׉?ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://YWQ_nxtWYdJrLMEmBVmA_i2xtUsjSTytePsvl1GlMvk t`׉	 7cassandra://m8u0hR43dYfqJ-S-g4o8ejbL20BTtI0mK9JVc7KoeFUi{`S׉	 7cassandra://mf8NS56GmUFp-iQOtFPdPV2bLAnvMWJyNNAMwukgwfA%`̵ ׉	 7cassandra://P5w1yCK_h_U_ElQG_d9IOCQfggoVaAOkVlx5dGTOEOc ͠\n䰲|נ\n䰲w T9׉Hhttp://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ\n䰲x A9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲y K̪9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲z ,G̬9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲{ QP̘9 ׉S
G
ׁׁr׈E\n䰲Y׉EinGovernment
bedrijfsvoering innovatie
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
juni 2018
change
informatiesamenleving
studiereis denemarken
algoritmen
klachtbehandeling
digitale identiteit
ethiek
robots digitale identiteit
leading change
dienstverlening
dienstverlening
data
digitalisering
informatiesamenleving
Data, identiteit en
algoritmen van
grote invloed op
positie overheid
leading change
digitalisering
klachtbehandeling
urban agenda
Dienstverlening in
Denemarken voorbeeld
voor Nederlandse
gemeenten?
Urban Agenda
versterkt digitaal
leiderschap
in Eindhoven
urban agenda
ethiek
algoritmen
robots
bedrijfsvoering
digitaliser
data
leading
׉	 7cassandra://mf8NS56GmUFp-iQOtFPdPV2bLAnvMWJyNNAMwukgwfA%`̵ \n䰲Z\n䰲Y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6WTlExTEtRBsW13vTxPVss-8lr_LkCDcg75blYMlv6w )`׉	 7cassandra://WUg3t-8b1qFN2FV2Urih2f8i2C67vBxyv5azTMtQM9U´`׉	 7cassandra://qcgFAnIqg5OOLP_zqQ7xozlhJ8SSPcxvU3A2qj7DBBw8`j ׉	 7cassandra://7orJRdivF3-F5fTmPusLw34SkEpQuo_l43cfL5zKhIU 	͠	\n䰲נ\n䰲~ T̐̃9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 V-̠9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 V.̐9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 VN.̐9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 X.̆9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 Y-̌9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 Y-̌9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 Y-̚9 ׉S	G
ׁׁrנ\n䰲 ̇ȁ9 ׉S
G
ׁׁrנ\n䰲 
R9 ׉S
G
ׁׁrנ\n䰲 
@9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 
(̞9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 ρ-9 ׉SG
ׁׁr׉E	inhoud
03
redactioneel
Sprongetje
Om een nieuw perspectief op de dienstverlening te realiseren, moeten we een andere
veranderaanpak hebben. Maak eens een sprongetje naar de toekomst, stelt Otto Thors
voor.
interview
04
Een nieuw handelingsperspectief op data, identiteit
en algoritmen
Nathan Ducastel is directeur informatiesamenleving bij de VNG. Hoe ziet hij de informatiesamenleving
en welke rol zou de VNG hierin kunnen spelen? Volgens Ducastel
zet digitalisering sowieso door, dus de overheid moet haar positie bepalen en nadenken
over een handelingsperspectief.
opinie
07
Digitale identiteit komt een stap dichterbij
Er zit vaart achter de ontwikkeling van een digitaal identiteitsbewijs. En daarmee doelt
Jorinde ter Mors niet op de variaties op DigiD, want die zijn weliswaar handig, maar
heel beperkt bruikbaar. Nee, er is juist dringend behoefte aan een digitaal identiteitsbewijs
waarmee vele zaken wél te realiseren zijn.
artikel
08 GemeentePioniers beloont innovatie
De GemeentePioniers is een groep enthousiaste en ambitieuze trainees van DisGover.
Zij reizen het land door op zoek naar voorbeelden van gemeenten die hun onlinedienstverlening
op een verrassende en innovatieve manier inrichten. Zulke gemeentes
maken kans op een prijs. Wie waren de genomineerden en wie hebben er prijzen
gekregen? Anouk Fredriksz vertelt.
10
studiereis
Wat kunnen we van Denemarken leren?
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten is op studiereis geweest naar Denemarken
met een dagtocht naar Zweden. De Denen hebben het goed voor elkaar: 92 procent van
de burgers is tevreden over de digitale overheid. Jan Fraanje vertelt hoe ze dat doen en
wat we van ze kunnen leren.
14
opinie
Ik ga naar Kopenhagen en neem mee ...
Frits Dreschler keert na een studiereis uit Denemarken terug, en een aantal vragen
laten hem maar niet los. Waarom gebeurt in ons land niet wat er in Denemarken wél
gebeurt?
interview
15
Bedrijfsvoering en dienstverlening
Een gesprek met Astrid van de Klift, gemeentesecretaris in Veenendaal en voorzitter
van de FAMO, over het raakvlak tussen digitalisering en bedrijfsvoering. Volgens haar
moet de bedrijfsvoering tegelijkertijd meedenken met innovatie, alsook strengere
regels toepassen. Hoe ga je die twee rollen combineren?
artikel
18
Ontmoet je nieuwe collega Elvie Pepper!
Kristel Rijpers, projectleider bij de gemeente Leidschendam­Voorburg, stelt haar collega
Elvie Pepper aan u voor. Geen mens van vlees en bloed, maar een robot met menselijke
trekjes.
08
10
14
15
18
04
07
׉	 7cassandra://qcgFAnIqg5OOLP_zqQ7xozlhJ8SSPcxvU3A2qj7DBBw8`j \n䰲[׉E[inhoud
re d a ction e e l
xander jongejan
sprongetje
20
Het sprookje van
Samen Organiseren
Door verhalen te lezen kan je je verplaatsen
in de situatie van andere mensen.
Ook bij de overheid moet je je kunnen
verplaatsen in het wel en wee van anderen.
Dat kan je dus leren door veel te lezen.
21
artikel
Urban Agenda
Digitalisering kan burgers en overheid
helpen om maatschappelijke opgaven
versneld aan te pakken. Maar waar te
beginnen als je weet dat alles met alles
samenhangt? De gemeente Eindhoven
kiest ervoor om innovatie toe te passen
in Europees verband, met als leidraad de
Urban Agenda. Jonas Onland legt het uit.
artikel
24
Ombudsvisie op
professionele
klachtbehandeling
De Nationale ombudsman heeft in 2017
uitgebreid stilgestaan bij wat ‘professionele
klachtbehandeling’ inhoudt. Daar is
afgelopen maart een visie uit voortgekomen
die Natalia Molina Espeleta, onderzoeker bij
de Nationale ombudsman, graag met u deelt.
26
jos maessen
Data en ethiek
De afgelopen maand is er aan de discussie
over data en ethiek behoorlijk wat
brandstof toegevoegd. Hier komen vier
voorbeelden aan bod.
27 colofon
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid.
Niet een overheid die alles zelf doet en zich beroept
op vanzelfsprekend gezag. Wel een overheid die in
gezond contact staat met burgers en bedrijven. Een overheid
die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en
innovatie. inGovernment is het multimediale platform
voor de digitale overheid. Naast verhalen over dienstverlening,
digitalisering en gegevensmanagement wordt
aandacht besteed aan actuele thema’s zoals smart city’s,
blockchain en mobiele microservices. We bieden naast
praktijkervaringen ook ruimte voor opinie en reacties.
Are you in?
26
OMBUDSVISIE OP
PROFESSIONELE
KLACHTBEHANDELING
Werken aan oplossingen en leren van klachten
24
21
20
Er wordt in Nederland hevig nagedacht over een nieuw
perspectief op dienstverlening. Koepels, verenigingen en
professionals spreken zich uit tijdens congressen, hackathons
en inspiratiesessies. Daarmee ontstaat er een zichtbare
beweging die een gezamenlijke ontwikkelrichting
voor innovatie binnen de dienstverlening bepleit. Aan
coaches geen gebrek – het legioen groeit! Maar waar zijn
toch de spelers?
Op bestuurlijk en managementniveau wordt er gepleit
voor een gezamenlijke aanpak waarbij experimenteren
wordt gestimuleerd. Maar op de werkvloer handhaven we
de vertrouwde werkwijzen en projectaanpakken waarmee
er onnodig veel energie verloren gaat bij overleg, notulen
en risicoanalyses. Daarmee tekent zich een nieuwe tegenstelling
af binnen organisaties en netwerken. We stellen
een wenkend perspectief vast, maar hebben geen idee hoe
we dat kunnen realiseren met de huidige mensen en
middelen.
Na een decennium vol optimalisatie is dienstverlening
dicht tegen de bedrijfsvoering aan gekropen. Dienstverlening
wordt steeds vaker beoordeeld met een bedrijfsmatige
blik op basis van indicatoren en spreadsheets. Zo lang
deze kijkrichting en sturingsmiddelen leidend zijn in de
managementlagen van onze overheden, muteert elk innovatieprogramma
binnen de kortste keren tot een klassiek
dienstverleningsprogramma. Dus meerjarig en beheersmatig,
met de nadruk op efficiency en bewijslast. Maar als
organisaties daadwerkelijk willen innoveren om de dienstverlening
te verbeteren zal er een trendbreuk nodig zijn.
Om een nieuw perspectief op de dienstverlening te realiseren,
moeten we een andere veranderaanpak hebben. Het
zal moeten gaan van een financieel gestuurd programma
naar een door effect gedreven innovatieagenda, die zich
vult met uiteenlopende initiatieven die aan het wenkend
perspectief kunnen bijdragen. Maak eens een sprongetje
naar de toekomst in de wetenschap dat de buitenwereld
in een hoger tempo verandert dan wij binnenshuis kunnen
bijbenen. Wacht niet tot de volgende update van je ICTsysteem,
maar rekruteer alvast een Chef proeftuinen!
Innovatieve dienstverlening vraagt niet om meer beheersing
en verantwoording, maar om
meer vertrouwen en handelingsvrijheid
binnen alle lagen van
de organisatie.
Otto Thors is hoofdredacteur
van inGovernment en zelfstandig
adviseur dienstverlening en
digitalisering @Thorsius
\n䰲\\n䰲[{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jQZyQXqrjt8zID79ze9w5S9Mar4RZz1u509rUXCyzHg H$`׉	 7cassandra://yWWndy3m5VZrhjjMLaMzu4tiG-1F4uN3m2JGcUdls9U`׉	 7cassandra://QXesb6Wk-ZGrG-THsfMXVegLTdrM4ZLm_h0A9V4UY5wFx`j ׉	 7cassandra://Gdgs1874K4i_vCtvGfJriq3NA6GFRf6TAumGhFEqxcs ͠	\n䰲נ\n䰲 S&ew9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
‘een nieuw handelings
identiteit en algorit
in gesprek met nathan ducastel,
vng directeur informatiesamenleving
Voor Nathan Ducastel is informatiebeleid, digitalisering en dienstverlening bekend terrein.
Hij werkte de afgelopen elf jaar als adviseur, MT-lid en manager bij PBLQ, een adviesbureau
op het gebied van informatiebeleid en de informatiesamenleving. Ook in zijn eerdere loopbaan
is informatiebeleid en de overheid een rode draad, onder andere bij het Ministerie van
BZK. Hoe ziet Ducastel de informatiesamenleving en welke rol zou de VNG hierin kunnen
spelen?
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Is het een voordeel om als insider te werken aan het dossier
informatiesamenleving?
Ducastel: ‘Ik zie het zelf als een voordeel omdat ik al weet
waar het over gaat. Binnen het vakgebied ken ik de ontwikkelingen,
waardoor ik in de bestuurlijke en ambtelijke besluitvorming
snel tot de kern kan komen. Maar de valkuil
is dat je de neiging hebt er te diep in te duiken en alles zelf
gaat aansturen. Het is mijn rol om vanuit onze koepel gemeenten
en professionals in positie te brengen, zodat zij
zelf aan de slag gaan en blijven. Dat is een mooi werkveld,
waar ik snel op kan instappen omdat ik al veel mensen in
Den Haag ken.’
