrouwen
Voor leeftijden boven de 90 jaar zijn relatief weinig waarnemingen. Dat kan leiden tot
grote schommelingen in de schattingen van de sterftekansen. Daarom worden de
sterftetafels ‘gesloten’. Hiermee wordt bedoeld dat voor hoge leeftijden de sterftekansen
worden bepaald met behulp van een extrapolatiemethodiek. Net als bij de Prognosetafel
AG2016 is bij Prognosetafel 2018 gekozen voor de methode van Kannisto.
In appendix A is een volledige beschrijving van het gebruikte stochastische model
opgenomen, inclusief de methode waarmee het model geschat is. In combinatie met de
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
16
׉	 7cassandra://n4wSlUot0boIfD5t7QlxZN4mEpLrNI97fpXIz7sdW-c`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://HXgBXUEwXcUOsPOVFK3gYEBqdvxqXKapcB128CiE1QE 5` ׉	 7cassandra://kx_Xyqbm7We1S6NetcaqFMK_Vuzqu1b-G0_KktzNLboL`S׉	 7cassandra://qzCNIhMqKfiofQHyGABiJdJVoqgBa3R3kSKTFWr1mbw1`̵ ׉	 7cassandra://aUqpbVeLwyA7MJc3DfAE90mjwQaD2YPGixhk9oTJnto@͠\sn_-ט  {u׉׉	 7cassandra://Wibe5wTsgsEEjISpJAKjGO_FL2CPuNt9htyeYclgzy4 )[` ׉	 7cassandra://ANy5frwRjXaqbLsDWWx3_tGDtqeQBPeMq6JUTMjtwak .` S׉	 7cassandra://HXZ-UNkS8o_GXGNyEdOks78_WJobS5cNKVbqY5RCdS0
`̵ ׉	 7cassandra://zCoQzlb4bDBymh_W-EJtpqd-86iJeYTXPXXw78XJziY'6͠\sn_.׉Eop de AG-website beschikbaar gestelde dataset kan de Prognosetafel AG2018 exact
worden gereconstrueerd.
6.3 Onderzoek
6.3.1 Smoothen van de tijdreeksen
De laatst gefitte waarden uit de historische tijdreeksen (zie a) t/m d) in de vorige
paragraaf) vormen het vertrekpunt voor de schatting van de Europese trend en de
Nederlandse afwijking daarvan. Vooral een wijziging in het vertrekpunt voor de Europese
trend is bepalend voor de prognosetafel.
Voor verzekeraars en pensioenfondsen kan de impact van een update van de
prognosetafel groot zijn. Het doel van smoothen is onnodige schommelingen in de
voorzieningen van jaar op jaar te voorkomen.
Smoothen van tijdreeksen is zinvol wanneer kan worden aangetoond dat aanpassingen in
de prognose van jaar tot jaar een wisselend teken laten zien. Dat zou betekenen dat een
stijging in het ene jaar vaak wordt gevolgd door en daling in het volgende jaar en
andersom. Een risico van gladstrijken is dat een mogelijke trendbreuk pas op een later
moment wordt onderkend.
Er is onderzocht of het zinvol is de tijdreeksen te smoothen door een extra term toe te
voegen aan de specificatie van de Europese trend. Deze zogenaamde moving average term
zorgt ervoor dat de schok in de tijdreeksen voor een bepaald jaar gecorreleerd kan zijn
met de schok in een vorig jaar. Daarmee kan ervoor gezorgd worden dat positieve
schokken in de trend relatief vaak worden gevolgd door negatieve schokken en vice versa.
De parameters voor dit moving average effect bleken zeer dicht bij nul te liggen. Daarom
is ervoor gekozen het model niet onnodig complex te maken.
Andere methoden om te smoothen zijn statistisch minder goed verdedigbaar. Bovendien
moeten dan extra subjectieve keuzes gemaakt worden. De CSO heeft ervoor gekozen dit
niet in de Prognosetafel AG2018 te implementeren.
6.3.2 Gevoeligheden model voor wijzigingen in de input
De gevoeligheden van het model zijn in kaart gebracht, door te berekenen wat de
gevolgen zijn van mogelijke wijzigingen in de input, zoals de invloed van nieuwe
sterftedata, de geselecteerde landen en de lengte van de gebruikte dataset. Deze analyses
geven geen aanleiding om de eerder gemaakte keuzes te wijzigen.
Gevoeligheden model voor wijzigingen in de input – gehanteerde set landen
Het blijkt dat de uitkomsten van het model in belangrijke mate worden bepaald door de
drie grote landen: Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het verwijderen of
toevoegen van andere landen heeft slechts een beperkte invloed op de uitkomsten.
Gevoeligheden model voor wijzigingen in de input – startjaar 1970
Het startjaar 1970 is gehandhaafd. De redenen zijn:
1. De sterftedata van alle landen die worden betrokken in de modellering, zijn
beschikbaar vanaf 1970.
2. Voor mannen lijkt rondom 1970 sprake van een trendbreuk: de sterfte daalt sneller
doordat mannen stoppen met roken. Voor vrouwen is dat effect pas later zichtbaar.
3. Mannen en vrouwen worden gezamenlijk geschat, waarbij correlaties tussen mannen
en vrouwen worden meegenomen. Voor mannen en vrouwen moet daarom dezelfde
waarnemingsperiode gehanteerd worden.
4. Met startjaar 1970 zijn 47 waarnemingsjaren beschikbaar. Door het startjaar later te
kiezen, neemt de hoeveelheid beschikbare data af.
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
17
׉	 7cassandra://qzCNIhMqKfiofQHyGABiJdJVoqgBa3R3kSKTFWr1mbw1`̵ \sh_׉EP6.4 Samenvatting wijzigingen en onderzoek
Prognosetafel AG2018
Prognosetafel AG2016
Dataset met landen waarvan het BBP
boven het Europese gemiddelde ligt.
Dataset Europa tot en met 2014,
geprognosticeerd voor 2015.
Dataset Nederland tot en met 2015.
Alle mogelijke correlaties tussen Europa
en de Nederlandse afwijking en tussen
mannen en vrouwen.
Prognosetafel AG2018
Ongewijzigd.
Dataset Europa tot en met 2016,
geprognosticeerd voor 2017.
Dataset Nederland tot en met 2017.
Ongewijzigd in systematiek, waarden
correlaties wijzigen wel.
Prognosetafel AG2018
Sterftedata en modelaannames
18
׉	 7cassandra://HXZ-UNkS8o_GXGNyEdOks78_WJobS5cNKVbqY5RCdS0
`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://i0y92hOg83IRoYL54eIASjpiU1dfl4k-SE_lIhRmgCY #` ׉	 7cassandra://xatpRCPvZuI-5Wkjn4NSVpWHhw_2xaTrSSEetnWcaecN`S׉	 7cassandra://mFGidf28mPOUwNUMrN5jshJjvAjKi5dsQd8UmXzNUQYX`̵ ׉	 7cassandra://Vf-8kNWcQJswx1DFSuHyVxbMLtA0IjYc8rOveS_jVxU7|͠\sn_0ט  {u׉׉	 7cassandra://NfF0mlNiL6CWxRDnSr08bi4jET5-JZROO_bOPf4-I-E ` ׉	 7cassandra://_fluIu1l_SdJKFhjVgwlmcxxsf7GhzM_ZCaviF7s38gJ`S׉	 7cassandra://dZHLOMp8os2hbp7LIXQq_Ic9qYgu3FYVx_azAxLIcU8?`̵ ׉	 7cassandra://nKgo4L6igNnin-UCgDNHqR3fki39RynJ63Sx6Q9WDsEBB͠\sn_1׉E>7 ONZEKERHEID
Het prognosemodel dat in deze publicatie gepresenteerd wordt, is gebaseerd op
sterftedata uit het verleden. Trends die in de historische gegevens geobserveerd
zijn, worden zo goed mogelijk doorgetrokken naar de toekomst. Omdat de toekomst
onzeker is, zullen de waarden die in de komende jaren gevonden worden voor de
daadwerkelijke sterftecijfers in Nederland afwijken van de best mogelijke
inschattingen op dit moment. Het AG kiest ervoor ook die onzekerheid expliciet in
kaart te brengen. De modelvergelijkingen in Appendix A nodigen uit niet alleen te
werken met een vaste prognosetafel. Actuarissen kunnen ze gebruiken om middels
simulatie stochastische scenario’s te genereren. Dat levert een collectie van
mogelijke toekomstige paden van sterftekansen op, die vergelijkbaar zijn met
scenario’s die gemaakt worden voor toekomstige rentecurven en
beleggingsrendementen.
Er zijn ook nog andere vormen van onzekerheid. De parameters in het prognosemodel
worden geschat aan de hand van geobserveerde overlijdensgevallen, die een beperkte
steekproef vormen. Dat impliceert dat er ook onzekerheid zal zitten in de geschatte
parameters van het prognosemodel. Naast dit ‘parameterrisico’ besteden we hieronder
ook aandacht aan onzekerheid over de juistheid van het gekozen model, het zogenaamde
‘modelrisico’.
7.1 Onzekerheid in parameters
We veronderstellen dat het aantal overlijdensgevallen een Poissonverdeling heeft met een
gemiddelde dat afhangt van de gemodelleerde trend. De geobserveerde aantallen
overlijdensgevallen vormen een steekproef uit die verdeling. Dat roept de vraag op wat
het effect is van de beperkte grootte van de steekproef op de te schatten parameters.
Via Eurostat, de HMD en het CBS hebben we de beschikking over betrouwbare gegevens
over aantallen overlijdensgevallen in het verleden. Omdat de parameters gebaseerd zijn
op heel veel waarnemingen over meerdere jaren uit zowel Nederland als de rest van
Europa, is de inschatting veel minder onzeker dan wanneer enkel naar een kleinere
populatie gekeken zou zijn. Desalniettemin is het wenselijk het effect van het gebruik van
een steekproef in kaart te brengen.
De statistische methode die daarvoor gebruikt kan worden, de bootstrap, is gebaseerd op
een zogenaamde resampling techniek. Daarbij worden voor een gegeven set parameters
heel veel mogelijke overlijdensgevallen uit de bijbehorende Poissonverdeling gesimuleerd.
Voor elk van die steekproeven wordt gekeken welke parameters gevonden zouden zijn als
die steekproef voor de kalibratie van het model gebruikt zou zijn. Dit geeft inzicht in de
onzekerheid van de gevonden parameterwaarden. Immers, als voor elk van de mogelijke
steekproeven grofweg dezelfde parameters gevonden worden, is de invloed van de
steekproef op de parameters gering. Als we juist veel variatie zien in de gevonden
parameters die we zo genereren, dan is de parameteronzekerheid groot.
Tabel 7.1 toont de resultaten van de bootstrapprocedure voor 10.000 samples voor het
AG2018-model. Voor alle parameters zijn de 2,5%, 25%, 50%, 75% en 97,5%kwantielen
weergegeven.
