׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://vvqR7yUnSfYg5CQ76m76l0SkFmXvy-VcGlmtf43gjD8 Ĥ`׉	 7cassandra://DIwhWeCf5viq-xMoM6mA01s1SXsEIWsk0OphZXXIhvwj`S׉	 7cassandra://DXl-pVBlb3YEGn4QCAZW1eroynckqPourKfMlOHimsU$`̵ ׉	 7cassandra://P8MKWMmF6MgEgIbauQoP3siBbl384-bRHwkI-V6kXrM m1͠^APAGHט   {u׈   g  ׈E^APAG׉EGEBRUIKERSHANDLEIDING
׉	 7cassandra://DXl-pVBlb3YEGn4QCAZW1eroynckqPourKfMlOHimsU$`̵ ^APAG^APAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://g2B4XPEKwMav_RuoVexDZEusLYNtwVYMQRniHRiNUlY4` ׉	 7cassandra://m2ugq5kYXBs19FKQbH8_50Mo6kBgLCjF-QnzvqBY-po` S׉	 7cassandra://Ucph_Xsg3AoPJbxZLzee3Ysoq-7E-WG6YgTHzxvMMY8.`̵ ׉	 7cassandra://c21vhk3K2Sr-Uzs2wc2cRYfSQF-9Id_xDevFAL4bckg
d ͠^APAGKט  {u׉׉	 7cassandra://iTsAiS8Q-X20I-GyOy5msto6xh9mxWzLm8PnBTFV1Cg m` ׉	 7cassandra://2Ng45b3YAktO-QhRbIfS2DEam0OhriUaJru-OzAUj9Eav`S׉	 7cassandra://h8gu2plmOnZHS7kVeEiPMPPpwaIuEP5gtKIJwzAxnGA`̵ ׉	 7cassandra://r5NAcYX3ovZ3pzL9fTSZbIwFulNQcAggQ9_g8nM7RyY- ͠^APAGL׉E 7Vertaling van originele gebruikershandleiding
NOV 2019
׉	 7cassandra://Ucph_Xsg3AoPJbxZLzee3Ysoq-7E-WG6YgTHzxvMMY8.`̵ ^APAG׉E
VOORWOORD
GOUPIL verwelkomt u graag als klant.
Deze handleiding is geschreven om u te helpen uw Goupil elektrisch voertuig te bedienen en te
onderhouden. Het bevat uitgebreide informatie over de werking van Goupil G2 modellen.
Voordat u uw voertuig voor het eerst in gebruik neemt raden wij u aan de tijd te nemen om de inhoud
van deze handleiding zorgvuldig te lezen. Als u alle onderdelen van de handleiding heeft gelezen,
gelieve deze bij het voertuig te bewaren voor toekomstige raadpleging van deze handleiding
Dit voertuig is ontworpen voor maximale prestaties en minimaal onderhoud. Naleving van aanbevolen
onderhoudsprocedures zal de levensduur verlengen.
Als onderdeel van ons beleid om onze producten continu te verbeteren, behouden wij het recht om
zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan te brengen in specificaties en apparatuur.
Onderhoudsprocedures zijn in deze handleiding opgenomen en moeten worden gelezen voordat u
uw voertuig in gebruik neemt.
De informatie in deze handleiding
is geen
vervanging
voor interne
veiligheidsvoorschriften, verzekeringsclausules en landelijke voorschriften.
GARANTIEVOORWAARDEN
De garantie die geldt voor een nieuw voertuig is de garantie van de verkoper die apparatuur
of fabricagefouten omvat, in het volgende uiteenzet:
NIEUWE UITRUSTINGSGARANTIE
Elk nieuw product wordt geleverd met een garantie van de verkoper tegen uitrustingvoorschriften,
of
fabricagefouten
die zich voordoen tijdens de in het verkoopcontract gespecificeerde periode.
Onder deze garantie is de verplichting en aansprakelijkheid van de verkoper beperkt tot reparatie
of vervanging van een onderdeel dat tijdens normaal gebruik en/of onderhoud beschouwd is
als defect en de redelijk geprijsde reparatie en/ of vervanging van de betreffende onderdelen
gedurende de garantieperiode, van de datum van levering, lease-aankoop of lease, onder
voorbehoud dat de opstartdatum van het voertuig door de koper bij de verkoper is geregistreerd.
Indien de opstartdatum niet bij de verkoper is geregistreerd, is de datum die als eerste verkoopdatum,
huurovereenkomst of huurovereenkomst is behouden, de datum waarop het voertuig is
verzonden vanaf de fabrieksplaats.
Deze garantie vervangt elke andere expliciete of impliciete garantie en verplichting en aansprakelijkheid
van de verkoper voor deze garantie, exclusief transport en andere kosten of aansprakelijkheid voor
directe, indirecte of opeenvolgende schade en vertraging door een fout.
De garantie wordt ongeldig geacht indien het voertuig buiten zijn capaciteit of in omstandigheden
die niet door de leverancier worden aanbevolen wordt gebruikt, of als onderdelen worden gebruikt
of technisch gewijzigd zonder voorafgaande goedkeuring van de verkoper.
Gebruikershandleiding G2 | 3
׉	 7cassandra://h8gu2plmOnZHS7kVeEiPMPPpwaIuEP5gtKIJwzAxnGA`̵ ^APAG^APAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://sQSFGmkrBvpdPoey_EfAWDydP9pq-qWVIRpR1M8JTXI ` ׉	 7cassandra://PFmoHiGbjl9KBqEDnmGfKvXFxq6WoUKZpL-lwfNpIwAd` S׉	 7cassandra://YaxpEZdHQsuETLUiFXKJ_srd_m-rNGDC8drNkOJ72LA`̵ ׉	 7cassandra://CXnauFTh1XWevrKoVsSPN8-OVh7eA6S8TRq4dPi_99QG ͠^APAGNט  {u׉׉	 7cassandra://OnbfB0jOgR5X3Bc0tIA3yLJd3G4TuVwPyhrdeibXBkU ;` ׉	 7cassandra://TTzK9iuV61bIJiw8cePGQ5tYjzTSd3ts_GFiIWi3gUI@,` S׉	 7cassandra://m1LfwSfnrfyOkQG8IvVM_pZZlE4TM7Y-z7d0MRRqv94Z`̵ ׉	 7cassandra://eDqq3u5U0r7vZpNXo_OnSthVein9cA9Ef1g5BfqX-RA4~ ͠^APAGO׉EINHOUD
I - VEILIGHEID ...................................................................7
I.1. VEILIGHEID staat bij ons voorop ..................................................7
I.2. HOOFDPUNTEN .............................................................................7
I.2.1. Informatie voor chauffeur .............................................................7
I.2.2. Eisen voor bestuurder ....................................................................7
I.2.3. Rijvaardigheidslessen ....................................................................7
I.3. Voor elk gebruik ............................................................................8
I.4. Belangrijk .......................................................................................8
II - ALGEMENE INFORMATIE ..............................................9
II.1. ALGEMENE EIGENSCHAPPEN .....................................................9
II.1.1. Dimensionale diagrammen * ......................................................9
II.1.2. Technische karakteristieken ........................................................9
II.1.3. Prestaties ........................................................................................10
II.1.4. Toegestane hellingen ....................................................................10
II.1.5. Voertuig identificatie .....................................................................10
II.2. INTERIEUR ....................................................................................11
II.3 BUITENKANT..................................................................................12
III - DETAILS ......................................................................14
III.1. VERLICHTING/CLAXON ..............................................................14
III.2. RUITENWISSER/RUITENWASSER ..............................................14
III.3. HANDREM ...................................................................................15
III.4. CONTACTSLOT EN CONTACTSLEUTEL .....................................16
III.5. BEDIENINGSKNOPPEN ...............................................................17
III.6. ZEKERINGENKASTJE (ONDER HET DASHBOARD) ...................18
III.6.1. Zekeringen en relais .....................................................................18
III.7. VERLICHTING ..............................................................................19
III.8. 12V ACCESSOIRES AANSLUITING .............................................19
III.9. DISPLAY ......................................................................................20
III.9.1. Schermpje ......................................................................................21
III.10. ELECTRISHE BOX ......................................................................22
III.11. STOELEN ...................................................................................23
IV - VOORZORGSMAATREGELEN .......................................24
IV.1. PRE-OPERATING CHECKS ..........................................................24
IV.2. RECOMMENDATIONS FOR USE ..................................................24
V - RIJDEN ........................................................................26
V.1. STARTEN ......................................................................................26
V.1.1. Rijden ...............................................................................................26
V.2. ACTIERADIUS ...............................................................................26
V.2.1. Eind van de actieradius .................................................................26
V.3. STOPPEN ......................................................................................27
V.4. INVLOED VAN TEMPERATUUR OP DE ACCU (LITHIUM) ..............27
V.5. BEDRIJFSMODUS ........................................................................28
V.5.1. Low speed modus .........................................................................28
V.5.2. High speed modus ........................................................................28
VI - OPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S ................29
VI.1. OPLADEN VAN DE HOOFDACCU ................................................30
VI.1.1. Veiligheid ........................................................................................30
VI.1.2. Oplaad problemen ........................................................................30
4 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://YaxpEZdHQsuETLUiFXKJ_srd_m-rNGDC8drNkOJ72LA`̵ ^APAG׉E
+VI.2. DE LADER ....................................................................................31
VI.2.1. Procedure van het opladen van de accu .................................31
VI.3. OPLADEN VAN LITHIUM ACCU’S ...............................................32
VI.4. ACCU LAADSTATUS ...................................................................32
VI.4.1. Winter modus ................................................................................33
VI.5. ONDERHOUD VAN DE ACCU ......................................................34
VI.5.1. Waterniveau van de loodzuur accu ..........................................34
VI.5.2. Ventileren van de oplaadruimte .................................................35
VI.5.3. Reinigen van de hoofdaccu ........................................................35
VI.5.4. Het voertuig stallen ......................................................................35
VI.5.5. Opslag van de accu’s...................................................................35
VI.5.6. Controle van de hoofdaccu ........................................................36
VII - SERVICE .....................................................................37
VII.1. BANDEN .....................................................................................37
VII.1.1. Gebruik van een banden reparatie spray ................................37
VII.1.2. Opkrikken van het voertuig ........................................................38
VII.2. SLEPEN ......................................................................................38
VII.2.1. Het slepen van het voertuig ......................................................38
VII.2.1. Het voertuig stallen .....................................................................39
VII.3. RUITENWASSER.........................................................................39
VII.4. SERVICE FREQUENTIE ...............................................................40
VII.5. ONDERHOUD INTERIEUR EN BUITENKANT .............................41
VII.5.1. Onderhoud interieur en buitenkant voertuig ..........................41
VII.5.2. Anti-roest bescherming .............................................................41
VII.6. RECYCLING ................................................................................41
VIII - OPTIES .....................................................................42
VIII.1. EEN AANHANGER SLEPEN .......................................................42
VIII.2. ELECTRISCHE VERWARMING ..................................................42
Gebruikershandleiding G2 | 5
׉	 7cassandra://m1LfwSfnrfyOkQG8IvVM_pZZlE4TM7Y-z7d0MRRqv94Z`̵ ^APAG^APAG{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wRK6YHDcgbWGon0WBfX_eKRRTKxEkM07SSDoopibwNA#&` ׉	 7cassandra://SH8FOw9m-AAQUjItKGhA9lzXFraZQeYkg14dEukY5wA` S׉	 7cassandra://8PP7GBkFqoTnkmB50NHQH2OrAnDkvfanMTeAD29riPU` ̵ ׉	 7cassandra://073vugMh9A3csRFbqWrm4mj9Qq4e7OGfE_xxyfjdbhc	 ͠^APAGRט  {u׉׉	 7cassandra://F04-ZUIsCpxB4JShDjFVevd4s3srQgAUiOYdw6G3oIg x` ׉	 7cassandra://eizGDHQ782YIJ9790oA5yNAv_2gnTy1drx2cxssYeZQi` S׉	 7cassandra://fJC2exYjudHme9pU3BCSgGj0wmaL7hxFFUbdwR21vkY`̵ ׉	 7cassandra://igZoTd0utdXjAIpLC83V2ssZ7iJfHbZeBKO-VQszAws\(͠^APAGS׉E6 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://8PP7GBkFqoTnkmB50NHQH2OrAnDkvfanMTeAD29riPU` ̵ ^APAG ׉EI - VEILIGHEID
I.1. VEILIGHEID STAAT BIJ ONS VOOROP
We stellen uw veiligheid voorop.
