׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://2IWztdK5m4MwH_ZW50kQzyv312n7fqXWPpZj2iNtY_k  1`׉	 7cassandra://jnhK8TUhwahsaPN9bP5Ss_htSSIf4gnvu4DUFyC4nQcr`S׉	 7cassandra://sn-wd93ObJvPBaPoaHEgAQbEfUjL3UCGWr93pIlM1Og%`̵ ׉	 7cassandra://pWJmYUa48PnaK1vkADoFjcXMEeJYm1synksu-Lqyr9c [͠^6K~3.;v<נ^6K~3.;v2 gYf9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v3 сXn9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v4 A\s9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v5 `r9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v6 ,bv9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v7 jq9 ׉SG
ׁׁrנ^6K~3.;v8 lv9 ׉S	G
ׁׁrנ^6K~3.;v9 [9 ׉S
G
ׁׁrנ^6K~3.;v: ]9׉Hhttps://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ^6K~3.;v; ̜̖9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^6K~3.;vA ̨59ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׈E^6K~3.;v׉EinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
mei 2020
02
07
10
12
14
17
18
20
Marleen Stikker over het Nieuwe Normaal
Marleen Stikker over de digitale overheid en de inzet van apps bij de coronacrisis
Never waste a good crisis
Jaring Hiemstra, Jo Caudron, Jan van Ginkel, Jorinde ter Mors en andere professionals
delen hun verwachtingen van het nieuwe normaal na de coronacrisis
Digitaal vergaderen en digitale besluitvorming
Edelweiss Franklin legt namens de VNG uit hoe digitaal vergaderen en
digitale besluitvorming in de praktijk kan worden toegepast
De coronacrisis vereist wendbaarheid
Ivo Spoor over de wendbaarheid van mensen, leiderschap en structuur bij
publieke organisaties
Nooit meer van het kastje naar de muur
Zakia Boucetta over gemeentelijke ervaringen met omnichannel om
de dienstverlening betrouwbaar, persoonlijk en gemakkelijk te maken
Tussen willen en weten
Xander Jongejan mist ambitie in de position paper over de toekomst
van de gemeentelijke dienstverlening
Hoe kan de overheid fouten helpen herstellen?
Paul Zeef over hulpmiddelen waarmee overheden onopzettelijke vergissingen
door inwoners eenvoudiger kunnen opsporen en oplossen
Colofon
Meld je aan als gratis abonnee!
1
Ga naar
inGovernment.nl
en word online
abonnee!
׉	 7cassandra://sn-wd93ObJvPBaPoaHEgAQbEfUjL3UCGWr93pIlM1Og%`̵ ^6K~3.;v^6K~3.;v{בCט   {u׉׉	 7cassandra://O5H2vpUEEi26Rhb0S5qUuCL7FpceyhnXu95P2IkDZD0 .`׉	 7cassandra://RPL1klK54IqohPwIR34NN8zYzKCFLM-6NfMbmCQsoN0͹`׉	 7cassandra://KnkawG8zk6CdRs146v3YpcbBzeLHvimjqoln_gwr_3c:U`j ׉	 7cassandra://uIm5GtteGzgdH7752HNOyOnoJDbGZRE1DB7IVIIgVWI ͠	^6K~3.;vBנ^6K~3.;v? 9׉H Hhttps://www.un.org/sustainabledevelopment/sustainable-development-goals/Gׁׁrנ^6K~3.;v@ 0!̳=9 ׉S G
ׁׁr׉Einterview
marleen stikker over het nieuwe normaal
‘ laten we onze maats
intelligentie aanspr
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Marleen Stikker stond in 1993 stond aan de wieg van het internet. Als bedenker
van De Digitale Stad ontwikkelde ze de eerste gratis toegangspoort tot een virtuele
internetgemeenschap. Ze is medeoprichter van onderzoeksinstituut Waag en pleit
voor actief burgerschap door open, eerlijke en inclusieve technologie te ontwikkelen.
Hoe kijkt zij aan tegen de digitale overheid tijdens en ook na de coronacrisis?
Welke positie heeft de overheid in een digitale samenleving?
‘Het lijkt er soms op dat de overheid op de samenleving neerkijkt,
alsof men van bovenin de piramide het bordspel
bepaalt. Men heeft die positie echter alleen maar omdat de
samenleving haar soevereiniteit deels overdraagt om
bepaalde collectieve zaken te regelen. We moeten anders
leren kijken naar de overheidspositie. Onze representatieve
democratie stoelt op een maatschappelijke democratie
waarin we samenleven. Het is niet zo dat de overheid moet
leiden en dat de samenleving moet volgen, maar juist
andersom. Daar ging het bij de digitalisering ook al mis.
‘ we spreken over het digitaliseren
van de overheid, in plaats van
digitalisering van de samenleving’
We spreken over het digitaliseren van de overheid, in plaats
van digitalisering van de samenleving. Er is een enorm gat
geslagen tussen de digitale samenleving en de overheid die
zichzelf digitaliseert, en die publieke middelen besteedt aan
haar eigen processen en loketten. Maar al het andere digitale
– elk apparaat, elke dienst – is eigendom van private marktpartijen
die onbelemmerd winst maken, dus waar de overheid
geen enkele zeggenschap over heeft. De Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG) biedt weliswaar
een zwaarbevochten juridisch kader, maar de capaciteit om
overtreders te vervolgen ontbreekt, getuige de tsunami aan
rechtszaken die in Ierland niet worden opgepakt tegen
bedrijven zoals Google. Het probleem is dat de samenleving
de overheid wel het vertrouwen geeft, maar dat die overheid
de markt onvoldoende reguleert, met als gevolg dat markt2
partijen
de wetten overtreden die onze vrijheid zouden
moeten beschermen. Ik zie dat als de verwaarlozing van het
publieke domein. De maatschappij kan heel veel zelf, maar
toch stelt de overheid nauwelijks middelen beschikbaar voor
maatschappelijk initiatief in het digitale domein. Ik wil dat
we dit maatschappelijk kapitaal beter gaan benutten.’
Met welk doel zou de overheid moeten innoveren?
‘De output-indicatoren die we momenteel voor innovatie
gebruiken, zijn achterhaald en in de toekomst onbruikbaar.
Ik maak me grote zorgen over de miljarden in het fonds dat
minister Hoekstra nu beschikbaar stelt, om de economische
crisis vanwege de coronapandemie tegen te gaan. Kern van
dat fonds is het verdienvermogen van Nederland. Maar wat
is verdienvermogen? In de definitie van de minister is dat
enkel gericht op bedrijven, patenten en intellectueel eigendom.
Dat is een hele klassieke denkwijze over wat goed is
voor een land, en alleen gericht op onze concurrentiepositie
tegenover China en Silicon Valley. Een miljardenfonds,
gericht op het behoud van banen om het bruto nationaal product
(bnp) te optimaliseren, is ontzettend kortzichtig. Kijk
bijvoorbeeld naar de gezondheidszorg, waar een enorme
hoeveelheid patenten de innovatie verhinderen. Moet innovatie
altijd tot welvaart leiden? Of is het denkbaar dat we
door innovatie bepaalde kosten niet meer hoeven te maken?
Dat iets wat nu veel geld kost, door slim te investeren in
innovatie, straks geen geld meer kost. De investeringen
die we nu doen voor onze toekomst, moeten navolgende
generaties inlossen. Ik zou willen dat we als land inzetten
op transformatieve innovatie, met heldere doelen zoals de
sustainable development goals van de Verenigde Naties.
Voer het gesprek over de doelen die je wilt bereiken, in plaats
van over de sectoren die je wilt versterken. Als je publieke
middelen in bedrijfstaktransformatie investeert, moeten de
׉	 7cassandra://KnkawG8zk6CdRs146v3YpcbBzeLHvimjqoln_gwr_3c:U`j ^6K~3.;v׉E tschappelijke
reken’
marleen stikker:
‘ je hebt een minister
voor digitalisering nodig,
zoals er ook een minister
van financiën is’
^6K~3.;v^6K~3.;v{בCט   {u׉׉	 7cassandra://woy-7aIGs5unfEqRWUlJiM724_RqS4REWij4ENNARf4 I`׉	 7cassandra://1GH8-RKJtYCKjn66S6FOkBWzMIBNL1JIRc1H_r3UYsIK`׉	 7cassandra://iG3cytfuO-o0gsiwJ9bimHTPPbDGKMGcFLSmZmbR4eU5\`j ׉	 7cassandra://5m1SIiLLOZy-4qInZijGW39fRSsFvaacY4mK_dcHUfQ ]͠	^6L~3.;vFנ^6K~3.;vE 5"̦49 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vM gc9ׁHhttp://GOV.UKׁׁЈ׉Einterview
opbrengsten daarvan ook publiekelijk beschikbaar zijn. Als
we nu start-ups financieel ondersteunen die binnenkort worden
opgekocht door grote bedrijven uit China, de Arabische
Emiraten of de VS, dan is dat een desinvestering. Investeer
liever in het openstellen van kennis in het publieke domein,
zodat er nieuwe bedrijvigheid kan ontstaan. Zo krijgt de
samenleving een beter rendement van onze investeringen.’
Heeft digitalisering bij de overheid wel voldoende prioriteit?
‘Digitalisering wordt toegepast bij alle vraagstukken, dat kan
tegenwoordig niet anders. Wat dat aangaat ben ik benieuwd
naar de adviezen van de Commissie Digitale Toekomst, die uitspraken
doet over hoe volksvertegenwoordigers beter met
digitaliseringsvraagstukken kunnen omgaan. Ik denk dat je
hierin als overheid structureel hoort te investeren. Als er een
minister of wethouder voor digitalisering wordt benoemd, dan
mag je ook een commissie inrichten met alle bijbehorende
ambtelijke ondersteuning en expertise. Dat zou de professionalisering
van dit onderwerp enorm ten goede komen. Volgens
mij heb je een Minister voor Digitalisering nodig, zoals er ook
een Minister van Financiën is. Alles heeft een financieel aspect,
dus moet er altijd een gesprek zijn met de Minister van Financiën.
