׉?ׁB! בCט  u׉׉	 7cassandra://y-6EcJyNOd92HC0C5xtYobK8HSuD89S-GxM3PgVlgbQ `׉	 7cassandra://Q4wRgpvNkkwXdYTGoxc_w8dX9ONHAHWJkZWDkL3mrA8w`p׉	 7cassandra://54w8rtuOzFDD7BAhV_KdmTEVl6kfutCuQfVu7hOc-0Q&` i^ԅ2n͞oט   u׈   b  ׈Ei^ԅ2n͞A׉E VOOR ONDERNEMER S ADV I SEURS IN DE ADMINIS T R AT IE VE EN FI S C A LE SEC TOR
PAGINA 12
De weg naar
gezonde autonomie
PAGINA 30
De compliancedruk
neemt onverantwoord toe
PAGINA 28
De opkomst van side hustles
JAARGANG 7
׉	 7cassandra://54w8rtuOzFDD7BAhV_KdmTEVl6kfutCuQfVu7hOc-0Q&` i^ԅ2n͞Bi^ԅ2n͞AבCט   u׉׉	 7cassandra://VaYfudMcn6bvp2Ap2g5bc7X7E-dV4ginXKuI_w9BAg8 ``w׉	 7cassandra://zN7wbw54-CU0X4AXXot5X3J_0hE1s2Qd0cZLUnNGxJE͍`׉	 7cassandra://e0KJiYNTszLdyYttW1m1VBbs-96EPLRVueUsYfusuC8,` i^ԅ2n͞rנi^ԅ2n͞x ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉ECOLOFON
INDEX
&GO is een uitgave van de Nederlandse
Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen
en verschijnt 4x per jaar.
Jaargang 7, uitgave 1, maart 2026
BLADMANAGEMENT
Willemijn Hogendorf, Daisy Weber
EINDREDACTIE
Loft 238 Tekst & Media
REDACTIE
Hans Pieters, Henk Poker,
Eveline aan de Wiel
VORMGEVING
Campagne, Rotterdam
OPMAAK
Appeltje Eva, Lith
DRUK
Dekkers van Gerwen, ’s-Hertogenbosch
ABONNEESERVICE
Opgave van abonnementen, opzegging
en adreswijziging uitsluitend schriftelijk
doorgeven aan de uitgever. Indien twee
maanden voor het verstrijken van de
abonnementsperiode geen schriftelijk
bericht van opzegging is ontvangen
wordt het abonnement automatisch
met een jaar verlengd. Meer informatie
over abonnementen via: info@noab.nl
ADVERTEREN?
Meer informatie via:
communicatie@noab.nl
Commentaar, ideeën en suggesties?
Welkom via: communicatie@noab.nl
CONTACT NOAB
Rompertdreef 7, 5233 ED ‘s-Hertogenbosch
Postbus 2478, 5202 CL ‘s-Hertogenbosch
073 614 14 19 I www.noab.nl
ISSN 2666-8068
18
Waarom sollicitanten
afhaken voordat ze
reageren
34
Hoe werkt
het?
IN DIT NUMMER:
03 Voorwoord
05 Kies NOOIT voor je klant
08 “Veel zaken denken dat de
beste raad voorraad is”
12 De weg naar gezonde
autonomie
16 Bescherming voor jezelf,
vertrouwen voor je opdrachtgever
18 Ga nu al aan de slag met de
Cyberbeveiligingswet
20 De ondraaglijke lichtheid van
plotselinge rijkdom
22 “Duurzaam is in alle opzichten
de voor de hand liggende
keuze”
2 &GO magazine
26
De zakelijke leasefiets: fiscaal a
trekkelijk én toekomstbestendi
28 De opkomst van side hustles
30 “De compliancedruk neemt
onverantwoord toe”
32 Aan de slag met duurzame
subsidies
34 Waarom sollicitanten
afhaken voordat ze reageren
38 Verplicht naar kantoor,
thuiswerken wordt volwassen
40
Een bv biedt fiscaal
meer flexibiliteit
42 Wie neemt het bedrijf over als
de ondernemer stopt?
Aan de slag met
de Cyberbeveiligingswet
5
voor
je kla
Kies no
INDEX
׉	 7cassandra://e0KJiYNTszLdyYttW1m1VBbs-96EPLRVueUsYfusuC8,` i^ԅ2n͞C׉Eooit
ant
Ondernemen vraagt om lef,
richting en reflectie
Ondernemen vraagt om lef, richting en reflectie. Het vraagt om durven bewegen in
onzekerheid, met oog voor wat vandaag nodig is én met een blik op morgen. Als
administratie- en belastingdeskundigen staan wij daarin naast de ondernemer: als
sparringpartner, als geweten en soms als baken van rust. Juist in tijden van verandering en
druk is die rol van onschatbare waarde.
We staan daarbij stil bij thema’s die veel kantoren en hun klanten raken. Van omgaan
met fouten en financiële schokken tot het beheersen van kosten, het organiseren van
bedrijfsopvolging en het voorbereiden op nieuwe dreigingen zoals cybercriminaliteit.
Tegelijkertijd is er aandacht voor de mens achter de cijfers. Vitaliteit, werkgeluk en
aantrekkelijk werkgeverschap zijn geen bijzaken meer, maar bepalend voor continuïteit en
kwaliteit.
Ook zien we een duidelijke verschuiving in wat organisaties drijft. Purpose, flexibiliteit
en duidelijke communicatie spelen een steeds grotere rol in hoe ondernemers sturen en
beslissingen nemen. Dat vraagt om adviseurs die niet alleen analyseren, maar ook duiden,
verbinden en vooruitkijken.
aandig
s
Wij
hopen dat deze editie van &GO inspireert om het gesprek te blijven voeren met klanten,
collega’s en met elkaar. Over wat beter kan, wat anders moet en wat behouden mag blijven.
Zo bouwen we samen aan ondernemingen die niet alleen financieel gezond zijn, maar
ook veerkrachtig, mensgericht en toekomstbestendig. Dat is de kracht van ons vak, en de
waarde die we elke dag opnieuw toevoegen.
Veel leesplezier gewenst.
Hartelijke groet,
Dirk-Jan van Blijderveen
voorzitter NOAB
n
s
NOAB.NL
3
VOORWOORD
i^ԅ2n͞Di^ԅ2n͞CבCט   u׉׉	 7cassandra://4fh60nRVRpPA8ixt5fMRWHeBpZsOjinFJYnNVMzJB5U N``w׉	 7cassandra://qPZYZf1sT_fLYjypCfMn2yzgr9RL_25vFeljv7QUqhI͝`׉	 7cassandra://ARqCuu_Tqx4VStCXq3Nl4R_-VeSSH9h0AJDS2Wcgk1I8` i_ԅ2n͞yנi_ԅ2n͞| ց99ׁHhttp://NOAB.NLAB.NLׁׁЈ׉EDe kracht van
professioneel
boekhouden
met Basecone
en Twinfi eld
Jouw processen slim
automatiseren? Met
Basecone en Twinfi eld
Boekhouden voer je
administratieve taken
snel en effi ciënt uit:
Veilig en betrouwbaar
• Rijk aan functies
• Naadloos proces van factuur
tot boeking
• Koppelen met vele andere
pakketten
Kies voor professioneel
boekhouden. Kies voor
Basecone & Twinfi eld.
Jubileumactie
Profi teer tijdelijk van extra voordeel
op Twinfi eld-abonnementen — een
mooi moment om te upgraden of
over te stappen
׉	 7cassandra://ARqCuu_Tqx4VStCXq3Nl4R_-VeSSH9h0AJDS2Wcgk1I8` i^ԅ2n͞E׉EDOOR: HANS PIETERS
In ‘Kies NOOIT voor je klant’ vertelt ondernemer en elektricien Meindert Engberts hoe hij de vicieuze cirkel
heeft doorbroken van altijd klaarstaan voor klanten die alleen maar vragen en zelf niets komen brengen.
Vier jaar later is hij uitgeroepen tot TopCoach van het Jaar 2025 en is zijn bedrijf winnaar van
de vakjuryprijs Installatiebedrijf van het Jaar 2025.
NO
NOAB.NLAB.NL
5
COVER ARTIKEL
i^ԅ2n͞Fi^ԅ2n͞EבCט   u׉׉	 7cassandra://4Xwk6EkknoUYd5tjpdi5wYqayPfeS2jeWnvVZX1Adpc !``w׉	 7cassandra://AeyB5Jc7Z5ssdccfilxUY8XYSh7_kTHyG_soHuwqpy4ͦ`׉	 7cassandra://6Kup-6au8avLkgmDuIzSwUWRCYOOS70_WiMANyaMbM0.` i_ԅ2n͞}נi_ԅ2n͞悁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉EMeindert Engberts’ persoonlijke verhaal is een spiegel
voor al die ondernemers die altijd klaarstaan voor hun
opdrachtgevers, maar zichzelf onderweg zijn kwijtgeraakt.
“Je moet zelf de stap zetten als je iets wil veranderen.
Ik heb jarenlang dag en nacht gewerkt. Je bent zo lang
aan het zaaien. Je moet ook een keer beginnen met
oogsten. Ik zie te vaak mensen die zich te pletter werken,
maar van binnen niet gelukkig zijn.” Het boek gaat over
de praktische keuzes, grenzen en processen die nodig
zijn om een bedrijf te bouwen dat niet op de ondernemer
leunt, maar zélf gezond draait. In de korte biografie op
zijn eigen website verwoordt Engberts zijn ontwikkeling
als volgt: ‘Wat begon als ‘werken voor klanten’, groeide uit
tot iets groters: werken mét mensen. Samen oplossingen
vinden, elkaar verder helpen, elkaars sterke kanten
benutten. Dat is wat mij drijft.’ In het gesprek verwoordt
hij het nog beknopter: “Het gaat om de onderdelen: goed
werk, leuk werk en leuke mensen om je heen op het werk.”
CONTROLEDRANG
Engberts heeft ervoor gekozen om één dag in de week
te gaan lesgeven. “Het dwong me om de controledrang
los te laten. Doordat ik er niet langer elke dag was,
kregen mensen de ruimte om zich te ontwikkelen en
eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het belangrijkste
doel was weg te zijn uit het bedrijf, maar wél met het
gevoel van: ik ga wat extra’s doen voor de organisatie.”
Dat was geen eenvoudige stap: “Ik denk dat je dingen
alleen bereikt uit noodzaak of bij grenzeloos verlangen.
Dat iets je wel leuk lijkt of wel graag wil, is niet voldoende.
Waar wil je naartoe? Het moeilijkst is het loslaten. Ik zat
er als een havik bovenop. Als een medewerker met een
opdrachtgever of leverancier had gebeld, ging ik daarna
het telefoongesprek evalueren.”
“Je moet zelf een stip voor ogen hebben en de eerste stap
zetten. Het moeilijkst is dat mensen met jouw geld de
boer op kunnen. Zo voelt dat aan het begin. Nu is het ons
geld, maar toen was het mijn geld. Van elke euro die het
bedrijf binnenkwam, wist ik waar die heen ging. Zo ben ik
opgevoed. Bescherm wat je opbouwt en wees zuinig op
alles wat je hebt. Bewaar één euro als je er twee verdient.”
Terugblikkend vertelt hij: “Het is iets wat je als team doet.
Ik heb van mijn collega’s de ruimte gekregen om andere
dingen te doen dan alleen in het bedrijf te werken.
En daardoor heb ik aan het bedrijf kunnen werken.”
GELIJK NIVEAU
“Je kan geven, nemen en ruilen. Ik ben echt een gever,
maar mensen die alleen komen om te halen, daar bedank
ik voor. Ik wil graag helpen. ik geef les op school, ben
een opleidingsplaats. Zij-instromers en mensen met een
achterstand op de arbeidsmarkt krijgen een kans. Maar
de liefde moet wel van twee kanten komen.” Dat is ook de
boodschap van zijn boek ‘Kies NOOIT voor een klant’. Dat
laatste heeft hij te lang gedaan. “In het verleden werden
we gezien als onderaannemer en hadden we te doen wat
een opdrachtgever zei.” Hij liet het zich lang welgevallen.
“Sommige klanten passen een bepaalde tijd bij je. Maar
op een gegeven moment ga je kijken naar mensen
waar je gelijkwaardig aan bent. Ik heb altijd gezegd dat
service en communicatie de helft van de bedrijfswaarde
bepalen. Hecht een opdrachtgever minder dan die 50%
waarde hieraan, dan denk ik dat je niet bij elkaar past. Bij
een bedrijf dat je alleen maar belt omdat je de techniek
goed oplost, maar niet wil betalen voor je service- en
communicatieniveau, is de balans uit evenwicht.”
“HET MOEILIJKST IS HET
LOSLATEN. IK ZAT ER ALS
EEN HAVIK BOVENOP”
6 &GO magazine
“We staan op gelijk niveau met onze partners,
leveranciers en opdrachtgevers. Natuurlijk is iemand
eindverantwoordelijk. Die heeft soms het laatste woord.
Bij hoge spoed staan we meteen klaar voor onze
opdrachtgever. Maar er moet ook wederzijds respect zijn.
Omgekeerd, als wij moeten uitrukken, verwachten we ook
van een opdrachtgever dat deze begrijpt dat je op dat
moment even prioriteit geeft aan die andere klant.”
׉	 7cassandra://6Kup-6au8avLkgmDuIzSwUWRCYOOS70_WiMANyaMbM0.` i^ԅ2n͞G׉E“IK BEN EEN LEUKER MENS GEWORDEN,
VOORAL THUIS. DOORDAT IK MEZELF KAN ZIJN,
DICHT BIJ MEZELF KAN BLIJVEN”
Uiteindelijk moet een van de twee partijen de knoop
doorhakken om de samenwerking te beëindigen. Dat
wordt meestal niet gewaardeerd. “Als je bedankt voor een
opdracht, vinden ze je arrogant of bijdehand. Maar dat ben
ik helemaal niet. Het moeilijke van onze branche is dat
er maar weinig mensen zijn die het op hun eigen manier
durven te doen. Die tegen zichzelf durven uitspreken:
wie ben ik en wat wil ik? Hoe wil ik hoe mijn mensen zich
voelen? Daarom val ik waarschijnlijk ook op en zijn we
misschien wel installatiebedrijf van het jaar geworden.”
LEUKER MENS
Het loslaten heeft veel opgebracht. Het installatiebedrijf is
gegroeid naar 25 man en het afgelopen jaar is een nieuw
bedrijfspand betrokken. Maar dat is voor hem niet het
belangrijkste: “Ik ben een leuker mens geworden, vooral
thuis. Doordat ik mezelf kan zijn, dicht bij mezelf kan
blijven. In het begin lag ik wakker als iemand een rekening
van 300 euro niet betaalde of een klant liet weten dat hij je
niet meer ging bellen. Nu ben ik op het punt beland dat ik
denk: dit is mijn bedrijf en dit is mijn privé. En zelfs als het
met het bedrijf fout loopt, privé hebben we het goed.”
LEESTIP:
Meindert Engberts, Kies NOOIT
voor je klant, maar bouw samen als
sterke partners aan je bedrijf. 160 p.
Het Boekenschap, 2025.