Prognosetafel AG2018
Onzekerheid
19
׉	 7cassandra://mFGidf28mPOUwNUMrN5jshJjvAjKi5dsQd8UmXzNUQYX`̵ \sh_׉E
Kwantiel
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
␪M
␪V
aM
aV
C11
C22
C33
C44
C21
C31
C32
C41
C42
C43
2,5%
-2,44
-2,48
0,84
0,79
1,33
0,09
1,81
0,90
0,07
1,37
0,05
-0,93
0,10
-1,13
Tabel 7.1 Bootstrapresultaten
Met behulp van tabel 7.1 kan een idee verkregen worden van de onzekerheid in de
parameters die de tijdreeksen voor de Europese trend en Nederlandse afwijking
beschrijven. Omdat deze waarden via simulaties verkregen zijn, kunnen de resultaten bij
een nieuwe bootstrap net iets anders uitvallen. Over het algemeen liggen de medianen
van de bootstrap resultaten dicht bij de best estimates van de parameters, maar niet
altijd. Het valt met name op dat voor de parameters aM en aV, die de dynamica van de
Nederlandse afwijking van de Europese trend beschrijven, wat lagere waarden worden
gevonden.
Parameteronzekerheid en Poisson-ruis zijn niet meegenomen in de betrouwbaarheidsintervallen
die getoond worden in hoofdstuk 9. Als dit wel wordt meegenomen, zullen de
betrouwbaarheidsintervallen in hoofdstuk 9 breder worden. Om bijvoorbeeld het 2,5%
kwantiel van de gecombineerde onzekerheden te bepalen, gebruikt men dan niet de hier
getoonde parameterwaarden voor het 2,5% kwantiel. Dat zou namelijk leiden tot een
waarde die hoort bij het 2,5% maal 2,5% kwantiel, hetgeen 0,0625% bedraagt.
7.2 Effect van modelkeuze
Bij de overgang naar een nieuw stochastisch model in 2014 zijn door de CSO en de
werkgroep van destijds veel modellen met elkaar vergeleken. Alle in de actuariële praktijk
of wetenschappelijke literatuur gangbare modellen van dat moment die ook maar
enigszins plausibel leken, zijn in dit vergelijkend onderzoek meegenomen. Dit heeft geleid
tot de keuze voor het huidige model.
Het huidige model gaat ervan uit dat de geleidelijke verbeteringen in sterftekansen, die
we de afgelopen decennia gezien hebben, zich ook in de toekomst voort zullen zetten en
dat er geen plotselinge trendbreuken zullen zijn. Er zijn in de afgelopen decennia aan de
ene kant grote successen behaald op medisch gebied en door onze gezondere
leefgewoonten, terwijl er aan de andere kant zeer veel extra overlijdensgevallen te
betreuren waren als gevolg van roken. Toch zien we ondanks deze belangrijke effecten
steeds een relatief geleidelijke doorwerking in de geobserveerde sterftefrequenties. De CSO
heeft er daarom voor gekozen om trendbreuken in het model niet expliciet te modelleren.
Dit zou het model extra gecompliceerd maken. Bovendien zouden dan veel extra
Prognosetafel AG2018
Onzekerheid
20
25,0%
-2,20
-2,16
0,91
0,91
1,88
0,15
2,69
1,26
0,18
2,05
0,19
-0,60
0,19
-0,67
50,0%
-2,08
-1,99
0,94
0,95
2,23
0,18
3,23
1,47
0,25
2,48
0,27
-0,43
0,24
-0,45
75,0%
-1,95
-1,82
0,96
0,97
2,61
0,21
3,85
1,70
0,32
2,95
0,36
-0,28
0,31
-0,25
97,5%
-1,70
-1,49
0,99
0,99
3,43
0,29
5,12
2,19
0,47
3,96
0,54
0,01
0,44
0,13
׉	 7cassandra://dZHLOMp8os2hbp7LIXQq_Ic9qYgu3FYVx_azAxLIcU8?`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TPs6LffoOpk-k8_BZ_gUPh9fcjfXV5W74gSCeOskMdo #` ׉	 7cassandra://CWYnAFxIy1Hj3O4-3aEpGKnxj907icv_DJcP_enCZKoD`S׉	 7cassandra://N1CEzRmgHRlqVatieFchu__SPTyU8I6EbX3rD0WDizY`̵ ׉	 7cassandra://t7TYC1hyrcBT95nQ7sbLW3gQKgpQQde5KzB7wEyD1mg4͠\sn_3ט  {u׉׉	 7cassandra://e_vSZ5nGrcJufJfDCZ_-27q4eMGUadNBv9GKbuhjwpw K` ׉	 7cassandra://z9X5NbHZPknovjPmDBVclOb7S6E_ez09vbBU269LcPYD`S׉	 7cassandra://HX3ZdKUClv4Um_XigEJXbm9DbTJ8241fhGpzHqIDKJgN`̵ ׉	 7cassandra://QOw6J-IdGwPmXYrJqIu_pZ8qrGrmdZ0lPQEOM46kRrMBBf͠\sn_4׉Esubjectieve aannames gemaakt moeten worden over toekomstige medische en andere
mogelijke ontwikkelingen.
Tegelijkertijd wijzen we erop dat ons model een stochastische scenariogenerator
representeert. Wie extra scenario’s aan het model toe wil voegen om eigen overtuigingen
over toekomstige ontwikkelingen mee te nemen, kan dat doen binnen de transparante
huidige modelstructuur. De CSO kiest ervoor zich te blijven beperken tot inschattingen die
gebaseerd zijn op publiekelijk beschikbare data en waarin geen extreme scenario’s
meegenomen worden waar geen consensus over bestaat onder experts.
7.3 Alternatieve parametrisering van het model
De modelbeschrijving die wij in appendix A geven, sluit aan bij wat gangbaar is in de
actuariële literatuur. Daarbij wordt een unieke specificatie van parameters afgedwongen
door te eisen dat de som over alle gefitte K’s en kappa’s gelijk is aan nul en de som over
alle gefitte B’s en beta’s gelijk is aan één (1). Beide keuzes zijn historisch zo gegroeid,
maar we hadden ook een andere keuze kunnen maken. Als men niet het gemiddelde van
de kappa’s maar de eerste kappa nul kiest, leidt dit ook tot een unieke specificatie van
parameters, maar dan hoeft men bij toevoeging van nieuwe datapunten niet steeds over
een ander aantal punten te middelen. Dan worden waarden van de tijdreeksen over
meerdere jaren makkelijker met elkaar te vergelijken. En als men de kwadraatsom van de
beta’s gelijk neemt aan één in plaats van de som, hoeft men niet van tevoren aan te
nemen dat beta’s altijd positief zijn.
We benadrukken dat een andere keuze in deze normalisatiestappen tot parameterwaarden
leidt die dezelfde modeluitkomsten beschrijven in ‘andere coördinaten’. Om aan
te blijven sluiten bij de bestaande literatuur hebben we daarom de notatie consistent
gehouden met die in de vorige publicatie.
7.4 Tijdsconsistentie
Wanneer de best estimate voorspellingen van een eenmaal geschat model weinig afwijken
van de realisaties die in de daaropvolgende jaren waargenomen worden, verwacht men
dat de nieuwe inschatting van parameters weinig af zal wijken van de oude
parameterwaarden. Die gewenste eigenschap van een schattingsprocedure wordt wel
tijdsconsistentie genoemd. In werkelijkheid zullen ook bij precies uitgekomen best
estimate prognoses niet exact dezelfde waarden gevonden worden voor de nieuwe
parameters. Er zijn nu immers meer waarnemingen, er zijn extra aannames in onze
specificatie van het model (zoals het ontbreken van een constante in het AR-proces voor
de Nederlandse afwijking) en we herschalen bovendien de K- en kappa-waarden om ze
gemiddeld op nul te houden.
Desalniettemin betekent het toepassen van de maximum likelihoodmethode dat we kleine
bijstellingen in parameters mogen verwachten wanneer nieuwe waarnemingen dicht bij
eerder gemaakte prognoses liggen. Het is dan ook logisch dat de parameterwaarden van
Prognosetafel AG2018 dicht bij die van Prognosetafel AG2016 blijken te liggen.
Prognosetafel AG2018
Onzekerheid
21
׉	 7cassandra://N1CEzRmgHRlqVatieFchu__SPTyU8I6EbX3rD0WDizY`̵ \sh_׉E8 UITKOMSTEN
Dit hoofdstuk geeft de resultaten van de Prognosetafel AG2018. De resultaten
worden vergeleken met die van de Prognosetafel AG2016. Aan de hand van een
aantal voorbeeldfondsen is het effect op de hoogte van de voorzieningen
doorgerekend. Met deze voorbeeldfondsen is het ook mogelijk een inschatting te
maken van het effect voor andere pensioenfondsen. Daarnaast wordt de AG2018prognose
afgezet tegen de historische ontwikkelingen en vergeleken met de laatste
prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS 2017-2060).
8.1 Waarnemingen ten opzichte van Prognosetafel AG2016
Onderstaand overzicht geeft de AG2016-prognose van de levensverwachtingen voor de
jaren 2015, 2016 en 2017 en laat zien hoe deze zich verhouden tot de gerealiseerde
levensverwachtingen voor die jaren. Daarnaast geeft de tabel inzicht in de prognose van
de levensverwachtingen voor 2017 en 2018. Hiervoor wordt steeds gebruik gemaakt van
de periodelevensverwachting, aangezien daarmee vergelijkingen kunnen worden gemaakt
tussen de levensverwachtingen in een specifiek waarnemingsjaar.
Mannen
2015
2016
2017
2018
2019
Realisatie
79,7
79,9
80,1
AG2016
79,8
80,0
80,2
AG2018
80,1
80,3
80,4
Tabel 8.1 Periodelevensverwachting bij geboorte
Mannen
2015
2016
2017
2018
2019
Realisatie
18,2
18,4
18,6
AG2016
18,2
18,4
18,5
AG2018
18,5
18,6
18,8
Tabel 8.2 Periodelevensverwachting op leeftijd 65
De nieuwe waarnemingen na het verschijnen van de Prognosetafel AG2016 laten in het
algemeen een beperktere stijging van de periodelevensverwachting zien dan in de
Prognosetafel AG2016 was opgenomen.
In de volgende grafiek wordt de ontwikkeling van de periodelevensverwachting bij
geboorte weergegeven voor de periode tot en met 2050. Tot en met 2017 is de grafiek
gebaseerd op gerealiseerde sterftecijfers, voor de periode erna op de AG2018-prognose.
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
22
Vrouwen
Realisatie
83,1
83,1
83,3
AG2016
83,1
83,3
83,5
AG2018
83,3
83,5
83,6
Vrouwen
Realisatie
20,9
21,0
21,1
AG2016
21,0
21,1
21,3
AG2018
21,2
21,3
21,4
׉	 7cassandra://HX3ZdKUClv4Um_XigEJXbm9DbTJ8241fhGpzHqIDKJgN`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wz05P_TZcPxeu_uG0SqwnsJ2fAV01iqknNvLxgjj0Hs H` ׉	 7cassandra://9m-ki7umlC0ILttvm4XIfUPPnh5LsKmrE4ChgIM8ii0<`S׉	 7cassandra://2bL0227LQh_o0ejWIoXONkO1Q15IbAPeF8-b6UQsx0o`̵ ׉	 7cassandra://hLP2Q27bAHBcY9TZgRRyO-QSmXByIkyn9g-59oW_rMw\l-͠\sn_6ט  {u׉׉	 7cassandra://ki_g1_YLjDDEdioT-85OPPFh_2HVdPcVS6GVGcV4yBM ` ׉	 7cassandra://HGZFR_mbZUVXpYR5Pr55PCrecbi6p0EL4qOJhKt8-4M?M`S׉	 7cassandra://qOuiW8aJSXdzbJscvhVu_MhPk9cYNHRhjfGkTvdraZU`̵ ׉	 7cassandra://vP1z-6bwoFdzfTQRdfxxvk_NNqg2AOtVM5lUMwxz7VsmJ͠\sn_7׉E90
85
80
Vrouwen
75
Nederland
Mannen
70
Europese selectie
AG2018 NED
AG2018 Europa
65
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050
Grafiek 8.1 Periodelevensverwachting Nederland en geselecteerde Europese landen
In grafiek 8.1 is zichtbaar dat de periodelevensverwachting van de Nederlandse vrouwen
net als bij de vorige prognoses nog onder de levensverwachting van de vrouwen in de
geselecteerde Europese landen ligt. De levensverwachting van de Nederlandse mannen
daarentegen ligt net als eerder boven de levensverwachting van mannen in de
geselecteerde Europese landen.
