׉?4ׁB! בCט  {u׉׉	 7cassandra://50fTKIjuE62HOr0Y_0vZcEG-syfkwazrORPdjkQtKso `׉	 7cassandra://4lorsg9YY36jMsf7wNM5A--ax6apXvxh8AacqgWSNCcb`S׉	 7cassandra://AZicSUSzr1gPj-1Rnoou8Xk3qHbUXlC74Xo334ogjAY#`̵ ׉	 7cassandra://Ck8msBAGdbaCKeYXTHEu3s3Kx6il5rdE0yGbZ5-OHUI ͠dǛFז0?H@}׈EdǛFז0?H@[׉E CAPHRI Care and Public Health Research Institute
op één lijn 73
Wegwijs
Vakgroep Huisartsgeneeskunde behoort tot de School CAPHRI van het MUMC+
׉	 7cassandra://AZicSUSzr1gPj-1Rnoou8Xk3qHbUXlC74Xo334ogjAY#`̵ dǛFז0?H@\dǛFז0?H@[{בCט   {u׉׉	 7cassandra://Xthm_GuEwLhlj-bJNNqwVhfb2_P2_1w8UMo2-f5sM6g `׉	 7cassandra://8y4DkjndLpRGzaXly2E9MVrBgywvGEAafF1q8fewVIoʹ\`׉	 7cassandra://_JaBmB9LAJ54DMvoqeMUzKgkff_Oh6zeIhQ6wGL8dO04`j ׉	 7cassandra://5TwsrIpaiQ6BE3ECJIvYaeKb0eS7wf9VIxnDRMAp0Po ̠͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ 0̯9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉EColofon
Inhoudsopgave
Oplage
2600 exemplaren
Hoofd-/eindredactie
Babette Doorn
Redactieleden
Jeroen Smeets, Eefje de Bont, Lisette Verheijen,
Hendrik-jan Vunderink en Babette Doorn
Doelgroep
Huisartsen Limburg en Brabant, SO’s in Limburg,
aios en alumni, afdelingen MUMC+ & overige
relaties
E-mail
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Deadline volgend nummer
3 november 2023
Postadres
Vakgroep HAG
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht
Bezoekadres
P. Debyeplein 1
6229 HA Maastricht
Ontwerp/druk
The Creative Hub – Maastricht University
UM230053
Fotografie
Pagina 15 gemaakt door Verenso
Pagina 19 gemaakt door Jonathan Vos
Pagina 25 gemaakt door Philip Driessen (bovenste
foto) en Loraine Bodewes (onderste foto)
Copyright
© Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of
openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Algemeen
Van de Redactie – Babette Doorn
Van de voorzitter: Luchtkwaliteit – Jean Muris
Onderwijs
Twee bijzonder lectoren en een nieuwe hoogleraar – Loes van Bokhoven
Het nieuwe Maastrichtse bachelor curriculum, Ba-MED - Loes van Bokhoven
Laat studenten geneeskunde zien hoe mooi het vak van huisarts is! –
Anouk Heuts en Lilian Aarts
Afscheid Marlies Noevers – Anouk Heuts en Lilian Aarts
NVMO-congres in Maastricht. Door de ogen van… - Michelle Verheijden
Intervisie en Scholing voor werkplekbegeleiders – Gaspard Knops
Internationale samenwerking. Onderwijs op reis - Laury de Jonge
Stellen zich voor
Franca Warmenhoven – SO-docent basisopleiding Geneeskunde
Frederieke van der Mee - AIOTHO
Sanne van der Heijden – Management office-assistent
Vera Wolvekamp – Specialist ouderengeneeskunde
Denise van den Booren – Medewerker Studentzaken basisopleiding Geneeskunde
Fabienne Urlings – Junior-onderzoeker
WESP-en
Zorgpaden artrose - Sietse Persoons
Onderzoek
Promotie Esther Boudewijns; Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen
– Eefje de Bont
In de prijzen: Eefje de Bont en Jessica Ruisch
CAPHRI-dag 2023. Science in Transition - Mark Spigt
Denk mee met de Witte Raven. Wat is het goede antwoord? – Paul Höppener
Opleiding Ouderengeneeskunde
Generaties – Mariëlle van der Velden
Verenso-congres – Anne Winkens
Het aantal aios groeit! – Babette Doorn
Huisartsopleiding
Uit het hoofd. Maastricht blijft in Eindhoven – Matthijs Limpens
Column: Vakantie? – Jeroen Smeets
Moreel dilemma. Prikkelend of geprikkeld – Nathalie Notermans
In de leer. Kicken en klagen – Davíd van Eerd
Made in Maastricht en Eindhoven – afgestudeerde huisartsen
WONCA Brussel. Keuzes maken – Ingrid van der Heijden
WONCA-verslaving – Carla Rohde
AIOS - opleiders voetbalwedstrijd – Gaston Peek
Equilibre. Een ander gesprek – Elsje Kuijper, Gaston Peek en Marieke Kools
Weten is eten – Hendrik-Jan Vunderink
3
4
5
6
7
7
8
10
11
12
12
12
13
13
13
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
2
׉	 7cassandra://_JaBmB9LAJ54DMvoqeMUzKgkff_Oh6zeIhQ6wGL8dO04`j dǛFז0?H@]׉EVan de redactie
Wegwijs
Was het u al eens opgevallen dat de titel van het redactioneel
identiek is aan die op de kaft? Titels zijn belangrijk, want
ze trekken de aandacht. Een titel dient wel de lading te
dekken. De primaire lading deze keer bestaat uit onderwijs.
Nieuwsgierig naar de herkomst van dit woord en of er ook
zoiets als bovenwijs zou bestaan, stuitte ik op de betekenis.
Het betekent van oorsprong ‘iemand ondersteuning bieden
door hem de weg te wijzen’. Et voilà, de titel was gevonden.
We wijzen u graag de weg in de veranderingen binnen de
medische basisopleiding. Dit keer de BaMed, beschreven
door Loes van Bokhoven. Loes is per 1 mei benoemd tot
profileringshoogleraar. Haar benoeming en die van de
lectoren Albine Moser en Jerôme van Dongen versterken
de interprofessionele samenwerking in de regio. Verder:
we zoeken continu nieuwe docenten en werkplekken voor
de basisopleiding. Door dit te doen draagt u absoluut bij
aan meer bekendheid met het huisartsenvak of dat van
de specialist ouderengeneeskunde. Dit zal de werving van
nieuwe aios zeker ten goede komen. Wie jarenlang de weg
wist binnen het coschap, was Marlies Noevers, zij is nu met
pensioen. Een van haar opvolgers, Denise van den Booren,
stelt zich voor in de rubriek nieuwe medewerkers. Dit jaar
was het grote NVMO-congres weer eens in Maastricht, een
thuiswedstrijd. Aiotho Michelle Verheijden doet verslag. Aan
intervisie en nog meer scholing voor werkplekbegeleiders
is grote behoefte, zo beschrijft Gaspard Knops. Sectorhoofd
Laury de Jonge mocht dit keer de vleugels uitslaan en verbleef
in Brazilië onder de wapperende vlag van SHE-Collaborates.
Wat dat is en wat ze deden, leest u in zijn artikel.
Slechts 1 WESP-student was voor de deadline zo ver om een
stukje in te sturen: Sietse Persoons. De andere WESP-en
krijgen hun eervolle moment in de volgende editie van het
blad. Deze keer was ook net te vroeg voor een volwaardige
rubriek van Bruikbare Wetenschap door Jochen Cals. Mede
daardoor konden we uitgebreid stilstaan bij de promotie van
Esther Boudewijns op de ziektelastmeter voor Chronische
Aandoeningen. De auteur van dat artikel, huisartsredactielid
Eefje de Bont, viel zelf in de prijzen. Op het moment dat
ik het redactioneel schrijf, verblijft zij in Brighton om van
haar onderzoeksprijs te genieten. De andere prijswinnaar
is Jessica Ruisch, zij won de Verenso-beurs. Jessica doet
promotieonderzoek tegelijk met haar opleiding tot specialist
ouderengeneeskunde in Maastricht. Mark Spigt doet verslag
van de jaarlijkse CAPHRI-dag, dit keer was het thema ‘Science
in transition’. Tot slot in het onderzoeksdeel de befaamde
OOK. Denk mee met Witte Raaf Paul Höppener. Paul (85 jaar)
ontving dit voorjaar de Koninklijke onderscheiding Ridder in
de Orde van Oranje-Nassau.
Vanuit de ouderengeneeskunde drie artikelen. De eerste van
het hoofd Mariëlle van der Velden-Daamen over generaties.
Daarnaast een verslag van het Verenso-congres door
aios Anne Winkens. Als derde mag ik u bijpraten over de
gebeurtenissen van de laatste maanden en een vooruitblik
werpen op het nieuwe academische jaar.
Matthijs Limpens wijst u de weg in de wereld van de Maastricht
huisartsopleiding. Eén opleiding op twee locaties: wij blijven
ook in Eindhoven en wij blijven daar een volledig curriculum
aanbieden aan aios. Jeroen Smeets deelt weer een indringende
column met ons. Het vraagteken achter de titel verraadt al
een beetje dat het geen luchtig verhaal is. Nathalie Notermans
schreef na haar vakantie een nieuw Moreel Dilemma over een
actueel maatschappelijk probleem: de vaccinatiegraad onder
jonge kinderen. Briefjes ophangen op de koffieautomaat werkt
nog steeds! We vonden zo een nieuwe aios-columnist: Davíd van
Eerd. Kicken en klagen, daar herkennen we ons allemaal wel in
toch? Twee groepen aios studeerden af, een in Eindhoven en een
in Maastricht. Verder twee verslagen van de WONCA, dit jaar in
Brussel. Geen thuiswedstrijd zoals het NVMO, maar ook geen
wereldreis. Ingrid van der Heijden doet verslag alsook derdejaars
aios Carla Rohde. Waar Wilskracht is wordt gevoetbald: we
nemen u mee naar Bocholtz voor het voetbaltreffen van aios
tegen opleiders. Als vanouds ging het er weer keihard aan
toe! En good old Huub Schepers was uiteraard ‘van de partij’.
Equilibre is de rubriek voor of over huisartsopleiders. De
Tweedaagse in Heeze was weer een succes.
Eind juni had de redactie een gezellige lunch waarbij kookHab-in-ruste
Hendrik Jan Vunderink als vanouds aanwezig
was. Bij het uitzwaaien zei ik: ‘Volgend week wél een nieuw
stukje ‘Weten is eten’ hè?’ Het artikel zat die avond al mijn
mailbox. Een dag later bekeek ik kwijlend de kersverse foto’s
van zijn zelfgemaakte chocolademousse.
Een fijne zomer, laat u niet van de wegwijs brengen!
Babette Doorn
3
op één lijn 73
dǛFז0?H@^dǛFז0?H@]{בCט   {u׉׉	 7cassandra://wba1GbzrPtbrjulhiD6NIA4iv2NwHLv1QSi4P1dAy44 :`׉	 7cassandra://gBi5HFVddGKg1W9FmbcPGToocgx6zLsB-xWo4S-zOEc[`׉	 7cassandra://_0---4I5uTg14uEFlxm_c3VAAiDGQRz0hCCh28Wa5j4E`j ׉	 7cassandra://NgC8O7-bZr3QAdiil8PWKikYjW2My83f5ZQU9UHQjgg L͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ 9ׁH /mailto:Loes.vanBokhoven@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E	op één lijn 73
2de uitgave 2023
Van de voorzitter
Luchtkwaliteit
DOOR JEAN MURIS, VAKGROEPVOORZITTER
Nederland heeft een slechte luchtkwaliteit, met
schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Vooral
kinderen, ouderen en patiënten zijn kwetsbaar.
Langdurige blootstelling kan leiden tot verminderde
longfunctie, verhoogde kans op astma, COPD en
voortijdig overlijden.
In Nederland is luchtvervuiling verantwoordelijk voor
minimaal 20% procent van de astmagevallen onder kinderen.
Dit percentage is in geen enkel ander Europees land zo hoog.
Bij volwassenen wordt luchtvervuiling in verband gebracht
met een verminderde longfunctie en een hogere prevalentie
van COPD. Het verergert ook hartziekten. In Nederland
sterven jaarlijks ongeveer 12.000 mensen voortijdig als gevolg
van luchtvervuiling. De bijdrage van luchtvervuiling aan de
ziektelast in Nederland is vergelijkbaar met die van obesitas.
De Europese Unie en de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) hebben normen vastgesteld voor de luchtkwaliteit.
Deze normen zijn gebaseerd op de concentratie van
schadelijke stoffen in de lucht, zoals fijnstof (PM10 en PM2,5),
stikstofdioxiden (NO2) en ozon (O3).
De EU-normen zijn vastgelegd in de Europese Richtlijn voor
Luchtkwaliteit en Schone Lucht voor Europa (2008/50/EC).
Deze richtlijn stelt maximale niveaus voor luchtvervuiling
en vereist dat lidstaten plannen ontwikkelen om deze
niveaus te verlagen. Het lukt Nederland te voldoen aan deze
EU-normen. Echter, deze normen liggen nog altijd een stuk
hoger dan die van de WHO.
Stelt u zich eens voor. Je bent huisarts en hebt in je artseneed
je verantwoordelijkheid voor de maatschappij erkent en
(Bron: The Steering Committee of the Transport, Health
and Environment Pan-European Programme 2021)
ziet steeds vaker de negatieve effecten veroorzaakt door
luchtvervuiling. Veertigers met hart- en vaatziekten, nooit
gerookt, maar wonend in de buurt van Tata Steel, Schiphol,
Vliegveld Maastricht Aachen Airport. In je artseneed heb je je
verantwoordelijkheid beloofd, maar je voelt je machteloos.
Het is belangrijk dat artsen een grotere rol spelen in het
bewustmaken van patiënten van de schadelijke effecten van
luchtvervuiling door ouders en patiënten actiever te adviseren
over hoe ze de blootstelling kunnen beperken en wat ze zelf
kunnen doen.
Dagje uit vakgroep
4
׉	 7cassandra://_0---4I5uTg14uEFlxm_c3VAAiDGQRz0hCCh28Wa5j4E`j dǛFז0?H@_׉Ez2de uitgave 2023
Een boost voor interprofessionele samenwerking in de regio
Twee bijzonder lectoren en
een nieuwe hoogleraar
DOOR LOES VAN BOKHOVEN, PROFILERINGSHOOGLERAAR
De toenemende complexiteit van gezondheidsproblemen
en de beperkte beschikbaarheid van zorgprofessionals
om de groeiende zorgvraag op te vangen, maken betere
interprofessionele samenwerking noodzakelijk. Niet
voor niks hebben de huisartsen in 2019 een vierde
kernwaarde ‘gezamenlijk’ toegevoegd aan de aloude drie:
persoonlijk, medisch-generalistisch en continu. Ook bij
de opleiding Ouderengeneeskunde in Maastricht staat
‘interprofessioneel’ in de visie.
Bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht doen we
dan ook al een aantal jaren onderzoek samen met Zuyd
Hogeschool, organisaties in de regio en patiënten en hun
naasten, om de interprofessionele zorg te verbeteren.
Bovendien vertalen we de geleerde lessen meteen door
naar scholing voor zowel studenten, huisartsen in opleiding
als ervaren professionals. De onderwerpen komen altijd
uit de praktijk van alledag. Voorbeelden van gezamenlijke
projecten zijn het efficiënt inrichten van interprofessioneel
teamoverleg, het ontwikkelen van een toolbox voor
interprofessioneel leren op de werkplek door huisartsen
in opleiding en het verbeteren van de interprofessionele
samenwerking bij proactieve zorgplanning.
De samenwerking in de regio wordt nu nog verder versterkt
met een drietal benoemingen van wetenschappers met
een stevige voet in de praktijk. Albine Moser is benoemd
tot bijzonder lector Interprofessioneel Samenwerken met
Verpleegkundigen aan Zuyd Hogeschool en Zuyderland
Medisch Centrum. Zij werkt één dag per week als universitair
hoofddocent aan onze vakgroep. Aandachtspunten
zijn bijvoorbeeld de overgang van het ziekenhuis
naar de thuissituatie en het duurzaam inrichten van
interprofessioneel teamoverleg.
Jerôme van Dongen is benoemd als bijzonder lector
Interprofessioneel Samenwerken in de Wijk, eveneens bij
Zuyd Hogeschool. Hij is verder verbonden aan de regionale
organisatie voor welzijn en kinderopvang MIK/PIW. Hij richt
zich op de samenwerking binnen het sociaal domein en
tussen het sociaal domein en de zorg. Met zijn promotie aan
de vakgroep Huisartsgeneeskunde legde hij een belangrijke
basis voor de samenwerking tussen Zuyd en UM.
Jerôme van Dongen
Albine Moser
De derde benoeming is die van Loes van Bokhoven tot
profileringshoogleraar Interprofessioneel Samenwerken
en Leren in de Eerstelijns Gezondheidszorg. Zij richt zich
vooral op de interprofessionele teams rondom individuele
patiënten en hun naasten en op de samenwerking binnen
de wijk. Belangrijke proeftuin is het zorgnetwerk voor
ouderen in Elsloo, waar zij twee dagen per week werkt als
huisarts. In alle projecten wordt intensief samengewerkt
met collega’s in de regio. Zin om daarin mee te denken of
behoefte aan meer informatie?