“IK ZIE TE VAAK MENSEN
DIE ZICH TE PLETTER WERKEN,
MAAR VAN BINNEN NIET
GELUKKIG ZIJN”
NOAB.NL
7
COVERARTIKEL
i^ԅ2n͞Hi^ԅ2n͞GבCט   u׉׉	 7cassandra://iAN35lWFJJYAwYCyCGcr9DsHGY38yDCOZ7NUpskUhcU ``w׉	 7cassandra://4NVttKyoJEKuizj_0pfd_tW1FJXVRKxo3jfPnz8Cqf48`׉	 7cassandra://GuPDoWKBzmwTqcGctvxj_0OJrJN3OrPn2BHnfSRGzLY=` i_ԅ2n͞怑נi_ԅ2n͞惁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E“Veel zaken denken
dat de beste raad
voorraad is”
DOOR: HANS PIETERS
Met de stijgende kosten is het
voor sectoren als de horeca hard
werken om grip op de marges
te houden en zwarte cijfers te
schrijven. Rob van Ginneken,
docent Hospitality Finance
and Accounting aan de Breda
University of Applied Sciences,
en horecaondernemer Mats van
den Barselaar vertellen hoe je de
brug slaat van theorie naar de
praktijk.
׉	 7cassandra://GuPDoWKBzmwTqcGctvxj_0OJrJN3OrPn2BHnfSRGzLY=` i^ԅ2n͞I׉E“HET VOORDEEL ALS ADMINISTRATIEKANTOOR
IS DAT JE ANONIEM DE
KOSTENOPBOUW KUNT LATEN ZIEN VAN
COLLEGA-ONDERNEMERS”
“In mijn optiek is er geen betere leermeester dan
ervaring,” vertel Rob van Ginneken. “Ik kan ze bijvoorbeeld
uitleggen wat menu engineering is. Dat je de marges moet
monitoren, in termen van percentages en euro’s. Maar ik
ben allang blij als er, tegen de tijd dat ze afstuderen, iets
is blijven hangen van vaste kosten en variabele kosten,”
relativeert hij zijn rol.
DE TAAL VAN BUSINESS
“Boekhouden is niet zozeer een kwestie van louter number
crunching, maar een taal, de taal van business. Zo probeer
ik het laagdrempeliger te maken. Het is geen boekhouden,
maar het zijn getalletjes die je moet interpreteren. Ik zeg
altijd: geef het niet op, blijf naar de lessen komen. Voor
het begrip van de basiskennis hoef je geen genie te zijn.
Je moet de boekhouder begrijpen, net als de salesmanager
die een contract wil afsluiten waarbij je misschien wat
minder marge op de prijs pakt, maar wel qua volume
de omzet stut.”
Van Ginneken gaat altijd op zoek naar onderwerpen en
voorbeelden die de studenten aanspreken. “Je hebt een
studentenpopulatie die geïnteresseerd is in gastvrijheid en
hotellerie en er misschien wel van droomt om een eigen
restaurant te openen. Daarmee kun je ze vasthouden.” Hij
heeft zijn studenten ooit een geanonimiseerde winst- en
verliesrekening van een hotel gegeven, van de maand
oktober. Met daarnaast de omzet van de eerste negen
maanden en van dezelfde maand van het vorige jaar.
De cijfers waren boven de begroting, omdat er extra
omzet was van een congres. “De opdracht was om
dat te analyseren.Dan zie je bij sommigen het kwartje
vallen. Gevraagd naar een laagdrempelige tip om een
horecaondernemer die onvoldoende aandacht heeft
voor het financiële aspect ‘aan’ te zetten, stelt hij: “Het
voordeel als administratiekantoor is dat je anoniem de
kostenopbouw kunt laten zien van collega-ondernemers.”
Wat ook kan werken zijn afleveringen uit Gordon Ramsey’s
Oorlog in de Keuken of het programma Crisis in de Tent
met Herman den Blijker te tippen. “Vaak lopen die eigenaren
zich de blaren op de voeten, maar blijft het geld weglekken.
En zie je hoe Ramsey of Den Blijker met een paar simpele
ingrepen en een nieuwe kaart het lek boven tafel krijgt.”
UITDAGEND
Mats van den Barselaar is mede-eigenaar van twee
horecazaken in Rotterdam, Bistrot-Bar Frère en Pilsbar.
Meteen na zijn afstuderen aan de Academy for Hotel &
Facility in Breda, zo’n vijf jaar geleden, heeft hij zijn eerste
zaak geopend. Hij werkt vanaf het allereerste begin nauw
samen met een accountancybedrijf dat ‘de dagelijkse
dingen’ oplost. “Aan het eind van de maand krijg ik een
rapportage en kan ik in grote lijnen zien wat elke afdeling
en subgroep heeft gedaan. Als ik geen opmerkingen heb,
wordt het doorgezet voor de jaarrekening.” Op de kaart
van Bistro-Bar Frère worden eenheidsprijzen gehanteerd
voor het voorgerecht (“petite faim”), hoofdgerecht (“grande
faim”) en dessert. “Het maakt het makkelijker voor onszelf
en voor de gasten. Omdat alles dagelijks vers wordt
geleverd, is voor ons de formule heel makkelijk vol te
houden. Als de koks gerechten bouwen, dan weten ze wat
de inkoopprijs is.
NOAB.NL
9
TRENDS EN ONTWIKKELINGE
i^ԅ2n͞Ji^ԅ2n͞IבCט   u׉׉	 7cassandra://fAVb5qKhYBlzmBmWQTIYLyo7qduqzWZ02epOydov3dk b``w׉	 7cassandra://_XKIzeXyP7jXjlaw6sQ3SPsruDzKtyRXMwMXLuizZMw͚`׉	 7cassandra://Zd_I8USbfjIxsw9Xn0h6deF86B9eySZc9Gt6vbSzy8Y/?` i_ԅ2n͞愒נi_ԅ2n͞扁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈנi_ԅ2n͞戁 hd9ׁHhttp://moneymonk.nlׁׁЈ׉E“BOEKHOUDEN IS NIET
ZOZEER EEN KWESTIE
VAN LOUTER NUMBER
CRUNCHING, MAAR EEN TAAL,
DE TAAL VAN BUSINESS”
Dat moet correleren met de marges die we willen halen.
Waardoor we de juiste beslissing kunnen maken of we
een gerecht wel of niet doen, in plaats van dat we gaan
testen met een hogere prijs en gaandeweg het kwartaal
erachter komen dat het product niet loopt. Wat ik in ieder
geval weet, is dat ons team het wel uitdagend vindt.
Een gerecht dat ze hebben verzonnen, en dat binnen de
marges valt en goed loopt, geeft veel meer voldoening dan
een gekopieerd recept.” Met name in het midden-/lagere
horecasegment gaat nog veel mis qua bedrijfsvoering
en kostenbeheersing, is zijn ervaring. “Veel zaken denken
dat de beste raad voorraad is. Wij zijn juist heel strak op
de inventaris. Onze inkoopcijfers moeten op 28% of lager
liggen.”
BLOED, ZWEET EN TRANEN
“Er zijn bedrijven die menu engineeringsystemen
aanbieden, maar wij zijn redelijk analoog. We weten
goed wat we willen in ons concept en de gerechten die
we willen uitdragen. Daarbij kijken we wat in het seizoen
werkt. Met de marges die we op de gerechten willen
draaien, gaan we vervolgens bouwen. Bij Bistro-Bar Frère
rouleert dat snel. Daar wordt niet een heel nieuwe kaart
uitgebracht, maar worden gewoon de seizoensproducten
omgewisseld. Dat gebeurt redelijk flexibel. Bij de Pilsbar
kijken we elk kwartaal wat heeft gewerkt en wat de
signature dishes zijn die we houden.” Daarbij zet hij ook
AI in: “Als we de dag starten vraagt mijn kassasysteem
hoeveel sterren ik denk dat de dag heeft en wat voor weer
het wordt. Daarna vraagt hij weer hoe de dag is geweest?
Op basis van die informatie zie je bijvoorbeeld dat product
A bij slecht weer populairder is en bij mooi weer juist niet.
Dat is voor mijn chef-kok bij Frère goed om te weten,
omdat er bloed, zweet en tranen in zo’n gerecht zitten. Na
twee maanden weet hij dan of hij weer een ander gerecht
in die stijl of richting kan ontwerpen.”
10 &GO magazine
Rob van Ginneken
׉	 7cassandra://Zd_I8USbfjIxsw9Xn0h6deF86B9eySZc9Gt6vbSzy8Y/?` i^ԅ2n͞K׉E
y“Als er iets is,
staan ze meteen
voor je klaar”
DOOR: HENK POKER
Toen R.J.B. Boekhouding & Consultancy op zoek ging naar een
nieuw softwarepakket, kwam eigenaar Rinse Bos toevallig op
het spoor van MoneyMonk. Hij besloot contact op te nemen en
inmiddels draait ruim 75% van de boekhouding op MoneyMonk.
Tot volle tevredenheid, benadrukt Bos.
R.J.B. Boekhouding & Consultancy is
een relatief jong kantoor, het startte
in 2018 en is een echt familiebedrijf.
Klanten bevinden zich in het hele land
en zijn afkomstig uit allerlei sectoren.
“De eerste klant destijds was mijn
schoonvader, de tweede mijn zwager,”
kijkt Bos met een glimlach terug.
“We zijn daarna heel consistent
gegroeid. Met name ondernemers
met ambitie vinden wij fijne klanten.
En dan heb ik het niet alleen over
klanten die willen groeien, maar ook
die goed zijn in wat ze doen. Wij willen
hen zo goed mogelijk ondersteunen,
zodat zij weinig tijd kwijt zijn aan hun
administratie en de focus op hun
werk kunnen leggen.”
Het softwarepakket van MoneyMonk
helpt daarbij, is de overtuiging van
Bos. “We zaten bij een softwareleverancier
die meer oog had voor
innovatie dan voor haar klanten. Dat
ging me tegenstaan. Er waren ook
te veel storingen in dit pakket, die in
mijn ogen niet snel genoeg werden
opgelost.”
GERUISLOOS
De overgang naar MoneyMonk verliep
geruisloos, geeft hij aan. “Ik heb
daarbij de hulp van de mensen van
MoneyMonk gevraagd en hoewel
ze dat tot dan toe niet gewend
waren, omdat ze nog niet eerder zo’n
verzoek hadden gehad, was dit geen
enkel probleem. Het is inmiddels
als een nieuwe overstapservice in
de dienstverlening van MoneyMonk
geïmplementeerd.”
Spijt van de overstap heeft Bos dan
ook geenszins. “Als er iets is, staan ze
meteen voor je klaar, ook als dat op
een zaterdag is. Daarnaast zit ik met
andere boekhouders die klant zijn bij
MoneyMonk in een WhatsApp-groep.
Ideeën die daarin naar voren worden
gebracht, worden serieus opgepakt
door het bedrijf. Op die manier voel
je je actief betrokken bij bepaalde
ontwikkelingen.”
SAMENWERKING
Dat MoneyMonk net even een
stapje sneller wil lopen voor haar
klanten, blijkt ook uit het feit dat de
softwareleverancier klanten werft
voor boekhouders. Dat gaat via de
eigen website en de website van
partners. “En dat heeft mij al een
aantal nieuwe klanten opgeleverd,”
geeft Bos aan.
Kortom, we zitten tegenover een
boekhouder die tevreden is met
MoneyMonk. “Natuurlijk is er wel
eens een storing, dat heb je overal,
maar het gaat er dan om hoe je
dat vervolgens oplost. Dat pakken
ze altijd serieus op bij MoneyMonk
en dat laat volgens mij perfect hun
commitment zien.”
moneymonk.nl
NOAB.NL 11
ADVERTORI
i^ԅ2n͞Li^ԅ2n͞KבCט   u׉׉	 7cassandra://HmpU9s4I-n3WYx4lHdPeOmCVK1gyCq4H8hXE7Daq5q0 ``w׉	 7cassandra://lWy5vXvIRHll7VyFtKX-VR85Nh0J-leJ5uQCQQbaQ9QͲ`׉	 7cassandra://89-uzt4jwu-EZ2lbefoilp7ZWP5ijippISY44tgA8fU5` i_ԅ2n͞憑נi_ԅ2n͞抁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E	De weg naar
gezonde autonomie
DOOR: HANS PIETERS
Nog maar één op de vijf medewerkers voelt zich verbonden met de eigen organisatie.
De oplossing: minder hiërarchie, minder regels en meer ruimte voor eigen initiatieven.
“Het is tijd om organisaties weer vanuit mensen te bouwen, waarbij kleine teams meer
ruimte krijgen om zelf besluiten te nemen,” stelt Leon Schaepkens, auteur van Goodbye
Human Resources - Welcome Human Purpose.
“Veel klassiek ingerichte organisaties en HR-afdelingen
zijn gericht op human resources en targets. Mensen
worden geselecteerd op taken en competenties, niet
op hun bijdrage aan de groep.” Schaepkens bepleit een
terugkeer naar human purpose, waarbij teams in staat
worden gesteld om zelf na te denken over besluiten
en zelf te reflecteren op de eigen normen en gedrag.
“Waarbij je van functies en taken de stap zet naar rollen en
verantwoordelijkheid nemen binnen zelfstandige teams.
Ook omdat de dingen in het werk zo snel veranderen.
Bijvoorbeeld nu door AI.”
AANGELEERDE HULPELOOSHEID
“De grote angst die bedrijven en ondernemers tegenhoudt
om de hiërarchie los te laten, is dat ‘de pleuris uitbreekt’
als je mensen de ruimte geeft. Dat ís ook zo,” luidt een
verrassende observatie van Schaepkens. “Bij presentaties
krijgt ik vaak als reactie: ‘Medewerkers kunnen meer
autonomie niet aan’ en ‘Te veel vrijheid leidt tot chaos’.
Dan reageer ik plagerig: ‘Dat zijn we zelf schuld’. We
behandelen volwassen medewerkers als kleine kinderen.
Daarmee ontstaat aangeleerde hulpeloosheid, omdat ze
zich daarnaar gaan gedragen. Te veel regels, controledrang
en eindeloos vergaderen ondermijnen onze intrinsieke
motivatie.”
“TE VEEL REGELS, CONTROLEDRANG
EN EINDELOOS
VERGADEREN ONDERMIJNEN
ONZE INTRINSIEKE MOTIVATIE”
12 &GO magazine
In zijn boek noemt hij de drie elementen die leiden tot
succesvolle zelfsturende teams: betekenisvolle verbinding
(“wij”), gezonde autonomie (“ik”) en rechtvaardigheid.
Hij vertelt over zijn ontmoetingen met Charles Vinke
van Twente Milieu. “Hij zei: ‘Ik heb 200 uur met mijn
leidinggevenden en stafleden intensieve gesprekken
gevoerd die telkens uitmondden in dezelfde kernvraag: wat
is voor jou belangrijk? Welke basisbehoefte staat voor jou
op één, welke op twee, welke op drie – en wat betekent
׉	 7cassandra://89-uzt4jwu-EZ2lbefoilp7ZWP5ijippISY44tgA8fU5` i^ԅ2n͞M׉E:dat concreet in je dagelijkse keuzes?’. Alle deelnemers
zetten daarna een symbolische handtekening: een
bewuste afspraak met zichzelf én met hun collega’s hoe
ze in de wedstrijd zitten.” Schaepkens: “Dat is hoe simpel
je het kunt maken. Maar het gaat niet vanzelf. Zelfsturing
gaat over resultaat, over innovatie. Een voorwaarde voor
succes is dat je duidelijke spelregels hebt. Het werkt alleen
als er duidelijke afspraken zijn over de besluitvorming,
conflicthantering en verantwoordelijkheid. Zonder duidelijke
kaders mislukken initiatieven vaak. Niet omdat het concept
niet deugt, maar omdat de implementatie onvolledig is.
Je moet wel afspreken hoe je besluiten neemt, welke
beslissingen je kunt nemen.”