‘digitalisering zet sowieso door,
dus de overheid moet nadenken
over een handelingsperspectief’
Waar legt de VNG de focus als het gaat om de digitale
overheid?
‘De slag die we binnen de VNG maken, is dat we ons naast
informatiebeleid ook echt met de informatiesamenleving
bezighouden. Informatiebeleid gaat over zaken zoals architectuur,
standaarden en voorzieningen. Dat zijn relevante
onderwerpen die thuishoren op de managementagenda.
Maar deze onderwerpen alleen vormen niet de crux van de
digitale transitie. Ze helpen ons hooguit om mee te doen en
leveren efficiency­voordelen op. De kern is dat digitalisering
steeds meer bepaalt hoe we met elkaar samenleven,
4
hoe de interactie tussen overheid en burgers plaatsvindt.
Volgens mij zijn de voordelen van digitalisering groter dan
de nadelen, zo lang je er maar bewust mee omgaat. Digitalisering
zet sowieso door, dus de overheid moet haar positie
bepalen en nadenken over een handelingsperspectief.’
Is dat besef bij bestuurders al voldoende aanwezig?
‘Ja, dat gevoel heb ik wel, ook al blijft het lastig voor bestuurders
om daarbij de juiste woorden te vinden. Als professionals
spreken over termen als “architectuur”, “standaarden”
en “data­uitwisseling” dan haken de meeste bestuurders
af. Dan zit je al gauw in de ICT­hoek en denkt
men: “dat is twee maal te duur en duurt twee keer te lang”.
Als je de informatiesamenleving vanuit maatschappelijke
vraagstukken benadert en bijvoorbeeld spreekt over betere
zorgverlening met robots, dan raak je de juiste snaar. We
moeten dit dossier vanuit een andere kant aanvliegen.’
In hoeverre is digitalisering een politiek onderwerp?
‘Als digitalisering mislukt, wordt het vanzelf politiek –
maar pas als het bergaf gaat. We moeten rust en ruimte creeren
en eerder nee durven zeggen als er iets niet uitvoerbaar
is. Het bestuur mag meer vertrouwen op de professionaliteit
van de organisatie. Ik pleit ervoor dat we daar waar
dat kan vanuit architectuur en afsprakenstelsels denken.
Gemeenten werken in dat kader aan de Common Ground,
en moeten daarbij meer nadenken over functionaliteit en
minder over de voorzieningen zelf. Die laatste taak kan
best bij de markt liggen. Laat iedereen zich richten op zijn
of haar eigen competentiegebied. Laat bestuurders op
hoofdlijnen besturen, en voorkom dat zij, vanwege hoog׉	 7cassandra://QXesb6Wk-ZGrG-THsfMXVegLTdrM4ZLm_h0A9V4UY5wFx`j \n䰲]׉Eperspectief op data,
men’
nathan ducastel: ‘de
thema’s data, identiteit
en algoritmen hebben
grote invloed op de
veranderende positie
van de overheid’
oplopende escalaties, besluiten moeten nemen over complexe
zaken waarover ze onvoldoende kennis hebben.’
Wat verandert er, nu de VNG de gemeentelijke uitvoering
gaat faciliteren?
‘Vorig jaar is bij de VNG een derde statutaire functie toegevoegd
die zich richt op het faciliteren van de gezamenlijke
gemeentelijke uitvoering. Daarvoor zijn onder meer het
College van Dienstverleningszaken en de Taskforce Samen
Organiseren ingesteld. Dat zorgt voor meer continuïteit en
ordening, waardoor we minder ad hoc opereren en gemeenten
transparanter en voorspelbaarder zijn bij de gemeentelijke
uitvoering. Wat moet blijven gebeuren, is dat
gemeenten direct de baten ondervinden van onze inspanningen.
Denk aan de gezamenlijke inkoop van telefonie,
verbeterde verantwoording van informatiebeveiliging door
ENSIA en de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) of de Gemeentelijke
Inkoopvoorwaarden bij IT (GIBIT). Dat zijn
zaken waarvan gemeenten zelf direct profijt hebben, en het
vergroot de professionaliteit van gemeenten in hun samenwerking
met ketenpartners en leveranciers. Ik zie de VNG
als een koepelorganisatie met een eigen projectfabriek die
door gemeenten wordt aangestuurd, waar af en toe voorzieningen
en functionaliteiten uitkomen die de dienstverlening
verbeteren.’
Hoe wordt deze nieuwe rol van de VNG door de rest van
Den Haag ervaren?
‘Het speelveld is breder dan voorheen, en meer onderwerpen
worden interbestuurlijk aangevlogen. Ik merk dat er
anders naar ons wordt gekeken. We maken beter gebruik
van overlegstructuren, kunnen meepraten en focussen
daarbij op de meerwaarde van interbestuurlijke initiatieven.
Voor gemeenten is bijvoorbeeld de Generieke Digitale
Infrastructuur (GDI) van belang. Daarom hebben we aan de
informateur geschreven dat een compacte en robuuste GDI
5
\n䰲^\n䰲]{בCט   {u׉׉	 7cassandra://QF74eYyWq5M-kIqaYyA3F0IGVbWORSKsrZtaw4N_Xgk u`׉	 7cassandra://F7uyboa4VtBWqCS62lXr8g195M4DKL6wZ4HP-SDsmHk%`׉	 7cassandra://sx2bWgZ_Jitv1Itc2Up979j3TYWPzPYtDTnAeiKIje83`j ׉	 7cassandra://5NGe3Fe01p-C5IktspIMzL4Mwv-vPMA68pLX8hdApas 4͠	\n䰲נ\n䰲 ̞~̽9 ׉SG
ׁׁr׉Einterview
noodzakelijk is om als één overheid te opereren. De GDI
moet je in gemeenschappelijkheid willen regelen. Het is
geen leiderschapsvraag, het moet er gewoonweg zijn. Het
helpt om bij de GDI onderscheid te maken tussen functionaliteiten
en voorzieningen. Het kan best zo zijn dat de ene
partij een andere voorziening nodig heeft dan de andere. In
het verleden leidden uiteenlopende wensen tot een stapeling
van functionaliteit binnen een en dezelfde voorziening,
en daarmee tot complexe en dure uitvoeringstrajecten.
Ik zou liever variëren in voorzieningen die soortgelijk
zijn, maar niet identiek.’
‘het bestuur mag meer vertrouwen
op de professionaliteit van de
organisatie’
Hoe besteedt de VNG aandacht aan privacy?
‘De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is
sinds eind mei vigerende wetgeving, dus daar moet je als
gemeente aan voldoen. Privacy raakt de hele gemeentelijke
organisatie, het aanwijzen van een functionaris gegevensbescherming
is daarbij slechts een eerste stap. Ik zie de AVG
als een belangrijke trigger voor het maatschappelijke debat
over privacy. Door de AVG krijgen we ambtelijk en bestuurlijk
meer zicht op wat er eigenlijk gebeurt met onze gegevens.
Dat gesprek is misschien nog wel waardevoller dan de
wet zelf, en moeten we niet alleen met gemeenten voeren,
maar met alle organisaties in Europa.’
Gaat de VNG zich actief mengen in de discussie over digitale
ethiek?
‘Ja, deze thematiek is al onderdeel van de Digitale Agenda
2020. Daarin stellen we onszelf ten doel om open en transparant
in de samenleving te staan. Het rapport Opwaarderen
van het Rathenau Instituut stelt dat we onze apps, software
en technologie wel regelmatig hebben opgewaardeerd,
maar zijn vergeten om de maatschappij te updaten. De
overheid is nog niet voldoende toegerust om met deze
nieuwe vragen om te gaan. Daar moeten we wat mee. Hoe
krijgen gemeenten hun processen op orde, wat zien we om
ons heen gebeuren, en welk handelingsperspectief hebben
bestuurders binnen dit nieuwe speelveld? Dat zijn allemaal
vragen die ik probeer te agenderen, waarbij ik drie dominante
onderwerpen centraal stel. Ten eerste data. Als gevolg
van de AVG zal het besef en begrip van eigen dataproductie,
­gebruik en ­beheer bij gemeenten explosief toenemen. Ten
tweede identiteit. Dat gaat verder dan de basisregistratie
persoonsgegevens, en betreft ook identiteitsmanagement
en de positie van identiteit in het Internet of things. Ten
derde algoritmen. Ik verwacht dat kunstmatige intelligentie
aan het gesprek over algoritmen en rekenregels een
6
extra dimensie zal geven. Deze drie thema’s – data, identiteit
en algoritmen – hebben grote invloed op de veranderende
positie van de overheid.’
Waarom is dat gesprek juist nu van belang?
‘Van oudsher hadden overheden het primaat op de juiste
data. Die positie is aan het eroderen. Alleen al door de toename
van sensordata en smartphonedata is het speelveld in
korte tijd sterk veranderd. In een aantal grotere steden is al
de nodige ervaring opgedaan met het gebruik van data. Het
is aan de VNG om deze kennis te kanaliseren, de generieke
overeenkomsten te benoemen en de inzichten breder beschikbaar
te stellen. Als dat leidt tot afspraken en standaarden,
dan kunnen we die via het College van Dienstverleningszaken
bestendigen. Ik focus op de mogelijkheden die
data bieden en wil waarborgen creëren voor een zorgvuldig
gebruik ervan, want in de uitvoering worden nog wel eens
regels geschonden. Dataverzameling, bijvoorbeeld binnen
het sociaal domein, is een eerste stap, maar de discussie die
daarop volgt over profielen en patroonherkenning ligt gevoeliger.
Waar liggen de grenzen van de wet en wat is moreel
aanvaardbaar? Als je de college­akkoorden erop naslaat,
dan zie je dat de rol van privacy en data nog erg bescheiden
is. Ik denk dat het onze opgave is om die maatschappelijke
vraagstukken zo te presenteren dat bestuurders deze thematiek
omarmen, en inzien dat toepassing van de informatietechnologie
niet politiek neutraal kan zijn, maar keuzes
vergt.’
‘bestuurders moeten inzien dat
informatietechnologie niet politiek
neutraal kan zijn, maar keuzes vergt’
Wanneer bent u zelf tevreden?
‘Ik heb twee grote ambities. Ten eerste wil ik het gesprek
over digitalisering echt voeren in een politiek bestuurlijke
omgeving, zodat dit thema wordt opgenomen in alle partijprogramma’s.
We moeten het aanwezige bewustzijn omzetten
in een handelingsperspectief dat leidt tot bewuste
keuzes. Hoe weeg je bijvoorbeeld privacy versus efficiëntie,
of de digitalisering van de openbare ruimte? Ten tweede
wil ik de managementagenda op de rit hebben staan, zodat
zaken zoals IT­governance, de GDI, de basisregistraties en
Common Ground echte ankerpunten voor de toekomst
worden, die ketenpartners de benodigde voorspelbaarheid
en betrouwbaarheid bieden. Ik neem voor mijn eigen agenda
drie jaar als focus. Verder kijken is in dit vakgebied onverstandig,
daarvoor gaan de veranderingen te snel. Vele
seinen staan voor digitalisering al op groen, maar nu moeten
we dat vasthouden en afmaken.’
׉	 7cassandra://sx2bWgZ_Jitv1Itc2Up979j3TYWPzPYtDTnAeiKIje83`j \n䰲_׉Ejorinde ter mors
digitale identiteit komt
een stap dichterbij
Er zit vaart achter de ontwikkeling van een digitaal identiteitsbewijs.
