׉?ׁB! בCט  Bu׉׉	 7cassandra://ZecIX_O0kHWnx7J48MeJ0qJsddJLFrVHoJEebUBkoxE `׉	 7cassandra://Y9THqqe_gur-jXQDsREePViJ2AXFt8Zjq61-EVPPkhEk`Q׉	 7cassandra://YXqxfVmlJBH2nzka9kcistxdDIeEZfJKddeUYO-Bk9s$`̴ ׉	 7cassandra://WGyXO80umZ_poVrxlRE0iZ-qAaROgW9TiafZwqPoJsM ĖV͠X[䰆\׈EX[䰆\׉E CAPHRI School for Public Health and Primary Care
op één lijn 44
wie schrijft die blijft
Vakgroep Huisartsgeneeskunde | Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML)
׉	 7cassandra://YXqxfVmlJBH2nzka9kcistxdDIeEZfJKddeUYO-Bk9s$`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://cmkUkH740Gfzv-7VZrvy2smYsTvWhBhpPHkAZKbYgLk `׉	 7cassandra://tct7WYhWIuZnNYLYyXjSvuTNAJzb2t3p7_mqJQmQmBsPj`Q׉	 7cassandra://0GEs2gOoV27ubUpaA0BsiSHAbHhpIUAVJqh8wYIdxyM`̴ ׉	 7cassandra://CnPoCe3HkKQ8jjN-qrWYkeUwkgUzmSF6NL0aCAvrj4kKL͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://HGAwSgMxXaTolP3O6alH77vCwEzztesgrfWpsGxrg34 `׉	 7cassandra://ngFHqLXiwoibNnNK0wY7YcAwGekY_UGsrvy17rs5mXMh`Q׉	 7cassandra://PvclsceAiIeVo-dVNOgGIBo3u8jwZnds48L8ykF1cLsz`̴ ׉	 7cassandra://1TAWL5WSdT3BCuZBLlMvEva5BeY6qyYq1Iw_12Gl2dgZ̔͠X[䰆\נX[䰆] +̊9ׁHmailto:op1lijn@hag.unimaas.nlׁׁЈ׉EUColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2180
Hoofd/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Henk Goettsch, Hendrik Jan Vunderink,
Sjef Swaans, Luc Gidding
en Babette Doorn
Doelgroep
huisartsen Limburg en Brabant, aios en alumni,
afdelingen MUMC+ & overige relaties
E-mail
op1lijn@hag.unimaas.nl
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
Océ Business Services, Maastricht, OBS 9115
Fotografie
Pagina 6, foto Frans van der Horst
gemaakt door Loraine Bodewes
Pagina 21, foto Marjan van den Akker
gemaakt door Joey Roberts
Pagina 30, foto Marc America
gemaakt door Fokke Eenhoorn
Deadline volgend nummer
1 februari 2013
Algemeen
Van de redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter – Job Metsemakers
Broodjes met een bite – Babette Doorn, redactie
3
4
5
‘Werken is een way-of-life’. Interview met Frans van der Horst – Babette Doorn 6
Afscheid Harry Eussen – Babette Doorn
9
Stellen zich voor
Eva van Eerd – AIOTHO
Eefje de Bont – AIOTHO
Robert Willemsen – huisartsonderzoeker
Uit het hoofd – Jean Muris en Laury de Jonge
Onderwijs
Vanuit het onderwijs – Laury de Jonge
Nieuwe coördinator coschap – Marion van Lierop
Clinicus van het Jaar verkiezing – Babette Doorn
Onbekend maakt onbemind (AVG) – Sonja Soudant
Je kan zoveel van elkaar leren – Iris Blonk en Ferry Lusthuis
Nascholing – Yvonne van Leeuwen
MINC nascholingen – redactie
Onderzoek
Promoties
Ondersteuning van huisartsen in dagelijkse zorg door een
Astma/COPD-Dienst (ACD) – Annelies Lucas
Hospital-at-home for COPD exacerbations – Cecile Utens
Geprijsd, niet geprezen – Wiljan Hendrikx
Kaderopleiding wetenschappelijk onderzoek
Huisartsen gezocht voor MIRA-onderzoek – Marian van den Brink
Jubilea
Marjan van den Akker pioniert in Frankfurt: Multi-primeur –
Luc Gidding, redactie
Nieuws van EGPRN – Hanny Prick
Voor u geschreven in Maastricht: Wetenschap in de praktijk – Jelle Stoffers
Huisartsopleiding
Aios referatendag – Mark Brueren
‘Dying involves many people’ – Hendrik Jan Vunderink
MOVAH: Een nieuwe blik op vertegenwoordigen van mede-AIOS –
Eva van Sebille
Gezondheidsrechterlijke kwesties: Wie is de verantwoordelijke dokter? –
Arie de Jong
Ex aios: hoe vergaat het ze? – Debbie Camron en Merlijn Schoots
In de leer: verwijsheid – Sophie van der Voort
Terugkomdag doktersassistentes – Katrien de Bruijn en Stijn de Vries
NHG congres 2013 in Maastricht: Huisarts en acute zorg
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de
uitgever.
Boekkatern
Inleiding – Henk Goettsch
Boekpresentatie: Psychotherapie in Tijden van Administratie – Arie de Jong
Allemaal Mensen; Waarom ga je als huisarts een boek schrijven? –
Marc America
‘Veer zólle éns kieke…’ – Hendrik Jan Vunderink
De dokter is ook maar een mens – Babette Doorn
2
17
18
19
19
20
20
21
21
22
23
24
25
26
28
29
30
30
31
31
32
33
34
10
11
11
11
12
12
13
14
15
16
16
׉	 7cassandra://0GEs2gOoV27ubUpaA0BsiSHAbHhpIUAVJqh8wYIdxyM`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Van de redactie
‘Het wordt vanzelf Kerst’
Als de zomervakantie erop zit, begint iedereen vol frisse
moed aan de eindspurt van het jaar. Alsof maanden
ineens uit 6 weken bestaan, zoveel nemen we ons voor.
Nieuwe stukken, artikelen, deadlines, griepspuiten,
symposia, cursussen enzovoorts. Niets lijkt ons teveel als
we dat toezeggen vóór de Grote Vakantie. En dan wordt
het Herfst. Zo lang de zon blijft schijnen gaat het prima.
Zo lang de Wintertijd niet ingaat, zijn we bij daglicht thuis.
Wie een herfstvakantie of lang weekend kan meepikken,
probeert dat ook te doen. Totdat. Ineens leven we van
weekend tot weekend ( ja, u ook), van deadline naar
deadline en tellen we af tot de Kerst. En die Kerst, die komt
altijd vanzelf. Dat zeg ik dan ook meestal in de eerste week
na de zomervakantie, maar dan begrijpt niemand dat nog.
Nu wel.
Eén van de vele dingen die af ‘moeten’ voor Kerst, is
het decembernummer van Op één Lijn. Met een katern:
huisartsen die een boek schrijven.
Stress leidt een week voor de deadline tot veel extra mailtjes
met de vraag ‘hoe lang heb ik nog?’. Als niet-medicus mag
ik dan antwoorden ‘zolang jij nodig hebt’. Een mail met
titel ‘er is een ramp gebeurd’ neem ik met een korrel zout.
Een ‘vaste’ columnist mag best een keertje overslaan, er zijn
geen bijwerkingen. Een bijzonder bekwame huisarts loopt
niet weg. Wie straks misschien niet meer rondloopt op de
afdeling, is Frans van der Horst. Hem hebben we alvast wel
geïnterviewd. En nieuwe collega’s, daar moet je ook niet
te lang mee wachten. De AIOTHO’s (en kamergenoten)
Eva en Eefje stellen zich voor. En Robert Willemsen,
huisartsonderzoeker en kersverse kaderhuisarts Hart- en
Vaatziekten. Waar verdiepen en bekwamen al niet toe
kan leiden!
Wie de vorige keer weg waren, waren huisartsen Blonk
& Lusthuis, een (onderwijs)koppel. Een huwelijksreis is
een goed excuus. Vandaar dat ze er nu wel zijn, net zoals
een aantal andere collega’s: Marion Van Lierop, de nieuwe
coördinator coschap en Sonja Soudant, AVG.
Dit keer maar liefst drie promoties: Annelies Lucas,
Cecile Utens en Marika Burda. Proficiat dames!
Grensoverschrijdend: het gasthoogleraarschap in
Frankfurt van Marjan van den Akker.
‘Wie schrijft die blijft’, wie kent het gezegde niet? Jelle
Stoffers schrijft al jarenlang het fantastische ‘Voor u
geschreven in Maastricht. Wetenschap in praktijk’. Voor
de laatste keer in deze vorm, want hij wordt op eigen
verzoek ‘afgelost’. Jochen Cals besloot na veel keren
‘ik denk erover na’, om deze kar te gaan trekken waarbij
het huiswerk wordt verdeeld onder/via de AIOTHO’s.
Wij danken Jelle voor zijn vele jaren schrijfgenot.
Wie is (juridisch gezien) de verantwoordelijke dokter?
Mr. Arie de Jong, tevens huisarts, probeert die vraag zo
goed mogelijk te beantwoorden. De nieuwe generatie
huisartsen laat van zich horen via de MOVAH: we
bewonderen mensen die zich meer inzetten dan strikt
gevraagd wordt. Door passie wordt je werk beter. Passie
en palliatieve zorg: als ergens veel passie en warmte wordt
gewenst is het wel in de palliatieve fase. Denk toch nog
eens een keer extra na of u niet de summer course zou
volgen. U weet wel, in die zomer vol energie. Sophie blijft
in de leer (jaar 2). De oplettende lezer kan haar columns
ook tegenkomen in H&W. We blijven haar volgen. Tot slot
ex-aios, ook leuk om te volgen. Dit keer Debby en Merlijn,
lerend en genietend als waarnemers, maar de ambitie
is toch, zo blijkt uit het slot, om die continue dokter te
worden die iedereen wil hebben.
Als continu blad van een continue vakgroep wensen
we u fijne feestdagen en een gezond 2013 tegen een
betaalbaar tarief. Tot de Lente, akkoord?
Babette Doorn
3
׉	 7cassandra://PvclsceAiIeVo-dVNOgGIBo3u8jwZnds48L8ykF1cLsz`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://xp2N6d5EjgfmjkrAdH9sD6JXwTWjS5HWpsam3vULpW4 ` ׉	 7cassandra://ed3QtfkXI09wn53OUqffuS4eCUTFucvMJ1v0NJAK9hg̓`Q׉	 7cassandra://RJVC-vbZbwo2TNWa8BFZQzOkItD5zz3bUXIiYC5F0JQ#`̴ ׉	 7cassandra://lDOLPa5tZfyyR-_X69U3pblniYhokyX1hgOR6TVM_kItT͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://_EmZH9gQMYKRBwppx6r5z1jKK3QsSu71EZDIzJPNvSU G`׉	 7cassandra://GGFybOkB5ma5S57j1SZ_QFw07bieupjMQBG6aNq26aka`Q׉	 7cassandra://Up6kL8qIClJhg0Rd_dntNS2jsK_OYl75W_iJBECPT_4g`̴ ׉	 7cassandra://Io9_X07_SYimA6xI93KL8fQcQHLAIYkQ-Y2Gssuh908zX͠X[䰆\נX[䰆] 9ׁH )mailto:Kim.Luyten@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E+op één lijn 44
3e uitgave 2012
Van de voorzitter
Geen opwindend 2013
DOOR JOB METSEMAKERS, VOORZITTER VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UM
Het einde van het kalenderjaar nadert. Mijn balans in een
terugblik en een vooruitblik.
Er hebben weer 344 (regulier geneeskunde traject en AKO,
Arts Klinisch Onderzoeker) coassistenten in huisartspraktijken
stage gelopen, naast 6 zogeheten GEZP-en (18-weekse
keuzestage zorg in Jaar 6) en 3 AKO-combi’s (zesdejaars
wetenschap- en zorgstage allebei bij Huisartsgeneeskunde
in gecomprimeerde vorm). De huisartsopleiding telde
afgelopen jaar 210 huisartsen in opleiding en er zwaaiden
60 opgeleide huisartsen af. We hebben 30 huisarts-fte
huisartsen op de loonlijst, vertaald naar personen is dat
101 huisartsen.
Het wetenschappelijk onderzoek loopt gestaag door
waarbij u behalve door ons ook regelmatig benaderd wordt
door onderzoekers van andere afdelingen van het MUMC+
of van een ander UMC. We proberen altijd om dergelijk
onderzoek vooraf te toetsen aan huisartsgeneeskundige
relevantie en meest efficiënte werkwijze in de praktijk.
Tegelijk proberen we het onderzoek te spreiden in tijd en
plaats. Als wij als vakgroep een onderzoek van dergelijke
adviezen hebben voorzien, dan staat dat in de brief vermeld.
Vorig jaar hebben we de Service Science Factory van de
UM gevraagd wat we kunnen om met zoveel mogelijk
huisartsen een relatie te krijgen voor onderwijs, opleiding
of wetenschappelijk onderzoek (in plaats van de standaard
brieven). Hun antwoord was eigenlijk eenvoudig, maar toch
ook weer ingewikkeld. Zorg dat iedereen zich lid kan voelen
van de groep. Blijf studenten aan je binden zodat ze aios
huisartsgeneeskunde worden en laat de afgestudeerde
huisartsen niet los, want het zijn je toekomstige docenten.
Gebruik de website om het Join our Family principe vorm
te geven. Die website werd gerealiseerd. Het is niet langer
een verzamelplaats voor alles wat er over de vakgroep
te vertellen valt, maar veeleer een plek waar essentiële
wervingsinformatie staat voor onze doelgroepen: artsen
die in opleiding tot huisarts willen, en huisartsen die mee
willen werken aan onderwijs of opleiding. Dit is een
belangrijke fase van ons Marketing Communicatieplan,
waarbij we de Sociale Media nog moeten invoegen.
Verder hebben we de heroriëntatie van de relatie met
academische praktijken voortgezet in het licht van de
ontwikkeling van de Regionale Huisartsen Organisaties
(RHO). We merken dat deze RHO’s steeds meer het
aanspreekpunt voor de regio zijn, dat ze actief zijn of
willen worden op gebied van wetenschappelijk onderzoek
4
(regelmatig samen met de vakgroep), en zelfs, met het
oog op goede balans van uit- en instroom, zich afvragen
of de regio niet meer opleiders zou moeten tellen. De vraag
is nu waar deze praktijken staan? Is het verstandig ze te
zien als trekkers in de regio ( wat ze natuurlijk al jaren
zijn) en kunnen we als ‘Maastricht’ daar dan nog iets
speciaals mee doen? Nu weet ik dat nog niet. Ik wacht
even af tot we het rondje langs alle RHO’s begin 2013
afgerond hebben.
Wordt de vooruitblik voor 2013 heel opwindend? Eerlijk
gezegd niet, want onze kerntaken blijven hetzelfde, met
een kleine toename in aantallen studenten en huisartsen
in opleiding. Dat alleen vraagt al een forse inzet van alle
betrokkenen naast de zorg dat het onderwijs en de opleiding
van uitstekende kwaliteit blijven bieden bij die grotere
aantallen. Daarbij horen de huisartsen in het veld
nadrukkelijk genoemd te worden. We gaan verder met
het inzetten op de combinatie aios en co (waar mogelijk
en geleidelijk).
We bemoeien ons nu al met de plannen voor accreditatie
en visitatie vanuit het standpunt dat huisartsen/
huisartspraktijken/huisartsorganisaties niet voor 3-4
verschillende instanties dezelfde of bijna dezelfde gegevens
zouden moeten aanleveren. Taaie materie waarbij er nog
flinke stappen gemaakt dienen te worden om te voorkomen
dat er meerdere verschillende systemen komen zoals in
HIS land.
De Toekomstvisie Huisartsgeneeskunde 2022 is aangereikt.
De essentie van ons vak verandert niet, maar de uitvoering
wordt aangepast aan de tijd. Dat zal nog wel wat discussie
geven, met name over de openingstijden. Wat zijn de
consequenties voor onderwijs, opleiding en wetenschappelijk
onderzoek? Dat expliciet opgenomen is dat het tot de taak
van de huisarts behoort om deel te nemen aan onderwijs,
opleiding en wetenschappelijk onderzoek stemt me zeer
tevreden. Het getuigt van een gezamenlijk gedragen
verantwoordelijkheid voor de toekomst van de
huisartsgeneeskunde.
Komt er in 2013 nog een bedreiging voor de huisartsenzorg
uit Den Haag? Voorlopig niet, want de eerste uitwerkingen
zijn redelijk gunstig voor de verdere uitbouw.1
Ik eindig met een redelijk tevreden gevoel over 2012 en
een positieve vooruitblik voor 2013.
1
Ik schrijf deze tekst in de periode waarin nog wordt gepuzzeld op de
wijzigingen van het premiestelsel.
׉	 7cassandra://RJVC-vbZbwo2TNWa8BFZQzOkItD5zz3bUXIiYC5F0JQ#`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Lunchbesprekingen
Broodjes met een bite!
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Wie de huisartsopleiding heeft gevolgd in Maastricht, is zeer
waarschijnlijk bekend met het fenomeen ‘Broodje Verstand’,
de lunchbespreking voor aios. Zo heette ooit de lunchbespreking
voor aios.
Broodje werd in 2012 omgevormd tot een wekelijkse
bijeenkomst van 12.30-13.30 uur in een collegezaal van het
DEB 1 in Maastricht. De ene keer op een dinsdag, de andere
keer op een donderdag, zodat er meestal wel kans is om
een bespreking bij te wonen. De inhoud varieert, zowel
van de Broodjes als het feitelijke beleg.
Een evaluatie van de eerste periode laat zien dat de broodjes
goed bezocht worden. Na de zomer zijn we dan ook weer vol
enthousiasme verder gegaan met onderwerpen als social
media, lopende onderzoeken nationaal als internationaal,
met sprekers uit oa Kenia, Ethiopië en Tasmanië, en de
WESPen zijn ook weer op het menu verschenen.
Momenteel maken we, wat het Broodje Wetenschap betreft,
een ronde waarin het doel is om alle promovendi van de
vakgroep en aangrenzende afdelingen, relevant voor ons,
hun promotieproject te laten presenteren. Daarbij is het
doel tweeledig. Enerzijds informeren we elkaar waarbij het,
bij een dusdanig grote vakgroep, een uitgelezen
mogelijkheid is om erachter te komen wat onze promovendi
hier nu eigenlijk ‘uitspoken’. De hoeveelheid projecten die
we doen gecombineerd met de gezamenlijke noemer
‘relevant voor de Huisartsgeneeskunde’ zorgt ervoor
dat er veel overlap tussen afzonderlijke projecten kan
bestaan zonder dat men dit van elkaar weet. Zo kan er
meer onderlinge samenwerking ontstaan en we hoeven
immers het wiel niet opnieuw uit te vinden als we ook
broodjes hebben. Anderzijds ontstaat er meestal een
levendige discussie waardoor de promovendus feedback
krijgt, zowel inhoudelijk als methodologisch, en de
kwaliteit van het project toeneemt.
Daarom zijn onze Broodjes niet alleen een buitenkans om
geïnformeerd te worden, maar ook om uw werk door een
kritisch-vriendelijk publiek te laten toetsen. De rest van dit
jaar is zeker de moeite waard om een bespreking bij te
wonen met onder andere meer lopend onderzoek en het
fenomeen Buurtzorg wordt dit jaar ook nog besproken.
Staat u nog niet op de mailinglijst van de uitnodigingen dan
kunt u zich aanmelden via:
Kim.Luyten@maastrichtuniversity.nl
Besluiten of u komt, bepaalt u op het laatste moment:
het is gratis en er zijn broodjes.
De meest recente Broodjes waren:
• 8 november Annerika Slok
Ontwikkeling ziektelastmeter COPD
• 13 november WESP presentaties
Genetica en Angst, beide in de
eerstelijn
• 22 november Jonne van der Zwet
Werkplekleren in de huisartspraktijk
• 27 november Marie-Louise Spruit
Het fenomeen Buurtzorg
• 6 december Esther Giroldi
Effectieve communicatiestrategieën
huisartsen
Data eerste kwartaal 2013:
Januari
Februari
Maart
8, 17, 22 en 31.
5, 14, 19 en 28.
5, 14, 19, en 28.
