׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://jxP1rzituz-6hz3Tb5u8V4sgM0yMHth70xh2W6cmI8k l`׉	 7cassandra://4v8q8HoRwHeQQ13HY88jIK-kxWPvhH8XC9uY2XuMNXwNw`S׉	 7cassandra://-RWIGEb4F6jDv0-KMH-UeU-eg_0SCg07bN3Y7H50yucx`̵ ׉	 7cassandra://RsCyX_B0iC9FsVIdCjRG7zCv2zcAeQOFTiRAhmTkGdM V*͠WIИ׈EWIИ׉EPLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
SE P TEMB E R 2 0 1 6
Politieke campagne
i
Vzingen 2017 CIO 3.0 Publiek
f
Datasturing
Smart Mobility
y
CIO 3.0
Datasturing
Big data
Datasturing
Datalekken
Publiek den
Smart Cities
erkieen 2017
Big data
Smart Mobility
Verovert digitale
overheid positie bĳ
verkiezingen 2017?
Omgvingse
Digitale transft
Omg
017
iitl t
g
Datasturing
Publiek den
Politieke campagn
Digitale tra
Omgvingswet
CIO 3.0
Datalekken
Smart mobility
heeft grote impact
op de samenleving
Datagedreven
besluitvorming:
vloek of zegen?
׉	 7cassandra://-RWIGEb4F6jDv0-KMH-UeU-eg_0SCg07bN3Y7H50yucx`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AsfOuE7jgWOd_NRPfAKs8FW6_5NHF1eQmnhBsSwHwa0  `׉	 7cassandra://Q2gMM1TJ8H7FCytTCpthX6PBiJSAeQYlWKh0RN_qrsEU`S׉	 7cassandra://be960JGGtDRENiE8ThqnP-3eHMqyTFUOAINl2cJII44`̵ ׉	 7cassandra://XFRRKKOlJ-i8_kfV-SDudSemZ1dpCceSH_v9l_fqgi4 x͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://ghEZ4y78SEpt90VebEgIrkO11a0dAtFid8VtQ2jt2tc &`׉	 7cassandra://nKYdYfIqaYqGWZPJjdQ5RBhvM4RvNfeQ5XbvZbo-pVQ_`S׉	 7cassandra://ZRt94bg9On0otZOr1SDURP4pbI8jxWqZcCYnaKs8p2g:`̵ ׉	 7cassandra://ZUpbxN8DwBX3CXH5HVKsDMCYZiL91K83HE7_jz-fXXk #d
F͠WIИ׉EI N HOU D
EDITORIAL
03
04
06
06
07
07
08
09
10
13
14
16
18
20
22
24
26
29
Stemwĳ zer
De e-overheid is dood, leve de e-overheid
Technologische ontwikkelingen vragen om herpositionering rol overheid
ICT is geen op zichzelf staand doel
Ingrid de Caluwé (VVD) wil vaart maken met digitale overheid
Sociaal digitaal
Astrid Oosenbrug (PvdA) wil dat iedereen mee kan doen aan digitale revolutie
Nog een wereld te winnen
Effi ciency en privacy voor Fatma Ko¸ser Kaya (D66) van cruciaal belang
Privacy moet gewaarborgd zĳ n
Voor Linda Voortman (GroenLinks) is privacy sleutel tot succesvolle e-overheid
Burger écht centraal dankzĳ liquid democracy
Ancilla van de Leest (Piratenpartij) gaat voor volledige transparantie
ARJAN EL FASSED
Overheid (te) afwachtend met open data
Iedere minister een minister van IT
Estland als voorbeeld van hoe het wel kan
HENK WESSELING
Flipperen met publieke waarde
Op weg naar de CIO 3.0
Giant leap of small step voor de overheid?
Big data als basis van beleid
Oplossing vraagstukken vraagt om open houding
Voorbereid op cybercriminaliteit
Optimaal risicomanagement onmisbaar bij inschatten cyberrisico’s
Peil de peilers?
Wat verstaan we nog onder goed onderzoek?
Online inzicht versterkt politieke campagne
Welke kansen bieden social media bij verkiezingen?
Datasturing in de praktĳ k
Alphen aan den Rijn werkt aan informatiegestuurde gemeente
Sensor voor innovatie
Living Lab Assen
BOBOTAAL
Proeftĳ d
׉	 7cassandra://be960JGGtDRENiE8ThqnP-3eHMqyTFUOAINl2cJII44`̵ WIИ׉EI NHOUD
E DITOR IAL
STEMWIJZER
30
32
35
36
38
40
42
45
46
50
Digitale transformatie: hoe doe je
dat?
Aanpak vraagt om lef, inzicht en principes
Het vizier op de e-overheid
Hoe staat het met de ontwikkeling van de digitale overheid?
J ELTE TIMMER
Einde van het beeldschermtĳ dperk
De ontwikkeling van een digitale
burger
De rol van een maatschappelijke informatievoorziening
Hoe een smart city slimmer te
maken?
Oplossing minder gecompliceerd dan het lijkt
Van zelf rĳ den naar zelfrĳ dend
Smart mobility heeft grote impact op de samenleving
Vastgeroeste patronen doorbreken
Truck Platooning vergt lef
MAESSEN LEEST
Supervoorspellers
Omgevingswet voor gemeenten
Colofon
Het digitale contact tussen de overheid en de burger wordt
steeds belangrijker. Maar is de digitale overheid als onderwerp
sexy genoeg voor verkiezingen? Deze vraag stond centraal tijdens
het debat ‘de e-overheid na de Tweede Kamerkiezingen’,
gehouden op 23 september en georganiseerd door I&O Research
en Gebruiker Centraal. Inhoudelijke bijdragen van de sprekers en
politici die hieraan hebben bijgedragen, kunt u lezen in dit nummer
van inGovernment.
Afgelopen jaren is er hard gewerkt aan het realiseren van de
doelstelling dat burgers en bedrijven in 2017 alle zaken met overheidsdiensten
digitaal kunnen afhandelen. Nu verschuift de horizon
naar 2020, met een digitale agenda gericht op transparantie,
collectivisering en gebruikersperspectief. Wat zullen we over
deze onderwerpen lezen en horen tijdens de komende verkiezingsperiode?
Niet al te veel, is de verwachting. Voor de meeste
politici blijkt de digitale overheid weinig interessant om zich
actief over uit te spreken. Digitalisering wordt vooral gezien als
onderdeel van de bedrijfsvoering en is daarmee een ambtelijke
aangelegenheid.
‘groepsreis’
Gezamenlijk optrekken bij enorme veranderopgave een pre
Maar is die opvatting nog wel actueel? We maken elke dag maximaal
gebruik van digitale oplossingen, zoals smartphones, datatrackers,
apps en social media. De overheid en het bedrijfsleven
zetten stevig in op datagedreven besluitvorming, zelfrijdende
auto’s, sensoren en smart cities. Dit soort digitaliseringstrends
ontstijgt het domein van de bedrijfsvoering en heeft een groeiende
impact op bijna alles en iedereen. Vanuit dit perspectief zou de
digitale transformatie binnen onze samenleving mogen rekenen
op wat meer bestuurlijke aandacht. Ook in de Tweede Kamer.
Bewerking coverbeeld: JJ Creative
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Loopt de wetgeving nog wel in de pas met de meest recente technologische
ontwikkelingen? Worden gebruikersbelangen van
burgers door de wetgever voldoende meegewogen? Kunnen we
volstaan met de gebruiksvoorwaarden van enkele mondiale ITbedrijven
waarmee vrijwel iedereen ongelezen akkoord gaat? En
wat te denken van de digitale voorzieningen van de overheid
zelf. Mogen burgers er blind op vertrouwen dat deze naar behoren
functioneren? En bij wie kan je eigenlijk aankloppen als jouw
data bij de verkeerde partij terechtkomt? Voldoende vragen die
de noodzaak benadrukken voor een alerte en kritische opstelling
binnen de politieke arena. We hebben behoefte aan politici en
bestuurders die voldoende zicht hebben op deze digitale transformatie
en de impact van technologische innovaties
op hun merites kunnen beoordelen.
Als kiezer kunt u daar zelf ook aan bijdragen.
Stemt u komend jaar op een partij
die heldere standpunten inneemt over de
digitale transformatie binnen de samenleving
en bij de overheid? Het wordt tijd
voor een Stemwijzer Digitale Overheid!
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://ZRt94bg9On0otZOr1SDURP4pbI8jxWqZcCYnaKs8p2g:`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://drHd0pjDKTrpjvmog0pWmjKduHB_hWC5bl38Si0YKxU '` ׉	 7cassandra://n63g_DIcF3Fxj6c6fQHUORzLXIzvvRnRt0UVE8WJF0wZ`S׉	 7cassandra://59wESLSEM5Te40C2KkltwNdtWn0b4M-q0YtlOt07h10`̵ ׉	 7cassandra://Me2_6HfU9z7dnu5F_7u2TnCQxivRR33AePB32t29hSYz0`͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://EZe40FAV1Y7TXbWTHKieVDsQA9BZWzWdc8o4H213XiQ /`׉	 7cassandra://eXQvj36SHftVAS13_PXg5r_43y3CnouZ4M1VBUA7dA0b`S׉	 7cassandra://hfjBKZLpfUBabLJxdAAdGt6sCN72S7n3OWzSQGP7URg!,`̵ ׉	 7cassandra://V0ReqRPCww3M-On2Q9QPPrQ2SKQEN3rKi7P5tOQ4k2g o!̂͠WIИ׉E*VE R KI E ZI NGEN 2 0 1 7
DE E-OVERHEID IS DOOD,
TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN VRAGEN OM
HERPOSITIONERING ROL OVERHEID
Het belang van ICT in de maatschappij neemt nog steeds toe, waarmee de
overheid steeds meer opschuift naar een e-overheid. In hoeverre zijn overheid
en politiek daar klaar voor?
Tekst: Willem Pieterson, wetenschapper bij het Center for e-Government Studies, Universiteit
Twente
T
echnologie verandert sneller en
sneller. Dit geldt niet alleen voor
de ruwe processorkracht van
computers die, volgens de wet
van Moore, nog steeds elke 18 maanden
verdubbelt, het geldt ook voor de adoptie
van technologieën zelf. Waar het de telefoon
nog meer dan vijftig jaar kostte om
vijftig procent van de populatie te bereiken,
deden smartphones daar nog maar
een jaar of acht over.
Deze technologische revolutie heeft uiteraard
zijn weerslag op de maatschappij.
Door het internet is de wereld kleiner
geworden en door mobiele telefoons zijn
mensen steeds flexibeler en mobieler
geworden. Trends en hypes volgen elkaar
ook steeds sneller op. We hoppen inmiddels
van Facebook naar Instagram naar
Snapchat naar Vine. Jongere generaties
werkenden hebben geen trek meer in een
9-5 kantoorbaan, maar willen werken
wanneer ze willen en waar ze willen.
Onderwijs zonder iPad of andere tablets
is inmiddels ondenkbaar, IoT (Internet of
Things) ontwikkelingen faciliteren smart
cities en de robotrevolutie zal fundamentele
gevolgen hebben voor zo’n beetje elk
aspect van onze maatschappij.
WETGEVER EN UITVOERDER
Natuurlijk wordt hier ook de overheid
door geraakt. Dit speelt op twee vlakken.
4
De eerste is de overheid als wetgever. In
een wereld waar vijftig jaar zit tussen het
verschijnen van een technologie en de
(massale) adoptie ervan, is het geen probleem
dat de doorlooptijd van een wetsvoorstel
meer dan een jaar is. Op het
moment dat tussen verschijning en adoptie
een paar jaar, en wellicht in de toekomst
een paar maanden zit, wordt het
wel een probleem. Meer belangrijk is het
politieke proces daaromheen. Tot nu toe
staan thema’s als ICT, technologie en de
e-overheid niet op de agenda van de politieke
partijen. Als de politieke partijen
geen ideeën hebben over technologie,
hoe moeten technologische ontwikkelingen
dan snel en daadkrachtig in nieuwe
wetgeving vertaald worden?
DE
MET
Het tweede vlak betreft de overheid als
uitvoerder. De overheid mikt nog steeds
(in het programma Digitaal 2017) op een
verdergaande digitalisering van de
dienstverlening. Aandacht voor bredere
en nieuwere thema’s is er nauwelijks.
Denk aan big data, cloud, Internet of
Things, artificial intelligence, augmented
van Enschede naar Amsterdam (wishful
thinking).
In Nederland loopt er veel talent rond en
ook binnen de overheid zijn enorm veel
mensen met goede ideeën en ambities.
Zie bijvoorbeeld de recente proef met de
zelfrijdende bus rond Schiphol. Tegelijkertijd
zijn overheden notoir slecht in het
en virtual reality of robotics. De overheid
houdt nauwelijks rekening met wat er nu
al op ons afkomt. Om een voorbeeld te
geven. De eerste zelfrijdende auto’s worden
omstreeks 2020 op de weg verwacht.
Dit schept allerlei vragen. Moeten er
aparte rijstroken komen voor zelfrijdende
auto’s, met kortere afstanden tussen
voertuigen en hogere snelheden? Wat
betekent dit voor monitoring van het verkeer?
Moeten we niet nu al rekening houden
met dit soort zaken in de planning
en uitbreiding van het wegennet? Volgens
Rijkswaterstaat in ieder geval niet.
De verbreding van de A1 in het oosten
van het land staat in de steigers en moet
in 2028 (!) afgerond zijn. Met een beetje
geluk zitten we in 2028 in een hyperloop
׉	 7cassandra://59wESLSEM5Te40C2KkltwNdtWn0b4M-q0YtlOt07h10`̵ WIИ׉E:,
LEVE DE E-OVERHEID
analyseren van de buitenwereld en het
vertalen van wat er buiten gebeurt in
consequenties voor de eigen organisatie
en beleidsuitvoering. Dit geldt ook voor
de interne organisatie. Willen jongere
generaties nog wel werken voor starre
hiërarchische overheidsorganisaties? En
kunnen die logge organisaties zelf wel
mee veranderen? Hoe moet de overheid
er over tien jaar uitzien?
E-OVERHEID IS OVERAL
De greep van de technologie op de
samenleving wordt alleen maar groter en
dat geldt ook voor het functioneren van
de overheid. De e-overheid is niet langer
een zaak van een mooie kleurige website,
maar de elektronische overheid is inmiddels
overal. Nagenoeg alle facetten van
de overheid hebben een ICT-component.
De vraag is hiermee of we nog wel moeten
en kunnen spreken van een e-overheid.
Het concept e-overheid suggereert
een soort scheiding tussen ‘e-overheid’
en ‘overheid’ die er eigenlijk niet hoort te
zijn.
Tegelijkertijd neemt het belang van ICT in
de maatschappij nog steeds toe en zou de
overheid er goed aan doen om meer de
blik naar buiten te richten en zich te herbezinnen
op de rol van de overheid in de
maatschappij, hoe die overheid dan moet
MISSCH
T
H
functioneren en met de burger moet communiceren.
ICT is hierin niet de enige factor.
Er zal altijd een menselijke, persoonlijke,
component nodig zijn, maar ICT
wordt nog wel veel belangrijker dan het
nu is. Daarom zou je kunnen stellen: de
overheid wordt steeds meer een e-overen
die de overheid in staat stelt veel sneller
en adequater te reageren op veranderingen.
In ieder geval vraagt de huidige
stand van zaken in de maatschappij om
meer aandacht voor de e-overheid dan ze
nu binnen de politiek krijgt. De e-overheid
is dood, leve de e-overheid.
heid. Maar de overheid moet wel anders
en beter met die e-overheid omgaan. Misschien
is een minister van de Toekomst,
zoals ze die in Zweden kennen, helemaal
geen verkeerd idee. Een minister die
vooral de blik naar buiten gericht heeft en
zich buigt over de grote strategische vragen
rondom technologie, innovatie,
samenleving en positie van de overheid
׉	 7cassandra://hfjBKZLpfUBabLJxdAAdGt6sCN72S7n3OWzSQGP7URg!,`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://fBiGp23UJ9Y4WYpIdRGkP71bM0Ucm9ZewFVtH8UduUE :`׉	 7cassandra://3m8-lVslmNvdwEfTWHMBsOqklUOR3PQj2ddAegBYjk4Xc`S׉	 7cassandra://HA5F3eq0yFIy2VvHj2eCTqmz7evxDadpL72R7u3VExY6`̵ ׉	 7cassandra://DSisFQQylI9UqxKBtg8iHe6t_qdGYW4GosTqOrTIbaw ͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://A0rPR9H20YL8CLUDzJY0i4o5ukeK2agGqz8lL9qFxtM J`׉	 7cassandra://PlsUZyE0pnWhs9gidhfEBcVCEOdd9y9vvw8KEHLhpPM]`S׉	 7cassandra://LLIf3YFROr-2SqUdV5TpRwzjlnmBjkbDpvWB7ld-sTc`̵ ׉	 7cassandra://8UN6WxZIvr7nkVRzH67vJ4LbBrqWnTEH367spZi_2c0 gN͠WIИÔנWIЙF X'9ׁHhttp://kvk.nlׁׁЈנWIЙE w69ׁHhttp://politie.nlׁׁЈנWIЙD LsQ9ׁHhttp://Groningen.nlׁׁЈנWIЙC 'H59ׁHhttp://dienst.nlׁׁЈ׉E
VE R KI E ZI NGEN 2 0 1 7
ICT IS GEEN OP ZICHZELF STAAND DOEL
INGRID DE CALUWÉ, TWEEDE KAMERLID VVD
H
et was een mooi streven uit het
huidige regeerakkoord: in 2017
moeten we allemaal onze
zaken met de overheid digitaal
kunnen afhandelen. Vervolgens werd
deze ambitie onder meer omgezet in een
ICT-project: eID (elektronische identifi catie).
Veiligheid en gebruikersgemak stonden
hoog in het vaandel, maar al snel
werd het een onoverzichtelijk bord spaghetti,
waarbij allerlei verschillende deelprojecten
op ingewikkelde wijze met
elkaar werden verknoopt. Met als gevolg
dat het op langere termijn moeilijker
wordt het project te beheersen en eventuele
nieuwe functionaliteiten eenvoudig toe
te voegen.
Dat is nou precies wat bedrijven en inwoners
van Nederland willen: dat ook de
e-overheid snel inspeelt op nieuwe situaties.
De Tweede Kamer gaf brede steun
aan een VVD-motie die de minister
opdroeg terug te gaan naar één systeem
met één set randvoorwaarden. Maar daarmee
zijn we er nog niet.
Het is nog onduidelijk of 2017 wordt
gehaald en de uitrol van het nieuwe inlogmiddel
van de overheid gaat tien (!) jaar
duren. De focus ligt te veel op het managen
van het project en de techniek, en pas
veel later op de noodzaak om bedrijven en
burgers op korte termijn te faciliteren. Dat
moet anders, en wel snel.
SOCIAAL DIGITAAL
ASTRID OOSENBRUG, TWEEDE KAMERLID PVDA
D
e digitale revolutie is op dit
moment in volle gang en heeft
een enorme impact op ons
leven. Het online en offl ine
leven van mensen raakt steeds meer verweven.
BIjna iedereen is gewend aan het
gebruik van digitale apparaten, zoals smartphones
en tablets. Nederland presteert erg
goed op het gebied van ICT en digitalisering.
Zo is de digitale infrastructuur, naast
Schiphol en de Rotterdamse haven, de
derde mainport van Nederland en staat de
digitale infrastructuur van Nederland
bekend als één van de beste ter wereld.
De PvdA ziet ICT als uitgelezen middel
om overheidsdienstverlening nog verder
te optimaliseren en toegankelijk te maken.
De PvdA vaart op dit gebied een inclusieve
koers: iedereen moet mee kunnen
doen en de vruchten kunnen plukken van
de digitale revolutie. De PvdA houdt
scherp in de gaten of er bij deze verdergaande
digitalisering van overheidsdienstverlening
voldoende aandacht is
voor de impact van ICT op bijvoorbeeld
privacy en identiteit van de burger. Digitale
burgers produceren veel data en zij
hebben recht op informatie en kennis over
wat er met die data gebeurt en wie deze
data mag inzien. Ook het gebruiksgemak
van de digitale dienstverlening, en de
beschikbaarheid van alternatieve kanalen
van dienstverlening voor minder digitaalvaardige
burgers, zijn voor de PvdA
belangrijke aandachtspunten.
׉	 7cassandra://HA5F3eq0yFIy2VvHj2eCTqmz7evxDadpL72R7u3VExY6`̵ WIИ׉ENOG EEN WERELD TE WINNEN
FATMA KOS¸ER KAYA, TWEEDE KAMERLID D66
N
ederland doet het goed als het
om het online regelen van
praktische zaken gaat. Iedereen
die wel eens in landen als
Frankrijk, Italië of Spanje een vergunning
heeft moeten aanvragen, weet dat. Ook in
internationale lijstjes komt die goede uitgangspositie
terug. In de Global Innovation
Index staat Nederland bij de top tien
wat betreft digitale overheidsdiensten.
Maar er is nog een hoop te winnen. Nu
moet je als Nederlander naar belastingdienst.nl
om je belasting te doen, naar duo.
nl voor je studiefi nanciering, naar bijvoorbeeld
Groningen.nl om een paspoort aan te
vragen, naar politie.nl om aangifte te doen
en naar kvk.nl om een bedrijf te starten.
Dat kan makkelijker. En overzichtelijker:
namelijk op één website of app om het
gemak van de gebruiker te vergroten.
Dat is de opdracht waar de overheid wat
mij betreft de komende jaren voor staat.
Een goed voorbeeld is Estland. Mensen en
bedrijven kunnen daar via één website al
hun overheidszaken regelen en alle door
de overheid verzamelde informatie inzien,
wijzigen of deleten. Dat maakt het makkelijker
en overzichtelijker. Bovendien
scheelt het veel tijd en gedoe om fouten
zelf te kunnen aanpassen. Dankzij die effi -
ciency kunnen medewerkers bij de overheid
mensen die níet handig zijn met een
computer, persoonlijk helpen. Uiteraard
staat privacy bij ons voorop. Bij het ontwerp
van nieuwe online overheidsdiensten
moet, om de persoonsgegevens van
mensen te beschermen, altijd worden uitgegaan
van privacy en security by design.
PRIVACY MOET GEWAARBORGD ZIJN
LINDA VOORTMAN, TWEEDE KAMERLID GROENLINKS
D
e mogelijkheden voor een digitale
overheid zijn nagenoeg
grenzeloos. Digitaal documenten
ondertekenen, je basisregistratie
en zorgdossiers inzien én corrigeren,
zelfs digitaal stemmen – in een land als
Estland gebeurt het al. Het is logisch om
de vraag te stellen waarom Nederland
nog veel minder ver is met de digitalisering
van overheidsdiensten.
In de Tweede Kamer trappen we nog wel
eens op de rem bij digitalisering. Niet
alleen omdat sommige groepen, zoals bijvoorbeeld
ouderen, in veel gevallen nog
niet klaar zijn voor het doen van alle zaken
via internet, maar ook omdat de privacy
goed gewaarborgd moet zijn. Het gaat hier
om de meest gevoelige gegevens die over
ons als mensen bestaan: waar en met wie
we wonen, hoe we stemmen bij verkiezingen,
naar welke dokters we gaan en van
welke kwaaltjes we last hebben. Gegevens
waar anderen niks mee te maken hebben.
Net als bij het verwerken van persoonsgegevens
op papier, is er bij het verwerken
van digitale gegevens geen absolute garantie
te geven dat er nooit iets mis zal gaan.
Daarom moeten we de impact op privacy
bij elke stap naar digitalisering checken en
dubbel-checken. Pas wanneer de privacy
geborgd is, kan Nederland de volgende
fase van digitalisering in. Wat GroenLinks
betreft werken we tegelijkertijd dus aan
vooruitgang van privacy én digitalisering.
׉	 7cassandra://LLIf3YFROr-2SqUdV5TpRwzjlnmBjkbDpvWB7ld-sTc`̵ WIИŁWIИā{בCט   {u׉׉	 7cassandra://U2XHqxrNGHV5-85nW5882DhKuJea5KOXSbC5FAVyAU8 \`׉	 7cassandra://iM36rwjTJD5bieokAtyr12AdgjMgE83L2o4bg-1ErO0l`S׉	 7cassandra://Z1YAY42ycOwhKCmOPjXaXizoSFkDcMKnliFTwc1nyAc$`̵ ׉	 7cassandra://b_J0DifHx8VqDh5DLAnBkPTUwaP7HSxzOP6Cwycn7GA M4H͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://vMO2TBQXDIu_Lf9wdyR26rDz8doSuGKgqmQboI-3Gp8 `׉	 7cassandra://E4F569sHCtwKUEWtTiIdlv4bDtw22zSvTWgDmGcCl2A_`S׉	 7cassandra://Q277Cgl1oXSbj4Z5Rc3dpWXwKkdFN7g82FuU2qgnNJk`̵ ׉	 7cassandra://-kjjGsh0urC_W6CnP7ut4bLyY8GlfZXkksPX1-zGcKM .̘͠WIИ׉EJVE R KI E ZI NGEN 2 0 1 7
BURGER ÉCHT CENTRAAL DANKZIJ
LIQUID DEMOCRACY
ANCILLA VAN DE LEEST, LIJSTTREKKER PIRATENPARTIJ
B
ij e-overheid denken de meeste
mensen direct aan digitaal aangifte
doen of aan de website van
MijnOverheid waarmee je makkelijk
digitaal kan communiceren. Deze
extra mogelijkheid is natuurlijk toe te juichen,
maar wij vinden dat het ook altijd
mogelijk moet zijn offl ine te communiceren
met de overheid.