En daarmee doel ik niet op de variaties op
DigiD, want die zijn weliswaar handig, maar heel beperkt
bruikbaar. Ze missen de betrouwbaarheid en de veiligheid
van een paspoort, en je kunt er geen hypotheek mee
afsluiten of een abonnement voor je mobieltje mee regelen.
En ook niet een specialist toestemming geven om je
medische dossier in te zien. Terwijl er juist dringend
behoefte is aan een digitaal identiteitsbewijs waarmee
dergelijke zaken wél te realiseren zijn. Waarmee burgers
en ondernemers op elk moment van de dag via elk
gewenst kanaal goed, gericht en betrouwbaar gegevens
kunnen uitwisselen met de overheid of met elkaar. De
periode van ‘inloggen met je Facebook-account’ en ‘stuur
een kopie van je paspoort maar op aan Microsoft’ moeten
we toch zo snel mogelijk achter ons laten, lijkt me.
een digitaal identiteitsbewijs
waarmee burgers en ondernemers
op elk moment van de dag via elk
gewenst kanaal goed, gericht en
betrouwbaar gegevens kunnen
uitwisselen met de overheid of
met elkaar
Gemeenten en het Ministerie van BZK, bijgestaan door
tal van deskundigen, buigen zich nu over de vraag hoe
een dergelijk identiteitsbewijs vorm te geven. Hoe veilig
willen we het hebben en hoe verhoudt dat zich tot
gebruiksvriendelijkheid? Hoe weet ik welke informatie ik
aan wie geef? En kan ik zelf makkelijk de informatie
selecteren die ik met anderen wil delen?
Zomaar een greep uit de vragen die in dit zogenaamde
identiteitslab aan de orde komen.
Nog vóór de zomervakantie gaat een brede groep
‘betrokkenen’ de eisen en wensen voor een digitaal identiteitsbewijs
in kaart brengen. Daarvoor worden er in de
volle breedte mee- en tegendenkers uitgenodigd, want
het gaat om een maatschappelijk relevante vraag. En als
we het dan precies weten, gaan we de markt op om te
kijken wat er voorhanden is aan technieken en middelen
die aan die eisen lijken te voldoen. Vervolgens gaan we
die middelen daadwerkelijk testen bij een fraaie mix van
twaalf gemeenten die zich daar al voor hebben opgegeven.
Dan kunnen we kijken of hetgeen we samen
bedacht hebben ook in de praktijk werkt. Want gebruikersgemak,
vertrouwen van de gebruikers en veiligheid
kunnen we wel mooi op papier zetten, maar the proof of
the pudding ...
Het is goed dat er voor deze opgave door gemeenten
met het Ministerie van BZK wordt samengewerkt in het
Identiteitslab. We moeten niet alleen vanuit de uitvoering
naar handige instrumenten kijken, en ook niet
alleen vanuit de beleidskant naar theoretische kaders,
maar samen aan een inzetbare combinatie van theorie
en praktijk werken. Dus van beleid dat getoetst is aan en
aansluit bij de uitvoering. Vanzelfsprekend loopt dit traject
mee in de ontwikkeling van de Common Ground/
NLX. Het is immers een randvoorwaarde voor de snelle,
betrouwbare en gerichte uitwisseling van gegevens tussen
alle denkbare partijen. Nut, noodzaak en toenemend
urgentiebesef zullen dan een digitaal identiteitsbewijs in
rap tempo dichterbij brengen.
Jorinde ter Mors is directeur Publieksdienstverlening
in de gemeente Utrecht en lid van de Taskforce
Samen Organiseren
7
\n䰲`\n䰲_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://CaF7g1mpn2fm_MqLxx3MrqPtpw_Rdxrr97T1-TIQ2p0 `׉	 7cassandra://qn_zLBT8Sn3FG2uDW6NCUu6FahAdLtHsHMo-wwgnfE0ͺV`׉	 7cassandra://5jnxXahwxdt3DBjWzUuW2RUHp2ZoO-ju0iZNyTw9di0:`j ׉	 7cassandra://otZN88A1OFsmzQN3nkmGt2l05CcJwiCthkpiIqjk914 'w$͠	\n䰲נ\n䰲 AuPف9 ׉SG
ׁׁr׉E	artikel
gemeentepioniers
awards voor de digitale overheid
De GemeentePioniers is een groep enthousiaste en ambitieuze trainees van DisGover. Als
onderdeel van een action-learning project reizen zij het land door op zoek naar voorbeelden
van gemeenten die hun online-dienstverlening op een verrassende en innovatieve manier
inrichten. Een aantal best practices maakte kans op een van de GemeentePioniers Awards
2018, die eind maart tijdens het VNG Realisatie-congres zijn uitgereikt. Wie zijn de prijswinnaars
en welke andere genomineerden springen eruit?
Tekst: Anouk Fredriksz, trainee bij DisGover
D
e GemeentePioniers Awards is een jury­ en publieksprijs
om de meest innovatieve overheden in het
zonnetje te zetten. Op 28 maart van dit jaar werden
deze prijzen uitgereikt tijdens het VNG Realisatie­congres
‘Back to the future’. De driekoppige jury die de voorbeelden
beoordeelde, bestond uit Ingrid Hoogstrate (VNG Realisatie),
Jan Fraanje (directeur Vereniging Directeuren Publieksdiensten)
en Carolien Nicolai (Gebruiker Centraal). Annemieke
Bijker en Latara Schellen van GemeentePioniers
reikten de prijzen uit, waarbij de gemeente Zuidhorn de
juryprijs in de wacht sleepte voor haar Kindpakket dat met
blockchain­technologie is ingericht. De jury roemde de
vooruitstrevendheid, de gebruiksvriendelijkheid en hoe
goed het product door andere organisaties is toe te passen
en verder uit te breiden. De publieksprijs werd op basis
van online­stemmen bepaald en ging naar de gemeente
Dongen voor hun initiatief aangaande WhatsApp­verzendlijsten.
Behalve deze twee waren er nog enkele andere
genomineerden, waarvan het hoogheemraadschap Hollands
Noorderkwartier en de Drechtsteden eruit sprongen.
De Gemeentepioniers
het kindpakket van de gemeente zuidhorn
De juryprijs 2018 ging naar het Kindpakket van de gemeente Zuidhorn.
Dit is een budget voor kinderen van ouders met een minimuminkomen.
Gezinnen worden ondersteund met onder meer schoolmaterialen en
sportspullen. Zuidhorn heeft hiervoor een platform ontwikkeld met behulp
van blockchain­technologie en smart contracts, waarop de gemeente
en de gezinnen hun Kindpakketten gemakkelijk kunnen overzien.
Ook bestaat er een toepassing waarmee een aangesloten ondernemer de
QR­code van de gebruiker kan scannen en het te betalen bedrag via een
eigen app kan intoetsen, waarna het bedrag direct aan de ondernemer
wordt betaald. Het blijkt een probleemloos werkende toepassing te zijn
die bovendien zeer gebruiksvriendelijk is.
8
׉	 7cassandra://5jnxXahwxdt3DBjWzUuW2RUHp2ZoO-ju0iZNyTw9di0:`j \n䰲a׉E	]beloont innovatie
van morgen
whatsapp-verzendlijsten van de gemeente dongen
De gemeente Dongen sleepte de publieksprijs in de wacht met haar
WhatsApp­verzendlijsten. Dongen werkt sinds oktober 2017 met zulke verzendlijsten
als vervanging van de analoge burgerbrieven. Informatie die zij
normaal per post zou versturen, wordt nu naar belangstellenden geappt.
Inwoners moeten eerst het nummer van de gemeente toevoegen aan hun
contactenlijst, en melden zich vervolgens zelf aan voor een specifieke verzendlijst.
Door deze opt­in mag de gemeente hun telefoonnummer gebruiken. De
gemeente kan in één klik alle contacten uit de verzendlijst een bericht sturen,
maar deze komen als een­op­een­chats aan bij de burger, waardoor privacy is
gegarandeerd. Ook kunnen inwoners een reactie sturen en zo een persoonlijke
chat beginnen.
intelligente tegels van het hoogheemraadschap hollands noorderkwartier
Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) was genomineerd voor haar intelligente tegels­oplossing.
Het hoogheemraadschap verstuurt namelijk jaarlijks 780.000 aanslagbrieven voor de waterschapsbelasting.
Dit jaar ontving 38 procent van de inwoners de aanslagbrief als digitale post in de Berichtenbox van MijnOverheid.
De aanslagbrief – die als pdf naar de Berichtenbox wordt gestuurd – is voorzien van intelligente ‘tegels’ waarmee je
direct vanuit de pdf kan doorklikken naar ‘Mijn HHNK digitaal loket’,
met gebruikmaking van DigiD Single Sign On. Hiermee is de Berichtenbox
geïntegreerd in het digitale loket van HHNK. Door gebruik te
maken van ‘privacy by design’ is de veiligheid gewaarborgd, en kan je
niet bij de aanslag van een ander terechtkomen of iemand anders jouw
aanslag laten betalen.
social messaging bij de drechtsteden
De Drechtsteden waren genomineerd vanwege hun Livechat, waarmee ze in 2017 zijn begonnen.
Zes van de zeven Drechtsteden hebben nu op hun eigen websites een chatknop waarmee burgers
een gesprek met hun KCC kunnen beginnen. Binnen veertig seconden moet het KCC daar antwoord
op geven – supersnelle service dus. Ook is WhatsApp een nieuw communicatiekanaal van
de Drechtsteden geworden. Elke gemeente heeft haar eigen WhatsAppnummer
waarop men op werkdagen te bereiken is. Binnen een uur
wordt er antwoord gegeven. Deze manieren van communiceren zijn
door burgers uitstekend ontvangen, en worden als snel en persoonlijk
ervaren.
9
\n䰲b\n䰲a{בCט   {u׉׉	 7cassandra://kCjqBUJN6yWqCN1u-_8xCT1JXr2-0JoGJvJh3_XZ_7w `׉	 7cassandra://7PyIyI-PIDAgKVFWHVPh6bMfWjwsXzVSnbegcQCar0g`׉	 7cassandra://e1DGL7DT3CYBFDK8Coc66ncI4kt353hatqsBIj0flLIJ`j ׉	 7cassandra://MesXE8R4v1QkKueo6KCqKdJhr1hEGGINHEOLi7eEv0I ͠	\n䰲נ\n䰲 +a-9 ׉SG
ׁׁr׉E
fstudiereis
wat kunnen we van
e-government vraagt om samenwerking
Van 17 tot en met 20 april is de Vereniging Directeuren Publieksdiensten op studiereis
geweest naar Denemarken, met een dagtocht naar Zweden. De Denen hebben het goed
voor elkaar: 92 procent van de burgers is tevreden over de digitale overheid. Hoe doen
ze dat toch, die Denen? En wat kunnen we van ze leren?
Jan Fraanje, directeur van de VDP
Beeld: Marcel Davids, Jurgen Bomas en Alexandra van der Lee
D
enemarken en Nederland lijken in veel opzichten op
elkaar. Beide landen zijn rijk en hebben ontzettend
veel kwaliteit, kennis en kunde in huis om digitalisering
en dienstverlening vorm te geven. Er is veel energie,
tijd en geld beschikbaar. In vergelijking met Nederland
hebben de Denen het alleen wat slimmer georganiseerd en
zijn ze daardoor verder met digitalisering. De aanpak in
Denemarken is te kenschetsen als mandatory (verplicht).
Ook Deense gemeenten werken liever van onderop, maar
constateren nu dat ze verder zijn dan ooit en klaar voor de
toekomst. Er is een eensgezinde strategie, één digitale
entree voor de overheid via borger.dk, en iedere Deen heeft
een digitale postbus en een digitale identiteit. Natuurlijk
is de aanpak niet een­op­een over te zetten naar de Nederlandse
situatie. Het is de kunst om de inzichten uit Denemarken
naar ons land te vertalen, en deze te koppelen aan
de maatschappelijke opgaven uit het Interbestuurlijk
Programma (IBP) dat onlangs door de diverse overheden is
vastgesteld (zie kader op de pagina hiernaast).