5
׉	 7cassandra://Up6kL8qIClJhg0Rd_dntNS2jsK_OYl75W_iJBECPT_4g`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Dx3C1IR2yKOS2_yC5OBYR06keojQEKXggrTtgDV7ryE X`׉	 7cassandra://D1J7iGLmZJc682PaJJmqeW0wlCjo3FV_tR9_Foq0gpkU'`Q׉	 7cassandra://QUHbrPqO7kua1GRBK226liCP6iVTPdN7UgDv1wSiDu8`̴ ׉	 7cassandra://Knz-pHbUsMosqheIjCUyFpwyL34JZlDOV8-t58BFbGoͭ^P͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://fc1PvngcC_68egicSODbhkO71UaaCb3PFjkMrMyYFNg #` ׉	 7cassandra://1vLh0rIytC7buRcyZ_IsYD7fAFk87iLWWzjfBq35xy0͉`Q׉	 7cassandra://GuXJ3eqoFP_SwPWsms-lmA14DZxLJtSdNhRuLn6hF-Q$`̴ ׉	 7cassandra://hWW0l1fHcImzfqOb8jmD61UFQNK5vwDDWLoeorlH4NEtL͠X[䰆\׉EOop één lijn 44
3e uitgave 2012
Interview met dr. Frans van der Horst
‘Werken is een way-of-life’
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Frans is als medisch socioloog werkzaam bij de vakgroep
vanaf 1 augustus 1974. Inderdaad, vanaf het prille begin
van de opbouw van de toenmalige Rijksuniversiteit
Limburg.
Frans ging in april 2009 met pensioen, of beter gezegd:
hij werd 65 jaar. Hij kreeg een honoraire aanstelling en
ging door met een aantal taken waarvan hij vond dat
hij ze moest afronden. Een van de grotere taken was het
afleveren van zijn 11e en tevens laatste copromotie, die
van Marika Burda. Dit heuglijke feit staat gepland voor
27 november 2012. Of Frans daarna echt met pensioen gaat,
weten we niet (zeker).
6
Ter voorbereiding op het interview zocht ik met secretaresse
Ine Siegelaer in zijn personeelsmap naar relevante
informatie. De personeelsmap van Frans lijkt op zijn kamer:
heel veel papier, maar voor leken valt er geen structuur
te ontdekken. Ook nu rees onze bewondering voor
Silvia Bours, zijn vaste onderzoeksassistent, die hem de
afgelopen 20 jaren met raad en daad terzijde stond.
Tijdens het interview stak Frans zijn dank voor haar niet
onder stoelen of banken: betrokken, deskundig én de
complementaire tegenpool van Frans. Zij vult zijn zwakke
plekken aan. Maar dat zei hij op het einde van het
interview. Terug naar het begin.
׉	 7cassandra://QUHbrPqO7kua1GRBK226liCP6iVTPdN7UgDv1wSiDu8`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Het begin
Frans alias Francesco Giovanni Eugenio Maria van der Horst
werd op 15 april 1944 geboren in Amsterdam-Zuid.
Het gezin woonde eerst in Amsterdam-Noord, vlakbij de
Fokkerfabrieken die door de Engelsen in 1943 gebombardeerd
werden. Zijn ouders weken noodgedwongen uit naar
Amsterdam-Zuid. Omdat er vrijwel geen eten meer was,
werden zijn zusjes op het platteland bij de boeren
ondergebracht. Vervolgens kwam Frans ter wereld. Zijn
ouders heten Martien van der Horst en Hennie Jepkes.
Een oer-Hollands gezin uit een zeer Rooms nest. Vanuit
die gedachte kun je nooit genoeg beschermheiligen
hebben, vandaar zijn doopnamen. Frans groeide op in een
gezin met tien kinderen waarvan er een in de oorlog stierf.
Een ander (spastisch geworden) broertje stierf later op
negenjarige leeftijd. Zijn vader was onderwijzer en op
vijfjarige leeftijd ging Frans mee naar Indonesië met het
gezin. In 1953 gingen ze terug. Per boot, zoals toen gebruikelijk
was; een reis van een maand. Omdat zijn ouders weigerden
het Nederlandse paspoort in te ruilen voor het Indonesische,
werd het dienstverband van 15 jaar verbroken. Uit die tijd
stamt Frans’ affiniteit met het varen. Hoewel hij braaf zijn
opleiding op de HBS volgde, ging hij geregeld de grote
vaart op. Naar eigen zeggen als bootsmansjongen, de
dekdienstvariant van het ‘ketelbinkie’ die tot de machinedienst
behoorde. Zijn eerste reis was bij de Holland-Amerika
Lijn op de Maasdam. Vanaf 16-jarige leeftijd ging hij
meermalen naar Amerika en terug. Een retourreis duurde
circa 24 dagen. Hij kwam geregeld te laat op school.
Gelukkig zat hij op de Jezuïetenschool en werd dit soort
zaken door de vingers gezien. Het zeemansboekje heeft hij
altijd bewaard. In die tijd werd hij fan van Slauerhoff.
Zijn school maakte hij af. Om zichzelf het rusteloze bestaan
van Slauerhoff te besparen, besloot hij niet naar de
zeevaartschool te gaan. Na militaire dienst en de maritieme
omzwervingen ging hij sociologie en antropologie studeren
in Leiden. Dat zou hem wellicht de kans geven, terug te
gaan naar Indonesië of naar een ander gebied dat hij
ambieerde, zoals Zuid-Amerika. Diabetes verhinderde dat.
Studententijd
Studeren deed Frans dus op iets latere leeftijd dan gemiddeld.
Als 22-jarige werd hij mager, moe en ziek. Alles, ook het
studeren, werd hem te zwaar. De studentenarts die hij
uiteindelijk bezocht constateerde ‘suikerziekte’. Frans bleek
diabetes te hebben (‘je bent geen diabeet maar je hebt het’)
en werd afhankelijk van insuline. Zijn ‘race-roei activiteiten’
kon hij vergeten. Diabetes was in de familie helaas al bekend:
twee tantes en één oom van Frans waren in de 20-er en
30-er jaren overleden aan die ziekte. De diagnose kwam
derhalve ook voor zijn ouders als een schok. Grote steun
was zijn interniste in Leiden, een vrouw die Frans niet uit het
oog verloren heeft. Zij is nu rond de 90 jaar oud. Iemand
die het laatste proefschrift van Frans als copromotor ook
zal ontvangen.
Frans deed zijn kandidaatsexamen niet-westerse
sociologie in 1969. In 1972 volgde zijn doctoraal in de
Westerse sociologie.
Wetenschappelijk medewerker in Limburg
Hans Philipsen attendeerde Frans destijds op een vacature
in Maastricht alwaar een Medische Faculteit opgezet ging
worden en waarvoor óók sociologen gezocht werden onder
meer bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde. In Amsterdam
had Frans toen een baan op de Sociale Academie en dat was
goed bevallen. Frans vertrok naar Limburg. Uit de beginjaren
van de Universiteit treffen we ook in 1977 de eerste
wetenschappelijke artikelen van zijn hand: over diabetes en
over verslaglegging/registratie. In de jaren tachtig schreef
Frans naast studies over diabetes en registratie ook (mee
aan) artikelen over een veelvoud van onderwerpen zoals
de arts-patiënt relatie, de mondige patiënt, continuïteit
van zorg in de revalidatiegeneeskunde en afstemming
in de oogzorg. Later in de jaren tachtig blijft toch steeds de
patiënt centraal staan in zijn onderzoek. We zien ook een
nieuw thema: werkloosheid, vervroegde pensionering
en arbeidsongeschiktheid. In 1988 leidt dit tot zijn eigen
proefschrift getiteld ‘Gezondheid en Niet-werken. Een
vergelijkend onderzoek naar gezondheid en leefwijze van
arbeidsongeschikten, werklozen, vervroegd gepensioneerden
en werkenden. Promotoren destijds waren Hans Philipsen
en Cees de Geus. Dit onderwerp had niet zijn eerste voorkeur.
Hij had graag willen promoveren op ‘volksgeneeswijzen’,
ruimer geïnterpreteerd dan alleen alternatieve geneeswijzen.
Denk daarbij aan rituelen die een culturele
verankering kennen zoals de heiligenverering, gebedsgenezing
en kruidentherapie. Maar dit onderwerp
paste niet echt binnen de structuren van de medische
Maastrichtse academische wereld. Maar leuk zou het wel
geweest zijn.
Mensen met chronische aandoeningen in brede zin hebben
de interesse van Frans. Behalve diabetes hield hij zich ook
bezig met onder andere mensen met reuma, spierziekten
alsmede slechthorenden en -zienden. Niet vreemd dat de
aandacht voor ouderenzorg eveneens toenam.
De laatste jaren is de focus in het diabetesonderzoek
meer op empowerment van patiënten komen te liggen|
(proefschrift in 2005 van Henk van Dam, huisarts te Venlo,
die later overleden is) en nu is dat ervaringsdeskundigheid
geworden (proefschrift Marika Burda, 2012). Zoals gezegd
leverde Frans over de afgelopen 39 jaren in totaal 11
copromoties af (promotor kan alleen een hoogleraar zijn)
en met anderen 114 publicaties!
proefschrift Marika Burda
7
׉	 7cassandra://GuXJ3eqoFP_SwPWsms-lmA14DZxLJtSdNhRuLn6hF-Q$`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://Ldje_kat2TSPNf7JSUg20h6HqgQYdfIzoXj5DQilkgU m`׉	 7cassandra://7a4B3NdKERQdIglw3E_pi3pgZWFZQM0NGPcS7zxLn3sa`Q׉	 7cassandra://l_zfE4apNYV91tIpYYJ17A5SIdnD3iLSicpmg5iLs_E!`̴ ׉	 7cassandra://vl__7L_NLvj78DtgNMaepX3LO0DlUHHFAD5dg6elVvcT͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://NQ4xTKtPFTeImorP3iTXzpPp3TjbOfK6aRueCUA0lU4 r`׉	 7cassandra://wTLCtkA0Jw_h_6qTcfRdQ44b5H_NcD7wPi37CMoI04Yjw`Q׉	 7cassandra://oqtI9QHL07eGBMl_F-1BGskXvRx7eCVjk66fuSaqRGM )`̴ ׉	 7cassandra://b_0WPBKWuxEWabjhRH9FFSu0XKeCe4qJqloktUKleQg͖̘͠X[䰆\׉Ecop één lijn 44
3e uitgave 2012
Buitenlandse artsen
Frans volgde Marijke Perquin op als begeleider van
buitenlandse (CIBA) artsen. CIBA staat voor Commissie
Instroom Buitenlandse Artsen. Daarnaast organiseerde
en coördineerde hij het onderwijs voor deze artsen.
Per jaar kreeg Maastricht circa 10-12 artsen uit het
buitenland toegewezen die veelal als vluchteling (soms
gezinshereniging) naar Nederland kwamen. Die artsen
konden niet zomaar aan de slag als arts in Nederland.
Diploma’s van buiten Europa zijn niet geldig binnen Europa.
Daarnaast moesten zij zich de Nederlandse taal eigen
maken. Een kleiner deel van hen dat als vluchteling-arts
hier kwam studeren, kreeg geen definitieve verblijfsvergunning.
De regels werden steeds strenger, op den duur
zelfs in strijd met die van de Verenigde Naties. Toch probeerde
men in die tijd om die artsen zo goed en kwaad als het ging,
op te vangen en te begeleiden (naar studie of werk). De
UM was vluchtelingvriendelijk in haar beleid en ondersteunde
de artsen maximaal in hun studie. Ondanks steun van het
UAF (Universitair Asiel Fonds. In 1968 werd de naam veranderd
naar Stichting voor Vluchteling Studenten UAF) en veel
gemeenten waren de voorzieningen minimaal. Veel artsen
hadden grote persoonlijke drama’s meegemaakt. Frans
vervulde naast de rol van studieadviseur en onderwijscoördinator
diverse aanvullende rollen: mentor, vader,
regelaar van praktische zaken en life coach. Dankbaar werk
maar zeer intensief om te doen. Gelukkig was er niet alleen
veel steun van collega’s van de vakgroep en het Bureau
studieadvisering, maar ook van de decaan en de portefeuillehouder
onderwijs van de faculteit geneeskunde. Ook was
er desgevraagd steun van studentenpastoraat, soms
kerken en kloosters, vluchtelingenwerk, privépersonen,
serviceclubs en specifiek deskundige en gemotiveerde
advocaten. Veel tijd ging zitten in het ontwikkelen,
onderhouden en mobiliseren van netwerken. Het kwam
ook voor dat een buitenlandse arts in de gevangenis
belandde. Ook dan werd een beroep gedaan op mensen
uit het netwerk en actieplannen ontwikkeld en uitgevoerd.
De toenmalige decaan én portefeuillehouder spanden
zich met succes in, onder meer om Lubbers (voorzitter van
het Universiteitsfonds) te benaderen voor ondersteuning.
Soms werden artsen uitgezet met wie Frans het contact
kon behouden (Soedan) maar soms vielen alle lijnen weg
(Irak, Afghanistan). Ondanks alles zijn er ook veel
succesverhalen van artsen die delen van hun opleiding
hebben overgedaan, de taal goed hebben geleerd en in
Nederland als arts aan de slag zijn gekomen. De KNMG
heeft enkele jaren geleden, toen overheid en medische
faculteiten het lieten afweten door de CIBA-opleidingen
op te heffen, een goed stimuleringsbeleid opgezet voor
buitenlandse artsen, aldus Frans. Sinds een jaar of vier komen
er geen buitenlandse artsen meer naar universiteiten.
We kregen een fraai overzichtsartikel in Medical Education
uit 2010 (44:795-804) waar Frans aan meeschreef, getiteld
‘Barriers and facilitating factors in the professional
careers of international medical graduates’.
Bestuursleven
Tijdens zijn studententijd kwam Frans in aanraking
met de vereniging van diabetespatiënten, de DVN. De
ervaringsdeskundigheid van patiënten en de steun die hij
van ze kreeg, deden hem erg goed. Hij raakte steeds meer
betrokken bij de vereniging en ging zich steeds actiever
inzetten. Hij blies met anderen de slapende regionale
DVN in Maastricht en enkele andere Limburgse steden
nieuw leven in en bleef actief tot 1986. In Maastricht
kwam de DVN in actie om de diabeteszorg te verbeteren
Het resultaat in begin jaren tachtig was een structureel
overleg tussen alle eerstelijns en tweedelijns groepen en
daardoor betere afstemming van de diabeteszorg. Wat later
volgde met andere patiëntenverenigingen was een klachtenbureau
voor patiënten in het Heuvelland. Dat bureau werd
later overgenomen en voortgezet door het azM.
8
׉	 7cassandra://l_zfE4apNYV91tIpYYJ17A5SIdnD3iLSicpmg5iLs_E!`̴ X[䰆\׉E5op één lijn 44
3e uitgave 2012
Verder zat Frans gedurende tien jaren in het bestuur
van Gezondheidscentrum Hoensbroek-Noord in de jaren
70 en 80. Sinds 2011 is hij lid van de Adviescommissie
Seniorenbeleid Maastricht. Dit jaar is hij lid geworden van
Platform Gehandicaptenbeleid Maastricht (PGBM).
Het kerkhof van de vakgroep
Als je met zoveel mensen zoveel jaren hebt samengewerkt,
dan passeren ongemerkt vele namen de revue van mensen
die – veelal voortijdig – het leven lieten. Zoals
(gepromoveerde) huisartsen die ziek werden, en hoe
verschillend zij met hun ziekte omgingen. De afgelopen
paar jaren was dit naast Henk van Dam, ook Frans Vissers
(huisarts uit Heer, Maastricht). Of collega’s of familieleden van
collega’s. Bijzonder is ook zijn band met een oud-student
die hij als tutor leerde kennen en mee in gesprek raakte
op grond van een niet pluis gevoel. Ging het slechter
met die student, dan zag hij hem vaker. Toen die student
later de Huisartsopleiding volgde, groeide ook weer het
contact. De zoektocht naar zijn identiteit eindigde dramatisch
met diens zelfdoding nu ruim een jaar geleden. Maar ook
de dood hoort bij het leven.
Frans heeft met vele mensen en hun naasten intensief
contact ook tijdens de ziekte en houdt vaak contact
met de nabestaanden. De belangstelling voor mensen
zit simpelweg in zijn karakter en komt in veel mindere
mate voort uit belangstelling op grond van opleiding en
professie. Hij pleit ervoor om nog een keer een boek uit te
brengen over de ontvallenden van de vakgroep (en de UM).
Het zou ons niet verbazen als hij dit ooit zelf gaat doen.
Officieel eindigt zijn honoraire aanstelling op 1 mei 2013,
Frans is dan 69 jaar. Gaat hij dan echt weg? Ja en nee.
Hij woont met vrouw en gezin om de hoek van het
Debyeplein 1, de thuisbasis van de vakgroep
Huisartsgeneeskunde. Mocht er weer een subsidiestroom
komen voor een aanvraag die hij heeft lopen, dan wenst
hij graag ‘betrokken te blijven’. Geen idee hoe en of dat
kan, maar Frans kennende ‘regelt hij wel wat’. Hij heeft
niet alleen een chronische ziekte, maar hij heeft nog een
andere aandoening: chronische betrokkenheid. We hopen
dat het besmettelijk is!
Voetnoot Frans (per email)
Ik volg menige CIBA-arts die hier gestudeerd heeft. Ben onder
de indruk van de wijze waarop de Huisartsopleiding met
buitenlandse artsen (lees: overwegend van oorsprong
vluchtelingen) de aanpak tot huisarts oppakt: aanbod en
concretisering van gedegen professionele scholing waarbij
men alle moeite doet aan te sluiten op de objectiefprofessionele
én subjectieve behoeften van betrokken
huisarts in opleiding gegeven diens/dier eigen professionele
sociaal-culturele context (die men zo goed mogelijk
definieert). Die benadering spreekt mij daarom aan omdat
het scholing betreft die een bewonderenswaardige mix is
van professionaliteit en persoonlijke betrokkenheid.
Na 39 jaar werken hier, ontdek je dat het werk verder reikt
dan het beroep van wetenschapper, of hoe je het ook wil
noemen. Werken hier is een way of life geworden. Dit maakt
het moeilijk om te vertrekken: dit impliceert afscheid van een
deel van je leven – én de mensen die daar deel vanuit maken
– dat dierbaar en waardevol geworden is en daarmee
betekenis heeft gekregen.
Afscheid
BABETTE DOORN, REDACTIE
Op 30 september 2012 nam Harry Eussen op 63-jarige
leeftijd afscheid als huisarts van MC Putstraat
te Landgraaf.
Naast studenten geneeskunde heeft Harry vanaf 1994
(tot zover kan ik in het digitale archief terugkijken) maar
liefst 19 AIOS opgeleid waarvan de laatste, Luc Harings
(tevens hun voormalige GEZP), hem in de praktijk opvolgt
als huisarts.
9
׉	 7cassandra://oqtI9QHL07eGBMl_F-1BGskXvRx7eCVjk66fuSaqRGM )`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://KiiCvcYBut3F6LQ7tCfBfIPYv2mVuaQSqbmoOo_9xHo Jh` ׉	 7cassandra://IbpE2F3xlVvxjtleJ1QBFPdaoB3hYQeVKpzmrPnRtmEm`Q׉	 7cassandra://L4Qz2YEJPEA_8g365NRjOxkTgLHdTpQIZ7x8nbJJuOo`̴ ׉	 7cassandra://FIJoQ3s0wphtzGvdi_EcuolVBezjiijvvgr3zmjS1_oa`̘͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://JbAqjGCUCjKi-sLswIEpn3qCO3NIfu42xkg8yzM07Go p`׉	 7cassandra://qIf8oxfH-5THkPIsPP8Dhnng0xHhGaHgdP19bSCxUywc`Q׉	 7cassandra://PPXvz-UW0hfJesNsDaMW8ZE_DD-_eR2fQQ1MgGteqOg`̴ ׉	 7cassandra://d_yRAHGIDkjLhLUqrct907Pgmpgk5UyaYnNHNSbXwLYgT͠X[䰆\נX[䰆] ځ{9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנX[䰆] ?9ׁH +mailto:lilian.aarts@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנX[䰆] 
9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Stelt zich voor
Eva van Eerd
ARTS IN OPLEIDING TOT HUISARTS EN ONDERZOEKER (AIOTHO)
Daar ben ik weer! Terug van weggeweest en het voelt als
thuiskomen. Ik zit zelfs weer op mijn oude vertrouwde plekje.
Voor degenen die Op 1 Lijn van vorig jaar alweer zijn
vergeten (heel erg) en mij zijn vergeten (nog erger) zal ik
mezelf herintroduceren.
Eind 2009 ben ik aan het VUmc in Amsterdam afgestudeerd
als arts. Daarna ben ik een jaar in Australië geweest om op
kangoeroes te rijden onderwijl de groei van ongeboren baby’s
onderzoekende bij de Obstetrie. Begin vorig jaar ben ik
daarvan veilig teruggekomen en heb ik vrijwel meteen een
nieuwe wereldreis gemaakt door hier in Maastricht als
onderzoeker aan de slag te gaan. Eind vorig jaar ben ik
gestopt met het onderzoek en begonnen aan de
huisartsopleiding. Afgelopen jaar in de praktijk bij Yvonne
en Frank Guldemond was een geweldig jaar, het afscheid
viel zwaar! Maar sinds september dit jaar ben ik dan wel
eindelijk echt AIOTHO, de volhouder wint!