Wij zien e-overheid breder. Bijvoorbeeld
door beter gebruik te maken van een
internet consultatieronde. Eigenlijk zie je
tijdens deze consultatierondes steeds hetzelfde
probleem. Er wordt achteraf
gevraagd naar een mening van de burger
en daarna wordt deze grotendeels genegeerd.
Daar ligt wat ons betreft ook een
probleem.
De e-overheid zal een boost krijgen wanneer
de gebruiker ervaart dat gebruik
maken van dit systeem ook daadwerkelijk
nuttig is. Dit doe je door de burger écht
centraal te zetten. Vraag niet alleen achteraf
om een mening, maar betrek hen ook
vooraf in de besluitvorming om zodoende
knelpunten aan te pakken. Zeker op lokaal
niveau is dit eenvoudig realiseerbaar.
Hiervoor heeft de Piratenpartij E-Democracy
in haar verkiezingsprogramma
opgenomen en zet zich in voor de zogenaamde
‘liquid democracy’. Daarmee
kan er transparant tot consensus worden
gekomen. Door gebruik van persoonsprofi
elen kunnen burgers hun mening
binnen een dialoog kenbaar maken. Wij
willen óók in de besluitvorming de burger
centraal stellen, juist dankzij een digitale
overheid.
24/7 OVERHEIDSNIEUWS!
Download nu de
compleet
vernieuwde app
Nieuws
Vacatures Partners
8
GRATIS!
׉	 7cassandra://Z1YAY42ycOwhKCmOPjXaXizoSFkDcMKnliFTwc1nyAc$`̵ WIИ׉EMAR J AN E L FA SSE D
OVERHEID (TE)
AFWACHTEND MET
OPEN DATA
Nu het politieke reces voorbij is en de verkiezingen in aantocht
zijn, is het een goed moment om de balans op te maken. Hiervoor
heb je overheidsinformatie nodig. Democratie werkt namelijk
beter wanneer burgers geïnformeerde keuzes kunnen
maken. Open data kan daarbij helpen.
Echter, als je naar het aanbod kijkt, zie je vooral veel data over
burgers. Er is nog altijd weinig data beschikbaar over het functioneren
van de overheid zelf. Een groot deel van het aanbod op
het rijksportaal wordt gevormd door statistieken van het CBS.
Overheden delen meer informatie over de handel, wandel en
meningen van kiezers, dan over zichzelf. Als je wilt zien wat de
prestaties zijn van het beleid van de huidige coalitie, moet je
nog steeds lang zoeken. Zelfs de toezichthouders van de overheid
zijn niet de grootste voorvechters van meer open data. Terwijl
juist deze instanties en kiezers veel baat hebben bij meer
transparantie.
W
S
G
In de internationale open data beweging wordt op dit moment
hardop een discussie gevoerd over het gebrek aan voortgang bij
overheden bij het ontsluiten van juist dit type data. Informatie
die overheidshandelen verifi eerbaar maakt en daarmee kiezers
in staat stelt om goede keuzes te maken. Kort samengevat gaat
de discussie vooral over de belemmeringen die cultuur en verouderde
techniek vormen en wat daaraan is te doen.
Sommigen wijzen op het gebrek aan ‘business cases’ en het
gebrek aan moderne wetgeving. Anderen stellen dat wellicht
alleen misstanden of crises, zoals ernstige zorgfraude of bonnetjesaffaires,
leiden tot meer transparantie. Een technische belemmering
zijn legacy problemen die ervoor zorgen dat ICT-overheidssystemen
nog steeds niet open data ‘by default’ kunnen
produceren en het gebrek aan bewustwording over open data
bij de inkoop van systemen of levering van informatie. Dit
gebrek is relevant, temeer daar het inbouwen van open data
feeds in nieuwe computersystemen van de overheid zorgt voor
duurzame, betaalbare en snel te ontsluiten informatie in de
juiste bestandsformaten.
Volgens Tom Steinberg, open data expert en oprichter van
mySociety in Groot-Brittannië, zijn we wellicht te aardig
geweest voor overheden. Hij is van mening dat veel meer tijd is
geïnvesteerd in constructieve samenwerking en te weinig in het
opeisen van het recht op informatie voor kiezers en consumenten.
Wat ontbreekt is een stevige stok waarmee doorbraken
geforceerd kunnen worden.
In Nederland is onlangs de enige stok die er was, weggegooid.
Zonder dat er nieuwe moderne transparantiewetgeving is, heeft
het kabinet de dwangsom bij de Wet openbaarheid van bestuur
en de Wet hergebruik van overheidsinformatie afgeschaft. Dat is
niet bevorderlijk voor het proactief ontsluiten van overheidsinformatie.
Met de verkiezingen in aantocht is het interessant om
de politieke standpunten hierover in de gaten te houden. Niet
alleen verschillende politieke kleuren of links en rechts, maar
ook nieuwe scheidslijnen tussen open of gesloten maken nu
onderdeel uit van het politieke landschap.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://Q277Cgl1oXSbj4Z5Rc3dpWXwKkdFN7g82FuU2qgnNJk`̵ WIИʁWIИɁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://saKiprIUBi2aCbKjpaU3omlvx_GLhTUN8h_SNrOC1yQ {` ׉	 7cassandra://_gUeQkW1K71p-hPRK-HW9lif-b9wuS63yAkmOgaMN98]`S׉	 7cassandra://IIhEd_sRYvVXAemw3NQpmis1o8zPoGtTz_8BRs4F-LM`̵ ׉	 7cassandra://rIYOqYMf6gyssNxFoYZQuhLVw3ka5sAa1oN1pJ7LT0wiX͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://CdqjSoXTGG_U5WsOoFpVJj9oCW3_PLMY-X7ZN1uCLLk `׉	 7cassandra://z0iFw_g9sMVgtiu0ICQ6UNvLrS01f6S-Nw6xf99FWY4fn`S׉	 7cassandra://piGFvhYDgaTbSiBhEV20rqIyMj62nNgeSXl7X0_LwOY:`̵ ׉	 7cassandra://lgdtNmE60Cb42pUAtTS7Y8rD6SvsXc6VJmYfCunhLvA >̐͠WIИ̑נWIЙL ^~9ׁHhttp://www.egovernance.nuׁׁЈ׉EVE R KI E ZI NGEN 2 0 1 7
IEDERE MINISTER EEN
MINISTER VAN IT
ESTLAND ALS VOORBEELD VAN HOE HET WEL KAN
In de aanloop naar de verkiezingen en vooral naar het regeerakkoord van de
nieuwe ploeg, klinken er van alle kanten stemmen om meer in te zetten op
digitalisering. Op papier zijn er grote ambities geformuleerd, maar in de praktijk
wordt er vooral veel geëxperimenteerd, pilots gedraaid en vooral niet
doorgepakt. Het ontbreekt aan lef om door te pakken. En er is ook niet iemand
die kan doorpakken omdat de verantwoordelijkheden breed gedeeld worden.
Kortom: de transitie naar de digitale overheid stagneert.
Tekst: Jan Baan, voorzitter stichting Egovernance Nederland
Beeld: Martin Dremljuga
en land waar de digitale overheid
niet stagneert, is Estland.
Het land staat trots op de eerste
plaats in alle lijstjes waar het
gaat om de transitie naar digitale samenleving.
In Estland is geen minister meer
die nog papier nodig heeft bij de wekelijkse
vergadering van het kabinet. Alle
ministers zitten aan tafel met alleen hun
iPad, met daarop alles wat zij nodig hebben.
Ook pennen zijn niet nodig, want
handtekeningen zetten gebeurt in Estland
alleen nog digitaal. Niet met een
ingescande handtekening, maar digitaal
versleuteld met de zwaarste beveiliging
die denkbaar is. Om de handtekening te
zetten, gebruiken Esten hun mobiele telefoon
of hun digitale identiteitskaart
waarin een speciale chip zit.
E
In Estland is digitale opslag en ondertekening
ook de enige basis voor wetten,
regeringsbesluiten en het beheer van
essentiële gegevensregisters. Zoals die
van gebouwen, bevolking, voertuigen,
land en adressen.
REVOLUTIONAIR
Natuurlijk worden in Estland nog steeds
printers verkocht en gebruikt, maar als
10
het er op aankomt heeft een handtekening
op papier er geen betekenis. Het kan
er zwart op wit staan, maar de rechter
kijkt uiteindelijk alleen naar de digitaal
versleutelde handtekening. Alleen daarmee
kan met honderd procent zekerheid
worden gesteld dat degene wiens handtekening
er staat, ook echt door die persoon
is gezet. Estland wordt volledig
bestuurd vanuit het idee dat de waarheid
digitaal is.
ES
B
DE
Het is een revolutionaire visie. Maar niet
één die je kunt implementeren met alleen
IT. Het gaat om de combinatie van wetgeving
en implementatie. De Esten hebben
er een woord voor bedacht: egovernance.
Het idee erachter is dat de wetgevende,
de uitvoerende en de rechterlijke
macht verregaand kunnen worden geoptimaliseerd
door de inzet van IT, maar
alleen door dat principe integraal door te
voeren op alle processen.
de snelheid, en de betrouwbaarheid
waarmee de overheid in Estland haar
kerntaken kan uitvoeren. De kwaliteit
van dienstverlening van de overheid
naar de burger is er van een uitzonderlijk
hoog niveau.
Waar we in Nederland proberen om
stapsgewijs van de analoge naar de digitale
wereld te migreren, met keuzevrijheid
als belangrijkste uitgangspunt, heeft
FACTOR 100
De keuze om digitaal te gaan heeft het
land begin deze eeuw al gemaakt. De
resultaten zijn spectaculair. Van alle landen
in de EU geeft Estland het minste
geld uit aan IT: zeventig euro per inwoner
per jaar. De Nederlandse overheid zit
een factor tien hoger. Met tien keer minder
budget tien keer meer realiseren. Dat
is het wonder van Estland.
Maar de grootste winst zit in het gemak,
׉	 7cassandra://IIhEd_sRYvVXAemw3NQpmis1o8zPoGtTz_8BRs4F-LM`̵ WIИ׉EEstland de fundamentele beweging
gemaakt. In Estland is het al tien jaar verplicht
om als burger een digitaal paspoort
te hebben. In Nederland is het een
optie die in het kader van ‘DigiD Hoog’
de komende jaren beschikbaar komt.
Hoezo lopen wij voorop in Nederland?
MARKT PROFITEERT MEE
Op straat is in Estland vrijwel geen agent
te zien. Niet nodig. Er zijn weinig landen
in de wereld waar de fraude- en criminaliteitscijfers
zo laag zijn als in Estland.
Het systeem met de digitaal versleutelde
handtekening is zo betrouwbaar en goed
beveiligd, dat mensen de kans niet krijgen
om te frauderen met verzekeringen,
abonnementen en transacties. Ook bedrijven
die daar traditioneel veel mee te
maken hebben (banken, verzekeraars,
telecom- en energiebedrijven), maken om
deze reden graag gebruik van de door de
overheid ontworpen en beheerde digitale
infrastructuur. Dat is bijzonder. Estland is
het enige land waar alle banken (ook de
internationale) vertrouwen op een beveiligingsinfrastructuur
die zij niet zelf
managen. Simpelweg omdat het
betrouwbaarder, veiliger en goedkoper is
dan hun eigen systemen.
Ook de kleinere bedrijven in Estland
beginnen nu gebruik te maken van de
digitale overheidsinfrastructuur. Zo zal
het binnenkort voor webwinkels mogelijk
worden om het adres waar het pakje
naartoe moet, op te halen uit het bevolkingsregister,
in plaats van het door te
klant zelf te laten intypen. Makkelijk bij
een verhuizing. Maar de grootste winst is
dat je woonadres niet (meer of minder
goed beveiligd) op tientallen plekken op
het internet bekend is, maar nog maar op
één plaats. Die je als eigenaar van deze
data ook zelf beheert.
ONCE ONLY
Binnen de overheid van Estland werkt
dat principe van ‘once only’ al vanaf het
begin erg sterk. Het houdt in dat gegevens
maar op één plek mogen zijn opgeslagen.
Iedere organisatie is verantwoordelijk
voor de integriteit van zijn eigen
systemen en het op correcte en veilige
wijze ontsluiten van de gegevens voor
derden. Een andere instantie kan er wel
toegang toe krijgen, maar mag de gegevens
niet kopiëren of opslaan voor eigen
gebruik. Dat zorgt er niet alleen voor dat
de kwaliteit van de gegevens hoog blijft,
maar ook dat eenvoudig is vast te stellen
wie er wanneer toegang heeft gehad tot
welke gegevens. Vanuit het principe
(voor de Esten een grondrecht) dat niet
de overheid, maar jij als persoon zelf
eigenaar bent van de data, kan iedere Est
inzien wie er wanneer welke gegevens
heeft geraadpleegd en zelf managen wie
er toegang mag hebben tot welke gegevens.
In
Nederland hebben we ook een systeem
waarmee overheidsinstanties persoonsgegevens
kunnen uitwisselen. Het
RouteringsInstituut Nationale en internationale
InformatieStromen (RINIS). Het is
goedkoop en het werkt, maar het is
alleen niet meer helemaal van deze tijd.
Er is geen enkele controle op de integriteit
en kwaliteit van de data en niemand
heeft het totaaloverzicht. Geen wonder
dat Nederlanders buitengewoon argwanend
staan tegenover digitalisering bij de
overheid.
ABSOLUTE TRANSPARANTIE
De notie van het bieden van absolute
transparantie zorgt ervoor dat Esten buitengewoon
veel vertrouwen hebben in hun
digitale overheid. Opsporingsambtenaren
bedenken zich wel twee keer voordat zij
zomaar in een bestand met persoonsgegevens
gaan zitten snuffelen. Bij medische
gegevens is de winst dat gekwalifi ceerde
medisch zorgverleners toegang hebben tot
iemands patiënten dossier, tenzij die persoon
zelf heeft ingesteld dat dat niet mag.
Verzekeraars daarentegen hebben juist
geen toegang tot iemands medisch dossier.
Zou dit de reden kunnen zijn dat Estland
het enige ontwikkelde land in de wereld is
dat de stijging van de kosten van de zorg
al jaren weet te beperken? Wanneer maken
we in Nederland nu eindelijk eens echt
werk van een digitaal medisch dossier? Op
dit moment is negentig procent van de
apotheken hier nog volkomen afhankelijk
van het faxapparaat.
Ik vrees dat we er met de benoeming van
een minister van IT in het nieuwe kabinet
niet gaan komen. Nee, iedere minister in
het nieuwe kabinet dient zich te realiseren
dat hij of zij zonder de inzet van IT
niets voor elkaar kan krijgen. En dat hij
of zij zonder kennis van IT misschien wel
niet zo geschikt is om deze transitie aan
te sturen.
Meer weten?
Egovernance Nederland
www.egovernance.nu
׉	 7cassandra://piGFvhYDgaTbSiBhEV20rqIyMj62nNgeSXl7X0_LwOY:`̵ WIИ΁WIИ́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://00d-4ZdY7GtmftuvW2pE9D_WVutJr6TLIw9B-vRvGIA `׉	 7cassandra://Z5SlK9y6cgwMR-U7u_94XZR7tgBBXYnjt-EfHcSKwbMBO`S׉	 7cassandra://2YdEo3gIW348FozKJVqOpvHDm1r5U5EW96XQZ5NZRrw`̵ ׉	 7cassandra://OxLSaxpaweWCkMjeD6z_-ReYZ28xb1zKPkUYkTV2K3M 6F͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://jSWkheqeZwRVU1Qfm9uaS9s7YvuwcfKiat-_JYKRMUs P`׉	 7cassandra://qy-OE57GwK2Tj-ddT3CO8nZ2LvcMa0kubSGcZzEb7vs]l`S׉	 7cassandra://B4NYJF4mBizi93DUHu-Wve14PtCzshSmnRqnWGAg8eww`̵ ׉	 7cassandra://3U29k_SUG5IDnEvWD2ZJMHofxuagOk4wY5Q41EsFaAQ ͠WIИВנWIЙI   l9ׁH %http://www.anteagroup.nl/omgevingswetׁׁЈנWIЙH ̂9ׁHhttp://www.anteagroup.nlׁׁЈ׉EDe Omgevingswet
Eenvoudiger, sneller en beter…
Dat begint met een goede
implementatie
Antea Group
www.anteagroup.nl
De Omgevingswet; één wet voor de gehele fysieke
leefomgeving. Diverse overheden zetten nu al de
stap naar de implementatie. Maar wat betekent dat
voor de organisatie en de medewerkers?
Een goede implementatie is essentieel om ook écht eenvoudiger,
sneller en beter te werken. Antea Group ondersteunt overheden
bij deze trajecten. Onze meerwaarde? Expertise van zowel
organisatie als inhoud. Maatwerk, waarbij wij de interne klokken
gelijk zetten in het gedachtegoed van de Omgevingswet.
Kijk op www.anteagroup.nl/omgevingswet
voor de implementatietrajecten waar wij
op dit moment al mee bezig zijn.
Wij staan in de startblokken… u ook?
׉	 7cassandra://2YdEo3gIW348FozKJVqOpvHDm1r5U5EW96XQZ5NZRrw`̵ WIИ׉EH E N K WESSE LI NG
FLIPPEREN MET
PUBLIEKE WAARDE
Onze publieke dienstverlening is er op gericht zoveel mogelijk
‘publieke waarde’ te creëren. Mark Moore introduceerde in 1995
zijn befaamde strategische driehoek. Ik interpreteer die zo dat
een publieke dienstverlener meer publieke waarde levert naarmate
er meer overeenstemming is over wat de dienstverlener
moet leveren of daadwerkelijk levert, er adequater operationele
capaciteit is en meer te waarderen prestaties geleverd worden.
AL
V
O
Ik zal u niet vermoeien met de debatten die zich rond dit begrip
van publieke waarde afspelen, bijvoorbeeld hoe dit begrip zich
verhoudt tot het begrip collectieve goederen. Mark Moore laat
in recent werk zien hoe dienstverleners in overleg met allerlei
stakeholders tot betere prestaties komen, tot meer publieke
waarde. Hij laat ook zien dat er sterke tegengeluiden kunnen
zijn, zoals in de bekende case van het verbeteren van de veiligheid
in New York en hoe dat de legitimiteit (overeenstemming)
in gevaar kan brengen bij onvoldoende inspelen daarop. Want
hoe kan het verbeteren van veiligheid in termen van publieke
waarde worden gewaardeerd als in de relevante besluitvormende
organen, of bij ‘de afnemers’ , gepassioneerde minderheden
zijn met een sterk negatieve waardering? Wat zal er dan
gebeuren bij een machtswisseling? Geheel andere waardelevering?
Gaan we dan fl ipperen, zoals bijvoorbeeld de afgelopen
jaren in de kinderopvang?
In een democratie is fl ipperen nu eenmaal de gang van zaken,
zult u zeggen. Maar wat als dat fl ipperen door diepe politieke
verdeeldheid breed en diepgaand is? In de Verenigde Staten
verklaarden Republikeinse presidentskandidaten (ook Trump)
bij verkiezing als eerste Obamacare af te schaffen. Ook op
andere terreinen is stagnerende en fl ipperende besluitvorming
daar aan de orde; sterk bevorderd door die hang naar fact free
politics bij geradicaliseerde Republikeinse facties.
En als dat fl ipperen essentiële waarden van de rechtsstaat raakt,
gaan ook gewetensvragen spelen. De waardering in termen van
leveren van publieke waarde door de opvang van vluchtelingen
lopen zeer uiteen. Niet uitgesloten is dat onder een kabinet-Wilders
de grenzen gesloten worden met andere uitzetprocedures.
Ga je als dienstverlener meewerken aan ‘een muur rond Nederland’?
Wat
zo’n kabinet aan andere fl ippereffecten mee zal brengen, is
moeilijk te voorspellen. Onverantwoordelijk opportunisme is nu
eenmaal een populistisch wezenskenmerk en dreigt in meerdere
Europese landen. Ook in Nederland stelt de hoog ideologische
toon van sommige oppositiepartijen niet gerust. Zelf moet ik er
bijvoorbeeld niet aan denken dat we na alle inspanningen met
de decentralisaties in het sociaal domein, weer eens lekker gaan
centraliseren.
Overdreven zorgen? Wellicht. Flipperen hoort er bij in een
democratie en daar leren we ook van. Het feitelijke minderheidskabinet-Rutte-II
is op belangrijke dossiers ook tot overbrugging
gekomen. Laten we vooral die capaciteit versterken, in
plaats van referenda met besluitvorming van de helft plus een.
Dolgedraaid, stagnerend en stereotyperend fl ipperen leidt tot
droefenis, zeker ook bij publieke dienstverleners.
Henk Wesseling, Experticecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://B4NYJF4mBizi93DUHu-Wve14PtCzshSmnRqnWGAg8eww`̵ WIИҁWIИс{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wtAB8zE66_5ahLx2K7d6Yczj6_DkUaonRIU9ICT1gLU R	` ׉	 7cassandra://yK0FZfehZlx0l0AuSO3bjG7D3Yru7KON1rATazTTYggam`S׉	 7cassandra://6qidTNZUdJYNM13cgSR3jcQdyCxtTt7TQZ9VhYih-Vk4`̵ ׉	 7cassandra://N68UZxhZl_Cexi2hLA1zwTO9Obfum2u76VpqI9_OnpQ]`͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://2tCH2hJeThHtnzILpRLyw26K00cOgI36sMhNHoMNhrs `׉	 7cassandra://7wd6lwRb19PyMFeT9JY-DGaMQ2H8JCqJh74RhTied-4W`S׉	 7cassandra://N6-QgCGHL4GcwG5AJS8VFmN8iYcSxFKjam6L1dEe1pgv`̵ ׉	 7cassandra://YXQ8zIts_wsTOtkfblJhx-vBmrZyJ9mmJB8YlFMtUrc -͠WIИԑנWIЙG ρ?
9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EVAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Op weg naar de CIO 3.0
Giant leap of small step voor de overheid?
Karin Zwiggelaar en Antoon van Luxemburg bieden in het boek ‘CIO 3.0 - Het verschil
maken bij digitale transformatie’ praktische handvatten om innovatie en transformatie
vanuit een businessperspectief te verankeren in de functie van de CIO. Daarvoor zal de
CIO zich meer moeten richten op business en op innovatie. Dat vereist doorontwikkeling
van de functie, maar vraagt ook van de algemene leiding digitaal leiderschap en aandacht
voor de mogelijkheden die ICT biedt.
Tekst: Wijnand Heijnen, principal adviseur M&I/Partners
D
e overheid moet sneller kunnen reageren op ICT-ontwikkelingen,
meldde het Centraal Planbureau (CPB)
recent in zijn Policy Brief. Het vakgebied ontwikkelt
zich zodanig snel dat een te afwachtende houding
kan leiden tot maatschappelijke risico’s op het vlak van informatiekwaliteit,
concurrentie, cybercriminaliteit of privacybescherming.
Hoe later de overheid ingrijpt bij de introductie
van nieuwe mogelijkheden en toepassingen van ICT, des te
hoger de aanpassingskosten. De vraag dient zich aan of de
overheid hiervoor is toegerust. Is de overheid voldoende in
staat in te spelen op de huidige en toekomstige ICT-ontwikkelingen
op het gebied van internet, social media, mobile computing,
cloud-technologie, big data of Internet of Things?
DE DIGITALE TRANSFORMATIE IS EEN
ZAAK VAN DE HELE ORGANISATIE
En is de overheid voldoende in staat hierop in te spelen vanuit
de verschillende rollen die zij vervult? De overheid is dienstverlener,
handhaver, maar ook beleidsmaker en regulator naar
markt en maatschappij. Het CPB gaat met name in op deze
laatste rol en benadrukt de noodzaak dat de overheid zich
hierop verder moet voorbereiden ter voorkoming van hogere
maatschappelijke lasten wanneer alsnog moet worden ingegrepen.
Digitale
transformatie
De geschetste ontwikkelingen vragen organisaties een digitale
transformatie door te maken om bestaansrecht te houden. Wat
kan geleerd worden van Uber, Airbnb, Netfl ix en Spotify, of de
14
vlucht die social media heeft genomen? Hoe pakt dat uit voor de
overheid? En vormt de stap naar digitale transformatie voor de
overheid een realistische vervolgstap of zal het een vrijwel
onhaalbare reuzensprong zijn?