10
wettelijk verplicht
In Denemarken is het primaat van digitaal werken in de
wet vastgelegd, niet alleen voor de overheden maar ook
voor burgers en bedrijven. Hoewel het spannend was
– want ook bij Denen zit digitalisering niet in de genen –
is het daar toch gelukt. Dus digitaliseren kun je leren. In
Denemarken zijn er evenwel twee groepen die moeite hebben
met digitalisering. Dat is het geval bij vier procent van
de alleroudsten, maar opvallend genoeg ook bij zeventien
procent van de allerjongsten. Voor deze groep van jonge
digital natives is de digitalisering op zich meestal geen probleem,
maar ligt het meer aan de complexiteit van de overheid.
Er zijn grofweg twee manieren om daar iets aan te
doen: leg de overheid uit aan de jongeren, of – minder voor
de hand liggend maar wel veel beter – laat jongeren zelf nadenken
over verbetering, dus versimpeling van de digitale
overheid. Hoe de digitale overheid idealiter zou moeten
werken, staat al lang in allerlei missies en visies, dus het
principe is niet omstreden. Het gaat erom wat je er in de
praktijk van terechtbrengt, en jongeren kunnen daarbij
helpen.
׉	 7cassandra://e1DGL7DT3CYBFDK8Coc66ncI4kt353hatqsBIj0flLIJ`j \n䰲c׉Edenemarken leren?
op europees niveau
Wat is het Interbestuurlijk Programma?
Op 14 februari 2018 hebben het Rijk en de gemeenten,
provincies en waterschappen het Interbestuurlijk Programma
(IBP) afgesloten met daarin tien prioriteiten
wat betreft maatschappelijke opgaven. Het is de bedoeling
dat overheden daaraan eendrachtig, constructief
en met een positieve instelling gaan werken, samen
met burgers, bedrijven en kennisinstellingen. Als kansrijke
ontwikkeling wordt de digitalisering van de overheid
genoemd in paragraaf 8 (‘Goed openbaar bestuur
in een veranderende samenleving’). In het IBP wordt
benadrukt dat het van belang is om planmatig te werken
aan digitale mogelijkheden bij het oplossen van
maatschappelijke opgaven. Daarvoor is er een robuuste
digitale infrastructuur nodig.
urgent:
één enkele digitale entree voor de burger,
een betrouwbare digitale identiteit
en een goede digitale postbus
\n䰲d\n䰲c{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Muf1IoqmYEiJgG-5EwgTdbR2ZPO5e-oYVbrqNbFZp5E e`׉	 7cassandra://TTz7LPEyYHDiO7XuyJDvjXVvozWg4oxzf_YxWPggCnkh`׉	 7cassandra://j9oCGrpfQ7e0emY_jao_US3Ct3iKDAH9KLbNcMD2sj0;`j ׉	 7cassandra://xYRSYvfJx2soO0YYsQnBlnbqmzrDeKAGZEN6v5wwsz0 U͠	\n䰲נ\n䰲 	9ׁH *https://www.publieksdiensten.nl/studiereisׁׁЈנ\n䰲 	\9ׁHhttps://tinyurl.com/y7lm5ga6ׁׁЈ׉E;studiereis
artikel
centrale sturing
De Denen zijn vanaf 2001 bezig en hebben een programma
ontworpen dat strak gestuurd en ingevoerd is, daardoor
gaat er geen energie verloren aan discussies over geld. Het
Rijk en de gemeenten betalen elk veertig procent en de
regio’s twintig procent van de 300 miljoen euro die er jaarlijks
nodig is. Het woord ‘verplicht’ was leidend in de
gesprekken die we gevoerd hebben met het Digitaliseringsstyrelsen
(Agentschap voor digitalisering). Het agentschap
maakt deel uit van het Ministerie van Financiën en heeft in
overleg met gemeenten vanuit een strak en ook faciliterend
programma de regie gevoerd op de ontwikkelingen.
‘leading change’
in Denemarken zijn de theorieën van Kotter over Leading
change invloedrijk. Internationale onderzoeken tonen aan
dat Nederland de vergelijking met andere landen nog
steeds goed kan doorstaan. Maar er blijkt uit dat onze ontwikkelingssnelheid
laag ligt. De Denen doen dat beter,
maar reiken in ontwikkelsnelheid ook niet veel verder dan
de middenmoot en zullen evenals wij hun snelheid dus
moeten verhogen. China en Maleisië zijn de landen waar
de ontwikkeling het snelst gaat. En je hebt niet veel fantasie
nodig om te bedenken dat het beeld zomaar zou kunnen
kantelen. De snelst ontwikkelende landen van vandaag zijn
de toppers van morgen. De Denen hebben de ontwikkelingen
niet afgewacht, en geven te kennen dat ze baas willen
blijven in eigen land. Zij benaderen de technologische ontwikkeling
positief, en zien nieuwe kansen ontstaan om
maatschappelijke opgaven te tackelen. De basis van het
Deense succes ligt bij de invulling van digitaal leiderschap,
zowel op bestuurlijk als op ambtelijk topniveau. Daardoor
is in Denemarken een stevige regie ontstaan, met een goed
samenspel tussen het Rijk, KL (Kommunernes Landsforening,
de Deense VNG), de koepels en de gemeenten.
natuurlijk is de deense aanpak
niet een-op-een over te zetten
naar de nederlandse situatie
samen ørganiseren
Voor het programma Samen Organiseren, binnen de VNG,
zijn de drijvende krachten achter de digitalisering in Nederland
het College voor Dienstverleningszaken, de Taskforce
en de netwerken van de koepels. We willen bijvoorbeeld
een Common Ground, waardoor we veel meer grip krijgen
op de ontwikkelingen en de markt. Ook wat dat betreft
kunnen we veel van de Denen leren. In Denemarken zorgt
de KL voor de hoofdlijnen en KOMBIT (een Deense variant
van VNG Realisatie) voor de strategie, de inkoop en de preventie
van marktimperfecties. Deense gemeenten hebben
12
Dit biometrische station maakt het voor de burger mogelijk om
binnen enkele minuten een pasfoto te maken, en vingerafdrukken
en een digitale handtekening te leveren.
in 2008 een bedrag van 160 miljoen euro bij elkaar gelegd
en dat werkt als een revolving fund.
perfecte dienstverlening
Perfecte dienstverlening begint bij de klant, de burger, de
gebruiker – van buiten naar binnen toe. In Denemarken
nemen ze de burger serieus – de burger is daar de alfa en
de omega van de dienstverlening. In de wet is vastgelegd
dat digitale dienstverlening via selfservice de norm is. De
overheden hebben de verplichting om het zo te regelen, en
de burgers weten dat ze zelf ook in actie moeten komen.
Zij hebben allemaal een digitale postbus en een digitale
identiteit. Die digitale identiteit is trouwens ingevoerd en
tot stand gekomen door een slimme alliantie tussen banken
en overheid. Alle digitale middelen worden ontwikkeld
op basis van 24 ontwerpprincipes die de communicatie
gebruiksvriendelijk maken. Een goed toegankelijke digitale
infrastructuur is namelijk het halve werk.
digitale selfservice als norm
Komt een burger er ondanks deze sterke focus op gebruiksvriendelijkheid
dan nog niet uit, dan kunnen gemeenten
als meest nabije overheid daarbij assisteren. Uitgangspunt
is niet alleen om de burger de weg te wijzen in de digitale
wereld, maar ook om het zo te doen dat hij of zij het de
volgende keer zelfstandig kan. Dat de medewerkers die
burgers begeleiden zelf digitaal vaardig moeten zijn, staat
als een paal boven water. Bij de gemeente Kopenhagen zijn
ze het gesprek met de medewerkers met open vizier aan׉	 7cassandra://j9oCGrpfQ7e0emY_jao_US3Ct3iKDAH9KLbNcMD2sj0;`j \n䰲e׉E	gegaan. De digitalisering komt er onvermijdelijk aan: ‘wat
betekent dat nu voor jou, en kan dat jou ook een nieuw
perspectief geven?’
deskundigheid en speelruimte
Dat de gemeentelijke medewerkers ook inhoudelijk de weg
moeten weten, is tevens in Denemarken een punt van aandacht.
Tijdens een bijeenkomst in de gemeente Glostrup
kregen we van onze zustervereniging te horen dat de digitalisering
er soms ook toe leidt dat medewerkers niet altijd
meer op de hoogte zijn van de finesses van alle werkvelden.
Een ander aandachtspunt is de mogelijkheid om op basis
van een integrale benadering af te wijken van ‘het systeem’,
zodat er maatwerk geleverd kan worden aan de burger. Wat
doe je wanneer the system says ‘no’? Hoe zorg je dan toch dat
je kunt doen wat er gedaan moet worden? In Denemarken
is er een infrastructuur gebouwd rondom klantreizen en
serviceformules. Deze worden op een laagdrempelige wijze
aangeboden aan de gemeenten – ze kunnen het basismateriaal
direct downloaden en ermee aan de slag gaan. Dat is
redelijk vergelijkbaar met de mogelijkheden die het Kenniscentrum
Dienstverlening in Nederland biedt.
laat jongeren zelf nadenken over
versimpeling van de digitale overheid
nederland op weg naar verbetering
Is Denemarken het nieuwe Estland als bron van inspiratie?
Dat valt te bezien. In Nederland hebben we in de afgelopen
jaren de basis op orde gebracht, maar er zullen grote stappen
vooruit moeten worden gezet. Dat vraagt om bestuurlijk
en ambtelijk leiderschap, en om ruimte voor ontwikkeling.
Dat vraagt ook om een betere samenwerking tussen
alle spelers in Nederland. Hiervoor biedt het Deense model
een aantal inspirerende aanknopingspunten die het verkennen
waard zijn. Onze conclusie op basis van de studiereis
is nu dat we in Nederland een inhaalslag moeten
maken. We hoeven daarvoor het wiel niet opnieuw uit te
vinden, en kunnen volop leren van andere Europese landen
zoals Denemarken. Eén enkele digitale entree voor de burger,
een betrouwbare digitale identiteit en een goede digitale
postbus zijn verbeterslagen die met grote urgentie
moeten worden opgepakt. En een intensieve samenwerking
op Europees niveau kan deze ontwikkeling versnellen.
Meer weten?
Lees hier het Interbestuurlijk Programma:
https://tinyurl.com/y7lm5ga6
Alle presentaties en informatie over de studiereis naar
Denemarken zijn terug te vinden op de VDP­site:
https://www.publieksdiensten.nl/studiereis­denemarkenen­zweden
13
\n䰲f\n䰲e{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SmRgZXt-yytHmShd0_uYRtszOaHYe9wTcBTI44sM8fE `׉	 7cassandra://EOs7NSlj53n8GlrlDrshUpJh5wiEuPzZ8QHXd6zP124ͨ`׉	 7cassandra://uRCS_WF6RSyywSf-tHCoFmAiHMJ_pRf2z6QlGN0ynUw4`j ׉	 7cassandra://xI3t4wZk4t92wSSraPD5nwzC19RzC9x5jnoDb-ycoxc  ͠	\n䰲נ\n䰲 H̠-̵9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 _~9 ׉SG
ׁׁr׉E	frits dreschler
ik ga naar kopenhagen
en neem mee …
Na terugkeer in Nederland van de geslaagde studiereis
naar Denemarken lieten een aantal gedachten over de
Nederlandse dienstverlening mij maar niet los. We
beschikken in Nederland over alle ingrediënten – zoals
knowhow, techniek, middelen, projecten en ideeën – om
minstens zo succesvol te zijn als de Deense overheid. Wij
hoeven dus niet iets nieuws te starten, maar we moeten
het vooral anders aanpakken. Wat te doen? Hierbij mijn
note to self:
Wij moeten het willen
De wens om te komen tot één overheid moet worden
gevoed binnen alle gemeentelijke geledingen – zowel
politiek-bestuurlijk als ambtelijk – alsook ook binnen het
volledige rijk met alle uitvoerende rijksdiensten. Dat
vraagt om vertrouwen in elkaar, waarbij we ‘over onze
eigen schaduw heen moeten springen’.
