׉?4ׁB!בCט  {u׉׉	 7cassandra://YK4mHQS6ZuJQ1mqYsxV00LgYTbwIifxb8gAXrcdD7c8 O`׉	 7cassandra://XZjg9ah8Tq9aRtsYaAhjqmKFkng0vGiEbGVGhaxjwIoc`S׉	 7cassandra://cGes-k2bY5238lixebq7lvU544OID3iLH2hphI9Dvwg `̵ ׉	 7cassandra://xTVpggv1_qxAEHLhzQabHMi5fxILhBOKRE-2HWFFRx0c͠]zV[Ӹנ]zV[Ӹف Z9׉H  https://www.publieksdiensten.nl/Gׁׁrנ]zV[Ӹځ ̴̨9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zV[Ӹہ bQf9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ܁ ȁoW9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ݁ s[9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹށ wyS9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ߁ 	ʁ~x9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ ?}V9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ U9 ׉SG
ׁׁrנ]zV[Ӹ m9 ׉S	G
ׁׁrנ]zV[Ӹ ̨59ׁHhttp://inGovernment.nlׁׁЈ׈E]zV[Ӹ׉EinGovernment
platform v oor de digi tale o v e rh e i d
september 2019
02
06
09
10
12
14
16
19
Digitaal platform met een democratische licentie
Otto Thors in gesprek met Jan van Ginkel over de Interprovinciale Digitale
Agenda (IDA) en de rol van moraliteit bij digitalisering
Gemeente Nijmegen wil open en weerbaar zijn
Martijn van der Linden over de IRMA-app als inlogmiddel zonder digitale voetafdruk
Innovatietheater
Xander Jongejan over nieuwsgierigheid als vereiste voor innovatie
Gem, de chatbot voor Nederland
Eline Kooijman over de reis van de innovatiegroep Chatbot van prototype naar pilot
Samenwerken in Europa
Renske Stumpel over het versterken van gemeentelijke innovatie
met Europese co-financieringsprogramma’s
Falen mag, maar doe het wel slim!
Matthijs Goense over hoe slim te falen en mislukkingen in je voordeel te gebruiken
Zaakgericht Werken anno 2019
Sven Blom over de veranderende rol van Zaakgericht Werken door Common Ground
Colofon
Meld je aan als gratis abonnee
Ga naar
inGovernment.nl
en word online
abonnee!
׉	 7cassandra://cGes-k2bY5238lixebq7lvU544OID3iLH2hphI9Dvwg `̵ ]zV[ӸƁ]zV[ӸŁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://WZ9N2RoSEgd1nw6OVpiXH_zyI7emPNkTS7HUb2Fg95A `׉	 7cassandra://mRlVEU5KCJxWkCInp1kYpg3-JB7-b-OGmFq6yiC4MvMͭ`׉	 7cassandra://8XaizolzfySHvYb-IAQM4LtJvFmiTIT50A7p1iRrAOY4`j ׉	 7cassandra://e7147doE2J8SCgSNJuuneF_5w-7zmqYulDbX5FnPAbA O͠	]zV\Ӹנ]zV[Ӹ =̹D9 ׉S G
ׁׁr׉Einterview
digitaal platform met
democratische licentie
in gesprek met jan van ginkel
Tekst: Otto Thors, hoofdredacteur van inGovernment
Toen Jan van Ginkel nog in gemeenteland rondliep, zat hij in de kopgroep van veranderingsgezinde
gemeenten, en was hij actief betrokken bij verschillende VNG-initiatieven zoals Samen Organiseren.
Sinds twee jaar is hij concerndirecteur en loco-provinciesecretaris van de provincie Zuid-Holland.
Een andere bestuurslaag, maar met soortgelijke uitdagingen op digitaliseringsgebied. Met de
Interprovinciale Digitale Agenda (IDA) in de hand pleit hij voor meer aandacht voor ‘moraliteit’ bij
digitalisering. inGovernment in gesprek met Jan van Ginkel.
Hoe beoordeel jij de gemeentelijke transitie vanuit je
huidige positie?
Jan van Ginkel: ‘Ik vind het bewonderenswaardig wat er in
gemeenteland gebeurt. Het is echt fantastisch om te zien
hoe een kopgroep met veel energie nieuwe initiatieven realiseert,
zoals Common Ground. Dat is een traag proces van
aanhaken en afhaken, waarbij je telkens twee stappen vooruit
zet en dan weer eentje terug. Dat vergt een lange adem,
waarbij ook de rol van de andere spelers verandert. Neem
het Ministerie van Binnenlandse Zaken [BZK], dat nu –
meer dan ooit tevoren – in beweging komt. Voorheen probeerde
BZK vooral via wettelijke trajecten een koers af te
dwingen. Nu zie je een partner die de focus heeft verlegd
van reguleren naar de energetische kant van het veranderen.
Daarmee verbind je veel meer mensen, en daar krijg je
zelf ook energie van! Zo’n initiatief als de Digicampus, daar
word ik echt blij van. Daarbij zoeken Rijk, gemeenten en
private partijen elkaar op en dat is prachtig.’
Welke prioriteit heeft digitalisering bij de provincie?
‘Toen ik in provincieland aankwam was ik positief verrast.
Er gebeurt al veel op het vlak van digitalisering. Maar wat er
nog nauwelijks gebeurt, is de strategische samenwerking
zoeken. Vandaar dat ik, samen met Marcel van Bijnen [provinciesecretaris
in Noord-Brabant] en Marcel Thaens [CIO
bij de provincie Noord-Brabant], het initiatief tot samenwerking
heb genomen, dat later nog werd aangevuld met
Jacco Vonk [Concernmanager I&A bij de provincie Gelderland]
en Arthur Wetzel [Strategisch Programmanager bij de
Provincie Utrecht]. Uitkomst van die samenwerking is de
Interprovinciale Digitale Agenda [IDA]. Daarin stellen wij
dat de provincies meer de regie moeten nemen op de digitale
transformatie door de overheid. We maken onderscheid
tussen vier sporen, namelijk bedrijfsvoering, dienst2
verlening,
data-gestuurd werken en innovaties. Van dat
laatste spoor ben ik zelf de trekker. We hebben veel collega’s
aangehaakt op het uitvoeringsprogramma van de IDA,
en daarmee de nodige trekkracht georganiseerd.’
Wat is de rode draad van de Interprovinciale Digitale
Agenda?
‘Dwars door onze agenda heen lees je het morele spoor dat
we volgen. We vragen ons telkens af of we de samenleving
maken die we willen maken. De agenda gaat dus niet over
digitalisering omwille van de digitalisering zelf, maar om
het realiseren van publieke waarden. Onze agenda moet
bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken, en digitalisering
is daartoe slechts een middel. Doordat we als samenwerkende
provincies nu ook een Digitale Agenda hebben,
kunnen wij ons beter verbinden met andere overheden. De
IDA is een hand, uitgestoken om samen te werken. Deze
beweging past ook goed bij de positie van provincies, want
als middenbestuur kunnen wij iedereen verbinden. Dat
doen we al op veel thema’s, en gaan we nu dus ook doen op
het gebied van de digitalisering.’
Waarin verschillen provincies van gemeenten?
‘De overstap van een gemeente naar een provincie is groot.
Het is echt een ander systeem waar je in stapt, waarbij de
andere taakvelden, zoals het ruimtelijk-economisch beleid,
veel prominenter zijn. De provincie heeft vooral te maken
met langetermijnvraagstukken. Denk aan de regie op de
energietransitie, zoiets duurt tien tot twintig jaar – dat zijn
langzame processen. Wat ik daaraan positief vind, is dat
het hele fundamentele onderwerpen zijn. Denk aan de bereikbaarheid,
de circulaire economie of de transitie in de
landbouw. De provincie is een kennisintensieve organisatie,
en dat vergt veel kwaliteit van onze medewerkers. Als
׉	 7cassandra://8XaizolzfySHvYb-IAQM4LtJvFmiTIT50A7p1iRrAOY4`j ]zV[Ӹ׉E Zjan van ginkel:
‘ digitale transformatie is
een kreet die veelvuldig
wordt misbruikt’
]zV[Ӹȁ]zV[Ӹǁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://6ql16HsPkZ5L7b1GCaGNj0WvXwLNaaodUH2rAVsU4CE 
`׉	 7cassandra://2-KdFIt8bdbnVVT6LbGn51v_Fb5s4zmy5mqTPmL1DSc`׉	 7cassandra://sjcv0eXzZFmS64hPro3hoXpkk5-eXn24QOzSJKgxAY49`j ׉	 7cassandra://4j9p3hByRnsxsQ2TMq2ATWn2AIA2xG19BBYhzR_yItg ͠	]zV_Ӹ׉E"interview
middenbestuur is het leggen van verbinding ons ding, die
vaardigheid hebben we bovenmatig ontwikkeld. En natuurlijk
moeten ook wij gewoon presteren door zaken te realiseren.