Beginvraag is wat digitale transformatie inhoudt. In de gangbare
analyses over disruptieve ontwikkelingen die door technologie
zijn ingegeven, komen de meeste voorbeelden voort uit
het bedrijfsleven. De grootste impact hebben deze ontwikkelingen
voor het businessmodel, concurrerend vermogen, toegevoegde
waarde voor de klant en de klantervaring. De businessmodellen
van Airbnb, Netfl ix of iTunes vormden enorme veranderingen
voor bestaande spelers in die markten. Concurrentie
is – vanzelfsprekend - ingrijpend veranderd met de opkomst
van online winkels, maar ook door de beschikbare product- en
prijsinformatie via internet. Toegevoegde waarde voor de klant
heeft een andere betekenis gekregen waarbij advies en service
prominenter zijn geworden. Bedrijven richten zich op het
steeds verder verbeteren van de digitale klantervaring. Ook
voor de overheid zijn dit relevante onderwerpen. Vanuit juist
de verschillende overheidsrollen kan dit net even andere gevolgen
hebben. Wanneer een burger of bedrijf de overheid bijvoorbeeld
treft in haar handhavende rol, dan zal in de meeste
gevallen een superieure digitale klantervaring ver te zoeken
zijn. Vanuit het businessmodel geredeneerd, zal de overheid
weliswaar niet failliet gaan, maar bezuinigingen kunnen wel
degelijk de start zijn voor nieuwe uitvoeringsmodellen.
Klantervaringen
Neem nog even het businessmodel. De overheid zet in haar
dienstverlenende rol nadrukkelijk in op de digitale afhandeling
van klantprocessen. Overheden zijn zich zeer bewust van het
feit dat een transactie via internet goedkoper is dan een telefoontje,
terwijl beide ook fl ink goedkoper zijn dan een fysiek
M&I/Partners is het onafhankelijke
adviesbureau voor management en ICT
www.mxi.nl
׉	 7cassandra://6qidTNZUdJYNM13cgSR3jcQdyCxtTt7TQZ9VhYih-Vk4`̵ WIИ׉Ebaliecontact. Vanuit het kostenperspectief heeft het UWV de
mogelijkheid voor fysieke klantcontacten al sinds geruime tijd
sterk teruggedrongen, net als bij indicatiestelling door het CIZ.
Bij de vormgeving van overheidsdienstverlening, bijvoorbeeld
bij het aanvragen van een uitkering, een PGB, het bijhouden
van een re-integratiedossier of een bouwvergunning, wegen
klantervaringen steeds zwaarder mee.
Een klassieke invulling van de ICT-functie is bij digitale transformatie
niet meer voldoende. Om het hoofd te bieden aan de
nieuwe ontwikkelingen, kunnen ICT-managers zich niet meer
alleen druk maken om infrastructuur en het beheer van applicaties.
Digitale transformatie vraagt een overheid die zich richt
op innovatie en de transformatie van de business met gebruikmaking
van alle mogelijkheden en de strategische waarde die
ICT biedt.
Om de digitale transformatie succesvol te realiseren, geven de
auteurs het volgende advies. (1) Zet je klant centraal bij digitale
dienstverlening en zorg voor een superieure klantervaring
(integreer fysieke en digitale dienstverlening). (2) fl exibiliseer
de backoffi ce processen en platformen, (3) innoveer dienstverlening
en uitvoeringsmodellen door inzet van digitale techno
De vaststelling dat ICT-ontwikkelingen snel gaan en vragen om
een innoverende overheid, is op zichzelf niet nieuw. Het gaat
juist om de concrete stappen die gezet kunnen worden. Dat
begint bij de constatering dat de digitale transformatie een
zaak is van de hele organisatie. De ICT-afdeling kan de transformatie
ondersteunen door (nog) meer in te zetten op innovatie
en de strategische waarde van ICT voor de business. De CIO
ontwikkelt zich daarbij tot een CIO 3.0 met een centrale leiderschapsrol;
een aansprekend perspectief voor de overheid. Daardoor
is zij beter in staat het hoofd te bieden aan ICT-ontwikkelingen
en bovendien passen extra aandacht voor innovatie en
ormatie bij de uitdagingen waarvoor de overheid zich
geplaatst ziet.
schapsr
door is
Innovatief
lingen e
geplaats
or
Innov
Binnen
sterk in
teerruim
wijdver
goed te
binnen
Meer va
minder
nieuwe
Binnen de overheid bestaan nu al veel initiatieven die vaak
sterk innovatief van karakter zijn. Het werken met experimenteerruimte,
pilots en proefprojecten is binnen de overheid
wijdverbreid. De overheid dient deze pilots en experimenten
goed te verankeren en deze nadrukkelijker een positie te geven
binnen de broodnodige transformatiedoelen van organisaties.
Meer vanuit cultuuroogpunt is nog wel nodig dat de overheid
minder beheersmatig vanuit regels en procedures omgaat met
nieuwe ontwikkelingen en het mislukken van experimenten
meer gaat zien als noodzakelijk onderdeel van het leerproces
bij innovatie. Wanneer de overheid het experimenteren meer
een vaste plaats geeft binnen organisatieontwikkeling, en meer
inzet op afstemming van operatie en innovatie, lijkt de ontwikkeling
bij de overheid naar digitale transformatie een haalnext
step’ en geen reuzensprong.
meer ga
bij inno
een vas
inzet op
wikkelin
bare ‘ne
eten?
Het boe
van Kar
e
Het boek ‘CIO 3.0 - Het verschil maken bij digitale transformatie’
van Karin Zwiggelaar en Antoon van Luxemburg is uitgegeven
an Haren Publishing BV.
an
׉	 7cassandra://N6-QgCGHL4GcwG5AJS8VFmN8iYcSxFKjam6L1dEe1pgv`̵ WIИցWIИՁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://A0b3SFKFokkONNkuAGzAdOw3KWLawddzijH3guMdWEo h` ׉	 7cassandra://8FBhx04POLckkXc74uXseK4UdZTpEmEsVcgbyHLObg0])`S׉	 7cassandra://-8WSI4l2dN23tMCOAKg556cFABzsWiFjbhOCdfiLguA`̵ ׉	 7cassandra://fOkoqWbmhAr6SRPVwpkNBTH65s0XRbjOJpQaw0QSxlIpvX͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://qXZptn8Xgo_TvrVr_1aAdRAoR4WfASjk00ETIZWwhok `׉	 7cassandra://Ls6acF6QhHr4-3Jac_CRSAEmGP012WfF4J8fLuq98JEo `S׉	 7cassandra://X_XSFevPYMC97g4s3bLStE8pA4AGQd6z44lq6llSIOs!=`̵ ׉	 7cassandra://-hBqClka5CQZgfG4avBTcH0UGYSbZyafFQ4stUiXQrs y\͠WIИ׉EDATA GEDR E VE N B ESL U IT VORMING
BIG DATA ALS BASIS VAN
OPLOSSING VRAAGSTUKKEN VRAAGT OM OPEN HOUDING
Referenda, bijvoorbeeld over het Oekraïne-verdrag, schetsen een beeld van
wat het volk wil. Maar met de uitkomst daarvan is het lastig beleid maken. Op
grond van al beschikbare (big) data over hoe ‘de Nederlander’ over zaken
denkt, zou het niet moeilijk moeten zijn een wél genuanceerd beleid te ontwerpen.
Met draagvlak te ontwerpen én gebaseerd op feiten.
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
D
e veranderingen in de (digitale)
samenleving beginnen
ook zijn uitwerking te krijgen
op de discussie over de vorm
waarop onze democratie traditioneel is
gebaseerd. Terwijl het internet een steeds
belangrijkere rol begint te spelen in de
meningsvorming, stemmen wij nog vrolijk
met potlood en papier. De aloude
representatieve democratie komt onder
druk te staan door het beschikbaar
komen van steeds meer informatie en een
directere relatie tussen kiezer en volksvertegenwoordigers.
Representatief
wordt steeds meer ervaren als: iemand
die doet wat ik wil, in plaats van iemand
die mijn belangen vertegenwoordigt in
de totale afweging van alle belangen.
Bij het ontwerpen van onze democratische
structuren was de aanname dat er
zoiets bestaat als ‘algemeen belang’. Een
hoger doel, dat verder gaat dan de optelsom
van de aanwezige particuliere belangen.
Anders gezegd: het kan zijn dat het
geheel van de samenleving gebaat is bij
een beleid dat sommige particuliere
belangen aantast. De meerderheid heeft
niet altijd gelijk, al was het maar omdat
de minderheid ook deel uitmaakt van
diezelfde samenleving. Het is nog niet zo
heel lang geleden dat het Nederlandse
poldermodel wereldwijd gezien werd als
dé effectieve oplossing tussen een succesvolle
markteconomie en een sociale
samenleving. De derde weg, heette dat
16
toen. En die kon op een grote mate van
tevredenheid rekenen: Driekwart van de
bevolking had in 2000 vertrouwen in het
toenmalige (Paarse) kabinet. Het hoogste
cijfer ooit gemeten. Zonder twijfel zijn er
onderstromen in de samenleving onvoldoende
gesignaleerd, maar objectief
gezien heeft Paars echt geen puinhopen
nagelaten.
W
W
REFERENDA
Sinds die tijd is er veel veranderd. De
opkomst van sociale media heeft als bijkomend
effect dat meningen en standpunten
een steeds belangrijker rol gaan
spelen in het publieke discours. De politiek
en de media zijn bevangen door
‘gebeurtenissen gestuurd beleid’. In het
normale leven heet dat kluitjesvoetbal:
allemaal naar de bal, het doel is minder
belangrijk. Een uiting daarvan is het hernieuwde
gebruik van referenda om te
weten wat de burger wil. De uitkomsten
daarvan leveren zowel in Nederland
(‘Oekraïne-verdrag’) als in Groot-Brittannië
(Brexit) meer verwarring dan helderheid
op. Het blijkt namelijk dat de overwegingen
om voor of tegen te stemmen
veel genuanceerder zijn dan een simpele
andere beleidsterreinen. Een simpel ja/
nee- antwoord heeft veel meer consequenties
en nuances dan te voorzien valt.
Toch wordt burgers gevraagd over complexe
en genuanceerde vraagstukken een
eenvoudige mening te geven. Als die
eenmaal gegeven is, dan moet die ook
worden uitgevoerd, want waarom vroeg
de overheid dat anders? Los van de
inhoud spelen referenda in de kaart van
de maatschappelijke polarisatie. Je kunt
alleen maar voor of tegen zijn. En wat te
doen als de anderen winnen?
BESCHIKBARE DATA
Het merkwaardige is dat er, vanuit allerlei
onderzoeken die overheden laten uitvoeren,
zeer veel gegevens beschikbaar
zijn om te weten hoe ‘de Nederlander’
ja/nee-vraag kan laten zien. Plat gezegd:
we weten nu wat het volk wil, maar we
hebben geen idee waarom. Op standpunten
kun je geen beleid maken.
De complexiteit van onze samenleving is
zodanig dat er bijna geen besluiten meer
te nemen zijn die niet vergaande (geheel
onbedoelde) consequenties hebben voor
׉	 7cassandra://-8WSI4l2dN23tMCOAKg556cFABzsWiFjbhOCdfiLguA`̵ WIИ׉EBELEID
over zaken denkt. Het Sociaal Cultureel
Planbureau brengt bijvoorbeeld sinds
2008 elk kwartaal het Continu Onderzoek
Burgerperspectieven uit, waarin ‘de
stemming in het land’ wordt onderzocht.
Daarnaast worden jaarlijks, in opdracht
van de regering, vele tientallen onderzoeken
naar specifieke onderwerpen uitgevoerd
door gerenommeerde onderzoeksbureaus.
In een goed georganiseerde
samenleving als de onze is er
daarnaast een oceaan van data aanwezig
in de normale registraties, van Basisregistratie
Personen (BRP) tot Belastingdienst.
H
DI
E
Op
grond van alle beschikbare data zou
het niet moeilijk moeten zijn een genuanceerd
beleid met draagvlak te ontwerpen.
Die analyse vraagt echter om geïntegreerde
en geobjectiveerde analyse. Dus
niet het gebruik van onderzoek om
beleid te legitimeren, maar omgekeerd,
om beleid mee te ontwerpen. De veranderingen
in de samenleving dienen ook
een ander perspectief op de rol van de
overheid met zich te brengen. Het serieus
nemen van de antwoorden op onderzoeken
en het daarop baseren van beleid
den. Belangrijk is dat dit soort processen
zich niet bezighouden met de vraag naar
standpunten, maar het vraagstuk als
open vraag aan groepen burgers voorleggen.
Dit is het probleem met alle facetten,
hoe zouden we dat op kunnen lossen?
Ook binnen bedrijven zien we steeds
meer deze aanpak om strategieën gedragen
te krijgen of complexe vraagstukken
aan te pakken. De beschikbaarheid van
informatie stelt immers veel meer mensen
in staat (letterlijk) mee te denken en
te zoeken naar passende oplossingen.
geeft meer draagvlak dan het achteraf
toetsen wie er een standpunt heeft.
Referenda zijn dus niet nodig als de analyse
van beschikbare data gericht zou
plaatsvinden.
PARTICIPATIE
Steeds meer gemeenten passen het middel
van participatiebijeenkomsten toe om
met burgers in gesprek te gaan over
vraagstukken. In hun boek Crowdocracy
betogen Alan Watkins en Iman Stratenus
dat uiteindelijk een dialogisch meningsvormingsproces
tot fundamentele verandering
van het openbaar bestuur kan leiOPEN
HOUDING
Voorlopig zijn we daar nog niet. We stemmen
met een rood potlood op partijen die
ons de komende vier jaar in de gemeenteraad
of in ‘Den Haag’ gaan vertegenwoordigen.
Maar bij het opstellen van de verkiezingsprogramma’s
zou het ontzettend
helpen als politieke partijen eindelijk
gebruik gaan maken van de beschikbare
informatie. Wat willen mensen nu eigenlijk?
Wat ervaren ze als probleem, wat
hebben ze voor oplossingen? Een verkiezingsprogramma
dat, met het oog voor
het algemeen belang, dáár antwoord op
geeft snijdt hout. Een tijdje gericht zoeken
op internet levert voldoende materiaal op
om serieus mee aan de slag te gaan.
Dat vraagt wel om een open houding. De
vraag is niet langer hoe we de wereld
vormgeven vanuit een ideologie die
gelijk heeft, de maakbare samenleving
bestaat niet. De vraag is hoe we vanuit
bepaalde principes verantwoorde antwoorden
geven op de werkelijke vraagstukken
in de samenleving.
Alle begin is moeilijk. Het wachten is op
de eerste gemeente die gefundeerd en
genuanceerd, op basis van big data,
beleid ontwerpt en daarover met burgers
in dialoog gaat. Niet belemmerd door
politieke correctheid, maar gebaseerd op
feiten.
En in de tussentijd geen referenda meer
alstublieft. Er is al genoeg polarisatie.
׉	 7cassandra://X_XSFevPYMC97g4s3bLStE8pA4AGQd6z44lq6llSIOs!=`̵ WIИځWIИف{בCט   {u׉׉	 7cassandra://whkUibOE6owSdvjm0wi4Nio2OiJq058YRUqtizrDSOQ >`׉	 7cassandra://kKEG02Z2JauaOtB2dA6YN0fIbDPLKBntnFqb9q_7tVEo`S׉	 7cassandra://DGh0NwkVENp5bqKDmZvB3VbbRBmsrc3MMG8JiUgtUjY"`̵ ׉	 7cassandra://bd5kBON5PtxTU_dJkn-InWLrWaelSuN80xZFYMw0mNg ̐͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://rq4lNsLJJ6_ou2wfQrZqVsh1iTCylZG3oUL64RM8ZOk F`׉	 7cassandra://CoUmAQDmG_xrWdUWS5RyzRIAlzyCFGpdEASAMVaOWggN`S׉	 7cassandra://t3efQhwI9q-Ixqr8zcsARGePDt6Aam39Wy5jklsNlKg`̵ ׉	 7cassandra://qqlF3z14HGYInCy3ROjfq6ffc8p1jtpkweE111xYzhY }̔͠WIИܒנWIЙK ~̥9ׁH  http://academiepubliekesector.nlׁׁЈנWIЙJ q19ׁHhttp://cyco.nuׁׁЈ׉EVAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Voorbereid op
cybercriminaliteit
Optimaal risicomanagement onmisbaar
bij inschatten cyberrisico’s
De gevolgen van cybercriminaliteit kunnen erg groot zijn. Denk aan verlies van vertrouwelijke
data, personeelsgegevens, verzuimgegevens, het in verkeerde handen komen van cijfergegevens,
schade aan het IT-netwerk, aansprakelijkheidsclaims en reputatieschade. Beveiliging van data
is niet alleen een technisch vraagstuk. Het is een strategische beslissing, waarbij de fi nancieel
eindverantwoordelijke een grote rol speelt.
Tekst: Wouter Parent en Robert van der Vossen zijn werkzaam bij CYCO Cybercrime Cover
D
e digitale wereld brengt organisaties een groot goed
op het gebied van effi ciency en slagvaardigheid. ICT
ondersteunt alle moderne (interne) bedrijfsprocessen
en zorgt voor een vitale infrastructuur. De ICT-infrastructuur
ontwikkelt zich snel. Het werken via internet en de
handel via webshops is volledig geïntegreerd in onze maatschappij.
Organisaties kennen een hyperconnectiviteit. Het
nieuwe werken als BYOD (bring your own device) wordt standaard.
Ook de criminele wereld heeft ontdekt dat er in deze
virtuele maatschappij veel geld te verdienen valt. Cybercriminaliteit
kost het Nederlandse bedrijfsleven en overheidsorganisaties
jaarlijks 10 miljard euro. In de top drie van de meest
kwetsbare sectoren staat de publieke sector. Methoden van criminele
hackers evolueren sneller dan security. Door veel organisaties
worden de (virtuele) risico’s nog zwaar onderschat en
vaak hebben zij geen duidelijk beeld van de gevolgen van een
cyberincident.
Meldplicht Datalekken
Een extra dimensie voor de bewustwording van de fi nanciële
risico’s, is de komst van nieuwe wettelijke regels. Sinds 1 januari
2016 zijn de aanpassingen van de huidige Wbp (Wet
bescherming persoonsgegevens) van kracht. Een onderdeel van
deze aanpassing is de nieuwe Meldplicht Datalekken. Organisaties
(bedrijven en overheden) moeten, op straffe van sancties
en boetes, onverwijld melding doen van datalekken van privacygevoelige
gegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens (voorheen
het College Bescherming Persoonsgegevens) heeft, net als
18
Aanpassen contracten
Het is zaak dat de organisatie in kaart brengt hoe binnen de
organisatie en via welke externe bewerkers (ICT-bedrijven/hosting/cloud/leveranciers)
privacygevoelige data kunnen lekken.
De organisatie zal nieuwe afspraken voor het signaleren en
informeren van datalekken moeten vastleggen en mogelijk
hiervoor bestaande contracten of Service Level Agreements
moeten openbreken. Naast kosten van ICT zal de organisatie
vooral rekening moeten gaan houden met grote bedragen,
bijvoorbeeld de Autoriteit Financiële Markten (AFM), een zelfstandige
bevoegdheid tot het opleggen van sancties en boetes.
Deze boetes kunnen oplopen tot 820.000 euro.
De eerst logische reactie van de organisatie om het datalek
intern te houden, is dan niet meer mogelijk. Onverwijld, er
wordt een termijn genoemd van 72 uur, moet de organisatie
gekwantifi ceerd en gekwalifi ceerd, de Autoriteit en in sommige
gevallen ook de betrokkenen, informeren over welke data
gelekt zijn en welke maatregelen de organisatie treft.
DOOR VEEL ORGANISATIES
WORDEN DE (VIRTUELE) RISICO’S
NOG ZWAAR ONDERSCHAT
׉	 7cassandra://DGh0NwkVENp5bqKDmZvB3VbbRBmsrc3MMG8JiUgtUjY"`̵ WIИ׉EMasterclass cybersecurity en privacy
Samen met de Academie Publieke Sector organiseert CYCO
Cybercrime Cover een masterclass voor accountants, controllers
en fi nancieel verantwoordelijken, werkzaam in de
(semi) publieke sector. Met deze masterclass wordt een duidelijke
behoefte ingevuld die fi nancieel verantwoordelijken,
werkzaam binnen de publieke sector, hebben.
Organisaties zijn geneigd het risico van een cyberincident
vooral via de technische kant te benaderen. In de masterclass
leren deelnemers hoe het cyberrisico te benaderen als
een strategisch vraagstuk. Aan de orde komen onder meer
vragen als: Hoe kunnen we dit risico beheersbaar maken
voor onze organisatie? Wat zijn onze kritische bedrijfsprocessen?
Wat staat ons te doen bij een cyberincident? Wat
zijn de (nieuwe) wettelijke regels op het gebied van diefstal
van privacygevoelige gegevens? Hoe groot is onze reputatieschade
na een publicatie in de krant over een hack?
Hebben mijn stakeholders nog het vertrouwen dat hun
gegevens veilig zijn bij onze organisatie? Wat is ons worst
case scenario?
De masterclass bestaat uit twee delen. Een belangrijk
onderdeel is kennisoverdracht op het gebied van de modus
operandi van cybercriminelen en waarom gevoelige data
voor hen interessant zijn. Het eerste deel kent een zogenaamde
hackerexperience en een introductie in wetgeving
en risicobeheersing. Deelnemers zien hoe hackers te werk
gaan. Binnen enkele minuten, soms seconden, dringt de
hacker binnen in een computersysteem. Of bijvoorbeeld
binnen een mobiele telefoon. De deelnemer wordt ook
geïntroduceerd in het Darkweb en welke data daar live worden
verhandeld. Het laat organisaties zien hoe zij geconfronteerd
kunnen worden met een cyberincident. Voor het
vervolg van de masterclass krijgen de deelnemers een
assessment mee. Met deze assessment maakt de deelnemer
een goede basis voor een structurele aanpak van het risico
op een cyber of privacyincident.
Het vervolg van de masterclass is sectorspecifi ek. Er is een
keuze voor (Rijks)overheid, onderwijs, zorg en non-profi t.
In dit deel wordt dieper ingegaan op het juridisch kader en
de correcte implementatie van maatregelen en relevante
wetgeving, beleidsregels en normenkaders. Deze zijn van
belang binnen de specifi eke branche. Zoals de BIR voor
rijksdiensten, de BIG voor gemeenten en de NEN 7510 voor
zorginstellingen.
onder meer voor verweerkosten (juridische/advocaatkosten),
kosten van crisismanagement en kosten voor beperken van
imagoschade.
Overzicht en inzicht
Het is de verantwoordelijkheid van iedere organisatie om persoonsgegevens
te verwerken, overeenkomstig de bepalingen in
de Wet bescherming persoonsgegevens. Met de Meldplicht
Datalekken worden deze verantwoordelijkheden aangescherpt.
Gevolg is dat (fi nancieel) verantwoordelijken meer behoefte
hebben aan overzicht en inzicht in de adequate beveiliging van
persoonsgegevens die de organisatie heeft genomen. Dit
inzicht beperkt zich niet tot de interne processen. De organisatie
is ook aansprakelijk voor een datalek bij bewerkers (zoals de
externe ICT-leverancier of de hostingpartij). De tijd van ‘Trust
me’ is voorbij. Het worden tijden van ‘Show me’.
Meer weten?
CYCO Cybercrime Cover - cyco.nu
Academie Publieke Sector - academiepubliekesector.nl
׉	 7cassandra://t3efQhwI9q-Ixqr8zcsARGePDt6Aam39Wy5jklsNlKg`̵ WIИށWIИ݁{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cC8GejvDWnMdlBlWw0NLT5n4jvRyf7CGaihFrHDxWC4 `׉	 7cassandra://wBrNCPT4bQymi-UQjEMXNFRirkYmzYsxNzhO1t4otRcb`S׉	 7cassandra://igJopHEEA66Cz-8UIDzRVd08u4WVz7JEqkF4t9kBwM8`̵ ׉	 7cassandra://a1i25hYsUPwaty9Gu1XQxa90ob1q4JDJN_dSpZhZR5Y \͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://nfXac29b1pbe0pHE-YOIIJUs9X7ZrkucMWF7gxQ00AE `׉	 7cassandra://bdVajqH6mZ-d7A1nnKYWRA3jCC1KpHE38soGlWAo8gE_x`S׉	 7cassandra://VP48BPOqsRobV-jRBplWY-8jwS3xhywwU8RrPwzXHoE^`̵ ׉	 7cassandra://woRR0JDKtDg_1bI5oR7XYbfXoE7v7cPaROZVv80UV4o N%X͠WIИ׉EON DE R Z OE K
PEIL DE PEILERS?
WAT VERSTAAN WE NOG ONDER GOED ONDERZOEK?
De mogelijkheden voor het doen van peilingen en analyses zijn groter dan
ooit, de problemen met de meerwaarde ervan ook.
Tekst: Peter Noordhoek, redacteur inGovernment
ooit is de drempel lager
geweest. Iedereen kan een
mini-enquête houden, een
kleine peiling doen. Bijna elk
gemeentebestuur zal al eens hebben ervaren
hoe burgers het beleid proberen te
beïnvloeden door een slimme inzet van
SurveyMonkey of een paar vraagjes op
Facebook. Ook de media zijn steeds actiever
geworden als het om snelle peilingen
en enquêtes gaat. Het antwoord van overheidszijde
volgt vroeg of laat: nog grotere
onderzoeken, eigen enquêtes, soms referenda.