Loes.vanBokhoven@maastrichtuniversity.nl
5
op één lijn 73
dǛFז0?H@`dǛFז0?H@_{בCט   {u׉׉	 7cassandra://dnXCwENW-FH7I-v4EVl3aoh3Xc4OCQj0Ac9a52LYwZQ 2`׉	 7cassandra://Gk5ThbTzdLKEIgAhWI6qBLX8_xiL2BVSVuFQIQ0hYvwV`׉	 7cassandra://GWhmZne6GS8F_GBc5_ayEtnff3dX9DopEgtlJNI2AFoD`j ׉	 7cassandra://hkHOyYnlsVg9fm4FWCLCNiLx_B95u1WeipR6HxDwQpE 6*h͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ 9ׁH &mailto:a.heuts@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנdǛFז0?H@ w9ׁH +mailto:lilian.aarts@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E5op één lijn 73
2de uitgave 2023
De pioniersgeest van 1974 voor de dokters van 2030
Het nieuwe Maastrichtse
bachelor curriculum, Ba-MED
DOOR LOES VAN BOKHOVEN, HUISARTS, LID VAN HET KERNTEAM BACHELOR REDESIGN EN LEERTEAMCOACH
Introductiedagen bij groepsaccommodatie Pietersheim,
net over de grens bij Maastricht. Tijdens een wandeling
naar de lokale waterburcht, zit er een asgrauwe
vrouw tegen een boom, naast een fiets, niet meer
aanspreekbaar. Na de eerste schrik realiseren de
studenten zich dat het een oefensituatie is en dat ze aan
de bak moeten.
Zo ging afgelopen september het nieuwe bachelor
curriculum Geneeskunde van start met de
eerstejaarsstudenten van de Engelstalige richting.
Praktijksituaties zoals in het voorbeeld vormen de rode draad
en er is veel aandacht voor de extramurale zorg. Nu het jaar
bijna om is, is het tijd voor een terugblik.
Waarom veranderen? Het gaat toch goed?
De verandering die nu wordt doorgevoerd, is de grootste in
vele jaren. Dat lijkt misschien vreemd, want de waardering
van zowel studenten als accreditatiecommissie is hoog. Er
zijn twee belangrijke redenen. Ten eerste leiden we de artsen
van de toekomst op. Aangezien de zorg verandert, moet het
curriculum inhoudelijk mee veranderen. De tweede reden is
dat het probleemgestuurde onderwijs heel veel goede kanten
heeft, maar dat studenten meer coaching nodig hebben om
hun eigen leren levenslang te kunnen blijven sturen. In het
nieuwe curriculum is daarom meer aandacht voor zaken als
interprofessioneel samenwerken, digitale vaardigheden en
Global Health. Qua vorm behouden we de kleine groepen, die
actief aan de slag gaan met praktijkproblemen. We voegen
daar het aanleren van zelfsturing en elkaar daarbij helpen
aan toe: zelf leren zien wat goed gaat en wat nog extra
studie vraagt; zelf de passende leeractiviteiten kiezen en een
planning maken.
Opbouw in periodes en lijnen
De eerste twee jaren zijn ingedeeld in vier periodes van tien
weken per jaar, ieder met een authentieke professionele
taak als vertrek- en eindpunt. De allereerste periode gaat
bijvoorbeeld over het opvangen van een patiënt met een
acuut probleem op straat. Over de periodes heen, is het
onderwijs ingedeeld in drie samenhangende lijnen: de
arts als medische professional, met daarin bijvoorbeeld
basisvakken, klinische vaardigheden en communicatieonderwijs;
de arts als kritische professional met bijvoorbeeld
wetenschappelijke- en informatievaardigheden en kennis van
samenwerken in interprofessionele netwerken. De derde lijn
gaat over de arts als persoon, met aandacht voor persoonlijk
welzijn, leren leren en het kiezen van een persoonlijk profiel.
6
Leerteamcoach: tutor en mentor ineen
Studenten komen twee keer per week een uur bij elkaar
onder begeleiding van een leerteamcoach. Dit is een
intensieve rol van twee dagdelen per week (0,2fte), ook in
te vullen als duo. Daarmee wordt het ook voor huisartsen
en specialisten ouderengeneeskunde die buiten Maastricht
wonen hopelijk een aantrekkelijke rol, aangezien je niet voor
een uurtje op en neer hoeft. De studenten beslissen zelf hoe
ze het uur gebruiken: voor bespreken van casuïstiek, het
voorbereiden van vragen voor een expert of het werken aan
gezamenlijke opdrachten. De groep en hun coach blijven
een heel jaar bij elkaar. Dit geeft de coach veel meer kans
om gerichte feedback te leveren. Voor deze coaching is
ook regelmatig tijd ingeruimd in de vorm van een-op-een
gesprekken met studenten over hun voortgang. Hierbij is
het portfolio dat iedere student bijhoudt een hulpmiddel. In
het portfolio verzamelt de student feedback op allerlei leeractiviteiten
en toetsuitslagen. Daarnaast is er ruimte voor
reflectie en het vastleggen van leerdoelen.
Op basis van dit materiaal maakt iedere student tegen het
einde van het jaar een zogeheten ‘substantiated analysis’,
een onderbouwde weergave van het eigen niveau en de
ontwikkelpunten. De leerteamcoach geeft hierbij advies en
een beoordelingscommissie beslist op basis van de analyse of
de student door kan naar het volgende jaar. Er zijn dus geen
individuele toetsen meer die moeten worden gehaald.
Aandacht voor de eerste lijn
De inspiratie voor de thema’s van de periodes: acute zorgchronische
zorg-korte episode zorg, zorg voor gezondheid/
preventie en complexe/geïntegreerde zorg, kwam van
het curriculum van de huisartsopleiding. In de periodes
is, net als in de eerste lijn, steeds aandacht voor zowel
de biologische als de psychosociale en organisatorische
aspecten van gezondheid. Door de periodes heen maken
studenten kennis met de verschillende, vaak extramurale,
samenwerkingspartners en tenslotte komt de extramurale
zorg terug in keuze-onderwijs, waar iedere student een halve
dag per week aan deelneemt. Soms heeft dit onderwijs de
vorm van verdiepende thema’s van tien weken en soms
gaat het om twintig weken meedoen in de zorg in brede
zin, maar in een andere rol dan die van arts. Een aantal
huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde biedt
al onderwijs aan, zoals een thema over eenzaamheid of
meedoen met de doktersassistente of het spreekuur in het
asielzoekerscentrum. De huisartsgeneeskundige kernwaarden
komen dus uitgebreid aan bod.
׉	 7cassandra://GWhmZne6GS8F_GBc5_ayEtnff3dX9DopEgtlJNI2AFoD`j dǛFז0?H@a׉E2de uitgave 2023
En… werkt het?
We zijn inmiddels bijna een jaar onderweg.
Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde zijn goed
vertegenwoordigd, niet alleen in het keuze-onderwijs maar
ook als bouwers van onderwijs en als leerteamcoaches.
Het is prachtig om te zien hoe de groep al snel een hechte
gemeenschap is geworden en hoe hard en enthousiast er
door studenten (en staf) wordt gewerkt.
Op de voortgangs- en vaardigheidstoetsen, die de studenten
net als de reguliere studenten wel gewoon maken, als bron
van feedback, scoren ze minstens even goed als de reguliere
studenten. Een nieuw curriculum kent natuurlijk altijd
kinderziektes. Zo bleken de beperkte groepsgrootte en de
intensieve taallessen een uitdaging bij het plannen van het
gewenste flexibele rooster. Inmiddels hebben de studenten
hun ‘substantiated analyses’ afgerond. De diepgang van
hun reflecties en de regie op het eigen leerproces die daarin
zichtbaar zijn, zijn indrukwekkend. De studenten kunnen heel
goed aangeven wat hun sterke punten zijn en wat ze nog
moeten ontwikkelen en kunnen al concrete plannen maken
over hoe ze dat komend jaar willen aanpakken.
En het slachtoffer in de introductiedagen? Dat was onze
collega Trudy van der Weijden. Met haar gaat het weer prima.
Gelukkig maar, want zij is als leerteamcoach en bouwer
van de periode Integrated Care in jaar 3 onmisbaar voor de
nieuwe opleiding.
Onderwijs
Laat studenten geneeskunde zien
hoe mooi het vak van huisarts is!
DOOR ANOUK HEUTS EN LILIAN AARTS, ONDERWIJSCOÖRDINATOREN
Dat kan als docent in het facultaire onderwijs of als
werkplekbegeleider voor coassistenten. Elke huisarts
kan in principe docent worden. We hebben veel
verschillende docentrollen en kijken samen naar wensen
en mogelijkheden.
Van onze docenten/huisartsen horen we regelmatig
dat het opleiden en begeleiden van jonge artsen veel
voldoening en extra werkplezier geeft.
Voor de jaarlijkse plaatsing van onze coassistenten zijn
veel werkplekken nodig. U kunt als werkplekbegeleider de
coassistenten laten zien welke belangrijke rol de huisarts
in de Nederlandse gezondheidszorg speelt. Daarnaast
kunt u coassistenten inspireren om het vak later als
specialisatie te kiezen hetgeen steeds belangrijker wordt.
Afgelopen jaar hebben zowel lokaal als landelijk gezien
minder mensen gesolliciteerd voor een plek bij de
Huisartsopleiding, terwijl de capaciteit opgehoogd is.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Lilian Aarts, Onderwijscoördinator praktijken
lilian.aarts@maastrichtuniversity.nl
Anouk Heuts, Onderwijscoördinator docenten
a.heuts@maastrichtuniversity.nl
Afscheid
Marlies Noevers
Na maar liefst 32 jaar werkzaam te zijn geweest bij de
sector onderwijs van HAG is Marlies Noevers vanaf 1 juni
jl. met pensioen. We hebben Marlies samen met een paar
collega’s in het zonnetje gezet tijdens een gezellig etentje.
In de tuin van Marlies staat nu een aantal boompjes die
haar hopelijk regelmatig aan haar collega’s van HAG laten
terugdenken.
Marlies wordt opgevolgd door Paddy Hinssen en
Denise van den Booren.
7
op één lijn 73
dǛFז0?H@bdǛFז0?H@a{בCט   {u׉׉	 7cassandra://AILngXwceLEBg5W37RtVwpVO1JypO9v3LnfT7pa0DDA :`׉	 7cassandra://hzxhbK4Can5uWBJ4smBpPjlHTmAsBIqBLkzjlcut2jEv`׉	 7cassandra://qGLSgB-bI0YWhM-ZjTkwhA_FXfKIsOzEVT8-wW3GNSUE`j ׉	 7cassandra://9gx7a0xUs87kqaDAbTo-ihup_l1iKBzVEZZ7fTUbLtk x,͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ 9ׁH /mailto:Loes.vanbokhoven@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉ESop één lijn 73
2de uitgave 2023
NVMO-congres in Maastricht
Door de ogen
van…
DOOR MICHELLE VERHEIJDEN, AIOTHO
Met veel plezier kijk ik terug op mijn deelname aan het
32ste NVMO-congres. Een jaarlijks congres waarbij het
onderwijs en opleiden in de gezondheidszorg centraal
staat. Dit jaar was extra speciaal, aangezien NVMO haar
50ste verjaardag vierde. Voor mij was het de eerste keer
dat ik bij dit tweedaagse congres aanwezig was. Ik neem
jullie graag mee in mijn ervaring.
Aangezien het congres dit jaar niet zoals gebruikelijk in
Egmond aan Zee werd georganiseerd, begon het voor mij als
een thuiswedstrijd. Het congres vond plaats in het recent
gerenoveerde MECC te Maastricht. Dit betekende op de fiets
naar het MECC! Al fietsend kwam ik al verschillende stoeten
aan mensen tegen: op het treinstation van Randwyck en
bij de nabijgelegen hotels. Ruim 1100 docenten, studenten,
beleidsmakers en onderzoekers verbonden aan wo- of hboinstellingen
in Nederland en Vlaanderen namen deel. Wat
een overweldigend gevoel toen ik mijn weg vond naar een
kopje koffie en een echte nonnevot. De Limburgse sfeer zat
er gelijk in. Het leek wel carnaval, zo massaal, maar dan
zonder geschminkte mensen en rijkversierde kostuums.
Het gevoel dat ik bij carnaval krijg is ook eenzelfde soort
overweldigend gevoel, een gevoel van saamhorigheid. De stad
tovert zich elk jaar om tot een kleurrijke stad vol hossende
mensen. Als buurman en buurman sta je schouder en
schouder naast elkaar. Dit was ook precies het gevoel dat het
congresbestuur wilde uitstralen met het thema van dit jaar:
SAMEN LEREN, SAMEN WERKEN – Alone we can do so little,
together we can do so much (Helen Keller).
Om het thema leven in te blazen werden er plenaire
lezingen en parallelsessies verzorgd. In een van de plenaire
hoofdlezingen nam Jet Bussemaker, voormalig minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ons mee in wat
er beleidsmatig voor nodig is om zorg en ondersteuning
toekomstbestendig te organiseren en wat daarvoor nodig
is vanuit de opleidingen in de gezondheidszorg. Als keymessage
nam ik uit haar lezing mee dat het essentieel
is om samen met de patiënt en diens netwerk zorg te
faciliteren. Dit vraagt dan ook om een andere kijk bij het
opleiden van gezondheidsprofessionals: samenwerking met
andere professionals zowel ín als buiten ‘jouw’ domein.
In mijn eigen ervaring als huisarts in spe heb ik in mijn
eerstejaars praktijk al veel initiatieven gezien met als
doel samenwerken met verschillende zorgprofessionals.
Bijvoorbeeld, het organiseren van spreekuren met
verschillende specialisten zoals psychiaters en internisten,
maar ook samenwerkingsinitiatieven met de gemeente of
vrijwilligersorganisatie.
In de laatste plenaire lezing namen Albine Moser,
Simone Gorter en Jascha de Nooijer ons mee ‘Hitchiking
into professional galaxy’. In deze lezingen bezochten
we verschillende planeten. Op elke planeet nam een
professional ons mee in diens ervaringen gerelateerd
aan interprofessionele samenwerking. Zo bezochten we
onder andere de planeet ‘Mars’ van Loes van Bokhoven,
huisarts en profileringshoogleraar. Zij nam ons mee in een
project waarin verschillende zorg- en welzijnorganisaties
samenwerken met burgers in het Zuid-Limburgse Elsloo,
binnen een interprofessioneel zorgnetwerk. Het motto van
het zorgnetwerk is ‘Samen werken, samen leren, samen
beter’. Anders gezegd: door samen praktisch aan de slag te
zijn, leren we van, met en over elkaar, met als doel om samen
betere zorg en betere professionals te krijgen.
In de parallelsessies kwamen allerlei onderwerpen aan bod
via onderzoekspapers, praktijkpapers, posters, workshops
en rondetafelsessies. In een van deze paralelsessies had
ik het genoegen om de resultaten van ons recentelijk
gepubliceerde onderzoek te mogen presenteren. Een
‘consensus study’ om perspectieven van stakeholders binnen
de huisartsgeneeskunde over eigenschappen van een
vaardige communicator in kaart te brengen. Er ontstond een
interessante discussie met het oog op verbinden en te kijken
naar mogelijkheden om samen te werken.
Daarnaast had ik het genoegen om met mijn collega’s
van onderzoeksschool SHE (School of Health Professions
Education), Karen Könings, Stephanie Meeuwissen en
Jill Whittingham, een workshop over de implementatie
van co-creatie te geven. In deze workshop probeerden
we deelnemers mee te nemen in wat co-creatie van
onderwijs betekent, welke argumenten er zijn om
co-creatie toe te passen en hoe co-creatie er in de praktijk
uitziet. In verschillende werkvormen gingen deelnemers
actief met elkaar aan de slag om inzicht te krijgen in de
achtergronden en praktische toepassingen van co-creatie
van onderwijs.
8
׉	 7cassandra://qGLSgB-bI0YWhM-ZjTkwhA_FXfKIsOzEVT8-wW3GNSUE`j dǛFז0?H@c׉EWat nieuw was aan deze editie van het congres was de
aanwezigheid van ervaringsdelers. NVMO-bezoekers
hadden de mogelijkheid om op de laatste dag van het
congres op consult te gaan bij mensen die vanuit hun eigen
ervaringen met zorg meedenken. Ook namen zij deel als
referent bij de plenaire lezingen. Helaas ging ik die vrijdag
niet op consult bij een van de ervaringsdelers, maar als
ik er volgend jaar weer bij mag zijn hoop ik dat dit weer
georganiseerd wordt.
Ter afsluiting van de eerste congres dag werd er in de
Muziekgieterij een Walking Dinner georganiseerd waarbij
je allerlei lekkernijen kon proeven. Mijn favorieten waren
de asperge-hoorntjes en de heerlijke chocolademousse. Net
als bij carnaval mag muziek niet ontbreken bij een geslaagd
feestje. Een coverband speelde zowel hits van nu als uit de
Jaren 90. De zaal ging los tot in de late uurtjes.
