׉?ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://qZgdquO5Ce19HqUlXEwC-lU9-TnqoOolPlW-cuKkRe0 8`׉	 7cassandra://iUz9p14Sw80sPm1C6nsMAZ5TfnDHiw-v9CrAULn7G9Uq`S׉	 7cassandra://bsNX0qcAw3Lfnor6UXKI3pozk-Z97BOXsOucwNBk_w0&e`̵ ׉	 7cassandra://x83SI4vkgJKH3W6u2nNmIZIeFQpsZYEaUlqAYL4Mc3o $͠Vk7T,|ye׈EVk7T,|yf׉EYPLA TFORM VOOR DE DIGITALE OVERHEID
MA A RT 2016
Life eentst
yS
Cybersecurity
Ccriminaliteit
Smart cities
p
t iti
Inf
fti ili
p
Diensterlening
Open data
d
Burticipatie
fe eentsg
Cybersecurity
b
Infeiligheid
Diitlii
ti
Wie zorgt er
voor informatieveiligheid?
Wanneer
wordt
open data bruikbare
informatie?
eiligheid
Diensterlening
D
InfoIfeiligheid
ty
g
Digitalisering
Omgvingset
Diensterlening
Dit li
O
Smart cities
Lif ts
Innotie
p
ti
Diensterlening
p
Computercriminaliteit
Digitalisering
Cybersecurity
Open data
Inft
d t
Smart citie
Omgving
hid
Waarom willen
burgers geen digitale
dienstverlening?
g
׉	 7cassandra://bsNX0qcAw3Lfnor6UXKI3pozk-Z97BOXsOucwNBk_w0&e`̵ Vk7T,|ygVk7T,|yf{בCט   {u׉׉	 7cassandra://1biHguZEjfvADPMJXYJEr58qTE9hhxiWLKqvIJTeyGY }`׉	 7cassandra://Pt799GBmWR3FcbnjSPgVnW54WUSd5iwVCIyWM0yEaEoV`S׉	 7cassandra://IclXyQHJLIltiNFhV-IW9jul28KPZcoJpFTnje8nyds
`̵ ׉	 7cassandra://75cC7BFmL-VhS752vhpjhshJ5AtLj8OQTx45rVEgh8o Ql͠Vl7T,|yhט  {u׉׉	 7cassandra://-A_0Hz0xsnMmYRrSw-5PO4nIxP8Wa1uQEEF6-iliQI4 w`׉	 7cassandra://BDkJKP-YsxFFGMEduFM_uHvvYzu_voJBskPyHRGpAxgS`S׉	 7cassandra://K-viLxHcKXkenanZHkBcZO7BYxxljV8ZucJvA60AQlI`̵ ׉	 7cassandra://TovzLPS4utkGLrqOPukkGuMmZA_HOpG9O4QaK4M_RJA Q
F͠Vl7T,|yi׉EI N HOU D
EDITORIAL
03
04
07
08
10
12
14
16
19
20
22
24
26
28
30
33
34
36
Vanzelfsprekend
‘Burger verleiden en beetje dwingen’
Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen over digitaliserende overheid
BOBOTAAL
Het goed overbrengen van een key message
Samen veiliger
Visitatiecommissie Informatieveiligheid adviseert gemeenten
De gemeente als goede huisvader
Hoe Den Helder de informatieveiligheid verhoogt
Opsporingsambtenaar mag legaal hacken
De Wet computercriminaliteit III in de praktijk
Aan de rand van de digitale afgrond
Heeft overheid iets geleerd van DigiNotar-affaire?
Achter dikke cyberdijken
Integrale aanpak cybersecurity bij Rijkswaterstaat
LINDA KOOL
Slimme Barbie en de digitaliseringsgolf
‘Naast digitaal ook mensentaal nodig’
Wetenschappers kritisch over overheidsdienstverlening
Retail inspiratiebron voor stadsloketten
Amsterdam halveert wachttijden dienstverlening
Waar burger en overheid elkaar ontmoeten
Life events vormen remedie tegen botsende logica’s
Digitaal werken in praktijk gebracht
Van vaag containerbegrip naar concreet en breed gedragen doel
HENK WESSELING
Mentale spagaat
Digitale dropout moet ook meedoen
Geef lastige burgers eigen regie bij digitalisering
ARJAN EL FASSED
Meteen open, dat handelsregister
Slimme data creëert slimme oplossingen
Gemeente Utrecht zet datasets voor burgers open
Van open data naar bruikbare informatie
Kadaster anticipeert op ontwikkeling van datagebruik
׉	 7cassandra://IclXyQHJLIltiNFhV-IW9jul28KPZcoJpFTnje8nyds
`̵ Vl7T,|yj׉EUI NHOUD
E DITOR IAL
MAESSEN LEEST
39
40
42
44
46
48
50
Why motivating people doesn’t
work…
Een fundament voor elke smart city
Hoe je als overheidsorganisatie grip houdt op smart cityinitiatieven
Internet
of things in
stroomversnelling
Nieuw landelijk netwerk Lora maakt steden slimmer
Ik verbind jou, jĳ verbindt mĳ
Wordt blockchain net zo’n revolutie als het internet?
Wat zou je doen met een miljoen?
Burgers beslissen mee over gemeentelijke begroting
Omgevingswet geeft gemeenten de
ruimte
Bal ligt bij wethouders, raadsleden en ambtenaren
Colofon
Bij informatieveiligheid verwachten we van de overheid dat deze
hierover expertise heeft en kaders stelt, toetst en handhaaft. Maar
zo vanzelfsprekend als dit is in de analoge wereld, is het nog niet
gesteld in de digitale wereld. De digitale wereld is fysiek onbegrensd
en verandert telkens disruptief waardoor de wettelijke
kaders er een beetje achteraan hobbelen. Juist die ongrijpbaarheid
stelt andere eisen aan overheden die verantwoordelijkheid moeten
nemen voor de informatieveiligheid. Het vergt een hoge mate
van alertheid binnen organisaties. Bij voorkeur door mensen met
bovengemiddelde kennis en vaardigheid in de juiste positie te
brengen. De kenniskapiteins in het kraaiennest!
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. Taskforces organiseren
inspiratiesessies. Commissies visiteren overheden. Samenwerkingsverbanden
voeren verkenningen uit. Mooie initiatieven,
maar wanneer wordt informatieveiligheid als een eigen verantwoordelijkheid
gezien die net zo vanzelfsprekend is als goed
huisvaderschap voor een gebouw? Waar blijft de verinnerlijking?
inGovernment
Dienstverlening nieuwe stijl vraagt om een andere overheid. Niet een
overheid die alles zelf doet en zich beroept op vanzelfsprekend gezag.
Wel een overheid die in gezond contact staat met burgers en bedrijven.
Een overheid die werkt op basis van inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is het multimediale platform voor de digitale
overheid. Naast verhalen over digitalisering, dienstverlening en smart
cities, wordt aandacht besteed aan actuele thema’s zoals open data,
cybersecurity en social media. We bieden naast praktijk ervaringen
ook ruimte voor opinie en reacties. Are you in?
Het internet of things maakt het leven van burgers in smart cities
makkelijker, maar ontslaat overheden niet van de verantwoordelijkheid
om de achterliggende technologie te doorgronden en
regie te houden. Ik heb vooralsnog meer vragen dan antwoorden.
Ik merk dat hoe meer ik weet, ik besef dat ik
nog niks weet. Laten we deze onwetendheid
benutten en voeden door meer
expertise binnen organisaties op te bouwen.
‘Hoe
meer je weet, hoe meer je weet dat je niks weet’ is een de
Socratische wijsheid. Dit principe zien we ook terug bij het Dunning-Krugereffect
dat stelt dat mensen met minder dan gemiddelde
kennis en vaardigheid vaak hun competentie overschatten
en mensen met bovengemiddelde kennis en vaardigheid die juist
onderschatten. Ik moest aan deze wijsheid denken bij het lezen
van verschillende bijdragen over informatieveiligheid in dit
nummer van inGovernment.
Naarmate de digitale wereld complexer wordt, dienen zich
nieuwe dilemma’s aan. Dilemma’s die we in de vertrouwde analoge
wereld al waren vergeten. Want hoe vaak denkt u bij het
betreden van een gebouw na over de mate waarin wel aan de
bouw- en veiligheidsvoorschriften is voldaan waardoor uw veiligheid
gedurende het verblijf is gewaarborgd. Het zal wel in
orde zijn, stellen we ons zelf gerust, en nemen de lift naar boven.
VANZELFSPREKEND
Otto Thors is hoofdredacteur van
inGovernment en zelfstandig adviseur
dienstverlening en sociale media
@Thorsius
׉	 7cassandra://K-viLxHcKXkenanZHkBcZO7BYxxljV8ZucJvA60AQlI`̵ Vl7T,|ykVl7T,|yj{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UWpzDiwLt3-jibYuRCVKIS-FK3z8bqnFrUDGga2DzOs p` ׉	 7cassandra://rZ0ddi7Bx8veYGVkbho370h2DpyjejRd-x95oCAeDBsd`S׉	 7cassandra://SZZUdh0_hq3jNFGh-pu0-Z7unp_n1ePObNE_KPA4M_8`̵ ׉	 7cassandra://WURL0fifpDzLSx-pbyoESl0tLMNJQJVb-MBvqdf4VwEeA`͠Vl7T,|ylט  {u׉׉	 7cassandra://eJWsjqgcDcF6IU87CL5bMipv-cwwayQkte14VOSmMCQ ;`׉	 7cassandra://3X6VUVKF4FBryurUDVxZRzacDVCnp6pvedNFnKzy2jYS`S׉	 7cassandra://59u0QN2UwubJhUpDJrdk7pGlOJcUOqn1fiMVN1z4Wdke`̵ ׉	 7cassandra://zE8gThS8G7PVy8iRt-G51bjMlkwU-QHvF938BzSBxKM ǒ͠Vl7T,|ym׉EI NTE R VI EW
‘BURGER VERLEIDEN
EN BEETJE DWINGEN’
NATIONALE OMBUDSMAN REINIER VAN ZUTPHEN
OVER DIGITALISERENDE OVERHEID
Maak als overheid niet te veel haast met de digitalisering, vindt Reinier van
Zutphen, de ontwikkelingen gaan voor veel burgers al snel genoeg. De Nationale
Ombudsman is kritisch over een overheid die wil loslaten, maar tegelijk
de burgers met hernieuwd wantrouwen tegemoet treedt. ‘De labelling van
iemand die een vergissing maakt als fraudeur is desastreus.’
Tekst: Peter Kanne, redacteur inGovernment
D
e afspraak met de Nationale
Ombudsman Reinier van Zutphen
staat op woensdag
3 februari, een uur voordat hij
zich moet melden in de Tweede Kamer
vanwege de kwestie ‘Kinderombudsman’.
Maar daar gaat dit interview niet
over. Voor inGovernment spreken we hem
over de digitale overheid en de gevolgen
daarvan voor de relatie tussen overheid
en burger. En over hoe hij als nationaal
instituut zijn taak ziet in tijden van
bestuurlijke decentralisaties.
Is de digitale overheid een zegen of een vloek
voor de burgers?
Beide. Het is natuurlijk een verbetering,
voor veel mensen is het makkelijker.
Maar we zien ook een aantal bezwaren.
Sommige mensen vallen buiten de boot,
ook oudere mensen. Daarvoor moet je
extra zorg hebben.
Hoe moet die zorg eruitzien?
Als je een goede overheid bent, moet je
van tevoren bedenken wie de burgers
kunnen zijn die ermee te maken krijgen.
Je moet ervoor zorgen dat mensen niet
tussen wal en schip raken. De overheid
zegt tegen de mensen: je moet met die
participerende maatschappij mee gaan
4
doen. En veel mensen kunnen dat ook.
Maar de groep die dat niet kan, wil je ook
laten participeren. Daar moet je zorg voor
hebben. De eerste stap is: wie zijn het? De
tweede stap: op welke dingen die mis
kunnen gaan, moet ik me als overheid
voorbereiden.
Vindt u de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’
een goede manier om mensen aan de
digitale overheid te laten wennen?
We hebben gezien dat deze campagne
ongelooflijk veel onrust heeft opgeleverd.
We hadden 3.000 telefoontjes. Dat is veel.
En dan heb ik het nog niet over wat er bij
de Belastingdienst zelf binnenkwam.
Mensen die een klacht of een vraag kunnen
formuleren, krijgen alsnog de papieren
aangifteformulieren in de bus. Maar
degenen die dat niet kunnen, en niet bellen,
blijven ervan verstoken. En die zitten
echt in de problemen. Dus ik zit veel
meer op de lijn van het verleiden. Dat de
mensen gaan zien: het kan ook online en
dat is prachtig, daar ga ik eens gebruik
van maken.
We zagen zelfredzame mensen door die
campagne het gevoel krijgen dat ze dat
niet meer zijn. Mensen die nu goed mee
kunnen doen, moeten niet door de digitalisering
het gevoel krijgen dat ze dat niet
meer kunnen. De staatssecretaris zegt:
voor schrijnende gevallen zijn er uitzonderingen
mogelijk. Maar oud zijn is toch
geen schrijnend geval in Nederland?
Tegen de overheid zou ik willen zeggen:
maak nu niet te veel haast, want de digitalisering
gaat uit zichzelf al heel snel.
Zorg dat je de burger erbij houdt.
Maar gaat verleiden dan wel de digitale doorbraak
brengen?
Nee, je moet op zoek naar de goede combinatie.
Je moet mensen wel die kant op
duwen. Maar tegelijkertijd moet je ze
laten zien wat de voordelen van digitalisering
zijn. En die worden door sommige
mensen echt niet gezien. Door de campagne
rond het verdwijnen van de
blauwe envelop zijn er veel meer gebruikers
van MijnOverheid gekomen. Dus
een beetje dwingen helpt mensen wel om
te ontdekken wat er precies mogelijk is.
Met de Belastingdienst ga ik binnenkort
praten over wat nu eigenlijk de filosofie
is achter de manier van digitaliseren. Hoe
kijk je tegen mensen aan, wat denk je dat
ze kunnen, wat vertrouw je ze toe? Wat
levert mij dat straks – als ombudsman –
voor klachten op?
Ik heb bij de Belastingdienst soms het
gevoel dat ze denken: 17 miljoen mensen
׉	 7cassandra://SZZUdh0_hq3jNFGh-pu0-Z7unp_n1ePObNE_KPA4M_8`̵ Vl7T,|yn׉Eregelen te treffen als er iets misgaat en dat ze
burgers met wantrouwen tegemoet treden. Er
lijkt een discrepantie tussen dit ‘loslaten in
vertrouwen’ en een overheid die burgers ziet
als potentiële fraudeurs.
Dat is inderdaad een ernstige tegenstelling.
In ons jaarverslag over 2015 zul je
dat ook terugvinden. Als overheid zeg je:
we vertrouwen erop dat je het goed doet
en dat je het zelf kunt. En tegelijkertijd:
als je één vinkje verkeerd zet in het systeem,
dan ben je een fraudeur. De labelling
van iemand die een vergissing maakt
als fraudeur is desastreus. Dan sla je alles
wat aan vertrouwen bestond in één keer
weg.
Dat zie je ook bij de decentralisaties. De
fi losofi e is goed: dicht bij de burger. Maar
als verschillende overheden ook die
‘Zorg dat je de burger erbĳ houdt.’
krijgen op de een of andere manier iets
van ons in de bus, dan valt die nul
komma zoveel procent die klaagt eigenlijk
heel erg mee. Maar dat is niet de
manier waarop ik naar overheidsdienstverlening
zou willen kijken. De alertheid
om daar waar het fout gaat actief en snel
in te grijpen, dat moet beter.
Kunnen digitale systemen daarbij helpen?
Ja, dat zag je bij het gijzelingenrapport.
Daar vroegen we ons met alle betrokken
organisaties af: hoe kun je nu voorkomen
dat het erger wordt als je één keer je
boete niet betaald hebt omdat je geen
geld hebt. Dat betekent dat er bij een
tweede keer een rode vlag zou moeten
komen. Dat kun je in die digitale systemen
regelen, waardoor je jezelf in staat
stelt om veel eerder in het proces het probleem
boven water te krijgen. Als dan die
rode vlag zichtbaar is: ernaartoe! Dat kun
je niet meer digitaal doen. Daar moet je
op af. Er wordt dan vaak gezegd dat dat
geld kost. Klopt, de directe kosten zijn er.
Maar de maatschappelijk besparing
daarna is aanzienlijk.
Dat geldt ook voor het UWV. Niet voor
niets wil het UWV af van het alleen maar
tegenstelling gaan hanteren, dan wordt
het er alleen maar erger op. Vroeger hadden
we te maken met één rijksoverheid.
Als we straks te maken krijgen met de
lokale overheden die ook zo tegengesteld
gaan denken, gaat het echt fout. De creativiteit
die van gemeenten wordt
gevraagd om op een goede manier het
gesprek te voeren met hun burgers, dat is
een enorme klus.
‘
GE
digitaal begeleiden van werkzoekenden
en het persoonlijk contact behouden. Als
er nu ergens een groep mensen is die
menselijke aandacht nodig heeft, dan is
het wel daar. Letterlijk ontmoeten is bij
het UWV belangrijk. Bij sommige mensen
heeft het digitale contact geen effect
of het ontmoedigt.
Ambtenaren bij overheidsorganisaties krijgen
de boodschap er vertrouwen in te hebben dat
burgers zelf veel kunnen. Tegelijkertijd zien
we bij overheden een refl ex om nieuwe maatLeidt
dit tot rechtsongelijkheid?
Het concept van rechtsongelijkheid zou
eens opnieuw moeten worden onderzocht.
De gelijkheid moet erin zitten dat
de burger iets krijgt van de overheid
waardoor hij in staat is het probleem dat
hij heeft aan te pakken. Dat mag verschillen.
Ik zie juristen erg redeneren vanuit de
gedachte ‘gelijke gevallen gelijk behandelen’.
Ik ben ook jurist, maar ik heb er een
tweede regel bij geleerd en die luidt:
gelijke gevallen bestaan eigenlijk niet. Dus
je moet ieder geval afzonderlijk bekijken
׉	 7cassandra://59u0QN2UwubJhUpDJrdk7pGlOJcUOqn1fiMVN1z4Wdke`̵ Vl7T,|yoVl7T,|yn{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2UymBtyJlmwYYz87I05ctz0Q2fmj9Ce5O-9o2UTI8k4 w`׉	 7cassandra://z5VRUw_0sl287xmccckWTNbWEMOWJL1acdc1901ZxUQq`S׉	 7cassandra://KTH-A0QGLRVWjGVzTPrc9Mr807vKBJM-RZY1iKDeYHI& `̵ ׉	 7cassandra://yxmtsJgsGLz7MNHsctazURV-acBZwtuO_IPYvzn8LW8 U(4͠Vl7T,|ypט  {u׉׉	 7cassandra://FKmVeclTRNUCjz38EzQ_hogpg2ac7AxAni1GVgDQOG8 `׉	 7cassandra://bMhDI2BBH9z17wKQ8g3QEmqAJ8HMHJVdADehJ_YNzUse`S׉	 7cassandra://4hNTWUQqZ96nCePrA7mbKtVUPJKljYPGYTmf8YuTUo4!`̵ ׉	 7cassandra://bUFjIVf3eJsU19rJ21nUad65QLQNdlvGHzIveCm8G9o 0h̨͠Vl7T,|yqנVu7T,|y ̐U9ׁH -http://www.binnenlandsbestuur.nl/leergangPBLQׁׁЈנVu7T,|y x9ׁH -http://www.binnenlandsbestuur.nl/leergangPBLQׁׁЈ׉E
‘Omdat de wereld om ons heen verandert, moeten wij ook in ons werk veranderen.’
en onderbouwen waarom je een bepaalde
beslissing neemt. Dat vraagt een enorme
inspanning, want dat is niet zo makkelijk
als gelijke gevallen gelijk behandelen. Het
goede antwoord is: lever ik het maatwerk
waar dit geval om vraagt?
Maakt de decentralisatie het werk van de
Nationale Ombudsman moeilijker?
Ja, voor een deel wordt het ingewikkelder.
Ik ben van 287 gemeenten de
ombudsman en ik zit daar heel dicht op.
Maar ik kan niet in alle 287 gemeenten
iedere casus oppakken. Omdat de wereld
om ons heen verandert, moeten wij ook
in ons werk veranderen. De verschuiving
van het rijksniveau naar het lokale
niveau betekent dat we op een andere
manier kijken naar ons werk. Bijvoorbeeld
bij de eigen bijdrage in de Wmo,
daar hebben we alle 287 gemeenten aangeschreven
met de vraag: hoe heb je dat
in jouw nieuwe relatie met je burger
vormgegeven? En dat proberen we in
lessons learned neer te zetten, zodat ze er
zelf mee aan de slag kunnen. Ik kan niet
bij al die gemeenten langs. De expertise
van gemeenten zelf zal ook aanzienlijk
moeten toenemen.
Ik ga wel met veel gemeenten praten. We
kunnen ons terugtrekken op ons bastion
en denken: als er een klacht komt, gaan
we hem behandelen. Maar dat vind ik
niet de aantrekkelijkste invulling van de
functie. Als ik echt iets wil betekenen
voor de ontwikkeling in de samenleving,
dan moet ik daar dichter op komen te zitten.
Voor mij betekent dat: de hand reiken
en zeggen: ‘Kom jij bij mij langs of
mag ik bij jou langskomen?’
Ik geloof er echt in dat de overheid in
alles wat ze doet de burger in het vizier
heeft. Dat doe ik door klachten te behandelen,
dingen aan de kaak te stellen,
onderzoek te doen. En aan de andere
kant kijken wat de ontwikkelingen zijn
en overheden prikkelen om te verbeteren
en te vernieuwen. Dat vraagt om erop af
te gaan. Niet om als een Haagse prins
ontvangen te worden, maar om met de
mensen te praten. Je zult me dus veel
onderweg treffen.
De Nationale Ombudsman decentraliseert
mee?
Ja, een deel van ons werk decentraliseert
mee. Zo is het.
Powered by:
De gemeente van de toekomst
Is uw gemeente klaar voor de toekomst?
Dat is de kernvraag in deze leergang die de Binnenlands Bestuurs Academy samen met PBLQ heeft opgezet.
In vier modules behandelen wij de thema’s die de komende jaren een grote impact op uw gemeentelijk
organisatie hebben.
Aanmelden en meer informatie
www.binnenlandsbestuur.nl/leergangPBLQ
Op www.binnenlandsbestuur.nl/leergangPBLQ vindt u meer informatie en inschrijfmogelijkheden.
6
׉	 7cassandra://KTH-A0QGLRVWjGVzTPrc9Mr807vKBJM-RZY1iKDeYHI& `̵ Vl7T,|yr׉EB OB OTA AL
HET GOED OVERBRENGEN
VAN EEN KEY MESSAGE
Laatst sprak ik voor een Europees gezelschap. Als medeontwikkelaar
van een online tool was ik op het programma
gezet om een toelichting te geven over mogelijke next steps.
Deze applicatie had ik niet alleen gemaakt. Met overige betrokkenen
was voorafgaand aan dit bewuste seminar een fl inke ‘slag
gemaakt’ over de inhoud van mijn voordracht. Onze boodschap
bevatte zodoende de (voor Europese kringen onvermijdelijke)
termen ‘approach’, ‘awareness’ en ‘solution’.
H
AL
OF
Ik doe dit soort werk doorgaans graag. Het helpt om zelf scherp
te krijgen waar we ook alweer precies mee bezig zijn. En je
steekt soms wat op van de andere sprekers.
Met interesse wachtte ik dan ook op de eerste rij tot het mijn
beurt was. De hooggeleerde man op het podium toonde een
imposante cijfertabel. Voor het trekken van conclusies was volgens
hem aanvullend onderzoek nodig. Uiteraard. Een herinnering
kwam boven aan een zaaltje in de catacomben van het
Brusselse. Daar had ik iemand ooit gloedvol horen betogen:
‘Het trekken van conclusies is voorbarig vanwege de multi-gefacetteerde
dimensionering van de context.’
Je moet er maar opkomen!
Toen was het mijn beurt. Zoals altijd had ik het naar mijn zin op
het podium. Maar was het me ook gelukt om de key message
goed over te brengen?
Achteraf heb ik vrij veel ‘in order to’ gebruikt. Hetgeen zoveel
wil zeggen als: alles ligt in elkaars verlengde en is afhankelijk
van elkaar. Prima, dat valt nog best te rijmen met de Europese
gedachte. Vragen uit de zaal onthaalde ik enthousiast volgens
het gebruikelijke stramien bij dit soort gelegenheden: ‘Terechte
vraag. Als ik het goed begrepen heb dan [vul hier je eigen key
message in]. Ik kan u verzekeren dat het onze aandacht heeft.
Dank voor uw waardevolle suggestie.’
Na mij verscheen een onderzoekster op het toneel. Integraliteit
vormde een belangrijke basis voor ‘good practice’, betoogde ze.
‘So we facilitate integration based on considerations.’ Wederom
een universele conclusie. En zoals zo vaak met Bobotaal valt er
weinig op af te dingen. Ergens neigt dit soort uitspraken naar
overbodigheid, ware het niet dat in de Europese projecten alles
draait om vervolgprocessen. En dan is het best handig om niet
al te uitgesproken, concreet of stellig te zijn.
En dus werden liefhebbers van vage beeldspraak ook op deze
middag bepaald niet teleurgesteld. Een oudere heer vroeg zich
bijvoorbeeld af hoe we ‘improvement’ konden ‘tackelen’. Intellectueel
een mooie tegenstrijdigheid leek me, al had hij dat
waarschijnlijk niet zo bedoeld. Ook hoorde ik uit zijn mond de
meest zinloze conclusie van de hele sessie: ‘We have to extend
the awareness of the possibilities through follow-up of activities.’
Door activiteiten het bewustzijn van kansen vergroten, hoe
nietszeggend wil je het hebben!
Het publiek in de zaal was inmiddels al afgehaakt. En ook de
dagvoorzitter vond het genoeg: ‘No more sheets!’
Net op tijd. Want Bobotaal heeft weliswaar haar nut bij dit soort
gelegenheden, maar we moeten het ook weer niet overdrijven.