Datzelfde zou ook moeten gelden voor digitalisering. Elk
ministerie of beleidsdomein zou het gesprek moeten aangaan
met het Ministerie van Digitalisering, waar de generieke kennis
over digitalisering aanwezig is.’
‘ de inzet van open algoritmes en
open data is het nieuwe normaal’
Hoe beoordeel jij de Common Ground-beweging bij gemeenten?
‘Dat is een ontwikkeling waar ik heel blij mee ben. De filosofie
om data bij de bron op te slaan, uit de applicaties te bevrijden
en niet oneindig te kopiëren, steun ik volledig. Ik ben
ook blij dat gemeenten zijn gaan samenwerken, bijvoorbeeld
om de gedwongen winkelnering bij leveranciers tegen te gaan.
Het is toch raar dat gemeenten maar uit twee partijen kunnen
kiezen, en ontzettend veel geld aan licenties kwijt zijn.
Als deze licenties in open source worden omgezet, en
gemeenten hun capaciteit, kennis en kunde versterken, dan
betekent dat een enorme bezuiniging op de ICT-kosten.
Grote monolithische programma’s bij de overheid werken
meestal niet, dus ik snap heel goed dat je de Common
Ground niet in één klap landelijk uitrolt. Ik geloof in een
gezamenlijke aanpak, waarbij een kopgroep oplossingen ontwikkelt
die door slimme volgers worden toegepast. Dit is het
nieuwe normaal wat mij betreft. Je moet niet langer zeggen:
“het is een aardig idee dat we gaan verkennen”. Je moet het
gewoon doen. Maar laten we eerlijk zijn – gemeenten hebben
hun ICT de afgelopen vijfentwintig jaar op zijn beloop
gelaten. Reken erop dat je nu vijfentwintig jaar nodig hebt
om dat weer te repareren. Het is heel diep in de ICT-infra4
structuur
misgegaan, dus dat kan je niet zomaar even herstellen.
Daar gaan gemeenten jaren over doen, en daarbij zijn
snelheid, acceptatie en adaptatie noodzakelijk. Begin bijvoorbeeld
met het opnemen van open source als standaard in de
aanbestedingsprocedures.
In de praktijk verdwijnt de term open source nog wel eens uit
de documentatie, omdat juristen denken dat er daarmee partijen
worden uitgesloten van deelname aan een tender. Maar
open source sluit juist niemand uit – het omgekeerde is
waar! Als goede informatiekundige ambities stranden bij
juridische afdelingen, gaat er ergens in dat proces iets mis.
We moeten meer samenspel krijgen tussen disciplines, want
de inzet van open algoritmes en open data is het nieuwe normaal.
Met het in stand houden van de oude wereld bevorder
je een ongezonde relatie tussen gemeenten en marktpartijen,
waarbij we de afhankelijkheid door vendor lock-in onnodig
blijven voeden. We moeten doorbraken forceren en ons aan
die lock-in ontworstelen. De criteria en principes daarvoor
zijn bekend – nu moeten we er nog naar gaan handelen. Er is
een virtuele publieke ruimte nodig, vergelijkbaar met de
Digitale Stad die ik in 1993 ontwikkelde. Daarbij mogen we
meer gebruiksgemak niet inruilen voor minder veiligheid.
Dat vraagt om expertise bij ontwikkelaars en ontwerpers.
Goede ontwerpers hebben we in Nederland en Europa wel in
huis, maar de beste bureaus worden vaak opgekocht door
Silicon Valley.’
Hoe behouden we goede ontwikkelaars en ontwerpers voor
de publieke zaak?
‘Ik denk dat het GOV.UK-model ook voor Common Ground
zou kunnen werken. Jonge mensen met goede basiskennis
en expertise willen geen ambtenaar worden, dus creëer voor
hen een nieuwe rol. Organiseer het netwerk tussen de organisaties
in, niet binnen één organisatie – dat past niet bij de
creatieve omgeving waar ontwikkelaars en ontwerpers zich
thuis voelen. Bied ook ruimte aan andere werkvormen en
een werkomgeving die daarbij aansluit. Beproef gebruikerservaring,
experimenteer met design, onderzoek gedrag,
bevraag aannames, en organiseer kritische tegenspraak binnen
de overheid zelf. De overheid moet het samen doen met
de samenleving, niet voor de samenleving. De overheid vervult
een cruciale rol in de volgende generatie internet. Daar
ontstaan veel kansen, schaar je daarachter en investeer
daarin – want dan kom je sneller tot nieuwe oplossingen.
Trek dus niet alles naar binnen, maar stap uit die vendor
lock-in en benader het als een interdisciplinaire opgave, waarbij
iedereen mee mag kijken. Klap het proces open!
Net zoals we de impact op het milieu via een milieueffectrapportage
in kaart brengen, zouden we effectrapportages moeten
maken voor technologische innovaties. Doel daarvan is
dat we niet alleen het eerstelijnsvraagstuk oplossen, gericht
op de korte termijn en functionele toepassing. Maar ook de
tweede- en derdelijnseffecten doorrekenen, gericht op de
langere termijn en op de invloed die iets heeft op ons gedrag.’
׉	 7cassandra://iG3cytfuO-o0gsiwJ9bimHTPPbDGKMGcFLSmZmbR4eU5\`j ^6K~3.;v ׉E
[Hoe kijk jij naar innovaties zoals datagestuurd werken, smart
city’s en digital twins?
‘Er is zo veel problematisch aan dat jargon. Het idee dat je in
een digital twin alle processen kan vangen in een digitale variant
is onjuist. Je creëert hoogstens een nieuwe werkelijkheid
naast de bestaande. Als je deze datawereld als vertrekpunt
neemt voor je handelen dan gaat het mis. Veel ambities qua
datagestuurd beleid en voorspellende datamodellen struikelen
over vooroordelen, eenzijdige aannames en een op wenselijk
gedrag gebaseerd mensbeeld.
‘ begin dus altijd met gewenst gedrag
vast te stellen, niet met het definiëren
van een functie’
Er is te weinig tegenspraak binnen overheden die deze ontwikkeling
ter discussie durven te stellen. De fanfare waarmee
datagestuurd werken en digitalisering bij de overheid
worden gepromoot, zorgt ervoor dat mensen het gevoel krijgen
dat ze er niet tegen mogen zijn. De veronderstelling dat
datagestuurd beleid betere inzichten oplevert dan praktijkervaringen
of gesprekken met mensen, gaat uit van de
gedachte dat data een objectieve, effectieve en efficiënte vertaling
zijn van de werkelijkheid. Met dit soort techno-solutionisme
creëren we juist nieuwe problemen, want data en algoritmen
zijn niet objectief. Laten we ook eens nadenken over
welke informatie de samenleving zelf nodig heeft om zich te
kunnen verweren tegen bepaalde ontwikkelingen. De toename
van citizen science-projecten, waarbij mensen zelf data
verzamelen om standpunten te onderbouwen, is in dat
opzicht een welkome ontwikkeling die de overheid best mag
versterken.’
Hoe kijk jij naar de inzet van digitale technologieën bij het
indammen van COVID-19?
‘Samen met andere burgerrechtenorganisaties hebben we
uitgangspunten opgesteld voor het ontwikkelen van een
corona-app, hoewel deze uitgangspunten ook breder toepasbaar
zijn. Belangrijk is te bepalen voor welk scenario je een
app ontwikkelt. Van welk gedrag ga je uit? Wil je burgers de
suggestie geven dat zij met de app weer onnadenkend kunnen
doen wat zij altijd al deden? Of moet een app juist hulpmiddelen
bieden die intelligent gedrag bevorderen? Dat laatste
is een heel ander uitgangspunt. De belangrijkste vraag
voor de corona-app lijkt te zijn overgeslagen. We moeten niet
zozeer de instituties als wel de mensen ondersteunen in hun
dagelijks leven, zodat de zorgsector niet overbelast raakt.
Begin dus altijd met gewenst gedrag vast te stellen, niet met
het definiëren van een functie. Want dan ga je verkeerde
Marleen Stikker: ‘Ik geloof in een gezamenlijke aanpak, waarbij een kopgroep oplossingen ontwikkelt die door slimme volgers worden toegepast’
5
^6K~3.;v!^6K~3.;v {בCט   {u׉׉	 7cassandra://X3g3C99f1jBAXkPNUpOfesjWVPycaKm0YeWci0CyKDY L`׉	 7cassandra://akDg7NV2HxXM2KkM7BYoW6IQe4pb3A5yX4tV7lcxCA8`׉	 7cassandra://CbpRn1jlKHxps0JEbvnz60-siIWMcFvSNzMu7hRNMVw6`j ׉	 7cassandra://2yYMXbNpO-EYE4wZWUVSPCo2Js7yLizuwXnZ9h6hpqw &͠	^6L~3.;vNנ^6L~3.;vI PDU9׉Hhttps://www.codefor.nl/Gׁׁrנ^6L~3.;vJ ̄9׉Hhttps://www.pepp-pt.org/Gׁׁrנ^6L~3.;vK *̲49 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vL "̍69 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vT ̄9ׁHhttp://www.pepp-pt.org/ׁׁЈנ^6L~3.;vS eE̼9ׁHhttp://www.veiligtegencorona.nlׁׁЈ׉Einterview
dingen doen, en geef je geen antwoord op het vraagstuk waar
we voor staan. Ik mis het maatschappelijk gesprek over de
beoogde situatie. Welk gedrag hoort erbij? Welke scenario’s
voor afschalen hebben we bedacht? Als we dat weten kunnen
we pas nadenken over een app die daaraan bijdraagt. Begrijp
me niet verkeerd: ik ben niet tegen apps! Maar ik ben wel
tegen de eenvoudige veronderstelling dat technologie het
coronaprobleem even oplost.’
‘ ik heb ervoor gepleit om een
open proces te doorlopen en om
open source expliciet op te nemen
als randvoorwaarde’
Heb jij vertrouwen in de corona-oplossing die Google en Apple
samen ontwikkelen?