Na de vele indrukken van de verschillende sessies,
de nieuwe connecties, en de gezelligheid die ik in de
afgelopen twee dagen mocht ervaren, was er als kers op
de taart de mogelijkheid om nieuwe contacten te leggen
via de zogeheten ‘groeipost’. Een biologische kaart met
zaadjes waarop elke deelnemer gevraagd werd om een
wens op te schrijven.
Mijn bericht op de groeipost: ‘Voor mij waren het twee
mooie dagen gevuld met nieuwe en oude bekenden,
prikkelende sessies en enthousiaste sprekers. Dit heeft
mij frisse energie gegeven om SAMEN te werken en te
streven naar de beste zorg voor de patiënt en mijn eigen
ontwikkeling als professional. Kopje koffie drinken om
ervaringen uit te wisselen?
Speciale dank voor de organisatie aan Daniëlle Verstegen en
Juliët Beuken voor het tot in de puntjes organiseren van een
mooi programma in samenwerking met Zuyd Hogeschool en
Maastricht UMC+. Ik kijk uit naar de volgende editie die zal
plaatsvinden dichtbij zee: Egmond aan Zee. De gezelligheid
uit Maastricht zal zeker worden meegenomen!
De fiets blijft thuis.
Oproep
Vindt u het ook belangrijk om studenten zo vroeg
mogelijk te laten zien hoe interessant de zorg buiten
de muren van het ziekenhuis is?
Dan zijn wij op zoek naar u. Wij willen tweede- en
derdejaarsstudenten kennis laten maken met de huisarts- en
de ouderengeneeskunde. Dit doen we door de studenten
gedurende 20 weken, gemiddeld een dagdeel per week,
te laten meedoen in de praktijk, maar niet in hun rol als
aanstaand arts. Dit programma heeft de naam ‘Student
Clinics’ gekregen.
De activiteiten kunnen verschillend zijn, van het
organiseren en uitvoeren van een gezellige activiteit voor
bewoners van een verpleeghuis, tot het assisteren van de
doktersassistente bij het doen van administratieve taken en
kleine verrichtingen. De precieze invulling laten we graag
aan de stageplaatsen zelf over, al kunnen we wel meedenken
en praktische tips delen, natuurlijk. Voorwaarde is dat de
studenten actief aan de slag zijn en er iets van kunnen leren.
Om logistieke reden, reistijd in relatie tot tijd op de stageplek,
zoeken we stageplaatsen in de omgeving van Maastricht.
De eerste jaargangen zijn onze internationale studenten
(zie artikel op pagina 6 en 7 in deze ‘Op één Lijn’). Zij hebben
niet allemaal Nederlands als moedertaal, maar spreken het
inmiddels allemaal op minimaal A2 niveau. In de loop van het
komend jaar zal het niveau verder verbeteren tot minimaal
B1, ter voorbereiding op de coschappen in Nederland.
De eerste ervaringen zijn positief.
Meer informatie of meteen aanmelden?
Loes.vanbokhoven@maastrichtuniversity.nl
9
op één lijn 73
dǛFז0?H@ddǛFז0?H@c{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ZsN9U873M8JA3mAtR2r_Ivtzurl6QxG_VWIQh7wPY6Q `׉	 7cassandra://B54AbcwRHq8QmjKAYblpAI_aSsRzfLBzUiZQYZpXEbU`׉	 7cassandra://Nd6FrL0pS62V25huetnGYlTtbXghyHEFQeWhKAZY5p0A`j ׉	 7cassandra://SK4VZk66bM2cFXETrlaHGfB2k_AztObDN3JC5ok4XW8 B͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ :*9ׁH 3http://www.maastrichtuniversity.nl/research/she/sheׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Coschap Huisartsgeneeskunde/Sociale Geneeskunde/Oudergeneeskunde
Intervisie en Scholing voor
werkplekbegeleiders
DOOR GASPARD KNOPS, HUISARTS1
"Oh jee! Komt de co vandaag al?"
"Ai, hebben we nog wel een kamer vrij?"
"Ehh… hoe log ik ook al weer in in EPASS?"
"Die beoordelingen kosten wel veel tijd zo."
"Startdocument? Wat is dat?"
"De NHG-standaard? Ja dat kan wel zijn, maar hier doen
we het soms toch even anders."
"Hoe kan ik zo'n CBD nou beoordelen op een manier
dat de co er nog iets van opsteekt?"
"Wanneer is iets nou ’volgens verwachting’, wanneer
’beneden’ en wanneer ’erboven’?"
"Laat ik taal- en spelfouten meewegen in mijn beoordeling?"
"Wat is een veilig leerklimaat?"
"Hoe kan ik ervoor zorgen dat de co zich gezien voelt?"
"Leergesprek? Ai ik heb al zo'n volle agenda...."
"Studiemiddag? Nou zeg, op woensdag ben je
er ook al de hele dag niet."
Herkenbaar? Voor mij wel. Waarschijnlijk was dat de reden dat
Nora Paulke mij vroeg om deel te nemen aan de initiatiefgroep
voor het opzetten van nascholing voor werkplekbegeleiders.
Nora was begin 2007 namelijk coassistent in mijn praktijk.
Enige tijd geleden is er een behoeftepeiling uitgevoerd
onder de werkplekbegeleiders van het coschap
Huisartsgeneeskunde/ Sociale Geneeskunde/
Ouderengeneeskunde. Deze peiling richtte zich, onder
andere, op de behoefte aan ondersteuning bij het geven
van onderwijs op de werkplek. Specifiek: het begeleiden van
coassistenten op de werkplek. Op basis van de resultaten
van de peiling kwamen drie hoofdthema's in beeld voor
het aanbieden van nascholing aan de werkplekbegeleiders
van dit coschap. Allereerst is er behoefte aan inhoudelijke
scholing voor de begeleiding van coassistenten, vooral als het
niet goed loopt. Daarnaast is er behoefte aan training met
betrekking tot feedback geven. Als derde blijkt de beoordeling
van studenten soms ook wel moeilijkheden op te leveren.
Om aan deze behoeftes tegemoet te komen, is het plan
om, aanvullend op de introductiebijeenkomst, drie
scholingsbijeenkomsten van een dagdeel te organiseren.
Elke bijeenkomst zal bestaan uit twee uur intervisie en twee
uur inhoudelijke scholing over een van de eerdergenoemde
thema's. De intervisie zal worden geleid door speciaal
1 mede namens de leden van de initiatiefgroep: Nora Paulke, Miriam
Jansen, Miriam Weijers, Nanda Wolfs, Franca Warmenhoven
daarvoor opgeleide docenten. Hiervoor zullen, onder andere,
facultair begeleiders van het coschap worden ingezet. In kleine
groepen van 10-15 deelnemers zullen werkplekbegeleiders de
gelegenheid krijgen om met elkaar in gesprek te gaan, waarbij
het leren van elkaars ervaringen voorop staat, met de nadruk
op het delen van positieve ervaringen.
Na de intervisie volgt twee uur inhoudelijke scholing over
een specifiek thema. Deze sessies worden verzorgd door een
docent met praktijkervaring en een docent met expertise
op het gebied van medisch onderwijs. Hierbij wordt vooral
gewerkt met casuïstiek uit de praktijk en rollenspellen
in kleinere groepen. Het doel is om zes keer per jaar zo'n
dagdeel te organiseren voor 30 deelnemers per keer: tien
huisartsen, tien specialisten ouderengeneeskunde en 10
sociaal geneeskundigen. In deze opzet zou dit, uitgaande
van het huidige aantal van circa 360 werkplekbegeleiders (!),
betekenen dat iedereen om de twee jaar zo’n geaccrediteerde
nascholing krijgt aangeboden.
We hopen dat huidige en toekomstige werkplekbegeleiders
hiermee hun onderwijsvaardigheden kunnen versterken,
waardoor zij zich nog beter toegerust weten bij de begeleiding
van coassistenten.
10
׉	 7cassandra://Nd6FrL0pS62V25huetnGYlTtbXghyHEFQeWhKAZY5p0A`j dǛFז0?H@e׉E>op één lijn 73
2de uitgave 2023
Internationale samenwerking
Onderwijs op reis
DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM
In 2022 rondde ik mijn promotie aan de School of Health
Professions Education (SHE) af. Omdat ik graag betrokken
wilde blijven bij het opdoen en delen van kennis over
leren en beoordelen op de medische werkplek legde ik
contact met SHE-Collaborates.
SHE-Collaborates (SHEC)1 is onderdeel van School of Health
Professions Education (SHE) van de Universiteit Maastricht
en biedt wereldwijd samenwerking en ondersteuning
bij vraagstukken over het opleiden van studenten en
gezondheidszorg professionals. Daarbij ligt de focus vaak op
implementatie of verbetering van student-gecentreerd leren
en op curriculumontwerp; onderwerpen waar de Universiteit
Maastricht wereldwijd om bekend staat.
En zo kom je dus nog eens ergens.
In Brazilië kon ik zien hoe een razend enthousiast team
van (arts-)docenten en studenten bouwde aan een nieuw
geneeskunde curriculum. Wat me direct opviel was dat
we van elkaar konden leren en dat er geen sprake was
van éénrichtingsverkeer maar van co-creatie. Zo kon
onderwijskundige kennis vanuit Maastricht verweven
worden met Braziliaanse hightech onderwijsmaterialen
en kunnen toekomstige studenten effectief leren en
toetsen met behulp van interactieve digitale anatomische
modellen, levensechte simulaties en serious games spelen in,
bijvoorbeeld, een spoedeisende hulp setting.
In Dubai was het weer heel anders. Daar duurde het
-ondanks de hoge temperaturen- enige tijd voor het ijs
gebroken was en de aanvankelijk formele relatie met
onze opdrachtgevers uitgroeide tot een waardevolle
samenwerking, gebaseerd op vertrouwen. Net als in de
huisartsgeneeskunde kan het een uitdaging zijn om de vraag
achter de ingangsklacht boven water te krijgen. Zo kon het,
dat het aanvankelijke verzoek om hulp bij accreditatie van
een nieuw toetsprogramma, uitmondde in het meedenken
over opzetten van een mentor- en portfoliosysteem.
In Indonesië heeft SHE-Collaborates een jarenlange relatie
met een aantal medische faculteiten. Onze voormalig
vakgroepvoorzitter Job Metsemakers speelde een cruciale
rol bij het opzetten van een leerlijn huisartsgeneeskunde
daar. Dit resulteerde recent in de start van de eerste
huisartsopleiding aan de Universitas Gadjah Mada (UGM)
1 www.maastrichtuniversity.nl/research/she/she-collaborates.
Op het strand met de eerste lichting huisartsen-in-opleiding
aan UGM (in groen) en v.l.n.r. Laury de Jonge, huisartstrainer
Yogi Fitriadi, huisartsopleider en workshop facilitator Lucienne
de Jonge en Geraldine Beaujean, projectmanager vanuit SHEC.
in Yogyakarta. Na een bezoek aan een van de nieuwe
opleidingspraktijken (Puskesmas geheten) met de eerste
lichting van zeven huisartsen-in-opleiding hadden we nog
wat tijd over om samen uit te waaien op het nabijgelegen
strand (foto).
Ook hier was de omgang met andere mores, zoals culturele
achtergronden en hiërarchische verhoudingen, een
prettige uitdaging. Een uitdaging die merkbare, praktische
consequenties kan hebben voor het medisch onderwijs.
Daarom is het voor het bevorderen van een effectief leerwerk
klimaat belangrijk om inzicht te krijgen in de heersende
feedbackcultuur. Voelt een lerende zich vanuit zijn culture
achtergrond veilig genoeg om zijn verbeterpunten te
benoemen en feedback te vragen aan zijn supervisor? Of
voelt het vragen om feedback meer als falen en overheerst
het gevoel om foutloos te moeten presteren?
Om op dit spanningsveld te kunnen anticiperen las ik,
voorafgaand aan een bezoek aan Indonesië, aardig wat
lokale literatuur. Ik nam aan dat de hiërarchische verhouding
een drempel kon zijn voor huisartsen-in-opleiding om
feedback te vragen aan hun opleider. In twee opeenvolgende
workshopsessies met zowel opleiders als huisartsen-inopleiding
bleek dat deze laatsten maar al te graag wilden
leren van en dus feedback vragen aan hun opleider. De
opleider echter had het gevoel dat zijn feedback niet
geaccepteerd zou worden door de huisarts-in-opleiding, die
immers net afgestudeerd was en dus mogelijk meer recente
kennis had. Uit de daaropvolgende discussie bleek maar weer
eens hoe belangrijk het is om je bewust te zijn van je eigen
achtergrond en perspectieven en deze ook te delen. Zo hadden
we aan het eind van de dag allemaal weer wat geleerd.
Wekt dit je interesse en wil je meer weten?
Neem gerust contact op met SHEC.
11
dǛFז0?H@fdǛFז0?H@e{בCט   {u׉׉	 7cassandra://7UbE0OZYBOCba5MZjFHMBHeDJkela3Zo3tNwwF7Qhn8 `׉	 7cassandra://pXzIpJElYDpda_xuZqaVQAQzdvhuJIIkFdOXRIJLsDE`׉	 7cassandra://BGFnGuQd1J_JrB1TCDwEegje05LVzAxAzNZs7WmbGh8CP`j ׉	 7cassandra://yDBJVI4Hy2gTm0fpUPkXuZ3MlRP6K0YfhCI9L--D3sI ͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ ̉9ׁH 2https://palliatievezorg.mumc.nl/onderwijs/pasemecoׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Welkom!
Nieuwe collega's
stellen zich voor
Franca Warmenhoven
SO-docent basisopleiding Geneeskunde
Mijn naam is Franca Warmenhoven.
Ik ben sinds mei als docent
aangesteld binnen de vakgroep
huisartsgeneeskunde. Ik zal mij bezig
gaan houden met de uitvoering en
ontwikkeling van onderwijs binnen het basiscurriculum
geneeskunde en in het bijzonder de ouderengeneeskunde.
Mijn achtergrond ligt in de huisartsgeneeskunde waarvoor ik
in Maastricht ben opgeleid. Nu ben ik niet meer praktiserend
als huisarts. Mijn interesse in de palliatieve zorg heeft
mij gebracht tot een promotieonderzoek aan de Radboud
Universiteit op het onderwerp 'Somberheid in de palliatieve
fase'. Hierna ben ik onderzoek blijven doen in met name de
psychologische en zingevingsdimensie van palliatieve zorg,
waarbij ik me (vanuit het PASEMECO-project)1 ook verdiept
heb in onderwijs over palliatieve zorg in de basiscurricula
geneeskunde in Nederland.
Een andere belangrijke interesse in mijn (werkende) leven,
is 'mindfulness' (naast of als onderdeel van positieve
psychologie en acceptance and commitment training (ACT)).
Ik ben daarvoor als zelfstandige werkzaam als trainer en
opleider, waarbij ik in de afgelopen jaren verschillende
mindfulness interventies (mee) ontwikkeld heb.
Ik breng graag verschillende dingen samen en hoop dat
ook binnen mijn huidige werkplek te kunnen doen. Ik kijk
ernaar uit om nieuwe samenwerkingen aan te gaan om onze
toekomstige dokters op te leiden voor de tijd die voor ons ligt.
Mijn vrije tijd breng ik graag door met mijn gezin (man
Sander, dochtertje Meia van nu 3 jaar en twee honden).
We wandelen graag door het bos en langs de Geul vlakbij
Vilt waar wij wonen. Daarnaast ben ik regelmatig op de
aikidomat te vinden.
1. https://palliatievezorg.mumc.nl/onderwijs/pasemeco
Frederieke van der Mee
AIOTHO
Mijn naam is Frederieke van der
Mee, ik ben 27 jaar en ik woon in
het Brabantse Oisterwijk. Per half
maart ben ik binnen de vakgroep
gestart als AIOTHO op het project De
DiagnostiekBijsluiter.
Na mijn studies Gezondheidswetenschappen en de master
Arts-Klinisch Onderzoeker in Maastricht, heb ik anderhalf
jaar in Tilburg gewerkt als ANIOS Beschouwende Poule (bij de
specialismen Interne Geneeskunde, MDL, Longgeneeskunde
en Geriatrie). Ik kon het Maastrichtse echter niet achter me
laten en per half maart ben ik dan ook teruggekeerd om mijn
promotieonderzoek te combineren met de huisartsopleiding.
Het project De DiagnostiekBijsluiter richt zich op de vraag
hoe we uitslagen van diagnostische testen op een heldere
en begrijpelijke manier voor patiënten kunnen weergeven in
hun online patiëntendossier. Een interessant en uitdagend
project, onder de enthousiaste begeleiding van Jochen Cals
en Jesse Jansen.
Sanne van der Heijden
Management office-assistent
Mijn naam is Sanne van der Heijden
en sinds april gestart als management
office-assistent bij HAG. Na jaren in de
retail te hebben gewerkt was ik klaar
om een nieuwe stap te wagen en een
andere richting in te slaan. Ik ben dan ook heel blij dat de
UM me deze kans heeft gegeven en ik ga die dan ook met
beide handen aangrijpen.
In mijn vrije tijd ben ik druk met mijn gezin dat bestaat uit
mijn vriend Luc en mijn 2 kinderen Mieke van 3 jaar en Ott
van 2 jaar, twee poezen en hondje Plumo.