Dit gedeelte bevat belangrijke informatie, aanbevelingen, voorstellen en voorzorgsmaatregelen die u
moet lezen en opvolgen voor uw veiligheid en de veiligheid van de passagiers.
Deze handleiding bevat de minimale informatie die nodig is
om het voertuig te kunnen bedienen.
Onderhoudswerkzaamheden dienen door gekwalificeerd
personeel te worden uitgevoerd.
I.2. HOOFDPUNTEN
I.2.1. Informatie voor de chauffeur
U moet deze gebruikershandleiding lezen en begrijpen voor u het voertuig voor de eerste keer gebruikt.
U moet bekend zijn met de regels en normen die deze voertuigen en het gebruik ervan regelen.
I.2.2. Eisen voor bestuurder
Alleen bestuurders die in het gebruik van dit voertuig zijn getraind, mogen het gebruiken. Deze
training omvat de kennis van de regels van uw werkgever, de verkeersregels, de instructies in deze
handleidingen en alle geldende voorschriften voor dit type voertuig.
LET OP : Chauffeurs moeten wettelijk oud genoeg zijn om te rijden.
I.2.3. Rijvaardigheidslessen
De rijvergunning wordt aan de bestuurder afgegeven na dat deze door het hoofd van de vestiging is
beoordeeld op geschiktheid voor het besturen van het voertuig
De beoordeling bevat:
- Een geschiktheidstest uitgevoerd door een beroepsarts.
- Een test op kennis en vaardigheden die nodig zijn om veilig te rijden.
- Een test op de kennis van instructies die op de plaats van het gebruik moeten worden nageleefd.
Kijk op de openbare weg naar de geldende wetgeving volgens het gekozen type goedkeuring.
LET OP : Voor meer informatie over de training van chauffeurs, neem contact op
met een erkende organisatie.
WAARSCHUWING
Dit voertuig mag niet op de openbare weg rijden zonder registratie of verzekering
Gebruikershandleiding G2 | 7
׉	 7cassandra://fJC2exYjudHme9pU3BCSgGj0wmaL7hxFFUbdwR21vkY`̵ ^APAG!^APAG {בCט   {u׉׉	 7cassandra://lxIdvXuCTJF28JduVGujocJYKQCy71qs99BGxXEr7v0 -u` ׉	 7cassandra://pB3RBItkmKFZHyozI_pkfLLm3vUyG0KbTMwVBYRv3kw[` S׉	 7cassandra://tsZYECDnHdoW0Hkm50R6RveFfDeiaxnkxOjqiP0FjU0`̵ ׉	 7cassandra://ssEyMNK1Ao4mfkFQ4VyTEc923Quk-Tpc-4IV8x1vUBkK͠^APAGUט  {u׉׉	 7cassandra://Q4em9uqPj14o4cs2FJmIEG5Hnuc5NUBQ9vRG2OVugns ` ׉	 7cassandra://0E-BHAQzzrfp6FVXmiYy1nc4t9i9SOLEF-HabWcLX3AY` S׉	 7cassandra://GZ_EbBarWR95muwPrIBOB4OzBDAW1RIV-xagtNwfaX0`̵ ׉	 7cassandra://bD-f55z0yfHDB0m44LDnP1MwTFIQf4D4HpBU6F6Y6cw ȳ͠^APAGV׉E[VEILIGHEID
I.3. VOOR ELK GEBRUIK
Om uw veiligheid en veiligheid van passagiers te waarborgen, moet u de volgende punten nakomen
voordat u uw Goupil bestuurt:
- Controleer of de lichten en de richtingaanwijzers correct werken.
- Controleer de conditie en de druk van uw banden.
- Controleer of de remmen goed werken.
- Zorg ervoor dat uw ramen schoon zijn om een goed zicht te garanderen.
- Zorg ervoor dat er geen objecten de pedalen kunnen belemmeren.
- Pas uw spiegels aan.
- Rijd niet als uw capaciteit verminderd is (medicatie, alcoholgebruik en/of drugs, vermoeidheid).
- Volg de verkeersregels.
- Blijf binnen de snelheidslimieten.
- Wees bewust van de omstandigheden op het wegdek, de weersomstandigheden en
pas uw rijgedrag aan aan de lading die u vervoert.
OPGELET
De bestuurder is ten alle tijde verantwoordelijk voor zijn/haar passagiers en de
veiligheid van het voertuig.
Zorg ervoor dat de passagier op de juiste plaats zit en een veiligheidsgordel draagt,
en houdt alle delen van uw lichaam binnen het voertuig wanneer het in beweging is.
OPGELET:
Verleng accuduur/
Zet stroomverbruikende elementen zoveel mogelijk uit.
I.4. BELANGRIJK
De G2 is een elektrisch voertuig en zoals bij ieder elektrische voertuig moet de gebruiker de
accu aan het
eind
Langdurige
opslag
van de dag opladen wanneer deze
minder dan 50% opgeladen is.
van het voertuig met een te lege accu kan de accu beschadigen.
OPGELET
Het voertuig is niet geschikt voor gebruik op wegen met slecht wegdek of die
overstroomd zijn of ruw terrein.
Bij het niet naleven van deze aanbevelingen zal de garantie komen vervallen
8 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://tsZYECDnHdoW0Hkm50R6RveFfDeiaxnkxOjqiP0FjU0`̵ ^APAG"׉EII - ALGEMENE INFORMATIE
II.1. ALGEMENE EIGENSCHAPPEN
II.1.1. Dimensionale diagrammmen *
*In millimeter
II.1.2. Technische karakteristieken
BESCHRIJVING
Goedkeuring
Electromagnetische compatibiliteit
Elektrische beveiliging
Aantal personen
Draaicirkel
Transmissie
Voor
Remmen
Achter
Voor
Ophanging
Banden
Parallelisme (unladen)
Electrisch systeem
Voltage
Motor
Vermogens regelaar
Gewicht van de batterijen
(afhankelijk van uitvoering)
Oplaadtijd
Oplader
RC900 48 V 21 A
Loodzuur
5.8 kWh
164 kg
6 uur
Output (hoofd): 48 V DC, 21 A, 900
W
Vooruit
Snelheid
Min/Max Temperatuur (Lithium)
Rijdend
In opslag
Nominaal vermogen
(S2 30 minuten)
Max vermogen
Achter
Afmeting
Druk
EIGENSCHAPPEN
L7e-Cu
R10-05
UE n°3/2014
2 (inclusief chauffeur)
4.70 m
Versnellingsbak + differentieel
Hydraulische remmen met Ø260 mm schijvens
Hydraulische remmen met Ø230 mm drum
Mc Pherson type
Mc Pherson type
175/70/R14
2.5 bar (3.0 bar bij gebruik)
Front: 0 mm
48 V (hulp 12 V circuit)
29 V
5.1 kW
11.5 kW
48 V 350 A
Lithium
5.2 kWh
45 kg
6.5 uur
8.6 kWh
76 kg
11 uur
Stroomvoorziening: 230 V~, 16 A regulier stopcontact
Output (Lithium): 48 V DC, 21 A,
900 W
Low speed: 10 km/h
High speed: 30 km/h
Achteruit: 10 km/h
-20°C
-10°C
45°C
35°C
Gebruikershandleiding G2 | 9
׉	 7cassandra://GZ_EbBarWR95muwPrIBOB4OzBDAW1RIV-xagtNwfaX0`̵ ^APAG#^APAG"{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Z0_6mzoSDBYoqc-AVfoQzRf_tHD7KI27mCUY97V00eI `׉	 7cassandra://HTJtGHoFw1lmaG0Y0JHcv_n_X3c7nUHD26KXB_0tQtI.U`S׉	 7cassandra://ZdQo5HKpmUIUfMkuRPnZiM3FkZwkxe3VVADYjEiXk44`̵ ׉	 7cassandra://gd0AT2RYN81xzNVJ3Cj199j7xRLvYBgxzPkKe_Y_MKY 9͠^APAGYט  {u׉׉	 7cassandra://KiIzo1iefOwV3yrHVXf-J4CAW394a2LEqCiACWOO76M ]`׉	 7cassandra://RtrdbT_BatJwWKUVkU0TcU0cfDXs9Dk_KWVQ4xzpEZo:`S׉	 7cassandra://ilfKajypj3fGpPNe1ou4tqb2qDu-oH50zwcvrj1vMJQ`̵ ׉	 7cassandra://i_gEckpVvsut5J5Sa6GOzmpypmhQw50hHSkWbj2-HY4  b͠^APAGZ׉EALGEMENE INFORMATIE
II.1.3. Prestaties
Capaciteit accupakket (kWh)
Autonomy when half-charged
Loodzuur
5.8
Until 45 km
Lithium
5.2
Until 61 km
8.6
Until 100 km
II.1.4. Toegestane hellingen
Maximale helling onbeladen (%)
Maximale helling bij maximaal toegestane lading (%)
Maximale helling bij beperkt vermogen (%) (Lithium)
25
18
12
II.1.5. Voertuig identificatie
L7e VERSIE
Fabricage plaatje in cabine
onder bestuurdersstoel
10 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://ZdQo5HKpmUIUfMkuRPnZiM3FkZwkxe3VVADYjEiXk44`̵ ^APAG$׉EALGEMENE INFORMATIE
II.2. INTERIEUR
(1). Ventilatieroosters
(2). Claxon
(3). Stuur
(4). Voorwaartse aandrijving/achteruitrijhendel
Ruitenwisser
(5). Bedieningsknoppen
(6). Temperatuur/ventilatie controle*
(7). Display
(8). Bluetooth speaker*
(9). Contactslot met stuurvergrendeling
(10). Rempedaal
(11). Versnellingspedaal
(12). Handrem
(13). Opbergvak/bekerhouder
(14). 12V accessoire aansluiting
(15). USB stekker
* Optioneel
Gebruikershandleiding G2 | 11