Naast het werk (met deze leuke collega’s) zijn er natuurlijk
veel meer dingen die mij verblijden. Ik race tegenwoordig
door Maastricht op mijn blitse nieuwe Bianchi en ik dans
graag salsa! Daarnaast houd ik ontzettend van lekker eten,
dit compenseer ik dan weer door veel te sporten, en kan
je me s ’nachts wakker maken voor een vakantiereis.
Zojuist terug uit Istanbul en plannen voor een nieuwe reis
zijn in de maak, nog suggesties?
Wellicht is iemand ook nog geïnteresseerd in wat ik nu aan
het uitspoken ben en dat is de PheSmoC (PHEnotyping
SMOkers with COPD) studie onder leiding van Daniel Kotz.
We willen de verschillen, met betrekking tot stoppenmet-roken,
tussen de COPD’er en de ‘gezonde’ roker, in kaart
brengen. Dit wordt gedaan in het mooie Brabant bij de SGE.
Niet ver van mijn geboortedorp Heeswijk-Dinther, wederom
een gevoel van thuiskomen.
Houdoe!
Eva van Eerd en Eefje de Bont
Stelt zich voor
Eefje de Bont
AIOTHO
Mijn naam is Eefje de Bont, ik ben 25 jaar, kom uit het alom
bekende (?) Stein en ben sinds september begonnen als arts
in opleiding tot huisarts-onderzoeker (AIOTHO). Ik denk dat
mijn passie voor onderzoek ergens is ontstaan rond dezelfde
leeftijd dat ik het woordje “Waarom?” leerde uitspreken en
dit bij vrijwel iedere gelegenheid te pas en onpas gebruikte.
De wens om huisarts te worden is rond dezelfde tijd ontstaan
toen ik mijn eerste huisartspraktijk van LEGO bouwde.
Ik heb in Maastricht eerst gezondheidswetenschappen
gestudeerd en vervolgens met veel plezier de arts-klinisch
onderzoeker (a-ko) opleiding gedaan. De a-ko opleiding is een
vrij nieuwe opleiding, waarin je na een selectieprocedure
de mogelijkheid krijgt om in vier jaar zowel basisarts als
klinisch onderzoeker te worden. De combinatie van het brede,
patiëntgerichte huisartsenvak en het toepasbare, praktische
onderzoek op het gebied van huisartsgeneeskunde is in
mijn ogen de ideale combinatie voor een arts-klinisch
10
onderzoeker. Ik heb dan ook al mijn keuze stages op het
gebied van huisartsgeneeskunde gedaan, onder begeleiding
van Jochen Cals en Geert-Jan Dinant. Zo heb ik onderzoek
gedaan op het gebied van wondsluiting en antibioticatrends
bij kinderen. Dit laatste sluit aan bij het geen waar ik me
gedurende mijn huidige onderzoek mee bezig ga houden,
namelijk kinderen en infectieziekten.
Het eerste jaar ga ik fulltime onderzoek doen, waarna ik
in september 2013 zal starten met de huisartsenopleiding.
Omdat ik geloof dat ontspanning onmisbaar is voor
inspanning ga ik in mijn vrije tijd graag hardlopen, zwemmen
en mountainbiken en ben ik al 20 jaar lid van Scouting Stein
waar ik tegenwoordig welpjes (jongens van 8 t/m 11 jaar)
begeleid in sport en spel. Ik kijk met veel plezier en
enthousiasme uit naar de komende jaren en wellicht
tot ziens.
׉	 7cassandra://L4Qz2YEJPEA_8g365NRjOxkTgLHdTpQIZ7x8nbJJuOo`̴ X[䰆\׉E$op één lijn 44
3e uitgave 2012
Even voorstellen
Robert Willemsen
HUISARTSONDERZOEKER
Mijn naam is Robert Willemsen en ik ben huisarts in
Maastricht alsmede kaderarts hart- en vaatziekten. Op 18
september ben ik gestart als huisartsonderzoeker bij de
vakgroep huisartsgeneeskunde. Ik ga onderzoek doen naar
FABP, een interessante biomarker die mogelijk kan helpen
bij het onderscheid maken tussen cardiale en niet-cardiale
oorzaken van pijn op de borst in de eerste lijn. Omdat FABP
(ofwel Fatty Acid Binding Protein) vrijkomt uit hartcellen
in nood, is de verschijning ervan in het bloed een teken van
hartweefselschade. Omdat er een zogenaamde 'Point of
Care Test' voor FABP bestaat, kan de huisarts ter plekke bij
de patiënt met pijn op de borst deze biomarker bepalen.
Er is slechts één druppel bloed nodig en binnen enkele
minuten is er een uitslag. Tot dusver is alles simpel, nu
hebben we nog een positief- en negatief voorspellende
waarde nodig... Dan kunnen we bepalen of deze test
inderdaad leidt tot minder 'onterecht' niet en 'onterecht'
wel ingestuurde patiënten. Geef me nog een paar jaar en:
ik kom bij u terug!
Oproep
JOIN
OUR
Uit het Hoofd
DOOR JEAN MURIS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING EN LAURY DE JONGE,
SECTORHOOFD BASISCURRICULUM HUISARTSGENEESKUNDE
Afgestudeerd als huisarts? Vaarwel gezegd tegen
terugkomdagen? Is onderwijs aan de UM iets voor je?
Wil je na je afstuderen met andere alumni contact?
Met het sectorhoofd Laury de Jonge kan je altijd praten
over functies in het onderwijs. Perfect te combineren
met een baan als waarnemer of hidha. Wij zoeken vooral
pas gevestigde huisartsen die een bont palet van
onderwijstaken zouden willen oppakken. Ook huisartsen
die niet bij de UM hebben gestudeerd zijn van harte
welkom. Het gaat hierbij om functies als coach in het
derde studiejaar en huisartsbegeleider bij de coschappen.
De werkzaamheden concentreren zich meestal op een
10tal weken per jaar, gemiddeld 1 tot anderhalve dag per
week Als je een paar jaar ervaring hebt als huisarts (ook
waarnemend of hidha) bent je harte welkom om via de
website of mail een vrijblijvend gesprek aan te vragen.
FAMILY
Bij Huisartsopleiding Maastricht zijn er ook diverse
mogelijkheden. Je kunt ontwikkelaar van onderwijs
worden, kennistoetsvragen maken of huisartsbegeleider
zijn. Ervaring in de praktijk, ervaring met coschapstudenten
zijn voorwaarden om je aan te melden.
Dit kan via de website:
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
of via een e-mail naar Lilian Aarts (onderwijscoördinator):
lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl
Heb je hulp nodig bij het opzetten van activiteiten voor
alumni? Cursus en of workshops praktijkmanagement /
EBM? Wil je assistentie bij het verkrijgen van accreditatiepunten
bij deze activiteiten? Neem dan ook contact met
ons op. We willen dit graag faciliteren.
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
11
׉	 7cassandra://PPXvz-UW0hfJesNsDaMW8ZE_DD-_eR2fQQ1MgGteqOg`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://rha6t1EroW1f2r-vbbVPGyrlB6Sv3X_3XMKNAiY3JhI `׉	 7cassandra://XWqrqEu51I0Q1SpsP_G6eBB4k99uB7cEmx2vJadJlVchq`Q׉	 7cassandra://OMHCWi2Cx7Dd8C_yQtYGoZTSIRf1HNsr3QgOxKAsCkA `̴ ׉	 7cassandra://jij2we7NLrWlWgsXpfKGiA4vH7QYXVPe5hdbp6dRnl8̓`͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://NauzI04N2u3-1Tc_fVt55Mt5DtOYoLlmvDx8_C_Q0eQ V` ׉	 7cassandra://weOpTVC-rKBsdBc1RuQFq6wehwfoqdA275xM_w6fgdUm`Q׉	 7cassandra://Onouez-HUnhC3p5C5dVXT5f8ssXPCnEl5HsLaqH_Vh0z`̴ ׉	 7cassandra://M-HRVStP43bPleA8PoMYli_gg2r-90PDfUo1zsuwBYEB̘͠X[䰆\׉E
]op één lijn 44
3e uitgave 2012
Vanuit het onderwijs
Vliegende start
DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM
Curriculumjaar 2012-2013 is van start gegaan, een vliegende
start ditmaal. Extra vaart werd gegeven door de opvolging
van Katrien Boots als coördinator coschap door Marion van
Lierop. In deze Op één lijn stelt zij zich voor, om meteen
door te pakken naar hernieuwing van ons coschap.
Aandachtspunten dit jaar zijn de docentprofessionalisering,
waarbij de samenwerking met de huisartsopleiding verder
versterkt zal worden. Daarnaast zal de oriëntatie over
een gemeenschappelijk coschap samen met sociale
geneeskunde voortgezet worden.
Binnen dit nieuwe coschap zal ook nadrukkelijk een plaats
zijn voor de Arts Verstandelijk Gehandicapten (AVG). Zoals te
lezen op 19 oktober in de arbeidsmarktmonitor van Medisch
Contact staat de Arts voor Verstandelijk Gehandicapten
opnieuw op nummer 1. Coördinator onderwijs voor AVG
bij Huisartsgeneeskunde, Sonja Soudant, beschrijft met
enthousiasme haar inspanningen om het specialisme in
de basisopleiding meer bekendheid te geven.
De jonge huisartsen Ferry Lusthuis en Iris Blonk hebben
veel gemeenschappelijke interesses. Behalve de liefde
voor het huisartsenvak hoort daar de laatste jaren ook
een actieve rol bij als huisartsbegeleider voor de
coassistentgroepen. Toen ook nog een huwelijk
voortvloeide was de cirkel rond: dit zijn blijvertjes!
Nieuwe coördinator coschap huisartsgeneeskunde
‘Leuk om zaken te regelen
en organiseren’
DOOR MARION VAN LIEROP, COöRDINATOR COSCHAP HUISARTSGENEESKUNDE
‘Je kunt niet voorkomen dat de vogels van het verdriet
komen overvliegen, maar je kunt wel voorkomen dat ze
nesten in je haar maken’.
Dit Chinese spreekwoord had ik lang in mijn spreekkamer
aan de muur hangen. Menig patiënt begon er over na alleen
in mijn spreekkamer te hebben gezeten omdat ik even iets
bij de assistente moest halen. Het spreekwoord sprak altijd
erg tot de verbeelding, ook bij mensen die voor heel gewone
klachten op spreekuur kwamen.
Het spreekwoord heeft een mooie plek gekregen bij de balie
van de assistentes toen ik in 2010 om gezondheidsredenen
12
met mijn werk als huisarts in Medisch Centrum Sittard
Oost gestopt ben. Daar zal het de wachttijd bij de balie
wellicht verzachten en in gedachte mee naar huis worden
genomen.
Inmiddels ben ik al weer twee jaar als docent verbonden
aan het basiscurriculum van geneeskunde aan de
Universiteit Maastricht en heb ik dit spreekwoord niet
meer nodig voor mijn dagelijkse werk. Nu bestaan mijn
werkzaamheden immers niet meer uit het verlenen van
huisartsgeneeskundige zorg aan mijn patiënten, maar
׉	 7cassandra://OMHCWi2Cx7Dd8C_yQtYGoZTSIRf1HNsr3QgOxKAsCkA `̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
uit het vervullen van diverse onderwijsrollen, zoals
training in communicatie en reflectie voor derdejaars,
klinisch redeneren voor tweedejaars, tutor in het
tropenblok, en huisartsbegeleider van coassistenten
huisartsgeneeskunde.
Sinds 1 september 2012 ben ik coördinator geworden van
het coschap huisartsgeneeskunde. Mijn werkzaamheden
zijn nu vooral het coördineren van de gang van zaken in
en rondom het coschap, en daarnaast het begeleiden van
coassistenten tijdens de facultaire terugkomdagen.
Ik doe dit werk met veel plezier. Ik vind het leuk om zaken
te regelen en te organiseren, en om mee te denken over
de inhoud van het onderwijs in het coschap. Ook wil ik
graag de docentprofessionalisering binnen het coschap
verder vormgeven, iets waar mijn voorgangster Katrien
Boots al een begin mee heeft gemaakt.
Op dit moment zijn we ook bezig met het ontwikkelen
van een nieuw coschap huisartsgeneeskunde. In het
nieuwe coschap, dat 12 weken zal duren, wordt het
coschap samen vormgegeven met het coschap sociale
geneeskunde. De start van het nieuwe coschap
huisartsgeneeskunde staat gepland voor het jaar 2015.
Overigens gaan ook alle klinische coschappen ‘op de schop’.
Dit is het gevolg van het nieuwe Raamplan Artsopleiding
2009 van de NFU (Nederlandse Federatie van Universitair
medische centra). Het Raamplan Artsopleiding 2001 werd
aangepast vanwege verschillende ontwikkelingen in de
afgelopen jaren. Voorbeelden daarvan zijn de introductie
van de bachelor/masterstructuur en onderwijskundige
vernieuwingen in de medische vervolgopleidingen maar
ook de roep vanuit de maatschappij om meer aandacht
voor kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid.
Het boven vermelde Chinese spreekwoord is niet meer
van toepassing op mijn huidige werk in het onderwijs.
Een uitspraak van de Amerikaan Jim Rohn spreekt mij nu
meer aan, ook door het zeilen dat ik graag in mijn vrije
tijd doe:
‘It is the set of the sails, not the direction of the wind that
determines which way we will go’.
Dat betekent voor mij dat ik graag de samenwerking
met de huisartsen in het veld, de opleiders van de
coassistenten, wil intensiveren. Dan kunnen we binnen het
coschap huisartsgeneeskunde samen een bijdrage leveren
aan competente basisartsen, want zij worden immers onze
toekomstige collega’s in de eerste of tweede lijn.
Verkiezing Clinicus van het Jaar 2011-2012
Heel veel kwaliteit
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Op vrijdag 7 december deelde Pulse Master,
de belangenvereniging van Masterstudenten Geneeskunde
van de UM, haar jaarlijkse onderwijsprijzen uit over het
afgelopen academische jaar 2011-2012. Hoofdprijs: een
gouden stethoscoop. Maar de eer, de waardering door de
doelgroep, daar gaat het uiteraard echt om.
Studenten konden stemmen op hun favoriete stagebegeleider
en favoriete stageplek in de kliniek. Ook de eerstelijn, de
huisartsen doen mee aan deze verkiezing in de categorie
Beste Huisartsbegeleider (HAB) bij het coschap.
Namens de vakgroep Huisartsgeneeskunde hebben wij 5
kandidaten voor de top-3 nominaties aangedragen.
Dit zijn de HABs die van studenten de hoogste scores
kregen voor hun begeleiding. Deze huisartsen behaalden
allemaal een score van 8.7 of hoger! Ongekend goed dus.
De genomineerden zijn – in willekeurige volgorde:
Janneke van Drunen
Iris Blonk
Mieke Winten
Giel Peeters
Paul Winters
Je zou denken dat er geen andere HABs actief waren
omdat we elk jaar enkele dezelfde namen tegenkomen.
Schijn bedriegt want ook afgelopen jaar waren er 16 HABs
actief bij het coschap. Hun totale gemiddelde cijfer lag
het afgelopen jaar op een 8,3 (ik heb zelden zo’n hoog
totaalgemiddelde gezien) dus er zijn helemaal geen
verliezers.
Namens de vakgroep Huisartsgeneeskunde danken we
alle HABs en alle coschappers voor hun inzet!
Bij het in druk gaan van dit blad moest de uitreiking
nog plaatsvinden. Wie de uiteindelijke winnaar is
geworden van deze verkiezing, leest u daarom in het
voorjaarsnummer van Op één Lijn.
13
׉	 7cassandra://Onouez-HUnhC3p5C5dVXT5f8ssXPCnEl5HsLaqH_Vh0z`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://eMZQMHc7D-iAZkTNjQY2LaOxebfsEuRXnKQUz0pF5xw 9`׉	 7cassandra://2oFMU2yNf5aXriXGgdIdK0BaudvkCKn1oF9OvaKA-Q0p`Q׉	 7cassandra://iq1zFZNf8otQF2CchSNu9siVkix_yb27m-sSZ-fYOL0 `̴ ׉	 7cassandra://tU8RSSVlZMd5ttCGt9FpQewC35-8KPFxTJ0VtNyuvZYb̠͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://uJpWLxvbzH09I8JiHuPQB86BDEbDN4Y08rTO5SKVDzo Kr`׉	 7cassandra://hjtZmvfbn_WsUqLKgA4xq0GN3H88H2Ougyhil3wsSRUoM`Q׉	 7cassandra://18YILAUn9QQF7cT5BkrqMyFg1O9fwFPj5ytSp38sbac!``̴ ׉	 7cassandra://0HzSL47_voLCKF_8DvrKmP74RoSHgsZ-kIP6sjPgqrsiP͠X[䰆\נX[䰆] 
̉9ׁHhttp://www.interum.euׁׁЈ׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Onbekend maakt onbemind
Wie is die AVG?
DOOR SONJA SOUDANT, AVG EN DOCENT BASISCURRICULUM
Alweer zo’n drie jaar geleden ben ik door mijn voorgangster,
(prof. Henny Lantman) gevraagd om, binnen de vakgroep
HAG, het stokje van haar over te nemen. Haar ‘stokje’ was
in dit geval het keuzeblok ‘zorg voor mensen met een
verstandelijke beperking’ in jaar 2.
Wie ben ik? Mijn naam is Sonja Soudant, sinds 12 jaar
werkzaam in de zorg voor verstandelijk gehandicapten
waarvan 5 jaar als AVG (Arts voor Verstandelijk
Gehandicapten). In 1995 ben ik afgestudeerd aan de
Universiteit Maastricht. Na mijn huisartsopleiding ben ik
begonnen als huisarts op St. Anna in Heel, een instelling voor
mensen met een verstandelijke beperking. Ik had mezelf
1 jaar de tijd gegeven om te zien of werken met deze
groep patiënten me zou bevallen. Inmiddels, 12 jaar later,
werk ik nog steeds met heel veel plezier op dezelfde plek.
Toen Henny mij vroeg, had ik geen enkele ervaring met het
geven van onderwijs. Maar ik vond het een leuke uitdaging
die ik enthousiast heb aangenomen. Maar naast dat ik het
een leuke uitdaging vond, speelde er nog een factor mee
om dit te gaan doen. Als ik het stokje niet zou overnemen,
zou dit het einde betekenen van het keuzeblok. En daarmee
zou ook het kleine stukje AVG-zorg binnen de geneeskundeopleiding
verdwijnen.
Kennismaking met het specialisme AVG en zijn bijzondere
groep patiënten is binnen de geneeskundeopleiding
alleen mogelijk als keuzeonderwijs. Logisch misschien omdat
het een klein specialisme betreft; er zijn op dit moment
ongeveer 175 geregistreerde AVG’s in Nederland. Maar
misschien ook niet als je bedenkt dat er in Nederland
ongeveer 112.000 mensen met een verstandelijke
beperking wonen. Iets meer dan de helft hiervan woont
thuis of (min of meer) zelfstandig. Een gemiddelde
huisartspraktijk heeft 10-15 personen met een
verstandelijke beperking. Uit onderzoek blijkt dat zij
vaker dan gemiddeld contact hebben met de huisarts:
5.4 maal per jaar tegenover 3.2 consulten per jaar voor
mensen zonder een verstandelijke beperking. Ook
bezoeken zij met enige regelmaat één of meerdere
specialisten in een ziekenhuis. Dit betekent dat iedere
arts, huisarts of specialist, te maken krijgt met deze
bijzondere groep patiënten. Wat hen bijzonder maakt
zijn de veelvoorkomende medische problemen, de vaak
typische klachtenpresentatie en de regelmatig aanwezige
communicatieproblemen.
Vooral de klachtenpresentatie en de communicatieproblemen
maken de medische zorg voor deze patiënten soms
ingewikkeld. Met de komst van het specialisme ‘medische
zorg voor verstandelijk gehandicapten’ is de kwaliteit van
zorg voor deze groep mensen verbeterd. Huisartsen en
specialisten doen steeds vaker een beroep op de expertise
van de AVG als zij te maken krijgen met een patiënt met een
verstandelijke beperking. De vraag naar AVG’s groeit en het
tekort aan AVG’s zal de komende jaren verder toenemen.
Het keuzeblok organiseer ik inmiddels 3 jaar met veel plezier.
Maar mijn ervaring is ook dat de meeste studenten niet
op de hoogte zijn van het bestaan van het specialisme.
En ook hier geldt: ‘onbekend maakt onbemind’. Alle reden
dus om het specialisme meer bekendheid te geven. Mijn
uitdaging voor de komende tijd zal dan ook zijn om de
AVG en zijn bijzondere groep patiënten een vaste plek
binnen de reguliere opleiding te geven.