‘Ik kijk daar met argwaan naar. Maar als deze partijen samen
in beweging komen, kan ik wel roepen dat we dat niet willen,
maar dat heeft geen enkel geen nut. Dat zij nu ook het
DP-3T-protocol omarmen en een gedecentraliseerd systeem
zonder centrale database nastreven, ervaar ik als een positieve
tendens. Ook bij Big Tech zijn er mensen die proberen
het goede te doen. Ik maak me wel grote zorgen over de function
creep – wat wil zeggen dat de informatie die nu voor dit
publieke doel wordt verzameld, later ook beschikbaar komt
voor andere partijen of commerciële doeleinden. Gebruikers
klikken na installatie van een app toch wel op akkoord, dus
een opt-in-keuze kan je niet serieus nemen als beschermingsmaatregel
voor onze privacy in de toekomst.’
Wat kunnen we leren van de recente ervaring met de coronaapp?
‘Toen
het Ministerie van VWS de ontwikkeling van een corona-app
aankondigde, heb ik ervoor gepleit om een open proces
te doorlopen en om open source expliciet op te nemen als
randvoorwaarde. Dat proces vormt het begin van een hele
interessante dynamiek. Zo vond er een openbare bevraging
plaats – in plaats van gesprekken in achterkamertjes – met de
eis om de broncode vrij te geven. Marktpartijen met een eenzijdig
commercieel businessmodel die dat niet gewend zijn,
vielen daarmee door de mand. Doordat Code for NL de broncode
heeft bekeken en becommentarieerd, werd het duidelijk
dat er veel consensus is over de eisen waaraan de data moeten
voldoen. Zo hoeft er geen centrale data-opslag plaats te
vinden, maar is een versleutelde decentrale data-opslag op je
eigen telefoon een betere oplossing. In navolging van Duitsland,
waar de hacker-beweging zich hard heeft gemaakt om
het PEPP-PT-systeem te gebruiken, is dit in Nederland ook
gebeurd. Wat mij opviel, is dat er zo veel expertise in de
samenleving aanwezig is om de overheid te helpen de juiste
keuzes te maken. Eigenlijk zouden we zo elke nieuwe aanbesteding
openbaar moeten doorlopen – dat levert veel meer
inzichten op. We moeten nog maar zien of de corona-app er
komt, maar de ervaring die we hebben opgedaan met dit
open proces is geweldig leerzaam geweest.’
Op welke manier komen we uit de intelligente lock-down?
‘Er is gekozen voor een intelligente lock-down, waarbij de
verantwoordelijkheid bij de burger zelf ligt. Dat vind ik heel
mooi, en dat lijkt mij ook de oplossing voor na de coronacrisis.
We moeten vertrouwen op intelligent gedrag en onze
sociale intelligentie aanspreken. Het grootste gevaar is dat
we dit gaan begeleiden met een overmacht aan drones en
kunstmatige intelligentie. Als je daarvoor kiest dan neemt de
sociale intelligentie af en ga je gewenst gedrag outsourcen
naar technologie. De daarbij behorende inperking van privacy
en autonomie in een surveillance-staat zegt veel over wat
voor een soort samenleving we willen zijn. Daar maak ik me
het meeste zorgen over.
‘ we moeten vertrouwen op intelligent
gedrag en onze sociale intelligentie
aanspreken’
Laten we toch onze maatschappelijke intelligentie aanspreken.
Als er weer activiteiten plaatsvinden, ontmoeten mensen
elkaar en komt er opnieuw een samenspel tot stand. Stel
mensen in staat om dat zelf te organiseren, benut de grass
roots. We moeten niet denken in uitersten, want de overheid
is niet verantwoordelijk voor onze leefwereld. Tussen onze
leefwereld en de institutionele wereld bevindt zich een tussenlaag.
Ik noem dat de middle ground, en zie daar een rol
voor buurttuinen, theaters en sportverenigingen. Stel die in
staat om het goede te doen door nu niet alleen te focussen op
technologie, maar juist te investeren in maatschappelijke
initiatieven.’
Meer weten?
Voor de uitgangspunten voor het ontwikkelen van een
corona-app, zie www.veiligtegencorona.nl
Voor het PEPP-PT-protocol (Pan-European Privacy-Preserving
Proximity Tracing), zie: www.pepp-pt.org/
6
׉	 7cassandra://CbpRn1jlKHxps0JEbvnz60-siIWMcFvSNzMu7hRNMVw6`j ^6K~3.;v"׉E6artikel
never waste
wat a good crisis
is het nieuwe normaal
na de coronacrisis?
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Sinds medio maart hebben we te maken met een intelligente lockdown in Nederland.
Kantoren zijn dicht en de scholen zijn gedeeltelijk gesloten. Terwijl ons haar langer
groeit en je snakt naar een vrijdagmiddagborrel, werken we thuis en beeldbellen we
ons een slag in de rondte. Wanneer wordt alles weer zoals het was? Of moeten we
rekening houden met blijvende veranderingen? Op LinkedIn stelde ik de vraag ‘hoe
komt het nieuwe normaal eruit te zien?’ In dit artikel een overzicht van de gedeelde
verwachtingen en toekomstbeelden.
jaring hiemstra
Bestuurskundige
De slimme lockdown gaat uit van het wederzijdse vertrouwen
tussen de publieke sector en de burgers en bedrijven dat
bij onze bestuurscultuur past. Nadat de crisisorganisatie in
de eerste weken centraal heeft gestaan, zullen de besluiten
zich in de komende weken ook uitbreiden naar andere
beleidsterreinen. Herbezinning en strategische heroriëntatie
zijn daarbij nodig, omdat het simpelweg oppakken van de
plannen van vóór de crisis niet kan – en ook niet gewenst is.
Om die reden heeft de gemeente Utrecht de bespreking van
de voorjaarsnota uitgesteld om ruimte te bieden aan de raad
om later een discussie te voeren over de herijkte strategische
koers. Door de coronacrisis ervaren veel organisaties de voordelen
van sneller beslissen en digitale processen. En een
volledige terugkeer naar de oude werkwijze is een achteruitgang.
Op basis van onderzoek noem ik hier vijf ontwikkellijnen
die organisaties tegelijkertijd zouden kunnen volgen
op weg naar het nieuwe normaal (zie figuur). Om nieuwe
strategische lijnen uit te zetten, kan je bijvoorbeeld een
‘verwonderlijst’ bijhouden, met zaken die je opvallen als
input voor de herbezinning.
7
^6K~3.;v#^6K~3.;v"{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-mwUinsD0Um8e_6U6MotnxRcrEmA-vx1MdtjG3KNY98 3` ׉	 7cassandra://5EU6YRLU3UN_VLegMmSgD3qvR50_V2Q98TNOBUJZJUc`׉	 7cassandra://i4ylQsB3EPtQeE_ueBAcZN_YNEHrdtrk-3lmqrjRfTM4`j ׉	 7cassandra://LrI14e-n9Vtbh7lQeqXMF62qp6ELsx0zUg0KguP806Y :h͠	^6L~3.;vUנ^6L~3.;vP ̞̕̊9׉H 5https://www.managementboek.nl/auteur/21951/jo-caudronGׁׁrנ^6L~3.;vQ ̻=9׉H Shttps://www.linkedin.com/pulse/de-wereld-rond-een-plan-voor-post-corona-jo-caudron/Gׁׁrנ^6L~3.;vR 1"̉99 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
jo caudron
Auteur van ‘De wereld is rond’
Het model dat we hebben gebouwd is te kwetsbaar gebleken,
en kan niet omgaan met de mate van verandering en onzekerheid
waarmee we vandaag de dag worden geconfronteerd.
Het is dan ook geen optie om het oude systeem te herstellen,
we moeten er nu juist lessen uit trekken en kijken of we zo
een veerkrachtige wereld kunnen bouwen die in staat is om
met deze en andere uitdagingen om te gaan. Ik zie vijf fases
waar we als maatschappij doorheen zullen moeten.
De eerste fase is de Panic Phase. Dit is wat we in de eerste
dagen en weken van de lockdown zagen gebeuren: verplicht
sluiten en thuiswerken, werkloosheid, hamsteren, alles
online en versneld overstappen op e-commerce. Van de ene
dag op de andere een radicaal nieuwe situatie voor iedereen.
Vrij snel gingen bedrijven én werknemers over naar
de Process Phase: hoe kunnen we deze chaos min of meer
efficiënter maken door bijvoorbeeld beter thuiswerken,
efficiëntere logistiek of pedagogisch verantwoord lesgeven?
Vervolgens geraken we stilaan in de Prospect Phase. Het besef
begint door te sijpelen dat we niet snel terug zullen kunnen
naar de oude wereld, dus hoe gaat die nieuwe wereld er dan
eigenlijk uitzien? Deze fase is cruciaal en fundamenteel,
omdat we hier de grondslag leggen voor hoe we verder willen.
De fase die hierna komt is de Purpose Phase. Wie wil je
zijn in die nieuwe wereld? Kan je een positie bedenken die je
wilt innemen en hoe bereik je die? De laatste fase is de Profit
Phase waarin er wordt bekeken of de nieuwe realiteit ook rendabel
kan zijn, met meerwaarde voor de verschillende stakeholders.
Ik vrees dat in de nieuwe wereld de oude rentabiliteit
niet zonder meer kan worden gegarandeerd. Mijn advies
is om vanaf nu door een more-than-for-profit-bril te kijken.
Waarde hoeft niet noodzakelijk alleen financieel te worden
ingevuld.
jan van ginkel
Concerndirecteur en loco-provinciesecretaris bij de
provincie Zuid-Holland
Onze reguliere werktijd is gebaseerd op fysieke aanwezigheid,
maar door digitaal werken komt dit ter discussie te
staan. Laten we het eens omdraaien en thuiswerken als basis
nemen, met op gezette momenten de mogelijkheid om even
naar kantoor te gaan. Dus thuiswerken als het ‘nieuwe normaal’.
