׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://OWu-UsBLqD0i2AQ6zQmbFCr4uFkiCdRuWjvjkOZz6pA ~`׉	 7cassandra://z8D7cePBm6o-hHR_iksmUa5WJEIEooaBfp9jwggSFY0H`S׉	 7cassandra://4wV79f4gM62UAlW2DhdRIeBTrCXQEJY2URMvtDr92YQ`̵ ea h@ט   {u׈   U  ׈Eea h@׉E׉	 7cassandra://4wV79f4gM62UAlW2DhdRIeBTrCXQEJY2URMvtDr92YQ`̵ ea h@ρea h@΁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qeQnSUH0Bqq3bKl-Ol-3N8DMG3An730WxNFrdsyxAyQ[` ׉	 7cassandra://NWPl3s8BOU4CUmm7Wh02JQGkcAGxfImNTjUbNX5z0kc` S׉	 7cassandra://qqEtO43e2IZh3AeWdh27MrVbiqBdPPcnzNKzZw61N6I` ̵ ea h@
ט  {u׉׉	 7cassandra://PSSHiB16V3U0MJnVWINV4KJuMIyJgQlCP7uK4jq5oF0ʹ `׉	 7cassandra://u7I_MJXdBq8YMsulf8CnCX2XtBTqxmQ6ujtCeYJfbv4`S׉	 7cassandra://ztDc5bnEIlkwR_eYqQ7pBa7YWvZZ5CkrBNvpYEnQYhUj`̵ ea h@׉E׉	 7cassandra://qqEtO43e2IZh3AeWdh27MrVbiqBdPPcnzNKzZw61N6I` ̵ ea h@׉E 0De Keukenprinses
& andere sprookjes
Breda 2009.
׉	 7cassandra://ztDc5bnEIlkwR_eYqQ7pBa7YWvZZ5CkrBNvpYEnQYhUj`̵ ea h@сea h@Ё{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9o5yTE8K486ht0QXWeBmGltkBT5HPjXiyoaSf4V9EqM6` ׉	 7cassandra://fTyFB4E5gcmh_ibDeEPD1UbDZAFQG4Dug3NYPvrPqdM` S׉	 7cassandra://1sQfSlMGhrRsaCwAa8MY5MsT0JI688dxCAAWNKZwPjEw` ̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://_yRe9ugVM9fGCb463eHs6FnbUXlCaI36dG4CyTH8EYI X5` ׉	 7cassandra://5VgsaOasQjk8ryfUL8S6H1eRJUDi3CFsBPH_zZsb_9sOo`S׉	 7cassandra://LpPq-0pzGW5e0uMQgrvySFtIeroXCB6oBVmGYHJi31E,`̵ ea h@׉E׉	 7cassandra://1sQfSlMGhrRsaCwAa8MY5MsT0JI688dxCAAWNKZwPjEw` ̵ ea h@׉EVoorwoord
Een Keukenprinses laat zuiglam uit Baambrugge komen, en ook parmaham, truffels, levende
kreeften en vers geplukte zeekraal. Ze verzamelt bergen eten, tafels vol geurend,
glanzend voedsel, rijk als een Vlaams stilleven uit het begin van de zeventiende eeuw.
Dat alles doet ze omdat ze een prins wil vinden die de kunst verstaat om een aardig potje
te roeren. Of het de Keukenprinses lukt om de ware Keukenprins te vinden, komt u te
weten wanneer u het sprookje van Kitty Schaap leest. Ik kan alvast verraden dat het merendeel
van de prinsen in de groencontainer verdwijnt en dat ten paleize uit een krop andijvie
een zoon geboren wordt, die zal opgroeien voor galg en rad.
Het is duidelijk: De Keukenprinses en andere sprookjes bezit alle ingrediënten die in een
sprookjesboek thuishoren. De verhalen zijn stuk voor stuk bizar en speels. Ze laten boven
alles zien dat schrijven een hoop plezier oplevert. Tegelijkertijd zijn de sprookjes doordesemd
van de ernst die bij het vak hoort. Want wie schrijft is de meester van zijn eigen universum
en mag bedenken wat hij wil, maar hij heeft tegelijkertijd de plicht om zorgvuldig
om te gaan met de vorm, de constructie en de taal. Deze schrijvers weten dat. Hun verhalen
zijn nooit te gek voor woorden. Ze hebben een kop en een staart en daartussen een
lijn die consequent een eigen logica volgt. Dat die logica los staat van de gangbare moraal
en soms gruwelijk en bloedig is, maakt niet uit. Als het verhaal maar goed geschreven
is.
Zuiglam uit Baambrugge en een zoon in een krop andijvie: de verhalen zijn stuk voor stuk
zwanger van beelden. Geen wonder dat tekenaars en schilders van Nieuwe Veste met
veel plezier illustraties bij de sprookjes hebben gemaakt. De combinatie van sprookje en
illustratie laat ook zien wat de rijkdom van Nieuwe Veste is. Het is een huis vol cursisten
die allemaal kunst maken, maar dan op heel veel verschillende manieren. Wat hen bindt
is de inspiratie. Als die gedeeld wordt, krijg je iets heel moois: inspiratie in het kwadraat.
Dat is geen sprookje, maar tastbare realiteit. Wat je dan krijgt is een compleet sprookjesboek.
Frits
Achten
hoofd beeldende kunst, theater en schrijven
Nieuwe Veste, gemeente Breda
3
׉	 7cassandra://LpPq-0pzGW5e0uMQgrvySFtIeroXCB6oBVmGYHJi31E,`̵ ea h@Ӂea h@ҁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-K1jbKBgenwX_RlTIL7yF8Lh15CDiOKKNN8SPBJSGiU hZ`׉	 7cassandra://2HMMEhnlkLVd5iijp7iFTdakFKoyqvl0z2Ghf7eUbYI-/`S׉	 7cassandra://pk3tz9_yeNCmZ1drsg-yD5OevAkhfq3A92mP2F5WmPY`̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://S6akF7nFoxNSEup73cBVoPVCXoif5qAOxLbT-Kd6q_c `׉	 7cassandra://pf881gW9rThvCrnXvS2gedDJ4-vKfAXvaEjEJwgiuQYg`S׉	 7cassandra://u_Gg_mmRsL8N7HEIpyCf6hX6y04CN5DGRGkopEUPikE:`̵ ea h@׉E4
׉	 7cassandra://pk3tz9_yeNCmZ1drsg-yD5OevAkhfq3A92mP2F5WmPY`̵ ea h@׉E	Kitty Schaap
De Keukenprinses
E
r was er eens een stokoude koning die geen zonen had. Hoe de onfortuinlijke vorst
het ook probeerde, het lukte hem maar niet om een troonopvolger te verwekken, en
de tijd drong. Slechts één prinses was het schamele resultaat. Weliswaar was het
meisje beeldschoon, maar ze had een gebrek: ze was dom en blond, en ze wilde alleen
maar koken. Van de vroege ochtend tot de late avond was ze in de paleiskeuken in de
weer met pureeknijper, groentemandoline en knoflookpers. In een laatste poging de dynastie
te redden besloot de koning dan maar de Keukenprinses – want zo werd zij in de
volksmond genoemd – uit te huwelijken. Maar hij had buiten de wil van zijn dochter gerekend.
‘Ach
vadertje,’ sprak het meisje, ‘waarom doet u het niet zelf? Ik ben niet in mannen geïnteresseerd.
Liever ga ik naar bed met een fijn kookboek.’ Haar vader zag in dat de situatie
hopeloos was, doch hij wilde nog een poging wagen om het koninkrijk te redden, en
schreef een kookwedstrijd voor prinsen uit. Wie de prinses wist te verleiden met zijn kookkunsten
of anderszins, mocht haar huwen. Met grote tegenzin stemde de Keukenprinses
toe.
De dag van de wedstrijd reden er al vroeg tientallen koelwagens het paleisplein op, en
spoedig waren al de voorraadkamers tot de nok gevuld met reebiefstuk, parmaham, truffels,
levende kreeften, zuiglam uit Baambrugge en vers geplukte zeekraal. Tot grote ergernis
van de prinses bevolkten tientallen prinsen met gestreepte schorten de paleiskeuken.
Ze klopten en roerden, bardeerden het vlees en flambeerden dat het een lieve
lust was. De prinses proefde hier en daar wat, om het subiet weer uit te spuwen.
‘Deze saus is geschift,’ riep ze, ‘en de maker ook. In de groencontainer met hem! Kneuzen
zijn jullie, allemaal.’ Toen ontdekte ze tot haar verbazing een vrouwtje van middelbare
leeftijd met een gebloemd schort voor.
‘Ik kook andijvie met een sausje, majesteit. Afgewerkt met een kruimig aardappeltje en
gehaktballen in vette jus.’ Dat was heel wat beter dan die liflafjes van de prinsen.
‘Met jou wil ik trouwen,’ riep de Keukenprinses.
‘Niets daarvan’, riep de koning, die de bui al zag hangen. ‘Ik trouw met haar.’
En zo geschiedde. De koning trouwde met de kokkin, die Riet bleek te heten, en ze vierden
zeven dagen feest met voor alle onderdanen doorlopend gratis andijviestamppot.
Negen maanden later kwam er ten paleize uit een krop andijvie een zoon, die zou opgroeien
voor galg en rad... De prinses begon een restaurant en werd wereldberoemd.
5
׉	 7cassandra://u_Gg_mmRsL8N7HEIpyCf6hX6y04CN5DGRGkopEUPikE:`̵ ea h@Ձea h@ԁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://V7U7wqHJAYxK-B8VxNSVlKIrJByodxYdD-yy-qKkiC8 e` ׉	 7cassandra://ncYwhSwjbYh3n-_GtYjgTSx0jPeXTCLfeWKB6o-DCZoA`S׉	 7cassandra://m-kezWMSm8o-CW0hE4kfM2my3aUz79Ljj4w5bjgl69s_`̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://X8dbQdMRjTTUXPksJ3rPN8Ov_ZYhqH0ffNC9n6Mi6oA c` ׉	 7cassandra://yu6Dv2VtJM4aFKkWIOVIBO0MVxjhfLVLupmOWWIwysYP#`S׉	 7cassandra://NRy8Jl4E94SysZQc-w5o8P90Isd-nsk3T7r2Xrw1M5E`̵ ea h@׉EUEvi van den Biggelaar
Wolvenpost
Beste Harry,
Je raadt nooit wat me is overkomen.
Het was een natte dag in februari en mijn hol stond helemaal blank. Dus ik besloot om bij
dat ouwe mens dat in mijn tuin woont in te breken.
Ik had geluk, want het touwtje hing door de brievenbus. Ik trok eraan en de deur ging
open. Ik roepen om te kijken of dat ouwe mens thuis was. Het geluk was die dag echt aan
mijn kant. Ze lag ziek in bed, helemaal weerloos. Zo’n maaltje kan ik niet weerstaan, dus
peuzelde ik haar lekker op.
Na dit middagsnackje wilde ik een dutje doen. Dus trok ik haar pyjama aan en stapte in
het lekker voorverwarmde bedje. Een paar uurtjes later wordt er op de deur geklopt, een
meisje roept om haar oma. Dus ik antwoord met een hoge piepstem: ’Trek maar aan het
touwtje’. Het meisje loopt de slaapkamer binnen en kijkt me een tijdje raar aan. Begint ze
daarna allemaal vragen te stellen over mijn ogen, oren, neus en mond. Toen ze de vraag
over mijn tanden stelde, kon ik me niet meer inhouden, ik had ondertussen weer zo’n
honger gekregen. Ik sprong uit bed, maar helaas was het meisje mij te snel af, ze is
ontkomen.
Daarom woon ik tegenwoordig in het huis van het ouwe mens. Dus als je een keer langs
wilt komen voor een bakkie, ben je van harte welkom. En misschien hebben we wel geluk
en komt er een snack binnenwandelen!
Groetjes, Eddie
6
׉	 7cassandra://m-kezWMSm8o-CW0hE4kfM2my3aUz79Ljj4w5bjgl69s_`̵ ea h@׉EkBeste Eddie,
Wat fijn om te horen dat het zo goed met je gaat. Helaas gaat het met mij wat minder.
Mijn hol staat ook blank. Dus ik vorige week aan de wandel op zoek naar een droog
plekje. Zoals je weet wonen er bij mij drie biggetjes in de buurt. Ik dacht: laat ik daar eens
aankloppen om te kijken of ik daar mag schuilen.
Kom ik bij het eerste biggetje, dat in een strohuisje woont. Ik klop aan en vraag: ‘Biggetje,
biggetje mag ik binnenkomen?’ Antwoordt dat biggetje: ‘Nee daar heb ik geen zin in, dus
je komt er niet in.’ Dus ik blaas het huisje zo omver. Helaas is het biggetje mij ontkomen.
De dag erna loop ik naar het takkenhuisje van het tweede biggetje. Ik klop aan en vraag:
‘Biggetje, biggetje mag ik binnenkomen?’ Ook dit biggetje antwoordt: ‘Nee daar heb ik
geen zin in, dus je komt er niet in.’ Dus ik begin weer te blazen en blaas zo het huisje
omver. Helaas was ik weer niet snel genoeg.
