׉?4ׁB!בCט  u׉׉	 7cassandra://X5qPzwZeUnh7aik8Zz6gT_LpGpqZ_u90t6S9JnhEWw0 s`׉	 7cassandra://y0Uk0BAn8LQ5nr7kk5uYGrzUKT32NBUFd0ba0pfZCj8ͅ`d׉	 7cassandra://v4q3yedgMZFNlAX2mPp0fA4vIdt4unXoBF1GCgLbTtE.`̾ ׉	 7cassandra://aSXXJ0atj4ZGrRkpla_5P5UPnvGcS-g7aC0hXLqEOwQ 1$͠$b0~q9ט   u׈   frJ  ׈Eb0~q9׉E׉	 7cassandra://v4q3yedgMZFNlAX2mPp0fA4vIdt4unXoBF1GCgLbTtE.`̾ b0~q9فb0~q9؁bבCט   u׉׉	 7cassandra://BqGyDRZWNeU6E1jN-g5uKJpKjawE0_MUd5RwtRGVYkk |R`׉	 7cassandra://3V5gXmXOVy3OdP8vmHME9bmxCy-7PravVCzTkvST5m4_`d׉	 7cassandra://lIGjrMruxgZiBXxJK1WXdeecdzMgzcHE4zxMFrOrfTM(`̾ ׉	 7cassandra://D477Wo9-yp0pSdNKszDwA-2BkCC6Bh4Rzho3mpOhgGU ,}͠$b0~q9ט  u׉׉	 7cassandra://ZG5EvczBVTNwBrY7ft9RvF_42h6IFjs2E_fbcmaJX9c 3` ׉	 7cassandra://1pCnRtFROti0E0TopqYWfd7NEPiOlla-7U9XLnVjyHc4` d׉	 7cassandra://B9b0M2HxWKE7ETIf1sdS_PDbD8eDgRAwrfC-I3UikvE`̾ ׉	 7cassandra://mH0H4LFPBvyR1kHLDt8krKWCLWj22pkMWxPLdvUb74kF͠$b0~q9נb0~q9 9ׁH %mailto:d.postma@jouwlevenineenboek.nlׁׁЈנb0~q9 O;9ׁH  http://www.jouwlevenineenboek.nlׁׁЈנb0~q9 O&9ׁH  http://www.jouwlevenineenboek.nlׁׁЈ׉EKHet Nedersaksisch wordt in een behoorlijk deel van Nederland gesproken: Overijssel, Gelderland, Drenthe,
Groningen, Urk... Samen 4 miljoen inwoners, een kwart van Nederland. Vanuit de Randstad gezien "Aan de
overkant van de Iessel", zoals -Daniël Lohues zingt, maar ook in een groot deel van Gelderland aan de
andere kant van de IJssel. En ver over de grens in Duitsland wordt (in het Noorden) eveneens Nedersaksisch
gesproken. Ruim 300 km ten oosten van Groningen, in de grote kerk van Lübeck, vind je opschriften in het
oud-Nederlands. In de tijd dat de Hanze-steden in Noord-Europa floreerden, was het Nedersaksisch
namelijk de voertaal.
Er bestaan al een aantal woordenboeken over het Nedersaksisch. Meestal beperken ze zich tot een bepaalde
regio: Twente, Salland, de Achterhoek. Dit woordenboek gaat over het Ommers, het dialect in Ommen waar
de schrijver is geboren en getogen. Maar tegelijk gaat het over het Nedersaksisch in brede zin, met
historische context: Gerrit Jan Martens wil de etymologische oorsprong van woorden weten en zocht naar
typerende spreekwoorden in het Nedersaksisch. Dat is officieel geen dialect, maar een in Europa erkende
taal!
Een generatie terug schaamde zich nog voor het dialect en wilde "ABN"-Nederlands praten. Nu zetten
mensen zich in voor behoud van streektalen. Dit woordenboek is de bijdrage van Gerrit Jan Martens aan
deze maatschappelijke trend.
Gerrit Jan Martens werd in 1938 geboren in -Ommen. Na een studie theologie in Utrecht werd hij in 1966
hervormd predikant in Kerkdriel. Van 1973 tot 1978 werkte hij in Kameroen namens de hervormde zending
en leidde daar predikanten op. In 1978 kwam Gerrit Jan met zijn gezin terug naar Nederland en werd
predikant in Zwijndrecht. In 1989 werd hij predikant-directeur van de stichting Ruim-zicht, dat studenten
huisvesting biedt via convivia en daarnaast late roepingen als predikant begeleidt. Van 1995 tot zijn
emeritaat in 2003 werkte hij als geestelijk verzorger aan het ouderencentrum Nassau-Odijkhof in
Driebergen.
Gerrit Jan is sinds 1963 getrouwd met Trudy Weinbeck en heeft vier volwassen kinderen en vijf kleinkinderen.
׉	 7cassandra://lIGjrMruxgZiBXxJK1WXdeecdzMgzcHE4zxMFrOrfTM(`̾ b0~q9׉E8“Je kunt een jongen wel uit een dorp halen,
maar het dorp niet uit de jongen.”
(Arthur Baer)
De taal van Ommen en Contreien
© 2021, Gerrit Jan Martens
ISBN: 978-94-6247-216-7
NUR: 626 (specialistische woordenboeken)
Op het tegeltje op de voorkant staat het oude gemeentewapen van Ommen: het werd in 1955 in
gebruik genomen. Dit wapen is bijna gelijk aan de afbeelding op het oudst bekende zegel van de
stad Ommen, waarop eveneens de Heilige Brigida (patrones van Ierland) is afgebeeld. Op het wapen
ontbreekt echter de ster en de heilige houdt geen palmtak vast; ook is haar kleding eenvoudiger.
(Zie ook blz. 88, ’t giet oew goed bi’j al wa’j doet)
1e druk, 2021
Redactie:
Vormgeving cover:
Daniëla Postma, www.jouwlevenineenboek.nl
Daniëla Postma, www.jouwlevenineenboek.nl
Vormgeving binnenwerk: Daniëla Postma i.s.m. Gerrit Jan Martens
Alle rechten zijn voorbehouden. Teksten uit deze uitgave mogen gebruikt worden
mits u de titel van dit boek als bron vermeldt, samen met de naam van de auteur.
Neem bij twijfel contact op met d.postma@jouwlevenineenboek.nl.
4
׉	 7cassandra://B9b0M2HxWKE7ETIf1sdS_PDbD8eDgRAwrfC-I3UikvE`̾ b0~q9ہb0~q9ځbבCט   u׉׉	 7cassandra://NsogIKEsuGEptfxox417UX8INlvuTqN1DJQKmY2KZ_0}` ׉	 7cassandra://rEWfny4n2niDUataQq8pBy_lNacLEyBUiN2E9g70H-Y` d׉	 7cassandra://_cwSBEOo_bs_cdAT96WXx9rPBf9_NszjWaz26EnNYl4`̾ ׉	 7cassandra://OXGHwQw-2EqRA_0KB5Dgw14kM7_BpdP16uVRGIzOBpU*y͠$b0~q9ט  u׉׉	 7cassandra://hy70Jw1JHA_42P81NnRK9Sv8UosB2cqVRzz-jPedt0I ` ׉	 7cassandra://BkKmSMAKx-N-o01QmXkdi2_wqNq8Am7cPMtqfpCDnvoh`d׉	 7cassandra://ZR7TJhSVHEfs1en33hbZu_vzt840nqO2pmq7TM-JyMUD`̾ ׉	 7cassandra://i7lgYJelVxdMnk1HSkR5xREuu5SyVe1QyU2O5fupqmE=> ͠$b0~q9׉EmInhoud
Vooraf
Voorwoord
6
- Nicoline van der Sijs (hoogleraar historische taalkunde)
9
- Daniëla Postma (namens de familie van G.J. Martens)
Inleiding
11
- Gerrit Jan Martens (auteur)
Woordenlijst
- Ommens-Nederlands
- Nederlands-Ommens
Specifiek voor dialect
Literatuurlijst
309
- en vermelding van overige bronnen voor de vele citaten
Dankwoord
311
19
261
308
5
׉	 7cassandra://_cwSBEOo_bs_cdAT96WXx9rPBf9_NszjWaz26EnNYl4`̾ b0~q9׉E	Vooraf
Het is altijd weer een mooi en belangrijk moment als er een woordenboek verschijnt van een
lokaal dialect, zoals nu het Ommense woordenboek van Gerrit Jan Martens. De dialecten
staan in het Nederlandstalige gebied immers onder druk: ze veranderen onder invloed van
het Standaardnederlands en ze passen zich over grotere gebieden aan elkaar aan, zodat er
regiolecten ontstaan. Dat maakt het des te belangrijker dat dialectsprekers hun moedertaal
opschrijven, zodat die wordt vastgelegd voor het nageslacht. Dialecten zijn namelijk
belangrijk immaterieel, talig erfgoed en ze verdienen het om bewaard te blijven en te worden
doorgegeven aan een volgende generatie: bij voorkeur via de moedertaal, maar nu dat steeds
minder vaak gebeurt dan in ieder geval op schrift.