׉	 7cassandra://ilfKajypj3fGpPNe1ou4tqb2qDu-oH50zwcvrj1vMJQ`̵ ^APAG%^APAG${בCט   {u׉׉	 7cassandra://mKfSRInbaXTRIWywmHul9x7IKm2n-lVINVw-5LfcxfU}`׉	 7cassandra://Uh9AwrJusqKnRGYrgk8H4uKWwRS7NNAOLr5F0ZKF6mA`S׉	 7cassandra://ethq7lt9gkWjM_scL7woqMdBFLbIQ4EKva4Bkah67Oo	`̵ ׉	 7cassandra://2naFb5xPPAUZ0Ep1KH1iYJLeT3y9UVtV1zvbZCU0Nko͠^APAG]ט  {u׉׉	 7cassandra://FiPSArqdkJt6XKrIee4JT78ujFXRNxgwWBt6foBLAxE H@`׉	 7cassandra://N3DODRyzOEfSrQUnXFZ2_CTwVRDA5mu7urGka8MpQ7I?`S׉	 7cassandra://osvqVg5BBBaEHLB38wx3UrU5LeoQWzT15yMOZXnSYSA`̵ ׉	 7cassandra://e2FGVl47APU_9QHJCz7DANlIfm2ry-XUzV_jfVpcYuY IP͠^APAG^׉E WALGEMENE INFORMATIE
(16). Deurhendel
(17). Raambediening
12 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://ethq7lt9gkWjM_scL7woqMdBFLbIQ4EKva4Bkah67Oo	`̵ ^APAG&׉EALGEMENE INFORMATIE
II.3. BUITENKANT
(18). Parkeerverlichting
/ grootlicht
/ dimlicht
/ dagverlichting
(22). Centrale accu oplaatpunt
(Hoofd accu)*
(19). Richtingaanwijzers
(20). Achteruitkijkspiegel*
(21). Nummerplaat
(23). Tractie accu
(Hoofd accu)*
(24). Aansluitpunt voor accu
(25). Zekeringenkastje
(26). Noodstop
(27). Ruitenwisser vloeistof
(28). Remolie tank
(29). Oplaad LED
(30). Mistlicht
(31). Achteruitrijlicht
Gebruikershandleiding G2 | 13
׉	 7cassandra://osvqVg5BBBaEHLB38wx3UrU5LeoQWzT15yMOZXnSYSA`̵ ^APAG'^APAG&{בCט   {u׉׉	 7cassandra://EJgYbsTO4aD0YdeegA9yxvJLp-SnLxLke4Y64ALwqOo ` ׉	 7cassandra://MfSKSAhXlvweu1ksaTzBCE_cLd1Atlalw3BpZC33eOYI`S׉	 7cassandra://MsqstmtACDjGrOthHCq52-e9nRROgseiZEzn4nD4uow`̵ ׉	 7cassandra://S5Bvf8Wu_M2SobQpvlskY2Slsdm2shrvFmjB88P9Hvc 0 ͠^APAGaט  {u׉׉	 7cassandra://B2ErwfFkjRliIlrnjR8vf0TC8hDO-zVQMknBTzW69c4 v`׉	 7cassandra://sOMW-q-OKILpK8a0O9rP4EVQhkBXTIqbR5fe4opnZEAH`S׉	 7cassandra://jdbVDWop70jajmREaNjDH5BxIOpT8MO-NFWRME4jC38`̵ ׉	 7cassandra://nr8IXn57Tzm3gGCBjmYgZUGhcG9tEqiIvScI7ustU-w x(͠^APAGb׉EIII - DETAILS
III.1. VERLICHTING/CLAXON
A
B
VOOR- EN ACHTERLICHTEN
Draai ring A in gewenste positie
MISTLICHT
Draai ring B in gewenste positie.
Licht uit
Dagrijverlichting
Dimlicht/Grootlicht
CLAXON
Druik op het uiteinde van de hendel
Achter mistlicht uit
Achter mistlicht aan
RICHTINGAANWIJZERS
Beweeg de hendel naar boven
of beneden, al naar gelang de
gewenste richting
OPMERKING :
De daglichtlampen gaan automatisch aan als de sleutel in het contact is geplaatst en
gaan automatisch uit als de positielampen zijn ingeschakeld.
III.2. RUITENWISSER/RUITENWASSER
F
Voorwaartse aandrijving
F
N
R
N
A
R
Achteruit aandrijving
RUITENWISSER: Draai ring A in gewenste positie.
RUITENWASSER: Trek de hendel naar u toe.
14 | G2 Gebruikershandleiding
Neutraal
F
N
R
F
N
R
׉	 7cassandra://MsqstmtACDjGrOthHCq52-e9nRROgseiZEzn4nD4uow`̵ ^APAG(׉EDETAILS
III.3. HANDREM
Om de handrem los te laten, hef de hendel licht op en druk op de knop.
Breng de hefboom volledig naar beneden.
1
0
Handrem aan
Handrem uit
OPGELET:
Zorg er altijd voor dat de handrem stevig aan staat wanneer u het voertuig verlaat.
Zorg ervoor dat de handrem stevig aan staat op heuvels en hellingen.
De mechanische handremhendel activeert de achterwielremmen
OPGELET:
Controleer bij het rijden of de handrem volledig omlaag is (lichtje moet uit zijn) om
oververhitting en schade te voorkomen.
NOODSTOP (26):
LET OP
Gebruik de noodstop niet
om het voertuig uit te
zetten. Het mag alleen gebruikt
worden als het voertuig is
geparkeerd.
Gebruikershandleiding G2 | 15
׉	 7cassandra://jdbVDWop70jajmREaNjDH5BxIOpT8MO-NFWRME4jC38`̵ ^APAG)^APAG({בCט   {u׉׉	 7cassandra://S_qlyCe_nh2NMx-RK9wa5ko1BM7s5R-wMEm7QjwmyGc `׉	 7cassandra://7n7cpEmg9xNgti-cLZwXHKDaLYnrmTv03a_yyAUhph8'`S׉	 7cassandra://Wgbs53fJIdm5vXhd7VfeIg8U7r5dK-tyyDyL6nn0KFo`̵ ׉	 7cassandra://Cx8BI1qgOAfizdvucHmQbtHH5dGaTYzs0A6hAKDuE8Qv͠^APAGdט  {u׉׉	 7cassandra://zusboPRTfU8QJXSLBjZlwIS6HVdp3NJkUAu3KLEA6F8 Gd`׉	 7cassandra://9ADb0IouJ2UuJn9IHtOw0g-bP1K0ESdrAhmORwe4T_o`S׉	 7cassandra://RXWBxqZfYopQGQqTgV7wmZHyyEmTrmWtv4wT3aHGtjM
`̵ ׉	 7cassandra://5-DlhIEvKZvV5X6Dfo6EvcDpa8zh6wONBufaAMhtf1o ͠^APAGe׉EpDETAILS
III.4. CONTACTSLOT EN CONTACTSLEUTEL
(S) ANTI-DIEFSTAL SLOT
• Openen: Beweeg de sleutel lichtjes en draai het stuur.
•
Sluiten: Verwijder de sleutel uit de ontsteking en draai het
stuur tot het anti-diefstal slot klikt.
(M) CONTACT AAN
• Het contact staat aan, u kunt nu met het voertuig rijden.
• De controlelampjes gaan aan.
• De dagverlichting gaat aan.
LET OP
Schakel het voertuig nooit uit wanneer deze in beweging is. Wacht altijd tot het voertuig
volledig tot stilstand is gekomen.
Het contact schakelt automatisch ook de stuurbekrachtiging en de
rembekrachtiging uit.
16 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://Wgbs53fJIdm5vXhd7VfeIg8U7r5dK-tyyDyL6nn0KFo`̵ ^APAG*׉EDETAILS
III.5. BEDIENINGS KNOPPEN
Gevaren licht
Vooruit rijden waarschuwing*.
Low speed
Voorruitverwarming
High speed
Waarschuwings driehoek op dak*
en/of zwaailicht*
Vorst waarschuwing*
Blower / Electrische verwarming*
* Optioneel
Gebruikershandleiding G2 | 17
׉	 7cassandra://RXWBxqZfYopQGQqTgV7wmZHyyEmTrmWtv4wT3aHGtjM
`̵ ^APAG+^APAG*{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Pvoytx5i4qK9GSBZLl7rb6wjDuzfIg_T7IdVrG_TiZc XK`׉	 7cassandra://UPoNa77LHTTbx2kw6I56dj56GR3QDhf_QPsTLQyWhYwKG`S׉	 7cassandra://BzAKTqYhAqS71c4jaeV4blaonkt2-EHozL2Twq3XDhg`̵ ׉	 7cassandra://9hQsYKqWWGjl7ru4819lP9MU9CMSWd-0EtBGZ2DHxGs a͠^APAGgט  {u׉׉	 7cassandra://_xqg0RpdhT6m97V0qPW-tapHOmW064vsF_6CKcFSGvs ` ׉	 7cassandra://LYEVGoBz6db-4JDPT0kJCxRCaIMhoxCDfuzG5Ttgs2ARM` S׉	 7cassandra://fj1PJW91I1YRMUW-nnwb2dvUax38QiFOv5jWMFPY2xIY`̵ ׉	 7cassandra://yaOSMDEXaWbJeIC7Ydybv7c_qBR7sIRyuBuVM48YbJUL͠^A PAGj׉EDETAILS
III.6. ZEKERINGENKASTJE (ONDER HET DASHBOARD)
(32). Zekeringen / Relais
(33). OBD plug
(34). Winterstand schakelaar*
III.6.1. Zekeringen en Relais
FUSES:
C357-F1
C357-F2
C357-F3
C357-F4
C357-F5
C357-F6
C357-F7
C357-F8
C359-F1
C359-F2
C359-F3
C359-F4
C359-F5
C359-F6
C359-F7
C359-F8
C215-F1
C215-F2
C215-F3
C215-F4
C257-F1
C257-F2
C257-F3
C257-F4
C260-F1
C260-F2
C260-F3
C260-F4
NA
NA
30 A 12 V DCDC
5 A 48 V Controller
NA
10 A Dagverlichting
10 A Ruitenwasser
30 A Ruitenwisser
NA
10 A Vooruit rijden waarschuwing
5 A Blower (48 V)*
15 A Verwarming (12 V)*
NA
NA
NA
5 A Lithium accu (12 V)*
15 A Claxon
15 A OBD
5 A Display
NA
30 A verlichting
15 A Gevaren licht
NA
NA
25 A Verwarming*
15 A Optie
15 A Sensoren / AK5*
20 A Voorruit verwarming
RELAYS
C357-R3
C357-R1
C357-R4
C357-R2
C359-R3
C359-R1
C359-R4
C359-R2
C215-R2
C215-R1
C257-R2
C257-R1
C260-R2
C260-R1
K115
C193
C255
C261
Plug detectie
Controller / KSI
Dagverlichting
Ruitenwisser
NA
Blower*
Lithium accu RL3*
12 V Schakelaar
Achteruitrijverlichting
Remlichten
Gevarenlicht
Lithium accu RL1*
Voorruit verwarming
Verwarming*
NA
Zoemer (temp)*
Zwaailicht/driehoek
Optie(48 V)
18 | G2 Gebruikershandleiding
* Optioneel
׉	 7cassandra://BzAKTqYhAqS71c4jaeV4blaonkt2-EHozL2Twq3XDhg`̵ ^APAG,׉EZDETAILS
III.7. VERLICHTING
VOORKANT
Parkeerlicht
Grootlicht/Dimlicht
Richtingaanwijzers
Dagverlichting
ACHTERKANT
Remlicht
Achteruitrijverlichting
Mistlamp
Kentekenplaat verlichting
P21
P21W
P21W
W5W
LED
LED
PY21W Oranje lamp
LED
LET OP
Voor voertuigen voorzien van een laadklep kunnen de achterlichten niet gezien worden
wanneer de laadklep naar beneden staat. De gebruiker moet daarom andere gebruikers
waarschuwen voor de aanwezigheid van het voertuig met een waarschuwingsdriehoek of
ander waarschuwingsbord.