Wij moeten focus aanbrengen
Wij moeten echte keuzes maken
Op basis van alles wat er al is, kunnen we problemen kritisch
benoemen en daarmee de scope bepalen zodat er
een heldere focus op een gestructureerde oplossingsrichting
ontstaat. Een scherp doordachte analyse en beleving
van ons probleem moet leiden tot een sterk en gedeeld
gevoel van urgentie bij alle stakeholders in overheid en
samenleving
we beschikken in nederland
over alle ingrediënten om
minstens zo succesvol te zijn
als de deense overheid
Een gezamenlijke aanpak zoals hier beschreven, vergt
van de betrokken professionals daadkrachtige besluiten
en leiderschap. Daarbij moeten we ook inwoners, bedrijven
en andere organisaties en groepen in de samenleving
enthousiasmeren en betrekken om onze definitie
van het probleem en de beoogde oplossing te toetsen
en aan te scherpen.
Frits Dreschler is directeur cluster Dienstverlening
in de gemeente Westland
Wij moeten het samen organiseren
De meeste kans van slagen biedt een centraal gestuurde,
coöperatieve realisatie-organisatie die, namens en ook
mét ons allen, strak en planmatig op een gezamenlijke
koers aanstuurt. De huidige groep koplopers moet worden
uitgebreid en opgeschaald tot een representatieve
en gemandateerde afspiegeling van de Nederlandse
overheid.
Wij moeten verantwoordelijkheid uit
handen geven
Een realisatie-organisatie moet, namens het collectief
mandaat, substantiële middelen krijgen om binnen realistische
doorlooptijden kwalitatief hoogstaande oplossingen
te realiseren. Daarbij is er een overkoepelende
visie, uitgewerkt in een modulair plan van aanpak, nodig
als gezamenlijke marsroute.
14
׉	 7cassandra://uRCS_WF6RSyywSf-tHCoFmAiHMJ_pRf2z6QlGN0ynUw4`j \n䰲g׉Einterview
bedrijfsvoering en
dienstverlening
twee kanten van dezelfde medaille
Astrid van de Klift is gemeentesecretaris in Veenendaal en voorzitter van de Federatie
van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid (FAMO). Als lid van de Taskforce
Samen Organiseren let ze vooral op de transitie die de bedrijfsvoering bij de overheid
moet doormaken. Wat zijn de grootste uitdagingen, en waar ligt de balans tussen de
binnen- en buitenkant van de organisatie?
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur inGovernment
Wat is uw rol binnen de Taskforce Samen Organiseren?
Van de Klift: ‘Als gemeentesecretaris van Veenendaal vertegenwoordig
ik middelgrote gemeenten binnen de landelijke
platformen. Wat je ziet is dat bij veel landelijke discussies
vooral grote gemeenten aanschuiven, maar we moeten
het juist samen doen, dus samen organiseren. Daarnaast
zorg ik voor de verbinding met de FAMO, een mooie
vereniging gericht op het middelenmanagement. FAMOleden
zijn goed in onderling netwerken en leren graag van
elkaar, maar we zijn wel erg naar binnen toe gericht. Dat
geldt ook voor gemeenten in het algemeen, die willen zelf
het wiel uitvinden. Het mooie van Samen Organiseren is dat
we de krachten van gemeenten kunnen samenvoegen en
resultaten kunnen toepassen binnen alle gemeenten.
Dat biedt een mooie mengeling van perspectieven.’
je hebt duwers en remmers
nodig die samen naar de
balans zoeken
Met welke onderwerpen houdt u zich
binnen de Taskforce bezig?
‘Als voorzitter van de FAMO zet ik mij
in om onze doelstellingen voor een
betere bedrijfsvoering te verbinden
met de uitgangspunten van andere
vakverenigingen. Bedrijfsvoering
is immers heel breed en ondersteunt
alles. Door per jaar expliciet
thema’s te benoemen waar we ons
in willen ontwikkelen, wordt
\n䰲h\n䰲g{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qWpaPutTV9dNV5h4uWVMnHttDKP8h4Zq8NVfDtFgxjQ `׉	 7cassandra://KKfbQ1huXBTEZNiVKJaZDFV9WNAZ5f0cNDyBO-jBTe4ͼ#`׉	 7cassandra://Ftj3dvuVX2VIn6-1C_0n_V0uQypCITLKtRiwAY5y0Cc/Y`j ׉	 7cassandra://Yx5HtRnHPpW4jANOBBcjJfUkJj81O-Q-V4yvx3BGn9k ,,͠	\n䰲׉E/interview
beter herkenbaar waar wij mee bezig zijn. Uit een inventarisatie
onder FAMO­leden bleek dat momenteel vooral vragen
over het sociaal domein aan de orde zijn. Deze taken
zijn een paar jaar geleden overgedragen aan gemeenten.
Nu de taken zijn geïmplementeerd, rijst de vraag hoe je dat
zo goed mogelijk kan beheren. Iedereen is dat aan het inregelen,
hoe doe je zo iets? Deze vraag heb ik opgepakt binnen
de Taskforce, waar ik mij richt op de uitvoeringstaken
binnen het sociaal domein, zoals schuldhulpverlening, de
WMO en de Jeugdhulp.’
Wat kunnen we samen organiseren in het sociaal domein?
‘In het sociaal domein zijn al veel vraagstukken in regio’s
gezamenlijk opgepakt. Men was gedwongen tot samenwerking
door de omvang en het tempo van de decentralisatie.
Daarna is de samenwerking wat verwaterd, en hebben
gemeenten eigen varianten gekozen. Van oudsher zijn gemeenten
gewend om eigen partijen te zoeken voor een oplossing.
Denk maar aan de ICT­pakketten, die zijn hetzelfde
maar toch specifiek. In de kern zitten we met dezelfde
vraagstukken over gegevensverwerking. Een mooi voorbeeld
is het proces van de bijstand. We kunnen wel heel interessant
doen, maar in de kern is het uitvoeringsbeleid redelijk
hetzelfde. Doordat iedereen andere termen en begrippen
gebruikt, lijkt het alsof het overal een andere
wereld is. Laten we eerst eens kijken naar de kern van deze
processen en dat dan standaardiseren. Daarna volgt pas de
digitalisering.’
van oudsher zijn gemeenten
gewend om eigen partijen te
zoeken voor een oplossing
Wat is het raakvlak tussen digitalisering en bedrijfsvoering?
‘Er gebeurt momenteel erg veel op het gebied van innovatie
in de ICT. Dat staat op gespannen voet met onze regelgeving,
die bovendien telkens wordt aangescherpt. Denk aan
de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en
gewijzigde eisen aan accountantscontroleverklaringen.
Enerzijds moet de bedrijfsvoering meedenken met de innovatie,
en anderzijds moet zij strengere regels toepassen.
Hoe ga je die twee werelden combineren? Dat vraagt om
een balans tussen degelijkheid en meebewegen. Ik vind de
ontwikkelingen in de gemeente Hollands Kroon daar een
prachtig voorbeeld van. Door deregulering ontstond daar
de uitdaging om innovatie aan de buitenkant te verbinden
met stabilisatie aan de binnenkant. Binnen een bedrijfsvoeringsorganisatie
vertegenwoordigt een deel van je mensen
de degelijkheid en een deel de innovatie. Zij moeten onderling
de verbinding aangaan.’
16
Komt die verbinding makkelijk tot stand?
‘Wat ik in Veenendaal zie, is dat dit tijd kost. Het is morgen
niet opeens anders, we zetten kleine stapjes vooruit. Ik ben
ervan overtuigd dat als je met de blik naar buiten participeert
in netwerken, je intern ook betere aansluiting gaat
vinden. Dat doe je door de grenzen van de regels op te zoeken.
Dat vraagt om samenspel. Ik geloof er niet in dat iemand
in zijn eentje verandering tot stand kan brengen.
Je hebt duwers en remmers nodig die samen naar de balans
zoeken die past binnen jouw organisatie.
Het gevolg is dat de schotten tussen de klassieke domeinen
van de bedrijfsvoering – zoals Financiën, Personeel & Organisatie
en Automatisering – wegvallen. Om alle disciplines
aan te boren moet je samen op zoek gaan naar bovenliggende
thema’s die de volledige bedrijfsvoering raken.’
Is dat wel een haalbare ambitie binnen
klassieke organisaties?
‘Ik geloof er oprecht in dat mensen binnen gemeenten
geïnteresseerd zijn en willen aansluiten bij nieuwe ontwikkelingen.
Maar iedereen kijkt er vanuit het eigen perspectief
naar. Dat is ook de beperking. Juist een vakvereniging
zoals de FAMO kan dat perspectief verbreden. Laat je inspireren
door die brede blik, bied nieuwe perspectieven, en
laat mensen bedenken wat dit voor hen betekent. Dat geeft
soms wat gevoelens van verwarring, dus gun eenieder zijn
eigen tempo. Wij willen vakgenoten verbinden op een eigentijdse
manier. Daarom hebben we ingezet op de sociale
media en delen wij onze kennis vooral digitaal. Natuurlijk
is het leuk om elkaar te ontmoeten, maar het blijkt steeds
lastiger om bijeenkomsten te organiseren waarvoor leden
׉	 7cassandra://Ftj3dvuVX2VIn6-1C_0n_V0uQypCITLKtRiwAY5y0Cc/Y`j \n䰲i׉E@ver moeten reizen. Mensen haken dan af. Om dit te voorkomen,
is het idee geboren om ook binnen decentrale kennisnetwerken
in de regio mensen bij elkaar te brengen om
kennis te delen. Regionale hoogtepunten delen we daarna
weer met de rest van het land.’
Lijken dienstverlening en bedrijfsvoering op elkaar?
‘Het zijn vakgebieden die steeds meer in elkaar overvloeien.
Beide zijn onderdeel van de gemeentelijke uitvoering.
Ik vind Coolblue een mooi voorbeeld van hoe dit samen
kan gaan. Bij Coolblue spreken ze niet over dienstverlening
als afdeling, maar is klantfocus het leidende principe. Dat
betekent dat je de organisatie daar volledig op inricht. Dan
houdt dienstverlening dus niet op bij een gelikte website,
maar stelt dit eisen aan de hele organisatie. Ook je adminismooie
ideeën blijven. Vergaderen in een ivoren toren is
mooi maar niet genoeg. We moeten ons verhaal uitleggen
en anderen vragen om mee te doen. Alleen dan kom je op
het niveau van de uitvoering. Ik denk dat alle soorten gemeenten
elkaar iets te bieden hebben. Grote steden kunnen
net iets makkelijker middelen organiseren voor digitalisering.
Terwijl middelgrote gemeenten er makkelijker in slagen
om dingen snel voor elkaar te krijgen. Het is zaak om
verschillende typen gemeenten in de actiestand te brengen.
Je kan daarbij gebruikmaken van elkaar, ieder vanuit zijn
eigen talenten. Onze buurgemeente Renswoude werkt
bijvoorbeeld met ons samen, en kan daardoor meer schaalgrootte
creëren. Dat doen wij op onze beurt ook op het
gebied van blockchain waarbij we binnen Food Valley
samenwerken om slagen te maken. Als je echt slagkracht
wilt vergroten, moet je nieuwe ontwikkelingen samen oppakken.
Zowel samen met andere organisaties, als binnen
je eigen organisatie met goed uitgebalanceerde teams.’
veel nieuwe medewerkers
weten bij binnenkomst niet
hoe een gemeente werkt
tratie en personeelsbeleid moeten deze ambitie ondersteunen.