Tijdgebrek?
Inter-UM!
Denk nog eens aan het inhuren van
medische studenten.
www.interum.eu
14
׉	 7cassandra://iq1zFZNf8otQF2CchSNu9siVkix_yb27m-sSZ-fYOL0 `̴ X[䰆\׉EFop één lijn 44
3e uitgave 2012
Huisarts duo-banen
Je kan zoveel van elkaar leren
DOOR IRIS BLONK EN FERRY LUSTHUIS, HUISARTSEN EN DOCENTEN
ook de mogelijkheid te zorgen voor meer verdieping in het
vak. Door het contact met de studenten blijf je scherp en
geprikkeld om ook over je eigen handelen na te blijven
denken. Ik kan het iedereen aanraden!
In september 2010 ben ik, Ferry Lusthuis, afgestudeerd
als huisarts in Utrecht. Mijn basisopleiding volgde ik in
Maastricht. Momenteel ben ik vaste waarnemer in Cadier
en Keer en geef ik per jaar drie periodes van tien weken
onderwijs aan coassistenten.
Van de redactie kregen wij de uitnodiging voor het schrijven
van een stukje. En omdat wij een ‘koppel’ zijn was de vraag
om dit samen te doen. Bij dezen, net terug van onze
huwelijksreis, willen wij ons graag even voorstellen.
Mijn naam is Iris Blonk en sinds maart 2011 woon en werk
ik in het mooie Zuid-Limburg. Ik ben opgeleid in Utrecht
en in 2011 samen met Ferry in Maastricht komen wonen.
Ik werk nu met veel plezier als waarnemend huisarts in
diverse praktijken in de regio.
Daarnaast ben ik begonnen als HAB-docent en docent
klinisch redeneren in jaar 2. Ik vind onderwijs geven een
hele leuke afwisseling met het dagelijks werk in de praktijk.
Toen ik begon als HAB had ik het idee dat ik misschien nog
wat te onervaren zou zijn om dit onderwijs te geven, maar
ik merk dat studenten het juist ook leuk vinden om les te
krijgen van iemand die 'net uit de schoolbanken' is en nog
relatief dicht bij hun belevingswereld staat. Daarnaast heb
je door de opleiding en andere werkzaamheden in
het ziekenhuis toch al een hoop praktijkervaring die zij
nog missen.
Ik vind het heel leuk dat de HAB-docentengroep bestaat
uit een deel net afgestudeerde huisartsen en huisartsen
die al een hele carrière achter de rug hebben. We kunnen
hierdoor elkaar goed aanvullen en het is erg leuk ideeën
uit te wisselen in het HAB-overleg om het onderwijs te
kunnen verbeteren. Het geven van onderwijs geeft mij zelf
Tijdens mijn opleiding en later als huisarts besefte ik dat
onderwijs een leuke bijkomstigheid is van het vak. Op
een andere manier bezig zijn met hetgeen je dagelijks
doet. Uitleggen waarom je iets doet, vergelijken met wat
een ander doet in eenzelfde situatie. Natuurlijk houdt
onderwijs ook in: weten wat de wetenschappelijke basis
is van je handelen en ook of dat nog wel actueel is. Een
belangrijk aspect in dit vakgebied.
Zo koos ik ervoor om naast het waarnemen in
huisartspraktijken en de huisartsenpost te starten als
coassistent begeleider op de Universiteit Maastricht. Ik
begeleid groepen van rond de tien coassistenten die hun
coschap huisartsgeneeskunde volgen. Tijdens hun stage
van tien weken, hebben ze wekelijks een terugkomdag
in Maastricht. Deze dag wordt gebruikt voor intervisie,
casuspresentaties en andere opdrachten.
Het leuke van een dag onderwijs geven vind ik, behalve de
afwisseling, ook de prikkeling jezelf verder te ontwikkelen
op nieuwe competenties zoals pedagogiek. Een mooi aspect
vind ik de relatieve vrijheid die er is om onderwijs te geven
op een voor studenten prettige leerzame manier, meestal
interactief.
Ik vind ook het kijkje achter de onderwijsschermen erg
verrassend. Ik had vooraf niet verwacht dat er zoveel
tijd en energie besteed wordt aan het ontwikkelen en
implementeren van onderwijs.
Het is ook een welkome afwisseling op de spreekuren.
Je merkt ook dat je, na een dag onderwijs geven, zin
hebt om extra te letten op de wetenschappelijke
verantwoording van je keuzes in de spreekkamer.
Leuk is ook dat ik met Iris af en toe ervaringen kan
uitwisselen. Je kan zoveel van elkaar leren!
15
׉	 7cassandra://18YILAUn9QQF7cT5BkrqMyFg1O9fwFPj5ytSp38sbac!``̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://S6IC1jwQPeoAwmzp5UUgXYoNo1Zv-9Xd0bh5UE1Y4vY `׉	 7cassandra://1O7usvKTOzhI6qxAegaUI0tPz113fzsae63xdFef5_0lK`Q׉	 7cassandra://kXmYJgpl-M7igk4XvXoKflUjw2EU-AmWWkRHegOPWQg`̴ ׉	 7cassandra://9ba6kCIIrX4tMx1BqZwmRAw242oVqv8VBohgAa2Hiqk̠̀͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://8EvHUkOleySN4jtOEqwcCDGrdhZRoZaPN45Zt9U81eA E`׉	 7cassandra://dCkLGFo_JUKQg4zOUfcdIx4LX6gJ5Q-4iPKm2-Q5ReYut`Q׉	 7cassandra://dehjjRzqE10x5kd1UI9IQv-C7xyi5S2hrBjZMfkApWw&R`̴ ׉	 7cassandra://SgDfFHyEW7PxzempDwFZ4Ag6owxnfyjQyKepfPkDZdU `͠X[䰆\נX[䰆] uǁ_9ׁHhttp://www.minc.euׁׁЈנX[䰆] xXs9ׁHhttp://www.topevent.nlׁׁЈ׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Nascholing
Mogen we uw hersens lezen?
DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, COöRDINATOR NASCHOLING HUISARTSGENEESKUNDE
Agenda 2012 zie www.topevent.nl
De vorige keer kondigde ik aan dat ik een symposium
neuromarketing zou bezoeken. Dat is inmiddels gebeurd
en de verwachtingen zijn waargemaakt. Wat ik daar
leerde was ‘dat onze hersenen een andere taal spreken
dan wij’.
Petscans laten zien dat we vaak anders reageren op
prikkels dan we zeggen dat we doen. ‘Inwendig’ zijn we
kwaad, verdrietig of enthousiast, maar we hangen er
een ander verhaal omheen. Onze ‘babbelbox’ doet dat,
een plek in de frontaalkwab, aldus prof. Victor Lamme,
schrijver van het boek: ‘de vrije wil bestaat niet’. Deze
kennis heeft firma’s als Heineken ertoe bewogen hun
reclamespots uit te proberen op proefpersonen in een
scanapparaat. Die hoeven niet meer te zéggen wat ze van
het spotje vinden. Hun cerebrale reactie wordt ‘gelezen’.
Voor 5000 euro kun je als firma al beschikken over zo’n
‘uitslag’. Wat moeten we hier nu weer van denken?
Misbruik van wetenschap? Of moeten we ook ons
onderwijsaanbod zo toetsen?
Eén conclusie is dat we meer waarde moeten hechten
aan boodschappen die impliciet worden overgedragen,
en dat eigenschappen van de docent zoals enthousiasme
ertoe doen. Dat wisten we al, maar het wordt nu
neurofysiologisch ‘bewezen’.
Onze HAG-UM-cursussen, hoe mooi ook, zijn minder
in trek, omdat mensen zich moeilijker vrij kunnen
maken voor een aantal dagen in de week. Daarom is de
summercourse palliatieve zorg voor komend jaar ingekort
van 5 naar 2 dagen met een terugkomdag een half jaar
later. Elke huisarts zou deze cursus eigenlijk moeten
volgen, zeker als samengewerkt wordt met een hospice.
De Nederlandse huisarts mag overigens trots zijn,
zo leerde ons een ontmoeting met hospiceartsen uit
Engeland: waar de overburen excelleren in palliatieve zorg
binnen de hospicemuren, is in Nederland de eerstelijns
palliatieve zorg een sellingpoint. Maar het kan nog beter.
Vandaar!
MINC nascholingen
Het Maastricht INfection Center (MINC) organiseert een paar
keer per jaar een nascholingsavond voor eerstelijnsdisciplines
in Van der Valk Maastricht. Het MINC wil haar kennis en
kunde op het gebied van infectieziekten via deze avonden
uitdragen. Meer informatie over de MINC op www.minc.eu.
Op 23 oktober was het thema van de nascholing ‘De huid
als spiegel. Infecties, koorts en vlekjes.’ Het was een
uitverkochte avond en een gemengd en overwegend jong
publiek, waaronder veel aios en alumni. De beestjes en de
jeuk werden geserveerd voor de koffiepauze, de koorts en
de vlekjes erna. Format is kijken (afbeeldingen), denken (les)
en morgen toepassen (boodschap). Tussendoor is er
volop tijd om kennis te maken met collega’s en even bij
te kletsen.
Voorzitter van de avond was dr. Jochen Cals,
huisarts onderzoeker verbonden aan de vakgroep
Huisartsgeneeskunde die de avonden accrediteert.
Resi Hoogenboom regelt op uitstekende wijze alles
rondom de organisatie.
Thema’s 2013 (data zijn nog niet bekend):
1. Infecties van oor tot alveoli, van eerste naar
tweede lijn
2. Infecties op reis: preventie en behandeling
3. Maagdarminfecties
4. Immunogenetica, de gastheerkant van infectieziekten
Met name avond 1-3 kunnen interessant zijn voor
huisartsen (i.o.).
Ivo Nagtzaam & Jochen Cals
16
׉	 7cassandra://kXmYJgpl-M7igk4XvXoKflUjw2EU-AmWWkRHegOPWQg`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Promotie Annelies Lucas
Astma/COPD-Dienst
DOOR LUC GIDDING, REDACTIE
Komt een vrouw op het spreekuur. Zij is 46, klaagt over hoesten
en ook benauwdheid. Ze heeft deze klachten wel vaker en
rookt ook wel eens een sigaretje. Of de huisarts even wil
luisteren. Deze vindt geen afwijkingen en ziet geen
aanwijzingen voor longontsteking. Klaar is Kees, toch?
Het addertje zit daarin dat deze klachten ‘wel vaker’
voorkomen. De huisarts kan een chronische aandoening
als astma of COPD niet uitsluiten. Wat nu?
Op 7 september jl. verdedigde Annelies Lucas succesvol
haar proefschrift getiteld: Ondersteuning van huisartsen
in dagelijkse zorg door een Astma/COPD-Dienst (ACD).
Een ACD ondersteunt de huisarts bij de ingewikkelde
diagnostiek van astma/COPD door het uitvoeren van
longfunctiemetingen die longartsconsulenten vervolgens
beoordelen samen met een ingevulde vragenlijst. Lucas’
onderzoek naar de kwaliteit van de ACD toont aan dat
deze ‘papieren’ diagnostische procedure betrouwbaar is
en even goed als een live beoordeling in de spreekkamer
van de longarts. De ACD signaleert misdiagnostiek en
overbehandeling bij patiënten die medicatie gebruiken
voordat de diagnose gesteld is. Naast het stellen van de
juiste diagnoses maakt aanvullende advisering bij deze
en andere diagnostische problemen de ACD tot een
waardevolle diagnostische voorziening voor huisarts en
hun patiënten.
In 2003 is Annelies Lucas begonnen met haar onderzoek
naar de kwaliteit van een ACD. Dit deed ze naast haar
werk als huisarts bij Stichting Gezondheidscentra
Eindhoven, in de woelige tijden waarin ze ook betrokken
was bij DBC-ontwikkeling en ketenzorg. Na 25 jaar
heeft ze de praktijk overgedragen en in oktober 2011 is
ze aangesteld als medisch directeur bij het Eerstelijns
Diagnostisch Centrum ‘Diagnostiek voor U’, in Eindhoven,
Den Bosch en Limburg, waar de onderzochte ACD deel
van uitmaakt. Nu, na haar promotie, gaat ze zich daar
meer op concentreren.
17
׉	 7cassandra://dehjjRzqE10x5kd1UI9IQv-C7xyi5S2hrBjZMfkApWw&R`̴ X[䰆\ÁX[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://BjOIfg2cLxNSEUCSvnUYFeszdJwvidwZXYqZmM3JdEI ` ׉	 7cassandra://qRN8iQe_0eHVZNX5PGRm8ivV9vgaPB6DXj328pF7Fdwp`Q׉	 7cassandra://-3bmo9SjsPcxZZEea6H0JJImpYTYw_JUGmaaVAZO2oU`̴ ׉	 7cassandra://wABPGWhr0pyC8RnL_zICbKkM-06aZ6HBwjt9JsEZtB8f{h͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://lagA5wtsZTtjrMOP8aP7TxR2rAHsnhpvUJjbdr9AyQ8 d` ׉	 7cassandra://MTSNeJeoING1qVMyMM13443_nAka-z9vEjTDTZ8A-WQyd`Q׉	 7cassandra://NiHps4X8--RpI8WyjGB2Pz3uDWSwQOxQevyreIptR98#f`̴ ׉	 7cassandra://7b4cMM65MtGuWePeswqVsTC-ipSgyQxqrYpoEsbe4V8j1̜͠X[䰆\ŕנX[䰆] ߁9ׁHhttp://kaderopleidingen.htׁׁЈנX[䰆] ˁz9ׁH /http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/watׁׁЈנX[䰆] 9ׁH *mailto:karin.aretz@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנX[䰆] `9ׁH )http://www.groote-societeit-maastricht.nlׁׁЈנX[䰆] y̠9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E?op één lijn 44
3e uitgave 2012
Promotie Cecile Utens
Hospital-at-home for COPD
exacerbations
DOOR CECILE UTENS, ONDERZOEKER
COPD is een chronische longziekte die gekenmerkt wordt
door exacerbaties. Ongeveer 20% van de exacerbaties leidt
tot een ziekenhuisopname. Exacerbaties hebben een grote
invloed op patiënten, en brengen hoge gezondheidzorgkosten
met zich mee. Hospital-at-home is een bewezen alternatief
om de opnameduur te verkorten zonder negatieve
uitkomsten voor patiënten.
In het proefschrift wordt hospital-at-home geëvalueerd
op effectiviteit, kosteneffectiviteit, de impact op patiënten
en mantelzorgers en de acceptatie door zorgverleners.
In de GO AHEAD trial is het hospital-at-home geëvalueerd.
In totaal zijn 139 patiënten gerandomiseerd. In de trial
werd reguliere ziekenhuisopname van zeven dagen
vergeleken met de interventie hospital-at-home: begeleid
vervroegd ontslag waarbij patiënten na drie dagen opname
werden ontslagen en nog vier dagen thuisbehandeling
met bezoeken van een thuiszorgverpleegkundige
ontvingen. Na randomisatie op de derde opnamedag werden
patiënten nog 90 dagen gevolgd.
Effectiviteit is gemeten middels de Clinical COPD Questionnaire.
Aan het einde van de ziekenhuis- of thuisbehandeling
werd er geen verschil tussen de groepen gevonden.
Aan het einde van 90 dagen follow-up was er ook geen
verschil. Effectiviteit werd ook geëvalueerd middels
heropnames, gefaalde behandeling, mortaliteit en generieke
kwaliteit van leven. Er was geen verschil in heropnames,
gefaalde behandelingen en mortaliteit. Aan het einde van
de ziekenhuis- of thuisbehandeling was er een significant
verschil in kwaliteit van leven in het voordeel van de
ziekenhuisgroep, maar aan het einde van de follow-up
periode was dit verschil verdwenen.
Vanuit gezondheidszorgperspectief is begeleid vervroegd
ontslag goedkoper, hoewel aan het einde van de follow-up
niet meer significant. Vanuit maatschappelijk perspectief
is begeleid vervroegd ontslag kostenbesparend aan het
einde van de behandeling, maar niet meer aan het einde
van de follow-up. Beide zijn niet significant.
Patiënten zijn tevreden over hun behandeling en alleen
de tevredenheid over zorg ’s nachts en het in staat zijn
normale dagelijkse activiteiten te hervatten laat een
verschil zien. 80% Van de patiënten die hospital-at-home
hebben ondergaan en 42% van de patiënten die
ziekenhuiszorg hebben ondergaan zouden kiezen voor
thuisbehandeling.
Er is geen verschil in belasting van mantelzorgers tussen
hospital-at-home en reguliere ziekenhuiszorg. Van de
mantelzorgers van patiënten die hospital-at-home
hebben ervaren kiest 71% voor thuisbehandeling, voor de
mantelzorgers van patiënten die ziekenhuiszorg hebben
ervaren is dit 33%. Ook mantelzorgers zijn tevreden met
de behandeling.
Zorgverleners zijn tevreden met hun rol in hospital-at-home,
hoewel deze voor thuiszorgverpleegkundigen wel anders
was dan hun normale rol. Generieke thuiszorgverpleegkundigen
ervaren voldoende kennis en vaardigheden te hebben
om patiënten thuis te monitoren. Gespecialiseerde
verpleegkundigen zijn van mening dat de generieke
verpleegkundigen onvoldoende kennis en vaardigheden
hiervoor hebben. Desalniettemin is hospital-at-home met
monitoring door generiek thuiszorgverpleegkundigen
mogelijk.
Algehele conclusie is dat hospital-at-home voor
geselecteerde patiënten geïmplementeerd zou moeten
worden.
Over de onderzoeker
Na haar studie verpleegkunde in Eindhoven heeft Cecile Utens
het werken op de afdeling longziekten van het Catharina
Ziekenhuis gecombineerd met de Master Gezondheidwetenschappen
in Maastricht. Hierna heeft ze gewerkt
aan de GO AHEAD studie in het Catharina Ziekenhuis,
wat geleid heeft tot het proefschrift. Haar promotoren zijn
professor Van Schayck en professor Rutten-van Mölken van
de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar copromotor is
dr. Smeenk van het Catharina Ziekenhuis.
18
׉	 7cassandra://-3bmo9SjsPcxZZEea6H0JJImpYTYw_JUGmaaVAZO2oU`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Professionele identiteit van de Nederlandse huisarts
Geprijsd, niet geprezen
DOOR WILJAN HENDRIKx, AFGESTUDEERD MASTERSTUDENT BESTUURSKUNDE 1
In vijf weken tijd heb ik 22 huisartsen gemiddeld ruim een
uur bezocht. Dat klinkt misschien niet helemaal gezond,
maar gelukkig was het dan ook voor mijn scriptie en niet
vanwege een opmerkelijke gezondheidstoestand. Als
bestuurskunde student heb ik geen medische achtergrond,
maar tegelijkertijd zien we dat de zorg als politiek bestuurlijk
thema terecht veel aandacht krijgt. Zo verscheen in mei 2011
een artikel in de Volkskrant van bijzonder hoogleraar
Actief Burgerschap Evelien Tonkens met als titel
‘Huisartsen zijn al beneveld door geld’. Er was dan ook
maar weinig voor nodig om ervan overtuigd te raken
dat mijn scriptie over de professionele identiteit van de
Nederlandse huisarts in een economisch tijdsbeeld
moest gaan.
Natuurlijk is deze kwalitatieve studie niet statistisch
generaliseerbaar naar alle huisartsen, maar op basis van de
22 diepte-interviews valt te concluderen dat de huisarts
niet een andere rol voor zichzelf weggelegd ziet in een
meer economisch georiënteerde wereld. Integendeel, het
bieden van de beste, evidence-based zorg aan de patiënt
is en blijft de grootste verantwoordelijkheid. Toch is er wel
iets aan de hand. Veel huisartsen hebben het gevoel er alleen
voor te staan. Te vaak wordt door overheid, verzekeraars,
publieke opinie en onderzoekers eenzijdig gefocust op het
medisch-technisch handelen van een huisarts om te
beoordelen of deze ‘kwaliteitszorg’ levert. Veel huisartsen
beschouwen dit als de helft van hun werk. De andere helft
bestaat uit het sociale contact met de patiënt en diens
familie. Geruststellen van een patiënt, belangstelling
tonen na het overlijden van een familielid, en informeren
naar de ziekenhuisopname van een patiënt zijn allemaal
zaken waar geen code aangehangen kan worden en die
niet te meten zijn met indicatoren.