De volgende dag ging ik op pad naar biggetje nummer drie. Die woont in een stenen
huisje. Ook hier klop ik aan en vraag ik of ik binnen mag komen. Helaas mocht dat ook
niet. Ik ben heel de dag bezig geweest om het huis omver te blazen, maar dat is me niet
gelukt. De dagen erna heb ik hem zelfs nog weg proberen te lokken naar een veld vol
knollen en een appelboom. Maar dat biggetje is slim en trapte nergens in. ’s Nachts kreeg
ik het geweldige idee om door de schoorsteen het huisje binnen te komen. Dus ik de
volgende dag zo stil mogelijk het dak op geklommen. Heeft dat biggetje een ketel kokend
water op het haardvuur staan. Met als gevolg dat ik nu mijn brandwonden zit te likken in
mijn natte hol.
Zou ik een paar dagen bij jou in het huis van het ouwe mens mogen logeren, zodat ik
mezelf weer een beetje kan opwarmen? Dat zou ik heel fijn vinden. In de lente ga ik ook
een stenen huisje voor mezelf bouwen, zodat ik nooit meer kou hoef te lijden.
Groetjes, Harry
7
׉	 7cassandra://NRy8Jl4E94SysZQc-w5o8P90Isd-nsk3T7r2Xrw1M5E`̵ ea h@ׁea h@ց{בCט   {u׉׉	 7cassandra://uoNQJ3DLFewKXcsKuVGgEEe4v0goiZIu1hTsrTixxxk  ` ׉	 7cassandra://3wp7rvgWjrEG1TGxnefxXN-j5i9p9BA4pPNmK2WALnIVV`S׉	 7cassandra://Og2om2baakKWtRPmcuPzfDa0gtU_BfVHaugPAK6CSgM`̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://GTXDjI33ipAwekDp8fUzNQG1sBYmiL0MGBQWBhb2VAY 1`׉	 7cassandra://PobYLjU8WtZY7MnRaWsmMZs5HCrmfQWL_PIpXL4fzmk.
`S׉	 7cassandra://iEBHcBvRctSRubPpCHHNUs4fHlGTO-T59rIHeoOFII4	`̵ ea h@׉E	xEls Schuring
De eenzame tafel
D
e oude Gepetto zat aan tafel en las een boek. Sinds zijn zoon de wijde wereld in
was getrokken, had hij daar tijd voor. Soms keek hij op de klok, om te zien of het al
tijd was om naar bed te gaan of gewoon om te weten hoe laat het was. De dagen
duurden lang. Hij verveelde zich. Vaak dacht hij terug aan de tijd dat hij nog een jonge
timmerman was. Van het hout dat hij vond in het bos, maakte hij speelgoed en meubels.
De kinderen en de mensen uit het dorp wisten hoe knap en handig hij was. Ze vroegen
hem vaak om iets te maken of te repareren.
Nu was hij oud en moe. Hij leunde met zijn beide ellebogen op de tafel en staarde voor
zich uit.
Opeens hoorde hij een diepe zucht. Hij keek om zich heen. ‘Is daar iemand?’ vroeg hij
verbaasd.
‘Jij denkt zeker dat je de enige bent die oud en eenzaam is!’ riep een krakende stem. Gepetto
keek onder de tafel en stoelen. ‘Wie ben je? Waar zit je?’
De stem sprak opnieuw: ‘Ik zit hier vlak onder je neus. Ik ben de tafel waaraan je elke dag
zit te dagdromen. Je ellebogen prikken in mijn schouderbladen. Jouw gewicht hangt als
een steen om mijn nek. Weet je eigenlijk wel hoe ik me voel? Nooit kom ik van mijn plek
en altijd ben ik alleen. Jaloers ben ik op de vrolijke stoelen, die altijd om me heen dansen
en soms van plaats wisselen. Het is echt niet leuk om je hele leven tafel te zijn!’
Gepetto haalde verschrikt zijn armen van het tafelblad. ‘Neem mij niet kwalijk, tafel’, sprak
hij. ‘Ik wist niet dat het zo erg met je was. Ik heb je ook nooit horen klagen. Wat kan ik
voor je doen?’
‘Je bent zo’n goede timmerman, Gepetto’, fleemde de tafel. ‘Wil je een stoel van mij maken?
Niet zo’n gewone, maar een deftige, met armleuningen en gedraaide poten?’
Gepetto dacht even na. ‘Waar moet ik dan mijn boek lezen en eten?’ vroeg hij.
‘Ach Gepetto, je bent oud en versleten. Het kost je moeite om rechtop te zitten. Jouw
plaats is in een luie makkelijke stoel waarin je de benen kunt strekken!’ sprak de tafel slim.
Toen haalde Gepetto zijn gereedschap tevoorschijn en begon met zagen en timmeren.
Na een paar dagen was de stoel gereed.
Voorzichtig ging Gepetto zitten. Hij strekte zijn benen zo ver hij kon. Wat zat dat heerlijk!
Zijn handen streelden de leuning van de prachtige stoel, die glansde van tevredenheid.
Nu voelde hij pas hoe moe hij was. Hij sloot zijn ogen en viel in een diepe slaap.
8
׉	 7cassandra://Og2om2baakKWtRPmcuPzfDa0gtU_BfVHaugPAK6CSgM`̵ ea h@׉E9
׉	 7cassandra://iEBHcBvRctSRubPpCHHNUs4fHlGTO-T59rIHeoOFII4	`̵ ea h@فea h@؁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://b6MTh6coV5bqRt7JUyJ09hdut5Us5pRNvo1RjjhWNA4 a` ׉	 7cassandra://-2WIkPLRfLo_Lm3yu4DcR7ebeUiFve6RM2jxQLaXu0EW`S׉	 7cassandra://-QcSkeE6s-_WZG9heLN_wQm6tBNh3fAT1GfqG8YpoiA`̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://r83TAhdBcflczgIGgHN6y05M4rRS7ETclXgsOlfDDSg s ` ׉	 7cassandra://Z7GQFtN1qMePrQrM5JHm1LeKN2b-hPAWpVcOf711yfc/` S׉	 7cassandra://HyYRMx3bW_qPGZIMYbnkikkuH5wXD1mmPOOSvSxydEI`̵ ea h@׉EJan Koster
Koning Aap
I
n een ver land aan zee leefde een eenzame Koning
De Koningin was weggevaren en nooit meer teruggekomen.
Zijn zoon, de Prins, was weggezwommen en nooit meer teruggekomen.
Zijn dochter, de Prinses, speelde met dolfijnen en is ook nooit meer teruggekomen.
De Koning woonde nu dus helemaal alleen in zijn Koninklijk Paleis.
Dat is niet helemaal waar, want er woonde ook nog een aap, een praataap.
Een Grote Praataap, een Grote Mannetjes-Praataap. Zijn naam was Pisang.
Pisang kon maar vier dingen: praten en praten en praten en praten.
Dat was wel gezellig voor de Koning, want nu had hij tenminste iemand met wie
hij kon praten en die ook tegen hem aan kon praten. De Koning hield van Pisang.
Maar de Koning werd ouder, ouder en nog veel ouder. Als hij straks dood
zou gaan moest er toch een nieuwe koning komen, en waar haal je die vandaan?
De Praataap zei:
Laat MIJ maar koning worden,
Koning PISANG de EERSTE!
En hij roffelde op zijn borst en riep heel hard:
Hoewaai hoewaai hoewaai!
Maar de mensen in dat land wilden geen aap als koning, zelfs geen Praataap.
Als hij nou een lieve mensenvrouw had, die dan Koningin zou worden….
Ja, dán vonden ze het zo erg nog niet, vooruit dan maar.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, welke vrouw wil nou met een aap trouwen?
De Koning liet in het hele land zoeken en zoeken naar een lieve vrouw voor Pisang.
Maar alle vrouwen verstopten zich. Ze wilden wel Koningin worden, maar…
Máár er was één lieve jonge vrouw die blind was. Zij had een mooie naam: Chiquita.
Chiquita kon dus niet zien dat Pisang een Grote Lelijke Aap was, een Praataap
met een Platte Zwarte Neus en Bolle Rode Ogen en Grote Gele Tanden.
Zij kon hem niet zien, maar zij kon hem wel horen. En hij zong een lied voor haar.
Chiquita o Chiquita, voor jou zing ik een aria,
ik vind je erg LIEF, jij bent mijn HARTEdief!
En hij zong nog veel meer moois en nog veel meer liefs.
10
׉	 7cassandra://-QcSkeE6s-_WZG9heLN_wQm6tBNh3fAT1GfqG8YpoiA`̵ ea h@׉EZij hoorde hem zo mooi zingen en haar hart borrelde van blijdschap.
Jaja, en haar hart bleef maar borrelen en borrelen, en ze werd heel verliefd.
Zó verliefd dat ze van hem ging houden.
En ze ging zoveel van hem houden dat ze graag met hem wou trouwen.
En toen zij trouwden werd er een groot feest gegeven in het Bananenbos naast het Paleis.
De oude Koning hield daar een mooie toespraak en zei dat hij stopte met Koning-zijn,
hij ging met pensioen. En alle grote en alle kleine mensen en alle praatapen zongen toen:
Lang leve Koning Pisang
en nog langer leve Koningin Chiquita,
hoera hoera hoera!
En toen is de oude Koning in een bootje gestapt en ook hij is nooit meer teruggekomen.
Maar Pisang en Chiquita bleven elkaar zoentjes geven en leefden nog lang en gelukkig.
11
׉	 7cassandra://HyYRMx3bW_qPGZIMYbnkikkuH5wXD1mmPOOSvSxydEI`̵ ea h@ہea h@ځ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jdF0dyXtXe6TLqhdoAFO9b1Sz0_wyU_hH5np3NuMhtU :`׉	 7cassandra://u2sYp_o3JqOhnGCwr1JB63wWhYJLp4G5oxtHhFl6zO4i6`S׉	 7cassandra://TUu_VWXGBwfxZ-EXZIdpm0MbNwndIM9NEnyQIm-f-8c&0`̵ ea h@ט  {u׉׉	 7cassandra://oMxVgY9D1joFvTvM0l3Qkk_o232RQZqVk0MtpMBdlo0 e"` ׉	 7cassandra://QIXtu8nWiKl8QYXtSxpJYUgS9K8Q9iKDzyuhdn5RygAP`S׉	 7cassandra://SbowT_f9BAECGq-eJaWuFqhrExJdUaUigiw_i5zOH4A`̵ ea h@׉E12
׉	 7cassandra://TUu_VWXGBwfxZ-EXZIdpm0MbNwndIM9NEnyQIm-f-8c&0`̵ ea h@׉EkLéon Ripmeester
Sneu-wolfje
E
r was eens een Sneu Wolfje dat liever een Rood Katje was geweest. Hij trok dan
ook vaak stiekem grootmoeders kleding aan. Dan ging hij in een rood jurkje op
oma’s bed liggen. Soms legde hij eerst een bolletje wol onder de matras waar hij
dan op ging liggen, zodat hij zich kon verbeelden dat hij de Prinses op de Erwt was, wachtend
op haar poezelige prins.
Op een dag, toen Sneu-wolfje weer heimelijk aan het grasduinen was in grootmoeders
kledingkast, vond hij naast de hem bekende rode mutsjes en jurkjes een paar rode
dansschoentjes met hoge hakken. Sneu-wolfje kirde van plezier. Vlug trok hij zijn RoodKatje-outfit
aan én gleden zijn keurig gemanicuurde wolvenklauwtjes in de schoentjes.
Prompt kreeg hij de dringende behoefte om uitbundig te gaan dansen. Hij bouncete spontaan
oma’s huis uit, het sprookjesbos in. Zo kwamen niet alleen de schoentjes, maar ook
Sneu-wolfje zelf uit de kast. Wat voelde hij zich bevrijd!
De meeste sprookjesbosbewoners waren aangenaam verrast toen ze Sneu-wolfje zo
zagen en noemden dit ‘nu typisch een modern sprookje’.
Echter, er leefden in het bos ook haatbaardkabouters, en die dachten daar héél anders
over. Zij wensten de teksten van Grimm en Andersen namelijk naar de letter te lezen. Het
openlijke verkleedgedrag van Sneu-wolfje bestempelden zij dan ook als ‘abject en infaam’.
Een en ander baarde hun bijzonder veel haat.
Zij gingen zo ver in hun haatbaardkloverijen dat enkelen van hen in de berm in hinderlaag
gingen liggen, hun zwavelstokjes in de aanslag.
Na enig wachten kwam Sneu-wolfje voorbij huppelen op zijn über-modieuze klik-klakhakjes.
Hij neuriede I want to break free van Queen. Zonder pardon bliezen de haatbaardkabouters
hem op: KABOEM! Daar zagen ze Sneu-wolfje de lucht in vliegen. Ze
wreven in hun moordenaarshandjes van voldoening.
Maar tot hun verbazing bleef hij gewoon doordansen! Steeds hoger en hoger trippelde
Sneu-wolfje op zijn rode dansschoentjes. Hoger en hoger, richting de schapenwolken, tot
ze hem niet meer konden zien.
En daar danst hij nu nog steeds. Ergens tussen de Grote Beer en de Kleine Beer, in de
Rode-Katjeshemel.