8.2 Van AG2016 naar AG2018
Om meer inzicht te geven in de verschillen tussen de oude en de nieuwe prognosetafels,
Prognosetafels AG2016 en AG2018, wordt gebruik gemaakt van de cohortlevensverwachting.
In de cohortlevensverwachting worden alle toekomstige
sterfteontwikkelingen meegenomen. Hierna wordt stapsgewijs de impact getoond op de
cohortlevensverwachtingen voor het startjaar 2019 van de verschillende toegevoegde
datapunten.
Cohortlevensverwachting
in 2019
AG2016
ToevoegenEU2015
ToevoegenNL2016
ToevoegenEU2016
ToevoegenNL2017
AG2018
Bij geboorte
93,3
-0,5
-0,2
0
90
Tabel 8.3 Cohortlevensverwachting in 2019
Zichtbaar is dat met name de update van de 2015 waarnemingen van de Europese landen
heeft gezorgd voor een neerwaartse bijstelling in de prognose. Dit is goed te begrijpen aan
de hand van figuur 6.1 in paragraaf 6.1. Daar is te zien dat het aantal sterftegevallen in
2015 hoger lag dan in 2014, terwijl in het daaropvolgende jaar de aantallen ongeveer
hetzelfde bleven of licht daalden.
-0,1
92,5
Op leeftijd 65
Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen
90,4
-0,4
-0,1
0,1
20,4
-0,1
-0,1
0,1
0
0
20,3
23,5
-0,2
-0,1
0
-0,1
23,1
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
23
׉	 7cassandra://2bL0227LQh_o0ejWIoXONkO1Q15IbAPeF8-b6UQsx0o`̵ \sh_׉EZ8.3 Toekomstige cohortlevensverwachting
De Prognosetafel AG2018 biedt de mogelijkheid toekomstige levensverwachtingen te
berekenen. In tabel 8.4 worden toekomstige cohortlevensverwachtingen voor de
startjaren 2019, 2044 en 2069 weergegeven.
Startjaar
2019
2044
2069
Mannen
90,0
92,3
94,0
Bij geboorte
Vrouwen
92,5
94,6
96,1
Verschil
2,5
2,3
2,1
Mannen
20,3
23,2
25,6
Op leeftijd 65
Vrouwen
23,1
25,8
28,0
Tabel 8.4 Toekomstige cohortlevensverwachtingen op basis van AG2018
Uit de hiervoor vermelde cijfers blijkt nogmaals dat het model impliceert dat de
levensverwachting voor mannen en vrouwen zal blijven stijgen, voor de mannen iets
sneller dan voor de vrouwen. Hierdoor daalt het verschil in levensverwachting tussen
mannen en vrouwen.
8.4 Prognose in perspectief
In grafiek 8.2 worden de ontwikkelingen van de periodelevensverwachting bij geboorte
voor AG2016, AG2018 en CBS2017-2060 tegen elkaar afgezet. Zichtbaar is dat de trend
van de AG2018-prognose voor Nederlandse vrouwen convergeert naar de trend voor
vrouwen in de prognose voor de geselecteerde West-Europese landen en dat de prognose
neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van AG2016. De AG2018-prognose voor mannen laat
een vergelijkbare beweging zien ten opzichte van AG2016; de trend ligt dicht bij de trend
van de West-Europese landen, waardoor het verschil in levensverwachting door de tijd
redelijk constant blijft. Voor mannen is in de prognose CBS2017-2060 vrijwel dezelfde
ontwikkeling van de levensverwachting te zien als bij AG2018.
De levensverwachting in 2050 op basis van CBS2017-2060, ligt voor vrouwen iets hoger
dan bij AG2018 en voor mannen iets lager.
90
Verschil
2,8
2,6
2,4
85
Vrouwen
Nederland
80
Mannen
75
2000 2010 2020 2030 2040 2050
Grafiek 8.2 Ontwikkeling periodelevensverwachting bij geboorte
Europese selectie
AG2018 NED
AG2018 Europa
CBS-2017
AG2016
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
24
׉	 7cassandra://qOuiW8aJSXdzbJscvhVu_MhPk9cYNHRhjfGkTvdraZU`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://f3t_U7pralMQT90FY_XljaNdR-1IOpPbLql-tVuuiPI >` ׉	 7cassandra://1rc3KVI5r9bHrf-58kMurcUl-8ouV4ZUVCGFnZccEv4B`S׉	 7cassandra://sl5gDDS3AVKFoBJZwLNkl9omDZbnKeOeJjQgcp0GH6I`̵ ׉	 7cassandra://a7vvWDVJeHwKw1VghaFYdb6P_LS1NBomTWsF8MWPyuAr&E͠\sn_9ט  {u׉׉	 7cassandra://gRRyRwP8RleyKFbfaW9gTRBvdfcROPkBeFq9uRPd5nY ` ׉	 7cassandra://3zqmO9Kqv7OnEklYXEJBlVbEEh9I6u3NlVPLqnNyZL8Mf`S׉	 7cassandra://QfQIOvxjOiav6gEZrsrfihfcwvRkot0t5RTLTASgqkc`̵ ׉	 7cassandra://yEqZfja_ghQubYUsfOTxy6mirLhH5XDynhtDglalnRcgD
6͠\sn_:׉EGrafiek 8.3 toont de ontwikkeling van de periodelevensverwachting op leeftijd 65.
10
12
14
16
18
20
22
24
26
Vrouwen
Nederland
Mannen
Europese selectie
AG2018 NED
AG2018 Europa
CBS-2017
AG2016
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050
Grafiek 8.3 Ontwikkeling periodelevensverwachting op leeftijd 65
De verschillende prognoses voor de levensverwachting op leeftijd 65 voor mannen liggen
dicht bij elkaar. Bij vrouwen is de neerwaartse bijstelling ten opzichte van AG2016
duidelijker zichtbaar.
In tabel 8.5 staan de cohortlevensverwachtingen vermeld voor AG2016, AG2018 en
CBS2017-2060. De verschillen in cohortlevensverwachting op leeftijd 65 tussen AG2018 en
CBS2017-2060 zijn beperkt.
Startjaar 2019
Prognose
AG2016
AG2018
CBS2017
Bij geboorte
Mannen
90,4
Vrouwen
93,3
Op leeftijd 65
Mannen
20,4
90,0 92,5 20,3
Niet beschikbaar
20,3
Vrouwen
23,5
23,1
22,8
Tabel 8.5 Levensverwachtingen voor AG2016, AG2018 en CBS2017
8.5 Koppeling levensverwachting op 65 jaar en pensioenleeftijd
in 1e en 2e pijler
De Wet Verhoging AOW- en Pensioenrichtleeftijd van 12 juli 2012 koppelt de pensioengerechtigde
leeftijd in de eerste pijler (AOW) en de pensioenrichtleeftijd in de 2e pijler
(werknemerspensioen) aan de periodelevensverwachting.
Verhogingen van de AOW-gerechtigde leeftijd geschieden in stappen van drie maanden en
zijn afhankelijk van de hoogte van de macro gemiddelde resterende periodelevensverwachting
op 65-jarige leeftijd (L) zoals geraamd door het CBS ten opzichte van een
waarde van 18,26 én het verschil tussen de tot dan toe geldende AOW-gerechtigde leeftijd
en 65 jaar. De referentiewaarde van 18,26 is wettelijk vastgelegd en gebaseerd op
waarnemingen van het CBS in de periode 2000-2009.
Aangezien eind 2016 voor 2022 werd verwacht dat L groter zou zijn dan 20,51 jaar,
was een verhoging van de AOW-leeftijd met een kwart jaar (0,25) noodzakelijk
(immers (20,51 – 18,26) – (67 – 65) = 0,25) en aangekondigd in 2016. Voor het jaar
2023 is in 2017 geen verhoging aangekondigd.
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
25
׉	 7cassandra://sl5gDDS3AVKFoBJZwLNkl9omDZbnKeOeJjQgcp0GH6I`̵ \sh_׉EVolgens Prognosetafel AG2018 is L in 2024 gelijk aan 20,70 en is een verhoging van de
AOW-gerechtigde leeftijd naar 67 jaar en 6 maanden volgens bovenstaand formularium
niet nodig. Deze verwachting ligt in lijn met de laatste prognose van het CBS uit 2017.
Uiterlijk 1 januari 2019 zal uitsluitsel dienen te volgen ten aanzien van deze verhoging in
2024 op basis van de nieuwe CBS-prognose.
Wanneer de macro gemiddelde resterende periodelevensverwachting op 65-jarige leeftijd
tevens voor de jaren na 2024 wordt geschat, worden de volgende jaren gevonden waarin
de AOW-leeftijd naar verwachting met een vol jaar zal zijn toegenomen4.
Verwachte AOW-gerechtige
leeftijd
68
69
70
71
CBS 2017-2060
2030
2039
2048
2057
AG2018
2029
2038
2047
2057
Tabel 8.6 Verwachte jaren waarin de AOW-gerechtigde leeftijd een volledig jaar
gestegen zal zijn volgens de laatste prognose van CBS en AG
De verhoging van de pensioenrichtleeftijd (in stappen van 1 jaar) in de 2e pijler is
gebaseerd op dezelfde formule als de AOW-gerechtigde leeftijd, echter volgens de Wet
dient eerder te worden geanticipeerd op een verwachte stijging van de
levensverwachting. Het is wettelijk voorgeschreven dat een wijziging van de
pensioenrichtleeftijd ten minste een jaar voordat deze wijziging plaatsvindt, bekend moet
worden gemaakt en dat hiervoor de macro gemiddelde resterende levensverwachting op
65-jarige leeftijd in aanmerking dient te worden genomen die wordt verwacht tien jaar
na het kalenderjaar van wijziging. Dit betekent bijvoorbeeld dat een wijziging van de
pensioenrichtleeftijd in 2020 uiterlijk 1 januari 2019 bekend dient te worden gemaakt op
basis van de macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in
2030.
Op basis van de Prognosetafel AG2018 is de verwachting dat L in 2030 niet al dusdanig zal
zijn gestegen dat in 2020 een pensioenrichtleeftijd van 69 jaar gaat gelden. Een stijging
van de pensioenrichtleeftijd naar 69 jaar wordt pas in 2028 verwacht.
De ontwikkeling van de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenrichtleeftijd op basis van
de Prognosetafel AG2018 zijn in grafiek 8.4 samengevat.
4 – Steeds is voor de
eenvoud van de
berekening de macro
gemiddelde resterende
levensverwachting
bepaald als het
ongewogen
gemiddelde van de
levensverwachting van
mannen en vrouwen.