III.8. 12V ACCESSOIRES AANSLUITING
De accessoireaansluiting en de USB-stekker bevinden zich aan de zijkanten van het scherm.
Ze zijn actief wanneer het contact is ingeschakeld. Accessoires op de 12V-stekker mogen
niet worden overschreden. 100W en 24W voor de USB-stekker.
LET OP :
Beschadig de aansluiting niet door ongeschikte stekkers te gebruiken.
Steek de stekker volledig in het stopcontact om oververhitting en schade aan de
zekering te voorkomen.
Sluit het deksel van het stopcontact wanneer deze niet wordt gebruikt
Sluit geen stroomvoorzienende accessoires aan.
Gebruikershandleiding G2 | 19
׉	 7cassandra://fj1PJW91I1YRMUW-nnwb2dvUax38QiFOv5jWMFPY2xIY`̵ ^APAG-^APAG,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ukzaxww4CGIqfPHcSlUZlqrpmzVxCUxDd2KlhwpRoTs  }` ׉	 7cassandra://8OCOLKeo1dnL-w4tQt5tSG8QxqHMHZdMs948ubGUoLk=`S׉	 7cassandra://_ea5VcU8grgqyauY5XIZ4OF-KQEQVW-ke8VKNnPEZ0E`̵ ׉	 7cassandra://NQbzNa-GY9dlTuD0YRzCnXZ5xYGtN-6BobEi1gFkfOw {X͠^A"PAGnט  {u׉׉	 7cassandra://qcBV1savUP-J1ZN1N4DPFp8Gl3VaUpXDeqttKjIWm9I ` ׉	 7cassandra://dwc2X2rjS33FABQsLvAQh7Dr4pK6SGSknudh_73xkU0\`S׉	 7cassandra://wKF_4wGpwRRB5hTTjoAxqNNLxpLg0Jm2zdvfyFDysII`̵ ׉	 7cassandra://O-2fyiwHmixtDuNjeQxyIVO_LANR7MEoz6r7XR_5RbI ͠^A"PAGo׉E DETAILS
III.9. DISPLAY
Linker richtingaanwijzer
Rechter richtingaanwijzer
Dimlicht
Achter mistlicht
Grootlicht
Handrem aan
Remvloeistof tekort
Storing
Snelheidsmeter
20 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://_ea5VcU8grgqyauY5XIZ4OF-KQEQVW-ke8VKNnPEZ0E`̵ ^APAG.׉E	DETAILS
III.9.1. Schermpje
ONDERHOUD
De onderhoudsindicator geeft aan dat u zo snel mogelijk moet stoppen en voorzichtig
moet rijden. Het kan tegelijkertijd oplichten met andere lichtindicatoren.
MODUS:
Als u op de modusknop drukt, kunt u de kilometerteller, dagteller fouten (zie hieronder) of SOC
(laadstatus van de accu’s) weergeven. Lang indrukken maakt het mogelijk om de triprecorder te
resetten.
STORINGEN
Deze indicator licht op wanneer de controller een fout detecteert (startvolgorde, stoelsensor, laag
waterniveau (alleen loodbatterij *), elektrische fout). Deze indicator licht ook op wanneer de BDI onder
of gelijk is aan 5% (knipperlicht). Als deze indicator oplicht bij de remstoring, moet u zo snel mogelijk
stoppen.
* Optioneel
Gebruikershandleiding G2 | 21
׉	 7cassandra://wKF_4wGpwRRB5hTTjoAxqNNLxpLg0Jm2zdvfyFDysII`̵ ^APAG/^APAG.{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MsDYtZMZG2RSZey2bcr6d5DaOs5elfFU9wDwyw0Yn5g `׉	 7cassandra://w0cAAxesxe0_ZG3yu5tB9mAFePNTpHCNqfkBl6omyFA5|`S׉	 7cassandra://0v66HLjBn54pyOhVL19tZWHy_OF6XNnkHF_8cvKiT8c5`̵ ׉	 7cassandra://CNeaxg921wbEh9_OCcULDYEaH6xOdTR3_ZVrI4QA2dI U
͠^A#PAGqט  {u׉׉	 7cassandra://gz34n7MBYqu15m_yAbyIY-J3TKe9P78JTzUeCuoog10 D`׉	 7cassandra://Afqfx6ysH9fCHZBk-JoX3tMDarOlmSS5pWhtZTMprYE8`S׉	 7cassandra://_X7VhU7w1qxV6gZc3-LI3xgqij81oo4g-_aTGQCUSNA`̵ ׉	 7cassandra://Tz_z3azJiRJ-dJ28p8gGG3Hvcb2GLyE6nnKP7KQjUQA ͠^A#PAGr׉EDETAILS
III.10. ELECTRISCHE BOX
(35). Oplader
(36). Voltage converter
(37). Contactor
(38). Controller
(39). Claxon
(40). Vooruitrij signaal*
LET OP:
Iedereen die elektrisch of niet-elektrisch onderhoud verricht op de accu’s of
onderhoud uitvoert in de omgeving van de accu’s, moet hiervoor worden gecertificeerd
overeenkomstig de geldende voorschriften.
22 | G2 Gebruikershandleiding
* Optioneel
׉	 7cassandra://0v66HLjBn54pyOhVL19tZWHy_OF6XNnkHF_8cvKiT8c5`̵ ^APAG0׉EDETAILS
III.11. STOELEN
STOELEN AANPASSEN :
• Trek aan hendel A,
• Zet de stoel in de gewenste positie,
• Laat de knop los.
LET OP
Pas de stand van de stoel nooit aan tijdens het rijden.
VEILIGHEID
De bestuurdersstoel is uitgerust met een sensor die de motor uitschakelt wanneer de
chauffeur niet in de stoel zit.
Het voertuig is uitgerust met 3-punts veiligheidsgordels die gedragen moeten worden
wanneer het voertuig in beweging is.
Gebruikershandleiding G2 | 23
׉	 7cassandra://_X7VhU7w1qxV6gZc3-LI3xgqij81oo4g-_aTGQCUSNA`̵ ^APAG1^APAG0{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WKxBU6NBJ1K5LKd5kAs46GHcIp5YAUNlPb1VxeL6YfI @0` ׉	 7cassandra://LJezdQQRCB0TQNCjEo0dgp4I-5P5WBKWI-pFQyN6-ZAJ`S׉	 7cassandra://6UEPItbjc1YiX9BXUZdxKNO9ohz6FLzrDL2VVXQ5Fuk`̵ ׉	 7cassandra://FiKA0zHEtAmSiq6BdnxbSPsJknfr1-8TC1brH-_gIIAM͠^A#PAGtט  {u׉׉	 7cassandra://Fig7oP1lQJKTzrVcBl1wIEicw3DqiHF6i-tdELCc_mc kl` ׉	 7cassandra://-2JppkLbpOwBDCY5fJbMaJ6BEDAZ4Kei7acITC4t9rIOb`S׉	 7cassandra://xNgeYiUyJ5cFfijGrT4UucWAyoRQ7RDMR0wJDj6_saA`̵ ׉	 7cassandra://dvW_yqFPvb9v2XvtVHNIfaCFqWJMX9aZkg215dlgRkQX,͠^A#PAGu׉EIV - VOORZORGSMAATREGELEN
IV.1. VOORZORGSMAATREGELEN
Voer voor elk gebruik systematisch een voertuigcontrole uit:
Identificeer alle apparatuur die niet werkt, eventuele lekkages of eventuele storingen die de onmiddellijke
aandacht vereisen om het voertuig veilig te laten rijden. De niet-beknopte lijst van onderstaande
controles is opgesteld om de gebruiker in staat te stellen alle controles uit te voeren voordat hij het
voertuig ingebruik neemt.
ACCU’S
De accu’s vereisen regelmatig onderhoud. Als u de accu’s niet onderhoud volgens deze handleiding,
kunnen deze beschadigd raken of foutmeldingen en brandwonden veroorzaken. (zie hoofdstuk V en
VI).
CONTROLE
Zorg ervoor dat alle onderdelen van het voertuig correct werken.
VEILIGHEIDS APPARATUUR
Zorg ervoor dat alle veiligheidsapparatuur goed functioneert.
VERLICHTING EN SIGNALERING
Zorg ervoor dat de verlichting goed werkt (zie III.7.).
REMMEN
• Controleer eventuele lekkages van of beschadigen van remslangen.
• Controleer of de remmen correct werken, zodra u begint te rijden.
BANDEN
• Zorg dat de banden de juiste druk hebben (zie II.1.2).
• Controleer de banden op beschadigingen of vreemde voorwerpen in het loopvlak.
• Zorg dat de wielmoeren correct zijn aangedraaid (81 N.m).
LET OP
Controleer regelmatig de ruitenwisservloeistof en de remvloeistof.
IV.2. AANBEVELINGEN VOOR GEBRUIK
RIJDEN
• Verlaag uw snelheid als u een kruising of rotonde nadert.
• Pas uw rijgedrag aan op uw omgeving.
• Rijd niet in een risicogebied, tenzij er toestemming is verleend.
• Vertel uw werkgever als u een ongeluk heeft gehad of als er een probleem is met het voertuig.
• Zorg ervoor dat de deuren van uw voertuig gesloten en vergrendeld zijn voordat u gaat rijden.