We gebruiken daarbij weliswaar meer digitale instrumenten,
maar dat noem ik geen digitale transformatie. Echte
transformatie vindt nu plaats bij bedrijven die de digitalisering
oppakken om producten, diensten en bedrijfsmodellen
te vernieuwen, vanwege werken met datatechnologie. Dat is
iets anders dan dat onze medewerkers, door thuiswerken,
een beetje meer digitaal vaardig worden. Ik hoop dat de toename
in digitale vaardigheid er wel in zal resulteren dat we
niet langer overal het woordje smart of slim voor zetten. In
het nieuwe normaal is Smart mobility gewoon ‘mobiliteit’ en
is de slimme stad gewoon ‘de stad’.
esther ter horst
Hoofd Stadswinkel gemeente Nieuwegein
Wat een openbaring was het voor medewerkers toen ze
erachter kwamen dat je thuis niet alleen webmail kunt
gebruiken, maar gewoon kan inloggen op je volledige werkomgeving.
Ik zie dat beslissingen nu sneller worden genomen,
en dat ook onze digitalisering versnelt. We hebben bijvoorbeeld
in een weekend tijd voor alle 550 medewerkers
Microsoft Teams beschikbaar gesteld, en er gaat bijna geen
brief meer de deur uit met een natte handtekening. Dat is
ongekend! Ik hoop stiekem dat de crisis net lang genoeg
duurt om deze goede dingen voor de toekomst vast te houden.
Figuur uit het artikel ‘De Wereld Is Rond. Een plan voor een Post-Corona wereld’ van Jo Caudron
8
׉	 7cassandra://i4ylQsB3EPtQeE_ueBAcZN_YNEHrdtrk-3lmqrjRfTM4`j ^6K~3.;v$׉E2peter-august keur
Adviseur bij Morgens
alexandra van der lee
Zelfstandig adviseur
Ik zie dat gemeenten ontzettend snel de nieuwe TOZO-regeling
(Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers)
kunnen uitvoeren, nog voordat de inhoud ervan echt
bekend is. Laten we hopen dat dit de nieuwe wendbaarheid
is. In de oude wereld is de dienstverleningssnelheid nog niet
optimaal, omdat het mogelijk is incomplete aanvragen in te
dienen. Hierdoor moeten gemeenten inwoners eerst terug
bellen om de aanvraag te completeren, met als gevolg dat zij
in de tussentijd geen inkomensondersteuning ontvangen.
petra kras
Teammanager Burgerzaken bij de gemeente Purmerend
Ik zie veel creativiteit, saamhorigheid en samenwerking
ontstaan, zowel binnen als tussen gemeenten in de regio.
We bieden een luisterend oor via de digitale en telefonische
contactkanalen, leveren een aantal producten digitaal, en
merken dat het beeldbellen in veel gevallen naar tevredenheid
verloopt. Maar er zijn ook situaties waarvoor we nog
geen nieuwe oplossing hebben bedacht. Thuiswerken is voor
de afdeling Burgerzaken lastig omdat akten niet vanuit huis
mogen worden uitgeprint. Bovendien zijn niet alle dossiers
gedigitaliseerd, waardoor medewerkers op verschillende
locaties aanwezig moeten zijn. De organisatie van huwelijken
kost veel extra tijd en voor zaken als naturalisaties en het
vaststellen van de identiteit moeten burgers nog steeds in
het stadhuis aan de balie komen.
jorinde ter mors
Directeur Publieksdienstverlening bij de gemeente Utrecht
Ik hoop dat deze periode ons een beter en realistischer beeld
geeft wat betreft de vele mogelijkheden om de dienstverlening
te digitaliseren. Dat het de angst zal wegnemen dat we
alleen nog met computers te maken gaan krijgen, en dat we
inzien dat daar nog altijd mensen achter zitten van vlees en
bloed, met een hoofd en hart. Hopelijk wordt zo de absolute
zinloosheid van allerlei verplichte baliebezoeken zichtbaar,
en kunnen we daar een einde aan maken.
peter van bennekom
Directeur Dienstverlening in de Drechtsteden
Zowel vóór de coronacrisis als daarna ligt de uitdaging van de
overheid in kanaalonafhankelijk maatwerk. Uiteraard geeft
de coronacrisis een impuls aan digitalisering. Wij hebben
bijvoorbeeld versneld de geboorteaangifte via onze website
mogelijk gemaakt, en zijn meer gaan videobellen in plaats
van in de spreekkamer gesprekken te voeren. Het blijft een
uitdaging om onze dienstverlening inclusief te houden, juist
nu met al die aangepaste maatregelen.
Een van de dingen die we uit deze tijd kunnen leren, is dat er
veel meer digitaal gedaan kan worden dan we tot nu toe
deden. Samenwerken via digitale kanalen is even wennen,
maar het werkt prima. Ook kunnen we zonder de persoonlijke
aandacht te verliezen dienstverlening virtueel aanbieden,
zoals we nu ervaren met de toepassing van een gemeentelijke
chatbot. Ik verwacht dat we in de toekomst in
aanvulling op fysieke contactmomenten vaker tussentijds
contact zullen hebben via digitale kanalen.
jan fraanje
Directeur Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
Onder druk wordt alles vloeibaar. Dat hebben we in de afgelopen
maanden gezien. De vernieuwingen die spontaan zijn
doorgevoerd, moeten we vasthouden, evenals de snelheid
waarmee de overheid op de crisis heeft ingespeeld. Wat ik
heel opmerkelijk vond, is dat de verantwoordelijkheid voor
het beheersen van de crisis vooral ook bij de burgers is
gelegd. En zoals het er nu naar uitziet, met succes. Het succesvolle
samenspel tussen overheid en burger, en van burgers
onderling: daarmee moeten we ook in het ‘gewone leven’ – in
een wereld gebaseerd op nieuwe waarden – veel meer doen.
het nieuwe normaal
in het kort
1 Terugkeer naar de oude werkwijzen
is een stap achteruit
2 Herbezinning op visies en plannen
is noodzakelijk
3 Nu de grondslag leggen voor hoe we
verder willen
4 Thuiswerken omarmen als het nieuwe normaal
5 Digitale vaardigheden blijvend versterken
6 Grotere wendbaarheid vasthouden
7 Negatieve beeldvorming van digitale
dienstverlening ontkrachten
8 Dienstverlening voor iedereen inclusief houden
9 Virtuele dienstverlening via chatbots inzetten
10 Inwoners die houvast zoeken een luisterend oor
bieden
11 Digitalisering van dienstverlening versnellen
12 Snellere besluitvorming vasthouden
13 De kracht van de samenleving beter benutten
14 Samenspel tussen overheid en burgers baseren
op nieuwe waarden
9
^6K~3.;v%^6K~3.;v${בCט   {u׉׉	 7cassandra://mzn6DdarokumZtIEj5xB7rxjFL0mnn1CddPfOyCVe2U q`׉	 7cassandra://AeN8PJeWI8d-OOLmADpoIc73FIqYzc1km_FIzO27CMkŬ`׉	 7cassandra://3H2N-DeLYyW695N6VnbTZ1TU9yF5EjxCb1RqwfHmvnY=`j ׉	 7cassandra://IjhN-HWD6ct40jalrvOYq9KnECiRdFIKwxjSex50yZ8 &͠	^6L~3.;v[נ^6L~3.;vX ?̔9׉H @http://www.lokale-democratie.nl/spoedwet-digitale-besluitvormingGׁׁrנ^6L~3.;vY ف̍9׉H Ahttps://www.lokale-democratie.nl/spoedwet-digitale-besluitvormingGׁׁrנ^6L~3.;vZ .!̒89 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
digitaal vergaderen en
wat mag wel, wat niet?
Tekst: Edelweiss Franklin, strategisch adviseur Samen Organiseren bij VNG Realisatie
De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus maken fysiek vergaderen van gemeenteraden
vrijwel onmogelijk. Dit heeft geleid tot een tijdelijke wet om digitaal vergaderen en digitale besluitvorming
mogelijk te maken. De VNG heeft hiervoor een implementatieplan en stappenplan opgesteld. In dit artikel
wordt er uitgelegd hoe digitaal vergaderen en digitale besluitvorming in de praktijk kan worden toegepast.
waar moet je op letten bij digitaal
vergaderen?
Het vergaderen via verschillende videokanalen is procedureel
niet anders dan vergaderen in de fysieke aanwezigheid
van alle deelnemers. In de oproep tot een raadsvergadering
mag een digitale omgeving als locatie worden vermeld. De
vergaderstukken mogen digitaal worden verspreid en ter
inzage worden gelegd. Burgers moeten de vergadering via
een openbare live-verbinding kunnen volgen. De voorzitter
dient in staat te zijn de orde te handhaven en bij besluitvormende
raadsvergaderingen is het van belang dat de vergadering
gestuurd kan worden. Er moet bepaald kunnen worden
wie wel en wie niet het woord krijgt. Het quorum wordt vastgesteld
aan de hand van het aantal aanwezigen. Alle raadsleden
dienen zichtbaar en hoorbaar herkenbaar te zijn op een
zodanige wijze dat hun identiteit vast te stellen is. Waarna
ieder raadslid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de
beraadslaging en de stemming. Na beraadslaging kan er in
een digitale omgeving ook gestemd worden. Daarbij is het
van belang dat dit plaatsvindt op een dusdanige wijze dat de
wilsuitdrukking van elk lid te zien is. Er mag geen enkele
twijfel ontstaan over hoe een individueel lid heeft gestemd.
Een hoofdelijke stemming komt hier het meest aan tegemoet,
maar bijvoorbeeld stemmen door de hand op te steken
zou ook kunnen, zolang het voor de voorzitter en de andere
deelnemers maar duidelijk is hoe ieder lid gestemd heeft.
is digitale besluitvorming toegestaan?
Op basis van een spoedwet is digitale besluitvorming tijdelijk
toegestaan. Het is daardoor mogelijk om van een aantal
artikelen uit de Provinciewet, Gemeentewet, Waterschapswet
en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba af te wijken, of in aanvulling erop iets anders te doen.