13
׉	 7cassandra://SbowT_f9BAECGq-eJaWuFqhrExJdUaUigiw_i5zOH4A`̵ ea h@݁ea h@܁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://54ZYEw4bPWqqhdWlEV8bVaEDQwzLzrikG0u-oQMPv9I `׉	 7cassandra://fFrMdcy36jAW799GKrWGvXDj31fmKmNx_j0ehDtYbscV`S׉	 7cassandra://ZJSkk45fzmRGhNQF3xzO1HR6Hl04-8b16tYGvLLIPPUM`̵ ea h@ ט  {u׉׉	 7cassandra://TstyyTk5u6TP2MUZctIztEQvHaa_tcmosdmvoEFvd_g 4e`׉	 7cassandra://u0f15I8aiVeFwd8VgY8LEeHCsePd-ReX8KSVUg7DJHIXT`S׉	 7cassandra://a_8ZyA3lY9XeP6EBaizG4a1JAgPvDMenvEicCxTXlwU`̵ ea h@!׉EMarlene Lunter
De rode spikes
V
an jongsaf aan wilde Karen al hardlopen. Niet zomaar hardlopen. Nee, ze wilde net
als Ellen van Langen op de Olympische Spelen de 800 meter winnen.
Elke dag rende ze naar school. Als ze boodschappen voor haar moeder moest
doen, rende ze naar de winkel. Als er iemand was die het verdiende om Olympisch kampioen
te worden, dan was zij het wel. Jammer genoeg had ze weinig talent.
Op een dag zag ze in de sportwinkel een paar rode spikes staan. Ze kocht ze van het
geld dat ze uit haar moeders portemonnee had gepikt. Toen ze ze aantrok voelde ze het
meteen, dit waren echte Kampioensspikes.
Ze ging twee keer zo hard als
voorheen en ze kon het veel
langer volhouden. De spikes
aan haar voeten bleven doorhollen.
Op
haar sloffen haalde ze de
limiet voor de Spelen. Als
een speer schoot ze door de
series en door de halve finale.
Aan rust tussendoor
kwam ze niet toe, de spikes
bleven hollen. De finale zelf
won ze met een halve baan
voorsprong.
Toen Karen op het podium
stond, trappelden haar voeten
in de spikes op de plaats,
terwijl het orgel het Wilhelmus
speelde en zij met haar
zuivere stem uit volle borst
meezong. De warme zonnestralen
schenen helder en
haar hart was vol vrede en
vreugde.
Na de Spelen zetten ze de
spikes in een glazen kast in
de woonkamer, samen met
haar gouden medaille, en jarenlang
vertelde Karen iedereen
over haar hardloopavonturen.
Pas
na haar honderdste vloog haar zieltje naar God, die haar hartelijk ontving, want zoveel
Olympische kampioenen waren er niet in de hemel.
14
׉	 7cassandra://ZJSkk45fzmRGhNQF3xzO1HR6Hl04-8b16tYGvLLIPPUM`̵ ea h@׉E15
׉	 7cassandra://a_8ZyA3lY9XeP6EBaizG4a1JAgPvDMenvEicCxTXlwU`̵ ea h@߁ea h@ށ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cBi3cmMV5SJpaCjMEqGTHKn1lt5N5djj-0AvStuz13M u` ׉	 7cassandra://sogFrZn0y9x4xsInBi4NCUEEPF7DApH3CMjs5d6yeyk<`S׉	 7cassandra://MptrE3UYmk_r6_zZ9nSYwI3MmAxq5PQUft-FeTetnuk`̵ ea h@#ט  {u׉׉	 7cassandra://Kdw_4M12_owlwPRIXJoD3mEI7CpwX42kJUlbdXoMC4Q 3`׉	 7cassandra://hUV2hSYrMWkgUBakbztSJxcBWxOUz_DpXQjC06ucnXQe&`S׉	 7cassandra://Iw2tc-pbKb3X4dwQQJjOC82BVGaQZjl09CYYpCB8i8U`̵ ea h@$׉EColette Versteegh
Moeder gaat uit werken
C
oby ligt al in een diepe slaap verzonken. Zo aantrekkelijk als een grasmat in het
vroege voorjaar, is de enige conclusie die haar man nog kan trekken.
Voor het slapengaan is hij nog even de slaapkamer van zijn kinderen binnengegaan.
Hij heeft ze zacht in hun magere wangetjes geknepen en gezegd: ‘Welterusten
lieverds, pappa zal altijd voor jullie zorgen.’
Met wijd opengesperde ogen ligt hij nu bed. Hoe kan hij die belofte ooit waarmaken?
Coby heeft zijn zoontje en dochtertje zo goed opgevangen toen hun moeder, Antje, ziek
werd en uiteindelijk overleed. Nergens zou hij zo’n zorgzame moeder voor zijn kinderen
vinden, zei Antje, die haar zus kende als geen ander. Op haar sterfbed vroeg ze hem met
Coby te hertrouwen.
Maar nu neemt Coby de kinderen telkens mee als ze in het bos moet werken. En steeds
vaker komt ze zonder hen thuis, zodat hij ze moet gaan zoeken.
Plotseling begint Jan te transpireren. Zon Antje op wraak omdat hij wel eens een nachtje
bij de buurvrouw doorbracht toen zij zo ziek was? Voorzag ze dat Coby zich als een boze
stiefmoeder zou ontpoppen? Nooit aan gedacht dat ze hem na haar dood zo'n loer zou
draaien.
Jan ligt klappertandend in bed, hij voelt een golf van misselijkheid opkomen. Hij ziet Grietje
voor zich, en Hans, die nietsvermoedend liggen te slapen. En dan Coby, met haar rode
ogen, haar benige handen en scherpe tong. De heks.
16
׉	 7cassandra://MptrE3UYmk_r6_zZ9nSYwI3MmAxq5PQUft-FeTetnuk`̵ ea h@׉E	Lucia Rozendal
Nieuwe kleren voor de koning
W
illem-Alexander en Máxima lopen door de P.C. Hooft. Alexander heeft dringend
een stel nieuwe kaplaarzen nodig. Met zijn watermanagement komt hij vaak op
plaatsen waar kaplaarzen een eerste levensbehoefte zijn. Natte voeten kun je
als staatshoofd natuurlijk niet gebruiken!
Alexander twijfelt nog over grijze of blauwe, maar Máxima is zeer gedecideerd en kiest
voor hem frivole rode met witte stippen, die passen leuk bij de laarsjes van de kinderen.
En er is tenslotte al genoeg truttigheid in de wereld.
Alexanders oog valt op een prachtige mantel, maar Máxima trekt hem mee. Verderop zit
een kleermakerszaak waar de meest exclusieve stoffen gebruikt worden.
De kleermaker heeft hen al zien aankomen en heet hen van harte welkom: ‘Treed binnen,
Sire!’
‘Zie je wel dat ik gelijk heb’, kirt Máxima. Prachtige stoffen, in mooie kleuren, stralen hun
tegemoet; koningsblauwe kasjmier, vermiljoen velours en zilvergrijs satijn.
De kleermaker laat Alexander een aantal mantels passen. Alexander, traditiegetrouw,
voelt het meest voor een grijze mantel van zuiver lamswol. Terwijl hij zich het pashokje in
wringt, wenkt de kleermaker Máxima. ‘Kijkt u eens, hoe mooi deze mantel is!’
Máxima gooit haar blonde lok opzij en zet haar meest intelligente blik op, toch ziet ze
geen barst! Zou ze aan een bril toe zijn?
De kleermaker voegt toe: ‘Deze mantel is alleen zichtbaar voor de meest intelligente
mensen, domme mensen zien hem niet!’
‘Oh’, zegt Máxima. Dan dringt tot haar door wat de goede man zegt.
‘JA, MAAR NATUURLIJK! Prachtig, prachtig. Alexander, schiet toch eens op, ik heb nu
toch iets gevonden!’
Alexander komt uit het pashok.
‘Kijk eens Alexander, hoe mooi – en alleen zichtbaar
voor de intelligentsten onder ons…’ Ze
geeft hem een vette knipoog.
Alexander laat het muntje direct vallen. ‘Nou, dan
zal ik deze prachtige mantel maar eens passen.’
Jullie begrijpen: hij zit als gegoten.
Alexander komt fier uit het pashok en roept: ‘Ik
wil hier niet alleen een mantel, maar ook een pak
van.’
‘Oh ja!’ roept Máxima.
‘En een overhemd met stropdas.’
‘Oh ja!’ roept Máxima. ‘En doe er dan ook maar
een leuke boxer bij!’
De volgende dag trekt Alexander zijn nieuwe pak
aan. Het voelt heerlijk, alsof hij helemaal niets
aan-heeft, zo soepel en zacht. Hij vertrekt met
zijn outfit en zijn nieuwe kaplaarzen naar de Deltawerken,
die nodig een inspectie behoeven.
Er wordt nog lang over gesproken…
17
׉	 7cassandra://Iw2tc-pbKb3X4dwQQJjOC82BVGaQZjl09CYYpCB8i8U`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rhmHbV75OebR4XHZe4rKNmqjt-CWqvX1CnaBZEuy6Hs g`׉	 7cassandra://aesX_PU82m0r6CjSmMU_OnZlRF-Xso5aeZCFQkjuaXoN`S׉	 7cassandra://CQVxJ95kSsV97Nznhc79JOLYe4tyPnh2cA__Zu4Ifpkh`̵ ea h@&ט  {u׉׉	 7cassandra://mPh07hGhMIr8RlP06iwvKLNAqNBU6MqeSr9hSPSQNmU @j`׉	 7cassandra://-dhCaFdIQRhqD-sL4A4inZHiJ24hHL3ec1gwa9YSBIYd>`S׉	 7cassandra://NqlSgPe4atZBCePM-mO_7eDtQKnTX7sxhdamOPwOtv81`̵ ea h@'׉EKees Vreeburg
Liselotte
E
r was eens, in een ver land, een meisje dat Liselotte heette. Ze woonde alleen met
haar vader in een klein vervallen huisje in een klein dorpje. Ze waren arm, maar
gelukkig was Liselotte zo handig dat ze alles kon repareren wat kapot was. Ze hielp
dan ook vaak de mensen in het dorp met allerlei klusjes. Haar apetrotse vader schepte
graag over haar op, maar op een dag ging hij te ver. Hij vertelde de bakkersvrouw dat
alles wat Liselotte vastpakte in goud veranderde. De vrouw van de bakker vertelde dit
snel door aan de burgemeester. Die gaf zijn zoon, op wie Liselotte heel erg verliefd was,
de opdracht om haar te halen.
De burgemeester zei tegen haar: ‘Zo, dus jij kunt alles in goud veranderen? Zorg er dan
maar eens voor dat mijn hele huis van goud wordt.’
Liselotte keek de burgemeester verschrikt aan.
‘Als het je lukt, dan mag je met mijn zoon trouwen. Lukt het je niet, dan wil ik je nooit meer
zien in het dorp.’
Diepbedroefd keerde Liselotte terug naar huis. Ze wilde dolgraag met de burgemeesterszoon
trouwen, maar ze kon onmogelijk het burgemeestershuis in goud veranderen. Terwijl
dikke tranen nog over haar wangen rolden, viel ze in slaap.
Midden in de nacht klopte er een klein, lelijk mannetje tegen haar raam. Liselotte werd
wakker en deed het raam open. Het mannetje zei tegen haar: ‘Ik wil je wel helpen om het
huis van de burgemeester in goud te veranderen, maar dan wil ik jouw eerste kindje hebben.’
Liselotte was zo wanhopig dat ze het beloofde.
De volgende dag gonsde het nieuws door het dorp: het huis van de burgemeester was
helemaal in goud veranderd. Snel trok Liselotte haar jas aan en rende naar het burge18
׉	 7cassandra://CQVxJ95kSsV97Nznhc79JOLYe4tyPnh2cA__Zu4Ifpkh`̵ ea h@׉Emeestershuis. Haar mond viel open van verbazing. In het ochtendlicht fonkelde het huis
als een ster. Alles was veranderd in goud. De deuren, de ramen, zelfs de planten in de
tuin. Trots stond de burgemeester bij zijn gouden hek. Toen hij Liselotte zag, wenkte hij
haar. Hij zei: ‘Dat heb je prachtig gedaan, meisje. Nu mag je met mijn zoon trouwen.’
Wat was Liselotte blij.
Liselotte en de burgemeesterszoon trouwden en een jaar later kregen ze een zoontje. Ze
noemden hem Repelsteeltje en waren dolgelukkig.
Precies een nacht na de geboorte van hun kindje klopte het kleine, lelijke mannetje weer
op hun raam. Liselotte werd wakker en barstte meteen in tranen uit toen ze hem zag. Ze
was hem al helemaal vergeten, maar nu wist ze weer precies wat ze hem had beloofd. Hij
kwam haar zoontje halen. Zo hard huilde ze, dat het mannetje tegen haar zei: ‘Als je raadt
hoe ik heet, hoef je je kindje niet af te staan.’
Liselotte noemde alle namen die ze kende. Hans, Klaas, Pieter, Joost, zelfs Repelsteeltje
kwam voorbij.
Maar het mannetje schudde alleen maar zijn hoofd. ‘Helaas,’ zei hij, ‘als je het morgennacht
nog niet weet, neem ik je kindje mee.’ En hij verdween in de nacht.
De volgende dag vertelde Liselotte alles aan de vrouw van de bakker. Die was al heel
vroeg het bos ingegaan om hout te hakken voor de oven. Toen ze het verhaal had gehoord,
zei ze: ‘Dat is toevallig! Toen ik vanmorgen vroeg in het bos liep, hoorde ik een
stemmetje zingen: Niemand weet dat ik ook Liselotte heet.’
