׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://Vwus59i2uySRxJxIZaPO9hTaKKpQC-r3gUPmQPCdWQQ `׉	 7cassandra://6TUakp79dLEc8Kh_F72o6Bd_x597BzUekwpa0427mnQ{R`S׉	 7cassandra://XZwp_Fb_D9FDfx5pUMHZeDyXlFENPRCepl7bERG6nmg'`̵ ׉	 7cassandra://kv1mpYsJNTRVtnLoSffWsnP-n-Ain7xbUO2zC4OByVU 9͠d=(ݜ#xט   {u׈   @1  ׈Ed=(ݜ#x׉E ~ExPress
Magazine voor gepensioneerden van VVG-PGB
8e jaar
april 2023
SPECIALE
UITGAVE
PENSIOEN AKKOORD
Dit is een uitgave van
׉	 7cassandra://XZwp_Fb_D9FDfx5pUMHZeDyXlFENPRCepl7bERG6nmg'`̵ d=(ݜ#xd=(ݜ#x{בCט   {u׉׉	 7cassandra://E1kd35wgSekBKmg5roziX6l3hVOWQ0ZZPwlNu0WQCcc `׉	 7cassandra://XYaoLnMB5JZiaOZfvVDon7gxe4Nj26AG102IDA0ci9c#`׉	 7cassandra://NgWDu7zxyGh29a4QZOmz8d1U-uHzuzJ05mZMFvD2IDcKN`j ׉	 7cassandra://CMC_trqftuGvMQHsDdFvy7Rk-VJ6p3WV3bZn19xhPbk Kp͠	d=(ޜ#xґנd=(ޜ#xׁ m9ׁHhttp://www.vvgpgb.nlׁׁЈ׉E+In dit nummer
2-3
Wtp: Tussen hoop en vrees
Programma ALV
4-8 De Wet toekomst pensioenen
bij Pensioenfonds PGB
9
Eerder indexeren op weg naar
het nieuwe stelsel
10 Wat vooraf ging
aan het pensioenakkoord
11
12
13
Het staat kwart voor 12
Bezwaar maken?
Vergeet het maar!
ChatGPT: alles heeft twee
kanten.
Wat vinden onze leden?
14-15 Hoe behartigt VVG
uw belangen?
16-17 Vragen en antwoorden
over het nieuwe pensioen
18
Het VO heeft voorlopig
de handen vol
Reacties, vragen,
op- en aanmerkingen graag naar:
secretariaat@vvgpgb.nl
coloFoN
Dit is een speciale uitgave van
ExPress van VVG-PGB over de Wet
toekomst pensioenen. 8e jaargang
nummer 1
Redactie: Fieneke van den Brink,
Tonnie Klein Hemmink, Theo
Leoné, Nicoline Maarschalk Meijer
en Geurt Bos
Foto’s: ANP/Bart Hoogveld, Marnix
Schmidt, en Cees Mooij
Eindredactie: Geurt Bos en Jos van
Rijsingen
Vormgeving en DTP: Hans Brand
Druk: Drukkerij Tuijtel
Oplage: 15.000
Reacties kunt u sturen naar:
redactie@vvgpgb.nl
2
Veel slimmere mensen dan ik, spreken
zich op dit moment uit over hun
ideeën en denkbeelden ten aanzien
van de voor- en nadelen van de WTP.
Liever gezegd, zoals bij veel discussies
binnen Nederland op dit moment, kan
ik beter zeggen dat ze over elkaar heen
tuimelen om u en mij te overtuigen
van hun mening en gelijk in dezen. En
om eerlijk te zijn, helpt dat mij niet
om een reëel beeld te krijgen van
dat wat ons als gepensioneerden te
wachten staat. Voor mij persoonlijk
is het een soort van leven tussen
hoop en vrees. ‘Hoop’ dat slimme en
integere mensen voldoende inbreng
hebben gehad in de WTP en het
nadenken over de consequenties
daarvan. ‘Vrees’ omdat ik weinig
vertrouwen heb in het inhoudelijk
vermogen van de politiek om
gewogen keuzes te maken in dezen.
Sterker nog als ik sommige politieke
commentaren lees, bekruipt mij het
gevoel dat de grote meerderheid in
de Eerste en Tweede Kamer absoluut
niet weet waar ze nu ‘ja’ tegen gezegd
hebben. Politieke, en in mijn ogen
zelfs ook werkgevers belangen, lijken
belangrijker dan uw of mijn belangen,
om over de rol van de Nederlandse
Bank nog maar te zwijgen. Vandaar
bovenstaande uitspraak over dat leven
tussen hoop en vrees ter aanzien van
de WTP.
Kijk ik om me heen binnen zowel PGB
als binnen onze vereniging dan zie ik
zeer betrokken mensen die druk bezig
zijn om grip te krijgen op zowel WTP
aanzien van de
pensioenpot en
hun
belangen daarin.
En dat zouden wel
eens andere
belangen kunnen
zijn dan die
van u en
mij.
Toen wij binnen ons bestuur
besloten om dit thema nummer te
maken en naar u te sturen, kwam
ook de vraag aan mij als voorzitter
of ik een voorwoord wilde
schrijven. Een voorwoord waarin
ik zou weergeven hoe wij als
bestuur tegen de Wet toekomst
pensioenen aankijken en wat u
van ons mag verwachten in de
komende periode. In mijn ogen
een soort van mission impossible.
als op het proces dat daarna uitgerold
moet worden. Een periode van
‘invaren’ waarin een transitie plaats
moet vinden van oud naar nieuw. En
zoals u heeft gehoord in onze vorige
ALV en heeft kunnen lezen in diverse
bulletins is dat voor een pensioenfonds
als PGB geen makkelijke opgave. En
dat laatste is hét understatement
van dit voorwoord. Mijn zorg bij het
‘invaren’ zit hem vooral in de keuzes
die werkgevers voorgelegd krijgen ten
Wtp: Tussen hoo
Interessant voor mij wordt daarin
de vraag welke rol gepensioneerden
daarin gaan spelen. Worden ze daarin
gehoord, wordt er dan wel geluisterd
of ………..!!
In dit thema nummer willen wij
u meenemen in het proces en
de discussies die daaruit kunnen
voortvloeien, waarbij wij, als
bestuur, niet de illusie hebben u alle
antwoorden te kunnen geven en/of alle
ongerustheden weg te kunnen nemen.
Wat ons betreft is dit thema nummer
de start van een langdurig en intensief
traject waarin wij u willen informeren,
waar nodig willen raadplegen en zeker
gaan uitnodigen om met ons mee te
׉	 7cassandra://NgWDu7zxyGh29a4QZOmz8d1U-uHzuzJ05mZMFvD2IDcKN`j d=(ݜ#x׉Eop en vrees
De weerstand tegen de Wet toekomst pensioenen is groot. Foto ANP/Bart Hoogveld
denken in de stappen die gezet moeten
gaan worden. Stappen waarvan u en
wij vinden dat deze noodzakelijk zijn. Ik
wil niet in herhaling vallen, maar ik heb
ooit gezegd dat wij individueel weinig
of niets kunnen doen, maar dat we
samen sterk staan. Laat deze herhaling
de start zijn van een traject, waarin
wij als VVGPGB samen met onze leden
duidelijk laten horen wat wij belangrijk
vinden in de keuzes die gemaakt
gaan worden met onze pensioenen.
De komende ALV zal daarin een
belangrijke stap gaan worden. We
spreken elkaar hopelijk op 26 april in
de Eenhoorn. Tot dan.
Ernst Taris
Programma ALV van woensdag 26 april
11.00 - 12.15 uur: Vergadering, deel 1
11.00 uur: Welkom & mededelingen. Speech voorzitter
Ernst Taris
11.10 uur: Vaststellen verslag ALV-vergadering 2022
11.15 uur: Jaarrekening 2022: Toelichting Thijs Reuder
11.30 uur: Advies kascommissie. Voorstel decharge bestuur
en kiezen nieuw lid kascommissie
11.35 uur: Begroting 2023, contributie 2024. Toelichting
Thijs Reuder
13.30 - 16.00 uur: Vergadering, deel 2 Het nieuwe
pensioenstelsel | 4 thema’s
• Wat betekent Wet Toekomst Pensioenen voor
gepensioneerden van PGB Jochem Dijckmeester,
voorzitter Pensioenfonds PGB
• Invaren in de nieuwe regelingen en de weg daarnaar toe
(denk aan indexeren)
Ronald Heijn, vice voorzitter Pensioenfonds PGB en
3
bestuurslid op voordracht van de gepensioneerden
• Actuele situatie rondom de wet en wat doet De Koepel
nu en straks John Kerstens, voorzitter De Koepel
• Wat doet VVG om uw belangen te behartigen
Fieneke van den Brink, bestuurslid en VVG | voorzitter
werkgroep P&H.
13.30 uur: Introductie door Jos van Rijsingen
13.35 uur: Eerste introductie van vier thema’s
14.00.uur: Vragen en discussie met panel
15.45 uur: Afsluiting middagprogramma door Ernst Taris
Aanmelden voor deelname aan de vergadering via onze
website www.vvgpgb.nl
d=(ݜ#xd=(ݜ#x{בCט   {u׉׉	 7cassandra://NhO-GTUZBCJZ_YXP8ZoLCTsoll00LfrIxLD2v6FhbXA `׉	 7cassandra://wwJBAixN3_oXz8Ag5C3tiAqeObpp7_CbDQuhe6va36Mt`׉	 7cassandra://BNasPH1AdFn-Ha8XLbDItSxVxEpiEiFoQQuOw4s4JzM@`j ׉	 7cassandra://skkhEUOKSTl_A4AYFNjKZPeoLsSE1_bstdU0owz-xbA 8͠	d=(ޜ#x׉EIn de komende pagina’s
wordt de wet toekomst
pensioenen en wat die voor
gepensioneerden bij PGB
kan gaan betekenen verder
uitgelegd. Het begint steeds
duidelijker te worden, maar
het zal de komende periode
nog veel overleg, gesprekken
en besluiten vragen voordat
we echt weten waar we
precies aan toe zijn.
De Wet
toekomst
pensioenen bij
Wie besluit waarover en wanneer
De Tweede Kamer heeft eind vorig jaar
de nieuwe pensioenwet goedgekeurd.
Nu is de Eerste Kamer aan bod. Het is
de bedoeling dat de wet ingaat op 1 juli
2023. Dan gaat het invoeringstraject
beginnen. Voorlopig gaan we ervan uit
dat dit gaat lukken.
De sociale partners (dat zijn de
werkgevers- en
werknemersvertegenwoordigers)
zullen binnen de wet moeten
vaststellen welke keuzes worden
gemaakt. Daarbij gaat het onder
meer om welke regeling gaat er
gelden, welke afspraken worden
gemaakt over mogelijke buffers en
compensatie en wordt er wel of niet
pensioenfonds
een verzoek gedaan tot ‘invaren’ van
opgebouwde pensioenrechten (gaan
ook opgebouwde pensioenrechten
over naar de nieuwe regeling).