De spoedwet komt niet in de plaats van de bestaande wetgeving,
maar komt daar tijdelijk naast te staan. Toepassing van
de tijdelijke wet is niet verplicht. Een fysieke vergadering
waar besluiten worden genomen blijft wettelijk mogelijk,
met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM. Voor
situaties waar de tijdelijke wet niets over regelt, geldt dat de
bestaande wetgeving onverkort van kracht blijft. In de wet
zijn alleen de strikt noodzakelijke randvoorwaarden opgenomen
waaraan voldaan moet worden om een openbare raadsvergadering
digitaal te kunnen laten plaatsvinden. De wet
geldt niet voor besloten vergaderingen, die zullen dus moeten
worden uitgesteld of in fysieke vorm blijven plaatsvinden,
omdat de beslotenheid van een digitale vergadering niet
gegarandeerd kan worden. De spoedwet geldt vooralsnog tot
1 september 2020.
welke eisen worden er gesteld aan systemen
voor digitale vergadering en dito
besluitvorming?
Behalve een groter beroep op de digitale vaardigheden van
raadsleden verandert er niet veel. Er zijn wel informatiebeveiligings-
en privacy-eisen van toepassing die gelden voor
systemen aangaande digitale vergadering en -besluitvorming.
Over de veiligheid en de betrouwbaarheid van de systemen
die dit mogelijk maken, heeft de Informatiebeveiligingsdienst
(IBD) een aantal adviezen gegeven, die terug te
vinden zijn op de website van Democratie in Actie. Veelal
zal er gebruik worden gemaakt van een bestaand systeem,
waarmee ook werd gewerkt voor de tijdelijke wet digitale
beraadslaging en besluitvorming. Nu raadsvergaderingen
digitaal gevoerd kunnen worden, zijn niet meer alle vergaderingdeelnemers
in een raadszaal aanwezig. Alle automatisering
en video-oplossingen zijn daarbij vanuit andere locaties
te gebruiken. Dit betekent onder andere dat er gebruikgemaakt
gaat worden van een veelheid aan apparaten, en dat de
kwaliteit van de verbindingen, het beeld en het geluid goed
moeten zijn. Ook de manier van werken als het gaat om
besluitvorming is niet wezenlijk anders. Sprekers kunnen
zich nog steeds melden bij de griffier, en ze kunnen nog
steeds deelnemen aan de vergadering als ze in het bezit zijn
van een goede verbinding en van een apparaat waarmee
beeld en geluid kunnen worden opgenomen.
׉	 7cassandra://3H2N-DeLYyW695N6VnbTZ1TU9yF5EjxCb1RqwfHmvnY=`j ^6K~3.;v&׉Edigitale besluitvorming
welke praktische ondersteuning biedt de
vng?
Vanuit het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie
werken het Ministerievan BZK, de VNG, de Vereniging van
Griffiers en alle andere beroeps- en belangenverenigingen
nauw samen om, waar mogelijk, provincies, gemeenten,
waterschappen en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering
van de tijdelijke wet. De VNG heeft een stappenplan
opgesteld hoe gemeenten aan de slag kunnen gaan met de
uitvoering van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en
besluitvorming. Op de website van Democratie in Actie is
deze informatie te vinden, evenals praktische informatie
over de wet, een overzicht van veelgestelde vragen en antwoorden,
en allerlei hulpmiddelen zoals voorbeeldvideo’s,
handreikingen en adviezen.
Meer weten?
Op de website Democratie in Actie
is een toolkit beschikbaar.
^6K~3.;v'^6K~3.;v&{בCט   {u׉׉	 7cassandra://KHX1lJdPqeveXW6Pe3TAq7utrqUVRBMOvuGC7Bh8FuM L`׉	 7cassandra://QkLugstqAOkvWxTImgTkWHjcz4tA2f1oZC0Swv9nrOo`׉	 7cassandra://4f1NknJYu9SshzWbqZHoKeC89pMrV3JkM9kAgT-JnGs<`j ׉	 7cassandra://useeiKnxGnfSLxTNa7GMjxGwi_1J7neqQWecWRhlwgI M͠	^6L~3.;v_נ^6L~3.;v] X-̽9׉H  https://heldermakers.nl/rapport/Gׁׁrנ^6L~3.;v^ 4"̎49 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
de coronacrisis vereist
maar wat verstaan we daar
Tekst: Ivo Spoor, facilitator bij Heldermakers
De thuiswerkperiode, ontstaan als gevolg van de coronacrisis, stelt andere eisen aan
hoe we samenwerken. Er wordt namelijk meer een beroep gedaan op de flexibiliteit
ofwel wendbaarheid van medewerkers en organisaties. Hoe zorg je ervoor dat je snel
op veranderingen kunt inspelen? In dit artikel delen we enkele inzichten hierover op
basis van een onderzoek bij publieke organisaties dat we uitvoerden in de tweede
helft van 2019, toen de wereld er nog heel anders uitzag.
W
endbaarheid heeft volgens onze respondenten
betrekking op drie pijlers: mensen, leiderschap en
structuur. Wat mensen betreft gaat het erom een
duurzaam inzetbaar personeelsbestand samen te stellen.
Neem medewerkers aan met ‘toekomstbestendige’ talenten,
die makkelijk van rol, functie of organisatie kunnen wisselen
en zich ook voldoende willen ontplooien. Creëer een prettige
cultuur, waar er vertrouwen heerst op basis waarvan ze kunnen
ondernemen en experimenteren. Stel hiervoor heldere
kernwaarden vast, die je telkens bij nieuwe opgaven als uitgangspunt
kunt nemen om tot besluitvorming te komen.
Zorg daarnaast dat je de juiste competenties aanwakkert en
stimuleer medewerkers om die in praktijk te brengen. Om
de wendbaarheid te vergroten, dienen medewerkers in
mogelijkheden te denken en verantwoordelijkheid te nemen
voor het grotere geheel.
voor flexibiliteit is het cruciaal dat
de leider het lef heeft om zijn of haar
team nieuwe dingen te laten doen
Leiderschap is de tweede pijler. Het is nodig dat iedereen op
elk niveau van de organisatie weet wat hem of haar te doen
staat, en aan welk gezamenlijk doel dit bijdraagt. De leider
neemt veel meer de rol om het team te faciliteren in plaats
van te delegeren, tijdens het najagen van de doelstellingen.
Voor flexibiliteit is het cruciaal dat leiders het lef hebben om
hun teams nieuwe dingen te laten doen. Zij tonen voorbeeldgedrag,
en kunnen moeilijke kwesties bespreekbaar maken,
bijvoorbeeld als bureaucratie de vernieuwing in de weg zit.
Een derde pijler die de flexibiliteit van een organisatie kan
verhogen is de structuur. Structuur is zichtbaar in primaire
processen die op orde zijn, en in de systemen die het werken
thuis en op locatie ondersteunen. Processen en systemen zorgen
ervoor dat je beter in staat bent om data te interpreteren,
12
waardoor je sneller kan signaleren of je in beweging moet
komen. Vanuit de structuur is het mogelijk om de autonomie
binnen een organisatie te vergroten door meer mandaat en
financiële regelruimte te delegeren.
thuiswerken
In de huidige thuiswerkperiode geven directeuren in het
publieke domein in ons onderzoek aan dat ze voorbeeldgedrag
tonen en dat ze alles in het werk stellen om de organisatie
wendbaarder te maken. Daarmee doen ze een flink beroep
op het aanpassingsvermogen van medewerkers. Naast een
structuur die thuiswerken ondersteunt – wat makkelijker
voor de ene organisatie te regelen is dan voor de andere –
vinden zij het van belang om hoofd- en bijzaken te scheiden.
Wat zijn momenteel de grootste uitdagingen binnen de organisatie
waarop ze moeten anticiperen? In onze huidige
gesprekken met directeuren komen er drie ondersteunende
vragen naar voren:
Hoe zorgen we ervoor dat iedereen actief betrokken
blijft bij de organisatie?
Er is een flinke groep medewerkers die momenteel een grote
afstand ervaart tot hun collega’s en organisatie. Thuiswerken
blijkt voor hen minder makkelijk, en ze hebben soms een
schuldgevoel omdat ze hun werk minder goed kunnen doen.
Daarnaast zijn er medewerkers van wie de werkvoorraad
opdroogt. Het is een uitdaging om de club vitaal, aan het
werk en bij elkaar te houden.
Hoe kunnen we de lessen uit de huidige crisis in de
toekomst gebruiken?
Tijdens de thuiswerkperiode ontstaan er nieuwe vormen van
samenwerken. Daardoor kijken we ook anders tegen onze
prioriteiten aan. Het is nu belangrijk om organisaties voor te
bereiden op het nieuwe normaal. Leer van de lessen die nu duidelijk
worden, en neem die leerervaringen mee voor de periode
na deze coronacrisis.
׉	 7cassandra://4f1NknJYu9SshzWbqZHoKeC89pMrV3JkM9kAgT-JnGs<`j ^6K~3.;v(׉E wendbaarheid
eigenlijk onder?
Over het onderzoek
Voor het onderzoek zijn er 55 personen
geïnterviewd van 45 publieke
organisaties. Dit waren met name
gemeentesecretarissen en enkele
directeuren van milieudiensten,
waterschappen en woningcorporaties.
Tijdens de interviews stond de
vraag centraal: aan welke knoppen
moet je draaien om de wendbaarheid
binnen jouw organisatie te
vergroten? Voor het onderzoek is er
gebruikgemaakt van het Amerikaanse
VUCA-model waarin factoren
als volatiliteit, onzekerheid,
complexiteit en ambiguïteit aan
bod komen. Op basis van de interviewresultaten
is er een mindmap
gemaakt, die te gebruiken is als
‘praatplaat’ voor de discussie over
flexibiliteit in publieke organisaties.
Hoe verloopt de organisatieontwikkeling tijdens de
crisis?
Veel bedrijven investeren tijd en geld in organisatieontwikkeling.