De provincie heeft dus vele kwaliteiten die van pas
komen als je samen wilt gaan organiseren. We zouden
daarmee als een referentie voor gemeenten kunnen gelden.
We hebben een verbindende rol naar heel veel partijen toe,
onze netwerkfunctie is cruciaal.’
Wat versta jij onder digitale transformatie?
‘Digitale transformatie is een kreet die veelvuldig wordt
misbruikt. Veel initiatieven zijn vooral digitale optimalisatie.
Wat het verschil is? Neem een bestaand beleidsproces
waaraan je data toevoegt. Dat is geen transformatie, want
de bestaande logica van het beleidsproces blijft intact, terwijl
je het efficiënter en beter tracht te realiseren. Nog zo’n
voorbeeld is het digitaal ingevulde formulier. Daar is op
zich niets mis mee, maar digitale transformatie is iets anders.
Bij een transformatie werk je andersom, dan ga je uit
van de enkelvoudige logica van data en technologie en kijk
je hoe je daarmee een maatschappelijke waarde kan creëren.
Je gaat vanuit de data en de technologie op zoek naar
toepassing, en niet andersom. Denk aan Uber dat de taxibranche
heeft veranderd. Zij hebben niet een bestaande
taxi geoptimaliseerd, maar bedachten een technologisch
platform waarmee je vervoersdiensten kan aanbieden.
Je ziet dit principe op meer plaatsen ontstaan. Traditionele
sectoren vallen om, omdat er nieuwe partijen opstaan die
op een andere manier waarde weten te creëren. Wat is de
drijvende kracht daarachter? Alles wordt tot data! En met
alles bedoel ik alles. Als jij je tanden poetst met een smart
tandenborstel, dan komen die data straks automatisch bij je
huisarts terecht die je op basis van data-analyse vitaminen
toestuurt vanwege een geconstateerd tekort. Nieuwe technologie
is de gamechanger die deze data zinvol kan gebruiken.
Denk aan kunstmatige intelligentie, blockchain-technologie
en nano-toepassingen. Wat me bij de overheid verontrust,
is dat we wel kijken naar de data, maar dat we die
technologische ontwikkelingen onvoldoende volgen.’
Hoe zie jij de overheid voor je in de toekomst?
‘Ik denk dat de overheid een soort platform wordt met data
en technologie. Dat platform maakt onderdeel uit van een
ecosysteem voor overheden, burgers en bedrijven. Het is en
blijft ons doel om publieke waarden te creëren. Daarom is
het platform nog steeds overheidseigendom, want vele besluiten
vergen een politieke afweging. De vraag welke publieke
waarden we nastreven, is een politieke keuze. Grote
technologiebedrijven kunnen die overheidsrol niet overnemen
omdat het politieke aspect ontbreekt. We worden
dus een digitaal platform met een democratische licentie.’
Wat bedoel je met een democratische licentie?
‘Zoals ik er nu over denk, gaat die democratische licentie
over twee zaken. Ten eerste de inhoudelijke afweging die
een overheid maakt. Denk aan de vraag hoeveel meer of
minder we van iets willen, bijvoorbeeld van auto’s, economische
groei of schone lucht. Ten tweede heeft de democratische
licentie betrekking op moraliteit. Welke eisen stellen
we aan het dataplatform? Denk daarbij aan zaken zoals
privacy of het gebruik van open data. Ook de inzet van
kunstmatige intelligentie vergt een morele afweging. Als
een algoritme keuzes maakt op basis van deep learning-technieken
waar geen mens meer aan te pas komt, dan kunnen
we onze beslissingen naderhand niet meer uitleggen aan
jan van ginkel:
je gaat vanuit de data en de
technologie op zoek naar
toepassing, en niet andersom
׉	 7cassandra://sjcv0eXzZFmS64hPro3hoXpkk5-eXn24QOzSJKgxAY49`j ]zV[Ӹ׉Eonze inwoners – en dat gaat echt te ver. Ook al kan ik nu
nog niet precies de output overzien, toch vind ik dat we
werk moeten maken van de overheid als platform. Als
provincies hebben we in de IDA afgesproken dat we dit
platform gaan bouwen. Het is onze ambitie om dat op een
volmaakt transparante manier te doen. Dat wil zeggen dat
iedereen partner kan worden en kan meedoen op een wijze
die voor iedereen navolgbaar is. De nieuwe overheid is
immers van ons allemaal.’
Leeft het onderwerp digitale ethiek al bij de provincie?
‘Het agenderen van de morele kant van de digitalisering is
mijn persoonlijke missie. Als ik aan Google vraag om betere
gezondheidszorg, dan krijgt tachtig procent van de populatie
het beter en twintig procent het slechter. Omdat het
gemiddelde dan is verbeterd, zou dit vanuit een technologisch
perspectief een optimale keuze kunnen zijn. Maar
daarbij ga je voorbij aan vragen over inclusiviteit, rechtvaardigheid
en vertrouwen. Digitalisering vraagt om een
door waarde gedreven benadering. Ik maak me echt zorgen
over wat er wereldwijd gaande is. In de Verenigde Staten
zie je dat de invloed van de vijf grootste tech-bedrijven op
het maatschappelijk verkeer toeneemt. In China wordt bigbrother-technologie
ingezet om burgers overal de maat te
nemen. Wij moeten laten zien dat wij in Europa het publieke
domein op basis van waarden blijven benaderen. Als ik
daar ook maar 0,001 procent aan kan bijdragen, dan ben ik
tevreden.’
Hoe ga je dat aanpakken?
‘Door mijn verhaal te vertellen en mensen te verbinden aan
onze opgave. Als ik over data en technologie praat, bereik ik
de enkeling die technologie leuk vindt. Als ik over publieke
waarden van de digitale overheid praat, dan willen er veel
meer mensen met me meedenken. Bestuurders en ambtenaren
willen bewust bijdragen aan het maatschappelijk belang.
Met mijn verhaal appeleer ik aan hun oergevoel om
publieke waarden te creëren. In eerste instantie moeten we
samen op zoek gaan naar de juiste vragen. Ik hoop mijn
verhaal in de komende periode te versterken doordat ik nu
beter weet welke vragen ik moet stellen. Ik ben nog helemaal
niet bezig met de antwoorden. Ik weet wel dat de digitale
overheid absoluut geen ICT-project is waarbij we voor
een paar miljoen euro een nieuw platform bouwen. Het is
een verhaal over ethiek, waarden en moraliteit. Ik wil de
overheid als platform operationaliseren door een handelingsperspectief
te bieden voor uiteenlopende gevallen.
Daarbij werk ik aan een ethische code. Dat is ambitieus en
best ingewikkeld, dus start ik bij versie 0.1 in plaats van
versie 1.0. De realisatie en acceptatie daarvan verloopt stap
voor stap, zonder enige vorm van planning. Want ik laat de
tijd liever los. Als ik naar echte oplossingen wil zoeken, dan
kan ik de tijd nu even niet gebruiken.’
Welke vraagstukken moet die ethische code oplossen?
‘Neem bijvoorbeeld een project in het Westland waar vanwege
de bloemenveiling veel vrachtverkeer is. Als daar tien
vrachtwagens in colonne rijden en communiceren met
sensoren dan krijgen ze een groene golf. Dat is prettig voor
de chauffeurs, goed voor de bereikbaarheid en het vermindert
de CO2-uitstoot. Tegelijkertijd roept dit morele vragen
op. Kan ik als gewone autobezitter ook een groene golf
kopen? Als er meerdere colonnes zijn, wie heeft er dan
voorrang? Kan ik een vooraf gegarandeerde snelheid kopen
als ik op de provinciale weg ga rijden? Aan de hand van dit
soort casuïstiek voeren we bij de provincie het gesprek over
de morele vragen. Die gesprekken tussen vakspecialisten
en techneuten vinden gepland en weloverwogen plaats.
Dan merk je al gauw dat we andere woorden nodig hebben
om in brede kring het gesprek te kunnen gaan voeren.
Hierdoor krijg je nieuwe taal die het begin vormt van een
nieuw mentaal model bij de provincie.’
Moet je niet eerst de basis op orde brengen voordat je gaat
transformeren?
‘Bij termen als de basis op orde denk ik: “Gefeliciteerd, de
wereld draait door. Kan je alleen transformeren nadat je bent
geoptimaliseerd?” Ik denk het niet. Het is wel van belang dat
je voldoende hebt geëxperimenteerd voordat je transformeert.
