׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://yuEHm9sOdihKSaza0AmAZ0JZ7YffpcUM83h1uaCIFOk ]`׉	 7cassandra://2O81MxzBfgboSNxjw_0shPz0RGdXoFVE79Ig0Vhn4005`S׉	 7cassandra://J8DvjkPbLVen2HgfI453TLuXlPVYJkM6FH433PcM-KI`̵ ew(vh@׸׈Eew(vh@׎׉E CAPHRI Care and Public Health Research Institute
op één lijn 74
De kunst van het loslaten
Vakgroep Huisartsgeneeskunde behoort tot de School CAPHRI van het MUMC+
׉	 7cassandra://J8DvjkPbLVen2HgfI453TLuXlPVYJkM6FH433PcM-KI`̵ ew(vh@׏ew(vh@׎{בCט   {u׉׉	 7cassandra://URlXnGyqHd8Mg_uJ_e13ri6OvrvGJLXDjce197aDQhE `׉	 7cassandra://N9zFLlOBBqv3yjkgqSV2BbkVLezLcXGGuv4CxOad-cwͻU`׉	 7cassandra://50rut9fPleNNdW6iLGtv97XnjFDfx-PNVYKu-_fqqyM5`j ew(wh@׻נew(wh@׽ 0̯9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EQColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2600 exemplaren
Hoofd-/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen,
Hendrik Jan Vunderink en Babette Doorn
Doelgroep
Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg,
aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige
relaties
E-mail
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Deadline volgend nummer
1 maart 2024
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
The Creative Hub – Maastricht University
UM230108
Fotografie
Kaftfoto gemaakt door Felix Punt
Pagina 19 en 28 gemaakt door Philip Driessen
Pagina 29 gemaakt door Loraine Bodewes
Copyright
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Algemeen
Van de Redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter: Huisarts en Planetary Health – Jean Muris
Genomineerden Clinicus van het jaar – redactie
Nieuwe vakgroepvoorzitter: Loes van Bokhoven
Pensioen Jelle Stoffers – Job Metsemakers
Afscheid Jelle – Piet Portegijs
Stellen zich voor
Ralph Leijenaar – Postdoc
Pieter van Bostraeten – Promovendus
Laura Vriese – Promovendus
Esmée Vaes – Promovendus
Onderwijs
Leerteamcoach nieuwe bachelor – Anneke van Dijk en Annerika Slok-Gidding
Toetsen om van te leren – Laury de Jonge
Onderzoek
Bruikbare Wetenschap – Jochen Cals
3
4
4
5
6
7
8
8
8
9
9
11
12
Promotie. De integratie van gezondheidsbevordering op basisscholen – Marla Hahnraths 14
Denk mee met de Witte Raven. Hoe nu verder? – Paul Höppener
15
WESP-en
Improving primary care in Ethiopia – Hanneke Koekebakker
Peer-support GGZ – Floor Koonings
Zelfsturend leren tijdens de huisartsopleiding – Sergio van Boxtel
Orgaandonatie na euthanasie – Daan Verbruggen
Opleiding Ouderengeneeskunde
Hoe bouw je een curriculum? – Nancy Lenaerts
Made in Maastricht: afstuderen SO’s 29 september
Een volwassen opleiding – Babette Doorn
In de leer. Missie: SO dichtbij – Charlotte Coopmans
Meerdaagse Nascholing Ouderengeneeskunde 2.0
‘We doen al veel meer dan nu zichtbaar is’ – interview met de hoofden
Congresreis Helsinki – Edith Meijers
Huisartsopleiding
Uit het adjuncthoofd – Ingrid van der Heijden
InterCompetent. De adoptiepatiënt in jaar 3 – Anneke van Dijk & Hanneke Hamers
Boek ‘Sisters in Arms’ – Valerie Fijen
Equilibre. Een duurzame reis is belangrijker dan een verspillende bestemming –
Elsje Kuijper, Gaston Peek en Marieke Kools
AIOS-dag. Positieve Gezondheid – Davíd van Eerd
Made in Maastricht en Eindhoven – afgestudeerde huisartsen
Waarom en wanneer kiezen studenten voor Huisartsgeneeskunde?
Moreel dilemma. Kosten in de zorg: uw eigen risico? – Nathalie Notermans
Column: De dokter is ziek – Jeroen Smeets
16
16
17
18
19
19
20
21
21
22
24
25
26
26
27
28
28
30
In de leer: Morpheus in de nachtdienst. Een onverwachte kampioen – Davíd van Eerd 31
Weten is eten. Vreten op aarde – Hendrik-Jan Vunderink
32
34
35
2
׉	 7cassandra://50rut9fPleNNdW6iLGtv97XnjFDfx-PNVYKu-_fqqyM5`j ew(vh@א׉EVan de redactie
De kunst van het loslaten
Deze titel is niet van mij, maar van Felix Punt. Felix is de
maker van de wederom artistieke foto op de kaft. De foto
is gemaakt op de Stafdag van de Huisartsopleiding van 28
november. Felix kan loslaten, want hij gaat met pensioen.
Persoonlijk ben ik erg slecht in loslaten. Wie mij kent, denkt
nu, dat het zelfs een understatement is. Zelf heb ik daar
meestal geen last van. Het zal u ook niet verbazen, dat mijn
ooit zo trouwe viervoeter een terriër was. ‘You love ‘em or
you hate ‘em’ geldt trouwens niet alleen voor hondenrassen.
Niet alleen Felix, maar ook Jelle Stoffers gaat met
vervroegd pensioen. De voormalig vakgroep voorzitter,
Job Metsemakers, schrijft hem toe. Bevriend collega Piet
Portegijs idem dito. Jelle schreef, vanaf 2009, de voorloper
van de huidige rubriek Bruikbare Wetenschap. Toen heette
dat ‘Voor u geschreven in Maastricht. Wetenschap in de
praktijk’. Geen loslatingsangst op dat punt, want Jochen Cals
nam dat stokje over, al gaat het opleveren ervan niet altijd
zonder slag of stoot.
Medewerkers komen en gaan, veelal vrijwillig.
We verwelkomen weer enkele nieuwe medewerkers, deze
keer enkel onderzoekers. Nieuws is ook dat Loes van Bokhoven
per 1 januari 2024 de nieuwe vakgroep voorzitter van
Huisartsgeneeskunde wordt. Een nieuwe fase voor de afdeling.
De WESP-en Hanneke Koekebakker, Floor Koonings en Sergio
van Boxtel zwaaiden af. Wie weet zien we hen op termijn
terug als aios, aioto of promovendus. De vreemde WESP in
de eendenbijt is deze keer Daan Verbruggen; hij loopt zijn
stage aan ‘de overkant’, in het ziekenhuis. Zijn onderwerp
‘Orgaandonatie na euthanasie’ richt zich echter wel op u. Doet
u mee aan de vragenlijst ten behoeve van zijn onderzoek?
‘Not about us, without us’ zegt Jochen Cals geregeld. Heeft hij
een punt? De Witte Raven wensen niet los te laten, OOK Paul
Höppener heeft terriërbloed. Helpt u hem verder?
Verheugd zijn we, dat we deze keer opnieuw artikels hebben
over de basisopleiding Geneeskunde. Laury de Jonge en ik
proberen dat niet meer los te laten. Dáár begint het immers
allemaal. Laury schrijft zelf over de nieuwe toetsen (met een
vreselijke afkorting) in de basisopleiding. Anneke van Dijk en
Annerika Gidding-Slok vertellen over hun ervaringen als Leer
Team Coach binnen de nieuwe bachelor geneeskunde. Tot slot
vermelden we de drie genomineerde huisartsen voor de prijs
van beste Clinicus van het Jaar. Zit u erbij?
Het basiscurriculum is en blijft dé kweekvijver voor nieuwe
aios en toekomstige collega’s, zowel voor de Huisartsopleiding
als de Ouderengeneeskunde. Het zijn de twee grote sectoren
binnen de Vakgroep die ook deze keer ruimschoots van zich
laten horen. De Ouderengeneeskunde bouwt aan een nieuw
curriculum dat start in september 2024. Plaatsvervangend
hoofd Nancy Lenaerts legt uit hoe zij dat doet met LEGOblokken.
Verder gingen de opleiders op congresreis naar
Helsinki. Edith Meijers doet verslag. Aios Charlotte Coopmans
had gelukkig weer inspiratie voor een fraaie column over
haar toekomstvisie. En vier SO’s studeerden af in september.
De brug naar de Huisartsopleiding wordt gemaakt door een
dubbelinterview met de hoofden: Mariëlle van der Velden
namens de Ouderengeneeskunde en Matthijs Limpens, hoofd
Huisartsopleiding. Zij gaan elkaar niet loslaten, maar juist de
opleidingen verbinden. Interprofessioneel opleiden wordt een
speerpunt van beleid. Aangezien de hoofden al gestrikt waren,
vroegen we een adjunct-hoofd van de Huisartsopleiding om
ook iets uit het hoofd te schrijven. Ingrid van der Heijden greep
deze kans aan om diversiteit en inclusie aan te kaarten. Tevens
droeg ze ons een idee aan voor een nieuwe rubriek. ‘Wie was
uw inspirator om huisarts te worden?’ Wie durft?
Interprofessioneel is al in gang gezet: lees het artikel van
Anneke van Dijk en Hanneke Hamers over de adoptiepatiënt in
het derde jaar van de opleiding. De Huisartsopleiding had maar
liefst drie afstudeersessies die we kunnen vermelden.
En in december zijn er weer twee feestelijke afsluitingen.
Die aios laten we wel los. Alhoewel een van hen, Davíd van
Eerd, nu maar liefst twee columns schreef én een stukje over
de aios-dag van de LOVAH. Hem laten we als columnist niet
los, ook al studeert hij af in december. Onze andere columnist,
huisartsredactielid Jeroen Smeets, ondervond hoe het is om
aan de andere kant van het veld te staan, als patiënt. Vanaf zijn
ziekbed van de dagopname kreeg ik dezelfde avond nog zijn
column. Ook geen ster in loslaten, vrees ik. Nathalie Notermans
sorteerde voor op de verkiezingen in haar medisch morele
politieke beschouwingen. Op de valreep konden we ook het
verslag van Elsje Kuijper over de Opleidersdag meenemen in
de rubriek Equilibre. De Groene Opleider. Bekent u kleur?
En waar zouden we zijn zonder ‘Weten is eten’ en Hendrik Jan
Vunderink? Vreten op aarde. We kunnen het niet loslaten,
het zit in de aard van het beestje.
Fijne feestdagen,
Babette Doorn
3
op één lijn 74
ew(vh@בew(vh@א{בCט   {u׉׉	 7cassandra://z2nl0UX5BWBFg8PYdHz1h25CWyj8XTIHTc6sW8exYec T`׉	 7cassandra://9kjGsADFrFu-ZRtoBvkFSdWZlb4PmdSyGB1O0n9fDs0z`׉	 7cassandra://WHG-yWAcEmdgnbfkw9SI-SdIqUrGCY5pe4J9pLHMDck>P`j ew(wh@׾נew(wh@ :?9ׁH ,http://www.maastrichtuniversity.nl/news/careׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Van de voorzitter
Huisarts en
planetary health
DOOR JEAN MURIS, VAKGROEP VOORZITTER
Bewustwording van de klimaatcrisis doet een
dringend appel op de eerstelijnsgezondheidszorg.
Als pleitbezorgers van de volksgezondheid hebben
huisartsen de verantwoordelijkheid om zich serieus bezig
te houden met het milieu. De ziekte van Lyme neemt
toe door de uitbreiding van de verspreiding van teken
in het land als gevolg van de opwarming van de aarde.
Zoals vele collega's opmerken, gaat de impact van de
klimaatverandering verder dan de fysieke gezondheid,
met ernstige gevolgen voor de mentale gezondheid.
Stress en stemmingsstoornissen nemen toe na wateroverlast,
bosbranden, droogte. De gevolgen van klimaatverandering
zien we al in onze spreekuren, SEH’s en ziekenhuizen. Welke
rol kunnen huisartsen spelen? Het lijkt een onmogelijke taak
met de huidige (over)belasting in de praktijk en onze energie
die heeft geleden onder de coronapandemie. Maar in plaats
van het te zien als de zoveelste crisis naast de coronaziekte
van 2019-21, kunnen we onze pandemische ervaring zien
als een krachtbron voor verandering. We hebben geleerd
wat er kan gebeuren als er wereldwijd massaal actie wordt
ondernomen. Een nieuw vaccin werd in recordtijd ontwikkeld.
Werk (ook spreekuren) en conferenties verschoven naar
online. Verandering kan plaatsvinden als er politieke en
publieke steun is.
Een kenmerk in de Europese definitie van huisartsgeneeskunde
is het bevorderen van gezondheid en
welzijn. Willen we onze patiënten en het publiek veilig
en gezond houden in de komende decennia, moeten we
verantwoordelijkheid voor het milieu herdefiniëren als een
centrale verantwoordelijkheid in de eerstelijnszorg.
Of we ons nu op grote schaal inzetten voor het milieu of
via kleine interventies in ons dagelijks werk, deze acties
zullen een impact hebben als we ze collectief doen.
Milieuactivisme in de geneeskunde kan niet langer een
randactiviteit zijn. We hebben er gewoon de tijd niet voor
om af te wachten.
BRON FIGUUR: Definition of General Practice / Family
Medicine | WONCA Europe
Clinicus van het jaar verkiezing
Net als voorgaande jaren organiseert de Mastercommissie
van MSV Pulse weer de Clinicus van het Jaar verkiezing.
De lopende verkiezing gaat over afgelopen academisch
jaar: 2022-2023.
Gezien het kleine aantal masterstudenten per
werkplekbegeleider bij Huisartsgeneeskunde, wordt in
deze categorie niet gestemd door studenten, maar worden
huisartsen genomineerd op basis van studentevaluaties
uit EPASS. Hiervoor hanteert onze vakgroep een aantal
4
criteria zoals ‘niet eerder genomineerd’ en ‘minimaal drie
coassistenten hebben begeleid’.
De nominaties zijn, in willekeurige volgorde:
• Esther van Venrooij - Huisartsenpraktijk Maasbree
• Aagje Blom, Drunen - Huisartsenpraktijk Duin en Wiel
• Leon de Bock, Tegelen - Huisartsenpraktijk Arcade
We feliciteren alvast deze genomineerden met deze
mooie prestatie. De uitreiking zal plaatsvinden op 23
februari 2024. In het voorjaarsnummer vermelden we
wie er gewonnen heeft.
׉	 7cassandra://WHG-yWAcEmdgnbfkw9SI-SdIqUrGCY5pe4J9pLHMDck>P`j ew(vh@ג׉Ez3de uitgave 2023
Benoeming
Hoogleraar Loes van Bokhoven
nieuwe vakgroepvoorzitter
VAN DE REDACTIE
In het laatste nummer van ‘Op één lijn’ kondigden
wij de benoeming aan van Loes van Bokhoven tot
profileringshoogleraar Interprofessioneel Samenwerken
en Leren in de Eerstelijnsgezondheidszorg.
Nu laten wij u graag weten dat zij, met ingang van 1 januari
2024, ook de nieuwe voorzitter wordt van de vakgroep
Huisartsgeneeskunde Maastricht.
Loes heeft een rijke academische carrière en staat daarnaast
als huisarts met de voeten in de klei. Ze heeft, al sinds haar
studententijd, vele rollen en functies bekleed binnen het
onderwijs en het onderzoek. Haar meest recente grote rol
is haar inzet voor de herziening van de nieuwe bachelor
geneeskunde, de BaMed. De rode draad in haar werk, is
het creëren van een lerende cultuur om daarmee samen, al
doende, de zorg voor patiënten met complexe zorgvragen in de
huisartsenpraktijk te verbeteren.
Korte bio
Huisarts Loes van Bokhoven (1972) studeerde cum laude af in
Maastricht in 1998. Daarna begon ze als docent bij het Skillslab,
in combinatie met een baan als arts bij het revalidatiecentrum
Hoensbroeck. Later dat jaar begon zij als een van de eerste
AIOTHO’s aan haar huisartsopleiding (afgerond in 2004) in
combinatie met het VAMPIRE-onderzoek. Dat onderzoek ging
over diagnostiek van onbegrepen klachten in de eerste lijn, nu
SOLK of ALK geheten. In 2008 promoveerde ze. Ze kreeg voor
het proefschrift verschillende prijzen, waaronder die van het
NHG, de dissertatieprijs van onderzoeksinstituut CAPHRI en
de landelijke onderzoeksschool CARE. De eerste prijs van CARE
is extra bijzonder, want er waren 100 proefschriften waaruit
gekozen kon worden. In 2015 ontving zij ook de Health Care
Award van CAPHRI.
Sinds 2006 werkt Loes van Bokhoven als huisarts in
huisartsenpraktijk Dorine Verschure in Elsloo. Daar kan ze
haar passie voor het vak combineren met zorgvernieuwing.
Dat resulteerde in 2011 in een zorgnetwerk voor alle ouderen
in het dorp, dat ook internationaal werd gewaardeerd met de
John Horder team award.1 De komende jaren wil zij zich hard
maken voor revitalisering van de Academische Werkplaats
Huisartsgeneeskunde. Zij kijkt ernaar uit om hier samen met
collega’s en patiënten uit de regio Zuidoost Nederland een
succes van te maken. Een krachtige huisartsgeneeskunde is
1 www.maastrichtuniversity.nl/news/care-network-elsloo-praisedinterprofessional-collaboration-and-receives-john-horder-team-award
naar
haar mening namelijk heel belangrijk bij alle uitdagingen
waar de zorg de komende jaren voor staat. Loes is getrouwd
en moeder van een zoon en een dochter. Zij heeft een brede
interesse in natuur en cultuur en als er dan nog tijd over blijft,
kookt en bakt zij graag.
Inauguratiedatum
De inaugurele rede, met de titel Primus Inter Pares, wordt
uitgesproken op vrijdag 12 april 2024 in de aula op de
Minderbroedersberg in Maastricht.
5
op één lijn 74
ew(vh@דew(vh@ג{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JZ5Elb552KU10ail2v_2Ytw2bnke6xP0KpvukBOJlvE `׉	 7cassandra://fB9vO6ChcgUwJU-2QqYsbyHDQ-vkh-NsBf_izGp8zq4`׉	 7cassandra://lRqQOdAQPjMe2HggOKXZWa-16HRx8Uh75jHOmehX-lAFA`j ew(wh@נew(wh@ā -T9ׁH (http://www.woncaeurope.org/page/europeanׁׁЈ׉ECop één lijn 74
3de uitgave 2023
Pensioen
Jelle Stoffers, wie
kent hem niet?