Denk aan de introductie van nieuwe rollen of andere
samenwerkingsvormen. Het is zonde om zoiets nu stil te leggen,
met het risico dat er veel energie verloren gaat. Toch
blijkt het in de huidige situatie minder makkelijk om ervoor
te zorgen dat relevante ontwikkeltrajecten doorgang vinden.
aan welke knoppen moet je draaien
om de wendbaarheid binnen jouw
organisatie te vergroten?
collectieve wijsheid
Er is geen blauwdruk voor wendbaarheid, want er zijn
diverse knoppen waaraan je kan draaien. Wat de juiste
manier is om dit te doen, is nog lastig te bepalen. Uit ons
onderzoek blijkt vooral dat er niet één gemeenschappelijke
aanpak is. Wel wordt er anders dan voorheen over verandertrajecten
gedacht. De oude methode van reorganiseren –
waarbij de top een nieuwe organisatie uittekent en aankondigt,
en de medewerkers herindeelt – lijkt nu achterhaald. De
toenemende mondigheid en behoefte om te participeren
maakt dat dit tot grote onvrede kan leiden. De nieuwe beweging
richt zich vooral op het samen creëren. Dus in plaats van
één leider of externe consultant, die stapsgewijs iedereen
zijn gedachtegoed tracht in te prenten, ligt nu de nadruk op
een diverse groep belanghebbenden – vertegenwoordigers
van de collectieve wijsheid binnen de organisatie – die zich
gezamenlijk over de nieuwe wegen buigen. Voordeel van
deze aanpak is dat zo een holistische oplossing ontstaat die
direct bij meer mensen tussen de oren komt te zitten, zodat
er vanaf het begin draagvlak voor is. Organisaties kunnen
flexibeler worden door groepen te begeleiden bij het oplossen
van de hierboven geformuleerde ondersteunende vragen.
Het is belangrijk mensen uit te dagen om tot de kern te
komen, om te dromen en vervolgens weer simpele en praktische
oplossingen te bedenken. Ook in deze thuiswerkperiode
lukt dat best, en zijn er vele manieren waarop mensen online
samen creatief aan de slag kunnen. Juist nu kunnen gemeenten
hun wendbaarheid in de volle organisatiebreedte versterken.
Dus, zoals Winston Churchill al zei: ‘Never waste a good
crisis.’
Meer weten?
Het volledige onderzoeksrapport Wendbaarheid binnen het
publieke domein in een snel veranderende arbeidswereld is
beschikbaar op de website van Heldermakers.
13
^6K~3.;v)^6K~3.;v({בCט   {u׉׉	 7cassandra://2j1F6cBZt9pM9mwOq4MhMCTKy-NvFEAqdwyw6-RK3dU `׉	 7cassandra://11oDjD-Gr-W6nHM_-rpuqZD6J8eB7ypaddm-GSBRjFIe`׉	 7cassandra://tuB61CndOMoz1_2UjLbXZ46vKCnnjzgNoNFEHqYFUWA8`j ׉	 7cassandra://bGzauEZpShgxl352a4N-f8qvtwhc1GCW8C-yDsw4e7s o͠	^6L~3.;veנ^6L~3.;va AY̌9׉H {https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/10/22/bijlage-onderzoek-2-rapportage-overheidsdienstverlening-kantarGׁׁrנ^6L~3.;vb Gn9׉H {https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/10/22/bijlage-onderzoek-2-rapportage-overheidsdienstverlening-kantarGׁׁrנ^6L~3.;vc Z̨9׉H Zhttps://www.nationaleombudsman.nl/system/files/bijlage/Rapport%20zorgwetten%202018-030.pdfGׁׁrנ^6L~3.;vd 4%̋69 ׉S G
ׁׁr׉E	artikel
nooit meer van het
gemeentelijke ervaringen met
Tekst: Zakia Boucetta, adviseur omnichannel-dienstverlening
bij VNG Realisatie
We staan continu in contact met elkaar, verwachten
snel antwoord op een vraag, en zijn gewend een
online-bestelling morgen te ontvangen. Gemeenten
kunnen niet achterblijven bij deze verwachtingen,
ook al blijkt het vooralsnog lastig hieraan te voldoen.
Kanalen zijn nog niet geheel op elkaar afgestemd en
ook de samenwerking tussen de verschillende
domeinen kan beter. Via omnichannel kan dienstverlening
toegankelijker worden, met als kernwaarden
betrouwbaar, persoonlijk en makkelijk. In dit artikel
een overzicht van eerste gemeentelijke ervaringen.
O
mnichannel-dienstverlening focust op een kanalenmix
die naadloos aansluit op de vraag. Dat iedereen
mee kan doen in de digitale samenleving (digitale
inclusie) is daarbij belangrijk omdat niet iedereen digitaal
vaardig is. Uitgangspunt is dat inwoners onbelemmerd
de gemeente kunnen benaderen, want er is geen andere
aanbieder. Daarom pleit de werkgroep Omnichannel voor
toepassing van dienstverlening, gefocust op de kanaalvoorkeur
van de klant. Zo verschaffen deze voorkeuren de overheden
een integraal klantbeeld, waarmee ze de klant pro actief
helpen. Nu hebben veel gemeenten nog weinig regie op de
vele off- en online-kanalen. Inwoners krijgen via de diverse
kanalen niet dezelfde informatie of hetzelfde dienstverleningsniveau.
Doordat hier samenhang en regie ontbreken,
zijn inwoners – en ook medewerkers – vaak ontevreden, wat
een ‘van-het-kastje-naar-de-muur’-effect oplevert: ongemakken,
herhaalverkeer, traagheid en geen overheidsvertrouwen.
Zie ook het onderzoeksrapport ‘Wensen en waardering
van overheidsdienstverlening’ en de bevindingen van
de Nationale Ombudsman.
goede voorbeelden van gemeenten
Gelukkig gaat er ook veel goed in de gemeentelijke dienstverlening.
Zo kunnen inwoners gemeenten telefonisch bereiken
via 14+netnummer, op websites meldingen doorgeven en
online afspraken maken voor snelle face-to-face-gesprekken.
Maar inwoners verwachten meer van gemeenten. Hieronder
een aantal nieuwe ontwikkelingen.
14
Mijn Amsterdam
Een persoonlijk 24/7 digitaal portaal waar inwoners en
ondernemers hun gegevens en gemeentelijke producten en
diensten kunnen inzien. Het portaal wordt gevoed vanuit
een gemeentebreed ‘integraal klantbeeld’. Hierbij worden
inwonergegevens uit diverse bronnen virtueel op één centrale
plaats ontsloten: het Amsterdamse Datapunt. Vanuit dit
punt zijn dezelfde data via diverse klantcontactkanalen
beschikbaar, zodat omnichannel-dienstverlening gerealiseerd
wordt. Via het persoonlijke portaal ‘Mijn Amsterdam’
kunnen inwoners inmiddels informatie raadplegen, zoals uit
de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), hun WMO-voorzieningen,
of informatie over hun bijstandsuitkeringsaanvraag.
In aanvulling daarop vindt men onder een kopje ‘Mijn
Buurt’ een gepersonaliseerde plattegrond rond het eigen
adres, met algemene stadsinformatie over bijvoorbeeld afvalpunten,
evenementen en bekendmakingen. Ook kan de
gebruiker op basis van eigen data via Mijn Amsterdam persoonlijke
‘tips’ ontvangen. Bijvoorbeeld over het met korting
afkopen van erfpacht of over mogelijke armoedevoorzieningen.
Stapsgewijs worden steeds meer nieuwe producten,
diensten en gegevens toegevoegd.
׉	 7cassandra://tuB61CndOMoz1_2UjLbXZ46vKCnnjzgNoNFEHqYFUWA8`j ^6K~3.;v*׉Ekastje naar de muur
omnichannel-dienstverlening
Tilburgse proeftuinen
De gemeente Tilburg start dit jaar met ‘proeftuinen’ waarin
flexibele bedrijfsvoering wordt ontwikkeld, gericht op het
centraal stellen van de klant. Intentie is dat de dienstverlening
aansluit op het leven van inwoners, ondernemers en
partners, die via verschillende kanalen contact kunnen opnemen.
Tot op heden kiest de gemeente het kanaal, maar dit
gaat veranderen voor betere aansluiting op de leefwereld van
de burgers zelf. De gemeentelijke dienstverleningskanalen
moeten aansluiten bij trends in de samenleving en behoeften
van inwoners. De businesscase hiervan gaat Tilburg dit
jaar in een proeftuin onderzoeken via omnichannel-dienstverlening.
Doel is om, bij de afdelingen Werk & Inkomen,
Economie & Arbeid en Dienstverlening, in zes weken alle
contactmomenten met inwoners en ondernemers in kaart te
brengen. Daartoe richt men het werkproces tijdelijk anders
in om te kijken waar de omnichannel-aanpak wel of niet
werkt. Daarbij focust men op de werkzaamheden van 400
gebruikers die dagelijks het centrale klantsysteem (CRM)
gebruiken. Globale eerste berekeningen, gebaseerd op klantervaringen
en verschillende marktonderzoeken, vertonen
een efficiencystijging van 3,9 procent door omnichanneldienstverlening.