We hebben er mooie woorden voor,
maar het voelt ook als een soort democratische
wapenrace. Een race waar vraagtekens
bij kunnen worden gezet, ook omdat
goed uitgevoerd onderzoek zich nauwelijks
nog laat onderscheiden van amateurisme
of beunhazerij. Waar moeten we
rekening mee houden? Een verkenning.
N
PEILERS HIER EN IN DE VS
In Nederland zijn we gezegend met een
relatief klein aantal, maar hoogwaardige
peilbureaus. Kritiek kan en zal er zijn,
maar het debat over de werkwijze wordt
volop gevoerd en dat is gezond. Minder
gezond is de financiële basis onder de
onderzoeken. Op termijn kan dat de
kwaliteit van de belangrijkste peilers echt
onder druk zetten, maar voorlopig kunnen
we volstaan met een vorm van milde
alertheid.
Hoe anders is dat in de Verenigde Staten.
Democraten en Republikeinen zitten in
20
een wapenwedloop van data en peilingen.
De Republikeinen - het kwade
genius Karl Rove - zijn er mee begonnen,
maar nu worden de Democraten hoger
ingeschat. Ongeveer een jaar geleden
waren er vergaande plannen voor een
tegenoffensief van de Republikeinen, om
een nieuwe nederlaag te voorkomen.
Startups uit vooral Austin, Texas, waren
er druk mee bezig. In plaats daarvan zien
we dat Donald Trump de macht heeft
gegrepen, daarbij een heus dedain uitstralend
voor de rol van peilers en dataverzamelaars.
De ‘big man’ Trump trekt
zich van de ‘big data’ niets aan. En als het
niet om Trump zou gaan, zou je daar wel
plezier aan kunnen ontlenen.
PEILEN TUSSEN META EN MINI
Zelfs waarschijnlijk de beste peiler in de
VS, Nathan Silver’s ‘FiveThirtyEight’, zit
er regelmatig naast. Door peilingen op
peilingen te stapelen, wordt geprobeerd
trends te ontwaren. Deze metapeilingen
zorgen vooral voor extra verwarring, ook
omdat de onderliggende foutmarges niet
meer traceerbaar zijn. Het falen van de
peilingen heeft dit keer zeker ook met het
fenomeen Donald Trump te maken, maar
minstens zozeer met de omvang en
diversiteit van het land. Wie de verkiezingen
daar wint, wordt bepaald in
slechts een beperkt aantal staten en ook
in die staten ontbreekt het opvallend
vaak aan specifieke peilingen.
De situatie die we in de VS steeds meer
zien, is een gebrek aan specificiteit aan de
ene kant en een gebrek aan transparantie
aan de andere kant. Die kant gaan we
hier ook op, zelfs op ons schijnbaar zo
overzichtelijke Nederlandse niveau.
Meer stapelingen van peilingen en vaker
de constatering dat steekproeven eigenlijk
te klein of niet relevant genoeg zijn
voor harde uitspraken.
PEILINGEN GEPEILD
Peilingen worden doorgaans gelezen om
het eigen gelijk bevestigd te zien. Dat was
vroeger zo en dat zal alleen maar sterker
׉	 7cassandra://igJopHEEA66Cz-8UIDzRVd08u4WVz7JEqkF4t9kBwM8`̵ WIИ׉Eworden. Tegelijk is er een reële behoefte
om de mening van burgers te peilen en
hebben die burgers ook behoefte om
elkaar te peilen. Zou het dan voor de kwaliteit
niet beter zijn als er wat meer regie
op komt? Wellicht zouden gemeenten die
nog iets van een onderzoeksafdeling hebben,
kunnen gaan helpen bij het opzetten
van bijvoorbeeld goede buurtenquêtes.
Een privaat initiatief mag natuurlijk ook.
Het zou ook mooi zijn als bijvoorbeeld
(lokale) Rekenkamers er een rol bij zou
krijgen om de kwaliteit van lokale peilingen
te gaan valideren.
MEER DAN PEILINGEN
De wereld van de peilingen is op internetenquêtes
gebaseerd. In juli van dit jaar
maakte de Amerikaanse gigant Huffington
Post bekend niet langer gebruik te
maken van peilingen waarvoor nog vaste
telefoonlijnen worden gebruikt. Alleen
telefonische enquêtes, gebaseerd op
mobiele telefoons, worden nog serieus
genomen. Dat lijkt logisch, maar is ook
een indicatie dat een forse groep vooral
oudere kiezers qua peilingen afgeschreven
is. Als voormalig campagneleider van
het CDA heb ik standaardpeilingen altijd
als ver beneden peil beoordeeld als het
om de eigen achterban gaat. Dat is niet
alleen omdat die achterban nog erg analoog
is, maar ook door een diepere weerstand
tegen de vluchtigheid van peilingen.
Geen correctiefactor krijgt dat goed
te pakken. De beste manier om dat te
compenseren, was en is door naar activiteiten
te kijken op iets dat nog vluchtiger
is dan standaard internet: social media.
PEILINGEN EN SOCIAL MEDIA
De wereld van de peilingen en die van de
social media zijn meer gescheiden dan op
het eerste gezicht lijkt. Dat heeft alles te
maken met het feit dat degenen die op
social media actief zijn, veel minder
representatief zijn voor de bevolking dan
wenselijk is voor een verantwoorde peiling.
Helaas, verantwoord zijn kost geld
H
R
K
en dan is en blijft het verleidelijk social
mediatrends als voldoende te beschouwen
voor een beeld van een hele groep
mensen. Wat je wel zou kunnen zeggen,
is dat een analyse van social media een
belangrijke aanvulling zou kunnen zijn
op peilingen. Het brengt de opinieleiders,
de voortrekkers in beeld van wat een
meer algemene trend kan worden. In
bovenstaand figuur brengt het Londense
bureau Ogilvy in beeld wie de op de
‘nodes’ (knooppunten) zitten in de Britse
discussie over Brexit en of ze voor blijven
(‘remain’) of vertrek (‘leave’) zijn. De ‘leaves’
domineren dan de discussie.
van peilingen en andere data en bij misinterpretaties
elkaar daar op moeten aanspreken.
De (lokale) overheden hebben
daar ook een rol in door zelf niet te kort
door de bocht te gaan in het gebruik van
data en door transparantie te bevorderen
waar het maar mogelijk is.
Meer weten?
Gareth Ham – The online debate around the
EU referendum is crowded, noisy, dominated
by the Leave campaigners en shows no sign
of changing: should Remainers be concerned?
Ogilvy Public relations, London, May
31 2016.
HOE VERDER?
Het biedt meerwaarde om peilingen en
social media analyse dichter bij elkaar te
brengen. En technisch kunnen we nog veel
verder gaan. Dit is de tijd van big data,
toch? Zeker. Maar het is niet zonder reden
dat een jonge dataspecialist als Justin Gargiulo
schrijft: ‘It is not about the data, it is
about the interpretation of data.’ Meer nog
dan in de stapeling van peilingen, of het
aan elkaar knopen van bronnen, gaat het
mis bij de interpretatie. We zullen elkaar
nog beter moeten opvoeden in het gebruik
׉	 7cassandra://VP48BPOqsRobV-jRBplWY-8jwS3xhywwU8RrPwzXHoE^`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IAhTselImq_pdj9N6gAbOBTgGouk-N9pT5ilL6NWLqI /`׉	 7cassandra://f7gMSt4dDcMN0joeA_AwqBQVqfmM3KceTXAFQzwH0yMV`S׉	 7cassandra://KtcnIxb_y6OU-ySMIRx9q5l30CkKu7CaKuADVl7JxBE`̵ ׉	 7cassandra://YJIS41xrdTgejKfvFFh4xi9KOtFBLrS8TM1cqZ1LtZw X͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://P1dLvIP8mLvc6ozHJ8YX9u24DpDUbRAxWabkVQqg4LM <`׉	 7cassandra://htgDnAYq_hzCc99es_faYyQTdKp4khEQFmqPFDyqNo8k,`S׉	 7cassandra://YzDs5cjr6r-USNeEINceXm_U-rjtHgaldbdkpJUE5uA`̵ ׉	 7cassandra://-lBCfOYB5GoZQ57NQep3ULE3pycAkmkAqaPmR52b3FI T͠WIИנWIЙW ?9ׁHhttp://dichtbij.nlׁׁЈנWIЙV Mu9ׁHhttp://ijmuidercourant.nlׁׁЈנWIЙU 'd9ׁHhttp://lemsdagblad.nlׁׁЈנWIЙT Bǁ.9ׁHhttp://urlm.nlׁׁЈ׉E	5SO CIAL MEDIA MON ITOR I NG
ONLINE INZICHT
VERSTERKT POLITIEKE
CAMPAGNE
WELKE KANSEN BIEDEN SOCIAL MEDIA BIJ VERKIEZINGEN?
Obama wist het al: social media zijn niet meer weg te denken uit politieke
campagnes. Deze grassrootsaanpak komt ook in Nederland steeds meer in
zwang. Startpunt van deze aanpak is niet zenden, maar luisteren: social media
monitoring. Hiermee weet je wanneer je met welke boodschap bij wie kan
aankloppen. Maar hoe pak je dit aan? Dit artikel belicht dat in vijf stappen.
Aart Paardekooper, reputatiespecialist bij HowAboutYou & Beleidsversnellers en Rick
van Well, onderzoeker bij Beleidsversnellers
S
tap 1: zoek online inspiratie voor je
merkidentiteit
Alles valt of staat met een sterke
basis: je merkidentiteit. Dat is wie
je als partij bent en waar je voor staat.
Maak dat duidelijk in de vorm van een set
concrete uitgangspunten (maximaal drie)
en een sprekende afbeelding. Eerder dit
jaar is door ons kiezersonderzoek verricht
in Haarlem. Naar aanleiding daarvan is
een partij in de gemeente Haarlem gezocht
die voldoet aan bovenstaande criteria,
waarbij werd uitgekomen bij de VVD.
In één zin maakt de VVD duidelijk waar
ze voor staat: ‘In Haarlem maakt de VVD
zich sterk voor veiligheid, werk en
ondernemende Haarlemmers’. Een heldere
drieslag. Ook de afbeelding is
kraakhelder. De VVD is duidelijk tegen
de parkeerplannen van wethouder Sikkema.
Deze plannen behelzen met name
uitbreiding van betaald parkeren in de
hele gemeente en het duurder maken van
de vergunning voor een tweede auto. Het
VVD-initiatief voor een ‘parkeerreferen22
dum’
lijkt daarbij een goed gekozen middel.
Het haakt in op meerdere referenda
van de laatste maanden.
Stap 2: kies gericht social media kanalen
Veel partijen openen ‘zomaar’ een social
media kanaal: op Twitter, Facebook,
Snapchat, Instagram. Is het ‘hip’? Absoluut.
Maar is het effectief? Zelden. Zoek
in plaats daarvan eerst uit waar je kiezers
zitten. NewCom Research doet dat elk
jaar voor je.
Conclusie: Facebook is met tien miljoen
accounts – waarvan zeven miljoen dagelijks
actief – hét belangrijkste social
media kanaal in Nederland. Extra voordeel
van Facebook is dat je er gericht mee
kunt adverteren, bijvoorbeeld op je favoriete
doelgroep of in je favoriete wijken.
NewCom Research doet elk jaar onderzoek welke partijen gebruik maken van social media
׉	 7cassandra://KtcnIxb_y6OU-ySMIRx9q5l30CkKu7CaKuADVl7JxBE`̵ WIИ׉EDe VVD in Haarlem verzet zich, onder meer via social media, fel tegen de parkeerplannen van wethouder Sikkema.
Met big data zijn je favoriete wijken/
postcodegebieden tegenwoordig goed op
te sporen. Online advertenties c.q. folders
gericht kunnen targeten, scheelt je handenvol
geld.
Veel partijen zitten op Twitter. Dat is
prima, maar niet om kiezers te trekken.
Twitter is nuttig voor kennis en kennissen.
Het is nuttig om op de hoogte te blijven
van ontwikkelingen en om relaties te
onderhouden, bijvoorbeeld met politici,
vertegenwoordigers van maatschappelijke
organisaties en journalisten. Wil je
na Facebook en Twitter een extra social
media kanaal openen? Kijk dan eerst
waar je doelgroepen zitten.
Stap 3: zoek social hubs
Roeptoeteren op de eigen podia is geen
kunst. Je hebt je website en (enkele) social
media kanalen wel nodig, maar alleen als
uitvalsbasis: voor basisinformatie en
kernboodschappen. Kijk maar eens hoeveel
bezoekers je partijwebsite trekt. Als
je geen Google Analytics hebt, probeer
dan urlm.nl en kijk wat het resultaat is
voor jouw website. Vergelijk dat eens met
een lokale nieuwssite, zoals het haarlemsdagblad.nl.
Meer dan een miljoen
bezoekers per maand! Met deze kennis in
de hand, moet je je afvragen waar je 80
procent van je tijd aan gaat besteden: je
partijwebsite of de belangrijkste social
hubs van de stad? Het haarlemsdagblad.
nl, de ijmuidercourant.nl en dichtbij.nl
bijvoorbeeld zijn zulke hubs in de omgeving
van Haarlem. Uit social media
monitoring blijkt dat in die omgeving er
regelmatig gesproken wordt over het
onderwerp parkeren. Als je het dus daar
over wilt hebben, moet je daar zijn, met
persoonlijke posts én persberichten.
Hetzelfde geldt voor social media kanalen
als Facebook. Facebookpagina’s waar
in Haarlem gesproken wordt over parkeren
zijn bijvoorbeeld ‘Stadspunten’, ‘Je
bent pas Haarlemmer als’ en…. de Facebookpagina
van de gemeente. Zorg dan
ook dat je daar regelmatig aanwezig bent
met posts en emoticons, in plaats van te
blijven roeptoeteren op je eigen podia.
H
J
Bedenk hierbij: social hubs zijn ontmoetingsplaatsen.
Je treft er geestverwanten
en potentiële kiezers. Het is hierbij de
kunst om mensen hier niet te gaan ‘missionarissen’,
maar om met ze in gesprek te
gaan. Betrek hen langzaam, stapje voor
stapje, iets dat ook wel ‘gefaseerde contentmarketing’
wordt genoemd. Bedenk
daarbij dat het vaak beter is dat iemand
anders je boodschap vertelt dan jijzelf. Ga
niet te veel zenden, maar zoek vooral
social ambassadeurs op.
Stap 4: check of je merkidentiteit ook goed
overkomt
Landen je kernboodschappen in de buitenwereld?
Komt je feitelijke imago overeen
met je gewenste imago? Om dat te
meten zijn hiervoor in het afgelopen jaar
alle uitingen op social media en nieuwssites
over de VVD Haarlem geanalyseerd.
Met name het item over de parkeerplannen
komt veelvuldig voor. Dat beeld
blijkt ook uit pieken in de online beeldvorming
in het afgelopen jaar.
Amsterdam en Schiphol en de nabijheid
van het strand. Volgens een van de respondenten
voelt Haarlem ‘als een dorp dat de
uitstraling van een provincie heeft.’ Uit de
peiling kwam ook naar voren dat parkeerproblemen
en achterstallig onderhoud
minder scoren. Dat vinden VVD-kiezers
ook. Daarnaast ergeren leden van deze
partij in Haarlem zich aan hoge gemeentebelastingen.
Het verzet van de VVD tegen
uitbreiding van betaald parkeren past dan
ook goed bij wat er leeft in Haarlem. Maar
sluit het ook aan bij de probleemperceptie
van de rest van de inwoners? Daar leven
juist parkeerproblemen en de slechte
bereikbaarheid van de binnenstad. Op
basis van kiezersonderzoek zal de VVD in
Haarlem duidelijk moeten maken dat zij
niet tegen alleen tegen uitbreiding van
betaald parkeren is, maar ook dat zij een
(beter) plan heeft voor de bereikbaarheid
van de (binnen)stad.
Met bovenstaande stappen hoef je niet te
wachten tot verkiezingstijd. Integendeel,
nu starten is straks oogsten.
Stap 5: verricht online kiezersonderzoek
Om te weten wat je kiezers vinden, is een
(online) peiling handig. In het voorjaar is
dat in Haarlem gedaan, met behulp van
een Facebookadvertentie en een paar
gerichte vragen. Uit die peiling kwam
onder meer naar voren dat inwoners in
Haarlem hechten aan een bruisende binnenstad,
de ligging in de omgeving van
׉	 7cassandra://YzDs5cjr6r-USNeEINceXm_U-rjtHgaldbdkpJUE5uA`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://dt7tnRWCCrchVcp_1EMVihZCPuFCWBWwt4T5uPRs9UE ` ׉	 7cassandra://AEoRmJMlp1Jf0YoKEGcXvWWCWqfktYcy3bJUUw8YWqU]5`S׉	 7cassandra://6UF4T26zSNbb353D1y-UW6i6Td4ojm0-W1ETL4zdgZE
`̵ ׉	 7cassandra://LqXSNR6ACrMiVBuQP3-P4u45wU7gishoutObqRknOA0ud͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://nZuUk7pVzG-WJvOlej1yAL9w9VhgEQqactDiy-stSFc H`׉	 7cassandra://oBF3_L_zNjibw_zMbs3ywBuj61uJoUFsXf_BbTCSuWcY,`S׉	 7cassandra://l_4r_ck_w1I7CWDcOim0WTzgHKm9c7q9DQ0SdqoRIuwx`̵ ׉	 7cassandra://Va_OhsAW9560Ht6N23YDmWEDbD01W6DmHKSOus6scrw Vh͠WIИ׉ETDATA GEST UU R DE B ESL U IT VORMING
DATASTURING
IN DE PRAKTIJK
ALPHEN AAN DEN RIJN WERKT MET DATALAB AAN
INFORMATIEGESTUURDE GEMEENTE
Digitalisering dwingt overheden om anders te kijken naar de groeiende hoeveelheden
data. De datagestuurde overheid lijkt de nieuwe hype te zijn. Het
biedt kansen, maar er kleven ook risico’s aan. In Alphen aan den Rijn heeft een
en ander geleid tot de oprichting van een DataLab, als eerste stap richting een
meer datagestuurde gemeente.
Tekst: Ron Meijer, CIO van de gemeente Alphen aan den Rijn
D
W
E
OP
Digitalisering dwingt ons om anders te
kijken naar de enorme hoeveelheden
data, waarvan de betrouwbaarheid en
kwaliteit grotendeels wordt bepaald door
de logica die op deze informatie van toepassing
is. Ook informatiebeveiliging is
een belangrijk aspect voor gemeenten.
24
als eerste stap richting een meer datagestuurde
gemeente.
ALPHEN DIGITAAL
Halverwege 2015 zijn wij Alphen Digitaal
gestart, een uit zes projecten bestaand
programma dat als doel had om de
e digitalisering van onze overheidsdiensten
neemt steeds
volwassener vormen aan.
Gedreven door de doelstellingen
van de Digitale Overheid 2017 zijn
alle gemeenten druk bezig om hun standaardproducten
en -diensten in een rap
tempo te digitaliseren. De uitdagingen
hierbij zijn vaak behoorlijk groot, ook al
omdat digitalisering gepaard gaat met
(Lean) procesoptimalisaties, een andere
manier van werken, confrontaties met de
digivaardigheden van ambtenaren, burgers
en ondernemers en applicaties en
bijbehorende data die lang niet altijd op
orde zijn om digitaal te ontsluiten.
Zeker vanuit het oogpunt van proces- en
ketenintegratie, waarbij data steeds meer
gedeeld wordt met externe partijen. Het
is niet verwonderlijk dat deze explicietere
blik op data ook nieuwe mogelijkheden
en kansen aan het licht brengt. De
datagestuurde overheid lijkt, in navolging
tot concepten als de digitale overheid
en smart cities, nu de nieuwe hype
te zijn. Maar wat is nu de functionele
behoefte? Welke mogelijkheden biedt
data-analyse ons? Welke kansen zijn er,
welke risico’s kleven er ook aan datasturing
en hoe kun je dit organiseren? Vragen
die bij ons onder andere hebben
geleid tot de oprichting van een DataLab,
externe dienstverlening en de interne
samenwerking te digitaliseren. Binnen
afzienbare tijd werd de organisatie voorbereid
om zaak- en procesgericht werken
te implementeren, inclusief bijbehorende
e-dienstverlening. Verder werd een groot
deel van de interne basisinformatievoorziening
gemigreerd naar de cloud, werd
de DIV-afdeling getransformeerd tot een
‘digitaal postkantoor’, werd een nieuw
social intranet ingevoerd en kon een start
worden gemaakt met de realisatie van
het digitaal stelsel in het kader van de
Omgevingswet. Het zesde project, aanvankelijk
bedoeld om de basisregistraties
op orde te brengen, is inmiddels uitgegroeid
tot een DataLab.
Missie van het DataLab is om te werken
aan een slimme informatiegestuurde
gemeente door buiten de bestaande
kaders en integraal (over de afdelingen
heen) te experimenteren, te combineren,
te inspireren en vooral te leren. Leren van
elkaar, leren van de markt en leren van
de data die gemeenten in huis hebben.
Het DataLab Alphen is dé plek waar we
meer uit onze data halen door allereerst
te experimenteren. In het DataLab worden
databronnen en –sets van verschillende
afdelingen, bronnen én externe
partijen gecombineerd. Op die manier
׉	 7cassandra://6UF4T26zSNbb353D1y-UW6i6Td4ojm0-W1ETL4zdgZE
`̵ WIИ׉Eacreëert het DataLab gemeentebreed meer
en nieuwe inzichten waarmee afdelingen,
collega’s én externe partijen geïnspireerd
kunnen worden. Met de nieuwe inzichten
en werkwijzen kunnen we als organisatie
leren en toewerken naar een slimme
informatiegestuurde gemeente.
D
GE
A
CONCRETE ERVARINGEN
De eerste concrete ervaringen van en met
het DataLab Alphen zijn inmiddels zichtbaar.
Zo adviseren de gegevensbeheerders
actief over de beschikbaarheid van data in
de verschillende systemen, zijn de eerste
apps ontwikkeld waarmee basisregistraties
eenvoudig ontsloten en verrijkt worden en
zijn er met business intelligence oplossingen
digitale dashboards ontwikkeld ten
behoeve van het sociaal domein. Met name
de interactieve dashboards die voor het
sociaal domein zijn ontwikkeld, geven ons
veel informatie rondom de status van de
decentralisaties en de effectiviteit van ons
beleid daarop. Maar ook een pilot waarbij
vragen op. Wanneer doe je het als
gemeente eigenlijk goed? Waar wil je nu
écht op sturen? Hoe zit het eigenlijk met
de betrouwbaarheid van de data en
welke conclusies mag en kun je op basis
van data-analyses trekken? Welke datasets
hebben we nodig en hoe kunnen we
deze data opwerken tot bruikbare gegevens?
De vragen laten zien dat het om
een gedragsverandering gaat, maar ook
om een andere manier van werken en
sturen. Van belang daarbij is een vorm
van nieuwsgierigheid naar wat mogelijk
is en een intrinsieke motivatie om een
onderbouwing op basis van data te willen
hebben bij besluitvorming en bestupostbodes,
met behulp van sensortechnologie
de luchtkwaliteit en het geluidsniveau
in kaart brengen, draagt bij aan het
innovatie karakter van het DataLab.
De informatie die momenteel vanuit het
DataLab gegenereerd wordt, roept ook
ring van de organisatie. Juist om die
reden is Alphen aan den Rijn recentelijk
een traject gestart voor implementatie
van Performance Management in de
organisatie. Daarmee moet op voorhand
duidelijk worden waar we op willen of
moeten sturen, hoe we ons beleid vertalen
naar concrete en meetbare resultaten
en hoe we die periodiek inzichtelijk willen
maken.
GROEIMODEL
Het DataLab in Alphen aan den Rijn is
geënt op een groeimodel volgens een zelf
uitgewerkte methodiek, dat gebaseerd is
op vijf individuele stappen. Van het beheren
van data naar het daadwerkelijk datagericht
sturen van de organisatie. Zoals
gedaan wordt bij de ontwikkeling van het
gebied Rijnhaven. Onderdeel van dit ontwikkelingsplan
is om een bestaande
industriële locatie om te vormen tot een
innovatie locatie rondom nieuwe technologie.
Het zou mooi zijn als rondom het
onderwerp datasturing met verschillende
partijen kan worden samengewerkt waardoor
echt invulling gegeven kan worden
aan de collectivisering van de informatievoorziening
binnen de (lokale) overheid.
Het DataLab van Alphen aan den Rijn als
fysiek middelpunt voor de data gedreven
overheid. Hoe mooi zou dat zijn?