Erwin van der Linden is auteur van het boek ‘Bobotaal’ en
deelt quotes via twitter als ‘De Wethouder’
׉	 7cassandra://4hNTWUQqZ96nCePrA7mbKtVUPJKljYPGYTmf8YuTUo4!`̵ Vl7T,|ysVl7T,|yr{בCט   {u׉׉	 7cassandra://anHNnkHM6ZDSx8CX-NuoDh4VFFw2BynmWMerUXftzuM `׉	 7cassandra://-sy6qtSAIjx0B81YfFOPOtZFrU8uh_ogCVwV3E2FrywS`S׉	 7cassandra://ySnDTNrEo5QHcq68znXxWqZvgqYFJWxCT70hdhQz8RU`̵ ׉	 7cassandra://5Mqyh98_kpE4LUhxy--LA3mOGweQBWNxX5h0z1DdP6U d͠Vm7T,|ytט  {u׉׉	 7cassandra://dQnPyUF42BaFHLN7x1qv16qTwNDVCIl3vAyGYzyU2Jw M`׉	 7cassandra://L0h4bUb7Pibv9aWvefHyXBcqJ_xweLEVUhQdzLEaOpAh-`S׉	 7cassandra://3zDyPrYg8zfzdgb0PBiaIrrsgMrwDr_4fdcC2v98lUU7`̵ ׉	 7cassandra://YBVGV6a-oGa5F-hLDnHZ-1Uoea2050fEMaarg32zVYM /t͠Vm7T,|yu׉EI N F ORMATI E VE LIGH E I D
SAMEN VEILIGER
VISITATIECOMMISSIE INFORMATIEVEILIGHEID
ADVISEERT GEMEENTEN
Informatieveiligheid is belangrijk voor gemeenten omdat ze veel met persoonsgegevens
werken. Maar hoe vul je het in de praktijk in? De visitatiecommissie
Informatieveiligheid adviseert gemeentebestuurders op bestuurlijk
niveau. Commissievoorzitter Frans Backhuijs: ‘Dit is typisch een onderwerp
waarover je veel van elkaar kunt leren.’
Tekst: Marieke Vos, journalist
D
e drie leden van de visitatiecommissie
zijn bestuurders
met een rijke ervaring. Commissievoorzitter
Frans Backhuijs
is burgemeester van Nieuwegein en
vicevoorzitter van de VNG-commissie
Dienstverlening en Informatiebeleid,
Maarten Ruys was onder andere gemeentesecretaris
van Groningen en Wim Blok
is directeur publiekszaken handhaving
en veiligheid bij de gemeente Leiden.
Inmiddels bezochten zij zo’n dertig
gemeenten, waar ze met de bestuurders
een op de situatie van de betreffende
gemeente afgestemd gesprek voerden.
‘Het is altijd een open gesprek, dat
bovendien vertrouwelijk is. We willen
bestuurders ondersteunen, als peers
onder elkaar. De visitatie is echt om hun
gemeente verder te helpen. Zo wordt dat
overigens ook ervaren, we krijgen veel
positieve reacties’, zegt Backhuijs.
RANDVOORWAARDE
De visitatiecommissie is onderdeel van
de Digitale Agenda 2020 (zie kader) en
wortelt in de resolutie die de buitengewone
algemene ledenvergadering van
de VNG in november 2013 aannam en
waarin staat dat informatieveiligheid een
randvoorwaarde is voor de professionele
gemeente. ‘Gemeenten zijn aan de slag
gegaan met informatieveiligheid. Daar
helpt deze commissie bij’, zegt Backhuijs.
8
De visitatiecommissie wil in twee jaar tijd
(men heeft tot medio 2017) 120 gemeenten
bezoeken. Een aantal daarvan selecteerde
de commissie zelf, omdat
gestreefd wordt naar een mix van grote
en kleine gemeenten. Een aantal gemeenten
meldde zichzelf aan.
Er wordt altijd een beknopt vooronderzoek
gedaan met onder meer de gemeentesecretaris
van de betreffende gemeente,
zodat de visitatiecommissie haar vragen
op de situatie van de gemeente kan
afstemmen. Daarna wordt er een afspraak
gemaakt van twee uur, waarin de visitaWim
Blok, Frans Backhuijs en Maarten Ruys (v.l.n.r.)
׉	 7cassandra://ySnDTNrEo5QHcq68znXxWqZvgqYFJWxCT70hdhQz8RU`̵ Vm7T,|yv׉EVISITATIECOMMISSIE INFORMATIEVEILIGHEID
ONDERDEEL DIGITALE AGENDA 2020
Informatieveiligheid is een cruciale randvoorwaarde voor een betrouwbare overheid en
goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Gemeenten willen meer samen
optrekken op het gebied van digitalisering en dit geldt dus ook voor informatieveiligheid.
Met de Digitale Agenda 2020 zetten VNG en KING in op een collectieve aanpak voor
gemeenten
tiecommissie spreekt met in ieder geval de
verantwoordelijke gemeentebestuurder,
de gemeentesecretaris en indien nodig de
directeuren. Tijdens dat gesprek wordt de
specifieke situatie van de betreffende
gemeente doorgenomen aan de hand van
een gestructureerde onderwerpenlijst.
VERSCHILLENDE ACHTERGROND
De drie commissieleden brengen met
hun verschillende achtergrond elk een
benaderingswijze in, waardoor informatieveiligheid
strategisch, operationeel en
thematisch kan worden besproken. Dit
gesprek mondt uit in een beknopt advies,
waar de betreffende gemeente mee verder
kan om informatieveiligheid binnen
de gehele organisatie te verankeren.
‘De bestuurders die we tot nu toe spraken
stelden ons bezoek op prijs’, vertelt
Maarten Ruys. ‘Het helpt hen om inspiratie
op te doen, om specifieke vraagstukhier
concreet mee bezig zijn en de expertise
en capaciteit die ze hiervoor hebben
verschilt echter sterk’, zegt Backhuijs.
‘We horen ook dat de diverse voorzieningen
en hulpmiddelen die onder meer vanuit
VNG-KING en de IBD [Informatiebeveiligingsdienst,
red.] zijn ontwikkeld
door gemeenten als bruikbaar worden
ervaren’, vult Blok aan. De vraagstukken
van gemeenten zijn deels heel concreet.
Zo geven gemeenten aan af te willen van
de diverse audits voor informatieveiligheid,
onder andere omdat vaak om
dezelfde gegevens wordt gevraagd.
‘
J
ken te bespreken en om nog een keer
goed na te denken hoe de verschillende
verantwoordelijkheden zijn belegd in
hun organisatie. Gemeenten zijn natuurlijk
wel bezig met informatieveiligheid,
maar in de dagelijkse gang van zaken
denkt men er niet altijd even scherp aan.
Het helpt om specifiek stil te staan bij de
verschillende aspecten van informatieveiligheid.’
BETER
BETREKKEN
Tijdens de visitatie wordt onder meer
besproken hoe bestuurders de gemeenteraad
beter kunnen betrekken bij het
thema informatieveiligheid en hoe dit
onderwerp continu geagendeerd kan
worden.
Wim Blok: ‘Informatieveiligheid zit in
veel vraagstukken verborgen en daar kun
je op aanhaken. Zoals de samenwerking
met partijen in het sociaal domein. Als je
dat bespreekt, dan kun je dit onderwerp
agenderen. We overleggen dan bijvoorbeeld
welke taal daar het beste bij past.’
De resultaten van de visitaties zijn vertrouwelijk,
dus daar kunnen de commissieleden
niets over zeggen. Wel zien ze inmiddels
een paar rode draden. ‘We merken dat
elke gemeente die we spreken inmiddels
wel doordrongen is van het belang van
informatieveiligheid. De mate waarin ze
VERSNELD
Onder meer de VNG, departementen en
gemeenten startten al het ENSIA-project
dat onderzoekt of die audits kunnen
worden gestroomlijnd. ‘Wij adviseren om
dit project waar mogelijk versneld te
doen’, zegt Backhuijs.
Ruys: ‘Zowel bestuurders als de ambtelijke
leiding onderkennen bovendien de
noodzaak van standaardisatie. Dan gaat
het niet alleen om standaardisatie van
systemen en applicaties, maar ook van
bijvoorbeeld contracten en afspraken
over gegevensuitwisseling. Ook dat
horen we in veel gesprekken.’
Op de algemene ledenvergadering van de
VNG in juni zullen de eerste bevindingen
worden gedeeld. Sommige bevindingen
zijn concreet en praktisch, zoals de versnelling
van ENSIA. Sommige gaan meer
over de perceptie van informatieveiligheid.
Frans Backhuijs: ‘We merken dat
gemeenten soms een spanningsveld ervaren
tussen optimale digitale dienstverlening,
privacy en informatieveiligheid. Als
je het scherp bekijkt, dan is er echter geen
sprake van een spanningsveld maar versterken
deze onderwerpen elkaar. Informatieveiligheid
is nodig om succesvol je
dienstverlening te digitaliseren. Als visitatiecommissie
proberen we gemeenten
daarmee te helpen.’
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://3zDyPrYg8zfzdgb0PBiaIrrsgMrwDr_4fdcC2v98lUU7`̵ Vm7T,|ywVm7T,|yv{בCט   {u׉׉	 7cassandra://um0n8ErPU9f654Md-Lh11ANmNLmi29CURBZj3K00C_A y` ׉	 7cassandra://CP745M64aFsWbUUWtHcj5DifAN4_id_bto_lbwG2-2gW1`S׉	 7cassandra://jNKgVGfr4bVXBWaA0-0Cnl0LQ4I2pd7pGbzn3LoHVcg`̵ ׉	 7cassandra://GUpLdp5eE71v_YuB7_tNZF255a6o5Go9qkgkGk1xogouWd͠Vm7T,|yxט  {u׉׉	 7cassandra://G2YJYIRWQA68oudLgj9WYJPyBO1lQ36aF6AYDTi6RW0 `׉	 7cassandra://bMrDLkcuuhgiuGbMvioySEwMU6K9t0ATvT3ZqY_sunYM`S׉	 7cassandra://NrMxAhnyqLR7w277H8Lz9bzqCfcZoqrMk_X-qEwbZsYY`̵ ׉	 7cassandra://PV2UqlCRN_P2uc0YTAu_T9Q68s5N8T0CiIMT-paNggol͠Vm7T,|yy׉EI N F ORMATI E VE I LIGH E I D
DE GEMEENTE ALS
GOEDE HUISVADER
HOE DEN HELDER DE INFORMATIEVEILIGHEID VERHOOGT
Hoe geeft een gemeente vorm aan informatieveiligheid? Arjen Bol, chief information
security officer (CISO) bij de gemeente Den Helder, vertelt over zijn
vaak ‘onzichtbare’ werk. ‘Onder water zijn we continu bezig om de processen
en procedures op orde te houden.’ Over risico’s, bewustwording en de broodnodige
bestuurlijke verankering.
Tekst: Marieke Vos, journalist
D
e gemeente Den Helder begon
in 2006 met het opstellen van
haar eerste informatiebeveiligingsplan.
In 2014 is dit plan
ingrijpend vernieuwd en uitgebreid met
beveiligingseisen en -maatregelen, zoals
het beheer van informatiebeveiligingsincidenten.
Den Helder is net als alle
andere gemeenten aangesloten bij de
Informatiebeveiligingsdienst (IBD) en
heeft haar beleid gebaseerd op de Baseline
Informatiebeveiliging Nederlandse
Gemeenten (BIG).
Chief information security officer Arjen
Bol: ‘We willen als gemeente in 2017 aan
deze gestelde richtlijnen voldoen, BIGcompliant
zijn. Daartoe stelden we in 2014
een implementatieplan op. We zijn nu
bezig om alle ruim driehonderd maatregelen
in te voeren, zoals de inrichting van
toegangsbeheer en logging & monitoring.
We liggen op schema.’
BESTUURLIJKE VERANKERING
Bol heeft veel contact met gemeenten in
de regio en weet dat ook zij druk bezig
zijn met informatieveiligheid. ‘Het kost
ons allemaal veel energie om alle beveiligingsmaatregelen
goed te documenteren,
10
te actualiseren en consequent uit te voeren.’
Vaak
is tijd – lees menskracht en budget –
beperkt omdat er nog zo veel andere prioriteiten
zijn binnen een gemeente. Bol:
‘De medewerkers van het implementatietraject
komen uit de organisatie en als
daar andere prioriteiten gelden, zoals het
oplossen van een calamiteit, dan gaan die
voor. Dat gebeurt overal.’
H
PE
Bestuurlijke verankering van informatieveiligheid
is heel belangrijk en dat is in
Den Helder goed geregeld. ‘Het college
van burgemeester en wethouders is eindverantwoordelijk
voor informatiebeveiliging
en een wethouder, Bob Haitsma,
heeft dit onderwerp in zijn portefeuille.’
Daarnaast heeft de gemeente een werkgroep
informatiebeveiliging met onder
meer de teamleider ICT, de adviseur concernstaf,
de afdelingsmanager dienstveren
de IT-afdeling. Maar dit onderwerp is
niet uitsluitend ICT, het is organisatiebreed.
Het gaat over beveiliging van
informatie binnen de gehele organisatie
en bijvoorbeeld ook over gedrag.’
GESLAAGD
Naast de implementatie van de BIG houdt
de gemeente zich bezig met de auditcyclus,
zoals die voor DigiD. ‘We hebben
al onze audits onlangs weer gehad en zijn
lening en Bol. Zij komen maandelijks bij
elkaar.
‘Ik rapporteer aan de portefeuillehouder,
de werkgroep en de directie, ook over de
implementatie van de BIG’, vertelt Bol.
Deze bestuurlijke en organisatorische borging
is bepalend voor het welslagen van
het informatiebeveiligingsbeleid, stelt hij.
‘Een risico is dat informatiebeveiliging
helemaal wordt overgelaten aan de CISO
׉	 7cassandra://jNKgVGfr4bVXBWaA0-0Cnl0LQ4I2pd7pGbzn3LoHVcg`̵ Vm7T,|yz׉Eervoor geslaagd, ook voor het landelijke
onderzoek naar de veiligheid van Suwinet.’
Bol
pakt een paar dikke dossiermappen
om te laten zien wat dit soort controles
inhouden. Het zijn indrukwekkende stapels
papier vol afvinklijsten van getroffen
maatregelen. ‘Deze audits komen elk jaar
terug en zijn voor ons een continu aandachtspunt.
Het is voor gemeenten van
groot belang om ervoor te slagen, want
als dat niet het geval is, kan in een ultiem
geval de DigiD-aansluiting of Suwinet
worden afgesloten. Dat heeft grote
gevolgen voor de dienstverlening
van de gemeente.’
DERDE
SPEERPUNT
Een derde speerpunt,
naast de
implementatie van
de BIG en de auditcyclus,
is privacy.
‘Gemeenten werken
met veel persoonsgegevens
en natuurlijk
moet je die
zorgvuldig en
veilig bewaren en gebruiken. Als burger
wil ik dat mijn gegevens goed beveiligd
zijn, als CISO vind ik dat de gemeente
goed huisvaderschap moet voeren over
persoonsgegevens.’
Op 1 januari van dit jaar trad de Meldplicht
Datalekken in werking en de
Autoriteit Persoonsgegevens (voorheen
het College Bescherming Persoonsgegevens)
gaat in 2016 gemeenten extra
streng controleren op de naleving daarvan.
De meldplicht bracht niet veel
nieuwe regels, want de wet Bescherming
persoonsgegevens gold al. Wel is privacy
nog meer een aandachtspunt
geworden
voor gemeenten
vanwege
de nieuwe taken in het sociaal
domein.
Den Helder heeft onder meer een privacyconvenant
gesloten met haar partners
in het sociaal domein, waar men persoonsgegevens
mee uitwisselt. Ook moet
elke gemeente de rol van data protection
officer invullen. De gemeente Den Helder
is daar nu mee bezig.
BEWUSTWORDING
Een gemeente kan haar plannen en procedures
voor informatiebeveiliging nog
zo goed op orde hebben, het gaat pas
echt werken als de medewerkers ze
gebruiken, weet ook Den Helder.
Bewustwording staat bij de gemeente
daarom hoog op de agenda. Bol: ‘We
starten dit jaar een bewustwordingsprogramma.
Niet eenmalig, want
dit is iets dat je continu moet herhalen
en toetsen.’
Den Helder gebruikt voor deze
campagne materiaal van de
IBD. ‘Het is de bedoeling
dat veilig omgaan met
informatie uiteindelijk
in de genen van al
onze medewerkers zit.’
Voorafgaand aan het interview
hield de gemeente een themalunch
over het onderwerp privacy.
De raadszaal zat vol, en er werd
actief meegepraat. Het onderwerp leeft
zeker onder de medewerkers, dus het
begin van de bewustwording is er.
Uit de vragen die werden gesteld bleek
wel dat men een spanningsveld ervaart
tussen informatieveiligheid aan de ene
kant en gemak en dienstverlening aan de
andere kant. Hoe ga je bijvoorbeeld om
met burgers die hun persoonsgegevens
aan de gemeente mailen omdat ze dat
handig vinden? Kun je wel een kopie van
een vergunningaanvraag verstrekken, als
daar het BSN en de adresgegevens van
een burger op staan?
Uiteindelijk kom je dan uit bij het ‘goede
huisvaderschap’ waar Arjen Bol aan refereert
en dat dit spanningsveld wegneemt:
‘Informatiebeveiliging is nodig voor
goede en verantwoorde dienstverlening.’
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://NrMxAhnyqLR7w277H8Lz9bzqCfcZoqrMk_X-qEwbZsYY`̵ Vm7T,|y{Vm7T,|yz{בCט   {u׉׉	 7cassandra://W0jQggcYpV-Tb4K1j7CWMYndfwJSiTfgw8JI92pGf6g #` ׉	 7cassandra://dgGWy64r8VZx6cFNZaYKy6P6jd7xGFt3-S1twx3uYxcY`S׉	 7cassandra://ImUpvrEvdRVcjoCeGQDvq-uaWKpCwfRQtEtkKXwwvTA`̵ ׉	 7cassandra://bOt1t6b_VRp8Hx8ydZ1r4zdlgkY-rz_TZLPFTp9sVMQsv\͠Vm7T,|y|ט  {u׉׉	 7cassandra://dmPuNgCjnA0hyvE499GsGzn338wgKuiPky_ofqGxVVg `׉	 7cassandra://GFUYIA5j8TfOt7Mn86d6epMUXxKnOe1DOcGLfHw8cWE[a`S׉	 7cassandra://KH5TLsVf4nIZulGSIIRL4Z0Xe3JnP5kgc3_3PJB1lJEq`̵ ׉	 7cassandra://cbPZMoBd6LF9aVLneN9rCXka693gMhRWHjinRnutuNcd͠Vm7T,|y}׉ECOMPUTE R CR IMI NALITE IT
OPSPORINGSAMBTENAAR
DE WET COMPUTERCRIMINALITEIT III IN DE PRAKTIJK
Met de recente terroristische aanslagen en digitale zedenzaken achter ons, wil
de overheid zo snel als mogelijk de Wet computercriminaliteit III invoeren. Die
wet heeft grote impact op de privacy van iedere burger die op internet is aangesloten.
De juridisch correcte interpretatie blijft voorlopig voor alle partijen
gissen.
Tekst: Wouter Parent CEH, digitaal risicobeheerser bij CYCO Cybercrime Cover
e politie heeft als opsporingsinstantie
bevoegdheden om
overtreders van wet- en regelgeving
aan te pakken. Al jaren
is goed merkbaar dat criminelen zich niet
alleen fysiek schuldig maken aan hun
strafbare feiten: de digitale wereld evolueert
in rap tempo. Dit heeft grote impact
op de digitale opsporingscapaciteit van
het justitieapparaat en de toepasselijke
wetgeving. Al jaren loopt wetgeving achter
op digitale ontwikkelingen.
D
E
K
Recent is daarom de Wet bescherming
persoonsgegevens aangepast met onder
andere de Meldplicht Datalekken en de
Wet computercriminaliteit III zal waarschijnlijk
niet lang op zich laten wachten.
GROTE IMPACT
Beide wetten hebben grote impact op de
privacybeleving. De Wet bescherming
persoonsgegevens verplicht de verantwoordelijke
beheerders van privacygevoelige
data deze zo goed mogelijk te
beschermen en melding te maken bij
(vermoedelijk) misbruik op straffe van
12
politie deze bevoegdheid nog niet. Uitsluitend
de AIVD mag nu nog ‘terughacken’.
De vernieuwde wet biedt de ambtenaar,
daartoe gemachtigd door de officier
van justitie en de rechter-commissaris,
dus de mogelijkheid om ingrijpende
maatregelen te nemen.
Het digitaal afluisteren van internetverbindingen
van criminelen heeft steeds
minder zin. Veel gebruikers communiceren
op internet door middel van encryptie.
De datastroom wordt versleuteld,
waardoor er tijdens de overdracht niet
veel meer overblijft dan onleesbare abraeen
bestuurlijke boete van maximaal
820.000 euro.
De Wet computercriminaliteit III geeft
opsporingsambtenaren de bevoegdheid
om geautomatiseerde werken (servers,
computers, smartphones en dergelijke)
binnen te dringen, onderzoek te doen en
eventueel de toegang te blokkeren. Dit
geldt alleen bij ernstige misdrijven zoals
zedenzaken, terrorisme, zware mishandeling,
hennepteelt en andere in de wet
genoemde strafbare feiten. Nu heeft de
cadabra. Door mee te kijken met een
computerscherm en door toetsenbordaanslagen
af te vangen, kan de opsporingsdienst
de data inzien voordat deze
worden versleuteld.
HOFNARRETJE
Een bekend voorbeeld waarbij de
‘hackwet’ uitermate fijn zou zijn geweest
is de zaak van het Hofnarretje in Amsterdam.
Hierbij had de verdachte Robert M.
alle pornografische data op zijn computer
zeer goed versleuteld. Hij communiceerde
via het – nagenoeg anonieme –
TOR-netwerk, waardoor hij voor opsporingsdiensten
onvindbaar was.
Digitale misdrijven vinden vaak plaats
via geautomatiseerde werken van derden
door zogenoemde botnets. Dit betekent
dat niet via de computer van de crimineel
zelf data wordt verstuurd, maar via
de computer van bijvoorbeeld u als ambtenaar,
of uw buurman. Of een willekeurige
derde die per ongeluk een keer een
verkeerde link aan heeft geklikt of de
browser niet up-to-date had en een vervalste
website bezocht. Veel virussen en
malware weten zich vaak heel goed te
verbergen.
Hacken kan verregaande gevolgen hebben.
Veel organisaties zijn volledig afhankelijk
geworden van geautomatiseerde
systemen. Bij hacken – ook al gebeurt dit
te goeder trouw – gaat er weleens wat
׉	 7cassandra://ImUpvrEvdRVcjoCeGQDvq-uaWKpCwfRQtEtkKXwwvTA`̵ Vm7T,|y~׉E@R
MAG LEGAAL HACKEN
mis. Systemen zijn tegenwoordig compleet
op elkaar ingeregeld. Tijdens hacking
worden systemen op oneigenlijke
manieren benaderd en op de proef
gesteld. Hierdoor kan een systeem door
een kleine fout geheel ontregeld raken,
data kunnen verloren gaan of worden
juist beschikbaar voor derden terwijl dat
niet de bedoeling was. Bij organisaties en
bedrijven is de data-eigenaar vervolgens
beboetbaar door de Autoriteit Persoonsgegevens.
Wanneer de hackende ambtenaar
een foutje maakt, kan dit dus zeer
grote gevolgen hebben voor derden.
JUISTE MINDSET
Om een systeem succesvol binnen te
dringen, zal de juiste mindset aanwezig
moeten zijn. Daar komt bij dat de
ambtenaar gehouden is aan strenge weten
regelgeving en dat hij iedere
handeling die wordt uitgevoerd duidelijk
moet documenteren.
In het kader van waarheidsvinding (bij
een rechtbank) moet forensisch kunnen
worden vastgesteld hoe men tot bepaald
bewijs is gekomen. Wanneer deze
documentatie niet (correct) wordt
opgemaakt, is de kans aanwezig dat de
verdediging van de verdachte gehakt
maakt van de tenlastelegging.
Voor gericht hacken zijn specifieke vaardigheden
en zeer veel kennis van de
automatiseringssystemen noodzakelijk.
Iedere hacker (ethisch of niet) heeft zijn
of haar specialisatie. De hackende ambtenaar
moet een systeem en de reacties van
dit systeem op bepaalde gebeurtenissen
dus door en door kennen. De ambtenaar
zal dus reeds bij aanstelling al zeer veel
kennis en ervaring moeten hebben met
diverse automatiseringssystemen en software.
En door de snelle evolutie op digitaal
gebied moet hij zichzelf continu bijscholen.
NIEUWE
BEVOEGDHEDEN
De opsporingsambtenaar moet bovendien
bevoegdheden krijgen om ernstige
digitale criminaliteit op te sporen en
waar nodig direct een halt toe te roepen.
Een kinderpornonetwerk of een digitaal
drugscircuit zijn voorbeelden van strafbare
feiten die zo snel mogelijk moeten
worden gestopt en waarvan justitie de
daders graag wil berechten. De mogelijkheden
daartoe zijn nu zeer beperkt.
Aanpassing van de wetgeving is momenteel
een doorn in het oog van privacy
evangelisten. Men kan zich de vraag stellen
of de persoonlijke levenssfeer van de
verdachten of betrokkenen niet te erg
wordt aangetast. Wanneer een opsporingsambtenaar
of de rechter-commissaris
bij een huiszoeking bewijslast heeft
gevonden waarvoor de machtiging tot
huiszoeking is afgegeven, moet hij stoppen
en het pand verlaten.
In de fysieke wereld zijn deze zaken duidelijk
omschreven. De digitale wereld zit
echter anders in elkaar. Met één muisklik
kan de persoonlijke beschermde levenssfeer
van een betrokkene of verdachte
ernstig worden aangetast en kan aan overige
betrokkenen mogelijk ernstige
schade worden berokkend.
De toekomst zal uitwijzen hoe hier mee
moet worden omgegaan. Beleidsregels
moeten worden opgesteld hoe de wetgeving
moet worden geïnterpreteerd. Jurisprudentie
zal uiteindelijk over enkele
jaren zekerheid geven over de juridisch
correcte interpretatie van de wet. Dat
blijft voorlopig voor alle partijen eigenlijk
gissen.