Deze proeftuinuitkomsten zullen leren of
dit ook bij de gemeente haalbaar is, en óf en hóé de gemeente
Tilburg vervolgens op meer omnichannel-dienstverlening
zal overgaan.
doordat samenhang en regie
ontbreken, zijn inwoners vaak
ontevreden, wat een ‘van-het-kastjenaar-de-muur’-effect
oplevert
Klant Interactie Service Systeem
Om de ultieme klantbeleving te realiseren zijn de gemeenten
Deventer, Enschede, Oldambt, Rotterdam, Zwolle en Velsen
binnen coöperatie Dimpact het project KISS (Klant Interactie
Service Systeem) gestart. De ambitie van deze gemeenten is
om optimale geïntegreerde dienstverlening te realiseren,
met daarbij een generieke basisvoorziening voor klantinteractie
over de volle breedte. Hierbij worden lokale verschillen
15
^6K~3.;v+^6K~3.;v*{בCט   {u׉׉	 7cassandra://gtN0lt7S362YQpz4AEKcip2zZ0NW2vqhnuHUTFXETVY `׉	 7cassandra://MGblQcUeXHqnO17RH37fNlqN3-F_zYWHGRL2Jdt8Fp8Ͳ`׉	 7cassandra://CykfE0FwMs-nOyZzqSbCmG5ArwOfXGBkOsiTUfXtZrs1`j ׉	 7cassandra://a5wMlvg-tTEO8wNzOCh34vXtm-r6-0K4RZGJ6z8Qr44 ).͠	^6L~3.;vjנ^6L~3.;vg _̘9׉H Ahttp://www.vngrealisatie.nl/producten/omnichannel-dienstverleningGׁׁrנ^6L~3.;vh .̟99 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vi I 69 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vn _̘9ׁHhttp://www.vngrealisatie.nlׁׁЈ׉Eartikel
en nieuwe ontwikkelingen meegenomen. De KISS-architectuur
moet gebaseerd zijn op het gegevenslandschap van
Common Ground. Dat betekent dat gegevens via API’s bij de
bron worden opgehaald. Het doel is om een systeem te ontwikkelen
dat de klant helpt om, via het eigen voorkeurskanaal,
de gemeentelijke dienstverlening als persoonlijk, toegankelijk
en dichtbij te ervaren. Uitgangspunt hierbij is dat
de klant snel direct wordt herkend en dat zijn actuele situatie
bekend is. Zodoende weet de klant waar hij aan toe is, kan hij
op de gemeente vertrouwen, en is ‘blij verrast’. Vandaar dat
men eerst alle wensen en behoeften in kaart brengt. Vervolgens
worden er vier klantreizen uitgewerkt en op basis daarvan
twee aanklikbare demo’s gemaakt. De voorbereidingen
om een aanbestedingstraject gezamenlijk op te starten zijn
nu gaande.
het portaal wordt gevoed vanuit een
gemeentebreed ‘integraal klantbeeld’
Stadscafé Vlissingen
Juist in een tijd van digitale dienstverlening is het belangrijk
om de persoonlijke dienstverlening niet te verwaarlozen. Zo
koos de gemeente Vlissingen voor een praktische insteek,
waarbij de bedrijfskantine omgedoopt werd tot een heus
stadscafé waar medewerkers laagdrempelig in gesprek gaan
met inwoners en ondernemers. De gemeente leert veel van
de aldaar besproken klantervaringen, en heeft – om ideeën
van buiten binnen te halen – een lokale ondernemer aangesteld
als uitbater. Naast een prima werkplek is het nu ook
echt een ontmoetingsplek, wat bijdraagt aan de ambitie om
een gastvrije en servicegerichte organisatie te zijn.
Groningse Newsroom
De gemeente Groningen heeft bij de inrichting van de Newsroom
voor een multidisciplinaire samenwerking gekozen.
Binnen de Newsroom werken de afdelingen Communicatie
en Klantcontactcentrum (KCC) nauw samen, zodat er meer
van buiten naar binnen gewerkt wordt. In de praktijk betekent
dit dat het webcare-team van het KCC, communicatieadviseurs
en de webredactie in een gezamenlijke ruimte zitten.
Met woordvoerders van het College zijn er korte lijnen.
Het webcare-team pikt signalen vanuit de sociale media op,
waardoor publieksinformatie op de site snel aangepast kan
worden. Vanuit deze Newsroom wordt narrowcasting van
online realtime-informatie aangeboden, afkomstig van de
sociale media, nieuwssites en fora. Afstemming en samenwerking
tussen diverse disciplines gebeurt ‘over de bureaus
heen’. Bij issues (zoals nu de coronacrisis) maken communicatieadviseurs
regelmatig analyses om bestuur en beleid op
de hoogte te houden van ontwikkelingen en trends in de verschillende
(sociale) media. Via een dashboard op een groot
scherm kan men in één oogopslag zien wat het Groningse
sentiment is. Wekelijks wordt er een nieuwsbrief uitgezonden
met een weergave van wat men online in en over (de
gemeente) Groningen zegt en schrijft. Dit verschaft zicht op
beelden, meningen, opiniemakers en opkomende issues.
Deze werkwijze werpt vruchten af, want het leidt tot meer
duidelijkheid voor inwoners en minder vragen bij het KCC.
de gemeentelijke dienstverleningskanalen
moeten aansluiten bij trends
in de samenleving en behoeften van
inwoners
Werkgroep Omnichannel Dienstverlening
De werkgroep Omnichannel bestaat uit vertegenwoordigers
van de gemeenten Amsterdam, Beekdaelen,
Groningen, Haarlem, Helmond, Oss, Rotterdam, Tilburg,
Velsen en Vlissingen, en verder UWV, de VDP, het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gebruiker Centraal, VNG Realisatie, Mens Centraal en de
wetenschappers Willem Pieterson en Wolfgang Ebbers.
De werkgroep ontwikkelt een set bouwstenen als onderdeel
van de toekomstige dienstverlening. Deze bouwstenen
worden dit jaar verder verkend, zodat andere
gemeenten ze ook kunnen gebruiken.
Meer weten?
Op de website www.vngrealisatie.nl is meer informatie te
vinden over omnichannel-dienstverlening.
16
׉	 7cassandra://CykfE0FwMs-nOyZzqSbCmG5ArwOfXGBkOsiTUfXtZrs1`j ^6K~3.;v,׉Epxander jongejan
tussen willen
en weten
Ruim tien jaar geleden gingen de meeste gemeenten aan de
slag met het Antwoord©-concept. De toegang moest eenduidig
zijn, de regie op klantcontacten centraal geregeld, en
de integratie van kanalen zou door zaakgericht werken strak
georganiseerd zijn. Weet u nog? Dienstverlening was in die
tijd (noodzakelijkerwijs) smal gedefinieerd. Het ging vooral
om transactionele diensten: klanten kwamen producten
kopen en moesten dat snel & efficiënt kunnen doen, liefst
digitaal. Dat heeft veel opgeleverd.
Op 1 april van dit jaar heeft de VNG een position paper uitgebracht
over de toekomst van de gemeentelijke dienstverlening.
De positie die de VNG in haar paper aan de dienstverlening
toeschrijft is echter niet veel breder dan indertijd.
Bewust of niet, in deze paper ontbreekt het inzicht dat we
met de gemeentelijke dienstverlening ‘de wereld kunnen
veranderen’. De ambitie is dus laag.
De vijf principes uit de paper die in 2019 is geschreven, had
je zomaar kunnen lezen in de Antwoord©-stukken uit 2007:
• Kanaalsturing: ‘Online waar het kan, persoonlijk waar
het moet’;
• Toegankelijke en begrijpelijke dienstverlening voor
makkelijk zaken doen;
• Integrale dienstverlening door samenwerking met
ketenpartners;
• Standaardisering van gemeentelijke systemen;
• Proactieve dienstverlening middels gebruik van data.
De milde lezer kan in deze opsomming aanknopingspunten
vinden voor de huidige, noodzakelijke ontwikkelingen, zoals
een basis voor Samen Organiseren en een slim datagebruik
voor proactieve dienstverlening. Helaas zijn deze punten
niet uitgewerkt, en lees ik vooral een herhaling van wat we
enkele jaren geleden al wisten. Het vergt ambitie om te
beschrijven wat je wil, niet wat je al weet. In gemeenteland
willen we sinds Antwoord© al zo veel meer. Een weergave
hiervan had de paper een stuk relevanter kunnen maken.
Deze position paper ziet de kern van dienstverlening nog
steeds als een transactionele activiteit, namelijk ‘zaken
doen’. Daarmee wordt de rol van dienstverlening gemarginaliseerd.
Er staat in de paper dat de drie bewegingen van
de Omgevingswet, de Decentralisaties en de Wet Digitale
Overheid ‘invloed hebben op de relatie tussen de gemeenten
en de samenleving’. Nou, me dunkt... Een frisse visie op
dienstverlening zou dat dus ook moeten uitstralen: ‘Wij
snappen de ontwikkelingen wel in de samenleving, en
ver rijken onze ideeën over dienstverlening ermee.’
Zo’n oogmerk van de dienstverlening zou bijvoorbeeld kunnen
zijn: de taak van de gemeentelijke dienstverlening is om
de leefbaarheid van de gemeente of het welzijn van haar
inwoners te vergroten. Dat is relevanter en ambitieuzer. Het
zou kunnen betekenen dat de overheid zo maar haar best
doet om haar inwoners te begrijpen, en deze proactief en
adequaat helpt om hun leven en leefruimte in te richten
zonder te redeneren vanuit de bekende producten. En dan
hebben we het over andere termen voor de gemeentelijke
dienstverlening, zoals begrip, respect, samenwerken, welzijn,
ja zelfs geluk. Dat is andere koek dan duidelijk, snel & zeker.
Sommige gemeenten willen al veel meer dan we tegenwoordig
weten. Als de VNG nu eens met die gemeenten op
zoek zou gaan naar de ambitie die past bij de vraagstukken
van vandaag, zou ze daarna vast een dijk van een position
paper kunnen schrijven.
Xander Jongejan is manager dienstverlening
bij de gemeente Leeuwarden en schrijver
17
^6K~3.;v-^6K~3.;v,{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2HoUng9K4aN6D2yUufo5UvibmzEDwpIFiFLx_oIs9HY `׉	 7cassandra://7Fmczav5hmvApnn0Q9k94s4yNb_rHoz1g0SuUIVKkQE `׉	 7cassandra://JLZJsKgN14J4a1l_gr6sXTrFRksZ0fISYnRXhtiD9jY:t`j ׉	 7cassandra://LwCd0ypyAE0ApkBonCglYJ_nhYUG7IiQZcjBvLwtme4 CB͠	^6L~3.;voנ^6L~3.;vl ?̱9׉H Ohttp://www.digitaleoverheid.nl/nieuws/fout-bij-overheid-herstellen-met-toolbox/Gׁׁrנ^6L~3.;vm .$̣69 ׉S G
ׁׁrנ^6L~3.;vv ?̱9ׁHhttp://www.digitaleoverheid.nlׁׁЈ׉Eartikel
iedereen kan zich
hoe kan de overheid fouten
helpen herstellen?