Genieten van de tijd die we samen hebben en samen met onze
kinderen leuke dingen doen is op dit moment mijn favoriete
hobby. Daarnaast heb ik sinds kort de ingang van de sportschool
weer gevonden waar ik tweemaal per week mijn overgebleven
energie kwijt kan tijdens een intensieve HIIT-training.
12
׉	 7cassandra://BGFnGuQd1J_JrB1TCDwEegje05LVzAxAzNZs7WmbGh8CP`j dǛFז0?H@g׉E2de uitgave 2023
Vera Wolvekamp
Specialist ouderengeneeskunde
Hallo! Mijn naam is Vera
Wolvekamp, 39 jaar en Specialist
ouderengeneeskunde. Sinds kort
ben ik gestart als docent binnen het
basiscurriculum geneeskunde. Naast
de facultair begeleidersrol zal ik komend jaar ook mentor
worden en onderwijs geven over proactieve zorgplanning,
het zorgplan of medicatieveiligheid.
Allemaal onderwerpen waarmee een Specialist
ouderengeneeskunde zich dagelijks bezig houdt. Naast het
docentschap werk ik als behandelaar o.a. in regio Heerlen
in twee verschillende verpleeghuizen. Echte ontspanning
vind ik al jaren op de yogamat, ik doe aan CrossFit voor het
fysieke onderhoud, en met mijn twee jonge dochters fiets
ik graag in het weekend op zoek naar een leuke speeltuin of
een ijsje. Voor de toekomst wens ik meer zichtbaarheid van
mijn mooie vak voor jonge artsen want #thefutureisold.
Denise van den Booren
Medewerker studentzaken
Mijn naam is Denise van den
Booren. Met ingang van 1 april
2023 ben ik gestart als medewerker
studentzaken bij het coschap
huisartsgeneeskunde. Paddy Hinssen
en ik zullen de werkzaamheden betreffende het coschap
huisartsgeneeskunde van Marlies Noevers overnemen.
De afgelopen 4,5 jaar heb ik als bestuurssecretaresse gewerkt
bij de gemeente Vaals. Bij dezelfde gemeente ben ik ook
werkzaam als trouwambtenaar. Verder ben ik In mijn vrije tijd
actief in het geven van bodypump les.
Fabienne Urlings
Junior-onderzoeker
Mijn naam is Fabienne Urlings, 24
jaar oud en sinds juni ’23 ben ik
werkzaam als junior-onderzoeker op
het EBM-project binnen de vakgroep
huisartsgeneeskunde. Bij het EBMproject
wordt er een onderwijsmodule opgezet die
gefocust is op de integratie van evidence-based medicine
binnen de huisartsopleiding.
Ik heb eerst de bachelor Gezondheidswetenschappen
gevolgd, met daarna de masters Healthcare Policy,
Innovation & Management en Human Movement Sciences
in Maastricht. Na het afstuderen was ik nog een tijdje
zoekende met o.a. een tussenhalfjaar fulltime horeca
en de eerste ervaring als onderzoeksassistente bij de
onderzoeksafdeling van cardiologie in het Zuyderland,
maar ondertussen ben ik met veel plezier op deze
plek begonnen!
Mijn vrije tijd breng ik het liefst door met vrienden/familie
en ga ik graag naar festivals/concerten, maar mijn passie
ligt toch wel echt bij reizen en het plannen daarvan. Het
begint dan ook snel weer te kriebelen zodra er geen reis
meer op de planning staat.
WESP-student: Sietse Persoons
Inventarisatie en analyse van
(inter)nationale zorgpaden
voor artrose
BEGELEIDER: RAMON OTTENHEIJM
Vraagstelling
Er zijn diverse (inter)nationale zorgpaden voor artrose, die
echter verschillen van inhoud. Deze discrepantie zorgt voor
onduidelijkheid en mogelijk inefficiënte zorg. Het doel van
dit onderzoek was om een overzicht te maken van deze
zorgpaden, deze te analyseren en aanbevelingen te doen voor
het verbeteren en/of opzetten van effectieve zorgpaden.
Studiedesign
Om zorgpaden voor artrose vanuit een breed perspectief te
kunnen beschouwen is er een explorerende studie uitgevoerd
die bestond uit een systematisch literatuuronderzoek,
een vragenlijstonderzoek (37 respondenten) en twee
klankbordgroepbijeenkomsten met kaderhuisartsen
bewegingsapparaat.
Primair resultaat en conclusie
Er zijn 22 verschillende zorgpaden gevonden, waarvan 14
in Nederland. Dit betrof enkel zorgpaden voor heup- en
knieartrose. Huisartsen, fysiotherapeuten en orthopeden
waren altijd betrokken bij de zorgpaden. Met uitzondering
van de huisarts, was het behandelplan van de overig
betrokken zorgprofessionals vaak niet beschreven. Voor
optimale transparantie, bevorderen van uniformiteit en
hierdoor het verhogen van de kwaliteit van zorg is dit echter
wel wenselijk.
13
op één lijn 73
dǛFז0?H@hdǛFז0?H@g{בCט   {u׉׉	 7cassandra://UqOFCK4Ma8ud3c11YZEPkRjTOkWXDBFxXAKpqFPq8ic X9`׉	 7cassandra://_ZOornWn9qzrMZF7Z0ajsWR4FJuSDnagAxmcWVXX-ro`׉	 7cassandra://yNApoutrZGtiImGUyVEUvhe7H_uKqan9HE5jXYqqlRMJ``j ׉	 7cassandra://KmcqmWQoAVQdJKDiaQCueV7Lx3aeWfdSOt4R_XRBAnA ]0͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ 0~9ׁHhttp://www.lnvh.nl/dwsׁׁЈנdǛFז0?H@ HhB9ׁHhttp://www.verenso.nl/overׁׁЈנdǛFז0?H@ K>9ׁH 5https://cris.maastrichtuniversity.nl/en/publications/ׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Promotie Esther Boudewijns
Ziektelastmeter
voor Chronische
Aandoeningen
DOOR EEFJE DE BONT, HUISARTSREDACTIELID
Stelling: ‘De Ziektelastmeter kan helpen in de
verschuiving van gestandaardiseerde zorg naar
persoonsgerichte zorg, die meer in lijn is met wensen en
voorkeuren van de individuele patiënt.’
Op donderdag 15 juni verdedigde Esther Boudewijns haar
proefschrift getiteld ‘Optimising care for people with
chronic conditions: - The Assessment of Burden of Chronic
Conditions tool’.
Samen met promotoren Onno van Schayck en Manuela Joore
en copromotor Annerika Gidding-Slok concludeerde ze dat de
Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen een valide
en betrouwbaar instrument is om ziektelast te meten en
leidt tot betere zorg.
Voorafgaand aan haar promotie vond een symposium
plaats waarin door patiënten, zorgverleners,
zorgverzekeraars en Maarten van Ooijen, staatssecretaris
van VWS gereflecteerd werd op het belang van de
Ziektelastmeter in de dagelijkse praktijk.
Chronische aandoeningen
Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking heeft
een chronische aandoening, en het is de verwachting
dat dit aantal zal stijgen als gevolg van de toenemende
levensverwachting en ongezonde levensstijlen. Het leveren
van goede kwaliteitszorg aan deze groeiende groep mensen
vormt een uitdaging. Gelukkig zijn de meeste mensen het
eens over de essentiële elementen die in deze zorg moeten
worden opgenomen, zoals voorgesteld in het 'patiëntgerichte
zorgmodel' en het 'Chronische Zorgmodel'. Door te streven
naar een meer patiëntgerichte aanpak kunnen we een betere
kwaliteit van zorg bereiken voor deze groeiende populatie.
De ziektelastmeter
Eerder promotieonderzoek van Annerika Gidding-Slok liet
zien dat gebruik van de Ziektelastmeter COPD, ontwikkeld
om deze patiëntgerichte aanpak in de praktijk te kunnen
brengen, leidt tot een significant verbeterde kwaliteit van
leven en ervaren kwaliteit van zorg in vergelijking met de
controlegroep. De ziektelastmeter COPD werd om die reden
nationaal geïmplementeerd in onze richtlijnen, maar er
werd ook besloten om de Ziektelastmeter uit te breiden
naar een tool die ook toepasbaar is voor mensen met
andere chronische aandoeningen: de Ziektelastmeter voor
Chronische Aandoeningen.
14
De Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen is
een opvolger van de Ziektelastmeter COPD. Deze tool kan
worden gebruikt tijdens het consult tussen de patiënt en de
zorgverlener. De Ziektelastmeter biedt zowel de zorgverlener
als de patiënt inzicht in de belangrijkste factoren die de
ziektelast van de patiënt beïnvloeden, door middel van een
ballonnenschema. Het richt zich op de fysieke, emotionele en/
of sociale aspecten die een rol spelen bij de ervaren ziektelast.
Bovendien kan de Ziektelastmeter ondersteuning bieden bij
gezamenlijke besluitvorming en het stellen van doelen.
Onderzoek
Esther en haar team voerden drie studies uit waarmee
ze de ziektelastmeter ontwikkelde en evalueerde. In het
eerste deel werd de ziektelastmeter met zorgverleners en
patiënten ontwikkeld door middel van literatuuronderzoek,
kwalitatief onderzoek en expertmeetings. Vervolgens
werd de validiteit en betrouwbaarheid onderzocht.
Oftewel: meet de ziektelastmeter daadwerkelijk
ziektelast en doet het dat consequent? Het derde deel
was een pragmatisch, geclusterd, quasi-experimenteel
design. De studiepopulatie bestond uit patiënten
met COPD, astma, type 2 diabetes, en/of hartfalen.
De Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen is
geïmplementeerd in twee huisartsinformatiesystemen
in Nederland. Huisartsenpraktijken met toegang tot
de Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen
kwamen in de interventiegroep en huisartsenpraktijken
zonder toegang kwamen in de controlegroep. De
interventiegroep gebruikte de Ziektelastmeter voor
Chronische Aandoeningen tijdens de reguliere bezoeken en
de controlegroep ontving gebruikelijke zorg. De primaire
uitkomst was een verandering in ervaren kwaliteit van zorg,
wat gemeten werd met de Patient Assessment of Chronic
Illness Care (PACIC), in vergelijking met gebruikelijke zorg,
na 18 maanden. In totaal namen 55 huisartsenpraktijken
deel aan de studie, waarvan er 41 deelnamen in de
interventiegroep en 14 in de controlegroep. Zorgverleners
in de interventiegroep en de controlegroep includeerden
respectievelijk 176 en 61 patiënten. Esther vond een
significant effect van de Ziektelastmeter voor Chronische
Aandoeningen op ervaren kwaliteit van zorg voor de totale
groep na 6, 12, en 18 maanden. Na 18 maanden vonden
ze ook een significant effect van de Ziektelastmeter voor
Chronische Aandoeningen op patiëntactivatie voor de hele
groep, maar niet voor type 2 diabetes. Er werden geen
significante effecten gevonden voor kwaliteit van leven.
׉	 7cassandra://yNApoutrZGtiImGUyVEUvhe7H_uKqan9HE5jXYqqlRMJ``j dǛFז0?H@i׉E2de uitgave 2023
• Richtlijnen en standaarden: Neem de Ziektelastmeter
voor Chronische Aandoeningen op in de NHG-richtlijnen
en zorgstandaarden.
• Communicatie: Maak de Ziektelastmeter voor Chronische
Aandoeningen bekend bij patiënten, zorgverleners en
andere gebruikers.
• Scholing: Zorg voor scholing van zowel patiënten als
zorgverleners in het werken met de Ziektelastmeter
voor Chronische Aandoeningen. Pas indien mogelijk de
bestaande nascholing over de Ziektelastmeter COPD aan.
de ziektelastmeter
• ICT: Integreer de Ziektelastmeter voor Chronische
Aandoeningen in informatiesystemen en zorg ervoor
dat de resultaten kunnen worden toegevoegd aan het
patiëntendossier.
Aanbevelingen voor de praktijk
Het onderzoek liet zien dat de Ziektelastmeter voor
Chronische Aandoeningen valide en betrouwbaar is.
Bovendien waren er significante effecten op de ervaren
kwaliteit van zorg, evenals op de mate van patiëntactivatie.
Gezien het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van
de Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen en de
goede aansluiting bij de maatschappelijke ontwikkelingen
op het gebied van zorg voor mensen met chronische
aandoeningen, is het aan te bevelen om de Ziektelastmeter
te implementeren in de dagelijkse praktijk. Daarbij zijn de
volgende stappen van belang:
• Zorginkoop: Stimuleer zorgverzekeraars om de
Ziektelastmeter op te nemen in de inkoopvoorwaarden.
Door deze aanbevelingen op te volgen, kan de
Ziektelastmeter voor Chronische Aandoeningen breed
worden toegepast en de zorg voor mensen met chronische
aandoeningen verder worden verbeterd.
Het proefschrift is te vinden op:
https://cris.maastrichtuniversity.nl/en/publications/
optimising-care-for-people-with-chronic-conditions-theassessment
In
de prijzen
Verenso-beurs voor Jessica Ruisch
Op het Verenso-congres van 1 juni heeft aioto
Ouderengeneeskunde Jessica Ruisch de Verenso-beurs
2023 van €10.000 gewonnen voor haar promotieonderzoek
‘Ervaren zorglast en morele dilemma’s bij zorgteams,
gerelateerd aan de zorg voor getraumatiseerde mensen met
dementie’, kortweg de TRADE-studie.
‘Dit onderzoek is een relevant en nog onontgonnen
onderwerp is voor het specialisme ouderengeneeskunde.
De verbinding aan een breder onderzoek naar Trauma en
Dementie geeft de mogelijkheid verdieping aan te brengen
en kennis te ontwikkelen over dementie en PTSS, zorglast en
morele dilemma’s’.
Bron: www.verenso.nl/over-verenso/vereniging/beurs/beurs-2023
Eefje de Bont wint ‘Distuinguished Woman
Scientist Fund’
“Trots op onze huisarts-onderzoeker Eefje de Bont die
maandag de een van de LNVH-beurzen in ontvangst mag
nemen. Laureaten kunnen hiermee een deel van een
onderzoeksverblijf in het buitenland financieren.
Alle laureaten maakten een korte video waarin ze hun
onderzoek, hun reisplannen en het belang van een beurs
als DWSF verder toelichten. Eefje gaat naar collegae in
Oxford om haar baanbrekende werk op het gebied van
urineweginfectie diagnostiek in de eerstelijn voort te zetten.”
(Jochen Cals, hoogleraar)
Bron: www.lnvh.nl/dws-fund
15
op één lijn 73
dǛFז0?H@jdǛFז0?H@i{בCט   {u׉׉	 7cassandra://i4Lv0n0NRKrVnut-WSsSiQ41y8FDhVZrAdWamR_CqtA ݛ`׉	 7cassandra://S6BtVb88jXo6QY24DaGaNBoH2rUpRKDBw85kgvdBiIo`׉	 7cassandra://nPjks30aNVkxD55ORuloOsn0gvra59UEO_q4uKxOSpsAu`j ׉	 7cassandra://lUoENfkACp-Kqt-HY6WUzusDHG02Uq6-IFjS-cE9RCw G>&͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@  9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈנdǛFז0?H@ 
9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈנdǛFז0?H@ t9ׁHhttp://www.witteraven.orgׁׁЈ׉Eqop één lijn 73
2de uitgave 2023
CAPHRI-dag 2023
Science in
Transition
DOOR MARK SPIGT, UNIVERSITAIR HOOFDDOCENT
HAG-delegatie op de CAPHRI-dag
Het onderzoek binnen huisartsgeneeskunde is
ondergebracht bij onderzoeksinstituut CAPHRI
(Care and Public Health Research Institute). Naast
huisartsgeneeskunde zitten ook onderzoekers
van bijvoorbeeld de vakgroepen Epidemiologie en
Gezondheidsbevordering bij CAPHRI.1 De jaarlijkse CAPHRIdag
was de laatste jaren steeds in Chateau St Gerlach.
Het thema van dit jaar was ‘Scientist in transition’.
Het doel van de beweging ‘Science in Transition’2 is om
veranderingen teweeg te brengen in de manier waarop
wetenschap wordt uitgevoerd en beoordeeld. Zij pleit voor
een meer holistische en verantwoordelijke benadering van
wetenschappelijk onderzoek, waarbij de focus niet alleen
ligt op publicaties en citaties, maar ook op maatschappelijke
relevantie, samenwerking, transparantie en ethiek. ‘Science
in Transition’ wil het wetenschappelijk systeem verbeteren
en aanpassen aan de behoeften van de samenleving,
met als doel om de betrouwbaarheid en impact van
wetenschappelijke kennis te vergroten.
Het belang van #OpenAccess, #ErkenningEnWaarderen,
#Burgerwetenschap en het bewustzijn waarom en voor wie
we onderzoek doen, werd gepresenteerd door Prof. Frank
Miedema en Dr. Lotte Krabbenborg. Het liet zien dat de
wetenschap worstelt met de relatie met de samenleving.
Hoe meet je bijvoorbeeld de kwaliteit van ons onderzoek?