De verschijning van dit woordenboek van het Ommens en omgeving is dus verheugend
nieuws. De woordenschat van het Ommens, dat onderdeel is van het Overijsselse Sallands,
was nog niet in een eigen woordenboek beschreven (er bestaat wel een klank- en
vormbeschrijving van de hand van Philomène Bloemhoff-de Bruijn). Het woordenboek van
Martens bestaat uit twee delen: een deel Sallands-Nederlands en een deel NederlandsSallands:
de auteur beschouwt het Ommens namelijk als representatief voor het Sallands.
Het deel Sallands-Nederlands omvat ongeveer 250 pagina’s met Ommense dialectwoorden,
gevolgd door een grammaticale beschrijving, betekenisuitleg en vaak nadere toelichting. Het
tweede deel bevat een woordenlijst Nederlands-Sallands van ongeveer 50 pagina’s, en is een
handig hulpmiddel als ingang op het eerste gedeelte.
Het Sallands-Nederlandse deel is heel systematisch opgezet: zo is met speciale tekens in de
kantlijn consequent aangegeven of het woord wel of niet is opgenomen in de Van Dale, en of
het een taalkundige bijzonderheid bevat die het Nederlands niet kent. Alle spreekwoorden,
gezegden en uitdrukkingen zijn gemarkeerd met een grote asterisk in de kantlijn, zodat
uitdrukkingen snel te vinden zijn.
Het woordenboek is geen vertaalwoordenboek, geen woordenboek waarin een dialectwoord
wordt verklaard door de Nederlandse tegenhanger, nee, het woordenboek is veel en veel
rijker: het bevat allerlei bijzonderheden die in veel dialectwoordenboeken ontbreken. Zo
worden er veel citaten gegeven, niet alleen uit de moderne tijd maar ook heel oude, zelfs uit
de zestiende eeuw. Telkens is keurig de bron toegevoegd. Als voorbeeld kan dienen het
trefwoord biêste (koeien), met als citaten:
- honde die beeste beeten of ijageden (jaagden) in Dalmshout
(Markeboek v Dalmsholte [1514]! / Steen & Veldsink 110)
- accijns op ‘hoorne beeste’ [1689] (Steen & Veldsink 68)
- ‘de peerde en de beeste op den mars gaande’ (keurboek Ommen [1700])
- zukke dinge köj gerust veur de bieste vertellen zonder dat ze bolleg wördt wbissing
6
׉	 7cassandra://ZR7TJhSVHEfs1en33hbZu_vzt840nqO2pmq7TM-JyMUD`̾ b0~q9݁b0~q9܁bבCט   u׉׉	 7cassandra://tIe5-ceTrh3KFFqwHy5z12lBZD2JAQ5iYeBxOCHSStw ` ׉	 7cassandra://4yUS1Ezn6xHW3jxVkKACSiREk-D_azD8LLEN1JfVu5U_R`d׉	 7cassandra://KXZadh71hv-Zs41jZWYKGocNlWQBAlPSaf1vYkA1ga8`̾ ׉	 7cassandra://q2ljtw27UUacnoGENWljcHmTBFHhhos8wCgLrCN3FGQ͌ ͠$b0~q: ט  u׉׉	 7cassandra://4cIvGtiTzEHieVQvt8REMyJ5-nKT9N1WRRX6Q4HQ14s ` ׉	 7cassandra://WPG6Q5QcVVHxg63FVVtXj2zUA7M_cS4lWh9b6qB_3ow7` d׉	 7cassandra://BzIGURCs_pGLlNnoUC-9Hgj67QK4GcZDe02LDSUf6Ps`̾ ׉	 7cassandra://VPw_lSLvIMO38kRRTY3EIroqQKrhdnAmzii9a8za4m4b} ͠$b0~q:׉E
Ook wordt veel aandacht besteed aan de prachtige uitdrukkingen die het Ommense dialect
rijk is, zoals ni’je bessems veegt schone, maar d’oalden kent de huukies; denken is zwoar,
mar ’t kan völle problemen bespoaren; ik klede mij niet uut veur da’k noar berre goa (= ik
geve de boel (de erfenis dus) niet weg veur mien dood); better iêne henne den leg, as tien die
ligt of roet um de hakken hebb’n (drukte maken = zich aanstellen, opscheppen). Ik kan bijna
niet stoppen met citeren…
In het woordenboek wordt regelmatig cultuurhistorische achtergrondinformatie vermeld,
bijvoorbeeld over de straatnaam Achter de geuren:
‘oorspr. naam v.d. huidige Tuinstraat, op verzoek v. bewoners helaas veranderd om
evt. ongunstige associaties, maar historisch een verlies. In gemeentebesluit uit 1923
(betr. de reinigingsroute) heet de straat nog Achter de Goren (3e Kl. 112)’. De
straatnaam wordt verklaard als: ‘lett.: achter de göarden = achter de gaarden /
tuine’.
Bovendien bevat het boek allerlei etymologische informatie, iets wat je maar zelden in een
dialectwoordenboek tegenkomt. Twee voorbeelden zijn:
+ bleute (v) - omslag, hoes e.a. ≠ vD’99
- een bleute is hetzelfde as woar ze in ’t Nederlands ‘omslag’ tegen zegt (Curs. 31 e.a.)
- ie wussen wat veur’n boek in de broene bleute zat (M. Rhee-Luttekes, 3e Kl. 104)
etym Een boekomslag was vroeger van leer gemaakt (bleute = onthaarde huid v.e. schaap of
een ander dier.) < WNT SV ploot. De specifieke bewerking heette ploten.
+ drieklazoer, -klesoer (m) - iem. die niet voor vol wordt aangezien (Curs. 21)
etym Oorspr.: baksteen van 3/4 van gewone lengte ≠ vD’99: alleen letterlijke betek. klezoor
[1716] (= metselsteen) < Frans closoir (= sluitsteen v.e. gewelf) Van dit Fr. zelfst.nw. is ook
klooster (= slot, besloten gebouw) afgeleid.
Tot slot bevat het woordenboek diverse malen een zogenaamd ‘excurs’, een uitwijding met
extra informatie naar aanleiding van een bepaald trefwoord, bijvoorbeeld:
at, ’t - een tussenvoegsel, gelijk aan het (loze) tussenvoegsel of in Ned. zinnen,
vaak afgekort tot ’t:
- hoe ’t ze now ‘n Zieser es ok Schammelte könt numm’n begriepe wi’j nog niet
zo best (A. v.Elburg-Tusveld, 3e Kl. 1)
- wiej bedoelt gien stried den ’t op ruzie uutlöp, maar een stried met liefde gebeurt
(nl. veur de laandstale: Dieks, 3e Kl. 92)
- Gediene den ‘t mie de brief van de IJsselcentrale leut lezen (Ak d’ogen 26)
- ‘n braandkolk den ’t ’r ok niet meer is (A. v.Elburg-Tusveld, 3e Kl. 1)
- of ’t now kwaamp van de weg den ’t zo slecht was (Ak d’ogen 27)
In al deze citaten is het afgekort tot ’t. Het was dus in Ommen e.o. gangbaar.