Daarom spreek ik liever over de gemeentelijke uitvoering
als geheel. Ook al komen we vanuit een ander vertrekpunt,
onze vakgebieden hebben beide versnelling nodig.
Het is lastig te zeggen wanneer we daarin zijn geslaagd,
maar laten we vooral wel de beweging in gang zetten. Elke
stap mag je als een succes vieren. Dit wordt wel iets van de
lange adem, maar we zijn verplicht om deze stappen te
zetten.’
Wat is de belangrijkste barrière voor gemeenten om iets
samen te organiseren?
‘Dat lijkt mij de slagkracht in de uitvoering. We hebben
binnen de Taskforce weliswaar mooie lijnen uitgezet en
beelden geschetst hoe het kan, maar het moet niet alleen bij
Hoe creëer je de juiste balans binnen een team?
‘Het is goed als verschillende mensen in gelijksoortige posities
actief zijn, die diversiteit versterkt de teamkwaliteit.
Denk aan mannen en vrouwen, jong en oud. Soms moet je
daarvoor buiten je eigen bubbel kijken, een andere balans
zoeken. Een vakgebied als bedrijfsvoering werd jarenlang
gedomineerd door mannen. Wat nu leuk is om te zien, is
dat er zich steeds meer vrouwen melden, vooral in financiële
posities. Ook als het gaat om de relatie tussen jong en
oud kan een gebalanceerde teamsamenstelling de kwaliteit
bevorderen. De gemiddelde leeftijd van gemeentemedewerkers
is eind veertig. Dat is zorgelijk, want de komende
tien jaar gaan er veel mensen uitstromen. We zullen de
aanwas van onderop op orde moeten brengen om jonge
mensen aan te trekken en vooral ook vast te houden. Het
risico bestaat dat we nieuwe frisse mensen laten vastlopen
binnen verouderde organisatiestructuren. Veel nieuwe
medewerkers weten bij binnenkomst niet eens hoe een
gemeente werkt. Dat leert men nergens meer. We moeten
die kennis zelf tot hen brengen, maar niet op een belerende
manier. Echte aandacht voor de positie voor jongeren binnen
gemeentelijke organisaties is nodig. We moeten een
klimaat creëren dat past bij hun verwachtingen. Zowel
oude als jonge medewerkers moeten de bereidheid hebben
om van elkaar te leren. We moeten interesse tonen op basis
van gelijkwaardigheid. Dat geldt zowel binnen gemeentelijke
teams en organisaties, als op landelijk niveau waar we
de bedrijfsvoering en dienstverlening samen organiseren.’
17
\n䰲j\n䰲i{בCט   {u׉׉	 7cassandra://J-0U40paRw1eN6PczKcumQ_Es8zmS7XS1utrpXK2juc H`׉	 7cassandra://V3KHHkY18SJcoQJnom2UkDyQMtyOw7sKv6RqAVsOUFA#`׉	 7cassandra://lb9VtAPAlf6deptUYSyA6eMAe847Y0vxEUrR-dlju3E;`j ׉	 7cassandra://wnO_xrCCxJWfNit93Cr3plwU3CSUyWBqhdLVfvrdbRE ͠	\n䰲נ\n䰲 <Y^,9 ׉SG
ׁׁr׉Eoartikel
ontmoet je nieuwe
collega elvie pepper!
welke aanvulling biedt een robot
op de dienstverlening?
De Gemeente Leidschendam-Voorburg heeft de ambitie om de beste dienstverlener
van Nederland te worden. Daarom is hostmanship een belangrijk onderdeel van de
manier van werken. Om de klantbeleving te verbeteren is er een sociale robot aan
het serviceteam toegevoegd. Maak kennis met Elvie Pepper.
Tekst: Kristel Rijpert, projectleider bij de gemeente Leidschendam­Voorburg
S
inds mei 2017 werkt Elvie Pepper als onderdeel van
een pilot bij de gemeente Leidschendam­Voorburg.
Hiervoor wordt er samengewerkt met softwarebedrijf
WELBO en de leverancier van het afsprakensysteem
Q­matic. De robot Pepper heeft binnen LeidschendamVoorburg
de naam Elvie gekregen, met een knipoog naar de
afkorting LV (op zijn Engels uitgesproken) van Leidschendam­Voorburg.
Elvie werd al gauw door een van de gastheren
geadopteerd, vertroeteld en in de gaten gehouden op
de werkvloer. Natuurlijk moesten de andere gastheren en
­vrouwen even wennen aan hun nieuwe collega, maar
inmiddels is Elvie met open armen in het team ontvangen.
Uitgangspunt is altijd geweest dat Elvie een aanvulling is
op, maar geen vervanging van de gastheerfunctie.
de gemeente leidschendam-voorburg
wilde de eerste nederlandse gemeente
zijn met een robot die burgers helpt
doelen
De gemeente Leidschendam­Voorburg wilde de eerste Nederlandse
gemeente zijn met een robot die burgers helpt.
Daarom is ervoor gekozen om een van de informatiezuilen
in het servicecentrum te vervangen door Elvie. Voorwaarde
was wel dat burgers Elvie eenvoudig kunnen gebruiken en
medewerkers haar makkelijk kunnen aanpassen. Door de
robot te koppelen aan afspraak­ en administratieve systemen
kunnen simpele taken direct bij Elvie worden geregeld.
Een ander voordeel is dat Elvie zich aan verschillende
doelgroepen kan aanpassen, bijvoorbeeld burgers die
slechthorend zijn of een andere taal spreken.
18
sprints
Om Elvie aan de praat te krijgen en te houden kwam een
projectgroep wekelijks bij elkaar om feedback te geven en
nieuwe doelen te bepalen die in maandelijkse sprints door
de leveranciers werden gerealiseerd. Om de robot te testen
en feedback van gebruikers en gastheren te verzamelen,
hebben diverse collega’s als maatje van Elvie dagelijks een
uurtje naast de robot gestaan. Als je in het begin van de
pilot ‘hallo Elvie’ zei, dan deed ze een stap achteruit. Dat is
niet erg gastvrij natuurlijk. Dit soort feedback werd in de
volgende sprint verwerkt om Elvie steeds klantvriendelijker
en slimmer te maken. Uit een interne en externe evaluatie
is gebleken dat Elvie wordt gezien als een positieve
aanvulling op de dienstverlening. Ze heeft dan ook voor de
herkenbaarheid dienstkleding aan. Burgers reageren positief
verrast. Een inwoner riep uit: ‘Wauw! Wat futuristisch!
Ze weet precies waar ik voor kom en vraagt of ik alles bij me
heb!’ Ook collega’s zijn trots op deze innovatie en de gastheren
en ­vrouwen zien hun nieuwe collega als een welkome
aanvulling. Zij hebben daardoor meer tijd om andere
mensen die daar behoefte aan hebben, te helpen. Dus ja,
een robot biedt een aanvulling op je dienstverlening!
׉	 7cassandra://lb9VtAPAlf6deptUYSyA6eMAe847Y0vxEUrR-dlju3E;`j \n䰲k׉E	6Elvie heeft voor de herkenbaarheid dienstkleding aan.
lessons learned
Om Elvie van de juiste inhoud te kunnen voorzien is het
van belang om vooraf de afhankelijkheden in de verschillende
softwaresystemen en processen in kaart te brengen.
Omdat het werken met Elvie een pilot was met een product
Wat kan Elvie?
• Elvie spreekt Nederlands en Engels.
• Elvie is toegankelijk voor doven- en slechthorenden
via het touch screen.
• Elvie geeft aan wanneer ze bezoekers niet kan
verstaan/niet begrijpt.
• Elvies bewegingen zijn afgestemd op de conversatie
waardoor de interactie verbetert.
• Elvie geeft aan wanneer met name kinderen te
hardhandig zijn.
• Elvie weet het verschil tussen bezoekers voor het
Servicecentrum en voor de Werkacademie.
• Elvie weet wanneer de bezoeker op de verkeerde
locatie is en verwijst deze dan naar receptie.
• Elvie herkent namen, meldt bezoekers aan en geeft
een volgnummer.
• Elvie weet welke documenten nodig zijn voor
afspraken en vraagt daar ook naar.
• Elvie geeft aan wat de bezoeker kan doen als hij niet
alles bij zich heeft.
• Op basis van feedback en ervaringen is Elvie in staat
om een coherent gesprek te voeren met de bezoeker.
dat nog volledig moest worden ontwikkeld in samenwerking
met de leveranciers, was het van tevoren niet mogelijk
om een helder eindresultaat te formuleren. De ontwikkeling
vond al doende plaats en voor vraagstukken op het gebied
van privacy en informatiebeveiliging moest er gaandeweg
een oplossing worden gevonden. Daarom is het belangrijk
om de juiste disciplines om de tafel te hebben,
zoals Communicatie, ICT en een vertegenwoordiging van
de werkvloer. Het is bovendien belangrijk gebleken om alle
medewerkers, dus niet alleen degenen die met Elvie werken,
actief te betrekken om deze innovatie te omarmen.
Met deze ervaring weet de gemeente Leidschendam­Voorburg
uit de eerste hand dat robotisering iets is waar niet
meer aan valt te ontkomen. ‘Over het eindresultaat van
deze pilot konden we alleen maar dromen. We hebben
iets totaal nieuws in gemeenteland ontwikkeld’, aldus een
trotse projectleider.
elvie werd al gauw door een van de
gastheren geadopteerd, vertroeteld en
in de gaten gehouden op de werkvloer
Bovendien heeft de pilot bijgedragen aan het vergroten van
het adaptief vermogen van medewerkers in het gebruik
van innovatieve toepassingen.
19
\n䰲l\n䰲k{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7I9d8EHq339N6c0WV0rya4Y2FYIfKyk3Ntk61iS9brU i`׉	 7cassandra://VyG0aivlWl66qcbxQX_Ytq7oTpVQhvzY44PPxFTLWVM͸`׉	 7cassandra://zJiKv7KZFnl2CfTIPdBLJ1XzVmPSLSXB8jJ44MEZ-AY8x`j ׉	 7cassandra://FqVh6q4CfF8iqRgH4FDvIc8gKrQzWQ2_MAALyFHJhIU (͠	\n䰲נ\n䰲 A̕\Ɂ9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 s"9 ׉SG
ׁׁr׉E8xander jongejan
het sprookje van
samen organiseren
Adriaan van Dis noemt verplaatsingskunde ‘de grote gift
van literatuur’. Verhalen maken het mogelijk om je te
verplaatsen in een ander. Door verhalen te lezen kan je
meegaan in bijzondere situaties van andere mensen.
Door te lezen stel je jezelf open voor gedachten en
gedragingen van anderen. Je kunt je bijvoorbeeld verplaatsen
in moordenaars, politici of asielzoekers, of in
andere tijden, regio’s of logica’s. Van lezen word je rijker.
Bij de overheid is het nodig dat we ons goed in anderen
kunnen verplaatsen. Het vergroot ons begrip. Het vergroot
onze mogelijkheden om onze inwoners, collega’s
en partners beter te begrijpen. Verplaatsingskunde is
belangrijk voor samenwerken, eigenlijk zelfs onontbeerlijk.
bij
de overheid is het nodig dat
we ons goed in anderen kunnen
verplaatsen. het vergroot onze
mogelijk heden om onze inwoners,
collega’s en partners beter te
begrijpen.
De urgentie tot samen organiseren is bij de meeste
gemeenten wel bekend. Nu moeten we onderling nog
begrijpen wat er nodig is om dit een impuls te geven.
De drijfveren om mee te doen aan deze beweging zijn
niet voor iedereen gelijk. Dat is helemaal niet erg, als we
het maar van elkaar weten, zodat we gebruik kunnen
maken van de verschillen. De één is goed in visievorming,
de ander in mensen enthousiasmeren, de volgende in
innovatie van haar ICT. Enzovoort.