De keuzes die gemaakt worden en
de argumentatie daarvoor worden
opgenomen in het ‘transitieplan’.
Voordat dit transitieplan definitief
wordt vastgesteld, moeten de
sociale partners volgens de wet de
verenigingen van gepensioneerden
‘horen’. Sociale partners moeten
ernaar luisteren en besluiten of ze
daar iets mee doen. Dat besluit, wat
doen ze met het commentaar van
de gepensioneerden (overnemen,
aanpassen of naast zich neerleggen),
moeten ze toelichten aan de
De inhoud van dit themanummer is gebaseerd op de kennis en informatie
ten tijde van het maken van deze special. Er kunnen nog wijzigingen
optreden omdat:
• De Eerste Kamer de wet nog in behandeling heeft
• Het overlegtraject binnen pensioenfonds PGB en bij sociale partners
lopende is
• Nog niet alles op detailniveau (lagere wetgeving) duidelijk is
Er kunnen dan ook geen rechten aan deze teksten worden ontleend.
4
gepensioneerden.
Het transitieplan moet uiterlijk 1
januari 2025 naar het pensioenfonds
worden gestuurd. PGB vraagt sociale
partners om eerder, uiterlijk 1 juli
2024, het transitieplan op te sturen. Dit
omdat PGB meerdere transitieplannen
zal moeten verwerken van de
verschillende sectoren en werkgevers.
Daar heeft PGB wat meer tijd voor
nodig dan een gemiddeld fonds.
Het pensioenfonds moet dan kijken of
dit transitieplan ongewijzigd uitgevoerd
kan worden. Zij moet dan ook kijken
of invaren van de opgebouwde
pensioenrechten in de nieuwe regeling
kan en hoe de gelden in het fonds
worden verdeeld. Een besluit daarover
legt ze vast in een implementatieplan,
waarin onder meer ook een
communicatieplan is opgenomen. Dit
implementatieplan wordt voorgelegd
aan het verantwoordingsorgaan (VO).
Die moet daar, volgens de wet, advies
over uitbrengen. Bij een negatief
advies van (een van de geledingen van)
het VO over het besluit met betrekking
tot het invaren en/of het verdelen van
de pensioengelden bij invaren, moeten
sociale partners en het pensioenfonds
D
׉	 7cassandra://BNasPH1AdFn-Ha8XLbDItSxVxEpiEiFoQQuOw4s4JzM@`j d=(ݜ#x׉E}De VVG-PGB moet dus gehoord
worden voordat sociale partners een
besluit nemen. Verder heeft de VVGPGB
invloed in het VO via drie door
haar benoemde leden.
Het nieuwe pensioenstelsel:
Wat blijft er gelijk?
• De AOW (wat de overheid betaalt)
blijft behouden
• Pensioen wordt opgebouwd via de
werkgever
• Afspraken over de inhoud van de
pensioenregeling worden door
sociale partners gemaakt.
• We blijven risico’s met elkaar delen:
o Ouderdom: Pensioen blijft
levenslang uitgekeerd
o Overlijden: Er blijft een
partnerpensioen
o Arbeidsongeschiktheid:
Langdurige zieken blijven
premievrij pensioen opbouwen
s PGB
opnieuw overleggen wat er moet
gebeuren.
Het implementatieplan moet uiterlijk
1 juli 2025 klaar zijn.
Wat verandert er?
• Er wordt pensioenvermogen
opgebouwd en geen
pensioenaanspraak
• Er zijn twee verschillende
pensioencontracten. Het
persoonlijk pensioenvermogen
(voor een individu) wordt
binnen één van deze contracten
opgebouwd:
o de solidaire premieregeling: als
een persoonlijk aandeel van de
totale pot
o de flexibele premieregeling: in
een ‘persoonlijk potje’
• Er wordt premie betaald om het
persoonlijk pensioenvermogen te
vormen
• De premie is leeftijdsonafhankelijk
en wordt direct gebruikt voor de
opbouw van het eigen pensioen
(afschaffing doorsneesystematiek)
• Het (persoonlijk)
pensioenvermogen wordt belegd
om het te laten groeien
• Het persoonlijk pensioenvermogen
beweegt mee met de
beleggingsresultaten
o Ouderen lopen daarbij minder
risico dan jongeren
o Pensioenen stijgen als het
economisch goed gaat eerder,
maar kunnen ook als het
economisch minder gaat eerder
dalen.
• De omvang van het persoonlijk
pensioenvermogen bepaalt de
hoogte van het te ontvangen
pensioen.
De regelingen in het nieuwe
pensioenstelsel.
In het nieuwe pensioenstelsel
bouwt iedereen persoonlijk
Samen pensioen opbouwen en risico's
delen onder elkaar in één collectief
Individueel pensioen opbouwen
en risico's delen onder gepensioneerden
Deelnemers willen dat er goede keuzes
voor hen worden gemaakt
Gedempte variabele
uitkering
Deelnemers willen zelf keuzes
kunnen maken die bij hen passen
Variabele uitkering
of vaste uitkering
5
d=(ݜ#xd=(ݜ#x{בCט   {u׉׉	 7cassandra://FETEkKAgfPUg0LSjI8oXjRpl7xaz7XacRs-_kaOk3L4 F`׉	 7cassandra://76odgpKuQ5X-H4salY1-4_yW1uC_hLVqa-L0wduq3Gk`׉	 7cassandra://1U6VpeS7YoMeWYVte_AQlVdsNudrnuNcV5d0Pl7UN2A?`j ׉	 7cassandra://kP-mJjD6PjqLHgyBfwRffe5G75wVAZxJ7LAcBwqMJNk 1:͠	d=(ޜ#x׉Epensioenvermogen op. Er zijn in de
wet drie verschillende regelingen
opgenomen, waarbinnen dit kan. Twee
ervan mogen door pensioenfondsen
worden uitgevoerd. De solidaire
premieregeling en de flexibele
premieregeling. Hieronder laten we
op hoofdlijnen de inhoud van deze
regelingen zien.
De premie wordt gebruikt voor
het vullen van het persoonlijk
pensioenvermogen én voor het betalen
van kosten van het pensioenfonds,
de premies voor verzekeringen en
mogelijk het vullen van reserves.
De doorsneesystematiek vervalt.
Hierbij bouwden jongere werknemers
minder pensioen op dan op basis
van hun premie-inleg en hun leeftijd
het geval zou moeten zijn en oudere
werknemers juist meer.
Het pensioenfonds belegt dit geld
om het meer te laten worden. Bij
de solidaire premieregeling wordt
het totale vermogen gezamenlijk
belegd. Daarbij wordt er voor
verschillende leeftijdsgroepen
een risicoprofiel bepaald, dat wil
zeggen de risicobereidheid en de
risicodraagkracht voor personen
binnen deze verschillende groepen. Dat
risicoprofiel wordt gemaakt op basis
van onderzoek onder deelnemers en
gepensioneerden en wetenschappelijk
kennis op dit vlak. Het wordt periodiek
herijkt. Het risicoprofiel bepaalt
hoeveel van de totale resultaten
van de beleggingen (zowel een
stijging als een daling), aan de
verschillende leeftijdsgroepen wordt
toegekend. Uitgangspunt zal zijn dat
gepensioneerden minder risico kunnen
dragen dan jongere deelnemers
(werknemers).
Bij de flexibele premieregeling is het
wettelijk mogelijk om op een (meer)
individueel niveau een risicoprofiel vast
te stellen. Daarbij hebben deelnemers
meer keuzevrijheid. Daardoor kan
er op individueel niveau meer risico
gelopen worden. Ook hierbij zal echter
gekeken worden naar risicobereidheid
en draagkracht en zal mogelijk gewerkt
worden met leeftijdsgroepen. PGB zal
voor de totale groep gepensioneerden
vermoedelijk met één risicoprofiel gaan
werken. Definitieve besluitvorming
hierover moet nog plaatsvinden.
Binnen de solidaire premieregeling
is een solidariteitsreserve verplicht.
Daarin wordt geld gestopt om risico’s
gezamenlijk te delen, waaronder
het risico op daling van ingegane
pensioenuitkeringen. De kans daarop
wordt op die manier kleiner. Dat
betekent echter ook dat de stijging van
de pensioenen wat lager zal zijn omdat
een deel van het rendement aan de
solidariteitsreserve wordt toegevoegd.
In de flexibele premieregeling is het
ook mogelijk om een (risicodelings)
reserve te vormen. Dat is echter
niet altijd verplicht. De regels die
gelden voor het vullen van zo’n
reserve zijn anders dan die voor de
solidariteitsreserve. Daarom is het
minder zeker dat deze (deels) gebruikt
gaat worden om het risico op daling
van ingegane pensioenen te dempen.
Zowel voor de solidariteitsreserve
als voor de risicodelingsreserve geldt
dat afspraken hierover door sociale
partners gemaakt moeten worden.
Zij moeten daarbij rekening houden
met wat het pensioenfonds kan
uitvoeren. Vooralsnog lijkt PGB geen
risicodelingsreserve in de flexibele
premieregeling te gaan uitvoeren.
Op het moment dat iemand met
pensioen gaat, wordt op basis van het
persoonlijke pensioenvermogen, het
projectierendement (een inschatting
van het toekomstig rendement) en de
gemiddelde levensverwachting binnen
het fonds uitgerekend wat de hoogte
van de pensioenuitkering zal zijn.
Jaarlijks wordt een deel uit het
persoonlijk pensioenvermogen gehaald
om het pensioen te betalen. Met het
resterende pensioenvermogen wordt
6
׉	 7cassandra://1U6VpeS7YoMeWYVte_AQlVdsNudrnuNcV5d0Pl7UN2A?`j d=(ݜ#x׉Edoorbelegd. Afhankelijk
van onder meer de
beleggingsresultaten
in dat jaar wordt
het persoonlijk
pensioenvermogen dat
aan het einde van het
jaar over is, herberekend
en aangepast. Het kan
meer worden, maar
ook minder. In relatie
daarmee wordt de
pensioenuitkering
voor het komende jaar
vastgesteld. De uitkering
wordt daardoor in
principe variabel.
Binnen de solidaire
premieregeling wordt
een deel van het
positieve rendement in
de solidariteitsreserve
gestopt. Als het
rendement negatief is wordt
zo mogelijk een deel uit de
solidariteitsreserve gehaald en aan
het persoonlijk pensioenvermogen
toegevoegd. Dit om de
pensioenuitkering zo weinig mogelijk
te laten dalen.
Binnen de flexibele premieregeling
is het mogelijk op het moment dat
men met pensioen gaat te kiezen voor
een vaste uitkering in plaats van een
variabele uitkering. Hoe dat binnen
PGB verder wordt uitgewerkt is nog
onderwerp van onderzoek en overleg.
Binnen de solidaire premieregeling is
het niet mogelijk te kiezen voor een
vaste uitkering (maar de plussen en
minnen worden gedempt).