Als bestuurskundige verwacht ik dat de spanning tussen
prestatiemeting en het besef dat niet alles meetbaar is
de komende jaren in intensiteit toe zal nemen. Niet alleen
binnen de zorg, maar binnen allerlei sectoren zoals onderwijs
en politie. Wat de huisartsenzorg betreft schetst mijn
scriptieonderzoek in ieder geval het beeld dat de huisarts
niet beneveld is door geld. Er is dan ook zeker ruimte om
politiek en maatschappelijk meer vertrouwen in – en
waardering voor – het kennen en kunnen van de Nederlandse
huisarts te hebben. Nu komt de waardering voor het
werk van de huisarts te vaak alleen vanuit de individuele
patiënt. En laten we wel wezen, deze waardering kan nog
gratis ook...
1 Hendrikx, P.M.A. (2012). A valued General Practitioner: priced, not
praised. Exploring the effects of economization on the professional
identity of Dutch GPs. Msc. (research master) Thesis. Utrecht/
Rotterdam/Tilburg: Utrecht University/Erasmus University/Tilburg
University. Digitale kopie is op te vragen bij de redactie via
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Kaderopleiding Wetenschappelijk Onderzoek
start weer in april 2013
From 8-12 April 2013 (five fulltime days) a next Start class
(year 1) of the International Primary Care Research Training
Curriculum (in Dutch: NHG Kaderopleiding Wetenschappelijk
onderzoek – Opleiding HuisartsOnderzoeker (OHO) will
run in Maastricht. This time the course venue will be De
Groote Sociëteit (www.groote-societeit-maastricht.nl).
The Start class is open to any primary care professional
who is interested in starting small scale research in his/
her (health) centre, as well as beginning PhD’s ready to
make a start with learning the basics of doing primary
care relevant research.
If you are interested, or already wish to apply, or if you
know someone else who is interested, or in case you like
more information, please send an email to
karin.aretz@maastrichtuniversity.nl (course manager)
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl/wat-bieden-wij/
nascholing/kaderopleidingen.html
19
׉	 7cassandra://NiHps4X8--RpI8WyjGB2Pz3uDWSwQOxQevyreIptR98#f`̴ X[䰆\ǁX[䰆\ƁbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://qF58RjvQIoTnmk67LKs8m37_Y2jXUhs02xeeE36Tvxk G`׉	 7cassandra://helCm7itOz81qDL-n3Qs8bVK02yU9su-p8q58BUSI-o^`Q׉	 7cassandra://LjtCl3HroZ8oFABtUprFIzZzJ07l9kCs0wxXHpIgtDM`̴ ׉	 7cassandra://tIoQl2o1MALEd3CLNK6cwXVjqLCTnPZHHdyXQW-s4L8ͳE̠͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://riDdls7D2IVIof4RmXaA6_R96o9Ye0tveW2lu6BdV3c f`׉	 7cassandra://8yOAxesG910jfZ7qIJCWurIcvUnRYSMtOg_OiGMDr60e1`Q׉	 7cassandra://deX3KpvRF0k1Ho7A1eOzv0Wr59EjWh6wcXy1zMqe5iE`̴ ׉	 7cassandra://1adkljZik0bWMPIASY_FhHtOjZp-ufVBDLSoYtQDXJ0͉M͠X[䰆\ɒנX[䰆]
 Ɂ~9ׁHhttp://www.egprn.orgׁׁЈנX[䰆]	 qˁ̨9ׁHhttp://meeting.egprn.orgׁׁЈ׉E	$op één lijn 44
3e uitgave 2012
Huisartsen gezocht
MIRA-onderzoek
DOOR MARIAN VAN DEN BRINK, ARTSONDERZOEKER UMCG
In een vorige uitgave van ‘Op één lijn’ (nr. 42) heeft u
kunnen lezen over het MIRA-onderzoek, waarin we
het levonorgestrel houdend spiraal (MIRena®-spiraal)
vergelijken met endometriumablatie (Novasure®) in de
behandeling van menorragie.
Het onderzoek in het kort:
Design:
Patiënten:
multi-center RCT (Randomized Controlled
Trial)
vrouwen met hevig menstrueel
bloedverlies, 34 jaar of ouder
zonder kinderwens of intracavitaire
uterusafwijkingen
Inclusie:
Follow-up:
via huisartsen en gynaecologen
Behandeling: randomisatie voor de Mirena-spiraal of
endometriumablatie
menstruatiescorekaart, vragenlijsten na
3, 6, 12 en 24 maanden
NB: Patiënten die al een duidelijke voorkeur hebben voor
één van beide behandelingen willen wij ook vervolgen via
vragenlijsten in een observatiegroep.
Inmiddels zijn het Maxima MC in Veldhoven, Maastricht
UMC en Atrium MC Heerlen gestart met het onderzoek en
zijn de huisartsen uit deze regio’s benaderd voor deelname.
Mocht u de brief echter gemist hebben maar lijkt het
onderzoek u wel interessant, dan kunt u zich nog steeds
aanmelden!
We verwachten dat het Twee Steden Ziekenhuis in Tilburg
en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch binnenkort
ook kunnen starten en zullen dan de huisartsen uit deze
regio’s een informatiebrief toesturen.
De belasting voor u als huisarts betekent de patiënte
aanmelden bij de lokale onderzoeksverpleegkundige
en bij loting voor de Mirena-spiraal, deze plaatsen zoals
u gewend bent. Ook als u zelf geen spiralen plaatst
kunt u patiënten aanmelden voor ons onderzoek, dan
kan zij verwezen worden naar de gynaecologie. Bij
voldoende animo bieden wij tevens een geaccrediteerde
nascholingsavond aan voor het leren plaatsen van de
Mirena-spiraal.
Voor aanmelding of vragen:
stuur een e-mail naar M.J.van.den.Brink@umcg.nl of
tel: 050-3638953.
Meer informatie is ook te vinden op onze website:
http://www.studies-obsgyn.nl/mira
Jubilea vakgroep
Huisartsgeneeskunde
1 september 2012
1 oktober 2012
Frits Ruijters, secretariaat onderzoek
Henk Jochems, academisch huisarts in Elsloo
25 jaar UM
25 jaar Rijksambtenaar
Sinds 1-9-1989 HAG, UM
15 november 2012 Bram de Wit, RNH-huisarts en opleider in Heerlen 25 jaar UM
Sinds 1-1-1987 HAG, UM
20
׉	 7cassandra://LjtCl3HroZ8oFABtUprFIzZzJ07l9kCs0wxXHpIgtDM`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Marjan van den Akker pioniert in Frankfurt
Multi-primeur Multimorbiditeit
DOOR LUC GIDDING, REDACTIE
Op 17 oktober jl. gaf ons vakgroeplid dr. Marjan van den
Akker een voordracht op het internationale symposium
“Evidence-based medicine meets multimorbidity: a blind
date?” op de Goethe Universiteit in Frankfurt am Main.
De focus van het symposium lag op vragen die (huis)
artsen en (eerstelijns) onderzoekers bezighouden. Wat
moet worden gedaan wanneer een patiënt verschillende
ziekten gelijktijdig heeft? Wat zijn problemen van
multimorbiditeit en polyfarmacie waarmee wij tegenwoordig
worden geconfronteerd? Welke ondersteuning voor
klinische besluitvorming biedt evidence-based medicine
(EbM) en hoe kan EbM in de toekomst hieraan bijdragen?
Toonaangevende onderzoekers bespraken de dilemma’s
en uitdagingen die multimorbiditeit met zich meebrengt,
evenals strategieën om deze te overwinnen.
Het symposium vormde onderdeel van de 22e gastleerstoel
van de Friedrich Merz Stichting, waarin Marjan van den
Akker dit jaar werd benoemd. Marjan van den Akker
studeerde Gezondheidswetenschappen aan de
Universiteit Maastricht en specialiseerde zich daarna in
de epidemiologie. Ze is nu Universitair Hoofddocent bij
onze afdeling Huisartsgeneeskunde en is gastdocent
van de afdeling Huisartsgeneeskunde van de Katholieke
Universiteit Leuven in België.
De gastleerstoel van de Friedrich Merz stichting werd
ingesteld in 1985, ter gelegenheid van de 100ste
verjaardag van Friedrich Merz. Het doel is om elk jaar
een bijzonder aangeschreven onderzoeker op het gebied
van de Farmacie of Geneeskunde aan de Universiteit van
Frankfurt aan te stellen. De gastleerstoel is vernoemd
naar Friedrich Merz, apotheker en scheikundige, die nauw
verbonden was met de Universiteit van Frankfurt.
Na 21 mannelijke gastprofessoren uit het veld van de
biomedische wetenschappen is Marjan van den Akker
benoemd als eerste vrouwelijke gastprofessor en zij is
bovendien de eerste gastprofessor uit het eerstelijns
gezondheidszorgonderzoek. De gastleerstoel en het
symposium bieden een jaarlijkse kans voor het uitwisselen
van kennis en voor verdere internationale samenwerking
op dit typische eerstelijns vraagstuk.
Marjan van den Akker
Nieuws van EGPRN
Het volgende voorjaarscongres van de European General
Practice Research Network (EGPRN) zal plaatsvinden in
Kusadasi-Turkije van 16-19 mei 2013.
Het centrale thema is ‘Risky Behaviours and Health Outcomes
in Primary Care and General Practice’.
'Freestanding' abstracts, 'posters' en 'one-slide/five minutes
presentations' over andere onderwerpen zijn ook welkom.
De uiterste inzendtermijn om abstracts in te sturen is
15 januari 2013, via: http://meeting.egprn.org
De spreektaal is Engels.
Voor meer algemene informatie over
EGPRN zie: www.egprn.org
21
׉	 7cassandra://deX3KpvRF0k1Ho7A1eOzv0Wr59EjWh6wcXy1zMqe5iE`̴ X[䰆\ˁX[䰆\ʁbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://76onCcwScBzvai8aULRv1AFiKVYqd2wG_zr71vQoA0c `׉	 7cassandra://oCG0TZsitgFKA3d0-N5BoRFMQ0MJtwdhWCbWaNUySxEl`Q׉	 7cassandra://lVf2o2p2QVx6StII_PQtiKNTlEkus9WiQxtcNWVfyNU `̴ ׉	 7cassandra://EXOODvPBO2kfqLKVDFowINUcKkWB5R-lUeT2WSc0z4Q́P͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://Uusoz5QzoT4NXlQDe6qspegzZgS25ibTwbq7MNXRGms ` ׉	 7cassandra://pLsdqLN2zo1odXmhrlXwZViEK8WuNeX401il-Spcfskx1`Q׉	 7cassandra://3WIDlTG5ZC5R_KwSp3Ujib4MAEs3SIqPpCLeOhZxXno!`̴ ׉	 7cassandra://91r-LYEosdbgnIV8_LF5Pz6xGPF3o_7bYQTvD9IsTVc|̔͠X[䰆\͑נX[䰆] F9ׁH "http://www.longdoc.nl/formPE.htm).ׁׁЈ׉EFop één lijn 44
3e uitgave 2012
Voor u geschreven in Maastricht
Wetenschap in de praktijk
DOOR JELLE STOFFERS, HUISARTS MEDISCH CENTRUM WEST KERKRADE EN UNIVERSITAIR HOOFDDOCENT
VAKGROEP HUISARTSGENEESKUNDE UNIVERSITEIT MAASTRICHT
Multimorbiditeit en functioneren
Dat multimorbiditeit het dagelijks functioneren negatief
beïnvloedt, lijkt een open deur. In Op één Lijn 42 werd
al aandacht besteed aan de promotie van Sil Aarts over
dit onderwerp. Zij gebruikte gegevens van de Maastricht
Aging Study (MAAS), waarbij ze drie groepen mensen
onderscheidde: gezonde mensen, patiënten met één
ziekte en patiënten met meer dan één ziekte. Zij kon
bevestigen dat het hebben van meer dan één ziekte
gepaard gaat met meer disfunctioneren. Interessanter
was dat mensen die in de loop van drie jaar een of
meerdere kwalen ontwikkelden, van tevoren, toen ze nog
‘gezond’ waren, al minder goed functioneerden. (Aarts)
Depressie bij astma
Studenten Andrée Wiltens en Caroline Theunissen gingen
helemaal naar de VS voor hun WESP over astma en depressie.
Zij namen vragenlijsten af bij 105 patiënten met astma
uit twee allergie poliklinieken en een huisartsenpraktijk
in Illinois (ten westen van Chicago). Drie van de tien
astmapatiënten bleken een verhoogd risico op depressie
te hebben. Het hebben van méér depressieve klachten
hing samen met minder kennis over astma en minder
goed kunnen omgaan met astma. Multimorbiditeit en
(lager) opleidingsniveau speelden ook een rol.
(Wiltens, Theunissen)
Antibiotica en luchtweginfecties
Jochen Cals was betrokken bij twee publicaties van het
GRACE project (Genomics to combat Resistance against
22
Antibiotics in Community-acquired LRTI in Europe). Dit
project werd uitgevoerd binnen 14 huisartsennetwerken
verspreid over Europa. We weten natuurlijk allemaal dat
patiënten niet alles slikken wat we hen voorschrijven,
maar ik vond het toch schokkend om te lezen dat van alle
patiënten die een antibioticum voorgeschreven kregen
voor een onderste luchtweginfectie, 41% hun medicament
niet consumeerde! Driekwart van deze patiënten nam
helemaal niks en een kwart haalde elders een ander
antibioticum. Van de 59% die wel aan hun kuurtje begon,
nam een kwart de kuur niet volledig. De auteurs pleiten
voor meer onderzoek om dit gedrag beter te begrijpen.
(Francis, Gillespie)
Wij huisartsen zouden wellicht kritischer antibiotica
voorschrijven als we de ernst van een onderste
luchtweginfectie beter konden voorspellen. Ook dat
werd in het GRACE project onderzocht. De waarde voor
de eerstelijn van het ‘CRB-65’ instrument (‘confusion,
respiratory rate, blood pressure, age >65’) werd
nagegaan met gegevens uit diezelfde 14 Europese
huisartsennetwerken. Het blijkt dat wij huisartsen bij
de diagnostiek van onderste luchtweginfecties basale
fysische parameters als ademhalingsfrequentie en
bloeddruk weinig (23% respectievelijk 32%) meten.
De CRB-65 kon maar bij 13% van alle patiënten bepaald
worden. Voor zover dit gedaan was, voorspelde het
instrument een ernstig beloop van de infectie niet. Het
wachten is dus op een nieuwe, meer geschikte klinische
beslisregel. (Francis, Cals)
׉	 7cassandra://lVf2o2p2QVx6StII_PQtiKNTlEkus9WiQxtcNWVfyNU `̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
Diagnostiek van longembolie
Een beslisregel lijkt er nu wel te zijn voor de diagnostiek
van longembolie in de eerstelijn: het hoofdartikel van de
AMUSE-2 studie, waaraan ook veel Limburgse huisartsen
hebben meegewerkt, werd onlangs gepubliceerd in de
British Medical Journal. Promovenda Petra Erkens en
ondergetekende hoorden tot de auteurs. U kunt de
diagnose longembolie nu veilig uitsluiten als u bereid bent
wat point-of-care d-dimeertestjes aan te schaffen en de
Wells’ beslisregel voor longembolie uit uw hoofd te leren
(bijvoorbeeld te vinden op www.longdoc.nl/formPE.htm).
Bij de combinatie van een ‘Wells ≤4’ met een negatieve
d-dimeertest bij een patiënt die mogelijk een longembolie
zou kunnen hebben, kunt u de diagnose ‘longembolie’
veilig uitsluiten; de kans op een fout-negatieve beslissing
is 1,5%. Door de Wells score in combinatie met een
d-dimeertest te gebruiken bij patiënten bij wie u
‘longembolie’ in de DD
heeft, zult u ongeveer 45% minder mensen doorsturen
naar de eerste hulp van het ziekenhuis.
(Geersing, Erkens, Lucassen)
Verder …
• Is het u wellicht ook opgevallen dat de NHG-standaard
‘fractuurpreventie’ – waaraan Tineke van Geel en
Geert-Jan Dinant bijdroegen – de NHG-standaard
‘osteoporose’ vervangt; (Elders)
• deed de Maastrichtse huisartsenopleiding een
onderwijsexperiment onder leiding van Yvonne van
Leeuwen rond het thema ‘complexe ouderenzorg’ met
zes AIOS-opleiderkoppels. (Ramackers)
Referenties
• Aarts S, van den Akker M, Bosma H, Tan F, Verhey F, Metsemakers J, van
Boxtel M. The effect of multimorbidity on health related functioning:
Temporary or persistent? Results from a longitudinal cohort study. J
Psychosom Res 2012; 73: 211-7
• Wiltens MMHA, Theunissen C, Glasser M, Zeitz H. Asthma and
depression: A focus on the patient factors of asthma knowledge,
asthma severity, and coping. JCOM 2012; 19: 255-61
• Francis NA, Cals JW, Butler CC, Hood K, Verheij Th, Little P, Goossens H,
Coenen S, on behalf of the GRACE Project Group. Severity assessment
for lower respiratory tract infections: potential use and validity of the
CRB-65 in primary care. Prim Care Respir J 2012; 21: 65-70
• Francis NA, Gillespie D, Nuttall J, Hood K, Little P, Verheij Th, Coenen S,
Cals JW, Goossens H, Butler CC, on behalf of the GRACE Project Group.
Antibiotics for acute cough: an international observational study of
patient adherence in primary care. Br J Gen Pract 2012; DOI:10.3399/
bjgp12x649124
• Geersing GJ, Erkens PM, Lucassen WA, Büller HR, Cate HT, Hoes AW,
Moons KG, Prins MH, Oudega R, van Weert HC, Stoffers HE. Safe
exclusion of pulmonary embolism using the Wells rule and qualitative
D-dimer testing in primary care: prospective cohort study. BMJ. 2012
Oct 4;345:e6564. doi: 10.1136/bmj.e6564.
• Elders P, Dinant GJ, van Geel, Maartens L, Merlijn T, Geijer R, Geraets J.
NHG-Standaard Fractuurpreventie (tweede herziening). Huisarts Wet
2012; 55: 452-8
• Ramackers AMC, van Leeuwen YD, Pons K, Lammerts L. Ouderenzorg in
praktijk gebracht. Huisarts Wet 2012; 55: 330-4
Aios Referatendag 20 november
Van de tongriem gesneden?
DOOR MARK BRUEREN, HUISARTSBEGELEIDER HUISARTSOPLEIDING
Het wetenschappelijk onderwijs in het laatste jaar van de
huisartsopleiding wordt traditioneel afgesloten met de
referatendag. Dan presenteren de aios in kleine groepen
hun (literatuur)onderzoek. Te winnen is een publieks- en
een juryprijs.
Op de referatendag van20 november waren er zes
voordrachten. ‘Zin/onzin van het doorknippen van een te
kort tongriempje’, ‘Werkt naproxen bij primaire dysmenorroe
beter dan een andere NSAID?’, ‘Viagra en de kans op SOA’s’,
‘Eet meer tomaat voor je prostaat. Reduceert het eten
van tomaat de kans op prostaatkanker?’, ‘Behandeling van
wratten met 5-fluorouracil’, ‘Tamsulosine en urolithiasis’.
Dagvoorzitter Henk Goettsch zorgde er met verve voor
dat de sprekers en vragenstellers binnen het tijdschema
bleven, en dat kwam het geheel zeker ten goede. Er zat,
vind ik, voldoende vaart in. De jury vond de referaten van
goed tot hoog niveau.
23
Interessant was de nadere analyse door aios Janiek
Bais bij de vraag of tomaat/lycopene geassocieerd is
met een lager risico op het krijgen van prostaatkanker.
Deze vraag bleek niet eenduidig te beantwoorden,
maar er leek verrassenderwijze wel invloed te zijn op de
ontwikkeling van al bestaande prostaatkanker. Ondanks
dit interessante uitstapje ging uiteindelijk de juryprijs
niet naar het tomaat/prostaatverhaal, maar naar de
voordracht over het te korte tongriempje. En het publiek
was het hier mee eens.
Linda de Bresser, Marieke Huibers, Irene Muskens en
Merijn Godefrooij mochten de prijs in ontvangst nemen.
׉	 7cassandra://3WIDlTG5ZC5R_KwSp3Ujib4MAEs3SIqPpCLeOhZxXno!`̴ X[䰆\ρX[䰆\΁bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://JZB-7lyZ3IW0UQoandxfGb09HEwdbb4vVGfO5wo-tJU \` ׉	 7cassandra://33sGYvninYh1Q4Sq-TCFZdIh_1R_JVH7gdAGx8wBUA8̓`Q׉	 7cassandra://cMZl5RMkzE0ZpWKjO6fp1akY6kPaq9Js__Rz06vBkA0$r`̴ ׉	 7cassandra://i0CfDx1iybwuDFhjhVk7dZfep0bF_imWcAcLcvg5cCokP͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://Xjorja6o5ezJW72NW2ZWjcVb6x6UJanlhDKOLhi1sXU ~`׉	 7cassandra://LEbOVwV1hE0Yl7jqFfkjWvGhHKr-JhuPUtdKTrQIqL4w`Q׉	 7cassandra://OueMp9ZrJkOz3QXoefhp8-PiBem1Bytt8c1JKkwjptY$`̴ ׉	 7cassandra://2DK-W3eh0p6y_wzOZWv9kW7DJzC0YUyVGooIV4-s7Wg͆G̠͠X[䰆\ёנX[䰆] sm9ׁHmailto:movah@lovah.nlׁׁЈ׉Enop één lijn 44
3e uitgave 2012
Internationale uitwisseling
‘Dying involves
many people’
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HUISARTS, REDACTIELID
Tijdens het blok Chronische Zorg in jaar 2 van de
huisartsopleiding kunnen aios gedurende 6 weken een
stage lopen in een hospice in Surrey, Engeland.