Dan snap je beter wat er gebeurt, en krijg je meer gevoel
bij de beweging die je inzet. Toch is transformatie bij de
overheid een enorme puzzel omdat dit niet van buitenaf kan
komen, zoals bijvoorbeeld wel het geval is in de taxiwereld
met Uber of in de hotelwereld met Airbnb. Ik heb onderzoeksbureau
Gartner een tijdje geleden gevraagd om aan te
geven in welke mate de private sector de overheid zou kunnen
overnemen. Daar komt men nog niet uit, want zodra je
een democratisch aspect aan je handelen verbindt, staat de
wagen direct stil. Gelukkig maar, zeg ik als democraat in hart
en nieren, want ik vind dat we in het algemeen belang afwegingen
moeten maken zodat we een samenleving vormen
op basis van maatschappelijke waarden. De overheid moet,
zonder de disruptieve inbreng van private partijen, inzetten
op zelf-transformatie en dat is best ingewikkeld.’
Waar begint de digitale transformatie van de overheid?
‘Door te erkennen dat digitalisering een politiek onderwerp
is, want het gaat over moraliteit. Dat vergt een andere
mindset bij onze medewerkers. We kunnen niet langer op
een traditionele manier naar de wereld kijken vanuit het
perspectief van beleid en realisatie. We zullen ook vanuit
data en technologie naar maatschappelijke vraagstukken
moeten kijken. Daar valt nog een wereld te winnen. Ik
denk dat het helpt als ik vanuit mijn positie bij de provincie
Zuid-Holland aandacht vraag voor digitale transformatie.
Maar ik heb geen seconde de illusie dat ik dit in mijn eentje
kan. Ook andere collega’s binnen de overheid moeten hiermee
aan de slag. Ik kan hen aanmoedigen en mensen met
elkaar verbinden.’
5
]zV[Ӹʁ]zV[ӸɁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TTM6e3PTBNyd-A5iCCHoCddAxjDE1L6hhVx1BeD8njQ tO`׉	 7cassandra://JjXAg9jWtz2rrdI3-8MvjMeUe8jbXwGtwZeatDzsF5Uͬ`׉	 7cassandra://ea37s3volkivU94jcZe2ArcEM50qSP_s5XwTJFpr2xc2`j ׉	 7cassandra://eOe3945acNSAwXy0R8Rkx1cVfVsDhum01S277yL7qN8 H͠	]zV`Ӹנ]zV_Ӹ @̓<9 ׉S G
ׁׁr׉E @artikel
gemeente nijmegen wil
irma-app biedt inlogmiddel zonder
׉	 7cassandra://ea37s3volkivU94jcZe2ArcEM50qSP_s5XwTJFpr2xc2`j ]zV[Ӹ׉Eopen en weerbaar zijn
digitale voetafdruk
Tekst: Martijn van der Linden, businessadviseur I&A bij de gemeente Nijmegen
Tijdens zijn Nieuwjaarstoespraak in 2017 sprak de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls de
woorden: ‘Digitalisering is als de Noordzee: je kunt er niet tegen zijn, je kunt ervan genieten.
Maar als we niet weerbaar zijn dan gebeuren er ongelukken.’ Om daar vervolgens aan toe
te voegen dat de overheid grote investeringen heeft gedaan om het land te beschermen
tegen de gevaren van de Noordzee, maar vrij weinig doet als het om digitalisering gaat.
Daar moest verandering in komen en dus is de gemeente Nijmegen, samen met bedrijven en
maatschappelijke instellingen onder de noemer ‘Wij zijn open en weerbaar’, gaan uitzoeken
welke rol er voor hen ligt weggelegd bij het weerbaar maken van inwoners wat betreft de
ongewenste gevolgen van digitalisering.
B
innen de (semi-)overheid is de drang tot innoveren
continu aanwezig. Nieuwe technieken zoals het
Internet of Things (IoT), blockchaintechnologie en
kunstmatige intelligentie zijn aan de orde van de dag. De
vraag is echter welke maatschappelijke problemen deze
nieuwe technieken gaan oplossen. De vanzelfsprekendheid
van de inzet van deze toepassingen lijkt groot, alsof er geen
menselijke wil of geest meer is die andere keuzes mogelijk
maakt. In Nijmegen is sinds 2017 het uitgangspunt dat
men handelt op basis van professionaliteit, intuïtie en de
inzichten verkregen uit data. Tijdens een congres in maart
2018 hebben 120 geïnteresseerden uit de regio Nijmegen,
om hun ideeën kracht bij te zetten, het gezamenlijk manifest
Open en Weerbaar (zie kader) opgesteld.
in nijmegen is sinds 2017 het
uitgangspunt dat men handelt op
basis van professionaliteit, intuïtie
en de inzichten verkregen uit data
het manifest toegepast
Het gedachtegoed van ‘Open en Weerbaar’ werkt binnen
de hele organisatie door. Zo geeft de gemeente Nijmegen
de voorkeur aan opensource-software en zijn de inkoopvoorwaarden
voor ICT-diensten voorzien van privacy by
design-eisen. Uitgangspunt daarbij zijn de privacy-ontwerpstrategieën
uit ‘het blauwe boekje’ van het PIlab. Deze uitgangspunten
worden momenteel ook door de Informatiebeveiligingsdienst
van de VNG geschikt gemaakt voor landelijk
gebruik. Een tweede voorbeeld van toepassing van
het manifest ‘Open en Weerbaar’ is dat Nijmegen bewust
geen wifi-tracking gebruikt, maar een alternatief systeem
inzet waarbij camerabeelden direct in de camera worden
omgezet in data (‘streepjes’) die gedecentraliseerd worden
opgeslagen.
Ook bij het gebruik van big data voor monitoring of (statistische)
analyse worden de principes uit het manifest gehanteerd.
Dat betekent dat alle beschikbare data in een datawarehouse
worden verzameld. Nieuwe data worden hieraan
alleen toegevoegd als daaraan concrete behoefte is.
Nadat die behoefte is vastgesteld, worden voor iedere nieuwe
dataverzameling, nog voordat de verwerking start, de
privacyrisico’s van gegevensverwerking in kaart gebracht
via een Data Protection Impact Assessment (DPIA). Alle dataverzamelingen
worden opgenomen in een zo volledig
mogelijk register van verwerkingen. De gemeentelijke
‘EI-teams’ (Enterprise Intelligence) maken gebruik van het
data-warehouse, maar ontvangen de data alleen geanonimiseerd
en geabstraheerd. Daarnaast is het voor inwoners
heel eenvoudig om de eigen gegevens in te zien, conform
hun wettelijke rechten zoals voorgeschreven door de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG).
irma
Een van de meest concrete en zichtbare acties die de gemeente
Nijmegen heeft ondernomen, is om de gegevens
uit de Basisregistratie Personen (BRP) gratis aan inwoners
van heel Nederland te verstrekken via de digitale identiteitsapplicatie
IRMA (I Reveal My Attributes). Deze toepassing
is eind 2017 door de stichting Privacy by Design gelanceerd
op basis van tien jaar wetenschappelijk onderzoek
door de Radboud Universiteit naar het privacy-vriendelijk
en veilig identificeren. IRMA is een app waarmee men persoonlijke
gegevens uit betrouwbare bronnen kan downloaden,
zoals vanuit de BRP of het BIG-register in de gezondheidszorg.
Deze gegevens worden in kleine stukjes – attributen
– alleen in de app op de telefoon opgeslagen (en
7
]zV[Ӹ́]zV[Ӹˁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://xYWed6KHBIutOsGXtvE7HNWS_vfzOV2g_a5AcD6zwOc {`׉	 7cassandra://u4Ifn0kXXDa3ZHoHiGymjnBsTyLMDNCKB0E1n2KQ_e8ͧ`׉	 7cassandra://ddlGukcVs1b9jp7idFfKvSmwHJCvxIp3KCPEHwlS_cE.`j ׉	 7cassandra://JhqAQODwbPCiRHa4-NFgv7wW4HA5nzqnfXKPZiOvNUw !'͠	]zVbӸנ]zV`Ӹ  ̟9׉H fhttps://www.digitaleoverheid.nl/achtergrondartikelen/innoveren-binnen-het-cjib-denk-groot-begin-klein/Gׁׁrנ]zV`Ӹ @t9׉H ]https://www.managementimpact.nl/innovatie/artikel/2019/03/mythe-van-het-innovatielab-10118204Gׁׁrנ]zV`Ӹ rA9׉H Ohttp://opendata.nijmegen.nl/dataset/manifest-wij-zijn-open-en-weerbaar-nijmegenGׁׁrנ]zV`Ӹ HC9 ׉S G
ׁׁrנ]zV`Ӹ [9׉H #https://privacybydesign.foundation/Gׁׁr׉Eartikel
nergens anders!). Indien mogelijk worden de gegevens ook
geabstraheerd. Naast een volledige geboortedatum wordt
ook het attribuut ‘boven de 18’ opgeslagen. Deze gegevens
zijn vervolgens te gebruiken voor een authenticatie of
login op websites. Bijvoorbeeld om alcohol te kopen bij een
webshop, waarbij er via IRMA wordt aangetoond dat de
koper ouder is dan 18 jaar, waarna de bestelling naar het
woonadres uit de BRP kan worden verzonden. Door de decentrale
werkwijze van IRMA kan een gemeente of organisatie
eenvoudig voldoen aan de AVG. Binnen de IRMA-systematiek
worden er geen persoonlijke data in een centrale
database opgeslagen. Als gemeente heb je de mogelijkheid
om alleen die data op te vragen die voor het proces noodzakelijk
zijn. Door het via IRMA verstrekken van gegevens uit
de BRP zijn alle inwoners van Nederland in staat om zich
veilig en privacy-vriendelijk te authenticeren en identificeren.