- dan schient veur oons die ’t vaak in ‘t donker rondgoat ... (H. Pool, Zunnestr. 61)
7
׉	 7cassandra://KXZadh71hv-Zs41jZWYKGocNlWQBAlPSaf1vYkA1ga8`̾ b0~q9׉EVermoedelijk is het een woord van de oude garde? Ik kwam het bij Joh. v.Buren
(nog) niet tegen. Het heeft blijkbaar plaats gemaakt voor  as, a-j, a-w enz.
EXCURS
at is één van die kleine taalelementen die een streektaal bijzonder maken. at komt in meer
plaatsen in Overijssel voor. Dijkh. (45) geeft er enkele Twentse voorbeelden van. Het gaat ook
over de provinciegrens heen. In het Fries is het standaard. Begint een bijzin bijv. met dy
(= die), dan volgt op dy een ’t, dus dy’t. Evenzo gaat het met het vraagwoord hoe (Fries idem).
In een zin als ‘zeg eens hoe... = hoe’t. Idem met wa (= wie) > wa’t en ook: no’t (= nu).
Dankzij al deze informatie is het Ommense woordenboek erg divers en waardevol. De auteur
van het woordenboek schrijft bescheiden: ‘Met dit woordenboek wil ik graag aan mensen
laten zien waarin de Taal van Ommen, als onderdeel van het Nedersaksisch, verschilt van het
Nederlands.’ In dat doel is hij uitstekend geslaagd. Zijn woordenboek vormt een prachtige
fonkelnieuwe bouwsteen aan het grotere gebouw van het Woordenboek van de Overijsselse
Dialecten, waaraan sinds 1998 wordt gewerkt.
Nicoline van der Sijs
(hoogleraar Historische taalkunde
van het Nederlands aan de Radboud Universiteit)
8
׉	 7cassandra://BzIGURCs_pGLlNnoUC-9Hgj67QK4GcZDe02LDSUf6Ps`̾ b0~q9߁b0~q9ށbבCט   u׉׉	 7cassandra://yA7EwcQIwTBToBZNeD-7TpcZzGTmEdKxGYHsYhwCt1A #` ׉	 7cassandra://-fB85AjjZIzZwu2UqLYGeFx-FDFDDnQ2yngko7PfkZAU`d׉	 7cassandra://HC0E38ePscLBSjNa7fTYS59Qu1kM_mq1ugyVOV7VXjg`̾ ׉	 7cassandra://uoxCJIZotPS4r3mnHB4MhykWBOAyK26_OdeS4OHImmoA͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://ls2lglEtk1cxlRZEM1hvVDdHSmc_mXauskzbFeb3zhc ` ׉	 7cassandra://atl3BRRj0eBQ1Vl7jXq7lbWifIMyTH6I39jErEw2I8ci` d׉	 7cassandra://V7Uy-7qyDTWfq46OdnA2_Eromboe5MIXKIU7kUB9utoo`̾ ׉	 7cassandra://Mo2zpmsigoJ1LQmRoW6H7Py-sr8MnQkJttGdMDorSc4@͠$b0~q:׉E	Inleiding
De taal die we vanouds in Ommen spreken, is het Nedersaksisch. Ooit was het de taal van de
Hanzesteden, d.w.z. een samenwerkingsverband van handelaren en steden rond de Noord- en
Oostzee die, sinds het midden van de twaalfde eeuw, door deze samenwerking hun handel
probeerden te beschermen en uit te breiden. Het Nedersaksisch beslaat daarom niet alleen het
Oosten van Nederland, maar ook een groot deel van Noord-Duitsland. En: in talloze
varianten. Wat in Duitsland al veel langer van kracht is, geldt sinds 1998 ook in Nederland:
vroeger werden alle varianten van het Nedersaksisch nog als een dialect gezien, tegenwoordig
wordt – en zelfs op Europees niveau(!) – het Nedersaksisch als cultureel erfgoed
van Nederland erkend. Het is een officiële streektaal.
Een woordenboek met citaten
Met dit woordenboek wil ik graag aan mensen laten zien waarin de Taal van Ommen, als
onderdeel van het Nedersaksisch, verschilt van het Nederlands. Over de vorm heb ik lang
geaarzeld. Uiteindelijk heb ik toch gekozen voor de woordenboekvorm. Daarin komt het
meest tot zijn recht wat het specifieke van het Ommers, resp. het Sallands is. Onmisbaar zijn
daarbij voor mij wel de vele citaten, waardoor de eigen kleur van deze taal pas echt tot zijn
recht komt.
Het eigene van het Sallands zit namelijk evenzeer in een aantal specifieke eigenschappen van
het taalgebruik:
a. De vervoeging van de werkwoorden:
ik pakke, ie pakt, hie / zie pakt, wiej / jullie* / zie pakt *of: ieluû
Nog sterker blijk dat bij de onregelmatige:
ik lope, hie löp, wi’j / jullie* / zie loopt, zie loopt) *of: ieluû
b. Het consequent onderscheiden van vrouwelijk en mannelijk bij naamwoorden, een
onderscheid dat in de standaardtaal nauwelijks nog wordt aangevoeld. Dat geldt voor álle
naamwoorden: zelfstandig en bijvoeglijk, persoonlijk en bezittelijk, aanwijzend enz.
bijv. d’ oalde Achterstroate (vrouwelijk)= de Achterstraat
’n* vroggern Pöppelndiek (mannelijk) = de vroegere Populierendijk;
(* afkorting van ‘den’)
c. De vorming van de verkleinwoorden, waarbij een verschuiving van de klank optreedt:
bäkkie < bak; köppie < kòp; puppie < póppe;
huûkie < hoêk; stupie < stoepe, pöaltie < poal);
d. Allerlei klanken die in het Nederlands niet of heel weinig voorkomen, zoals de boven al
aangeduide ö en oa, maar ook het onderscheid tussen lange en korte klinkers;
boêk (= boek) en boek (= buik);
tiene (= tien) en tiêne (= tenen);
zuûte (= zoet) en suker (= suiker).
11
׉	 7cassandra://HC0E38ePscLBSjNa7fTYS59Qu1kM_mq1ugyVOV7VXjg`̾ b0~q9׉E	 Ook wordt nog altijd het verschil gehoord van de o in hók naast bòk*, wat zich
weerspiegelt in de verkleinwoorden: hökkie en bukkie.
Bronnen van de citaten
Op verschillende plaatsen is de zegsman / vrouw achter de gekozen citaten vermeld. Het
basismateriaal voor de opgenomen woorden bestaat uit alles wat mijn plaatsgenoot Dieks
Makkinga (1919-1995) in De Darde Klokke schreef; van dit historische tijdschrift was hij de
mede-oprichter. In aanleg was het mijn plan om zijn woordenschat en taalgebruik te
inventariseren en te documenteren. Geleidelijk aan heb ik er verhalen en gedichten van
andere streektaalauteurs bij betrokken. Van de meeste woorden, uitdrukkingen of bijzondere
taalwendingen noteerde ik citaten. Ook heb ik hier en daar toegevoegd, wat ik van thuis ken.
Keuzes
Het wil geen compleet woordenboek zijn. Wel ben ik zo volledig mogelijk geweest wat de
wél opgenomen trefwoorden aangaat: van elk zelfstandig naamwoord bijv. wordt het
geslacht, de meervoudsvorm (voor zover nodig) en het verkleinwoord aangegeven. En bij
werkwoorden die onregelmatig zijn, meld ik verschillende vervoegingen en/of onvoltooid
verleden tijd en het voltooid deelwoord.
Bij elk begrip heb ik betracht tenminste drie elementen een plaats te laten krijgen:
1. de verschillende vormen waarin een woord geschreven/gesproken wordt;
2. de betekenis(sen), al dan niet streekgebonden;
3. de spelling dan wel uitspraak.