24 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://6UEPItbjc1YiX9BXUZdxKNO9ohz6FLzrDL2VVXQ5Fuk`̵ ^APAG2׉EVOORZORGSMAATREGELEN
LADEN EN LOSSEN
• Zorg dat de lading niet uit het voertuig kan vallen tijdens het rijden.
• De maximale belasting die door de fabrikant is opgegeven, niet overschrijden.
• Wees extra voorzichtig wanneer de lading de hoogte, breedte of lengte van het voertuig
overschrijdt.
• Verdeel de lading correct en zeker deze tijdens het transport.
• Neem niet meer dan 2 personen mee (inclusief bestuurder).
LET OP
Voordat u uw voertuig laadt, weeg het voertuig om het maximumgewicht te controleren
dat u kunt laden om te voldoen aan het toegestane bruto voertuiggewicht.
Het maximaal toegestane gewicht per as is aangegeven op de fabrikantplaat. Dit moet
gerespecteerd worden om schade aan de voertuigstructuur te voorkomen.
RESERVEONDERDELEN EN ACCESSOIRES
Wanneer u reserveonderdelen en/of accessoires installeert, gebruik alleen onderdelen die door de
fabrikant zijn goedgekeurd.
LET OP
Bij gebruik van onderdelen en/of accessoires die niet goedgekeurd zijn door
Goupil Industrie komen alle garanties te vervallen.
APPARATUUR
Gebruik alleen apparatuur welke is goedgekeurd door Goupil bij vervanging van
onderdelen.
Controleer ten alle tijden de onderdelen die vervangen zijn.
NIET TOEGESTAAN
Het volgende is niet toegestaan:
• Het voertuig rijden zonder rijbewijs of een onbevoegde persoon laten rijden.
• Een lading vervoeren die de laadcapaciteit van het voertuig overschrijdt.
•
Plotseling remmen, tenzij u een noodstop hoeft uit te voeren.
• Bochten nemen met te hoge snelheid.
• Verkeersborden negeren.
• Meer passagiers meenemen dan aangegeven in het voertuig.
• In de buurt van een opladende batterij roken.
• Metalen onderdelen op batterijelementen plaatsen.
• Het voertuig optillen met behulp van iets anders dan een krik.
Gebruikershandleiding G2 | 25
׉	 7cassandra://xNgeYiUyJ5cFfijGrT4UucWAyoRQ7RDMR0wJDj6_saA`̵ ^APAG3^APAG2{בCט   {u׉׉	 7cassandra://zbSgiKwd1I4x5XxrJnyskSBPLbJw3axiJ5bxBDhI1uw s` ׉	 7cassandra://P074GoLbvXStS8jQokh1lDvgBewm3nH9yid-PZtk_RoVL`S׉	 7cassandra://d7paM6e3kyJwtEE5T3hfHJqirEGoqLYILH8ZNKtLROY`̵ ׉	 7cassandra://-JQ1cKk2sO1LIpuxsaPW8hvr-XdwjITTsFo_oZhsEmsW͠^A$PAGwט  {u׉׉	 7cassandra://lrkSNFw3cUA2gdWSJU2pBpLfP29KjSx0xMxOCFt_-SQ ` ׉	 7cassandra://IsIi6bQBPOlfQi-1QGYYxjcrk6gqVsEDD50NlY5PEIQC6`S׉	 7cassandra://IY7882CqF6gK_K5IYEBLp6TsXi7A_mdmqU4V3ua9BOY7`̵ ׉	 7cassandra://eO34MsY-rbCRcwjzf7__AELq9qz51jpp8OnD6pqwVjAM$͠^A$PAGx׉EV - RIJDEN
V.1. STARTEN
• Controleer of de stroomonderbreker niet is aangesloten.
• Schakel het voertuig in met de contactsleutel.
• Wacht tot het scherm aan gaat.
• Zet de Voorwaarts-Achterwaarts hendel in de gewenste positie.
• Laat de handrem los.
• Druk voorzichtig op het gaspedaal.
V.1.1. Rijden
Rijd enkel met één voet om te voorkomen dat u beide pedalen(gas en rem) tegelijk intrapt. Dit zorgt
voor voortijdige slijtage van de remmen en transmissie-onderdelen en vermindert de actieradius van
het voertuig.
MOTORREM:
Het voertuig heeft een elektrische motorrem. Bij iedere rembeweging of daling wordt stroom
in de tractiebatterij geregenereerd. Het is echter aan te raden om het voertuig te vertragen met de
voetrem wanneer naar beneden gereden wordt.
LET OP
De Lithiumaccu laadt geen regeneratiestroom op als de accu tussen 98% en 100% is
geladen .
LET OP
Het overschakelen van voor- naar achteruit rijden kan alleen als het voertuig stil staat.
V.2. ACTIERADIUS
De afstand die nog gereden kan worden ziet u op de accu-indicator
De belangrijkste redenen die de actieradius beïnvloeden zijn:
Lage accutemperatuur, veel optrekken en stoppen, steile wegen , ‘sportief’
rijden, gebruik
van elektrische
accustatus en veroudering.
Hoe een bestuurder rijdt heeft een directe invloed op de levensduur van de
accu. Agressief rijden kan de accu en het bereik beïnvloeden. Agressief rijden
kan een energiebesparingsmodus activeren. Dit kan op zijn beurt leiden tot
accubesparingsmodus en tot tijdelijke immobilisatie van het voertuig.
V.2.1. Eind van de actieradius
Aan het eind van de actieradius dient u de ‘power save mode’ in te schakelen
Dit voorkomt het leegtrekken van de tractie accu’s.
verwarming,
lage bandenspanning en
26 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://d7paM6e3kyJwtEE5T3hfHJqirEGoqLYILH8ZNKtLROY`̵ ^APAG4׉ERIJDEN
V.3. STOPPEN
• Trek de handrem aan.
• Zet de vooruit-achteruit hendel in ‘neutraal’.
• Haal de contactsleutel uit het contactslot.
• Blokker de wielen van het voertuig indien nodig.
V.4. INVLOED VAN TEMPERATUUR OP DE ACCU (LITHIUM)
LET OP:
Laat uw voertuig tijdens de warmste momenten van de dag niet in volle zon geparkeerd
staan. De hitte kan de levensduur van de accu verminderen en de
garantie op de accu ongeldig maken.
Bij temperaturen hoger dan 40 ° C kan het voertuig in gedegradeerde modus werken om energie te
besparen. Start het voertuig niet wanneer de accutemperatuur lager is dan -20°C of hoger dan 45°C.
Meter
Temperatuur
Lager dan -20°C
Van -20°C to 10°C
Van 10°C to 40°C
Van 40°C to 45°C
Hoger dan 45°C
Kleur codering:
Het voertuig zal niet starten
van 100% to 15%
van 15% to 0%
Verminderde prestaties
Normale prestaties
De capaciteit van de tractie-accu vermindert naar mate deze meer wordt gebruikt. Als u echter aan de
gebruiksaanbevelingen voldoet, verhoogt u de levensduur van de accu en voorkomt u dat deze eerder
vervangen moet worden dan nodig is. Niet-naleving van deze aanbevelingen kan de garantie van de
tractie-accu ongeldig maken.
Gebruikershandleiding G2 | 27
׉	 7cassandra://IY7882CqF6gK_K5IYEBLp6TsXi7A_mdmqU4V3ua9BOY7`̵ ^APAG5^APAG4{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZxViH4Cq9YzJmq_ea4Vq8P9MJrhvYCXuL8E70pESttM 3` ׉	 7cassandra://QVroOs7Sy0wpepPZO548HdJ8VljibH_bFXUW_ppvejs` S׉	 7cassandra://JTEqosbbZReqgNgvKtRLDZSXixhywa2WECU5yFxJ12E`̵ ׉	 7cassandra://aKUb_fSv-I7nU0fVMP4QvfRhJ3DlAv2sYlHL9KbII3kw;F͠^A%PAGzט  {u׉׉	 7cassandra://8P1TVfBw1VLSkGAPI8wGvTjJx1eKk4wQrAPS_uYfgZM <O` ׉	 7cassandra://srzLY5L8lphCoxqX3eYxTxUopmPVuQ5Y5OPPj7d5ZvMOC`S׉	 7cassandra://wde814SN7hf5Fdn65f5yrPnOyrk_3FZ7JEYZFW0OSq4z`̵ ׉	 7cassandra://7Vm89ZnhKx3ZhnhvzSnnc5dZIsA11C_IHiRI9nEe1Ag @͠^A%PAG{׉ERIJDEN
V.5. BEDRIJFSMODUS
Uw voertuig heeft een aantal bedrijfsmodi die de maximale bereikbare snelheid en energieverbruik
beïnvloeden.
Low speed
High speed
V.5.1. Low Speed modus
In ‘Low Speed modus’ heeft het voertuig een maximum snelheid van 10 km/h.
V.5.2. High Speed modus
In ‘High Speed modus’ heeft het voertuig een maximum snelheid van 30 km/h.
28 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://JTEqosbbZReqgNgvKtRLDZSXixhywa2WECU5yFxJ12E`̵ ^APAG6׉EOVI - OPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
Iedereen die elektrisch of niet-elektrisch onderhoud verricht op de tractiebatterijen
of onderhoud verricht in de nabijheid van deze batterijen, moet hiervoor
gecertificeerd worden volgens de UTE C 18-550 regelgeving.
Volg de gebruikersinstructies op die bij het laadstation worden weergegeven.
Wacht op de benodigde instructies van de deskundigen voordat u verder onderhoud
uitvoert.
Draag beschermende kleding en een veiligheidsbril.
Volg de veiligheidsaanbevelingen op met de normen NF C 15-100 §554, DIN VDE
0510, DIN VDE 0105 paragraaf 1
Niet roken.
In verband met explosie- en brandgevaar is open vuur en roken verboden in de
buurt van de accu.
Voorkom kortsluitingen: explosie en brandgevaar.
Aangezien de metalen onderdelen van de accuelementen altijd worden
ingeschakeld, mag u nooit voorwerpen of gereedschap op de accu plaatsen.
Als batterijzuur in contact komt met uw huid of ogen, spoel met veel water en win
onmiddellijk medisch advies in.
Spoel de kleding waar zuur op zit langdurig met water. Elektrolyt is zeer corrosief.
Draai de accu nooit ondersteboven.
De garantie vervalt in geval van niet-naleving van de gebruiksaanwijzingen of
reparaties met reserveonderdelen niet origineel zijn, bij willekeurige
interventies of bij toevoeging van “verzurende” producten.