DOOR JOB METSEMAKERS, VOORMALIG VAKGROEP VOORZITTER
HUISARTSGENEESKUNDE
De naam Jelle Stoffers zal bij veel mensen een verschillend
beeld oproepen. In Kerkrade en directe omgeving zullen
mensen zich hem herinneren als bevlogen huisarts voor
de patiënten in de academische setting van Medisch
Centrum West Kerkrade (MCWK). Jelle werkte met plezier
in de praktijk waar, destijds, huisarts Frank Soomers
innovatief bezig was met de structuur van de dagelijkse
huisartsenzorg, de Huisartsenpost en de Zorggroep.
Jelle trad op als sparringpartner, waarbij hij met zijn
kritische blik naar de innovatieplannen keek. Op sommige
momenten waren Jelle en Frank elkaars tegenpolen, maar
ze waardeerden elkaar in hun streven naar innovatieve
hoogwaardige huisartsenzorg.
Jelle was Universitair Hoofddocent (UHD) bij de Vakgroep
Huisartsgeneeskunde en in die positie betrokken bij
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Hij bracht
zijn medisch inhoudelijke expertise over cardiovasculaire
aandoeningen in binnen het onderwijscurriculum.
Verder begeleidde hij regelmatig studenten bij
hun wetenschapsstage (WESP) en hun coschap
Huisartsgeneeskunde en Sociale Geneeskunde. Het was
dan ook logisch dat hij met zoveel ervaring coördinator
van het coschap werd. En die rol vervulde hij met
enthousiasme.
Zijn wetenschappelijke expertise omvatte cardiovasculaire
aandoeningen zoals: atriumfibrilleren, perifeer vaatlijden,
diepe veneuze trombose en cardiale preventie, zoals in
het grote onderzoeksproject Hartslag Limburg. Voor zijn
wetenschappelijk onderzoek had Jelle een uitgebreid
lokaal MUMC+ netwerk, naast samenwerkingsverbanden
met onderzoekers uit andere universiteitssteden.
Zijn activiteiten bleven niet beperkt tot Maastricht. Hij
was lid van het European General Practice Research
Network (EGPRN). Deelnemers uit dit Europese netwerk
komen tweemaal per jaar in een kleinschalige setting
(150-200 deelnemers) bijeen. De EGPRN richt zich op
de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek in de
huisartsgeneeskunde door middel van het opstellen van
een Europese Research Agenda for General Practice.
Jelle was actief als bestuurslid van de EGPRN, als
penningmeester en als steun/begeleiding van Hanny
Prick, die jarenlang het in Maastricht gevestigde EGPRNsecretariaat
runde.
6
Zijn Europese profiel hielp Jelle in 2009 aan zijn rol als
Editor-In-Chief van de European Journal of General
Practice1 (EJGP). Het Editorial Management ligt bij Anneke
Germeraad, ook in Maastricht. De EJGP stond er bij zijn
aantreden niet goed voor. Het duurde maanden voor
op een ingediend manuscript werd gereageerd. Auteurs
begonnen het tijdschrift te mijden. Jelle is erin geslaagd een
kleine, deskundige, gemotiveerde groep editors te vormen,
rekening houdend met Europese noord–zuid en oost-west
betrokkenheid. Deze aanpak heeft ervoor gezorgd dat de
EJGP nu een internationaal hoog gewaardeerd tijdschrift is
met een hoge ‘impactfactor’. Inmiddels is de EJGP een Open
Access tijdschrift, wat inhoudt dat iedereen zonder kosten
artikelen kan lezen.
Als Editor-In-Chief wilde hij niet alleen maar publiceren
wat werd aangeboden; hij wilde ook sturen, zoals hij deed
met de zeer gewaardeerde reeks artikelen over Kwalitatieve
onderzoeksmethodieken. Ook publiceerde de EJGP een
speciale uitgave over verschillende aspecten van de COVID19
pandemie.
Jelle gaf de drukbezochte en zeer gewaardeerde workshop
‘Publiceren moet je leren’ op conferenties.
Terugkijkend op al deze rollen en functies noem ik dat een
rijke loopbaan waar Jelle met veel trots op mag terugkijken.
Kenmerkend voor Jelle is dat hij zichzelf niet op de
voorgrond plaatst. Hij is eerder iets terughoudend. Dat
wil niet zeggen, dat hij geen mening heeft over hoe de
wetenschappelijke wereld in elkaar zit. Soms had hij het
gevoel dat collega’s in het land hem niet helemaal fair
bejegenden. Ook het handelen van het Onderzoeksinstituut
CAPHRI en het MUMC+ vertrouwde hij soms niet helemaal.
Hij kon daar heldere en overtuigende argumenten voor
aandragen en dat kon hij dan ook duidelijk ter tafel brengen.
Soms iets te luid en te zeer in detail. Voor Jelle gold: afspraak
is afspraak. Dus hij verwachte afgesproken feedback binnen
de afgesproken deadline.
Jelle, ik kijk met plezier teug op onze vruchtbare
samenwerking.
1 www.woncaeurope.org/page/european-journal-of-general-practice
׉	 7cassandra://lRqQOdAQPjMe2HggOKXZWa-16HRx8Uh75jHOmehX-lAFA`j ew(vh@ה׉E3de uitgave 2023
Jelle Stoffers gaat…
… vaker met de hond wandelen,
vaker naar de (klein-)kinderen en…?
DOOR PIET PORTEGIJS, UNIVERSITAIR DOCENT
Het heeft iets confronterends om een stukje te schrijven bij
het afscheid (pensioen) van iemand die nog geen jaar ouder
is dan ik. Ja ja, we worden oud. Ooit waren we de jonge
HOnden (Huisarts-Onderzoekers). De jonge honden na ons
zijn inmiddels zeer ervaren, en de generatie na hen ook.
Voor mijn gevoel ken ik Jelle al mijn hele leven. Dat klopt
niet, want Jelle kwam in 1986 naar Maastricht en toen
had ik er al een medische studie en twee baantjes bij de
capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde op zitten. Het zegt iets
over de manier waarop hij ervoor ging. Zijn aanstelling als
Huisarts-Onderzoeker In Opleiding (HOIO) was maar voor een
jaar, maar Jelle en zijn vrouw Irene durfden het aan om te
verhuizen naar Maastricht, Irene’s baan op te zeggen en aan
een gezin te beginnen.
Na dat jaar was Jelle de kartrekker van het onderzoek naar
perifeer arterieel vaatlijden. Hij was altijd bereid om zijn
mening te geven over zaken, binnen of buiten de vakgroep,
die in zijn ogen beter konden. Dat heeft hij ook, heel
consequent en heel lang, internationaal gedaan. Tweemaal
per jaar een bijeenkomst van de European General Practice
Research Workshop (EGPRW), waarin hij collega’s uit landen
met een minder sterk ontwikkelde eerstelijn ondersteunde in
hun pogingen om in hun eigen land expertise op te bouwen.
En een persoonlijke vriend van hen werd. Hij werd secretaris
van deze EGPRN (de W van Workshop werd vervangen door
de N van Network). Nu is hij al een hele tijd editor van Het
European Journal of General Practice (hij is best trots op de
gestegen Impact Factor).
Ik vraag me af of collega’s op de gang weten hoeveel hij heeft
betekend voor het onderzoek (begeleiding van promovendi,
WESP-studenten), voor het onderwijs (stagecoördinator
Huisartsgeneeskunde/Sociale Geneeskunde), voor de
ontwikkeling van huisartsgeneeskundig onderzoek in Europa
en voor de interne consistentie van de vakgroep.
Na zoveel jaren zijn er natuurlijk ook wel wat sappige details.
Ik heb overwogen om een gevleugelde uitspraak van Jelle
bovenaan te zetten: ‘Ik kan hier niet téééguh!!!’. Maar dat
zou zijn wat uitgesproken karakter te zeer benadrukken, en
bovendien: het klopt niet.
Ik heb Jelle nooit de controle over zichzelf zien verliezen, het
kost hem alleen wat meer moeite. En wisten jullie dat:
• Jelle echt trots is op de muzikale carrières van zoon
Steven (jaren gitarist van Maze) en dochter Ella (één jaar
Rockacademie in Tilburg, daarna verder als Ella Alpha)?
• Jelle en ik al meer dan 20 jaar eenmaal per week
hardlopen? Tenzij het regent, gaat regenen, een van ons
echt niet kan of teveel achter loopt met een deadline.
Het komt neer op tweemaal per drie weken. Vanaf de
opkomst van Wilders hebben we de toestand van het
land, en soms ook die van de vakgroep, besproken. We
waren en zijn goed aan elkaar gewaagd. Als het mij wat
te hard gaat, dan begin ik over iets wat Jelle hoog zit, en
dan gaat hij vanzelf langzamer. Maximale inspanning en
praten gaan niet samen. Het is ook weleens andersom.
Job Metsemakers (links) en
Piet Portegijs (rechts) in 1999
• Jelle een grote en volstrekt onverdiende bewondering
heeft voor mijn technische vaardigheden? Laatst moest
een stalen pijp die uit de vloer van zijn garage stak
worden weggeslepen. Met een haakse slijpschijf is dat
echt héél gemakkelijk. Ik was bijna net zo lang bezig
met de slijpschijf monteren, een overall aantrekken,
de veiligheidsbril en gehoorbescherming opzetten als
met het slijpen zelf. Jelle heeft het allemaal gefilmd,
maar hij leek wat teleurgesteld toen ik daar niet in
geïnteresseerd was.
7
op één lijn 74
ew(vh@וew(vh@ה{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Mar8jB8BGO9pRQB1aDA2c4KJeBIPrTc2wcmMU-xyozY ` ׉	 7cassandra://AhAJ38Ap6wdhYf3bA6Cwm8NAriXEB-bGk1wUU24lhyYH`׉	 7cassandra://419AQQigrllSJ9o8tEEQwaiZoPiQfCCEuPqfwz_gfw8> `j ew(wh@׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Welkom!
Nieuwe collega's
stellen zich voor
Ralph Leijenaar
Postdoc
Mijn naam is Ralph Leijenaar, ik ben
39 jaar en woon samen met Shireen
(verliefd en verloofd) en onze twee
zoontjes Thije en Uri in Amstenrade.
Als gepassioneerd onderzoeker ben ik per 1 september
aan de slag gegaan binnen de onderzoekslijn ‘Effectieve
diagnostiek in de huisartsgeneeskunde’ in samenwerking
met Jochen Cals. Ik beweeg mij daarbij op het snijvlak van de
verschillende speerpunten van wetenschappelijk onderzoek
binnen de vakgroep.
Ik heb een achtergrond in biomedische techniek en ben
gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht. Ik heb
expertise in, onder andere, (klinische) Data Science, AI/
Machine Learning, geavanceerde medische beeldanalyse
en precisiegeneeskunde, in het bijzonder op het gebied
van radiomics – een onderzoeksveld waarvan ik een van de
pioniers ben. Daarnaast ben ik niet onbekend met valorisatie
van onderzoek en heb ik als medeoprichter van Radiomics.
bio (OncoRadiomics SA, Luik, België) meerdere jaren
(management-)ervaring opgedaan binnen een startup.
In mijn vrije tijd ga ik graag iets leuks doen met mijn gezin,
een stukje wandelen, pak ik er een tijdschrift of puzzelboek
bij, of waag ik me aan een complex LEGO-bouwwerk. Ik ben
een echte Bourgondiër en ex-Prins Carnaval. Als amateur
bierconnaisseur ga ik (uiteraard buiten werktijd) graag op
ontdekkingstocht naar exclusieve speciaal bieren. Tot slot ben
ik koffieliefhebber (kwantiteit en kwaliteit) en staat de deur
altijd open voor een goed gesprek.
Pieter Van Bostraeten
Promovendus
Ik ben Pieter Van Bostraeten en
vanaf 9 oktober heb ik de eer de
vakgroep huisartsgeneeskunde
in Maastricht voor 6 maanden te
mogen vervoegen. Ik ben huisarts
en combineer dit sinds december 2021 met een doctoraat
aan de KU Leuven, waarbij ik wil onderzoeken hoe we
onderwijs rond samen beslissen kunnen voorzien in de
8
basisopleiding geneeskunde. Hiervoor willen we, onder
andere, een beroep doen op virtuele simulatiepatiënten.
Dit jaar werd dit een dubbel doctoraat in samenwerking
met UM, onder begeleiding van Trudy van der Weijden en
Angelique Timmerman.
Naast huisarts zijn en onderzoek doen, hou ik me in mijn
vrije tijd bezig met van alles en nog wat. Ik speel graag
een stukje piano of gitaar, trap weleens op doel tijdens het
zaalvoetballen, speel soms tennis of padel en haal bij mooi
weer af en toe mijn koersfiets van onder het stof. Recent
ontdekte ik de pracht van het vogelspotten, maar ik moet
me hierin nog meer een liefhebber dan een kenner noemen.
Tot slot sla ik ook weleens graag een praatje op café, dus wie
daar zin in heeft mag mij gerust contacteren!
Laura Vriese
Promovendus
Mijn naam is Laura Vriese, 22 jaar
en sinds augustus 2023 werkzaam
als promovenda bij de vakgroep
huisartsgeneeskunde.
Met mijn onderzoekstraject willen we ‘samen beslissen
tijdens huisartsconsulten met patiënten met beperkte
gezondheidsvaardigheden’ verbeteren. Echter, onderzoek is niet
altijd mijn vakgebied geweest. Ik ben begonnen als HBO-student
Sportkunde aan de HAN in Nijmegen. Gedurende deze opleiding
vond ik onderzoek steeds interessanter worden, wat leidde
tot de master Health Education & Promotion aan Maastricht
University. Afgelopen paar jaar overwoog ik dan ook een PhD,
maar ‘alleen als het onderwerp ook écht bij mij past’. En dat doet
het! Met veel enthousiasme werk ik nu binnen dit interessante
traject.
Behalve dat ik het onderwerp interessant vind, vond ik
Maastricht ook té leuk om na één jaar alweer achter me te
laten. Ik ga graag de stad in en ik speel waterpolo bij Waterproof
(Maastricht). Oorspronkelijk kom ik uit Varsseveld, een dorpje
in de Achterhoek. Hier ben ik af en toe in het weekend nog te
vinden om mijn vriend, vriendinnen en familie (mijn moeder
Mariska Tuut doet ook promotieonderzoek bij HAG) te bezoeken.
Een tripje met de trein naar de Achterhoek is al een behoorlijk
eindje, maar ‘echt’ reizen/op vakantie gaan is ook een hobby.
׉	 7cassandra://419AQQigrllSJ9o8tEEQwaiZoPiQfCCEuPqfwz_gfw8> `j ew(vh@ז׉E3de uitgave 2023
Esmée Vaes
Promovendus
Ik ben Esmée Vaes, 25 jaar en sinds
kort woonachtig in Maastricht. Na
mijn A-KO-opleiding te hebben
afgerond, ben ik per juli met
enthousiasme gestart als junioronderzoeker
bij iDx, een onafhankelijke kennispartner op
het gebied van diagnostiek in de huisartsenzorg.
Met twee kwalitatieve studies zet ik me in voor innovatie
van diagnostiek binnen de eerstelijnszorg. Daarvoor ben ik,
naast HAG in Maastricht, ook een keer per week in het UMC
Utrecht te vinden. Daarnaast werk ik nog een dag in de
week als ANIOS in een huisartspraktijk in Heerlen. Een leuke
afwisseling! Én een goede voorbereiding om mijn wens om
huisarts te worden te verwezenlijken.
In mijn vrije tijd sport ik graag en onderneem ik veel met
vriendinnen en familie. Verder houd ik van lezen en true
crime podcasts, iets wat tijdens de wekelijkse treinreis naar
Utrecht goed van pas komt!
PGO in optima forma
Ervaar het zelf als leerteamcoach
DOOR ANNEKE VAN DIJK EN ANNERIKA GIDDING-SLOK, UNIVERSITAIR DOCENTEN
LTC, BCEC, MSF, Focus-APT, TFS, PIP, ILO, PO…
Elke week kunnen we een bingokaart vullen met alle
afkortingen die langskomen in onze nieuwe rol als
LeerTeamCoach (LTC) binnen geneeskunde. Ons werk als
gezondheidswetenschappers is voor de buitenwereld in
elk geval veel interessanter geworden. Want onderwijs
geven aan toekomstige dokters, daar kan iedereen zich iets
bij voorstellen. Dat klinkt spannender dan een functie als
‘onderzoeker’.
Het is nogal wat, die nieuwe Bachelor in Medicine, de
BaMed. Loes van Bokhoven, die mede aan de wieg stond van
de herziening, heeft in de vorige editie van ‘Op één Lijn’ al
geschreven over deze nieuwe onderwijsvorm in de bachelor
geneeskunde. Het herziene curriculum is nu beschikbaar
voor het internationale cohort (International Track Medicine,
kortweg ITM) van ruim 40 studenten per jaar. Vanaf 20252026
wordt het nieuwe programma ingevoerd voor alle
studenten geneeskunde.
Het bijzondere aan het nieuwe programma is dat het
nieuwe werkvormen kent, maar nog steeds is gebaseerd
op probleemgestuurd onderwijs (PGO). De periodes van 10
weken worden opgebouwd uit authentieke professionele
taken (APTs). Het programma kent geen reguliere toetsen,
maar programmatisch toetsen. Dat betekent bijvoorbeeld voor
eerstejaars studenten, dat ze in de eerste periode door middel
van verschillende leeractiviteiten gefocust zijn op het kunnen
verlenen van acute zorg op straat.
Aan het eind van de periode laten de studenten een acute
zorgcasus zien met behulp van een zelfgemaakte video.
Via een essay en een debat, dienen ze te laten zien dat
ze kritisch kunnen reflecteren op hun handelen in acute
zorgsituaties. Met oefentoetsen krijgen ze ook inzicht in
hun medische kennis. Ze reflecteren op eigen ervaringen in
relatie tot de medische competenties. Daarnaast krijgen ze
vaardighedenonderwijs (Skills) en Communicatie en Reflectie
onderwijs (CORE). Alle feedback komt samen in een portfolio,
dat in een jaar tijd veel informatie over de ontwikkeling van
de student bevat. De studenten maken op basis hiervan zelf
een analyse, waarmee ze dienen aan te tonen dat ze zich in
het afgelopen jaar voldoende hebben ontwikkeld om door te
kunnen naar het volgende leerjaar.
Een van de nieuwe werkvormen in de BaMed zijn de
leerteams. De studenten zijn ingedeeld in groepen
(leerteams) van acht à negen studenten. Het leerteam en
de leerteamcoach zien elkaar een jaar lang wekelijks, een
uur op maandag en een uur op donderdag. Dit is dus heel
anders dan de huidige onderwijsgroepen, waar studenten
medische onderwerpen bestuderen en de kennis daarover met
elkaar delen via het bespreken van leerdoelen en waarbij de
tutorgroep elk blok van samenstelling wisselt.