Met dit boek beoog ik dus geen volledigheid, maar wel deze drie zaken:
1. een documentatie te bieden van de woordenschat van onze ‘moedersproake’,
2. het inzichtelijk te maken wat daarvan het eigene is en hoe wij daaraan komen,
3. te laten zien hoe die taal in elkaar zit, zeg maar de structuur ervan.
Aanduidingen bij de woorden
+
Dit teken in de kantlijn staat bij alles wat streekeigen is.
Als criterium houd ik aan dat het trefwoord niet te vinden is in de grote Van Dale
(1999, 13e editie) of het wordt in de Van Dale aangemerkt als (gew.) = gewestelijk,
(inform.) = informeel. Steeds is dit gemarkeerd met ≠ vD’99 (indien onvindbaar) en
Ø vD’99 (indien gew. / inform.).
Het betreft:
- woorden als bijv. tuûmeg (= niets te doen hebben), tremse (= korenbloem)
- een andere betekenis van een woord die het Nederlands niet kent,
bijv.’t niet können wachten (geen tijd hebben om te doen wat gevraagd wordt)
12
׉	 7cassandra://V7Uy-7qyDTWfq46OdnA2_Eromboe5MIXKIU7kUB9utoo`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://tw4rwLbRm0VhXt6wHICUK3E1UnZnuh5xdk2fcJnzfoI D1` ׉	 7cassandra://Jb0aZgELK5LRJtjUSyFIQOBeXG0L3nhfsG6rVo4cDYUOg`d׉	 7cassandra://qF14Df79ckiey0Wd9bIZhNpM9MJhBRNGYcbGV3nqeU0`̾ ׉	 7cassandra://kzzLLJbQ0Taltd_tX7BLxcRa_yeBwfsYyAsMn96orH8AZ0͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://Si_bcTwZdTz1mKHIZZgBH6CTHMGtFB0BcmTJi0qwpZY ` ׉	 7cassandra://yHwjrMRWeWFogVTtobt6vcKO_qjjepdFra6Ka9XMaFUP` d׉	 7cassandra://RAYtPYoj2Yrhk5n68jilQ8MryBPrHAQmlafYs2zjE_sl`̾ ׉	 7cassandra://NgqQCshXzjpYTybyW_jrxC4UkJt6xaibaiD5v9HMX2o@ ͠$b0~q:נb0~q: 'āP	9ׁHhttp://aanw.vnׁׁЈ׉E=- uitdrukkingen / gezegdes / spreekwoorden die in het Nederlands niet voorkomen
of niet gangbaar zijn.
Onder deze categorie ‘streekeigen’ zijn ook specifieke zinsconstructies gerangschikt,
zoals:
- zie hebt de kinder al groot - hun kinderen zijn al groot
- ie hebt de broek kepot - jouw broek is kapot
- Mans hef ’t biên ebrökken - Mans heeft z’n been gebroken.
- toen gunk em de koe ok nog dood - toen ging z’n koe ook nog dood
- de Mulerts hadden vrogger de weg langs de mölle in Ommen
- woar ‘e zelf niet an toe kwaamp, nump'e gewoon volk veur
- ’t kanaal komp gien scheep’n meer deur
- heur zönne heugt mi’j weineg van
- met die meer dan een miljoen overnachtingen in Ommen ew wel vree mee
- van wéérkriegn (= betaald zetten) steet in’n Biebel niks in
- da's 'n aander keurn, zee de mulder en hie beet in 'n muuzeköttel
(Het tweede deel van het gezegde ‘en hie beet’ zou in het Ned. luiden:
‘toen hij in een muizenkeutel beet’)
-‘n olde Jaan kump ’ter niet weer boav’n op, en da dutte niet
(de herhaling is te vertalen als: dat verzeker ik je)
*
Het teken * markeert een taalkundige bijzonderheid die het Nederlands niet (meer)
kent, bijv. :
- de slot -e van het bijvoeglijke naamwoord riepe (rijp):
‘Die bezen bint nog niet riepe’.
Een beperkt aantal bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden heeft deze -e;
 Zie toelichting bij bange en allange
- een van het Ned. afwijkend meervoud of geslacht, bijv. bij ei * mv.  eier;
bij rad (mv *raa); bos (onzijdig, soms mannelijk*); en bólle (*v) - stier
- een sterk van het Nederlands afwijkend woordbeeld: klw *pagie (paadje)
Behalve in de kantlijn staat dit teken * (eventueel) ook verderop
bij het betreffende woord.

Dit teken markeert een spreekwoord, gezegde of uitdrukking,
bijv. bij het werkwoord poesen (= blazen):
- aj ow niet braandt, hoef ie ok niet te poesen
Hier ben ik eveneens zoveel mogelijk nagegaan of het tot het streektaaleigene
is te rekenen.
[ ]
Vierkante haken heb ik gebruikt voor:
1. de nadere aanduiding van de klank of uitspraak: board [oo] - baard
2. jaartallen, bijv. [1834].
13
׉	 7cassandra://qF14Df79ckiey0Wd9bIZhNpM9MJhBRNGYcbGV3nqeU0`̾ b0~q9׉E
Dit teken verwijst naar een synoniem of verwant trefwoord in dit boek:
bijv. soepel  smeu
Het teken is hier en daar tevens een hulpmiddel om de lezer op weg te helpen
als de spelling van een woord in de streektaal sterk afwijkt van het Nederlands.
In die gevallen staat het Nederlandse woord cursief geschreven voorop:
meel  maal (Nederlands  streektaal)
PS: Het betreft hier restanten van een eerdere ontstaansfase van dit boek.
Pas in tweede instantie heb ik besloten ook een woordenlijst Nederlands -
Sallands op te zetten. Deze lijst is beknopter dan het eerste deel.

≠
Dit trefwoord of gezegde enz. staat in Van Dale 1999 (13e druk), en behoort dús
gewoon tot het Nederlands:  vD’99
Trefwoord of uitdrukking komt niet voor in:
1. Van Dale : ≠ vD’99
2. geraadpleegde streektaalwerken, b.v. ≠ Kampen
etym Afkorting van etymologie (= herkomst en betekenis van het woord)
Uitsluitend bij dialectwoorden, vaak met een verwijzing naar woorden in verwante
talen:
bijv. schin - (schilfers van) hoofdroos; etym Vgl. Engels skin (= huid)
Soms is een jaartal toegevoegd. De reden daarvoor zie je bij  bissing
Taalkundige afkortingen / begrippen
(m) (v) (o)
aanw.vnw.
bet. / betek.
bijw.
bijv.nw. / bnw.
bijv.
ca.
cit.
defin.
e.a.
eigenl.
en div. and.
enkelv. / ev.
e.o.
evt.
fig.
gebr.
gew.
i.c.m.
iem.
betekenis
bijwoord
bijvoeglijk naamwoord
bijvoorbeeld
circa
citaat
definitie
en andere auteurs / publicaties
eigenlijk
en diverse anderen
enkelvoud
en omstreken
eventueel
figuurlijk
gebruikelijk
gewestelijk
in combinatie met
iemand
14
mannelijk / vrouwelijk / onzijdig (ook wel: mnl./vrl.)
(bij zelfstandige naamwoorden of voornaamwoorden)
aanwijzend voornaamwoord
׉	 7cassandra://RAYtPYoj2Yrhk5n68jilQ8MryBPrHAQmlafYs2zjE_sl`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://ldcDU8uMIZnAt3GuOpECJqTh2CN4kaleWFsLrU8civg ` ׉	 7cassandra://AsVc_S5HkQmDYEHlHJD-YIzK4Vr9nkm8aHWMYX9q-5U0P` d׉	 7cassandra://-2PdmHdIR37bDJX6LVNp5JImw8F3WEz7AivKed2h0Yw`̾ ׉	 7cassandra://4EssD8qFURK1jhE1CYAGzxH1L23URG49e0qDd504jDc ͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://rYX1u5bU-nOCcbkU9CG05ulAiZj33q00Tkq0blxmi-c .` ׉	 7cassandra://3fjuSViuSJpddPjrH0bAhA38xiev9_8fQQ411eaLKbo``d׉	 7cassandra://6UwrMXZ6fK3WSTcT3gKzQYZtQnsDdk30WnOBZhu0N6QU`̾ ׉	 7cassandra://USqT5ukWGQyHIsZ3X41F2Ja_9kiBzm59YANlEsUvG4UD( ͠$b0~q:נb0~q: ̎A9ׁHhttp://onv.veׁׁЈ׉Eidem
incl.
inform.
i.p.v.
i.v.m.
jrg.
klw.
lett.
m.b.t.
m.n.
mv.