Er moet worden voorkomen dat er
voor iemand die ouder wordt dan
de gemiddelde levensverwachting
van het fonds geen geld meer is voor
zijn of haar pensioenuitkering. In dat
geval wordt in beide regelingen het
persoonlijk pensioenvermogen extra
verhoogd. Daarvoor wordt vermogen
gebruikt dat vrijvalt door het eerder
overlijden van andere deelnemers.
Het nieuwe
nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen
(partner- en wezenpensioen) wijzigt
in de nieuwe wet aanzienlijk. De
doelstelling is om op dit gebied meer
uniformiteit te krijgen. De meeste van
de wijzigingen hebben gevolgen voor
partners en/of kinderen van actieve
deelnemers die vóór hun pensionering
overlijden.
Voor gepensioneerden blijven
de eerder gemaakte afspraken
bij pensionering (wel/geen
partnerpensioen) ongewijzigd van
kracht. Wel zal voor de uitkering
van een partnerpensioen, hetzelfde
gelden als bij het pensioen van de
eerst-gepensioneerde: de uitkering
wordt variabel. Dat geldt ook voor een
partnerpensioen dat al is ingegaan.
Het opgebouwde en/of ingegane
partnerpensioen gaat ook mee in het
nieuwe pensioenstelsel en wordt dus
ingevaren.
Het invaren
Vanwege de stelselwijziging
zullen alle pensioenregelingen in
Nederland worden aangepast. In
principe heeft een wijziging van
de pensioenovereenkomst (de
pensioenregeling) alleen gevolgen voor
de toekomstige pensioenopbouw. De
wet gaat er echter vanuit dat ook de
bestaande pensioenaanspraken en
-rechten overgaan naar het nieuwe
pensioenstelsel. Dat wordt ‘invaren’
genoemd. Invaren is dus de standaard.
Bij invaren worden de bestaande
pensioenaanspraken en -rechten
omgezet in een persoonlijk
pensioenvermogen. Dit vermogen
maakt dan onderdeel uit van één van
de nieuwe pensioenregelingen. Dat
gebeurt via een interne collectieve
waardeoverdracht.
Sociale partners doen een verzoek
tot invaren. Het pensioenfonds heeft
een eigen verantwoordelijkheid om
te beoordelen of het dit verzoek tot
invaren accepteert. Het kan deze toets
echter alleen uitvoeren nádat sociale
partners een verzoek tot invaren
hebben gedaan. Een verzoek tot
invaren kan door het pensioenfonds
worden afgewezen als dit leidt tot een
onevenwichtig nadeel voor (een groep)
belanghebbenden, als het wettelijk
niet mag of als het voor het fonds niet
uitvoerbaar is. Het pensioenfonds kan
niet zelfstandig besluiten tot invaren.
Als sociale partners geen verzoek doen
tot invaren, moeten zij dit motiveren
in het transitieplan. Ook daarbij geldt
dat dit in principe alleen kan als het
leidt tot een situatie die voor het
pensioenfonds aanleiding zou kunnen
zijn om te weigeren.
Het verdelen van het collectieve
pensioenvermogen bij invaren
Het huidige gezamenlijke
pensioenvermogen moet bij invaren
7
d=(ݜ#xd=(ݜ#x{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8yPtLoJ1cFHIBkfQXzKYsa-F8DR15p3nDp-OmhMMN3M v`׉	 7cassandra://zQ3VNGMQYSaoYQ0w7scQFg4PEMiVb5AzyLLRA8_g5vgz`׉	 7cassandra://II-pVy16igv83_aj__n2ciskcyA7BFdBBcZdhV3grX4>`j ׉	 7cassandra://FuH7QHwXVg6D2N5qhxIJIg1aBF3E0zYsnH7yjq74sl0 #͠	d=(ޜ#x׉Eworden verdeeld. Het pensioenfonds
kiest de methode die hierbij wordt
gebruikt. Dit gebeurt binnen de kaders
die in de wet staan en waarbij rekening
wordt gehouden met hetgeen sociale
partners hebben afgesproken.
Bij de verdeling van het totale
vermogen zal eerst een deel
opzijgezet worden dat het
pensioenfonds zelf nodig heeft om
de toekomstige (uitvoering)kosten
en tegenvallers daarin op te kunnen
vangen. Vervolgens wordt het
geld verdeeld over de persoonlijke
pensioenvermogens, eventuele
solidariteitsreserve (verplicht) of
risicodelingsreserve (optioneel),
een operationele reserve (verplicht
gezamenlijk vermogen om risico’s in
de operationele uitvoering van de
pensioenregeling op te vangen) en -
indien daartoe besloten wordt - een
compensatiefonds voor afschaffing van
de doorsneesystematiek.
Binnen het hoorrecht zal de verdeling
van de pensioengelden voor de VVG
uiteraard een belangrijk onderwerp
van gesprek zijn.
De nieuwe wet bij PGB
Pensioenfonds PGB is een
pensioenfonds voor en door sociale
partners uit heel veel verschillende
sectoren. Elke sector en elke
werkgever is verschillend. Sociale
partners en werkgevers bij PGB
beslissen grotendeels zelf hoe hun
pensioenregeling er bij PGB uitziet.
Er was maatwerk mogelijk. Er zijn bij
PGB bedrijfstakken aangesloten met
een verplicht gestelde regeling én er
zijn bedrijfstakken en/of bedrijven die
vrijwillig zijn aangesloten. Er zijn ook
verschillende regelingen: regelingen
waarbij pensioenaanspraken worden
opgebouwd (DB) of waarbij naar een
pensioenkapitaal wordt toegewerkt
(DC).
De gepensioneerden (circa 100.000)
bij PGB zijn afkomstig van al die
verschillende werkgevers die
verschillende regelingen kennen.
Er zijn dus verschillende sociale
partners die gaan besluiten over
de keuzes die gemaakt moeten
worden over de invoer van de nieuwe
pensioenwet. Dat kunnen werkgeversen
werknemersorganisaties
zijn die een verplichte (CAO)
bedrijfstakpensioenregeling
afspreken (bijvoorbeeld de
grafimedia CAO) of werkgevers en
werknemersvertegenwoordigers
(vakbonden of ondernemingsraad)
van vrijwillig aangesloten bedrijven
en sectoren. Zij kiezen welke
regeling er gaat gelden en of de
opgebouwde rechten (dus ook die van
gepensioneerden) mee overgaan naar
de nieuwe regeling (invaren).
De gepensioneerden bij PGB zijn
afkomstig van veel verschillende
werkgevers. Zij zijn met pensioen
gegaan vanuit verschillende
pensioenregelingen (DB of DC). De
gevolgen van de overgang naar een
van de nieuwe regelingen zijn dus
verschillend.
Daarnaast zijn er gepensioneerden bij
PGB van wie de oud-werkgever niet
meer bestaat, ook niet overgenomen
door een ander bedrijf. Als die
werkgever een vrijwillige aansluiting
was (dus geen verplicht gestelde
bedrijfstakregeling) dan is er nu
geen werkgever die een verzoek tot
invaren kan doen. Voor hen geldt
dat hun pensioenrechten - volgens
de afspraken in de wet - niet kunnen
invaren. Dan blijven dus de oude regels
van kracht.
Wat de invoer van de nieuwe
pensioenregels betekenen en hoeveel
die wijzigen ten opzichte van wat nu
geldt, zal voor ons als gepensioneerde
van PGB verschillend kunnen
uitpakken. Daar kan PGB niets aan
doen. Dat komt vloeit voort uit de
wet die is vastgesteld door Tweede en
Eerste Kamer.
Fieneke van den Brink
8
׉	 7cassandra://II-pVy16igv83_aj__n2ciskcyA7BFdBBcZdhV3grX4>`j d=(ݜ#x׉EjPensioenfondsen moeten zich bij
een besluit over indexatie aan
financiële regels houden (het
financieel toetsingskader – ftk).
Die regels gaan door de nieuwe
wet veranderen, waardoor de
pensioenen eerder zullen stijgen
dan voorheen, maar ook eerder
kunnen dalen.
Om het mogelijk te maken om in
de overgangsfase (vanaf nu tot 1
januari 2027) naar het nieuwe stelsel
alvast rekening te houden met de
nieuwe soepeler regels, zijn er aparte
financiële regels opgesteld voor deze
fase (het zogenoemde transitieftk).
Deze overgangsregels mogen
door een pensioenfonds worden
gebruikt als er wordt ingevaren. Op
zijn minst moet die verwachting er
zijn. Als duidelijk is dat er niet wordt
ingevaren, moeten de oude ftk-regels
weer worden toegepast, waarbij
indexering pas mogelijk is vanaf een
beleidsdekkingsgraad van 110%.
De overgangsregels zijn dus soepeler
en gericht op invaren in het nieuwe
pensioenstelsel. Zo zijn er zijn minder
strenge eisen voor het houden van
buffers, mag er indexatie plaatsvinden
als de dekkingsgraad boven de 105%
ligt (en dat na indexatie ook het geval
is) en zijn ook de regels over de hoogte
van indexatie soepeler geworden.
Het fonds moet ook rekening
Eerder indexeren
op weg
naar het nieuwe stelsel
houden met het feit dat er op termijn
wordt ingevaren. Daarom stelt ieder
pensioenfonds een zogenoemde
‘invaardekkingsgraad’ vast. Dat is
de dekkingsgraad die het minimale
vermogen weergeeft dat nodig is om,
rekening houdend met de afspraken
die sociale partners hebben gemaakt
over de nieuwe regeling en de weg
daarnaartoe, goed te kunnen invaren.
Het pensioenfonds maakt een
overbruggingsplan waarin deze
invaardekkingsgraad wordt vastgesteld
en onderbouwd. Ook moet het
fonds aangeven hoe zij naar deze
dekkingsgraad toegroeit en wat
ze doet als dat op enig moment
niet lijkt te lukken. Een dergelijk
overbruggingsplan wordt íeder jaar
voor advies voorgelegd aan het
verantwoordingsorgaan.
Bij een besluit komende jaren over
indexatie, maar bijvoorbeeld ook
over de hoogte van de premie,
moet ervoor worden gezorgd dat de
invaardekkingsgraad niet in gevaar
komt. Daarom heeft het bestuur van
PGB bij haar indexatiebesluit van 7%
voor dit jaar, vooruitlopend op een
vast te stellen invaardekkingsgraad,
niet alleen het oude toeslagbeleid van
maximaal 3% losgelaten, maar ook
rekening gehouden met de overstap
die we gaan maken naar het nieuwe
pensioenstelsel.
Het zal dus, als definitief vastgesteld
wordt dat PGB gaat invaren, de
komende jaren naar verwachting
eerder mogelijk worden om te
indexeren. Een en ander blijft
uiteraard afhankelijk van de vraag
hoe de beleggingen en de rente zich
ontwikkelen.
De VVG stelt zich op het standpunt
dat als het om indexatie gaat we
gedurende de overgangsfase tot aan
het moment van invaren optimaal
gebruik moeten maken van de
overgangsregels. In de gesprekken
daarover met het bestuur van PGB
laten we hierover geen misverstanden
bestaan.