De nacht daarop kwam het mannetje weer naar het raam van Liselottes kamer. ‘En?’
vroeg hij met een gemene glimlach op zijn gezicht.
Liselotte antwoordde: ‘Ik weet wel wie je bent, hoor. Jij bent Liselotte.’
De ogen van het mannetje draaiden weg en hij tuimelde achterover uit het raam. Toen
Liselotte naar beneden keek, zag ze alleen de schoentjes van het mannetje liggen, waar
een klein rookwolkje uit kwam. Nooit hoorde ze meer iets van hem.
En Liselotte en de burgemeesterszoon? Die leefden nog lang en gelukkig.
19
׉	 7cassandra://NqlSgPe4atZBCePM-mO_7eDtQKnTX7sxhdamOPwOtv81`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JifmwIE6c07R9BAFeWbeeKiYBePSIxR5PJqorDXY5Z8 `׉	 7cassandra://TJU0JkgPSe9eOWZyv9brmPVRQyiVCmdh77domv6pDuYm`S׉	 7cassandra://knKHtmSjlpCp-KPtfPjzwHhjZQ-8QBcIlukRvesDZ6I#u`̵ ea h@)ט  {u׉׉	 7cassandra://ijXbsvB9RuEQHRlyLGRU6piu_lgwDC3BXJa_J6cV1G4 7`׉	 7cassandra://B-rCfK7IM4lrmvHzctg0fdxBcH5MBplxWOqgeVwDW0o]`S׉	 7cassandra://9pwECQOHsfhD-gXHKUvusdEovyYw_N3WywVsHJF0ozA`̵ ea h@*׉E20
׉	 7cassandra://knKHtmSjlpCp-KPtfPjzwHhjZQ-8QBcIlukRvesDZ6I#u`̵ ea h@׉EHelene Witkop-Jonker
Het elfje & de witte kater
E
r was eens een witte kater, die woonde in het bos. Dat witte was op zich vrij bijzonder,
want zoveel witte katers zijn er niet. Maar zelf vond de kater het maar niks.
Hij schaamde zich en kwam het liefst niet al te veel meer bij de andere dieren. En
eigenlijk werd dat gevoel elk jaar erger.
Nu was het idee dat hij niet mooi was of niet goed genoeg, niet zomaar uit de lucht komen
vallen. Al toen hij een kitten was, werd het altijd al gezegd door z’n vader. Dat hij te
wit was, te langzaam, en (heel spottend) dat ze z’n jachtinstinct waren vergeten aan te
leggen. Dan wilde de witte kater wel door de grond zakken.
De vader zelf kwam iedere dag wel met een gekraakte muis of vogel in zijn bek naar huis.
Maar de witte kater hield gewoon niet van jagen. Hij wilde liever spelen en vrienden zijn
met de andere dieren. Toen nog wel.
Maar toen ze allemaal groter werden, begonnen de muizen hem te mijden. Ze dachten:
Alles goed en wel, maar hij blijft een kater, dus pas op! Vroeg of laat komt z’n ware aard
naar boven! De vogels waren al veel eerder afgehaakt. En de witte kater voelde zich alleen.
Op
een dag kwam er een afzichtelijk monster in het bos wonen. Maar het gekke was, het
was een monster met een hele lieve stem. En hij begon te spreken tegen de witte kater op
zo’n manier dat deze het monster niet als lelijk zag. Maar wat hij hem te zeggen had, daar
werd de kater niet blijer van. En tegelijkertijd wilde hij toch steeds die stem weer horen. Zo
liefelijk, zo zacht. Tot hij vanzelf ging geloven in wat het monster allemaal zei.
De kater dacht: Hij heeft gelijk. Wat doe ik hier nog! Ik heb genoeg van het grote bos, ik
wil weg van hier. Ook al weet ik niet precies waarheen.
21
׉	 7cassandra://9pwECQOHsfhD-gXHKUvusdEovyYw_N3WywVsHJF0ozA`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://S6-V90JSFFEbVLmf0b38Z2Wd4PsQIE7D13ZljHwcES4 ` ׉	 7cassandra://yZLphri-XJ6BDMts9aPAMX7XCaPX9m_oXva_YWcgwJ8Jt`S׉	 7cassandra://Ent4yJlWuHmKnS_vjx4J5W2TsocyK15EcoMrv40B2Uc`̵ ea h@,ט  {u׉׉	 7cassandra://9YvVSbilgccdgMIMqS-k1ohF8NMGhKxEPuFONhVGvDE f` ׉	 7cassandra://zXeFS6glZBZza3uoN-S_qq_LrH7kAp2FE4jFWHdyuEUM`S׉	 7cassandra://YhBsww4h0yRuIMulhQczvKKAtfJKl9BrMBWpPb0NN_E`̵ ea h@-׉E8Net op dat moment gebeurde er iets wonderlijks. Er fladderde ineens iets om zijn kop,
heel snel en licht. Hij kon zo gauw niet zien wat het was, een vogel of een vlinder. Maar
toen het op een tak ging zitten, zag de kater dat het een elfje was! Een echt elfje, zoals je
ziet in sprookjes. Ze was heel mooi. Ze had een fijn gezichtje en prachtige zilveren vleugels.
Ze
zei: ‘Waarde kater, ik ben gestuurd om jou te helpen je los te maken en weer vrij te
zijn.’
‘Maar ik ben vrij’, zei de kater. ‘Ik kan gaan en staan waar ik wil.’
‘Nee, nee, dat denk je maar. Je zit gevangen in je eigen hoofd. En dat komt omdat je altijd
hebt geloofd wat anderen over je zeiden. Dat je langzaam bent en lelijk wit, zonder jachtinstinct
en niet de moeite waard. Maar ik zal je eens wat zeggen. Diep in jou zit iets prachtigs
wat veel wezens niet hebben, namelijk het vermogen om lief te hebben. Dat is meer
waard dan wat ook ter wereld.’
De kater werd er verlegen van.
Op dat moment werd het elfje besprongen door het monster van Zelfmedelijden, want dat
wilde de kater niet zomaar opgeven. Maar zodra het monster het elfje raakte, was er als
het ware een beschermende bel om haar heen (als een zeepbel van onbreekbaar glas),
zodat hij het elfje niets kon doen. Daar schrok het monster zo van, dat hij het op een lopen
zette en nooit meer terugkwam.
Toen toverde het elfje in een oogwenk een heerlijk maal voor twee personen op een picknickkleed
op de grond. En zo zaten ze, wel ruim twee uur, te praten en te eten, aan een
kabbelend bosbeekje op het groene gras.
Ten slotte zei het elfje: ‘Nu weet je weer wie je werkelijk bent. Handel ernaar en ga weer
vrienden maken, net als vroeger.’ Toen was ze net zo plotseling verdwenen als ze gekomen
was.
Een week later ontmoette de witte kater een prachtige gestreepte tijgerpoes. Zij viel direct
op z’n mooie witte vacht en hij viel op haar mooie ogen, met hele lange wimpers. Ze
werden tot over hun oren verliefd en kregen een heleboel kittens.
Als je goed zoekt in het bos, kom je ze nog altijd tegen. Want ze leven daar al heel lang,
en gelukkig!
22
׉	 7cassandra://Ent4yJlWuHmKnS_vjx4J5W2TsocyK15EcoMrv40B2Uc`̵ ea h@׉ETanja van den Hout
Hasj & Wietje
H
asj en Wietje waren broer en zus en woonden aan de rand van Sprookjesland met
hun vader de Hasjkoning. Maar de zaken gingen slecht en de Hasjkoning stuurde
ze het woud in om zaken te gaan doen met de Grote Dealer. Dus gingen ze op
weg.
Na een lange wandeling kwamen ze uit bij de ultieme coffeeshop van de Grote Dealer.
Overal hingen joints en waterpijpen en op het dak lag voldoende stuff om een heel jaar
heel Sprookjesland te kunnen voorzien. Uit de schoorsteen kwam de geur van overheerlijke
wiet.
Hasj kon zich niet beheersen en trok een joint uit het raamkozijn.
Knibbel knabbel knuisje,
Wie rookt er van mijn huisje?
Hasj en Wietje schrokken zich wild. Had de Grote Dealer hen gesnapt?
‘Kom binnen’, zei ze en ze schoof de deur open. ‘Binnen heb ik nog veel meer lekkers.’
Ze gingen naar binnen. De Grote Dealer maakte een waterpijp voor ze aan en na enige
tijd waren de kinderen zo stoned als een garnaal.
Maar de Grote Dealer had kwaad in de zin. Ze wilde Hasj en Wietje doden en hen als één
superjoint oproken. Ze bracht het vloei in gereedheid, pakte de kinderen op en legde ze
erop, zodat ze hen tot joint kon rollen. De kinderen hadden gauw hun knietjes opgetrokken.
De
Grote Dealer begon te rollen en te rollen en toen het vloei goed genoeg gerold was,
wilde ze het dichtplakken.
Net op het moment dat de joint dichtgelikt zou worden, trapten Hasj en Wietje het vloei
van zich af. De grote dealer viel achterover. De kinderen plakten haar snel in het vloei en
staken haar aan.
‘Wie is hier nu de superjoint?’ riepen ze en ze dansten om de Grote Dealer heen, die gilde
als een speenvarken.
Hasj en Wietje pakten zoveel hasj en wiet als ze konden dragen en liepen snel terug naar
hun vaders huis.
En ze rookten nog lang en gelukkig.
23
׉	 7cassandra://YhBsww4h0yRuIMulhQczvKKAtfJKl9BrMBWpPb0NN_E`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bhgM14qzEKeE74mdqTTcTEM0bUP5b8XCYNwx7zz7lkI ` ׉	 7cassandra://4I1Y0zkgHecRDSlb1r9WEsUz5_Vv48pAtUaA2CLqHp8E`S׉	 7cassandra://16apQYL5WjZWp1f-U8J694CBPEIjM476T2svB3lddgk3`̵ ea h@/ט  {u׉׉	 7cassandra://2hWHwCrDfcZZ_72PL58cCbnhEs5dE79OVMGkkfzAepI #y`׉	 7cassandra://NgnbCvl3BJILaiWl70bKVkDZOootDyTtyC4an-qO-fMIE`S׉	 7cassandra://PJjzlz0I8WYCzCqLNBIN--sNFy0KNevWXm6-aNAVjXsc`̵ ea h@0׉EBRené Haans
Wie is er bang voor...
E
r was eens een geit die zeven jonge geitjes had. Zij hield van allemaal evenveel.
Op een dag wilde zij het bos in om voedsel te halen. Tegen haar kinderen, die naar
een tekenfilm over De Drie Biggetjes zaten te kijken, zei ze: ‘Laat niemand binnen
en pas op voor de wolf.’
De geitjes zeiden: ‘Lieve moeder, wij zullen goed oppassen, u kunt rustig weggaan.’
Voordat moeder Geit het huis verliet, haalde zij uit de la een mobiele telefoon en gaf deze
aan de oudste met de woorden: ‘Als er iemand aan de deur komt die je niet vertrouwt, bel
dan meteen de boswachter.’ Zo vertrok moeder Geit.
De wolf, die op de uitkijk had gestaan, liep meteen naar het huis toe. Hij klopte aan en
riep met luide stem: ‘De playstation-man!’
Helaas had hij niet gezien dat er twee dagen van tevoren een camera, zo onopvallend
mogelijk achter een klimop, boven de deur was opgehangen.
De geitjes zagen meteen dat het de wolf was. Zij riepen: ‘Wie is daar?’
De wolf zei: ‘Ik kom jullie een nieuw playstation-programma brengen.’
Daar trapten de geitjes niet in. Vlug belde het oudste geitje de boswachter met de mededeling:
‘Kom gauw, want er staat een wolf voor de deur.’
De andere geitjes riepen door de brievenbus: ‘Even wachten, even geld pakken.’
De wolf wachtte terwijl hij zijn snorrenbaarden likte.
Voordat hij weer kon kloppen omdat het toch wel heel lang duurde, zag hij de boswachter
zijn geweer richten. Vluchten kon niet meer.
Hij probeerde nog even de boswachter op andere gedachten te brengen door te zeggen:
‘In het sprookje De wolf en de zeven geitjes word ik opengesneden en vullen ze mijn buik
met stenen.’
Het mocht niet baten. Hij kende de verhalen: de boswachter miste nooit.
Toen moeder Geit thuiskwam, zaten alle geitjes weer netjes voor de tv te kijken naar Wie
Is er bang voor…
24
׉	 7cassandra://16apQYL5WjZWp1f-U8J694CBPEIjM476T2svB3lddgk3`̵ ea h@׉E25
׉	 7cassandra://PJjzlz0I8WYCzCqLNBIN--sNFy0KNevWXm6-aNAVjXsc`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://rqqFZbKFpbMnCwJ7ZB-jIco8YGoR49BrYMAAZItakGI ;` ׉	 7cassandra://wqaahqYoA7alNDM2-44W37SS_6NmBpBt36WRGV4ZEJcWX`S׉	 7cassandra://utVTkvXjC8DFsC6mFNFx7EYuDiVPiU2ec_aE2Zjs4iA^`̵ ea h@3ט  {u׉׉	 7cassandra://TLmICt5CY4sD0ChEmG5OOmynNLDxUO0c8duyR81k7EI |`׉	 7cassandra://a2fdnU3RgpUppTDjjZlBSkyTy2B4BE_YkReAgnM7G5U\z`S׉	 7cassandra://meIoLsiGMarS8MZNkMsZhOdeBwCEfYpq7SzuPlcqpdY}`̵ ea h@4׉E	Kitty Schaap
De borstvergroting
E
r was eens een koningin die heel ontevreden over haar uiterlijk was. Iedere ochtend
keek ze in de spiegel, en vroeg om raad.
‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van dit land?’
Altijd noemde de spiegel de naam van een bekende televisiepersoonlijkheid of een fotomodel.
De koningin kon het niet uitstaan. Karrenvrachten goud en juwelen besteedde ze
aan haar uiterlijk: ze liet vet wegzuigen, haar lippen opvullen en hangende oogleden liften,
maar niets hielp, zelfs botoxen niet.
‘Lieverd, je bent toch prachtig?’ zei haar gemaal.
‘Dat zeg je alleen maar om te slijmen’, krijste de koningin, en ze moest zo hard huilen dat
ze er de hele dag niet uitzag.
’s Avonds keek ze weer hoopvol in haar toverspiegel. ‘Lief spiegeltje, wie is het mooiste
van het hele land?’ vleide ze.
‘Jij niet, je borsten zijn te klein’, schimpte de spiegel.
Met een zwaai gooide ze hem kapot tegen de paleismuur, zodat hij in duizend stukken uit
elkaar viel. Als dat maar geen zeven jaar ongeluk betekende.
Op dat moment klingelde de paleisbel. Voor de deur stond een lelijke, gebochelde dwerg.
‘Majesteit,’ sprak hij, ‘ik heb wat u zoekt: een schoonheidsspreuk. Wie deze uitspreekt,
wordt meteen de mooiste van de hele wereld.’
De koningin haalde begerig haar goudbrokaten beurs uit haar decolleté.
‘Denk erom,’ sprak de dwerg vermanend, ‘u mag de spreuk maar één keer gebruiken.’
Gauw betaalde de vorstin hem en nam het papier in ontvangst. Ze rende ermee naar haar
boudoir en deed de deur op slot. Met haar leesbril op prevelde ze het ingewikkelde toverwoord.
En daar gebeurde het: haar borsten begonnen te groeien en groeien en groeien.
Nu was ze vast de mooiste van de hele wereld. Snel ging ze naar bed om een schoonheidsslaapje
te doen. Wat zou haar gemaal verrast zijn!
Terwijl de koningin sliep, kwam de koning thuis. Hij zocht zijn gade in haar boudoir, maar
vond haar daar niet. Er lag slechts een briefje met een spreuk. Hardop las de koning het
toverwoord. Uit de slaapkamer klonk een luid gekrijs. Het was de koningin. Haar borsten
groeiden, en waren nu zo groot als pompoenen, nee, als skippyballen. En nog hield het
groeien niet op. Ze kwam klem te zitten tussen de kast en het hemelbed.
‘Zoek de dwerg!’ gilde de koningin, terwijl de muur begon te barsten.
De koning rende tussen het vallend puin door naar buiten, maar hoe hij ook zocht, de kabouter
was voorgoed verdwenen.
26
׉	 7cassandra://utVTkvXjC8DFsC6mFNFx7EYuDiVPiU2ec_aE2Zjs4iA^`̵ ea h@׉E27
׉	 7cassandra://meIoLsiGMarS8MZNkMsZhOdeBwCEfYpq7SzuPlcqpdY}`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://R5fmosPiMnK3crOYC7QhwNc6IRT3v8eYJ_JEoaTOXAc ` ׉	 7cassandra://yCdljErm5_Qp_vWdtrVIuilYy_Ij7WxXK9RRiYWKkDQK`S׉	 7cassandra://Xu8r31nfPB-UNTw7_K2Xiw3J4t7pvMRkGYFyPS_FRTI`̵ ea h@6ט  {u׉׉	 7cassandra://U1BHIu2M78EH9z3RGCDHUuqLeu_7dhyLTl1mJxan3kI !` ׉	 7cassandra://MgcfoZ9RYYGl-ezsQbztc4LZsXubyko5N8nDot7eFgI5.`S׉	 7cassandra://cIuSiwST8WngietoprAgla1Ro9qRIfUaS7zyPLS6pGQ`̵ ea h@7נea h@: P9ׁH ?http://www.uitzendinggemist.nl/prinszoektvrouw/prinsvindtschoenׁׁЈ׉EHellen de Kanter
Wordt vervolgd
H
oi, met mij.
Hoe gaat ie?
Hmmm.
Nog tv gekeken?
Jammer. Heb je even?
Mijn stiefzussen waren naar een feest. Helaas mocht ik niet mee. Ze hadden nogal een
bende achtergelaten, dus ik was aan het ruimen. Sta ik plots in de spotlights en zit ik
midden in zo’n soort Metamorfose. Ken je dat programma?
Nooit echt gezien? Ik ook niet hoor. Maar ze gaan dan dus iemand een opknapbeurt
geven.
Nee heb ik ook niet nodig. Ze vroegen wel naar mijn zus. Maar die waren natuurlijk beide
niet thuis.
Ja, ik wilde het niet zeggen. Zij zouden er meer baat bij hebben.
Ik zag er natuurlijk weer lekker slonzig uit, omdat ik aan het werk was. Ze vonden mij dan
ook een dankbaar object om op te knappen. Voor ik het wist stond ik daar dan ook
ingesnoerd in een jurk, gezicht dik in de plamuur, haren in de plooi.
Het werd nog gekker. Ik zit in Got You, dacht ik. Je weet wel, zo’n programma met
verborgen camera. Ik werd opgehaald door een soort rijdende pompoe–
Wacht even, er komt een ander lijntje binnen. Ik bel je zo terug.
Waar was ik gebleven?
O ja. Ik werd naar een paleisachtig gebouw gebracht. Daar moest ik een felverlichte
catwalk op. Komt er uit het donker een jongen naar me toe joh. Hij leek wel op dat lekkere
jong uit So You Think You Can Dance. En dansen kon hij! Met mij! Heerlijk.
Toen ging het licht in de zaal aan. Blijken er enkel meisjes op hun mooist te zijn. De
Liefdesmakelaar, dacht ik. Via sms en telefoon wordt dan de ideale partner gekozen of
zoiets. Dan zie ik ook mijn stiefzussen tussen het publiek. Ik kreeg het plots Spaans
benauwd en het was ook al twaalf uur. Snel heb ik de benen genomen. Verlies ik in de
haast nog een van mijn schoenen op de trap. Ik zou niet weten hoe ik thuis ben gekomen,
maar ik ben daar sne–
O, ik moet hangen. Hoor mijn stiefmoeder komen. Sms je.
Doei kus
Hi,
Kijk eens op www.uitzendinggemist.nl/prinszoektvrouw/prinsvindtschoen
xxx Cindy
28
׉	 7cassandra://Xu8r31nfPB-UNTw7_K2Xiw3J4t7pvMRkGYFyPS_FRTI`̵ ea h@׉EnKarin Kraaijvanger
Het Erwtendrama — De Prinses op de Erwt, hoe het verder ging…
D
e prinses en haar prins aten voortaan iedere dag een erwt, omdat deze groente
hen bij elkaar had gebracht. Zij leefden gelukkig samen in het grote Groene Kasteel
in het Klimopbos. De vierjarige Snertje had het leven van het stel compleet gemaakt,
al hun dromen waren uitgekomen.
Op een dag verslikte de prinses zich in de erwt en haar gezicht werd groen. De groene
kleur verdween niet meer, zelfs niet toen ze de erwt gewoon weer had doorgeslikt. Snertje
begon heel hard te huilen, en dacht dat zijn moeder veranderd was in een monster. En inderdaad,
het was echt een drama om te zien. Iedere dag werd het een stukje erger, ook
nadat zij erwten voorgoed had afgezworen.
De prins deed zijn best, maar kon de groene kleur op een dag niet meer verdragen. Hij
verliet haar. Dan maar geen prinses als vrouw. Hij liet haar en Snertje in dikke tranen en
wanhoop achter, maar wat moest hij dan? Zijn liefde was over, hij kon geen groen meer
zien.
Er wordt rondverteld dat de prins dezer dagen getrouwd is met een boerendochter die van
bloemkool houdt.
29
׉	 7cassandra://cIuSiwST8WngietoprAgla1Ro9qRIfUaS7zyPLS6pGQ`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://698Tf7kJR3TDWsdh0Kh5YQwfonO8kV11558sg1vTElM Z`׉	 7cassandra://ROXt5Mk6FTEJ6Fyl-27gzhIw8FSEZt_uh29h7pi2WJEg&`S׉	 7cassandra://EFzIJyso4iy7hA0v6FRhCINonUTISrLCxv8sZLcXjjc$`̵ ea h@9ט  {u׉׉	 7cassandra://ldih-6gLQJ2CjNDNG4nT689eVCMtmknRYdXSZ3lDPEQ "@`׉	 7cassandra://JH3P2u7CYdA-4SlR-F4P7mb6lGwtiB77rqgXPFraQCER`S׉	 7cassandra://-IgHvtDyfABsHim1gHEGFYq0Bq_t3xPh3a78hPFH0yY`̵ ea h@;׉E30
׉	 7cassandra://EFzIJyso4iy7hA0v6FRhCINonUTISrLCxv8sZLcXjjc$`̵ ea h@׉EMarianna Geraci
Doornroosje
D
oornroosje was een prinses die al honderd jaar sliep. Ze was een mooie prinses.
Zeiden de mensen. Ze wachtte in haar kasteel op een prins die haar wakker kwam
kussen. Liefst heel lang en vol op de mond.
Die prins moest wel eerst door een dikke haag van doornen van elk één meter. Vele prinsen
probeerden het maar gaven het op. Zo moeilijk was het om erdoorheen te komen.
‘Da's een klusje voor mij’, zei de dappere Prins ZonderMeer.
‘Er is niets wat mij niet kan lukken.’ Hij was een
knappe prins bovendien. En hij hield van mooie meisjes.
Zeker voor een mooie prinses ging hij tot het eind.
Maar het viel nog niet mee. Op een dag raakte hij ernstig
gewond. Hij moest daar lang van herstellen. Zo
sliep Doornroosje nog langer dan honderd jaar, wel
honderdvijfentwintig.
Toch zette hij door, toen hij eenmaal weer kon. Hij was
erdoorheen! Door die ellendige struiken! Na een lange
strijd stond hij eindelijk aan haar zij. Om vervolgens
vreselijk te schrikken.
Ze was niet mooi, nee zelfs heel lelijk. Met twee grote
wratten op haar kin. Ze snurkte als een varken. Uit
haar neus stak een lange haar. Hij zag een spoor slijm
om haar lippen. En in de kamer stonk het geweldig
naar slaap van honderd-en-nog-wat jaar.
31
׉	 7cassandra://-IgHvtDyfABsHim1gHEGFYq0Bq_t3xPh3a78hPFH0yY`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AUhCZz5WVd1uhTeV78Dl_PKvnO1xSWWdLwBYgvUjXm8 `׉	 7cassandra://MJn5fz1sxPG7GqWT2NY87UEhkRXobF8FjrczK9T4yI88`S׉	 7cassandra://o4Lw5Bpem4wZfw6OYYYgWgRk0da0BiENLBG4XDETmb4`̵ ea h@=ט  {u׉׉	 7cassandra://uCG903F25RtlWw4crwPf15Aw_UZXT-vZfLG_dmsVpOo e` ׉	 7cassandra://wWm7ljqs5j0PT5-W-yHHh0LhxvUJ3Q1NZ7oxY8IGr2gf`S׉	 7cassandra://5dmeReftuh4pRT6XH7wgvEnDd2Ywdh_j2qr27Ik0NacQ`̵ ea h@>׉Ec‘Die ga ik niet zoenen!’ riep prins ZonderMeer heel hard. Daar werd de arme Doornroosje
toen wakker van. Heel anders dan in haar dromen.
Er stond een prins, een knappe prins, maar niet om haar te kussen. Hij liep boos weg en
zei, zo dat zij het nog net kon horen: ‘Wanneer je de volgende keer gaat slapen, zet je
maar een wekker naast je bed!’
32
׉	 7cassandra://o4Lw5Bpem4wZfw6OYYYgWgRk0da0BiENLBG4XDETmb4`̵ ea h@׉ERPeter Tomesen
Passeoester
M
adeleine woonde in een lelijke Vinex-wijk aan de rand van de snelweg en had
twee zusjes, die allebei in de reclamewereld zaten. Wat een snobs waren dat.
Madeleine werkte gewoon achter de kassa bij de Hema. Al jaren wilde ze eens
naar zo’n openlucht-dance-festival toe. Een beetje thuis indrinken of in de plaatselijke
zuipkeet misschien, een half tabletje xtc erbij en uit je bol gaan maar.
Op een dag sloeg ze de krant open en las over een ontwerpwedstrijd waarmee je toegangsbewijzen
kon winnen voor het dance-festival een paar weken later.
De zusjes van Madeleine deden natuurlijk mee en wonnen. Madeleine had tot hun grote
spot ook meegedaan, maar was buiten de prijzen gevallen.