Ned.
nl.
o.m.
oorspr.
onpers.ww.
onr.ww.
onv.verl. tijd
reg.ww.
resp.
samenst.
spr.uit
SV
syn.
tegenw./ tgw.
tradit.
tgo.
var.
v.d.
v.h.
veroud.
vgl.
vlgs.
voegw.
volkst.
volt.dlw.
vrz.
wrsch.
ww.
zegsw.
zelfst.nw. / znw.
hetzelfde / dezelfde betekenis
inclusief
informeel
in plaats van
in verband met
jaargang
verkleinwoord
letterlijk
met betrekking tot
met name
meervoud
Nederlands
namelijk
ondermeer
oorspronkelijk
onpersoonlijk werkwoord
onregelmatig werkwoord
onvoltooid verleden tijd
regelmatig werkwoord
respectievelijk
samenstelling
spreek uit
sub voce (= onder dat trefwoord)
synoniem (een ander woord met dezelfde betekenis)
tegenwoordig
traditioneel
tegenover / tegenovergestelde van
variabele / varianten
van de
van het
verouderd
vergelijk
volgens
voegwoord
volkstaal
voltooid deelwoord
voorzetsel
waarschijnlijk
werkwoord
zegswijze
zelfstandig naamwoord
15
׉	 7cassandra://-2PdmHdIR37bDJX6LVNp5JImw8F3WEz7AivKed2h0Yw`̾ b0~q9׉E
^Werkwoorden
Bij de werkwoorden is onderscheid gemaakt tussen regelmatig (reg.ww.) en onregelmatig
(onr.ww.). Alleen bij de onregelmatige werkwoorden zijn vier verschillende vormen
vermeld, met behulp waarvan de volledige vervoeging is op te stellen:
- 1e en 3e persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd
- 3e persoon enkelvoud onvolt. verleden tijd
- voltooid deelwoord
Bij samengestelde werkwoorden heb ik deze vormen achterwege gelaten.
Zelfstandige naamwoorden
Bij de zelfstandige naamwoorden is het geslacht vermeld (m), (v) of (o), en achter de
betekenis de meervoudsvorm (mv.) als die anders is dan -en of -s. Ten slotte is overal het
verkleinwoord (klw.) vermeld, omdat het over vrijwel de hele linie verschilt van het Ned.
Niet alleen omdat -je verandert in -ie, en -etje in -egie, maar ook de klinker ombuigt:
de korte a in lat krijgt een trema lättie, de oe in stoepe wordt stupie net zoals de lange oê in
voêt vuûtie wordt. Na kòp volgt köppie en na póp puppie. Bij boom en bone horen beumpie
en beuntie. Ook de typische oa-klank ontkomt er niet aan: het wordt öa, de klank die te
vinden is in freule en manoeuvre of girl, bird ((Engels). (Anderen schrijven öö in een
gesloten lettergreep: jöör, en ö in open lettergreep: jörig).
Betekenissen
Bij specifieke woorden van de streektaal – in de kantlijn met + aangeduid – zocht ik naar een
zo goed mogelijke omschrijving. Soms was dat eenvoudig, bijv. bij mangs (= soms). Niet
zelden waren meer woorden nodig, zoals bij toeverdan (= langzamerhand).
Diverse keren kwam ik woorden (vooral werkwoorden) op het spoor, die als goed
Nederlands klinken, maar toch een eigen betekenis hebben, bijv. neudeg weên = nodig
hebben; ofgoan = aflopen. Zulke woorden zijn eveneens in de kantlijn aangeduid met +.
Spelling / uitspraak
Pogingen om te komen tot algemeen aanvaarde afspraken over de spelling van het
Nedersaksisch zijn tot nu toe gestrand en misschien ook wel gedoemd te mislukken. Een paar
voorbeelden: moal / maol, meanse / mèènse, huushoalster / uus- òlster. Het punt is dat de
streektaal structureel meer klanken heeft dan het Nederlands. In de plaatselijke woordenboeken
krijgt hetzelfde begrip zodoende in de alfabetische volgorde soms een heel andere
plaats dan je zou verwachten.
Als uitgangspunt heb ik de spelling van het Ommers genomen, zoals die vertrouwd is
geworden door de ‘stukkies’ en de verhalen van Dieks Makkinga. Zijn dochter Frouwke
Doezeman-Makkinga heeft deze al die jaren klaar gemaakt voor publicatie. Algemene regels
waren er niet. Afgezien van de vroege stukjes is haar spelling consequent en voor de meeste
mensen in Ommen ‘eigen’.
16
׉	 7cassandra://6UwrMXZ6fK3WSTcT3gKzQYZtQnsDdk30WnOBZhu0N6QU`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://lZehFariovyLzHOyHvuHmNB1HBm0RvgO_8_6MAwdRok Lc` ׉	 7cassandra://yiad7J4iiGHRKJuqdPB8l28J10Gfq8g_dvcdtyIZyQIOd`d׉	 7cassandra://pthNIGT927EqHZnwplmbDP-pS_wpqMBycKsTQwCmuKk`̾ ׉	 7cassandra://8viJQCwtVlYEqFO7RAX7CG0pfFiak0TF3XUj3WX8Qbs9͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://ZWdjcg4Ow6gcc-50YQD2-GoQiKQ41LTnlspqEVRNeWU ` ׉	 7cassandra://dm_5CuIek-6N-QVKV7pwujtJrhafVyHU7Q2L32tNU-80` d׉	 7cassandra://xYbOWcXX9EVNwvDhrrEbDmcSOahcCPvAkpWKLb4vR18k`̾ ׉	 7cassandra://L39oaeyOFQYZT2B6S2CJSxMZ1x4ykEiZi0ntR9qrwh0. ͠$b0~q:׉EEchter, in die spelling wordt geen rekening gehouden met een aantal uitspraak-elementen,
die wezenlijk de klank en het karakter van de streektaal mee bepalen. Daarin staat zij niet
alleen; dat geldt voor de meeste schrijvers. Ik bedoel daarmee met name de grote variatie van
klinkers, kort en lang zoals bij de e, ie, oe en uu. en de vele varianten bij a en o, die ook voor
taalkundigen belangrijk zijn. Het eenvoudigste was enkele tekens aan die spelling toe te
voegen. Deze tekens zijn dus in de eerste plaats bedoeld als uitspraakaanduidingen en niet
zozeer spellingsvoorschriften!
Om een lange klinker aan te geven, voegde ik een dakje ^ toe: mênse, wiêze, koê, hônd,
zûutholt. Bij de aa had ik ook dat dakje kunnen invoeren om het onderscheid te markeren
tussen b.v. tând en taandtie. Zo ook bij de oo: bôons ter onderscheiding van poot. Bij de u en
de i had het ook gekund (kûnst en wînst), maar die klanken zijn zeldzaam geworden, of
worden vaak anders geschreven (keunst en weenst).
En dan de ö, ä en öa. De eerste is algemeen aanvaard, de tweede hoort erbij als markante
streektaalklank. De öa is de aanduiding van de klank in pöaltie, te vergelijken met de eu in
freule.
Ten slotte: de h komt als beginletter eigenlijk in het Sallands niet voor, (evenmin trouwens in
grote delen van Nederland!). Om de alfabetische puzzel niet groter te maken dan hij toch al
is, heb ik de h - net als Dieks / Frouke - toch maar geschreven.