Gebruikershandleiding G2 | 29
׉	 7cassandra://wde814SN7hf5Fdn65f5yrPnOyrk_3FZ7JEYZFW0OSq4z`̵ ^APAG7^APAG6{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MIgwo7n9xv8KXmzi-bg2KjSYpTcypezODjDrMfYlmzA ` ׉	 7cassandra://q2q8I7NNtJjGUKcebmsHZf2ERcZ3_gy7ZFtmySRpIBwd`S׉	 7cassandra://hf85Pozy11SalwM_Mg0LYwbtO6I43JGdQxEhVsKnjMM1`̵ ׉	 7cassandra://1K5zIxlJbKQ-FNo8yPZwV4dJVqUGCJhdqEeGK6E1sW8͢2͠^A%PAG}ט  {u׉׉	 7cassandra://NgTJve03GeCwQ0DommVe7eUpA_dSJdk0EZQAL-6OKhE n`׉	 7cassandra://tG5vvOrOulhMFIBbm3Zi42ISne44x-9S_4E1RA6G04Ma`S׉	 7cassandra://wtT7ZT2AW-fJpje3hFhRzUu-awuadWkH6JgAnvNRCr8C`̵ ׉	 7cassandra://wcaNW2c9zsR3e4O99bgVqxu8fjweI2nQSrTQSOCTbcc X͠^A&PAG~׉E	LOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.1. OPLADEN VAN DE HOOFDACCU
VI.1.1. Veiligheid
Plaats nooit voorwerpen of gereedschap op de accu. Dit kan de accu beschadigen, kortsluiting
of zelfs een explosie veroorzaken. Volg de aanwijzingen op de accu’s, zoals de DIN VDE
0510, VDE 0105, deel 1 en VDE 0117. De garantie is ongeldig in geval van niet-naleving van
de gebruiksaanwijzingen en/of bij reparaties met reserveonderdelen die niet origineel
in geval van willekeurige interventies en/of toevoeging van additieven aan de elektrolyt.
zijn,
INFORMATIE
i
Nieuwe hoofd-accu’s zijn op volle capaciteit na ongeveer 15 lading-ontladingscyclussen.
Om de levensduur van de accu te optimaliseren, raden we aan om accu’s op te laden
wanneer ze tussen 70% en 80% capaciteit bereiken en de accu’s eenmaal per maand
gedurende 48 meer uren op te laden.
LET OP
Het voertuig kan niet worden gebruikt als de laadstekker in een contact is aangesloten.
Stroomverbruik is hoog wanneer het voertuig oplaadt: tot 16A. Controleer daarom of
het laadsysteem in goede staat is en gedurende enkele uren zonder risico’s stroom kan
leveren (raadpleeg uw elektricien).
Sluit het voertuig nooit aan met een verlengkabel.
Hoofd-accu’s mogen nooit ontladen voorbij de afknijpspanning om beschadiging van
accu-elementen te voorkomen. Als dit het geval is, is de garantie ongeldig.
Gebruik beschermende kleding. Voeg nooit zuur toe omdat dit de accu’s kan
beschadigen. Water moet alleen aangevuld worden met gedemineraliseerd of
gedistilleerd water, na het laden. Het gebruik van elk ander water kan de gebruiksduur
van accu’s verminderen.
Laad het voertuig minstens een keer per maand op. Wij adviseren u de lader permanent
in het stopcontact te plaatsen om de accu te kunnen opladen. Laad de accu volledig op
tijdens koude periodes om de hoofd-accu’s te behouden.
NIET-NALEVING VAN DEZE AANBEVELINGEN
ZAL DE GARANTIE ONGELDIG MAKEN
Als de
VI.1.2. Oplaad problemen
batterijlading
wordt
onderbroken
(aansluitprobleem met het elektrische
koord,
temperatuurprobleem, enz.), verschijnt er een bericht op het display en het lampje “acculading”
(rood) gaat aan. (cf VI.4).
Om dit bericht te verwijderen sluit u het voertuig weer aan op het stopcontact, wacht 15 seconden en
trek dan de stekker eruit. Als dit vaak gebeurt, neem dan contact op met uw dealer of garage.
30 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://hf85Pozy11SalwM_Mg0LYwbtO6I43JGdQxEhVsKnjMM1`̵ ^APAG8׉EnOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.2. DE LADER
(Laadstatus:zie II.3.)
De lader start automatisch op basis van een vooraf gedefinieerde
cyclus, wanneer de lader op het stopcontact is aangesloten.
De technologie van de lader optimaliseert het opladen van de
verschillende
het voertuig
accucellen met een geluidsbelasting
langdurig
wanneer
oplaadt. Het is daarom raadzaam om
het voertuig langdurig (48 uur) een keer per maand te laden.
Deze onderhoudslading verwijdert
sulfaatkristallen en vergelijkt de 4 cellen van de accu.
De laadcyclus wordt opgeslagen bij elke acculading. Dit stelt het onderhoudsteam
in staat om eventuele ladingfouten op te nemen, problemen die zich hebben voorgedaan en de
accu status. Om de acculading te behouden wanneer het
gebruik is, houd de lader in het stopcontact.
voertuig
langere tijd niet in
LET OP
Het voertuig kan niet worden gebruikt als de stekker in het contact is
aangesloten.
VI.2.1. Procedure voor het opladen van de accu
Voor u de accu gaat opladen:
• Schakel het voertuig uit en haal de sleutel uit het contact.
• Zet de noodschakelaar op ‘ON’ (zie pag. 15).
De accu opladen :
• Steek de stekker in het stopcontact (zie II.3).
• Laad de accu volledig op (zie VI.4).
• Koppel de laadstekker van het voertuig door deze een kwartslag
te draaien.
•
LET OP
Een volledige lading duurt 8 tot 12 uur, afhankelijk van het type accu en ontlading.
LET OP
Het stoppen met laden voordat de automatische cyclus van de lading eindigt zal de
capaciteit van de accu verminderen en veroorzaakt een storing in het geheugen van de
lader. Korte herhaalde ladingen (snelle lading) kunnen de garantie ongeldig maken.
OPMERKING
De BDI is gereset bij 75% opladen. Voorbeeld: Als het voertuig wordt opgeladen bij een
BDI van 80%; zal het display ook 80% aangeven ala het voertuig wordt gestart, ook als
de accu volledig is opgeladen.
Gebruikershandleiding G2 | 31
׉	 7cassandra://wtT7ZT2AW-fJpje3hFhRzUu-awuadWkH6JgAnvNRCr8C`̵ ^APAG9^APAG8{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Rk5Uuv0P4tg60pNcXCryowslUII8LDD3F3tyvKLBR2k `׉	 7cassandra://mfq9JaPVSXL_eKfQm02ZLodt2XWpQQ7K9uXAEcutr8QNy`S׉	 7cassandra://NPWJBCKIijHPQGVDshmBmRamQYDC8GRiR8G123zIxeQ`̵ ׉	 7cassandra://EhA-ysGvR_bMsmXT8Dd_ENLsiOeC_L-GhJnhdDL5k-E ۻd͠^A&PAGט  {u׉׉	 7cassandra://Yf86dyNEUTKNfi5BT3XwC0VO8pNVIG_G_DbESYPiuzg m` ׉	 7cassandra://dnjpa5A9o_uyNSwgyevLor0HU4vHlzfHDGI492uHqX4f`S׉	 7cassandra://w2CZmGbitEyu1lkXsQwQ8rcsXLs4fivKLu4MRcaHqY0@`̵ ׉	 7cassandra://rzsnXd3GOJMCBdM1szvJKOk-9j6qpxhtv-SmHHWWWAM4 ͠^A&PAG׉EPOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.3. OPLADEN VAN LITHIUM ACCU’S
Voor u de accu gaat opladen:
• Schakel het voertuig uit en haal de sleutel uit het contact.
• Zet de noodschakelaar op ‘ON’ (zie pag. 15).
De accu opladen :
• Steek de stekker in het stopcontact (zie II.3).
• Laad de accu volledig op (zie VI.4).
• Koppel de laadstekker van het voertuig door deze een kwartslag
te draaien.
OPMERKING : Een volledige oplading geeft 5 tot 10 bedrijfsuren afhankelijk van de
batterijcapaciteit en de laadstatus.
LET OP
Gedeeltelijke lading is toegestaan, maar de batterij moet volledig opgeladen worden ten
minste elke 5 laadbeurten of eens in de 3 maanden.
NIET NAKOMEN VAN DEZE REGEL ZAL DE GARANTIE DOEN VERVALLEN
VI.4. ACCU LAADSTATUS
Het opladen van de accu wordt weergegeven met een LED lampje op het dashboard (zie II.3).
Het led knippert groen tijdens het opladen, het zal sneller knipper namate een hogere
BDI is bereikt. Als het led lampje niet meer brandt
LED lampje rood
is het opladen
Als het
knippert, gaat
er iets mis met het
gereed.
opladen.
32 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://NPWJBCKIijHPQGVDshmBmRamQYDC8GRiR8G123zIxeQ`̵ ^APAG:׉EQOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
Bij niet gebruik van het voertuig- immobilisatie-(Lithium accu)
De onderstaande instructies worden gegeven om de prestaties van uw accu te behouden en moet
worden nageleefd. Niet-naleving van deze instructies kan de garantie van de tractieaccu ongeldig
maken.
-
-
Als de geplande immobilisatieperiode minder dan een maand bedraagt:
zijn er zijn geen specifieke aanbevelingen.
Als de geplande immobilisatieperiode tussen een maand en drie maanden bedraagt:
moet u het voertuig opladen/ontladen tot de vermogensmeter tussen maximaal 50 en 80%
aangeeft.
VI.4.1. Winter modus
Wintermodus kan gebruikt worden om de lading te beperken voor lange
opslagperioden. Als het voertuig een lange periode niet gebruikt gaat
worden, druk dan op de knop op het dashboard en laad het voertuig
vervolgens op. Het laadniveau is automatisch beperkt tot 70% Een
indicatie verschijnt dan op het beeldscherm.
LET OP
De batterij kan onherstelbare schade lijden als deze langere tijd wordt opgeslagen met
minder dan 15% oplaadcapaciteit of meer dan 69%
NIET-NALEVING VAN DEZE AANBEVELING ZAL DE GARANTIE doen vervallen.
LAAT het voertuig NOOIT langer dan 1 maand ongebruikt.
met een lading minder dan15% of hoger dan 69%.
Als het voertuig langer dan 3 maanden niet wordt gebruikt:
Als het voertuig langer dan 3 maanden niet gebruikt wordt, raden wij u sterk aan om de
accu na deze 3 maanden volledig op te laden en met het voertuig te gaan rijden tot de
accu half leeg is. Daarna de accu meteen weer opladen tot maximaal 69%.
VEILGHEID M.B.T. TOT DE TRACTIE ACCU
GEBRUIK NOOIT brandblusser met water.
Gebruik een CO2 blusser met droog poeder of schuim.
Open NOOIT de accu.
Nooit in de accu boren of zagen.
Pas NOOIT de elektrische systemen aan zonder toestemming van de fabrikant.
Voer ALTIJD de aanbevolen inspecties uit
Ga NOOIT naar een zone aangeduid met een gele driehoek en een zwarte bliksemschicht.