׉	 7cassandra://l_4r_ck_w1I7CWDcOim0WTzgHKm9c7q9DQ0SdqoRIuwx`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://hiW_yMN9lI2tjjTWCAoIkPzSoYfHdpXp271BDO9f78U `׉	 7cassandra://MEWOLKtix75ORi9Q5DFdP0M591RSuU4HCjwSH8kDfwET`S׉	 7cassandra://kypC_pRx2cfckBQqKIoW5Etnc1IsMlqEa2NeIqI-2BMd`̵ ׉	 7cassandra://4Re0UoUZn8jacd5Z4ZTHiF7_zjzOsCcAdOMPycYF5K0xd͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://1kIGcwp7l91DC_USdHvZxcDEGUne06MKJ8Xyv50lM7A q`׉	 7cassandra://fUiFdwX1OSVwyTXI0AWSYCJw0LmDGE43L5DdU669TdE_Z`S׉	 7cassandra://oyM9YEAomxBmni7ayzMK-52pnTheQ6_Jv916NVbc4KI`̵ ׉	 7cassandra://2bJZOMKiCkx3XoSdqRANN5XGdLu0h7QSTQFFwlIu1BY ̌͠WIИנWIЙR P9ׁHhttp://www.assen.nlׁׁЈ׉EINN OVAT IE
SENSOR VOOR
INNOVATIE
LIVING LAB ASSEN
Een sterk economisch en vooral innovatief noordelijke cluster. Daar tekent
Assen voor. Drager van deze ontwikkeling is een onzichtbaar web met tweehonderd
sensoren. Hoe een Drentse gemeente een Living Lab werd.
Tekst: Quita Hendrison, tekstschrijfster
A
ls het gaat om innovatie weten de vier grote steden in
het noorden van het land (Groningen, Leeuwarden,
Emmen en Assen) elkaar steeds beter te vinden. Dat
vindt ook Maurice Hoogeveen, verantwoordelijk wethouder
in Assen. ‘Afzonderlijk zijn wij te klein om alles alleen te
doen, maar samen zijn wij groot genoeg om innovatie breed op
te pakken.’ Met elkaar vormen de vier gemeenten een perfect
ecosysteem voor innovatie. Kenmerkend voor een natuurlijk
ecosysteem is dat de verschillende organismen van alles met
elkaar uitwisselen - zoals materie en energie - en daardoor een
kringloop in gang houden. Om in de beeldspraak te blijven: de
vier gemeenten steken elkaar aan als het gaat om vernieuwende
projecten. ‘Maar elk wel met een eigen profiel: Groningen is
sterk in healthy aging en energie, Leeuwarden in water, Emmen
in bio based economy en wij in sensortechniek.’
Volgens Hoogeveen is sensortechnologie de verbindende factor
tussen de verschillende thema’s. ‘Assen heeft door de stad heen
een glasvezelnetwerk liggen met tweehonderd meetpunten,
waarop sensoren kunnen worden aangesloten die data verzamelen.
Deze infrastructuur, Sensor City genaamd, staat open
voor partijen die dat willen gebruiken voor onderzoek en projecten.
Dat kan het bedrijfsleven zijn, overheid, onderwijs, maar
vooral combinaties daarvan. Het netwerk is aangelegd met
Brussels en Haags geld en de sensoren worden geleverd door de
bedrijven en kennisinstituten die een project willen uitvoeren.’
LIVING LAB
Het meest bijzondere aan Sensor City is dat het om een complete
stad gaat. ‘Een hele stad die aangesloten is op één testfaciliteit.
Dat zie je nergens anders in Europa. Het zou onbetaalbaar
zijn om van een grote stad een vergelijkbare faciliteit te maken.
Assen heeft wat dat betreft precies de juiste schaal en dat blijkt
26
voor allerlei partijen erg aantrekkelijk. Assen is in feite een grote
proeftuin. Een Living Lab, zoals wij dat noemen.’
E
IS
N
Sensor City knoopt niet alleen data aan elkaar, maar ook bedrijven,
overheid en kennisinstituten. ‘Het verbindt al die partijen
aan onze stad en aan de regio’, aldus Hoogeveen. ‘Als gemeente
Assen hebben wij de ambitie uitgesproken om hier een topklimaat
voor innovatie te vestigen. Het sensornetwerk en alle
dynamiek daaromheen trekt hoogwaardige bedrijvigheid. Zoals
Resato, een internationale bedrijf in hogedruktechnologie. Of
GRI P OP VERKEER
Een van de eerste proeven binnen Sensor City was een meerjarig
project rond mobiliteit. Maurice Hoogeveen: ‘Automobilisten die
daar vrijwillig aan wilden meedoen, kregen een computertje in de
auto dat kon communiceren met verschillende sensoren in het
netwerk. Door het combineren en analyseren van de data die dat
opleverde, kregen de automobilisten een advies voor de beste
route. Je kunt je voorstellen hoeveel winst dat oplevert voor een
goede doorstroom van het verkeer. Dit mobiliteitsproject is uitgevoerd
door een consortium van onder andere de gemeente Assen,
TomTom en TNO. Het mooie is dat je zo’n project op basis van de
resultaten uit Living Lab Assen relatief gemakkelijk kunt opschalen.
Dat gebeurt nu bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam.’
׉	 7cassandra://kypC_pRx2cfckBQqKIoW5Etnc1IsMlqEa2NeIqI-2BMd`̵ WIИ׉EaEen door studenten van het Hanze Institute of Engineering (Hanzehogeschool) ontwikkelde brandweerschoen, voorzien van sensoren.
Met de ontwikkelde techniek kunnen brandweermannen tĳ dens hun werk worden getraceerd.
Catawiki, een internetbedrijf dat gevestigd is in een deel van het
stadhuis van Assen en in snel tempo de hele wereld verovert.’
UITDAGENDE LEEROMGEVING
Dan is er nog de stevige link tussen Sensor City en het onderwijs.
‘Zo hebben wij binnen onze gemeentegrens de Hanzehogeschool,
een onderwijsinstelling die in de mondiale top-25 van
kraamkamers van startups staat. Ook is er het TT-Instituut, waar
studenten op mbo-niveau door de combinatie school, bedrijfsleven
en het TT Circuit Assen een topopleiding krijgen. Een ander
mooi voorbeeld is het Drenthe College. Dat heeft met Interzorg
Drenthe en een groot bedrijf een praktoraat ingericht, vergelijkbaar
met een lectoraat maar dan op mbo-niveau. Vanuit vragen
uit de praktijk wordt onderzoek gedaan, in dit geval binnen de
zorgsector. Kunnen we een sensormat ontwikkelen die aangeeft
FESTIVAL ALS MAATSCHAPPIJ
De landmark van Drenthe’s hoofdstad is het TT Circuit Assen,
waarmee het een logisch onderdeel is van Sensor City. ‘TT SensorCircuit
is het gedroomde living lab voor hoogwaardig onderzoek
op het gebied van vervoer, logistiek en smart mobility. Er is
al een consortium gevormd met plannen om testen te doen
met zelfrĳ dende auto’s. Daarnaast vormt het festival rondom
de TT een vruchtbare proeftuin. Met bepaalde geluidstechnologie
kun je bĳ voorbeeld mogelĳ ke escalaties eerder herkennen.
Maar het gaat zeker niet alleen om zaken van de openbare
orde. Een festival is een kleine maatschappĳ op zich, waar binnen
een afgebakend terrein en in een afgebakend tĳ dsbestek
erg veel mensen zĳ n. Die mensen consumeren, recreëren, communiceren.
Kortom, ze doen hetzelfde als in de ‘echte wereld’.
Dat maakt zo’n festival bĳ uitstek geschikt als living lab.’
wanneer iemand gedraaid moet worden om doorliggen te voorkomen?
Kunnen we een slimme toiletpot ontwikkelen die met
sensoren urinewaarden meet in verband met de juiste afstelling
van medicatie? De urinesensor wordt ontwikkeld in samenwerking
met het Universitair Medisch Centrum Groningen. Op die
manier groeit er rond sensortechnologie een netwerk van bedrijven,
onderwijs, zorginstellingen en overheid, waarin voor studenten
een uitdagende leeromgeving én relevante opdrachten
ontstaan. En die studenten blijven, want er zijn hier immers
mooie bedrijven. Zo voeden onderwijs en bedrijfsleven elkaar.’
SOCIAAL DOMEIN
Wethouder Hoogeveen vindt dat sensortechnologie en big data
ook in het sociaal domein een belangrijke rol kunnen spelen.
‘Zeker in dat domein zijn transparantie en betrouwbaarheid van
levensbelang. Sensoren roepen meermaals associaties op met privacyschending,
dus daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Je
moet uitleggen wat je doet en de uitkomsten delen. Vooralsnog
doen we dat goed. Als gemeente zijn we al een aantal jaren bezig
en wij krijgen zelden een melding van een privacyschending.’
Niet alleen op het gebied van privacy, ook op andere aspecten van
sensortechnologie en big data, is er nog veel onontgonnen. ‘Toen
we hier een kleine tien jaar geleden mee begonnen, hadden we
geen zicht op het eindpunt. Destijds had niemand het nog over het
‘Internet of Things’, waarin niet alleen mensen maar ook dingen
online met elkaar communiceren. Onder meer met hulp van sensoren.
De ontwikkelingen gaan zo snel en er is niemand die echt
een stip op de horizon kan zetten. Het is en blijft work in progress.
In ons geval met Assen Sensor City als meewerkend voorman.’
Meer weten?
www.assen.nl
׉	 7cassandra://oyM9YEAomxBmni7ayzMK-52pnTheQ6_Jv916NVbc4KI`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7k3SV70bMTv32tLyiPwKTuku4rqtcODU_7fSYv5n2rw E)`׉	 7cassandra://OkCMl1EOqwlKGxTm96cDt5vcos7OaqL42IWEg1k6fSo^0`S׉	 7cassandra://-QtWIh7irV94TaS9MolNousdCbYtobn7WX4O3BUHUwU	`̵ ׉	 7cassandra://rpNe4i7qUVyB8RuhgA-OgWV1KhLK3qSoJ_1a8CmpLvU |͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://gSndIWlkBGuOUJFlxrBp9_Fxc80UC6_Npb7laJlQibE o`׉	 7cassandra://Cj-A5nLeeYzKWVeGFBy3yfjz6wvxWYFQkWKTMAjVLLcS`S׉	 7cassandra://5U_Cr5GI0gAGzDc17p24Ts9swSKU8A9ehpmw-MHj_gQ`̵ ׉	 7cassandra://W6dywNDRL-z-YKbhirSdhs5kGL35Bp3COGofsa-l_Gs ̨͠WIИנWIЙS q9ׁHhttp://www.erasmusacademie.nlׁׁЈנWIЙQ [9ׁHhttp://www.erasmusacademie.nl/ׁׁЈנWIЙP ~9ׁH !http://www.erasmusacademie.nl/idmׁׁЈנWIЙO с9ׁH )http://www.erasmusacademie.nl/datascienceׁׁЈנWIЙN H߁9ׁH *http://www.erasmusacademie.nl/data-analyseׁׁЈ׉E
Tijd voor
verdieping
Erasmus Academie, onderdeel van de Erasmus Universiteit
Rotterdam, verzorgt al 20 jaar inspirerend postacademisch
onderwijs voor professionals in de publieke en semipublieke
sector. Daarmee slaan we de brug tussen kennis en kunde,
wat uw opleidingsvraag ook is.
We bieden gespecialiseerde open en maatwerk opleidingen aan
met kennis van hoog niveau en ruimte voor verdieping. Even uit
de waan van alledag stappen en extra lagen kennis toevoegen aan
wat u al weet en kunt. Ruimte scheppen om te leren en geïnspireerd
te raken. Zo ontstaan vernieuwende ideeën en verrassende
perspectieven. Maar ook tijd en ruimte om de opgedane kennis
vervolgens toe te kunnen passen.
Informatie (Big Data) – zowel analoog als digitaal – speelt
een belangrijke sleutelrol in onze samenleving. Het komend
academisch jaar biedt Erasmus Academie een drietal interessante
masterclasses aan waar de thema’s (Big) Data, Data
Analyse, Informatiemanagement en Documentmanagement
centraal staan.
• Data Analyse - Grip op Big Data | Start vrijdag 25 november 2016
(www.erasmusacademie.nl/data-analyse)
Stel de juiste vragen aan uw data en kies voor de beste
analysemethode.
Met als resultaat:
- U leert relevante onderzoeksvragen te formuleren
aan de hand van de aanwezige data
- U haalt inzichten uit (Big) Data en leert de kwaliteit
en betekenis van de resultaten te beoordelen
- U voert diverse analyses zelf uit (o.a. cluster)
• Data Science & Machine Learning | Start vrijdag 20 januari 2017
(www.erasmusacademie.nl/datascience)
Leer kwantitatieve modellen op te stellen en data-analyses
uit te voeren, hierbij gebruikmakend van state-of-the-art
voorspelmethoden.
Met als resultaat:
- U leert werken met geavanceerde analysetechnieken
(Multiple regressie in R)
- U leert door ‘analytics’ onderbouwde, data-gedreven
beslissingen te nemen
- U leert voorspellingen te maken met Support Vector
Machine (SVM) in R
• Informatie- en documentmanagement | Start vrijdag
25 november 2016 (www.erasmusacademie.nl/idm)
Ontwikkel een strategie voor informatievoorziening en
krijg inzicht in Information Governance.
Met als resultaat:
- U (her)kent de wijze waarop de informatievoorzieningsfunctie
organisatorisch kan worden vorm gegeven
- U neemt kennis van datamodellering, data-ontwerp,
data warehousing en business intelligence
- U leert over de juridische aspecten van digitalisering
en de wettelijke grondslagen van informatie- en
documentmanagement.
Bovenstaande open opleidingen zijn desgewenst aan te passen
in een op maat gemaakte incompany opleiding. Op de website
treft u meer informatie aan over de diverse incompany thema’s
die Erasmus Academie aanbiedt (www.erasmusacademie.nl/
incompany)
Ga ook voor verdieping en bekijk ons volledige aanbod op: www.erasmusacademie.nl
׉	 7cassandra://-QtWIh7irV94TaS9MolNousdCbYtobn7WX4O3BUHUwU	`̵ WIИ׉E
TB OB OTA AL
EEN NIEUW GEZICHT
Een nieuw gezicht verscheen laatst op de afdeling. Het haar
grijsblond geverfd en met een hippe bril op de neus, zoals eind
twintigers dat zo goed kunnen. Vlak voor haar komst toonden
mensen om me heen zich nerveus. Zou ze tegen de spierballentaal
kunnen op de werkkamer? De macho grapjes met dubbele
bodems? De melige anekdotes? Maar fi rst things fi rst: eerst
moet zij de proeftijd maar eens door zien te komen.
‘Wij faciliteren de uptake,’ hoor ik een projectmanager haar op
kalme toon uitleggen. Uptake en faciliteren zijn voor hem standaardwoorden
die zich bovendien logisch tot elkaar verhouden.
Zelf schrijft hij dagelijks e-mails en rapporten, en voert ook telefoongesprekken
in dit jargon. De nieuweling laat het gelaten
over zich heen komen en maakt zo nu en dan een aantekening.
W
V
In de middag komt een ander teamlid aan haar bureau zitten.
Het pensioen ligt bij hem op schootsafstand en zijn pretoogjes
verraden dat hij eigenlijk uitsluitend voor de lol werkt. Over
wat wij precies doen kan hij heel duidelijk zijn: ‘Wij masseren de
uitrol.’ Met een plagerige nadruk op het woordje masseren. De
twintiger neemt ook dit voor kennisgeving aan.
De volgende ochtend trekt een collega stilletjes aan mijn jasje.
De nieuweling heeft laten doorschemeren behoefte te hebben
aan iets concreets. Of ik daar niet bij kan helpen? Ik loop naar
haar toe, stel me voor en heet haar welkom in de wereld van het
intermediaire veld. Verontschuldigend geef ik aan het boekje
Bobotaal te hebben geschreven over het taalgebruik binnen ons
domein. ‘Je zult er intussen misschien al iets van hebben meegekregen.’
Mijn advies om vooral rustig de tijd te nemen om het te
doorgronden, stelt zichtbaar gerust. Heeft ze gisteren thuis trouwens
uit kunnen leggen wat wij precies doen op onze afdeling?
Ze lacht even, maar kan verder niet de juiste woorden vinden.
‘We zijn de Golden Retriever van onze sector,’ help ik haar dan.
‘Een allemansvriend, positief ingesteld en betrouwbaar. Dus als
iemand je vraagt wat je precies doet, dan ben je een Retriever.’
In de keuzes van je metaforen geef je onmiskenbaar veel van
jezelf bloot. Faciliteert iemand een uptake? Dikke kans dat je te
maken hebt met een medior ambtenaar. Masseert je collega een
uitrol? Dan zal dat waarschijnlijk een baldadige zestiger zijn. En
staat iemand kwispelend als een Retriever in het werkzame
leven? Dan is dat waarschijnlijk je communicatieman. Of, bezien
door de ogen van onze recente aanwinst: een heuse dierenvriend.
Erwin
van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://5U_Cr5GI0gAGzDc17p24Ts9swSKU8A9ehpmw-MHj_gQ`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://_42n4-TFRBHMKZ7WLYAur4Q5BuciDZPDkjtF1ewGPzw ` ׉	 7cassandra://yTwyy81Q4uGlojj2OoaqjOOxV-nE9oiEUPmhyShc9AEX4`S׉	 7cassandra://cn-9L26iTbEWS0b7mJaSY1xT5SLneoo8LyZXEq89NT4`̵ ׉	 7cassandra://TTJtVCVVxneyg7I5drKqry4VUBD36FjpBwKPMHIKh7In/X͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://nwTNpduEDJeF_51owzG7WAMbGp1-qJ2JqOqoWsebO3k A,`׉	 7cassandra://0eWy8pu4117SXeR1KgoYBBiLpD5_yTl0E6cpP7FsNg4vN`S׉	 7cassandra://91OzC-1PYxj-9elpPx7BFF1r7hgfWENEROJrJmpsHbY% `̵ ׉	 7cassandra://bTaNhhjNVVO454hXCSUPwZ0BtYy5nK_DC8o17Kffrwc \͠WIИ׉EDIGITALE TR ANSFORMATI E
DIGITALE
TRANSFORMATIE:
HOE DOE JE DAT?
AANPAK VRAAGT OM LEF, INZICHT EN PRINCIPES
Er is al veel geschreven over de urgentie voor overheidsorganisaties om aan de
slag te gaan met digitaal werken. Maar bij wie ligt de actie en hoe pak je dat
dan aan?
Patricia Croese en Marjan Schils, verandermanagers
ls het gaat om digitaal werken
hebben grotere gemeenten
inmiddels een vastgestelde
visie op digitale dienstverlening,
interne denktanks en een business
intelligence unit met data-analisten die
‘out-of-the box’ denken. Maar hoe vergaat
het de rest van Nederland? Zeker
kleinere organisaties missen vaak de kennis
en middelen om tot een visie en bijhorend
plan te komen. Ambitie is niet voldoende.
Iemand met visie zal de transitie
intern op gang moeten brengen.
A
Digitaliseren wordt onterecht gezien als
een logische klus voor managers die verantwoordelijk
zijn voor de documentaire
informatievoorziening of de ICT. Ook
wordt het vaak gekoppeld aan de aanschaf
van een nieuw zaaksysteem of
DMS en verwordt het daarmee tot één
groot ICT-feest. Digitaal werken introduceren
vanuit een technology push is echter
onverstandig. Waarom dan zo’n technische
aanpak? Wellicht omdat de informatievoorziening
in (semi)publieke
organisaties over het algemeen bestaat
uit een complex stelsel van systemen en
koppelingen. Met de ervaring dat verandertrajecten
vastlopen op langdurige,
30
kostbare ICT-trajecten, is de verleiding
groot ICT-specialisten maar meteen de
lead te geven.
A
J
OMGEVINGSWET
De Omgevingswet, en het daarbij
horende nieuwe digitale stelsel, geeft een
extra impuls aan de digitalisering. Het
stelsel wordt bestudeerd en beoordeeld
op technische complexiteit. Frustratie
alom, want de materie is zeer complex,
de benodigde details ontbreken nog, de
tijd dringt en bijna iedereen wil ermee
aan de slag. Bestuur- en beleidsadviseurs,
belast met de opdracht om de Omgevingswet
te implementeren, zitten met de
handen in het haar. De omvang van de
veranderingen is enorm, dus waar begin
je? Hoe borg je dat de organisatie per
2019 klaar is voor de Omgevingswet,
haar informatiehuishouding op orde
krijgt en volledig aansluit op het nieuwe
digitale stelsel? Alleen een integrale ontIMPACT
VAN DIGITAAL WERKEN
Een van de aspecten die bestuur en
management dreigen te onderschatten is
de impact op de organisatie van volledig
digitaal en zaakgericht werken. Het gaat
om een nieuwe manier van werken met
grote gevolgen voor de wijze waarop
medewerkers hun taak uitoefenen. Vanaf
het eerste klantcontact worden zij verantwoordelijk
voor dossiervorming die zij
delen met collega’s en die transparant is
voor klanten en ketenpartners. Dat klinkt
simpel en logisch, maar er komt heel wat
meer bij kijken dan de implementatie van
een nieuw systeem. Deze nieuwe manier
van werken vraagt om een herbezinning
op bestaande werkprocessen, rollen, verantwoordelijkheden,
houding en gedrag.
Zo’n transitie vergt breed draagvlak en
wikkelaanpak, met ruimte voor voortschrijdend
inzicht, past bij een dergelijke
complexe transitie.
׉	 7cassandra://cn-9L26iTbEWS0b7mJaSY1xT5SLneoo8LyZXEq89NT4`̵ WIИ׉E
moet hoog in de lijnorganisatie worden
aangestuurd. Wil de hele organisatie
meegaan en gewend raken aan de
nieuwe manier van werken, dan is het
zaak rekening te houden met een meerjarig
ontwikkeltraject met grote uitdagingen
qua verandermanagement.
EIGENAARSCHAP DATA
Digitaal werken en data zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. Het effect van
data op dienstverlening is bekend, maar
ook intern biedt informatiegestuurd werken
enorme kansen. Toch ontbreekt binnen
veel organisaties nog een visie op de
ontwikkeling en het gebruik van een
gegevensmagazijn (datawarehouse) en
visie op de toekomstige informatiehuishouding.
Is binnen de organisatie het
eigenaarschap al belegd voor dataverzamelingen?
Wordt er gestuurd op integraal
gebruik, validatie en betrouwbaarheid
van data, of wordt dit gezien als een
zuivere ICT-kwestie? Zijn medewerkers
er al van overtuigd dat de registratie van
data tot hun kerntaak behoort, of zien zij
het nog als vervelende administratie ?
Als het belang van betrouwbare data
onvoldoende wordt erkend, wordt wel
gekozen voor een hybride werkwijze,
ofwel deels analoog en deels digitaal.
Informatiegestuurd werken wordt dan
lastig waarbij efficiency maar ook kwaliteit
van data onder druk komen te staan.
De documentaire afdeling krijgt het
drukker en drukker, er lijkt steeds meer
informatie zoek te raken en de kwaliteit
van geregistreerde gegevens is laag. Het
is daarom belangrijk dat medewerkers
binnen de gehele organisatie het belang
van data onderkennen en meegenomen
worden in de mogelijkheden van informatiegestuurd
werken. Tenslotte zijn zij
het die data verzamelen en registreren en
daarmee de kwaliteit bepalen. Het op
zinvolle wijze gebruiken en interpreteren
van data vergt een nieuwe vorm van rolverdeling
en samenwerking tussen stafmedewerkers,
specialisten en uitvoerders.
AANPAK
DIGITALE TRANSFORMATIE
Voor boven geschetste complexe verandertrajecten
werkt een blauwdrukaanpak
niet. Succes vraagt weliswaar om een
methodische aanpak, maar ook om lef,
ruimte voor voortschrijdend inzicht en
het vasthouden aan principes. Accepteer
kleine stappen en voer de juiste discussie
op het juiste moment. Een succesvolle
transitie begint met duidelijke beelden
wat de organisatie aan dienstverlening
wil bieden, concrete ambities en visie.
Sluit ook aan op de denkwijze en motivatie
van de mensen uit de organisatie.
Argumenten alleen zijn onvoldoende om
hen mee te krijgen in de verandering. Er
is aandacht nodig voor de onderliggende
kernwaarden.
Hoog tijd dus dat opdrachtgevers en verandermanagers
zich minder focussen op
de ICT-aspecten en aandacht krijgen voor
de veranderaspecten van digitaal en
informatiegestuurd werken.
Meer weten?
De uitgave ‘De Digitale Transformatie’ van
Patricia Croese en Marjan Schils is uitgegeven
door Vakmedianet Management BV.
׉	 7cassandra://91OzC-1PYxj-9elpPx7BFF1r7hgfWENEROJrJmpsHbY% `̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qLs0CXvaFH8OLA-itgi8SYuf8dWnZLUd_8RWlxdvmvE do` ׉	 7cassandra://SGIp_NfpfX3PRVVs5YBGmspfzejdW27d7QPrICiqrlIc`S׉	 7cassandra://F1t22eWQ18rOrEDgTcZkFgpggUm9IiYNFtRAH7Gsq5s@`̵ ׉	 7cassandra://XKS73RSp0v7vFtkgi2Uu2rncmOyoN8i4EYViLXEI3nI\\͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://257huJuGEL5dMK97NKCljy85HCqb1FGSBCypsP5bNIw z`׉	 7cassandra://9Ql3fCp8J7VvBrEWoz_Os-QVmkhBQWZYGJqmvTExt_wr`S׉	 7cassandra://AyLm0MbXefAZFSvLXhDAEBHHfThRUG12azYvbiYNx-g#Q`̵ ׉	 7cassandra://rjmJo6BULdZhHk-Jn0_9gdjLakx6q26GocsdAFXkFUc bh͠WIИנWIЙ[ Ɂ[9ׁHhttp://www.vicrea.nlׁׁЈ׉EVAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Het vizier op de e-overheid
Hoe staat het met de ontwikkeling van de
digitale overheid?