Tot die tijd is de hackende ambtenaar aan
zijn lot overgeleverd.
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://KH5TLsVf4nIZulGSIIRL4Z0Xe3JnP5kgc3_3PJB1lJEq`̵ Vm7T,|yVm7T,|y~{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9mVIE4UIu-tYnrzMNp1zQo-zEMGTIVhkNBGhTN01zPk b` ׉	 7cassandra://3ooOILMPdT-1xWfPGMvJ-ry6t3OAk6eQq4fEdCbyRwka`S׉	 7cassandra://Fmpl57oYFgcLRr67RsaCvjogm1ZjPldhz6B0plIsI54`̵ ׉	 7cassandra://a7kNGfu6HKFeububSmxvrX5x19oYWjP1Hf1xMHrAPJMʹ͠Vm7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://KADmqth1G1OKcSeXVg64Wx5xsxqP6uF3MjNyMxZKjio `׉	 7cassandra://A6aGvNKVfZcQPSL31lBa3ZsMt5B0MPgU8BBkoK4oPkss/`S׉	 7cassandra://PZeJR_d-irEtJaWksNTOh93NI5_BNJo2nzdMH0ePICM#.`̵ ׉	 7cassandra://1iDteaO7Tb1tQamE2iYQHiqXatzhI1tf7pWdbVDs02k  b͠Vn7T,|y׉E(C Y B E R SECU R ITY
AAN DE RAND VAN DE
DIGITALE AFGROND
HEEFT DE OVERHEID IETS GELEERD VAN DE DIGINOTAR-AFFAIRE?
‘Nederland loopt internationaal gezien voor op het gebied van computerbeveiliging’,
zo liet staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) begin januari
aan de NOS weten. Toch opvallend in een jaar waarin in Nederland het aantal
cyberincidenten op computersystemen van bedrijven en overheden fors is
gestegen. We lijken niets te hebben geleerd van de DigiNotar-affaire.
Tekst: Mary-Jo de Leeuw, Vice President Women in Cyber Security Foundation
Foto: ANP/Koen Suyk
D
igiNotar was een Nederlands
bedrijf dat veiligheidscertificaten
verstrekte aan bijvoorbeeld
banken en webwinkels,
maar ook aan een groot aantal websites
van de Nederlandse overheid. Overheidswebsites
zoals DigiD, de Belastingdienst
en de Rijksdienst Wegverkeer
(RDW) maken gebruik van veiligheidscertificaten.
Zo kunnen ze bezoekers van
websites garanderen in een volledig veilige
internetomgeving terecht te zijn
gekomen.
Totdat bekend werd dat digitale inbrekers
erin waren geslaagd om grote aantallen
valse DigiNotar-certificaten uit te
geven. Toen waren die garanties, samen
met die digitale inbreker, spoorloos verdwenen.
DigiNotar trok vervolgens alle
uitgegeven certificaten in. Hierdoor
waren vele overheidswebsites dagenlang
onbereikbaar met totale chaos en miljoenenclaims
tot gevolg.
GROOTSCHALIG FALEN
De Tweede Kamer, bezorgd over de vele
veiligheidsincidenten, dwong een onderzoek
naar de affaire af. De uitkomsten
waren niet mals: de overheid had geen
capaciteit op het gebied van informatieveiligheid
en nam op geen enkele wijze
E
E
verantwoordelijkheid. Om die reden
moest er een speciale Taskforce worden
opgericht om het onderwerp hoog
op de bestuurlijke agenda te
zetten. Een dergelijke affaire
zou daarmee voor altijd tot
het verleden behoren.
Uit het onderzoek bleek verder
dat de overheid zes
maanden voor de uiteindelijke
ramp gewaarschuwd werd voor het lek.
Ze waren dat ‘alleen even vergeten te
melden’ aan derden. De inschatting was
dat dit lek de overheid op geen enkele
14
BID) in het leven geroepen voor een periode
van twee jaar. Een taskforce suggereert
brute kracht en een guerrilla-aanpak
om de taakomschrijving – zet
het onderwerp informatieveiligheid
bij bestuurders hoog op de
agenda – uit te voeren. Helaas
was een Wob-verzoek nodig om
antwoord te krijgen op een paar
simpele vragen over de kosten en de
opbrengsten van een dergelijke taskforce.
Uit de antwoorden blijkt dat er bijna vijftig
mensen in twee jaar aan het werk zijn
geweest, dat er miljoenen euro’s zijn uitwijze
zou raken. En
daarmee werd de
trend van grootschalig
falen ingezet!
TASKFORCE BID
In februari 2013 werd door minister Plasterk
(Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties)
de taskforce Bestuur en Informatieveiligheid
Dienstverlening (taskforce
׉	 7cassandra://Fmpl57oYFgcLRr67RsaCvjogm1ZjPldhz6B0plIsI54`̵ Vn7T,|y׉Etingdienst en ICT
kostte de belastingbetaler
de
afgelopen jaren
enkele honderden
miljoenen. Blunders
bij de uitkeringsinstantie
UWV, miljarden door het afvoerputje
bij het ministerie van Defensie en dan
nog veel mislukte ICT-projecten bij de
politie.
gegeven aan overwegend externe
bureaus en aan het opleveren
van negen producten.
Producten zoals een
zogenaamde dialoogsessie,
een
risico-bewustzijnsessie,
een verankersessie
en een
app iVeiligheid. Het
is aan te raden om deze
app eens te bekijken in de
appstore of in de Google Playstore. Oordeelt
u zelf!
DIGICOMMISSARIS
Betrouwbaar online zaken doen met de
overheid is, met de DigiNotar-affaire in
het achterhoofd, een uitdaging op zich.
En daarom werd er aangedrongen op het
benoemen van een Digicommissaris: een
stevige, overheidsbrede regisseur die
alles in goede banen moet leiden. Zo’n
belangrijke taak staat of valt met de kennis
en ervaring die iemand meeneemt
om een dergelijke functie uit te voeren.
Dan verwacht je een ‘echte’
sollicitatieprocedure zoals
bij andere (belangrijke)
overheidsfuncties het
geval is. Je verwacht dat
de persoon die dit belangrijke
werk gaat doen, gezien de complexiteit
van de opdracht minstens
iemand is met een gedegen track record
op het gebied van informatieveiligheid,
ICT of cybersecurity. Toch?
Ineens was daar op 1 augustus de Digicommissaris.
Het kabinet besloot, blijkens
de aanstellingsbrief die ministerpresident
Mark Rutte
De commissie-Elias gaf in zijn eindoordeel
aan dat een deel van de blunders
voortkomt uit totale desinteresse van
politici maar ook uit pure onkunde. De
dag dat het eindrapport van de commissie-Elias
aan de Kamer werd aangeboden,
was een zoveelste
voorbeeld van
gebrek aan ICTkennis.
Voormalig
Kamervoorzitter
Van Miltenburg
nam het
rapport in ontvangst.
Niet wetende dat haar micronaar
de
Tweede Kamer
stuurde, iemand
aan te stellen die
‘eerder langjarig
burgemeester is
geweest’ na in het
bedrijfsleven en de
advieswereld functies te hebben vervuld.
De redder in nood die door het kabinet
voor vier jaar werd aangesteld, is iemand
zonder gedegen (en aanwijsbare) ervaring
met de thematiek en complexiteit
van het onderwerp waarvoor hij verantwoordelijk
is.
BLUNDERS
Hoe kun je veiligheid garanderen als
bestuurlijk Nederland worstelt met
ICT? De commissie-Elias deed in
2013 en 2014 onderzoek naar de
lange reeks ICT-blunders en liet
geen spaan heel van het overheidsbeleid.
De combinatie Belasfoon
aanstond, wist ze met een volgende
blunder geschiedenis te schrijven. Van
Miltenburg gaf namelijk ruiterlijk toe dat
zij ‘nog even de betekenis van ICT moest
opzoeken’. En er leek daarbij een heuse
triomfantelijke glimlach op haar lippen te
verschijnen.
GEEN VERSTAND VAN ZAKEN
Door het inrichten van instituties als de
taskforce BID en het in het leven roepen
van de Digicommissaris is de indruk
gewekt dat informatieveiligheid hoog op
de agenda staat. In hoeverre dat tot genomen
verantwoordelijkheden
heeft geleid, is niet te zeggen.
Het is niet de
vraag óf zich weer
een volgende cyberaffaire
gaat aandienen,
maar wanneer!
Beleggen we de verantwoordelijkheden
voor
informatieveiligheid
voorlopig buiten onze eigen organisaties
of gaan we daadwerkelijk de mouwen
opstropen en een barricade opwerpen op
het gebied van ICT in het algemeen en
cybersecurity in het bijzonder?
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://PZeJR_d-irEtJaWksNTOh93NI5_BNJo2nzdMH0ePICM#.`̵ Vn7T,|yVn7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://OD_vWyR_dtu76nqAUhfuxwF59dmr0rz4gw5jVxlvvCc `׉	 7cassandra://hB7rr5VuC3ZBOAGl8cvTjD0TQbtx68JJ__nY3oD6MlMb`S׉	 7cassandra://Y-vFH2whWpJnVVQ8jSRpJFA1KLaspdz7HyCzMJebBjE`̵ ׉	 7cassandra://faVpFF7FcwMG2UiRV9m5XXvI-lTlWzTDZlSgF36f-zY &̤͠Vn7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://wRypvqztIp0Jeyt5LDBM1BYeGtykddoGWkERk55l_UI 3`׉	 7cassandra://66xuWldJ7Z-tXGiLmtZ4AwBn4lKr8fvBEpMGxRCUO2IfZ`S׉	 7cassandra://EshhHUz8n6g0Oqcef1rqUVWDoplI_Qaq4AZwv2psyPw-`̵ ׉	 7cassandra://JhZo8dthzHQD72sFUILMH_RaJl7kxYeJ5whqBLcUNmU̓p͠Vn7T,|yנVw7T,|y _̅9ׁHmailto:RWS-iv-Partner@rws.nlׁׁЈ׉EC Y B E R SECU R ITY
ACHTER DIKKE
CYBERDIJKEN
INTEGRALE AANPAK CYBERSECURITY BIJ RIJKSWATERSTAAT
Hoe ga je als organisatie om met de verantwoordelĳ kheid voor de veiligheid
van mensen, de continuïteit van vitale infrastructuur en de beveiliging van
maatschappelĳ ke belangen? Rĳ kswaterstaat zag het dreigingsbeeld in de
wereld snel toenemen, waarbĳ de eigen missie steeds afh ankelĳ ker werd van
kwetsbare systemen. Op basis van ketengerichte risicoanalyses is een groot
aantal maatregelen in gang gezet.
Tekst: Ervin Ehlert, programmanager Zakelijk bij Centrale Informatievoorziening Rijkswaterstaat
‘S
luizen, gemalen en bruggen
slecht beveiligd’, kopte het
nieuwsitem van EenVandaag
op 14 februari 2012. De reportage
zoomde in op de rioleringspompen
en gemalen van de gemeente Veere. De
Oosterschelde-stormvloedkering werd bij
de beelden getoond, waardoor binnen het
ministerie van Infrastructuur en Milieu
(IenM) dit onderwerp op de beleidsagenda
kwam. Kort daarna schreef de
Algemene Rekenkamer (AR) in het verantwoordingsonderzoek
over 2011: ‘Informatiebeveiliging
Rijkswaterstaat schiet
tekort.’ Naast een onvoldoende ingerichte
organisatie werd geconstateerd dat een
risicoafweging voor diverse cruciale veiligheidssystemen
ontbrak.
Vier jaar na dato is al veel bereikt. Beleid,
kaders en strategieën zijn opgesteld, de
informatiebeveiligingsorganisatie is ingericht,
processen zijn beschreven, medewerkers
worden opgeleid, het beveiligingsniveau
van techniek is blijvend verbeterd en
medewerkers met kennis van cybersecurity
zijn de organisatie komen versterken.
KRITISCHE SUCCESFACTOREN
Rijkswaterstaat heeft een missie op de
drie grote infrastructuren Water, Vaarwegen
en Wegen: droge voeten en een vlot
en veilig verkeer over wegen en vaarwegen.
Om deze missie te volbrengen,
16
׉	 7cassandra://Y-vFH2whWpJnVVQ8jSRpJFA1KLaspdz7HyCzMJebBjE`̵ Vn7T,|y׉Ewordt steeds vaker in ketens samengewerkt
met andere overheden. Daarbij
blijkt dat deze ketenpartners vaak onbewust
onbekwaam zijn waar het cybersecurity
betreft. Welke kritische succesfactoren
zijn in de aanpak van Rijkswaterstaat
te onderkennen?
Het analyseren van risico’s voor het functioneren
van de cruciale ketens is de eerste
stap in het proces van beheersing. Met
deze risicoanalyses in de hand kunnen de
beleidsdirecties en bestuurders van de
organisatie deelgenoot worden gemaakt
van de problematiek. Voorbeelden van
hacks op vitale infrastructuur – zoals de
aanval op het nucleaire programma van
Iran of de verstoring van stroombedrijven
en een luchthaven in Oekraïne – kunnen
het beeld versterken.
De visie van Rijkswaterstaat gaat verder
dan alleen moedwillige verstoringen.
Safety en continuïteit, belangrijke
bedrijfswaarden voor (politieke) bestuurders,
zijn integraal onderdeel van het
verhogen van de cybersecurity. De gevolgen
van het falen van systemen door fouten
van medewerkers, slecht ingeregelde
processen en uitval van techniek zijn
immers voor een groot deel dezelfde.
AL DOENDE LEREN
Een laatste niet onbelangrijke succesfactor
is het al doende leren gebleken. Daar waar
in het verleden veel plannen op de plank
bleven liggen, is op basis van een plan van
aanpak op hoofdlijnen direct met de uitvoering
gestart. Vanuit deze uitvoering
SAMEN OPTREKKEN VOOR
CYBERSECURITY
Rijkswaterstaat voert gesprekken over
samenwerking op het gebied van cybersecurity
met de andere onderdelen van
IenM en met organisaties zoals ProRail,
LVNL, Waterschappen, Provincies, en de
ministeries van Algemene Zaken, Defensie
en Economische Zaken. Op operationeel
niveau wordt samengewerkt met
het NCSC, de AIVD en de SOC’s van
Belastingdienst en het Shared Service
Center­ICT. Kennisuitwisseling vindt
plaats met het Nederlands Forensisch
Instituut en de TU Delft.
zijn de plannen iteratief aangescherpt,
waarbij de uitvoerbaarheid voorop stond.
Doordat snel resultaten zichtbaar werden
is veel positieve energie binnen de organisatie
voor het programma ontstaan.
De integrale aanpak van Rijkswaterstaat
richt zich op een drietal hoofdthema’s. Dit
betreft security by design, security procesbesturing
en operationele security, waarvoor
het Rijkswaterstaat Security Operations
Center (RWS SOC) is opgericht.
Security by design geeft de richting aan
voor het beveiligen van (nieuwe) informatievoorziening.
Bestaande strategische
en tactische kaders worden vertaald naar
operationele eisen aan nieuwe systemen
(bijvoorbeeld een tunnel- of brugbedieN
R
ning)
en beveiligingssystemen. Daarnaast
wordt de architectuur van bestaande systemen
opnieuw ontworpen. Herijking
van uitgevoerde risicoanalyses liggen
hieraan ten grondslag.
Security procesbesturing geeft aan hoe
security by design wordt toegepast.
Gedachte hier is dat wanneer cybermaatregelen
vanaf het begin worden meegenomen
bij ontwerp, bouw en exploitatie
deze beter in het gehele systeem passen.
Daarnaast is er aandacht voor security in
ITIL-processen, zoals de inbedding van
het Security Operations Centre in het
Rijkswaterstaat incident- en crisismanagementproces.
PERIODIEK
EVALUEREN
Het security-managementproces richt
zich op het beheersen van cyberrisico’s
conform de Baseline Informatiebeveiliging
Rijksdienst (BIR). De BIR schrijft het
periodiek evalueren van het beveiligingsniveau
ten opzichte van dreigingen voor
de ‘te beschermen belangen’ voor. Indien
noodzakelijk moeten beleid en maatregelen
worden aangepast. Het Security Center
richt zich op het nauw samenwerken
met partners bij de Rijksoverheid en
daarbuiten om kennis up-to-date te houDe
integrale aanpak van Rijkswaterstaat
is binnen de Nederlandse overheid niet
onopgemerkt gebleven. Dit heeft ertoe
geleid dat met een groeiend aantal collega-
overheden en publieke instellingen
wordt samengewerkt (zie kader). Rijkswaterstaat
levert bijdragen aan Information
Sharing and Analysis Centers
(ISAC): de Rijks-ISAC, ISAC Keren en
beheren en ISAC Tunnels.
AMBITIE
Ook is Rijkwaterstaat begin dit jaar toegetreden
tot het Nationaal Response Netwerk
(NRN) waar securitykennis op het
gebied van industriële controlesystemen
wordt ingebracht. Dit houdt in dat Nederland
een beroep kan doen op Rijkswaterstaat
in geval van grote incidenten of crises
op het gebied van industriële of procesautomatisering.
De ambitie van
Rijkswaterstaat is om maatschappelijke
meerwaarde te creëren door met alle
ketenpartners in de infrastructuur en
organisatorische partners op strategisch,
tactisch en operationeel niveau samen te
werken aan een veilige digitale omgeving.
Meer weten?
RWS-iv-Partner@rws.nl
den, ervaringen te delen en medewerkers
uit te wisselen.
Het RWS SOC staat aan de lat voor het
voortdurend monitoren van gebeurtenissen
op de objecten, systemen en netwerken
van Rijkswaterstaat. Wanneer onverklaarbare
of ongewenste gebeurtenissen
optreden, wordt een adequate respons in
gang gezet: een snelle reactie op cyberaanvallen
of systeemuitval. Het SOC grijpt in
op basis van het securitybeeld dat uit de
monitoring en intelligence volgt. Het SOC
kan ook forensisch onderzoekers inschakelen
om de oorsprong van cyberincidenten
te onderzoeken. Dit ingrijpen gebeurt
in nauwe samenwerking met de crisisorganisatie
en (ICT) beheerders.
C Y B E R SECU R ITY
׉	 7cassandra://EshhHUz8n6g0Oqcef1rqUVWDoplI_Qaq4AZwv2psyPw-`̵ Vn7T,|yVn7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://M03IxU3tLuozr5LbdRvfMfcIawMjXiIB2I907OJOzEw _`׉	 7cassandra://bGd0b7I8jsyTNL22PMHzlDDBVtf4V0T9J4kiNUeAYrsa3`S׉	 7cassandra://Vx4zZ3qRlXY6vaEPf6MQY2m-NVCZoctHmmlH7qevisk`̵ ׉	 7cassandra://1MO7kA5CU2I1bwQsbDd6sklfVRNL5pnAWA6uBLIvBQU ͠Vn7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://2u5pkoAxd6RNl9aU02Q9bp5HEkLsWI2D6O1t7mJkzbs `׉	 7cassandra://8g-s_3bDlv29RzKH4PTuUctP7EUPWJEg-xgCv9OostI[`S׉	 7cassandra://9cIyQxwSh90tzN15lLMKFU6DKWh2kt86f8hVO5EODUs`̵ ׉	 7cassandra://dFjT3zgGZnPQwJHt927xNZhjzW3srALu7o_k9iZSrSM M̪͠Vp7T,|yנVw7T,|y b9ׁH 8http://www.binnenlandsbestuur.nl/ingovernment/abonnementׁׁЈנVw7T,|y &l9ׁH %mailto:klantenservice@ingovernment.nlׁׁЈנVw7T,|y &p9ׁH .http://www.binnenlandsbestuur.nl/ingovernment/ׁׁЈנVw7T,|y i%(9ׁH (http://www.erasmusacademie.nl/studiegidsׁׁЈנVw7T,|y i^9ׁH .http://www.eur.nl/erasmusacademie/datascience/ׁׁЈנVw7T,|y i9ׁH 3http://www.erasmusacademie.nl/innovatie_waterdomeinׁׁЈ׉ETijd voor verdieping
Erasmus Academie is sterk op het gebied van gespecialiseerde innovatieve opleidingen
voor professionals. Zo bieden wij binnenkort aan:
Sturen van Innovatie in het waterdomein | Start donderdag 2 juni
Voor grip op innovatieve processen en hun bestuurlijke context
www.erasmusacademie.nl/innovatie_waterdomein
Data Science & Machine Learning | Start dinsdag 7 juni
Leer de waarde van data kennen en hier de juiste, innovatieve inzichten uit te genereren
www.eur.nl/erasmusacademie/datascience/
Vraag voor ons volledige aanbod onze nieuwe studiegids aan:
www.erasmusacademie.nl/studiegids
PLATFORM VOOR DE
DIGIT ALE OVERHEID
✔ kwartaalblad
✔ website
✔ e-nieuwsbrief
✔ events
✔ partners
Wilt u ook een GRATIS abonnement op inGovernment?
Ga naar www.binnenlandsbestuur.nl/ingovernment/
abonnement of neem contact op met de klantenservice
via 020 – 573 3600
of per e-mail: klantenservice@ingovernment.nl
Digitalisering raakt alle beleidsvelden en beïnvloedt de werkwijze
van alle professionals. Deskundige toepassing van slimme innovaties
versterkt de maatschappelijke impact van de overheid
Otto Thors - hoofdredacteur
www.binnenlandsbestuur.nl/ingovernment/abonnement
׉	 7cassandra://Vx4zZ3qRlXY6vaEPf6MQY2m-NVCZoctHmmlH7qevisk`̵ Vp7T,|y׉ELI N DA KO OL
SLIMME BARBIE EN DE
DIGITALISERINGSGOLF
De start van het nieuwe jaar begint vaak met lijstjes. Lijstjes over
de meest veelbelovende technologieën die in 2016 zullen doorbreken.
Lijstjes over belangrijke ethische dilemma’s waar we in
2016 knopen over moeten doorhakken. Ook dit jaar waren ze er
weer. Op die lijstjes stond bijvoorbeeld CRISPR/Cas9: de technologie
om menselijke genen te bewerken en die de ‘designerbaby’
een stap dichterbij brengt. China realiseerde het afgelopen
jaar belangrijke doorbraken op dit gebied.
Maar op die lijstjes stonden ook zaken die we normaal gesproken
niet met zwaarwegende ethische dilemma’s associëren. Barbie
stond namelijk op de lijst. Niet omdat ze voor het eerst een –
toe te juichen – meer divers uiterlijk krijgt, maar omdat Barbie
slim wordt. HelloBarbie heeft sensoren, een microfoon en wifi -
verbinding. Ze neemt gesprekken op en verstuurt die naar de
cloud. Kunstmatige intelligentie analyseert de informatie en
kiest een passend antwoord. Maar al snel bleek dat Barbie kon
worden gehackt en dat haar antwoorden te veranderen waren.
Een beveiligingsonderzoeker toonde dit al aan bij een andere
kinderpop; na tussenkomst van de onderzoeker kon ze alleen
nog putten uit Vijftig tinten grijs. Niet echt het kindergesprek
waar ouders op zitten te wachten.
HOE
S
Slimme Barbie staat symbool voor een reeks producten die worden
uitgerust met sensoren, internet en, via de cloud, rekenkracht
en kunstmatige intelligentie krijgen. Hoewel de term
Internet of Things al jaren bekend is, rollen nu de connected devices
daadwerkelijk van de fabrieksband. De slimme meter, de
slimme tandenborstel, de slimme bh, en zelfs de iconische koelkast
is eindelijk te bestellen (althans, in Zuid-Korea). Bedrijven
en overheden zien het Internet of Things als nieuwe groeimotor
van de economie. Tegelijkertijd zijn er zorgen over beveiliging,
privacy en autonomie. Hoe weet je straks welk object jouw kan
‘lezen’ en hoe de aan jouw getoonde informatie is afgestemd op
hoe je ‘gelezen’ bent?
Terug naar de lijstjes. Daar stond nóg iets op. De toekomst van
adverteren, via geleiding van het bot. De techniek wordt al
gebruikt voor slechthorenden. Een Duits advertentiebureau
gebruikte recent de techniek om reclameboodschappen te verzenden
naar reizigers in het openbaar vervoer, te horen als ze
met hun hoofd tegen het raam leunden. En de eerste patenten
zijn aangevraagd om advertenties te personaliseren op basis van
lichaamshouding en taal, en waarbij de huid gebruikt wordt om
de boodschap door te geven.
De lijstjes maken mij één ding duidelijk. We staan aan de vooravond
van een nieuwe digitaliseringsgolf die grote maatschappelijke
vragen oproept. Onze omgeving ‘verslimt’ ongemerkt:
ze verzamelt en analyseert informatie over ons en geeft persoonlijke
feedback. Zo is menselijk gedrag op steeds meer plekken
op subtiele wijze te beïnvloeden en te sturen. Hoe ver mag
technologie daarin gaan? Hoe houden we controle als sturing
onzichtbaar is? Dat lijken mij belangrijke vragen voor 2016.
Want terwijl beleidsmakers zich vastbijten in discussies over
dataprotectie en waar data wel en niet mag worden opgeslagen,
perkt de slimme omgeving intussen onze persoonlijke autonomie
en zelfbeschikking in.
Linda Kool is senior onderzoeker Technology Assessment bij het
Rathenau Instituut
׉	 7cassandra://9cIyQxwSh90tzN15lLMKFU6DKWh2kt86f8hVO5EODUs`̵ Vp7T,|yVp7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://T0C4DWvUZQV6czag2JVRgE4fy07ER8NQ6vhpd_O7Bjc a` ׉	 7cassandra://RPSCkjmxTfxl72xWZQ0Yr6c0oJQ0WD4ADefIoFuyak0d`S׉	 7cassandra://NraM7R0vUMnWUupgfbM3Ih6qzP4zdlkHRZKI1mZ2nJw`̵ ׉	 7cassandra://GLZxqwck3F_OaBHD6CvTPUXf_Z-69WZTLS1JmlBlJ5g͡NX͠Vp7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://k99ydjH-Yw4HgveCG5d1QlD3kRHghFcbzHsEjMyGnhk M` ׉	 7cassandra://ZKKlZLXn_CbrM5p-wwCPBhoyb-nCKpjOwn1V8qGnzHgb`S׉	 7cassandra://T4MBnLwwM0Gawq0stVgTdF86IN17Mwu1TphyPVOTiqE y`̵ ׉	 7cassandra://WCydMd1HSjsUAwRaAW9Y6nK-MaJF6fZc0vVkZQ9BSio d͠Vp7T,|yנVw7T,|y 39ׁHhttp://werk.nlׁׁЈנVw7T,|y  ȁ39ׁHhttp://werk.nlׁׁЈנVw7T,|y ,;9ׁHhttp://8ting.nlׁׁЈ׉EDIGITALE DI E NST VE R LE N I NG
‘NAAST DIGITAAL OOK
MENSENTAAL NODIG’
WETENSCHAPPERS KRITISCH OVER OVERHEIDSDIENSTVERLENING
Zes wetenschappers mochten zich tijdens een congres uitspreken over de
staat van de digitale overheidsdienstverlening. Enkele van hun conclusies:
naast digitaal contact blijft persoonlijk contact tussen overheid en burger
nodig, en de digitale ongelijkheid tussen burgers neemt verder toe.