Het verschil tussen IRMA en bijvoorbeeld DigiD of een
login met Facebook is dat er geen centrale partij kan meekijken
waar een inwoner inlogt. Een inwoner laat dus geen
onnodige ‘digitale voetafdruk’ achter, wat in de digitale wereld
uniek is. Bovendien is IRMA zo ingericht dat de stichting
niet kan zien welke gegevens aan wie worden verstrekt
en waar de inwoner de gegevens gebruikt. Bovendien
zijn er geen kosten per login, is de software volledig
open source en heeft de stichting, vanzelfsprekend, geen
winstoogmerk.
irma is een app waarmee persoonlijke
gegevens uit betrouwbare bronnen
kunnen worden gedownload, zoals
vanuit de brp of het big-register in
de gezondheidszorg
digitale weerbaarheid
Door het verstrekken van gegevens uit de BRP via een onafhankelijke
non-profit partij draagt de gemeente Nijmegen
bij aan de digitale weerbaarheid van haar inwoners. Aangezien
dit een nieuwe ontwikkeling is, heeft de gemeente de
verstrekking uitgebreid laten onderzoeken. Er is zowel een
onafhankelijke DPIA als een diepgaande penetratietest uitgevoerd
op de ontwikkelde attribuut-uitgifte vanuit de BRP.
Daarnaast is het Ministerie van Binnenlandse Zaken bij
iedere stap, van pilot tot livegang, op de hoogte gehouden.
De ontwikkeling van IRMA en de gegevensverstrekking
door de gemeente Nijmegen zijn met veel belangstelling
gevolgd door maatschappelijke instellingen en andere
overheden. Dit heeft ertoe geleid dat ook de zorgverzekeraar
VGZ het nu al mogelijk maakt om iemand te machtigen
via IRMA. Daarnaast gebruiken het zorgplatform Helder.health
en Ivido (een aanbieder van een Persoonlijke
Gezondheidsomgeving) IRMA als inlogmiddel. Met het oog
op de toekomst wil de gemeente Nijmegen de verstrekking
van BRP-gegevens gaan opschalen. Samen met dertig andere
gemeenten is het nu mogelijk om gegevens uit de BRP te
ontvangen via ‘uw gemeente’. Daarnaast gaan de gemeenten
Almere, Amsterdam, Haarlem en Leiden gezamenlijk
in de praktijk onderzoeken hoe IRMA ook in de fysieke
omgeving kan worden gebruikt, en zal IRMA binnenkort
bij diverse gemeenten beschikbaar komen als alternatief
inlogmiddel naast DigiD.
Manifest ‘Open en Weerbaar’
Samen met twintig partijen in de stad heeft de
gemeente Nijmegen het manifest ‘Open en Weerbaar’
opgesteld en ondertekend.
Open, omdat we aan de samenleving willen laten
zien hoe wij omgaan met gegevens, waarvoor we ze
gebruiken, en hoe we ervoor zorgen dat we niet meer
gegevens gebruiken dan echt nodig is.
Weerbaar, omdat we zien dat er een nieuwe groep
mensen ontstaat die zich onvoldoende bewust zijn
van de mogelijke gevolgen van hun gedrag op internet,
zoals identiteits- en internetfraude, schending van de
privacy en andere vormen van misbruik van persoonlijke
gegevens. We willen onze burgers helpen om weerbaar
te worden in de digitale wereld.
In het manifest staan tien principes die de organisaties
toepassen en zijn er acht concrete afspraken gemaakt.
Het volledige manifest is hier te vinden
Meer weten?
Op de site van de stichting Privacy by Design staat alle
informatie, inclusief technische documentatie en wetenschappelijke
publicaties over IRMA.
IRMA is gratis te downloaden in de Apple Store en Play
Store.
8
׉	 7cassandra://ddlGukcVs1b9jp7idFfKvSmwHJCvxIp3KCPEHwlS_cE.`j ]zV[Ӹ׉E	xander jongejan
innovatietheater
Gemeenten hebben nieuwsgierigheid nodig. Met de
(respectabele) kennis en ervaring die we tot nu toe
hebben opgebouwd, kunnen gemeenten niet alle vraagstukken
van vandaag en morgen oplossen. We hebben
nieuwe kennis en ervaringen nodig. Nieuwsgierigheid
om de zaak eens van een andere kant te bekijken, de
vaardigheid om een situatie op zijn merites te beoordelen.
Gemeenten staan niet bekend om hun wendbaarheid,
terwijl ze die wel (verder) kunnen ontwikkelen.
Hoe dan?
Gemeenten hebben nieuwsgierige mensen
nodig
Innoveren vraagt om een open blik. Het vraagt om
nieuwsgierigheid. Het vraagt erom je kennis van het
bestaande te vergeten, je overtuigingen over hoe het
moet aan de kant te zetten. Innovatie vraagt om open te
staan voor wat je niet begrijpt. Het vraagt de bereidheid
om je mening bij te stellen, omdat je weet dat een
mening gebaseerd is op gisteren en niet op morgen.
gemeenten staan niet bekend om
hun wendbaarheid, terwijl ze die
wel (verder) kunnen ontwikkelen
Innovatie trekt nieuwsgierige mensen
Mensen maken je organisatie. De kwaliteit van je collega’s
(en van jezelf) bepaalt de kwaliteit van je organisatie.
Met welk profiel ga je de markt op om de mensen
aan te trekken die kunnen helpen met de vraagstukken
van morgen? Je arbeidsmarktbeleid en je opleidingsbeleid
moeten ingesteld zijn op de opbouw en ontwikkeling
van een personeelsbestand dat die vraagstukken
aankan. Het aantrekken, vasthouden en ontwikkelen
van de juiste collega’s is essentieel voor het succesvolle
voortbestaan van je organisatie. De taken waarmee je
jouw organisatie profileert is daarom van groot belang.
Gemeenten moeten innoveren
Je kan innovatie benutten om een wendbaar personeelsbestand
op te bouwen, gesteund door arbeidsmarkt- en
opleidingsbeleid. Belangrijk is dan wel dat je innovatieprojecten
of je innovatielab niet als geïsoleerd onderdeel
van je organisatie in een achteraf-plek door een stel hobbyisten
worden bestierd. Het zal een wezenlijk onderdeel
van je organisatie moeten worden, gesteund door
bestuur en management – die moeten kunnen uitleggen
wat die innovaties betekenen. En in een goede balans
tussen het reguliere werk en de nieuwe aanpak. Dus
voorkom ‘innovatietheater’ en integreer innovatie in je
organisatie zodat het bijdraagt aan de maatschappelijke
opgaven die je wilt realiseren.
Tekst: Xander Jongejan, manager dienstverlening
bij de gemeente Leeuwarden en schrijver
9
]zV[Ӹ΁]zV[Ӹ́{בCט   {u׉׉	 7cassandra://9eqtdiA7dsvzUJLL4_QaYdiCculUrWYt_eH4hWPDgPg @`׉	 7cassandra://UcrJCwa7VAvEW3bAkfva65cMA4TT8S0kUuSjwK98_5cͼ`׉	 7cassandra://NRVT_W7TEXGAMtonX0zBldMbgTQuRF56Rg5F_HmTCA84`j ׉	 7cassandra://qYw9JS_rtupcEEAXOz6ndvULNjwreu31PkfX2s_kyDE ͠	]zVdӸנ]zVbӸ J9׉H 7http://www.vngrealisatie.nl/producten/chatbot-verhuizenGׁׁrנ]zVbӸ C#̙89 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
gem, de chatbot voor
van prototype naar pilot
Tekst: Eline Kooijman, projectleider Organisatie & ICT bij de gemeente Tilburg
De Innovatiegroep Chatbot ontwikkelt een overheidsbrede chatbot over het thema verhuizen.