Als het gaat om e-government of e-overheid is Nederland internationaal al een aantal
jaren te vinden in de hoogste regionen. Zo staat ons land gedeeld eerste als het gaat om
e-partcipatie, de mogelijkheid voor burgers om hun stem te laten horen bij onder meer
beleids- en besluitvorming. Maar sluit het aan bij de wensen van die burgers? En wat
verwachten zij eigenlijk van de overheid?
Tekst: Daniël de Klerk, innovatiemanager Vicrea en prof. dr. Stan Geertman, Universiteit Utrecht
I
n 2003 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS),
in samenwerking met Het Expertise Centrum (HEC), een
monitor van e-government opgezet vanuit het idee om
doorlopend zicht te kunnen houden op de soort en omvang
van opbrengsten van ICT-ontwikkelingen bij de overheid. De
gedachte daarbij was dat deze monitor jaarlijks zou plaatsvinden.
Zover is het nooit gekomen. Wel is in 2006, op basis van
bestaande bronnen, door het CBS een statistische meting en
analyse van elektronische overheidsdiensten uitgevoerd, waarbij
onder andere is gekeken naar de effecten van de basisregistraties,
voor zover toen gerealiseerd.
Voorbeelden van gerealiseerde effecten zijn de verbetering van
de datakwaliteit, een verbetering in de handhaving, betere
fraudebestrijding, een verhoogde efficiency, het beter kunnen
inspelen op de wensen van burgers en bedrijven, het minder
afhankelijk zijn van een ICT-leverancier en een betere informatievoorziening
bij rampen. Daarnaast worden effecten op termijn
verwacht, zoals verhoogde kwaliteit en een vergrootte
efficiency. Dit alles levert besparingen op en maakt een effectiever
beleid mogelijk en een integrale afhandeling van diensten
aan burgers en bedrijven.
Waar staan we nu?
Vraag is waar we anno 2016 staan. Anderhalf jaar geleden concludeerde
de Commissie-Elias dat het met de relatie tussen ICT
en overheid nog niet geweldig wil lukken. Volgens de commissie
beschikt de overheid over te weinig ICT-kennis en ontbreekt het
haar aan daadkracht bij ICT-projecten. Maar ook de burger laat
het gedeeltelijk afweten wanneer het om ICT gaat. Volgens cijfers
van het CBS uit 2016 hebben bijna 1,2 miljoen Nederlanders
nog nooit gebruik gemaakt van het internet. Dat is ongeveer
acht procent van de bevolking van twaalf jaar en ouder, vooral
bestaande uit 75-plussers, vrouwen en laagopgeleiden. Maar met
32
alleen internettoegang en digivaardige burgers ben je er niet.
De overheid moet ook zinvolle informatie en diensten online
beschikbaar stellen en ervoor zorgen dat die door de burger
kunnen worden gevonden en gebruikt. Daartoe zijn diverse portals
ontwikkeld. Zo is overheidsinformatie te vinden via overheid.nl.
Ook stelt de overheid een toenemende hoeveelheid
datasets beschikbaar en komen steeds meer overheidsdiensten
digitaal beschikbaar. Bijvoorbeeld met betrekking tot het digitaal
regelen van een parkeer- of terrasvergunning.
MAAR OOK DE BURGER LAAT
HET GEDEELTELIJK AFWETEN
WANNEER HET OM ICT GAAT
Internationaal perspectief
Interessant is om te kijken waar Nederland in internationaal
perspectief staat. In de E-Government Survey van de Verenigde
Naties (editie 2014) is ons land, als het gaat om
e-government/e-overheid, terug te vinden op een vijfde plaats.
Na Zuid-Korea, Australië, Singapore en Frankrijk. Daarnaast is
ook gekeken naar specifieke e-governmentaspecten. Zo scoort
Nederland een achtste positie wereldwijd op het gebied van
online diensten en samen met Zuid-Korea een gedeelde eerste
positie op het gebied van e-participatie. Onder e-participatie
wordt verstaan het proces om burgers, door middel van ICT,
een stem te geven in beleids- en besluitvorming. Daarbij wordt
een onderscheid gemaakt tussen: 1) ‘e-information’, oftewel
burgers participeren door ze algemene beleidsinformatie te verstrekken
en toegang te geven tot gericht gevraagde informatie,
2) ‘e-consultation’, oftewel de burger krijgt de mogelijkheid
׉	 7cassandra://F1t22eWQ18rOrEDgTcZkFgpggUm9IiYNFtRAH7Gsq5s@`̵ WIИ׉ECactief bij te dragen aan en te overleggen over publieke aangelegenheden
en diensten, en 3) ‘e-decision-making’, de burger
krijgt de mogelijkheid om samen met beleidsmakers beleidsbeslissingen
voor te bereiden en publieke diensten te produceren.
ALLEEN MET INTERNETTOEGANG
EN DIGIVAARDIGE BURGERS
BEN JE ER NIET
Social media
Daarbij moet de rol van sociale media niet worden onderschat.
Feitelijk bieden sociale media een kosteneffectief platform voor
overheden om burgers te laten participeren in beleidsvorming,
met name ook omdat een groot aantal burgers al actief is op
sociale media. Burgers kunnen zo gemakkelijk ‘content’ leveren
(denk aan ‘crowdsourcing’) en overheden kunnen die ‘content’
vervolgens gebruiken ten behoeve van hun beleidsvorming. Overigens
zal de inbreng van burgers naast online ook veelal gebeuren
in combinatie met meer traditionele communicatiemiddelen,
zoals radio, televisie, seminars, workshops, scholen, universiteiten,
talkshows en debatavonden. Op die manier kan in elk
geval ook worden geprobeerd iets te doen aan het gevaar van
een ‘digitale divide’ in de samenleving en wellicht ook aan de
kloof tussen overheid en burger. Onderzoek laat zien dat een
verbetering van de interactie tussen overheid en burger, door
middel van e-government, kan bijdragen aan een verhoogd vertrouwen
in die overheid. Met name op lokaal niveau. Volgens
het eerder genoemde VN-rapport (2014) vergt een dergelijke
effectieve e-government wel een daadwerkelijke bereidheid tot
samenwerking tussen alle betrokkenen en een centraal stellen
van de burger door die overheid. Voor de burger op haar beurt
betekent dit anderzijds wel dat zij moet beschikken over de vereiste
capaciteiten om die centrale positie in te kunnen nemen.
Daarbij is het interessant om te zien hoe die burger dit alles
ervaart. Min of meer gelijktijdig aan het VN-onderzoek is er
een onderzoek uitgevoerd waarin de gebruikerservaringen centraal
staan. De belangrijkste conclusie daaruit is dat overheden
steeds meer diensten online ter beschikking stellen, maar dat
de burger de kwaliteit hiervan lang niet altijd voldoende acht.
Met name als het gaat om toegankelijkheid, snelheid in
gebruik en transparantie schiet volgens haar de online dienstverlening
van de overheid nogal eens tekort. Volgens het
onderzoek komt Nederland in vergelijking tot andere landen
als een subtopper in Europees verband naar voren, hetgeen
toch een wat gematigder beeld oplevert over de (ervaren) staat
van onze digitale dienstverlening door de overheid.
Hoe nu verder?
Resteert de vraag: hoe nu verder? In het algemeen zal er weinig
verschil van mening bestaan over waar het heengaat met
de ICT in relatie tot de overheid. Technologie zal steeds meer
worden ingezet om zaken beter te maken, om diensten sneller
te kunnen leveren en om diensten goedkoper te kunnen leveren
voor en door overheden, bedrijven en burgers. Daarbij
wordt de burger in toenemende mate gezien als een zelfredzaam
persoon, daartoe in staat gesteld door de informatietechnologie.
De overheid zal hiervoor de randvoorwaarden moeten
scheppen en ervoor moeten zorgen dat nog bestaande bureaucratische
obstakels worden opgeruimd. Voor het Stelsel van
Basisregistraties betekent dit onder meer dat de grenzen tussen
de dienstverlening van de overheid en die van private partijen
in toenemende mate zullen vervagen. Ook zal zoveel
mogelijk worden afgehandeld in de vorm van publiek-private
samenwerking, in zogeheten productiehuizen. Voor gegevens
betekent dit dat niet-privacygevoelige gegevens steeds meer
als open data beschikbaar komen, terwijl persoonsgegevens
primair via de burger zelf worden verstrekt.
Daarbij zal het niet blijven. Data en informatie zijn mooi, maar
je zult ook de instrumenten moeten hebben waarmee je uit die
data en informatie zinvolle kennis kunt halen.
VICREA MAAKT DE WERELD SLIMMER
Meer informatie vindt u op www.vicrea.nl
׉	 7cassandra://AyLm0MbXefAZFSvLXhDAEBHHfThRUG12azYvbiYNx-g#Q`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XWxpreabVxSxvKROHbo_D15s6ja-qFw7Z-4W_K2MhEM ` ׉	 7cassandra://dE_6H8EdYYlTNFeLtnJUuDuotJmjMgoudNNfLy5vCT4a0`S׉	 7cassandra://4oQAlQcBOOk1qnS7hF5Xo4MdPmSD8uUCpvcxY66tUi8`̵ ׉	 7cassandra://dPnJCF3MqIKCNiukQaO_dRo34MwQsXanxeyImZpMV_I V R4͠WIИט  {u׉׉	 7cassandra://BLADG26c_iAzxeRAfimLA7TmkhlYYizzYxSttw3op4M Y`׉	 7cassandra://MByst67NP7JUaLxDcURo5tIU8cwdU0pFDX_rm8YcQTIZ#`S׉	 7cassandra://LVD_0aEO0bjy7OpOdAnWhmNwPKyRCse_lhZE1j-oo-c`̵ ׉	 7cassandra://nhE2-NFttp4QX4QrE7WWcovJ_zPIpHBfIfRFNPGMGDc W4̒͠WIИנWIЙZ 2$9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EM&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, opgericht in 1985 en ruim 80
professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten bij
projecten op het snijvlak van management en ICT. Wij werken aan opdrachten
met maatschappelijke meerwaarde in de lokale en landelijke overheid, de
zorg en het onderwijs.
M&I/Partners heeft veel ervaring met innovatie met behulp van ICT binnen
de overheid en helpt u bij de ontwikkeling en realisatie van innovatieve
programma’s en projecten. Wij bieden met kennis en begrip van de
overheidsomgeving een hands-on ondersteuning zodat u kunt blijven voldoen
aan de eisen tot vernieuwing die de politiek en maatschappij aan u stellen.
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
Sparrenheuvel 32 | 3708 JE Zeist | 030 - 2 270 500
׉	 7cassandra://4oQAlQcBOOk1qnS7hF5Xo4MdPmSD8uUCpvcxY66tUi8`̵ WIИ׉EJ E LTE TIMME R
HET EINDE VAN HET
BEELDSCHERMTIJDPERK
Microsoft CEO Satya Nadella ziet het als dé grote volgende stap
in het computertijdperk. Het aansturen van je telefoon of computer
via een gesprek, in plaats van klikken en tikken. Siri van
Apple is inmiddels een bekende, maar Microsoft, Amazon en
Google werken allemaal aan de volgende generatie spraakgestuurde
virtuele assistenten die op al je vragen een antwoord
hebben. Het toppunt van gebruikersgemak, maar wel op voorwaarde
van onbeperkte toegang tot je dagelijks leven.
Eind 2014 bracht Amazon een cilindervormige speaker op de
markt. Het apparaat, de Amazon Echo, had geen ingebouwd
scherm maar liet zich bedienen via spraak. Veel mensen wisten
aanvankelijk niet wat ze ervan moesten denken. Maar al snel
kwamen er positieve berichten van gebruikers binnen. De Echo
bleek een plotselinge hit in de Verenigde Saten. Je zet de slimme
speaker in je woonkamer en vervolgens kun je er van alles aan
vragen: boodschappenlijstjes maken, pizza bestellen, muziek
opzetten, het nieuws voorlezen. Alexa – zo heet de virtuele
assistent van de Echo – luistert mee en bedient je op je wenken.
VI
B
W
Alexa en Siri zijn voorbeelden van een nieuwe generatie van
spraakgestuurde computers. Amazon veroverde drie miljoen
huiskamers met de Echo. Maar de concurrentie blijft niet achter.
Google heeft een vergelijkbaar apparaat aangekondigd: Google
Home. Andere techbedrijven, zoals Apple en Microsoft, richten
zich op de smartphone.
Een spraakgestuurde computer is een doorbraak in gebruiksvriendelijke
interactie. Voor het eerst hoeven mensen niet de
taal van de computer te leren, maar leert de computer onze taal.
Dichters, toneelschrijvers en romanciers die lastig een baan konden
vinden, worden ingehuurd door technologiebedrijven om
ervoor te zorgen dat de virtuele assistenten ‘menselijk’ overkomen
en op de juiste momenten menselijke grapjes maken.
Jelte Timmer is onderzoeker Technology Assessment bij het Rathenau
Instituut
Maar als altijd luisterende gesprekspartner komt een virtuele
assistent meer over ons te weten dan ooit. En de toekomstige
zusjes van Siri en Alexa hebben een sterke sturende rol in de
keuzes die we aangeboden krijgen. Wil je bijvoorbeeld een pizza
bestellen via Alexa? Dan gaat dat via de geselecteerde partners.
Muziek via Siri? Die wordt alleen afgespeeld via de iTunesstore.
En als je om het laatste nieuws vraagt, zie je niet waar het
apparaat de laatste headlines vandaan haalt.
Een virtuele assistent die veel taken van je overneemt, neemt
ook veel beslissingen voor je. Op een computer zonder scherm
is het bovendien moeilijker om je instellingen te checken en aan
te passen. De stap naar de stemgestuurde computer betekent
dus een versteviging van de invloed van technologiebedrijven
op ons dagelijks leven. Daarbij gaat de discussie niet alleen over
privacy, maar ook over hoe onze keuzes worden voorgesorteerd.
Virtuele assistenten, zoals Siri en Alexa, beloven je beste
vriend te worden, maar wel een vriend met een verdienmodel.
׉	 7cassandra://LVD_0aEO0bjy7OpOdAnWhmNwPKyRCse_lhZE1j-oo-c`̵ WIИWIИ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://spdid6_eJ-yh-u6zX94BpyeaTY23_7BaQr_ylJwcEho {`׉	 7cassandra://XZq2BnvV2ainumrwd-rW7CmjFxsjgx3PaUPOC7UIFu4W`S׉	 7cassandra://TwlKGnhw4qM4rSUP3TUQTwJKOQuHJ9YJhwwfc7P4aVQ`̵ ׉	 7cassandra://94eZuiu2B6b9pfTXzNcrqR2BBx2myOtaIF845JDpLRk \͠WIЙ ט  {u׉׉	 7cassandra://5XBXuJLCGEcCehWqb2LxdV1FrEANRM3UoDRiir3vjE4 Z` ׉	 7cassandra://gcqcmwRE935Cc_EPw4jFg7kMsJrR08QiCuK6Tv2xQSAbM`S׉	 7cassandra://IoMW34Dh1xE42SX3JJ6oIXrk7Ba8EHV9puPOlpJyrKca`̵ ׉	 7cassandra://NvsXwcMQbGEFC7WfmkN2lGRKpDImwyQhlVrStM-wZmwoC\͠WIЙנWIЙ] ^̘9ׁHhttp://tinyurl.com/gt7gjc8ׁׁЈ׉E?DIGITALISE R I NG
DE ONTWIKKELING VAN
DE ROL VAN MAATSCHAPPELIJKE INFORMATIEVOORZIENING
Vanuit de optiek dat het noodzakelijk is om digitale burgers als structurele
samenwerkingspartner te zien van de overheid, beschrijven Bert Mulder en
Martijn Hartog in ‘Maatschappelijke Informatievoorziening’ hoe het noodzakelijk
breed faciliteren van de informatiepositie van burgers participatie en
samenwerking met overheid zou kunnen bevorderen.
Tekst: Bert Mulder, lector Informatie, Technologie en Samenleving, De Haagse Hogeschool en Martijn
Hartog, coördinerend onderzoeker, eSociety Instituut, De Haagse Hogeschool
en kleinere overheid en actieve
bevolking dwingen de participatiesamenleving
tot het realiseren
van een reële vorm waarin burgers
in staat zijn zelf verantwoordelijkheid
te kunnen nemen voor gezondheid,
veiligheid en openbaar bestuur. Om dit
voldoende te faciliteren zal een convergentie
van digitale diensten rond burgers
onvermijdelijk worden. Het is de kwaliteit,
complexiteit en schaal van deze convergentie
dat voor de overheid uitmondt
in een nieuw inrichtingsvraagstuk. Enerzijds
het gebruik van informatiesystemen
in het dagelijks leven, de structuur en
opbouw van systemen en toepassingen
rond burgers zelf, anderzijds een coherente
ordening ten behoeve van burgers/
groepen, wijken, steden en samenleving.
Deze eigen kwaliteit, complexiteit en
schaal creëren een intensiteit in activiteiten
waardoor we anders kijken naar de
essentiële en structurele bijdrage aan
maatschappelijke kwaliteit van leven.
Door de druk van de participatiesamenleving
zullen burgers steeds vaker de centrale
factor gaan vormen in ontwikkeling
van diensten en producten, waarbij digitale
ondersteuning een wezenlijk element
is en de kwaliteit daarvan strategisch
bepalend. Deze ondersteuning is onderhevig
aan voortgaande digitalisering van
de burger, dat nieuwe en fundamenteel
andere kansen en uitdagingen genereert.
E
36
Zo staat ‘Slimme Web’, na het verbinden
van mensen (Web 2.0), in volgende fasen
in het teken van het verbinden van kennis
(3.0) en het op basis van kennis argumenteren
en redeneren (4.0). De ‘Slimme
Wereld’ zorgt dat apparaten door middel
van ‘Internet of Things’ in verbinding
staan en zorgt ervoor dat burgers in de
vorm van ‘quantified self’ lichamelijke
functies kunnen registreren en gegevens
kunnen verzamelen ten behoeve van een
gezond bestaan. De ontwikkelingen in
‘Slimme Gegevens’ zorgen ervoor dat de
omvang van digitale informatie groter zal
worden, tegelijkertijd met de toenemende
mogelijkheden van het opslaan, bewerken,
beheren en analyseren van grote hoeveelheden
data. Bij een verregaande convergentie
van diensten en producten op
huishoudens zorgt deze diversiteit en
complexiteit mogelijk voor een onoverzichtelijke
en onwerkbare situatie voor
burgers, organisaties en leveranciers. Een
aantal uitdagingen die hieruit ontstaan
zijn techniek (complexiteit compenseren
door integratie), data (overdaad informatie
compenseren door betekenis op maat),
diensten (burgers toerusten door digitale
kennis en besluitvorming) en gebruikers
(strategisch gebruik ondersteunen door
mediawijsheid).
Het is hier ook weer de schaal van de
ontwikkelingen die het niet zinvol maakt
om de uitdaging als enkele organisatie en
ad hoc op te lossen. Maatschappelijke
informatievoorziening gaat uit van een
inrichting van de participatiesamenle׉	 7cassandra://TwlKGnhw4qM4rSUP3TUQTwJKOQuHJ9YJhwwfc7P4aVQ`̵ WIЙ׉E_N
EEN DIGITALE BURGER
ving die in de toekomst zowel flexibel als
consistent is door een focus op een
samenhangend stelsel van informatievoorzieningen,
op basis van bijvoorbeeld
gedeelde standaarden.
OPTIMALE RANDVOORWAARDEN
Digitale burgers in eigen digitale netwerken
zijn kenmerkend voor een nieuwe
fase in de ontwikkeling van de informatiesamenleving,
waarbij de digitalisering
van burgers zelf de bepalende factor
vormt bij de inrichting van maatschappelijke
producten en diensten. Omdat die
activiteiten van digitale burgers bepalend
DE
VE
zijn voor de maatschappelijke kwaliteit
van leven (wanneer zij digitale toepassingen
intensief inzetten voor gezondheid,
veiligheid en openbaar bestuur), is het de
verantwoordelijkheid van de overheid
om te zorgen voor optimale randvoorwaarden
voor de kwaliteit van die digitalisering.
Er moet daarbij gedacht worden
aan een uiteindelijke samenhangende
digitale infrastructuur waar 18 miljoen
inwoners in 7,5 miljoen huishoudens
intensief en structureel gebruik van
maken. De grootschalige betrokkenheid
van digitale burgers bij de participatiesamenleving
creëert urgentie en maakt de
kwaliteit van die digitale infrastructuur
wederom van strategisch belang. De rol
van digitale burgers gaat verder dan
klant of consument. Zij worden producent
en zijn intensief geïntegreerd in de
processen van gezondheidszorg, welzijn,
veiligheid en openbaar bestuur.
De verregaande digitalisering van burgers
vereist dan ook intensievere aandacht
voor informatiebehoeften en -wensen van
Procesmatig houdt dit in dat effectieve
oplossingen alleen kunnen ontstaan in
nieuwe netwerken met vaak onverwachte
stakeholders (zoals buurten, wijken,
dorpen en maatschappelijke organisaties)
en op een niveau dat in sommige
gevallen sectoroverstijgend is. Organisatorisch
houdt dit in dat producten en
diensten opnieuw vastgesteld moeten
worden, wat kan leiden tot een transformatie
van diensten en organisaties.
‘Maatschappelijke informatievoorziening’
is dan ook een strategische voorziening
voor de samenleving, één die niet
opgelost kan worden binnen het huidige
paradigma, wat bijvoorbeeld duidelijk
wordt aan de impasse op het gebied van
‘open data’ en de bredere adoptie van
e-health in de samenleving.
INTEGRALE VISIE
Net als eerder beschreven ontwikkelingen
creëert dit nieuwe context voor de
digitalisering van de overheid. Ze vereist
een integrale visie waarin synergie ontburgers
zelf, in de context van de dagelijkse
leefomgeving. Maatschappelijke
informatievoorziening richt zich dan ook
op de ontwikkeling van het geheel aan
informatievoorzieningen dat voor en door
burgers gebruikt wordt om individuele en
gezamenlijke kwaliteit van leven te stimuleren.
Hierbij worden nieuwe digitale
mogelijkheden in kaart gebracht en worden
formulering en prioritering voor een
ontwikkelagenda mogelijk gemaakt. Die
ontwikkeling is een inrichtings- en ordeningsvraagstuk
waarin standaarden,
infrastructuur, beschikbaarheid van gegevens
en dienstverlening centraal staan.
staat tussen de verschillende domeinen
rondom digitale overheid, voorzieningen
en digitale burgers. De functionele inrichting
van een digitale samenleving en de
mogelijke ondersteuning van kwaliteit
van leven wordt afhankelijk van een stelsel
van voorzieningen, waarbij de overheid
naast uitvoerend ook stimulerend
en waar nodig coördinerend en bepalend
is. Zo zou de overheid de rol aan kunnen
nemen om geschetste ontwikkelingen
vast te stellen naar belang van kwaliteit
van leven in Nederland, een ontwikkelingsagenda
te bepalen, bewustwording
te creëren rondom belang en omvang (op
haarzelf, leveranciers en instellingen),
alsmede initiatieven te stimuleren die
praktisch bijdragen aan de ontwikkeling
van de verschillende aspecten van maatschappelijke
informatievoorziening.
Om in de participatiesamenleving zelf in
staat te zijn beslissingen te nemen, activiteiten
in te richten, te coördineren en
taken uit te voeren, zijn burgers sterk
afhankelijk van data en kennis. De eigen
kwaliteit van de informele leefomgeving,
waarin burgers dit gebruiken versus de
professionele systeemwereld, stelt eigen
eisen in behoeften, taal, begripsvermogen
en gebruik. Het realiseren van een samenhangend
stelsel van informatievoorzieningen,
met een kwaliteit die burgers kunnen
gebruiken, vraagt dus tijd en inspanning.
Het beschrijven, ordenen, inrichten en
realiseren van nieuwe standaarden, regelgeving,
systemen en infrastructuren zijn
dan ook noodzakelijk om een digitaal
landschap voor burgers te realiseren.
Meer weten?