PROCES VAN TWEE À DRIE JAAR
“Een gezonde basis waarop gezonde autonomie kan
bloeien – het creëren van psychologische veiligheid,
verbinding en duidelijke grenzen – vergt een proces van
twee à drie jaar. Pas dan voelen medewerkers zich veilig
genoeg om zelf initiatieven te nemen.” Schaepkens vertelt
hoe het team van chauffeurs van Twente Milieu heeft
bedacht hoe ze de vrachtwagens efficiënter kunnen laten
rijden, waardoor ze nu met een vrachtauto minder hetzelfde
werk doen. “Het zijn gewoon menselijk behoeften waarop
je moet inspelen. Als je dat slim doet, krijg je er veel voor
terug. En ja, dat is altijd spannend. Het wil niet zeggen dat
je er niks voor hoeft te doen en het allemaal makkelijk gaat.
Het is keihard werken, maar je kunt beter hard werken mét
mensen dan zonder mensen, zeg ik altijd.” Hij haalt een
citaat van Jung aan: ‘A man can not [endure/bear] without
a [sense of] meaning. So a man without a meaningful life is
no man’. “Zonder betekenis werkt niks.”
LEIDERSCHAP DELEN
Voor ondernemers is het een grote stap om de
autonomie en het leiderschap te delen, ziet hij. “Een van
de grondleggers van zelfsturende organisaties is Ricardo
Semler van de Braziliaanse multinational Semco. Hij
kwam terug van een burn-out en dacht: ‘die controledrift
van mij moet stoppen. Ik ga kleine teams maken en die
NOAB.NL
13
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞Ni^ԅ2n͞MבCט   u׉׉	 7cassandra://nmq9j5O5vjEmMhxj_Laqe4p35xF52SckQkQyLXtvyNM a``w׉	 7cassandra://wOMJBhQGqFlxWZ6lixE3sd-tbz9rYWPGBg8sboUEiQc͠`׉	 7cassandra://2tj49sTyjGBO1_gDnhB6MhGQCYepr_GlEc9scJkPwWs6` i_ԅ2n͞拓נi_ԅ2n͞搁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈנi_ԅ2n͞揁 ̘9ׁHhttp://www.marree-cs.nlׁׁЈנi_ԅ2n͞掁 ҁ̛9ׁHmailto:info@marree-cs.nlׁׁЈ׉E“JE KUNT JE BETER ONZEKER VOELEN EN GEBRUIKMAKEN
VAN DE GROOTSTE KRACHT VAN DE MENS, SAMENWERKING,
DAN DAT JE DOORSLAAT IN CONTROLEDRIFT”
krijgen veel verantwoordelijkheid. En ik schrap in het
aantal managers’. Je moet jezelf een beetje leren kennen,
om te zeggen: ‘ik heb behoefte aan controle’, of wat het
ook mag zijn. Om vervolgens in te zien: ‘Daar schiet ik
niks mee op en belemmer ik mijn bedrijf mee’. Dat is het
klassieke gevoel bij veel mkb-ondernemers, dat je alles
zelf wil doen, weet hij uit eigen ervaring. “Ik heb een bedrijf
gehad, waarvoor ik om te groeien één miljoen euro bij de
bank moest lenen. Als mensen dingen wilden, dacht ik: ‘ik
moet straks de bank aflossen, jullie niet’. De vraag is dan,
durf je met je eigen onzekerheid en behoefte aan controle
toch je leiderschap los te laten? Mijn ervaring achteraf
is dat dat beter werkt. Je voelt je net zo onzeker, maar
je kunt je beter onzeker voelen en gebruikmaken van de
grootste kracht van de mens, samenwerking, dan dat je
doorslaat in controledrift. Ik denk dat Ricardo Semler dat
ook zo heeft ervaren.” Hij vervolgt: “Het is een kunst om,
hoe groter je wordt, het toch klein te blijven organiseren.”
Als ultiem voorbeeld noemt hij Richting BV, een
arbodienstverlener met 165 medewerkers die succesvol
opereert, zonder managementlaag.
LEESTIP:
Leon Schaepkens,
Goodbye Human
Resources – Welcome
Human Purpose. 120 p.
Socrates uitgeverij, 2025.
14 &GO magazine
׉	 7cassandra://2tj49sTyjGBO1_gDnhB6MhGQCYepr_GlEc9scJkPwWs6` i^ԅ2n͞O׉E2NOAB adviesgroep voor leden
NOAB heeft een betrouwbaar netwerk van specialisten opgebouwd
om op terug te vallen zodra extra specialistische kennis nodig is.
Voor meer informatie:
Fiscaal-juridisch
Marree & van Uunen Belastingadviseurs
T: 013 - 5 773 481
E: info@marree-cs.nl
W: www.marree-cs.nl
NOAB.NL
15
i^ԅ2n͞Pi^ԅ2n͞OבCט   u׉׉	 7cassandra://5onmEfhj0bNb7I_YCuMGdRinguWgolNBDWmQ53MH9bI 
``w׉	 7cassandra://W7xPYz38ICQ1zwaitg-Z5QdPi-xFoKWc13pvknJp5ckʹ`׉	 7cassandra://vcKkUKLnCayxhC6ezjkDE66ZNmQ5G01nbIBN6QvehQg4` i`ԅ2n͞摒נi`ԅ2n͞攁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈנi`ԅ2n͞擁 /9ׁH 4http://noab.nl/beroepsaansprakelijkheidsverzekering.ׁׁЈ׉E	{Het belang van een BAV:
Bescherming voor
jezelf, vertrouwen voor
je opdrachtgever
DOOR: EVELINE AAN DE WWIEL
Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) staat bij veel administratie- en
advieskantoren niet bovenaan de prioriteitenlijst. Toch kan een kleine fout grote
financiële gevolgen hebben. Casper Bijleveld, verzekeringsspecialist bij Covermij, ziet
twee duidelijke redenen om er wél bij stil te staan: “Eén is bescherming voor jezelf,
tegen beroepsfouten. En twee: vertrouwen bij de opdrachtgever.”
Volgens Bijleveld begint het belang van een BAV bij
bescherming van het kantoor zelf. Niet omdat kantoren
hun werk niet serieus nemen, maar juist omdat fouten
nooit helemaal zijn uit te sluiten. Die fouten hoeven
niet groot of opzichtig te zijn. Vaak gaat het om details,
interpretatieverschillen of nieuwe regelgeving. “Het
overkomt je niet omdat je slordig werkt,” benadrukt
Bijleveld, “maar omdat het vak ingewikkeld is.” En juist dan
kan de financiële impact aanzienlijk zijn.
VERTROUWEN
Naast bescherming voor het kantoor zelf speelt vertrouwen
richting de opdrachtgever een belangrijke rol. Een BAV laat
volgens Bijleveld zien dat een kantoor realistisch omgaat
met risico’s. Het maakt duidelijk dat een kantoor erkent dat
fouten kunnen voorkomen en daar verantwoordelijkheid
voor neemt. “Als je weet dat er ergens wat mis kan gaan,
dan getuigt het van realisme dat je zegt: als er iets misgaat,
dan hebben we een vangnet.”
16 &GO magazine
In de praktijk ziet Bijleveld dat veel kantoren wel weten
dát ze verzekerd zijn, maar niet precies hoe. “Je bent
druk bezig om je klanten goed advies te geven. Een
verzekering is iets wat er vaak bij komt, ergens onder op
de stapel.” Daarmee kan al snel de aanname ontstaan
dat alles automatisch verzekerd is. Maar niet alle
schade is verzekerd, en er is niet altijd sprake van een
aansprakelijkheidschade.
Een aansprakelijkheidschade begint altijd met een
aansprakelijkstelling: er is een opdrachtgever die het
kantoor aansprakelijk stelt voor schade die het kantoor
veroorzaakt zou kunnen hebben. Ook wordt de BAV
regelmatig verward met een rechtsbijstandsverzekering.
“Bijvoorbeeld bij een onbetaalde factuur. Maar dat is niet
iets wat zomaar verzekerd is op de beroepspolis, want
er is geen aansprakelijkheid. Het kantoor heeft geen fout
gemaakt.” Een andere belangrijke misvatting heeft te
maken met de werkzaamheden zelf. “Niet alle
׉	 7cassandra://vcKkUKLnCayxhC6ezjkDE66ZNmQ5G01nbIBN6QvehQg4` i^ԅ2n͞Q׉Ez“HET OVERKOMT JE
NIET OMDAT JE SLORDIG
WERKT, MAAR OMDAT HET
VAK INGEWIKKELD IS”
werkzaamheden zijn zomaar verzekerd,” benadrukt
Bijleveld. Een belangrijk element van een BAV is de
hoedanigheidsomschrijving. Zodra werkzaamheden breder
worden dan administratie, salarisverwerking en fiscaal
advies, is oplettendheid nodig. “Dan moet je goed kijken:
zijn mijn bijzondere activiteiten ook verzekerd, of kan ik ze
aanvullend meeverzekeren?”
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Volgens Bijleveld komen claims bij kantoren vaker voor
dan veel mensen denken. Een veelgezien voorbeeld is
een boeterente van de Belastingdienst. “Dat kan door een
systeemfout zijn, of doordat iemand aangifte zou doen en
het niet tijdig heeft gedaan.” Daarnaast ziet hij dat kantoren
steeds afhankelijker worden van digitale systemen. Die
digitalisering brengt nieuwe risico’s met zich mee. Dit
vraagt om alertheid en passende dekking.
Ook ziet Bijleveld regelmatig schade ontstaan bij
werkzaamheden met een juridisch tintje. “Het toepassen
van een standaardcontract is vaak wel verzekerd,” zegt hij.
“Maar als je eraan gaat zitten sleutelen en artikelen gaat
toevoegen, dan is dat echt werk wat voorbehouden is aan
de jurist.” Kantoren denken soms dat dat nog wel kan, maar
juist daar kan het misgaan.Daarnaast noemt hij advies
rondom fusies en overnames als risicovol gebied. “Advies
bij fusies en overnames is niet standaard verzekerd. Het
kan wel aanvullend bijverzekerd zijn.” In de praktijk lopen
reguliere werkzaamheden en specialistisch advies soms in
elkaar over.
De impact van een claim gaat volgens Bijleveld verder dan
het financiële aspect. “Vooral bij kleinere kantoren die er
nog nooit eerder mee te maken hebben gehad, zie je vaak
dat het echt binnenkomt. Tot slapeloze nachten aan toe.”
Een aansprakelijkstelling komt meestal onverwacht en is
vaak juridisch stevig geformuleerd. “Dat valt dan wel vrij
zwaar op je dak.”
Daarna volgt een intensief proces. “Mailtjes terugzoeken,
gespreksverslagen: wat hebben we precies afgesproken?”
Dat kost veel tijd en energie. Juist dan is het prettig
dat een verzekeraar meekijkt. “Dan wil je dat er een
schadebehandelaar bij zit die ervaring heeft met
administratieve processen en de juridische invalshoek.” Dat
helpt om de situatie behapbaar te maken.
PROFESSIONELE BASIS
Volgens Bijleveld draait het gesprek over
beroepsaansprakelijkheid uiteindelijk niet om angst of
wantrouwen, maar om professioneel handelen. Een BAV
is geen teken dat je verwacht dat het misgaat, maar dat je
erkent dat het kán gebeuren.
Als er tussentijds iets wijzigt bij je onderneming, dan moet
je dat doorgeven. Die wijzigingen zitten vaak in praktische
ontwikkelingen: een verandering van ondernemingsvorm,
het uitbreiden van werkzaamheden of het oppakken
van nieuwe adviesgebieden. Juist omdat verzekeringen
zelden prioriteit hebben, worden dit soort wijzigingen
gemakkelijk over het hoofd gezien. Voor administratie- en
advieskantoren hoort dat bij zorgvuldig ondernemerschap:
weten wat je doet, waar je grenzen liggen en hoe risico’s
zijn afgedekt. “Dan weet je waar je aan toe bent,” zegt
Bijleveld. “Dat geeft rust.”
Voor NOAB-leden is een BAV een basisvoorwaarde voor
het lidmaatschap. Via de collectieve regeling is deze
verzekering afgestemd op de werkzaamheden en risico’s
van administratie- en advieskantoren. Meer informatie:
noab.nl/beroepsaansprakelijkheidsverzekering.
NOAB.NL
17
ADVIES
i^ԅ2n͞Ri^ԅ2n͞QבCט   u׉׉	 7cassandra://KXFigeDIXkc757yUOrNUQJZkUZBOpbbyZho5z4Fs9rk ``w׉	 7cassandra://ZJBfgnliqFO2HvX4OMXFX2Q6Y91d61Ht69mcY6cf4aQʹ`׉	 7cassandra://gHf4b4f1GJaQfD6-OhQJFHczuYDAkJP2tPIXMOJp0Os5I` i`ԅ2n͞敓נi`ԅ2n͞晁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈנi`ԅ2n͞昁 O9ׁHhttp://www.nctv.nlׁׁЈנi`ԅ2n͞旁 P9ׁHhttp://www.ncsc.nlׁׁЈ׉EGa nu al aan de slag met de
Cyberbeveiligingswet
DOOR: HENK POKER
Naar verwachting treedt in het tweede kwartaal van 2026 de Nederlandse
Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. Met deze nieuwe wet wil de overheid de digitale
weerbaarheid van organisaties in bepaalde sectoren versterken. Alle reden er nu al op
voor te sorteren.
In een wereld waarin we steeds afhankelijker worden
van digitale systemen en technologie, denk aan internet,
cloudopslag, digitale infrastructuur en geautomatiseerde
processen, is het van belang om deze systemen zo
goed mogelijk te beschermen. Cybercriminaliteit en
digitale spionage kosten ons land elk jaar minimaal tien
miljard euro. De nieuwe wet brengt onder andere een
zorgplicht-, meld- en registratieplicht met zich mee. De
overheid adviseert bedrijven en organisaties nu al met
de voorbereidingen te beginnen. Denk bijvoorbeeld aan
het uitvoeren van een risicoanalyse, waarvoor de eisen
aanzienlijk zijn.
18 &GO magazine
WEERBAARDER MAKEN
De Cyberbeveiligingswet volgt de huidige Wet beveiliging
netwerk- en informatiesystemen (Wbni) op. De wet
komt voort uit de implementatie van de Europese NIS2richtlijn
en is van belang om de samenleving weerbaarder
te maken tegen cyberaanvallen. Daardoor moet het
vertrouwen in digitale diensten toenemen en moet
economische schade en maatschappelijke ontwrichting
zoveel mogelijk worden voorkomen. Bedrijven en
organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen,
verzorgen diensten die cruciaal en belangrijk zijn voor
het goed functioneren van de maatschappij. Denk aan
׉	 7cassandra://gHf4b4f1GJaQfD6-OhQJFHczuYDAkJP2tPIXMOJp0Os5I` i^ԅ2n͞S׉EQde energiesector, vervoer, bankwezen, drinkwater, digitale
infrastructuur, beheer van ICT-diensten, ruimtevaart,
infrastructuur financiële markt, gezondheidszorg,
afvalwater en overheid. Ook mkb-bedrijven die essentieel
zijn en meer dan vijftig werknemers of meer dan
tien miljoen euro omzet hebben, moeten vanaf de
inwerkingtreding van de nieuwe wet aan alle eisen voldoen.
Daarnaast kunnen ook kleinere mkb-bedrijven met de
wet te maken krijgen, wanneer zij bijvoorbeeld grotere
klanten bedienen die vanuit de NIS2-richtlijn verplicht zijn
hun ketenbeveiliging te controleren. Organisaties zijn zelf
verantwoordelijk om te bepalen of zij onder de wet vallen.