Deze dient via alle mogelijke kanalen beschikbaar te zijn en moet in alle Nederlandse gemeenten
gebruikt kunnen worden. Dat is een ambitieuze opgave. Momenteel wordt de haalbaarheid
getoetst – en dat blijkt nog een hele puzzel. In dit artikel wordt de gezamenlijke zoektocht
toegelicht.
L
aten we bij het begin beginnen: wat is een chatbot?
Een chatbot is een geautomatiseerde gesprekspartner.
Ofwel een computerprogramma waaraan je een vraag
kan stellen waarop deze antwoord geeft. Helaas (of gelukkig)
is de technologie nog niet zover dat een chatbot uit
zichzelf een gesprek kan voeren, dus zal men deze daarvoor
moeten inrichten. Dit inrichten houdt in dat je de chatbot
leert om uit een gebruikersvraag te achterhalen wat de
gebruiker wil. Neem bijvoorbeeld een inwoner die wil
weten wat een paspoort kost. De chatbot wordt dan zo
geprogrammeerd dat de vragen ‘wat kost een paspoort?’,
‘hoe duur is een paspoort?’ en ‘hoeveel geld moet ik meenemen
om een paspoort te kunnen kopen?’ allemaal duiden
op de gebruikerswens: willen weten wat een paspoort kost.
De vele manieren waarop je een vraag kan stellen, kunnen
het lastig maken voor de chatbot om te achterhalen wat de
gebruiker precies wil bereiken – en dat is dan meteen de
belangrijkste beperking van een chatbot.
helaas (of gelukkig) is de technologie
nog niet zover dat een chatbot uit
zichzelf een gesprek kan voeren, dus
zal men deze daarvoor moeten
inrichten
waarom een chatbot?
Inwoners zijn inmiddels gewend om met elkaar te appen,
en hoe makkelijk zou het niet zijn als je als inwoner ook
buiten kantoortijden met de gemeente zou kunnen appen
en zo dus antwoord zou kunnen krijgen op je vraag? Of als
je via Siri of Alexa een vraag stelt? Hoe gemakkelijk zou het
niet zijn om als inwoner je verhuizing en parkeervergunning
binnen twee minuten te kunnen regelen? Een ander
gebied waarbij er op dit moment ook veel chatbot-techno10
logie
wordt ingezet is als ondersteuning van een KCC. Hierbij
helpt een chatbot de medewerkers van het KCC om snel
een antwoord te vinden op een telefonische vraag. Wat zou
zo’n extra kanaal van ons als overheid vergen? En hoe kunnen
we deze op een efficiënte manier inzetten?
inwoners zijn inmiddels gewend om
met elkaar te appen, en hoe makkelijk
zou het niet zijn als je als inwoner
ook buiten kantoortijden met de
gemeente zou kunnen appen?
onderliggend vraagstuk
Op het eerste gezicht lijkt de ontwikkeling van de chatbot
misschien alleen een technische aangelegenheid. Maar het
vraagstuk achter de chatbot gaat meer over het efficiënte
beheer en het inzetten van de content. Op dit moment
schrijft en beheert iedere gemeente haar eigen content.
Onze aanname is dat veel van deze content ‘dubbel’ is. Veel
informatie is namelijk landelijk bepaald. Daarnaast wordt
content vaak voor verschillende kanalen (website, telefoon,
kennisbank) opnieuw geschreven. Een chatbot vraagt om
een totaal andere manier van omgaan met content. Omdat
de chatbot een gesprek aangaat met de inwoner moet content
in veel kleinere stukken gepresenteerd worden dan
bijvoorbeeld op een website het geval is. De invoering van
een chatbot geeft dus extra aanleiding om vraagstukken
aan te pakken op het gebied van contentmanagement. Bij
het ontwikkelen van de chatbot wordt er onderzocht hoe
content kanaalonafhankelijk en gemeente-onafhankelijk te
gebruiken is. Al naar gelang de uitkomst van dit onderzoek,
zal de innovatiegroep Chatbot adviezen opstellen voor het
samen organiseren van contentvraagstukken.
׉	 7cassandra://NRVT_W7TEXGAMtonX0zBldMbgTQuRF56Rg5F_HmTCA84`j ]zV[Ӹ׉Enederland
prototype
Voor de zomer is er door de gemeenten Utrecht en Tilburg
in zes weken tijd een prototype van een chatbot opgeleverd
die tijdens de VDP-kwartaalbijeenkomst in juni is gepresenteerd.
Doel van dit prototype was om bekend te raken met
de chatbottechnologie, om te leren hoe de chatbot met content
omgaat, en om eens te kijken wat er functioneel mogelijk
is. Zoals de figuur toont, is het prototype met de naam
Gem ontwikkeld op een opensourceplatform waarbij alle
communicatie via de NLX verloopt. Hierbij zijn de dialogen
ingevoerd en is er een eerste versie van de content-API
(application programming interface) gecreëerd. Facebook
Messenger wordt als tweede kanaal gebruikt, en het prototype
is gekoppeld aan Samenwerkende Catalogi. Via een
koppeling met een fictieve BRP en de BAG kunnen persoonsgegevens
en adresgegevens in de chatbot worden opgehaald.
Tot slot werd de registratie van een verhuizing via
een koppeling met Zaakgericht Werken (ZGW) gerealiseerd.
via een koppeling met een fictieve brp
en de bag kunnen persoonsgegevens
en adresgegevens in de chatbot
worden opgehaald
pilot
Na het maken van het prototype is de gemeente Dongen
aangesloten bij de innovatiegroep om een pilot uitvoeren.
Het doel is om te kijken of hetgeen ontwikkeld is ook aansluit
bij de behoefte van de inwoner, of alles goed werkt en
wat er bij komt kijken als een nieuwe organisatie de chatbot
wil gebruiken. Om het prototype klaar te maken voor
de pilot, moeten er nog veel vragen beantwoord worden
over de (technische en organisatorische) schaalbaarheid
van de chatbot. De innovatiegroep Chatbot hoeft zich voorlopig
dus niet te vervelen.
De innovatiegroep Chatbot is een samenwerkingsverband
tussen de Vereniging Directeuren Publieksdiensten
(VDP), de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), het A&O fonds Gemeenten, en
een tiental gemeenten waaronder Utrecht, Tilburg,
Ede, Eindhoven en Dongen.
Meer weten?
Op de website van de VNG is er informatie te vinden over
de status en voortgang van dit traject.
11
]zV[ӸЁ]zV[Ӹρ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://jeQGXvTe61eHt7jdC-GZQQGV4rKKmP3QOUwC1dyi9zA e`׉	 7cassandra://KwhyVeheGGVWltE5Ub0LrEEUW_au7nMVGL41Gh-3UGIz`׉	 7cassandra://763fADYdVltYhAF8Th6bkgnTUz8ugHmADYgA12b22k47`j ׉	 7cassandra://PFXUrKc_h1rQIyzK1wNjj52krxVsf4Cl0-pPk2f091Y A͠	]zVdӸ נ]zVdӸ kI9׉H /https://northsearegion.eu/like/use-case-papers/Gׁׁrנ]zVdӸ S̈"9׉H :http://northsearegion.eu/media/9811/programma-digitaal.pdfGׁׁrנ]zVdӸ V>m9׉Hhttp://northsearegion.eu/like/Gׁׁrנ]zVdӸ F̆A9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
samenwerken in eu
europese co-financieringsprogramma’s
versterken innovatie bij gemeenten
Tekst: Renske Stumpel, adviseur Europese projecten bij de gemeente Groningen en Lead Beneficiary
van de Interreg-projecten Like! en BLING
Als trekker van het Europees project Like! Building a local digital innovation culture
investeert de gemeente Groningen in het verbeteren van de innovatiecultuur,
slimme dienstverlening en data-dashboards. Daarvoor krijgt ze van Europa de
helft van de kosten vergoed. Dat levert meer op dan enkel financieel voordeel.
Dit artikel legt uit hoe je zo’n project het beste aanpakt.
O
m aan de doelstellingen van Europa te voldoen moet
een Europees project plaatsvinden binnen een relevant
partnerschap. In Like! zijn er tien partners
(gemeenten, universiteiten en regio’s) uit vijf landen binnen
de Interreg Noordzeeregio vertegenwoordigd. Het
loont de moeite om vooraf (bij het opzetten van het project)
voldoende aandacht te besteden aan de samenstelling van
het partnerschap. Kan je goed met de beoogde partners
samenwerken? Zijn ze professioneel? Hebben ze ervaring?
En vooral: hebben ze een helder idee over wat ze uit het
project willen halen? Geld alleen is een slechte drijfveer.