Tekst: Peter Kanne, redacteur inGovernment
D
BU
Het antwoord op de vraag hoe het nu
echt zit met die dienstverlening moet
komen van zes wetenschappers van het
Center for e-Government Studies:
Alexander van Deursen, Wolfgang
Ebbers, Thea van der Geest, Jan van Dijk,
Lidwien van de Wijngaert en Sjoerd de
Vries. De eerste drie gaan echt in de op
digitale overheidsdienstverlening; de
andere drie focussen op de netwerksamenleving
en hoe de overheid daarin
opereert. De rode draad in de verhalen
van Van der Geest, Ebbers en Van Deursen:
digitale overheidsdienstverlening
aan burgers is goed en mooi, maar denk
niet dat je er daarmee bent.
20
Volgens Van der Geest is de keuze voor
het kanaal vooral afhankelijk van het
onderwerp (het product). Deze keuze
hangt niet samen met de complexiteit
van de taak, maar wel met de ervaren
inspanning. Haar conclusie: burgers kiezen
liever voor balie of telefoon, en zelfs
digitaal zeer vaardige burgers blijken niet
altijd alles digitaal te willen afhandelen.
LOKALE CASUS
Ook Wolfgang Ebbers behandelt in zijn
bijdrage een lokale casus: hij onderzocht
in de tweede helft van 2015 of beleidsdoelen
worden gerealiseerd bij het UWV
Werkplein in Enschede. Welke invloed
e campus van de Universiteit
Twente, 29 januari jongstleden.
Zo’n 125 vertegenwoordigers
van gemeenten, provincies
en uitvoeringsorganisaties treffen
elkaar bij het congres ‘Hoe zit het nou
echt? Wetenschappers over digitale overheidsdienstverlening’.
De organisatie is
in handen van Gebruiker Centraal, de
kenniscommunity rondom online overheidsdienstverlening,.
KANALEN
VAN AMSTERDAM
Thea van der Geest presenteerde het
onderzoek ‘De kanalen van Amsterdam’,
dat in 2013 werd uitgevoerd en inging op
de vraag ‘hoe, waar en wanneer burgers
kunnen beschikken over diensten’?
Het bleek dat de kanalen balie, telefoon
en de website elk goed zijn voor 30 tot
35 procent van het gebruik. E-mail en
post maken samen slechts 11 procent van
het gebruik uit.
heeft een website of app op het al dan
niet vinden van werk?
Ebbers onderscheidt drie groepen: een
die werkte met een app (8ting.nl), een
tweede die contact had via de
werkmap in werk.nl, en een
controlegroep. Deze laatste
groep werkte alleen met
werk.nl, zonder werkmap.
Groepen 1 en 2 hadden naast
digitaal ook persoonlijk contact
met een vaste werkcoach,
via de telefoon bijvoorbeeld.
Het bleek dat de effecten op werkzoekgedrag
en het vinden van werk na
enige tijd gingen verschillen.
Groep 1 kwam
3,1 procentpunt hoger uit
dan de controlegroep (groep
3) bij het vinden van fulltime
werk. Groep 2 kwam 7,2 procentpunt
hoger uit bij het vinden
van parttime werk. Ebbers
trekt hieruit de conclusie dat een vast,
persoonlijk contact leidt tot een iets beter
beleidseffect.
De waardering voor de digitale component
in de drie benaderingswijzen verschilde
onderling weinig.
Ebbers: ‘Voor succesvolle beleidsrealisatie
is echter meer nodig dan digitaal, het
gaat ook om mensentaal.’ Met name een
vaste werkcoach in combinatie met het
dossier dat via de website zelf werd
׉	 7cassandra://NraM7R0vUMnWUupgfbM3Ih6qzP4zdlkHRZKI1mZ2nJw`̵ Vp7T,|y׉Eopgesteld, werd zeer positief ontvangen.
Het is zeer aannemelijk dat het persoonlijke
aspect het verschil maakte met de
controlegroep.
DIGITALE ONGELIJKHEID
Alexander van Deursen behandelt de
‘digitale ongelijkheid’ van burgers en
concludeert dat lager opgeleide (en minder
verdienende) burgers vaak onvoldoende
vaardigheden blijken te hebben
om de informatie te vinden die ze nodig
hebben.
Hij onderscheidt
operationele,
formele
en
strategische
vaardigheden.
Met
de operationele
vaardigheden zit
het bij de meeste
Nederlanders wel
goed, maar waar hoger
opgeleiden hun digitale
vaardigheden vaak ook
vakmatig gebruiken, gebruiken lager
opgeleiden het internet meer voor entertainment.
Dit versterkt een digitale
ongelijkheid die sequentieel is: als je
slecht ben in het ene, ben je ook slecht in
het andere.
Waar vaak wordt gedacht dat de digitale
ongelijkheid zal verdwijnen naarmate de
tijd verstrijkt (ouderen zijn immers ook
minder digitaal vaardig en zij sterven als
eerste), stelt Van Deursen dat deze ongelijkheid
blijvend is en juist toeneemt. ‘Dit
probleem verdwijnt
niet
vanzelf.’ Van
Deursen
roept de
overheid op
burgers actief
te helpen bij
het ontwikkelen
van de benodigde digitale
vaardigheden.
En hoe het met die overheid
zelf gesteld is? Niet best, volgens
Jan van Dijk, directeur van het
Center for e-Government Studies.
‘Er is gewoon geen visie bij
de overheid.’
Volgens Van
Dijk kan de
overheid de technologische en maatschappelijke
ontwikkelingen niet bijhouden
en is ze niet innovatief.
Er is een Digicommissaris, maar die heeft
volgens Van Dijk geen geld en geen
macht. In het sociaal domein zijn gemeenten
niet goed in het netwerken. En bij het
gebruik van sociale media blijkt een derde
van de gemeenten geen strategie te hebben.
Het monitoren wil meestal nog wel
lukken maar interveniëren met sociale
media niet. ‘Men klooit maar wat aan.’
PITTIGE DISCUSSIE
De stellingen van Van Dijk leiden tot een
pittige discussie. Veel van de aanwezigen
herkennen zich in de stelling dat de overheid
achterloopt op de netwerksamenleving,
zoals dagvoorzitter Carolien Nicolai
bij handopsteken aantoont. Maar er is
ook irritatie. Iemand vraagt Van Dijk wat
die visie dan zou moeten zijn. ‘Vertel ons
dan hoe het moet.’ Maar daar moet Van
Dijk het antwoord schuldig op blijven.
Ondanks de interessante studies die werden
gepresenteerd,
bleef het definitieve
antwoord
op de
vraag hoe
het nu echt
zit met de
overheidsdienstverlening
uit.
Zaken als MijnOverheid,
DigiD, Single
Sign-on en de
overheidsportalen
–
belangrijke
schakels in
Digitaal 2017 –
bleven onbehandeld.
Op
de vraag of digitaal vaardige burgers
over een bepaalde tijd – als de digitale
overheidsinfrastructuur misschien perfect
functioneert – wél geneigd zouden
zijn hun zaken digitaal af te handelen,
antwoordde Thea van der Geest dat de
feiten uit het Amsterdamse onderzoek
geen aanleiding geven dit te geloven. De
wetenschappers wilden zich vooral bij de
feiten houden en zich niet wagen aan te
vergaande toekomstvoorspellingen.
I E NST VE R LE N I NG
׉	 7cassandra://T4MBnLwwM0Gawq0stVgTdF86IN17Mwu1TphyPVOTiqE y`̵ Vp7T,|yVp7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://XoMz6iaePHebSZkwXPKiibtxY8t0Qrsjnlle-UgHybY X` ׉	 7cassandra://MI26mgYG4QdUk17NMTq-n-Ntcq7jzaGDRkRlK5WC6T4W8`S׉	 7cassandra://qkeQcCB5oolp63AhZaE7UC76ZOIdRZd20KpjkMiWkYgI`̵ ׉	 7cassandra://wH2GuYJvlPMhDZPJT9NNuRUpqpjs61PiE4a5VtIrj1QnhX͠Vp7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://HsF-89DmKDLRQAduRl89NSajqA7wSuURKFXLlwKESCM `׉	 7cassandra://yp9qQPf06812Lrm6apv0G21HhsWkjy2O3x3FZ4LUzm4``S׉	 7cassandra://Hm5kq1G6Mgv5kYU564AdNXQnPKuGIMwGO-PCPWtR-Ag `̵ ׉	 7cassandra://SjCmHNUfjWEox7quqMkchRp1DH6rzKwH3wDRf2UM2pg :h͠Vp7T,|yנVx7T,|y t9ׁH "https://www.amsterdam.nl/gemeente/ׁׁЈ׉EKL ANTTEVR E DE N H E I D
RETAIL INSPIRATIEBRON
AMSTERDAM HALVEERT WACHTTIJDEN DIENSTVERLENING
De Amsterdammer staat centraal in het dienstverleningsmodel van de
gemeente Amsterdam. De gemeente streeft hierbij naar een zo hoog mogelijke
tevredenheid tegen zo laag mogelijke kosten. Door invoering van een
retailconcept werd de wachttijd gehalveerd en steeg de klantwaardering naar
een 8,4.
Tekst: Jos Maessen (directeur dienstverlening), Michiel Phaff (adviseur dienstverlening) en Tino de
Velde (adviseur online dienstverlening) gemeente Amsterdam
n Amsterdam komt ieder product,
voor zover wettelijk mogelijk,
beschikbaar via alle kanalen. Online
heeft daarbij de voorkeur. Een groeiend
deel van de Nederlanders wil steeds
meer online worden geholpen, maar dat
is niet voor iedereen weggelegd. Voor
diegenen blijven de andere kanalen
beschikbaar en zij krijgen ondersteuning
om van de digitale dienstverlening
gebruik te maken.
I
FEITELIJKE KENNIS
De gemeente Amsterdam baseert haar
dienstverlening op feitelijke kennis over
elementen die de klanttevredenheid beïnvloeden.
Met deze kennis richt de
gemeente de organisatie vervolgens zo in
dat deze heel erg goed wordt in dat wat
de burger belangrijk vindt.
Per kanaal is een model ontwikkeld dat
meet welke elementen van dienstverlening
welk effect hebben op de klanttevredenheid.
Hiermee is de tevredenheid
nauwkeurig te voorspellen. De modellen
zijn gebaseerd op een breed onderzoek
naar drivers van dienstverlening voor
balie, telefonie, online en social media.
De belangrijkste variabelen werden opgenomen
in een vragenlijst en voorgelegd
aan duizenden respondenten. De variabelen
zijn bekeken op correlatie en hun
bijdrage aan de tevredenheid.
22
FOCUS OP DE KLANT
‘Wachttijd’ en ‘medewerker’ blijken de
belangrijkste indicatoren voor de tevredenheid
van de burger aan de balie. Bij
een wachttijd van minder dan vijf minuten,
is de medewerker de belangrijkste
beïnvloedbare factor voor de tevredenheid.
Deze kennis leidde tot een nieuw
concept voor dienstverlening aan de
balie.
Amsterdam koos voor een retail benadering:
hetzelfde assortiment aan producten
op meerdere locaties, in plaats van
aparte locaties met specifieke producten.
Er wordt gestuurd op een gemiddelde
wachttijd van vijf minuten en 85 procent
van de producten aan de inloopbalie,
DE
IS
omdat dit veel goedkoper is dan volledig
werken op afspraak. Breed inzetbare
medewerkers in plaats van specialisten
en processen en systemen ingericht op
een directe afhandeling van (aan)vragen.
Het voorspellen van klantstromen zorgt
voor een optimale bezetting, waardoor er
geen verlies op arbeidstijd is. Deze
UITDAGING
De uitdaging is nu producten en diensten
zo makkelijk te maken dat iedereen het
zelf kan. Burgers en ondernemers zien
niet anders in hun dagelijkse praktijk bij
webwinkels, telecomaanbieders of banken
en verwachten van de gemeente simpelweg
dezelfde dienstverlening.
manier van inrichten is gebaseerd op
COPC, de wereldwijde best practice voor
dienstverleningsorganisaties.
Zeven nieuwe stadsloketten openden in
2015 de deuren volgens dit nieuwe concept.
Allemaal met dezelfde uitstraling,
inrichting, producten, werkwijze en (ruimere)
openingstijden. Amsterdammers
kunnen nu overal terecht voor hetzelfde
aanbod op het moment dat hen het beste
uitkomt. De wachttijden zijn inmiddels
gehalveerd tot gemiddeld vijf minuten en
de klanttevredenheid is 8,4.
Het aantal contacten dat verloopt via
digitale dienstverlening is nu al veel
hoger dan de traditionele dienstverlening
aan de balie en telefoon.
׉	 7cassandra://qkeQcCB5oolp63AhZaE7UC76ZOIdRZd20KpjkMiWkYgI`̵ Vp7T,|y׉E
VOOR STADSLOKETTEN
Amsterdamse stadsloketten bieden hetzelfde assortiment aan producten op meerdere locaties aan.
Digitale dienstverlening is in de visie van
de gemeente Amsterdam meer dan alleen
online een aanvraag indienen die vervolgens
wordt afgehandeld door een ambtenaar.
Het betekent automatisch afhandelen
waar mogelijk en zorgen dat relevante
andere processen al zijn opgestart.
Bij het doorgeven van een verhuizing kan
bijvoorbeeld automatisch de parkeervergunning
meeverhuizen of kan de suggestie
worden gedaan een omgevingsvergunning
aan te vragen wanneer er verbouwplannen
zijn, en automatisch de
notificatie voor bekendmakingen in de
omgeving activeren. Snel en makkelijk,
zodat een burger niet zelf hoeft uit te
vogelen wat er allemaal geregeld moet
worden met en bij de gemeente.
INTEGRAAL KLANTBEELD
Een van de initiatieven van de gemeente
is het ontwikkelen van het integraal
klantbeeld. Hiermee wil de gemeente
een overzicht creëren waar alle bij de
gemeente bekende gegevens over de
betreffende burger of ondernemer
samenkomen. De Amsterdammer krijgt
via MijnAmsterdam vervolgens inzicht
in de gegevens die de gemeente van
hem of haar heeft en kan er zelf beter
controle op houden, wijzigingen in
doorvoeren en zaken regelen. Ook is dit
een kans om betere dienstverlening aan
te bieden in het telefonie- en baliekanaal
doordat burgers en medewerkers naar
dezelfde gegevens en schermen kijken.
Zij gaan uit van dezelfde informatie, hoe
mensen ook contact zoeken.
Met de scrum-methode ontwikkelt en
verbetert de gemeente dergelijke digitale
producten kort-cyclisch en flexibel in
multidisciplinaire, zelfsturende teams.
In een aantal weken staat er een prototype
wat burgers kunnen testen. Het testen
gebeurt in een User Experience Lab
(UX Lab) door ‘echte’ mensen. De
gemeente vraagt en meet hier wat mensen
online willen doen en handig vinden.
Op basis van deze tests wordt duidelijk
of iets wel of niet goed werkt,
aanpassingen nodig heeft of klaar is om
online te brengen.
UITGANGSPUNTEN
DIENSTVERLENING
De gemeente Amsterdam volgt twee
uitgangspunten:
1. Amsterdammers kunnen op ieder
gewenst moment zelf hun zaken met
de gemeente regelen in een digitale
omgeving waarin zij voor al hun producten
informatie krijgen, status
kunnen inzien en transacties kunnen
uitvoeren.
2. De gemeente informeert én regelt
zaken proactief voor de burger/
ondernemer zodat deze niet zelf
hoeft te zoeken wat hij allemaal
moet doen of waar hij voor in aanmerking
komt.
Meer weten?
Bekijk de animatiefilm Het nieuwe Dienstverlenen
in drie minuten... en verdere informatie
op: https://www.amsterdam.nl/gemeente/
organisatie/dienstverlening/dienstverlening/
I E NST VE R LE N I NG
׉	 7cassandra://Hm5kq1G6Mgv5kYU564AdNXQnPKuGIMwGO-PCPWtR-Ag `̵ Vp7T,|yVp7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WCkJhMdjHwdsuqHMvtP_RNm0-_BfCfqR5MDpQmt3nLk ` ׉	 7cassandra://e9sorm9Gs49Do-z4ElR-x38dB_TSOfozRP8epuYxHyE[L`S׉	 7cassandra://AguktvkYnxv-K0azQ2AkHxUapvxFjJckZWl94jIe9kE`̵ ׉	 7cassandra://zfbNlS3SAZGeyd2swxtNa9-U35Ux1nuVWqQpXkeZOe4 t`͠Vp7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://peOzLHmZ1o7in2I2qIFW6wL_z4SU9qLcLjaz7INUoR0 f` ׉	 7cassandra://0B8YHFtpHmWzHcFCvzBl-dDxDiUoYc-uWBZUOi567xsef`S׉	 7cassandra://Ip3FamPcJnfbtqjOApuhAkGCgzQu6X8_4LwbrAzIYA8 `̵ ׉	 7cassandra://bOLd-curj-iGLy1QbhpEG49gUXbjOu2tq1b3pIue8wY h͠Vp7T,|yנVw7T,|y ^\̃9ׁHhttp://www.manifestgroep.nlׁׁЈנVw7T,|y ^1̷9ׁH %http://www.overheid.nl/particulieren/ׁׁЈנVw7T,|y rR9ׁHhttp://Overheid.nl/ׁׁЈנVw7T,|y dȁ̦9ׁH  http://Overheid.nl/particulierenׁׁЈנVw7T,|y J9ׁHhttp://Overheid.nlׁׁЈנVw7T,|y ;M9ׁHhttp://Overheid.nlׁׁЈ׉E
ALI FE E VE NT S
WAAR DE OVERHEID DE
LIFE EVENTS VORMEN REMEDIE TEGEN BOTSENDE LOGICA’S
Met ‘Life events’ bouwde Logius een applicatie om informatie over overheidsdiensten
op een handige manier te ontsluiten voor burgers. Begin dit jaar werden
de eerste vier levensgebeurtenissen aangeboden op Overheid.nl: 18 jaar
worden, werkloos worden, overlijden en scheiden. ’Life events’ stelt de overheid
in staat haar informatie breed en zonder controleverlies uit te venten.
Tekst: Luc Boss, relatiemanager externe betrekkingen bij de Sociale Verzekeringsbank en voorzitter
van de Community Dienstverlening van de Manifestgroep
Beeld: Shutterstock
U
itvoeringsorganisaties proberen
vanouds hun dienstverlening
zo eenvoudig mogelijk
in te richten. Dat scheelt
ergernis bij hun klanten en kosten in de
uitvoering. Die digitale diensten werken
prima voor burgers die goed weten wat
ze met welke organisatie moeten regelen.
Lastiger wordt het als rondom een
levensgebeurtenis meerdere (trans-)acties
met verschillende organisaties moeten
worden geregeld. Dan kan het zomaar
gebeuren dat iedere organisatie zijn zaakjes
goed op orde heeft, maar de burger in
het geheel verdwaalt.
De logica van de overheid lijkt weinig op
die van de gemiddelde burger. De overheid
voert wetten en regelingen uit en is
langs die lijnen georganiseerd. Burgers
maken tussen geboorte en dood van alles
mee en bij veel gebeurtenissen moeten ze
zaken doen met de overheid of een van
haar filialen. De verbindende factor tussen
beide logica’s vormen de levensgebeurtenissen.
Overheidsorganisaties kunnen
burgers helpen de weg te vinden als
ze hun informatie ordenen rondom
levensgebeurtenissen en samenhangend
presenteren. En als die informatie te vinden
is waar burgers feitelijk zoeken.
THEMAPORTAAL
Het project ‘life events’ realiseert precies
deze drie punten. Zo’n tien jaar terug
werd hiervoor al per gebeurtenis een
apart themaportaal gebouwd. Dat werkte
redelijk voor het tonen van samenhangende
content, maar schoot finaal tekort
op het punt van vindbaarheid. De applicatie
life events lost dit probleem nu op,
omdat die het mogelijk maakt content op
iedere willekeurige site te plaatsen. Dus
niet alleen bij de overheid, maar ook op
sites waar burgers mogelijk eerder zoeken.
Zoals bijvoorbeeld een mediator bij
scheiden, een uitvaartondernemer bij
overlijden of een organisatie als het Juridisch
Loket.
Begin 2014 startten DUO, UWV, Belastingdienst
en SVB met het praktisch uitwerken
van het concept. Al snel werd het
ministerie van Binnenlandse Zaken
(BZK) erbij gehaald, vanuit de gedachte
dat alle uitgewerkte levensgebeurtenis24
׉	 7cassandra://AguktvkYnxv-K0azQ2AkHxUapvxFjJckZWl94jIe9kE`̵ Vp7T,|y׉E;BURGERS ONTMOET
sen in ieder geval te vinden moeten zijn
op Overheid.nl. BZK ziet Overheid.nl als
dé wegwijzer naar informatie over de
dienstverlening van overheidsorganisaties
op het internet.
PROTOTYPE
Nadat met een prototype was aangetoond
dat burgers het concept hoog
waarderen, hebben de vier uitvoerders
en BZK botje bij botje gelegd om de voorziening
voor Life events te laten bouwen
door Logius. Het resultaat is dat begin dit
jaar vier levensgebeurtenissen zijn ontsloten
op Overheid.nl/particulieren,
namelijk 18 jaar worden, werkloos worden,
overlijden van een naaste en – niet
verrassend – scheiden.
De presentatie van de content is bewust
eenvoudig gehouden, niets leidt af van
de inhoud. De burger die informatie
zoekt, kan ervoor kiezen om alle content
te laten zien of te filteren door eigen kenmerken
op te geven. Ook kan de content
worden geordend op thema of op volgorde
van vereiste actie (van de burger).
De informatie is kort en kernachtig en
linkt waar nodig door naar meer achtergrondinformatie,
een transactiedienst bij
een organisatie of beide.
ZOEKENDE BURGER
Deze aanpak levert voordelen op voor
alle partijen. De zoekende burger krijgt
complete en samenhangende informatie
met goede doorverwijzingen en duidelijke
uitleg over acties die hij moet ondernemen.
En dat bovendien op een plek
waar hij logischerwijs zoekt of al snel
terecht zal komen via Google.
De publicerende organisatie wordt werk
uit handen genomen, heeft de zekerheid
dat de content actueel en gevalideerd is
en biedt haar klanten een goede service.
De content leverende organisatie verbreedt
het ‘verspreidingsgebied’ van haar
informatie en weet zeker dat die informatie
ongewijzigd wordt gepubliceerd.
DE
I
Met de publicatie van de eerste vier
levensgebeurtenissen op Overheid.nl/
particulieren is een mijlpaal bereikt, maar
de reis is nog lang niet ten einde. Wat er
nu staat, is een bèta-versie die moet worden
verbeterd, aangevuld en uitgevent.
Met de laatste activiteit – het uitventen –
kan de volledige potentie van de voorziening
worden benut.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar
overheidsorganisaties in de strikte zin
van het begrip en naar organisaties die
namens de overheid optreden, maar
zeker ook naar organisaties waar burgers
mensen werkelijk zoeken. Tegenstanders
zullen stellen dat de overheid altijd neutraal
moet blijven en niet kan en mag
samenwerken met commerciële partijen.
De introductie van life events dwingt om
het gesprek daarover te gaan voeren en
dat is hoe dan ook winst.
Meer weten?
De eerste vier ‘life events’ zijn te vinden op:
www.overheid.nl/particulieren/
Meer informatie over de Manifestgroep:
www.manifestgroep.nl
naartoe gaan op zoek naar informatie en
advies. Denk bijvoorbeeld aan echtscheidingsadvocaten,
uitvaarondernemers,
specifieke websites en fora.
COMMERCIËLE PARTIJEN
Life events levert de bouwstenen om
neutrale overheidsinformatie ongewijzigd
op veel plaatsen te publiceren. Dat
roept de vraag op of de overheid zich kan
inlaten met commerciële partijen.
Voorstanders zullen inbrengen dat informatie
dáár te vinden moet zijn waar
I E NST VE R LE N I NG
׉	 7cassandra://Ip3FamPcJnfbtqjOApuhAkGCgzQu6X8_4LwbrAzIYA8 `̵ Vp7T,|yVp7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://IqZkk_Qsthyb8qqqZUz02HR_MdZWYY4YYNWM742h2io e`׉	 7cassandra://3HB4mNp3v4arWXVwv22eq359p0uydQkOioh3tZGlees_`S׉	 7cassandra://iEqUg_FrdLXuYep89tbHGuvhTQXzd1RHig8I6ZZimFY`̵ ׉	 7cassandra://vy1Y-bSCZbWLiw1kBqQWJz37-mJIoT6cQlZhjHmHKys :h͠Vq7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://XRinzsXz51ClRH-AvwjMXLvpwdb-klrfDbhigk1e0bk  `׉	 7cassandra://y7C8ErtlCrkuFtaX47CA_AVLxy6zhejOkSWBKw_-3DIr`S׉	 7cassandra://ZKcUZRFygSzVoB_s95Yq_k6Thom8Upr0kPPnG8NlFnc `̵ ׉	 7cassandra://kCnSVsYTH_bIiInPGtSr0TYlooTpJVNJgz9UCVN3s78 \͠Vq7T,|y׉ESPECIAL
Digitaal werken in
praktijk gebracht
Van vaag containerbegrip naar concreet en breed
gedragen doel
Digitaal werken is een containerbegrip geworden waar iedereen een andere uitleg aan geeft. Heeft
het te maken met fl exwerken, documentmanagement, iPads, een paperless offi ce of is het vooral
ketenregie? Dit artikel beschrijft een aanpak om digitaal werken voor uw organisatie concreter te
maken om zo de ambities op dit vlak scherper te kunnen formuleren.