Tekst: Paul Zeef, beleidsadviseur Basisinfra Digitale Overheid bij het Ministerie van BZK
Iedereen maakt fouten of vergeet wel eens iets. Maar als mensen zich in hun contact
met de overheid vergissen, kan dat onverwacht negatieve gevolgen hebben. Denk daarbij
aan opgelegde boetes, rechtmatige aanvragen die mislopen, of additionele problemen
bij het herstel van zulke fouten. Dat moet anders – zeker nu de overheid steeds meer
besluiten automatiseert. Het moet voor mensen mogelijk zijn om een fout te (laten)
herstellen. Daartoe heeft staatssecretaris Knops recent een toolbox laten ontwikkelen,
waarmee overheden onopzettelijke vergissingen eenvoudiger kunnen opsporen en
oplossen. In dit artikel een toelichting op dit hulpmiddel.
H
et is belangrijk dat de systeemwereld van de overheid
beter aansluit op de leefwereld van de burger. Waar
dat onvoldoende gebeurt, worden er onbedoeld fouten
gemaakt. Dat is een probleem, want een eenmaal
gemaakte fout in een aanvraag werkt steeds vaker door bij
andere contacten, aangezien de overheid deze gegevens hergebruikt
volgens het ‘once only-principe’. Bij een digitale aangifte
is een typfout gauw gemaakt, terwijl de controleslag
vaak ontbreekt. Bovendien hebben mensen steeds meer digitale
vaardigheden nodig in hun contacten met de overheid.
Maar weten is nog geen doen, en zulke vaardigheden zijn
niet bij iedereen even sterk ontwikkeld. In een correctieproces
slaat de wet van Murphy soms toe en stapelen de foutjes
zich op. Denk aan niet-werkende correcties, met groeiende
administratieve frustraties tot gevolg. De toenemende inzet
van complexe algoritmes bemoeilijkt het achteraf nagaan of
de juiste gegevens zijn gebruikt ter onderbouwing van een
besluit. Daardoor wordt voor de burger het bijsturen van eerder
gemaakte vergissingen steeds lastiger.
computer says no...
Er is meer dat de overheid noopt om open te blijven staan
voor de mogelijke vergissingen van burgers. Taken zijn de
laatste twintig jaar in steeds grotere verbanden belegd. Vaak
bij regionale eenheden, verder van het individu vandaan, op
grotere schaal uitgevoerd, en meer gericht op automatische
verwerking van de tachtig à negentig procent eenvoudige
gevallen. Het gevoel grip op je situatie te houden, raakt in
deze wereld sneller ontwricht. En dan zwijgen we nog over
recente wetswijzigingen, die omwille van fraudebestrijding
een lik-op-stukbeleid faciliteren, waarbij kleine foutjes soms
grote gevolgen hebben. Om fouten en vergissingen te voorkomen,
is de kwaliteit van het systeemontwerp van groot
18
belang. Een doordachte verzameling gegevens vormt de basis
voor goede dienstverlening. We kennen natuurlijk de verplicht
in te vullen velden van een digitaal formulier. En ook
de checks van bij adressen horende postcodes. Maar welke
checks zijn er nog meer? En wanneer is een toets op de ontvankelijkheid
en juistheid van een aanvraag alsnog nodig?
Kijken we daar op tijd en voldoende nauwkeurig naar? Klantreisonderzoek
met gebruikerspanels haalt veel gevoeligheden
boven. Maar overal lokken ondoorzichtige systemen de
vergissingen van burgers welhaast uit. Deze zijn traceerbaar
door patronen te analyseren bij klachten en bezwaren. Maar
zelfs al deugt het systeemontwerp, dan nog kan de burger in
de fout gaan.
een doordachte verzameling gegevens
vormt de basis voor goede dienstverlening
recht op vergissing
Staatssecretaris Knops stuurde eind vorig jaar gemeenten
een brief om aandacht te vragen voor de herstelmogelijkheid
bij vergissingen van klanten. Aanleiding hiervoor was een
motie van de Kamerleden Den Boer en Van der Molen. Bij
deze brief bood de staatssecretaris ook een door het bureau
van de Landsadvocaat ontwikkelde toolbox aan, met hulpmiddelen
om de wettelijke grondslag voor coulance meer
bekendheid te geven. Deze toolbox is gericht op professionals,
stafjuristen, uitvoeringsmanagers en senior beslis-ambtenaren,
en behandelt de procedurele waarborgen die de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het beslissingsproces
biedt om vergissingen na signalering te herstellen. Denk aan
׉	 7cassandra://JLZJsKgN14J4a1l_gr6sXTrFRksZ0fISYnRXhtiD9jY:t`j ^6K~3.;v.׉E	vergissen
de inherente afwijkingsbevoegdheid, de doorzendplicht (als
men zich in het loket vergist) en de hoorplicht. Tal van dergelijke
waarborgen komen kort aan bod. Soms kan men ook,
nog voor de bezwaarsuiting, een nieuw besluit nemen. Vaak
is er meer mogelijk dan men, met alleen kennis van de sectorregelgeving,
zou beseffen. Een belangrijke fase die ook
aandacht krijgt, is de inwinning van relevante gegevens om
een besluit te kunnen nemen. Daarin speelt digitalisering
tegenwoordig een belangrijke rol. De vraag is hier hoeveel
ruimte voor bijzondere omstandigheden je nog kunt meegeven
bij het inwinnen van relevante gegevens, zodat het voor
burgers begrijpelijk blijft.
het gevoel grip op je situatie te houden,
raakt in deze wereld sneller ontwricht
behoorlijk bestuur
Een tweede cluster van maatwerkopties bij vergissingen
vloeit voort uit de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur, ook aangereikt door de Algemene wet bestuursrecht
en het bredere bestuursrecht. Denk aan het evenredigheidsbeginsel,
het zorgvuldigheidsbeginsel, of het recht op correctie.
De spanning tussen maatwerk en precedentwerking is
ook een klassieker. Daarbij hebben het gelijkheidsbeginsel
en motiveringsbeginsel de taak om gelijke en ongelijke
gevallen te onderscheiden. Als je exact genoeg kunt analyseren
en aangeven waarom een fout van een burger niet echt
toe te rekenen is of onevenredige schade oplevert bij strikte
‘bestraffing’, dan vervalt grotendeels de angst voor oneindige
precedentwerking. De toolbox bevat tevens een reeks van
illustratieve redeneringen over de toepassing van zulke
rechtsbeginselen.
experimenten
Het recht op vergissing is nog wat abstract. Er zijn vervolgstappen
nodig ter concretisering ervan, en die kunnen alleen
gezet worden in de uitvoeringspraktijk. Daarom heeft de
staatssecretaris ook aangeboden experimenten en leerervaringen
te stimuleren en te delen, bijvoorbeeld via een City
Deal voor gemeenten. In City Deals zijn concrete samenwerkingsafspraken
verankerd, die moeten leiden tot innovatieve
oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Dit zal de
toolbox via praktijktests aanvullen en verfijnen. Aangaande
het recht op vergissing valt er nog veel te ontdekken, uit te
werken en uit te wisselen.
Meer weten?
Op de website www.digitaleoverheid.nl is de toolbox te
raadplegen.
19
^6K~3.;v/^6K~3.;v.{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0geDDbLzVGrGBv0tn3qIGRLnXm07ax1LqxgpWFvffks u`׉	 7cassandra://iorDeOc-E9LJ2CtrNDr4Y2Na3R1zKlUiPgCFOuJOKsQP`S׉	 7cassandra://77oBp2gWyBJLNX92LHXL6xvy63tmDVf_YE1wWHAZ7KE`̵ ׉	 7cassandra://VRTzhaZ6n5tQ8e9rw2vEnmwD-eXAc2DkuzVcHrQVhdk2͠^6L~3.;vwנ^6L~3.;vq ̻̚"9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^6L~3.;vr ^49׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^6L~3.;vs ہ̖9׉Hhttp://www.ingovernment.nlGׁׁrנ^6L~3.;vt Q`9׉Hhttps://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ^6L~3.;vu 6!̤29 ׉S G
ׁׁrנ^6M~3.;v~ r+9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ^6M~3.;v} G܁̤9ׁHmailto:vdp@publieksdiensten.nlׁׁЈנ^6M~3.;v| ̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ^6M~3.;v{ ؁̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈנ^6M~3.;vz ̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈ׉Ecolofon
inGovernment is het online platform voor
de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment is als online magazine beschikbaar
via de website www.ingovernment.nl
en wordt verspreid via een online nieuwsbrief.
inGovernment verschijnt acht maal per jaar als
online magazine.
Jaargang 14, nummer 3 (mei)
issn: 2213­2228
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E­mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Partnerschappen
inGovernment is eigendom van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten.
De VDP nodigt partners in de publieke sector uit om
inGovernment coöperatief te realiseren. Ter aanvulling op nieuwsbrieven
en websites van vakverenigingen, kan inGovernment een
horizontaal platform bieden over alle betrokken domeinen heen
waarin onafhankelijk wordt gecommuniceerd richting een gezamenlijke
doelgroep. Partners ontvangen op basis van co­financiering een
positie in de redactieraad, mogelijkheid tot het leveren van inhoudelijke
bijdragen en verzending van het magazine aan de achterban.
U kunt uw interesse in het partnerschap kenbaar maken door een
e­mail te sturen aan vdp@publieksdiensten.nl
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als online abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.ingovernment.nl
20
׉	 7cassandra://77oBp2gWyBJLNX92LHXL6xvy63tmDVf_YE1wWHAZ7KE`̵ ^6K~3.;v0׈E^6K~3.;v1^6K~3.;v0{)InGovernment mei 2020 %Deze editie is verschenen in mei 2020^6G0`