De publicatie ‘Maatschappelijke Informatievoorziening:
burgers toerusten voor een participatiesamenleving’
is (kosteloos) als pdf te
downloaden.
http://tinyurl.com/gt7gjc8
׉	 7cassandra://IoMW34Dh1xE42SX3JJ6oIXrk7Ba8EHV9puPOlpJyrKca`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7r7wzFgjEvrtjdhQijEgFxjBSIiBYWCA8_u882khm80 ` ׉	 7cassandra://c6Sby2PG1AOJMkc78Os7FyzzYg_i2cLbfmtgMSzj-3M``S׉	 7cassandra://LkyWH-8nxj2URRwZIrKlsfFhZUxRjxD2z2ilnwtAu1A*`̵ ׉	 7cassandra://VBHFAcdZ_b5vBp3ibSbIQfV4_FlonpN7jkODxz79PsEY%\͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://AFvNfZooOD6bNtifpaaOoE77bWCmq8Zmpek-pl55Eu8 P`׉	 7cassandra://QK7jGj4Vj2Pi1E5zKSClsDMiwjn8UkWph11NcqrkLhÈx`S׉	 7cassandra://9StTFCAlVmGUKgPv01lXUr0c4SYQVAl-d0SU12qsRVg'`̵ ׉	 7cassandra://DvF9m80wFQbMnYLb_IDuzz73wnQddG6_6h6qR7p_3pA \͠WIЙנWIЙ^ ̅9ׁHhttp://www.hotitem.nlׁׁЈ׉E+VAN ONZE KE N N ISPARTN E R
Hoe een smart city
slimmer te maken?
Oplossing minder gecompliceerd dan het lijkt
Een smart city is een collectieve en strategische aanpak om met behulp van slimme ICToplossingen
enerzijds de kwaliteit van leven in de stad te verbeteren, en anderzijds beter
te kunnen anticiperen op uitdagingen en ontwikkelingen van de stad.
Tekst: Willem Duvalois, business manager, Hot ITem en Jack Mooyer, business consultant,
Hot ITem
D
Baten
De baten van een smart city aanpak zijn niet alleen economisch
van aard. Zo zijn er wereldwijd grote demografische uitdagingen.
Hoe gaan we slim om met de vergrijzing, urbanisatie
en globalisatie? Hoe blijf je zorgen voor mobiliteit? Innovaties
met betrekking tot parkeren, minder files, minder ongelukken,
elektrische en zelfrijdende auto’s, fietsvriendelijkheid en het
OV zijn vaak bijna synoniem met de smart city. Maar je kunt
ook denken aan slimme lantaarnpalen, waarbij de verlichting
op afstand of met sensoren aan verschillende omstandigheden
kan worden aangepast om zo de veiligheid te vergroten en
energie te besparen.
Uiteindelijk wenst de burger steeds meer kwaliteit van leven.
Iedereen wil op loopafstand wonen van sport, cultuur en enter38
e
gemeente Amsterdam timmert als smart city aardig
aan de weg. Onlangs nog werd zij uitgeroepen tot
vijfde meest innovatieve en slimme stad wereldwijd.
Steeds meer Nederlandse gemeenten beginnen voorzichtig
ook met smart city projecten. Dat is heus niet alleen
maar om op de hippe ranglijsten te komen. Het belang van citymarketing
mag echter niet onderschat worden. Wat de Markthal
voor Rotterdam heeft gedaan, doet het Amsterdam smart
city-samenwerkingsverband voor onze hoofdstad. Perceptie en
imago zijn steeds belangrijkere drivers voor economische groei.
MET DE JUISTE AANPAK ZORG JE
VOOR SLIMME OPLOSSINGEN DIE
ÉCHT RESULTAAT OPLEVEREN
tainment, maar wil tegelijkertijd een duurzame, groene, veilige
en prettige leefomgeving. Het slimmer omgaan met en inrichten
van de omgeving, zoals afval, wonen, werken, water en
energie, is derhalve een must.
Waarde uit data
Data is de brandstof voor alle smart city-toepassingen. Smart
city is, samen met big data, de laatste jaren tot bloei gekomen
door de revolutionaire technologische ontwikkelingen op het
gebied van dataverzameling, -opslag en -bewerking. Maar op
een smart city zonder goed fundament kun je niet bouwen.
Burgers en machines creëren als bijproduct gegevens. Intelligentere
en goedkopere smartmeters en -sensors, de zogenaamde
Internet of Things, creëren gigantische hoeveelheden
data. Deze data is soms gestructureerd gecreëerd in de eigen
bronsystemen, maar vaak ook ongestructureerd uit externe
‘open data’ bronnen verkregen. Om deze gegevens succesvol op
te slaan in een beheersbaar, integraal en en ook nog begrijpelijk
datafundament is er, naast state-of-the-art technische
knowhow, diepgaande kennis nodig van de context waarin de
gegevens zijn gecreëerd.
Diepgaande kennis
Om een smart city echt slim te maken, dient de informatie
omgezet te worden in bruikbare inzichten. Informatie wordt
pas kennis als het wordt gekoppeld aan de strategie. Wat betekent
het nu echt? Wat zijn de patronen? Waar kunnen we nu
echt invloed op uitoefenen? Wat zijn de knoppen waaraan we
kunnen draaien? Techniek, zoals geavanceerde data-analysetechnieken
en aantrekkelijke presentatietools, is noodzakelijk
om die vertaalslag te maken. Maar zelfs met de nieuwste
machine-learningtechnieken die in de data zelf patronen kunnen
ontdekken, kom je nog steeds niet tot acties die écht het
verschil maken. Cruciaal hiervoor is de diepgaande kennis van
׉	 7cassandra://LkyWH-8nxj2URRwZIrKlsfFhZUxRjxD2z2ilnwtAu1A*`̵ WIЙ׉E
de professionals die dag in dag uit met hun voeten in de klei
staan. Professionals die vaak tijd en middelen missen om
afstand te nemen van de waan van de dag en daardoor het
overzicht missen om deze vertaalslag te maken. Een succesvolle
smart city wordt dan ook vanaf twee kanten opgebouwd.
OP EEN SMART CITY ZONDER GOED
FUNDAMENT KUN JE NIET BOUWEN
Datafundament
Aan de ene kant zorg je stapsgewijs, en in nauwe samenwerking
met dataexperts, voor een goed datafundament. Zonder
een dergelijk fundament geldt het adagium: ‘Garbage in, garbage
out’. Ook wettelijke regels, zoals de nieuwe privacywetgeving,
vergen meer grip op gegevens die geregistreerd worden.
De gemeente zal zelf dienen te investeren in dit datafundament.
Een integrale werkwijze is hierbij van belang. Het gaat
om de samenhang tussen mensen, processen en systemen,
zoals het goed beleggen van eigenaarschap, het beheer van
defi nities en de introductie van processen en tooling voor controle
op en verbetering van informatiekwaliteit.
Aan de andere kant is er een vertaalslag nodig van inzicht naar
acties die het verschil maken. Het is weinig zinvol om op basis
van de aanwezige informatie hippe apps te ontwikkelen en dan
een probleem te zoeken waar zo’n app een oplossing voor is.
Ambtenaren weten vaak heel goed waar de uitdagingen liggen
en waar je met scherp bijsturen de burger sneller, beter en
goedkoper kunt bedienen. Om al deze kennis effectief te kanaliseren,
is sturing nodig.
Focus
Als een gemeente echt slimmer wil worden, kan dat alleen door
op basis van datagedreven besluitvorming te sturen op de
gewenste kwalitatieve maatschappelijke effecten. Hierbij gaat
het bijna altijd om gedragsbeïnvloeding. Van ambtenaren, burgers
en bedrijven. Iedere gemeente zou focus moeten aanbrengen
op de cruciale indicatoren en optimale inzet van tools,
externe partijen, eigen professionals en burgers.
Smart city staat aan de vooravond van een grote doorbraak,
maar wordt nog gehinderd door koudwatervrees voor grote,
omvangrijke projecten. De oplossing is minder gecompliceerd
dan het lijkt. Begin met kleinschalige projecten die naar de
stip aan de horizon toewerken. Met de juiste aanpak zorg je in
kleine stappen voor slimme oplossingen die écht resultaat opleveren.
Hiermee creëer je direct enthousiasme en draagvlak
voor verandering. Door de resultaten elke keer te toetsen aan
de doelstellingen voor de langere termijn, weet je of je op
koers ligt maar kun je je ook eenvoudig aanpassen als doelstellingen
inmiddels zijn gewijzigd omdat de wereld is veranderd.
Hot ITem gelooft in wendbare organisaties
die zijn voorbereid op de
toekomst en zich snel kunnen aanpassen
aan nieuwe ontwikkelingen.
Hot ITem - www.hotitem.nl
׉	 7cassandra://9StTFCAlVmGUKgPv01lXUr0c4SYQVAl-d0SU12qsRVg'`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://A6JrD-TyFYW2jsebY5ep_hLSfSq4JIywdxVGAIeXs5w q`׉	 7cassandra://rcdhRlHftrCSBNCaqIwF5qOathK3XzI-09lTrQx2Cm8[`S׉	 7cassandra://vuUDa9rwgiargdk09hV7EEKA9f29lbyqeBPU9mbcO14?`̵ ׉	 7cassandra://mMOGXUu-GyXmgS5eEupytYKjW6NcOGkYqnWW9KNgqTM w\͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://eN7A5V5JWojWzw83jHmerBMXeMaM1gb4i0KTtngdPuE `׉	 7cassandra://cwnFqxiei5KTYeh1d7HEsoGbiUFBjhgWYCf73MpP768_`S׉	 7cassandra://LkkBFrq8zTucXRobCZAUVmhEezBCxqD4-PMQJxjFwUU`̵ ׉	 7cassandra://3EsO0CD4R7aleadQYvN4k33IcQFa-bMLCePhYoAKfMcr`͠WIЙ	נWIЙ_ ^̟9ׁH  http://www.connectingmobility.nlׁׁЈ׉EJS MART MOB I LITY
VAN ZELF RIJDEN NAAR
SMART MOBILITY HEEFT GROTE IMPACT OP DE SAMENLEVING
Sinds 2013 werken bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen gezamenlijk
aan de uitdaging om de nieuwe technische mogelijkheden voor mobiliteit
te benutten. Dat moet onder meer leiden tot verbetering van de veiligheid,
bereikbaarheid, leefbaarheid én de concurrentiepositie van Nederland.
Tekst: Marja van Strien, programmadirecteur Connecting Mobility
O
ver hoeveel tijd denkt u dat er
zelfrijdende auto’s op de weg
zullen zijn? Toen deze vraag
vijf jaar geleden werd gesteld,
varieerde het antwoord van twintig tot
zestig jaar. Het gaat allemaal sneller dan
gedacht. Inmiddels is voor het eerst
iemand om het leven gekomen bij een
ongeluk met een Tesla. Een relatief simpele
update van de software heeft ervoor
gezorgd dat de lifecycle van automodellen
spectaculair is verkort. Maar hoe zorg
je ervoor dat deze transitie veilig gebeurt,
dat maatschappelijke belangen worden
geborgd en dat je als overheid je verantwoordelijkheid
kunt waarmaken?
Nederland heeft een uitstekende infrastructuur
en met haar dicht bemeten
wegennetwerk een koppositie op het terrein
van verkeersmanagement. Daarnaast
heeft ons land een belangrijke positie
als toeleverancier aan de auto­industrie:
45.000 mensen werken in de
automotive industrie met een turnover
van 17 miljard.
In 2013 hebben bedrijfsleven, overheden
en kennisinstellingen elkaar gevonden in
de Routekaart ‘Beter geïnformeerd op
weg’, waar vanuit ambitie samen richting
wordt gegeven aan de transitie naar de
nieuwe mobiliteit. Doelstellingen zijn
onder andere het verbeteren van de veiligheid,
bereikbaarheid en leefbaarheid
en de verbetering van de concurrentiepositie
van Nederland.
GROTE IMPACT
Voor overheden gaat smart mobility grote
impact hebben op de inrichting van
steden. De veiligheid
van kwetsbare
40
׉	 7cassandra://vuUDa9rwgiargdk09hV7EEKA9f29lbyqeBPU9mbcO14?`̵ WIЙ
׉EZELFRIJDEND
verkeersdeelnemers, zoals fietsers en
voetgangers, krijgt een nieuwe dimensie.
De uitvraag naar openbaar vervoersconcessies
wordt een uitvraag naar mobiliteitsdiensten
met flexibiliteit. Lange termijn
infrastructuurprojecten zullen adaptief
moeten worden. Concepten van
startups, zoals Uber en de energiewereld
die zich op mobiliteit gaat richten, zetten
bestaande structuren volledig op zijn kop.
Technologisch is al veel mogelijk. De
vraag is hoe je mensen zover krijgt om
technologie te gaan gebruiken. Een innovatie
is pas een innovatie wanneer een
uitvinding wordt toegepast en waarde
gaat opleveren. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld
dat het opvolggedrag van
adviezen in de auto laag is. Ook worden
bij de verkoop van auto’s nieuwe mogelijkheden,
zoals adaptive cruise control,
nog nauwelijks uitgelegd.
Een project waarbij vrachtauto’s voorrang
krijgen bij een verkeerslicht bleek
technisch erg succesvol en levert onder
meer minder CO2-verbruik en minder
benzineverbruik op. Goed voor milieu en
economie. Toch kwam het project niet
veel verder. Op zo’n weg rijdt niet alleen
vrachtverkeer, maar ook hulpdiensten en
andere verkeersdeelnemers (zoals voetgangers
en fietsers) willen van de weg
gebruik blijven maken. Focus op de
gebruikers is essentieel.
MASTERCLASSES
De mobiliteitsontwikkelingen roepen
voor overheden allerlei vragen op. Wat
betekenen deze ontwikkelingen voor
onze regio? Hoe ga je om met belangen
op de korte termijn en de lange termijn?
Hoe zorg je ervoor dat je de juiste beslissingen
neemt? Voor dit soort vraagstukken
heeft Connecting Mobility tools ontwikkeld
die overheden, bestuurders en
ambtenaren handelingsperspectief kunnen
bieden. Een voorbeeld zijn de masterclasses
smart mobility, waarbij ambtenaren
vanuit verschillende overheden de
specifieke regionale vraagstukken en
kennisbehoefte in kaart brengen en de
koers uitzetten voor een regionale aanpak
met betrekking tot smart mobility.
Tijdens die masterclasses kan gebruik
worden gemaakt van een tool waarin de
beschrijving van verschillende smart services
is opgenomen, inclusief kosten,
baten en een ToDo-lijst.
DE
KR
In de afgelopen drie jaar zijn steeds meer
partijen zich bewust geworden van de
potentiële mogelijkheden van smart
mobility voor hun organisaties. Dat
speelt bijvoorbeeld bij de leveranciers
van de systemen op en boven de weg,
waarvan de informatie steeds meer rechtstreeks
in de auto komt. Het speelt ook
bij autoverzekeraars die zoeken naar
nieuwe producten. Hoe ontwikkel je je
van een autoverzekeraar naar verzekeraar
van mobiliteitsdiensten? Ook de
WAT IS CONNECTING MOBI LITY?
Connecting Mobility is het onafhankelijke uitvoeringsprogramma van de Routekaart
Beter Geïnformeerd op Weg en treedt met name op als katalysator. Onder meer door het
mogelijk te maken dat publieke en private partijen kunnen samenwerken, te zorgen dat
barrières uit de weg worden gehaald door netwerken van experts te organiseren rondom
thema’s als privacy en security en afspraken op internationaal niveau te borgen. Ook
monitoring en evaluatie en het ondersteunen van markt- en overheidspartijen bij hun
strategische afwegingen behoort tot het ‘takenpakket’ van Connecting Mobility.
kunnen interpreteren, en te kunnen bepalen
op welke momenten moet worden
ingegrepen, is er veel behoefte aan (data-)
analytische vaardigheden en ICT-kennis.
Naast die ICT-kennis zijn ook kennis van
de markt, inkoop en netwerkvaardigheden
van groot belang.
Voor overheden ligt er de uitdaging om
met de markt en kennisinstellingen naar
oplossingen te zoeken en daarbij de
gebruikers te betrekken. Dat is niet eenvoudig.
Aan de ene kant is de overheid
aanjager als het gaat om ontwikkelingen
met betrekking tot smart mobility, aan de
andere kant is die overheid zelf ook
onderdeel van de transitie naar de
nieuwe mobiliteit. Wie smart is, doet
mee!
Meer weten?
Connecting Mobility
www.connectingmobility.nl
wegenbouwsector beseft dat infrastructuur
alleen niet meer de toekomst is. Misschien
worden zij wel onderaannemer
van partijen als Google of Apple. Verder
wordt bijvoorbeeld in de logistieke
wereld gedacht over concepten waarbij
het pakket zijn eigen optimale route
bepaalt.
De ontwikkelingen op het gebied van
smart mobility hebben ook grote invloed
op de aard van de werkzaamheden van
wegbeheerders. Zo kan met sensoren in
de auto de kwaliteit van het wegdek worden
gemeten, kan met sensoren in sluizen
en bruggen de noodzaak voor onderhoud
automatisch worden gedetecteerd en kunnen
verkeerslichten volkomen autonoom
op het verkeer reageren. Om deze data te
׉	 7cassandra://LkkBFrq8zTucXRobCZAUVmhEezBCxqD4-PMQJxjFwUU`̵ WIЙWIЙ
{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Iy96FeIDhZi3Mszuii5Xl5oHLBi9wmO7qTjm9LuhTRk ` ׉	 7cassandra://VWBXqkUIyQZZooGg5D_NoY6VrUYxp8MRYth2cgsdkjw[`S׉	 7cassandra://zlWpmA_i7eik9T90UitZbhkgWiLbzf4upYxn65c_7Asn`̵ ׉	 7cassandra://hUnQDtuTPFeYHrozB_IeSXSxLP8D-GyUYP_6StQurAU͉\͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://mxRmTDZ56UOsS_WccAMsm2o1v9OMPbNK9SP27TQ8rXA `׉	 7cassandra://Qql_BHHr0ciyLI7yjBvm1MYLetIxBgdJkARNR8UxBCgh[`S׉	 7cassandra://o9flPZ6JDSKVUSVowSUYEd1Q8Te07Cl0doyD9a6fTiIl`̵ ׉	 7cassandra://W7BAU-oxFPmrfMXqcK-0xaIJQCb_kySA0zoHCIKiz7U a\͠WIЙ׉ES MART MOB I LITY
VASTGEROESTE PATRONEN
TRUCK PLATOONING VERGT LEF
Begin dit jaar hebben meerdere Europese truckfrabrikanten vrachtwagens
ingezet, met als doel platooning een stap dichter bij implementatie te brengen.
Truck platooning bevordert, met behulp van een wifi-verbinding, niet
alleen de doorstroming van het verkeer, maar zorgt er ook voor dat brandstof
wordt bespaard en dat goederen snelller op de plek van bestemming zijn.
Welke lessen zijn er te trekken uit de EU Truck Platooning Challenge 2016?
Tekst: Dirk-Jan de Bruijn, directeur van De Innovatiecentrale
Beeld: EU Truck Platooning Challenge 2016
S
tel je voor. In het kader van het
voorzitterschap van de Europese
Unie krijg je de kans om een
grensoverschrijdende challenge
van platonende trucks te organiseren,
met als eindpunt het grootste logistieke
zenuwcentrum van de EU: de Rotterdamse
haven. Om te laten zien dat het
kan. Géén haalbaarheidsstudie, géén
research, maar learning by doing. Een
living lab.
Hoe pak je dat aan, wetende dat de
Nederlandse overheid niet uitblinkt in
het realiseren van partnerships? Vooral
omdat die overheid - verticaal van opzet
- de neiging heeft om te denken ‘dat weweten-wat-goed-voor-u-is’.
Met een hoog
maakbaarheidsgehalte, gebaseerd op uitTRUCK
PLATOONING?
Truck platooning houdt in dat twee of
drie trucks, die met wifi verbonden zijn,
in colonne rijden waarbij de voorste
truck de snelheid en route bepaalt.
Daardoor kunnen de volgende trucks op
korte afstand volgen en komt er ruimte
op de weg vrij voor andere voertuigen.
De wifi-verbinding tussen de vrachtwagens
zorgt er voor dat alle trucks tegelijkertijd
remmen, waarmee schokbewegingen
voorkomen kunnen worden.
42
gangspunten als standaardisatie, grootschaligheid
en protocollering. Waarbij het
liefst eerst alle risico’s worden geïnventariseerd
voordat een stap wordt gezet. Dat
terwijl deze vorm van smart mobility
vrijwel iedereen raakt (zoals vrachtwagenchauffeurs,
truckfabrikanten, wegbeheerders,
weggebruikers, logistieke
A
DÉ
dienstverleners, voertuigtoelatingsautoriteiten
en vakbonden), en ook nog eens
een vakgebied is dat exponentieel in ontwikkeling
is.
Anders gezegd: het was géén uitgestippelde
reis voorzien van een gecontroleerde
blueprint, maar een trektocht
waarbij niet bekend was waar het eindigde
maar waarbij wel de richting werd
bepaald en stappen werden gezet. Dat
alles in de geest van ‘terwijl we de brug
bouwen, gaan we er al over lopen’.
NETWERKLEIDERSCHAP
Een kind kan bedenken dat een dergelijke
opdracht alleen te vervullen is als er
sprake is van een (h)echt samenwerkingsverband.
Daarin acteren meerdere
spelers, ieder met hun eigen drijfveren en
Een en ander betekent het uitwerken van
het wenkende perspectief: dat wat er
staat als het af is. Geen holle kreten, maar
voorzien van content waarin wordt uitgelegd
wat de benefits zijn, in termen van
waardecreatie voor burger. Zo’n toekomstbeeld
ontwikkel je niet met de gordijnen
dicht. Daarom is er een 24-uurs
sessie gehouden, waarin vijftien multidisciplinaire
professionals dat toekomstbeeld
hebben geconcretiseerd. Tijdens die
sessie zijn drie ingrediënten gecombineerd:
denkkracht, draagvlak én eigenaarschap.
Daarmee is invulling gegeven
aan het motto van voormalig Apple-baas
Steve Jobs: ‘the people who are crazy
enough to think they can change the
world are the ones who do’. Het mooie
is: als dat wenkende perspectief volbelangen.
Gericht op het verzilveren van
het gemeenschappelijke doel. Een doel
dat niet alleen concreet moet zijn. Het
moet vooral inspireren én motiveren,
waardoor een coalition of the willing
wordt gecreëerd met partijen die actief
aan de slag gaan. Niet omdat ze moeten,
maar omdat ze willen.
׉	 7cassandra://zlWpmA_i7eik9T90UitZbhkgWiLbzf4upYxn65c_7Asn`̵ WIЙ׉EN
DOORBREKEN
doende inspirerend is, zowel qua content
als qua verpakking, springt iedereen
heus wel over z’n eigen schaduw heen.
SUCCESNUMMERS
Waarom het gelukt is? Er is een vijftal
succesnummers. In de eerste plaats is dat
de dominantie van een gemeenschappelijk
doel. Je hoeft geen profeet te zijn om
te voorspellen dat een concreet doel energie
geeft. Maar er is meer. Het werken
met heldere doelen leidt tot meer hoop,
zelfvertrouwen, veerkracht en optimisme
en tot minder verzuchting. Het tweede is
persoonlijk commitment. Minister Schultz
van Haegen (Infrastructuur en Milieu)
heeft zich persoonlijk hard gemaakt voor
dit onderwerp. Zonder haar steun was
smart mobility niet zo sterk gepositioneerd
in de ‘Declaration of Amsterdam’.
Het derde succesnummer is market pull
en geen technology push. Natuurlijk gaat
het niet om techniek (middel), maar om
de toepassing (doel). Wat levert het op?
Wat kunnen partijen als Albert Heijn,
Jumbo en Unilever er straks mee? Die
partijen moeten er straks immers mee
werken. ‘Eat your own dogfood: the message
is the medium’ is succesnummer
vier. Het spreekt voor zich dat je een
innovatie innovatief moet neerzetten. Als
je van A naar B wil, dan krijg je mensen
alleen mee als je vanaf dag één in termen
van B acteert. Laatste succesnummer is
professioneel programmamanagement.
Zonder dat komt een dergelijke challenge
vermoedelijk niet van de grond.
VAN OVERHEID NAAR TUSSENHEID
Natuurlijk waren er niet alleen succesnummers,
maar was er ook een schaduwkant.
Niets gaat immers vanzelf. De
belangrijkste energievreter was het
opboksen tegen het bestaande systeem.
‘Zo doen we dat nou eenmaal hier’.
Omdat je iets aan het doen bent dat niet
past in de standaardcatalogus: de onbekendheid
van het werken in horizontale
samenwerkingsverbanden. Dat betekent
dat je als overheid niet meer boven de
partijen staat, maar tussen de partijen in.
Als overheid ben je niet meer dé speler,
maar een van de spelers. Een speler die
verbindt en die partijen bij elkaar brengt.
Een speler die samen met andere stakeholders
het concept platooning naar de
volgende fase van de innovatiecyclus
brengt. Van overheid naar tussenheid.
COCREATIE
Uiteraard heeft het EU-voorzitterschap en
de landing op de Maasvlakte de challenge
wind in de zeilen gegeven. Maar terugkijkend
is de combinatie van cocreatie én
netwerkleiderschap cruciaal geweest.
Waarbij niet alleen mét stakeholders de
samenwerking is geoperationaliseerd,
maar waarbij wij ook met hen schouder
aan schouder het toekomstbeeld hebben
geconcretiseerd. Als je in een tijd van
exponentiële veranderingen transities
‘buiten’ en ‘binnen’ gelijke tred wilt laten
houden, als je niet alleen bezig wil zijn
met die ‘diarree’ aan inrichtings- en verrichtingsvraagstukken,
dan is het terugredeneren
vanuit dat gecreëerde vergezicht
een slimme manier om te ontsnappen aan
die waan van de dag. Als je weet waar je
heen wilt, kun je ook inzichtelijk maken
welke patronen nu aangepakt moeten
worden om daar te komen. Dát is de
backbone van de beoogde verandering.