Voor een goede samenwerking moeten we dus mensen
naar voren schuiven die goed zijn in verplaatsingskunde.
Mensen die niet vanuit hun eigen belang of het belang
van hun organisatie werken, maar die begrijpen wat de
verschillende belangen zijn en deze kunnen overbruggen.
In de regel zijn dienstverleners goed in verplaatsingskunde.
Niet altijd, maar meestal wel. Zij hebben
als kerntaak om de inwoners van hun gemeente eerst
te begrijpen en daarna te bedienen. Verplaatsingskunde
is hun vak.
Dus, willen we een impuls geven aan het samen organiseren
dan geven we de dienstverleners het woord.
Xander Jongejan is schrijver/dichter en manager
Publieke Dienstverlening in de gemeente Leeuwarden
20
׉	 7cassandra://zJiKv7KZFnl2CfTIPdBLJ1XzVmPSLSXB8jJ44MEZ-AY8x`j \n䰲m׉Eartikel
urban agenda
gemeente eindhoven versterkt
digitaal leiderschap
Digitalisering kan burgers en overheid helpen om maatschappelijke opgaven versneld
aan te pakken. Maar waar te beginnen als je weet dat alles met alles samenhangt?
De gemeente Eindhoven kiest ervoor om innovatie toe te passen in Europees verband,
met als leidraad de Urban Agenda.
Tekst: Jonas Onland, programmamanager Digital Transition & Urban Agenda bij de gemeente Eindhoven
H
et gebeurt overal. Alles en iedereen krijgt via het
Internet of Things aansluiting op de digitale wereld
– en dat heeft verstrekkende consequenties. Als de
doorstroming van de stad centraal komt te staan en zelfrijdende
auto’s de weg overnemen, hebben we dan nog
verkeerslichten nodig? Als grote technologiebedrijven je
digitaal helpen bij het sporten of je gezondheid, wat ge beurt
er daarna met je data? Als allerlei processen worden overgenomen
door robotisering, machine learning en kunstmatige
intelligentie, waar blijft dan jouw baan?
veranderende waarde-netwerken
voor europese steden
De digitale transformatie bedreigt misschien de status quo,
maar kan het leven ook beter en makkelijker maken. Er
wordt steeds meer onderkend dat deze beweging ingrijpend
en onomkeerbaar is. Dingen die eens vanzelfsprekend
waren, staan nu ter discussie.
Urban Agenda-initiatieven in Eindhoven
• Binnen common ground dragen we bij aan de
eGovernmentstrategie van Nederland.
• Door de opschaling van open data-principes geven
wij onze smart city-strategie vorm.
• Onze ervaringen met het leren innoveren – ontstaan
bij Initiate en de Pilotstarter – worden breder gedeeld
in samenwerking met de VNG, directeuren netwerken
en departementen.
• Samen met BZK wordt er geprobeerd om binnen de
Nederlandse Agenda Stad een zogeheten ‘city-deal’
in te richten rondom de digitaliseringsagenda.
• Alle resultaten die Eindhoven boekt, worden meteen,
als opschaling en om te leren, teruggekoppeld aan de
Europese Urban Agenda.
21
\n䰲n\n䰲m{בCט   {u׉׉	 7cassandra://bFsnc7jd_EJAiMFtG0r8KUlIPqOi5aLX2PMkTbm51u0 X`׉	 7cassandra://8qL0BiLlVVjgtm5OyUsps8k0ighZ8WGzW7YXhrc0rCcͱv`׉	 7cassandra://0eOhmb87SUvUt0yLiY-sYsR50o56FklfN4OjnFEr_EI4`j ׉	 7cassandra://plfOgUFGycXFQBhNsbwOuWvyYOyh_tveca-WqOKJ8os 1(͠	\n䰲׉Eartikel
22
׉	 7cassandra://0eOhmb87SUvUt0yLiY-sYsR50o56FklfN4OjnFEr_EI4`j \n䰲o׉EHoe kan de overheid, via nieuwe technologieën, het leven
verbeteren en maatschappelijke knelpunten oplossen
zonder dat dit de borging van het maatschappelijk belang in
gevaar brengt? Dit vraagt om een andere manier van denken
en organiseren. Het is niet langer een kwestie van
plannen maken en uitvoeren. Het gaat steeds meer om het
faciliteren, versterken en versnellen van veranderende
waarde­netwerken, om het ontwikkelen van nieuwe
business modellen, en om het zoeken naar nieuwe vormen
van organisatie, structuren en leiderschap. Dit zijn niet
alleen vragen die spelen in Eindhoven, maar ze zijn net zo
relevant voor andere steden in Nederland en Europa. Ook
binnen de EU wordt dit onderkend, vandaar dat men is
gestart met de Urban Agenda.
digitalisering dient ter realisatie van
de urban agenda en haar thema’s
urban agenda
De stedelijke impact groeit met de dag. De verwachting is
dat in 2050 tachtig procent van de wereldbevolking in steden
zal leven. Dit brengt nieuwe uitdagingen met zich mee
en de vraag hoe we hierop moeten anticiperen. De Europese
Commissie is in 2015 gestart met de Urban Agenda om
steden te helpen bij hun maatschappelijke opgaven. Dit
programma heeft tot doel om, samen met de steden en hun
partners, deze uitdagingen op te pakken als input voor de
Europese begroting in 2020–2027. De doelstelling daarbij
is om de kwaliteit van leven voor Europese burgers te verbeteren
– onder andere door adequatere wetgeving, door betere
en toegankelijke financiële instrumenten, en door een
Europees podium voor synergie. Op basis van het ‘Pact van
Amsterdam’ wordt de Urban Agenda gevormd middels
twaalf thema’s (zie infographic op de pagina hiernaast).
Momenteel werken meer dan 300 Europese steden op basis
van deze agenda aan de stad van de toekomst. Binnen de
Urban Agenda neemt de gemeente Eindhoven deel aan het
Partnership Digital Transition. Het doel van dit partnerschap is
om Europese steden en landen te helpen met de digitale
transformatie, zodat we de vruchten van de nieuwe technologieën
kunnen plukken en tegelijkertijd het maatschappelijk
belang kunnen zekerstellen.
digitaliseringsstrategie
Zo werken we gezamenlijk aan de digitaliseringsstrategie
voor Europa, die is vertaald naar een action plan voor 2018
en 2019, en is opgebouwd uit vijf hoofd­acties die in de
komende jaren worden ontwikkeld. De ontwikkeling van
een eGovernment­model voor steden en landen gebaseerd
op het Estlandse model (common ground), de implementatie
van de digitale infrastructuur (smart cities­strategie), digitale
inclusie, een digitaliseringsstrategie om steden te leren
innoveren. Om dit te realiseren, werkt de Urban Agenda
volgens de multilayered approach waarin we – met steden,
lidstaten, de Europese Commissie, de Europese bank en
nog een aantal netwerken – samen om de tafel zitten als
partners. We werken gezamenlijk aan dezelfde maatschappelijke
opgaven. Dat kan namelijk niet anders. Lokale en
nationale overheden moeten met elkaar aan deze opgave
werken, waarin ieder zijn eigen rol oppakt vanuit een gezamenlijke
visie. Het geheel is meer dan de som van de delen.
We zetten stappen door te doen, klein te starten, slim te
implementeren en snel op te schalen.
vruchten plukken van nieuwe
technologieën en tegelijk het
maatschappelijk belang zekerstellen
samen organiseren: een avontuur
met vergezicht
Gewoon ‘doen’ is best complex, nu planning volgens de
gebruikelijke methodiek niet langer volstaat. Er is nog
geen track record van bewezen technologieën, dus we zullen
op basis van een globaal toekomstperspectief op avontuur
moeten. De enige weg vooruit is door ‘te ervaren en te
doen’. Samen met inwoners, steden, landelijke overheid en
Europese partners. Een eerste stap binnen je organisatie is
gericht op bewustwording van de impact van de digitale
transformatie en op het organiseren van digitaal leiderschap.
Want ten aanzien van digitale transformatie is één
ding zeker: het gebeurt overal, en het gebeurt nu. Dus als
wij onze kansen niet pakken, dan gebeurt het met ons, over
ons en zonder ons. Maar laten we verder ook niet vergeten
dat de digitaliseringsstrategie dient ter realisatie van de
Urban Agenda en haar thema’s. Het is daarbij nodig om
onderling over een waaier van kwesties te communiceren
die deel uitmaken van de stedelijke werkelijkheid en die
verbetering behoeven. Zo is er, naast de digitale overgang,
de energie­transitie – die ook weer raakvlakken heeft met
milieubewuste doeleinden zoals luchtkwaliteit, klimaatadaptatie,
circulaire economie, stedelijke mobiliteit, duurzaam
grondgebruik en ecologische oplossingen. Verder
zijn er sociale issues zoals stedelijke armoede, huisvesting,
de banen en vaardigheden binnen de lokale economie en
de integratie van migranten en vluchtelingen. En in het
ambtelijke zien we zoiets als innovatieve inkoop en aanbesteding.
Wie de twaalf thema’s van de Urban Agenda in
ogenschouw neemt, krijgt een vergezicht waarin het streven
is naar bewustzijn, betrokkenheid en beheersbaarheid.
doelstelling is om de kwaliteit
van leven voor europese burgers
te verbeteren
23
\n䰲p\n䰲o{בCט   {u׉׉	 7cassandra://E7Qm52UNy-AHuS61bz6ovShpz_t_5Apgr6oX43hBTUc Ș`׉	 7cassandra://oQT0pVJfagi3SZLfoYFE9BPR0vlzVhxaw9nhpyyq8Ag;`׉	 7cassandra://NqfnuRwgUpMmUJ-JUX_icRL2s0MRXYDDoJpBIw6JTa05_`j ׉	 7cassandra://V9NJxsYe_BIvbLgdj9U0pnNn9Q1kNm52yxhedAMbvjw w̬͠	\n䰲נ\n䰲 Ł9׉H &mailto:projectpk@nationaleombudsman.nlGׁׁrנ\n䰲 @ځ9׉H #http://www.nationaleombudsman.nl/pkGׁׁrנ\n䰲 9k9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 
 ہ9ׁH $http://www.nationaleombudsman.nl/pk.ׁׁЈנ\n䰲 	Ɓ9ׁH &mailto:projectpk@nationaleombudsman.nlׁׁЈ׉Eartikel
ombudsvisie op professi
klachtbehandeling
werken aan oplossingen
en leren van klachten
De Nationale ombudsman heeft in 2017 uitgebreid stilgestaan bij wat ‘professionele klachtbehandeling’
inhoudt. Daar is op 19 maart 2018 – in samenwerking met zo’n veertig klachtbehandelaars van diverse
overheidsinstanties – een visie uit voortgekomen die de Nationale ombudsman graag met anderen
deelt. Wat houdt die visie in, wat heb je eraan in je dagelijks werk, en hoe blijft zij in ontwikkeling?
Tekst: Natalia Molina Espeleta, onderzoeker bij de Nationale ombudsman en
medeauteur van De Ombudsvisie op Professionele Klachtbehandeling
N
iet iedereen verstaat hetzelfde onder het begrip
‘klacht’. Wanneer de Nationale ombudsman spreekt
over professionele klachtbehandeling, dan heeft hij
het niet alleen over de wijze waarop er wordt gereageerd op
de klachten die voldoen aan de vereisten van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb). De overheid is er immers niet
voor de Awb, maar voor de burger. Dat betekent dat iedere
uiting van ongenoegen door de Nationale ombudsman
wordt aangemerkt als een klacht. Of dat nu een boze burger
aan een balie is, of iemand die een daarvoor beschikbaar
gesteld klachtenformulier invult – beiden zijn ontevreden
en beiden verdienen een professionele reactie.