NIET AFWACHTEN
“De Rijksoverheid dringt aan op actie en adviseert
organisaties om niet af te wachten totdat de Cyberbeveiligingswet
in werking treedt,” zegt een woordvoerder
van het ministerie van Justitie en Veiligheid. “Om te bepalen
of een organisatie onder de wet valt, is een zelfevaluatietool
ontwikkeld. Daarmee kunnen organisaties een eerste
beoordeling uitvoeren waarmee ze kunnen zien of ze onder
de nieuwe Cyberbeveiligingswet vallen en hoe ze worden
gekwalificeerd: essentieel of belangrijk.” De zelfevaluatietool
is te vinden op: www.ncsc.nl of www.nctv.nl.
Zoals aangegeven krijgen organisaties die onder de
Cyberbeveiligingswet vallen onder andere te maken met
een registratieplicht, een zorgplicht en een meldplicht. In de
praktijk betekent dit dat organisaties verplicht zijn gegevens
te registreren in het zogenoemde entiteitenregister.
Daarnaast moeten organisaties passende en evenredige
technische, operationele en organisatorische maatregelen
nemen om de risico’s voor de beveiliging van netwerk- en
informatiesystemen te beheersen. Maatregelen zijn onder
andere het ontwikkelen van beleid voor het uitvoeren van
een risicoanalyse en beveiliging van de toeleveringsketen.
Maar ook beveiligingsaspecten ten aanzien van personeel,
toegangsbeleid en beheer van assets.
Ten aanzien van de meldplicht van significante incidenten,
dienen essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten dit
te melden aan het Computer Security Incident Response
Team en de toezichthouder. Een incident wordt als
significant gezien wanneer het bijvoorbeeld leidt tot een
ernstige verstoring van de diensten of financiële verliezen
voor de organisatie veroorzaakt. Of dat het andere
entiteiten raakt, waardoor het aanzienlijke materiële of
immateriële schade veroorzaakt.
SNEL EN EFFICIËNT REAGEREN
Bedrijven en organisaties staan er bij een cybercalamiteit
niet alleen voor. Zij kunnen een beroep doen op het
Computer Security Incident Response Team, dat als
hoofddoel heeft om snel en efficiënt te reageren op
cyberincidenten, deze adequaat af te handelen en de
schade te minimaliseren.
Hoewel de Cyberbeveiligingswet nog in voorbereiding is,
is het van belang om nu al stappen te zetten. “Wij adviseren
om in kaart te brengen of uw organisatie onder de
nieuwe Cyberbeveiligingswet valt,” geeft de woordvoerder
aan. “Daarnaast kunnen bedrijven en organisaties hun
cybersecuritymaatregelen beoordelen en eventueel
verbeterpunten identificeren. Verder moet een organisatie
die onder de Cyberbeveiligingswet valt zich registreren
in het entiteitenregister. En tenslotte kunnen bedrijven en
organisaties al aan de slag met tien zorgmaatregelen, die
door de wet worden voorgeschreven. Kortom, start op tijd
met een grondige risicoanalyse, om de maatregelen en
vervolgstappen goed in kaart te kunnen brengen. Meer
informatie is te vinden op de website van het NCSC.”
NEEM NU AL ACTIE
Je kunt de NIS2 Zelfevaluatietool van het Nationaal
Cyber Security Centrum (NCSC) gebruiken om
te bepalen of de wet direct op jouw bedrijf van
toepassing is. Voor mkb-specifieke hulp bieden
MKB-Nederland en het initiatief Samen Digitaal
Veilig praktische handvatten.
Ook NOAB loopt vooruit op de
Cyberbeveiligingswet en biedt een
e-learningcursus Cybersecurity op kantoor aan
(kijk op NOAB Academy).
Valt je bedrijf of organisatie niet onder de
Cyberbeveiligingswet, dan is het toch raadzaam
om te werken aan digitale weerbaarheid, zo
adviseert het ministerie van Justitie en Veiligheid.
NOAB.NL
19
ICT & INNOVATIE
i^ԅ2n͞Ti^ԅ2n͞SבCט   u׉׉	 7cassandra://o7RgDGFmE0wlZNAYlsZr1JHDzLDeulZwb6l21pldYrE 6``w׉	 7cassandra://yvtE6QGGiKwov3_0OKEjhdUIizGdGW3n9XYpPZdQmuUͻ`׉	 7cassandra://VPqvZAU5jCr-7Nj9GQUBluIFGpVszckrVEPgq-80LgM5` i`ԅ2n͞׉EDe ondraaglijke lichtheid
van plotselinge rijkdom
DOOR: HANS PIETERS
Vermogensbeheerders Laurence Dubois en Han Dieperink hebben voor Nederlandse
topsporters een toegankelijk boekje geschreven, De sportieve vermogensstrategie.
Je financiële weg naar de overwinning, met handvatten hoe je omgaat met plotselinge
rijkdom. Dat is vaak een hele worsteling, die bekendstaat als het ‘Sudden Wealth
Syndrome’.
Laurence Dubois en Han Dieperink van vermogensbeheerder
Auréus hebben sporters, dj’s en influencers als
klant. Waar je als gemiddelde Nederlander tot je 67ste kan
doorwerken aan je carrière, heb je als topsporter een korte
(vermogens)piek waarin je je toekomst moet veiligstellen.
“Een topsportcarrière heeft twee uitzonderlijke kenmerken:
als je succesvol bent, beschik je van het ene op het andere
moment over meer geld dan waarvan je ooit hebt durven
dromen. En net zo onverwacht kan je carrière tot een einde
komen. Het vraagt van ons om een holistische benadering
die verder gaat dan traditioneel vermogensbeheer,” vertellen
Dubois en Dieperink. “Het uiteindelijke doel is de cliënt
volledig te ontzorgen en voor te bereiden op de toekomst,
inclusief de periode ná de actieve carrière.”
AANDACHT VOOR DE PSYCHOLOGISCHE IMPACT
Niet iedereen kan de weelde van plotselinge rijkdom
dragen. Mensen die plotseling rijk zijn hebben een grotere
kans hun vermogen te verliezen en failliet te gaan dan de
gemiddelde burger. De verhalen van succesvolle voetballers
die in korte tijd hun geld verspeelden aan een luxe
levensstijl of verkeerde investering zijn talrijk. Een beeldend
voorbeeld is oud-profvoetballer Andy van der Meijde, die in
zijn jaren bij Inter Milan een mini-dierentuin aanlegde. In het
boek staan ook waarschuwende voorbeelden van sporters
20 &GO magazine
die het slachtoffer zijn van slechte adviezen.
De term ‘Sudden Wealth Syndrome’ is geïntroduceerd door
vermogenspsycholoog Stephen Goldbart. Hij constateerde
dat onder zijn klanten die plotsklaps extreem vermogend
waren vaak sprake was van stress, angst en depressie.
De emotie neemt de lead, waarbij de ratio het aflegt. Het
leidt tot impulsieve besluiten die vaker verkeerd dan goed
uitpakken. De problematiek is hoogst relevant aan de
vooravond van de ‘Great Wealth Transfer’ van de oudere
naar jongere generaties, stellen Dieperink en Dubois.
Het inzicht van Goldbart heeft de kijk op
vermogensbegeleiding fundamenteel veranderd,
vertellen beide vermogensbeheerders. De kern van goede
begeleiding komt erop neer dat er naast de financiële kant
ook voldoende tijd en aandacht is voor de psychologische
impact. “Al dat geld dat je opeens hebt, heeft aanzienlijke
sociale en psychologische neveneffecten,” vertelt
Dieperink. “Opeens krijg je een andere relatie met je
vrienden en je familie. Het zorgt voor een psychologische
worsteling met je identiteit en je plek in de maatschappij.
Het is aan ons om iemand te begeleiden bij de
emotionele, psychologische en gedragsmatige problemen
die kunnen ontstaan als je plotseling een aanzienlijk
vermogen verwerft.”
׉	 7cassandra://VPqvZAU5jCr-7Nj9GQUBluIFGpVszckrVEPgq-80LgM5` i^ԅ2n͞U׉E“AL DAT GELD DAT JE OPEENS HEBT, HEEFT AANZIENLIJKE
SOCIALE EN PSYCHOLOGISCHE NEVENEFFECTEN”
TIJD NA DE TOPSPORT
“De huidige generatie topsporters beschikt over veel
grotere vermogens, maar heeft vaak veel minder
financiële kennis, wat leidt tot een gevaarlijke onbalans,”
stelt Dubois. “Een voetballer in de Premier League start
met een salaris van minimaal 1 miljoen euro. Dat zorgt
voor een identiteitscrisis die verlammend kan werken.”
De begeleiding van Dieperink en Dubois begint bij
zelfontdekking. “Je moet eerst jezelf ontdekken. Wie
ben ik als topsporter? Je moet een richting aan je leven
geven en ook nadenken over de tijd na de sport. Wat maar
weinigen doen, want je bent dag en nacht bezig met je
sportcarrière.” Wat ook meespeelt is de veranderende tijd.
“Vroeger ging een voetballer naar de bank en had hij een
of twee keer per jaar contact met z’n accountmanager om
over zijn financiën te praten. Nu, met alle apps, heb je een
veel directere benadering. De verleiding is ook veel groter,
met crypto’s, meme stocks en de verhalen van influencers.
Het is veel makkelijker om zelf in de markt actief te zijn.
Het is bijna vragen om ongelukken.”
Om complexe financiële concepten toegankelijker te
maken, gebruiken Dieperink en Dubois de metafoor van
het voetbalveld. “De verdediging staat voor defensieve
beleggingen (obligaties), het middenveld voor de
rendementsmotor en de aanvallers en spitsen voor
de meer risicovolle beleggingen die de markt moeten
verslaan. Het helpt onze cliënten om de noodzaak van
spreiding te begrijpen. Cruciaal is ook het besef dat je
met verlies moet leren omgaan, net als in de sport. Een
verlies is pas echt een verlies als je er niks van leert,” aldus
Dieperink.
DISCIPLINE, PLANNING, DOORZETTINGSVERMOGEN
In het voorwoord van hun boek De sportieve
vermogensstrategie. Je financiële weg naar de
overwinning schrijft oud-spits Klaas-Jan Huntelaar over
de harde realiteit van topsport: ‘Een blessure wordt een
kans om mentaal sterker te worden. Een nederlaag wordt
brandstof voor de volgende overwinning.’
Om te concluderen: ‘Hier ligt ook de kracht van de
topsporter: het vermogen om iets negatiefs in iets positiefs
om te zetten.’ De sportmetafoor is ook van toepassing op
de principes van de sportieve vermogensstrategie. Deze is
gebaseerd op discipline, planning, doorzettingsvermogen
en de bereidheid om expert-advies te zoeken voor je
financiële gezondheid.
Sommige lessen hebben universele waarde: “De
belangrijkste pijler van vermogensgroei is het rente-op-renteeffect,
door Einstein het achtste wereldwonder genoemd,”
vertelt Dubois. “Hoe eerder je begint met beleggen, hoe
krachtiger dit effect. Een veelgemaakte fout, met name in
pensioenbeleggen, is een te conservatieve aanpak uit angst
voor risico’s. Dat gaat ten koste van het rendement. Zelfs
op latere leeftijd, rond je 65ste, is het onverstandig om alles
defensief te beleggen, omdat de beleggingshorizon vaak
nog decennia beslaat,” luidt haar advies.
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞Vi^ԅ2n͞UבCט   u׉׉	 7cassandra://nG8Wimk7EtyJRSWqVcjTdKy406hpN3VRbqhY-tdsAwo l``w׉	 7cassandra://mOJPVsnB1v73Pd12D-zGZzTpwe8H3G9eev6WGz5jtT8G`׉	 7cassandra://NaahRj3_7AzknLMyTf8y9Nw_lW-rNHW2R7hvTb-7gcMD` i`ԅ2n͞朑נiaԅ2n͞栁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E“Duurzaam is in alle opzichten
de voor de hand liggende keuze”
DOOR: HANS PIETERS
“WE HEBBEN EEN TWEE KEER ZO’N
GROTE ECONOMIE, MET MILJOENEN
EXTRA NEDERLANDERS, MET NOG
MAAR DE HELFT VAN DE UITSTOOT”
Over minder dan
tien jaar is duurzaam
en groen gewoon een
(bedrijfs)economische
noodzaak, is de overtuiging
van Olof van der Gaag, voorzitt
van de Nederlandse Vereniging
Duurzame Energie (NVDE). “De
energietransitie wordt steeds
meer gedreven door economische
wetmatigheden. En dat is goed nieuws.”
22 &GO magazine
׉	 7cassandra://NaahRj3_7AzknLMyTf8y9Nw_lW-rNHW2R7hvTb-7gcMD` i^ԅ2n͞W׉E“IN TIEN JAAR TIJD IS HET AANDEEL DUURZAME
ENERGIE IN NEDERLAND VERVIERVOUDIGD.
DAT IS BEST WEL BAANBREKEND, ALS JE NAGAAT
HOEVEEL ENERGIE NEDERLAND GEBRUIKT”
Hij staaft zijn stelling met argumenten. “De belangrijkste
reden is dat de technologie systematisch beter en
goedkoper wordt. Dus binnen tien jaar heeft een deel van
de verduurzaming helemaal niet meer met duurzaamheid
en klimaat te maken, maar is het gewoon economie
geworden. Dan heb je het hele klimaatargument en dus
ook klimaatbeleid niet meer nodig om te versnellen.
Mijn verwachting is eigenlijk dat er steeds meer andere
drijfveren voor de energietransitie zijn die voor een
vooruitgang zorgen. Het kantelpunt dat elektrisch vervoer
goedkoper is dan bijvoorbeeld een dieselvrachtauto
verwacht ik binnen vier jaar. Dan gaat de markt vanzelf die
kant op.”
Een ondersteuning van zijn verhaal is de vergelijking van
de autokosten door de ANWB van drie modellen van de
KIA Niro, afgelopen december. Uit de berekening zijn de
totale autokosten per kilometer van de elektrische versie
het laagst, ondanks de hogere afschrijving. Met eigen
zonnepanelen en een dynamisch energiecontract is het
voordeel nog groter. Hij noemt zelf een ander voorbeeld:
“Er zijn vorig jaar ruim 80.000 thuisbatterijen verkocht.
Terwijl daar geen enkele subsidieregeling voor bestaat.”
ter
”
TIEN JAAR ENERGIEOPTIMISME
De NVDE bestaat dit jaar precies tien jaar. Het wordt
gevierd met de jubileumvideo ’10 jaar energieoptimisme’.
Van der Gaag: “Om meteen één van de mooie successen
te noemen: in tien jaar tijd is het aandeel duurzame
energie in Nederland verviervoudigd. Dat is best wel
baanbrekend, als je nagaat hoeveel energie Nederland
gebruikt.” Een belangrijke drijfveer voor de energietransitie
is de klimaatverandering en het terugbrengen van de
CO2-uitstoot. “Die is ten opzichte van1990 gehalveerd
in Nederland, terwijl de economie in diezelfde tijd is
verdubbeld. We hebben dus een twee keer zo’n grote
economie, met miljoenen extra Nederlanders, met nog
maar de helft van de uitstoot. Uiteraard betekent dat niet
dat we klaar zijn, maar toch is het gewoon een mooie
prestatie.”
“Mensen zeggen vaak over die successen dat het
laaghangend fruit was. Dat is een historische misvatting.