De leerteams zijn sterk gericht op coregulering en samen
leren. Ieder team ontdekt zelf wat het beste werkt, wat er
wordt besproken en hoe het meest efficiënt kan worden
samengewerkt. Ze moeten zelf invulling geven aan hun
bijeenkomsten. Ze kunnen ervoor kiezen samen leertaken
9
op één lijn 74
ew(vh@חew(vh@ז{בCט   {u׉׉	 7cassandra://76JsLTMSa1sK8gbH6_s81Who6BbL7IkYlDfUQk70zE4 {`׉	 7cassandra://Lczr1njHeaaCLT-HPVOLEMpUD8wtt4y-0Uhq-ucmm785`׉	 7cassandra://UcFb-QatG56w7dS39PSSl7kpUq6KYR5EcgD2DXH7MwgD`j ew(wh@ȑנew(xh@ˁ ہ9ׁH (mailto:l.dejonge@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
te bespreken, maar het kan ook zijn dat ze een quiz maken,
een oefentoets afnemen, een inhoudelijke presentatie
geven, of ontdekken hoe ze zich kunnen inschrijven voor de
keuzevakken of vaardigheidstrainingen. Elk team heeft een
andere leerteamcoach. Zo ontstaat in elk team een eigen
dynamiek. Het eigenaarschap ligt echt bij de studenten.
Student en leerteamcoach hebben eens per twee weken een
individueel gesprek. Hierin wordt besproken hoe het met de
student gaat en hoe het individuele leerproces verloopt.
Als leerteamcoach combineer je diverse rollen en coach je
een groep zeer gecommitteerde, ambitieuze internationale
studenten, die staan te popelen om arts te worden. Dat is best
spannend, want we hebben als gezondheidswetenschappers
beperkte medisch inhoudelijk kennis. Arts worden draait
om veel meer dan medisch handelen alleen. Wij mogen de
studenten begeleiden in het ontwikkelen van alle andere
competenties, zoals samenwerker, communicator, organisator,
gezondheidsbevorderaar en reflectieve professional.
We zijn onder de indruk van de interactie in de groep en de
samenwerking. Bij problemen zoeken ze samen naar een
oplossing, dat gaat grotendeels vanzelf. Als coach begeleiden
wij dit proces door vragen te stellen en de groep te stimuleren
om zelf met een plan te komen.
Een curriculum zonder toetsen, zonder voor- en nabespreken
van een taak. Een nieuwe werkvorm met leerteams en
coaches. Dat is een uitdaging voor alle betrokkenen, ook voor
ons als LTC. Hoe pakken de studenten het op? Tot waar reikt
mijn rol als coach? Deze vragen spelen nog, maar we krijgen
steeds meer vertrouwen in het leervermogen van studenten
en de manier waarop wij ze daarin kunnen begeleiden.
De rol als leerteamcoach kan je heel goed alleen doen.
Dat betekent 0.2 FTE, waarbij je twee dagdelen per week
beschikbaar bent voor studenten. Die tijd besteed je aan
bijeenkomsten, intervisie met de andere LTCs, individuele
gesprekken, of door het bekijken van en feedback geven op
het portfolio.
Wij vervullen deze rol als duo. Wij verdelen onderling taken
en studenten. Het is ontzettend leuk om deze nieuwe
rol samen te doen. Samen sparren over de dingen waar
studenten tegenaan lopen, of over onze eigen onzekerheden
in deze nieuwe rol, of leuke manieren om de groep te
motiveren. Narratieve feedback geven op alle competenties,
waarbij je je richt op positieve punten en verbeterpunten, is
een flinke klus. Dit samen bespreken en die ervaringen delen
is heel waardevol.
Wil je ook alle afkortingen leren die in de eerste regel worden
genoemd? Voor het academisch jaar 2025-2026 zijn er heel
veel nieuwe leerteamcoaches nodig. Ons advies is: doen! Het
is ontzettend leuk om de studenten op deze manier uit te
dagen en te stimuleren zich te ontwikkelen als professionals.
Ook als je zelf geen arts bent, is deze rol goed te vervullen en
kan je varen op je eigen expertise en competenties.
Twijfel je nog? Spreek ons gerust eens aan. .
10
Creatieve voorbereiding op de rol van leerteamcoach
׉	 7cassandra://UcFb-QatG56w7dS39PSSl7kpUq6KYR5EcgD2DXH7MwgD`j ew(vh@ט׉EiRAT/tRAT
Toetsen om
van te leren
DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS HAG
EN COÖRDINATOR CCT-IRAT/TRAT
Eén van de vaardigheden die studenten geneeskunde
aangeleerd krijgentijdens hun opleiding tot arts, is het
klinisch redeneren. Klinisch redeneren is het proces
waarbij een arts informatie verzamelt en samenvoegt,
hypothesen genereert en een klinische indruk, prognose,
diagnose, behandeling en zorgplan formuleert.
Al vroeg in de opleiding krijgen studenten theoretische en
praktische handreikingen voor het leren van het klinisch
redeneren. Dit onderwijs wordt al jarenlang grotendeels
vanuit Huisartsgeneeskunde gefaciliteerd. Het lijkt een
landelijke trend dat deze vaardigheid tot de onderscheidende
expertise van de huisartsdocent wordt gerekend.
In de masterfase speelt het leren en optimaliseren van het
klinisch redeneren eveneens een belangrijke rol. In de eerste
plaats op de werkplek, waar de betrokken opleider gevraagd
of ongevraagd feedback kan geven aan de coassistent. Maar
ook bij het terugkomdagonderwijs wordt hier aandacht aan
besteed.
Een speciale vorm van feedback op het klinisch redeneren
vindt plaats door middel van een toets. Sinds dit academisch
jaar zal bij steeds meer coschappen tenminste éénmaal
toetsing van het klinisch redeneren plaatsvinden door
middel van iRAT/tRAT. iRAT/tRAT staat voor ‘individual
Readiness Assurance Test/team Readiness Assurance Test’.
Deze iRAT/tRAT is de opvolger van de al jarenlang gebruikte
Computergestuurde Casus Toets (CCT). Het doel van iRAT/
tRAT is om individueel en in teamverband de medische
kennis te toetsen, het klinisch redeneren te verdiepen en
feedback te krijgen. De student beantwoordt daarvoor
ongeveer 25 Multiple Choice vragen.
Leren klinisch redeneren
met behulp van de Readiness Assurance Tests (RAT)
Hoe werkt de iRAT-tRAT?
(30 min*)
Individuele
(i)RAT
• Individueel
• ±25 MCQ
• Toepassen van
kennis, klinisch
redeneren
(30 min*)
Team
(t)RAT
• 4/5 personen
• ±25 MCQ
• Discussie en
consensus
(30-60 min*)
Nabespreking
en score
• Plenaire
nabespreking “op
maat”
• Composite score:
80%iRAT+20%tRAT
Reflectie
• Individueel
In ieder geval bij:
• “beneden
verwachting”
• T1/T2 moment
*Voor de RAT van Sociale geneeskunde geldt voor de toetsduur en nabespreking respectievelijk 40, 40 en 100 minuten
11
Een voorbeeld:
Een 68-jarige man meldt zich bij de huisarts wegens
misselijkheid, braken en sinds twee dagen een progressieve
pijn onder in de buik. Ook heeft hij al die tijd geen ontlasting
gehad, hoewel dit voorheen soepel ging. Zes jaar geleden
heeft hij een laparotomie ondergaan vanwege een
maagperforatie. Bij het lichamelijk onderzoek is hij niet
acuut ziek en heeft hij geen geprikkelde buik.
Wat is op dit moment de meest waarschijnlijke diagnose?
De student kan vervolgens kiezen uit verschillende
waarschijnlijkheidsdiagnoses. Na beantwoorden van alle
toetsvragen ontvangt de student een score (het behaald
resultaat op de toets), maar daarnaast ook feedback op
het klinisch redeneren door middel van discussie met
medegroepsleden en een interactieve nabespreking van de
toets met de begeleidende docent (zie ook onderstaande
afbeelding).
Een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van
alle coschappen, beoordeelt casus op hun relevantie en
geschiktheid om gebruikt te worden als iRAT-tRAT casus.
Deze zijn vooralsnog vooral gebaseerd op casus uit de
bestaande (CCT) vragenbank. Maar er wordt ook geprobeerd
om nieuwe vragen ‘uit het veld’ te verzamelen. Geen
stokpaardjes of witte raven, maar relevante casus uit de
dagelijkse praktijk, die kunnen dienen als aanleiding voor het
denken en discussiëren over het klinisch redeneren.
Heeft u een interessante casus waarvan u denkt dat deze
geschikt is om als toetsvraag te dienen? Ze zijn altijd
welkom: l.dejonge@maastrichtuniversity.nl.
op één lijn 74
ew(vh@יew(vh@ט{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UB8VlCrsfirM0KtCqlhwrwBEsvNE8RDYw4A0fIbQwYI s` ׉	 7cassandra://se-RErpjhVcRG134Xu9A9ByQuT8CuskXD0Xm1pbenaQN`׉	 7cassandra://Rwdp2X9yAVijd_I1QIl_IUhIgw8r8Dz08Dzrn5ipJ6s?a`j ew(xh@̖נew(xh@ԁ 9ׁH *https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/ׁׁЈנew(xh@Ӂ 9ׁH *https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/ׁׁЈנew(xh@ҁ ?9ׁH )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37619376/ׁׁЈנew(xh@с ہ9ׁH )https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37792444/ׁׁЈנew(xh@Ё 49ׁH %http://www.ntvg.nl/artikelen/digitaalׁׁЈנew(xh@ρ M9ׁH !http://www.ntvg.nl/artikelen/zorgׁׁЈ׉Eop één lijn 74
H
3de uitgave 2023
Bruikbare Wetenschap
Woordenvermicelli
in de SOEP
DOOR JOCHEN CALS, HUISARTS IN SITTARD EN HOOGLERAAR
EFFECTIEVE DIAGNOSTIEK IN DE HUISARTSGENEESKUNDE
Bruikbare Wetenschap is een selectie van artikelen van
Maastrichtse makelij. Hiervoor selecteren wij artikelen
die direct bruikbaar kunnen zijn voor de dagelijkse
praktijkvoering.
Huisarts
& Digitale zorg
Huisarts
& Diagnostiek
19 kon herkennen op basis van SOEP-regels, ruim voordat
de PCR beschikbaar kwam. Nu mag dat dan mosterd na de
maaltijd zijn, maar de methode kan zeer interessant zijn
voor toekomstig onderzoek naar infectieziekten. Inmiddels
mag het team, waarin alle afdelingen huisartsgeneeskunde
van Nederland vertegenwoordigd zijn, dit model verder
uitwerken. De naam van dit vervolgproject? Ernie! Nu
kennen we Wim T. Schippers als taalpurist en als de stem
van Ernie (van Bert en Ernie) maar bedenk dus goed dat
toekomstig onderzoek écht profijt zal hebben van uw SOEPaantekeningen
dankzij (onderzoek naar) de taalmodellen die
sterk in opkomst zijn.
Samen Beslissen
& interprofessioneel samenwerken
Innovatieve trials in
de huisartsgeneeskunde
De speerpunten van de vakgroep huisartsgeneeskunde zijn
Huisarts & Diagnostiek, Huisarts & Digitale Zorg, Samen
Beslissen & Interprofessioneel Samenwerken en Innovatieve
trials in de huisartsgeneeskunde.
Covid-19 voorspellen door de kracht van data
Ongetwijfeld typt u er ook vrolijk op los in uw SOEP-regels
en heeft u zo uw eigen afkortingen en vaste zinnetjes.
Wie lang in een praktijk werkt, kan aan de SOEP zien wie
hem gekookt heeft, of beter gezegd wie de patiënt gezien
heeft. Waar voorheen registratiedatanetwerken vooral
gebruik maakten van de gecodeerde variabelen, zoals ICPCcoderingen
en ATC-codes voor medicatie, geven nieuwe
technieken ons de kans om ook naar de zogenaamde vrije
tekstregels te kijken, zoals al die woordenvermicelli die wij
in de SOEP typen. Een pandemie heeft vooral nadelen, maar
het gaf de afdelingen huisartsgeneeskunde ook voordelen,
aangezien er financiering vrijkwam om corona-onderzoek te
doen naar al die huisartsendata. De afdeling in Groningen
nam daarbij de leiding, maar het Research Network Family
Medicine (RNFM) Maastricht leverde ook data en Jean Muris
schreef mee aan de publicatie. Zij trainden een bestaand
taalmodel met de aardige naam BERT op maar liefst 300.000
huisartsenconsulten. Ze konden gebruik maken van het
feit, dat er pas gaandeweg de pandemie een PCR-test breed
beschikbaar kwam, waardoor je unieke datasets had om het
model te laten oefenen. Zo ontdekten ze, dat BERT Covid12
Online
inzage volgens de patiënt
De E en de P-regel van onze SOEP kan de patiënt inmiddels
online inzien. OPEN was een initiatief van InEen, NHG en
LHV om huisartsen te helpen bij het veilig online inzichtelijk
maken van het medische dossier voor patiënten. Tot maart
2023 heeft het programmateam de regionale coalities
ondersteund en ongetwijfeld heeft uw praktijk er ook aan
deelgenomen en meegewerkt om patiënten online inzage
te bieden in hun dossier. Bij het starten van OPEN stond
ook al vast, dat de organisatie zich zou opheffen nadat de
programmadoelen waren gehaald. En daaraan heeft men zich
gehouden. Wat mij betreft ongekend; dat zou vaker mogen
gebeuren in de zorg. Op 5 december 2023 promoveerde
Rosa Thielmann op haar onderzoek, waarin zij de (patiënt)
ervaringen met online inzage beschrijft. In een van haar
recente publicaties beschrijft ze de resultaten van twee
rondes aan vragenlijsten onder meer dan 2000 Nederlanders
die recent contact hadden met hun huisartsen(praktijk).
Online inzage doet toch echt wel wat. Gebruikers van online
inzage gaven sterker dan niet-gebruikers aan dat online
toegang tot medische dossiers hun actieve deelname aan de
hun verleende zorg doet toenemen, dat de relatie met hun
(vaste!) huisarts verbetert en dat online inzage gezamenlijke
besluitvorming kan ondersteunen. Ongetwijfeld klinkt u
dat niet onbekend in de oren. Door OPEN, en wellicht een
beetje door Covid, is het digitaal contact met patiënten sterk
uitgebreid. Waar OPEN zich echt richtte op het (passief)
kunnen inzien van je gegevens, heeft het natuurlijk ook een
boost gegeven aan andere (actieve) digitale zorgtoepassingen
zoals e-consulten en het bespreken van diagnostiek
uitslagen. Recent is aan de vakgroep een nieuw project
gestart waarbij aiotho Frederieke van der Mee samen met,
onder andere, Thuisarts.nl een DiagnostiekBijsluiter gaat
ontwikkelen, waarmee we hopelijk nog beter uitslagen
U
I
S
A
R
T
S
׉	 7cassandra://Rwdp2X9yAVijd_I1QIl_IUhIgw8r8Dz08Dzrn5ipJ6s?a`j ew(vh@ך׉EE
3de uitgave 2023
R
met patiënten kunnen bespreken. In dat project komen
drie wetenschappelijke speerpunten van de vakgroep mooi
samen: diagnostiek, digitale zorg én samen beslissen.
Samen beslissen bij beperkte
gezondheidsvaardigheden
In deze kernwoorden komen de leerstoelen van
Jany Rademakers en Trudy van der Weijden mooi
samen. Romy Richter verrichtte onder hun supervisie
een literatuuronderzoek naar dit thema. Met
‘gezondheidsvaardigheden’ (‘health literacy’) wordt
de combinatie van cognitieve en sociale vaardigheden
aangeduid die nodig is om adequaat met informatie over
gezondheid, ziekte en zorg om te gaan. Mensen met beperkte
gezondheidsvaardigheden hebben vaak moeite met het
begrijpen van informatie van hun zorgverlener en met het
vinden van hun weg in de zorg, met als gevolg een hogere
morbiditeit en sterfte. Zal samen beslissen ongetwijfeld
een andere benadering vragen bij deze specifieke groep, of
toch niet? Richter keek specifiek naar het bespreken van
voor- en nadelen (‘risk and benefits’) en betrok dit dan op
risicocommunicatie. Ze screende maar liefst 2700 studies,
waarvan er 28 voldeden aan de criteria die ze opstelde.
Communicatie over risico’s met enkel verbale uitleg lijkt een
matig plan, in ieder geval bij (zowel) mensen met beperkte
gezondheidsvaardigheden, al geldt dit eigenlijk al voor alle
patiënten. Numeriek zijn er fraaie voorbeelden te lezen
in het artikel. Zo kun je beter zeggen, dat “20 van de 100
patiënten de bijwerking krijgen” dan dat “1 op de 5 patiënten
de bijwerking krijgt”. Dat herkent u mogelijk uit de uitleg die
ook wordt gegeven bij de informatie die patiënten krijgen
bij de bevolkingsonderzoeken. Een duidelijke uitkomst is dat
visuele hulpmiddelen enorm helpen bij communicatie over
risico’s. Zogenaamde ‘icon arrays’ zijn veel onderzocht en
werken goed; afbeeldingen met rijen poppetjes zoals u die
ongetwijfeld vaker heeft zien langskomen.
Patiënt niet pluis
Erik Stolper heeft het concept pluis/ niet pluis jaren
geleden op de agenda gezet en zijn groep blijft belangrijke
publicaties op dit gebied schrijven. In hun meest recent
werk interviewden ze 47 patiënten die de Nederlandse of
Vlaamse huisartsenpost bezochten. Ze keken daarbij naar
hoe patiënten hun eigen niet pluis gevoel ervaren en uiten.
Patiënten of hun familieleden uitten hun niet pluis gevoel
door woorden te gebruiken die refereren aan het al dan
niet ‘vertrouwen in de situatie’, of door te refereren aan
veranderingen in normale patronen. Over het algemeen
waren patiënten die een niet pluis gevoel ervoeren, vooral
moeders van zieke kinderen, ervan overtuigd dat er iets mis
was en hadden ze vaak geleerd op hun onderbuikgevoel te
vertrouwen. Juist dat niet pluis gevoel bleek de belangrijkste
reden om contact op te nemen met een huisarts. Het blijft
dus een belangrijk aandachtspunt bij de triage van patiënten.
En ook goed nieuws, want de geïnterviewde patiënten
hadden over het algemeen het gevoel dat hun niet pluis
gevoel serieus werd genomen op de HAP.