9
d=(ݜ#xd=(ݜ#x{בCט   {u׉׉	 7cassandra://giWTvSHdZ1EIJM5B0mXz1Edh_8Ltt_B0FGgzJGWvPik VU`׉	 7cassandra://E9jGoUHwm0O6je3lWf_rLMfEbHNJr_khEnf8L-398Y0 `׉	 7cassandra://eSYjTV_8B_DXAZqWDysDosgTFcNLMo9uW3tU8bShzgYF`j ׉	 7cassandra://E5tVV75QlWgVyrlQ0rOmMrryaXs9a25jk6jmnwAqj08 @88͠	d=(ߜ#x׉EWat er voorafging
aan het pensioenakkoord
Al sinds de bankencrisis van 2008
groeit de kritiek op ons veelgeprezen
pensioensysteem. Het zou niet meer
voldoen aan de eisen van deze tijd.
Jongeren zouden benadeeld worden.
Ouderen zou den niet krijgen waarop
ze gerekend hadden. Wat ging er mis
met de pensioenwet uit 1954 waar
iedereen zo blij mee leek?
1954
De Pensioen- en Spaarwet (Psw) uit
1954 was een bundeling van vele
bestaande (rijks)pensioenregelingen,
aangevuld tot een duidelijke,
uniforme algemene pensioenwet.
Sinds de invoering van de Psw had
het merendeel van de fondsen
een eindloonsysteem , waarbij
pensioenrechten van werkenden
meegroeiden met het salaris, en de
uitkeringen van gepensioneerden
meegroeiden met de prijsindex.
Een opbouw van jaarlijks maximaal
1,75% van het inkomen leverde na
40 dienstjaren een voorziening van
70% van het laatstverdiende loon op.
Tevredenheid alom. Maar tegen de
eeuwwisseling ontstonden scheve
gezichten: het eindloonsysteem zou
carrièremakers in de kaart spelen. Het
middelloon was ‘veel eerlijker’.
2000
De politiek haakte gretig
in op de onvrede. Na 2000
moesten de pensioenfondsen
gedwongen overstappen op een
middelloonsysteem. Daarmee sloop
de onzekerheid in het stelsel: de
opgebouwde rechten werden niet
meer automatisch geïndexeerd. Ook
werd indexatie afhankelijk van de
dekkingsgraad. Om na 40 dienstjaren
op een uitkering van ongeveer 70%
van het eindloon uit te komen, was
bovendien een opbouwpercentage
van 2,2% nodig. Dat vond de overheid
(als werkgever) te duur, dus het
opbouwpercentage zakte al snel
naar 1.875% wat nog maar 60%
van het eindloon opleverde. En als
snel kwamen de klachten dat het
middelloonsysteem oneerlijk was
voor jongeren. Want een euro die
10
nog 40 jaar belegd werd, leverde
in het middelloon systeem niet
meer pensioen op dan een euro die
nog maar 1 jaar werd belegd. Ook
bracht de invoering van de nieuwe
Wet Bpf (bedrijfspensioenfondsen)
van 2000, die deelneming aan
bedrijfstakpensioenfondsen verplicht
stelde, een enorme administratieve
rompslomp met zich mee. Vanwege de
verplichtstelling moest de overheid op
allerlei manieren het beheer kunnen
toetsen. DNB (de Nederlandsche
Bank) zou voortaan haar eigen
rekenmethodes op pensioenen
loslaten. Dat hebben we geweten! Het
pensioen werd er per saldo niet beter
op.
2007
Onder druk van sommige politieke
partijen die jongeren aan zich willen
binden met de onjuiste beeldvorming
dat ouderen hun pensioeninleg op
zouden eten, zoekt de overheid
naar wegen om greep te krijgen
op de onvoorspelbaarheid van de
40-60 jarige beleggingstermijn die
voor pensioenfondsen normaal
is. En dus gaat het gebruikelijke
vaste rekenrendement van 4% op
de schop. Het ‘uitgesteld loon’ van
werknemers en gepensioneerden
wordt in plaats daarvan gekoppeld
aan de altijd schommelende
marktrente voor korte termijn
beleggingen. Een onbegrijpelijke
actie die pensioenfondsen opzadelt
met de noodzaak om tegen hoge
kosten beleggingsproducten aan
te schaffen die de uitschieters van
de markt kunnen stabiliseren. Als
na de bankencrisis de rente op de
financiële markten enorm zakt,
zijn we nog verder van huis. De
pensioenverplichtingen moeten dankzij
koppeling aan deze rente voortaan
worden gewaardeerd alsof er de
komende 60 jaar nooit meer dan de
0,5% van rente op de staatsleningen
wordt gehaald. Het in werkelijk
behaalde rendement van de 6-8%
mag niet worden meegerekend. Dat
zet voor meer dan 10 jaar een streep
door indexatie van het vermogen.
2019 – Pensioenakkoord
Inmiddels wordt duidelijk dat door
tussenkomst politiek en overheid
het pensioendossier een veelkoppig
monster is geworden. Het jarenlang
uitblijven van indexaties tast niet
alleen de koopkracht van ouderen
aan maar gaat ook de toekomstige
gepensioneerden (politieke doelgroep!)
veel geld kosten. Werkenden hebben
12 jaar rente op rente van soms 30%
van hun inkomen misgelopen, een
pensioengat dat moeilijk te dichten
valt. In plaats van terug te gaan naar
de uiteindelijk toch heel gunstige
eindloonregeling zet men zich, mede
gezien de ingrijpend veranderde
arbeidsmarkt (ZZP, tweeverdieners,
flexwerkers, late intreders) aan het
ontwerp van een geheel nieuwe wet.
De contouren van de wet, opgetekend
in het ‘pensioenakkoord’ werd in
2019 juichend gepresenteerd. De
wet is nog steeds niet helemaal af en
het is jammer dat gepensioneerden
niet aan de onderhandelingstafels
zijn uitgenodigd, al was het maar
voor de inkleuring van het historisch
perspectief. Gelukkig hebben
gepensioneerden wel ‘hoorrecht’, een
formele weg om hun stem toch te laten
horen.
Nicoline Maarschalk Meijer
Gepensioneerden merken dat meteen
in hun portemonnee, de werkenden
krijgen dit renteverlies pas bij
pensionering voor hun kiezen. In strijd
met het doel van deze operatie is in
plaats van transparant beheer een
voortdurende strijd tegen de grillige
renteontwikkelingen gecreëerd.
2015 – Financieel
Toetsingskader
In het Financieel Toetsingskader (FTK),
onderdeel van de Pensioenwet, zijn
de wettelijke financiële eisen aan
pensioenfondsen vastgelegd. Het FTK
stelt voorwaarden aan de financiële
gezondheid van een pensioenfonds en
is opgebouwd rond de principes van
marktwaardering, risico-gebaseerde
financiële eisen en transparantie. In
2015 is het FTK vernieuwd om meer
stabiliteit bij pensioenfondsen te
creëren in antwoord op de grotere
schommelingen op de financiële
markten.
׉	 7cassandra://eSYjTV_8B_DXAZqWDysDosgTFcNLMo9uW3tU8bShzgYF`j d=(ݜ#x׉ENog nooit gezien hoe
een koe een haas vangt?
Moet u toch wat vaker in
politiek Den Haag komen.
Daar gebeuren soms de
wonderbaarlijkste dingen,
ontdaan van elke logica.
Volg maar het spoor van
Wet toekomst pensioenen.
Na vele jaren van
discussiëren en traineren
leek na het aanbieden
van het wetsvoorstel
aan de Tweede Kamer
de weg vrij voor het
probleemloos behandelen
van de wet. Totdat
Kamerleden zich ineens
leken te realiseren hoe
complex en verdragend
de grootste wijziging
van ons pensioenstelsel
eigenlijk was. Talrijke
hoorzittingen volgden, vele
schriftelijke vragenrondes
en ellenlange debatten. De
Tweede Kamer was niet
in staat om uit de impasse
te geraken. Dat lukte
uiteindelijk wel dankzij de
brille van Pieter omtzigt.
omtzigt, fel tegenstander
van de nieuwe
Het staat kwart voor 12
En nu? Nu ligt het wetsvoorstel al
weer een fiks aantal maanden bij de
Eerste Kamer. Voor wie van afstand
kijkt is dit best lang. Met het ja-woord
van GroenLinks en de PvdA op zak
lijken voor de coalitiepartijen de
stemmen geteld. Wie dichterbij komt
ziet in de Eerste Kamer echter 75
wijze maar bedachtzame mannen en
vrouwen die heel graag hun eigen
koers varen. Het wetsvoorstel nog
eens dunnetjes overdoen mogen ze
niet. De Eerste Kamer heeft ook geen
recht van amendement en is formeel
niet gerechtigd om een wetsvoorstel
ingrijpend te wijzigingen. Tenminste op
papier dan want ook de Eerste Kamer
heeft haar eigen paardenmiddel: de
novelle. De novelle is ooit in het leven
geroepen om op eenvoudige wijze
een fout in een nog niet aangenomen
wetsvoorstel te herstellen. Onder het
kabinet Rutte III en IV heeft de novelle
steeds vaker een politieke lading
gekregen en wordt het ook gebruikt
om een wezenlijke aanpassing van
een wetsvoorstel af te dwingen. Een
soort verkapt recht van amendement
dus. De Eerste Kamer stelt de regering
dan voor de keuze: wij verwerpen het
wetsvoorstel, tenzij het alsnog wordt
gewijzigd. Of het verstandig is om
de novelle in dit geval in te zetten?
Waarschijnlijk niet. Meer dan bij elk
ander instrument ligt bij de novelle
de zogeheten Gedragscode van de
Eerste Kamer onder een vergrootglas.
Die code schrijft voor dat er bij de
Senaatsleden geen sprake mag zijn
van belangenverstrengeling. Maar is
een Eerste Kamerlid die commissaris
is bij de raad van toezicht van
een pensioenfonds eigenlijk wel
onafhankelijk? Formeel juridisch in elk
geval niet. En een Kamerlid dat ooit als
gastspreker heeft opgetreden tijdens
een congres van een pensioenfonds?
Formeel juridisch waarschijnlijk wel.
Zeker bij een wetsvoorstel waar zo veel
kritiek is geweest over het wegstrepen
van het individueel bezwaarrecht
tijdens het invaren zal de Eerste Kamer
zich niet in het mistige veld van dit
soort discussies moeten begeven.