Tekst: Harmen Lindeboom, Rob Berentsen, Barry Woudenberg, Frank Hendriksen, adviseurs bij M&I/Partners
ijzelf hanteren de volgende defi nitie voor digitaal
werken: werken binnen een werkomgeving
waarin de digitale informatie leidend is. Als
informatie op papier wordt ontvangen, wordt
deze zo vroeg mogelijk omgezet naar een digitale variant. Alle
informatie in de bedrijfsprocessen wordt digitaal opgeslagen,
verwerkt, gearchiveerd en ontsloten (intern en extern).
Ook deze defi nitie laat nog de nodige ruimte voor nadere
invulling. Digitaal opslaan kan op een netwerkschijf, maar voor
een goede integratie naar andere applicaties heeft dit heel snel
zijn beperkingen. Zo worden binnen de overheid de nodige
eisen gesteld aan de voorwaarde waarmee digitaal gearchiveerd
mag worden. In de praktijk is een vorm van recordmanagement
weldra een vereiste. Maar ook het digitaal ondersteunen van
processen kent zo veel verschijningsvormen dat de invulling
voor de eigen organisatie per geval zal verschillen.
Dat vraagt dus om een nadere invulling. Dit artikel beschrijft
een methode om die invulling in vijf stappen te concretiseren.
Zodat u gestructureerd overzicht krijgt van onderwerpen die
met digitaal werken te maken hebben, de huidige positie van
uw organisatie hierin en het te stellen doel.
W
Stap 1: Beelden verzamelen
Start met het invullen van de term digitaal werken. Neem hiervoor
de belangrijkste spelers in de organisatie bij elkaar en
vraag ze gezamenlijk in te vullen wat ze precies onder digitaal
werken verstaan. De groepsgewijze aanpak hierin is belangrijk.
De deelnemers moeten op elkaars onderwerpen voort kunnen
borduren om het plaatje zo compleet mogelijk te kunnen
maken. Wanneer er weinig ervaring is met digitaal werken kan
het goed zijn om een of enkele externe experts mee te laten
denken in de groep en te putten uit de voorbeeldlijst (zie
kader).
De persoonlijke invulling van digitaal werken loopt per werknemer
waarschijnlijk sterk uiteen. De een zal zich laten leiden
door de infrastructuur (’Ik wil overal kunnen werken’). Voor
een ander telt de hardware (‘Ik wil een iPad’), de software (’Ik
Voorbeeldlijst onderwerpen digitaal werken:
• Mobiel werken
• Beeldschermwerken
• Flexibele (thuis) werkplekken
• Digitaal archiveren
• Digitale postafhandeling
• Substitueren / vervangen papier
• Digitaal tekenen
• Klant portalen
• Apps voor klanten en medewerkers
• Centrale dossiers
• Formulier sjablonen
• Formulieren en gestructureerde gegevens
• Zaakgericht werken en processturing
26
׉	 7cassandra://iEqUg_FrdLXuYep89tbHGuvhTQXzd1RHig8I6ZZimFY`̵ Vq7T,|y׉EWwil één geïntegreerde werkomgeving’), de cultuur (’Alles is
intern openbaar, tenzij...’), de procesondersteuning et cetera.
Alle beelden zijn goed en kunnen een plek in het geheel krijgen.
De
beelden zijn op zichzelf niet uniek, maar de samenhang
bepaalt voor jouw organisatie wat digitaal werken betekent.
Zowel de invulling van dit begrip als de brede herkenning
ervan zijn belangrijk om tot een succesvolle implementatie te
komen.
Vergeet niet in de beelden ook de gevolgen te bespreken. Zo
kan verder digitaliseren ook vragen om een sterkere informatiebeveiliging,
een meer betrouwbare infrastructuur of meer
digitale vaardigheden onder het personeel.
Stap 2: Beperk aantal onderwerpen
Richting geven is keuzes maken. Groepeer alles wat genoemd
is rond maximaal tien onderwerpen. Kies voor die onderwerpen
waarvoor in de groep een breed gedragen gevoel van
urgentie bestaat. Bij meer dan tien onderwerpen bestaat de
kans dat de discussie te breed blijft en er uiteindelijk geen
keuzes worden gemaakt. Beperk het aantal onderwerpen desnoods
door thema’s die sterk samenhangen te clusteren.
Stap 3: Faseer de ambitie
Maak nu per onderwerp een ambitielijn van vier of vijf stappen.
Begin met de absoluut minimale invulling en eindig als
laatste stap met de ultieme e wens. De minimale invulling mag
ook ‘slechter’ zijn dan de huidige situatie. Beschrijf elke stap in
concrete termen of beelden. Houd als spelregel wel aan dat het
een realiseerbaar beeld moet zijn. Dromen is leuk, maar het
hoogst haalbare doel moet nog wel in de praktijk haalbaar zijn.
Aan het einde van deze fase is er een schema te maken met
een onderwerp per regel en een ambitieniveau per kolom.
Stap 4: Bepaal huidige situatie
Vul nu per onderwerp in wat de huidige stand van zaken is in
de organisatie. Hierbij zal soms een gemiddelde genomen moeten
worden over de afdelingen heen, want in de praktijk willen
verschillende organisatieonderdelen nog weleens van elkaar
verschillen.
Zo kan het zomaar zijn dat juridische zaken al een eigen documentmanagementsysteem
in gebruik heeft inclusief digitale
archivering, maar dat dit in het primaire proces nog niet is
toegepast omdat daar archiveren op papier nog de norm is. Het
is bij dit onderwerp belangrijk dat de deelnemers het met
elkaar eens zijn waar de organisatie als geheel staat.
DROMEN IS LEUK, MAAR HET HOOGSTE
DOEL MOET WEL HAALBAAR ZIJN
Stap 5: Bepaal realistische ambitie
Bepaal gezamenlijk per onderwerp welke trede in de ambitie een
realistisch doel is om in een redelijke termijn te realiseren. Kies
hiervoor een relatief korte termijn van bijvoorbeeld twee of drie
jaar. Bedenk hierbij ook dat ’hoger’ niet per definitie ‘beter’ is. De
waarde van de oplossing wordt bepaald door het praktische nut
voor de organisatie, niet door hoe geavanceerd de oplossing is.
Om dit helder in beeld krijgen zullen een paar bijeenkomsten
nodig zijn. Zo zal waarschijnlijk de capaciteit van de ICT-afdeling
beperkingen kennen, maar ook de rest van de organisatie
kan niet alles tegelijk. Er kan dus niet hoog worden ingezet op
alle onderwerpen: er is focus nodig en een groeipad.
Vervolg
Na het doorlopen van deze vijf stappen is een gezamenlijke
doelstelling geformuleerd. Daarbij is duidelijk wat het doel is,
waar de focus ligt en op welke schaal de verbetering wordt
gezocht. Op sommige gebieden zijn grote stappen gewenst,
andere gebieden kunnen blijkbaar met minder af.
Door dit beeld gezamenlijk op te bouwen en expliciet inzichtelijk
te maken is het draagvlak groot en het eindbeeld ook goed
uit te leggen aan anderen. Door deze exercitie regelmatig te
herhalen ontstaat een mooie basis voor het voeren van regie
op weg naar digitaal werken.
In het schema hieronder wordt het geheel samengevoegd tot
een overzicht. Hierin zijn de ambities paars aangeduid en de
huidige situatie donkerblauw. Dit kan goed dienen als een
praatplaat in de communicatie binnen de organisatie.
׉	 7cassandra://ZKcUZRFygSzVoB_s95Yq_k6Thom8Upr0kPPnG8NlFnc `̵ Vq7T,|yVq7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://krKJzy0c8kM92VRwrUj57yhq8YZQLkF-sZIfCNF6Ov0 '`׉	 7cassandra://oHCYPYl3iCNvzByHxiBzVzyukIhqFj4jvdv4VvCz8nEl`S׉	 7cassandra://NiIvyxpV663EByzZoXQq-vaJBBUoP-BdLZH5atgLtmo$`̵ ׉	 7cassandra://Y4Ez3b4D6qNYkB2m_R2BzKRvov5bwVvgLrFxPZjKbpgzR͠Vq7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://bvJu16OA65_Zul443KkDLpi4UFVGQPlfzVqe1F58Du4 `׉	 7cassandra://SpuX4fS-lb2NzbSasp5GKThGFRLKOET_ejuHJw4zgesX`S׉	 7cassandra://ScA0Ej6v5xwgA1Blv5PstnHAUotRcpuFXE7zxkPf61U`̵ ׉	 7cassandra://ny8VcRi5IznkPjIAxZE_lAK25Yl5bEGOUhV_NhJnZP0 #͠Vq7T,|yנVx7T,|y
 ̥=9ׁH 5http://www.binnenlandsbestuur.nl/parlementairemonitorׁׁЈנVx7T,|y	 9ׁH #mailto:jhulst@binnenlandsbestuur.nlׁׁЈנVx7T,|y !ց9ׁH $mailto:mvdmeer@binnenlandsbestuur.nlׁׁЈ׉E7PARLEMENTAIRE MONITOR
Betrouwbaar inzicht in parlementaire
besluitvorming, opinie en nieuws
Als ambtenaar en bestuurder bij een gemeente
moet u continu op de hoogte zijn van op
handen zijnde wetgeving en besluitvorming.
Wat is de stand van zaken? Wat staat er nog te
gebeuren? Is de wet al door de Tweede Kamer?
Wordt het afhameren in de Eerste Kamer en
moet u zich op de uitvoering voorbereiden of is
het nog niet zo ver? Wie zijn de betrokkenen,
welke dossiers zijn verwant?
Met de Parlementaire Monitor bent u altijd op
de hoogte van de laatste ontwikkelingen en in
staat om goed gedocumenteerd kansen
en bedreigingen te signaleren en beslissingen
te nemen.
Voordelen:
• Altijd op de hoogte van de laatste
ontwikkelingen in de politiek
• U weet in welke fase de besluitvorming
zit en of u nog invloed kunt uitoefenen
• Het gehele politieke besluitvormingsproces
is stap voor stap te volgen
• 24/7 real-time updates
• Alle berichten zijn voorzien van bron, achterliggende
documenten en betrokken personen
Interesse?
Voor meer informatie over de Parlementaire Monitor
kunt u contact opnemen met:
Marcel van der Meer - Salesmanager
M: 06 - 23 16 88 72
E: mvdmeer@binnenlandsbestuur.nl
Jan Willem Hulst - Senior Accountmanager
M: 06 - 22 66 36 74
E: jhulst@binnenlandsbestuur.nl
www.binnenlandsbestuur.nl/parlementairemonitor
׉	 7cassandra://NiIvyxpV663EByzZoXQq-vaJBBUoP-BdLZH5atgLtmo$`̵ Vq7T,|y׉EH E N K WESSE LI NG
MENTALE SPAGAAT
Hoe vergaat u de confrontatie van de twee polariserende beelden
van deze tijd? Enerzijds de ontwikkeling van een Startrekachtige
technologische almacht, door Internet of Things, nano’s,
robots en genetica. En anderzijds van een onmachtige politiek in
maatschappelijke kwesties als het onevenwichtige fi nanciële
systeem, het vluchtelingenvraagstuk, de radicalisering, het klimaatvraagstuk?
Bij mij levert dat een mentale spagaat op, waar
ik op mijn leeftijd toch aardig op moet trainen.
E
E
De eerste rekoefening om die spagaat vloeiend te maken, is om
de ontwikkeling van technologische almacht ook in minder plezante
arrangementen te plaatsen. Want het is ook weer niet een
en al plezier, die technologische geavanceerde vergezichten.
We spreken van ‘disruptieve werking’ en speculeren over de
invloed op (publieke) dienstverlening waar massaal middelbare
en hogere functies zullen verdwijnen. We spreken van deeleconomie,
mogelijk gemaakt door geraffi neerde informatiesystemen
die traditionele sectoren vernietigen. Praat eens in een traditionele
taxi over Uber; dat is niet lachen. Of meer futuristisch
spreken we van robots die slimmer zijn dan wij en houden we
graag vast aan die Startrek-illusie van dat laatste restje menselijke
uniciteit, namelijk creativiteit.
Natuurlijk gaan we ook creativiteit, zoals logisch redeneren, in
algoritmes vangen. Er komen machines die slimmer en creatiever
zijn dan wij en die ons kunnen gaan domineren. Zo, deze
rekoefening brengt evenwicht in het gevoel van onmacht: het
gaat bij beide beelden om arrangementen waarin we met elkaar
vreselijke dingen tot stand kunnen brengen. Het beeld van de
mens als tovenaarsleerling forever op ons netvlies.
De tweede rekoefening is wat moeilijker en vereist doordachte
refl ectie. Die moet meer evenwicht brengen in het optimisme dat
kleeft aan die technologische ontwikkeling (heel basaal: hoe handig
is het niet om zo’n slimme thermostaat in je huis te hebben)
en het pessimisme dat die stroom van rampenbeelden, ruziënde
politici en polariserende burgergroepen oproept.
Laat je eerstens niet intimideren door het opduiken van NVUfanatici,
polderjihadisme, onverhulde internationale machtspolitiek,
onrustige fi nanciële markten, taaie werkloosheid.
Zie tweedens het rekken als onderdeel van onze langlopende collectieve
leerprocessen in het oplossen van ‘taaie vraagstukken’.
Die lastige problemen raken alle partijen en dwingen soms ook
tot een zekere gezamenlijkheid in het zoeken naar oplossingen.
Het klimaatvraagstuk verdeelt, maar verenigt ook en technologie
kan ons daarbij helpen. Met het verdwijnen van arbeidsplaatsen
hebben we veel ervaring; we creëren nieuw werk en
verdere arbeidstijdverkorting, waarom niet?
Met deze tweede rekoefening is de spagaat gemaakt. Scepsis?
Logisch, zie de eerste rekoefening. Gelukkig is de spagaat
slechts mentaal. Dus blijf als publieke professional gewoon in
loopstand en blijf hardnekkig bouwen aan oplossingen. Ook als
er grote tegenstellingen zijn en we weinig snappen van wat er
gebeurt, zoek je naar arena’s waar overleg mogelijk is, naar kennis
die helpt en coalities die op zoek zijn naar perspectief. Let’s
make things of public value.
Henk Wesseling, Expertisecentrum partners in publieke
meerwaarde
׉	 7cassandra://ScA0Ej6v5xwgA1Blv5PstnHAUotRcpuFXE7zxkPf61U`̵ Vq7T,|yVq7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ds__cVjEFXoq08JNBSmVHWg_BJLww75F5djr0gv-0fI :` ׉	 7cassandra://K-CtcYqO47JY5d0CeiFQNHKY779Fbfn_bpxgTDz_kQA^U`S׉	 7cassandra://4-PxkbkLsUVJxGE0dhdOqXvR5YS_x_zxBlQK2qjyXo0`̵ ׉	 7cassandra://5NxPN2o-BD9K_1E5e-Ng2RRJmDqLhiVWFEHKojyL5FMiT͠Vq7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://Rv2osgtW7ZOHYasf-VPdlXMYPvYI_G9hipmXJPBWaTU G`׉	 7cassandra://PaML0m-xId6ln7t1s95_3e_x89svHKKoDpwqI4WFmKoQ%`S׉	 7cassandra://vGyMDCdq7gB9prSmc7H2x7bvPiGSVwOGcVNiXE7OWKU`̵ ׉	 7cassandra://0uYJpThNbfsEhfruZ4HcwzveC1JXiofp29rJZiHfsFQ )X͠Vq7T,|yנVx7T,|y 'ǁo9ׁHhttp://MijnOverheid.NLׁׁЈ׉EDIGITALISE R I NG
DIGITALE DROP-OUT
MOET OOK MEEDOEN
GEEF LASTIGE BURGERS EIGEN REGIE BIJ DIGITALISERING
De digitale samenleving komt niet tot stand als de overheid ons slechts
dwingt om digitaal te gaan. De erkenning van eigen regie en autonomie van
de burger is daarin een cruciale factor. Beschouw eigenaarschap en vrijheid als
nieuwe waarden voor digitale communicatie met de burger.
Tekst: Jan de Kramer, redacteur inGovernment
aak wordt aangenomen dat
management accounting en
control-systemen in organisaties
nodig zijn om te voorkomen
dat werknemers opportunistisch
handelen en vooral hun eigen belangen
behartigen. Daarmee gaan veel organisaties,
maar ook onderzoekers, te kort door
de bocht, stelt Ivo De Loo in zijn oratie
waarmee hij eind vorig jaar zijn ambt als
hoogleraar aan Nyenrode Business Universiteit
aanvaardde.
V
Met zijn leerstoel management accounting
en control probeert De Loo een persoonlijker
managementbenadering tot
stand te brengen. De Loo vindt dat we
zijn doorgeslagen in de gedachte dat
‘meten weten is’, en dat er daarom in
organisaties maar zoveel mogelijk moet
worden gekwantificeerd en gemonitord.
‘Organisaties willen uiteraard daar waar
dat kan risico’s wegnemen, wat een
extra reden is om het gedrag van werknemers
in kaart te brengen. Dit kan echter
op gespannen voet komen te staan
met de zingeving die werknemers halen
uit, en de betekenis die zij geven aan,
hun werk. Als de hele organisatie ingericht
is op het voorkomen van incidenten,
wordt waarschijnlijk veel creativiteit
en innovativiteit ondermijnd’, zo stelt
De Loo.
30
De essentie van De Loo’s stelling is dat
een negatief mensbeeld een negatief
effect heeft op het gedrag van mensen, en
daarmee op de ontwikkeling en het bereiken
van gestelde doelen. En daar zijn ook
lessen uit te trekken voor de in hoog
tempo digitaliserende overheid.
DIGIBEET
Digitalisering is de nieuwe norm. Wie
daar, wegens onkunde of onwil, niet aan
meedoet is een ‘digibeet’. Een analfabeet
dus, niet bepaald een positieve connotatie.
Of een ‘digitale drop-out’, ook al niet
DE
ONGR
een fijne term: iemand die zich onttrekt
aan wat maatschappelijk gebruikelijk en
gewenst is. In het taalgebruik is dus al
een negatief mensbeeld aan het ontstaan
ten opzichte van allen die zich niet voegen
in de digitale wereld. Als je niet meedoet,
ben je eigenlijk een beetje achterlijk.
Volgens De Loo voelen mensen zich door
te veel controle en te rigide systemen
aangetast in hun autonomie. Vervolgens
REGEN VAN BOETES
In dit verband is de RDW-casus van een
aantal maanden geleden een mooi voorbeeld.
Met ingang van 2015 is de schriftelijke
waarschuwing dat een apk-keuring
moet plaatsvinden vervangen door een
digitaal bericht in het digitale kluisje dat
Nederlanders hebben bij MijnOverheid.nl.
De RDW schakelde op dit digitale
waarschuwen over zonder daarover
zoeken en vinden ze een vorm om die
autonomie bínnen het systeem te handhaven.
Systemen bestaan dus niet op
zichzelf, maar zijn een uitdrukkingsvorm
van bepaalde waarden.
Een organisatie die via een tijdschrijfsysteem
haar medewerkers vraagt elk kwartier
van de dag te verantwoorden geeft
op het niveau van waarden een signaal af
van diepgeworteld wantrouwen. Een
overheid die burgers dwingt om ‘digitaal
te gaan’, legt daarin ook een norm op die
door een aantal burgers niet wordt
gedeeld.
׉	 7cassandra://4-PxkbkLsUVJxGE0dhdOqXvR5YS_x_zxBlQK2qjyXo0`̵ Vq7T,|y׉EnEen overheid die burgers dwingt om ‘digitaal te gaan’, legt daarin een norm op die door een aantal burgers niet wordt gedeeld.
informatie te verstrekken. Veel Nederlanders
maken helemaal geen gebruik van
MijnOverheid.NL en hebben geen idee
dat daar boodschappen voor hen zouden
kunnen staan. Het gevolg was een regen
van boetes wegens te late apk-keuringen
van argeloze burgers die op een brief
wachtten.
Ander voorbeeld. De Belastingdienst
schaft de blauwe enveloppe af. Dat is de
tekst van de campagne tenminste. Feitelijk
dwingt de dienst de burger digitaal te
gaan. Voor het opgeven van de inkomstenbelasting
moet de burger voortaan
een DigiD hebben, een berichtenbox activeren
én daar regelmatig in kijken.
Makkelijker? De verantwoordelijkheid
voor de communicatie wordt helemaal bij
de gebruiker gelegd, die daar niet om
heeft gevraagd. Bovendien is het achterliggende
principe dat uw inkomsten in
principe ongewijzigd blijven: de aanslag
wordt gebaseerd op dezelfde gegevens
als vorig jaar, tenzij u aangeeft dat die
veranderd zijn.
EXTRA HANDELINGEN
Met de toename van het aantal variabele
arbeidscontracten en steeds meer ‘dubbele’
en tijdelijke banen wordt dat nog
een uitdaging. Bovendien, het gaat nu
niet meer om het simpel opgeven van
gegevens, maar ook nog eens om het vergelijken
en controleren van de gegevens
van de dienst zelf. Extra handelingen en
tijd, alweer, waar de gebruiker niet om
heeft gevraagd.
Bij het doorvoeren van digitalisering zou
de overheid zich dus veel meer de vraag
naar het waarom moeten stellen. Want,
toegegeven, het wordt er vaak toch niet
echt makkelijker door. Een groot deel van
de inspanningen wordt bij de gebruiker
gelegd. Die moet volgens een bepaald
format informatie invullen die al lang bij
de overheid bekend is. Het voordeel voor
de gebruiker wordt vaak helemaal niet
uitdrukkelijk benoemd. We doen dit
omdat het kan... en dus moet het ook.
VERANDERINGSPROCES
De digitalisering van de maatschappij is
een ingewikkeld en grootschalig veranderingsproces.
Maar in vergelijking tot
eerdere veranderingsprocessen in het
contact tussen overheid en burger is het
tempo nu vele malen hoger. Gewoonten
׉	 7cassandra://vGyMDCdq7gB9prSmc7H2x7bvPiGSVwOGcVNiXE7OWKU`̵ Vq7T,|yVq7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7SiXaTFz2g0K-qg7VNKkSboLikHQTONm-XE2dt46DBI M`׉	 7cassandra://mk3sVuQwY0FePW59j9jMj062n2pHLNqMtYjaPndn-9wb`S׉	 7cassandra://vW9qSx9essvUyR32MOrbd-QWfIqKZJrKPnNbMnUx1NUa`̵ ׉	 7cassandra://nZKEF2ENRhV7zwPWQQvr3KTbi5KYCEpWPHaSBtPWE_M sX͠Vq7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://QUi4_LfJCCbgTHEwwcSasjvM2bqVmwWz4YyhARb2T9o 6`׉	 7cassandra://MaLNGk8GSIZEsuEyrMHnf-6BVBPjRwNA63UuHRrJACA``S׉	 7cassandra://-0ijAePmGQuMGKjDCxMVM_tjzWv3qQ7K1xltCeeoN4k`̵ ׉	 7cassandra://-3VUz-21O0KVCWqmarOhd9OUwVc_GmkfJ8aQugMcuFA  ̘͠Vr7T,|y׉Een systemen waarmee we als burgers al
vele decennia leven en die onderdeel zijn
van onze interne programmatuur, worden
in korte tijd en door externe factoren
veranderd. Daardoor ontstaat weerstand.
Uit onderzoek is al lang bekend dat effectieve
verandering alleen ontstaat als
mensen ervaren dat ze er zelf belang bij
hebben én dat ze enige mate van autonomie
ervaren. Veranderen omdat een
ander je daartoe dwingt, is bewezen ineffectief.
De erkenning van eigen regie en
autonomie is een cruciale factor: als ik
een eigen belang en eigen vrijheid herken,
ben ik bereid mee te bewegen.
De digitaliserende overheid zal zich dus
bewust moeten zijn dat het belang van de
burgers de leidraad moet zijn om een
effectieve gedragsverandering te bereiken.
Zo niet, dan zal de verandering als
dwang worden ervaren en dus een negatieve
reactie oproepen.
TWEEDELING
De digitale samenleving werkt een
nieuwe tweedeling in de hand: die tussen
systeem en individu; tussen de wereld
van cijfers en informatie en de wereld
zoals wij die als burgers dagelijks ervaren.
Zo dreigt die digitale samenleving in
een ongrijpbare werkelijkheid te ontaarden
die weliswaar gegevens ordent en
ons van informatie voorziet, maar tegelijk
slechts een geringe invloed heeft op
de intermenselijke relaties en onze dagelijkse
werkelijkheid.
ONZICHTB
ONT
Als we nu eens vanuit dat perspectief
naar de digitale overheid kijken, dan is
het voorspelbaar dat burgers die meer en
meer beschouwen als iets dat niet over
hen gaat. Het eigenaarschap ontbreekt.
Op verschillende manieren zien we daar
weerstand tegen komen. Expliciet als het
gaat om bewegingen rond privacy en
beveiliging van gegevens, maar ook in de
vorm van protestgroepen als Occupy. De
systemen worden gewantrouwd omdat
32
drop-out), maar van het bewust creëren
van eigen autonomie. Ze doen slechts
mee voor zover hun belang ermee is
gediend. Ook dat is een vorm van individueel
maatwerk, zij het niet de vorm die
we er gebruikelijk onder verstaan.
ZOVEELSTE STEEN
Met zijn rede gooit De Loo de zoveelste
steen in de vijver. Maar het is wel een
belangrijke steen. Vanouds zijn
Staatssecretaris Wiebes lanceert de campagne om de blauwe envelop af te schaffen.
ze een eigen, kennelijk ongrijpbare en
onbegrijpelijke logica en dynamiek hebben.
Daar is als individu geen invloed
meer op uit te oefenen.