Het initiatief voor deze stages is voortgekomen uit de
contacten die Yvonne van Leeuwen, oud-hoofd van de
Huisartsopleiding, in het verleden daar heeft gelegd
tijdens de stages en bijscholingen in de palliatieve zorg
die zij daar op eigen initiatief in de jaren 80 en 90 volgde.
En zo kunnen onze aios al sinds 2002 meelopen in het
Woking and Sam Beare Hospice in Woking of in het
Princess Alice Hospice in Esher.
De inmiddels meer dan 50 aios die in de loop van deze 10
jaar naar Engeland gingen, keerden zonder uitzondering
enthousiast terug, onder de indruk van wat ze meegemaakt,
en vooral van wat ze geleerd hadden. Lees als illustratie
daarvoor nog eens het verslag, dat aios Eva van Sebille
over haar stage eerder dit jaar schreef in nr. 43 van
uw lijfblad.
Hoog tijd dus om de stagebegeleiders uit de twee
hospices uit te nodigen voor een bezoek aan Maastricht,
voor uitwisseling van ervaringen en ideeën, en vooral
als dank voor hun enthousiasme en motivatie voor
deze stages.
Op woensdag 3 oktober namen 4 stafleden van elk
hospice het vliegtuig van Heathrow naar Düsseldorf om
op tijd te zijn voor de Invitational Conference ’s middags
in hotel l’Empereur in Maastricht.
Uitgenodigd waren onder andere alle aios die ooit de
hospicestage volgden. Vele daarvan waren aanwezig,
zodat het tevens een soort reünie werd.
Naar aanleiding van dubbelpresentaties door steeds
een staflid uit Engeland en een staflid of ex-aios uit
Nederland werd gediscussieerd over de rol van de huisarts
bij palliatieve en terminale zorg, scholing in palliatieve zorg
en unieke kwaliteiten van palliatieve zorg in beide landen.
Natuurlijk kwam de rol van euthanasie daarbij ook ter
sprake: een heikel onderwerp in Engeland, dat daar
eigenlijk taboe is, zeker na de activiteiten van collega
Harold Shipman, ‘Dr. Death’, die tot 1998 minstens 200
van zijn patiënten de dood in spoot.
Opvallend, en voor ons ook verrassend, was, dat de
Engelse gasten heel open aan de discussie deelnamen,
en duidelijk respect hadden voor de zorgvuldige manier
waarop in Nederland, en zeker door Nederlandse
24
huisartsen, met euthanasie wordt omgegaan, als
onderdeel van het geheel van terminale zorg.
De volgende dag nam Yvonne van Leeuwen de helft van
de gasten mee voor een bezoek aan hospice Mantelhof in
Heerlen, de andere helft ging met Hendrik Jan Vunderink
naar hospice Trajectum in Maastricht.
Waar de Engelse hospices veel grootschaliger zijn, en
de zorg geleverd wordt onder leiding van een specialist
Palliatieve Geneeskunde, waren de Engelsen gefascineerd
door de ‘small, homely units with a minimum of ‘clinical’
care and an emphasis on quality of life’.
Dat de eigen huisarts ook voor zijn patiënten in het hospice
een belangrijke rol houdt, was een groot (en volgens enkelen
jaloersmakend) verschil met de situatie in Engeland, waar
de huisarts de palliatieve zorg uit handen heeft gegeven.
Dat is één van de nadelige effecten van het Engelse beloningssysteem
voor huisartsen: Payment-for-Performance, waarbij
je voor palliatieve zorg 3 waardepunten verzamelt, en
bijvoorbeeld voor hypertensiebehandeling 69. De vraag:
‘wat schuift het’ is dus voor Engelse collega’s snel bepalend
voor hun keuzes in de zorgverlening.
’s Middags was er een symposium georganiseerd voor alle
aios en stafleden van de Huisartsopleiding Maastricht in
Hotel Van der Valk in Urmond.
De eerste voordracht werd gehouden door Amanda Free,
Engelse huisarts met special interest in palliative care,
soort kaderhuisarts dus. Onderwerp was de samenwerking
tussen huisarts en hospice in Engeland. Die is in de laatste
decennia inderdaad fors afgenomen, mede doordat de
Engelse huisarts zijn expertise niet op peil heeft gehouden.
Vervolgens hield dr. John Omany, specialist palliatieve
geneeskunde en stagebegeleider van onze aios in Woking,
een pakkend relaas over de omgang met de familie
van de terminale patiënt. Hij hield de aios boeiende
communicatiespiegels voor die veel reacties vanuit de
zaal opriepen.
Merijn Godefrooij, aios en ex-hospiceganger, vertelde ons,
wat hij meenam van zijn 6 weken stage.
Om te beginnen de aparte communicatievormen daar: als
een Engelsman zegt: ‘with the greatest respect’, bedoelt
hij: ‘you’re insane’, maar jij begrijpt: ‘hij luistert naar me’.
Desondanks bleek uit zijn verhaal, dat we in Nederland
nog veel kunnen opsteken van de Engelse verworvenheden
in palliatieve geneeskunde.
׉	 7cassandra://cMZl5RMkzE0ZpWKjO6fp1akY6kPaq9Js__Rz06vBkA0$r`̴ X[䰆\׉Emop één lijn 44
3e uitgave 2012
Vrijdags was het tijd voor een nadere kennismaking met
het veelzijdige Maastricht, met een stadstour en een
afscheidslunch. De exportmogelijkheden voor zuurvlees
zijn hierna fors toegenomen.
Als slot een opsteker voor de Nederlandse huisartsen in
de vorm van een citaat uit het dankwoord van één van
onze gasten:
‘We admire your emphasis on care at home with excellent
access to professional care and a community attitude,
Beleidsdag MOVAH
Een nieuwe blik op vertegenwoordigen
van mede-AIOS
DOOR EVA VAN SEBILLE, TWEEDEJAARS AIOS EN SECRETARIS MOVAH
Aan het begin van een nieuw opleidingsjaar, en met een
clubje nieuwe eerstejaars die staan te popelen om mee te
denken, kwam het MOVAH-bestuur op 19 oktober bijeen
voor een heuse beleidsdag. De MOVAH (Maastrichtse
organisatie van aspirant huisartsen), komt op voor de
belangen van AIOS, zowel in overleg met ons instituut als
op landelijk niveau, denkt kritisch mee over de invulling van
het onderwijs en organiseert activiteiten. Tijd voor een
frisse wind en een duidelijke koers voor het komende jaar!
Na een inzichtgevend onderzoekje ‘Hoe gedraag jij je in
een groep’ staan de vizieren op scherp en brainstormen
we samen over onderwerpen die spelen: We hebben
gesproken over de balans tussen ‘aan het handje worden
genomen’ als AIOS en ‘verantwoordelijkheid nemen’.
AIOS ervaren soms té veel bemoedering, maar willen
tegelijk niet teveel in het diepe gegooid worden. Aan de
ene kant is het de bedoeling dat we ons eigen onderwijsprogramma
invullen, anderzijds lijkt dit in sommige
groepen maar mondjesmaat van de grond te komen en
wordt het portfolio als papieren tijger ervaren. Hoe kan hier
de balans op een goede manier worden bewaard? En hoe
kunnen we hierover met het instituut in gesprek gaan?
De Eindhoven-stroom wordt steeds verder ingericht:
Noord-groepen AIOS volgen steeds meer terugkomdagen
in Eindhoven : hoe kunnen we hun belangen behartigen,
welke problemen spelen er in deze groepen en hoe kunnen
we de activiteiten ook voor hen bereikbaar maken?
Personen op de foto vlnr:
Paul Geraedts, Eduard Wix, Caroline Theunissen
(penningmeester), Daniëlle Huizinga, Yrsa Doekes,
Manon Verschuren (voorzitter), Pauline Vinken,
Eva van Sebille (secretaris)
25
Er staat weer een aantal leuke activiteiten op de planning,
zoals een financiële avond en verschillende borrels. Ook
zijn de voorbereidingen voor de grote Maastrichtse
AIOS-congresdag in volle gang. Tegelijk worden er ook op
landelijk niveau verschillende dingen georganiseerd.
Voor alle vragen, opmerkingen en kritische vraagtekens rond
de huisartsopleiding, is iedere AIOS van harte uitgenodigd
om mee te vergaderen of contact op te nemen met de
MOVAH. Alleen dan kan er gewerkt worden aan het
oplossen van knelpunten! Contact: movah@lovah.nl
Januari
26 Grotbiken
Maart
22 LOVAH benefiet gala, Utrecht
Juni
7 LOVAH congres (landelijk AIOS congres)
21 AIOS congres dag (voor AIOS, opleiders en stafleden
van huisartsopleiding Maastricht)
that supports families to look after the dying. We admire
also the enthusiasm and dedicated professionalism in
General Practice in the Netherlands’.
Veel goeds dus om vast te houden, maar alle reden ook
om bij het verder ontwikkelen van onze palliatieve en
terminale zorg in de eerste lijn goed te kijken naar wat in
Engeland, palliatief voorbeeldland toch, al is bereikt op met
name vakinhoudelijk en organisatorisch gebied.
׉	 7cassandra://OueMp9ZrJkOz3QXoefhp8-PiBem1Bytt8c1JKkwjptY$`̴ X[䰆\ӁX[䰆\ҁbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://tGEIEYozgXH43-puxIixzXxhIfdTX43HSehptRO0Obc 2` ׉	 7cassandra://AaKcO53ivsGJojFeBw1HsURlD2_lU3-ITbPt7saiaokp`Q׉	 7cassandra://JvvFF_WcV1mbYEN3FcTnJ9UcjrHTM54VTmQ6cCStTEw4`̴ ׉	 7cassandra://y6-s8Hdx6BeUHSYw-CY2HKONoJZ0DZ_F3aQQUizDCHQb`P͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://mkra0Qsl9HQWD24TlzQAHA2V23Yn8EI8Ilp3_Gy4Kr4 ` ׉	 7cassandra://wSd4JxNXwrKLf9ApcYa_Mc7_d_0jeUnNxWKlVOZTJeon>`Q׉	 7cassandra://2Gsml3A_BKTnFe7wy55JhO07Hx4EuX3TNxrswBfqqeU>`̴ ׉	 7cassandra://X4Qauz77qo14_YIxjHZ1XHy7TeSJdXUm3YCWP3HE6F0Y̐͠X[䰆\׉E,op één lijn 44
3e uitgave 2012
Gezondheidsrechterlijke kwesties
Wie is de verantwoordelijke
dokter?
DOOR MR. ARIE DE JONG, HUISARTS IN GOIRLE
In het algemeen geen makkelijke vraag, en nog lastiger
bij artsen in opleiding en hun opleiders. Als je op basis
van de artsenbul een behandelingsovereenkomst aangaat,
krijg je ineens te maken met het gezondheidsrecht.
Afhankelijk van waar en hoe je werkt, kun je te maken
krijgen met een tachtigtal wetten en nog een tiental
internationale richtlijnen en verdragen1. De direct
belangrijkste zijn wel de wet BIG2 en de WGBO3.
Als kersverse AIOS ben je met de artsenbul dus wel bevoegd,
maar hoe zit het met de bekwaamheid? Ben je instaat
tot het inschatten van je bekwaamheid en tot het
uitvoeren van een gevraagde opdracht? Hoe zit het met
de verantwoordelijkheid van de opleider? Kan deze een
inschatting maken van de bekwaamheid van de AIOS en
de groei van deze bekwaamheid gedurende de opleiding?
Dan zijn er nog de diverse werklocaties met hun eigen
regels zoals de huisartsenpost, de intramurale stages in
het ziekenhuis, verpleeghuis en BOPZ-instellingen.
Hieronder een overzicht van verantwoordelijkheden
en specifieke toepasselijke regelgeving, richtlijnen en
jurisprudentie naast de bovengenoemde WGBO en de
wet BIG voor AIOS en opleider.
Jurisprudentie over
verantwoordelijkheidsverdeling
Onderstaande verantwoordelijkheden zijn vaak niet
direct uit de wet af te leiden maar in de jurisprudentie
ontwikkeld, vaak na calamiteiten waarbij patiënten
aan onnodige risico’s werden blootgesteld, schade
opliepen of zijn overleden. Een klein overzicht waarin
bovengenoemde verantwoordelijkheden terug komen
evenals nog enkel recente adviezen:
Opvallende uitspraken van het Centraal tuchtcollege:
16-12-2004; Gynaecoloog in hoger beroep vrijgesproken,
AIOS zelfstandig verantwoordelijk voor het achter laten
van een “taartschep” in de buik van een patiënte.
Gynaecoloog was bij het sluiten van de buik niet meer in
beeld en de AIOS was aan het eind van zijn opleiding en
1 Sdu Wetten verzameling gezondheidsrecht 2012-2013
2 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
3 Burgerlijkwetboek Boek 7 (wet geneeskundige
behandelingsovereenkomst)
mocht geacht worden de handeling zelfstandig te kunnen
verrichten.
16-12-2008; Een chirurg laat circumcisies verrichten door
een eerstejaars AIOS, er was sprake van onvoldoende
resultaat. Het CTG geeft een overzicht van onderstaande
verantwoordelijkheden van beide en acht de klacht tegen
de AIOS ongegrond en tegen de chirurg gegrond.
13-04-2010; Een chirurg laat operatie aan AIOS over maar
doet voorkomen of hij zelf zal opereren. Verwijt gebrek
aan supervisie, klacht gegrond.
06-01-2011; Verwijt aan psychiater van onvoldoende
toezicht op AIOS, eenmaal per week een aantal dossiers
controleren is onvoldoende. De AIOS hanteerde een te
snel opbouw schema van een geneesmiddel Lamotrigine
waardoor er zich een maligne hyperthermie ontwikkelde.
06-01-2011; Kinderarts-neonatoloog laat een AIOS onder
supervisie een navelvene katheter plaatsen maar kijkt
alleen naar de eerste controle foto, de katheter moest
nog iets opgeschoven worden, maar controleert daarna
niet meer. Het kindje overlijdt aan een harttamponade.
Supervisie dient er voortdurend te zijn bij onvoldoende
ervaring.
26-07-2011; Als opleider ben je ook verantwoordelijk voor
de inhoud van een brief als je deze mede ondertekent
en met ondertekening aanvaard je de tuchtrechtelijke
verantwoordelijkheid. Een internist tekende routinematig
een brief van een AIOS.
29-05-2012; Verwijt aan een radioloog dat hij slecht
meekeek met een echografie en niet zelf de echokop
hanteerde bij een onervaren AIOS en onvoldoende de
verslaglegging van de AIOS controleerde. Anders dan bij
een foto of een CT scan is de echografie een dynamisch
onderzoek en daarom lastig een door een ander gemaakt
echografie te beoordelen.
26
׉	 7cassandra://JvvFF_WcV1mbYEN3FcTnJ9UcjrHTM54VTmQ6cCStTEw4`̴ X[䰆\׉ENop één lijn 44
3e uitgave 2012
Verantwoordelijkheidsverdeling in de
opleiding45
AIOS
Zelfstandig bevoegd patiëntenzorg te leveren. Verantwoordelijk eigen
medisch handelen mits voldoende bekwaam4. Dit beoordeelt AIOS zelf.
Bij onvoldoende bekwaamheid of bij twijfel dient opleider dit direct
te vernemen. Gebeurt dit niet, dan is AIOS (mede)verantwoordelijk.
Bij onvoldoende bekwaamheid noodzaak tot directe supervisie
gedurende de hele handeling.
Verantwoordelijk naar de opleiding toe om kennis en vaardigheden,
en daarmee bekwaamheid te vergroten. Dit gebeurt met het
individueel opleidingsprogramma en wordt bijgehouden in het
ontwikkelingsdossier5. Hiermee kan opleider nagaan in welke fase
van zelfstandigheid, vaardigheid en bekwaamheid AIOS zich bevindt.
Opleider
Obv behandelingsovereenkomst verantwoordelijk voor patiënt.
Eindverantwoordelijk voor geleverde zorg door AIOS. Opleider moet
altijd voor AIOS bereikbaar en beschikbaar zijn voor consultatie,
overleg of desgevraagd de situatie ter plekke kan beoordelen, of heeft
gezorgd voor adequate vervanging.
Opleider in tuchtrechtelijke zin niet verantwoordelijk voor individuele
fout van AIOS in patiëntenzorg mits aan volgende voorwaarden is
voldaan door de opleider:
• Moet overtuigd zijn dat AIOS bekwaam is voor aan AIOS
gedelegeerde zorg.
• Moet achteraf beoordelen of zorg adequaat was
• Moet zich vergewissen of AIOS in staat is om goed in te schatten
wanneer AIOS opleider moet consulteren.
Ziekenhuisstages
Bij ziekenhuisstages heeft AIOS verschillende opleiders
en superviserende artsen. De Modelinstructie arts al
dan niet in opleiding tot (medisch) specialist6 geeft
invulling aan verplichting van ziekenhuisorganisatie,
conform de Kwaliteitswet Zorginstellingen, te zorgen
voor verantwoorde zorgverlening en bijbehorende
randvoorwaarden.
In de instructie staan aanvullende bepalingen waaraan
AIOS moet voldoen en verplichtingen van zorginstelling,
opleider en superviserende artsen, Zo dient AIOS te
ontvangen:
• Taak-functie omschrijving
• Verwijzing naar protocollen en richtlijnen7 van
betreffend specialisme
• Verwijzing naar in het ziekenhuis geldende regelingen
waaraan AIOS zich moet conformeren
• Overzicht verplichte gezamenlijke besprekingen met
medisch specialisten bij zorgverlening betrokken.
Er dient overleg te zijn met behandelend specialist wie
welke informatie aan patiënt verteld. De AIOS dient
onverwijld superviserende arts op de hoogte te stellen bij
iedere gebeurtenis die tot schadelijk gevolg voor patiënt
heeft geleid (MIP, FONA, FOBO melding8). Ook overleden
patiënten worden gemeld aan superviserende arts.9
4 Art. 35, 36, 38 Wet BIG, voorbehouden handelingen, bevoegd mits
bekwaam
5 Kader besluit CHVG ( college voor Huisartsgeneeskunde,
Verpleeghuiskunde en medische zorg voor verstandelijk
gehandicapten) ( kader besluit CCMS voor ander specialismen)
6 Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist
werkzaam in ziekenhuizen, Utrecht september 2006
7 Het Tuchtrecht acht het aanwezig zijn van protocollen en richtlijnen
voor AIOS belangrijk; RTG Eindhoven 02-11-10, het niet aanwezig zijn
van een protocol was disculperende voor de AIOS)
8 MIP: meldingscommissie Incidenten in de zorg, FONA: Fouten,
Ongevallen en Near Accidents, FOBO: Fouten Ongevallen en Bijna
ongevallen
9 Zie verder de Modelinstructie
Aanvullende verantwoordelijkheden opleiders in
Modelinstructie10 oa:
• Periodiek overleg welke handelingen AIOS zelfstandig
kan uitvoeren obv stadium opleiding
• Concrete bekwaamheid en opleidingseisen van CHVG.
• Opleider of supervisor zorgt voor noodzakelijke
begeleiding, dan wel voert opdracht zelf uit als
opdracht de bekwaamheid AIOS te boven gaat
• Opleider of supervisor altijd beschikbaar voor overleg
en aanwezigheid in ziekenhuis als AIOS daar expliciet
om verzoekt.
• Opleider of supervisor zorgt voor kennis van de
toestand door AIOS behandelde patiënten.
• Altijd voor AIOS bereikbaar en beschikbaar voor
consultatie, overleg of desgevraagd de situatie ter
plekke kan beoordelen, of heeft gezorgd voor adequate
vervanging. Bij onvoldoende bekwaamheid moet er
sprake zijn van directe supervisie gedurende de hele
handeling.
Huisartsenpost
Bij het werken op de huisartsenpost is er de Leidraad11
met diverse adviezen en de checklist zelfstandig
dienstdoen. Aanvullende richtlijnen uit Leidraad tbv
huisartsenpost: oa dat opleider zich vergewist dat
kwaliteit van de organisatie op huisartsenpost zo is dat
AIOS in staat kan worden geacht adequate patiëntenzorg
te leveren.