Voor de bewuste avond hadden de twee zusjes al een paar flinke piercings laten zetten in
hun navel, die ze geraffineerd onder hun strakke truitjes lieten zien.
‘Nou, veel plezier dan maar hè, met Goede tijden, Slechte tijden!’ riepen ze Madeleine
spottend ten afscheid toen ze in hun snelle Volkswagen cabriolet stapten.
Madeleine was er kapot van dat het feest van haar dromen zo haar neus voorbij ging.
Ongeveer vijf minuten later, toen ze toch een xtc-tabletje had genomen en naar buiten
stond te staren, zag ze plots een verschijning die zo uit de lucht naar beneden scheerde.
Hij leek op een kruising tussen George Clooney en Brad Pitt en hij was nog op zo’n revival-scooter
ook. Toen de dingdongbel ging, wist ze zeker dat hij voor haar kwam. Snel
verruilde ze haar kousenvoeten voor de fijnste gympies die ze had, en sprong achterop.
Hij steeg zowaar op, vloog door de lucht en landde pal achter de deejay op het immense
terrein. De lucht kleurde al donkerrood op die prachtige zwoele juli-avond en de vette,
hypnotiserende klanken van hypno, trance en lounge leken wel over het publiek te
zweven. Haar Adonis zei dat hij bijtijds weer naar huis moest omdat hij de volgende dag
vroege dienst had. Als ze er om twaalf uur niet was, zou ze alleen naar huis moeten.
Na een uur of twee brak er grote paniek uit op het veld, waardoor Madeleine in het
gedrang haar gympies kwijtraakte. Ook wist zij door alle cocktails niet meer waar ze nou
met haar Adonis had afgesproken. Treurig speurde ze om half acht ’s morgens op haar
blote voeten het verlaten terrein af naar haar schoeisel. Thuisgekomen na een lange lift
plofte ze haar bed in en sliep twee nachten en een dag.
In de rubriek ‘Gezocht’ van de weekendkrant stond een oproep van een man die op zoek
was naar de eigenaresse van die prachtige hippe gympen op het dance-festival. Toen ze
naar hem e-mailde dat ze van haar waren, bleek het een vies mannetje te zijn dat op heel
andere dingen uit was. Uit wraak sms’te ze dat de gympen waarschijnlijk haar zusjes ook
zouden passen.
Maar dat feest, dat konden ze haar niet meer afpakken. Aan die Adonis dacht ze nog
vaak met een glimlach terug. Wat was die cool…
33
׉	 7cassandra://5dmeReftuh4pRT6XH7wgvEnDd2Ywdh_j2qr27Ik0NacQ`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9FgatdwPSSTl8X81dC8BW3ZDX7CFGKTNOmhuY_7FMHg z`׉	 7cassandra://ovPxPGIgC1En8WYHMStIr_bgXZAKCSPcW9YD7N1tbVc?`S׉	 7cassandra://6q7j7zn-vOrQoaD0KiZgHciYoofYX_NN7De_OC4LCSY`̵ ea h@@ט  {u׉׉	 7cassandra://yFt33HjjejgfmUTCZsJPnuW7VkNTtECU4Xo76CTMmBY ` ׉	 7cassandra://WxnkLsyBVxnQrPG28q-pgpGTe5o5XBLt787R7iKh9DY=`S׉	 7cassandra://W44-A8Ii0yoMY7Yom50zzzLixMbB41orxMR8h2kYOsoh`̵ ea h@A׉E34
׉	 7cassandra://6q7j7zn-vOrQoaD0KiZgHciYoofYX_NN7De_OC4LCSY`̵ ea h@׉E}Jaklien Jansen
De eenzame wolf
E
r was eens een heel gemeen wolvenbeest
dat nooit eerder zó alleen was geweest
Tja, hij had ook liever vriendjes gehad
maar hij zou sterven als hij niks at
En vriendschap sluiten met je prooi
dat klinkt natuurlijk wel heel mooi
maar geen enkel dier zou het hebben gepikt
door z’n vriend aan de vork te worden geprikt
D
e wolf nam daarom een moedig besluit:
met het jagen was het van nu af aan uit
Hij trok toen de stoute schoenen aan
en is naar het huis van de geitjes gegaan
Per brief heeft hij ze toen duidelijk gemaakt
dat hij zijn leven als schurk had gestaakt
De geiten hapten niet dadelijk toe
ze waren zijn sluwe streken reeds moe
‘Om jouw GELOOFWAARDIGHEID te checken
willen we dat je je TANDEN laat TREKKEN!’
D
E
e eis van de geiten ging ver, zeker weten
maar ’t gevaar te worden opgegeten
had hen zó erg getraumatiseerd
dat ze hun lesje wel hadden geleerd
De wolf ging akkoord, met pijn in zijn hart
Een heel nieuw leven, een frisse start
Alles werd getrokken, tot de laatste tand
en toen reikten de geitjes hem stevig de hand
en innige vriendschap is er ontstaan
De wolf had immers iets nobels gedaan
Wat moest hij nu eten? hoor ik je denken
De geitjes zouden hem geitenmelk schenken
Ze maakten er pap van en hij at non-stop
elke dag weer, alles héél netjes op
Zij leefden heel lang en gelukkig zo voort
omdat dat in sprookjes nu eenmaal zo hoort
35
׉	 7cassandra://W44-A8Ii0yoMY7Yom50zzzLixMbB41orxMR8h2kYOsoh`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ndjh0wvI_laXx_k55ImZPusvW4EJwKBlDRHaZBTpwB0 ` ׉	 7cassandra://_l_OVWP-YZnFyTDugqyQZZherOQOCsj40otqBJuhnO8q`S׉	 7cassandra://owkRFzTO968mFqrP-ng5d2EznH_wdGZWVh5dHdw6j3M`̵ ea h@Cט  {u׉׉	 7cassandra://i-WbN2EN7zA8ZWw5OAaHfpTr6if7BPW2eFTqvAFXw2M ;`׉	 7cassandra://Adzdf_Ew3xAPWSARnVOp4ZdXZfptTZw0FO72BOiMTfw5`S׉	 7cassandra://rnEWc97oj57g0edhJwAx5Z6hSOBQcX6zCV5o8RTpV4Qd`̵ ea h@D׉ELéon Ripmeester
Frans & frietje
E
r was eens een jongetje dat weggelopen was van huis. Hij was weggelopen omdat
hij thuis altijd te weinig te eten kreeg. Tenminste, dat vond hij zelf. Zijn moeder
noemde hem juist altijd ‘een gezellig dikkertje’ en de schooldokter had hem laatst
zorgelijk aangekeken en iets gemompeld over ‘suikerspiegels’. Frans, want zo heette de
smulpaap, zwierf door de Vinex-wijken van zijn middelgrote provinciestad. Hij was dus al
snel verdwaald. Hij liep en hij liep, hij wist eigenlijk niet eens precies waarnaartoe. Wat hij
wél wist, was dat hij honger kreeg. Honger. Steeds meer honger. Zijn bolle buikje rommeldebommelde
en rammeldebammelde er lustig op los.
Juist toen Frans heimwee begon te krijgen naar moeders keukentafel, zag hij plots op een
klein verlaten pleintje een frietkraam staan. ‘Holle Bolle Saucijs’ stond er in uitnodigende
lichtletters op de kar. Snel waggelde Frans ernaartoe. In de kraam stond een oude vrouw
met een grote haakneus en rode ogen. Boeien! dacht Frans, betoverd als hij werd door
een plotse patattenwalm.
‘Wat zal het wezen, jongeman?’ kraste de vrouw, terwijl ze naar hem grijnsde.
‘Doe maar een frietje buikgriep met ui, een smekbek pinda, een gepaneerde SAS-dag en
een portie boterballen met bollewoppiesaus!’ zei Frans opgetogen. Hij likte alvast zijn lippen
af.
De vrouw keek hem strak aan. ‘Weet je waarom mijn vette happen zo lekker zijn? Omdat
ik ze bak in de reuzel van jonge jongens! Wil je dat eens meemaken misschien?’
Voor Frans er erg in had, stond hij in het frietkot bij een kokende ketel met vet.
Het vrouwmens wreef in haar knokige handjes. ‘Ga maar op het emmertje fritessaus
staan, en kijk maar eens goed in de frituurpot… mollig maatje van me!’
Enthousiast klom Frans op het emmertje en wiebelboog over de rand van de frituur. Zag
hij daar een geflambeerde krokodel drijven? Wat hij niet zag was dat de vrouw, die eigenlijk
een sneks was – dat is een heks in een frituurkot die vooral voorkomt in Belgische
sprookjes – de frietschep had gepakt. Ze stond klaar om Frans met een kittige kontklop
tegen zijn royaalronde blubberbips in de frituur te laten tuimelen. De sneks haalde haar
arm naar achteren om een mep te geven…
Toen was daar opeens Graatje, de zus van Frans, die haar broer stiekem was gevolgd.
Dat was niet moeilijk geweest, want ze was tamelijk, zeg maar gerust zorgwekkend, mager.
Ze viel dus niet erg op tussen de straatlantaarns. Precies op het juiste moment dook
Graatje op achter de sneks en gaf haar een stevige duw. De sneks viel nu zélf met een
luide gil naar voren, plons-plof-spletsj in de kokende frituurolie! Direct begon de olie te
borrelen en te sissen en de sneks ging krijsend kopje-onder. Toen was het stil.
Frans en Graatje vluchtten het frietkot uit. Nog voor ze het pleintje verlaten hadden stond
de Holle Bolle Saucijs al in lichterlaaie. Want sneksen met de reuzel van jonge jongens,
dat is best wel explosief, zoals je zult begrijpen!
Frans en Graatje renden en renden. Door de Strandvogelbuurt. Door de Insectenbuurt.
Door de Zeeheldenbuurt. Door de Pastoorsbuurt. Al snel kreeg Frans toch weer honger.
Hij stelde voor om ergens een superslurpse smikkelsorbet te gaan kopen. Pardoes gaf
Graatje hem twee rijstwafels. Zo snaaiden ze nog lang en gelukkig.
36
׉	 7cassandra://owkRFzTO968mFqrP-ng5d2EznH_wdGZWVh5dHdw6j3M`̵ ea h@׉EColette Versteegh
Zusterliefde
Lieve Rika,
Graag wil ik je waarschuwen voordat Zijne Koninklijke Hoogheid zich aandient met een
schoen.
Vanmorgen staat toch plotseling die prins voor me, met een schoen van een dwerg in zijn
hand! Als ik hem zou passen mocht ik mee. Je weet het, ik heb voeten zo groot als een
slagschip, dus ik wist niet hoe snel ik bij de keukenla moest komen. Ik slijp nog even het
mes, knijp mijn ogen dicht en denk: Suus, het is voor het goede doel. En met één klap laat
ik het mes vallen. Ik bloedde als een rund, maar ik dacht: beter mank dan onbemiddeld
door het leven.
In de voorkamer aangekomen pas ik zowaar het schoentje. Maar denk je dat de prinsgemaal
een beetje blij naar me keek? Welnee! Ik zag hem wit wegtrekken, hij pakte nog
net op tijd de deurklink en verliet ons huis.
Dus als hij bij jou met die schoen aankomt, je hiel afhakken heeft geen zin.
Liefs,
Suus
37
׉	 7cassandra://rnEWc97oj57g0edhJwAx5Z6hSOBQcX6zCV5o8RTpV4Qd`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hyCKNmRY6xunM0-qfz3wEzieN9fFGvBDi_6pEFW73Dk -`׉	 7cassandra://JCw33ALAtbUQII3SYM-SWrZmpcDM1VkRJa5bwOJ8thc=`S׉	 7cassandra://sn8y-PmMCc8GKHmA2k4PqkPTErxAqdLchejtfJYOTOI`̵ ea h@Fט  {u׉׉	 7cassandra://qmNL9-BRBCh6K9eKy4K5nJ4eOXH8Zsh827uhee2Slrc `׉	 7cassandra://D20_Ke3vN11zbbHByvb3ErfzrfPpFDGRJbEfIOJWasE0`S׉	 7cassandra://auif64TnuNzEKtsC7qJoy5r2ywzJT3syoE4yX-IuwKc`̵ ea h@G׉E5Helène Friebel
De prinses & de muis
i
d
at ging zo jaren, jaren door
ze werden dikke vrienden
totdat de koningin langskwam
met een van haar bedienden
ze zei: ‘Jasmijn, het wordt nu tijd
om met kinderen te spelen
altijd maar samen met die muis
dat moet toch gaan vervelen’
Jasmijn zei: ‘mama, hou eens op
want dit wil ik niet horen
ik heb een vriendje en we zijn
echt voor elkaar geboren’
t
38
oen Jasper zijn Jasmijn zo zag
begon hij te vertellen:
‘ik ben betoverd door een heks
maar jij kunt dat herstellen
jij houdt van mij, ik hou van jou
durf jij mijn staart te zoenen?