Partners die kennis zoeken en delen, en die willen samenwerken,
is waar het om draait.
een europees project vergt veel
overleg en overredingskracht
projectaanvraag
Om te kunnen starten, moet je in Europa een projectaanvraag
doen. Deze aanvraag moet natuurlijk van goede kwaliteit
zijn, en passen bij de uitvraag en doelstellingen van
het Europese programma. De crux zit vaak in de logica: hoe
kan je aantonen dat de dingen die je doet, bijdragen aan de
doelstellingen van de EU? Op zich is de aanvraagprocedure
goed te doen. Het slagingspercentage in de eerste fase van
de uitvraag is vijftig procent, en in de tweede fase is dat
zelfs zeventig procent. Samenwerken met een leadpartner
die ervaring heeft, of met een adviseur die al eens met het
bijltje heeft gehakt, vergroot de kans op het toekennen van
de subsidie. Aangezien alle correspondentie in het Engels
verloopt, is het inschakelen van een native speaker als redacteur
ook raadzaam. Ten slotte vergt de voorbereiding
12
van zo’n aanvraag de nodige tijd en geduld. Eerst moet een
projectidee goedgekeurd zijn, voordat je de volledige projectaanvraag
mag indienen. Dat neemt al met al een klein
jaar in beslag. Het project zelf duurt drieënhalf jaar. Je moet
dus wel een lange adem hebben om dit door te zetten.
uitvoering
De leadpartner – dat is de aanvrager van het project – is
verantwoordelijk voor de projectvoering en rapportages.
Dat is best een klus met tien partners. Daar staat tegenover
dat het projectmanagement vanuit het partnerschap vergoed
wordt. Groningen is bij het Like!-project de leadpartner.
Dat is mogelijk omdat de gemeente al veel ervaring
heeft met EU-programma’s op het gebied van innovatieve
dienstverlening. De projectleiding en de verantwoording is
binnen een EU-project goed gestructureerd. Op zich is de
projectleiding niet complex, maar je moet wel alert zijn,
aangezien het aansturen van verschillende partners uit verschillende
landen en culturen niet vanzelf gaat. Een Europees
project vergt veel overleg en overredingskracht. De
verhouding tot je partners is nu eenmaal niet een hiërarchische.
Ook zijn er veel regels waaraan de partners zich
moeten houden. Juist in zo’n internationaal project is persoonlijk
contact cruciaal. Daarom ontmoet je elkaar regelmatig
tijdens transnationale bijeenkomsten, vergader je
frequent online en probeer je zo veel mogelijk contact te
houden met de partners via telefoon, mail en app. Samenwerken
binnen een Europees project is leuk om te doen, en
levert veel nieuwe inzichten en contacten op in andere steden
en landen. Wanneer je lopende zaken die je toch al doet
of wilde doen, onderbrengt in het project dan is deze optie
ook financieel aantrekkelijk. Als je minder zelf hoeft te investeren,
is de interne besluitvorming ook eenvoudiger te
organiseren.
׉	 7cassandra://763fADYdVltYhAF8Th6bkgnTUz8ugHmADYgA12b22k47`j ]zV[Ӹ׉Europa
opbrengsten
Het Like!-project heeft een aantal interessante resultaten
opgeleverd die op de website zijn terug te vinden. Zo heeft
de gemeente Rotterdam bijvoorbeeld een aanpak ontwikkeld
rondom het gebruik van Beeldbrieven. Daarnaast hebben
drie Nederlandse gemeenten hun ervaringen gedeeld
over de organisatie van een Newsroom ofwel Nieuwskamer.
Deze integrale benadering van online-interactie is in de Europese
partnerlanden nog niet bekend. Daarmee krijgt het
transnationale karakter van Like! een grensoverstijgende
meerwaarde. Een derde resultaat is de ontwikkeling van
het participatieplatform Consul.
geld is een slechte drijfveer; partners
die kennis zoeken en delen, en willen
samenwerken, is waar het om draait
consul
Om digitale burgerbetrokkenheid te organiseren, ontwikkelen
we Consul samen met vijf andere gemeenten. Daarbij
maken we gebruik van kennis over participatief budgetteren
van onze Schotse partner Angus Council. Na de zomer
start in Groningen de proef met dit online- participatieplatform
voor burgers én ambtenaren, onder de naam de ‘Stem
van Groningen’. Op deze website kunnen inwoners voorstellen
indienen, discussiëren over plannen, stemmen en
reageren op gemeentevoorstellen. Liesbeth van de Wetering
van de Concernstaf houdt zich onder andere bezig met
democratische vernieuwing. Over het nieuwe participatieplatform
vertelt ze: ‘Mensen zijn tegenwoordig steeds meer
online. We geven via internet al informatie, en bieden er
dienstverlening aan. Het is hoog tijd dat we met een equivalent
daarvan komen voor het onlinegesprek met bewoners,
over hun buurt of over bepaalde thema’s.’ Om medewerkers
bij de Stem van Groningen te betrekken doet Groningen
eerst een interne proef. Zo zien de medewerkers
zelf ook de mogelijke toepassingen van Stem van Groningen
voor hun werk. Om als regiepartner het opensource-softwareprogramma
van Consul door te ontwikkelen heeft de
gemeente Groningen van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken (BZK) deze zomer geld gekregen vanuit het innovatiebudget
NL Digibeter 2019.
slotconferentie
Op 3 oktober vindt in Groningen de slotconferentie van het
Like!-project plaats, met als titel Connect to the Future. Er is
een interessant programma samengesteld met internationale
sprekers, masterclasses en excursies op het Groningse
Zernikecomplex, allemaal rondom de drie centrale Like!thema’s:
innovatiecultuur, slimme dienstverlening en meer
doen met data. Bovendien worden alle projectresultaten
tijdens dit congres gepresenteerd. Meer informatie over
het programma van de slotconferentie is te vinden op de
website van Like!.
Het Like!-project valt onder de Europese prioriteitslijn
‘Thinking Growth’ van het Interreg North Sea Region
Programme. Dit programma versterkt onderzoek,
technologische ontwikkelingen en innovatie.
Het Like!-project draagt bij aan de Europese doelstelling
om de publieke sector te stimuleren tot innovatie en zo
de publieke dienstverlening te verbeteren. De belangrijkste
best practices en usecases van het Like!-project
zijn te vinden op de Like! website
13
]zV[Ӹҁ]zV[Ӹс{בCט   {u׉׉	 7cassandra://ymLrP-PVnNB0glydKGW4Mb1Y2g_jBbZEq-pnDccj6fc zG`׉	 7cassandra://MBjEfof_WQmON-Tv6CY-emcmau6KlY597rG3xgtX3ckͷh`׉	 7cassandra://iPr9Woud7H92PWH_U5EiYkfWRKieTgw45379xXMr5sg6`j ׉	 7cassandra://2g9hwogN7lJlVyNoTSenK3d3CqV7TEblpe5hQHL5nnw 2͠	]zVdӸנ]zVdӸ 3̱9׉H !https://www.rijksictdashboard.nl/Gׁׁrנ]zVdӸ ^9׉H !https://www.rijksictdashboard.nl/Gׁׁrנ]zVdӸ an9׉H fhttps://www.trouw.nl/politiek/weer-ict-drama-bij-overheid-project-digiinhuur-ook-al-een-flop~b6c77122/Gׁׁrנ]zVdӸ ^09׉H fhttps://www.trouw.nl/politiek/weer-ict-drama-bij-overheid-project-digiinhuur-ook-al-een-flop~b6c77122/Gׁׁrנ]zVdӸ Zh9׉Hhttps://www.dedigicampus.nl/Gׁׁrנ]zVdӸ J̒D9 ׉S G
ׁׁr׉EAartikel
falen mag, maar d
slim falen als randvoorwaarde
Tekst: Matthijs Goense, innovation designer bij Novum (innovatielab SVB)
De media staan al jaren vol berichtgeving over de falende ICT-projecten van de
overheid. We weten ook dat falen hoort bij nieuwe dingen doen en innovatie.
Maar hoe zorgen we ervoor dat we slimmer kunnen falen en mislukkingen in
ons voordeel gaan gebruiken?
H
et is algemeen bekend dat innovatie en vooruitgang
gepaard gaan met grote mislukkingen. Instagram
bijvoorbeeld is ontstaan vanuit de totaal mislukte
socialemedia-app Burbn, en is nu meer dan 100 miljard
waard. Door te falen ontstaat er ervaring en inzicht in wat
niet werkt, en tegelijk doet men kennis op over wat wel
gaat werken. Maar waarom is de Nederlandse overheid na
al die mislukte ICT-projecten dan nog steeds niet in staat
om reeksen van succesvolle ICT-projecten af te ronden?
capaciteit is dus wat er
aanbesteed moet worden
focus op het probleem
Namen en omschrijvingen van ICT-projecten van de overheid
vermelden vrijwel altijd de te realiseren oplossing, en
niet het probleem waarvoor men een oplossing zoekt. Maar
bij een project waarvan de oplossing al vaststaat, is er eigenlijk
geen ruimte meer om ook de kennis aan te wenden
die men opdoet door het mislukken ervan. Vaak is, door
een functionele aanbesteding, zo’n initiële oplossing ook
nog eens tot in detail vastgelegd in een contract met de leverancier.