Achteraf gezien lijkt het makkelijk, omdat het is
gelukt. Maar tien jaar geleden was dat helemaal niet
zo vanzelfsprekend en eenvoudig. Het bouwen van
windparken op zee of de installatie van zonnepanelen
in een regenachtig land als Nederland werd helemaal
niet als laaghangend fruit gezien. Dat hebben we daar
zelf van gemaakt. Dus dat is ook mijn les: wat tien jaar
geleden heel moeilijk leek, lijkt met terugwerkende kracht
een vanzelfsprekend succes. En mijn boodschap voor
de komende tien jaar is dus dat het laaghangend fruit
helemaal niet op is. Net als bij een appelboom zal er elk
jaar nieuw laaghangend fruit groeien.”
KNELPUNTEN
Het stroomnet kan het succesverhaal van de
afgelopen tien jaar en de verdere versnelling amper
bijbenen. “De netuitbreiding moet in de fysieke
NOAB.NL
23
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞Xi^ԅ2n͞WבCט   u׉׉	 7cassandra://k1ABKNzPnQdF_1BEeYtSxsB4acp4P4DwFcCKdD3TLus ``w׉	 7cassandra://5EYiQ4O7xYJ5ruXSVUzyc1m9zQmNbvedji09kQnQRBIͦ9`׉	 7cassandra://AxghLbwJNTu4IvcBsvNjefEOG9t1OmsXFdi29Jq6eQ49` iaԅ2n͞柑נiaԅ2n͞梁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E	“HET KANTELPUNT DAT
ELEKTRISCH VERVOER
GOEDKOPER IS DAN
BIJVOORBEELD EEN
DIESELVRACHTAUTO
VERWACHT IK BINNEN VIER
JAAR. DAN GAAT DE MARKT
VANZELF DIE KANT OP”
leefomgeving tot stand worden gebracht. Daarbij
bots je op de taaie werkelijkheid van ruimtegebrek
en omgevingsprocedures. Dat is in mijn ogen de
belangrijkste oorzaak van die problemen. Het gaat
om twee wezenlijk verschillende snelheden.” Als
aardsoptimist kijkt Van der Gaag ook hier graag naar
de positieve kant. “De reden waarom ik uiteindelijk
toch optimistisch ben, is dat een probleem meestal de
moeder van de oplossing is. Doordat ondernemers aan
alle kanten vastlopen, gaan ze ook weer oplossingen
verzinnen. Er is een record geïnstalleerd aan grote
zeecontainers met batterijen voor de industrie, voor
zon- en windprojecten, bedrijventerreinen et cetera.
En die batterijen worden systematisch beter en
goedkoper.” Netbeheerders experimenteren met nieuwe,
dalurenachtige contractvormen, waarbij bedrijven
een flinke korting op hun nettarieven krijgen als ze de
spitsuren mijden.
WIN-WIN
Van der Gaag ziet nog een andere oplossing om de
netcongestie te verminderen. “Waar ik een win-win zie, is
als je bedrijven subsidie geeft, niet om gewoon stroom te
gebruiken zoals ze het altijd deden, maar om
hun stroomverbruik flexibeler te maken. Die subsidie zou je
bijvoorbeeld kunnen gebruiken voor batterijen of voor een
zogenoemde energiehub. Daarmee sla je twee vliegen in één
klap. Je maakt beter gebruik van het elektriciteitsnet. Wat
betekent dat bedrijven minder last van netcongestie hebben.
Maar ten tweede kun je als bedrijf een dalurencontract
bij de netbeheerder afsluiten. Waardoor je per omgaande
ook veel lagere kosten hebt voor je netaansluiting. En
omdat je met z’n allen efficiënter gebruikmaakt van het
elektriciteitsnet, dalen de totale netkosten ook nog eens.
Ik heb het niet tot achter de komma doorgerekend, maar
mijn inschatting is dat je daarmee uiteindelijk ongeveer een
derde van je netkosten kan besparen als bedrijf.” De NVDE
maakt deel uit van het Aansluitoffensief Netcongestie, een
samenwerking met onder meer het ministerie van Klimaat
en Groene Groei, de netbeheerders en ACM, dat ervoor
moet zorgen dat bedrijven sneller op het stroomnet kunnen
worden aangesloten. “Als we bedrijven sneller aansluiten,
kunnen zij ook sneller hun ovens op schone stroom laten
draaien of hun elektrische vrachtwagens opladen en hun
warmtepompen installeren, met schone energie van
eigen bodem.”
24 &GO magazine
׉	 7cassandra://AxghLbwJNTu4IvcBsvNjefEOG9t1OmsXFdi29Jq6eQ49` i^ԅ2n͞Y׉E #STILSTAAN
IS GEEN OPTIE
NOAB.NL
25
i^ԅ2n͞Zi^ԅ2n͞YבCט   u׉׉	 7cassandra://KSvI6DGp1KnyDTNlP90kHn-HeEx2Ijw3tQ2Vi_ZR9IE ``w׉	 7cassandra://QTf6Fgwg2ZbYDAP4B9TteY-FTrTejTet1f_bGwkiKcw͸`׉	 7cassandra://2qPnQYDSxkcUOybq9Wp-xzWSMJVO3qWru6mSVXvKUDQ7` iaԅ2n͞棑נiaԅ2n͞楁 ց9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E
De zakelijke leasefiets:
fiscaal aantrekkelijk én
toekomstbestendig
DOOR: HENK POKER
De zakelijke leasefiets is uitgegroeid tot één van de populairste secundaire
arbeidsvoorwaarden. Inmiddels rijden er in Nederland zo’n 200.000 zakelijke leasefietsen
rond en het einde van deze groei is nog lang niet in zicht. Zo blijft mobiliteit een voordelig
en belangrijk HR-instrument.
Als we kijken naar de voordelen voor zowel werkgever
als werknemer is het succes van de zakelijke leasefiets
niet zo verwonderlijk: fiscaal voordeel, ontzorging,
kostenbesparing, duurzaamheid en niet onbelangrijk: een
positieve bijdrage aan de gezondheid. Bovendien valt de
zakelijke leasefiets in principe buiten de werkkostenregeling
(WKR), wat de regeling extra aantrekkelijk maakt.
NOORDELIJKE PIONIER IN LEASEFIETSEN
De pionier op het gebied van de zakelijke leasefiets is te
vinden in Noord-Nederland. Friesland Lease zag al vroeg
het potentieel van deze vorm van mobiliteit en startte
in 2012 met het aanbieden van leasefietsen. Inmiddels
is Leasefiets uitgegroeid tot een belangrijke speler in de
zakelijke markt. “Sinds de start hebben wij veel bedrijven als
klant mogen verwelkomen, van groot tot klein. Ook zzp’ers
kiezen steeds vaker voor een leasefiets,” vertelt Mats van
der Wal, mobiliteitsexpert bij Leasefiets. “Werkgevers
zoeken naar manieren om medewerkers te binden en
te boeien. De zakelijke leasefiets is daarbij een zeer
aantrekkelijke optie.”
HOE WERKT EEN ZAKELIJKE LEASEFIETS?
De zakelijke leasefiets wordt door de werkgever
26 &GO magazine
beschikbaar gesteld aan de werknemer. Leasefiets blijft
als leasemaatschappij eigenaar van de fiets en zorgt
voor verzekering en het onderhoud. De aanschaf en
het onderhoud verlopen in de praktijk vaak via de lokale
fietshandel. Meestal wordt de fiets geleased voor een
periode van drie jaar. Na afloop kan de werknemer de
fiets doorgaans overnemen voor ongeveer één vijfde van
de oorspronkelijke nieuwprijs of kiezen voor een nieuwe
leasefiets. Zo blijft de regeling overzichtelijk en transparant
voor alle betrokken partijen.
DE BELANGRIJKSTE VOORDELEN OP EEN RIJ
Mats licht de voordelen graag toe: “Om te beginnen hoeft
de werknemer niet zelf te investeren in een vaak dure fiets.
Veel leaserijders kiezen voor een elektrische fiets met een
aanschafprijs van al snel rond de 3.000 euro. Daarnaast
is er het fiscale voordeel: werknemers betalen slechts
7 procent bijtelling over de adviesprijs van de fiets voor
privégebruik.”
“In het leasecontract zijn onderhoud, reparaties en
verzekeringen inbegrepen, waardoor de werknemer
volledig wordt ontzorgd. In veel regelingen wordt de
leasevergoeding ingehouden op het brutoloon, wat
׉	 7cassandra://2qPnQYDSxkcUOybq9Wp-xzWSMJVO3qWru6mSVXvKUDQ7` i^ԅ2n͞[׉E	“BIJ HET WERVEN VAN NIEUWE MEDEWERKERS
BIEDT DE LEASEFIETS ECHT IETS EXTRA’S”
resulteert in een nettovoordeel. Sommige werkgevers
kiezen er zelfs voor om de volledige kosten voor hun
rekening te nemen.”“En laten we ook de bredere impact niet
vergeten,” vervolgt Mats. “Fietsen zorgt voor minder CO2uitstoot
en draagt bij aan vitalere medewerkers. Uiteindelijk
kunnen werknemers voor een paar tientjes per maand
beschikken over een hoogwaardige fiets.” Naast een
reguliere (elektrische) fiets voor woon-werkverkeer is het
ook mogelijk om een racefiets of mountainbike te leasen.
STRATEGISCHE SECUNDAIRE ARBEIDSVOORWAARDE
“Steeds
vaker zien wij dat werkgevers de zakelijke leasefiets
inzetten als strategische secundaire arbeidsvoorwaarde.
De arbeidsmarkt is grillig. Het gaat om het binden en boeien
van medewerkers,” aldus Mats. “Bij het werven van nieuwe
medewerkers biedt de leasefiets echt iets extra’s. Het is een
waardevolle aanvulling op het arbeidsvoorwaardenpakket en
sluit goed aan bij thema’s als vitaliteit en duurzaamheid, die
steeds belangrijker worden.”
Dat de leasefiets ook praktische problemen kan oplossen,
blijkt uit de praktijk. Mats: “Een klant van ons leasede
al auto’s bij Friesland Lease en is gevestigd in een
bedrijfsverzamelgebouw. Toen daar betaald parkeren werd
ingevoerd, besloot het bedrijf medewerkers uit de buurt een
leasefiets aan te bieden. Van de 35 medewerkers maakten
maar liefst 27 gebruik van dit aanbod. Een mooie en
effectieve oplossing.”
BEPERKTE KOSTEN VOOR WERKGEVERS
Voor werkgevers zijn de kosten van een zakelijke
leasefiets doorgaans beperkt. “In veel regelingen betaalt
de werknemer de leasefiets via bruto salarisinhouding,”
legt Mats uit. “Dat verlaagt de werkgeverslasten. Voor
de werkgever blijven vooral enkele administratieve
handelingen over. Uiteraard hangt veel af van de afspraken
die werkgever en werknemer onderling maken. Per
werkgever is een fietsregeling dan ook maatwerk.”
VOORUITBLIK: BLIJVENDE GROEI
“Tot slot kijken wij met vertrouwen naar de toekomst. Wij
verwachten de komende jaren een verdere groei van de
markt,” zegt Mats. “Dat komt niet alleen door de duidelijke
voordelen voor werkgevers en werknemers, maar ook
doordat mobiliteitsbudgetten steeds gebruikelijker worden.
Werknemers krijgen meer keuzevrijheid en in de praktijk
zien wij dat die keuze opvallend vaak op de fiets valt.”
NOAB.NL
27
Mats van der Wal
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞\i^ԅ2n͞[בCט   u׉׉	 7cassandra://EWhDGdTE0yKncpxZfbLdt2UBlWcWrQB9rXlFMRBmP28 (``w׉	 7cassandra://GdoYHRISV6tJtN2LYf1qhe-Gy5jSKxf9q20-PJiTTeMͺ`׉	 7cassandra://ZRgRgKAz5uP0rywnx-fFFWv9_pCGpeo-m6sTc77jBjA64` iaԅ2n͞榑נiaԅ2n͞檁 ց9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉EDe opkomst van side hustles
Waarom young professionals
werk anders organiseren
DOOR: EVELINE AAN DE WIEL
De klassieke loopbaan (één opleiding, één werkgever, één functie) is voor veel jongeren niet
langer vanzelfsprekend. Steeds vaker combineren zij een vaste baan met freelancewerk,
een eigen onderneming of andere betaalde activiteiten. Deze zogenoemde side hustles
zijn niet alleen bedoeld voor extra inkomen, maar vormen een bewuste manier om meer
vrijheid te ervaren en zelf richting te geven aan hun carrière. Dat biedt kansen, maar roept
ook nieuwe vragen op voor werkgevers én administratie- en belastingadviseurs.
Waar een tweede baan vroeger vaak uit noodzaak ontstond, is het voor veel
jongeren tegenwoordig een bewuste keuze. Een side hustle kan van alles zijn:
van freelanceprojecten en online verkoop tot lesgeven, creatieve opdrachten
of advieswerk. Het draait daarbij lang niet altijd alleen om geld. Veel jonge
werkenden gebruiken een nevenactiviteit juist om nieuwe vaardigheden te
leren, een netwerk op te bouwen of een persoonlijke interesse professioneel
uit te werken.
Deze ontwikkeling past in een bredere verandering in hoe we naar werk kijken.
Generatie Z en millennials hechten veel waarde aan flexibiliteit, autonomie en
zingeving. Werk is voor hen niet alleen een manier om inkomen te verdienen,
maar ook een plek om zich te ontwikkelen. In plaats van één vast carrièrepad
kiezen zij vaker voor meerdere activiteiten naast elkaar, die elkaar versterken.
GEEN UITZONDERING MEER
Dat dit allang geen uitzondering meer is, blijkt ook uit cijfers van het CBS. In
2024 hadden 844.000 mensen een tweede baan naast hun hoofdfunctie.
Dit komt neer op 8,6 procent van alle werkenden. Onder flexwerkers ligt dit
percentage nog hoger, namelijk 11,4 procent. Vooral werknemers met een
flexibel contract combineren relatief vaak meerdere banen. Daarnaast valt
op dat een tweede baan vaker flexibel is dan vast. Steeds meer mensen
combineren een dienstverband met zelfstandig werk.
28 &GO magazine
׉	 7cassandra://ZRgRgKAz5uP0rywnx-fFFWv9_pCGpeo-m6sTc77jBjA64` i^ԅ2n͞]׉E$“EEN MEDEWERKER MET EEN NEVENACTIVITEIT
IS NIET AUTOMATISCH MINDER BETROKKEN”
Die ontwikkeling maakt de arbeidsmarkt veelzijdiger,
maar ook complexer. Want wie meerdere
inkomstenbronnen heeft, krijgt automatisch te maken
met meer administratie en fiscale regels. Werk krijgt
daarmee minder één vaste vorm en wordt steeds
dynamischer ingericht.
GROEIHOPPEN
Er wordt vaak gezegd dat jongeren snel van baan
wisselen. Maar volgens recente onderzoeken gaat het
minder om onrust en meer om ontwikkeling. Veel jonge
werkenden vertrekken niet omdat ze het ergens niet naar
hun zin hebben, maar omdat ze willen groeien. Krijgen
ze die kans niet, dan zoeken ze die ergens anders, óf
ze creëren hem zelf via een side hustle. Daar komt bij
dat startersfuncties in sommige sectoren schaarser
worden. Jongeren zoeken daarom andere manieren om
ervaring op te doen. Een eigen project of freelanceklus
is dan een praktische oplossing. Het levert niet alleen
inkomen op, maar ook nieuwe vaardigheden, contacten
en zelfvertrouwen.
In het dagelijks leven kan dit er heel normaal uitzien.