Jarenlang hadden we de impactfactoren van de tijdschriften
waarin we publiceren, maar hoe relevant is dat voor de
samenleving? En hoe en wie bepaalt welk onderzoek wél
gefinancierd wordt en welk onderzoek niet? Moet dat bij
de wetenschappers zelf liggen, of kunnen beleidsmakers en
patiënten hier ook bepalend in zijn?
Dit zijn zeer belangrijke thema’s waarbij de positionering
van wetenschappers in dit debat cruciaal is. Het raakt aan de
fundamenten van onze universiteiten: wat is wetenschappelijke
onafhankelijkheid en hoe belangrijk vinden dat?
De ‘Science in transition’ beweging is goed op dreef.
Als wetenschappers hebben we er op vele vlakken al
mee te maken. Voor ons als huisartsgeneeskunde is het
1 www.maastrichtuniversity.nl/research/care-and-public-healthresearch-institute
2
https://scienceintransition.nl/over-science-in-transition
vanzelfsprekend om huisartsen en patiënten te betrekken bij
de opzet van ons onderzoek. Voor andere onderzoekers, zoals
onderzoekers die met DNA, cellen, virussen et cetera bezig
zijn, lijkt het lastiger om mee te gaan in deze beweging. In
ieder geval is de discussie nuttig en daarom goed om op de
CAPHRI-dag alle onderzoekers hierover te informeren.
Tijdens en na de lunch was er uitgebreid gelegenheid om
het onderzoek dat binnen CAPHRI plaatsvindt te bekijken
tijdens de PhD-postersessie. De talrijke posters illustreerden
dat binnen CAPHRI niet alleen onderzoek wordt gedaan
naar primaire zorg en volksgezondheid, maar ook naar
bijvoorbeeld fundamenteel biomedisch onderzoek of
gespecialiseerd klinisch onderzoek.
Tijdens de middagworkshops werden theorie en praktijk
verbonden door verschillende workshops: effectieve
wetenschapscommunicatie, het hanteren van #FAIRgegevens,
betrokkenheid bij burgerwetenschap en
verantwoord promovendi begeleiden. Ondergetekende
was aanwezig bij deze laatstgenoemde workshop.
Promotores en promovendi deelden hun ervaringen over
hoe je een rolmodel kunt zijn voor je promovendus als
het gaat om het beoefenen van eerlijke, open en
gedegen wetenschap.
Een punt dat door alle aanwezigen werd benadrukt, was
bijvoorbeeld het belang van het adequaat positioneren van
je onderzoek binnen de internationale literatuur. Zowel
impliciet (waarom is dit van belang?) als expliciet (structuur
van inleiding en discussie) wordt daar veel aandacht aan
besteed. Maar ook een thema als hoe informeel ga je
om met je promovendi? Ben je een baas op afstand, of is
het nuttig om informeel contact te stimuleren en zo de
promovendus te stimuleren zijn privébeslommeringen of de
worstelingen binnen het wetenschapsproces met je te delen.
Al met al een nuttige workshop dus, met veel nuttige takehome-messages.
Tot
slot werd de dag afgesloten met een prijsuitreiking,
waarbij Lisanne Steijvers de CAPHRI Poster Award ontving
en Dr. Anne van den Bulck de CAPHRI Dissertatieprijs heeft
gewonnen.
Het was dus een informele en zeer inspirerende dag; zeker
de moeite waard om volgend jaar weer bij te wonen.
16
׉	 7cassandra://nPjks30aNVkxD55ORuloOsn0gvra59UEO_q4uKxOSpsAu`j dǛFז0?H@k׉Ew2de uitgave 2023
Onuitstaanbaar Onverklaarde Klachten
Denk mee met de Witte Raven.
Wat is het goede antwoord?
DOOR PAUL HÖPPENER, HUISARTS NP
De nu 60-jarige mevrouw G. kreeg 5 jaar geleden ernstige
gezondheidsklachten. Daarvoor was zij altijd gezond
en functioneerde zij goed als docent Engels aan een
middelbare school. Hieronder een samenvatting van de
relevante feiten uit haar medisch dossier.
Voorgeschiedenis
2017
2018
De Witte Raven Groep is een werkgroep
van huisartsen, opgericht in 2016, die
zich richt op het zoeken naar de oorzaak
van Onuitstaanbaar Onverklaarde
Klachten (OOK), in de veronderstelling
dat het kan gaan om een zeldzame
Autoimmuunthyreoiditis behandeld met suppletie
(geen verdere gegevens). Behandeld met een
onderhoudsdosis Levothyroxine. Jaarlijkse controle.
Orale lichen planus. Ondanks behandeling met
prednison en azathioprine bleef zij last houden van
erosies van het mondslijmvlies en de lippen.
2020-02 Erythemateuze, schilferende plaques op de onderste
ledematen die geleidelijk uitbreidden naar de romp
en bovenste ledematen. Topische steroïden waren
niet effectief. Huidbiopten toonden een lichenoid
interface dermatitis en interface dermatitis.
2020-04 Verwijzing naar internist.
Lichamelijk onderzoek: bekende huidafwijkingen,
verder g.b. Goede fysieke toestand.
Lab: milde leucocytose; licht verhoogde aspartaat
transaminase. Autoantilichamen, waaronder
acetylcholinereceptor autoantilichaam en
anticardiolipine IgM, waren verhoogd. Normale TSH,
FT3 en FT4.
2023-01 Conditie holt laatste maand achteruit. 4 maanden
geleden heeft zij zich ziekgemeld. Nu komt ze op het
spreekuur van de huisarts: ‘Het gaat niet goed’.
Ze heeft klachten van dysfagie, droge hoest,
dyspneu bij inspanning, heesheid, gewichtsverlies
van 8kg en verminderde eetlust. De huidafwijkingen
blijven onveranderd aanwezig.
Verwijzing naar internist
De huisarts had al eerder een OOK-gevoel: er was nooit een
oorzaak gevonden voor de hypothyreoïdie en de nog steeds
bestaande ernstige huidaandoening. Zij verwijst mevrouw G.
met spoed naar de internist voor verder onderzoek.
De internist komt -op basis van de hele voorgeschiedenis- na
fysisch diagnostisch onderzoek en een CT-scan snel tot een
diagnose en een behandelplan.
ziekte of een zeldzaam verschijnsel. Verwijzing van casuïstiek
loopt via de eigen huisarts. De Witte Raven hebben een
eigen zoekstrategie ontwikkeld en maken gebruik van
vier zoekmachines. Naast het uitzoeken van casuïstiek
richt de Witte Raven werkgroep zich op het nascholen van
huisartsen en het delen van hun kennis.
Voor meer informatie en voor aanmelding van een casus of
aanvraag van een nascholing voor huisartsen kijk op onze
website: www.witteraven.org.
Na een operatieve ingreep en met aangepaste medicatie is
de gezondheidstoestand van mevrouw B in enkele maanden
aanzienlijk verbeterd. Eind goed, al goed.
Mogelijk had de huisarts na een gestructureerd zoekactie op
internet al eerder tot een mogelijke diagnose kunnen komen,
zodat de patiënt eerder was verwezen.
Graag uw diagnose.
Mail naar op1lijn@maastrichtuniversity.nl
Stroomdiagram zoekmethode
www.witteraven.org
De oplossing van de vorige keer was:
‘Becker spierdystrofie’.
Meer weten? Stel dan deze vraag aan ChatGPT:
‘Geef uitleg aan arts over Becker musculaire dystrofie
waarbij ook hartklachten’.
We kregen een e-mail met de juiste diagnose van:
Renate Bongers, huisarts en bestuurder HACo West.
17
op één lijn 73
dǛFז0?H@ldǛFז0?H@k{בCט   {u׉׉	 7cassandra://4n0TqdOSGMLipEcL7y1-vqaPYogAUeYLuGzQrYe8_Oo M`׉	 7cassandra://GhEAJqR6gDTVcuh7oh-S7TLX4zRr9iJLHhBi3bz8Tbw`׉	 7cassandra://nrVays-POEUSUMr-0FrolSSJVLQ9qIq3Tny60B7V1iID`j ׉	 7cassandra://IvCe20_iW3JTMU8LxMKnaU_DjKFFrlEoH8iIu7pBKqU IQ͠	dǛFז0?H@׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Opleiding Ouderengeneeskunde
Generaties
DOOR MARIËLLE VAN DER VELDEN-DAAMEN, HOOFD
OPLEIDING OUDERENGENEESKUNDE
Generatieverschillen, generatiekloof, intergenerationeel:
het is van alle tijden. Daar waar jongeren, volwassen en
ouderen elkaar ontmoeten, hebben we te maken met
verschillende generaties. Gelukkig wordt dit meestal als
iets positiefs ervaren. Zo was ik begin juli op het Oud
Limburgs Schuttersfeest in Born (OLS), waar steeds meer
jongeren een oude traditie in ere houden. Het weekend
erna bevond ik me onder de festivalgangers op Bospop
(uiteraard jammer van de laatste dag die werd afgelast
vanwege het weer) waar jongeren, volwassenen en
ouderen van dezelfde muziek genieten. Jonge meiden
zongen zelfs alle liedjes mee van ‘mijn Koen’ (Clouseau).
Als we echter naar werkrelaties kijken, dan lijkt ‘samen’ toch
vaak een ander verhaal. Hoe komt dat toch? Onderzoek van
verschillende generaties leert dat elke generatie zijn eigen
kernmerken heeft. Zo heeft generatie X (geboren tussen
1956 en 1970) behoefte aan face tot face contact en vinden
ze een goede werk-privé balans belangrijk. De Xennial
(geboren tussen 1971 en 1985) is de laatste generatie die
zonder internet is opgegroeid. Generatie Y (geboren tussen
1986 en 2000) wil uitdaging en voldoening halen uit haar
werk en heeft niet zo veel met autoriteit. Tot slot generatie
Z (geboren tussen 2000 en 2015) is sneller verveeld, moet
uitgedaagd worden en zoekt een passende werkgever.
Het is dan ook niet zo gek om eens stil te staan bij
wat dit nu betekent op de werkvloer. Voor ons is de
werkvloer natuurlijk het opleidingsinstituut, voor de
opleiders het verpleeghuis en voor de aios beide. Het
onderwerp ‘intergenerationeel opleiden’ stond de laatste
afstemmingsdag voor opleiders, met een gezamenlijk
programma met de aios, op de agenda. Juliette OomesHuynen,
trainer van Maastricht UMC+ Academie, praatte
ons bij over de kenmerken van de verschillende generaties.
De een herkende zich meer in de kenmerken van zijn
generatie dan de ander, maar over het algemeen klopten
de beschrijvingen wel. We werden uitgedaagd om vanuit
het perspectief van een andere generatie met elkaar te
discussiëren over een casus.
Het was vooral leuk en leerzaam om dit samen met opleiders
en aios te doen. Want ook wij (staf/docenten) hebben soms
de neiging om vanuit onze eigen normen en waarden,
passend bij onze generatie, te kijken naar de aios. Door kennis
te hebben van de verschillende generaties en hun specifieke
kenmerken en door het gesprek met elkaar aan te gaan,
ontstaat er veel meer begrip voor elkaar. Dit leidt uiteindelijk
tot beter samenwerken en, in ons geval, succesvoller
opleiden. In ieder geval hebben we de eerste stap gezet.
Dus: ga vooral op zoek naar elkaars verschillen,
overeenkomsten en kwaliteiten. Dan weet ik zeker dat we op
de werkvloer het werken met verschillende generaties ook als
iets positiefs gaan ervaren. Tot slot: wees voorbereid, want
generatie Alfa komt eraan….
18
׉	 7cassandra://nrVays-POEUSUMr-0FrolSSJVLQ9qIq3Tny60B7V1iID`j dǛFז0?H@m׉EWop één lijn 73
2de uitgave 2023
Verenso-congres
Duurzame
ouderengeneeskunde
DOOR ANNE WINKENS, AIOS JAAR 1 OPLEIDING OUDERENGENEESKUNDE MAASTRICHT
Afgelopen 1 juni was het weer zover: het jaarlijkse
fysieke Verenso-congres. Deze editie stond in het teken
van duurzaamheid: duurzame zorg, duurzaam werken,
maar vooral: duurzaam zijn voor jezelf. Een inspirerende
opening door Jacqueline de Groot, voorzitter van Verenso,
met daarin een korte kennismaking door én voor het
aanwezige publiek, maakte al snel duidelijk dat die derde
optie binnen de ouderengeneeskunde niet enkel bij mooie
woorden blijft. Bewust of onbewust, onze werkomgeving
zal de komende jaren flink gaan veranderen. Of je nu net
begint of al langer in het vak zit, de toekomst lijkt gericht
op aanpassing. Naast een sterke vertegenwoordiging van
aios, waren er ook echte ouwe rotten in het vak aanwezig,
waarvan een enkeling met meer dan 40 jaar werkervaring.
Tegelijkertijd was het van meet af aan duidelijk: de
komende jaren zal er in ons vakgebied, hoe dan ook,
een hoop gaan veranderen. Het is belangrijk dat we als
beroepsgroep blijven meedenken en onszelf durven te
ontwikkelen.
Na de opening werd gesproken over verwachtingen voor
de toekomst, met daarop aansluitend een presentatie van
de Klimaatdokter. Na een korte pauze was het tijd voor
verdere verdieping. Met de optie van vijf verschillende
parallelprogramma’s was er voor ieder wat wils. Er
was voldoende ruimte voor intercollegiale discussie,
kritisch debat en zowel vakgerelateerde als uitbreidende
kennisontwikkeling. En, volledig in het kader van
duurzaamheid, was er voldoende pauze; dit jaar niet alleen
met een uitgebreide lunch en ijs, maar zelfs met (nonalcoholische)
cocktailbar. Dus aan goede zorgen voor de
inwendige mens op dit congres geen gebrek.
Extra goed nieuws was er ook in de ALV, waarin onze eigen
AIOTO Jessica Ruisch de Verenso-beurs voor haar onderzoek
wist te bemachtigen. Verder kwam in deze ALV uiteraard het
thema duurzaamheid uitgebreid aan bod. Verdere uitdieping
hiervan volgde in nog een ronde workshops en presentaties,
met ook hier opnieuw ruimte voor eigen inbreng en discussie.
Het congres werd daarna afgesloten met, verrassend genoeg,
een eindpresentatie in de vorm van een dansfeestje: hoewel
geen wonderpil, toch zeker een oppeppend einde van een
interessante en verrijkende dag.
Al met al kan het congres als goed geslaagd genoemd
worden. Ondanks het zonnige weer, wemelde het in de
congreshal van de vakgenoten die het gesprek met elkaar
aangingen. De energie in de zalen en op de podia loog er niet
om: ons vak is nodig; en, hoewel de toekomst er niet altijd
even rooskleurig uitziet, zijn er nog zoveel mogelijkheden
die wij als (aankomend) specialisten ouderengeneeskunde
kunnen bieden. De basis ligt er – nu de verdere invulling nog.
Aan ons de taak om daar zo duurzaam mogelijk mee om te
gaan. Stof tot nadenken!
19
dǛFז0?H@ndǛFז0?H@m{בCט   {u׉׉	 7cassandra://mhQpsZ-kNlDUoL8we7N6k_bEoLri814swixnET-AEjo @]`׉	 7cassandra://tyj4WpbmHIYrJ0lcOUuO02Ci44bJIscyRYJZxUCB9hY>`׉	 7cassandra://ULn_u8KNeGRhJvMFZwP-F837ZMQkTt9hMMpVscUK0gYC`j ׉	 7cassandra://aw2F2F0YbdVSXF1CiZsor23fbdtm4ax_g2ViwffQp-Q Bo&͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ -g9ׁHhttp://www.sboh.nl/nieuws/98ׁׁЈנdǛFז0?H@ ̉:9ׁH )http://www.huisartsopleiding.nl/opleidersׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Opleiding (tot specialist) Ouderengeneeskunde
Het aantal aios
groeit!
DOOR BABETTE DOORN, PROJECTMANAGER
Sollicitaties
In mei waren de selectiedagen voor nieuwe aios die
in september 2024 kunnen starten. We hebben maar
liefst 15 aios geschikt bevonden! Van hen starten 13 aios
met de opleiding per september in Maastricht. Eén aios
gaat het landelijk verkorte traject in, maar volgt wel de
praktijkopleiding in onze regio. We zijn blij met deze grote
en gevarieerde groep nieuwe aios.
Docententeam
Het docententeam ziet elkaar bijna elke vrijdag op de
terugkomdag in Maastricht. Hierdoor is er geregeld
allerlei overleg mogelijk naast het reguliere onderwijs.
Docentprofessionalisering via de LED-opleiding1 gebeurt
gefaseerd. Kris Wouters en Elian Gorissen-Douven hebben de
basisopleiding al afgerond. Kirsten Friedrich en Janine Buttolo
zijn net gestart. Daarnaast heeft SO-docent René Beaumont
recent de Kaderopleiding Palliatieve Zorg afgerond.
Opleiders
Met het aantal aios neemt ook het aantal opleiders toe.