Nog veel moeilijker worden de
afwegingen die de Eerste Kamer
moet maken nu de coalitiepartijen
bij de Provinciale Verkiezingen een
flinke draai om hun oren hebben
gekregen en de BBB voor een politieke
aardverschuiving heeft gezorgd. Voor
de zittende Eerste Kamer staat het
daarmee kwart voor 12. Want kan de
zittende Eerste Kamer in haar nadagen
nog wel vergaande beslissingen
nemen op het gebied van de nieuwe
pensioenwet? Gevoelsmatig in elk
geval niet. Bovendien zijn nog vele
honderden vragen van de fracties
door minister Schouten en het kabinet
pensioenwet, haalde een
oud paardenmiddel van
stal, de artikelsgewijze
behandeling. Bijna dertig
jaar nadat het voor het
laatst was gebruikt bleek
deze aanpak het glijmiddel
om het voorstel door de
Tweede Kamer te loodsen.
niet beantwoord. Een fiks aantal van
die vragen zijn zeer gedetailleerd en
schreeuwen om een antwoord maar op
dinsdag 6 juni is de laatste vergadering
van de huidige Eerste Kamer. De
nieuwe Eerste Kamer wordt op 30 mei
gekozen waarna de Senaat op 13 juni
in de nieuwe samenstelling voor het
eerst bijeenkomt. Is het echt zo ramp
om een majeure operatie van 1.500
miljard euro te verschuiven naar de
komende zittingsperiode? Voor het
uiteindelijk besluit heeft het gezien de
stemverhouding in de nieuwe Eerste
Kamer maar beperkte betekenis. Voor
het herstel van de vertrouwenscrisis
in de politiek is het echter van groot
belang.
Geurt Bos
Voor de Eerste Kamer staat de klok kwart voor 12. Foto Cees Mooij
11
d=(ݜ#xād=(ݜ#xÁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nSy5rlsLNnfd9B8wct0ghMOlbDn2OCJRZPFqP4xmdZ0 h`׉	 7cassandra://elIeFDhwHi2Rf9pCSY-KEMICcYL-qrg3nNK3F8hllqw `׉	 7cassandra://BZWRVG0dlrCKj4CLGz-nVMCheSFqdNnjpYeKwMQG0HQF`j ׉	 7cassandra://bBxSe6jZuN9CoMRu2czUj1_UdpVjfAyloLcNL6jT9YQ p;>͠	d=(ߜ#x׉EMet een positief advies van de Raad van State is het bezwaarrecht bij het
invaren van de Wet toekomst pensioenen buiten spel gezet. Gevreesd
werd dat zoveel gepensioneerden protest zouden aantekenen dat én het
invoeren van de wet enorm vertraagd zou worden én een pensioenchaos
zou ontstaan. In de Wtp is een artikel opgenomen dat bezwaar maken bij
de bestuursrechter, de belangrijkste onafhankelijke rechter bij geschillen
met de overheid, tijdens de transitie onmogelijk maakt. Maar is daarmee
protesteren nog het enige dat we kunnen doen? of zijn er juridische
sluiproutes via een civiele procedure, de Nationale ombudsman of het
Europees recht?
Ombudsman die overheid echter geen
millimeter doen kunnen verschuiven.
Op het gebied van uitvoering van de
pensioenregeling wordt er volgend
jaar meer verwacht van de nieuw op te
richten Externe Geschilleninstantie..
3. Europees Recht: op korte termijn
kansloos!
Europees recht is voor een
gepensioneerde een nagenoeg
Bezwaar maken? Vergeet het maar!
Protesteren bij de Eerste Kamer. Foto ANP/Bart Hoogveld
1. Civiele procedure: kansloos!
Bij een civiele procedure kom
je meestal bij de kantonrechter
terecht maar in dit geval bijna altijd
bij de meervoudige kamer. Op
het eerste gezicht oogt de route
van de individuele bezwaarmaker
hoopgevend. Het buiten werking
stellen van het bezwaarrecht lijkt
immers te botsen met artikel 17 van
de Grondwet dat zegt dat niemand
tegen zijn wil kan worden afgehouden
van de rechten die hem bij de wet
wordt toegekend. Een aanklacht
tegen de overheid zou dan kunnen
worden ingediend op grond van
bijvoorbeeld wanprestatie. Van
wanprestatie kan sprake zijn als de
overheid haar verplichtingen uit
pensioenregelingen niet nakomt. Ook
zou de gepensioneerde een rechtszaak
kunnen aanspannen op grond van
schending van het verbintenissenrecht.
Pensioenen kunnen immers worden
beschouwd als verworven rechten
en worden daarmee beschermd door
het verbintenissenrecht. Als de Wet
toekomst pensioenen leidt tot een
vermindering van de pensioenen kan
dit worden gezien als een schending
van de verplichtingen van de overheid
om deze verworven rechten te
12
beschermen.
Het recht op toegang
tot de rechter van
artikel 17 is echter
geen absoluut recht
hetgeen betekent
dat die toegang wel
degelijk beperkt
kan worden als het
bijvoorbeeld een
legitiem doel dient.
Gezien de complexiteit
bij het omzetten
van bestaande
pensioenrechten op een vaste
pensioenuitkering in een variabel
pensioenkapitaal zal daar vrijwel
zeker sprake van zijn. Daarmee is
een juridisch bouwwerk ontstaan
dat voor één gepensioneerde niet
valt te klieven. Wil de bezwaarmaker
toch het gelijk proberen te halen
dan zal aansluiting moeten worden
gezocht bij gelijkgestemden. De op
1 januari 2020 in werking getreden
Wet afwikkeling massaschade in
collectieve actie (WAMCA) maakt
het voor gedupeerden mogelijk
om schadevergoedingen ook in
gemeenschappelijkheid te vorderen.
Claimstichtingen en commerciële
claimbureaus (no cure, no pay) lopen
zich al warm.
2. De Nationale Ombudsman:
kansloos!
Een individueel gepensioneerde
kan ook terecht bij de Nationale
Ombudsman, het onafhankelijk
instituut voor klachten. De Nationale
Ombudsman heeft weliswaar geen
rechterlijke bevoegdheid en kan ook
geen uitspraken doen die de overheid
verplicht is te volgen maar zijn invloed
op het beleid van de overheid is
redelijk groot. In dit geval zal de
ontoegankelijke weg. Met flinke
juridische bijstand en gesteund door
een belangengroepering kan hij
aankloppen bij het Europese Hof voor
de Rechten van de Mens in Straatsburg
of bij de Europese Commissie in
Brussel en vervolgens het Hof van
Justitie in Luxemburg. Het Europees
Verdrag van de Rechten van de Mens
heeft het recht op een toegang tot de
rechter en een eerlijk proces expliciet
neergelegd in artikel 6 van het EVRM ,
een van de hoekstenen van dit verdrag.
Allesbepalend daarbij is of er nietlegitieme
voorwaarden zijn gesteld en
het conflict de gepensioneerde op een
of andere wijze in zijn vermogen treft.
De Europese Unie zal een uitspraak
van Straatsburg altijd opvolgen. Ook
het Europese Unie zelf kent een
dergelijke toepassing. Volgens het
EU-verdrag is het niet toegestaan om
het bezwaarrecht af te schaffen of
te beperken tenzij onder bijzonder
strenge wettelijke voorwaarden. Of
daar in dit geval sprake van is wil Hans
van Meerten, bijzonder hoogleraar
Europees Pensioenrecht in Utrecht, tot
op het bot toe onderzoeken. Volgens
Van Meerten, die ook door de Eerste
Kamer als deskundige is gehoord,
handelt Nederland in strijd met het
Europees Recht door werknemers en
gepensioneerden niet de optie van
het bezwaar maken te bieden en hen
verplicht zich te laten aansluiten bij
pensioenfondsen. Naar aanleiding
van zijn klacht heeft de Europese
Commissie een nader onderzoek
gelast. Een procedure van veel
geduld en lange adem lijkt daarmee
begonnen.
Geurt Bos
׉	 7cassandra://BZWRVG0dlrCKj4CLGz-nVMCheSFqdNnjpYeKwMQG0HQF`j d=(ݜ#x׉EEChatGPT:
alles heeft twee kanten
Het wegstrepen van het individueel bezwaarrecht bij het invaren
van de Wet toekomst pensioenen roept heftige reacties op. Ook
van vooraanstaande juristen die niet schromen om typeringen
te gebruiken als ‘uitholling van de democratie’ en ‘regentesk
beleid’. ChatGPT, absoluut toonbeeld van Artificial Intelligence
en meest geavanceerde tekstrobot op Aarde, stelt zich heel wat
genuanceerder op. Over het afschaffen van het bezwaarrecht
tijdens de transitie schrijft de ultieme chatbox in zijn eigen
bewoordingen: “Als AI-model maak ik geen waarderingen
maar het afschaffen van mogelijkheden tot bezwaar maken
heeft in dit verband twee kanten. Sommigen beschouwen
het als noodzakelijk om wetten snel en efficiënt in te voeren,
terwijl anderen beargumenteren dat elke burger het recht
moet hebben om bezwaar te maken tegen beslissingen die hen
aangaan. Het is belangrijk om te realiseren dat deze wetgeving
niet alleen wordt ingevoerd voor het welzijn van individuele
gepensioneerden, maar ook voor het algemeen belang van de
samenleving. Daarom kunnen beperkte rechtsmiddelen voor
bezwaar in sommige gevallen noodzakelijk zijn om het proces te
bespoedigen en het algemene belang te beschermen”.
Wat vinden onze leden?
Compenseer
indexatieslachtoffers
Mijn grootste ergernis in het ontwerp
Wet Toekomst Pensioen is het
volkomen negeren van de belangen
van diegenen die de laatste 15 jaar niet
zijn geïndexeerd of zelfs gekort.
De reeds gepensioneerden merken dit
gebrek dagelijks in hun portemonnee
maar deelnemers merken hier nu
weinig van.
Echter, het gaat om onrustbarend grote
bedragen!
Iemand die in 2007 is gepensioneerd
met een gemiddeld pensioen van € 700
in de maand heeft tot nu toe bijna €
20.000 te weinig ontvangen en krijgt
bovendien maandelijks € 210 te weinig.
Deelnemers merken hier nog weinig
van. Echter, de voor hen ingelegde €
1 premie uit 2007 is nu nog steeds € 1
en niet de € 1,40 die het zou moeten
zijn. Bij de beoogde verdeling in
“pensioenpotjes” zal hij ongeveer €
18.000 voorgoed kwijt zijn.
Ik pleit ervoor om, voordat er ook
maar gedácht wordt aan het verdelen
in “potjes”, dat allereerst de tekorten
uit het oude systeem worden
gerepareerd en de niet uitgekeerde
pensioenindexatie wordt uitbetaald.
Los van het hierboven vermelde vind ik
het sowieso onbehoorlijk om “tijdens
het spel de spelregels te veranderen”.
Veel beter zou zijn om allen in het
huidige systeem volgens de oude
regeling (maar dan wel met een reële
rekenrente!) te handhaven en nieuwe
toetreders onder de nieuwe Wtp te
laten vallen.
Arie de Gruijter, Roosendaal
Eindelijk knoop doorgehakt
Gelukkig is een aantal zaken uit het
oude pensioenstelsel behouden
gebleven.
Het nieuwe stelsel sluit goed aan op
de veranderde arbeidsmarkt, waarin
mensen vaker van baan veranderen of
als zzp’er gaan werken.
Een grotere afhankelijkheid van de
aandelenmarkt heeft een positieve
kant, er kan sneller geïndexeerd
worden, maar bij een beurscrash
kan dit ook zeer nadelige gevolgen
hebben voor de pensioenfondsen en
tot verlaging van pensioenen leiden.