Iemand werkt bijvoorbeeld vier dagen per week in
loondienst en gebruikt de vrije dag voor een eigen
bedrijfje. Of iemand draait overdag kantooruren en geeft
’s avonds sportles, verkoopt digitale producten of doet
creatieve opdrachten. Voor sommigen is het een manier
om financiële doelen te halen, zoals sparen voor een huis.
Voor anderen is het vooral leuk en leerzaam. Opvallend is
dat mensen met meerdere inkomsten vaak ook bewuster
omgaan met geld. Ze reserveren sneller een deel voor
belasting, sparen gerichter en denken beter na over grote
uitgaven.
ANDERE BLIK
Deze ontwikkeling speelt niet alleen in Nederland. In
andere landen wordt al gesproken over side stacking:
het stapelen van meerdere inkomstenbronnen naast een
vaste baan. Werkgevers beginnen dit steeds vaker te zien
als iets positiefs. Nevenactiviteiten laten namelijk zien dat
iemand initiatief neemt, kan plannen en ondernemend is.
Voor organisaties vraagt dit soms om een andere
blik. Een medewerker met een nevenactiviteit is niet
automatisch minder betrokken. Integendeel: veel
mensen nemen juist nieuwe kennis en energie mee
terug naar hun werk. Wel is het belangrijk om duidelijke
afspraken te maken over beschikbaarheid en eventuele
belangenverstrengeling. Transparantie voorkomt
misverstanden.
KANSEN VOOR KANTOREN
Voor administratie- en belastingadviseurs brengt
deze trend vooral kansen met zich mee. Meerdere
inkomstenbronnen betekenen namelijk ook meerdere
fiscale vragen. Wanneer moet iemand BTW afdragen?
Hoe zit het met aftrekposten? Wanneer ben je
ondernemer voor de inkomstenbelasting? Veel starters
weten dit nog niet goed.
Hier kunnen kantoren echt het verschil maken. Door
vroeg mee te denken, structuur aan te brengen en helder
advies te geven, help je cliënten om hun activiteiten goed
en toekomstbestendig op te zetten. Niet alleen voor
grote ondernemers, maar juist ook voor mensen die net
beginnen met een nevenactiviteit.
VAN TREND NAAR NIEUWE STANDAARD
Alles wijst erop dat combinatiefuncties de komende
jaren alleen maar vaker voorkomen. Technologie maakt
het makkelijker om iets voor jezelf te starten en de
maatschappelijke norm verschuift mee. Meerdere rollen
combineren wordt steeds normaler. De professional van
morgen is flexibel, ondernemend en veelzijdig. En juist in
een wereld waarin inkomsten uit verschillende hoeken
komen, groeit de behoefte aan overzicht en goed advies.
Side hustles zijn dus geen hype, maar een teken dat werk
verandert. En dat biedt volop kansen voor wie daarop
inspeelt.
NOAB.NL
29
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞^i^ԅ2n͞]בCט   u׉׉	 7cassandra://kkLrN2GvcpTI8orvQpMNy5s_yC8ZyahiXHBZrovhJRk /``w׉	 7cassandra://jRdJh1QGTTcHVhL5BgU5QloWr3kNc-oa6Tjngw1DPMMͩm`׉	 7cassandra://jFHu8c8I2WNw2YHq1YxiNrziZsVCEQe3FGHY5ZzLBm83` iaԅ2n͞樑נiaԅ2n͞櫁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉EKantoorhouders NOAB:
“De compliancedruk neemt
onverantwoord toe”
DOOR: HENK POKER
We gooien er nog maar eens een cliché tegenaan: ook in 2026 komt er weer veel op
accountants- en administratiekantoren af. Het tekort aan personeel is nog niet opgelost, de
technologie snelt voort, de klantvraag verandert, de compliancedruk neemt toe. En dan is
de vraag wat we moeten doen met AI op sommige kantoren nog niet eens gesteld.
Kortom, het zijn uitdagende tijden, waarin kantoorhouders
belangrijke beslissingen moeten nemen. &GO
maakte een rondje langs de velden en hoorde vanuit de
praktijk hoe kantoorhouders naar de uitdagingen van
2026 kijken. Daarvoor gaan we eerst naar het noorden
van het land, waar eenpitter Cees Schutte sinds vijf
jaar een kantoor runt: Schutte Administratie & Advies in
Noordhorn. Inmiddels met één parttime medewerker, die
acht uur per week bij hem werkzaam is. Daarmee wordt
meteen het grootste probleem voor Cees aangesneden,
namelijk het vinden van nieuwe medewerkers. “Dat is
enorm lastig. Ik zet wel eens vacatures uit op bepaalde
sites, maar daar komen niet de mensen op af die ik zoek.
Geen nieuwe medewerkers betekent dat ik ‘nee’ moet
zeggen tegen nieuwe klanten.”
Ook ICT biedt daarvoor geen uitkomst. “Ik ben van
oudsher geïnteresseerd in techniek. Het is een uitdaging
om bij te blijven. Je moet alert zijn op veranderingen
en ik hoop ook dat NOAB daar een rol in kan spelen,
door vroegtijdig te signaleren.” Verder neemt de
compliancedruk toe. “Dat kost best veel tijd en ik
30 &GO magazine
Marjan Heemskerk
׉	 7cassandra://jFHu8c8I2WNw2YHq1YxiNrziZsVCEQe3FGHY5ZzLBm83` i^ԅ2n͞_׉E“JE MOET CREATIEF ZIJN EN ACTIEF DE VERBINDING
ZOEKEN MET HET ONDERWIJS IN DE REGIO”
vraag me oprecht af of het niet wat overdreven is om
bijvoorbeeld elk jaar weer cliëntonderzoek te doen.” Met
AI doet hij nog niets. “Ik vind dat spannend en zie dat
klanten bepaalde zaken op AI opzoeken en dat dan als de
waarheid zien. Daardoor kan er aan jouw kennis worden
getwijfeld en moet je goed uitleggen waarom iets anders
in elkaar zit dan AI heeft verteld. Dat is af en toe best
lastig.”
VERBAZING
Wendy van Leeuwen is fiscalist bij Van Oosterom
& Van Leeuwen Administratieve Dienstverlening in
Bergambacht. Het kantoor bestaat sinds 1992, Wendy
stapte in 2005 in. “We zijn met z’n vijven, een klein
kantoor inderdaad en dat is een bewuste keuze.”
Door alle ontwikkelingen in de ICT worden andere
vaardigheden van medewerkers gevraagd. Dat geldt ook
voor AI. “Daarin willen we vooruitstrevend zijn, door het
bijvoorbeeld in te bedden in de systemen. Wat schetste
onze verbazing, medewerkers werkten allang met AI.
Daarom hebben we inmiddels kaders vastgesteld,
waarbinnen de veiligheid is geborgd.”
Het vinden van nieuwe medewerkers noemt Wendy
lastig. “Zeker voor een klein kantoor dat actief is in een
relatief kleine plaats. We bieden mbo’ers snuffelstages
aan en proberen ze op die manier te binden. Dat gaat
best goed. Wat we wel missen is het middenkader,
mensen die van de hbo komen. Kortom, je moet creatief
zijn en actief de verbinding zoeken met het onderwijs in
de regio.”
Over de klantvraag kan ze kort zijn. “Dat is niet meer te
vergelijken met toen ik begon. Alles gaat nu digitaal en
doordat kennis ook voor klanten veel breder beschikbaar
is, moeten we nu meer uitleggen. Niet alle kennis
is namelijk even betrouwbaar. Afijn, dat brengt voor
iedereen nieuwe uitdagingen met zich mee, die we graag
aangaan.”De compliancedruk neemt volgens Wendy
behoorlijk toe. “Denk aan de Wwft, maar ook aan de UBO.
Ik verwacht dat dit in de toekomst verder zal toenemen.
Daarom hebben wij geïnvesteerd in goede software, om
dit zoveel mogelijk te kunnen ondervangen.”
BINNENVAART
Een kantoor dat is gespecialiseerd in de binnenvaart: we
zijn bij PVSA in Maasbracht, van oudsher een plaats die aan
de binnenvaart is gelieerd. “Er wonen hier veel schippers
en oud-schippers en als administratiekantoor rol je daar
dan eigenlijk vanzelf in,” zegt Johan Peters van PVSA, dat
inmiddels 25 jaar bestaat en tien medewerkers telt.
Kwalitatief goed personeel is ook in Maasbracht maar
moeilijk te vinden. “En dan willen ze ook nog maar 32
uur in de week werken,” zegt Johan met verbazing in zijn
stem. “Ik vraag dan altijd wat ze vanaf woensdagavond
gaan doen, daar snappen ze dan niets van.”
Aan de toenemende compliancedruk ergert Johan
zich kapot, zoals hij zelf aangeeft. “Je zou er apart een
medewerker voor kunnen aannemen, zoveel werk brengt
dit met zich mee. Ons land gaat kapot aan de regeldruk.
Neem alleen al de Wwft, als kantoor moet je steeds meer
doen, omdat het opsporingsapparaat haar werk niet doet.
Dat stoort mij. Ook de UBO-verzoeken nemen enorm toe.
Het moet er allemaal even bij en doorbelasten naar de
klant kun je die tijd niet. Die zou dat niet begrijpen. Dus ja,
dat mag allemaal wel wat minder. Ik ben wat dat betreft
benieuwd wat er de komende maanden gaat gebeuren
als blijkt dat de UBO afwijkt van wat er in het uittreksel
van de KVK staat. Ik hou m’n hart vast.”
NOAB.NL
31
COMMUNITY
i^ԅ2n͞`i^ԅ2n͞_בCט   u׉׉	 7cassandra://kIwZYnqncdIliWyhSMdGCxyBB-Jq6h6mVsN8RRor064 ``w׉	 7cassandra://7uznUQF2mkOV-am5po_tDcbuLQE7DL1NBQo6ftcQfPcͺ`׉	 7cassandra://GZeMD8jUUZFEtsaLQzx9h-ZxpnbfJeY9ORNIRM4BuFY7` iaԅ2n͞欒נibԅ2n͞氁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈנiaԅ2n͞毁 
G9ׁHhttp://www.rvo.nlׁׁЈ׉EWAan de slag
met duurzame
subsidies
DOOR: HENK POKER
‘Subsidies voor duurzame energie liggen ongebruikt op de plank’ (de Volkskrant),
‘Miljarden aan subsidies voor duurzame energie ongebruikt’ (NOS), ‘4,5 miljard euro
SDE++-subsidie blijft onbenut’ (vnci.nl). Zomaar wat berichten uit de pers waarin duidelijk
wordt dat het Nederlandse bedrijfsleven aanzienlijke bedragen aan groene, duurzame en
innovatiesubsidie laat liggen. Hoe valt dit te verklaren?
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, kortweg
RVO, ondersteunt ondernemers met subsidies, advies,
financiering en wetgeving. We vroegen hen naar de
oorzaken en de gevolgen van het onbenut laten van
subsidies. Oorzaken die vaak worden genoemd zijn onder
andere complexe administratie en regelgeving, gebrek
aan kennis, onzekerheid over toekomstig beleid, maar ook
netcongestie en een lange terugverdientijd. Uit onderzoek
blijkt dat met name het mkb subsidies laat liggen, omdat
ze de complexiteit van de regelingen niet kunnen dragen.
Om dat te tackelen kunnen ondernemers uit het middenen
kleinbedrijf zich ruim op tijd voorbereiden op een
subsidieaanvraag. Ook ligt daar een taak voor accountantsen
administratiekantoren.
32 &GO magazine
EENVOUDIG AAN TE VRAGEN
De meest bekende groene subsidies zijn de EIA,
de Energie-investeringsaftrek, en de MIA\Vamil,
de Milieu-investeringsaftrek en de Willekeurige
afschrijving milieu-investeringen. Volgens Thomas
van Houten, duurzaamheidsadviseur bij RVO, zijn
het interessante subsidies en fiscale regelingen
die relatief eenvoudig zijn aan te vragen. “De EIA is
al 25 jaar oud, op onze website staat een lijst met
investeringsmogelijkheden per sector. Dat kan gaan
van het isoleren van het bedrijfsgebouw tot het isoleren
van verwarmingsbuizen. Heel breed dus. Voor dit jaar
zit er 460 miljoen euro in de pot en dat is weer 29
miljoen euro meer dan in 2025.”
׉	 7cassandra://GZeMD8jUUZFEtsaLQzx9h-ZxpnbfJeY9ORNIRM4BuFY7` i^ԅ2n͞a׉EM“ALLES WAT FOSSIEL IS WORDT ALLEEN MAAR
DUURDER, DUS ZOEK HET ALTERNATIEF,
HET IS RUIMSCHOOTS VOORHANDEN”
Voorbeelden van de milieu-investeringsaftrek zijn
bijvoorbeeld een product dat helpt bij het verminderen van
afval of de aanschaf van circulaire machines. “In de MIA\
Vamil-pot zit dit jaar 155 miljoen euro en zowel de EIA- als
de MIA\Vamil-pot gaan elk jaar leeg.” Overigens veranderen
de lijsten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd
elk jaar. Van Houten: “We willen daarmee vooruitstrevend
zijn en blijven. Zo kun je bijvoorbeeld geen subsidie meer
aanvragen voor ledverlichting. Dat verdient zich inmiddels
zo snel terug, dat subsidie daarvoor niet meer nodig is.”
UITDAGING
Zoals eerder aangegeven blijkt uit onderzoek dat het
mkb nog te veel groene en milieusubsidies laat liggen.
“Hoe kleiner de ondernemer, hoe kleiner de kans is dat
ze het RVO kennen en subsidie aanvragen,” maakt Van
Houten duidelijk. “Vaak is dit een gevolg van te weinig
tijd. Uit onderzoek blijkt ook dat de gemiddelde mkbondernemer
wat meer ‘angst’ heeft om advies te vragen
aan zijn adviseur of intermediair. Het idee is dat je voor
het aanvragen van subsidie een ingewikkelde weg moet
bewandelen. Bij RVO proberen we die weg zo gemakkelijk
mogelijk te maken en dat is af en toe best een uitdaging.
We hebben te maken met allerlei ministeries, die allemaal
hun eigen doelstellingen hebben. Daar moeten en willen we
zo goed mogelijk rekening mee houden, wat de eenvoud
van een aanvraag niet altijd ten goede komt.”
Dat neemt niet weg dat er juist binnen het mkb nog veel
te winnen valt. “Het mkb speelt een belangrijke rol in de
verduurzamingsslag,” stelt Van Houten. “Om het simpele
feit dat meer dan 99 procent van alle bedrijven in Nederland
tot het mkb behoort. Het is dan ook niet voor niets dat het
mkb onze core business is, voor de energietransitie hebben
we alle mkb’ers in dit land nodig, van groot tot klein.”
ELEKTRISCHE AUTO
Dat lijkt op het oog eenvoudig, maar de praktijk
is weerbarstig. Van Houten: “Wij zijn bijvoorbeeld
afhankelijk van wat er in politiek Den Haag speelt en
welke ontwikkelingen daaruit voortvloeien. Dat maakt
ons werk wel eens ingewikkeld. Denk bijvoorbeeld aan
niet-consistent beleid, waardoor wij vervolgens niet
kunnen garanderen dat alles hetzelfde blijft. Afspraken
die in het verleden zijn gemaakt, zijn daardoor regelmatig
aan verandering onderhevig. Dat draagt niet bij aan het
vertrouwen bij de ondernemers en dus kan dat ertoe leiden
dat men een afwachtende houding aanneemt.”