Als instituut kunnen we zelf nieuwe opleiders visiteren en
laten erkennen via de RGS. Een aantal keren per jaar zijn er
afstemmingsdagen met de opleiders van aios uit jaar 1 en jaar
3. Daarnaast zijn er dagen waarop ook de stagebegeleiders
uit jaar 2 mogen aanschuiven, zoals laatst op 23 juni. Die dag
zaten we met alle aios die onderwijs hadden en de opleiders
extern, zodat we in de middag samen konden lunchen en
aansluitend een gezamenlijk middagprogramma hadden.
Hierover schreef het hoofd al op pagina 18.
Heidag hoofden
In mei was de landelijke heidag van de hoofden van de
vijf instituten Ouderengeneeskunde in Maastricht. Hoofd
Mariëlle van der Velden-Daamen had in de middag een
fietsuitje bedacht, in de Limburgse heuvels. Stel je voor
dat je dan steil omhoog klimt en al uithijgend uitkijkt op….
Ave Maria, een zorgcentrum in Geulle. Gelukkig waren de
gasten verder heel tevreden over de heidag in het mooie
Vaeshartelt.
Nieuwe LOP
Het lijkt wel alsof alle opleidingen tegelijk
worden vernieuwd: de opleiding Geneeskunde, de
1 . www.huisartsopleiding.nl/opleiders-docenten/led-opleidingen/
led-basisopleiding/
Huisartsopleiding en nu ook de Ouderengeneeskunde
krijgt een nieuw Landelijk Opleidings Plan (LOP). Beide
vernieuwde vervolgopleidingen kregen groen licht van het
College Geneeskundige Specialismen (CGS). De intentie
is dat het nieuwe LOP ingaat per 1 september 2024. Er is
dus veel werk aan de winkel om de implementatie voor te
bereiden. Hiervoor worden allerlei commissies gevormd
waarin Maastricht ook goed vertegenwoordigd zal zijn.
Onderzoek2 salarisverschillen afgerond
‘Het onafhankelijke vergelijkingsonderzoek naar het
salaris en andere arbeidsvoorwaarden van alle artsen
in opleiding tot specialist (aios) en basisartsen is
afgerond. Aios werkzaam in ziekenhuizen, umc’s en
de ggz-sector ontvangen aanmerkelijk meer salaris,
vakantietoeslag en eindejaarsuitkering dan aios buiten
het ziekenhuis zoals voor de opleidingen tot huisarts,
specialist ouderengeneeskunde, jeugdarts, verslavings- en
vertrouwensarts. Dat maakt de overstap van basisartsen
naar een specialistenopleiding buiten het ziekenhuis
minder aantrekkelijk.’ (bron: SBOH)
De inkomensterugval ligt tussen de € 571 en € 2.552
bruto per maand wanneer wordt gestart met een
vervolgopleiding via SBOH. Deze inkomensterugval is
het gevolg van een lager basissalaris en het niet volledig
meenemen van ervaringsjaren bij SBOH.
De inkomensval werkt daarmee een situatie van
ongewenste concurrentie in de hand. Hierover is inmiddels
een brandbrief naar de Minister gestuurd.
Volgende afstuderen
Op 29 september studeren weer vier aios af als Specialist
Ouderengeneeskunde. Twee aios van de allereerste
lichting, te weten Katerina Skarlatou en Joey Jansen.
Daarnaast studeren Esther Jacobs en Yvonne Soethoudt af.
Zij zijn voormalig internisten en studeren nu eerder af na
verkorting van de opleiding wegens het behalen van alle
vereiste competenties.
2 www.sboh.nl/nieuws/98-nieuws-startpagina/952-sboh-start-onderzoeknaar-salarisverschillen-artsen-in-opleiding
20
׉	 7cassandra://ULn_u8KNeGRhJvMFZwP-F837ZMQkTt9hMMpVscUK0gYC`j dǛFז0?H@o׉EUit het hoofd
Maastricht blijft
in Eindhoven
DOOR MATTHIJS LIMPENS, HOOFD HUISARTSOPLEIDING
MAASTRICHT
Huisartsopleiding Nijmegen stopt per 1 december
2024 met het terugkomdag-onderwijs voor aios in
Eindhoven. Met dit besluit komt er ook een eind aan de
samenwerking tussen de opleidingen van Maastricht en
Nijmegen op de opleidingslocatie Eindhoven. Maastricht
blijft in Eindhoven.
Onze visie: één opleiding, twee locaties.
Nijmegen stelt vast dat zij de doelstellingen en hun visie
op opleiden in Eindhoven niet kunnen blijven waarmaken.
Een belangrijk aspect van hun aios- en opleiderscurriculum
is het keuzeonderwijs. Op de onderwijslocatie in Eindhoven
zijn te weinig aios en opleiders van Nijmegen om het
keuzeonderwijs te kunnen blijven garanderen.
Naast inhoudelijke argumenten spelen ook de relatief hoge
kosten van huisvesting een rol. Het huidige huurcontract
loopt af, wat aanleiding gaf om nog eens eerlijk en kritisch
te kijken naar waarom ze actief zijn in Eindhoven. Tenslotte
is de landelijke samenwerking mee gewogen: alle instituten
werken samen om voor heel Nederland voldoende
toekomstige huisartsen te leveren. De Huisartsopleiding
Maastricht heeft belang bij een stevige locatie in Eindhoven.
Onze Maastrichtse visie is: ‘Eén opleiding, twee locaties’
en leiden we huisartsen in Eindhoven en in Maastricht op.
Wij blijven in Eindhoven ons volledige curriculum, inclusief
keuzeonderwijs, aanbieden.
In 2017 luidde onze visie over opleiden in Eindhoven:
“We streven naar een tweede opleidingslocatie van
huisartsopleiding Maastricht (voor de regio Limburg/
Zuidoost Brabant), gebruikmakend van de mogelijkheden
die de regio biedt en een waar mogelijk evenwichtige
verdeling van opleidingsplekken. Maastricht wil een
structurele aanwezigheid van aios en opleiders in de
opleidingslocatie Eindhoven. De tweede locatie ligt
verankerd in een gezamenlijk optrekken en samenwerken
en afstemmen met huisartsopleiding Nijmegen. Een
gezamenlijke huisvesting is gerealiseerd”.
De samenwerking tussen Maastricht en Nijmegen is,
ondanks goede intenties van beide opleidingsinstituten,
helaas onvoldoende van de grond gekomen.
Beide opleidingslocaties zijn gelijkwaardig en hebben
elkaar nodig. We leiden op uit een gezamenlijke visie en zes
kernwaarden: PASSIE.
Pragmatiek
Binnen de huisartsopleiding Maastricht heerst een
gezamenlijke ‘pragmatische’ identiteit met korte lijnen op
beide locaties. Uitvoering en ontwikkeling van onderwijs
zijn sterk aan elkaar gekoppeld. Het onderwijs blijft op deze
manier dicht bij de praktijk.
Autonomie
Om bevlogen onderwijs te kunnen geven, hechten we
op beide locaties veel waarde aan de autonomie van de
docenten. Het zelf kunnen aanvullen van vooraf ontwikkeld
onderwijs, wordt door de docenten als waardevol ervaren.
We blijven daarbij alert dat de vastgestelde leerdoelen
behaald worden.
Samenwerking
Er is een sterke teamgeest waarbinnen ervaringen
laagdrempelig en frequent gedeeld worden. We zijn er ‘voor
en door’ onze regio (Limburg/Zuidoost Brabant). Om dit te
verwezenlijken, bedienen we de regio met twee locaties.
In onze organisatie heerst een goede deelcultuur. Tijdens
informele ontmoetingen worden vele ervaringen gedeeld.
Zelf ontdekte pareltjes van onderwijs worden, bijvoorbeeld,
uitgewisseld. Daarnaast zien we graag dat die pareltjes
ook in regulier docentenoverleg worden ingebracht. Verder
vinden er op beide locaties intervisiegroepen plaats voor
de docenten. Twee keer per jaar vindt er een gezamenlijk
jaaroverleg plaats op de stafdagen waarbij de docenten van
beide locaties hun ideeën uitwisselen over het onderwijs en
de organisatie van het jaar waarin zij werken. Overleg wordt
zoveel mogelijk fysiek gepland.
21
op één lijn 73
dǛFז0?H@pdǛFז0?H@o{בCט   {u׉׉	 7cassandra://c5p2DZmtlPHvev5-QIZZ9OXT_TgNdL3FVwBLwzXAAEg `׉	 7cassandra://aW4_qE61r7SAMROB0z5P3TLl1PCQspu0mKdGfCjp4Wo*`׉	 7cassandra://grFkU90t0vZHWQBPB6qIfUfQKIk48XqbjbBL7tioo30>A`j ׉	 7cassandra://5cAQVM4w210Tc70nt-zzQ1P6c1l_klpVCPaSIpLSDcE ) ͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ ̨9ׁH !https://www.vzinfo.nl/vaccinatiesׁׁЈנdǛFז0?H@ i9ׁHhttps://www.vzinfo.nl/bronnenׁׁЈנdǛFז0?H@ :g9ׁH @https://www.vzinfo.nl/vaccinaties/internationaal#vaccinatiegraadׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Spontaniteit
In ons steeds groter wordend opleidingsinstituut kan het nodig
zijn, binnen de verschillende groepen van onze organisatie (OBP,
GW, HAB, locaties), een teamactiviteit te organiseren en hierbij
wordt spontaniteit in initiatieven sterk aangemoedigd. Tijdens
de voorbereiding en uitvoering van een teamactiviteit wordt
het effect op de gehele opleiding niet uit het oog verloren.
Integratie
Om een gelijkwaardige opleiding op beide locaties te
borgen, is het van belang dat ons curriculum en de
aansturing van de docenten in Maastricht en Eindhoven
hetzelfde zijn. Door bewust het curriculumcoördinaat
met het adjunct-hoofdschap te integreren, borgen we dat
de inhoud van het curriculum en de aansturing van de
docenten niet met elkaar conflicteren. Goed overleg tussen
de drie curriculumcoördinatoren/adjunct-hoofden is een
voorwaarde voor gelijkwaardig onderwijs op beide locaties.
Eenheid
We gaan er in Nederland van uit dat elke opgeleide huisarts
voldoet aan dezelfde kwaliteitscriteria. Hiervoor is een
landelijk opleidings- en toetsplan opgesteld.
De lokale instituten hebben op basis hiervan een lokaal
opleidings- en toetsplan ontwikkeld. In Maastricht en
Eindhoven werken we met dezelfde plannen. Met al onze
medewerkers geven we samen vorm aan de opleiding.
De themawerkgroepen zijn een belangrijke spil in het
vormgeven van het curriculum en deze bestaan uit
docenten van beide locaties.
Het uitgangspunt om te voldoen aan de wensen van aios
en opleiders, onder andere door zoveel mogelijk gebruik
te maken van de mogelijkheden die de regio te bieden
heeft, geldt nog steeds. Uit evaluaties blijkt dat dit sterk
gewaardeerd wordt.
Column
Vakantie?
DOOR JEROEN SMEETS, HUISARTSREDACTIELID
Met dit warme weer denk ik al snel aan vakantie. Op
vakantie ben je vrij, maar toch nog altijd dokter. Een
aantal jaar geleden waren we met ons gezin op vakantie
in een park aan de Zeeuwse kust. Tijdens het zwemmen
zag ik dat een meisje in de puberleeftijd onwel werd in
het water. Ik hielp mee haar op de kant van het zwembad
te trekken. Haar familie bleek Frans te spreken. Ik zag een
glucosesensor op haar arm. Er was, begrijpelijk, een hoop
paniek bij de familie, zij schreeuwden door elkaar. Zelf
spreek ik onvoldoende Frans, maar ik wist toch te vragen
om een reader om de suiker te kunnen meten.
Het meisje was buiten bewustzijn en leek een insult te hebben.
Ik vroeg de familie om neusspray of om een Glucagonspuit.
Die kwam er na 10 minuten, na veel gedoe. Ik gaf het meisje
Glucagon. Hierna kwam er iemand aanrennen met een reader
die de glucose aangaf in een voor mij onbekende maat, in mg/
dl. Hier kon ik niks mee, maar de familie liet me weten dat de
suiker normaal was. Het meisje lag nog steeds te stuipen. Met
handen en voeten vertalend wist haar familie me te vertellen
dat ze een half jaar eerder in haar woonplaats opgenomen was
geweest in verband met een epileptische aanval. Er was geen
oorzaak gevonden. Ze hadden geen Midazolam of iets anders
mee. Vijfenveertig lange, zweterige minuten later arriveerde
de door de badmeesters opgeroepen ambulance. Samen met
de verpleegkundige dienden we Midazolam neusspray toe,
en later Midazolam intraveneus. Zonder resultaat. Het insult
bleef. De ambulanceverpleegkundige riep de traumaheli op.
We hadden inmiddels zoveel Midazolam toegediend dat het
meisje amper nog ademde en de zuurstofsaturatie daalde. Een
bekende bijwerking van een hoge dosis benzodiazepines. Met
de beademingsballon in de hand diende ik haar zuurstof toe.
Na nogmaals een kwartier kwam de traumaheli. Ze is vervoerd,
nog steeds in een insult, naar een nabijgelegen academisch
medisch centrum.
Hoe het haar vergaan is? Nooit meer wat van gehoord. Nog
steeds, als we met ons gezin terug zijn op deze plek denk ik
terug aan haar.
22
׉	 7cassandra://grFkU90t0vZHWQBPB6qIfUfQKIk48XqbjbBL7tioo30>A`j dǛFז0?H@q׉Eop één lijn 73
Moreel dilemma
Prikkelend of geprikkeld?
DOOR NATHALIE NOTERMANS, HUISARTS, MA PHILOSOPHY, BIO-ETHICS & HEALTH
“En is uw kind gevaccineerd volgens het
Rijksvaccinatieprogramma?”
“Nee”
Ik val stil en draai me van mijn computer naar de ouders
die met hun éénjarige dochter tegenover me zitten. De
vraag naar vaccinaties zit standaard in mijn anamnese
bij kinderen met koorts, maar blijkbaar is deze vooral
retorisch geworden. Een ontkennend antwoord krijg ik
zelden of nooit. In deze setting (de huisartsenpost op
zaterdagavond) vraag ik me af wat ik ermee moet. Werp ik
me in de rol als gezondheidsbevorderaar en leg ik uit wat de
risico’s zijn van de twaalf infectieziekten uit het landelijke
vaccinatieprogramma? Denk ik aan mijn maatschappelijk
plicht door uit te leggen wat de risico’s zijn op een uitbraak
als de vaccinatiegraad verder daalt? Maak ik een melding
naar de eigen huisarts met het verzoek het gesprek met dit
gezin aan te gaan? Kijk ik dit kind éxtra goed na of is het
risico op een gevaarlijke infectieziekte eigenlijk niet zo heel
veel groter? Of respecteer ik de autonomie van deze mensen
en doe ik verder niks?
Bovenstaande casus blijkt illustratief voor de huidige
tijd. De NOS kopte afgelopen week ‘RIVM bezorgd:
vaccinatiegraad jonge kinderen zakt onder 90 procent1’,
naar aanleiding van het jaarverslag van het RIVM2. Hoe erg
is het dat de vaccinatiegraad daalt? Hoe wordt het cijfer
überhaupt bepaald? Hoe kunnen we de daling verklaren?
En veel belangrijker: wat moet de huisarts hiermee in de
spreekkamer?
De vaccinatiegraad wordt door het RIVM bepaald ten aanzien
van een bepaald geboortecohort. Er wordt dus gekeken
hoeveel procent van de kinderen geboren in een bepaald
jaar bepaalde vaccinaties hebben gekregen. In de afgelopen
analyse van het RIVM valt op dat er sinds 2021 een dalende
trend zichtbaar is. Zo is het percentage gevaccineerde
tweejarigen met de BMR-vaccinatie voor het eerst in jaren
onder de 90% (88,8%), terwijl de streefwaarde vanuit de
WHO 95% is. Dat maakt dat een uitbraak van de mazelen een
reëel scenario dreigt te worden. 3
1 NOS Nieuws, donderdag 29 juni, RIVM bezorgd: vaccinatiegraad jonge
kinderen zakt onder 90 procent
2 RIVM, 29 juni 2023, Vaccinatiegraad en jaarverslag
Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022
3 https://www.vzinfo.nl/vaccinaties/internationaal#vaccinatiegraad-mazelen
Bij dit percentage moet echter een kanttekening gemaakt
worden. Sinds 1 januari 2022 moeten (gezaghebbende) ouders
expliciet toestemming geven om de vaccinatiegegevens
vanuit het lokale consultatiebureau te delen met het RIVM.