‘het maakt de burger niet uit of
het een klacht is of niet. de burger
wil dat het wordt opgepakt.’
klachtbehandeling doe je samen
Binnen de meeste organisaties is een medewerker aangewezen
als klachtbehandelaar of klachtcoördinator. De nieuwe
visie op klachtbehandeling brengt met zich mee dat feitelijk
iedereen binnen de organisatie klachtbehandelaar is.
Juist op de werkvloer, in direct contact met burgers, kunnen
de meeste klachten worden opgelost. De klachtbehandelingsladder
(zie figuur 1) brengt dit principe in beeld. Dat
je als medewerker ook klachtbehandelaar bent, betekent
dat het belangrijk is dat alle medewerkers binnen een organisatie
weten hoe zij een klacht kunnen herkennen, hoe zij
daarmee omgaan, bij wie zij hulp kunnen vragen wanneer
een en ander stroef verloopt, en wie zij moeten berichten
als een klacht is afgehandeld. Dat betekent verder dat het
belangrijk is dat er binnen de organisatie een cultuur
24
heerst waarin zaken inderdaad ook als klacht betiteld
mogen worden. En dat een klacht hierbij, hoe clichématig
ook, als een kans wordt gezien. Deel niet alleen de klachten,
maar vooral ook de succesvolle oplossingen en complimenten.
Dat zijn immers belangrijke signalen waar je collega’s
en de organisatie van kunnen leren.
duidelijke doelstelling
Pas wanneer het duidelijk is waarom je iets doet, kan je ook
nagaan of je doel te bereiken is. De Nationale ombudsman
onderscheidt, op basis van zowel de Awb, de visie van burgers
als de visie van klachtbehandelaars, twee hoofddoelstellingen.
Ten eerste om de burger op weg te helpen en ten
tweede om, voor de toekomst, te leren van de klachten. De
ervaring leert dat vooral de eerste doelstelling vaak als leidend
wordt beschouwd. Het is immers de burger die aanklopt
met een klacht en daarop een reactie dient te krijgen.
Los het probleem op
Het uitgangspunt bij klachtbehandeling is: kijk altijd
eerst samen met de burger of u het probleem kan
oplossen. Meestal is er een oplossing voorhanden.
• Stel het vinden van een oplossing voorop, niet de
vraag of u de klacht formeel gezien moet behandelen.
• Zorg voor een maatwerkoplossing. Hierbij handelt u
persoonlijk, betrokken en oplossingsgericht.
• Steun als organisatie uw medewerkers. Stel daarbij
niet de regel maar de oplossing voorop.
• Voorkom willekeur: zorg voor een goede afstemming
binnen de organisatie. Stel goed vast welke keuze
gemaakt is en waarom.
• Betrek zo nodig andere instanties erbij.
• Bekijk of u andere burgers met dezelfde oplossing
kunt helpen en of het probleem te voorkomen is.
׉	 7cassandra://NqfnuRwgUpMmUJ-JUX_icRL2s0MRXYDDoJpBIw6JTa05_`j \n䰲q׉EFiguur 1
onele
Wanneer de burger is geholpen, bijvoorbeeld met een betrokken
doorverwijzing, een praktische oplossing of een
oordeel over zijn klacht, dan wordt het tweede doel nog wel
eens vergeten. De volgende burger klopt immers alweer
aan. En dat terwijl een volgende klacht soms voorkomen
had kunnen worden als er meer aandacht was besteed aan
de les die men uit een voorgaande klacht had kunnen leren.
leren van klachten
Leren van klachten is overigens geen simpele zaak. Het
vergt niet alleen tijd, maar ook een grondige analyse van
die klachten. Het is daarvoor van belang dat een klachtcoördinator
op de hoogte is van de klachten die er binnen zijn
organisatie spelen. In de praktijk bereikt echter een groot
deel van alle uitingen van ongenoegen de klachtcoördinator
niet. Neem die burger die aan de balie compleet door
het lint gaat, omdat hij zijn nieuwe paspoort alleen met een
pinpas kan betalen? Die is al gekalmeerd nadat de baliemedewerkster
hem vriendelijk te woord heeft gestaan en hem
alsnog in de gelegenheid stelt om contant te betalen. Maar
weet ook de klachtcoördinator van dit voorval? Het lijkt
misschien niet nodig omdat de klacht is opgelost. Het is
echter jammer wanneer zo een signaal verloren gaat, en
Figuur 2
men alleen het ongenoegen aanpakt, en niet de oorzaak van
het ongenoegen. Is bijvoorbeeld de informatieverstrekking
over de mogelijke betaalwijzen wel goed genoeg? Bij klachtbehandeling
is het van belang dat er altijd verschillende
stappen worden doorlopen (zie figuur 2).
samen aan de slag!
Eén ding is duidelijk: professionele klachtbehandeling doe
je niet alleen. Ga daarom in gesprek met collega’s, klachtcoördinatoren
binnen en buiten de eigen organisatie, de
bestuurder én de Nationale ombudsman. Uiteindelijk is je
doel immers niet om zo veel mogelijk klachten ‘weg te
schrijven’, maar om de overheid beter te laten functioneren
en klachten te voorkomen.
Meer weten?
De Nationale ombudsman komt graag langs bij uw
organisatie om tijdens een workshop met u in gesprek
te gaan over professionele klachtbehandeling.
Mail voor meer informatie of aanmelding naar
projectpk@nationaleombudsman.nl. De Ombudsvisie
vindt u terug op www.nationaleombudsman.nl/pk.
25
\n䰲r\n䰲q{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XhGevoAhx1I2H6olexA4A-a9yd8DWCwcaHUJskC7RD4 	`׉	 7cassandra://4LcLIxuzyfVPicK_fx9blpaohDvwDUSTSsFbQgMS0xA͡C`׉	 7cassandra://SFCtRSUfxQ9adtVviNpQOL3p7A0puoskJ_LqNwAuDL81+`j ׉	 7cassandra://wODjGi4R8MZknEZE3FLKrcoXfYV73-uUEim8bNZ9Yxk ͠	\n䰲נ\n䰲 <̛?̝9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 pb9 ׉SG
ׁׁrנ\n䰲 *'39׉H +http://www.publieksdiensten.nl/ingovernmentGׁׁrנ\n䰲 	9ׁHhttp://publieksdiensten.nlׁׁЈנ\n䰲 
̔9ׁHhttp://www.publieksdiensten.nlׁׁЈנ\n䰲 	|̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈ׉Ejos maessen
data en ethiek
De afgelopen maand is er aan de discussie over data en
ethiek behoorlijk wat brandstof toegevoegd. Ik bespreek
hier vier voorbeelden.
Allereerst Facebook en de verkoop van gegevens van particulieren
aan een bedrijf dat deze gebruikt om analyses
te maken teneinde mensen te kunnen manipuleren bij
hun stemkeuze. Dat hebben ze niet in de gaten, en zo
worden verkiezingen beïnvloed. Facebook heeft, net zoals
in voorgaande gevallen, geen maatschappelijke verantwoordelijkheid
genomen in deze discussie.
zolang in onze economie de
misleiding en manipulatie van
consumenten de hoeksteen
van het verdienmodel zijn,
zal dit gedrag doorgaan
Een tweede interessante uiting vind ik een artikel van
Tim O’Reilly, een invloedrijk denker in Silicon Valley, die
zegt dat het onterecht is om Facebook met een sigarettenfabrikant
te vergelijken (beide zouden verslaving in
de hand werken). Facebook reageert weliswaar niet ontkennend
op de aantijgingen, maar, zo stelt O’Reilly,
zolang in onze economie de misleiding en manipulatie
van consumenten de hoeksteen van het verdienmodel
zijn, zal dit gedrag doorgaan. De echte verandering moet
dus op een dieper niveau van ons economisch model
plaatsvinden.
Een derde thema is China, waar men ondertussen zo ver
is met gezichtsherkenning, het lezen van berichten op
sociale media en het leggen van verbanden tussen
diverse registraties, dat mensen via een sociaal kredietsysteem
worden beloond of bestraft voor hun gedrag.
Dit leidt tot een dusdanig diepgaande beïnvloeding van
individuen dat liefhebbers van series als Black Mirror of
films, dan wel boeken als The Circle nu zelf deze ervaringen
gewoon live kunnen meemaken.
Een vierde element zijn de diverse artikelen in Nederland
die ingaan op de mogelijkheid om op basis van data
voorspellende modellen toe te passen op gedrag. Daarbij
worden er vragen gesteld over de relatie overheid–burger.
Gaan we burgers afrekenen op gedrag dat voorspeld
wordt? En hoe ver gaan we hier dan in? Men voelt daarbij
een ongemakkelijkheid die nog niet eerder – bijvoorbeeld
bij etnisch profileren of fraude-analyses van de
Belastingdienst (die vanuit dezelfde principes van informatiegestuurd
werken opereert) – zo sterk geuit werd.
De overeenkomst tussen deze vrij willekeurige reeks van
voorbeelden is dat er een discussie op gang komt over de
spanning tussen technologische mogelijkheden en de
vraag wat voor soort samenleving we nu eigenlijk willen.
En daarmee staat ethiek (waarden en normen) weer centraal
in het maatschappelijke en politieke debat – wat
ook nodig is. Ontwikkelingen via data maken grootschalige
veranderingen in onze samenleving mogelijk. En
deze transformatie zal ook echt gaan gebeuren. Het
wordt hoog tijd dus om na te gaan wat wij een rechtvaardige
samenleving vinden in een tijdperk van grote,
welhaast onvoorstelbare, technologische mogelijkheden.
Jos Maessen is programmamanager datagedreven werken
in de gemeente Rotterdam en schrijft deze column op
persoonlijke titel
26
׉	 7cassandra://SFCtRSUfxQ9adtVviNpQOL3p7A0puoskJ_LqNwAuDL81+`j \n䰲s׉E
colofon
inGovernment is het multimediale platform
voor de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en mobiele microservices. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment bestaat als kennisplatform uit
een kwartaalblad en wordt in 2018 uitgebreid
met een nieuwe website en digitale nieuwsbrief.
inGovernment
verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 12, nummer 2 (juni)
issn: 2213-2228
Oplage: 7800
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.publieksdiensten.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Missie
Met kennis van dienstverlening aan burgers en bedrijven:
• zijn we motor voor vernieuwing van de publieksdienstverlening.
• organiseren we samenwerking met het Rijk en partners.
• verbinden we initiatieven en beïnvloeden landelijk beleid.
Activiteiten
• positioneren van strategische belangen overheidsdienstver lening.
• organiseren van het collectief van overheidsdienstverleners.
• kwartaalbijeenkomsten (interactie en inspiratie).
• kennisdeling.
• uitbrengen van publicaties en opinie vormende artikelen.
• monitoren uitvoerings programma.
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als nieuwe abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de
website
publieksdiensten.nl
27
\n䰲t\n䰲s{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Czpha7ebwYXFoPwwe2KFNBtVSxfAGWd5MEyapAhfwwA FM`׉	 7cassandra://J5DVaLy8q16I3y-j9Lyeiz_rGqk2z_6bdOzdTheCS9oW`׉	 7cassandra://uvFpVbgB2I4Xep7J-wx99Ct5ic90AK9LcnHLyqE8RHk`j ׉	 7cassandra://gBskdkVJheHkmXYIInENXNkpTVJOwETsc6hpnffjeCE *͠	\n䰲נ\n䰲 A9ׁH )http://www.vngrealisatie.nl/kenniscentrumׁׁЈ׉E 9–– www.vngrealisatie.nl/kenniscentrumdienstverlening
׉	 7cassandra://uvFpVbgB2I4Xep7J-wx99Ct5ic90AK9LcnHLyqE8RHk`j \n䰲u׈E\n䰲v\n䰲u{)InGovernment juni 2018\n܀