“Een voorbeeld zijn de zero-emissiezones in de grote
steden. Sommige bedrijven investeren veel geld in
elektrische auto’s, wat ten koste kan gaan van hun
concurrentiepositie, juist omdat concurrenten nog even
wachten met die investering. Als vervolgens besloten
wordt dat de invoering van een zero-emissiezone wordt
uitgesteld, dan doet dat iets met ondernemers en dat
snappen wij.”
PAK JE KANSEN
Dat neemt niet weg dat de ontwikkelingen rondom
verduurzaming doorgaan. “Er ligt een klimaatakkoord en
veel verplichtingen komen tegenwoordig uit Brussel, zoals
bijvoorbeeld het verduurzamen van gebouwen. Kortom, het
enige wat wij kunnen adviseren is: ga naar onze website
www.rvo.nl en pak je kansen. Neem de energietransitie mee
in de planvorming, het is inmiddels een wezenlijk onderdeel
van modern ondernemerschap. We moeten samen aan de
slag om de toekomst vorm te geven, want één ding staat
vast: alles wat fossiel is wordt alleen maar duurder, dus
zoek het alternatief, het is ruimschoots voorhanden. En dan
is het mooi dat je er ook nog subsidie voor kunt krijgen.”
NOAB.NL
33
ICT & INNOVATIE
i^ԅ2n͞bi^ԅ2n͞aבCט   u׉׉	 7cassandra://9mDERQ9WHUgEIRCkE_j3sISUiQLXXV30ji-RrAriiOo @``w׉	 7cassandra://YRDRQvyolFfH985GGjK50ek_SuxCwbt7t6UdV85kUZ0ʹ`׉	 7cassandra://T56C4QL-9Eh1rWtnB_palIlMLZVpM9xghT_6QJ6E7jo5Y` ibԅ2n͞׉EWaarom sollicitanten
afhaken voordat ze reageren
DOOR: EVELINE AAN DE WIEL
Vacatures zijn bijna altijd geschreven
vanuit het bedrijf, terwijl een sollicitant
maar één ding wil weten: what’s in it
for me? Volgens recruitmentexpert
Jesse Geul zit daar vaak de kern van
een wervingsprobleem. Werkgevers
beschrijven vooral wat ze nodig hebben,
welke taken erbij horen en aan welke
eisen iemand moet voldoen. Maar wie
een vacature leest, kijkt met een heel
andere bril.
׉	 7cassandra://T56C4QL-9Eh1rWtnB_palIlMLZVpM9xghT_6QJ6E7jo5Y` i^ԅ2n͞c׉E“SOMMIGE MENSEN ZIJN PRINCIPIEEL TEGEN
HET NOEMEN VAN SALARIS. HET MOET NIET
OVER GELD GAAN, VINDEN ZE. MAAR ZO’N
PRINCIPE KOST JE GEWOON SOLLICITANTEN”
“Een sollicitant zoekt bijna altijd verbetering,” zegt
Geul. “Dat kan een beter salaris zijn, meer balans,
ontwikkelmogelijkheden of simpelweg een leukere
werkomgeving.” Juist die persoonlijke afweging blijft
in veel vacatureteksten onderbelicht. En dat zorgt
voor een mismatch, ziet hij dagelijks in zijn werk.
“Vacatures zenden wat het bedrijf wil. Sollicitanten
lezen ze vanuit zichzelf. En omdat die twee niet
op elkaar aansluiten, missen veel vacatures hun
doel, zonder dat organisaties dat doorhebben.” Die
no-nonsenseblik vormt ook de kern van zijn boek
Waarom (n)iemand bij je wil werken, waarin hij
managers en ondernemers confronteert met hun
eigen rol in werving en selectie.
RECRUITMENT ALS ONDERGESCHOVEN KINDJE
Dat veel vacatures hun doel missen, is volgens Geul
geen toeval. “Recruitment is bij veel organisaties een
ondergeschoven kindje,” zegt hij. “Ondernemers en
managers zien het vaak als noodzakelijk kwaad. Je
hebt mensen nodig, dus je moet er iets mee. Maar
het is nooit core business.” Dat is begrijpelijk, vindt
hij. Zeker in kleinere organisaties waar recruitment
‘erbij’ wordt gedaan. “Je hebt beperkte tijd. Dus wat
gebeurt er? Er komt een vacature, iemand maakt even
een tekst en dan zetten we ’m online. Kijken wat erop
afkomt. Het probleem is alleen: als je recruitment zo
aanvliegt, zie je niet wat je laat liggen.”
Volgens Geul onderschatten organisaties werving
en selectie structureel. “Bij financiën zeggen we:
daar moet je verstand van hebben. Ik heb zelf ook
een bv en laat mijn administratie doen, omdat het
te ingewikkeld werd en mij te veel tijd kostte.” Bij
recruitment ligt dat anders. “Daar zeggen we: we
zoeken iemand, we maken een vacaturetekst en
voeren gesprekken. Dat kan iedereen.”
En dat klopt ook, tot op zekere hoogte. “Iedereen
kan een tekst schrijven en iedereen kan een gesprek
voeren. Maar dat betekent nog niet dat het ook op de
juiste manier gebeurt, met het gewenste resultaat.”
Het gevolg: weinig reacties, lange doorlooptijden
en soms een mismatch die pas na indiensttreding
zichtbaar wordt.
WAT KANDIDATEN ÉCHT BELANGRIJK VINDEN
Een belangrijke reden waarom vacatures hun doel
missen, is dat ze vooral gericht zijn op de inhoud
van het werk, terwijl kandidaten vooral kijken naar
salaris, werk-privébalans en cultuur. Opvallend genoeg
hebben die factoren nauwelijks te maken met het
werk zelf. “Toch praten we daar in vacatures bijna
niet over. Of we blijven vaag: ‘goede werksfeer’ of
‘marktconform salaris’.” Maar voor een sollicitant
zijn dat geen antwoorden. “Die wil weten: verdien ik
genoeg, past dit in mijn leven, voel ik me hier op mijn
plek?”
Juist in zakelijke en financiële omgevingen ziet Geul
dat dit lastig is. Niet omdat het daar slechter gaat,
maar omdat de toon vaak feitelijk en zakelijk is. “Dan
wordt het nog moeilijker om het perspectief om te
draaien. Terwijl dat precies is wat werkt.”
DURE PRINCIPES
Wat maakt dat omdraaien dan zo lastig? Omdat er
vaak een overtuiging onder zit, ziet Geul.
Jesse Geul
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞di^ԅ2n͞cבCט   u׉׉	 7cassandra://BFO3Y8wZNq-9UazmsFOyaBOmOALb7hmlQgn0KienNWw ``w׉	 7cassandra://Jf1zguFXyX9LdVBIMdNiAI-FQ1pcT08R9q9Qt9uU7oA͈,`׉	 7cassandra://JN5FEL2FKg6T_Li79qnin2mQImVcifieQH_UePWd2Yk2` ibԅ2n͞洑נibԅ2n͞涁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉EVeel managers vinden: we gaan sollicitanten niet
pamperen. Als je hier komt werken, moet je eerst maar
laten zien wie je bent.” Die gedachte snapt hij. “Het is
logisch dat iemand zich moet bewijzen voordat die
doorgroeit.”
“NEGEN VAN DE TIEN KEER IS HET PROBLEEM
NIET DAT HET GEEN LEUK BEDRIJF IS. HET
PROBLEEM IS DAT MENSEN JE NIET KENNEN”
“Veel managers vinden: we gaan sollicitanten niet
pamperen. Als je hier komt werken, moet je eerst maar
laten zien wie je bent.” Die gedachte snapt hij. “Het is
logisch dat iemand zich moet bewijzen voordat die
doorgroeit.” Maar dat betekent niet dat je vooraf niets
kunt zeggen over kansen, ontwikkeling of voorwaarden.
“Het verandert niets aan het feit dat je méér reacties krijgt
als je laat zien wat iemand bij jou kan halen.” Hetzelfde
geldt voor salaristransparantie. “Sommige mensen zijn
principieel tegen het noemen van salaris. Het moet niet
over geld gaan, vinden ze. Maar zo’n principe kost je
gewoon sollicitanten.”
ONBEKEND MAAKT ONBEMIND
Als er structureel geen sollicitanten komen, ziet Geul
meestal één hoofdoorzaak. “Negen van de tien keer is het
probleem niet dat het geen leuk bedrijf is. Het probleem is
dat mensen je niet kennen.” Ze weten niet dat je bestaat,
wat je doet of wat je biedt als werkgever. Bekendheid
opbouwen vraagt tijd en consistentie. “Dat is geen quick
fix. Dat los je niet in één dag op.” Maar volgens Geul is
het wél essentieel: niet alleen zichtbaar zijn als je iemand
zoekt, maar ook laten zien wie je bent als organisatie en
wat voor mensen er passen.
De kern van zijn boodschap is helder: wie betere
mensen wil aantrekken, moet stoppen met alleen
zenden. Wie bereid is het perspectief om te draaien, in
vacatureteksten én daarbuiten, vergroot de kans op een
betere match. Voor het bedrijf én voor de kandidaat.
LEESTIP:
JESSE GEUL,
Waarom (n)iemand bij je wil werken.
Dé no-nonsenseaanpak van recruitment.
208 p. Business Contact, 2025.
36 &GO magazine
׉	 7cassandra://JN5FEL2FKg6T_Li79qnin2mQImVcifieQH_UePWd2Yk2` i^ԅ2n͞e׉E 1SOMETIMES
YOU WIN
SOMETIMES
YOU LEARN
NOAB.NL
37
i^ԅ2n͞fi^ԅ2n͞eבCט   u׉׉	 7cassandra://WYjf5WSMmKcpW6W3ZPSLOLV2m7Wl22Jn_7CoGnNsUjY <``w׉	 7cassandra://Y8WvJWDXgkyY2b9DL4P1CyGeDDzrSt86cwm7JEgUPOkͳ`׉	 7cassandra://wu4hzgaJYKjT6X9ihRNScy6fHAbM7YVzkPMA_y-XRsc0` ibԅ2n͞淑נibԅ2n͞湁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E
ZVerplicht naar kantoor,
thuiswerken wordt volwassen
Waarom telefonisch klantcontact waardevoller is dan je denkt
DOOR: EVELINE AAN DE WIEL
Thuiswerken is inmiddels een vast onderdeel van het Nederlandse werkleven. Wat tijdens
corona begon als noodoplossing, is voor veel organisaties uitgegroeid tot hybride werken:
deels thuis, deels op kantoor. Toch verandert er iets. De fase van vrijblijvendheid loopt ten
einde. Werkgevers sturen nadrukkelijker op aanwezigheid en leggen het thuiswerkbeleid
strakker vast. Hybride werken wordt volwassen.
In de eerste jaren na corona was thuiswerken vaak
informeel geregeld. Medewerkers en teams bepaalden
grotendeels zelf waar en wanneer zij werkten. Dat werkte
een tijdlang goed, maar in de praktijk bleek het lastig om
afspraken ook daadwerkelijk na te leven. Het was niet
altijd duidelijk wie wanneer op kantoor aanwezig was, wat
samenwerking, planning en onderlinge afstemming onder
druk zette.
KADERS EN AFSPRAKEN
Onderzoek van werkgeversvereniging AWVN laat
zien dat werkgevers daarom steeds vaker ingrijpen.
Inmiddels verplicht 78 procent van de werkgevers
medewerkers om een vast aantal dagen per week
naar kantoor te komen. Dat is een duidelijke toename
ten opzichte van eerdere jaren. Hybride werken blijft
bestaan, maar niet meer zonder duidelijke kaders en
afspraken.
Bijna alle werkgevers geven aan dat een deel van hun
medewerkers thuiswerkt. Bij meer dan de helft gaat het
om een structurele hybride vorm. Dat beeld is stabiel.
Wat wel verandert, is de manier waarop afspraken
worden vastgelegd en gehandhaafd. Werkgevers
38 &GO magazine
spreken medewerkers nadrukkelijker aan, vooral
wanneer afgesproken kantoordagen structureel niet
worden nageleefd.
RUST EN STRUCTUUR
De redenen voor deze strengere koers zijn vooral
sociaal en organisatorisch van aard. Werkgevers
zien dat teams beter functioneren wanneer collega’s
elkaar regelmatig fysiek ontmoeten. Overleg verloopt
sneller, misverstanden worden eerder opgelost en het
teamgevoel blijft sterker.Voor nieuwe medewerkers
is aanwezigheid op kantoor daarbij extra belangrijk.
Inwerken, leren van collega’s en het oppikken van de
bedrijfscultuur gaat eenvoudiger wanneer mensen elkaar
zien en spreken. Dat geldt met name in sectoren waar
kennisdeling, nauwkeurigheid en samenwerking centraal
staan, zoals bij accountants- en administratiekantoren.
Daarnaast speelt voorspelbaarheid een grote rol.
Vergaderingen plannen, klanten ontvangen en
werkplekken organiseren lukt beter als duidelijk is wie
wanneer op kantoor is. Vaste kantoordagen zorgen voor
rust en structuur – voor medewerkers, voor klanten én
voor de organisatie als geheel.
׉	 7cassandra://wu4hzgaJYKjT6X9ihRNScy6fHAbM7YVzkPMA_y-XRsc0` i^ԅ2n͞g׉EDUIDELIJKE SPELREGELS
Dat thuiswerken duidelijke voordelen heeft, staat
buiten kijf. Medewerkers hebben minder reistijd, meer
flexibiliteit en vaak meer rust om geconcentreerd te
werken. Veel mensen ervaren hierdoor een betere werkprivébalans.
Ook financieel kan thuiswerken voordelen
opleveren, zowel voor werkgevers als werknemers.
Tegelijkertijd worden de nadelen zichtbaarder. Wie
veel thuiswerkt, beweegt doorgaans minder en mist
sociale contacten. De grens tussen werk en privé
vervaagt sneller, waardoor medewerkers ongemerkt
langere dagen maken. Dat vergroot het risico op stress
en vermoeidheid. Om die reden kiezen steeds meer
organisaties voor duidelijke spelregels. Thuiswerken
mag, maar binnen afgesproken grenzen. Niet alles
loslaten, maar ook niet terug naar vijf dagen verplicht op
kantoor. De balans staat centraal.
TELEFOONGESPREK
HOOR JE VAAK VEEL
MEER DAN JE VAN PLAN
WAS TE VRAGEN’
ONTMOETINGSPLEK
Tijdens corona werd veel gesproken over leegstaande
kantoren en structurele krimp van kantoorruimte.
Die ontwikkeling lijkt inmiddels tot stilstand te zijn
gekomen. Veel werkgevers geven aan dat hun huidige
kantoorruimte goed aansluit bij de manier waarop zij
nu werken. Wel verandert de functie van het kantoor.
Het is minder een plek voor individueel, geconcentreerd
werk en steeds meer een ontmoetingsplek. Overleg,
samenwerking, opleiding en kennisdeling krijgen er
een centrale rol. Voor geconcentreerd werk kiezen
medewerkers vaker voor de thuiswerkplek. Juist die
combinatie maakt hybride werken effectief.
‘IN EEN GOED
“HYBRIDE WERKEN IS GEEN
EXPERIMENT MEER. HET IS EEN
VOLWASSEN WERKVORM
DIE VRAAGT OM DUIDELIJKE
AFSPRAKEN, VERTROUWEN
EN STRUCTUUR”
NOAB.NL
39
DUIDELIJKE AFSPRAKEN
Naast aanwezigheid en beleid spelen ook vergoedingen
een belangrijke rol. Sinds 1 januari 2026 bedraagt de
onbelaste thuiswerkvergoeding € 2,45 per dag. Deze
vergoeding is bedoeld voor extra kosten die medewerkers
maken bij thuiswerken, zoals energie, koffie en internet.