Hierdoor kan het project alleen maar falen als het
de vooraf gekozen oplossing niet realiseert, ongeacht of het
oorspronkelijke probleem dan ook echt verholpen is. Een
recent voorbeeld is het stopzetten van het project DigiInhuur.
Men stopte dit project al nadat duidelijk werd dat
de leverancier het gevraagde systeem niet ging opleveren.
Voor het bijsturen ervan of voor het uitwerken van een
nieuwe, meer haalbare oplossing was er blijkbaar geen
ruimte. En zo is het oorspronkelijke probleem dus nog
steeds niet opgelost, maar daar hoor je verder niemand
meer over.
14
goed functionerend team
Zoals hierboven aangegeven, moeten we om slim te kunnen
falen dus af van functioneel aanbesteden. De focus zal
dan moeten verschuiven naar het opleveren van een of
meerdere teams, waarin mensen zitten die met hun gezamenlijk
kennis en vaardigheden in staat zijn om het probleem
op te lossen. Deze teams kunnen bestaan uit interne
medewerkers, maar men kan ze ook aanvullen met capaciteit
uit de markt. Capaciteit is dus wat er aanbesteed moet
worden. In de praktijk gebeurt dit wel binnen de overheid,
maar daarmee is slim falen nog niet bereikt. Wat er gebeurt
is dat men de capaciteit voor de ICT-projecten deels versnippert
over de medewerkers in de verschillende silo’s van
de organisatie en deels bij de externe leverancier. Als er dan
iets mis gaat, wijst iedereen naar elkaar, en krijgen in de
evaluatie de gebrekkige communicatie en de projectmanager
de schuld. De enige manier om slim te kunnen falen is
door een team ook daadwerkelijk als team te organiseren
middels het ontwikkelen van een cultuur van gezamenlijk
eigenaarschap. Dus zet mensen voor meerdere uren per
dag in een ruimte bij elkaar. Gaat er dan iets mis, dan kun je
gezamenlijk op zoek gaan naar nieuwe oplossingen.
of je toont aan dat de oplossing niet
werkt, en dan is er slim gefaald!
faal zo snel mogelijk
ICT-projecten bevatten altijd aannames over het wel of niet
lukken van iets. Wel houdt de ene aanname daarbij een
grotere onzekerheid in dan de andere. Bij het ontwikkelen
van een website bijvoorbeeld, kan je er best van uitgaan dat
een design maken op basis van een bestaande huisstijl wel
gaat lukken. Dat is wereldwijd al miljoenen keren gedaan
׉	 7cassandra://iPr9Woud7H92PWH_U5EiYkfWRKieTgw45379xXMr5sg6`j ]zV[Ӹ׉Edoe het wel slim!
voor innovatie
en goede front-end designers draaien hun hand er niet meer
voor om. Maar wanneer deze website ook nog geïntegreerd
moet worden in een backoffice-maatwerksysteem met al
wat verouderde documentatie, dan mag je aannemen dat er
bij dit projectonderdeel een grotere kans op falen bestaat.
Wil het team echter slim falen, dan zorgt het ervoor dat dit
soort kritieke onderdelen van tevoren in kaart zijn gebracht.
Om vervolgens door proofs of concept te laten zien
dat de bedachte oplossing ook echt kan gaan werken. Of je
toont aan dat de oplossing niet werkt, en dan is er slim gefaald!
Door dit aan het begin van een project te doen, is er
meestal nog wel ruimte voor aanpassingen en het uitproberen
van verschillende oplossingen. Maar twee weken voor
de deadline is er daartoe vaak geen mogelijkheid meer.
zet mensen voor meerdere uren
per dag in een ruimte bij elkaar
kracht van innovatielabs
Innovatie-community’s, innovatielabs en organisaties zoals
De Digicampus schieten momenteel binnen de overheid
als paddenstoelen uit de grond. Dit soort plekken zijn bij
uitstek geschikt voor een snel en slim falen via experimenten,
om zo te komen tot gevalideerde en innovatieve oplossingen.
Het zou dus goed zijn om, voorafgaand aan grote en
complexe ICT-projecten, binnen de overheid vroegtijdig
gebruik te maken van deze groeiende innovatiecapaciteit.
Zo zorgen we ervoor dat innovatielabs geen afdrijvende
buitenboordmotoren worden, maar loodsen die het grote
moederschip de weg wijzen. Als we binnen innovatielabs
met de juiste capaciteit bij de start van een project snel en
slim falen, om dan uiteindelijk tot een echt werkende oplossing
te komen, ontstaat er zowel binnen het team als van
buitenaf vertrouwen. En vertrouwen is misschien wel precies
wat we nodig hebben om open en eerlijk over mislukkingen
te kunnen praten en zo de ambities van de overheid
op ICT-gebied waar te kunnen maken.
15
]zV[Ӹԁ]zV[ӸӁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://v1M37tsHkKYtHzu-IWz1qpd73SyOKn3lnHKXgk1mErU *`׉	 7cassandra://djJLSTRTPKb0T1OyBNLYxkHt4SrB7e9U6CUP4HAF93kk`׉	 7cassandra://poMrLbmJS4hfI5DcS8F0NExhWMhqMPyjFVWP11gYIko8`j ׉	 7cassandra://PmfMv3AN3QRG1_KlaqiAU_oyQef4dBwc8bZjVJPpo1s =`͠	]zVdӸנ]zVdӸ
 ]"9׉Hhttps://overheid.heliview.nl/Gׁׁrנ]zVdӸ @̢H9 ׉S G
ׁׁr׉Eartikel
zaakgericht werken
common ground stimuleert infor
Tekst: Sven Blom, senior-adviseur bij KBenP Zaakgericht Werken
Zaakgericht werken: geliefd én vervloekt? Hoe dan ook, Zaakgericht Werken speelt al
bijna twintig jaar een rol binnen het informatielandschap van de lokale overheid. Het
principe achter Zaakgericht Werken is simpel: houd alle relevante informatie rondom
een zaak digitaal bij elkaar. Eigenlijk precies zoals dat al jaren op papier wordt gedaan.
Maar waarom blijkt de digitale praktijk dan toch een stuk complexer te zijn? En is het
einde van Zaakgericht Werken inmiddels in zicht?
I
n eerste instantie was Zaakgericht Werken vooral
bedoeld om inwoners en organisaties goed te kunnen
informeren via internet of het klantcontactcentrum. De
laatste jaren wordt Zaakgericht Werken steeds vaker ook
ingezet om grip te krijgen op de informatiehuishouding,
en lijkt de focus op dienstverlening iets af te nemen. Dit
komt deels door de bezuinigingen van de afgelopen jaren,
maar ook door de toenemende aandacht voor grip op informatie.
adoptie
van zaaksystemen
Het principe van Zaakgericht Werken wordt vandaag de
dag bij elke gemeentelijke organisatie in meer of mindere
mate toegepast. De implementatieprojecten zijn veelal
overgedragen aan de lijnorganisatie, of anders is er een
project voor de doorontwikkeling gestart. En ondanks dat
de methodiek zich weliswaar heeft ontwikkeld, is het in de
kern nog vergelijkbaar met twintig jaar geleden. De grootste
verschuiving van de afgelopen jaren zit dan ook vooral
in de inzet van zaaksystemen. Het idee om alle processen
van een organisatie in één zaaksysteem onder te brengen,
wordt meer en meer losgelaten. Of eigenlijk, ook de verschillende
vak-applicaties worden als zaaksystemen gezien.
Zo zijn er meerdere domein-specifieke zaaksystemen naast
het generieke zaaksysteem. De verschillende vak-applicaties
hebben Zaakgericht Werken geadopteerd als methodiek.
Gezamenlijk voorzien ze in de verbetering van het
klantbeeld, wordt er onderling informatie uitgewisseld en
wordt de archivering geborgd.
het idee om alle processen van een
organisatie in één zaaksysteem onder te
brengen, wordt meer en meer losgelaten
16
twintig jaar ervaring
De afgelopen jaren heeft het Zaakgericht Werken ook zijn
intrede gedaan bij de rest van de overheid. Ondanks het
feit dat er twintig jaar geleden werd geroepen dat Zaakgericht
Werken slechts een hype was, is het inmiddels
breed geaccepteerd. De methode wordt geïmplementeerd
in organisaties en applicaties, en de nieuwe wet- en regelgeving
– zoals de Omgevingswet – houdt er expliciet rekening
mee. Dat is ook niet zo vreemd, als je kijkt naar de
kern. Men moet informatie nou eenmaal binnen haar context
kunnen plaatsen, bijvoorbeeld om burgers of organisaties
goed te kunnen inlichten of om te voldoen aan wet- en
regelgeving. De Algemene Verordening Gegevensbescherming,
de nieuwe Omgevingswet en meer recent het initiatief
Common Ground hebben dan ook aan Zaakgericht
Werken een positieve impuls gegeven. Al deze ontwikkelingen
stimuleren de behoefte om de informatiehuishouding
onder controle te hebben, waartoe het Zaakgericht
Werken de handvatten biedt.
common ground als aanjager
Op basis van de Common Ground-filosofie willen gemeenten
de data loskoppelen van de werkprocessen en applicaties.