Impliciet, onzichtbaar en daardoor
bedreigender is het ontstaan van een
soort nieuwe ‘autonomen’. Ze doen niet
verder mee met de digitale samenleving
dan ze zelf nodig achten. Dat is lang niet
altijd het gevolg van ‘niet kunnen’ (de
digibeet) of bewuste afscheiding (de
accounting en controlling immers de
disciplines waar systemen en controle
boven elke discussie zijn verheven. Voor
de digitalisering van overheidsdiensten
ontstaat nu de vraag hoe we wél om
moeten gaan met de groepen die we nu
vaak negatief duiden als niet-willers of
de niet-kunners. Centraal lijkt te staan
dat we autonomie, eigenaarschap en
vrijheid als nieuwe waarden voor de
digitale systemen moeten gebruiken. Dus
voorkomen dat we, vanuit een negatief
mensbeeld, iedereen die niet juichend
meegaat met de digitale dienstverlening
meteen als enigszins zielig beschouwen.
Want dan lopen we het risico om
systemen te ontwikkelen die steeds
minder met de werkelijkheid van de
burger te maken hebben.
Denken vóór de klant, of de burger, is
eeuwenlang de gewoonte geweest van
overheden. Het algemeen belang kan
immers het beste worden geformuleerd
door een neutrale entiteit die het overzicht
heeft. Samen mét de burger of de
klant onderzoeken wat het beste is voor
beiden is nog niet bepaald de norm. Dat
vraagt om te beginnen om gelijkwaardigheid
en acceptatie van het feit dat mensen
geen rationele systemen zijn.
׉	 7cassandra://vW9qSx9essvUyR32MOrbd-QWfIqKZJrKPnNbMnUx1NUa`̵ Vr7T,|y׉EAR J AN E L FA SSE D
METEEN OPEN, DAT
HANDELSREGISTER
Onlangs kondigde de Franse staatssecretaris voor de Digitale
Economie Axelle Lemaire aan dat het Franse handelsregister
voor 1 januari 2017 volledig opengaat. Nederland kan vandaag
nog dit voorbeeld volgen. In het Verenigd Koninkrijk, Denemarken,
Noorwegen en bij onze zuiderburen is het handelsregister
niet alleen openbaar maar ook nog eens toegankelijk als open
data. Een echt open handelsregister levert veel meer op dan een
gesloten. Ervaringen in het buitenland laten namelijk zien dat
het open en vrij toegankelijk maken van het handelsregister
goed is voor de economie, handel en innovatie.
OPE
EC
Handelsregisters die gegevens als open data ontsluiten kosten
belastingbetalers, de overheid en ondernemers veel minder dan
gesloten registers, zoals het handelsregister dat in Nederland
wordt beheerd door de Kamer van Koophandel. Het gaat niet
om de hoeveelheid geld die de Kamer van Koophandel verdient
met het exploiteren van het handelsregister maar om de inkomstenderving
van de BV Nederland. We betalen met z’n allen al
een enorme bak publiek geld via de belasting en het Gemeentefonds
voor de uitvoering van deze wettelijke taak. Toen het
Britse Companies House haar data openstelde, zei directeur Tim
Moss: ‘We geven dit bedrag [7,5 miljoen euro per jaar] met het
openen van het register terug aan de maatschappij.’
Nog niet zo lang geleden stemde een ruime meerderheid van de
Tweede Kamer, tegen de zin van minister Kamp van Economische
Zaken, voor een motie die hem oproept onderzoek te doen
naar het ontsluiten van de data uit het handelsregister. Dat
onderzoek hoeft niet veel te kosten. De onderzoekers hoeven
alleen maar even te kijken op de site van het Britse handelsregister.
Daar kunnen ze zien wat er nu al mogelijk is. Wat dacht
je van bulk downloads in csv of XBRL? Toegang tot een API?
Gewoon realtime toegang tot betrouwbare overheidsdata, via
een gestandaardiseerde interface. Dat is waar registers voor zijn
bedoeld.
En stakeholders? Eerder al was de Algemene Rekenkamer van
mening dat er geen helder inzicht is in de kosten en baten van
deze basisregistratie, dat de kosten en baten niet evenwichtig
over verschillende stakeholders is verdeeld en dat het hanteren
van tarieven voor het afnemen van gegevens uit de basisregistraties
onnodig drempels opwerpt voor het (her)gebruik van
deze gegevens.
Ook Bas Eenhoorn, die als Digicommissaris de digitale vernieuwingen
binnen de centrale en decentrale overheid aanjaagt, zei
onlangs in een interview dat het handelsregister open moet
gaan. En ondernemers? Onlangs deed POOQ, een matchsite
voor zzp’ers en opdrachtgevers, onder zijn 16.000 leden onderzoek
naar de Kamer van Koophandel. Dat 81 procent van de
ondervraagden vóór openstelling van het handelsregister is,
was geen grote verrassing.
Het monopoliseren van publieke data door de Kamer van
Koophandel, zoals met de Handelsregister App, is al een verstoring
van de vrije markt en volgens de Reclame Code Commissie
zelfs een vorm van misleiding van ondernemers en consumenten.
Omdat de vraag niet is of het handelsregister opengaat
maar hoe, ligt het voor de hand dat de regering de wetsvoorstellen
die noodzakelijke innovatie remmen en zelfs tegenwerken
nadrukkelijk verwerpt.
Arjan El Fassed is directeur van Open State Foundation
׉	 7cassandra://-0ijAePmGQuMGKjDCxMVM_tjzWv3qQ7K1xltCeeoN4k`̵ Vr7T,|yVr7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://qZdkg0RlKmljht9fk_zSp_idwm68MY6Y0DEie7noO8I `׉	 7cassandra://lL6jW1L29hkaU1wAr0PfQtUlTbbk741Lx8_W4flNruMT`S׉	 7cassandra://djFSAGNWszDcFsgJSzQAHuM3-NOYtbuovg3taCpFZxs	`̵ ׉	 7cassandra://z9rgopHjlYf2WHBai8xp_GEytOWIGiwGcWfoIFlkTYM a\͠Vr7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://cmJ4a3dbppc-v8MD8-p7H9lLQxw6UiucYbsXFXMzO2g { `׉	 7cassandra://Geg-pbA1HExmQVv5pXkZRH0y8Z2sVJo9IHBew7JBseUjv`S׉	 7cassandra://F1ry8KGIgCa8wXFbFrUAfjM9njCgyobuwAqSCa7r5W4 R`̵ ׉	 7cassandra://7qV7JkKWtE2xHz79I4WddovoBNjosF48nnlEcO-yKu4 Md͠Vr7T,|yנVx7T,|y z9ׁHmailto:opendata@utrecht.nlׁׁЈנVx7T,|y 9ׁH "http://zoek.openraadsinformatie.nlׁׁЈ׉E	FOPEN DATA
SLIMME DATA CREËERT
GEMEENTE UTRECHT ZET DATASETS VOOR BURGERS OPEN
Utrecht is een van de gemeentelijke koplopers in het gebruik en beschikbaar
stellen van open data. Open data-coördinator Donovan Karamat Ali legt uit
hoe zijn stad daarbij tewerk gaat. Van stadsbijeenkomsten tot ‘data trip’ werkateliers.
S
inds
maart 2015 is de gemeente
Utrecht actief bezig met open
data. ‘We vinden het belangrijk
om onze grondstoffen openbaar
beschikbaar te stellen voor hergebruikers.
Die hebben zo de mogelijkheid om
publieke meerwaarde te creëren, bijvoorbeeld
door het bouwen van toepassingen
als apps’, zegt Donovan Karamat Ali.
Als open data-coördinator is hij sinds
begin vorig jaar de gemeentebrede aanjager
op dit vlak. In zijn takenpakket zit
onder meer het losmaken, ontsluiten en
actualiseren van open data in de organisatie
en het genereren van aandacht voor
open data in en samen met de stad.
CRITERIA
Binnen de gemeente Utrecht geldt een
aantal criteria voor open data. De data
moet zonder restricties openbaar toegankelijk
zijn, machine–leesbaar (voornamelijk
xls, csv en xml als bestandsformaten,
geen pdf) en getoetst zijn op kwaliteit,
zodat een hergebruiker er ook echt iets
mee kan. Dit wordt in samenspraak tussen
de open data coördinator en de organisatieonderdelen
beoordeeld.
Het laatste criterium is privacy, van groot
belang. Er mogen immers geen persoonsof
adresgegevens zichtbaar zijn die kunnen
worden gerelateerd aan een individu.
Binnen de gemeente Utrecht is een
gemeentebrede privacyfunctionaris actief
die organisatieonderdelen adviseert over
het publiceren van open data, al blijven
de organisatieonderdelen zelf eindverantwoordelijk.
BEWUSTZIJN
VERGROOT
In een jaar tijd is het databewustzijn van
Utrechtse medewerkers sterk vergroot.
Ze hebben steeds meer inzicht in de
manier waarop data meerwaarde kunnen
hebben voor hun eigen werk en voor de
stad. Om dit te bereiken zijn veel informatiebijeenkomsten
met medewerkers,
burgers en bedrijven over (open) data
georganiseerd in het Utrechtse Stadskantoor.
‘Tijdens
deze bijeenkomsten krijgen deelnemers
inzicht in de manier waarop slim
gebruik van open data leidt tot slimme
oplossingen voor de stad’, vertelt Karamat
Ali. Hij haalt voorbeelden aan van
Utrechtse pilots datagedreven sturing,
zoals het voorspellen van woninginbraken
en het in kaart brengen van de zorg34
׉	 7cassandra://djFSAGNWszDcFsgJSzQAHuM3-NOYtbuovg3taCpFZxs	`̵ Vr7T,|y׉ESLIMME OPLOSSINGEN
De gemeente Utrecht is een van de eerste vijf gemeenten met open raadsdata.
behoefte in Utrechtse buurten om effectief
zorgaanbod in te zeten. ‘Open en
gesloten data zijn de grondstoffen binnen
deze pilots. Het resultaat is dat mensen
inzicht krijgen in goede voorbeelden en
enthousiast zijn om zelf slim gebruik te
maken van data’, zegt hij.
Daarnaast zijn er verschillende opleidingen
verzorgd op het gebied van (open)
data voor interne medewerkers, van een
post-graduate master data scientist tot
een laagdrempelig ‘data trip’ werkatelier.
OPEN RAADSDATA
De gemeente Utrecht is een van de eerste
vijf gemeenten in Nederland met open
raadsdata. Dat wil zeggen dat de besluitvormingsinformatie
van de Utrechtse
gemeenteraad beschikbaar is als open
data (openbaar toegankelijk en machine
leesbaar). Hiervoor heeft gemeente
Utrecht deelgenomen aan een pilot waarbij
het ministerie van Binnenlandse
Zaken opdrachtgever was. De Open State
Foundation voerde de pilot uit.
De gemeente Utrecht onderzoekt
momenteel of er meer besluitvormingsinformatie
als open data kan worden vrijgegeven.
Daarbij wordt gedacht aan presentielijsten
en stemuitslagen (per partij
en raadslid) en het toevoegen van
I
U
metadata (beschrijvende data over de
dataset, bijvoorbeeld unieke ID-code,
titel, onderwerp).
Open raadsdata draagt volgens Karamat
Ali actief bij aan een open en transparante
overheid. ‘Het zorgt voor een
gelijke informatiepositie van burgers en
is zo ook van belang voor de lokale
democratie.’
SAMEN MET STAD
De gemeente Utrecht vindt het belangrijk
dat open data samen met de stad op de
kaart wordt gezet. In het al aanwezige
Utrechtse open data-netwerk is de
gemeente een van de deelnemers, naast
een aantal innovatieclubs uit de stad. ‘Als
LANDELIJK NIVEAU
De gemeente Utrecht werkt samen met
het ministerie Binnenlandse Zaken,
VNG/KING en diverse (grote) gemeenten
om toe te werken naar een landelijke
databank met gestandaardiseerde datasets.
‘Deze samenwerking is de enige
manier om open data naar een hoger en
landelijk niveau te krijgen en zo bij te
dragen aan het creëren van business voor
bedrijven.’
Meer weten?
De Utrechtse openraadsdata zijn doorzoekbaar
op http://zoek.openraadsinformatie.nl.
Of stuur een mail naar opendata@utrecht.nl
gemeente willen we voorkomen dat wij
gaan bepalen wat er met open data in de
stad gebeurt. Dat gebeurt samen met de
stad en daarbij is de gemeente een van de
spelers in het krachtenveld.’ Het doel van
alle partijen is om publieke meerwaarde
voor de stad te creëren.
Momenteel vindt hergebruik van
Utrechtse open data-sets wel plaats, maar
nog niet op grote schaal. Volgens Karamat
Ali zijn daar twee duidelijke oorzaken
voor. ‘We krijgen de feedback van
hergebruikers dat we kwalitatief goede
open data publiceren maar dat het
volume nog moet toenemen. Daarnaast
willen bedrijven gestandaardiseerde
datasets met een landelijk bereik voor
een interessante business case. Bijvoorbeeld
lantaarnpalen van alle 393 gemeenten
in Nederland in hetzelfde bestandsformaat,
waarbij de dataset op dezelfde
wijze is gestructureerd. Nu hebben de
grote gemeenten allemaal hun eigen
open data-portal, met hun eigen datasets
in diverse bestandsformaten.’
OPEN DATA
׉	 7cassandra://F1ry8KGIgCa8wXFbFrUAfjM9njCgyobuwAqSCa7r5W4 R`̵ Vr7T,|yVr7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9oD707vTSQsXA4eW8p8bS7rX3dzOYJistrNFxaxcYVI J` ׉	 7cassandra://BYofVjImlQdIX6JU_1TgqKvpjfiBtJ0d57O9YZvTubA[`S׉	 7cassandra://2v9O0FsZmGSZ250nxuFz25jC4Cu9hChJ0gXbrjzzzRk"`̵ ׉	 7cassandra://TxhTR5M8SQVsAma33Pg9WQaHwGBSHUY_ZhQSnif-1QM˜d͠Vr7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://zERL4T6yRcosx_1XhTzzhpG0ulHMNycI_wzHYGcDets "`׉	 7cassandra://EtJcx5i54MvBgVLQM99GWfntfGb47c_jQP68IHPrQa8av`S׉	 7cassandra://BHjsuDqtB2e81HELkX6X9PGp0CxI-d9aDRJtRSZAn8Y`̵ ׉	 7cassandra://LIIJ7cPqOmvLq_MTcd0EAFtxcMMISUOyaVkzzQYiXeo ̔͠Vr7T,|yנVx7T,|y ^`9ׁHhttp://www.kadaster.nlׁׁЈ׉EOPEN DATA
VAN OPEN DATA NAAR
BRUIKBARE INFORMATIE
KADASTER ANTICIPEERT OP ONTWIKKELING DATAGEBRUIK
Veel van de openbare gegevens van het Kadaster zijn inmiddels open data.
Maar dan zijn we er nog niet. De volgende uitdaging: hoe maken we data
zodanig bruikbaar dat de maatschappij er ook baat bij heeft?
Tekst: Dick Eertink, senior adviseur strategie en beleid, en Jan Stufken, alliantiemanager, Kadaster
D
e informatie uit de basisregistraties
Topografie en Kadaster
is openbaar: iedereen kan
deze informatie inzien en
gebruiken. Dat is wat anders dan ‘open
data’. ‘Open’ betekent dat gegevens zonder
beperkende voorwaarden kunnen
worden gebruikt en dat afnemers zich
niet bekend hoeven te maken. De afnemers
hoeven er ook niet voor te betalen
of ten hoogste de marginale kosten. Het
overheidsbeleid stelt dat openbare overheidsgegevens
als open data beschikbaar
moeten worden gesteld, tenzij er
gegronde redenen zijn om dit niet te
doen.
UITDAGINGEN
Voor het Kadaster bracht het open databeleid
de nodige uitdagingen met zich
mee. Moeten al die data, ook de persoonsgegevens,
onbeperkt beschikbaar
zijn? En zo nee, waar ligt dan de grens
tussen wat open kan en wat niet? Wat
betekent het voor de rechtszekerheid als
de data overal beschikbaar is maar de
actualiteit, herkomst en betekenis niet
duidelijk is? Hoe houden we de kwaliteit
op orde als we de gebruikers niet kennen
en als informatieverstrekking niets meer
mag kosten ?
36
Deze aandachtspunten
hebben het Kadaster
er niet van weerhouden
om actief met
open data aan de slag
te gaan. Er is inmiddels
een aantal jaren
ervaring opgedaan
met het verstrekken
van open data. Sinds
2012 is de Basisregistratie
Topografie als
open data beschikbaar.
Het gebruik van
de gegevens is sindsdien
flink toegenomen,
vooral bij het
Sinds de Basisregistratie Topografie als open data beschikbaar is, is
het gebruik door het bedrijfsleven sterk toegenomen. Bron: De effecten
van open data BRT na 3 jaar, Wageningen University/Kadaster
bedrijfsleven (zie grafiek). De data wordt
bijvoorbeeld gebruikt in de meldkamers
van politie en brandweer, in navigatiesystemen
op land en water, en bij
gemeenten bij het maken van beleid voor
ruimtelijke ordening.
Sinds 1 januari 2016 is ook de Kadastrale
Kaart beschikbaar als open data. De kaart
wordt door projectontwikkelaars gehanteerd,
door taxateurs en verzekeraars, en
door overheden voor milieueffectenonderzoek.
Het
Kadaster blijft betrokken bij ontwikkelingen
rond het gebruik van data, via
samenwerking met het bedrijfsleven en
via crowdsourcing. De interactieve kaartapplicatie,
waarmee gebruikers zelf
mutaties in de basisregistratie Topografie
kunnen melden, is hier een voorbeeld
van. Ook de de doorontwikkeling van de
3D Topografische kaart en de ‘ID in a
day’-innovatiesessies met kennispartners
en studenten vallen hieronder.
TOENAME DATA
De hoeveelheid data zal in de toekomst
alleen maar verder toenemen. Het gaat
niet meer alleen om data van officiële
׉	 7cassandra://2v9O0FsZmGSZ250nxuFz25jC4Cu9hChJ0gXbrjzzzRk"`̵ Vr7T,|y׉EE
instanties. Ook als burgers verzamelen
we met zijn allen data via sociale media,
camera’s, satellieten en sensoren, bijvoorbeeld
voor het meten van luchtkwaliteit.
Verder verandert de behoefte van de
datagebruiker. Een raadpleger van
Kadaster-online zoekt niet zozeer een
bericht met actuele informatie; hij zoekt
zekerheid en vertrouwen. Daar komt bij
dat de nieuwe generatie gebruikers geen
passieve raadpleger meer is, maar een
actieve participant die zelf bijdraagt aan
de inhoud en kwaliteit van de data.
Voor de overheid bieden al die data
nieuwe mogelijkheden om nuttig in te
zetten bij maatschappelijke processen en
thema’s. Bijvoorbeeld in de ruimtelijke
planning, waar de Omgevingswet de
komende periode een belangrijke rol zal
spelen. Op het gebied van openbare orde
en veiligheid zal steeds meer met sensoren
en beeldmateriaal worden gewerkt.
De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s
vraagt om zeer nauwkeurig positioneren
en kaartmateriaal.
ZO BRUIKBAAR MOGELIJK
Om zo goed mogelijk in te spelen op
deze ontwikkelingen moet de discussie
verschuiven van ‘meer open data’ naar:
‘hoe krijgen we de data zo bruikbaar
DE
VR
E
mogelijk voor de maatschappij?’
Daarbij is duidelijkheid over de kwaliteit
en betrouwbaarheid van data van cruciaal
belang. Met de toename van de hoeveelheid
data wordt het immers steeds
Ook de bruikbaarheid van data verdient
meer aandacht. Een ‘platte download’ is
nu de standaard voor open data, maar
dat is niet voor alle data de beste weg. De
waarde zit vaak in koppeling met andere
WAT DOET HET KADASTER?
Het Kadaster houdt de openbare registers van vastgoed, schepen en luchtvaartuigen
en is bronhouder voor de basisregistraties Kadaster en Topografi e. Het Kadaster
beheert de landelĳ ke voorzieningen voor de basisregistraties Adressen en Gebouwen,
Grootschalige topografi e en WOZ. Daarnaast verzorgt het Kadaster de informatieverstrekking
over de ligging van kabels en leidingen, publiekrechtelĳ ke beperkingen en
voor geo-informatie in algemene zin. Bĳ gebiedsinrichting heeft het een adviserende
taak. In 2015 werden circa 22,5 miljoen betaalde informatieproducten via Kadaster
online verstrekt. De dataservices in het open data-kanaal Publieke Dienstverlening Op
de Kaart werden 1,7 miljard keer gebruikt.
lastiger om de beschikbare gegevens op
waarde te schatten. Het belang daarvan
neemt vanzelfsprekend toe als het gaat
om grote beslissingen, zoals over de aanof
verkoop van vastgoed.
data. Voor een aantal datasets, zoals de
basisregistraties, moeten we misschien
naar een ‘linked data’-aanpak. Daarmee
leggen we de koppeling tussen datasets.
Als gevolg daarvan nemen de gebruiksmogelijkheden
toe en zijn de betekenis,
actualiteit en authenticiteit beter gewaarborgd.
MEER
MOGELIJKHEDEN
Tot slot moeten er meer mogelijkheden
komen voor gebruikers om vragen en
ervaringen met het datagebruik terug te
koppelen. Net zoals aanbieders beter
zicht dienen te krijgen op de kwaliteit
van hun data in de praktijk. Denk aan
een beoordelingssysteem voor datasets,
een forum waarin gebruikers elkaar kunnen
ondersteunen en een mogelijkheid
om gespecialiseerde hulp in te roepen. Of
aan het beschikbaar stellen van tools die
het gebruik van data makkelijker maken.
Open data verstrekken kan simpel zijn.
Maar bruikbare informatie verstrekken is
een vak.
Meer weten?
www.kadaster.nl
OPEN DATA
׉	 7cassandra://BHjsuDqtB2e81HELkX6X9PGp0CxI-d9aDRJtRSZAn8Y`̵ Vr7T,|yVr7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://JUDmoftWHhrDdFwao3-Ykym824OOE6uF8CIDln9bwQU F`׉	 7cassandra://ayUeE0CVRcglvsSkA3TA1lvkXhuj0ZbD5psiXHnga3wh`S׉	 7cassandra://vj7ZX0cLF81ePnLKiyaMdQeLK_l-RHhrv459Bcnknno%`̵ ׉	 7cassandra://dm74n4LDZwxDrIYdsBDAo4n-zyZEaho3se0ttf_5BIU `8͠Vr7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://yYEzdYiaC_asyGV3-P93STE4t5G__x3TQA4qWG1Rdno `׉	 7cassandra://y-t1nwo_Ds6opL3XL1Z_5NL3yyvCmfn3c57VcKvcHNU^`S׉	 7cassandra://dZvxE1MPyVv8B4ZtGTEjRTS3nOhex7C7TWUtB9ZuJ1EJ`̵ ׉	 7cassandra://H2jCxvBgmsYuzL6KOd5CUkdIwkhDEh5YdnSFP8EtNtU ͠Vs7T,|yנVy7T,|y 3̑9ׁHhttp://www.ioresearch.nlׁׁЈ׉E24/7 OVERHEIDSNIEUWS!
Download nu de
compleet
vernieuwde app
Nieuws
Vacatures Partners
THUIS IN HET SOCIAAL DOMEIN
“DE SOCIALE WIJKTEAMS ZIJN BIJ VEEL
ZORGVRAGERS NOG NIET BEKEND;
BIJ HET KEUKENTAFELGESPREK MOET
ER BETER GELUISTERD WORDEN”
Bel of mail me voor een vrijblijvend advies.
Rachel Beerepoot, accountmanager Zorg, Welzijn & Jeugd
I&O Research is een maatschappelijk betrokken onderzoeksbureau.
Wij kennen de uitdagingen waar de overheid voor staat. Het is
missie u te helpen goed onderbouwde keuzes te maken.
reau.
Onze expertisegebieden:
Burger & Bestuur, Verkeer & Vervoer, Economie & Ruimte,
Kennis & Wetenschap, Zorg, Welzijn & Jeugd.
Enschede • Amsterdam
www.ioresearch.nl
GRATIS!
׉	 7cassandra://vj7ZX0cLF81ePnLKiyaMdQeLK_l-RHhrv459Bcnknno%`̵ Vs7T,|y׉E$B O EK EN
MAESSEN LEEST
Jos Maessen, Directeur dienstverlening Gemeente Amsterdam
Jaren geleden heb ik Punished
by rewards van Alfi e Kohn
gelezen. Daarin wordt, zeer
uitputtend geïllustreerd met
onderzoeken, beschreven dat
straffen en belonen, targetsturing
en resultaatafspraken
weliswaar op korte termijn
werken, maar op lange termijn
contraproductief zijn en
de gezondheid van werknemer
en bedrijf bedreigen.
Susan Fowler borduurt in
haar boek Why motivating of
people doesn’t work… and what
does verder op dit thema. Zij geeft leiders en managers een
handvat, een model om wat te doen met de eerdere inzichten.
Zij stelt dat er de laatste twintig jaar heel veel nieuwe kennis is
ontstaan over de motivaties van mensen.
Allereerst haar kern: mensen zijn niet te motiveren door managers.
Mensen zijn altijd gemotiveerd. Maar hoe zijn ze gemotiveerd?
Zitten daar verschillende vormen in? Kun je medewerkers
naar een andere vorm van motivatie bewegen? Dat zijn de
vragen in dit boek. Er worden zes verschillende motivatievormen
onderscheiden: drie suboptimaal en drie optimaal. De suboptimale
zijn waar Kohn al over schrijft. Junkfood. Je wordt er
door gevoed, je krijgt er energie van, maar daarna loop je leeg,
ben je futloos. Je ontwikkelt je er niet door. De andere drie zijn
gezonde vormen die een mens steeds weer energie geven, hem
laten groeien en bloeien.
Wat bepaalt de motivatie van de medewerker in de context van
de situatie? Susan Fowler stelt dat er drie psychologische basisbehoeften
zijn: autonomie, verwantschap en competentieontwikkeling.
Die drie – in samenhang – zorgen ervoor dat een
vorm van optimale motivatie ontstaat. Die samenhang is
belangrijk, als een ervan ontbreekt verminderen uiteindelijk alle
drie en wordt de totale motivatie een suboptimale vorm.
Hoe kom je aan voldoende voldoening in de psychologische
basisbehoeften? Door zelfregulering. En dat wordt weer bepaald
door drie elementen: mindfulness, persoonlijke waarden die
geïntegreerd zijn met de werkomgeving, en het hebben van een
hoger doel waarvoor je werkt.