Het bedrag is onbelast: werkgevers dragen hierover geen
loonbelasting of sociale premies af. Voor werkgevers is
het verstandig deze regels expliciet op te nemen in het
thuiswerk- en vergoedingenbeleid. Duidelijke afspraken
voorkomen fouten en zorgen voor transparantie richting
medewerkers.
VOLWASSEN WERKVORM
Alles bij elkaar laat de huidige ontwikkeling één ding
zien: hybride werken is geen experiment meer. Het is een
volwassen werkvorm die vraagt om duidelijke afspraken,
vertrouwen en structuur. Werkgevers sturen strakker op
aanwezigheid, maar erkennen tegelijkertijd de blijvende
voordelen van thuiswerken.
Voor accountants- en administratiekantoren betekent
dit bewust nadenken over wat werkt. Wanneer is
samenkomen noodzakelijk? Welke dagen lenen zich voor
overleg en samenwerking? En hoe regel je vergoedingen
correct en transparant? Wie die keuzes helder maakt,
profiteert van het beste van twee werelden. Thuiswerken
blijft. Het kantoor ook. En juist die combinatie maakt
hybride werken toekomstbestendig.
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞hi^ԅ2n͞gבCט   u׉׉	 7cassandra://UFxGa_jhUF2FGCr6ztmpGhvz4Lu2toGXA7sOyVi8sAU ʎ``w׉	 7cassandra://jRqgPRy_rspBfFJ3Op-fB5z2OoS2PE-YohUOBw-_2Cgͮ`׉	 7cassandra://6-_ZmI9Fjx7v5AJgqRvPFH-fogSLspzOocK4TewVdXg3M` ibԅ2n͞溑נibԅ2n͞澁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E
HEen bv biedt fiscaal
meer flexibiliteit
DOOR: HANS PIETERS
Ogenschijnlijk zijn Nederlandse belastingtarieven transparant. Maar niets is minder
waar. Onder meer door heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting en
arbeidskorting, en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is de effectieve belastingdruk
minder inzichtelijk.
Elk jaar deelt Marree & Van Uunen Belastingadviseurs
een nieuwsbrief waarin de effecten van de nieuwe
tarieven en belastingmaatregelen voor IB-ondernemers
en dga’s onder de loep worden genomen. Waarbij een
van de conclusies voor 2026 is dat je als directeurgrootaandeelhouder
in veel gevallen beter af bent.
ZESTIEN VERSCHILLENDE TARIEVEN
De effectieve belastingdruk voor een IB-ondernemer
en een dga is complexer dan de drie tarieven van box
1 doen vermoeden, vertelt Jan Langers, adviseur bij
Marree & Van Uunen. In het artikel over de effectieve
en marginale belastingdruk voor IB-ondernemers en
dga’s – van de hand van Eric van Uunen – worden zo’n
zestien verschillende marginale tarieven onderscheiden,
mede als gevolg van de heffingskortingen en de
inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. “Hou daar rekening
mee in je advisering. Daardoor krijg je met andere
tarieven te maken dan je in eerste instantie denkt,” luidt
de kern van het verhaal.
Zoals bij alles in het (fiscale) leven, heeft de persoonlijke
situatie grote invloed op het uiteindelijke advies.
“Met name voor de kinderopvangtoeslag loopt de
40 &GO magazine
inkomensgrens ver door, waardoor dat iets doet met
het marginale tarief op het moment dat het inkomen
hoger wordt.” En precies op dat punt – de hoogte van je
inkomen – is sprake van een onderscheidend verschil
tussen de IB-ondernemer en de dga. “Het grote voordeel
van een bv is dat je veel meer vrijheid hebt om jouw
inkomen vast te stellen. Een IB-ondernemer maakt
een bepaalde winst en over die winst wordt hij belast.
Daar kan hij verder niet heel veel aan bijsturen.” Wat
extra in het nadeel van de IB-ondernemer speelt is de
afbouw van de zelfstandigenaftrek (dit jaar € 1200; in
2027: € 900); het einde van de fiscale oudedagsreserve
(for) en het verlagen van het percentage van de
mkb-winstvrijstelling (van 14% naar 12,7%). “En de
stakingsaftrek komt in 2030 ten einde. Samen telt dat
wel op.”
BELANGRIJKSTE VARIABELE
“In een bv-structuur maak je dezelfde winst als binnen
een IB-onderneming, maar heb je binnen bepaalde
grenzen de mogelijkheid om je inkomen te sturen.
Waardoor je je belastingdruk veel beter kan sturen. Stel,
een onderneming maakt een winst van € 100.000. De IBondernemer
is hierover inkomstenbelasting verschuldigd
׉	 7cassandra://6-_ZmI9Fjx7v5AJgqRvPFH-fogSLspzOocK4TewVdXg3M` i^ԅ2n͞i׉E
en verliest een deel van zijn heffingskortingen en betaalt
de maximale Zvw-premie. Indien de dga zijn salaris
kan stellen op bijvoorbeeld € 60.000, creëer je een
lager inkomen dan dat je zou hebben gehad als IBondernemer.
Hierdoor behoudt de dga een deel van zijn
heffingskortingen en is hij minder aan Zvw-premie kwijt.”
Dat levert tal van directe voordelen op: “De algemene
heffingskorting loopt tot € 78.000, de arbeidskorting tot
€ 133.000. En de premie ZVW loopt tot € 79.000. Dus de
IB-ondernemer betaalt de volle mep en de dga met z’n
€ 60.000 salaris pakt juist voordeel.” Langers maakt een
belangrijk voorbehoud: “De belangrijkste variabele in dit
verhaal is het dga-loon. Want hoe hoger je je loon moet
vaststellen op grond van de wettelijke norm, hoe minder
groot het voordeel van de bv fiscaal gezien is.”
GERUISLOOS DOORSCHUIVEN
Een IB-ondernemer die overstapt op een bv kan zijn
onderneming geruisloos inbrengen. Hierdoor hoef je
geen inkomstenbelasting te betalen ondanks dat je de
onderneming in de inkomstenbelasting staakt. “Feitelijk
betekent het dat je je eenmanszaak kunt optillen en
zonder belastingheffing gewoon met jouw bedrijf
doorgaat in een bv-structuur. Omdat je de balans van de
eenmanszaak naar de bv verplaatst, is de waardering
van het bedrijf niet meteen van belang, aangezien je niet
hoeft af te rekenen over de meerwaarde.”
Bij de geruisloze doorschuiving gaat het om de
overdracht van de IB-onderneming van een ouder op
kind of aan een compagnon. Qua spelregels lijkt de
fiscale faciliteit op de geruisloze inbreng.
Voorwaarde is dat een kind of compagnon minimaal
drie jaar actief is in het bedrijf. “Je mag kiezen om niet
af te rekenen over de waarde van het bedrijf, maar de
voorwaarde is dan wel dat de overnemer de boekwaarde
van het bedrijf overneemt.” Hij legt het uit aan de hand
van een casus. “Stel dat in het bedrijf een goodwill zit
van € 100.000, waarover je normaalgesproken moet
afrekenen bij overdracht van het bedrijf. Dan kun je tegen
de overnemer zeggen: ik stel voor om niet af te rekenen
over de goodwill, maar dat betekent wel dat jij de
goodwill niet kunt activeren op je balans. Waardoor de
belastingclaim wordt doorgeschoven naar de opvolger.”
De verkopende partij ontloopt zo de belastingaanslag
over de goodwill, die algauw 50% bedraagt. “Omdat je
dat in je zak houdt, hoef je minder te vragen voor de
goodwill, bijvoorbeeld € 60.000. Dat levert jou netto een
voordeel op van € 10.000. En de koper hoeft € 40.000
minder te financieren. Met als tegenhanger dat hij niet
over de goodwill mag afschrijven.”
Jan Langers
“HET GROTE VOORDEEL VAN
EEN BV IS DAT JE VEEL MEER
VRIJHEID HEBT OM JOUW
INKOMEN VAST TE STELLEN”
NOAB.NL
41
ADVIES
i^ԅ2n͞ji^ԅ2n͞iבCט   u׉׉	 7cassandra://KoeuKFPK_1mp74CzyUEtpiejLr6ynbuNIr-1bcB3W8c ``w׉	 7cassandra://sBIMyk17joKaG3iQN2f8HZhcarTuHD5muA-GN8Mk9Ccͱa`׉	 7cassandra://ZcI8LhW0C8joE1ZqSEq5Y-7h_ypzU9rCCZHvUTATles4` ibԅ2n͞漑נibԅ2n͞濁 ځ9
9ׁHhttp://NOAB.NLׁׁЈ׉E[“GOEDE BEDRIJFSOPVOLGING
BEGINT MET PRATEN.
MET FAMILIELEDEN,
MOGELIJKE OPVOLGERS
EN ADVISEURS”
Wie neemt het bedrijf over
als de ondernemer stopt?
DOOR: EVELINE AAN DE WIEL
Steeds meer ondernemers denken na over stoppen, maar hebben de opvolging nog
niet geregeld. Dat is begrijpelijk, want bedrijfsopvolging is complex en kost tijd. Wie op
tijd begint met nadenken en plannen, verkleint de risico’s en vergroot de kans op een
soepele overdracht.
Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat bijna twee op
de drie ondernemers binnen tien jaar willen stoppen
met ondernemen. Tegelijkertijd heeft een groot deel
van hen nog geen duidelijk plan voor bedrijfsopvolging.
Sommigen hebben geen concrete plannen, anderen
zijn wel op zoek maar hebben nog geen opvolger in
beeld. Dat maakt de komende jaren spannend voor veel
ondernemingen.
Hoe langer ondernemers wachten met het regelen
van opvolging, hoe groter de kans dat beslissingen
onder tijdsdruk moeten worden genomen. Dat kan
leiden tot waardeverlies of zelfs tot het beëindigen
van het bedrijf, terwijl dat vaak niet nodig zou zijn
geweest.
42 &GO magazine
VERGRIJZING VERGROOT URGENTIE
De wens om te stoppen komt niet uit de lucht vallen. De
groep oudere ondernemers groeit. Inmiddels is ongeveer
één op de acht ondernemers ouder dan 65 jaar. In sectoren
als horeca, retail, landbouw en industrie ligt dat aandeel
zelfs nog hoger. Juist daar zijn veel familiebedrijven actief,
waar opvolging vaak extra gevoelig ligt.
Volgens cijfers uit het onderzoek van ABN AMRO neemt het
risico toe naarmate ondernemers langer wachten met het
regelen van opvolging. Bedrijven kunnen daardoor waarde
verliezen of verdwijnen, terwijl ze met tijdige voorbereiding
vaak gewoon hadden kunnen doorgaan. Dat raakt niet
alleen de ondernemer zelf, maar ook medewerkers, klanten
en de regionale economie.
Yannick Dillen
Hendrik Nevels en Rypke Procee
׉	 7cassandra://ZcI8LhW0C8joE1ZqSEq5Y-7h_ypzU9rCCZHvUTATles4` i^ԅ2n͞k׉EWAAROM BEDRIJFSOPVOLGING VAAK
BLIJFT LIGGEN
Bij een overdracht komen veel vragen kijken. Wat is
het bedrijf waard? Hoe zit het met fiscale en juridische
afspraken? Hoe wordt de overname gefinancierd? En hoe
zorg je dat het bedrijf zonder de ondernemer kan blijven
draaien? Dit vraagt tijd, aandacht en begeleiding, bovenop
de dagelijkse bedrijfsvoering.
Daarnaast spelen emoties een belangrijke rol. Voor veel
ondernemers is het bedrijf hun levenswerk. Loslaten
is lastig, zeker als onduidelijk is hoe het leven eruitziet
na de overdracht. Binnen familiebedrijven kunnen
familieverhoudingen het gesprek extra ingewikkeld maken.
ANDERE VORMEN VAN OPVOLGING
Waar bedrijfsopvolging vroeger vaak automatisch binnen
de familie plaatsvond, is dat tegenwoordig minder
vanzelfsprekend. Jongere generaties kiezen vaker voor
een andere loopbaan of hebben andere ambities. Soms
ontbreekt ook de ervaring of het kapitaal om het bedrijf
over te nemen.
Daarom kijken ondernemers steeds vaker naar andere
vormen van opvolging, zoals een overname door het
management, door medewerkers of verkoop aan een
externe partij. Ook deze routes vragen voorbereiding,
maar kunnen een goede oplossing zijn als er binnen de
familie geen opvolger is.
Een andere mogelijkheid is een gefaseerde overdracht.
Daarbij draagt de ondernemer het bedrijf stap voor stap
over en blijft tijdelijk betrokken. Dat geeft de opvolger
ruimte om in de rol te groeien en biedt rust voor
medewerkers en klanten.
BEGIN OP TIJD
Een veelgemaakte misvatting is dat een
bedrijfsoverdracht snel geregeld kan worden. In de
praktijk duurt een opvolgingstraject vaak drie tot vijf jaar,
en soms langer. Zeker bij familiebedrijven kost het tijd om
rollen helder te maken, afspraken vast te leggen en het
bedrijf minder afhankelijk te maken van de ondernemer.
Wie op tijd begint, heeft meer keuzes. Er is ruimte om
scenario’s te verkennen en beslissingen te nemen zonder
tijdsdruk. Dat voorkomt improviseren op het laatste
moment.
HET GESPREK IS DE BASIS
Goede bedrijfsopvolging begint met praten. Met
familieleden, mogelijke opvolgers en adviseurs. Wie wil
welke rol spelen? Wat zijn de verwachtingen? En hoe ziet
de toekomst eruit na overdracht? Afspraken vastleggen
helpt om misverstanden te voorkomen en geeft
duidelijkheid.
Niet alleen de opvolger moet klaar zijn voor de
overdracht. Ook de ondernemer zelf staat voor een grote
verandering. Stoppen met ondernemen vraagt mentale
en financiële voorbereiding. Door hierover op tijd na te
denken, ontstaat overzicht en rust.
MAAK BEDRIJFSOVERDRACHT BESPREEKBAAR
Bedrijfsopvolging is geen onderwerp om vooruit te
schuiven. Wie op tijd begint, houdt regie, voorkomt haast
en vergroot de kans op een succesvolle overdracht. Voor
NOAB-leden ligt hier een belangrijke rol: het onderwerp
bespreekbaar maken en ondernemers helpen vooruit te
kijken. Wie vandaag begint met nadenken over opvolging,
vergroot de kans dat het bedrijf ook morgen gezond en
toekomstbestendig is.
“LOSLATEN IS LASTIG, ZEKER ALS ONDUIDELIJK
IS HOE HET LEVEN ERUITZIET NA DE OVERDRACHT”
NOAB.NL
43
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
i^ԅ2n͞li^ԅ2n͞kבCט   u׉׉	 7cassandra://gIfjNqX-Ut1Xmey06UpP3Ea-rSTmGKOJrbOnSOrv5Ik >`׉	 7cassandra://DpLs3yXH36gHaF7iACJEFTKV868rEc-BriZ9UnWAZOIO`p׉	 7cassandra://qWpFfLhnrewraLCWL_RW3FWzK8qp5QQGITaacIPE8bI7` icԅ2n͞׉E "bedrijfssoftware die altijd werkt
׉	 7cassandra://qWpFfLhnrewraLCWL_RW3FWzK8qp5QQGITaacIPE8bI7` i^ԅ2n͞m׈Ei^ԅ2n͞ni^ԅ2n͞m) "NOAB &GO Magazine 1-2026 spread HRiNbm