Volg de instructies op het dashboard nauwlettend op.
Verlaat het voertuig onmiddelijk bij rookontwikkeling.
Het niet opvolgen van deze veiligheidinstructies kan tot letsel leiden.
Gebruikershandleiding G2 | 33
׉	 7cassandra://w2CZmGbitEyu1lkXsQwQ8rcsXLs4fivKLu4MRcaHqY0@`̵ ^APAG;^APAG:{בCט   {u׉׉	 7cassandra://X7bvxI4raK6nTVXS_Kd2V_5asyhpGPwywcBOiZzC2iw *`׉	 7cassandra://iq5LyrVMftOxSn28H53Nk120Qz259Tmqa6XjK1FJqJQP`S׉	 7cassandra://ERLTJiNeMowD8m1zJlWKXX3mLPoJ_2P7bZmELMrd7r0`̵ ׉	 7cassandra://L4vXDrLV3VxP4o16tLk3xkHpKtPshpMzZL95H3UU8Aw h͠^A'PAGט  {u׉׉	 7cassandra://rzmfu4gelf9HSTr-Nv5aqDPn1X5BtCzd6pN-GyhnFLY \` ׉	 7cassandra://SmbSm-YW1d0NUH7wJ32d7l2hkrWgLuCTNwx2gjyVUa47k`S׉	 7cassandra://oc829WujEBPW_NtrP-mPUho99fgUsClSjXMzYS8PtJc`̵ ׉	 7cassandra://Yk_HjpJHbeooDtWm1bCof-CNJ3m8pT4gUST6NORu_DcK͠^A'PAG׉EOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.5. ONDERHOUD VAN DE ACCU
VI.5.1. Waterniveau van de Loodzuur accu
Controleer regelmatig of de niveauvlotters
op hun hoogste positie zijn na elke vulling.
Stel indien nodig het elektrolytniveau van elke
cel elke 10 ladingen aan.
Gebruik het bijgeleverde vulpakket:
• Plaats de fles gedemineraliseerd water
bovenop het voertuig.
• Open de dop van de fles (A).
• Verbind de vulslang met het voertuig (B).
• Open het fles ventiel (C).
• Ontkoppel de verbinding als circulator (D)
stopt met draaien.
LET OP
Pas het elektrolytniveau van elke accucel elke 10 ladingen aan.
LET OP
Vul elektrolyten enkel NA het laden bij met gedemineraliseerd of gedistilleerd water om
te voorkomen dat het overstroomt tijdens het laden.
WATER NIVEAU VLOTTERS
LET OP:
Controleer regelmatig of de filter niet verstopt is en de slang niet geknikt is.
34 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://ERLTJiNeMowD8m1zJlWKXX3mLPoJ_2P7bZmELMrd7r0`̵ ^APAG<׉E'OPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.5.2. Ventileren van de oplaadruimte
Zorg voor goede ventilatie van de ruimte waarin voertuigen worden onderhouden en gestald, in
overeenstemming met brandvoorschriften en om gevaar te voorkomen.
Ventilatie is nodig om waterstofdampen te verwijderen uit ruimtes waar van accu’s worden opgeladen.
Volg hierbij de wetteljke regelgeving.
VI.5.3. Het reinigen van de hoofdaccu
Maak de accu’s schoon met een borstel en maak gebruik van een bicarbonaatoplossing.
Spoel na met schoon water. Droog de accu’s en breng een anticorrosief middel op de
nokken en aansluitingen aan. Zorg ervoor dat de nokken en kabels correct zijn vastgezet en geen
sporen van sulfaat hebben.
LET OP
Gebruik nooit een hogedrukreiniger om de accu’s schoon te maken.
VI.5.4. Het voertuig stallen
Als het voertuig langdurig niet gebruikt wordt laat u de stekker van de lader in het stopcontact zitten.
De lader controleert en regelt de lading om optimale capaciteit te behouden.
VI.5.5. Opslag van de accu’s
Bewaar de accu’s in een droge en vorstvrije ruimte. Als de accu’s langdurig ongebruikt blijven, moet
u de stekker van de oplader uit het stopcontact verwijderen.
Als het niet mogelijk is om de accu’s volledig op te laden, voert u een maandelijkse lading uit.
Gebruikershandleiding G2 | 35
׉	 7cassandra://oc829WujEBPW_NtrP-mPUho99fgUsClSjXMzYS8PtJc`̵ ^APAG=^APAG<{בCט   {u׉׉	 7cassandra://h_9f78DSlWzlRKx2WAuIMs6mSVDoeSSJ-TEdaa7XDsw sq`׉	 7cassandra://DliR6d3K0YufMm5OM5Zs8V71llj6e6tDWujfZVf03Y4U_`S׉	 7cassandra://6rmTz-tu1mUZz8HlrrLMXe1_-fQXGIjCmHKsi-pLCiM	`̵ ׉	 7cassandra://jYlP_PAi1YrSsfexZHJjJr712DB0DG_oBMWgrHx8OTU 4͠^A'PAGט  {u׉׉	 7cassandra://QriaTuZIkZ64iUlInSBVlJmTouoKs1aHTlHfeWFo01E U`׉	 7cassandra://mMXChxHTRYDj3ALzvz-5rFN8hCdkufIee2HkCHrLNZ4P`S׉	 7cassandra://Ko6wwEgmyjyKqH5XudYx4TsL7nb6EG6qGXKrrVpSMlA`̵ ׉	 7cassandra://xy6C84X4iVEBk82dZh7BkS0e3GsZ6I-9Qw9b1empJ-w r͠^A'PAG׉EOPLADEN EN ONDERHOUD VAN DE ACCU’S
VI.5.6. Controle van de hoofdaccu
Draag altijd beschermende kleding en een veilgheidsbril.
Werk volgens de veilgheidsnormen NF C 15-100 §554, DIN VDE 0510, DIN VDE 0105 paragraph 1.
Controleer iedere maand de accuspanning.
De spanning moet 12 V/cel zijn en de
elektrolytdichtheid moet 1,30 kg/l zijn.
De metingen moeten 15 minuten na het einde
van de lading genomen worden, met de
lader losgekoppeld.
Open de vulcellen van de accucel.
Neem met behulp van de zuurmeter een monster
van een voldoende hoeveelheid elektrolyt.
Lees de aangegeven waarde op de zuurmeter
en laat het in het onderhoudslogboek opnemen.
Spuit de elektrolyt terug in de cel.
Herhaal de procedure voor alle cellen.
LET OP
Indien er na een ladingscyclus een verschil in dichtheid (> 0.3kg/l) optreedt tussen de
cellen en de waarden lager zijn dan 1.30 kg/l, is een lading nodig om de elementen te
balanceren. Vervang de accucellen als dit niet mocht werken.
36 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://6rmTz-tu1mUZz8HlrrLMXe1_-fQXGIjCmHKsi-pLCiM	`̵ ^APAG>׉EVII - SERVICE EN ONDERHOUD
VII.1. BANDEN
Type: 175/70/R14
Druk: 2.5 Bar
LET OP
Controleer de druk van de banden als deze koud zijn. Bij vervanging van de.
banden moet rekening gehouden worden met de lading- en snelheidsindexen.
Controleer en stel de druk minstens een keer per maand bij.
Onthoud dat drukmeters niet helemaal nauwkeurig zijn en gekalibreerd moeten worden.
Controleer visueel op inkepingen, blaren en schade aan de flanken. Controleer de diepte van het
loopvlak met gebruik van een profielmeter.
Maak het ventiel schoon, plaats een ventieldopje en controleer op eventuele lekken (vooral na het
oppompen van de band).
Verwijder steentjes en andere voorwerpen uit het loopvlak.
VII.1.1. Gebruik van een banden reparatie spray
Wanneer u het vreemde voorwerp wat een gat in
de band heeft veroorzaakt heeft verwijderd moet u
de banden reparatie spray goed schudden en deze
verticaal houden terwijl u de spuitknop zo lang
mogelijk indrukt: de spuitbus moet helemaal in de
band worden geleegd. De inhoud van de fles moet
ervoor zorgen dat de band volledig opgepompt
wordt.
Rijd vervolgens langzaam met uw voertuig om het
product gelijkmatig in de band te verdelen. Het gat
wordt zo snel gedicht.
Gebruikershandleiding G2 | 37
׉	 7cassandra://Ko6wwEgmyjyKqH5XudYx4TsL7nb6EG6qGXKrrVpSMlA`̵ ^APAG?^APAG>{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qGwC4rnvyKQKO7QHK7pAUWI8tXjOjRL7LP8DS9zIeh4 `׉	 7cassandra://rkQuqocPC6yUh1o0VZkHPcZvebuEhfiF5NU4xRuzguwG`S׉	 7cassandra://bomR-xJ41lRLN3V3NrLsKM-vDDfMpkKF6m0fbgc6AVU`̵ ׉	 7cassandra://1NlOEDuhLjj2G0LJLe0wtFAnUJP5ZAK-ZY9UN3jKQcY ͠^A(PAGט  {u׉׉	 7cassandra://ZLa9ju1DjMFFGqU5C7TEQ32k-Wz-FbfRNVF5YzsYVFA X`׉	 7cassandra://dNDwcwzr5knyIc767XAGXwa3iRmNM-O--XftYh0PT48:`S׉	 7cassandra://rXzK65w6iYQtGKyyph7HP-LMA6Bt0Dp8-OU0mC-tPAE9`̵ ׉	 7cassandra://hXXp9g26ulX6O2BxBN0m__uk7_T5U5eB-qsc5guLPjI j͠^A(PAG׉ESERVICE EN ONDERHOUD
VII.1.2. Opkrikken van het voertuig
Gebruik een 4T krik om een lekke band te vervangen, (optioneel) en plaats zoals hieronder getoond:
OPMERKING : Zorg ervoor bij het vervangen van het wiel dat de aanbevolen 81 Nm
wordt gehandhaafd.
VII.2. SLEPEN
Gebruik het sleepoog aan de voorkant van het voertuig
om deze te slepen.
Het voertuig mag alleen zonder lading worden
getrokken en gewicht op de haak mag niet hoger zijn
dan 1050 kg.
Voordat
u
het
voertuig
sleept,
ontgrendel
de
stuurkolom, beweeg de richtingskeuze hendel naar
de N-positie.
Het voertuig moet ‘s nachts verlicht worden.
Aan de geldende sleepregels moet worden voldaan.
38 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://bomR-xJ41lRLN3V3NrLsKM-vDDfMpkKF6m0fbgc6AVU`̵ ^APAG@׉EISERVICE EN ONDERHOUD
VII.2.1. Het stallen van het voertuig
Gebruik altijd de handrem als u het voertuig stalt.
(1). Spanbanden
(2). Houtblok
VII.3. RUITENWASSER
De ruitensproeiervloeistoftank bevindt zich aan de achterkant van het voertuig.
Vul de tank met een alcoholvrije ruitensproeiervloeistof.