Een goed evenwicht in de soorten van
beleggingen van de pensioenfondsen
kan dit nadeel mogelijk ten dele
opheffen. Ik hoop daarom dat er
een goede balans in de beleggingen
gevonden zal worden.
In het oude pensioenstelsel was er de
mogelijkheid om de pensioenuitkering
naar voren te halen, het zogenaamde
hoog laag pensioen. In mijn omgeving
zie ik dat dit ook tot ongewenste
situaties kan leiden. In het nieuwe
stelsel worden deze mogelijkheden
verruimd. Het lijkt mij gewenst om met
de deelnemers goed te communiceren
over de gevolgen van bijvoorbeeld een
uitkering ineens.
Tot slot maak ik mij ook wel enigszins
ongerust over de invoering en kosten
van het nieuwe stelsel.
Ik hoop van harte dat de
pensioenfondsen deze ingewikkelde
operatie onder controle hebben en
kunnen houden.
Als dit klopt, is het goed dat er
nu na jaren eindelijk een knoop is
doorgehakt. Ik hoop van harte dat
daarmee onze pensioenvoorziening tot
één van de beste stelsels in de wereld
blijft behoren.”
leendert van den Berg, Driehuis
In slechte jaren heb je pech
Positief dat de partijen tot een
akkoord zijn gekomen. Ik heb daar
een goede indruk van. Vijftien jaar
zijn de pensioenen niet geïndexeerd.
Ging niets af maar kwam er ook niks
bij. Eenmalig ging zelfs de belasting
omhoog. Kostte me per maand
zeventig euro. De nieuwe wet maakt
het gemakkelijker om te indexeren.
Aan de andere kant: gaat het met de
economie slecht dan heb je pech. Nou,
dat is dan maar zo. Met een andere
wetgeving hadden de pensioenen
afgelopen jaren veel eerder kunnen
worden verhoogd.
Peter otterspeer, Doetinchem
Let op kleine pensioentjes
Laat de Eerste Kamer nog maar eens
goed naar het pensioenakkoord kijken.
Dat kan nooit kwaad. Zelf zit ik op
afstand en kan de overeenkomst niet
goed beoordelen. Heb wel het idee
dat het de goede kant op gaat. Zelf
heb ik niks te klagen. Woon in een
mooi appartement op de Woolder
Es in Hengelo. Wat wil je nog meer?
Vooral voor de mensen met een klein
pensioentje moeten ze nog eens goed
kijken af het akkoord ook voor hen
goed is.
Wim Hagels, Hengelo
Theo leoné
13
d=(ݜ#xƁd=(ݜ#xŁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SZHPLRiyN26tOf6ExXDujNBeRshdTOkkJQBd9oAkTMw \g`׉	 7cassandra://1GScmW7zV54mMaPMJ2ZVDTXuv_V2rv2PNhQP_3ohhyQW`׉	 7cassandra://LsVE6PQn9QrdDb5S2qXtB3yDzyQrZQLKCGaFWJekZCEC`j ׉	 7cassandra://QvuuY-6HZMBMhp-0N2Xm2-3qXoObj6L7b_FAei3tUII ͠	d=(ߜ#xנd=(ߜ#x G9ׁH +mailto:pensioentrefpunt@pensioenfondspgb.nlׁׁЈנd=(ߜ#x Z59ׁH %https://www.koepelgepensioneerden.nl/ׁׁЈנd=(ߜ#x Z!9ׁH &https://www.pensioenfondspgb.nl/login/ׁׁЈנd=(ߜ#x Z9ׁH 3https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioenׁׁЈנd=(ߜ#x Z'9ׁH !https://www.onsnieuwepensioen.nl/ׁׁЈנd=(ߜ#x 8̎9ׁHmailto:pensioen@vvgpgb.nlׁׁЈ׉ETHoe behartigt de VVG uw belangen?
Hoewel het nog niet zeker is dat de Wet toekomst pensioenen wordt
aangenomen en hoe die er precies uit zal gaan zien, worden overal de
voorbereidingen al getroffen. Dat moet ook wel om het huidige tijdspad in
de wet te halen. ook binnen pensioenfonds PGB en binnen onze vereniging
van gepensioneerden zijn de voorbereidingen in volle gang.
De VVG-PGB heeft wettelijk het recht
gehoord te worden door sociale
partners vóór die de regeling definitief
vaststellen. Voor gepensioneerden zijn
de belangrijkste vragen:
• Welke regeling - solidaire
premieregeling (SPR) of flexibele
premieregeling (FPR) - gaat voor mij
gelden en hoe werkt die precies?
• Gaat mijn pensioen mee over naar
die nieuwe regeling (invaren)?
• Als mijn opgebouwde pensioen
meegaat naar een van de nieuwe
regelingen:
• wordt het geld uit het
pensioenfonds dan eerlijk verdeeld
over de (individuele) ‘potjes’?
• wat betekent dat voor de hoogte
van mijn maandelijkse pensioen bij
overgang?
• Hoe gaat het met de hoogte van
mijn pensioen na de invoering van
het nieuwe stelsel:
• als mijn pensioen is ondergebracht
in een regeling van het nieuwe
stelsel?
• als mijn pensioen niet meegaat
naar het nieuwe stelsel?
• Wat gebeurt er met het pensioen
voor mijn partner als ik overlijd?
Naar dit soort zaken zullen we
nadrukkelijk kijken in het kader van
het hoorrecht bij sociale partners en/
of pensioenfonds PGB.
Ons uitgangspunt blijft:
• Geld dat in het pensioenfonds zit,
wordt eerlijk verdeeld over alle
betrokken geledingen
• Ons pensioen is na overgang naar
het nieuwe stelsel niet lager dan
daarvoor
• De kans dat het pensioen stijgt,
is groter dan de laatste jaren het
geval was
• De kans dat het pensioen daalt,
blijft tot een minimum beperkt
14
Bij
sociale
partners
De werkgroep pensioenen &
hoorrecht legt nu al contact
met de sociale partners die een
rol spelen bij PGB (werkgevers•
In de overgangsfase naar het
nieuwe stelsel zal komende
jaren, binnen de wettelijke
mogelijkheden, optimaal worden
geïndexeerd
Binnen PGB
In het nieuwe pensioenstelsel kent
pensioenfonds PGB - net als nu -
twee basisregelingen: de solidaire
premieregeling en de flexibele
premieregeling, met daarbinnen een
aantal onderdelen waarop per sector/
aansluiting gekozen kan worden.
Niet alles wat wettelijk binnen de
twee regelingen mogelijk is, zal bij
pensioenfonds PGB mogelijk zijn. Dit
komt omdat het allemaal naast elkaar
(technisch) uitvoerbaar moet zijn. En
ook zonder dat de uitvoeringskosten de
pan uitrijzen.
Pensioenfonds PGB is daarom bezig
deze twee basisregelingen concreet in
te vullen: wat kan wel en wat kan niet
en wat is voor iedere sector/aansluiting
die voor één van de twee regelingen
kiest hetzelfde én waarin kunnen
keuzes worden gemaakt (een
soort keuze-palet)? Dat doet PGB
in afstemming met de diverse
sociale partners omdat zij op
grond van de pensioenwet de
regeling vaststellen.
Hoe dat keuze-palet van PGB
eruit gaat zien, is ook voor ons
als gepensioneerden van groot
belang omdat sociale partners
straks binnen die kaders gaan
beslissen over de regeling die gaat
gelden en over het al dan niet invaren
van ons pensioen.
Het bestuur van pensioenfonds
PGB ziet dat belang van de
gepensioneerden. Daarom wordt de
VVG - en in het bijzonder de werkgroep
pensioenen & hoorrecht - door het
bestuur van PGB betrokken (gehoord!)
bij de ontwikkeling van het keuze-palet.
Omdat er nu keuzes worden gemaakt,
past het zeker in de geest van het
wettelijk hoorrecht dat er nu al naar de
VVG wordt geluisterd. De werkgroep
zal zich hier komende maanden
intensief mee bezig houden om zo de
belangen van de gepensioneerden
steeds onder de aandacht te brengen.
Tot nu toe verloopt de samenwerking
met het bestuur van PGB heel
constructief.
Overigens zal VVG haar invloed
binnen PGB ook uitoefenen via de
drie leden die zij in het VO heeft
benoemd. Daarover elders in dit
nummer meer.
׉	 7cassandra://LsVE6PQn9QrdDb5S2qXtB3yDzyQrZQLKCGaFWJekZCEC`j d=(ݜ#x׉Een werknemersverenigingen,
werkgevers en vakbonden of
ondernemingsraden). We denken
dat we met onze ideeën in deze
aanloopfase meer invloed kunnen
uitoefenen dan wanneer de
sociale partners zelf al tot een
conceptvoorstel zijn gekomen.
We willen hen graag vertellen
wat voor ónze én hun
gepensioneerden van
belang is als zij hun keuze
gaan maken voor een
nieuwe regeling en het al
dan niet invaren van (onze)
bestaande rechten.
organiseren
Richting politiek
Er zijn nog steeds veel punten
van kritiek op de nieuwe wet.
De Koepel Gepensioneerden (waarbij
de VVG is aangesloten) voert een
intensieve lobby om de leden van de
Eerste Kamer ervan te overtuigen dat
de wet op een aantal punten moet
worden aangepast. Daarbij gaat het er
met name om dat er reëel perspectief
ontstaat op een koopkrachtig pensioen,
dat er meer garanties komen voor een
eerlijke verdeling van pensioengelden
bij het invaren en dat gepensioneerden
meer zeggenschap krijgen bij de
overgang naar het nieuwe stelsel, maar
zeker ook daarna.
Richting onze leden
We willen onze leden zoveel mogelijk
betrekken bij de invoering van het
nieuwe pensioenstelsel.
Dat doen we onder mee
door:
• het verstrekken van
informatie via
nieuwsbrieven,
ons magazine
ExPress en onze
website
• vragen van leden te
beantwoorden
• via (digitale) klankbord
bijeenkomsten
later dit jaar of via
PensioenTrefpunt met
onze leden te praten
over deze onderwerpen
U bent met uw vragen,
ideeën of suggesties van
harte welkom bij ons. U kunt dit
doen door een e-mail te sturen naar
pensioen@vvgpgb.nl of een brief te
sturen naar: VVG-PGB,
Antwoordnummer 1204, 7550
VB Hengelo.
Fieneke van den Brink
Wilt u meer weten over het de nieuwe wet en / of uw eigen pensioen. Kijk
dan op de volgende websites:
1. https://www.onsnieuwepensioen.nl/
Om voor iedereen duidelijk te maken wat de nieuwe regels inhouden,
hebben de vakbonden, werkgeversorganisaties, pensioenuitvoerders
en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze website
gemaakt.
2. https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioen-bijpensioenfonds-pgb/het-nieuwe-pensioen/
Ook
PGB houdt ons op de hoogte over de ontwikkelingen met betrekking
tot de nieuwe pensioenwet en wat het voor ons betekent.