Meer weten?
Dit artikel is gebaseerd op de praktijktheorie,
zoals beschreven in het boek ‘Vastgeroeste
patronen doorbreken’ (Dirk-Jan de Bruijn,
Scriptum, 2016).
׉	 7cassandra://o9flPZ6JDSKVUSVowSUYEd1Q8Te07Cl0doyD9a6fTiIl`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6anw6-EE4JckG-ZPZgbz_bxsai3vDoEsF9ZVIgVUabo `׉	 7cassandra://fdy5oRvf9JwAaRPunSVhAiywab0ay48wYomzeOhXjBch`S׉	 7cassandra://dlq20ljUo1pWUZM5jrUUxEqwJjdNDZ2wIX--YfICICI!`̵ ׉	 7cassandra://e-aUkwCAME7e5sZB0lc-joo8AZ9k8T3ZiVohuxmdSzw  @͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://rdUeGVlI_ua0iAYi7v9PoE24Id68tWCFkN1_0ZPfFCo `׉	 7cassandra://RoyrvpbAnUR8lYu47m5i2ZmQDdj6fcfxCpUiiZMLJOo]c`S׉	 7cassandra://Wef_256xkQj0iCx96A4aJ_3CXB04dxi0zECqDKMAbHM`̵ ׉	 7cassandra://BMchzrL9E1Ae_UhO9H1PMoi1CN0UYSB4qKXVF24D5g4 ܮ͠WIЙנWIЙi 1nD9ׁH !http://VICREA.NL/WATISDEWOZWAARDEׁׁЈ׉E ADVERTORIAL
VICREA.NL/WATISDEWOZWAARDE
Per 1 oktober 2016 is
de WOZ-waarde openbaar
GEREALISEERD VOOR 1 OKTOBER
Lever voor 27 september uw StUf-TAX bestand aan en u kunt gegarandeerd uw inwoners per 1 oktober
voorzien van de juiste informatie.
׉	 7cassandra://dlq20ljUo1pWUZM5jrUUxEqwJjdNDZ2wIX--YfICICI!`̵ WIЙ׉EwB O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, directeur dienstverlening Gemeente Amsterdam
Kent u dat verhaal dat de
kans dat een gemiddelde
expert de toekomst over vijf
jaar goed kan voorspellen
even groot is als dat een
darts gooiende chimpansee
de roos raakt? De schrijver
van dit boek is de bedenker
van deze metafoor. Er is een
meerjarig grootschalig toernooi,
gefi nancierd door
IARPA, waaruit blijkt dat er
een groep mensen is die
supervoorspellers zijn en
het beter doen dan de
experts (maar vijf jaar blijft een te ver toekomstbeeld). Dit boek
is eigenlijk een theoretische onderbouwing van het onderzoek
en ook een verantwoording erover.
Kern van het boek is het onderzoek van de laatste tientallen
jaren waaruit blijkt dat mensen helemaal geen rationele besluiten
nemen. Sterker nog: ons naar zekerheid strevend brein fi ltert
van alles en nog wat weg dat de bestaande zekerheid aantast.
Het boek behandelt de nodige theoretische uitgangspunten van
dit soort onderzoek. Systeem 1 (onze automatische programma’s
in het brein die razendsnel conclusies trekken op basis van
grote aantallen patronen die we herkennen) en systeem 2 (wat
eigenlijk die conclusies moet verifi ëren). Maar het is de vraag of
en hoe wij systeem 2 toestaan. Dat hangt onder meer af van de
vraag hoe refl ectief je bent ingesteld.
Of het feit dat de meeste mensen geen duidelijkheid willen
geven in voorspellingen omdat ze daarop afgerekend kunnen
worden. Dat maakt dat voorspellingen slecht meetbaar en controleerbaar
zijn. Dat maakt weer dat er niet geleerd wordt van
eerdere fouten.
Een ander concept is het onderscheid in wat de auteur ‘de mens
als egel of als vos’ noemt. Een egel heeft een Groot Idee en toetst
daar zijn gehele wereldbeeld aan. Een vos bekijkt de werkelijkheid
veel meer als een veelheid van ideeën, waarin gezocht
moet worden naar antwoorden. De vos is een veel betere voorspeller,
maar wij mensen waarderen de egel meer om de duidelijkheid
die hij geeft. Het zijn overigens uitersten op een schaal.
Er bestaan niet twee soorten mensen.
Uit het toernooi kwam naar voren dat er een groep supervoorspellers
is. Niet superslim, geen wiskundige tovenaars, niet verslaafd
aan het nieuws. Wel continue onderzoekend en lerend
om het leren eigen ideeën ter discussie stellend, met kleine stapjes
voorspellingen aanpassen, ruimdenkend, van buiten naar
binnen kunnen kijken, et cetera.
ONS
B
DE
De auteurs doen een pleidooi voor continue meten van beleidsuitgangspunten
en voorspellingen met een controlegroep (waarbij
oog is voor het effect van perverse prikkels) omdat we daarmee
de werkelijkheid en de toekomst beter zullen leren duiden.
Omdat we kunnen leren beter te voorspellen. We kunnen niet
alles weten, maar alles wat we meer kunnen weten, helpt.
Elke samenvatting van dit boek doet het tekort. In heldere eenvoudige
taal is een veelheid van ideeën opgeschreven en van
commentaar voorzien. Ideeën die iedereen die wat met strategieën,
politiek en de toekomst heeft, zou moeten lezen. Overigens
ook iedereen die zich afvraagt hoe het toch komt dat zijn
privé keuzes uitvallen zoals ze uitvallen.
Philip Tetlock en Dan Gardner, Supervoorspellers (2015),
uitgeverij Business Contact
׉	 7cassandra://Wef_256xkQj0iCx96A4aJ_3CXB04dxi0zECqDKMAbHM`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8-c-EVQUy6ZW8jqzTbwrasOM6YMPPYEwVxkDpKmFUe0 *` ׉	 7cassandra://9dYIdOV33pYkw3EsMVLiuHystzETQ88Qi0WY5eRpiWY_`S׉	 7cassandra://RR_xaxPFDCpt_Wdk0ZDjTH2_fxhnS9QtQpmy3-P-CU0V`̵ ׉	 7cassandra://HoHy6A2tofBIdlY_ThFaHHlAgSsE3pEqXSOB9oVyvS0~VT͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://tzVD9LCD0ka2NCZELCGMGoH1__uMNs9tibLCarz7YTo `׉	 7cassandra://PVYIA-RPHEguIbTMYbKF8Kys0jwXm8QYSXnYHoEIDjQoy`S׉	 7cassandra://k7XT_mpxp2981UwEGQW1TirRnhokyW6Ri0J_w1SM1qU"`̵ ׉	 7cassandra://z1Z_JgygfEfHaWx-7P3uY1XB6WhlDLI8YPB2AyPRAt0 d̤͠WIЙ׉EOMGEVI NGSWET
OMGEVINGSWET VOOR
GEMEENTEN ‘GROEPSREIS’
GEZAMENLIJK OPTREKKEN BIJ ENORME VERANDEROPGAVE EEN PRE
De komst van de Omgevingswet is veel meer dan een juridische stroomlijning
van wetgeving. Het beoogt ook om de bijkomende dienstverlening integraler,
sneller en klantvriendelijker te maken, waarbij de inrichting van de informatievoorziening
slechts één aspect is. Eén ding is wel duidelijk: de nieuwe wet
betekent in alle gevallen een enorme veranderopgave voor gemeenten, waarbij
gezamenlijk optrekken een pre is.
Tekst: Erik Dolle, adviseur Expertisecentrum Informatiebeleid bij de VNG
O
m de doelstellingen van de
Omgevingswet te bereiken,
wordt een nieuw digitaal
loket ontwikkeld, zijn nieuwe
informatieproducten nodig en komen er
samenwerkingsruimten die communicatie
en samenwerking tussen partijen
moeten verbeteren. Het is daarom
belangrijk dat er ook sluitende afspraken
worden gemaakt over het gebruik van
begrippen en uitwisselstandaarden. De
Omgevingswet vraagt van gemeenten
om werkelijk vernieuwing door te voeren
in de informatievoorziening binnen het
domein van de leefomgeving.
Tijdens de afgelopen negen maanden
hebben het ministerie van Infrastructuur
en Milieu, het Interprovinciaal Overleg
(IPO), Unie van Waterschappen (UvW)
en VNG gewerkt aan het beschrijven van
het Digitaal Stelsel Omgevingswet
(DSO). Uiteindelijk zal deze beschrijving,
in de vorm van een Visie, Programma
van Eisen en Doelarchitectuur als kader
dienen voor de verdere ontwikkeling van
het DSO tot 2024.
DSO IN HET KORT
Het Digitaal Stelsel is er voor alle gebrui46
kers
en het ondersteunt dan ook een aantal
generieke processen die bevoegd gezagen
(gemeenten, provincies, waterschappen,
Rijk) uitvoeren. Deze processen (het
oriënteren op regels en informatie over de
leefomgeving op een locatie, het indienen
van aanvragen, het doen van meldingen
en het voorbereiden van besluiten) komen
op verschillende plekken in de beleidscyclus
terug en daarmee is het DSO een
schakel om de dienstverlening te verbeteren.
In grote lijnen worden binnen het
DSO vijf onderdelen gerealiseerd:
B
IS
I
1. GEBRUIKSFUNCTIES
a. Informatie op maat: deze functie geeft
antwoord op de vraag ‘wat mag ik hier?’
en toont gegevens uit de verschillende
gegevensverzamelingen, basisregistraties
en informatie uit de informatiehuizen.
Deze informatie wordt ook via de kaart
ontsloten, waarbij de lange termijn ambiden
berekend wat de gevolgen zijn van
een initiatief voor bijvoorbeeld de luchtkwaliteit
en of dat past binnen de
beschikbare ruimte.
d. Loket: er komt de mogelijkheid om
vergunningaanvragen in te dienen en
meldingen te doen. Naar de noodzaak
tie is dat deze informatie 3D en dynamisch
in de tijd is.
b. Regelhulp: hier krijgt de gebruiker
hulp bij de vraag of er een vergunningsof
meldingsplicht geldt en wat de indieningsvereisten
zijn.
c. Onderzoekshulp: hier krijgt de gebruiker
op termijn antwoord op de vraag of
zijn plan al dan niet kansrijk is en of er
nader onderzoek nodig is. Zo kan via
gekoppelde toetsingsinstrumenten wor׉	 7cassandra://RR_xaxPFDCpt_Wdk0ZDjTH2_fxhnS9QtQpmy3-P-CU0V`̵ WIЙ׉EGS’
om hier ook zienswijzen en bezwaar in te
betrekken, wordt nog onderzoek gedaan.
2. INFORMATIEHUIZEN
Informatiehuizen organiseren de toegang
tot informatie in een bepaald domein en
gaan hierbij uit van de vraag van gebruikers.
Gegevens over de leefomgeving,
maar ook rekenmodellen en onderzoeksrapporten,
worden zoveel mogelijk hergebruikt,
mits zij voldoen aan de gestelde
kwaliteitseisen. Gemeenten zijn zowel
afnemer als bronhouder van de informatiehuizen.
Welke informatiehuizen er uiteindelijk
worden ontwikkeld, wordt nog
onderzocht en daar zal nog besluitvorming
over plaatsvinden. Vooralsnog worden
informatiehuizen voorzien op het
gebied van lucht, water, bodem, natuur,
externe veiligheid, geluid, cultureel erfgoed,
ruimte, bouw en afval.
3. GEGEVENSVERZAMELINGEN
Het DSO kent straks een viertal gegevensverzamelingen.
In de eerste plaats is
dat de registratie van omgevingsdocumenten.
Daarnaast zijn er de registratie
van toepasbare regels en de registratie
van een omgevingsvergunning aanvragen
en meldingen. Tot slot is er een generieke
gegevensverzameling (verkeersgegevens,
populatiegegevens, et cetera).
4. ONTSLUITING GEGEVENS
Om inzicht en toegang te krijgen tot
beschikbare informatie zal het DSO
bestaan uit een Stelselcatalogus en een
Stelstelknooppunt dat berichtenverkeer
ondersteunt.
5. SAMENWERKINGSFUNCTIES
Omdat ruimtelijke effecten zich niet
beperken tot een planlocatie binnen de
WAAR BEGINNEN?
Ondanks dat nog niet alles vaststaat rondom de Omgevingswet, hoeven gemeenten
niet af te wachten en kunnen alvast aan de slag. Bĳ voorbeeld door het aanstellen van
een verandermanager die de invoering van de Omgevingswet gaat organiseren. Ook
zouden gemeenten alvast hun uitgangspositie en hun (bestuurlĳ ke) dienstverleningsambities
kunnen vaststellen en ervoor kunnen zorgen dat kennis tussen alle betrokken
afdelingen en de Omgevingsdienst wordt gedeeld. Niet onbelangrĳ k om op tĳ d te regelen
is het informeren van het managementteam en/of het college over de veranderingen
die er aan zitten te komen en te inventariseren wat er binnen de gemeente nu al is
aan processen, applicaties en gegevens die geraakt worden door de nieuwe wet.
grenzen van een gemeente, moet vroegtijdig
over de consequenties worden overlegd
en samengewerkt met bijvoorbeeld
andere gemeenten, de provincie, of
Omgevingsdiensten in de regio. Of het nu
gaat om het opstellen en afstemmen van
een omgevingsplan, het afhandelen van
een vergunningaanvraag of over toezicht
en handhaving: samenwerkingsfuncties
moeten er voor zorgen dat betrokken partijen
tijdig hun bijdrage kunnen leveren
tegen lage administratieve lasten. Uiteindelijk
moet de hele keten hierdoor effi cienter
gaan functioneren.
VOORBEREIDEN
Voor gemeenten is er geen reden om af te
wachten tot het DSO klaar is. Er is praktijkkennis
en betrokkenheid van gemeenten
nodig om een goed werkend stelsel te
maken, in voorbereiding, ontwerp, bouw
en beheer. En ook in eigen huis gaan
zaken veranderen. De doelstellingen van
de wet zijn pas te realiseren als de invoering
van de wet en de aanpassing van
werkwijzen en processen op een goede
manier worden ondersteund door informatie,
applicaties en ICT. Wanneer
gemeenten voldoen aan de verplichtingen
uit de wet, zoals het opstellen van
het omgevingsplan en het leveren van
gegevens aan de informatiehuizen, heeft
dit gevolgen voor de gemeentelijke ICT
en informatievoorziening.
׉	 7cassandra://k7XT_mpxp2981UwEGQW1TirRnhokyW6Ri0J_w1SM1qU"`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://nZakktzHsQ3C0UTMEvyvvFaL6hGZmm6oYexB3oI_9so `׉	 7cassandra://hXcDTU7xg-N-A4vwS9_m0batJmp1nosnfA7BF_7ic4k]`S׉	 7cassandra://mGZ47Lh_lKKEG7T30PCbX2kDk2IuhOMpj849K4KbmVs`̵ ׉	 7cassandra://g8v5uTJpwtHE_mMe9m3sFik89zMfhS4wqtqsOaA2IOg X͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://V0enXJthqH9rPOIiW4nD7OwVsfk7pVkoUFVQ9TKaCxg .j` ׉	 7cassandra://7yK1PjWOgcOl71M1kUUxigl1ObjcKFEzRaYg0ixy-F0/` S׉	 7cassandra://bugddrldexpAmlxD3EsiYHdaLesw1TO_NAifSELxhfE`̵ ׉	 7cassandra://gY8ULwHCHXdTcx21CT5cT7WSJy9d1eygmMrEwKxqF0E#͠WIЙנWIЙd  z9ׁHhttp://WWW.HOTITEM.NLׁׁЈ׉EMet het oog op de gevolgen moet het
gemeentelijk informatielandschap tijdig
zijn aangepast en aangesloten op het landelijk
Digitaal Stelsel Omgevingswet
(DSO). Te denken valt aan applicaties
voor het maken en leveren van het omgevingsplan,
of het afhandelen van vergunningaanvragen.
Het DSO regelt dat niet
voor gemeenten. Het DSO zegt niet hoe
een omgevingsplan tot stand moet
komen, hoe het vergunningsafhandelingsproces
er bij een gemeente uit moet
zien, welke dienstverleningsformule
gehanteerd moet worden of hoe gemeenten
op een efficiënte manier juridische
regels naar (voor computers) toepasbare
regels kan vertalen.
Naast gevolgen voor de gemeentelijke
ICT en informatievoorziening is de
Omgevingswet aan de andere kant een
sterke ‘driver’ voor diverse ontwikkelingen
waar gemeenten al jaren mee bezig
zijn. Denk aan participatie, ontschotting
en zaakgericht werken, ketensamenwerking
en één overheid, standaardisatie en
opschaling (‘samendoen waarop we ons
niet onderscheiden’) en hergebruik
(waaronder verschillende onderdelen
van de Generieke Digitale Infrastructuur).
De Omgevingswet is een enorme
opgave, maar gemeenten zijn in veel
gevallen al een eind op weg. Zo is met
het programma i-NUP een stevige basis
gelegd waar de informatievoorziening
voor de Omgevingswet nu op voortbouwt.
N
M
VE
GEZAMENLIJKE
OPLOSSINGEN
Gelukkig hoeft niet iedere gemeente het
wiel zelf uit te vinden. Vanuit de Verkenning
Informatievoorziening Omgevingswet
(VIVO), die eerder dit jaar is afgerond,
is gebleken dat gemeenten de
omvang en complexiteit van de veranderopgave
inzien. Gemeenten zien collectieve
ondersteuning en gezamenlijke
oplossingen als onmisbaar en als een
belangrijk onderdeel van de Digitale
Agenda 2020. Er wordt zoveel van
gemeenten gevraagd, dat het de verwachting
is dat er ook voor de Omgepubliceren
en onderhouden van toepasbare
regels. Ook is de gezamenlijke blik
gericht op het definiëren en invoeren van
een aantal standaardprocessen en dienstverleningsformules,
het toepassen het
Bouw Informatie Model (BIM) en 3D
geo-informatie en het beschrijven van
uitvoeringsvarianten, waardoor meer
standaardisering van samenwerkingsafspraken
in de keten wordt bereikt die
beter met collectieve voorzieningen zijn
te ondersteunen.
ONTDEKKINGSREIS
De invoering van de Omgevingswet en
de effecten hiervan voor de gemeentelijke
informatievoorziening is een ontdekkingsreis.
In de komende jaren zal steeds
duidelijker worden wat de bestemming
is. Bij de invoering van de Omgevingswet
is de inrichting van de informatievoorziening
slechts één aspect. Eén ding
staat wel vast: gemeenten zullen er een
groepsreis van maken. Samen weten en
kunnen gemeenten meer, zowel in de
ontwikkeling van het DSO als bij het
vormgeven van collectieve gemeentelijke
toepassingen.
Meer weten?
- Omgevingswet – Invoering -
http://tinyurl.com/gwd8qeu
- Rapport VIVO-gemeenten -
http://tinyurl.com/jxsonol
- Aan de slag met de Omgevingswet -
http://tinyurl.com/z3xo29j
- Digitale Agenda 2020 -
http://tinyurl.com/hdtctlz
48
vingswet collectieve oplossingen worden
ontwikkeld. Zo wordt er onder meer
gekeken naar een ‘rijk’ gemeentelijk
knooppunt dat meer omvat dan alleen
het berichtenverkeer en een Facilitaire
Organisatie Regelbeheer, dat gemeenten
moet ondersteunen bij het ontwerpen,
׉	 7cassandra://mGZ47Lh_lKKEG7T30PCbX2kDk2IuhOMpj849K4KbmVs`̵ WIЙ׉E HOT ITEM #14
GEEN TIJD VOOR
DATA GOVERNANCE?
HOEVEEL VERSIES VAN DE
WAARHEID HEEFT U IN HUIS?
Zetspiegel =
186 x 257
TIJD VOOR EEN SCHERPE BLIK
KIJK OP WWW.HOTITEM.NL
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://bugddrldexpAmlxD3EsiYHdaLesw1TO_NAifSELxhfE`̵ WIЙWIЙ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ymajoDBNlxty4lZrOpchwGSo7LSF3Dg-GxMeqFZm5FE `׉	 7cassandra://v95WBKKRHe0bOOTU_GG_5hFCU6lWEMirrNtUa0y6zqI[`S׉	 7cassandra://pRhBfPAddfGbJfTHBWFZosbaK7hi7v0kE9rGMj9LIZ0 `̵ ׉	 7cassandra://tE8PvnM0Q1hJAVLLnoteE9V2jRxGOJTjf8ChvYX1fwM n͠WIЙט  {u׉׉	 7cassandra://I_o5-9a_iCRH8wloFTCcddh4t8vFcbPrR7MeSmIgnv4 +`׉	 7cassandra://_SR8N7VZniJRhc1QtweIdeo-cmpdsR200MT_-IktJIgF`S׉	 7cassandra://-NQhEmTaIy0hyBcHGOxs3sFBa2JFbNgXkgA07slWvE4.`̵ ׉	 7cassandra://DjJ4X6almx2ZLH4vRtwxqn4kpsMtuncf0BF-L2Z17Zo  Q"͠WIЙ"נWIЙj  z9ׁH 8https://procedures.ematters.nl/2.5/InGovernment/form.jspׁׁЈ׉ECOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 10, nummer 3 (september)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Peter Kanne
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Frits de Jong
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Marketing
Lindsay Duim
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via www.ingovernment.nl.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Joyce Ng, tel. 020-5733656
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is
zelfstandig adviseur
en ondersteunt de
publieke sector op het
gebied van dienstverlening
en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster,
spreker en
gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975)
werkt als directeur bij
een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel
expertise op terrein
van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken
voortvloeiend uit
nieuw beleid, nieuwe
wetgeving en nieuwe
taken.
Jan de Kramer (1957)
houdt zich bij de
AWVN bezig met
modernisering van
arbeidsverhoudingen
en duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt
zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Peter
Kanne (1964) is
onderzoeksadviseur
bij onderzoeksbureau
I&O Research. Hij doet
onderzoek voor en
adviseert ministeries,
provincies, gemeenten
en (semi-)publieke
organisaties. Overheidsdienstverlening,
burgerparticipatie
en
politiek hebben zijn
speciale belangstelling.
Miguel Boerboom (1970)
is bestuurskundige en
zelfstandig adviseur in
de publieke sector met
een specialisatie op het
terrein van de elektronische
overheid. De
laatste jaren is hij verantwoordelijk
voor
diverse grote programma’s
op het gebied van
e-overheid en dienstverlening
zowel bij de
rijksoverheid als bij
gemeenten.
Peter Noordhoek (1957)
is adviseur, auditor en
analist op het brede
terrein van kwaliteit en
toezicht. Hij maakte in
1992 kennismaking
met de publieke dienstverlening
tijdens de
introductie van kwaliteitshandvesten
in
Nederland. Sindsdien
schreef hij onafgebroken
over dit thema.
inGovernment wordt mede
mogelijk gemaakt door:
IMPROV ING YOUR PERFORMANCE
׉	 7cassandra://pRhBfPAddfGbJfTHBWFZosbaK7hi7v0kE9rGMj9LIZ0 `̵ WIЙ#׉E )
n
-
PLATFORM VOOR DE
DIGIT ALE OVERHEID
Laat je inspireren!
Blijf op de hoogte van het meest actuele en inspirerende
nieuws op het digitale vakgebied.
Meld je GRATIS aan voor de wekelijkse nieuwsbrief
van inGovernment.
www.ingovernment.nl/nieuwsbrief
׉	 7cassandra://-NQhEmTaIy0hyBcHGOxs3sFBa2JFbNgXkgA07slWvE4.`̵ WIЙ$WIЙ#{בCט   {u׉׉	 7cassandra://cl_Pag1EEBgrfYgUNf5WR02bBgO3Xkm4jbZUviT4ock `׉	 7cassandra://gKBYR7aIJUETAjuMcwLuuRkExu5-9EMu0zMXQOFfsBoP`S׉	 7cassandra://LQmnucmq_1Q80uxuq_3lZp__b5_QxoG1jnCckqoWD4o`̵ ׉	 7cassandra://SqrF6zMHeohLFJDvFqXGE58ap5btDF8mZA3L5F5Hs7A 
B>͠WIЙ%נWIЙh  z9ׁH Khttp://www.centric.eu/NL/Default/Branches/Lokale-overheid/Digitale-gemeenteׁׁЈ׉E VOORDEEL #1:
‘ Ruimte voor een
persoonlijke benadering
waar die het hardst
nodig is’
Noor Ferket
Directeur Centric Public Sector Solutions
www.cenric.eu/digitalegemeente
׉	 7cassandra://LQmnucmq_1Q80uxuq_3lZp__b5_QxoG1jnCckqoWD4o`̵ WIЙ&׉Eg
WIЙ'WIЙ&{)InGovernment 03 2016Wb1t