Gebruikershandleiding G2 | 39
׉	 7cassandra://rXzK65w6iYQtGKyyph7HP-LMA6Bt0Dp8-OU0mC-tPAE9`̵ ^APAGA^APAG@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://sF6lmZcXRxp8Fgc7PM7eCE6DCCCcEHyLpbzsuXjWMeQ .` ׉	 7cassandra://Ak8yprYNfrz5bHSvJLVmGAlnd2MvkH1BrLDWxv2-j4kR`S׉	 7cassandra://3-PiIEqS-GVH3H0hELDIcUYgbDX2AehxlKMDEToSh9w`̵ ׉	 7cassandra://xx-u501nCY2dUOrJ-iz38_dRzZ9Y1jiQ-Xcw_sL47F4{
$͠^A)PAGט  {u׉׉	 7cassandra://w6w3sE4PPn0lm0RSur1Tz7KLBfYnpwcoiN34dMwbDk8 <` ׉	 7cassandra://SRE8YY2YkI3kJEtOm_nS90JH9xAHZXxXkjNbOMTRED0bH`S׉	 7cassandra://ai1gFqkpUFZX4tPOKL6eYM3U0SLdlMgqjbz9oOIT6s0%`̵ ׉	 7cassandra://USfJck-nfChbtC6hWXEOeYrB36ukP6stVYvefoYoI8E͈D͠^A)PAG׉ESERVICE EN ONDERHOUD
VII.4. SERVICE FREQUENTIE
Jaarlijks onderhoud of nadat de gespecificeerde afstand is afgelegd (welke als eerste bereikt is).
Benodigde controle, onderhoud en vervanging van onderdelen
HOOFD
ACCU
ACCU’”S
(LITHIUM)
STUUR en
ASSEN
Controleer het elektrolytniveau van de acu’s
Reinigen van de accu’s met een vochtige doek
Reinigen en vastdraaien van accu’s (zelfde voor hulpaccu).
Diagnostisch.
Controleer de stuurkogels en veringskogelgewrichten.
Controleer de stuur- en ophangkogelgewrichten.
Controleer de aanslag van de voorbuitenmoer.
Controleer de spanning van het stuurwiel.
Controleer de kogelgewrichtspeling van de ophanging
Controleer het remvloeistof niveau
Remvloeistof vervangen
Controleer de remmen
REMMEN
Controleer de remkabels op beschadigingen
Controleer de remleidingen op beschadigingen
VOORKANT: Controleer de remschijven
ACHTERKANT: Controleer de remtrommels
ELECTRISHE
MOTOR
BANDEN
Controleren/aandraaien van aansluitingen
Controleer op bandenslijtage
Controleer de druk van de banden
Controle van de wielmoeren
Controleer het olieniveau van de assen
TRANSMISSIE
Controleer de aansluiting van de transmissiemoer
Reductie tandwielasafvoer
•
•
Alleen bij regelmatige controle
van de assen.
•
•
•
•
•
Maandelijks.
Maandelijks.
Maandelijks.
Maandelijks.
Min: 2 mm
Min: 5.5 mm
Min: 2 mm
Doorsnee Ømax: 230.5
mm
25 N.m
2.5 bar
81 N.m
SAE 80W90, API GL5
130 N.m
SAE 80W90, API GL5
(410 mL ±20 mL)
•
•
•
•
•
•
•
•
30 N.m
DOT 4 SAE H-542
remvloeistof
DOT 4 SAE H-542
remvloeistof
400uur
5000km
6
800uur
10,000km
12
Maanden Maanden
20,000km
18
50,000km
24
Maanden Maanden
Elke 10 laadbeurten
Maandelijks
Maandelijks
•
Voorschriften en/of
aanbevolen
Gedistilleerd/
gedemineraliseerd water
LET OP
Aangezien remvloeistof redelijk agressief kan zijn dient u de kunststof
onderdelen te beschermen wanneer u de remvloeistof controleert of bijvult.
Veeg vloeistofsporen en sprays weg en spoel het kunststof na met
schoon water en zeep.
40 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://3-PiIEqS-GVH3H0hELDIcUYgbDX2AehxlKMDEToSh9w`̵ ^APAGB׉EzSERVICE EN ONDERHOUD
VII.5. ONDERHOUD INTERIEUR EN BUITENKANT
VII.5.1. Onderhoud interieur en buitenkant voertuig
Om de buitenkant van het voertuig in goede staat te houden, zijn een paar dingen belangrijk:
Parkeer indien mogelijk, het voertuig in een garage of afgedekt.
geparkeerd moet worden, kunt u dat het beste in de schaduw doen.
Als het voertuig buiten
WASSEN VAN HET VOERTUIG
Gebruik alleen een wasmiddel dat geschikt is voor het wassen van het voertuigwerk. Gebruik een
zachte spons. Spoel grondig na met schoon water.
LET OP: Kunststof onderdelen
Gebruik geen producten die zuur, alcohol, keton, koolwaterstoffen, chlorideproducten of
ether bevatten.
Gebruik alleen een speciaal reinigingsmiddel en een zachte doek of spons.
LET OP
Gebruik nooit water op elektrische onderdelen (motor, accu’s, stroomonderbreker,
oplader, enz.). Dit zal onherstelbare schade veroorzaken.
LET OP
Hogedrukreinigers kunnen alleen op het carrosserie worden gebruikt.
(afstand minstens 1 meter.
LET OP
Was het voertuig niet terwijl u de accu oplaadt.
VII.5.2. Anti-roest bescherming
Uw Goupil heeft bescherming tegen roest. Er moeten echter enkele voorzorgsmaatregelen worden
genomen om eventuele roestproblemen te voorkomen.
FACTOREN DIE ROESTVORMING BEVORDEREN
Roestvorming wordt
aanzetten
van modder in de carrosseriepanelen,
Schade aan het lakwerk en andere beschermende coatings wanneer deze zijn geraakt
door bijvoorbeeld steenslag.
BESCHERM UW VOERTUIG TEGEN ROEST
Controleer regelmatig het lakwerk om kleine schades op te sporen en hertsel zo snel mogelijk het
beschadigde lakwerk. Controleer de onderkant van het chassis en verwijder opgehoopt zand, modder
en andere stoffen. Indien nodig, onmiddellijk reinigen.
VII.6. RECYCLING
Onderdelen die versleten zijn en vervangen moeten worden dienen bij een gespecialiseerd bedrijf te
worden ingeleverd. Aan het eind van de levensduur moet het voertuig naar een erkend recyclingsbedrijf
gebracht worden.
Gebruikershandleiding G2 | 41
versneld in sommige gebieden, b.v. in gebieden met relatief hoge
in
holtes en andere onderdelen.
luchtvochtigheid, in vervuilde gebieden of in gebieden waar op wegen vaak wordt gestrooid.
Het
׉	 7cassandra://ai1gFqkpUFZX4tPOKL6eYM3U0SLdlMgqjbz9oOIT6s0%`̵ ^APAGC^APAGB{בCט   {u׉׉	 7cassandra://K0ljzJsrlS-DFlrOXdoWkByc09qH9W3oENuY72jgJ1o ` ׉	 7cassandra://UVgUCDpiiseGUZMn9F2pPBcQL7JTYAg6PEj1pmR7Q_g[d` S׉	 7cassandra://bhYDB-ep16MtwkhJO38ZMDi7MMuI62d0eywiCgTyb-k`̵ ׉	 7cassandra://HdbfLGI5I9ADTslvP08USzZLeCqGz1iIgokhbkVd3vw%Z͠^A)PAGט  {u׉׉	 7cassandra://MfESVBLGT6vcmzqNBP1n6gn12QY7bdxuh1-wm709Hmc` ׉	 7cassandra://T1v-hLqBYseQCXy3SUFYNOGRZnQki1R8nN2KFjcaS6o[` S׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ׉	 7cassandra://Jo-C7yHW6USNl2EuoBmClKcPXvdFUucSdxdCM0_mJrM0 ͠^A)PAG׉EDVIII - OPTIES
VIII.1. EEN AANHANGWAGEN SLEPEN
Een aanhanger slepen zorgt voor zwaardere belasting op alle voertuigonderdelen.
Daarnaast zorgt een aanhangwagen voor bepaalde voertuigreacties, zoals de kans op slippen bij
slecht wegdek.
Rijstijl en snelheid moeten daarom aan de omstandigheden worden aangepast.
Bij gebruik van een aanhangwagen is het volgende belangrijk:
- Kies een trekhaak die geschikt is voor uw voertuig en uw aanhangwager.
- Controleer vóór het rijden of de lichten op de aanhangwagen correct werken.
- Niet plotseling versnellen en/of remmen.
- Maak geen abrupte bewegingen van het stuur of plotselinge verandering van richting.
- Laad de aanhangwagen zo dat goederen gelijkmatig over de assen verspreid zijn.
- Volg de instructies van de aanhangwagenfabrikant.
- Controleer of de aanhangwagen geschikt is voor het voertuig.
LET OP
Neem geen hellingen van meer dan 10% met een aanhangwagen.
Zorg het koppelstuk van de aanhanger goed passend is op de trekhaak van het voertuig.
Maximale verticale trekkracht op trekhaak: 24.44 kg
Maximale trekkracht voor koppelstuk: 239.8 N.
LET OP
Alle aanhangwagens met een gewicht van meer dan 250 kg, moeten remmen hebben.
VIII.2. ELEKTRISCHE VERWARMING
Met een 3 keuzeschakelaar op het dashboard regelt u de ventilator of verwarming.
Blower
UIT
Verwarming
42 | G2 Gebruikershandleiding
׉	 7cassandra://bhYDB-ep16MtwkhJO38ZMDi7MMuI62d0eywiCgTyb-k`̵ ^APAGD׉E׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ^APAGE^APAGD{בCט   {u׉׉	 7cassandra://VM2eshxG3i3v7OzoyzstbiRgYkV3Hsju6FfxNH0F4xs͗
` ׉	 7cassandra://lf583civb0act3RF71pMzRBY0bswi6uSZPxETzr5RFs.`S׉	 7cassandra://9tp5nJhdKBrhlbzQqNyfqeXQpQtxz7YgEwoE7lrjj9M`̵ ׉	 7cassandra://vJDtpuHWY39t7yN4Xtcg3lqIoQ0We9yWtXnbSljs6L8U~.͠^A)PAGנ^A*PAG 7N̩9ׁHhttp://www.goupil-nederland.nlׁׁЈ׉E Uw GOUPIL Dealer:
Producent: GOUPIL - 2445 Avenue de la Vallée du Lot 47320 - Bourran - Frankrijk
Importeur: Van Blitterswijk Eco-Mobiliteit BV - www.goupil-nederland.nl
versie 1-2020
׉	 7cassandra://9tp5nJhdKBrhlbzQqNyfqeXQpQtxz7YgEwoE7lrjj9M`̵ ^APAGF׈E^APAGG^APAGF{) %Handleiding Goupil G2 Model 2019/2020^Aga