In de praktijk wordt
mogelijk een exactere
weging toegekend
waardoor vrouwen een
iets hoger gewicht
toegekend krijgen. De
impact hiervan is
beperkt.
Prognosetafel AG2018
65
66
67
68
69
70
71
2018
2022
2026
2030
2034
2038
pensioenrichtleeftijd
AOW-gerechtigde leeftijd
2042
2046
2050
Grafiek 8.4 Ontwikkeling AOW-gerechtigde leeftijd en pensioenrichtleeftijd op basis
van AG2018
Algemeen kan worden gesteld dat de huidige AG-prognoses niet veel afwijken van de
prognose van het CBS, waardoor de huidige verwachting is dat verschillen in toekomstige
AOW- en pensioenleeftijden ook niet heel groot zullen zijn.
Uitkomsten
26
AOW-/pensioenrichtleeftijd
׉	 7cassandra://QfQIOvxjOiav6gEZrsrfihfcwvRkot0t5RTLTASgqkc`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://uVbW7ofv7OzTiG6-e9IVprfYurgRclCXlBzWmKsXkG0 g` ׉	 7cassandra://BG0PphyxEJgMmNvd7GzhDrSii-QUeoqt4ubg1P2Yq6QE\`S׉	 7cassandra://nDcAgWSqK_dAFGf9Zu0M6PsAD4DEoZVq0R09hNRKRzEt`̵ ׉	 7cassandra://knPO_KnPzBdjT9gUUPS4ZNAxEoLwS5cNcudtzpLRYEQIJ͠\so_<ט  {u׉׉	 7cassandra://4Ser8gSfydPVMyPRxa_KBud5yci5ERT3cZmaCxyCQFA g` ׉	 7cassandra://HvEfQdqM16dqJbfH3BhMChZu_UzPE-ge7cjMNJMXsIAE]`S׉	 7cassandra://t9Ke4DUmNJ8_pLJF0h_1VN9QiNYb_Ef-lRjqS80EMaE``̵ ׉	 7cassandra://80jeVSuZn9cfA0oVaL6BwmH5gkAa0jhyuuKT0E-mAp4B|͠\so_=׉E
8.6 Effecten op voorzieningen
Om de effecten van de Prognosetafel AG2018 op de technische voorzieningen van
pensioenportefeuilles in kaart te brengen, zijn zes fictieve voorbeeldfondsen
geconstrueerd. Het betreft drie fondsen met mannelijke deelnemers en drie fondsen met
vrouwelijke deelnemers. Per geslacht zijn een jong, een oud en een gemiddeld fonds
geconstrueerd. Het laatste fonds is het gemiddelde van de eerste twee fondsen. Deze
voorbeeldfondsen zijn mede aan de hand van concrete portefeuilles bepaald.
De voorbeeldfondsen bevatten naast een ouderdomspensioen (OP) een latent
nabestaandenpensioen en een ingegaan nabestaandenpensioen (NP). In de mannelijke
portefeuilles wordt ervan uitgegaan dat uitbetalingen van het ingegane
nabestaandenpensioen betrekking hebben op vrouwelijk partners. Voor de vrouwelijke
portefeuilles is dat andersom. De gebruikte pensioenvormen zijn een ouderdomspensioen,
ingaande op 65 jaar en een nabestaandenpensioen van de vorm ‘onbepaalde partner’
met een partnerfrequentie van 100%.
Er wordt uitgegaan van een vast leeftijdsverschil van 3 jaar tussen de mannelijke en de
vrouwelijke partner, waarbij aangenomen wordt dat de man ouder is dan de vrouw. De
effecten zijn weergegeven voor zowel een rekenrente van 3% als 1%, zodat de effecten
vergeleken kunnen worden met de voorgaande publicatie (AG2016).
Effect VPV
3% rekenrente
OP (65)
NP
OP+NP
1% rekenrente
OP (65)
NP
OP+NP
Jong
Mannen
Gemiddeld
Oud
Jong
2,9%
Jong
Vrouwen
Gemiddeld
2,4%
Oud
-0,8% -0,7% -0,6% -2,0% -1,9% -1,8%
-1,2% -1,4% -1,5%
2,2%
-0,9% -0,9% -0,9% -1,3% -1,2% -1,2%
Gemiddeld
Jong
Oud
3,5%
Gemiddeld
2,8%
Oud
-1,0% -0,9% -0,8% -2,5% -2,3% -2,2%
-1,8% -1,9% -2,0%
2,5%
-1,2% -1,2% -1,2% -1,7% -1,6% -1,6%
Tabel 8.7 Impact op voorzieningen voor modelportefeuilles van overgang van
AG2016 naar AG2018 (verschil AG2018 minus AG2016 uitgedrukt in procenten van
AG2016). De afzonderlijke percentages, zoals vermeld bij de pensioenvormen OP en
NP, tellen niet op tot de percentages zoals vermeld bij de combinatie OP+NP. Dit
komt omdat de voorzieningen van de afzonderlijke pensioenvormen verschillend
zijn.
Uit de tabel 8.7 valt af te lezen dat de verschillen, in termen van voorzieningen, bij
mannen beperkt zijn. Voor een gemiddeld bestand neemt de voorziening met ongeveer
1% af. Bij vrouwen is de impact groter (gemiddeld 1,2% respectievelijk 1,6% afname). Bij
een rekenrente van 1% zorgt de lage rente voor een extra toename van de impact.
In tabel 8.8 is de impact van AG2016 naar AG2018 in 2 stappen uitgesplitst:
• data update naar “AG2017”, namelijk toevoeging EU15 en NL16;
• data update naar AG2018, toevoeging EU16 en NL17.
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
27
׉	 7cassandra://nDcAgWSqK_dAFGf9Zu0M6PsAD4DEoZVq0R09hNRKRzEt`̵ \sh_׉EEffect VPV
3%
Mannen
1)
AG2016 →
"AG2017" →
AG2016 →
Vrouwen
rekenrente Jong Gemiddeld Oud Jong Gemiddeld Oud
OP (65) -1.0% -0.9% -0.8% -1.7% -1.6% -1.5%
NP -0.5% -0.7% -1.0% 2.0% 1.6% 1.4%
"AG2017" OP+NP -0.9% -0.9% -0.9% -1.1% -1.1% -1.1%
2)
OP (65) 0.2% 0.2% 0.2% -0.3% -0.3% -0.3%
NP -0.7% -0.6% -0.6% 0.8% 0.8% 0.8%
AG2018 OP+NP 0.0% 0.0% 0.0% -0.1% -0.1% -0.1%
1) + 2)
OP (65) -0.8% -0.7% -0.6% -2.0% -1.9% -1.8%
NP -1.2% -1.4% -1.5% 2.9% 2.4% 2.2%
AG2018 OP+NP -0.9% -0.9% -0.9% -1.3% -1.2% -1.2%
Tabel 8.8 Impact op voorzieningen voor modelportefeuilles van overgang van
AG2016 naar AG2018, met “AG2017” als tussenstap
Hier is zichtbaar dat bij overgang van AG2016 naar “AG2017” de stijging van de
sterftekansen een grote impact heeft. Wat opvalt is dat bij mannen voor zowel OP als NP
de voorziening veelal daalt, terwijl bij vrouwen de voorziening voor NP juist stijgt. Voor
zowel mannen als vrouwen zijn de sterftekansen gestegen. Voor NP betekent dit dat het
pensioen gemiddeld eerder ingaat (een verzwaring), maar vervolgens gemiddeld korter
moet worden uitgekeerd (een verlichting). De combinatie van beide effecten pakt voor de
mannen- en vrouwenportefeuille anders uit want bij de vrouwen is de stijging van de
sterftekansen over het algemeen sterker dan bij mannen. Daarnaast moet vermeld worden
dat in tabellen 8.7 en 8.8 zowel latent als ingegaan NP is meegenomen en de verandering
in de VPV-waarden is dus van beide afhankelijk.
Tabel 8.9 toont het effect op de voorziening voor afzonderlijke pensioenvormen voor
diverse leeftijden.
3% rekenrente
25
45
65
85
1% rekenrente
25
45
65
85
Mannen
Latent
OP
-1,3%
NP
Ingegaan
NP
Vrouwen
Latent
OP
0,4% -0,5% -2,2%
-1,2% -0,3% -0,8% -2,1%
-0,5% -1,9% -1,4% -1,4%
0,3% -2,8% -1,5% -1,5%
Ingegaan
OP
Latent
NP
NP
OP
-1,5% -0,9% -0,9% -2,6%
-1,3% -1,4% -1,3% -2,5%
-0,6% -2,6% -1,7% -1,7%
0,3% -3,0% -1,6% -1,6%
NP
Ingegaan
NP
8,4% -0,3%
5,8% -0,5%
4,1% -0,5%
2,6%
0,3%
Latent
NP
Ingegaan
NP
8,2% -0,5%
5,7% -0,7%
4,0% -0,6%
2,6%
0,3%
Tabel 8.9 Impact op voorzieningen voor afzonderlijke pensioenvormen en leeftijden
van overgang van AG2016 naar AG2018 (verschil AG2018 minus AG2016 uitgedrukt
in procenten van AG2016)
Prognosetafel AG2018
Uitkomsten
28
׉	 7cassandra://t9Ke4DUmNJ8_pLJF0h_1VN9QiNYb_Ef-lRjqS80EMaE``̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rE2ckwaf-fgN91gMLiIXdzFjLz-VkKnSe8_CeahIfnU /` ׉	 7cassandra://TL_vtwUvEL3U1wTWkIskEfgW5ZAMDp87--78Bqz-Al4Ll`S׉	 7cassandra://4POPbYF28zTEeR2XL69FKA5LYBVwUOUtjJarVWfGzuM`̵ ׉	 7cassandra://-h_2Nv3BDwBGKJ8N8B5MxMBfZu7cD2FjsRVO7xgVrJw:͠\so_?ט  {u׉׉	 7cassandra://HXZoAmRuB08AtMO-o3k3Taa7sybtFROJ8-GN_qrBsvE ` ׉	 7cassandra://eTCJZCz9c6W0XrjISPA5RqN_fHDJN5m-UqNGZhUOO3w3`S׉	 7cassandra://sBchR4gsdATqm1vQGhrOvF-NH4g8iWQsNJvwcFrrf80r`̵ ׉	 7cassandra://CDEwt1YKqEjuXqPttkOoWooCevS0kq4wD02DQbMUq_A^'"͠\so_@׉E9
TOEPASSINGEN VAN HET
MODEL
Het gebruik van een stochastisch model biedt extra mogelijkheden bij het
analyseren van sterfterisico’s. In het bijzonder is het mogelijk inzicht te krijgen in
de variabiliteit van de waarde van de verplichtingen van verzekeringsportefeuilles.
Doordat de Prognosetafel AG2018 is gebaseerd op een stochastisch model kan een
uitspraak worden gedaan over de spreiding van toekomstige sterftekansen rondom de
best estimates. Het gebruikte model genereert niet alleen best estimate
sterfteontwikkelingen, maar kan ook gebruikt worden om de onzekerheid in toekomstige
scenario’s in kaart te brengen, op grond van de geobserveerde fluctuaties in de historische
waarnemingen.