Dit model is als volgt heel kort samen te vatten. De leider moet
zijn mensen niet motiveren. De leider moet randvoorwaarden
creëren waardoor een medewerker met behulp van zelfregulering
aan zijn psychologische basisbehoeften kan voldoen. De
leider moet wel iets anders gaan doen, namelijk zichzelf leren
motiveren. Want dan kan hij ook begrijpen hoe hij zijn medewerkers
kan faciliteren.
ME
DO
Alhoewel het model van de auteur nieuw is, is het achterliggende
idee dat resultaatbeloningen op langere termijn contraproductief
zijn dat niet. Wat houdt managers dan tegen om deze
kennis toe te passen? De auteur stelt dat er in de wereld van de
managers een aantal overtuigingen en mythes leven. Ze kloppen
niet, maar zijn zeer hardnekkig. Er worden er vijf beschreven
plus een invalshoek om er anders naar te kijken.
Dit boek is populair-wetenschappelijk geschreven. Maar tegelijkertijd
voel je de diepgang die erachter zit. Het is ook ongemakkelijk
omdat het dingen raakt die over jezelf als leider gaan.
Maar het is ook een boek met een belofte. Er zijn dingen die je
een betere leider kunnen maken en, sterker nog, die je het verschil
kunnen laten maken voor je medewerkers. Lezen, dit boek!
Susan Fowler, Why motivating of people doesn’t work… and what
does (2014). Berrett-Koehler Publishers.
׉	 7cassandra://dZvxE1MPyVv8B4ZtGTEjRTS3nOhex7C7TWUtB9ZuJ1EJ`̵ Vs7T,|yVs7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WzoIJrdbeIwdYa5BObkCySBNxCLFTnifXdvtR6OjGFg G`׉	 7cassandra://d_It3ce1KVv2KvoLybrttBdP9m-BLvg3WQXNAmggFRAJ`S׉	 7cassandra://5wrF0iKr5LF5GvL7NrkFPycT49-YHt6Yo7Zkm3HvUdc`̵ ׉	 7cassandra://6hqJulqT4dYLReidOVKo-JQNvDfijoFkyYd3B6VwqC0 z͠Vs7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://kv-McgvOvhbWWTT4g1FP41JlEM05534qN_exqYA3erw >` ׉	 7cassandra://fdXrCKPJU9rMuCGEWpsE3B8ffUK3zkOmAliANhXLjHwi`S׉	 7cassandra://Aly2L-gr3HbZSqCtPYxqPrfQJDPbGXfFaORzi7rxuIg`̵ ׉	 7cassandra://Vgx4CKAbNcmAoMR71PQK1qr-FzXcxJgLjeB8nck795MJh͠Vs7T,|yנVy7T,|y P9ׁHhttp://www.vicrea.nlׁׁЈ׉ESPECIAL
Een fundament voor elke
smart city
Hoe je als overheidsorganisatie
regie houdt op smart city-initiatieven
Het oplossen van sociale, economische en duurzaamheidsvraagstukken
vraagt om betrokkenheid van burgers en bedrijven en de slimme inzet van
ICT. Nu het aantal smart city-toepassingen in volume begint toe te
nemen, neemt de beheersbaarheid ervan af. Hoe houdt je als overheidsorganisatie
de regie?
Tekst: Daniel de Klerk, innovatiemanager Vicrea
Vicrea Smart Solutions Platform
Het Vicrea Smart Solutions Platform omvat alle componenten
die nodig zijn om smart city- toepassingen te ontwikkelen.
Het platform bestaat biedt de mogelijkheid om data uit
de verschillende bronnen te ontsluiten zoals Internet of
things, open data, big data en sensoren in realtime te verwerken,
analyseren en visualiseren. Het platform is open,
wat betekent dat andere toepassingen gebruik kunnen
maken van de functionaliteit van het platform via bijvoorbeeld
API’s (application programming interface). Zo hoeven
40
de diverse databronnen eenmalig te worden ontsloten om
vervolgens in meerdere toepassingen te worden gebruikt.
Bovendien kunnen functionaliteiten van andere leveranciers
in het platform worden geïntegreerd. Dankzij het Smart
Solutions Platform kunnen overheden dus daadwerkelijk aan
de slag met rapid-prototyping. Het Smart Solutions Platform
biedt hiervoor de noodzakelijke randvoorwaarden, bevordert
hergebruik en voorkomt verspilling.
׉	 7cassandra://5wrF0iKr5LF5GvL7NrkFPycT49-YHt6Yo7Zkm3HvUdc`̵ Vs7T,|y׉E(D
Data
Het eerste wat opvalt is het type data waarmee bij smart citytoepassingen
gewerkt wordt. In (overheid)processen gebruikt
men over het algemeen data die in hoge mate gestructureerd
is en waarvan de inhoud redelijk goed is te voorspellen. De
data waar smart cities mee werken is vaak ongestructureerd,
de inhoud is onvoorspelbaar, maar het volume van de data en
de frequentie zijn hoog.
Deze data is afkomstig uit koelkasten, smartphones, auto’s en
infrastructuur (internet of things); uit sensoren (lucht-, waterkwaliteit,
etc.), social media en open-databestanden. Dat betekent
dat de hele keten die nodig is om tot een toepassing zoals
een app te komen er totaal anders uitziet dan bij een standaard
overheidsproces.
Vaak wordt er binnen smart city-toepassingen gewerkt met
niet relationele databases zoals No(t)SQL(only) in tegenstelling
tot de relationele SQL databases. Verder wordt er gebruikgemaakt
van (semi) geautomatiseerde data-analyse technologieën
zoals Machine Learning en Deep Learning om verbanden en
relaties te herkennen.
In het geval van big data-bestanden is meestal op voorhand al
niet eens duidelijk welke type vragen door de data beantwoord
zouden kunnen worden. Terwijl overheden nu vaak eenvoudigweg
query’s draaien (vragen stellen) op de gestructureerde
data die ze door en door kennen. Verder wordt in smart citytoepassingen
veel meer aandacht besteed aan de wijze waarop
informatie onderling wordt uitgewisseld (protocollen) dan aan
het standaardiseren van de berichtinhoud.
Schaalbaarheidsproblemen
De verschillende smart city-toepassingen worden vaak op een
beperkte (geo)grafi sche schaal toegepast. In de praktijk
draaien veel dan ook op geïmproviseerde servers en is de technische
keten gebaseerd op het happy-day-scenario. Concreet
houdt dit in dat de applicatie niet kan omgaan met uitzonderingen.
Zodra er wordt opgeschaald, worden organisaties echter
vaak geconfronteerd met afwijkingen in de omgevingsfactoren
ten opzichte van de initiële context waarin de applicatie
werd ontwikkeld.
Omdat veel prototypes gebaseerd zijn op het happy-day-scenario
komt het voor dat de applicaties vanuit de basis opnieuw
e pioniers op het gebied van smart city-toepassingen
stonden voor de uitdaging dat er geen voorbeeld was
om van af te kijken. De prototypes uit deze tijd zijn
dan ook precies dat: een proof-of-concept dat bewijst
dat het mogelijk is om met behulp van ICT oplossingen te realiseren
voor stedelijke problematiek. Juist omdat er nog geen
voorbeelden waren, was de barrière om zelf een smart city-app
op de markt te brengen laag.
De talloze voorbeelden uit de eerste jaren van smart cities in
Nederland hebben ons twee belangrijke dingen geleerd. Enerzijds
welke componenten je in iedere smart city toepassing
ziet terugkomen en anderzijds de schaalbaarheidsproblemen
die door de gesegregeerde aanpak ontstaan.
moeten worden gebouwd om met deze uitzonderingen te kunnen
omgaan. Daarnaast ontstaan soortgelijke problemen wanneer
twee aparte smart city-toepassingen moeten worden
gecombineerd. Omdat beide toepassingen niet gewend zijn aan
wederzijdse afhankelijkheden leiden deze initiatieven in de
praktijk tot een derde, nieuwe, toepassing die de twee separate
applicaties combineert.
Deze manier van werken leidt tot veel verspilling. Bovendien
zijn de problemen en kosten waar tegenaan wordt gelopen bij
het opschalen van de initiatieven erg schadelijk voor het politieke
commitment om met de smart city-initiatieven door te
gaan.
Regie
Overheden die aan de slag gaan met smart city-toepassingen
zijn bereid om te investeren in innovatie. Maar ze zijn uiteindelijk
wel gebonden aan het bieden van continuïteit op de
oplossingen die zij aanbieden. De bedrijven die deze toepassingen
ontwerpen zijn bovendien gebaat bij een set van standaardcomponenten
(lees: werkafspraken), zodat zij de onderIEDERE
OVERHEIDSORGANISATIE ZOU
EEN SMART CITY-PLATFORM MOETEN
AANBIEDEN
linge compatibiliteit met andere leveranciers van smart citytoepassingen
kunnen borgen.
Een soortgelijke ontwikkeling die heeft plaatsgevonden om
grip te krijgen op allerlei losse IT-initiatieven is het tot stand
komen van de referentiearchitecturen binnen de overheden.
Een van de voornaamste daarvan is GEMMA (Gemeentelijke
Model Architectuur), die de mogelijkheid heeft geboden om te
identifi ceren welke onderdelen in het applicatielandschap
welke functies moeten vervullen.
Het gebruik van GEMMA is voor smart city-toepassingen helaas
niet mogelijk. Zoals hierboven beschreven, verschilt de
gewenste functionaliteit daarvoor te veel door het type data
waarmee gewerkt wordt. Zo worden er in heel Nederland op
één dag in totaal ongeveer 465 geboortes aangemeld bij de landelijke
voorziening terwijl één sensor op één dag 86.400
berichtjes verstuurd.
Wat GEMMA wel biedt, is een slim perspectief hoe met de individuele
smart city-toepassingen moet worden omgegaan en
welke rol ze spelen. In de basis zou iedere overheidsorganisatie
een smart city-platform moeten bieden waarop alle toepassingen
kunnen aanhaken. Zo wordt niet alleen hergebruik bevorderd
maar wordt bovendien rapid-prototyping mogelijk.
Meer weten?
www.vicrea.nl
׉	 7cassandra://Aly2L-gr3HbZSqCtPYxqPrfQJDPbGXfFaORzi7rxuIg`̵ Vs7T,|yVs7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://8N3W4jNEwdai9BjWR96UaAi3YQ_hSlofdkhlMB2vLD8 Y`׉	 7cassandra://XBxl1P35xzj_RCUl-_3ugn-G8ozewej4pZnTo3F_PzYf<`S׉	 7cassandra://oxqoMTQINOrSU--lpZngH9oJ-Tbja5xamOVNqf34rbo`̵ ׉	 7cassandra://jiFzuJnDLjT-1INT2BOluk3up0jZXFsCXN2Lhj3sYns 5R\͠Vs7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://eotonErIV69iPUxEnRbQhIxW39R-cn3D13K_OpJC4uA u`׉	 7cassandra://vOwjl2vRlYzSm_oqixa3DgKVcgdOnf4s3uMLHciiTkwk`S׉	 7cassandra://RKG910t_xsF3qMLVd53xHBzTWp-8ZJpgRvYMa39bMsU`̵ ׉	 7cassandra://8xWY4qZkNZlCmWIUk79Y0cY6_tywxZAHkyxCweXrD2c `͠Vs7T,|y׉E
.S MART CITI ES
INTERNET OF THINGS
IN STROOMVERSNELLING
NIEUW LANDELIJK NETWERK LORA MAAKT STEDEN SLIMMER
Vuilnisophalers die hun route afstemmen op het aanbod en verkeer dat door
de stad wordt geleid om drukte op parkeerplekken te spreiden. De mogelijkheden
in de verbonden wereld van smart cities zijn oneindig. De basis is communicatie
tussen objecten. Het nieuwe LoRa­netwerk kan voor gemeenten als
vliegwiel dienen voor dit Internet of things.
Tekst: Jasper Snijder, Executive Vice President New Business bij KPN
I
n de toekomst kunnen objecten als
lantaarnpalen en vuilnisbakken door
sensortechnologie bepaalde zaken
meten en realtime met elkaar communiceren.
Hierdoor ontstaan bruikbare
data, die na analyse een beter inzicht
geven in processen. Voor gemeenten is
dit Internet of things zeer interessant,
omdat inzichtelijk wordt hoe gemeentelijke
gelden beter kunnen worden geïnvesteerd.
Bovendien kan de kwaliteit van
leven van de stadsbewoners ermee worden
verhoogd.
NIEUWE VERBINDINGEN
M2M-connectiviteit, zoals 2,3,4G, maakt
verbindingen mogelijk om de stad slimmer
te kunnen maken. M2M-connectiviteit
is onder andere interessant voor partijen
met een gemiddeld tot hoog dataverbruik.
Om het volledige Internet of things
(IoT) te realiseren, is naast de reeds
beschikbare M2M-connectiviteit ook
behoefte aan typische IoT-netwerken die
weinig stroom gebruiken en uitsluitend
geschikt zijn voor het versturen van kleine
hoeveelheden data. Bijvoorbeeld voor het
verzenden en ontvangen van sensordata.
Dat gat wordt nu opgevuld door de introductie
van het landelijk dekkend LoRanetwerk
in 2016. Nu komt het Internet of
things voor het eerst overal beschikbaar.
42
Deze innovatie op het gebied van connectiviteit
staat voor ‘long range, low power’.
Via LoRa kunnen sensoren hun data eenvoudig
over lange afstand naar het internet
verzenden en ontvangen. Ook kunnen
apparaten vanaf het internet eenvoudige
opdrachten krijgen (bijvoorbeeld aan/uit
of open/dicht). Waar er bij M2M-connectiviteit
een constante verbinding is, is die er
bij LoRa alleen wanneer dat nodig is.
Hierdoor zijn kabels verleden tijd en kunnen
verbonden apparaten op twee penlitebatterijen
tot wel vijftien jaar mee.
Met LoRa wordt het rendabel om elk
object dat weinig data verbruikt in de
stad aan te sluiten op het internet. Het
gaat dan om vuilcontainers, verkeerslichten
en parkeerplekken, maar ook om putdeksels
om waterstanden te meten of
verkeersborden die hun status kunnen
doorgeven.
SLIMMER BELEID
Het resultaat is dat de stad digitaal
inzichtelijk wordt, waardoor slimmer
beleid mogelijk is. Je kunt zo sneller
׉	 7cassandra://oxqoMTQINOrSU--lpZngH9oJ-Tbja5xamOVNqf34rbo`̵ Vs7T,|y׉EG
Het grootste voordeel is voor gemeenten te halen wanneer data met elkaar worden gecombineerd.
meten waar onderhoud noodzakelijk is,
zonder dat je dat periodiek hoeft te laten
controleren door werknemers. Ook kun
je de straatverlichting aanpassen op aanwezigheid
van verkeersdeelnemers,
waardoor de efficiëntie stijgt en je tegelijk
op kosten bespaart.
Zo ver is het nu allemaal nog niet. Eerst
moeten de objecten in de stad worden
voorzien van connectiviteitsmodules op
de printplaat. Dat betekent niet dat alles
meteen moet worden vervangen, want
vaak zijn onderhoud en vervanging van
DE
W
apparatuur voor langere periodes vastgelegd
tussen marktpartijen en lokale overheden.
Maar het kan wel meegenomen
worden in het vervangingstraject als de
afschrijvingsperiode is verlopen. Elke
stad innoveert dus in haar eigen tempo.
EERSTE STAPPEN
Maar nu steeds meer leveranciers in deze
ontwikkeling stappen, lijkt de tijd rijp om
het Internet of things en LoRa te betrekbineren
van die data met andere datastromen
van het Internet of things juist
interessante inzichten kunnen ontstaan
voor andere partijen, zoals gemeenten.
Het Internet of things wordt door lokale
overheden nu vooral voor deeloplossingen
ingezet, zonder dat naar het grote
geheel wordt gekeken. Anders gezegd:
gemeenten bouwen nog te vaak straat
voor straat, zonder in wijken te denken.
Een echt slimme stad zorgt ervoor een
ken bij het vervangingsbeleid bij gemeenten.
Diverse
gemeenten zijn al hard op weg
om de eerste stappen te nemen. Dat blijkt
uit pilots in Den Haag, Amsterdam, Groningen
en Eindhoven. Vaak betreft dit
echter een deeloplossing binnen het grote
IoT-ecosysteem, waardoor nog verbeterstappen
zijn te maken. Zo zijn er steden
waar de verwerking van afval wordt
geoptimaliseerd, maar zijn die data
alleen beschikbaar voor de software van
de afvalverwerker. Terwijl door het comdata-hub
te hebben, waarin alle datastromen
samenkomen. Zo kunnen ook
andere vraagstukken worden opgelost of
kan tot nieuwe inzichten worden gekomen,
bijvoorbeeld ten aanzien van verkeer,
parkeren, misdaad of het aantal
aangiftes. Ook de zelfredzaamheid van
een wijk kan door het Internet of things
aanzienlijk worden vergroot.
GROOTSTE VOORDEEL
Het grootste voordeel is dus te behalen
wanneer de data met elkaar worden
gecombineerd. Dat kan onmogelijk zonder
centrale regie en daar ligt een schone
taak voor gemeenten. Net als in de
fysieke stad moet de gemeente ook de
regie gaan voeren in de digitale stad. Dat
betekent data structureren, zodat die toepasbaar
wordt. Gemeenten moeten visie
en een planning hebben om de werkelijke
vruchten te plukken.
Een slimme stad stelt die data beschikbaar
aan externe partijen die daar weer
innovatieve diensten mee kunnen ontwikkelen.
Dit heeft vervolgens weer
directe invloed op de leefomgeving en
kan de stad daadwerkelijk beter maken.
Het Internet of things draagt zo ook bij
aan een participerende samenleving.
Dankzij LoRa komt die ontwikkeling
voor elke gemeente binnen handbereik.
׉	 7cassandra://RKG910t_xsF3qMLVd53xHBzTWp-8ZJpgRvYMa39bMsU`̵ Vs7T,|yVs7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TbTOgQYmRhUdsaIV1VU6CH4mCWrCbXbeqjXjn_OOBm0 z`׉	 7cassandra://2ZUAUPBoL8OnIAg0MooFLSfITbWdjz8KoZflP9df4ec[j`S׉	 7cassandra://s4rUVtI82YRFgisL6YxwCs9yKz_RpTF9EaZGNefs-5gm`̵ ׉	 7cassandra://Xbo4zD_MXRtSoBQkdYOejcDdbqFS8lp910_wszHfQ80_\͠Vs7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://i8tQcrLaoMqtMe1_CpJbFP0cyGMLv7kiH00nn50lFNA y`׉	 7cassandra://H8uaSrnhxMUlAmFHxJCRMpr2CA3QmaamKB6fra3qOfIY`S׉	 7cassandra://AHYGubg4oa3874HkTYj3FlpPYUcfYQ2px1HC5nKN6AU`̵ ׉	 7cassandra://GDmN9MXKpVxbf2eRhF8sO9y0YDtsu0y2xBdajl2EsKg /̘͠Vt7T,|y׉E;INN OVAT IE
IK VERBIND JOU,
JIJ VERBINDT MIJ
WORDT BLOCKCHAIN NET ZO’N REVOLUTIE ALS HET INTERNET?
Bij blockchain-technologie stellen de gezamenlijke deelnemers aan een communicatieketen
zelf de normen over veiligheid op. Wie verdacht is, wordt meteen
geweerd. Welke mogelijkheden biedt blockchain aan overheden om veilig
met de diverse doelgroepen te kunnen communiceren?
F
raude is alom. Denk aan fraude
met uitkeringen, de woekerpolissen
van verzekeraars, faillissementsfraude
in het bedrijfsleven
of fraude in de zorg met persoonsgebonden
budgetten. Als burger is het maar al
te makkelijk om regering en overheid
verantwoordelijk te stellen voor de oplossing.
En
wat doet de overheid? Die reageert uit
gewoonte met (nog) meer regels, meer
toezicht en meer ambtenaren. Met als
gevolg dat kosten en bureaucratie toenemen
en de daadkracht van politie, Fiod
en Openbaar Ministerie wordt bedreigd.
Is er een alternatief?
De Engelse ‘government chief scientist’
Mark Walport ziet blockchain-technologie
als het nieuwe overheidsinstrument
om effectief fraude te bestrijden.
ONTWRICHTEND EFFECT
Volgens Bloomberg Markets kan blockchain
als technologie een vergelijkbaar
ontwrichtend effect hebben als het internet
in de jaren ’90. Zoals het internet onze
manier van communiceren en informatie
delen heeft veranderd, zo zal blockchain
onze ideeën veranderen over wat we in
de digitale wereld kunnen vertrouwen.
Blockchain is een soort decentraal grootboek.
Alle deelnemers aan het systeem
kunnen het gezamenlijk bijhouden en
coördineren. Er is geen centrale locatie
voor het verifiëren van gebruikers, het
opslaan van bestanden of het openen van
SYRISCHE VLUCHTELINGEN
BitNation, een op blockchain gebaseerd Governance 2.0 initiatief, gebruikt de blockchain-technologie
om vluchtelingen in Europa te helpen. Met het project Bitnation
Refugee Emergency Response kunnen vluchtelingen een digitale identiteit creëren
waardoor zij hun bestaan en die van hun gezin cryptografisch kunnen bewijzen. Daarnaast
bieden zij de mogelijkheid om een Bitcoin Visa betaalkaart te gebruiken die
opgeladen kan worden met behulp van een smartphone en zonder bankrekening.
Gezien het feit dat de meeste vluchtelingen niet bij een bank zijn aangesloten, is het
een waardevol instrument. Tevens brengt het project voor de vluchtelingen in kaart
wat veilige dan wel gevaarlijke zones zijn, waar slaapplaatsen zijn en verschaft het hun
informatie over de gezondheidszorg en ondersteunende diensten.
44
bronnen. Een overheid die gewend is aan
centrale sturing heeft aan Blockchain echt
een breinkraker.
De eerste concrete toepassing van blockchain
is het betaalsysteem via bitcoins,
maar ook andere betaalsystemen en
smart contracts maken er al gebruik van.
Om aan de blockchain te kunnen deelnemen,
heb je alleen wat software nodig.
Denk aan BitTorrent; een systeem dat
gebruik maakt van een centrale locatie
die downloads coördineert maar zelf
geen bestanden levert. Het downloaden
gebeurt decentraal en bestaat uit het uitwisselen
van delen van bestanden tussen
alle gebruikers die op dat moment meedoen
aan het up- en downloaden.
Blockchain werkt op dezelfde manier,
maar dan legaal. Ook hier heb je een programma
nodig dat jou verbindt met
andere mensen in de blockchain. Zodra
dat programma wordt gedraaid, zal het
gegevens uitwisselen met andere partijen.
Iedereen die de software gebruikt is
medeverantwoordelijk voor het uitwisselen
en opslaan van gegevens en voor het
updaten of doorvoeren van wijzigingen.
VOLSTREKT VEILIG
Blockchain-technologie is volstrekt veilig.
In de blockchain staan alle transacties
vermeld, met bijbehorende data, tijden en
׉	 7cassandra://s4rUVtI82YRFgisL6YxwCs9yKz_RpTF9EaZGNefs-5gm`̵ Vt7T,|y׉Ede afzenders. Iedere deelnemer aan het
netwerk bezit een volledige kopie van de
blockchain. Iedere transactie is dus openbaar.
De blockchain kan worden
gevormd door honderden gebruikers,
verspreid over de wereld. Wordt een server
gehackt, dan herkennen de andere
deelnemers meteen de afwijking en blokkeren
de transactie.
Hoe kunnen overheden op blockchain
anticiperen? Gemeenten kunnen er nu al
een eigen identiteit op aanmaken. HierE
H
door
weten andere gebruikers van de
blockchain dat de informatie die door de
gemeente is geplaatst ook daadwerkelijk
van de gemeente afkomstig is. Zodra de
gegevens op de blockchain worden gezet,
zijn die voor alle deelnemers toegankelijk.
Vooralsnog lijkt blockchain daarom
vooral geschikt voor massacommunicatie
met een brede doelgroep. Daarin ligt dan
natuurlijk ook de aantrekkingskracht
voor de uitvoeringsorganisaties van rijk
en gemeenten. Als massacommunicatie
ook betrouwbaar moet zijn, dan is blockchain
de logische weg.
eens zijn dat onroerend goed het eigendom
van een bepaald persoon is, is het
veel veiliger.” Via een blockchain wordt
het eigendomsrecht nu veilig, transparant
en goedkoop vastgelegd. Hierdoor
kan er minder fraude worden gepleegd
en krijgen mensen in Honduras de mogelijkheid
om een hypotheek af te sluiten.
Een ander voorbeeld is het eerste blockchain-huwelijk.
In de Verenigde Staten is
een koppel getrouwd met behulp van Bitnation;
een organisatie die overheidsdiensten
via blockchain-technologie aanbiedt.
Met het blockchain-huwelijk kunnen alle
VERVALSINGEN
Blockchain-technologie wordt allang niet
meer alleen als betaalsysteem gebruikt.
Het Amerikaanse bedrijf Factom past
blockchain in Honduras toe om onroerend
goed (grond, hypotheken) te registreren
om zo vervalsingen door corrupte
eigenaren tegen te gaan. De gedachte
voor het prototype was: ‘Als een eigendomsbewijs
op papier staat, kan het
gestolen worden. Maar als alle deelnemers
binnen de blockchain het erover
mensen met elkaar trouwen, ook als de
wetgeving dat blokkeert (zoals het homohuwelijk
in een aantal Amerikaanse staten).
Via blockchain wordt elk huwelijk op
een veilige en permanente plek vastgelegd.
NIET ZONDER RUMOER
Het laatste voorbeeld geeft aan dat blockchain
in technische zin veilig is, maar dat
de inzet ervan nog niet zonder rumoer
zal gaan. De discussie zal zich niet alleen
toespitsen op de vraag hoe ‘beheersbaar’
blockchain is (vooralsnog heel slecht),
maar ook door bijvoorbeeld de rechtsongelijkheid
die kan ontstaan door verschil
in toegang tot een blockchain.
Toch zijn er voor overheden zeker al een
paar domeinen te noemen waarin waarin
blochain in potentie zeker nuttig kan zijn.