3. https://www.pensioenfondspgb.nl/login/
Als u informatie wilt over uw eigen pensioen bij PGB kunt u hier terecht.
4. https://www.koepelgepensioneerden.nl/
De Koepel Gepensioneerden - waar VVG bij aangesloten is -geeft
regelmatig updates over wat zij doet om onze belangen in Den Haag te
behartigen. Dit overigens niet alleen voor pensioenen, maar ook voor
wonen, zorg en welzijn.
• in samenwerking
met PGB (digitale)
kennisbijeenkomsten over
de wet of delen daarvan te
PensioenTrefpunt
En als u mee wilt praten over pensioenen en andere zaken die voor u als
gepensioneerde interessant zijn, kunt u zich aanmelden bij PensioenTrefpunt.
Stuur een mailtje met daarin uw voor- en achternaam naar:
pensioentrefpunt@pensioenfondspgb.nl
15
d=(ݜ#xȁd=(ݜ#xǁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://FuqGV3pfMEqv_wOxLNZVL-vHw-LTaGIlxh8FfHu_pzg +`׉	 7cassandra://ErSKVFGIBLPT2SFRdZBIeJ302zG-kVhCReMeMfUgU8M`׉	 7cassandra://qNFcSqg3eUl06ujUwhDYtd8Lodd-2eT14ZJIfISLJ6IF`j ׉	 7cassandra://VEQvC2rK7qmlRpyr9catwk3B1P_5pmVWeBZRcDxEjMM D
`͠	d=(ߜ#xנd=(#x 9ׁH &http://pensioenfondspgb.nl/deelnemers/ׁׁЈנd=(#x ̒9ׁHmailto:pensioen@vvgpgb.nlׁׁЈ׉EMVragen en
antwoorden
over het nieuwe pensioen
1. Er komen straks minimaal
twee regelingen, een solidaire
premieregeling en een flexibele
premieregeling. Hoe weet ik welke
regeling voor mij als gepensioneerde
gaat gelden?
Sociale partners kiezen de regeling
die zal gelden binnen die bedrijfstak
of dat bedrijf. Deze keuze geldt
ook voor gepensioneerden van dat
bedrijf. Van deze keuze zullen ook de
gepensioneerden in kennis worden
gesteld.
2. Wanneer hoor ik welke regeling voor
mij gaat gelden?
Het moment waarop gepensioneerden
worden geïnformeerd hangt af
van definitieve besluitvorming bij
sociale partners. De diverse sociale
partners die hun regeling bij PGB
hebben ondergebracht zullen hun
besluitvorming op verschillende
momenten hebben afgerond.
3. Als ik het niet eens ben met de
regeling waarin ik terecht kom, kan ik
dan bezwaar maken?
Nee, bij de overgang naar het nieuwe
pensioenstelsel is het individueel
bezwaarrecht wettelijk buiten werking
gesteld.
4. Heb ik als gepensioneerde straks
iets te vertellen hoeveel of hoe weinig
risico met beleggen (en met mijn potje)
wordt genomen?
Bij de solidaire premieregeling
wordt vermoedelijk voor de groep
gepensioneerden als geheel een
16
risicoprofiel bepaald. Dat geldt ook
voor de flexibele premieregeling,
omdat PGB voornemens is
om ook in die regeling een
collectieve uitkeringsfase in te
richten. Daarbij wordt uitgegaan
van de risicobereidheid en de
risicodraagkracht. Dat risicoprofiel
wordt periodiek herijkt. Vanuit de wet
moet dat in ieder geval iedere vijf jaar
gebeuren. Binnen PGB zal dit mogelijk
vaker gebeuren.
5. Hoe komt de VVG nu en straks voor
mijn belangen op?
Daarin verandert niets:
• VVG draagt een kandidaat voor, voor
een zetel in het bestuur van PGB
• VVG benoemt drie leden in het
verantwoordingsorgaan van PGB en
• Het bestuur van VVG heeft
rechtstreekse contacten met het
bestuur van PGB. De VVG wordt
daarbij ondersteund door de
werkgroep Pensioenen & Hoorrecht
die bestaat uit oud pensioenfondsbestuursleden
•
Wij zijn lid van de Koepel
Gepensioneerden die onze belangen
behartigt in Den Haag
Bij de overgang naar de nieuwe
pensioenregels heeft VVG extra
bevoegdheden die in de wet zijn
vastgelegd: het zogenoemde
Hoorrecht. Hierover vindt u meer in dit
themanummer.
6. De afspraken voor mijn partner
bij mijn overlijden, blijven die
gehandhaafd?
Hierbij een aantal veel gehoorde vragen
over het nieuwe pensioen met daarbij
ook antwoorden. We hebben nog meer
vragen uit de achterban ontvangen. Op
de website van de VVG (www.vvgpgb.
nl) zijn deze vragen en antwoorden
te vinden. Mocht u zelf nog andere
vragen hebben kunt u die via de mail
naar ons sturen. Het mailadres is:
pensioen@vvgpgb.nl. We zullen die dan
beantwoorden en ook op de website
zetten.
Met vragen die betrekking hebben op
uw eigen pensioen kunt u altijd terecht
bij PGB (Tel. 020-541 82 00). Ook voor
algemene vragen kunt u altijd bij hen
terecht. Op de website van PGB kunt u
zien wat de andere mogelijkheden zijn
om hen kunt bereiken, via e-mail of post.
Voor meer informatie zie: https://www.
pensioenfondspgb.nl/deelnemers/
service-contact-deelnemers/
Voor gepensioneerden verandert
er niet veel voor het recht op
partnerpensioen. Een ingegaan
partnerpensioen zal echter, evenals het
ouderdomspensioen, meer afhankelijk
van de beleggingsresultaten worden
en sneller verhoogd dan wel worden
verlaagd.
7. Als ik en mijn partner zijn overleden
en er zit nog geld in míjn potje, is dat
dan voor mijn erfgenamen?
Nee, dat is niet het geval. Dit geld
wordt gebruikt om de garantie op een
uitkering gedurende het hele leven
van gepensioneerden en hun partners
waar te kunnen maken. Mochten u of
uw partner langer leven dan verwacht
en eigenlijk met een leeg potje zitten,
dan blijft u daardoor ook pensioen
ontvangen.
8. Vanaf wanneer krijg ik mijn
pensioenuitkering uit mijn eigen
potje?
Het ziet er naar uit dat
dat uiterlijk 1 januari
2027, of zoveel eerder als
mogelijk, het geval zal zijn. Dit hangt
echter af van de vraag of de wet ook
daadwerkelijk op 1 juli 2023 in werking
zal treden.
9. Is mijn uitkering in het nieuwe stelsel
minimaal wat ik daarvoor ook kreeg?
Kan het ook meer of minder zijn?
׉	 7cassandra://qNFcSqg3eUl06ujUwhDYtd8Lodd-2eT14ZJIfISLJ6IF`j d=(ݜ#x׉E-Het streven is erop gericht, dat dit
minimaal gelijk is aan de uitkering die
u de maand daarvoor nog onder de
oude regels kreeg. Het bestuur van
PGB doet hier ook alles aan om dat te
bereiken. Dit is echter sterk afhankelijk
van de dekkingsgraad op het moment
van de overgang. Garanties zijn daarom
niet te geven. Het kan ook meer zijn of
minder.
10. Als ik onder de solidaire
premieregeling val, zorgt de buffer er
dan voor dat ik niet gekort word?
Het lijkt er nu op dat ervoor gekozen
wordt om de buffer (grotendeels) in
te zetten voor stabilisering van de
pensioenuitkeringen. Als dat zo wordt
besloten, dan is de kans op kortingen
op uitkeringen door tegenvallende
beleggingsresultaten een stuk kleiner
of de korting wordt gedempt. Maar zeg
nooit nooit.
11. Hoe wordt de hoogte van mijn
pensioenuitkering beschermd als ik,
misschien wel tegen mijn zin, in de
flexibele regeling beland?
Voor gepensioneerden wordt een apart
risicoprofiel gemaakt. Bescherming van
de pensioenuitkering gebeurt door het
aandelenrisico te verminderen en het
renterisico (deels) af te dekken. Dat zal
niet veel anders zijn dan bij de solidaire
premieregeling.
Als de dekkingsgraad bij invaren
voldoende is om bij de solidaire
premieregeling de solidariteitsbuffer
te vullen, dan zal bij de flexibele
premieregeling een
vergelijkbaar bedrag aan
het eigen potje
worden toegevoegd.
De buffer zit dan als het
ware in het eigen potje.
Er kan in de flexibele
premieregeling ook
gekozen worden voor
een vaste uitkering.
Het is nog niet duidelijk
hoe dat verder binnen
PGB geregeld zal
worden.
12. Hoe vaak wordt gekeken of mijn
pensioen verhoogd of verlaagd kan
worden?
Wij gaan ervan uit, dat dit net als nu
éénmaal per jaar gebeurt. Dit moet
nog definitief worden vastgesteld door
PGB.
13. Hoe gaat het tot de nieuwe regels
gaan gelden (uiterlijk 1 januari 2027)
met indexeren? We hebben op 1
januari 2023 7% gekregen.
De toeslagverlening (indexatie) gaat
tot het moment waarop de nieuwe
regeling wordt ingevoerd, dus uiterlijk
1 januari 2027, op de oude - in 2022
aangepaste - voet verder. Als wordt
besloten om de oude rechten in
te varen, dan kan PGB tot die tijd
gebruik maken van het zogenoemde
transitie-ftk. In dat geval mag er
vanaf een dekkingsgraad van 105
geïndexeerd worden, waarbij er geen
wettelijke eisen meer zijn over buffers.
Indexatie is dan eerder mogelijk,
maar dat is natuurlijk wel afhankelijk
van beleggingsrendementen en
ontwikkeling van de dekkingsgraad.
Daarbij kijkt het pensioenfonds ook
of er voldoende geld in kas blijft om
zoveel mogelijk te voorkomen dat er bij
het invaren gekort moet worden.
14. Blijft er ook nog wat over om de
schade uit het verleden te repareren,
de inhaalindexatie?
PGB kent geen inhaalindexatie. Of er
wat overblijft, hangt af van de hoogte
van de dekkingsgraad bij de overgang
naar het nieuwe systeem. Als die hoog
genoeg is en er na het vullen van de
persoonlijke ‘potjes’ met 100% en de
solidariteitsreserve binnen de solidaire
premieregeling nog wat overblijft, dan
wordt dat gebruikt om álle potjes te
verhogen en dus alle aanspraken en
pensioenen te verhogen. Dat is dan in
feite een extra indexatie, maar geen
inhaalindexatie want dit staat los van
het verleden.
15. Is er straks nog sprake van een
dekkingsgraad?
Voor de variabele uitkeringen in de
solidaire en flexibele premieregeling
speelt de dekkingsgraad geen rol meer
zoals die dat in het huidige stelsel doet.
Voor de vaste uitkering in de flexibele
premieregeling blijven vermoedelijk
de regels zoals die binnen het
huidige financieel toetsingskader zijn
gedefinieerd gelden. Dus daar is dan
wel sprake van een dekkingsgraad.