Omdat niet iedereen die toestemming geeft, ontvangt het
RIVM een deel van de gegevens niet. Deze vaccinaties kunnen
dus niet worden gekoppeld aan locatie of leeftijd en worden
daarom niet meegenomen in de vaccinatiegraad. In de
praktijk blijkt dat 5% van alle vaccinaties anoniem worden
geregistreerd. Er komt een wetsvoorstel aan om dit systeem
om te zetten in een ‘geen bezwaar, tenzij’ om het percentage
anonieme vaccinaties nog kleiner te maken.4
Naast de anonieme vaccinaties zijn er nog meer vaccinaties
die wel zijn gezet, maar niet worden meegeteld. Zo worden in
sommige grensgemeenten (volgens het RIVM onder andere
in Vaals, Kerkrade en Simpelveld) kinderen in Duitsland
of België gevaccineerd. Deze vaccinaties worden niet
meegenomen, alleen als ze door ouders expliciet worden
doorgegeven en geregistreerd. Ook van asielzoekerskinderen
die wel al staan ingeschreven in de BRP (Basisregistratie
Personen), worden de (eventueel) eerder gezette vaccinaties
alleen meegenomen na een vaccinatie-intake en na
juiste registratie. Tenslotte worden vaccinaties gezet door
huisartsen of vaccinatiecentrum niet altijd goed geregistreerd
in het daarvoor bestemde programma Praeventis. Hierdoor
wordt met name in grensgemeenten en in gemeenten met
een asielzoekerscentrum de vaccinatiegraad onderschat.5
Tegelijkertijd weten we dat in bepaalde gemeenten (met
name de ‘Biblebelt’) de vaccinatiegraad ver onder de 90% ligt.
Specifieke informatie per gemeente kan op de website van
het Ministerie van Volksgezondheid worden gevonden.6
Enerzijds is het dus goed om kritisch naar deze
nieuwsberichten te kijken en in het achterhoofd te houden
dat de cijfers niet het complete verhaal vertellen. Anderzijds
is er wel degelijk een (internationale) trend te zien in daling
van gevaccineerde kinderen. Men verklaart dit door onder
andere de coronapandemie en de verspreide desinformatie,
maar ook door conflictsituaties en vaccinatietekorten zijn er
de afgelopen twee jaar wereldwijd minder vaccinaties gezet.
4 Den Haag, 2 februari 2023, 651 “Voortgang Vol vertrouwen in vaccinaties”
5 https://www.vzinfo.nl/bronnen-methoden-en-achtergronden/vaccinatievraag-en-antwoord
6
https://www.vzinfo.nl/vaccinaties
23
dǛFז0?H@rdǛFז0?H@q{בCט   {u׉׉	 7cassandra://oTHn0Ofl7JtHtG4diTxsgHyrd6g2-oNNFHZ-GuJvxRg :`׉	 7cassandra://iCI24WLtv-Spg13s9zT4l3invjAQD437IYisQbr-T6ID`׉	 7cassandra://YnNCrSqLn0Q5EMDHxxxHQDqTopPULgA89l-rwjfRw6sB`j ׉	 7cassandra://ys2sLgic3h8Q1KcVB7H37pOOEWcR5kA6N1QEJVfZPLo 2j^͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ ̉܁W9ׁH 'https://www.nporadio1.nl/fragmenten/ditׁׁЈ׉EIop één lijn 73
2de uitgave 2023
Dit heeft onder andere al geleid tot opleving van de discussie
over verplicht vaccineren op bijvoorbeeld de kinderopvang7.
Hoe ver ga je als overheid om de bevolking te beschermen?
Hoe ver reikt de autonomie van ouders, maar ook: hoeveel
risico mag een kind lopen als gevolg van de keuze van ouders?
En hoe weloverwogen is de keuze van deze ouders eigenlijk als
ze overspoeld worden met desinformatie op sociale media?
Hoe eerlijk is het dat ‘kritische prikkers’ meeliften op de
groepsimmuniteit in Nederland? Wat doet een zekere dwang
vanuit de overheid op deze toch al wantrouwende ouders?
Maar ook: hoe eerlijk is het dat ongevaccineerde baby’s risico
lopen op de kinderopvang door niet-gevaccineerde kinderen,
aangezien de BMR pas met 14 maanden gezet wordt?
De autonomie van ouders ten aanzien van de gezondheid
van hun kind staat tegenover de veiligheid en gezondheid
7 https://www.nporadio1.nl/fragmenten/dit-is-de-dag/0cf05548-d07d43dc-be67-640cd39f3d79/2023-06-29-vaccinatiegraad-onder-de-90procent-is-het-tijd-om-prik-te-verplichten-bij-de-kinderopvang
van
de rest van de Nederlandse bevolking. Wat is de taak van
de huisarts in deze discussie? Moeten wij een actievere rol
aannemen in dit debat? Hebben wij een maatschappelijke
en/of morele plicht om ouders goed te informeren? Of sterker
nog: is het onze plicht om de vaccinatiegraad te verhogen?
Hebben wij als vertrouwenspersoon van patiënten een
belangrijke rol tegen de desinformatie?
Allereerst: ken je patiënten. Wat is de vaccinatiegraad in
jouw buurt en waardoor wordt die mogelijk vertekend?
Welke risicogroepen zitten er in je praktijk? Wie zit er
tegenover je en uit welke gemeenschap komt deze patiënt?
Daar waar ongevaccineerden clusteren, is de kans op een
uitbraak het grootst.
Maar belangrijker nog, wees de huisarts zoals die op z’n best
is: oprecht nieuwsgiering naar de mens achter de patiënt,
zonder oordeel. Luister, wees alert op (onterechte) zorgen en
(indien gewenst) informeer. En zoek voor de zekerheid nog
eens op hoe een kind met mazelen zich presenteert.
In de leer
Kicken en klagen
DOOR DAVÍD VAN EERD, AIOS JAAR 3
Aan het einde van een vol ochtendspreekuur, halverwege
mijn zelfstandige week, stap ik in de auto. Ik heb het
begrip “meer tijd voor de patiënt” weer eens te ruim
genomen en ik haast me rustig richting een aantal visites.
Hier diep in het Limburgse heuvelland is elke visite
een avontuur. Veel van de patiënten bij wie ik op visite
kom, zijn geboren vóór de Tweede Wereldoorlog en hun
episodelijsten geven me regelmatig flashbacks naar de
inhoudsopgave van Robbins’ Basic Pathology.
Met verwondering en bewondering zie ik hoe deze
patiënten vaak in hun eentje op een grote boerderij wonen,
een symbiose van menselijke weerbaarheid en moderne
geneeskunde.
Eenmaal aangekomen blijkt het gelukkig, zoals vaak, mee
te vallen en is het met inzet van echtgenoot, familie, buren
of thuiszorg haalbaar om niet opgenomen te worden in een
ziekenhuis of ander tijdelijk medisch verblijf.
Na een hartverwarmend “Dank u, dokter” van de
echtgenote, keer ik ontspannen terug naar de praktijk.
Daar plof ik, na het verrichten van nog een kleine
chirurgische ingreep, neer met mijn lunchtrommeltje. Bij
het nemen van de eerste hap, krijg ik een spoedvisite en
mag ik weer op pad.
24
Het betreft een normaal gezien heel vitale oudere man, die
plots onderuit gegaan is door een infectie. Net op tijd ben
ik terug voor het middagspreekuur. Ik vertel een patiënt
met burn-out klachten om op zoek te gaan naar balans en
om grenzen aan te geven. Ondertussen heb ik zelf al een
aantal keer gezucht en geklaagd, maar tegelijkertijd is het
ook wel kicken om in deze uiteenlopende situaties voor elke
patiënt op zoek te gaan naar de juiste zorg. Met beperkte
diagnostiek, aandacht voor de individuele situatie en de mens
achter de patiënt, objectief en dichtbij tegelijk.
Toch merk ik om me heen en in de media, dat het klagen het
afgelopen jaar vaak de overhand gehad heeft. De protesten
op het Malieveld en de berichten in de media, die mogelijk
zelfs hun weerslag hadden op het aantal aanmeldingen voor
de huisartsopleiding. Allemaal terechte signalen uiteraard,
maar ik wil hierbij onze beroepsgroep graag ook herinneren
om naast te klagen ook voldoende te kicken op wat voor een
bijzonder uitdagend, spannend, ontroerend en soms knotsgek
en grappig vak we eigenlijk hebben. En natuurlijk moeten we
de druk op de zorg beheersbaar houden, want van zo’n dag
als deze moet je er ook niet te veel hebben.
Maar mag er wel af en toe hectiek blijven? Dat vind ik
namelijk wel kicken, zolang ik af en toe ook een klein beetje
mag klagen.
׉	 7cassandra://YnNCrSqLn0Q5EMDHxxxHQDqTopPULgA89l-rwjfRw6sB`j dǛFז0?H@s׉E2de uitgave 2023
Made in Maastricht
6 juni 2023: Voorste rij van links naar rechts: Thomas Compier, Stephanie Lemmens, Jacqueline van den Bos, Savannah OkonskiPijpers
en Bram Peters. Achterste rij van links naar rechts: Bart Dupuits, Hicham Greven, Kjeld Vossen en Daan Peters
Made in Eindhoven
6 juni 2023: V.l.n.r.: Nathalie Beelen (docent), Nandy Kitslaar, Marlot Coppens, Aniek van Duijnhoven, Marianne Verschoor,
Karin van Bussel, Jeroen Beurskens, Laura Vandermaesen en Jeantine Vons (docent)
25
op één lijn 73
dǛFז0?H@tdǛFז0?H@s{בCט   {u׉׉	 7cassandra://US7DbCE2pITiCbs7rfjdeE_9ia5C9bk-fujPzCIQohM )-`׉	 7cassandra://ldKtsC_TcH85jFFjsYXpjcmmAJClUdEtfkTx-E3OcpI`׉	 7cassandra://NmBEHlLBB7TN5O7s0K68Qdx-R-oGiQCLLle2OX9ui1wD`j ׉	 7cassandra://RX2wgoO1ma3BSAUlkHw0sDiuk0Eji5ZEQYrtfSOSs1M q&0͠	dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ cB9ׁH (http://www.lovah.nl/werkgroepen/europeseׁׁЈ׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
WONCA Brussel
Keuzes maken
DOOR INGRID VAN DER HEIJDEN, ADJUNCTHOOFD
HUISARTSOPLEIDING MAASTRICHT
Van 7 tot 10 juni was ik samen met 50 Nederlandse aios
en 50 opleiders en stafleden uit heel Nederland op het
jaarlijkse Europese huisartsencongres in Brussel.
‘Keuzes maken’ was het overkoepelende thema. En kiezen
moesten we, want er waren honderden lezingen, workshops
en postersessies. In keynote-sessies werd onder andere
aandacht besteed aan wetenschappelijk onderzoek in de
huisartsenpraktijk, Positieve gezondheid, een eerlijkere
bekostiging voor geneesmiddelen en het voorkomen van
over-diagnostiek.
Tijdens het lunchsymposium dat de SBOH, de
Landelijke Huisartsen Opleiders Vereniging (LHOV),
de opleidingsinstituten en de Werkgroep Europese
Samenwerking (WES) van de LOVAH organiseerden voor
de Nederlandse deelnemers, werden ideeën uitgewisseld
hoe het huisartsenvak aantrekkelijk kan blijven. Een van
de oplossingen: zorg voor een flexibelere invulling van de
werkweek, zodat het beter aansluit bij de levensloop van de
betreffende huisarts.
Namens huisartsopleiding Maastricht deelden we in een
van de middagsessies onze ervaringen met het aantrekken,
binden en boeien van docenten op de huisartsopleiding. In
vergelijking met 20 jaar geleden is ons personeelsbestand
verjongd, maar tegelijkertijd zien we dat het jongste cohort
docenten vaak ook korter in dienst blijft.
Waar ‘docent worden’ twintig jaar geleden vooral een optie
was aan het eind van iemands huisartsencarrière, zien we
nu dat huisartsen een aantal jaren docent zijn en dan weer
afscheid nemen, zodat ze zich bijvoorbeeld volledig kunnen
wijden aan het opbouwen van hun eigen praktijk en/of
een betere werk-privé balans vinden tijdens de drukkere
levensfase thuis bij gezinsuitbreiding. Vaak blijven deze
voormalig docenten dan wel actief als huisartsopleider en
geven ze aan in de toekomst ooit weer een docentenrol op
zich te willen nemen.
Voor ons belangrijk om deze groep voormalig
huisartsdocenten goed in het vizier te houden, want we zien
hen in de toekomst graag weer terug.
Krapte op de arbeidsmarkt van huisartsenzorgpersoneel is
een thema dat speelt in heel Europa; WONCA Europe roept
daarom beleidsmakers op om aandacht hiervoor te hebben.
Ze deelt enkele ideeën om de werkdruk gelijker te verdelen,
meer huisartsen aan te trekken en beter samen te werken.1
Ook duurzaam handelen draagt bij aan de oplossing: ga
verspilling tegen en voorkom over-medicaliseren, overdiagnostiek
en overmatig voorschrijven van medicijnen.
Nadat congresdeelnemers in
diverse sessies bewust waren
gemaakt van de risico’s van overdiagnostiek
en de strategieën van
de farmaceutische industrie om
winsten te maximaliseren, sprong
een marketingcampagne van een
farmaceut wel erg in het oog:
congresdeelnemers werden zelfs
op het toilet ‘genudged’.
Had ik ervoor kunnen kiezen om de WC-deur open te laten,
zodat ik niet naar de reclame hoefde te kijken?
1 https://www.woncaeurope.org/news/view/shortage-of-europeanprimary-health-care-workforce-the-wonca-europe-statement%C2%A0
26
׉	 7cassandra://NmBEHlLBB7TN5O7s0K68Qdx-R-oGiQCLLle2OX9ui1wD`j dǛFז0?H@u׉E
de
WONCA1 Europe 7-10 juni 2023 in Brussel
WONCAverslaving
DOOR
CARLA ROHDE, AIOS JAAR 3
`Het klinkt alsof je naar een gospeloptreden bent geweest`
merkt mijn opleider op, als ik verslag uitbreng van de
WONCA-congresreis naar Brussel. En ervan uitgaande
dat toeschouwers van een gospelkoor over het algemeen
met een gevoel van optimisme en saamhorigheid de deur
uitstappen, gaat die gelijkenis wel op.
Waar ik vooraf vooral uitkeek naar interessante keynotes
en contacten met mede-aios bleek het WONCA-congres
zoveel meer dan dat. Inhoudelijk waren de workshops en
plenaire sessies grotendeels matig, maar de interactie met
internationale collega’s doet je beseffen dat we het niet slecht
voor elkaar hebben. Zo blijken Belgische huisartsen dankbaar
gebruik te maken van onze NHG-richtlijnen, worden collega’s
uit Spanje geacht de skills van een SEH arts te bezitten
(inclusief het maken van een echo FAST) en is een POH iets
waar ze in onze buurlanden enkel van kunnen dromen.
Natuurlijk wisten ook de Nederlanders elkaar te vinden, zoals
dat gaat het in – het niet zo verre – buitenland. Het jaarlijks
terugkerende lunchsymposium, waarvoor alle Nederlandse
deelnemers zijn uitgenodigd door de SBOH, was mijn
persoonlijk hoogtepunt. Met zo’n tweehonderd huisartsen,
1 WONCA is het acroniem van World Organization of National Colleges,
Academies and Academic Associations of General Practitioners/Family
Physicians
opleiders, aios en aiotho’s werd er een uur lang gediscussieerd
over – vaak moeilijke – actuele onderwerpen binnen de
huisartsegeneeskunde. En ondanks de meningsverschillen
overheerste vooral onderling begrip, optimisme en werkplezier.
Mijn idee: regel een livestream volgend jaar, betere reclame
voor de huisartsopleiding is er niet!
Uiteraard was er een druk sociaal programma in de
avonduren, met als klap op de vuurpijl de legendarische
‘Dutch Party’. De 300 gelukkigen die een kaartje wisten te
bemachtigen werden getrakteerd op een avond vol hits en
glitters én de kans om de dansmoves van onze Zuid-Europese
collega’s te bewonderen. Op dezelfde Dutch Party spreek ik
een groep Nederlandse huisartsen die naar eigen zeggen
WONCA-verslaafd zijn – een verslaving, die ik begrijp.
Deelname aan een congresreis is een enorme verrijking van je
opleiding (en wordt gefinancierd!). Ik kan iedereen aanraden
zo’n kans als deze te benutten. Helaas ben ik over een paar
maanden afgestudeerd en kan ik niet meer aansluiten bij de
LOVAH congresreis, maar de datum voor de WONCA 20242 in
Dublin staat vast in m’n agenda!
PS: Voor meer informatie omtrent congresreizen: kijk op
www.lovah.nl/werkgroepen/europese-samenwerking
2 25-28 september 2024
27
op één lijn 73
dǛFז0?H@vdǛFז0?H@u{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6ARjCiwbHwuD1xHu0uxaED0M5agcy9SUQSDzwMYUYg4 jE`׉	 7cassandra://rwBERalPLEav0xUJwV_5N4KoH2AUf5QV0uw_JgDc3xY`׉	 7cassandra://ptC8iQ5uvc4GipLJzBGhXbjDBz0ukZcRT2SlHhsb7WIK`j ׉	 7cassandra://djjtzC4yj69nmUCe8CCJiC-vB16_N20sZPA9WPabKQk ̤͠	dǛFז0?H@׉E
op één lijn 73
2de uitgave 2023
AIOS - opleiders voetbalwedstrijd
‘Scoren jongens!’
DOOR GASTON PEEK, HUISARTSREPORTER
Aldus de tactiekbespreking van de huisartsopleiders in
de rust van de jaarlijkse AIOS-opleiders voetbalmatch.