Zoals bij de organisatie van verkiezingen
(geen hokjes of potloden meer nodig!),
het het verspreiden van raadsstukken of
het organiseren van de customer journey
van iemand die wil verhuizen of een
familielid moet begraven Ook voor het
uitgeven van nieuwe bouwgrond of het
verdelen van panden kan blockchain
handig zijn, mits de uitvoering gepaard
gaat met een duidelijk verhaal waarom
dit systeem wordt toegepast. De transitie
van centrale sturing naar decentraal
organiseren is in volle gang. Hoogste tijd
om de mogelijkheden van de blockchain
voor overheden nader te verkennen!
׉	 7cassandra://AHYGubg4oa3874HkTYj3FlpPYUcfYQ2px1HC5nKN6AU`̵ Vt7T,|yVt7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://795k99UwIXwHZ26TNWfI8EiNuhkpEdV_7kI8-_5IN5s *`׉	 7cassandra://1099QdZSesZHTaksp7fGa5ctM18qvZ6LtUBoXTUxWbQY`S׉	 7cassandra://DdNtj0lpru-5vhGWrMxdXvYEjOYXtOoh0gAvqS8js4gB`̵ ׉	 7cassandra://GfCJsC-4udqG5hWfAOMg3DbIxvdIPMZw4D8txlKdeLYx*`͠Vt7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://uOJ1s_JOzX1VGTDvoa4ENRxn_5sfH93R89djCJ5XSGg =`׉	 7cassandra://31KRO1OXmZ6MNUkOMEBmk8zho0ePn1o2ityi4X5EBHAa`S׉	 7cassandra://AuAymnwW7ZlfX9w-dPfYflxwRVNxNsU81TJgR2uwWYM 6`̵ ׉	 7cassandra://7qmm7Xju8GWSRHmPJSLFYhRnU81tcYuwY25tjMZa1yI `͠Vt7T,|yנVy7T,|y ^̦9ׁH !http://www.democraticchallenge.nlׁׁЈ׉E&BU R GE R PARTICI PATI E
WAT ZOU JE DOEN MET
BURGERS BESLISSEN MEE OVER GEMEENTELIJKE BEGROTING
Al in vijftien Nederlandse gemeenten praten burgers mee over de samenstelling
van de lokale begroting. Het leidt tot een grotere betrokkenheid van de
inwoners, meer transparantie inzake de uitgaven en een betere kwaliteit van
de gemeentelijke dienstverlening.
Tekst: Joop Hofman, directeur participatiehuis Rode Wouw, en Mikis de Winter, expertisecentrum
Open Overheid
W
at zou je doen met een
miljoen? Zo luidde de
slogan van het burgerbegrotingtraject
in Antwerpen.
Normaal gesproken een puur hypothetische
vraag. Maar voor de inwoners
van Antwerpen opeens een hele reële
opgave. Het gemeentebestuur liet hen
namelijk meebeslissen over 10 procent
van de totale begroting (1,1 miljoen euro).
Het ging daarbij onder meer om eenzaamheidsvraagstukken,
fietsvriendelijke
straten en een plek voor jongeren in de
stad. De inwoners stonden ook zelf aan
het roer bij de uitvoering.
VEERTIEN GEMEENTEN AAN DE SLAG
In Nederland is Oldebroek de eerste gemeente die ‘burgerbegroot’ en Breda is in 2016
aan het experimenteren. In een Leerkring Burgerbegroting aangejaagd door het ministerie
van BZK zijn inmiddels wel veertien gemeenten zich aan het voorbereiden op
eigen lokale vormen van burgerbegrotingen. In de loop van 2016 en 2017 zal dat merkbaar
worden in Groningen, Lelystad, Medemblik, Tubbergen, Haarlemmermeer, Leiden,
Schiedam, Vlaardingen, Roermond, Oss, Cuyk, Deventer en natuurlijk Oldebroek en
Breda
Ook in Nederland snuffelen verschillende
gemeenten voorzichtig aan deze
vorm van participatie. Waarom? Volgens
de brochure ‘Nederland op weg naar
BREDA ZET EERSTE STAPPEN
Wethouder Patrick van Lunteren vertelt over Breda Begroot. Hiermee zette de
gemeente in 2015 de eerste stappen naar burgerbegroting. ‘Wij laten inwoners zelf
kiezen waar Breda een deel van het geld aan besteedt. In 2015 deden we dat in de wijk
Prinsenhage en het dorp Prinsenbeek. En in 2016 doen we dat voor geheel Breda.
Voor de toekomst heb ik het beeld van een markt waar inwoners zelf een boodschappenmandje
krijgen. De gemeente heeft daar al van alles ingestopt, maar dat kunnen
inwoners dan voor een deel terugleggen en er andere boodschappen in terug doen.
Zowel online als offline. Waarom wel het buurthuis open houden, terwijl we het geld
ook aan armoedebestrijding kunnen besteden of andersom? De inwoners beslissen
uiteindelijk zelf.’
Patrick van Lunteren schat in dat inwoners straks op ongeveer 250 van de 600 miljoen
euro invloed kunnen uitoefenen. ‘Het is aan de wijken zelf waar ze over willen praten:
van de stoeptegels tot aan de armoedebestrijding. Of vooral de buitenruimte, de speeltuinen,
fietspaden of voetgangersoversteekplaatsen.’ Maar samen beslissen betekent
volgens de wethouder daarna ook samen doen: ‘Bijvoorbeeld in de vorm van wijkdeals
met inwoners waarbij we afspreken dat er een extra speeltuin komt in ruil voor een
stukje groenonderhoud door de bewoners zelf.’
46
burgerparticipatie’ (een uitgave van Binnenlandse
Zaken) brengt de burgerbegroting
ten minste vier voordelen: directe
burgerparticipatie bij besluitvorming, een
transformatie van passieve inwoners
naar actieve burgers, transparantie in
overheidsfinanciën en merkbare verbetering
van de kwaliteit van de dienstverlening
en de infrastructuur.
GEEN KOPLOPER
De eerder genoemde brochure over dit
onderwerp definieert burgerbegroting
als: ‘een besluitvormend proces waarin
burgers meedenken en onderhandelen
over het verdelen van publieke geldbronnen.’
We zijn in Nederland geen koploper
als het gaat om het toepassen van burgerbegroting.
Daarvoor moeten we naar Brazilië.
In Porto Alegre denken jaarlijks
30.000 inwoners mee om tot een goede
begroting te komen.
De stad met 1,4 miljoen inwoners werkt
al sinds 1989 met wat ze noemen ‘orçamenta
participativo’: een systeem dat
׉	 7cassandra://DdNtj0lpru-5vhGWrMxdXvYEjOYXtOoh0gAvqS8js4gB`̵ Vt7T,|y׉E	PT
EEN MILJOEN?
Het gemeentebestuur van Antwerpen liet burgers meebeslissen over 10 procent van de totale begroting (1,1 miljoen euro).
oorspronkelijk werd geïntroduceerd om
het enorme begrotingsgat te dichten. Alle
zestien districten beslissen over hun
eigen onderwerpen en daarnaast zijn er
zes stadsbrede thema’s die door inwoners
worden gebudgetteerd. Inwoners
geven aan welke initiatieven en projecten
zij nodig achten. Nadat de begrotingen
zijn vastgesteld worden ze ook ingeschakeld
bij de uitvoering.
SUCCESFACTOREN
Ook in Nederland wordt sinds kort geëxperimenteerd
met de burgerbegroting. En
dat gaat niet vanzelf. Het ministerie van
Binnenlandse Zaken noemt een aantal
succesfactoren: commitment van het
bestuur; een proces van meerdere bijeenkomsten;
openbare, publieke onderhandeling,
en openbare maatschappelijke
verantwoording van de resultaten. Wat
dat in de praktijk betekent, zien we bijvoorbeeld
in Breda en Oldebroek (zie
kaders). Daar worden op wijk- en dorpsniveau
experimenten uitgevoerd met een
vorm van burgerbegroting. Die experimenten
zijn aangesloten bij de Democratic
Challenge, het experimenteerprogramma
van BZK en VNG voor lokale
democratievernieuwing. De Democratic
Challenge is een leerkring Burgerbegroting
gestart met vijftien gemeenten.
Iedere gemeente doet het op zijn eigen
manier, maar ze kunnen veel van elkaar
leren.
Meer weten?
www.democraticchallenge.nl
OLDEBROEK DOET MEER MET MINDER GELD
In de gemeente Oldebroek gaan ze een stap verder dan in Breda. Ze vroegen zich af
wat er zou gebeuren als burgers zelf het groen beheren in hun wijk, de zorg organiseren,
duurzaamheidsprojecten opzetten, en omzien naar mensen die het niet zo makkelijk
hebben?
Om daarachter te komen vroegen ze de dorpen in de gemeente wie er wilde experimenteren
met burgerbegroting om zo de verantwoordelijkheid van de wijken/dorpen
meer bij de inwoners te leggen en hen te voorzien in de middelen die ze daarvoor
nodig hebben. Onder andere het dorp Oosterwolde wilde daar graag aan mee doen.
Nu, een jaar later wordt er geëvalueerd. En de resultaten zijn boven verwachting. Op
alle toetspunten (vergroten eigenaarschap bewoners, kwaliteit oplossingen, verhouding
inwoners-gemeente, instrument burgerbegroting) zien zowel de gemeente als de
inwoners een vooruitgang. Straten zijn mooier, mensen zien meer naar elkaar om en er
wordt meer gedaan met minder geld.
׉	 7cassandra://AuAymnwW7ZlfX9w-dPfYflxwRVNxNsU81TJgR2uwWYM 6`̵ Vt7T,|yÁVt7T,|y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://vX7v-HuL6hNls9mctpcwCQv_WJ1yWm4C-igcpZrKEHc `׉	 7cassandra://yV5DNVyGcjKDygSOI4DuUrbzVTWseiY2PUOXCj63qjwi)`S׉	 7cassandra://3K-GqhAuwl8ANTBuNkC726N7J4VoHxn-V-dC7k0HRtA`̵ ׉	 7cassandra://UfNygt2wmv0fKtq-vTAse-adbxTxxdQYMNW7WNXIZIg Ɏx͠Vt7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://KNrD1OZt17vAHuPM2eYwr4XvlovwISGyQ_Kr5Nsu7ks `׉	 7cassandra://pNQuUSo0RB8l-Genu8TbNus5GK-0vcOjcn2Y40VmxpEf`S׉	 7cassandra://TC0zv3DDF9s3qiS1EZa8pe_lxCGaCLafWqkJKKm2_Xs`̵ ׉	 7cassandra://IOf5kf1px8kWX5raMol0krlqXcUC39jtP_TcLXcpiLg  ̀͠Vt7T,|y׉EOMGEVI NGSWET
OMGEVINGSWET GEEFT
BAL LIGT BIJ RAADSLEDEN, WETHOUDERS EN AMBTENAREN
De Omgevingswet creëert een kans voor gemeenten om het ruimtelĳ k ontwikkelen
anders vorm te geven. Of die handschoen wordt opgepakt, bepalen
al die duizenden raadsleden, wethouders en ambtenaren. De implementatie
van de wet kan op verschillende niveaus geschieden, afh ankelĳ k van de lokale
ambities in het fysieke domein.
Tekst: Frits de Jong, journalist, en Symone de Bruin, eenheidsmanager ruimtelijke leefomgeving bij
de gemeente Apeldoorn.
Foto: Lex van Lieshout/ANP
Z
DE
B
Ook de houding van gemeenten is veranderd.
Uitnodigingsplanologie, denken in
kansen in plaats van belemmeringen, van
buiten naar binnen werken – het zijn kreten
die begin 2000 al opgeld deden en nu
in iedere RO-beleidsnota voorkomen. De
nieuwe wet sluit wonderschoon aan bij
48
plaatsvinden. Onder meer over de Algemene
Maatregelen van Bestuur.
Het verdient aanbeveling om gedurende
deze nog bewegende context twee vragen
op de college- en raadstafels aan de
orde te stellen: omarmen we de Omgevingswet
als kans om met burgers en
oals het zich nu laat aanzien, zal
de Omgevingswet in 2019 van
kracht zijn. Maar wat was er
eerst? De wet, een verandering
in het ruimtelijk ontwikkelen, of een
mondige burger die vroeg om samenhang
in de wetgeving?
Als gevolg van kleiner wordende grondposities
en de afname van grote uitleggebieden,
zijn gemeenten steeds minder
zelf ontwikkelaar en nemen zij steeds
vaker met andere initiatiefnemers en
belanghebbenden de ontwikkelingen ter
hand. In het ruimtelijk ontwikkelen anno
nu vormt de bestaande stad steeds vaker
de norm. Daarin is de particuliere belegger
en ontwikkelaar primair aan zet én is
steeds meer vergunningvrij.
de nieuwe praktijk. Een constatering is
ook dat de burger/initiatiefnemer in de
huidige informatiesamenleving steeds
beter relevante informatie weet te verzamelen.
Kritisch als hij is op de ontsluiting
van die informatie en verwend als hij is
met de werkelijkheid van ‘de wereld
onder één knop’, verwacht hij snelheid,
overzicht en een gebruiksvriendelijke
interface van de ontsloten data.
BESLUITVORMING
De vraag die iedereen bezighoudt is hoe
visionair dan wel pragmatisch, extern
gericht of ambtelijk, de implementatie
van de Omgevingswet ter hand genomen
kan worden. Voordat de wet in werking
treedt, moet er nog besluitvorming
Het nieuwe omgevingsbeleid veronderstelt
een basis aan data.
bedrijven integrale ambities en opgaven
in de fysieke leefomgeving te kiezen? Of
is de Omgevingswet een goede aanleiding
om een aantal bestaande juridische
instrumenten te herzien?
Als gemeenten de Omgevingswet als
facilitator en stimulans voor verandering
van de fysieke leefomgeving zien, dan is
het verstandig om te starten vanuit de
omgevingsvisie. Daarmee kunnen ambities
en opgaven in de fysieke leefomgeving
worden geduid en vastgeklikt. Deze
vormen het vertrekpunt voor het uiteindelijk
ontwerp van het instrumentarium.
Het vinden en benoemen van doelen is
een activiteit die buiten het gemeentehuis
plaatsvindt. Met partners wordt de ambitie
voor de toekomst, de stip aan de horizon,
gekozen. Om daarna de verkeersregels
voor de route ernaartoe te bepalen.
׉	 7cassandra://3K-GqhAuwl8ANTBuNkC726N7J4VoHxn-V-dC7k0HRtA`̵ Vt7T,|y׉EBT
GEMEENTEN DE RUIMTE
INTEGRALE AMBITIES
Als de Omgevingswet in de fysieke leefomgeving
hetzelfde effect heeft als de
Wmo en Jeugdwet in de sociale leefomgeving,
dan hebben we straks behoefte
aan adviseurs en programmeurs die starten
vanuit integrale ambities en opgaven.
Om deze sectoraal van investeren, handelen
en actie te voorzien.
De verkeerskundige is dan eerst adviseur
omgevingsbeleid en heeft daarbinnen de
specialisatie verkeer. Ook het onderscheid
tussen regels en vergunningen
verliest met de nieuwe wet zijn logica.
Verruimingen in de Bor laten nu al zien
dat er soms niet duidelijk te knippen valt
tussen de disciplines Wabo en Wro. Wie
straks nodig zijn, zijn juristen met sterke
procesvaardigheden.
Met de komst van de nieuwe wet komt
ook de handhaving in een ander perspectief
te staan. Als gevolg van de verruiming
vergunningvrij zal enerzijds het
werk toenemen. Anderzijds zal handhaving
meer ten dienste staan van de juistheid
van de BAG.
START VANDAAG
IMPLEMENTATIE OVERZICHTELIJK
Gemeenten kunnen de Omgevingswet
ook als juridische aanleiding zien om een
aantal instrumenten aan te passen. Dat
maakt de implementatie ervan overzichtelijk
en kleiner. De eigen organisatie is
dan goed in staat om die aanpassingen
voor te bereiden. Een gemeenteraad gaat
er in dat geval van uit dat de doelen die
de afgelopen jaren gesteld zijn, ook in
2019 goed bruikbaar zijn. Het aanpassen
van de instrumenten op de nieuwe wet is
daarmee in hoofdzaak een interne college-activiteit.
In
de context van een veranderend
samenspel in de fysieke leefomgeving
met een minder dominante overheid en
een goed geïnformeerde burger, moet de
implementatie van de wet gestalte krijgen.
Het nieuwe omgevingsbeleid veronderstelt
een basis aan data. De gebundelde
ontsluiting van die data moet het
voor burgers, initiatiefnemers en toetsers
mogelijk maken om snel te beschikken
over alle relevante gegevens die nodig
zijn om tot een afweging te komen.
De lokale overheid heeft hierin een rol
als dataleverancier van basisregistraties.
Zo zal de BAG een belangrijke basis vormen
voor het nieuwe digitale stelsel.
Het op basis van een juiste BAG up-todate
houden van de planologische werkelijkheid,
wordt dan essentieel. Als de
BAG de werkelijke gebouwde situatie
vastlegt, en het omgevingsplan
beschrijft wat waar is toegestaan, dan
zal de roep van burgers toenemen om de
handhaving zo te richten dat wat in de
BAG staat ook mag.
Raadsleden, wethouders en ambtenaren
die de Omgevingswet als verandering
voor het samenspel in de fysieke leefomgeving
zien, doen er verstandig aan vandaag
al te starten met de implementatie
ervan. Omdat vandaag al nieuwe kaders
naar de gemeenteraad gaan en nieuwe
beleidsregels naar het college. Kaders en
beleidsregels met een planhorizon voorbij
2019.
Het automatisme van de organisatie,
wethouders en raadsleden zal zijn om de
huidige werkwijze te extrapoleren naar
de toekomst. Prima om dat zo te doen,
maar doe dat wel als een actieve en doordachte
keuze. Beter is nog om het roer
vandaag al om te gooien en bij vaststelling
van nieuw beleid en kaders de
belofte van de Omgevingswet scherp
voor ogen te houden.
׉	 7cassandra://TC0zv3DDF9s3qiS1EZa8pe_lxCGaCLafWqkJKKm2_Xs`̵ Vt7T,|yǁVt7T,|yƁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://QB-SKG_w2zXosAIHWZUSUQKABhBwa1gA0GMIVaCrpSc d`׉	 7cassandra://nPR0bWSr4BaSQ92qAgbgfyxhT2W9vQaJy8442mbSfNMY`S׉	 7cassandra://DeszRrrL0l46mPMjr23uuBQKCD86rkgmHHrxemkW5-kj`̵ ׉	 7cassandra://k-wMN2QbGTWRUMjnyMYFK9Zei9UhidAkbbT3q3g1oXs g ͠Vt7T,|yט  {u׉׉	 7cassandra://v7qC_9LUu6rOMBW1FP2KEsLKvjG708_jC6tgBtkLKRU `׉	 7cassandra://6BbdZDzOvCqY9ia2xiUC4nMeVesaLVNG9ZlLK8mYjkMfw`S׉	 7cassandra://AHV1s8ON1R2lmx1GgJJae3grhwkKMcnPfyUegHb7X2s&`̵ ׉	 7cassandra://SGGansAgdFzBQ0qh8saV-Smgn9vSOScvA1zTCEs1A8k 
3j͠Vu7T,|yɓנVy7T,|y ̮9ׁH %mailto:klantenservice@ingovernment.nlׁׁЈנVy7T,|y 9ׁH (http://www.ingovernment.nl/abonnementen.ׁׁЈנVy7T,|y $v9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈ׉EHCOLOFON
inGovernment is het multimediale platform voor de
digitale overheid. Naast verhalen over digitalisering,
dienstverlening en smart cities, wordt aandacht
besteed aan actuele thema’s als open data, cybersecurity
en sociale media. inGovernment informeert
professionals over relevante ontwikkelingen en
focust op inclusiviteit, interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van Sijthoff Media
Groep en bestaat als kennisplatform uit een kwartaalblad,
website, e-nieuwsbrief en events met
ruimte voor partnerbijdragen.
inGovernment verschijnt vier maal per jaar.
Jaargang 10, nummer 1 (maart)
ISSN: 2213-2228
Oplage: 7500
Directie
Willem Sijthoff
Mark Termeer
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Miguel Boerboom
Peter Kanne
Jan de Kramer
Peter Noordhoek
Larissa Zegveld
Eindredactie
Martin Hendriksma
Vormgeving
ImagoMediabuilders, Amersfoort
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem
Redactieadres
Postbus 75462
1070 AL Amsterdam
Telefoon: 020-5733669
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals op het gebied van (digitale)
dienst verlening kunnen zich kosteloos
abonneren op inGovernment via
www.ingovernment.nl/abonnementen.
Abonnementenadministratie:
klantenservice@ingovernment.nl
Advertentieafdeling
Jan-Willem Hulst, tel. 06-22663674
Marcel van der Meer, tel. 06-23168872
Marketing
Lindsay Duijm
Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave
de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de
auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen
aansprakelijkheid voor eventuele fouten en
onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande
toestemming van de uitgever artikelen, onderzoeken
of gedeelten daarvan over te nemen.
DE REDACTIE
De redactie van inGovernment bestaat uit de volgende gedreven professionals:
Otto Thors (1976) is
zelfstandig adviseur
en ondersteunt de
publieke sector op het
gebied van dienstverlening
en sociale
media.
Otto werkt als adviseur,
trainer, gamemaster,
spreker en
gespreksleider bij
WEgovernment.
Larissa Zegveld (1975)
werkt als directeur bij
een overheidsorganisatie
in het politiek
bestuurlijk krachtenveld.
Zij heeft veel
expertise op terrein
van bestuurskundige,
organisatiekundige en
vooral ook informatiekundige
vraagstukken
voortvloeiend uit
nieuw beleid, nieuwe
wetgeving en nieuwe
taken.
Jan de Kramer (1957)
houdt zich bij de
AWVN bezig met
modernisering van
arbeidsverhoudingen
en duurzame inzetbaarheid.
Hij begeleidt
zorginstellingen,
overheden en bedrijven
bij veranderingsprocessen
en dienstverlening.
Peter
Kanne (1964) is
onderzoeksadviseur
bij onderzoeksbureau
I&O Research. Hij doet
onderzoek voor en
adviseert ministeries,
provincies, gemeenten
en (semi-)publieke
organisaties. Overheidsdienstverlening,
burgerparticipatie
en
politiek hebben zijn
speciale belangstelling.
Miguel Boerboom (1970)
is bestuurskundige en
zelfstandig adviseur in
de publieke sector met
een specialisatie op het
terrein van de elektronische
overheid. De
laatste jaren is hij verantwoordelijk
voor
diverse grote programma’s
op het gebied van
e-overheid en dienstverlening
zowel bij de
rijksoverheid als bij
gemeenten.
Peter Noordhoek (1957)
is adviseur, auditor,
docent en analist op
het terrein van kwaliteit
en toezicht. Hij is
directeur van
Northedge, een steunpunt
voor kwaliteitsinitiatieven
in de
publieke sector, en
mede-eigenaar van de
Beleidscoöperatie.
inGovernment wordt mede mogelijk gemaakt door:
׉	 7cassandra://DeszRrrL0l46mPMjr23uuBQKCD86rkgmHHrxemkW5-kj`̵ Vu7T,|y׉ETSpelen verandert: wereldwijd faciliteren steeds meer
gemeenten speel- en sportvoorzieningen voor álle
leeftijden.
Wanneer u hier beleid voor ontwikkelt wilt u
gebruikmaken van gemeentelijke (basis)gegevens
zoals leeftijdsopbouw per gebied en mogelijkheden in
de buitenruimte. En u heeft hiervoor de informatie over
kosten, reparatie en onderhoud van speeltoestellen
nodig.
De Play monitor is een dynamische kaart waarop u
de speelstatus van uw gemeente kunt bekijken. Alle
speellocaties met toestellen zijn aangegeven en in één
oogopslag bekijkt u de jaarlijkse onderhoudskosten
per wijk, buurt of gebied. U kunt er letterlijk mee
spelen door toestellen toe te voegen, te verwijderen
en direct inzicht te krijgen in het effect van aangepast
beleid.
Zo kunt u eenvoudig verschillende scenario’s toetsen
en kostenefficiënt speelbeleid ontwikkelen dat
optimaal aansluit bij uw lokale situatie. Bovendien is
het mogelijk om sociale toepassingen te integreren
waardoor burgerparticipatie concreet vorm krijgt.
Vicrea levert als specialist in het verzamelen, analyseren
en presenteren van (basis)gegevens over de buitenruimte
en bijvoorbeeld de bevolkingssamenstelling de feiten
over de lokale situatie.
Repcon is al jaren de specialist als het gaat om inspectie,
onderhoud en veiligheid van speelvoorzieningen.
SMART
SOLUTIONS
Play monitor …..
a smart solution
׉	 7cassandra://AHV1s8ON1R2lmx1GgJJae3grhwkKMcnPfyUegHb7X2s&`̵ Vu7T,|yˁVu7T,|yʁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://2MGOYvDn3OaOwf2CW3i6InglcdGfSXjOumaPkysbTWc :`׉	 7cassandra://OO2ubc74SzJRuiRJZP6HSv3OZLbK5DjnpHzUE1cQDoE=`S׉	 7cassandra://_o-iCe2LDS0pyPuT0Yw312cxQxiJs8-h-uHp0aqr1dQ`̵ ׉	 7cassandra://AM-X74n0UXwW1B6yYa9OEYTrxRnRZ9BeBZfcTirmfdE ^6͠Vu7T,|y̑נVy7T,|y Ɓ~9ׁHhttp://www.mxi.nlׁׁЈ׉EM&I/Partners is een onafhankelijk adviesbureau, opgericht in 1985 en ruim 80
professionals sterk. M&I/Partners begeleidt en adviseert haar klanten bij
projecten op het snijvlak van management en ICT. Wij werken aan opdrachten
met maatschappelijke meerwaarde in de lokale en landelijke overheid, de zorg
en het onderwijs.
Kijk voor meer informatie op: www.mxi.nl
Sparrenheuvel 32 | 3708 JE Zeist | 030 - 2 270 500
׉	 7cassandra://_o-iCe2LDS0pyPuT0Yw312cxQxiJs8-h-uHp0aqr1dQ`̵ Vu7T,|y׈EVu7T,|y΁Vu7T,|y́{)InGovernment 01 2016V].C./