dan word ik weer gewoon een prins
en blijf alle seizoenen’
voorzichtig pakte ze hem op
en kuste toen zijn staart
daar stond een wondermooie prins
zonder zijn witte paard
n een land heel ver van hier
woonde prinses Jasmijn
ze speelde altijd in de tuin
in jurkjes van satijn
en altijd helemaal alleen
een vriendje had ze niet
totdat een muisje haar bezocht
hij had haar stil bespied
Jasper was geen gewone muis
dat vond Jasmijn juist leuk
ze speelden altijd met elkaar
lagen soms in een deuk
׉	 7cassandra://sn8y-PmMCc8GKHmA2k4PqkPTErxAqdLchejtfJYOTOI`̵ ea h@׉EWs
tralend bekeken ze elkaar
en gingen gauw naar binnen
de koningin die zat al klaar
om een feestje te beginnen
de appeltaart werd aangesneden
drankjes ingeschonken
en daar werd op een levenslange
liefde toen geklonken
en jaren later op een dag
kwam er een klein prinsesje
haar troetelnaam was ‘kleine muis’
dat stond ook op haar flesje
39
׉	 7cassandra://auif64TnuNzEKtsC7qJoy5r2ywzJT3syoE4yX-IuwKc`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XRhHC4oIqaB5jX2kB3nQaRvIKr9uEymRXDSOT16BRj4 `׉	 7cassandra://KvBhAIYIBdd68FRi9JqIG1N8FousVf6CjLXJspVErgo2%`S׉	 7cassandra://H5Kwtvz4D6h1kH9b7VHeTRupRGAetZMvuM0DJeQvOHUh`̵ ea h@Iט  {u׉׉	 7cassandra://Gr0G2mQ11oUgoMykZiEmvz1K3K0RU4sNmtUTE7egVk0 B`׉	 7cassandra://B-rc5mUyIqUQbTLtwCY8svP0RDzOvcgDWKUmtMB9T40Z%`S׉	 7cassandra://V8bELCW5DVYGlpVjAf_cX02f3Y_7dNTFy3cRyQKYuZ4+`̵ ea h@J׉E40
׉	 7cassandra://H5Kwtvz4D6h1kH9b7VHeTRupRGAetZMvuM0DJeQvOHUh`̵ ea h@׉EEls Schuring
De jongen in de waterput
V
er hier vandaan woonde
een kleine jongen, die
zo boos en verdrietig
was, dat hij zich vaak verschool
in de lege waterput van
het dorp. Daar huilde hij dikke
tranen. Omdat hij niet wist hoe
hij weer vrolijk kon worden,
werd hij bleek en mager; zijn
ogen stonden mat en donker.
De mensen in het dorp vonden
het vreemd. Ze begrepen niet
waarom de jongen zo somber
was en niet speelde met de
andere jongens uit het dorp.
Op een dag kwam er een
nieuw meisje in het dorp wonen.
Ze hoorde over de vreemde
jongen in de waterput en
nieuwsgierig zocht ze hem op.
‘Waarom zit je hier en huil je?’
vroeg ze verbaasd.
De jongen veegde met zijn hand over zijn ogen en keek naar boven. ‘Ik ben alleen, daarom
valt het leven me zwaar’, zei hij met een zucht. ‘Het zou beter zijn als ik niet geboren
was.’
Het meisje werd stil en wist even niet wat te doen.
Ze keek om zich heen en zag een vogelveer liggen op de grond. Ze pakte de veer en liet
hem in de put naar beneden dwarrelen. Toen de jongen de veer steeds dichterbij zag komen,
moest hij glimlachen.
‘Dag’, riep het meisje. ‘Morgen kom ik weer!’
De jongen droogde zijn tranen en streelde zacht over de veer. ‘Dank je, wat mooi!’ stamelde
hij. Hij rechtte zijn schouders en klom uit de put.
Eenmaal buiten keek hij om zich heen, maar het meisje was verdwenen.
Plotseling stak de wind op en rukte de veer uit zijn handen. De jongen schrok. ‘Afblijven,
hij is van mij!’ riep hij naar de wind.
Maar die stoorde zich niet aan de jongen en blies met volle kracht de veer verder en verder.
De
jongen rende mee met de wind en holde de veer achterna. Zo werd hij meegevoerd
naar het huis van het meisje. Daar wervelde de veer nog één keer hoog op en bleef toen
liggen op de mat voor de deur.
De jongen klopte aan. Het meisje deed open.
‘Ben je daar al’, zei ze blij.
De jongen raapte de veer op en liep met het meisje mee naar binnen.
41
׉	 7cassandra://V8bELCW5DVYGlpVjAf_cX02f3Y_7dNTFy3cRyQKYuZ4+`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ih_wW7SD3vLZoFfFXrA8wmAo1yIY3qMRNE9fRrldgaI NW`׉	 7cassandra://f1bVlKC9ZFO84W74I9UeBAv0oILBlogbe-XbyWs3GR0Q`S׉	 7cassandra://FmjFGjgyMSP7Gw1COVD62ztsNowkaWngZp-tSeCpBKg`̵ ea h@Lט  {u׉׉	 7cassandra://bzOM7iRxFF_78b1Lt2tazRue48zXS_xV7EQcryDL3Lc ` ׉	 7cassandra://kgCHdb5_XV59BObsVpgGH5DYuPNqeWfdEKpXON21zzQU`S׉	 7cassandra://w_5bg7jX4fOkXFK-yRmcSZKnhiDbftuskAwh7TkS8bA`̵ ea h@M׉EnHannah Hamans
Brief van Brood aan Appel
Appel
Aan de appelboom
Postbus 2306C
Land van Vrouw Holle
Lief Appeltje van me,
Laatst heb ik me toch iets meegemaakt. Ik stond te bakken in de oven en heerlijk te
geuren. Langzamerhand kreeg ik een goudbruin korstje om me heen.
Ik gilde hard: ‘Ik ben klaar! Haal me eruit!’
En twee prachtige witte ranke vingers met netjes gelakte nagels verschenen en pakten mij
vast. Ze haalden me uit de oven en aaiden me zacht. Nog nooit ben ik zo teder
aangeraakt.
Twee dagen later werd ik weer gebakken in de oven. Langzamerhand kreeg ik een
goudbruin korstje om me heen en ik gilde hard: ‘Ik ben klaar! Haal me eruit!’
Van ver hoorde ik een brute meisjesstem schreeuwen: ‘Bah, nee hoor, zo meteen brand
ik mijn vingers nog!’
Daar zat ik dan, gevangen in de oven, en mijn goudbruine korstje veranderde langzaam in
zwarte aangebrande korst. Ik gilde en gilde, maar ze kwam niet terug.
Aan de andere kant moet ik niet zeuren. Van veraf kon ik haar dikke worstachtige met
wratten bedekte handen al zien. Moet je nagaan, als haar vingers met nagels waar vuil
van wel twee weken oud onder zat mij zouden hebben aangeraakt…
Gelukkig gaat het nu weer wat beter met me. Moet af en toe hier en daar nog wel wat
zwart van me afschrapen. Ben jij deze twee paar handen ook tegengekomen?
Liefs,
je Brood
Brood
In de oven
Postbus 2309X
Land van Vrouw Holle
42
׉	 7cassandra://FmjFGjgyMSP7Gw1COVD62ztsNowkaWngZp-tSeCpBKg`̵ ea h@׉E	1Silvester van Rijckevorsel
Er was eens een hoop ellende
E
r was eens een meisje dat helemaal niet zo lang en gelukkig leefde. Nee, ’t was
snel gedaan met haar. Ook was ze in haar korte leventje helemaal niet zo gelukkig
geweest. Het enige kleine lichtpuntje dat ze in haar leven had gekend, was dat een
prins haar eens wakker kuste. Maar op dat moment lag ze opgebaard in een glazen kist,
dus om nou te zeggen dat het geweldig romantisch was of dat ze daarna de nacht van
haar leven heeft gehad, nee.
Okee, ik geef toe dat het wel romantisch is als je tot leven wordt gekust, maar als er bij die
geweldige kus zeven kleine mannetjes toe zitten te kijken, dwergen die nog nooit het bed
met een vrouw hebben gedeeld – en bij dwergen betekent dat dan dus dat ze al heel lang
droog staan, want zoals wij allemaal weten worden dwergen minstens vijfhonderd jaar –,
dan snap je ook wel dat de dame en heer in kwestie zich niet direct lieten gaan.
Tot zover dus dat ene kleine lichtpuntje. Verder was het een en al ellende. Een verknipte
stiefmoeder, die eigenlijk een heks was en die haar dood wilde hebben en die het ook nog
lukte om dat te bewerkstelligen, door het meisje een vergiftigde appel te voeren; een tijd
lang leven in een veel te klein huis, met veel te kleine meubels, dus ook een veel te klein
bed, dus elke ochtend wakker worden met een stijve nek of überhaupt niet hebben kunnen
slapen omdat je heel de nacht dubbelgevouwen lag of omdat je koude voeten had
door de te kleine dekentjes; een huisje dat ook nog eens gelegen was in een donker bos,
waar volgens mij weinig leuks te beleven viel; daarvóór een leven in een paleis, wat natuurlijk
geweldig lijkt, maar vriendjes en vriendinnetjes had ze niet, behalve de hofjager,
maar die durfde maar half tegen de stiefmoeder in opstand te komen toen deze laatste
hem opdroeg het meisje te doden, dus erg veel had ie niet voor het meisje over; een vader
die in heel het verhaal geen rol speelde, dus zeer waarschijnlijk ook maar een slapjanus
was; en dan ook nog eens een moeder die vlak na de geboorte van het kind stierf,
maar haar wel opzadelde met een belachelijke naam, die ongetwijfeld voor veel pesterijen
had kunnen zorgen, ware het niet dat ze, zoals ik hierboven al zei, geen vriendjes en
vriendinnetjes had.
Het moge duidelijk zijn: sprookjes zijn helemaal niet zo geweldig.
43
׉	 7cassandra://w_5bg7jX4fOkXFK-yRmcSZKnhiDbftuskAwh7TkS8bA`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://J6Hazzz3QsoxoLlMvRMLZ3xbm6ZpO2L0dsjrixd07Go I`׉	 7cassandra://Ln3deSFB3q3oeusjp5GuWLfe70AqcbgBFjufM7lOEnQl`S׉	 7cassandra://gzC5Xfllbmkb7tUZo1wtZfGjbZuCpd4enimmCWoLUE8`̵ ea h@Oט  {u׉׉	 7cassandra://AFU2k-5cpduG9o_677ITdF5MmX4mhcHiO1vH1n1GNDg `׉	 7cassandra://6MyC9ZASmf0wi7c5NjxCYD8zQrvXmn3kBbXPpCxqAxch`S׉	 7cassandra://xAu-tZW-4RPJ_HD87CvNXQsONH4nIkD85narSHeSkRs`̵ ea h@P׉E44
׉	 7cassandra://gzC5Xfllbmkb7tUZo1wtZfGjbZuCpd4enimmCWoLUE8`̵ ea h@׉E	Helene Witkop-Jonker
De stenen duifjes
E
r waren eens twee stenen duifjes. Al sinds lange tijd stonden ze op een muurtje in
de tuin. De tuin was geen gewone tuin, o nee. Maar dat was niet voor iedereen te
merken, alleen voor mensen die de fantasie uit hun kindertijd niet hadden verloren.
Lang geleden was het heel anders geweest in de tuin, toen er nog mensen woonden in
het grote huis. Dat was de tijd van de geurende rozenstruiken, de kwakende kikkers, de
zangvogels en: de sprekende bomen!
Het was fijn en vredig in de tuin, tot er op een dag een grote zwarte kraai kwam wonen.
Hij joeg alle zangvogeltjes weg met zijn krassende stemgeluid. En wat nog erger was,
was dat hij z’n vrienden ook had meegenomen. Zo was er een giftige Zwarte Weduwe,
een verraderlijke Adder, en een deftige maar zeer gevaarlijke Wespenkoningin.
Zij was wel de ergste van allemaal. Natuurlijk kon ze zelf niet veel uitrichten, maar ze
stookte de zwarte kraai op en die deed precies wat ze zei, alsof hij geen eigen wil had.
Voordat de kraai in de mooie tuin kwam wonen, had hij altijd bij de heks van Donkerland
gewoond, waardoor hij een heleboel toverspreuken kende. En de wespenkoningin wist
dat, want eigenlijk was zij de heks van Donkerland! Ze had zichzelf op een dag per ongeluk
omgetoverd in een wespenkoningin. En dat kon ze nooit meer ongedaan maken. Daar
was ze zo woedend over dat ze voortaan alles wat mooi was lelijk wilde maken. Ze zei tegen
de kraai dat hij de duifjes moest veranderen in steen, en de rozen kregen een geheimzinnige
ziekte en verstikten onder
het onkruid, alle zangvogels waren
verdwenen en de bomen stonden
triest te zwijgen.
Jaren gingen voorbij. Tot er op een
dag iets gebeurde waar de wespenkoningin
nooit aan had gedacht. Er
kwam een klein meisje de tuin in
gelopen, met een wit jurkje, mooie
blauwe ogen en een helder stemmetje.
‘Ooh,’
zei het meisje, ‘wat een mooie
tuin. Kijk eens mama, stenen duifjes,
en hier: rozenstruiken onder al het
onkruid!’
De wespenkoningin kon het niet
aanhoren! Dat stemmetje! Afschuwelijk!
Ze bedacht een vreselijk plan.
Ze vloog weg en laat in de avond
kwam ze terug met een grote zwerm
soortgenoten. Het was een zeer
kwaadaardig wespenvolk. Ze zouden
het meisje aanvallen en steken
waar ze maar konden. Zoveel wespensteken
zou ze nooit overleven.