Maastrichtse Bruikbare Wetenschap
in het NTvG:
• Is multimorbiditeit meer dan het optellen van
aandoeningen?
www.ntvg.nl/artikelen/zorg-voor-multimorbiditeitmeer-dan-het-tellen-van-ziektes
•
Welke digitale overlegplatformen zijn er tussen
huisarts en specialist. En is er bewijs dat het werkt?
www.ntvg.nl/artikelen/digitaal-overleg-tussenhuisarts-en-specialist
Referenties
•
A Natural Language Processing Model for COVID19
Detection Based on Dutch General Practice
Electronic Health Records by Using Bidirectional
Encoder Representations From Transformers:
Development and Validation Study
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37792444/
• Communication of benefits and harms in shared
decision making with patients with limited
health literacy: A systematic review of risk
communication strategies
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37619376/
• How patients in general practice voice and value
their gut feelings about health: a qualitative
interview study
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/
PMC10471142/
• The Effects of Online Access to General
Practice Medical Records Perceived by Patients:
Longitudinal Survey Study
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/
PMC10276325/
13
P
op één lijn 74
B
N
C
R
N
E
R
U
E
T
S
I
S
K
K
B
A
D
M
N
E
A
W
T
E
E
S
S
R
C
H
A
A
T
T
G
H
E
A
U
I
ew(vh@כew(vh@ך{בCט   {u׉׉	 7cassandra://D66T3445llegfA5t5DuofmL8O6TNMqPqHeQ7LntEAes y\` ׉	 7cassandra://cxLz0mhk4nEg2k4JK8Yr9ApwBjXcQERDmkAbMgI5aE4Ԉ`׉	 7cassandra://OzjSjGvi44nUNnfYi8NwLGdw-wGkV6cKVifl5mf6GAw>`j ew(xh@Փנew(xh@  ہ9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈנew(xh@߁ 
9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנew(xh@ށ t9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Promotie
De integratie van
gezondheidsbevordering
op basisscholen
DOOR MARLA HAHNRATHS, PROMOVENDUS
Stelling: Inzicht krijgen in factoren die implementatie
faciliteren of hinderen kan helpen verklaren waarom een
interventie in een specifieke setting al dan niet werkt en is
daarom essentieel om gezondheid op een duurzame manier te
kunnen integreren in meer scholen.
Op vrijdag 1 december verdedigde ik mijn proefschrift
getiteld ‘The integration of health promotion in primary
school settings: Challenges and opportunities’. Samen met
mijn promotoren Onno van Schayck, Maartje Willeboordse
en Bjorn Winkens heb ik de implementatie en impact van
gezondheidsbevorderende activiteiten binnen diverse
basisschoolsettingen onderzocht. In dit artikel licht ik een
van onze onderzoeken (het implementatieonderzoek) en de
belangrijkste bevindingen ervan kort toe.
Uit eerder onderzoek weten we dat gezondheidsbevorderende
interventies toegepast in …. Mis ik hier iets? een positieve
impact kunnen hebben op de gezondheid en de leefstijl van
kinderen. Dit brengt zowel kansen als uitdagingen met zich
mee. Hoe kunnen we zorgen dat effectieve interventies
geïmplementeerd en geïntegreerd worden in meer
basisscholen?
Complexe werkelijkheid
Veel onderzoek naar gezondheidsbevordering in de
basisschoolsetting wordt uitgevoerd in relatief ‘gecontroleerde’
omgevingen. Hierdoor geeft het onderzoek soms een
vertekend beeld van de vaak complexe werkelijkheid.
Om onderzoeksresultaten toepasbaar te maken voor de
samenleving, is het belangrijk om te onderzoeken hoe
interventies in ‘de echte wereld’ geïmplementeerd worden en
wat voor effecten ze hebben.
Implementatieonderzoek
Om dit te onderzoeken volgden we in vier jaar elf basisscholen
die de ambitie hadden om gezondheidsbevorderende
activiteiten te implementeren. We volgden deze scholen in
hun natuurlijke omgeving om zo weinig mogelijk invloed te
hebben op het implementatieproces. We hebben vragenlijsten
en interviews afgenomen met verschillende betrokkenen
(leerkrachten, schooldirecteuren en managers) en hebben
relevante overleggen geobserveerd. Op deze manier
probeerden we een beeld te krijgen van de verschillende
gezondheidsbevorderende activiteiten die op de scholen
geïmplementeerd werden en de factoren die van invloed waren
op het implementatieproces in een natuurlijke omgeving.
14
Resultaten
Het project resulteerde in de implementatie van kleine,
incidentele activiteiten, zoals het dagelijks aanbieden van
groente- of fruit. Belangrijke redenen voor deze beperkte
implementatie waren gebrek aan commitment en bottom-up
betrokkenheid. Schooldirecteuren en leerkrachten werden niet
vanaf het begin bij het project betrokken, met als resultaat:
minder waardering voor en betrokkenheid bij het project. Op
schoolniveau was het project vooral de verantwoordelijkheid
van de directeur, waardoor het project in beperkte mate
leefde binnen de school. Daarnaast was het door de COVID19
pandemie, de daaraan gerelateerde beperkingen, zoals
verplichte schoolsluitingen en afstand houden en de snel
veranderende situatie voor scholen moeilijk om lange
termijnvisies en –plannen te maken.
Overige barrières voor implementatie waren:
• geen ervaren noodzaak tot verandering
• een hoge werkdruk
• een groot personeelsverloop.
Factoren die implementatie positief beïnvloedden waren:
• de aanwezigheid van een procescoördinator en
• het delen van ervaringen tussen scholen.
Aanbevelingen
Om integratie van gezondheidsbevordering in scholen te
stimuleren, is het nodig om een goed en gedetailleerd beeld
van de schoolomgeving te krijgen om zo het onderwerp
gezondheidsbevordering beter af te kunnen stemmen op de
specifieke wensen, behoeften en ambities.
Scholen dienen begeleid te worden bij het stimuleren van
commitment en bottom-up betrokkenheid en het creëren van
een gezondheidsvisie. Ook dient gestreefd te worden naar
het verminderen van barrières die scholen ervaren bij het
implementeren van gezondheidsbevorderende initiatieven,
zoals beperkte ruimte in het curriculum, hoge werkdruk,
beperkte financiële middelen, etc. Bovendien is het aan te
bevelen om schoolbrede projectgroepen te vormen om
scholen zo minder afhankelijk te maken van langdurige
externe begeleiding èn duurzaamheid te bevorderen.
Nieuwsgierig?
De verdediging van mijn proefschrift is terug te kijken via
https://youtube.com/@UMphddefense. Wie graag een digitale
versie van het proefschrift wenst, kan mailen naar
mth.hahnraths@maastrichtuniversity.nl.
׉	 7cassandra://OzjSjGvi44nUNnfYi8NwLGdw-wGkV6cKVifl5mf6GAw>`j ew(vh@ל׉Eop één lijn 74
op één lijn 73
2de uitgave 2023
Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten
Denk mee met de Witte Raven.
Wat is het goede antwoord?
DOOR PAUL HÖPPENER, HUISARTS NIET-PRAKTISEREND
De nu 67 jaar oude mevrouw P.R. heeft al 14 jaar last van
‘maag-/slokdarmklachten’. Bijna elke nacht wordt ze na
5 uur slapen wakker van een ‘brandende pijn’ achter het
borstbeen, die wisselt in intensiteit, maar soms heel heftig is.
Na maximaal 30 minuten verdwijnt deze pijn. Overdag heeft
ze geen klachten.
Bij herhaald uitgebreid onderzoek door de MDL-arts werd
geen verklaring voor haar klachten gevonden. Ze is gestopt
met alcohol en heeft meerdere dieetadviezen gevolgd zonder
effect. Patiënte blijft terugkomen op het spreekuur van haar
huisarts omdat er ’iets niet klopt’.
De huisarts geeft aan dat dit voor hem en patiënte een
onuitstaanbare onverklaarde klacht (OOK) is, vanwege het
atypische karakter van de nachtelijke klachten, die doen
denken aan reflux-klachten of oesophagus spasmen.
Beloop van de klachten
De huidige klachten zijn 14 jaar geleden begonnen. Het is
niet duidelijk of er toen al sprake was van alleen nachtelijke
pijnaanvallen. Twaalf jaar geleden werd ze wegens deze
klachten ook uitgebreid onderzocht door een cardioloog, die
als conclusie vermeldt: ‘aspecifieke thoracale klachten’.
De hierna nog enkele malen geconsulteerde cardioloog
en MDL-arts vonden destijds geen verklaring voor haar
nachtelijke pijnaanvallen. Laboratoriumonderzoek leverde
geen aanknopingspunten op.
Recent werd patiënte nogmaals uitgebreid onderzocht door
een MDL-arts, die weer geen verklaring voor de klachten kon
geven:
• Gastroscopie: geen afwijkingen
• PH metrie met impedantiemeting: geen pathologisch
zure reflux.
• Helicobacter negatief, zuurmeting normale uitslag
• Gericht laboratoriumonderzoek: geen aanknopingspunten
• Proefbehandeling met Protonpompremmers (PPI) had
geen effect.
• Proefbehandeling met Amytriptyline: geen effect, dus
oesophagusspasme onwaarschijnlijk
De Witte Raven Groep is een werkgroep
van huisartsen, opgericht in 2016, die
zich richt op het zoeken naar de oorzaak
van Onuitstaanbaar Onverklaarde
Klachten (OOK), in de veronderstelling
dat het kan gaan om een zeldzame
ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek
loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een
eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van
vier zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek
richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van
huisartsen en het delen van hun kennis.
Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of
aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze
website: www.witteraven.org.
De huisarts heeft deze casus recent ingebracht bij de Witte
Raven. Na een uitgebreide zoektocht en onderling overleg
kwamen wij tot een voorlopige differentiaaldiagnose en een
daarbij passend advies voor verder onderzoek.
Maar we zijn er nog niet helemaal uit.
Wij vragen om uw hulp:
Dokter, graag een diagnose en behandelplan.
Mail naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Stroomdiagram zoekmethode
www.witteraven.org
De oplossing van de vorige keer was: Thymoom
Meer weten? Zoek dan op Pubmed naar artikel
“Autoimmune disorders and paraneoplastic syndromes
in thymoma".
We kregen een email met de juiste diagnose van:
Wim Heres
15
ew(vh@םew(vh@ל{בCט   {u׉׉	 7cassandra://yT5POV2ncCMKQdZKp0FoqOO94c6FAY9HiQ1DLZlcChU T`׉	 7cassandra://jGATlXW0MX5LH4z4Jc8wLubtzcEX6NhUrxgR-Yr-h_g͵O`׉	 7cassandra://ovwvXzct8FNJZT9p8dRiezKG41jtknnw_bW8RGAwh9Q<w`j ew(xh@׉E3de uitgave 2023
1 e uitgave 2014
WESP-student: Hanneke Koekebakker
Improving primary
care in Ethiopia
BEGELEIDERS: MARK SPIGT, TEGENE LEGESE DADI
Vraagstelling
Integratie van zelfmanagement bij chronische behandeling
van hiv in lage- en middeninkomenslanden is essentieel
om de groeiende caseload aan te kunnen. Momenteel is er
geen meetinstrument beschikbaar voor zelfmanagement
binnen deze context. Het doel van deze studie was de
psychometrische ontwikkeling van een zelfmanagement
vragenlijst voor hiv-patiënten in Ethiopië.
Studiedesign
In deze validatiestudie werd een vragenlijst ontwikkeld op
basis van de Individual and Family Self-Management Theory
(IFSMT). Content validiteit werd bepaald via beoordeling van
items door hiv-experts in Ethiopië (n=52).
Primair resultaat en conclusie
Content validiteit van de gehele vragenlijst was uitstekend
voor zowel de relevantie (S-CVI/Ave 0.90, Kappa 0.90), als
de helderheid (S-CVI/Ave 0.81, Kappa 0.81) van de items.
De content validiteit van de individuele items (I-CVIrelevantie
0.76-1.00, I-CVIhelderheid 0.56-0.98) wordt momenteel
gebruikt om een compacte eindversie van de vragenlijst te
ontwikkelen.
WESP-student: Floor Koonings
Peer-support GGZ
BEGELEIDERS: MARK SPIGT EN SOPHIE LEIJDESDORFF
Vraagstelling
Ik heb onderzoek gedaan naar de ervaringen met en
percepties van peer support, van eerstelijnszorgverleners en
jongeren met mentale problemen. Hierbij is specifiek gekeken
naar de behoeftes van jongeren en in hoeverre peer support,
oftewel steun van personen met gerelateerde ervaringen,
hierop aansluit.
Studiedesign
In deze kwalitatieve exploratieve studie zijn
semigestructureerde interviews gehouden met 14 jongeren,
3 huisartsen en 4 praktijkondersteuners GGZ. Hierna is een
thematische analyse uitgevoerd, waarbij de behoeftes van
jongeren naar voren kwamen.
Primair resultaat en conclusie
Als de behoeftes van jongeren nog niet vervuld zijn door een
bestaande behandeling of hun sociale netwerk, dan kan peer
support hierop inspelen. Het is dus één van de manieren om
aan deze behoeftes te voldoen. Tevens heeft peer support de
potentie om bepaalde ondersteuning, van zorg of een belast
sociaal netwerk, over te nemen.
16
op één lijn 74
׉	 7cassandra://ovwvXzct8FNJZT9p8dRiezKG41jtknnw_bW8RGAwh9Q<w`j ew(vh@מ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
WESP-student: Sergio van Boxtel
Zelfsturend
leren tijdens de
huisartsopleiding
BEGELEIDER: ANGELIQUE TIMMERMAN
Vraagstelling
Het doel van dit driejarige project is om een curriculum
te ontwikkelen voor docenten, dat ondersteunt in het
coachen van de HAIO om zelfsturend te kunnen leren
op de klinische werkplek. Literatuurbevindingen over
effectieve trainingsinterventies worden geïntegreerd in deze
ontwikkeling.
Studiedesign
Het betreft een zes-maanden durende trainingspilot binnen
een Educational Design Research Study, waaraan zes
huisartsopleidingen deelnemen. Om het project te evalueren
zijn deelnemers geïnterviewd. Daarnaast is een review
uitgevoerd naar effectieve coaching interventies binnen
medische vervolgopleidingen.
Primair resultaat en conclusie
Coaching interventies moeten het leren faciliteren vanuit de
leerbehoefte van de HAIO. Effectieve feedback, autonomie
ondersteuning en constructieve relaties zijn cruciaal. Bij de
evaluatie van trainingsinterventies blijkt dat deze praktisch
moeten zijn en dat er ruimte nodig is om te oefenen. Ter
ondersteuning van het coachen van zelfsturend leren is er
behoefte aan praktische tools.
De Pélerìn Pitch Prijs
Namens het onderzoeksteam, bestaande uit Anne
Smits, Michel van Zandvoort, Helen Mertens, Walther
N.K.A. van Mook en Loes van Bokhoven, heeft Matthijs
Bosveld de Pélerìn Pitch Prijs gewonnen op het Pélerin
Arts Assistenten Symposium. De prijs is toegekend voor
hun kwalitatieve onderzoek naar de ervaringen van
patiënten, mantelzorgers en professionals in de eerste- en
tweede lijn met betrekking tot de Academie voor Patiënt
en Mantelzorg. Matthijs is externe promovendus bij
Huisartsgeneeskunde.
17
ew(vh@ןew(vh@מ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://5--o3fSWfVUaNtTnEsaySoA_SPoeJnyL35qJfkR28QE Z`׉	 7cassandra://keIkC2iyWzqmYbLlNIqydgYGcW1ff95HT_qoVm4g94kp`׉	 7cassandra://47ZuDPcpgdf-haDYZmr-OWIktOqv-eksdxz3045pcY4C`j ew(xh@נew(xh@܁ *09׉H 7https://landelijkexpertisecentrumsterven.nl/euthanasie/Gׁׁrנew(xh@݁ 2ρ59׉H 7https://landelijkexpertisecentrumsterven.nl/euthanasie/Gׁׁrנew(xh@ :A9ׁHhttps://www.knmg.nl/ikׁׁЈ׉E3de uitgave 2023
1 e uitgave 2014
Orgaandonatie na euthanasie
De rol van de
Huisarts
DOOR DAAN VERBRUGGEN, MASTERSTUDENT GENEESKUNDE (WESP)
Orgaandonatie na euthanasie (ODE) is een procedure die
zich bevindt op het snijvlak tussen geneeskunde, recht
en ethiek. Deze procedure is voor het eerst beschreven in
2012 en inmiddels 116 keer uitgevoerd in Nederland.
Euthanasie, sinds 2002 gelegaliseerd in Nederland, biedt
patiënten met ondraaglijk en uitzichtloos lijden, de
mogelijkheid om zelf te beslissen over het moment van
overlijden. Steeds meer patiënten kiezen voor euthanasie.
Hiervoor bestaan strenge zorgvuldigheidseisen. In 2022
werd euthanasie 8720 keer uitgevoerd, waarvan in 80% van
de gevallen door de huisarts (referenties 1-3). De overige
meldingen kwamen van specialisten ouderengeneeskunde
(316), medisch specialisten (264) en artsen in opleiding (125).
Orgaandonatie na euthanasie (ODE) is een gevoelig
onderwerp. Ondanks de frequentie waarmee de procedure
wordt uitgevoerd, is er nog weinig over te vinden in de
literatuur. 10% van de mensen met een euthanasiewens
is (medisch gezien) geschikt om een of meer organen te
doneren. In theorie waren in 2022 dus 872 personen geschikt
als orgaandonor na euthanasie. In datzelfde jaar stonden
1240 patiënten op de wachtlijst voor orgaantransplantatie (4).
In de ODE-procedure is een belangrijke rol voor de huisarts
weggelegd. De huisarts dient, onder andere, de euthanatica
toe op de afdeling in het ziekenhuis. Daarnaast krijgt de
huisarts met ethische en juridische dillema’s te maken.
Denk hierbij aan de vraag: wat is een geschikt moment om
het onderwerp aan te kaarten of moet de patiënt met een
euthanasieverklaring er zelf over beginnen?
Tegenwoordig is de ODE-procedure opgenomen in de richtlijn
van de Nederlandse Transplantatie stichting (NTS). Wel zijn
opnieuw verbeteringen mogelijk op basis van input van
betrokkenen. Vooral de mening en inzichten van huisartsen,
die op meerdere punten in de ODE-procedure een cruciale rol
spelen, achten wij van belang (5).
Vandaar dat wij u, als u ervaring heeft met het verlenen van
euthanasie, willen vragen om een vragenlijst over ODE in
te invullen. Dit gebeurt aan de hand van voor u relevante
stellingen die verschillende aspecten van het onderwerp
belichten. Namens ons onderzoeksteam danken wij u
hartelijk voor de genomen moeite.