Vaak optredende klankverschillen
tussen het Nederlands en streektaal, waardoor de alfabetische plaats van een woord
verandert:
a
>
an- >
>
aa
>
>
>
ee
ereu
ó
oe
>
>
>
>
>
ò
âa
aa
oa
ee
eu
iê
>
eärö
u
uû
[ää]
m.n.
in af > òf
(mâande, vâangst, blâank, dâamp, glâans, krâante)
in verkleinw. (haandtie, baankie, laampie, haansie, kaantie)
(moal, hoar
[oo] )
(m.n. in -eer-: Meert, peerd )
(bij -oar in verkleinwoorden: heurtie [hoartie] )
(gemiênte)
(stekkel, delle, nemmen, leppel, etten, en verdere m.n.
in voltooid deelw. met k, p, t : estrekken, ekneppen, ezetten)
(ärm, bärg, härd)
jökken, dökke, kökken
zunne, en m.n. in verkleinwoorden (buttie)
muûjte, gruûn, en vrijwel altijd in verkleinw. (duûkie)
17
׉	 7cassandra://pthNIGT927EqHZnwplmbDP-pS_wpqMBycKsTQwCmuKk`̾ b0~q9׉Eoo
>
>
>
ou
uu
ui
urij
>
>
>
>
>
>
ò
potten)
of ó (wónnen), met in de verkleinw. ö (löttie)
eu
eu
oal
òl
oe
oe
örie
dreum,
streuper en verder in de meeste verkleinw.:
beutie, deurntie, peutie
(m.n. in voltooid deelw. met d, g, v, z :
ebeuden, ezeugen, esteuven, ekeuzen,
maar ook bijv: ekreupen)
(oald, hoal(d)en, koald, voale, )
bòlte, gòld, hòlt, schòlte, zòlt, ik zòl, ik wòlle.
--wòld(e) in plaatsnamen
zoer, schoeren
(roete), uu (schuuns, vrijwel altijd in verkleinw.)
körk, törf, dörp, snörken
(tied)
* umlautsituaties die alfabetisch geen verschuiving geven, zijn niet meegenomen:
maal > moal, möaltie / vouw > voale, vöaltie
Tot slot
In dit woordenboek staat mijn voorkeurspelling voorop (met klankaanduidingen, waar mij
dit zinvol leek), maar de oplettende lezer zal zien dat de schrijfwijze in de aangehaalde
citaten vaak daarvan verschilt; ik heb deze (uiteraard!) zo letterlijk mogelijk overgenomen
uit de publicaties die ik hiervoor raadpleegde.
Gerrit Jan Martens
sept. 2021
18
׉	 7cassandra://xYbOWcXX9EVNwvDhrrEbDmcSOahcCPvAkpWKLb4vR18k`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://qthkqRyL7CntnYmMlEQTV69vh_rrSvlhV3P6TC39L4w .` ׉	 7cassandra://gHKDtbBR1mFW1MGKhxNbmTj4_CkVFqcOaz3lr1XZ2FYO`d׉	 7cassandra://piA67UYPwXBqQEOUNBs8b1lkrJZegGsHxvJsgAvWnEI,`̾ ׉	 7cassandra://qu2sr4QO4eOKMaIwO7WxQS9_CvtnQusMQ-Tt2ySTc7A͙͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://bFvoYR4BpZdZTE4AJZ-h2MTkZNQyzmhrYN8KXBC8N3o ` ׉	 7cassandra://aJndzsujBVZgVx4N_oFnx4-pdHeg-VyWkFssXdMxa8gU`d׉	 7cassandra://RmT6f2y9Cb-Zo6TwMswF7F1GYbEzrseIhbXHPfPLRPM?`̾ ׉	 7cassandra://SJ_eNf81RGKkkXxAjuG7SOMpo4WXhgM3ozLjTCTxVbcͳ ͠$b0~q:׉E
A.
aait, aajt bijw. – altijd  aaltied
+ aait vedan - almaar rechtdoor  verdan
aalte (v) - aalt, gier (mest)  vD’99
etym De grondvorm is waarsch. adel [15e eeuw] (= slijk) met var. addel, eddel. Het woord
komt uit Oost-Ned. dialecten, m.a.w. het heeft een (oud-)Saksische oorsprong en leeft voort in
het Engelse ww. addle (= rotten). In België zegt men doorgaans aal. EWN stelt dat de huidige
slot -t in aalt later is toegevoegd, zoals meer voorkomt: burcht was eerst burg, fazant bleef i.h.
Duits fasan enz. Van de streektaal uit gezien is een verwijzing naar  ‘n Iesselt en  Möppelt
meer voor de hand liggend.
 ‘iêne deur de aalte halen’ is goed Sallands voor ‘door het slijk halen (Curs. 13)
+ aalten reg.ww. - gier op het land verspreiden ≠ vD’99
+ aaltengat (o) - mesthoop, gierkelder ≠ vD’99
mestvaalt gaat overigens terug op oud-Saks. faled (= veestal, mestput)
+ aaltenkelder - gierkelder (Raalte 10 e.a.)  achtereers (rijmpje)
aaltied bijw. – altijd  aait
aaltied deur - aldoor, continu  vD’99
aan (-) vz.  an (-)
aander bnw. - ander
‘n aander - de ander (dan n’ ienen en dan weer n’ aander)
‘n aander: In Ommen klonk dit in de jaren 50 al als n’ ânder [lange a met neusklank]
- n’ aandern dag - de volgende dag (- morgen, - avond, enz.)
‘s aanderndaangs - de volgende dag
- ‘s aanderendaagns leup Mariegie met ‘n arm in de lichte (3e Kl. 108, H. v.Elburg e.a.)
+ de aandere wekke - de volgende week ≠ vD’99
‘n aandermans - andermans; ook: n’ âander zien ...
 ie könt niet oordielen over n’ aandermans / n’aander zien leed
- weert zaecke (‘gebeurt het’) dat hie scape up een andermans lande dreve
(orig. Markeboek Stegeren [1501] art. 7)
‘n aandermoal - 1. nog eens, een tweede keer; 2. een andere keer
aanders  aans
+ ‘n aanderweg - ergens anders
- a’j de gezinsverzörgster dan neudeg hebt is ze vake ‘n anderweg (H. Oldeman, 3e Kl. 69)
- ende off sich geveele (‘t geviel) dat een ander wech in deser marcke enige sandtstuive
weer (= was)... (Markeboek Gietmen art. 27 [1578], kopie [1645]
+ aanderweggens - ergens anders, elders
- heur jonste breur Hendrieks is doar geboren, maar die doar tussendeur kwamen aanderweggens
(Ak d’ogen 132 / 3e Kl. 74). *Het cursieve gedeelte van dit citaat is in Ak d’ogen weggevallen
aans bijw. - anders
äns aans, ärgens aans - ergens anders, elders
aansumme - andersom
aap (1) (m) - aap; klw. apie
 zo muû as ’n aap: - dat ik zo muu as een aap boven op ’t diertie völle (Curs. 27) ≠ vD’99
+ aap (2) (o) - snotneus, rotjong: - met dat aap zien Gro’va had ik bellegie e’trökken ≠ vD’99
aarde (grond), eerde  eerappel, eerbezen
19
׉	 7cassandra://piA67UYPwXBqQEOUNBs8b1lkrJZegGsHxvJsgAvWnEI,`̾ b0~q9׉E\Aäronsstege (v) - Zo werd voor WO II de  Kerkstraat wel genoemd, naar Aäron de Haas
die daar een grote exportslachterij had:
- vrogger hiet’n de Karkstroate deur dag en tied Aäronsstege, e’nuumt noar Aäron
de Haas, de vader van Salomon en Meijer de Haas (3e Kl. 50 / Ak d’ogen 109)
- die stroate of stege wörden ok wel de  Kalverstroatet e’ nuumt (idem)
abrikoze (v) - abrikoos
ach(t) geven op - idem
acht(e) (telw.) - acht: - een ôons of achte / ach(t) kinder / acht huuze
Voor de verbuiging (met of zonder -e):  zie telwoorden bij drieje
ach(t)endärteg - achtendertig, enz.
over acht dage - over een week(!) (3e Kl. 109)
achter (voorz) - achter  vanachteren
+ achterdale mis grijpen, te laat komen, achter het net vissen
 d’r achterdale schiêten = tekortkomen / mis-griepen (Raalte e.a.)
ook d’r achterdale tasten / griepen = net ernaast of net te laat grijpen
- Jans kwam der net achterdaal = Jan viste achter het net (Dijkh. 9 < B. Plecht, Losser)
- der nie achter dale komen: kieken de’j nie achter ’t net vist < Drèentse taolwiezer - Wikipedia
+ achterdeure (v) - deur v.d. woonkeuken naar buiten in ouderwetse boerderijen
(Schönf. 60: de grote deuren, toegang tot de deel, bevonden zich aan de weg)
middendeure
+ achtereers - 1. achterstevoren (lett.: achter eerst) ≠ vD’99
2. achterwaarts (Dijkh. 9 e.a.)