45
׉	 7cassandra://xAu-tZW-4RPJ_HD87CvNXQsONH4nIkD85narSHeSkRs`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qFnGB0Q_hQFNgB-wk_aeoJfmy2SQxXMLzJi9y2buIR0 q` ׉	 7cassandra://2gXBZ3pRyHx9pQIlOPMPBpQ4UspuaI52jTfpC46FJVkQ`S׉	 7cassandra://gIJjeuJuIvON_P5JnWS66ZAodSsmlh9wThqAbOvFeaA`̵ ea h@Rט  {u׉׉	 7cassandra://cWQM6a_VknNSzlzP7KHrcMbArQALPj-DkQke24nFL4I -`׉	 7cassandra://DR70lPc9sDSYWlGM6VnabnAjIxNTmwnCrZBGiMhK0xYVy`S׉	 7cassandra://N5YP5jA530Ng0aPoJojgO2bQcKjggmcFjAUPw5_nFTI6`̵ ea h@S׉EMaar wat de wespenkoningin niet wist, was dat de kraai het meisje ook had gezien. En
toen bleek dat er toch nog een klein beetje medelijden over was in het donkere hart van
de kraai. Er was iets waardoor hij niet wilde dat er zo iets ergs zou gebeuren met het
meisje.
Toen de volgende morgen een man de tuin in kwam, probeerde de kraai zijn aandacht te
vestigen op het grote nest dat de wespen de hele nacht hadden gebouwd. Het hing in een
oude appelboom. De kraai vloog steeds tot vlak bij het hoofd van de man en dan richting
wespennest. En, het lukte! De man zag het direct en ging naar binnen om te bellen om
hulp.
Maar de wespenkoningin had gezien wat de kraai had gedaan. ‘Verrader’, siste ze. En ze
gaf de Zwarte Weduwe opdracht om de kraai uit te schakelen.
Toen hij op een tak zat van de grote eik, sloop de Zwarte Weduwe naderbij en stak hem
met haar gifangel, waardoor hij uit de boom viel en stierf.
Het meisje mocht van haar vader niet in de tuin komen tot het wespennest was vernietigd,
met alle wespen erbij en ook de wespenkoningin.
Direct daarna werd de betovering verbroken en veranderden de stenen duifjes weer in
echte tortelduiven. Ze wisten niet wat er allemaal gebeurd was, en dat was maar goed
ook. De zangvogels zongen weer hun mooiste lied; in één nacht kwamen de rozen weer
boven en nog veel meer andere bloemen, en ze geurden als nooit tevoren. De bomen
werden ook weer zichzelf en joegen al het ongedierte weg dat niet in hun takken thuishoorde.
En
zo werd het weer fijn in de tuin, ja zelfs nog fijner dan eerst. Want alle dieren vonden
het kleine meisje lief, omdat zij ook goed was voor de dieren.
De kraai werd door het meisje begraven op het mooiste plekje van de tuin, bij de vijver
onder de heg. Een echte ereplaats.
En precies op die plaats kwamen bijzondere bloemen op, die nog nooit eerder ergens
waren gezien. Ze hadden een geur die nog nooit iemand had geroken, zo heerlijk. En hun
kleur was zo mooi, of er licht uit straalde met een weerschijn als van parelmoer. Het meisje
gaf ze een naam: ‘Tilgivelse’. Nooit heeft ze verteld wat dat betekende. Dat was een
geheim, en dat is het nu nog steeds.
Alleen de duifjes weten het; zij zijn tenslotte ook geen gewone duifjes. Maar dat zie je
alleen als je je fantasie nog niet hebt verloren.
46
׉	 7cassandra://gIJjeuJuIvON_P5JnWS66ZAodSsmlh9wThqAbOvFeaA`̵ ea h@׉EWim Buutveld
De sprookjesschrijver
E
r was eens een man die graag sprookjes schreef. Maar sprookjesschrijven is een
kunst, dat doe je niet zomaar! Een passende opleiding is raadzaam, aanleg wenselijk
en tijd om te schrijven cruciaal. Omdat de man alleen maar aanleg had, stopte
hij zijn grote wens schrijver te worden diep weg. Hij had wel veel andere dingen geleerd,
was bekwaam en succesvol in zijn werk, maar ergens knaagde er wat: zijn grote wens
bleef onvervuld en dat liet hem niet los.
Op zekere dag nam hij een ingrijpend besluit: hij schraapte al zijn geld bijeen, vertrok bij
zijn baas en kocht een vissershuisje aan de kust. Een schilderachtig optrekje in de duinen,
aan het zicht onttrokken door vliegdennen, ondoordringbare duindoorn en kamperfoelie. Het
bood hem rust, privacy en voldoende ontbering om tot grote prestaties te komen. Als hij bij
het knetterend haardvuur zat te schemeren en de wind om zijn huisje speelde, kwamen
wonderlijke gedachten bij hem op. Het flakkerende licht toverde mysterieuze gedaanten op
de ruwhouten wanden. Dat prikkelde zijn fantasie. Maar daarmee kon hij nog niet schrijven!
Want veel verder dan Er was eens… kwam hij niet.
47
׉	 7cassandra://N5YP5jA530Ng0aPoJojgO2bQcKjggmcFjAUPw5_nFTI6`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4b4dh4O4ufdPIStkQXCi1GoImZ6muS-h4RCG6lV8qao xP` ׉	 7cassandra://K6UmhgutevanpiTyyzd04fzlqQQgCYjBhJwDrH5S47wU`S׉	 7cassandra://j4vslD2ITkEHT08llBTRVV5yThzl94wbVeUGI4ZE9Uo8`̵ ea h@Uט  {u׉׉	 7cassandra://RtL1w7B2tlAhDM7IIoAXW9UidYHdvPHNG3Mbb9ffA8s '``׉	 7cassandra://j8gRtQRzT5zTeuVO9Ka2plUey1OBNKfaVwQlhmpfe98I`S׉	 7cassandra://XEaJxcFZmN4AJ2YtjHEK9ypSuxJSBCuuqzM8I8wH6sc`̵ ea h@V׉ETeleurgesteld in eigen kunnen zat hij te tobben. Kreeg zijn familie dan toch gelijk? Ze
hadden hem nog zó gewaarschuwd: ‘Waar begin je aan, je wordt doodongelukkig, je zal
verkommeren en vereenzamen.’ Zijn dagelijkse wandelingen langs de kust, waarvan hij altijd
zo genoot, verloren hun bekoring door z’n gepieker.
Tijdens een van die tochtjes werd zijn aandacht getrokken door een drietal paarden die uitgelaten
met elkaar speelden. Toen de dieren hem opmerkten, kwamen ze naderbij en namen
hem op van top tot teen. De grootste van de drie keek hem hooghartig aan en sprak:
‘Wie bent u en wat kom u hier doen?’
De man schrok een beetje, want pratende paarden was hij nog niet eerder tegengekomen.
Als aankomend sprookjesschrijver wilde hij zich echter niet laten kennen, dus hij
vertelde wie hij was en waarom hij zich in de duinen had gevestigd. Zijn toehoorders, die
zich zij aan zij tegenover hem hadden opgesteld, luisterden aandachtig. Soms knikten ze
of schudden het hoofd met een meewarige blik.
‘Kán je eigenlijk wel schrijven?’ vroeg het middelste paard onbeschaamd.
‘Nog niet zo goed’, antwoordde de man. Vervolgens legde hij uit met welke problemen hij
te kampen had.
‘Hebt u wel genoeg meegemaakt?’ vroeg nummer drie.
Er ontspon zich een levendige discussie. Daarna trokken de paarden zich terug voor beraad.
‘Loop
nog niet weg!’ riep het grote paard nog even achterom, waarop de man besloot te
wachten. Er werd op zijn schouder getikt. Toen hij zich omdraaide, zag hij een onbekende
vrouw. Ze keek hem vriendelijk aan.
‘Zijn ze niet schattig?’ begon de vrouw. Ze bleek de eigenaresse van de paarden te zijn.
‘Ik stond al even achter u en wilde me er niet mee bemoeien.’
‘Ze zijn erg ontwikkeld. Hoe komen ze aan die
kennis?’ vroeg de man.
‘Ik lees ze wel eens voor uit eigen werk en vraag
daarna om hun mening.’
‘U schrijft! Wat leuk, en wat een toeval eigenlijk.’
De man voelde dat hij bloosde.
‘Ik kan u misschien een beetje op weg helpen.
Schrijfproblemen..., daar weet ik alles van.’
De goede fee! dacht de man toen ze even later
samen door het duin liepen.
‘Het is vlakbij’, zei hij.
Toen hij achterom keek, zag hij de paarden reikhalzend bij het hek. Hun blik bleef op hem
gericht totdat hij uit het zicht verdween.
48
׉	 7cassandra://j4vslD2ITkEHT08llBTRVV5yThzl94wbVeUGI4ZE9Uo8`̵ ea h@ ׉E49
׉	 7cassandra://XEaJxcFZmN4AJ2YtjHEK9ypSuxJSBCuuqzM8I8wH6sc`̵ ea h@ea h@ {בCט   {u׉׉	 7cassandra://Iw2A7q6g5nGLvI0l7O9Fk62L9JTHYk0-GgqwyNn7nqw$` ׉	 7cassandra://fEDBBZeor9GS0_fVWaoLaSeqn0Ck6_zsQDd5VUPh0PU` S׉	 7cassandra://SNBPqLkBOymK0uhceeAmFDuhZe9WgTXi4PgdZa8HQ6w` ̵ ea h@Xט  {u׉׉	 7cassandra://F9mb4XR6p128DcT9m8pQs35SWatfJJKxT_qDZOZGTVU ` ׉	 7cassandra://lMgqYgycpCYObpF_m-UvJZwjY-16UUYTWcmWu4uCv4g-`S׉	 7cassandra://fn_lbOa3UlxG5yJRPYHuPcwbDw0dDkUzW1eVdGO2fho}`̵ ea h@Z׉E50
׉	 7cassandra://SNBPqLkBOymK0uhceeAmFDuhZe9WgTXi4PgdZa8HQ6w` ̵ ea h@׉EIllustraties
Omslag: Wendy Schouwenaars
Titelpagina: Femke Wareman
Pagina 4: Cara Rutten
Pagina 5: Ella van Dorst, Femke Wareman
Pagina 9: Pauline van Zundert
Pagina 12: John Verkooijen
Pagina 14: Nienke van den Broek
Pagina 15: Jack van Steen
Pagina 17: Lucia Rozendal
Pagina 18 en 19: Julot Verstraeten
Pagina 20: Pauline van Zundert
Pagina 21: Sanne Kelder
Pagina 25: Mare Harzing
Pagina 27: Len Munnik
Pagina 30: Marianna Geraci
Pagina 31: Vera van Immerseel, Andrea van der Heijden
Pagina 32: Cis Valkema-Porrenga
Pagina 34: Willemijn Smit
Pagina 38: Pernille Vije
Pagina 39: Vera van Immerseel
Pagina 40: Antoon van Tuijl
Pagina 41: Anneke Oonincx
Pagina 42: Lisa Levelt
Pagina 44: Antoon van Tuijl
Pagina 45: Peter Verheulen
Pagina 47: Jacinta Simjouw
Pagina 48: Fatima
Pagina 49: Antoon van Tuijl
Begeleiding schrijvers, schilders, tekenaars
Judy Elfferich, Monique Laros, Bianca de Leuw, Jos Thommassen
Redactie & opmaak
Judy Elfferich
Druk
Salsedo
51
׉	 7cassandra://fn_lbOa3UlxG5yJRPYHuPcwbDw0dDkUzW1eVdGO2fho}`̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://MEsWrjv5W_vsQcVzzleOIXH_3MYzFXqRjuQ_wYFNPOU` ׉	 7cassandra://PT-SCi8rBMKwEXS3b8G01afDQ529GDrdwSY4u3NOfik[` S׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ea h@\ט  {u׉׉	 7cassandra://qeQnSUH0Bqq3bKl-Ol-3N8DMG3An730WxNFrdsyxAyQ[` ׉	 7cassandra://NWPl3s8BOU4CUmm7Wh02JQGkcAGxfImNTjUbNX5z0kc` S׉	 7cassandra://qqEtO43e2IZh3AeWdh27MrVbiqBdPPcnzNKzZw61N6I` ̵ ea h@]׉E׉	 7cassandra://MoJJZiB6PSeAoMoMYKpCo7yXqhX2zMOoUxbueWWdiXQ` ̵ ea h@׉E׉	 7cassandra://qqEtO43e2IZh3AeWdh27MrVbiqBdPPcnzNKzZw61N6I` ̵ ea h@ea h@{בCט   {u׉׉	 7cassandra://liLDwaCN46b3ePpdAJLb1aP3Jc-2F-zT8E_jnX7AtEEwO` ׉	 7cassandra://lwFhpcHu7gM5tsmzM_Knf8Ca-0uziqvMm3WRDn9RP-A`S׉	 7cassandra://byM4-YSEFPf3FkmZAE4-NgpvOKfGDhYQgz9_y_KOU84`̵ ea h@_׉E׉	 7cassandra://byM4-YSEFPf3FkmZAE4-NgpvOKfGDhYQgz9_y_KOU84`̵ ea h@׈Eea h@ea h@{) #De Keukenprinses & andere sprookjes fSprookjes geschreven en geïllustreerd door cursisten van Nieuwe Veste, centrum voor de kunsten, Bredaea U*