In tegenstelling tot 2022 was het een spannende match,
met veel inzet van beide partijen (‘op het randje Micha…’),
goed voetbal en prachtige doelpunten. Het zomeravondse
weer, de strakke grasmat van ‘Wilskracht Doet Zegevieren’
in Bocholtz en de gezellige derde helft met fris pils en
heerlijke broodjes gezond (wederom veel dank Huub
S.!), maakten de twaalfde editie van dit evenement
gedenkwaardig.
Het 10-koppig opleiderselftal, met de comeback van enkele
gevestigde namen, maar ook met jeugdige nieuwkomer en
stormram Arnout van S., begon al voor de wedstrijd met de
intimidatie van de AIOS. Of zie het als uiting van zelfvertrouwen
(of arrogantie) om voor de wedstrijd al ‘Simply the best’ uit de
speaker te laten knallen tijdens het omkleden… De AIOS leken
onder de indruk, want al snel stond het 3-0 voor de opleiders.
Mede door een sterk blok achterin, gevormd door Koen V. &
Sander J., kwamen de AIOS moeilijk tot scoren. Bij balverovering
konden de opleiders razendsnel omschakelen door het snelle
duo Maikel M. en Micha L. op het middenveld. Beiden bleken
ook nog over scorend vermogen te bezitten! De dreiging vanaf
de zijkanten kwam van Freek L. en Peter M.
En uiteraard was hij daar weer, hangend in de spits, alltime
topscoorder Sjoerd H.; hij pikte ook weer zijn doelpunt mee!
Maar, het mag geschreven worden, de (partners van) AIOS gaven
niet op! Ondanks een onderbezetting in de selectie kwamen ze
op wilskracht terug in de wedstrijd. Op het moment dat onze
keeper Stephan van den B. meer aandacht had voor de waterfles
naast de goal dan voor de bal, werd het vlak voor rust 3-1. Een
mentale tegenslag voor de opleiders. In de rust werd het tijdens
de bespreking duidelijk: er moest gescoord worden!
En zo geschiedde, door een hard schot in de bovenhoek vanaf
de voet van Gaston P. werd het 4-1 en was het verzet gebroken.
Ook onze keeper herstelde zijn fout door een aantal prachtige
reddingen. Zo mochten de opleiders voor de derde keer op een
rij de bokaal omhooghouden!
Na afloop werden de handen geschud, de gezamenlijke
teamfoto werd gemaakt, de muziek zwol aan, het bier vloeide
rijkelijk en menig aios heeft zich verzekerd van een werkplek na
afronden van de opleiding.
Volgend jaar de jubileumeditie van ons 12,5-jarig bestaan. Ik
verheug me nu al op het broodje gezond en de afterparty. U
komt toch ook?
28
׉	 7cassandra://ptC8iQ5uvc4GipLJzBGhXbjDBz0ukZcRT2SlHhsb7WIK`j dǛFז0?H@w׉Eop één lijn 73
Elsje (links) en Marieke (rechts)
Equilibre
Een ander gesprek
DOOR ELSJE KUIJPER, GASTON PEEK EN MARIEKE KOOLS,
ORGANISATIE
De zon scheen, het beloofde warm te worden. Voor het
eerst een zomerse tweedaagse met onze opleiders; het
weer werkte in ieder geval al mee. Wederom in Heeze,
op ons aller vertrouwde ‘Kapellerput’, waar ze er werk
van maken om ook buiten uitnodigende en speelse
overlegkansen te creëren. En gespeeld hebben we, want
plezier in je werk was het thema. Onder het motto ‘Het
managen van je praktijk, de aios en jezelf, hoe leuk is dat!’
gingen we aan de slag met oplossingsgericht werken en
praktijkmanagement.
Gastspreker Fredrike Bannink, klinisch psycholoog en schrijver
van meerdere boeken op dit gebied, wist met haar speelse
inslag en boude uitspraken de zaal in de juiste stemming
te brengen en te inspireren. Het in duo’s bespreken van je
‘sprankelende moment’ en het uitwisselen van oprechte
complimenten, zette de teneur voor de rest van de dag.
Oplossingsgericht werken als leidinggevende en als opleider
met je aios lijkt een eenvoudig concept, maar is nog niet zo
eenvoudig in de uitvoering. ‘Het gaat om de juiste taal, de
goede woorden vinden’ zei een opleider in het publiek. En
die heb je als gemiddeld mens, die grotendeels focust op
wat niet werkt, foutenreductie en probleemanalyse, niet
zomaar gevonden. ‘Vinden wat wel werkt en daarvan meer
doen’, is het motto van de oplossingsgerichte benadering.
In de workshops die volgden werd geoefend met hoe je
oplossingsgericht een leergesprek kan voeren en werkten
sommige opleiders zich in een spagaat op de Twistermat om
hun kwaliteiten zichtbaar te maken. ‘Flexibel’ konden we
daar meteen aan toevoegen. De envelopjes met kwaliteiten
afkomstig van hun eigen aios gaven een onverwachtse
opsteker en een leuke aanleiding om terug in de praktijk met
de aios hierover in gesprek te gaan. Voor de nodige inspiratie
in de praktijk, kreeg men het boek ‘oplossingsgericht
leidinggeven’ cadeau, voor de helft gesponsord door de eigen
vereniging, de VHAO-UM.
Vanwege het grote animo vorig jaar op onze digitale Urmondscholingsdag,
waarin de PROFclass centraal stond, boden
we op dag twee onze opleiders een inkijkje in vier van de in
totaal zes onderwijsmodules over praktijkmanagement. ‘Visie
& Medisch leiderschap’, ‘Kwaliteit & Verandermanagement’,
‘Personeelmanagement’ en ‘Proces & Digitalisering’
passeerden in diverse werkvormen de revue.
Zo gingen we bijvoorbeeld speeddaten in de workshop Visie
& Medisch leiderschap! Menig opleider schrok van deze term,
begon er een beetje onrustig van te worden… Maar in praktijk
bleek dit een erg leuke onderwijsvorm om de ideeën over
visie op het opleiderschap met elkaar te delen. Het bleek toch
inspirerend te werken, daar in de frisse lucht aan de bosrand
in Heeze. En dan gaat 1 minuut toch nog (te) snel voorbij!
Alvorens we gingen ‘daten’, werd eerst een uitleg gegeven
over het ‘visievierluik’. Een handige tool die handvatten kan
geven bij het opstellen van een visie; zowel voor de praktijk
ten aanzien van het opleider zijn, maar ook je persoonlijke
visie. Na dit stukje uitleg, gingen de opleiders in tweetallen
brainstormen over hun visie over het opleiderschap. Welke
kernwaarden vind je belangrijk, wat zijn je kwaliteiten, wat is
je hoger doel en wat is je gewaagd doel (waar wil je naar toe?)?
Bij de afronding bleek deze tool, die ook terugkomt in de
PROFclass en e-learning van de aios, voor alle opleiders
een handig instrument om te gebruiken bij een persoonlijk
leergesprek met de aios. We hopen de opbrengst terug te
horen op een volgende terugkomdag! De informatie over de
PROFclass praktijkmanagement en de workshop en lezing
van Fredrike Bannink zijn terug te vinden op de elektronische
leeromgeving Canvas.
Los van alle inhoud: de Tweedaagse was ook nog eens erg
gezellig en de sociale contacten zijn weer goed aangehaald
en uitgebreid. Tijdens de zonnige borrel op het terras, tijdens
de vele hardlooprondjes van de sportievelingen en tijdens het
heerlijke diner in de buitenlucht werden verhalen gedeeld en
werd er veel gelachen.
Het geboekte avondprogramma, Nederland-Kroatië in de
halve finale van de Nations League, viel helaas wat tegen
door de teleurstellende uitslag, maar spannend was het wel!
Daarover gesproken, mochten er ideeën of wensen zijn voor
een mooi avondprogramma in 2024, we horen het graag!
Al met al hopen we dat onze opleiders weer een boost hebben
gekregen, om met nog meer plezier leiding te geven aan hun
medewerkers en zichzelf en zo een positief rolmodel te zijn
voor hun aios. En voor hun coassistenten, die we op die manier
enthousiasmeren voor het vak, wetend dat het coschap vaak het
‘turning point’ is voor de beroepskeuze van basisartsen.
29
dǛFז0?H@xdǛFז0?H@w{בCט   {u׉׉	 7cassandra://SiYkinBoSBh7jyTAnMkZUozc17F7aAlI8uRLFx_45w0 6`׉	 7cassandra://uQyIWXxL7B4AEu7jxhJ3AdQ4EkivCcwJFGyc-SK2X7s`׉	 7cassandra://s4r39IJJxekZM2fI5mDI1DfdMRcLrOdBg_qeOD828IoNk`j ׉	 7cassandra://zQoh-pDSNdpFTNMad09HyjMrYGO6bkbLCpLWgTd9TXs 
͠	dǛFז0?H@׉Eop één lijn 73
2de uitgave 2023
Weten is eten
Xocoatl!
DOOR HENDRIK JAN VUNDERINK, HAB IN RUSTE
Een Azteeks afrodisiacum
In Bussum stond tot 1985 de Bensdorp chocoladefabriek, waar
volgens geheim procedé de fameuze Brosreep gemaakt werd.
Als de wind goed stond dreven de cacaogeuren over de
Gooische heide naar Hilversum-Noord, waar ik opgegroeid ben.
Die geuren maakten allerlei verlangens los, maar een Brosreep
kregen wij kinderen slechts bij uitzondering op zon- en
feestdagen. Als je een stukje afbeet, veroorzaakte dat een
onvergetelijk mondgevoel, ver uitstijgend boven
de simpele smaaksensatie sec.
Aan die chocola worden al enige duizenden jaren
allerlei prettige en heilzame eigenschappen
toegeschreven. Bij de Azteken was het een
koningsdrank, die ook geofferd werd aan
Xochiquetzal, de godin van de liefde, vanwege
de al dan niet suggestieve eigenschappen op
dat gebied.
Hoe dan ook, haast iedereen lust chocola.
De prettige ervaring bij het eten van chocolade
komt door de ultieme combinatie van zoet, vet en
zout, en een romig en smeltend mondgevoel.
Omdat nogal wat mensen er niet tot nauwelijks van af
kunnen blijven, wordt wel aangenomen, dat chocola
verslavend werkt. Toch is dat niet zo: het bevat stoffen
die een bewezen effect op de hersenen hebben zoals
de neurotransmitters β-fenylethylamine, dopamine,
serotonine en endorfine, de stoffen cafeïne, theobromine en
anandamide, een stof die verwant is aan THC (de werkzame
component van cannabis). Die komen echter in een dusdanig
kleine concentratie voor, dat een gemiddeld mens vele
tientallen kilo's pure chocolade zou moeten eten om ook
maar het geringste effect te ervaren.
Maar nu de hamvraag: heeft chocola
ook positieve effecten op de lichamelijke
gezondheid?
In principe zou het risico op het ontstaan van cardiovasculaire
aandoeningen verminderd moeten worden, omdat chocola rijk
is aan flavanolen, behorend tot de anti-oxidante flavonoïden.
Dit is in 2004 en enkele jaren later nog eens onderzocht door
prof. dr. Oscar Franco, nu hoogleraar Publieke gezondheid
aan het UMC Utrecht. Hij concludeerde, dat chocolade-eters
ongeveer een derde minder risico liepen op cardio-vasculaire
30
aandoeningen dan mensen die geen chocola aten, maar
met de belangrijke kanttekening: dit was geen bewijs dat
cacao goed is voor hart en bloedvaten. Hij heeft geen verder
onderzoek gedaan, omdat hij zelf te veel van chocola houdt
om onbevooroordeeld onderzoek te kunnen doen.
En verder sprak hij de wijze woorden: „Het is moeilijk om
gezondheidseffecten aan afzonderlijke elementen toe te
wijzen. Je moet kijken naar een combinatie van factoren,
naar de totale ervaring.” Je hele voedingspatroon, je leefstijl
en hoe jouw lichaam reageert zijn vele malen
bepalender dan wat flavanolen hier en wat omega3-vetzuren
daar.
En als er al gezondheidseffecten zijn, worden
die snel tenietgedaan door waar chocola vooral
uit bestaat: suiker en vet. Neem een doorsnee
melkchocola-karamel-zeezoutreep uit de supermarkt.
Meer dan de helft is suiker, een derde is vet.
Laten we dus maar vanuit puur hedonistische
aandrang van het Azteekse goedje blijven genieten.
Eén van de manieren om daar een extra dimensie aan
toe te voegen, is in de vorm van een ouderwetse mousse
aux chocolat als dessert. Geen schuldgevoel over de slagroom
en de poedersuiker: de chocola bevat 72% cacao, dus veel
flavanolen!
En tijdens het opstijven in de koelkast kunt u zich wellicht
even met het volgende terzijde bezighouden: Tjoklat (Maleis
voor xocoatl) camée-pastilles werden verkocht in zo’n mooi
blik met daarop een knielende Indische dame die een schaal
cacaobonen presenteert. Een nogal koloniaal relict, maar het
merk bestaat nog steeds. Als je dat blikje omdraait, en de
schaal en het hoofd van de dame afdekt, verschijnt er een
andere dame die al zittend haar nachthemd uittrekt.
Dit scabreuze weetje werd mij in andere tijden met
een knipoog geopenbaard door mijn vader
sommige dingen beklijven een leven lang
Maar…wellicht toch een subtiele
verwijzing naar de Azteekse
liefdesgodin Xochiquetzal!
Laat u de chocolademousse dus
extra smaken!
Hier het recept.
׉	 7cassandra://s4r39IJJxekZM2fI5mDI1DfdMRcLrOdBg_qeOD828IoNk`j dǛFז0?H@y׉E2de uitgave 2023
Ingrediënten:
3 Eieren
150 gram Pure chocolade, 72% of zelfs 85%
1/2 liter Slagroom
akjes Vanillesuiker
1 eetlepel Poedersuiker
Bereiding:
Zorg dat alles klaar staat wanneer je de ingrediënten bij elkaar gaat
voegen en dat je in één keer door kunt werken. Hiervoor moeten de
slagroom en de eieren geklopt klaar staan wanneer de chocolade
helemaal gesmolten is.
1. Splits de eieren. Doe de eiwitten in een goed ontvette kom. Bewaar de
dooiers in een aparte kom. Tip: splits de eieren boven een apart klein
schaaltje, zodat als je per ongeluk een ei verkeerd breekt, niet alles
hoeft weg te gooien.
2. Breek de chocola in stukjes en doe deze in een klein pannetje of
metalen schaal. Zet deze schaal in een de pan met water en smelt
de chocolade au bain-marie. Voor de echte hedonist een eetlepel
cognac erbij.
3. Wanneer alle chocola gesmolten is, kun je de mousse maken door alle
ingrediënten bij elkaar te voegen. Werk dan snel achter elkaar door!
Bereid eerst de volgende stappen voor.
4. Doe een zakje vanillesuiker bij de slagroom en klop de slagroom iets
steviger dan lobbig.
5. Maak de mixer schoon (ontvetten) en klop nu de eiwitten tot deze
goed stijf zijn.
6. Maak de mixer opnieuw schoon en doe het tweede zakje vanillesuiker
en de poedersuiker bij de dooiers. Klop deze tot een gladde massa,
neem hier je tijd voor.
7. Giet de gesmolten chocolade bij de geklopte slagroom. Roer goed om.
Voeg daarna de opgeklopte dooiers erbij en roer opnieuw goed door.
8. Doe uiteindelijk het opgeklopte eiwit bij de rest. Sla de eiwitten met
een spatel door het mengsel. Let op: niet roeren of mixen, maar
maak een slaande beweging met een spatel. Zo voorkom je dat
de eiwitten hun luchtigheid verliezen. Zet het mengsel nu zo'n
twee uur koud (koelkast) om op te stijven.
31
op één lijn 73
dǛFז0?H@zdǛFז0?H@y{בCט   {u׉׉	 7cassandra://0fUvSQD1F9MVpbDTYgOaXP4xUkDj-x19QAGV-mMtSWQ `׉	 7cassandra://58kn7_g-ZswbX-DS9Z4yWSr_-m5lxgWCFhzD0aujEHg$L`S׉	 7cassandra://CaSTEInLhthiYQ6f74b6QM9MjHEeWnvtYsFelatHMQk`̵ ׉	 7cassandra://T8UF3UD53AXQOzUNFlA_gCw0MO4rArjxAUuMi073Src  ͠dǛFז0?H@נdǛFז0?H@ h̿9ׁH &http://www.familymedicinemaastricht.nlׁׁЈנdǛFז0?H@ h9ׁH +http://www.huisartsgeneeskundemaastricht.nlׁׁЈנdǛFז0?H@ h̯9ׁH &mailto:op1lijn@maastrichtuniversity.nlׁׁЈ׉E Op één Lijn is een uitgave van:
Vakgroep Huisartsgeneeskunde FHML
Maastricht University
Postbus 616
6200 MD Maastricht
op1lijn@maastrichtuniversity.nl
www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl
www.familymedicinemaastricht.nl
32
׉	 7cassandra://CaSTEInLhthiYQ6f74b6QM9MjHEeWnvtYsFelatHMQk`̵ dǛFז0?H@{׈EdǛFז0?H@|dǛFז0?H@{{)Op één lijn 73Op één lijn 73dǋ?UŎ|@