3. eigenwijs, tegendraads - oh, den is aaltied zo achtereers! (Raalte)
 plaagrijmpje: ik heb ow achtereers in t’ aaltengat e pleerd (3e Kl. 34)
achtereers varen - meerijden op of in een wagen, achterstevoren zittend
- ’t achterste veuren riên
achterênde (o) - achtereind, achterste  stom
+ Achter de geuren - oorspr. naam v.d. huidige Tuinstraat, op verzoek v. bewoners helaas
veranderd om evt. ongunstige associaties, maar historisch een verlies. In gemeentebesluit
uit 1923 (betr. de reinigingsroute) heet de straat nog Achter de Goren (3e Kl. 112)
etym lett.: achter de göarden = achter de gaarden / tuine  vgl. Hamsgoren)
+ achterhekke (v) - hek / -schot achterop een (hooi)wagen ≠ vD’99
 iemand ’t achterhekke brengen = afzeggen, de verloving verbreken ≠ vD’99
- ik goa zoo gelieke noa Kate hen en breng her ’t achterhekke
(Dijkh. 9 < uit Markies de Thouars van H. Doedens, Denekamp)
achterhên bijw. - achterheen; syn. Achteran
- d’r achterhên goan = onderzoeken  vD’99
‘n Achterhoêk (m) - vrogger wörden de tegenwoordege Middenstroate, Gasthuusstroate
en Varsenerstroate samen ‘n Achterhoek enuumd. (3e Kl. 1)
NB: Wat nu Varsenerpoort heet, was ooit het begin van de Varsenerstraat, die halverwege
a.d. noordkant nog een dwarssteeg had, in de volksmond wel  Jeruzalem genoemd.
(Ak d’ogen 92) Zie ook het artikel van J. Brouwer in 3e Kl. 112, over de regeling voor het ophalen
van mest, vuil en afval uit [1923]. Bij de te volgen route wordt de Varsenerstraat ‘Achterstraat’
genoemd.
20
׉	 7cassandra://RmT6f2y9Cb-Zo6TwMswF7F1GYbEzrseIhbXHPfPLRPM?`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://ZR-_Iuv7g_MKCCe1QXPZrwS7_dznD9Rv9fSSrqP95w8 ` ׉	 7cassandra://GlBTVf37aeVdZ2AEYPvRSNf86aw9fPiTEuAHERcbgTwRR`d׉	 7cassandra://8kXuNF7gJuH6Kww3vYoT-yF7kfOhW_h4y67BCdWrNh8`̾ ׉	 7cassandra://FV62wM9xMSpEvqpXsVHurjfkLVExXx75X-e73Ew06A4͢͠$b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://T8U1Spli9uOY7mbyPrErj6Hw-BR4ksVIpD6DETy_Z2Y ` ׉	 7cassandra://k-2PB4G_GPN9-KsFOD8lXpT-aD2u-HZUJVtjTwsedoUY`d׉	 7cassandra://MOiW8-Tp1oWghGRUy3PNaD6HhIh8F2Wis6SWp3JHkZA`̾ ׉	 7cassandra://zgxhCFTcjuvCLdS20DgyFME5AoaSLEUHd8Gih8c_Q-wͤ> ͠$b0~q:נb0~q: 8M9ׁHhttp://onbep.telׁׁЈ׉E
achterholt (o) - achterhout, zwenghout, dwarshout aan de dissel v.e. wagen, waaraan de strengen
van twee paarden worden vastgemaakt; syn.  evener  vD’99
+ achterkökken (v) - bijkeuken Ø vD’99 (gew.)
+ achterlanges bijw. – achterom ≠ vD’99
achterof bijw. - 1. achteraf (bijw. van tijd); 2. afgelegen
+ achternoa - achteraf, later
- achternao woonder ik mi’j = achteraf verbaas ik mij erover (J. Buursink, Enschede)
 van achtern kiek ie de koe in ’t gat = dat is wijsheid achteraf (kalender, mrt. 2009 < Urk)
+ achterrad (o) - achterwiel van fiets
≠ vD’99 (daar alleen: ‘meest naar achtergeplaatste rad v.e. raderwerk’)
+ achterschot (o) - achterste schot v. boerenwagen (Gramb. 2)
syn.  achterhekke (o) ≠ vD’99
’t achtersteveurten - achterstevoren (Raalte)
de Achterstroate (oud) = Varsenerstraat (3e Kl. 112)  ‘n Achterhoêk
achterweg (v) - idem (voorheen o.a. wagenweg achterlangs de r.k. kerk)  vD’99
+ achteruutleggen - sparen (Kampen) ≠ vD’99
 achter uut ‘n hals proaten - gemaakt praten, m.n. ‘Hollands’ (Dijkh. 10)
achterumme bijw.- achterom *bijw. met slot -e:  zie EXCURS bij allange
adresse, ook adres (o) - adres
achttiene - achttien
advies (o) - idem, meestal road (m)
advokoat (m) - 1. advocaat (jurist)
advokoat (v) - advocaat (alocholische drank); klw. advoköatie
af  of
aj / a-j - 1. samentrekking van: as iej (voegw. als en je)
- aj um zes uur komt, bi-j op tied
2. net als aj (1) samentr. van: as iej (of je), maar nu als tussenvoegsel
- woorden die aj met gien geweld in een kraante kriegt of’e drukt (Curs. 29)
+
as is hier gelijk aan het (loze) tussenvoegsel of in Ned. zinnen, maar wordt in de
streektaal aanzienlijk meer gebruikt, vooral na voegwoorden zoals: dat, toen,
woar, wat, wie.  zie ook tussenvoegsel at
3. samentrekking van had-iej (had je): - dan aj Hendek, den postbode, wörden
ak / a-k - samentr. van as ik : - ak d’ogen dichte doe
ak / a-k - samentr. van had ik: - verrek, woar ak dat ok al eerder ‘e zien?
akkederen reg.ww. - accorderen, overeenstemmen, samengaan  vD’99 (betek. 5)
- die twie, dät akkedeert niet
etym < Frans accorder (= overeenstemmen), vgl. akkoord
akker (m) - akker; klw. äkkertie
+ akkermännechie (o) - kwikstaart Ø vD’99 (gew.)  ook: bouwmeestertie
akkevietie, akkefietie (o) - (onaangename) klus, karweitje
etym Het woord wordt pas in [1836] in Ned. aangetroffen. Ontlening a.h. Fries akkefytsje, dat
mogelijk teruggaat op Zweeds / Deens akvavit (= brandewijntje), schertsend bedoeld. Lett.
betekent het Latijnse aqua vitae ‘levenswater’.