Referenties:
1. Euthanasie RT. Artsenfederatie KNMG - Voorop voor
dokter en zorg. Den Haag; 2023 4 april 2023.
2. Sterven LE. Euthanasie [Available from: https://
landelijkexpertisecentrumsterven.nl/euthanasie/.
3. Korevaar MHGDSVJ. Ontwikkelingen in het aantal
euthanasiegevallen en achterliggende factoren. Utrecht:
Nivel; 2019 2019.
4. Bollen J, van Smaalen T, Ten Hoopen R, van Heurn
E, Ysebaert D, van Mook W. Potential Number of
Organ Donors After Euthanasia in Belgium. JAMA.
2017;317(14):1476-7.
5. (NTS) NTS. Richtlijn Orgaandonatie na euthanasie.
Leiden; 2023.
QR-code vragenlijst:
18
op één lijn 74
׉	 7cassandra://47ZuDPcpgdf-haDYZmr-OWIktOqv-eksdxz3045pcY4C`j ew(vh@ע׉EHoe bouw je een nieuw curriculum?
Leve de LEGO©!
DOOR NANCY LENAERTS, SO EN PLAATSVERVANGEND HOOFD
OUDERENGENEESKUNDE
De opleiding Ouderengeneeskunde in Maastricht bestaat
ruim drie jaar. De opleidingsduur is eveneens drie jaar, wat
betekent dat we nu een heel curriculum hebben staan. Dit
is met veel inzet, passie, plezier, soms wat zweten en vallen
en opstaan van het hele team Ouderengeneeskunde tot
stand gekomen. En daar zijn we best trots op!
Nu zul je denken dat het nu even uitblazen en
achteroverleunen is, maar niets is minder waar. Er is
namelijk een geheel nieuw Landelijk Opleidingsplan (LOP)
tot stand gekomen. Dit nieuwe LOP is al aangeboden aan
het College Geneeskundige Specialismen (CGS). De CGS
heeft het ontwerpbesluit al genomen1, wat betekent, dat
als alles goed gaat (en daar gaan we wel vanuit), dat het
nieuwe LOP per 1 september 2024 in gaat. Dat is, voor de
snelle rekenaars onder ons, al over krap 11 maanden… Weer
een nieuwe uitdaging voor ons team! De grote verandering
zit in de opbouw in stageperiodes, zie afbeelding.
In plaats van drie afzonderlijke leerjaren, met bijpassende
modules en vaste docenten per leerjaar, gaan we nu naar
een structuur waarbij aios een veel flexibeler spoor kunnen
volgen, en de opleiding wordt verdeeld over twee periodes
van 18 maanden. Na enkele brainstormsessies met het team,
komt het voorstel om letterlijk het huidige curriculum af te
1 https://www.knmg.nl/ik-ben-geneeskundestudent-1/specialismeouderengeneeskunde-3
breken
en naast het nieuwe te leggen. Maar hoe dan? Met
LEGO© dus, een free style opdracht voor de LEGO© Master!
We begonnen met een ochtendsessie gezamenlijk bouwen
op de opleiding, waarbij we gezamenlijk konden visualiseren
waar de problemen zitten. We besloten om hier nog even
verder aan te puzzelen en alle scenario’s te doorlopen alsook
het oude curriculum naast het nieuwe te leggen. De eer
van die opdracht werd mij toebedeeld. Stiekem vind ik dat
erg leuk. Met lego van de kinderen spelen is mijn geheime
hobby, ik noem het opruimen, sets bij elkaar zoeken om te
verkopen via Marktplaats, maar eigenlijk is het Mindfulness.
Dus, op een stormachtige vrije middag, ging ik bouwen!
Na een aantal prototypes te hebben gemaakt, heb ik zicht
op de grote lijnen en bouwstenen en kan ik het vertalen
naar papier. Het huidige curriculum stond in mooie
gekleurde blokken met de docenten erbij in frisse gekleurde
rondjes, daarnaast het nieuwe curriculum met steentjes in
andere volgorde en wat nieuwe elementen; lange leerlijn
communicatie, palliatieve zorg en medisch leiderschap. De
knelpunten worden goed inzichtelijk, maar vooral de kansen,
invlechten van oude in het nieuwe curriculum, lijkt makkelijker
dan gedacht. Mentorgroepen blijven langer bij elkaar met een
vaste docent die goed de leercurve van de aios kan volgen.
Hiermee kan ik terug naar het teamoverleg en kunnen we
weer een stap verder maken naar de praktijk.
Made in
Maastricht
Datum: 29 september 2023. V.l.n.r.: Yvonne Soethoudt, Esther Jacobs, Katerina Skarlatou en Joey Jansen
19
op één lijn 74
ew(vh@ףew(vh@ע{בCט   {u׉׉	 7cassandra://W9fb8EDcyLOCwvBz02eb6kTt5oEvpSaUCgUgKB5BWIA KC`׉	 7cassandra://zjI93LPDXCzeO0P6zZR7uB6MyoufMd2xVSNaz8d-RhQ>`׉	 7cassandra://MVCW-SxGN3rJjlkwy8Rxmpylaap2DgoJ7QjdQ9ONcMwB`j ew(xh@נew(yh@ P9ׁH 'http://www.huygensacademy.nl/maastrichtׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Opleiding (tot specialist) Ouderengeneeskunde
Een volwassen
opleiding
DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER
Start nieuwe jaar
We zijn in september met 14 eerstejaars aios gestart. De
variatie qua achtergrond en ervaring pakt heel goed uit. Soms
is een aios zelfs docent. In de tweede week van het academisch
jaar was weer een gezamenlijke kennismakingsdag
met alle aios en opleiders in een tropisch Van der Valk
Maastricht. Na een gezamenlijke lunch was er ook een soort
paneldiscussie met gasten uit het veld en de directeur van de
wetenschappelijke beroepsvereniging Verenso.
Tot slot: derdejaars aios Charlotte Coopmans schrijft weer een
leuke column over haar missie, voor als ze straks klaar is met
de opleiding.
Nieuwe opleidingsplan
Naast het huidige curriculum, gaat veel tijd en aandacht zitten
in de voorbereiding van de implementatie van het nieuwe
landelijke opleidingsplan (LOP). Dit vergt niet alleen veel extra
overleg met alle docenten lokaal, maar ook deelname aan
alle werkgroepen. Het hele team is er op enigerlei wijze bij
betrokken. Plaatsvervangend hoofd Nancy Lenaerts heeft zich
opgeworpen als LEGO Master om zo de visualisatie van het
nieuwe curriculum te bouwen. Zij schrijft hierover ook een
artikel in dit katern.
Ontspanning
Na de drukke start waren er eind september ook
ontspanningsactiviteiten. Een ervan was de congresreis naar
Finland voor opleiders. Edith Meijers van De Zorggroep doet
hiervan verslag. Het andere was de tweede diplomauitreiking
van Specialisten Ouderengeneeskunde. Dit keer waren dat
Katerina Skarlatou en Joey Jansen van de allereerste lichting,
als ook Yvonne Soethoudt en Esther Jacobs, twee voormalig
internisten. Laatstgenoemden deden twee jaar over hun
opleiding tot SO. De uitreiking was opnieuw in het sfeervolle
koetshuis van kasteel Rijckholt. In maart 2024 is de derde
diplomauitreiking.
Kwaliteitsbeleid
Ouderengeneeskunde heeft een vergelijkbaar landelijk
kwaliteitssysteem, METIS geheten, als de Huisartsopleiding.
In 2023 diende er op 3 van de 5 domeinen door de opleiding
een zelfreflectie aangeleverd te worden. Daarnaast proberen
wij als jonge opleiding steeds meer processen te beschrijven
en vast te leggen.
Binnen het geheel van de Vakgroep heeft de opleiding vier
speerpunten voor 2024 benoemd:
1. Interprofessioneel opleiden
2. METIS
3. Docentprofessionalisering
4. Nieuwe LOP
Samen
In het kader van het eerste speerpunt hebben we deze keer een
dubbelinterview met de hoofden van beide vervolgopleidingen.
Zij laten hun gedachten gaan over de samenwerking nu en de
mogelijkheden in de toekomst.
Kerstreces
In de kerstperiode is er twee weken geen onderwijs. Begin
2024 komt ook de nieuwe wervingsronde voor de start in
september 2024 in beeld. Vanaf half februari 2024 kan er
weer gesolliciteerd worden voor een opleidingsplek. Om de
werving te ondersteunen, doen we weer mee aan tal van
promotieactiviteiten. Een leuk nieuw evenement dit keer
is een filmavond ‘Human Forever’ in Maastricht die gratis
toegankelijk is voor studenten geneeskunde, basisartsen en
aios Ouderengeneeskunde.
20
׉	 7cassandra://MVCW-SxGN3rJjlkwy8Rxmpylaap2DgoJ7QjdQ9ONcMwB`j ew(vh@פ׉E3de uitgave 2023
Missie
SO dichtbij
DOOR CHARLOTTE COOPMANS, DERDEJAARS AIOS OUDERENGENEESKUNDE
Op de vrijdagen ben ik nu vaak niet in Maastricht maar
in Utrecht te vinden. Met een clubje aios rijden of treinen
we, mits het reisadvies niet komt te vervallen, naar de
leiderschapscursus. We verdiepen ons in de Missie & Visie
van de zorginstellingen waarvoor we momenteel werken.
We duiken in begrotingen, beleidsplannen, jaarplannen en
kwaliteitskaders. We leren over termen die voor managers
dagelijkse kost zijn, zoals stakeholdersanalyses en kritische
succesfactoren. We komen in aanraking met ‘rattenstreken’
en ‘papieren tijgers’ en leren onderhandelen. Hè?! Hoort dit
er ook allemaal bij als ik klaar ben? Poeh, er gaan allerlei
wieltjes ratelen in mijn bovenkamer. Wel leuk hoor! Want
nu het einde van de opleiding nadert, poppen er heel wat
vragen bij mij op: Wat is eigenlijk mijn missie? Wie wil ik zijn
als SO? Waarvoor sta ik? Wat doe ik? En misschien nog wel de
belangrijkste: waarom?
In de zomermaanden heb ik in de eerstelijn mogen werken
voor een keuzestage. Wat een dankbaar werk is dat! Mijn
ogen glinsteren terwijl ik dit schrijf. Ligt daar dan mijn
missie? Ik krijg er enorm veel energie van om te mogen
meedenken over hoe het leven van kwetsbare ouderen in
hun thuissituatie zo fijn mogelijk te maken. Ieder mens
heeft zijn eigen verhaal en om daarin te duiken, in te
zetten op wat voor iemand belangrijk is, op wat wèl kan en
welke hulp eventueel nodig is bij wat er moeizaam gaat,
GE-WEL-DIG. Het contact zoeken met huisartsen, samen
te sparren over wat er op hun bordje komt en hoe wij daar
als SO in kunnen ondersteunen, samen de zorg dragen
voor deze steeds groter en complexer wordende groep met
alle hulp die er te halen valt in de wijk. En dat niet alleen
door consulten of MDO’s, maar ook door op te volgen en
te triageren aan huis in welke zorg het beste passend is als
het echt even niet meer gaat. Er ligt zoveel werk en er zijn
gelukkig ook steeds meer SO’s en organisaties die dat zien.
Ik las deze week dat de overheid hierover een reisadvies voor
‘Oud en zelfstandig in 2030’ heeft geformuleerd. Een mooie
missie, maar nog weinig concreet.
Terug naar de leiderschapscursus… Een idee voor de
eindopdracht is geboren; een eerstelijnspraktijk opzetten in
de wijk. Met een groepje enthousiaste mede-aios uit het land
gaan we aan de slag met een ondernemingsplan, we gaan ons
eigen reisadvies maken. Een concreet plan waarbij eenvoud
en samenwerking voorop komen te staan, zonder ‘tijgers’ of
‘krokodillen’ of hoe je ze ook wilt noemen. Ja, mijn missie
voor het komende jaar heb ik gevonden; de eerste lijn in. Ik ga
glitters en bitters tegenkomen, zoals een van mijn opleiders
het zo mooi zegt, op mijn reis ernaartoe. Maar deze SO in
wording is in ieder geval onderweg om dichtbij te komen en
laat dit reisadvies niet vervallen.
Meerdaagse Nascholing Ouderengeneeskunde 2.0
Van 3 tot en met 5 april 2024
Thema’s: algemene ontwikkelingen, de (kwetsbare) oudere
patiënt in een acute situatie, neurologie en psychiatrie,
palliatieve zorg en nadenken over het levenseinde,
cardiologie, diabetes, passende farmacotherapie bij ouderen
en oogheelkunde. Voor aios geldt een gereduceerd tarief.
Informatie en aanmelden:
www.huygensacademy.nl/maastricht-3-daags-congres
21
op één lijn 74
ew(vh@ץew(vh@פ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-6l87TMTu5KORY1Ind8sBH9d0483wh0LvM_sLOCwedQ Ҹ`׉	 7cassandra://mHKxuTGFAcbWBEVh_5J1vxddv-A_inCBlbFyidcWg34`׉	 7cassandra://T2JD7AFQX--Scnj2VsCzqE5RFWJOfWAlMAlowp3-9vcF`j ew(yh@נew(yh@ ̉N9ׁH 7https://onlinetouch.nl/huisartsgeneeskundemaastricht/opׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Dubbelinterview hoofden Huisartsopleiding en Ouderengeneeskunde
‘‘We doen al veel meer dan
nu zichtbaar is’’
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
In oktober 19741 startte de allereerste groep huisartsen in
opleiding in Maastricht. Ruim 40 jaar later, in september
2020, startte de allereerste groep aios van de opleiding
Ouderengeneeskunde Maastricht. De lang gekoesterde
wens van hoogleraar en Specialist Ouderengeneeskunde
Jos Schols2 om een eigen opleiding in Maastricht te
hebben, ging hiermee in vervulling.
Hoofden
In 2020 begonnen twee nieuwe hoofden in Maastricht:
Matthijs Limpens als hoofd van de huisartsopleiding
en Mariëlle van der Velden-Daamen als hoofd van
de opleiding Ouderengeneeskunde. We zouden bijna
vergeten dat die start midden in de coronatijd ontstond,
niet ideaal om een goede band met je staf en aios op te
bouwen. Van meet af aan, al in de oprichtingsfase van de
Ouderengeneeskunde in 2019, hadden zij goed onderling
contact en dat is, tot op de dag van vandaag, zo gebleven.
Ze zien elkaar geregeld op de terugkomdag van de
ouderengeneeskunde (vrijdag) en op dinsdag, als ook de
jaar 3 aios huisartsgeneeskunde hun onderwijsdag hebben.
Interprofessioneel samenwerken is niet nieuw, maar
interprofessioneel opleiden, dat is andere koek. Vandaar
dat de hoofden de redactie van ‘Op één lijn’ vroegen om
een interview. De inzet is om een brede dialoog tussen
de vervolgopleidingen te starten om ‘interprofessioneel
opleiden’ meer te belichten. Als een soort feuilleton.
We starten deze editie met de hoofden. Daarna komen
respectievelijk docenten, opleiders en aios aan het woord.
Wat gebeurt er al?
De titel van het artikel viel al snel. Graag willen we
daarom meer zichtbaar maken wat er al gebeurt of
gebeurd is. In de oprichting- en startfase van de opleiding
Ouderengeneeskunde is goed gebruik gemaakt van
de aanwezige expertise en tijd van ondersteunende
medewerkers van de huisartsopleiding; ook maken
we deels gebruik van dezelfde supervisoren. Beide
opleidingen hebben dezelfde coördinator bedrijfsvoering.
Er is een gezamenlijk studielandschap (de ‘bieb’) in het
gebouw DEB1 en we delen kantines. Accreditatie van
opleidingsactiviteiten gebeurt identiek en afdelingsbreed.
1 https://onlinetouch.nl/huisartsgeneeskundemaastricht/op-een-lijn50?html=true#/30/
2
Jos Schols promoveerde in 2000 op de samenwerking tussen de
verpleeghuisarts en de huisarts
22
We maken gebruik van dezelfde softwaresystemen,
deels lokaal, deels landelijk. We gebruiken dezelfde
onderwijsruimtes, zij het veelal op andere dagen.
De andere onderwijsdag, die voor jaar 3 van de
Ouderengeneeskunde, is destijds bewust op een dinsdag
of woensdag gepland gezien de thema’s (Competentie
Plus en Eerste Lijn), met het idee om meer samen met de
Huisartsopleiding te doen. Helaas leidt deze keuze tot een
logistiek knelpunt: er is te weinig fysieke ruimte op DEB1
en in de roosters van de vervolgopleidingen. GW-docenten
van de Huisartsopleiding worden soms geconsulteerd
over zaken als STARR-selectie of didactische vaardigheden.
Beide opleidingen maken gebruik van de Landelijke
Educatie Docenten (LED). Ervaren docenten van de
Huisartsopleiding zijn buddy of supervisor van docenten
van de Ouderengeneeskunde.
Naast mijn redactiewerk voor ‘Op één Lijn’ en andere
rollen, werk ik zelf ook twee dagen per week voor
de opleiding Ouderengeneeskunde, primair in de
rol van kwaliteitscoördinator. Landelijk zien we dat
de koepel van de Ouderengeneeskunde (SOON)
deels ‘meelift’ op voorzieningen van de veel grotere
koepelorganisatie Huisartsopleiding Nederland. De
landelijke kwaliteitssystemen van beide organisaties
zijn recent vernieuwd en hebben nu dezelfde domeinen.
Beide opleidingen krijgen in 2024 te maken met de
invoering van een nieuw Landelijk Opleidings Plan.
Verder hanteren we dezelfde selectiemethode voor de
sollicitaties. Soms verloopt de samenwerking via de lijn
van de Ouderengeneeskunde. Zo werd de onafhankelijke
vertrouwenspersoon van het MUMC+ bereid gevonden
om ook de vertrouwenspersoon van de opleiding
Ouderengeneeskunde te worden, om vervolgens ook de
vertrouwenspersoon van de Huisartsopleiding te worden.
Hoofdenoverleg
De hoofden overleggen eens per 6 weken informeel.
Daarin bespreken zij landelijke zaken vanuit de koepels,
zoals ICT- en organisatie, wordt relevante informatie
gedeeld, maar ook wordt besproken hoe om te gaan met
ingewikkelde casus. Beide opleidingen vallen formeel
onder de vakgroep Huisartsgeneeskunde; daar sluiten
beiden aan bij de formele overlegstructuur. Op de vraag
of de naam van de vakgroep de hele lading dekt, zijn
de hoofden duidelijk. ‘Het begint niet met de naam’,
het begint met uitstraling en positionering. Vanuit de
inhoud kijken zij verder. Wel is er nog behoefte om meer
׉	 7cassandra://T2JD7AFQX--Scnj2VsCzqE5RFWJOfWAlMAlowp3-9vcF`j ew(vh@צ׉Ete weten van elkaar, wie is inhoudelijk waar mee bezig?