Het is van belang op te merken dat de gepresenteerde onzekerheidsintervallen in dit
hoofdstuk geen rekening houden met parameter- of modelonzekerheid. Dat wil zeggen,
onze berekeningen nemen het veronderstelde model en de geschatte parameters als
uitgangspunt. Hierbij worden alleen sterftekansen gesimuleerd en gaan we ervan uit dat
we die sterftekansen precies kunnen observeren. We houden er dus geen rekening mee
dat we in de praktijk, omdat we slechts met eindige populaties werken, niet de exacte
sterftekansen maar alleen geobserveerde sterftefrequenties tot onze beschikking hebben
(de meet- of Poisson-ruis).
In dit hoofdstuk worden ter illustratie enkele mogelijke toepassingen van het stochastisch
model getoond. De vermelde resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op dezelfde
modelportefeuilles als genoemd in hoofdstuk 8 en appendix B.
Allereerst laten we in paragraaf 9.1 de met het model vastgestelde betrouwbaarheidsintervallen
rond de levensverwachting zien voor de gehele horizon.
In paragraaf 9.2 beschouwen we de waarde van de verplichtingen voor alle mogelijke
ontwikkelingen van toekomstige sterftekansen. Daar waar de best estimate waarde van de
verplichtingen wordt verkregen door gebruik te maken van de best estimate
sterftekansen, bekijken we tevens verschillende mogelijke scenario’s voor sterftekansontwikkelingen
zoals gegeven door het stochastische model. Dit geeft inzicht in de
mogelijke toename van de waarde voor de gehele uitloop van de verplichtingen in
bijvoorbeeld het 95% kwantiel.
In de praktijk wordt ook vaak gekeken naar de stochastische verdeling van de waarde van
de verplichtingen na een schok in het eerste jaar. Hierbij worden eerst mogelijke schokken
gedurende het eerste jaar gesimuleerd. Vervolgens wordt per scenario (schok) het model
opnieuw gekalibreerd na toevoeging van deze nieuwe (gesimuleerde) observatie aan de
oorspronkelijke dataset. Op basis van de per scenario gekalibreerde parameters worden
per scenario de best estimate sterftekansen bepaald voor de overige jaren. Paragraaf 9.3
laat zien tot welke betrouwbaarheidsintervallen dit leidt voor een horizon van 1 jaar.
Paragraaf 9.4 laat de resultaten zien van de resulterende stochastische verdeling van de
waarde van de verplichtingen na een eenjaarsschok en herkalibratie.
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
29
׉	 7cassandra://4POPbYF28zTEeR2XL69FKA5LYBVwUOUtjJarVWfGzuM`̵ \sh_׉ErBij bovenstaande toepassingen wordt geen uitspraak gedaan over de gevolgen voor de
berekening van buffers conform Solvency II. Het baseren van de hoeveelheid aan te
houden kapitaal voor sterfterisico op uitsluitend de spreiding die uit het stochastisch
model volgt, zou kunnen leiden tot een onderschatting van het benodigde kapitaal, op
grond van wat hierboven is vermeld over parameteronzekerheid, modelonzekerheid en
Poisson-ruis.
9.1 Simulaties voor de levensverwachting
De best estimate sterftekansen zijn te verkrijgen door te veronderstellen dat toekomstige
sterftekansen zich ontwikkelen volgens de modelvergelijkingen uit appendix A, waarbij
alle storingstermen op nul zijn gezet. Het is ook mogelijk scenario’s te simuleren waarbij
de storingstermen worden getrokken uit de daar gespecificeerde multivariate normale
verdeling.
Op basis hiervan kunnen voor de gehele horizon betrouwbaarheidsintervallen rond de
levensverwachting worden bepaald. De 95% betrouwbaarheidsintervallen zijn tot 2050
weergegeven in grafiek 9.1 voor zowel mannen als vrouwen.
Periodelevensverwachting bij geboorte
90
85
80
Vrouwen
75
Mannen
70
95% betrouwbaarheidsinterval
Waarnemingen Nederland
Waarnemingen Europese selectie
Prognose Nederland
Prognose Europese selectie
65
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050
Grafiek 9.1 Betrouwbaarheidsinterval rondom de best estimate van de
periodelevensverwachting voor Nederlandse mannen en vrouwen
Grafiek 9.1 laat zien dat de onzekerheid in de prognose van de periodelevensverwachting,
zoals verwacht, toeneemt naarmate de prognose verder in de toekomst ligt.
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
30
׉	 7cassandra://sBchR4gsdATqm1vQGhrOvF-NH4g8iWQsNJvwcFrrf80r`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6SEUncgpBTR956qO17Zf1LUMGZhNfCXFFtmdEwA2dzw ` ׉	 7cassandra://aJYNoZd6TcMcasCItc9d0EB0OVyatCxOj-ehkDObAa8A`S׉	 7cassandra://QIFRunPV7laLf5_l4tc6M-_1peIUugoYTBzVd6fOF2E`̵ ׉	 7cassandra://UeynZdriUzQlGe8sMh89Ce7tktRWHK7pJSHjzTJ199MX͠\so_Bט  {u׉׉	 7cassandra://nzZBMAm7ggAddpl0URVId-ZSHrWgHXKnGPbSrPiv8z8 f` ׉	 7cassandra://OTNKMjgr4nqbmYMucdHSrHhBFOPOo07jemgkA97tXjE<`S׉	 7cassandra://bLftGOtJLyKHsxbxyl1cqX4uMdQngZB_zR2a86rDtPE`̵ ׉	 7cassandra://j6YTcf9iZvcabnLcYSGl8KbOhJBhm9qm0Vu00KvBcjI?~v͠\so_C׉E	PGrafiek 9.2 toont de onzekerheid in de cohortlevensverwachting per leeftijd van
Nederlandse mannen en vrouwen in 2018.
Levensverwachting Nederlander 2018
105
100
95% betrouwbaarheidsinterval
Mannen
Vrouwen
95
90
85
80
0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100
Huidige leeftijd
Grafiek 9.2 Betrouwbaarheidsinterval rondom de best estimate van de
cohortlevensverwachting voor Nederlandse mannen en vrouwen in 2018
Grafiek 9.2 laat zien dat de onzekerheid afneemt naarmate de leeftijd toeneemt. Dit komt
omdat het aantal jaren waarvoor een inschatting wordt gemaakt afneemt naarmate de
leeftijd toeneemt. Daarnaast is zichtbaar dat de levensverwachting eerst afneemt tot een
leeftijd van circa 60 jaar en daarna toeneemt. Twee effecten spelen hier een rol. Iemand
die ouder is, heeft al een periode overleefd, waardoor de levensverwachting met het
ouder worden toeneemt. Daarnaast zal iemand die jonger is juist meer profiteren van
verwachte toekomstige sterfteverbeteringen.
Merk op dat we in de getoonde betrouwbaarheidsintervallen alleen onzekerheid in
toekomstige sterftekansen meenemen en niet kijken naar een enkel individu. Omdat de
sterftekansen voor (bijvoorbeeld) een 90-jarige maar heel weinig veranderen in de tijd,
zien we nauwelijks verschillen voor zijn of haar verwachte leeftijd bij overlijden wanneer
we allerhande mogelijke toekomstscenario's simuleren met ons model. Maar dat betekent
uiteraard niet dat het moment van overlijden voor een individuele 90-jarige nu al
vaststaat. Weinig onzekerheid in sterftekansen boven die leeftijd impliceert immers niet
dat er weinig onzekerheid is over het daadwerkelijke moment van overlijden voor een
enkel individu.
9.2 Simulaties voor de verplichtingen
Voor ieder van de in paragraaf 9.1 beschreven scenario’s voor sterftekansen kan de
waarde van de verplichtingen vastgesteld worden. Door alle scenario’s samen te
beschouwen resulteert dan een verdeling van de waarde van de verplichtingen. Tabel 9.1
geeft, na simulatie van 10.000 van dergelijke scenario’s, het gemiddelde en de
kwantielen voor 95%, 97,5% en 99,5% voor de Voorziening Pensioen Verplichtingen
(VPV). Hiervoor zijn de gemiddelde modelportefeuilles van mannen en vrouwen gebruikt
bij een vaste rekenrente van 3% en 1%. De uitkomsten zijn uitgedrukt in percentages van
de best estimate waarden.
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
31
Levensverwachting
׉	 7cassandra://QIFRunPV7laLf5_l4tc6M-_1peIUugoYTBzVd6fOF2E`̵ \sh_׉EUitkomsten simulatie VPV (in verhouding tot de best estimate)
Rente 3%
OP
Standaard-afwijking
Kwantielen
50%
95%
97,50%
99,5%
Mannen
NP
OP + NP
OP
Vrouwen
NP
OP + NP
2,2% 1,7% 1,4% 1,8% 2,1% 1,4%
99,9% 100,0% 100,0% 99,9% 100,0% 99,9%
103,5% 102,8% 102,2% 102,8% 103,5% 102,3%
104,2% 103,4% 102,7% 103,4% 104,2% 102,7%
105,5% 104,4% 103,4% 104,2% 105,6% 103,4%
Tabel 9.1 Resultaten simulatie voorzieningen op een rekenrente van 3% voor
modelportefeuilles (mannen en vrouwen gemiddeld)
Bij 1% rekenrente is de spreiding in de resultaten groter.
Uitkomsten simulatie VPV (in verhouding tot de best estimate)
Rente 1%
OP
Standaard-afwijking
Kwantielen
50%
95%
97,50%
99,5%
Mannen
NP
OP + NP
OP
Vrouwen
NP
OP + NP
2,6% 2,0% 1,7% 2,2% 2,7% 1,8%
99,9% 100,0% 99,9% 99,9% 100,0% 99,9%
104,2% 103,3% 102,8% 103,5% 104,4% 102,9%
105,1% 104,0% 103,3% 104,2% 105,3% 103,5%
106,7% 105,3% 104,3% 105,3% 107,1% 104,4%
Tabel 9.2 Resultaten simulatie voorzieningen op een rekenrente van 1% voor
modelportefeuilles (mannen en vrouwen gemiddeld)
De verdeling die uit de simulaties voortvloeit lijkt sterk op een normale verdeling. Zoals uit
bovenstaande tabellen blijkt, ligt de spreiding bij de afzonderlijke pensioenvormen een
stuk hoger dan bij de combinatie van OP en NP, vooral bij het ouderdomspensioen voor
mannen en het nabestaandenpensioen voor vrouwen.
Ter illustratie is in grafiek 9.3 de verdeling van de gesimuleerde waarden voor OP, NP en
de combinatie van beide pensioenvormen ten opzichte van de best estimate
weergegeven. Het gaat hier om de modelportefeuille mannen gemiddeld en een
rekenrente van 3%. Merk op dat de getoonde verdelingen niet helemaal vloeiend zijn als
gevolg van de inherente simulatie onzekerheid bij 10.000 simulaties.