Dit moet het mogelijk maken om snel en flexibel te
vernieuwen en te voldoen aan de privacywetgeving. Het
borgen van de context van de informatie – buiten de applicatie
waarin het is ontstaan – is hierbij uitermate belangrijk.
Binnen bijna alle gemeentelijke applicaties worden de
data gestructureerd en ongestructureerd opgeslagen, zowel
in de basisapplicatie als in het gebruikte zaaksysteem. Het
is dan ook niet zo vreemd dat de Common Ground-beweging
zich richt op onder andere het Zaakgericht Werken.
Deze zomer zijn de specificaties aangaande de API’s voor
Zaakgericht Werken gepubliceerd, waardoor de leveranciers
nu echt aan de slag kunnen om deze verbindingen in
het zaaksysteem aan te brengen. Mede onder invloed van
׉	 7cassandra://poMrLbmJS4hfI5DcS8F0NExhWMhqMPyjFVWP11gYIko8`j ]zV[Ӹ׉Eanno 2019
matiemanagement
alle aandacht voor Common Ground zal de focus bij Zaakgericht
Werken de komende periode op de implementatie
liggen. De methodiek is voldoende ontwikkeld om er als
organisatie mee aan de slag te kunnen gaan. De huidige
zaaksystemen zijn volwassen, en zijn in staat om een groot
deel van de ambities en behoeften van hun gebruikers te
realiseren.
ondanks het feit dat er twintig jaar
geleden werd geroepen dat zaakgericht
werken slechts een hype was, is het
inmiddels breed geaccepteerd
toekomst van zaakgericht werken
Aan de ene kant zullen organisaties het Zaakgericht Werken
via de huidige zaaksystemen verder invoeren en optimaliseren.
Vanwege de doorlopende veranderingen in behoeften
en wet- en regelgeving blijft er toch continue aandacht noodzakelijk,
ongeacht of de implementatie projectmatig wordt
opgepakt of plaatsvindt vanuit een beheerorganisatie.
Aan de andere kant zal Common Ground de ICT-markt een
extra impuls geven. De vraag is of de huidige leveranciers
van zaaksystemen deze transitie op tijd kunnen maken.
Het is ook denkbaar dat er, omdat het informatielandschap
technisch overzichtelijker wordt, een geheel nieuwe leveranciersmarkt
ontstaat waarop ook kleinere start-ups diensten
aanbieden. De uitdaging hierbij is dat de opbouw van
gemeentelijke kennis tijd zal gaan vergen van deze nieuwe
toetreders. Het gevolg zal zijn dat de relatie tussen gemeenten
en leveranciers verandert. De eenzijdige afhankelijkheid
van gemeenten richting leveranciers maakt plaats
voor een markt waarin samenwerking nog meer centraal
komt te staan. Zodra er concrete resultaten worden opgeleverd
op basis van deze nieuwe relatie, zullen steeds meer
gemeenten de overstap maken naar zaaksystemen die met
een Common Ground-perspectief zijn ontwikkeld.
Meer weten?
Op 1 oktober a.s. vindt in Congrescentrum 1931 in ’s-Hertogenbosch
het congres Zaakgericht Werken voor de Overheid
2019 plaats.
17
]zV[Ӹց]zV[ӸՁ{בCט   {u׉׉	 7cassandra://TDmPTZP8d6uv4Y9bJWdx_gCa1Tx4IAaa45hBcMdCvKg `׉	 7cassandra://Qb3tftr2qNaZ5fjY-0wEG4sC8SzO7uCUrm5dFrSOf5MͰ`׉	 7cassandra://iHeXkA_UYS33ywKrZmcXBH6Q95wj7cuwFUyOHWk15NM<`j ׉	 7cassandra://FJ0l5C0OJZctw0rllPnUboeBSA63EtcOtpsc6oRgqug ͠	]zVgӸנ]zVdӸ ̨̲9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zVdӸ ̯̣9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zVdӸ CO*9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zVdӸ 439׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zVdӸ Nށ*9׉H -https://www.publieksdiensten.nl/ingovernment/Gׁׁrנ]zVdӸ 6P,9׉Hhttps://www.publieksdiensten.nlGׁׁrנ]zVdӸ *̖A9 ׉S G
ׁׁrנ]zVgӸ 	2+9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ]zVgӸ 
܁̤9ׁHmailto:vdp@publieksdiensten.nlׁׁЈנ]zVgӸ 
0̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈנ]zVgӸ 	|؁̂9ׁHmailto:info@ingovernment.nlׁׁЈנ]zVgӸ ̃9ׁHhttp://www.ingovernment.nlׁׁЈ׉E `Lees
inGovernment
Online!
18
Word
gratis
online
abonnee!
Ga naar
inGovernment.nl
en meld
je aan
׉	 7cassandra://iHeXkA_UYS33ywKrZmcXBH6Q95wj7cuwFUyOHWk15NM<`j ]zV[Ӹ׉Ecolofon
inGovernment is het online platform voor
de digitale overheid. Naast verhalen over
dienstverlening, digitalisering en gegevensmanagement
wordt aandacht besteed aan
actuele thema’s zoals smart city’s, blockchain
en samen organiseren. inGovernment
informeert professionals over relevante
ontwikkelingen en focust op inclusiviteit,
interactie en innovatie.
inGovernment is een uitgave van de
Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP).
inGovernment is als online magazine beschikbaar
via de website www.ingovernment.nl
en wordt verspreid via een online nieuwsbrief.
inGovernment verschijnt acht maal per jaar als
online magazine.
Jaargang 13, nummer 4 (september)
issn: 2213-2228
Uitgever
Otto Thors
Redactie
Otto Thors (hoofdredacteur)
Jan Fraanje
Eindredactie
Taalanatomisch bureau
De Twee Hanen, Kimswerd
Vormgeving
Villa Y, Henxel
Redactieadres
Postbus 2758
3500 gt Utrecht
E-mail: info@ingovernment.nl
Abonnementen
Professionals werkzaam bij de overheid op
het gebied van (digitale) dienstverlening
kunnen zich kosteloos abonneren op
inGovernment via
www.ingovernment.nl
Hoewel aan de totstandkoming van deze
uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden
de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s)
geen aansprakelijkheid voor eventuele
fouten en onvolkomen heden, noch voor
gevolgen hiervan.
© Het is niet toegestaan om zonder
voorafgaande toestemming van
de uitgever artikelen of gedeelten
daarvan over te nemen.
over de vdp
De Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP)
bestaat uit directeuren en managers verantwoordelijk
voor overheidsdienstverlening. De 112 leden zijn
werkzaam bij 75 gemeenten en vertegenwoordigen
meer dan 8,5 miljoen inwoners.
De VDP houdt zich bezig met strategische innovatie
van dienstverlening zoals geformuleerd in de overheidsbrede
visie op Dienstverlening 2020.
De vereniging biedt een podium om het vakgebied
te stimuleren en de leden te inspireren tijdens
kwartaalbijeenkomsten.
Partnerschappen
inGovernment is eigendom van de Vereniging Directeuren Publieksdiensten.
De VDP nodigt partners in de publieke sector uit om
inGovernment coöperatief te realiseren. Ter aanvulling op nieuwsbrieven
en websites van vakverenigingen, kan inGovernment een
horizontaal platform bieden over alle betrokken domeinen heen
waarin onafhankelijk wordt gecommuniceerd richting een gezamenlijke
doelgroep. Partners ontvangen op basis van co-financiering een
positie in de redactieraad, mogelijkheid tot het leveren van inhoudelijke
bijdragen en verzending van het magazine aan de achterban.
U kunt uw interesse in het partnerschap kenbaar maken door een
e-mail te sturen aan vdp@publieksdiensten.nl
Samen organiseren we
de digitale overheid
oproep
Blijf op de hoogte van
innovatieve ontwikkelingen
Meld je (gratis) aan
als online abonnee
Vul het aanmeldformulier in op de website
www.ingovernment.nl
19
]zV[Ӹ؁]zV[Ӹׁ{)InGovernment september 2019 +Deze editie is verschenen in september 2019]zVZ