Dat algemene overzicht is er nu niet, het gaat via via.
Belangrijke onderdelen uit nieuwsbrieven zouden we ook
nog breder kunnen uitwisselen.
Samen opleiden
De houtkoolschets van het specialistenlandschap 2035
van de KNMG, schetst een horizon voor over 10 jaar. Wat
willen we tot die tijd anders doen?
Interprofessioneel opleiden vraagt om ‘omdenken’ aldus
Mariëlle van der Velden. Dat kan een kleinere opleiding
zoals de Ouderengeneeskunde vaak sneller, gezien de
kleinere aantallen aios. Matthijs Limpens benoemt het feit
dat zij ook nog eens op twee locaties zitten, in Eindhoven
en Maastricht. Extra geld voor interprofessioneel opleiden
is er niet. Soms zijn er projecten, maar als het gaat
om brede implementatie, dan stopt het, zelfs als de
pilot succesvol was. Veranderingen gaan moeizaam en
regelgeving is stroperig. Intern zouden we nog veel voor
elkaar kunnen krijgen, denk aan logistiek en mensen, maar
als we kijken naar de RGS en naar Discipline Overstijgend
Opleiden (DOO) binnen het UMC, dan zitten daar ook
nog schotten in het Maastrichtse. Naast logistiek zijn
regelgeving en geld dus de grootste struikelblokken.
Wat kan er wel?
In het praktijkleren liggen de grootste kansen. Dáár
zouden we de aios al wat meer naar elkaar kunnen sturen,
dat ze elkaar weten te vinden. Zo zouden meer huisartsen
in opleiding eerder kunnen denken aan het raadplegen
van aios Ouderengeneeskunde. Nu zitten daar soms nog
blinde vlekken. In jaar 3 van de huisartsopleiding krijgen
aios een adoptiepatiënt3, dat is een verdiepingsopdracht
rondom de complexe patiënt. Zij zouden dan een
derdejaars aios van de Ouderengeneeskunde kunnen
consulteren. Nu raadplegen zij soms eerder een neuroloog
en dat is een gemiste kans, een blinde vlek. In jaar 3 van de
ouderengeneeskunde zijn er ook modules Eerste Lijn
en ambulant.
Wat heeft de Ouderengeneeskunde de huisarts
nog meer te bieden?
Mariëlle noemt wondzorg, problemen met cognitie en
gedrag en proactieve zorgplanning. Mariëlle beschrijft de
levensloop van een oudere bij wie het thuis niet langer
gaat. En dat dan plotsklaps de patiënt cliënt wordt van
3 Zie artikel Anneke van Dijk en Hanneke Hamers elders in dit blad
een zorginstelling. Daar krijgt de bewoner een vreemde
zorgverlener, de SO in plaats van de huisarts. De huisarts
komt niet meer. Dat is raar en onwenselijk, aldus Mariëlle.
Je kan al veel eerder de SO introduceren om met de
huisarts mee te kijken en te consulteren, opnames
voorkomen en leren van elkaar. Vooral bij huisbezoeken
heeft dit enorme meerwaarde. De huisarts heeft veel meer
weet van de achtergrond en context van de patiënt en het
zou jammer zijn als dit verdwijnt na een opname in een
verpleeghuis. Werken vanuit wijken, dat zou goed zijn. En
omgekeerd kan de SO ook andere zaken van een huisarts
leren. ‘Zoals doen wat nodig is en niet meer dan dat’. Dat
ziet Mariëlle als een positief leerpunt voor de SO. Soms
geldt: ‘Less is more’, moeten we allemaal wel doen wat er
kan, moeten we wel willen verwijzen?
Liggen er kansen in het nieuwe LOP?
Voor de Ouderengeneeskunde is het nieuwe LOP een grote
ommezwaai.4 Voor de Huisartsopleiding in Maastricht
betekent het weinig verandering; zij leiden al op conform
het nieuwe LOP. Wellicht liggen er kansen in de periode die
nu nog zomerreces heet bij de Ouderengeneeskunde, maar
die bij de Huisartsopleiding wordt gevoed door de wensen
van aios. Beide hoofden zijn het erover eens dat je na drie
jaar opleiding niet klaar bent. Je blijft je leven lang leren,
dat is veel meer dan je (eenmalig) kwalificeren. Matthijs
benoemt dat het gaat om ‘Verantwoord vertrouwen in
wederzijdse zichtbaarheid’.
Samen zouden we opnieuw kunnen kijken naar
docentprofessionalisering over en weer. Binnen de
Vakgroep, maar ook discipline overstijgend binnen het
MUMC+. Ook daar wordt nog meer aansluiting gezocht en
vanuit de organisaties UM en MUMC+ wordt de bestuurlijke
samenwerking ook opnieuw verkend. In Maastricht zijn de
Huisartsopleiding en de opleiding Ouderengeneeskunde
geen onderdeel van het UMC, dit in tegenstelling tot alle
andere UMC’s waar dat wel het geval is.
Vervolg?
De hoofden hebben hun licht laten schijnen op het thema
Interprofessioneel Opleiden. De intentie is er absoluut om
dit verder uit te dragen en betrokkenen mee te krijgen en
uit te dagen om mee te denken. De volgende keer nodigen
we docenten uit om het gesprek hierover met ons aan te
gaan. Wie wil/durft?
4 Zie elders het artikel van Nancy Lenaerts, plaatsvervangend hoofd
23
op één lijn 74
ew(vh@קew(vh@צ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://-qODSMvi3aY3YzlhdC_IQ9ICaUEcZ4zrxfrfx3Mnm6g `׉	 7cassandra://obVxg9a2xA1bXGri5GuWbNSo05A0yJUwNNMSByeBkpkw`׉	 7cassandra://tk0QAxIjYNgzqlRY719nSqJB9Lr4w37pLoKRvDo0F1YIO`j ew(}h@נew(}h@ :فu	9ׁHhttp://www.nextleveldokter.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Verslag congresreis Ouderengeneeskunde Helsinki
‘Healthy Ageing
in the Changing
World’
DOOR EDITH MEIJERS, SO-OPLEIDER DE ZORGGROEP ROERMOND
Van 19 tot 23 september jl. waren wij, samen met 50 collega’s
uit het land, veelal opleiders maar ook enkele medewerkers
van de opleidingen tot Specialist Ouderengeneeskunde, op
het jaarlijkse congres van de European Geriatric Medicine
Society in Helsinki.
Doordat reis en verblijf geregeld waren door de SBOH en
vrijwel iedereen met hetzelfde vliegtuig vanaf Schiphol naar
Helsinki vertrok, ontstond er al snel een groepsgevoel. Er
was volop gelegenheid om elkaar als Nederlandse opleiders
informeel te ontmoeten. Hierdoor leerden we de collega’s
uit de eigen regio beter kennen, maar ontmoetten we ook
opleiders uit andere delen van het land met wie we ervaringen
konden uitwisselen.
Op dinsdagavond, nadat we allemaal geïnstalleerd waren in
onze kamers in het Folkshotel, een oud opgeknapt industrieel
pand, was er tijdens het diner gelegenheid om nader kennis
te maken, waarbij gebruik gemaakt kon worden van speciale
kaartjes met vragen voor elkaar.
De volgende dag ging om 13.00 uur het congres van start
waardoor we in de ochtend tijd hadden voor een eerste
verkenning van de highlights van Helsinki. Ieder ging op eigen
gelegenheid, al dan niet in groepjes, de stad in. Het vervoer
per tram verliep vlot en zo bezochten we, met een prachtig
zonnetje erbij, zowel de Lutherse als de Russisch-Orthodoxe
Kerk, beiden gelegen in het centrum aan de baai en leerden
we zo wat over de geschiedenis van Helsinki en Finland.
‘s Middags gingen we naar het congrescentrum. Het thema
van het congres was ‘Healthy Ageing in the Changing World’.
Gedurende 3 dagen werden in acht verschillende zalen
tegelijkertijd sessies gehouden over zeer diverse onderwerpen.
Dit leidde soms tot keuzestress, maar als de lezing tegenviel,
dan was het geen probleem om te wisselen van zaal.
Over het algemeen viel mij het niveau van de lezingen
een beetje tegen. Wij kregen vaak het gevoel dat wat er
gepresenteerd werd voor ons oud nieuws was en dat we het in
Nederland lang niet slecht doen. Bijvoorbeeld over preventie
van cognitieve achteruitgang bij mensen met dementie,
waarbij het belang van interventies op verschillende
domeinen benadrukt werd. Of over deprescribing of de beste
aanpak voor ouderen met een heupfractuur in het ziekenhuis:
ook hier geen verrassende inzichten.
Inspirerend waren de lezingen onder de titel ‘Communitybased
management of older people, where do we stand?
Hiervan is vooral het verhaal van een Belgische collega die
pleitte voor een andere waardering van de oudere medemens
en de rol die zij kunnen hebben in de gemeenschap me bij
gebleven. We moeten af van de stigma’s ‘Oud is lastig, ziek,
nutteloos en of duur’. Onder andere het blijven betrekken van
ouderen bij de maatschappij, voorkomen van eenzaamheid
en activiteiten wijkgericht aanbieden, werken preventief
en kunnen opname in zorginstellingen uitstellen en/of
voorkomen.
De lezing van Hanna Willems, getiteld ‘Euthanasia and
assisted suicide in older persons: the Dutch experience’ vond
ik een indrukwekkend, genuanceerd en afgewogen verhaal.
Vooral interessant was de levendige discussie na afloop,
waarbij weer eens bleek dat Nederland hierin vooroploopt,
maar ook dat was wel al bekend.
Tot slot van deze samenvatting wil ik nog de leuke workshop
‘Silly Walks’ vermelden, waarbij drie collega’s uit GrootBrittannië,
Duitsland en Frankrijk samen een interactieve
en leerzame lezing hielden, met filmpjes en vragen over
afwijkende looppatronen.
Natuurlijk was er nog veel meer te zien (postersessies) en te
horen (bijvoorbeeld onze ‘eigen’ Jos Schols over decubitus),
maar dat voert te ver om hier allemaal te bespreken.
Naast alle lezingen en presentaties in wisselend verstaanbaar
Engels, vond ik ook de interactie met de Nederlandse collegaopleiders
tijdens de vrije momenten, avonden, etentjes etc.
heel inspirerend en gezellig.
Op de terugweg werden al plannen gemaakt voor een
‘eigen’ symposium voor en door collega’s die werken in de
ouderenzorg/long term care (dus buiten het ziekenhuis),
met focus op hoe de ouderenzorg door heel Europa is
georganiseerd en wat we van elkaar kunnen leren met het oog
op de toenemende aantallen ouderen die in de toekomst zorg
nodig hebben.
24
׉	 7cassandra://tk0QAxIjYNgzqlRY719nSqJB9Lr4w37pLoKRvDo0F1YIO`j ew(vh@ר׉EUit het hoofd
Hebben wij
dat lef?
DOOR INGRID VAN DER HEIJDEN, ADJUNCT-HOOFD
HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT
Terwijl ik dit stukje schrijf, zijn de resultaten van de
sollicitatieronde voor de start van de huisartsopleiding
in maart 2024 nog niet bekend. De verwachting is dat er
landelijk ongeveer evenveel aios kunnen gaan starten als
de vorige keer. We hebben het in Maastricht en Eindhoven
deze ronde gelukkig goed gedaan. Dat is natuurlijk mooi.
Tegelijkertijd zou het nog beter zijn als we meer groei
kunnen realiseren. We staan namelijk samen voor de
opgave om meer huisartsen op te leiden om te kunnen
voldoen aan de toekomstige zorgvraag.
De SBOH en opleidingsinstellingen buiten het ziekenhuis
zijn daarom een campagne gestart om meer artsen
enthousiast te maken voor een vervolgopleiding buiten het
ziekenhuis: ‘Heb jij het lef...?’1
1 www.nextleveldokter.nl
Het is nog onduidelijk waarom een groot aantal basisartsen
zich in de afgelopen jaren niet heeft aangemeld voor
een vervolgopleiding. Dit was aanleiding voor het
Capaciteitsorgaan om een onderzoek te doen naar hun
beweegredenen en naar factoren die de keuze voor een
vervolgopleiding binnen of buiten het ziekenhuis bepalen.
De resultaten van dit onderzoek worden in het voorjaar van
2024 verwacht.
Lianne Mulder onderzocht al welke factoren een rol spelen
bij de zogenaamde ‘leaky pipeline’.2 Hiermee wordt de uitval
van talentvolle studenten bedoeld gedurende het traject van
middelbare school naar de medische vervolgopleiding.
De huidige groep medisch specialisten in Nederland is geen
representatieve afspiegeling van onze samenleving.
Voor artsen uit cluster 1 - waaronder huisartsen in
Word
huisarts!
Solliciteer vóór
1 februari 2024!
We zoeken 48 AIOS
Start 1 september 2024
in Maastricht (24) én Eindhoven (24)
Scan de QR-code of bel voor informatie 06-41144460
opleiding - geldt dat er in vergelijking met andere medische
vervolgopleidingen meer vrouwelijke artsen zijn (60.1%
versus 46.8%) [p < 0.00001] en meer artsen zonder
migratieachtergrond (83.2% versus 79.0% in overige medische
vervolgopleidingen). Ook is er een overrepresentatie van
artsen met ouders uit een hogere sociaaleconomische klasse.
Mogelijk dat similarity bias een rol speelt bij de (zelf)selectie.
Jammer, want aangetoond is, dat een grotere mate van
diversiteit juist bijdraagt aan betere zorg.
Casper van Koppenhagen ging in zijn podcast over geluk,
diversiteit en inclusie in gesprek met onderzoeksjournalist
Joris Luyendijk, auteur van ‘De zeven vinkjes’.3
Zij spraken over wat je misloopt aan invalshoeken wanneer
je zo ontzettend lijkt op de mensen met wie je werkt. Ze
bespraken ook hoe je als bevoorrecht persoon kan bijdragen
om een inclusievere werkvloer te krijgen: neem een ‘lagere
vinker’ op sleeptouw en licht de sociale code toe.
Graag wil ik iedereen die bij de huisartsopleiding betrokken
is uitdagen: hebben wij dat lef?
2 Diversity in the pathway from medical student to specialist in the
Netherlands: a retrospective cohort study. Mulder, L., Wouters, A., Akwiwu,
E. U., Koster, A. S., Ravesloot, J. H., Peerdeman, S. M., Salih, M., Croiset, G. &
Kusurkar, R. A., 1 Dec 2023, In: The Lancet Regional Health - Europe. 35, 100749.
3 Casper van Koppenhagen. KopCast Over geluk, diversiteit en inclusive.
Deel 1. In gesprek met Joris Luyendijk.
25
op één lijn 74
ew(vh@שew(vh@ר{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Is24fix2yEEe_PpsO32dNWH4kNgflmFoNbH11XyRfzI R`׉	 7cassandra://7Z8Pczu_R7tyaGtCQZhBN_TbQUIFqFHRmDjCMj9VLnk`׉	 7cassandra://eCrVgqCpktSBmaEQPwKg_h1vtlUgyDfSqFPLw-W9vlkD`j ew(}h@נew(}h@ ̧9ׁHhttp://www.intercompetent.comׁׁЈנew(}h@ C89ׁH +https://uitgeverijkompas.nl/product/sistersׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Naar InterCompetente huisartsenzorg
De adoptiepatiënt in jaar 3
DOOR ANNEKE VAN DIJK, UNIVERSITAIR DOCENT & HANNEKE HAMERS, ADJUNCT-HOOFD HUISARTSOPLEIDING
Sinds een paar jaar kennen we als huisartsgeneeskunde
de nieuwe vierde kernwaarde ‘gezamenlijk’. Het belang
van deze kernwaarde blijkt uit de toenemende druk op de
huisartsenzorg en de complexiteit van de ouderenzorg.
Het dwingt huisartsen om goed samen te werken met
de andere collega’s in het zorg- en welzijnsdomein. In de
praktijk is dat niet zo eenvoudig. Hoe leren onze aios deze
competentie als interprofessioneel samenwerker eigenlijk?
Welke leerervaringen bieden we hen aan in de opleiding?
Dankzij het innovatiefonds van het SBOH en samen met
de opleidingen in Nijmegen en Groningen, geven we als
huisartsopleiding Maastricht sinds kort concreet vorm aan
het leren interprofessioneel samenwerken. We zijn actief
betrokken bij het project InterCompetent. Kartrekker is aioto
Wesley Giorgi, die de opleiding tot huisarts combineert
met deze functie als onderzoeker en ontwikkelaar van het
onderwijsprogramma.
Er was vanuit onze huisartsopleiding een belangrijke
voorwaarde: we wilden het aantal opdrachten voor aios
niet verder uitbreiden. Er was wat ons betreft wel ruimte
om het bestaande onderwijsaanbod te verrijken met
aandacht voor interprofessioneel samenwerken. Aangezien
de complexe chronische zorg in het derde jaar centraal
staat, is er aansluiting gezocht bij dit programma. In jaar 3
‘adopteren’ onze aios enkele patiënten om gedurende een
Sister in arms
‘Sisters in arms is geschreven in eerste instantie als
verwerkingsproces. Het geeft een persoonlijke kijk op de
balans tussen vrouw, arts en militair zijn en de impact van
suïcide op het dagelijks leven.
Elize Rozema, de hoofdpersoon, leert binnen de marine de
ware betekenis van het vrouw zijn en hoe zij zich staande kan
houden in een mannenwereld. Zij wordt voortdurend heen
en weer getrokken naar de spreekkamer, bij haar patiënten,
de zee- met de onweerstaanbare roep naar avontuur- en
haar familie die haar zo hard nodig heeft. Gelukkig kan ze
terugvallen op de steun van haar vriendinnen, haar sisters in
arms. Zij helpen in de strijd het rouwproces onder ogen te zien,
maar toch ook te lachen zowel in uniform als daarbuiten’.
Valerie Fijen, alumnus
26
Het boek is hier te bestellen:
https://uitgeverijkompas.nl/product/sisters-in-arms/
jaar te volgen. Een unieke kans om hier ook breder te kijken
naar het zorgnetwerk van deze patiënten met een complexe
zorgvraag en vaak diverse hulpverleners. Het programma
voor interprofessioneel leren en samenwerken heeft Wesley
samengesteld op basis van groepsgesprekken met een
aios, opleider en een zorgprofessional uit de praktijk. De
focus ligt op het werkplekleren, want juist in de praktijk
wordt het belang van samenwerking gevoeld en kan de
aios gaan oefenen. Er worden hele concrete handreikingen
aangeboden, waaruit iedere aios zelf kan kiezen. De aios
kan bijvoorbeeld eenvoudig een sociale kaart maken en
uitprinten, er is een handreiking voor het leren kennen
van andere zorgprofessionals en voor een reflectie op
samenwerking tijdens een leergesprek.