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
32
׉	 7cassandra://bLftGOtJLyKHsxbxyl1cqX4uMdQngZB_zR2a86rDtPE`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://iR_0ALgJmlTMTrTskBVBfz6x0gp50y3Oa6VZa6EBTtM ig` ׉	 7cassandra://UPrvvRLl1ivQdLKLGUL0NQuAkrVotdbuaSVj5EoKzAo3`S׉	 7cassandra://qD8bMK9NXUxPaK221MO8PQEJYRhShUa7l1-4lTQ3r0g`̵ ׉	 7cassandra://jMg6NlHBFCv_Y84nfcmnc76c-r8yHpq0dDXJeXNx3kcl>͠\so_Eט  {u׉׉	 7cassandra://3wp3cyJeYWEZ41jwdj3H-AvUY64z4L90_OnvWFZWdkM "` ׉	 7cassandra://tTjC-SfDlh1E_1hZpOP_ocWn0300eM1jiqq-TOrfgIg+f`S׉	 7cassandra://te1XIirJ7LVUqsrImx7ziRRMN8BKIY2Oy3OJ9U6wvGsx`̵ ׉	 7cassandra://kzqi-EK6basKHC_Z9wisbCIjElB4sxS7zasK3vr4RwIJ͠\so_F׉EVerdeling VPV volgens AG2018
Combinatie
Nabestaandenpensioen
Ouderdomspensioen
85%
90%
95% 100% 105% 110% 115%
Grafiek 9.3 Verdeling uitkomsten simulatie voorziening (rekenrente 3%) voor
modelportefeuille mannen gemiddeld rondom de best estimate
9.3 Simulaties voor de levensverwachting over 1-jaars horizon
De levensverwachting kan ook gesimuleerd worden nadat een schok heeft plaatsgevonden
in het eerste jaar, waarbij de impact van die schok op de best estimate voor de overige
jaren wordt meegenomen na herkalibratie. Op basis hiervan kunnen voor een horizon van
1 jaar betrouwbaarheidsintervallen rond de levensverwachting worden bepaald. De 95%
betrouwbaarheidsintervallen zijn weergegeven in grafiek 9.4 voor zowel mannen als
vrouwen op basis van 5.000 scenario’s.
Periodelevensverwachting bij geboorte
90
85
80
Vrouwen
75
Mannen
70
95% betrouwbaarheidsinterval
Waarnemingen Nederland
Waarnemingen Europese selectie
Prognose Nederland
Prognose Europese selectie
65
1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 2050
Grafiek 9.4 Betrouwbaarheidsinterval rondom de best estimate van de
periodelevensverwachting voor Nederlandse mannen en vrouwen, 1-jaars horizon
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
33
׉	 7cassandra://qD8bMK9NXUxPaK221MO8PQEJYRhShUa7l1-4lTQ3r0g`̵ \sh_׉EiDe grafiek laat zien dat de betrouwbaarheidsintervallen aanzienlijk smaller zijn voor een
1-jaars horizon, vergeleken met die voor de gehele uitloop (zie grafiek 9.1). De reden
hiervoor is dat voor de 1-jaars horizon alleen de onzekerheid van het 1e prognosejaar
wordt meegenomen (inclusief de impact van dit 1e jaar op de parameters), terwijl in
grafiek 9.1 de onzekerheid voor de gehele uitloop van de verplichtingen wordt
weergegeven.
De onderstaande grafiek toont de onzekerheid in de cohortlevensverwachting van
Nederlandse mannen en vrouwen in 2018, wederom voor een horizon van 1 jaar.
Levensverwachting Nederlander 2018
105
100
95% betrouwbaarheidsinterval
Mannen
Vrouwen
95
90
85
80
0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100
Huidige leeftijd
Grafiek 9.5 Betrouwbaarheidsinterval rondom de best estimate van de
cohortlevensverwachting voor Nederlandse mannen en vrouwen in 2018,
1-jaars horizon
Ook hieruit blijkt dat de betrouwbaarheidsintervallen aanzienlijk smaller zijn voor een
1-jaars horizon, vergeleken met die voor de gehele uitloop (zie grafiek 9.2).
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
34
Levensverwachting
׉	 7cassandra://te1XIirJ7LVUqsrImx7ziRRMN8BKIY2Oy3OJ9U6wvGsx`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XPyDqFeO_p5EWoZszfODva6n6QXQkpLy19u0jytw4NQ /` ׉	 7cassandra://PT_vcJ0uVFGnEt41BFtu95Qba4wiaNCvdLtScCA2R_QN`S׉	 7cassandra://F09U1uylONA07zeSXyquJcLHa3ibhvSHWw_74p6AQ2k`̵ ׉	 7cassandra://NcDuIdt_4p61c5ffPhISPpYEL9vt76UnRBu-5ZgKg4gHv͠\sp_Hט  {u׉׉	 7cassandra://LvV8ypcelwnhnMTGRLxrx9w3oYpwltLbSgDFCuccBDc%T` ׉	 7cassandra://1mwszl3559nJoiAwWovU3EMz_d3pK6AYzC3DBu2sghg` S׉	 7cassandra://O1wL0bb9BfRNy08BqCSKex9aTtZQlVynTwSV4e1XpQA` ̵ ׉	 7cassandra://MVMZryBtMsAokvZgG8zAvRDeeZDOdlCKXKfy427-0AY	͠\sp_I׉E
9.4 Simulaties voor de best estimate over 1-jaars horizon
Voor ieder van de in paragraaf 9.3 beschreven 5.000 scenario’s voor sterftekansen kan de
waarde van de verplichtingen vastgesteld worden na herkalibratie, op basis waarvan een
verdeling van de waarde van de verplichtingen resulteert voor een 1-jaars horizon. De
resultaten hiervan staan vermeld in onderstaande tabellen.
Uitkomsten simulatie VPV (in verhouding tot de best estimate) over 1-jaars horizon
Rente 3%
OP
Standaard-afwijking
Kwantielen
50%
95%
97,50%
99,5%
Mannen
NP
OP + NP
OP
Vrouwen
NP
OP + NP
0,7% 0,8% 0,5% 0,8% 1,1% 0,5%
100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%
101,1% 101,3% 100,8% 101,2% 101,7% 100,8%
101,3% 101,5% 100,9% 101,5% 102,2% 101,0%
101,7% 102,0% 101,2% 101,9% 103,1% 101,3%
Tabel 9.3 Resultaten simulatie voorzieningen bij een rekenrente van 3% voor
modelportefeuilles (mannen en vrouwen gemiddeld) over 1-jaars horizon
Uitkomsten simulatie VPV (in verhouding tot de best estimate) over 1-jaars horizon
Rente 1%
OP
Standaard-afwijking
Kwantielen
50%
95%
97,50%
99,5%
Mannen
NP
OP + NP
OP
Vrouwen
NP
OP + NP
0,8% 1,0% 0,6% 1,0% 1,3% 0,7%
100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%
101,2% 101,6% 101,0% 101,5% 102,1% 101,1%
101,5% 101,9% 101,1% 101,8% 102,6% 101,2%
101,8% 102,4% 101,5% 102,3% 103,9% 101,6%
Tabel 9.4 Resultaten simulatie voorzieningen een rekenrente van 1% voor
modelportefeuilles (mannen en vrouwen gemiddeld) over 1-jaars horizon
Deze uitkomsten laten zien dat de spreiding voor een 1-jaars horizon, zoals verwacht mag
worden op basis van de resultaten in paragraaf 9.3, veel lager ligt dan bij simulatie over
alle jaren.
De impact op de voorziening van de overgang van AG2016 naar AG2018 is vermeld in
tabel 8.7 in hoofdstuk 8. Aangezien bij de overgang van AG2016 naar AG2018 twee jaar
aan nieuwe observaties zijn toegevoegd, dient de impact omwille van een zuivere
vergelijking opgesplitst te worden in de impact van de overgang van AG2016 naar
“AG2017” en van “AG2017” naar AG2018 (zie tabel 8.8 in hoofdstuk 8). Dan is immers
sprake van de impact per enkel jaar. Het blijkt dat bij de overgang van AG2016 naar
“AG2017” de waargenomen impact bij het ouderdomspensioen voor vrouwen net iets
hoger ligt dan het 97,5 percentiel. De overige pensioenvormen liggen binnen het 97,5%
betrouwbaarheids-interval. Bij de overgang van “AG2017” naar AG2018 zien we dat bij
alle pensioenvormen de uitkomsten dicht bij het 50% kwantiel liggen. We wijzen er
nogmaals op dat de berekende 1-jaars onzekerheid alleen onzekerheid in de
ontwikkeling van sterftekansen bevat en er geen rekening mee houdt dat de
geobserveerde sterftefrequenties niet exact overeen zullen komen met die sterftekansen.
Prognosetafel AG2018
Toepassingen van het model
35
׉	 7cassandra://F09U1uylONA07zeSXyquJcLHa3ibhvSHWw_74p6AQ2k`̵ \sh_׉EPrognosetafel AG2018
36
׉	 7cassandra://O1wL0bb9BfRNy08BqCSKex9aTtZQlVynTwSV4e1XpQA` ̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Hb7vKhqQzCZtY2l5dC2730HOz_0Vls7ap2KXmQJIx4g͠`׉	 7cassandra://Xq0Mas96Mu8bf5HpHR2K1mzLNzS7I1X7ZKaVGwVJ2Xw`S׉	 7cassandra://We2siXEr6pGvHCVfwJ2iJxAHK7EXT9X8TBKI-vP6q3w\`̵ ׉	 7cassandra://OtWCAJgAzGcOSd53RpeTRkl4fHu_Jo-VJCqlJ4JsCi0͝͠\sp_Kט  {u׉׉	 7cassandra://JnCpK6t5gU1S2BZcR2e3cZ8iyqkg1_AhQv9qk5MAjk4 ` ׉	 7cassandra://qFj-7NohlWhimfHRqNK2cDiDvG650gLx0W5xGzZhHlE/C` S׉	 7cassandra://vbNQA5lJ7KlN7jtwNrURyX_1wfksjUZAzlh1TfjG_ek`̵ ׉	 7cassandra://_Ob5Uhfdjr0ZLHOdKhsnAf-IktKsyovq9h29Q945yoc k/:͠\sp_L׉E #APPENDICES
Prognosetafel AG2018
37
׉	 7cassandra://We2siXEr6pGvHCVfwJ2iJxAHK7EXT9X8TBKI-vP6q3w\`̵ \sh_׉E APPENDIX A
Prognosemodel AG2018
Technische beschrijving
1 Li, N. and Lee, R. (2005) Coherent Mortality Forecasts for a Group of Populations: An Extension of the Lee-Carter Method. Demography 42(3), pp.
575-594.
Prognosetafel AG2018
Appendix A
38
׉	 7cassandra://vbNQA5lJ7KlN7jtwNrURyX_1wfksjUZAzlh1TfjG_ek`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UCaVXOMaGhHvzc9QdtdqNIFnVbpnSNcAlpQtuS58puc 6` ׉	 7cassandra://uq-wiqig_Vc4XIj1j4IM3kzxcVLptzgiKORbISQb3304` S׉	 7cassandra://KyibpsGG4ZJdqns4GNKi7el05RHcDQsNo_OFPmnCeW0w`̵ ׉	 7cassandra://adsy2TZ8GwfzoYijNmgAPcr0_HF7x3QUbkVrZk-KMUI @<͠\sp_Nט  {u׉׉	 7cassandra://KR3aWDEefRShFoIb3_KBfEUDoDwNHq5U6TLW-ZgQN0o M` ׉	 7cassandra://pRaqLtUUzEuaqBdqQxJ8IdRWT7WI_D63TJBDGgGEYmwCb`S׉	 7cassandra://rhPS0b3Bn_K_RC8nzSK-cfqy4M1xZm8Hrw0kvtZS4GY`̵ ׉	 7cassandra://7O0f9bGqB_o-WRSYCsAjEjfL-9PtMahvPMxszjxQlt0 J͠\sp_O׉E #Prognosetafel AG2018
Appendix A
39
׉	 7cassandra://KyibpsGG4ZJdqns4GNKi7el05RHcDQsNo_OFPmnCeW0w`̵ \sh_׉E 2 Brouhns, N., Denuit, M. and Vermunt, J.K. (2002) A Poisson log-bilinear regression approach to the construction of projected lifetables. Insurance:
Mathematics and Economics 31, pp. 373-393.