Dit laatste geldt overigens ook voor de
pensioenuitkeringen die niet kunnen
invaren.
16. Is er nog sprake van een door de
DNB vastgesteld rekenrente?
Ja, ook in het nieuwe pensioencontract
speelt de door DNB vastgestelde
rentetermijnstructuur nog een rol
(onder andere bij de vaststelling van
het projectierendement. Hiermee
wordt onder meer uitgerekend hoeveel
premie voor de werkenden jaarlijks
moet worden ingelegd om een bepaald
pensioen te behalen).
17. Wanneer wordt mijn pensioen
verhoogd en wanneer verlaagd?
Afhankelijk van de beleggingsresultaten,
de sterfteberekeningen,
de ontwikkeling van het
projectierendement en de stand
van de solidariteitsreserve worden
pensioenuitkeringen verhoogd of
verlaagd. Wij gaan ervan uit, dat dit
éénmaal per jaar wordt bekeken.
18. Wat gebeurt er wanneer mijn potje
leeg is en ik nog in leven ben?
In principe kan het potje niet
leegraken. Het potje wordt als iemand
ouder wordt dan gemiddeld iedere
keer weer gevuld voor de komende
periode. Dit gebeurt vanuit de potjes
die vrijvallen door overlijden van
anderen (zie ook vraag 7). Als iedereen
echter langer gaat leven dan verwacht,
kan dat er wel toe leiden dat de
pensioenen verlaagd moeten worden.
19. Kan ik ook een bedrag ineens
opnemen?
Nee, dat kan alleen op het moment dat
iemand voor het eerst met pensioen
gaat.
20. Mijn oud-werkgever is
overgenomen door een ander bedrijf.
Wat betekent dat voor mij?
In principe zijn alle rechten en plichten
van de oud-werkgever meegegaan
naar de nieuwe werkgever en is die
nieuwe werkgever ook belast met de
uitvoering van de nieuwe pensioenwet.
Hij zal dus besluiten welke regeling
gaat gelden en of er wordt ingevaren.
Het invaren gebeurt dan bij PGB, ook
als de nieuwe werkgever het pensioen
voor zijn huidige werknemers ergens
anders heeft ondergebracht.
Als de oud-werkgever een vrijwillige
aansluiting betrof (dus geen verplichte
bedrijfstakregeling kende), failliet is
en er geen overnemende partij is,
dan blijven de huidige pensioenregels
van kracht en kan er niet worden
ingevaren.
17
d=(ݜ#xʁd=(ݜ#xɁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WMD0sRvFC7bH3_EY1M-e5U4y8mUSPjlyywjENXh85yQ `׉	 7cassandra://jxuKTyL7eWEee0hOPmh3ZSxPvCDriEr882zwzVcXprI`׉	 7cassandra://OH5y0zu7ZKJyPiV6FNLT57a7PbzN6nVhBPCHrhbNC54Cq`j ׉	 7cassandra://N86udZmOAgbfW-L-i5VfctI_EjLyJRqwImnk6c4Dyuc ͠	d=(#xנd=(#x A9ׁHhttp://vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x 1ځ̠9ׁHmailto:secretariaat@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x RƁ̇9ׁHmailto:redactie@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x lj9ׁHmailto:info@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x !9ׁH #mailto:ledenadministratie@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x 99ׁH #mailto:fienekevandenbrink@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x ̬9ׁHmailto:ledenservices@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x ̇9ׁHmailto:redactie@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x (ҁ9ׁH #mailto:ledenadministratie@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x (̿9ׁHmailto:penningmeester@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x (8̴9ׁH  mailto:josvanrijsingen@vvgpgb.nlׁׁЈנd=(#x (̐9ׁHmailto:ernsttaris@vvgpgb.nlׁׁЈ׉EHet VO heeft voorlopig de handen vol
Het overbrengen van een zo
reusachtig pensioenkapitaal
naar een nieuw, individueel
systeem is in de wereld nog niet
eerder vertoond. Dat vereist
scherp toezicht op het handelen
van de verantwoordelijke
pensioenfondsbesturen.
Om praktische redenen is het
gebruikelijke ‘Individueel bezwaarrecht’
tegen kapitaaloverdracht opgeschort
tot de transitie achter de rug is. In
plaats daarvan is tijdens het ‘invaren’
aan verantwoordingsorganen (VO) het
‘verzwaard adviesrecht’ toegekend. Dat
betekent dat bestuur en cao-partners
verplicht zijn om de afspraken te
herzien als het VO (of een deel ervan)
negatief adviseert op de plannen.
Tonnie Klein Hemmink en Jos van
Rijsingen, beiden door de VVG
benoemde VO-leden, bereiden
zich voor om de belangen van
gepensioneerden zo goed mogelijk
voor het voetlicht te brengen zodat
deze met het juiste gewicht kunnen
meewegen in de ‘evenwichtige
belangenafweging’.
Van Rijsingen, behalve VVGvertegenwoordiger
tevens voorzitter
van het VO, zoekt de oplossing in een
duidelijke en begrijpelijke methodiek
om de afweging van de uiteenlopende
belangen inzichtelijk te maken: ‘Hoe
Jos van Rijsingen
je er ook tegenaan kijkt, als je het
plat slaat, blijft het een kwestie van
plussen en minnen. En dan gaat het
erom dat de ene groep niet alleen
maar plusjes heeft en de andere vooral
minnen.’ Van Rijsingen houdt ervan
om ingewikkelde dingen simpel te
maken. Uit zijn lange OR-ervaring weet
hij dat het belangrijk is om tijdens het
besluitvormingstraject geen mensen
te verliezen. ‘Nu is de tijd dat we de
plussen en minnen goed in beeld
moeten brengen. We moeten onze
analyse op tijd klaar hebben en niet
door het bestuur worden verrast. In
deze fase kunnen we nog bijsturen.’
Klein Hemmink: ‘Onze taak is goed
toezien. Informatie verzamelen en
opletten of de voorwaarden die gesteld
zijn niet gaan schuiven. We moeten
vooruitzien tot 2026, maar de condities
zijn nog niet duidelijk,’ legt hij uit. ‘Zo is
de dekkingsgraad van het fonds op het
moment van invaren van belang, maar
daar kunnen we nog geen zinnig woord
over zeggen. We zitten op een schip,
we kennen ruwweg de bestemming,
maar we weten niet precies waar het
aan gaat meren.’
Van Rijsingen wijst op het belang
van het wettelijk Hoorrecht van
gepensioneerdenverenigingen. ‘Dat
is voor gepensioneerden de enige
formele manier om je stem te laten
horen.’ Hij hoopt dat gepensioneerden
zich uitspreken, ook op PensioenTrefpunt,
een platform dat in
Tonnie Klein Hemmink
18
samenwerking met PGB is opgezet.
‘Voor ons als vertegenwoordigers
van de gepensioneerden is het
belangrijk om zo goed mogelijk input
te krijgen. Zowel van de
pensioenwerkgroep van
de VVG als van individuele
leden. Waar leggen wij
onze accenten? Werkgevers
willen lage kosten, FNV
wil dat premie nog
ruimte biedt voor een
aantrekkelijke loonsverhoging in de
cao. Gepensioneerden willen ook een
plus zien.’
‘Voor gepensioneerden is de
invaarmethode van belang,’ zegt
Klein Hemmink. ‘We zijn een
multisectoraal fonds. We hebben niet
één maar tientallen verschillende
cao-tafels waar sociale partners
over het toekomstige contract gaan
beslissen. We krijgen zowel met
het solidaire als met het flexibele
contract te maken. We moeten erop
toezien dat gepensioneerden er niet
bekaaid afkomen in vergelijking tot
de anderen.’ Het VO heeft verzwaard
adviesrecht over de aard van het
contract en moet adviseren of het
voor alle partijen redelijk uitwerkt.
Klein Hemmink: ‘Het adviesrecht
over het ‘overbruggingsplan’, dat
in de transitieperiode jaarlijks door
het bestuur bij DNB moet worden
ingeleverd, geeft een goed beeld van
de generatie-effecten. Ieder jaar wordt
bepaald hoe je er financieel voorstaat
en wat je moet doen om die transitie
zo goed mogelijk door te komen. Hoe
ga je met de centen om, daar gaat het
om!’
Van Rijsingen: ‘Het bestuur kan
verzwaard adviesrecht niet naast
zich neerleggen. Als wij van mening
zijn dat een van de groepen aan het
kortste eind trekt, moet het contract
terug naar de tekentafel. Zelfs als maar
één van de belanggroepen negatief
adviseert, dan moeten sociale partners
en bestuur er opnieuw mee aan de
slag.’
Nicoline Maarschalk Meijer
׉	 7cassandra://OH5y0zu7ZKJyPiV6FNLT57a7PbzN6nVhBPCHrhbNC54Cq`j d=(ݜ#x׉E"VVG-PGB Bestuur
Voorzitter:
Ernst Taris
ernsttaris@vvgpgb.nl
Vice-voorzitter:
Jos van Rijsingen, tel. 073-6214378
josvanrijsingen@vvgpgb.nl
Penningmeester a.i:
Thijs Reuder, tel. 06-5261833
penningmeester@vvgpgb.nl
Bestuurslid/ledenadministratie:
Tonnie Klein Hemmink, tel. 06-51605411
ledenadministratie@vvgpgb.nl
Bestuurslid/communicatie:
Vacature
redactie@vvgpgb.nl
Bestuurslid/ledenservices:
Thijs Reuder, tel. 06-52616833
ledenservices@vvgpgb.nl
Bestuurslid/pensioenwerkgroep:
Fieneke van den Brink
fienekevandenbrink@vvgpgb.nl
ledenadministratie/secretariaat:
Postadres: Hunzestraat 18, 7555 WB Hengelo
Mailadres: ledenadministratie@vvgpgb.nl
Telefoon: 06-51605411
Algemeen mailadres: info@vvgpgb.nl
Redactie Express: redactie@vvgpgb.nl
Secretariaat: secretariaat@vvgpgb.nl
Website: vvgpgb.nl
19
d=(ݜ#x́d=(ݜ#xˁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://lyiXMaAaebGGoHO0WuNIqD60mMbe1RSW5hhnXMhZ5t8 `׉	 7cassandra://ml5BbzHz5htqtlyvXiG6upIrgTOWPMy4lyhKjeHL2pgV`׉	 7cassandra://_mmgXHQMqX4Xhqe4c4YtlTeZuegCwQj_W5OXGl5BImw `j ׉	 7cassandra://GgJ2sNAOe8HmqsXK7PHdfYxZ6WKFf2A91zGAMSuySa0 M͠	d=(#x׉E20
׉	 7cassandra://_mmgXHQMqX4Xhqe4c4YtlTeZuegCwQj_W5OXGl5BImw `j d=(ݜ#x׈Ed=(ݜ#x΁d=(ݜ#x́{) 'Magazine Express 2023 8e jaargang nr. 1 &Magazine Express 2023 8e jaargang nr 1d=(@16J