Om dit alles goed in te bedden in het curriculum, wordt
er op drie momenten aandacht aan besteed tijdens de
terugkomdagen. Om het voor iedereen beschikbaar te
maken, heeft Wesley met hulp van een student van de
opleiding Multimedia en Design een prachtige website
gemaakt. Kijk maar eens op www.intercompetent.com en
laat je verrassen. We zijn dit programma als opleiding nu
aan het uitproberen en evalueren. Vooralsnog mogen we
trots zijn op het resultaat en zijn we benieuwd naar de
ervaringen. Deze samenwerking tussen onderzoek en de
opleiding(en) is in elk geval geslaagd!
׉	 7cassandra://eCrVgqCpktSBmaEQPwKg_h1vtlUgyDfSqFPLw-W9vlkD`j ew(vh@ת׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Equilibre
Een duurzame reis
is belangrijker dan een
verspillende bestemming
DOOR ELSJE KUIJPER, OPLEIDERSCOÖRDINATOR
Wat kunnen wij als huisartsen doen om het
klimaat te veranderen?
Tijdens groep vier op de lagere school hield ik een
spreekbeurt over zure regen. Daarmee was het zaadje voor
mijn activisme voor wat betreft het klimaat geplant. In mijn
leven ben ik steeds zoekende geweest naar wat ik kan doen
om mijn footprint beheersbaar te houden. Dat ging met
vallen en opstaan en ik ben zeker geen heilige Madonna
geweest. Ook ik heb heel wat CO2 uitgestoten door te
vliegen, door voor een jarendertigwoning te kiezen en door
kinderen te krijgen (gelukkig heb ik er maar twee). Toen
duidelijk werd dat ook ik als huisarts wel degelijk invloed
zou kunnen uitoefenen op het milieu, kwam dat kleine
activistische Elsje weer boven drijven. Zouden huisartsen iets
aan het klimaat kunnen veranderen en zo ja, hoe dan? We
zijn al zo druk en waar moeten we dan beginnen?
Net toen ik me dat ging afvragen, werden er docenten gezocht
om het thema duurzaamheid bij de aios onder de aandacht
te brengen. Samen met Margarita Vossen en Simone Jaarsma
hebben we een themadag over duurzaamheid georganiseerd.
Het was een succes en zo’n themadag smaakt naar meer.
Er blijkt genoeg te doen aan duurzaamheid als huisarts.
Dit wilden we dan ook graag aan de opleiders laten weten.
Zo gezegd, zo gedaan; de themadag ‘duurzaamheid’ voor
opleiders werd op 14 en 16 november een feit.
De dag startte met een presentatie van Margarita, zij
was net terug uit Amsterdam waar ze had meegedaan
aan de Klimaatmars. Margarita heeft ons meegenomen
in een inspirerende presentatie over ‘Planetary health’.
Ze startte met een aantal pittige stellingen zoals; mogen
duurzaamheidsmaatregelen ten koste gaan van de kwaliteit
van zorg voor een individu? Een stelling die veel discussie
opleverde en waar we nog lang over kunnen doorpraten. We
hebben niet alleen onze boosheid, twijfel of machteloosheid
over het klimaat besproken, maar ook onze strijdlust en hoop
mogen uitspreken. Want hoop is er zeker: als huisarts kunnen
we een grote rol spelen bij het keren van het tij. Kijk alleen
maar naar alle bewegingen die zijn voort gekomen uit ons
dokters activisme: de groene huisarts, de klimaat dokter, de
duurzame dokter, de LOVAH-duurzaamheidscommissie en de
regionale Green Teams.
Na de presentatie van Margarita was het tijd voor een frisse
neus. Ondanks het slechte weer op die dag, weerhield dit de
opleiders er niet van om te genieten van de mooie natuur die
Urmond te bieden heeft. De opleiders hebben in teams, tijdens
een inspirerende wandeling, een aantal vragen besproken over
duurzaamheid in de huisartspraktijk. Onder de titel ‘people
profit piraten’, ‘de afvalracers’ of ‘de medicijnmaniakken’
gingen de opleiders op pad. Zij bespraken thema’s zoals
vervoer, medicatie en materiaalgebruik en hoe hierbij
duurzamer te handelen. Daarnaast mochten ze ook iets ludieks
bedenken: een liedje, gedicht, foto of een dansje. We hebben
enorm veel leuke en humoristische inzendingen gehad. Zoals
een prachtig gedicht over de strijdlust na de overstromingen in
Limburg, grappige foto’s van huisartsen die een boom planten
of de chemische industrie omverduwen, grappige filmpjes
van paraplu’s als spiralen en heel veel docenten in maar één
taxi. De jury, bestaand uit Heiny Eilkes, Merijn van de Laar,
Ylva Onderwater en Felix Punt, voorzagen alle inzendingen
op een eigenzinnige en humoristische manier van feedback.
De uiteindelijke winnaars gingen met een boek uit de
kringloopwinkel naar huis.
Gedicht:
Het water staat de Limburgse huisartsen aan de lippen...
Dit uitzichtloze onderwerp wil ik liever skippen...
Na een groene lezing en een inspiratie-loop,
Ik draag mijn steen bij, Ik heb weer hoop(!)
De middag werd nuttig besteed doordat de opleiders in
hun eigen groepen mochten nadenken over hoe ze het
onderwerp duurzaamheid in het leergesprek aan bod laten
komen. Er werden briefjes met groene ideeën aan een
waslijn gespannen, de opleiders kregen een kijkje in elkaars
prullenbakken en er werden vooral veel tips gegeven over
hoe nu verder met duurzaamheid in de praktijk. Alle handige
tips en adviezen zijn verzameld en samengevat in het
document ‘de groene opleider’. Dit document is ook te vinden
op de digitale leeromgeving Canvas (alleen voor stafleden).
Opleiders kunnen de QR-code boven het artikel gebruiken.
Na deze enerverende dag, die behoorlijk wat nieuwe
informatie over duurzaamheid opleverde, is mijn activistische
houding uit groep vier verder aangewakkerd. Ik heb nog meer
nieuwe ideeën over hoe ik duurzamer zou willen zijn in de
praktijk en hoe ik dit zou willen oppakken samen met onze
aios. Ik hoop ook, dat bij de opleiders een duurzaam LEDlampje
is aan gegaan en het thema bij veel leergesprekken
besproken gaat worden. En ik heb al gehoord dat er een
aantal aios een leergesprek over duurzaamheid heeft gehad.
Als wij als huisartsen namelijk veranderen, dan hoeft het
klimaat dat niet te doen.
27
Scan mij!
ew(vh@׫ew(vh@ת{בCט   {u׉׉	 7cassandra://aCd8td8vA4uze_i-jHwsXYSjo9MxCtMQnJrzrFhfzUA v`׉	 7cassandra://0fmla75fmsTicIP_vnZKBlDTntx8AaIg5oVBDJ9djusͿ`׉	 7cassandra://Y_x-5Zr461vBEE5kAqGytJEHpSLHsDFLRNDp3EUOa8kA,`j ew(}h@׉E$op één lijn 74
3de uitgave 2023
AIOS-dag
Positieve
Gezondheid
DOOR DAVÍD VAN EERD, LOVAH
Op 6 oktober vond in Kasteel Limbricht de jaarlijkse AIOSdag
plaats met als thema ‘Positieve Gezondheid’. De dag
begon met een introductie van het concept Positieve
Gezondheid, waarna de AIOS werden uitgenodigd om het
“spinnenweb” in te vullen en daarmee een blik op alle
facetten van hun eigen gezondheid te werpen. Vervolgens
kwamen er inspirerende sprekers uit huisartspraktijken in
Limburg langs die positieve gezondheid geïmplementeerd
hebben in hun praktijk en goed lieten zien wat dit voor
zowel patiënten als het team in de praktijk kan opleveren.
Om iedereen bij de les te houden verzorgde UM-sport tussen
de lezingen twee korte ‘energizers’ op muziek, waarmee zowel
lijf als geest weer aangescherpt werden.
Na de lunch volgde een interactieve lezing over de
toepassing van positieve gezondheid in achterstandswijken,
waarna de dag werd afgesloten met een workshopronde
waarin de AIOS konden kiezen tussen een wandeling in
de natuur, een workshop beweging in theorie en praktijk
door fysiotherapeuten van het MUMC+ Beweeghuis of een
Mindfulness sessie met ademhalingstechnieken. Al met al
een gevarieerde dag waarin AIOS geïnspireerd en uitgedaagd
werden om ‘het andere gesprek’ te gaan voeren in de
spreekkamer.
Made in Maastricht
Datum: 5 september 2023. Bovenste rij v.l.n.r.: Lotte Ewalds, Stijn Duijn, Carla Rohde, Claire Leenarts, Daniëlle Roosen
Onderste rij v.l.n.r.: Lucinda Coumans, Isa Zuijderduijn, Anne-Sophie Bom, Britt van Spaendonk
28
׉	 7cassandra://Y_x-5Zr461vBEE5kAqGytJEHpSLHsDFLRNDp3EUOa8kA,`j ew(vh@׬׉E3de uitgave 2023
Made in Eindhoven
Datum: 5 september 2023. V.l.n.r.: Shireen Post, Renske Stadt, Anne Duijmelinck, Robbert Maatman, Birgit van Gerwen,
Marije de Hoop, Sanne Krielaart, Ashwin Wenmakers, Imke Engelbertink
Datum: 12 september 2023. V.l.n.r.: Wieke Pijnenburg, Michelle Florijn, Femke Janssen, Ellen Gubbels, Mandy Gommans,
Anne Gerritsen, Niki Peltzer, Meike Westra
29
op één lijn 74
ew(vh@׭ew(vh@׬{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6JnoyHiN7O_Kfp3tC093mmvjCRtBRwqGt8xzf2lZ1cs ~`׉	 7cassandra://keDtY2yDfU1SDy5dTFqZdEOI7qnQAUyB1Y3w4zTtNpEͿ`׉	 7cassandra://HCRzSsCBvSQuooQdydyIcix3BVfFcr6WqjV6-peVEGI<`j ew(~h@׉E
Oop één lijn 74
3de uitgave 2023
Waarom en wanneer kiezen studenten voor Huisartsgeneeskunde?
Blootstelling helpt
ONDERZOEK
Deze infographic is een samenvatting van een cross-sectioneel
onderzoek uit 2020-2021 op de Erasmus Universiteit Rotterdam
onder geneeskundestudenten om hun perceptie van de
huisartsgeneeskunde in 3 verschillende stadia
van hun studie te evalueren.
Pols DH, Kamps A, Runhaar J, Elshout G, Van Halewijn KF, Bindels P, et al.
Medical students' perception of general practice: a cross-sectional survey.
BMC Medical Education 2023;23:103. DOI: 10.1186/s12909-023-04064-z.
OPVATTINGEN
Weinig studenten vinden dat een huisarts
een hoge status heeft binnen de medische professie
Een huisarts heeft...
... een hoge status binnen
de medische professie
... een hoge
sociale status
... een essentiële rol
binnen de Nederlandse
maatschappij
Eens
92% – 97%*
Gemiddeld responspercentage
77%
Het aantal studenten met een migratieachtergrond
in dit onderzoek was relatief hoog
31,2 %
*
INTERESSE TIJDENS OPLEIDING
Eerstejaars
bachelorstudenten
n = 340
De studie bestaat uit:
3 jaar bachelor 3 jaar master
28,5%
De interesse in huisartsgeneeskunde
neemt toe naarmate de studie vordert
Van bachelor naar master
zie je een stijgende lijn
71,5%
29,4%
70,6%
26,7%
73,3%
mediane leeftijd
18 jaar
Derdejaars
bachelorstudenten
n = 231
mediane leeftijd
20 jaar
Derdejaars
masterstudenten
n = 210
mediane leeftijd
25 jaar
10% – 14%*
Eens
Deze opvattingen verschillen niet significant tussen de studiejaren
Range van percentages van de 3 onderzochte studiejaren
(bachelor jaar 1, bachelor jaar 3 en master jaar 3)
Eens
52% – 55%*
Overweegt huisarts te worden:
22%
Overweegt huisarts te worden:
34%
Overweegt huisarts te worden:
71%
IMPACT OP MENING
Belangrijkste reden voor de toegenomen interesse:
Volgens studenten voorziet
de huisartsenpraktijk in
een prettige werkomgeving
De ervaring van studenten in de huisartsenpraktijk
tijdens de opleiding had een positieve impact op
hun mening over huisartsen
Eerstejaars bachelors positiever na ervaring in de huisartsenpraktijk
Derdejaars masters positiever na ervaring in de huisartsenpraktijk
59,7 %
87,1 %
Ook de colleges van huisartsen over huisartsgeneeskunde
hadden een grotere impact op de masterstudenten
dan op de bachelorstudenten
Eerstejaars bachelors positiever na colleges van huisartsen
32,1 %
Informatie van sociale media had weinig impact op de mening van studenten
3,8%
Derdejaars bachelors positiever na colleges van huisartsen
33,3 %
Derdejaars masters positiever na colleges van huisartsen
48,6 %
Door Redactie Huisarts en Wetenschap, gepubliceerd 5 september 2023
30
׉	 7cassandra://HCRzSsCBvSQuooQdydyIcix3BVfFcr6WqjV6-peVEGI<`j ew(vh@׮׉E6In de leer
Morpheus in de
nachtdienst
DOOR DAVÍD VAN EERD, DERDEJAARS AIOS
HUISARTSOPLEIDING
Een zomerse woensdagavond in juli. Vanaf de praktijk rijd
ik met gezonde spanning richting de huisartsenpost. Ik
begin aan mijn eerste zelfstandige nachtdienst en hoewel
ik de afgelopen jaren in ziekenhuis en verpleeghuis wel
vaker diensten gedaan heb, voelt dit toch anders. Ik ga hier
patiënten zien die meestal nog geen diagnose hebben en
vaak zieker zijn dan de patiënten die overdag komen. En dat
met minder directe supervisie dan in de tweede lijn. Toch heb
ik het gevoel na ruim twee jaar huisartsopleiding genoeg
bagage en inschattingsvermogen te hebben. Daarnaast is
sparren met een collega natuurlijk altijd mogelijk.
Na een aantal kleinere kwalen aan het begin van de dienst
wordt het tegen 23.00 uur spannender. Een patiënte met
waarschijnlijk een niersteen heeft forse pijn en reageert niet
op de eerste stap van de pijnstilling. Met een prik morfine
lukt het gelukkig om de pijn onder controle te krijgen, waarna
ik haar met een recept en goede instructies huiswaarts kan
sturen. In gedachten complimenteer ik naamgever Morpheus,
de Griekse god van de Droom, met zijn empathische
kwaliteiten. Ik filosofeer wat en beeld me in dat hij haar naar
huis vergezelt om daar de zorg over te dragen aan zijn vader
Hypnos, God van de Slaap.
Net na het vertrek van deze patiënte hoor ik vanuit de fast
track kamer hevig gekreun komen. Daar aangekomen lijk ik
midden in een bevalling terecht gekomen te zijn, maar de
aanwezige patiënte geeft aan vooral last van haar borstkas
te hebben. Omdat een gesprek vanwege de pijn nauwelijks
mogelijk is, kies ik opnieuw voor morfine, met vrij snel redelijk
effect. Het blijkt om een ribkneuzing te gaan in combinatie
met hyperventilatie en een stressvolle laatste paar maanden,
zonder aanwijzingen voor een ernstige fysieke aandoening.
Enkele uren later volgt een man met acute buikpijn, die
scheldend van de pijn binnenkomt. Opnieuw roep ik
Morpheus erbij, alvorens de man in te sturen naar Chirurgie,
omdat ik letterlijk en figuurlijk de vinger er niet op kan leggen.
Rond 6 uur wordt het rustig en valt er een deken van
vermoeidheid over me heen. In de bureaustoel naast de
triagist dommel ik een paar keer weg in een droomloze slaap,
tot het einde van de dienst enkel nog onderbroken door een
paar korte vragen.
Na de dienst kijk ik terug: drie keer morfine in één dienst. Heb
ik niet te vlug naar dit sterke middel gegrepen? Anderzijds
31
hadden deze patiënten alle drie flink pijn. Tijdens de
nabespreking met mijn opleider besluiten we dat het in al
deze situaties een redelijke stap was. In ieder geval heeft het
deze nacht voor zowel patiënt als dokter wat rust en comfort
gebracht. Het is dat ik niet bijgelovig ben, anders had ik
geloofd dat ik tijdens deze eerste zelfstandige nachtdienst van
bovenaf wat hulp kreeg.
Een onverwachte kampioen
De praktijkondersteuner vraagt aan het eind van het
ochtendspreekuur of ik nog een plekje heb voor een man van
begin 80. Het verhaal vooraf is, dat zijn familie merkt, dat
hij wat trager is geworden de laatste tijd. Een vriendelijke
tachtiger komt binnen, die aangeeft, dat alles inderdaad
wat langzamer gaat, maar dat hij nog goed bij de les is. De
anamnese biedt weinig aanknopingspunten en ook het
globale neurologisch onderzoek is niet afwijkend.
Het verdere gesprek verloopt wat stijfjes en ik weeg samen
met de patiënt de vervolgstappen af: nog even afwachten,
of toch alvast wat verder onderzoek doen? Zo zouden we
kunnen beginnen met een korte geheugentest. We besluiten
tot het laatste en omdat ik na het spreekuur nog wat tijd
heb, kunnen we deze direct afnemen. De test verloopt vlot
en tegen het einde vraag ik hem de gebruikelijke willekeurige
Nederlandse zin op te schrijven. Wanneer hij het briefje naar
mij toe draait, lees ik een zin die deze MMSE in één keer over
de eindstreep duwt. ‘VDP is wereldkampioen’, staat er. Een
geanimeerd gesprek over wielrennen volgt, hij heeft zelf tot
enkele jaren geleden nog gefietst en blijkt beter op de hoogte
van de actuele stand van zaken in de wielerwereld dan de
gemiddelde wielerjournalist. Mijn vraagtekens over zijn
cognitie zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. We besluiten
de traagheid nog even aan te zien. Hij geeft aan, dat hij de
komende weken eerst weer wat meer gaat wandelen en zich
daarna meldt. Opgewekt door de plots ontstane verbinding
gaan we uiteen en ik blijf even zitten, verrast door de
onverwachte demarrage van de man die zojuist kampioen van
mijn spreekuur werd.