Conclusie
Om het opleidingsproces goed te laten verlopen, gaat het
dus uiteindelijk om bevoegdheid en bekwaamheidinschatting,
een heldere taak- en verantwoordelijkheidsverdeling en
een duidelijke communicatie bij zowel de AIOS als de
opleider.
10 Zie voor volledigheid de Modelinstructie
11 AIOS op de huisartsenpost, leidraad voor het leren dienstdoen, herzien
versie, oktober 2011
27
׉	 7cassandra://2Gsml3A_BKTnFe7wy55JhO07Hx4EuX3TNxrswBfqqeU>`̴ X[䰆\ׁX[䰆\ցbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://T7gjrRww0dmcxcPhwz94korb-MqGCZ1C50C0uBNEFXY `׉	 7cassandra://j7Eb5NS-iKRMc5mDN-QL9jSD9QyupYaqw_jnmRWH7IḾ`Q׉	 7cassandra://DajMqpUpB3ukqW-IKKA54PKF9jYqFdmlRjIH2f1GmVQ%`̴ ׉	 7cassandra://ut5RhzuehN6TeC-Bv0VI2Ty7QthqWW8NJ50bqXI4Oos͍T͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://nFV4WYCCLbyKnHyQmxMoQJ7CBSw5aBzUQcBs4d-2t20 `׉	 7cassandra://Daopg6epvXQIyUbKnl2o3tJOSGu38sLflKCGiwyQZ6Qs8`Q׉	 7cassandra://vb8FGoGSyUMOz6DyAto4x1pGfpyV-LM5KS37JiH_A_s"`̴ ׉	 7cassandra://7kf5KqO21ZwGTs1wEvwFUyPE4bQd_x3rWLUrdMsKPmŸ́zP͠X[䰆\׉E?op één lijn 44
3e uitgave 2012
Ex aios: hoe vergaat het ze?
De dokter die nog
niet iedereen kent
DOOR DEBBIE CAMRON EN MERLIJN SCHOOTS,
WAARNEMENDE HUISARTSEN
De trein waar we ruim negen jaar geleden waren opgestapt
kwam eindelijk tot stilstand. Zes jaar lang had hij
voorbijgeraasd aan vele collegezaaltjes, skillslabjes en
toetsstationnetjes. Bladeren op de rails en vierkante wielen
maakten de reis niet altijd even aangenaam, hoewel aan
boord van de trein er vaak genoeg vertier was te vinden.
Anderhalf jaar had de trein vertraging gehad bij de wissel
tussen spoedeisende hulp/interne geneeskunde en
huisartsgeneeskunde. Met een overstap zou de trein
uiteindelijk het goede spoor volgen langs een schitterend
landschap dat diepe indruk achter zou laten. En drie jaar
later mochten we, moe en voldaan van onze lange reis, vrij
de benen gaan strekken om met volle teugen te genieten
van onze eindbestemming.
Deze wat prozaïsche beschrijving geeft goed weer hoe wij
ons voelden na die jaren studeren. Dit was het dan, hier was
het allemaal om te doen geweest, het mocht nu eindelijk
voor het ‘echie’. Zoals velen begon dit met waarnemen.
Waarnemen is als solliciteren voor de volgende
functieomschrijving:
‘Gezocht: enthousiaste adhoc-doc die beschikt over een
geldig huisartsdiploma, VAR-WUO, legitimatiebewijs,
beroepsaansprakelijkheidsverzekering, inschrijving bij een
klachtenregeling en een rijbewijs. Je kunt overweg met
ieder denkbaar HIS, Je hecht geen waarde aan een vaste
werkplek, personeel, collega’s of patiënten. Uw oude AIOS
salaris staat in schril contrast met wat wij u zullen bieden.
ADV dagen en ziekteverlof zijn onbeperkt opneembaar en
vrij in te delen maar worden niet uitbetaald.’
In de loop van 2011 werden we allebei waarnemend huisarts
en hoorden we bij de vele ZZP-ers die ons land rijk is.
Zo lang je je rekeningen en belasting betaalt, maakt
niemand het uit hoe je je leven indeelt. Een onmetelijke
vrijheid vergeleken met een lang studietraject waar
vlieguren draaien de basis van je succes vormt. Het
verschafte een welkome rust. Ons huis waar we weinig
aan toe gekomen waren, kon wel een opknapbeurt
gebruiken. Die vrienden ver weg stonden verbaasd te
kijken als we plots de beschuit met muisjes van twee jaar
geleden kwamen opeisen. Familie zag dat plannen van
een weekendje zoveel makkelijker ging dan vroeger.
28
Na een documentaire over het noorderlicht stond niets
in de weg om het in maart 2012 zelf te gaan bekijken
en daar een maand voor uit te trekken zonder scheve
gezichten van opleiders.
De omgeving Eindhoven biedt genoeg werk voor twee
jonge waarnemende huisartsen, er valt zelfs te kiezen.
Soms werken we op het platteland, dan weer midden in
de stad. Soms doen we dit ‘s nachts, dan weer overdag.
Soms bij een solist, dan bij een groot eerstelijns-centrum.
In onze ogen is waarnemen niet meer dan een logische
vervolgstap. Na de opleiding weet je op papier wat voor
type praktijkvormen en patiëntenpopulaties er zijn maar
ben je hooguit met twee nauw in contact gekomen.
Tijdens het waarnemen zie je van dichtbij talloze
patiëntenpopulaties en praktijkvormen. Wij hebben ons
een veel beter en nauwgezetter beeld kunnen vormen
over hoe wij het willen. Afgelopen zomervakantie hebben
we samen voor één praktijk waargenomen. Wel zo prettig
om eerst te oefenen als je voor ogen hebt dat je het
in de toekomst altijd zo wilt gaan doen. De genoemde
flexibiliteit voelt als een enorm voorrecht, zeker als we
oudere huisartsen spreken die in hun tijd geen werk
konden vinden. Nu en dan voelt het zelfs verwend en
ongemakkelijk bij onze praktijkhoudende collega’s die
niet ieder moment hun biezen kunnen pakken of van
patiënten kunnen wisselen.
Toch mis je als waarnemer nog een hoop in onze ogen.
Je biedt minder continuïteit van zorg, hebt nog niet de
volledige regie in handen en patiënten vragen telkens
weer of je de nieuwe dokter bent en hoe lang je blijft. Het
is leuk en nuttig voor de time being maar we hopen dat
er in de nabije toekomst een dag mag zijn waarop ook wij
ons kunnen identificeren met dat schitterende liedje van
Ernst van der Pasch: ‘De dokter die iedereen kent’.
׉	 7cassandra://DajMqpUpB3ukqW-IKKA54PKF9jYqFdmlRjIH2f1GmVQ%`̴ X[䰆\׉Eop één lijn 44
3e uitgave 2012
In de leer
Verwijsheid
DOOR SOPHIE VAN DER VOORT, TWEEDEJAARS AIOS
De encyclopedie omschrijft de ‘huisarts’ als een gespecialiseerde
arts die perifeer werkt en in Nederland het eerste station
vormt voor mensen met gezondheidsproblemen in de
ruimste zin van het woord. Deze definitie zegt het eigenlijk
al: de huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt bij ziekte.
Dit betekent dat er in een aantal gevallen ook een tweede
station volgt in de vorm van aanvullend onderzoek of
verwijzing naar een medisch specialist. De huisarts is dan
ook diegene die beslist wie er door mag naar de ‘volgende
ronde’ en dit moet beoordelen zonder hulp van een vakjury
of televoting. Geen gemakkelijke taak.
Ik merk dat het doen van verdere diagnostiek en correct
verwijzen een huisartsvaardigheid is die ik onder de
knie moet krijgen. Het is een wisselwerking tussen de
kennis en ervaring van de arts enerzijds en de wensen en
gevoelens van de patiënt anderzijds. Naar mijn idee kom
ik hierin twee problemen tegen.
Allereerst casuïstiek waarbij ik aan mezelf twijfel over de
juistheid van verwijzen.
Het gaat dan vaak om gevallen waarbij ik niet durf te zeggen
of er in de tweede lijn überhaupt iets mee gedaan kan
worden. Wanneer opereert men bij claudicatioklachten?
Hoelang moet de kinderwens bestaan voordat de
fertiliteitsarts iets kan betekenen?
Ook twijfel ik aan mijn eigen bevindingen. Bijvoorbeeld
bij een vrouw die ongerust was over een vermeende
zwelling in haar vagina. Bij lichamelijk onderzoek vond ik
geen duidelijke verzakking of tumor en ik vroeg me af
of wat de vrouw aangaf als ‘de zwelling’ niet gewoon de
voorste vaginawand was. Helaas versterkte de angst van
de vrouw mijn eigen onzekerheid zodanig dat ik haar in een
soort paniekreactie heb doorgestuurd naar de gynaecoloog.
Ik heb nog geen correspondentie terug ontvangen maar
waarschijnlijk zou een blanco fax ook volstaan.
Toppunt was de jongeman met wederom ‘tumorangst’,
ditmaal om een zwelling laag in de hals. Ook hier twijfelde
ik over de aanwezigheid van een tumor, maar uit angst iets
ernstigs te missen heb ik hem doorgestuurd voor een echo.
Met als resultaat dat ik een verslag terugkreeg met de
volgende beschrijving: ‘zwelling in de hals die patiënt
aangeeft is sterno-claviculair gewricht.’
Toch zijn dat de verwijzingen waar ik van leer. Laat dat
chronische snotneusje met die oncharmante openmondademhaling
maar eens terugverwezen worden
zonder dat de KNO-arts er iets mee heeft gedaan. Dan
onthoud je wel dat afwachten altijd langer kan.
Het tweede probleem vormt de veeleisende patiënt. Deze
heeft een aandoening die goed in de huisartsenpraktijk te
behandelen is, maar eist een foto of specialistenconsult.
Gefrustreerd laat hij mij in de spreekkamer achter als
hij dit uiteindelijk ook gedaan krijgt, al is het puur door
verstrijken van tijd. Als een klacht immers chronisch
wordt kom je op den duur altijd uit op verder onderzoek.
En daar wordt helaas wel eens misbruik van gemaakt:
“maar ik heb dit al jááren, dokter!”
De opkomst van internet draagt hier zijn steentje aan
bij. Hoe simpel is het ook de alarmsymptomen van een
aandoening te ‘googelen’, ze vervolgens te faken bij de
arts en zo een verwijzing los te peuteren?
Soms voel ik me in plaats van de adviseur die samen met
de patiënt naar het beste beleid zoekt, meer het obstakel
dat de patiënt zo lang mogelijk uit het ziekenhuis moet
zien te houden. Dat is voor mij niet bevredigend. Als ik dat
wil, kan ik beter uitsmijter in een café worden. Bijkomstig
voordeel is dat je patiënten dan al voor binnenkomst
mag afwijzen. Omdat je misselijk wordt van die pussende
huiduitslag of gewoonweg geen puf hebt voor een
rectaal toucher.
29
׉	 7cassandra://vb8FGoGSyUMOz6DyAto4x1pGfpyV-LM5KS37JiH_A_s"`̴ X[䰆\ہX[䰆\ځbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://hmfgd8vXJ5dOmZHkGaFbBNZharoTMrZ4piaykZlR3Ps `׉	 7cassandra://X3mOOFeXFV7ZPT71Yemc45JmB_fVVRwlkJO8IMLd8k0dB`Q׉	 7cassandra://_QV5ZYo2hZFvYXI6Fj6o8-ME_2t1Zs1AuFOb_iMBEyc `̴ ׉	 7cassandra://O8jfBQ5_ZvqMpRnTz-oEV9rLKEgui5SjE_HrsyQKZgM͗͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://SJounyVQCHczZtRVRszRMaUivI1tumm-GDJpuQkFx2M 8G` ׉	 7cassandra://1ZH0q-Pf0UrcbHgypD_-MbXQWuc1jRndqMK-APkuUVYpQ`Q׉	 7cassandra://nnr-br-3FygP1aY5-WcDC9NTKPEIJPsN6BShzV-ITCo S`̴ ׉	 7cassandra://9G0vBE_swW49l0Olk1P_GH7weOBBx0Ilwvd1pztIPksR͠X[䰆\׉Exop één lijn 44
3e uitgave 2012
Part of the Family
Terugkomdag
doktersassistentes
DOOR KATRIEN DE BRUIJN EN STIJN DE VRIES, OPLEIDERSCOöRDINAAT
Op 4 oktober kwamen 72 doktersassistentes uit
opleidingspraktijken naar de vakgroep Huisartsgeneeskunde
in Maastricht (locatie DEB 1) voor een terugkomdag.
Het doel van deze bijeenkomst, die voor de 4e keer plaatsvond,
is om elkaars ervaringen te horen, daarvan te leren en om
scholing te krijgen. De bijeenkomst was voor het eerst
geaccrediteerd voor hun eigen register (KABIZ).
De frequentie van vier keer in twee jaar lijkt nog niet op
die van de huisartsen, de opleiders die negen terugkomdagen
per jaar hebben, maar zij krijgen er ook extra voor betaald.
We zijn blij dat er zoveel belangstelling is en blijft voor
onze assistentes bijeenkomsten. Ook deze keer was er
weer overtekend. Er zijn intussen aardig wat assistentes
die al meerdere keren gekomen zijn.
Na algemene informatie over de opzet van de opleiding
tot huisarts zijn er in groepen van 12 assistentes samen
met een begeleider ervaringen onderling uitgewisseld.
Daarna volgden workshops over de beoordeling van
de aios en de rol van de assistente hierin, de patiënten
selectie voor het spreekuur van de aios en het geven
van feedback. Deze bijeenkomsten passen in het beleid
van de huisartsenopleiding om ons meer te richten op
de opleidingspraktijk die uit meer personen bestaat dan
alleen de opleider.
De evaluaties waren weer positief en we zullen volgend
jaar zeker weer een terugkomdag voor assistentes
organiseren. Of we dan weer voor de datum 4 oktober
zullen kiezen is de vraag. De catering voor de lunch was
vanwege Werelddierendag namelijk erg eenzijdig: alleen
maar broodjes kaas.
NHG congres
Wanneer
Waar
Thema
HUISARTS EN ACUTE ZORG
22 NOVEMBER 2013 • MECC • MAASTRICHT
22 november 2013
MECC te Maastricht
‘Huisarts en acute zorg’
Scan deze code om de teaser te bekijken.
30
׉	 7cassandra://_QV5ZYo2hZFvYXI6Fj6o8-ME_2t1Zs1AuFOb_iMBEyc `̴ X[䰆\׉E3e uitgave 2012
Inleiding boekkatern
Huisartsen doen een boekje open
VAN DE REDACTIE, DOOR HENK GOETTSCH
50 tinten grijs halen de meeste reactieleden van Op één
lijn nog niet, maar wij bundelen voldoende levensjaren
om voor huisartsen die schrijven of over wie geschreven
is de nodige ‘klassiekers’ te kunnen opnoemen. Slauerhoff,
Toon Tellegen, Vestdijk.
Dat huisartsen op hun vakgebied publiceren is gelukkig
niet bijzonder, maar daarbuiten moesten nog talloze
andere juweeltjes te vinden zijn. Wij zijn voor u op zoek
Boekpresentatie
Psychotherapie in
Tijden van Administratie
DOOR ARIE DE JONG, HUISARTSOPLEIDER GOIRLE
Op 12 oktober 2012 heeft de boekpresentatie van Arno
Goudsmid (medewerker bij de Huisartsopleiding) plaats
gevonden in Utrecht. Het eerste exemplaar van het boek
met als titel ‘Psychotherapie in Tijden van Administratie;
afgevinkte frustraties over de nieuwe gekte in de geestelijke
gezondheidszorg’ werd aangeboden aan professor Jan
Derksen, klinisch psycholoog (Brussel, Nijmegen).
De overhandiging vond plaats in het hol van de leeuw, het
NIP1 huis te Utrecht. Arno voelde zich, naar eigen zeggen,
als een kleuter wiens verjaardag in zicht was. De inleiding
werd gedaan door Hans van Eck, directeur van het NIP.
Hij trok een vergelijking met het boek ‘Liefde in tijden van
cholera’, waarbij de cholera dan stond voor de administratie.
Ook haalde hij een scène aan uit een sketch met John Cleese
als zwarte ridder die een brug bewaakt tegenover King
Arthur. De koning hakt het ene na het andere ledemaat van
de zwarte ridder af, maar deze weigert zich gewonnen
te geven. Zo lijkt het ook met de bureaucratie, ondanks
aantoonbare dwalingen geeft ze nooit op.
Toen was de beurt aan Arno en werden wij getrakteerd op
een klein voorproefje van de inhoud van het boek. Arno
stak van wal met het boek aan te kondigen als een vilein
instrument van zijn boosheid en frustratie en er volgde
een ‘kleine theorie van de bureaucratisering’. Waarbij
1 NIP Nederlands Instituut van Psychologen
hij met termen als ‘Dagobert Duck’-mensen, een warm
pleidooi hield voor een moreel standpunt en niet het
conformeren aan lijstjes. Hij gaf een uiteenzetting tussen
het verschil tussen prostitutie en obstitutie.
In de prostitutie krijgt de misbruikte geld voor het misbruik,
bij obstitutie krijgt de behandelaar geld voor misbruik
van zijn klant. Er vielen termen waar ik als huisarts niet
van begreep zoals Rommen2 bij protocollen. Nadat Jan
Derksen het boek in ontvangst had genomen beschreef
hij de stijl van Arno in zijn boek als een mengeling van
cynisch en sarcastisch maar het kwam er vooral op neer
dat hij de lezer continu op de hak neemt. Hij noemde
Arno een opmerkelijke, maar ook een merkwaardige man,
maar vooral een echte clinicus tegen over de technici van
tegenwoordig. Ik ben begonnen in het boek en heb op
iedere pagina minimaal een glimlach, soms gegrinnik, en
regelmatig een brede grijs. Dit boek is geschreven voor
psychologen maar moeiteloos te transporteren naar de
wereld van huisarts en specialist. Een aanrader en een
warm pleidooi om een moreel standpunt in te nemen en
kritische te blijven ten op zichten van het eigen handelen
en niet in te gaan op perverse prikkels.
2 Rommen is iets wat de patiënt na het consult van de psycholoog doet.
Een oordeel geven over het consult , de ROM is de Routine Outcome
Measurement
31
gegaan en hebben een selectie gemaakt. Uit de oude
doos en vers van de pers. Streekgebonden producten
uiteraard. Wie weet stimuleert het u zelf de pen ter hand
te nemen. Anders zit er wellicht een cadeausuggestie bij
voor Sinterklaas of onder de kerstboom.
Wilt u het met het oog op de komende bezuinigingen
rustig aan doen, volg dan de raad van de volkschrijver Reve:
‘een goed boek dat koop je niet, dat leen je’
op één lijn 44
׉	 7cassandra://nnr-br-3FygP1aY5-WcDC9NTKPEIJPsN6BShzV-ITCo S`̴ X[䰆\߁X[䰆\ށbBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://wLl8Q1AlDEUk8XT2GBZ5-3QFh47_aHYETooOmakN224 Y`׉	 7cassandra://drHgsr4Dt9hjCHZnP5AvLOa36vpQOMR_Rff3GUnuQyoq`Q׉	 7cassandra://5E2cO8dPvorNbDOYsWTPkVYnEq8g-1dHWGQ_hF3bDOo o`̴ ׉	 7cassandra://TOA02K7uNngtNGKdgy67i-k22Wpp01iByZjKbvYqNA4j̘͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://0R7KKV6F4o5eFw8DXty8xUpQ8amXGajpeMVXou78Dmo F` ׉	 7cassandra://rN9JC5NdGx384lw3IBYla1W58YzFpDC_9Plx6T-vxUMjZ`Q׉	 7cassandra://s8iwksHqJCwkmOMM6gNgCnS9B5gAHjTZuOF5THjsQYA.`̴ ׉	 7cassandra://CVCNvonKz0JS8vTJ-whlQXyO4vxZ8LREtenM8Tg72moWT͠X[䰆\נX[䰆] ߁9ׁH !http://www.marcamericalezingen.nlׁׁЈ׉E3e uitgave 2012
Allemaal Mensen
Waarom ga je als huisarts
een boek schrijven?