Prognosetafel AG2018
Appendix A
40
׉	 7cassandra://rhPS0b3Bn_K_RC8nzSK-cfqy4M1xZm8Hrw0kvtZS4GY`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://T7FposSytdEUlYM2LKpJUuQbuljINsMdy6ODFA39gBg lS` ׉	 7cassandra://1zEQKfW2Q6yoWDDU_xR-5LMkAeWhiE1kZYsoCMY7Qfk<` S׉	 7cassandra://MlOsinA36qF8584oWPyxN2Rhwy7CvraLuQvJisRbSUMt`̵ ׉	 7cassandra://9_tIVGM3GRPf0dLzZL9P9sjpqYMrXXSF2MtEJvlS_lE fJ͠\sp_Qט  {u׉׉	 7cassandra://Hbi9YuOjONAZJ09lO9drn0HwkcbOFrKFagKG4RPoBuE q` ׉	 7cassandra://BuxUqkvG1WLhzDPHH3kg0UfPDe_R3Bvz66LdwyBZqI0&>` S׉	 7cassandra://NbYwpmd8vdgWnRnZ6k6SeQl36Vgw-2mHs_721yK7vkU
`̵ ׉	 7cassandra://Hhha1xjWOawecDJ76TjDXft4R1Ax_YkG79ct7cvkrqo DEJ͠\sp_Rנ\sp_T '
9ׁH 8http://www.mortality.org/Public/Docs/MethodsProtocol.pdfׁׁЈ׉E b3 Zie http://www.mortality.org/Public/Docs/MethodsProtocol.pdf
Prognosetafel AG2018
Appendix A
41
׉	 7cassandra://MlOsinA36qF8584oWPyxN2Rhwy7CvraLuQvJisRbSUMt`̵ \sh_׉E 4 De werkgroep heeft hiervoor gebruik gemaakt van het R package systemfit met de opties method=”SUR” en methodResidCov=”noDfCor”.
Prognosetafel AG2018
Appendix A
42
׉	 7cassandra://NbYwpmd8vdgWnRnZ6k6SeQl36Vgw-2mHs_721yK7vkU
`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TX7KKPoy5TqPUIRISg_IIjLKCjM6EHgOnndzAw4Qkw4 Oc`׉	 7cassandra://REltytbkRgXPekD8muUJqg2CKL8unh5GyInli_erm9YI`S׉	 7cassandra://UdcSrUmp0qbnkWcxuuF1lYY0vbE1L4TrxcTQi_cqWFo&`̵ ׉	 7cassandra://oKfU8GVA1Vw_ubKgeyryAr1MRSkX-rjCvYSuaYtgRKQ 	 6͠\sp_Uט  {u׉׉	 7cassandra://jPcaEgIpH9AMOSVVB0jav_KUSE6tt5hkbuIemwimNe4 I`׉	 7cassandra://4reI0ZpwG5PZFHkUE8uKokfE10JKR0hrTFHrucdiTyw/`S׉	 7cassandra://svseRHcUe4UzTldtDljXCTuHr1jgQD0vrF00Az7F-IgB`̵ ׉	 7cassandra://l9pDLH0ustuIIrhYPe1o5t5SIgp1NykMCjDc3548O38 6͠\sp_V׉E ;Parameterwaarden
Mannen
Prognosetafel AG2018
Appendix A
43
׉	 7cassandra://UdcSrUmp0qbnkWcxuuF1lYY0vbE1L4TrxcTQi_cqWFo&`̵ \sh_׉E 4Mannen (vervolg)
Prognosetafel AG2018
Appendix A
44
׉	 7cassandra://svseRHcUe4UzTldtDljXCTuHr1jgQD0vrF00Az7F-IgB`̵ \sh_ \sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9jsShy_logcNOsIhs_7DDrY00vewy0R9_4xjLf-DCDs O`׉	 7cassandra://DtZ7-qAtHjMcCwDoc3AAYRKXdqnsVMxLVTqZp421o38H`S׉	 7cassandra://aobwql5adVvAj8IWBKoqRuGL1wQ7Fute10Mmf_PYOQ8`̵ ׉	 7cassandra://CMjAmN0p7hlpHKPPCQ95LZGVShrsgtnlB5dC0jV-US0 	6͠\sp_Xט  {u׉׉	 7cassandra://JWA6ssi8wNCelgoP3_0ZcmLdy8gYf5n580zyOK4_PBk T`׉	 7cassandra://sftSUviKgi3nPj3-JYQfEdpXljj0jmbWURjpSDQ-0e45`S׉	 7cassandra://iPHLUHahIub3aI5L8KozBTSMgspx2-33HlhAMp_sjsM(`̵ ׉	 7cassandra://K6h6cAGs4PVHmJKNNgPu2y0BaEp4JpSES0yIh9ruZSU mw:͠\sq_Y׉E +Vrouwen
Prognosetafel AG2018
Appendix A
45
׉	 7cassandra://aobwql5adVvAj8IWBKoqRuGL1wQ7Fute10Mmf_PYOQ8`̵ \sh_׉E WVrouwen (vervolg)
Covariantie– en Cholesky matrix
Prognosetafel AG2018
Appendix A
46
׉	 7cassandra://iPHLUHahIub3aI5L8KozBTSMgspx2-33HlhAMp_sjsM(`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Jvot9scEoOI1T_LnBH4yhx7lVRmD8Dr93r7eFtJrbEY ` ׉	 7cassandra://Z4C-MnjcKpQjCwZSSkx_j1ric9sKai0Yzl0-n-Q1e9Q7``S׉	 7cassandra://MLG37gOrWfmWy3W_AMIHS6CoYwPfXZAlgw01N_gpIE4`̵ ׉	 7cassandra://L4PwiFPTWzYJjNZYc5uELJfIqljEiyZOubIJuMiE5h89H͠\sq_[ט  {u׉׉	 7cassandra://zNKpHmgXNqW8Q9HVdpH_lX1akZ2WDym85eVjzc3UAXc ` ׉	 7cassandra://pCsrhvC2M3w97_9RpnthNYYJeaQ3aSpN2f3w82za_Mw+5` S׉	 7cassandra://vCjR_PqTXIoTNXrbruPCYLG6YN4ItiXDLkqShjzDr8k`̵ ׉	 7cassandra://Ct40qSy3Stuu05lS5BsGvDqq4eoo-dfxqQMchUCO_fE3L4͠\sq_\׉EAPPENDIX B
Modelportefeuille
De modelportefeuilles kennen geen andere pensioenvormen dan levenslang
oudedagspensioen en levenslang nabestaandenpensioen. Er zijn zes modelportefeuilles
met onderscheid in jong/gemiddeld/oud en man/vrouw. Alleen veelvouden van 10 jaar
zijn als leeftijden van deelnemers, gepensioneerden en nabestaanden opgenomen.
Het gemiddelde bestand is gedefinieerd als het gemiddelde tussen jong en oud. Bij
mannen staan de rechten die voortkomen uit mannelijke deelnemers (dus inclusief de
weduwen) en bij vrouwen staan de rechten die voortkomen uit vrouwelijke deelnemers
(dus inclusief de weduwnaars).
De gewogen gemiddelde leeftijd voor de verschillende categorieën is weergegeven in tabel
B1.
Jong
Mannen
Actieven en slapers
Gepensioneerden
Nabestaanden (NP)
Vrouwen
Actieven en slapers
Gepensioneerden
Nabestaanden (NP)
49,3
71,7
61,1
40,6
73,3
55,0
50,8
72,9
68,1
46,4
73,3
62,2
53,4
73,7
70,9
49,8
73,3
64,3
Tabel B1 Gewogen gemiddelde leeftijd van modelportefeuilles
De verdeling in aantallen is weergeven in tabel B2 en B3.
Mannen Jong
Mannen Gemiddeld
30 500 350 0
40 1200 840 0
50 2000 1400 150
60 1800 1260 150
70 1500 800 100
80 300 150 50
90
0 0 0
(65) (lat.) (ing.)
300 210 0
Gemiddeld
Oud
Mannen Oud
Lft OP NP NP OP NP NP OP NP NP
(65) (lat.) (ing.)
(65) (lat.) (ing.)
100 70 0
850 595 0
1400 980 125
1800 1260 175
1650 950 250
550 275 175
50 25 50
Tabel B2 Aantallen deelnemers modelportefeuilles mannen
500 350 0
800 560 100
1800 1260 200
1800 1100 400
800 400 300
100 50 100
Prognosetafel AG2018
Appendix B
47
׉	 7cassandra://MLG37gOrWfmWy3W_AMIHS6CoYwPfXZAlgw01N_gpIE4`̵ \sh_׉EVrouwen Jong
Vrouwen Gemiddeld
Vrouwen Oud
Lft OP NP NP OP NP NP OP NP NP
(65) (lat.) (ing.)
30 750 525 0
40 1000 700 0
50 500 350 50
60 200 140 50
70 100 50 0
80
50 20 0
(65) (lat.) (ing.)
500 350 0
1000 700 0
1000 700 50
800 560 100
300 200 50
150 50 25
(65) (lat.) (ing.)
250 175 0
1000 700 0
1500 1050 50
1400 980 150
500 350 100
250 80 50
90 000 000 000
Tabel B3 Aantallen deelnemers modelportefeuilles vrouwen
De technische voorzieningen voor deze portefeuilles worden berekend door gebruik te
maken van de volgende veronderstellingen:
• de pensioenleeftijd is 65 jaar;
• de betalingswijze is continu;
• het nabestaandenpensioen heeft de vorm "onbepaalde partner" tot de
pensioendatum, daarna wordt overgegaan op de vorm "bepaalde partner";
• de partnerfrequentie is gelijk aan 100% tot de pensioenleeftijd;
• het geslacht van een partner is ongelijk aan dat van de deelnemer;
• binnen een partnerschap is de man drie jaar ouder dan de vrouw.
Prognosetafel AG2018
Appendix B
48
׉	 7cassandra://vCjR_PqTXIoTNXrbruPCYLG6YN4ItiXDLkqShjzDr8k`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1XfPwednR5FD7c075T1i458Uklr5fOwWVbZ22SSjaTc D` ׉	 7cassandra://OG2Ah7p_txsTZXtednUvHVSsxKA25sILnaDX3y10zLU>`S׉	 7cassandra://KW0OJZlTcZ7QSlNxZ7E5cm2geUnGN7gVyyhAFHwLaOUR`̵ ׉	 7cassandra://sdzpdkxJrtE38Qiqt0NTNyG6eUKNrNzLojbhPZ2n9nUJs:͠\sq_^ט  {u׉׉	 7cassandra://BhdUPlKTSKPhEJNogrTrazsztOxJlbYuF1vCRUDn8Dg <` ׉	 7cassandra://tCQP3Npj4SIg4vyNEoPrJy7K-932UfjPwI1Y1oGDeBUi` S׉	 7cassandra://LHCjyre-l8OkQcuu2enTqGgsxyzShCOmt_n6WkHUQmU	`̵ ׉	 7cassandra://Ov5NcfthD_aK25pt1pZZMrdA6aJW4JUobNkq77cS5Zw3o͠\sq__נ\sq_f Q̬9ׁHhttp://www.mortality.org/ׁׁЈנ\sq_e 9ׁH Jhttp://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_magec&lang=enׁׁЈנ\sq_d  9ׁH Jhttp://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_mager&lang=enׁׁЈנ\sq_c ׁ9ׁH Ihttp://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_pjan&lang=enׁׁЈנ\sq_b  9ׁH Nhttps://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37168/table?ts=1530802763004ׁׁЈנ\sq_a ] 9ׁH Nhttps://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37325/table?ts=1530795309853ׁׁЈ׉E}APPENDIX C
Literatuur en gehanteerde data
Dit rapport gaat uit van de gegevens zoals die eind mei 2018 beschikbaar waren in
de databases van Eurostat, CBS (Statline) en HMD.