PS: Mathieu van der Poel werd het voorgaande weekend in
Glasgow wereldkampioen op de weg.
op één lijn 74
ew(vh@ׯew(vh@׮{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ug_W2Wcbe456hlk8uB_GlZvdzI9bfs4FJ9uSQOunp4Y R`׉	 7cassandra://qcjVne_uErve5KPKnmlq7kJbjeAq5SdFVUzQTvfBphk`׉	 7cassandra://FUpo9O7AuEPr6rJZsCBmS6RFcbvqa7u1INC1K2OqW2ID`j ew(h@נew(~h@ /̹9׉H ?https://ebm.bmj.com/content/early/2023/07/26/bmjebm-2022-112231Gׁׁrנew(~h@ //9׉H ?https://ebm.bmj.com/content/early/2023/07/26/bmjebm-2022-112231Gׁׁrנew(h@ /̻9ׁHhttps://ebm.bmj.com/content/ׁׁЈ׉Elop één lijn 74
3de uitgave 2023
Weten is eten
Vreten op Aarde
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HAB IN RUSTE
Theodoor Billroth, weet u nog?
Begenadigd 19e-eeuws violist en pianist die goed bevriend
raakte met Johannes Brahms. Zo goed zelfs, dat Brahms
twee strijkkwartetten aan hem opdroeg, opus 51: Billroth
1 en Billroth 2.
Hé, hoor ik u denken: daar rinkelt bij mij een ander belletje.
En dat zou best kunnen, want de handen van Billroth waren
niet alleen met de strijkstok buitengewoon vaardig, maar ook
met het lancet.
En zo kennen wij, dokters, hem dan vooral van de twee
naar hem genoemde maagoperaties. Ik heb die nog geleerd
als veelvuldig ingezette behandeling van recidiverende
maagulcera, maar daar is nogal de klad ingekomen na de
uitvinding van de h2-histamine blokkeerders en later de
protonpompremmers. En niet te vergeten na de ontdekking
van de Helicobacter pylori, inclusief eradicatie-adviezen.
Onderzoekers van de Chulalongkorn University in Thailand
publiceerden in 2022 in het BMJ de resultaten van hun
onderzoek, waarbij zij de werking van curcumine vergeleken
met die van omeprazol.
Beide middelen bleken vrijwel even succesvol, resulterend in
een forse pijnreductie!
De onderzoekers erkennen overigens wel, dat de studie
behoorlijk klein is en ook nog andere beperkingen heeft, zoals
de korte interventieperiode en een gebrek aan lange termijn
data. Groter, langduriger onderzoek is dan ook nodig, zeggen
ze. Toch luidt hun conclusie: ‘Dit onderzoek levert uiterst
betrouwbaar bewijs voor de behandeling van bepaalde
maagklachten met kurkuma. De nieuwe bevindingen van
onze studie rechtvaardigen de overweging om kurkuma als
medicijn voor te schrijven’.
Kijk, daar kan ik dus wat mee, ook en vooral in de keuken.
Want in de Indonesische keuken staat kurkuma bekend als
koenjit, een belangrijk ingrediënt bij de bereiding van Nasi
Kuning, oftewel feestrijst. Het wordt gemaakt van witte rijst
waaraan koenjit wordt toegevoegd en die de rijst warmgeel
kleurt. Deze gele kleur staat voor geluk en een nieuw begin.
Perfect dus om ergens tijdens Kerst en de jaarwisseling op
tafel te zetten! Eens wat anders, met bijkomend voordeel, dat
de traditionele maag- en darmbezwaren van begin januari dit
keer wellicht erg zullen meevallen.
Die protonpompremmers zijn inmiddels in een wat minder
gunstig daglicht komen te staan, zeker na de gebleken
mogelijke lange-termijn nadelen en de vrije verkrijgbaarheid
bij de drogisterijketens.
Toch kijken de dames en heren drogisten, met de Kerstdagen
in het verschiet, alweer handenwrijvend uit naar hun
prazolletjesomzet. Want helaas worden die tegenwoordig
vaker gevierd onder het motto ‘vreten op aarde’ dan
onder het motto ’vrede op aarde’. Met de bijbehorende
overbelasting van het spijsverteringskanaal.
Maar gelukkig blijkt er sinds kort evidence te bestaan voor de
behandeling van zuurgerelateerde maagpijn door het gebruik
van curcumine, bekend als hoofdbestanddeel van de zuidoost
Aziatische specerij kurkuma, oftewel geelwortel.
32
Ik heb het recept gehaald uit het beroemde Indische
kookboek van Bep Vuyk, maar wat aangepast, zodat de
nasi sneller, maar even lekker, uitgeserveerd kan worden.
Voor echte feestrijst bouw je een kegel van de rijst die je
versiert. De oudste van het gezelschap mag de top eraf
scheppen en dan is het feest geopend! Zo’n mooie top
heet een tumpeng. Presenteer de nasi kuning feestelijk
met wat reepjes omelet, schijfjes komkommer, ‘bawang
goreng’ (gebakken uitjes) en wat ‘seroendeng’ (geroosterde,
geraspte kokos en pinda’s). Sambal goreng boontjes erbij
en eventueel een mooie ‘daging rendang’ als het niet
vegetarisch hoeft te zijn.
Selamat makan! Eet smakelijk!
׉	 7cassandra://FUpo9O7AuEPr6rJZsCBmS6RFcbvqa7u1INC1K2OqW2ID`j ew(vh@ײ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Ingrediënten
• 350 gram pandanrijst
• 1/3 blok santen (kokoscrème) of 300 milliliter kokosmelk
• 1/2 theelepel zout
• 1 theelepel kunjit
• 4-5 blaadjes jeruk purut
• 1 pandanblad
• 1 sereh (citroengras)
• 1 salamblad (Aziatische laurier)
• Water
1. Was de rijst drie keer
2. Maal de koenjit (kurkuma) met een beetje kokosmelk
tot een gele soep
3. Doe de rijst in de pan van een elektrische stomer samen met de gemalen
koenjitmix, de rest van de kokosroom of kokosmelk, de bladeren (salam
en jeruk purut), de sereh (citroengras), een lang pandanblad en de halve
theelepel zout.
4. Voeg water toe totdat de vloeistof een vingerkootje
boven de rijst staat.
5. Zet de kom in de stoompan en stoom op normale stand (duurt ongeveer
20 minuten). (Gewoon koken in de pan kan natuurlijk ook, maar voor de smaak
is stomen beter, zonder risico van aanbranden).
6. Laat de rijst daarna nog 20 – 30 minuten in de
rijstkoker staan.
7. Haal de bladeren eruit
8. Schep het voorzichtig maar goed door.
9. Doe het in een vorm, plaats het op een bord en decoreer.
Literatuur
• Curcumin and proton pump inhibitors for
functional dyspepsia: a randomised, double
blind controlled trial
• K. Pongpirul et al., Department of Preventive
and Social Medicine, Chulalongkorn
University Faculty of Medicine, Bangkok
10330, Thailand
• https://ebm.bmj.com/content/
early/2023/07/26/bmjebm-2022-112231
• Groot Indonesisch Kookboek, Bep Vuyk,
25e druk, 1992
33
ew(vh@׳ew(vh@ײ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cvOcjriEeYOAy0RxW01OB4rScB73Yn0FET_EpNMPzgA K`׉	 7cassandra://zB1oHPcOhbv5f2S2h_2nJUAh0kvKRSzhEqYjWIIzbHU`׉	 7cassandra://bhNRGD798Mja9PHd4-ZrZDkcnOgDqn4VigyFm9Ggr9oC`j ew(h@נew(h@ C9ׁHhttps://www.cbs.nl/nlׁׁЈנew(h@ E9ׁH 0https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2022/11/03/nzaׁׁЈנew(h@ ʁ[9ׁHhttps://www.cbs.nl/nlׁׁЈנew(h@ :b9ׁH %https://www.ggdzl.nl/burgers/seksueleׁׁЈנew(h@ :k9ׁHhttps://www.lhv.nl/nieuws/watׁׁЈנew(h@ :$9ׁH ,https://doktersvandewereld.org/petities/geenׁׁЈ׉Eop één lijn 74
3de uitgave 2023
Column
‛Dokter is ziek?’
DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID
Als opleider van een aios in de praktijk heb je zelf ook
terugkomdagen op de Huisartsopleiding. In mei, tijdens
een van deze terugkomdagen, voelde ik ineens (patsboem)
hartkloppingen. Mijn hart ging plotseling snel en
onregelmatig. Ik dacht dat het wel snel over zou gaan, dat
het niet van betekenis was. Na een half uur heb ik met
mijn Apple Watch een 1-afleiding ritmestrook gemaakt.
De uitslag was ‘atriumfibrilleren’ (AF).
Dat kan niet, dacht ik. 46 jaar, dat komt nagenoeg nooit
voor. In de pauze vroeg ik een collega die naast me zat mijn
pols te voelen. Uiteraard constateerde hij ook een snelle
en onregelmatige pols. Ik voelde me opgejaagd en had een
vreemd onbestemd ‘niet goed voelen’ gevoel. Ik ben naar de
praktijk gegaan en heb daar een volledig ECG laten afnemen.
De uitslag was hetzelfde. Mijn collega besloot om met de
cardioloog te overleggen en die adviseerde naar de Eerste
Hart Hulp (EHH) te gaan. Ineens ben je patiënt en zit je aan
de andere kant van het bureau. Op de EHH werd ook een ECG
gemaakt en bloed geprikt. De bloeduitslagen waren goed.
Ik kreeg het advies naar huis te gaan, want 75% van deze
klachten gaan vanzelf (binnen 24 tot 48 uur) over. Als ze niet
overgingen, moest ik de volgende dag nuchter terugkomen.
Ik ging slapen in de hoop dat het over zou gaan. Helaas, de
volgende ochtend, nog steeds AF. Ik ging nuchter naar de EHH,
waar ik een cardioloog trof die ik kende van het hockeyteam
van mijn oudste dochter. ‘Wat kom je doen, naar een patiënt?’.
Nee, voor mezelf. Na 2 uur infuus met medicatie had ik weer
een gewoon hartritme. Oorzaken konden zijn: cafeïne (zou
kunnen) of misschien werkstress (zou zeker kunnen). Mijn
collega’s namen mijn spreekuren die dag over.
Na de twee bezoeken aan de EHH kreeg ik een schriftelijke
oproep voor de AF-poli. Met bloedprikken, echo, CT-angioscan
en een thuis-ritmestrook via de telefoon (Fibricheck)
werden geen afwijkingen gevonden. Inmiddels was ik
gestopt als voorzitter van de RHZ-huisartsenvereniging en
ik was gestopt met koffie en cola zero. Ik hoopte dat het AF
daarmee weg zou blijven. Maar het besef dat je kwetsbaar
bent, iets wat je in patiënten vaak ziet, kwam. Natuurlijk, ik
kon er niets aan doen, en had het niet in de hand, maar het
was er geweest. Een tijdje later kwam het AF weer spontaan
terug. Na het innemen van voorgeschreven medicatie was
het een halve dag later weg. De cardioloog, toevallig een
patiënt in onze praktijk, vertelde me dat het zinvol was
een ablatie te laten doen. De plek waar de ritmestoornis
vaak ontstaat, wordt dan elektrisch geïsoleerd van de rest
van het hartweefsel. Ik was er niet zenuwachtig voor, de
procedure duurde 4 uur. Ik werd in diepe slaap gebracht.
Toen ik wakker werd, had ik enorme rugpijn. Nu heb ik wel
vaker rugpijn, maar dit was ongelofelijk. Een recovery zuster
gaf me een sterke pijnstiller en na 15 minuten zakte de
pijn weg. Ik moest 5 uur op mijn rug blijven liggen voordat
het drukverband van mijn lies afging. Nu, een dag later,
voel ik me goed. Beetje spierpijn in mijn rug nog, en een
flink blauwe lies. Ik moet drie maanden afwachten om te
beoordelen of met deze hightech ingreep de klachten niet
meer terugkomen. Goede hoop, 75% van de patiënten is
na een eenmalige ablatie klachtenvrij. Een week rustig aan
doen, en je thuis laten vertroetelen. De dokter als patiënt,
een rol die ik niet gewend ben.
34
׉	 7cassandra://bhNRGD798Mja9PHd4-ZrZDkcnOgDqn4VigyFm9Ggr9oC`j ew(vh@״׉E'Moreel dilemma
Kosten in de zorg:
uw eigen risico?
DOOR NATHALIE NOTERMANS, HUISARTS, MA PHILOSOPHY, BIO-ETHICS & HEALTH
Vorige week werd ik in de spreekkamer geconfronteerd met
een van de verkiezingstopics van de (komende) afgelopen
Tweede Kamerverkiezingen: het eigen risico.
‘Het leidt tot zorgmijding1’, roept de ene partij. ‘Afschaffen
geeft nog hogere premies’, zegt de andere. Dat het een
spraakmakend onderwerp is, is wel duidelijk, want vrijwel elke
partij wilde in ieder geval íets doen met het eigen risico: van
bevriezen, splitsen per behandeling tot helemaal afschaffen.2
Niet de discussies van de lijsttrekkers zetten me aan het
denken, maar een patiënt. Een 23-jarige jongen meldde zich
op het spreekuur met mictieklachten en pussige uitvloed
uit de penis. ‘Bingo’, denkt menig huisarts. En alhoewel de
betreffende patiënt slechts één keer gemeenschap had, mét
condoom, wilde ik toch graag SOA-onderzoek inzetten.
De patiënt is 23 jaar, dus het advies is: ga naar de GGD. Daar
is de test gratis en dat scheelt al gauw €150. Helaas gaf de
GGD niet thuis: te druk, te lange wachttijden, geen hoogrisicogroep.3
Terug naar de eigen huisarts. Tsja, als 23-jarige
met een baan in de horeca tikt die €150 natuurlijk wel aan.
Ons advies: ‘kom testen’.
Patiënt: ‘ik denk er nog even over na’.
Een week later zag ik nog altijd geen uitslag voorbijkomen
en belde ik: ‘Kom toch testen’, zei ik. ‘Ik heb het geld niet’, zei
mijn patiënt.
Blind behandelen dan maar? Dan betaalt hij alsnog een eigen
bijdrage voor de medicatie. Maar behandel ik dan gonorroe of
chlamydia? Of voor de zekerheid beide? Wat is in deze situatie
nu ‘welgedaan’? Gelukkig bleek de patiënt uiteindelijk toch
bereid tot SOA-diagnostiek en, plottwist: negatief! Een overleg
met de uroloog leidde tot een poliklinische verwijzing. Daar
ging, op de valreep van 2023, zijn complete eigen risico eraan.
‘En bedankt, dokter!’
Dit is natuurlijk niet het enige voorbeeld waarbij financiën
van invloed zijn op gezondheid. Sterker nog: uit onderzoek
van het CBS blijkt dat de ‘gezondheidskloof’ tussen arm en
rijk gemiddeld 25 jaar is. De welvarendste mannen leven
gemiddeld 25 jaar langer in goede gezondheid dan de minst
1 https://doktersvandewereld.org/petities/geen-eigen-risico/
2 https://www.lhv.nl/nieuws/wat-zeggen-de-politieke-partijen-over-eigen-risico/
3 https://www.ggdzl.nl/burgers/seksuele-gezondheid/een-soa-test-doen/
welvarende mannen. Voor de vrouwen is dit verschil 23 jaar.4
De mensen met de minste financiën hebben dus gemiddeld
de slechtste gezondheid en sterven ook nog eens negen jaar
eerder. Die 25 jaar in ‘minder goede gezondheid’, betalen
ze waarschijnlijk ieder jaar hun complete eigen risico. Is
het rechtvaardig dat deze (chronisch) zieke mensen hogere
zorgkosten betalen? Of is het juist solidair dat iedereen in
Nederland dezelfde premie voor basisverzekering betaalt,
ongeacht leeftijd of leefstijl? Ondermijnen de budgetpolissen
die bepaalde zorgverzekeraars nu al aanbieden aan jonge en
gezonde mensen, niet juist al ons solidariteitsprincipe?5 Is dat
solidariteitsprincipe nog wel houdbaar in de toekomst, met
het oog op minder personeel en meer patiënten? Zijn mensen
nog wel bereid om mee te betalen aan de zorg voor een
ander, bereid te wachten, maar ondertussen wel premie te
betalen? Leiden hogere kosten ook tot hogere verwachtingen
van patiënten? 6
In hoeverre wordt de zorgvraag eigenlijk gestuurd door het
eigen risico? Als je stelt, dat patiënten massaal naar de tweede
lijn willen wanneer ze geen eigen risico meer hoeven te
betalen, doe je ons als huisarts dan niet te kort? Tegelijkertijd:
als mensen nu daadwerkelijk een rem voelen om naar de
dokter te gaan, en daardoor langer wachten met klachten,
leidt dat dan uiteindelijk niet juist tot hogere zorgkosten? Als
we er echt van overtuigd zijn, dat een persoonlijke financiële
prikkel nodig is om de zorgvraag te reduceren, waarom de
huisartsenzorg dan hiervan vrijstellen? Waarom betaal je wel
voor een contact op de SEH, maar niet op de HAP? Zou het
redelijk zijn om voor contacten in de ANW-diensten een eigen
bijdrage te vragen?
Kortom: het roept een hoop vragen op. Vragen waarop ik
(nog) geen antwoorden heb, maar ook vragen die ik niet
heb horen stellen in de politieke arena. Op basis van welke
onderzoeken neemt de politiek hierover een besluit? En in
hoeverre hadden wij als kiezer invloed op deze keuze? Al met
al is de belangrijkste vraag misschien niet: hoe gaan we de
zorg van de toekomst betalen, maar hoe houden we onze
toekomst gezond?
4 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/51/bovenaan-welvaartsladderbijna-25-jaar-langer-in-goede-gezondheid
5
https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2022/11/03/nza-zorgen-overmogelijke-tweedeling-op-de-zorgverzekeringsmarkt
6
https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/40/solidariteit-in-degezondheidszorg
35
op
één lijn 74
ew(vh@׵ew(vh@״{בCט   {u׉׉	 7cassandra://FnuDLhUfw6GGLJJvLLVRvtLDvLtQTzf30OxPBsfiUSI `׉	 7cassandra://OqxsAlT3UfwjCQFmo3LmUPbCrYR87c8BE85Ex7R6PJE$X`S׉	 7cassandra://yuG3v-CaMPifRqFbNfTdFCChZJZsFYmb2wOobg5A_rI`̵ ew(h@נew(h@ h̿9ׁH &http://www.familymedicinemaastricht.nlׁׁЈנew(h@ h9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנew(h@  h̯9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E Op één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
www.familymedicinemaastricht.nl
36
׉	 7cassandra://yuG3v-CaMPifRqFbNfTdFCChZJZsFYmb2wOobg5A_rI`̵ ew(vh@׶׈Eew(vh@׷ew(vh@׶{)Op één lijn 74Op één lijn 74ew'U