DOOR MARC AMERICA, HUISARTSOPLEIDER POSTERHOLT
Voor mij was er in het begin geen enkele intentie om
een boek te schrijven , maar enkel een stencil voor mijn
Aios. In mijn eigen opleiding moest ik onderzoek doen
naar toepassingsmogelijkheden van therapeutische
strategieën in creatief proces therapie. Het bleek een
kennismaking met systeem- en communicatietheorie
die zoveel impact voor mij heeft gehad dat ik later als
opleider dit wilde delen met mijn Aios. Na meer dan
tien keer dit verhaal verteld te hebben, besloot ik dat
het makkelijker was om het maar op te schrijven; al
doende werd het voor mezelf duidelijk dat ik bezig was
om een handleiding te schrijven hoe je menselijk gedrag
kunt begrijpen. Geleidelijk had ik het gevoel in een flow
te komen waarbij ik mezelf steeds meer vragen ging
stellen en antwoorden ging zoeken in literatuur, op
internet en bij mijn directe omgeving (een psycholoog,
kinderarts, communicatiedeskundige, psychiater). Mijn
gewoonte om (reis)verhalen te schrijven, op zoek te
gaan naar de humor in alledaagse belevenissen en
de enthousiasmerende reacties uit mijn omgeving
hebben me in de richting van een boek geduwd. Vooral
mijn (geanonimiseerde) praktijkverhalen werden met
gretigheid ontvangen.
Natuurlijk heb je in je achterhoofd de twijfel of er wel een
uitgever te vinden is die wat ziet in jouw boek en daarom
had ik enkele stappen bedacht: eerst in een boekhandel
kijken welke uitgevers zich met psychologie bezighouden,
dan op internet speuren met welke uitgever ik mezelf wil
identificeren, dan de redactie benaderen met de vraag
wat de gebruikelijke procedure is. Duidelijk was dat die lui
overspoeld worden door materiaal en dat hun uitdaging
is om de waardevolle dingen eruit te vissen.
Zelf wilde ik niet op zo’n grote stapel terecht komen, dus
ik besloot twee vooraanstaande uitgeverijen alleen maar
mijn inleiding te sturen met de vraag of ze belangstelling
hadden om mijn hele handschrift te lezen. Dat bleek
een goed idee, per ommegaande kreeg ik van beiden
het verzoek hiertoe en korte tijd later een uitnodiging
om te praten. Dat was luxe, ik kon zelf kiezen met wie
ik in zee wilde gaan. De beide hoofdredacteuren bleken
nogal verschillend qua karakter, beiden toonden grote
zorgvuldigheid maar de een straalde meer optimisme
en avontuurlijkheid uit terwijl ik bij de ander iets meer
stellige koppigheid meende te bespeuren. De keuze
32
was niet moeilijk. Inmiddels had ik de stoute schoenen
aangetrokken door Paul Kusters, de tekenaar van mijn
favoriete cartoons van Toos & Henk , over te halen om
mijn boek met cartoons op te leuken.
Wat zeker geholpen heeft is dat een bevriende artsenbezoeker
kon toezeggen een aantal boeken af te zullen
nemen als relatiegeschenk en dat katalyseert de start.
Ik ben zelden zo trots geweest als toen ik het eerste
exemplaar kreeg, harde kaft, mooie kwaliteit papier en
frisse kleuren met voorop een cartoon die Paul van mij
gemaakt had.
Nadien is er best wel wat veranderd voor mij, ik werd
geleidelijk aan steeds vaker uitgenodigd om lezingen
te verzorgen over dit onderwerp, waar ik veel zorg aan
besteed heb. Ook hier had ik het geluk dat een neef
die audiovisueel technicus is mij geholpen heeft om
presentaties te maken met fraai filmmateriaal zodat het
geheel een informatief en een amuserend kantje heeft.
Al met al voor mij een avontuur dat je nooit alleen kunt
voltooien.
www.marcamericalezingen.nl
op één lijn 44
׉	 7cassandra://5E2cO8dPvorNbDOYsWTPkVYnEq8g-1dHWGQ_hF3bDOo o`̴ X[䰆\׉E3e uitgave 2012
Huisartsen doen een boekje open
‘Veer zólle éns kieke…’
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, REDACTIE
Kleine annonce in de Limburger Koerier
van zaterdag 16 maart 1940:
Heeft zich gevestigd in de practijk van wijlen
Dr. J. Meuwissen,
St. Odiliënberg
H.H.C. Stapert,
arts
Alleen het woordje ‘wijlen’ doet vermoeden, dat er een
verhaal schuilt achter deze korte, zakelijke mededeling.
En inderdaad: op 10 maart 1940 zag men de bui uit het
oosten al hangen, en de grens met Duitsland werd streng
bewaakt.
Huisarts Meuwissen uit St. Odiliënberg was echter gewend
om zonder formaliteiten de grens bij Vlodrop te passeren
om zijn patiënten aan de andere kant te bezoeken.
Die dag was zijn vrolijke zwaai naar de grenswacht niet
afdoende, en hij werd door een Nederlandse soldaat
doodgeschoten.
De op 16 februari net in Utrecht afgestudeerde en dus nogal
onervaren arts Harry Stapert nam, onder stevige druk van
enkele collega’s, de zorg voor de 8000 (!) patiënten over.
Dat werden moeilijker tijden dan hij ooit had kunnen
voorzien, want, zoals bekend, veranderde de wereld nogal
na 10 mei van dat jaar, en dat veranderen ging 5 jaar door.
Kort na de bevrijding verliet Stapert de huisartsenpraktijk
om Inspecteur voor de Volksgezondheid te worden,
en in 1953 werd hij adviserend arts van de Algemene
Mijnwerkersbond.
Maar de belevenissen en ervaringen, opgedaan in de
oorlogsjaren, lieten Stapert niet los, en begin jaren tachtig
zette hij zich aan het schrijven.
Omdat, in zijn eigen woorden: ‘het samenhangt met
ervaringen die de mens voor opgaven hebben gesteld
die hij op het moment van het gebeuren geestelijk
onvoldoende kan verwerken. Er blijft dan in het
onderbewustzijn een onafgewerkt geestelijk proces
achter, dat om een oplossing vraagt.
Die oplossing schuilt dan in het opnieuw beleven van
de gebeurtenissen door ze zo nauwkeurig mogelijk te
vertellen of te beschrijven. Zodoende wordt een stukje
onrust uit het onderbewustzijn opgeruimd.’
Het resulteerde in een reeks korte verhalen die als feuilleton
verschenen in het dagblad De Limburger.
In 1984 werden er 43 gebundeld in het boekje ‘Huisarts in
de Frontlinie’.
In 2008 kostte het mij 60 eurocent in de kringloopwinkel
van Montfort, en de volgende dag had ik het uit.
De verhalen schetsen een totaal ander beeld van
huisartsgeneeskunde dan wat wij onze aios trachten mee
te geven, hoewel de oorlogsomstandigheden daar natuurlijk
een schepje bovenop doen.
Het basistakenpakket schijnt eindeloos, inclusief
verloskunde natuurlijk.
Hij had te maken met ziektes die wij voor de vorm nog
moeten leren, maar daarna weg mogen zakken in de
krochten van ons brein. Difterie bijvoorbeeld: ik was
vergeten, dat het gevaarlijkste de cardiotoxische effecten
van het toxine zijn, totdat ik in één van Stapert’s verhalen
las: ‘difterie likt in de keel, maar bijt in het hart’. Een
wijsheid die uit ons curriculum is verdwenen.
Het therapeutisch arsenaal lijkt in onze ogen volledig
ontoereikend en primitief. Hoewel Stapert een patiënte
met waterzucht succesvol behandelt met ‘vingerhoedskruid’,
nog steeds onmisbaar bij de behandeling van hartfalen.
Maar antibiotica had hij nog echt niet tot zijn beschikking,
en de rozenkrans is dan ook een regelmatig terugkerend
therapeuticum.
Ook, en dat is aardig om al lezend te ontdekken: de nauwe
band en innige samenwerking met allerhande religieuzen,
priesters en nonnen bij het verlenen van gezondheidszorg,
die nu, 65 jaar later, marginaal is geworden.
33
op één lijn 44
׉	 7cassandra://s8iwksHqJCwkmOMM6gNgCnS9B5gAHjTZuOF5THjsQYA.`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://BGCGTw7skWfzQgZYuPLLYnxKClZ2g6CFhXLPS4s5pxk 9` ׉	 7cassandra://vWEdt7eyHO9wxU9HAHjUR2sOPPOlwFUOBG3_htWRpl8s'`Q׉	 7cassandra://Heisb05tNtj2TNGoloNzi4-raFblFIUI6_ryTyPYi3I ^`̴ ׉	 7cassandra://WVjB09a81u4NVk3AnjyDZNwm_OTkJCkwlwzmTLOsAhYl$̔͠X[䰆\ט  Bu׉׉	 7cassandra://yA1NuGF0fCNrwWZrti-winSHw23mTVQb6uCYGIS4buQ ߗ` ׉	 7cassandra://veGZtwABdWTO6QQnwkCOJcoZgWfdQzQtR2y-gGXGSS4|?`Q׉	 7cassandra://oB1JXM2tGUnlp1amCCdY6gxw9xIxmZsBFIExrFBv87s!`̴ ׉	 7cassandra://QafTX8_MecX6zzr9IoZy2TCsGamXCocd7uC8fYyNDjocw̔͠X[䰆\׉E3e uitgave 2012
Wat mij als ‘Hollandse’ dokter goed beviel, is, dat veel
van de arts-patiëntcommunicatie neergeschreven is in
het midden-limburgs dialect. Het lichamelijk onderzoek
wordt aldus aangekondigd: ‘Veer zólle éns kieke…’. Al met
al scoort Stapert hier wel op de Maas-Globaal!
Literair zal het allemaal wel niet zoveel voorstellen, maar
de verhalen worden vlot en levendig verteld, doorspekt
met de nodige filosofietjes en beschrijvingen van mensen,
dorpen en natuur. Dat maakte het voor mij goed leesbaar:
een hazenrug blijft ook droog, als je hem niet lardeert.
Toen ik enkele maanden later in dezelfde kringloopwinkel
dan ook nòg een pocketboek van Harry Stapert
tegenkwam: ‘Meneer d’n dokter’, heb ik dat meteen
meegenomen, al kostte het dit keer 1,25 euro. Andere
verhalen, maar zelfde verhaal.
Mocht u ze ook tegenkomen, neem ze dan mee en lees
ze, en mijmer dan wat na: verhalen van een Limburgse
dokter in een heel ander Limburg.
Huisarts in de frontlinie
1984 Harry H.C. Stapert MPH, arts Merkelbeek
Uitgeversmaatschappij De Limburger B.V.
Meneer d’n dokter
1986 Harry Stapert MPH, arts Merkelbeek
Uitgeversmaatschappij De Limburger B.V.
Joep Jansma, voormalig huisarts in Velden
‘De dokter is ook maar een mens’
DOOR BABETTE DOORN, REDACTIE
Een boek geschreven door een huisarts: ja.
Door een huisarts uit of werkzaam in Limburg: ja.
Roman: nee, verhalenbundel.
Joep Jansma is een huisarts die 30 jaar werkzaam was
in Velden en ter gelegenheid van zijn afscheid deze
verhalenbundel schreef. Een huisarts met een ‘band met
Maastricht’, opgeleid in de tijd dat er voor het huisartsenvak
geen aparte specialisatie bestond. Wel had hij 2 jaar bij
de afdeling Chirurgie gewerkt voordat hij huisarts werd
en die kennis en ervaring kon hij meenemen. Voor de rest
moest je het in die tijd grotendeels zelf uitzoeken. Hij is van
de generatie die de introductie van alle noviteiten (zoals
mobiele telefoon, computer en de HAP) in de dagelijkse
praktijk moest implementeren.
Joep Jansma is voor mij geen onbekende huisarts.
Hij maakte hij deel uit van het academisch netwerk
dat jaarlijks in de praktijk werd bezocht door de
vakgroepvoorzitter en een coördinator. Vanaf 1996 was
ik de laatstgenoemde functionaris en de eerste persoon
was in die tijd professor Harry Crebolder (ook bekend
in die regio omdat hij zelf in Venlo had gewerkt als
huisarts). Later ging ik in Velden op jaarbezoek met de
huidige voorzitter Job Metsemakers. We herinneren ons
het prachtige pontje over de Maas op een mooie zonnige
(werk)dag op een van onze bezoeken. Per ongeluk, want
we hadden een ‘verkeerde’ route genomen. Door dit
onverwachte rustmoment konden we heel even genieten
van de werkomgeving waarin zich de (later opgeschreven)
verhalen van Jansma afspeelden.
34
De titel ‘De dokter is ook maar een mens’ wekte bij
mij niet meteen een positieve verwachting. Ik ben er
nu achter dat het komt door het woordje ‘maar’. Een
overbodig woord met een verkeerde lading. Alsof ik nu
grotendeels verhalen kon verwachten met medische
missers?
De structuur van het boek herken je in de inhoudsopgave.
Het is geen chronologische selectie van vroeger tot
heden, maar de verhalen zijn opgehangen aan een
kapstok met acht haakjes zoals ‘het gezinsleven’ (kortste
sectie), ‘stervensbegeleiding’ of ‘veranderingen in de
eerstelijn’ (langste sectie).
Veel waardering voor zijn familie en eigen gezin maar
ook voor de assistenten. Dat begint al in zijn voorwoord.
Een huisarts omringd door veel vrouwen gedurende zijn
leven. Een aspect dat terugkeert in zijn ‘afkeuring’ van het
gedrag van chauvinistische en seksistische echtgenoten
in zijn praktijk. Tegelijkertijd is hij zelf de vaak afwezige
echtgenoot en vader en dat thema komt ook vaak terug.
Kinderen van huisartsen zullen goed ‘de verhalen aan
de keukentafel’ herkennen, ik meen me te herinneren
dat Isa Houwink, huisarts net als haar vader, daar al over
schreef in een eerder themadeel van Op één Lijn over
huisartsenfamilies. Al denk je dat je weinig vertelt, niets
ontgaat het kroost. Of zoals een van de dochters die aan
het woord komt in het boek, zegt ‘iedereen weet het al,
waarom vertel jij ons nooit wat?’1. Assertief zijn ze ook,
want ook al is Jansma de huisarts voor zijn eigen gezin,
1
Beroepsgeheim, pag. 82
op één lijn 44
׉	 7cassandra://Heisb05tNtj2TNGoloNzi4-raFblFIUI6_ryTyPYi3I ^`̴ X[䰆\׉E3e uitgave 2012
als een van zijn dochters geen begrip krijgt voor het feit
dat ze aan de pil wil, dan gaat ze wel naar diens collega.
Terug naar het begin. Over de start van zijn carrière
gaan de eerste verhalen. De jonge dokter die letterlijk
de weg moet vinden en koerst op gevoel, zijn ervaring
bij Chirurgie en als grote voorbeeld zijn eigen moeder
(hierop is waarschijnlijk zijn grote bewondering voor
de wijkzuster eveneens gebaseerd). Hoofdstuk 4 gaat
over ‘de waarheid en niets dan de waarheid’. Een goede
reflectie op het werken als arts en je gevoelens als mens.
Hij geeft toe dat hij fout zat alhoewel er professioneel
gezien niets te verwijten viel. Hoe actueel. Patiënten
waarderen (meestal) een eerlijke dokter. Jansma spreekt
van medeverantwoordelijkheid van de patiënt voor diens
ziekte, iets wat we tegenwoordig zouden benoemen als
‘shared decision making’.
Gelachen heb ik om de verhalen ‘wat op je pad komt’,
maar die soms ook ontroeren. Anekdotisch op een leuke
manier. Het gaat over sociale visites, over ouderen en
seksualiteit, psychiatrische patiënten, de lokale seksclub
waar hij op visite moest, de witte raaf, betaling in natura,
over wensen (meestal van ouderen) die hij diende
te respecteren al stonden ze haaks op zijn wens tot
medisch handelen. En dat dat soms best raar is als je
zelf pas 28 bent, kan iedere lezer zich voorstellen. En dat
er altijd mensen zijn voor wie je het nooit goed genoeg
doet (‘dokter, je valt me tegen’) niet zozeer omdat het
vervelende mensen zijn, maar omdat je misschien niet
goed geluisterd hebt naar wat de patiënt zelf wilde…
De verhalen onder de noemen ‘gesteggel met overheden’
zijn herkenbaar en illustratief voor de tijd waarin sommige
zaken speelden, maar ze konden mij iets minder boeien.
Hoe anders als het gaat om stervensbegeleiding. Het
is een thema dat heel veel voorkomt in het boek. Het is
fascinerend te lezen hoe de huisarts in die tijd zijn weg
diende te vinden. De gezinsgeneeskunde zie je ook goed
terug. Omdat je de mensen al jaren kent, leer je luisteren
naar je intuïtie en gevoel, zowel bij de diagnose als de
behandeling, zelfs of juist in de palliatieve fase. De taaie
patiënten die hem bijna radeloos kregen, de aandacht
voor de omgeving van de patiënt en de kersverse weduwe
die de dokter moest troosten terwijl hij de bedankbrief
van de zojuist overleden patiënt leest. Jansma constateert
dat hij al lang bezig was met palliatieve sedatie voordat
de Tweede Kamer hierover begon te debatteren. Een
euthanasieregeling bestond nog niet maar het dilemma
was er natuurlijk wel. En drie doden in een week, wordt
zelfs de dokter wat teveel, zeker als je geen associé hebt
bij wie je je ei kwijt kan.
Veranderingen in de eerstelijn. Hierin beschrijft hij zijn
‘andere’ huwelijk: die met de associé. Jansma begon
als solist, als apotheekhoudend huisarts. Met zijn
eerste associé en diens vrouw (apotheker assistente)
klikt het heel goed, al moeten ze er wel buitenshuis
nevenactiviteiten op na houden om voldoende inkomen
te genereren naast de praktijk met 3000 patiënten.
Helaas overlijdt zijn eerste collega aan kanker na amper 4
35
jaar samenwerking. De tweede associatie is een complete
mislukking en eindigt in een ‘vechtscheiding’. Door
deelname aan het onderwijs blijft hij naar eigen zeggen
op de been en bloeit hij op. Hij werkt een tijdje met een
vaste waarnemer die hij op grond van zijn aanstelling
bij de Universiteit in Maastricht kan inhuren, totdat
die waarnemer zich elders vestigt. Zijn derde en laatste
associé verlaat hij vrijwillig, Jansma is dan 59 jaar en besluit
te stoppen met werken als huisarts. De andere veranderingen
in de eerstelijn zijn die van de introductie van de computer,
de GSM, beleid rondom de apotheek en verrassend voor mij:
de ‘ontdekking’ van de Helicobacter Pylori.
‘Wat extra’; het laatste deel over nevenactiviteiten zoals
nascholing, het werk voor de universiteit en de relatie
met alternatieve geneeswijzen. En dan opeens een hele
bijzonder differentiatie: een labiacorrectie. Lees ik het
goed? Jawel. Met enigszins toegeknepen ogen lees ik
hoe Jansma de kleine chirurgie bedrijft op een voor
huisartsen niet ongebruikelijk terrein, maar wel eentje
uit de categorie niet veel voorkomende handelingen.
Wegens ‘succes’ herhaalt (en perfectioneert) hij deze
ingreep nogmaals bij een andere patiënt op verzoek van
zijn associé.
De bundel eindigt met zijn afscheid en een terugblik. Een
alleraardigste verzameling verhalen die prettig weg leest
en misschien over enige tijd meer historische lading krijgt
dan we nu vermoeden!
De dokter is ook maar een mens.
30 jaar huisarts op het platteland.
Joep Jansma
Uitgever DCHG medische communicatie
Haarlem, 2011
ISBN: 978-94-90826-00-0
Voetnoot: een ingebonden boek, gedrukt op hoogwaardige kwaliteit dik
glanzend papier: het oog wil ook wat!
op één lijn 44
׉	 7cassandra://oB1JXM2tGUnlp1amCCdY6gxw9xIxmZsBFIExrFBv87s!`̴ X[䰆\X[䰆\bBבCט   Bu׉׉	 7cassandra://6IT3L-5Z7cyhl5k_v7llWwWNE3YnlrqSGDyzQNveJ4s `׉	 7cassandra://mY8P9pcar9Wwq8KJkeOtsKDa8pmkXDJeYRbEB_xE38Q)`Q׉	 7cassandra://DnaJFnKlgFQmTmF4RuJxZG-njErJdlrnY-7zq9x5Vm4v`̴ ׉	 7cassandra://DicZD2qZ7Pde0-4BrH3N2ip3_KbsaY3RWG2DGeb-Mv4 t͠X[䰆\נX[䰆] P̊9ׁHmailto:op1lijn@hag.unimaas.nlׁׁЈ׉EOp één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@hag.unimaas.nl
Based in Europe, focused on the world. Maastricht University is
a stimulating environment. Where research and teaching are
complementary. Where innovation is our focus. Where talent
can flourish. A truly student oriented research university.
36
׉	 7cassandra://DnaJFnKlgFQmTmF4RuJxZG-njErJdlrnY-7zq9x5Vm4v`̴ X[䰆\׈EX[䰆\X[䰆\bB,Op één Lijn 44X[q*