[1] CBS gegevens uit Statline voor 2017:
Exposures-to-Risk (P-waarden); versie van 14 mei 2018.
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37325/table?ts=1530795309853
Observed Deaths (C-waarden en D-waarden); versie van 8 mei 2018:
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37168/table?ts=1530802763004
[2] Eurostat data (data t/m 2016):
Exposures to Risk (demo_pjan) versie van 27 februari 2018:
http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_pjan&lang=en
Observed Deaths (demo_mager en demo_magec) versie van 15 maart 2018:
http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_mager&lang=en
http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=demo_magec&lang=en
[3] HMD-database:
http://www.mortality.org/
Tabel C1 geeft per geografisch gebied en per jaar aan welke gegevensbron gehanteerd is
als input voor het AG2018 model. De Eurostat definitie van data voor Frankrijk is
veranderd eind 2012: die omvat voortaan ook data uit overzeese gebiedsdelen. Daarvoor
is gecorrigeerd door het in 2012 waargenomen verschil tussen deze twee definities in
2016 aan de Eurostat data toe te voegen.
GEO
Austria
Belgium
Denmark
Finland
France
(metropolitan)
Germany
(until 1990 former territory of the FRG)
Iceland
Ireland
Luxembourg
Netherlands
Norway
Sweden
Switzerland
United Kingdom
2013
HMD
HMD
HMD6
HMD
HMD6
HMD
HMD6
HMD
HMD
HMD6
HMD
HMD
HMD
HMD6
2014
HMD
HMD
HMD6
HMD
HMD6
HMD
HMD6
HMD
HMD
HMD6
HMD
HMD
HMD
HMD6
HMD = Human Mortality Database, protocol v5
HMD6 = Human Mortality Database, protocol v6
EUROS = Eurostat
Statline = Statline
EUROS = Eurostat, aangepast
Tabel C1 Databronnen
Prognosetafel AG2018
Appendix C
49
2015
EUROS
HMD
HMD6
HMD
HMD6
HMD
HMD6
EUROS
EUROS
HMD6
EUROS
HMD
EUROS
HMD6
2016
EUROS
EUROS
HMD6
EUROS
EUROS
EUROS
HMD6
EUROS
EUROS
HMD6
EUROS
HMD
EUROS
HMD6
2017
HMD-version
2015.09.02
2016.08.12
2018.04.23
2016.10.07
2017.09.26
2017.03.29
Statline
2018.03.26
2015.11.20
2015.10.19
2018.05.10
2015.08.28
2017.08.28
2016.05.20
2018.05.08
׉	 7cassandra://KW0OJZlTcZ7QSlNxZ7E5cm2geUnGN7gVyyhAFHwLaOUR`̵ \sh_׉EKLiteratuur
Brouhns, N., Denuit, M. and Vermunt, J.K. (2002) A Poisson log-bilinear regression
approach to the construction of projected lifetables. Insurance: Mathematics and
Economics 31(3), pp. 373-393.
V. Kannisto. (1992). Development of the oldest – old mortality, 1950-1980: evidence
form 28 developed countries. Odense University Press.
N. Li and R Lee. (2005). Coherent Mortality Forecasts for a Group of Populations: An
Extension of the Lee-Carter Method. Demography 42(3), pp. 575-594
Teirlinck, A.C., van Asten, L., Brandsema, P.S., Dijkstra, F., Trab Damsgaard, M., van
Gageldonk-Lafeber, A.B., Hooiveld, M., de Lange, M.M.A., Marbus, S.D., Meijer, A., and
van der Hoek, W. (2017) Surveillance of influenza and other respiratory infections in the
Netherlands: winter 2016/2017, RIVM, Bilthoven.
Prognosetafel AG2018
Appendix C
50
׉	 7cassandra://LHCjyre-l8OkQcuu2enTqGgsxyzShCOmt_n6WkHUQmU	`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://gXienvf4zBw7IBFuu_KP1s4RVExXvAO27z02QRWr4ag 5` ׉	 7cassandra://rukcZYqSaebzmBvjflaHcLUlE5Euk4HgT3CV_S-hLOo?`S׉	 7cassandra://Qr3Ve-qTCSeFHmpU6HAPpvLeEkV3GoFRKPeZa5OmCjc3`̵ ׉	 7cassandra://dRzrS7Qj9OO7U_1IHn-AiXEbYHIFnxfiLra52rvwuzM5͠\sq_gט  {u׉׉	 7cassandra://R5a4UCdhFkdIUoqYVk7W8fFwulsqtl_u6RpZYEgHeR8 c` ׉	 7cassandra://ky1u7nXpLVkF8G4AIG7xYmso2n6u4MZr2NrktTvkCIk/`S׉	 7cassandra://8qQLEO6ddSp0PwkztZcTJ-o-tIHTNqufrWggZci7bMY`̵ ׉	 7cassandra://GkdxMQ0sYCWbYuEFtwx-FGW7mezO7opFfh92MOxtIpA*v͠\sq_h׉EMAPPENDIX D
Verklarende woordenlijst
AOW-leeftijd
Leeftijd waarop een persoon AOW-gerechtigd wordt.
Best estimate
In deze publicatie: meest waarschijnlijke waarde voor een aan het toeval onderhevige
grootheid, zoals een sterftekans, de waarde van een product of portefeuille etc.
Cohortlevensverwachting
Levensverwachting gebaseerd op een prognosetafel. Dit betekent dat de
levensverwachting van een individu gebaseerd is op sterftekansen uit de sterftetafel
behorend bij het waarnemingsjaar waarin dat individu een zekere leeftijd heeft.
Deterministische prognosetafel
Prognosetafel waarin sterftecijfers voor toekomstige jaren zijn vastgesteld op basis van
een model waarin geen rekening wordt gehouden met onzekerheden. Daardoor is er
1 (deterministische) uitkomst.
Eurostat database
De database van Eurostat (het statistische bureau van de Europese Unie) biedt een breed
scala aan data aan, die gebruikt kunnen worden door overheden, bedrijven, de
onderwijssector, journalisten en het bredere publiek.
Human Mortality Database (HMD)
Internationale database met populatie- en sterftegegevens uit ruim 35 landen
wereldwijd.
Ingegaan Nabestaandenpensioen (ingegaan NP)
Verzekeringsvorm waarbij de nabestaande (medeverzekerde) van de hoofdverzekerde
periodiek een uitkering krijgt, nadat de hoofdverzekerde is overleden.
Kannisto sluiting van de tafel
Methode om sterftekansen op hoge leeftijden via extrapolatie te bepalen uit sterftekansen
op lagere leeftijden.
Latent Nabestaandenpensioen (latent NP)
Verzekeringsvorm –gekoppeld aan het ouderdomspensioen- waarbij een voorziening
wordt opgebouwd om na overlijden van de hoofdverzekerde periodiek aan de
nabestaande een uitkering kan worden gedaan, zolang deze in leven is.
Levensverwachting
In de meeste publicaties wordt met het begrip levensverwachting de verwachte
(resterende) levensduur van een 0-jarige bedoeld. De publicatie Prognosetafel AG2014
spreekt van een resterende levensverwachting, omdat dit begrip op elke leeftijd van
toepassing is. Er kan sprake zijn van een periodelevensverwachting of een
cohortlevensverwachting.
Prognosetafel AG2018
Appendix D
51
׉	 7cassandra://Qr3Ve-qTCSeFHmpU6HAPpvLeEkV3GoFRKPeZa5OmCjc3`̵ \sh_׉EDOuderdomspensioen (OP)
Verzekeringsvorm waarbij de verzekerde deelnemer (hoofdverzekerde) periodiek een
uitkering krijgt na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en zolang deze in
leven is.
Periodelevensverwachting
Levensverwachting gebaseerd op een periodetafel.
Periodetafel
Sterftetafel gebaseerd op gerealiseerde sterftecijfers uit een of meerdere
waarnemingsjaren. Het AG hanteert voor zijn periodetafels de realisaties van sterftecijfers
van 5 voorgaande kalenderjaren. Een periodetafel houdt geen rekening met
sterfteontwikkelingen en veronderstelt daarmee gelijkblijvende sterftekansen voor
toekomstige jaren.
Prognoseperiode
Aantal toekomstige jaren waarin – binnen het model – een uitspraak over sterftecijfers
wordt gedaan.
Prognosetafel
Sterftetafel waarin per toekomstig jaar sterftecijfers worden weergegeven. Hierdoor is per
combinatie van leeftijd en waarnemingsjaar de sterftekans beschikbaar. Het is hiermee
mogelijk voor elke leeftijd en ieder (toekomstig) startjaar een resterende
levensverwachting te berekenen.
Statline
Statline is de openbare databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en biedt
cijfers over de economie, de Nederlandse bevolking en onze samenleving.
Stochastisch model
Model waarin toekomstige sterftekansen niet vaststaan maar beschreven worden middels
kansverdelingen.
Stochastische prognosetafel
Prognosetafel die de uitkomst is van het gebruik van een stochastisch model en dus
verschillende waarden aanneemt bij verschillende realisaties van de toevalsvariabelen
(zoals te zien in simulaties).
Prognosetafel AG2018
Appendix D
52
׉	 7cassandra://8qQLEO6ddSp0PwkztZcTJ-o-tIHTNqufrWggZci7bMY`̵ \sh_\sh_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2CSjJPujwSKEwOVodNrwfy5jK1YhrPwEKkZNtecCV9w d`׉	 7cassandra://sOWURaVQQp-byGjRiukJN1zHKU0LPCG5oRDPBZfUP3wͅ`S׉	 7cassandra://T4jZjFKWw4ZTt7qTw5ibz3McBTyfVhsL0fE6tm6ZIQs&%`̵ ׉	 7cassandra://Tdve_zoiFRJLabiz0nA5xGyzuU4z06ySlF9hTCj7OrI 	.͠\sq_j׉EPROGNOSE
- TAFEL
AG 2018
׉	 7cassandra://T4jZjFKWw4ZTt7qTw5ibz3McBTyfVhsL0fE6tm6ZIQs&%`̵ \sh_	׈E\sh_
\sh_	{)Prognosetafel AG2018Het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) ziet het als zijn rol de financiële sector inzicht
te verschaffen in deze ontwikkelingen met behulp van prognosetafels. De nieuwe
Prognosetafel AG2018 is gebaseerd op hetzelfde model dat de basis vormde voor de
Prognosetafel AG2016. Het is een volledig transparant model met een beperkt aantal
parameters zodat het goed uitlegbaar en exact na te bouwen is. Dit sluit aan bij de
doelstelling van het AG om kennis beschikbaar te stellen én toepasbaar te maken voor de
financiële sector.[Ӹ