Anderen: akkefietje is eerder een verbastering v. officium (= ambt, taak, plicht)
äkster (m) - ekster
al - 1. bijw. - al, reeds; 2. - alle, onbep.telw. - al / alle  alle
21
׉	 7cassandra://8kXuNF7gJuH6Kww3vYoT-yF7kfOhW_h4y67BCdWrNh8`̾ b0~q9׉E)+ aal (hoe) - hoe langer hoe ... (gevolgd door een vergrotende trap)
- ien ding wördt Batsie wel al oe dudeleker (Dieks e.a., Ak d’ogen 40, Gien va)
- wat ette wiej nog met 62 joar? wat lakker maar aal minder (Broos)
- al meer mëënsn bint er an dit kanaal gaon woonn (E. Diek, 3e Kl.71)
aldeur bijw. - aldoor
algemiên bnw. - algemeen
allä (uitroep) - vooruit dan maar: - allä, dan ook voort (Joh. v. Buren, VG 258)
allange bijw. - allang
+ EXCURS
allange hoort bij de reeks bijwoorden die allemaal een slot -e hebben: achterumme,
allange, allichte, beroerde, dale, hoaste, lange, metiêne, rondumme, terugge, temee,
terechte, vake, vandage, vaste / vuste (= alvast), verrekte, weerumme, zolange.
Hetzelfde zie je bij een aantal bijv. naamw.  zie bange
+ alle wordt in verschillende verbindingen gebruikt, waar het Ned. al de / het zou zetten:
alle wärk, met alle volk, met alle wille van de wereld.
+
In de volgende verb. gebruikt het Ned. elk(e) dag /-joar , dus steeds enkelv., waar de streektaal
vrijwel steeds alle – (mv) zegt: alle dage, alle oavende, alle wekke alle moande, alle joaren
+ allebärstens bijw. - heel erg, machtig, ontzettend (pos. en neg.) ≠ vD’99
- den dominee had twie allebastens ondeugende jongs
NB: het woord is de overtreffende trap van  bärstens met dezelfde betekenis.
+ allebeide - allebei  vD’99 (veroud.); syn.  alletwie
alleen - idem
+ alleent bijw. - alleen, slechts; E. Diek schrijft ‘allent’ (3e Kl. 92) ≠ vD’99
- alleent Dik Klomp is nog bi’j zien moe (3e Kl. 35 / Ak d’ogen 94 [1980])
- bij de stembus: iej könt toch alles an keerls alleent neet overloaten (Joh. v.Buren, in 1927, bij de
eerste keer dat de vrouwen mochten stemmen)
- allent dat recht en alle die wilkore (= besluiten, verordeningen) die men in dese
boeke vint gescreuen. (< Stadsboek Zwolle [1336], art. 36)
alleman - iedereen: - ’t is feest veur alleman
+ allemachteg bijw. - allemachtig, heel erg, enorm: - allemachteg völle  vD’99 (inform.)
ook wel: allemachies
alle(r)… - heel erg …  ook allebärstens
allerhaande - allerlei
- alderhaanden oalen huusroad, den van ’t winter diens nog dee (Joh. v.Buren, VG 277)
+ alletwie - allebei ≠ vD’99
allichte bijw.* - 1. waarschijnlijk, wellicht; 2. tenminste
bijw. met -e:  zie EXCURS bij allange
- ie könt allichte wát doen in plaase van alleen mar toekieken
NB: vD geeft bij 1e betek. ‘naar alle waarschijnlijkheid’ en als syn. o.m. ‘natuurlijk, vanzelfsprekend,
ongetwijfeld’. De 2e betek. is ‘tenminste’. De 3e betek. leunt tegen de 1e aan met dit
citaat: en heb je dat gedaan? allicht niet! (spreektaal) De grote mate van stelligheid die in het
Ned. doorklinkt, is i.d. streektaal afwezig. Zie daar tegenover boven de betek. 1 en 2.
PS: Deze stelligheid is ook te vinden in de hand - en studiewb. Ned.-Duits, -Eng. en -Frans:
allicht is daar sehr wahrscheinlich / natürlich! – resp. most probably / of course / at least en
évidemment (= klaarblijkelijk) / ça va de soi! (= vanzelfsprekend!)
Wellicht = vielleicht / möglicherweise – possibly /perhaps – peut-être
22
׉	 7cassandra://MOiW8-Tp1oWghGRUy3PNaD6HhIh8F2Wis6SWp3JHkZA`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://jZzU0bXtZxnCp2tdyqRFsvm3bkzjyLm0wvZlnHnCjZY h` ׉	 7cassandra://0pCGJsmUbQ2ZxrnXNReL6ygzg91Eefx62v7fPg94FAIH`d׉	 7cassandra://BUpLyXLSlVDjE7u8pBXKXkDEchhRqruu9ni6oeyNyto`̾ ׉	 7cassandra://2cfKg-dJQLa8awQEYLi-X1CkNbkPgBAWu1C8V-sH9xM ͠#b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://VmMWisJf9DXHX0VAncx0rvxBGSS77PZ7XIl6oD7SOCQ <` ׉	 7cassandra://pLfAV2QE_Jtl3O-43tIavGZXkGc-seeTS5DBUHYAUIY`8`d׉	 7cassandra://8oItEP27lH_XFtNVtFl8s-Ii3PdbATxqEuA_YY_y3f8`̾ ׉	 7cassandra://aTkee85PbsrNJ0aPHkiDLZEOV0kqvdlrdZUiYp1b-CI a͠#b0~q:׉E׉	 7cassandra://BUpLyXLSlVDjE7u8pBXKXkDEchhRqruu9ni6oeyNyto`̾ b0~q9׉E׉	 7cassandra://8oItEP27lH_XFtNVtFl8s-Ii3PdbATxqEuA_YY_y3f8`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://wnWw_RmbpiAXyBgmQRCPCGPGUyR2OviZ1rr1VEJYIfE k` ׉	 7cassandra://YgBFRGJdOztmz12V_WUKO-N8a4ie2lCg82A-K8Wz3mk/`d׉	 7cassandra://nhEfSxU3y0I2L8ckkMaLHHHJ3b1ZD0fFOAl195fyDNMw`̾ ׉	 7cassandra://nZZn_HGZZDk1bFWQ6uHWEK2HrmbueN1HONZN8Q2tlvw Lp͠#b0~q:ט  u׉׉	 7cassandra://8rBYMoKUCWl5dN8ghd4UumlfArFU5O99w8KR6JOJSHI [	` ׉	 7cassandra://Yfw8hb414A7eAl7sFqjmK-x79BBOPSDHjmxJhjrVCecV`d׉	 7cassandra://blbeXJWXBTdutib5H1NOXJGOa8sI5lxzsdQ4JBGsbSYP`̾ ׉	 7cassandra://AYFRWn2KESVzQlPLpvJUUyGwPuiyqTezbUAzSMv22ow D=͠#b0~q:׉E׉	 7cassandra://nhEfSxU3y0I2L8ckkMaLHHHJ3b1ZD0fFOAl195fyDNMw`̾ b0~q9׉E׉	 7cassandra://blbeXJWXBTdutib5H1NOXJGOa8sI5lxzsdQ4JBGsbSYP`̾ b0~q9b0~q9bבCט   u׉׉	 7cassandra://HX-vbe_OQ0oqbLtMNMlKD29UmTh70zbza9fnrpXo3pI 
i` ׉	 7cassandra://o4Kojfc4e7lEfDrt0qbvczUX7HgxN92XJoxI62lcu24,o`d׉	 7cassandra://i-R9TpJPnuMsC6lUUYoNiuQD0s0deq7EGWCvLcWHbwo`̾ ׉	 7cassandra://UEqHUZCvVpskU44VaIa7GL5a16oGuDG_gtJ8Hs_7Glo ͠#b0~q: ׉E׉	 7cassandra://i-R9TpJPnuMsC6lUUYoNiuQD0s0deq7EGWCvLcWHbwo`̾ b0~q9׈Eb0~q9b0~q9b) &Preview De Taal van Ommen en contreien“Dit woordenboek bevat allerlei bijzonderheden die in veel dialectwoordenboeken ontbreken zoals typisch Ommerse uitdrukkingen, cultuurhistorische en etymologische achtergrondinformatie. Het vormt daarmee een prachtige fonkelnieuwe bouwsteen aan het grotere gebouw van het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten, waaraan sinds 1998 wordt gewerkt.” 

prof. dr. Nicoline van der Sijs, 
hoogleraar Historische taalkunde 
van het Nederlands 
aan de Radboud Universiteit
b0frJ